Naar hoofdinhoud

1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus met het oog op de versterking van de positie van de commissaris-generaal

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 0748 Wetsvoorstel 🌐 NL

Inhoud

poc 55 0748/001 tot wijziging van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus met het oog op de versterking van de positie van de commissaris-generaal (ingediend door mevrouw Meryame Kitir) SAMENVATTING Dit wetsvoorstel strekt ertoe de positie van de commissaris-generaal bij de federale politie te versterken. Het verwijdert de noodzaak de bevoegde ministers steeds op de hoogte te brengen van een beslissing genomen door de commissaris-generaal bij gebrek aan consensus. Ook wordt de commissaris-generaal aangesteld als hiërarchische chef van de gehele federale politie, en krijgt hij expliciet de bevoegdheid om vanuit zijn leidinggevende positie bindende bevelen, ‘onderrichtingen en richtlijnen te geven aan alle leden van de federale politie. Tenslotte verwijdert het de mogelijkheid om beslissingen van de commissarisgeneraal te laten herroepen, tenzij door de bevoegde ministers in gezamenlijk optreden. pocss 0748/001 menen zoosscomone msn nana | AE etienne B Eero TOELICHTING Dawes en Heren, Het directiecomité van de federale politie functioneert momenteel volgens een consensusmodel, waarbij strategische beslissingen collectief worden genomen door het directiecomité, waarin de commissaris-generaal en de drie directeurs-generaal zetelen, en waarbij de bevoegdheid van de commissaris-generaal beperkt blijft tot beslissingen van beleidsmatige aard. De onderzoekscommissie “Terroristische aanslagen’ maakte daarbij de bedenking dat het consensusmodel weliswaar het draagvlak van genomen beslissingen bevordert, maar dat de besluitvorming daardoor in nogal wat gevallen traag verloopt, wat bovenal in tijden van crisis onwenselijk is. Met het oog op een versterking van de geïntegreerde werking van de federale politie achtte de onderzoekscommissie een eenheid van leiding en een duidelijke keten van bevel noodzakelijk. De commissaris-generaal dient derhalve beschouwd te worden als de hiërarchische chef van de gehele federale politie, zowel op het centrale als, op het gedeconcentreerde niveau. In die optiek is een verduidelijking van de enigszins dubbelzinnige wettelijke regeling vereist. Zo bepaalt artikel 99, eerste lid van de wet van 7 december 1998 dat de federale politie onder leiding staat van de commissaris-generaal, wat blijkens artikel 93, $ 4, van dezelfde wet impliceert dat alle algemene directies, directies en diensten van de federale politie onder de commissaris-generaal ressorteren. Daar staat echter tegenover dat de wet van 7 december 1998 een relatief autonome positie aan de directeurs-generaal toekent. Enerzijds kan de commissaris-generaal slechts in welbepaalde gevallen een beslissing van een directeur generaal herroepen, terwijl anderzijds binnen het directiecomité van de federale politie een consensusmodel wordt vooropgesteld, waarbij de commissaris-generaal weliswaar kan beslissen indien er geen consensus kan worden bereikt, doch in voorkomend geval hiervan de minister van Binnenlandse Zaken en - voor wat de gerechtelijke opdrachten betreft - de minister van Justitie op de hoogte moet brengen. Dat artikel 8bis, $ 3, van de wet van 7 december 1998, werd sinds 2014 slechts in twee gevallen toegepast. De onderzoekscommissie achtte het streven naar een consensus tussen de commissaris-generaal en de directeurs-generaal belangrijk. Dit uitgangspunt dient dus. behouden te blijven. Dit neemt evenwel niet weg dat de huidige beperkingen inzake de beslissingsmacht van de commissaris-generaal afbreuk doen aan de efficiënte werking van de federale politie bocss 0748/001 In die optiek moet in de wet van 7 december 1998 duidelijk worden gesteld dat de commissaris-generaal, vanuit zijn leidinggevende positie, bindende bevelen, onderrichtingen en richtlijnen kan geven aan de directeurs-generaal. In de tweede plaats is een aanpassing van artikel 100 van de wet van 7 december 1998 aangewezen, in die zin dat de commissaris-generaal, in geval daartoe aanleiding bestaat, steeds de beslissing van een directeur-generaal moet kunnen herroepen. De commissaris-generaal treedt hierbij - zoals thans reeds het geval is - op onder het gezag van de ministers, van Binnenlandse Zaken en Justitie. De mogelijkheid voor de betrokken directeur-generaal om zich tot deze ministers te wenden, met het oog op een herroeping van de beslissing van de commissaris-generaal, dient evenwel te worden geschrapt. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel 1 Artikel 1 verwijst naar de grondwettelijke bevoegdheidsverdeling. Art. 2 Artikel 2 verwijdert de noodzaak de bevoegde ministers, steeds op de hoogte te brengen van een beslissing die genomen is door de commissaris-generaal bij gebrek aan consensus. Het uitgangspunt blijft echter dat beslissingen in principe bij consensus genomen worden. Art. 3 Artikel 3 versterkt de positie van de commissarisgeneraal door hem aan te stellen als hiërarchische chef van de gehele federale politie, en hem expliciet de bevoegdheid te geven om vanuit zijn leidinggevende positie bindende bevelen, onderrichtingen en richtlijnen te geven aan alle leden van de federale politie. Art. 4 Artikel 4 verwijdert de mogelijkheid om beslissingen van de commissaris-generaal te laten herroepen, tenzij door de bevoegde ministers in gezamenlijk optreden. Meryame KITIR (sp.a) Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de grondwet. In paragraaf 3 van artikel 8bis van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst worden de woorden “en brengt hij de minister van Binnenlandse Zaken en de minister van Justitie indien het zijn bevoegdheid betreft, hiervan op de hoogte” opgeheven. In artikel 99 van dezelfde wet worden volgende wijzigingen aangebracht: 1) het tweede lid wordt aangevuld met volgende woorden: "De commissaris-generaal is de hiërarchische overste van de federale politie. Hij beschikt daartoe over de bevoegdheid om bindende bevelen, onderrichtingen en richtlijnen te geven aan alle personeelsleden van de federale politie” 2) In het derde lid wordt het woord “rechtstreeks” ver vangen door de woorden “via de commissaris-generaal”. ‘Artikel 100 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt: “Art. 100. De algemene directies staan onder leiding van de directeurs-generaal. Zonder zich te kunnen inmengen in de uitvoering van opsporings- of gerechtelijke onderzoeken, bevestigt of herroept de commissaris-generaal de beslissingen van een directeur-generaal. De beslissing van de commissaris-generaal wordt in dit geval genomen onder het gezag van, en kan op haar beurt worden herroepen door, de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken die gezamenlijk optreden. Indien de beslissing van de commissaris-generaal, een weerslag heeft op een opsporings- of gerechtelijk onderzoek, wordt het voorafgaand niet-bindend advies van de federaal procureur ingewonnen” imprmerecenrale-Cenraledrder