Naar hoofdinhoud

(ingediend door de heer Servais Verherstraeten)

Documentdetails

🏛️ KAMER Legislatuur 55 📁 0747 Wetsvoorstel 🌐 NL

Inhoud

poc 55 0747/001 tot wijziging van verscheidene bepalingen betreffende de tijdelijke personeelsformaties bij de hoven van beroep en van de parketten-generaal (ingediend door de heer Servais Verherstraeten) SAMENVATTING Dit wetsvoorstel strekt ertoe de tijdelijke personeelsformaties van de raadsheren bij de hoven van beroep en van de substituten-procureur-generaal, vastgesteld in diverse wetten, te verlengen in afwachting van de evaluatie van de resultaten van de werklastmeting. 2020 Kaate ze ZITTING VAN DE Sie ZITTINGSPERIODE pocss 0747/001 menen zoosscomone msn nana | AE etienne B Eero TOELICHTING Dawes en Heren, Door diverse wetten werden de personeelsformatie van de raadsheren bij de hoven van beroep en deze van de substituten-procureur-generaal tijdelijk versterkt met het oog op een snelle oplossing voor de toenmalige oplopende gerechtelijke achterstand in de vijf hoven van beroep. De wetgever voorzag in de mogelijkheid om bepaalde tijdelijke plaatsen te benoemen bij het verstrijken van de termijn zoals die initieel voorzien was in deze wetten. De beslissing daartoe moest echter gebaseerd zijn op een evaluatie aan de hand van een meting van de werklast van de hoven van beroep op grond van een uniform registratiesysteem. Er is voorlopig nog geen werklastmeting afgerond ‘om de werkelijke behoeften van de hoven van beroep en de parketten-generaal te objectiveren. In afwachting van de resultaten van de werklastmeting, verlengt dit wetsvoorstel uit voorzorg, de geldigheid van de tijdelijke kaders zoals deze zijn ingevoerd door de wetten van 29 november 2001, 14 december 2004, 10 augustus 2005, 20 december 2005 en 12 maart 2007. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikelen 2 tot 11 Verschillende wetten kennen tijdelijke kaders van de raadsheren en substituten-procureur-generaal toe aan de vijf hoven van beroep en parketten-generaal. De 32 betrekkingen (achtentwintig raadsheren, vier substitutenprocureur-generaal) in overtal houden op te bestaan op 18 december 2019 door de wet van 29 november 2001 of op 31 december 2019 voor de overige wetten. Door de afwezigheid van de resultaten van de werklastmeting, die respectievelijk door het college van hoven en rechtbanken en het college van het openbaar ministerie uitgevoerd dienen te worden met het oog op de oprichting van het autonoom beheer, is het niet mogelijk om een precies objectief zicht te hebben over de behoeften van elke entiteit. bocss 0747/001 Om de werking van de hoven van beroep en de parketten-generaal niet te ondermijnen, wordt voorgesteld om de tijdelijke kaders voor twee jaar te verlengen. Artikel 12 De inwerkingtreding is anders voor artikelen 2 en 3 enerzijds en voor deze van artikelen 4 tot 11 anderzijds, ‘omdat de tijdelijke kaders voorzien bij de wet van 29 november 2001 ophouden te bestaan op 18 december 2019 terwijl degene die voorzien zijn bij andere wetten ophouden te bestaan op 31 december 2019. Als gevolg hiervan dienen de zij respectievelijk verlengd te worden vanaf deze twee data. Servais VERHERSTRAETEN (CD&V) HOOFDSTUK 1 Algemene bepaling Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet. HOOFDSTUK 2 Wijzigingen van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelstormatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken Art. 2 In artikel 2 van de wet van 29 november 2001 tot vaststelling van een tijdelijke personeelsformatie van raadsheren teneinde de gerechtelijke achterstand bij de hoven van beroep weg te werken, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, worden de woorden “van acht tien jaar” vervangen door de woorden “van twintig jaar” Art. 3 In artikel 3, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, worden de woorden “van achttien jaar” vervangen door de woorden “van twintig jaar”. HOOFDSTUK 3 Wijzigingen van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek Art. 4 In artikel 8, eerste lid, van de wet van 14 december 2004 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, van de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en van artikel 211 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 mei 2018, wordt het getal “2019” vervangen door het getal “2021”. Art.5 In artikel 9, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van25 mei 2018, wordt het getal “2019” vervangen door het getal “2021”. HOOFDSTUK 4 Wijzigingen van de wet van 10 augustus 2005 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft Art. 6 In artikel 3, eerste lid, van de wet van 10 augustus 2005 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoemingen van magistraten, wat het hof van beroep te Gent betreft, laatstelijk gewijzigd bij de Art.7 In artikel 4 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de Art. 8 In artikel 5, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk HOOFDSTUK 5 Wijziging van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justitie Art. 9 In artikel 8 van de wet van 20 december 2005 houdende diverse bepalingen betreffende justtie, laatstelijk “2019” telkens vervangen door het getal “2021”. HOOFDSTUK 6 Wijziging van de wet van 12 maart 2007 voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft Art. 10 In artikel 4 van de wet van 12 maart 2007 tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting voor wat het hof van beroep te Bergen en de rechtbank van eerste aanleg te Gent betreft en tot tijdelijke toelating tot overtallige benoeming van magistraten, wat het hof van beroep te Bergen betreft, laatstelijk gewijzigd bij de wet 25 mei 2018, wordt het getal “2019” vervangen Art. 11 HOOFDSTUK 7 Slotbepaling Art 12 De artikelen 2 en 3 hebben uitwerking met ingang van 18 december 2019. De artikelen 4 tot 11 hebben uitwerking met ingang van 31 december 2019. imprmerecenrale-Cenraledrder