Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 DECEMBER 2025. - Wet tot wijziging van de wetgeving betreffende de vergoedingspensioenen en de wetgeving betreffende de herstelpensioenen ingevolge daden van terrorisme
Titre
11 DECEMBRE 2025. - Loi modifiant la législation concernant les pensions de réparation et la législation concernant les pensions de dédommagement suite aux actes de terrorisme
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948
CHAPITRE 2. - Modification des lois sur les pensions de réparation, coordonnées le 5 octobre 1948
Art. 2. In artikel 47, § 1, van de wetten op de vergoedingspensioenen, samengeordend op 5 oktober 1948, vervangen bij de wet van 16 juni 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1°, tweede streepje, worden de woorden "Administratie der Pensioenen" vervangen door de woorden "Federale Pensioendienst";
b) de bepaling onder 1°, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
"- een oorlogsinvalide, een politieke gevangene of een officier in werkelijke dienst van de Krijgsmacht of een lid van het officierskader van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, gesproten uit de Rijkswacht;";
c) in de bepaling onder 2°, tweede streepje, worden de woorden "Administratie der Pensioenen" vervangen door de woorden "Federale Pensioendienst";
d) de bepaling onder 2°, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
"- een oorlogsinvalide of een hoofdofficier in werkelijke dienst van de Krijgsmacht of een lid van het officierskader van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bekleed met de graad van hoofdcommissaris van politie, gesproten uit de Rijkswacht;";
e) in de bepaling onder 3°, tweede streepje, worden de woorden "Administratie der Pensioenen" vervangen door de woorden "Federale Pensioendienst";
f) de bepaling onder 3°, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
"- twee politieke gevangenen of twee hoofdofficieren in werkelijke dienst van de Krijgsmacht of twee leden van het officierskader van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bekleed met de graad van hoofdcommissaris van politie, gesproten uit de Rijkswacht;".
a) in de bepaling onder 1°, tweede streepje, worden de woorden "Administratie der Pensioenen" vervangen door de woorden "Federale Pensioendienst";
b) de bepaling onder 1°, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
"- een oorlogsinvalide, een politieke gevangene of een officier in werkelijke dienst van de Krijgsmacht of een lid van het officierskader van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, gesproten uit de Rijkswacht;";
c) in de bepaling onder 2°, tweede streepje, worden de woorden "Administratie der Pensioenen" vervangen door de woorden "Federale Pensioendienst";
d) de bepaling onder 2°, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
"- een oorlogsinvalide of een hoofdofficier in werkelijke dienst van de Krijgsmacht of een lid van het officierskader van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bekleed met de graad van hoofdcommissaris van politie, gesproten uit de Rijkswacht;";
e) in de bepaling onder 3°, tweede streepje, worden de woorden "Administratie der Pensioenen" vervangen door de woorden "Federale Pensioendienst";
f) de bepaling onder 3°, derde streepje, wordt vervangen als volgt:
"- twee politieke gevangenen of twee hoofdofficieren in werkelijke dienst van de Krijgsmacht of twee leden van het officierskader van de geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, bekleed met de graad van hoofdcommissaris van politie, gesproten uit de Rijkswacht;".
Art. 2. Dans l'article 47, § 1er, des lois sur les pensions de réparation, coordonnées le 5 octobre 1948, remplacé par la loi du 16 juin 1998, les modifications suivantes sont apportées:
a) dans le 1°, deuxième tiret, les mots "de l'Administration des pensions" sont remplacés par les mots "du Service fédéral des pensions";
b) le 1°, troisième tiret, est remplacé par ce qui suit:
"- un invalide de guerre, un prisonnier politique ou un officier en service actif des Forces armées ou un membre du cadre d'officiers du service de police intégré, structuré à deux niveaux, issu de la Gendarmerie;";
c) dans le 2°, deuxième tiret, les mots "de l'Administration des pensions" sont remplacés par les mots "du Service fédéral des pensions";
d) le 2°, troisième tiret, est remplacé par ce qui suit:
"- un invalide de guerre ou un officier supérieur en service actif des Forces armées ou un membre du cadre d'officiers du service de police intégré, structuré à deux niveaux, revêtu du grade de commissaire divisionnaire de police, issu de la Gendarmerie;";
e) dans le 3°, deuxième tiret, les mots "de l'Administration des pensions" sont remplacés par les mots "du Service fédéral des pensions";
f) le 3°, troisième tiret, est remplacé par ce qui suit:
"- deux prisonniers politiques ou deux officiers supérieurs en service actif des Forces armées ou deux membres du cadre d'officiers du service de police intégré, structuré à deux niveaux, revêtu du grade de commissaire divisionnaire de police, issu de la Gendarmerie;".
a) dans le 1°, deuxième tiret, les mots "de l'Administration des pensions" sont remplacés par les mots "du Service fédéral des pensions";
b) le 1°, troisième tiret, est remplacé par ce qui suit:
"- un invalide de guerre, un prisonnier politique ou un officier en service actif des Forces armées ou un membre du cadre d'officiers du service de police intégré, structuré à deux niveaux, issu de la Gendarmerie;";
c) dans le 2°, deuxième tiret, les mots "de l'Administration des pensions" sont remplacés par les mots "du Service fédéral des pensions";
d) le 2°, troisième tiret, est remplacé par ce qui suit:
"- un invalide de guerre ou un officier supérieur en service actif des Forces armées ou un membre du cadre d'officiers du service de police intégré, structuré à deux niveaux, revêtu du grade de commissaire divisionnaire de police, issu de la Gendarmerie;";
e) dans le 3°, deuxième tiret, les mots "de l'Administration des pensions" sont remplacés par les mots "du Service fédéral des pensions";
f) le 3°, troisième tiret, est remplacé par ce qui suit:
"- deux prisonniers politiques ou deux officiers supérieurs en service actif des Forces armées ou deux membres du cadre d'officiers du service de police intégré, structuré à deux niveaux, revêtu du grade de commissaire divisionnaire de police, issu de la Gendarmerie;".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van de wet van 15 maart 1954 betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden
CHAPITRE 3. - Modifications de la loi du 15 mars 1954 relative aux pensions de dédommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit
Art. 3. Artikel 21, § 1, van de wet van 15 maart 1954 betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden wordt vervangen als volgt:
" § 1. De pensioenaanvragen, ingediend door de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of hun rechthebbenden, die het voorwerp niet kunnen uitmaken van een ministeriële beslissing, worden onderzocht door burgerlijke invaliditeitscommissies waarvan de Koning de organisatie en de werking regelt. Deze commissies kunnen uit één of meer Kamers bestaan.
Iedere Kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, plaatsvervangend, emeritus- of eremagistraat is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- een lid gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen welke zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van zijn inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers.
Plaatsvervangende leden kunnen worden benoemd.
De Kamer kan zich een raadgevend geneesheer toevoegen.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie."
" § 1. De pensioenaanvragen, ingediend door de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 of hun rechthebbenden, die het voorwerp niet kunnen uitmaken van een ministeriële beslissing, worden onderzocht door burgerlijke invaliditeitscommissies waarvan de Koning de organisatie en de werking regelt. Deze commissies kunnen uit één of meer Kamers bestaan.
Iedere Kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, plaatsvervangend, emeritus- of eremagistraat is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- een lid gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen welke zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van zijn inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers.
Plaatsvervangende leden kunnen worden benoemd.
De Kamer kan zich een raadgevend geneesheer toevoegen.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie."
Art. 3. L'article 21, § 1er, de la loi du 15 mars 1954 relative aux pensions de dédommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945 et de leurs ayants droit est remplacé par ce qui suit:
" § 1er. Les demandes de pensions introduites par les victimes civiles de la guerre 1940-1945 ou par leurs ayants droit, qui ne peuvent faire l'objet d'une décision ministérielle, sont examinées par des commissions civiles d'invalidité dont le Roi règle l'organisation et le fonctionnement. Ces commissions pourront comprendre une ou plusieurs Chambres.
Chaque Chambre sera composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, suppléant, émérite ou honoraire;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- un membre soit choisi sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désigné par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisi en fonction de son engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre.
Des membres suppléants pourront être nommés.
La Chambre peut s'adjoindre un médecin à titre consultatif.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission."
" § 1er. Les demandes de pensions introduites par les victimes civiles de la guerre 1940-1945 ou par leurs ayants droit, qui ne peuvent faire l'objet d'une décision ministérielle, sont examinées par des commissions civiles d'invalidité dont le Roi règle l'organisation et le fonctionnement. Ces commissions pourront comprendre une ou plusieurs Chambres.
Chaque Chambre sera composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, suppléant, émérite ou honoraire;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- un membre soit choisi sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désigné par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisi en fonction de son engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre.
Des membres suppléants pourront être nommés.
La Chambre peut s'adjoindre un médecin à titre consultatif.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission."
Art. 4. Artikel 22, § 2, van de voornoemde wet wordt vervangen als volgt:
" § 2. De Hogere Commissie van beroep kan, naargelang van de vereisten, worden ingedeeld in Kamers.
Iedere Kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, emeritus- of eremagistraat bij het Hof van Cassatie of bij een hof van beroep is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- twee leden gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen die zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van hun inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers;
- een geneesheer.
Plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie.
De Staatscommissaris die als gewoon lid van de burgerlijke invaliditeitscommissie aan de beraadslaging over de betwiste beslissing deelgenomen heeft, mag geen zitting hebben in de Hogere Commissie van beroep.
Inrichting en werkwijze van de Hogere Commissie van beroep worden bij koninklijk besluit geregeld."
" § 2. De Hogere Commissie van beroep kan, naargelang van de vereisten, worden ingedeeld in Kamers.
Iedere Kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, emeritus- of eremagistraat bij het Hof van Cassatie of bij een hof van beroep is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- twee leden gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen die zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van hun inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers;
- een geneesheer.
Plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie.
De Staatscommissaris die als gewoon lid van de burgerlijke invaliditeitscommissie aan de beraadslaging over de betwiste beslissing deelgenomen heeft, mag geen zitting hebben in de Hogere Commissie van beroep.
Inrichting en werkwijze van de Hogere Commissie van beroep worden bij koninklijk besluit geregeld."
Art. 4. L'article 22, § 2, de la loi précitée est remplacé par ce qui suit:
" § 2. La Commission supérieure d'appel peut être divisée en Chambres, selon les nécessités.
Chaque Chambre sera composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, émérite ou honoraire de la Cour de cassation ou d'une cour d'appel;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- deux membres soit choisis sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désignés par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisis en fonction de leur engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre;
- un médecin.
Des membres suppléants pourront être nommés.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission.
Le Commissaire de l'Etat qui a délibéré sur la décision incriminée, en qualité de membre effectif de la commission civile d'invalidité, ne peut siéger auprès de la Commission supérieure d'appel.
L'organisation et le fonctionnement de la Commission supérieure d'appel sont réglés par arrêté royal."
" § 2. La Commission supérieure d'appel peut être divisée en Chambres, selon les nécessités.
Chaque Chambre sera composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, émérite ou honoraire de la Cour de cassation ou d'une cour d'appel;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- deux membres soit choisis sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désignés par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisis en fonction de leur engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre;
- un médecin.
Des membres suppléants pourront être nommés.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission.
Le Commissaire de l'Etat qui a délibéré sur la décision incriminée, en qualité de membre effectif de la commission civile d'invalidité, ne peut siéger auprès de la Commission supérieure d'appel.
L'organisation et le fonctionnement de la Commission supérieure d'appel sont réglés par arrêté royal."
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 16 juni 1998 houdende wijziging van de procedure betreffende de oorlogspensioenen
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 16 juin 1998 portant modification de la procédure relative aux pensions de guerre
Art. 5. Artikel 7 van de wet van 16 juni 1998 houdende wijziging van de procedure betreffende de oorlogspensioenen wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 7 de la loi du 16 juin 1998 portant modification de la procédure relative aux pensions de guerre est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 7 januari 1965 tot regeling van de procedure voor de toepassing van de wet van 6 juli 1964 waarbij de toepassing van de wetten betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden wordt uitgebreid tot de gevolgen van sommige feiten die zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en van Burundi
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté royal du 7 janvier 1965 réglant la procédure pour l'application de la loi du 6 juillet 1964, étendant l'application des lois relatives aux pensions de dédommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945, et de leurs ayants droit, aux conséquences de certains faits survenus sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi
Art. 6. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 7 januari 1965 tot regeling van de procedure voor de toepassing van de wet van 6 juli 1964 waarbij de toepassing van de wetten betreffende de herstelpensioenen voor de burgerlijke slachtoffers van de oorlog 1940-1945 en hun rechthebbenden wordt uitgebreid tot de gevolgen van sommige feiten die zich hebben voorgedaan op het grondgebied van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en van Burundi wordt vervangen als volgt:
"Art. 2. Elke kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, plaatsvervangend, emeritus- of eremagistraat is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- een lid gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen die zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van zijn inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers.
De Kamer kan zich een raadgevend geneesheer toevoegen.
Plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie.
De voorzitter, de gewone en plaatsvervangende leden van de derde kamer, alsmede de griffier moeten een voldoende kennis van de Duitse taal bezitten.
De Koning kan deze bepaling wijzigen."
"Art. 2. Elke kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, plaatsvervangend, emeritus- of eremagistraat is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- een lid gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen die zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van zijn inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers.
De Kamer kan zich een raadgevend geneesheer toevoegen.
Plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie.
De voorzitter, de gewone en plaatsvervangende leden van de derde kamer, alsmede de griffier moeten een voldoende kennis van de Duitse taal bezitten.
De Koning kan deze bepaling wijzigen."
Art. 6. L'article 2 de l'arrêté royal du 7 janvier 1965 réglant la procédure pour l'application de la loi du 6 juillet 1964, étendant l'application des lois relatives aux pensions de dédommagement des victimes civiles de la guerre 1940-1945, et de leurs ayants droit, aux conséquences de certains faits survenus sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi est remplacé comme suit:
"Art. 2. Chaque chambre est composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, suppléant, émérite ou honoraire;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- un membre soit choisi sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désigné par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisi en fonction de son engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre.
La Chambre peut s'adjoindre un médecin à titre consultatif.
Des membres suppléants pourront être nommés.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission.
Le président, les membres effectifs et suppléants de la troisième chambre ainsi que le greffier doivent posséder une connaissance suffisante de la langue allemande.
Le Roi peut modifier cette disposition."
"Art. 2. Chaque chambre est composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, suppléant, émérite ou honoraire;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- un membre soit choisi sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désigné par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisi en fonction de son engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre.
La Chambre peut s'adjoindre un médecin à titre consultatif.
Des membres suppléants pourront être nommés.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission.
Le président, les membres effectifs et suppléants de la troisième chambre ainsi que le greffier doivent posséder une connaissance suffisante de la langue allemande.
Le Roi peut modifier cette disposition."
Art. 7. Artikel 4 van het voornoemde koninklijk besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 4. Elke kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, emeritus- of eremagistraat bij het Hof van Cassatie of bij een hof van beroep is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- twee leden gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen die zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van hun inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers;
- een geneesheer.
Plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie.
De Staatscommissaris die als gewoon lid van de speciale invaliditeitscommissie aan de beraadslaging over de betwiste beslissing deelgenomen heeft, mag geen zitting hebben in de speciale Commissie van beroep.
De Koning kan deze bepaling wijzigen."
"Art. 4. Elke kamer is als volgt samengesteld:
- een voorzitter, die een effectief, emeritus- of eremagistraat bij het Hof van Cassatie of bij een hof van beroep is;
- een afgevaardigde van de minister onder wiens bevoegdheid de belangen van de oorlogsslachtoffers ressorteren;
- twee leden gekozen, ofwel op een dubbele naamlijst opgemaakt door de erkende groeperingen van gedeporteerden, werkweigeraars, burgerlijke slachtoffers van de beide oorlogen en personen die bijzonder op de hoogte zijn van de gebeurtenissen die zich sedert 1 juli 1960 op de grondgebieden van Kongo (Leopoldstad), van Rwanda en Burundi hebben voorgedaan, ofwel aangewezen door de minister tot wiens bevoegdheid de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme behoren, gekozen op grond van hun inzet voor de verdediging van de belangen van de slachtoffers van daden van terrorisme en op voordracht van de Hoge Raad voor Oorlogsinvaliden, Oud-Strijders en Oorlogsslachtoffers;
- een geneesheer.
Plaatsvervangende leden kunnen benoemd worden.
Een Staatscommissaris brengt verslag uit bij de commissie.
De Staatscommissaris die als gewoon lid van de speciale invaliditeitscommissie aan de beraadslaging over de betwiste beslissing deelgenomen heeft, mag geen zitting hebben in de speciale Commissie van beroep.
De Koning kan deze bepaling wijzigen."
Art. 7. L'article 4 de l'arrêté royal précité est remplacé par ce qui suit:
"Art. 4. Chaque chambre est composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, émérite ou honoraire de la Cour de cassation ou d'une cour d'appel;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- deux membres soit choisis sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désignés par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisis en fonction de leur engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre;
- un médecin.
Des membres suppléants pourront être nommés.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission.
Le Commissaire de l'Etat qui a délibéré sur la décision incriminée, en qualité de membre effectif de la commission spéciale d'invalidité, ne peut siéger auprès de la Commission spéciale d'appel.
Le Roi peut modifier cette disposition."
"Art. 4. Chaque chambre est composée comme suit:
- un président, qui est un magistrat effectif, émérite ou honoraire de la Cour de cassation ou d'une cour d'appel;
- un délégué du ministre ayant les intérêts des victimes de la guerre dans ses attributions;
- deux membres soit choisis sur une liste double de noms dressée par les associations reconnues de déportés, réfractaires, victimes civiles des deux guerres et personnes qui sont particulièrement averties des événements survenus depuis le 1er juillet 1960 sur les territoires du Congo (Léopoldville), du Rwanda et du Burundi, soit désignés par le ministre ayant les intérêts des victimes d'actes de terrorisme dans ses attributions, choisis en fonction de leur engagement à défendre les intérêts des victimes d'actes de terrorisme et sur proposition du Conseil Supérieur des Invalides de Guerre, des Anciens Combattants et des Victimes de Guerre;
- un médecin.
Des membres suppléants pourront être nommés.
Un Commissaire de l'Etat fait rapport devant la commission.
Le Commissaire de l'Etat qui a délibéré sur la décision incriminée, en qualité de membre effectif de la commission spéciale d'invalidité, ne peut siéger auprès de la Commission spéciale d'appel.
Le Roi peut modifier cette disposition."