Artikel 1. Artikel 1 van het koninklijk besluit van 10 oktober 1980 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige personeelsleden van de krijgsmacht, vervangen bij het koninklijk besluit van 22 november 1999 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 november 2018 en bij het koninklijk besluit van 27 november 2020, wordt aangevuld met de bepalingen onder 3 en 4, luidende:
"3 de militaire aalmoezenier bedoeld in het koninklijk besluit van 17 augustus 1927 ter regeling van den staat en den stand der militaire aalmoezeniers, in activiteit in België;
4° de morele consulent bedoeld in de wet van 18 februari 1991 betreffende de morele consulenten bij de Krijgsmacht, die tot de niet-confessionele gemeenschap van België behoren, in dienstactiviteit in België.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 FEBRUARI 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 oktober 1980 houdende toekenning van een eindejaarstoelage aan sommige personeelsleden van de krijgsmacht
Titre
9 FEVRIER 2026. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 10 octobre 1980 accordant une allocation de fin d'année à certains membres du personnel des forces armées
Documentinformatie
Info du document
Tekst (7)
Texte (7)
Article 1er. L'article 1er de l'arrêté royal du 10 octobre 1980 accordant une allocation de fin d'année à certains membres du personnel des forces armées, remplacé par l'arrêté royal du 22 novembre 1999 et modifié par l'arrêté royal du 23 novembre 2018 et par l'arrêté royal du 27 novembre 2020, est complété par les 3 et 4 rédigés comme suit :
"3 l'aumônier militaire visé dans l'arrêté royal du 17 août 1927 réglant l'état et la position des aumôniers militaires, en activité en Belgique ;
4° le conseiller moral visé dans la loi du 18 février 1991 relative aux conseillers moraux auprès des Forces armées, relevant de la communauté non confessionnelle de Belgique, en activité de service en Belgique.".
"3 l'aumônier militaire visé dans l'arrêté royal du 17 août 1927 réglant l'état et la position des aumôniers militaires, en activité en Belgique ;
4° le conseiller moral visé dans la loi du 18 février 1991 relative aux conseillers moraux auprès des Forces armées, relevant de la communauté non confessionnelle de Belgique, en activité de service en Belgique.".
Art. 2. In artikel 2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 23 november 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° In het tweede lid, worden de woorden "van de in artikel 1, 1 en 2 bedoelde personeelsleden," ingevoegd tussen de woorden "Onder bezoldiging" en de woorden "wordt verstaan";
2° een lid wordt ingevoegd tussen het tweede en het derde lid, luidende:
"De bezoldiging van de in artikel 1, 3 en 4 bedoelde personeelsleden wordt bepaald volgens de weddenschalen bedoeld in de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit van 2 september 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbanen van de niveaus A, B, C en D en tot vaststelling van de weddenschalen van de bijzondere graden bij het Ministerie van Landsverdediging vermeerderd met de eventuele haard- en standplaatstoelage.".
1° In het tweede lid, worden de woorden "van de in artikel 1, 1 en 2 bedoelde personeelsleden," ingevoegd tussen de woorden "Onder bezoldiging" en de woorden "wordt verstaan";
2° een lid wordt ingevoegd tussen het tweede en het derde lid, luidende:
"De bezoldiging van de in artikel 1, 3 en 4 bedoelde personeelsleden wordt bepaald volgens de weddenschalen bedoeld in de artikelen 25 en 26 van het koninklijk besluit van 2 september 2004 houdende hervorming van de bijzondere loopbanen van de niveaus A, B, C en D en tot vaststelling van de weddenschalen van de bijzondere graden bij het Ministerie van Landsverdediging vermeerderd met de eventuele haard- en standplaatstoelage.".
Art. 2. A l'article 2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté royal du 23 novembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° Dans l'alinéa 2, les mots "des membres du personnel visés à l'article 1er, 1 et 2," sont insérés entre les mots "par rémunération" et les mots "le traitement de base visé" ;
2° Un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
"La rémunération des membres du personnel cités à l'article 1er, 3 et 4 est déterminée suivant les échelles de traitement visées aux articles 25 et 26 de l'arrêté royal du 2 septembre 2004 portant la réforme des carrières particulières des niveaux A, B, C et D et fixant les échelles de traitement des grades particuliers du Ministère de la Défense éventuellement augmenté de l'allocation de foyer et de l'allocation de résidence.".
1° Dans l'alinéa 2, les mots "des membres du personnel visés à l'article 1er, 1 et 2," sont insérés entre les mots "par rémunération" et les mots "le traitement de base visé" ;
2° Un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
"La rémunération des membres du personnel cités à l'article 1er, 3 et 4 est déterminée suivant les échelles de traitement visées aux articles 25 et 26 de l'arrêté royal du 2 septembre 2004 portant la réforme des carrières particulières des niveaux A, B, C et D et fixant les échelles de traitement des grades particuliers du Ministère de la Défense éventuellement augmenté de l'allocation de foyer et de l'allocation de résidence.".
Art. 3. In hetzelfde besluit, worden de artikelen 2/1 en 2/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 2/1. § 1. In afwijking van artikel 2 kiest het personeelslid vóór het begin van de in artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt vermelde referentieperiode ervoor de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk om te zetten in een theoretisch budget waarbinnen hij kan kiezen voor duurzame maatschappelijke voordelen.
§ 2. Het personeelslid dat in toepassing van § 1 kiest voor de omzetting van de hele eindejaarstoelage of een deel ervan in een theoretisch budget in het kader waarvan hij andere voordelen kiest, ziet af van het recht op de hele eindejaarstoelage of een deel ervan dat overeenkomt met de periode waarop de voordelen betrekking hebben.
Onverminderd het eerste lid wordt, wanneer de omzetting van de eindejaarstoelage in toepassing van § 1 gedeeltelijk is of wanneer er een saldo overblijft van het in § 1 bedoelde theoretische budget, het resterende saldo jaarlijks als toelage uitbetaald aan het personeelslid.
"Art. 2/1. § 1. In afwijking van artikel 2 kiest het personeelslid vóór het begin van de in artikel 17, § 1 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt vermelde referentieperiode ervoor de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk om te zetten in een theoretisch budget waarbinnen hij kan kiezen voor duurzame maatschappelijke voordelen.
§ 2. Het personeelslid dat in toepassing van § 1 kiest voor de omzetting van de hele eindejaarstoelage of een deel ervan in een theoretisch budget in het kader waarvan hij andere voordelen kiest, ziet af van het recht op de hele eindejaarstoelage of een deel ervan dat overeenkomt met de periode waarop de voordelen betrekking hebben.
Onverminderd het eerste lid wordt, wanneer de omzetting van de eindejaarstoelage in toepassing van § 1 gedeeltelijk is of wanneer er een saldo overblijft van het in § 1 bedoelde theoretische budget, het resterende saldo jaarlijks als toelage uitbetaald aan het personeelslid.
Art. 3. Dans le même arrêté, sont insérés les articles 2/1 et 2/2 rédigés comme suit :
"Art. 2/1. § 1er. Par dérogation à l'article 2, le membre du personnel choisit, avant le début de la période de référence mentionnée à l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale de convertir tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans les limites duquel il peut opter pour des avantages sociétaux durables.
§ 2. Le membre du personnel qui choisit en application du § 1er, la conversion de tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans le cadre duquel il opte pour d'autres avantages, renonce au droit à la totalité ou la partie de l'allocation de fin d'année correspondant à la période sur laquelle portent les avantages.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, lorsque la conversion de l'allocation de fin d'année en application du § 1er est partielle ou s'il reste un solde du budget théorique visé au § 1er, le solde restant est versé annuellement au membre du personnel sous forme d'allocation.
"Art. 2/1. § 1er. Par dérogation à l'article 2, le membre du personnel choisit, avant le début de la période de référence mentionnée à l'article 17, § 1er, de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale de convertir tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans les limites duquel il peut opter pour des avantages sociétaux durables.
§ 2. Le membre du personnel qui choisit en application du § 1er, la conversion de tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans le cadre duquel il opte pour d'autres avantages, renonce au droit à la totalité ou la partie de l'allocation de fin d'année correspondant à la période sur laquelle portent les avantages.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, lorsque la conversion de l'allocation de fin d'année en application du § 1er est partielle ou s'il reste un solde du budget théorique visé au § 1er, le solde restant est versé annuellement au membre du personnel sous forme d'allocation.
Art. 4. 2. Het personeelslid dat ervoor kiest om de eindejaarstoelage om te zetten in een theoretisch budget in toepassing van artikel 2/1, bouwt het budget ter financiering van de voordelen in het kader van de fietsleasing op.
Voor de vaststelling van het algemene kader en de werkingsmodaliteiten van de fietsleasing zijn dezelfde modaliteiten van toepassing op het personeelslid bedoeld in artikel 1 als deze die zijn vastgesteld op basis van en in uitvoering van artikel 100/1 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.".
Voor de vaststelling van het algemene kader en de werkingsmodaliteiten van de fietsleasing zijn dezelfde modaliteiten van toepassing op het personeelslid bedoeld in artikel 1 als deze die zijn vastgesteld op basis van en in uitvoering van artikel 100/1 van het koninklijk besluit van 13 juli 2017 tot vaststelling van de toelagen en vergoedingen van de personeelsleden van het federaal openbaar ambt.".
Art. 4. 2. Le membre du personnel qui choisit de convertir en un budget théorique l'allocation de fin d'année en application de l'article 2/1 constitue le budget pour financer les avantages dans le cadre du leasing vélo.
Pour la fixation du cadre général ainsi que les modalités de fonctionnement du leasing vélo, les mêmes modalités que celles fixées sur base et en exécution de l'article 100/1 de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale sont applicables au membre du personnel visé à l'article 1er.".
Pour la fixation du cadre général ainsi que les modalités de fonctionnement du leasing vélo, les mêmes modalités que celles fixées sur base et en exécution de l'article 100/1 de l'arrêté royal du 13 juillet 2017 fixant les allocations et indemnités des membres du personnel de la fonction publique fédérale sont applicables au membre du personnel visé à l'article 1er.".
Art. 5. In afwijking van artikel 2/1, § 1 van hetzelfde besluit, kiest het personeelslid vóór 1 juni 2026 ervoor om de eindejaarstoelage geheel of gedeeltelijk om te zetten in een theoretisch budget waarbinnen het kan kiezen voor duurzame maatschappelijke voordelen voor de referentieperiode van 2026.
Art. 5. Par dérogation à l'article 2/1, § 1er du même arrêté, le membre personnel choisit avant le 1er juin 2026 de convertir tout ou partie de l'allocation de fin d'année en un budget théorique dans les limites duquel il peut opter pour des avantages sociétaux durables pour la période de référence de 2026.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking de dag waarop ze in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 7. De minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le ministre qui à la Défense dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.