Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 FEBRUARI 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 februari 2000 tot vaststelling van de organieke voorschriften voor het beheer van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wie de bevoegdheid van het Wetenschapsbeleid behoort, als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer
Titre
12 FEVRIER 2026. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 1er février 2000 fixant les règles organiques de la gestion des établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions, en tant que Services de l'Etat à gestion séparée
Documentinformatie
Numac: 2026001489
Datum: 2026-02-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2026001489
Date: 2026-02-12
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. Artikel 5, 7° van het koninklijk besluit van 1 februari 2000 tot vaststelling van de organieke voorschriften voor het beheer van de federale wetenschappelijke instellingen die ressorteren onder de Minister tot wie de bevoegdheid van het Wetenschapsbeleid behoort, als Staatsdiensten met afzonderlijk beheer, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 15 april 2018, wordt gewijzigd als volgt:
  "Art. 5, 7° het vaststellen van de vergoedingen bedoeld in artikel 46.".
Article 1er. L'article 5, 7° de l'arrêté du 1er février 2000 fixant les règles organiques de la gestion des établissements scientifiques fédéraux relevant du Ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions, en tant que Services de l'Etat à gestion séparée, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 15 avril 2018, est modifié comme suit :
  " Art. 5, 7° de fixer les redevances visées à l'article 46. ".
Art. 2. Artikel 46 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
  "Art. 46. Op voorstel van de ordonnateur, stelt de beheerscommissie het bedrag vast van de vergoeding voor het bezoek door het publiek aan de vaste collecties en tijdelijke tentoonstellingen van de betrokken instelling, het gebruik van haar infrastructuur door derden, het leveren van regelmatige diensten ten bate van derden of een door de instelling georganiseerde activiteit. Ze informeert de minister over de door haar genomen beslissingen.
  De minister legt de categorieën vast van de begunstigden die kunnen genieten van een verlaagd tarief en de modaliteiten van deze verlaging.
  Onverminderd de verlagingen bedoeld in het tweede lid, kan de beheerscommissie, op voorstel van de ordonnateur, specifieke lagere vergoedingen vaststellen voor door de instelling georganiseerde activiteiten in het kader van een samenwerking met derden georganiseerde activiteiten of bijzondere evenementen.
  De in het eerste lid vermelde bedragen worden gekoppeld aan de gezondheidsindex. De bedragen kunnen worden aangepast op 1 januari van elk jaar en worden afgerond naar het dichtstbijzijnde eurobedrag.
  De berekeningen van de indexaanpassing gebeurt aan de hand van de volgende formule: de index op 1 januari van het jaar waarvoor de indexaanpassing zal gelden gedeeld door de index van toepassing op 1 januari van het voorafgaande jaar.
  De door de beheerscommissie vastgestelde tarieven worden gepubliceerd op de officiële website van respectieve instellingen en voor de toegangstarieven, in de voor het publiek toegankelijke ruimtes.".
Art. 2. L'article 46 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 46. Sur proposition de l'ordonnateur la commission de gestion fixe le montant de la redevance pour la fréquentation par le public des collections permanentes et des expositions temporaires de l'établissement concerné, l'utilisation de son infrastructure par des tiers, la prestation de services réguliers au profit de tiers ou une activité organisée par l'établissement. Elle informe le ministre des décisions qu'elle a prises.
  Le ministre fixe les catégories de bénéficiaires qui peuvent profiter d'un tarif réduit et les modalités de cette réduction.
  Sans préjudice des réductions visées au deuxième alinéa, la commission de gestion peut, sur proposition de l'ordonnateur, fixer des redevances spécifiques réduites pour des activités organisées par l'établissement dans le cadre d'une coopération avec des tiers ou d'événements particuliers.
  Les montants mentionnés au premier alinéa sont liés à l'indice santé. Les montants peuvent être ajustés le 1er janvier de chaque année et arrondis à l'euro le plus proche.
  Les calculs de la révision de l'indice sont effectués à l'aide de la formule suivante : l'indice au 1er janvier de l'année à laquelle la révision de l'indice s'appliquera divisé par l'indice applicable au 1er janvier de l'année précédente.
  Les tarifs fixés par la commission de gestion sont publiés sur le site officiel des établissements respectifs et pour les tarifs d'entrée, dans les espaces accessibles au public. ".
Art. 3. De volgende ministeriele besluiten worden opgeheven:
  - het ministerieel besluit van 18 mei 2001 tot vaststelling van de prijzen voor toegang tot en rondleiding over de vaste collecties van het Koninklijk Museum voor Midden-Afrika, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 31 maart 2022;
  - het ministerieel besluit van 5 juli 2002 tot vaststelling van de tarieven voor het leveren van regelmatige diensten door het Koninklijk Meteorologisch Instituut ten bate van derden, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 4 mei 2006;
  - het ministerieel besluit van 23 maart 2005 tot vaststelling van de tarieven voor prestaties geleverd door het Algemeen Rijksarchief en Rijksarchief in de Provinciën, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 mei 2018;
  - het ministerieel besluit van 23 maart 2005 tot vaststelling van de tarieven voor prestaties geleverd door de Koninklijke Bibliotheek van België, laatstelijk gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 september 2020;
  - het ministerieel besluit van 10 maart 2010 tot vaststelling van de toegangsprijzen en van de tarieven van andere activiteiten van de Koninklijke Sterrenwacht van België, laatstelijk gewijzigd bij ministerieel besluit van 18 maart 2021;
  - het ministerieel besluit van 7 december 2012 tot vaststelling van de toegangsprijzen voor de vaste collecties en de tarieven van de rondleidingen en andere activiteiten van de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België, laatstelijk gewijzigd bij ministerieel besluit van 18 maart 2021;
  - het ministerieel besluit van 13 december 2012 tot vaststelling van de toegangsprijzen tot de vaste collecties en van de tarieven van de rondleidingen en andere activiteiten van de Koninklijke Musea voor Kunst en Geschiedenis, laatstelijk gewijzigd bij ministerieel besluit van 12 februari 2021;
  - het ministerieel besluit van 17 juni 2014 tot vastlegging van de tarieven voor prestaties geleverd voor rekening van derden door het Koninklijk Instituut voor het Kunstpatrimonium, laatstelijk gewijzigd door het ministerieel besluit van 19 april 2018;
  - het ministerieel besluit van 12 februari 2021 tot vaststelling van de prijzen voor toegang tot de vaste collecties van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen alsook de tarieven van de bijbehorende activiteiten.
Art. 3. Les arrêtés ministériels suivants sont abrogés :
  - l'arrêté ministériel du 18 mai 2001 fixant les droits d'entrée et de visite guidée des collections permanentes du Musée royal de l'Afrique centrale, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 31 mars 2022 ;
  - l'arrêté ministériel du 5 juillet 2002 fixant les tarifs pour la fourniture de services réguliers par l'Institut royal météorologique au profit des tiers, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 4 mai 2006 ;
  - l'arrêté ministériel du 23 mars 2005 fixant les tarifs pour des prestations effectuées par les Archives générales du Royaume et Archives de l'Etat dans les Provinces, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 25 mai 2018 ;
  - l'arrêté ministériel du 23 mars 2005 fixant les tarifs pour les prestations effectuées par la Bibliothèque royale de Belgique, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 30 septembre 2020 ;
  - l'arrêté ministériel du 10 mars 2010 fixant les droits d'entrée et les tarifs d'autres activités de l'Observatoire royal de Belgique, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 18 mars 2021 ;
  - l'arrêté ministériel du 7 décembre 2012 fixant les droits d'entrée aux collections permanentes et les tarifs des visites guidées et des autres activités des Musées royaux des Beaux-Arts de Belgique, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 18 mars 2021 ;
  - l'arrêté ministériel du 13 décembre 2012 fixant les droits d'entrée aux collections permanentes et les tarifs des visites guidées et des autres activités des Musées royaux d'Art. et d'Histoire, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 12 février 2021;
  - l'arrêté ministériel du 17 juin 2014 fixant les tarifs des prestations pour compte de tiers par l'Institut royal du Patrimoine artistique, modifié en dernier lieu par l'arrêté ministériel du 19 avril 2018 ;
  - l'arrêté ministériel du 12 février 2021 fixant les droits d'entrée aux collections permanentes de l'Institut royal des Sciences naturelles de Belgique ainsi que les tarifs des activités annexes.
Art. 4. Met uitzondering van artikel 3 heeft dit besluit uitwerking met ingang van 1 januari 2026.
  Artikel 3 treedt voor elke instelling in werking op dag van de publicatie van de tarieven zoals bedoeld in het eerste lid van artikel 2 van dit besluit en uiterlijk op 31 december 2026.
Art. 4. A l'exception de l'article 3, le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2026.
  L'article 3 entre en vigueur pour chaque établissement le jour de la publication des tarifs visés au premier alinéa de l'article 2 du présent arrêté, et ce, au plus tard le 31 décembre 2026.
Art. 5. De minister bevoegd voor Wetenschapsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 5. Le ministre qui a la Politique scientifique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.