Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 FEBRUARI 2026. - Koninklijk besluit tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Titre
9 FEVRIER 2026. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Documentinformatie
Numac: 2026001183
Datum: 2026-02-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2026001183
Date: 2026-02-09
Moniteur: Voir
Tekst (25)
Texte (25)
Artikel 1. In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 18 maart 2003 houdende bezoldigingsregeling van de militairen van alle rangen en betreffende het stelsel van de dienstprestaties van de militairen van het actief kader beneden de rang van officier, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin van het eerste lid worden de woorden "hoofdstuk I," opgeheven;
b) in het eerste lid, 4°, worden de woorden ", met uitzondering van de kandidaat-militair tijdens een afwachtingsstage of een afwachtingsperiode" opgeheven;
c) het tweede lid wordt opgeheven.
Article 1er. Dans l'article 1er, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 mars 2003 relatif au statut pĂ©cuniaire des militaires de tous rangs et au rĂ©gime des prestations de service des militaires du cadre actif au-dessous du rang d'officier, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 23 fĂ©vrier 2022, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
a) dans la phrase liminaire de l'alinéa 1er les mots "chapitre Ier," sont abrogés ;
b) dans l'alinéa 1er, 4°, les mots ", à l'exception du candidat militaire pendant un stage d'attente ou une période d'attente" sont abrogés ;
c) l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 2. In artikel 1bis van het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 12 september 2018 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 28 april 2024, wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 1bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de rĂ©serve des Forces armĂ©es, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 12 septembre 2018 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 28 avril 2024, l'alinĂ©a 5 est abrogĂ©.
Art. 3. In het koninklijk besluit van 25 april 2004 betreffende de aanvraag- en toekenningsprocedures van het verlof voor ouderschapsbescherming en het verlof voor verzorging van een zwaar zieke verwant, wordt een artikel 1ter ingevoegd, luidende:
"Art. 1ter. Indien een militair voortijdig een einde wenst te stellen aan zijn ouderschapsverlof of zijn verlof voor ouderschapsbescherming, overeenkomstig artikel 53decies van de voornoemde wet van 13 juli 1976, dan moet hij de aanvraag indienen met behulp van eender welk schriftelijk communicatiemiddel tegen ontvangstbewijs bij de bevoegde overheid die het verlof heeft toegekend.
Deze aanvraag moet ten minste drie maanden voor de gewenste einddatum van, naargelang het geval, zijn ouderschapsverlof of zijn verlof voor ouderschapsbescherming, ingediend worden. De overheid kan deze termijn evenwel inkorten op verzoek van de betrokkene, voor zover het verzoek afdoende is gemotiveerd.
Voor het verlof voor ouderschapsbescherming wordt de aanvraag om beëindiging op voorhand, ter informatie, aan de korpscommandant overgemaakt.".
Art. 3. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 25 avril 2004 relatif aux procĂ©dures de demande et d'octroi du congĂ© de protection parentale et du congĂ© pour soins Ă  un parent gravement malade, il est insĂ©rĂ© un article 1ter rĂ©digĂ© comme suit:
"Art. 1ter. Lorsqu'un militaire souhaite mettre fin prématurément à son congé parental ou son congé de protection parentale conformément à l'article 53decies de la loi du 13 juillet 1976 précitée, il doit en faire la demande par tout moyen de communication écrit contre accusé de réception, auprÚs de l'autorité compétente qui a octroyé le congé.
Cette demande doit ĂȘtre introduite au moins trois mois avant la date de fin souhaitĂ©e de, selon le cas, son congĂ© parental ou son congĂ© de protection parentale. L'autoritĂ© peut toutefois rĂ©duire ce dĂ©lai Ă  la demande de l'intĂ©ressĂ©, pour autant que la demande soit dĂ»ment motivĂ©e.
La demande de fin de congé de protection parentale est préalablement transmise au chef de corps pour information.".
Art. 4. In het koninklijk besluit van 14 oktober 2013 tot vaststelling van de procedure betreffende de statutaire maatregelen toepasselijk op de militairen van het actief kader en tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de militaire tucht wordt het opschrift van hoofdstuk 4 vervangen als volgt:
"De onwettige afwezigheid van lange duur".
Art. 4. Dans l'arrĂȘtĂ© royal du 14 octobre 2013 fixant la procĂ©dure relative aux mesures statutaires applicables aux militaires du cadre actif et modifiant divers arrĂȘtĂ©s royaux relatifs Ă  la discipline militaire, l'intitulĂ© du chapitre 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
"De l'absence illégale de longue durée".
Art. 5. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt:
"Art. 25. Wanneer een militair of kandidaat-militair onwettig afwezig is, duidt de korpscommandant een hiërarchische of functionele meerdere van de betrokken militair aan om ieder nuttig onderzoek in te stellen teneinde het motief van de afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair te kennen, inzonderheid door iedere dienstige getuigenis af te nemen.
De overheid belast met het onderzoek bedoeld in het eerste lid moet:
1° onmiddellijk contact opnemen met de betrokken militair of kandidaat-militair of, in voorkomend geval, met de door de betrokken militair of kandidaat-militair aangewezen contactpersoon, alsook, indien nodig, met de familieleden teneinde inzonderheid deze personen te verwittigen van de gevolgen die uit zijn afwezigheid zouden kunnen voortvloeien, kennis te nemen van de eventuele familiale of relationele problemen of de plaats te kennen naar waar deze militair of kandidaat-militair op reis zou kunnen zijn vertrokken of gehospitaliseerd zou kunnen zijn;
2° indien de contacten bedoeld in de bepaling onder 1 niet genomen konden worden:
a) contact opnemen met de commissaris van politie van het rechtsgebied waarin de betrokken militair of kandidaat-militair verblijf houdt of geacht wordt te verblijven;
b) de afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair signaleren aan de Sociale Dienst van Defensie opdat deze alle relevante elementen in haar bezit zou kunnen communiceren, en, indien nodig, een sociaal onderzoek zou kunnen uitvoeren;
c) elke nuttige getuigenis afnemen van de collega's van de betrokken militair of kandidaat-militair.".
Art. 5. L'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 25. Lorsqu'un militaire ou candidat militaire est absent illĂ©galement, le chef de corps dĂ©signe un supĂ©rieur hiĂ©rarchique ou fonctionnel du militaire ou candidat militaire concernĂ© pour procĂ©der Ă  toute enquĂȘte nĂ©cessaire afin de connaĂźtre le motif de l'absence du militaire ou candidat militaire concernĂ©, notamment en recueillant tout tĂ©moignage utile.
L'autoritĂ© chargĂ©e de l'enquĂȘte visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er doit :
1° prendre immĂ©diatement contact avec le militaire ou candidat militaire concernĂ© ou, le cas Ă©chĂ©ant, avec la personne de contact dĂ©signĂ©e par le militaire ou candidat militaire concernĂ©, ainsi que, si nĂ©cessaire, avec les membres de la famille, en particulier afin de prĂ©venir ces personnes des consĂ©quences qui pourraient dĂ©couler de son absence, de prendre connaissance de ses Ă©ventuels problĂšmes familiaux ou relationnels ou de connaĂźtre l'endroit oĂč ce militaire ou candidat militaire pourrait ĂȘtre parti en voyage ou ĂȘtre hospitalisĂ© ;
2° si les contacts visĂ©s au 1 n'ont pas pu ĂȘtre pris :
a) prendre contact avec le commissaire de police du ressort dans lequel réside ou est présumé résider le militaire ou candidat militaire concerné ;
b) signaler l'absence du militaire ou candidat militaire concernĂ© au Service Social de la DĂ©fense afin que celui-ci puisse communiquer tous les Ă©lĂ©ments pertinents qu'il possĂ©derait et, si nĂ©cessaire, effectuer une enquĂȘte sociale ;
c) recueillir tout témoignage utile des collÚgues du militaire ou candidat militaire concerné.".
Art. 6. In artikel 26 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de voorwaarden bedoeld in artikel 59 van de wet vervuld zijn en het onderzoek bedoeld in artikel 25, is uitgevoerd, deelt de korpscommandant, zo spoedig mogelijk, aan de DGHR de onwettige afwezigheid van de betrokken militair of kandidaat-militair mee, alsook de verzamelde elementen ten gevolge van het in artikel 25 bedoelde onderzoek.";
2° in het tweede lid worden de woorden "van de ontvangst van de aangetekende zending" vervangen door de woorden "waarop de aangetekende zending aangeboden werd op de woonplaats van de geadresseerde of, in voorkomend geval, op de verblijfplaats of woonplaats, die werd aangegeven bij de autoriteit".
Art. 6. A l'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Lorsque les conditions visĂ©es Ă  l'article 59 de la loi sont remplies et que l'enquĂȘte visĂ©e Ă  l'article 25 a Ă©tĂ© effectuĂ©e, le chef de corps communique au DGHR, dans les meilleurs dĂ©lais, l'absence illĂ©gale du militaire ou candidat militaire concernĂ©, ainsi que les Ă©lĂ©ments recueillis Ă  la suite de l'enquĂȘte visĂ©e Ă  l'article 25." ;
2° dans l'alinĂ©a 2, les mots "de la rĂ©ception de l'envoi recommandĂ©" sont remplacĂ©s par les mots "oĂč l'envoi recommandĂ© a Ă©tĂ© prĂ©sentĂ© au domicile du destinataire, ou, le cas Ă©chĂ©ant, Ă  la rĂ©sidence ou au domicile, qui a Ă©tĂ© renseignĂ© Ă  l'autoritĂ©".
Art. 7. In artikel 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de vorming van de kandidaat-militairen van het actief kader, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 30 juli 2018, wordt de bepaling onder 16 aangevuld met de woorden "of de beoogde basisfunctie".
Art. 7. Dans l'article 2, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 novembre 2013 relatif Ă  la formation des candidats militaires du cadre actif, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 30 juillet 2018, le 16 est complĂ©tĂ© par les mots "ou de la fonction de base envisagĂ©e".
Art. 8. In artikel 18, eerste lid, van hetzelfde besluit, worden de woorden "of de beoogde basisfuncties" ingevoegd tussen de woorden "in functie van de vakrichtingen" en de woorden "wordt de kandidaat naar een specifieke vormingscyclus georiënteerd".
Art. 8. Dans l'article 18, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots "ou des fonctions de base envisagĂ©es" sont insĂ©rĂ©s entre les mots "en fonction des filiĂšres de mĂ©tier" et les mots "le candidat est orientĂ© vers un cycle de formation spĂ©cifique".
Art. 9. In artikel 3, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie, de sociale promotie en de promotie op diploma naar een hogere personeelscategorie, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018, 12 juli 2019 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 6° aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 9. Dans l'article 3, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 novembre 2013 relatif au passage au sein de la mĂȘme catĂ©gorie de personnel, Ă  la promotion sociale et Ă  la promotion sur diplĂŽme vers une catĂ©gorie de personnel supĂ©rieure, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 19 juillet 2018, 12 juillet 2019 et 31 juillet 2023, le 6° est complĂ©tĂ© par les mots "avant la date de clĂŽture des inscriptions".
Art. 10. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018, 12 juli 2019 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 5 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 10. Dans l'article 17, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 19 juillet 2018, 12 juillet 2019 et 31 juillet 2023, le 5 est complĂ©tĂ© par les mots "avant la date de clĂŽture des inscriptions".
Art. 11. De inleidende zin van het artikel 22, eerste lid, 5, van hetzelfde besluit, wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 11. La phrase liminaire de l'article 22, alinĂ©a 1er, 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, est complĂ©tĂ©e par les mots "avant la date de clĂŽture des inscriptions".
Art. 12. In artikel 21, eerste lid, van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende het administratief statuut van de militair die een dienstneming van beperkte duur aangaat, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 5 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 12. Dans l'article 21, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 7 novembre 2013 relatif au statut administratif du militaire qui contracte un engagement Ă  durĂ©e limitĂ©e, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 19 juillet 2018 et 31 juillet 2023, le 5 est complĂ©tĂ© par les mots "avant la date de clĂŽture des inscriptions".
Art. 13. In artikel 28, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 5 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 13. Dans l'article 28, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 19 juillet 2018 et 31 juillet 2023, le 5 est complĂ©tĂ© par les mots "avant la date de clĂŽture des inscriptions".
Art. 14. In artikel 42, eerste lid, 5, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de bepaling onder b) wordt het woord "voorzien" vervangen door het woord "bedoeld".
Art. 14. Dans l'article 42, alinĂ©a 1er, 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clÎture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "prévu" est remplacé par le mot "visé".
Art. 15. In artikel 49, eerste lid, 5, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de bepaling onder b) wordt het woord "voorzien" vervangen door het woord "bedoeld".
Art. 15. Dans l'article 49, alinĂ©a 1er, 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clÎture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "prévu" est remplacé par le mot "visé".
Art. 16. In artikel 62, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 19 juli 2018 en 31 juli 2023, wordt de bepaling onder 4 aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen".
Art. 16. Dans l'article 62, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s royaux des 19 juillet 2018 et 31 juillet 2023, le 4 est complĂ©tĂ© par les mots "avant la date de clĂŽture des inscriptions".
Art. 17. In artikel 70, eerste lid, 4, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de inleidende zin wordt aangevuld met de woorden "vóór de afsluitingsdatum van de inschrijvingen";
2° in de Franse tekst wordt in de bepaling onder b) wordt het woord "visée" vervangen door het woord "visé".
Art. 17. Dans l'article 70, alinĂ©a 1er, 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° la phrase liminaire est complétée par les mots "avant la date de clÎture des inscriptions" ;
2° dans le b), le mot "visée" est remplacé par le mot "visé".
Art. 18. Artikel 1/1 van het koninklijk besluit van 10 april 2014 houdende uitvoering van artikel 271/5 van de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de Krijgsmacht, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 19 juli 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. 1/1. De overheid bedoeld in de artikelen 52, § 1, eerste lid, 53, tweede lid, en 84, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, is:
1° de minister van Defensie, voor de officieren;
2° de chef Defensie, voor de onderofficieren;
3° de directeur-generaal human resources, voor de vrijwilligers.".
Art. 18. L'article 1er/1 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 avril 2014 portant exĂ©cution de l'article 271/5 de la loi du 28 fĂ©vrier 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des Forces armĂ©es, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 19 juillet 2018, est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 1er/1. L'autoritĂ© visĂ©e aux articles 52, § 1er, alinĂ©a 1er, 53, alinĂ©a 2, et 84, § 1er, alinĂ©a 2, de la mĂȘme loi, est :
1° le ministre de la Défense, pour les officiers ;
2° le chef de la Défense, pour les sous-officiers ;
3° le directeur général human resources, pour les volontaires.".
Art. 19. De militair of kandidaat-militair tegen wie een procedure die kan leiden tot een definitieve ambtsontheffing of een verbreking van de dienstneming of wederdienstneming naar aanleiding van een onwettige afwezigheid van lange duur, was begonnen vóór de datum van inwerkingtreding van de artikelen 5 en 6 van dit besluit, blijft onderworpen aan de bepalingen die op hem van toepassing waren vóór deze datum.
Art. 19. Le militaire ou candidat militaire Ă  l'encontre de qui une procĂ©dure pouvant mener Ă  un retrait dĂ©finitif d'emploi ou Ă  une rĂ©siliation de l'engagement ou du rengagement suite Ă  une absence illĂ©gale de longue durĂ©e, a Ă©tĂ© entamĂ©e avant la date d'entrĂ©e en vigueur des articles 5 et 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, reste soumis aux dispositions qui lui Ă©taient applicables avant cette date.
Art. 20. De gelijkwaardigheden tussen de niveaus van taalkennis bedoeld enerzijds in de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger en in het koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie en anderzijds in het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 worden bepaald in bijlage gevoegd bij dit besluit.
Art. 20. Les Ă©quivalences entre les niveaux de connaissances linguistiques visĂ©s d'une part Ă  la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues Ă  l'armĂ©e et Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 31 janvier 1994 dĂ©terminant la nature et les modalitĂ©s des examens linguistiques pour les candidats conseillers moraux auprĂšs des Forces armĂ©es, Ă©tablissant les conditions de rĂ©ussite de ces examens et portant organisation du jury d'examen et d'autre part Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de dĂ©livrance des certificats de connaissances linguistiques prĂ©vus Ă  l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matiĂšre administrative coordonnĂ©es le 18 juillet 1966 sont fixĂ©es Ă  l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 21. Hebben uitwerking met ingang van 1 januari 2026:
1° artikel 20 van dit besluit;
2° de artikelen 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 26, 29, 30, 31, 36, 37, 38, 40, 42, 45, 46, 49, 57, 58, 61, 62 en 63 van de wet van 8 december 2025 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen.
Art. 21. Produisent leurs effets le 1er janvier 2026:
1° l'article 20 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° les articles 2, 3, 4, 5, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15, 16, 17, 26, 29, 30, 31, 36, 37, 38, 40, 42, 45, 46, 49, 57, 58, 61, 62 et 63 de la loi du 8 décembre 2025 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires.
Art. 22. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van het artikel waarvan de datum van uitwerking bepaald wordt bij artikel 21.
Art. 22. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le premier jour du mois qui suit l'expiration d'un dĂ©lai de dix jours prenant cours le jour aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge, Ă  l'exception de l'article dont la date de prise d'effet est fixĂ©e par l'article 21.
Art. 23. De Minister bevoegd voor Defensie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le Ministre qui a la DĂ©fense dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlage.
Art. N. Annexe.
Bijlage bij het koninklijk besluit van 9 februari 2026
tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen
Gelijkwaardigheid tussen de in de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger en de in het koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis en de in het koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
Annexe Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 9 fĂ©vrier 2026 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires
Equivalence entre les niveaux de connaissances linguistiques visĂ©s dans la loi du 30 juillet 1938 concernant l'usage des langues Ă  l'armĂ©e et dans l'arrĂȘtĂ© royal du 31 janvier 1994 dĂ©terminant la nature et les modalitĂ©s des examens linguistiques pour les candidats conseillers moraux auprĂšs des Forces armĂ©es, Ă©tablissant les conditions de rĂ©ussite de ces examens et portant organisation du jury d'examen et les niveaux de connaissances linguistiques visĂ©s dans l'arrĂȘtĂ© royal du 8 mars 2001 fixant les conditions de dĂ©livrance des certificats de connaissances linguistiques prĂ©vus Ă  l'article 53 des lois sur l'emploi des langues en matiĂšre administrative coordonnĂ©es le 18 juillet 1966
Wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1, eerste lid en artikel 3, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 3 en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1956 betreffende de organisatie van het taalexamen voor de benoeming tot de graad van reservemajoor, reservekorvetkapitein of reservekapitein-technicus De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
De grondige kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7, § 1, 5 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 1/A
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7bis, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7ter, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 2/C
De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 9bis, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 3/D
Wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1, eerste lid en artikel 3, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 3 en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1956 betreffende de organisatie van het taalexamen voor de benoeming tot de graad van reservemajoor, reservekorvetkapitein of reservekapitein-technicus De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 De grondige kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7, § 1, 5 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 1/A De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7bis, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7ter, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 2/C De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 9bis, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 3/D
Wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1, eerste lid en artikel 3, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 3 en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1956 betreffende de organisatie van het taalexamen voor de benoeming tot de graad van reservemajoor, reservekorvetkapitein of reservekapitein-technicus De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
De grondige kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7, § 1, 5 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 1/A
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7bis, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7ter, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 2/C
De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 9bis, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 3/D
Wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1, eerste lid en artikel 3, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 5, § 3 en in artikel 1 van het koninklijk besluit van 22 oktober 1956 betreffende de organisatie van het taalexamen voor de benoeming tot de graad van reservemajoor, reservekorvetkapitein of reservekapitein-technicus De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 De grondige kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7, § 1, 5 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 1/A De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7bis, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7ter, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1 De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 8, § 1, derde lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 2/C De werkelijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 9bis, § 1, eerste lid De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 7 voor het niveau 3/D
Koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 3 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
Koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 3 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
Gezien om te worden gevoegd bij Ons besluit van 9 februari 2026 tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het statuut van de militairen.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Defensie,
T. FRANCKEN
Koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid
De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 3 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
Koninklijk besluit van 31 januari 1994 tot bepaling van de aard en de modaliteiten van de taalexamens voor de kandidaat-morele consulenten bij de Krijgsmacht, tot vaststelling van de voorwaarden om in deze examens te slagen en tot inrichting van de examencommissie bedoelde niveaus van taalkennis Koninklijk besluit van 8 maart 2001 tot vaststelling van de voorwaarden voor het uitreiken van de bewijzen omtrent de taalkennis voorgeschreven bij artikel 53 van de wetten op het gebruik der talen in bestuurszaken samengevat op 18 juli 1966 bedoelde niveaus van taalkennis De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 1 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 14, eerste lid De wezenlijke kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 3 De kennis van de Nederlandse of de Franse taal bedoeld in artikel 12, § 1
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă  Notre arrĂȘtĂ© du 9 fĂ©vrier 2026 modifiant diverses dispositions relatives au statut des militaires.
PHILIPPE
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
T. FRANCKEN