Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
8 FEBRUARI 2026. - Wet betreffende het afnemen van drugstesten in de transitiehuizen en de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit
Titre
8 FEVRIER 2026. - Loi relative à la réalisation de tests de drogue dans les maisons de transition et à la déchéance de la nationalité belge
Documentinformatie
Numac: 2026001159
Datum: 2026-02-08
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2026001159
Date: 2026-02-08
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
TITEL 1. - Algemene bepaling
TITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - Wijzigingen van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten
TITRE 2. - Modifications de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine
Art. 2. Artikel 9/3, § 1, van de wet van 17 mei 2006 betreffende de externe rechtspositie van de veroordeelden tot een vrijheidsstraf en de aan het slachtoffer toegekende rechten in het raam van de strafuitvoeringsmodaliteiten, ingevoegd bij de wet van 11 juli 2018, wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
  "6° de veroordeelde stemt schriftelijk in met de mogelijkheid tot afname van de in artikel 9/4 bedoelde test."
Art. 2. L'article 9/3, § 1er, de la loi du 17 mai 2006 relative au statut juridique externe des personnes condamnées à une peine privative de liberté et aux droits reconnus à la victime dans le cadre des modalités d'exécution de la peine, inséré par la loi du 11 juillet 2018, est complété par le 6° rédigé comme suit:
  "6° le condamné consent par écrit la possibilité de se soumettre au test visé à l'article 9/4."
Art. 3. In titel IV, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 11 juli 2018, wordt een artikel 9/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 9/4. Om de veiligheid en de goede werking van het open gemeenschapsregime te verzekeren, kan de verantwoordelijke van het transitiehuis beslissen de veroordeelde gedurende de plaatsing in het transitiehuis te onderwerpen aan de afname van een speeksel- of urinetest teneinde de aanwezigheid van verboden stoffen in het lichaam vast te stellen.
  Onder verboden stoffen wordt verstaan: verboden stoffen overeenkomstig de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen en de uitvoeringsbesluiten ervan.
  De verantwoordelijke van het transitiehuis kan hiertoe beslissen op basis van individuele aanwijzingen van gebruik van verboden stoffen. Hij kan, eveneens om de veiligheid en de goede werking van het open gemeenschapsregime te verzekeren, beslissen op geregelde tijdstippen een aantal willekeurig geselecteerde veroordeelden te onderwerpen aan de afname van voormelde test.
  De door de verantwoordelijke van het transitiehuis daartoe aangewezen personeelsleden kunnen de in het derde lid bedoelde individuele aanwijzingen van het gebruik van verboden stoffen waarvan ze kennis nemen ter gelegenheid van de uitoefening van hun functie, ontvangen en dienen deze mee te delen aan de verantwoordelijke van het transitiehuis. De met redenen omklede beslissingen tot het uitvoeren van een test worden voor de duur van de plaatsing door de verantwoordelijke van het transitiehuis bewaard in het binnen het transitiehuis samengesteld individueel dossier van de veroordeelde.
  De test wordt afgenomen door de daartoe door de verantwoordelijke van het transitiehuis aangewezen personeelsleden, die een passende opleiding hebben genoten.
  De afname van de in het eerste lid bedoelde test laat geen gebruik van fysieke dwang toe. Indien een veroordeelde weigert aan een test mee te werken, zullen aan die weigering de gevolgen worden verbonden van een positieve test.
  Na de afname van de in het eerste lid bedoelde test wordt de veroordeelde schriftelijk in kennis gesteld van het resultaat, alsook van de mogelijkheid om een herhalingsonderzoek te vragen. Dit verzoek kan door de verantwoordelijke van het transitiehuis uitsluitend geweigerd worden wanneer het wetenschappelijk onmogelijk is om nog een geldige test uit te voeren op het betrokken staal.
  De verantwoordelijke van het transitiehuis deelt een positief testresultaat onmiddellijk mee aan de directeur die instaat voor het beheer en de opvolging van het detentiedossier van de veroordeelde, die het op zijn beurt meedeelt aan de medische dienst en de psychosociale dienst van de gevangenis, om na te gaan of de veroordeelde nood heeft aan acute medische zorgen en voor de eventuele doorverwijzing naar de hulpverlening met het oog op de opstelling van een multidisciplinair behandelplan.
  Na een positief testresultaat volgt automatisch een eenmalige vervolgcontrole.
  De Koning stelt de nadere regels vast voor het afnemen van de test bedoeld in het eerste lid. Die regels betreffen in elk geval het herhalingsonderzoek en de vervolgcontrole."
Art. 3. Dans le titre IV, chapitre IIbis, de la même loi, inséré par la loi du 11 juillet 2018, il est inséré un article 9/4 rédigé comme suit:
  "Art. 9/4. Afin de garantir la sécurité et le bon fonctionnement du régime communautaire ouvert, le responsable de la maison de transition peut décider de soumettre le condamné à la réalisation d'un test de salive ou d'urine pendant le placement en maison de transition afin de constater la présence de substances illicites dans le corps.
  Par substances illicites, on entend: les substances illicites conformément à la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, psychotropes, désinfectantes ou antiseptiques et des substances pouvant servir à la fabrication illicite de substances stupéfiantes et psychotropes et ses arrêtés d'exécution.
  Le responsable de la maison de transition peut prendre cette décision sur la base d'indices individualisés de consommation de substances illicites. Il peut, également afin de garantir la sécurité et le bon fonctionnement du régime communautaire ouvert, décider de soumettre régulièrement un pourcentage de condamnés sélectionnés au hasard au test susmentionné.
  Les membres du personnel désignés à cet effet par le responsable de la maison de transition peuvent recevoir et doivent communiquer à ce dernier les indices individualisés de consommation de substances illicites visées au troisième alinéa dont ils prennent connaissance à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions. Les décisions motivées de procéder à un test sont conservées par le responsable de la maison de transition dans le dossier individuel du condamné au sein de la maison de transition, pendant la durée du placement.
  Le test est réalisé par les membres du personnel désignés à cet effet par le responsable de la maison de transition, qui ont suivi une formation appropriée.
  La réalisation du test visé à l'alinéa 1er ne permet pas l'usage de la contrainte physique. Si un condamné refuse de coopérer à un test, les conséquences d'un test positif seront attachées à ce refus.
  Après la réalisation du test visé à l'alinéa 1er, le condamné est informé par écrit du résultat ainsi que de la possibilité de demander un réexamen. Cette demande peut uniquement être refusée par le responsable de la maison de transition s'il est impossible sur le plan scientifique de réaliser un test valable sur l'échantillon concerné.
  Le responsable de la maison de transition communique un résultat de test positif immédiatement au directeur chargé de la gestion et du suivi du dossier de détention du condamné qui, à son tour, le signale au service médical et au service psychosocial de la prison afin de vérifier si le condamné a besoin de soins médicaux aigus et de l'orienter éventuellement vers un service d'aide en vue d'établir un plan de traitement multidisciplinaire.
  Après un résultat de test positif, un contrôle de suivi unique est effectué de manière automatique.
  Le Roi fixe les modalités pour la réalisation du test visé à l'alinéa 1er. Ces modalités concernent, dans tous les cas, le réexamen et le contrôle de suivi."
Art. 4. In artikel 12, § 2bis, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 11 juli 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "Indien de voorwaarden van een beslissing tot plaatsing in een transitiehuis niet worden nageleefd, of indien er in hoofde van de veroordeelde een tegenaanwijzing ontstaat die niet bestond op het moment van de beslissing tot plaatsing" vervangen door de woorden "Indien de voorwaarden van een beslissing tot plaatsing in een transitiehuis niet worden nageleefd, indien er in hoofde van de veroordeelde een tegenaanwijzing ontstaat die niet bestond op het moment van de beslissing tot plaatsing, of in geval van een positief resultaat van de in artikel 9/4, eerste lid, bedoelde test";
  2° het tweede lid wordt aangevuld met de volgende zin:
  "In voorkomend geval licht de verantwoordelijke van het transitiehuis de directeur in over het positief resultaat van de in artikel 9/4, eerste lid, bedoelde test.";
  3° het derde lid wordt aangevuld met de woorden ", en licht hem in voorkomend geval in van het positief resultaat van de in artikel 9/4, eerste lid, bedoelde test."
Art. 4. A l'article 12, § 2bis, de la même loi, inséré par la loi du 11 juillet 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "En cas de non-respect des conditions d'une décision de placement en maison de transition ou s'il apparaît dans le chef du condamné une contre-indication qui n'existait pas au moment de la décision de placement," sont remplacés par les mots "En cas de non-respect des conditions d'une décision de placement en maison de transition, s'il apparaît dans le chef du condamné une contre-indication qui n'existait pas au moment de la décision de placement, ou en cas de résultat positif au test visé à l'article 9/4, alinéa 1er";
  2° l'alinéa 2 est complété par la phrase suivante:
  "Le cas échéant, le responsable de la maison de transition informe le directeur du résultat positif du test visé à l'article 9/4, alinéa 1er.";
  3° l'alinéa 3 est complété par les mots "et il l'informe, le cas échéant, du résultat positif du test visé à l'article 9/4, alinéa 1er."
TITEL 3. - Vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit
TITRE 3. - Déchéance de la nationalité belge
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het Strafwetboek
CHAPITRE 1er. - Modification du Code pénal
Art. 5. In boek II, titel Iter, van het Strafwetboek wordt een artikel 141quater ingevoegd, luidende:
  "Art. 141quater. Bij een veroordeling, als dader, mededader of medeplichtige, tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel, voor een misdrijf als bedoeld in deze titel, spreekt de rechter zich ambtshalve uit over de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit van de belanghebbende, met inachtneming van de voorwaarden die vermeld zijn in artikel 23/2 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
  De rechter kan, bij een met bijzondere redenen omkleed vonnis, beslissen de vervallenverklaring van de Belgische nationaliteit niet uit te spreken indien de gevolgen daarvan kennelijk onredelijk en onevenredig zouden zijn."
Art. 5. Dans le livre II, titre Iter, du Code pénal, il est inséré un article 141quater rédigé comme suit:
  "Art. 141quater. En cas de condamnation, comme auteur, coauteur ou complice, à une peine d'emprisonnement d'au moins cinq ans sans sursis, pour une des infractions visées au présent titre, le juge se prononce d'office sur la déchéance de la nationalité belge de l'intéressé, dans le respect des conditions prévues à l'article 23/2 du Code de la nationalité belge.
  Le juge peut décider, par un jugement spécialement motivé, de ne pas prononcer la déchéance de la nationalité belge lorsque les conséquences de celle-ci seraient manifestement déraisonnables et disproportionnées."
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van de Belgische nationaliteit
CHAPITRE 2. - Modifications du Code de la nationalité belge
Art. 6. In artikel 23/1, § 1, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, ingevoegd bij de wet van 4 december 2012 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
  "1° indien zij als dader, mededader of medeplichtige veroordeeld werden tot een gevangenisstraf van ten minste vijf jaar zonder uitstel voor een misdrijf vermeld in de artikelen 101 tot 112, 113 tot 120bis, 120quater, 120sexies, 120octies, 121 tot 123, 123ter, 123quater, tweede lid, 124 tot 134, 136bis, 136ter, 136quater, 136quinquies, 136sexies en 136septies, 279bis, 280, 1°, 7° en 8°, 323, eerste lid, 324ter, §§ 3 en 4, 331bis, 347bis, § 4, 1°, 352, 393 tot 397, 401, 404, 405bis, 7°, 8° en 11°, 405ter, 405quater, eerste lid, 1°, 4°, 5° en 6°, en tweede lid, 408, 409, § 4, 410bis, derde lid, 3° tot 5°, 417/2, derde lid, 2°, 417/3, derde lid, 2°, 417/7, 417/11 tot 417/22, 417/24 tot 417/38, 417/40, 417/44 tot 417/46, 417/52, 419, tweede lid, 423, § 3, 425, § 3, 428, § 5, 433quater/1, 433quater/4, 433quinquies, 433septies en 433octies, 433novies/10, 442quater, § 3, 474, 475, 477 tot 477sexies, 488bis, 518, derde lid, en 532 van het Strafwetboek en de artikelen 77bis, 77ter, 77quater en 77quinquies van de vreemdelingenwet, voor zover zij de hen ten laste gelegde feiten hebben gepleegd binnen vijftien jaar vanaf de dag waarop zij de Belgische nationaliteit hebben verworven, met uitzondering van de misdrijven bedoeld in de artikelen 136bis, 136ter en 136quater van het Strafwetboek.
  Het eerste lid is alleen van toepassing op artikel 405ter wanneer dit artikel betrekking heeft op de in de artikelen 401, 404 en 405bis, 7°, 8° en 11°, bedoelde misdrijven, op artikel 405quater eerste lid, 1°, 4°, 5° en 6°, en tweede lid wanneer het betrekking heeft op de in de artikelen 393, 401, 404 en 405bis, 7°, 8° en 11°, bedoelde misdrijven en op artikel 410bis, lid 3, 3° tot 5°, wanneer het betrekking heeft op de in de artikelen 401 en 404 bedoelde misdrijven;".
Art. 6. Dans l'article 23/1, § 1er, du Code de la nationalité belge, inséré par la loi du 4 décembre 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 18 juin 2018, le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° s'ils ont été condamnés, comme auteur, coauteur ou complice, à une peine d'emprisonnement d'au moins cinq ans sans sursis pour une infraction visée aux articles 101 à 112, 113 à 120bis, 120quater, 120sexies, 120octies, 121 à 123, 123ter, 123quater, alinéa 2, 124 à 134, 136bis, 136ter, 136quater, 136quinquies, 136sexies et 136septies, 279bis, 280, 1°, 7° et 8°, 323, alinéa 1er, 324ter, §§ 3 et 4, 331bis, 347bis, § 4, 1°, 352, 393 à 397, 401, 404, 405bis, 7°, 8° et 11°, 405ter, 405quater, alinéa 1er, 1°, 4°, 5° et 6°, et alinéa 2, 408, 409, § 4, 410bis, alinéa 3, 3° à 5°, 417/2, alinéa 3, 2°, 417/3, alinéa 3, 2°, 417/7, 417/11 à 417/22, 417/24 à 417/38, 417/40, 417/44 à 417/46, 417/52, 419, alinéa 2, 423, § 3, 425, § 3, 428, § 5, 433quater/1, 433quater/4, 433quinquies, 433septies et 433octies, 433novies/10, 442quater, § 3, 474, 475, 477 à 477sexies, 488bis, 518, alinéa 3, et 532 du Code pénal et aux articles 77bis, 77ter, 77quater et 77quinquies de la loi sur les étrangers, pour autant que les faits leur reprochés aient été commis dans les quinze ans à compter de la date d'obtention de la nationalité belge, à l'exception des infractions visées aux articles 136bis, 136ter et 136quater du Code pénal.
  L'alinéa 1er ne s'applique qu'à l'article 405ter lorsque le présent article concerne les infractions visées aux articles 401, 404 et 405bis, 7°, 8° et 11°, à l'article 405quater, alinéas 1er, 1°, 4°, 5° et 6°, et 2 lorsqu'il concerne les infractions visées aux articles 393, 401, 404 et 405bis, 7°, 8° et 11°, et à l'article 410bis, alinéa 3, 3° à 5°, lorsqu'il concerne les infractions visées aux articles 401 et 404;".
Art. 7. In artikel 23/2, § 1, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2015 en gewijzigd bij de wet van 18 juni 2018, worden de woorden "op vordering van het openbaar ministerie" vervangen door de woorden ", overeenkomstig artikel 141quater van het Strafwetboek,".
Art. 7. Dans l'article 23/2, § 1er, du même Code, inséré par la loi du 20 juillet 2015 et modifié par la loi du 18 juin 2018, les mots "sur réquisition du ministère public" sont remplacés par les mots ", conformément à l'article 141quater du Code pénal,".
TITEL 4. - Inwerkingtreding
TITRE 4. - Entrée en vigueur
Art. 8. Titel 2 treedt in werking op een door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 mei 2026.
Art. 8. Le titre 2 entre en vigueur à la date fixée par le Roi et au plus tard le 1er mai 2026.