Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 JANUARI 2026. - Koninklijk besluit houdende wijzigingen aan de pensioenbonussen voor werknemers en zelfstandigen
Titre
31 JANVIER 2026. - ArrĂȘtĂ© royal portant modifications aux bonus de pension pour les travailleurs salariĂ©s et indĂ©pendants
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (15)
Texte (15)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 24 oktober 2013 tot uitvoering, inzake de pensioenbonus van de werknemers, van artikel 7bis van de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 octobre 2013 portant exĂ©cution, en matiĂšre de bonus de pension des travailleurs salariĂ©s, de l'article 7bis de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations
Artikel 1. In artikel 1, 9°, van het koninklijk besluit van 24 oktober 2013 tot uitvoering, inzake de pensioenbonus van de werknemers, van artikel 7bis van de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005, wordt de bepaling onder b) aangevuld met de woorden "en ten laatste op 31 december 2025".
Article 1er. Dans l'article 1er, 9°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 octobre 2013 portant exĂ©cution, en matiĂšre de bonus de pension des travailleurs salariĂ©s, de l'article 7bis de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations, le b) est complĂ©tĂ© par les mots " et au plus tard le 31 dĂ©cembre 2025 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 december 2013 tot uitvoering van artikel 3/1 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact
CHAPITRE 2. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 dĂ©cembre 2013 portant exĂ©cution de l'article 3/1 de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations
Art. 2. In artikel 1, 12°, van het koninklijk besluit van 15 december 2013 tot uitvoering van artikel 3/1 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, wordt de bepaling onder b) aangevuld met de woorden "en ten laatste op 31 december 2025".
Art. 2. A l'article 1er, 12°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 dĂ©cembre 2013 portant exĂ©cution de l'article 3/1 de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations, le b) est complĂ©tĂ© par les mots " et au plus tard le 31 dĂ©cembre 2025 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het koninklijk besluit van 9 juni 2024 tot uitvoering van artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 2024 portant exĂ©cution des articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations
Art. 3. In artikel 2, 2°, van het koninklijk besluit van 9 juni 2024 tot uitvoering van artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin, worden de woorden "van maximum 3 opeenvolgende refertejaren," opgeheven;
  2° de bepaling onder d), wordt vervangen als volgt:
  "d) eindigt op de laatste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin aan de werknemer een rustpensioen of een als zodanig geldend voordeel krachtens een Belgische wettelijke, reglementaire, statutaire of contractuele pensioenregeling, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72, toegekend wordt en ten laatste op 31 december 2025;".
  1° in de inleidende zin, worden de woorden "van maximum 3 opeenvolgende refertejaren," opgeheven;
  2° de bepaling onder d), wordt vervangen als volgt:
  "d) eindigt op de laatste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin aan de werknemer een rustpensioen of een als zodanig geldend voordeel krachtens een Belgische wettelijke, reglementaire, statutaire of contractuele pensioenregeling, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72, toegekend wordt en ten laatste op 31 december 2025;".
Art. 3. A l'article 2, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 2024 portant exĂ©cution des articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans la phrase liminaire, les mots " de maximum 3 années de référence consécutives, " sont abrogés ;
  2° le d), est remplacé par ce qui suit :
  " d) se termine le dernier jour du mois prĂ©cĂ©dant celui au cours duquel le travailleur salariĂ© bĂ©nĂ©ficie d'une pension de retraite ou d'un avantage en tenant lieu en vertu d'un rĂ©gime de pension belge lĂ©gal, rĂ©glementaire, statutaire ou contractuel, Ă l'exception de la pension inconditionnelle visĂ©e Ă l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© royal n° 72, est octroyĂ© et au plus tard le 31 dĂ©cembre 2025 ; ".
  1° dans la phrase liminaire, les mots " de maximum 3 années de référence consécutives, " sont abrogés ;
  2° le d), est remplacé par ce qui suit :
  " d) se termine le dernier jour du mois prĂ©cĂ©dant celui au cours duquel le travailleur salariĂ© bĂ©nĂ©ficie d'une pension de retraite ou d'un avantage en tenant lieu en vertu d'un rĂ©gime de pension belge lĂ©gal, rĂ©glementaire, statutaire ou contractuel, Ă l'exception de la pension inconditionnelle visĂ©e Ă l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© royal n° 72, est octroyĂ© et au plus tard le 31 dĂ©cembre 2025 ; ".
Art. 4. In artikel 5 van hetzelfde besluit wordt het getal "936" vervangen door het getal "468".
Art. 4. Dans l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le nombre " 936 " est remplacĂ© par le nombre " 468 ".
Art. 5. In artikel 9, § 1, van hetzelfde besluit wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  Het bedrag van de pensioenbonus wordt als volgt bepaald:
  Het bedrag van de pensioenbonus wordt als volgt bepaald:
Art. 5. A l'article 9, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  Le montant du bonus de pension est fixé comme suit :
  Le montant du bonus de pension est fixé comme suit :
| Bedrag van de pensioenbonus | Binnen de referteperiode | Montant du bonus de pension | Au cours de la période de référence |
| 3.775,00 euro | het eerste refertejaar | 3.775,00 euros | la premiÚre année de référence |
| 7.550,00 euro | het tweede refertejaar | 7.550,00 euros | la deuxiÚme année de référence |
| Bedrag van de pensioenbonus | Binnen de referteperiode | Montant du bonus de pension | Au cours de la période de référence |
| 3.775,00 euro | het eerste refertejaar | 3.775,00 euros | la premiÚre année de référence |
| 7.550,00 euro | het tweede refertejaar | 7.550,00 euros | la deuxiÚme année de référence |
Art. 6. In artikel 10 van hetzelfde besluit wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
  " § 1. De pensioenbonus uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling wordt voor de toepassing van artikel 45 van de wet omgezet in een fictieve rente.
  Het jaarbedrag van de pensioenbonus wordt in dit geval als volgt bepaald:
  " § 1. De pensioenbonus uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling wordt voor de toepassing van artikel 45 van de wet omgezet in een fictieve rente.
  Het jaarbedrag van de pensioenbonus wordt in dit geval als volgt bepaald:
Art. 6. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le paragraphe 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. Le bonus de pension payé sous la forme d'un paiement unique est converti en rente fictive pour l'application de l'article 45 de la loi.
  Le montant annuel du bonus de pension est fixé, dans ce cas, comme suit :
  " § 1er. Le bonus de pension payé sous la forme d'un paiement unique est converti en rente fictive pour l'application de l'article 45 de la loi.
  Le montant annuel du bonus de pension est fixé, dans ce cas, comme suit :
| Jaarbedrag van de pensioenbonus per bonusdag | Binnen de referteperiode | Montant annuel du bonus de pension par jour de bonus | Au cours de la période de référence |
| 0,60 euro | het eerste refertejaar | 0,60 euro | la premiÚre année de référence |
| 1,20 euro | het tweede refertejaar | 1,20 euro | la deuxiÚme année de référence |
| Jaarbedrag van de pensioenbonus per bonusdag | Binnen de referteperiode | Montant annuel du bonus de pension par jour de bonus | Au cours de la période de référence |
| 0,60 euro | het eerste refertejaar | 0,60 euro | la premiÚre année de référence |
| 1,20 euro | het tweede refertejaar | 1,20 euro | la deuxiÚme année de référence |
Art. 7. In artikel 11 van hetzelfde besluit wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 7. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 2 est abrogĂ©.
Art. 8. In artikel 12, 4°, van van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "de "referteperiode": het tijdvak van 6 kwartalen dat aanvangt op de eerste dag van het kwartaal waarin de datum gelegen is waarop de zelfstandige voor het eerst een vervroegd rustpensioen had kunnen bekomen of vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de pensioenleeftijd, bedoeld in artikel 3, § 1, of § 1bis, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, naargelang het geval, gelegen is, doch niet vóór 1 juli 2024.";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "De referteperiode eindigt ten laatste op 31 december 2025.".
  1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "de "referteperiode": het tijdvak van 6 kwartalen dat aanvangt op de eerste dag van het kwartaal waarin de datum gelegen is waarop de zelfstandige voor het eerst een vervroegd rustpensioen had kunnen bekomen of vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de pensioenleeftijd, bedoeld in artikel 3, § 1, of § 1bis, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, naargelang het geval, gelegen is, doch niet vóór 1 juli 2024.";
  2° het vierde lid wordt vervangen als volgt:
  "De referteperiode eindigt ten laatste op 31 december 2025.".
Art. 8. A l'article 12, 4°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " la " pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence " : la pĂ©riode de 6 trimestres qui dĂ©bute le premier jour du trimestre oĂč se situe la date Ă laquelle le travailleur indĂ©pendant aurait pu bĂ©nĂ©ficier pour la premiĂšre fois d'une pension anticipĂ©e ou Ă partir du premier jour du trimestre oĂč est situĂ© l'Ăąge de la pension, visĂ© Ă l'article 3, § 1er, ou § 1erbis, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, selon le cas, mais pas avant le 1er juillet 2024. " ;
  2° l'alinéa 4, est remplacé par ce qui suit :
  " La période de référence se termine au plus tard le 31 décembre 2025. ".
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " la " pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence " : la pĂ©riode de 6 trimestres qui dĂ©bute le premier jour du trimestre oĂč se situe la date Ă laquelle le travailleur indĂ©pendant aurait pu bĂ©nĂ©ficier pour la premiĂšre fois d'une pension anticipĂ©e ou Ă partir du premier jour du trimestre oĂč est situĂ© l'Ăąge de la pension, visĂ© Ă l'article 3, § 1er, ou § 1erbis, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, selon le cas, mais pas avant le 1er juillet 2024. " ;
  2° l'alinéa 4, est remplacé par ce qui suit :
  " La période de référence se termine au plus tard le 31 décembre 2025. ".
Art. 9. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt:
  "Voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2ter, eerste lid, en § 3, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of die de pensioenleeftijd, bedoeld in artikel 3, § 1 of, § 1bis, naargelang het geval, bereikt heeft zonder te hebben voldaan aan de vermelde voorwaarden noch aan die bedoeld in artikel 3, § 2ter, derde lid, om een vervroegd pensioen te bekomen, bedraagt de eenmalige betaling:
  1° 943,75 EUR voor ieder kwartaal gelegen in het 1ste jaar van de referteperiode;
  2° 1.887,50 EUR voor ieder kwartaal gelegen in het 2de jaar van de referteperiode.
  Voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3, § 2ter, derde lid, 1°, 2° of 3°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, bedraagt de eenmalige betaling 2.831,25 EUR voor ieder kwartaal gelegen in de referteperiode.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
  "De pensioenbonus uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling wordt voor de toepassing van artikel 45 van de wet omgezet in een fictieve rente.
  Het jaarbedrag van de pensioenbonus is in dit geval 0,60 euro per voltijdse dagequivalent of 46,80 EUR per kwartaal gelegen in het 1ste jaar van de referteperiode en 1,20 EUR per voltijdse dagequivalent of 93,60 EUR per kwartaal gelegen in het 2de jaar van de referteperiode.
  In afwijking van het vorige lid, is het jaarbedrag van de pensioenbonus 1,80 EUR per voltijdse dagequivalent of 140,40 EUR per kwartaal voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2ter, lid 3, 1°, 2° of 3°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997.";
  3° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven;
  4° paragraaf 6 wordt opgeheven.
  1° in paragraaf 3 worden het tweede en het derde lid vervangen als volgt:
  "Voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2ter, eerste lid, en § 3, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of die de pensioenleeftijd, bedoeld in artikel 3, § 1 of, § 1bis, naargelang het geval, bereikt heeft zonder te hebben voldaan aan de vermelde voorwaarden noch aan die bedoeld in artikel 3, § 2ter, derde lid, om een vervroegd pensioen te bekomen, bedraagt de eenmalige betaling:
  1° 943,75 EUR voor ieder kwartaal gelegen in het 1ste jaar van de referteperiode;
  2° 1.887,50 EUR voor ieder kwartaal gelegen in het 2de jaar van de referteperiode.
  Voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3, § 2ter, derde lid, 1°, 2° of 3°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, bedraagt de eenmalige betaling 2.831,25 EUR voor ieder kwartaal gelegen in de referteperiode.";
  2° paragraaf 4 wordt vervangen als volgt:
  "De pensioenbonus uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling wordt voor de toepassing van artikel 45 van de wet omgezet in een fictieve rente.
  Het jaarbedrag van de pensioenbonus is in dit geval 0,60 euro per voltijdse dagequivalent of 46,80 EUR per kwartaal gelegen in het 1ste jaar van de referteperiode en 1,20 EUR per voltijdse dagequivalent of 93,60 EUR per kwartaal gelegen in het 2de jaar van de referteperiode.
  In afwijking van het vorige lid, is het jaarbedrag van de pensioenbonus 1,80 EUR per voltijdse dagequivalent of 140,40 EUR per kwartaal voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2ter, lid 3, 1°, 2° of 3°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997.";
  3° in paragraaf 5 wordt het tweede lid opgeheven;
  4° paragraaf 6 wordt opgeheven.
Art. 9. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans le paragraphe 3, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " Pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 1er et § 3, alinĂ©a 3, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, ou qui a atteint l'Ăąge de la pension au sens des articles 3, § 1er ou § 1bis, selon le cas, sans satisfaire aux conditions susmentionnĂ©es ni Ă celles de l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, pour obtenir une pension anticipĂ©e, le montant du paiement unique s'Ă©lĂšve Ă :
  1° 943,75 EUR pour chaque trimestre situé dans la premiÚre année de la période de référence ;
  2° 1.887,50 EUR pour chaque trimestre situé dans la deuxiÚme année de la période de référence.
  Pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, 1°, 2° ou 3° de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, le montant du paiement unique s'Ă©lĂšve Ă 2.831,25 EUR pour chaque trimestre situĂ© dans la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence. " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé, par ce qui suit :
  " Le bonus de pension payé sous la forme d'un paiement unique est converti en rente fictive pour l'application de l'article 45 de la loi.
  Le montant annuel du bonus de pension est, dans ce cas, de 0,60 EUR par jour équivalent temps plein ou 46,80 EUR par trimestre situé dans la premiÚre année de la période de référence et de 1,20 EUR par jour équivalent temps plein ou 93,60 EUR par trimestre situé dans la 2Úme année de la période de référence.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, le montant du bonus de pension est de 1,80 EUR par jour Ă©quivalent temps plein ou 140,40 EUR par trimestre pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, 1°, 2° ou 3°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997. " ;
  3° dans le paragraphe 5, l'alinéa 2 est abrogé ;
  4° le paragraphe 6 est abrogé.
  1° dans le paragraphe 3, les alinéas 2 et 3 sont remplacés par ce qui suit :
  " Pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 1er et § 3, alinĂ©a 3, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, ou qui a atteint l'Ăąge de la pension au sens des articles 3, § 1er ou § 1bis, selon le cas, sans satisfaire aux conditions susmentionnĂ©es ni Ă celles de l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, pour obtenir une pension anticipĂ©e, le montant du paiement unique s'Ă©lĂšve Ă :
  1° 943,75 EUR pour chaque trimestre situé dans la premiÚre année de la période de référence ;
  2° 1.887,50 EUR pour chaque trimestre situé dans la deuxiÚme année de la période de référence.
  Pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, 1°, 2° ou 3° de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, le montant du paiement unique s'Ă©lĂšve Ă 2.831,25 EUR pour chaque trimestre situĂ© dans la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence. " ;
  2° le paragraphe 4 est remplacé, par ce qui suit :
  " Le bonus de pension payé sous la forme d'un paiement unique est converti en rente fictive pour l'application de l'article 45 de la loi.
  Le montant annuel du bonus de pension est, dans ce cas, de 0,60 EUR par jour équivalent temps plein ou 46,80 EUR par trimestre situé dans la premiÚre année de la période de référence et de 1,20 EUR par jour équivalent temps plein ou 93,60 EUR par trimestre situé dans la 2Úme année de la période de référence.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, le montant du bonus de pension est de 1,80 EUR par jour Ă©quivalent temps plein ou 140,40 EUR par trimestre pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, 1°, 2° ou 3°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997. " ;
  3° dans le paragraphe 5, l'alinéa 2 est abrogé ;
  4° le paragraphe 6 est abrogé.
HOOFDSTUK 4. - Slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions finales
Art. 10. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2026, met uitzondering van de artikelen 6, 7 en 9, 2°, 3° en 4°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2025.
Art. 10. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er janvier 2026, Ă l'exception des articles 6, 7 et 9, 2°, 3° et 4°, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2025.
Art. 11. De minister bevoegd voor Pensioenen en de minister bevoegd voor Zelfstandigen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 11. Le ministre qui a les Pensions dans ses attributions et le ministre qui a les IndĂ©pendants dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.