Artikel 1. In artikel 5, § 3, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie- en de rationalisatienormen in het gewoon basisonderwijs, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 september 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", de Onderwijsinspectie" opgeheven;
  2° het vierde lid wordt opgeheven;
  3° in het vijfde lid wordt de zinsnede "paragraaf 2, 1°, 2° en 7° " vervangen door de zinsnede "paragraaf 2".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
16 JANUARI 2026. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van verschillende besluiten van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, wat betreft de werking van de Vlaamse Onderwijsinspectie
Titre
16 JANVIER 2026. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s du domaine politique de l'Enseignement et de la Formation, en ce qui concerne le fonctionnement de l'Inspection de l'enseignement flamande
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Go...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie- en de rationalisatienormen in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation et de rationalisation dans l'enseignement fondamental ordinaire
Article 1er. A l'article 5, § 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation et de rationalisation dans l'enseignement fondamental ordinaire, rĂ©tabli par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 septembre 2025, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , l'inspection de l'enseignement " est abrogé ;
  2° l'alinéa 4 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " paragraphe 2, 1°, 2° et 7° " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 2 ".
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " , l'inspection de l'enseignement " est abrogé ;
  2° l'alinéa 4 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 5, le membre de phrase " paragraphe 2, 1°, 2° et 7° " est remplacé par le membre de phrase " paragraphe 2 ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spĂ©cialisĂ©
Art. 2. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs, hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "en aan de Onderwijsinspectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", de onderwijsinspectie" opgeheven;
  3° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
  4° in paragraaf 3, vierde lid, wordt de zinsnede "artikel 9, 1°, 2° en 7° tot en met 8° " vervangen door de zinsnede "artikel 9, 1° tot en met 8° ".
  1° in paragraaf 2 worden de woorden "en aan de Onderwijsinspectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de zinsnede ", de onderwijsinspectie" opgeheven;
  3° in paragraaf 3 wordt het derde lid opgeheven;
  4° in paragraaf 3, vierde lid, wordt de zinsnede "artikel 9, 1°, 2° en 7° tot en met 8° " vervangen door de zinsnede "artikel 9, 1° tot en met 8° ".
Art. 2. A l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spĂ©cialisĂ©, rĂ©tabli par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, les mots " et à l'Inspection de l'Enseignement du MinistÚre flamand de l'Enseignemetn et de la Formation " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 3, alinéa 1er, le membre de phrase " , l'Inspection de l'Enseignement " est abrogé ;
  3° au paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé ;
  4° au paragraphe 3, alinéa 4, le membre de phrase " à l'article 9, 1°, 2° et 7° à 8° " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 9, 1° à 8° ".
  1° au paragraphe 2, les mots " et à l'Inspection de l'Enseignement du MinistÚre flamand de l'Enseignemetn et de la Formation " sont abrogés ;
  2° au paragraphe 3, alinéa 1er, le membre de phrase " , l'Inspection de l'Enseignement " est abrogé ;
  3° au paragraphe 3, l'alinéa 3 est abrogé ;
  4° au paragraphe 3, alinéa 4, le membre de phrase " à l'article 9, 1°, 2° et 7° à 8° " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 9, 1° à 8° ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het secundair onderwijs dat niet of niet automatisch tot een onderwijskwalificatie leidt
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 Ă©tablissant la procĂ©dure d'introduction et de consultation pour les propositions de nouvelles subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire qui ne conduit pas ou pas automatiquement Ă une qualification d'enseignement
Art. 3. In artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 juli 2007 tot vaststelling van de indienings- en adviseringsprocedure voor voorstellen van nieuwe structuuronderdelen in het secundair onderwijs dat niet of niet automatisch tot een onderwijskwalificatie leidt, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, wordt de zinsnede ", het Agentschap voor Onderwijsdiensten en de Onderwijsinspectie" vervangen door de woorden "en het Agentschap voor Onderwijsdiensten".
Art. 3. Dans l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 juillet 2007 Ă©tablissant la procĂ©dure d'introduction et de consultation pour les propositions de nouvelles subdivisions structurelles dans l'enseignement secondaire qui ne conduit pas ou pas automatiquement Ă une qualification d'enseignement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, le membre de phrase " , Ă l'Agence des Services d'Enseignement et Ă l'Inspection de l'Enseignement " est remplacĂ© par les mots " et Ă l'Agence des Services d'Enseignement ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs wat de rechtspositie van het personeel van de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten betreft
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 fĂ©vrier 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est du statut du personnel de l'inspection et des services d'encadrement pĂ©dagogique
Art. 4. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs wat de rechtspositie van het personeel van de inspectie en de pedagogische begeleidingsdiensten betreft, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een vacature voor het ambt van inspecteur wordt ten minste bekendgemaakt:
  1° op de website van de onderwijsinspectie;
  2° op de website van VDAB;
  3° via de nieuwsbrief Schooldirect van het Departement Onderwijs.".
  "Een vacature voor het ambt van inspecteur wordt ten minste bekendgemaakt:
  1° op de website van de onderwijsinspectie;
  2° op de website van VDAB;
  3° via de nieuwsbrief Schooldirect van het Departement Onderwijs.".
Art. 4. Dans l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 fĂ©vrier 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est du statut du personnel de l'inspection et des services d'encadrement pĂ©dagogique, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Une vacance d'emploi pour la fonction d'inspecteur est à tout le moins publiée :
  1° sur le site web de l'inspection de l'enseignement ;
  2° sur le site web du VDAB ;
  3° via le bulletin d'information Schooldirect du Département Enseignement. ".
  " Une vacance d'emploi pour la fonction d'inspecteur est à tout le moins publiée :
  1° sur le site web de l'inspection de l'enseignement ;
  2° sur le site web du VDAB ;
  3° via le bulletin d'information Schooldirect du Département Enseignement. ".
Art. 5. Artikel 8 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 18 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Een vacature voor het ambt van coördinerend inspecteur wordt bij externe werving als vermeld in artikel 79, § 2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 ten minste bekendgemaakt:
  1° op de website van de onderwijsinspectie;
  2° op de website van VDAB;
  3° via de nieuwsbrief Schooldirect van het Departement Onderwijs.".
  "Een vacature voor het ambt van coördinerend inspecteur wordt bij externe werving als vermeld in artikel 79, § 2, tweede lid, van het decreet van 8 mei 2009 ten minste bekendgemaakt:
  1° op de website van de onderwijsinspectie;
  2° op de website van VDAB;
  3° via de nieuwsbrief Schooldirect van het Departement Onderwijs.".
Art. 6. Dans l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Une vacance d'emploi pour la fonction d'inspecteur coordinateur est à tout le moins publiée, en cas de recrutement externe tel que visé à l'article 79, § 2, du décret du 8 mai 2009 :
  1° sur le site web de l'inspection de l'enseignement ;
  2° sur le site web du VDAB ;
  3° via le bulletin d'information Schooldirect du Département Enseignement. ".
  " Une vacance d'emploi pour la fonction d'inspecteur coordinateur est à tout le moins publiée, en cas de recrutement externe tel que visé à l'article 79, § 2, du décret du 8 mai 2009 :
  1° sur le site web de l'inspection de l'enseignement ;
  2° sur le site web du VDAB ;
  3° via le bulletin d'information Schooldirect du Département Enseignement. ".
Art. 7. Artikel 22 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019, wordt opgeheven.
Art. 7. L'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019, est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot de wijze waarop sommige bevoegdheden van de inspectie worden uitgevoerd
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est des modalitĂ©s d'exercice de certaines compĂ©tences de l'inspection
Art. 8. In artikel 8, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 oktober 2010 tot uitvoering van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs met betrekking tot de wijze waarop sommige bevoegdheden van de inspectie worden uitgevoerd, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 mei 2018, worden tussen het woord "opmerkingen" en het woord "bezorgen" de woorden "over de inhoud van het verslag en de gevolgde procedure" ingevoegd.
Art. 8. Dans l'article 8, § 3, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er octobre 2010 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 8 mai 2009 relatif Ă la qualitĂ© de l'enseignement pour ce qui est des modalitĂ©s d'exercice de certaines compĂ©tences de l'inspection, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 mai 2018, les mots " sur le contenu du rapport et la procĂ©dure suivie " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " observations " et les mots " Ă l'inspecteur gĂ©nĂ©ral ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wat betreft programmatieaanvragen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 21 mars 2014 relatif Ă des mesures pour les Ă©lĂšves Ă besoins Ă©ducatifs spĂ©cifiques pour ce qui est des demandes de programmation et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spĂ©cial
Art. 9. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 21 maart 2014 betreffende maatregelen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften wat betreft programmatieaanvragen en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de programmatie-, rationalisatie- en behoudsnormen in het buitengewoon basisonderwijs worden de woorden "en aan de Onderwijsinspectie van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 mai 2014 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 21 mars 2014 relatif Ă des mesures pour les Ă©lĂšves Ă besoins Ă©ducatifs spĂ©cifiques, pour ce qui est des demandes de programmation et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif aux normes de programmation, de rationalisation et de maintien dans l'enseignement fondamental spĂ©cial, les mots " et Ă l'Inspection de l'Enseignement du MinistĂšre flamand de l'Enseignemetn et de la Formation " sont abrogĂ©s.
Art. 10. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", de Onderwijsinspectie" opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° in het vierde lid wordt de zinsnede "artikel 9, 1°, 2° en 7° tot en met 8° " vervangen door de zinsnede "artikel 9, 1° tot en met 8° ".
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede ", de Onderwijsinspectie" opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° in het vierde lid wordt de zinsnede "artikel 9, 1°, 2° en 7° tot en met 8° " vervangen door de zinsnede "artikel 9, 1° tot en met 8° ".
Art. 10. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " , l'Inspection de l'Enseignement " est abrogé ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " à l'article 9, 1°, 2° et 7° à 8° " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 9, 1° à 8° ".
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " , l'Inspection de l'Enseignement " est abrogé ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " à l'article 9, 1°, 2° et 7° à 8° " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 9, 1° à 8° ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende curriculumdossiers en leerplannen in het onderwijs
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif aux dossiers du cursus scolaire et aux programmes d'Ă©tudes dans l'enseignement
Art. 11. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende curriculumdossiers en leerplannen in het onderwijs, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "en de onderwijsinspectie, elk afzonderlijk" opgeheven;
  2° in het tweede lid, 2°, wordt de zinsnede ", de" vervangen door de woorden "en de";
  3° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "en de onderwijsinspectie" opgeheven;
  4° in het vierde lid wordt de zinsnede ", en de onderwijsinspectie" opgeheven.
  1° in het tweede lid, 1°, wordt de zinsnede "en de onderwijsinspectie, elk afzonderlijk" opgeheven;
  2° in het tweede lid, 2°, wordt de zinsnede ", de" vervangen door de woorden "en de";
  3° in het tweede lid, 2°, worden de woorden "en de onderwijsinspectie" opgeheven;
  4° in het vierde lid wordt de zinsnede ", en de onderwijsinspectie" opgeheven.
Art. 11. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif aux dossiers du cursus scolaire et aux programmes d'Ă©tudes dans l'enseignement, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 2, 1°, le membre de phrase " et l'inspection de l'enseignement, chacun séparément, " est abrogé ;
  2° dans l'alinéa 2, 2°, le membre de phrase " , le " est remplacé par les mots " et le " ;
  3° dans l'alinéa 2, 2°, les mots " et l'inspection de l'enseignement " sont abrogés ;
  4° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " , et de l'inspection de l'enseignement " est abrogé.
  1° dans l'alinéa 2, 1°, le membre de phrase " et l'inspection de l'enseignement, chacun séparément, " est abrogé ;
  2° dans l'alinéa 2, 2°, le membre de phrase " , le " est remplacé par les mots " et le " ;
  3° dans l'alinéa 2, 2°, les mots " et l'inspection de l'enseignement " sont abrogés ;
  4° dans l'alinéa 4, le membre de phrase " , et de l'inspection de l'enseignement " est abrogé.
Art. 12. In artikel 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2022, wordt de zinsnede ", na advies van de onderwijsinspectie," opgeheven.
Art. 12. Dans l'article 3, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2022, le membre de phrase " , sur avis de l'inspection de l'enseignement, " est abrogĂ©.
Art. 13. In artikel 5, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 augustus 2020, worden de woorden "en de onderwijsinspectie" opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 5, alinĂ©as 1 et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2020, les mots " et l'Inspection de l'Enseignement " sont abrogĂ©s.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs
CHAPITRE 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif Ă l'offre de formation, Ă l'organisation, au cadre du personnel, Ă la perception des droits d'inscription et Ă la certification de l'enseignement artistique Ă temps partiel
Art. 14. Artikel 35/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 mei 2018 betreffende het opleidingsaanbod, de organisatie, de personeelsformatie, de inning van het inschrijvingsgeld en de certificering van het deeltijds kunstonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 35/1. § 1. Conform artikel 57 van het decreet van 9 maart 2018 kan een leerling ter vervanging van leeractiviteiten in de academie deelnemen aan de artistieke werking van een amateurkunstengroep als vermeld in artikel 3, 4°, van het Amateurkunstendecreet van 8 maart 2024, een kunstenorganisatie als vermeld in artikel 3, 10°, van het Kunstendecreet van 23 april 2021, een vereniging die jongeren begeleidt naar een artistiek product als vermeld in artikel 33, § 2, 4°, van het Jeugddecreet van november 2023 of een onderneming als vanaf het schooljaar 2026-2027 aan al de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° de alternatieve leercontext biedt relevante, haalbare en uitdagende onderwijsdoelen aan die samenhangen met de onderwijsdoelen die de leerling in de opleiding moet bereiken;
  2° de alternatieve leercontext zorgt via systematische begeleiding voor het stimuleren en opvolgen van het leerproces zodat de leerling de vooropgestelde onderwijsdoelen kan bereiken;
  3° als eindverantwoordelijke voor de evaluatie van de leerling heeft de academie zicht op de kwaliteit van de opvolging en begeleiding van het leerproces;
  4° in samenspraak met de academie ziet de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext er als een redelijk en voorzichtig persoon op toe dat het leren plaatsvindt in een veilige omgeving;
  5° de leerling draagt bij aan de artistieke doelstellingen van de socio-culturele vereniging, de kunstenorganisatie of de onderneming en past zich aan de reguliere artistieke werking van die organisatie aan;
  6° de activiteiten waaraan de leerling deelneemt, worden vooraf afgesproken met alle betrokkenen. De tijd die de leerling besteedt aan de activiteiten in de alternatieve leercontext en aan de overige leeractiviteiten van de opleiding die hij in de academie volgt, stemt overeen met de bepalingen over minimale studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20 van het decreet van 9 maart 2018;
  7° de leerling neemt deel aan alle afgesproken activiteiten, tenzij die afwezig is om een reden als vermeld in artikel 35/3 van dit besluit.
  De academie voert voorafgaandelijk een kwaliteitstoets van de alternatieve leercontext uit, op basis van de haalbaarheid van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
  De academie legt geen diplomavereisten op aan de persoon die in de alternatieve leercontext het leerproces van de leerling begeleidt, conform de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°.
  De academie kan de deelname van een leerling aan een bepaalde alternatieve leercontext alleen op basis van de kwaliteitstoets weigeren of stopzetten. Bij een weigering of stopzetting motiveert de academie haar beslissing alleen op basis van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
  § 2. Het schoolbestuur en de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext sluiten een overeenkomst die ten minste al de volgende elementen bevat:
  1° afspraken en aansprakelijkheden voor de veiligheid van de leerling en de veiligheid van de leeromgeving;
  2° de werkwijze voor de registratie van de aan- en afwezigheden, de begeleiding en de opvolging van de leerling;
  3° afspraken over de bereikbaarheid van contactpersonen.".
  "Art. 35/1. § 1. Conform artikel 57 van het decreet van 9 maart 2018 kan een leerling ter vervanging van leeractiviteiten in de academie deelnemen aan de artistieke werking van een amateurkunstengroep als vermeld in artikel 3, 4°, van het Amateurkunstendecreet van 8 maart 2024, een kunstenorganisatie als vermeld in artikel 3, 10°, van het Kunstendecreet van 23 april 2021, een vereniging die jongeren begeleidt naar een artistiek product als vermeld in artikel 33, § 2, 4°, van het Jeugddecreet van november 2023 of een onderneming als vanaf het schooljaar 2026-2027 aan al de volgende voorwaarden wordt voldaan:
  1° de alternatieve leercontext biedt relevante, haalbare en uitdagende onderwijsdoelen aan die samenhangen met de onderwijsdoelen die de leerling in de opleiding moet bereiken;
  2° de alternatieve leercontext zorgt via systematische begeleiding voor het stimuleren en opvolgen van het leerproces zodat de leerling de vooropgestelde onderwijsdoelen kan bereiken;
  3° als eindverantwoordelijke voor de evaluatie van de leerling heeft de academie zicht op de kwaliteit van de opvolging en begeleiding van het leerproces;
  4° in samenspraak met de academie ziet de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext er als een redelijk en voorzichtig persoon op toe dat het leren plaatsvindt in een veilige omgeving;
  5° de leerling draagt bij aan de artistieke doelstellingen van de socio-culturele vereniging, de kunstenorganisatie of de onderneming en past zich aan de reguliere artistieke werking van die organisatie aan;
  6° de activiteiten waaraan de leerling deelneemt, worden vooraf afgesproken met alle betrokkenen. De tijd die de leerling besteedt aan de activiteiten in de alternatieve leercontext en aan de overige leeractiviteiten van de opleiding die hij in de academie volgt, stemt overeen met de bepalingen over minimale studieomvang, vermeld in artikel 12 tot en met 20 van het decreet van 9 maart 2018;
  7° de leerling neemt deel aan alle afgesproken activiteiten, tenzij die afwezig is om een reden als vermeld in artikel 35/3 van dit besluit.
  De academie voert voorafgaandelijk een kwaliteitstoets van de alternatieve leercontext uit, op basis van de haalbaarheid van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
  De academie legt geen diplomavereisten op aan de persoon die in de alternatieve leercontext het leerproces van de leerling begeleidt, conform de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 2°.
  De academie kan de deelname van een leerling aan een bepaalde alternatieve leercontext alleen op basis van de kwaliteitstoets weigeren of stopzetten. Bij een weigering of stopzetting motiveert de academie haar beslissing alleen op basis van de voorwaarden, vermeld in het eerste lid.
  § 2. Het schoolbestuur en de verantwoordelijke van de alternatieve leercontext sluiten een overeenkomst die ten minste al de volgende elementen bevat:
  1° afspraken en aansprakelijkheden voor de veiligheid van de leerling en de veiligheid van de leeromgeving;
  2° de werkwijze voor de registratie van de aan- en afwezigheden, de begeleiding en de opvolging van de leerling;
  3° afspraken over de bereikbaarheid van contactpersonen.".
Art. 14. L'article 35/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mai 2018 relatif Ă l'offre de formation, Ă l'organisation, au cadre du personnel, Ă la perception des droits d'inscription et Ă la certification de l'enseignement artistique Ă temps partiel, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 35/1. § 1er. Conformément à l'article 57 du décret du 9 mars 2018, un élÚve peut, en remplacement des activités d'apprentissage à l'académie, participer aux activités artistiques d'un groupe d'arts amateurs tel que visé à l'article 3, 4°, du décret sur les arts amateurs du 8 mars 2024, d'une organisation artistique telle que visée à l'article 3, 10°, du décret sur les arts du 23 avril 2021, d'une association qui accompagne les jeunes vers la réalisation d'un produit artistique telle que visée à l'article 33, § 2, 4°, du Décret Jeunesse de novembre 2023 ou d'une entreprise si, à partir de l'année scolaire 2026-2027, toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le contexte d'apprentissage alternatif propose des objectifs pédagogiques pertinents, réalisables et stimulants, en lien avec les objectifs pédagogiques que l'élÚve doit atteindre dans le cadre de la formation ;
  2° le contexte d'apprentissage alternatif assure, par un accompagnement systématique, la stimulation et le suivi du processus d'apprentissage afin que l'élÚve puisse atteindre les objectifs pédagogiques fixés ;
  3° en tant que responsable final de l'évaluation de l'élÚve, l'académie a une vue d'ensemble de la qualité du suivi et de l'accompagnement du processus d'apprentissage ;
  4° en concertation avec l'académie, le responsable du contexte d'apprentissage alternatif veille, en tant que personne raisonnable et prudente, à ce que l'apprentissage se déroule dans un environnement sûr ;
  5° l'élÚve contribue aux objectifs artistiques de l'association socioculturelle, de l'organisation artistique ou de l'entreprise et s'adapte au fonctionnement artistique régulier de cette organisation ;
  6° les activités auxquelles l'élÚve participe sont convenues au préalable avec toutes les parties concernées. Le temps que l'élÚve consacre aux activités dans le cadre alternatif d'apprentissage et aux autres activités d'apprentissage de la formation qu'il suit à l'académie est conforme aux dispositions relatives au volume des études minimal, visées aux articles 12 à 20 du décret du 9 mars 2018 ;
  7° l'Ă©lĂšve participe Ă toutes les activitĂ©s convenues, sauf s'il est absent pour une raison telle que visĂ©e Ă l'article 35/3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  L'académie procÚde au préalable à un contrÎle de qualité du contexte d'apprentissage alternatif, sur la base de la faisabilité des conditions visées à l'alinéa 1er.
  L'académie n'impose aucune exigence en matiÚre de diplÎme à la personne qui accompagne le processus d'apprentissage de l'élÚve dans le contexte d'apprentissage alternatif, conformément à la condition visée à l'alinéa 1er, 2°.
  L'académie ne peut refuser ou interrompre la participation d'un élÚve à un contexte d'apprentissage alternatif donné que sur la base du contrÎle de qualité. En cas de refus ou d'interruption, l'académie motive sa décision uniquement sur la base des conditions visées à l'alinéa 1er.
  § 2. L'autorité scolaire et le responsable du contrat d'apprentissage alternatif concluent un accord qui contient au moins les éléments suivants :
  1° les accords et responsabilités en matiÚre de sécurité de l'élÚve et de l'environnement d'apprentissage ;
  2° la méthode d'enregistrement des présences et des absences, l'accompagnement et le suivi de l'élÚve ;
  3° les accords relatifs à la joignabilité des personnes de contact. ".
  " Art. 35/1. § 1er. Conformément à l'article 57 du décret du 9 mars 2018, un élÚve peut, en remplacement des activités d'apprentissage à l'académie, participer aux activités artistiques d'un groupe d'arts amateurs tel que visé à l'article 3, 4°, du décret sur les arts amateurs du 8 mars 2024, d'une organisation artistique telle que visée à l'article 3, 10°, du décret sur les arts du 23 avril 2021, d'une association qui accompagne les jeunes vers la réalisation d'un produit artistique telle que visée à l'article 33, § 2, 4°, du Décret Jeunesse de novembre 2023 ou d'une entreprise si, à partir de l'année scolaire 2026-2027, toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° le contexte d'apprentissage alternatif propose des objectifs pédagogiques pertinents, réalisables et stimulants, en lien avec les objectifs pédagogiques que l'élÚve doit atteindre dans le cadre de la formation ;
  2° le contexte d'apprentissage alternatif assure, par un accompagnement systématique, la stimulation et le suivi du processus d'apprentissage afin que l'élÚve puisse atteindre les objectifs pédagogiques fixés ;
  3° en tant que responsable final de l'évaluation de l'élÚve, l'académie a une vue d'ensemble de la qualité du suivi et de l'accompagnement du processus d'apprentissage ;
  4° en concertation avec l'académie, le responsable du contexte d'apprentissage alternatif veille, en tant que personne raisonnable et prudente, à ce que l'apprentissage se déroule dans un environnement sûr ;
  5° l'élÚve contribue aux objectifs artistiques de l'association socioculturelle, de l'organisation artistique ou de l'entreprise et s'adapte au fonctionnement artistique régulier de cette organisation ;
  6° les activités auxquelles l'élÚve participe sont convenues au préalable avec toutes les parties concernées. Le temps que l'élÚve consacre aux activités dans le cadre alternatif d'apprentissage et aux autres activités d'apprentissage de la formation qu'il suit à l'académie est conforme aux dispositions relatives au volume des études minimal, visées aux articles 12 à 20 du décret du 9 mars 2018 ;
  7° l'Ă©lĂšve participe Ă toutes les activitĂ©s convenues, sauf s'il est absent pour une raison telle que visĂ©e Ă l'article 35/3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  L'académie procÚde au préalable à un contrÎle de qualité du contexte d'apprentissage alternatif, sur la base de la faisabilité des conditions visées à l'alinéa 1er.
  L'académie n'impose aucune exigence en matiÚre de diplÎme à la personne qui accompagne le processus d'apprentissage de l'élÚve dans le contexte d'apprentissage alternatif, conformément à la condition visée à l'alinéa 1er, 2°.
  L'académie ne peut refuser ou interrompre la participation d'un élÚve à un contexte d'apprentissage alternatif donné que sur la base du contrÎle de qualité. En cas de refus ou d'interruption, l'académie motive sa décision uniquement sur la base des conditions visées à l'alinéa 1er.
  § 2. L'autorité scolaire et le responsable du contrat d'apprentissage alternatif concluent un accord qui contient au moins les éléments suivants :
  1° les accords et responsabilités en matiÚre de sécurité de l'élÚve et de l'environnement d'apprentissage ;
  2° la méthode d'enregistrement des présences et des absences, l'accompagnement et le suivi de l'élÚve ;
  3° les accords relatifs à la joignabilité des personnes de contact. ".
Art. 15. In artikel 54/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 25 september 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het schoolbestuur dat conform artikel 118bis van het decreet van 9 maart 2018 een bijzondere vestigingsplaats in gebruik wil nemen, meldt dit aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten op uiterlijk 30 september van het schooljaar waarin het de bijzondere vestigingsplaats in gebruik wil nemen. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten stelt een formulier ter beschikking.";
  2° in het tweede lid wordt de zin "Het schoolbestuur verantwoordt in de aanvraag, vermeld in het eerste lid, dat de vestigingsplaats voldoet aan de definitie van bijzondere vestigingsplaats, vermeld in artikel 3, 13°, of aan de criteria, vermeld in artikel 118bis, 1°, van het decreet van 9 maart 2018." vervangen door de zin "Het schoolbestuur verklaart op eer dat de vestigingsplaats voldoet aan de definitie van bijzondere vestigingsplaats, vermeld in artikel 3, 13°, van hetzelfde decreet." en wordt de zin "Daarbij toont het schoolbestuur aan dat de schoolinfrastructuur noodzakelijk is voor de leeractiviteiten die er gegeven worden en niet verplaatst kan worden of dat de leerlingenpopulatie die er verblijft zich niet kan verplaatsen naar een andere vestigingsplaats van de academie." opgeheven;
  3° in het derde lid worden de woorden "en de onderwijsinspectie" opgeheven.
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "Het schoolbestuur dat conform artikel 118bis van het decreet van 9 maart 2018 een bijzondere vestigingsplaats in gebruik wil nemen, meldt dit aan het Agentschap voor Onderwijsdiensten op uiterlijk 30 september van het schooljaar waarin het de bijzondere vestigingsplaats in gebruik wil nemen. Het Agentschap voor Onderwijsdiensten stelt een formulier ter beschikking.";
  2° in het tweede lid wordt de zin "Het schoolbestuur verantwoordt in de aanvraag, vermeld in het eerste lid, dat de vestigingsplaats voldoet aan de definitie van bijzondere vestigingsplaats, vermeld in artikel 3, 13°, of aan de criteria, vermeld in artikel 118bis, 1°, van het decreet van 9 maart 2018." vervangen door de zin "Het schoolbestuur verklaart op eer dat de vestigingsplaats voldoet aan de definitie van bijzondere vestigingsplaats, vermeld in artikel 3, 13°, van hetzelfde decreet." en wordt de zin "Daarbij toont het schoolbestuur aan dat de schoolinfrastructuur noodzakelijk is voor de leeractiviteiten die er gegeven worden en niet verplaatst kan worden of dat de leerlingenpopulatie die er verblijft zich niet kan verplaatsen naar een andere vestigingsplaats van de academie." opgeheven;
  3° in het derde lid worden de woorden "en de onderwijsinspectie" opgeheven.
Art. 15. A l'article 54/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 mai 2019 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 25 septembre 2020, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " L'autorité scolaire qui souhaite occuper une implantation spéciale conformément à l'article 118bis du décret du 9 mars 2018, en informe l'Agence de Services d'Enseignement, au plus tard le 30 septembre de l'année scolaire pendant laquelle elle souhaite occuper l'implantation spéciale. L'Agence de Services d'Enseignement met à disposition un formulaire. " ;
  2° dans l'alinĂ©a 2, la phrase " L'autoritĂ© scolaire justifie dans la demande, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, que l'implantation rĂ©pond Ă la dĂ©finition d'implantation spĂ©ciale, visĂ©e Ă l'article 3, 13°, ou aux critĂšres, visĂ©s Ă l'article 118bis, 1°, du dĂ©cret du 9 mars 2018. " est remplacĂ©e par la phrase " L'autoritĂ© scolaire dĂ©clare sur l'honneur que l'implantation rĂ©pond Ă la dĂ©finition d'implantation spĂ©ciale, visĂ©e Ă l'article 3, 13°, du mĂȘme dĂ©cret. ", et la phrase " L'autoritĂ© scolaire dĂ©montre que l'infrastructure scolaire est nĂ©cessaire pour les activitĂ©s d'apprentissage qui y sont dispensĂ©es et ne peut pas ĂȘtre dĂ©placĂ©e ou que la population d'Ă©lĂšves qui y rĂ©side ne peut pas se dĂ©placer vers une autre implantation de l'acadĂ©mie. " est abrogĂ©e ;
  3° dans l'alinéa 3, les mots " et de l'inspection de l'enseignement " sont abrogés.
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " L'autorité scolaire qui souhaite occuper une implantation spéciale conformément à l'article 118bis du décret du 9 mars 2018, en informe l'Agence de Services d'Enseignement, au plus tard le 30 septembre de l'année scolaire pendant laquelle elle souhaite occuper l'implantation spéciale. L'Agence de Services d'Enseignement met à disposition un formulaire. " ;
  2° dans l'alinĂ©a 2, la phrase " L'autoritĂ© scolaire justifie dans la demande, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, que l'implantation rĂ©pond Ă la dĂ©finition d'implantation spĂ©ciale, visĂ©e Ă l'article 3, 13°, ou aux critĂšres, visĂ©s Ă l'article 118bis, 1°, du dĂ©cret du 9 mars 2018. " est remplacĂ©e par la phrase " L'autoritĂ© scolaire dĂ©clare sur l'honneur que l'implantation rĂ©pond Ă la dĂ©finition d'implantation spĂ©ciale, visĂ©e Ă l'article 3, 13°, du mĂȘme dĂ©cret. ", et la phrase " L'autoritĂ© scolaire dĂ©montre que l'infrastructure scolaire est nĂ©cessaire pour les activitĂ©s d'apprentissage qui y sont dispensĂ©es et ne peut pas ĂȘtre dĂ©placĂ©e ou que la population d'Ă©lĂšves qui y rĂ©side ne peut pas se dĂ©placer vers une autre implantation de l'acadĂ©mie. " est abrogĂ©e ;
  3° dans l'alinéa 3, les mots " et de l'inspection de l'enseignement " sont abrogés.
Art. 16. In artikel 56, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede ", het Departement Onderwijs en Vorming en de onderwijsinspectie" vervangen door de woorden "en het Departement Onderwijs en Vorming".
Art. 16. Dans l'article 56, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " , du DĂ©partement de l'Enseignement et de la Formation et de l'inspection de l'enseignement " est remplacĂ© par les mots " et du DĂ©partement de l'Enseignement et de la Formation ".
Art. 17. In artikel 58, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 september 2022 en 21 juni 2024, wordt de zinsnede "de Onderwijsinspectie," opgeheven.
Art. 17. Dans l'article 58, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 2 septembre 2022 et 21 juin 2024, le membre de phrase " de l'Inspection de l'Enseignement, " est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 tot bepaling van de procedure voor de aanvraag tot gelijkwaardigheid voor de eindtermen, de uitbreidingsdoelen Nederlands, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen
CHAPITRE 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 fixant la procĂ©dure de demande d'Ă©quivalence pour les objectifs finaux, les objectifs d'extension de nĂ©erlandais, les objectifs de dĂ©veloppement et pour les objectifs finaux spĂ©cifiques
Art. 18. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2019 tot bepaling van de procedure voor de aanvraag tot gelijkwaardigheid voor de eindtermen, de uitbreidingsdoelen Nederlands, de ontwikkelingsdoelen en de specifieke eindtermen wordt punt 3° opgeheven.
Art. 18. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 avril 2019 fixant la procĂ©dure de demande d'Ă©quivalence pour les objectifs finaux, les objectifs d'extension de nĂ©erlandais, les objectifs de dĂ©veloppement et pour les objectifs finaux spĂ©cifiques, le point 3° est abrogĂ©.
Art. 19. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 19. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 20. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "door de leden van de inspectie die zijn aanvraag onderzoeken" vervangen door de woorden "door de bevoegde dienst die zijn aanvraag onderzoekt";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de leden van de inspectie en van" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst en".
  1° in het eerste lid worden de woorden "door de leden van de inspectie die zijn aanvraag onderzoeken" vervangen door de woorden "door de bevoegde dienst die zijn aanvraag onderzoekt";
  2° in het tweede lid worden de woorden "de leden van de inspectie en van" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst en".
Art. 20. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " par les membres de l'inspection examinant sa demande " sont remplacés par les mots " par le service compétent examinant sa demande " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " aux membres de l'inspection et de " sont remplacés par les mots " au service compétent et à ".
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " par les membres de l'inspection examinant sa demande " sont remplacés par les mots " par le service compétent examinant sa demande " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " aux membres de l'inspection et de " sont remplacés par les mots " au service compétent et à ".
Art. 21. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden "de leden van de onderwijsinspectie" vervangen door de woorden "de bevoegde dienst".
Art. 21. Dans l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " des membres de l'inspection de l'enseignement " sont remplacĂ©s par les mots " du service compĂ©tent ".
HOOFDSTUK 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geĂŻntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties
CHAPITRE 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 26 avril 2019 relatif Ă une politique intĂ©grĂ©e de reconnaissance des compĂ©tences acquises
Art. 22. In artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2019 betreffende de uitvoering van het decreet van 26 april 2019 betreffende een geĂŻntegreerd beleid voor de erkenning van verworven competenties worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "de inspectiedienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, zijnde de Onderwijsinspectie" vervangen door het woord "onderwijsexperten";
  2° in het tweede en derde lid worden de woorden "inspectiediensten of" vervangen door de woorden "dienst en".
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "de inspectiedienst van het beleidsdomein Onderwijs en Vorming, zijnde de Onderwijsinspectie" vervangen door het woord "onderwijsexperten";
  2° in het tweede en derde lid worden de woorden "inspectiediensten of" vervangen door de woorden "dienst en".
Art. 22. A l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 juillet 2019 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 26 avril 2019 relatif Ă une politique intĂ©grĂ©e de reconnaissance des compĂ©tences acquises, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " au service d'inspection du Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation, à savoir l'Inspection de l'Enseignement et le " est remplacé par les mots " aux experts en enseignement et au " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " Les services d'inspection ou " sont remplacés par les mots " Le service et ", et dans l'alinéa 3, les mots " des services d'inspection ou " sont remplacés par les mots " du service et ".
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " au service d'inspection du Domaine politique de l'Enseignement et de la Formation, à savoir l'Inspection de l'Enseignement et le " est remplacé par les mots " aux experts en enseignement et au " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " Les services d'inspection ou " sont remplacés par les mots " Le service et ", et dans l'alinéa 3, les mots " des services d'inspection ou " sont remplacés par les mots " du service et ".
Art. 23. In artikel 6, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "de betrokken inspectiediensten of experten" vervangen door de woorden "de adviesverstrekkers, vermeld in artikel 4".
Art. 23. Dans l'article 6, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " aux services d'inspection ou aux experts concernĂ©s " sont remplacĂ©s par les mots " aux instances d'avis, visĂ©es Ă l'article 4 ".
HOOFDSTUK 11. - Slotbepalingen
CHAPITRE 11. - Dispositions finales
Art. 24. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 24. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2026.
Art. 25. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 25. Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.