Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 DECEMBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot regeling van de toekenning van subsidies aan de havenbedrijven voor de havenkapiteinsdiensten die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling, de veiligheid en de vrijwaring van het milieu
Titre
19 DECEMBRE 2025. - Arrêté du Gouvernement flamand réglant l'octroi de subventions aux entreprises portuaires pour les services des capitaineries portuaires pouvant être explicitement attribués à la gestion du trafic, à la sécurité et à la protection de l'environnement
Documentinformatie
Numac: 2026000351
Datum: 2025-12-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2026000351
Date: 2025-12-19
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. Een subsidie van 15.748.000,00 euro (vijftien miljoen zevenhonderd achtenveertigduizend euro) wordt jaarlijks toegekend vanuit begrotingsartikel MC0-1MIH2WA-WT met basisallocatie MC0 1MI109 3122 aan de volgende begunstigden:
  1° Port of Antwerp - Bruges, nv van publiek recht, Zaha Hadidplein 1, 2030 Antwerpen, met KBO-nummer: 0466.583.658;
  2° North Sea Port Flanders, nv van publiek recht, John Kennedylaan 32, 9042 Gent, met KBO-nummer: 0218.843.678;
  3° Haven Oostende, nv van publiek recht, Slijkensesteenweg 2, 8400 Oostende, met KBO-nummer: 0259.978.212.
  De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt tussen de havenbedrijven op de volgende wijze verdeeld:
  1° Port of Antwerp-Bruges: 87,95%, namelijk een jaarlijks bedrag van 13.850.591,06 euro;
  2° North Sea Port Flanders: 7,81%, namelijk een jaarlijks bedrag van 1.229.670,44 euro;
  3° Haven Oostende: 4,24%, namelijk een jaarlijks bedrag van 667.738,50 euro.
  Het budget dat beschikbaar is voor de jaarlijkse toekenning van subsidies met toepassing van dit besluit, is maximaal gelijk aan de jaarlijkse begrotingskredieten voor de subsidiëring van de havenkapiteinsdiensten die ingeschreven zijn in de begroting. Aanpassing van de jaarlijks beschikbare begrotingskredieten leidt tot de aanpassing van de bedragen, vermeld in het tweede lid.
Article 1er. Une subvention de 15 748 000,00 euros (quinze millions sept cent quarante-huit mille euros) est octroyée chaque année au titre de l'article budgétaire MC0-1MIH2WA-WT avec allocation de base MC0 1MI109 3122 aux bénéficiaires suivants :
  1° Port of Antwerp - Bruges, société anonyme de droit public, Zaha Hadidplein 1, 2030 Anvers, numéro BCE : 0466.583.658 ;
  2° North Sea Port Flanders, société anonyme de droit public, John Kennedylaan 32, 9042 Gand, numéro BCE : 0218.843.678 ;
  3° Haven Oostende, société anonyme de droit public, Slijkensesteenweg 2, 8400 Ostende, numéro BCE : 0259.978.212 ;
  La subvention visée à l'alinéa 1er est répartie entre les entreprises portuaires de la manière suivante :
  1° Port of Antwerp - Bruges : 87,95 %, soit un montant annuel de 13 850 591,06 euros ;
  2° North Sea Port Flanders : 7,81 %, soit un montant annuel de 1 229 670,44 euros ;
  3° Haven Oostende : 4,24 %, soit un montant annuel de 667 738,50 euros.
  Le budget disponible pour l'octroi annuel des subventions en application du présent arrêté est au maximum égal aux crédits budgétaires annuels inscrits au budget, destinés à la subvention des capitaineries portuaires. L'ajustement des crédits budgétaires annuels disponibles entraîne l'ajustement des montants figurant à l'alinéa 2.
Art. 2. De subsidie, vermeld in artikel 1, kan jaarlijks worden toegekend in het jaar 2025, 2026 en 2027.
Art. 2. La subvention figurant à l'article 1er peut être octroyée chaque année en 2025, 2026 et 2027.
Art. 3. § 1 De subsidie, vermeld in artikel 1 van dit besluit, is de financiële ondersteuning om elk jaar, vermeld in artikel 2 van dit besluit, de volgende activiteiten van de havenkapiteinsdiensten, vermeld in artikel 32 van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum, te realiseren, op voorwaarde dat die activiteiten binnen de organieke structuur van het havenbedrijf zijn opgedragen aan de havenkapiteinsdienst of zijn geledingen:
  1° de volgende activiteiten, die expliciet kunnen worden toegewezen aan de verkeersafwikkeling: de planning, de coördinatie, de politionele ordening, de begeleiding en de informatieve ondersteuning van het scheepvaartverkeer bij de in-, door- en uitvaart van de haven, met inbegrip van de organisatie van het verkeer ter hoogte van sluizen die binnen het havengebied liggen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
  a) alle activiteiten voor het aan- en afmeren aan de ligplaatsen en het beheer van de ligplaatsen, uitgezonderd het toezicht op het kaaimaken van de schepen;
  b) de loodsdiensten, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende de brevetten van havenloods, bootman en diepzeeloods, verstrekken, met inbegrip van de diensten die de havenloodsen verstrekken;
  c) verkeersbegeleidingsdiensten door het Vlaamse Gewest;
  2° de volgende activiteiten, die expliciet kunnen worden toegewezen aan de veiligheid: het toezicht, ter uitvoering van de plaatselijke regelgeving, op de veiligheid van de scheepvaart, de organisatie en de actieve participatie bij de uitvoering van nood- en interventieplannen van calamiteiten binnen het havengebied, het toezicht op de vaart van schepen die geladen zijn met gevaarlijke of verontreinigende stoffen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
  a) activiteiten voor de behandeling, de opslag en de overslag van goederen, waaronder gevaarlijke of verontreinigende stoffen;
  b) activiteiten van de havenkapiteinsdiensten ter uitvoering van federale regelgeving, met uitzondering van de melding ISPS aan SafeSeaNet;
  In het eerste lid, 2°, b), wordt verstaan onder:
  ISPS: staat voor International Ship and Port Facility Security Code en beschrijft de minimum eisen voor de beveiliging van schepen en havenfaciliteiten. Een zeeschip dat onderweg is naar een EU zeehaven, dient op voorhand ISPS gerelateerde informatie te melden aan de ISPS NCA (ISPS Nationale competente autoriteit). De autoriteit valt onder federale bevoegdheid en heeft bepaalde ISPS gerelateerde operationele taken gedelegeerd naar de havenkapiteinsdiensten.
  SafeSeaNet:is een maritiem informatie- en uitwisselingssysteem van de Europese Unie. De EU lidstaten dienen verplicht informatie over reizen van schepen naar/van de EU zeehavens ter beschikking te stellen. De informatie wordt verzameld in de havensystemen en ter beschikking gesteld aan het SafeSeaBEL systeem van de Belgische SSN NCA, die het dan doorstuurt naar het EU SSN systeem.
  3° de volgende activiteiten, die expliciet kunnen worden toegewezen aan de vrijwaring van het milieu: de preventieve, repressieve en curatieve activiteiten met als doel de bescherming, de bewaking en de herstelling van het aquatische milieu binnen de havengebieden, met inbegrip van de melding van scheepsafval en ladingsresiduen, in functie van het bewegende schip en in de mate dat de kosten niet kunnen worden gerecupereerd door de inning van havengelden, gerechtelijke invordering, aanrekening van kosten ter uitvoering van overeenkomsten met andere overheden of op een andere manier, met uitzondering van de volgende activiteiten:
  a) activiteiten van de havenkapiteinsdiensten ter uitvoering van federale regelgeving;
  b) afvalolie ophalen en olievlekken opruimen.
  § 2 De subsidieerbare kosten kunnen onderverdeeld worden in volgende types kosten:
  a) personeelskosten van de havenkapiteinsdienst
  De personeelskosten omvatten de diverse looncomponenten (zoals onder andere brutoloon, vakantiegeld, eindejaarspremie, RSZ werkgever, toelages), de vergoedingen en extralegale voordelen (zoals onder andere transportkosten, gevaarlijk werk, werkkledij, maaltijdcheques) en de overige personeelskosten (zoals onder andere kosten sociaal secretariaat, wervingskosten, kosten hospitalisatieverzekering, kosten groepsverzekering). De lijst van de hier opgesomde kosten binnen deze personeelskosten is niet limitatief
  b) kosten voor de havenkapiteinsdienst specifieke systemen
  Dit omvat de kosten die gelinkt zijn aan de specifieke systemen voor de havenkapiteinsdienst, zoals onder andere het haveninformatiesysteem, Geografisch Informatiesysteem (GIS), radarsysteem, camera's, zenders en ontvangers, stormwaarschuwing, meteosysteem, zendapparatuur, vaartuigen/handhavingstuigen
  c) kosten van ondersteunende middelen
  De kosten van ondersteunende middelen omvatten de kosten van dienstwagens, kosten van informatica uitrusting en de kosten van gebouwen en vaste inrichting.
Art. 3. § 1er. La subvention figurant à l'article 1er du présent arrêté constitue le soutien financier destiné à réaliser pendant chaque année, mentionnée à l'article 2 du présent arrêté, les activités suivantes des capitaineries portuaires, figurant à l'article 32 du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Centre de Coordination et de Sauvetage maritimes, à condition que ces activités soient confiées, dans le cadre de la structure organique de l'entreprise portuaire, à la capitainerie portuaire ou à ses divisions :
  1° les activités suivantes, qui peuvent être explicitement attribuées à la gestion du trafic : la planification, la coordination, l'organisation policière, l'accompagnement et le soutien informatif du trafic maritime à l'entrée, la traversée et la sortie du port, y compris l'organisation du trafic au niveau des écluses situées dans la zone portuaire, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les coûts ne peuvent être récupérés par la perception de droits portuaires, le recouvrement judiciaire, la facturation des coûts en exécution d'accords avec d'autres autorités ou de toute autre manière, à l'exception des activités suivantes :
  a) l'ensemble des activités liées à l'amarrage et à l'accostage aux postes d'amarrage et à la gestion des postes d'amarrage, à l'exception de la surveillance du calfeutrage des navires ;
  b) la fourniture des services de pilotage figurant à l'article 2, 3°, du décret du 19 avril 1995 relatif à l'organisation et au fonctionnement du service de pilotage de la Région flamande et relatif aux brevets de pilote de port, de maître d'équipage et de pilote de haute mer, y compris les services fournis par les pilotes de port ;
  c) les services d'accompagnement du trafic par la Région flamande ;
  2° les activités suivantes, qui peuvent être explicitement attribuées à la sécurité : la surveillance de la sécurité de la navigation en exécution de la réglementation locale, l'organisation et la participation active à la mise en oeuvre des plans d'urgence et d'intervention en cas de calamités dans la zone portuaire, la surveillance de la navigation des navires transportant des substances dangereuses ou polluantes, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les coûts ne peuvent être récupérés par la perception de droits portuaires, le recouvrement judiciaire, la facturation des coûts en exécution d'accords avec d'autres autorités ou de toute autre manière, à l'exception des activités suivantes :
  a) les activités de manutention, de stockage et de transbordement de marchandises, y compris les substances dangereuses ou polluantes ;
  b) les activités des capitaineries portuaires en exécution de la réglementation fédérale, à l'exception de la notification ISPS à SafeSeaNet ;
  A l'alinéa 1er, 2°, b), on entend par :
  ISPS : acronyme de International Ship and Port Facility Security Code, qui décrit les exigences minimales en matière de sûreté des navires et des installations portuaires. Un navire en route vers un port maritime de l'UE doit communiquer à l'avance les informations relatives à l'ISPS à l'ISPS NCA (autorité nationale compétente pour l'ISPS). L'autorité relève de la compétence fédérale et a délégué certaines tâches opérationnelles liées à l'ISPS aux capitaineries portuaires.
  SafeSeaNet :le système d'information et d'échange maritime de l'Union européenne. Les Etats membres de l'UE sont tenus de fournir des informations sur les voyages des navires à destination et en provenance des ports maritimes de l'UE. Les informations sont collectées dans les systèmes portuaires et mises à la disposition du système SafeSeaBEL de la SSN NCA belge, qui les transmet ensuite au système SSN de l'UE.
  3° Les activités suivantes, qui peuvent être explicitement attribuées à la protection de l'environnement : les activités préventives, répressives et curatives ayant pour objet la protection, la surveillance et la réparation du milieu aquatique dans les zones portuaires, y compris la déclaration des déchets d'exploitation des navires et des résidus de cargaison, en fonction du navire en mouvement et dans la mesure où les coûts ne peuvent être récupérés par la perception de droits portuaires, le recouvrement judiciaire, la facturation des coûts en exécution d'accords avec d'autres autorités ou de toute autre manière, à l'exception des activités suivantes :
  a) les activités des capitaineries portuaires en exécution de la réglementation fédérale ;
  b) la collecte des huiles usées et le nettoyage des nappes de pétrole.
  § 2. Les coûts éligibles peuvent être subdivisés en plusieurs types de coûts, à savoir :
  a) les frais de personnel de la capitainerie portuaire
  Les frais de personnel comprennent les différents éléments de salaire (salaire brut, pécule de vacances, prime de fin d'année, cotisations de l'employeur à la sécurité sociale, allocations, etc.), les indemnités et avantages extralégaux (frais de transport, indemnité pour travail dangereux, vêtements de travail, chèques-repas, etc.) et les autres frais de personnel (frais de secrétariat social, de recrutement, d'assurance hospitalisation, d'assurance de groupe, etc.). La liste des frais énumérés ci-dessus composant ces frais de personnel n'est pas exhaustive.
  b) frais liés aux systèmes spécifiques à la capitainerie portuaire
  Il s'agit des coûts liés aux systèmes spécifiques à la capitainerie portuaire, tels que le système d'information portuaire, le système d'information géographique (SIG), le système radar, les caméras, les émetteurs et récepteurs, l'alerte tempête, le système météo, les équipements de transmission, les bateaux/équipements de contrôle.
  c) coûts des moyens d'appui
  Les coûts des moyens d'appui comprennent les coûts des véhicules de service, des équipements informatiques, des bâtiments et des installations fixes.
Art. 4. Activiteiten waarvoor met toepassing van andere regelingen van het Vlaamse Gewest of andere overheden subsidies worden ontvangen, komen niet in aanmerking voor de toekenning van de subsidie, vermeld in artikel 1, als dat ertoe leidt dat dezelfde uitgaven voor die activiteit dubbel worden gesubsidieerd.
Art. 4. Les activités pour lesquelles des subventions sont perçues en application d'autres réglementations de la Région flamande ou d'autres autorités n'entrent pas en ligne de compte pour l'octroi de la subvention visée à l'article 1er, si cela entraîne une double subvention des mêmes dépenses pour cette activité.
Art. 5. Door de activiteiten, vermeld in artikel 3, te realiseren, wordt bijgedragen aan de realisatie van het beleid van de Vlaamse Regering dat betrekking heeft op de havengebieden. De praktische invulling van die realisatie wordt gespecificeerd in afzonderlijke overeenkomsten tussen het Vlaamse Gewest en elk van de begunstigden, vermeld in artikel 1.
Art. 5. La réalisation des activités visées à l'article 3 contribue à la réalisation de la politique du Gouvernement flamand en matière des zones portuaires. La concrétisation de cette réalisation est spécifiée dans des conventions distinctes entre la Région flamande et chacun des bénéficiaires visés à l'article 1er.
Art. 6. Het jaarlijks uit te betalen subsidiebedrag wordt voor elke begunstigde, vermeld in artikel 1, vastgesteld in een ministerieel besluit. Deze jaarlijkse ministeriële besluiten dienen voor advies voorgelegd te worden aan de Inspectie van Financiën.
Art. 6. Le montant annuel de la subvention à payer est fixé par arrêté ministériel pour chaque bénéficiaire visé à l'article 1er. Ces arrêtés ministériels annuels doivent être soumis pour avis à l'Inspection des Finances.
Art. 7. De subsidie, vermeld in artikel 1, wordt op de volgende wijze uitbetaald:
  1° op het einde van elk trimester wordt er een voorschot uitbetaald van maximaal 20%. Het bedrag van het voorschot wordt afgerond op het lager liggende duizendtal;
  2° het resterende eindsaldo, namelijk het verschil tussen het subsidiebedrag en de uitbetaalde voorschotten, wordt uitbetaald binnen de twee maanden na de dag waarop de begunstigde, vermeld in artikel 1, de verantwoording conform artikel 8 heeft voorgelegd en de bevoegde instantie die verantwoording positief heeft beoordeeld.
  De voorschotten, vermeld in het eerste lid, 1°, kunnen alleen verleend worden binnen de perken van de beschikbare kredieten op de begroting, op voorwaarde dat de bepalingen, vermeld in dit besluit, nageleefd worden. De voorschotten mogen niet worden aangewend voor een ander doel dan de activiteiten, vermeld in artikel 3.
  Als de verantwoording, vermeld in artikel 8, niet als voldoende of niet volledig als voldoende wordt beoordeeld, kan het uit te betalen subsidiebedrag worden aangepast en opgenomen in een nieuw ministerieel besluit.
Art. 7. La subvention visée à l'article 1er est versée de la manière suivante :
  1° à la fin de chaque trimestre, une avance maximale de 20 % est versée. Le montant de l'avance est arrondi au millier inférieur ;
  2° le solde final restant, à savoir la différence entre le montant de la subvention et les avances versées, est versé dans les deux mois suivant la date à laquelle le bénéficiaire, visé à l'article 1er, a présenté la justification conformément à l'article 8 et à laquelle l'autorité compétente a évalué positivement cette justification.
  Les avances visée à l'alinéa 1er, 1°, ne peuvent être accordées que dans les limites des crédits disponibles au budget et à condition que les dispositions du présent arrêté soient respectées. Les avances ne peuvent être utilisées à d'autres fins que celles figurant à l'article 3.
  Si la justification visée à l'article 8 est jugée insuffisante, le montant de la subvention à verser peut être ajusté et faire l'objet d'un nouvel arrêté ministériel.
Art. 8. De begunstigden, vermeld in artikel 1, dienen jaarlijks een functionele en financiële verantwoording in van de subsidie, vermeld in artikel 1. In die functionele en financiële verantwoording wordt aangetoond dat, of in welke mate, de activiteiten waarvoor de subsidie is toegekend, gerealiseerd zijn.
  De functionele verantwoording, vermeld in het eerste lid, bevat al de volgende elementen:
  1° een omschrijving van de activiteiten die worden verricht in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 1;
  2° een omschrijving van de personeelsinzet, namelijk het aantal vte, die gekoppeld is aan de activiteiten, vermeld in punt 1°.
  De financiële verantwoording, vermeld in het eerste lid, omvat een de berekening van alle kosten die verbonden zijn aan de activiteiten die worden verricht in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 1.
  De begunstigde, vermeld in artikel 1, bezorgt de verantwoording uiterlijk zes maanden na het einde van het kalenderjaar op elektronische wijze aan de bevoegde instantie.
Art. 8. Les bénéficiaires visés à l'article 1er présentent chaque année une justification fonctionnelle et financière de la subvention visée à l'article 1er. Cette justification fonctionnelle et financière démontre si, ou dans quelle mesure, les activités pour lesquelles la subvention a été accordée ont été réalisées.
  La justification fonctionnelle visée à l'alinéa 1er comprend l'ensemble des éléments suivants :
  1° une description des activités réalisées dans le cadre de la subvention visée à l'article 1er ;
  2° une description des effectifs, soit le nombre d'ETP, liés aux activités visées au point 1°.
  La justification financière, visée à l'alinéa 1er, comprend le calcul de tous les coûts liés aux activités réalisées dans le cadre de la subvention, visée à l'article 1er.
  Le bénéficiaire, visé à l'article 1er, transmet la justification par voie électronique à l'instance compétente au plus tard six mois après la fin de l'année civile.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de watergebonden mobiliteit en het watergebonden transport kan een deskundig onderzoek laten uitvoeren naar de naleving van dit besluit.
  Om het onderzoek, vermeld in het eerste lid, uit te voeren, wijst de Vlaamse minister, bevoegd voor de watergebonden mobiliteit en het watergebonden transport, deskundigen aan, onder wie minstens één expert op het gebied van financieel-administratieve controle. De begunstigde, vermeld in artikel 1, is verplicht aan die deskundigen alle medewerking te verlenen die nodig is voor het onderzoek.
Art. 9. Le ministre flamand qui a la mobilité par voie d'eau et le transport par voie d'eau dans ses attributions peut faire réaliser une expertise afin de vérifier le respect du présent arrêté.
  Afin de mener l'expertise visée à l'alinéa 1er, le ministre flamand qui a la mobilité par voie d'eau et le transport par voie d'eau dans ses attributions désigne des experts, dont au moins un expert en contrôle financier et administratif. Le bénéficiaire visé à l'article 1er est tenu d'apporter à ces experts toute la collaboration nécessaire.
Art. 10. In de volgende gevallen moet de Vlaamse Regering de subsidie, vermeld in artikel 1, volledig of gedeeltelijk terugvorderen:
  1° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft niet voldaan aan de verplichtingen die verbonden zijn aan de subsidie;
  2° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt en het verstrekken van juiste en volledige gegevens zou tot een andere beslissing over de aanvraag tot subsidiëring hebben geleid;
  3° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, verhindert de onderzoeken, vermeld in artikel 9 van dit besluit;
  4° de subsidie is verleend in strijd met de bepalingen van het decreet van 16 juni 2006 betreffende de begeleiding van de scheepvaart op de maritieme toegangswegen en de organisatie van het Maritiem Reddings- en Coördinatiecentrum of dit besluit, en de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, wist dat of behoorde dat te weten;
  5° conform artikel 108, tweede lid van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie wordt de subsidiëring door een onherroepelijke beschikking van de Europese Commissie onredelijk geacht, ongeacht of ze door het Vlaamse Gewest is aangemeld of niet;
  6° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft andere financiële steun ontvangen voor de uitvoering van de activiteiten;
  7° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft bedrog of misbruik gepleegd;
  8° de begunstigde, vermeld in artikel 1 van dit besluit, heeft de bepalingen van de overeenkomst, vermeld in artikel 5 van dit besluit, niet nageleefd.
Art. 10. Dans les cas suivants, le Gouvernement flamand doit récupérer tout ou partie de la subvention visée à l'article 1er :
  1° le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté n'a pas respecté les obligations liées à la subvention ;
  2° le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté a fourni des informations inexactes ou incomplètes et la fourniture d'informations exactes et complètes aurait conduit à une décision différente concernant la demande de subvention ;
  3° le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté entrave l'expertise visée à l'article 9 du présent arrêté ;
  4° la subvention a été octroyée en violation des dispositions du décret du 16 juin 2006 relatif à l'assistance à la navigation sur les voies d'accès maritimes et à l'organisation du Centre de Coordination et de Sauvetage maritimes ou du présent arrêté, et le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté le savait ou devait le savoir ;
  5° conformément à l'article 108, paragraphe 2, du Traité sur le fonctionnement de l'Union européenne, la subvention est jugée déraisonnable par une décision irrévocable de la Commission européenne, qu'elle ait été notifiée ou non par la Région flamande ;
  6° le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté a reçu d'autres aides financières pour la réalisation des activités ;
  7° le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté a commis un dol ou un abus ;
  8° le bénéficiaire visé à l'article 1er du présent arrêté n'a pas respecté les dispositions de la convention visée à l'article 5 du présent arrêté.
Art. 11. Als de subsidie, vermeld in artikel 1, volledig of gedeeltelijk wordt teruggevorderd wordt de begunstigde, vermeld in artikel 1, met een aangetekende brief op de hoogte gebracht van de beslissing om de subsidie volledig of gedeeltelijk terug te vorderen.
  De terugvordering werkt terug tot en met het tijdstip waarop de uit te betalen subsidie is vastgesteld in het ministerieel besluit, vermeld in artikel 6, tenzij de Vlaamse Regering dat bij de gehele of gedeeltelijke teruggevorderd anders heeft bepaald.
  Het bedrag dat te veel is uitgekeerd, wordt teruggevorderd, vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest. Alle bedragen, met inbegrip van de interest, zijn onmiddellijk en zonder verdere ingebrekestelling opeisbaar.
Art. 11. Si la subvention visée à l'article 1er est récupérée totalement ou partiellement, le bénéficiaire visé à l'article 1er est informé par lettre recommandée de la décision de récupérer totalement ou partiellement la subvention.
  La récupération rétroagit jusqu'au moment où la subvention à payer a été fixée dans l'arrêté ministériel visé à l'article 6, sauf si le Gouvernement flamand en a disposé autrement lors de la récupération totale ou partielle.
  Le montant versé en trop est récupéré, majoré des intérêts de retard légaux. Tous les montants, y compris les intérêts, sont exigibles immédiatement et sans autre mise en demeure.
Art. 12. In afwijking van artikel 74/1, tweede lid van de Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019 mag voor het eerste jaar de subsidie worden toegekend buiten de periode van de eerste vier maanden van de periode waarop de subsidie betrekking heeft.
Art. 12. Par dérogation à l'article 74/1, alinéa 2, du Code des Finances publiques du 29 mars 2019, la subvention peut être octroyée pour la première année en dehors des quatre premiers mois de la période à laquelle la subvention se rapporte.
Art. 13. Dit besluit treedt in werking op de goedkeuringsdatum van het besluit.
Art. 13. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de son adoption.
Art. 14. De Vlaamse minister, bevoegd voor de watergebonden mobiliteit en het watergebonden transport, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 14. Le ministre flamand qui a la mobilité par voie d'eau et le transport par voie d'eau dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.