Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
12 DECEMBER 2024. - Besluit van de Waalse Regering tot opneming van bepalingen betreffende dagopvang voor dak- of thuislozen en de vastlegging van subsidies inzake sociale actie en gezondheid in het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid
Titre
12 DECEMBRE 2024. - Arrêté du Gouvernement wallon introduisant des dispositions relatives à l'accueil de jour des personnes sans abri ou sans chez soi et à l'engagement des subventions en matière d'action sociale et de santé dans le Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé
Documentinformatie
Info du document
Tekst (12)
Texte (12)
Artikel 1. Dit besluit regelt overeenkomstig artikel 138 van de Grondwet een materie bedoeld in artikel 128 ervan.
Article 1er. Le présent arrêté règle, en application de l'article 138 de la Constitution, une matière visée à l'article 128 de celle-ci.
Art. 2. In artikel 12, § 1, van het reglementair deel van het Waalse Wetboek van Sociale Actie en Gezondheid, worden de woorden "vastgelegd en" telkens ingevoegd tussen de woorden "bevoegde Minister" en het woord "uitbetaald".
Art. 2. A l'article 12/1 du Code réglementaire wallon de l'Action sociale et de la Santé, les mots " engagées et " sont chaque fois insérés entre le mot " sont " et le mot " liquidées ".
Art. 3. In Boek 2 van het tweede deel van hetzelfde Wetboek wordt een Titel III/1, dat de artikelen 132/1 tot 132/23 omvat, ingevoegd, luidend als volgt:
"TITEL III. - Dagopvang voor dak- of thuislozen
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art.132/1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° de gebruiker: een persoon die dakloos is of geen thuis heeft, zoals bedoeld in artikel 117/1, eerste lid, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
2° de dag: de dag die geen zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is;
3° de ISADF: de synthetische indicator van de toegang tot de grondrechten gedefinieerd door het Waals Instituut voor Evaluatie, Vooruitzichten en Statistieken, afgekort "IWEPS", overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 22 november 2018 betreffende het plan voor sociale cohesie voor wat betreft de materies waarvan de uitoefening werd overgedragen van de Franse Gemeenschap.
HOOFDSTUK 2. - Programmering
Art. 132/2. De programmering bedoeld in artikel 117/12 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt vastgesteld op 1 januari van het jaar N voor dagopvangcentra die voor 1 maart van het jaar N-1 een volledige erkenningsaanvraag hebben ingediend overeenkomstig artikel 117/9 van het decreetgevend deel van het Wetboek en artikel 132/12.
Art. 132/3. De programmering is gebaseerd op het aantal inwoners per provincie.
Binnen de perken van de begrotingskredieten voorziet de programmering bedoeld in lid 1, voor 2025, in de erkenning van:
1° drie diensten per provincie met minder dan vierhonderdduizend inwoners;
2° zes diensten per provincie met een bevolking tussen vierhonderdduizend en één inwoners en één miljoen inwoners;
3° tien diensten per provincie met meer dan een miljoen inwoners.
Art. 132/4. Vanaf 2026 wordt het aantal dagopvangcentra dat kan worden erkend op basis van de programmering bepaald op basis van de begroting die beschikbaar is voor het jaar N.
Wanneer het aantal erkenningsaanvragen groter is dan het aantal dagopvangcentra dat overeenkomstig lid 1 is vastgesteld, worden de aanvragen van dagopvangcentra gerangschikt volgens de ISADF van de gemeente waarin het dagopvangcentrum actief is, waarbij voorrang wordt gegeven aan het laagste ISADF.
Elke volledige erkenningsaanvraag ingediend door een vereniging die niet in aanmerking werd genomen bij de programmering van het jaar wordt automatisch in aanmerking genomen bij de toepassing van de in lid 1 bedoelde programmeringscriteria van het volgende jaar, mits bijwerking van de gegevens die ze inhoudt.
HOOFDSTUK 3. - Erkenning
Afdeling 1. - Voorwaarden
Art. 132/5. Alle dagopvangcentrum heeft personeel dat ten minste de uren dat het dagopvangcentrum open is voor gebruikers kan werken.
Het in lid 1 bedoelde personeel is ten minste in het bezit van een getuigschrift hoger secundair onderwijs.
Art. 132/6. Elk jaar volgen één of meer arbeiders of vrijwilligers minstens dertig uur opleiding, zoals bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 8°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, met inbegrip van het toezicht met betrekking tot de opdrachten van het dagopvangcentrum, volgens de volgende modaliteiten:
1° tien uur gewijd aan de analyse van ontwikkelingen in het sociaal recht;
2° tien uur gewijd aan de ontwikkeling van praktijken voor de opvang en de begeleiding van gebruikers;
3° tien uur toezicht of opleiding besteed aan andere thema's in verband met dagopvang.
Art. 132/7. De in artikel 117/4, leden 1, 10°, 11° et 12°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde overeenkomsten omvatten ten minste de volgende elementen:
1° de identificatie van de dagopvang die een beroep doet op de samenwerking;
2° de identificatie van de instelling waarop een beroep wordt gedaan;
3° het voorwerp van de overeenkomst;
4° de duur van de overeenkomst en de datum van inwerkingtreding ervan;
5° de ondertekening door de partijen;
6° de datum van de overeenkomst.
De in lid 1 bedoelde overeenkomsten worden bij voorkeur gesloten met organisaties die geografisch dicht bij het dagopvangcentrum liggen.
Art. 132/8. § 1. Het in artikel 117/9, lid 1, 7°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde huishoudelijk reglement wordt uitgewerkt met inachtneming van:
1° de religieuze, ideologische, filosofische en culturele overtuigingen van de gebruikers;
2° het privé-leven van de gebruikers;
Het huishoudelijk reglement bepaalt de voorwaarden voor toegang tot het dagopvangcentrum.
§ 2. Het model van huishoudelijk reglement ligt vast in bijlage 14/1.
Art. 132/9. Het dagopvangcentrum heeft een veiligheidscertificaat, bedoeld in artikel 117/9, lid 1, 6°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, dat het maximum aantal personen bepaalt dat gelijktijdig in de opvangruimten kan worden opgevangen.
Het model van attest bedoeld in lid 1 ligt vast in bijlage 14/2.
Art. 132/10. § 1. Het collectieve opvangproject bedoeld in artikel 117/9, eerste lid, 9°, van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt opgesteld en geëvalueerd in overleg met het personeel en de vrijwilligers van het dagopvangcentrum.
Het houdt rekening met de sociale omgeving van het dagopvangcentrum en, meer bepaald, met de diensten die instaan voor het beheer van de sociale urgentie.
De met de partners gesloten overeenkomsten worden bij het collectieve opvangproject gevoegd.
Het collectieve opvangproject wordt ten laatste op het einde van het tweede jaar na erkenning geëvalueerd en wordt om de vier jaar geactualiseerd.
Elke wijziging in het collectieve opvangproject wordt aan de administratie meegedeeld.
§ 2. Het model van het collectieve opvangproject ligt vast in bijlage 14/3.
Art. 132/11. In overeenstemming met artikel 117/4, lid 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek kan van gebruikers een financiële bijdrage worden gevraagd voor toegang tot de volgende diensten:
1° 1° dranken, met uitzondering van water;
2° het gebruik van douches;
3° het gebruik van de wasserij;
4° het gebruik van een kluisje met een hangslot of een beveiligde, afgesloten ruimte;
5° verzorgings- en hygiëneproducten, met inbegrip van maandverbanden voor vrouwen als deze niet door een overheidsinstantie worden gesubsidieerd.
De financiële bijdrage mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van de diensten.
Het bedrag van de financiële bijdrage wordt op een zichtbare en toegankelijke plaats in het dagopvangcentrum opgehangen.
Afdeling 2. - Toekennings- wijzigings- en intrekkingsprocedures voor de erkenning
Onderafdeling 1. - Toekenning, weigering en wijziging van de erkenning
Art. 132/12. § 1. De in artikel 117/9 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde erkenningsaanvraag wordt bij de Administratie ingediend via elk middel dat een vaste datum aan de zending verleent.
Het gaat vergezeld van het formulier bedoeld in artikel 117/9, 13°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, dat ten minste het volgende bevat:
1° de namen en kwalificaties van de personeelsleden;
2° de opvangcapaciteit;
3° de openingstijden en -periodes van het dagopvangcentrum;
4° de toegankelijkheid van de diensten bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 4° en 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
5° de tenuitvoerlegging van de samenwerkingsverbanden bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 11°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
6° een beschrijving van de behoeften op het grondgebied van de gemeente waar het dagopvangcentrum actief is.
Het modelformulier wordt opgesteld door de administratie.
§ 2. De administratie stuurt een bericht van ontvangst naar het dagopvangcentrum binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag.
De administratie gaat na of de aanvraag volledig is en verzoekt het dagopvangcentrum in voorkomend geval binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag om de toezending van de ontbrekende stukken of gegevens.
De administratie stuurt het opvangcentrum binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag of binnen tien dagen als ze hem om de toezending van de ontbrekende stukken of gegevens heeft verzocht, een schrijven om mee te delen dat de aanvraag volledig is.
Wanneer de voor het onderzoek van de erkenningsaanvraag nodige gegevens bij authentieke bronnen beschikbaar zijn, zamelt de Administratie die gegevens rechtstreeks bij de authentieke bronnen in en verwittigt de aanvrager.
Art. 132/13. De Minister beslist over de aanvraag.
De beslissing wordt bij aangetekend schrijven of elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, aan het dagopvangcentrum medegedeeld.
Art. 132/14. Het maximum aantal personen dat tegelijkertijd in de ontvangstruimte kan worden ondergebracht, zoals vermeld in de erkenning, wordt vastgesteld op basis van het veiligheidsattest waarnaar wordt verwezen in artikel 132/9.
Art. 132/15. Indien erkenning wordt verleend, gaat deze in op 1 januari van het jaar volgend op de datum van de in artikel 132/13 bedoelde beslissing.
Art. 132/16. § 1. Elk verzoek tot wijziging van de erkenning moet uiterlijk op 1 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar met ingang waarvan de wijziging wordt aangevraagd, bij de administratie worden ingediend op elke wijze die een zekere datum van verzending oplevert.
De artikelen 132/12 en 132/13 zijn van toepassing op alle aanvragen tot wijziging van een erkenning.
§ 2. De administratie moet uiterlijk op de dag van sluiting van het dagopvangcentrum op de hoogte worden gebracht.
Onderafdeling 2. - Intrekking van de erkenning
Art. 132/17. Als de administratie de erkenning van een dagopvangcentrum wil intrekken, stelt ze het dagopvangcentrum hiervan op de hoogte en geeft ze de redenen hiervoor aan, op een manier die een zekere datum oplevert.
Het dagopvangcentrum beschikt met ingang van de datum van ontvangst van het voorstel tot intrekking over een termijn van dertig dagen om haar schriftelijke opmerkingen aan de Administratie te richten.
De minister beslist over het voorstel.
De beslissing van de Minister wordt bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, aan het dagopvangcentrum medegedeeld.
Art. 132/18. Intrekking van de erkenning leidt tot verlies van het recht op de subsidies, bedoeld in de artikelen 132/19, 132/20 en 132/21, met ingang van 1er januari van het jaar volgend op de beslissing tot intrekking van de erkenning.
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring
Art. 132/19. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten verleent de Minister een erkend dagopvangcentrum een jaarlijkse subsidie van minstens 18 650 euro om de werkings- of uitrustingskosten of de personeelskosten voor het eerste jaar van erkenning te dekken.
Binnen de grenzen van de begrotingskredieten verleent de Minister aan erkende dagopvangcentra een jaarlijkse subsidie van minstens 28.900 euro om de werkings- of uitrustingskosten of de personeelskosten te dekken vanaf het tweede jaar na de erkenning.
Art. 132/20. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kent de Minister een bijkomende subsidie van minimaal 6.200 euro toe om de werkings- of personeelskosten te dekken voor erkende dagopvangcentra die specifieke initiatieven voor vrouwen opzetten.
Deze specifieke acties worden ontwikkeld met respect voor het onvoorwaardelijke onthaal van de gebruikers en vormen een bijkomend dienstenaanbod bij de opdrachten voorzien in artikel 117/2, in overeenstemming met artikel 117/3 van het decreetgevend deel van het Wetboek.
De uitzonderingen bedoeld in artikel 117/2, § 1, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op deze specifieke acties.
Art. 132/21. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kent de minister een bijkomende subsidie van minstens 6.200 euro toe om de werkings- of personeelskosten te dekken, aan erkende dagopvangcentra die over de capaciteit beschikken om minstens vijftig personen tegelijkertijd op te vangen of, bij gebrek daaraan, die effectief minstens vijftig personen per dag opvangen.
Art. 132/22. De subsidies bedoeld in de artikelen 132/19, 132/20 et 132/21 vallen onder het toepassingsveld van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. "
De subsidies worden gekoppeld aan indexcijfer 111,64 van de consumptieprijzen van toepassing op 1 juni 2004 (basis 1996 = 100).
Art. 132/23. De subsidies waarnaar in hoofdstuk 4 wordt verwezen, worden per kalenderjaar toegekend.
Om in aanmerking te komen voor de in lid 1 bedoelde subsidies moeten erkende dagopvangcentra: :
1° geen subsidies voor de tewerkgestelde professionele werknemers of voor de werkingskosten genieten als ze elkaar overlappen;
2° zich houden aan het rekeningsstelsel dat toepasselijk is op de O.C.M.W.'s, de verenigingen vallende onder hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of op de verenigingen zonder winstoogmerk;
3° de administratie laten nagaan of de activiteiten en de boekhouding voldoen aan de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies.
Een lijst van in aanmerking komende uitgaven is opgenomen in bijlage 4 bij dit besluit. ".
"TITEL III. - Dagopvang voor dak- of thuislozen
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Art.132/1. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
1° de gebruiker: een persoon die dakloos is of geen thuis heeft, zoals bedoeld in artikel 117/1, eerste lid, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
2° de dag: de dag die geen zaterdag, zondag of wettelijke feestdag is;
3° de ISADF: de synthetische indicator van de toegang tot de grondrechten gedefinieerd door het Waals Instituut voor Evaluatie, Vooruitzichten en Statistieken, afgekort "IWEPS", overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 22 november 2018 betreffende het plan voor sociale cohesie voor wat betreft de materies waarvan de uitoefening werd overgedragen van de Franse Gemeenschap.
HOOFDSTUK 2. - Programmering
Art. 132/2. De programmering bedoeld in artikel 117/12 van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt vastgesteld op 1 januari van het jaar N voor dagopvangcentra die voor 1 maart van het jaar N-1 een volledige erkenningsaanvraag hebben ingediend overeenkomstig artikel 117/9 van het decreetgevend deel van het Wetboek en artikel 132/12.
Art. 132/3. De programmering is gebaseerd op het aantal inwoners per provincie.
Binnen de perken van de begrotingskredieten voorziet de programmering bedoeld in lid 1, voor 2025, in de erkenning van:
1° drie diensten per provincie met minder dan vierhonderdduizend inwoners;
2° zes diensten per provincie met een bevolking tussen vierhonderdduizend en één inwoners en één miljoen inwoners;
3° tien diensten per provincie met meer dan een miljoen inwoners.
Art. 132/4. Vanaf 2026 wordt het aantal dagopvangcentra dat kan worden erkend op basis van de programmering bepaald op basis van de begroting die beschikbaar is voor het jaar N.
Wanneer het aantal erkenningsaanvragen groter is dan het aantal dagopvangcentra dat overeenkomstig lid 1 is vastgesteld, worden de aanvragen van dagopvangcentra gerangschikt volgens de ISADF van de gemeente waarin het dagopvangcentrum actief is, waarbij voorrang wordt gegeven aan het laagste ISADF.
Elke volledige erkenningsaanvraag ingediend door een vereniging die niet in aanmerking werd genomen bij de programmering van het jaar wordt automatisch in aanmerking genomen bij de toepassing van de in lid 1 bedoelde programmeringscriteria van het volgende jaar, mits bijwerking van de gegevens die ze inhoudt.
HOOFDSTUK 3. - Erkenning
Afdeling 1. - Voorwaarden
Art. 132/5. Alle dagopvangcentrum heeft personeel dat ten minste de uren dat het dagopvangcentrum open is voor gebruikers kan werken.
Het in lid 1 bedoelde personeel is ten minste in het bezit van een getuigschrift hoger secundair onderwijs.
Art. 132/6. Elk jaar volgen één of meer arbeiders of vrijwilligers minstens dertig uur opleiding, zoals bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 8°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, met inbegrip van het toezicht met betrekking tot de opdrachten van het dagopvangcentrum, volgens de volgende modaliteiten:
1° tien uur gewijd aan de analyse van ontwikkelingen in het sociaal recht;
2° tien uur gewijd aan de ontwikkeling van praktijken voor de opvang en de begeleiding van gebruikers;
3° tien uur toezicht of opleiding besteed aan andere thema's in verband met dagopvang.
Art. 132/7. De in artikel 117/4, leden 1, 10°, 11° et 12°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde overeenkomsten omvatten ten minste de volgende elementen:
1° de identificatie van de dagopvang die een beroep doet op de samenwerking;
2° de identificatie van de instelling waarop een beroep wordt gedaan;
3° het voorwerp van de overeenkomst;
4° de duur van de overeenkomst en de datum van inwerkingtreding ervan;
5° de ondertekening door de partijen;
6° de datum van de overeenkomst.
De in lid 1 bedoelde overeenkomsten worden bij voorkeur gesloten met organisaties die geografisch dicht bij het dagopvangcentrum liggen.
Art. 132/8. § 1. Het in artikel 117/9, lid 1, 7°, van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde huishoudelijk reglement wordt uitgewerkt met inachtneming van:
1° de religieuze, ideologische, filosofische en culturele overtuigingen van de gebruikers;
2° het privé-leven van de gebruikers;
Het huishoudelijk reglement bepaalt de voorwaarden voor toegang tot het dagopvangcentrum.
§ 2. Het model van huishoudelijk reglement ligt vast in bijlage 14/1.
Art. 132/9. Het dagopvangcentrum heeft een veiligheidscertificaat, bedoeld in artikel 117/9, lid 1, 6°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, dat het maximum aantal personen bepaalt dat gelijktijdig in de opvangruimten kan worden opgevangen.
Het model van attest bedoeld in lid 1 ligt vast in bijlage 14/2.
Art. 132/10. § 1. Het collectieve opvangproject bedoeld in artikel 117/9, eerste lid, 9°, van het decreetgevend deel van het Wetboek wordt opgesteld en geëvalueerd in overleg met het personeel en de vrijwilligers van het dagopvangcentrum.
Het houdt rekening met de sociale omgeving van het dagopvangcentrum en, meer bepaald, met de diensten die instaan voor het beheer van de sociale urgentie.
De met de partners gesloten overeenkomsten worden bij het collectieve opvangproject gevoegd.
Het collectieve opvangproject wordt ten laatste op het einde van het tweede jaar na erkenning geëvalueerd en wordt om de vier jaar geactualiseerd.
Elke wijziging in het collectieve opvangproject wordt aan de administratie meegedeeld.
§ 2. Het model van het collectieve opvangproject ligt vast in bijlage 14/3.
Art. 132/11. In overeenstemming met artikel 117/4, lid 2, van het decreetgevend deel van het Wetboek kan van gebruikers een financiële bijdrage worden gevraagd voor toegang tot de volgende diensten:
1° 1° dranken, met uitzondering van water;
2° het gebruik van douches;
3° het gebruik van de wasserij;
4° het gebruik van een kluisje met een hangslot of een beveiligde, afgesloten ruimte;
5° verzorgings- en hygiëneproducten, met inbegrip van maandverbanden voor vrouwen als deze niet door een overheidsinstantie worden gesubsidieerd.
De financiële bijdrage mag niet hoger zijn dan de werkelijke kosten van de diensten.
Het bedrag van de financiële bijdrage wordt op een zichtbare en toegankelijke plaats in het dagopvangcentrum opgehangen.
Afdeling 2. - Toekennings- wijzigings- en intrekkingsprocedures voor de erkenning
Onderafdeling 1. - Toekenning, weigering en wijziging van de erkenning
Art. 132/12. § 1. De in artikel 117/9 van het decreetgevend deel van het Wetboek bedoelde erkenningsaanvraag wordt bij de Administratie ingediend via elk middel dat een vaste datum aan de zending verleent.
Het gaat vergezeld van het formulier bedoeld in artikel 117/9, 13°, van het decreetgevend deel van het Wetboek, dat ten minste het volgende bevat:
1° de namen en kwalificaties van de personeelsleden;
2° de opvangcapaciteit;
3° de openingstijden en -periodes van het dagopvangcentrum;
4° de toegankelijkheid van de diensten bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 4° en 5°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
5° de tenuitvoerlegging van de samenwerkingsverbanden bedoeld in artikel 117/4, eerste lid, 11°, van het decreetgevend deel van het Wetboek;
6° een beschrijving van de behoeften op het grondgebied van de gemeente waar het dagopvangcentrum actief is.
Het modelformulier wordt opgesteld door de administratie.
§ 2. De administratie stuurt een bericht van ontvangst naar het dagopvangcentrum binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag.
De administratie gaat na of de aanvraag volledig is en verzoekt het dagopvangcentrum in voorkomend geval binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag om de toezending van de ontbrekende stukken of gegevens.
De administratie stuurt het opvangcentrum binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag of binnen tien dagen als ze hem om de toezending van de ontbrekende stukken of gegevens heeft verzocht, een schrijven om mee te delen dat de aanvraag volledig is.
Wanneer de voor het onderzoek van de erkenningsaanvraag nodige gegevens bij authentieke bronnen beschikbaar zijn, zamelt de Administratie die gegevens rechtstreeks bij de authentieke bronnen in en verwittigt de aanvrager.
Art. 132/13. De Minister beslist over de aanvraag.
De beslissing wordt bij aangetekend schrijven of elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, aan het dagopvangcentrum medegedeeld.
Art. 132/14. Het maximum aantal personen dat tegelijkertijd in de ontvangstruimte kan worden ondergebracht, zoals vermeld in de erkenning, wordt vastgesteld op basis van het veiligheidsattest waarnaar wordt verwezen in artikel 132/9.
Art. 132/15. Indien erkenning wordt verleend, gaat deze in op 1 januari van het jaar volgend op de datum van de in artikel 132/13 bedoelde beslissing.
Art. 132/16. § 1. Elk verzoek tot wijziging van de erkenning moet uiterlijk op 1 maart van het jaar voorafgaand aan het jaar met ingang waarvan de wijziging wordt aangevraagd, bij de administratie worden ingediend op elke wijze die een zekere datum van verzending oplevert.
De artikelen 132/12 en 132/13 zijn van toepassing op alle aanvragen tot wijziging van een erkenning.
§ 2. De administratie moet uiterlijk op de dag van sluiting van het dagopvangcentrum op de hoogte worden gebracht.
Onderafdeling 2. - Intrekking van de erkenning
Art. 132/17. Als de administratie de erkenning van een dagopvangcentrum wil intrekken, stelt ze het dagopvangcentrum hiervan op de hoogte en geeft ze de redenen hiervoor aan, op een manier die een zekere datum oplevert.
Het dagopvangcentrum beschikt met ingang van de datum van ontvangst van het voorstel tot intrekking over een termijn van dertig dagen om haar schriftelijke opmerkingen aan de Administratie te richten.
De minister beslist over het voorstel.
De beslissing van de Minister wordt bij elk middel waarbij een vaste datum aan de zending wordt verleend, aan het dagopvangcentrum medegedeeld.
Art. 132/18. Intrekking van de erkenning leidt tot verlies van het recht op de subsidies, bedoeld in de artikelen 132/19, 132/20 en 132/21, met ingang van 1er januari van het jaar volgend op de beslissing tot intrekking van de erkenning.
HOOFDSTUK 4. - Subsidiëring
Art. 132/19. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten verleent de Minister een erkend dagopvangcentrum een jaarlijkse subsidie van minstens 18 650 euro om de werkings- of uitrustingskosten of de personeelskosten voor het eerste jaar van erkenning te dekken.
Binnen de grenzen van de begrotingskredieten verleent de Minister aan erkende dagopvangcentra een jaarlijkse subsidie van minstens 28.900 euro om de werkings- of uitrustingskosten of de personeelskosten te dekken vanaf het tweede jaar na de erkenning.
Art. 132/20. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kent de Minister een bijkomende subsidie van minimaal 6.200 euro toe om de werkings- of personeelskosten te dekken voor erkende dagopvangcentra die specifieke initiatieven voor vrouwen opzetten.
Deze specifieke acties worden ontwikkeld met respect voor het onvoorwaardelijke onthaal van de gebruikers en vormen een bijkomend dienstenaanbod bij de opdrachten voorzien in artikel 117/2, in overeenstemming met artikel 117/3 van het decreetgevend deel van het Wetboek.
De uitzonderingen bedoeld in artikel 117/2, § 1, 1°, van het decreetgevend deel van het Wetboek zijn van toepassing op deze specifieke acties.
Art. 132/21. Binnen de grenzen van de begrotingskredieten kent de minister een bijkomende subsidie van minstens 6.200 euro toe om de werkings- of personeelskosten te dekken, aan erkende dagopvangcentra die over de capaciteit beschikken om minstens vijftig personen tegelijkertijd op te vangen of, bij gebrek daaraan, die effectief minstens vijftig personen per dag opvangen.
Art. 132/22. De subsidies bedoeld in de artikelen 132/19, 132/20 et 132/21 vallen onder het toepassingsveld van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, subsidies en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld. "
De subsidies worden gekoppeld aan indexcijfer 111,64 van de consumptieprijzen van toepassing op 1 juni 2004 (basis 1996 = 100).
Art. 132/23. De subsidies waarnaar in hoofdstuk 4 wordt verwezen, worden per kalenderjaar toegekend.
Om in aanmerking te komen voor de in lid 1 bedoelde subsidies moeten erkende dagopvangcentra: :
1° geen subsidies voor de tewerkgestelde professionele werknemers of voor de werkingskosten genieten als ze elkaar overlappen;
2° zich houden aan het rekeningsstelsel dat toepasselijk is op de O.C.M.W.'s, de verenigingen vallende onder hoofdstuk XII van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn of op de verenigingen zonder winstoogmerk;
3° de administratie laten nagaan of de activiteiten en de boekhouding voldoen aan de voorwaarden voor de toekenning van de subsidies.
Een lijst van in aanmerking komende uitgaven is opgenomen in bijlage 4 bij dit besluit. ".
Art. 3. Dans la Partie 2, Livre 2, du même Code, il est inséré un Titre III/1, comportant les articles 132/1 à 132/23 rédigé comme suit :
" TITRE III/1. - Accueils de jour des personnes sans abri ou sans chez soi
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Art.132/1. Pour l'application du présent titre, l'on entend par :
1° l'usager : la personne sans abri ou sans chez soi, telle que visée à l'article 117/1, alinéa 1er, 1°, du Code décrétal ;
2° le jour : le jour qui n'est ni un samedi ni un dimanche ni un jour férié légal ;
3° l'ISADF : l'indicateur synthétique d'accès aux droits fondamentaux défini par l'Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique, en abrégé " IWEPS ", conformément à l'article 2 du décret du 22 novembre 2018 relatif au plan de cohésion sociale pour ce qui concerne les matières dont l'exercice a été transféré de la Communauté française.
CHAPITRE 2. - Programmation
Art. 132/2. La programmation visée à l'article 117/12 du Code décrétal est fixée le 1er janvier de l'année N pour les accueils de jour qui ont introduit au 1er mars de l'année N-1 une demande d'agrément complète conformément à l'article 117/9 du Code décrétal et à l'article 132/12.
Art. 132/3. La programmation est fixée sur la base du nombre d'habitants par province.
Dans la limite des crédits budgétaires, la programmation visée à l'alinéa 1er prévoit, pour l'année 2025, l'agrément de :
1° trois services par province qui compte moins de quatre cent mille habitants ;
2° six services par province qui compte entre quatre cent mille et un habitants et un million d'habitants ;
3° dix services par province de plus d'un million d'habitants.
Art. 132/4. A partir de l'année 2026, le nombre d'accueils de jour qui peuvent être agréés sur la base de la programmation est déterminé en fonction du budget disponible pour l'année N.
Lorsque le nombre de demandes d'agrément est plus élevé que le nombre d'accueils de jour déterminé conformément à l'alinéa 1er, les demandes des accueils de jour sont classées en fonction de l'ISADF de la commune sur laquelle l'accueil de jour exerce son activité, en priorisant l'ISADF le plus faible.
Toute demande d'agrément complète introduite par un accueil de jour qui n'a pas été retenue lors de la programmation de l'année N est automatiquement prise en compte, sans que l'accueil de jour introduise une nouvelle demande d'agrément, lors de l'application du critère de programmation visé à l'alinéa 2 de l'année de la programmation qui suit, moyennant l'actualisation des données la composant.
CHAPITRE 3. - Agrément
Section 1. - Conditions
Art. 132/5. Tout accueil de jour dispose du personnel qui permet de couvrir au minimum les heures d'ouverture de l'espace d'accueil de jour aux usagers.
Le personnel visé à l'alinéa 1er est au minimum porteur d'un certificat d'enseignement secondaire supérieur.
Art. 132/6. Tous les ans, un ou des travailleurs ou bénévoles suivent au minimum trente heures de formations, telles que visées à l'article 117/4, alinéa 1er, 8°, du Code décrétal, en ce compris la supervision en rapport avec les missions de l'accueil de jour, selon les modalités suivantes :
1° dix heures consacrées à l'analyse de l'évolution du droit social ;
2° dix heures consacrées à l'évolution des pratiques d'accueil et d'accompagnement des usagers ;
3° dix heures de supervision ou de formation consacrées à d'autres thèmes en rapport avec l'accueil de jour.
Art. 132/7. Les conventions visées à l'article 117/4, alinéa 1er, 10°, 11° et 12°, du Code décrétal comportent les éléments suivants :
1° l'identification de l'accueil de jour qui fait appel à la collaboration ;
2° l'identification de l'organisme auquel il est fait appel ;
3° l'objet de la convention ;
4° la durée de la convention et la date de prise d'effet ;
5° la signature des parties ;
6° la date de la convention.
Les conventions visées à l'alinéa 1er sont conclues préférentiellement avec des organismes proches géographiquement de l'accueil de jour.
Art. 132/8. § 1er. Le règlement d'ordre intérieur visé à l'article 117/9, alinéa 1er, 7°, du Code décrétal est élaboré dans le respect :
1° des convictions religieuses, idéologiques, philosophiques et culturelles des usagers ;
2° de la vie privée des usagers.
Le règlement d'ordre intérieur précise les conditions d'accès à l'accueil de jour.
§ 2. Le modèle de règlement d'ordre intérieur est fixé à l'annexe 14/1.
Art. 132/9. L'accueil de jour dispose d'une attestation de sécurité, visée à l'article 117/9, alinéa 1er, 6°, du Code décrétal, où le nombre maximum de personnes qui peuvent être accueillies simultanément dans les espaces d'accueil est fixé.
Le modèle d'attestation visé à l'alinéa 1er est fixé à l'annexe 14/2.
Art. 132/10. § 1er. Le projet d'accueil collectif visé à l'article 117/9, alinéa 1er, 9°, du Code décrétal est élaboré et évalué en concertation avec le personnel et les bénévoles de l'accueil de jour.
Il tient compte de l'environnement social de l'accueil de jour et, plus particulièrement, des autres institutions qui interviennent dans la gestion de l'urgence sociale.
Les conventions signées avec les partenaires sont annexées au projet d'accueil collectif.
Le projet d'accueil collectif est évalué au plus tard au terme de la deuxième année d'agrément et est mis à jour tous les quatre ans.
Toute modification du projet d'accueil collectif est communiquée à l'administration.
§ 2. Le modèle de projet d'accueil collectif est fixé à l'annexe 14/3.
Art. 132/11. Conformément à l'article 117/4, alinéa 2, du Code décrétal, une participation financière peut être demandée à l'usager pour l'accès aux services suivants :
1° les boissons, à l'exclusion de l'eau ;
2° l'utilisation des douches ;
3° l'utilisation de la laverie ;
4° l'utilisation d'un casier avec cadenas ou d'un local sécurisé et fermé ;
5° les produits de soins et d'hygiène, en ce compris les produits hygiéniques pour les femmes s'ils ne font pas l'objet d'une subvention par un pouvoir public.
La participation financière ne peut pas dépasser le coût réel des services.
Le montant de la participation financière est affiché dans un lieu apparent et accessible au sein de l'accueil de jour.
Section 2. - Procédures d'octroi, de modification et de retrait d'agrément
Sous-section 1. - Octroi, refus et modification d'agrément
Art. 132/12. § 1er. La demande d'agrément visée à l'article 117/9 du Code décrétal est introduite auprès de l'administration par tout voie conférant date certaine à l'envoi.
Elle est accompagnée du formulaire visé à l'article 117/9, 13°, du Code décrétal qui contient au minimum :
1° les noms et qualifications des membres du personnel ;
2° la capacité d'accueil ;
3° les horaires et périodes d'ouverture de l'accueil de jour ;
4° les modalités d'accessibilité des services visés à l'article 117/4, alinéa 1er, 4° et 5°, du Code décrétal ;
5° la mise en oeuvre des collaborations visées à l'article 117/4, alinéa 1er, 11°, du Code décrétal ;
6° un descriptif des besoins constatés sur le territoire de la commune où l'accueil de jour exerce ses missions.
Le modèle de formulaire est établi par l'administration.
§ 2. Dans les dix jours de la réception de la demande, l'administration envoie un accusé de réception à l'accueil de jour.
L'administration vérifie si la demande est complète et, au besoin, réclame à l'accueil de jour, dans les trente jours de la réception de la demande, les pièces ou les informations manquantes.
Dans les trente jours de la réception de la demande ou, au cas où l'administration a réclamé à l'accueil de jour des pièces ou des informations manquantes dans les dix jours de la réception de celles-ci, elle envoie à l'accueil de jour un courrier qui lui signale que la demande est complète.
Lorsque les données nécessaires à l'examen de la demande d'agrément sont disponibles auprès de sources authentiques, l'administration collecte ces données directement auprès de sources authentiques et en informe le demandeur.
Art. 132/13. Le ministre statue sur la demande.
La décision est notifiée à l'accueil de jour par l'administration, par tout voie conférant date certaine à l'envoi.
Art. 132/14. Le nombre maximum de personnes qui peuvent être accueillies simultanément dans l'espace d'accueil, mentionné par l'agrément, est établi sur base de l'attestation de sécurité visée à l'article 132/9.
Art. 132/15. Si l'agrément est accordé, il prend effet à dater du 1er janvier de l'année qui suit la date de la décision visée à l'article 132/13.
Art. 132/16. § 1er. Toute demande de modification d'agrément est introduite auprès de l'administration, par toute voie conférant date certaine à l'envoi, pour le 1er mars de l'année précédant l'année à partir de laquelle la modification est demandée.
Les articles 132/12 et 132/13 s'appliquent à toute demande de modification d'agrément.
§ 2. Toute fermeture de l'accueil de jour est communiquée à l'administration au plus tard le jour de sa survenance.
Sous-section 2. - Retrait d'agrément
Art. 132/17. Lorsque l'administration souhaite retirer l'agrément d'un accueil de jour, elle l'en informe et lui communique les motifs qui le justifient, par toute voie conférant date certaine à son envoi.
L'accueil de jour dispose d'un délai de trente jours à dater de la réception de la proposition de retrait pour transmettre ses observations écrites à l'administration.
Le ministre statue sur la proposition.
La décision du ministre est notifiée à l'accueil de jour par l'administration, par tout voie conférant date certaine à l'envoi.
Art. 132/18. Le retrait de l'agrément entraîne la perte du droit aux subventions visées aux articles 132/19, 132/20 et 132/21, à dater du 1er janvier de l'année qui suit la décision de retrait de l'agrément.
Chapitre 4. - Subventionnement
Art. 132/19. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie à l'accueil de jour agréé une subvention annuelle de minimum 18.650 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou d'équipements, ou des frais de personnel pour la première année de son agrément.
Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie à l'accueil de jour agréé une subvention annuelle de minimum 28.900 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou d'équipements, ou des frais de personnel à partir de la deuxième année de son agrément.
Art. 132/20. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie une subvention complémentaire de minimum 6.200 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou de personnel, aux accueils de jour agréés qui mettent en place des actions spécifiques destinées à l'accueil des femmes.
Ces actions spécifiques sont développées dans le respect de l'accueil inconditionnel des usagers et constituent une offre de service supplémentaire aux missions prévues à l'article 117/2, conformément à l'article 117/3 du Code décrétal.
Les exceptions visées à l'article 117/2, § 1er, 1°, du Code décrétal sont applicables à ces actions spécifiques.
Art. 132/21. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie une subvention complémentaire de minimum 6.200 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou de personnel, à l'accueil de jour agréé qui a la capacité d'accueillir au moins cinquante personnes simultanément ou, à défaut, qui accueille effectivement au moins cinquante personnes par jour.
Art. 132/22. Pour les subventions visées aux articles 132/19, 132/20 et 132/21, il est fait application de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison de l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
Les subventions sont rattachées à l'indice 111,64 applicable au 1er juin 2004, base 1996 = 100, des prix à la consommation.
Art. 132/23. Les subventions visées par le chapitre 4 sont accordées par année civile.
Pour bénéficier des subventions visées à l'alinéa 1er, l'accueil de jour agréé :
1° ne perçoit pas des subventions pour les travailleurs professionnels employés ou pour les frais de fonctionnement, si elles font double emploi ;
2° se conforme au plan comptable applicable aux centres publics d'action sociale, aux associations régies par le chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale ou aux associations sans but lucratif ;
3° se soumet à la vérification par l'administration de la conformité des activités et de la comptabilité aux conditions émises à l'octroi des subventions.
Une liste des dépenses éligibles est reprise en annexe 4 du présent arrêté. ".
" TITRE III/1. - Accueils de jour des personnes sans abri ou sans chez soi
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Art.132/1. Pour l'application du présent titre, l'on entend par :
1° l'usager : la personne sans abri ou sans chez soi, telle que visée à l'article 117/1, alinéa 1er, 1°, du Code décrétal ;
2° le jour : le jour qui n'est ni un samedi ni un dimanche ni un jour férié légal ;
3° l'ISADF : l'indicateur synthétique d'accès aux droits fondamentaux défini par l'Institut wallon de l'Evaluation, de la Prospective et de la Statistique, en abrégé " IWEPS ", conformément à l'article 2 du décret du 22 novembre 2018 relatif au plan de cohésion sociale pour ce qui concerne les matières dont l'exercice a été transféré de la Communauté française.
CHAPITRE 2. - Programmation
Art. 132/2. La programmation visée à l'article 117/12 du Code décrétal est fixée le 1er janvier de l'année N pour les accueils de jour qui ont introduit au 1er mars de l'année N-1 une demande d'agrément complète conformément à l'article 117/9 du Code décrétal et à l'article 132/12.
Art. 132/3. La programmation est fixée sur la base du nombre d'habitants par province.
Dans la limite des crédits budgétaires, la programmation visée à l'alinéa 1er prévoit, pour l'année 2025, l'agrément de :
1° trois services par province qui compte moins de quatre cent mille habitants ;
2° six services par province qui compte entre quatre cent mille et un habitants et un million d'habitants ;
3° dix services par province de plus d'un million d'habitants.
Art. 132/4. A partir de l'année 2026, le nombre d'accueils de jour qui peuvent être agréés sur la base de la programmation est déterminé en fonction du budget disponible pour l'année N.
Lorsque le nombre de demandes d'agrément est plus élevé que le nombre d'accueils de jour déterminé conformément à l'alinéa 1er, les demandes des accueils de jour sont classées en fonction de l'ISADF de la commune sur laquelle l'accueil de jour exerce son activité, en priorisant l'ISADF le plus faible.
Toute demande d'agrément complète introduite par un accueil de jour qui n'a pas été retenue lors de la programmation de l'année N est automatiquement prise en compte, sans que l'accueil de jour introduise une nouvelle demande d'agrément, lors de l'application du critère de programmation visé à l'alinéa 2 de l'année de la programmation qui suit, moyennant l'actualisation des données la composant.
CHAPITRE 3. - Agrément
Section 1. - Conditions
Art. 132/5. Tout accueil de jour dispose du personnel qui permet de couvrir au minimum les heures d'ouverture de l'espace d'accueil de jour aux usagers.
Le personnel visé à l'alinéa 1er est au minimum porteur d'un certificat d'enseignement secondaire supérieur.
Art. 132/6. Tous les ans, un ou des travailleurs ou bénévoles suivent au minimum trente heures de formations, telles que visées à l'article 117/4, alinéa 1er, 8°, du Code décrétal, en ce compris la supervision en rapport avec les missions de l'accueil de jour, selon les modalités suivantes :
1° dix heures consacrées à l'analyse de l'évolution du droit social ;
2° dix heures consacrées à l'évolution des pratiques d'accueil et d'accompagnement des usagers ;
3° dix heures de supervision ou de formation consacrées à d'autres thèmes en rapport avec l'accueil de jour.
Art. 132/7. Les conventions visées à l'article 117/4, alinéa 1er, 10°, 11° et 12°, du Code décrétal comportent les éléments suivants :
1° l'identification de l'accueil de jour qui fait appel à la collaboration ;
2° l'identification de l'organisme auquel il est fait appel ;
3° l'objet de la convention ;
4° la durée de la convention et la date de prise d'effet ;
5° la signature des parties ;
6° la date de la convention.
Les conventions visées à l'alinéa 1er sont conclues préférentiellement avec des organismes proches géographiquement de l'accueil de jour.
Art. 132/8. § 1er. Le règlement d'ordre intérieur visé à l'article 117/9, alinéa 1er, 7°, du Code décrétal est élaboré dans le respect :
1° des convictions religieuses, idéologiques, philosophiques et culturelles des usagers ;
2° de la vie privée des usagers.
Le règlement d'ordre intérieur précise les conditions d'accès à l'accueil de jour.
§ 2. Le modèle de règlement d'ordre intérieur est fixé à l'annexe 14/1.
Art. 132/9. L'accueil de jour dispose d'une attestation de sécurité, visée à l'article 117/9, alinéa 1er, 6°, du Code décrétal, où le nombre maximum de personnes qui peuvent être accueillies simultanément dans les espaces d'accueil est fixé.
Le modèle d'attestation visé à l'alinéa 1er est fixé à l'annexe 14/2.
Art. 132/10. § 1er. Le projet d'accueil collectif visé à l'article 117/9, alinéa 1er, 9°, du Code décrétal est élaboré et évalué en concertation avec le personnel et les bénévoles de l'accueil de jour.
Il tient compte de l'environnement social de l'accueil de jour et, plus particulièrement, des autres institutions qui interviennent dans la gestion de l'urgence sociale.
Les conventions signées avec les partenaires sont annexées au projet d'accueil collectif.
Le projet d'accueil collectif est évalué au plus tard au terme de la deuxième année d'agrément et est mis à jour tous les quatre ans.
Toute modification du projet d'accueil collectif est communiquée à l'administration.
§ 2. Le modèle de projet d'accueil collectif est fixé à l'annexe 14/3.
Art. 132/11. Conformément à l'article 117/4, alinéa 2, du Code décrétal, une participation financière peut être demandée à l'usager pour l'accès aux services suivants :
1° les boissons, à l'exclusion de l'eau ;
2° l'utilisation des douches ;
3° l'utilisation de la laverie ;
4° l'utilisation d'un casier avec cadenas ou d'un local sécurisé et fermé ;
5° les produits de soins et d'hygiène, en ce compris les produits hygiéniques pour les femmes s'ils ne font pas l'objet d'une subvention par un pouvoir public.
La participation financière ne peut pas dépasser le coût réel des services.
Le montant de la participation financière est affiché dans un lieu apparent et accessible au sein de l'accueil de jour.
Section 2. - Procédures d'octroi, de modification et de retrait d'agrément
Sous-section 1. - Octroi, refus et modification d'agrément
Art. 132/12. § 1er. La demande d'agrément visée à l'article 117/9 du Code décrétal est introduite auprès de l'administration par tout voie conférant date certaine à l'envoi.
Elle est accompagnée du formulaire visé à l'article 117/9, 13°, du Code décrétal qui contient au minimum :
1° les noms et qualifications des membres du personnel ;
2° la capacité d'accueil ;
3° les horaires et périodes d'ouverture de l'accueil de jour ;
4° les modalités d'accessibilité des services visés à l'article 117/4, alinéa 1er, 4° et 5°, du Code décrétal ;
5° la mise en oeuvre des collaborations visées à l'article 117/4, alinéa 1er, 11°, du Code décrétal ;
6° un descriptif des besoins constatés sur le territoire de la commune où l'accueil de jour exerce ses missions.
Le modèle de formulaire est établi par l'administration.
§ 2. Dans les dix jours de la réception de la demande, l'administration envoie un accusé de réception à l'accueil de jour.
L'administration vérifie si la demande est complète et, au besoin, réclame à l'accueil de jour, dans les trente jours de la réception de la demande, les pièces ou les informations manquantes.
Dans les trente jours de la réception de la demande ou, au cas où l'administration a réclamé à l'accueil de jour des pièces ou des informations manquantes dans les dix jours de la réception de celles-ci, elle envoie à l'accueil de jour un courrier qui lui signale que la demande est complète.
Lorsque les données nécessaires à l'examen de la demande d'agrément sont disponibles auprès de sources authentiques, l'administration collecte ces données directement auprès de sources authentiques et en informe le demandeur.
Art. 132/13. Le ministre statue sur la demande.
La décision est notifiée à l'accueil de jour par l'administration, par tout voie conférant date certaine à l'envoi.
Art. 132/14. Le nombre maximum de personnes qui peuvent être accueillies simultanément dans l'espace d'accueil, mentionné par l'agrément, est établi sur base de l'attestation de sécurité visée à l'article 132/9.
Art. 132/15. Si l'agrément est accordé, il prend effet à dater du 1er janvier de l'année qui suit la date de la décision visée à l'article 132/13.
Art. 132/16. § 1er. Toute demande de modification d'agrément est introduite auprès de l'administration, par toute voie conférant date certaine à l'envoi, pour le 1er mars de l'année précédant l'année à partir de laquelle la modification est demandée.
Les articles 132/12 et 132/13 s'appliquent à toute demande de modification d'agrément.
§ 2. Toute fermeture de l'accueil de jour est communiquée à l'administration au plus tard le jour de sa survenance.
Sous-section 2. - Retrait d'agrément
Art. 132/17. Lorsque l'administration souhaite retirer l'agrément d'un accueil de jour, elle l'en informe et lui communique les motifs qui le justifient, par toute voie conférant date certaine à son envoi.
L'accueil de jour dispose d'un délai de trente jours à dater de la réception de la proposition de retrait pour transmettre ses observations écrites à l'administration.
Le ministre statue sur la proposition.
La décision du ministre est notifiée à l'accueil de jour par l'administration, par tout voie conférant date certaine à l'envoi.
Art. 132/18. Le retrait de l'agrément entraîne la perte du droit aux subventions visées aux articles 132/19, 132/20 et 132/21, à dater du 1er janvier de l'année qui suit la décision de retrait de l'agrément.
Chapitre 4. - Subventionnement
Art. 132/19. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie à l'accueil de jour agréé une subvention annuelle de minimum 18.650 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou d'équipements, ou des frais de personnel pour la première année de son agrément.
Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie à l'accueil de jour agréé une subvention annuelle de minimum 28.900 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou d'équipements, ou des frais de personnel à partir de la deuxième année de son agrément.
Art. 132/20. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie une subvention complémentaire de minimum 6.200 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou de personnel, aux accueils de jour agréés qui mettent en place des actions spécifiques destinées à l'accueil des femmes.
Ces actions spécifiques sont développées dans le respect de l'accueil inconditionnel des usagers et constituent une offre de service supplémentaire aux missions prévues à l'article 117/2, conformément à l'article 117/3 du Code décrétal.
Les exceptions visées à l'article 117/2, § 1er, 1°, du Code décrétal sont applicables à ces actions spécifiques.
Art. 132/21. Dans la limite des crédits budgétaires, le ministre octroie une subvention complémentaire de minimum 6.200 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou de personnel, à l'accueil de jour agréé qui a la capacité d'accueillir au moins cinquante personnes simultanément ou, à défaut, qui accueille effectivement au moins cinquante personnes par jour.
Art. 132/22. Pour les subventions visées aux articles 132/19, 132/20 et 132/21, il est fait application de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison de l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du Trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matière sociale aux travailleurs indépendants.
Les subventions sont rattachées à l'indice 111,64 applicable au 1er juin 2004, base 1996 = 100, des prix à la consommation.
Art. 132/23. Les subventions visées par le chapitre 4 sont accordées par année civile.
Pour bénéficier des subventions visées à l'alinéa 1er, l'accueil de jour agréé :
1° ne perçoit pas des subventions pour les travailleurs professionnels employés ou pour les frais de fonctionnement, si elles font double emploi ;
2° se conforme au plan comptable applicable aux centres publics d'action sociale, aux associations régies par le chapitre XII de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'action sociale ou aux associations sans but lucratif ;
3° se soumet à la vérification par l'administration de la conformité des activités et de la comptabilité aux conditions émises à l'octroi des subventions.
Une liste des dépenses éligibles est reprise en annexe 4 du présent arrêté. ".
Art. 4. In afwijking van artikel 132/19 ontvangt een erkend dagopvangcentrum dat in het jaar vóór de inwerkingtreding van dit besluit een subsidie ontving voor het uitvoeren van de opdrachten bedoeld in artikel 117/2 van het decreetgevend deel van het Wetboek, voor het eerste jaar van zijn erkenning een forfaitaire jaarlijkse subsidie van 28.900 euro om de werkings- of personeelskosten te dekken.
Art. 4. Par dérogation à l'article 132/19, l'accueil de jour agréé qui bénéficiait d'une subvention, l'année précédant l'entrée en vigueur du présent arrêté, pour la mise en oeuvre des missions visées à l'article 117/2 du Code décrétal, bénéficie, pour la première année de son agrément, d'une subvention annuelle forfaitaire de 28.900 euros destinée à couvrir des frais de fonctionnement ou de personnel.
Art. 5. In hetzelfde Wetboek, Deel I wordt er:
1° een bijlage 14/1 ingevoegd die als bijlage 1 bij dit besluit gaat.
2° een bijlage 14/2 ingevoegd die als bijlage 2 bij dit besluit gaat.
3° een bijlage 14/3 ingevoegd die als bijlage 3 bij dit besluit gaat.
4° en bijlage V14/4 ingevoegd die als bijlage 4 bij dit besluit gaat.
1° een bijlage 14/1 ingevoegd die als bijlage 1 bij dit besluit gaat.
2° een bijlage 14/2 ingevoegd die als bijlage 2 bij dit besluit gaat.
3° een bijlage 14/3 ingevoegd die als bijlage 3 bij dit besluit gaat.
4° en bijlage V14/4 ingevoegd die als bijlage 4 bij dit besluit gaat.
Art. 5. Dans le même Code, il est inséré :
1° une annexe 14/1 qui est jointe en annexe 1 du présent arrêté ;
2° une annexe 14/2 qui est jointe en annexe 2 du présent arrêté ;
3° une annexe 14/3 qui est jointe en annexe 3 du présent arrêté ;
4° une annexe 14/4 qui est jointe en annexe 4 du présent arrêté.
1° une annexe 14/1 qui est jointe en annexe 1 du présent arrêté ;
2° une annexe 14/2 qui est jointe en annexe 2 du présent arrêté ;
3° une annexe 14/3 qui est jointe en annexe 3 du présent arrêté ;
4° une annexe 14/4 qui est jointe en annexe 4 du présent arrêté.
Art. 6. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
Art. 6. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 7. De Minister tot wiens bevoegdheden Sociale Actie behoort, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre qui a l'action sociale dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 14/1. Model van huishoudelijk reglement voor de dagopvangcentra
Het huishoudelijk reglement vermeldt de volgende punten:
a. De opdrachten
b. Infrastructuur/gebouwen
c. De voorgestelde dienstverlening
d. De dienstregelingen
e. De toegangsvoorwaarden tot het dagopvangcentrum
Bijvoorbeeld:
1. Verbod op verbaal en fysiek geweld;
2. Wel of geen dieren toelaten;
3. Bestaan van een rookruimte / Rookverbod;
4. Regels voor het bezit en gebruik van legale of illegale psychotrope stoffen (alcohol, medicijnen, drugs, enz.) / Aanwezigheid op het dagopvangcentrum onder invloed van psychotrope stoffen;
5. Regels voor het bezit van wapens of voorwerpen die de veiligheid van personen in gevaar kunnen brengen of de goede werking van het dagopvangcentrum kunnen verstoren;
6. Aansprakelijkheid voor verlies of diefstal van persoonlijke bezittingen.
f. De sancties als het huishoudelijk reglement niet nageleefd worden.
g. Klachtenprocedure
De volgende formulering gebruiken:
"Bij een geschil met het dagopvangcentrum kan een klacht worden ingediend bij:
- Mevrouw/Mijnheer de burgemeester
- De Waalse Overheidsdienst Binnenlandse Aangelegenheden en Sociale Actie
Directie Sociale Actie
Avenue Gouverneur Bovesse, 100
5100 Jambes. "
De volgende elementen kunnen optioneel en niet-limitatief worden vermeld:
A. Opvangomstandigheden
A.1 Elke opgevangen persoon heeft het recht om het volgende te verwachten:
. Een welkom zonder vooroordelen of discriminatie door vrijwilligers en personeel van het dagopvangcentrum;
. het respect voor het privé-leven van de opgevangen persoon;
. In overeenstemming met de vraag van de persoon wordt begeleiding gericht op administratieve, sociale en professionele re-integratie geboden door het sociaal-educatieve team en/of in samenwerking met externe partners, in lijn met het collectieve begeleidingsproject.
A.2 Alle personen die opgevangen worden hebben plichten ten opzichte van het dagopvangcentrum en alle andere personen
. Iedereen op de site respecteren: personeel, vrijwilligers, leden, bezoekers, enz.
. Naleving van de regels in dit reglement;
. Naleven van het collectieve opvangproject dat samen met het sociaal-educatieve team is opgesteld.
Het huishoudelijk reglement vermeldt de volgende punten:
a. De opdrachten
b. Infrastructuur/gebouwen
c. De voorgestelde dienstverlening
d. De dienstregelingen
e. De toegangsvoorwaarden tot het dagopvangcentrum
Bijvoorbeeld:
1. Verbod op verbaal en fysiek geweld;
2. Wel of geen dieren toelaten;
3. Bestaan van een rookruimte / Rookverbod;
4. Regels voor het bezit en gebruik van legale of illegale psychotrope stoffen (alcohol, medicijnen, drugs, enz.) / Aanwezigheid op het dagopvangcentrum onder invloed van psychotrope stoffen;
5. Regels voor het bezit van wapens of voorwerpen die de veiligheid van personen in gevaar kunnen brengen of de goede werking van het dagopvangcentrum kunnen verstoren;
6. Aansprakelijkheid voor verlies of diefstal van persoonlijke bezittingen.
f. De sancties als het huishoudelijk reglement niet nageleefd worden.
g. Klachtenprocedure
De volgende formulering gebruiken:
"Bij een geschil met het dagopvangcentrum kan een klacht worden ingediend bij:
- Mevrouw/Mijnheer de burgemeester
- De Waalse Overheidsdienst Binnenlandse Aangelegenheden en Sociale Actie
Directie Sociale Actie
Avenue Gouverneur Bovesse, 100
5100 Jambes. "
De volgende elementen kunnen optioneel en niet-limitatief worden vermeld:
A. Opvangomstandigheden
A.1 Elke opgevangen persoon heeft het recht om het volgende te verwachten:
. Een welkom zonder vooroordelen of discriminatie door vrijwilligers en personeel van het dagopvangcentrum;
. het respect voor het privé-leven van de opgevangen persoon;
. In overeenstemming met de vraag van de persoon wordt begeleiding gericht op administratieve, sociale en professionele re-integratie geboden door het sociaal-educatieve team en/of in samenwerking met externe partners, in lijn met het collectieve begeleidingsproject.
A.2 Alle personen die opgevangen worden hebben plichten ten opzichte van het dagopvangcentrum en alle andere personen
. Iedereen op de site respecteren: personeel, vrijwilligers, leden, bezoekers, enz.
. Naleving van de regels in dit reglement;
. Naleven van het collectieve opvangproject dat samen met het sociaal-educatieve team is opgesteld.
Art. N1. Annexe 14/1. Modèle de règlement d'ordre intérieur pour les accueils de jour
Le règlement d'ordre intérieur mentionne les points suivants :
a. Les missions
b. L'infrastructure/les locaux
c. Les services proposés
d. Les horaires
e. Les conditions d'accès à l'accueil de jour
A titre d'exemples :
1. Interdiction de la violence verbale et physique ;
2. Admission ou non des animaux ;
3. Existence éventuelle d'un espace pour les fumeurs / Interdiction de fumer ;
4. Règles relatives à la détention, consommation de produits psychotropes licites ou illicites (alcool, médicaments, drogue, etc.) / Fréquentation de l'accueil de jour sous influence de psychotropes ;
5. Règles relatives à la possession d'armes ou d'objets susceptibles de mettre en péril la sécurité des personnes ou de nuire au bon fonctionnement de l'accueil de jour ;
6. Responsabilité en cas de pertes ou vols d'effets personnels.
f. Les sanctions en cas de non-respect du règlement d'ordre intérieur
g. Les modalités relatives aux plaintes
Prévoir le libellé suivant :
" En cas de litige avec l'accueil de jour, une plainte peut être adressée :
- A Madame/Monsieur la/le Bourgmestre
- Au Service Public de Wallonie Intérieur et Action sociale,
Direction de l'Action Sociale
Avenue Gouverneur Bovesse, 100
5100 Jambes. "
A titre facultatif et de manière non exhaustive, les éléments suivants peuvent être mentionnés :
A. Les conditions d'accueil
A.1 Toute personne accueillie est en droit d'attendre :
. Un accueil sans préjugé ni discrimination de la part des bénévoles et des membres du personnel de l'accueil de jour ;
. Le respect de sa vie privée et de son intimité ;
. Dans le respect de la demande de la personne, un accompagnement visant la réinsertion administrative, sociale, professionnelle, par l'équipe socio-éducative et/ou en collaboration avec les partenaires extérieurs, en accord avec le projet d'accompagnement collectif.
A.2 Toute personne accueillie a des devoirs vis-à-vis de l'accueil de jour et de toute autre personne
. Respecter toute personne présente sur le site : personnel, bénévoles, membres, visiteurs, etc.
. Respecter les règles reprises dans le présent règlement ;
. Respecter le projet d'accueil collectif déterminé conjointement avec l'équipe socio-éducative.
Le règlement d'ordre intérieur mentionne les points suivants :
a. Les missions
b. L'infrastructure/les locaux
c. Les services proposés
d. Les horaires
e. Les conditions d'accès à l'accueil de jour
A titre d'exemples :
1. Interdiction de la violence verbale et physique ;
2. Admission ou non des animaux ;
3. Existence éventuelle d'un espace pour les fumeurs / Interdiction de fumer ;
4. Règles relatives à la détention, consommation de produits psychotropes licites ou illicites (alcool, médicaments, drogue, etc.) / Fréquentation de l'accueil de jour sous influence de psychotropes ;
5. Règles relatives à la possession d'armes ou d'objets susceptibles de mettre en péril la sécurité des personnes ou de nuire au bon fonctionnement de l'accueil de jour ;
6. Responsabilité en cas de pertes ou vols d'effets personnels.
f. Les sanctions en cas de non-respect du règlement d'ordre intérieur
g. Les modalités relatives aux plaintes
Prévoir le libellé suivant :
" En cas de litige avec l'accueil de jour, une plainte peut être adressée :
- A Madame/Monsieur la/le Bourgmestre
- Au Service Public de Wallonie Intérieur et Action sociale,
Direction de l'Action Sociale
Avenue Gouverneur Bovesse, 100
5100 Jambes. "
A titre facultatif et de manière non exhaustive, les éléments suivants peuvent être mentionnés :
A. Les conditions d'accueil
A.1 Toute personne accueillie est en droit d'attendre :
. Un accueil sans préjugé ni discrimination de la part des bénévoles et des membres du personnel de l'accueil de jour ;
. Le respect de sa vie privée et de son intimité ;
. Dans le respect de la demande de la personne, un accompagnement visant la réinsertion administrative, sociale, professionnelle, par l'équipe socio-éducative et/ou en collaboration avec les partenaires extérieurs, en accord avec le projet d'accompagnement collectif.
A.2 Toute personne accueillie a des devoirs vis-à-vis de l'accueil de jour et de toute autre personne
. Respecter toute personne présente sur le site : personnel, bénévoles, membres, visiteurs, etc.
. Respecter les règles reprises dans le présent règlement ;
. Respecter le projet d'accueil collectif déterminé conjointement avec l'équipe socio-éducative.
Art. N2. Bijlage 14/2. Model van brandattest voor de dagopvangcentra
Deel 1. - (Dit gedeelte moet worden ingevuld voordat het attest wordt afgegeven door de Burgemeester)
Ondergetekenden: Hoofd van de brandweerdienst van en te................................................................................................................ verklaart dat het dagcentrum voor dak- of thuislozen genaamd..............................................
Gelegen te............................................
Straat.................................n°......
Eerste mogelijkheid (**)
a) de veiligheids- en brandbeveiligingsmaatregelen zijn toereikend voor de opvang van.................. begunstigden.
Tweede mogelijkheid (**)
b) de veiligheids- en brandbeveiligingsmaatregelen zijn in de volgende opzichten ontoereikend:
-
-
-
-
-
Om deze redenen zou de inbedrijfstelling van het dagopvangcentrum - de voortzetting van de activiteiten - niet mogen worden toegelaten.*
Wat betreft de onderstaande punten:
-
-
-
-
-
Deze redenen vormen naar mijn mening geen belemmering voor de inbedrijfstelling van het dagopvangcentrum - de voortzetting van de activiteiten van het dagopvangcentrum voor de opvang van maximaal.................. begunstigden.
Die tekortkomingen moeten evenwel worden verholpen binnen een termijn van.................**
Als het dagopvangcentrum aan bovenstaande punten heeft voldaan en de uitvoering ervan is geverifieerd**, voldoet het in ieder geval aan de veiligheids- en brandbeveiligingsmaatregelen.
Het Hoofd van de brandweerdienst,
(datum en handtekening)
(*) Schrappen wat niet past
(**) Schrappen wat niet past en aanvullen.
Deel 2. - (Gereserveerd voor de burgemeester)
Gelet op het attest ingevuld door...................................................................................................,
Het Hoofd van de brandweerdienst, Betreffende het dagopvangcentrum bekend als.............................................................................................................................................
en beheerd door
Ondergetekende,
Burgemeester van............................................................................................................................................
Eerste mogelijkheid *
a) stem in met de conclusies van het verslag van de brandweerdienst vervat in deel 1:
Tweede mogelijkheid*
b) stem niet in met de conclusies van het verslag van de brandweerdienst in deel 1 om de volgende redenen:
......................
........................
.......................
.............................
.......................................
Bijgevolg,
Eerste mogelijkheid **
a) de inbedrijfstelling - de voortzetting van de activiteiten van het hierboven vermelde dagopvangcentrum wordt toegelaten voor de opvang van.....................begunstigden voor een periode van vier jaar ** - van.................. (te bepalen voor een periode van minder dan vier jaar).
Tweede mogelijkheid **
b) de inbedrijfstelling - de voortzetting van de activiteiten van het hierboven vermelde dagopvangcentrum wordt toegelaten voor de opvang van maximaal..................begunstigden voor een periode van...........................en tot..............
Tijdens die periode zal inzake veiligheid en brandbeveiliging aan de volgende punten moeten voldaan worden:
-
-
-
-
-
Het hoofd van de brandweerdienst zal een controle moeten uitvoeren.
Derde mogelijkheid (*)
C. de inbedrijfstelling - de voortzetting van de activiteiten - is niet toegelaten*.
De Burgemeester,
(datum en handtekening)
* Schrappen wat niet past
* Schrappen wat niet past en aanvullen.
Deel 1. - (Dit gedeelte moet worden ingevuld voordat het attest wordt afgegeven door de Burgemeester)
Ondergetekenden: Hoofd van de brandweerdienst van en te................................................................................................................ verklaart dat het dagcentrum voor dak- of thuislozen genaamd..............................................
Gelegen te............................................
Straat.................................n°......
Eerste mogelijkheid (**)
a) de veiligheids- en brandbeveiligingsmaatregelen zijn toereikend voor de opvang van.................. begunstigden.
Tweede mogelijkheid (**)
b) de veiligheids- en brandbeveiligingsmaatregelen zijn in de volgende opzichten ontoereikend:
-
-
-
-
-
Om deze redenen zou de inbedrijfstelling van het dagopvangcentrum - de voortzetting van de activiteiten - niet mogen worden toegelaten.*
Wat betreft de onderstaande punten:
-
-
-
-
-
Deze redenen vormen naar mijn mening geen belemmering voor de inbedrijfstelling van het dagopvangcentrum - de voortzetting van de activiteiten van het dagopvangcentrum voor de opvang van maximaal.................. begunstigden.
Die tekortkomingen moeten evenwel worden verholpen binnen een termijn van.................**
Als het dagopvangcentrum aan bovenstaande punten heeft voldaan en de uitvoering ervan is geverifieerd**, voldoet het in ieder geval aan de veiligheids- en brandbeveiligingsmaatregelen.
Het Hoofd van de brandweerdienst,
(datum en handtekening)
(*) Schrappen wat niet past
(**) Schrappen wat niet past en aanvullen.
Deel 2. - (Gereserveerd voor de burgemeester)
Gelet op het attest ingevuld door...................................................................................................,
Het Hoofd van de brandweerdienst, Betreffende het dagopvangcentrum bekend als.............................................................................................................................................
en beheerd door
Ondergetekende,
Burgemeester van............................................................................................................................................
Eerste mogelijkheid *
a) stem in met de conclusies van het verslag van de brandweerdienst vervat in deel 1:
Tweede mogelijkheid*
b) stem niet in met de conclusies van het verslag van de brandweerdienst in deel 1 om de volgende redenen:
......................
........................
.......................
.............................
.......................................
Bijgevolg,
Eerste mogelijkheid **
a) de inbedrijfstelling - de voortzetting van de activiteiten van het hierboven vermelde dagopvangcentrum wordt toegelaten voor de opvang van.....................begunstigden voor een periode van vier jaar ** - van.................. (te bepalen voor een periode van minder dan vier jaar).
Tweede mogelijkheid **
b) de inbedrijfstelling - de voortzetting van de activiteiten van het hierboven vermelde dagopvangcentrum wordt toegelaten voor de opvang van maximaal..................begunstigden voor een periode van...........................en tot..............
Tijdens die periode zal inzake veiligheid en brandbeveiliging aan de volgende punten moeten voldaan worden:
-
-
-
-
-
Het hoofd van de brandweerdienst zal een controle moeten uitvoeren.
Derde mogelijkheid (*)
C. de inbedrijfstelling - de voortzetting van de activiteiten - is niet toegelaten*.
De Burgemeester,
(datum en handtekening)
* Schrappen wat niet past
* Schrappen wat niet past en aanvullen.
Art. N2. Annexe 14/2. Modèle d'attestation incendie pour les accueils de jour
Partie 1. - (Cette partie doit être remplie préalablement à la délivrance de l'attestation par le Bourgmestre)
Le soussigné................................................................................................ Chef de service d'incendie de et à................................................................................................................ déclare que l'accueil de jour destiné aux personnes sans abri ou sans chez soi dénommé..............................................
Situé à............................................
Rue.................................n°......
Première possibilité**
a) les mesures de sécurité et de protection contre l'incendie sont satisfaisantes pour l'accueil de.................. bénéficiaires.
Deuxième possibilité**
b) les mesures de sécurité et de protection contre l'incendie sont insatisfaisantes pour ce qui concerne les points repris ci-dessous :
-
-
-
-
-
Pour ces raisons, la mise en activité de l'accueil de jour - la poursuite des activités - ne devrait pas être autorisée.*
Pour ce qui concerne les points repris ci-dessous :
-
-
-
-
-
Ces raisons ne constituent pas, à mon avis, un obstacle à la mise en activité de l'accueil de jour - à la poursuite des activités de l'accueil de jour pour un accueil d'un maximum de.................. bénéficiaires.
Il devra toutefois y être satisfait dans un délai de.......................**
De toute manière, lorsque l'accueil de jour aura répondu aux points repris ci-dessus, et que leur exécution aura** été vérifiée, elle satisfera aux mesures de sécurité et de protection en matière d'incendie.
Le Chef de service d'incendie
(date et signature)
(*) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application.
(**) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application et compléter.
Partie 2. - (Partie réservée au Bourgmestre)
Vu l'attestation complétée par...................................................................................................,
Chef du service d'incendie, le.............................................. Concernant l'accueil de jour dénommé.............................................................................................................................................
et géré par.......................................
Je soussigné,..................................................................................................................................
Bourgmestre de..........................................................................................................................
Première possibilité*
a) marque mon accord sur les conclusions du rapport du service d'incendie contenues dans la partie 1 :
Seconde possibilité*
b) ne marque pas mon accord sur les conclusions du rapport du service d'incendie dans la partie 1, pour les raisons suivantes :
......................
........................
.......................
.............................
.......................................
En conséquence,
Première possibilité**
a) la mise en activité - la poursuite des activités de l'accueil de jour - susvisée est autorisée pour l'accueil de........................ bénéficiaires pour une période de quatre ans ** - de......................... (à préciser si la période est inférieure à quatre ans).
Deuxième possibilité**
b) la mise en activité - la poursuite des activités de l'accueil de jour - susvisée est autorisée pour l'accueil d'un maximum de............................. bénéficiaires pour une période de.............................. et jusqu'à la date du..........................................
Durant cette période, il devra être satisfait, en matière de sécurité et de protection contre l'incendie, aux points ci-après :
-
-
-
-
-
Une vérification devra être effectuée par le Chef de service d'incendie.
Troisième possibilité*
C. la mise en activité - la poursuite des activités - n'est pas autorisée*.
Le Bourgmestre,
(date et signature)
(*) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application.
(**) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application et compléter.
Partie 1. - (Cette partie doit être remplie préalablement à la délivrance de l'attestation par le Bourgmestre)
Le soussigné................................................................................................ Chef de service d'incendie de et à................................................................................................................ déclare que l'accueil de jour destiné aux personnes sans abri ou sans chez soi dénommé..............................................
Situé à............................................
Rue.................................n°......
Première possibilité**
a) les mesures de sécurité et de protection contre l'incendie sont satisfaisantes pour l'accueil de.................. bénéficiaires.
Deuxième possibilité**
b) les mesures de sécurité et de protection contre l'incendie sont insatisfaisantes pour ce qui concerne les points repris ci-dessous :
-
-
-
-
-
Pour ces raisons, la mise en activité de l'accueil de jour - la poursuite des activités - ne devrait pas être autorisée.*
Pour ce qui concerne les points repris ci-dessous :
-
-
-
-
-
Ces raisons ne constituent pas, à mon avis, un obstacle à la mise en activité de l'accueil de jour - à la poursuite des activités de l'accueil de jour pour un accueil d'un maximum de.................. bénéficiaires.
Il devra toutefois y être satisfait dans un délai de.......................**
De toute manière, lorsque l'accueil de jour aura répondu aux points repris ci-dessus, et que leur exécution aura** été vérifiée, elle satisfera aux mesures de sécurité et de protection en matière d'incendie.
Le Chef de service d'incendie
(date et signature)
(*) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application.
(**) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application et compléter.
Partie 2. - (Partie réservée au Bourgmestre)
Vu l'attestation complétée par...................................................................................................,
Chef du service d'incendie, le.............................................. Concernant l'accueil de jour dénommé.............................................................................................................................................
et géré par.......................................
Je soussigné,..................................................................................................................................
Bourgmestre de..........................................................................................................................
Première possibilité*
a) marque mon accord sur les conclusions du rapport du service d'incendie contenues dans la partie 1 :
Seconde possibilité*
b) ne marque pas mon accord sur les conclusions du rapport du service d'incendie dans la partie 1, pour les raisons suivantes :
......................
........................
.......................
.............................
.......................................
En conséquence,
Première possibilité**
a) la mise en activité - la poursuite des activités de l'accueil de jour - susvisée est autorisée pour l'accueil de........................ bénéficiaires pour une période de quatre ans ** - de......................... (à préciser si la période est inférieure à quatre ans).
Deuxième possibilité**
b) la mise en activité - la poursuite des activités de l'accueil de jour - susvisée est autorisée pour l'accueil d'un maximum de............................. bénéficiaires pour une période de.............................. et jusqu'à la date du..........................................
Durant cette période, il devra être satisfait, en matière de sécurité et de protection contre l'incendie, aux points ci-après :
-
-
-
-
-
Une vérification devra être effectuée par le Chef de service d'incendie.
Troisième possibilité*
C. la mise en activité - la poursuite des activités - n'est pas autorisée*.
Le Bourgmestre,
(date et signature)
(*) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application.
(**) Biffer les mentions qui ne sont pas d'application et compléter.
Art. N3. Bijlage 14/3. Model van het collectieve opvangproject voor de dagopvangcentra
1. Presentatie van het dagopvangcentrum
a) Historiek
b) Geografische ligging
1° Lokalisering in de sociaal-economische omgeving,
2. Kenmerken van het project:
a) Doelpubliek
b) Doelstellingen van het dagopvangcentrum
c) Openingstijden en werktijden
d) Capaciteit (het aantal mensen dat tegelijkertijd kan worden opgevangen en het aantal mensen dat per dag kan worden opgevangen)
e) Opvangvoorwaarden (eventuele beperkingen, regelingen om de veiligheid van begunstigden en personeel te garanderen, enz.)
f) Beheer van gezondheidsrisico's
g) Dienstverlening en specifieke activiteiten
1° Toegang tot diensten binnen het dagopvangcentrum of in samenwerking met een andere dienst
2° Specifieke activiteiten voor vrouwen
3. Gebruik van de hulpbronnen voor het project
a) Infrastructuur/gebouwen (met name toegankelijkheid voor mensen met een handicap, indeling van opvangruimten, kantoren voor individuele gesprekken, enz.)
b) Menselijke hulpbronnen
1° Personeel (organigram van gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel)
2° De vrijwilligers (maatregelen genomen in het kader van de samenwerking, het overleg en de coördinatie van de vrijwilligers)
3° Inrichtende macht
c) Externe hulpbronnen
1° Lijst van de sociale partners;
2° Inschrijving in een federatie of een netwerk van sociale partners.
4. De opvang en het begeleiden van het publiek
a) Opname, niet-opname en oriëntatie
b) Organisatie van de opvang van de begunstigden (inclusief procedures om de veiligheid van begunstigden en personeel te waarborgen)
c) Organisatie van sociaal-educatieve begeleiding (opvolging, oriëntatie, enz.)
d) Samenwerkingen
Manieren om samen te werken voor de opvang van de begunstigden:
1° Tussen werknemers
2° Met de vrijwilligers
3° Met externe partners
e) Einde van de begeleiding
1° Redenen voor het beëindigen van de begeleiding
2° Stappen ondernomen met de mensen waarvoor het einde van de begeleiding wordt betekend.
5. Evaluatie van het project:
a) Modaliteiten voor de evaluatie van het project.
b) Tellingsprocedures.
6. Raadplegingsprocedures van de medewerkers en de vrijwilligers tijdens het opstellen van dit document
1. Presentatie van het dagopvangcentrum
a) Historiek
b) Geografische ligging
1° Lokalisering in de sociaal-economische omgeving,
2. Kenmerken van het project:
a) Doelpubliek
b) Doelstellingen van het dagopvangcentrum
c) Openingstijden en werktijden
d) Capaciteit (het aantal mensen dat tegelijkertijd kan worden opgevangen en het aantal mensen dat per dag kan worden opgevangen)
e) Opvangvoorwaarden (eventuele beperkingen, regelingen om de veiligheid van begunstigden en personeel te garanderen, enz.)
f) Beheer van gezondheidsrisico's
g) Dienstverlening en specifieke activiteiten
1° Toegang tot diensten binnen het dagopvangcentrum of in samenwerking met een andere dienst
2° Specifieke activiteiten voor vrouwen
3. Gebruik van de hulpbronnen voor het project
a) Infrastructuur/gebouwen (met name toegankelijkheid voor mensen met een handicap, indeling van opvangruimten, kantoren voor individuele gesprekken, enz.)
b) Menselijke hulpbronnen
1° Personeel (organigram van gesubsidieerd en niet-gesubsidieerd personeel)
2° De vrijwilligers (maatregelen genomen in het kader van de samenwerking, het overleg en de coördinatie van de vrijwilligers)
3° Inrichtende macht
c) Externe hulpbronnen
1° Lijst van de sociale partners;
2° Inschrijving in een federatie of een netwerk van sociale partners.
4. De opvang en het begeleiden van het publiek
a) Opname, niet-opname en oriëntatie
b) Organisatie van de opvang van de begunstigden (inclusief procedures om de veiligheid van begunstigden en personeel te waarborgen)
c) Organisatie van sociaal-educatieve begeleiding (opvolging, oriëntatie, enz.)
d) Samenwerkingen
Manieren om samen te werken voor de opvang van de begunstigden:
1° Tussen werknemers
2° Met de vrijwilligers
3° Met externe partners
e) Einde van de begeleiding
1° Redenen voor het beëindigen van de begeleiding
2° Stappen ondernomen met de mensen waarvoor het einde van de begeleiding wordt betekend.
5. Evaluatie van het project:
a) Modaliteiten voor de evaluatie van het project.
b) Tellingsprocedures.
6. Raadplegingsprocedures van de medewerkers en de vrijwilligers tijdens het opstellen van dit document
Art. N3. Annexe 14/3. Modèle de projet d'accueil collectif des accueils de jour
1. Présentation de l'accueil de jour
a) Historique
b) Situation géographique
1° Localisation dans l'environnement social et économique
2. Les caractéristiques du projet
a) Public cible
b) Objectifs de l'accueil de jour
c) Horaires d'ouverture et de fonctionnement
d) Capacité d'accueil (le nombre de personnes accueillies simultanément et le nombre de personnes accueillies sur une journée)
e) Conditions d'accueil (restrictions éventuelles, modalités pour assurer la sécurité des bénéficiaires et du personnel, etc.)
f) Gestion des risques en matière de santé
g) Services proposés et activités spécifiques
1° Accès aux services au sein de l'accueil de jour ou en partenariat avec un autre service
2° Activité spécifique à destination du public féminin
3. Utilisation des ressources dans le cadre du projet
a) Infrastructure/locaux (notamment accessibilité aux personnes en situation de handicap, disposition des espaces d'accueil, bureaux pour les entretiens individuels...)
b) Ressources humaines
1° Le personnel (organigramme du personnel subventionné ou non)
2° Les bénévoles (mesures prises dans le cadre de la collaboration, la concertation et la coordination des bénévoles)
3° Pouvoir organisateur
c) Ressources extérieures
1° Liste des partenaires sociaux
2° Inscription dans une fédération ou un réseau de partenaires
4. L'accueil et la prise en charge du public
a) Admission, non admission et orientation
b) Organisation de l'accueil des bénéficiaires (dont les modalités pour assurer la sécurité des bénéficiaires et du personnel)
c) Organisation de l'accompagnement socio-éducatif (suivi, orientation, etc.)
d) Collaborations
Modes de collaborations dans le cadre de la prise en charge des bénéficiaires :
1° Entre travailleurs
2° Avec les bénévoles
3° Avec les partenaires extérieurs
e) Fin de l'accompagnement
1° Raisons justifiant la fin de l'accompagnement
2° Démarches menées avec les personnes pour lesquelles une fin d'accompagnement est signifiée
5. Evaluation du projet
a) Modalités d'évaluation du projet
b) Modalités de recensement
6. Modalités de consultation du personnel et des bénévoles lors de la rédaction de ce document
1. Présentation de l'accueil de jour
a) Historique
b) Situation géographique
1° Localisation dans l'environnement social et économique
2. Les caractéristiques du projet
a) Public cible
b) Objectifs de l'accueil de jour
c) Horaires d'ouverture et de fonctionnement
d) Capacité d'accueil (le nombre de personnes accueillies simultanément et le nombre de personnes accueillies sur une journée)
e) Conditions d'accueil (restrictions éventuelles, modalités pour assurer la sécurité des bénéficiaires et du personnel, etc.)
f) Gestion des risques en matière de santé
g) Services proposés et activités spécifiques
1° Accès aux services au sein de l'accueil de jour ou en partenariat avec un autre service
2° Activité spécifique à destination du public féminin
3. Utilisation des ressources dans le cadre du projet
a) Infrastructure/locaux (notamment accessibilité aux personnes en situation de handicap, disposition des espaces d'accueil, bureaux pour les entretiens individuels...)
b) Ressources humaines
1° Le personnel (organigramme du personnel subventionné ou non)
2° Les bénévoles (mesures prises dans le cadre de la collaboration, la concertation et la coordination des bénévoles)
3° Pouvoir organisateur
c) Ressources extérieures
1° Liste des partenaires sociaux
2° Inscription dans une fédération ou un réseau de partenaires
4. L'accueil et la prise en charge du public
a) Admission, non admission et orientation
b) Organisation de l'accueil des bénéficiaires (dont les modalités pour assurer la sécurité des bénéficiaires et du personnel)
c) Organisation de l'accompagnement socio-éducatif (suivi, orientation, etc.)
d) Collaborations
Modes de collaborations dans le cadre de la prise en charge des bénéficiaires :
1° Entre travailleurs
2° Avec les bénévoles
3° Avec les partenaires extérieurs
e) Fin de l'accompagnement
1° Raisons justifiant la fin de l'accompagnement
2° Démarches menées avec les personnes pour lesquelles une fin d'accompagnement est signifiée
5. Evaluation du projet
a) Modalités d'évaluation du projet
b) Modalités de recensement
6. Modalités de consultation du personnel et des bénévoles lors de la rédaction de ce document
Art. N4. Bijlage 14/4. In aanmerking komende uitgaven in het kader van de subsidies bedoeld in de artikelen 132/19, 132/20 en 132/21
Artikel 1. De uitgaven die in het kader van de subsidie overgenomen worden hebben betrekking op:
1° personeelskosten;
2° werkingskosten;
3° investeringskosten.
Art. 2. In aanmerking komend voor subsidiëring zijn uitsluitend de uitgaven:
1° die rechtstreeks verband houden met de actie waarvoor de subsidie is toegekend;
2° die de werkelijke kosten van de gesubsidieerde actie niet overschrijden;
3° die betrekking hebben op de periode gedekt door de subsidie;
4° die het voorwerp (zullen) uitmaken van een betaling door de begunstigde.
Art. 3. Alleen de volgende personeelskosten komen in aanmerking:
1° de bruto-vergoeding van het personeelslid;
2° de RIZIV-werkgeversbijdragen;
3° de kosten voor woon-werkverkeer voorzien in een regelgevende norm of een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst;
4° de werkgeversbijdrage voor maaltijdcheques;
5° bovenwettelijke uitkeringen uit hoofde van een wettelijke norm of een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst;
6° de gepresteerde opzegvergoeding;
7° de niet gepresteerde opzegvergoeding overeenkomstig de voorwaarden die de Minister of diens gemachtigde op gemotiveerd verzoek van de begunstigde vaststelt;
8° de kosten inzake sociaal secretariaat of payroll beheerder, arbeidsgeneeskunde, wetsverzekering en de beheerskosten voor maaltijdcheques;
9° de telewerkvergoedingen, beperkt tot het bedrag dat van toepassing is op het personeel van de Waalse Overheidsdienst, enkel voor personeelsleden van wie de taken verenigbaar zijn met telewerken en op voorwaarde dat dit laatste geen negatieve impact heeft op de toegang van de begunstigden tot de diensten, noch kwantitatief, noch kwalitatief.
Het jaarlijkse plafond van de brutobezoldiging van een personeelslid in de zin van paragraaf 1, 1° stemt overeen met de bezoldiging vastgesteld volgens de barema's in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 4. Investeringen in de inrichting van gebouwen of de aankoop van nieuwe of tweedehands duurzame goederen met een individuele waarde van meer dan 1.000 euro exclusief btw komen in aanmerking, in verhouding tot hun toewijzing aan de gesubsidieerde actie. Maximaal 20
van het totale investeringsbedrag mag worden afgetrokken van de subsidie die voor het boekjaar is toegekend.
Art. 5. Uitgaven van uitzonderlijke aard mogen alleen met voorafgaande toestemming van de Administratie worden gedekt.
Artikel 1. De uitgaven die in het kader van de subsidie overgenomen worden hebben betrekking op:
1° personeelskosten;
2° werkingskosten;
3° investeringskosten.
Art. 2. In aanmerking komend voor subsidiëring zijn uitsluitend de uitgaven:
1° die rechtstreeks verband houden met de actie waarvoor de subsidie is toegekend;
2° die de werkelijke kosten van de gesubsidieerde actie niet overschrijden;
3° die betrekking hebben op de periode gedekt door de subsidie;
4° die het voorwerp (zullen) uitmaken van een betaling door de begunstigde.
Art. 3. Alleen de volgende personeelskosten komen in aanmerking:
1° de bruto-vergoeding van het personeelslid;
2° de RIZIV-werkgeversbijdragen;
3° de kosten voor woon-werkverkeer voorzien in een regelgevende norm of een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst;
4° de werkgeversbijdrage voor maaltijdcheques;
5° bovenwettelijke uitkeringen uit hoofde van een wettelijke norm of een sectorale collectieve arbeidsovereenkomst;
6° de gepresteerde opzegvergoeding;
7° de niet gepresteerde opzegvergoeding overeenkomstig de voorwaarden die de Minister of diens gemachtigde op gemotiveerd verzoek van de begunstigde vaststelt;
8° de kosten inzake sociaal secretariaat of payroll beheerder, arbeidsgeneeskunde, wetsverzekering en de beheerskosten voor maaltijdcheques;
9° de telewerkvergoedingen, beperkt tot het bedrag dat van toepassing is op het personeel van de Waalse Overheidsdienst, enkel voor personeelsleden van wie de taken verenigbaar zijn met telewerken en op voorwaarde dat dit laatste geen negatieve impact heeft op de toegang van de begunstigden tot de diensten, noch kwantitatief, noch kwalitatief.
Het jaarlijkse plafond van de brutobezoldiging van een personeelslid in de zin van paragraaf 1, 1° stemt overeen met de bezoldiging vastgesteld volgens de barema's in de desbetreffende collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 4. Investeringen in de inrichting van gebouwen of de aankoop van nieuwe of tweedehands duurzame goederen met een individuele waarde van meer dan 1.000 euro exclusief btw komen in aanmerking, in verhouding tot hun toewijzing aan de gesubsidieerde actie. Maximaal 20
van het totale investeringsbedrag mag worden afgetrokken van de subsidie die voor het boekjaar is toegekend.
Art. 5. Uitgaven van uitzonderlijke aard mogen alleen met voorafgaande toestemming van de Administratie worden gedekt.
Art. N4. Annexe 14/4. Dépenses éligibles dans le cadre des subventions visées aux articles 132/19, 132/20 et 132/21
Article 1er. Les dépenses prises en charge dans le cadre de la subvention portent sur des frais :
1° de personnel ;
2° de fonctionnement ;
3° d'investissement.
Art. 2. Sont exclusivement admises à charge de la subvention, les dépenses :
1° qui ont un lien direct avec l'action pour laquelle la subvention est octroyée ;
2° qui n'excèdent pas les coûts réels engendrés par l'action subventionnée ;
3° qui se rapportent à la période couverte par la subvention ;
4° qui ont fait ou feront l'objet d'un paiement par le bénéficiaire.
Art. 3. Dans le cadre des frais de personnel, seuls sont éligibles :
1° la rémunération brute du membre du personnel ;
2° les cotisations O.N.S.S. patronales ;
3° les frais de déplacement domicile-lieu de travail prévus par une norme à portée réglementaire ou par une convention collective de travail sectorielle ;
4° la quote-part patronale des chèques-repas ;
5° les avantages extra-légaux prévus par une norme à portée réglementaire ou par une convention collective de travail sectorielle ;
6° les indemnités de préavis prestés ;
7° les indemnités de préavis non prestés selon les conditions fixées par le ministre ou son délégué sur demande motivée du bénéficiaire ;
8° les frais de secrétariat social ou de gestionnaire de paie, de médecine du travail, d'assurance-loi et les frais de gestion des chèques-repas ;
9° les indemnités de télétravail, plafonnées au montant applicable aux agents du Service public de Wallonie, des seuls membres du personnel dont la fonction est compatible avec le télétravail et pour autant que ce dernier n'impacte pas négativement l'accès aux services des bénéficiaires ni en quantité ni en qualité.
Le plafond annuel de la rémunération brute du membre du personnel au sens de l'alinéa 1er, 1° correspond à la rémunération fixée selon les barèmes de la convention collective de travail concernée.
Art. 4. Est éligible, au prorata de l'affectation à l'action subventionnée, le montant des investissements correspondant à la réalisation de travaux d'aménagement des locaux ou à l'acquisitions de biens durables neufs ou d'occasion d'un montant individuel supérieur à 1.000 euros HTVA. Le montant total des investissements ne pourra être imputé sur la subvention octroyée pour l'exercice qu'à hauteur de 20
maximum du montant total de celle-ci.
Art. 5. Toute dépense à caractère exceptionnel ne pourra éventuellement être prise en charge que moyennant un accord préalable de l'Administration.
Article 1er. Les dépenses prises en charge dans le cadre de la subvention portent sur des frais :
1° de personnel ;
2° de fonctionnement ;
3° d'investissement.
Art. 2. Sont exclusivement admises à charge de la subvention, les dépenses :
1° qui ont un lien direct avec l'action pour laquelle la subvention est octroyée ;
2° qui n'excèdent pas les coûts réels engendrés par l'action subventionnée ;
3° qui se rapportent à la période couverte par la subvention ;
4° qui ont fait ou feront l'objet d'un paiement par le bénéficiaire.
Art. 3. Dans le cadre des frais de personnel, seuls sont éligibles :
1° la rémunération brute du membre du personnel ;
2° les cotisations O.N.S.S. patronales ;
3° les frais de déplacement domicile-lieu de travail prévus par une norme à portée réglementaire ou par une convention collective de travail sectorielle ;
4° la quote-part patronale des chèques-repas ;
5° les avantages extra-légaux prévus par une norme à portée réglementaire ou par une convention collective de travail sectorielle ;
6° les indemnités de préavis prestés ;
7° les indemnités de préavis non prestés selon les conditions fixées par le ministre ou son délégué sur demande motivée du bénéficiaire ;
8° les frais de secrétariat social ou de gestionnaire de paie, de médecine du travail, d'assurance-loi et les frais de gestion des chèques-repas ;
9° les indemnités de télétravail, plafonnées au montant applicable aux agents du Service public de Wallonie, des seuls membres du personnel dont la fonction est compatible avec le télétravail et pour autant que ce dernier n'impacte pas négativement l'accès aux services des bénéficiaires ni en quantité ni en qualité.
Le plafond annuel de la rémunération brute du membre du personnel au sens de l'alinéa 1er, 1° correspond à la rémunération fixée selon les barèmes de la convention collective de travail concernée.
Art. 4. Est éligible, au prorata de l'affectation à l'action subventionnée, le montant des investissements correspondant à la réalisation de travaux d'aménagement des locaux ou à l'acquisitions de biens durables neufs ou d'occasion d'un montant individuel supérieur à 1.000 euros HTVA. Le montant total des investissements ne pourra être imputé sur la subvention octroyée pour l'exercice qu'à hauteur de 20
maximum du montant total de celle-ci.
Art. 5. Toute dépense à caractère exceptionnel ne pourra éventuellement être prise en charge que moyennant un accord préalable de l'Administration.