Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
16 NOVEMBER 2025. - Wet tot wijziging van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek, teneinde een wettelijk mechanisme in te voeren voor het vervallen, verlengen en opheffen van de geheimhouding
Titre
16 NOVEMBRE 2025. - Loi modifiant la loi du 3 mai 1880 sur les enquêtes parlementaires, en vue d'instaurer un mécanisme légal d'expiration, de prolongation et de levée du secret
Documentinformatie
Numac: 2025009989
Datum: 2025-11-16
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009989
Date: 2025-11-16
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Artikel 3 van de wet van 3 mei 1880 op het parlementair onderzoek, vervangen bij de wet van 30 juni 1996 en gewijzigd bij de wet van 6 januari 2014, wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "De geheimhouding vervalt hetzij vijftig jaar na de bekendmaking van het in artikel 13, eerste lid, eerste zin, bedoelde verslag, hetzij, bij ontstentenis van een verslag, vijftig jaar na het einde van het mandaat van de commissie, hetzij binnen de door de Kamer overeenkomstig artikel 13, eerste lid, derde zin, eventueel bepaalde termijn die langer is dan vijftig jaar.
  Voor het verval van de overeenkomstig het zesde lid bepaalde termijn kan een rechter de Kamer schriftelijk verzoeken de geheimhoudingsverplichting op te heffen om tegemoet te komen aan de behoeften van zijn gerechtelijk onderzoek. Dat verzoek kan alleen van toepassing zijn op de getuigenis van een overleden persoon. Wanneer de Kamer een dergelijk verzoek ontvangt, kan zij een door deze wet geregelde commissie als bedoeld in artikel 2 instellen. Die commissie beslist over de eventuele opheffing van de geheimhoudingsverplichting voor de stukken die de commissie bepaalt en onder welke bindende voorwaarden deze opheffing zou gebeuren.
  Voor het verval van de overeenkomstig het zesde lid bepaalde termijn kan de Kamer, op eigen initiatief of na een schriftelijk aan de Kamer gericht verzoek van een derde, een door deze wet geregelde commissie als bedoeld in artikel 2 instellen. Die commissie beslist over een eventuele verlenging van die termijn voor de stukken die de commissie bepaalt. In geval van een dergelijke verlenging verstrijkt de geheimhouding uiterlijk honderd jaar na de bekendmaking van het in artikel 13, eerste lid, eerste zin, bedoelde verslag dan wel, bij ontstentenis van een verslag, honderd jaar na het einde van het mandaat van de commissie."
Art. 2. L'article 3 de la loi du 3 mai 1880 sur les enquêtes parlementaires, remplacé par la loi du 30 juin 1996 et modifié par la loi du 6 janvier 2014, est complété par trois alinéas rédigés comme suit:
  "Le secret expire soit cinquante ans après la publication du rapport visé à l'article 13, alinéa 1er, première phrase, soit, à défaut de rapport, cinquante ans après la fin du mandat de la commission, soit dans le délai supérieur à cinquante ans déterminé éventuellement par la Chambre conformément à l'article 13, alinéa 1er, troisième phrase.
  Avant l'expiration du délai déterminé conformément à l'alinéa 6, un juge peut demander par écrit adressé à la Chambre la levée de l'obligation de secret pour répondre aux besoins de son instruction. Cette demande ne peut s'appliquer qu'au témoignage d'une personne décédée. Saisie d'une telle demande, la Chambre peut constituer une commission telle que visée à l'article 2, régie par la présente loi. Cette commission statue sur la levée éventuelle de l'obligation de secret pour les pièces que la commission détermine ainsi que sur les conditions contraignantes qui régiraient cette levée.
  Avant l'expiration du délai déterminé conformément à l'alinéa 6, la Chambre peut, de sa propre initiative ou à la demande d'un tiers adressée par écrit à la Chambre, constituer une commission telle que visée à l'article 2, régie par la présente loi. Cette commission statuera sur une éventuelle prolongation de ce délai pour les pièces que la commission détermine. Dans le cas d'une telle prolongation, le secret expire au plus tard cent ans après la publication du rapport visé à l'article 13, alinéa 1er, première phrase, ou, à défaut de rapport, cent ans après la fin du mandat de la commission."
Art. 3. Artikel 13, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 30 juni 1996, wordt aangevuld met de volgende zin:
  "Indien uit het onderzoek blijkt dat zulks noodzakelijk is, kan een commissie aan de Kamer, die beslist, voorstellen om een in artikel 3 bedoelde vervaltermijn voor de geheimhouding vast te stellen die langer is dan vijftig jaar na de bekendmaking van het verslag of, bij ontstentenis van een verslag, na het einde van het mandaat van de commissie, zonder dat die termijn ooit meer dan honderd jaar mag bedragen."
Art. 3. L'article 13, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 30 juin 1996, est complété par la phrase suivante:
  "Si l'enquête devait en faire apparaître la nécessité, une commission peut proposer à la Chambre, qui décide, de fixer un délai d'expiration du secret visé à l'article 3 supérieur à cinquante ans après la publication du rapport ou, à défaut de rapport, après la fin du mandat de la commission, sans que ce délai ne puisse jamais excéder cent ans."
Art. 4. In dezelfde wet wordt een artikel 14 ingevoegd, luidende:
  "Art. 14. De artikelen 3, zesde tot achtste lid, en 13, eerste lid, derde zin, hebben tot doel een evenwicht te bewerkstelligen tussen de bescherming van het recht op eerbiediging van het privéleven, het recht op informatie, de doeltreffendheid van het parlementair onderzoek en de mogelijkheid om mee te werken aan een gerechtelijk onderzoek."
Art. 4. Dans la même loi, il est inséré un article 14 rédigé comme suit:
  "Art. 14. Les articles 3, alinéas 6 à 8, et 13, alinéa 1er, troisième phrase, ont pour finalité d'atteindre un équilibre entre la protection du droit au respect de la vie privée, le droit à l'information, l'efficacité de l'enquête parlementaire et la possibilité de collaborer à une instruction judiciaire."
Art. 5. De artikelen 2, 3 en 4 zijn van toepassing op de na de inwerkingtreding van deze wet ingestelde parlementaire onderzoekscommissies.
Art. 5. Les articles 2, 3 et 4 s'appliquent aux commissions d'enquête parlementaire constituées après l'entrée en vigueur de la présente loi.