Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2025. - Wet houdende de militaire programmering op het gebied van investeringen, personeel en technologische versterking voor de periode 2026-2034
Titre
21 DECEMBRE 2025. - Loi de de programmation militaire en matière d'investissements, de personnel et de renforcement technologique pour la période 2026-2034
Documentinformatie
Numac: 2025009905
Datum: 2025-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009905
Date: 2025-12-21
Moniteur: Voir
Tekst (28)
Texte (28)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet beoogt de vastlegging van het kader en de planning van de ontwikkeling van de defensiecapaciteiten, alsook de langetermijnfinanciering van de strategische behoeften van de Krijgsmacht, met inachtneming van de internationale verbintenissen en als antwoord op de hedendaagse dreigingen.
  Deze wet bepaalt de basisprincipes voor de periode 2026-2034 en heeft tot doel te zorgen voor de stabiliteit en voor de voorspelbaarheid die vereist is voor de verwezenlijking van de strategische doelstellingen van Defensie op de volgende vlakken:
  1° de werving van personeel;
  2° de investeringen in hoofdmaterieel en de financiering ervan;
  3° de versterking van de technologische en industriële basis in het domein van veiligheid en defensie.
Art. 2. La présente loi a pour objet de cadrer et de planifier le développement des capacités de défense ainsi que le financement à long terme des besoins stratégiques des Forces armées, dans le respect des engagements internationaux et en réponse aux menaces contemporaines.
  La présente loi établit les principes directeurs pour la période 2026-2034 et vise à garantir la stabilité ainsi que la prévisibilité requise à la réalisation des objectifs stratégiques de la Défense dans les domaines suivants:
  1° le recrutement de personnel;
  2° les investissements en matériel majeur et leur financement;
  3° le renforcement de la base industrielle et technologique dans le domaine de la sécurité et de la défense.
Art. 3. Definities
  Voor de toepassing van deze wet wordt begrepen onder:
  1° Ministerie: het Ministerie van Landsverdediging;
  2° Strategische Visie van Defensie: referentiedocument of conceptueel kader dat de doelstellingen, prioriteiten en oriëntatie op lange termijn van België op het vlak van Defensie vastlegt;
  3° hoofdmaterieel: de wapensystemen en de daaraan verbonden technologie die met name wegens de duur van de vernieuwingscyclus ervan en de aanzienlijke vastleggingsbedragen niet binnen het kader van de courante investeringen vallen;
  4° plan voor investeringen in hoofdmaterieel: jaarlijks plan opgemaakt door het Ministerie in uitvoering van deze wet.
Art. 3. Définitions
  Aux fins de la présente loi, il y a lieu d'entendre par:
  1° Ministère: le Ministère de la Défense;
  2° Vision stratégique de la Défense: document de référence ou cadre conceptuel définissant les objectifs, les priorités et les orientations à long terme de la Belgique en matière de Défense;
  3° matériel majeur: les systèmes d'armes et les technologies associées qui ne relèvent pas des investissements courants, en raison notamment de la durée de leur cycle de renouvellement ou de l'importance des montants engagés;
  4° plan d'investissements en matériel majeur: plan annuel élaboré par le Ministère en exécution de la présente loi.
HOOFDSTUK 2. - De werving van het personeel
CHAPITRE 2. - Le recrutement de personnel
Art. 4. De evolutie van het personeelsbestand van het Ministerie volgt een groeipad dat overeenstemt met de capacitaire ontwikkeling en de versterking van Defensie.
Art. 4. L'évolution des effectifs du Ministère suit une trajectoire de croissance cohérente avec le développement capacitaire et le renforcement de la Défense.
Art. 5. De werving van personeel waarborgt de gewenste evolutie van het personeelsbestand in overeenstemming met de capacitaire ontwikkeling van de Krijgsmacht. De jaarlijkse geraamde wervingsaantallen zijn opgenomen in bijlage I, met het te bereiken doel van 34.500 militairen van het actief kader, 12.800 militairen van het reservekader, inclusief de jongeren die deelnemen aan het militair dienstjaar, en 8500 burgers in 2034.
Art. 5. Le recrutement de personnel garantit l'évolution souhaitée des effectifs en lien avec le développement capacitaire des Forces armées. Les estimations annuelles de recrutement de personnel sont présentées dans l'annexe I, avec l'objectif d'atteindre 34.500 militaires du cadre actif, 12.800 militaires du cadre de réserve, comprenant également les jeunes qui participent à l'année de service militaire, et 8500 civils en 2034.
HOOFDSTUK 3. - De investeringen in hoofdmaterieel en hun financiering
CHAPITRE 3. - Les investissements en matériel majeur et leur financement
Art. 6. De investeringen in hoofdmaterieel zijn van essentieel belang voor de capacitaire ontwikkeling van de Krijgsmacht.
  De programma's voor de investeringen in militair hoofdmaterieel die gepland zijn voor de periode 2026-2034, samengebracht per capacitaire dimensie, zijn opgenomen in bijlage II.
  In bijlage II zijn opgenomen: een indicatieve omschrijving van de investeringsprogramma's, de budgettaire raming uitgedrukt in constante euro 2026, alsook het geschatte jaar vanaf hetwelk de vastlegging van een contract is gepland of, eventueel, de periode waarin verschillende vastleggingen gepland zijn.
Art. 6. Les investissements en matériel majeur sont essentiels au développement capacitaire des Forces armées.
  Les programmes d'investissements en matériel majeur militaire prévus pour la période 2026-2034, regroupés par dimension capacitaire, sont repris à l'annexe II.
  Sont repris dans l'annexe II: une description indicative des programmes d'investissements, le budget prévisionnel exprimé en euros constants 2026, ainsi que l'année estimée à partir de laquelle l'engagement d'un contrat est planifié ou, le cas échéant, la période au cours de laquelle plusieurs engagements sont planifiés.
Art. 7. Binnen de bij deze wet bepaalde grenzen kunnen de in artikel 6 bedoelde investeringsprogramma's worden bijgesteld, met name om ervoor te zorgen dat ze blijven aansluiten bij de evolutie van de veiligheidsomgeving, de technologische vooruitgang en de strategische doelstellingen van Defensie.
Art. 7. Dans les limites prévues par la présente loi, les programmes d'investissements visés à l'article 6 peuvent être ajustés, notamment afin d'assurer leur adéquation continue avec l'évolution de l'environnement de sécurité, les progrès technologiques et les objectifs stratégiques de la Défense.
Art. 8. De noodzakelijke vastleggingskredieten voor de realisatie van de in artikel 6 bedoelde investeringen, uitgedrukt in constante euro 2026, bedragen 33.784.153.531 euro.
Art. 8. Les crédits d'engagement nécessaires à la réalisation de l'ensemble des investissements visés à l'article 6, exprimés en euros constants 2026, s'élèvent à 33.784.153.531 euros.
Art. 9. De vastleggings- en vereffeningskredieten die benodigd zijn voor de realisatie van de in artikel 6 bedoelde investeringen, uitgedrukt in courante euro, worden jaarlijks ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting, sectie 16, organisatieafdeling-programma-activiteit 50-23.
Art. 9. Les crédits d'engagement et de liquidation nécessaires à la réalisation des investissements visés à l'article 6, exprimés en euros courants, sont inscrits chaque année au budget général des dépenses, section 16, division organique-programme-activité 50-23.
Art. 10. De som van de vastgelegde bedragen voor de in artikel 6 bedoelde investeringen, uitgedrukt in constante euro 2026 en ingeschreven in de respectieve algemene uitgavenbegrotingen, mag het bedrag vermeld in artikel 8 niet overschrijden.
  Bij verschillen in de aankoopprijzen van hoofdmaterieel kan worden gecompenseerd tussen de investeringsprogramma's.
Art. 10. La somme des montants engagés pour les investissements visés à l'article 6, exprimés en euros constants 2026 et inscrits aux budgets généraux de dépenses respectifs, ne peut dépasser le montant indiqué à l'article 8.
  Des différences dans les prix d'achat du matériel majeur peuvent être compensées entre programmes d'investissements.
Art. 11. De opbrengsten tot en met 2034 uit de verkoop van hoofdmaterieel dat vervangen wordt door het materieel dat in bijlage II wordt opgesomd, worden in de Schatkist gestort.
Art. 11. Les produits générés jusqu'en 2034 par les ventes de matériel majeur remplacé par le matériel énuméré à l'annexe II sont versés au Trésor.
HOOFDSTUK 4. - Budgettaire aanrekening van investeringsdossiers 2025
CHAPITRE 4. - Imputation budgétaire des dossiers d'investissements 2025
Art. 12. Indien ze in 2025 niet zijn vastgelegd, kunnen de investeringsdossiers die waren geprogrammeerd in het plan voor investeringen in hoofdmaterieel voor een vastlegging op de begrotingskredieten van 2025, nog steeds worden vastgelegd na de datum van inwerkingtreding van deze wet. Deze dossiers zijn opgenomen in bijlage III.
  Daartoe worden de niet-gebruikte en geannuleerde vastleggingskredieten van 2025 opnieuw ingeschreven in een latere algemene uitgavenbegroting, sectie 16, organisatieafdeling-programma-activiteit 50-22 of 50-23, naargelang het in bijlage III vermelde geval. De bijbehorende vereffeningskredieten worden eveneens volgens dezelfde nadere regels opnieuw ingeschreven.
Art. 12. S'ils n'ont pas été engagés en 2025, les dossiers d'investissements qui étaient programmés dans le plan d'investissement en matériel majeur pour un engagement sur les crédits budgétaires de 2025 peuvent encore être engagés après la date d'entrée en vigueur de la présente loi. Ces dossiers sont repris à l'annexe III.
  A cette fin, les crédits d'engagement de 2025 qui ne sont pas utilisés et qui sont annulés sont réinscrits dans un budget général de dépenses ultérieur, section 16, division organique-programme-activité 50-22 ou 50-23, selon le cas mentionné à l'annexe III. Les crédits de liquidation y afférents sont également réinscrits selon les mêmes modalités.
HOOFDSTUK 5. - Versterking van de technologische en industriële basis in het domein van veiligheid en defensie
CHAPITRE 5. - Renforcement de la base industrielle et technologique dans le domaine de la sécurité et de la défense
Art. 13. Dankzij de begrotingsmiddelen die worden toegekend voor de versterking van de nationale technologische en industriële basis op het gebied van veiligheid en defensie kan België zich profileren als een betrouwbare en vooraanstaande technologische partner voor de ontwikkeling van Europese en trans-Atlantische capaciteiten, terwijl tegelijkertijd de technologische en industriële autonomie gegarandeerd wordt die in bepaalde kritieke domeinen onontbeerlijk is.
  Deze versterking omvat de financiering van de Strategie Defensie, Industrie en Onderzoek ("Defence, Industry and Research Strategy" - DIRS) waarvan de structuur rond twee ontwikkelingsassen is opgebouwd:
  1° Research and Technology (R&T): de begrotingsmiddelen stellen België in staat zijn technologisch onderzoek op het gebied van defensie te consolideren, innovatie op het gebied van defensie te stimuleren en zijn nationale technologische en industriële basis te versterken;
  2° Research, Development, Innovation and Industrialization (RDI2): de begrotingsmiddelen stellen België in staat om onderzoek en ontwikkeling op het gebied van defensie te versterken, de implementatie van militaire innovatie te bevorderen en zijn nationale technologische en industriële basis te consolideren. België bevestigt daarmee zijn rol als speler op het gebied van capacitaire ontwikkeling en de vervaardiging van wapensystemen, en als belangrijke en betrouwbare partner in de militaire en dual-use toeleveringsketens, waarmee het bijdraagt aan de versterking van de Europese en trans-Atlantische defensiecapaciteiten.
Art. 13. Les moyens budgétaires alloués au renforcement de la base technologique et industrielle nationale dans le domaine de la sécurité et défense, permettent à la Belgique de s'affirmer comme un partenaire technologique fiable et de premier plan pour le développement des capacités européennes et transatlantiques, tout en garantissant l'autonomie technologique et industrielle indispensable dans certains domaines critiques.
  Ce renforcement inclut le financement de la Stratégie Défense, Industrie et Recherche ("Defence, Industry and Research Strategy" - DIRS) structurée autour de deux axes de développement:
  1° Research and Technology (R&T): les moyens budgétaires permettent à la Belgique de consolider sa recherche technologique dans le domaine de la défense, de stimuler l'innovation en matière de défense et de renforcer sa base technologique et industrielle nationale;
  2° Research, Development, Innovation and Industrialization (RDI2): les moyens budgétaires permettent à la Belgique de renforcer la recherche et le développement en matière de défense, de favoriser l'implémentation de l'innovation militaire et de consolider sa base technologique et industrielle nationale. La Belgique s'affirme ainsi comme un acteur du développement capacitaire et de la fabrication de systèmes d'armes, ainsi que comme un partenaire majeur et fiable au sein des chaînes d'approvisionnement militaires et dual-use, contribuant au renforcement des capacités de défense européennes et transatlantiques.
Art. 14. Het budget voor de DIRS bedraagt jaarlijks 3 % van het budget van Defensie, vermeerderd met de aanvullende jaarlijkse bedragen opgenomen in bijlage IV.
Art. 14. Le budget consacré à la DIRS s'élève annuellement à 3 % du budget de la Défense, augmenté des montants complémentaires annuels repris à l'annexe IV.
Art. 15. De vastleggings- en vereffeningskredieten die benodigd zijn voor de realisatie van de in artikel 13 bedoelde versterking, worden elk jaar in de algemene uitgavenbegroting, sectie 16, organisatieafdeling-programma-activiteit 50-72 ingeschreven.
Art. 15. Les crédits d'engagement et de liquidation nécessaires à la réalisation du renforcement visé à l'article 13 sont inscrits chaque année au budget général des dépenses, section 16, division organique-programme-activité 50-72.
Art. 16. De in artikel 14 bedoelde middelen kunnen, indien nodig, worden ingezet ter ondersteuning van onderzoeks- en ontwikkelingsactiviteiten in verband met de in artikel 6 bedoelde investeringsprogramma's, zonder dat dit voor het in artikel 8 aangegeven bedrag gevolgen heeft.
Art. 16. Les moyens visés à l'article 14 peuvent, le cas échéant, être mobilisés pour soutenir les activités de recherche et développement afférentes aux programmes d'investissements visés à l'article 6, sans que cela n'emporte de conséquence sur le montant indiqué à l'article 8.
HOOFDSTUK 6. - Rapportering
CHAPITRE 6. - Rapportage
Art. 17. De minister van Defensie legt jaarlijks aan de Kamer van volksvertegenwoordigers een verslag voor over de stand van zaken met betrekking tot de planning, uitvoering en aanpassingen bedoeld in artikel 6, alsook over de evolutie van de werving en de effectieven en over de versterking via de DIRS van de nationale technologische en industriële basis op het gebied van veiligheid en defensie.
Art. 17. Le ministre de la Défense présente chaque année à la Chambre des représentants l'état des lieux de la planification, de l'exécution, et des ajustements visées à l'article 6, ainsi que de l'évolution du recrutement et des effectifs et de la contribution de la DIRS au renforcement de la base technologique et industrielle nationale dans le domaine de la sécurité et de la défense.
HOOFDSTUK 7. - Actualisering
CHAPITRE 7. - Mise à jour
Art. 18. De uitvoering van deze wet wordt regelmatig geëvalueerd en ten minste aan het begin van elke legislatuur worden geactualiseerd, parallel aan de herziening van de Strategische Visie van Defensie, om ervoor te zorgen dat ze blijft aansluiten bij de operationele behoeften en de ontwikkeling van de veiligheidscontext.
Art. 18. L'exécution de la présente loi fait l'objet d'une évaluation régulière et sera, au minimum, actualisée au début de chaque législature, en parallèle de la révision de la Vision stratégique de la Défense, afin de garantir son adéquation aux besoins opérationnels et à l'évolution du contexte sécuritaire.
HOOFDSTUK 8. - Opheffing en inwerkingtreding
CHAPITRE 8. - Abrogation et entrée en vigueur
Art. 19. De wet van 23 mei 2017 houdende de militaire programmering op het gebied van investeringen, personeel en technologische versterking voor de periode 2023-2030, gewijzigd bij de wetten van 15 januari 2019 en 20 juli 2022, wordt opgeheven.
Art. 19. La loi du 23 mai 2017 de programmation militaire en matière d'investissements, de personnel et de renforcement technologique pour la période 2023-2030, modifiée par les lois des 15 janvier 2019 et 20 juillet 2022, est abrogée.
Art. 20. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 20. La présente loi entre en vigueur le 1er janvier 2026.