Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 DECEMBER 2025. - Wet tot wijziging van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen
Titre
19 DECEMBRE 2025. - Loi modifiant la loi du 19 décembre 2023 concernant l'introduction d'un impôt minimum pour les groupes d'entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure
Documentinformatie
Numac: 2025009871
Datum: 2025-12-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009871
Date: 2025-12-19
Moniteur: Voir
Tekst (32)
Texte (32)
TITEL 1. - ALGEMENE BEPALING
TITRE 1er. - DISPOSITION GENERALE
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 19 DECEM BER 2023 HOUDENDE DE INVOERING VAN EEN MINIMUMBELASTING VOOR MULTINATIONALE ONDERNEMINGEN EN OMVANGRIJKE BINNENLANDSE GROEPEN
TITRE 2. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 19 DECEMBRE 2023 CONCERNANT L'INTRODUCTION D'UN IMPOT MINIMUM POUR LES GROUPES D'ENTREPRISES MULTINATIONALES ET LES GROUPES NATIONAUX DE GRANDE ENVERGURE
Art. 2. In artikel 2, § 2, van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 2, § 2, de la loi du 19 décembre 2023 concernant l'introduction d'un impôt minimum pour les groupes d'entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 3. In titel 1 van dezelfde wet, wordt een artikel 2bis ingevoegd, luidende:
  "Art. 2bis. Alle berichten met betrekking tot de toepassing van de wet, worden uitgevoerd door middel van het door de Federale Overheidsdienst Financiën ter beschikking gestelde beveiligd elektronisch platform.
  Er wordt verstaan onder "bericht": alle schriftelijke mededelingen betreffende de rechten en plichten opgenomen in deze wet, in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, in de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de inkomstenbelastingen of in de ter uitvoering ervan genomen besluiten, inclusief de briefwisseling, formulieren en verzendingen van gegevens, ongeacht de gebruikte drager."
Art. 3. Dans le titre 1er de la même loi, il est inséré un article 2bis rédigé comme suit :
  "Art. 2bis. Tous les messages liés à l'application de la loi, s'opèrent au moyen de la plateforme électronique sécurisée mise à disposition par le Service public fédéral Finances.
  Par "message" on entend : toutes les communications écrites concernant les droits et obligations repris dans la présente loi, dans le Code des impôts sur les revenus 1992, dans les dispositions légales particulières relatives aux impôts sur les revenus ou les arrêtés pris pour leur exécution, en ce compris les courriers, formulaires et transmissions de données, indépendamment du support utilisé."
Art. 4. In artikel 3 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) de bepaling onder 3° wordt vervangen als volgt:
  "3° groep: a) een geheel van entiteiten die met elkaar verbonden zijn door eigendom of zeggenschap zoals bedoeld krachtens de aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging voor de opstelling van een geconsolideerde jaarrekening door de uiteindelijke moederentiteit en waarbij de activa, passiva, lasten en kasstromen zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit, inclusief iedere entiteit van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit zou worden uitgesloten op de enkele grond van haar kleine omvang, van haar relatief belang of van het feit dat zij voor de verkoop wordt aangehouden; of
  b) een entiteit die een of meer vaste inrichtingen heeft, op voorwaarde dat zij geen deel uitmaakt van een andere groep zoals omschreven in de bepaling onder a);";
  b) de bepaling onder 8° wordt vervangen als volgt:
  "8° indienende groepsentiteit: een entiteit die een informatierapport of aangifte indient betreffende de bijheffing overeenkomstig artikel 53 of 57/1 of een entiteit, joint venture en de met de joint venture gelieerde partijen die een aangifte betreffende de bijheffing indienen overeenkomstig artikel 50;";
  c) na de bepaling onder 65°, worden de bepalingen onder 66° en 67° ingevoegd, luidende:
  "66° joint venture: een entiteit waarvan de financiële resultaten volgens de vermogensmutatiemethode worden gerapporteerd in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit, op voorwaarde dat die uiteindelijke moederentiteit - direct of indirect - ten minste 50 pct. van haar eigendomsbelang houdt.
  Een joint venture omvat niet:
  (i) een uiteindelijke moederentiteit van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep die de IIR moet toepassen;
  (ii) een uitgesloten entiteit in de zin van de bepaling onder 59° ;
  (iii) een entiteit waarvan de door de MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep gehouden eigendomsbelangen direct worden gehouden via een uitgesloten entiteit als bedoeld in de bepaling onder 59°, en die aan één van de volgende voorwaarden voldoet:
  - zij wordt uitsluitend of nagenoeg uitsluitend gedreven om activa aan te houden of middelen te beleggen ten behoeve van haar beleggers;
  - zij verricht werkzaamheden die een aanvulling vormen op de werkzaamheden van de uitgesloten entiteit; of
  - een substantieel deel van haar inkomen is uitgesloten van de berekening van het toegelaten inkomen of verlies overeenkomstig artikel 9, § 1, b) en c);
  (iv) een entiteit die wordt gehouden door een MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep die uitsluitend uit uitgesloten entiteiten bestaat; of
  (v) een met een joint venture gelieerde partij;
  67° met een joint venture gelieerde partij:
  (i) een entiteit waarvan de activa, passiva, baten, lasten en kasstromen krachtens een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging door een joint venture worden geconsolideerd of geconsolideerd zouden zijn geweest indien de joint venture die activa, passiva, baten, lasten en kasstromen krachtens een aanvaardbare standaard voor financiële verslaglegging had moeten consolideren; of
  (ii) een vaste inrichting waarvan de hoofdentiteit een joint venture is of een onder i) bedoelde entiteit. In dergelijke gevallen wordt de vaste inrichting behandeld als een afzonderlijke met een joint venture gelieerde partij."
Art. 4. Dans l'article 3 de la même loi, modifié par la loi du 12 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le 3° est remplacé par ce qui suit :
  "3° groupe : a) un ensemble d'entités liées entre elles du fait de la structure de détention ou de contrôle telle qu'elle implique en vertu de la norme de comptabilité financière admissible pour l'établissement des états financiers consolidés par l'entité mère ultime, que les actifs, passifs, charges et flux de trésorerie soient inclus dans les états financiers consolidés de l'entité mère ultime, y compris toute entité qui aurait pu être exclue des états financiers consolidés de l'entité mère ultime uniquement en raison de sa petite taille, de son importance relative ou parce qu'elle est destinée à être vendue ; ou
  b) une entité qui dispose d'un ou de plusieurs établissements stables, pour autant qu'elle ne fasse pas partie d'un autre groupe visé au a) ;" ;
  b) le 8° est remplacé par ce qui suit :
  "8° entité constitutive déclarante : une entité qui dépose un rapport d'information ou une déclaration pour l'impôt complémentaire conformément à l'article 53 ou 57/1 ou une entité, coentreprise et les entités affiliées à une coentreprise qui déposent une déclaration pour l'impôt complémentaire conformément à l'article 50 ;" ;
  c) après le 65°, sont insérés les 66° et 67° rédigés comme suit :
  "66° coentreprise : une entité dont les résultats financiers sont rapportés selon la méthode de mise en équivalence dans les états financiers consolidés de l'entité mère ultime, à condition que l'entité mère ultime détienne, directement ou indirectement, au moins 50 p.c. de ses titres de participation.
  Une coentreprise ne comprend pas :
  (i) une entreprise mère ultime d'un groupe d'EMN ou d'un groupe national de grande envergure qui est tenue d'appliquer la RIR ;
  (ii) une entité exclue au sens du 59° ;
  (iii) une entité dont les titres de participation détenus par le groupe d'EMN ou le groupe national de grande envergure sont détenus directement par une entité exclue visée au 59°, et qui remplit l'une des conditions suivantes :
  - elle a pour objet exclusif, ou presque exclusif, de détenir des actifs ou d'investir des fonds pour le compte de ses investisseurs ;
  - elle exerce des activités qui sont accessoires à celles exercées par l'entité exclue ; ou
  - une partie substantielle de ses bénéfices sont exclus du calcul du bénéfice ou de la perte admissible conformément à l'article 9, § 1er, b) et c) ;
  (iv) une entité qui est détenue par un groupe d'EMN ou un groupe national de grande envergure composé exclusivement d'entités exclues ; ou
  (v) une entité affiliée à une coentreprise ;
  67° entité affiliée à une coentreprise :
  (i) une entité dont les actifs, les passifs, les recettes, les dépenses et les flux de trésorerie sont consolidés par une coentreprise selon une norme de comptabilité financière admissible ou auraient été consolidés si la coentreprise avait été tenue de consolider ces actifs, passifs, recettes, dépenses et flux de trésorerie selon une norme de comptabilité financière admissible ; ou
  (ii) un établissement stable dont l'entité principale est une coentreprise ou une entité visée au i). Dans ces cas, l'établissement stable est considéré comme une filiale de coentreprise distincte."
Art. 5. In artikel 13, § 5, tweede lid, van dezelfde wet, worden de woorden "artikel 59" vervangen door de woorden "artikel 58".
Art. 5. Dans l'article 13, § 5, alinéa 2, de la même loi, les mots "à l'article 59" sont remplacés par les mots "à l'article 58".
Art. 6. In titel II, hoofdstuk 6, van dezelfde wet wordt een afdeling 1/1 ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 1/1. Aan de binnenlandse bijheffing onderworpen entiteiten".
Art. 6. Au titre II, chapitre 6, de la même loi, il est inséré une section 1re/1 intitulée :
  "Section 1re/1. Les entités assujetties à l'impôt national complémentaire".
Art. 7. In afdeling 1/1, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 27/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 27/1. De in België gevestigde groepsentiteiten, met inbegrip de joint ventures en de met de joint ventures gelieerde partijen, zijn onderworpen aan de binnenlandse bijheffing.
  Indien meerdere in het eerste lid bedoelde groepsentiteiten aan de binnenlandse bijheffing zijn onderworpen, wordt een gemeenschappelijke aanslag gevestigd in hoofde van deze groepsentiteiten.
  Indien het één of meerdere joint ventures of met joint ventures gelieerde partijen betreft waarvan de financiële resultaten volgens de vermogensmutatiemethode worden gerapporteerd in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijke moederentiteit, dan wordt de in het vorige lid bedoelde gemeenschappelijke aanslag ook in hun hoofde gevestigd.
  De Koning bepaalt de nadere regels voor de opmaking en de kennisgeving van de kohieren."
Art. 7. A la section 1re/1, insérée par l'article 6, il est inséré un article 27/1, rédigé comme suit :
  "Art. 27/1. Les entités constitutives, en ce compris les coentreprises et les entités affiliées aux coentreprises établies en Belgique, sont assujetties à l'impôt national complémentaire.
  Si plusieurs entités constitutives visées à l'alinéa premier sont assujetties à l'impôt national complémentaire, une imposition commune est établie dans le chef de ces entités constitutives.
  S'il s'agit d'une ou plusieurs coentreprises ou entités affiliées aux coentreprises dont les résultats financiers sont établis conformément à la méthode de la mise en équivalence dans les comptes annuels consolidés de l'entité mère ultime, l'imposition commune visée à l'alinéa précédent est également établie dans leur chef.
  Le Roi détermine les modalités de formation et de notification des rôles."
Art. 8. In artikel 28 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Wanneer het tarief van de binnenlandse bijheffing van de in België gevestigde groepsentiteiten van een MNO-groep of van een omvangrijke binnenlandse groep lager is dan het minimumbelastingtarief voor een verslagjaar wordt een binnenlandse bijheffing verschuldigd ten belope van het bedrag bedoeld in paragraaf 2.";
  2° paragraaf 3 wordt opgeheven.
Art. 8. A l'article 28 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Lorsque le taux d'impôt national complémentaire des entités constitutives d'un groupe d'EMN ou d'un groupe national de grande envergure établies en Belgique est inférieur au taux minimum d'imposition pour une année fiscale, un impôt national complémentaire est dû sur le montant déterminé conformément au paragraphe 2." ;
  2° le paragraphe 3 est abrogé.
Art. 9. In artikel 31 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2024, wordt paragraaf 1 vervangen als volgt:
  " § 1. Aan de IIR-bijheffing die gelijk is aan de bijheffing ten belope van het in artikel 32 bedoelde bedrag, zijn onderworpen ter zake van hun in een andere jurisdictie gevestigde dan wel staatloze laagbelaste groepsentiteiten alsook ter zake van zichzelf en van haar in België gevestigde laagbelaste groepsentiteiten, de volgende in België gevestigde groepsentiteiten:
  1° een uiteindelijke moederentiteit;
  2° een tussenliggende moederentiteit die wordt gehouden door een in een derde land gevestigde uiteindelijke moederentiteit of door een in een lidstaat van de Europese Unie gevestigde uiteindelijke moederentiteit die een uitgesloten entiteit is; en
  3° een partieel gehouden moederentiteit.
  De Koning bepaalt de nadere regels van de opmaking en de kennisgeving van de kohieren."
Art. 9. A l'article 31 de la même loi, modifié par la loi du 12 mai 2024, le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Sont assujetties à l'impôt complémentaire en vertu de la RIR, à concurrence du montant visé à l'article 32, à l'égard de ses entités constitutives faiblement imposées qui sont établies dans une autre juridiction ou qui sont apatrides ainsi qu'à l'égard de ses entités constitutives faiblement imposées qui sont établies en Belgique et de même qu'à l'égard d'elle-même, les entités constitutives suivantes établies en Belgique :
  1° une entité mère ultime ;
  2° une entité mère intermédiaire qui est détenue par une entité mère ultime établie dans un pays tiers ou par une entité mère ultime établie dans un état membre de l'Union européenne qui est une entité exclue ; et
  3° une entité mère ultime partiellement détenue.
  Le Roi détermine les modalités de formation et de notification des rôles."
Art. 10. In artikel 35 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Aan de UTPR-bijheffing die gelijk is aan de bijheffing van de laagbelaste groepsentiteiten, ten belope van het in artikel 36 bedoelde bedrag, zijn onderworpen de in België gevestigde groepsentiteiten, met uitsluiting van de beleggingsentiteiten, wanneer de uiteindelijke moederentiteit van de MNO-groep waartoe die groepsentiteiten behoren:
  1° een uitgesloten entiteit is;
  2° in een jurisdictie van een derde land is gevestigd dat geen gekwalificeerde IIR toepast; of
  3° in een jurisdictie is gevestigd die voor de toepassing van deze wet aangemerkt wordt als een laag belastende jurisdictie bedoeld in artikel 3, 35°.
  Indien er meerdere in België gevestigde groepsentiteiten zijn onderworpen aan de UTPR-bijheffing, wordt een gemeenschappelijke aanslag gevestigd in hoofde van deze groepsentiteiten.
  De Koning bepaalt de nadere regels voor de opmaking en de kennisgeving van de kohieren.";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 10. A l'article 35 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Sont assujetties à l'impôt complémentaire en vertu de la RBII qui est égal à l'impôt complémentaire des entités constitutives faiblement imposées, à concurrence du montant visé à l'article 36, les entités constitutives établies en Belgique, à l'exclusion des entités d'investissement, lorsque l'entité mère ultime du groupe d'EMN à laquelle ces entités constitutives appartiennent :
  1° est une entité exclue ;
  2° est établie dans une juridiction d'un pays tiers qui n'applique pas de RIR qualifiée ; ou
  3° est établie dans une juridiction qui pour l'application de la présente loi est considérée comme une juridiction à faible imposition visée à l'article 3, 35°.
  Si plusieurs entités constitutives établies en Belgique sont assujetties à l'impôt complémentaire en vertu de la RBII, une imposition commune est établie dans le chef de ces entités constitutives.
  Le Roi détermine les modalités de formation et de notification des rôles." ;
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 11. Artikel 39 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 39. § 1. Een moederentiteit die, direct of indirect, een eigendomsbelang houdt in een joint venture of een met een joint venture gelieerde partij, past de IIR overeenkomstig de artikelen 31 tot 34 toe op het haar toerekenbare deel van de bijheffing van die joint venture of die met een joint venture gelieerde partij.
  § 2. De berekening van de bijheffingen van de joint venture en de met de joint venture gelieerde partijen (hierna genoemd "joint venture-groep") vindt overeenkomstig de bepalingen van deze wet plaats als waren zij groepsentiteiten van een afzonderlijke MNO-groep of omvangrijke binnenlandse groep of als was de joint venture de uiteindelijke moederentiteit van die groep.
  § 3. De door de joint venture-groep verschuldigde bijheffing wordt verminderd met het krachtens paragraaf 1 aan elke moederentiteit toerekenbare deel van de bijheffing van elk lid van de joint venture-groep die onder de toepassing van paragraaf 2 valt. Resterende bedragen aan bijheffing worden bijgeteld bij het totale bedrag aan UTPR-bijheffing op grond van artikel 36, § 2. Voor de toepassing van deze paragraaf wordt onder "door de joint venture-groep verschuldigde bijheffing" verstaan, het aan de moederentiteit toerekenbare deel van de bijheffing van de joint venture-groep."
Art. 11. L'article 39 de la même loi est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 39. § 1er. Une entité mère qui détient, directement ou indirectement, des titres de participation dans une coentreprise ou une entité affiliée à une coentreprise applique la RIR pour sa part attribuable de l'impôt complémentaire de ladite coentreprise ou de ladite entité affiliée à une coentreprise conformément aux articles 31 à 34.
  § 2. Le calcul des impôts complémentaires pour la coentreprise et les entités affiliées à cette coentreprise (ci-après dénommées "groupe de la coentreprise") est effectué conformément aux dispositions de la présente loi, comme s'il s'agissait d'entités constitutives relevant d'un groupe d'EMN ou d'un groupe national de grande envergure distinct ou comme si la coentreprise était l'entité mère ultime de ce groupe.
  § 3. L'impôt complémentaire dû par le groupe de la coentreprise est diminué de la part de l'impôt complémentaire attribuable à chaque entité mère, conformément au paragraphe 1er pour chaque membre du groupe de la coentreprise imposable conformément au paragraphe 2. Tout montant résiduel de l'impôt complémentaire est ajouté au montant total de l'impôt complémentaire dû au titre de la RBII conformément à l'article 36, § 2. Aux fins du présent paragraphe, on entend par "impôt complémentaire dû par le groupe de la coentreprise", la part attribuable à l'entité mère de l'impôt complémentaire du groupe de la coentreprise."
Art. 12. In titel II, hoofdstuk 11, afdeling 1, van dezelfde wet, wordt een artikel 47/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 47/1. In afwijking van artikel 353 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt de binnenlandse bijheffing, de IIR-bijheffing of de UTPR-bijheffing vermeld in de daartoe bestemde rubrieken van een aangifteformulier dat voldoet aan de vorm- en termijnvereisten omschreven in de artikelen 51 en 52 of 57/1, van deze wet, gevestigd binnen de in artikel 359 van hetzelfde Wetboek gestelde termijn, die evenwel niet korter mag zijn dan zes maanden vanaf de datum waarop de aangifte bij de fiscale administratie is toegekomen."
Art. 12. Au titre II, chapitre 11, section 1re, de la même loi, il est inséré un article 47/1 rédigé comme suit :
  "Art. 47/1. Par dérogation à l'article 353 du Code des impôts sur les revenus 1992, l'impôt national complémentaire, l'impôt complémentaire en vertu de la RIR ou l'impôt complémentaire en vertu de la RBII mentionné sous les rubriques destinées à cet effet d'un formulaire de déclaration répondant aux conditions de forme et de délais prévues aux articles 51 et 52 ou 57/1 de la présente loi, est établi dans le délai prévu à l'article 359 du même Code, sans que ce délai puisse être inférieur à six mois à compter de la date à laquelle la déclaration est parvenue à l'administration fiscale."
Art. 13. Artikel 48 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  "Art. 48. In afwijking van de artikelen 333 et 354, § 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, beschikt de administratie over een termijn van 6 jaar voor de controle en vestiging van de belasting vanaf 1 januari van het jaar dat het aanslagjaar aanwijst waarvoor de belasting verschuldigd is."
Art. 13. L'article 48 de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 48. Par dérogation aux articles 333 et 354, § 1er du Code des impôts sur les revenus 1992, l'administration dispose, d'un délai de 6 ans pour le contrôle et l'établissement de l'impôt à partir du 1er janvier de l'année qui désigne l'exercice d'imposition pour lequel l'impôt est dû."
Art. 14. In titel II, hoofdstuk 11, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen als volgt:
  "Afdeling 2. Belastingaangifte inzake de binnenlandse bijheffing".
Art. 14. Au titre II, chapitre 11, de la même loi, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit :
  "Section 2. Déclaration d'impôt en matière d'impôt national complémentaire".
Art. 15. Artikel 50 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De groepsentiteit of de joint venture of de met de joint venture gelieerde partij, die aan de binnenlandse bijheffing onderworpen is, is elk jaar gehouden tot het verzenden van een belastingaangifte aan de administratie.
  Wanneer meerdere groepsentiteiten, joint ventures of de met de joint venture gelieerde partijen, onderworpen zijn aan de binnenlandse bijheffing, zijn zij elk jaar gehouden tot het verzenden van een gemeenschappelijke belastingaangifte.
  § 2. Voor de toepassing, met inbegrip van de vestiging en inning, van de binnenlandse bijheffing worden joint ventures en de met de joint ventures gelieerde partijen geacht groepsentiteiten te zijn van de groep waarvan de uiteindelijke moederentiteit, direct of indirect, ten minste 50 pct. van haar eigendomsbelang houdt.
  Indien een joint venture of de met de joint venture gelieerde partij geacht wordt groepsentiteit te zijn van twee MNO-groepen of omvangrijke binnenlandse groepen, dan wordt het bedrag aan binnenlandse bijheffing verdeeld over de voormelde groepen overeenkomstig het eigendomsbelang, zijnde 50/50."
Art. 15. L'article 50 de la même loi, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. L'entité constitutive ou la coentreprise ou l'entité affiliée à la coentreprise, assujettie à l'impôt national complémentaire, est tenue de transmettre chaque année à l'administration une déclaration d'impôt.
  Lorsque plusieurs entités constitutives, coentreprises ou entités affiliées aux coentreprises, sont assujetties à l'impôt national complémentaire, elles sont tenues chaque année de transmettre une déclaration d'impôt commune.
  § 2. Pour l'application, en ce compris l'établissement et le recouvrement, de l'impôt national complémentaire, les coentreprises et les entités affiliées auxdites coentreprises sont considérées comme des entités constitutives relevant du groupe dont l'entité mère ultime détient, directement ou indirectement, au moins 50 p.c. de leur participation.
  Lorsqu'une coentreprise ou une entité affiliée à une coentreprise est considérée comme une entité constitutive de deux groupes d'EMN ou de groupes nationaux de grande envergure, le montant de l'impôt national complémentaire est réparti entre lesdits groupes conformément à leur participation, soit 50/50."
Art. 16. In titel II, hoofdstuk 11, van dezelfde wet wordt het opschrift van afdeling 3 vervangen als volgt:
  "Afdeling 3. Informatierapport en belastingaangifte inzake de IIR-bijheffing en de UTPR-bijheffing".
Art. 16. Au titre II, chapitre 11, de la même loi, l'intitulé de la section 3 est remplacé par ce qui suit :
  "Section 3. Rapport d'information et déclaration d'impôt en matière d'impôt complémentaire en vertu de de la RIR et d'impôt complémentaire en vertu de la RBII".
Art. 17. In artikel 53 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "een aangifte" vervangen door de woorden "een informatierapport";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "De in paragraaf 1 bedoelde aangifte" vervangen door de woorden "Het in paragraaf 1 bedoelde informatierapport";
  3° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "de aangifte met informatie" vervangen door de woorden "het informatierapport";
  4° in paragraaf 3 worden de woorden "de in paragraaf 1 bedoelde aangifte" vervangen door de woorden "het in paragraaf 1 bedoelde informatierapport".
Art. 17. A l'article 53 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "une déclaration" sont remplacés par les mots "un rapport d'information" ;
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "La déclaration visée au paragraphe 1er" sont remplacés par les mots "Le rapport d'information visé au paragraphe 1er" ;
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "la déclaration d'information" sont remplacés par les mots "le rapport d'information" ;
  4° dans le paragraphe 3, les mots "la déclaration visée au paragraphe 1er" sont remplacés par les mots "le rapport d'information visé au paragraphe 1er".
Art. 18. In artikel 54 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "een aangifte" vervangen door de woorden "een informatierapport" en worden de woorden "die aangifte, overeenkomstig de vereisten van artikel 55 tot 57, wordt ingediend" vervangen door de woorden "dat informatierapport, overeenkomstig de vereisten van artikel 55 tot 57, wordt ingediend";
  2° in paragraaf 2, worden de woorden "de aangifte" vervangen door de woorden "het informatierapport".
Art. 18. A l'article 54 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "une déclaration" sont remplacés par les mots "un rapport d'information" et les mots "cette déclaration, conformément aux exigences de l'article 55 à 57, a été déposée" sont remplacés par les mots "ce rapport d'information, conformément aux exigences des articles 55 à 57, a été déposé" ;
  2° dans le paragraphe 2, les mots "la déclaration" sont remplacés par les mots "le rapport d'information".
Art. 19. In artikel 55 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, worden de woorden "De aangifte wordt gedaan op een formulier" vervangen door de woorden "Het informatierapport wordt ingediend door middel van een formulier" en worden de woorden "en dat wordt uitgereikt door de door de Koning aangewezen dienst" vervangen door de woorden "en dat wordt ter beschikking gesteld door de belastingadministratie";
  2° in het tweede lid, worden de woorden "De jaarlijkse aangifte" vervangen door de woorden "Het jaarlijks informatierapport".
Art. 19. A l'article 55 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "La déclaration est faite sur un formulaire" sont remplacés par les mots "Le rapport d'information est introduit au moyen d'un formulaire" et les mots "et délivré par le service désigné par le Roi" sont remplacés par les mots "et mis à disposition par l'administration fiscale" ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots "La déclaration annuelle" sont remplacés par les mots "Le rapport d'information annuel".
Art. 20. In artikel 56 van dezelfde wet worden de woorden "de jaarlijkse aangifte" vervangen door de woorden "het jaarlijks informatierapport".
Art. 20. A l'article 56 de la même loi, les mots "la déclaration annuelle" sont remplacés par les mots "le rapport d'information annuel".
Art. 21. In artikel 57 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, worden de woorden "de aangifte" vervangen door de woorden "het informatierapport";
  2° in paragraaf 2, worden de woorden "de aangifte" vervangen door de woorden "het informatierapport".
Art. 21. A l'article 57 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "de la déclaration visée" sont remplacés par les mots "du rapport d'information visé" ;
  2° dans le paragraphe 2, les mots "de la déclaration visée" sont remplacés par les mots "du rapport d'information visé".
Art. 22. In artikel 58 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2024, worden de woorden "artikel 13, §§ 1, 2, 4 en 7" vervangen door de woorden "artikel 13, §§ 1, 2, 4, 5 en 7".
Art. 22. A l'article 58, de la même loi, modifié par la loi du 12 mai 2024, les mots "à l'article 13, §§ 1er, 2, 4 et 7" sont remplacés par les mots "à l'article 13, §§ 1er, 2, 4, 5 et 7".
Art. 23. In artikel 59 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 12 mei 2024, worden de woorden "artikel 13, §§ 3, 5 en 6" vervangen door de woorden "artikel 13, §§ 3 en 6".
Art. 23. A l'article 59, de la même loi, modifié par la loi du 12 mai 2024, les mots "à l'article 13, §§ 3, 5 et 6" sont remplacés par les mots "à l'article 13, §§ 3 et 6".
Art. 24. In titel II, hoofdstuk 11, van dezelfde wet wordt na artikel 60, een afdeling 5bis ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 5bis. Belastbaar tijdperk en aanslagjaar".
Art. 24. Au titre II, chapitre 11, de la même loi, il est inséré, après l'article 60, une section 5bis, intitulée :
  "Section 5bis. Période imposable et exercice d'imposition".
Art. 25. In titel II, hoofdstuk 11, afdeling 5bis van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 21, wordt een artikel 60/1, ingevoegd, luidende:
  "Art. 60/1. Voor de toepassing van deze wet en titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt het belastbaar tijdperk gelijkgesteld met het verslagjaar.
  De verschuldigde belasting voor een aanslagjaar is de belasting gevestigd voor een verslagjaar overeenkomstig deze wet.
  In afwijking van artikel 360, tweede lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wordt:
  - het aanslagjaar genoemd naar het jaar volgend op het jaar waarin het verslagjaar afsluit, als het verslagjaar eindigt op 31 december;
  - het aanslagjaar genoemd naar het jaar waarin het verslagjaar afsluit, als het verslagjaar niet eindigt op 31 december."
Art. 25. Au titre II, chapitre 11, section 5bis, de la même loi, insérée par l'article 21, il est inséré un article 60/1, rédigé comme suit :
  "Art. 60/1. Pour l'application de la présente loi et du titre VII du Code des impôts sur les revenus 1992, la période imposable est assimilée à l'année fiscale.
  L'impôt dû pour un exercice d'imposition est l'impôt établi pour une année fiscale conformément à la présente loi.
  Par dérogation à l'article 360, alinéa 2, du Code des impôts sur les revenus 1992 :
  - le millésime de l'exercice d'imposition est désigné par l'année suivant celle au cours de laquelle se termine l'année fiscale, lorsque l'année fiscale se clôture le 31 décembre ;
  - le millésime de l'exercice d'imposition est désigné par l'année au cours de laquelle l'année fiscale se termine, lorsque l'année fiscale ne se termine pas le 31 décembre."
Art. 26. In titel II, hoofdstuk 11, van dezelfde wet wordt, na artikel 62/2, een afdeling 9 ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 9. - Aanwijzing van een algemeen vertegenwoordiger".
Art. 26. Au titre II, chapitre 11, de la même loi, il est inséré, après l'article 62/2, une section 9, intitulée :
  "Section 9. - Désignation d'un représentant général".
Art. 27. In titel II, hoofdstuk 11, afdeling 9, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 26, wordt een artikel 62/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 62/3. § 1. Wanneer meerdere groepsentiteiten of joint ventures en de met de joint ventures gelieerde partijen van een MNO-groep of een omvangrijke binnenlandse groep onderworpen zijn aan de binnenlandse bijheffing of de UTPR-bijheffing, wijzen zij een van hen aan om hen te vertegenwoordigen voor de toepassing van deze wet en geeft de aangewezen entiteit kennis van deze keuze aan de belastingadministratie via het beveiligde elektronische platform dat ter beschikking wordt gesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën.
  Bij gebrek aan de kennisgeving van de keuze van een vertegenwoordiger zoals bedoeld in het eerste lid, wordt de entiteit die de belastingaangifte of het informatierapport indient de aangewezen entiteit om de groep te vertegenwoordigen.
  Bij gebrek aan de aanwijzing van een vertegenwoordiger volgens het eerste en het tweede lid, worden zij voor de toepassing van deze wet vertegenwoordigd door:
  1° de in België gevestigde uiteindelijke moederentiteit;
  2° indien er geen uiteindelijke moederentiteit van de groep in België gevestigd is, de in België gevestigde moederentiteit die rechtstreeks of onrechtstreeks in al deze groepsentiteiten of de in België gevestigde joint ventures en de met de joint ventures gelieerde partijen een eigendomsbelang heeft;
  3° de in België gevestigde groepsentiteit of joint venture of de met de joint venture gelieerde partij met het hoogste balanstotaal.
  Er wordt verstaan onder balanstotaal, deze in de statutaire jaarrekening van de groepsentiteit of joint venture en de met de joint venture gelieerde partijen op de laatste dag van het boekjaar voorafgaand aan het boekjaar beginnend tijdens het verslagjaar.
  § 2. De vertegenwoordiger neemt, in de zin van deze wet, de hoedanigheden aan van indienende groepsentiteit, van aangewezen indienende entiteit en aangewezen lokale entiteit met betrekking tot de UTPR-bijheffing en de binnenlandse bijheffing.
  § 3. De in paragraaf 1 bedoelde vertegenwoordiger treedt zowel in eigen naam en voor eigen rekening als in naam en voor rekening van de groepsentiteiten of de joint ventures of de met de joint ventures gelieerde partijen onderworpen aan de binnenlandse bijheffing of de UTPR bijheffing, op om te voldoen aan alle verplichtingen en om alle rechten uit te oefenen die zijn opgelegd door of voortvloeien uit deze wet, evenals uit alle wetten en besluiten die hiermee verband houden, onverminderd het recht van de administratie om bij elke groepsentiteit of bij elke joint venture en de met elke joint venture gelieerde partijen onderzoek te doen voor de toepassing van deze wet of van titel VII van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en hun respectieve uitvoeringsbesluiten.
  § 4 Het gebied van de woonplaats van deze vertegenwoordiger, zijnde deze van zijn statutaire zetel of van zijn voornaamste inrichting, bepaalt de taal waarin de administratieve uitwisselingen gebeuren, hieronder begrepen elk document met betrekking tot de toepassing van deze wet."
Art. 27. Au titre II, chapitre 11, section 9, de la même loi, insérée par l'article 26, il est inséré un article 62/3 rédigé comme suit :
  "Art. 62/3. § 1er. Lorsque plusieurs entités constitutives, ou coentreprises et entités affiliées aux coentreprises d'un groupe d'EMN ou d'un groupe national de grande envergure sont assujetties à l'impôt national complémentaire ou à l'impôt complémentaire en vertu de la RBII, elles désignent l'une d'entre elles pour les représenter pour l'application de la présente loi et l'entité désignée notifie ce choix à l'administration fiscale au moyen de la plateforme électronique sécurisée mise à disposition par le Service public fédéral Finances.
  A défaut de la notification du choix d'un représentant visée à l'alinéa 1er, l'entité qui dépose la déclaration d'impôt ou le rapport d'information est l'entité désignée pour représenter le groupe.
  A défaut de désignation d'un représentant selon les alinéas 1er et 2, elles sont représentées pour l'application de la présente loi par :
  1° l'entité mère ultime établie en Belgique ;
  2° si aucune entité mère ultime du groupe n'est établie en Belgique, l'entité mère établie en Belgique détenant directement ou indirectement une participation dans toutes ces entités constitutives ou coentreprises et entités affiliées aux coentreprises établies en Belgique ;
  3° l'entité constitutive ou coentreprise ou l'entité affiliée à la coentreprise, établie en Belgique, qui a le total du bilan le plus élevé.
  Par total du bilan, on entend celui des comptes annuels de l'entité constitutive ou de la coentreprise et des entités affiliées à la coentreprise tel qu'il existe au dernier jour de l'exercice comptable précédent l'exercice comptable commençant au cours de l'année fiscale.
  § 2. Le représentant prend les qualités, au sens de la présente loi, d'entité constitutive déclarante, d'entité déclarante désignée et d'entité locale désignée en ce qui concerne l'impôt complémentaire en vertu de la RBII et en ce qui concerne l'impôt national complémentaire.
  § 3. Le représentant visé au paragraphe 1er agit tant en son nom et pour son compte qu'au nom et pour compte des entités constitutives, ou des coentreprises et entités affiliées aux coentreprises, assujetties à l'impôt national complémentaire ou à l'impôt minimum en vertu de la RBII pour s'acquitter de toutes les obligations et exercer tous les droits, imposés ou dérivés de la présente loi, ainsi que de toutes les lois et tous les arrêtés en rapport avec celle-ci, sans préjudice du droit de l'administration d'investiguer auprès de chaque entité constitutive, ou de chaque coentreprise et des entités affiliées à chaque coentreprise, pour l'application de la présente loi ou du titre VII du Code des impôts sur les revenus 1992 et de leurs arrêtés d'exécution respectifs.
  § 4. La région du lieu de résidence du représentant, à savoir celle de son siège statutaire ou de son principal établissement, détermine la langue de communication avec l'administration, y compris pour tout document relatif à l'application de la présente loi."
Art. 28. De artikelen 5, 22 en 23 treden in werking vanaf de verslagjaren beginnend vanaf 31 december 2023.
Art. 28. Les articles 5, 22 et 23 entrent en vigueur à partir des années fiscales commençant le 31 décembre 2023.
TITEL 3. - WIJZIGING VAN HET WETBOEK VAN DE MINNELIJKE EN GEDWONGEN INVORDERING VAN FISCALE EN NIET-FISCALE SCHULDVORDERINGEN
TITRE 3. - MODIFICATION DU CODE DE RECOUVREMENT AMIABLE ET FORCE DES CREANCES FISCALES ET NON FISCALES
Art. 29. Artikel 59/1 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen, ingevoegd bij de wet van 19 december 2023, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 59/1. De aan de binnenlandse bijheffing onderworpen groepsentiteiten, joint ventures en de met de joint ventures gelieerde partijen, bedoeld in artikel 27/1 van de wet van 19 december 2023 houdende de invoering van een minimumbelasting voor multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen, zijn hoofdelijk gehouden tegenover de Staat tot de betaling van de bedragen verschuldigd ten titel van fiscale schuldvorderingen uit hoofde van deze binnenlandse bijheffing.
  De aan de UTPR-bijheffing onderworpen groepsentiteiten bedoeld in artikel 35, paragraaf 1, van dezelfde wet, zijn hoofdelijk gehouden tegenover de Staat tot de betaling van de bedragen verschuldigd ten titel van fiscale schuldvorderingen uit hoofde van deze bijheffing."
Art. 29. L'article 59/1 du Code de recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non-fiscales, inséré par la loi du 19 décembre 2023, est remplacé par ce qui suit :
  "Art. 59/1. Les entités constitutives, les coentreprises et les entités affiliées aux coentreprises, assujetties à l'impôt national complémentaire visées à l'article 27/1 de la loi du 19 décembre 2023 portant l'introduction d'un impôt minimum pour les groupes d'entreprises multinationales et les groupes nationaux de grande envergure, sont solidairement tenues vis-à-vis de l'Etat au paiement des sommes dues à titre de créances fiscales en vertu de cet impôt national complémentaire.
  Les entités constitutives assujetties à l'impôt complémentaire en vertu de la RBII visées à l'article 35, paragraphe 1er, de la même loi, sont solidairement tenues vis-à-vis de l'Etat au paiement des sommes dues à titre de créances fiscales en vertu de cet impôt complémentaire."