Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
25 NOVEMBER 2025. - Wet houdende diverse bepalingen inzake gezondheid
Titre
25 NOVEMBRE 2025. - Loi portant des dispositions diverses en matière de santé
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITEL 2. - FOD Volksgezondheid, Veiligheid van ...
HOOFDSTUK 1. - I Wijziging van de gecoördineerd...
Afdeling 1. - Paramedische beroepen
Afdeling 2. - Klinische psychologen en orthoped...
Afdeling 3. - Verpleegkunde
Afdeling 4. - Bekwame helper
Afdeling 5. - Griepvaccinatie door apothekers
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de gecoördineerde ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 apri...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 23 mei ...
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
Inhoud
TITRE 1ER. - Disposition introductive
TITRE 2. - SPF Santé publique, Sécurité de la C...
CHAPITRE 1ER. - Modification de la loi coordonn...
Section 1re. - Professions paramédicales
Section 2. - Psychologues cliniciens et orthopé...
Section 3. - Art. infirmier
Section 4. - Aidant qualifié
Section 5. - Vaccination de la grippe par les p...
CHAPITRE 2. - Modification de la loi coordonnée...
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 29 avri...
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 23 mai ...
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Tekst (27)
Texte (27)
TITEL 1. - Inleidende bepaling
TITRE 1ER. - Disposition introductive
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
TITEL 2. - FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu
TITRE 2. - SPF Santé publique, Sécurité de la Chaîne alimentaire et Environnement
HOOFDSTUK 1. - I Wijziging van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen
CHAPITRE 1ER. - Modification de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé
Afdeling 1. - Paramedische beroepen
Section 1re. - Professions paramédicales
Art. 2. § 1. Artikel 72, § 3, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen wordt opgeheven.
§ 2. Artikel 73, § 2, van dezelfde wet wordt opgeheven.
§ 2. Artikel 73, § 2, van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 2. § 1er. L'article 72, § 3, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé est abrogé.
§ 2. L'article 73, § 2, de la même loi est abrogé.
§ 2. L'article 73, § 2, de la même loi est abrogé.
Art. 3. In artikel 78, § 1, van dezelfde wet worden in de bepaling onder 3° tussen de woorden "twee artsen" en de woorden "voorgedragen door het Comité van de Dienst voor geneeskundige evaluatie en controle ingesteld bij het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsuitkeringen" de woorden "die in hun hoedanigheid van ambtenaar worden" ingevoegd.
Art. 3. A l'article 78, § 1er, de la même loi, au 3°, les mots "en leur qualité de fonctionnaires" sont insérés entre les mots "deux médecins" et les mots "proposés par le Comité du Service d'évaluation et de contrôle médicaux créé au sein de l'Institut national d'Assurance maladie-invalidité".
Art. 4. Artikel 81, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
"3° op de in artikel 145 bedoelde aanvragen."
"3° op de in artikel 145 bedoelde aanvragen."
Art. 4. L'article 81, § 1er, de la même loi est complété par un 3° rédigé comme suit:
"3° aux demandes visées à l'article 145."
"3° aux demandes visées à l'article 145."
Afdeling 2. - Klinische psychologen en orthopedagogen
Section 2. - Psychologues cliniciens et orthopédagogues cliniciens
Art. 5. In artikel 68/1, van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "uitgereikt door de minister bevoegd voor Volksgezondheid" opgeheven;
2° paragraaf 1, vierde lid, wordt opgeheven;
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en de stages die moeten zijn gevolgd om de erkenning in de klinische psychologie te verkrijgen" vervangen door de woorden "en intervisie, supervisie en permanente vorming die moeten zijn gevolgd.";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "uitgereikt door de minister bevoegd voor Volksgezondheid" opgeheven;
2° paragraaf 1, vierde lid, wordt opgeheven;
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en de stages die moeten zijn gevolgd om de erkenning in de klinische psychologie te verkrijgen" vervangen door de woorden "en intervisie, supervisie en permanente vorming die moeten zijn gevolgd.";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 5. A l'article 68/1, de la loi coordonnée du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 18 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1, les mots "délivré par le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions" sont abrogés;
2° le paragraphe 1er, alinéa 4, est abrogé;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et les stages qui doivent avoir été suivis pour obtenir l'agrément en psychologie clinique" sont remplacés par les mots "et les activités d'intervision, de supervision et de formation continue qui doivent être suivies.";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1, les mots "délivré par le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions" sont abrogés;
2° le paragraphe 1er, alinéa 4, est abrogé;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et les stages qui doivent avoir été suivis pour obtenir l'agrément en psychologie clinique" sont remplacés par les mots "et les activités d'intervision, de supervision et de formation continue qui doivent être suivies.";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 6. In artikel 68/2, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 21 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "uitgereikt door de minister bevoegd voor Volksgezondheid" opgeheven;
2° paragraaf 1, vierde lid, wordt opgeheven;
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en de stages die moeten zijn gevolgd om de erkenning in de klinische orthopedagogiek te verkrijgen" vervangen door de woorden "en intervisie, supervisie en permanente vorming die moeten zijn gevolgd";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "uitgereikt door de minister bevoegd voor Volksgezondheid" opgeheven;
2° paragraaf 1, vierde lid, wordt opgeheven;
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "en de stages die moeten zijn gevolgd om de erkenning in de klinische orthopedagogiek te verkrijgen" vervangen door de woorden "en intervisie, supervisie en permanente vorming die moeten zijn gevolgd";
4° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 6. A l'article 68/2, de la même loi, modifié en dernier lieu par l'arrêté royal du 21 mars 2024, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "délivré par le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions" sont abrogés;
2° le paragraphe 1er, alinéa 4, est abrogé;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et les stages qui doivent avoir été suivis pour obtenir l'agrément en orthopédagogie clinique" sont remplacés par les mots "et les activités d'intervision, de supervision et de formation continue qui doivent être suivies";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "délivré par le ministre qui a la Santé publique dans ses attributions" sont abrogés;
2° le paragraphe 1er, alinéa 4, est abrogé;
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "et les stages qui doivent avoir été suivis pour obtenir l'agrément en orthopédagogie clinique" sont remplacés par les mots "et les activités d'intervision, de supervision et de formation continue qui doivent être suivies";
4° le paragraphe 4 est abrogé.
Afdeling 3. - Verpleegkunde
Section 3. - Art. infirmier
Art. 7. In de Franstalige versie van artikel 47/1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 18 mei 2024, worden de woorden "l'article 46, § 1er" vervangen door de woorden "l'article 46, § 1er, 2°, ".
Art. 7. Dans la version française de l'article 47/1, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 18 mai 2024, les mots "l'article 46, § 1er" sont remplacés par les mots "l'article 46, § 1er, 2°, ".
Afdeling 4. - Bekwame helper
Section 4. - Aidant qualifié
Art. 8. In artikel 124, 1°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 18 mei 2024, wordt het dertiende lid aangevuld met de woorden ", en alle zorginstellingen die erkend zijn door de bevoegde autoriteiten waarvan de organisatorische normen voorzien in een verpleegkundige permanentie".
Art. 8. Dans l'article 124, 1°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 18 mai 2024, l'alinéa 13 est complété par les mots ", et toutes les institutions de soins agréées par les autorités compétentes dont les normes organisationnelles prévoient une permanence infirmière".
Afdeling 5. - Griepvaccinatie door apothekers
Section 5. - Vaccination de la grippe par les pharmaciens
Art. 9. In artikel 3 van de wet van 9 oktober 2023 tot wijziging van de wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen, gewijzigd bij de wet van 18 november 2024, worden de woorden "en houdt op uitwerking te hebben op 1 januari 2026, tenzij deze bij in Ministerraad overlegd koninklijk besluit wordt verlengd, en dit gedurende maximaal een jaar" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 3 de la loi du 9 octobre 2023 modifiant la loi du 10 mai 2015 relative à l'exercice des professions des soins de santé, modifié par la loi du 18 novembre 2024, les mots "et cessera d'être en vigueur le 1er janvier 2026, sauf si celle-ci est prolongée par arrêté royal délibéré en Conseil des ministres, et ce, durant un an au maximum" sont abrogés.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen
CHAPITRE 2. - Modification de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins
Art. 10. In artikel 143/1, tweede lid, van de gecoördineerde wet van 10 juli 2008 op de ziekenhuizen en andere verzorgingsinrichtingen, ingevoegd bij de wet van 28 februari 2019 en gewijzigd bij de wet van 18 mei 2024, worden de woorden "gedurende een periode van 7 jaar" vervangen door de woorden "gedurende een periode van 10 jaar".
Art. 10. Dans l'article 143/1, alinéa 2, de la loi coordonnée du 10 juillet 2008 sur les hôpitaux et autres établissements de soins, inséré par la loi du 28 février 2019 et modifié par la loi du 18 mai 2024, les mots "pendant une période de 7 ans" sont remplacés par les mots "pendant une période de 10 ans".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales
Art. 11. Worden opgeheven:
1° de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 november 2023;
2° de wet van 22 augustus 2002 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 4 juli 2001 betreffende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
3° de wet van 11 mei 2003 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 10 februari 2003 houdende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
4° de wet van 19 november 2010 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 6 april 2010 houdende erkenning van beroepsorganisaties van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
5° het koninklijk besluit van 4 juli 2001 betreffende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
6° het koninklijk besluit van 10 februari 2003 houdende erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
7° het koninklijk besluit van 6 april 2010 houdende erkenning van beroepsorganisaties van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
8° het koninklijk besluit van 13 juli 2011 tot uitvoering van artikel 5, § 2, derde lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen;
9° het koninklijk besluit van 13 juli 2011 tot uitvoering van artikel 6, §§ 1 en 3, van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen;
10° het koninklijk besluit van 26 maart 2014 betreffende de algemene voorwaarden die gelden voor de uitoefening van alle niet-conventionele praktijken;
11° het koninklijk besluit van 26 maart 2014 betreffende de uitoefening van de homeopathie;
12° het ministerieel besluit van 30 september 2002 tot vaststelling van de modaliteiten om de erkenning aan te vragen als beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
1° de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 13 november 2023;
2° de wet van 22 augustus 2002 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 4 juli 2001 betreffende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
3° de wet van 11 mei 2003 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 10 februari 2003 houdende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
4° de wet van 19 november 2010 tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 6 april 2010 houdende erkenning van beroepsorganisaties van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
5° het koninklijk besluit van 4 juli 2001 betreffende de erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
6° het koninklijk besluit van 10 februari 2003 houdende erkenning van beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
7° het koninklijk besluit van 6 april 2010 houdende erkenning van beroepsorganisaties van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
8° het koninklijk besluit van 13 juli 2011 tot uitvoering van artikel 5, § 2, derde lid, van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen;
9° het koninklijk besluit van 13 juli 2011 tot uitvoering van artikel 6, §§ 1 en 3, van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen;
10° het koninklijk besluit van 26 maart 2014 betreffende de algemene voorwaarden die gelden voor de uitoefening van alle niet-conventionele praktijken;
11° het koninklijk besluit van 26 maart 2014 betreffende de uitoefening van de homeopathie;
12° het ministerieel besluit van 30 september 2002 tot vaststelling van de modaliteiten om de erkenning aan te vragen als beroepsorganisaties van beoefenaars van een niet-conventionele praktijk of van een praktijk die in aanmerking kan komen om als niet-conventionele praktijk gekwalificeerd te worden;
Art. 11. Sont abrogés:
1° la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles en ce qui concerne la médecine, l'art pharmaceutique, la kinésithérapie, l'art infirmier et les professions paramédicales modifiée en dernier lieu par la loi du 13 novembre 2023;
2° la loi du 22 août 2002 portant confirmation de l'arrêté royal du 4 juillet 2001 relatif à la reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle;
3° la loi du 11 mai 2003 portant ratification de l'arrêté royal du 10 février 2003 contenant la reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
4° la loi du 19 novembre 2010 portant confirmation de l'arrêté royal du 6 avril 2010 portant reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
5° l'arrêté royal du 4 juillet 2001 relatif à la reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle;
6° l'arrêté royal du 10 février 2003 portant reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
7° l'arrêté royal du 6 avril 2010 portant reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
8° l'arrêté royal du 13 juillet 2011 portant exécution de l'article 5, § 2, alinéa 3, de la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales;
9° l'arrêté royal du 13 juillet 2011 portant exécution de l'article 6, §§ 1er et 3, de la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales;
10° l'arrêté royal du 26 mars 2014 relatif aux conditions générales applicables à l'exercice de toutes les pratiques non conventionnelles;
11° l'arrêté royal du 26 mars 2014 relatif à l'exercice de l'homéopathie;
12° l'arrêté ministériel du 30 septembre 2002 fixant les modalités de demande de reconnaissance en tant qu'organisation professionnelle de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle;
1° la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles en ce qui concerne la médecine, l'art pharmaceutique, la kinésithérapie, l'art infirmier et les professions paramédicales modifiée en dernier lieu par la loi du 13 novembre 2023;
2° la loi du 22 août 2002 portant confirmation de l'arrêté royal du 4 juillet 2001 relatif à la reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle;
3° la loi du 11 mai 2003 portant ratification de l'arrêté royal du 10 février 2003 contenant la reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
4° la loi du 19 novembre 2010 portant confirmation de l'arrêté royal du 6 avril 2010 portant reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
5° l'arrêté royal du 4 juillet 2001 relatif à la reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle;
6° l'arrêté royal du 10 février 2003 portant reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
7° l'arrêté royal du 6 avril 2010 portant reconnaissance des organisations professionnelles de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle reconnues;
8° l'arrêté royal du 13 juillet 2011 portant exécution de l'article 5, § 2, alinéa 3, de la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales;
9° l'arrêté royal du 13 juillet 2011 portant exécution de l'article 6, §§ 1er et 3, de la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales;
10° l'arrêté royal du 26 mars 2014 relatif aux conditions générales applicables à l'exercice de toutes les pratiques non conventionnelles;
11° l'arrêté royal du 26 mars 2014 relatif à l'exercice de l'homéopathie;
12° l'arrêté ministériel du 30 septembre 2002 fixant les modalités de demande de reconnaissance en tant qu'organisation professionnelle de praticiens d'une pratique non conventionnelle ou d'une pratique susceptible d'être qualifiée de non conventionnelle;
Art. 12. De personen die op de datum van inwerkingtreding van deze wet beschikken over een registratie als homeopaat op basis van de wet van 29 april 1999 betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen, behouden deze registratie.
Art. 12. Les personnes qui, à la date d'entrée en vigueur de la présente loi, disposent d'un enregistrement en tant qu'homéopathe sur la base de la loi du 29 avril 1999 relative aux pratiques non conventionnelles dans les domaines de l'art médical, de l'art pharmaceutique, de la kinésithérapie, de l'art infirmier et des professions paramédicales, conservent cet enregistrement.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren en tot regeling van de reclame en informatie betreffende die ingrepen
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 23 mai 2013 réglementant les qualifications requises pour poser des actes de médecine esthétique non chirurgicale et de chirurgie esthétique et réglementant la publicité et l'information relative à ces actes
Art. 13. In artikel 9 van de wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren en tot regeling van de reclame en informatie betreffende die ingrepen worden de woorden "of arts-specialist in de cardiale heelkunde, of arts-specialist in de thoracale heelkunde, of arts-specialist in de vasculaire heelkunde, of arts-specialist in de viscerale heelkunde" ingevoegd tussen de woorden "geneesheer specialist in de heelkunde" en de woorden "zijn bevoegd".
Art. 13. Dans l'article 9 de la loi du 23 mai 2013 réglementant les qualifications requises pour poser des actes de médecine esthétique non chirurgicale et de chirurgie esthétique et réglementant la publicité et l'information relative à ces actes, les mots "ou de médecin spécialiste en chirurgie cardiaque, ou de médecin spécialiste en chirurgie thoracique, ou de médecin spécialiste en chirurgie vasculaire, ou de médecin spécialiste en chirurgie viscérale," sont insérés entre les mots "médecin spécialiste en chirurgie," et les mots "visés à l'article 1er".
HOOFDSTUK 5. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 5. - Entrée en vigueur
Art. 14. De artikelen 5 en 6 van deze wet treden in werking op 31 december 2025.
Art. 14. Les articles 5 et 6 de la présente loi entrent en vigueur le 31 décembre 2025.
Art. 15. Het artikel 9 van deze wet treedt in werking op 31 december 2025.
Art. 15. L'article 9 de la présente loi entre en vigueur le 31 décembre 2025.