Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 DECEMBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering houdende diverse bepalingen inzake energie en klimaat
Titre
12 DECEMBRE 2025. - Arrêté du Gouvernement flamand portant diverses dispositions en matière d'énergie et de climat
Documentinformatie
Numac: 2025009778
Datum: 2025-12-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009778
Date: 2025-12-12
Moniteur: Voir
Tekst (104)
Texte (104)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit voorziet in een gedeeltelijke omzetting van:
  1° Richtlijn (EU) 2023/2413 van het Europees Parlement en de Raad van 18 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2018/2001, Verordening (EU) 2018/1999 en Richtlijn 98/70/EG wat de bevordering van energie uit hernieuwbare bronnen betreft, en tot intrekking van Richtlijn (EU) 2015/652 van de Raad;
  2° artikel 1, 7), van Richtlijn (EU) 2018/844 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2010/31/EU betreffende de energieprestatie van gebouwen en Richtlijn 2012/27/EU betreffende energie-efficiëntie.
Article 1er. Le présent arrêté prévoit la transposition partielle de :
  1° la directive (UE) 2023/2413 du Parlement européen et du Conseil du 18 octobre 2023 modifiant la directive (UE) 2018/2001, le règlement (UE) 2018/1999 et la directive 98/70/CE en ce qui concerne la promotion de l'énergie produite à partir de sources renouvelables, et abrogeant la directive (UE) 2015/652 du Conseil ;
  2° l'article 1er, 7), de la directive (UE) 2018/844 du Parlement européen et du Conseil du 30 mai 2018 modifiant la directive 2010/31/UE sur la performance énergétique des bâtiments et la directive 2012/27/UE relative à l'efficacité énergétique.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement
Art. 2. In artikel 4.10.1.2, § 4, van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2005, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 juni 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019, worden de woorden "vijf maanden" vervangen door de woorden "tien maanden".
Art. 2. Dans l'article 4.10.1.2, § 4, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1995 fixant les dispositions générales et sectorielles en matière d'hygiène de l'environnement, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2005, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 juin 2013 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019, les mots " cinq mois " sont remplacés par les mots " dix mois ".
Art. 3. In artikel 5.16.3.3, § 3, 4°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "12 kW" wordt vervangen door de zinsnede "70 kW";
  2° de zin "Een nieuw airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem met een nominaal vermogen van meer dan 12 kW wordt binnen twaalf maanden na de inbedrijfstelling een eerste keer gekeurd." wordt vervangen door de zin "Een nieuw airconditioningsysteem of gecombineerd airconditioning- en ventilatiesysteem dat geplaatst wordt in of bij een gebouw waar na de plaatsing van het nieuwe systeem meer dan 70 kW nominaal vermogen aanwezig is, wordt binnen twaalf maanden na de inbedrijfstelling een eerste keer gekeurd.".
Art. 3. A l'article 5.16.3.3, § 3, 4°, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70kW " ;
  2° la phrase " Un nouveau système de climatisation ou système de climatisation et de ventilation combiné ayant une puissance nominale supérieure à 12 kW est contrôlé pour la première fois dans les douze mois suivant la mise en service. " est remplacée par la phrase " Un nouveau système de climatisation ou système de climatisation et de ventilation combiné installé dans ou auprès d'un bâtiment où la puissance nominale dépasse 70 kW après l'installation du nouveau système est contrôlé pour la première fois dans les douze mois suivant la mise en service. ".
Art. 4. In bijlage 5.16.8 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het opschrift wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW";
  2° de woorden "de informaticatoepassing die ter beschikking wordt gesteld op de website van de Vlaamse overheid" worden vervangen door de woorden "de sjabloon waarvan het model ter beschikking wordt gesteld op de website van het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap".
Art. 4. A l'annexe 5.16.8 du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'intitulé, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW " ;
  2° les mots " d'une application informatique mise à disposition sur le site web de l'Autorité flamande " sont remplacés par les mots " du modèle mis à disponible sur le site web de l'Agence flamande pour l'Energie et le Climat ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid
CHAPITRE 3. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement
Art. 5. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 mei 2025, wordt punt 22° vervangen door wat volgt:
  "22° uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;".
Art. 5. Dans l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 décembre 2008 portant exécution du titre XVI du décret du 5 avril 1995 contenant des dispositions générales concernant la politique de l'environnement, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 mai 2025, le point 22° est remplacé par ce qui suit :
  " 22° le règlement d'exécution (UE) 2018/2066 de la Commission du 19 décembre 2018 relatif à la surveillance et à la déclaration des émissions de gaz à effet de serre au titre de la directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil et modifiant le règlement (UE) n° 601/2012 de la Commission ; ".
Art. 6. In artikel 21 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024, wordt punt 28° vervangen door wat volgt:
  "28° uitvoeringsverordening (EU) 2018/2066 van de Commissie van 19 december 2018 inzake de monitoring en rapportage van de emissies van broeikasgassen overeenkomstig Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot wijziging van Verordening (EU) nr. 601/2012 van de Commissie;".
Art. 6. Dans l'article 21 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2024, le point 28° est remplacé par ce qui suit :
  " 28° le règlement d'exécution (UE) 2018/2066 de la Commission du 19 décembre 2018 relatif à la surveillance et à la déclaration des émissions de gaz à effet de serre au titre de la directive 2003/87/CE du Parlement européen et du Conseil et modifiant le règlement (UE) n° 601/2012 de la Commission ; ".
Art. 7. In artikel 27, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 januari 2021, wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 7. Dans l'article 27, 1°, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 janvier 2021, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 8. In bijlage XXIII bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2022 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 januari 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het punt "Bijzondere gebruikseisen voor deskundigen" wordt in de rij van artikel "39/1, eerste lid, 3°, eerste zin" de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW";
  2° in het punt "Bijzondere gebruikseisen voor deskundigen" wordt in de rij van artikel "39/1, tweede lid" de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW";
  3° in het punt "Bijzondere gebruikseisen voor opleidingscentra" wordt in de rij van artikel "43/4, § 1, eerste lid" de zinsnede "12 kW" telkens vervangen door de zinsnede "70 kW";
  4° in het punt "Bijzondere gebruikseisen voor opleidingscentra" wordt in de rij van artikel "43/4, § 2, eerste lid" de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70" kW;
  5° in het punt "Bijzondere gebruikseisen voor opleidingscentra" wordt in de rij van artikel "43/4, § 3, eerste lid" de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 8. A l'annexe XXIII du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2022 et modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 janvier 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point " Conditions particulières d'usage pour experts ", dans la ligne de l'article " 39/1, alinéa 1er, 3°, première phrase ", le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW " ;
  2° au point " Conditions particulières d'usage pour experts ", dans la ligne de l'article " 39/1, alinéa 2 ", le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW " ;
  3° au point " Conditions particulières d'usage pour les centres de formation ", dans la ligne de l'article " 43/4, § 1er, alinéa 1er ", le membre de phrase " 12 kW " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " 70 kW " ;
  4° au point " Conditions particulières d'usage pour les centres de formation ", dans la ligne de l'article " 43/4, § 2, alinéa 1er ", le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW " ;
  5° au point " Conditions particulières d'usage pour les centres de formation ", dans la ligne de l'article " 43/4, § 3, alinéa 1er ", le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het Energiebesluit van 19 november 2010
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010
Art. 9. In artikel 1.1.1, § 2, van het Energiebesluit van 19 november 2010, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 mei 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 51° wordt vervangen door wat volgt:
  "51° inspectieprotocol niet-residentieel: het document dat de minister bepaalt en dat de werkwijze vastlegt voor de opmaak van het EPC. De minister bepaalt minstens op welke wijze de inspectie ter plaatse wordt uitgevoerd, op welke wijze het projectdossier wordt samengesteld alsook de manier waarop de energiedeskundige type D de gegevens op een uniforme manier moet verzamelen, meten en omzetten bij gebruik van de certificatiesoftware niet-residentieel;";
  2° punt 52° wordt vervangen door wat volgt:
  "52° inspectieprotocol residentieel : het document dat de minister bepaalt en dat de werkwijze vastlegt voor de opmaak van het EPC. De minister bepaalt minstens op welke wijze de inspectie ter plaatse wordt uitgevoerd, op welke wijze het projectdossier wordt samengesteld alsook de manier waarop de energiedeskundige type A de gegevens op een uniforme manier moet verzamelen, meten en omzetten bij gebruik van de certificatiesoftware residentieel;";
  3° punt 81/2°, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017, wordt vernummerd tot punt 81/2/1° ;
  4° er wordt een punt 81/5° ingevoegd dat luidt als volgt:
  "81/5° projectdossier: bevat alle stavingsstukken die gebruikt worden voor de invoer en opmaak van een energieprestatiecertificaat, inclusief foto's en schetsen van vaststellingen ter plaatse;"
  5° in punt 94° wordt tussen de zinsnede "site :" en de woorden "de locatie van een kwalitatieve warmtekrachtinstallatie" de zinsnede "voor de toepassing van titel VI, hoofdstuk I tot en met II/1," ingevoegd;
  6° punt 99° /1, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019, wordt vernummerd tot punt 99/1/1° ;
  7° er worden een punt 100° /0 en een punt 100° /0/1 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "100° /0 thuisbatterij: voor de toepassing van titel VIII, hoofdstuk V, een stationaire installatie voor elektrochemische opslag van elektriciteit met een nominale capaciteit van meer dan 2 kWh, die geschikt is voor installatie en gebruik in een huishoudelijke omgeving;
  100° /0/1 toegang weigeren tot de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld: de situatie waarin, nadat door de netbeheerder een aangetekende ingebrekestelling verstuurd werd, geen toegang verleend werd tot de ruimte waarin de elektriciteits- of aardgasmeter is opgesteld binnen de door de netbeheerder vooropgestelde termijn;".
Art. 9. A l'article 1.1.1, § 2, de l'arrêté relatif à l'énergie du 19 novembre 2010, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 mai 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le point 51° est remplacé par ce qui suit :
  " 51° protocole d'inspection non résidentielle : le document fixé par le ministre et qui définit la procédure à suivre pour l'établissement du PEB. Le ministre détermine au moins la manière dont l'inspection sur place est effectuée, la manière dont le dossier de projet est constitué, ainsi que la manière dont l'expert en matière d'énergie type D collecte, mesure et convertit les données de façon uniforme lors de l'utilisation du logiciel de certification non résidentiel ; " ;
  2° le point 52° est remplacé par ce qui suit :
  " 52° protocole d'inspection résidentielle : le document fixé par le ministre et qui définit la procédure à suivre pour l'établissement du PEB. Le ministre détermine au moins la manière dont l'inspection sur place est effectuée, la manière dont le dossier de projet est constitué, ainsi que la manière dont l'expert en matière d'énergie type A collecte, mesure et convertit les données de façon uniforme lors de l'utilisation du logiciel de certification résidentiel ; " ;
  3° le point 81/2°, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017, est renuméroté en point 81/2/1° ;
  4° il est inséré un point 81/5°, rédigé comme suit :
  " 81/5° dossier de projet : contient toutes les pièces justificatives utilisées afin de compléter et d'établir un certificat de performance énergétique, y compris les photos et les croquis des constatations faites sur place ; "
  5° au point 94°, entre le membre de phrase " site : " et les mots " la situation d'une installation ", il est inséré le membre de phrase " pour l'application du titre VI, chapitres I à II/1 " ;
  6° le point 99/1°, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juin 2019, est renuméroté en point 99/1/1° ;
  7° il est inséré des points 100° /0 et 100° /0/1, rédigés comme suit :
  " 100° /0 batterie domestique : pour l'application du titre VIII, chapitre V, une installation fixe de stockage électrochimique d'électricité d'une puissance nominale supérieure à 2 kWh, qui peut être installée et utilisée dans un environnement domestique ;
  100° /0/1 refuser l'accès au local dans lequel est installé le compteur d'électricité ou de gaz naturel : la situation dans laquelle, après l'envoi d'une mise en demeure recommandée par le gestionnaire du réseau, l'accès au local dans lequel est installé le compteur d'électricité ou de gaz naturel n'a pas été accordé dans le délai fixé par le gestionnaire de réseau ; ".
Art. 10. Artikel 2.1.2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, wordt vervangen door wat volgt:
  "Het VEKA heeft als missie de motor te zijn van het Vlaams energie- en klimaatbeleid.".
Art. 10. L'article 2.1.2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020, est remplacé par ce qui suit :
  " La VEKA a pour mission d'être le moteur de la politique flamande en matière d'énergie et de climat. ".
Art. 11. Aan artikel 3.1.34/1, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2022, wordt de zinsnede ", zowel wat hun injectie als afname betreft" toegevoegd.
Art. 11. L'article 3.1.34/1, alinéa 1er, 2°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2022, est complété par le membre de phrase " , tant en ce qui concerne leur injection que leur prélèvement ".
Art. 12. Artikel 3.1.34/3, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2022 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 3.1.34/3. Als gereserveerde technische flexibiliteit wordt toegepast, ontvangen de netgebruiker en de gebruiker die aangesloten is op het plaatselijk vervoernet van elektriciteit een kostenreflectieve en transparante compensatie, die respectievelijk de elektriciteitsdistributienetbeheerder of de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit berekent aan de hand van ten minste de volgende elementen:
  1° het flexibiliteitsvolume dat is berekend volgens de specificaties die de netbeheerder bepaald heeft conform artikel 4.1.6, § 1, 15°, van het Energiedecreet van 8 mei 2009. Het flexibiliteitsvolume, waaronder het referentieprofiel dat gebruikt wordt om het flexibiliteitsvolume van de productie-installatie te bepalen, wordt op kwartierbasis bepaald en benadert de werkelijk gemoduleerde energie zo goed mogelijk;
  2° een compensatie voor de gemoduleerde energie die enkel negatief kan zijn wanneer de onbalansimpact van de modulatie wordt geneutraliseerd in de perimeter van de balanceringsverantwoordelijke, op basis van:
  a) de waarde van de gederfde groenestroomcertificaten in geval van productie-installaties op basis van hernieuwbare bronnen die groenestroomcertificaten ontvangen;
  b) de waarde van de gederfde warmte-krachtcertificaten in geval van warmte-krachtinstallaties die warmte-krachtcertificaten ontvangen;
  c) de marktprijs voor de gederfde garanties van oorsprong;
  d) een financiële neutralisatie van de modulatie, tenzij de impact van de modulatie wordt geneutraliseerd in de perimeter van de balanceringsverantwoordelijke;
  e) de exploitatiekosten, zoals de brandstofkosten of de kosten voor het opladen van een elektriciteitsopslagfaciliteit, die door de producent of de elektriciteitsopslagfaciliteit werden opgelopen of vermeden door de modulatie, worden in rekening gebracht bij de compensatie voor de gemoduleerde energie;
  3° in geval van warmte-krachtinstallaties, de door de exploitant aangetoonde aanvullende exploitatiekosten ten gevolge van back-upwarmtevoorziening en bijkomende afname;
  4° in geval van productie-installaties of elektriciteitsopslagfaciliteiten die ondersteunende diensten of flexibiliteitsdiensten leveren aan een markpartij, een aanvullende compensatie voor de door de producent of de exploitant van de elektriciteitsopslagfaciliteit aangetoonde aanvullende kosten die rechtstreeks verbonden zijn aan de modulatie.".
Art. 12. L'article 3.1.34/3, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2022 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 3.1.34/3. En cas d'application de la flexibilité technique réservée, l'utilisateur du réseau et l'utilisateur raccordé au réseau de transport local d'électricité reçoivent une compensation reflétant les coûts et transparente, calculée respectivement par le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité ou le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité à l'aide d'au moins les éléments suivants :
  1° le volume de flexibilité qui est calculé selon les spécifications fixées par le gestionnaire du réseau conformément à l'article 4.1.6, § 1er, 15°, du Décret sur l'Energie du 8 mai 2009. Le volume de flexibilité, y compris le profil de référence utilisé pour déterminer le volume de flexibilité de l'installation de production, est déterminé sur une base quart d'heure et se rapproche le plus possible de l'énergie modulée réelle ;
  2° une compensation pour l'énergie modulée qui ne peut être négative que si l'impact du déséquilibre de la modulation est neutralisé dans le périmètre du responsable d'équilibre, sur la base :
  a) de la valeur des certificats verts manqués en cas d'installations de production sur la base de sources renouvelables qui reçoivent des certificats verts ;
  b) de la valeur des certificats de cogénération manqués en cas d'installations de cogénération qui reçoivent des certificats de cogénération ;
  c) du prix de marché des garanties d'origine manquées ;
  d) d'une neutralisation financière de la modulation, sauf si l'impact de la modulation est neutralisé dans le périmètre du responsable d'équilibre ;
  e) des frais d'exploitation, tels que les frais de carburant ou les frais de rechargement d'une installation de stockage d'électricité, qui ont été encourus ou évités par le producteur ou par l'installation de stockage d'électricité en raison de la modulation, sont pris en compte dans la compensation pour l'énergie modulée ;
  3° en cas d'installations de cogénération, les frais d'exploitation complémentaires démontrés par l'exploitant dus à la production de chaleur d'appoint et aux prélèvements supplémentaires ;
  4° en cas d'installations de production ou d'installations de stockage d'électricité fournissant des services auxiliaires ou de flexibilité à un acteur du marché, une compensation complémentaire pour les frais complémentaires liés directement à la modulation et démontrés par le producteur ou l'exploitant de l'installation de stockage d'électricité. ".
Art. 13. In artikel 3.1.45, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2018 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, eerste zin, wordt het woord "enerzijds" opgeheven;
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "en anderzijds geschikt is om de niet geïnterpreteerde meetwaarden spanning en stroom met een frequentie van ten minste 2 kHz beschikbaar te stellen dit tweede voor zover de kostprijs van deze functionaliteit niet leidt tot een meerkost van meer dan 6 procent ten opzichte van de kostprijs van eenzelfde type meter die door eenzelfde inschrijver wordt aangeboden zonder die functionaliteit" opgeheven;
  3° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 13. A l'article 3.1.45, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 février 2018 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, première phrase, le membre de phrase " , d'une part, " est abrogé ;
  2° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " , et d'autre part, le rend apte à rendre disponibles les valeurs mesurées de tension et de courant non interprétées avec une fréquence d'au moins 2 kHz ce dernier pour autant que le coût de cette fonctionnalité n'aboutit pas à un surcoût supérieur à 6 pour cent par rapport au coût d'un même type de compteur, offert par un même candidat, sans cette fonctionnalité " est abrogé ;
  3° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 14. In artikel 3.1.52 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen het woord "een" en het woord "kleinverbruiksmeting" het woord "actieve" ingevoegd;
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen het woord "alle" en het woord "kleinverbruiksmeetinrichtingen" het woord "actieve" ingevoegd;
  3° in paragraaf 1, vierde lid, wordt de eerste zin opgeheven;
  4° in paragraaf 1, vierde lid, tweede zin, wordt het woord "daarbij" opgeheven;
  5° in paragraaf 1, vijfde lid, wordt de zinsnede ", bijkomende installaties," vervangen door de zinsnede "of bijkomende installaties met datum van indienstname vanaf 1 januari 2021,";
  6° in paragraaf 1, vijfde lid, wordt de laatste zin opgeheven;
  7° in paragraaf 2, eerste lid, wordt tussen het woord "een" en het woord "aardgasaansluiting" het woord "actieve" ingevoegd.
Art. 14. A l'article 3.1.52 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, entre les mots " de relevés " et les mots " de petite consommation d'électricité ", il est inséré le mot " actifs " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " toutes les installatiosn " sont remplacés par les mots " toutes les installations actives " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 4, la première phrase est abrogée ;
  4° au paragraphe 1er, alinéa 4, deuxième phrase, dans la version néerlandaise, le mot " daarbij " est abrogé ;
  5° au paragraphe 1er, alinéa 5, les mots " d'installations supplémentaires " sont remplacés par le membre de phrase " d'installations supplémentaires mises en service à partir du 1er janvier 2021 " ;
  6° au paragraphe 1er, alinéa 5, la dernière phrase est abrogée ;
  7° au paragraphe 2, alinéa 1er, entre les mots " un raccordement " et les mots " au gaz naturel ", il est inséré le mot " actif ".
Art. 15. In artikel 3.1.56 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 17 juli 2020, 11 december 2020 en 21 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
  2° in paragraaf 3 worden de woorden "en evaluatie" opgeheven;
  3° in paragraaf 3 wordt de zinsnede "en 2" opgeheven.
Art. 15. A l'article 3.1.56 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 juillet 2020, 11 décembre 2020 et 21 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 2 est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, les mots " et de l'évaluation " sont abrogés.
  3° au paragraphe 3, le membre de phrase " visés aux §§ 1 et 2 " est remplacé par le membre de phrase " visé au § 1er ".
Art. 16. In artikel 3.1.57 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 en 16 juni 2023, wordt paragraaf 4 opgeheven.
Art. 16. Dans l'article 3.1.57 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 juillet 2021 et 16 juin 2023, le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 17. In artikel 3.1.58, tweede lid, 6°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "dag, week" wordt opgeheven;
  2° de woorden "vierentwintig maanden" worden vervangen door de woorden "tien jaren";
  3° tussen de zinsnede "die korter is." en de woorden "Op verzoek van" wordt de zin "Gedetailleerde gegevens over het verbruik per tariefperiode voor elk kwartier, elke dag en elke week worden onverwijld ter beschikking gesteld, voor ten minste de voorgaande vierentwintig maanden of voor de periode sinds de afnemer over een digitale meter beschikt, als die korter is." ingevoegd.
Art. 17. A l'article 3.1.58, alinéa 2, 6°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " jour, semaine, " est abrogé ;
  2° les mots " les vingt-quatre mois précédents " sont remplacés par les mots " les dix années précédentes " ;
  3° entre le membre de phrase " est plus courte. " et les mots " A la demande de l'utilisateur ", la phrase " Les données détaillées relatives à la consommation par période tarifaire pour chaque quart d'heure, jour et semaine sont mises à disposition sans délai, pour au minimum les vingt-quatre mois précédents ou pour la période depuis que le client dispose d'un compteur numérique, si celle-ci est plus courte. " est insérée.
Art. 18. In artikel 4.1.1, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2018, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  " § 1. Als, nadat technieken als datamining of profilering toegepast zijn, blijkt dat er een reeks van aanwijzingen bestaan die doen vermoeden dat er sprake is van energiefraude door een netgebruiker, doet de netbeheerder de nodige vaststellingen om dat te bevestigen. Als de netbeheerder daarvoor ter plaatse gaat, geeft hij aan de netgebruiker toelichting over de reden van het bezoek en vermeldt hij dat er is gebruikgemaakt van technieken als datamining en profilering.".
Art. 18. Dans l'article 4.1.1, § 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 2018, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Si, après l'application de techniques telles que l'exploration de données ou le profilage, il apparaît qu'il existe une série d'indices suggérant l'existence d'une fraude à l'énergie de la part d'un utilisateur du réseau, le gestionnaire du réseau procède aux vérifications nécessaires pour le confirmer. Si le gestionnaire du réseau se rend sur place à cette fin, il explique à l'utilisateur du réseau le motif de sa visite et indique que des techniques telles que l'exploration de données ou le profilage ont été utilisées. ".
Art. 19. In artikel 5.3.1 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juli 2022 en 19 oktober 2022, wordt paragraaf 5 vervangen door wat volgt:
  " § 5. De digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie wordt door de elektriciteitsdistributienetbeheerder en de beheerder van het plaatselijk vervoernet van elektriciteit zodanig ingesteld dat een noodkrediet van 75 euro ter beschikking wordt gesteld van de huishoudelijke elektriciteitsafnemer. Dat bedrag wordt gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van oktober 2025 (basisjaar 2013). Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die voorafgaat aan de aanpassing en wordt afgerond naar de hogere eenheid. Die aanpassing treedt alleen op bij een overschrijding van minstens vijf eenheden".
Art. 19. Dans l'article 5.3.1 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 juillet 2022 et 19 octobre 2022, le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Le gestionnaire du réseau de distribution d'électricité et le gestionnaire du réseau de transport local d'électricité règlent le compteur numérique à fonction de prépaiement activée de telle manière que le client résidentiel d'électricité dispose d'un crédit de secours de 75 euros. Ce montant est lié à l'indice santé d'octobre 2025 (année de base 2013). Il est adapté au 1er janvier de chaque année à l'indice santé du mois d'octobre précédant l'adaptation et arrondi à l'unité supérieure. Cette adaptation n'intervient que si le dépassement est d'au moins cinq unités. ".
Art. 20. In artikel 5.3.6/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "een budgetmeter" worden vervangen door de woorden "een digitale meter";
  2° tussen de woorden "voor elektriciteit is geïnstalleerd" en de woorden "en die is aangesloten op het elektriciteitsdistributienet" wordt de zinsnede ", waarvan de voorafbetalingsfunctie werd geactiveerd," ingevoegd;
  3° de woorden "de budgetmeter" worden vervangen door de woorden "de digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 20. A l'article 5.3.6/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " un compteur d'électricité à budget " sont remplacés par les mots " un compteur numérique d'électricité " ;
  2° entre les mots " a été installé " et les mots " et qui a été raccordé ", il est inséré le membre de phrase " , dont la fonction de prépaiement a été activée " ;
  3° les mots " le compteur d'électricité à budget " sont remplacés par les mots " le compteur numérique d'électricité à fonction de prépaiement activée ".
Art. 21. In artikel 5.3.6/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2022, wordt het woord "budgetmeter" telkens vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 21. Dans l'article 5.3.6/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2022, les mots " compteur d'électricité à budget " sont chaque fois remplacés par les mots " compteur numérique d'électricité à fonction de prépaiement activée ".
Art. 22. In artikel 5.3.6/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "budgetmeter" wordt telkens vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd dat luidt als volgt:
  "De huishoudelijke afnemer kan die minimale levering elektriciteit niet cumuleren met de minimale levering aardgas, vermeld in artikel 5.4.7.".
Art. 22. A l'article 5.3.6/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " compteur d'électricité à budget " sont chaque fois remplacés par les mots " compteur numérique d'électricité à fonction de prépaiement activée " ;
  2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le client résidentiel ne peut pas cumuler cette fourniture minimale d'électricité avec la fourniture minimale de gaz naturel visée à l'article 5.4.7. ".
Art. 23. In artikel 5.3.6/4, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "budgetmeter" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° het woord "budgetmeterkaart" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 23. A l'article 5.3.6/4, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " compteur d'électricité à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique d'électricité à fonction de prépaiement activée " ;
  2° les mots " de la carte du compteur à budget " sont remplacés par les mots " du compteur numérique à fonction de prépaiement activée ".
Art. 24. In artikel 5.3.6/5, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "budgetmeter" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° het woord "budgetmeterkaart" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 24. A l'article 5.3.6/5, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " compteur d'électricité à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique d'électricité à fonction de prépaiement activée " ;
  2° les mots " de la carte du compteur à budget " sont remplacés par les mots " du compteur numérique à fonction de prépaiement activée ".
Art. 25. In artikel 5.3.12, § 3, tweede lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 en 4 februari 2022, wordt het woord "hulpkrediet" vervangen door het woord "noodkrediet".
Art. 25. Dans l'article 5.3.12, § 3, alinéa 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2013 et 4 février 2022, les mots " crédit d'aide " sont remplacés par les mots " crédit de secours ".
Art. 26. In artikel 5.3.13, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013, wordt het woord "budgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter".
Art. 26. Dans l'article 5.3.13, alinéa 1er, du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013, les mots " compteur d'électricité à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique d'électricité ".
Art. 27. In artikel 5.4.1 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 3, derde lid, wordt het woord "budgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter";
  2° paragraaf 6 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 6. De digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie wordt door de aardgasdistributienetbeheerder zodanig ingesteld dat een noodkrediet van 75 euro ter beschikking wordt gesteld van de huishoudelijke aardgasafnemer. Dat bedrag wordt gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van oktober 2025 (basisjaar 2013). Het bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die voorafgaat aan de aanpassing, en wordt afgerond naar de hogere eenheid. Die aanpassing treedt alleen op bij een overschrijding van minstens vijf eenheden.";
  3° in paragraaf 8 worden de woorden "geplaatste actieve budgetmeters voor aardgas" vervangen door de woorden "digitale meters voor aardgas waarvan de voorafbetalingsfunctie werd geactiveerd".
Art. 27. A l'article 5.4.1 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 3, alinéa 3, les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique de gaz naturel " ;
  2° le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Le gestionnaire du réseau de distribution de gaz naturel règle le compteur numérique à fonction de prépaiement activée de telle manière que le client résidentiel de gaz naturel dispose d'un crédit de secours de 75 euros. Ce montant est lié à l'indice santé d'octobre 2025 (année de base 2013). Il est adapté au 1er janvier de chaque année à l'indice santé du mois d'octobre précédant l'adaptation et arrondi à l'unité supérieure. Cette adaptation n'intervient que si le dépassement est d'au moins cinq unités. " ;
  3° au paragraphe 8, les mots " compteurs de gaz naturel à budget installés et actifs de la commune " sont remplacés par les mots " compteurs numériques de gaz naturel dont la fonction de prépaiement a été activée dans la commune ".
Art. 28. In artikel 5.4.4 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, wordt het woord "budgetmeterfunctie" telkens vervangen door het woord "voorafbetalingsfunctie".
Art. 28. Dans l'article 5.4.4 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022, les mots " fonction de compteur à budget " sont chaque fois remplacés par les mots " fonction de prépaiement ".
Art. 29. In artikel 5.4.6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, wordt het woord "budgetmeter" telkens vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 29. Dans l'article 5.4.6 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016, les mots " compteur de gaz à budget " et les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique de gaz naturel à fonction de prépaiement activée ".
Art. 30. In artikel 5.4.7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "aardgasbudgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° in het tweede lid wordt het woord "aardgasbudgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  3° in het tweede lid wordt het woord "budgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 30. A l'article 5.4.7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique à fonction de prépaiement activée " ;
  2° dans l'alinéa 2, les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique à fonction de prépaiement activée " ;
  3° dans l'alinéa 2, les mots " compteur à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique de gaz naturel à fonction de prépaiement activée ".
Art. 31. In artikel 5.4.8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "aardgasbudgetmeter" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° het woord "budgetmeter" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  3° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De huishoudelijke afnemer kan die minimale levering aardgas niet cumuleren met de minimale levering elektriciteit, vermeld in artikel 5.3.6/2.".
Art. 31. A l'article 5.4.8 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique de gaz naturel à fonction de prépaiement activée " ;
  2° les mots " compteur à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique à fonction de prépaiement activée " ;
  3° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le client résidentiel ne peut pas cumuler cette fourniture minimale de gaz naturel avec la fourniture minimale d'électricité visée à l'article 5.3.6/2. ".
Art. 32. In artikel 5.4.9 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "aardgasbudgetmeter" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° het woord "budgetmeterkaart" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 32. A l'article 5.4.9 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique de gaz naturel à fonction de prépaiement activée " ;
  2° les mots " de la carte du compteur à budget " sont remplacés par les mots " du compteur numérique à fonction de prépaiement activée ".
Art. 33. In artikel 5.4.10, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 en 15 juli 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het woord "aardgasbudgetmeter" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° het woord "budgetmeterkaart" wordt vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 33. A l'article 5.4.10, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 29 novembre 2013 et 15 juillet 2016, les modifications suivantes sont apportées :
  1° les mots " compteur de gaz naturel à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique à fonction de prépaiement activée " ;
  2° les mots " de la carte du compteur à budget " sont remplacés par les mots " du compteur numérique à fonction de prépaiement activée ".
Art. 34. In artikel 5.4.13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, 29 november 2013 en 4 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt het woord "budgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie";
  2° in paragraaf 3, tweede lid, wordt het woord "hulpkrediet" vervangen door het woord "noodkrediet".
Art. 34. A l'article 5.4.13 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 7 septembre 2012, 29 novembre 2013 et 4 février 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, les mots " compteur de gaz naturel " sont remplacés par les mots " compteur numérique de gaz naturel à fonction de prépaiement activée " ;
  2° au paragraphe 3, alinéa 2, les mots " crédit d'aide " sont remplacés par les mots " crédit de secours ".
Art. 35. In artikel 5.5.1 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° de elektriciteits- of aardgastoevoer te laten onderbreken vanop afstand of lokaal te laten afsluiten door middel van verzegeling volgens de voorkeur van de netbeheerder.";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, wordt de eerste zin vervangen door wat volgt:
  "Als de nieuwe bewoner of de eigenaar niet reageert op de brief, vermeld in paragraaf 2, neemt de netbeheerder binnen vijftien kalenderdagen contact op met de nieuwe bewoner of de eigenaar om een registratiedocument te laten ondertekenen.";
  3° aan paragraaf 3, eerste lid, tweede zin, wordt de zinsnede "of binnen de afgesproken termijn ondertekend terugbezorgt." toegevoegd;
  4° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, wordt de laatste zin opgeheven;
  5° in paragraaf 3, tweede lid, wordt punt 3° vervangen door wat volgt:
  "3° de nieuwe bewoner, of de eigenaar in afwachting van een nieuwe bewoner, laat de elektriciteits- of aardgastoevoer onderbreken vanop afstand of lokaal afsluiten door middel van verzegeling volgens de voorkeur van de netbeheerder.".
Art. 35. A l'article 5.5.1 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° faire interrompre à distance l'alimentation en courant électrique et en gaz naturel ou le faire débrancher localement en apposant les scellés, selon la préférence du gestionnaire du réseau. " ;
  2° au paragraphe 3, alinéa 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Si le nouvel occupant ou le propriétaire ne réagit pas à la lettre, visée au paragraphe 2, le gestionnaire du réseau prend contact avec le nouvel occupant ou le propriétaire dans les quinze jours calendaires afin de faire signer un document d'enregistrement. " ;
  3° au paragraphe 3, alinéa 1er, la deuxième phrase est complétée par les mots " ou ne le renvoie pas signé dans le délai convenu " ;
  4° au paragraphe 3, alinéa 2, 2°, la dernière phrase est abrogée ;
  5° au paragraphe 3, alinéa 2, le point 3° est remplacé par ce qui suit :
  " 3° le nouvel occupant, ou le propriétaire en attendant un nouvel occupant, fait interrompre à distance l'alimentation en courant électrique et en gaz naturel ou le fait débrancher localement en apposant les scellés, selon la préférence du gestionnaire du réseau. ".
Art. 36. In artikel 5.5.4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "afsluiten door middel van verzegeling" vervangen door de woorden "onderbreken vanop afstand of lokaal te laten afsluiten door middel van verzegeling volgens de voorkeur van de netbeheerder";
  2° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "opnieuw" opgeheven;
  3° in paragraaf 2, worden de woorden "afsluiten door middel van verzegeling" vervangen door de woorden "onderbreken vanop afstand of lokaal heeft laten afsluiten door middel van verzegeling".
Art. 36. A l'article 5.5.4 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " de faire débrancher l'alimentation en courant électrique ou en gaz naturel en apposant les scellés " sont remplacés par les mots " de faire interrompre à distance l'alimentation en courant électrique et en gaz naturel ou de le faire débrancher localement en apposant les scellés, selon la préférence du gestionnaire du réseau " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 4, les mots " à nouveau " sont abrogés ;
  3° au paragraphe 2, les mots " débrancher l'alimentation en courant électrique ou en gaz naturel en apposant les scellés " sont remplacés par les mots " interrompre à distance l'alimentation en courant électrique ou en gaz naturel ou ne l'ait fait débrancher localement en apposant les scellés ".
Art. 37. In artikel 5.5.9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 7 september 2012, wordt het woord "budgetmeter" vervangen door de woorden "digitale meter met geactiveerde voorafbetalingsfunctie".
Art. 37. Dans l'article 5.5.9 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 7 septembre 2012, les mots " compteur à budget " sont remplacés par les mots " compteur numérique à fonction de prépaiement activée ".
Art. 38. In artikel 5/1.4.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 februari 2019, wordt het woord "maart" vervangen door het woord "april".
Art. 38. Dans l'article 5/1.4.4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er février 2019, le mot " mars " est remplacé par le mot " avril ".
Art. 39. Artikel 6.4.1/3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, wordt opgeheven.
Art. 39. L'article 6.4.1/3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022, est abrogé.
Art. 40. In artikel 6.4.1/5/2, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 2 december 2022, 16 juni 2023 en 17 november 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vijfde lid wordt het jaartal "2025" vervangen door het jaartal "2029";
  2° in het vijfde lid wordt in punt 2° de zinssnede "die dateert vanaf 1 januari 2022;" vervangen door de zinssnede "die dateert vanaf 1 januari 2022 en van maximaal twee jaar voor de aanvraag tot activatie;";
  3° in het vijfde lid wordt in punt 3° de zinssnede "die dateert vanaf 1 januari 2022;" vervangen door de zinssnede "die dateert vanaf 1 januari 2022 en van maximaal twee jaar voor de aanvraag tot activatie;";
  4° in het zevende lid wordt de zinssnede "die dateert vanaf 1 januari 2022." Vervangen door de zinssnede "die dateert vanaf 1 januari 2022 en van maximaal twee jaar voor de aanvraag tot activatie, vermeld in het vijfde lid.";
  5° in het achtste lid wordt de zin "Deze aanmelding moet gebeuren tussen 1 januari 2022 en 30 september 2027." Vervangen door de zin "Deze aanmelding moet gebeuren tussen 1 januari 2022 en 30 september 2031 en binnen de twee jaar na de aanvraag tot activatie, vermeld in het vijfde lid.";
  6° in het achtste lid wordt de zin "Ten laatste op 31 december 2027 dient de investeerder de aanvraag tot uitbetaling in." vervangen door de zin "Ten laatste op 31 december 2031 en binnen de drie maanden na de aanmelding van de fotovoltaïsche installatie, dient de investeerder de aanvraag tot uitbetaling in.";
  7° In het achtste lid, punt 2°, wordt punt d) vervangen door wat volgt:
  "d) Het aangiftenummer van de aangifte van werken 30bis bij de Rijksdienst Sociale Zekerheid waarin de asbestverwijderingswerken correct zijn gemeld;".
Art. 40. A l'article 6.4.1/5/2, § 3, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 2 décembre 2022, 16 juin 2023 et 17 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 5, l'année " 2025 " est remplacée par l'année " 2029 " ;
  2° dans l'alinéa 5, 2°, le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " est remplacé le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 et d'une durée maximale de deux ans avant la demande d'activation ; " ;
  3° dans l'alinéa 5, 3°, le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " est remplacé le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 et d'une durée maximale de deux ans avant la demande d'activation ; " ;
  2° dans l'alinéa 7, le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 " est remplacé le membre de phrase " datant à partir du 1er janvier 2022 et d'une durée maximale de deux ans avant la demande d'activation visée à l'alinéa 5 " ;
  5° dans l'alinéa 8, la phrase " Cette déclaration doit intervenir entre le 1er janvier 2022 et le 30 septembre 2027. " est remplacée par la phrase " Cette déclaration doit intervenir entre le 1er janvier 2022 et le 30 septembre 2027 et dans les deux ans suivant la demande d'activation visée à l'alinéa 5. " ;
  6° dans l'alinéa 8, la phrase " L'investisseur introduit la demande de paiement au plus tard le 31 décembre 2027. " est remplacée par la phrase " L'investisseur introduit la demande de paiement au plus tard le 31 décembre 2031 et dans les trois mois suivant la déclaration de l'installation photovoltaïques. " ;
  7° dans l'alinéa 8, 2°, le point d) est remplacé par ce qui suit :
  " d) le numéro de la déclaration des travaux 30bis auprès de l'Office national de Sécurité sociale dans laquelle les travaux de désamiantage ont été correctement déclarés ; ".
Art. 41. In artikel 6.4.1/8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het vijfde lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De energiescan bevat een basisscan ter waarde van 310 euro, die het eerste bezoek inhoudt. Alleen als de voorwaarden vervuld zijn en er voldoende redenen voor bestaan, kan er na een eerste energiescan nog een tweede bezoek volgen dat:
  1° een opvolgscan bevat die gericht is op begeleiding op maat van kwetsbare groepen ter waarde van maximaal 260 euro;
  2° een opvolgscan bevat die gericht is op begeleiding op maat van kwetsbare doelgroepen en die zich beperkt tot de begeleiding van een leveranciers- of contractwissel ter waarde van maximaal 80 euro.";
  2° tussen het vijfde en het zesde lid worden twee leden ingevoegd, die luiden als volgt:
  "De bedragen, vermeld in het vijfde lid, worden gekoppeld aan het gezondheidsindexcijfer van oktober 2025 (basisjaar 2013). Ze worden jaarlijks op 1 januari aangepast aan het gezondheidsindexcijfer van de maand oktober die voorafgaat aan de aanpassing.
  Het VEKA kan in dit kader ook eisen opleggen voor de inhoud van de begeleidingstrajecten. Woonmaatschappijen komen alleen in aanmerking voor begeleiding bij de uitvoering van energiebesparende investeringen voor de verhuur overeenkomstig artikel 4.40, 4°, van de Vlaamse Codex Wonen 2021.";
  3° in het achtste lid, dat het tiende lid wordt, worden de woorden "vijfde lid" vervangen door de zinsnede "tweede lid, 1° en 2° ".
Art. 41. A l'article 6.4.1/8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit :
  " Le scan énergétique comprend un scan de base d'une valeur de 310 euros, correspondant à la première visite. Si les conditions sont remplies et s'il existe des raisons suffisantes, une deuxième visite peut avoir lieu après le premier scan énergétique, laquelle :
  1° comprend un scan de suivi visant un accompagnement personnalisé pour les groupes vulnérables d'une valeur maximale de 260 euros ;
  2° comprend un scan de suivi visant un accompagnement personnalisé pour les groupes cibles vulnérables, limité à l'accompagnent lors d'un changement de fournisseur ou de contrat d'une valeur maximale de 80 euros. " ;
  2° entre les alinéas 5 et 6, deux alinéas sont insérés, rédigés comme suit :
  " Les montants visés à l'alinéa 5 sont liés à l'indice santé d'octobre 2025 (année de base 2013). Ils sont adaptés au 1er janvier de chaque année à l'indice santé du mois d'octobre précédant l'adaptation.
  Dans ce cadre, la VEKA peut également imposer des exigences quant au contenu des parcours d'accompagnement. Les sociétés de logement ne sont éligibles à l'accompagnement lors de l'exécution d'investissements économes en énergie que pour la location conformément à l'article 4.40, 4°, du Code flamand du Logement de 2021. " ;
  3° dans l'alinéa 8, qui devient l'alinéa 10, le membre de phrase " l'alinéa 5 " est remplacé par le membre de phrase " l'alinéa 2, 1° et 2° ".
Art. 42. In artikel 6.4.1/11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 23 september 2011 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, wordt de zinsnede "6.4.1/3" opgeheven.
Art. 42. Dans l'article 6.4.1/11 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 23 septembre 2011 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022, le membre de phrase " 6.4.1/3, " est abrogé.
Art. 43. In artikel 6.5.5 van het hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2022, wordt een paragraaf § 1/1 ingevoegd, die luidt als volgt:
  " § 1/1 Gebouweenheden die conform de verplichting, vermeld in titel IX, hoofdstuk II, afdeling II, beschikken over een geldig energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen, moeten niet opgenomen worden in het energieplan vermeld in paragraaf 1. Het energieprestatiecertificaat van die niet-residentiële gebouwen moet mee opgeladen worden in de webapplicatie, vermeld in artikel 6.5.8, samen met het energieplan van de betrokken vestiging. Als de betrokken vestiging alleen bestaat uit een of meerdere gebouweenheden die conform de verplichting vermeld in titel IX, hoofdstuk II, afdeling II, beschikken over een geldig energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen, wordt deze vestiging vrijgesteld van de verplichting om een energieplan op te stellen, op voorwaarde dat elk van de betrokken energieprestatiecertificaten niet-residentiële gebouwen opgeladen wordt in de webapplicatie, vermeld in artikel 6.5.8.".
Art. 43. Dans l'article 6.5.5 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2022, il est inséré un paragraphe § 1/1, rédigé comme suit :
  " § 1/1 Les unités de bâtiment qui, conformément à l'obligation visée au titre IX, chapitre II, section II, disposent d'un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels valable, ne doivent pas être reprises dans le plan énergétique visé au paragraphe 1er. Le certificat de performance énergétique de ces bâtiments non résidentiels doit également être téléchargé dans l'application web visée à l'article 6.5.8, conjointement avec le plan énergétique de l'établissement concerné. Si l'établissement concerné se compose uniquement d'une ou plusieurs unités de bâtiment qui, conformément à l'obligation visée au titre IX, chapitre II, section II, dispose ou disposent d'un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels valable, cet établissement est exempté de l'obligation d'établir un plan énergétique, à condition que chacun des certificats de performance énergétique bâtiments non résidentiels concernés soit téléchargé dans l'application web visée à l'article 6.5.8. ".
Art. 44. Aan artikel 6.5.10 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van 8 juli 2022 en gewijzigd bij het besluit van 16 juni 2023, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Gebouweenheden die, conform de verplichting vermeld in titel IX, hoofdstuk II, afdeling II, beschikken over een geldig energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen, moeten niet opgenomen worden in de energieaudit, vermeld in het eerste en tweede lid. Het energieprestatiecertificaat van die niet-residentiële gebouwen dient mee opgeladen te worden in de webapplicatie, vermeld in artikel 6.5.14, samen met de energieaudit van de betrokken vestiging. Als de betrokken vestiging alleen bestaat uit een of meer gebouweenheden die, conform de verplichting vermeld in titel IX, hoofdstuk II, afdeling II, beschikken over een geldig energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen, wordt die vestiging vrijgesteld van de verplichting om een energieaudit op te stellen, op voorwaarde dat elk van de betrokken energieprestatiecertificaten niet-residentiële gebouwen opgeladen wordt in de webapplicatie vermeld in artikel 6.5.14.".
Art. 44. L'article 6.5.10 du même arrêté, inséré par l'arrêté du 8 juillet 2022 et modifié par l'arrêté du 16 juin 2023, est complété par un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Les unités de bâtiment qui, conformément à l'obligation visée au titre IX, chapitre II, section II, disposent d'un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels valable, ne doivent pas être reprises dans l'audit énergétique visé aux alinéas 1er et 2. Le certificat de performance énergétique de ces bâtiments non résidentiels doit également être téléchargé dans l'application web visée à l'article 6.5.14, conjointement avec le plan énergétique de l'établissement concerné. Si l'établissement concerné se compose uniquement d'une ou plusieurs unités de bâtiment qui, conformément à l'obligation visée au titre IX, chapitre II, section II, dispose ou disposent d'un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels valable, cet établissement est exempté de l'obligation d'établir un audit énergétique, à condition que chacun des certificats de performance énergétique bâtiments non résidentiels concernés soit téléchargé dans l'application web visée à l'article 6.5.14. ".
Art. 45. In artikel 6.7.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, 3 mei 2024 en 2 mei 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de eerste zin vervangen door wat volgt:
  "De horizontale dakoppervlakte wordt berekend als de som over alle gebouwen die aangesloten zijn op hetzelfde afnamepunt van de deling van de horizontale dakoppervlakte van het gebouw door het aantal afnamepunten waarop het gebouw is aangesloten en waarvoor de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, en 6.7.8, § 1, geldt.";
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° tussen het vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het vierde lid wordt voor de toepassing van dit hoofdstuk de datum van indienstname voor een warmtepomp gelijkgesteld met de datum van indienstname vermeld op het eerste volledige keuringsverslag opgesteld door een geaccrediteerde keuringsinstantie.";
  4° in het zesde lid, dat het zevende lid wordt, worden in punt a) de woorden "bij dakvervanging of uitstel bij sloop met heropbouw" vervangen door de zinsnede "conform artikel 6.7.5 of artikel 6.7.10";
  5° het achtste lid wordt opgeheven.
Art. 45. A l'article 6.7.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023, 3 mai 2024 et 2 mai 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, la première phrase est remplacée par ce qui suit :
  " La superficie de toit horizontale est calculée comme la somme de tous les bâtiments raccordés au même point de prélèvement de la division de la superficie de toit horizontale du bâtiment par le nombre de points de prélèvement auxquels le bâtiment est raccordé et auxquels s'applique l'obligation visée aux articles 6.7.3, § 1er, et 6.7.8, § 1er. " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé ;
  3° entre les alinéas 4 et 5, un alinéa est inséré, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 4 et aux fins de l'application du présent chapitre, la date de mise en service d'une pompe à chaleur est assimilée à la date de mise en service mentionnée dans le premier rapport d'inspection complet établi par un organisme d'inspection agréé. " ;
  4° dans l'alinéa 6, qui devient l'alinéa 7, au point a), les mots " en cas de remplacement de la toiture ou de report en cas de démolition avec reconstruction " sont remplacés par le membre de phrase " conformément à l'article 6.7.5 ou 6.7.10 " ;
  5° l'alinéa 8 est abrogé.
Art. 46. In artikel 6.7.3 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, 3 mei 2024 en 2 mei 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, vierde lid, punt 5° worden de woorden "verbonden vennootschap" vervangen door de woorden "verbonden vennootschap of rechtspersoon";
  2° in paragraaf 1, zesde lid worden de woorden "voorafgaande kalenderjaren" vervangen door de zinsnede "kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de drempel, vermeld in het eerste lid, voor het eerst werd overschreden,";
  3° in paragraaf 1 wordt een achtste lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het zevende lid zijn de verschillende eigenaars, erfpachters of opstalhouders niet in solidum ertoe gehouden om aan de verplichting te voldoen als een van de eigenaars, erfpachters of opstalhouders zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of in een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V/I, van het Wetboek van economisch recht, en het uitstel, vermeld in artikel 6.7.5, § 2/2, van toepassing is voor een of meer gebouwen die aangesloten zijn op hetzelfde afnamepunt. Voor de periode waarin het uitstel, vermeld in artikel 6.7.5, § 2/2, van toepassing is, wordt de verplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, opgelegd aan de eigenaars, erfpachters of opstalhouders van de gebouwen, met uitzondering van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder die zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of in een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V/I, van het Wetboek van economisch recht. De eigenaars, erfpachters of opstalhouders van de gebouwen, met uitzondering van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder die zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of in een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V/I, van het Wetboek van economisch recht, zijn voor deze periode in solidum ertoe gehouden om aan de verplichting te voldoen.";
  4° aan paragraaf 2, derde lid, wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Het kalenderjaar dat voor het eerst aanleiding geeft tot het moeten voldoen aan de verplichting, vermeld in paragraaf 1, wordt voor dit lid vastgesteld met toepassing van artikel 6.7.5/1.".
Art. 46. A l'article 6.7.3 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023, 3 mai 2024 et 2 mai 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 4, 5°, les mots " société liée " sont remplacés par les mots " société ou personne morale liée " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 6, les mots " précédentes au " sont remplacés par les mots " précédentes à l'année calendaire au cours de laquelle le seuil visé à l'alinéa 1er a été dépassé pour la première fois au " ;
  3° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 8, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 7, les différents propriétaires, emphytéotes ou superficiaires ne sont pas tenus de satisfaire à l'obligation in solidum si l'un des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire, telle que visée au livre XX, titre V/I, du Code de droit économique, et si le report, visé à l'article 6.7.5, § 2/2, s'applique à un ou plusieurs bâtiments raccordés au même point de prélèvement. Pour la période dans laquelle le report, visé à l'article 6.7.5, § 2/2, s'applique, l'obligation visée aux alinéas 1er et 2 est imposée aux propriétaires, emphytéotes ou superficiaires des bâtiments, à l'exception du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire qui fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite, telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire, telle que visée au livre XX, titre V/I, du Code de droit économique. Les propriétaires, emphytéotes ou superficiaires des bâtiments, à l'exception du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire qui fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite, telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire, telle que visée au livre XX, titre V/I, du Code de droit économique, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation pendant cette période. " ;
  4° le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Pour le présent alinéa, la première année calendaire donnant lieu à l'application de l'obligation, visée au paragraphe 1er, est fixée en application de l'article 6.7.5/1. ".
Art. 47. In artikel 6.7.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, 3 mei 2024 en 2 mei 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "In afwijking" vervangen door de woorden "Als alternatief voor of in aanvulling";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "hetzelfde" vervangen door het woord "het";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "verbonden vennootschap" vervangen door de woorden "verbonden vennootschap of rechtspersoon";
  4° in paragraaf 1, tweede lid, worden de zinnen ", als vermeld in artikel 6.7.3, § 1. Als de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2° en 3°, moet deze hernieuwbare energietechnologie uiterlijk op respectievelijk 1 januari 2030 en 1 januari 2035 in dienst worden genomen als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen zoals vermeld in artikel 6.7.3, § 1, voor 1 januari 2030 ligt. Als de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, moet deze hernieuwbare energietechnologie uiterlijk op 1 januari 2035 in dienst worden genomen als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen voor het eerst in dienst moeten worden genomen zoals vermeld in artikel 6.7.3, § 1, tussen 1 januari 2030 en 31 december 2034 ligt" opgeheven;
  5° in paragraaf 1, derde lid, 3° worden tussen de zinsnede "voor ruimteverwarming," en de woorden "als vermeld in het eerste lid" de woorden "voor sanitair warm water of voor een warmtepomp die niet uitsluitend proceswarmte levert" ingevoegd;
  6° in paragraaf 1, derde lid, 3° en 4°, worden de woorden "equivalent warmtevermogen dat gelijk is aan het nominaal vermogen" telkens vervangen door de woorden "equivalent nominaal vermogen dat gelijk is aan het piekvermogen";
  7° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "In afwijking" vervangen door de woorden "Als alternatief voor of in aanvulling";
  8° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "verbonden vennootschap" vervangen door de woorden "verbonden vennootschap of rechtspersoon";
  9° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zin ", als vermeld in artikel 6.7.3, § 1. Als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.3, § 1, voor 1 januari 2030 ligt, kan voor het verstrengingspad, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2° en 3° een participatieovereenkomst worden aangegaan uiterlijk op respectievelijk 1 januari 2030 en 1 januari 2035. Als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.3, § 1, tussen 1 januari 2030 en 31 december 2034 ligt, kan voor het verstrengingspad, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3° een participatieovereenkomst worden aangegaan uiterlijk op 1 januari 2035" opgeheven;
  10° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "een van de volgende projecten" vervangen door de woorden "een project";
  11° in paragraaf 2, derde lid, worden de zinnen "met als doel het plaatsen van:
  1° nieuwe fotovoltaïsche zonnepanelen op de gebouwen, op de gevels van de gebouwen, op de gronden, op de carports of op de fietsenstallingen;
  2° nieuwe fotovoltaïsche drijvende zonnepanelen;
  2° /1 nieuwe overkoepelende fotovoltaïsche zonnepanelen binnen een agrarisch gebied, waarbij in het kader van de vergunningsaanvraag de mogelijke effecten van de inplanting ten aanzien van efficiënt bodemgebruik, eventuele verstoring van de uitbatingenmogelijkheden en landschappelijke kwaliteiten zijn onderzocht.
  3° nieuwe windturbines of repowering van een windturbine. In geval van een repowering van een windturbine wordt het extra nominaal vermogen na de repowering van de windturbine beschouwd;
  4° nieuwe warmte-krachtinstallatie;
  5° een nieuwe warmtepomp. In geval van een warmtepomp wordt alleen rekening gehouden met het hernieuwbare energiegedeelte en het gedeelte geproduceerd uit restwarmte van de warmteproductie;
  6° een nieuwe fotovoltaïsch-thermische installatie;
  7° een nieuwe geconcentreerde zonnethermie-installatie" opgeheven;
  12° in paragraaf 2, vierde lid worden de woorden "voor het bepalen van het piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen" opgeheven;
  13° in paragraaf 2, zevende lid, worden de woorden "te plaatsen zonnepaneelvermogen" telkens vervangen door de woorden "piekvermogen aan te plaatsen zonnepanelen";
  14° in paragraaf 2, zevende lid, wordt de zinsnede "1 juli 2025" vervangen door de zinsnede "2 april 2026";
  15° in paragraaf 2, achtste lid, worden de zinnen ", vermeld in artikel 6.7.3, § 1. Als de installatie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2° en 3°, wordt de installatie uiterlijk op respectievelijk op 1 januari 2030 en op 1 januari 2035 in dienst genomen als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, vóór 1 januari 2030 valt. Als de installatie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, wordt de installatie uiterlijk op 1 januari 2035 in dienst genomen als de datum waarop de fotovoltaische zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, tussen 1 januari 2030 en 31 december 2034 ligt" opgeheven;
  16° in paragraaf 2, negende lid, 6°, wordt de zinsnede ", het nominale vermogen of het equivalent vermogen" vervangen door de woorden "of het equivalente nominale vermogen";
  17° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Bij de toepassing van het verstrengingspad, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, wordt rekening gehouden met:
  1° voor de toepassing van het verstrengingspad vanaf 1 januari 2030 als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.3, § 1, voor 1 januari 2030 ligt:
  a) het in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen, voor het voldoen aan de verplichting in artikel 6.7.3, § 1 en § 2, eerste lid, 1° ;
  b) het in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen waaraan is bijgedragen via de participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid;
  c) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, om te voldoen aan de verplichting vermeld in paragraaf 1. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid;
  d) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° tot en met 7°, waaraan is bijgedragen via participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid en dat nog niet in rekening gebracht werd voor het voldoen aan de verplichting vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1°. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid;
  2° voor de toepassing van het verstrengingspad vanaf 1 januari 2035 als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.3, § 1, voor 1 januari 2035 ligt:
  a) het reëel in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen, voor het voldoen aan de verplichting in artikel 6.7.3, § 1 en § 2, eerste lid, 1° en 2° ;
  b) het in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen waaraan is bijgedragen via de participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid;
  c) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, om te voldoen aan de verplichting vermeld in paragraaf 1. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid.
  d) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° tot en met 7°, waaraan is bijgedragen via participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid en dat nog niet in rekening gebracht werd voor het voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1° en 2°. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid.".
Art. 47. A l'article 6.7.4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023, 3 mai 2024 et 2 mai 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " Par dérogation à " sont remplacés par les mots " En guise d'alternative de ou en complément " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " même " est abrogé ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " société liée " sont remplacés par les mots " société ou personne morale liée " ;
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, les phrases " , telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er. Si la technologie d'énergie renouvelable visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°, cette technologie d'énergie renouvelable doit être mise en service au plus tard le 1er janvier 2030 et le 1er janvier 2035, respectivement, si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030. Si la technologie d'énergie renouvelable visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif visé à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, cette technologie d'énergie renouvelable doit être mise en service au plus tard le 1er janvier 2035 si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service pour la première fois telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, se situe entre le 1er janvier 2030 et le 31 décembre 2034. " sont abrogées ;
  5° au paragraphe 1er, alinéa 3, 3°, le membre de phrase " le chauffage de locaux, telle que visée " est remplacé par le membre de phrase " le chauffage de locaux, pour l'eau chaude sanitaire ou pour une pompe à chaleur qui ne fournit pas exclusivement de la chaleur industrielle, telles que visées " ;
  6° au paragraphe 1er, alinéa 3, 3° et 4°, les mots " puissance calorifique équivalente qui égale la puissance nominale " sont chaque fois remplacés par les mots " puissance nominale équivalente qui égale la puissance crête " ;
  7° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " Par dérogation à " sont remplacés par les mots " En guise d'alternative de ou en complément " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " société liée " sont remplacés par les mots " société ou personne morale liée " ;
  1° au paragraphe 2, alinéa 2, les phrases " , telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er. Si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service, telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030, une convention de participation peut être conclue pour le renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°, au plus tard le 1er janvier 2030 et le 1er janvier 2035, respectivement. Si la date de mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, se situe entre le 1er janvier 2030 et le 31 décembre 2034, une convention de participation peut être conclue pour le renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, au plus tard le 1er janvier 2035. " sont abrogées ;
  10° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " un des projets suivants " sont remplacés par les mots " un projet " ;
  11° au paragraphe 2, alinéa 3, les phrases " dans le but d'installer :
  1° de nouveaux panneaux solaires photovoltaïques sur les bâtiments, sur les façades de bâtiments, sur les terres, sur les abris-garages ou sur les abris vélos ;
  2° de nouveaux panneaux solaires photovoltaïques flottants ;
  2° /1 de nouveaux panneaux solaires photovoltaïques en parapluie dans une zone agricole, sachant que, dans le cadre de la demande de permis, les effets possibles de l'implantation par rapport à une utilisation efficiente du sol, la perturbation éventuelle des possibilités d'exploitation et les qualités rurales ont été examinés.
  3° de nouvelles éoliennes ou d'un repowering d'une éolienne. En cas d'un repowering d'une éolienne, la puissance nominale supplémentaire après le repowering de l'éolienne est prise en compte ;
  4° d'une nouvelle installation de cogénération ;
  5° une nouvelle pompe à chaleur. Dans le cas d'une pompe à chaleur, seules la part d'énergie renouvelable et la part produite à partir de chaleur résiduelle de la production de chaleur sont prises en compte ;
  6° une nouvelle installation photovoltaïque-thermique ;
  7° une nouvelle installation solaire thermique à concentration. " sont abrogées ;
  12° au paragraphe 2, alinéa 4, les mots " pour déterminer la puissance crête des panneaux solaires photovoltaïques " sont abrogés ;
  13° au paragraphe 2, alinéa 7, les mots " de puissance de panneaux solaires à installer " sont chaque fois remplacés par les mots " de puissance crête des panneaux solaires à installer " ;
  14° au paragraphe 2, alinéa 7, le membre de phrase " 1er juillet 2025 " est remplacé par le membre de phrase " 2 avril 2026 " ;
  15° au paragraphe 2, alinéa 8, les phrases " , telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er. Si l'installation, visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°, l'installation est mise en service au plus tard le 1er janvier 2030 et le 1er janvier 2035, respectivement, si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030. Si l'installation, visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, l'installation est mise en service au plus tard le 1er janvier 2035, si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, se situe entre le 1er janvier 2030 et le 31 décembre 2034. " sont abrogées ;
  16° au paragraphe 2, alinéa 9, 6°, le membre de phrase " , la puissance nominale ou la puissance équivalente " est remplacé par les mots " ou la puissance nominale équivalente " ;
  17° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Lors de l'application du renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.3, § 2, il est tenu compte :
  1° pour l'application du renforcement progressif des conditions à partir du 1er janvier 2030 si la date de mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030 :
  a) de la puissance crête mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, pour satisfaire à l'obligation de l'article 6.7.3, § 1er et 2, alinéa 1er, 1° ;
  b) de la puissance crête mise en service des panneaux solaires photovoltaïques auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 ;
  c) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, afin de satisfaire à l'obligation visée au paragraphe 1er. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3 ;
  d) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 3° à 7°, auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 et qui n'a pas encore été prise en compte pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1°. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3 ;
  2° pour l'application du renforcement progressif des conditions à partir du 1er janvier 2035 si la date de mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2035 :
  a) de la puissance crête réellement mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, pour satisfaire à l'obligation de l'article 6.7.3, § 1er et 2, alinéa 1er, 1° et 2° ;
  b) de la puissance crête mise en service des panneaux solaires photovoltaïques auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 ;
  c) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, afin de satisfaire à l'obligation visée au paragraphe 1er. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3.
  d) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 3° à 7°, auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 et qui n'a pas encore été prise en compte pour satisfaire aux obligations visées à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1° et 2°. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3. ".
Art. 48. In artikel 6.7.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 en 3 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De werken die het voorwerp uitmaken van de aanvraag tot uitstel, mogen pas worden aangevat na de betekening van de beslissing.";
  2° tussen paragraaf 2 en paragraaf 3 worden een paragraaf 2/1 tot en met 2/3ingevoegd, die luiden als volgt:
  " § 2/1. Voor een gebouw dat is aangesloten of de gebouwen die zijn aangesloten op een afnamepunt dat onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid, valt, is uitstel van toepassing op de horizontale dakoppervlakte na het voorleggen van een authentieke akte of authentieke aktes bij een notariële overdracht in volle eigendom, het vestigen of overdragen van een opstalrecht of het vestigen of overdragen van een erfpacht voor het gebouw.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° de authentieke akte bij een notariële overdracht in volle eigendom, het vestigen of overdragen van een opstalrecht of het vestigen of overdragen van een erfpacht is verleden binnen een periode van twaalf maanden vóór een van de volgende data:
  a) de datum waarop voor het afnamepunt voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1°, moet worden voldaan;
  b) de datum waarop voor het afnamepunt voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2°, moet worden voldaan;
  c) de datum waarop voor het afnamepunt voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, moet worden voldaan;
  2° op het moment van het verlijden van de authentieke akte is het gebouw aangesloten op een afnamepunt dat onder het toepassingsgebied valt van de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid;
  3° de nieuwe eigenaar, erfpachter of opstalhouder van het gebouw is op het moment van het verlijden van de authentieke akte nog geen eigenaar, erfpachter of opstalhouder van een gebouw dat is aangesloten op hetzelfde afnamepunt;
  4° de volledige melding wordt per afnamepunt uiterlijk zestig dagen na het verlijden van de authentieke akte door de nieuwe eigenaar, erfpachter of opstalhouder ingediend bij het VEKA, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel is niet van toepassing als de melding meer dan zestig dagen na het verlijden van de authentieke akte is ingediend. De melding bevat al de volgende elementen:
  a) een kopie van de authentieke akte;
  b) de datum van het verlijden van de authentieke akte;
  c) het afnamepunt waarop het gebouw is aangesloten of de gebouwen zijn aangesloten waarvoor het uitstel wordt gemeld, geïdentificeerd is of zijn door de EAN-code voor afname;
  d) de gegevens van de nieuwe eigenaar, erfpachter of opstalhouder van het gebouw dat aangesloten is of de gebouwen die aangesloten zijn op het afnamepunt, die de melding indient. De melding wordt ingediend namens de eigenaars, erfpachters of opstalhouders die conform artikel 6.7.3, § 1, in solidum ertoe gehouden zijn om aan de verplichting te voldoen;
  e) de totale horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de gebouwen waarop de authentieke akte betrekking heeft en waarvoor de melding wordt gedaan.
  In afwijking van het tweede lid, 4°, wordt de melding van het uitstel uiterlijk zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel bij het VEKA ingediend als de authentieke akte is verleden vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor gebouwen waarbij de authentieke aktes verleden zijn vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel als de volledige melding na zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
  De melding, vermeld in het tweede lid, 4°, kan betrekking hebben op verschillende gebouwen als de gebouwen waarvoor de melding wordt ingediend, zijn aangesloten op hetzelfde afnamepunt.
  De melding, vermeld in het tweede lid, 4°, kan door de indiener enkel worden ingetrokken binnen de termijn tegen dewelke de melding uiterlijk moet zijn ingediend conform het tweede lid, 4° of het derde lid.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, geldt voor de periode die begint vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte en loopt tot en met twee jaar na de datum waarop de authentieke akte is verleden.
  Het uitstel geldt niet voor verplichtingen die ingevolge artikel 6.7.3 op het moment van het verlijden van de authentieke akte reeds op het gebouw gelden.
  § 2/2. Voor een gebouw dat is aangesloten of gebouwen die zijn aangesloten op een afnamepunt dat onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid valt, is uitstel van toepassing op de horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de gebouwen als de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van dat gebouw, zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of in een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° er is voor de eigenaar, erfpachter of opstalhouder een aangifte tot faillietverklaring als vermeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht, of een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie als vermeld in artikel XX.41 van het Wetboek van economisch recht, ingediend;
  2° de procedure van het faillissement of de gerechtelijke reorganisatie is door de rechtbank geopend;
  3° de volledige melding wordt per afnamepunt uiterlijk zestig dagen na het vonnis tot opening van het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie door de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in 1°, ingediend bij het VEKA, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel is niet van toepassing als de melding na zestig dagen wordt ingediend. De melding bevat al de volgende elementen:
  a) een kopie en de datum van het vonnis van de opening van het faillissement of het vonnis van de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie;
  b) het afnamepunt waarvoor het uitstel wordt gemeld, dat geïdentificeerd is door de EAN-code voor afname;
  c) de gegevens van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van het gebouw dat is aangesloten of de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, die de melding indient. De melding wordt ingediend namens de eigenaars, erfpachters of opstalhouders die conform artikel 6.7.3, § 1, in solidum ertoe gehouden zijn om aan de verplichting te voldoen;
  d) de totale horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de gebouwen van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in punt 1°, waarvoor de melding wordt ingediend;
  4° voor het afnamepunt en de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in punt, 3°, c), werd nog geen melding tot uitstel bij het VEKA ingediend conform deze paragraaf.
  In afwijking van het tweede lid, 3°, wordt de melding van het uitstel uiterlijk zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel bij het VEKA ingediend als het vonnis tot opening van het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie is uitgesproken vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als het vonnis tot opening van het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie is uitsproken vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel en de volledige melding na zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
  De melding vermeld in het tweede lid, 3°, kan door de indiener enkel worden ingetrokken binnen de termijn tegen dewelke de melding uiterlijk moet zijn ingediend conform het tweede lid, 3° of het derde lid.
  De melding, vermeld in het tweede lid, 3°, kan betrekking hebben op verschillende gebouwen als de gebouwen waarvoor de melding wordt ingediend, zijn aangesloten op hetzelfde afnamepunt.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, geldt voor vijf jaar vanaf de volgende datum:
  1° in het kader van een procedure van faillissement, de datum van het vonnis van de opening van het faillissement, vermeld in het tweede lid, 2° ;
  2° in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, de datum van het vonnis tot opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, vermeld in het tweede lid, 2°.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is van toepassing op de eigenaars, erfpachters en opstalhouders van gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt waarvoor melding wordt gedaan, die in solidum ertoe gehouden zijn aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, te voldoen.
  § 2/3. Voor een afnamepunt dat onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid, valt, is uitstel van toepassing op de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid, nadat aan het VEKA een beroep is voorgelegd dat is ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen een definitieve beslissing over de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen voor de plaatsing van een installatie of installaties om aan die verplichting te voldoen.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° de definitieve beslissing, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, voor de plaatsing van een installatie om te voldoen aan de verplichting is genomen vanaf 1 januari 2023;
  2° tegen de omgevingsvergunning is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een beroep ingesteld binnen de termijn, vermeld in artikel 105, § 3, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Het beroep tegen de omgevingsvergunning is uiterlijk ingediend voor de volgende datum:
  a) als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1°, uiterlijk op de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1° moet worden voldaan;
  b) als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2°, uiterlijk op de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2° moet worden voldaan;
  c) als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, uiterlijk op de datum waarop voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, moet worden voldaan;
  3° als de omgevingsvergunning betrekking heeft op de plaatsing van een installatie waarin wordt geparticipeerd, als vermeld in artikel 6.7.4, § 2, eerste lid, is de participatieovereenkomst, vermeld in artikel 6.7.4, § 2, negende lid, uiterlijk aangegaan op de datum waarop het beroep tegen de omgevingsvergunning conform punt 2° uiterlijk moet zijn ingediend;
  4° de installatie heeft of de installaties hebben betrekking op het piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen voor de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1 en § 2, of het equivalente nominale vermogen als de omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere vorm van hernieuwbare energie. Het equivalente nominale vermogen wordt berekend conform artikel 6.7.4, § 1, derde lid;
  5° de volledige melding wordt per afnamepunt uiterlijk negentig dagen na de dag waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend, vermeld in punt 2°, door de eigenaar, erfpachter of opstalhouder ingediend bij het VEKA, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel is niet van toepassing als de volledige melding meer dan negentig dagen na het instellen van het beroep is ingediend. De melding bevat al de volgende elementen:
  a) een kopie van de definitieve omgevingsvergunning of weigeringsbeslissing;
  b) de datum en het referentienummer van de definitieve omgevingsvergunning, vermeld in punt a);
  c) de datum waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend;
  d) de categorie van installatie, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, derde en vierde lid, artikel 6.7.4, § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid waarop de omgevingsvergunning betrekking op heeft;
  e) als de omgevingsvergunning betrekking heeft op de plaatsing van een installatie waarin wordt geparticipeerd als vermeld in artikel 6.7.4, § 2, eerste lid, de datum waarop de participatieovereenkomst is aangegaan;
  f) het afnamepunt waarvoor het uitstel wordt gemeld, geïdentificeerd door de EAN-code voor afname;
  g) de situatie, vermeld in punt 2°, a) tot en met c), waarvoor het uitstel wordt gemeld;
  h) de horizontale dakoppervlakte van de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, vermeld in punt f);
  i) de gegevens van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, die de melding indient. De melding wordt ingediend namens de eigenaars, erfpachters of opstalhouders die conform artikel 6.7.3, § 1, in solidum ertoe gehouden zijn om aan de verplichting te voldoen;
  j) een verklaring op erewoord waarin de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in punt i), verklaart dat via de plaatsing van de installatie wordt voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid.
  6° voor het afnamepunt, vermeld in punt, 5°, f), werd nog geen melding tot uitstel bij het VEKA ingediend conform deze paragraaf, op basis van een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen de omgevingsvergunning, vermeld in punt 5, b).
  In afwijking van het tweede lid, 5°, wordt de melding van het uitstel uiterlijk negentig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel bij het VEKA ingediend als de datum waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend, dateert van vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met een elektronisch formulier dat door het VEKA ter beschikking is gesteld. Als de datum waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel ligt, is het uitstel, vermeld in het eerste lid, niet van toepassing als de volledige melding na negentig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
  De melding vermeld in het tweede lid, 5°, kan door de indiener enkel worden ingetrokken binnen de termijn tegen dewelke de melding uiterlijk moet zijn ingediend conform het tweede lid, 5° of het derde lid.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, geldt voor een periode van vijf jaar vanaf één van de volgende data:
  1° als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1°, vanaf de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 1°, moet worden voldaan;
  2° als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2°, vanaf de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 2°, moet worden voldaan;
  3° als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, vanaf de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 2, eerste lid, 3°, moet worden voldaan.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op verplichtingen die conform artikel 6.7.3 reeds op het afnamepunt gelden op de datum van het indienen van het beroep, vermeld in het tweede lid, punt 5°, c).".
Art. 48. A l'article 6.7.5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023 et 3 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Les travaux qui font l'objet de la demande de report ne peuvent être entamés qu'après notification de la décision. " ;
  2° entre les paragraphes 2 et 3, il est inséré les paragraphes 2/1 à 2/3, rédigés comme suit :
  " § 2/1. Pour un bâtiment raccordé ou les bâtiments raccordés à un point de prélèvement relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er, le report s'applique à la superficie de toit horizontale après la présentation d'un acte authentique ou d'actes authentiques lors d'un transfert notarié en pleine propriété, de l'établissement ou du transfert d'un droit de superficie ou de l'établissement ou du transfert d'une emphytéose pour le bâtiment.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'acte authentique lors d'un transfert notarié en pleine propriété, de l'établissement ou du transfert d'un droit de superficie ou de l'établissement ou du transfert d'une emphytéose a été passé dans un délai de douze mois pour l'une des dates suivantes :
  a) la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être remplie pour la première fois pour le point de prélèvement ;
  b) la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être remplie pour la première fois pour le point de prélèvement ;
  c) la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être remplie pour la première fois pour le point de prélèvement ;
  2° au moment de la passation de l'acte authentique, le bâtiment est raccordé à un point de prélèvement relevant du champ d'application de l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er ;
  3° au moment de la passation de l'acte authentique, le nouveau propriétaire, emphytéote ou superficiaire du bâtiment n'est pas encore propriétaire, emphytéote ou superficiaire d'un bâtiment raccordé au même point de prélèvement ;
  4° par point de prélèvement, la notification complète est introduite auprès de la VEKA par le nouveau propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire au plus tard soixante jours suivant la passation de l'acte authentique, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report ne s'applique pas si la notification est introduite plus de soixante jours après la passation de l'acte authentique. La notification comprend tous les éléments suivants :
  a) une copie de l'acte authentique ;
  b) la date de passation de l'acte authentique ;
  c) le point de prélèvement auquel le bâtiment est raccordé ou les bâtiments sont raccordés, pour lequel le report est notifié, identifié par le code EAN de prélèvement ;
  d) les données du nouveau propriétaire, emphytéote ou superficiaire du bâtiment raccordé ou des bâtiments raccordés au point de prélèvement, qui introduit la notification. La notification est introduite au nom des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires qui, conformément à l'article 6.7.3, § 1er, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation ;
  e) la superficie totale de toit horizontale du bâtiment concerné ou des bâtiments concernés par l'acte authentique et pour lequel ou lesquels la notification a été faite.
  Par dérogation à l'alinéa 2, 4°, la notification du report est introduite auprès de la VEKA au plus tard soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article si l'acte authentique a été passé avant la date d'entrée en vigueur du présent article, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux bâtiments pour lesquels les actes authentiques ont été passés avant la date d'entrée en vigueur du présent article si la notification complète est introduite plus de soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article.
  La notification visée à l'alinéa 2, 4°, peut porter sur plusieurs bâtiments si les bâtiments pour lesquels la notification est introduite sont raccordés au même point de prélèvement.
  La notification visée à l'alinéa 2, 4°, ne peut être retirée par l'auteur que dans le délai dans lequel la notification doit être introduite conformément à l'alinéa 2, 4° ou à l'alinéa 3.
  Le report visé à l'alinéa 1er s'applique pour la période qui commence à la date de passation de l'acte authentique et s'étend jusqu'à deux ans après cette date.
  Le report ne s'applique pas aux obligations qui, en vertu de l'article 6.7.3, s'appliquent déjà au bâtiment au moment de la passation de l'acte authentique.
  § 2/2. Pour un bâtiment raccordé ou des bâtiments raccordés à un point de prélèvement relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er, le report s'applique à la superficie de toit horizontale du bâtiment ou des bâtiments si le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire de ce bâtiment fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire telle que visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° une déclaration de faillite telle que visée à l'article XX.100 du Code de droit économique ou une requête de réorganisation judiciaire telle que visée à l'article XX.41 du Code de droit économique a été introduite à l'encontre du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire ;
  2° la procédure de faillite ou la réorganisation judiciaire a été engagée par le tribunal ;
  3° par point de prélèvement, la notification complète est introduite auprès de la VEKA par le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire, visé au point 1°, au plus tard soixante jours après le jugement d'ouverture de la faillite ou de la procédure de réorganisation judiciaire, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report ne s'applique pas si la notification est introduite après soixante jours. La notification comprend tous les éléments suivants :
  a) une copie et la date du jugement d'ouverture de la faillite ou du jugement d'ouverture de la procédure de réorganisation judiciaire ;
  b) le point de prélèvement pour lequel le report a été notifié, identifié par le code EAN de prélèvement ;
  c) les données du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire du bâtiment raccordé ou des bâtiments raccordés au point de prélèvement, qui introduit la notification. La notification est introduite au nom des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires qui, conformément à l'article 6.7.3, § 1er, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation ;
  d) la superficie totale de toit horizontale du bâtiment ou des bâtiments du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire, visé au point 1°, pour lequel ou lesquels la notification a été introduite ;
  4° aucune notification de report n'a encore été introduire auprès de la VEKA pour le point de prélèvement et pour le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire, visé au point 3°, c), conformément au présent paragraphe.
  Par dérogation à l'alinéa 2, 3°, la notification du report est introduite auprès de la VEKA au plus tard soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article si le jugement d'ouverture de la faillite ou de la procédure de réorganisation judiciaire a été prononcé avant la date d'entrée en vigueur du présent article, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas si le jugement d'ouverture de la faillite ou de la procédure de réorganisation judiciaire a été prononcé avant la date d'entrée en vigueur du présent article et la notification complète a été introduite plus de soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article.
  La notification visée à l'alinéa 2, 3°, ne peut être retirée par l'auteur que dans le délai dans lequel la notification doit être introduite conformément à l'alinéa 2, 3° ou à l'alinéa 3.
  La notification visée à l'alinéa 2, 3°, peut porter sur plusieurs bâtiments si les bâtiments pour lesquels la notification est introduite sont raccordés au même point de prélèvement.
  Le report, visé à l'alinéa 1er, est valable pendant cinq années à compter de la date suivante :
  1° dans le cadre d'une procédure de faillite, la date du jugement d'ouverture de la faillite, visée à l'alinéa 2, 2° ;
  2° dans le cadre d'une procédure de réorganisation judiciaire, la date du jugement d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée à l'alinéa 2, 2°.
  Le report visé à l'alinéa 1er s'applique aux propriétaires, emphytéotes, superficiaires des bâtiments raccordés au point de prélèvement faisant l'objet d'une notification, qui sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er.
  § 2/3. Pour un point de prélèvement relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er, le report s'applique à l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er, après qu'un recours introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis contre une décision définitive concernant le ou les permis d'environnement pour la pose d'une ou plusieurs installations visant à satisfaire à cette obligation, ait été transmis à la VEKA.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° la décision définitive, visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, pour la pose d'une installation visant à satisfaire à l'obligation, est prise à partir du 1er janvier 2023 ;
  2° un recours a été introduit contre le permis d'environnement auprès du Conseil du Contentieux des Permis, visé au titre IV, chapitre VIII, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, dans le délai visé à l'article 105, § 3, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. Le recours contre le permis d'environnement est introduit au plus tard avant la date suivante :
  a) si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1°, au plus tard à la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  b) si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2°, au plus tard à la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  c) si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, au plus tard à la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  3° si le permis d'environnement porte sur la pose d'une installation impliquant une participation, telle que visée à l'article 6.7.4, § 2, alinéa 1er, la convention de participation, visée à l'article 6.7.4, § 2, alinéa 9, est conclue au plus tard à la date à laquelle le recours contre le permis d'environnement doit être introduit conformément au point 2° ;
  4° l'installation porte ou les installations portent sur la puissance crête des panneaux solaires photovoltaïques pour l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er et 2, ou la puissance nominale équivalente si le permis d'environnement porte sur une autre forme d'énergie renouvelable. La puissance nominale équivalente est calculée conformément à l'article 6.7.4, § 1er, alinéa 3 ;
  5° par point de prélèvement, la notification complète est introduite auprès de la VEKA par le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire au plus tard nonante jours après la date à laquelle le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis, visé au point 2°, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report ne s'applique pas si la notification complète est introduite plus de nonante jours après l'introduction de recours. La notification comprend tous les éléments suivants :
  a) une copie du permis d'environnement définitif ou de la décision de refus ;
  b) la date et le numéro de référence du permis d'environnement définitif, visé au point a) ;
  c) la date à laquelle le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis ;
  d) la catégorie d'installation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéas 3 et 4, à l'article 6.7.4, § 1er, alinéa 1er, ou § 2, alinéa 1er, sur laquelle porte le permis d'environnement ;
  e) si le permis d'environnement porte sur la pose d'une installation impliquant une participation, telle que visée à l'article 6.7.4, § 2, alinéa 1er, la date à laquelle la convention de participation a été conclue ;
  f) le point de prélèvement pour lequel le report a été notifié, identifié par le code EAN de prélèvement ;
  g) la situation, visée au point 2°, a) à c), pour laquelle le report est notifié ;
  h) la superficie de toit horizontale des bâtiments raccordés au point de prélèvement, visé au point f) ;
  i) les données du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire des bâtiments raccordés au point de prélèvement, qui introduit la notification. La notification est introduite au nom des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires qui, conformément à l'article 6.7.3, § 1er, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation ;
  j) une déclaration sur l'honneur dans laquelle le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire, visé au point i), déclare que la pose de l'installation permet de satisfaire à l'obligation visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er.
  6° pour le point de prélèvement, visé au point 5°, f), aucune notification de report n'a encore été introduite auprès de la VEKA conformément au présent paragraphe sur la base d'un recours devant le Conseil du Contentieux des Permis contre le permis d'environnement visé au point 5, b).
  Par dérogation à l'alinéa 2, 5°, la notification du report est introduite auprès de la VEKA au plus tard nonante jours après l'entrée en vigueur du présent article si la date, à laquelle le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis, est antérieure à la date d'entrée en vigueur du présent article, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Si le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis avant la date d'entrée en vigueur du présent article, le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas si la notification complète est introduite plus de nonante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article.
  La notification visée à l'alinéa 2, 5°, ne peut être retirée par l'auteur que dans le délai dans lequel la notification doit être introduite conformément à l'alinéa 2, 5° ou à l'alinéa 3.
  Le report, visé à l'alinéa 1er, est valable pendant une période de cinq années à compter de l'une des dates suivantes :
  1° si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1°, à partir de la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  2° si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2°, à partir de la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  3° si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, à partir de la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être satisfaite pour la première fois.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux obligations qui, conformément à l'article 6.7.3, s'appliquent déjà au point de prélèvement à la date d'introduction du recours visée à l'alinéa 2, point 5°, c). ".
Art. 49. In hetzelfde besluit, wordt aan Afdeling I van Hoofdstuk VII van Titel VI een artikel toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.7.5/1. § 1. Gebouwen die onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, vallen en die zijn aangesloten op een afnamepunt dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf, zijn uitgezonderd van de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3.
  De uitzondering, vermeld in het eerste lid, geldt voor gebouwen aangesloten op een afnamepunt waarvoor in minstens één van de drie kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarop voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid, moet worden voldaan, de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt lager dan 900 MWh is. De uitzondering geldt in dat geval vanaf het eerste kalenderjaar waarop de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt lager dan 900 MWh is. Het kalenderjaar waarop voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, § 1, eerste lid, moet worden voldaan, wordt voor de toepassing van dit lid vastgesteld zonder toepassing van de uitstelregelingen in artikel 6.7.5.
  De uitzondering, vermeld in het eerste lid, vervalt als cumulatief wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1° na het kalenderjaar waarop de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt lager dan 900 MWh is, zoals vermeld in het tweede lid, overschrijdt het elektriciteitsverbruik op hetzelfde afnamepunt in een kalenderjaar opnieuw 1 GWh;
  2° de gemiddelde afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt van de drie voorafgaande kalenderjaren ten aanzien van het kalenderjaar waarop opnieuw de drempel van 1 GWh wordt overschreden, vermeld in 1°, is niet lager dan 900 MWh.
  Als in het kalenderjaar waarop de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op hetzelfde afnamepunt opnieuw 1 GWh overschrijdt, zonder dat voldaan wordt aan de voorwaarde vermeld in het derde lid, 2°, wordt het derde lid opnieuw toegepast wanneer de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op hetzelfde afnamepunt in een kalenderjaar opnieuw 1 GWh overschrijdt. De voormelde procedure wordt herhaald telkens als de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt opnieuw 1 GWh per kalenderjaar overschrijdt, totdat de uitzondering conform het derde lid is vervallen.
  Bij verval van de uitzondering conform het derde of vierde lid is de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3, opnieuw van toepassing op de gebouwen, vermeld in het eerste lid. Daarbij is het eerste kalenderjaar waarin de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt opnieuw 1 GWh overschrijdt, en waarbij aan de voorwaarden, vermeld in het derde lid, is voldaan, als eerste kalenderjaar dat aanleiding geeft om te moeten voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.3.
  § 2. Het uitstel voor de gebouwen overeenkomstig artikel 6.7.5 is van rechtswege nietig als de uitzondering, vermeld in paragraaf 1, van toepassing is op dezelfde gebouwen.".
Art. 49. Dans le même arrêté, la section I du chapitre VII du titre VI est complété par un article, rédigé comme suit :
  " Art. 6.7.5/1. § 1er. Les bâtiments, relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.3 et raccordés à un point de prélèvement qui satisfait aux conditions visées au présent paragraphe, sont exemptés de l'obligation visée à l'article 6.7.3.
  L'exception, visée à l'alinéa 1er, s'applique aux bâtiments raccordés à un point de prélèvement pour lequel, au cours d'au moins une des trois années calendaires précédant l'année calendaire au cours de laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er, doit être satisfaite pour la première fois, la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement est inférieure à 900 MWh. Dans ce cas, l'exception s'applique à partir de la première année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement est inférieure à 900 MWh. L'année calendaire au cours de laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.3, § 1er, alinéa 1er, doit être satisfaite pour la première fois est déterminée, aux fins du présent alinéa, sans application des dispositions de report prévues à l'article 6.7.5.
  L'exception, visée à l'alinéa 1er, cesse de s'appliquer si les conditions suivantes sont cumulativement satisfaites :
  1° après l'année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement est inférieure à 900 MWh, tel que visé à l'alinéa 2, la consommation d'électricité au même point de prélèvement dépasse à nouveau 1 GWh au cours d'une année calendaire ;
  2° la quantité brute moyenne d'électricité prélevée au point de prélèvement des trois années calendaires précédant l'année calendaire au cours de laquelle le seuil de 1 GWh est à nouveau dépassé, visé au 1°, n'est pas inférieure à 900 MWh.
  Si, pendant l'année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au même point de prélèvement dépasse à nouveau 1 GWh sans que la condition visée à l'alinéa 3, 2°, soit satisfaite, l'alinéa 3 s'applique à nouveau lorsque la quantité brute d'électricité prélevée au même point de prélèvement dépasse à nouveau 1 GWh au cours d'une année calendaire. La procédure susmentionnée est répétée chaque fois que la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement dépasse à nouveau 1 GWh par année calendaire, jusqu'à ce que l'exception, conformément à l'alinéa 3, ait expirée.
  En cas d'expiration de l'exception conformément à l'alinéa 3 ou 4, l'obligation visée à l'article 6.7.3 s'applique à nouveau aux bâtiments visés à l'alinéa 1er. A cet égard, la première année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement dépasse à nouveau 1 GWh et au cours de laquelle les conditions visées à l'alinéa 3 sont remplies, constitue la première année calendaire donnant lieu à l'application de l'obligation visée à l'article 6.7.3.
  § 2. Le report pour les bâtiments conformément à l'article 6.7.5 est nul de plein droit si l'exception visée au paragraphe 1er s'applique aux mêmes bâtiments. ".
Art. 50. In artikel 6.7.8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, 3 mei 2024 en 2 mei 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, vierde lid, punt 5° worden de woorden "verbonden vennootschap" vervangen door de woorden "verbonden vennootschap of rechtspersoon";
  2° in paragraaf 1, zesde lid worden de woorden "voorafgaande kalenderjaren" telkens vervangen door de zinsnede "kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de drempel, vermeld in het eerste lid, voor het eerst werd overschreden,";
  3° in paragraaf 1, het zesde lid worden de woorden "voorgaande drie kalenderjaren" vervangen door de zinsnede "drie kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarin de drempel, vermeld in het eerste lid, voor het eerst werd overschreden,";
  4° aan paragraaf 1 wordt achtste lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het zevende lid zijn de verschillende eigenaars, erfpachters of opstalhouders niet in solidum ertoe gehouden om aan de verplichting te voldoen als een van de eigenaars, erfpachters of opstalhouders zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of in een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V/I, van het Wetboek van economisch recht, en het uitstel, vermeld in artikel 6.7.10, § 2/2 van toepassing is voor een of meer gebouwen die aangesloten zijn op hetzelfde afnamepunt. Voor de periode waarin het uitstel, vermeld in artikel 6.7.10, § 2/2 van toepassing is, wordt de verplichting, vermeld in het eerste en tweede lid, opgelegd aan de eigenaars, erfpachters of opstalhouders van de gebouwen, met uitzondering van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder die zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V/I, van het Wetboek van economisch recht. De eigenaars, erfpachters of opstalhouders van de gebouwen, met uitzondering van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder die zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V/I, van het Wetboek van economisch recht, zijn voor deze periode in solidum ertoe gehouden om aan de verplichting te voldoen.";
  5° aan paragraaf 2, derde lid wordt een zin toegevoegd, die luidt als volgt:
  "Het kalenderjaar dat voor het eerst aanleiding geeft tot het moeten voldoen aan de verplichting, vermeld in paragraaf 1, wordt voor dit lid vastgesteld met toepassing van artikel 6.7.10/1.".
Art. 50. A l'article 6.7.8 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023, 3 mai 2024 et 2 mai 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  2° au paragraphe 1er, alinéa 4, 5°, les mots " société liée " sont remplacés par les mots " société ou personne morale liée " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 6, les mots " précédentes au " sont chaque fois remplacés par le membre de phrase " précédentes à l'année calendaire au cours de laquelle le seuil visé à l'alinéa 1er a été dépassé pour la première fois au " ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 6, le membre de phrase " trois années calendaires précédentes. " est remplacé par le membre de phrase " trois années calendaires précédentes à l'année calendaire au cours de laquelle le seuil visé à l'alinéa 1er a été dépassé pour la première fois. " ;
  4° le paragraphe 1er est complété par un alinéa 8, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 7, les différents propriétaires, emphytéotes ou superficiaires ne sont pas tenus de satisfaire à l'obligation in solidum si l'un des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire telle que visée au livre XX, titre V/I, du Code de droit économique, et si le report visé à l'article 6.7.10, § 2/2, s'applique à un ou plusieurs bâtiments raccordés au même point de prélèvement. Pour la période dans laquelle le report visé à l'article 6.7.10, § 2/2 s'applique, l'obligation visée aux alinéas 1er et 2 est imposée au propriétaire, à l'emphytéote ou au superficiaire des bâtiments, à l'exception du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire qui fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire telle que visée au livre XX, titre V/I, du Code de droit économique. Les propriétaires, emphytéotes ou superficiaires des bâtiments, à l'exception du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire qui fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire telle que visée au livre XX, titre V/I, du Code de droit économique, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation pendant cette période. " ;
  5° le paragraphe 2, alinéa 3, est complété par une phrase, rédigée comme suit :
  " Pour le présent alinéa, la première année calendaire donnant lieu à l'application de l'obligation, visée au paragraphe 1er, est fixée en application de l'article 6.7.10/1. ".
Art. 51. In artikel 6.7.9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, 3 mei 2024 en 2 mei 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "In afwijking" vervangen door de woorden "Als alternatief voor of in aanvulling";
  2° in paragraaf 1, eerste lid, wordt het woord "hetzelfde" vervangen door het woord "het";
  3° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "verbonden vennootschap" vervangen door de woorden "verbonden vennootschap of rechtspersoon";
  4° in paragraaf 1, tweede lid, worden de zinnen ", als vermeld in artikel 6.7.8, § 1. Als de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2° en 3°, moet deze hernieuwbare energietechnologie uiterlijk op respectievelijk 1 januari 2030 en 1 januari 2035 in dienst worden genomen als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen zoals vermeld in artikel 6.7.8, § 1, voor 1 januari 2030 ligt. Als de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid 3°, moet deze hernieuwbare energietechnologie uiterlijk op 1 januari 2035 in dienst worden genomen als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen zoals vermeld in artikel 6.7.8, § 1, tussen 1 januari 2030 en 31 december 2034 ligt" opgeheven;
  5° in paragraaf 1, derde lid, 3° worden tussen de zinsnede "voor ruimteverwarming," en de woorden "als vermeld in het eerste lid" de woorden "voor sanitair warm water of voor een warmtepomp die niet uitsluitend proceswarmte levert" ingevoegd;
  6° in paragraaf 1, derde lid, 3° en 4°, worden de woorden "equivalent warmtevermogen dat gelijk is aan het nominaal vermogen" telkens vervangen door de woorden "equivalent nominaal vermogen dat gelijk is aan het piekvermogen";
  7° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "In afwijking" vervangen door de woorden "Als alternatief voor of in aanvulling";
  8° in paragraaf 2, eerste lid worden de woorden "in deze afdeling door te participeren" vervangen door de woorden "in deze afdeling door zelf of via een met hem verbonden vennootschap of rechtspersoon als vermeld in artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen te participeren";
  9° in paragraaf 2, tweede lid, wordt de zin ", als vermeld in artikel 6.7.8, § 1. Als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.8, § 1, voor 1 januari 2030 ligt, kan voor het verstrengingspad, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2° en 3° een participatieovereenkomst worden aangegaan uiterlijk op respectievelijk 1 januari 2030 en 1 januari 2035. Als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.8, § 1, tussen 1 januari 2030 en 31 december 2034 ligt, kan voor het verstrengingspad, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3° een participatieovereenkomst worden aangegaan uiterlijk op 1 januari 2035" opgeheven;
  10° in paragraaf 2, derde lid worden de woorden "een van de volgende projecten" vervangen door de woorden "een project";
  11° in paragraaf 2, derde lid, worden de zinnen "met als doel het plaatsen van:
  1° nieuwe fotovoltaïsche zonnepanelen op de gebouwen, op de gevels van de gebouwen, op de gronden, op de carports of op de fietsenstallingen;
  2° nieuwe fotovoltaïsche drijvende zonnepanelen;
  2° /1 nieuwe overkoepelende fotovoltaïsche zonnepanelen binnen een agrarisch gebied, voor zover de fotovoltaïsche zonnepanelen de huidige en toekomstige bestemming van de onderliggende grond niet belemmeren;
  3° nieuwe windturbines of repowering van een windturbine. In geval van een repowering van een windturbine wordt het extra nominaal vermogen na de repowering van de windturbine beschouwd;
  4° nieuwe warmte-krachtinstallatie;
  5° een nieuwe warmtepomp. In geval van een warmtepomp wordt alleen rekening gehouden met het hernieuwbare energiegedeelte en het gedeelte geproduceerd uit restwarmte van de warmteproductie;
  6° een nieuwe fotovoltaïsch-thermische installatie;
  7° een nieuwe geconcentreerde zonnethermie-installatie" opgeheven;
  12° in paragraaf 2, vierde lid worden de woorden "voor het bepalen van het piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen" opgeheven;
  13° in paragraaf 2, zevende lid, worden de woorden "te plaatsen zonnepaneelvermogen" telkens vervangen door de woorden "piekvermogen aan te plaatsen zonnepanelen";
  14° in paragraaf 2, zevende lid, wordt de zinsnede "1 juli 2025" vervangen door de zinsnede "2 april 2026";
  15° in paragraaf 2, zevende lid, wordt de zinsnede "als vermeld in artikel 6.7.3, § 1" vervangen door de zinsnede "als vermeld in artikel 6.7.8, § 1";
  16° in paragraaf 2, achtste lid, worden de zinnen ", vermeld in artikel 6.7.8, § 1. Als de installatie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2° en 3°, wordt de installatie uiterlijk op respectievelijk op 1 januari 2030 en op 1 januari 2035 in dienst worden genomen als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, vóór 1 januari 2030 valt. Als de installatie, vermeld in het eerste lid, geplaatst wordt om te voldoen aan het verstrengingspad vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3°, wordt de installatie uiterlijk op 1 januari 2035 in dienst genomen als de datum waarop de fotovoltaische zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, tussen 1 januari 2030 en 31 december 2034 ligt" opgeheven;
  17° in paragraaf 2, negende lid, 6°, wordt de zinsnede ", het nominale vermogen of het equivalent vermogen" vervangen door de woorden "of het equivalente nominale vermogen";
  18° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 3. Bij de toepassing van het verstrengingspad, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, wordt rekening gehouden met:
  1° voor de toepassing van het verstrengingspad vanaf 1 januari 2030 als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.8, § 1, voor 1 januari 2030 ligt:
  a) het in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen, voor het voldoen aan de verplichting in artikel 6.7.8, § 1 en § 2, eerste lid, 1° ;
  b) het in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen waaraan is bijgedragen via de participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid;
  c) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, om te voldoen aan de verplichting vermeld in paragraaf 1. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid;
  d) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° tot en met 7°, waaraan is bijgedragen via participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid en dat nog niet in rekening gebracht werd voor het voldoen aan de verplichting vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1°. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid;
  2° voor de toepassing van het verstrengingspad vanaf 1 januari 2035 als de datum waarop de fotovoltaïsche zonnepanelen in dienst moeten worden genomen, als vermeld in artikel 6.7.8, § 1, voor 1 januari 2035 ligt:
  a) het reëel in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen, voor het voldoen aan de verplichting in artikel 6.7.8, § 1 en § 2, eerste lid, 1° en 2° ;
  b) het in dienst genomen piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen waaraan is bijgedragen via de participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid;
  c) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, 1° tot en met 5°, om te voldoen aan de verplichting vermeld in paragraaf 1. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid;
  d) het in dienst genomen equivalente nominaal vermogen van de hernieuwbare energietechnologie, vermeld in paragraaf 2, eerste lid, 3° tot en met 7°, waaraan is bijgedragen via participatieovereenkomsten overeenkomstig paragraaf 2, zevende lid en dat nog niet in rekening gebracht werd voor het voldoen aan de verplichtingen vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1° en 2°. De equivalentie wordt berekend conform paragraaf 1, derde lid.".
Art. 51. A l'article 6.7.9 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023, 3 mai 2024 et 2 mai 2025, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " Par dérogation à " sont remplacés par les mots " En guise d'alternative de ou en complément " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le mot " même " est abrogé ;
  3° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " société liée " sont remplacés par les mots " société ou personne morale liée " ;
  4° au paragraphe 1er, alinéa 2, les phrases " , telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er. Si la technologie d'énergie renouvelable visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°, cette technologie d'énergie renouvelable doit être mise en service au plus tard le 1er janvier 2030 et le 1er janvier 2035, respectivement, si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030. Si la technologie d'énergie renouvelable visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er 3°, cette technologie d'énergie renouvelable doit être mise en service au plus tard le 1er janvier 2035 si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, se situe entre le 1er janvier 2030 et le 31 décembre 2034. " sont abrogées ;
  5° au paragraphe 1er, alinéa 3, 3°, le membre de phrase " le chauffage de locaux, telle que visée " est remplacé par le membre de phrase " le chauffage de locaux, pour l'eau chaude sanitaire ou pour une pompe à chaleur qui ne fournit pas exclusivement de la chaleur industrielle, telles que visées " ;
  6° au paragraphe 1er, alinéa 3, 3° et 4°, les mots " puissance calorifique équivalente qui égale la puissance nominale " sont chaque fois remplacés par les mots " puissance nominale équivalente qui égale la puissance crête " ;
  7° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " Par dérogation à " sont remplacés par les mots " En guise d'alternative de ou en complément " ;
  8° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " dans la présente section en participant " sont remplacés par le membre de phrase " dans la présente section en participant, lui-même ou par le biais d'une société ou d'une personne morale liée à lui, telle que visée à l'article 1:20 du Code des sociétés et des associations, " ;
  1° au paragraphe 2, alinéa 2, les phrases " , telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er. Si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service, telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030, une convention de participation peut être conclue pour le renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°, au plus tard le 1er janvier 2030 et le 1er janvier 2035, respectivement. Si la date de mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, se situe entre le 1er janvier 2030 et le 31 décembre 2034, une convention de participation peut être conclue pour le renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, au plus tard le 1er janvier 2035. " sont abrogées ;
  10° au paragraphe 2, alinéa 3, les mots " un des projets suivants " sont remplacés par les mots " un projet " ;
  11° au paragraphe 2, alinéa 3, les phrases " dans le but d'installer :
  1° de nouveaux panneaux solaires photovoltaïques sur les bâtiments, sur les façades de bâtiments, sur les terres, sur les abris-garages ou sur les abris vélos ;
  2° de nouveaux panneaux solaires photovoltaïques flottants ;
  2° /1 de nouveaux panneaux solaires photovoltaïques en parapluie dans une zone agricole, pour autant que les panneaux solaires photovoltaïques n'interfèrent pas avec la destination actuelle et future du terrain sous-jacent ;
  3° de nouvelles éoliennes ou d'un repowering d'une éolienne. En cas d'un repowering d'une éolienne, la puissance nominale supplémentaire après le repowering de l'éolienne est prise en compte ;
  4° d'une nouvelle installation de cogénération ;
  5° une nouvelle pompe à chaleur. Dans le cas d'une pompe à chaleur, seules la part d'énergie renouvelable et la part produite à partir de chaleur résiduelle de la production de chaleur sont prises en compte ;
  6° une nouvelle installation photovoltaïque-thermique ;
  7° une nouvelle installation solaire thermique à concentration. " sont abrogées ;
  12° au paragraphe 2, alinéa 4, les mots " pour déterminer la puissance crête des panneaux solaires photovoltaïques " sont abrogés ;
  13° au paragraphe 2, alinéa 7, les mots " de puissance de panneaux solaires à installer " sont chaque fois remplacés par les mots " de puissance crête des panneaux solaires à installer " ;
  14° au paragraphe 2, alinéa 7, le membre de phrase " 1er juillet 2025 " est remplacé par le membre de phrase " 2 avril 2026 " ;
  15° au paragraphe 2, alinéa 7 le membre de phrase " telle que visée à l'article 6.7.3, § 1er " est remplacé par le membre de phrase " telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er " ;
  16° au paragraphe 2, alinéa 8, les phrases " , telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er. Si l'installation, visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2° et 3°, l'installation est mise en service au plus tard le 1er janvier 2030 et le 1er janvier 2035, respectivement, si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030. Si l'installation, visée à l'alinéa 1er, est installée afin de répondre au renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, l'installation est mise en service au plus tard le 1er janvier 2035, si la date à laquelle les panneaux solaires photovoltaïques doivent être mis en service telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, se situe entre le 1er janvier 2030 et le 31 décembre 2034. " sont abrogées ;
  17° au paragraphe 2, alinéa 9, 6°, le membre de phrase " , la puissance nominale ou la puissance équivalente " est remplacé par les mots " ou la puissance nominale équivalente " ;
  18° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Lors de l'application du renforcement progressif des conditions, visé à l'article 6.7.8, § 2, il est tenu compte :
  1° pour l'application du renforcement progressif des conditions à partir du 1er janvier 2030 si la date de mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2030 :
  a) de la puissance crête mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, pour satisfaire à l'obligation de l'article 6.7.8, § 1er et 2, alinéa 1er, 1° ;
  b) de la puissance crête mise en service des panneaux solaires photovoltaïques auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 ;
  c) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, afin de satisfaire à l'obligation visée au paragraphe 1er. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3 ;
  d) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 3° à 7°, auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 et qui n'a pas encore été prise en compte pour satisfaire à l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1°. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3 ;
  2° pour l'application du renforcement progressif des conditions à partir du 1er janvier 2035 si la date de mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, telle que visée à l'article 6.7.8, § 1er, est antérieure au 1er janvier 2035 :
  a) de la puissance crête réellement mise en service des panneaux solaires photovoltaïques, pour satisfaire à l'obligation de l'article 6.7.8, § 1er et 2, alinéa 1er, 1° et 2° ;
  b) de la puissance crête mise en service des panneaux solaires photovoltaïques auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 ;
  c) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° à 5°, afin de satisfaire à l'obligation visée au paragraphe 1er. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3 ;
  d) de la puissance nominale équivalente mise en service de la technologie d'énergie renouvelable, visée au paragraphe 2, alinéa 1er, 3° à 7°, auxquels les conventions de participation ont contribué conformément au paragraphe 2, alinéa 7 et qui n'a pas encore été prise en compte pour satisfaire aux obligations visées à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1° et 2°. L'équivalence est calculée conformément au paragraphe 1er, alinéa 3. ".
Art. 52. In artikel 6.7.10 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 en 3 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De werken die het voorwerp uitmaken van de aanvraag tot uitstel, mogen pas worden aangevat na de betekening van de beslissing.";
  2° tussen paragraaf 2 en paragraaf 3 worden een paragraaf 2/1 tot en met 2/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  " § 2/1. Voor een gebouw dat is aangesloten of de gebouwen die zijn aangesloten op een afnamepunt dat onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid, valt, is uitstel van toepassing op de horizontale dakoppervlakte na het voorleggen van een authentieke akte of authentieke aktes bij een notariële overdracht in volle eigendom, het vestigen of overdragen van een opstalrecht of het vestigen of overdragen van een erfpacht voor het gebouw.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° de authentieke akte bij een notariële overdracht in volle eigendom, het vestigen of overdragen van een opstalrecht of het vestigen of overdragen van een erfpacht is verleden binnen een periode van twaalf maanden vóór een van de volgende data:
  a) de datum waarop voor het afnamepunt voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1°, moet worden voldaan;
  b) de datum waarop voor het afnamepunt voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2°, moet worden voldaan;
  c) de datum waarop voor het afnamepunt voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3°, moet worden voldaan;
  2° op het moment van het verlijden van de authentieke akte is het gebouw aangesloten op een afnamepunt dat onder het toepassingsgebied valt van de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid;
  3° de nieuwe eigenaar, erfpachter of opstalhouder van het gebouw is op het moment van het verlijden van de authentieke akte nog geen eigenaar, erfpachter of opstalhouder van een gebouw dat is aangesloten op hetzelfde afnamepunt;
  4° de volledige melding wordt per afnamepunt uiterlijk zestig dagen na het verlijden van de authentieke akte door de nieuwe eigenaar, erfpachter of opstalhouder ingediend bij het VEKA, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel is niet van toepassing als de melding meer dan zestig dagen na het verlijden van de authentieke akte is ingediend. De melding bevat al de volgende elementen:
  a) een kopie van de authentieke akte;
  b) de datum van het verlijden van de authentieke akte;
  c) het afnamepunt waarop het gebouw is aangesloten of de gebouwen zijn aangesloten waarvoor het uitstel wordt gemeld, geïdentificeerd is of zijn door de EAN-code voor afname;
  d) de gegevens van de nieuwe eigenaar, erfpachter of opstalhouder van het gebouw dat is of de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, die de melding indient. De melding wordt ingediend namens de eigenaars, erfpachters of opstalhouders die conform artikel 6.7.8, § 1, in solidum ertoe gehouden zijn om aan de verplichting te voldoen;
  e) de totale horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de gebouwen waarop de authentieke akte betrekking heeft en waarvoor de melding wordt gedaan.
  In afwijking van het tweede lid, 4°, wordt de melding van het uitstel uiterlijk zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel bij het VEKA ingediend als de authentieke akte is verleden vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing voor gebouwen waarbij de authentieke akten verleden zijn vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel als de volledige melding na zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
  De melding, vermeld in het tweede lid, 4°, kan betrekking hebben op verschillende gebouwen als de gebouwen waarvoor de melding wordt ingediend, zijn aangesloten op hetzelfde afnamepunt.
  De melding, vermeld in het tweede lid, 4°, kan door de indiener enkel worden ingetrokken binnen de termijn tegen dewelke de melding uiterlijk moet zijn ingediend conform het tweede lid, 4° of het derde lid.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, geldt voor de periode die begint vanaf de datum van het verlijden van de authentieke akte en loopt tot en met twee jaar na de datum waarop de authentieke akte is verleden.
  Het uitstel geldt niet voor verplichtingen die ingevolge artikel 6.7.8 op het moment van het verlijden van de authentieke akte reeds op het gebouw gelden.
  § 2/2. Voor een gebouw dat is aangesloten of gebouwen die zijn aangesloten op een afnamepunt dat onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid valt, is uitstel van toepassing op de horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de gebouwen als de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van dat gebouw, zich bevindt in een procedure tot faillietverklaring als vermeld in boek XX, titel VI, van het Wetboek van economisch recht, of in een procedure van gerechtelijke reorganisatie als vermeld in boek XX, titel V, van het Wetboek van economisch recht.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° er is voor de eigenaar, erfpachter of opstalhouder een aangifte tot faillietverklaring, als vermeld in artikel XX.100 van het Wetboek van economisch recht of een verzoekschrift tot gerechtelijke reorganisatie als vermeld in artikel XX.41 van het Wetboek van economisch recht, ingediend;
  2° de procedure van het faillissement of de gerechtelijke reorganisatie is door de rechtbank geopend;
  3° de volledige melding wordt per afnamepunt uiterlijk zestig dagen na het vonnis tot opening van het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie door de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in 1°, ingediend bij het VEKA, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel is niet van toepassing als de melding na zestig dagen wordt ingediend. De melding bevat al de volgende elementen:
  a) een kopie en de datum van het vonnis van de opening van het faillissement of het vonnis van de opening van de procedure van gerechtelijke reorganisatie;
  b) het afnamepunt waarvoor het uitstel wordt gemeld, geïdentificeerd door de EAN-code voor afname;
  c) de gegevens van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van het gebouw dat is aangesloten of de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, die de melding indient. De melding wordt ingediend namens de eigenaars, erfpachters of opstalhouders die conform artikel 6.7.8, § 1, in solidum ertoe gehouden zijn om aan de verplichting te voldoen;
  d) de totale horizontale dakoppervlakte van het gebouw of de gebouwen van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in punt 1°, waarvoor de melding wordt ingediend;
  4° voor het afnamepunt en de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in punt 3°, c), werd nog geen melding tot uitstel bij het VEKA ingediend conform deze paragraaf.
  In afwijking van het tweede lid, 3°, wordt de melding van het uitstel uiterlijk zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel bij het VEKA ingediend als het vonnis tot opening van het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie is uitgesproken vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing als het vonnis tot opening van het faillissement of de procedure van gerechtelijke reorganisatie is uitsproken vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel en de volledige melding na zestig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
  De melding vermeld in het tweede lid, 3°, kan door de indiener enkel worden ingetrokken binnen de termijn tegen dewelke de melding uiterlijk moet zijn ingediend conform het tweede lid, 3° of het derde lid.
  De melding, vermeld in het tweede lid, 3°, kan betrekking hebben op verschillende gebouwen als de gebouwen waarvoor de melding wordt ingediend, zijn aangesloten op hetzelfde afnamepunt.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, geldt voor vijf jaar vanaf de volgende datum:
  1° in het kader van een procedure van faillissement, de datum van het vonnis van de opening van het faillissement, vermeld in het tweede lid, 2° ;
  2° in het kader van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, de datum van het vonnis tot opening van een procedure van gerechtelijke reorganisatie, vermeld in het tweede lid, 2°.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is van toepassing op de eigenaars, erfpachters en opstalhouders van gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt waarvoor melding wordt gedaan, die in solidum ertoe gehouden zijn aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, te voldoen.
  § 2/3. Voor een afnamepunt dat onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid, valt, is uitstel van toepassing op de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid, nadat aan het VEKA een beroep is voorgelegd dat is ingesteld bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen een definitieve beslissing over de omgevingsvergunning of omgevingsvergunningen voor de plaatsing van een installatie of installaties om aan die verplichting te voldoen.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is alleen van toepassing als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° de definitieve beslissing, vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, voor de plaatsing van een installatie om te voldoen aan de verplichting, is genomen in de vanaf 1 januari 2023;
  2° tegen de omgevingsvergunning is bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in titel IV, hoofdstuk VIII, van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening van 15 mei 2009, een beroep ingesteld binnen de termijn, vermeld in artikel 105, § 3, van het decreet van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning. Het beroep tegen de omgevingsvergunning is uiterlijk ingediend voor de volgende datum:
  a) als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1°, uiterlijk op de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1°, moet worden voldaan;
  b) als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2°, uiterlijk op de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2°, moet worden voldaan;
  c) als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3°, uiterlijk op de datum waarop voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3°, moet worden voldaan.
  3° als de omgevingsvergunning betrekking heeft op de plaatsing van een installatie waarin wordt geparticipeerd, als vermeld in artikel 6.7.9, § 2, eerste lid, is de participatieovereenkomst, vermeld in artikel 6.7.9, § 2, negende lid, uiterlijk aangegaan op de datum waarop het beroep tegen de omgevingsvergunning conform punt 2° uiterlijk moet zijn ingediend;
  4° de installatie heeft of de installaties hebben betrekking op het piekvermogen van de fotovoltaïsche zonnepanelen voor de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1 en § 2, of het equivalente nominale vermogen als de omgevingsvergunning betrekking heeft op een andere vorm van hernieuwbare energie. Het equivalente nominale vermogen wordt berekend conform artikel 6.7.8, § 1, derde lid;
  5° de volledige melding wordt per afnamepunt uiterlijk negentig dagen na de dag waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend, vermeld in punt 2°, door de eigenaar, erfpachter of opstalhouder ingediend bij het VEKA, met een elektronisch formulier dat het VEKA ter beschikking stelt. Het uitstel is niet van toepassing als de volledige melding meer dan negentig dagen na het instellen van het beroep is ingediend. De melding bevat al de volgende elementen:
  a) een kopie van de definitieve omgevingsvergunning of weigeringsbeslissing;
  b) de datum en het referentienummer van de definitieve omgevingsvergunning, vermeld in punt a);
  c) de datum waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend;
  d) de categorie van installatie, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, derde en vierde lid, artikel 6.7.9, § 1, eerste lid, of § 2, eerste lid, waarop de omgevingsvergunning betrekking op heeft;
  e) als de omgevingsvergunning betrekking heeft op de plaatsing van een installatie waarin wordt geparticipeerd, als vermeld in artikel 6.7.9, § 2, eerste lid, de datum waarop de participatieovereenkomst is aangegaan;
  f) het afnamepunt waarvoor het uitstel wordt gemeld, geïdentificeerd door de EAN-code voor afname;
  g) de situatie, vermeld in punt 2°, a) tot en met c), waarvoor het uitstel wordt gemeld;
  h) de horizontale dakoppervlakte van de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, vermeld in punt f);
  i) de gegevens van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van de gebouwen die zijn aangesloten op het afnamepunt, die de melding indient. De melding wordt ingediend namens de eigenaars, erfpachters of opstalhouders die conform artikel 6.7.8, § 1, in solidum ertoe gehouden zijn om aan de verplichting te voldoen;
  j) een verklaring op erewoord waarin de eigenaar, erfpachter of opstalhouder, vermeld in punt i), verklaart dat via de plaatsing van de installatie wordt voldaan aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid;
  6° voor het afnamepunt, vermeld in punt, 5°, f), werd nog geen melding tot uitstel bij het VEKA ingediend conform deze paragraaf, op basis van een beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen tegen de omgevingsvergunning, vermeld in punt 5, b).
  In afwijking van het tweede lid, 5°, wordt de melding van het uitstel uiterlijk negentig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel bij het VEKA ingediend als de datum waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend, dateert van vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel, met een elektronisch formulier dat door het VEKA ter beschikking is gesteld. Als de datum waarop het beroep bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen is ingediend vóór de datum van inwerkingtreding van dit artikel ligt, is het uitstel, vermeld in het eerste lid, niet van toepassing als de volledige melding na negentig dagen na de inwerkingtreding van dit artikel wordt ingediend.
  De melding vermeld in het tweede lid, 5°, kan door de indiener enkel worden ingetrokken binnen de termijn tegen dewelke de melding uiterlijk moet zijn ingediend conform het tweede lid, 5° of het derde lid.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, geldt voor een periode van vijf jaar vanaf één van de volgende data:
  1° als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1°, vanaf de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 1°, moet worden voldaan;
  2° als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2°, vanaf de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 2°, moet worden voldaan;
  3° als de installatie wordt geplaatst om voor het eerst te voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3°, vanaf de datum dat voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 2, eerste lid, 3°, moet worden voldaan.
  Het uitstel, vermeld in het eerste lid, is niet van toepassing op verplichtingen die conform artikel 6.7.8 reeds op het afnamepunt gelden op de datum van het indienen van het beroep, vermeld in het tweede lid, punt 5°, c).".
Art. 52. A l'article 6.7.10 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 février 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023 et 3 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante :
  " Les travaux qui font l'objet de la demande de report ne peuvent être entamés qu'après notification de la décision. " ;
  2° entre les paragraphes 2 et 3, il est inséré les paragraphes 2/1 à 2/3, rédigés comme suit :
  " § 2/1. Pour un bâtiment raccordé ou les bâtiments raccordés à un point de prélèvement relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er, le report s'applique à la superficie de toit horizontale après la présentation d'un acte authentique ou d'actes authentiques lors d'un transfert notarié en pleine propriété, de l'établissement ou du transfert d'un droit de superficie ou de l'établissement ou du transfert d'une emphytéose pour le bâtiment.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° l'acte authentique lors d'un transfert notarié en pleine propriété, de l'établissement ou du transfert d'un droit de superficie ou de l'établissement ou du transfert d'une emphytéose a été passé dans un délai de douze mois pour l'une des dates suivantes :
  a) la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être remplie pour la première fois pour le point de prélèvement ;
  b) la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être remplie pour la première fois pour le point de prélèvement ;
  c) la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être remplie pour la première fois pour le point de prélèvement ;
  2° au moment de la passation de l'acte authentique, le bâtiment est raccordé à un point de prélèvement relevant du champ d'application de l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er ;
  3° au moment de la passation de l'acte authentique, le nouveau propriétaire, emphytéote ou superficiaire du bâtiment n'est pas encore propriétaire, emphytéote ou superficiaire d'un bâtiment raccordé au même point de prélèvement ;
  4° par point de prélèvement, la notification complète est introduite auprès de la VEKA par le nouveau propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire au plus tard soixante jours suivant la passation de l'acte authentique, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report ne s'applique pas si la notification est introduite plus de soixante jours après la passation de l'acte authentique. La notification comprend tous les éléments suivants :
  a) une copie de l'acte authentique ;
  b) la date de passation de l'acte authentique ;
  c) le point de prélèvement auquel le bâtiment est raccordé ou les bâtiments sont raccordés, pour lequel le report est notifié, identifié par le code EAN de prélèvement ;
  d) les données du nouveau propriétaire, emphytéote ou superficiaire du bâtiment raccordé ou des bâtiments raccordés au point de prélèvement, qui introduit la notification. La notification est introduite au nom des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires qui, conformément à l'article 6.7.8, § 1er, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation ;
  e) la superficie totale de toit horizontale du bâtiment concerné ou des bâtiments concernés par l'acte authentique et pour lequel ou lesquels la notification a été faite.
  Par dérogation à l'alinéa 2, 4°, la notification du report est introduite auprès de la VEKA au plus tard soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article si l'acte authentique a été passé avant la date d'entrée en vigueur du présent article, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux bâtiments pour lesquels les actes authentiques ont été passés avant la date d'entrée en vigueur du présent article si la notification complète est introduite plus de soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article.
  La notification visée à l'alinéa 2, 4°, peut porter sur plusieurs bâtiments si les bâtiments pour lesquels la notification est introduite sont raccordés au même point de prélèvement.
  La notification visée à l'alinéa 2, 4°, ne peut être retirée par l'auteur que dans le délai dans lequel la notification doit être introduite conformément à l'alinéa 2, 4° ou à l'alinéa 3.
  Le report visé à l'alinéa 1er s'applique pour la période qui commence à la date de passation de l'acte authentique et s'étend jusqu'à deux ans après cette date.
  Le report ne s'applique pas aux obligations qui, en vertu de l'article 6.7.8, s'appliquent déjà au bâtiment au moment de la passation de l'acte authentique.
  § 2/2. Pour un bâtiment raccordé ou des bâtiments raccordés à un point de prélèvement relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er, le report s'applique à la superficie de toit horizontale du bâtiment ou des bâtiments si le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire de ce bâtiment fait l'objet d'une procédure de déclaration de faillite telle que visée au livre XX, titre VI, du Code de droit économique, ou d'une procédure de réorganisation judiciaire telle que visée au livre XX, titre V, du Code de droit économique.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° une déclaration de faillite telle que visée à l'article XX.100 du Code de droit économique ou une requête de réorganisation judiciaire telle que visée à l'article XX.41 du Code de droit économique a été introduite à l'encontre du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire ;
  2° la procédure de faillite ou la réorganisation judiciaire a été engagée par le tribunal ;
  3° par point de prélèvement, la notification complète est introduite auprès de la VEKA par le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire, visé au point 1°, au plus tard soixante jours après le jugement d'ouverture de la faillite ou de la procédure de réorganisation judiciaire, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report ne s'applique pas si la notification est introduite après soixante jours. La notification comprend tous les éléments suivants :
  a) une copie et la date du jugement d'ouverture de la faillite ou du jugement d'ouverture de la procédure de réorganisation judiciaire ;
  b) le point de prélèvement pour lequel le report a été notifié, identifié par le code EAN de prélèvement ;
  c) les données du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire du bâtiment raccordé ou des bâtiments raccordés au point de prélèvement, qui introduit la notification. La notification est introduite au nom des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires qui, conformément à l'article 6.7.8, § 1er, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation ;
  d) la superficie totale de toit horizontale du bâtiment ou des bâtiments du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire, visé au point 1°, pour lequel ou lesquels la notification a été introduite ;
  4° aucune notification de report n'a encore été introduire auprès de la VEKA pour le point de prélèvement et pour le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire, visé au point 3°, c), conformément au présent paragraphe.
  Par dérogation à l'alinéa 2, 3°, la notification du report est introduite auprès de la VEKA au plus tard soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article si le jugement d'ouverture de la faillite ou de la procédure de réorganisation judiciaire a été prononcé avant la date d'entrée en vigueur du présent article, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas si le jugement d'ouverture de la faillite ou de la procédure de réorganisation judiciaire a été prononcé avant la date d'entrée en vigueur du présent article et la notification complète a été introduite plus de soixante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article.
  La notification visée à l'alinéa 2, 3°, ne peut être retirée par l'auteur que dans le délai dans lequel la notification doit être introduite conformément à l'alinéa 2, 3° ou à l'alinéa 3.
  La notification visée à l'alinéa 2, 3°, peut porter sur plusieurs bâtiments si les bâtiments pour lesquels la notification est introduite sont raccordés au même point de prélèvement.
  Le report, visé à l'alinéa 1er, est valable pendant cinq années à compter de la date suivante :
  1° dans le cadre d'une procédure de faillite, la date du jugement d'ouverture de la faillite, visée à l'alinéa 2, 2° ;
  2° dans le cadre d'une procédure de réorganisation judiciaire, la date du jugement d'ouverture d'une procédure de réorganisation judiciaire visée à l'alinéa 2, 2°.
  Le report visé à l'alinéa 1er s'applique aux propriétaires, emphytéotes, superficiaires des bâtiments raccordés au point de prélèvement faisant l'objet d'une notification, qui sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er.
  § 2/3. Pour un point de prélèvement relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er, le report s'applique à l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er, après qu'un recours introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis contre une décision définitive concernant le ou les permis d'environnement pour la pose d'une ou plusieurs installations visant à satisfaire à cette obligation, ait été transmis à la VEKA.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique que si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° la décision définitive, visée à l'article 2, alinéa 1er, 4°, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement, pour la pose d'une installation visant à satisfaire à l'obligation, est prise à partir du 1er janvier 2023 ;
  2° un recours a été introduit contre le permis d'environnement auprès du Conseil du Contentieux des Permis, visé au titre IV, chapitre VIII, du Code flamand de l'Aménagement du Territoire du 15 mai 2009, dans le délai visé à l'article 105, § 3, du décret du 25 avril 2014 relatif au permis d'environnement. Le recours contre le permis d'environnement est introduit au plus tard avant la date suivante :
  a) si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1°, au plus tard à la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  b) si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2°, au plus tard à la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  c) si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, au plus tard à la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être satisfaite pour la première fois.
  3° si le permis d'environnement porte sur la pose d'une installation impliquant une participation, telle que visée à l'article 6.7.9, § 2, alinéa 1er, la convention de participation, visée à l'article 6.7.9, § 2, alinéa 9, est conclue au plus tard à la date à laquelle le recours contre le permis d'environnement doit être introduit conformément au point 2° ;
  4° l'installation porte ou les installations portent sur la puissance crête des panneaux solaires photovoltaïques pour l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er et 2, ou la puissance nominale équivalente si le permis d'environnement porte sur une autre forme d'énergie renouvelable. La puissance nominale équivalente est calculée conformément à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 3 ;
  5° par point de prélèvement, la notification complète est introduite auprès de la VEKA par le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire au plus tard nonante jours après la date à laquelle le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis, visé au point 2°, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Le report ne s'applique pas si la notification complète est introduite plus de nonante jours après l'introduction de recours. La notification comprend tous les éléments suivants :
  a) une copie du permis d'environnement définitif ou de la décision de refus ;
  b) la date et le numéro de référence du permis d'environnement définitif, visé au point a) ;
  c) la date à laquelle le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis ;
  d) la catégorie d'installation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéas 3 et 4, à l'article 6.7.9, § 1er, alinéa 1er, ou § 2, alinéa 1er, sur laquelle porte le permis d'environnement ;
  e) si le permis d'environnement porte sur la pose d'une installation impliquant une participation, telle que visée à l'article 6.7.9, § 2, alinéa 1er, la date à laquelle la convention de participation a été conclue ;
  f) le point de prélèvement pour lequel le report a été notifié, identifié par le code EAN de prélèvement ;
  g) la situation, visée au point 2°, a) à c), pour laquelle le report est notifié ;
  h) la superficie de toit horizontale des bâtiments raccordés au point de prélèvement, visé au point f) ;
  i) les données du propriétaire, de l'emphytéote ou du superficiaire des bâtiments raccordés au point de prélèvement, qui introduit la notification. La notification est introduite au nom des propriétaires, emphytéotes ou superficiaires qui, conformément à l'article 6.7.8, § 1er, sont tenus in solidum de satisfaire à l'obligation ;
  j) une déclaration sur l'honneur dans laquelle le propriétaire, l'emphytéote ou le superficiaire, visé au point i), déclare que la pose de l'installation permet de satisfaire à l'obligation visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er ;
  6° pour le point de prélèvement, visé au point 5°, f), aucune notification de report n'a encore été introduite auprès de la VEKA conformément au présent paragraphe sur la base d'un recours devant le Conseil du Contentieux des Permis contre le permis d'environnement visé au point 5, b).
  Par dérogation à l'alinéa 2, 5°, la notification du report est introduite auprès de la VEKA au plus tard nonante jours après l'entrée en vigueur du présent article si la date, à laquelle le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis, est antérieure à la date d'entrée en vigueur du présent article, au moyen d'un formulaire électronique mis à disposition par la VEKA. Si le recours a été introduit auprès du Conseil du Contentieux des Permis avant la date d'entrée en vigueur du présent article, le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas si la notification complète est introduite plus de nonante jours suivant l'entrée en vigueur du présent article.
  La notification visée à l'alinéa 2, 5°, ne peut être retirée par l'auteur que dans le délai dans lequel la notification doit être introduite conformément à l'alinéa 2, 5° ou à l'alinéa 3.
  Le report, visé à l'alinéa 1er, est valable pendant une période de cinq années à compter de l'une des dates suivantes :
  1° si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1°, à partir de la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 1°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  2° si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2°, à partir de la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 2°, doit être satisfaite pour la première fois ;
  3° si l'installation est posée pour satisfaire pour la première fois à l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, à partir de la date à laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 2, alinéa 1er, 3°, doit être satisfaite pour la première fois.
  Le report visé à l'alinéa 1er ne s'applique pas aux obligations qui, conformément à l'article 6.7.8, s'appliquent déjà au point de prélèvement à la date d'introduction du recours visée à l'alinéa 2, point 5°, c). ".
Art. 53. In hetzelfde besluit, wordt aan Afdeling II van Hoofdstuk VII van Titel VI, een artikel toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 6.7.10/1. § 1. Gebouwen die onder de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, vallen en die zijn aangesloten op een afnamepunt dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in deze paragraaf, zijn uitgezonderd van de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8.
  De uitzondering, vermeld in het eerste lid, geldt voor gebouwen aangesloten op een afnamepunt waarvoor in minstens één van de drie kalenderjaren voorafgaand aan het kalenderjaar waarop voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid, moet worden voldaan, de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt lager dan 10% van de afnamedrempel zoals die conform artikel 6.7.8, § 1, eerste lid voor dat kalenderjaar van toepassing is. De uitzondering geldt in dat geval vanaf het eerste kalenderjaar waarop de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt meer dan 10% lager is dan de afnamedrempel is. Het kalenderjaar waarop voor het eerst aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, § 1, eerste lid moet worden voldaan, wordt voor de toepassing van dit lid vastgesteld zonder toepassing van de uitstelregelingen in artikel 6.7.10.
  De uitzondering, vermeld in het eerste lid, vervalt als cumulatief wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
  1° na het kalenderjaar waarin de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt lager dan 10% van de afnamedrempel is, zoals vermeld in het tweede lid, overschrijdt het elektriciteitsverbruik op hetzelfde afnamepunt vanaf het kalenderjaar 2026 opnieuw 100 MWh;
  2° de gemiddelde afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt van de drie voorafgaande kalenderjaren, ten aanzien van het kalenderjaar waarin opnieuw de drempel van 100 MWh wordt overschreden, vermeld in punt 1°, is niet meer dan 10% lager dan 100 MWh.
  Als in het kalenderjaar waarin de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op hetzelfde afnamepunt opnieuw 100 MWh overschrijdt, zonder dat voldaan wordt aan de voorwaarde vermeld in het derde lid, 2°, wordt het derde lid opnieuw toegepast als de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op hetzelfde afnamepunt in een kalenderjaar opnieuw 100 MWh overschrijdt. Die procedure wordt herhaald telkens als de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt opnieuw 100 MWh per kalenderjaar overschrijdt, totdat de uitzondering conform het derde lid is vervallen.
  Bij verval van de uitzondering conform het derde of vierde lid is de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8, opnieuw van toepassing op de gebouwen, vermeld in het eerste lid. Daarbij is het eerste kalenderjaar waarin de afgenomen brutohoeveelheid elektriciteit op het afnamepunt opnieuw 100 MWh overschrijdt, en waarbij aan de voorwaarden, vermeld in het derde lid, is voldaan, als eerste kalenderjaar dat aanleiding geeft om te moeten voldoen aan de verplichting, vermeld in artikel 6.7.8.
  § 2. Het uitstel voor de gebouwen overeenkomstig artikel 6.7.10 is van rechtswege nietig als de uitzondering, vermeld paragraaf 1, van toepassing is op dezelfde gebouwen.".
Art. 53. Dans le même arrêté, la section II du chapitre VII du titre VI est complété par un article, rédigé comme suit :
  " Art. 6.7.10/1. § 1er. Les bâtiments, relevant de l'obligation visée à l'article 6.7.8 et raccordés à un point de prélèvement qui satisfait aux conditions visées au présent paragraphe, sont exemptés de l'obligation visée à l'article 6.7.8.
  L'exception, visée à l'alinéa 1er, s'applique aux bâtiments raccordés à un point de prélèvement pour lequel, au cours d'au moins une des trois années calendaires précédant l'année calendaire au cours de laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er, doit être satisfaite pour la première fois, la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement est inférieure à 10 % du seuil de prélèvement tel que d'applicable pour cette année calendaire conformément à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er. Dans ce cas, l'exception s'applique à partir de la première année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement est inférieure de plus de 10 % au seuil de prélèvement. L'année calendaire au cours de laquelle l'obligation, visée à l'article 6.7.8, § 1er, alinéa 1er, doit être satisfaite pour la première fois est déterminée, aux fins du présent alinéa, sans application des dispositions de report prévues à l'article 6.7.10.
  L'exception, visée à l'alinéa 1er, cesse de s'appliquer si les conditions suivantes sont cumulativement satisfaites :
  1° après l'année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement est inférieure à 10 % du seuil de prélèvement, tel que visé à l'alinéa 2, la consommation d'électricité au même point de prélèvement dépasse à nouveau 100 MWh à partir de l'année calendaire 2026 ;
  2° la quantité brute moyenne d'électricité prélevée au point de prélèvement des trois années calendaires précédant l'année calendaire au cours de laquelle le seuil de 100 MWh est à nouveau dépassé, visé au point 1°, n'est pas inférieure de plus de 10 % à 100 MWh.
  Si, pendant l'année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au même point de prélèvement dépasse à nouveau 100 MWh sans que la condition visée à l'alinéa 3, 2°, soit satisfaite, l'alinéa 3 s'applique à nouveau lorsque la quantité brute d'électricité prélevée au même point de prélèvement dépasse à nouveau 100 MWh au cours d'une année calendaire. La procédure susmentionnée est répétée chaque fois que la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement dépasse à nouveau 100 MWh par année calendaire, jusqu'à ce que l'exception, conformément à l'alinéa 3, ait expirée.
  En cas d'expiration de l'exception conformément à l'alinéa 3 ou 4, l'obligation visée à l'article 6.7.8 s'applique à nouveau aux bâtiments visés à l'alinéa 1er. A cet égard, la première année calendaire au cours de laquelle la quantité brute d'électricité prélevée au point de prélèvement dépasse à nouveau 100 MWh et au cours de laquelle les conditions visées à l'alinéa 3 sont remplies, constitue la première année calendaire donnant lieu à l'application de l'obligation visée à l'article 6.7.8.
  § 2. Le report pour les bâtiments conformément à l'article 6.7.10 est nul de plein droit si l'exception visée au paragraphe 1er s'applique aux mêmes bâtiments. ".
Art. 54. In artikel 7.4.1, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024 en 2 mei 2025, wordt tussen het zesde en het zevende lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als een hoger steunbedrag wordt gevraagd dan de maximale bedragen vermeld in het zesde lid en de Vlaamse Regering beslist om niet af te wijken van dat maximumbedrag, wordt geen enkele steun toegekend voor dat investeringsproject."
Art. 54. Dans l'article 7.4.1, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 mai 2024 et 2 mai 2025, entre l'alinéa 6 et l'alinéa 7, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Si un montant d'aide supérieur aux montants maximaux visés à l'alinéa 6 est demandé, et que le Gouvernement flamand décide de ne pas déroger à ce montant maximal, aucune aide n'est octroyée pour ce projet d'investissement. "
Art. 55. In artikel 7.4.3, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede ", § 4," wordt opgeheven;
  2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid beslist de Vlaamse Regering of de investeringsprojecten waarvoor een hoger steunbedrag wordt aangevraagd dan de bedragen, vermeld in artikel 7.4.1, § 1, zesde lid, voldoen aan de voorwaarden vermeld in artikel 7.4.1 en 7.4.2.".
Art. 55. A l'article 7.4.3, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le membre de phrase " , § 4, " est abrogé ;
  2° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement flamand décide si les projets d'investissement pour lesquels un montant d'aide supérieur aux montants visés à l'article 7.4.1, § 1er, alinéa 6, est demandé, satisfont aux conditions visées aux articles 7.4.1 et 7.4.2. ".
Art. 56. In artikel 7.4.4, § 5, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 september 2013 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 juli 2021, worden de woorden "zijn beslissing" vervangen door de woorden "de beslissing".
Art. 56. Dans l'article 7.4.4, § 5, alinéa 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 septembre 2013 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 juillet 2021, les mots " sa décision " sont remplacés par les mots " la décision ".
Art. 57. In artikel 7.9.2, § 2, twaalfde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 september 2020, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 mei 2022, wordt de zinsnede "6.4.1/3" telkens vervangen door de zinsnede "6.4.1/4".
Art. 57. Dans l'article 7.9.2, § 2, alinéa 12, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 septembre 2020, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2022 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 mai 2022, le membre de phrase " 6.4.1/3 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " 6.4.1/4 ".
Art. 58. In artikel 7.9.2/0/16, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024 en 23 mei 2025, wordt de zinsnede "6.4.1/3" telkens vervangen door de zinsnede "6.4.1/4".
Art. 58. Dans l'article 7.9.2/0/16, alinéa 4, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 3 mai 2024 et 23 mai 2025, le membre de phrase " 6.4.1/3 " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " 6.4.1/4 ".
Art. 59. In artikel 7.15.2, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 december 2021 en 8 juli 2022, wordt het woord "vijf" telkens vervangen door het woord "zes".
Art. 59. Dans l'article 7.15.2, § 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 décembre 2021 et 8 juillet 2022, le mot " cinq " est chaque fois remplacé par le mot " six ".
Art. 60. In artikel 7.15.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 18 december 2020 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 10 december 2021 en 8 juli 2022, wordt het woord "vijf" telkens vervangen door het woord "zes".
Art. 60. Dans l'article 7.15.5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 décembre 2020 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 10 décembre 2021 et 8 juillet 2022, le mot " cinq " est chaque fois remplacé par le mot " six ".
Art. 61. Aan artikel 8.1.1/3, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2023 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, worden de volgende zinnen toegevoegd:
  "De energiedeskundige type A of type D kan deelnemen aan het centraal examen, vermeld in artikel 8.3.2, in het jaar dat voorafgaat aan het verlopen van de vijfjarige periode. De volgende vijfjarige periode begint pas te lopen nadat de voorgaande vijfjarige periode is afgelopen, op voorwaarde dat de energiedeskundige type A of type D slaagt voor het centraal examen.
  Als de energiedeskundige type A of type D niet slaagt voor het centrale examen binnen de termijn van vijf jaar, begint de volgende periode te lopen vanaf het moment dat de energiedeskundige geslaagd is voor het centrale examen, vermeld in artikel 8.3.1 of 8.3.2.".
Art. 61. L'article 8.1.1/3, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2023 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, est complété par les phrases suivantes :
  " L'expert en énergie de type A ou de type D peut participer à l'examen central, visé à l'article 8.3.2, au cours de l'année précédant l'expiration de la période de cinq ans. La période suivante de cinq ans ne commence à courir qu'après l'expiration de la période précédente de cinq ans, à condition que l'expert en énergie de type A ou de type D réussisse à l'examen central.
  Si l'expert en énergie de type A ou de type D ne réussit pas à l'examen central dans le délai de cinq ans, la période suivante commence à courir à partir du moment où l'expert en énergie a réussi à l'examen central, visé à l'article 8.3.1 ou 8.3.2. ".
Art. 62. In artikel 8.1.3, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 13 januari 2017 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 december 2020 en 3 mei 2024, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt:
  "Als de energiedeskundige na diens afstand opnieuw erkend wil worden als energiedeskundige, moet de energiedeskundige slagen voor een examen dat het VEKA georganiseerd heeft of dat namens het VEKA georganiseerd is.".
Art. 62. Dans l'article 8.1.3, § 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 janvier 2017 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 11 décembre 2020 et 3 mai 2024, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Si l'expert en énergie souhaite de nouveau être agréé en tant qu'expert en énergie après son renoncement, il doit de nouveau réussir à un examen organisé par la VEKA ou au nom de la VEKA. ".
Art. 63. In artikel 8.3.2, § 5, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2023 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, worden het derde en het vierde lid vervangen door wat volgt:
  "De energiedeskundigen die een totaalscore behalen van minder dan 40% op het examen met de hoogste totaalscore, nemen opnieuw deel aan het examen, vermeld in artikel 8.3.1.
  De energiedeskundigen die een totaalscore tussen 40% en 60% behalen of die een totaalscore van meer dan 60% maar geen 50% op elk opleidingsonderdeel van het examen behalen, zoals vastgelegd door de minister, kunnen binnen een jaar nadat hun termijn, vermeld in artikel 8.1.1/3, eerste lid, verstreken is, nog één keer deelnemen aan het centrale examen, vermeld in artikel 8.3.2. Als ze niet slagen voor dat examen, nemen ze opnieuw deel aan het examen, vermeld in artikel 8.3.1.".
Art. 63. Dans l'article 8.3.2, § 5, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2023 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit :
  " Les experts en énergie qui obtiennent un score total inférieur à 40 % à l'examen avec le score total le plus élevé, participent à nouveau à l'examen visé à l'article 8.3.1.
  Les experts en énergie qui obtiennent un score total compris entre 40 % et 60 % ou qui obtiennent un score total supérieur à 60 % mais inférieur à 50 % pour chaque subdivision de formation de l'examen, tel que déterminé par le ministre, peuvent participer à l'examen central visé à l'article 8.3.2 encore une fois dans l'année qui suit l'expiration de leur délai visé à l'article 8.1.1/3, alinéa 1er. S'ils ne réussissent pas à cet examen, ils participent de nouveau à l'examen visé à l'article 8.3.1. ".
Art. 64. In artikel 8.5.1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2013 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Om de kwaliteit van aannemers en installateurs te garanderen wordt er op vrijwillige basis respectievelijk een certificaat van bekwaamheid ingevoerd voor de volgende categorieën van werken:
  1° de installatie van fotovoltaïsche zonne-energiesystemen, inclusief de integratie in en op dakbedekkingen;
  1° /1 de installatie van fotovoltaïsche zonne-energiesystemen, inclusief de integratie in en op dakbedekkingen en met inbegrip van de opslag van energie, waaronder de opslag in thuisbatterijen, en oplaadpunten die vraagsturing mogelijk maken;
  2° de installatie van thermische zonne-energiesystemen voor de productie van sanitair warm water, inclusief de integratie in en op dakbedekkingen;
  3° de installatie van thermische zonne-energiesystemen voor de gecombineerde productie van sanitair warm water en verwarming, inclusief de integratie in en op dakbedekkingen;
  4° de installatie van een biomassakachel voor gedecentraliseerde verwarming;
  5° de installatie van een biomassaketel voor de productie van sanitair warm water of verwarming;
  6° de installatie van warmtepompen, met uitzondering van ondiepe geothermische systemen, als vermeld in 7° ;
  7° de installatie van systemen voor de warmteterugwinning door ondiepe geothermische systemen op voorwaarde dat boringen zoals vermeld in artikel 6, 7°, van het VLAREL worden uitgevoerd door een erkend boorbedrijf;
  8° de plaatsing van binnenmuurisolatie.";
  2° in paragraaf 7, vijfde lid, wordt tussen de woorden "Het examen" en de woorden "is gebaseerd op" de zinsnede ", vermeld in het eerste lid, 2°, " ingevoegd;
  3° in paragraaf 7, zesde lid, wordt tussen de woorden "het examen" en het woord "plaatsvindt" de zinsnede ", vermeld in het eerste lid, 2° " ingevoegd;
  4° in paragraaf 7, zevende lid, wordt na de woorden "het examen" de zinsnede ", vermeld in het eerste lid, 2° " ingevoegd;
  5° aan paragraaf 7 worden een tiende tot en met achttiende lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De natuurlijke persoon van wie het certificaat van bekwaamheid niet meer dan twee jaar vervallen is en die niet voldoet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 1°, wordt opnieuw gecertificeerd als de aanvrager:
  1° bijscholing voor die categorie heeft gevolgd bij een door het VEKA erkende opleidingsinstelling die erkend is voor de opleiding die aanleiding geeft tot het certificaat van bekwaamheid voor die categorie. De minister kan nadere regels bepalen voor de inhoud van die bijscholing;
  2° beschikt over een getuigschrift dat niet ouder is dan twaalf maanden en waaruit blijkt dat de aanvrager voor die categorie geslaagd is voor een examen over de materie die behandeld is in de bijscholing, vermeld in 1°, dat afgeleverd is door een door het VEKA erkende exameninstelling die erkend is voor het examen dat aanleiding geeft tot het certificaat van bekwaamheid voor die categorie. De minister kan nadere regels bepalen voor de vorm van het examen en kan de evaluatiemodaliteiten en de minimale voorwaarden om te slagen bepalen, met inbegrip van een minimaal te behalen resultaat.
  Als de aanvrager aan de voorwaarden, vermeld in het tiende lid voldoet, neemt de instantie, vermeld in paragraaf 2, binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de aanvraag de beslissing om van een nieuw certificaat van bekwaamheid uit te reiken. Het nieuwe certificaat is zeven jaar geldig.
  Een erkende opleidingsinstelling maakt bij het geven van de bijscholing, vermeld in het tiende lid, 1°, gebruik van de aanbevelingen, de praktische ondersteuning en het lesmateriaal die de gemachtigde instantie, vermeld in paragraaf 2, ter beschikking stelt. Een erkende opleidingsinstelling mag het verstrekte handboek niet aanpassen of wijzigen.
  De kandidaat legt het examen, vermeld in het tiende lid, 2°, binnen het jaar af na het volgen van de bijscholing, vermeld in het tiende lid, 1°. Het examen, vermeld in het tiende lid, 2°, is gebaseerd op de aanbevelingen en praktische ondersteuning die de gemachtigde instantie, vermeld in paragraaf 2, ter beschikking stelt.
  Minstens tien werkdagen voor het examen, vermeld in het tiende lid, 2°, plaatsvindt, meldt de erkende exameninstelling de datum van het examen aan de gemachtigde instantie, vermeld in paragraaf 2. De gemachtigde instantie stelt de examenvragen ter beschikking van de erkende exameninstelling.
  De erkende exameninstelling verstrekt de geslaagde kandidaat een getuigschrift binnen vijftien werkdagen na het examen, vermeld in het tiende lid, 2°. Een model van het getuigschrift wordt door de gemachtigde instantie, vermeld in paragraaf 2, aan de exameninstellingen bezorgd. De exameninstelling gebruikt dat model bij de uitgifte van het getuigschrift.
  Als de kandidaat niet slaagt voor het examen, vermeld in het tiende lid, 2°, volgt de kandidaat eerst opnieuw de bijscholing, vermeld in het tiende lid, 1°, voor de kandidaat het examen opnieuw aflegt.
  Het VEKA kan alle informatie over de bijscholing, vermeld in het tiende lid, 1°, en het examen, vermeld in het tiende lid, 2° opvragen. Het VEKA of een instantie die het aanwijst, kan de bijscholing en het examen bijwonen.
  In afwijking van het eerste lid, wordt het certificaat van bekwaamheid voor de categorie vermeld in paragraaf 1, eerste lid 5°, van rechtswege verlengd tot en met 31 december 2025 als het certificaat van bekwaamheid is vervallen is vóór 31 december 2025.
Art. 64. A l'article 8.5.1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Afin de garantir la qualité des entrepreneurs et des installateurs, un certificat d'aptitude est introduit respectivement sur une base volontaire pour les catégories suivantes de travaux :
  1° l'installation de systèmes d'énergie solaire photovoltaïque, y compris l'intégration dans et sur des couvertures de toitures ;
  1° /1 l'installation de systèmes d'énergie solaire photovoltaïque, y compris l'intégration dans et sur des couvertures de toitures, et y compris le stockage d'énergie, notamment le stockage dans des batteries domestiques, et les points de recharge permettant la modulation de la demande ;
  2° l'installation de systèmes d'énergie solaire thermique pour la production d'eau chaude sanitaire, y compris l'intégration dans et sur des couvertures de toitures ;
  3° l'installation de systèmes d'énergie solaire thermique pour la production combinée d'eau chaude sanitaire et de chauffage, y compris l'intégration dans et sur des couvertures de toitures ;
  4° l'installation d'un poêle à biomasse pour chauffage décentralisé ;
  5° l'installation d'une chaudière à biomasse destinée à la production d'eau chaude sanitaire ou de chauffage ;
  6° l'installation de pompes à chaleur, à l'exception de systèmes géothermiques superficiels, tels que visés au point 7° ;
  7° l'installation de systèmes pour la récupération de chaleur par le biais de systèmes géothermiques superficiels, étant entendu que les forages tels que visés à l'article 6, 7°, du VLAREL, sont exécutés par une entreprise de forage agréée ;
  8° le placement de l'isolation des murs intérieurs. " ;
  2° dans le paragraphe 7, alinéa 5, le membre de phrase " , visé à l'alinéa 1er, 2°, " est inséré entre les mots " L'examen " et les mots " est basé sur " ;
  3° dans le paragraphe 7, alinéa 6, le membre de phrase " visé à l'alinéa 1er, 2°, " est inséré entre le membre de phrase " avant l'examen, " et les mots " l'institut " ;
  4° dans le paragraphe 7, alinéa 7, le membre de phrase " , visé à l'alinéa 1er, 2°, " est inséré après les mots " l'examen " ;
  5° le paragraphe 7 est complété par des alinéas 10 à 18, rédigés comme suit :
  " La personne physique dont le certificat d'aptitude n'a pas expiré depuis plus de deux ans et qui ne remplit pas la condition visée à l'alinéa 1er, 1°, est à nouveau certifiée si le demandeur :
  1° a suivi un recyclage pour cette catégorie dans un établissement de formation agréé par la VEKA pour la formation qui donne lieu au certificat d'aptitude pour cette catégorie. Le ministre peut arrêter les modalités relatives au contenu de ce recyclage ;
  2° est titulaire d'un certificat datant de moins de douze mois, qui prouve qu'il a réussi un examen pour cette catégorie sur la matière traitée dans le recyclage visé au 1°, qui a été délivré par un institut d'examen agréé par la VEKA pour l'examen qui donne lieu au certificat d'aptitude pour cette catégorie. Le ministre peut arrêter les modalités concernant la forme de l'examen ainsi que l'évaluation et les conditions minimales de réussite, y compris un résultat minimal à atteindre.
  Lorsque le demandeur satisfait aux conditions visées à l'alinéa 10, l'instance visée au paragraphe 2 prend la décision de délivrer un nouveau certificat d'aptitude, dans un délai de trente jours suivant la réception de la demande. Le nouveau certificat est valable pendant sept ans.
  Lorsqu'il dispense le recyclage visé à l'alinéa 10, 1°, l'établissement de formation agréé utilise les recommandations, le soutien pratique et le matériel de cours fournis par l'organisme autorisé, visé au paragraphe 2. L'établissement de formation agréé ne peut pas adapter ou modifier le manuel fourni.
  Le candidat passe l'examen visé à l'alinéa 10, 2°, dans le délai d'un an après avoir suivi le recyclage visé à l'alinéa 10, 1°. L'examen visé à l'alinéa 10, 2°, est basé sur les recommandations et le soutien pratique fournis par l'organisme autorisé, visé au paragraphe 2.
  Au moins dix jours ouvrables avant l'examen visé à l'alinéa 10, 2°, l'institut d'examen agréé notifie la date de l'examen à l'organisme autorisé, visé au paragraphe 2. L'organisme autorisé transmet les questions d'examen à l'institut d'examen agréé.
  L'institut d'examen agréé délivre au candidat retenu un certificat dans les quinze jours ouvrables suivant l'examen visé à l'alinéa 10, 2°. Un modèle du certificat est fourni aux instituts d'examen par l'organisme autorisé, visé au paragraphe 2. L'institut d'examen utilise ce modèle pour délivrer le certificat.
  Si le candidat ne réussit pas l'examen visé à l'alinéa 10, 2°, il doit d'abord suivre à nouveau le recyclage visé à l'alinéa 10, 1°, avant de se représenter à l'examen.
  La VEKA peut demander toutes les informations concernant le recyclage visé à l'alinéa 10, 1°, et l'examen visé à l'alinéa 10, 2°. La VEKA ou un organisme qu'elle désigne peut assister au recyclage et à l'examen.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le certificat d'aptitude pour la catégorie visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, est prolongé de plein droit jusqu'au 31 décembre 2025 si le certificat d'aptitude a expiré avant le 31 décembre 2025.
Art. 65. Aan artikel 9.2.1, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De minister kan bepalen dat het projectdossier, zoals beschreven in het inspectieprotocol residentieel, aan de aanvrager overhandigd wordt, en op welke wijze dat moet gebeuren.".
Art. 65. L'article 9.2.1, § 3, du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018, est complété par la phrase suivante :
  " Le ministre peut décider que le dossier de projet, tel que décrit dans le protocole d'inspection résidentielle, doit être remis au demandeur, et déterminer la manière dont cette remise doit avoir lieu. ".
Art. 66. In artikel 9.2.3, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 en 8 juli 2022, worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het federaal comité tot aankoop van onroerende goederen en de dienst".
Art. 66. Dans l'article 9.2.3, § 4, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 mai 2011 et 8 juillet 2022, les mots " la division compétente " sont remplacés par les mots " le comité fédéral d'acquisition d'immeubles et le service compétents ".
Art. 67. Aan artikel 9.2.5 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van artikel 9.2.3, § 1, eerste lid, artikel 9.2.3/1, § 1, eerste lid, en artikel 9.2.4, eerste lid, kan de eigenaar of de houder van een zakelijk recht van een residentiële gebouweenheid die al over een geldig energieprestatiecertificaat kleine niet-residentiële gebouwen of een energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen beschikt, dat slaat op de hele residentiële gebouweenheid, het energieprestatiecertificaat gebruiken om te voldoen aan de verplichtingen, vermeld in artikel 9.2.3, § 1, tweede en derde lid, § 2 en § 3, artikel 9.2.3/1, § 1, tweede en derde lid, § 2 en § 3, en artikel 9.2.4, tweede en derde lid, op voorwaarde dat er zich op de eigen site minstens een eenheid met niet-residentiële bestemming bevindt. De minister bepaalt welke delen van het energieprestatiecertificaat kleine niet-residentiële gebouwen of niet-residentiële gebouwen minstens gebruikt moeten worden om te voldoen aan die verplichtingen.".
Art. 67. L'article 9.2.5 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023 et modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'article 9.2.3, § 1er, alinéa 1er, à l'article 9.2.3/1, § 1er, alinéa 1er, et à l'article 9.2.4, alinéa 1er, le propriétaire ou le titulaire d'un droit réel d'une unité de bâtiment résidentiel, qui dispose déjà d'un certificat de performance énergétique petits bâtiments non résidentiels valable ou d'un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels, qui porte sur l'ensemble de l'unité de bâtiment résidentiel, peut utiliser le certificat de performance énergétique pour satisfaire aux obligations visées à l'article 9.2.3, § 1er, alinéas 2 et 3, §§ 2 et 3, à l'article 9.2.3/1, § 1er, alinéas 2 et 3, §§ 2 et 3, et à l'article 9.2.4, alinéas 2 et 3, à condition qu'au moins une unité à affectation non résidentielle se situe sur le propre site. Le ministre détermine quelles parties du certificat de performance énergétique petits bâtiments non résidentiels ou bâtiments non résidentiels doivent au moins être utilisées pour répondre à ces obligations. ".
Art. 68. Aan artikel 9.2.5/1, § 6, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 9 oktober 2020, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De minister kan bepalen dat het projectdossier, zoals beschreven in het inspectieprotocol residentieel, aan de aanvrager overhandigd wordt, en op welke wijze dat moet gebeuren.".
Art. 68. L'article 9.2.5/1, § 6, alinéa 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 octobre 2020, est complété par la phrase suivante :
  " Le ministre peut décider que le dossier de projet, tel que décrit dans le protocole d'inspection résidentielle, doit être remis au demandeur, et déterminer la manière dont cette remise doit avoir lieu. ".
Art. 69. In artikel 9.2.6, van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluite van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, kan er een energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen opgemaakt worden voor een residentiële gebouweenheid wanneer er zich op eenzelfde eigen site van de eigenaar of de houder van het zakelijk recht minstens een eenheid met niet-residentiële bestemming bevindt.".
  2° in paragraaf 3 wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de berekening aantoont dat de gebouweenheid niet zal voldoen aan de eerstvolgende labeleis, vermeld in de artikelen 9.2.6/3 en 9.2.7/3 geeft de energiedeskundige aan de aanvrager van het energieprestatiecertificaat advies over hoe de aanvrager kan voldoen aan die labeleis. De minister kan nadere regels bepalen over de wijze waarop het advies verstrekt kan worden.";
  3° in paragraaf 3 wordt in het bestaande vierde lid, dat het vijfde lid wordt, de volgende zin toegevoegd:
  "De minister kan bepalen dat het projectdossier, zoals beschreven in het inspectieprotocol niet-residentieel, aan de aanvrager overhandigd wordt, en op welke wijze dat moet gebeuren.".
Art. 69. A l'article 9.2.6 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans le paragraphe 2, entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels peut être établi pour une unité de bâtiment résidentiel lorsqu'au moins une unité à affectation non résidentielle se situe sur le même propre site du propriétaire ou du titulaire du droit réel. " ;
  2° dans le paragraphe 3, entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Si le calcul démontre que l'unité de bâtiment ne répondra pas à la prochaine exigence de label, visée aux articles 9.2.6/3 et 9.2.7/3, l'expert en énergie conseille le demandeur du certificat de performance énergétique sur la manière dont il peut satisfaire à cette exigence de label. Le ministre peut arrêter des modalités relatives à la manière dont le conseil peut être fourni. " ;
  3° au paragraphe 3, l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 5, est complété par la phrase suivante :
  " Le ministre peut décider que le dossier de projet, tel que décrit dans le protocole d'inspection non résidentielle, doit être remis au demandeur, et déterminer la manière dont cette remise doit avoir lieu. ".
Art. 70. In titel IX, hoofdstuk II, afdeling II, onderafdeling I van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2024, wordt na artikel 9.2.7 een artikel 9.2.7/0 ingevoegd dat luidt als volgt:
  "Art. 9.2.7/0. Als de eigenaar over een energieprestatiecertificaat niet-residentiële gebouwen beschikt, conform artikel 9.2.6, paragraaf 2, tweede lid, gelden voor de gebouwen en gebouweenheden de verplichtingen als vermeld in artikel 9.2.6/3.
Art. 70. Dans le titre IX, chapitre II, section II, sous-section I, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2024, après l'article 9.2.7, il est inséré un article 9.2.7/0, rédigé comme suit :
  " Art. 9.2.7/0. Si le propriétaire dispose d'un certificat de performance énergétique bâtiments non résidentiels, conformément à l'article 9.2.6, paragraphe 2, alinéa 2, les obligations telles que visées à l'article 9.2.6/3 s'appliquent aux bâtiments et unités de bâtiment.
Art. 71. In artikel 9.2.7/1, § 2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 oktober 2020, 9 juli 2021 en 16 juni 2023 wordt tussen het eerste en tweede lid een lid ingevoegd dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, kan er een energieprestatiecertificaat kleine niet-residentiële gebouwen opgemaakt worden voor een residentiële gebouweenheid wanneer er zich op eenzelfde eigen site van de eigenaar of de houder van het zakelijk recht minstens een eenheid met niet-residentiële bestemming bevindt.".
Art. 71. Dans l'article 9.2.7/1, § 2, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 9 octobre 2020, 9 juillet 2021 et 16 juin 2023, entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, un certificat de performance énergétique petits bâtiments non résidentiels peut être établi pour une unité de bâtiment résidentiel lorsqu'au moins une unité à affectation non résidentielle se situe sur le même propre site du propriétaire ou du titulaire du droit réel. ".
Art. 72. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9.2.7/4 ingevoegd dat luidt als volgt:
  "Art. 9.2.7/4. Als de eigenaar over een energieprestatiecertificaat kleine niet-residentiële gebouwen beschikt, conform artikel 9.2.7/1, paragraaf 2, tweede lid, gelden voor de gebouwen en gebouweenheden de verplichtingen als vermeld in artikel 9.2.7/3.".
Art. 72. Dans le même arrêté, il est inséré un article 9.2.7/4, rédigé comme suit :
  " Art. 9.2.7/4. Si le propriétaire dispose d'un certificat de performance énergétique petits bâtiments non résidentiels, conformément à l'article 9.2.7/1, paragraphe 2, alinéa 2, les obligations telles que visées à l'article 9.2.7/3 s'appliquent aux bâtiments et unités de bâtiment. ".
Art. 73. In artikel 9.2.8, § 4, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 20 mei 2011 en 8 juli 2022, worden de woorden "de afdeling" vervangen door de woorden "het federaal comité tot aankoop van onroerende goederen en de dienst".
Art. 73. Dans l'article 9.2.8, § 4, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 20 mai 2011 et 8 juillet 2022, les mots " la division compétente " sont remplacés par les mots " le comité fédéral d'acquisition d'immeubles et le service compétents ".
Art. 74. In artikel 9.3.1 van het hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 4 februari 2022, 8 juli 2022, 16 juni 2023 en 3 mei 2024, wordt het woord "vijf" telkens vervangen door het woord "zes".
Art. 74. Dans l'article 9.3.1 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 février 2022, 8 juillet 2022, 16 juin 2023 et 3 mai 2024, le mot " cinq " est chaque fois remplacé par le mot " six ".
Art. 75. In artikel 9.3.2 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 9 juli 2021 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 juli 2022 en 16 juni 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "vijf" vervangen door het woord "zes";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "In afwijking van artikel 9.3.1 is een niet-residentieel gebouw dat een beschermd monument is, deel uitmaakt van een stads- of dorpsgezicht of voorkomt op de vastgestelde inventaris van bouwkundig erfgoed, vrijgesteld van de verplichtingen vermeld in artikel 9.3.1, § 1 en § 2.";
  3° in het vijfde lid worden de woorden "het eerste eerste tot en met vierde lid" vervangen door de woorden "het eerste tot en met vierde lid".
Art. 75. A l'article 9.3.2 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 juillet 2021 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 juillet 2022 et 16 juin 2023, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 1er, le mot " cinq " est remplacé par le mot " six " ;
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " Par dérogation à l'article 9.3.1, un bâtiment non résidentiel qui est un monument protégé, fait partie d'un site urbain ou rural ou est inscrit à l'inventaire établi du patrimoine architectural, est exempté des obligations visées à l'article 9.3.1, § 1er et § 2. " ;
  3° dans l'alinéa 5, dans le texte néerlandais, les mots " het eerste eerste tot en met vierde lid " sont remplacés par les mots " het eerste tot en met vierde lid ".
Art. 76. In artikel 9.3.4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 en 3 mei 2024, wordt het woord "vijf" telkens vervangen door het woord "zes".
Art. 76. Dans l'article 9.3.4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2022 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023 et 3 mai 2024, le mot " cinq " est chaque fois remplacé par le mot " six ".
Art. 77. In artikel 9.3.5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 december 2022 en 16 juni 2023, wordt het woord "vijf" vervangen door het woord "zes".
Art. 77. Dans l'article 9.3.5 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2022 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 2 décembre 2022 et 16 juin 2023, le mot " cinq " est remplacé par le mot " six ".
Art. 78. In artikel 9.3.7 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juli 2022, wordt het woord "vijf" telkens vervangen door het woord "zes".
Art. 78. Dans l'article 9.3.7 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 juillet 2022, le mot " cinq " est chaque fois remplacé par le mot " six ".
Art. 79. Aan titel IX van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk IV, dat bestaat uit artikel 9.4.1 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk IV. Gebouwautomatisering en -controlesystemenArt. 9.4.1. De eisen, vermeld in artikel 11.1/1.2 van het Energiedecreet van 8 mei 2009, zijn niet van toepassing op gebouwen die beschikken over maar één van de volgende drie installaties:
  1° ruimteverwarming;
  2° ruimtekoeling;
  3° ventilatie.".
Art. 79. Le titre IX du même arrêté est complété par un chapitre IV, comprenant l'article 9.4.1, rédigé comme suit :
  " Chapitre IV. Systèmes d'automatisation et de contrôle des bâtimentsArt. 9.4.1. Les exigences visées à l'article 11.1/1.2 du Décret Energie du 8 mai 2009 ne s'appliquent pas aux bâtiments qui ne disposent que d'une des trois installations suivantes :
  1° chauffage de locaux ;
  2° refroidissement de locaux ;
  3° ventilation. ".
Art. 80. In artikel 10.1.1, § 4/1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt het woord "installaties" vervangen door het woord "afnamepunten";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als voor een afnamepunt een melding aan het VEKA is gedaan conform het eerste of tweede lid, wordt in de drie volgende kalenderjaren bij de rapportering die gebeurt met toepassing van deze paragraaf, opnieuw het elektriciteitsverbruik van hetzelfde afnamepunt in het voorafgaande kalenderjaar aan het VEKA gemeld. Voor afnamepunten waarop in het kalenderjaar 2021, 2022 of 2023 over de drempel van 250 MWh, vermeld in het eerste lid, is gegaan, wordt het elektriciteitsverbruik in 2023 en 2024 aanvullend opgenomen in de rapportering in het jaar 2026.".
Art. 80. A l'article 10.1.1, § 4/1, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'alinéa 2, le mot " installations " est remplacé par les mots " points de prélèvement ".
  2° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Si une notification a été faite à la VEKA pour un point de prélèvement conformément à l'alinéa 1er ou 2, la consommation d'électricité du même point de prélèvement au cours de l'année civile précédente est à nouveau notifiée à la VEKA dans les trois années civiles suivantes lors du rapport établi en application du présent paragraphe. Pour les points de prélèvement auxquels, au cours des années civiles 2021, 2022 ou 2023, le seuil de 250 MWh visé à l'alinéa 1er a été dépassé, la consommation d'électricité en 2023 et 2024 sera également incluse dans le rapport de l'année 2026. ".
Art. 81. In artikel 11.1.1, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 september 2019, 9 oktober 2020, 11 december 2020 en 9 juli 2021, wordt de zin "De exameninstellingen, vermeld in artikel 8.7.1, bezorgen het VEKA uiterlijk een week na afloop van het examen elektronisch een lijst met de geslaagde en niet-geslaagde kandidaten." opgeheven.
Art. 81. Dans l'article 11.1.1, § 2, du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 septembre 2019, 9 octobre 2020, 11 décembre 2020 et 9 juillet 2021, la phrase " Au plus tard une semaine après la fin des examens, les instituts d'examen, visés à l'article 8.7.1 remettent à la VEKA par voie électronique une liste des candidats reçus et non reçus. " est abrogée.
Art. 82. In artikel 11.1.4, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 november 2013 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 en 11 december 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen de zinsnede "afdeling I," en de zinsnede "uit te voeren," wordt de zinsnede "en titel VII, hoofdstukken XVI en XVII," ingevoegd;
  2° tussen de zinsnede "afdeling I," en de zinsnede "op te sporen," wordt de zinsnede "en titel VII, hoofdstukken XVI en XVII," ingevoegd.
Art. 82. A l'article 11.1.4, alinéa 1er, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 novembre 2013 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 30 novembre 2018 et 11 décembre 2020, les modifications suivantes sont apportées :
  1° entre le membre de phrase " section Ire, " et les mots " et pour dépister ", est inséré le membre de phrase " et au titre VII, chapitres XVI et XVII, " ;
  2° entre le membre de phrase " section Ire " et le membre de phrase " . A cette fin ", est inséré le membre de phrase " et au titre VII, chapitres XVI et XVII ".
Art. 83. In bijlage V bij hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 december 2022 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 juni 2023 en 3 mei 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 10.6 wordt de zinsnede "bepaald volgens § 10.2.3" telkens vervangen door de zinsnede "voor de bepaling van het installatierendement, zoals hieronder bepaald";
  2° aan punt 10.6 wordt na het lid "Er moet gesommeerd worden over alle niet-preferente opwekkers k in de installatie." een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het opwekkingsrendement van de warmteopwekker voor de bepaling van het installatierendement, ηgen,heat,sec i, ηgen,heat,sec i, pref en ηgen,heat,sec i, npref k, wordt als volgt bepaald:
  - als de opwekker een WKK is, wordt het rendement gelijk gesteld aan εcogen,th + εcogen,elec;
  - voor alle andere types opwekkers wordt het rendement bepaald volgens paragraaf 10.2.3,
  waarin:
  εcogen,th het thermische omzettingsrendement van de WKK-installatie op de site, zoals bepaald in § A.2 van bijlage VI bij dit besluit (-);
  εcogen,elec het elektrisch omzettingsrendement van de WKK-installatie, zoals bepaald in § A.2 van bijlage VI bij dit besluit, (-).".
Art. 83. A l'annexe V du même arrêté, remplacée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 2 décembre 2022 et modifiée par les arrêtés du Gouvernement flamand des 16 juin 2023 et 3 mai 2024, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 10.6, le membre de phrase " , déterminé selon le § 10.2.3, " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " , pour la détermination du rendement d'installation, tel que déterminé ci-dessous, " ;
  2° dans le point 10.6, l'alinéa " Il convient d'additionner tous les producteurs non préférentiels k dans l'installation. " est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le rendement de production du producteur de chaleur pour la détermination du rendement d'installation, ηgen,heat,sec i, ηgen,heat,sec i, pref en ηgen,heat,sec i, npref k, est déterminé comme suit :
  - si le producteur est une installation de cogénération, le rendement est assimilé à εcogen,th + εcogen,elec ;
  - pour tous les autres types de producteurs, le rendement est déterminé selon le paragraphe 10.2.3,
  où :
  εcogen,th le rendement de conversion thermique de l'installation de cogénération sur le site, tel que déterminé au § A.2 de l'annexe VI au présent arrêté (-) ;
  εcogen,elec le rendement de conversion électrique de l'installation de cogénération, tel que déterminé au § A.2 de l'annexe VI au présent arrêté, (-). ".
HOOFDSTUK 5. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 19 november 2010 tot vaststelling van het Vlaams reglement inzake erkenningen met betrekking tot het leefmilieu
CHAPITRE 5. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 novembre 2010 établissant le règlement flamand en matière d'agréments relatifs à l'environnement
Art. 84. In artikel 6, 1°, f), van het VLAREL van 19 november 2010, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 84. Dans l'article 6, 1°, f), du VLAREL du 19 novembre 2010, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 85. In artikel 6, 4°, f), van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 85. Dans l'article 6, 4°, f), du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et remplacé par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 86. In artikel 13/1, 3°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021 en 24 juni 2022, wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 86. Dans l'article 13/1, 3°, du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 8 janvier 2021 et 24 juin 2022, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 87. In artikel 24/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 18 maart 2016 en 8 januari 2021, wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 87. Dans l'article 24/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 mars 2016 et 8 janvier 2021, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 88. In artikel 39/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, wordt de zinsnede "12 kW" telkens vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 88. Dans l'article 39/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, le membre de phrase " 12 kW " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 89. In artikel 43/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en het laatst gewijzigd bij besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2022, wordt de zinsnede "12 kW" telkens vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 89. Dans l'article 43/4 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2022, le membre de phrase " 12 kW " est chaque fois remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
Art. 90. Artikel 103/1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013, wordt opgeheven .
Art. 90. L'article 103/1 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013, est abrogé.
Art. 91. In bijlage 13 bij hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 1 maart 2013 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het opschrift wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW";
  2° in punt 7° wordt de zinsnede "12 kW" vervangen door de zinsnede "70 kW".
Art. 91. A l'annexe 13 du même arrêté, insérée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er mars 2013 et modifiée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 3 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
  1° dans l'intitulé, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW " ;
  2° dans le point 7°, le membre de phrase " 12 kW " est remplacé par le membre de phrase " 70 kW ".
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 september 2019 over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030
CHAPITRE 6. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019 relatif au système d'échange de quotas de gaz à effet de serre pour les installations fixes pour la période 2021-2030
Art. 92. In artikel 6 van het besluit van de Vlaamse Regering over verhandelbare emissierechten voor broeikasgassen voor vaste installaties voor de periode 2021-2030, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, wordt paragraaf 4 vervangen door wat volgt:
  " § 4. Het VEKA dient de lijst, vermeld in paragraaf 3, voor de periode van vijf jaar die op 1 januari 2021 ingaat, uiterlijk op 30 september 2019 in en nadien om de vijf jaar voor elke volgende periode van vijf jaar.".
Art. 92. Dans l'article 6 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 2019 relatif au système d'échange de quotas de gaz à effet de serre pour les installations fixes pour la période 2021-2030, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
  " § 4. La VEKA soumet la liste, visée au paragraphe 3, pour la période de cinq ans prenant cours le 1er janvier 2021, au plus tard le 30 septembre 2019, et ensuite tous les cinq ans pour chaque période suivante de cinq ans. ".
Art. 93. In artikel 70 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 december 2020, wordt de zinsnede "De Vlaamse minister bevoegd voor het leefmilieu en het waterbeleid," vervangen door de woorden "De minister".
Art. 93. Dans l'article 70 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 décembre 2020, les mots " Le ministre flamand chargé de l'environnement et de la politique de l'eau " sont remplacés par les mots " Le ministre ".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2023 tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de invoering van het centraal examen voor energiedeskundigen type A, en de versterking van de erkenningsregeling voor energiedeskundigen type A en type D
CHAPITRE 7. - Modification de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2023 modifiant l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010 en ce qui concerne l'introduction de l'examen central pour les experts en énergie de type A et le renforcement du règlement d'agrément pour les experts en énergie de type A et de type D
Art. 94. In artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 december 2023 tot wijziging van het Energiebesluit van 19 november 2010, wat betreft de invoering van het centraal examen voor energiedeskundigen type A, en de versterking van de erkenningsregeling voor energiedeskundigen type A en type D wordt de zinsnede "artikel 7 dat in werking treedt op een door de Vlaamse minister, bevoegd voor de energie, vast te stellen datum en ten vroegste op 1 juli 2026." vervangen door de zinsnede "artikel 7, dat in werking treedt op 1 januari 2030.".
Art. 94. Dans l'article 16 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 décembre 2023 modifiant l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010 en ce qui concerne l'introduction de l'examen central pour les experts en énergie de type A et le renforcement du règlement d'agrément pour les experts en énergie de type A et de type D, le membre de phrase " l'article 7 qui entre en vigueur à une date à fixer par le ministre flamand ayant l'énergie dans ses attributions et au plus tôt le 1er juillet 2026 " est remplacé par le membre de phrase " l'article 7, qui entre en vigueur le 1er janvier 2030. ".
HOOFDSTUK 8. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions transitoires et finales
Art. 95. Artikel 6.4.1/3 van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht op 31 december 2025, blijft van toepassing op aanvragen die voor 1 januari 2026 zijn ingediend.
  Artikel 6.4.1/5/2, § 3, van het Energiebesluit van 19 november 2010, zoals van kracht op 31 december 2025, blijft van toepassing op premies die voor 1 januari 2026 worden geactiveerd in overeenstemming met artikel 6.4.1/5/2, § 3, vijfde lid, van het Energiebesluit van 19 november 2010.
  Artikel 3, artikel 4, artikel 7, artikel 8, artikel 39, artikel 40, artikel 42, artikel 57, artikel 58, artikel 59, artikel 60, artikel 74, artikel 75, artikel 76, artikel 77, artikel 78 en artikel 84 tot en met 91 treden in werking op 1 januari 2026.
  Artikel 14, 3°, 4° en 6°, treedt in werking op 1 april 2026.
  Artikel 14, 5°, is van toepassing op alle netgebruikers waarbij op de datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen digitale meter is geplaatst, inclusief netgebruikers met een extra meetinrichting voor de registratie van het verbruik aan uitsluitend nachttarief die nog steeds in gebruik is, met een decentrale productie-installatie met een maximaal AC-vermogen van 10kVA die is aangemeld voor 31 december 2020, waarbij op datum van inwerkingtreding van dit besluit nog geen digitale meter is geplaatst.
  Artikel 46, 3°, artikel 48, 2°, artikel 50, 4° en artikel 52, 2° treden in werking op een datum die de minister, bevoegd voor de energie, vaststelt.
  Artikel 83 is uitsluitend van toepassing op dossiers waarvoor de melding wordt gedaan, of de aanvraag van een omgevingsvergunning voor stedenbouwkundige handelingen wordt ingediend vanaf 1 januari 2026.
Art. 95. L'article 6.4.1/3 de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2025, reste d'application aux demandes introduites avant le 1er janvier 2026.
  L'article 6.4.1/5/2, § 3, de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010, tel qu'en vigueur le 31 décembre 2025, reste d'application aux primes qui sont activées avant le 1er janvier 2026 conformément à l'article 6.4.1/5/2, § 3, alinéa 5, de l'arrêté relatif à l'Energie du 19 novembre 2010.
  L'article 3, l'article 4, l'article 7, l'article 8, l'article 39, l'article 40, l'article 42, l'article 57, l'article 58, l'article 59, l'article 60, l'article 74, l'article 75, l'article 76, l'article 77, l'article 78 et les articles 84 à 91 entrent en vigueur le 1er janvier 2026.
  L'article 14, 3°, 4° et 6°, entre en vigueur le 1er avril 2026.
  L'article 14, 5°, s'applique à tous les utilisateurs du réseau pour lesquels aucun compteur numérique n'a encore été installé à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, y compris les utilisateurs du réseau disposant d'un dispositif de mesurage supplémentaire pour l'enregistrement de la consommation au tarif de nuit uniquement, qui est toujours en service, avec une installation de production décentralisée d'une puissance AC maximale de 10 kVA, qui a été notifiée avant le 31 décembre 2020, et pour lesquels aucun compteur numérique n'a encore été installé à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté.
  L'article 46, 3°, l'article 48, 2°, l'article 50, 4°, et l'article 52, 2°, entrent en vigueur à une date à fixer par le ministre qui a l'énergie dans ses attributions.
  L'article 83 s'applique uniquement aux dossiers pour lesquels la notification est faite, ou la demande d'un permis d'environnement pour actes urbanistiques est introduite à partir du 1er janvier 2026.
Art. 96. De Vlaamse minister, bevoegd voor de energie en het klimaat, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 96. Le ministre flamand compétent pour l'énergie et le climat, est chargé de l'exécution du présent arrêté.