Artikel 1. § 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
§ 2. Boek II van deze wet beoogt de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, met inbegrip van de omzetting van de wijzigingen die door deze verordening worden aangebracht in Richtlijn 2013/36/EU.
In het bijzonder, en onverminderd de opdracht die aan de FSMA is toevertrouwd krachtens artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, bepaalt boek II welke autoriteiten bevoegd zijn voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Titels II, III, IV, V en VI van de genoemde verordening en regelt de toepassingsmodaliteiten van deze bepalingen, met name de samenwerking tussen de autoriteiten en de interactie met de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de entiteiten die gemachtigd zijn om de in de voormelde Titels II, III, IV, V en VI bedoelde activiteiten uit te oefenen.
§ 3. Boek II van deze wet beoogt ook de tenuitvoerlegging van Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849, met inbegrip van de omzetting van de wijzigingen die door deze verordening worden aangebracht in Richtlijn (EU) 2015/849.
§ 4. Boek III van deze wet strekt ertoe Richtlijn (EU) 2024/790 van het Europees Parlement en de Raad van 28 februari 2024 tot wijziging van Richtlijn 2014/65/EU betreffende markten voor financiële instrumenten in Belgisch recht om te zetten.
§ 5. Titel IV van boek V voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2024/1640 betreffende de door de lidstaten in te stellen mechanismen ter voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2019/1937 en tot wijziging en intrekking van Richtlijn (EU) 2015/849.
§ 6. De Titels IV en VIII van boek V voorzien in de uitvoering van Verordening (EU) 2024/886 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 260/2012 en (EU) 2021/1230 en Richtlijnen 98/26/EG en (EU) 2015/2366 wat betreft instantovermakingen in euro's.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 DECEMBER 2025. - Wet tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) 1093/2010 en (EU) 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, en van verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 en houdende diverse financiële bepalingen
Titre
11 DECEMBRE 2025. - Loi mettant en oeuvre le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) 1093/2010 et (UE) 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, et le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849 et portant des dispositions financières diverses
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
BOEK II. - UITVOERING VAN VERORDENING (EU) 2023...
TITEL I. - INLEIDENDE BEPALINGEN
TITEL II. - AANBIEDINGEN AAN HET PUBLIEK EN VER...
TITEL III. - ACTIVAGERELATEERDE TOKENS (ASSET-R...
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten
HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen v...
HOOFDSTUK III. - Aanbieding aan het publiek of ...
Afdeling I. - Interventie door de Bank
Afdeling II. - Aspecten betreffende de kredieti...
HOOFDSTUK IV. - Aanbieding aan het publiek of v...
TITEL IV. - E-MONEYTOKENS
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteit
HOOFDSTUK II. - Aanbiedingen aan het publiek of...
TITEL V. - AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN ...
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten
HOOFDSTUK II. - Entiteiten die onder de bevoegd...
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60...
Afdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderw...
HOOFDSTUK III. - Entiteiten die onder de bevoeg...
Afdeling I. - Entiteiten die aan een toezichtss...
Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Onderafdeling II. - Entiteiten bedoeld in artik...
Onderafdeling III. - Aan een toezichtsstatuut o...
Afdeling II. - In artikel 59 van Verordening 20...
Onderafdeling I. - Vergunning
Onderafdeling II. - Doorlopend toezicht
TITEL VI. - VOORKOMING VAN EN VERBOD OP MARKTMI...
TITEL VII. - SAMENWERKING
HOOFDSTUK I. - Nationale samenwerking
HOOFDSTUK II. - Internationale samenwerking
TITEL VIII. - HERSTELMAATREGELEN EN SANCTIES
HOOFDSTUK I. - Maatregelen en sancties opgelegd...
HOOFDSTUK II. - Maatregelen en sancties opgeleg...
TITEL IX. - STRAFRECHTELIJKE EN BURGERRECHTELIJ...
TITEL X. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 22 fe...
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 2 au...
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 3 a...
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 19 a...
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 25 ap...
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 25 o...
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 18 ...
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van de wet van 21...
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van de wet van 11 m...
HOOFDSTUK X. - Wijzigingen van de wet van 11 ju...
HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van de wet van 20 j...
HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen van het Wetboek va...
BOEK III. - OMZETTING VAN DE RICHTLIJN (EU) 202...
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTU...
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 25 OKTOB...
TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVE...
BOEK IV. - BEPALINGEN OVER DE DIENST VOOR BEMID...
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTU...
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 MAART...
TITEL III. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 21 DECEMB...
TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 4 APRIL ...
TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN HET GERECHTELIJK WET...
BOEK V. - DIVERSE BEPALINGEN
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 AUGUST...
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUST...
TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 1 APRIL...
TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 18 SEPTE...
TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMB...
TITEL VI. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 JULI ...
TITEL VII. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 APRI...
TITEL VIII. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN E...
TITEL IX. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN VEN...
BOEK VI. - OPHEFFINGSBEPALING
Inhoud
LIVRE II. - MISE EN OEUVRE DU REGLEMENT (UE) 20...
TITRE Ier. - DISPOSITIONS INTRODUCTIVES
TITRE II. - OFFRES AU PUBLIC ET DEMANDES D'ADMI...
TITRE III. - JETONS SE REFERANT A UN OU DES ACT...
CHAPITRE Ier. - Autorités compétentes
CHAPITRE II. - Dispositions communes à l'offre ...
CHAPITRE III. - Offre au public ou demande d'ad...
Section Ire. - Intervention de la Banque
Section II. - Aspects relatifs à l'établissemen...
CHAPITRE IV. - Offre au public ou demande d'adm...
TITRE IV. - JETONS DE MONNAIE ELECTRONIQUE (E-M...
CHAPITRE Ier. - Autorité compétente
CHAPITRE II. - Offre au public ou demande d'adm...
TITRE V. - PRESTATAIRES DE SERVICES SUR CRYPTO-...
CHAPITRE Ier. - Autorités compétentes
CHAPITRE II. - Entités relevant de la compétenc...
Section Ier. - Dispositions communes
Section II. - Entités visées par l'article 60 d...
Section III. - Entités soumises à un statut de ...
CHAPITRE III. - Entités relevant de la compéten...
Section Ier. - Entités soumises par ailleurs à ...
Sous-section Ier. - Dispositions communes
Sous-section II. - Entités visées par l'article...
Sous-section III. - Entités soumises à un statu...
Section II. - Entités visées par l'article 59 d...
Sous-section Ier. - Agrément
Sous-section II. - Contrôle continu
TITRE VI. - PREVENTION ET INTERDICTION DES ABUS...
TITRE VII. - COOPERATION
CHAPITRE Ier. - Coopération nationale
CHAPITRE II. - Coopération internationale
TITRE VIII. - MESURES DE REDRESSEMENT ET SANCTIONS
CHAPITRE Ier. - Mesures et sanctions adoptées p...
CHAPITRE II. - Mesures et sanctions adoptées pa...
TITRE IX. - DISPOSITIONS PENALES ET SANCTIONS C...
TITRE X. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
CHAPITRE Ier. - Modifications de la loi du 22 f...
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 2 aoû...
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 3 ao...
CHAPITRE IV. - Modifications de la loi du 19 av...
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 25 avr...
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 25 oc...
CHAPITRE VII. - Modification de la loi du 18 se...
CHAPITRE VIII. - Modifications de la loi du 21 ...
CHAPITRE IX. - Modifications de la loi du 11 ma...
CHAPITRE X. - Modification de la loi du 11 juil...
CHAPITRE XI. - Modification de la loi du 20 jui...
CHAPITRE XII. - Modifications au Code de droit ...
LIVRE III. - TRANSPOSITION DE LA DIRECTIVE (UE)...
TITRE Ier. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 2 AOUT ...
TITRE II. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 25 OCTOB...
TITRE III. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 21 NOVE...
LIVRE IV. - DISPOSITIONS RELATIVES AU SERVICE D...
TITRE Ier. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 2 AOUT ...
TITRE II. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 22 MARS ...
TITRE III. - MODIFICATION DE LA LOI DU 21 DECEM...
TITRE IV. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 4 AVRIL ...
TITRE V. - MODIFICATIONS DU CODE JUDICIAIRE
LIVRE V. - DISPOSITIONS DIVERSES
TITRE Ier. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 11 AOUT...
TITRE II. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 2 AOUT 2...
TITRE III. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 1er AVR...
TITRE IV. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 18 SEPTE...
TITRE V. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 21 NOVEMB...
TITRE VI. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 11 JUILL...
TITRE VII. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 22 AVRI...
TITRE VIII. - MODIFICATIONS DU CODE DE DROIT EC...
TITRE IX. - MODIFICATIONS DU CODE DES SOCIETES ...
LIVRE VI. - DISPOSITION ABROGATOIRE
Tekst (238)
Texte (238)
Article 1er. § 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
§ 2. Le livre II de la présente loi assure la mise en oeuvre du règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, en ce compris la transposition des modifications apportées à la directive 2013/36/UE par ledit règlement.
En particulier et sans préjudice de la mission qui incombe à la FSMA en application de l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, le livre II désigne les autorités compétentes pour l'application et le contrôle du respect des dispositions des Titres II, III, IV, V et VI dudit règlement et règle les modalités d'application de ces dispositions, notamment la coopération entre autorités et les interactions avec les lois de contrôle sectorielles applicables aux entités autorisées à exercer les activités visées par lesdits Titres II, III, IV, V et VI.
§ 3. Le livre II de la présente loi assure également la mise en oeuvre du règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849, en ce compris la transposition des modifications apportées à la directive (UE) 2015/849 par ledit règlement.
§ 4. Le livre III de la présente loi vise à assurer la transposition de la directive (UE) 2024/790 du Parlement Européen et du Conseil du 28 février 2024 modifiant la directive 2014/65/UE concernant les marchés d'instruments financiers.
§ 5. Le titre IV du livre V prévoit la transposition partielle de la directive (UE) 2024/1640 relative aux mécanismes à mettre en place par les Etats membres pour prévenir l'utilisation du système financier aux fins de blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, modifiant la directive (UE) 2019/1937, et modifiant et abrogeant la directive (UE) 2015/849.
§ 6. Les titres IV et VIII du livre V exécutent le règlement (UE) 2024/886 du Parlement européen et du Conseil du 13 mars 2024 modifiant les règlements (UE) n° 260/2012 et (UE) 2021/1230 et les directives 98/26/CE et (UE) 2015/2366 en ce qui concerne les virements instantanés en euros.
§ 2. Le livre II de la présente loi assure la mise en oeuvre du règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, en ce compris la transposition des modifications apportées à la directive 2013/36/UE par ledit règlement.
En particulier et sans préjudice de la mission qui incombe à la FSMA en application de l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, le livre II désigne les autorités compétentes pour l'application et le contrôle du respect des dispositions des Titres II, III, IV, V et VI dudit règlement et règle les modalités d'application de ces dispositions, notamment la coopération entre autorités et les interactions avec les lois de contrôle sectorielles applicables aux entités autorisées à exercer les activités visées par lesdits Titres II, III, IV, V et VI.
§ 3. Le livre II de la présente loi assure également la mise en oeuvre du règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849, en ce compris la transposition des modifications apportées à la directive (UE) 2015/849 par ledit règlement.
§ 4. Le livre III de la présente loi vise à assurer la transposition de la directive (UE) 2024/790 du Parlement Européen et du Conseil du 28 février 2024 modifiant la directive 2014/65/UE concernant les marchés d'instruments financiers.
§ 5. Le titre IV du livre V prévoit la transposition partielle de la directive (UE) 2024/1640 relative aux mécanismes à mettre en place par les Etats membres pour prévenir l'utilisation du système financier aux fins de blanchiment de capitaux ou du financement du terrorisme, modifiant la directive (UE) 2019/1937, et modifiant et abrogeant la directive (UE) 2015/849.
§ 6. Les titres IV et VIII du livre V exécutent le règlement (UE) 2024/886 du Parlement européen et du Conseil du 13 mars 2024 modifiant les règlements (UE) n° 260/2012 et (UE) 2021/1230 et les directives 98/26/CE et (UE) 2015/2366 en ce qui concerne les virements instantanés en euros.
BOEK II. - UITVOERING VAN VERORDENING (EU) 2023/1114 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 31 MEI 2023 BETREFFENDE CRYPTOACTIVAMARKTEN EN TOT WIJZIGING VAN VERORDENINGEN (EU) 1093/2010 EN (EU) 1095/2010 EN RICHTLIJNEN 2013/36/EU EN (EU) 2019/1937, EN VAN VERORDENING (EU) 2023/1113 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 31 MEI 2023 BETREFFENDE BIJ GELDOVERMAKINGEN EN OVERDRACHTEN VAN BEPAALDE CRYPTOACTIVA TE VOEGEN INFORMATIE EN TOT WIJZIGING VAN RICHTLIJN (EU) 2015/849
LIVRE II. - MISE EN OEUVRE DU REGLEMENT (UE) 2023/1114 DU PARLEMENT EUROPEEN ET DU CONSEIL DU 31 MAI 2023 SUR LES MARCHES DE CRYPTO-ACTIFS, ET MODIFIANT LES REGLEMENTS (UE) 1093/2010 ET (UE) 1095/2010 ET LES DIRECTIVES 2013/36/UE ET (UE) 2019/1937, ET LE REGLEMENT (UE) 2023/1113 DU PARLEMENT EUROPEEN ET DU CONSEIL DU 31 MAI 2023 SUR LES INFORMATIONS ACCOMPAGNANT LES TRANSFERTS DE FONDS ET DE CERTAINS CRYPTO-ACTIFS, ET MODIFIANT LA DIRECTIVE (UE) 2015/849
TITEL I. - INLEIDENDE BEPALINGEN
TITRE Ier. - DISPOSITIONS INTRODUCTIVES
Art. 2. Voor de toepassing van dit boek en zijn uitvoeringsbesluiten en -reglementen wordt verstaan onder:
1° de Nationale Bank van België: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, hierna "de Bank" genoemd;
2° de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten: de instelling bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, hierna "de FSMA" genoemd;
3° de FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, kmo, Middenstand en Energie;
4° Verordening 2023/1114: Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU)nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
5° Verordening nr. 1093/2010: Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
6° Verordening nr. 1095/2010: Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie;
7° SSM-verordening: Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;
8° Richtlijn 2013/34/EU: Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;
9° bankwet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
10° wet van 11 maart 2018: de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;
11° wet van 20 juli 2022: de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen;
12° bijzonder mechanisme: een procedé dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
a) het heeft als doel of gevolg fiscale fraude door derden mogelijk te maken of te bevorderen;
b) het initiatief ertoe wordt door de uitgever zelf genomen of de uitgever neemt er duidelijk actief aan deel, of het is het gevolg van een grove nalatigheid van de uitgever;
c) het bestaat uit een reeks gedragingen of onthoudingen;
d) het heeft een bijzonder karakter, wat betekent dat de uitgever weet of zou moeten weten dat het mechanisme afwijkt van de normen en de normale praktijken inzake bancaire en financiële verrichtingen;
13° Verordening 2023/1113: Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;
14° wet van 2 augustus 2002: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
1° de Nationale Bank van België: de instelling bedoeld in de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, hierna "de Bank" genoemd;
2° de Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten: de instelling bedoeld in artikel 44 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, hierna "de FSMA" genoemd;
3° de FOD Economie: de Federale Overheidsdienst Economie, kmo, Middenstand en Energie;
4° Verordening 2023/1114: Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU)nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
5° Verordening nr. 1093/2010: Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Bankautoriteit), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/78/EG van de Commissie;
6° Verordening nr. 1095/2010: Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2010 tot oprichting van een Europese toezichthoudende autoriteit (Europese Autoriteit voor effecten en markten), tot wijziging van Besluit nr. 716/2009/EG en tot intrekking van Besluit 2009/77/EG van de Commissie;
7° SSM-verordening: Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen;
8° Richtlijn 2013/34/EU: Richtlijn 2013/34/EU van het Europees Parlement en van de Raad van 26 juni 2013 betreffende de jaarlijkse financiële overzichten, geconsolideerde financiële overzichten en aanverwante verslagen van bepaalde ondernemingsvormen, tot wijziging van Richtlijn 2006/43/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijnen 78/660/EEG en 83/349/EEG van de Raad;
9° bankwet: de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
10° wet van 11 maart 2018: de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;
11° wet van 20 juli 2022: de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen;
12° bijzonder mechanisme: een procedé dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden voldoet:
a) het heeft als doel of gevolg fiscale fraude door derden mogelijk te maken of te bevorderen;
b) het initiatief ertoe wordt door de uitgever zelf genomen of de uitgever neemt er duidelijk actief aan deel, of het is het gevolg van een grove nalatigheid van de uitgever;
c) het bestaat uit een reeks gedragingen of onthoudingen;
d) het heeft een bijzonder karakter, wat betekent dat de uitgever weet of zou moeten weten dat het mechanisme afwijkt van de normen en de normale praktijken inzake bancaire en financiële verrichtingen;
13° Verordening 2023/1113: Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;
14° wet van 2 augustus 2002: de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
Art. 2. Pour l'application du présent livre et des arrêtés et règlements pris pour son exécution, il y a lieu d'entendre par :
1° la Banque nationale de Belgique, l'organisme visé par la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, ci-après désignée "la Banque" ;
2° l'Autorité des services et marchés financiers, l'organisme visé à l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, ci-après désignée "la FSMA" ;
3° le SPF Economie, le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
4° Règlement 2023/1114, le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937 ;
5° Règlement n° 1093/2010, le règlement (UE) N° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/78/CE de la Commission ;
6° Règlement n° 1095/2000, le règlement (UE) N° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des marchés financiers), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/77/CE de la Commission ;
7° Règlement MSU, le règlement (UE) n° 1024/2013 du Conseil du 15 octobre 2013 confiant à la Banque centrale européenne des missions spécifiques ayant trait aux politiques en matière de contrôle prudentiel des établissements de crédit ;
8° Directive 2013/34/UE, la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 relative aux états financiers annuels, aux états financiers consolidés et aux rapports y afférents de certaines formes d'entreprises, modifiant la directive 2006/43/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant les directives 78/660/CEE et 83/349/CEE du Conseil ;
9° loi bancaire, la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit;
10° loi du 11 mars 2018, la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement ;
11° loi du 20 juillet 2022, la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse ;
12° mécanisme particulier, un procédé qui remplit cumulativement les conditions suivantes :
a) il a pour but ou pour effet de rendre possible ou de favoriser la fraude fiscale par des tiers ;
b) son initiative procède de l'émetteur lui-même ou implique de toute évidence la coopération active de l'émetteur ou, encore, procède d'une négligence manifeste de l'émetteur ;
c) il implique un ensemble de comportements ou d'omissions ;
d) il présente un caractère particulier, c'est-à-dire que l'émetteur sait ou devrait savoir que le mécanisme s'écarte des normes et des usages normaux en matière d'opérations bancaires et financière ;
13° Règlement 2023/1113: le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849 ;
14° Loi du 2 août 2002: la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.
1° la Banque nationale de Belgique, l'organisme visé par la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, ci-après désignée "la Banque" ;
2° l'Autorité des services et marchés financiers, l'organisme visé à l'article 44 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, ci-après désignée "la FSMA" ;
3° le SPF Economie, le Service public fédéral Economie, P.M.E., Classes moyennes et Energie;
4° Règlement 2023/1114, le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937 ;
5° Règlement n° 1093/2010, le règlement (UE) N° 1093/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité bancaire européenne), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/78/CE de la Commission ;
6° Règlement n° 1095/2000, le règlement (UE) N° 1095/2010 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2010 instituant une Autorité européenne de surveillance (Autorité européenne des marchés financiers), modifiant la décision n° 716/2009/CE et abrogeant la décision 2009/77/CE de la Commission ;
7° Règlement MSU, le règlement (UE) n° 1024/2013 du Conseil du 15 octobre 2013 confiant à la Banque centrale européenne des missions spécifiques ayant trait aux politiques en matière de contrôle prudentiel des établissements de crédit ;
8° Directive 2013/34/UE, la directive 2013/34/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 relative aux états financiers annuels, aux états financiers consolidés et aux rapports y afférents de certaines formes d'entreprises, modifiant la directive 2006/43/CE du Parlement européen et du Conseil et abrogeant les directives 78/660/CEE et 83/349/CEE du Conseil ;
9° loi bancaire, la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit;
10° loi du 11 mars 2018, la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement ;
11° loi du 20 juillet 2022, la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse ;
12° mécanisme particulier, un procédé qui remplit cumulativement les conditions suivantes :
a) il a pour but ou pour effet de rendre possible ou de favoriser la fraude fiscale par des tiers ;
b) son initiative procède de l'émetteur lui-même ou implique de toute évidence la coopération active de l'émetteur ou, encore, procède d'une négligence manifeste de l'émetteur ;
c) il implique un ensemble de comportements ou d'omissions ;
d) il présente un caractère particulier, c'est-à-dire que l'émetteur sait ou devrait savoir que le mécanisme s'écarte des normes et des usages normaux en matière d'opérations bancaires et financière ;
13° Règlement 2023/1113: le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849 ;
14° Loi du 2 août 2002: la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.
TITEL II. - AANBIEDINGEN AAN HET PUBLIEK EN VERZOEKEN OM TOELATING TOT DE HANDEL VAN ANDERE CRYPTOACTIVA DAN ACTIVAGERELATEERDE TOKENS OF E-MONEYTOKENS
TITRE II. - OFFRES AU PUBLIC ET DEMANDES D'ADMISSION A LA NEGOCIATION DE CRYPTO-ACTIFS AUTRES QUE DES JETONS SE REFERANT A UN OU DES ACTIFS OU QUE DES JETONS DE MONNAIE ELECTRONIQUE
Art. 3. De FSMA is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114. Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van deze bepalingen kan de FSMA de in artikel 94 van die verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
Wanneer de aanbieder van cryptoactiva een instelling is die aan het toezicht van de Europese Centrale Bank of van de Bank is onderworpen, informeert de FSMA laatstgenoemde over de kennisgeving van een cryptoactivawitboek door de aanbieder conform artikel 8 van de Verordening 2023/1114.
Onverminderd het eerste lid en met het oog op de uitvoering van haar opdrachten, kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar in het eerste lid bedoelde opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114:
1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
Wanneer de aanbieder van cryptoactiva een instelling is die aan het toezicht van de Europese Centrale Bank of van de Bank is onderworpen, informeert de FSMA laatstgenoemde over de kennisgeving van een cryptoactivawitboek door de aanbieder conform artikel 8 van de Verordening 2023/1114.
Onverminderd het eerste lid en met het oog op de uitvoering van haar opdrachten, kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar in het eerste lid bedoelde opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114:
1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
Art. 3. La FSMA est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions du Titre II du règlement 2023/1114. Pour l'application et le contrôle du respect de ces dispositions, la FSMA peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94 dudit Règlement.
Lorsque l'offreur des crypto-actifs est un établissement soumis à la supervision de la Banque centrale européenne ou de la Banque, la FSMA informe cette dernière de la notification par l'offreur d'un livre blanc conformément à l'article 8 du règlement 2023/1114.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, aux fins de s'acquitter de ses missions, la FSMA peut dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre II du règlement 2023/1114 visée à l'alinéa 1er :
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues auxdits articles.
Lorsque l'offreur des crypto-actifs est un établissement soumis à la supervision de la Banque centrale européenne ou de la Banque, la FSMA informe cette dernière de la notification par l'offreur d'un livre blanc conformément à l'article 8 du règlement 2023/1114.
Sans préjudice de l'alinéa 1er, aux fins de s'acquitter de ses missions, la FSMA peut dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre II du règlement 2023/1114 visée à l'alinéa 1er :
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues auxdits articles.
TITEL III. - ACTIVAGERELATEERDE TOKENS (ASSET-REFERENCED TOKENS)
TITRE III. - JETONS SE REFERANT A UN OU DES ACTIFS (ASSET-REFERENCED TOKENS)
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten
CHAPITRE Ier. - Autorités compétentes
Art. 4. § 1. De Bank is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van titel III van Verordening 2023/1114. Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van deze bepalingen kan de Bank de in artikel 94 van die verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de FSMA de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 27 tot en met 29, 31 en 32 van Verordening 2023/1114.
Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen in het eerste lid door een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van een activagerelateerde token als bedoeld in titel III van Verordening 2023/1114, kan de FSMA de in artikel 94 van dezelfde verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
Naast de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar in het eerste lid bedoelde opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van titel III van Verordening 2023/1114:
1° de in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
2° de in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde bevoegdheden uitoefenen volgens de in die artikelen vastgelegde modaliteiten.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de FSMA de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 27 tot en met 29, 31 en 32 van Verordening 2023/1114.
Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen in het eerste lid door een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van een activagerelateerde token als bedoeld in titel III van Verordening 2023/1114, kan de FSMA de in artikel 94 van dezelfde verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
Naast de in het tweede lid bedoelde bevoegdheden kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar in het eerste lid bedoelde opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van titel III van Verordening 2023/1114:
1° de in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;
2° de in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 bedoelde bevoegdheden uitoefenen volgens de in die artikelen vastgelegde modaliteiten.
Art. 4. § 1er. La Banque est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions du Titre III du règlement 2023/1114. Pour l'application et le contrôle du respect de ces dispositions, la Banque peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la FSMA est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des articles 27 à 29, 31 et 32 du règlement 2023/1114.
Pour l'application et le contrôle du respect des dispositions visées à l'alinéa 1er par un offreur ou une personne ayant demandé l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs visé au Titre III du règlement 2023/1114, la FSMA peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94 du même Règlement.
Outre les pouvoirs visés à l'alinéa 2, la FSMA peut, dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre III du règlement 2023/1114 visée à l'alinéa 1er :
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues auxdits articles.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, la FSMA est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des articles 27 à 29, 31 et 32 du règlement 2023/1114.
Pour l'application et le contrôle du respect des dispositions visées à l'alinéa 1er par un offreur ou une personne ayant demandé l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs visé au Titre III du règlement 2023/1114, la FSMA peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94 du même Règlement.
Outre les pouvoirs visés à l'alinéa 2, la FSMA peut, dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre III du règlement 2023/1114 visée à l'alinéa 1er :
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues auxdits articles.
HOOFDSTUK II. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de aanbieding aan het publiek of het verzoek om toelating tot de handel door een kredietinstelling of door een entiteit die niet de hoedanigheid van kredietinstelling heeft - Advies van de FSMA
CHAPITRE II. - Dispositions communes à l'offre au public ou à la demande d'admission à la négociation par un établissement de crédit ou par une entité n'ayant pas la qualité d'établissement de crédit - Avis de la FSMA
Art. 5. § 1. Wanneer een dossier als bedoeld in artikel 17, lid 1, van Verordening 2023/1114 of een vergunningsaanvraag als bedoeld in artikel 18 van die verordening bij de Bank wordt ingediend, spreekt de Bank zich uit op basis van een advies van de FSMA, dat betrekking heeft op de volgende aspecten:
1° of de betrokken aanbieding kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, punt 12), van Verordening 2023/1114, zoals nader ingevuld krachtens lid 2 van dat artikel, om te bevestigen dat de aanbieding binnen het toepassingsgebied van Titel III van die verordening valt;
2° of het juridisch advies als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), ii), eerste streepje, en artikel 18, lid 2, punt e), i), van Verordening 2023/1114 naar behoren gemotiveerd is, in die zin dat het advies bevestigt dat de activagerelateerde tokens niet als financiële instrumenten in de zin van artikel 3, lid 1, punt 49), van die verordening kunnen worden aangemerkt;
3° of de beleidslijnen en procedures als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), iv), en artikel 18, lid 2, punten l) en q), van Verordening 2023/1114 betreffende de behandeling van klachten en belangenconflicten als bedoeld in respectievelijk de artikelen 31 en 32 van die verordening worden nageleefd; en
4° of het ontwerp van witboek voldoet aan de vereisten van artikel 19 van Verordening 2023/1114.
§ 2. Wanneer de Bank overeenkomstig artikel 25 van Verordening 2023/1114 in kennis wordt gesteld van een wijziging van het witboek, spreekt zij zich op advies van de FSMA uit over de overeenstemming van het gewijzigde ontwerp van witboek met de vereisten van artikel 19 van die verordening.
1° of de betrokken aanbieding kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, punt 12), van Verordening 2023/1114, zoals nader ingevuld krachtens lid 2 van dat artikel, om te bevestigen dat de aanbieding binnen het toepassingsgebied van Titel III van die verordening valt;
2° of het juridisch advies als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), ii), eerste streepje, en artikel 18, lid 2, punt e), i), van Verordening 2023/1114 naar behoren gemotiveerd is, in die zin dat het advies bevestigt dat de activagerelateerde tokens niet als financiële instrumenten in de zin van artikel 3, lid 1, punt 49), van die verordening kunnen worden aangemerkt;
3° of de beleidslijnen en procedures als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), iv), en artikel 18, lid 2, punten l) en q), van Verordening 2023/1114 betreffende de behandeling van klachten en belangenconflicten als bedoeld in respectievelijk de artikelen 31 en 32 van die verordening worden nageleefd; en
4° of het ontwerp van witboek voldoet aan de vereisten van artikel 19 van Verordening 2023/1114.
§ 2. Wanneer de Bank overeenkomstig artikel 25 van Verordening 2023/1114 in kennis wordt gesteld van een wijziging van het witboek, spreekt zij zich op advies van de FSMA uit over de overeenstemming van het gewijzigde ontwerp van witboek met de vereisten van artikel 19 van die verordening.
Art. 5. § 1er. Lorsqu'un dossier visé à l'article 17, paragraphe 1er du règlement 2023/1114 ou une demande d'agrément visée à l'article 18 dudit Règlement est notifié à la Banque, la Banque se prononce sur avis de la FSMA, lequel porte sur les aspects suivants :
1° le caractère public de l'offre concernée au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 12) du règlement 2023/1114, tel que précisé en vertu du paragraphe 2 dudit article et ce, afin de confirmer l'assujettissement de l'offre au champ d'application du Titre III dudit Règlement ;
2° le caractère dûment motivé de l'avis juridique visé aux articles 17, paragraphe 1er, b), ii), premier tiret et 18, paragraphe 2, e), i) du règlement 2023/1114, en ce que cet avis confirme que les jetons se référant à un ou des actifs ne répondent pas à la qualification d'instruments financiers au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 49) dudit Règlement ;
3° la conformité des politiques et des procédures visées aux articles 17, paragraphe 1er, b), iv), et 18, paragraphe 2, l) et q) du règlement 2023/1114, concernant le traitement des réclamations et les conflits d'intérêts respectivement prévues aux articles 31 et 32 dudit Règlement ; et
4° la conformité aux exigences de l'article 19 du règlement 2023/1114 du projet de livre blanc.
§ 2. Lorsqu'une modification du livre blanc lui est notifiée conformément à l'article 25 du règlement 2023/1114, la Banque se prononce sur avis de la FSMA sur la conformité aux exigences de l'article 19 dudit Règlement du projet de livre blanc modifié.
1° le caractère public de l'offre concernée au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 12) du règlement 2023/1114, tel que précisé en vertu du paragraphe 2 dudit article et ce, afin de confirmer l'assujettissement de l'offre au champ d'application du Titre III dudit Règlement ;
2° le caractère dûment motivé de l'avis juridique visé aux articles 17, paragraphe 1er, b), ii), premier tiret et 18, paragraphe 2, e), i) du règlement 2023/1114, en ce que cet avis confirme que les jetons se référant à un ou des actifs ne répondent pas à la qualification d'instruments financiers au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 49) dudit Règlement ;
3° la conformité des politiques et des procédures visées aux articles 17, paragraphe 1er, b), iv), et 18, paragraphe 2, l) et q) du règlement 2023/1114, concernant le traitement des réclamations et les conflits d'intérêts respectivement prévues aux articles 31 et 32 dudit Règlement ; et
4° la conformité aux exigences de l'article 19 du règlement 2023/1114 du projet de livre blanc.
§ 2. Lorsqu'une modification du livre blanc lui est notifiée conformément à l'article 25 du règlement 2023/1114, la Banque se prononce sur avis de la FSMA sur la conformité aux exigences de l'article 19 dudit Règlement du projet de livre blanc modifié.
Art. 6. § 1. Met het oog op het in artikel 5, § 1, 1° tot en met 3° bedoelde advies brengt de Bank de informatie die de uitgever haar overeenkomstig artikel 17, lid 1, of artikel 18 van Verordening 2023/1114 heeft meegedeeld, onmiddellijk na ontvangst ter kennis van de FSMA.
Met het oog op het in artikel 5, § 1, 4° bedoelde advies brengt de Bank de FSMA onverwijld op de hoogte van het ontwerp van witboek dat zij als volledig beschouwt en dat zij heeft meegedeeld aan de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, aan de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van Verordening 2023/1114.
§ 2. Met het oog op het in artikel 5, § 2, bedoelde advies brengt de Bank het gewijzigde ontwerp van witboek en de informatie die de uitgever haar overeenkomstig artikel 25, leden 1 en 2, van Verordening 2023/1114 heeft meegedeeld, onmiddellijk na ontvangst ter kennis van de FSMA.
§ 3. Wanneer de aanvragende uitgever een bijgewerkte versie van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde documenten ter kennis brengt van de Bank, deelt de Bank deze onmiddellijk na ontvangst mee aan de FSMA.
Met het oog op het in artikel 5, § 1, 4° bedoelde advies brengt de Bank de FSMA onverwijld op de hoogte van het ontwerp van witboek dat zij als volledig beschouwt en dat zij heeft meegedeeld aan de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, aan de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van Verordening 2023/1114.
§ 2. Met het oog op het in artikel 5, § 2, bedoelde advies brengt de Bank het gewijzigde ontwerp van witboek en de informatie die de uitgever haar overeenkomstig artikel 25, leden 1 en 2, van Verordening 2023/1114 heeft meegedeeld, onmiddellijk na ontvangst ter kennis van de FSMA.
§ 3. Wanneer de aanvragende uitgever een bijgewerkte versie van de in de paragrafen 1 en 2 bedoelde documenten ter kennis brengt van de Bank, deelt de Bank deze onmiddellijk na ontvangst mee aan de FSMA.
Art. 6. § 1er. Aux fins de l'avis visé à l'article 5, § 1er, 1° à 3°, dès leur réception, la Banque communique à la FSMA les éléments notifiés par l'émetteur à la Banque en application de l'article 17, paragraphe 1er ou de l'article 18 du règlement 2023/1114.
Aux fins de l'avis visé à l'article 5, § 1er, 4°, la Banque notifie sans délai à la FSMA le projet de livre blanc qu'elle a jugé complet et qu'elle a notifié à la Banque centrale européenne et, le cas échéant, à la Banque centrale visée à l'article 17, paragraphe 5, alinéa 1er du règlement 2023/1114.
§ 2. Aux fins de l'avis visé à l'article 5, § 2, dès leur réception, la Banque notifie à la FSMA le projet de livre blanc modifié et les informations notifiés par l'émetteur conformément à l'article 25, paragraphes 1er et 2 du règlement 2023/1114.
§ 3. Lorsqu'une version mise à jour des documents visés aux paragraphes 1er et 2 est notifiée par le candidat émetteur à la Banque, elle la communique dès réception à la FSMA.
Aux fins de l'avis visé à l'article 5, § 1er, 4°, la Banque notifie sans délai à la FSMA le projet de livre blanc qu'elle a jugé complet et qu'elle a notifié à la Banque centrale européenne et, le cas échéant, à la Banque centrale visée à l'article 17, paragraphe 5, alinéa 1er du règlement 2023/1114.
§ 2. Aux fins de l'avis visé à l'article 5, § 2, dès leur réception, la Banque notifie à la FSMA le projet de livre blanc modifié et les informations notifiés par l'émetteur conformément à l'article 25, paragraphes 1er et 2 du règlement 2023/1114.
§ 3. Lorsqu'une version mise à jour des documents visés aux paragraphes 1er et 2 est notifiée par le candidat émetteur à la Banque, elle la communique dès réception à la FSMA.
Art. 7. § 1. De FSMA brengt haar advies zo snel mogelijk uit, om de Bank in staat te stellen zich uit te spreken binnen de termijnen die worden opgelegd door Verordening 2023/1114, in het bijzonder door de artikelen 17 en 20, of door de technische regulerings- of uitvoeringsnormen die de Europese Bankautoriteit of de Europese Autoriteit voor effecten en markten krachtens deze verordening hebben vastgesteld, en uiterlijk binnen de uiterste termijn waarbinnen de Bank zich moet uitspreken krachtens voornoemde bepalingen, en volgens de bepalingen van het in artikel 38 bedoelde protocol.
Art. 7. § 1er. La FSMA communique son avis dans les meilleurs délais aux fins de permettre à la Banque de se prononcer dans le respect des délais prescrits par le règlement 2023/1114, en particulier par ses articles 17 et 20, ou par les normes techniques de réglementation ou d'exécution adoptées par l'Autorité bancaire européenne ou l'Autorité européenne des marchés financiers en vertu dudit Règlement, et au plus tard dans le délai ultime endéans lequel la Banque doit se prononcer en application des dispositions précitées, et selon les modalités précisées dans le protocole visé à l'article 38.
Art. 8. Het advies van de FSMA wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de Bank aan de betrokken aanvragende uitgever.
Het uitblijven van een advies binnen de in artikel 7 bepaalde uiterste termijn wordt geacht een positief advies in te houden wat betreft de naleving van de bepalingen van artikel 5, § 1, 2°, 3° en 4° en § 2 of wordt geacht een advies in te houden dat de aanbieding kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek wat betreft het in artikel 5, § 1, 1°, bedoelde aspect.
Het uitblijven van een advies binnen de in artikel 7 bepaalde uiterste termijn wordt geacht een positief advies in te houden wat betreft de naleving van de bepalingen van artikel 5, § 1, 2°, 3° en 4° en § 2 of wordt geacht een advies in te houden dat de aanbieding kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek wat betreft het in artikel 5, § 1, 1°, bedoelde aspect.
Art. 8. L'avis de la FSMA est joint à la notification de la décision de la Banque au candidat émetteur concerné.
En l'absence d'avis dans le délai ultime prévu à l'article 7, l'avis de la FSMA est réputé favorable quant au respect des dispositions visées à l'article 5, § 1er, 2°, 3° et 4° et § 2 ou, s'agissant de l'aspect visé à l'article 5, § 1er, 1°, être un avis selon lequel l'offre revêt un caractère public.
En l'absence d'avis dans le délai ultime prévu à l'article 7, l'avis de la FSMA est réputé favorable quant au respect des dispositions visées à l'article 5, § 1er, 2°, 3° et 4° et § 2 ou, s'agissant de l'aspect visé à l'article 5, § 1er, 1°, être un avis selon lequel l'offre revêt un caractère public.
HOOFDSTUK III. - Aanbieding aan het publiek of verzoek om toelating tot de handel door een kredietinstelling
CHAPITRE III. - Offre au public ou demande d'admission a la negociation par un etablissement de credit
Afdeling I. - Interventie door de Bank
Section Ire. - Intervention de la Banque
Art. 9. § 1. Onverminderd de vereisten van de bankwet, in het bijzonder de artikelen 18, 19, 21, 76 en 90, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld op grond van de Europese richtlijnen die door dit boek worden omgezet, en zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank uit hoofde van de SSM-verordening, onderzoekt de Bank het witboek en de kennisgeving die haar ingevolge artikel 17, lid 1, van Verordening 2023/1114 worden toegezonden en deelt haar beslissing omtrent de volledigheid daarvan binnen de termijn van 20 werkdagen als vermeld in lid 3, eerste alinea van dat artikel of in de krachtens artikel 17, lid 8, van die verordening vastgestelde technische reguleringsnormen mee aan de kredietinstelling, met vermelding van de tekortkomingen in de informatie die moeten worden verbeterd.
Indien de Bank na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken kredietinstelling de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat het witboek of de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij de kredietinstelling daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 17, lid 3, derde alinea, van Verordening 2023/114 mag de betrokken instelling in dat geval niet beginnen met het aanbieden aan het publiek van de activagerelateerde token, noch verzoeken om toelating tot de handel ervan.
Indien de Bank na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken kredietinstelling de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat het witboek of de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij de kredietinstelling daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 17, lid 3, derde alinea, van Verordening 2023/114 mag de betrokken instelling in dat geval niet beginnen met het aanbieden aan het publiek van de activagerelateerde token, noch verzoeken om toelating tot de handel ervan.
Art. 9. § 1er. Sans préjudice des exigences prévues par la loi bancaire, en particulier ses articles 18, 19, 21, 76 et 90 et par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ce livre assure la transposition et des compétences de la Banque centrale européenne en vertu du règlement MSU, la Banque examine le livre blanc et la notification qui lui sont adressés en application de l'article 17, paragraphe 1er du règlement 2023/1114 et notifie sa décision à l'établissement de crédit quant à la complétude de ceux-ci endéans le délai de 20 jours ouvrables prévu par le paragraphe 3, alinéa 1er dudit article ou par les normes techniques de réglementation adoptées en vertu de l'article 17, paragraphe 8 dudit Règlement, en précisant les aspects sur lesquels l'information est lacunaire et auxquels il doit être remédié.
Si au terme du délai fixé endéans lequel l'établissement de crédit concerné doit fournir les informations manquantes, la Banque constate que le livre blanc ou la notification est toujours incomplet, elle le notifie à l'établissement de crédit qui ne peut, conformément à l'article 17, paragraphe 3, alinéa 3 du règlement 2023/1114, commencer à offrir au public le jeton se référant à un ou des actifs ou en demander l'admission à la négociation.
Si au terme du délai fixé endéans lequel l'établissement de crédit concerné doit fournir les informations manquantes, la Banque constate que le livre blanc ou la notification est toujours incomplet, elle le notifie à l'établissement de crédit qui ne peut, conformément à l'article 17, paragraphe 3, alinéa 3 du règlement 2023/1114, commencer à offrir au public le jeton se référant à un ou des actifs ou en demander l'admission à la négociation.
Art. 10. § 1. Wanneer het ontwerp van witboek als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt a), van Verordening 2023/1114 en de informatie in het dossier als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), van die verordening door de Bank als volledig worden beschouwd, worden zij door haar meegedeeld aan de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, aan de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van die verordening, alsook aan de FSMA overeenkomstig artikel 6, § 1, tweede lid van deze wet.
§ 2. De Bank stelt de FSMA onverwijld in kennis van het advies van de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, van de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, tweede alinea, van Verordening 2023/1114.
§ 2. De Bank stelt de FSMA onverwijld in kennis van het advies van de Europese Centrale Bank en, in voorkomend geval, van de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, tweede alinea, van Verordening 2023/1114.
Art. 10. § 1er. Lorsque le projet de livre blanc visé à l'article 17, paragraphe 1er, a) du règlement 2023/1114 et les éléments du dossier visé à l'article 17, paragraphe 1er, b), dudit Règlement sont jugés complets par la Banque, ils sont communiqués par cette dernière à la Banque centrale européenne et, le cas échéant, à la Banque centrale visée à l'article 17, paragraphe 5, alinéa 1er dudit Règlement, ainsi qu'à la FSMA conformément à l'article 6, § 1er, alinéa 2 de la présente loi.
§ 2. La Banque notifie sans délai à la FSMA l'avis de la Banque centrale européenne et, le cas échéant, de la Banque centrale visée à l'article 17, paragraphe 5, alinéa 2 du règlement 2023/1114.
§ 2. La Banque notifie sans délai à la FSMA l'avis de la Banque centrale européenne et, le cas échéant, de la Banque centrale visée à l'article 17, paragraphe 5, alinéa 2 du règlement 2023/1114.
Afdeling II. - Aspecten betreffende de kredietinstelling
Section II. - Aspects relatifs à l'établissement de crédit
Art. 11. Onverminderd de gevolgen van het advies van de Europese Centrale Bank of de centrale bank als bedoeld in artikel 17, lid 5, eerste alinea, van Verordening 2023/1114, zoals bepaald in de derde alinea van het voormelde lid 5, mag de betrokken kredietinstelling geen activagerelateerde tokens aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van dergelijke tokens totdat haar witboek is goedgekeurd en zij bevestiging heeft gekregen van de volledigheid van de kennisgeving als bedoeld in artikel 17, lid 1, punt b), van Verordening 2023/1114.
Art. 11. Sans préjudice des effets de l'avis de la Banque centrale européenne ou de la banque centrale visée à l'article 17, paragraphe 5, alinéa 1er du règlement 2023/1114, tels que prévus par l'alinéa 3 dudit paragraphe 5, l'établissement de crédit concerné ne peut offrir au public des jetons se référant à un ou des actifs ou demander leur admission à la négociation avant d'avoir obtenu l'approbation de son livre blanc et la confirmation de la complétude de la notification visée à l'article 17, paragraphe 1er, b) du règlement 2023/1114.
HOOFDSTUK IV. - Aanbieding aan het publiek of verzoek om toelating tot de handel door een persoon die niet de hoedanigheid heeft van kredietinstelling
CHAPITRE IV. - Offre au public ou demande d'admission à la négociation par une personne n'ayant pas la qualité d'établissement de crédit
Art. 12. De aanvragende uitgevers richten hun vergunningsaanvraag aan de Bank overeenkomstig artikel 18 van Verordening 2023/1114.
De Bank kan slechts een vergunning toekennen krachtens artikel 21 van Verordening 2023/1114 indien het witboek voldoet aan de vereisten van artikel 19 van die verordening.
De Bank kan slechts een vergunning toekennen krachtens artikel 21 van Verordening 2023/1114 indien het witboek voldoet aan de vereisten van artikel 19 van die verordening.
Art. 12. Les candidats émetteurs communiquent leur demande d'agrément à la Banque conformément à l'article 18 du règlement 2023/1114.
La Banque ne peut délivrer l'agrément en application de l'article 21 du règlement 2023/1114 que si le livre blanc est conforme aux exigences de l'article 19 dudit Règlement.
La Banque ne peut délivrer l'agrément en application de l'article 21 du règlement 2023/1114 que si le livre blanc est conforme aux exigences de l'article 19 dudit Règlement.
Art. 13. Andere uitgevers dan kredietinstellingen mogen activiteiten die niet onder artikel 16, lid 1, van Verordening 2023/1114 vallen, alleen verrichten met voorafgaande toestemming van de Bank. Met het oog op een gezonde en prudente bedrijfsvoering en een passende risicobeheersing door de uitgever, of met het oog op het toezicht op die uitgever, kan de Bank bepaalde voorwaarden verbinden aan haar toestemming. Zo kan de Bank verlangen dat er voor het verrichten van activiteiten die niet onder artikel 16, lid 1, van Verordening 2023/1114 vallen, een duidelijke scheiding gehanteerd wordt op organisatorisch vlak en, in voorkomend geval, dat deze werkzaamheden worden geleverd door een afzonderlijke juridische entiteit die in voorkomend geval eigendom is van de uitgever.
Art. 13. Les émetteurs autres que des établissements de crédit ne peuvent exercer des activités autres que celles visées à l'article 16, paragraphe 1er du règlement 2023/1114, que moyennant l'autorisation préalable de la Banque. La Banque peut subordonner son autorisation à certaines conditions et ce, en vue d'une gestion saine et prudente de l'émetteur et d'une maîtrise appropriée des risques, ou pour les besoins du contrôle dudit émetteur. Parmi ces conditions, la Banque peut imposer que l'exercice des activités autres que celles visées à l'article 16, paragraphe 1er du règlement 2023/1114 fasse l'objet d'une séparation claire sous l'angle organisationnel et, le cas échéant, soit fourni par une entité juridique distincte, le cas échéant, détenue par l'émetteur.
TITEL IV. - E-MONEYTOKENS
TITRE IV. - JETONS DE MONNAIE ELECTRONIQUE (E-MONEY TOKENS)
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteit
CHAPITRE Ier. - Autorité compétente
Art. 14. § 1. Zonder afbreuk te doen aan de bevoegdheden van de Europese Centrale Bank uit hoofde van de SSM-verordening, de prerogatieven van de Bank op grond van de bankwet of van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in de bankwet, en de bevoegdheden van de Bank op grond van de wet van 11 maart 2018, in het bijzonder Boek IV, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in de wet van 11 maart 2018, is de Bank de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel IV van Verordening 2023/1114. Te dien einde kan de Bank de in artikel 94, lid 1, van die verordening vastgelegde bevoegdheden uitoefenen ten aanzien van aanbieders van e-moneytokens of personen die verzoeken om toelating tot de handel van e-moneytokens.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de FOD Economie de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 49, leden 4 tot en met 6, en 50, leden 1 en 3, van Verordening 2023/1114.
§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is de FOD Economie de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 49, leden 4 tot en met 6, en 50, leden 1 en 3, van Verordening 2023/1114.
Art. 14. § 1er. Sans préjudice des compétences de la Banque centrale européenne en vertu du règlement MSU, des prérogatives de la Banque en application de la loi bancaire ou en application des actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont la loi bancaire assure la transposition et des compétences de la Banque en application de la loi du 11 mars 2018, en particulier son Livre IV, et des actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont la loi du 11 mars 2018 assure la transposition, la Banque est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions du Titre IV du règlement 2023/1114. A cette fin, la Banque peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94, paragraphe 1er dudit Règlement qui sont relatives à des offreurs de jetons de monnaie électronique ou des personnes qui en demandent l'admission à la négociation.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le SPF Economie est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des articles 49, paragraphes 4 à 6 et 50, paragraphes 1er et 3 du règlement 2023/1114.
§ 2. Par dérogation au paragraphe 1er, le SPF Economie est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des articles 49, paragraphes 4 à 6 et 50, paragraphes 1er et 3 du règlement 2023/1114.
HOOFDSTUK II. - Aanbiedingen aan het publiek of verzoeken om toelating tot de handel
CHAPITRE II. - Offre au public ou demande d'admission à la négociation
Art. 15. Om te bevestigen dat een bepaalde aanbieding van e-moneytokens binnen het toepassingsgebied van Titel IV van Verordening 2023/1114 valt, kan de Bank het advies van de FSMA inwinnen over de vraag of de betrokken aanbieding beschouwd kan worden als een aanbieding aan het publiek in de zin van artikel 3, lid 1, punt 12), van de genoemde verordening, zoals nader ingevuld op grond van lid 2 van dat artikel. De FSMA deelt haar advies mee binnen tien werkdagen na ontvangst van het verzoek om advies van de Bank. De Bank kan een kopie van dit advies naar de uitgever sturen. Het uitblijven van een advies binnen de gestelde termijn wordt geacht een advies in te houden dat de aanbieding van e-moneytokens kan worden beschouwd als een aanbieding aan het publiek.
Art. 15. Aux fins de confirmer l'assujettissement d'une offre au champ d'application du Titre IV du règlement 2023/1114, la Banque peut solliciter l'avis de la FSMA sur la question de savoir si une offre de jetons de monnaie électronique revêt un caractère public au sens de l'article 3, paragraphe 1er, point 12) de ce Règlement, tel que précisé en vertu du paragraphe 2 dudit article. La FSMA communique son avis dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'avis de la Banque. La Banque peut communiquer une copie de cet avis à l'émetteur. L'absence d'avis dans le délai prévu présume un avis selon lequel l'offre de jetons de monnaie électronique revêt un caractère public.
Art. 16.. Indien de Bank binnen de termijn van 20 werkdagen als bedoeld in artikel 51, lid 11, van Verordening 2023/1114 vaststelt dat het haar ter kennis gebrachte witboek niet voldoet aan de in het voornoemde artikel 51, leden 1 en 3 tot en met 7 gestelde vereisten omdat de informatie niet volledig is, brengt zij de betrokken instelling daar onverwijld van op de hoogte, met vermelding van de tekortkomingen in het witboek die moeten worden verbeterd opdat deze instelling haar werkzaamheden kan aanvangen overeenkomstig lid 13 van het voornoemde artikel 51.
Art. 16. Si dans le délai de 20 jours ouvrables prévu par l'article 51, paragraphe 11 du règlement 2023/1114, la Banque constate que le livre blanc qui lui a été notifié ne respecte pas, sur le plan de la complétude de l'information, les exigences prévues par ledit article 51, paragraphes 1er, 3 à 7, elle en informe sans délai l'établissement concerné en précisant les aspects sur lesquels le livre blanc est lacunaire et auxquels il doit être remédié pour pouvoir commencer ses activités conformément au paragraphe 13 dudit article 51.
Art. 17. § 1. In het kader van het toezicht op de naleving van de vereisten van artikel 53 van Verordening 2023/1114 kan de Bank de FSMA bij wijze van bijstand om advies vragen over specifieke kwesties.
§ 2. Met het oog op de uitoefening van de in artikel 14, § 2, bedoelde bevoegdheden deelt de Bank het haar ter kennis gebrachte witboek mee aan de FOD Economie.
§ 2. Met het oog op de uitoefening van de in artikel 14, § 2, bedoelde bevoegdheden deelt de Bank het haar ter kennis gebrachte witboek mee aan de FOD Economie.
Art. 17. § 1er. Aux fins du contrôle du respect des exigences prévues par l'article 53 du règlement 2023/1114, la Banque peut, au titre d'une assistance, solliciter l'avis de la FSMA sur des questions ponctuelles.
§ 2. Aux fins de l'exercice des compétences visées à l'article 14, § 2, la Banque communique le livre blanc qui lui a été notifié au SPF Economie.
§ 2. Aux fins de l'exercice des compétences visées à l'article 14, § 2, la Banque communique le livre blanc qui lui a été notifié au SPF Economie.
TITEL V. - AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN (CRYPTO-ASSET SERVICE PROVIDERS)
TITRE V. - PRESTATAIRES DE SERVICES SUR CRYPTO-ACTIFS (CRYPTO-ASSET SERVICE PROVIDERS)
HOOFDSTUK I. - Bevoegde autoriteiten
CHAPITRE Ier. - Autorités compétentes
Art. 18. § 1. Met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 van Verordening 2023/1114, is de Bank de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 door:
1° de entiteiten bedoeld in artikel 60, leden 1, 2 en 4, van voornoemde verordening;
2° de entiteiten bedoeld in artikel 60, lid 3, van voornoemde verordening die het statuut van beursvennootschap hebben als bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022;
3° de entiteiten bedoeld in artikel 59, lid 1, punt a), van voornoemde verordening die de hoedanigheid hebben van:
a) beursvennootschap bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022 en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden waarvoor zij geen gebruik kunnen maken van de gelijkwaardigheidsregeling met toepassing van artikel 60, lid 3, van Verordening 2023/1114;
b) instelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht in de zin van de wet van 11 maart 2018 en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden waarvoor zij geen gebruik kunnen maken van de gelijkwaardigheidsregeling met toepassing van artikel 60, lid 4, van Verordening 2023/1114;
c) vergunninghoudende betalingsinstelling naar Belgisch recht in de zin van de wet van 11 maart 2018, met name artikel 2, 10° en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden.
§ 2. De Bank kan, ten aanzien van de in paragraaf 1 bedoelde entiteiten, de maatregelen van artikel 94 van Verordening 2023/1114 nemen die betrekking hebben op de aanbieders van cryptoactivadiensten.
1° de entiteiten bedoeld in artikel 60, leden 1, 2 en 4, van voornoemde verordening;
2° de entiteiten bedoeld in artikel 60, lid 3, van voornoemde verordening die het statuut van beursvennootschap hebben als bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022;
3° de entiteiten bedoeld in artikel 59, lid 1, punt a), van voornoemde verordening die de hoedanigheid hebben van:
a) beursvennootschap bedoeld in Boek II van de wet van 20 juli 2022 en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden waarvoor zij geen gebruik kunnen maken van de gelijkwaardigheidsregeling met toepassing van artikel 60, lid 3, van Verordening 2023/1114;
b) instelling voor elektronisch geld naar Belgisch recht in de zin van de wet van 11 maart 2018 en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden waarvoor zij geen gebruik kunnen maken van de gelijkwaardigheidsregeling met toepassing van artikel 60, lid 4, van Verordening 2023/1114;
c) vergunninghoudende betalingsinstelling naar Belgisch recht in de zin van de wet van 11 maart 2018, met name artikel 2, 10° en die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden.
§ 2. De Bank kan, ten aanzien van de in paragraaf 1 bedoelde entiteiten, de maatregelen van artikel 94 van Verordening 2023/1114 nemen die betrekking hebben op de aanbieders van cryptoactivadiensten.
Art. 18. § 1er. A l'exception des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 du règlement 2023/1114, la Banque est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114 à l'égard :
1° des entités visées à l'article 60, paragraphes 1er, 2 et 4 dudit Règlement ;
2° des entités visées à l'article 60, paragraphe 3 dudit Règlement ayant le statut de société de bourse visée au Livre II de la loi du 20 juillet 2022;
3° des entités visées à l'article 59, paragraphe 1er, a) dudit Règlement ayant la qualité :
a) de société de bourse visée au Livre II de la loi du 20 juillet 2022 et souhaitant fournir des services sur crypto-actifs pour lesquels elles ne bénéficient pas d'une équivalence en application de l'article 60, paragraphe 3 du règlement 2023/1114 ;
b) d'établissement de monnaie électronique de droit belge agréé au sens de la loi du 11 mars 2018 et souhaitant fournir des services sur crypto-actifs pour lesquels elles ne bénéficient pas d'une équivalence en application de l'article 60, paragraphe 4 du règlement 2023/1114 ;
c) d'établissement de paiement agréé de droit belge au sens de la loi du 11 mars 2018, en particulier son article 2, 10° et souhaitant fournir des services sur crypto-actifs.
§ 2. La Banque peut à l'égard des entités visées au paragraphe 1er adopter les mesures visées à l'article 94 du règlement 2023/1114 qui concernent les prestataires de services sur crypto-actifs.
1° des entités visées à l'article 60, paragraphes 1er, 2 et 4 dudit Règlement ;
2° des entités visées à l'article 60, paragraphe 3 dudit Règlement ayant le statut de société de bourse visée au Livre II de la loi du 20 juillet 2022;
3° des entités visées à l'article 59, paragraphe 1er, a) dudit Règlement ayant la qualité :
a) de société de bourse visée au Livre II de la loi du 20 juillet 2022 et souhaitant fournir des services sur crypto-actifs pour lesquels elles ne bénéficient pas d'une équivalence en application de l'article 60, paragraphe 3 du règlement 2023/1114 ;
b) d'établissement de monnaie électronique de droit belge agréé au sens de la loi du 11 mars 2018 et souhaitant fournir des services sur crypto-actifs pour lesquels elles ne bénéficient pas d'une équivalence en application de l'article 60, paragraphe 4 du règlement 2023/1114 ;
c) d'établissement de paiement agréé de droit belge au sens de la loi du 11 mars 2018, en particulier son article 2, 10° et souhaitant fournir des services sur crypto-actifs.
§ 2. La Banque peut à l'égard des entités visées au paragraphe 1er adopter les mesures visées à l'article 94 du règlement 2023/1114 qui concernent les prestataires de services sur crypto-actifs.
Art. 19. § 1. De FSMA is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 door:
1° de entiteiten bedoeld in artikel 60, lid 3, van voornoemde verordening die niet het statuut van beursvennootschap hebben;
2° de entiteiten bedoeld in artikel 60, leden 5 en 6, van voornoemde verordening;
3° de entiteiten bedoeld in artikel 59, lid 1, a), van voornoemde verordening die niet worden opgesomd in artikel 18, § 1, 3°.
§ 2. Zij is ook de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van Verordening 2023/1114 door de in artikel 18 bedoelde entiteiten.
§ 3. De Koning kan de criteria vaststellen voor de beoordeling van de kennis en de bekwaamheid van de natuurlijke personen die, namens een aanbieder van cryptoactivadiensten, advies verlenen of informatie verstrekken over cryptoactiva of een cryptoactivadienst.
1° de entiteiten bedoeld in artikel 60, lid 3, van voornoemde verordening die niet het statuut van beursvennootschap hebben;
2° de entiteiten bedoeld in artikel 60, leden 5 en 6, van voornoemde verordening;
3° de entiteiten bedoeld in artikel 59, lid 1, a), van voornoemde verordening die niet worden opgesomd in artikel 18, § 1, 3°.
§ 2. Zij is ook de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van Verordening 2023/1114 door de in artikel 18 bedoelde entiteiten.
§ 3. De Koning kan de criteria vaststellen voor de beoordeling van de kennis en de bekwaamheid van de natuurlijke personen die, namens een aanbieder van cryptoactivadiensten, advies verlenen of informatie verstrekken over cryptoactiva of een cryptoactivadienst.
Art. 19. § 1er. La FSMA est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114 à l'égard:
1° des entités visées à l'article 60, paragraphe 3 dudit Règlement n'ayant pas le statut de société de bourse ;
2° des entités visées à l'article 60, paragraphes 5 et 6 dudit Règlement ;
3° des entités visées à l'article 59, paragraphe 1er, a) dudit Règlement qui ne sont pas visées à l'article 18, § 1er, 3°.
§ 2. Elle est en outre l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 du règlement 2023/1114 à l'égard des entités visées à l'article 18.
§ 3. Le Roi peut fixer des critères pour évaluer les connaissances et les compétences des personnes physiques qui donnent, pour le compte d'un prestataire de services sur crypto-actifs, des conseils ou des informations à propos de crypto-actifs ou d'un service sur crypto-actifs.
1° des entités visées à l'article 60, paragraphe 3 dudit Règlement n'ayant pas le statut de société de bourse ;
2° des entités visées à l'article 60, paragraphes 5 et 6 dudit Règlement ;
3° des entités visées à l'article 59, paragraphe 1er, a) dudit Règlement qui ne sont pas visées à l'article 18, § 1er, 3°.
§ 2. Elle est en outre l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 du règlement 2023/1114 à l'égard des entités visées à l'article 18.
§ 3. Le Roi peut fixer des critères pour évaluer les connaissances et les compétences des personnes physiques qui donnent, pour le compte d'un prestataire de services sur crypto-actifs, des conseils ou des informations à propos de crypto-actifs ou d'un service sur crypto-actifs.
Art. 20. § 1. De FSMA kan, ten aanzien van de in artikel 19 bedoelde entiteiten, de maatregelen van artikel 94 van Verordening 2023/1114 nemen die betrekking hebben op de aanbieders van cryptoactivadiensten.
Bij een ernstige inbreuk op de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 van Verordening 2023/1114 door een in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde entiteit vraagt de FSMA aan de Bank om de vergunning van aanbieder van cryptoactivadiensten van die entiteit in te trekken conform artikel 64, lid 1, g), van voornoemde verordening.
§ 2. Naast de in artikel 94 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregelen met betrekking tot de aanbieders van cryptoactivadiensten kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114:
1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
Bij een ernstige inbreuk op de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 van Verordening 2023/1114 door een in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde entiteit vraagt de FSMA aan de Bank om de vergunning van aanbieder van cryptoactivadiensten van die entiteit in te trekken conform artikel 64, lid 1, g), van voornoemde verordening.
§ 2. Naast de in artikel 94 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregelen met betrekking tot de aanbieders van cryptoactivadiensten kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114:
1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
Art. 20. § 1er. La FSMA peut à l'égard des entités visées à l'article 19 adopter les mesures visées à l'article 94 du règlement 2023/1114 qui concernent les prestataires de services sur crypto-actifs.
En cas d'infraction grave aux articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 du règlement 2023/1114 par une entité visée à l'article 18, § 1er, 3°, la FSMA demande à la Banque de révoquer son agrément de prestataire de services sur crypto-actifs conformément à l'article 64, paragraphe 1er, g) dudit Règlement.
§ 2. Outre les mesures visées à l'article 94 du règlement 2023/1114 qui concernent les prestataires de services sur crypto-actifs, la FSMA peut, dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114 :
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues auxdits articles.
En cas d'infraction grave aux articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 du règlement 2023/1114 par une entité visée à l'article 18, § 1er, 3°, la FSMA demande à la Banque de révoquer son agrément de prestataire de services sur crypto-actifs conformément à l'article 64, paragraphe 1er, g) dudit Règlement.
§ 2. Outre les mesures visées à l'article 94 du règlement 2023/1114 qui concernent les prestataires de services sur crypto-actifs, la FSMA peut, dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114 :
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues auxdits articles.
HOOFDSTUK II. - Entiteiten die onder de bevoegdheid van de Bank vallen
CHAPITRE II. - Entités relevant de la compétence de la Banque
Afdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Section Ier. - Dispositions communes
Art. 21. De door of krachtens Titel V van Verordening 2023/1114 vastgestelde vereisten doen geen afbreuk aan de vereisten van de sectorale wetten die het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, beursvennootschappen, instellingen voor elektronisch geld en betalingsinstellingen regelen, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet.
Art. 21. Les exigences prévues par ou en vertu du Titre V du règlement 2023/1114 sont sans préjudice des exigences prévues par les lois sectorielles qui régissent le statut et le contrôle des établissements de crédit, des sociétés de bourse, des établissements de monnaie électronique et des établissements de paiement et par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces législations assurent la transposition.
Afdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60 van Verordening 2023/1114
Section II. - Entités visées par l'article 60 du règlement 2023/1114
Art. 22. Voor de toepassing van de bepalingen waarin is voorzien door of krachtens Titel V van Verordening 2023/1114, en die vereisten opleggen waarvan het doel of de aard identiek of gelijkaardig is aan het doel of de aard van de vereisten waarin is voorzien door of krachtens de bankwet of de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in de bankwet zijn omgezet, overlegt de Bank, voor zover mogelijk, met de Europese Centrale Bank teneinde consistentie te waarborgen in de toepassing van de toezichtsregeling die geldt voor kredietinstellingen als dusdanig, enerzijds, en voor kredietinstellingen in hun hoedanigheid van aanbieders van cryptoactivadiensten, anderzijds.
Art. 22. Pour l'application des dispositions prévues par ou en vertu du Titre V du règlement 2023/1114 dont l'objet ou la nature des exigences qu'elles prévoient est identique ou similaire à celles prévues par ou vertu de la loi bancaire ou les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont la loi bancaire assure la transposition la Banque se concerte, dans la mesure du possible, avec la Banque centrale européenne en vue d'assurer une cohérence dans l'application du régime de contrôle applicable aux établissements de crédit en cette qualité d'une part, et aux établissements de crédit en leur qualité de prestataires de services sur crypto-actifs d'autre part.
Art. 23. Wanneer zij een dossier ontvangt met toepassing van artikel 60, lid 7, van Verordening 2023/1114, deelt de Bank de FSMA de in de punten a), e), f), h) en i), van voornoemd lid 7 bedoelde informatie mee.
Art. 23. Lorsqu'elle reçoit un dossier en application de l'article 60, paragraphe 7 du règlement 2023/1114, la Banque communique à la FSMA les informations visées aux a), e), f), h) et i) dudit paragraphe 7.
Art. 24. Indien de Bank binnen de in artikel 60, lid 8, van Verordening 2023/1114 bedoelde termijn van 20 werkdagen vaststelt dat de aan haar gerichte kennisgeving niet voldoet aan de in lid 7 van dat artikel gestelde vereisten omdat de informatie onvolledig is, brengt zij de betrokken entiteit daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de tekortkomingen in de informatie die moeten worden verbeterd opdat deze entiteit haar werkzaamheden zou kunnen aanvangen. Indien de Bank na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken entiteit de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij deze entiteit daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 60, lid 8, derde alinea, van Verordening 2023/1114 mag de betrokken entiteit in dat geval geen cryptoactivadiensten beginnen aanbieden.
Art. 24. Si dans le délai de 20 jours ouvrables prévu par l'article 60, paragraphe 8 du règlement 2023/1114, la Banque constate que la notification qui lui a été faite ne respecte pas, sur le plan de la complétude de l'information, les exigences prévues par le paragraphe 7 dudit article, elle en informe sans délai l'entité concernée en précisant les aspects sur lesquels l'information est lacunaire et auxquels il doit être remédié pour pouvoir commencer ses activités. Si au terme du délai fixé endéans lequel l'entité concernée doit fournir les informations manquantes, la Banque constate que la notification est toujours incomplète, elle le notifie à l'entité concernée qui ne peut, conformément à l'article 60, paragraphe 8, alinéa 3 du règlement 2023/1114, commencer à fournir les services sur crypto-actifs.
Afdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderworpen entiteiten die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden zonder in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 60 van Verordening 2023/1114
Section III. - Entités soumises à un statut de contrôle souhaitant fournir des services sur crypto-actifs en dehors du bénéfice de l'article 60 du règlement 2023/1114
Art. 25. § 1. De Bank verleent conform de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 een vergunning aan de in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde aanbieders van cryptoactivadiensten.
§ 2. De Bank spreekt zich over de vergunningsaanvraag uit op advies van de FSMA met betrekking tot de naleving van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van die verordening.
§ 2. De Bank spreekt zich over de vergunningsaanvraag uit op advies van de FSMA met betrekking tot de naleving van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van die verordening.
Art. 25. § 1er. La Banque agrée, conformément aux dispositions du Titre V du règlement 2023/1114, les prestataires de services sur crypto-actifs visés à l'article 18, § 1er, 3°.
§ 2. La Banque se prononce sur la demande d'agrément sur avis de la FSMA quant au respect des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 dudit règlement.
§ 2. La Banque se prononce sur la demande d'agrément sur avis de la FSMA quant au respect des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 dudit règlement.
Art. 26. Wanneer de vergunningsaanvraag volledig wordt geacht door de Bank, deelt deze die aanvraag onverwijld aan de FSMA mee, inclusief elk relevant informatie-element bedoeld in artikel 62, lid 2, a) tot en met d), l), n), o), p), q), r) en s), van Verordening 2023/1114, alsook alle aanvullende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen met toepassing van artikel 63, leden 2, tweede alinea, en 12 van voornoemde verordening.
De FSMA deelt haar advies aan de Bank mee binnen een termijn van 25 werkdagen na de overlegging door de Bank van alle in het eerste lid bedoelde informatie, volgens de modaliteiten verduidelijkt in het in artikel 38 bedoelde protocol.
Op haar verzoek kan de FSMA over een bijkomende termijn van 5 werkdagen beschikken om haar advies aan de Bank mee te delen.
Tijdens de beoordelingsperiode kan de FSMA de Bank vragen om bij de aanvragende aanbieder van cryptoactivadiensten aanvullende informatie op te vragen conform artikel 63, lid 12, van Verordening 2023/1114.
De FSMA deelt haar advies aan de Bank mee binnen een termijn van 25 werkdagen na de overlegging door de Bank van alle in het eerste lid bedoelde informatie, volgens de modaliteiten verduidelijkt in het in artikel 38 bedoelde protocol.
Op haar verzoek kan de FSMA over een bijkomende termijn van 5 werkdagen beschikken om haar advies aan de Bank mee te delen.
Tijdens de beoordelingsperiode kan de FSMA de Bank vragen om bij de aanvragende aanbieder van cryptoactivadiensten aanvullende informatie op te vragen conform artikel 63, lid 12, van Verordening 2023/1114.
Art. 26. Lorsque la demande d'agrément est jugée complète par la Banque, cette dernière la communique sans délai à la FSMA, en ce compris tout élément d'information pertinent visé à l'article 62, paragraphe 2, a) à d), l), n), o), p), q), r) et s) du règlement 2023/1114 ainsi que toutes informations complémentaires, le cas échéant, obtenues en application de l'article 63, paragraphes 2, alinéa 2 et 12 dudit règlement.
La FSMA communique son avis à la Banque dans un délai de 25 jours ouvrables à compter de la transmission par la Banque de toutes les informations visées à l'alinéa 1er, selon les modalités précisées dans le protocole visé à l'article 38.
A sa demande, la FSMA peut disposer d'un délai supplémentaire de 5 jours ouvrables pour communiquer son avis à la Banque.
Pendant la période d'évaluation, la FSMA peut demander à la Banque qu'elle sollicite un complément d'information au candidat prestataire de services sur crypto-actifs conformément à l'article 63, paragraphe 12 du règlement 2023/1114.
La FSMA communique son avis à la Banque dans un délai de 25 jours ouvrables à compter de la transmission par la Banque de toutes les informations visées à l'alinéa 1er, selon les modalités précisées dans le protocole visé à l'article 38.
A sa demande, la FSMA peut disposer d'un délai supplémentaire de 5 jours ouvrables pour communiquer son avis à la Banque.
Pendant la période d'évaluation, la FSMA peut demander à la Banque qu'elle sollicite un complément d'information au candidat prestataire de services sur crypto-actifs conformément à l'article 63, paragraphe 12 du règlement 2023/1114.
Art. 27. Het advies van de FSMA wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de Bank aan de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, die wordt verricht conform artikel 63, leden 9 en 13, van Verordening 2023/1114.
Als geen advies wordt verstrekt binnen de in artikel 26 bedoelde termijn, wordt het advies van de FSMA gunstig geacht met betrekking tot de naleving van de in artikel 25, § 2, bedoelde bepalingen.
Als geen advies wordt verstrekt binnen de in artikel 26 bedoelde termijn, wordt het advies van de FSMA gunstig geacht met betrekking tot de naleving van de in artikel 25, § 2, bedoelde bepalingen.
Art. 27. L'avis de la FSMA est joint à la notification de la décision de la Banque au prestataire de services sur crypto-actifs concerné et à l'Autorité européenne des marchés financiers effectuée conformément à l'article 63, paragraphes 9 et 13 du règlement 2023/1114.
En l'absence d'avis dans le délai prévu à l'article 26, l'avis de la FSMA est réputé favorable quant au respect des dispositions visées à l'article 25, § 2.
En l'absence d'avis dans le délai prévu à l'article 26, l'avis de la FSMA est réputé favorable quant au respect des dispositions visées à l'article 25, § 2.
Art. 28. Als een in artikel 18, § 1, 3°, bedoelde entiteit in aanmerking wil komen voor de toepassing van lid 4 van artikel 62 van Verordening 2023/1114, verduidelijkt zij de in leden 2 en 3, a) en c), van dat artikel bedoelde informatie waarover de Bank al beschikt, en bevestigt zij expliciet dat die informatie up-to-date is.
Art. 28. Si une entité visée à l'article 18, § 1er, 3°, souhaite bénéficier du paragraphe 4 de l'article 62 du règlement 2023/1114, elle précise les informations visées aux paragraphes 2 et 3, a) et c) dudit article dont dispose déjà la Banque et confirme expressément que ces informations sont à jour.
HOOFDSTUK III. - Entiteiten die onder de bevoegdheidvan de FSMA vallen
CHAPITRE III. - Entités relevant de la compétence de la FSMA
Afdeling I. - Entiteiten die aan een toezichtsstatuut zijn onderworpen
Section Ier. - Entités soumises par ailleurs à un statut de contrôle
Onderafdeling I. - Gemeenschappelijke bepalingen
Sous-section Ier. - Dispositions communes
Art. 29. De door of krachtens Titel V van Verordening 2023/1114 vastgestelde vereisten doen geen afbreuk aan de vereisten van de sectorale wetten die het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, de beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, de beheerders van alternatieve instellingen voor collectieve belegging en de marktoperatoren regelen, en van de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet.
Art. 29. Les exigences prévues par ou en vertu du Titre V du règlement 2023/1114 sont sans préjudice des exigences prévues par les lois sectorielles qui régissent le statut et le contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseils en investissement, des sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, des gestionnaires d'organismes de placement collectif alternatifs et des opérateurs de marché et par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces législations assurent la transposition.
Art. 30. Het is de in artikel 19, § 1, 1° en 2°, bedoelde entiteiten niet toegestaan om cliëntengelden, aan cliënten toebehorende cryptoactiva of de toegangsmiddelen tot dergelijke cryptoactiva aan te houden.
Art. 30. Les entités visées à l'article 19, § 1er, 1° et 2° ne sont pas autorisées à détenir des fonds de clients, ni des crypto-actifs appartenant à des clients, ou les moyens d'accès à ces crypto-actifs.
Onderafdeling II. - Entiteiten bedoeld in artikel 60 van Verordening 2023/1114
Sous-section II. - Entités visées par l'article 60 du règlement 2023/1114
Art. 31. Indien de FSMA binnen de in artikel 60, lid 8, van Verordening 2023/1114 bedoelde termijn van 20 werkdagen vaststelt dat de aan haar gerichte kennisgeving niet voldoet aan de in lid 7 van dat artikel gestelde vereisten omdat de informatie onvolledig is, brengt zij de betrokken entiteit daarvan onverwijld op de hoogte, met vermelding van de tekortkomingen in de informatie die moeten worden verbeterd opdat deze entiteit haar werkzaamheden zou kunnen aanvangen. Indien de FSMA na het verstrijken van de termijn waarbinnen de betrokken entiteit de ontbrekende informatie moet verstrekken, vaststelt dat de kennisgeving nog steeds onvolledig is, stelt zij deze entiteit daarvan in kennis. Overeenkomstig artikel 60, lid 8, derde alinea, van Verordening 2023/1114 mag de betrokken entiteit in dat geval geen cryptoactivadiensten beginnen aanbieden.
Art. 31. Si dans le délai de 20 jours ouvrables prévu par l'article 60, paragraphe 8 du règlement 2023/1114, la FSMA constate que la notification qui lui a été faite ne respecte pas, sur le plan de la complétude de l'information, les exigences prévues par le paragraphe 7 dudit article, elle en informe sans délai l'entité concernée en précisant les aspects sur lesquels l'information est lacunaire et auxquels il doit être remédié pour pouvoir commencer ses activités. Si au terme du délai fixé endéans lequel l'entité concernée doit fournir les informations manquantes, la FSMA constate que la notification est toujours incomplète, elle le notifie à l'entité concernée qui ne peut, conformément à l'article 60, paragraphe 8, alinéa 3 du règlement 2023/1114, commencer à fournir les services sur crypto-actifs.
Onderafdeling III. - Aan een toezichtsstatuut onderworpen entiteiten die cryptoactivadiensten wensen aan te bieden zonder in aanmerking te komen voor de toepassing van artikel 60 van Verordening 2023/1114
Sous-section III. - Entités soumises à un statut de contrôle souhaitant fournir des services sur crypto-actifs en dehors du bénéfice de l'article 60 du règlement 2023/1114
Art. 32. Als een in artikel 19, § 1, 1° en 2°, bedoelde entiteit in aanmerking wil komen voor de toepassing van lid 4 van artikel 62 van Verordening 2023/1114, verduidelijkt zij de in leden 2 en 3, a) en c), van dat artikel bedoelde informatie waarover de FSMA al beschikt, en bevestigt zij expliciet dat die informatie up-to-date is.
Art. 32. Si une entité visée à l'article 19, § 1er, 1° et 2°, souhaite bénéficier de l'application du paragraphe 4 de l'article 62 du règlement 2023/1114, elle précise les informations visées aux paragraphes 2 et 3, a) et c) dudit article dont dispose déjà la FSMA et confirme expressément que ces informations sont à jour.
Afdeling II. - In artikel 59 van Verordening 2023/1114 bedoelde entiteiten die niet aan een toezichtsstatuut zijn onderworpen
Section II. - Entités visées par l'article 59 du règlement 2023/1114 et non soumises par ailleurs à un statut de contrôle
Onderafdeling I. - Vergunning
Sous-section Ier. - Agrément
Art. 33. § 1. De FSMA verleent conform de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114 een vergunning aan de in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieders van cryptoactivadiensten.
§ 2. De FSMA spreekt zich over de in paragraaf 1 bedoelde vergunningsaanvraag uit op advies van de Bank met betrekking tot de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van die verordening.
§ 2. De FSMA spreekt zich over de in paragraaf 1 bedoelde vergunningsaanvraag uit op advies van de Bank met betrekking tot de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van die verordening.
Art. 33. § 1er. La FSMA agrée, conformément aux dispositions du Titre V du règlement 2023/1114, les prestataires de services sur crypto-actifs visés à l'article 19, § 1er, 3°.
§ 2. La FSMA se prononce sur la demande d'agrément visée au paragraphe 1er sur avis de la Banque quant au respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114, à l'exception des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 dudit règlement.
§ 2. La FSMA se prononce sur la demande d'agrément visée au paragraphe 1er sur avis de la Banque quant au respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114, à l'exception des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 dudit règlement.
Art. 34. Wanneer de in artikel 33 bedoelde vergunningsaanvraag volledig wordt geacht door de FSMA, deelt zij die aanvraag onverwijld aan de Bank mee, inclusief elk relevant informatie-element bedoeld in artikel 62, lid 2, a) tot en met k), m), r) en s), van Verordening 2023/1114, alsook alle aanvullende informatie die, in voorkomend geval, is verkregen met toepassing van artikel 63, leden 2, tweede alinea, en 12 van voornoemde verordening.
De Bank deelt haar advies aan de FSMA mee binnen een termijn van 25 werkdagen na de overlegging door de FSMA van alle in het eerste lid bedoelde informatie, volgens de modaliteiten verduidelijkt in het in artikel 38 bedoelde protocol.
Op haar verzoek kan de Bank over een bijkomende termijn van 5 werkdagen beschikken om haar advies aan de FSMA mee te delen.
Tijdens de beoordelingsperiode kan de Bank de FSMA vragen om bij de aanvragende aanbieder van cryptoactivadiensten aanvullende informatie op te vragen conform artikel 63, lid 12, van Verordening 2023/1114.
De Bank deelt haar advies aan de FSMA mee binnen een termijn van 25 werkdagen na de overlegging door de FSMA van alle in het eerste lid bedoelde informatie, volgens de modaliteiten verduidelijkt in het in artikel 38 bedoelde protocol.
Op haar verzoek kan de Bank over een bijkomende termijn van 5 werkdagen beschikken om haar advies aan de FSMA mee te delen.
Tijdens de beoordelingsperiode kan de Bank de FSMA vragen om bij de aanvragende aanbieder van cryptoactivadiensten aanvullende informatie op te vragen conform artikel 63, lid 12, van Verordening 2023/1114.
Art. 34. Lorsque la demande d'agrément visée à l'article 33 est jugée complète par la FSMA, cette dernière la communique sans délai à la Banque, en ce compris tout élément d'information pertinent visé à l'article 62, paragraphe 2, a) à k), m), r) et s) du règlement 2023/1114 ainsi que toutes informations complémentaires, le cas échéant, obtenues en application de l'article 63, paragraphes 2, alinéa 2 et 12 dudit règlement.
La Banque communique son avis à la FSMA dans un délai de 25 jours ouvrables à compter de la transmission par la FSMA de toutes les informations visées à l'alinéa 1er, selon les modalités précisées dans le protocole visé à l'article 38.
A sa demande, la Banque peut disposer d'un délai supplémentaire de 5 jours ouvrables pour communiquer son avis à la FSMA.
Pendant la période d'évaluation, la Banque peut demander à la FSMA qu'elle sollicite un complément d'information au candidat prestataire de services sur crypto-actifs conformément à l'article 63, paragraphe 12, du règlement 2023/1114.
La Banque communique son avis à la FSMA dans un délai de 25 jours ouvrables à compter de la transmission par la FSMA de toutes les informations visées à l'alinéa 1er, selon les modalités précisées dans le protocole visé à l'article 38.
A sa demande, la Banque peut disposer d'un délai supplémentaire de 5 jours ouvrables pour communiquer son avis à la FSMA.
Pendant la période d'évaluation, la Banque peut demander à la FSMA qu'elle sollicite un complément d'information au candidat prestataire de services sur crypto-actifs conformément à l'article 63, paragraphe 12, du règlement 2023/1114.
Art. 35. Het advies van de Bank wordt gevoegd bij de kennisgeving van de beslissing van de FSMA aan de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten en aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten, die wordt verricht conform artikel 63, leden 9 en 13, van Verordening 2023/1114.
Als geen advies wordt verstrekt binnen de in artikel 34 bedoelde termijn, wordt het advies van de Bank gunstig geacht in verband met de naleving van de in artikel 33, § 2, bedoelde bepalingen.
Als geen advies wordt verstrekt binnen de in artikel 34 bedoelde termijn, wordt het advies van de Bank gunstig geacht in verband met de naleving van de in artikel 33, § 2, bedoelde bepalingen.
Art. 35. L'avis de la Banque est joint à la notification de la décision de la FSMA au prestataire de services sur crypto-actifs concerné et à l'Autorité européenne des marchés financiers effectuée conformément à l'article 63, paragraphes 9 et 13 du règlement 2023/1114.
En l'absence d'avis dans le délai prévu à l'article 34, l'avis de la Banque est réputé favorable quant au respect des dispositions visées à l'article 33, § 2.
En l'absence d'avis dans le délai prévu à l'article 34, l'avis de la Banque est réputé favorable quant au respect des dispositions visées à l'article 33, § 2.
Onderafdeling II. - Doorlopend toezicht
Sous-section II. - Contrôle continu
Art. 36. In het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de vereisten van Titel V van Verordening 2023/1114 door een in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten, inclusief wanneer zij de oplegging van een administratieve maatregel overweegt met toepassing van de artikelen 64 en 94 van voornoemde verordening of met toepassing van de bevoegdheden die haar zijn verleend door de wet van 2 augustus 2002 of de artikelen 51 en 53 van deze wet, kan de FSMA het advies van de Bank vragen in verband met de naleving van de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, met uitzondering van de artikelen 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82, van voornoemde verordening.
Art. 36. Dans le cadre de l'exercice de sa mission de contrôle quant au respect des exigences du Titre V du règlement 2023/1114 par un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 19, § 1er, 3°, y compris lorsqu'elle considère l'imposition d'une mesure administrative en application des articles 64 et 94 dudit règlement ou en application de pouvoirs conférés par la loi du 2 août 2002 ou des articles 51 et 53 de la présente loi, la FSMA peut solliciter l'avis de la Banque quant au respect des dispositions du Titre V du règlement 2023/1114, à l'exception des articles 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 dudit règlement.
TITEL VI. - VOORKOMING VAN EN VERBOD OP MARKTMISBRUIK MET BETREKKING TOT CRYPTOACTIVA
TITRE VI. - PREVENTION ET INTERDICTION DES ABUS DE MARCHE PORTANT SUR DES CRYPTO-ACTIFS
Art. 37. De FSMA is de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114. Voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van die bepalingen kan de FSMA de in artikel 94 van die verordening bedoelde bevoegdheden uitoefenen.
Naast de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114 als bedoeld in het eerste lid:
1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
Naast de in het eerste lid bedoelde bevoegdheden kan de FSMA, in het kader van de uitoefening van haar opdracht om toe te zien op de naleving van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114 als bedoeld in het eerste lid:
1° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 34 en 35 van de wet van 2 augustus 2002;
2° de bevoegdheden uitoefenen als bedoeld in de artikelen 79 tot en met 85bis van de wet van 2 augustus 2002 volgens de in die artikelen bedoelde modaliteiten.
Art. 37. La FSMA est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions du Titre VI du règlement 2023/1114. Pour l'application et le contrôle du respect de ces dispositions, la FSMA peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94 dudit Règlement.
Outre les pouvoirs visés à l'alinéa 1er, la FSMA peut, dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre VI du règlement 2023/1114 visée à l'alinéa 1er:
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues par ces articles.
Outre les pouvoirs visés à l'alinéa 1er, la FSMA peut, dans l'exercice de sa mission de contrôle du respect des dispositions du Titre VI du règlement 2023/1114 visée à l'alinéa 1er:
1° exercer les pouvoirs visés aux articles 34 et 35 de la loi du 2 août 2002 ;
2° exercer les pouvoirs visés aux articles 79 à 85bis de la loi du 2 août 2002 selon les modalités prévues par ces articles.
TITEL VII. - SAMENWERKING
TITRE VII. - COOPERATION
HOOFDSTUK I. - Nationale samenwerking
CHAPITRE Ier. - Coopération nationale
Art. 38. De Bank en de FSMA werken samen met het oog op een adequate en doeltreffende toepassing van de bepalingen van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114. Daartoe sluiten zij een protocol om een doeltreffende en gecoördineerde toepassing van en een doeltreffend en gecoördineerd toezicht op de naleving van die bepalingen te garanderen, en tevens om de praktische modaliteiten te regelen in verband met de kennisgeving van adviezen waartoe die autoriteiten jegens elkaar zijn gehouden met toepassing van deze wet.
Die autoriteiten publiceren dit protocol op hun respectieve websites.
Die autoriteiten publiceren dit protocol op hun respectieve websites.
Art. 38. La Banque et la FSMA coopèrent en vue d'une application adéquate et efficace des dispositions des Titres III, IV et V du règlement 2023/1114. A cet effet, elles concluent un protocole en vue d'assurer une application et un contrôle efficaces et coordonnés desdites dispositions et d'également régler les modalités pratiques relatives aux communications d'avis auxquelles ces autorités sont tenues l'une envers l'autre en application de la présente loi.
Ces autorités publient ce protocole sur leur site internet respectif.
Ces autorités publient ce protocole sur leur site internet respectif.
Art. 39. § 1. Wanneer de FSMA voornemens is een maatregel te nemen met toepassing van de artikelen 94 en 111 van Verordening 2023/1114 of artikel 53 van deze wet ten aanzien van een aanbieder, een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten, die een instelling is die aan het toezicht van de Europese Centrale Bank of van de Bank is onderworpen, stelt de FSMA laatstgenoemde daarvan vooraf in kennis.
§ 2. De Bank en de FSMA zien toe op de naleving van artikel 108 van Verordening 2023/1114 door te voorzien in procedures op basis waarvan cliënten en andere belanghebbenden, waaronder de consumentenorganisaties, bij hen klachten kunnen indienen met betrekking tot vermeende inbreuken op de bepalingen van voornoemde verordening waarvoor zij respectievelijk bevoegd zijn met toepassing van deze wet.
§ 2. De Bank en de FSMA zien toe op de naleving van artikel 108 van Verordening 2023/1114 door te voorzien in procedures op basis waarvan cliënten en andere belanghebbenden, waaronder de consumentenorganisaties, bij hen klachten kunnen indienen met betrekking tot vermeende inbreuken op de bepalingen van voornoemde verordening waarvoor zij respectievelijk bevoegd zijn met toepassing van deze wet.
Art. 39. § 1er. Lorsque la FSMA entend adopter une mesure en application des articles 94 et 111 du règlement 2023/1114 ou de l'article 53 de la présente loi à l'égard d'un offreur, d'un émetteur ou d'un prestataire de services sur crypto-actifs, qui est un établissement soumis à la supervision de la Banque centrale européenne ou de la Banque, la FSMA en informe préalablement cette dernière.
§ 2. La Banque et la FSMA assurent le respect de l'article 108 du règlement 2023/1114 en mettant en place des procédures permettant aux clients et à d'autres parties intéressées, notamment les associations de consommateurs, d'introduire des réclamations pour infraction présumée aux dispositions dudit règlement pour lesquelles elles sont respectivement compétentes en application de la présente loi.
§ 2. La Banque et la FSMA assurent le respect de l'article 108 du règlement 2023/1114 en mettant en place des procédures permettant aux clients et à d'autres parties intéressées, notamment les associations de consommateurs, d'introduire des réclamations pour infraction présumée aux dispositions dudit règlement pour lesquelles elles sont respectivement compétentes en application de la présente loi.
Art. 40. De Bank en de FOD Economie werken samen met het oog op een passende en efficiënte toepassing van de bepalingen van Titel IV van Verordening 2023/1114.
Art. 40. La Banque et le SPF Economie coopèrent en vue d'une application adéquate et efficace des dispositions du Titre IV du règlement 2023/1114.
HOOFDSTUK II. - Internationale samenwerking
CHAPITRE II. - Coopération internationale
Art. 41. In het kader van hun respectieve bevoegdheden die zijn vastgelegd in deze wet, werken de Bank, de FSMA en de FOD Economie, met inachtneming van de artikelen 95, 96, 98 en 107 van Verordening 2023/1114, samen met de autoriteiten van andere lidstaten en de autoriteiten van derde landen die bevoegd zijn voor het toezicht op de activiteiten bedoeld in de Titels II, III, IV en V van Verordening 2023/1114 en voor het toezicht op de naleving van Titel VI van die verordening, alsook met de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
Art. 41. Dans le cadre de leurs compétences respectives telles que précisées par la présente loi, la Banque, la FSMA et le SPF Economie coopèrent, dans le respect des articles 95, 96, 98 et 107 du règlement 2023/1114, avec les autorités d'autres Etats membres et les autorités de pays tiers compétentes pour le contrôle des activités visées aux Titres II, III, IV et V du règlement 2023/1114 et le contrôle du respect du Titre VI dudit règlement ainsi qu'avec l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers.
Art. 42. § 1. De Bank verschaft de in artikel 109, leden 3 en 4, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt de in respectievelijk lid 1, punten b) en c), van dat artikel bedoelde registers op te stellen.
Voor de in artikel 18, § 1, van deze wet bedoelde entiteiten verschaft de Bank ook de in artikel 109, lid 5, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt het in lid 1, punt d), van dat artikel bedoeld register op te stellen.
§ 2. Voor de in artikel 19, § 1, van deze wet bedoelde entiteiten verschaft de FSMA de in artikel 109, lid 5, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt het in lid 1, punt d), van dat artikel bedoeld register op te stellen.
Voor de in artikel 18, § 1, van deze wet bedoelde entiteiten verschaft de Bank ook de in artikel 109, lid 5, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt het in lid 1, punt d), van dat artikel bedoeld register op te stellen.
§ 2. Voor de in artikel 19, § 1, van deze wet bedoelde entiteiten verschaft de FSMA de in artikel 109, lid 5, van Verordening 2023/1114 bedoelde informatie, die de Europese Autoriteit voor effecten en markten in staat stelt het in lid 1, punt d), van dat artikel bedoeld register op te stellen.
Art. 42. § 1er. La Banque assure la communication des informations visées à l'article 109, paragraphes 3 et 4 du règlement 2023/1114 permettant à l'Autorité européenne des marchés financiers d'établir les registres visés respectivement au paragraphe 1er, b) et c) dudit article.
De même en ce qui concerne les entités visées à l'article 18, § 1er de la présente loi, la Banque assure la communication des informations visées à l'article 109, paragraphe 5 du règlement 2023/1114 permettant à l'Autorité européenne des marchés financiers d'établir le registre visé au paragraphe 1er, d) dudit article.
§ 2. En ce qui concerne les entités visées à l'article 19, § 1er, de la présente loi, la FSMA assure la communication des informations visées à l'article 109, paragraphe 5 du règlement 2023/1114 permettant à l'Autorité européenne des marchés financiers d'établir le registre visé au paragraphe 1er, d) dudit article.
De même en ce qui concerne les entités visées à l'article 18, § 1er de la présente loi, la Banque assure la communication des informations visées à l'article 109, paragraphe 5 du règlement 2023/1114 permettant à l'Autorité européenne des marchés financiers d'établir le registre visé au paragraphe 1er, d) dudit article.
§ 2. En ce qui concerne les entités visées à l'article 19, § 1er, de la présente loi, la FSMA assure la communication des informations visées à l'article 109, paragraphe 5 du règlement 2023/1114 permettant à l'Autorité européenne des marchés financiers d'établir le registre visé au paragraphe 1er, d) dudit article.
Art. 43. De Bank is het centrale aanspreekpunt voor de in artikel 93, lid 2, van Verordening 2023/1114 bedoelde grensoverschrijdende administratieve samenwerking en voor de samenwerking met de Europese bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten, voor de toepassing van de Titels III en IV van Verordening 2023/1114.
De FSMA is het centrale aanspreekpunt voor de in artikel 93, lid 2, van Verordening 2023/1114 bedoelde grensoverschrijdende administratieve samenwerking en voor de samenwerking met de Europese bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten, voor de toepassing van de Titels II, V en VI van Verordening 2023/1114.
De FSMA is het centrale aanspreekpunt voor de in artikel 93, lid 2, van Verordening 2023/1114 bedoelde grensoverschrijdende administratieve samenwerking en voor de samenwerking met de Europese bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten, voor de toepassing van de Titels II, V en VI van Verordening 2023/1114.
Art. 43. La Banque est le point de contact unique pour les besoins de la coopération administrative transfrontière visée à l'article 93, paragraphe 2 du règlement 2023/1114 et de la coopération avec l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers, en relation avec l'application des Titres III et IV du règlement 2023/1114.
La FSMA est le point de contact unique pour les besoins de la coopération administrative transfrontière visée à l'article 93, paragraphe 2 du règlement 2023/1114 et la coopération avec l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers, en relation avec l'application des Titres II, V et VI du règlement 2023/1114.
La FSMA est le point de contact unique pour les besoins de la coopération administrative transfrontière visée à l'article 93, paragraphe 2 du règlement 2023/1114 et la coopération avec l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers, en relation avec l'application des Titres II, V et VI du règlement 2023/1114.
TITEL VIII. - HERSTELMAATREGELEN EN SANCTIES
TITRE VIII. - MESURES DE REDRESSEMENT ET SANCTIONS
HOOFDSTUK I. - Maatregelen en sancties opgelegd door de Bank
CHAPITRE Ier. - Mesures et sanctions adoptées par la Banque
Art. 44. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt een uitgever gedefinieerd als een uitgever van activagerelateerde tokens of een uitgever van e-moneytokens in de zin van respectievelijk Titel III en Titel IV van Verordening 2023/1114.
Art. 44. Pour les besoins du présent chapitre, un émetteur est défini comme un émetteur de jeton se référant à un ou des actifs ou un émetteur de jeton de monnaie électronique au sens respectivement des Titres III et IV du règlement 2023/1114.
Art. 45. § 1. Onverminderd de maatregelen van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 24, 94 en 111, geldt dat wanneer de Bank vaststelt dat een uitgever zich in een situatie bevindt als bedoeld in artikel 24, lid 1, van die verordening, dat een uitgever, een aanbieder of een persoon die verzoekt om toelating tot de handel van een activagerelateerde token of een e-moneytoken niet voldoet aan een van de vereisten van Titel III of IV van de genoemde verordening, of dat een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 18, § 1 van deze wet niet voldoet aan de vereisten van titel V van de genoemde verordening, of dat een dergelijke situatie zich in de komende 12 maanden dreigt voor te doen, zij in voorkomend geval na het opleggen van een hersteltermijn de volgende maatregelen kan nemen:
1° in overeenstemming met de technische reguleringsnormen van de Europese Bankautoriteit kapitaalvereisten opleggen die strenger zijn dan of een aanvulling vormen op die waarin voorzien is in artikel 35 of 67 van Verordening 2023/1114, in de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten, in voorkomend geval door de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst op te leggen;
2° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst, bovenop de criteria die in voorkomend geval zijn vastgelegd in het toepasselijke beloningsbeleid;
3° specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan die welke zijn vastgelegd in het beleid en de procedures voor liquiditeitsbeheer die zijn opgesteld in overeenstemming met de technische reguleringsnormen die door de Europese Bankautoriteit zijn uitgevaardigd krachtens de artikelen 36, lid 4, en 38, lid 5, van Verordening 2023/1114, in de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten;
4° normen opleggen inzake risicoconcentratie of ter beperking van de blootstellingen die dwingender zijn dan deze waarin voorzien is krachtens artikel 38, lid 5, punt d), van Verordening 2023/1114, door de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of door de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten;
5° een speciaal commissaris aanstellen. In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist. De verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, kan de Bank evenwel beperken. De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, voorleggen aan alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering.
De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de betrokken entiteit of voor derden.
Indien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken entiteit. De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het leidinggevend orgaan van de betrokken entiteit in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het genoemde orgaan van de betrokken entiteit ontslaan, of in de plaats van een deel van of het gehele orgaan een of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de Bank een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de betrokken entiteit. Mits de Bank hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen. De mandaten van de vervangen personen eindigen na de kennisgeving van de beslissing van de Bank om hen door een of meer voorlopige bestuurders te vervangen. De betrokken entiteit vervult de openbaarmakingsformaliteiten die vereist zijn in geval van beëindiging van de betrokken mandaten.
De Bank kan met inachtneming van de Unierechtelijke bepalingen afwijken van de rapporteringsverplichtingen van de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteit ten aanzien waarvan zij een maatregel bestaande in de benoeming van een of meer voorlopige bestuurders heeft genomen.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken entiteit.
De Bank kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;
7° de betrokken entiteit gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt.
§ 2. De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 3° een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
§ 3. Wanneer de Bank kennis heeft van het feit dat een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten een bijzonder mechanisme heeft ingesteld in de zin van artikel 2, 12° van deze wet, is paragraaf 1 van toepassing.
§ 4. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een maatregel krachtens dit artikel of artikel 94 van Verordening 2023/1114 en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 5. De ondernemingsrechtbank spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 5°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de betrokken entiteit. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Indien de geschorste of vernietigde handelingen of beslissingen werden bekendgemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de betrokken entiteit, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.
1° in overeenstemming met de technische reguleringsnormen van de Europese Bankautoriteit kapitaalvereisten opleggen die strenger zijn dan of een aanvulling vormen op die waarin voorzien is in artikel 35 of 67 van Verordening 2023/1114, in de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten, in voorkomend geval door de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst op te leggen;
2° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst, bovenop de criteria die in voorkomend geval zijn vastgelegd in het toepasselijke beloningsbeleid;
3° specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan die welke zijn vastgelegd in het beleid en de procedures voor liquiditeitsbeheer die zijn opgesteld in overeenstemming met de technische reguleringsnormen die door de Europese Bankautoriteit zijn uitgevaardigd krachtens de artikelen 36, lid 4, en 38, lid 5, van Verordening 2023/1114, in de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten;
4° normen opleggen inzake risicoconcentratie of ter beperking van de blootstellingen die dwingender zijn dan deze waarin voorzien is krachtens artikel 38, lid 5, punt d), van Verordening 2023/1114, door de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn of door de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die zijn omgezet in die wetten;
5° een speciaal commissaris aanstellen. In dit geval is voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid, zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist. De verrichtingen waarvoor een toestemming is vereist, kan de Bank evenwel beperken. De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, voorleggen aan alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering.
De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voortvloeit voor de betrokken entiteit of voor derden.
Indien de Bank de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming is vereist, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris die bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij die bekrachtigt. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken entiteit. De Bank kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het leidinggevend orgaan van de betrokken entiteit in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het genoemde orgaan van de betrokken entiteit ontslaan, of in de plaats van een deel van of het gehele orgaan een of meer voorlopige bestuurders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De Bank maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de Bank een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de betrokken entiteit. Mits de Bank hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen. De mandaten van de vervangen personen eindigen na de kennisgeving van de beslissing van de Bank om hen door een of meer voorlopige bestuurders te vervangen. De betrokken entiteit vervult de openbaarmakingsformaliteiten die vereist zijn in geval van beëindiging van de betrokken mandaten.
De Bank kan met inachtneming van de Unierechtelijke bepalingen afwijken van de rapporteringsverplichtingen van de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteit ten aanzien waarvan zij een maatregel bestaande in de benoeming van een of meer voorlopige bestuurders heeft genomen.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de Bank en gedragen door de betrokken entiteit.
De Bank kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;
7° de betrokken entiteit gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt.
§ 2. De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 3° een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
§ 3. Wanneer de Bank kennis heeft van het feit dat een uitgever of een aanbieder van cryptoactivadiensten een bijzonder mechanisme heeft ingesteld in de zin van artikel 2, 12° van deze wet, is paragraaf 1 van toepassing.
§ 4. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een maatregel krachtens dit artikel of artikel 94 van Verordening 2023/1114 en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 5. De ondernemingsrechtbank spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 5°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de betrokken entiteit. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Indien de geschorste of vernietigde handelingen of beslissingen werden bekendgemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de betrokken entiteit, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.
Art. 45. § 1er. Sans préjudice des mesures prévues par le règlement 2023/1114, en particulier ses articles 24, 94 et 111, lorsque la Banque constate qu'un émetteur se trouve dans une situation visée à l'article 24, paragraphe 1er dudit règlement, qu'un émetteur, un offreur ou une personne demandant l'admission à la négociation d'un jeton de monnaie électronique ou d'un jeton se référant à un ou des actifs ne respecte pas une des exigences de son Titre III ou de son Titre IV ou qu'un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 18, § 1er de la présente loi ne respecte pas les exigences du Titre V dudit Règlement, ou qu'une telle situation risque de survenir au cours des 12 prochains mois, elle peut, le cas échéant après avoir imposé un délai de remédiation, imposer les mesures suivantes :
1° imposer, en conformité avec les normes techniques de réglementation édictées par l'Autorité bancaire européenne, des exigences de fonds propres plus sévères que, ou complémentaires à, celles prévues par l'article 35 ou 67 du règlement 2023/1114, ou par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition, le cas échéant en imposant la mise en réserve totale ou partielle de bénéfices distribuables ;
2° imposer de limiter la rémunération variable à un pourcentage du bénéfice au-delà des critères, le cas échéant, établis par la politique de rémunération applicable ;
3° imposer des exigences spécifiques de liquidité, plus contraignantes que celles établies par la politique et les procédures en matière de gestion de la liquidité établies en conformité avec les normes techniques de réglementation édictées par l'Autorité bancaire européenne en vertu des articles 36, paragraphe 4, 38, paragraphe 5 du règlement 2023/1114 ou par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
4° imposer des normes en matière de concentration des risques ou de limitations des expositions plus contraignantes que celles définies en vertu de l'article 38, paragraphe 5, d) du règlement 2023/1114 ou par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
5° désigner un commissaire spécial. Dans ce cas, l'autorisation écrite, générale ou spéciale de celui-ci est requise pour tous les actes et décisions de tous les organes de l'entité concernée y compris l'assemblée générale, et pour ceux des personnes chargées de la gestion. La Banque peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation. Le commissaire spécial peut soumettre à la délibération de tous les organes de l'entité concernée y compris l'assemblée générale, toute proposition qu'il juge opportune.
Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en résulte pour l'entité concernée ou les tiers.
Si la Banque a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifié les actes et décisions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu'elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifie. Dans les mêmes conditions toute décision de l'assemblée générale prise sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifie. La rémunération du commissaire spécial est fixée par la Banque et supportée par l'entité concernée. La Banque peut désigner un commissaire suppléant ;
6° enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l'organe de direction de l'entité concernée au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 27) du règlement 2023/1114, dans un délai qu'elle fixe et, à défaut d'un tel remplacement dans ce délai, démettre un ou plusieurs membres dudit organe de l'entité concernée ou substituer à une partie ou à l'ensemble dudit organe un ou plusieurs administrateurs provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La Banque publie sa décision au Moniteur belge.
Lorsque les circonstances le justifient, la Banque peut procéder à la désignation d'un ou plusieurs administrateurs provisoires sans procéder préalablement à l'injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants de l'entité concernée. Moyennant l'autorisation de la Banque, le ou les administrateurs provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l'ordre du jour. Les fonctions des personnes remplacées prennent fin dès la notification de la décision de la Banque substituant un ou plusieurs administrateurs provisoires. L'entité concernée accomplit les formalités de publicité requises par la fin des mandats concernés.
La Banque peut, dans le respect des dispositions du droit de l'Union européenne, déroger aux obligations de reporting prévues par les lois sectorielles de contrôle applicables à l'égard de l'entité concernée faisant l'objet d'une mesure de nomination d'un ou plusieurs administrateurs provisoires.
La rémunération du ou des administrateurs provisoires est fixée par la Banque et supportée par l'entité concernée.
La Banque peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs provisoires, soit d'office, soit à la demande d'une majorité des actionnaires ou associés lorsque ceux-ci justifient que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires ;
7° enjoindre à l'entité concernée de convoquer, dans le délai qu'elle fixe, une assemblée générale des actionnaires, dont elle établit l'ordre du jour.
§ 2. La Banque peut également adopter les mesures visées au paragraphe 1er dans le cas où un émetteur ou un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 18, § 1er, 3° a obtenu un agrément au moyen de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier.
§ 3. Le paragraphe 1er est applicable au cas où la Banque a connaissance du fait qu'un émetteur ou un prestataire de services sur crypto-actifs a mis en place un mécanisme particulier au sens de l'article 2, 12° de la présente loi.
§ 4. La Banque informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure en application du présent article ou de l'article 94 du règlement 2023/1114 et de l'éventuel recours introduit à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 5. Le tribunal de l'entreprise prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues au paragraphe 1er, 5°. L'action en nullité est dirigée contre l'entité concernée. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où les actes ou les décisions suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés en extrait dans les mêmes formes. Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de l'entité concernée, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sans préjudice du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu. L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
1° imposer, en conformité avec les normes techniques de réglementation édictées par l'Autorité bancaire européenne, des exigences de fonds propres plus sévères que, ou complémentaires à, celles prévues par l'article 35 ou 67 du règlement 2023/1114, ou par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition, le cas échéant en imposant la mise en réserve totale ou partielle de bénéfices distribuables ;
2° imposer de limiter la rémunération variable à un pourcentage du bénéfice au-delà des critères, le cas échéant, établis par la politique de rémunération applicable ;
3° imposer des exigences spécifiques de liquidité, plus contraignantes que celles établies par la politique et les procédures en matière de gestion de la liquidité établies en conformité avec les normes techniques de réglementation édictées par l'Autorité bancaire européenne en vertu des articles 36, paragraphe 4, 38, paragraphe 5 du règlement 2023/1114 ou par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
4° imposer des normes en matière de concentration des risques ou de limitations des expositions plus contraignantes que celles définies en vertu de l'article 38, paragraphe 5, d) du règlement 2023/1114 ou par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
5° désigner un commissaire spécial. Dans ce cas, l'autorisation écrite, générale ou spéciale de celui-ci est requise pour tous les actes et décisions de tous les organes de l'entité concernée y compris l'assemblée générale, et pour ceux des personnes chargées de la gestion. La Banque peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation. Le commissaire spécial peut soumettre à la délibération de tous les organes de l'entité concernée y compris l'assemblée générale, toute proposition qu'il juge opportune.
Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en résulte pour l'entité concernée ou les tiers.
Si la Banque a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifié les actes et décisions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu'elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifie. Dans les mêmes conditions toute décision de l'assemblée générale prise sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifie. La rémunération du commissaire spécial est fixée par la Banque et supportée par l'entité concernée. La Banque peut désigner un commissaire suppléant ;
6° enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l'organe de direction de l'entité concernée au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 27) du règlement 2023/1114, dans un délai qu'elle fixe et, à défaut d'un tel remplacement dans ce délai, démettre un ou plusieurs membres dudit organe de l'entité concernée ou substituer à une partie ou à l'ensemble dudit organe un ou plusieurs administrateurs provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La Banque publie sa décision au Moniteur belge.
Lorsque les circonstances le justifient, la Banque peut procéder à la désignation d'un ou plusieurs administrateurs provisoires sans procéder préalablement à l'injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants de l'entité concernée. Moyennant l'autorisation de la Banque, le ou les administrateurs provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l'ordre du jour. Les fonctions des personnes remplacées prennent fin dès la notification de la décision de la Banque substituant un ou plusieurs administrateurs provisoires. L'entité concernée accomplit les formalités de publicité requises par la fin des mandats concernés.
La Banque peut, dans le respect des dispositions du droit de l'Union européenne, déroger aux obligations de reporting prévues par les lois sectorielles de contrôle applicables à l'égard de l'entité concernée faisant l'objet d'une mesure de nomination d'un ou plusieurs administrateurs provisoires.
La rémunération du ou des administrateurs provisoires est fixée par la Banque et supportée par l'entité concernée.
La Banque peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs provisoires, soit d'office, soit à la demande d'une majorité des actionnaires ou associés lorsque ceux-ci justifient que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires ;
7° enjoindre à l'entité concernée de convoquer, dans le délai qu'elle fixe, une assemblée générale des actionnaires, dont elle établit l'ordre du jour.
§ 2. La Banque peut également adopter les mesures visées au paragraphe 1er dans le cas où un émetteur ou un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 18, § 1er, 3° a obtenu un agrément au moyen de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier.
§ 3. Le paragraphe 1er est applicable au cas où la Banque a connaissance du fait qu'un émetteur ou un prestataire de services sur crypto-actifs a mis en place un mécanisme particulier au sens de l'article 2, 12° de la présente loi.
§ 4. La Banque informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure en application du présent article ou de l'article 94 du règlement 2023/1114 et de l'éventuel recours introduit à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 5. Le tribunal de l'entreprise prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues au paragraphe 1er, 5°. L'action en nullité est dirigée contre l'entité concernée. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où les actes ou les décisions suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés en extrait dans les mêmes formes. Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de l'entité concernée, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sans préjudice du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu. L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
Art. 46. § 1. De speciaal commissaris en de voorlopige bestuurder(s) bedoeld in artikel 45, § 1, 5° en 6° dragen voor rekening van de Bank bij aan de uitoefening van haar wettelijke opdracht. In het kader van deze opdracht:
1° handelen zij uitsluitend in het kader van het doel van Verordening 2023/1114 en onverminderd de doeleinden die zijn vastgelegd in de sectorale wetten die het statuut en het toezicht regelen;
2° volgen zij de instructies van de Bank met betrekking tot de wijze waarop de hun toevertrouwde specifieke opdracht moet worden uitgevoerd;
3° zijn zij onderworpen aan dezelfde verplichtingen inzake beroepsgeheim als die welke voor de Bank gelden in het kader van de in deze wet vastgelegde toezichtsopdracht; voor het gebruik van wettelijke uitzonderingen is de voorafgaande toestemming van de Bank vereist;
4° brengen zij op verzoek van de Bank, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, verslag uit over de financiële positie van de uitgever of de aanbieder van cryptoactivadiensten en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiële positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
§ 2. Hun ondersteunende rol ten aanzien van de Bank, als omschreven in paragraaf 1, impliceert dat zij als dusdanig niet als administratieve autoriteit kunnen worden beschouwd.
De vervanging van de voltallige besluitvormingsorganen van de betrokken entiteit door voorlopige bestuurders overeenkomstig artikel 45, § 1, 6°, impliceert niet dat deze laatsten moeten worden beschouwd als bestuurders of leden van het wettelijk bestuursorgaan in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar enkel dat zij de bevoegdheden hebben van de vervangen personen, met name om de handelingen te verrichten die de uitgever of de aanbieder van cryptoactivadiensten in staat stellen te voldoen aan zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen, in het bijzonder deze die door of krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn vastgesteld. Er wordt aan hen geen kwijting verleend bij een beslissing of stemming als bedoeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar zij zijn voor hun opdracht uitsluitend verantwoording verschuldigd ten aanzien van de Bank, die hen in voorkomend geval kwijting verleent.
1° handelen zij uitsluitend in het kader van het doel van Verordening 2023/1114 en onverminderd de doeleinden die zijn vastgelegd in de sectorale wetten die het statuut en het toezicht regelen;
2° volgen zij de instructies van de Bank met betrekking tot de wijze waarop de hun toevertrouwde specifieke opdracht moet worden uitgevoerd;
3° zijn zij onderworpen aan dezelfde verplichtingen inzake beroepsgeheim als die welke voor de Bank gelden in het kader van de in deze wet vastgelegde toezichtsopdracht; voor het gebruik van wettelijke uitzonderingen is de voorafgaande toestemming van de Bank vereist;
4° brengen zij op verzoek van de Bank, volgens de modaliteiten die zij bepaalt, verslag uit over de financiële positie van de uitgever of de aanbieder van cryptoactivadiensten en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiële positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
§ 2. Hun ondersteunende rol ten aanzien van de Bank, als omschreven in paragraaf 1, impliceert dat zij als dusdanig niet als administratieve autoriteit kunnen worden beschouwd.
De vervanging van de voltallige besluitvormingsorganen van de betrokken entiteit door voorlopige bestuurders overeenkomstig artikel 45, § 1, 6°, impliceert niet dat deze laatsten moeten worden beschouwd als bestuurders of leden van het wettelijk bestuursorgaan in de zin van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar enkel dat zij de bevoegdheden hebben van de vervangen personen, met name om de handelingen te verrichten die de uitgever of de aanbieder van cryptoactivadiensten in staat stellen te voldoen aan zijn wettelijke en reglementaire verplichtingen, in het bijzonder deze die door of krachtens het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zijn vastgesteld. Er wordt aan hen geen kwijting verleend bij een beslissing of stemming als bedoeld in het Wetboek van vennootschappen en verenigingen, maar zij zijn voor hun opdracht uitsluitend verantwoording verschuldigd ten aanzien van de Bank, die hen in voorkomend geval kwijting verleent.
Art. 46. § 1er. Le commissaire spécial et le ou les administrateurs provisoires visés à l'article 45, § 1er, 5° et 6° contribuent à l'exercice de la mission légale de la Banque, pour compte de celle-ci. Dans le cadre de cette mission :
1° ils agissent exclusivement dans le cadre de la finalité du règlement 2023/1114 et ce, sans préjudice des finalités prévues par les lois sectorielles qui régissent le statut et le contrôle ;
2° ils suivent les instructions de la Banque quant à la manière d'accomplir la mission particulière qui leur est confiée ;
3° ils sont assujettis aux mêmes obligations en matière de secret professionnel que celles applicables à la Banque en ce qui concerne la mission de contrôle prévue par la présente loi, l'usage des exceptions légales étant soumis à une autorisation préalable de la Banque ;
4° ils font, à la requête de la Banque, selon les modalités qu'elle détermine, rapport sur la situation financière de l'émetteur ou du prestataire de services sur crypto-actifs et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation financière au début et à la fin de cette mission.
§ 2. Leur qualité d'auxiliaire de la Banque précisée au paragraphe 1er implique qu'ils ne peuvent, comme tels, être considérés comme une autorité administrative.
La substitution de l'ensemble des organes décisionnels de l'entité concernée par les administrateurs provisoires opérée en application de l'article 45, § 1er, 6°, n'implique pas que ces derniers doivent être considérés comme des administrateurs ou membres de l'organe légal d'administration au sens du Code des sociétés et des associations mais seulement qu'ils bénéficient des pouvoirs des personnes remplacées, notamment aux fins d'accomplir les actes permettant à l'émetteur ou au prestataire de services sur crypto-actifs de satisfaire à ses obligations légales et réglementaires, en particulier celles prévues par ou en vertu du Code des sociétés et des associations. A ce titre, ils ne font pas l'objet d'une décision ou d'un vote sur la décharge tel que prévu par le Code des sociétés et des associations mais répondent de leur mission à l'égard de la Banque exclusivement qui leur donne décharge s'il y échet.
1° ils agissent exclusivement dans le cadre de la finalité du règlement 2023/1114 et ce, sans préjudice des finalités prévues par les lois sectorielles qui régissent le statut et le contrôle ;
2° ils suivent les instructions de la Banque quant à la manière d'accomplir la mission particulière qui leur est confiée ;
3° ils sont assujettis aux mêmes obligations en matière de secret professionnel que celles applicables à la Banque en ce qui concerne la mission de contrôle prévue par la présente loi, l'usage des exceptions légales étant soumis à une autorisation préalable de la Banque ;
4° ils font, à la requête de la Banque, selon les modalités qu'elle détermine, rapport sur la situation financière de l'émetteur ou du prestataire de services sur crypto-actifs et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation financière au début et à la fin de cette mission.
§ 2. Leur qualité d'auxiliaire de la Banque précisée au paragraphe 1er implique qu'ils ne peuvent, comme tels, être considérés comme une autorité administrative.
La substitution de l'ensemble des organes décisionnels de l'entité concernée par les administrateurs provisoires opérée en application de l'article 45, § 1er, 6°, n'implique pas que ces derniers doivent être considérés comme des administrateurs ou membres de l'organe légal d'administration au sens du Code des sociétés et des associations mais seulement qu'ils bénéficient des pouvoirs des personnes remplacées, notamment aux fins d'accomplir les actes permettant à l'émetteur ou au prestataire de services sur crypto-actifs de satisfaire à ses obligations légales et réglementaires, en particulier celles prévues par ou en vertu du Code des sociétés et des associations. A ce titre, ils ne font pas l'objet d'une décision ou d'un vote sur la décharge tel que prévu par le Code des sociétés et des associations mais répondent de leur mission à l'égard de la Banque exclusivement qui leur donne décharge s'il y échet.
Art. 47. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin deze wet of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de Bank aan de betrokken entiteit een termijn opleggen waarbinnen deze moet voldoen aan bepaalde voorschriften:
1° van dit boek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen;
2° van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114;
3° van de technische reguleringsnormen en uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1093/2010 of de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1095/2010.
Zij kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
§ 2. Indien de betrokken entiteit in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn, kan de Bank, na de betrokken entiteit gehoord of ten minste opgeroepen te hebben:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, met vermelding van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de overtreding, alsook de aard van de overtreding. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de verantwoordelijke persoon een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding en maximum 50.000 euro per dag vertraging, voor een periode van hoogstens zes maanden. Bovendien mogen deze bedragen niet hoger zijn dan 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorgaande boekjaar.
§ 3. Bij de vaststelling van het bedrag van de dwangsom wordt met name rekening gehouden met:
1° de ernst van de vastgestelde tekortkomingen en, in voorkomend geval, de potentiële impact van die tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel;
2° de financiële draagkracht van de betrokken entiteit, zoals deze met name blijkt uit haar omzet.
§ 4. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 5. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een dwangsom met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
1° van dit boek of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen;
2° van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114;
3° van de technische reguleringsnormen en uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1093/2010 of de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1095/2010.
Zij kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
§ 2. Indien de betrokken entiteit in gebreke blijft bij het verstrijken van de termijn, kan de Bank, na de betrokken entiteit gehoord of ten minste opgeroepen te hebben:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, met vermelding van de identiteit van de natuurlijke of rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de overtreding, alsook de aard van de overtreding. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de verantwoordelijke persoon een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per overtreding en maximum 50.000 euro per dag vertraging, voor een periode van hoogstens zes maanden. Bovendien mogen deze bedragen niet hoger zijn dan 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorgaande boekjaar.
§ 3. Bij de vaststelling van het bedrag van de dwangsom wordt met name rekening gehouden met:
1° de ernst van de vastgestelde tekortkomingen en, in voorkomend geval, de potentiële impact van die tekortkomingen op de stabiliteit van het financiële stelsel;
2° de financiële draagkracht van de betrokken entiteit, zoals deze met name blijkt uit haar omzet.
§ 4. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 5. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een dwangsom met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
Art. 47. § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi ou par le règlement 2023/1114, la Banque peut fixer à l'entité concernée un délai dans lequel elle doit se conformer à des dispositions déterminées :
1° du présent livre ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ;
2° des Titres III, IV et V du règlement 2023/1114 ;
3° des normes techniques de réglementation et des normes d'exécution adoptées par la Commission européenne conformément aux articles 10 à 15 du règlement n° 1093/2010 ou aux articles 10 à 15 du règlement n° 1095/2010.
Elle peut également enjoindre à toute personne physique ou morale ayant publié ou diffusé des informations fausses ou erronées de publier un communiqué rectificatif.
§ 2. Si l'entité concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la Banque peut, l'entité concernée entendue ou à tout le moins convoquée :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne physique ou morale responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° infliger une astreinte à la personne responsable à raison d'un montant maximum de 2.500.000 euros par infraction et de maximum 50.000 euros par jour de retard avec une période maximale de six mois. Ces montants ne peuvent, en outre, excéder 3 % du chiffre d'affaires journalier moyen réalisé au cours de l'exercice précédent.
§ 3. Le montant de l'astreinte est fixé en tenant notamment compte :
1° de la gravité des manquements rencontrés et, le cas échéant, de l'impact potentiel de ces manquements sur la stabilité du système financier ;
2° de l'assise financière de l'entité concernée en cause, telle qu'elle ressort notamment de son chiffre d'affaires.
§ 4. Les astreintes imposées en application du paragraphe 2 sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 5. La Banque informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure d'astreinte en application du présent article et de l'éventuel recours à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
1° du présent livre ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ;
2° des Titres III, IV et V du règlement 2023/1114 ;
3° des normes techniques de réglementation et des normes d'exécution adoptées par la Commission européenne conformément aux articles 10 à 15 du règlement n° 1093/2010 ou aux articles 10 à 15 du règlement n° 1095/2010.
Elle peut également enjoindre à toute personne physique ou morale ayant publié ou diffusé des informations fausses ou erronées de publier un communiqué rectificatif.
§ 2. Si l'entité concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la Banque peut, l'entité concernée entendue ou à tout le moins convoquée :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne physique ou morale responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° infliger une astreinte à la personne responsable à raison d'un montant maximum de 2.500.000 euros par infraction et de maximum 50.000 euros par jour de retard avec une période maximale de six mois. Ces montants ne peuvent, en outre, excéder 3 % du chiffre d'affaires journalier moyen réalisé au cours de l'exercice précédent.
§ 3. Le montant de l'astreinte est fixé en tenant notamment compte :
1° de la gravité des manquements rencontrés et, le cas échéant, de l'impact potentiel de ces manquements sur la stabilité du système financier ;
2° de l'assise financière de l'entité concernée en cause, telle qu'elle ressort notamment de son chiffre d'affaires.
§ 4. Les astreintes imposées en application du paragraphe 2 sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 5. La Banque informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure d'astreinte en application du présent article et de l'éventuel recours à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
Art. 48. De Bank kan ten aanzien van onder het recht van een andere lidstaat ressorterende uitgevers, aanbieders of personen die hebben verzocht om toelating tot de handel van een activagerelateerde token of e-moneytoken of aanbieders van cryptoactivadiensten die hun activiteiten uitoefenen met gebruikmaking van de regeling van artikel 60, leden 2, 3 en 4 van Verordening 2023/1114, de maatregelen nemen als bedoeld in de artikelen 45 en 47 van deze wet en in artikel 94 van die verordening, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van de genoemde verordening.
De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen ten aanzien van aanbieders van cryptoactivadiensten die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die de hoedanigheid hebben van beleggingsonderneming waarvan de activiteiten overeenstemmen met die welke hen kwalificeren als beursvennootschap in de zin van de wet van 20 juli 2022, instelling voor elektronisch geld of betalingsinstelling, en waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van die verordening.
De Bank kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen ten aanzien van aanbieders van cryptoactivadiensten die onder het recht van een andere lidstaat ressorteren en die de hoedanigheid hebben van beleggingsonderneming waarvan de activiteiten overeenstemmen met die welke hen kwalificeren als beursvennootschap in de zin van de wet van 20 juli 2022, instelling voor elektronisch geld of betalingsinstelling, en waaraan een vergunning is verleend overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van die verordening.
Art. 48. La Banque peut adopter les mesures visées aux articles 45 et 47 de la présente loi et à l'article 94 du règlement 2023/1114 à l'égard d'émetteurs, d'offreurs, de personnes ayant demandé l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs ou d'un jeton de monnaie électronique, ou de prestataires de services sur crypto-actifs exerçant sous le bénéfice de l'article 60, paragraphes 2, 3 et 4, dudit Règlement, relevant du droit d'un autre Etat membre dans le strict respect des conditions prévues par l'article 102 dudit Règlement.
La Banque peut, de même, adopter, les mesures visées au paragraphe 1er à l'égard de prestataires de services sur crypto-actifs relevant du droit d'un autre Etat membre, ayant la qualité d'entreprise d'investissement dont les activités correspondent à celles qui qualifient de société de bourse au sens de la loi du 20 juillet 2022, d'établissement de monnaie électronique ou d'établissement de paiement, et agréés en application de l'article 63 du règlement 2023/1114, dans le strict respect des conditions prévues par l'article 102 dudit Règlement.
La Banque peut, de même, adopter, les mesures visées au paragraphe 1er à l'égard de prestataires de services sur crypto-actifs relevant du droit d'un autre Etat membre, ayant la qualité d'entreprise d'investissement dont les activités correspondent à celles qui qualifient de société de bourse au sens de la loi du 20 juillet 2022, d'établissement de monnaie électronique ou d'établissement de paiement, et agréés en application de l'article 63 du règlement 2023/1114, dans le strict respect des conditions prévues par l'article 102 dudit Règlement.
Art. 49. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin deze wet of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de Bank, wanneer zij in hoofde van een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens of van een entiteit als bedoeld in artikel 18, § 1 een inbreuk vaststelt:
1° op de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen;
2° op de bepalingen van de Titels III, IV of V van Verordening 2023/1114;
3° op de technische reguleringsnormen en uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld ter uitvoering van Verordening 2023/1114 overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1093/2010 of de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1095/2010,
een administratieve boete opleggen aan de betrokken entiteit of aan een of meerdere leden van haar leidinggevend orgaan in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, die verantwoordelijk zijn voor de vastgestelde inbreuk.
§ 2. Het bedrag van de administratieve geldboete opgelegd aan:
1° een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens, bedraagt voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten hoogstens 12,5 % van de totale jaaromzet van de betrokken entiteit volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan opgestelde financiële staten;
2° een aanbieder van cryptoactivadiensten, bedraagt voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten hoogstens 5 % van de totale jaaromzet van de aanbieder volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan opgestelde financiële staten.
De administratieve geldboete die aan een natuurlijke persoon wordt opgelegd, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, bedraagt maximaal 700.000 euro.
Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot het tweevoud van deze winst of dit verlies, onverminderd het eerste en tweede lid.
Indien de in het eerste lid bedoelde betrokken entiteit een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die krachtens Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de toepasselijke totale nettojaaromzet de totale nettojaaromzet volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
§ 3. Bij het bepalen van de geldboete wordt rekening gehouden met de omstandigheden die worden genoemd in artikel 112 van Verordening 2023/1114.
§ 4. De boeten die met toepassing van dit artikel door de Bank worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 5. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een sanctie met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 6. De Bank publiceert op haar website de besluiten waarbij met toepassing van dit artikel een boete is opgelegd, overeenkomstig artikel 114 van Verordening 2023/1114. Wanneer tegen een besluit tot het opleggen van een dergelijke boete een beroep is ingesteld, publiceert de Bank zonder onnodige vertraging eveneens die informatie, evenals de voortgang van het beroep en de afloop ervan.
1° op de bepalingen van deze wet of van de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen;
2° op de bepalingen van de Titels III, IV of V van Verordening 2023/1114;
3° op de technische reguleringsnormen en uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld ter uitvoering van Verordening 2023/1114 overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1093/2010 of de artikelen 10 tot en met 15 van Verordening nr. 1095/2010,
een administratieve boete opleggen aan de betrokken entiteit of aan een of meerdere leden van haar leidinggevend orgaan in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, die verantwoordelijk zijn voor de vastgestelde inbreuk.
§ 2. Het bedrag van de administratieve geldboete opgelegd aan:
1° een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens, bedraagt voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten hoogstens 12,5 % van de totale jaaromzet van de betrokken entiteit volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan opgestelde financiële staten;
2° een aanbieder van cryptoactivadiensten, bedraagt voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten hoogstens 5 % van de totale jaaromzet van de aanbieder volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan opgestelde financiële staten.
De administratieve geldboete die aan een natuurlijke persoon wordt opgelegd, voor hetzelfde feit of hetzelfde geheel van feiten, bedraagt maximaal 700.000 euro.
Wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of hem heeft toegelaten verlies te vermijden, mag het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot het tweevoud van deze winst of dit verlies, onverminderd het eerste en tweede lid.
Indien de in het eerste lid bedoelde betrokken entiteit een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die krachtens Richtlijn 2013/34/EU een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen, is de toepasselijke totale nettojaaromzet de totale nettojaaromzet volgens de meest recente door het wettelijk bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
§ 3. Bij het bepalen van de geldboete wordt rekening gehouden met de omstandigheden die worden genoemd in artikel 112 van Verordening 2023/1114.
§ 4. De boeten die met toepassing van dit artikel door de Bank worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 5. De Bank stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een sanctie met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 6. De Bank publiceert op haar website de besluiten waarbij met toepassing van dit artikel een boete is opgelegd, overeenkomstig artikel 114 van Verordening 2023/1114. Wanneer tegen een besluit tot het opleggen van een dergelijke boete een beroep is ingesteld, publiceert de Bank zonder onnodige vertraging eveneens die informatie, evenals de voortgang van het beroep en de afloop ervan.
Art. 49. § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi ou par le règlement 2023/1114, la Banque peut, lorsqu'elle constate dans le chef d'un émetteur, d'un offreur ou d'une personne ayant demandé l'admission à la négociation de jetons se référant à un ou des actifs ou de jetons de monnaie électronique ou d'une entité visée à l'article 18, § 1er:
1° une infraction aux dispositions de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ;
2° une infraction aux dispositions des Titres III, IV ou V du règlement 2023/1114 ;
3° une infraction aux normes techniques de réglementation et des normes d'exécution adoptées par la Commission européenne en exécution du règlement 2023/1114 conformément aux articles 10 à 15 du règlement n° 1093/2010 ou aux articles 10 à 15 du règlement n° 1095/2010,
infliger une amende administrative à l'entité concernée ou à un ou plusieurs membres de son organe de direction au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 27) du règlement 2023/1114, responsables du manquement constaté.
§ 2. Le montant de l'amende administrative infligée à :
1° un émetteur, un offreur ou une personne ayant demandé l'admission à la négociation de jetons se référant à un ou des actifs ou de jetons de monnaie électronique, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est de maximum de 12,5 % du chiffre d'affaires annuel total de l'entité concernée tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles établis par l'organe légal d'administration ;
2° un prestataire de services sur crypto-actifs, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est de maximum de 5 % du chiffre d'affaires annuel total du prestataire tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles établis par l'organe légal d'administration.
Le montant maximal de l'amende administrative infligée à une personne physique, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est 700.000 euros.
Nonobstant les alinéas 1er et 2, lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, le montant maximum de l'amende administrative peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Lorsque l'entité concernée visée à l'alinéa 1er, est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés en application de la directive 2013/34/UE, le chiffre d'affaires annuel total net à prendre en considération est celui qui ressort des derniers comptes consolidés disponibles établis par l'organe légal d'administration de l'entreprise mère ultime.
§ 3. Le montant de l'amende est fixé en tenant compte des circonstances prévues par l'article 112 du règlement 2023/1114.
§ 4. Les amendes imposées par la Banque en application du présent article sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 5. La Banque informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une sanction adoptée en application du présent article et de l'éventuel recours introduit à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 6. La Banque publie sur son site internet les décisions imposant une amende en application du présent article et ce, conformément à l'article 114 du règlement 2023/1114. Lorsque les décisions imposant de telles amendes font l'objet d'un recours, la Banque publie également cette information ainsi que l'état d'avancement et le résultat du recours, sans retard injustifié.
1° une infraction aux dispositions de la présente loi ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution ;
2° une infraction aux dispositions des Titres III, IV ou V du règlement 2023/1114 ;
3° une infraction aux normes techniques de réglementation et des normes d'exécution adoptées par la Commission européenne en exécution du règlement 2023/1114 conformément aux articles 10 à 15 du règlement n° 1093/2010 ou aux articles 10 à 15 du règlement n° 1095/2010,
infliger une amende administrative à l'entité concernée ou à un ou plusieurs membres de son organe de direction au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 27) du règlement 2023/1114, responsables du manquement constaté.
§ 2. Le montant de l'amende administrative infligée à :
1° un émetteur, un offreur ou une personne ayant demandé l'admission à la négociation de jetons se référant à un ou des actifs ou de jetons de monnaie électronique, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est de maximum de 12,5 % du chiffre d'affaires annuel total de l'entité concernée tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles établis par l'organe légal d'administration ;
2° un prestataire de services sur crypto-actifs, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est de maximum de 5 % du chiffre d'affaires annuel total du prestataire tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles établis par l'organe légal d'administration.
Le montant maximal de l'amende administrative infligée à une personne physique, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits, est 700.000 euros.
Nonobstant les alinéas 1er et 2, lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, le montant maximum de l'amende administrative peut être porté au double du montant de ce profit ou de cette perte.
Lorsque l'entité concernée visée à l'alinéa 1er, est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés en application de la directive 2013/34/UE, le chiffre d'affaires annuel total net à prendre en considération est celui qui ressort des derniers comptes consolidés disponibles établis par l'organe légal d'administration de l'entreprise mère ultime.
§ 3. Le montant de l'amende est fixé en tenant compte des circonstances prévues par l'article 112 du règlement 2023/1114.
§ 4. Les amendes imposées par la Banque en application du présent article sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 5. La Banque informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une sanction adoptée en application du présent article et de l'éventuel recours introduit à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 6. La Banque publie sur son site internet les décisions imposant une amende en application du présent article et ce, conformément à l'article 114 du règlement 2023/1114. Lorsque les décisions imposant de telles amendes font l'objet d'un recours, la Banque publie également cette information ainsi que l'état d'avancement et le résultat du recours, sans retard injustifié.
Art. 50. Wanneer de Bank overweegt een maatregel vast te stellen als bedoeld in de artikelen 45, 47 en 49 van deze wet of in artikel 94 of 111 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van een uitgever, een aanbieder of een persoon die heeft verzocht om toelating tot de handel van activagerelateerde tokens of e-moneytokens, of een aanbieder van cryptoactivadiensten die de hoedanigheid van kredietinstelling heeft, pleegt zij voorafgaandelijk overleg met de Europese Centrale Bank om te bepalen onder wiens bevoegdheid de administratieve maatregel het best kan worden vastgesteld.
Art. 50. Lorsque la Banque considère l'adoption d'une mesure visée à aux articles 45, 47 et 49 de la présente loi ou à l'article 94 ou 111 du règlement 2023/1114 à l'égard d'un émetteur, d' un offreur ou une personne ayant demandé l'admission à la négociation de jetons se référant à un ou des actifs ou de jetons de monnaie électronique ou d'un prestataire de services sur crypto-actifs ayant la qualité d'établissement de crédit, la Banque se concerte préalablement avec la Banque centrale européenne en vue de déterminer sous quelle compétence il est le plus judicieux d'adopter une mesure administrative.
HOOFDSTUK II. - Maatregelen en sancties opgelegd door de FSMA
CHAPITRE II. - Mesures et sanctions adoptées par la FSMA
Art. 51. § 1. Onverminderd de maatregelen van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 64, 94 en 111, geldt dat, wanneer de FSMA vaststelt dat een in artikel 19, § 1, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten zich in een in artikel 64, lid 1, van die verordening bedoelde situatie bevindt, of niet voldoet aan een van de vereisten van Titel V van voornoemde verordening, of dat een dergelijke situatie zich in de komende 12 maanden dreigt voor te doen, zij, in voorkomend geval na het opleggen van een hersteltermijn, de volgende maatregelen kan nemen:
1° in overeenstemming met de technische reguleringsnormen van de Europese Bankautoriteit of de Europese Autoriteit voor effecten en markten kapitaalvereisten opleggen die strenger zijn dan of een aanvulling vormen op de kapitaalvereisten waarin is voorzien door de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn, of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet, in voorkomend geval door de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst op te leggen;
2° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst, bovenop de criteria die, in voorkomend geval, in het toepasselijke beloningsbeleid zijn vastgelegd;
3° specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan deze die zijn vastgelegd in de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten, of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet;
4° risicoconcentratienormen opleggen die dwingender zijn dan deze waarin is voorzien door de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten, of door de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet;
5° een speciaal commissaris aanstellen.
In dit geval is zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid. De FSMA kan de verrichtingen waarvoor toestemming is vereist, echter beperken.
De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de betrokken entiteit.
De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de betrokken entiteit of voor derden voortvloeit.
Indien de FSMA de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris ze bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij ze bekrachtigt.
De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het leidinggevend orgaan van de betrokken entiteit in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het genoemde orgaan van de betrokken entiteit ontslaan, of in de plaats van een deel van of het gehele orgaan een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de FSMA een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de betrokken entiteit.
Mits de FSMA hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen.
De FSMA kan eisen dat de voorlopige bestuurder(s), volgens de modaliteiten die zij bepaalt, bij haar verslag uitbrengen over de financiële positie van de betrokken entiteit en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiële positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de betrokken entiteit.
De FSMA kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;
7° de betrokken entiteit gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt.
§ 2. De FSMA kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
§ 3. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een maatregel krachtens dit artikel of artikel 94 van Verordening 2023/1114 en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 4. De ondernemingsrechtbank spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 5°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de betrokken entiteit. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Indien de geschorste of vernietigde handelingen of beslissingen werden bekendgemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de betrokken entiteit, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.
1° in overeenstemming met de technische reguleringsnormen van de Europese Bankautoriteit of de Europese Autoriteit voor effecten en markten kapitaalvereisten opleggen die strenger zijn dan of een aanvulling vormen op de kapitaalvereisten waarin is voorzien door de sectorale toezichtswetten die op de betrokken entiteiten van toepassing zijn, of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet, in voorkomend geval door de gehele of gedeeltelijke reservering van uitkeerbare winst op te leggen;
2° eisen dat de variabele beloning beperkt wordt tot een percentage van de winst, bovenop de criteria die, in voorkomend geval, in het toepasselijke beloningsbeleid zijn vastgelegd;
3° specifieke liquiditeitsvereisten opleggen die dwingender zijn dan deze die zijn vastgelegd in de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten, of in de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet;
4° risicoconcentratienormen opleggen die dwingender zijn dan deze waarin is voorzien door de sectorale toezichtswetten die van toepassing zijn op de betrokken entiteiten, of door de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke handelingen die zijn vastgesteld krachtens de Europese richtlijnen die in die wetten zijn omgezet;
5° een speciaal commissaris aanstellen.
In dit geval is zijn schriftelijke, algemene of bijzondere toestemming vereist voor alle handelingen en beslissingen van alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering, alsook voor die van de personen die instaan voor het beleid. De FSMA kan de verrichtingen waarvoor toestemming is vereist, echter beperken.
De speciaal commissaris mag elk voorstel dat hij nuttig acht, ter beraadslaging voorleggen aan alle organen van de betrokken entiteit, inclusief de algemene vergadering. De bezoldiging van de speciaal commissaris wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de betrokken entiteit.
De leden van de bestuurs- en de beleidsorganen en de personen die instaan voor het beleid, die handelingen stellen of beslissingen nemen zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor het nadeel dat hieruit voor de betrokken entiteit of voor derden voortvloeit.
Indien de FSMA de aanstelling van een speciaal commissaris in het Belgisch Staatsblad heeft bekendgemaakt, met opgave van de handelingen en beslissingen waarvoor zijn toestemming vereist is, zijn alle handelingen en beslissingen zonder deze vereiste toestemming nietig, tenzij de speciaal commissaris ze bekrachtigt. Onder dezelfde voorwaarden zijn alle beslissingen van de algemene vergadering zonder de vereiste toestemming van de speciaal commissaris nietig, tenzij hij ze bekrachtigt.
De FSMA kan een plaatsvervangend commissaris aanstellen;
6° de vervanging gelasten van alle of een deel van de leden van het leidinggevend orgaan van de betrokken entiteit in de zin van artikel 3, lid 1, punt 27), van Verordening 2023/1114, binnen een termijn die zij bepaalt en, zo binnen deze termijn geen vervanging geschiedt, een of meerdere leden van het genoemde orgaan van de betrokken entiteit ontslaan, of in de plaats van een deel van of het gehele orgaan een of meer voorlopige bestuurders of zaakvoerders aanstellen die alleen of collegiaal, naargelang van het geval, de bevoegdheden hebben van de vervangen personen. De FSMA maakt haar beslissing bekend in het Belgisch Staatsblad.
Wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen, kan de FSMA een of meer voorlopige bestuurders aanstellen zonder vooraf de vervanging te gelasten van alle of een deel van de leiders van de betrokken entiteit.
Mits de FSMA hiermee instemt, kan of kunnen de voorlopige bestuurder(s) of zaakvoerder(s) een algemene vergadering bijeenroepen en de agenda ervan vaststellen.
De FSMA kan eisen dat de voorlopige bestuurder(s), volgens de modaliteiten die zij bepaalt, bij haar verslag uitbrengen over de financiële positie van de betrokken entiteit en over de maatregelen die zij in het kader van hun opdracht hebben genomen, evenals over de financiële positie aan het begin en aan het einde van die opdracht.
De bezoldiging van de voorlopige bestuurder(s) wordt vastgesteld door de FSMA en gedragen door de betrokken entiteit.
De FSMA kan de voorlopige bestuurder(s) te allen tijde vervangen, hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van een meerderheid van aandeelhouders of vennoten, wanneer zij aantonen dat het beleid van de betrokkenen niet langer de nodige waarborgen biedt;
7° de betrokken entiteit gelasten binnen de door haar vastgestelde termijn een algemene vergadering van aandeelhouders bijeen te roepen waarvan zij de agenda vaststelt.
§ 2. De FSMA kan de in paragraaf 1 bedoelde maatregelen ook nemen wanneer een in artikel 19, § 1, 3°, bedoelde aanbieder van cryptoactivadiensten een vergunning heeft verkregen door middel van valse verklaringen of op enige andere onregelmatige wijze.
§ 3. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een maatregel krachtens dit artikel of artikel 94 van Verordening 2023/1114 en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 4. De ondernemingsrechtbank spreekt op verzoek van elke belanghebbende de nietigverklaringen uit als bedoeld in paragraaf 1, 5°. De nietigheidsvordering wordt ingesteld tegen de betrokken entiteit. Indien verantwoord om ernstige redenen kan de eiser in kort geding de voorlopige schorsing vorderen van de gewraakte handelingen of beslissingen. Het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring hebben uitwerking ten aanzien van iedereen. Indien de geschorste of vernietigde handelingen of beslissingen werden bekendgemaakt, worden het schorsingsbevel en het vonnis van nietigverklaring bij uittreksel op dezelfde wijze bekendgemaakt. Wanneer de nietigheid afbreuk kan doen aan de rechten die een derde te goeder trouw heeft verworven ten aanzien van de betrokken entiteit, kan de rechtbank verklaren dat die nietigheid geen uitwerking heeft ten aanzien van de betrokken rechten, onverminderd het eventuele recht van de eiser op schadevergoeding. De nietigheidsvordering kan niet meer worden ingesteld na afloop van een termijn van zes maanden vanaf de datum waarop de betrokken handelingen of beslissingen kunnen worden tegengeworpen aan wie hun nietigheid inroept, of hem bekend zijn.
Art. 51. § 1er. Sans préjudice des mesures prévues par le règlement 2023/1114, en particulier ses articles 64, 94 et 111, lorsque la FSMA constate qu'un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 19, § 1er, se trouve dans une situation visée à l'article 64, paragraphe 1er dudit Règlement ou ne respecte pas une des exigences du Titre V dudit Règlement, ou qu'une telle situation risque de survenir au cours des 12 prochains mois, elle peut, le cas échéant après avoir imposé un délai de remédiation, imposer les mesures suivantes :
1° imposer, en conformité avec les normes techniques de réglementation édictées par l'Autorité bancaire européenne ou l'Autorité européenne des marchés financiers, des exigences de fonds propres plus sévères que, ou complémentaires à celles prévues par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition, le cas échéant en imposant la mise en réserve totale ou partielle de bénéfices distribuables ;
2° imposer de limiter la rémunération variable à un pourcentage du bénéfice au-delà des critères, le cas échéant, établis par la politique de rémunération applicable ;
3° imposer des exigences spécifiques de liquidité, plus contraignantes que celles établies par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
4° imposer des normes en matière de concentration des risques plus contraignantes que celles définies par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
5° désigner un commissaire spécial.
Dans ce cas, l'autorisation écrite, générale ou spéciale de celui-ci est requise pour tous les actes et décisions de tous les organes de l'entité concernée, y compris l'assemblée générale, et pour ceux des personnes chargées de la gestion. La FSMA peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation.
Le commissaire spécial peut soumettre à la délibération de tous les organes de l'entité concernée, y compris l'assemblée générale, toutes propositions qu'il juge opportunes. La rémunération du commissaire spécial est fixée par la FSMA et supportée par l'entité concernée.
Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en résulte pour l'entité concernée ou les tiers.
Si la FSMA a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifié les actes et décisions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu'elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifie. Dans les mêmes conditions, toute décision d'assemblée générale prise sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifie.
La FSMA peut désigner un commissaire suppléant ;
6° enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l'organe de direction de l'entité concernée au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 27) du règlement 2023/1114, dans un délai qu'elle détermine et, à défaut d'un tel remplacement dans ce délai, démettre un ou plusieurs membres dudit organe de l'entité concernée ou substituer à l'ensemble dudit organe un ou plusieurs administrateurs ou gérants provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La FSMA publie sa décision au Moniteur belge.
Lorsque les circonstances le justifient, la FSMA peut procéder à la désignation d'un ou plusieurs administrateurs provisoires sans procéder préalablement à l'injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants de l'entité concernée.
Moyennant l'autorisation de la FSMA, le ou les administrateurs ou gérants provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l'ordre du jour.
La FSMA peut requérir, selon les modalités qu'elle détermine, que le ou les administrateurs provisoires lui fassent rapport sur la situation financière de l'entité concernée et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation financière au début et à la fin de cette mission.
La rémunération du ou des administrateurs provisoires est fixée par la FSMA et supportée par l'entité concernée.
La FSMA peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs provisoires, soit d'office, soit à la demande d'une majorité des actionnaires ou associés lorsqu'ils justifient que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires;
7° enjoindre à l'entité concernée de convoquer, dans le délai qu'elle fixe, une assemblée générale des actionnaires, dont elle établit l'ordre du jour.
§ 2. La FSMA peut également adopter les mesures visées au paragraphe 1er dans le cas où un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 19, § 1er, 3° a obtenu un agrément au moyen de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier.
§ 3. La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure en application du présent article ou de l'article 94 du règlement 2023/1114 et de l'éventuel recours introduit à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 4. Le tribunal de l'entreprise prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues au paragraphe 1er, 5°. L'action en nullité est dirigée contre l'entité concernée. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où les actes ou les décisions suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés en extrait dans les mêmes formes. Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de l'entité concernée, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sans préjudice du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu. L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
1° imposer, en conformité avec les normes techniques de réglementation édictées par l'Autorité bancaire européenne ou l'Autorité européenne des marchés financiers, des exigences de fonds propres plus sévères que, ou complémentaires à celles prévues par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition, le cas échéant en imposant la mise en réserve totale ou partielle de bénéfices distribuables ;
2° imposer de limiter la rémunération variable à un pourcentage du bénéfice au-delà des critères, le cas échéant, établis par la politique de rémunération applicable ;
3° imposer des exigences spécifiques de liquidité, plus contraignantes que celles établies par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
4° imposer des normes en matière de concentration des risques plus contraignantes que celles définies par les lois sectorielles de contrôle dont relèvent les entités concernées ou par les actes de droit européen directement applicables adoptés en vertu des directives européennes dont ces lois assurent la transposition ;
5° désigner un commissaire spécial.
Dans ce cas, l'autorisation écrite, générale ou spéciale de celui-ci est requise pour tous les actes et décisions de tous les organes de l'entité concernée, y compris l'assemblée générale, et pour ceux des personnes chargées de la gestion. La FSMA peut toutefois limiter le champ des opérations soumises à autorisation.
Le commissaire spécial peut soumettre à la délibération de tous les organes de l'entité concernée, y compris l'assemblée générale, toutes propositions qu'il juge opportunes. La rémunération du commissaire spécial est fixée par la FSMA et supportée par l'entité concernée.
Les membres des organes d'administration et de gestion et les personnes chargées de la gestion qui accomplissent des actes ou prennent des décisions sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial sont responsables solidairement du préjudice qui en résulte pour l'entité concernée ou les tiers.
Si la FSMA a publié au Moniteur belge la désignation du commissaire spécial et spécifié les actes et décisions soumis à son autorisation, les actes et décisions intervenus sans cette autorisation alors qu'elle était requise sont nuls, à moins que le commissaire spécial ne les ratifie. Dans les mêmes conditions, toute décision d'assemblée générale prise sans avoir recueilli l'autorisation requise du commissaire spécial est nulle, à moins que le commissaire spécial ne la ratifie.
La FSMA peut désigner un commissaire suppléant ;
6° enjoindre le remplacement de tout ou partie des membres de l'organe de direction de l'entité concernée au sens de l'article 3, paragraphe 1, point 27) du règlement 2023/1114, dans un délai qu'elle détermine et, à défaut d'un tel remplacement dans ce délai, démettre un ou plusieurs membres dudit organe de l'entité concernée ou substituer à l'ensemble dudit organe un ou plusieurs administrateurs ou gérants provisoires qui disposent, seuls ou collégialement selon le cas, des pouvoirs des personnes remplacées. La FSMA publie sa décision au Moniteur belge.
Lorsque les circonstances le justifient, la FSMA peut procéder à la désignation d'un ou plusieurs administrateurs provisoires sans procéder préalablement à l'injonction de remplacer tout ou partie des dirigeants de l'entité concernée.
Moyennant l'autorisation de la FSMA, le ou les administrateurs ou gérants provisoires peuvent convoquer une assemblée générale et en établir l'ordre du jour.
La FSMA peut requérir, selon les modalités qu'elle détermine, que le ou les administrateurs provisoires lui fassent rapport sur la situation financière de l'entité concernée et sur les mesures prises dans le cadre de leur mission, ainsi que sur la situation financière au début et à la fin de cette mission.
La rémunération du ou des administrateurs provisoires est fixée par la FSMA et supportée par l'entité concernée.
La FSMA peut, à tout moment, remplacer le ou les administrateurs provisoires, soit d'office, soit à la demande d'une majorité des actionnaires ou associés lorsqu'ils justifient que la gestion des intéressés ne présente plus les garanties nécessaires;
7° enjoindre à l'entité concernée de convoquer, dans le délai qu'elle fixe, une assemblée générale des actionnaires, dont elle établit l'ordre du jour.
§ 2. La FSMA peut également adopter les mesures visées au paragraphe 1er dans le cas où un prestataire de services sur crypto-actifs visé à l'article 19, § 1er, 3° a obtenu un agrément au moyen de fausses déclarations ou par tout autre moyen irrégulier.
§ 3. La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure en application du présent article ou de l'article 94 du règlement 2023/1114 et de l'éventuel recours introduit à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 4. Le tribunal de l'entreprise prononce à la requête de tout intéressé, les nullités prévues au paragraphe 1er, 5°. L'action en nullité est dirigée contre l'entité concernée. Si des motifs graves le justifient, le demandeur en nullité peut solliciter en référé la suspension provisoire des actes ou décisions attaqués. L'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité produisent leurs effets à l'égard de tous. Au cas où les actes ou les décisions suspendus ou annulés ont fait l'objet d'une publication, l'ordonnance de suspension et le jugement prononçant la nullité sont publiés en extrait dans les mêmes formes. Lorsque la nullité est de nature à porter atteinte aux droits acquis de bonne foi par un tiers à l'égard de l'entité concernée, le tribunal peut déclarer sans effet la nullité à l'égard de ces droits, sans préjudice du droit du demandeur à des dommages et intérêts s'il y a lieu. L'action en nullité ne peut plus être intentée après l'expiration d'un délai de six mois à compter de la date à laquelle les actes ou décisions intervenus sont opposables à celui qui invoque la nullité ou sont connus de lui.
Art. 52.. De FSMA kan de maatregelen nemen bedoeld in de artikelen 51 en 53 van deze wet en in artikel 94 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van aanbieders of personen die om toelating tot de handel hebben verzocht van een ander cryptoactivum dan een activagerelateerd token of e-moneytoken, of aanbieders van cryptoactivadiensten die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat, met strikte inachtneming van de voorwaarden van artikel 102 van voornoemde verordening.
Art. 52. La FSMA peut adopter les mesures visées aux articles 51 et 53 de la présente loi et à l'article 94 du règlement 2023/1114 à l'égard d'offreurs ou de personnes ayant demandé l'admission à la négociation d'un crypto-actif autre qu'un jeton se référant à un ou des actifs ou qu'un jeton de monnaie électronique, ou de prestataires de services sur crypto-actifs relevant du droit d'un autre Etat membre dans le strict respect des conditions prévues par l'article 102 dudit Règlement.
Art. 53.. De FSMA kan de in de artikelen 54 tot en met 56 bedoelde maatregelen of sancties nemen:
1° wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van dit boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen;
2° wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van de Titels II, III, V en VI van Verordening 2023/1114 die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen, of van door de FSMA genomen maatregelen krachtens artikel 105 van Verordening 2023/1114;
3° wanneer zij een overtreding vaststelt van de technische reguleringsnormen en de uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld;
4° bij niet-naleving van de verplichtingen of maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, artikel 4, § 2, tweede en derde lid, en de artikelen 20 en 37.
1° wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van dit boek of de ter uitvoering ervan genomen besluiten of reglementen die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen;
2° wanneer zij een overtreding vaststelt van de bepalingen van de Titels II, III, V en VI van Verordening 2023/1114 die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen, of van door de FSMA genomen maatregelen krachtens artikel 105 van Verordening 2023/1114;
3° wanneer zij een overtreding vaststelt van de technische reguleringsnormen en de uitvoeringsnormen die door de Europese Commissie zijn vastgesteld;
4° bij niet-naleving van de verplichtingen of maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, artikel 4, § 2, tweede en derde lid, en de artikelen 20 en 37.
Art. 53. La FSMA peut prendre les mesures ou sanctions visées aux articles 54 à 56 :
1° en cas de violation des dispositions du présent livre ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution qui relèvent de la compétence de la FSMA ;
2° en cas de violation des dispositions des Titres II, III, V et VI du règlement 2023/1114 qui relèvent de la compétence de la FSMA, ou des mesures adoptées par la FSMA en vertu de l'article 105 du règlement 2023/1114 ;
3° en cas de violation des normes techniques de réglementation et des normes d'exécution adoptées par la Commission européenne ;
4° en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'article 3, alinéas 1er et 3, de l'article 4, § 2, alinéas 2 et 3 et des articles 20 et 37.
1° en cas de violation des dispositions du présent livre ou des arrêtés ou règlements pris pour son exécution qui relèvent de la compétence de la FSMA ;
2° en cas de violation des dispositions des Titres II, III, V et VI du règlement 2023/1114 qui relèvent de la compétence de la FSMA, ou des mesures adoptées par la FSMA en vertu de l'article 105 du règlement 2023/1114 ;
3° en cas de violation des normes techniques de réglementation et des normes d'exécution adoptées par la Commission européenne ;
4° en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'article 3, alinéas 1er et 3, de l'article 4, § 2, alinéas 2 et 3 et des articles 20 et 37.
Art. 54. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin dit boek of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de FSMA, wanneer zij een inbreuk vaststelt op de in artikel 53 bedoelde bepalingen, de voor de inbreuk verantwoordelijke persoon bevelen om, binnen de termijn die zij bepaalt, de vastgestelde toestand te verhelpen alsook, desgevallend, om af te zien van herhaling van de gedraging die een inbreuk vormt. De FSMA kan ook elke natuurlijke of rechtspersoon die onjuiste of misleidende informatie heeft gepubliceerd of verspreid, bevelen om een rechtzetting te publiceren.
§ 2. Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van de verantwoordelijke voor de overtreding en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de verantwoordelijke persoon de betaling van een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per inbreuk en maximum 50.000 euro per dag vertraging voor een periode van maximaal zes maanden. Bovendien mogen die bedragen niet meer bedragen dan 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorafgaande boekjaar.
§ 3. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een dwangsom met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
§ 2. Indien de betrokken persoon na afloop van de termijn in gebreke blijft, kan de FSMA hem, op voorwaarde dat hij zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° haar standpunt over de krachtens het eerste lid gedane vaststellingen openbaar maken, waarbij zij de identiteit van de verantwoordelijke voor de overtreding en de aard van de overtreding verduidelijkt. Deze openbaarmaking gebeurt op kosten van de betrokken persoon;
2° de verantwoordelijke persoon de betaling van een dwangsom opleggen van maximum 2.500.000 euro per inbreuk en maximum 50.000 euro per dag vertraging voor een periode van maximaal zes maanden. Bovendien mogen die bedragen niet meer bedragen dan 3 % van de gemiddelde dagomzet in het voorafgaande boekjaar.
§ 3. De dwangsommen die met toepassing van paragraaf 2 worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 4. De FSMA stelt de Europese Bankautoriteit en de Europese Autoriteit voor effecten en markten in kennis van de vaststelling van een dwangsom met toepassing van dit artikel en van elk beroep dat tegen een dergelijk besluit is ingesteld, evenals van de afloop van een dergelijk beroep.
Art. 54. § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par le présent livre ou par le règlement 2023/1114, lorsque la FSMA constate une infraction aux dispositions visées à l'article 53, elle peut enjoindre à la personne responsable de l'infraction de remédier à la situation constatée dans le délai que la FSMA détermine et, le cas échéant, de s'abstenir de réitérer le comportement constitutif d'une infraction. La FSMA peut également enjoindre à toute personne physique ou morale ayant publié ou diffusé des informations fausses ou trompeuses de publier un communiqué rectificatif.
§ 2. Si la personne concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° infliger une astreinte à la personne responsable à raison d'un montant maximum de 2.500.000 euros par infraction et de maximum 50.000 euros par jour de retard avec une période maximale de six mois. Ces montants ne peuvent, en outre, excéder 3 % du chiffre d'affaires journalier moyen réalisé au cours de l'exercice précédent.
§ 3. Les astreintes imposées en application du paragraphe 2 sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 4. La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure d'astreinte en application du présent article et de l'éventuel recours à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
§ 2. Si la personne concernée reste en défaut à l'expiration du délai, la FSMA peut, la personne ayant pu faire valoir ses moyens :
1° rendre publique sa position quant aux constatations faites en vertu de l'alinéa 1er, en précisant l'identité de la personne responsable de la violation et la nature de celle-ci. Les frais de cette publication sont à charge de la personne concernée ;
2° infliger une astreinte à la personne responsable à raison d'un montant maximum de 2.500.000 euros par infraction et de maximum 50.000 euros par jour de retard avec une période maximale de six mois. Ces montants ne peuvent, en outre, excéder 3 % du chiffre d'affaires journalier moyen réalisé au cours de l'exercice précédent.
§ 3. Les astreintes imposées en application du paragraphe 2 sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 4. La FSMA informe l'Autorité bancaire européenne et l'Autorité européenne des marchés financiers de l'adoption d'une mesure d'astreinte en application du présent article et de l'éventuel recours à l'encontre d'une telle décision et du résultat dudit recours.
Art. 55. § 1. Onverminderd de andere maatregelen waarin deze wet of Verordening 2023/1114 voorziet, kan de FSMA een administratieve geldboete opleggen aan eenieder die de in artikel 53 bedoelde bepalingen overtreedt.
§ 2. Voor een rechtspersoon mag het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes voor hetzelfde feit of geheel van feiten:
1° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114 of bij niet-naleving van de verplichtingen of maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, artikel 4, § 2, tweede en derde lid, of de artikelen 20 en 37, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 3 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
2° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel III van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 12,5 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
3° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 5 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
4° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114:
a) voor inbreuken op artikel 88 van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 2.500.000 euro of 2 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
b) voor inbreuken op de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 15.000.000 euro of 15 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening.
Voor een natuurlijk persoon mag het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes voor hetzelfde feit of geheel van feiten:
1° niet meer bedragen dan 700.000 euro voor inbreuken op de Titels II, III en V van Verordening 2023/1114;
2° niet meer bedragen dan 1.000.000 euro voor inbreuken op artikel 88 van Verordening 2023/1114, en 5.000.000 euro voor inbreuken op de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114.
Niettegenstaande het eerste en tweede lid kan, wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of deze laatste in staat heeft gesteld verlies te vermijden, het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot:
1° het dubbele van het bedrag van die winst of dit verlies, als deze kunnen worden bepaald, bij inbreuken op de Titels II, III en V van Verordening 2023/1114;
2° het drievoud van het bedrag van die winst of dat verlies, als deze kunnen worden bepaald, bij inbreuken op Titel VI van Verordening 2023/1114.
Indien de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen in overeenstemming met Richtlijn 2013/34/EU, is de toepasselijke totale jaaromzet de totale jaaromzet of het overeenkomstige inkomenstype volgens de recentste door het wettelijk bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
§ 3. De boeten die met toepassing van dit artikel door de FSMA worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
§ 2. Voor een rechtspersoon mag het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes voor hetzelfde feit of geheel van feiten:
1° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel II van Verordening 2023/1114 of bij niet-naleving van de verplichtingen of maatregelen die zijn opgelegd op grond van artikel 3, eerste en derde lid, artikel 4, § 2, tweede en derde lid, of de artikelen 20 en 37, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 3 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
2° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel III van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 12,5 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
3° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel V van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 5.000.000 euro of 5 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
4° bij een inbreuk op de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114:
a) voor inbreuken op artikel 88 van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 2.500.000 euro of 2 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening;
b) voor inbreuken op de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114, niet meer bedragen dan 15.000.000 euro of 15 % van de totale jaaromzet van de rechtspersoon die verantwoordelijk is voor de inbreuk, zoals die blijkt uit de recentste, door het leidinggevend orgaan goedgekeurde jaarrekening.
Voor een natuurlijk persoon mag het bedrag van de in paragraaf 1 bedoelde administratieve geldboetes voor hetzelfde feit of geheel van feiten:
1° niet meer bedragen dan 700.000 euro voor inbreuken op de Titels II, III en V van Verordening 2023/1114;
2° niet meer bedragen dan 1.000.000 euro voor inbreuken op artikel 88 van Verordening 2023/1114, en 5.000.000 euro voor inbreuken op de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114.
Niettegenstaande het eerste en tweede lid kan, wanneer de inbreuk voor de overtreder winst heeft opgeleverd of deze laatste in staat heeft gesteld verlies te vermijden, het maximumbedrag van de administratieve geldboete worden verhoogd tot:
1° het dubbele van het bedrag van die winst of dit verlies, als deze kunnen worden bepaald, bij inbreuken op de Titels II, III en V van Verordening 2023/1114;
2° het drievoud van het bedrag van die winst of dat verlies, als deze kunnen worden bepaald, bij inbreuken op Titel VI van Verordening 2023/1114.
Indien de in het eerste lid bedoelde rechtspersoon een moederonderneming is of een dochteronderneming van een moederonderneming die een geconsolideerde jaarrekening moet opstellen in overeenstemming met Richtlijn 2013/34/EU, is de toepasselijke totale jaaromzet de totale jaaromzet of het overeenkomstige inkomenstype volgens de recentste door het wettelijk bestuursorgaan van de uiteindelijke moederonderneming opgestelde geconsolideerde jaarrekening.
§ 3. De boeten die met toepassing van dit artikel door de FSMA worden opgelegd, worden ingevorderd door de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en invordering van de niet-fiscale schuldvorderingen, overeenkomstig de artikelen 3 en volgende van de domaniale wet van 22 december 1949.
Art. 55. § 1er. Sans préjudice des autres mesures prévues par la présente loi ou par le règlement 2023/1114, la FSMA peut infliger une amende administrative à quiconque contrevient aux dispositions visées à l'article 53.
§ 2. Dans le cas d'une personne morale, le montant des amendes administratives visées au paragraphe 1er ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits :
1° dans le cas d'une violation des dispositions du titre II du règlement 2023/1114, ou en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'article 3, alinéas 1er et 3, de l'article 4, § 2, alinéas 2 et 3 ou des articles 20 et 37, à 5.000.000 euros ou à 3 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
2° dans le cas d'une violation des dispositions du titre III du règlement 2023/1114, à 5.000.000 euros ou 12,5 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
3° dans le cas d'une violation des dispositions du titre V du règlement 2023/1114, à 5.000.000 euros ou 5 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
4° dans le cas d'une violation des dispositions du Titre VI du règlement 2023/1114 :
a) pour des infractions à l'article 88 du règlement 2023/1114, à 2.500.000 euros, ou à 2 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
b) pour des infractions aux articles 89 à 92 du règlement 2023/1114, à 15.000.000 euros, ou à 15 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction.
Dans le cas d'une personne physique, le montant des amendes administratives visées au paragraphe 1er ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits :
1° à 700.000 euros pour les infractions aux Titres II, III et V du règlement 2023/1114 ;
2° à 1.000.000 euros pour les infractions à l'article 88 du règlement 2023/1114, et 5.000.000 euros pour les infractions aux articles 89 à 92 du règlement 2023/1114.
Nonobstant les alinéas 1er et 2, lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, le montant maximum de l'amende administrative peut être porté :
1° au double du montant de ce profit ou de cette perte, si ceux-ci peuvent être déterminés, dans le cas d'infractions aux Titres II, III et V du règlement 2023/1114 ;
2° au triple du montant de ce profit ou de cette perte, si ceux-ci peuvent être déterminés, dans le cas d'infractions au Titre VI du règlement 2023/1114.
Lorsque la personne morale visée à l'alinéa 1er est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés en application de la directive 2013/34/UE, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total ou le type de revenu correspondant qui ressort des derniers comptes consolidés disponibles établis par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime.
§ 3. Les amendes imposées par la FSMA en application du présent article sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
§ 2. Dans le cas d'une personne morale, le montant des amendes administratives visées au paragraphe 1er ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits :
1° dans le cas d'une violation des dispositions du titre II du règlement 2023/1114, ou en cas de non-respect des obligations ou mesures imposées en vertu de l'article 3, alinéas 1er et 3, de l'article 4, § 2, alinéas 2 et 3 ou des articles 20 et 37, à 5.000.000 euros ou à 3 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
2° dans le cas d'une violation des dispositions du titre III du règlement 2023/1114, à 5.000.000 euros ou 12,5 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
3° dans le cas d'une violation des dispositions du titre V du règlement 2023/1114, à 5.000.000 euros ou 5 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
4° dans le cas d'une violation des dispositions du Titre VI du règlement 2023/1114 :
a) pour des infractions à l'article 88 du règlement 2023/1114, à 2.500.000 euros, ou à 2 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction ;
b) pour des infractions aux articles 89 à 92 du règlement 2023/1114, à 15.000.000 euros, ou à 15 % du chiffre d'affaires annuel total de la personne morale responsable de l'infraction, tel qu'il ressort des derniers états financiers disponibles approuvés par l'organe de direction.
Dans le cas d'une personne physique, le montant des amendes administratives visées au paragraphe 1er ne peut être supérieur, pour le même fait ou pour le même ensemble de faits :
1° à 700.000 euros pour les infractions aux Titres II, III et V du règlement 2023/1114 ;
2° à 1.000.000 euros pour les infractions à l'article 88 du règlement 2023/1114, et 5.000.000 euros pour les infractions aux articles 89 à 92 du règlement 2023/1114.
Nonobstant les alinéas 1er et 2, lorsque l'infraction a procuré un profit au contrevenant ou a permis à ce dernier d'éviter une perte, le montant maximum de l'amende administrative peut être porté :
1° au double du montant de ce profit ou de cette perte, si ceux-ci peuvent être déterminés, dans le cas d'infractions aux Titres II, III et V du règlement 2023/1114 ;
2° au triple du montant de ce profit ou de cette perte, si ceux-ci peuvent être déterminés, dans le cas d'infractions au Titre VI du règlement 2023/1114.
Lorsque la personne morale visée à l'alinéa 1er est une entreprise mère ou une filiale d'une entreprise mère qui est tenue d'établir des comptes consolidés en application de la directive 2013/34/UE, le chiffre d'affaires annuel total à prendre en considération est le chiffre d'affaires annuel total ou le type de revenu correspondant qui ressort des derniers comptes consolidés disponibles établis par l'organe de direction de l'entreprise mère ultime.
§ 3. Les amendes imposées par la FSMA en application du présent article sont recouvrées par l'administration du SPF Finances en charge de la perception et du recouvrement des créances non fiscales, conformément aux articles 3 et suivants de la loi domaniale du 22 décembre 1949.
Art. 56. Onverminderd de andere maatregelen die in dit boek of in Verordening 2023/1114 zijn vastgesteld, kan de FSMA bij overtreding van de bepalingen van Titel VI van Verordening 2023/1114, op voorwaarde dat de betrokken persoon zijn middelen heeft kunnen laten gelden:
1° de vergunning van een aanbieder van cryptoactivadiensten schorsen of intrekken. Indien de betrokken instelling onder de toezichtsbevoegdheden van de Bank valt conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of van de Europese Centrale Bank conform de SSM-verordening, kan de FSMA, naargelang het geval, aan de Bank of aan de Europese Centrale Bank vragen om zijn vergunning te schorsen of in te trekken;
2° aan elk lid van het leidinggevend orgaan van de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten of elke andere voor de overtreding verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, een voorlopig verbod opleggen om managementfuncties uit te oefenen bij aanbieders van cryptoactivadiensten. Bij herhaalde overtredingen van de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114, heeft het verbod een duur van minstens tien jaar;
3° aan elk lid van het leidinggevend orgaan van de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten of elke andere voor de overtreding verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, een voorlopig verbod opleggen om voor eigen rekening te handelen.
1° de vergunning van een aanbieder van cryptoactivadiensten schorsen of intrekken. Indien de betrokken instelling onder de toezichtsbevoegdheden van de Bank valt conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of van de Europese Centrale Bank conform de SSM-verordening, kan de FSMA, naargelang het geval, aan de Bank of aan de Europese Centrale Bank vragen om zijn vergunning te schorsen of in te trekken;
2° aan elk lid van het leidinggevend orgaan van de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten of elke andere voor de overtreding verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, een voorlopig verbod opleggen om managementfuncties uit te oefenen bij aanbieders van cryptoactivadiensten. Bij herhaalde overtredingen van de artikelen 89 tot en met 92 van Verordening 2023/1114, heeft het verbod een duur van minstens tien jaar;
3° aan elk lid van het leidinggevend orgaan van de betrokken aanbieder van cryptoactivadiensten of elke andere voor de overtreding verantwoordelijk geachte natuurlijke persoon, een voorlopig verbod opleggen om voor eigen rekening te handelen.
Art. 56. Sans préjudice des autres mesures prévues par le présent livre ou par le règlement 2023/1114, la FSMA peut, la personne concernée ayant pu faire valoir ses moyens, en cas de violation des dispositions du Titre VI du règlement 2023/1114 :
1° suspendre ou retirer l'agrément d'un prestataire de services sur crypto-actifs. Au cas où l'établissement concerné relève des compétences de contrôle de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au règlement MSU, la FSMA peut demander, selon le cas, à la Banque ou à la Banque centrale européenne, de suspendre ou de révoquer son agrément ;
2° imposer une interdiction provisoire à tout membre de l'organe de direction du prestataire de services sur crypto-actifs concerné ou toute autre personne physique tenue pour responsable de l'infraction, d'exercer des fonctions de direction au sein des prestataires de services sur crypto-actifs. En cas d'infractions répétées aux articles 89 à 92 du règlement 2023/1114, l'interdiction a une durée d'au moins dix ans ;
3° imposer à tout membre de l'organe de direction du prestataire de services sur crypto-actifs ou toute autre personne physique tenue pour responsable de l'infraction, une interdiction provisoire de négocier pour compte propre.
1° suspendre ou retirer l'agrément d'un prestataire de services sur crypto-actifs. Au cas où l'établissement concerné relève des compétences de contrôle de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au règlement MSU, la FSMA peut demander, selon le cas, à la Banque ou à la Banque centrale européenne, de suspendre ou de révoquer son agrément ;
2° imposer une interdiction provisoire à tout membre de l'organe de direction du prestataire de services sur crypto-actifs concerné ou toute autre personne physique tenue pour responsable de l'infraction, d'exercer des fonctions de direction au sein des prestataires de services sur crypto-actifs. En cas d'infractions répétées aux articles 89 à 92 du règlement 2023/1114, l'interdiction a une durée d'au moins dix ans ;
3° imposer à tout membre de l'organe de direction du prestataire de services sur crypto-actifs ou toute autre personne physique tenue pour responsable de l'infraction, une interdiction provisoire de négocier pour compte propre.
Art. 57. Tenzij de vaststelling ervan is ingegeven door redenen die de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van een lidstaat of een deel ervan aantasten, is de FSMA de autoriteit die de in artikel 105 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregelen kan uitvoeren. De FSMA kan het advies inwinnen van de Bank wanneer zij voornemens is een dergelijke maatregel te nemen.
Indien een in artikel 105 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregel is ingegeven door redenen die de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van een lidstaat of een deel daarvan aantasten, valt de vaststelling ervan bij wijze van uitzondering onder de bevoegdheid van de Bank.
Indien een in artikel 105 van Verordening 2023/1114 bedoelde maatregel is ingegeven door redenen die de stabiliteit van het gehele financiële stelsel van een lidstaat of een deel daarvan aantasten, valt de vaststelling ervan bij wijze van uitzondering onder de bevoegdheid van de Bank.
Art. 57. Sauf si leur adoption est motivée par des raisons touchant la stabilité de tout ou partie du système financier dans un Etat membre, la FSMA est l'autorité susceptible de mettre en oeuvre les mesures visées à l'article 105 du règlement 2023/1114. La FSMA peut solliciter l'avis de la Banque lorsqu'elle envisage de prendre une telle mesure.
Par exception si une mesure visée à l'article 105 du règlement 2023/1114 est motivée par des raisons touchant la stabilité de tout ou partie du système financier dans un Etat membre, son adoption relève de la compétence de la Banque.
Par exception si une mesure visée à l'article 105 du règlement 2023/1114 est motivée par des raisons touchant la stabilité de tout ou partie du système financier dans un Etat membre, son adoption relève de la compétence de la Banque.
TITEL IX. - STRAFRECHTELIJKE EN BURGERRECHTELIJKE SANCTIES
TITRE IX. - DISPOSITIONS PENALES ET SANCTIONS CIVILES
Art. 58. § 1. Met gevangenisstraf van een maand tot een jaar en met een geldboete van 75 euro tot 15.000 euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft:
1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens dit boek of Verordening 2023/1114 moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;
2° eenieder die, in België, andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder, conform de artikelen 4 en 5 van Verordening 2023/1114, een cryptoactivawitboek te hebben opgesteld en gepubliceerd;
3° eenieder die, in België, activagerelateerde tokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder een vergunning als kredietinstelling of een vergunning overeenkomstig artikel 21 van Verordening 2023/1114 te hebben verkregen, of zonder een cryptoactivawitboek te hebben laten goedkeuren krachtens de artikelen 17, lid 1, 21, lid 1, of 25 van Verordening 2023/1114;
4° eenieder die, in België, e-moneytokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder als kredietinstelling of als instelling voor elektronisch geld een vergunning te hebben verkregen of zonder kennis te hebben gegeven van een cryptoactivawitboek en zo'n cryptoactivawitboek te hebben gepubliceerd conform artikel 51 van Verordening 2023/1114;
5° eenieder die, in België, de activiteit van aanbieder van cryptoactivadiensten verricht zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 60 van Verordening 2023/1114 of zonder een vergunning te hebben verkregen conform artikel 63 van Verordening 2023/1114, of na van die vergunning te hebben afgezien, of van wie de vergunning is ingetrokken;
6° eenieder die zich niet houdt aan een schorsing of een verbod opgelegd krachtens artikel 94 van Verordening 2023/1114 of aan een weigering tot erkenning of goedkeuring;
7° eenieder die, in België, bewust een cryptoactivawitboek of reclamestukken publiceert die niet beantwoorden aan de vereisten van Verordening 2023/1114;
8° eenieder die, in België, een cryptoactivawitboek openbaar maakt dat melding maakt van de goedkeuring door de betrokken bevoegde autoriteit, terwijl die goedkeuring niet werd gegeven;
9° eenieder die, in België, bewust een ander cryptoactivawitboek openbaar maakt dan het cryptoactivawitboek dat is goedgekeurd door of ter kennis is gebracht van de betrokken bevoegde autoriteit;
10° eenieder die de artikelen 89, 90 en 91 van Verordening 2023/1114 miskent.
§ 2. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door dit boek bestrafte misdrijven.
1° eenieder die de controles in de weg staat waaraan hij zich krachtens dit boek of Verordening 2023/1114 moet onderwerpen, die weigert of nalaat de informatie of documenten te verstrekken die hij moet bezorgen krachtens deze wet of die met opzet onjuiste of onvolledige informatie of documenten verstrekt;
2° eenieder die, in België, andere cryptoactiva dan activagerelateerde tokens of e-moneytokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder, conform de artikelen 4 en 5 van Verordening 2023/1114, een cryptoactivawitboek te hebben opgesteld en gepubliceerd;
3° eenieder die, in België, activagerelateerde tokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder een vergunning als kredietinstelling of een vergunning overeenkomstig artikel 21 van Verordening 2023/1114 te hebben verkregen, of zonder een cryptoactivawitboek te hebben laten goedkeuren krachtens de artikelen 17, lid 1, 21, lid 1, of 25 van Verordening 2023/1114;
4° eenieder die, in België, e-moneytokens aan het publiek aanbiedt of de toelating ervan tot de verhandeling vraagt zonder als kredietinstelling of als instelling voor elektronisch geld een vergunning te hebben verkregen of zonder kennis te hebben gegeven van een cryptoactivawitboek en zo'n cryptoactivawitboek te hebben gepubliceerd conform artikel 51 van Verordening 2023/1114;
5° eenieder die, in België, de activiteit van aanbieder van cryptoactivadiensten verricht zonder te voldoen aan de voorwaarden van artikel 60 van Verordening 2023/1114 of zonder een vergunning te hebben verkregen conform artikel 63 van Verordening 2023/1114, of na van die vergunning te hebben afgezien, of van wie de vergunning is ingetrokken;
6° eenieder die zich niet houdt aan een schorsing of een verbod opgelegd krachtens artikel 94 van Verordening 2023/1114 of aan een weigering tot erkenning of goedkeuring;
7° eenieder die, in België, bewust een cryptoactivawitboek of reclamestukken publiceert die niet beantwoorden aan de vereisten van Verordening 2023/1114;
8° eenieder die, in België, een cryptoactivawitboek openbaar maakt dat melding maakt van de goedkeuring door de betrokken bevoegde autoriteit, terwijl die goedkeuring niet werd gegeven;
9° eenieder die, in België, bewust een ander cryptoactivawitboek openbaar maakt dan het cryptoactivawitboek dat is goedgekeurd door of ter kennis is gebracht van de betrokken bevoegde autoriteit;
10° eenieder die de artikelen 89, 90 en 91 van Verordening 2023/1114 miskent.
§ 2. De bepalingen van boek I van het Strafwetboek, hoofdstuk VII en artikel 85 niet uitgezonderd, zijn van toepassing op de door dit boek bestrafte misdrijven.
Art. 58. § 1er. Sont punis d'un emprisonnement d'un mois à un an et d'une amende de 75 euros à 15.000 euros, ou d'une de ces peines seulement:
1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils sont tenus de se soumettre en vertu du présent livre ou du règlement 2023/1114, qui refusent ou omettent de donner des informations ou documents qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des informations ou documents inexacts ou incomplets ;
2° ceux qui, en Belgique, offrent au public ou demandent l'admission à la négociation de crypto-actifs autres que des jetons se référant à un ou des actifs ou que des jetons de monnaie électronique sans avoir, conformément aux articles 4 et 5 du règlement 2023/1114, notifié et publié un livre blanc sur les crypto-actifs ;
3° ceux qui, en Belgique, offrent au public ou demandent l'admission à la négociation de jetons se référant à un ou des actifs sans être agréés en tant qu'établissement de crédit ou être agréés conformément à l'article 21 du règlement 2023/1114, ou sans avoir fait approuver un livre blanc au titre des articles 17, paragraphe 1er, 21, paragraphe 1er ou 25 du règlement 2023/1114 ;
4° ceux qui, en Belgique, offrent au public ou demandent l'admission à la négociation de jetons de monnaie électronique sans être agréés en tant qu'établissement de crédit ou en tant qu'établissement de monnaie électronique, ou sans avoir notifié et publié un livre blanc conformément à l'article 51 du règlement 2023/1114 ;
5° ceux qui, en Belgique, exercent l'activité de prestataire de services sur crypto-actifs sans remplir les conditions de l'article 60 du règlement 2023/1114 ou sans être agréés conformément à l'article 63 du règlement 2023/1114, ou après avoir renoncé à cet agrément, ou s'être vu révoquer cet agrément ;
6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une interdiction prononcée en vertu de l'article 94 du règlement 2023/1114 ou un refus d'agrément ou d'approbation ;
7° ceux qui publient sciemment en Belgique un livre blanc ou des communications promotionnelles qui ne répondent pas aux exigences fixées par le règlement 2023/1114 ;
8° ceux qui rendent public en Belgique un livre blanc en faisant état de l'approbation de l'autorité compétente concernée alors que celle-ci n'a pas été donnée ;
9° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un livre blanc différent de celui qui a été approuvé par ou notifié à l'autorité compétente concernée;
10° ceux qui méconnaissent les articles 89, 90 et 91 du règlement 2023/1114.
§ 2. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions punies par le présent livre.
1° ceux qui font obstacle aux vérifications auxquelles ils sont tenus de se soumettre en vertu du présent livre ou du règlement 2023/1114, qui refusent ou omettent de donner des informations ou documents qu'ils sont tenus de fournir en vertu de la présente loi ou qui donnent sciemment des informations ou documents inexacts ou incomplets ;
2° ceux qui, en Belgique, offrent au public ou demandent l'admission à la négociation de crypto-actifs autres que des jetons se référant à un ou des actifs ou que des jetons de monnaie électronique sans avoir, conformément aux articles 4 et 5 du règlement 2023/1114, notifié et publié un livre blanc sur les crypto-actifs ;
3° ceux qui, en Belgique, offrent au public ou demandent l'admission à la négociation de jetons se référant à un ou des actifs sans être agréés en tant qu'établissement de crédit ou être agréés conformément à l'article 21 du règlement 2023/1114, ou sans avoir fait approuver un livre blanc au titre des articles 17, paragraphe 1er, 21, paragraphe 1er ou 25 du règlement 2023/1114 ;
4° ceux qui, en Belgique, offrent au public ou demandent l'admission à la négociation de jetons de monnaie électronique sans être agréés en tant qu'établissement de crédit ou en tant qu'établissement de monnaie électronique, ou sans avoir notifié et publié un livre blanc conformément à l'article 51 du règlement 2023/1114 ;
5° ceux qui, en Belgique, exercent l'activité de prestataire de services sur crypto-actifs sans remplir les conditions de l'article 60 du règlement 2023/1114 ou sans être agréés conformément à l'article 63 du règlement 2023/1114, ou après avoir renoncé à cet agrément, ou s'être vu révoquer cet agrément ;
6° ceux qui méconnaissent une suspension ou une interdiction prononcée en vertu de l'article 94 du règlement 2023/1114 ou un refus d'agrément ou d'approbation ;
7° ceux qui publient sciemment en Belgique un livre blanc ou des communications promotionnelles qui ne répondent pas aux exigences fixées par le règlement 2023/1114 ;
8° ceux qui rendent public en Belgique un livre blanc en faisant état de l'approbation de l'autorité compétente concernée alors que celle-ci n'a pas été donnée ;
9° ceux qui sciemment rendent public en Belgique un livre blanc différent de celui qui a été approuvé par ou notifié à l'autorité compétente concernée;
10° ceux qui méconnaissent les articles 89, 90 et 91 du règlement 2023/1114.
§ 2. Les dispositions du livre Ier du Code pénal, sans exception du chapitre VII et de l'article 85, sont applicables aux infractions punies par le présent livre.
Art. 59. § 1. Onverminderd het gemeenrecht inzake burgerlijke aansprakelijkheid en niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, verklaart de rechter de aankoop van of de inschrijving op cryptoactiva nietig indien deze aankoop of inschrijving plaatsvond naar aanleiding van:
1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens Verordening 2023/1114, een cryptoactivawitboek moet worden gepubliceerd, waarvoor geen voorafgaande publicatie van een cryptoactivawitboek heeft plaatsgevonden dat is goedgekeurd door of ter kennis is gebracht van de betrokken bevoegde autoriteit, conform de bepalingen van Verordening 2023/1114;
2° een aanbieding aan het publiek door een aanbieder van activagerelateerde tokens of door een aanbieder van e-moneytokens die niet beschikt over een van de vergunningen die vereist zijn krachtens Verordening 2023/1114.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken cryptoactiva geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de betrokken bepalingen van Verordening 2023/1114.
1° een aanbieding aan het publiek waarvoor, krachtens Verordening 2023/1114, een cryptoactivawitboek moet worden gepubliceerd, waarvoor geen voorafgaande publicatie van een cryptoactivawitboek heeft plaatsgevonden dat is goedgekeurd door of ter kennis is gebracht van de betrokken bevoegde autoriteit, conform de bepalingen van Verordening 2023/1114;
2° een aanbieding aan het publiek door een aanbieder van activagerelateerde tokens of door een aanbieder van e-moneytokens die niet beschikt over een van de vergunningen die vereist zijn krachtens Verordening 2023/1114.
§ 2. Niettegenstaande elk andersluidend beding in het nadeel van de belegger, wordt de schade veroorzaakt door de aankoop van of de inschrijving op de betrokken cryptoactiva geacht het gevolg te zijn van de overtreding van de betrokken bepalingen van Verordening 2023/1114.
Art. 59. § 1er. Sans préjudice du droit commun de la responsabilité civile et nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le juge annule l'achat ou la souscription de crypto-actifs lorsque cet achat ou cette souscription a été effectué à l'occasion :
1° d'une offre au public donnant lieu à l'obligation de publier un livre blanc en vertu du règlement 2023/1114, où il n'y a pas eu de publication préalable d'un livre blanc approuvé par ou notifié à l'autorité compétente concernée, conformément aux dispositions du règlement 2023/1114 ;
2° d'une offre au public effectuée par un offreur de jetons se référant à un ou des actifs ou par un offreur de jetons de monnaie électronique ne disposant pas de l'un des agréments exigés en vertu du règlement 2023/1114.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le dommage causé par l'achat ou la souscription des crypto-actifs concernés est présumé résulter de la violation des dispositions concernées du règlement 2023/1114.
1° d'une offre au public donnant lieu à l'obligation de publier un livre blanc en vertu du règlement 2023/1114, où il n'y a pas eu de publication préalable d'un livre blanc approuvé par ou notifié à l'autorité compétente concernée, conformément aux dispositions du règlement 2023/1114 ;
2° d'une offre au public effectuée par un offreur de jetons se référant à un ou des actifs ou par un offreur de jetons de monnaie électronique ne disposant pas de l'un des agréments exigés en vertu du règlement 2023/1114.
§ 2. Nonobstant toute stipulation contraire défavorable à l'investisseur, le dommage causé par l'achat ou la souscription des crypto-actifs concernés est présumé résulter de la violation des dispositions concernées du règlement 2023/1114.
TITEL X. - WIJZIGINGSBEPALINGEN
TITRE X. - DISPOSITIONS MODIFICATIVES
HOOFDSTUK I. - Wijzigingen van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België
CHAPITRE Ier. - Modifications de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique
Art. 60. Artikel 36/1 van de wet van 22 februari 1998 tot vaststelling van het organiek statuut van de Nationale Bank van België, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 40°, luidende:
"40° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937."
"40° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937."
Art. 60. L'article 36/1 de la loi du 22 février 1998 fixant le statut organique de la Banque nationale de Belgique, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, est complété par un 40° rédigé comme suit :
"40° "le règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937."
"40° "le règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937."
Art. 61. Artikel 36/2, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2023, wordt aangevuld met de volgende zin: "Overeenkomstig artikel 12bis, de bepalingen van dit hoofdstuk en de bijzondere wetten die bepalen op welke wijze deze bevoegdheden worden uitgeoefend, is de Bank de bevoegde autoriteit voor de toepassing van en het toezicht op de naleving van de bepalingen van de Titels III, IV en V van Verordening 2023/1114 door de in dit lid bedoelde entiteiten die gemachtigd zijn alle of een deel van de in de voormelde Titels III, IV en V bedoelde activiteiten uit te oefenen krachtens de genoemde verordening of de bijzondere wetten ter uitvoering daarvan, alsook door andere entiteiten die optreden als uitgevers van activagerelateerde tokens, als aanbieders van activagerelateerde tokens of e-moneytokens of als personen die verzoeken om toelating tot de handel van dergelijke tokens.".
Art. 61. L'article 36/2, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 décembre 2023, est complété par la phrase suivante: "Conformément à l'article 12bis, aux dispositions du présent chapitre et aux lois particulières qui déterminent les modalités d'exercice de ces compétences, la Banque est l'autorité compétente pour l'application et le contrôle du respect des dispositions des Titres III, IV et V du règlement 2023/1114 par les entités visées au présent alinéa autorisées à exercer tout ou partie des activités visées auxdits Titres III, IV et V en application dudit Règlement ou des lois particulières assurant sa mise en oeuvre ainsi que par d'autres entités agissant en qualité d'émetteur de jetons se référant à un ou des actifs, d'offreurs de jetons se référant à un ou des actifs ou de jetons de monnaie électronique ou demandant l'admission à la négociation de tels jetons.".
Art. 62. In artikel 36/14, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 26 juni 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 2° /2 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /2 met inachtneming van het recht van de Europese Unie, aan de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die één of meerdere van de in de Titels II en VI van Verordening 2023/1114 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;";
b) de bepaling onder 3° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"3° /1 met inachtneming van het recht van de Europese Unie, aan de bevoegde autoriteiten van derde landen die één of meerdere bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in de Titels II en VI van Verordening 2023/1114;";
c) in de bepaling onder 17° worden de woorden "of in zijn hoedanigheid van bevoegde autoriteit voor het toezicht op de naleving van de artikelen 49, leden 4 tot 6, en 50, leden 1 en 3 van Verordening 2023/1114" ingevoegd tussen de woorden "het Wetboek van economisch recht" en de woorden ", en aan de ambtenaren".
a) de bepaling onder 2° /2 wordt ingevoegd, luidende:
"2° /2 met inachtneming van het recht van de Europese Unie, aan de bevoegde autoriteiten van de Europese Unie en van andere lidstaten van de Europese Economische Ruimte die één of meerdere van de in de Titels II en VI van Verordening 2023/1114 bedoelde bevoegdheden uitoefenen;";
b) de bepaling onder 3° /1 wordt ingevoegd, luidende:
"3° /1 met inachtneming van het recht van de Europese Unie, aan de bevoegde autoriteiten van derde landen die één of meerdere bevoegdheden uitoefenen die vergelijkbaar zijn met die als bedoeld in de Titels II en VI van Verordening 2023/1114;";
c) in de bepaling onder 17° worden de woorden "of in zijn hoedanigheid van bevoegde autoriteit voor het toezicht op de naleving van de artikelen 49, leden 4 tot 6, en 50, leden 1 en 3 van Verordening 2023/1114" ingevoegd tussen de woorden "het Wetboek van economisch recht" en de woorden ", en aan de ambtenaren".
Art. 62. Dans l'article 36/14, § 1er, de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 26 juin 2024, les modifications suivantes sont apportées :
a) il est inséré un 2° /2 rédigé comme suit :
"2° /2 dans le respect du droit de l'Union européenne, aux autorités compétentes de l'Union européenne et d'autres Etats membres de l'Espace économique européen qui exercent une ou plusieurs compétences visées aux Titres II et VI du règlement 2023/1114;";
b) il est inséré un 3° /1 rédigé comme suit :
"3° /1 dans le respect du droit de l'Union européenne, aux autorités compétentes d'Etats tiers qui exercent une ou plusieurs compétences comparables à celles visées au Titre II et VI du règlement 2023/1114;";
c) au 17°, les mots "ou en sa qualité d'autorité compétente pour assurer le contrôle des articles 49, paragraphes 4 à 6 et 50, paragraphes 1er et 3 du règlement 2023/1114" sont insérés entre les mots "du Code de droit économique" et les mots "ainsi qu'aux agents".
a) il est inséré un 2° /2 rédigé comme suit :
"2° /2 dans le respect du droit de l'Union européenne, aux autorités compétentes de l'Union européenne et d'autres Etats membres de l'Espace économique européen qui exercent une ou plusieurs compétences visées aux Titres II et VI du règlement 2023/1114;";
b) il est inséré un 3° /1 rédigé comme suit :
"3° /1 dans le respect du droit de l'Union européenne, aux autorités compétentes d'Etats tiers qui exercent une ou plusieurs compétences comparables à celles visées au Titre II et VI du règlement 2023/1114;";
c) au 17°, les mots "ou en sa qualité d'autorité compétente pour assurer le contrôle des articles 49, paragraphes 4 à 6 et 50, paragraphes 1er et 3 du règlement 2023/1114" sont insérés entre les mots "du Code de droit économique" et les mots "ainsi qu'aux agents".
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers
Art. 63. In artikel 2, eerste lid, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 40° /1 wordt vervangen als volgt:
"40° /1 "cryptoactivum": een digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie;";
b) de bepalingen onder 92° en 93° worden ingevoegd, luidende:
"92° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
93° "wet van 11 december 2025": de wet van 11 december 2025 tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en van Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 en houdende diverse financiële bepalingen.".
a) de bepaling onder 40° /1 wordt vervangen als volgt:
"40° /1 "cryptoactivum": een digitale weergave van een waarde of een recht die elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed-ledger-technologie of vergelijkbare technologie;";
b) de bepalingen onder 92° en 93° worden ingevoegd, luidende:
"92° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
93° "wet van 11 december 2025": de wet van 11 december 2025 tot uitvoering van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en van Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 en houdende diverse financiële bepalingen.".
Art. 63. Dans l'article 2, alinéa 1er, de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 40° /1 est remplacé par ce qui suit :
"40° /1 "crypto-actif": une représentation numérique d'une valeur ou d'un droit pouvant être transférée et stockée de manière électronique, au moyen de la technologie des registres distribués ou d'une technologie similaire;";
b) il est inséré un 92° et un 93°, rédigés comme suit :
"92° "règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937 ;
93° "loi du 11 décembre 2025": la loi du 11 décembre 2025 mettant en oeuvre le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs et le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849 et portant des dispositions financières diverses.".
a) le 40° /1 est remplacé par ce qui suit :
"40° /1 "crypto-actif": une représentation numérique d'une valeur ou d'un droit pouvant être transférée et stockée de manière électronique, au moyen de la technologie des registres distribués ou d'une technologie similaire;";
b) il est inséré un 92° et un 93°, rédigés comme suit :
"92° "règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937 ;
93° "loi du 11 décembre 2025": la loi du 11 décembre 2025 mettant en oeuvre le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs et le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849 et portant des dispositions financières diverses.".
Art. 64. In artikel 30bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin van het eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014, op advies van de raad van toezicht" worden vervangen door de woorden "Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014 en andere rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen die de FSMA voor een productinterventie machtigen, op advies van de raad van toezicht";
b) de woorden "virtuele munten" worden vervangen door het woord "cryptoactiva";
2° in het eerste lid, 1° /1, worden de woorden "beperkende voorwaarden opleggen op" vervangen door de woorden "een verbod opleggen op of beperkende voorwaarden opleggen aan" en de woorden "van virtuele munten of van bepaalde categorieën van virtuele munten" vervangen door de woorden "van cryptoactiva of van bepaalde categorieën van cryptoactiva";
3° in het tweede lid worden de woorden "of van de munt" de eerste keer vervangen door de woorden "of van de cryptoactiva" en de tweede keer door de woorden "of van het cryptoactiva";
1° in de inleidende zin van het eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014, op advies van de raad van toezicht" worden vervangen door de woorden "Onverminderd de artikelen 39 tot 43 van Verordening 600/2014 en andere rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen die de FSMA voor een productinterventie machtigen, op advies van de raad van toezicht";
b) de woorden "virtuele munten" worden vervangen door het woord "cryptoactiva";
2° in het eerste lid, 1° /1, worden de woorden "beperkende voorwaarden opleggen op" vervangen door de woorden "een verbod opleggen op of beperkende voorwaarden opleggen aan" en de woorden "van virtuele munten of van bepaalde categorieën van virtuele munten" vervangen door de woorden "van cryptoactiva of van bepaalde categorieën van cryptoactiva";
3° in het tweede lid worden de woorden "of van de munt" de eerste keer vervangen door de woorden "of van de cryptoactiva" en de tweede keer door de woorden "of van het cryptoactiva";
Art. 64. A l'article 30bis de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la phrase introductive de l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "Sans préjudice des articles 39 à 43 du règlement 600/2014, sur avis du conseil de surveillance" sont remplacés par les mots "Sans préjudice des articles 39 à 43 du règlement 600/2014 et d'autres dispositions de droit européen directement applicables habilitant la FSMA à intervenir sur les produits, sur avis du conseil de surveillance";
b) les mots "monnaies virtuelles" sont remplacés par les mots "crypto-actifs".
2° dans l'alinéa 1er, 1° /1, le mot "subordonnent" est remplacé par les mots "interdisent ou subordonnent" et les mots "de monnaies virtuelles, ou de certaines catégories d'entre elles" sont remplacés par les mots "de crypto-actifs, ou de certaines catégories d'entre eux" ;
3° dans l'alinéa 2, les mots "ou de la monnaie" sont chaque fois remplacés par les mots "ou du crypto-actifs" et les mots "ou la monnaie" sont remplacés par les mots "ou le crypto-actif" ;
1° dans la phrase introductive de l'alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées:
a) les mots "Sans préjudice des articles 39 à 43 du règlement 600/2014, sur avis du conseil de surveillance" sont remplacés par les mots "Sans préjudice des articles 39 à 43 du règlement 600/2014 et d'autres dispositions de droit européen directement applicables habilitant la FSMA à intervenir sur les produits, sur avis du conseil de surveillance";
b) les mots "monnaies virtuelles" sont remplacés par les mots "crypto-actifs".
2° dans l'alinéa 1er, 1° /1, le mot "subordonnent" est remplacé par les mots "interdisent ou subordonnent" et les mots "de monnaies virtuelles, ou de certaines catégories d'entre elles" sont remplacés par les mots "de crypto-actifs, ou de certaines catégories d'entre eux" ;
3° dans l'alinéa 2, les mots "ou de la monnaie" sont chaque fois remplacés par les mots "ou du crypto-actifs" et les mots "ou la monnaie" sont remplacés par les mots "ou le crypto-actif" ;
Art. 65. In artikel 30ter van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "afnemer van financiële producten of diensten" telkens vervangen door "afnemer van financiële producten of diensten, of van cryptoactiva en cryptoactivadiensten";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
"5° de personen als bedoeld in artikel 59, lid 1, van Verordening 2023/1114.";
3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden ", of van een bepaald cryptoactivum of een bepaalde cryptoactivadienst";
4° in paragraaf 3 wordt een bepaling onder 3° /4 ingevoegd, luidende:
"3° /4 artikel 66, leden 2 tot en met 5, artikel 72, leden 2 en 3, artikel 75, leden 1, 5 en 9, artikel 77, leden 2 en 3, artikel 78, leden 3 en 5, artikel 80, artikel 81, leden 1 tot en met 5, leden 8 en 9, 11, 12, 13, 14, en artikel 82, lid 1, van Verordening 2023/1114, alsook de overeenstemmende bepalingen van de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen;";
5° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "afnemer van financiële producten en diensten" vervangen door de woorden "afnemer van financiële producten of diensten, of van cryptoactiva en cryptoactivadiensten".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "afnemer van financiële producten of diensten" telkens vervangen door "afnemer van financiële producten of diensten, of van cryptoactiva en cryptoactivadiensten";
2° paragraaf 1, tweede lid, wordt aangevuld met een bepaling onder 5°, luidende:
"5° de personen als bedoeld in artikel 59, lid 1, van Verordening 2023/1114.";
3° paragraaf 2 wordt aangevuld met de woorden ", of van een bepaald cryptoactivum of een bepaalde cryptoactivadienst";
4° in paragraaf 3 wordt een bepaling onder 3° /4 ingevoegd, luidende:
"3° /4 artikel 66, leden 2 tot en met 5, artikel 72, leden 2 en 3, artikel 75, leden 1, 5 en 9, artikel 77, leden 2 en 3, artikel 78, leden 3 en 5, artikel 80, artikel 81, leden 1 tot en met 5, leden 8 en 9, 11, 12, 13, 14, en artikel 82, lid 1, van Verordening 2023/1114, alsook de overeenstemmende bepalingen van de door de Commissie vastgestelde gedelegeerde handelingen;";
5° in paragraaf 5, tweede lid, worden de woorden "afnemer van financiële producten en diensten" vervangen door de woorden "afnemer van financiële producten of diensten, of van cryptoactiva en cryptoactivadiensten".
Art. 65. A l'article 30ter de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 6 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "utilisateur de produits et services financiers" sont chaque fois remplacés par les mots "utilisateur de produits et services financiers, ou de crypto-actifs et services sur crypto-actifs" ;
2° le paragraphe 1er, alinéa 2 est complété par un 5°, rédigé comme suit :
"5° les personnes visées à l'article 59, paragraphe 1er du règlement 2023/1114.";
3° le paragraphe 2 est complété par les mots ", ou d'un cryptoactif ou service sur crypto-actif donné";
4° dans le paragraphe 3, il est inséré un 3° /4, rédigé comme suit :
"3° /4 l'article 66, paragraphes 2 à 5, l'article 72, paragraphes 2 et 3, l'article 75, paragraphes 1er, 5 et 9, l'article 77, paragraphes 2 et 3, l'article 78, paragraphes 3 et 5, l'article 80, l'article 81, paragraphes 1er à 6, paragraphes 8 et 9, 11, 12, 13, 14 et l'article 82, paragraphe 1er du règlement 2023/1114, ainsi que les dispositions correspondantes des actes délégués adoptés par la Commission;" ;
5° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "l'utilisateur de produits et services financiers" sont remplacés par les mots "l'utilisateur de produits et services financiers, ou de crypto-actifs et services sur crypto-actifs".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "utilisateur de produits et services financiers" sont chaque fois remplacés par les mots "utilisateur de produits et services financiers, ou de crypto-actifs et services sur crypto-actifs" ;
2° le paragraphe 1er, alinéa 2 est complété par un 5°, rédigé comme suit :
"5° les personnes visées à l'article 59, paragraphe 1er du règlement 2023/1114.";
3° le paragraphe 2 est complété par les mots ", ou d'un cryptoactif ou service sur crypto-actif donné";
4° dans le paragraphe 3, il est inséré un 3° /4, rédigé comme suit :
"3° /4 l'article 66, paragraphes 2 à 5, l'article 72, paragraphes 2 et 3, l'article 75, paragraphes 1er, 5 et 9, l'article 77, paragraphes 2 et 3, l'article 78, paragraphes 3 et 5, l'article 80, l'article 81, paragraphes 1er à 6, paragraphes 8 et 9, 11, 12, 13, 14 et l'article 82, paragraphe 1er du règlement 2023/1114, ainsi que les dispositions correspondantes des actes délégués adoptés par la Commission;" ;
5° dans le paragraphe 5, alinéa 2, les mots "l'utilisateur de produits et services financiers" sont remplacés par les mots "l'utilisateur de produits et services financiers, ou de crypto-actifs et services sur crypto-actifs".
Art. 66. In artikel 36, § 1, vierde lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 4 april 2014 en gewijzigd bij de wet van 18 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "een financieel product op het Belgisch grondgebied te commercialiseren" worden vervangen door de woorden "een financieel product of een cryptoactivum op het Belgisch grondgebied te commercialiseren";
2° de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied" worden vervangen door de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product of cryptoactivum op het Belgisch grondgebied";
3° de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied" worden vervangen door de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product of cryptoactivum op het Belgisch grondgebied".
1° de woorden "een financieel product op het Belgisch grondgebied te commercialiseren" worden vervangen door de woorden "een financieel product of een cryptoactivum op het Belgisch grondgebied te commercialiseren";
2° de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied" worden vervangen door de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product of cryptoactivum op het Belgisch grondgebied";
3° de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product op het Belgisch grondgebied" worden vervangen door de woorden "de commercialisering van het betrokken financieel product of cryptoactivum op het Belgisch grondgebied".
Art. 66. A l'article 36, § 1er, alinéa 4, de la même loi, inséré par la loi du 4 avril 2014 et modifié par la loi du 18 avril 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "de commercialiser un produit financier" sont remplacés par les mots "de commercialiser un produit financier ou un crypto-actif";
2° les mots "commercialisation du produit financier concerné sur le territoire belge" sont remplacés par les mots "commercialisation du produit financier ou du crypto-actif concerné sur le territoire belge";
3° les mots "commercialisation du produit financier en question sur le territoire belge" sont remplacés par les mots "commercialisation du produit financier ou du crypto-actif en question sur le territoire belge".
1° les mots "de commercialiser un produit financier" sont remplacés par les mots "de commercialiser un produit financier ou un crypto-actif";
2° les mots "commercialisation du produit financier concerné sur le territoire belge" sont remplacés par les mots "commercialisation du produit financier ou du crypto-actif concerné sur le territoire belge";
3° les mots "commercialisation du produit financier en question sur le territoire belge" sont remplacés par les mots "commercialisation du produit financier ou du crypto-actif en question sur le territoire belge".
Art. 67. In artikel 36bis van dezelfde wet, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 3 maart 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden ", een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een benchmarkbeheerder" en de woorden "of een centrale tegenpartij";
b) in het tweede lid worden de woorden ", een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een centrale tegenpartij" en de woorden "of een beursvennootschap";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° wordt het woord ", cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen het woord "benchmarkbeheerdiensten" en de woorden "of verzekeringsdiensten";
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ", instellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen" ingevoegd tussen het woord "depositobanken" en de woorden "en verzekeringsondernemingen";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling," ingevoegd tussen de woorden "een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling," en de woorden "of een beursvennootschap";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden ", instelling voor elektronisch geld, betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "depositobank" en de woorden "of verzekeringsonderneming".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden de woorden ", een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een benchmarkbeheerder" en de woorden "of een centrale tegenpartij";
b) in het tweede lid worden de woorden ", een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "een centrale tegenpartij" en de woorden "of een beursvennootschap";
2° in paragraaf 2 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° wordt het woord ", cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen het woord "benchmarkbeheerdiensten" en de woorden "of verzekeringsdiensten";
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden ", instellingen voor elektronisch geld, betalingsinstellingen" ingevoegd tussen het woord "depositobanken" en de woorden "en verzekeringsondernemingen";
c) in de bepaling onder 3° worden de woorden "een instelling voor elektronisch geld, een betalingsinstelling," ingevoegd tussen de woorden "een instelling die ondersteuning verleent aan een centrale effectenbewaarinstelling," en de woorden "of een beursvennootschap";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden ", instelling voor elektronisch geld, betalingsinstelling" ingevoegd tussen de woorden "depositobank" en de woorden "of verzekeringsonderneming".
Art. 67. A l'article 36bis de la même loi, inséré par l'arrêté royal du 3 mars 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) à l'alinéa 1er, les mots ", un établissement de monnaie électronique, un établissement de paiement," sont insérés entre les mots "un administrateur d'indices de référence" et les mots "ou une contrepartie centrale" ;
b) à l'alinéa 2, les mots ", un établissement de monnaie électronique, un établissement de paiement" sont insérés entre les mots ", une contrepartie centrale" et les mots "ou une société de bourse" ;
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots ", services sur crypto-actifs" sont insérés entre les mots "services d'administrateur d'indices de référence" et les mots "ou services d'assurance" ;
b) au 2°, les mots ", d'un établissement de monnaie électronique, d'un établissement de paiement" sont insérés entre les mots "d'une banque dépositaire" et les mots "ou d'une entreprise d'assurances" ;
c) au 3°, les mots ", d'un établissement de monnaie électronique, d'un établissement de paiement" sont insérés entre les mots "d'un organisme de support d'un dépositaire central de titres" et les mots "ou d'une société de bourse,";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots ", d'un établissement de monnaie électronique, d'un établissement de paiement" sont insérés entre les mots "d'une banque dépositaire" et les mots "ou d'une entreprise d'assurances".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) à l'alinéa 1er, les mots ", un établissement de monnaie électronique, un établissement de paiement," sont insérés entre les mots "un administrateur d'indices de référence" et les mots "ou une contrepartie centrale" ;
b) à l'alinéa 2, les mots ", un établissement de monnaie électronique, un établissement de paiement" sont insérés entre les mots ", une contrepartie centrale" et les mots "ou une société de bourse" ;
2° dans le paragraphe 2, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots ", services sur crypto-actifs" sont insérés entre les mots "services d'administrateur d'indices de référence" et les mots "ou services d'assurance" ;
b) au 2°, les mots ", d'un établissement de monnaie électronique, d'un établissement de paiement" sont insérés entre les mots "d'une banque dépositaire" et les mots "ou d'une entreprise d'assurances" ;
c) au 3°, les mots ", d'un établissement de monnaie électronique, d'un établissement de paiement" sont insérés entre les mots "d'un organisme de support d'un dépositaire central de titres" et les mots "ou d'une société de bourse,";
3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots ", d'un établissement de monnaie électronique, d'un établissement de paiement" sont insérés entre les mots "d'une banque dépositaire" et les mots "ou d'une entreprise d'assurances".
Art. 68. In artikel 37septies, § 1, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 25 maart 2025, wordt de bepaling onder 2° vervangen als volgt:
"2° de opdrachten als bedoeld in artikel 29, leden 4 en 5, van Verordening 2017/2402, met uitzondering van de opdrachten die betrekking hebben op de entiteiten die ook onder de toezichtsbevoegdheid van de Bank vallen conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of van de Europese Centrale Bank conform de SSM-verordening, of die deel uitmaken van de consolidatiekring van die entiteiten.".
"2° de opdrachten als bedoeld in artikel 29, leden 4 en 5, van Verordening 2017/2402, met uitzondering van de opdrachten die betrekking hebben op de entiteiten die ook onder de toezichtsbevoegdheid van de Bank vallen conform artikel 36/2 van de organieke wet van de Bank of van de Europese Centrale Bank conform de SSM-verordening, of die deel uitmaken van de consolidatiekring van die entiteiten.".
Art. 68. Dans l'article 37septies, § 1er de la même loi, remplacé par la loi du 25 mars 2025, le 2° est remplacé par ce qui suit :
"2° les missions visées à l'article 29, paragraphes 4 et 5 du règlement 2017/2402, à l'exclusion de celles qui concernent les entités qui relèvent également des compétences de contrôle de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au règlement MSU, ou qui font partie du périmètre de consolidation de telles entités,".
"2° les missions visées à l'article 29, paragraphes 4 et 5 du règlement 2017/2402, à l'exclusion de celles qui concernent les entités qui relèvent également des compétences de contrôle de la Banque conformément à l'article 36/2 de la loi organique de la Banque ou de la Banque centrale européenne conformément au règlement MSU, ou qui font partie du périmètre de consolidation de telles entités,".
Art. 69. Artikel 37undecies, paragraaf 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 9°, luidende:
"9° de uit hoofde van Verordening 2023/1114 vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten.".
"9° de uit hoofde van Verordening 2023/1114 vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten.".
Art. 69. L'article 37undecies, paragraphe 1er, alinéa 1er de la même loi, inséré par la loi du 25 mars 2025, est complété par un 9°, rédigé comme suit :
"9° les prestataires de services sur crypto-actifs agréés en vertu du règlement 2023/1114.".
"9° les prestataires de services sur crypto-actifs agréés en vertu du règlement 2023/1114.".
Art. 70. In artikel 45, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten of cryptoactiva, en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten of cryptoactiva moeten waarborgen, en meer in het bijzonder van de regels bedoeld in hoofdstuk II, de bepalingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU en de wet van 11 december 2025, alsook de ter uitvoering van voornoemde teksten genomen besluiten en reglementen;";
b) in de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder n) vervangen als volgt:
"n) de aanbieders van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 59 van Verordening 2023/1114, onverminderd de bevoegdheden van de Bank";
c) in de bepaling onder 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "de instellingen voor elektronisch geld, de betalingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de beursvennootschappen," en de woorden "de centrale tegenpartijen,";
2° de bepaling onder 3° wordt aangevuld met een bepaling onder l., luidende:
"l. Titel II, de artikelen 27 tot en met 29, 31, 32, 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 en Titel VI van Verordening 2023/1114.";
d) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de afnemers van financiële producten of diensten, cryptoactiva of cryptoactivadiensten, en de kredietnemers te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van dergelijke producten of diensten en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die van de FSMA of de Bank een vergunning hebben verkregen of die door of bij de FSMA of de Bank zijn ingeschreven of geregistreerd;".
a) de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
"1° toe te zien op de naleving van de regels die de bescherming van de belangen van de belegger beogen bij verrichtingen in financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten of cryptoactiva, en op de naleving van de regels die de goede werking, de integriteit en de transparantie van de markten voor financiële instrumenten en andere beleggingsinstrumenten of cryptoactiva moeten waarborgen, en meer in het bijzonder van de regels bedoeld in hoofdstuk II, de bepalingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU en de wet van 11 december 2025, alsook de ter uitvoering van voornoemde teksten genomen besluiten en reglementen;";
b) in de bepaling onder 2° wordt de bepaling onder n) vervangen als volgt:
"n) de aanbieders van cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 59 van Verordening 2023/1114, onverminderd de bevoegdheden van de Bank";
c) in de bepaling onder 3° worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "de instellingen voor elektronisch geld, de betalingsinstellingen," ingevoegd tussen de woorden "de beursvennootschappen," en de woorden "de centrale tegenpartijen,";
2° de bepaling onder 3° wordt aangevuld met een bepaling onder l., luidende:
"l. Titel II, de artikelen 27 tot en met 29, 31, 32, 66, 71, 75, lid 1, 76 tot en met 82 en Titel VI van Verordening 2023/1114.";
d) de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° bij te dragen tot de naleving van de regels bedoeld om de afnemers van financiële producten of diensten, cryptoactiva of cryptoactivadiensten, en de kredietnemers te beschermen tegen het onwettelijk aanbod of de illegale levering van dergelijke producten of diensten en tegen het onrechtmatige gebruik van benamingen die zijn voorbehouden aan ondernemingen die van de FSMA of de Bank een vergunning hebben verkregen of die door of bij de FSMA of de Bank zijn ingeschreven of geregistreerd;".
Art. 70. Dans l'article 45, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 décembre 2024, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° de veiller au respect des règles visant la protection des intérêts des investisseurs lors des transactions effectuées sur des instruments financiers et d'autres instruments de placement ou crypto-actifs, ainsi qu'au respect des règles visant à garantir le bon fonctionnement, l'intégrité et la transparence des marchés d'instruments financiers et d'autres instruments de placement ou crypto-actifs et, en particulier, des règles visées au chapitre II, des dispositions de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE et de la loi du 11 décembre 2025, ainsi que des arrêtés et règlements pris pour l'exécution de tout ce qui précède;" ;
b) au 2°, le n) est remplacé par ce qui suit :
"n) des prestataires de services sur crypto-actifs visés à l'article 59 du règlement 2023/1114, sans préjudice des compétences de la Banque" ;
c) au 3°, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la phrase introductive, les mots "les établissements de monnaie électronique, les établissements de paiement" sont insérés entre les mots "les sociétés de bourse," et les mots "les contreparties centrales," ;
2° le 3° est complété par un l., rédigé comme suit:
"l. le Titre II, les articles 27 à 29, 31, 32, 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 et le Titre VI du règlement 2023/1114.";
d) le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° de contribuer au respect des règles visant à protéger les utilisateurs de produits ou services financiers, de crypto-actifs ou de services sur crypto-actifs, et les emprunteurs contre l'offre ou la fourniture illicite de tels produits ou services et contre l'usage illégal de dénominations réservées à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque;".
a) le 1° est remplacé par ce qui suit :
"1° de veiller au respect des règles visant la protection des intérêts des investisseurs lors des transactions effectuées sur des instruments financiers et d'autres instruments de placement ou crypto-actifs, ainsi qu'au respect des règles visant à garantir le bon fonctionnement, l'intégrité et la transparence des marchés d'instruments financiers et d'autres instruments de placement ou crypto-actifs et, en particulier, des règles visées au chapitre II, des dispositions de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE et de la loi du 11 décembre 2025, ainsi que des arrêtés et règlements pris pour l'exécution de tout ce qui précède;" ;
b) au 2°, le n) est remplacé par ce qui suit :
"n) des prestataires de services sur crypto-actifs visés à l'article 59 du règlement 2023/1114, sans préjudice des compétences de la Banque" ;
c) au 3°, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans la phrase introductive, les mots "les établissements de monnaie électronique, les établissements de paiement" sont insérés entre les mots "les sociétés de bourse," et les mots "les contreparties centrales," ;
2° le 3° est complété par un l., rédigé comme suit:
"l. le Titre II, les articles 27 à 29, 31, 32, 66, 71, 75, paragraphe 1er, 76 à 82 et le Titre VI du règlement 2023/1114.";
d) le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° de contribuer au respect des règles visant à protéger les utilisateurs de produits ou services financiers, de crypto-actifs ou de services sur crypto-actifs, et les emprunteurs contre l'offre ou la fourniture illicite de tels produits ou services et contre l'usage illégal de dénominations réservées à des entreprises agréées, inscrites ou enregistrées auprès de la FSMA ou de la Banque;".
Art. 71. Artikel 75, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 december 2023, wordt aangevuld met een bepaling onder 28°, luidende:
"28° aan de belastingadministratie, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 100, lid 1, van Verordening 2023/1114, alsook binnen elk ander toezichtsdomein in verband waarmee de Europeesrechtelijke bepaling die eraan ten grondslag ligt, een dergelijke mededeling expliciet toestaat, en overeenkomstig de in die bepaling voorziene voorwaarden.".
"28° aan de belastingadministratie, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 100, lid 1, van Verordening 2023/1114, alsook binnen elk ander toezichtsdomein in verband waarmee de Europeesrechtelijke bepaling die eraan ten grondslag ligt, een dergelijke mededeling expliciet toestaat, en overeenkomstig de in die bepaling voorziene voorwaarden.".
Art. 71. L'article 75, § 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 décembre 2023, est complété par un 28°, rédigé comme suit :
"28° à l'administration fiscale, dans les conditions prévues à l'article 100, paragraphe 1er du règlement 2023/1114, ainsi que dans tout autre domaine de contrôle dont la disposition de droit européen qui en est à l'origine permet expressément une telle transmission et conformément aux conditions prévues par ladite disposition.".
"28° à l'administration fiscale, dans les conditions prévues à l'article 100, paragraphe 1er du règlement 2023/1114, ainsi que dans tout autre domaine de contrôle dont la disposition de droit européen qui en est à l'origine permet expressément une telle transmission et conformément aux conditions prévues par ladite disposition.".
Art. 72. In artikel 86bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 30 juli 2013 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ", aanbieder van cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen de woorden "onafhankelijk vermogensadviseur" en de woorden "of enige andere gereglementeerde activiteit";
b) de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
"7° aan het publiek activagerelateerde tokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2023/1114 zonder zich aan artikel 16 van die verordening te conformeren, of e-moneytokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 7), van Verordening 2023/1114 zonder zich aan artikel 48, lid 1, a), van die verordening te conformeren.";
2° in paragraaf 4 worden de woorden "of van cryptoactiva" ingevoegd tussen de woorden "van financiële producten of diensten" en de woorden "kan de FSMA daarbij ook";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. In het kader van het toezicht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA gebruikmaken van de bevoegdheden bedoeld in artikel 94 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van een persoon die de activiteit van aanbieder van cryptoactivadiensten aanbiedt in de omstandigheden die worden beschreven in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of ten aanzien van een persoon die aan het publiek activagerelateerde tokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2023/1114, of die e-moneytokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 7), van Verordening 2023/1114 in de in paragraaf 1, eerste lid, 7°, omschreven omstandigheden.".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden ", aanbieder van cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen de woorden "onafhankelijk vermogensadviseur" en de woorden "of enige andere gereglementeerde activiteit";
b) de bepaling onder 7° wordt vervangen als volgt:
"7° aan het publiek activagerelateerde tokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2023/1114 zonder zich aan artikel 16 van die verordening te conformeren, of e-moneytokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 7), van Verordening 2023/1114 zonder zich aan artikel 48, lid 1, a), van die verordening te conformeren.";
2° in paragraaf 4 worden de woorden "of van cryptoactiva" ingevoegd tussen de woorden "van financiële producten of diensten" en de woorden "kan de FSMA daarbij ook";
3° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 6, luidende:
" § 6. In het kader van het toezicht bedoeld in artikel 45, § 1, eerste lid, 5°, kan de FSMA gebruikmaken van de bevoegdheden bedoeld in artikel 94 van Verordening 2023/1114 ten aanzien van een persoon die de activiteit van aanbieder van cryptoactivadiensten aanbiedt in de omstandigheden die worden beschreven in paragraaf 1, eerste lid, 1°, of ten aanzien van een persoon die aan het publiek activagerelateerde tokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 6), van Verordening 2023/1114, of die e-moneytokens aanbiedt in de zin van artikel 3, lid 1, 7), van Verordening 2023/1114 in de in paragraaf 1, eerste lid, 7°, omschreven omstandigheden.".
Art. 72. A l'article 86bis de la même loi, inséré par la loi du 30 juillet 2013 et modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots ", de prestataire de services sur crypto-actifs" sont insérés entre les mots "conseiller indépendant en gestion de patrimoine" et "ou toute autre activité réglementée" ;
b) le 7° est remplacé par ce qui suit :
"7° offre au public des jetons se référant à un ou des actifs au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 6) du règlement 2023/1114 sans se conformer à l'article 16 de ce règlement ou offre des jetons de monnaie électronique au sens de l'article 3, paragraphe1er, 7) du règlement 2023/1114 sans se conformer à l'article 48, paragraphe 1er, a) de ce règlement.";
2° dans le paragraphe 4, les mots "ou de crypto-actifs" sont insérés entre les mots "ou services financiers" et les mots ", la FSMA peut également";
3° l'article est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Dans le cadre du contrôle visé à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94 du règlement 2023/1114 à l'encontre d'une personne qui exerce l'activité de prestataire de services sur crypto-actifs dans les circonstances décrites au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ou à l'encontre d'une personne qui offre au public des jetons se référant à un ou des actifs au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 6) du règlement 2023/1114 ou qui offre des jetons de monnaie électronique au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 7) du règlement 2023/1114 dans les circonstances décrites au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°. ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots ", de prestataire de services sur crypto-actifs" sont insérés entre les mots "conseiller indépendant en gestion de patrimoine" et "ou toute autre activité réglementée" ;
b) le 7° est remplacé par ce qui suit :
"7° offre au public des jetons se référant à un ou des actifs au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 6) du règlement 2023/1114 sans se conformer à l'article 16 de ce règlement ou offre des jetons de monnaie électronique au sens de l'article 3, paragraphe1er, 7) du règlement 2023/1114 sans se conformer à l'article 48, paragraphe 1er, a) de ce règlement.";
2° dans le paragraphe 4, les mots "ou de crypto-actifs" sont insérés entre les mots "ou services financiers" et les mots ", la FSMA peut également";
3° l'article est complété par un paragraphe 6, rédigé comme suit :
" § 6. Dans le cadre du contrôle visé à l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 5°, la FSMA peut mettre en oeuvre les pouvoirs prévus à l'article 94 du règlement 2023/1114 à l'encontre d'une personne qui exerce l'activité de prestataire de services sur crypto-actifs dans les circonstances décrites au paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ou à l'encontre d'une personne qui offre au public des jetons se référant à un ou des actifs au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 6) du règlement 2023/1114 ou qui offre des jetons de monnaie électronique au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 7) du règlement 2023/1114 dans les circonstances décrites au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°. ".
Art. 73. In artikel 86ter, § 1, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 23 februari 2022, worden de woorden "of van cryptoactiva of cryptoactivadiensten" ingevoegd tussen de woorden "beleggingsdiensten en -activiteiten of financiële producten" en de woorden "nietig, indien die werd gesloten".
Art. 73. Dans l'article 86ter, § 1er, alinéa 1er, 4°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 23 février 2022, les mots "ou de services sur crypto-actifs" sont insérés entre les mots "services et activités d'investissement ou produits financiers" et les mots ", conclue alors que".
Art. 74. In artikel 125, eerste lid, 2°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, worden de woorden "of op de bepalingen van Verordening 2023/1114 die onder de bevoegdheid van de FSMA vallen" ingevoegd tussen de woorden "de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen" en de woorden ", of op de bepalingen genomen ter uitvoering van die wetten".
Art. 74. Dans l'article 125, alinéa 1er, 2°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, les mots "des dispositions du règlement 2023/1114 qui relèvent de la compétence de la FSMA" sont insérés entre les mots "la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition" et les mots ", ou aux dispositions prises en exécution de ces lois".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances
Art. 75. Artikel 3 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 70°, luidende:
"70° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.".
"70° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.".
Art. 75. L'article 3 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, est complété par un 70°, rédigé comme suit :
"70° "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937.".
"70° "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937.".
Art. 76. Artikel 216 van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 5, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening.".
"Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de beheervennootschap van instellingen voor collectieve belegging echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 5, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening.".
Art. 76. L'article 216 de la même loi est complété par un alinéa, rédigé comme suit :
"Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, la société de gestion d'organismes de placement collectif peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 5 du règlement 2023/1114, conformément aux dispositions dudit règlement.".
"Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, la société de gestion d'organismes de placement collectif peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 5 du règlement 2023/1114, conformément aux dispositions dudit règlement.".
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingen van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders
CHAPITRE IV. - Modifications de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires
Art. 77. Artikel 3 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 113°, luidende:
"113° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.".
"113° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937.".
Art. 77. L'article 3 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, est complété par un 113°, rédigé comme suit :
"113° "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937.".
"113° "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937.".
Art. 78. In artikel 11 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt een paragraaf 3/1 ingevoegd, luidende:
" § 3/1. Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de beheervennootschap van AICB's echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 5, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening".
" § 3/1. Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de beheervennootschap van AICB's echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 5, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening".
Art. 78. Dans l'article 11 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, il est inséré un paragraphe 3/1, rédigé comme suit :
" § 3/1. Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, la société de gestion d'OPCA peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 5 du règlement 2023/1114, conformément aux dispositions dudit règlement".
" § 3/1. Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, la société de gestion d'OPCA peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 5 du règlement 2023/1114, conformément aux dispositions dudit règlement".
HOOFDSTUK V. - Wijzigingen van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen
CHAPITRE V. - Modifications de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit
Art. 79. In artikel 3 van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt een bepaling onder 8° /11 ingevoegd, luidende:
"8° /11 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;".
"8° /11 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;".
Art. 79. Dans l'article 3, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, il est inséré un 8° /11 rédigé comme suit :
"8° /11 "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937 ;".
"8° /11 "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937 ;".
Art. 80. In artikel 4, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 15) wordt vervangen als volgt:
"15) Uitgifte van elektronisch geld, met inbegrip van e-moneytokens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 7), van Verordening 2023/1114;";
2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 16) en 17), luidende:
"16) Uitgifte van activagerelateerde tokens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 6), van Verordening 2023/1114;
17) Cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening 2023/1114.".
1° de bepaling onder 15) wordt vervangen als volgt:
"15) Uitgifte van elektronisch geld, met inbegrip van e-moneytokens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 7), van Verordening 2023/1114;";
2° het eerste lid wordt aangevuld met de bepalingen onder 16) en 17), luidende:
"16) Uitgifte van activagerelateerde tokens zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 6), van Verordening 2023/1114;
17) Cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening 2023/1114.".
Art. 80. A l'article 4, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 15) est remplacé par ce qui suit :
"15) Emission de monnaie électronique, y compris de jetons de monnaie électronique tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 7), du règlement 2023/1114;";
2° l'alinéa 1er est complété par les 16) et 17) rédigés comme suit :
"16) Emission de jetons se référant à un ou des actifs tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 6), du règlement 2023/1114 ;
17) Services sur crypto-actifs tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 16), du règlement 2023/1114.".
1° le 15) est remplacé par ce qui suit :
"15) Emission de monnaie électronique, y compris de jetons de monnaie électronique tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 7), du règlement 2023/1114;";
2° l'alinéa 1er est complété par les 16) et 17) rédigés comme suit :
"16) Emission de jetons se référant à un ou des actifs tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 6), du règlement 2023/1114 ;
17) Services sur crypto-actifs tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 16), du règlement 2023/1114.".
HOOFDSTUK VI. - Wijzigingen van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies
CHAPITRE VI. - Modifications de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement
Art. 81. Artikel 2 van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beleggingsdienstenbedrijf en betreffende het statuut van en het toezicht op de vennootschappen voor vermogensbeheer en beleggingsadvies, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met een bepaling onder 83°, luidende:
"83° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937."
"83° "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 maart 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937."
Art. 81. L'article 2 de la loi du 25 octobre 2016 relative à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, modifié pour la dernière fois par la loi du 25 mars 2025, est complété par un 83°, rédigé comme suit :
"83° "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937."
"83° "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937."
Art. 82. Artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 3, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening.".
"Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten, kan de vennootschap voor vermogensbeheer en beleggingsadvies echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 3, van Verordening 2023/1114, conform de bepalingen van die verordening.".
Art. 82. L'article 40 de la même loi, modifié par la loi du 20 juillet 2022, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 3 du règlement 2023/1114, conformément aux dispositions dudit règlement.".
"Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, la société de gestion de portefeuille et de conseil en investissement peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 3 du règlement 2023/1114, conformément aux dispositions dudit règlement.".
HOOFDSTUK VII. - Wijzigingen van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten
CHAPITRE VII. - Modification de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces
Art. 83. In artikel 4 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° "Europese verordening betreffende geldovermakingen": Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;";
2° de bepaling onder 5° /6 wordt ingevoegd, luidende:
"5° /6 "Verordening (EU) 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;";
3° de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt:
"34° "correspondentrelatie":
a) het verlenen van bankdiensten door een bank als correspondent aan een andere bank als respondent, die met name het verstrekken van een lopende rekening of van een andere passiefrekening en het verlenen van aanverwante diensten, zoals contantenbeheer, internationale geldovermakingen, verwerking van cheques, transitrekeningen ("payable-through accounts") en valutawisseldiensten, kunnen omvatten;
b) de betrekkingen tussen kredietinstellingen en financiële instellingen, kredietinstellingen onderling en financiële instellingen onderling, inclusief wanneer soortgelijke diensten door een correspondentinstelling aan een respondentinstelling worden verleend, en met inbegrip van betrekkingen die zijn aangegaan voor effectentransacties of geldovermakingen, of betrekkingen die zijn aangegaan voor cryptoactivatransacties of overdrachten van cryptoactiva;";
4° de bepaling onder 35° /1 wordt vervangen als volgt:
"35° /1 "cryptoactief": een cryptoactivum als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 5), van Verordening (EU) 2023/1114, behalve wanneer het onder de in artikel 2, leden 2, 3 en 4, van die verordening genoemde categorieën valt of anderszins als geldmiddel wordt aangemerkt;";
5° de bepaling onder 35° /2 wordt vervangen als volgt:
"35° /2 "aanbieder van cryptoactivadiensten": een aanbieder van cryptoactivadiensten als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 15), van Verordening (EU) 2023/1114, wanneer deze een of meer cryptoactivadiensten verricht als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 16), van die verordening, met uitzondering van het verlenen van advies over cryptoactiva als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), h), van die verordening;";
6° de bepaling onder 35° /3 wordt vervangen als volgt:
"35° /3 "zelfgehost adres": een zelfgehost adres als omschreven in artikel 3, punt 20), van de Europese verordening betreffende geldovermakingen;".
1° de bepaling onder 5° wordt vervangen als volgt:
"5° "Europese verordening betreffende geldovermakingen": Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;";
2° de bepaling onder 5° /6 wordt ingevoegd, luidende:
"5° /6 "Verordening (EU) 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;";
3° de bepaling onder 34° wordt vervangen als volgt:
"34° "correspondentrelatie":
a) het verlenen van bankdiensten door een bank als correspondent aan een andere bank als respondent, die met name het verstrekken van een lopende rekening of van een andere passiefrekening en het verlenen van aanverwante diensten, zoals contantenbeheer, internationale geldovermakingen, verwerking van cheques, transitrekeningen ("payable-through accounts") en valutawisseldiensten, kunnen omvatten;
b) de betrekkingen tussen kredietinstellingen en financiële instellingen, kredietinstellingen onderling en financiële instellingen onderling, inclusief wanneer soortgelijke diensten door een correspondentinstelling aan een respondentinstelling worden verleend, en met inbegrip van betrekkingen die zijn aangegaan voor effectentransacties of geldovermakingen, of betrekkingen die zijn aangegaan voor cryptoactivatransacties of overdrachten van cryptoactiva;";
4° de bepaling onder 35° /1 wordt vervangen als volgt:
"35° /1 "cryptoactief": een cryptoactivum als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 5), van Verordening (EU) 2023/1114, behalve wanneer het onder de in artikel 2, leden 2, 3 en 4, van die verordening genoemde categorieën valt of anderszins als geldmiddel wordt aangemerkt;";
5° de bepaling onder 35° /2 wordt vervangen als volgt:
"35° /2 "aanbieder van cryptoactivadiensten": een aanbieder van cryptoactivadiensten als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 15), van Verordening (EU) 2023/1114, wanneer deze een of meer cryptoactivadiensten verricht als omschreven in artikel 3, lid 1, punt 16), van die verordening, met uitzondering van het verlenen van advies over cryptoactiva als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), h), van die verordening;";
6° de bepaling onder 35° /3 wordt vervangen als volgt:
"35° /3 "zelfgehost adres": een zelfgehost adres als omschreven in artikel 3, punt 20), van de Europese verordening betreffende geldovermakingen;".
Art. 83. Dans l'article 4 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° "Règlement européen relatif aux transferts de fonds": le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849;";
2° le 5° /6 est inséré, rédigé comme suit :
"5° /6 "Règlement (UE) 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;";
3° le 34° est remplacé par ce qui suit :
"34° "relation de correspondant":
a) la fourniture de services bancaires par une banque en tant que correspondant à une autre banque en tant que client, y compris la mise à disposition d'un compte courant ou d'un autre compte de passif et la fourniture des services qui y sont liés, tels que la gestion de trésorerie, les transferts internationaux de fonds, la compensation de chèques, les comptes de passage (payable-through accounts), et les services de change ;
b) les relations entre et parmi les établissements de crédit et les établissements financiers, y compris lorsque des services similaires sont fournis par un établissement correspondant à un établissement client, et comprenant les relations établies pour des opérations sur titres ou des transferts de fonds ou les relations établies pour des transactions portant sur des crypto-actifs ou des transferts de crypto-actifs;";
4° le 35° /1 est remplacé par ce qui suit :
"35° /1 "crypto-actif": un crypto-actif tel que défini à l'article 3, paragraphe 1, point 5), du règlement (UE) 2023/1114, sauf s'il relève des catégories énumérées à l'article 2, paragraphes 2, 3 et 4, dudit règlement ou s'il remplit, à un autre titre, les conditions pour être considéré comme des fonds;";
5° le 35° /2 est remplacé par ce qui suit :
"35° /2 "prestataire de services sur crypto-actifs": un prestataire de services sur crypto-actifs tel qu'il est défini à l'article 3, paragraphe 1, point 15), du règlement (UE) 2023/1114, lorsqu'il fournit un ou plusieurs services sur crypto-actifs tels que définis à l'article 3, paragraphe 1, point 16), dudit règlement, à l'exception de la fourniture de conseils en crypto-actifs visée à l'article 3, paragraphe 1, point 16), h) dudit règlement;";
6° le 35° /3 est remplacé par ce qui suit :
"35° /3 "adresse auto-hébergée": une adresse auto-hébergée telle qu'elle est définie à l'article 3, point 20), du Règlement européen relatif aux transferts de fonds".
1° le 5° est remplacé par ce qui suit :
"5° "Règlement européen relatif aux transferts de fonds": le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849;";
2° le 5° /6 est inséré, rédigé comme suit :
"5° /6 "Règlement (UE) 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;";
3° le 34° est remplacé par ce qui suit :
"34° "relation de correspondant":
a) la fourniture de services bancaires par une banque en tant que correspondant à une autre banque en tant que client, y compris la mise à disposition d'un compte courant ou d'un autre compte de passif et la fourniture des services qui y sont liés, tels que la gestion de trésorerie, les transferts internationaux de fonds, la compensation de chèques, les comptes de passage (payable-through accounts), et les services de change ;
b) les relations entre et parmi les établissements de crédit et les établissements financiers, y compris lorsque des services similaires sont fournis par un établissement correspondant à un établissement client, et comprenant les relations établies pour des opérations sur titres ou des transferts de fonds ou les relations établies pour des transactions portant sur des crypto-actifs ou des transferts de crypto-actifs;";
4° le 35° /1 est remplacé par ce qui suit :
"35° /1 "crypto-actif": un crypto-actif tel que défini à l'article 3, paragraphe 1, point 5), du règlement (UE) 2023/1114, sauf s'il relève des catégories énumérées à l'article 2, paragraphes 2, 3 et 4, dudit règlement ou s'il remplit, à un autre titre, les conditions pour être considéré comme des fonds;";
5° le 35° /2 est remplacé par ce qui suit :
"35° /2 "prestataire de services sur crypto-actifs": un prestataire de services sur crypto-actifs tel qu'il est défini à l'article 3, paragraphe 1, point 15), du règlement (UE) 2023/1114, lorsqu'il fournit un ou plusieurs services sur crypto-actifs tels que définis à l'article 3, paragraphe 1, point 16), dudit règlement, à l'exception de la fourniture de conseils en crypto-actifs visée à l'article 3, paragraphe 1, point 16), h) dudit règlement;";
6° le 35° /3 est remplacé par ce qui suit :
"35° /3 "adresse auto-hébergée": une adresse auto-hébergée telle qu'elle est définie à l'article 3, point 20), du Règlement européen relatif aux transferts de fonds".
Art. 84. In artikel 5, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepalingen onder 14° /1 en 14° /2 worden vervangen als volgt:
"14° /1
a) de aanbieders van cryptoactivadiensten naar Belgisch recht;
b) de aanbieders van cryptoactivadiensten die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en die in België cryptoactivadiensten aanbieden via een vestiging in België, inclusief via een bijkantoor;";
2° het tweede tot en met het elfde lid worden opgeheven.
1° de bepalingen onder 14° /1 en 14° /2 worden vervangen als volgt:
"14° /1
a) de aanbieders van cryptoactivadiensten naar Belgisch recht;
b) de aanbieders van cryptoactivadiensten die ressorteren onder het recht van een andere lidstaat en die in België cryptoactivadiensten aanbieden via een vestiging in België, inclusief via een bijkantoor;";
2° het tweede tot en met het elfde lid worden opgeheven.
Art. 84. Dans l'article 5, § 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 9 février 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° les 14° /1 et 14° /2 sont remplacés par ce qui suit :
"14° /1
a) les prestataires de services sur crypto-actifs de droit belge ;
b) les prestataires de services sur crypto-actifs qui relèvent du droit d'un autre Etat membre et qui offrent en Belgique des services sur crypto-actifs, en y étant établis, y compris par l'intermédiaire d'une succursale;";
2° les alinéas 2 à 11 sont abrogés.
1° les 14° /1 et 14° /2 sont remplacés par ce qui suit :
"14° /1
a) les prestataires de services sur crypto-actifs de droit belge ;
b) les prestataires de services sur crypto-actifs qui relèvent du droit d'un autre Etat membre et qui offrent en Belgique des services sur crypto-actifs, en y étant établis, y compris par l'intermédiaire d'une succursale;";
2° les alinéas 2 à 11 sont abrogés.
Art. 85. Artikel 15 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Het eerste lid is ook van toepassing op de onderworpen entiteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1, b) die in België zijn gevestigd in een andere vorm dan een bijkantoor. Voor die entiteiten die aan het toezicht van de FSMA zijn onderworpen conform artikel 85, § 1, 4°, worden de voorwaarden voor de aanwijzing van een centraal contactpunt vastgesteld in een reglement van de FSMA genomen ter uitvoering van artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, en dit centrale contactpunt zal de uitoefening, door de FSMA, van haar toezichtsopdrachten vergemakkelijken, met name door aan die autoriteit, op haar verzoek, alle documenten of informatie te bezorgen.".
"Het eerste lid is ook van toepassing op de onderworpen entiteiten als bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1, b) die in België zijn gevestigd in een andere vorm dan een bijkantoor. Voor die entiteiten die aan het toezicht van de FSMA zijn onderworpen conform artikel 85, § 1, 4°, worden de voorwaarden voor de aanwijzing van een centraal contactpunt vastgesteld in een reglement van de FSMA genomen ter uitvoering van artikel 64 van de wet van 2 augustus 2002, en dit centrale contactpunt zal de uitoefening, door de FSMA, van haar toezichtsopdrachten vergemakkelijken, met name door aan die autoriteit, op haar verzoek, alle documenten of informatie te bezorgen.".
Art. 85. L'article 15 de la même loi, modifié par la loi du 20 juillet 2020 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"L'alinéa 1er s'applique également aux entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 14° /1, b) établies en Belgique sous une autre forme que celle d'une succursale. Pour ces entités soumises au contrôle de la FSMA conformément à l'article 85, § 1er, 4°, les conditions de la désignation d'un point de contact central sont fixées dans un règlement de la FSMA pris en exécution de l'article 64 de la loi du 2 août 2002 et ce point de contact central facilitera l'exercice, par la FSMA, de ses missions de surveillance, notamment en fournissant à cette autorité, à sa demande, tous documents ou informations.".
"L'alinéa 1er s'applique également aux entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 14° /1, b) établies en Belgique sous une autre forme que celle d'une succursale. Pour ces entités soumises au contrôle de la FSMA conformément à l'article 85, § 1er, 4°, les conditions de la désignation d'un point de contact central sont fixées dans un règlement de la FSMA pris en exécution de l'article 64 de la loi du 2 août 2002 et ce point de contact central facilitera l'exercice, par la FSMA, de ses missions de surveillance, notamment en fournissant à cette autorité, à sa demande, tous documents ou informations.".
Art. 86. In artikel 38, § 2, eerste lid, 2°, e), van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot 7°, 9° tot 14° en 16° tot 22° bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot 7°, 9° tot 14° /1 en 16° tot 22°, bedoelde onderworpen entiteiten".
Art. 86. Dans l'article 38, § 2, alinéa 1er, 2°, e), de la même loi, remplacé par la loi du 20 juillet 2020, les mots "les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 4° à 7°, 9° à 14° et 16° à 22° " sont remplacés par les mots "les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 4° à 7°, 9° à 14° /1 et 16° à 22° ".
Art. 87. In artikel 40 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 5, § 1, 1°, 4° tot en met 7°, 9° tot en met 14° en 16° tot en met 22° " vervangen door de woorden "artikel 5, § 1, 1°, 4° tot en met 7°, 9° tot en met 14° /1 en 16° tot en met 22° ";
2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. In afwijking van paragraaf 1 nemen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1 die, met een respondententiteit die niet in de Europese Unie is gevestigd en die soortgelijke diensten levert, inclusief overdrachten van cryptoactiva, grensoverschrijdende correspondentrelaties aangaan waarbij cryptoactivadiensten als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening (EU) 2023/1114, met uitzondering van punt h) van dat punt, worden uitgevoerd, naast de waakzaamheidsmaatregelen ten aanzien van de cliënten als bedoeld in hoofdstuk 1, de volgende maatregelen:
1° bepalen of de respondententiteit een vergunning heeft verkregen of geregistreerd is;
2° voldoende informatie over de respondententiteit verzamelen om een volledig beeld te krijgen van de aard van zijn bedrijfsactiviteit en, op basis van openbaar beschikbare informatie, de reputatie van de entiteit en de kwaliteit van het toezicht beoordelen;
3° de controles beoordelen die de respondent-entiteit in het kader van de strijd tegen WG/FT heeft ingesteld;
4° toestemming verkrijgen van het hoger leidinggevend personeel voor zij nieuwe correspondentrelaties aangaan;
5° de respectieve verantwoordelijkheden van elke correspondentrelatie documenteren;
6° met betrekking tot cryptoactiva-transitrekeningen, zich ervan vergewissen dat de respondententiteit de identiteit heeft geverifieerd van de cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot de rekeningen van de correspondententiteit, en een bestendige waakzaamheid aan de dag heeft gelegd ten aanzien van hen, alsook dat zij in staat is om, op verzoek van de correspondententiteit, relevante gegevens te verstrekken over die waakzaamheidsmaatregelen.
Deze maatregelen worden genomen voor een zakelijke relatie wordt aangegaan.".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "artikel 5, § 1, 1°, 4° tot en met 7°, 9° tot en met 14° en 16° tot en met 22° " vervangen door de woorden "artikel 5, § 1, 1°, 4° tot en met 7°, 9° tot en met 14° /1 en 16° tot en met 22° ";
2° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. In afwijking van paragraaf 1 nemen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1 die, met een respondententiteit die niet in de Europese Unie is gevestigd en die soortgelijke diensten levert, inclusief overdrachten van cryptoactiva, grensoverschrijdende correspondentrelaties aangaan waarbij cryptoactivadiensten als gedefinieerd in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening (EU) 2023/1114, met uitzondering van punt h) van dat punt, worden uitgevoerd, naast de waakzaamheidsmaatregelen ten aanzien van de cliënten als bedoeld in hoofdstuk 1, de volgende maatregelen:
1° bepalen of de respondententiteit een vergunning heeft verkregen of geregistreerd is;
2° voldoende informatie over de respondententiteit verzamelen om een volledig beeld te krijgen van de aard van zijn bedrijfsactiviteit en, op basis van openbaar beschikbare informatie, de reputatie van de entiteit en de kwaliteit van het toezicht beoordelen;
3° de controles beoordelen die de respondent-entiteit in het kader van de strijd tegen WG/FT heeft ingesteld;
4° toestemming verkrijgen van het hoger leidinggevend personeel voor zij nieuwe correspondentrelaties aangaan;
5° de respectieve verantwoordelijkheden van elke correspondentrelatie documenteren;
6° met betrekking tot cryptoactiva-transitrekeningen, zich ervan vergewissen dat de respondententiteit de identiteit heeft geverifieerd van de cliënten die rechtstreeks toegang hebben tot de rekeningen van de correspondententiteit, en een bestendige waakzaamheid aan de dag heeft gelegd ten aanzien van hen, alsook dat zij in staat is om, op verzoek van de correspondententiteit, relevante gegevens te verstrekken over die waakzaamheidsmaatregelen.
Deze maatregelen worden genomen voor een zakelijke relatie wordt aangegaan.".
Art. 87. A l'article 40 de la même loi, modifié par la loi du 20 juillet 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "l'article 5, § 1er, 1°, 4° à 7°, 9° à 14° et 16° à 22° " sont remplacés par les mots "l'article 5, § 1er, 1°, 4° à 7°, 9° à 14° /1 et 16° à 22° ";
2° il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Par dérogation au paragraphe 1er, les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 14° /1, qui nouent des relations transfrontalières de correspondant qui impliquent l'exécution de services sur crypto-actifs, tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 16), du règlement (UE) 2023/1114, à l'exception du point h) dudit point, avec une entité cliente non établie dans l'Union et fournissant des services similaires, y compris des transferts de crypto-actifs, prennent les mesures suivantes, outre les mesures de vigilance à l'égard de la clientèle prévues au chapitre 1er:
1° déterminer si l'entité cliente est agréée ou enregistrée ;
2° recueillir sur l'entité cliente des informations suffisantes pour comprendre pleinement la nature de ses activités et pour apprécier, sur la base d'informations accessibles au public, sa réputation et la qualité de la surveillance ;
3° évaluer les contrôles mis en place par l'entité cliente pour lutter contre le BC/FT ;
4° obtenir l'autorisation d'un membre d'un niveau élevé de la hiérarchie avant de nouer de nouvelles relations de correspondant ;
5 ° établir par écrit les responsabilités respectives de chaque partie à la relation de correspondant ;
6 ° en ce qui concerne les comptes de crypto-actifs de passage, s'assurer que l'entité cliente a vérifié l'identité des clients ayant un accès direct aux comptes de l'entité correspondante et a exercé à leur égard une vigilance constante, et qu'elle peut fournir des données pertinentes concernant les mesures de vigilance à la demande de l'entité correspondante.
Ces mesures sont prises avant l'entrée en relation d'affaires.".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "l'article 5, § 1er, 1°, 4° à 7°, 9° à 14° et 16° à 22° " sont remplacés par les mots "l'article 5, § 1er, 1°, 4° à 7°, 9° à 14° /1 et 16° à 22° ";
2° il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Par dérogation au paragraphe 1er, les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 14° /1, qui nouent des relations transfrontalières de correspondant qui impliquent l'exécution de services sur crypto-actifs, tels qu'ils sont définis à l'article 3, paragraphe 1, point 16), du règlement (UE) 2023/1114, à l'exception du point h) dudit point, avec une entité cliente non établie dans l'Union et fournissant des services similaires, y compris des transferts de crypto-actifs, prennent les mesures suivantes, outre les mesures de vigilance à l'égard de la clientèle prévues au chapitre 1er:
1° déterminer si l'entité cliente est agréée ou enregistrée ;
2° recueillir sur l'entité cliente des informations suffisantes pour comprendre pleinement la nature de ses activités et pour apprécier, sur la base d'informations accessibles au public, sa réputation et la qualité de la surveillance ;
3° évaluer les contrôles mis en place par l'entité cliente pour lutter contre le BC/FT ;
4° obtenir l'autorisation d'un membre d'un niveau élevé de la hiérarchie avant de nouer de nouvelles relations de correspondant ;
5 ° établir par écrit les responsabilités respectives de chaque partie à la relation de correspondant ;
6 ° en ce qui concerne les comptes de crypto-actifs de passage, s'assurer que l'entité cliente a vérifié l'identité des clients ayant un accès direct aux comptes de l'entité correspondante et a exercé à leur égard une vigilance constante, et qu'elle peut fournir des données pertinentes concernant les mesures de vigilance à la demande de l'entité correspondante.
Ces mesures sont prises avant l'entrée en relation d'affaires.".
Art. 88. In dezelfde wet wordt een artikel 41/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 41/1. Onverminderd artikel 14, lid 5, tweede alinea, en artikel 16, lid 2, tweede alinea, van de Europese Verordening betreffende geldovermakingen, nemen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1, van deze wet die overdrachten van cryptoactiva uitvoeren naar of vanuit een zelfgehost adres, naast de in hoofdstuk 1 bedoelde waakzaamheidsmaatregelen, specifieke risicobeperkende waakzaamheidsmaatregelen die in verhouding staan tot de vastgestelde risico's.
Daarbij gaat het om een of meer van de volgende maatregelen:
1° het nemen van risicogebaseerde maatregelen ter identificatie en ter verificatie van de identiteit van de initiator of de begunstigde van een overdracht naar of vanuit een zelfgehost adres, of van de uiteindelijke begunstigde van de initiator of begunstigde, onder meer door een beroep te doen op derde partijen;
2° het eisen van aanvullende informatie over de oorsprong en de bestemming van de overgemaakte cryptoactiva;
3° het aanscherpen van de permanente monitoring van deze transacties;
4° alle andere maatregelen om de WG/FT-risico's evenals het risico op niet-uitvoering en ontduiking van gerichte financiële sancties en van gerichte financiële sancties in verband met de financiering van proliferatie te beperken en te beheren.".
"Art. 41/1. Onverminderd artikel 14, lid 5, tweede alinea, en artikel 16, lid 2, tweede alinea, van de Europese Verordening betreffende geldovermakingen, nemen de onderworpen entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1, van deze wet die overdrachten van cryptoactiva uitvoeren naar of vanuit een zelfgehost adres, naast de in hoofdstuk 1 bedoelde waakzaamheidsmaatregelen, specifieke risicobeperkende waakzaamheidsmaatregelen die in verhouding staan tot de vastgestelde risico's.
Daarbij gaat het om een of meer van de volgende maatregelen:
1° het nemen van risicogebaseerde maatregelen ter identificatie en ter verificatie van de identiteit van de initiator of de begunstigde van een overdracht naar of vanuit een zelfgehost adres, of van de uiteindelijke begunstigde van de initiator of begunstigde, onder meer door een beroep te doen op derde partijen;
2° het eisen van aanvullende informatie over de oorsprong en de bestemming van de overgemaakte cryptoactiva;
3° het aanscherpen van de permanente monitoring van deze transacties;
4° alle andere maatregelen om de WG/FT-risico's evenals het risico op niet-uitvoering en ontduiking van gerichte financiële sancties en van gerichte financiële sancties in verband met de financiering van proliferatie te beperken en te beheren.".
Art. 88. Dans la même loi, il est inséré un article 41/1 rédigé comme suit :
"Art. 41/1. Sans préjudice de l'article 14, paragraphe 5, deuxième alinéa, et de l'article 16, paragraphe 2, deuxième alinéa, du règlement européen relatif aux transferts de fonds, les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er 14° /1 de la présente loi qui effectuent des transferts de crypto-actifs vers ou depuis une adresse auto-hébergée prennent, outre les mesures de vigilance prévues au chapitre 1, des mesures de vigilance spécifiques d'atténuation proportionnées aux risques identifiés.
Il s'agit d'une ou de plusieurs des mesures suivantes :
1° prendre des mesures fondées sur les risques pour identifier et vérifier l'identité de l'initiateur ou du bénéficiaire d'un transfert vers ou depuis une adresse auto-hébergée, ou du bénéficiaire effectif de l'initiateur ou du bénéficiaire, y compris en faisant appel à des tiers ;
2° exiger des renseignements supplémentaires sur l'origine et la destination des crypto-actifs transférés ;
3° assurer un suivi continu renforcé de ces transactions ;
4° toutes les autres mesures visant à atténuer et à gérer les risques de BC/FT ainsi que le risque lié à l'absence de mis en oeuvre ou au contournement de sanctions financières ciblées et de sanctions financières ciblées liées au financement de la prolifération.".
"Art. 41/1. Sans préjudice de l'article 14, paragraphe 5, deuxième alinéa, et de l'article 16, paragraphe 2, deuxième alinéa, du règlement européen relatif aux transferts de fonds, les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er 14° /1 de la présente loi qui effectuent des transferts de crypto-actifs vers ou depuis une adresse auto-hébergée prennent, outre les mesures de vigilance prévues au chapitre 1, des mesures de vigilance spécifiques d'atténuation proportionnées aux risques identifiés.
Il s'agit d'une ou de plusieurs des mesures suivantes :
1° prendre des mesures fondées sur les risques pour identifier et vérifier l'identité de l'initiateur ou du bénéficiaire d'un transfert vers ou depuis une adresse auto-hébergée, ou du bénéficiaire effectif de l'initiateur ou du bénéficiaire, y compris en faisant appel à des tiers ;
2° exiger des renseignements supplémentaires sur l'origine et la destination des crypto-actifs transférés ;
3° assurer un suivi continu renforcé de ces transactions ;
4° toutes les autres mesures visant à atténuer et à gérer les risques de BC/FT ainsi que le risque lié à l'absence de mis en oeuvre ou au contournement de sanctions financières ciblées et de sanctions financières ciblées liées au financement de la prolifération.".
Art. 89. In artikel 85, § 1, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 9 februari 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "of als aanbieders van cryptoactivadiensten";
b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "en met uitsluiting van de entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1" ingevoegd tussen de woorden "met uitsluiting van de kredietgevers in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van economisch recht" en de woorden ", die krachtens punt 3° onder de toezichtsbevoegdheid van de Nationale Bank van België vallen".
a) de bepaling onder 3° wordt aangevuld met de woorden "of als aanbieders van cryptoactivadiensten";
b) in de bepaling onder 4° worden de woorden "en met uitsluiting van de entiteiten bedoeld in artikel 5, § 1, 14° /1" ingevoegd tussen de woorden "met uitsluiting van de kredietgevers in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van economisch recht" en de woorden ", die krachtens punt 3° onder de toezichtsbevoegdheid van de Nationale Bank van België vallen".
Art. 89. Dans l'article 85, § 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 9 février 2024, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 3° est complété par les mots "ou en qualité de prestataire de services sur crypto-actifs";
b) au 4° les mots "et à l'exclusion des entités visées à l'article 5, § 1er, 14° /1" sont insérés entre les mots "à l'exclusion des prêteurs au sens de l'article I.9, 34°, du Code de droit économique" et les mots ", qui relèvent des compétences de contrôle de la Banque nationale de Belgique en vertu du 3° ".
a) le 3° est complété par les mots "ou en qualité de prestataire de services sur crypto-actifs";
b) au 4° les mots "et à l'exclusion des entités visées à l'article 5, § 1er, 14° /1" sont insérés entre les mots "à l'exclusion des prêteurs au sens de l'article I.9, 34°, du Code de droit économique" et les mots ", qui relèvent des compétences de contrôle de la Banque nationale de Belgique en vertu du 3° ".
Art. 90. In artikel 91, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden ", als bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° " vervangen door de woorden "die onder haar toezicht vallen krachtens artikel 85, § 1, 3° ".
Art. 90. Dans l'article 91, alinéa 1er, de la même loi, les mots "visées à l'article 5, § 1er, 4° à 10" sont remplacés par les mots "relevant de son contrôle en application de l'article 85, § 1er, 3° ".
Art. 91. In artikel 93 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 20 juli 2020 en 20 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° " vervangen door de woorden "die onder haar toezicht valt krachtens artikel 85, § 1, 3° ";
2° in de Nederlandse versie wordt in paragraaf 2, 1°, het woord "bekendmaken" ingevoegd tussen de woorden "het feit" en de woorden "dat de onderworpen entiteit"."
1° in paragraaf 1 worden de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° " vervangen door de woorden "die onder haar toezicht valt krachtens artikel 85, § 1, 3° ";
2° in de Nederlandse versie wordt in paragraaf 2, 1°, het woord "bekendmaken" ingevoegd tussen de woorden "het feit" en de woorden "dat de onderworpen entiteit"."
Art. 91. A l'article 93 de la même loi, modifié par les lois du 20 juillet 2020 et 20 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "visée à l'article 5, § 1er, 4° à 10" sont remplacés par les mots "relevant de son contrôle en application de l'article 85, § 1er, 3° ";
2° dans la version néerlandaise, au paragraphe 2, 1°, le mot "bekendmaken" est inséré entre les mots "het feit" et les mots "dat de onderworpen entiteit"."
1° dans le paragraphe 1er, les mots "visée à l'article 5, § 1er, 4° à 10" sont remplacés par les mots "relevant de son contrôle en application de l'article 85, § 1er, 3° ";
2° dans la version néerlandaise, au paragraphe 2, 1°, le mot "bekendmaken" est inséré entre les mots "het feit" et les mots "dat de onderworpen entiteit"."
Art. 92. In artikel 95 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "als bedoeld in artikel 5, § 1, 6°, d), of 7°, e)" vervangen door de woorden "als bedoeld in artikel 5, § 1, 6°, d), 7°, e), of 14° /1, b), die onder het toezicht van de Bank valt en die in België is gevestigd in een andere vorm dan die van bijkantoor,".
Art. 92. Dans l'article 95 de la même loi, modifié par la loi du 20 juillet 2020, les mots "visée à l'article 5, § 1er, 6°, d ou 7°, e)" sont remplacés par les mots "visée à l'article 5, § 1er, 6°, d), 7°, e), ou 14° /1, b) qui relève de la compétence de la Banque et qui est établie en Belgique sous une autre forme que celle d'une succursale".
Art. 93. In dezelfde wet wordt een artikel 102/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 102/1. Voor de toepassing van artikel 102, eerste lid, 2°, wanneer de betrokken onderworpen entiteit een onderworpen entiteit is als bedoeld in artikel 5, § 1, 11°, c), of in artikel 5, § 1, 14° /1, b), en in België is gevestigd in een andere vorm dan een bijkantoor, en wanneer de ernst van de feiten dit rechtvaardigt, omvatten de in artikel 102, eerste lid, 2°, bedoelde maatregelen de bevoegdheid om de onderworpen entiteit te verbieden om in België diensten te verstrekken via één of meerdere agenten of distributeurs in België die de FSMA aanwijst.".
"Art. 102/1. Voor de toepassing van artikel 102, eerste lid, 2°, wanneer de betrokken onderworpen entiteit een onderworpen entiteit is als bedoeld in artikel 5, § 1, 11°, c), of in artikel 5, § 1, 14° /1, b), en in België is gevestigd in een andere vorm dan een bijkantoor, en wanneer de ernst van de feiten dit rechtvaardigt, omvatten de in artikel 102, eerste lid, 2°, bedoelde maatregelen de bevoegdheid om de onderworpen entiteit te verbieden om in België diensten te verstrekken via één of meerdere agenten of distributeurs in België die de FSMA aanwijst.".
Art. 93. Dans la même loi, il est inséré un article 102/1, rédigé comme suit :
"Art. 102/1. Pour l'application de l'article 102, alinéa 1er, 2°, lorsque l'entité assujettie concernée est une entité assujettie visée à l'article 5, § 1er, 11°, c) ou à l'article 5, § 1er, 14° /1, b) établie en Belgique sous une autre forme que celle d'une succursale, et que la gravité des faits le justifie, les mesures visées à l'article 102, alinéa 1er, 2°, incluent le pouvoir d'interdire à l'entité assujettie de fournir en Belgique des services par l'intermédiaire d'un ou plusieurs agents ou distributeurs en Belgique que la FSMA désigne.".
"Art. 102/1. Pour l'application de l'article 102, alinéa 1er, 2°, lorsque l'entité assujettie concernée est une entité assujettie visée à l'article 5, § 1er, 11°, c) ou à l'article 5, § 1er, 14° /1, b) établie en Belgique sous une autre forme que celle d'une succursale, et que la gravité des faits le justifie, les mesures visées à l'article 102, alinéa 1er, 2°, incluent le pouvoir d'interdire à l'entité assujettie de fournir en Belgique des services par l'intermédiaire d'un ou plusieurs agents ou distributeurs en Belgique que la FSMA désigne.".
Art. 94. In artikel 120/2 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 20 juli 2020, worden in de bepaling onder 2° de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 5° tot en met 7°, 9° tot en met 14° en 16° tot en met 22° " vervangen door de woorden "bedoeld in artikel 5, § 1, 5° tot en met 7°, 9° tot en met 14° /1 en 16° tot en met 22° ".
Art. 94. Dans l'article 120/2 de la même loi, inséré par la loi du 20 juillet 2020, au 2°, les mots "visées à l'article 5, § 1er, 5° à 7°, 9° à 14° et 16° à 22° " sont remplacés par les mots "visées à l'article 5, § 1er, 5 à 7°, 9° à 14° /1 et 16° à 22° ".
Art. 95. In artikel 136 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 1 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de entiteiten die onder het toezicht van de Bank vallen krachtens artikel 85, § 1, 3° ";
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 11° tot en met 20°, bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de entiteiten die onder het toezicht van de FSMA vallen krachtens artikel 85, § 1, 4° ";
3° het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 1 februari 2022, wordt opgeheven.
1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 4° tot en met 10° bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de entiteiten die onder het toezicht van de Bank vallen krachtens artikel 85, § 1, 3° ";
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 11° tot en met 20°, bedoelde onderworpen entiteiten" vervangen door de woorden "de entiteiten die onder het toezicht van de FSMA vallen krachtens artikel 85, § 1, 4° ";
3° het tweede lid, ingevoegd bij de wet van 1 februari 2022, wordt opgeheven.
Art. 95. A l'article 136 de la même loi, modifié par la loi du 1er février 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 4° à 10° " sont remplacés par les mots "les entités soumises au contrôle de la Banque en vertu de l'article 85, § 1er, 3° ";
2° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 11° à 20° " sont remplacés par les mots "les entités soumises au contrôle de la FSMA en vertu de l'article 85, § 1er, 4° ";
3° l'alinéa 2, inséré par la loi du 1er février 2022, est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 4° à 10° " sont remplacés par les mots "les entités soumises au contrôle de la Banque en vertu de l'article 85, § 1er, 3° ";
2° dans l'alinéa 1er, 2°, les mots "les entités assujetties visées à l'article 5, § 1er, 11° à 20° " sont remplacés par les mots "les entités soumises au contrôle de la FSMA en vertu de l'article 85, § 1er, 4° ";
3° l'alinéa 2, inséré par la loi du 1er février 2022, est abrogé.
HOOFDSTUK VIII. - Wijzigingen van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU
CHAPITRE VIII. - Modifications de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE
Art. 96. Artikel 16 van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt aangevuld met een tweede lid, luidende:
"Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten kan de marktoperator echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 6, van Verordening 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, conform de bepalingen van die verordening."
"Onverminderd de naleving van de door of krachtens deze wet vastgestelde andere vereisten kan de marktoperator echter toch de cryptoactivadiensten verrichten die zijn toegestaan door artikel 60, lid 6, van Verordening 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, conform de bepalingen van die verordening."
Art. 96. L'article 16 de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, modifié par la loi du 27 juin 2021, est complété par un alinéa 2 rédigé comme suit :
"Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, l'opérateur de marché peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 6 du règlement 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, conformément aux dispositions dudit règlement."
"Sans préjudice du respect des autres exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, l'opérateur de marché peut toutefois prester les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 6 du règlement 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, conformément aux dispositions dudit règlement."
HOOFDSTUK IX. - Wijzigingen van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen
CHAPITRE IX. - Modifications de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement
Art. 97.. In artikel 2 van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 65° wordt vervangen als volgt:
"65° "Verordening (EU) 2023/1113": Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;";
b) er wordt een bepaling onder 65° /3 ingevoegd, luidende:
"65° /3 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;";
c) de bepaling onder 67° wordt vervangen als volgt:
"67° "de wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;".
a) de bepaling onder 65° wordt vervangen als volgt:
"65° "Verordening (EU) 2023/1113": Verordening (EU) 2023/1113 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende bij geldovermakingen en overdrachten van bepaalde cryptoactiva te voegen informatie en tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849;";
b) er wordt een bepaling onder 65° /3 ingevoegd, luidende:
"65° /3 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;";
c) de bepaling onder 67° wordt vervangen als volgt:
"67° "de wet van 11 juli 2018": de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt;".
Art. 97. Dans l'article 2 de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 65° est remplacé par ce qui suit :
"65° "Règlement (UE) 2023/1113": le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849;";
b) il est inséré un 65° /3 rédigé comme suit :
"65° /3 "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;";
c) le 67° est remplacé par ce qui suit :
"67° "la loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;".
a) le 65° est remplacé par ce qui suit :
"65° "Règlement (UE) 2023/1113": le règlement (UE) 2023/1113 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les informations accompagnant les transferts de fonds et de certains crypto-actifs, et modifiant la directive (UE) 2015/849;";
b) il est inséré un 65° /3 rédigé comme suit :
"65° /3 "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;";
c) le 67° est remplacé par ce qui suit :
"67° "la loi du 11 juillet 2018": la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés;".
Art. 98.. In artikel 21, § 1, 2°, worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".
Art. 98. Dans l'article 21, § 1er, 2°, les mots "Règlement (UE) n° 2015/847" sont remplacés par les mots "Règlement (UE) 2023/1113".
Art. 99. In Boek II, Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling III, Onder-afdeling 8 van dezelfde wet wordt het opschrift van punt 8.2 vervangen als volgt: "8.2. Andere werkzaamheden".
Art. 99. Dans le Livre II, Titre II, Chapitre Ier, Section III, Sous-section 8 de la même loi, l'intitulé du point 8.2 est remplacé par ce qui suit: "8.2. Autres activités".
Art. 100. In artikel 44 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. Betalingsinstellingen mogen binnen de Europese Unie een activagerelateerde token uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een activagerelateerde token mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel III van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 18 en 21, en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
Mits zij overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114 een vergunning hebben verkregen, mogen betalingsinstellingen de in artikel 3, lid 1, punt 16 van de genoemde verordening bedoelde cryptoactivadiensten aanbieden.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "de paragrafen 1 en 1/1".
1° er wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. Betalingsinstellingen mogen binnen de Europese Unie een activagerelateerde token uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een activagerelateerde token mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel III van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 18 en 21, en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
Mits zij overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114 een vergunning hebben verkregen, mogen betalingsinstellingen de in artikel 3, lid 1, punt 16 van de genoemde verordening bedoelde cryptoactivadiensten aanbieden.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "de paragrafen 1 en 1/1".
Art. 100. A l'article 44 de la même loi, modifié par la loi du 2 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées :
1° il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les établissements de paiement peuvent émettre et offrir au public un jeton se référant à un ou des actifs ou demander l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs, au sein de l'Union européenne moyennant le respect des exigences prévues par le Titre III du règlement 2023/1114, en particulier ses articles 18 et 21, et les dispositions légales et réglementaires particulières régissant par ailleurs ces activités.
Moyennant l'obtention d'un agrément en application de l'article 63 du règlement 2023/1114, les établissements de paiement peuvent exercer les services sur crypto-actifs visés à l'article 3, paragraphe 1er, point 16) dudit Règlement.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "l'alinéa 1er" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 1er et 1er/1".
1° il est inséré un paragraphe 1/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les établissements de paiement peuvent émettre et offrir au public un jeton se référant à un ou des actifs ou demander l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs, au sein de l'Union européenne moyennant le respect des exigences prévues par le Titre III du règlement 2023/1114, en particulier ses articles 18 et 21, et les dispositions légales et réglementaires particulières régissant par ailleurs ces activités.
Moyennant l'obtention d'un agrément en application de l'article 63 du règlement 2023/1114, les établissements de paiement peuvent exercer les services sur crypto-actifs visés à l'article 3, paragraphe 1er, point 16) dudit Règlement.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "l'alinéa 1er" sont remplacés par les mots "aux paragraphes 1er et 1er/1".
Art. 101. In artikel 45 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006" telkens vervangen door de woorden "artikel 28 van de wet van 11 juli 2018".
Art. 101. A l'article 45 de la même loi, les mots "l'article 68bis de la loi du 16 juin 2006" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article 28 de la loi du 11 juillet 2018".
Art. 102. In artikel 59 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of de in artikel 44, § 1/1 bedoelde werkzaamheden" ingevoegd tussen de woorden "de in Bijlage I.A opgesomde betalingsdiensten" en de woorden "aan te bieden die zij in België mag verrichten";
2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of in artikel 44, § 1/1" ingevoegd tussen de woorden "als bedoeld in artikel 43" en de woorden "de betalingsinstelling voornemens is te verrichten".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of de in artikel 44, § 1/1 bedoelde werkzaamheden" ingevoegd tussen de woorden "de in Bijlage I.A opgesomde betalingsdiensten" en de woorden "aan te bieden die zij in België mag verrichten";
2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of in artikel 44, § 1/1" ingevoegd tussen de woorden "als bedoeld in artikel 43" en de woorden "de betalingsinstelling voornemens is te verrichten".
Art. 102. Dans l'article 59 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou des activités visées à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "à l'Annexe I.A" et les mots "et qui lui sont autorisés en Belgique";
2° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "visées à l'article 43" et les mots "qui sont envisagées par l'établissement de paiement".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou des activités visées à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "à l'Annexe I.A" et les mots "et qui lui sont autorisés en Belgique";
2° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "visées à l'article 43" et les mots "qui sont envisagées par l'établissement de paiement".
Art. 103. In dezelfde wet wordt een artikel 64/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 64/1. Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 44, § 1/1, laten de bepalingen van deze Onderafdeling de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande lid 4 van het voormelde artikel 65 is artikel 61, § 1 van deze wet van toepassing.".
"Art. 64/1. Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 44, § 1/1, laten de bepalingen van deze Onderafdeling de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande lid 4 van het voormelde artikel 65 is artikel 61, § 1 van deze wet van toepassing.".
Art. 103. Dans la même loi, il est inséré un article 64/1 rédigé comme suit :
"Art. 64/1. S'agissant des activités visées à l'article 44, § 1er/1, les dispositions de la présente Sous-section sont sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant le paragraphe 4 dudit article 65, l'article 61, § 1er de la présente loi est applicable.".
"Art. 64/1. S'agissant des activités visées à l'article 44, § 1er/1, les dispositions de la présente Sous-section sont sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant le paragraphe 4 dudit article 65, l'article 61, § 1er de la présente loi est applicable.".
Art. 104. In artikel 65 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of de in artikel 44, § 1/1 bedoelde werkzaamheden" ingevoegd tussen de woorden "de in Bijlage I.A opgesomde betalingsdiensten" en de woorden "aan te bieden die zij in België mag verrichten";
2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of in artikel 44, § 1/1" ingevoegd tussen de woorden "als bedoeld in artikel 43" en de woorden "de betalingsinstelling voornemens is te verrichten".
1° in paragraaf 1 worden de woorden "of de in artikel 44, § 1/1 bedoelde werkzaamheden" ingevoegd tussen de woorden "de in Bijlage I.A opgesomde betalingsdiensten" en de woorden "aan te bieden die zij in België mag verrichten";
2° in paragraaf 2, 1°, worden de woorden "of in artikel 44, § 1/1" ingevoegd tussen de woorden "als bedoeld in artikel 43" en de woorden "de betalingsinstelling voornemens is te verrichten".
Art. 104. A l'article 65 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou des activités visées à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "à l'Annexe I.A" et les mots "et qui lui sont autorisés en Belgique";
2° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "visées à l'article 43" et les mots "qui sont envisagées par l'établissement de paiement".
1° dans le paragraphe 1er, les mots "ou des activités visées à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "à l'Annexe I.A" et les mots "et qui lui sont autorisés en Belgique";
2° dans le paragraphe 2, 1°, les mots "ou à l'article 44, § 1er/1" sont insérés entre les mots "visées à l'article 43" et les mots "qui sont envisagées par l'établissement de paiement".
Art. 105. In artikel 67 van dezelfde wet wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
" § 3. "Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 44, § 1/1, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande lid 4 van het voormelde artikel 65 zijn paragraaf 1 van dit artikel en artikel 68 van deze wet van toepassing.".
" § 3. "Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 44, § 1/1, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande lid 4 van het voormelde artikel 65 zijn paragraaf 1 van dit artikel en artikel 68 van deze wet van toepassing.".
Art. 105. Dans l'article 67 de la même loi, il est inséré un paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. "S'agissant des activités visées à l'article 44, § 1er/1, le présent article est sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant le paragraphe 4 dudit article 65, le paragraphe 1er du présent article et l'article 68 de la présente loi sont applicables.".
" § 3. "S'agissant des activités visées à l'article 44, § 1er/1, le présent article est sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant le paragraphe 4 dudit article 65, le paragraphe 1er du présent article et l'article 68 de la présente loi sont applicables.".
Art. 106. In artikel 71, tweede lid, 4°, worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".
Art. 106. Dans l'article 71, alinéa 2, 4°, les mots "Règlement (UE) n° 2015/847" sont remplacés par les mots "Règlement (UE) 2023/1113".
Art. 107. In artikel 87 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de volgende zin: "Zij mogen geen cryptoactivadiensten aanbieden.";
2° in paragraaf 4 worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".
1° paragraaf 1 wordt aangevuld met de volgende zin: "Zij mogen geen cryptoactivadiensten aanbieden.";
2° in paragraaf 4 worden de woorden "Verordening (EU) nr. 2015/847" vervangen door de woorden "Verordening (EU) 2023/1113".
Art. 107. A l'article 87 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est complété par la phrase suivante: "Ils ne peuvent fournir de services sur crypto-actifs.";
2° dans le paragraphe 4, les mots "Règlement (UE) n° 2015/847" sont remplacés par les mots "Règlement (UE) 2023/1113".
1° le paragraphe 1er est complété par la phrase suivante: "Ils ne peuvent fournir de services sur crypto-actifs.";
2° dans le paragraphe 4, les mots "Règlement (UE) n° 2015/847" sont remplacés par les mots "Règlement (UE) 2023/1113".
Art. 108. In artikel 168, § 1, eerste lid, 1°, van dezelfde wet worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191, 192 en 192/1".
Art. 108. Dans l'article 168, § 1er, alinéa 1er, 1°, de la même loi, les mots "les éventuelles autres activités visées aux articles 191 et 192" sont remplacés par les mots "les éventuelles autres activités visées aux articles 191, 192 et 192/1".
Art. 109. In artikel 186 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191, 192 en 192/1";
b) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 192/1, § 3, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande artikel 16, lid 3, en artikel 65, lid 4, van de voornoemde verordening is artikel 61, § 1, van deze wet van toepassing.".
a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191, 192 en 192/1";
b) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 192/1, § 3, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande artikel 16, lid 3, en artikel 65, lid 4, van de voornoemde verordening is artikel 61, § 1, van deze wet van toepassing.".
Art. 109. Dans l'article 186 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
a) au 1°, les mots "les autres activités visées aux articles 191 et 192" sont remplacés par les mots "les autres activités visées aux articles 191, 192 et 192/1";
b) l'article est complétée par un alinéa rédigé comme suit :
"S'agissant des activités visées à l'article 192/1, § 3, le présent article est sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant l'article 16, paragraphe 3 et l'article 65, paragraphe 4 dudit Règlement, l'article 61, § 1er de la présente loi est applicable.".
a) au 1°, les mots "les autres activités visées aux articles 191 et 192" sont remplacés par les mots "les autres activités visées aux articles 191, 192 et 192/1";
b) l'article est complétée par un alinéa rédigé comme suit :
"S'agissant des activités visées à l'article 192/1, § 3, le présent article est sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant l'article 16, paragraphe 3 et l'article 65, paragraphe 4 dudit Règlement, l'article 61, § 1er de la présente loi est applicable.".
Art. 110. In artikel 187 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de woorden "instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht die voornemens zijn in een andere lidstaat een activiteit van uitgifte van elektronisch geld uit te oefenen" worden vervangen door de woorden "instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht die voornemens zijn in een andere lidstaat een activiteit van uitgifte van elektronisch geld of een activiteit als bedoeld in artikel 192/1 uit te oefenen";
b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 tot en met 192/1";
c) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 192/1, § 3, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande artikel 16, lid 3, en artikel 65, lid 4, van de voornoemde verordening zijn de artikelen 67, § 1, en 68 van deze wet van toepassing.".
a) de woorden "instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht die voornemens zijn in een andere lidstaat een activiteit van uitgifte van elektronisch geld uit te oefenen" worden vervangen door de woorden "instellingen voor elektronisch geld naar Belgisch recht die voornemens zijn in een andere lidstaat een activiteit van uitgifte van elektronisch geld of een activiteit als bedoeld in artikel 192/1 uit te oefenen";
b) in de bepaling onder 1° worden de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 en 192" vervangen door de woorden "welke andere werkzaamheden als bedoeld in de artikelen 191 tot en met 192/1";
c) het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Met betrekking tot de werkzaamheden als bedoeld in artikel 192/1, § 3, laat dit artikel de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 onverlet. Niettegenstaande artikel 16, lid 3, en artikel 65, lid 4, van de voornoemde verordening zijn de artikelen 67, § 1, en 68 van deze wet van toepassing.".
Art. 110. Dans l'article 187 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
a) les mots "lorsqu'un établissement de monnaie électronique de droit belge projette d'exercer une activité d'émission de monnaie électronique dans un autre Etat membre" sont remplacés par les mots "lorsqu'un établissement de monnaie électronique de droit belge projette d'exercer une activité d'émission de monnaie électronique ou une activité visée à l'article 192/1 dans un autre Etat membre";
b) au 1°, les mots "les autres activités visées aux articles 191 et 192" sont remplacés par les mots "les autres activités visées aux articles 191 à 192/1";
c) l'article est complétée par un alinéa rédigé comme suit :
"S'agissant des activités visées à l'article 192/1, § 3, le présent article est sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant le l'article 16, paragraphe 3 et l'article 65, paragraphe 4 dudit Règlement, les article 67, § 1er et 68 de la présente loi sont applicables.".
a) les mots "lorsqu'un établissement de monnaie électronique de droit belge projette d'exercer une activité d'émission de monnaie électronique dans un autre Etat membre" sont remplacés par les mots "lorsqu'un établissement de monnaie électronique de droit belge projette d'exercer une activité d'émission de monnaie électronique ou une activité visée à l'article 192/1 dans un autre Etat membre";
b) au 1°, les mots "les autres activités visées aux articles 191 et 192" sont remplacés par les mots "les autres activités visées aux articles 191 à 192/1";
c) l'article est complétée par un alinéa rédigé comme suit :
"S'agissant des activités visées à l'article 192/1, § 3, le présent article est sans préjudice de la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114. Nonobstant le l'article 16, paragraphe 3 et l'article 65, paragraphe 4 dudit Règlement, les article 67, § 1er et 68 de la présente loi sont applicables.".
Art. 111. Artikel 191 van dezelfde wet wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
" § 3. De instellingen voor elektronisch geld stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van hun voornemen om een van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden uit te oefenen.".
" § 3. De instellingen voor elektronisch geld stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van hun voornemen om een van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden uit te oefenen.".
Art. 111. L'article 191 de la même loi est complété par le paragraphe 3 rédigé comme suit :
" § 3. Les établissements de monnaie électronique informent préalablement la Banque de leur intention d'exercer une des activités visées au présent article.".
" § 3. Les établissements de monnaie électronique informent préalablement la Banque de leur intention d'exercer une des activités visées au présent article.".
Art. 112. In Boek IV, Titel II, Hoofdstuk I, Afdeling III, Onderafdeling 8 van dezelfde wet wordt na artikel 192 een punt 8.2/1. ingevoegd, met als opschrift "8.2/1. Activiteiten met betrekking tot cryptoactiva".
Art. 112. Dans le Livre IV, Titre II, Chapitre Ier, Section III, Sous-section 8 de la même loi, après l'article 192, il est inséré un point 8.2/1. intitulé "8.2/1. Activités en matière de crypto-actifs".
Art. 113. In dezelfde wet wordt na punt 8.2/1., ingevoegd bij artikel 112 van deze wet, een artikel 192/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 192/1. § 1. Instellingen voor elektronisch geld mogen binnen de Europese Unie een activagerelateerde token uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een activagerelateerde token mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel III van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 18 en 21, en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
§ 2. Instellingen voor elektronisch geld mogen binnen de Europese Unie een e-moneytoken uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een e-moneytoken mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel IV van Verordening 2023/1114 en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald door of krachtens deze wet en onverminderd eventuele specifieke bepalingen uit hoofde van Titel IV van Verordening 2023/1114, worden e-moneytokens voor de toepassing van de door of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen geacht elektronisch geld te zijn.
§ 3. Mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 60, leden 4, 7, 8 en 9, van Verordening 2023/1114, mogen instellingen voor elektronisch geld, overeenkomstig de bepalingen van Titel V van die verordening die op hen van toepassing zijn, cryptoactiva namens cliënten bewaren en beheren en cryptoactivaoverdrachtdiensten namens cliënten verlenen met betrekking tot de e-moneytokens die zij hebben uitgegeven.
Mits zij overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114 een vergunning hebben verkregen, mogen instellingen voor elektronisch geld de in artikel 3, lid 1, punt 16) van de genoemde verordening bedoelde cryptoactivadiensten aanbieden.
§ 4. De instellingen voor elektronisch geld stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van hun voornemen om een van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden uit te oefenen. Indien een werkzaamheid als bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 wordt uitgeoefend, kan de Bank, met het oog op een gezonde en prudente bedrijfsvoering en een passende risicobeheersing door de instelling voor elektronisch geld, of met het oog op passend prudentieel toezicht op die instelling, bepaalde aanvullende voorwaarden verbinden aan het uitoefenen van dergelijke werkzaamheden. Zo kan de Bank verlangen dat er voor het verrichten van deze werkzaamheden een duidelijke scheiding gehanteerd wordt op organisatorisch vlak en, in voorkomend geval, dat deze werkzaamheden worden geleverd door een afzonderlijke juridische entiteit die overeenkomstig artikel 185 eigendom is van de instelling voor elektronisch geld.".
"Art. 192/1. § 1. Instellingen voor elektronisch geld mogen binnen de Europese Unie een activagerelateerde token uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een activagerelateerde token mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel III van Verordening 2023/1114, met name de artikelen 18 en 21, en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
§ 2. Instellingen voor elektronisch geld mogen binnen de Europese Unie een e-moneytoken uitgeven en aan het publiek aanbieden of verzoeken om toelating tot de handel van een e-moneytoken mits wordt voldaan aan de vereisten van Titel IV van Verordening 2023/1114 en aan de andere specifieke wettelijke en reglementaire bepalingen die voor dergelijke activiteiten gelden.
Tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald door of krachtens deze wet en onverminderd eventuele specifieke bepalingen uit hoofde van Titel IV van Verordening 2023/1114, worden e-moneytokens voor de toepassing van de door of krachtens deze wet vastgestelde bepalingen geacht elektronisch geld te zijn.
§ 3. Mits wordt voldaan aan de voorwaarden van artikel 60, leden 4, 7, 8 en 9, van Verordening 2023/1114, mogen instellingen voor elektronisch geld, overeenkomstig de bepalingen van Titel V van die verordening die op hen van toepassing zijn, cryptoactiva namens cliënten bewaren en beheren en cryptoactivaoverdrachtdiensten namens cliënten verlenen met betrekking tot de e-moneytokens die zij hebben uitgegeven.
Mits zij overeenkomstig artikel 63 van Verordening 2023/1114 een vergunning hebben verkregen, mogen instellingen voor elektronisch geld de in artikel 3, lid 1, punt 16) van de genoemde verordening bedoelde cryptoactivadiensten aanbieden.
§ 4. De instellingen voor elektronisch geld stellen de Bank voorafgaandelijk in kennis van hun voornemen om een van de in dit artikel bedoelde werkzaamheden uit te oefenen. Indien een werkzaamheid als bedoeld in de paragrafen 1 tot en met 3 wordt uitgeoefend, kan de Bank, met het oog op een gezonde en prudente bedrijfsvoering en een passende risicobeheersing door de instelling voor elektronisch geld, of met het oog op passend prudentieel toezicht op die instelling, bepaalde aanvullende voorwaarden verbinden aan het uitoefenen van dergelijke werkzaamheden. Zo kan de Bank verlangen dat er voor het verrichten van deze werkzaamheden een duidelijke scheiding gehanteerd wordt op organisatorisch vlak en, in voorkomend geval, dat deze werkzaamheden worden geleverd door een afzonderlijke juridische entiteit die overeenkomstig artikel 185 eigendom is van de instelling voor elektronisch geld.".
Art. 113. Dans la même loi, après le point 8.2/1. introduit par l'article 112 de la présente loi, il est inséré un article 192/1 rédigé comme suit :
"Art. 192/1. § 1er. Les établissements de monnaie électronique peuvent émettre et offrir au public un jeton se référant à un ou des actifs ou demander l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs, au sein de l'Union européenne moyennant le respect des exigences prévues par le Titre III du règlement 2023/1114, en particulier ses articles 18 et 21, et les dispositions légales et réglementaires particulières régissant par ailleurs ces activités.
§ 2. Les établissements de monnaie électronique peuvent émettre et offrir au public un jeton de monnaie électronique ou demander l'admission à la négociation d'un jeton de monnaie électronique, au sein de l'Union européenne moyennant le respect des exigences prévues par le Titre IV du règlement 2023/1114 et les dispositions légales et réglementaires particulières régissant par ailleurs ces activités.
Sauf dispositions expresses particulières prévues par ou en vertu de la présente loi et sans préjudice de dispositions particulières prévues par le Titre IV du règlement 2023/1114, pour les besoins de l'application des dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi, les jetons de monnaie électronique sont réputés être de la monnaie électronique.
§ 3. Moyennant le respect des conditions prévues par l'article 60, paragraphes 4, 7, 8 et 9 du règlement 2023/1114, les établissements de monnaie électronique peuvent, dans le respect des dispositions du Titre V dudit Règlement qui leur sont applicables, fournir des services de conservation et d'administration de crypto-actifs pour le compte de clients et des services de transfert de crypto-actifs pour le compte de clients en ce qui concerne les jetons de monnaie électronique qu'ils ont émis.
Moyennant l'obtention d'un agrément en application de l'article 63 du règlement 2023/1114, les établissements de monnaie électronique peuvent exercer les services sur crypto-actifs visés à l'article 3, paragraphe 1, point 16) dudit Règlement.
§ 4. Les établissements de monnaie électronique informent préalablement la Banque de leur intention d'exercer une des activités visées au présent article. En cas d'exercice d'une activité visée aux paragraphes 1er à 3, la Banque peut, en vue d'une gestion saine et prudente et d'une maîtrise des risques appropriée par l'établissement de monnaie électronique, ou pour les besoins d'un contrôle prudentiel adapté dudit établissement, subordonner l'exercice de ces activités à certaines conditions complémentaires. Parmi ces conditions, la Banque peut imposer que ces activités fassent l'objet d'une séparation claire sous l'angle organisationnel et, le cas échéant, soient fournies par une entité juridique distincte détenue par l'établissement de monnaie électronique conformément à l'article 185.".
"Art. 192/1. § 1er. Les établissements de monnaie électronique peuvent émettre et offrir au public un jeton se référant à un ou des actifs ou demander l'admission à la négociation d'un jeton se référant à un ou des actifs, au sein de l'Union européenne moyennant le respect des exigences prévues par le Titre III du règlement 2023/1114, en particulier ses articles 18 et 21, et les dispositions légales et réglementaires particulières régissant par ailleurs ces activités.
§ 2. Les établissements de monnaie électronique peuvent émettre et offrir au public un jeton de monnaie électronique ou demander l'admission à la négociation d'un jeton de monnaie électronique, au sein de l'Union européenne moyennant le respect des exigences prévues par le Titre IV du règlement 2023/1114 et les dispositions légales et réglementaires particulières régissant par ailleurs ces activités.
Sauf dispositions expresses particulières prévues par ou en vertu de la présente loi et sans préjudice de dispositions particulières prévues par le Titre IV du règlement 2023/1114, pour les besoins de l'application des dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi, les jetons de monnaie électronique sont réputés être de la monnaie électronique.
§ 3. Moyennant le respect des conditions prévues par l'article 60, paragraphes 4, 7, 8 et 9 du règlement 2023/1114, les établissements de monnaie électronique peuvent, dans le respect des dispositions du Titre V dudit Règlement qui leur sont applicables, fournir des services de conservation et d'administration de crypto-actifs pour le compte de clients et des services de transfert de crypto-actifs pour le compte de clients en ce qui concerne les jetons de monnaie électronique qu'ils ont émis.
Moyennant l'obtention d'un agrément en application de l'article 63 du règlement 2023/1114, les établissements de monnaie électronique peuvent exercer les services sur crypto-actifs visés à l'article 3, paragraphe 1, point 16) dudit Règlement.
§ 4. Les établissements de monnaie électronique informent préalablement la Banque de leur intention d'exercer une des activités visées au présent article. En cas d'exercice d'une activité visée aux paragraphes 1er à 3, la Banque peut, en vue d'une gestion saine et prudente et d'une maîtrise des risques appropriée par l'établissement de monnaie électronique, ou pour les besoins d'un contrôle prudentiel adapté dudit établissement, subordonner l'exercice de ces activités à certaines conditions complémentaires. Parmi ces conditions, la Banque peut imposer que ces activités fassent l'objet d'une séparation claire sous l'angle organisationnel et, le cas échéant, soient fournies par une entité juridique distincte détenue par l'établissement de monnaie électronique conformément à l'article 185.".
Art. 114. In artikel 193 van dezelfde wet worden de woorden "artikel 68bis van de wet van 16 juni 2006" vervangen door de woorden "artikel 28 van de wet van 11 juli 2018".
Art. 114. A l'article 193 de la même loi, les mots "l'article 68bis de la loi du 16 juin 2006" sont remplacés par les mots "l'article 28 de la loi du 11 juillet 2018".
Art. 115. In artikel 203 van dezelfde wet wordt een paragraaf 1/1 ingevoegd, luidende:
" § 1/1. Beperkte instellingen voor elektronisch geld mogen geen cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening 2023/1114 aanbieden.".
" § 1/1. Beperkte instellingen voor elektronisch geld mogen geen cryptoactivadiensten als bedoeld in artikel 3, lid 1, punt 16), van Verordening 2023/1114 aanbieden.".
Art. 115. Dans l'article 203 de la même loi, il est inséré un paragraphe 1er/1 rédigé comme suit :
" § 1er/1. Les établissements de monnaie électronique limités ne peuvent fournir de services sur crypto-actifs visés à l'article 3, paragraphe 1, point 16) du règlement 2023/1114.".
" § 1er/1. Les établissements de monnaie électronique limités ne peuvent fournir de services sur crypto-actifs visés à l'article 3, paragraphe 1, point 16) du règlement 2023/1114.".
HOOFDSTUK X. - Wijzigingen van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt
CHAPITRE X. - Modification de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés
Art. 116. In Boek I van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt wordt een artikel 2/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 2/1. Deze wet is niet van toepassing op de cryptoactiva in de zin van artikel 3, lid 1, 5), van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, waarvan de aanbieding aan het publiek aanleiding zou geven tot de toepassing van de Titels II, III of IV van die Verordening.".
"Art. 2/1. Deze wet is niet van toepassing op de cryptoactiva in de zin van artikel 3, lid 1, 5), van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937, waarvan de aanbieding aan het publiek aanleiding zou geven tot de toepassing van de Titels II, III of IV van die Verordening.".
Art. 116. Dans le livre Ier de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, il est inséré un article 2/1 rédigé comme suit :
"Art. 2/1. La présente loi n'est pas applicable aux crypto-actifs au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 5) du règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, dont l'offre au public donnerait lieu à l'application des Titres II, III ou IV dudit Règlement.".
"Art. 2/1. La présente loi n'est pas applicable aux crypto-actifs au sens de l'article 3, paragraphe 1er, 5) du règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937, dont l'offre au public donnerait lieu à l'application des Titres II, III ou IV dudit Règlement.".
HOOFDSTUK XI. - Wijzigingen van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen
CHAPITRE XI. - Modification de la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse
Art. 117. In artikel 3 van de wet van 20 juli 2022 op het statuut van en het toezicht op beursvennootschappen, gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt een bepaling onder 23° /2 ingevoegd, luidende:
"23° /2 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;".
"23° /2 "Verordening 2023/1114": Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;".
Art. 117. Dans l'article 3 de la loi du 20 juillet 2022 relative au statut et au contrôle des sociétés de bourse, modifié par la loi du 25 mars 2025, il est inséré un 23° /2 rédigé comme suit :
"23° /2 "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;".
"23° /2 "Règlement 2023/1114": le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;".
Art. 118. Artikel 80 van dezelfde wet wordt aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
"3° onverminderd artikel 93 en de naleving van de vereisten die worden opgelegd door of krachtens deze wet, met name artikel 17, en de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen als bedoeld in artikel 238, § 1, de cryptoactivadiensten die zijn toegestaan op grond van artikel 60, lid 3 of krachtens de artikelen 59 en 63 van Verordening 2023/1114."
"3° onverminderd artikel 93 en de naleving van de vereisten die worden opgelegd door of krachtens deze wet, met name artikel 17, en de rechtstreeks toepasselijke Europeesrechtelijke bepalingen als bedoeld in artikel 238, § 1, de cryptoactivadiensten die zijn toegestaan op grond van artikel 60, lid 3 of krachtens de artikelen 59 en 63 van Verordening 2023/1114."
Art. 118. L'article 80 de la même loi est complété par un 3° rédigé comme suit :
"3° sans préjudice de l'article 93 et du respect des exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, en particulier son article 17 et des dispositions de droit européen directement applicables visées à l'article 238, § 1er, les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 3 ou en application des articles 59 et 63 du règlement 2023/1114."
"3° sans préjudice de l'article 93 et du respect des exigences prévues par ou en vertu de la présente loi, en particulier son article 17 et des dispositions de droit européen directement applicables visées à l'article 238, § 1er, les services sur crypto-actifs permis par l'article 60, paragraphe 3 ou en application des articles 59 et 63 du règlement 2023/1114."
Art. 119. In Boek II, Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling IV van dezelfde wet wordt een onderafdeling III ingevoegd met als opschrift "Onderafdeling III. - Aanbieden van cryptoactivadiensten in het buitenland".
Art. 119. Dans le Livre II, Titre II, Chapitre V, Section IV de la même loi, il est inséré une sous-section III, intitulée "Sous-section III. - Fourniture de services sur crypto-actifs à l'étranger".
Art. 120. In Onderafdeling III van Boek II, Titel II, Hoofdstuk V, Afdeling IV, van dezelfde wet, ingevoegd bij artikel 119 van deze wet, wordt een artikel 105/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 105/1. Niettegenstaande de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 zijn de artikelen 98, vierde lid, en 103, tweede lid, van deze wet van toepassing.".
"Art. 105/1. Niettegenstaande de procedure van artikel 65 van Verordening 2023/1114 zijn de artikelen 98, vierde lid, en 103, tweede lid, van deze wet van toepassing.".
Art. 120. Dans la Sous-section III du Livre II, Titre II, Chapitre V, Section IV, insérée par l'article 119 de la présente loi, il est inséré un article 105/1 rédigé comme suit :
"Art. 105/1. Nonobstant la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114, les articles 98, alinéa 4 et 103, alinéa 2 de la présente loi sont applicables.".
"Art. 105/1. Nonobstant la procédure prévue par l'article 65 du règlement 2023/1114, les articles 98, alinéa 4 et 103, alinéa 2 de la présente loi sont applicables.".
Art. 121. In artikel 153 van dezelfde wet wordt de bepaling onder 2° aangevuld met de woorden ", of cryptoactivadiensten die zijn toegestaan overeenkomstig artikel 80".
Art. 121. Dans l'article 153 de la même loi, le 2° est complété par les mots ", ou des services sur crypto-actifs permis conformément à l'article 80".
HOOFDSTUK XII. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht
CHAPITRE XII. - Modifications au Code de droit économique
Art. 122. In Boek XV, Titel 3, Hoofdstuk 2, Afdeling 11/3, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 18 april 2017, wordt een artikel XV.125/4/4 ingevoegd, luidende:
"Art. XV.125/4/4. Met een sanctie van niveau 5 worden bestraft zij die de bepalingen van de artikelen 49, leden 4 tot 6 en 50, leden 1 tot 3 van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 overtreden."
"Art. XV.125/4/4. Met een sanctie van niveau 5 worden bestraft zij die de bepalingen van de artikelen 49, leden 4 tot 6 en 50, leden 1 tot 3 van Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937 overtreden."
Art. 122. Dans le Livre XV, Titre 3, Chapitre 2, Section 11/3, du Code de droit économique, insérée par la loi du 18 avril 2017, il est inséré un article XV.125/4/4 rédigé comme suit :
"Art. XV.125/4/4. Sont punis d'une sanction de niveau 5 ceux qui commettent une infraction aux dispositions des articles 49, paragraphes 4 à 6 et 50, paragraphes 1er et 3 du règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937."
"Art. XV.125/4/4. Sont punis d'une sanction de niveau 5 ceux qui commettent une infraction aux dispositions des articles 49, paragraphes 4 à 6 et 50, paragraphes 1er et 3 du règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) no 1093/2010 et (UE) no 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937."
BOEK III. - OMZETTING VAN DE RICHTLIJN (EU) 2024/790 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN 28 FEBRUARI 2024 TOT WIJZIGING VAN RICHTLIJN 2014/65/EU BETREFFENDE MARKTEN VOOR FINANCIELE INSTRUMENTEN
LIVRE III. - TRANSPOSITION DE LA DIRECTIVE (UE) 2024/790 DU PARLEMENT EUROPEEN ET DU CONSEIL DU 28 FEVRIER 2024 MODIFIANT LA DIRECTIVE 2014/65/UE CONCERNANT LES MARCHES D'INSTRUMENTS FINANCIERS
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
TITRE Ier. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 2 AOUT 2002 RELATIVE A LA SURVEILLANCE DU SECTEUR FINANCIER ET AUX SERVICES FINANCIERS
Art. 123. In artikel 28 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, vervangen bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Met betrekking tot de financiële instrumenten die onder de handelsverplichtingen van de artikelen 23 en 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 vallen, stelt de gereglementeerde onderneming, na de uitvoering van een order namens een cliënt, die cliënt in kennis van de plaats waar de order is uitgevoerd.";
3° paragraaf 6 wordt opgeheven;
4° in paragraaf 7 worden de woorden ", rekening houdend met, onder andere, de op grond van paragrafen 3 en 6 gepubliceerde informatie" opgeheven.
1° paragraaf 2 wordt opgeheven;
2° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. Met betrekking tot de financiële instrumenten die onder de handelsverplichtingen van de artikelen 23 en 28 van Verordening (EU) nr. 600/2014 vallen, stelt de gereglementeerde onderneming, na de uitvoering van een order namens een cliënt, die cliënt in kennis van de plaats waar de order is uitgevoerd.";
3° paragraaf 6 wordt opgeheven;
4° in paragraaf 7 worden de woorden ", rekening houdend met, onder andere, de op grond van paragrafen 3 en 6 gepubliceerde informatie" opgeheven.
Art. 123. A l'article 28 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, remplacé par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 2 est abrogé ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. En ce qui concerne les instruments financiers qui sont soumis aux obligations de négociation prévues aux articles 23 et 28 du règlement (UE) n° 600/2014, à la suite de l'exécution d'un ordre pour le compte d'un client, l'entreprise réglementée communique au client le lieu où l'ordre a été exécuté.";
3° le paragraphe 6 est abrogé ;
4° dans le paragraphe 7, les mots ", compte tenu notamment des informations publiées en application des paragraphes 3 et 6" sont abrogés.
1° le paragraphe 2 est abrogé ;
2° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. En ce qui concerne les instruments financiers qui sont soumis aux obligations de négociation prévues aux articles 23 et 28 du règlement (UE) n° 600/2014, à la suite de l'exécution d'un ordre pour le compte d'un client, l'entreprise réglementée communique au client le lieu où l'ordre a été exécuté.";
3° le paragraphe 6 est abrogé ;
4° dans le paragraphe 7, les mots ", compte tenu notamment des informations publiées en application des paragraphes 3 et 6" sont abrogés.
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 25 OKTOBER 2016 BETREFFENDE DE TOEGANG TOT HET BEROEP VAN DIENSTVERLENER INZAKE BE-LEGGINGSDIENSTEN EN BETREFFENDE HET STATUUT EN HET TOE-ZICHT VAN DE VENNOOTSCHAPPEN VOOR PORTEFEUILLEBEHEER EN BELEGGINGSADVIES
TITRE II. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 25 OCTOBRE 2016 RELATIVE A L'ACCES A L'ACTIVITE DE PRESTATION DE SERVICES D'INVESTISSEMENT ET AU STATUT ET AU CONTROLE DES SOCIETES DE GESTION DE PORTEFEUILLE ET DE CONSEIL EN INVESTISSEMENT
Art. 124. In artikel 4, paragraaf 1, 5°, van de wet van 25 oktober 2016 betreffende de toegang tot het beroep van dienstverlener inzake beleggingsdiensten en betreffende het statuut en het toezicht van de vennootschappen voor portefeuillebeheer en beleggingsadvies, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt de bepaling onder b) vervangen als volgt:
"b) lid zijn van of deelnemer zijn in een gereglementeerde markt of een MTF, met uitzondering van de niet-financiële entiteiten die transacties uitvoeren op een handelsplatform wanneer dergelijke transacties deel uitmaken van liquiditeitsbeheer, of wanneer objectief kan worden aangetoond dat die transacties risico's verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële bedrijvigheid of met de activiteiten betreffende het beheer van de kasmiddelen van die niet-financiële entiteiten of van groepen waartoe zij behoren;".
"b) lid zijn van of deelnemer zijn in een gereglementeerde markt of een MTF, met uitzondering van de niet-financiële entiteiten die transacties uitvoeren op een handelsplatform wanneer dergelijke transacties deel uitmaken van liquiditeitsbeheer, of wanneer objectief kan worden aangetoond dat die transacties risico's verminderen die rechtstreeks verband houden met de commerciële bedrijvigheid of met de activiteiten betreffende het beheer van de kasmiddelen van die niet-financiële entiteiten of van groepen waartoe zij behoren;".
Art. 124. Dans l'article 4, § 1er, 5°, de la loi du 25 octobre 2016 à l'accès à l'activité de prestation de services d'investissement et au statut et au contrôle des sociétés de gestion de portefeuille et de conseil en investissement, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, le b) est remplacé par ce qui suit:
"b) sont membres ou participants d'un marché réglementé ou d'un MTF, à l'exception des entités non financières qui exécutent des transactions sur une plate-forme de négociation lorsque de telles transactions relèvent de la gestion de la liquidité ou lorsque la contribution de telles transactions à la réduction des risques directement liés à l'activité commerciale ou à l'activité de financement de trésorerie de ces entités non financières ou de leurs groupes peut être objectivement mesurée;".
"b) sont membres ou participants d'un marché réglementé ou d'un MTF, à l'exception des entités non financières qui exécutent des transactions sur une plate-forme de négociation lorsque de telles transactions relèvent de la gestion de la liquidité ou lorsque la contribution de telles transactions à la réduction des risques directement liés à l'activité commerciale ou à l'activité de financement de trésorerie de ces entités non financières ou de leurs groupes peut être objectivement mesurée;".
TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMBER 2017 BETREFFENDE DE INFRASTRUCTUREN VAN DE FINANCIELE INSTRUMENTENMARKTEN EN TOT OMZETTING VAN RICHTLIJN 2014/65/EU
TITRE III. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 21 NOVEMBRE 2017 RELATIVE AUX INFRASTRUCTURES DES MARCHES D'INSTRUMENTS FINANCIERS ET PORTANT TRANSPOSITION DE LA DIRECTIVE 2014/65/UE
Art. 125. In artikel 3 van de wet van 21 november 2017 betreffende de infrastructuren van de financiële instrumentenmarkten en tot omzetting van Richtlijn 2014/65/EU, gewijzigd bij de wetten van 4 juli 2021 en 25 maart 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° "multilateraal systeem": een multilateraal systeem in de zin van artikel 2, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) nr. 600/2014;";
b) de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt:
"29° "beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling": een kredietinstelling of een beursvennootschap die op georganiseerde, frequente en systematische basis voor eigen rekening handelt in eigenvermogensinstrumenten bij het buiten een gereglementeerde markt of een MTF of een OTF uitvoeren van orders van cliënten zonder een multilateraal systeem te exploiteren, of die ervoor kiest om onder de regeling voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling te vallen.".
a) de bepaling onder 4° wordt vervangen als volgt:
"4° "multilateraal systeem": een multilateraal systeem in de zin van artikel 2, lid 1, punt 11, van Verordening (EU) nr. 600/2014;";
b) de bepaling onder 29° wordt vervangen als volgt:
"29° "beleggingsonderneming met systematische interne afhandeling": een kredietinstelling of een beursvennootschap die op georganiseerde, frequente en systematische basis voor eigen rekening handelt in eigenvermogensinstrumenten bij het buiten een gereglementeerde markt of een MTF of een OTF uitvoeren van orders van cliënten zonder een multilateraal systeem te exploiteren, of die ervoor kiest om onder de regeling voor beleggingsondernemingen met systematische interne afhandeling te vallen.".
Art. 125. Dans l'article 3 de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE, modifié par les lois du 4 juillet 2021 et du 25 mars 2025, les modifications suivantes sont apportées :
a) le 4° est remplacé par ce qui suit :
"4° "système multilatéral": un système multilatéral au sens de l'article 2, paragraphe 1, point 11), du règlement (UE) n° 600/2014;";
b) le 29° est remplacé par ce qui suit :
"29° "internalisateur systématique": un établissement de crédit ou une société de bourse qui, de façon organisée, fréquente et systématique, négocie pour compte propre des actions et instruments assimilés en exécutant les ordres des clients en dehors d'un marché réglementé, d'un MTF ou d'un OTF sans opérer de système multilatéral, ou qui opte pour le statut d'internalisateur systématique;".
a) le 4° est remplacé par ce qui suit :
"4° "système multilatéral": un système multilatéral au sens de l'article 2, paragraphe 1, point 11), du règlement (UE) n° 600/2014;";
b) le 29° est remplacé par ce qui suit :
"29° "internalisateur systématique": un établissement de crédit ou une société de bourse qui, de façon organisée, fréquente et systématique, négocie pour compte propre des actions et instruments assimilés en exécutant les ordres des clients en dehors d'un marché réglementé, d'un MTF ou d'un OTF sans opérer de système multilatéral, ou qui opte pour le statut d'internalisateur systématique;".
Art. 126. Artikel 5 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 126. L'article 5 de la même loi est abrogé.
Art. 127. Artikel 21, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 maart 2025, wordt aangevuld met de bepalingen onder 7° en 8°, luidende:
"7° treft regelingen om ervoor te zorgen dat hij voldoet aan de gegevenskwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 22ter van Verordening (EU) nr. 600/2014;
"8° heeft ten minste drie daadwerkelijk actieve leden of gebruikers, die elk op alle anderen kunnen inwerken met betrekking tot prijsvorming.".
"7° treft regelingen om ervoor te zorgen dat hij voldoet aan de gegevenskwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 22ter van Verordening (EU) nr. 600/2014;
"8° heeft ten minste drie daadwerkelijk actieve leden of gebruikers, die elk op alle anderen kunnen inwerken met betrekking tot prijsvorming.".
Art. 127. L'article 21, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 25 mars 2025, est complété par les 7° et 8° rédigés comme suit :
"7° prend des dispositions pour faire en sorte de respecter les normes de qualité des données conformément à l'article 22ter du règlement (UE) n° 600/2014 ;
8° a au moins trois membres ou utilisateurs significativement actifs, chacun d'eux ayant la possibilité d'interagir avec tous les autres en matière de formation des prix.".
"7° prend des dispositions pour faire en sorte de respecter les normes de qualité des données conformément à l'article 22ter du règlement (UE) n° 600/2014 ;
8° a au moins trois membres ou utilisateurs significativement actifs, chacun d'eux ayant la possibilité d'interagir avec tous les autres en matière de formation des prix.".
Art. 128. In artikel 22, § 5, van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "als zich een noodsituatie voordoet of" ingevoegd tussen de woorden "of te beperken," en de woorden "als er op deze markt", en de woorden "of te beperken," tussen de woorden "parameters om de handel stil te leggen" en de woorden "voldoende geijkt zijn";
2° de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De marktexploitant maakt op zijn website informatie openbaar over de omstandigheden die tot stillegging of beperking van de handel leiden, en over de beginselen voor het bepalen van de belangrijkste technische parameters die daarvoor worden gebruikt.
Wanneer een marktexploitant niet overgaat tot de stillegging of de beperking van de handel als bedoeld in het eerste lid ondanks het feit dat een aanzienlijke koersbeweging in een financieel instrument of gerelateerde financiële instrumenten tot chaotische marktomstandigheden op een of meer markten heeft geleid, neemt de FSMA passende maatregelen om de normale werking van de markten te herstellen, inclusief door het opleggen van de maatregelen of de sancties als bedoeld in de artikelen 72 en 87 van deze wet.".
1° in het eerste lid worden de woorden "als zich een noodsituatie voordoet of" ingevoegd tussen de woorden "of te beperken," en de woorden "als er op deze markt", en de woorden "of te beperken," tussen de woorden "parameters om de handel stil te leggen" en de woorden "voldoende geijkt zijn";
2° de paragraaf wordt aangevuld met twee leden, luidende:
"De marktexploitant maakt op zijn website informatie openbaar over de omstandigheden die tot stillegging of beperking van de handel leiden, en over de beginselen voor het bepalen van de belangrijkste technische parameters die daarvoor worden gebruikt.
Wanneer een marktexploitant niet overgaat tot de stillegging of de beperking van de handel als bedoeld in het eerste lid ondanks het feit dat een aanzienlijke koersbeweging in een financieel instrument of gerelateerde financiële instrumenten tot chaotische marktomstandigheden op een of meer markten heeft geleid, neemt de FSMA passende maatregelen om de normale werking van de markten te herstellen, inclusief door het opleggen van de maatregelen of de sancties als bedoeld in de artikelen 72 en 87 van deze wet.".
Art. 128. A l'article 22, § 5, de la même loi, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots "dans les situations d'urgence ou" sont insérés entre les mots "limiter la négociation" et les mots "en cas de fluctuation" et les mots "ou de limitation" sont insérés entre les mots "paramètres de suspension" et les mots "de la négociation";
2° le paragraphe est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
"L'opérateur de marché rend publiques sur son site internet des informations sur les situations qui ont conduit à la suspension ou à la limitation de la négociation et sur les principes présidant à la définition des principaux paramètres techniques utilisés à cette fin.
Lorsqu'un opérateur de marché ne suspend pas ou ne limite pas la négociation, conformément à l'alinéa 1er, en dépit du fait qu'une fluctuation importante des prix d'un instrument financier ou d'instruments financiers liés a créé des conditions de négociation de nature à perturber le bon ordre d'un ou de plusieurs marchés, la FSMA prend les mesures appropriées pour rétablir le fonctionnement normal des marchés, y compris en prononçant les mesures ou sanctions visées aux articles 72 et 87 de la présente loi.".
1° dans l'alinéa 1er, les mots "dans les situations d'urgence ou" sont insérés entre les mots "limiter la négociation" et les mots "en cas de fluctuation" et les mots "ou de limitation" sont insérés entre les mots "paramètres de suspension" et les mots "de la négociation";
2° le paragraphe est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
"L'opérateur de marché rend publiques sur son site internet des informations sur les situations qui ont conduit à la suspension ou à la limitation de la négociation et sur les principes présidant à la définition des principaux paramètres techniques utilisés à cette fin.
Lorsqu'un opérateur de marché ne suspend pas ou ne limite pas la négociation, conformément à l'alinéa 1er, en dépit du fait qu'une fluctuation importante des prix d'un instrument financier ou d'instruments financiers liés a créé des conditions de négociation de nature à perturber le bon ordre d'un ou de plusieurs marchés, la FSMA prend les mesures appropriées pour rétablir le fonctionnement normal des marchés, y compris en prononçant les mesures ou sanctions visées aux articles 72 et 87 de la présente loi.".
Art. 129. Artikel 23, § 2, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Met betrekking tot de aandelen met een internationaal effectenidentificatienummer (ISIN-code) dat is toegekend buiten de Europese Economische Ruimte (EER), of de aandelen met een ISIN-code van de EER die op een platform in een derde land worden verhandeld in de lokale valuta of in een niet-EER-valuta, zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 600/2014, waarvoor het platform dat wat liquiditeit betreft de meest relevante markt is, in een derde land is gelegen, kan de marktexploitant in dezelfde verhandelingseenheden voorzien als deze die op dat platform gelden.".
"Met betrekking tot de aandelen met een internationaal effectenidentificatienummer (ISIN-code) dat is toegekend buiten de Europese Economische Ruimte (EER), of de aandelen met een ISIN-code van de EER die op een platform in een derde land worden verhandeld in de lokale valuta of in een niet-EER-valuta, zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 600/2014, waarvoor het platform dat wat liquiditeit betreft de meest relevante markt is, in een derde land is gelegen, kan de marktexploitant in dezelfde verhandelingseenheden voorzien als deze die op dat platform gelden.".
Art. 129. L'article 23, § 2, de la même loi est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Pour les actions ayant un numéro international d'identification des titres (code ISIN) délivré hors de l'Espace économique européen (EEE) ou les actions qui ont un code ISIN de l'EEE et qui sont négociées sur une plate-forme de pays tiers dans la monnaie locale ou dans une monnaie non-EEE, qui sont visées à l'article 23, paragraphe 1, point a), du règlement (UE) n° 600/2014, pour lesquelles la plate-forme qui est le marché le plus pertinent sur le plan de la liquidité est située dans un pays tiers, l'opérateur de marché peut appliquer le même pas de cotation que celui appliqué sur cette plate-forme.".
"Pour les actions ayant un numéro international d'identification des titres (code ISIN) délivré hors de l'Espace économique européen (EEE) ou les actions qui ont un code ISIN de l'EEE et qui sont négociées sur une plate-forme de pays tiers dans la monnaie locale ou dans une monnaie non-EEE, qui sont visées à l'article 23, paragraphe 1, point a), du règlement (UE) n° 600/2014, pour lesquelles la plate-forme qui est le marché le plus pertinent sur le plan de la liquidité est située dans un pays tiers, l'opérateur de marché peut appliquer le même pas de cotation que celui appliqué sur cette plate-forme.".
Art. 130. Artikel 24 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 130. L'article 24 de la même loi est abrogé.
Art. 131. Artikel 47 van dezelfde wet wordt opgeheven.
Art. 131. L'article 47 de la même loi est abrogé.
Art. 132. Artikel 51, § 1, van dezelfde wet wordt aangevuld met een lid, luidende:
"MTF- of OTF-exploitanten beschikken over regelingen om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de gegevenskwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 22ter van Verordening (EU) nr. 600/2014.".
"MTF- of OTF-exploitanten beschikken over regelingen om ervoor te zorgen dat zij voldoen aan de gegevenskwaliteitsnormen overeenkomstig artikel 22ter van Verordening (EU) nr. 600/2014.".
Art. 132. L'article 51, § 1er, de la même loi est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Les exploitants de MTF ou d'OTF prennent des dispositions pour faire en sorte de respecter les normes de qualité des données conformément à l'article 22ter du règlement (UE) n° 600/2014.".
"Les exploitants de MTF ou d'OTF prennent des dispositions pour faire en sorte de respecter les normes de qualité des données conformément à l'article 22ter du règlement (UE) n° 600/2014.".
Art. 133. In dezelfde wet wordt het opschrift van Titel IV vervangen als volgt:
"Titel IV. - Positielimieten in grondstoffenderivaten en positiebeheerscontroles in grondstoffenderivaten en emissierechtenderivaten".
"Titel IV. - Positielimieten in grondstoffenderivaten en positiebeheerscontroles in grondstoffenderivaten en emissierechtenderivaten".
Art. 133. Dans la même loi, l'intitulé du Titre IV est remplacé par ce qui suit :
"Titre IV. - Limites de position sur les instruments dérivés sur matières premières et contrôles en matière de gestion des positions sur instruments dérivés sur matières premières et instruments dérivés sur quotas d'émission".
"Titre IV. - Limites de position sur les instruments dérivés sur matières premières et contrôles en matière de gestion des positions sur instruments dérivés sur matières premières et instruments dérivés sur quotas d'émission".
Art. 134. In artikel 69, § 6 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 23 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in de inleidende zin worden de woorden "of emissierechtenderivaten" ingevoegd tussen de woorden "grondstoffenderivaten" en de woorden "worden verhandeld";
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "emissierechtenderivaten of" ingevoegd tussen de woorden "op de onderliggende markt, met inbegrip van, in voorkomend geval," en de woorden "posities aangehouden in grondstoffenderivaten".
a) in de inleidende zin worden de woorden "of emissierechtenderivaten" ingevoegd tussen de woorden "grondstoffenderivaten" en de woorden "worden verhandeld";
b) in de bepaling onder 2° worden de woorden "emissierechtenderivaten of" ingevoegd tussen de woorden "op de onderliggende markt, met inbegrip van, in voorkomend geval," en de woorden "posities aangehouden in grondstoffenderivaten".
Art. 134. Dans l'article 69, § 6, de la même loi, remplacé par la loi du 23 février 2022, les modifications suivantes sont apportées :
a) à la phrase introductive, les mots "ou des instruments dérivés sur quotas d'émission" sont insérés entre les mots "instruments dérivés sur matières premières" et les mots "applique des contrôles";
b) au 2°, les mots "sur des instruments dérivés sur quotas d'émission ou" sont ajoutés entre les mots "sur le marché sous-jacent, y compris, le cas échéant," et les mots "sur les positions détenues sur des instruments dérivés sur matières premières".
a) à la phrase introductive, les mots "ou des instruments dérivés sur quotas d'émission" sont insérés entre les mots "instruments dérivés sur matières premières" et les mots "applique des contrôles";
b) au 2°, les mots "sur des instruments dérivés sur quotas d'émission ou" sont ajoutés entre les mots "sur le marché sous-jacent, y compris, le cas échéant," et les mots "sur les positions détenues sur des instruments dérivés sur matières premières".
Art. 135. In artikel 70 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 23 februari 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden, in de inleidende zin, de woorden "of emissierechten of derivaten daarvan" vervangen door de woorden "of emissierechtenderivaten";
b) in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° maken het volgende openbaar:
a) voor handelsplatformen waar opties worden verhandeld, twee wekelijkse rapporten, waarvan één zonder de opties, met de geaggregeerde posities van de verschillende categorieën personen voor de verschillende grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten die op hun handelsplatform worden verhandeld, met vermelding van het aantal long- en shortposities die door deze categorieën worden aangehouden, de veranderingen daarin sinds het vorige rapport, het percentage totale openstaande posities per categorie en het aantal personen die in elke categorie een positie aanhouden, conform paragraaf 4, en bezorgen dit rapport aan de FSMA en aan ESMA;
b) voor handelsplatformen waar geen opties worden verhandeld, een wekelijks rapport over de in punt a) vermelde elementen";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of marktexploitant die een handelsplatform exploiteren waar, buiten een handelsplatform om, grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten worden verhandelen, verstrekken de FSMA, als zij (a) de centrale bevoegde autoriteit is, of (b) - indien er geen centrale bevoegde autoriteit is - de bevoegde autoriteit van het handelsplatform waar de grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten worden verhandeld, ten minste op dagelijkse basis een volledige uitsplitsing van hun posities in economisch gelijkwaardige OTC-contracten en van de posities van hun cliënten, en van de cliënten van die cliënten tot aan de eindcliënt, in overeenstemming met artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 en, indien van toepassing, artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de inleidende zin wordt vervangen als volgt:
"Personen die posities in een grondstoffenderivaat of emissierechtenderivaat aanhouden, worden door de beleggingsonderneming, de kredietinstelling of de marktexploitant die dat handelsplatform exploiteert, ingedeeld in een van de volgende categorieën, op grond van de aard van hun hoofdactiviteit, rekening houdend met eventuele verleende vergunningen:";
b) in de bepaling onder 5° worden de woorden "emissierechten of derivaten daarvan" vervangen door het woord "emissierechtenderivaten".
1° in paragraaf 1 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) in het eerste lid worden, in de inleidende zin, de woorden "of emissierechten of derivaten daarvan" vervangen door de woorden "of emissierechtenderivaten";
b) in het eerste lid, wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° maken het volgende openbaar:
a) voor handelsplatformen waar opties worden verhandeld, twee wekelijkse rapporten, waarvan één zonder de opties, met de geaggregeerde posities van de verschillende categorieën personen voor de verschillende grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten die op hun handelsplatform worden verhandeld, met vermelding van het aantal long- en shortposities die door deze categorieën worden aangehouden, de veranderingen daarin sinds het vorige rapport, het percentage totale openstaande posities per categorie en het aantal personen die in elke categorie een positie aanhouden, conform paragraaf 4, en bezorgen dit rapport aan de FSMA en aan ESMA;
b) voor handelsplatformen waar geen opties worden verhandeld, een wekelijks rapport over de in punt a) vermelde elementen";
2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. Beleggingsondernemingen, kredietinstellingen of marktexploitant die een handelsplatform exploiteren waar, buiten een handelsplatform om, grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten worden verhandelen, verstrekken de FSMA, als zij (a) de centrale bevoegde autoriteit is, of (b) - indien er geen centrale bevoegde autoriteit is - de bevoegde autoriteit van het handelsplatform waar de grondstoffenderivaten of emissierechtenderivaten worden verhandeld, ten minste op dagelijkse basis een volledige uitsplitsing van hun posities in economisch gelijkwaardige OTC-contracten en van de posities van hun cliënten, en van de cliënten van die cliënten tot aan de eindcliënt, in overeenstemming met artikel 26 van Verordening (EU) nr. 600/2014 en, indien van toepassing, artikel 8 van Verordening (EU) nr. 1227/2011.";
3° in paragraaf 4, eerste lid, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
a) de inleidende zin wordt vervangen als volgt:
"Personen die posities in een grondstoffenderivaat of emissierechtenderivaat aanhouden, worden door de beleggingsonderneming, de kredietinstelling of de marktexploitant die dat handelsplatform exploiteert, ingedeeld in een van de volgende categorieën, op grond van de aard van hun hoofdactiviteit, rekening houdend met eventuele verleende vergunningen:";
b) in de bepaling onder 5° worden de woorden "emissierechten of derivaten daarvan" vervangen door het woord "emissierechtenderivaten".
Art. 135. A l'article 70 de la même loi, modifié par la loi du 23 février 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) à l'alinéa 1er, dans la phrase introductive, les mots ", ou des quotas d'émission ou des instruments dérivés sur ceux-ci" sont remplacés par les mots "ou des instruments dérivés sur quotas d'émission";
b) à l'alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° rend publics :
a) pour ce qui est des plateformes de négociation sur lesquelles sont négociés des contrats d'option, deux rapports hebdomadaires, dont l'un exclut les contrats d'option, contenant les positions agrégées détenues par les différentes catégories de personnes pour les différents instruments dérivés sur matières premières ou instruments dérivés sur quotas d'émission négociés sur leur plateforme de négociation, mentionnant le nombre de positions longues et courtes détenues par ces catégories, les variations qu'ont connu celles-ci depuis le dernier rapport, le pourcentage du total des positions ouvertes que représente chaque catégorie et le nombre de personnes détenant une position dans chaque catégorie, conformément au paragraphe 4, et communique ce rapport à la FSMA et à l'ESMA ;
b) pour ce qui est des plateformes de négociation sur lesquelles des contrats d'option ne sont pas négociés, un rapport hebdomadaire relatif aux éléments énoncés au point a)" ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Une entreprise d'investissement, un établissement de crédit ou un opérateur de marché exploitant une plateforme de négociation qui négocie des instruments dérivés sur matières premières ou des instruments dérivés sur quotas d'émission en dehors d'une plateforme de négociation fournit, au moins une fois par jour, à la FSMA lorsque celle-ci est (a) l'autorité compétente centrale, ou (b) - lorsqu'il n'existe pas d'autorité compétente centrale - l'autorité compétente de la plateforme de négociation sur laquelle les instruments dérivés sur matières premières ou les instruments dérivés sur quotas d'émission se négocient, une ventilation complète des positions qu'il a prises sur des contrats de gré à gré économiquement équivalents, ainsi que de celles de ses clients, et des clients de ces clients, jusqu'au client final, conformément à l'article 26 du règlement (UE) no 600/2014 et, le cas échéant, l'article 8 du règlement (UE) n° 1227/2011.";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) la phrase introductive est remplacé par ce qui suit :
"Les personnes détenant des positions sur un instrument dérivé sur matières premières ou sur un instrument dérivé sur quota d'émission sont classées par l'entreprise d'investissement, l'établissement de crédit ou l'opérateur de marché exploitant cette plate-forme de négociation compte tenu de la nature de leur activité principale et de tout agrément applicable, dans l'une des catégories suivantes:";
b) au 5°, les mots "quotas d'émissions ou des instruments dérivés sur ceux-ci" sont remplacés par les mots "instruments dérivés sur quotas d'émissions".
1° dans le paragraphe 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) à l'alinéa 1er, dans la phrase introductive, les mots ", ou des quotas d'émission ou des instruments dérivés sur ceux-ci" sont remplacés par les mots "ou des instruments dérivés sur quotas d'émission";
b) à l'alinéa 1er, le 1° est remplacé par ce qui suit:
"1° rend publics :
a) pour ce qui est des plateformes de négociation sur lesquelles sont négociés des contrats d'option, deux rapports hebdomadaires, dont l'un exclut les contrats d'option, contenant les positions agrégées détenues par les différentes catégories de personnes pour les différents instruments dérivés sur matières premières ou instruments dérivés sur quotas d'émission négociés sur leur plateforme de négociation, mentionnant le nombre de positions longues et courtes détenues par ces catégories, les variations qu'ont connu celles-ci depuis le dernier rapport, le pourcentage du total des positions ouvertes que représente chaque catégorie et le nombre de personnes détenant une position dans chaque catégorie, conformément au paragraphe 4, et communique ce rapport à la FSMA et à l'ESMA ;
b) pour ce qui est des plateformes de négociation sur lesquelles des contrats d'option ne sont pas négociés, un rapport hebdomadaire relatif aux éléments énoncés au point a)" ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
" § 2. Une entreprise d'investissement, un établissement de crédit ou un opérateur de marché exploitant une plateforme de négociation qui négocie des instruments dérivés sur matières premières ou des instruments dérivés sur quotas d'émission en dehors d'une plateforme de négociation fournit, au moins une fois par jour, à la FSMA lorsque celle-ci est (a) l'autorité compétente centrale, ou (b) - lorsqu'il n'existe pas d'autorité compétente centrale - l'autorité compétente de la plateforme de négociation sur laquelle les instruments dérivés sur matières premières ou les instruments dérivés sur quotas d'émission se négocient, une ventilation complète des positions qu'il a prises sur des contrats de gré à gré économiquement équivalents, ainsi que de celles de ses clients, et des clients de ces clients, jusqu'au client final, conformément à l'article 26 du règlement (UE) no 600/2014 et, le cas échéant, l'article 8 du règlement (UE) n° 1227/2011.";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les modifications suivantes sont apportées :
a) la phrase introductive est remplacé par ce qui suit :
"Les personnes détenant des positions sur un instrument dérivé sur matières premières ou sur un instrument dérivé sur quota d'émission sont classées par l'entreprise d'investissement, l'établissement de crédit ou l'opérateur de marché exploitant cette plate-forme de négociation compte tenu de la nature de leur activité principale et de tout agrément applicable, dans l'une des catégories suivantes:";
b) au 5°, les mots "quotas d'émissions ou des instruments dérivés sur ceux-ci" sont remplacés par les mots "instruments dérivés sur quotas d'émissions".
BOEK IV. - BEPALINGEN OVER DE DIENST VOOR BEMIDDELING IN FINANCIELE AANGELEGENHEDEN EN DE OMBUDSDIENST INZAKE VERZEKERINGEN
LIVRE IV. - DISPOSITIONS RELATIVES AU SERVICE DE MEDIATION EN MATIERE FINANCIERE ET AU SERVICE OMBUDSMAN DES ASSURANCES
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
TITRE Ier. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 2 AOUT 2002 RELATIVE A LA SURVEILLANCE DU SECTEUR FINANCIER ET AUX SERVICES FINANCIERS
Art. 136. In de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten wordt Hoofdstuk VI, opgeheven bij de wet van 31 juli 2013, hersteld als volgt:
"Hoofdstuk VI. - Buitengerechtelijke geschillenregeling inzake financiële aangelegenheden".
"Hoofdstuk VI. - Buitengerechtelijke geschillenregeling inzake financiële aangelegenheden".
Art. 136. Dans la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, le Chapitre VI, abrogé par la loi du 31 juillet 2013, est rétabli dans la rédaction suivante :
"Chapitre VI. - "Règlement extrajudiciaire des différends en matière financière".
"Chapitre VI. - "Règlement extrajudiciaire des différends en matière financière".
Art. 137. In Hoofdstuk VI van dezelfde wet, hersteld bij artikel 136, wordt een artikel 128/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 128/1. § 1. Er wordt een dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden opgericht.
De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden is een buitengerechtelijke regeling voor de beslechting van geschillen tussen een financiële instelling en haar cliënten of potentiële cliënten, die zijn ontstaan tijdens de uitoefening van de activiteiten van die financiële instelling in verband met haar gereglementeerd statuut als bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verwijst "financiële instelling" naar een van de volgende personen of entiteiten, voor zover deze naar Belgisch recht is of in België zijn gevestigd:
1° een kredietinstelling in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
2° een beleggingsonderneming in de zin van artikel 3, § 1, van de wet van 25 oktober 2016;
3° een instelling voor elektronisch geld in de zin van artikel 2, 73°, van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;
4° een betalingsinstelling in de zin van artikel 2, 8°, van de wet van 11 maart 2018;
5° een kredietgever in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van Economisch Recht;
6° een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
7° een kredietbemiddelaar in de zin van artikel I.9, 35°, van het Wetboek van Economisch Recht;
8° een kredietservicer in de zin van artikel 5, 8°, van de wet van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU;
9° iedere andere persoon of entiteit met activiteiten in de financiële sector waarvan de geschillen, krachtens de geldende wetgeving of reglementering, het voorwerp moeten kunnen uitmaken van een buitengerechtelijke regeling.
§ 3. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden is met name belast met de buitengerechtelijke klachtenregeling inzake financiële diensten als bedoeld in artikel VII.216 van het Wetboek van Economisch Recht.".
"Art. 128/1. § 1. Er wordt een dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden opgericht.
De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden is een buitengerechtelijke regeling voor de beslechting van geschillen tussen een financiële instelling en haar cliënten of potentiële cliënten, die zijn ontstaan tijdens de uitoefening van de activiteiten van die financiële instelling in verband met haar gereglementeerd statuut als bedoeld in paragraaf 2.
§ 2. Voor de toepassing van dit hoofdstuk verwijst "financiële instelling" naar een van de volgende personen of entiteiten, voor zover deze naar Belgisch recht is of in België zijn gevestigd:
1° een kredietinstelling in de zin van artikel 1, § 3, eerste lid, van de wet van 25 april 2014 op het statuut van en het toezicht op kredietinstellingen;
2° een beleggingsonderneming in de zin van artikel 3, § 1, van de wet van 25 oktober 2016;
3° een instelling voor elektronisch geld in de zin van artikel 2, 73°, van de wet van 11 maart 2018 betreffende het statuut van en het toezicht op de betalingsinstellingen en de instellingen voor elektronisch geld, de toegang tot het bedrijf van betalingsdienstaanbieder en tot de activiteit van uitgifte van elektronisch geld, en de toegang tot betalingssystemen;
4° een betalingsinstelling in de zin van artikel 2, 8°, van de wet van 11 maart 2018;
5° een kredietgever in de zin van artikel I.9, 34°, van het Wetboek van Economisch Recht;
6° een tussenpersoon in bank- en beleggingsdiensten in de zin van artikel 4, 2°, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten;
7° een kredietbemiddelaar in de zin van artikel I.9, 35°, van het Wetboek van Economisch Recht;
8° een kredietservicer in de zin van artikel 5, 8°, van de wet van de wet van 20 december 2024 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2021/2167 van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 2021 inzake kredietservicers en kredietkopers en tot wijziging van de Richtlijnen 2008/48/EG en 2014/17/EU;
9° iedere andere persoon of entiteit met activiteiten in de financiële sector waarvan de geschillen, krachtens de geldende wetgeving of reglementering, het voorwerp moeten kunnen uitmaken van een buitengerechtelijke regeling.
§ 3. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden is met name belast met de buitengerechtelijke klachtenregeling inzake financiële diensten als bedoeld in artikel VII.216 van het Wetboek van Economisch Recht.".
Art. 137. Dans le Chapitre VI de la même loi, rétabli par l'article 136, il est inséré un article 128/1 rédigé comme suit :
"Art. 128/1. § 1er. Il est institué un service de médiation en matière financière.
Le service de médiation en matière financière est un système extrajudiciaire de traitement des différends entre une institution financière et ses clients ou clients potentiels, nés dans le cadre de l'exercice des activités de cette institution financière liées à son statut réglementé tel que visé au paragraphe 2.
§ 2. Aux fins du présent chapitre, il y a lieu d'entendre par "institution financière", l'une des personnes ou entités suivantes, pour autant qu'elle soit de droit belge ou qu'elle soit établie en Belgique :
1° un établissement de crédit au sens de l'article 1, § 3, alinéa 1er, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ;
2° une entreprise d'investissement au sens de l'article 3, § 1er, de la loi du 25 octobre 2016 ;
3° un établissement de monnaie électronique au sens de l'article 2, 73°, de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement ;
4° un établissement de paiement au sens de l'article 2, 8°, de la loi du 11 mars 2018 ;
5° un prêteur au sens de l'article I.9, 34°, du Code de droit économique ;
6° un intermédiaire en services bancaires et d'investissement au sens de l'article 4, 2°, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers ;
7° un intermédiaire de crédit au sens de l'article I.9, 35°, du Code de droit économique ;
8° un gestionnaire de crédit au sens de l'article 5, 8°, de la loi du 20 décembre 2025 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédit et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE ET 2014/17/UE ;
9° toute autre personne ou entité active dans le secteur financier et dont les litiges, en vertu de la législation ou de la réglementation en vigueur, doivent pouvoir faire l'objet d'un règlement extrajudiciaire.
§ 3. Le service de médiation en matière financière est notamment chargé du règlement extrajudiciaire des plaintes en matière de services financiers visé à l'article VII.216 du Code de droit économique.".
"Art. 128/1. § 1er. Il est institué un service de médiation en matière financière.
Le service de médiation en matière financière est un système extrajudiciaire de traitement des différends entre une institution financière et ses clients ou clients potentiels, nés dans le cadre de l'exercice des activités de cette institution financière liées à son statut réglementé tel que visé au paragraphe 2.
§ 2. Aux fins du présent chapitre, il y a lieu d'entendre par "institution financière", l'une des personnes ou entités suivantes, pour autant qu'elle soit de droit belge ou qu'elle soit établie en Belgique :
1° un établissement de crédit au sens de l'article 1, § 3, alinéa 1er, de la loi du 25 avril 2014 relative au statut et au contrôle des établissements de crédit ;
2° une entreprise d'investissement au sens de l'article 3, § 1er, de la loi du 25 octobre 2016 ;
3° un établissement de monnaie électronique au sens de l'article 2, 73°, de la loi du 11 mars 2018 relative au statut et au contrôle des établissements de paiement et des établissements de monnaie électronique, à l'accès à l'activité de prestataire de services de paiement, et à l'activité d'émission de monnaie électronique, et à l'accès aux systèmes de paiement ;
4° un établissement de paiement au sens de l'article 2, 8°, de la loi du 11 mars 2018 ;
5° un prêteur au sens de l'article I.9, 34°, du Code de droit économique ;
6° un intermédiaire en services bancaires et d'investissement au sens de l'article 4, 2°, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers ;
7° un intermédiaire de crédit au sens de l'article I.9, 35°, du Code de droit économique ;
8° un gestionnaire de crédit au sens de l'article 5, 8°, de la loi du 20 décembre 2025 transposant la directive (UE) 2021/2167 du Parlement européen et du Conseil du 24 novembre 2021 sur les gestionnaires de crédit et les acheteurs de crédits, et modifiant les directives 2008/48/CE ET 2014/17/UE ;
9° toute autre personne ou entité active dans le secteur financier et dont les litiges, en vertu de la législation ou de la réglementation en vigueur, doivent pouvoir faire l'objet d'un règlement extrajudiciaire.
§ 3. Le service de médiation en matière financière est notamment chargé du règlement extrajudiciaire des plaintes en matière de services financiers visé à l'article VII.216 du Code de droit économique.".
Art. 138. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 128/2. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden heeft de volgende opdrachten:
1° klachten behandelen over een geschil tussen de klager en een financiële instelling, door middel van bemiddeling of door de verstrekking van een advies om het geschil op te lossen.
De klachten kunnen worden ingediend door elke consument, elke rechtspersoon die een belangeloos doel nastreeft, of elke vennootschap, die belang heeft bij de oplossing van een geschil met een financiële instelling dat is ontstaan in het kader van de uitoefening van haar activiteiten in verband met haar gereglementeerd statuut als bedoeld in artikel 128/1, § 2.
Met uitzondering van de klachten over de basisbankdienst voor de ondernemingen, over de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, over de uitvoering van kredieten, over de kosten verbonden aan grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie, over de afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties, is een klacht van een vennootschap slechts ontvankelijk door de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden voor zover deze vennootschap beantwoordt aan de definitie van kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of aan de definitie van microvennootschap in de zin van artikel 1:25 van hetzelfde Wetboek;
2° specifieke bevoegdheden uitoefenen, als vastgelegd in dit hoofdstuk, die hem zijn toegekend door het Wetboek van Economisch Recht of door enige andere wettelijke of reglementaire bepaling die hem deze bevoegdheden zou verlenen;
3° adviezen en aanbevelingen van algemene aard formuleren voor de overheid, consumenten, ondernemingen en financiële instellingen;
4° de FSMA de nodige informatie verstrekken voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, hetzij op eigen initiatief, hetzij op haar verzoek, als bedoeld in artikel 128/6.".
"Art. 128/2. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden heeft de volgende opdrachten:
1° klachten behandelen over een geschil tussen de klager en een financiële instelling, door middel van bemiddeling of door de verstrekking van een advies om het geschil op te lossen.
De klachten kunnen worden ingediend door elke consument, elke rechtspersoon die een belangeloos doel nastreeft, of elke vennootschap, die belang heeft bij de oplossing van een geschil met een financiële instelling dat is ontstaan in het kader van de uitoefening van haar activiteiten in verband met haar gereglementeerd statuut als bedoeld in artikel 128/1, § 2.
Met uitzondering van de klachten over de basisbankdienst voor de ondernemingen, over de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen, over de uitvoering van kredieten, over de kosten verbonden aan grensoverschrijdende betalingen binnen de Europese Unie, over de afwikkelingsvergoedingen voor op kaarten gebaseerde betalingstransacties, is een klacht van een vennootschap slechts ontvankelijk door de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden voor zover deze vennootschap beantwoordt aan de definitie van kleine vennootschap in de zin van artikel 1:24 van het Wetboek van Vennootschappen en Verenigingen of aan de definitie van microvennootschap in de zin van artikel 1:25 van hetzelfde Wetboek;
2° specifieke bevoegdheden uitoefenen, als vastgelegd in dit hoofdstuk, die hem zijn toegekend door het Wetboek van Economisch Recht of door enige andere wettelijke of reglementaire bepaling die hem deze bevoegdheden zou verlenen;
3° adviezen en aanbevelingen van algemene aard formuleren voor de overheid, consumenten, ondernemingen en financiële instellingen;
4° de FSMA de nodige informatie verstrekken voor de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, hetzij op eigen initiatief, hetzij op haar verzoek, als bedoeld in artikel 128/6.".
Art. 138. Dans le même Chapitre VI, il est inséré un article 128/2 rédigé comme suit :
"Art. 128/2. Le service de médiation en matière financière a les missions suivantes :
1° traiter de plaintes relatives à un différend entre le plaignant et une institution financière, par le biais de la médiation ou en émettant un avis en vue de la résolution du différend.
Les plaintes peuvent être formulées par tout consommateur, toute personne morale poursuivant un but désintéressé ou toute société, ayant un intérêt à la résolution d'un différend avec une institution financière, né dans le cadre de l'exercice de ses activités liées à son statut réglementé tel que visé à l'article 128/1, § 2.
A l'exception des plaintes ayant trait au service bancaire de base pour les entreprises, à loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises, à l'exécution de crédit, aux coûts liés aux paiements transfrontaliers effectués au sein de l'Union européenne, aux commissions d'interchange appliquées aux paiements effectués par cartes, une plainte formulée par une société n'est recevable par le service de médiation en matière financière que pour autant que la société réponde à la définition de petite société au sens de l'article 1:24 du Code des sociétés et associations ou de microsociété au sens de l'article 1:25 du même Code ;
2° exercer les compétences spécifiques, prévues par le présent chapitre, qui lui sont dévolues par le Code de droit économique ou par toute autre disposition légale ou réglementaire qui lui conférerait des compétences ;
3° formuler des avis et des recommandations de portée générale à l'attention des pouvoirs publics, consommateurs, entreprises et institution financière ;
4° fournir à la FSMA les informations nécessaires à l'exercice de ses missions légales, d'initiative ou à la demande de la FSMA, telle que visée à l'article 128/6.".
"Art. 128/2. Le service de médiation en matière financière a les missions suivantes :
1° traiter de plaintes relatives à un différend entre le plaignant et une institution financière, par le biais de la médiation ou en émettant un avis en vue de la résolution du différend.
Les plaintes peuvent être formulées par tout consommateur, toute personne morale poursuivant un but désintéressé ou toute société, ayant un intérêt à la résolution d'un différend avec une institution financière, né dans le cadre de l'exercice de ses activités liées à son statut réglementé tel que visé à l'article 128/1, § 2.
A l'exception des plaintes ayant trait au service bancaire de base pour les entreprises, à loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises, à l'exécution de crédit, aux coûts liés aux paiements transfrontaliers effectués au sein de l'Union européenne, aux commissions d'interchange appliquées aux paiements effectués par cartes, une plainte formulée par une société n'est recevable par le service de médiation en matière financière que pour autant que la société réponde à la définition de petite société au sens de l'article 1:24 du Code des sociétés et associations ou de microsociété au sens de l'article 1:25 du même Code ;
2° exercer les compétences spécifiques, prévues par le présent chapitre, qui lui sont dévolues par le Code de droit économique ou par toute autre disposition légale ou réglementaire qui lui conférerait des compétences ;
3° formuler des avis et des recommandations de portée générale à l'attention des pouvoirs publics, consommateurs, entreprises et institution financière ;
4° fournir à la FSMA les informations nécessaires à l'exercice de ses missions légales, d'initiative ou à la demande de la FSMA, telle que visée à l'article 128/6.".
Art. 139. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 128/3. § 1. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden wordt opgericht in de vorm van een rechtspersoon.
§ 2. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden bestaat met name uit de ombudsman, een raad van bestuur, een algemene vergadering en een raad van toezicht.
§ 3. De ombudsman is de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur waarneemt en de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden vertegenwoordigt.
De ombudsman wordt benoemd door de raad van bestuur op advies van de raad van toezicht van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden.
§ 4. De raad van toezicht bestaat uit een vertegenwoordiger van de financiële instellingen, een deskundige in consumentenrecht, een vertegenwoordiger van de FSMA, een vertegenwoordiger van de FOD Economie en een onafhankelijke deskundige.
De vertegenwoordigers en de deskundigen worden door de minister bevoegd voor consumentenbescherming benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. De minister kan een plaatsvervanger aanstellen voor elke vertegenwoordiger en alle deskundigen.
Ingeval het mandaat van een lid van de raad van toezicht om welke reden ook openvalt, wordt hij vervangen voor de resterende duur van zijn mandaat.
De raad van toezicht vergadert rechtsgeldig zodra de vertegenwoordigers zijn aangesteld.
De raad van toezicht stelt zijn huishoudelijk reglement vast.
§ 5. De raad van toezicht heeft als opdracht:
1° adviezen te formuleren voor de raad van bestuur van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden voor zijn organisatie en werking;
2° algemeen toezicht te houden op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden;
3° een advies te formuleren voor de raad van bestuur over de benoeming van de ombudsman en de leden van het college van deskundigen.
§ 6. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden omvat een college van deskundigen.
Het college van deskundigen bestaat uit deskundigen in de materies waarvoor de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden bevoegd is. Zij worden aangesteld door de raad van bestuur, op voordracht van de ombudsman.
Het college van deskundigen kan worden geraadpleegd door de ombudsman.
Het college van deskundigen stelt zijn huishoudelijk reglement vast.".
"Art. 128/3. § 1. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden wordt opgericht in de vorm van een rechtspersoon.
§ 2. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden bestaat met name uit de ombudsman, een raad van bestuur, een algemene vergadering en een raad van toezicht.
§ 3. De ombudsman is de natuurlijke persoon die het dagelijks bestuur waarneemt en de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden vertegenwoordigt.
De ombudsman wordt benoemd door de raad van bestuur op advies van de raad van toezicht van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden.
§ 4. De raad van toezicht bestaat uit een vertegenwoordiger van de financiële instellingen, een deskundige in consumentenrecht, een vertegenwoordiger van de FSMA, een vertegenwoordiger van de FOD Economie en een onafhankelijke deskundige.
De vertegenwoordigers en de deskundigen worden door de minister bevoegd voor consumentenbescherming benoemd voor een hernieuwbare termijn van zes jaar. De minister kan een plaatsvervanger aanstellen voor elke vertegenwoordiger en alle deskundigen.
Ingeval het mandaat van een lid van de raad van toezicht om welke reden ook openvalt, wordt hij vervangen voor de resterende duur van zijn mandaat.
De raad van toezicht vergadert rechtsgeldig zodra de vertegenwoordigers zijn aangesteld.
De raad van toezicht stelt zijn huishoudelijk reglement vast.
§ 5. De raad van toezicht heeft als opdracht:
1° adviezen te formuleren voor de raad van bestuur van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden voor zijn organisatie en werking;
2° algemeen toezicht te houden op de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden;
3° een advies te formuleren voor de raad van bestuur over de benoeming van de ombudsman en de leden van het college van deskundigen.
§ 6. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden omvat een college van deskundigen.
Het college van deskundigen bestaat uit deskundigen in de materies waarvoor de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden bevoegd is. Zij worden aangesteld door de raad van bestuur, op voordracht van de ombudsman.
Het college van deskundigen kan worden geraadpleegd door de ombudsman.
Het college van deskundigen stelt zijn huishoudelijk reglement vast.".
Art. 139. Dans le même Chapitre VI, il est inséré un article 128/3 rédigé comme suit :
"Art. 128/3. § 1er. Le service de médiation en matière financière prend la forme d'une personne morale.
§ 2. Le service de médiation en matière financière comprend parmi ses organes l'ombudsman, un conseil d'administration, une assemblée générale et un conseil de surveillance.
§ 3. L'ombudsman est la personne physique chargée de la gestion journalière et de la représentation du service de médiation en matière financière.
L'ombudsman est nommé par le conseil d'administration sur avis du conseil de surveillance du service de médiation en matière financière.
§ 4. Le conseil de surveillance se compose d'un représentant des institutions financières, d'un expert en droit des consommateurs, d'un représentant de la FSMA, d'un représentant du SPF Economie et d'un expert indépendant.
Les représentants et experts sont nommés pour un terme renouvelable de six ans par le ministre ayant la charge de la protection des consommateurs. Un suppléant peut être désigné par le ministre pour chaque représentant et experts.
En cas de vacance d'un mandat de membre du conseil de surveillance, pour quelque cause que ce soit, il est procédé à son remplacement pour la durée du mandat restant à courir.
Le conseil de surveillance siège valablement dès que les représentants sont désignés.
Le conseil de surveillance arrête son règlement d'ordre intérieur.
§ 5. Le conseil de surveillance a pour mission de:
1° formuler des avis à l'intention du conseil d'administration du service de médiation en matière financière sur son organisation et son fonctionnement;
2° exercer une surveillance générale de l'indépendance et l'impartialité du service de médiation en matière financière ;
3° formuler un avis à l'intention du conseil d'administration quant à la nomination de l'ombudsman et des membres du collège d'experts.
§ 6. Le service de médiation en matière financière comprend un collège d'experts.
Le collège d'experts est composé d'experts dans les matières relevant des compétences du service de médiation en matière financière. Ils sont désignés par le conseil d'administration, sur proposition de l'Ombudsman.
Le collège d'experts peut être saisi par l'ombudsman.
Le collège d'experts arrête son règlement d'ordre intérieur.".
"Art. 128/3. § 1er. Le service de médiation en matière financière prend la forme d'une personne morale.
§ 2. Le service de médiation en matière financière comprend parmi ses organes l'ombudsman, un conseil d'administration, une assemblée générale et un conseil de surveillance.
§ 3. L'ombudsman est la personne physique chargée de la gestion journalière et de la représentation du service de médiation en matière financière.
L'ombudsman est nommé par le conseil d'administration sur avis du conseil de surveillance du service de médiation en matière financière.
§ 4. Le conseil de surveillance se compose d'un représentant des institutions financières, d'un expert en droit des consommateurs, d'un représentant de la FSMA, d'un représentant du SPF Economie et d'un expert indépendant.
Les représentants et experts sont nommés pour un terme renouvelable de six ans par le ministre ayant la charge de la protection des consommateurs. Un suppléant peut être désigné par le ministre pour chaque représentant et experts.
En cas de vacance d'un mandat de membre du conseil de surveillance, pour quelque cause que ce soit, il est procédé à son remplacement pour la durée du mandat restant à courir.
Le conseil de surveillance siège valablement dès que les représentants sont désignés.
Le conseil de surveillance arrête son règlement d'ordre intérieur.
§ 5. Le conseil de surveillance a pour mission de:
1° formuler des avis à l'intention du conseil d'administration du service de médiation en matière financière sur son organisation et son fonctionnement;
2° exercer une surveillance générale de l'indépendance et l'impartialité du service de médiation en matière financière ;
3° formuler un avis à l'intention du conseil d'administration quant à la nomination de l'ombudsman et des membres du collège d'experts.
§ 6. Le service de médiation en matière financière comprend un collège d'experts.
Le collège d'experts est composé d'experts dans les matières relevant des compétences du service de médiation en matière financière. Ils sont désignés par le conseil d'administration, sur proposition de l'Ombudsman.
Le collège d'experts peut être saisi par l'ombudsman.
Le collège d'experts arrête son règlement d'ordre intérieur.".
Art. 140. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 128/4. De financiële instellingen zijn verplicht om zich aan te sluiten bij de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden.
De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden wordt gefinancierd met de bijdragen van de aangesloten financiële instellingen.
De Koning kan, op advies van de FSMA, de modaliteiten vastleggen voor de financiering van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden.
De Koning kan de wijze van betaling van de bijdragen vastleggen voor alle of een deel van de financiële instellingen. De Koning kan de FSMA gelasten de bijdragen te innen van de entiteiten die bij of door haar zijn ingeschreven of geregistreerd of van haar een vergunning hebben verkregen.".
"Art. 128/4. De financiële instellingen zijn verplicht om zich aan te sluiten bij de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden.
De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden wordt gefinancierd met de bijdragen van de aangesloten financiële instellingen.
De Koning kan, op advies van de FSMA, de modaliteiten vastleggen voor de financiering van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden.
De Koning kan de wijze van betaling van de bijdragen vastleggen voor alle of een deel van de financiële instellingen. De Koning kan de FSMA gelasten de bijdragen te innen van de entiteiten die bij of door haar zijn ingeschreven of geregistreerd of van haar een vergunning hebben verkregen.".
Art. 140. Dans le même Chapitre VI, il est inséré un article 128/4 rédigé comme suit :
"Art. 128/4. Les institutions financières sont tenues d'adhérer au service de médiation en matière financière.
Le service de médiation en matière financière est financé par les contributions des institutions financières qui y sont affiliées.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir les modalités de financement du service de médiation en matière financière.
Le Roi peut régler les modalités du paiement des contributions de toutes les institutions financières ou de certaines seulement. Le Roi peut charger la FSMA du recouvrement des contributions des entités inscrites, enregistrées ou agrées par la FSMA.".
"Art. 128/4. Les institutions financières sont tenues d'adhérer au service de médiation en matière financière.
Le service de médiation en matière financière est financé par les contributions des institutions financières qui y sont affiliées.
Le Roi peut, sur avis de la FSMA, définir les modalités de financement du service de médiation en matière financière.
Le Roi peut régler les modalités du paiement des contributions de toutes les institutions financières ou de certaines seulement. Le Roi peut charger la FSMA du recouvrement des contributions des entités inscrites, enregistrées ou agrées par la FSMA.".
Art. 141. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 128/5. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden stelt zijn procedurereglement vast conform de bepalingen van Titel 4 van Boek XVI van het Wetboek van Economisch Recht.
Enkel de motieven voor weigering bedoeld in artikel XVI.25, § 1, 7°, b) tot h), van het Wetboek van economisch recht mogen door de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden in zijn procedurereglement bepaald worden.
"Art. 128/5. De dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden stelt zijn procedurereglement vast conform de bepalingen van Titel 4 van Boek XVI van het Wetboek van Economisch Recht.
Enkel de motieven voor weigering bedoeld in artikel XVI.25, § 1, 7°, b) tot h), van het Wetboek van economisch recht mogen door de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden in zijn procedurereglement bepaald worden.
Art. 141. Dans le même Chapitre VI, il est inséré un article 128/5 rédigé comme suit :
"Art. 128/5. Le service de médiation en matière financière détermine son règlement de procédure conformément aux dispositions du Titre 4 du Livre XVI du Code de droit économique.
Seuls les motifs de refus de traitement visés à l'article XVI.25, § 1er, 7°, b), à h), du Code de droit économique peuvent être fixés par le service de médiation en matière financière dans son règlement de procédure.
"Art. 128/5. Le service de médiation en matière financière détermine son règlement de procédure conformément aux dispositions du Titre 4 du Livre XVI du Code de droit économique.
Seuls les motifs de refus de traitement visés à l'article XVI.25, § 1er, 7°, b), à h), du Code de droit économique peuvent être fixés par le service de médiation en matière financière dans son règlement de procédure.
Art. 142. In hetzelfde Hoofdstuk VI wordt een artikel 128/6 ingevoegd, luidende:
"Art. 128/6. De FSMA kan bij de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden de informatie opvragen die zij nodig heeft om haar wettelijke opdracht te vervullen.
De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste informatie alsook de wijze waarop en de vorm waarin ze haar moet worden bezorgd.".
"Art. 128/6. De FSMA kan bij de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden de informatie opvragen die zij nodig heeft om haar wettelijke opdracht te vervullen.
De FSMA bepaalt de inhoud van de gewenste informatie alsook de wijze waarop en de vorm waarin ze haar moet worden bezorgd.".
Art. 142. Dans le même Chapitre VI, il est inséré un article 128/6 rédigé comme suit :
"Art. 128/6. La FSMA peut demander au service de médiation en matière financière les informations nécessaires à l'accomplissement de ses missions légales.
La FSMA détermine le contenu des informations souhaitées ainsi que le mode et la forme selon lesquels ces informations doivent être fournies.".
"Art. 128/6. La FSMA peut demander au service de médiation en matière financière les informations nécessaires à l'accomplissement de ses missions légales.
La FSMA détermine le contenu des informations souhaitées ainsi que le mode et la forme selon lesquels ces informations doivent être fournies.".
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 MAART 2006 BETREFFENDE DE BEMIDDELING IN BANK- EN BELEGGINGSDIENSTEN EN DE DISTRIBUTIE VAN FINANCIELE INSTRUMENTEN
TITRE II. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 22 MARS 2006 RELATIVE A L'INTERMEDIATION EN SERVICES BANCAIRES ET EN SERVICES D'INVESTISSEMENT ET A LA DISTRIBUTION D'INSTRUMENTS FINANCIERS
Art. 143. In artikel 8, eerste lid, van de wet van 22 maart 2006 betreffende de bemiddeling in bank- en beleggingsdiensten en de distributie van financiële instrumenten wordt de bepaling onder 8°, vervangen bij de wet van 2 mei 2019, vervangen als volgt:
"8° aansluiten bij de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden als bedoeld in Hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. De bemiddelaar dient bij te dragen aan de financiering van deze dienst en gevolg te geven aan elk tot hem gericht verzoek om informatie in het kader van de klachtenbehandeling door deze dienst;".
"8° aansluiten bij de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden als bedoeld in Hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. De bemiddelaar dient bij te dragen aan de financiering van deze dienst en gevolg te geven aan elk tot hem gericht verzoek om informatie in het kader van de klachtenbehandeling door deze dienst;".
Art. 143. Dans l'article 8, alinéa 1er, de la loi du 22 mars 2006 relative à l'intermédiation en services bancaires et en services d'investissement et à la distribution d'instruments financiers, le 8°, remplacé par la loi du 2 mai 2019, est remplacé par ce qui suit :
"8° adhérer au service de médiation en matière financière visé au Chapitre VI de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. L'intermédiaire est tenu de contribuer au financement dudit service et de donner suite à toute demande d'information qui lui serait adressée dans le cadre du traitement des plaintes par ce service ;".
"8° adhérer au service de médiation en matière financière visé au Chapitre VI de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers. L'intermédiaire est tenu de contribuer au financement dudit service et de donner suite à toute demande d'information qui lui serait adressée dans le cadre du traitement des plaintes par ce service ;".
Art. 144. In artikel 15, § 1, eerste lid, van dezelfde wet wordt de bepaling onder f), vervangen bij de wet van 27 juni 2021, vervangen als volgt:
"f) de contactgegevens van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden als bedoeld in Hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.".
"f) de contactgegevens van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden als bedoeld in Hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.".
Art. 144. Dans l'article 15, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, le f), remplacé par la loi du 27 juin 2021, est remplacé par ce qui suit :
"f) les coordonnées du service de médiation en matière financière visé au Chapitre VI de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.".
"f) les coordonnées du service de médiation en matière financière visé au Chapitre VI de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.".
TITEL III. - WIJZIGING VAN DE WET VAN 21 DECEMBER 2013 BETREFFENDE DIVERSE BEPALINGEN INZAKE DE FINANCIERING VOOR KLEINE EN MIDDELGROTE ONDERNEMINGEN
TITRE III. - MODIFICATION DE LA LOI DU 21 DECEMBRE 2013 RELATIVE A DIVERSES DISPOSITIONS CONCERNANT LE FINANCEMENT DES PETITES ET MOYENNES ENTREPRISES
Art. 145. Artikel 14, vierde lid, van de wet van 21 december 2013 betreffende diverse bepalingen inzake de financiering voor kleine en middelgrote ondernemingen wordt vervangen als volgt:
"De evaluatie als bedoeld in het eerste lid gebeurt na voorafgaand advies van de FSMA, de Nationale Bank van België en de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden als bedoeld in hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.".
"De evaluatie als bedoeld in het eerste lid gebeurt na voorafgaand advies van de FSMA, de Nationale Bank van België en de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden als bedoeld in hoofdstuk VI van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.".
Art. 145. L'article 14, alinéa 4, de la loi du 21 décembre 2013 relative à diverses dispositions concernant le financement des petites et moyennes entreprises est remplacé par ce qui suit :
"L'évaluation visée à l'alinéa 1er se fait après avis préalable de la FSMA, de la Banque nationale de Belgique et du service de médiation en matière financière visé au Chapitre VI de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.".
"L'évaluation visée à l'alinéa 1er se fait après avis préalable de la FSMA, de la Banque nationale de Belgique et du service de médiation en matière financière visé au Chapitre VI de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers.".
TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 4 APRIL 2014 BETREFFENDE DE VERZEKERINGEN
TITRE IV. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 4 AVRIL 2014 RELATIVE AUX ASSURANCES
Art. 146. In artikel 322 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 mei 2024, wordt een nieuwe paragraaf 2/1 ingevoegd voor de huidige paragrafen 2/1 en 2/2, die respectievelijk vernummerd worden tot 2/2 en 2/3:
"Art. 322, § 2/1. De ombudsdienst inzake verzekeringen stelt zijn procedurereglement vast conform de bepalingen van Titel 4 van Boek XVI van het Wetboek van Economisch Recht.
Met uitzondering van geschillen met Datassur, waarvoor de ombudsdienst inzake verzekeringen optreedt als beroepsinstantie, mogen enkel de motieven voor weigering bedoeld in artikel XVI.25, § 1, 7°, b) tot h), van het Wetboek van economisch recht door de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden in zijn procedurereglement bepaald worden.
"Art. 322, § 2/1. De ombudsdienst inzake verzekeringen stelt zijn procedurereglement vast conform de bepalingen van Titel 4 van Boek XVI van het Wetboek van Economisch Recht.
Met uitzondering van geschillen met Datassur, waarvoor de ombudsdienst inzake verzekeringen optreedt als beroepsinstantie, mogen enkel de motieven voor weigering bedoeld in artikel XVI.25, § 1, 7°, b) tot h), van het Wetboek van economisch recht door de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden in zijn procedurereglement bepaald worden.
Art. 146. Dans l'article 322 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, modifié en dernier lieu par la loi du 3 mai 2024, il est inséré un nouveau paragraphe 2/1 avant les actuels paragraphes 2/1 et 2/2, qui sont renumérotés, respectivement, 2/2 et 2/3 :
"Art. 322, § 2/1. Le service ombudsman des assurances détermine son règlement de procédure conformément aux dispositions du Titre 4 du Livre XVI du Code de droit économique.
A l'exception des litiges avec Datassur pour lesquels le service de l'Ombudsman des assurances intervient comme instance d'appel, seuls les motifs de refus de traitement visés à l'article XVI.25, § 1er, 7°, b), à h), du Code de droit économique peuvent être fixés par le service de médiation en matière financière dans son règlement de procédure.
"Art. 322, § 2/1. Le service ombudsman des assurances détermine son règlement de procédure conformément aux dispositions du Titre 4 du Livre XVI du Code de droit économique.
A l'exception des litiges avec Datassur pour lesquels le service de l'Ombudsman des assurances intervient comme instance d'appel, seuls les motifs de refus de traitement visés à l'article XVI.25, § 1er, 7°, b), à h), du Code de droit économique peuvent être fixés par le service de médiation en matière financière dans son règlement de procédure.
TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK
TITRE V. - MODIFICATIONS DU CODE JUDICIAIRE
Art. 147. Artikel 1734, § 1/1, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 18 juni 2018 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 6 december 2022, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"In geschillen die onder hun respectieve bevoegdheid vallen, en voor zover zij niet reeds kennis hebben genomen van het geschil, kunnen de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden, opgericht bij artikel 128/1 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, of de ombudsman van de verzekeringen, opgericht bij artikel 322 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, door de rechter worden aangesteld, hetzij op verzoek van de partijen, hetzij op zijn initiatief met instemming van de partijen, om te trachten via bemiddeling te komen tot een oplossing van het geschil. De vertegenwoordigers van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden en de ombudsman van de verzekeringen hoeven daartoe niet als bemiddelaar te zijn erkend conform de in artikel 1726 bedoelde procedure."
"In geschillen die onder hun respectieve bevoegdheid vallen, en voor zover zij niet reeds kennis hebben genomen van het geschil, kunnen de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden, opgericht bij artikel 128/1 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, of de ombudsman van de verzekeringen, opgericht bij artikel 322 van de wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, door de rechter worden aangesteld, hetzij op verzoek van de partijen, hetzij op zijn initiatief met instemming van de partijen, om te trachten via bemiddeling te komen tot een oplossing van het geschil. De vertegenwoordigers van de dienst voor bemiddeling in financiële aangelegenheden en de ombudsman van de verzekeringen hoeven daartoe niet als bemiddelaar te zijn erkend conform de in artikel 1726 bedoelde procedure."
Art. 147. L'article 1734, § 1er/1 du Code judiciaire, inséré par la loi du 18 juin 2018 et modifié en dernier lieu par la loi du 6 décembre 2022, est complété par un alinéa rédigé comme suit :
"Dans les litiges relevant de leur compétence respective, et pour autant qu'ils n'aient pas déjà connu du différend, le service de médiation en matière financière, institué à l'article 128/1 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers ou l'Ombudsman des assurances, instauré à l'article 322 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, peuvent être désignés par le juge, à la demande des parties ou d'initiative avec l'accord des parties, afin de tenter de résoudre le litige par une médiation. Les représentants du service de médiation en matière financière et de l'Ombudsman des assurances ne doivent à cette fin pas être agréé en tant que médiateur selon la procédure visée à l'article 1726."
"Dans les litiges relevant de leur compétence respective, et pour autant qu'ils n'aient pas déjà connu du différend, le service de médiation en matière financière, institué à l'article 128/1 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers ou l'Ombudsman des assurances, instauré à l'article 322 de la loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, peuvent être désignés par le juge, à la demande des parties ou d'initiative avec l'accord des parties, afin de tenter de résoudre le litige par une médiation. Les représentants du service de médiation en matière financière et de l'Ombudsman des assurances ne doivent à cette fin pas être agréé en tant que médiateur selon la procédure visée à l'article 1726."
BOEK V. - DIVERSE BEPALINGEN
LIVRE V. - DISPOSITIONS DIVERSES
TITEL I. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 AUGUSTUS 1987 HOUDENDE WAARBORG VAN WERKEN UIT EDELE METALEN
TITRE Ier. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 11 AOUT 1987 RELATIVE A LA GARANTIE DES OUVRAGES EN METAUX PRECIEUX
Art. 148. Artikel 15 van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen, gewijzigd bij de wet van 27 juni 2021, wordt vervangen als volgt:
"Art. 15. § 1. Iedere fabrikant van werken uit edel metaal is verplicht bij het waarborgkantoor bij de Koninklijke Munt van België, waar hij het bewijs zal voorleggen van zijn identiteit en van zijn inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen, een afdruk neer te leggen van zijn stempelhandtekening op een daartoe bestemde koperen plaat, alsmede drie reproducties van die afdruk.
§ 2. Iedere fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen is verplicht zich te laten inschrijven in het waarborgregister neergelegd bij het waarborgkantoor.
§ 3. Dit register bevat de volgende persoonsgegevens:
1° voor natuurlijke personen:
a) naam;
b) voornaam;
c) identificatienummer in het Rijksregister;
d) identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
e) e-mailadres;
f) het stempelmerk, wanneer het om een fabrikant of handelskeurmeester gaat;
g) een uittreksel uit het strafregister, wanneer het om een opkoper van edele metalen of handelskeurmeester gaat;
2° voor rechtspersonen:
a) maatschappelijk doel;
b) adres van de maatschappelijke zetel;
c) identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
d) naam van de bestuurder;
e) voornaam van de bestuurder;
f) woonadres van de bestuurder;
g) e-mailadres van de rechtspersoon;
h) het stempelmerk, wanneer het om een fabrikant of handelskeurmeester gaat;
i) een uittreksel uit het strafregister van de bestuurder, wanneer het om een opkoper van edele metalen of handelskeurmeester gaat.
Wanneer de fabrikanten, handelskeurmeesters of opkopers van edelmetalen natuurlijke personen zijn, is het specifieke doel waarvoor hun emailadres mag worden geregistreerd, beperkt tot het versturen van meldingen bij verzending van een nieuw bericht via de beveiligde toepassing bedoeld in artikel 15, § 8.
In afwijking van het tweede lid kan een bericht naar hun emailadres worden verstuurd ingeval de beveiligde toepassing geen berichtenuitwisseling toelaat wegens technische redenen of overmacht.
§ 4. Om te controleren of er voor elke opkoper van edele metalen geen veroordelingen zijn overeenkomstig paragraaf 9, tweede lid, 3°, en om te controleren voor elke handelskeurmeester of de voorwaarde van artikel 5, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit van 18 januari 1990 houdende de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen is voldaan, is de Koninklijke Munt van België gemachtigd om de gegevens van het uittreksel uit het strafregister te verwerken.
Dit uittreksel is beperkt tot veroordelingen die verband houden met de misdrijven bedoeld in artikel 1, a) tot f), van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen.
§ 5. De Koninklijke Munt van België verwerkt de in paragraaf 3 bedoelde persoonsgegevens met het oog op:
1° consumentenbescherming, om de traceerbaarheid van objecten in edele metalen te garanderen via het meesterteken;
2° de registratie en bewaring van deze persoonsgegevens voor de bestrijding van fraude, om controles door de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 25 mogelijk te maken ter voorkoming en bestraffing van misdrijven als heling en oplichting.
§ 6. De gegevens in het register worden bewaard zolang de persoon zijn beroepsactiviteit uitoefent, en vervolgens gedurende een periode van maximum tien jaar na de definitieve stopzetting van zijn beroepsactiviteit. Het uittreksel uit het strafregister wordt maximum één jaar bewaard na de inschrijving van de opkoper van edele metalen of handelskeurmeester in het register van het waarborgkantoor.
§ 7. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij krachtens paragraaf 3 verzamelt, verwerkt en opslaat.
§ 8. De Koninklijke Munt van België stelt een beveiligde elektronische applicatie ter beschikking aan elke fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen, waarmee inschrijving in het register bedoeld in paragraaf 2 mogelijk is.
Het register is toegankelijk voor de medewerkers van de Koninklijke Munt van België, de politie en de Economische Inspectie, in het kader van hun respectieve opdrachten.
Iedere natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die in het register is ingeschreven, heeft eveneens toegang tot zijn eigen dossier.
De Koning bepaalt de modaliteiten voor inschrijving en toegang tot het register.
§ 9. Onder opkoper van edele metalen dient te worden verstaan elke onderneming in de zin van artikel I.1 van het Wetboek van economisch recht die de consument aanbiedt om werken uit edele metalen in te kopen.
De opkoper van edele metalen moet:
1° een weegschaal bezitten en gebruiken die voldoet aan de wettelijke vereisten met betrekking tot de meetinstrumenten en dan in het bijzonder de weeginstrumenten;
2° de inkoopprijzen voor de verschillende edele metalen op een zichtbare wijze afficheren;
3° een strafregister hebben waarop geen enkele veroordeling wegens één van de strafbare feiten bedoeld in artikel 1, a) tot f), van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, voorkomt."
"Art. 15. § 1. Iedere fabrikant van werken uit edel metaal is verplicht bij het waarborgkantoor bij de Koninklijke Munt van België, waar hij het bewijs zal voorleggen van zijn identiteit en van zijn inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen, een afdruk neer te leggen van zijn stempelhandtekening op een daartoe bestemde koperen plaat, alsmede drie reproducties van die afdruk.
§ 2. Iedere fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen is verplicht zich te laten inschrijven in het waarborgregister neergelegd bij het waarborgkantoor.
§ 3. Dit register bevat de volgende persoonsgegevens:
1° voor natuurlijke personen:
a) naam;
b) voornaam;
c) identificatienummer in het Rijksregister;
d) identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
e) e-mailadres;
f) het stempelmerk, wanneer het om een fabrikant of handelskeurmeester gaat;
g) een uittreksel uit het strafregister, wanneer het om een opkoper van edele metalen of handelskeurmeester gaat;
2° voor rechtspersonen:
a) maatschappelijk doel;
b) adres van de maatschappelijke zetel;
c) identificatienummer in de Kruispuntbank van Ondernemingen;
d) naam van de bestuurder;
e) voornaam van de bestuurder;
f) woonadres van de bestuurder;
g) e-mailadres van de rechtspersoon;
h) het stempelmerk, wanneer het om een fabrikant of handelskeurmeester gaat;
i) een uittreksel uit het strafregister van de bestuurder, wanneer het om een opkoper van edele metalen of handelskeurmeester gaat.
Wanneer de fabrikanten, handelskeurmeesters of opkopers van edelmetalen natuurlijke personen zijn, is het specifieke doel waarvoor hun emailadres mag worden geregistreerd, beperkt tot het versturen van meldingen bij verzending van een nieuw bericht via de beveiligde toepassing bedoeld in artikel 15, § 8.
In afwijking van het tweede lid kan een bericht naar hun emailadres worden verstuurd ingeval de beveiligde toepassing geen berichtenuitwisseling toelaat wegens technische redenen of overmacht.
§ 4. Om te controleren of er voor elke opkoper van edele metalen geen veroordelingen zijn overeenkomstig paragraaf 9, tweede lid, 3°, en om te controleren voor elke handelskeurmeester of de voorwaarde van artikel 5, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit van 18 januari 1990 houdende de uitvoeringsmodaliteiten van de wet van 11 augustus 1987 houdende waarborg van werken uit edele metalen is voldaan, is de Koninklijke Munt van België gemachtigd om de gegevens van het uittreksel uit het strafregister te verwerken.
Dit uittreksel is beperkt tot veroordelingen die verband houden met de misdrijven bedoeld in artikel 1, a) tot f), van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen.
§ 5. De Koninklijke Munt van België verwerkt de in paragraaf 3 bedoelde persoonsgegevens met het oog op:
1° consumentenbescherming, om de traceerbaarheid van objecten in edele metalen te garanderen via het meesterteken;
2° de registratie en bewaring van deze persoonsgegevens voor de bestrijding van fraude, om controles door de bevoegde autoriteiten krachtens artikel 25 mogelijk te maken ter voorkoming en bestraffing van misdrijven als heling en oplichting.
§ 6. De gegevens in het register worden bewaard zolang de persoon zijn beroepsactiviteit uitoefent, en vervolgens gedurende een periode van maximum tien jaar na de definitieve stopzetting van zijn beroepsactiviteit. Het uittreksel uit het strafregister wordt maximum één jaar bewaard na de inschrijving van de opkoper van edele metalen of handelskeurmeester in het register van het waarborgkantoor.
§ 7. De Federale Overheidsdienst Financiën vertegenwoordigd door de voorzitter van het Directiecomité is de verwerkingsverantwoordelijke in de zin van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG en van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens, voor de verwerking van de persoonsgegevens die zij krachtens paragraaf 3 verzamelt, verwerkt en opslaat.
§ 8. De Koninklijke Munt van België stelt een beveiligde elektronische applicatie ter beschikking aan elke fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen, waarmee inschrijving in het register bedoeld in paragraaf 2 mogelijk is.
Het register is toegankelijk voor de medewerkers van de Koninklijke Munt van België, de politie en de Economische Inspectie, in het kader van hun respectieve opdrachten.
Iedere natuurlijke persoon en iedere rechtspersoon die in het register is ingeschreven, heeft eveneens toegang tot zijn eigen dossier.
De Koning bepaalt de modaliteiten voor inschrijving en toegang tot het register.
§ 9. Onder opkoper van edele metalen dient te worden verstaan elke onderneming in de zin van artikel I.1 van het Wetboek van economisch recht die de consument aanbiedt om werken uit edele metalen in te kopen.
De opkoper van edele metalen moet:
1° een weegschaal bezitten en gebruiken die voldoet aan de wettelijke vereisten met betrekking tot de meetinstrumenten en dan in het bijzonder de weeginstrumenten;
2° de inkoopprijzen voor de verschillende edele metalen op een zichtbare wijze afficheren;
3° een strafregister hebben waarop geen enkele veroordeling wegens één van de strafbare feiten bedoeld in artikel 1, a) tot f), van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen, voorkomt."
Art. 148. L'article 15 de la loi du 11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en métaux précieux, modifié par la loi du 27 juin 2021, est remplacé par ce qui suit :
"Art. 15. § 1er. Tout fabricant d'ouvrages en métaux précieux est tenu de déposer au bureau de la garantie relevant de la Monnaie royale de Belgique, où il justifiera de son identité et de son inscription à la Banque Carrefour des Entreprises, une empreinte de son poinçon-signature sur une planche de cuivre à ce destinée, ainsi que trois reproductions de cette empreinte.
§ 2. Tout fabricant, essayeur du commerce ou racheteur en métaux précieux, est tenu de prendre une inscription au registre de la garantie, déposé au bureau de la garantie.
§ 3. Ce registre contient les données à caractère personnel suivantes:
1° pour les personnes physiques :
a) nom ;
b) prénom ;
c) numéro d'identification au Registre national ;
d) numéro d'identification à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
e) adresse de courrier électronique ;
f) le poinçon, s'il s'agit d'un fabricant ou d'un essayeur du commerce ;
g) un extrait de casier judiciaire, s'il s'agit d'un racheteur en métaux précieux ou d'un essayeur du commerce ;
2° pour les personnes morales :
a) raison sociale ;
b) adresse du siège ;
c) numéro d'identification à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
d) nom de l'administrateur ;
e) prénom de l'administrateur ;
f) adresse de résidence de l'administrateur ;
g) adresse de courrier électronique de la personne morale ;
h) le poinçon, s'il s'agit d'un fabricant ou d'un essayeur du commerce ;
i) un extrait de casier judiciaire de l'administrateur, s'il s'agit d'un racheteur en métaux précieux ou d'un essayeur du commerce.
Lorsque les fabricants, essayeurs du commerce ou racheteurs en métaux précieux sont des personnes physiques, la finalité spécifique pour laquelle leur adresse de courrier électronique est susceptible d'être enregistrée est limitée à l'envoi de notifications lorsqu'un nouveau message est envoyé via l'application sécurisée visée à l'article 15, § 8.
Par dérogation à l'alinéa 2, un message peut être envoyé à leur adresse de courrier électronique si l'application sécurisée ne permet pas l'échange de messages pour des raisons techniques ou de force majeure.
§ 4. La Monnaie royale de Belgique est autorisée à traiter les données de l'extrait de casier judiciaire pour tout racheteur en métaux précieux, en vue de vérifier l'absence de condamnations conformément au paragraphe 9, alinéa 2, 3°, et pour tout essayeur du commerce, en vue de vérifier la condition énoncée à l'article 5, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté royal du 18 janvier 1990 portant modalités d'exécution de la loi du 11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en métaux précieux.
Cet extrait est limité aux condamnations relatives aux infractions visées à l'article 1er, a) à f), de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités.
§ 5. La Monnaie royale de Belgique traite les données à caractère personnel visées au paragraphe 3 aux fins de :
1° protection des consommateurs, afin de garantir la traçabilité des objets en métaux précieux, au moyen du poinçon ;
2° l'enregistrement et la conservation de ces données à caractère personnel à des fins de lutte contre la fraude, en permettant des contrôles par les autorités compétentes en vertu de l'article 25, visant à prévenir et à réprimer les infractions telles que le recel et l'escroquerie.
§ 6. Les données du registre sont conservées tant que la personne exerce son activité professionnelle, puis pour une période maximum de dix ans après la cessation définitive de son activité professionnelle, sauf pour l'extrait de casier judiciaire qui est conservé maximum un an après l'inscription du racheteur en métaux précieux et de l'essayeur du commerce au registre du bureau de la garantie.
§ 7. Le Service Public Fédéral Finances, représenté par le président du Comité de Direction, est le responsable du traitement au sens du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, pour le traitement des données à caractère personnel qu'il collecte, traite et conserve en vertu du paragraphe 3.
§ 8. La Monnaie royale de Belgique met à disposition de tout fabricant, essayeur du commerce ou racheteur en métaux précieux, une application électronique sécurisée permettant l'inscription au registre visé au paragraphe 2.
Le registre est accessible aux agents de la Monnaie royale de Belgique, de la police et de l'Inspection économique, dans le cadre de leurs missions respectives.
Chaque personne physique et chaque personne morale, inscrites dans le registre, a également accès à son propre dossier.
Le Roi détermine les modalités d'inscription et d'accès au registre.
§ 9. Par racheteur en métaux précieux, il faut entendre toute entreprise au sens de l'article I.1 du Code de droit économique qui propose au consommateur le rachat d'ouvrages en métaux précieux.
Le racheteur en métaux précieux doit :
1° posséder et utiliser une balance conforme aux exigences légales relatives aux instruments de mesure, et en particulier aux instruments de pesage ;
2° afficher de manière visible des taux de rachat pour les divers métaux précieux ;
3° avoir un casier judiciaire ne comportant aucune condamnation par suite d'une des infractions visées à l'article 1er, a) à f), de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités."
"Art. 15. § 1er. Tout fabricant d'ouvrages en métaux précieux est tenu de déposer au bureau de la garantie relevant de la Monnaie royale de Belgique, où il justifiera de son identité et de son inscription à la Banque Carrefour des Entreprises, une empreinte de son poinçon-signature sur une planche de cuivre à ce destinée, ainsi que trois reproductions de cette empreinte.
§ 2. Tout fabricant, essayeur du commerce ou racheteur en métaux précieux, est tenu de prendre une inscription au registre de la garantie, déposé au bureau de la garantie.
§ 3. Ce registre contient les données à caractère personnel suivantes:
1° pour les personnes physiques :
a) nom ;
b) prénom ;
c) numéro d'identification au Registre national ;
d) numéro d'identification à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
e) adresse de courrier électronique ;
f) le poinçon, s'il s'agit d'un fabricant ou d'un essayeur du commerce ;
g) un extrait de casier judiciaire, s'il s'agit d'un racheteur en métaux précieux ou d'un essayeur du commerce ;
2° pour les personnes morales :
a) raison sociale ;
b) adresse du siège ;
c) numéro d'identification à la Banque-Carrefour des Entreprises ;
d) nom de l'administrateur ;
e) prénom de l'administrateur ;
f) adresse de résidence de l'administrateur ;
g) adresse de courrier électronique de la personne morale ;
h) le poinçon, s'il s'agit d'un fabricant ou d'un essayeur du commerce ;
i) un extrait de casier judiciaire de l'administrateur, s'il s'agit d'un racheteur en métaux précieux ou d'un essayeur du commerce.
Lorsque les fabricants, essayeurs du commerce ou racheteurs en métaux précieux sont des personnes physiques, la finalité spécifique pour laquelle leur adresse de courrier électronique est susceptible d'être enregistrée est limitée à l'envoi de notifications lorsqu'un nouveau message est envoyé via l'application sécurisée visée à l'article 15, § 8.
Par dérogation à l'alinéa 2, un message peut être envoyé à leur adresse de courrier électronique si l'application sécurisée ne permet pas l'échange de messages pour des raisons techniques ou de force majeure.
§ 4. La Monnaie royale de Belgique est autorisée à traiter les données de l'extrait de casier judiciaire pour tout racheteur en métaux précieux, en vue de vérifier l'absence de condamnations conformément au paragraphe 9, alinéa 2, 3°, et pour tout essayeur du commerce, en vue de vérifier la condition énoncée à l'article 5, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté royal du 18 janvier 1990 portant modalités d'exécution de la loi du 11 août 1987 relative à la garantie des ouvrages en métaux précieux.
Cet extrait est limité aux condamnations relatives aux infractions visées à l'article 1er, a) à f), de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités.
§ 5. La Monnaie royale de Belgique traite les données à caractère personnel visées au paragraphe 3 aux fins de :
1° protection des consommateurs, afin de garantir la traçabilité des objets en métaux précieux, au moyen du poinçon ;
2° l'enregistrement et la conservation de ces données à caractère personnel à des fins de lutte contre la fraude, en permettant des contrôles par les autorités compétentes en vertu de l'article 25, visant à prévenir et à réprimer les infractions telles que le recel et l'escroquerie.
§ 6. Les données du registre sont conservées tant que la personne exerce son activité professionnelle, puis pour une période maximum de dix ans après la cessation définitive de son activité professionnelle, sauf pour l'extrait de casier judiciaire qui est conservé maximum un an après l'inscription du racheteur en métaux précieux et de l'essayeur du commerce au registre du bureau de la garantie.
§ 7. Le Service Public Fédéral Finances, représenté par le président du Comité de Direction, est le responsable du traitement au sens du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE et de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel, pour le traitement des données à caractère personnel qu'il collecte, traite et conserve en vertu du paragraphe 3.
§ 8. La Monnaie royale de Belgique met à disposition de tout fabricant, essayeur du commerce ou racheteur en métaux précieux, une application électronique sécurisée permettant l'inscription au registre visé au paragraphe 2.
Le registre est accessible aux agents de la Monnaie royale de Belgique, de la police et de l'Inspection économique, dans le cadre de leurs missions respectives.
Chaque personne physique et chaque personne morale, inscrites dans le registre, a également accès à son propre dossier.
Le Roi détermine les modalités d'inscription et d'accès au registre.
§ 9. Par racheteur en métaux précieux, il faut entendre toute entreprise au sens de l'article I.1 du Code de droit économique qui propose au consommateur le rachat d'ouvrages en métaux précieux.
Le racheteur en métaux précieux doit :
1° posséder et utiliser une balance conforme aux exigences légales relatives aux instruments de mesure, et en particulier aux instruments de pesage ;
2° afficher de manière visible des taux de rachat pour les divers métaux précieux ;
3° avoir un casier judiciaire ne comportant aucune condamnation par suite d'une des infractions visées à l'article 1er, a) à f), de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités."
Art. 149. In dezelfde wet wordt een artikel 15/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 15/1. Om een nauwkeurige en correcte identificatie mogelijk te maken, wordt elke natuurlijke persoon die zich wenst in te schrijven in het waarborgregister als fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen, geïdentificeerd op basis van zijn identificatienummer in het Rijksregister."
"Art. 15/1. Om een nauwkeurige en correcte identificatie mogelijk te maken, wordt elke natuurlijke persoon die zich wenst in te schrijven in het waarborgregister als fabrikant, handelskeurmeester of opkoper van edele metalen, geïdentificeerd op basis van zijn identificatienummer in het Rijksregister."
Art. 149. Dans la même loi, il est inséré un article 15/1 rédigé comme suit :
"Art. 15/1. Dans le but de permettre une identification précise et correcte, toute personne physique qui souhaite s'inscrire au registre de la garantie, en tant que fabricant, essayeur du commerce ou racheteur en métaux précieux, est identifiée sur la base de son numéro d'identification au Registre national."
"Art. 15/1. Dans le but de permettre une identification précise et correcte, toute personne physique qui souhaite s'inscrire au registre de la garantie, en tant que fabricant, essayeur du commerce ou racheteur en métaux précieux, est identifiée sur la base de son numéro d'identification au Registre national."
Art. 150. In dezelfde wet wordt een artikel 15/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 15/2. § 1. Het gebruik van de applicatie bedoeld in artikel 15, § 8, is verplicht.
Elke communicatie tussen de Koninklijke Munt van België en natuurlijke of rechtspersonen die handelen in het kader van hun beroepsactiviteiten, gebeurt via de elektronische diensten die ter beschikking worden gesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 2. Paragraaf 1 is van toepassing tot de inwerkingtreding van alle bepalingen van hoofdstuk 16 van de wet van 12 mei 2024 tot digitalisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, de bedrijven, de rechtspersonen en bepaalde derden en tot opheffing van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten."
"Art. 15/2. § 1. Het gebruik van de applicatie bedoeld in artikel 15, § 8, is verplicht.
Elke communicatie tussen de Koninklijke Munt van België en natuurlijke of rechtspersonen die handelen in het kader van hun beroepsactiviteiten, gebeurt via de elektronische diensten die ter beschikking worden gesteld door de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 2. Paragraaf 1 is van toepassing tot de inwerkingtreding van alle bepalingen van hoofdstuk 16 van de wet van 12 mei 2024 tot digitalisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, de bedrijven, de rechtspersonen en bepaalde derden en tot opheffing van de wet van 26 januari 2021 betreffende de dematerialisatie van de relaties tussen de Federale Overheidsdienst Financiën, de burgers, rechtspersonen en bepaalde derden en tot wijziging van diverse fiscale wetboeken en wetten."
Art. 150. Dans la même loi, il est inséré un article 15/2 rédigé comme suit :
"Art. 15/2. § 1er. L'utilisation de l'application visée à l'article 15, § 8, est obligatoire.
Toute communication entre la Monnaie royale de Belgique et les personnes physiques ou morales agissant dans le cadre de leurs activités professionnelles s'effectue au moyen de services électroniques mis à disposition par le Service public fédéral Finances.
§ 2. Le paragraphe 1er s'applique jusqu'à l'entrée en vigueur de l'ensemble des dispositions du chapitre 16 de la loi du 12 mai 2024 visant à digitaliser les relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, les entreprises, les personnes morales et certains tiers et abrogeant la loi du 26 janvier 2021 sur la dématérialisation des relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales."
"Art. 15/2. § 1er. L'utilisation de l'application visée à l'article 15, § 8, est obligatoire.
Toute communication entre la Monnaie royale de Belgique et les personnes physiques ou morales agissant dans le cadre de leurs activités professionnelles s'effectue au moyen de services électroniques mis à disposition par le Service public fédéral Finances.
§ 2. Le paragraphe 1er s'applique jusqu'à l'entrée en vigueur de l'ensemble des dispositions du chapitre 16 de la loi du 12 mai 2024 visant à digitaliser les relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, les entreprises, les personnes morales et certains tiers et abrogeant la loi du 26 janvier 2021 sur la dématérialisation des relations entre le Service public fédéral Finances, les citoyens, personnes morales et certains tiers, et modifiant différents codes fiscaux et lois fiscales."
TITEL II. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 2 AUGUSTUS 2002 BETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
TITRE II. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 2 AOUT 2002 RELATIVE A LA SURVEILLANCE DU SECTEUR FINANCIER ET AUX SERVICES FINANCIERS
Art. 151. In artikel 25 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 2 mei 2019, wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidende:
" § 2/1. Als een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap uitstelt op grond van artikel 17, lid 4, van Verordening 596/2014, stelt hij de FSMA onmiddellijk nadat de informatie openbaar is gemaakt, op de hoogte van het uitstel van de openbaarmaking en van de datum waarop is beslist om de openbaarmaking uit te stellen. De FSMA kan de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt vragen te verantwoorden op welke wijze aan de in artikel 17, lid 4, van Verordening 596/2014 opgenomen voorwaarden is voldaan."
" § 2/1. Als een uitgevende instelling of een deelnemer aan een emissierechtenmarkt de openbaarmaking van voorwetenschap uitstelt op grond van artikel 17, lid 4, van Verordening 596/2014, stelt hij de FSMA onmiddellijk nadat de informatie openbaar is gemaakt, op de hoogte van het uitstel van de openbaarmaking en van de datum waarop is beslist om de openbaarmaking uit te stellen. De FSMA kan de uitgevende instelling of de deelnemer aan de emissierechtenmarkt vragen te verantwoorden op welke wijze aan de in artikel 17, lid 4, van Verordening 596/2014 opgenomen voorwaarden is voldaan."
Art. 151. Dans l'article 25 de la loi du 2 août 2002 relative à la surveillance du secteur financier et aux services financiers, modifié en dernier lieu par la loi du 2 mai 2019, il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
" § 2/1. Lorsqu'un émetteur ou un participant au marché des quotas d'émission diffère la publication d'une information privilégiée au titre de l'article 17, paragraphe 4, du règlement 596/2014, il informe la FSMA, immédiatement après la publication de l'information, du fait que la publication a été différée et de la date à laquelle la décision de report a été prise. La FSMA peut demander à l'émetteur ou au participant au marché des quotas d'émission de justifier la manière dont les conditions énoncées à l'article 17, paragraphe 4, du règlement 596/2014 ont été respectées."
" § 2/1. Lorsqu'un émetteur ou un participant au marché des quotas d'émission diffère la publication d'une information privilégiée au titre de l'article 17, paragraphe 4, du règlement 596/2014, il informe la FSMA, immédiatement après la publication de l'information, du fait que la publication a été différée et de la date à laquelle la décision de report a été prise. La FSMA peut demander à l'émetteur ou au participant au marché des quotas d'émission de justifier la manière dont les conditions énoncées à l'article 17, paragraphe 4, du règlement 596/2014 ont été respectées."
Art. 152. In artikel 87bis van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 juli 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheervennootschappen van openbare AICB's, kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht, en de in België gevestigde bijkantoren van dergelijke instellingen die ressorteren onder het recht van derde Staten, stellen één of meer complianceofficers die de passende kennis en ervaring bezitten, aan voor de naleving van de volgende bepalingen die op hen van toepassing zijn:
a) artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
b) de artikelen 218, 219 en 220 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, artikel 201 van dezelfde wet;
c) de artikelen 37, 38, 39, 44 tot 46, en 330 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 26 tot 28, 36, 47, en 319 van dezelfde wet.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden ", vorming en professionele eerbaarheid" vervangen door de woorden "en vorming".
1° in paragraaf 1, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 april 2014, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De beleggingsondernemingen, beheervennootschappen van instellingen voor collectieve belegging, beheervennootschappen van openbare AICB's, kredietinstellingen en verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht, en de in België gevestigde bijkantoren van dergelijke instellingen die ressorteren onder het recht van derde Staten, stellen één of meer complianceofficers die de passende kennis en ervaring bezitten, aan voor de naleving van de volgende bepalingen die op hen van toepassing zijn:
a) artikel 45, § 1, eerste lid, 3°, en § 2;
b) de artikelen 218, 219 en 220 van de wet van 3 augustus 2012 betreffende de instellingen voor collectieve belegging die voldoen aan de voorwaarden van Richtlijn 2009/65/EG en de instellingen voor belegging in schuldvorderingen, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, artikel 201 van dezelfde wet;
c) de artikelen 37, 38, 39, 44 tot 46, en 330 van de wet van 19 april 2014 betreffende de alternatieve instellingen voor collectieve belegging en hun beheerders, alsook, vanuit het oogpunt van de naleving van de regels die een loyale, billijke en professionele behandeling van de belanghebbende partijen moeten waarborgen, de artikelen 26 tot 28, 36, 47, en 319 van dezelfde wet.";
2° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden ", vorming en professionele eerbaarheid" vervangen door de woorden "en vorming".
Art. 152. A l'article 87bis de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 juillet 2022, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, modifié en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Les entreprises d'investissement, sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, sociétés de gestion d'OPCA publics, établissements de crédit et entreprises d'assurances de droit belge et les succursales établies en Belgique de telles institutions relevant du droit d'Etats tiers désignent un ou plusieurs compliance officers qui possèdent les connaissances et l'expérience adéquates, en vue d'assurer le respect de celles des dispositions suivantes qui leur sont applicables :
a) l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2 ;
b) les articles 218, 219 et 220 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ainsi que, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, de l'article 201 de la même loi ;
c) les articles 37, 38, 39, 44 à 46, et 330 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ainsi que, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, des articles 26 à 28, 36, 47, et 319 de la même loi.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "de formation et d'honorabilité professionnelle" sont remplacés par les mots "et de formation".
1° dans le paragraphe 1er, modifié en dernier lieu par la loi du 19 avril 2014, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
"Les entreprises d'investissement, sociétés de gestion d'organismes de placement collectif, sociétés de gestion d'OPCA publics, établissements de crédit et entreprises d'assurances de droit belge et les succursales établies en Belgique de telles institutions relevant du droit d'Etats tiers désignent un ou plusieurs compliance officers qui possèdent les connaissances et l'expérience adéquates, en vue d'assurer le respect de celles des dispositions suivantes qui leur sont applicables :
a) l'article 45, § 1er, alinéa 1er, 3°, et § 2 ;
b) les articles 218, 219 et 220 de la loi du 3 août 2012 relative aux organismes de placement collectif qui répondent aux conditions de la directive 2009/65/CE et aux organismes de placement en créances ainsi que, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, de l'article 201 de la même loi ;
c) les articles 37, 38, 39, 44 à 46, et 330 de la loi du 19 avril 2014 relative aux organismes de placement collectif alternatifs et à leurs gestionnaires ainsi que, sous l'angle du respect des règles destinées à assurer un traitement honnête, équitable et professionnel des parties intéressées, des articles 26 à 28, 36, 47, et 319 de la même loi.";
2° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots "de formation et d'honorabilité professionnelle" sont remplacés par les mots "et de formation".
TITEL III. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 1 APRIL 2007 OP DE OPENBARE OVERNAMEBIEDINGEN
TITRE III. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 1er AVRIL 2007 RELATIVE AUX OFFRES PUBLIQUES D'ACQUISITION
Art. 153. In artikel 3, § 1, van de wet van 1 april 2007 op de openbare overnamebiedingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 11 juli 2018, wordt de bepaling onder 23° vervangen als volgt:
"23° "Wetboek van vennootschappen en verenigingen" of "WVV": Wetboek van vennootschappen en verenigingen, ingevoerd door de wet van 23 maart 2019;".
"23° "Wetboek van vennootschappen en verenigingen" of "WVV": Wetboek van vennootschappen en verenigingen, ingevoerd door de wet van 23 maart 2019;".
Art. 153. Dans l'article 3, § 1er, de la loi du 1er avril 2007 relative aux offres publiques d'acquisition, modifié en dernier lieu par la loi du 11 juillet 2018, le 23° est remplacé par ce qui suit :
"23° "le Code des sociétés et des associations" ou "CSA": le Code des sociétés et associations introduit par la loi du 23 mars 2019 ;".
"23° "le Code des sociétés et des associations" ou "CSA": le Code des sociétés et associations introduit par la loi du 23 mars 2019 ;".
Art. 154. In artikel 4, § 1, 5°, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 513, § 1, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, WVV.".
Art. 154. Dans l'article 4, § 1er, 5°, de la même loi, les mots "l'article 513, § 1er, C.Soc." sont remplacés par les mots "l'article 7:82, § 1er, CSA.".
Art. 155. In artikel 8, tweede lid, 5°, van dezelfde wet worden de woorden "artikel 513, § 1, W.Venn." vervangen door de woorden "artikel 7:82, § 1, WVV".
Art. 155. Dans l'article 8, alinéa 2, 5°, de la même loi, les mots "l'article 513, § 1er, C.Soc." sont remplacés par les mots "l'article 7:82, § 1er, CSA".
Art. 156. In artikel 35, § 2, eerste lid, van dezelfde wet worden de woorden "artikelen 510, 511, 512, 556, 557, 607 et 620 W.Venn." vervangen door de woorden "artikelen 7:78, 7:79, 7:80, 7:151, 7:152, 7:202 en 7:215 WVV".
Art. 156. Dans l'article 35, § 2, alinéa 1er, de la même loi, les mots "articles 510, 511, 512, 556, 557, 607 et 620 C.Soc." sont remplacés par les mots "articles 7:78, 7:79, 7:80, 7:151, 7:152, 7:202 et 7:215 CSA".
TITEL IV. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 18 SEPTEMBER 2017 TOT VOORKOMING VAN HET WITWASSEN VAN GELD EN DE FINANCIERING VAN TERRORISME EN TOT BEPERKING VAN HET GEBRUIK VAN CONTANTEN
TITRE IV. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 18 SEPTEMBRE 2017 RELATIVE A LA PREVENTION DU BLANCHIMENT DE CAPITAUX ET DU FINANCEMENT DU TERRORISME ET A LA LIMITATION DE L'UTILISATION DES ESPECES
Art. 157. In artikel 4 van de wet van 18 september 2017 tot voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en tot beperking van het gebruik van contanten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2022, wordt een bepaling onder 5° /5 ingevoegd, luidende:
"5° /5 "Verordening 260/2012": Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro's en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009;".
"5° /5 "Verordening 260/2012": Verordening (EU) nr. 260/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 14 maart 2012 tot vaststelling van technische en bedrijfsmatige vereisten voor overmakingen en automatische afschrijvingen in euro's en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 924/2009;".
Art. 157. Dans l'article 4 de la loi du 18 septembre 2017 relative à la prévention du blanchiment de capitaux et du financement du terrorisme et à la limitation de l'utilisation des espèces, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2022, un 5° /5 est inséré, rédigé comme suit :
"5° /5 "Règlement 260/2012": Règlement (UE) n° 260/2012 du Parlement européen et du Conseil du 14 mars 2012 établissant des exigences techniques et commerciales pour les virements et les prélèvements en euros et modifiant le règlement (CE) no 924/2009;".
"5° /5 "Règlement 260/2012": Règlement (UE) n° 260/2012 du Parlement européen et du Conseil du 14 mars 2012 établissant des exigences techniques et commerciales pour les virements et les prélèvements en euros et modifiant le règlement (CE) no 924/2009;".
Art. 158. Artikel 8, § 1, 2°, van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden "evenals aan artikel 5 quinquies van Verordening 260/2012".
Art. 158. L'article 8, § 1er, 2°, de la même loi est complété par les mots "ainsi qu'à l'article 5 quinquies du règlement 260/2012".
Art. 159. In artikel 74, § 1, tweede lid, 4°, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 februari 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "1° tot en met 6° " worden vervangen door de woorden "1° tot en met 5° ";
2° de woorden "en 6° " worden opgeheven.
1° de woorden "1° tot en met 6° " worden vervangen door de woorden "1° tot en met 5° ";
2° de woorden "en 6° " worden opgeheven.
Art. 159. A l'article 74, § 1er, alinéa 2, 4°, de la même loi, inséré par la loi du 8 février 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots "1° à 6° " sont remplacés par les mots "1° à 5° ;
2° les mots "et 6° " sont abrogés.
1° les mots "1° à 6° " sont remplacés par les mots "1° à 5° ;
2° les mots "et 6° " sont abrogés.
Art. 160. In artikel 75, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 februari 2023, wordt de bepaling onder 6° opgeheven.
Art. 160. Dans l'article 75, § 2, de la même loi, remplacé par la loi du 8 février 2023, le 6° est abrogé.
Art. 161. In artikel 132, § 1, 1°, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 20 juli 2020, worden de woorden "of op artikel 5 quinquies van Verordening 260/2012" ingevoegd tussen de woorden "van de Europese verordening betreffende geldovermakingen" en de woorden ", of van de waakzaamheidsplichten".
Art. 161. Dans l'article 132, § 1er, 1°, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 20 juillet 2020, les mots "ou à l'article 5 quinquies du règlement 260/2012," sont insérés entre les mots "du règlement européen relatif aux transferts de fonds" et les mots "ou des devoirs de vigilance".
TITEL V. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 21 NOVEMBER 2017 OVER DE INFRASTRUCTUREN VOOR DE MARKTEN VOOR FINANCIELE INSTRUMENTEN EN HOUDENDE OMZETTING VAN RICHTLIJN 2014/65/UE
TITRE V. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 21 NOVEMBRE 2017 RELATIVE AUX INFRASTRUCTURES DES MARCHES D'INSTRUMENTS FINANCIERS ET PORTANT TRANSPOSITION DE LA DIRECTIVE 2014/65/UE
Art. 162. Artikel 57, § 2, van de wet van 21 november 2017 over de infrastructuren voor de markten voor financiële instrumenten en houdende omzetting van Richtlijn 2014/65/UE wordt opgeheven.
Art. 162. L'article 57, § 2, de la loi du 21 novembre 2017 relative aux infrastructures des marchés d'instruments financiers et portant transposition de la directive 2014/65/UE est abrogé.
TITEL VI. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 11 JULI 2018 OP DE AANBIEDING VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN AAN HET PUBLIEK EN DE TOELATING VAN BELEGGINGSINSTRUMENTEN TOT DE VERHANDELING OP EEN GEREGLEMENTEERDE MARKT
TITRE VI. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 11 JUILLET 2018 RELATIVE AUX OFFRES AU PUBLIC D'INSTRUMENTS DE PLACEMENT ET AUX ADMISSIONS D'INSTRUMENTS DE PLACEMENT A LA NEGOCIATION SUR DES MARCHES REGLEMENTES
Art. 163. In artikel 22 van de wet van 11 juli 2018 op de aanbieding van beleggingsinstrumenten aan het publiek en de toelating van beleggingsinstrumenten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt, gewijzigd bij de wetten van 2 mei 2019 en 23 februari 2022, wordt paragraaf 3 aangevuld met een bepaling onder 3°, luidende:
"3° op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling van aandelen uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen reeds genoteerd zijn op een gereglementeerde markt of een groeimarkt. De betrokken documenten worden uiterlijk op het ogenblik waarop zij openbaar worden gemaakt of verkrijgbaar worden gesteld voor het publiek of voor de bestemmelingen aan de FSMA overgelegd.".
"3° op de reclame en de andere documenten en berichten die betrekking hebben op de aanbieding aan het publiek of de toelating tot de verhandeling van aandelen uitgegeven door een vennootschap waarvan de aandelen reeds genoteerd zijn op een gereglementeerde markt of een groeimarkt. De betrokken documenten worden uiterlijk op het ogenblik waarop zij openbaar worden gemaakt of verkrijgbaar worden gesteld voor het publiek of voor de bestemmelingen aan de FSMA overgelegd.".
Art. 163. Dans l'article 22 de la loi du 11 juillet 2018 relative aux offres au public d'instruments de placement et aux admissions d'instruments de placement à la négociation sur des marchés réglementés, modifié par les lois du 2 mai 2019 et du 23 février 2022, le paragraphe 3 est complété par un 3° rédigé comme suit :
"3° aux communications à caractère promotionnel et autres documents et avis relatifs à l'offre au public ou l'admission à la négociation d'actions émises par une société dont les actions sont déjà cotées sur un marché réglementé ou sur un marché de croissance. Les documents concernés sont communiqués à la FSMA au plus tard au moment où ceux-ci sont publiés ou mis à la disposition du public ou des destinataires.".
"3° aux communications à caractère promotionnel et autres documents et avis relatifs à l'offre au public ou l'admission à la négociation d'actions émises par une société dont les actions sont déjà cotées sur un marché réglementé ou sur un marché de croissance. Les documents concernés sont communiqués à la FSMA au plus tard au moment où ceux-ci sont publiés ou mis à la disposition du public ou des destinataires.".
TITEL VII. - WIJZIGINGEN VAN DE WET VAN 22 APRIL 2019 TOT INVOERING VAN EEN BANKIERSEED EN EEN TUCHTREGELING VOOR DE BANKSECTOR
TITRE VII. - MODIFICATIONS DE LA LOI DU 22 AVRIL 2019 VISANT A INSTAURER UN SERMENT ET UN REGIME DISCIPLINAIRE BANCAIRES
Art. 164. Artikel 5, § 1, van de wet van 22 april 2019 tot invoering van een bankierseed en een tuchtregeling voor de banksector, vervangen bij de wet van 20 december 2023, wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Indien de FSMA, in de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, ernstige aanwijzingen vaststelt van het bestaan van een inbreuk aan de verplichting van eedaflegging overeenkomstig artikel 4, § 1, eerste lid, kan het directiecomité de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, gelasten met het onderzoek van het dossier overeenkomstig dit artikel.".
"Indien de FSMA, in de uitoefening van haar wettelijke opdrachten, ernstige aanwijzingen vaststelt van het bestaan van een inbreuk aan de verplichting van eedaflegging overeenkomstig artikel 4, § 1, eerste lid, kan het directiecomité de auditeur of, in zijn afwezigheid, de adjunct-auditeur, gelasten met het onderzoek van het dossier overeenkomstig dit artikel.".
Art. 164. L'article 5, § 1er, de la loi du 22 avril 2019 visant à instaurer un serment et un régime disciplinaire bancaires, remplacé par la loi du 20 décembre 2023, est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Lorsque la FSMA constate, dans l'exercice de ses missions légales, qu'il existe des indices sérieux de l'existence d'une infraction à l'obligation de prêter serment conformément à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, le comité de direction charge l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint, d'instruire le dossier conformément au présent article.".
"Lorsque la FSMA constate, dans l'exercice de ses missions légales, qu'il existe des indices sérieux de l'existence d'une infraction à l'obligation de prêter serment conformément à l'article 4, § 1er, alinéa 1er, le comité de direction charge l'auditeur ou, en son absence, l'auditeur adjoint, d'instruire le dossier conformément au présent article.".
TITEL VIII. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN ECONOMISCH RECHT
TITRE VIII. - MODIFICATIONS DU CODE DE DROIT ECONOMIQUE
Art. 165. In artikel XV.18, § 1, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 19 april 2004 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de woorden "de artikelen 3 en 5 tot 9" vervangen door de woorden "het artikel 3, de artikelen 5 tot 5 bis, tweede lid, eerste alinea, de artikelen 5 bis, derde lid, tot 5 quater, de artikelen 6 tot 9 en het artikel 15, derde lid, a),".
Art. 165. Dans l'article XV.18, § 1er, du Code de droit économique, inséré par la loi du 19 avril 2004 et modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les mots "des articles 3 et 5 à 9" sont remplacés par les mots "de l'article 3, des articles 5 à 5bis, paragraphe 2, alinéa 1er, des articles 5bis, paragraphe 3, à 5quater, des articles 6 à 9 et de l'article 15, paragraphe 3, a),".
Art. 166. In artikel XV.89, eerste lid, 27°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 juli 2018, worden de woorden "de artikelen 3 en 5 tot 9" vervangen door de woorden "het artikel 3, de artikelen 5 tot 5bis, tweede lid, eerste alinea, de artikelen 5bis, derde lid tot 5quater, de artikelen 6 tot 9 en het artikel 15, derde lid, a),".
Art. 166. Dans l'article XV.89, alinéa 1er, 27°, du même Code, inséré par la loi du 19 juillet 2018, les mots "des articles 3 et 5 à 9" sont remplacés par les mots "de l'article 3, des articles 5 à 5 bis, paragraphe 2, alinéa 1er, des articles 5bis, paragraphe 3, à 5quater, des articles 6 à 9 et de l'article 15, paragraphe 3, a),".
TITEL IX. - WIJZIGINGEN VAN HET WETBOEK VAN VENNOOTSCHAPPEN EN VERENIGINGEN
TITRE IX. - MODIFICATIONS DU CODE DES SOCIETES ET DES ASSOCIATIONS
Art. 167. In artikel 7:127, § 1, van het Wetboek van Vennoot-schappen en Verenigingen, gewijzigd bij de wet van 28 april 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"In afwijking van het eerste lid, gebeurt in vennootschappen waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een multilaterale handelsfaciliteit die over een website beschikken met een afzonderlijk geactualiseerd deel voorbehouden voor financiële informatie dat voor iedereen vrij, gemakkelijk en gratis toegankelijk is, de oproeping door middel van een aankondiging die ten minste vijftien dagen vóór de vergadering wordt geplaatst:
1° in media waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij kunnen zorgen voor een doeltreffende verspreiding van de informatie bij het publiek in België en die snel en op niet-discriminerende wijze toegankelijk is;
2° op de vennootschapswebsite.";
2° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "het eerste en het tweede lid";
3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "eerste of tweede lid" vervangen door de woorden "eerste, tweede of derde lid".
1° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"In afwijking van het eerste lid, gebeurt in vennootschappen waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een multilaterale handelsfaciliteit die over een website beschikken met een afzonderlijk geactualiseerd deel voorbehouden voor financiële informatie dat voor iedereen vrij, gemakkelijk en gratis toegankelijk is, de oproeping door middel van een aankondiging die ten minste vijftien dagen vóór de vergadering wordt geplaatst:
1° in media waarvan redelijkerwijze mag worden aangenomen dat zij kunnen zorgen voor een doeltreffende verspreiding van de informatie bij het publiek in België en die snel en op niet-discriminerende wijze toegankelijk is;
2° op de vennootschapswebsite.";
2° in het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "het eerste lid" vervangen door de woorden "het eerste en het tweede lid";
3° in het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, worden de woorden "eerste of tweede lid" vervangen door de woorden "eerste, tweede of derde lid".
Art. 167. A l'article 7:127, § 1er, du Code des sociétés et des associations, modifié par la loi du 28 avril 2020, les modifications suivantes sont apportées :
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Par dérogation à l'alinéa 1er, en ce qui concerne les sociétés dont les actions sont admises aux négociations sur un système multilatéral de négociation et qui disposent d'un site internet comportant une partie distincte, mise à jour, réservée aux informations financières, et accessible librement, facilement et gratuitement pour tous est d'application, la convocation est faite par une annonce insérée au moins quinze jours avant l'assemblée :
1° dans des médias dont on peut raisonnablement attendre une diffusion efficace des informations auprès du public en Belgique et qui sont accessibles rapidement et de manière non discriminatoire ;
2° sur le site internet de la société." ;
2° dans l'ancien alinéa 2, devenant l'alinéa 3, les mots "à l'alinéa 1er" sont remplacés par les mots "aux alinéas 1er et 2" ;
3° dans l'ancien alinéa 3, devenant l'alinéa 4, les mots "à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2" sont remplacés par les mots "à l'alinéa 1er, à alinéa 2 ou à l'alinéa 3".
1° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2 :
"Par dérogation à l'alinéa 1er, en ce qui concerne les sociétés dont les actions sont admises aux négociations sur un système multilatéral de négociation et qui disposent d'un site internet comportant une partie distincte, mise à jour, réservée aux informations financières, et accessible librement, facilement et gratuitement pour tous est d'application, la convocation est faite par une annonce insérée au moins quinze jours avant l'assemblée :
1° dans des médias dont on peut raisonnablement attendre une diffusion efficace des informations auprès du public en Belgique et qui sont accessibles rapidement et de manière non discriminatoire ;
2° sur le site internet de la société." ;
2° dans l'ancien alinéa 2, devenant l'alinéa 3, les mots "à l'alinéa 1er" sont remplacés par les mots "aux alinéas 1er et 2" ;
3° dans l'ancien alinéa 3, devenant l'alinéa 4, les mots "à l'alinéa 1er ou à l'alinéa 2" sont remplacés par les mots "à l'alinéa 1er, à alinéa 2 ou à l'alinéa 3".
Art. 168. In artikel 7:128, § 1, eerste lid, van hetzelfde wetboek worden de bepalingen onder 1° en 2° opgeheven.
Art. 168. Dans l'article 7:128, § 1er, alinéa 1er, du même code, les 1° et 2° sont abrogés.
BOEK VI. - OPHEFFINGSBEPALING
LIVRE VI. - DISPOSITION ABROGATOIRE
Art. 169. De wet van 26 december 2013 houdende diverse bepalingen inzake de thematische volksleningen, gewijzigd bij de wetten van 18 december 2015 en 13 maart 2016, wordt opgeheven.
Art. 169. La loi du 26 décembre 2013 portant diverses dispositions concernant les prêts-citoyen thématiques, modifié par les lois du 18 décembre 2015 et 13 mars 2016, est abrogée.