Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
28 NOVEMBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers
Titre
28 NOVEMBRE 2025. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă  l'occupation des travailleurs Ă©trangers
Documentinformatie
Numac: 2025009522
Datum: 2025-11-28
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025009522
Date: 2025-11-28
Moniteur: Voir
Tekst (21)
Texte (21)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021 en 8 maart 2024, wordt een punt 19° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "19° /1 VDAB: de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding, opgericht bij het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding";".
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă  l'occupation des travailleurs Ă©trangers, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 janvier 2021 et 8 mars 2024, il est insĂ©rĂ© un point 19° /1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 19° /1 VDAB : l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle, créé par le décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding " (Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle) ; ".
Art. 2. In artikel 12, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 september 2025 worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° punt 1° en 2° worden vervangen door wat volgt:
  "1° tegen de werkgever, de gastentiteit, of hun bestuurders of tegen de mandataris gedurende drie jaar voor de aanvraag een sanctie uitgesproken is op grond van een van de volgende bepalingen:
  a) artikel 12/1, § 1, artikel 12/3, § 1, of artikel 12/4 van de wet van 30 april 1999;
  b) artikel 13/5, en 13/6, § 2, § 4, of § 5, van het decreet houdende sociaalrechtelijk toezicht van 30 april 2004;
  c) artikel 22 van het decreet van 15 oktober 2021 over de uitoefening van zelfstandige beroepsactiviteiten door buitenlandse onderdanen;
  d) artikel 175/1, § 1, artikel 181, § 1, of artikel 181/1 van het Sociaal Strafwetboek;
  e) artikel 229, 232, 233, 234 of 235 van het Sociaal Strafwetboek;
  f) artikel 433quinquies tot en met artikel 433octies van het Strafwetboek;
  2° de werkgever, de gastentiteit, de mandataris of de werknemer gedurende drie jaar voor de aanvraag onjuiste, vervalste of onrechtmatig verkregen gegevens, verklaringen of onrechtmatig verrichte aanpassingen heeft gebruikt bij een aanvraag van een toelating tot arbeid;";
  2° er wordt een punt 10° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "10° het personeelsbestand van de onderneming of de gastentiteit voor meer dan 80% bestaat uit buitenlandse arbeidskrachten met een toelating tot arbeid van bepaalde duur.";
  3° in het derde lid wordt de zinsnede "eerste lid, 7° tot en met 9° " vervangen door de zinsnede "eerste lid, 1°, e) en f), en 7° tot en met 10° ".
Art. 2. A l'article 12, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 septembre 2025, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° les points 1° et 2° sont remplacés par ce qui suit :
  " 1° une sanction a été prononcée à l'encontre de l'employeur, de l'entité d'accueil, de leurs administrateurs ou du mandataire au cours des trois années précédant la demande, sur la base de l'une des dispositions suivantes :
  a) l'article 12/1, § 1er, l'article 12/3, § 1er, ou l'article 12/4 de la loi du 30 avril 1999 ;
  b) l'article 13/5, l'article 13/6, § 2, § 4 ou § 5, du décret du 30 avril 2004 relatif au contrÎle des lois sociales ;
  c) l'article 22 du décret du 15 octobre 2021 sur l'exercice d'activités professionnelles indépendantes par des ressortissants étrangers ;
  d) l'article 175/1, § 1er, l'article 181, § 1er, ou l'article 181/1 du Code pénal social ;
  e) les articles 229, 232, 233, 234 ou 235 du Code pénal social ;
  f) les articles 433quinquies à 433octies du Code pénal ;
  2° lors d'une demande d'autorisation de travail, l'employeur, l'entité d'accueil, le mandataire ou l'employé a utilisé, au cours des trois années précédant la demande, des données ou des déclarations inexactes, falsifiées ou obtenues de maniÚre illicite ou apporté des adaptations de maniÚre illicite ; " ;
  2° il est inséré un point 10°, rédigé comme suit :
  " 10° le personnel de l'entreprise ou de l'entité d'accueil est composé à plus de 80 % de travailleurs étrangers titulaires d'une autorisation de travail de durée déterminée. " ;
  3° à l'alinéa 3, le membre de phrase " alinéa 1er, 7° à 9° " est remplacé par le membre de phrase " alinéa 1er, 1°, e) et f), et 7° à 10° ".
Art. 3. In artikel 13, § 2, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 september 2025, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, inleidende zin, worden de woorden "werkgever of de gastentiteit" vervangen door de zinsnede "werkgever, de gastentiteit of hun bestuurders";
  2° aan het eerste lid, 1°, worden een punt e) en f) toegevoegd, die luiden als volgt:
  "e) artikel 229, 232, 233, 234 of 235 van het Sociaal Strafwetboek;
  f) artikel 433quinquies tot en met artikel 433octies van het Strafwetboek;";
  3° in het derde lid wordt de zinsnede "eerste lid, 4° " vervangen door de zinsnede "eerste lid, 1°, e) en f), en 4° ".
Art. 3. A l'article 13, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 septembre 2025, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, 1°, phrase introductive, les mots " de l'employeur ou de l'entité d'accueil " sont remplacés par le membre de phrase " de l'employeur, de l'entité d'accueil ou de leurs administrateurs " ;
  2° l'alinéa 1er, 1° est complété par des points e) et f), rédigés comme suit :
  " e) les articles 229, 232, 233, 234 ou 235 du Code pénal social ;
  f) les articles 433quinquies à 433octies du Code pénal ; " ;
  3° à l'alinéa 3, le membre de phrase " alinéa 1er, 4° " est remplacé par le membre de phrase " alinéa 1er, 1°, e) et f), et 4° ".
Art. 4. In artikel 16, § 2, eerste lid, 2°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024, worden de woorden "een van" vervangen door het woord "al".
Art. 4. A l'article 16, § 2, alinĂ©a 1er, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024, les mots " une des conditions suivantes " sont remplacĂ©s par les mots " l'ensemble des conditions suivantes ".
Art. 5. In artikel 17, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021 en 8 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden de woorden "en de bezoldiging van de buitenlandse werknemer" vervangen door de woorden "en een hooggekwalificeerde functie uitvoert waarvoor de bezoldiging";
  2° punt 4° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "4° seizoenarbeiders als vermeld in hoofdstuk 8, afdeling 2 van dit besluit;".
Art. 5. A l'article 17, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 8 janvier 2021 et 8 mars 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, les mots " et que la rémunération du travailleur étranger " sont remplacés par les mots " et exerce une fonction hautement qualifiée pour laquelle la rémunération " ;
  2° le point 4° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 4° les travailleurs saisonniers figurant au chapitre 8, section 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ; ".
Art. 6. In artikel 18 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 16, 17 en 19 wordt de toelating tot arbeid van bepaalde duur uitgereikt aan de werkgever die in België gevestigd is, als er geen kandidaat is op de arbeidsmarkt van een lidstaat van de Europese Economische Ruimte die, al dan niet via een beroepsopleiding of individuele beroepsopleiding die nog moet worden gevolgd, geschikt is om de arbeidsplaats in kwestie op een gepaste wijze en binnen een billijke termijn te bekleden.
  De aanvraag voldoet, op straffe van onontvankelijkheid, aan al de volgende voorwaarden:
  1° de functie wordt vermeld op de knelpuntberoepenlijst die de VDAB jaarlijks publiceert;
  2° de functie vereist een kwalificatie van niveau 3 of niveau 4;
  3° de vacature voor de arbeidsplaats is gepubliceerd op de platformen van de VDAB en EURES, gedurende een aaneengesloten periode van minimaal negen weken in de periode van vier maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de aanvraag van een toelating tot arbeid.
  In het tweede lid, 3°, wordt verstaan onder EURES: het Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening als vermeld in verordening (EU) 2016/589 van het Europees Parlement en de Raad van 13 april 2016 inzake een Europees netwerk van diensten voor arbeidsvoorziening (EURES), de toegang van werknemers tot mobiliteitsdiensten en de verdere integratie van de arbeidsmarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 492/2011 en (EU) nr. 1296/2013.
  Bij de beoordeling door de bevoegde overheid van de vereisten, vermeld in het eerste lid, wordt een geschikte kandidaat vermoed aanwezig te zijn, in elk van de volgende situaties:
  1° de lokale spanningsindicator voor de functie in kwestie is tijdens de volledige periode van vier maanden die onmiddellijk voorafgaan aan de aanvraag van toelating tot arbeid, groter of gelijk aan twaalf;
  2° in de vacature, vermeld in het tweede lid, 3°, staan de gevraagde kwalificaties niet in verhouding tot de uit te voeren functie;
  3° de werkgever verleent tijdens de vacature, vermeld in het tweede lid, 3°, geen medewerking bij de bemiddeling door VDAB.
  In het vierde lid, 1°, wordt verstaan onder lokale spanningsindicator: het getal dat de verhouding weergeeft tussen het aantal werkzoekenden zonder werk, in bemiddeling, en het aantal beschikbare vacatures voor een bepaalde functie in het Vlaamse Gewest, die de VDAB maandelijks berekent en bekendmaakt.
  De bevoegde overheid kan bij de beoordeling van de vereisten, vermeld in het eerste lid, advies vragen aan de VDAB. Het advies van de VDAB wordt binnen acht dagen nadat de VDAB de adviesaanvraag heeft ontvangen, aan de bevoegde overheid bezorgd.";
  2° in paragraaf 2 worden tussen het tweede en derde lid drie leden ingevoegd die luiden als volgt:
  "Bij de beoordeling van het structureel tekort houdt de minister rekening met al de volgende elementen:
  1° het aantal openstaande vacatures op de arbeidsmarkt;
  2° de oorzaak en de duurtijd van het tekort;
  3° de beschikbare arbeidsreserve.
  De minister kan rekening houden met het aanbod van beroepsopleidingen en de geografische spreiding van de tekorten.
  Bij indicaties dat een sector meer dan gemiddeld onderhevig is aan misbruiken, kunnen functies binnen die sector geweerd worden uit de lijst.
  Bij indicaties dat buitenlandse arbeidskrachten niet kunnen voldoen aan essentiële vereisten voor de uitoefening van of voor de toegang tot het beroep, kunnen functies geweerd worden uit de lijst.".
Art. 6. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Sans préjudice de l'application des articles 16, 17 et 19, l'autorisation de travail à durée déterminée est délivrée à l'employeur établi en Belgique, lorsqu'aucun candidat sur le marché du travail d'un Etat membre de l'Espace économique européen n'est apte à occuper le poste en question de maniÚre adéquate et dans un délai raisonnable, éventuellement dans la perspective d'une formation professionnelle ou d'une formation professionnelle individuelle encore à suivre.
  Sous peine d'irrecevabilité, la demande remplit l'ensemble des conditions suivantes :
  1° la fonction figure sur la liste des professions en pénurie, publiée annuellement par le VDAB ;
  2° la fonction requiert une qualification de niveau 3 ou 4 ;
  3° l'offre d'emploi en question a été publiée sur les plateformes du VDAB et d'EURES pendant une période ininterrompue d'au moins neuf semaines au cours des quatre mois précédant immédiatement la demande d'autorisation de travail.
  A l'alinéa 2, 3°, on entend par EURES : le réseau européen des services de l'emploi tel que visé au rÚglement 2016/589 (UE) du Parlement européen et du Conseil du 13 avril 2016 relatif à un réseau européen des services de l'emploi (EURES), à l'accÚs des travailleurs aux services de mobilité et à la poursuite de l'intégration des marchés du travail, et modifiant les rÚglements (UE) n° 492/2011 et (UE) n° 1296/2013.
  Lors de l'évaluation par l'autorité compétente des exigences énoncées à l'alinéa 1er, un candidat approprié est présumé exister dans chacune des situations suivantes :
  1° l'indice de tension locale pour le poste en question est supérieur ou égal à douze pendant toute la période de quatre mois précédant immédiatement la demande d'autorisation de travail ;
  2° dans l'offre d'emploi figurant à l'alinéa 2, 3°, les qualifications requises ne sont pas proportionnées à la fonction à exercer ;
  3° l'employeur ne fait pas preuve de coopération avec le VDAB dans le cadre de la médiation pendant la durée de l'offre d'emploi figurant à l'alinéa 2, 3°.
  A l'alinéa 4, 1°, on entend par indice de tension locale : le chiffre, calculé et publié chaque mois par le VDAB, qui reflÚte le rapport entre le nombre de demandeurs d'emploi sans emploi, en médiation, et le nombre d'offres d'emploi disponibles pour une fonction déterminée dans la Région flamande.
  Lors de l'évaluation des conditions requises, énoncées à l'alinéa 1er, l'autorité compétente peut demander l'avis du VDAB. L'avis du VDAB est transmis à l'autorité compétente dans les huit jours suivant la réception de la demande d'avis. " ;
  2° au paragraphe 2, entre les alinéas 2 et 3 sont insérés trois alinéas rédigés comme suit :
  " Lors de l'évaluation de la pénurie structurelle, le ministre tient compte de l'ensemble des éléments suivants :
  1° le nombre de postes vacants sur le marché du travail ;
  2° la cause et la durée de la pénurie ;
  3° la réserve de main-d'oeuvre disponible.
  Le ministre peut tenir compte de l'offre des formations professionnelles et de la répartition géographique des pénuries.
  S'il existe des indications qu'un secteur dĂ©terminĂ© est plus que moyennement sujet Ă  des abus, des fonctions au sein de ce secteur peuvent ĂȘtre retirĂ©es de la liste.
  S'il existe des indications que les travailleurs Ă©trangers ne peuvent pas satisfaire aux exigences essentielles pour l'exercice de, ou l'accĂšs Ă  la profession, des fonctions peuvent ĂȘtre retirĂ©es de la liste. ".
Art. 7. In artikel 22 van hetzelfde besluit wordt een derde lid ingevoegd dat luidt als volgt:
  "De bepalingen van deze afdeling gelden voor elke aanvraag van een toelating tot arbeid ingediend overeenkomstig hoofdstuk 9 of hoofdstuk 10 van dit besluit.".
Art. 7. A l'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un alinĂ©a 3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Les dispositions de la prĂ©sente section s'appliquent Ă  toute demande d'autorisation de travail introduite conformĂ©ment au chapitre 9 ou au chapitre 10 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 8. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 23. Een toelating tot arbeid voor seizoenarbeiders wordt toegekend voor maximaal vijf maanden per periode van twaalf maanden, als aan al de volgende voorwaarden voldaan is:
  1° de seizoenarbeider is gebonden door een arbeidsovereenkomst met de werkgever voor seizoenafhankelijke activiteiten in de sectoren landbouw, tuinbouw of horeca;
  2° de uit te voeren functie wordt vermeld op de knelpuntberoepenlijst die de VDAB jaarlijks publiceert.
  De minister kan, na raadpleging van de Adviescommissie voor Economische Migratie, bepaalde functies voor seizoenafhankelijke activiteiten uitsluiten van toelating tot arbeid, als er geen zwaarwichtig tekort aan arbeidskrachten bestaat voor die functies.
  Bij de beoordeling van het zwaarwichtig tekort, vermeld in het tweede lid, houdt de minister rekening met al de volgende elementen:
  1° het aantal openstaande vacatures op de arbeidsmarkt;
  2° de oorzaak van het tekort;
  3° de beschikbare arbeidsreserve.
  De uitsluiting van bepaalde functies voor seizoenafhankelijke activiteiten wordt uiterlijk om de twee jaar herzien.".
Art. 8. L'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 23. L'autorisation de travail pour travailleurs saisonniers est accordée pour une durée maximale de cinq mois par période de douze mois, lorsque les conditions suivantes sont réunies :
  1° le travailleur saisonnier est lié par un contrat de travail avec l'employeur dans le cadre d'activités saisonniÚres dans les secteurs de l'agriculture, de l'horticulture ou de l'horeca ;
  2° la fonction à exercer figure sur la liste des professions en pénurie publiée chaque année par le VDAB.
  AprÚs consultation de la Commission consultative pour la migration économique, le ministre peut exclure certaines fonctions pour des activités saisonniÚres de l'autorisation de travail s'il n'y a pas de pénurie grave de main-d'oeuvre pour ces fonctions.
  Lors de l'évaluation de la pénurie grave figurant à l'alinéa 2, le ministre tient compte de l'ensemble des éléments suivants :
  1° le nombre de postes vacants sur le marché du travail ;
  2° la cause de la pénurie ;
  3° la réserve de main-d'oeuvre disponible.
  L'exclusion de certaines fonctions pour des activités saisonniÚres est réexaminée au plus tard tous les deux ans. ".
Art. 9. In artikel 44 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° aan het eerste lid wordt een punt 4° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "4° een bewijs dat de retributie, vermeld in artikel 81/1, is betaald.";
  2° aan het tweede lid wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° een bewijs dat de retributie, vermeld in artikel 81/1, is betaald.".
Art. 9. A l'article 44 du mĂȘme arrĂȘtĂ© les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 1er est complété par un point 4°, rédigé comme suit :
  " 4° une preuve que la rétribution figurant à l'article 81/1 a été payée. " ;
  2° l'alinéa 2 est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° une preuve que la rétribution figurant à l'article 81/1 a été payée. ".
Art. 10. Aan artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 januari 2021, worden een tweede en een derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "De Belgische arbeidsovereenkomst, vermeld in het eerste lid, 1°, bevat al de volgende elementen:
  1° de persoonlijke gegevens van de werkgever en de werknemer;
  2° de duur en de plaats van de tewerkstelling;
  3° het loon;
  4° het nummer en de naam van het paritair comité waaronder de werkgever ressorteert;
  5° de functie van de werknemer en de classificatie van de functie.
  Op verzoek van de bevoegde overheid legt de werkgever het bewijs van attestering voor door een overheidsdienst of door de diplomatieke of consulaire post van het land waar de buitenlandse werknemer is gevestigd, dat de waarachtigheid van de documenten, vermeld in het eerste lid, 3°, aantoont.".
Art. 10. L'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 janvier 2021, est complĂ©tĂ© par des alinĂ©as 2 et 3, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Le contrat de travail belge, figurant à l'alinéa 1er, 1°, contient l'ensemble des éléments suivants :
  1° les données personnelles de l'employeur et de l'employé ;
  2° la durée et le lieu de l'emploi ;
  3° le salaire ;
  4° le numéro et le nom de la commission paritaire dont relÚve l'employeur ;
  5° la fonction de l'employé et la classification de la fonction.
  Sur demande de l'autoritĂ© compĂ©tente, l'employeur produit l'attestation dĂ©livrĂ©e par un service public ou par la reprĂ©sentation diplomatique ou consulaire du pays oĂč l'employĂ© Ă©tranger est Ă©tabli, afin de dĂ©montrer la vĂ©racitĂ© des documents figurant Ă  l'alinĂ©a 1er, 3°. ".
Art. 11. Artikel 57 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024, wordt vervangen door wat volgt:
  "Voor de werknemers, vermeld in artikel 17, eerste lid, 14°, voegt de werkgever de volgende documenten toe aan het formulier, vermeld in artikel 41:
  1° het bewijs dat het gaat om een erkende geloofsgemeenschap binnen een erkende eredienst;
  2° het bewijs dat de betrokkene bedienaar van de eredienst is. Het bewijs wordt geleverd met een bewijs van aanstelling door de Belgische verantwoordelijke van de erkende eredienst. De duur van de opdracht wordt vermeld op dat bewijs;
  3° het bewijs dat de wedde van de bedienaar van de eredienst ten laste genomen wordt door de Federale Overheidsdienst Justitie in het kader van artikel 181 van de Grondwet en de Wet van 2 augustus 1974 betreffende de wedden van de titularissen van sommige openbare ambten, van de bedienaars van de erkende erediensten en van de afgevaardigden van de Centrale vrijzinnige Raad."
Art. 11. L'article 57 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Pour les employés figurant à l'article 17, alinéa 1er, 14°, l'employeur joint les documents suivants au formulaire figurant à l'article 41 :
  1° la preuve qu'il s'agit d'une communauté religieuse reconnue au sein d'un culte reconnu ;
  2° la preuve que la personne concernée est ministre du culte. La preuve est apportée par une attestation de nomination délivrée par le responsable belge du culte reconnu. La durée de la mission figure sur cette attestation ;
  3° la preuve que le traitement du ministre du culte est pris en charge par le Service public fédéral Justice dans le cadre de l'article 181 de la Constitution et de la loi du 2 août 1974 relative aux traitements des titulaires de certaines fonctions publiques, des ministres des cultes reconnus et des délégués du Conseil central laïque. ".
Art. 12. In artikel 63 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 4°, wordt de zinsnede "in voorkomend geval," opgeheven;
  2° aan het eerste lid wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° stavingsstukken waaruit vruchteloze inspanningen blijken van de werkgever met het oog op de aanwerving van een kandidaat op de arbeidsmarkt, met inbegrip van opleidingsinitiatieven die de werkgever onderneemt om de functie in te vullen.";
  3° tussen het vierde en vijfde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Het document, vermeld in het eerste lid, 5°, is niet vereist voor de aanvraag voor functies waarvoor een structureel tekort bestaat, zoals vermeld in artikel 18, § 2.".
Art. 12. A l'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, 4°, le membre de phrase " le cas échéant, " est abrogé ;
  2° l'alinéa 1er est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° les piÚces justificatives démontrant les efforts infructueux de l'employeur en vue du recrutement d'un candidat sur le marché du travail, y compris les initiatives de formation entreprises par l'employeur pour pourvoir le poste. " ;
  3° entre les alinéas 4 et 5 est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  Le document figurant à l'alinéa 1er, 5°, n'est pas requis pour les demandes qui concernent des postes pour lesquels il existe une pénurie structurelle, figurant à l'article 18, § 2. ".
Art. 13. In artikel 65, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 maart 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden de woorden "de de periode" vervangen door de woorden "de periode";
  2° er wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° een bewijs van betaling van de retributie, vermeld in artikel 81/1.".
Art. 13. A l'article 65, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 mars 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, dans le texte néerlandais, les mots " de de periode " sont remplacés par les mots " de periode " ;
  2° il est inséré un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° une preuve du paiement de la rétribution figurant à l'article 81/1. ".
Art. 14. Aan artikel 76, § 2, van hetzelfde besluit wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met toepassing van het eerste lid wordt een toelating tot arbeid voor een middengeschoolde functie uitgereikt op basis van artikel 18, als de werknemer niet ingeschaald wordt als ongeschoolde arbeidskracht.".
Art. 14. L'article 76, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " En application de l'alinéa 1er, une autorisation de travail pour une fonction moyennement qualifiée est délivrée sur la base de l'article 18, si l'employé n'est pas classé comme travailleur non qualifié. ".
Art. 15. In hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2024, wordt een hoofdstuk 12/1, dat bestaat uit artikel 81/1, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 12/1. Retributie
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 avril 2024, il est insĂ©rĂ© un chapitre 12/1, composĂ© de l'article 81/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Chapitre 12/1. Rétribution
Art. 81/1. § 1. Voor elke aanvraag voor een toelating tot arbeid die is ingediend conform hoofdstuk 9, wordt een retributie betaald.
  § 2. Een aanvraag zonder of met onvolledige betaling van de retributie, vermeld in paragraaf 1, kan aangevuld worden conform artikel 19, § 2, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018.
  Als de betaling van de retributie, vermeld in paragraaf 1, niet of onvolledig is uitgevoerd binnen de termijn van 15 dagen conform artikel 19, § 2, van het samenwerkingsakkoord van 2 februari 2018, wordt de aanvraag afgesloten zonder gevolg.
  Geen enkele terugbetaling van de retributie, vermeld in paragraaf 1, is mogelijk.
  § 3. De minister legt het bedrag van de retributie, vermeld in paragraaf 1, vast. Dat bedrag wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, op basis van het gemiddelde indexcijfer van de consumptieprijsindex van het voorafgaande jaar met als basisindex de index die van toepassing is op 1 januari 2026. Het resultaat van de aanpassing wordt naar boven op de euro afgerond.
  De minister deelt het bedrag van de retributie mee aan de Vlaamse Regering."
Art. 81/1. § 1er. Une rétribution est due pour chaque demande d'autorisation de travail introduite conformément au chapitre 9.
  § 2. En cas de non-paiement ou de paiement incomplet de la rĂ©tribution figurant au paragraphe 1er, la demande en question peut ĂȘtre complĂ©tĂ©e conformĂ©ment Ă  l'article 19, § 2, de l'accord de coopĂ©ration du 2 fĂ©vrier 2018.
  En cas de non-paiement ou de paiement incomplet de la rétribution figurant au paragraphe 1er dans les 15 jours conformément à l'article 19, § 2, de l'accord de coopération du 2 février 2018, la demande est classée sans suite.
  La rétribution figurant au paragraphe 1er n'est en aucun cas remboursable.
  § 3. Le ministre fixe le montant de la rétribution figurant au paragraphe 1er. Ce montant est ajusté chaque année au 1er janvier, en fonction de l'indice moyen des prix à la consommation de l'année précédente, l'indice de base étant celui applicable au 1er janvier 2026. Le résultat de l'ajustement est arrondi à l'euro supérieur.
  Le ministre communique le montant de la rétribution au Gouvernement flamand. ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 16. De aanvragen voor een toelating tot arbeid die zijn ingediend uiterlijk op 31 december 2025, worden beoordeeld conform de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, zoals van kracht vóór 1 januari 2026.
  De toelatingen tot arbeid die toegekend zijn met toepassing van artikel 18, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 december 2018 houdende uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers vóór 1 januari 2026, blijven geldig totdat ze verstrijken. Aanvragen tot hernieuwing van die toelating die zijn ingediend door dezelfde werkgever voor dezelfde functie, worden beoordeeld op basis van de bepalingen zoals van kracht vóór 1 januari 2026.
Art. 16. Les demandes d'autorisation de travail introduites au plus tard le 31 dĂ©cembre 2025 sont Ă©valuĂ©es conformĂ©ment aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă  l'occupation des travailleurs Ă©trangers, tel qu'en vigueur avant le 1er janvier 2026.
  Les autorisations de travail accordĂ©es avant le 1er janvier 2026 en application de l'article 18, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 dĂ©cembre 2018 portant exĂ©cution de la loi du 30 avril 1999 relative Ă  l'occupation des travailleurs Ă©trangers restent valables jusqu'Ă  leur expiration. Les demandes de renouvellement de ces autorisations, introduites par le mĂȘme employeur pour la mĂȘme fonction sont Ă©valuĂ©es sur la base des dispositions telles qu'en vigueur avant le 1er janvier 2026.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026, met uitzondering van de artikelen 9, 13 en 15, die in werking treden op een datum die de Vlaamse minister, bevoegd voor werk, bepaalt.
Art. 17. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2026, Ă  l'exception des articles 9, 13 et 15, qui entrent en vigueur Ă  une date fixĂ©e par le ministre flamand qui a l'emploi dans ses attributions.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre flamand qui a l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.