Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 NOVEMBER 2025. - Wet tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts (I)
Titre
20 NOVEMBRE 2025. - Loi modifiant la loi du 15 mai 2007 relative à la reconnaissance et à la protection de la profession d'expert en automobiles et créant un Institut des experts en automobiles (I)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (66)
Texte (66)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. In de wet van 15 mei 2007 tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts wordt het opschrift van hoofdstuk I vervangen als volgt:
"Algemene bepalingen".
"Algemene bepalingen".
Art. 2. Dans la loi du 15 mai 2007 relative à la reconnaissance et à la protection de la profession d'expert en automobiles et créant un Institut des experts en automobiles, l'intitulé du chapitre Ier est remplacé par ce qui suit:
"Dispositions générales".
"Dispositions générales".
Art. 3. In hoofdstuk I van dezelfde wet wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 1/1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° voertuig:
a) de voertuigen zoals die zijn omschreven in het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, hierna "het koninklijk besluit van 15 maart 1968";
b) de voertuigen zoals die zijn omschreven in het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
c) de speed pedelecs zoals bepaald in artikel 2.17, eerste lid, 3), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
2° wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties: de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties;
3° lidstaat: de lidstaat bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties;
4° lid-titularis: persoon die als effectief ingeschreven is op de ledenlijst van het Instituut van de auto-experts met uitzondering van de stagiairs die als stagiair ingeschreven zijn;
5° lid: lid-titularis of stagiair ingeschreven op de ledenlijst van het Instituut van de auto-experts.
"Art. 1/1. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° voertuig:
a) de voertuigen zoals die zijn omschreven in het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, hierna "het koninklijk besluit van 15 maart 1968";
b) de voertuigen zoals die zijn omschreven in het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen;
c) de speed pedelecs zoals bepaald in artikel 2.17, eerste lid, 3), van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;
2° wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties: de wet van 12 februari 2008 tot instelling van een algemeen kader voor de erkenning van EU-beroepskwalificaties;
3° lidstaat: de lidstaat bedoeld in artikel 2, § 1, l), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties;
4° lid-titularis: persoon die als effectief ingeschreven is op de ledenlijst van het Instituut van de auto-experts met uitzondering van de stagiairs die als stagiair ingeschreven zijn;
5° lid: lid-titularis of stagiair ingeschreven op de ledenlijst van het Instituut van de auto-experts.
Art. 3. Dans le chapitre Ier de la même loi, il est inséré un article 1er/1 rédigé comme suit:
"Art. 1er/1. Pour l'application de la présente loi, l'on entend par:
1° véhicule:
a) les véhicules tels que définis dans l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité, ci-après "l'arrêté royal du 15 mars 1968";
b) les véhicules tels que définis dans l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques;
c) les speed pedelecs au sens de l'article 2.17, alinéa 1er, 3), de l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique;
2° loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles: la loi du 12 février 2008 instaurant un cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles UE;
3° Etat membre: l'Etat membre tel que visé à l'article 2, § 1er, l), de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles;
4° membre titulaire: personne inscrite au tableau de l'Institut des experts en automobiles comme effectif à l'exclusion des stagiaires inscrits comme stagiaire;
5° membre: membre titulaire ou stagiaire inscrit au tableau de l'Institut des experts en automobiles.
"Art. 1er/1. Pour l'application de la présente loi, l'on entend par:
1° véhicule:
a) les véhicules tels que définis dans l'arrêté royal du 15 mars 1968 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les véhicules automobiles et leurs remorques, leurs éléments ainsi que les accessoires de sécurité, ci-après "l'arrêté royal du 15 mars 1968";
b) les véhicules tels que définis dans l'arrêté royal du 10 octobre 1974 portant règlement général sur les conditions techniques auxquelles doivent répondre les cyclomoteurs et les motocyclettes ainsi que leurs remorques;
c) les speed pedelecs au sens de l'article 2.17, alinéa 1er, 3), de l'arrêté royal du 1er décembre 1975 portant règlement général sur la police de la circulation routière et de l'usage de la voie publique;
2° loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles: la loi du 12 février 2008 instaurant un cadre général pour la reconnaissance des qualifications professionnelles UE;
3° Etat membre: l'Etat membre tel que visé à l'article 2, § 1er, l), de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles;
4° membre titulaire: personne inscrite au tableau de l'Institut des experts en automobiles comme effectif à l'exclusion des stagiaires inscrits comme stagiaire;
5° membre: membre titulaire ou stagiaire inscrit au tableau de l'Institut des experts en automobiles.
Art. 4. Artikel 3 van dezelfde wet wordt vervangen als volgt:
"Art. 3. Het Instituut heeft tot doel te voorzien in de bestendige organisatie van een korps van specialisten die bekwaam zijn om de functie van auto-expert te vervullen zoals bepaald in artikel 4, met alle nodige waarborgen inzake bekwaamheid, opleiding, onafhankelijkheid en beroepseer en toezicht uit te oefenen op de correcte uitvoering van de aan de leden toevertrouwde opdrachten."
"Art. 3. Het Instituut heeft tot doel te voorzien in de bestendige organisatie van een korps van specialisten die bekwaam zijn om de functie van auto-expert te vervullen zoals bepaald in artikel 4, met alle nodige waarborgen inzake bekwaamheid, opleiding, onafhankelijkheid en beroepseer en toezicht uit te oefenen op de correcte uitvoering van de aan de leden toevertrouwde opdrachten."
Art. 4. L'article 3 de la même loi est remplacé par ce qui suit:
"Art. 3. L'Institut a pour objet d'assurer l'organisation permanente d'un corps de spécialistes capables de remplir la fonction d'expert en automobiles telle que définie à l'article 4, avec toutes les garanties requises aux points de vue de la compétence, de la formation, de l'indépendance et de la probité professionnelle et de veiller à une exécution correcte des missions confiées à ses membres."
"Art. 3. L'Institut a pour objet d'assurer l'organisation permanente d'un corps de spécialistes capables de remplir la fonction d'expert en automobiles telle que définie à l'article 4, avec toutes les garanties requises aux points de vue de la compétence, de la formation, de l'indépendance et de la probité professionnelle et de veiller à une exécution correcte des missions confiées à ses membres."
Art. 5. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende "Het beroep van auto-expert".
Art. 5. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré une section 1re intitulée "La profession d'expert en automobiles".
Art. 6. Artikel 4 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt vervangen als volgt:
"Art. 4. § 1. De auto-expert heeft als functie de expertise, in ruime zin, van voertuigen.
Het beroep van auto-expert bestaat in het uitoefenen, als zelfstandige, in dienstverband of in statutair verband, van één of meer van de volgende beroepsactiviteiten voor andermans rekening:
1° voertuigen evalueren en nagaan of zij in overeenstemming zijn met de wetten en verordeningen, alsook of de identificatiegegevens en de beschrijving van die voertuigen met de werkelijkheid overeenkomen;
2° elk onderzoek en elke analyse van technische aard uitvoeren om de omstandigheden en de oorzaken van de ongevallen te bepalen waarin een of meer voertuigen betrokken zijn en die toelaten de aansprakelijkheid voor die ongevallen vast te leggen;
3° bepalen in hoeverre de voertuigen aangetast zijn door slijtage, schade, gebreken en averij, alsook welke werkingsgebreken zij vertonen;
4° bepalen waaraan de in de bepaling onder 3° bedoelde tekortkomingen te wijten zijn;
5° ramen welk materieel nadeel de voertuigen door de schade hebben geleden;
6° bepalen hoeveel en welke herstellingswerken nodig zijn om het voertuig in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, de kostprijs ervan ramen en nagaan of ze naar behoren zijn uitgevoerd;
7° technisch inschatten of de immobilisatie van een voertuig gegrond is en de duur ervan bepalen;
8° een met redenen omkleed verslag opstellen over de uitvoering van de toegewezen opdracht.
§ 2. De personen die in een erkend centrum voor autokeuring werken, mogen, in het kader van de opdracht voor technische controle van voertuigen die hen door het koninklijk besluit van 15 maart 1968 wordt toevertrouwd, nagaan of de voertuigen in overeenstemming zijn met de eisen bepaald door of krachtens de wet, alsook of de identificatiegegevens en de beschrijving van die voertuigen met de werkelijkheid overeenkomen, zonder zich in te schrijven op de ledenlijst."
"Art. 4. § 1. De auto-expert heeft als functie de expertise, in ruime zin, van voertuigen.
Het beroep van auto-expert bestaat in het uitoefenen, als zelfstandige, in dienstverband of in statutair verband, van één of meer van de volgende beroepsactiviteiten voor andermans rekening:
1° voertuigen evalueren en nagaan of zij in overeenstemming zijn met de wetten en verordeningen, alsook of de identificatiegegevens en de beschrijving van die voertuigen met de werkelijkheid overeenkomen;
2° elk onderzoek en elke analyse van technische aard uitvoeren om de omstandigheden en de oorzaken van de ongevallen te bepalen waarin een of meer voertuigen betrokken zijn en die toelaten de aansprakelijkheid voor die ongevallen vast te leggen;
3° bepalen in hoeverre de voertuigen aangetast zijn door slijtage, schade, gebreken en averij, alsook welke werkingsgebreken zij vertonen;
4° bepalen waaraan de in de bepaling onder 3° bedoelde tekortkomingen te wijten zijn;
5° ramen welk materieel nadeel de voertuigen door de schade hebben geleden;
6° bepalen hoeveel en welke herstellingswerken nodig zijn om het voertuig in zijn oorspronkelijke staat te herstellen, de kostprijs ervan ramen en nagaan of ze naar behoren zijn uitgevoerd;
7° technisch inschatten of de immobilisatie van een voertuig gegrond is en de duur ervan bepalen;
8° een met redenen omkleed verslag opstellen over de uitvoering van de toegewezen opdracht.
§ 2. De personen die in een erkend centrum voor autokeuring werken, mogen, in het kader van de opdracht voor technische controle van voertuigen die hen door het koninklijk besluit van 15 maart 1968 wordt toevertrouwd, nagaan of de voertuigen in overeenstemming zijn met de eisen bepaald door of krachtens de wet, alsook of de identificatiegegevens en de beschrijving van die voertuigen met de werkelijkheid overeenkomen, zonder zich in te schrijven op de ledenlijst."
Art. 6. L'article 4 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 4. § 1er. L'expert en automobiles a pour fonction l'expertise au sens large de véhicules.
La profession d'expert en automobiles consiste en l'exercice, sous le statut d'indépendant, de salarié ou de statutaire, d'une ou plusieurs des activités professionnelles suivantes pour le compte d'autrui:
1° l'évaluation des véhicules et la vérification de leur conformité aux lois et règlements ainsi que l'identification et la description de ces véhicules;
2° toute recherche et toute analyse de nature technique susceptible de déterminer les circonstances et les causes des sinistres dans lesquels sont impliqués un ou plusieurs véhicules et permettant la détermination des responsabilités qui y sont liées;
3° la détermination de l'usure, des dommages, vices et avaries ainsi que des anomalies de fonctionnement dont les véhicules sont affectés;
4° la détermination des causes des éléments visés au 3° ;
5° l'estimation du préjudice matériel subi du fait des dommages aux véhicules;
6° la détermination des travaux et modes de réparation propres à assurer la mise ou la remise en état d'un véhicule, l'estimation de leur coût et la vérification de leur bonne exécution;
7° l'appréciation technique du bien-fondé de l'immobilisation d'un véhicule et la détermination de la durée de celle-ci;
8° la rédaction d'un rapport motivé d'exécution de la mission confiée.
§ 2. Les personnes qui travaillent dans un centre agréé de contrôle technique peuvent exercer, dans le cadre de leur mission de contrôle technique des véhicules qui leur est confiée par l'arrêté royal du 15 mars 1968, les activités de vérification de conformité des véhicules aux exigences prévues par ou en vertu de la loi ainsi que d'identification et de description de ces véhicules, sans s'inscrire au tableau."
"Art. 4. § 1er. L'expert en automobiles a pour fonction l'expertise au sens large de véhicules.
La profession d'expert en automobiles consiste en l'exercice, sous le statut d'indépendant, de salarié ou de statutaire, d'une ou plusieurs des activités professionnelles suivantes pour le compte d'autrui:
1° l'évaluation des véhicules et la vérification de leur conformité aux lois et règlements ainsi que l'identification et la description de ces véhicules;
2° toute recherche et toute analyse de nature technique susceptible de déterminer les circonstances et les causes des sinistres dans lesquels sont impliqués un ou plusieurs véhicules et permettant la détermination des responsabilités qui y sont liées;
3° la détermination de l'usure, des dommages, vices et avaries ainsi que des anomalies de fonctionnement dont les véhicules sont affectés;
4° la détermination des causes des éléments visés au 3° ;
5° l'estimation du préjudice matériel subi du fait des dommages aux véhicules;
6° la détermination des travaux et modes de réparation propres à assurer la mise ou la remise en état d'un véhicule, l'estimation de leur coût et la vérification de leur bonne exécution;
7° l'appréciation technique du bien-fondé de l'immobilisation d'un véhicule et la détermination de la durée de celle-ci;
8° la rédaction d'un rapport motivé d'exécution de la mission confiée.
§ 2. Les personnes qui travaillent dans un centre agréé de contrôle technique peuvent exercer, dans le cadre de leur mission de contrôle technique des véhicules qui leur est confiée par l'arrêté royal du 15 mars 1968, les activités de vérification de conformité des véhicules aux exigences prévues par ou en vertu de la loi ainsi que d'identification et de description de ces véhicules, sans s'inscrire au tableau."
Art. 7. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt na artikel 4 een afdeling 2 ingevoegd, luidende "Inschrijving op de ledenlijst".
Art. 7. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré, après l'article 4, une section 2 intitulée "Inscription au tableau".
Art. 8. Artikel 5 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, wordt vervangen als volgt:
"Art. 5. § 1. Er wordt binnen het Instituut een ledenlijst bijgehouden. De personen die op de ledenlijst zijn ingeschreven als lid-titularis of als stagiair hebben de hoedanigheid van lid van het Instituut. De ledenlijst wordt gepubliceerd en bijgehouden op de website van het Instituut en is publiek toegankelijk.
§ 2. Elke natuurlijke persoon die erom verzoekt, wordt als lid-titularis ingeschreven op de ledenlijst indien hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° betrouwbaar zijn, wat betekent:
a) niet ontzet zijn uit zijn burgerlijke en politieke rechten;
b) niet in staat van faillissement zijn of verklaard geweest zijn zonder eerherstel te hebben bekomen;
c) geen, zelfs voorwaardelijke, gevangenisstraf van ten minste drie maanden hebben opgelopen voor:
i) één van de misdrijven bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;
ii) een inbreuk op de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven;
iii) een inbreuk op boek XIII van het Wetboek van economisch recht;
iv) een inbreuk op het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
v) een inbreuk op de fiscale wetgeving;
2° één van de volgende bewijzen van beroepskwalificatie leveren:
a) het bewijs dat de beroepsactiviteit van auto-expert voorafgaandelijk in een andere lidstaat dan België als onderdaan van een lidstaat werd uitgeoefend, overeenkomstig artikel 21 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties;
b) een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in titel III, hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 betreffende beroepskwalificaties, aan de aanvrager afgeleverd door een andere lidstaat dan België, onderdaan van een lidstaat en die beantwoordt aan de voorwaarden vastgelegd in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel met toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties;
c) één van de volgende titels erkend door de Franse Gemeenschap:
i) een diploma "bachelier en automobile";
ii) een diploma "bachelier en électromécanique";
iii) een diploma "bachelier en mécatronique et robotique";
iv) een diploma "master en sciences industrielles";
v) een diploma "master en sciences de l'ingénieur industriel";
vi) een diploma "master en sciences de l'ingénieur civil";
d) één van de volgende titels erkend door de Vlaamse Gemeenschap:
i) een diploma HBO5 Auto-expertise;
ii) een diploma HBO5 Motorvoertuigtechnieken;
iii) een diploma HBO5 Autotechnicus;
iv) een diploma van bachelor in de autotechnologie;
v) een diploma van bachelor in de elektromechanica;
vi) een diploma van master in de ingenieurs wetenschappen;
vii) een diploma van master in de industriële wetenschappen;
e) een diploma uitgereikt door elke andere instelling van een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de instellingen die de voormelde diploma's uitreiken en die erkend zijn door de Koning, na advies van de raad van het Instituut;
f) een diploma van een vergelijkbaar niveau erkend door de Koning na advies van de raad van het Instituut en de Franse, Vlaamse of Duitstalige Gemeenschap;
g) de Belgische diploma's die toegang gaven tot het beroep of de titel van auto-expert en die werden afgeleverd voor de inwerkingtreding van de wet van 20 november 2025 tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts;
h) de in een derde land in dezelfde disciplines uitgereikte titels, niet bedoeld in b), mits hun gelijkwaardigheid vooraf door de bevoegde Belgische overheid is erkend en voor zover, wat de onderdanen van derde landen betreft, het derde land het voordeel van de wederkerigheid inzake de toegang tot het beroep aan de auto-experts heeft verleend. De Koning kan de raad van het Instituut machtigen om, in individuele gevallen, gelijkwaardige diploma's uitgereikt in een derde land te aanvaarden;
i) een relevante beroepservaring die voortvloeit uit de uitoefening gedurende ten minste zes jaar voltijds gedurende de laatste tien jaar van een of meer beroepsactiviteiten als bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid. De aanvrager bewijst deze ervaring met alle bewijsmiddelen. De bevoegde kamer van de raad van het Instituut beoordeelt de relevantie van deze ervaring;
3° voor de aanvrager die zijn beroepskwalificatie bewijst aan de hand van de in 2°, c) tot h), bedoelde titels, of aan de hand van de ervaring bedoeld in 2°, i), de bij het stagereglement georganiseerde stage met succes hebben voltooid, of ervan vrijgesteld zijn door een wettelijke of reglementaire bepaling;
4° voor de aanvrager die zijn beroepskwalificatie bewijst aan de hand van de stukken bedoeld in 2°, b), en die valt onder één van de gevallen bedoeld in artikel 16, § 1, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, het bewijs de door het Instituut georganiseerde aanpassingsstage te hebben doorlopen of de door het Instituut georganiseerde proeve van bekwaamheid te hebben afgelegd, volgens de nadere regels bedoeld in paragraaf 3.
Het verbod tot inschrijving als gevolg van de in het eerste lid, 1°, bedoelde gevallen geldt gedurende een periode:
a) van vijftien jaar voor de in het eerste lid, 1°, a), bedoelde situatie, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van de ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten;
b) van tien jaar voor de in het eerste lid, 1°, b), bedoelde situatie, te rekenen vanaf de staat van faillissement of de faillietverklaring zonder eerherstel;
c) van vijftien jaar voor de in het eerste lid, 1°, c), bedoelde situatie, te rekenen vanaf de datum van het in kracht van gewijsde getreden vonnis of arrest.
De Koning kan aan de lijst van diploma's bedoeld in het eerste lid, 2°, c) en d), diploma's toevoegen die na advies van de raad van het Instituut vergelijkbaar werden verklaard of die zijn afgeleverd door een instelling die vergelijkbaar werd verklaard, na advies van de raad van het Instituut en de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap. Hij kan de lijst en de benamingen van de diploma's ook wijzigen of diploma's van de lijst schrappen op basis van een advies van de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap.
§ 3. De onderdanen van een lidstaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, a) of b), zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten bepaald in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onverminderd de bepalingen bepaald door of krachtens deze wet.
Indien overwogen wordt om van de aanvrager die houder is van een bekwaamheidsattest of van een opleidingstitel bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, b), te eisen dat hij een aanpassingsstage volbrengt of een proeve van bekwaamheid aflegt, wordt eerst nagegaan of de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties die de aanvrager tijdens zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd, als auto-expert in een lidstaat of derde land heeft verworven, van dien aard zijn dat het wezenlijk verschil in de opleiding daardoor geheel of gedeeltelijk wordt ondervangen.
Het Instituut informeert de aanvrager over de in het tweede lid bedoelde beslissing door vermelding van:
1° het vereiste kwalificatieniveau en het niveau waarover de aanvrager beschikt;
2° de wezenlijke verschillen die de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid rechtvaardigen en de redenen waarom ze niet gecompenseerd kunnen worden door beroepskennis, -vaardigheden en -competenties, die zijn verworven door de aanvrager door beroepservaring of levenslang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.
Het Instituut stuurt een ontvangstbevestiging binnen één maand na de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt hem, in voorkomend geval, mee welk document of documenten ontbreken.
De procedure voor het onderzoek van een aanvraag tot wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties om het beroep van auto-expert uit te oefenen, vindt zo snel mogelijk plaats. Deze procedure wordt door een met redenen omklede beslissing afgesloten, die uiterlijk binnen vier maanden na de indiening van het volledige dossier door de aanvrager wordt genomen.
Tegen de in het vijfde lid bedoelde beslissing of tegen het uitblijven ervan kan beroep ingesteld worden bij de beroepscommissie.
De nadere regels voor de aanpassingsstage, de proeve van bekwaamheid, de opstelling van de lijst van de vakgebieden en het statuut van de aanvrager die zich daarop wil voorbereiden, worden door de raad van het Instituut vastgelegd met inachtneming van de regels inzake het recht van de Europese Unie en van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.
De natuurlijke persoon, houder van het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, b), heeft het recht om de academische titel, die hem verleend is in de lidstaat van oorsprong en eventueel van de afkorting ervan, in de taal van deze lidstaat te gebruiken. In dit geval wordt deze titel gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of examencommissie die de titel heeft verleend.
§ 4. De rechtspersoon die erom verzoekt, wordt op de ledenlijst ingeschreven indien hij aan de volgende cumulatieve voorwaarden beantwoordt:
1° meer dan vijftig procent van alle leden van het bestuursorgaan die optreden in naam en voor rekening van de rechtspersoon, zijn natuurlijke personen die het beroep van auto-expert mogen uitoefenen en ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut en/of rechtspersonen die het beroep van auto-expert mogen uitoefenen en ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut en van wie de vaste vertegenwoordiger in de zin van artikel 2:55 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zelf ook het beroep van auto-expert mag uitoefenen en ingeschreven is op de ledenlijst van het Instituut;
2° geen enkel lid van het bestuursorgaan oefent één van de activiteiten bedoeld in artikel 11 uit;
3° overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vermeldt haar voorwerp de activiteiten bedoeld in artikel 4 en, in voorkomend geval, de andere uitgeoefende activiteiten die niet onverenigbaar mogen zijn met de uitoefening van het beroep van auto-expert;
4° meer dan vijftig procent van de aandelen evenals de stemrechten zijn in handen van natuurlijke personen die gemachtigd zijn het beroep van auto-expert uit te oefenen en ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut en/of van rechtspersonen die gemachtigd zijn het beroep van auto-expert uit te oefenen en die ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut; de andere aandelen mogen in het bezit zijn van natuurlijke personen of rechtspersonen met uitsluiting van de personen die één van de activiteiten bedoeld in artikel 11 uitoefenen;
5° de rechtspersoon mag geen deelnemingen bezitten in andere vennootschappen waarvan het voorwerp en de activiteiten onverenigbaar zijn met het beroep van auto-expert.
Indien omwille van het overlijden, het vertrek, de schorsing of de schrapping van een persoon bedoeld in het eerste lid, 1°, 3° of 5°, de rechtspersoon niet meer beantwoordt aan de vereiste voorwaarden om het beroep van auto-expert uit te oefenen, beschikt deze over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Gedurende die termijn mag de rechtspersoon het beroep van auto-expert verder uitoefenen.
De stagiair mag slechts een rechtspersoon in de zin van deze wet oprichten of er vennoot of lid van het bestuursorgaan van zijn, indien het een rechtspersoon betreft waarin hij het beroep uitoefent samen met zijn stagemeester of met een auto-expert ingeschreven op de ledenlijst van het Instituut.
§ 5. Onder de leden van het bestuursorgaan van de rechtspersoon mogen enkel de personen bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, 1°, voor de toepassing van deze wet, in het kader van hun mandaat, bestuurshandelingen verrichten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van het beroep van auto-expert of de rechtspersoon vertegenwoordigen in rechtshandelingen die het beroep van auto-expert betreffen.
Onverminderd de verplichtingen van de rechtspersoon om de deontologische regels na te leven, zijn die personen ook onderworpen aan de deontologische regels voor de uitoefening van die handelingen."
"Art. 5. § 1. Er wordt binnen het Instituut een ledenlijst bijgehouden. De personen die op de ledenlijst zijn ingeschreven als lid-titularis of als stagiair hebben de hoedanigheid van lid van het Instituut. De ledenlijst wordt gepubliceerd en bijgehouden op de website van het Instituut en is publiek toegankelijk.
§ 2. Elke natuurlijke persoon die erom verzoekt, wordt als lid-titularis ingeschreven op de ledenlijst indien hij aan de volgende voorwaarden voldoet:
1° betrouwbaar zijn, wat betekent:
a) niet ontzet zijn uit zijn burgerlijke en politieke rechten;
b) niet in staat van faillissement zijn of verklaard geweest zijn zonder eerherstel te hebben bekomen;
c) geen, zelfs voorwaardelijke, gevangenisstraf van ten minste drie maanden hebben opgelopen voor:
i) één van de misdrijven bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 22 van 24 oktober 1934 betreffende het rechterlijk verbod aan bepaalde veroordeelden en gefailleerden om bepaalde ambten, beroepen of werkzaamheden uit te oefenen;
ii) een inbreuk op de wet van 20 september 1948 houdende organisatie van het bedrijfsleven;
iii) een inbreuk op boek XIII van het Wetboek van economisch recht;
iv) een inbreuk op het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
v) een inbreuk op de fiscale wetgeving;
2° één van de volgende bewijzen van beroepskwalificatie leveren:
a) het bewijs dat de beroepsactiviteit van auto-expert voorafgaandelijk in een andere lidstaat dan België als onderdaan van een lidstaat werd uitgeoefend, overeenkomstig artikel 21 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties;
b) een bekwaamheidsattest of een opleidingstitel bedoeld in titel III, hoofdstuk I, van de wet van 12 februari 2008 betreffende beroepskwalificaties, aan de aanvrager afgeleverd door een andere lidstaat dan België, onderdaan van een lidstaat en die beantwoordt aan de voorwaarden vastgelegd in dit hoofdstuk, of een opleidingstitel gelijkgesteld aan een dergelijke titel met toepassing van artikel 2, § 3, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties;
c) één van de volgende titels erkend door de Franse Gemeenschap:
i) een diploma "bachelier en automobile";
ii) een diploma "bachelier en électromécanique";
iii) een diploma "bachelier en mécatronique et robotique";
iv) een diploma "master en sciences industrielles";
v) een diploma "master en sciences de l'ingénieur industriel";
vi) een diploma "master en sciences de l'ingénieur civil";
d) één van de volgende titels erkend door de Vlaamse Gemeenschap:
i) een diploma HBO5 Auto-expertise;
ii) een diploma HBO5 Motorvoertuigtechnieken;
iii) een diploma HBO5 Autotechnicus;
iv) een diploma van bachelor in de autotechnologie;
v) een diploma van bachelor in de elektromechanica;
vi) een diploma van master in de ingenieurs wetenschappen;
vii) een diploma van master in de industriële wetenschappen;
e) een diploma uitgereikt door elke andere instelling van een niveau dat vergelijkbaar is met dat van de instellingen die de voormelde diploma's uitreiken en die erkend zijn door de Koning, na advies van de raad van het Instituut;
f) een diploma van een vergelijkbaar niveau erkend door de Koning na advies van de raad van het Instituut en de Franse, Vlaamse of Duitstalige Gemeenschap;
g) de Belgische diploma's die toegang gaven tot het beroep of de titel van auto-expert en die werden afgeleverd voor de inwerkingtreding van de wet van 20 november 2025 tot wijziging van de wet van 15 mei 2007 tot erkenning en bescherming van het beroep van auto-expert en tot oprichting van een Instituut van de auto-experts;
h) de in een derde land in dezelfde disciplines uitgereikte titels, niet bedoeld in b), mits hun gelijkwaardigheid vooraf door de bevoegde Belgische overheid is erkend en voor zover, wat de onderdanen van derde landen betreft, het derde land het voordeel van de wederkerigheid inzake de toegang tot het beroep aan de auto-experts heeft verleend. De Koning kan de raad van het Instituut machtigen om, in individuele gevallen, gelijkwaardige diploma's uitgereikt in een derde land te aanvaarden;
i) een relevante beroepservaring die voortvloeit uit de uitoefening gedurende ten minste zes jaar voltijds gedurende de laatste tien jaar van een of meer beroepsactiviteiten als bedoeld in artikel 4, § 1, tweede lid. De aanvrager bewijst deze ervaring met alle bewijsmiddelen. De bevoegde kamer van de raad van het Instituut beoordeelt de relevantie van deze ervaring;
3° voor de aanvrager die zijn beroepskwalificatie bewijst aan de hand van de in 2°, c) tot h), bedoelde titels, of aan de hand van de ervaring bedoeld in 2°, i), de bij het stagereglement georganiseerde stage met succes hebben voltooid, of ervan vrijgesteld zijn door een wettelijke of reglementaire bepaling;
4° voor de aanvrager die zijn beroepskwalificatie bewijst aan de hand van de stukken bedoeld in 2°, b), en die valt onder één van de gevallen bedoeld in artikel 16, § 1, van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, het bewijs de door het Instituut georganiseerde aanpassingsstage te hebben doorlopen of de door het Instituut georganiseerde proeve van bekwaamheid te hebben afgelegd, volgens de nadere regels bedoeld in paragraaf 3.
Het verbod tot inschrijving als gevolg van de in het eerste lid, 1°, bedoelde gevallen geldt gedurende een periode:
a) van vijftien jaar voor de in het eerste lid, 1°, a), bedoelde situatie, te rekenen vanaf het verstrijken van de termijn van de ontzetting uit de burgerlijke en politieke rechten;
b) van tien jaar voor de in het eerste lid, 1°, b), bedoelde situatie, te rekenen vanaf de staat van faillissement of de faillietverklaring zonder eerherstel;
c) van vijftien jaar voor de in het eerste lid, 1°, c), bedoelde situatie, te rekenen vanaf de datum van het in kracht van gewijsde getreden vonnis of arrest.
De Koning kan aan de lijst van diploma's bedoeld in het eerste lid, 2°, c) en d), diploma's toevoegen die na advies van de raad van het Instituut vergelijkbaar werden verklaard of die zijn afgeleverd door een instelling die vergelijkbaar werd verklaard, na advies van de raad van het Instituut en de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap. Hij kan de lijst en de benamingen van de diploma's ook wijzigen of diploma's van de lijst schrappen op basis van een advies van de Franse Gemeenschap, de Vlaamse Gemeenschap of de Duitstalige Gemeenschap.
§ 3. De onderdanen van een lidstaat bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, a) of b), zijn onderworpen aan alle voorwaarden en genieten van alle rechten bepaald in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties, onverminderd de bepalingen bepaald door of krachtens deze wet.
Indien overwogen wordt om van de aanvrager die houder is van een bekwaamheidsattest of van een opleidingstitel bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, b), te eisen dat hij een aanpassingsstage volbrengt of een proeve van bekwaamheid aflegt, wordt eerst nagegaan of de beroepskennis, -vaardigheden en -competenties die de aanvrager tijdens zijn beroepservaring of in het kader van een leven lang leren en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd, als auto-expert in een lidstaat of derde land heeft verworven, van dien aard zijn dat het wezenlijk verschil in de opleiding daardoor geheel of gedeeltelijk wordt ondervangen.
Het Instituut informeert de aanvrager over de in het tweede lid bedoelde beslissing door vermelding van:
1° het vereiste kwalificatieniveau en het niveau waarover de aanvrager beschikt;
2° de wezenlijke verschillen die de aanpassingsstage of de proeve van bekwaamheid rechtvaardigen en de redenen waarom ze niet gecompenseerd kunnen worden door beroepskennis, -vaardigheden en -competenties, die zijn verworven door de aanvrager door beroepservaring of levenslang leren, en die met dat doel door een bevoegde instantie formeel zijn gevalideerd.
Het Instituut stuurt een ontvangstbevestiging binnen één maand na de ontvangst van het dossier van de aanvrager en deelt hem, in voorkomend geval, mee welk document of documenten ontbreken.
De procedure voor het onderzoek van een aanvraag tot wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties om het beroep van auto-expert uit te oefenen, vindt zo snel mogelijk plaats. Deze procedure wordt door een met redenen omklede beslissing afgesloten, die uiterlijk binnen vier maanden na de indiening van het volledige dossier door de aanvrager wordt genomen.
Tegen de in het vijfde lid bedoelde beslissing of tegen het uitblijven ervan kan beroep ingesteld worden bij de beroepscommissie.
De nadere regels voor de aanpassingsstage, de proeve van bekwaamheid, de opstelling van de lijst van de vakgebieden en het statuut van de aanvrager die zich daarop wil voorbereiden, worden door de raad van het Instituut vastgelegd met inachtneming van de regels inzake het recht van de Europese Unie en van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties.
De natuurlijke persoon, houder van het bekwaamheidsattest of de opleidingstitel bedoeld in paragraaf 2, eerste lid, 2°, b), heeft het recht om de academische titel, die hem verleend is in de lidstaat van oorsprong en eventueel van de afkorting ervan, in de taal van deze lidstaat te gebruiken. In dit geval wordt deze titel gevolgd door de naam en de plaats van de instelling of examencommissie die de titel heeft verleend.
§ 4. De rechtspersoon die erom verzoekt, wordt op de ledenlijst ingeschreven indien hij aan de volgende cumulatieve voorwaarden beantwoordt:
1° meer dan vijftig procent van alle leden van het bestuursorgaan die optreden in naam en voor rekening van de rechtspersoon, zijn natuurlijke personen die het beroep van auto-expert mogen uitoefenen en ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut en/of rechtspersonen die het beroep van auto-expert mogen uitoefenen en ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut en van wie de vaste vertegenwoordiger in de zin van artikel 2:55 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen zelf ook het beroep van auto-expert mag uitoefenen en ingeschreven is op de ledenlijst van het Instituut;
2° geen enkel lid van het bestuursorgaan oefent één van de activiteiten bedoeld in artikel 11 uit;
3° overeenkomstig het Wetboek van vennootschappen en verenigingen vermeldt haar voorwerp de activiteiten bedoeld in artikel 4 en, in voorkomend geval, de andere uitgeoefende activiteiten die niet onverenigbaar mogen zijn met de uitoefening van het beroep van auto-expert;
4° meer dan vijftig procent van de aandelen evenals de stemrechten zijn in handen van natuurlijke personen die gemachtigd zijn het beroep van auto-expert uit te oefenen en ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut en/of van rechtspersonen die gemachtigd zijn het beroep van auto-expert uit te oefenen en die ingeschreven zijn op de ledenlijst van het Instituut; de andere aandelen mogen in het bezit zijn van natuurlijke personen of rechtspersonen met uitsluiting van de personen die één van de activiteiten bedoeld in artikel 11 uitoefenen;
5° de rechtspersoon mag geen deelnemingen bezitten in andere vennootschappen waarvan het voorwerp en de activiteiten onverenigbaar zijn met het beroep van auto-expert.
Indien omwille van het overlijden, het vertrek, de schorsing of de schrapping van een persoon bedoeld in het eerste lid, 1°, 3° of 5°, de rechtspersoon niet meer beantwoordt aan de vereiste voorwaarden om het beroep van auto-expert uit te oefenen, beschikt deze over een termijn van zes maanden om zich in regel te stellen met die voorwaarden. Gedurende die termijn mag de rechtspersoon het beroep van auto-expert verder uitoefenen.
De stagiair mag slechts een rechtspersoon in de zin van deze wet oprichten of er vennoot of lid van het bestuursorgaan van zijn, indien het een rechtspersoon betreft waarin hij het beroep uitoefent samen met zijn stagemeester of met een auto-expert ingeschreven op de ledenlijst van het Instituut.
§ 5. Onder de leden van het bestuursorgaan van de rechtspersoon mogen enkel de personen bedoeld in paragraaf 4, eerste lid, 1°, voor de toepassing van deze wet, in het kader van hun mandaat, bestuurshandelingen verrichten die rechtstreeks verband houden met de uitoefening van het beroep van auto-expert of de rechtspersoon vertegenwoordigen in rechtshandelingen die het beroep van auto-expert betreffen.
Onverminderd de verplichtingen van de rechtspersoon om de deontologische regels na te leven, zijn die personen ook onderworpen aan de deontologische regels voor de uitoefening van die handelingen."
Art. 8. L'article 5 de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 5. § 1er. Il est tenu au sein de l'Institut un tableau. Les personnes inscrites au tableau comme membre titulaire ou stagiaire ont la qualité de membre de l'Institut. Le tableau des membres est publié et mis à jour sur le site internet de l'Institut et est publiquement accessible.
§ 2. Toute personne physique est, à sa demande, inscrite au tableau comme membre titulaire si elle remplit les conditions suivantes:
1° être honorable, c'est-à-dire:
a) ne pas être privée de ses droits civils et politiques;
b) ne pas être en faillite ou ne pas avoir été déclarée en faillite sans avoir obtenu la réhabilitation;
c) ne pas avoir encouru une peine d'emprisonnement, même conditionnelle, de trois mois au moins pour:
i) l'une des infractions visées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités;
ii) une infraction à la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie;
iii) une infraction au livre XIII du Code de droit économique;
iv) une infraction au Code des sociétés et des associations;
v) une infraction à la législation fiscale;
2° fournir une des preuves de qualification professionnelle suivantes:
a) la preuve que l'activité professionnelle d'expert en automobiles a été exercée au préalable, en tant que ressortissant d'un Etat membre, dans un Etat membre autre que la Belgique conformément à l'article 21 de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles;
b) une attestation de compétence ou un titre de formation visé au titre III, chapitre Ier, de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, délivré par un Etat membre autre que la Belgique au demandeur, ressortissant d'un Etat membre, et répondant aux conditions fixées dans ce chapitre, ou un titre de formation assimilé à un tel titre en application de l'article 2, § 3, de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles;
c) un des titres suivants reconnus par la Communauté française:
i) un diplôme de bachelier en automobile;
ii) un diplôme de bachelier en électromécanique;
iii) un diplôme de bachelier en mécatronique et robotique;
iv) un diplôme de master en sciences industrielles;
v) un diplôme de master en sciences de l'ingénieur industriel;
vi) un diplôme de master en sciences de l'ingénieur civil;
d) un des titres suivants reconnus par la Communauté flamande:
i) un diplôme "HBO5 Auto-expertise";
ii) un diplôme "HBO5 Motorvoertuigtechnieken";
iii) un diplôme "HBO5 Autotechnicus";
iv) un diplôme de "bachelor in de autotechnologie";
v) un diplôme de "bachelor in de elektromechanica";
vi) un diplôme de "master in de ingenieurs wetenschappen";
vii) un diplôme de "master in de industriële wetenschappen";
e) un diplôme délivré par tout autre établissement de niveau comparable à ceux qui délivrent les diplômes précités et reconnus par le Roi, après avis du conseil de l'Institut;
f) un diplôme reconnu de niveau comparable par le Roi après avis du conseil de l'Institut et de la Communauté française, de la Communauté flamande ou de la Communauté germanophone;
g) les diplômes belges qui donnaient accès à la profession ou au titre d'expert en automobiles et qui ont été délivrés avant l'entrée en vigueur de la loi du 20 novembre 2025 modifiant la loi du 15 mai 2007 relative à la reconnaissance et à la protection de la profession d'expert en automobiles et créant un Institut des experts en automobiles;
h) les titres délivrés dans un pays tiers dans les mêmes disciplines, non visés au b), moyennant la reconnaissance préalable de leur équivalence par l'autorité belge compétente, et pour autant que, pour ce qui concerne les ressortissants de pays tiers, le pays tiers accorde le bénéfice de la réciprocité aux experts en automobiles en matière d'accès à la profession. Le Roi peut autoriser le conseil de l'Institut à admettre, dans des cas individuels, l'équivalence de diplômes délivrés dans un pays tiers;
i) une expérience professionnelle pertinente résultant de l'exercice pendant au moins six ans équivalent temps plein durant les dix dernières années d'une ou plusieurs activités professionnelles telles que visées à l'article 4, § 1er, alinéa 2. Le demandeur prouve cette expérience par tous modes de preuve. La chambre compétente du conseil de l'Institut apprécie le caractère pertinent de cette expérience;
3° pour le demandeur qui prouve sa qualification professionnelle sur la base d'un des titres visés au 2°, c) à h), ou sur la base de l'expérience visée au 2°, i), avoir accompli avec succès le stage organisé par le règlement de stage ou en être dispensé par une disposition légale ou réglementaire;
4° pour le demandeur qui prouve sa qualification professionnelle sur la base des documents visés au 2°, b), et qui tombe sous un des cas visés à l'article 16, § 1er, de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, fournir la preuve d'avoir accompli le stage d'adaptation organisé par l'Institut ou d'avoir passé l'épreuve d'aptitude organisée par l'Institut, selon les modalités visées au paragraphe 3.
L'interdiction d'inscription suite aux cas visés l'alinéa 1er, 1°, a une durée:
a) de quinze ans pour la situation visée à l'alinéa 1er, 1°, a), à compter de l'expiration de la période de privation des droits civils et politiques;
b) de dix ans pour la situation visée à l'alinéa 1er, 1°, b), à compter de l'état de faillite ou de la déclaration de faillite sans réhabilitation;
c) de quinze ans pour la situation visée à l'alinéa 1er, 1°, c), à compter de la date du jugement ou arrêt ayant force de chose jugée.
Le Roi peut ajouter à la liste de diplômes visés à l'alinéa 1er, 2°, c) et d), des diplômes reconnus comparables après avis du conseil de l'Institut ou délivrés par une institution reconnue comparable, après avis du conseil de l'Institut et de la Communauté française, de la Communauté flamande ou de la Communauté germanophone. Il peut également modifier la liste et les dénominations des diplômes ou retirer des diplômes de la liste sur la base d'un avis de la Communauté française, de la Communauté flamande ou de la Communauté germanophone.
§ 3. Les ressortissants d'un Etat membre visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, a) ou b), sont soumis à l'ensemble des conditions et bénéficient de l'ensemble des droits prévus dans la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, sans préjudice des dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi.
S'il est envisagé d'exiger d'un demandeur détenteur d'une attestation de compétence ou d'un titre de formation visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, b), qu'il accomplisse un stage d'adaptation ou passe une épreuve d'aptitude, il est préalablement vérifié si les connaissances, aptitudes et compétences professionnelles acquises par le demandeur comme expert en automobiles dans un Etat membre ou dans un pays tiers au cours de son expérience professionnelle ou de l'apprentissage tout au long de la vie, et ayant fait l'objet à cette fin d'une validation en bonne et due forme par un organisme compétent, sont de nature à couvrir, en tout ou en partie, la différence substantielle de la formation.
L'Institut informe le demandeur de la décision visée à l'alinéa 2 en mentionnant:
1° le niveau de qualification requis et celui dont dispose le demandeur;
2° les différences substantielles qui justifient le stage d'adaptation ou l'épreuve d'aptitude et les raisons pour lesquelles elles ne peuvent pas être compensées par les connaissances, aptitudes et compétences professionnelles acquises par le demandeur au cours de son expérience professionnelle ou de son apprentissage tout au long de la vie, et ayant fait formellement l'objet d'une validation par un organisme compétent.
L'Institut accuse réception du dossier du demandeur dans un délai d'un mois à dater de sa réception et l'informe, le cas échéant, de tout document manquant.
La procédure d'examen d'une demande de reconnaissance mutuelle des qualifications professionnelles en vue d'exercer la profession d'expert en automobiles a lieu dans les plus brefs délais. Cette procédure est clôturée par une décision dûment motivée qui intervient au plus tard dans les quatre mois à compter de la présentation d'un dossier complet par le demandeur.
La décision visée à l'alinéa 5, ou l'absence de décision, est susceptible d'un recours devant la commission d'appel.
Les modalités du stage d'adaptation, de l'épreuve d'aptitude, de l'établissement de la liste des matières et du statut du demandeur qui veut s'y préparer, sont déterminées par le conseil de l'Institut, dans le respect des règles du droit de l'Union européenne et de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles.
La personne physique, détentrice de l'attestation de compétence ou du titre de formation visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, b), a le droit d'utiliser le titre académique de son Etat membre d'origine, et éventuellement son abréviation, dans la langue de cet Etat. Dans ce cas, ce titre est suivi des nom et lieu de l'établissement ou du jury qui l'a délivré.
§ 4. La personne morale est, à sa demande, inscrite au tableau si elle répond aux conditions cumulatives suivantes:
1° plus de cinquante pour cent de l'ensemble des membres de l'organe de gestion qui interviennent au nom et pour le compte de la personne morale, sont des personnes physiques autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut et/ou des personnes morales autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut et dont le représentant permanent, au sens de l'article 2:55 du Code des sociétés et des associations, est lui-même autorisé à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrit au tableau de l'Institut;
2° aucun des membres de l'organe de gestion n'exerce une des activités visées à l'article 11;
3° conformément au Code des sociétés et des associations, son objet mentionne les activités visées à l'article 4 et, le cas échéant, les autres activités exercées, lesquelles ne peuvent pas être incompatibles avec l'exercice de la profession d'expert en automobiles;
4° plus de cinquante pour cent des parts ou actions ainsi que des droits de vote sont détenus, par des personnes physiques autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut et/ou par des personnes morales autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut; les autres parts et actions peuvent être détenues par des personnes physiques ou morales à l'exclusion des personnes exerçant une des activités visées à l'article 11;
5° la personne morale ne peut pas détenir de participations dans d'autres sociétés dont l'objet et les activités sont incompatibles avec la profession d'expert en automobiles.
Si en raison du décès, du départ, de la suspension ou de la radiation d'une personne visée à l'alinéa 1er, 1°, 3° ou 5°, la personne morale ne répond plus aux conditions requises pour exercer la profession d'expert en automobiles, celle-ci dispose d'un délai de six mois pour se mettre en conformité avec ces conditions. Durant ce délai, la personne morale peut continuer à exercer la profession d'expert en automobiles.
Le stagiaire peut uniquement constituer une personne morale au sens de la présente loi ou en être associé ou être membre de l'organe de gestion s'il s'agit d'une personne morale au sein de laquelle il exerce la profession avec son maître de stage ou avec un expert en automobiles inscrit au tableau de l'Institut.
§ 5. Parmi les membres de l'organe de gestion de la personne morale, seules les personnes visées au paragraphe 4, alinéa 1er, 1°, peuvent, pour l'application de la présente loi, dans le cadre de leur mandat, poser des actes de gestion directement en lien avec l'exercice de la profession d'expert en automobiles ou représenter la personne morale dans des actes juridiques qui concernent la profession d'expert en automobiles.
Sans préjudice des obligations de la personne morale de respecter les règles déontologiques, ces personnes sont également soumises aux règles déontologiques pour l'exercice de ces actes."
"Art. 5. § 1er. Il est tenu au sein de l'Institut un tableau. Les personnes inscrites au tableau comme membre titulaire ou stagiaire ont la qualité de membre de l'Institut. Le tableau des membres est publié et mis à jour sur le site internet de l'Institut et est publiquement accessible.
§ 2. Toute personne physique est, à sa demande, inscrite au tableau comme membre titulaire si elle remplit les conditions suivantes:
1° être honorable, c'est-à-dire:
a) ne pas être privée de ses droits civils et politiques;
b) ne pas être en faillite ou ne pas avoir été déclarée en faillite sans avoir obtenu la réhabilitation;
c) ne pas avoir encouru une peine d'emprisonnement, même conditionnelle, de trois mois au moins pour:
i) l'une des infractions visées à l'article 1er de l'arrêté royal n° 22 du 24 octobre 1934 relatif à l'interdiction judiciaire faite à certains condamnés et aux faillis d'exercer certaines fonctions, professions ou activités;
ii) une infraction à la loi du 20 septembre 1948 portant organisation de l'économie;
iii) une infraction au livre XIII du Code de droit économique;
iv) une infraction au Code des sociétés et des associations;
v) une infraction à la législation fiscale;
2° fournir une des preuves de qualification professionnelle suivantes:
a) la preuve que l'activité professionnelle d'expert en automobiles a été exercée au préalable, en tant que ressortissant d'un Etat membre, dans un Etat membre autre que la Belgique conformément à l'article 21 de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles;
b) une attestation de compétence ou un titre de formation visé au titre III, chapitre Ier, de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, délivré par un Etat membre autre que la Belgique au demandeur, ressortissant d'un Etat membre, et répondant aux conditions fixées dans ce chapitre, ou un titre de formation assimilé à un tel titre en application de l'article 2, § 3, de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles;
c) un des titres suivants reconnus par la Communauté française:
i) un diplôme de bachelier en automobile;
ii) un diplôme de bachelier en électromécanique;
iii) un diplôme de bachelier en mécatronique et robotique;
iv) un diplôme de master en sciences industrielles;
v) un diplôme de master en sciences de l'ingénieur industriel;
vi) un diplôme de master en sciences de l'ingénieur civil;
d) un des titres suivants reconnus par la Communauté flamande:
i) un diplôme "HBO5 Auto-expertise";
ii) un diplôme "HBO5 Motorvoertuigtechnieken";
iii) un diplôme "HBO5 Autotechnicus";
iv) un diplôme de "bachelor in de autotechnologie";
v) un diplôme de "bachelor in de elektromechanica";
vi) un diplôme de "master in de ingenieurs wetenschappen";
vii) un diplôme de "master in de industriële wetenschappen";
e) un diplôme délivré par tout autre établissement de niveau comparable à ceux qui délivrent les diplômes précités et reconnus par le Roi, après avis du conseil de l'Institut;
f) un diplôme reconnu de niveau comparable par le Roi après avis du conseil de l'Institut et de la Communauté française, de la Communauté flamande ou de la Communauté germanophone;
g) les diplômes belges qui donnaient accès à la profession ou au titre d'expert en automobiles et qui ont été délivrés avant l'entrée en vigueur de la loi du 20 novembre 2025 modifiant la loi du 15 mai 2007 relative à la reconnaissance et à la protection de la profession d'expert en automobiles et créant un Institut des experts en automobiles;
h) les titres délivrés dans un pays tiers dans les mêmes disciplines, non visés au b), moyennant la reconnaissance préalable de leur équivalence par l'autorité belge compétente, et pour autant que, pour ce qui concerne les ressortissants de pays tiers, le pays tiers accorde le bénéfice de la réciprocité aux experts en automobiles en matière d'accès à la profession. Le Roi peut autoriser le conseil de l'Institut à admettre, dans des cas individuels, l'équivalence de diplômes délivrés dans un pays tiers;
i) une expérience professionnelle pertinente résultant de l'exercice pendant au moins six ans équivalent temps plein durant les dix dernières années d'une ou plusieurs activités professionnelles telles que visées à l'article 4, § 1er, alinéa 2. Le demandeur prouve cette expérience par tous modes de preuve. La chambre compétente du conseil de l'Institut apprécie le caractère pertinent de cette expérience;
3° pour le demandeur qui prouve sa qualification professionnelle sur la base d'un des titres visés au 2°, c) à h), ou sur la base de l'expérience visée au 2°, i), avoir accompli avec succès le stage organisé par le règlement de stage ou en être dispensé par une disposition légale ou réglementaire;
4° pour le demandeur qui prouve sa qualification professionnelle sur la base des documents visés au 2°, b), et qui tombe sous un des cas visés à l'article 16, § 1er, de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, fournir la preuve d'avoir accompli le stage d'adaptation organisé par l'Institut ou d'avoir passé l'épreuve d'aptitude organisée par l'Institut, selon les modalités visées au paragraphe 3.
L'interdiction d'inscription suite aux cas visés l'alinéa 1er, 1°, a une durée:
a) de quinze ans pour la situation visée à l'alinéa 1er, 1°, a), à compter de l'expiration de la période de privation des droits civils et politiques;
b) de dix ans pour la situation visée à l'alinéa 1er, 1°, b), à compter de l'état de faillite ou de la déclaration de faillite sans réhabilitation;
c) de quinze ans pour la situation visée à l'alinéa 1er, 1°, c), à compter de la date du jugement ou arrêt ayant force de chose jugée.
Le Roi peut ajouter à la liste de diplômes visés à l'alinéa 1er, 2°, c) et d), des diplômes reconnus comparables après avis du conseil de l'Institut ou délivrés par une institution reconnue comparable, après avis du conseil de l'Institut et de la Communauté française, de la Communauté flamande ou de la Communauté germanophone. Il peut également modifier la liste et les dénominations des diplômes ou retirer des diplômes de la liste sur la base d'un avis de la Communauté française, de la Communauté flamande ou de la Communauté germanophone.
§ 3. Les ressortissants d'un Etat membre visés au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, a) ou b), sont soumis à l'ensemble des conditions et bénéficient de l'ensemble des droits prévus dans la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, sans préjudice des dispositions prévues par ou en vertu de la présente loi.
S'il est envisagé d'exiger d'un demandeur détenteur d'une attestation de compétence ou d'un titre de formation visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, b), qu'il accomplisse un stage d'adaptation ou passe une épreuve d'aptitude, il est préalablement vérifié si les connaissances, aptitudes et compétences professionnelles acquises par le demandeur comme expert en automobiles dans un Etat membre ou dans un pays tiers au cours de son expérience professionnelle ou de l'apprentissage tout au long de la vie, et ayant fait l'objet à cette fin d'une validation en bonne et due forme par un organisme compétent, sont de nature à couvrir, en tout ou en partie, la différence substantielle de la formation.
L'Institut informe le demandeur de la décision visée à l'alinéa 2 en mentionnant:
1° le niveau de qualification requis et celui dont dispose le demandeur;
2° les différences substantielles qui justifient le stage d'adaptation ou l'épreuve d'aptitude et les raisons pour lesquelles elles ne peuvent pas être compensées par les connaissances, aptitudes et compétences professionnelles acquises par le demandeur au cours de son expérience professionnelle ou de son apprentissage tout au long de la vie, et ayant fait formellement l'objet d'une validation par un organisme compétent.
L'Institut accuse réception du dossier du demandeur dans un délai d'un mois à dater de sa réception et l'informe, le cas échéant, de tout document manquant.
La procédure d'examen d'une demande de reconnaissance mutuelle des qualifications professionnelles en vue d'exercer la profession d'expert en automobiles a lieu dans les plus brefs délais. Cette procédure est clôturée par une décision dûment motivée qui intervient au plus tard dans les quatre mois à compter de la présentation d'un dossier complet par le demandeur.
La décision visée à l'alinéa 5, ou l'absence de décision, est susceptible d'un recours devant la commission d'appel.
Les modalités du stage d'adaptation, de l'épreuve d'aptitude, de l'établissement de la liste des matières et du statut du demandeur qui veut s'y préparer, sont déterminées par le conseil de l'Institut, dans le respect des règles du droit de l'Union européenne et de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles.
La personne physique, détentrice de l'attestation de compétence ou du titre de formation visé au paragraphe 2, alinéa 1er, 2°, b), a le droit d'utiliser le titre académique de son Etat membre d'origine, et éventuellement son abréviation, dans la langue de cet Etat. Dans ce cas, ce titre est suivi des nom et lieu de l'établissement ou du jury qui l'a délivré.
§ 4. La personne morale est, à sa demande, inscrite au tableau si elle répond aux conditions cumulatives suivantes:
1° plus de cinquante pour cent de l'ensemble des membres de l'organe de gestion qui interviennent au nom et pour le compte de la personne morale, sont des personnes physiques autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut et/ou des personnes morales autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut et dont le représentant permanent, au sens de l'article 2:55 du Code des sociétés et des associations, est lui-même autorisé à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrit au tableau de l'Institut;
2° aucun des membres de l'organe de gestion n'exerce une des activités visées à l'article 11;
3° conformément au Code des sociétés et des associations, son objet mentionne les activités visées à l'article 4 et, le cas échéant, les autres activités exercées, lesquelles ne peuvent pas être incompatibles avec l'exercice de la profession d'expert en automobiles;
4° plus de cinquante pour cent des parts ou actions ainsi que des droits de vote sont détenus, par des personnes physiques autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut et/ou par des personnes morales autorisées à exercer la profession d'expert en automobiles et inscrites au tableau de l'Institut; les autres parts et actions peuvent être détenues par des personnes physiques ou morales à l'exclusion des personnes exerçant une des activités visées à l'article 11;
5° la personne morale ne peut pas détenir de participations dans d'autres sociétés dont l'objet et les activités sont incompatibles avec la profession d'expert en automobiles.
Si en raison du décès, du départ, de la suspension ou de la radiation d'une personne visée à l'alinéa 1er, 1°, 3° ou 5°, la personne morale ne répond plus aux conditions requises pour exercer la profession d'expert en automobiles, celle-ci dispose d'un délai de six mois pour se mettre en conformité avec ces conditions. Durant ce délai, la personne morale peut continuer à exercer la profession d'expert en automobiles.
Le stagiaire peut uniquement constituer une personne morale au sens de la présente loi ou en être associé ou être membre de l'organe de gestion s'il s'agit d'une personne morale au sein de laquelle il exerce la profession avec son maître de stage ou avec un expert en automobiles inscrit au tableau de l'Institut.
§ 5. Parmi les membres de l'organe de gestion de la personne morale, seules les personnes visées au paragraphe 4, alinéa 1er, 1°, peuvent, pour l'application de la présente loi, dans le cadre de leur mandat, poser des actes de gestion directement en lien avec l'exercice de la profession d'expert en automobiles ou représenter la personne morale dans des actes juridiques qui concernent la profession d'expert en automobiles.
Sans préjudice des obligations de la personne morale de respecter les règles déontologiques, ces personnes sont également soumises aux règles déontologiques pour l'exercice de ces actes."
Art. 9. Artikel 6 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, wordt opgeheven.
Art. 9. L'article 6 de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, est abrogé.
Art. 10. In artikel 7 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden ", gelet op de voorwaarden bepaald in artikel 5," worden ingevoegd tussen de woorden "Het lidmaatschap wordt" en de woorden "door de bevoegde kamer";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De intrekking van de hoedanigheid van lid brengt van rechtswege de weglating uit de ledenlijst met zich mee."
1° de woorden ", gelet op de voorwaarden bepaald in artikel 5," worden ingevoegd tussen de woorden "Het lidmaatschap wordt" en de woorden "door de bevoegde kamer";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De intrekking van de hoedanigheid van lid brengt van rechtswege de weglating uit de ledenlijst met zich mee."
Art. 10. A l'article 7 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots ", compte tenu des conditions prévues à l'article 5," sont insérés entre les mots "La qualité de membre est" et les mots "retirée par la chambre compétente";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le retrait de la qualité de membre entraîne de plein droit l'omission du tableau."
1° les mots ", compte tenu des conditions prévues à l'article 5," sont insérés entre les mots "La qualité de membre est" et les mots "retirée par la chambre compétente";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le retrait de la qualité de membre entraîne de plein droit l'omission du tableau."
Art. 11. In dezelfde wet wordt een artikel 7/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 7/1. Een auto-expert kan op elk moment vragen om weggelaten te worden uit de ledenlijst.
Wanneer de betrokkene terechtgewezen werd of naar de tuchtrechtelijke autoriteiten verwezen werd, kan hij echter pas op zijn verzoek worden weggelaten na de beslissing van de tuchtcommissie of, in voorkomend geval, na de beslissing van de beroepscommissie."
"Art. 7/1. Een auto-expert kan op elk moment vragen om weggelaten te worden uit de ledenlijst.
Wanneer de betrokkene terechtgewezen werd of naar de tuchtrechtelijke autoriteiten verwezen werd, kan hij echter pas op zijn verzoek worden weggelaten na de beslissing van de tuchtcommissie of, in voorkomend geval, na de beslissing van de beroepscommissie."
Art. 11. Dans la même loi, il est inséré un article 7/1 rédigé comme suit:
"Art. 7/1. Un expert en automobiles peut à tout moment demander son omission du tableau.
Toutefois, lorsque la personne concernée a été rappelée à l'ordre ou lorsque la personne concernée est renvoyée devant les instances disciplinaires, elle peut être omise à sa demande uniquement après la décision de la commission de discipline ou, le cas échéant, uniquement après la décision de la commission d'appel."
"Art. 7/1. Un expert en automobiles peut à tout moment demander son omission du tableau.
Toutefois, lorsque la personne concernée a été rappelée à l'ordre ou lorsque la personne concernée est renvoyée devant les instances disciplinaires, elle peut être omise à sa demande uniquement après la décision de la commission de discipline ou, le cas échéant, uniquement après la décision de la commission d'appel."
Art. 12. Artikel 8 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt vervangen als volgt:
"Art. 8. De volgende beslissingen van één van de kamers van de raad van het Instituut kunnen aanleiding geven tot een beroep vanwege de belanghebbende bij de beroepscommissie bedoeld in artikel 30:
1° het weigeren van de toelating van een kandidaat als lid van het Instituut;
2° de intrekking van de hoedanigheid van lid van het Instituut;
3° het weigeren van de inschrijving of van de verlenging van de inschrijving in het register van de dienstverrichters bedoeld in artikel 10/2."
"Art. 8. De volgende beslissingen van één van de kamers van de raad van het Instituut kunnen aanleiding geven tot een beroep vanwege de belanghebbende bij de beroepscommissie bedoeld in artikel 30:
1° het weigeren van de toelating van een kandidaat als lid van het Instituut;
2° de intrekking van de hoedanigheid van lid van het Instituut;
3° het weigeren van de inschrijving of van de verlenging van de inschrijving in het register van de dienstverrichters bedoeld in artikel 10/2."
Art. 12. L'article 8 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 8. Les décisions suivantes d'une des chambres du conseil de l'Institut peuvent faire l'objet d'un recours de la part de l'intéressé devant la commission d'appel visée à l'article 30:
1° le refus de l'admission d'un candidat en qualité de membre de l'Institut;
2° le retrait de la qualité de membre de l'Institut;
3° le refus de l'inscription ou de la prolongation de l'inscription au registre des prestataires de services visé à l'article 10/2."
"Art. 8. Les décisions suivantes d'une des chambres du conseil de l'Institut peuvent faire l'objet d'un recours de la part de l'intéressé devant la commission d'appel visée à l'article 30:
1° le refus de l'admission d'un candidat en qualité de membre de l'Institut;
2° le retrait de la qualité de membre de l'Institut;
3° le refus de l'inscription ou de la prolongation de l'inscription au registre des prestataires de services visé à l'article 10/2."
Art. 13. Artikel 9 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt vervangen als volgt:
"Art. 9. § 1. De leden betalen een bijdrage waarvan het bedrag jaarlijks door de algemene vergadering wordt vastgesteld binnen de grenzen en volgens de nadere regels bepaald bij het huishoudelijk reglement van het Instituut.
§ 2. Wanneer iemand in de loop van een jaar de hoedanigheid van lid van het Instituut krijgt, wordt de bijdrage pro rata berekend op basis van het aantal resterende kwartalen van het lopende jaar. Dit systeem is ook van toepassing op een lid-stagiair wanneer deze lid-titularis wordt.
§ 3. De bijdrage blijft geheel of gedeeltelijk aan het Instituut verschuldigd, ook in geval van schorsing, onderbreking of beëindiging van de activiteit van auto-expert door het lid, ongeacht de oorzaak daarvan.
§ 4. De niet-betaling van de verhoogde bijdrage volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement binnen de termijn vastgesteld in de ingebrekestelling bedoeld in het huishoudelijk reglement, brengt van rechtswege de schorsing met zich mee van het recht om deel te nemen aan en te stemmen tijdens de algemene vergadering.
§ 5. Bij niet-betaling van de verhoogde bijdrage volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement binnen de termijn vastgesteld in de ingebrekestelling bedoeld in het huishoudelijk reglement, kan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut het lid terechtwijzen. De kamer van de raad van het Instituut kan de hoedanigheid van lid intrekken indien het lid in gebreke blijft dertig dagen na de terechtwijzing.
De intrekking van de hoedanigheid van lid brengt van rechtswege de weglating uit de ledenlijst met zich mee.
Wanneer de belanghebbende aantoont dat hij de verhoogde bijdrage betaald heeft volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement, schrijft de bevoegde kamer van de raad van het Instituut hem opnieuw in op de ledenlijst.
§ 6. Wanneer het lidmaatschap van de persoon die in gebreke blijft te betalen al werd ingetrokken in de vijf jaar voorafgaand aan de huidige tekortkoming wegens niet-betaling van de bijdrage, kan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut ook de tuchtcommissie vatten die hem boven op de verhoogde bijdrage een tuchtmaatregel kan opleggen overeenkomstig artikel 28.
Wanneer het lid dat zijn bijdrage niet betaalt een functie uitoefent binnen één van de organen van het Instituut, kan de tuchtcommissie hem een tuchtmaatregel opleggen vanaf de eerste wanbetaling.
§ 7. De bijdrage en de eventuele verhoging zijn niet verschuldigd indien het betrokken lid om zijn weglating uit de ledenlijst heeft verzocht voor het verstrijken van de in het betalingsverzoek vastgestelde termijn."
"Art. 9. § 1. De leden betalen een bijdrage waarvan het bedrag jaarlijks door de algemene vergadering wordt vastgesteld binnen de grenzen en volgens de nadere regels bepaald bij het huishoudelijk reglement van het Instituut.
§ 2. Wanneer iemand in de loop van een jaar de hoedanigheid van lid van het Instituut krijgt, wordt de bijdrage pro rata berekend op basis van het aantal resterende kwartalen van het lopende jaar. Dit systeem is ook van toepassing op een lid-stagiair wanneer deze lid-titularis wordt.
§ 3. De bijdrage blijft geheel of gedeeltelijk aan het Instituut verschuldigd, ook in geval van schorsing, onderbreking of beëindiging van de activiteit van auto-expert door het lid, ongeacht de oorzaak daarvan.
§ 4. De niet-betaling van de verhoogde bijdrage volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement binnen de termijn vastgesteld in de ingebrekestelling bedoeld in het huishoudelijk reglement, brengt van rechtswege de schorsing met zich mee van het recht om deel te nemen aan en te stemmen tijdens de algemene vergadering.
§ 5. Bij niet-betaling van de verhoogde bijdrage volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement binnen de termijn vastgesteld in de ingebrekestelling bedoeld in het huishoudelijk reglement, kan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut het lid terechtwijzen. De kamer van de raad van het Instituut kan de hoedanigheid van lid intrekken indien het lid in gebreke blijft dertig dagen na de terechtwijzing.
De intrekking van de hoedanigheid van lid brengt van rechtswege de weglating uit de ledenlijst met zich mee.
Wanneer de belanghebbende aantoont dat hij de verhoogde bijdrage betaald heeft volgens de nadere regels bepaald in het huishoudelijk reglement, schrijft de bevoegde kamer van de raad van het Instituut hem opnieuw in op de ledenlijst.
§ 6. Wanneer het lidmaatschap van de persoon die in gebreke blijft te betalen al werd ingetrokken in de vijf jaar voorafgaand aan de huidige tekortkoming wegens niet-betaling van de bijdrage, kan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut ook de tuchtcommissie vatten die hem boven op de verhoogde bijdrage een tuchtmaatregel kan opleggen overeenkomstig artikel 28.
Wanneer het lid dat zijn bijdrage niet betaalt een functie uitoefent binnen één van de organen van het Instituut, kan de tuchtcommissie hem een tuchtmaatregel opleggen vanaf de eerste wanbetaling.
§ 7. De bijdrage en de eventuele verhoging zijn niet verschuldigd indien het betrokken lid om zijn weglating uit de ledenlijst heeft verzocht voor het verstrijken van de in het betalingsverzoek vastgestelde termijn."
Art. 13. L'article 9 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 9. § 1er. Les membres payent une cotisation dont le montant annuel est fixé par l'assemblée générale, dans les limites et selon les modalités prévues par le règlement d'ordre intérieur de l'Institut.
§ 2. Lorsqu'une personne acquiert la qualité de membre de l'Institut en cours d'année, la cotisation est calculée au prorata du nombre de trimestres restant à courir dans l'année en cours. Ce système s'applique également au membre stagiaire au moment où il devient membre titulaire.
§ 3. La cotisation, entière ou partielle, reste due à l'Institut même en cas de suspension, d'interruption ou d'arrêt de l'exercice des activités d'expert en automobiles par le membre, quelles qu'en soient les causes.
§ 4. Le non-paiement de la cotisation majorée selon les modalités prévues dans le règlement d'ordre intérieur, dans le délai fixé par la mise en demeure visée dans le règlement d'ordre intérieur, entraîne de plein droit la suspension du droit de participer et de voter à l'assemblée générale.
§ 5. En cas de non-paiement de la cotisation majorée selon les modalités prévues dans le règlement d'ordre intérieur, dans le délai fixé par la mise en demeure visée dans le règlement d'ordre intérieur, la chambre compétente du conseil de l'Institut peut rappeler le membre à l'ordre. La chambre du conseil de l'Institut peut retirer la qualité de membre lorsque le membre reste en défaut de s'exécuter trente jours après le rappel à l'ordre.
Le retrait de la qualité de membre entraîne de plein droit l'omission du tableau.
Lorsque l'intéressé démontre avoir payé la cotisation majorée selon les modalités prévues dans le règlement d'ordre intérieur, la chambre compétente du conseil de l'Institut procède à sa réinscription au tableau.
§ 6. Lorsque la qualité de membre de la personne en défaut de paiement lui a déjà été retirée pour non-paiement de la cotisation dans les cinq ans précédant l'actuel défaut de paiement, la chambre compétente du conseil de l'Institut peut également saisir la commission de discipline qui peut lui infliger, en plus du paiement de la cotisation majorée, une sanction disciplinaire conformément à l'article 28.
Lorsque le membre en défaut de paiement exerce une fonction au sein d'un des organes de l'Institut, la commission de discipline peut lui infliger une sanction disciplinaire dès le premier défaut de paiement.
§ 7. La cotisation et la majoration éventuelle ne sont pas dues si le membre concerné a demandé son omission du tableau avant l'expiration du délai fixé par l'invitation à payer."
"Art. 9. § 1er. Les membres payent une cotisation dont le montant annuel est fixé par l'assemblée générale, dans les limites et selon les modalités prévues par le règlement d'ordre intérieur de l'Institut.
§ 2. Lorsqu'une personne acquiert la qualité de membre de l'Institut en cours d'année, la cotisation est calculée au prorata du nombre de trimestres restant à courir dans l'année en cours. Ce système s'applique également au membre stagiaire au moment où il devient membre titulaire.
§ 3. La cotisation, entière ou partielle, reste due à l'Institut même en cas de suspension, d'interruption ou d'arrêt de l'exercice des activités d'expert en automobiles par le membre, quelles qu'en soient les causes.
§ 4. Le non-paiement de la cotisation majorée selon les modalités prévues dans le règlement d'ordre intérieur, dans le délai fixé par la mise en demeure visée dans le règlement d'ordre intérieur, entraîne de plein droit la suspension du droit de participer et de voter à l'assemblée générale.
§ 5. En cas de non-paiement de la cotisation majorée selon les modalités prévues dans le règlement d'ordre intérieur, dans le délai fixé par la mise en demeure visée dans le règlement d'ordre intérieur, la chambre compétente du conseil de l'Institut peut rappeler le membre à l'ordre. La chambre du conseil de l'Institut peut retirer la qualité de membre lorsque le membre reste en défaut de s'exécuter trente jours après le rappel à l'ordre.
Le retrait de la qualité de membre entraîne de plein droit l'omission du tableau.
Lorsque l'intéressé démontre avoir payé la cotisation majorée selon les modalités prévues dans le règlement d'ordre intérieur, la chambre compétente du conseil de l'Institut procède à sa réinscription au tableau.
§ 6. Lorsque la qualité de membre de la personne en défaut de paiement lui a déjà été retirée pour non-paiement de la cotisation dans les cinq ans précédant l'actuel défaut de paiement, la chambre compétente du conseil de l'Institut peut également saisir la commission de discipline qui peut lui infliger, en plus du paiement de la cotisation majorée, une sanction disciplinaire conformément à l'article 28.
Lorsque le membre en défaut de paiement exerce une fonction au sein d'un des organes de l'Institut, la commission de discipline peut lui infliger une sanction disciplinaire dès le premier défaut de paiement.
§ 7. La cotisation et la majoration éventuelle ne sont pas dues si le membre concerné a demandé son omission du tableau avant l'expiration du délai fixé par l'invitation à payer."
Art. 14. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt na artikel 9 een afdeling 3 ingevoegd, luidende "Uitoefening van het beroep en dragen van de titel".
Art. 14. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré, après l'article 9, une section 3 intitulée "Exercice de la profession et port du titre".
Art. 15. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 14, wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 9/1. § 1. Niemand mag het beroep van auto-expert uitoefenen, indien hij niet op de ledenlijst ingeschreven staat, onder voorbehoud van afdeling 4.
§ 2. Een natuurlijke persoon die ingeschreven is op de ledenlijst mag het beroep van auto-expert binnen een rechtspersoon uitoefenen zonder dat de rechtspersoon ingeschreven is op de ledenlijst. Alleen een zelfstandige, een werknemer of een ambtenaar ingeschreven op de ledenlijst mag het beroep uitoefenen in zijn naam en voor rekening van de rechtspersoon. De auto-expert blijft in dat geval persoonlijk aansprakelijk voor de gevolgen van de niet-naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen die de uitoefening van de beroepsactiviteiten van auto-expert bedoeld in artikel 4, § 1, regelen, wegens de uitoefening van de beroepsactiviteiten binnen die rechtspersoon.
De natuurlijke persoon bedoeld in het eerste lid mag het beroep van auto-expert niet uitoefenen binnen een rechtspersoon indien een lid van het bestuursorgaan geschorst is en dat voor de duur van de sanctie en onder voorbehoud van artikel 5, § 4, tweede lid, of geschrapt werd van de ledenlijst van het Instituut zonder eerherstel en wanneer dat lid van het bestuursorgaan een beslissende invloed heeft op de uitoefening van het beroep door de auto-expert. De natuurlijke persoon mag het beroep van auto-expert blijven uitoefenen gedurende een periode van zes maanden vanaf kennisneming van deze situatie. Na deze periode kan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut de intrekking van de hoedanigheid van lid van de natuurlijke persoon uitspreken.
De intrekking van de hoedanigheid van lid brengt van rechtswege de weglating uit de ledenlijst met zich mee."
"Art. 9/1. § 1. Niemand mag het beroep van auto-expert uitoefenen, indien hij niet op de ledenlijst ingeschreven staat, onder voorbehoud van afdeling 4.
§ 2. Een natuurlijke persoon die ingeschreven is op de ledenlijst mag het beroep van auto-expert binnen een rechtspersoon uitoefenen zonder dat de rechtspersoon ingeschreven is op de ledenlijst. Alleen een zelfstandige, een werknemer of een ambtenaar ingeschreven op de ledenlijst mag het beroep uitoefenen in zijn naam en voor rekening van de rechtspersoon. De auto-expert blijft in dat geval persoonlijk aansprakelijk voor de gevolgen van de niet-naleving van de wettelijke en reglementaire bepalingen die de uitoefening van de beroepsactiviteiten van auto-expert bedoeld in artikel 4, § 1, regelen, wegens de uitoefening van de beroepsactiviteiten binnen die rechtspersoon.
De natuurlijke persoon bedoeld in het eerste lid mag het beroep van auto-expert niet uitoefenen binnen een rechtspersoon indien een lid van het bestuursorgaan geschorst is en dat voor de duur van de sanctie en onder voorbehoud van artikel 5, § 4, tweede lid, of geschrapt werd van de ledenlijst van het Instituut zonder eerherstel en wanneer dat lid van het bestuursorgaan een beslissende invloed heeft op de uitoefening van het beroep door de auto-expert. De natuurlijke persoon mag het beroep van auto-expert blijven uitoefenen gedurende een periode van zes maanden vanaf kennisneming van deze situatie. Na deze periode kan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut de intrekking van de hoedanigheid van lid van de natuurlijke persoon uitspreken.
De intrekking van de hoedanigheid van lid brengt van rechtswege de weglating uit de ledenlijst met zich mee."
Art. 15. Dans la section 3, insérée par l'article 14, il est inséré un article 9/1 rédigé comme suit:
"Art. 9/1. § 1er. Sous réserve de la section 4, personne ne peut exercer la profession d'expert en automobiles sans être inscrit au tableau.
§ 2. Une personne physique qui est inscrite au tableau peut exercer la profession d'expert en automobiles au sein d'une personne morale, sans que la personne morale ne soit inscrite au tableau. Seul un indépendant, un salarié ou un fonctionnaire inscrit au tableau peut exercer la profession en son nom et pour le compte de la personne morale. L'expert en automobiles reste dans ce cas personnellement responsable des conséquences du non-respect des dispositions légales et réglementaires régissant l'exercice des activités professionnelles d'expert en automobiles visées à l'article 4, § 1er, du fait de l'exercice des activités professionnelles au sein de cette personne morale.
La personne physique visée à l'alinéa 1er ne peut pas exercer la profession d'expert en automobiles au sein d'une personne morale si l'un des membres de l'organe de gestion est suspendu pour la durée de la sanction et sous réserve de l'article 5, § 4, alinéa 2, ou a été radié du tableau de l'Institut sans faire l'objet d'une réhabilitation, et lorsque ce membre de l'organe de gestion exerce une influence décisive sur l'exercice de la profession par l'expert en automobiles. La personne physique peut continuer à exercer la profession d'expert en automobiles pendant un délai de six mois à compter de la prise de connaissance de cette situation. Passé ce délai, la chambre compétente du conseil de l'Institut peut prononcer le retrait de la qualité de membre de la personne physique.
Le retrait de la qualité de membre entraîne de plein droit l'omission du tableau."
"Art. 9/1. § 1er. Sous réserve de la section 4, personne ne peut exercer la profession d'expert en automobiles sans être inscrit au tableau.
§ 2. Une personne physique qui est inscrite au tableau peut exercer la profession d'expert en automobiles au sein d'une personne morale, sans que la personne morale ne soit inscrite au tableau. Seul un indépendant, un salarié ou un fonctionnaire inscrit au tableau peut exercer la profession en son nom et pour le compte de la personne morale. L'expert en automobiles reste dans ce cas personnellement responsable des conséquences du non-respect des dispositions légales et réglementaires régissant l'exercice des activités professionnelles d'expert en automobiles visées à l'article 4, § 1er, du fait de l'exercice des activités professionnelles au sein de cette personne morale.
La personne physique visée à l'alinéa 1er ne peut pas exercer la profession d'expert en automobiles au sein d'une personne morale si l'un des membres de l'organe de gestion est suspendu pour la durée de la sanction et sous réserve de l'article 5, § 4, alinéa 2, ou a été radié du tableau de l'Institut sans faire l'objet d'une réhabilitation, et lorsque ce membre de l'organe de gestion exerce une influence décisive sur l'exercice de la profession par l'expert en automobiles. La personne physique peut continuer à exercer la profession d'expert en automobiles pendant un délai de six mois à compter de la prise de connaissance de cette situation. Passé ce délai, la chambre compétente du conseil de l'Institut peut prononcer le retrait de la qualité de membre de la personne physique.
Le retrait de la qualité de membre entraîne de plein droit l'omission du tableau."
Art. 16. In artikel 10 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "leden beroepsbeoefenaars" vervangen door het woord "leden-titularissen";
2° het laatste lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden "leden beroepsbeoefenaars" vervangen door het woord "leden-titularissen";
2° het laatste lid wordt opgeheven.
Art. 16. A l'article 10 de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise de l'alinéa 1er, les mots "leden beroepsbeoefenaars" sont remplacés par le mot "leden-titularissen";
2° le dernier alinéa est abrogé.
1° dans la version néerlandaise de l'alinéa 1er, les mots "leden beroepsbeoefenaars" sont remplacés par le mot "leden-titularissen";
2° le dernier alinéa est abrogé.
Art. 17. In hoofdstuk III van dezelfde wet wordt na artikel 10 een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Vrije dienstverrichting en inschrijving in het register van de dienstverrichters".
Art. 17. Dans le chapitre III de la même loi, il est inséré, après l'article 10, une section 4 intitulée "Libre prestation de services et inscription au registre des prestataires de services".
Art. 18. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 17, wordt een artikel 10/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 10/1. § 1. De onderdanen van een lidstaat mogen tijdelijk en incidenteel het beroep van auto-expert uitoefenen zonder de voorwaarden van artikel 5 te moeten vervullen, volgens de nadere regels bepaald in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en in paragraaf 2 indien zij:
1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en;
2° het beroep van auto-expert gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste een jaar hebben uitgeoefend in één of meerdere lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.
Het tijdelijke en incidentele karakter van de dienstverrichting wordt door de bevoegde kamer van de raad van het Instituut per geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
§ 2. Met toepassing van artikel 9 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties stellen de personen bedoeld in paragraaf 1 die zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van auto-expert uit te oefenen, de bevoegde kamer van de raad van het Instituut hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid.
De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in België tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.
Voor de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook de documenten bedoeld in artikel 9, § 2, a) tot e), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties."
"Art. 10/1. § 1. De onderdanen van een lidstaat mogen tijdelijk en incidenteel het beroep van auto-expert uitoefenen zonder de voorwaarden van artikel 5 te moeten vervullen, volgens de nadere regels bepaald in de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties en in paragraaf 2 indien zij:
1° op wettige wijze zijn gevestigd in een andere lidstaat om er hetzelfde beroep uit te oefenen en;
2° het beroep van auto-expert gedurende de tien jaar die voorafgaan aan de dienstverrichting gedurende ten minste een jaar hebben uitgeoefend in één of meerdere lidstaten, indien het beroep niet gereglementeerd is in de lidstaat van vestiging.
Het tijdelijke en incidentele karakter van de dienstverrichting wordt door de bevoegde kamer van de raad van het Instituut per geval beoordeeld, met name in functie van de duur, de frequentie, de regelmaat en de continuïteit.
§ 2. Met toepassing van artikel 9 van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties stellen de personen bedoeld in paragraaf 1 die zich voor het eerst naar België begeven om er tijdelijk en incidenteel het beroep van auto-expert uit te oefenen, de bevoegde kamer van de raad van het Instituut hiervan vooraf in kennis door middel van een schriftelijke verklaring, met daarin de gegevens betreffende verzekeringsdekking of soortgelijke individuele of collectieve vormen van bescherming inzake beroepsaansprakelijkheid.
De in het eerste lid bedoelde verklaring wordt eenmaal per jaar verlengd indien de dienstverrichter voornemens is om gedurende dat jaar in België tijdelijke of incidentele diensten te verrichten. De dienstverrichter mag de verklaring met alle middelen aanleveren.
Voor de eerste dienstverrichting of indien zich een wezenlijke verandering heeft voorgedaan in de door de documenten gestaafde situatie, bezorgt de dienstverrichter ook de documenten bedoeld in artikel 9, § 2, a) tot e), van de wet van 12 februari 2008 betreffende de beroepskwalificaties."
Art. 18. Dans la section 4, insérée par l'article 17, il est inséré un article 10/1 rédigé comme suit:
"Art. 10/1. § 1er. Les ressortissants d'un Etat membre sont autorisés à exercer temporairement et occasionnellement la profession d'expert en automobiles sans devoir remplir les conditions de l'article 5, selon les modalités prévues dans la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles et au paragraphe 2, si:
1° ils sont légalement établis dans un autre Etat membre pour y exercer la même profession et;
2° lorsque la profession d'expert en automobiles n'est pas réglementée dans l'Etat membre d'établissement, ils l'ont exercée dans un ou plusieurs Etats membres pendant au moins une année au cours des dix années qui précèdent leur prestation de services.
Le caractère temporaire et occasionnel de la prestation de services est apprécié au cas par cas par la chambre compétente du conseil de l'Institut, notamment en fonction de sa durée, de sa fréquence, de sa périodicité et de sa continuité.
§ 2. En application de l'article 9 de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, lorsque les personnes visées au paragraphe 1er se déplacent vers le territoire de la Belgique pour la première fois pour exercer, de façon temporaire et occasionnelle, la profession d'expert en automobiles, ils en informent préalablement la chambre compétente du conseil de l'Institut par une déclaration écrite comprenant les informations relatives aux couvertures d'assurance ou autres moyens de protection personnelle ou collective concernant la responsabilité professionnelle.
La déclaration visée à l'alinéa 1er est renouvelée une fois par an si le prestataire de services compte fournir des services d'une manière temporaire ou occasionnelle en Belgique au cours de l'année concernée. Le prestataire de services peut fournir la déclaration par tout moyen.
En outre, lors de la première prestation de services ou en cas de changement matériel relatif à la situation établie par les documents, le prestataire de services fournit également les documents visés à l'article 9, § 2, a) à e), de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles."
"Art. 10/1. § 1er. Les ressortissants d'un Etat membre sont autorisés à exercer temporairement et occasionnellement la profession d'expert en automobiles sans devoir remplir les conditions de l'article 5, selon les modalités prévues dans la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles et au paragraphe 2, si:
1° ils sont légalement établis dans un autre Etat membre pour y exercer la même profession et;
2° lorsque la profession d'expert en automobiles n'est pas réglementée dans l'Etat membre d'établissement, ils l'ont exercée dans un ou plusieurs Etats membres pendant au moins une année au cours des dix années qui précèdent leur prestation de services.
Le caractère temporaire et occasionnel de la prestation de services est apprécié au cas par cas par la chambre compétente du conseil de l'Institut, notamment en fonction de sa durée, de sa fréquence, de sa périodicité et de sa continuité.
§ 2. En application de l'article 9 de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles, lorsque les personnes visées au paragraphe 1er se déplacent vers le territoire de la Belgique pour la première fois pour exercer, de façon temporaire et occasionnelle, la profession d'expert en automobiles, ils en informent préalablement la chambre compétente du conseil de l'Institut par une déclaration écrite comprenant les informations relatives aux couvertures d'assurance ou autres moyens de protection personnelle ou collective concernant la responsabilité professionnelle.
La déclaration visée à l'alinéa 1er est renouvelée une fois par an si le prestataire de services compte fournir des services d'une manière temporaire ou occasionnelle en Belgique au cours de l'année concernée. Le prestataire de services peut fournir la déclaration par tout moyen.
En outre, lors de la première prestation de services ou en cas de changement matériel relatif à la situation établie par les documents, le prestataire de services fournit également les documents visés à l'article 9, § 2, a) à e), de la loi du 12 février 2008 relative aux qualifications professionnelles."
Art. 19. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 10/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 10/2. Het Instituut houdt een register bij dat de dienstverrichters bevat."
"Art. 10/2. Het Instituut houdt een register bij dat de dienstverrichters bevat."
Art. 19. Dans la même section 4, il est inséré un article 10/2 rédigé comme suit:
"Art. 10/2. Un registre reprenant les prestataires de services est tenu au sein de l'Institut."
"Art. 10/2. Un registre reprenant les prestataires de services est tenu au sein de l'Institut."
Art. 20. In dezelfde wet wordt na artikel 10/2, ingevoegd bij artikel 19, een hoofdstuk III/1 ingevoegd, luidende "Deontologie".
Art. 20. Dans la même loi, il est inséré, après l'article 10/2 inséré par l'article 19, un chapitre III/1 intitulé "Déontologie".
Art. 21. In artikel 11 van dezelfde wet wordt het tweede streepje vervangen als volgt:
"- als natuurlijke persoon of als rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks, één of meer van de volgende activiteiten uit te oefenen:
a) de verkoop, de verhuur of de herstelling van voertuigen;
b) de verkoop of de herstelling van wisselstukken;
c) het aanbieden van verzekerings- en makelaarsdiensten."
"- als natuurlijke persoon of als rechtspersoon, rechtstreeks of onrechtstreeks, één of meer van de volgende activiteiten uit te oefenen:
a) de verkoop, de verhuur of de herstelling van voertuigen;
b) de verkoop of de herstelling van wisselstukken;
c) het aanbieden van verzekerings- en makelaarsdiensten."
Art. 21. Dans l'article 11 de la même loi, le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit:
"- exercer, directement ou indirectement, en personne physique ou en personne morale, une ou plusieurs des activités suivantes:
a) la vente, la location ou la réparation de véhicules;
b) la vente ou la réparation de pièces détachées;
c) l'offre des services d'assurance et de courtage."
"- exercer, directement ou indirectement, en personne physique ou en personne morale, une ou plusieurs des activités suivantes:
a) la vente, la location ou la réparation de véhicules;
b) la vente ou la réparation de pièces détachées;
c) l'offre des services d'assurance et de courtage."
Art. 22. In artikel 12 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de Franse versie van het enige lid wordt vervangen als volgt:
"Les experts en automobiles s'acquittent en toute impartialité et dans le respect du code de déontologie des missions qui leur sont confiées.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De deontologische code wordt goedgekeurd of aangenomen door de Koning."
1° de Franse versie van het enige lid wordt vervangen als volgt:
"Les experts en automobiles s'acquittent en toute impartialité et dans le respect du code de déontologie des missions qui leur sont confiées.";
2° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De deontologische code wordt goedgekeurd of aangenomen door de Koning."
Art. 22. A l'article 12 de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa unique est remplacé par ce qui suit:
"Les experts en automobiles s'acquittent en toute impartialité et dans le respect du code de déontologie des missions qui leur sont confiées.";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le code de déontologie est approuvé ou adopté par le Roi."
1° l'alinéa unique est remplacé par ce qui suit:
"Les experts en automobiles s'acquittent en toute impartialité et dans le respect du code de déontologie des missions qui leur sont confiées.";
2° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Le code de déontologie est approuvé ou adopté par le Roi."
Art. 23. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt een afdeling 1 ingevoegd, luidende: "De algemene vergadering".
Art. 23. Dans le chapitre IV de la même loi, il est inséré une section 1re intitulée "L'assemblée générale".
Art. 24. Artikel 13 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt opgeheven.
Art. 24. L'article 13 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, est abrogé.
Art. 25. Artikel 14 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt vervangen als volgt:
"Art. 14. § 1. De algemene vergadering van het Instituut bestaat uit alle leden-titularissen natuurlijke personen.
De algemene vergadering kiest voor drie jaar bij geheime stemming onder haar leden de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de penningmeester en de andere leden en plaatsvervangende leden van de raad van het Instituut, evenals de commissaris der rekeningen.
§ 2. De algemene vergadering aanvaardt of weigert de giften en legaten ten voordele van het Instituut. Ze staat de vervreemding of de verpanding van haar onroerende goederen toe, keurt de jaarlijkse rekening der ontvangsten en uitgaven goed, ontlast de raad van zijn beheer en beraadslaagt over alle onderwerpen waarvoor deze wet en de reglementen haar bevoegdheid verlenen.
De algemene vergadering neemt bovendien door middel van berichten, voorstellen of aanbevelingen aan de raad kennis van alle onderwerpen die het Instituut aanbelangen en die op regelmatige wijze worden voorgelegd.
De beslissingen van de algemene vergadering zijn van toepassing op alle leden. Zij worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden-titularissen natuurlijke personen. Elk lid-titularis natuurlijke persoon heeft recht op één stem. De leden-titularissen natuurlijke personen kunnen schriftelijk volmacht geven aan een ander lid-titularis natuurlijke persoon om op de algemene vergadering in hun plaats te stemmen. Elk lid natuurlijke persoon kan houder zijn van ten hoogste twee volmachten."
"Art. 14. § 1. De algemene vergadering van het Instituut bestaat uit alle leden-titularissen natuurlijke personen.
De algemene vergadering kiest voor drie jaar bij geheime stemming onder haar leden de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de penningmeester en de andere leden en plaatsvervangende leden van de raad van het Instituut, evenals de commissaris der rekeningen.
§ 2. De algemene vergadering aanvaardt of weigert de giften en legaten ten voordele van het Instituut. Ze staat de vervreemding of de verpanding van haar onroerende goederen toe, keurt de jaarlijkse rekening der ontvangsten en uitgaven goed, ontlast de raad van zijn beheer en beraadslaagt over alle onderwerpen waarvoor deze wet en de reglementen haar bevoegdheid verlenen.
De algemene vergadering neemt bovendien door middel van berichten, voorstellen of aanbevelingen aan de raad kennis van alle onderwerpen die het Instituut aanbelangen en die op regelmatige wijze worden voorgelegd.
De beslissingen van de algemene vergadering zijn van toepassing op alle leden. Zij worden genomen bij meerderheid van de aanwezige of vertegenwoordigde leden-titularissen natuurlijke personen. Elk lid-titularis natuurlijke persoon heeft recht op één stem. De leden-titularissen natuurlijke personen kunnen schriftelijk volmacht geven aan een ander lid-titularis natuurlijke persoon om op de algemene vergadering in hun plaats te stemmen. Elk lid natuurlijke persoon kan houder zijn van ten hoogste twee volmachten."
Art. 25. L'article 14 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 14. § 1er. L'assemblée générale de l'Institut est composée de tous les membres titulaires personnes physiques.
L'assemblée générale élit pour trois ans par un vote secret parmi ses membres le président, le vice-président, le secrétaire, le trésorier et les autres membres et membres suppléants du conseil de l'Institut, ainsi que le commissaire aux comptes.
§ 2. L'assemblée générale accepte ou refuse les dons et legs en faveur de l'Institut. Elle autorise l'aliénation ou le nantissement de ses immeubles, approuve le compte annuel des recettes et des dépenses, donne décharge au conseil de sa gestion et délibère sur tous les sujets pour lesquels la présente loi et les règlements lui attribuent compétence.
L'assemblée générale connaît, en outre, par voie d'avis, propositions ou recommandations au conseil, de tous objets intéressant l'Institut et qui lui sont régulièrement soumis.
Les décisions de l'assemblée générale s'appliquent à tous les membres. Elles sont prises à la majorité des membres titulaires personnes physiques présents ou représentés. Chaque membre titulaire personne physique a droit à une voix. Les membres titulaires personnes physiques peuvent donner à un autre membre titulaire personne physique procuration par écrit pour voter en leur lieu et place à l'assemblée générale. Chaque membre personne physique ne peut être porteur que de deux procurations au maximum."
"Art. 14. § 1er. L'assemblée générale de l'Institut est composée de tous les membres titulaires personnes physiques.
L'assemblée générale élit pour trois ans par un vote secret parmi ses membres le président, le vice-président, le secrétaire, le trésorier et les autres membres et membres suppléants du conseil de l'Institut, ainsi que le commissaire aux comptes.
§ 2. L'assemblée générale accepte ou refuse les dons et legs en faveur de l'Institut. Elle autorise l'aliénation ou le nantissement de ses immeubles, approuve le compte annuel des recettes et des dépenses, donne décharge au conseil de sa gestion et délibère sur tous les sujets pour lesquels la présente loi et les règlements lui attribuent compétence.
L'assemblée générale connaît, en outre, par voie d'avis, propositions ou recommandations au conseil, de tous objets intéressant l'Institut et qui lui sont régulièrement soumis.
Les décisions de l'assemblée générale s'appliquent à tous les membres. Elles sont prises à la majorité des membres titulaires personnes physiques présents ou représentés. Chaque membre titulaire personne physique a droit à une voix. Les membres titulaires personnes physiques peuvent donner à un autre membre titulaire personne physique procuration par écrit pour voter en leur lieu et place à l'assemblée générale. Chaque membre personne physique ne peut être porteur que de deux procurations au maximum."
Art. 26. In artikel 15, derde lid, van dezelfde wet worden de woorden "van het Instituut" ingevoegd tussen de woorden "wanneer één vijfde van de leden" en de woorden "het schriftelijk vragen".
Art. 26. Dans l'article 15, alinéa 3, de la même loi, les mots "de l'Institut" sont insérés entre les mots "lorsque le cinquième des membres" et les mots "le demandent par écrit".
Art. 27. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt na artikel 15 een afdeling 2 ingevoegd, luidende "De raad".
Art. 27. Dans le chapitre IV de la même loi, il est inséré, après l'article 15, une section 2 intitulée "Le conseil".
Art. 28. Artikel 16 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt vervangen als volgt:
"Art. 16. § 1. De raad van het Instituut is samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de penningmeester en de tien andere leden verkozen door de algemene vergadering onder de leden-titularissen van het Instituut overeenkomstig artikel 14. Hun hernieuwbaar mandaat van drie jaar verstrijkt op de dag van de jaarlijkse algemene vergadering van dat jaar. Indien de voorzitter tot de Franse of Duitse taalrol behoort, behoort de ondervoorzitter tot de Nederlandse taalrol, of omgekeerd. Indien de secretaris tot de Franse of Duitse taalrol behoort, behoort de penningmeester tot de Nederlandse taalrol, of omgekeerd.
Van de tien andere leden behoren vijf leden tot de Nederlandse taalrol en vijf leden tot de Franse of Duitse taalrol.
De veertien leden van de raad zijn verdeeld over twee kamers. De zeven leden van de Nederlandse taalrol vormen de Nederlandstalige kamer. De zeven leden van de Franse en Duitse taalrol vormen de Franstalige kamer. Indien minstens een verkiesbare persoon van de Duitse taalrol zich kandidaat stelt voor de verkiezingen, telt de Franstalige kamer een lid van de Duitse taalrol.
Minstens één plaatsvervangend lid wordt verkozen voor elk van de tien andere leden bedoeld in het eerste lid onder dezelfde voorwaarden als deze bepaald voor de verkiezing van de effectieve leden. Een plaatsvervangend lid kan eender wie van deze effectieve leden vervangen voor zover hij aan dezelfde voorwaarden voldoet als het effectief lid. De plaatsvervangers worden opgeroepen in dalende volgorde van het aantal stemmen dat ze hebben behaald.
§ 2. Wanneer de voorzitter definitief afwezig is, wordt hij vervangen door de ondervoorzitter.
In dat geval wordt de ondervoorzitter vervangen door een lid van de raad van het Instituut dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden beantwoordt:
1° hij maakt deel uit van de tien andere leden van de raad van het Instituut bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
2° hij behoort tot dezelfde taalrol als de definitief afwezige voorzitter;
3° hij heeft, onder de personen die beantwoorden aan de voorwaarden van de bepalingen onder 1° en 2°, de meeste stemmen behaald tijdens de verkiezingen.
Wanneer een lid van het uitvoerend comité bedoeld in artikel 17/1, ander dan de voorzitter, definitief afwezig is, wordt hij vervangen door het lid van de raad van het Instituut dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden beantwoordt:
1° hij maakt deel uit van de tien andere leden van de raad van het Instituut bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
2° hij behoort tot dezelfde taalrol als het lid van het uitvoerend comité dat hij vervangt;
3° hij heeft, onder de personen die beantwoorden aan de voorwaarden van de bepalingen onder 1° en 2°, de meeste stemmen behaald tijdens de verkiezingen.
Het lid van de raad van het Instituut dat een lid van het uitvoerend comité vervangt overeenkomstig het tweede of derde lid wordt vervangen door een plaatsvervangend lid.
Een vervanging wordt vervuld tot het einde van de termijn van het mandaat van het vervangen lid.
§ 3. De raad van het Instituut beraadslaagt slechts op geldige wijze indien ten minste drie leden van elke kamer van de raad van het Instituut, waaronder ten minste één lid van het uitvoerend comité bedoeld in artikel 17/1, aanwezig zijn. De beslissingen van de raad van het Instituut worden bij meerderheid van de aanwezige leden genomen. Bij staking van stemmen is die van de voorzitter beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter en bij staking van stemmen is die van de ondervoorzitter beslissend.
§ 4. Elke kamer van de raad van het Instituut beraadslaagt slechts op geldige wijze indien ten minste drie leden van de raad van het Instituut, waaronder ten minste één lid van het uitvoerend comité bedoeld in artikel 17/1, aanwezig zijn. De beslissingen van de kamer worden bij meerderheid van de aanwezige leden genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of de ondervoorzitter beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter of ondervoorzitter, worden zij vervangen door een ander lid van het uitvoerend comité, wiens stem doorslaggevend is bij staking van stemmen.
§ 5. Elke beslissing van de raad van het Instituut die betrekking heeft op een welbepaald persoon wordt met redenen omkleed."
"Art. 16. § 1. De raad van het Instituut is samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris, de penningmeester en de tien andere leden verkozen door de algemene vergadering onder de leden-titularissen van het Instituut overeenkomstig artikel 14. Hun hernieuwbaar mandaat van drie jaar verstrijkt op de dag van de jaarlijkse algemene vergadering van dat jaar. Indien de voorzitter tot de Franse of Duitse taalrol behoort, behoort de ondervoorzitter tot de Nederlandse taalrol, of omgekeerd. Indien de secretaris tot de Franse of Duitse taalrol behoort, behoort de penningmeester tot de Nederlandse taalrol, of omgekeerd.
Van de tien andere leden behoren vijf leden tot de Nederlandse taalrol en vijf leden tot de Franse of Duitse taalrol.
De veertien leden van de raad zijn verdeeld over twee kamers. De zeven leden van de Nederlandse taalrol vormen de Nederlandstalige kamer. De zeven leden van de Franse en Duitse taalrol vormen de Franstalige kamer. Indien minstens een verkiesbare persoon van de Duitse taalrol zich kandidaat stelt voor de verkiezingen, telt de Franstalige kamer een lid van de Duitse taalrol.
Minstens één plaatsvervangend lid wordt verkozen voor elk van de tien andere leden bedoeld in het eerste lid onder dezelfde voorwaarden als deze bepaald voor de verkiezing van de effectieve leden. Een plaatsvervangend lid kan eender wie van deze effectieve leden vervangen voor zover hij aan dezelfde voorwaarden voldoet als het effectief lid. De plaatsvervangers worden opgeroepen in dalende volgorde van het aantal stemmen dat ze hebben behaald.
§ 2. Wanneer de voorzitter definitief afwezig is, wordt hij vervangen door de ondervoorzitter.
In dat geval wordt de ondervoorzitter vervangen door een lid van de raad van het Instituut dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden beantwoordt:
1° hij maakt deel uit van de tien andere leden van de raad van het Instituut bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
2° hij behoort tot dezelfde taalrol als de definitief afwezige voorzitter;
3° hij heeft, onder de personen die beantwoorden aan de voorwaarden van de bepalingen onder 1° en 2°, de meeste stemmen behaald tijdens de verkiezingen.
Wanneer een lid van het uitvoerend comité bedoeld in artikel 17/1, ander dan de voorzitter, definitief afwezig is, wordt hij vervangen door het lid van de raad van het Instituut dat aan de volgende cumulatieve voorwaarden beantwoordt:
1° hij maakt deel uit van de tien andere leden van de raad van het Instituut bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
2° hij behoort tot dezelfde taalrol als het lid van het uitvoerend comité dat hij vervangt;
3° hij heeft, onder de personen die beantwoorden aan de voorwaarden van de bepalingen onder 1° en 2°, de meeste stemmen behaald tijdens de verkiezingen.
Het lid van de raad van het Instituut dat een lid van het uitvoerend comité vervangt overeenkomstig het tweede of derde lid wordt vervangen door een plaatsvervangend lid.
Een vervanging wordt vervuld tot het einde van de termijn van het mandaat van het vervangen lid.
§ 3. De raad van het Instituut beraadslaagt slechts op geldige wijze indien ten minste drie leden van elke kamer van de raad van het Instituut, waaronder ten minste één lid van het uitvoerend comité bedoeld in artikel 17/1, aanwezig zijn. De beslissingen van de raad van het Instituut worden bij meerderheid van de aanwezige leden genomen. Bij staking van stemmen is die van de voorzitter beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter en bij staking van stemmen is die van de ondervoorzitter beslissend.
§ 4. Elke kamer van de raad van het Instituut beraadslaagt slechts op geldige wijze indien ten minste drie leden van de raad van het Instituut, waaronder ten minste één lid van het uitvoerend comité bedoeld in artikel 17/1, aanwezig zijn. De beslissingen van de kamer worden bij meerderheid van de aanwezige leden genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter of de ondervoorzitter beslissend. Bij afwezigheid van de voorzitter of ondervoorzitter, worden zij vervangen door een ander lid van het uitvoerend comité, wiens stem doorslaggevend is bij staking van stemmen.
§ 5. Elke beslissing van de raad van het Instituut die betrekking heeft op een welbepaald persoon wordt met redenen omkleed."
Art. 28. L'article 16 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, est remplacé par ce qui suit:
"Art. 16. § 1er. Le conseil de l'Institut est composé du président, du vice-président, du secrétaire, du trésorier, et des dix autres membres élus par l'assemblée générale parmi les membres titulaires de l'Institut, conformément à l'article 14. Leur mandat, renouvelable et d'une durée de trois ans, expire le jour même de l'assemblée générale annuelle de l'année concernée. Si le président appartient au rôle linguistique français ou allemand, le vice-président appartient au rôle linguistique néerlandais ou inversement. Si le secrétaire appartient au rôle linguistique français ou allemand, le trésorier appartient au rôle linguistique néerlandais ou inversement.
Parmi les dix autres membres, cinq appartiennent au rôle linguistique néerlandais et cinq appartiennent au rôle linguistique français ou allemand.
Les quatorze membres du conseil se répartissent en deux chambres. Les sept membres du rôle linguistique néerlandais forment la chambre d'expression néerlandaise. Les sept membres du rôle linguistique français ou allemand forment la chambre d'expression française. La chambre d'expression française compte un membre du rôle linguistique allemand si au moins un candidat éligible du rôle linguistique allemand s'est présenté aux élections.
Au moins un membre suppléant est élu pour chacun des dix autres membres visés à l'alinéa 1er suivant les mêmes conditions que celles prévues pour l'élection de ces membres effectifs. Un membre suppléant peut remplacer n'importe lequel de ces membres effectifs pour autant qu'il remplisse les mêmes conditions que ce dernier. Les suppléants sont convoqués dans l'ordre décroissant du nombre de voix qu'ils ont obtenu.
§ 2. Lorsque le président est définitivement absent, le vice-président le remplace.
Dans ce cas, le vice-président est remplacé par le membre du conseil de l'Institut qui répond aux conditions cumulatives suivantes:
1° il fait partie des dix autres membres du conseil de l'Institut visés au paragraphe 1er, alinéa 1er;
2° il appartient au même rôle linguistique que le président définitivement absent;
3° il a obtenu, parmi les personnes répondant aux conditions des 1° et 2°, le plus de voix lors des élections.
Lorsqu'un membre du comité exécutif visé à l'article 17/1, autre que le président, est définitivement absent, il est remplacé par le membre du conseil de l'Institut qui répond aux conditions cumulatives suivantes:
1° il fait partie des dix autres membres du conseil de l'Institut visés au paragraphe 1er, alinéa 1er;
2° il appartient au même rôle linguistique que le membre du comité exécutif qu'il remplace;
3° il a obtenu, parmi les personnes répondant aux conditions des 1° et 2°, le plus de voix lors des élections.
Le membre du conseil de l'Institut qui remplace un membre du comité exécutif conformément à l'alinéa 2 ou 3 est remplacé par un membre suppléant.
Un remplacement s'effectue jusqu'au terme du mandat du membre remplacé.
§ 3. Le conseil de l'Institut délibère valablement uniquement si au moins trois membres de chaque chambre du conseil de l'Institut, dont au moins un membre du comité exécutif visé à l'article 17/1, sont présents. Les décisions du conseil de l'Institut sont prises à la majorité des membres présents. En cas de parité des voix, la voix du président est prépondérante. En l'absence du président et en cas de parité des voix, la voix du vice-président est prépondérante.
§ 4. Chaque chambre du conseil de l'Institut délibère valablement uniquement si au moins trois membres du conseil de l'Institut, dont au moins un membre du comité exécutif visé à l'article 17/1, sont présents. Les décisions de la chambre sont prises à la majorité des membres présents. En cas de parité des voix, la voix du président ou du vice-président est prépondérante. En l'absence du président ou du vice-président, ceux-ci sont remplacés par un autre membre du comité exécutif, dont la voix est prépondérante en cas de parité.
§ 5. Toute décision du conseil de l'Institut concernant une personne déterminée est motivée."
"Art. 16. § 1er. Le conseil de l'Institut est composé du président, du vice-président, du secrétaire, du trésorier, et des dix autres membres élus par l'assemblée générale parmi les membres titulaires de l'Institut, conformément à l'article 14. Leur mandat, renouvelable et d'une durée de trois ans, expire le jour même de l'assemblée générale annuelle de l'année concernée. Si le président appartient au rôle linguistique français ou allemand, le vice-président appartient au rôle linguistique néerlandais ou inversement. Si le secrétaire appartient au rôle linguistique français ou allemand, le trésorier appartient au rôle linguistique néerlandais ou inversement.
Parmi les dix autres membres, cinq appartiennent au rôle linguistique néerlandais et cinq appartiennent au rôle linguistique français ou allemand.
Les quatorze membres du conseil se répartissent en deux chambres. Les sept membres du rôle linguistique néerlandais forment la chambre d'expression néerlandaise. Les sept membres du rôle linguistique français ou allemand forment la chambre d'expression française. La chambre d'expression française compte un membre du rôle linguistique allemand si au moins un candidat éligible du rôle linguistique allemand s'est présenté aux élections.
Au moins un membre suppléant est élu pour chacun des dix autres membres visés à l'alinéa 1er suivant les mêmes conditions que celles prévues pour l'élection de ces membres effectifs. Un membre suppléant peut remplacer n'importe lequel de ces membres effectifs pour autant qu'il remplisse les mêmes conditions que ce dernier. Les suppléants sont convoqués dans l'ordre décroissant du nombre de voix qu'ils ont obtenu.
§ 2. Lorsque le président est définitivement absent, le vice-président le remplace.
Dans ce cas, le vice-président est remplacé par le membre du conseil de l'Institut qui répond aux conditions cumulatives suivantes:
1° il fait partie des dix autres membres du conseil de l'Institut visés au paragraphe 1er, alinéa 1er;
2° il appartient au même rôle linguistique que le président définitivement absent;
3° il a obtenu, parmi les personnes répondant aux conditions des 1° et 2°, le plus de voix lors des élections.
Lorsqu'un membre du comité exécutif visé à l'article 17/1, autre que le président, est définitivement absent, il est remplacé par le membre du conseil de l'Institut qui répond aux conditions cumulatives suivantes:
1° il fait partie des dix autres membres du conseil de l'Institut visés au paragraphe 1er, alinéa 1er;
2° il appartient au même rôle linguistique que le membre du comité exécutif qu'il remplace;
3° il a obtenu, parmi les personnes répondant aux conditions des 1° et 2°, le plus de voix lors des élections.
Le membre du conseil de l'Institut qui remplace un membre du comité exécutif conformément à l'alinéa 2 ou 3 est remplacé par un membre suppléant.
Un remplacement s'effectue jusqu'au terme du mandat du membre remplacé.
§ 3. Le conseil de l'Institut délibère valablement uniquement si au moins trois membres de chaque chambre du conseil de l'Institut, dont au moins un membre du comité exécutif visé à l'article 17/1, sont présents. Les décisions du conseil de l'Institut sont prises à la majorité des membres présents. En cas de parité des voix, la voix du président est prépondérante. En l'absence du président et en cas de parité des voix, la voix du vice-président est prépondérante.
§ 4. Chaque chambre du conseil de l'Institut délibère valablement uniquement si au moins trois membres du conseil de l'Institut, dont au moins un membre du comité exécutif visé à l'article 17/1, sont présents. Les décisions de la chambre sont prises à la majorité des membres présents. En cas de parité des voix, la voix du président ou du vice-président est prépondérante. En l'absence du président ou du vice-président, ceux-ci sont remplacés par un autre membre du comité exécutif, dont la voix est prépondérante en cas de parité.
§ 5. Toute décision du conseil de l'Institut concernant une personne déterminée est motivée."
Art. 29. In artikel 17 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de Franse versie van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "les règlements de stage, de déontologie" vervangen door de woorden "le règlement de stage, le code de déontologie";
2° in de Franse versie van paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "minimum" vervangen door het woord "minimaux";
3° in paragraaf 1, achtste lid, worden de woorden "kennis nemen" vervangen door het woord "kennisnemen";
4° in paragraaf 1, tiende lid, worden de woorden "de regeringscommissaris in kennis gesteld wordt van het proces-verbaal van de beslissing" vervangen door de woorden "het proces-verbaal dat de beslissing bevestigt werd betekend aan de regeringscommissaris";
5° paragraaf 4 wordt opgeheven.
1° in de Franse versie van paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "les règlements de stage, de déontologie" vervangen door de woorden "le règlement de stage, le code de déontologie";
2° in de Franse versie van paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "minimum" vervangen door het woord "minimaux";
3° in paragraaf 1, achtste lid, worden de woorden "kennis nemen" vervangen door het woord "kennisnemen";
4° in paragraaf 1, tiende lid, worden de woorden "de regeringscommissaris in kennis gesteld wordt van het proces-verbaal van de beslissing" vervangen door de woorden "het proces-verbaal dat de beslissing bevestigt werd betekend aan de regeringscommissaris";
5° paragraaf 4 wordt opgeheven.
Art. 29. A l'article 17 de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les règlements de stage, de déontologie" sont remplacés par les mots "le règlement de stage, le code de déontologie";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "minimum" est remplacé par le mot "minimaux";
3° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 8, les mots "kennis nemen" sont remplacés par le mot "kennisnemen";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 10, les mots "le commissaire du gouvernement a eu connaissance du procès-verbal de la décision" sont remplacés par les mots "le procès-verbal actant la décision a été notifié au commissaire du gouvernement";
5° le paragraphe 4 est abrogé.
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "les règlements de stage, de déontologie" sont remplacés par les mots "le règlement de stage, le code de déontologie";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "minimum" est remplacé par le mot "minimaux";
3° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 8, les mots "kennis nemen" sont remplacés par le mot "kennisnemen";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 10, les mots "le commissaire du gouvernement a eu connaissance du procès-verbal de la décision" sont remplacés par les mots "le procès-verbal actant la décision a été notifié au commissaire du gouvernement";
5° le paragraphe 4 est abrogé.
Art. 30. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt na artikel 17 een afdeling 3 ingevoegd, luidende "Het uitvoerend comité".
Art. 30. Dans le chapitre IV de la même loi, il est inséré, après l'article 17, une section 3 intitulée "Le comité exécutif".
Art. 31. In afdeling 3 ingevoegd bij artikel 30 wordt een artikel 17/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 17/1. Het uitvoerend comité is samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris en de penningmeester. Het is belast met het dagelijks bestuur van het Instituut. Dat omvat het afhandelen van de lopende zaken, het toezicht op het financieel beheer van het Instituut, het voorbereiden van de vergaderingen van de raad van het Instituut, het aanwerven en het leiden van het personeel en alle andere door de raad van het Instituut bepaalde opdrachten, met uitzondering evenwel van de door of krachtens de wet uitdrukkelijk aan de raad van het Instituut toevertrouwde opdrachten.
Het uitvoerend comité neemt alle maatregelen die nodig zijn ter voorbereiding alsook ter uitvoering van de beslissingen van de raad van het Instituut en het stelt de agenda van de vergaderingen op.
Het uitvoerend comité kan worden bijeengeroepen op verzoek van de regeringscommissaris.
De beslissingen van het uitvoerend comité worden genomen bij unanimiteit van de aanwezige leden en voor zover minstens een lid van zowel de Nederlandstalige als de Franstalige kamer aanwezig is."
"Art. 17/1. Het uitvoerend comité is samengesteld uit de voorzitter, de ondervoorzitter, de secretaris en de penningmeester. Het is belast met het dagelijks bestuur van het Instituut. Dat omvat het afhandelen van de lopende zaken, het toezicht op het financieel beheer van het Instituut, het voorbereiden van de vergaderingen van de raad van het Instituut, het aanwerven en het leiden van het personeel en alle andere door de raad van het Instituut bepaalde opdrachten, met uitzondering evenwel van de door of krachtens de wet uitdrukkelijk aan de raad van het Instituut toevertrouwde opdrachten.
Het uitvoerend comité neemt alle maatregelen die nodig zijn ter voorbereiding alsook ter uitvoering van de beslissingen van de raad van het Instituut en het stelt de agenda van de vergaderingen op.
Het uitvoerend comité kan worden bijeengeroepen op verzoek van de regeringscommissaris.
De beslissingen van het uitvoerend comité worden genomen bij unanimiteit van de aanwezige leden en voor zover minstens een lid van zowel de Nederlandstalige als de Franstalige kamer aanwezig is."
Art. 31. Dans la section 3 insérée par l'article 30, il est inséré un article 17/1 rédigé comme suit:
"Art. 17/1. Le comité exécutif est composé du président, du vice-président, du secrétaire et du trésorier. Il est chargé de la gestion journalière de l'Institut. Celle-ci comprend la conduite des affaires courantes, la surveillance de la gestion financière de l'Institut, la préparation des réunions du conseil de l'Institut, l'engagement et la direction du personnel et toutes autres missions définies par le conseil de l'Institut, à l'exception des attributions expressément confiées au conseil de l'Institut par la loi ou en vertu de celle-ci.
Le comité exécutif prend toutes les mesures nécessaires à la préparation ainsi qu'à l'exécution des décisions du conseil de l'Institut et il établit l'ordre du jour des séances.
Le comité exécutif peut être réuni à la requête du commissaire du gouvernement.
Les décisions du comité exécutif sont prises à l'unanimité des membres présents et pour autant qu'au moins un membre de la chambre d'expression néerlandaise et un membre de la chambre d'expression française soient présents."
"Art. 17/1. Le comité exécutif est composé du président, du vice-président, du secrétaire et du trésorier. Il est chargé de la gestion journalière de l'Institut. Celle-ci comprend la conduite des affaires courantes, la surveillance de la gestion financière de l'Institut, la préparation des réunions du conseil de l'Institut, l'engagement et la direction du personnel et toutes autres missions définies par le conseil de l'Institut, à l'exception des attributions expressément confiées au conseil de l'Institut par la loi ou en vertu de celle-ci.
Le comité exécutif prend toutes les mesures nécessaires à la préparation ainsi qu'à l'exécution des décisions du conseil de l'Institut et il établit l'ordre du jour des séances.
Le comité exécutif peut être réuni à la requête du commissaire du gouvernement.
Les décisions du comité exécutif sont prises à l'unanimité des membres présents et pour autant qu'au moins un membre de la chambre d'expression néerlandaise et un membre de la chambre d'expression française soient présents."
Art. 32. In hoofdstuk IV van dezelfde wet wordt na artikel 17/1, ingevoegd bij artikel 31, een afdeling 4 ingevoegd, luidende "Gemeenschappelijke bepalingen".
Art. 32. Dans le chapitre IV de la même loi, il est inséré, après l'article 17/1 inséré par l'article 31, une section 4 intitulée "Dispositions communes".
Art. 33. In artikel 18, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, worden de woorden "van de commissaris der rekeningen," ingevoegd tussen de woorden "van de raad van het Instituut," en de woorden "van het uitvoerend comité".
Art. 33. Dans l'article 18, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, les mots "du commissaire aux comptes," sont insérés entre les mots "du conseil de l'Institut," et les mots "du comité exécutif".
Art. 34. In afdeling 4, ingevoegd bij artikel 32, wordt een artikel 18/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/1. De personeelsleden kunnen uitgenodigd worden om de vergaderingen van de organen van het Instituut bij te wonen."
"Art. 18/1. De personeelsleden kunnen uitgenodigd worden om de vergaderingen van de organen van het Instituut bij te wonen."
Art. 34. Dans la section 4 insérée par l'article 32, il est inséré un article 18/1 rédigé comme suit:
"Art. 18/1. Les membres du personnel peuvent être invités à assister aux réunions des organes de l'Institut."
"Art. 18/1. Les membres du personnel peuvent être invités à assister aux réunions des organes de l'Institut."
Art. 35. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 18/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/2. Elk orgaan van het Instituut kan zich laten bijstaan door een expert of een adviseur, na een unanieme beslissing van het betrokken orgaan, op voorwaarde dat ten minste twee derde van de leden aanwezig zijn.
De in het eerste lid bedoelde beslissing blijft geldig tot ze herroepen wordt."
"Art. 18/2. Elk orgaan van het Instituut kan zich laten bijstaan door een expert of een adviseur, na een unanieme beslissing van het betrokken orgaan, op voorwaarde dat ten minste twee derde van de leden aanwezig zijn.
De in het eerste lid bedoelde beslissing blijft geldig tot ze herroepen wordt."
Art. 35. Dans la même section 4, il est inséré un article 18/2 rédigé comme suit:
"Art. 18/2. Chaque organe de l'Institut peut se faire assister par un expert ou un conseiller sur décision unanime de l'organe concerné, à condition qu'au moins deux tiers des membres soient présents.
La décision visée à l'alinéa 1er reste valable jusqu'à son abrogation."
"Art. 18/2. Chaque organe de l'Institut peut se faire assister par un expert ou un conseiller sur décision unanime de l'organe concerné, à condition qu'au moins deux tiers des membres soient présents.
La décision visée à l'alinéa 1er reste valable jusqu'à son abrogation."
Art. 36. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 18/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/3. De organen van het Instituut zijn onderworpen aan het beroepsgeheim.
Niettemin mogen de organen, de leden van die organen en de personeelsleden van het Instituut gegevens uitwisselen met andere organen, met andere leden van die organen en met andere personeelsleden van het Instituut voor zover die uitwisseling van gegevens noodzakelijk is voor hun wettelijke of reglementaire opdrachten."
"Art. 18/3. De organen van het Instituut zijn onderworpen aan het beroepsgeheim.
Niettemin mogen de organen, de leden van die organen en de personeelsleden van het Instituut gegevens uitwisselen met andere organen, met andere leden van die organen en met andere personeelsleden van het Instituut voor zover die uitwisseling van gegevens noodzakelijk is voor hun wettelijke of reglementaire opdrachten."
Art. 36. Dans la même section 4, il est inséré un article 18/3 rédigé comme suit:
"Art. 18/3. Les organes de l'Institut sont soumis au secret professionnel.
Toutefois, les organes, les membres de ces organes et les membres du personnel de l'Institut peuvent échanger des informations avec d'autres organes, avec d'autres membres de ces organes et avec d'autres membres du personnel de l'Institut pour autant que cet échange d'informations soit nécessaire à l'accomplissement de leurs missions légales ou réglementaires."
"Art. 18/3. Les organes de l'Institut sont soumis au secret professionnel.
Toutefois, les organes, les membres de ces organes et les membres du personnel de l'Institut peuvent échanger des informations avec d'autres organes, avec d'autres membres de ces organes et avec d'autres membres du personnel de l'Institut pour autant que cet échange d'informations soit nécessaire à l'accomplissement de leurs missions légales ou réglementaires."
Art. 37. In dezelfde afdeling 4 wordt een artikel 18/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 18/4. De Koning stelt, op voorstel of na advies van de raad van het Instituut, de reglementen vast die noodzakelijk zijn voor de werking van het Instituut en voor de verwezenlijking van zijn bij deze wet omschreven doelstellingen."
"Art. 18/4. De Koning stelt, op voorstel of na advies van de raad van het Instituut, de reglementen vast die noodzakelijk zijn voor de werking van het Instituut en voor de verwezenlijking van zijn bij deze wet omschreven doelstellingen."
Art. 37. Dans la même section 4, il est inséré un article 18/4 rédigé comme suit:
"Art. 18/4. Le Roi arrête, sur proposition ou après avis du conseil de l'Institut, les règlements nécessaires pour assurer le fonctionnement de l'Institut et la réalisation des objectifs que la présente loi lui assigne."
"Art. 18/4. Le Roi arrête, sur proposition ou après avis du conseil de l'Institut, les règlements nécessaires pour assurer le fonctionnement de l'Institut et la réalisation des objectifs que la présente loi lui assigne."
Art. 38. In dezelfde wet wordt het opschrift van hoofdstuk V vervangen als volgt:
"Hoofdstuk V. Organisatie van de stage van de auto-experts".
"Hoofdstuk V. Organisatie van de stage van de auto-experts".
Art. 38. Dans la même loi, l'intitulé du chapitre V est remplacé par ce qui suit:
"Chapitre V. De l'organisation du stage des experts en automobiles".
"Chapitre V. De l'organisation du stage des experts en automobiles".
Art. 39. In artikel 19 van dezelfde wet wordt het tweede lid vervangen als volgt:
"De raad kan de duur van de stage verminderen na een met redenen omkleed advies van de stagecommissie, zowel voor Belgische onderdanen als voor buitenlanders."
"De raad kan de duur van de stage verminderen na een met redenen omkleed advies van de stagecommissie, zowel voor Belgische onderdanen als voor buitenlanders."
Art. 39. Dans l'article 19 de la même loi, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"Le conseil peut réduire la période de stage sur avis motivé de la commission de stage, tant pour les ressortissants belges qu'étrangers."
"Le conseil peut réduire la période de stage sur avis motivé de la commission de stage, tant pour les ressortissants belges qu'étrangers."
Art. 40. In artikel 20 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "en ingeschreven te zijn op de ledenlijst als stagiair" ingevoegd tussen de woorden "toegelaten" en ", moet men";
2° in het eerste streepje, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 1°, 2°, c), d) of e), en 6° " vervangen door de woorden "de in artikel 5, § 2, eerste lid, 1°, 2°, c), d), e), f), g), h) of i),";
3° het tweede streepje wordt opgeheven;
4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De auto-expert die een bewijs van beroepskwalificatie voorlegt zoals bedoeld in artikel 5, § 2, eerste lid, 2°, a) of b), wordt vrijgesteld van de stage zoals bepaald in artikel 19."
1° in de inleidende zin worden de woorden "en ingeschreven te zijn op de ledenlijst als stagiair" ingevoegd tussen de woorden "toegelaten" en ", moet men";
2° in het eerste streepje, worden de woorden "de in artikel 5, § 1, 1°, 2°, c), d) of e), en 6° " vervangen door de woorden "de in artikel 5, § 2, eerste lid, 1°, 2°, c), d), e), f), g), h) of i),";
3° het tweede streepje wordt opgeheven;
4° het artikel wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De auto-expert die een bewijs van beroepskwalificatie voorlegt zoals bedoeld in artikel 5, § 2, eerste lid, 2°, a) of b), wordt vrijgesteld van de stage zoals bepaald in artikel 19."
Art. 40. A l'article 20 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la phrase introductive, les mots "et être inscrit au tableau comme stagiaire" sont insérés entre les mots "stage" et ", il faut";
2° au premier tiret, les mots "à l'article 5, § 1er, 1°, 2°, c), d) ou e), et 6° " sont remplacés par les mots "à l'article 5, § 2, alinéa 1er, 1°, 2°, c), d), e), f), g), h), ou i),";
3° le deuxième tiret est abrogé;
4° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'expert en automobiles qui fournit la preuve des qualifications professionnelles visées à l'article 5, § 2, alinéa 1er, 2°, a) ou b), est exempté du stage visé à l'article 19."
1° dans la phrase introductive, les mots "et être inscrit au tableau comme stagiaire" sont insérés entre les mots "stage" et ", il faut";
2° au premier tiret, les mots "à l'article 5, § 1er, 1°, 2°, c), d) ou e), et 6° " sont remplacés par les mots "à l'article 5, § 2, alinéa 1er, 1°, 2°, c), d), e), f), g), h), ou i),";
3° le deuxième tiret est abrogé;
4° l'article est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'expert en automobiles qui fournit la preuve des qualifications professionnelles visées à l'article 5, § 2, alinéa 1er, 2°, a) ou b), est exempté du stage visé à l'article 19."
Art. 41. In artikel 21 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, wordt het eerste lid vervangen als volgt:
"De Koning stelt, op voorstel of na advies van de raad van het Instituut, het stagereglement vast dat ten minste de rechten en verplichtingen van de stagemeester en de stagiair, de samenstelling en bevoegdheden van de stagecommissie, de bezoldigingsregeling voor de stagiairs en de inschrijvingsprocedure bepaalt. Het stagereglement kan andere voorwaarden of nadere regels betreffende de beroepsopleiding bevatten."
"De Koning stelt, op voorstel of na advies van de raad van het Instituut, het stagereglement vast dat ten minste de rechten en verplichtingen van de stagemeester en de stagiair, de samenstelling en bevoegdheden van de stagecommissie, de bezoldigingsregeling voor de stagiairs en de inschrijvingsprocedure bepaalt. Het stagereglement kan andere voorwaarden of nadere regels betreffende de beroepsopleiding bevatten."
Art. 41. Dans l'article 21 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Le Roi arrête, sur proposition ou après avis du conseil de l'Institut, le règlement de stage, lequel détermine au moins les droits et obligations du maître de stage et du stagiaire, la composition et les attributions de la commission de stage, les règles de la rémunération des stagiaires et la procédure d'inscription. Le règlement de stage peut reprendre d'autres conditions ou modalités liées à la formation professionnelle."
"Le Roi arrête, sur proposition ou après avis du conseil de l'Institut, le règlement de stage, lequel détermine au moins les droits et obligations du maître de stage et du stagiaire, la composition et les attributions de la commission de stage, les règles de la rémunération des stagiaires et la procédure d'inscription. Le règlement de stage peut reprendre d'autres conditions ou modalités liées à la formation professionnelle."
Art. 42. In artikel 25, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de woorden "of omtrent de voorwaarde bepaald in artikel 5, § 2, eerste lid, 1°, " ingevoegd tussen de woorden "omtrent zijn functie-uitoefening" en het woord "loopt".
Art. 42. Dans l'article 25, alinéa 1er, de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les mots "ou concernant la condition visée à l'article 5, § 2, alinéa 1er, 1° " sont insérés entre les mots "portant sur l'exercice de sa fonction" et les mots ", doit en informer la chambre compétente".
Art. 43. In artikel 26 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt het woord "zes" vervangen door het woord "drie" en worden de woorden "raad van het Instituut aangewezen" vervangen door de woorden "algemene vergadering verkozen";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"De Franstalige kamer telt een Duitstalig lid indien minstens een verkiesbare persoon van de Duitse taalrol zich kandidaat stelt bij de verkiezingen.";
3° in het vierde lid wordt het woord "aangewezen" vervangen door het woord "verkozen".
1° in het eerste lid wordt het woord "zes" vervangen door het woord "drie" en worden de woorden "raad van het Instituut aangewezen" vervangen door de woorden "algemene vergadering verkozen";
2° het tweede lid wordt vervangen als volgt:
"De Franstalige kamer telt een Duitstalig lid indien minstens een verkiesbare persoon van de Duitse taalrol zich kandidaat stelt bij de verkiezingen.";
3° in het vierde lid wordt het woord "aangewezen" vervangen door het woord "verkozen".
Art. 43. A l'article 26 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 1er, le mot "six" est remplacé par le mot "trois", et les mots "désignés par le conseil de l'Institut" sont remplacés par les mots "élus par l'assemblée générale";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La chambre d'expression française compte un membre du rôle linguistique allemand si au moins un candidat éligible du rôle linguistique allemand s'est présenté aux élections.";
3° à l'alinéa 4, le mot "désigné" est remplacé par le mot "élu".
1° à l'alinéa 1er, le mot "six" est remplacé par le mot "trois", et les mots "désignés par le conseil de l'Institut" sont remplacés par les mots "élus par l'assemblée générale";
2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
"La chambre d'expression française compte un membre du rôle linguistique allemand si au moins un candidat éligible du rôle linguistique allemand s'est présenté aux élections.";
3° à l'alinéa 4, le mot "désigné" est remplacé par le mot "élu".
Art. 44. In artikel 27 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de inleidende zin worden de woorden "leden beroepsbeoefenaars" vervangen door het woord "leden-titularissen";
2° het artikel wordt aangevuld met een derde en een vierde streepje, luidende:
"- die de bepalingen van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten hebben overtreden;
- die zich niet hebben gehouden aan de onverenigbaarheden bedoeld in artikel 11."
1° in de inleidende zin worden de woorden "leden beroepsbeoefenaars" vervangen door het woord "leden-titularissen";
2° het artikel wordt aangevuld met een derde en een vierde streepje, luidende:
"- die de bepalingen van deze wet of van haar uitvoeringsbesluiten hebben overtreden;
- die zich niet hebben gehouden aan de onverenigbaarheden bedoeld in artikel 11."
Art. 44. A l'article 27 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la phrase liminaire de la version néerlandaise, les mots "leden beroepsbeoefenaars" sont remplacés par le mot "leden-titularissen";
2° l'article est complété par les troisième et quatrième tirets rédigés comme suit:
"- qui ont violé les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
- qui n'ont pas respecté les incompatibilités visées à l'article 11."
1° dans la phrase liminaire de la version néerlandaise, les mots "leden beroepsbeoefenaars" sont remplacés par le mot "leden-titularissen";
2° l'article est complété par les troisième et quatrième tirets rédigés comme suit:
"- qui ont violé les dispositions de la présente loi ou de ses arrêtés d'exécution;
- qui n'ont pas respecté les incompatibilités visées à l'article 11."
Art. 45. In artikel 28 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "commissie van beroep" vervangen door het woord "beroepscommissie";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De auto-expert die geschrapt werd, kan zijn herinschrijving vragen, mits inachtneming van artikel 5 en de voorwaarden voor eerherstel bedoeld in artikel 32/2, na een termijn van vijf jaar die begint te lopen op het moment waarop de beslissing tot schrapping in kracht van gewijsde is gegaan.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "wordt door de bevoegde kamer van de raad van het Instituut bij de tuchtcommissie aanhangig" vervangen door de woorden "kan door de bevoegde kamer van de raad van het Instituut bij de tuchtcommissie aanhangig worden";
4° in de Franse versie van paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "en automobiles" ingevoegd tussen de woorden "une peine disciplinaire que si l'expert" en de woorden "intéressé a été invité";
5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "aangetekende zending";
6° in de Franse versie van paragraaf 3, eerste lid, wordt het getal "30" vervangen door het woord "trente";
7° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "die brief" vervangen door de woorden "deze zending";
8° paragraaf 3, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden ", de beroepscommissie of in de raad";
9° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "aangetekende zending";
10° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "en aan de raad van het Instituut" vervangen door de woorden "en met gewoon afschrift aan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut";
11° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Ze beraadslagen slechts geldig indien twee derde van de leden, met uitzondering van de voorzitter, aanwezig zijn.";
12° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt:
" § 5. De zittingen zijn openbaar, tenzij de betrokken auto-expert uitdrukkelijk om een behandeling met gesloten deuren verzoekt."
1° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "commissie van beroep" vervangen door het woord "beroepscommissie";
2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De auto-expert die geschrapt werd, kan zijn herinschrijving vragen, mits inachtneming van artikel 5 en de voorwaarden voor eerherstel bedoeld in artikel 32/2, na een termijn van vijf jaar die begint te lopen op het moment waarop de beslissing tot schrapping in kracht van gewijsde is gegaan.";
3° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "wordt door de bevoegde kamer van de raad van het Instituut bij de tuchtcommissie aanhangig" vervangen door de woorden "kan door de bevoegde kamer van de raad van het Instituut bij de tuchtcommissie aanhangig worden";
4° in de Franse versie van paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "en automobiles" ingevoegd tussen de woorden "une peine disciplinaire que si l'expert" en de woorden "intéressé a été invité";
5° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "aangetekende zending";
6° in de Franse versie van paragraaf 3, eerste lid, wordt het getal "30" vervangen door het woord "trente";
7° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "die brief" vervangen door de woorden "deze zending";
8° paragraaf 3, tweede lid, wordt aangevuld met de woorden ", de beroepscommissie of in de raad";
9° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "aangetekende zending";
10° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "en aan de raad van het Instituut" vervangen door de woorden "en met gewoon afschrift aan de bevoegde kamer van de raad van het Instituut";
11° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Ze beraadslagen slechts geldig indien twee derde van de leden, met uitzondering van de voorzitter, aanwezig zijn.";
12° paragraaf 5 wordt vervangen als volgt:
" § 5. De zittingen zijn openbaar, tenzij de betrokken auto-expert uitdrukkelijk om een behandeling met gesloten deuren verzoekt."
Art. 45. A l'article 28 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "commissie van beroep" sont remplacés par le mot "beroepscommissie";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'expert en automobiles qui a fait l'objet d'une radiation peut demander sa réinscription, moyennant le respect de l'article 5 et des conditions liées à la réhabilitation visées à l'article 32/2, au terme d'un délai de cinq ans qui commence à courir à partir du moment où la décision de la radiation a été coulée en force de chose jugée.";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "est" est remplacé par les mots "peut être";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "en automobiles" sont insérés entre les mots "une peine disciplinaire que si l'expert" et les mots "intéressé a été invité";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé";
6° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le nombre "30" est remplacé par le mot "trente";
7° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "Cette lettre relate, sous peine de nullité," sont remplacés par les mots "Sous peine de nullité, cet envoi relate";
8° le paragraphe 3, alinéa 2, est complété par les mots ", de la commission d'appel ou au sein du conseil";
9° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé";
10° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "et au conseil de l'Institut" sont remplacés par les mots "avec simple copie à la chambre compétente du conseil de l'Institut";
11° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Elles délibèrent valablement uniquement si deux tiers des membres, à l'exception du président, sont présents.";
12° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit:
" § 5. Les séances sont publiques, à moins que l'expert en automobiles intéressé ne fasse la demande expresse d'un traitement à huis clos."
1° dans la version néerlandaise du paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "commissie van beroep" sont remplacés par le mot "beroepscommissie";
2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'expert en automobiles qui a fait l'objet d'une radiation peut demander sa réinscription, moyennant le respect de l'article 5 et des conditions liées à la réhabilitation visées à l'article 32/2, au terme d'un délai de cinq ans qui commence à courir à partir du moment où la décision de la radiation a été coulée en force de chose jugée.";
3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, le mot "est" est remplacé par les mots "peut être";
4° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "en automobiles" sont insérés entre les mots "une peine disciplinaire que si l'expert" et les mots "intéressé a été invité";
5° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé";
6° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le nombre "30" est remplacé par le mot "trente";
7° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "Cette lettre relate, sous peine de nullité," sont remplacés par les mots "Sous peine de nullité, cet envoi relate";
8° le paragraphe 3, alinéa 2, est complété par les mots ", de la commission d'appel ou au sein du conseil";
9° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé";
10° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "et au conseil de l'Institut" sont remplacés par les mots "avec simple copie à la chambre compétente du conseil de l'Institut";
11° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"Elles délibèrent valablement uniquement si deux tiers des membres, à l'exception du président, sont présents.";
12° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit:
" § 5. Les séances sont publiques, à moins que l'expert en automobiles intéressé ne fasse la demande expresse d'un traitement à huis clos."
Art. 46. In artikel 29 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het verzet heeft schorsende kracht.";
2° in het tweede lid worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending".
1° het eerste lid wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het verzet heeft schorsende kracht.";
2° in het tweede lid worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending".
Art. 46. A l'article 29 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"L'opposition a un effet suspensif.";
2° à l'alinéa 2, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé".
1° l'alinéa 1er est complété par la phrase suivante:
"L'opposition a un effet suspensif.";
2° à l'alinéa 2, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé".
Art. 47. In artikel 30 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "commissie van beroep" worden telkens vervangen door het woord "beroepscommissie";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "aangewezen door de raad van het Instituut" vervangen door de woorden "verkozen door de algemene vergadering";
3° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt:
"De Franstalige kamer telt een Duitstalig lid indien minstens een verkiesbare persoon van de Duitse taalrol zich kandidaat stelt bij de verkiezingen.";
4° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "aangewezen" vervangen door het woord "verkozen";
5° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het hoger beroep heeft schorsende kracht.";
6° in paragraaf 3 worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending";
7° in paragraaf 4, eerste lid, woorden de worden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending";
8° paragraaf 4, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin:
"Op straffe van nietigheid worden in deze zending de ten laste gelegde feiten uiteengezet, wordt gewezen op de mogelijkheid tot inzage van het dossier en wordt de auto-expert verzocht de beroepscommissie een verweerschrift te bezorgen, waarbij alle voor zijn verweer nuttige stukken zijn gevoegd.";
9° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De auto-expert mag zijn verweer mondeling of schriftelijk doen gelden. Hij mag zich laten bijstaan door een advocaat of een lid van het Instituut dat geen zitting heeft in de beroepscommissie of in de raad.";
10° in paragraaf 5 worden de woorden "3," opgeheven.
1° de woorden "commissie van beroep" worden telkens vervangen door het woord "beroepscommissie";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "aangewezen door de raad van het Instituut" vervangen door de woorden "verkozen door de algemene vergadering";
3° in paragraaf 1 wordt het derde lid vervangen als volgt:
"De Franstalige kamer telt een Duitstalig lid indien minstens een verkiesbare persoon van de Duitse taalrol zich kandidaat stelt bij de verkiezingen.";
4° in paragraaf 1, vierde lid, wordt het woord "aangewezen" vervangen door het woord "verkozen";
5° paragraaf 2 wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het hoger beroep heeft schorsende kracht.";
6° in paragraaf 3 worden de woorden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending";
7° in paragraaf 4, eerste lid, woorden de worden "bij een ter post aangetekende brief" vervangen door de woorden "met een aangetekende zending";
8° paragraaf 4, eerste lid, wordt aangevuld met de volgende zin:
"Op straffe van nietigheid worden in deze zending de ten laste gelegde feiten uiteengezet, wordt gewezen op de mogelijkheid tot inzage van het dossier en wordt de auto-expert verzocht de beroepscommissie een verweerschrift te bezorgen, waarbij alle voor zijn verweer nuttige stukken zijn gevoegd.";
9° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende:
"De auto-expert mag zijn verweer mondeling of schriftelijk doen gelden. Hij mag zich laten bijstaan door een advocaat of een lid van het Instituut dat geen zitting heeft in de beroepscommissie of in de raad.";
10° in paragraaf 5 worden de woorden "3," opgeheven.
Art. 47. A l'article 30 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise, les mots "commissie van beroep" sont chaque fois remplacés par le mot "beroepscommissie";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "désignés par le conseil de l'Institut" sont remplacés par les mots "élus par l'assemblée générale";
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"La chambre d'expression française compte un membre du rôle linguistique allemand si au moins un candidat éligible du rôle linguistique allemand s'est présenté aux élections.";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "désigné" est remplacé par le mot "élu";
5° le paragraphe 2 est complété par la phrase suivante:
"L'appel a un effet suspensif.";
6° dans le paragraphe 3, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé";
7° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée adressée" sont remplacés par les mots "envoi recommandé adressé";
8° le paragraphe 4, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante:
"Sous peine de nullité, cet envoi relate les faits reprochés, mentionne la faculté de consulter le dossier et invite l'expert à adresser à la commission d'appel un mémoire en défense auquel sont jointes toutes les pièces utiles à sa défense.";
9° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'expert en automobiles peut faire valoir sa défense verbalement ou par écrit. Il peut se faire assister par un avocat ou par un membre de l'Institut qui ne siège pas auprès de la commission d'appel ou au sein du conseil.";
10° dans le paragraphe 5, les mots "3," sont abrogés.
1° dans la version néerlandaise, les mots "commissie van beroep" sont chaque fois remplacés par le mot "beroepscommissie";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "désignés par le conseil de l'Institut" sont remplacés par les mots "élus par l'assemblée générale";
3° dans le paragraphe 1er, l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit:
"La chambre d'expression française compte un membre du rôle linguistique allemand si au moins un candidat éligible du rôle linguistique allemand s'est présenté aux élections.";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 4, le mot "désigné" est remplacé par le mot "élu";
5° le paragraphe 2 est complété par la phrase suivante:
"L'appel a un effet suspensif.";
6° dans le paragraphe 3, les mots "lettre recommandée à la poste" sont remplacés par les mots "envoi recommandé";
7° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, les mots "lettre recommandée adressée" sont remplacés par les mots "envoi recommandé adressé";
8° le paragraphe 4, alinéa 1er, est complété par la phrase suivante:
"Sous peine de nullité, cet envoi relate les faits reprochés, mentionne la faculté de consulter le dossier et invite l'expert à adresser à la commission d'appel un mémoire en défense auquel sont jointes toutes les pièces utiles à sa défense.";
9° le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit:
"L'expert en automobiles peut faire valoir sa défense verbalement ou par écrit. Il peut se faire assister par un avocat ou par un membre de l'Institut qui ne siège pas auprès de la commission d'appel ou au sein du conseil.";
10° dans le paragraphe 5, les mots "3," sont abrogés.
Art. 48. In artikel 30/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de woorden "en de functie van commissaris der rekeningen" ingevoegd tussen de woorden "en van de beroepscommissie" en de woorden "zijn onverenigbaar".
Art. 48. Dans l'article 30/1 de la même loi, inséré par la loi du 6 octobre 2011, les mots "et la fonction de commissaire aux comptes" sont insérés entre les mots "et de la commission d'appel" et les mots "sont incompatibles".
Art. 49. In artikel 31 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De beslissing in tuchtzaken in eerste aanleg wordt door de voorzitter van de raad van het Instituut aan de procureur-generaal bij het hof van beroep van de woonplaats van de betrokken auto-expert toegezonden. De procureur-generaal mag om mededeling van het dossier verzoeken.";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 21" vervangen door de woorden "artikel 30" en worden de woorden "commissie van beroep" vervangen door het woord "beroepscommissie".
1° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
"De beslissing in tuchtzaken in eerste aanleg wordt door de voorzitter van de raad van het Instituut aan de procureur-generaal bij het hof van beroep van de woonplaats van de betrokken auto-expert toegezonden. De procureur-generaal mag om mededeling van het dossier verzoeken.";
2° in het tweede lid worden de woorden "artikel 21" vervangen door de woorden "artikel 30" en worden de woorden "commissie van beroep" vervangen door het woord "beroepscommissie".
Art. 49. A l'article 31 de la même loi, les modifications suivantes sont apportées:
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Les décisions prises en première instance en matière disciplinaire sont envoyées par le président du conseil de l'Institut au procureur général près la cour d'appel du domicile de l'expert en automobiles concerné. Le procureur général peut demander communication du dossier.";
2° à l'alinéa 2, les mots "l'article 21" sont remplacés par les mots "l'article 30" et, dans la version néerlandaise, les mots "commissie van beroep" sont remplacés par le mot "beroepscommissie".
1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
"Les décisions prises en première instance en matière disciplinaire sont envoyées par le président du conseil de l'Institut au procureur général près la cour d'appel du domicile de l'expert en automobiles concerné. Le procureur général peut demander communication du dossier.";
2° à l'alinéa 2, les mots "l'article 21" sont remplacés par les mots "l'article 30" et, dans la version néerlandaise, les mots "commissie van beroep" sont remplacés par le mot "beroepscommissie".
Art. 50. In artikel 32 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 10 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "commissie van beroep" worden vervangen door het woord "beroepscommissie";
2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het cassatieberoep heeft schorsende kracht."
1° de woorden "commissie van beroep" worden vervangen door het woord "beroepscommissie";
2° het artikel wordt aangevuld met de volgende zin:
"Het cassatieberoep heeft schorsende kracht."
Art. 50. A l'article 32 de la même loi, remplacé par la loi du 10 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise, les mots "commissie van beroep" sont remplacés par le mot "beroepscommissie";
2° l'article est complété par la phrase suivante:
"Le pourvoi en cassation est suspensif."
1° dans la version néerlandaise, les mots "commissie van beroep" sont remplacés par le mot "beroepscommissie";
2° l'article est complété par la phrase suivante:
"Le pourvoi en cassation est suspensif."
Art. 51. In hoofdstuk VII van dezelfde wet wordt een artikel 32/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 32/1. Behoudens de schorsing en de schrapping worden de tuchtstraffen na het verstrijken van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de definitieve beslissing waarbij een tuchtstraf wordt uitgesproken, uitgewist.
De uitwissing kan slechts gebeuren indien tegen de betrokkene geen nieuwe tuchtstraf werd uitgesproken gedurende de periode bedoeld in het eerste lid."
"Art. 32/1. Behoudens de schorsing en de schrapping worden de tuchtstraffen na het verstrijken van vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van de definitieve beslissing waarbij een tuchtstraf wordt uitgesproken, uitgewist.
De uitwissing kan slechts gebeuren indien tegen de betrokkene geen nieuwe tuchtstraf werd uitgesproken gedurende de periode bedoeld in het eerste lid."
Art. 51. Dans le chapitre VII de la même loi, il est inséré un article 32/1 rédigé comme suit:
"Art. 32/1. A l'exception de la suspension et de la radiation, les sanctions disciplinaires sont effacées après un délai de cinq ans, à compter de la date de la décision définitive prononçant une peine disciplinaire.
L'effacement peut uniquement être effectué à condition que l'intéressé n'ait pas encouru une nouvelle peine disciplinaire pendant la période visée à l'alinéa 1er."
"Art. 32/1. A l'exception de la suspension et de la radiation, les sanctions disciplinaires sont effacées après un délai de cinq ans, à compter de la date de la décision définitive prononçant une peine disciplinaire.
L'effacement peut uniquement être effectué à condition que l'intéressé n'ait pas encouru une nouvelle peine disciplinaire pendant la période visée à l'alinéa 1er."
Art. 52. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 32/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 32/2. De betrokkene tegen wie een tuchtstraf werd uitgesproken die niet is uitgewist, kan bij de beroepscommissie een verzoek tot eerherstel indienen.
Het in het eerste lid bedoelde verzoek is slechts ontvankelijk op voorwaarde dat:
1° een termijn van vijf jaar is verstreken sinds de datum van de definitieve beslissing waarbij de laatste tuchtstraf is uitgesproken;
2° de betrokkene strafrechtelijk eerherstel heeft gekregen indien hij één van de tuchtstraffen heeft opgelopen voor een feit dat tot een strafrechtelijke veroordeling aanleiding heeft gegeven."
"Art. 32/2. De betrokkene tegen wie een tuchtstraf werd uitgesproken die niet is uitgewist, kan bij de beroepscommissie een verzoek tot eerherstel indienen.
Het in het eerste lid bedoelde verzoek is slechts ontvankelijk op voorwaarde dat:
1° een termijn van vijf jaar is verstreken sinds de datum van de definitieve beslissing waarbij de laatste tuchtstraf is uitgesproken;
2° de betrokkene strafrechtelijk eerherstel heeft gekregen indien hij één van de tuchtstraffen heeft opgelopen voor een feit dat tot een strafrechtelijke veroordeling aanleiding heeft gegeven."
Art. 52. Dans le même chapitre, il est inséré un article 32/2 rédigé comme suit:
"Art. 32/2. L'intéressé qui a encouru une sanction disciplinaire n'ayant pas été effacée, peut introduire une demande en réhabilitation auprès de la commission d'appel.
La demande visée à l'alinéa 1er est uniquement recevable si:
1° un délai de cinq ans s'est écoulé depuis la date de la décision définitive prononçant la dernière peine disciplinaire;
2° l'intéressé a obtenu la réhabilitation en matière pénale au cas où une des sanctions disciplinaires a été prise pour un fait qui a donné lieu à une condamnation pénale."
"Art. 32/2. L'intéressé qui a encouru une sanction disciplinaire n'ayant pas été effacée, peut introduire une demande en réhabilitation auprès de la commission d'appel.
La demande visée à l'alinéa 1er est uniquement recevable si:
1° un délai de cinq ans s'est écoulé depuis la date de la décision définitive prononçant la dernière peine disciplinaire;
2° l'intéressé a obtenu la réhabilitation en matière pénale au cas où une des sanctions disciplinaires a été prise pour un fait qui a donné lieu à une condamnation pénale."
Art. 53. Artikel 34 van dezelfde wet wordt aangevuld met een vierde streepje, luidende:
"- de deelname in de kosten die aan de leden die deelnemen aan door het Instituut georganiseerde evenementen, conferenties of seminaries wordt gevraagd, voor zover die kosten een vergoedend karakter hebben."
"- de deelname in de kosten die aan de leden die deelnemen aan door het Instituut georganiseerde evenementen, conferenties of seminaries wordt gevraagd, voor zover die kosten een vergoedend karakter hebben."
Art. 53. L'article 34 de la même loi est complété par un quatrième tiret rédigé comme suit:
"- la participation aux frais demandée aux membres participant à des événements, conférences ou séminaires organisés par l'Institut, pour autant que ces frais aient un caractère indemnitaire."
"- la participation aux frais demandée aux membres participant à des événements, conférences ou séminaires organisés par l'Institut, pour autant que ces frais aient un caractère indemnitaire."
Art. 54. In de Franse versie van artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de woorden "au compte" telkens vervangen door de woorden "aux comptes".
Art. 54. Dans l'article 35 de la même loi, modifié par la loi du 6 octobre 2011, les mots "au compte" sont chaque fois remplacés par les mots "aux comptes".
Art. 55. In artikel 36, eerste lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "in het" worden ingevoegd tussen de woorden "Hij die" en de woorden "openbaar en onwettig";
2° de woorden "met een geldboete van 5 euro tot 25 euro" worden vervangen door de woorden "ofwel met een strafrechtelijke geldboete van 26 euro tot 1000 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen of met een van die straffen alleen, ofwel met een administratieve geldboete van 26 tot 1000 euro."
1° de woorden "in het" worden ingevoegd tussen de woorden "Hij die" en de woorden "openbaar en onwettig";
2° de woorden "met een geldboete van 5 euro tot 25 euro" worden vervangen door de woorden "ofwel met een strafrechtelijke geldboete van 26 euro tot 1000 euro en een gevangenisstraf van acht dagen tot vijftien dagen of met een van die straffen alleen, ofwel met een administratieve geldboete van 26 tot 1000 euro."
Art. 55. A l'article 36, alinéa 1er, de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans la version néerlandaise, les mots "in het" sont insérés entre les mots "Hij die" et les mots "openbaar en onwettig";
2° les mots "d'une amende de 5 euros à 25 euros" sont remplacés par les mots "soit d'une amende pénale de 26 euros à 1000 euros et d'un emprisonnement de huit jours à quinze jours, ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 26 à 1000 euros."
1° dans la version néerlandaise, les mots "in het" sont insérés entre les mots "Hij die" et les mots "openbaar en onwettig";
2° les mots "d'une amende de 5 euros à 25 euros" sont remplacés par les mots "soit d'une amende pénale de 26 euros à 1000 euros et d'un emprisonnement de huit jours à quinze jours, ou d'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 26 à 1000 euros."
Art. 56. In hoofdstuk IX van dezelfde wet wordt een artikel 36/1 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/1. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden het personeel van de politie en de ambtenaren en agenten, te dien einde door de Koning aangewezen op voorstel van de minister bevoegd voor Middenstand, belast met het opsporen en vaststellen in processen-verbaal van de inbreuken op deze wet.
De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in artikel 36 door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 36/1. Onverminderd de bevoegdheid van de officieren van gerechtelijke politie, worden het personeel van de politie en de ambtenaren en agenten, te dien einde door de Koning aangewezen op voorstel van de minister bevoegd voor Middenstand, belast met het opsporen en vaststellen in processen-verbaal van de inbreuken op deze wet.
De door deze ambtenaren opgestelde processen-verbaal hebben bewijskracht tot bewijs van het tegendeel. Een afschrift van het proces-verbaal wordt binnen dertig dagen na vaststelling van de inbreuk aan de overtreder bij een aangetekende zending met ontvangstmelding betekend of hem overhandigd, op de wijze bedoeld in artikel XV.2, § 2, van het Wetboek van economisch recht.
De opsporing en de vaststelling van de inbreuken bedoeld in artikel 36 door de in het eerste lid bedoelde ambtenaren, gebeurt overeenkomstig de bepalingen van boek XV, titel 1, hoofdstuk 1, van het Wetboek van economisch recht."
Art. 56. Dans le chapitre IX de la même loi, il est inséré un article 36/1 rédigé comme suit:
"Art. 36/1. Sans préjudice des devoirs incombant aux officiers de police judiciaire, le personnel de police, ainsi que les fonctionnaires et agents désignés à cet effet par le Roi sur proposition du ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions, sont chargés de rechercher et de constater par des procès-verbaux les infractions à la présente loi.
Les procès-verbaux établis par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.
La recherche et la constatation des infractions visées à l'article 36 par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique."
"Art. 36/1. Sans préjudice des devoirs incombant aux officiers de police judiciaire, le personnel de police, ainsi que les fonctionnaires et agents désignés à cet effet par le Roi sur proposition du ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions, sont chargés de rechercher et de constater par des procès-verbaux les infractions à la présente loi.
Les procès-verbaux établis par ces agents font foi jusqu'à preuve du contraire. Dans les trente jours qui suivent la constatation de l'infraction, une copie du procès-verbal est notifiée au contrevenant par envoi recommandé avec accusé de réception ou lui est remise en mains propres, dans les formes prévues à l'article XV.2, § 2, du Code de droit économique.
La recherche et la constatation des infractions visées à l'article 36 par les agents visés à l'alinéa 1er ont lieu conformément aux dispositions du livre XV, titre 1er, chapitre 1er, du Code de droit économique."
Art. 57. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 36/2 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/2. Wanneer zij inbreuken bedoeld in artikel 36 vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 36/1, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
Wanneer de in artikel 36/1, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken bedoeld in artikel 36 vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 36/2. Wanneer zij inbreuken bedoeld in artikel 36 vaststellen, kunnen de ambtenaren bedoeld in artikel 36/1, eerste lid, een waarschuwing richten tot de overtreder waarbij die tot stopzetting van de handeling wordt aangemaand, overeenkomstig artikel XV.31 van het Wetboek van economisch recht.
Wanneer de in artikel 36/1, eerste lid, bedoelde ambtenaren inbreuken bedoeld in artikel 36 vaststellen, kunnen de door de minister bevoegd voor Middenstand aangestelde ambtenaren een geldsom voorstellen waarvan de vrijwillige betaling door de overtreder de strafvordering doet vervallen, overeenkomstig artikel XV.61 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 57. Dans le même chapitre, il est inséré un article 36/2 rédigé comme suit:
"Art. 36/2. Lorsqu'ils constatent des infractions visées à l'article 36, les agents visés à l'article 36/1, alinéa 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
Lorsque les agents visés à l'article 36/1, alinéa 1er, constatent des infractions visées à l'article 36, les agents désignés par le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique."
"Art. 36/2. Lorsqu'ils constatent des infractions visées à l'article 36, les agents visés à l'article 36/1, alinéa 1er, peuvent adresser au contrevenant un avertissement le mettant en demeure de mettre fin à cet acte, conformément à l'article XV.31 du Code de droit économique.
Lorsque les agents visés à l'article 36/1, alinéa 1er, constatent des infractions visées à l'article 36, les agents désignés par le ministre qui a les Classes moyennes dans ses attributions peuvent proposer une somme, dont le paiement volontaire par l'auteur de l'infraction éteint l'action publique, conformément à l'article XV.61 du Code de droit économique."
Art. 58. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 36/3 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/3. De inbreuken bedoeld in artikel 36 opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 36/1, eerste lid, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 36/2, tweede lid;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 36/3. De inbreuken bedoeld in artikel 36 opgespoord en vastgesteld door de ambtenaren bedoeld in artikel 36/1, eerste lid, kunnen het voorwerp uitmaken van:
1° de toepassing van de transactieprocedure bedoeld in artikel 36/2, tweede lid;
2° een administratieve vervolging met toepassing van de procedure bedoeld in titel 1/2 van boek XV van het Wetboek van economisch recht;
3° een strafrechtelijke vervolging.
De vervolging gebeurt overeenkomstig titel 1/1 van boek XV van het Wetboek van economisch recht."
Art. 58. Dans le même chapitre, il est inséré un article 36/3 rédigé comme suit:
"Art. 36/3. Les infractions visées à l'article 36 recherchées et constatées par les agents visés à l'article 36/1, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction visée à l'article 36/2, alinéa 2;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique."
"Art. 36/3. Les infractions visées à l'article 36 recherchées et constatées par les agents visés à l'article 36/1, alinéa 1er, peuvent faire l'objet de:
1° l'application de la procédure de transaction visée à l'article 36/2, alinéa 2;
2° une poursuite administrative en application de la procédure visée au titre 1/2 du livre XV du Code de droit économique;
3° une poursuite pénale.
La poursuite se fait conformément au titre 1/1 du livre XV du Code de droit économique."
Art. 59. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 36/4 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/4. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
"Art. 36/4. Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht een kennisgeving van zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen, of al dan niet een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen.
Wanneer het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal waarin de inbreuk werd vastgelegd, beslissen de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht of de procedure voor de administratieve geldboete moet worden opgestart."
Art. 59. Dans le même chapitre, il est inséré un article 36/4 rédigé comme suit:
"Art. 36/4. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales ou à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
"Art. 36/4. Le ministère public notifie aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales ou de proposer ou non une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code.
Lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales ou à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de trois mois à compter du jour de la réception du procès-verbal consignant l'infraction, les agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique décident s'il y a lieu d'entamer la procédure d'amende administrative."
Art. 60. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 36/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/5. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
"Art. 36/5. Indien het openbaar ministerie ervan afziet een strafvervolging in te stellen, of een minnelijke schikking bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering of een bemiddeling in strafzaken bedoeld in artikel 216ter van hetzelfde Wetboek voor te stellen, bezorgt het een afschrift van de procedurestukken van het aanvullend opsporingsonderzoek aan de bevoegde ambtenaren bedoeld in artikel XV.60/4 van het Wetboek van economisch recht."
Art. 60. Dans le même chapitre, il est inséré un article 36/5 rédigé comme suit:
"Art. 36/5. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales ou à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
"Art. 36/5. Si le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales ou à proposer une transaction visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle ou une médiation pénale visée à l'article 216ter du même Code, il envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête complémentaire aux agents compétents visés à l'article XV.60/4 du Code de droit économique."
Art. 61. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 36/6 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/6. De bepalingen van boek XV, titel 2, hoofdstuk 1/1, van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet."
"Art. 36/6. De bepalingen van boek XV, titel 2, hoofdstuk 1/1, van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet.
De opdeciemen bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdécimes op strafrechtelijke geldboeten zijn eveneens van toepassing op de administratieve geldboetes bedoeld in deze wet."
Art. 61. Dans le même chapitre, il est inséré un article 36/6 rédigé comme suit:
"Art. 36/6. Les dispositions du livre XV, titre 2, chapitre 1/1, du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi."
"Art. 36/6. Les dispositions du livre XV, titre 2, chapitre 1/1, du Code de droit économique sont applicables aux amendes administratives visées par la présente loi.
Les décimes additionnels visés à l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 5 mars 1952 relative aux décimes additionnels sur les amendes pénales sont également applicables aux amendes administratives visées dans la présente loi."
Art. 62. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 36/7 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/7. De artikelen XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 36."
"Art. 36/7. De artikelen XV.71, XV.73 en XV.74 van het Wetboek van economisch recht zijn van toepassing op de strafrechtelijke inbreuken bedoeld in artikel 36."
Art. 62. Dans le même chapitre, il est inséré un article 36/7 rédigé comme suit:
"Art. 36/7. Les articles XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 36."
"Art. 36/7. Les articles XV.71, XV.73 et XV.74 du Code de droit économique sont applicables aux infractions pénales visées à l'article 36."
Art. 63. In dezelfde wet wordt na artikel 36/7, ingevoegd bij artikel 62, een hoofdstuk IX/1 ingevoegd, luidende "Verworven rechten".
Art. 63. Dans la même loi, il est inséré, après l'article 36/7 inséré par l'article 62, un chapitre IX/1 intitulé "Droits acquis".
Art. 64. In hoofdstuk IX/1, ingevoegd bij artikel 63, wordt een artikel 36/8 ingevoegd, luidende:
"Art. 36/8. De personen die leden-titularissen zijn geweest van het Instituut kunnen deze hoedanigheid terugkrijgen zonder de voorwaarden van artikel 5, § 2, eerste lid, 2° tot 4°, te moeten naleven.
De in het eerste lid bedoelde mogelijkheid wordt niet geboden aan personen die geschrapt geweest zijn zonder eerherstel te hebben gekregen."
"Art. 36/8. De personen die leden-titularissen zijn geweest van het Instituut kunnen deze hoedanigheid terugkrijgen zonder de voorwaarden van artikel 5, § 2, eerste lid, 2° tot 4°, te moeten naleven.
De in het eerste lid bedoelde mogelijkheid wordt niet geboden aan personen die geschrapt geweest zijn zonder eerherstel te hebben gekregen."
Art. 64. Dans le chapitre IX/1, inséré par l'article 63, il est inséré un article 36/8 rédigé comme suit:
"Art. 36/8. Les personnes qui ont été membres titulaires de l'Institut peuvent récupérer cette qualité sans devoir respecter les conditions de l'article 5, § 2, alinéa 1er, 2° à 4°.
La possibilité visée à l'alinéa 1er n'est pas offerte aux personnes qui ont été radiées sans avoir obtenu la réhabilitation."
"Art. 36/8. Les personnes qui ont été membres titulaires de l'Institut peuvent récupérer cette qualité sans devoir respecter les conditions de l'article 5, § 2, alinéa 1er, 2° à 4°.
La possibilité visée à l'alinéa 1er n'est pas offerte aux personnes qui ont été radiées sans avoir obtenu la réhabilitation."
Art. 65. In artikel 37 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 6 oktober 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "artikel 5, § 1" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 5, § 2, eerste lid,";
2° de woorden "artikel 5, § 2" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 5, § 4";
3° de woorden "c), d), of e)" worden telkens vervangen door de woorden "c), d), e), f), g) of h)";
4° de woorden "en 6° " worden telkens vervangen door de woorden "zonder ingeschreven te zijn op de ledenlijst";
5° de woorden "artikel 13, eerste lid" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 21, eerste lid";
6° in paragraaf 6 worden de woorden "van artikel 37," vervangen door het woord "van";
7° in de Franse versie van paragraaf 1, 2°, wordt het woord "visée" vervangen door het woord "visées";
8° in de Franse versie van paragraaf 1, 3°, eerste lid, worden de woorden "s'ils" vervangen door de woorden "si elles";
9° in de Franse versie van paragraaf 4 worden de woorden "quand aucune décision n'a été prise" vervangen door de woorden "lorsqu'aucune décision n'a été prise";
10° in de Franse versie van paragraaf 5, 1°, tweede lid, worden de woorden "en 5" vervangen door de woorden "et 5".
1° de woorden "artikel 5, § 1" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 5, § 2, eerste lid,";
2° de woorden "artikel 5, § 2" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 5, § 4";
3° de woorden "c), d), of e)" worden telkens vervangen door de woorden "c), d), e), f), g) of h)";
4° de woorden "en 6° " worden telkens vervangen door de woorden "zonder ingeschreven te zijn op de ledenlijst";
5° de woorden "artikel 13, eerste lid" worden telkens vervangen door de woorden "artikel 21, eerste lid";
6° in paragraaf 6 worden de woorden "van artikel 37," vervangen door het woord "van";
7° in de Franse versie van paragraaf 1, 2°, wordt het woord "visée" vervangen door het woord "visées";
8° in de Franse versie van paragraaf 1, 3°, eerste lid, worden de woorden "s'ils" vervangen door de woorden "si elles";
9° in de Franse versie van paragraaf 4 worden de woorden "quand aucune décision n'a été prise" vervangen door de woorden "lorsqu'aucune décision n'a été prise";
10° in de Franse versie van paragraaf 5, 1°, tweede lid, worden de woorden "en 5" vervangen door de woorden "et 5".
Art. 65. A l'article 37 de la même loi, remplacé par la loi du 6 octobre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
1° les mots "article 5, § 1er" sont chaque fois remplacés par les mots "article 5, § 2, alinéa 1er";
2° les mots "article 5, § 2" sont chaque fois remplacés par les mots "article 5, § 4";
3° les mots "c), d) ou e)" sont chaque fois remplacés par les mots "c), d), e), f), g) ou h)";
4° les mots "et 6° " sont chaque fois remplacés par les mots "sans être inscrits au tableau";
5° les mots "l'article 13, 1er alinéa" et les mots "l'article 13, alinéa 1er" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article 21, alinéa 1er";
6° au paragraphe 6, les mots "de l'article 37," sont remplacés par le mot "du";
7° dans le paragraphe 1er, 2°, le mot "visée" est remplacé par le mot "visées";
8° dans le paragraphe 1er, 3°, alinéa 1er, les mots "s'ils" sont remplacés par les mots "si elles";
9° dans le paragraphe 4, les mots "quand aucune décision n'a été prise" sont remplacés par les mots "lorsqu'aucune décision n'a été prise";
10° dans le paragraphe 5, 1°, alinéa 2, les mots "en 5° " sont remplacés par les mots "et 5° ".
1° les mots "article 5, § 1er" sont chaque fois remplacés par les mots "article 5, § 2, alinéa 1er";
2° les mots "article 5, § 2" sont chaque fois remplacés par les mots "article 5, § 4";
3° les mots "c), d) ou e)" sont chaque fois remplacés par les mots "c), d), e), f), g) ou h)";
4° les mots "et 6° " sont chaque fois remplacés par les mots "sans être inscrits au tableau";
5° les mots "l'article 13, 1er alinéa" et les mots "l'article 13, alinéa 1er" sont chaque fois remplacés par les mots "l'article 21, alinéa 1er";
6° au paragraphe 6, les mots "de l'article 37," sont remplacés par le mot "du";
7° dans le paragraphe 1er, 2°, le mot "visée" est remplacé par le mot "visées";
8° dans le paragraphe 1er, 3°, alinéa 1er, les mots "s'ils" sont remplacés par les mots "si elles";
9° dans le paragraphe 4, les mots "quand aucune décision n'a été prise" sont remplacés par les mots "lorsqu'aucune décision n'a été prise";
10° dans le paragraphe 5, 1°, alinéa 2, les mots "en 5° " sont remplacés par les mots "et 5° ".
Art. 66. In artikel 40, § 2, eerste lid, d), van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 oktober 2011, worden de woorden "artikel 13" vervangen door de woorden "artikel 21, eerste lid,".
Art. 66. Dans l'article 40, § 2, alinéa 1er, d), de la même loi, inséré par la loi du 6 octobre 2011, les mots "l'article 13" sont remplacés par les mots "l'article 21, alinéa 1er".