Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 MAART 2025. - Wet tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft
Titre
27 MARS 2025. - Loi visant à transposer la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, en ce qui concerne la Chambre des Représentants et du Sénat
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied van en voorwaa...
HOOFDSTUK 3. - Interne meldingen en opvolging
HOOFDSTUK 4. - Externe meldingen en opvolging
HOOFDSTUK 5. - Openbaarmakingen
HOOFDSTUK 6. - Gemeenschappelijke bepalingen vo...
HOOFDSTUK 7. - Beschermingsmaatregelen
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Champ d'application et conditions...
CHAPITRE 3. - Signalements internes et suivi
CHAPITRE 4. - Signalements externes et suivi
CHAPITRE 5. - Divulgations publiques
CHAPITRE 6. - Dispositions communes aux signale...
CHAPITRE 7. - Mesures de protection
CHAPITRE 8. - Dispositions modificatives
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1 Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft.
Art. 2. La présente loi transpose partiellement la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, en ce qui concerne la Chambre des représentants et le Sénat.
Art. 3. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° "inbreuken": handelingen of nalatigheden die:
a) onrechtmatig zijn en betrekking hebben op de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 4, § 1, bedoelde materiële toepassingsgebied vallen; of
b) het doel of de toepassing ondermijnen van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 4, § 1, bedoelde materiële toepassingsgebied vallen;
2° "informatie over inbreuken": informatie, waaronder redelijke vermoedens, over feitelijke of mogelijke inbreuken die hebben plaatsgevonden of zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden binnen de organisatie waar de melder werkt of heeft gewerkt of binnen een andere organisatie waarmee de melder uit hoofde van zijn werk in contact is geweest, alsmede over pogingen tot verhulling van dergelijke inbreuken;
3° "melding" of "melden": het mondeling of schriftelijk verstrekken van informatie over inbreuken;
4° "interne melding": het binnen de Kamer van volksvertegenwoordigers of binnen de Senaat mondeling of schriftelijk meedelen van informatie over inbreuken;
5° "externe melding": het mondeling of schriftelijk aan de bevoegde autoriteiten meedelen van informatie over inbreuken;
6° "openbaarmaking" of "openbaar maken": het publiek toegankelijk maken van informatie over inbreuken;
7° "melder": een natuurlijke persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten verkregen informatie over inbreuken meldt of openbaar maakt;
8° "facilitator": een natuurlijke persoon die een melder bijstaat in het meldingsproces in een werkgerelateerde context en wiens bijstand vertrouwelijk moet zijn;
9° "werkgerelateerde context": huidige of vroegere arbeidsactiviteiten die bij de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat werden of worden uitgeoefend, waardoor, ongeacht de aard van die activiteiten, personen informatie kunnen verkrijgen over inbreuken en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met represailles indien zij dergelijke informatie zouden melden;
10° "betrokkene": een natuurlijke of rechtspersoon die in de melding of bij de openbaarmaking wordt genoemd als persoon aan wie de inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht;
11° "represaille": een directe of indirecte handeling of nalatigheid die in een werkgerelateerde context plaatsvindt naar aanleiding van een interne of externe melding of openbaarmaking, en die tot ongerechtvaardigde benadeling van de melder leidt of kan leiden;
12° "opvolging": optreden van de ontvanger van een melding of een bevoegde autoriteit om de juistheid van de in de melding gedane beweringen na te gaan en de gemelde inbreuk zo nodig aan te pakken, onder meer via maatregelen zoals een intern vooronderzoek, een onderzoek, vervolging, een terugvordering van middelen of het beëindigen van de procedure;
13° "feedback": het aan de melder verstrekken van informatie over de als opvolging geplande of genomen maatregelen en over de redenen voor die opvolging;
14° "bevoegde autoriteit": de autoriteit bedoeld in artikel 11, § 1, eerste lid;
15° "Richtlijn (EU) 2019/1937": Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden;
16° "AVG": Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
17° "toestemming": de toestemming in de zin van artikel 4, 11), van de AVG;
18° "parlementaire medewerkers":
(1) wat de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft:
a) de administratieve medewerkers van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, die door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangewezen op voorstel van het lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers van wie ze medewerker zullen worden;
b) de medewerkers van de overeenkomstig het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers erkende fracties, die door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangewezen op voorstel van de voorzitter van de politieke fractie waarvoor ze zullen werken;
c) de secretarissen van de voorzitters van de erkende politieke fracties, van de leden van het bestuurscomité, van de ondervoorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de voorzitters van de vaste commissies, die worden aangewezen door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers op voorstel van degene van wie ze medewerker zullen worden; en
d) de medewerkers van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, die worden aangewezen door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers op voorstel van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers;
(2) wat de Senaat betreft:
a) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de fractiemedewerkers en van de medewerkers van de leden die niet tot een Senaatsfractie behoren, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de fractievoorzitter of van de senator waarvoor ze zullen werken indien die niet tot een fractie behoort;
b) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de administratieve medewerkers van de gecoöpteerde senatoren, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de gecoöpteerde senator waarvoor ze zullen werken;
c) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de medewerkers van de voorzitter van de Senaat, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de voorzitter van de Senaat; en
d) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de medewerkers van de voorzitters van de vaste commissies en van de delegatieleider van de Senaat bij het federaal adviescomité voor de Europese Aangelegenheden, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de voorzitter van de betrokken commissie of het adviescomité.
1° "inbreuken": handelingen of nalatigheden die:
a) onrechtmatig zijn en betrekking hebben op de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 4, § 1, bedoelde materiële toepassingsgebied vallen; of
b) het doel of de toepassing ondermijnen van de regels in de Uniehandelingen en beleidsterreinen die binnen het in artikel 4, § 1, bedoelde materiële toepassingsgebied vallen;
2° "informatie over inbreuken": informatie, waaronder redelijke vermoedens, over feitelijke of mogelijke inbreuken die hebben plaatsgevonden of zeer waarschijnlijk zullen plaatsvinden binnen de organisatie waar de melder werkt of heeft gewerkt of binnen een andere organisatie waarmee de melder uit hoofde van zijn werk in contact is geweest, alsmede over pogingen tot verhulling van dergelijke inbreuken;
3° "melding" of "melden": het mondeling of schriftelijk verstrekken van informatie over inbreuken;
4° "interne melding": het binnen de Kamer van volksvertegenwoordigers of binnen de Senaat mondeling of schriftelijk meedelen van informatie over inbreuken;
5° "externe melding": het mondeling of schriftelijk aan de bevoegde autoriteiten meedelen van informatie over inbreuken;
6° "openbaarmaking" of "openbaar maken": het publiek toegankelijk maken van informatie over inbreuken;
7° "melder": een natuurlijke persoon die in de context van zijn werkgerelateerde activiteiten verkregen informatie over inbreuken meldt of openbaar maakt;
8° "facilitator": een natuurlijke persoon die een melder bijstaat in het meldingsproces in een werkgerelateerde context en wiens bijstand vertrouwelijk moet zijn;
9° "werkgerelateerde context": huidige of vroegere arbeidsactiviteiten die bij de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat werden of worden uitgeoefend, waardoor, ongeacht de aard van die activiteiten, personen informatie kunnen verkrijgen over inbreuken en waarbij die personen te maken kunnen krijgen met represailles indien zij dergelijke informatie zouden melden;
10° "betrokkene": een natuurlijke of rechtspersoon die in de melding of bij de openbaarmaking wordt genoemd als persoon aan wie de inbreuk wordt toegeschreven of met wie die persoon in verband wordt gebracht;
11° "represaille": een directe of indirecte handeling of nalatigheid die in een werkgerelateerde context plaatsvindt naar aanleiding van een interne of externe melding of openbaarmaking, en die tot ongerechtvaardigde benadeling van de melder leidt of kan leiden;
12° "opvolging": optreden van de ontvanger van een melding of een bevoegde autoriteit om de juistheid van de in de melding gedane beweringen na te gaan en de gemelde inbreuk zo nodig aan te pakken, onder meer via maatregelen zoals een intern vooronderzoek, een onderzoek, vervolging, een terugvordering van middelen of het beëindigen van de procedure;
13° "feedback": het aan de melder verstrekken van informatie over de als opvolging geplande of genomen maatregelen en over de redenen voor die opvolging;
14° "bevoegde autoriteit": de autoriteit bedoeld in artikel 11, § 1, eerste lid;
15° "Richtlijn (EU) 2019/1937": Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden;
16° "AVG": Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming);
17° "toestemming": de toestemming in de zin van artikel 4, 11), van de AVG;
18° "parlementaire medewerkers":
(1) wat de Kamer van volksvertegenwoordigers betreft:
a) de administratieve medewerkers van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, die door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangewezen op voorstel van het lid van de Kamer van volksvertegenwoordigers van wie ze medewerker zullen worden;
b) de medewerkers van de overeenkomstig het Reglement van de Kamer van volksvertegenwoordigers erkende fracties, die door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers worden aangewezen op voorstel van de voorzitter van de politieke fractie waarvoor ze zullen werken;
c) de secretarissen van de voorzitters van de erkende politieke fracties, van de leden van het bestuurscomité, van de ondervoorzitters van de Kamer van volksvertegenwoordigers en van de voorzitters van de vaste commissies, die worden aangewezen door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers op voorstel van degene van wie ze medewerker zullen worden; en
d) de medewerkers van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers, die worden aangewezen door het Bureau van de Kamer van volksvertegenwoordigers op voorstel van de voorzitter van de Kamer van volksvertegenwoordigers;
(2) wat de Senaat betreft:
a) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de fractiemedewerkers en van de medewerkers van de leden die niet tot een Senaatsfractie behoren, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de fractievoorzitter of van de senator waarvoor ze zullen werken indien die niet tot een fractie behoort;
b) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de administratieve medewerkers van de gecoöpteerde senatoren, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de gecoöpteerde senator waarvoor ze zullen werken;
c) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de medewerkers van de voorzitter van de Senaat, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de voorzitter van de Senaat; en
d) de medewerkers die zijn aangesteld op grond van het statuut van de medewerkers van de voorzitters van de vaste commissies en van de delegatieleider van de Senaat bij het federaal adviescomité voor de Europese Aangelegenheden, die door het Bureau van de Senaat worden aangewezen op voorstel van de voorzitter van de betrokken commissie of het adviescomité.
Art. 3. Pour l'application de la présente loi, on entend par:
1° "violations": les actes ou omissions qui:
a) sont illicites et ont trait aux actes de l'Union européenne et aux domaines relevant du champ d'application matériel visé à l'article 4, § 1er; ou
b) vont à l'encontre de l'objet ou de la finalité des règles prévues dans les actes de l'Union européenne et les domaines relevant du champ d'application matériel visé à l'article 4, § 1er;
2° "informations sur des violations": des informations, y compris des soupçons raisonnables, concernant des violations effectives ou potentielles, qui se sont produites ou sont très susceptibles de se produire dans l'organisation dans laquelle l'auteur de signalement travaille ou a travaillé ou dans une autre organisation avec laquelle l'auteur de signalement est ou a été en contact dans le cadre de son travail, et concernant des tentatives de dissimulation de telles violations;
3° "signalement" ou "signaler": la communication orale ou écrite d'informations sur des violations;
4° "signalement interne": la communication orale ou écrite d'informations sur des violations au sein de la Chambre des représentants ou au sein du Sénat;
5° "signalement externe": la communication orale ou écrite d'informations sur des violations à l'autorité compétente;
6° "divulgation publique" ou "divulguer publiquement": la mise à disposition dans la sphère publique d'informations sur des violations;
7° "auteur de signalement": une personne physique qui signale ou divulgue publiquement des informations sur des violations qu'elle a obtenues dans le cadre de ses activités professionnelles;
8° "facilitateur": une personne physique qui aide un auteur de signalement au cours du processus de signalement dans un contexte professionnel et dont l'aide devrait être confidentielle;
9° "contexte professionnel": les activités professionnelles passées ou présentes exercées au sein cadre de la Chambre des représentants ou du Sénat par lesquelles, indépendamment de la nature de ces activités, des personnes obtiennent des informations sur des violations et dans le cadre desquelles ces personnes pourraient faire l'objet de représailles si elles signalaient de telles informations;
10° "personne concernée": une personne physique ou morale qui est mentionnée dans le signalement ou la divulgation publique en tant que personne à laquelle la violation est attribuée ou à laquelle cette personne est associée;
11° "représailles": tout acte ou omission direct ou indirect qui intervient dans un contexte professionnel, est suscité par un signalement interne ou externe ou une divulgation publique, et qui cause ou peut causer un préjudice injustifié à l'auteur de signalement;
12° "suivi": toute mesure prise par le destinataire du signalement, ou toute autorité compétente, pour évaluer l'exactitude des allégations formulées dans le signalement et, le cas échéant, pour remédier à la violation signalée, y compris par des mesures telles qu'une enquête interne, une enquête, des poursuites, une action en recouvrement de fonds, ou la clôture de la procédure;
13° "retour d'informations": la communication à l'auteur de signalement d'informations sur les mesures envisagées ou prises au titre de suivi et sur les motifs de ce suivi;
14° "autorité compétente": l'autorité visée à l'article 11, § 1er, alinéa 1er;
15° "directive (UE) 2019/1937": la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union;
16° "RGPD": le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);
17° "consentement": le consentement au sens de l'article 4, 11), du RGPD;
18° "collaborateurs parlementaires":
(1) en ce qui concerne la Chambre des représentants:
a) les collaborateurs administratifs des membres de la Chambre des représentants, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition du membre de la Chambre des représentants dont ils deviendront le collaborateur;
b) les collaborateurs des groupes politiques reconnus conformément au Règlement de la Chambre des représentants, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition du président du groupe politique pour lequel ils travailleront;
c) les secrétaires des présidents des groupes politiques reconnus, des membres du comité de gouvernance, des vice-présidents de la Chambre des représentants et des présidents de commission permanente, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition de la personne dont ils deviendront le collaborateur; et
d) les collaborateurs du président de la Chambre des représentants, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition du président de la Chambre des représentants;
(2) en ce qui concerne le Sénat:
a) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs de groupe et des collaborateurs des membres n'appartenant à aucun groupe parlementaire du Sénat, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du chef de groupe ou du membre du Sénat si celui-ci n'appartient à aucun groupe;
b) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs administratifs des sénateurs cooptés, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du sénateur coopté dont il deviendra le collaborateur;
c) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs du président du Sénat, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du président du Sénat; et
d) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs des présidents des commissions permanentes et du chef de la délégation du Sénat au Comité d'avis fédéral chargé des questions européennes, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du président de la commission concernée ou du comité concerné.
1° "violations": les actes ou omissions qui:
a) sont illicites et ont trait aux actes de l'Union européenne et aux domaines relevant du champ d'application matériel visé à l'article 4, § 1er; ou
b) vont à l'encontre de l'objet ou de la finalité des règles prévues dans les actes de l'Union européenne et les domaines relevant du champ d'application matériel visé à l'article 4, § 1er;
2° "informations sur des violations": des informations, y compris des soupçons raisonnables, concernant des violations effectives ou potentielles, qui se sont produites ou sont très susceptibles de se produire dans l'organisation dans laquelle l'auteur de signalement travaille ou a travaillé ou dans une autre organisation avec laquelle l'auteur de signalement est ou a été en contact dans le cadre de son travail, et concernant des tentatives de dissimulation de telles violations;
3° "signalement" ou "signaler": la communication orale ou écrite d'informations sur des violations;
4° "signalement interne": la communication orale ou écrite d'informations sur des violations au sein de la Chambre des représentants ou au sein du Sénat;
5° "signalement externe": la communication orale ou écrite d'informations sur des violations à l'autorité compétente;
6° "divulgation publique" ou "divulguer publiquement": la mise à disposition dans la sphère publique d'informations sur des violations;
7° "auteur de signalement": une personne physique qui signale ou divulgue publiquement des informations sur des violations qu'elle a obtenues dans le cadre de ses activités professionnelles;
8° "facilitateur": une personne physique qui aide un auteur de signalement au cours du processus de signalement dans un contexte professionnel et dont l'aide devrait être confidentielle;
9° "contexte professionnel": les activités professionnelles passées ou présentes exercées au sein cadre de la Chambre des représentants ou du Sénat par lesquelles, indépendamment de la nature de ces activités, des personnes obtiennent des informations sur des violations et dans le cadre desquelles ces personnes pourraient faire l'objet de représailles si elles signalaient de telles informations;
10° "personne concernée": une personne physique ou morale qui est mentionnée dans le signalement ou la divulgation publique en tant que personne à laquelle la violation est attribuée ou à laquelle cette personne est associée;
11° "représailles": tout acte ou omission direct ou indirect qui intervient dans un contexte professionnel, est suscité par un signalement interne ou externe ou une divulgation publique, et qui cause ou peut causer un préjudice injustifié à l'auteur de signalement;
12° "suivi": toute mesure prise par le destinataire du signalement, ou toute autorité compétente, pour évaluer l'exactitude des allégations formulées dans le signalement et, le cas échéant, pour remédier à la violation signalée, y compris par des mesures telles qu'une enquête interne, une enquête, des poursuites, une action en recouvrement de fonds, ou la clôture de la procédure;
13° "retour d'informations": la communication à l'auteur de signalement d'informations sur les mesures envisagées ou prises au titre de suivi et sur les motifs de ce suivi;
14° "autorité compétente": l'autorité visée à l'article 11, § 1er, alinéa 1er;
15° "directive (UE) 2019/1937": la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union;
16° "RGPD": le règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données);
17° "consentement": le consentement au sens de l'article 4, 11), du RGPD;
18° "collaborateurs parlementaires":
(1) en ce qui concerne la Chambre des représentants:
a) les collaborateurs administratifs des membres de la Chambre des représentants, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition du membre de la Chambre des représentants dont ils deviendront le collaborateur;
b) les collaborateurs des groupes politiques reconnus conformément au Règlement de la Chambre des représentants, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition du président du groupe politique pour lequel ils travailleront;
c) les secrétaires des présidents des groupes politiques reconnus, des membres du comité de gouvernance, des vice-présidents de la Chambre des représentants et des présidents de commission permanente, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition de la personne dont ils deviendront le collaborateur; et
d) les collaborateurs du président de la Chambre des représentants, désignés par le Bureau de la Chambre des représentants sur proposition du président de la Chambre des représentants;
(2) en ce qui concerne le Sénat:
a) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs de groupe et des collaborateurs des membres n'appartenant à aucun groupe parlementaire du Sénat, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du chef de groupe ou du membre du Sénat si celui-ci n'appartient à aucun groupe;
b) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs administratifs des sénateurs cooptés, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du sénateur coopté dont il deviendra le collaborateur;
c) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs du président du Sénat, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du président du Sénat; et
d) les collaborateurs engagés conformément au statut des collaborateurs des présidents des commissions permanentes et du chef de la délégation du Sénat au Comité d'avis fédéral chargé des questions européennes, désignés par le Bureau du Sénat sur proposition du président de la commission concernée ou du comité concerné.
HOOFDSTUK 2. - Toepassingsgebied van en voorwaarden voor de bescherming van melders
CHAPITRE 2. - Champ d'application et conditions de la protection des auteurs de signalement
Art. 4. § 1. Deze wet is van toepassing op de inbreuken op het Unierecht bedoeld in artikel 2, lid 1, van Richtlijn (EU) 2019/1937, binnen de Kamer van volksvertegenwoordigers of binnen de Senaat.
§ 2. Indien de in deel II van de bijlage bij Richtlijn (EU) 2019/1937 opgesomde sectorspecifieke Uniehandelingen specifieke regels bevatten inzake het melden van inbreuken, dan zijn die regels van toepassing. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing voor zover een aangelegenheid niet verplicht door die sectorspecifieke Uniehandelingen is geregeld.
Deze wet is niet van toepassing op meldingen van inbreuken op de regels inzake overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, tenzij zij onder de desbetreffende Uniehandelingen vallen.
Deze wet doet geen afbreuk aan de toepassing van het Unierecht en het Belgisch recht inzake de bescherming van geclassificeerde gegevens, de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten en van het medisch beroepsgeheim, de geheimhouding van rechterlijke beraadslagingen, het parlementair onderzoeksrecht en de regels inzake het strafprocesrecht.
Deze wet doet geen afbreuk aan de nationale regels inzake de uitoefening door de werknemers van het recht om hun vertegenwoordigers of vakbonden te raadplegen en inzake de bescherming tegen ongerechtvaardigde benadelende maatregelen als gevolg van deze raadplegingen, alsmede inzake de autonomie van de sociale partners en hun recht om collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten. Dit lid doet geen afbreuk aan het bij Richtlijn (EU) 2019/1937 verleende beschermingsniveau.
§ 3. Worden voor de toepassing van deze wet niet als inbreuken beschouwd:
1° pesterijen op het werk, geweld op het werk en ongewenst seksueel gedrag op het werk jegens personen als bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, 1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
2° discriminatie op basis van:
a) één van de beschermde criteria bedoeld in artikel 4, 4°, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
b) één van de beschermde criteria bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen;
c) één van de beschermde criteria bedoeld in artikel 4, 4°, van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden.
§ 2. Indien de in deel II van de bijlage bij Richtlijn (EU) 2019/1937 opgesomde sectorspecifieke Uniehandelingen specifieke regels bevatten inzake het melden van inbreuken, dan zijn die regels van toepassing. De bepalingen van deze wet zijn van toepassing voor zover een aangelegenheid niet verplicht door die sectorspecifieke Uniehandelingen is geregeld.
Deze wet is niet van toepassing op meldingen van inbreuken op de regels inzake overheidsopdrachten waaraan defensie- of veiligheidsaspecten verbonden zijn, tenzij zij onder de desbetreffende Uniehandelingen vallen.
Deze wet doet geen afbreuk aan de toepassing van het Unierecht en het Belgisch recht inzake de bescherming van geclassificeerde gegevens, de bescherming van het beroepsgeheim van advocaten en van het medisch beroepsgeheim, de geheimhouding van rechterlijke beraadslagingen, het parlementair onderzoeksrecht en de regels inzake het strafprocesrecht.
Deze wet doet geen afbreuk aan de nationale regels inzake de uitoefening door de werknemers van het recht om hun vertegenwoordigers of vakbonden te raadplegen en inzake de bescherming tegen ongerechtvaardigde benadelende maatregelen als gevolg van deze raadplegingen, alsmede inzake de autonomie van de sociale partners en hun recht om collectieve arbeidsovereenkomsten te sluiten. Dit lid doet geen afbreuk aan het bij Richtlijn (EU) 2019/1937 verleende beschermingsniveau.
§ 3. Worden voor de toepassing van deze wet niet als inbreuken beschouwd:
1° pesterijen op het werk, geweld op het werk en ongewenst seksueel gedrag op het werk jegens personen als bedoeld in artikel 2, § 1, tweede lid, 1°, van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
2° discriminatie op basis van:
a) één van de beschermde criteria bedoeld in artikel 4, 4°, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;
b) één van de beschermde criteria bedoeld in de artikelen 3 en 4 van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen;
c) één van de beschermde criteria bedoeld in artikel 4, 4°, van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenophobie ingegeven daden.
Art. 4. § 1er. La présente loi s'applique aux violations du droit de l'Union européenne visées à l'article 2, paragraphe 1, de la directive (UE) 2019/1937, au sein de la Chambre des représentants ou au sein du Sénat.
§ 2. Lorsque des règles spécifiques concernant le signalement de violations sont prévues dans les actes sectoriels de l'Union européenne énumérés dans la partie II de l'annexe de la directive (UE) 2019/1937, ces règles s'appliquent. Les dispositions de la présente loi s'appliquent dans la mesure où une question n'est pas obligatoirement réglementée par ces actes sectoriels de l'Union européenne.
La présente loi ne s'applique pas aux signalements de violations des règles relatives aux marchés publics comportant des aspects touchant à la défense ou à la sécurité, à moins que les actes pertinents de l'Union européenne ne les régissent.
La présente loi ne porte pas atteinte au droit de l'Union européenne et au droit belge concernant la protection des informations classifiées, la protection du secret professionnel des avocats et du secret médical, le secret des délibérations judiciaires, le droit d'enquête parlementaire et les règles en matière de procédure pénale.
La présente loi n'affecte pas les règles nationales relatives à l'exercice par les travailleurs de leur droit de consulter leurs représentants ou leurs syndicats, et à la protection contre toute mesure préjudiciable injustifiée suscitée par une telle consultation, ainsi qu'à l'autonomie des partenaires sociaux et à leur droit de conclure des conventions collectives. Le présent alinéa vaut sans préjudice du niveau de protection accordé par la directive (UE) 2019/1937.
§ 3. Pour l'application de la présente loi, ne sont pas considérées comme des violations:
1° le harcèlement moral au travail, la violence au travail et le harcèlement sexuel au travail à l'égard des personnes visées à l'article 2, § 1er, alinéa 2, 1°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
2° la discrimination fondée sur:
a) un des critères protégés visés à l'article 4, 4°, de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination;
b) un des critères protégés visés aux articles 3 et 4 de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes;
c) un des critères protégés visés à l'article 4, 4°, de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie.
§ 2. Lorsque des règles spécifiques concernant le signalement de violations sont prévues dans les actes sectoriels de l'Union européenne énumérés dans la partie II de l'annexe de la directive (UE) 2019/1937, ces règles s'appliquent. Les dispositions de la présente loi s'appliquent dans la mesure où une question n'est pas obligatoirement réglementée par ces actes sectoriels de l'Union européenne.
La présente loi ne s'applique pas aux signalements de violations des règles relatives aux marchés publics comportant des aspects touchant à la défense ou à la sécurité, à moins que les actes pertinents de l'Union européenne ne les régissent.
La présente loi ne porte pas atteinte au droit de l'Union européenne et au droit belge concernant la protection des informations classifiées, la protection du secret professionnel des avocats et du secret médical, le secret des délibérations judiciaires, le droit d'enquête parlementaire et les règles en matière de procédure pénale.
La présente loi n'affecte pas les règles nationales relatives à l'exercice par les travailleurs de leur droit de consulter leurs représentants ou leurs syndicats, et à la protection contre toute mesure préjudiciable injustifiée suscitée par une telle consultation, ainsi qu'à l'autonomie des partenaires sociaux et à leur droit de conclure des conventions collectives. Le présent alinéa vaut sans préjudice du niveau de protection accordé par la directive (UE) 2019/1937.
§ 3. Pour l'application de la présente loi, ne sont pas considérées comme des violations:
1° le harcèlement moral au travail, la violence au travail et le harcèlement sexuel au travail à l'égard des personnes visées à l'article 2, § 1er, alinéa 2, 1°, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
2° la discrimination fondée sur:
a) un des critères protégés visés à l'article 4, 4°, de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination;
b) un des critères protégés visés aux articles 3 et 4 de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes;
c) un des critères protégés visés à l'article 4, 4°, de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme ou la xénophobie.
Art. 5. § 1. Deze wet is van toepassing op de melders die beroepsactiviteiten bij de Kamer van volksvertegenwoordigers of bij de Senaat uitoefenen en die in die werkgerelateerde context informatie over inbreuken hebben verkregen en die de hoedanigheid hebben van:
1° personeelslid van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat of parlementair medewerker;
2° zelfstandige in de zin van artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangezocht door de Kamer van volksvertegenwoordigers of door de Senaat;
3° vrijwilliger of stagiair bij de Kamer van volksvertegenwoordigers of bij de Senaat, al dan niet bezoldigd;
4° eenieder die onder het toezicht en de leiding van aannemers, onderaannemers en leveranciers van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat werkt.
§ 2. Deze wet is eveneens van toepassing op melders:
1° die informatie over inbreuken hebben verkregen in het kader van een arbeidsrelatie als bedoeld in paragraaf 1 en die sindsdien is beëindigd; of
2° die informatie over inbreuken hebben verkregen en van wie de in paragraaf 1 bedoelde arbeidsrelatie nog niet is aangevangen, ingeval informatie over inbreuken is verkregen tijdens de wervingsprocedure of andere precontractuele onderhandelingen.
§ . 3. De in het hoofdstuk 7 vervatte maatregelen ter bescherming van de melders bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn tevens van toepassing op:
1° facilitatoren;
2° derden die verbonden zijn met de melders en die het slachtoffer kunnen worden van represailles in een werkgerelateerde context, zoals collega's of familieleden van de melders; en
3° juridische entiteiten die eigendom zijn van de melders, waarvoor de melders werken of waarmee de melders anderszins in een werkgerelateerde context verbonden zijn.
De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde personen komen slechts in aanmerking voor de maatregelen bedoeld in hoofdstuk 7, indien ze gegronde redenen hadden om aan te nemen dat de melder binnen het toepassingsgebied van deze wet viel.
1° personeelslid van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat of parlementair medewerker;
2° zelfstandige in de zin van artikel 49 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, aangezocht door de Kamer van volksvertegenwoordigers of door de Senaat;
3° vrijwilliger of stagiair bij de Kamer van volksvertegenwoordigers of bij de Senaat, al dan niet bezoldigd;
4° eenieder die onder het toezicht en de leiding van aannemers, onderaannemers en leveranciers van de Kamer van volksvertegenwoordigers of van de Senaat werkt.
§ 2. Deze wet is eveneens van toepassing op melders:
1° die informatie over inbreuken hebben verkregen in het kader van een arbeidsrelatie als bedoeld in paragraaf 1 en die sindsdien is beëindigd; of
2° die informatie over inbreuken hebben verkregen en van wie de in paragraaf 1 bedoelde arbeidsrelatie nog niet is aangevangen, ingeval informatie over inbreuken is verkregen tijdens de wervingsprocedure of andere precontractuele onderhandelingen.
§ . 3. De in het hoofdstuk 7 vervatte maatregelen ter bescherming van de melders bedoeld in de paragrafen 1 en 2 zijn tevens van toepassing op:
1° facilitatoren;
2° derden die verbonden zijn met de melders en die het slachtoffer kunnen worden van represailles in een werkgerelateerde context, zoals collega's of familieleden van de melders; en
3° juridische entiteiten die eigendom zijn van de melders, waarvoor de melders werken of waarmee de melders anderszins in een werkgerelateerde context verbonden zijn.
De in het eerste lid, 1° en 2°, bedoelde personen komen slechts in aanmerking voor de maatregelen bedoeld in hoofdstuk 7, indien ze gegronde redenen hadden om aan te nemen dat de melder binnen het toepassingsgebied van deze wet viel.
Art. 5. § 1er. La présente loi s'applique aux auteurs de signalement qui exercent des activités professionnelles au sein de la Chambre des représentants ou au sein du Sénat et qui ont obtenu des informations sur des violations dans ce contexte professionnel, et qui sont:
1° membres du personnel de la Chambre des représentants ou du Sénat ou collaborateurs parlementaires;
2° travailleurs indépendants de la Chambre des représentants ou du Sénat au sens de l'article 49 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne;
3° bénévoles ou stagiaires de la Chambre des représentants ou du Sénat, rémunérés ou non rémunérés;
4° toute personne travaillant sous la supervision et la direction de contractants, de sous-traitants et de fournisseurs de la Chambre des représentants ou du Sénat.
§ 2. La présente loi s'applique également aux auteurs de signalement:
1° qui ont obtenu des informations sur des violations dans le cadre d'une relation de travail visée au paragraphe 1er et qui a pris fin depuis; ou
2° qui ont obtenu des informations sur des violations et dont la relation de travail visée au paragraphe 1er n'a pas encore commencé, dans les cas où des informations sur des violations ont été obtenues lors du processus de recrutement ou d'autres négociations précontractuelles.
§ 3. Les mesures de protection des auteurs de signalement visés aux paragraphes 1er et 2 et qui sont énoncées au chapitre 7 s'appliquent également aux:
1° facilitateurs;
2° tiers en lien avec les auteurs de signalement et qui risquent de faire l'objet de représailles dans un contexte professionnel, tels que des collègues ou des proches des auteurs de signalement; et
3° entités juridiques appartenant aux auteurs de signalement ou pour lesquelles ils travaillent, ou encore avec lesquelles ils sont en lien dans un contexte professionnel.
Les personnes visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, ne bénéficient des mesures de protection visées au chapitre 7 que dès l'instant où elles avaient des motifs raisonnables de croire que l'auteur de signalement tombait dans le champ d'application de la présente loi.
1° membres du personnel de la Chambre des représentants ou du Sénat ou collaborateurs parlementaires;
2° travailleurs indépendants de la Chambre des représentants ou du Sénat au sens de l'article 49 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne;
3° bénévoles ou stagiaires de la Chambre des représentants ou du Sénat, rémunérés ou non rémunérés;
4° toute personne travaillant sous la supervision et la direction de contractants, de sous-traitants et de fournisseurs de la Chambre des représentants ou du Sénat.
§ 2. La présente loi s'applique également aux auteurs de signalement:
1° qui ont obtenu des informations sur des violations dans le cadre d'une relation de travail visée au paragraphe 1er et qui a pris fin depuis; ou
2° qui ont obtenu des informations sur des violations et dont la relation de travail visée au paragraphe 1er n'a pas encore commencé, dans les cas où des informations sur des violations ont été obtenues lors du processus de recrutement ou d'autres négociations précontractuelles.
§ 3. Les mesures de protection des auteurs de signalement visés aux paragraphes 1er et 2 et qui sont énoncées au chapitre 7 s'appliquent également aux:
1° facilitateurs;
2° tiers en lien avec les auteurs de signalement et qui risquent de faire l'objet de représailles dans un contexte professionnel, tels que des collègues ou des proches des auteurs de signalement; et
3° entités juridiques appartenant aux auteurs de signalement ou pour lesquelles ils travaillent, ou encore avec lesquelles ils sont en lien dans un contexte professionnel.
Les personnes visées à l'alinéa 1er, 1° et 2°, ne bénéficient des mesures de protection visées au chapitre 7 que dès l'instant où elles avaient des motifs raisonnables de croire que l'auteur de signalement tombait dans le champ d'application de la présente loi.
Art. 6. De in artikel 5, §§ 1 en 2, bedoelde melders komen voor bescherming uit hoofde van deze wet in aanmerking mits:
1° zij gegronde redenen hadden om aan te nemen dat de gemelde informatie over de inbreuken op het moment van de melding juist was en dat die informatie binnen het toepassingsgebied van deze wet viel; en
2° zij intern overeenkomstig artikel 7 of extern overeenkomstig artikel 10 een melding hebben gedaan, dan wel een openbaarmaking overeenkomstig artikel 15.
Personen die binnen het toepassingsgebied van deze wet vallende inbreuken melden aan de bevoegde instellingen, organen of instanties van de Europese Unie, komen in aanmerking voor bescherming overeenkomstig deze wet, onder dezelfde voorwaarden als personen die een externe melding doen.
1° zij gegronde redenen hadden om aan te nemen dat de gemelde informatie over de inbreuken op het moment van de melding juist was en dat die informatie binnen het toepassingsgebied van deze wet viel; en
2° zij intern overeenkomstig artikel 7 of extern overeenkomstig artikel 10 een melding hebben gedaan, dan wel een openbaarmaking overeenkomstig artikel 15.
Personen die binnen het toepassingsgebied van deze wet vallende inbreuken melden aan de bevoegde instellingen, organen of instanties van de Europese Unie, komen in aanmerking voor bescherming overeenkomstig deze wet, onder dezelfde voorwaarden als personen die een externe melding doen.
Art. 6. Les auteurs de signalement visés à l'article 5, §§ 1er et 2, bénéficient de la protection prévue par la présente loi pour autant:
1° qu'ils aient eu des motifs raisonnables de croire que les informations signalées sur les violations étaient véridiques au moment du signalement et que ces informations entraient dans le champ d'application de la présente loi; et
2° qu'ils aient effectué un signalement soit interne conformément à l'article 7, soit externe conformément à l'article 10, ou aient fait une divulgation publique conformément à l'article 15.
Les personnes qui signalent auprès des institutions, organes ou organismes de l'Union européenne compétents des violations relevant du champ d'application de la présente loi bénéficient de la protection prévue par la présente loi dans les mêmes conditions que les personnes qui effectuent un signalement externe.
1° qu'ils aient eu des motifs raisonnables de croire que les informations signalées sur les violations étaient véridiques au moment du signalement et que ces informations entraient dans le champ d'application de la présente loi; et
2° qu'ils aient effectué un signalement soit interne conformément à l'article 7, soit externe conformément à l'article 10, ou aient fait une divulgation publique conformément à l'article 15.
Les personnes qui signalent auprès des institutions, organes ou organismes de l'Union européenne compétents des violations relevant du champ d'application de la présente loi bénéficient de la protection prévue par la présente loi dans les mêmes conditions que les personnes qui effectuent un signalement externe.
HOOFDSTUK 3. - Interne meldingen en opvolging
CHAPITRE 3. - Signalements internes et suivi
Art. 7. De in artikel 4 bedoelde inbreuken kunnen worden gemeld via de interne meldingskanalen en -procedures bedoeld in dit hoofdstuk.
Art. 7. Les violations visées à l'article 4 peuvent être signalées par le biais des canaux et procédures de signalement interne prévus dans le présent chapitre.
Art. 8. De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat bepalen, elk wat hem betreft, de kanalen en de procedures voor de interne melding en de opvolging.
Via de in het eerste lid bedoelde kanalen en procedures kunnen de in artikel 5, § 1, 1°, bedoelde personen informatie over inbreuken melden. Ook de in artikel 5, § 1, 2° tot 4°, en § 2, bedoelde personen kunnen op die manier informatie over inbreuken melden.
De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat zijn, elk wat hem betreft, de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van een interne melding die gebeurt overeenkomstig de in dit hoofdstuk bepaalde regels.
Via de in het eerste lid bedoelde kanalen en procedures kunnen de in artikel 5, § 1, 1°, bedoelde personen informatie over inbreuken melden. Ook de in artikel 5, § 1, 2° tot 4°, en § 2, bedoelde personen kunnen op die manier informatie over inbreuken melden.
De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat zijn, elk wat hem betreft, de verantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van een interne melding die gebeurt overeenkomstig de in dit hoofdstuk bepaalde regels.
Art. 8. La Chambre des représentants et le Sénat établissent, chacun pour ce qui le concerne, des canaux et des procédures pour le signalement interne et pour le suivi.
Les canaux et procédures visés à l'alinéa 1er permettent aux personnes visés à l'article 5, § 1er, 1°, de signaler des informations sur des violations. Ils permettent aux personnes visées à l'article 5, § 1er, 2° à 4°, et § 2, de signaler également des informations sur des violations.
La Chambre des représentants et le Sénat sont, chacun pour ce qui le concerne, le responsable du traitement des données à caractère personnel traitées dans le cadre d'un signalement interne opéré conformément au présent chapitre.
Les canaux et procédures visés à l'alinéa 1er permettent aux personnes visés à l'article 5, § 1er, 1°, de signaler des informations sur des violations. Ils permettent aux personnes visées à l'article 5, § 1er, 2° à 4°, et § 2, de signaler également des informations sur des violations.
La Chambre des représentants et le Sénat sont, chacun pour ce qui le concerne, le responsable du traitement des données à caractère personnel traitées dans le cadre d'un signalement interne opéré conformément au présent chapitre.
Art. 9. § 1. Door het beveiligde ontwerp, opzet en beheer van de in dit hoofdstuk bedoelde kanalen voor het ontvangen van meldingen wordt de vertrouwelijkheid van de identiteit van de melder en van eventuele in de melding genoemde derden gewaarborgd en krijgen niet-gemachtigde personeelsleden geen toegang tot die kanalen. Via die kanalen krijgt de melder een ontvangstbevestiging binnen zeven dagen na ontvangst.
De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen wijzen, rekening houdend met de aard van de interne melding, een onpartijdige persoon of dienst aan voor de opvolging van de meldingen, die dezelfde persoon of afdeling kan zijn als de persoon of afdeling die de meldingen ontvangt, en die de communicatie met de melder zal onderhouden alsook hem zo nodig nadere informatie zal vragen en feedback zal geven. Die bevoegde onpartijdige persoon of dienst volgt de interne melding zorgvuldig op.
De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen geven feedback binnen een redelijke termijn van ten hoogste drie maanden na de ontvangstbevestiging van de melding of, indien er geen ontvangstbevestiging is verstuurd aan de melder, drie maanden na het verstrijken van de periode van zeven dagen na de melding.
De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen verstrekken duidelijke en gemakkelijk toegankelijke informatie over de procedures voor interne meldingen en over de procedures voor externe meldingen aan de bevoegde autoriteit.
§ 2. De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen bieden de mogelijkheid mondeling of schriftelijk meldingen te doen, of beide. Meldingen kunnen mondeling worden gedaan via de telefoon of via andere spraakberichtsystemen en, op verzoek van de melder, door middel van een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn.
De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen wijzen, rekening houdend met de aard van de interne melding, een onpartijdige persoon of dienst aan voor de opvolging van de meldingen, die dezelfde persoon of afdeling kan zijn als de persoon of afdeling die de meldingen ontvangt, en die de communicatie met de melder zal onderhouden alsook hem zo nodig nadere informatie zal vragen en feedback zal geven. Die bevoegde onpartijdige persoon of dienst volgt de interne melding zorgvuldig op.
De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen geven feedback binnen een redelijke termijn van ten hoogste drie maanden na de ontvangstbevestiging van de melding of, indien er geen ontvangstbevestiging is verstuurd aan de melder, drie maanden na het verstrijken van de periode van zeven dagen na de melding.
De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen verstrekken duidelijke en gemakkelijk toegankelijke informatie over de procedures voor interne meldingen en over de procedures voor externe meldingen aan de bevoegde autoriteit.
§ 2. De in dit hoofdstuk bedoelde kanalen bieden de mogelijkheid mondeling of schriftelijk meldingen te doen, of beide. Meldingen kunnen mondeling worden gedaan via de telefoon of via andere spraakberichtsystemen en, op verzoek van de melder, door middel van een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn.
Art. 9. § 1er. Les canaux visés dans le présent chapitre sont conçus, établis et gérés d'une manière sécurisée qui garantit la confidentialité de l'identité de l'auteur de signalement et de tout tiers mentionné dans le signalement et qui empêche l'accès auxdits canaux par des membres du personnel non autorisés. Ces canaux adressent un accusé de réception du signalement adressé à l'auteur de signalement dans un délai de sept jours à compter de cette réception.
Les canaux visés dans le présent chapitre désignent, en tenant compte de la nature du signalement interne, une personne ou un service impartial compétent pour assurer le suivi des signalements, qui peut être la même personne ou le même service que celle ou celui qui reçoit les signalements et qui maintiendra la communication avec l'auteur de signalement et, si nécessaire, lui demandera d'autres informations et lui fournira un retour d'informations. Cette personne ou ce service impartial compétent assure un suivi diligent du signalement interne.
Les canaux visés dans le présent chapitre fournissent un retour d'informations dans un délai raisonnable, n'excédant pas trois mois à compter de l'accusé de réception du signalement ou, à défaut d'accusé de réception envoyé à l'auteur de signalement, trois mois à compter de l'expiration de la période de sept jours suivant le signalement.
Les canaux visés dans le présent chapitre mettent à disposition des informations claires et facilement accessibles concernant les procédures de signalement interne et concernant les procédures de signalement externe à l'autorité compétente.
§ 2. Les canaux visés dans le présent chapitre permettent d'effectuer des signalements par écrit ou oralement, ou les deux. Les signalements peuvent être effectués oralement par téléphone ou via d'autres systèmes de messagerie vocale et, sur demande de l'auteur de signalement, par le biais d'une rencontre en personne dans un délai raisonnable.
Les canaux visés dans le présent chapitre désignent, en tenant compte de la nature du signalement interne, une personne ou un service impartial compétent pour assurer le suivi des signalements, qui peut être la même personne ou le même service que celle ou celui qui reçoit les signalements et qui maintiendra la communication avec l'auteur de signalement et, si nécessaire, lui demandera d'autres informations et lui fournira un retour d'informations. Cette personne ou ce service impartial compétent assure un suivi diligent du signalement interne.
Les canaux visés dans le présent chapitre fournissent un retour d'informations dans un délai raisonnable, n'excédant pas trois mois à compter de l'accusé de réception du signalement ou, à défaut d'accusé de réception envoyé à l'auteur de signalement, trois mois à compter de l'expiration de la période de sept jours suivant le signalement.
Les canaux visés dans le présent chapitre mettent à disposition des informations claires et facilement accessibles concernant les procédures de signalement interne et concernant les procédures de signalement externe à l'autorité compétente.
§ 2. Les canaux visés dans le présent chapitre permettent d'effectuer des signalements par écrit ou oralement, ou les deux. Les signalements peuvent être effectués oralement par téléphone ou via d'autres systèmes de messagerie vocale et, sur demande de l'auteur de signalement, par le biais d'une rencontre en personne dans un délai raisonnable.
HOOFDSTUK 4. - Externe meldingen en opvolging
CHAPITRE 4. - Signalements externes et suivi
Art. 10. Onverminderd artikel 15, § 1, 2°, verstrekken melders informatie over inbreuken door gebruik te maken van de in dit hoofdstuk bedoelde kanalen en procedures, nadat zij eerst een melding hebben gedaan via interne meldingskanalen of door meteen een melding te doen via externe meldingskanalen.
Art. 10. Sans préjudice de l'article 15, § 1er, 2°, les auteurs de signalement signalent des informations sur des violations en utilisant les canaux et procédures visés au présent chapitre, après avoir effectué un signalement par le biais de canaux de signalement interne ou en effectuant un signalement directement par le biais de canaux de signalement externe.
Art. 11. § 1. Het externe meldingskanaal voor de in artikel 4 bedoelde inbreuken wordt opgericht bij de federale ombudsmannen, bedoeld in artikel 1 van de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen. De federale ombudsmannen oefenen deze bevoegdheid uit overeenkomstig de bepalingen van de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen.
Bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid heeft de bevoegde autoriteit:
1° de plicht om de ontvangst van de meldingen spoedig te bevestigen; dit moet in elk geval gebeuren binnen zeven dagen na ontvangst van de melding, tenzij de melder uitdrukkelijk om het tegendeel verzoekt of tenzij de bevoegde autoriteit gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een ontvangstbevestiging van de melding de bescherming van de identiteit van de melder in gevaar zou brengen;
2° de plicht om de meldingen zorgvuldig op te volgen;
3° de plicht om feedback te verstrekken aan de melder binnen een redelijke termijn van hoogstens drie maanden, of zes maanden in naar behoren gerechtvaardigde gevallen;
4° de plicht om het eindresultaat van de onderzoeken die naar aanleiding van de melding werden ingesteld, aan de melder mee te delen;
5° de mogelijkheid om de in de melding vervatte informatie te gelegener tijd aan de bevoegde instellingen, organen of instanties van de Europese Unie te bezorgen, met het oog op verder onderzoek.
De bevoegde autoriteit is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van een externe melding die gebeurt overeenkomstig de in dit hoofdstuk bepaalde regels.
§ 2. De bevoegde autoriteit kan, na de zaak naar behoren te hebben onderzocht, besluiten dat een gemelde inbreuk duidelijk van geringe betekenis is en krachtens deze wet geen andere opvolging dan het beëindigen van de procedure vereist. Die beslissing doet geen afbreuk aan andere verplichtingen of andere toepasselijke procedures voor het remediëren van de gemelde inbreuk, noch aan de door deze wet geboden bescherming met betrekking tot de interne en de externe meldingen. In een dergelijk geval deelt de bevoegde autoriteit de beslissing en de motivering ervan mee aan de melder.
De bevoegde autoriteit kan beslissen de procedures te beëindigingen in het geval van herhaaldelijke meldingen waarvan de inhoud geen nieuwe informatie van betekenis over de inbreuken bevat ten opzichte van een eerdere melding waarvoor de procedures werden beëindigd, tenzij nieuwe juridische of feitelijke informatie een andere opvolging rechtvaardigt. In een dergelijk geval deelt de bevoegde autoriteit de beslissing en de motivering ervan mee aan de melder.
In geval van een groot aantal meldingen kan de bevoegde autoriteit voorrang geven aan de behandeling van meldingen van ernstige inbreuken of van inbreuken op essentiële bepalingen die binnen het toepassingsgebied van deze wet vallen, onverminderd de termijn bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°.
§ 3. Elke autoriteit die een melding van een inbreuk als bedoeld in artikel 4 heeft ontvangen maar die niet bevoegd is om de gemelde inbreuk te behandelen, zendt de melding binnen een redelijke termijn en op beveiligde wijze door aan de bevoegde autoriteit. De melder wordt daarvan onverwijld op de hoogte gebracht.
§ 4. Overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van strafvordering stellen de leden van de bevoegde autoriteit de procureur des Konings in kennis wanneer zij bij de uitoefening van hun functie een feit vaststellen dat een misdaad of wanbedrijf kan uitmaken, met uitzondering van de feiten waarvan zij kennis hebben genomen naar aanleiding van een melding door personeelsleden voor wie een uitzondering op artikel 29 van het Wetboek van strafvordering werd ingesteld.
Bij de uitoefening van de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid heeft de bevoegde autoriteit:
1° de plicht om de ontvangst van de meldingen spoedig te bevestigen; dit moet in elk geval gebeuren binnen zeven dagen na ontvangst van de melding, tenzij de melder uitdrukkelijk om het tegendeel verzoekt of tenzij de bevoegde autoriteit gegronde redenen heeft om aan te nemen dat een ontvangstbevestiging van de melding de bescherming van de identiteit van de melder in gevaar zou brengen;
2° de plicht om de meldingen zorgvuldig op te volgen;
3° de plicht om feedback te verstrekken aan de melder binnen een redelijke termijn van hoogstens drie maanden, of zes maanden in naar behoren gerechtvaardigde gevallen;
4° de plicht om het eindresultaat van de onderzoeken die naar aanleiding van de melding werden ingesteld, aan de melder mee te delen;
5° de mogelijkheid om de in de melding vervatte informatie te gelegener tijd aan de bevoegde instellingen, organen of instanties van de Europese Unie te bezorgen, met het oog op verder onderzoek.
De bevoegde autoriteit is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die worden verwerkt in het kader van een externe melding die gebeurt overeenkomstig de in dit hoofdstuk bepaalde regels.
§ 2. De bevoegde autoriteit kan, na de zaak naar behoren te hebben onderzocht, besluiten dat een gemelde inbreuk duidelijk van geringe betekenis is en krachtens deze wet geen andere opvolging dan het beëindigen van de procedure vereist. Die beslissing doet geen afbreuk aan andere verplichtingen of andere toepasselijke procedures voor het remediëren van de gemelde inbreuk, noch aan de door deze wet geboden bescherming met betrekking tot de interne en de externe meldingen. In een dergelijk geval deelt de bevoegde autoriteit de beslissing en de motivering ervan mee aan de melder.
De bevoegde autoriteit kan beslissen de procedures te beëindigingen in het geval van herhaaldelijke meldingen waarvan de inhoud geen nieuwe informatie van betekenis over de inbreuken bevat ten opzichte van een eerdere melding waarvoor de procedures werden beëindigd, tenzij nieuwe juridische of feitelijke informatie een andere opvolging rechtvaardigt. In een dergelijk geval deelt de bevoegde autoriteit de beslissing en de motivering ervan mee aan de melder.
In geval van een groot aantal meldingen kan de bevoegde autoriteit voorrang geven aan de behandeling van meldingen van ernstige inbreuken of van inbreuken op essentiële bepalingen die binnen het toepassingsgebied van deze wet vallen, onverminderd de termijn bedoeld in paragraaf 1, tweede lid, 3°.
§ 3. Elke autoriteit die een melding van een inbreuk als bedoeld in artikel 4 heeft ontvangen maar die niet bevoegd is om de gemelde inbreuk te behandelen, zendt de melding binnen een redelijke termijn en op beveiligde wijze door aan de bevoegde autoriteit. De melder wordt daarvan onverwijld op de hoogte gebracht.
§ 4. Overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van strafvordering stellen de leden van de bevoegde autoriteit de procureur des Konings in kennis wanneer zij bij de uitoefening van hun functie een feit vaststellen dat een misdaad of wanbedrijf kan uitmaken, met uitzondering van de feiten waarvan zij kennis hebben genomen naar aanleiding van een melding door personeelsleden voor wie een uitzondering op artikel 29 van het Wetboek van strafvordering werd ingesteld.
Art. 11. § 1er. Le canal de signalement externe pour les violations visées à l'article 4 est institué auprès des médiateurs fédéraux visés à l'article 1er de la loi du 22 mars 1995 instaurant des médiateurs fédéraux. Les médiateurs fédéraux exercent cette compétence conformément aux dispositions de la loi du 22 mars 1995 instaurant des médiateurs fédéraux.
Dans l'exercice de la compétence visée à l'alinéa 1er, l'autorité compétente:
1° accuse réception des signalements rapidement, et en tout état de cause dans un délai de sept jours à compter de la réception du signalement, sauf demande contraire expresse de l'auteur de signalement ou à moins que l'autorité compétente ait des motifs raisonnables de croire qu'accuser réception du signalement compromettrait la protection de l'identité de l'auteur de signalement;
2° assure un suivi diligent des signalements;
3° fournit à l'auteur de signalement un retour d'informations dans un délai raisonnable n'excédant pas trois mois, ou six mois dans des cas dûment justifiés;
4° communique à l'auteur de signalement le résultat final des enquêtes déclenchées par le signalement;
5° peut transmettre en temps voulu les informations contenues dans le signalement aux institutions, organes ou organismes de l'Union européenne compétents en vue d'un complément d'enquête.
L'autorité compétente est le responsable du traitement des données à caractère personnel traitées dans le cadre d'un signalement externe opéré conformément au présent chapitre.
§ 2. L'autorité compétente peut, après avoir dûment examiné la question, décider qu'une violation signalée est manifestement mineure et ne requiert pas d'autre suivi en vertu de la présente loi que la clôture de la procédure. Cette décision n'affecte pas d'autres obligations ou d'autres procédures applicables visant à remédier à la violation signalée, ni la protection accordée par la présente loi en ce qui concerne les signalements internes ou externes. En pareil cas, l'autorité compétente notifie à l'auteur de signalement sa décision et les motifs de cette décision.
L'autorité compétente peut décider de clore les procédures en ce qui concerne les signalements répétitifs qui ne contiennent aucune nouvelle information significative sur des violations par rapport à un signalement antérieur à propos duquel les procédures concernées ont été closes, à moins que de nouveaux éléments juridiques ou factuels ne justifient un suivi différent. En pareil cas, l'autorité compétente notifie à l'auteur de signalement sa décision et les motifs de cette décision.
En cas d'afflux important de signalements, l'autorité compétente peut traiter en priorité les signalements de violations graves ou de violations de dispositions essentielles relevant du champ d'application de la présente loi, sans préjudice du délai énoncé au paragraphe 1er, alinéa 2, 3°.
§ 3. Toute autorité qui a reçu un signalement d'une violation visée à l'article 4 mais qui n'est pas compétente pour traiter la violation signalée transmet le signalement à l'autorité compétente dans un délai raisonnable et de manière sécurisée. L'auteur de signalement en est informé sans retard.
§ 4. Conformément à l'article 29 du Code d'instruction criminelle, les membres de l'autorité compétente qui, dans l'exercice de leurs fonctions, constatent un fait qui peut constituer un crime ou un délit en informent le procureur du Roi, à l'exception des faits dont ils ont eu connaissance à la suite d'un signalement par des membres du personnel des organismes du secteur public fédéral pour lesquels une exception à l'article 29 du Code de procédure pénale a été déterminée.
Dans l'exercice de la compétence visée à l'alinéa 1er, l'autorité compétente:
1° accuse réception des signalements rapidement, et en tout état de cause dans un délai de sept jours à compter de la réception du signalement, sauf demande contraire expresse de l'auteur de signalement ou à moins que l'autorité compétente ait des motifs raisonnables de croire qu'accuser réception du signalement compromettrait la protection de l'identité de l'auteur de signalement;
2° assure un suivi diligent des signalements;
3° fournit à l'auteur de signalement un retour d'informations dans un délai raisonnable n'excédant pas trois mois, ou six mois dans des cas dûment justifiés;
4° communique à l'auteur de signalement le résultat final des enquêtes déclenchées par le signalement;
5° peut transmettre en temps voulu les informations contenues dans le signalement aux institutions, organes ou organismes de l'Union européenne compétents en vue d'un complément d'enquête.
L'autorité compétente est le responsable du traitement des données à caractère personnel traitées dans le cadre d'un signalement externe opéré conformément au présent chapitre.
§ 2. L'autorité compétente peut, après avoir dûment examiné la question, décider qu'une violation signalée est manifestement mineure et ne requiert pas d'autre suivi en vertu de la présente loi que la clôture de la procédure. Cette décision n'affecte pas d'autres obligations ou d'autres procédures applicables visant à remédier à la violation signalée, ni la protection accordée par la présente loi en ce qui concerne les signalements internes ou externes. En pareil cas, l'autorité compétente notifie à l'auteur de signalement sa décision et les motifs de cette décision.
L'autorité compétente peut décider de clore les procédures en ce qui concerne les signalements répétitifs qui ne contiennent aucune nouvelle information significative sur des violations par rapport à un signalement antérieur à propos duquel les procédures concernées ont été closes, à moins que de nouveaux éléments juridiques ou factuels ne justifient un suivi différent. En pareil cas, l'autorité compétente notifie à l'auteur de signalement sa décision et les motifs de cette décision.
En cas d'afflux important de signalements, l'autorité compétente peut traiter en priorité les signalements de violations graves ou de violations de dispositions essentielles relevant du champ d'application de la présente loi, sans préjudice du délai énoncé au paragraphe 1er, alinéa 2, 3°.
§ 3. Toute autorité qui a reçu un signalement d'une violation visée à l'article 4 mais qui n'est pas compétente pour traiter la violation signalée transmet le signalement à l'autorité compétente dans un délai raisonnable et de manière sécurisée. L'auteur de signalement en est informé sans retard.
§ 4. Conformément à l'article 29 du Code d'instruction criminelle, les membres de l'autorité compétente qui, dans l'exercice de leurs fonctions, constatent un fait qui peut constituer un crime ou un délit en informent le procureur du Roi, à l'exception des faits dont ils ont eu connaissance à la suite d'un signalement par des membres du personnel des organismes du secteur public fédéral pour lesquels une exception à l'article 29 du Code de procédure pénale a été déterminée.
Art. 12. Bij de uitoefening van de in dit hoofdstuk bedoelde bevoegdheid heeft de bevoegde autoriteit de volgende taken:
1° erop toezien dat het ontwerp, het opzet en het beheer van de externe meldingskanalen de volledigheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de informatie waarborgen en verhinderen dat niet-gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteit toegang hebben tot die informatie;
2° erop toezien dat de kanalen voor externe melding de mogelijkheid bieden schriftelijk en mondeling meldingen te doen, met dien verstande dat de mondelinge meldingen via telefoon of andere spraakberichtsystemen kunnen worden gedaan en, op verzoek van de melder, door middel van een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn;
3° erop toezien dat, wanneer een melding wordt ontvangen via andere kanalen dan die bedoeld in het bepaalde onder 1° en 2° of via andere personeelsleden dan zij die belast zijn met de behandeling van de meldingen, de personeelsleden die de melding ontvangen geen informatie verspreiden aan de hand waarvan de melder of de betrokkene zou kunnen worden geïdentificeerd, en dat zij de melding spoedig en ongewijzigd doorzenden aan de personeelsleden belast met de behandeling van de meldingen;
4° de personeelsleden aanwijzen die belast zijn met de behandeling van de meldingen en in het bijzonder met de terbeschikkingstelling aan elke belanghebbende van informatie over de meldingsprocedures, met de ontvangst en de opvolging van de meldingen, alsook met het onderhouden van het contact met de melder, teneinde hem feedback te geven en hem indien nodig andere informatie te vragen;
5° de in het bepaalde onder 4° bedoelde personeelsleden een specifieke opleiding verstrekken voor het behandelen van meldingen.
1° erop toezien dat het ontwerp, het opzet en het beheer van de externe meldingskanalen de volledigheid, de integriteit en de vertrouwelijkheid van de informatie waarborgen en verhinderen dat niet-gemachtigde personeelsleden van de bevoegde autoriteit toegang hebben tot die informatie;
2° erop toezien dat de kanalen voor externe melding de mogelijkheid bieden schriftelijk en mondeling meldingen te doen, met dien verstande dat de mondelinge meldingen via telefoon of andere spraakberichtsystemen kunnen worden gedaan en, op verzoek van de melder, door middel van een fysieke ontmoeting binnen een redelijke termijn;
3° erop toezien dat, wanneer een melding wordt ontvangen via andere kanalen dan die bedoeld in het bepaalde onder 1° en 2° of via andere personeelsleden dan zij die belast zijn met de behandeling van de meldingen, de personeelsleden die de melding ontvangen geen informatie verspreiden aan de hand waarvan de melder of de betrokkene zou kunnen worden geïdentificeerd, en dat zij de melding spoedig en ongewijzigd doorzenden aan de personeelsleden belast met de behandeling van de meldingen;
4° de personeelsleden aanwijzen die belast zijn met de behandeling van de meldingen en in het bijzonder met de terbeschikkingstelling aan elke belanghebbende van informatie over de meldingsprocedures, met de ontvangst en de opvolging van de meldingen, alsook met het onderhouden van het contact met de melder, teneinde hem feedback te geven en hem indien nodig andere informatie te vragen;
5° de in het bepaalde onder 4° bedoelde personeelsleden een specifieke opleiding verstrekken voor het behandelen van meldingen.
Art. 12. Dans l'exercice de la compétence visée au présent chapitre, l'autorité compétente:
1° veille à ce que les canaux de signalement externe sont conçus, établis et gérés de manière à garantir l'exhaustivité, l'intégrité et la confidentialité des informations et à empêcher l'accès à ces informations aux membres du personnel de l'autorité compétente non autorisés;
2° veille à ce que les canaux de signalement externe permettent d'effectuer des signalements par écrit et oralement, étant entendu qu'il est possible d'effectuer des signalements oralement par téléphone ou via d'autres systèmes de messagerie vocale et, sur demande de l'auteur de signalement, par le biais d'une rencontre en personne dans un délai raisonnable;
3° veille à ce que, lorsqu'un signalement est reçu par des canaux autres que les canaux de signalement visés aux 1° et 2° ou par des membres du personnel autres que ceux chargés du traitement des signalements, les membres du personnel qui reçoivent le signalement s'abstiennent de divulguer toute information qui permettrait d'identifier l'auteur de signalement ou la personne concernée et à ce qu'ils transmettent rapidement le signalement sans modification aux membres du personnel chargés du traitement des signalements;
4° désigne les membres du personnel chargés du traitement des signalements, et en particulier de la mise à la disposition de toute personne intéressée d'informations au sujet des procédures de signalement, de la réception et du suivi des signalements, et du maintien du contact avec l'auteur de signalement dans le but de lui fournir un retour d'informations et de lui demander d'autres informations si nécessaire;
5° assure aux membres du personnel visés au 4° une formation spécifique aux fins du traitement des signalements.
1° veille à ce que les canaux de signalement externe sont conçus, établis et gérés de manière à garantir l'exhaustivité, l'intégrité et la confidentialité des informations et à empêcher l'accès à ces informations aux membres du personnel de l'autorité compétente non autorisés;
2° veille à ce que les canaux de signalement externe permettent d'effectuer des signalements par écrit et oralement, étant entendu qu'il est possible d'effectuer des signalements oralement par téléphone ou via d'autres systèmes de messagerie vocale et, sur demande de l'auteur de signalement, par le biais d'une rencontre en personne dans un délai raisonnable;
3° veille à ce que, lorsqu'un signalement est reçu par des canaux autres que les canaux de signalement visés aux 1° et 2° ou par des membres du personnel autres que ceux chargés du traitement des signalements, les membres du personnel qui reçoivent le signalement s'abstiennent de divulguer toute information qui permettrait d'identifier l'auteur de signalement ou la personne concernée et à ce qu'ils transmettent rapidement le signalement sans modification aux membres du personnel chargés du traitement des signalements;
4° désigne les membres du personnel chargés du traitement des signalements, et en particulier de la mise à la disposition de toute personne intéressée d'informations au sujet des procédures de signalement, de la réception et du suivi des signalements, et du maintien du contact avec l'auteur de signalement dans le but de lui fournir un retour d'informations et de lui demander d'autres informations si nécessaire;
5° assure aux membres du personnel visés au 4° une formation spécifique aux fins du traitement des signalements.
Art. 13. De bevoegde autoriteit publiceert op een afzonderlijke, gemakkelijk herkenbare en toegankelijke pagina van haar website op zijn minst de volgende informatie:
1° de voorwaarden om in aanmerking te komen voor bescherming krachtens deze wet;
2° de nodige contactgegevens van de in artikel 11, § 1, bedoelde externe meldingskanalen, met name de elektronische en postadressen, en de telefoonnummers van deze kanalen, met de vermelding of de telefoongesprekken al dan niet worden opgenomen;
3° de procedures die van toepassing zijn op de melding van inbreuken, met inbegrip van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de melder kan verzoeken om de gemelde informatie te verduidelijken of om nadere informatie te verstrekken, de termijn om feedback te geven alsmede het soort en de inhoud van een dergelijke feedback;
4° de geheimhoudingsregels die van toepassing zijn op de meldingen, en in het bijzonder de informatie over de verwerking van de persoonsgegevens;
5° de aard van de aan de meldingen te geven opvolging;
6° de rechtsmiddelen en de procedures ter bescherming tegen represailles en de mogelijkheid om vertrouwelijk advies in te winnen als men een melding overweegt;
7° een korte en duidelijke toelichting van de voorwaarden waaronder personen die een melding doen aan de bevoegde autoriteit, worden beschermd tegen aansprakelijkheid wegens een inbreuk op de geheimhoudingsregels krachtens artikel 21, eerste lid; en
8° de contactgegevens van de autoriteit bedoeld in artikel 20.
1° de voorwaarden om in aanmerking te komen voor bescherming krachtens deze wet;
2° de nodige contactgegevens van de in artikel 11, § 1, bedoelde externe meldingskanalen, met name de elektronische en postadressen, en de telefoonnummers van deze kanalen, met de vermelding of de telefoongesprekken al dan niet worden opgenomen;
3° de procedures die van toepassing zijn op de melding van inbreuken, met inbegrip van de wijze waarop de bevoegde autoriteit de melder kan verzoeken om de gemelde informatie te verduidelijken of om nadere informatie te verstrekken, de termijn om feedback te geven alsmede het soort en de inhoud van een dergelijke feedback;
4° de geheimhoudingsregels die van toepassing zijn op de meldingen, en in het bijzonder de informatie over de verwerking van de persoonsgegevens;
5° de aard van de aan de meldingen te geven opvolging;
6° de rechtsmiddelen en de procedures ter bescherming tegen represailles en de mogelijkheid om vertrouwelijk advies in te winnen als men een melding overweegt;
7° een korte en duidelijke toelichting van de voorwaarden waaronder personen die een melding doen aan de bevoegde autoriteit, worden beschermd tegen aansprakelijkheid wegens een inbreuk op de geheimhoudingsregels krachtens artikel 21, eerste lid; en
8° de contactgegevens van de autoriteit bedoeld in artikel 20.
Art. 13. L'autorité compétente publie, dans une section distincte, aisément identifiable et accessible de son site internet, au moins les informations suivantes:
1° les conditions pour bénéficier d'une protection au titre de la présente loi;
2° les coordonnées nécessaires des canaux de signalement externe prévus à l'article 11, § 1er, en particulier les adresses électroniques et postales, et les numéros de téléphone de ces canaux, en indiquant si les conversations téléphoniques sont enregistrées ou non;
3° les procédures applicables au signalement de violations, y compris la manière dont l'autorité compétente peut demander à l'auteur de signalement de clarifier les informations signalées ou de fournir des informations supplémentaires, le délai pour fournir un retour d'informations, ainsi que le type de retour d'informations et son contenu;
4° le régime de confidentialité applicable aux signalements, et en particulier les informations relatives au traitement des données à caractère personnel;
5° la nature du suivi à assurer en ce qui concerne les signalements;
6° les recours et les procédures relatives à la protection contre les représailles et la possibilité pour les personnes qui envisagent d'effectuer un signalement de recevoir des conseils confidentiels;
7° une notice expliquant clairement les conditions dans lesquelles la responsabilité des personnes qui effectuent un signalement auprès de l'autorité compétente ne serait pas engagée du fait d'une violation de la confidentialité en vertu de l'article 21, alinéa 1er; et
8° les coordonnées de l'autorité visée à l'article 20.
1° les conditions pour bénéficier d'une protection au titre de la présente loi;
2° les coordonnées nécessaires des canaux de signalement externe prévus à l'article 11, § 1er, en particulier les adresses électroniques et postales, et les numéros de téléphone de ces canaux, en indiquant si les conversations téléphoniques sont enregistrées ou non;
3° les procédures applicables au signalement de violations, y compris la manière dont l'autorité compétente peut demander à l'auteur de signalement de clarifier les informations signalées ou de fournir des informations supplémentaires, le délai pour fournir un retour d'informations, ainsi que le type de retour d'informations et son contenu;
4° le régime de confidentialité applicable aux signalements, et en particulier les informations relatives au traitement des données à caractère personnel;
5° la nature du suivi à assurer en ce qui concerne les signalements;
6° les recours et les procédures relatives à la protection contre les représailles et la possibilité pour les personnes qui envisagent d'effectuer un signalement de recevoir des conseils confidentiels;
7° une notice expliquant clairement les conditions dans lesquelles la responsabilité des personnes qui effectuent un signalement auprès de l'autorité compétente ne serait pas engagée du fait d'une violation de la confidentialité en vertu de l'article 21, alinéa 1er; et
8° les coordonnées de l'autorité visée à l'article 20.
Art. 14. De bevoegde autoriteit evalueert haar procedures voor de ontvangst en de opvolging van de meldingen geregeld, en ten minste om de drie jaar. Bij de evaluatie van die procedures houdt de bevoegde autoriteit rekening met haar eigen ervaring alsook met die van de andere krachtens andere wetten opgerichte bevoegde autoriteiten; zij past haar procedures dienovereenkomstig aan.
Art. 14. L'autorité compétente réexamine ses procédures de réception des signalements et de suivi régulièrement, et au minimum une fois tous les trois ans. Lors du réexamen de ces procédures, l'autorité compétente tient compte de son expérience ainsi que de celle des autres autorités compétentes instituées en vertu d'autres lois et adapte ses procédures en conséquence.
HOOFDSTUK 5. - Openbaarmakingen
CHAPITRE 5. - Divulgations publiques
Art. 15. § 1. Een persoon die een openbaarmaking doet, komt in aanmerking voor de bescherming uit hoofde van deze wet, indien is voldaan aan een van de volgende voorwaarden:
1° de persoon heeft eerst een interne en externe melding gedaan, of heeft meteen een externe melding gedaan overeenkomstig de hoofdstukken 3 en 4, maar er werden naar aanleiding van die melding geen passende maatregelen genomen binnen de in artikel 9, § 1, derde lid, of artikel 11, § 1, tweede lid, 3°, bedoelde termijn; of
2° de persoon heeft gegronde redenen om aan te nemen dat:
a) de inbreuk een dreigend of reëel gevaar kan vormen voor het algemeen belang; bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een noodsituatie of van een risico op onherstelbare schade; of
b) er in geval van externe melding een risico op represailles bestaat, of dat het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk doeltreffend wordt verholpen, wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak, omdat bijvoorbeeld bewijsmateriaal kan worden achtergehouden of vernietigd, of omdat een autoriteit kan samenspannen met de pleger van de inbreuk of bij die inbreuk betrokken is.
§ 2. Dit artikel is niet van toepassing op de gevallen waarin een persoon rechtstreeks informatie aan de pers verstrekt op grond van specifieke bepalingen die een stelsel voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en informatie instellen.
1° de persoon heeft eerst een interne en externe melding gedaan, of heeft meteen een externe melding gedaan overeenkomstig de hoofdstukken 3 en 4, maar er werden naar aanleiding van die melding geen passende maatregelen genomen binnen de in artikel 9, § 1, derde lid, of artikel 11, § 1, tweede lid, 3°, bedoelde termijn; of
2° de persoon heeft gegronde redenen om aan te nemen dat:
a) de inbreuk een dreigend of reëel gevaar kan vormen voor het algemeen belang; bijvoorbeeld wanneer er sprake is van een noodsituatie of van een risico op onherstelbare schade; of
b) er in geval van externe melding een risico op represailles bestaat, of dat het niet waarschijnlijk is dat de inbreuk doeltreffend wordt verholpen, wegens de bijzondere omstandigheden van de zaak, omdat bijvoorbeeld bewijsmateriaal kan worden achtergehouden of vernietigd, of omdat een autoriteit kan samenspannen met de pleger van de inbreuk of bij die inbreuk betrokken is.
§ 2. Dit artikel is niet van toepassing op de gevallen waarin een persoon rechtstreeks informatie aan de pers verstrekt op grond van specifieke bepalingen die een stelsel voor de bescherming van de vrijheid van meningsuiting en informatie instellen.
Art. 15. § 1er. Une personne qui fait une divulgation publique bénéficie de la protection prévue par la présente loi si l'une ou l'autre des conditions suivantes est remplie:
1° la personne a d'abord effectué un signalement interne et externe, ou a effectué directement un signalement externe conformément aux chapitres 3 et 4, mais aucune mesure appropriée n'a été prise en réponse au signalement dans le délai visé à l'article 9, § 1er, alinéa 3, ou à l'article 11, § 1er, alinéa 2, 3° ; ou
2° la personne a des motifs raisonnables de croire que:
a) la violation peut représenter un danger imminent ou manifeste pour l'intérêt public, comme lorsqu'il existe une situation d'urgence ou un risque de préjudice irréversible; ou
b) en cas de signalement externe, il existe un risque de représailles ou il y a peu de chances qu'il soit véritablement remédié à la violation, en raison des circonstances particulières de l'affaire, comme lorsque des preuves peuvent être dissimulées ou détruites ou lorsqu'une autorité peut être en collusion avec l'auteur de la violation ou impliquée dans la violation.
§ 2. Le présent article ne s'applique pas aux cas dans lesquels une personne révèle directement des informations à la presse en vertu de dispositions spécifiques établissant un système de protection relatif à la liberté d'expression et d'information.
1° la personne a d'abord effectué un signalement interne et externe, ou a effectué directement un signalement externe conformément aux chapitres 3 et 4, mais aucune mesure appropriée n'a été prise en réponse au signalement dans le délai visé à l'article 9, § 1er, alinéa 3, ou à l'article 11, § 1er, alinéa 2, 3° ; ou
2° la personne a des motifs raisonnables de croire que:
a) la violation peut représenter un danger imminent ou manifeste pour l'intérêt public, comme lorsqu'il existe une situation d'urgence ou un risque de préjudice irréversible; ou
b) en cas de signalement externe, il existe un risque de représailles ou il y a peu de chances qu'il soit véritablement remédié à la violation, en raison des circonstances particulières de l'affaire, comme lorsque des preuves peuvent être dissimulées ou détruites ou lorsqu'une autorité peut être en collusion avec l'auteur de la violation ou impliquée dans la violation.
§ 2. Le présent article ne s'applique pas aux cas dans lesquels une personne révèle directement des informations à la presse en vertu de dispositions spécifiques établissant un système de protection relatif à la liberté d'expression et d'information.
HOOFDSTUK 6. - Gemeenschappelijke bepalingen voor de interne en externe meldingen
CHAPITRE 6. - Dispositions communes aux signalements internes et externes
Art. 16. De identiteit van de melder mag niet zonder diens toestemming worden bekendgemaakt aan anderen dan de gemachtigde personeelsleden die bevoegd zijn om meldingen te ontvangen of op te volgen. Dit lid geldt ook voor alle andere informatie waaruit de identiteit van de melder direct of indirect kan worden afgeleid.
In afwijking van het eerste lid mogen de identiteit van de melder en enige andere informatie als bedoeld in het eerste lid uitsluitend worden bekendgemaakt indien het gaat om een noodzakelijke en evenredige verplichting krachtens het Europees recht of het nationaal recht in het raam van onderzoeken door nationale autoriteiten of in het raam van gerechtelijke procedures, met name ter waarborging van de rechten van verdediging van de betrokkene.
Voor de bekendmakingen die plaatsvinden op grond van de in het tweede lid bedoelde afwijking, gelden passende waarborgen volgens de toepasselijke regelgeving van de Europese Unie en volgens de toepasselijke nationale regelgeving. Meer bepaald worden de melders vooraf in kennis gesteld van de bekendmaking van hun identiteit, tenzij die informatieverstrekking de gerelateerde onderzoeken of gerechtelijke procedures in gevaar zou brengen. De betrokken autoriteit stuurt de melders, wanneer het hen in kennis stelt, een schriftelijke toelichting over de redenen voor de bekendmaking van de desbetreffende vertrouwelijke gegevens.
De beschermingsmaatregelen bedoeld in het eerste tot derde lid gelden ook voor de personen bedoeld in artikel 5, § 3, eerste lid, 1° en 2°, voor zover zij voldoen aan de voorwaarde bedoeld in artikel 5, § 3, tweede lid.
De betrokken autoriteiten die informatie ontvangen over inbreuken waar bedrijfsgeheimen mee gemoeid zijn, mogen die bedrijfsgeheimen niet gebruiken of bekendmaken voor andere doeleinden dan hetgeen noodzakelijk is voor een gedegen opvolging.
In afwijking van het eerste lid mogen de identiteit van de melder en enige andere informatie als bedoeld in het eerste lid uitsluitend worden bekendgemaakt indien het gaat om een noodzakelijke en evenredige verplichting krachtens het Europees recht of het nationaal recht in het raam van onderzoeken door nationale autoriteiten of in het raam van gerechtelijke procedures, met name ter waarborging van de rechten van verdediging van de betrokkene.
Voor de bekendmakingen die plaatsvinden op grond van de in het tweede lid bedoelde afwijking, gelden passende waarborgen volgens de toepasselijke regelgeving van de Europese Unie en volgens de toepasselijke nationale regelgeving. Meer bepaald worden de melders vooraf in kennis gesteld van de bekendmaking van hun identiteit, tenzij die informatieverstrekking de gerelateerde onderzoeken of gerechtelijke procedures in gevaar zou brengen. De betrokken autoriteit stuurt de melders, wanneer het hen in kennis stelt, een schriftelijke toelichting over de redenen voor de bekendmaking van de desbetreffende vertrouwelijke gegevens.
De beschermingsmaatregelen bedoeld in het eerste tot derde lid gelden ook voor de personen bedoeld in artikel 5, § 3, eerste lid, 1° en 2°, voor zover zij voldoen aan de voorwaarde bedoeld in artikel 5, § 3, tweede lid.
De betrokken autoriteiten die informatie ontvangen over inbreuken waar bedrijfsgeheimen mee gemoeid zijn, mogen die bedrijfsgeheimen niet gebruiken of bekendmaken voor andere doeleinden dan hetgeen noodzakelijk is voor een gedegen opvolging.
Art. 16. L'identité de l'auteur de signalement ne peut pas être divulguée sans le consentement de celui-ci à toute personne autre que les membres du personnel autorisés compétents pour recevoir des signalements ou pour en assurer le suivi. Le présent alinéa s'applique également à toute autre information à partir de laquelle l'identité de l'auteur de signalement peut être directement ou indirectement déduite.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'identité de l'auteur de signalement et toute autre information visée à l'alinéa 1er peuvent être divulguées uniquement lorsqu'il s'agit d'une obligation nécessaire et proportionnée imposée par le droit de l'Union européenne ou le droit national dans le cadre d'enquêtes menées par des autorités nationales ou dans le cadre de procédures judiciaires, notamment en vue de sauvegarder les droits de la défense de la personne concernée.
Les divulgations effectuées en vertu de la dérogation prévue à l'alinéa 2 font l'objet de mesures de sauvegarde appropriées en vertu des règles de l'Union européenne et des règles nationales applicables. En particulier, les auteurs de signalement sont informés avant que leur identité ne soit divulguée, à moins qu'une telle information ne risque de compromettre les enquêtes ou les procédures judiciaires concernées. Lorsqu'elle informe les auteurs de signalement, l'autorité concernée leur adresse une explication écrite des motifs de la divulgation des données confidentielles concernées.
Les mesures de protection visées aux alinéas 1er à 3 s'appliquent également aux personnes visées à l'article 5, § 3, alinéa 1er, 1° et 2°, pour autant qu'elles répondent à la condition visée à l'article 5, § 3, alinéa 2.
Les autorités concernées qui reçoivent des informations sur des violations qui comportent des secrets d'affaires n'utilisent pas ou ne divulguent pas ces secrets d'affaires à des fins allant au-delà de ce qui est nécessaire pour assurer un suivi approprié.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'identité de l'auteur de signalement et toute autre information visée à l'alinéa 1er peuvent être divulguées uniquement lorsqu'il s'agit d'une obligation nécessaire et proportionnée imposée par le droit de l'Union européenne ou le droit national dans le cadre d'enquêtes menées par des autorités nationales ou dans le cadre de procédures judiciaires, notamment en vue de sauvegarder les droits de la défense de la personne concernée.
Les divulgations effectuées en vertu de la dérogation prévue à l'alinéa 2 font l'objet de mesures de sauvegarde appropriées en vertu des règles de l'Union européenne et des règles nationales applicables. En particulier, les auteurs de signalement sont informés avant que leur identité ne soit divulguée, à moins qu'une telle information ne risque de compromettre les enquêtes ou les procédures judiciaires concernées. Lorsqu'elle informe les auteurs de signalement, l'autorité concernée leur adresse une explication écrite des motifs de la divulgation des données confidentielles concernées.
Les mesures de protection visées aux alinéas 1er à 3 s'appliquent également aux personnes visées à l'article 5, § 3, alinéa 1er, 1° et 2°, pour autant qu'elles répondent à la condition visée à l'article 5, § 3, alinéa 2.
Les autorités concernées qui reçoivent des informations sur des violations qui comportent des secrets d'affaires n'utilisent pas ou ne divulguent pas ces secrets d'affaires à des fins allant au-delà de ce qui est nécessaire pour assurer un suivi approprié.
Art. 17. § 1. De doeleinden van de gegevensverwerking naar aanleiding van een melding zijn het ontvangen en opvolgen van de meldingen betreffende inbreuken in de zin van deze wet, teneinde de juistheid van de in de melding of openbaarmaking gedane beweringen na te gaan en, zo nodig, de gemelde inbreuk aan te pakken, onder meer via maatregelen zoals een intern vooronderzoek, een onderzoek, een vervolging, een terugvordering van middelen of de beëindiging van de procedure.
§ 2. Overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de AVG kan voor de opvolging van een melding worden afgeweken van drie basisprincipes van de AVG met betrekking tot informatie en toegang tot de persoonsgegevens voor de melders en elke andere persoon dan de melder, namelijk het verstrekken van informatie wanneer de persoonsgegevens worden verkregen bedoeld in artikel 14 van de AVG, het recht van inzage bedoeld in artikel 15 van de AVG en het recht op rectificatie bedoeld in artikel 16 van de AVG.
De afwijking bedoeld in het eerste lid strekt ertoe de vertrouwelijkheid van het onderzoek, de opvolging van de melding en het geheim van het onderzoek te waarborgen. De opvolging van de melding wordt beschouwd als een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die al dan niet incidenteel verband houdt met de uitoefening van het openbaar gezag bedoeld in artikel 23, lid 1, h), van de AVG.
Wat de verwerking van de persoonsgegevens van de melder betreft, kan worden afgeweken van de rechten beschreven in de artikelen 14 tot 16 van de AVG. In deze uitzondering wordt voorzien om de pogingen tot het belemmeren, verhinderen, dwarsbomen of vertragen van de opvolging van de melding te voorkomen en erop te reageren. De in dit lid bedoelde beperking is enkel geldig voor de opvolging van de melding en van de beschermingsdossiers.
Wat de verwerking van de persoonsgegevens van elke andere persoon dan de melder betreft, kan worden afgeweken van de rechten beschreven in de artikelen 14 tot 16 van de AVG. In deze uitzondering wordt voorzien ter voorkoming van het verhinderen, dwarsbomen of vertragen van de opvolging van de melding en van de verzoeken om bescherming of om identificatie van de melders.
§ 3. De beperkingen beschreven in paragraaf 2 gelden voor de interne meldingskanalen en voor de bevoegde autoriteiten, alsook voor alle gegevens die zij verwerken.
De beperkingen gelden vanaf de datum van de melding of vanaf de ontvangst van de melding door de bevoegde autoriteit. De termijn voor de beperking bedraagt tien jaar vanaf diezelfde datum.
De beperkingen kunnen enkel worden toegepast voor zover de rechten nadelig zouden zijn voor de vertrouwelijkheid van het onderzoek, voor de opvolging van de melding of voor het geheim van het onderzoek.
De beperkingen hebben geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van inzage rechtvaardigt.
§ 4. De verwerkingsverantwoordelijken brengen de in paragraaf 2 beschreven beperkingen proactief ter kennis via hun gangbare communicatiekanalen, bijvoorbeeld de gegevensbeschermingsverklaring op hun website, en via hun algemene communicatie, zoals bij de ontvangstbevestiging van de melding, en vermelden hierbij ook uitdrukkelijk de mogelijkheid om een vordering in rechte in te stellen overeenkomstig artikel 79 van de AVG en om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 77 van de AVG.
Bij het ontvangen van een verzoek om informatie of om inzage of in het geval van een verzoek om rectificatie, zorgt de verwerkingsverantwoordelijke, na het advies van de functionaris voor gegevensbescherming, ervoor dat de verzoeker reactief geïnformeerd wordt overeenkomstig artikel 12 van de AVG. Daarenboven wordt uitdrukkelijk vermeld dat de verzoeker gerechtelijke procedures kan instellen onder de voorwaarden bepaald in artikel 79 van de AVG, en klacht kan indienen bij de toezichthoudende autoriteit zoals bepaald in artikel 77 van de AVG.
§ 2. Overeenkomstig artikel 23, lid 1, van de AVG kan voor de opvolging van een melding worden afgeweken van drie basisprincipes van de AVG met betrekking tot informatie en toegang tot de persoonsgegevens voor de melders en elke andere persoon dan de melder, namelijk het verstrekken van informatie wanneer de persoonsgegevens worden verkregen bedoeld in artikel 14 van de AVG, het recht van inzage bedoeld in artikel 15 van de AVG en het recht op rectificatie bedoeld in artikel 16 van de AVG.
De afwijking bedoeld in het eerste lid strekt ertoe de vertrouwelijkheid van het onderzoek, de opvolging van de melding en het geheim van het onderzoek te waarborgen. De opvolging van de melding wordt beschouwd als een taak op het gebied van toezicht, inspectie of regelgeving die al dan niet incidenteel verband houdt met de uitoefening van het openbaar gezag bedoeld in artikel 23, lid 1, h), van de AVG.
Wat de verwerking van de persoonsgegevens van de melder betreft, kan worden afgeweken van de rechten beschreven in de artikelen 14 tot 16 van de AVG. In deze uitzondering wordt voorzien om de pogingen tot het belemmeren, verhinderen, dwarsbomen of vertragen van de opvolging van de melding te voorkomen en erop te reageren. De in dit lid bedoelde beperking is enkel geldig voor de opvolging van de melding en van de beschermingsdossiers.
Wat de verwerking van de persoonsgegevens van elke andere persoon dan de melder betreft, kan worden afgeweken van de rechten beschreven in de artikelen 14 tot 16 van de AVG. In deze uitzondering wordt voorzien ter voorkoming van het verhinderen, dwarsbomen of vertragen van de opvolging van de melding en van de verzoeken om bescherming of om identificatie van de melders.
§ 3. De beperkingen beschreven in paragraaf 2 gelden voor de interne meldingskanalen en voor de bevoegde autoriteiten, alsook voor alle gegevens die zij verwerken.
De beperkingen gelden vanaf de datum van de melding of vanaf de ontvangst van de melding door de bevoegde autoriteit. De termijn voor de beperking bedraagt tien jaar vanaf diezelfde datum.
De beperkingen kunnen enkel worden toegepast voor zover de rechten nadelig zouden zijn voor de vertrouwelijkheid van het onderzoek, voor de opvolging van de melding of voor het geheim van het onderzoek.
De beperkingen hebben geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek of van de controle die de weigering of de beperking van inzage rechtvaardigt.
§ 4. De verwerkingsverantwoordelijken brengen de in paragraaf 2 beschreven beperkingen proactief ter kennis via hun gangbare communicatiekanalen, bijvoorbeeld de gegevensbeschermingsverklaring op hun website, en via hun algemene communicatie, zoals bij de ontvangstbevestiging van de melding, en vermelden hierbij ook uitdrukkelijk de mogelijkheid om een vordering in rechte in te stellen overeenkomstig artikel 79 van de AVG en om een klacht in te dienen bij de toezichthoudende autoriteit overeenkomstig artikel 77 van de AVG.
Bij het ontvangen van een verzoek om informatie of om inzage of in het geval van een verzoek om rectificatie, zorgt de verwerkingsverantwoordelijke, na het advies van de functionaris voor gegevensbescherming, ervoor dat de verzoeker reactief geïnformeerd wordt overeenkomstig artikel 12 van de AVG. Daarenboven wordt uitdrukkelijk vermeld dat de verzoeker gerechtelijke procedures kan instellen onder de voorwaarden bepaald in artikel 79 van de AVG, en klacht kan indienen bij de toezichthoudende autoriteit zoals bepaald in artikel 77 van de AVG.
Art. 17. § 1er. Les finalités du traitement des données en réponse à un signalement sont de recevoir et de suivre les signalements de violations au sens de la présente loi afin de vérifier l'exactitude des allégations faites dans le signalement ou la divulgation et, si nécessaire, de traiter la violation signalée, y compris par des mesures telles qu'une l'enquête préalable interne, une enquête, des poursuites, une action en recouvrement de fonds ou la clôture de la procédure.
§ 2. Conformément à l'article 23, paragraphe 1, du RGPD, il est possible, pour le suivi d'un signalement, de déroger à trois principes fondamentaux du RGPD en matière d'information et d'accès aux données à caractère personnel pour les auteurs de signalement et toute personne autre que l'auteur de signalement, à savoir la fourniture d'informations lors de l'obtention des données à caractère personnel visée à l'article 14 du RGPD, le droit d'accès visé à l'article 15 du RGPD, et le droit de rectification visé à l'article 16 du RGPD.
La dérogation visée à l'alinéa 1er a pour but de garantir la confidentialité de l'enquête, le suivi du signalement et le secret de l'enquête. Le suivi du signalement est défini comme une tâche relevant du domaine de la surveillance, de l'inspection ou de la réglementation, accessoirement ou non, liée à l'exercice de la puissance publique, visé à l'article 23, paragraphe 1, point h), du RGPD.
En ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel de l'auteur de signalement, il est possible de déroger aux droits décrits aux articles 14 à 16 du RGPD. Cette exception est prévue pour prévenir et répondre aux tentatives d'entrave, d'empêchement, d'obstruction ou de retardement du suivi du signalement. La restriction visée au présent alinéa ne s'applique qu'au suivi du signalement et des dossiers concernant la protection.
S'agissant du traitement des données à caractère personnel de toute personne autre que l'auteur de signalement, il est possible de déroger aux droits décrits aux articles 14 à 16 du RGPD. Cette exception est prévue pour prévenir des empêchements, obstructions ou retardements du suivi du signalement et des demandes de protection ou d'identification des auteurs de signalement.
§ 3. Les restrictions décrites au paragraphe 2 s'appliquent aux canaux de signalement interne et aux autorités compétentes, et pour toutes les données traitées en leur sein.
Les restrictions s'appliquent à compter de la date du signalement ou de la réception par l'autorité compétente du signalement. Le délai de la restriction est de dix ans à partir de la même date.
Les restrictions ne sont d'application que dans la mesure où les droits nuiraient à la confidentialité de l'enquête, au suivi du signalement ou au secret de l'enquête.
Les restrictions ne visent pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la limitation d'accès.
§ 4. Les responsables du traitement notifient de manière proactive les restrictions, décrites au paragraphe 2, via leurs canaux de communication habituels, tels que, par exemple, la déclaration de protection des données sur leur site internet, et via leur communication générale, comme avec l'accusé de réception du signalement, et mentionnent également explicitement la possibilité d'intenter une action en justice conformément à l'article 79 du RGPD et de déposer une plainte auprès de l'autorité de contrôle conformément à l'article 77 du RGPD.
Lors de la réception d'une demande d'information ou d'accès ou dans le cas d'une demande de rectification, le responsable du traitement, après avis du délégué à la protection des données, s'assure que le demandeur est informé de manière réactive conformément à l'article 12 du RGPD. En outre, il est expressément précisé que le demandeur peut engager des poursuites judiciaires dans les conditions prévues à l'article 79 du RGPD, et introduire une réclamation auprès de l'autorité de contrôle comme prévu à l'article 77 du RGPD.
§ 2. Conformément à l'article 23, paragraphe 1, du RGPD, il est possible, pour le suivi d'un signalement, de déroger à trois principes fondamentaux du RGPD en matière d'information et d'accès aux données à caractère personnel pour les auteurs de signalement et toute personne autre que l'auteur de signalement, à savoir la fourniture d'informations lors de l'obtention des données à caractère personnel visée à l'article 14 du RGPD, le droit d'accès visé à l'article 15 du RGPD, et le droit de rectification visé à l'article 16 du RGPD.
La dérogation visée à l'alinéa 1er a pour but de garantir la confidentialité de l'enquête, le suivi du signalement et le secret de l'enquête. Le suivi du signalement est défini comme une tâche relevant du domaine de la surveillance, de l'inspection ou de la réglementation, accessoirement ou non, liée à l'exercice de la puissance publique, visé à l'article 23, paragraphe 1, point h), du RGPD.
En ce qui concerne le traitement des données à caractère personnel de l'auteur de signalement, il est possible de déroger aux droits décrits aux articles 14 à 16 du RGPD. Cette exception est prévue pour prévenir et répondre aux tentatives d'entrave, d'empêchement, d'obstruction ou de retardement du suivi du signalement. La restriction visée au présent alinéa ne s'applique qu'au suivi du signalement et des dossiers concernant la protection.
S'agissant du traitement des données à caractère personnel de toute personne autre que l'auteur de signalement, il est possible de déroger aux droits décrits aux articles 14 à 16 du RGPD. Cette exception est prévue pour prévenir des empêchements, obstructions ou retardements du suivi du signalement et des demandes de protection ou d'identification des auteurs de signalement.
§ 3. Les restrictions décrites au paragraphe 2 s'appliquent aux canaux de signalement interne et aux autorités compétentes, et pour toutes les données traitées en leur sein.
Les restrictions s'appliquent à compter de la date du signalement ou de la réception par l'autorité compétente du signalement. Le délai de la restriction est de dix ans à partir de la même date.
Les restrictions ne sont d'application que dans la mesure où les droits nuiraient à la confidentialité de l'enquête, au suivi du signalement ou au secret de l'enquête.
Les restrictions ne visent pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le refus ou la limitation d'accès.
§ 4. Les responsables du traitement notifient de manière proactive les restrictions, décrites au paragraphe 2, via leurs canaux de communication habituels, tels que, par exemple, la déclaration de protection des données sur leur site internet, et via leur communication générale, comme avec l'accusé de réception du signalement, et mentionnent également explicitement la possibilité d'intenter une action en justice conformément à l'article 79 du RGPD et de déposer une plainte auprès de l'autorité de contrôle conformément à l'article 77 du RGPD.
Lors de la réception d'une demande d'information ou d'accès ou dans le cas d'une demande de rectification, le responsable du traitement, après avis du délégué à la protection des données, s'assure que le demandeur est informé de manière réactive conformément à l'article 12 du RGPD. En outre, il est expressément précisé que le demandeur peut engager des poursuites judiciaires dans les conditions prévues à l'article 79 du RGPD, et introduire une réclamation auprès de l'autorité de contrôle comme prévu à l'article 77 du RGPD.
Art. 18. § 1. De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit houden een register bij van alle ontvangen meldingen, met inachtneming van de geheimhoudingsvereisten bepaald in artikel 16.
De meldingen worden niet langer bewaard dan nodig en evenredig is om te voldoen aan de vereisten die worden opgelegd door deze wet of aan andere vereisten die worden opgelegd door het recht van de Europese Unie of door het nationaal recht.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit houden de stukken bij die betrekking hebben op een onderzoek in het raam van een melding, de melding zelf inbegrepen, gedurende een periode van tien jaar na de afsluiting van het dossier, behoudens stuiting of schorsing van de termijn.
§ 2. Wanneer voor het melden, met instemming van de melder, een telefoonlijn met gespreksopname of een ander spraakberichtsysteem met gespreksopname wordt gebruikt, hebben de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit het recht om de mondelinge melding te registreren op een van de volgende wijzen:
1° door het maken van een opname van het gesprek in een duurzame en opvraagbare vorm; of
2° door een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, opgesteld door het voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelslid.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit bieden de melder de mogelijkheid de schriftelijke weergave van het telefoongesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.
§ 3. Indien voor de melding een telefoonlijn zonder gespreksopname of een ander spraakberichtsysteem zonder gespreksopname wordt gebruikt, hebben de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit het recht om de mondelinge melding te registreren in de vorm van een nauwkeurig verslag van het gesprek, opgesteld door het voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelslid. De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargeland het geval, en de bevoegde autoriteit bieden de melder de mogelijkheid het verslag van het gesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.
§ 4. Indien een persoon verzoekt om een gesprek met de personeelsleden van de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, of van de bevoegde autoriteit met het oog op een melding krachtens de artikelen 9, § 2, en 12, 2°, zorgen de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit ervoor, mits de melder hiermee instemt, dat er een volledig en nauwkeurig verslag van het gesprek wordt bijgehouden in een duurzame en opvraagbare vorm.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit hebben het recht om het gesprek te registreren op een van de volgende wijzen:
1° door het maken van een opname van het gesprek in een duurzame en opvraagbare vorm; of
2° door een nauwkeurig verslag van het gesprek, opgesteld door de voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelsleden.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit bieden de melder de mogelijkheid het verslag van het gesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.
De meldingen worden niet langer bewaard dan nodig en evenredig is om te voldoen aan de vereisten die worden opgelegd door deze wet of aan andere vereisten die worden opgelegd door het recht van de Europese Unie of door het nationaal recht.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit houden de stukken bij die betrekking hebben op een onderzoek in het raam van een melding, de melding zelf inbegrepen, gedurende een periode van tien jaar na de afsluiting van het dossier, behoudens stuiting of schorsing van de termijn.
§ 2. Wanneer voor het melden, met instemming van de melder, een telefoonlijn met gespreksopname of een ander spraakberichtsysteem met gespreksopname wordt gebruikt, hebben de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit het recht om de mondelinge melding te registreren op een van de volgende wijzen:
1° door het maken van een opname van het gesprek in een duurzame en opvraagbare vorm; of
2° door een volledige en nauwkeurige schriftelijke weergave van het gesprek, opgesteld door het voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelslid.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit bieden de melder de mogelijkheid de schriftelijke weergave van het telefoongesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.
§ 3. Indien voor de melding een telefoonlijn zonder gespreksopname of een ander spraakberichtsysteem zonder gespreksopname wordt gebruikt, hebben de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit het recht om de mondelinge melding te registreren in de vorm van een nauwkeurig verslag van het gesprek, opgesteld door het voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelslid. De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargeland het geval, en de bevoegde autoriteit bieden de melder de mogelijkheid het verslag van het gesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.
§ 4. Indien een persoon verzoekt om een gesprek met de personeelsleden van de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, of van de bevoegde autoriteit met het oog op een melding krachtens de artikelen 9, § 2, en 12, 2°, zorgen de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit ervoor, mits de melder hiermee instemt, dat er een volledig en nauwkeurig verslag van het gesprek wordt bijgehouden in een duurzame en opvraagbare vorm.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit hebben het recht om het gesprek te registreren op een van de volgende wijzen:
1° door het maken van een opname van het gesprek in een duurzame en opvraagbare vorm; of
2° door een nauwkeurig verslag van het gesprek, opgesteld door de voor het behandelen van de melding verantwoordelijke personeelsleden.
De Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat, naargelang het geval, en de bevoegde autoriteit bieden de melder de mogelijkheid het verslag van het gesprek te controleren, te corrigeren en voor akkoord te ondertekenen.
Art. 18. § 1er. La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente archivent tous les signalements reçus, dans le respect des exigences de confidentialité prévues à l'article 16.
Les signalements ne sont pas conservés plus longtemps qu'il n'est nécessaire et proportionné de le faire pour respecter les exigences imposées par la présente loi ou d'autres exigences imposées par le droit de l'Union européenne ou le droit national.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente conservent les documents relatifs à une enquête dans le cadre d'un signalement, y compris le signalement lui-même, dix ans après la clôture du dossier, sous réserve d'une interruption ou d'une suspension du délai.
§ 2. Lorsqu'une ligne téléphonique enregistrée ou un autre système de messagerie vocale enregistré est utilisé pour le signalement, avec le consentement de l'auteur de signalement, la Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente ont le droit de consigner le signalement oral sous l'une des formes suivantes:
1° en effectuant un enregistrement de la conversation sous une forme durable et récupérable; ou
2° par une transcription complète et précise de la conversation, établie par le membre du personnel chargé de traiter le signalement.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente donnent à l'auteur de signalement la possibilité de vérifier, de rectifier et d'approuver la transcription de l'appel par l'apposition de sa signature.
§ 3. Lorsqu'une ligne téléphonique non enregistrée ou un autre système de messagerie vocale non enregistré est utilisé pour le signalement, la Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente ont le droit de consigner le signalement oral sous la forme d'un procès-verbal précis de la conversation établi par le membre du personnel chargé de traiter le signalement. La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente donnent à l'auteur de signalement la possibilité de vérifier, de rectifier et d'approuver le procès-verbal de la conversation par l'apposition de sa signature.
§ 4. Lorsqu'une personne demande à rencontrer les membres du personnel de la Chambre des représentants ou du Sénat, selon le cas, ou de l'autorité compétente aux fins d'un signalement en vertu des articles 9, § 2, et 12, 2°, la Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente veillent, avec le consentement de l'auteur de signalement, à ce que des procès-verbaux complets et précis de la conversation soient conservés sous une forme durable et récupérable.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité visée compétente ont le droit de consigner la conversation sous l'une des formes suivantes:
1° en effectuant un enregistrement de la conversation sous une forme durable et récupérable; ou
2° par un procès-verbal précis de la conversation établi par les membres du personnel chargés du traitement du signalement.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente donnent à l'auteur de signalement la possibilité de vérifier, de rectifier et d'approuver le procès-verbal de la conversation par l'apposition de sa signature.
Les signalements ne sont pas conservés plus longtemps qu'il n'est nécessaire et proportionné de le faire pour respecter les exigences imposées par la présente loi ou d'autres exigences imposées par le droit de l'Union européenne ou le droit national.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente conservent les documents relatifs à une enquête dans le cadre d'un signalement, y compris le signalement lui-même, dix ans après la clôture du dossier, sous réserve d'une interruption ou d'une suspension du délai.
§ 2. Lorsqu'une ligne téléphonique enregistrée ou un autre système de messagerie vocale enregistré est utilisé pour le signalement, avec le consentement de l'auteur de signalement, la Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente ont le droit de consigner le signalement oral sous l'une des formes suivantes:
1° en effectuant un enregistrement de la conversation sous une forme durable et récupérable; ou
2° par une transcription complète et précise de la conversation, établie par le membre du personnel chargé de traiter le signalement.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente donnent à l'auteur de signalement la possibilité de vérifier, de rectifier et d'approuver la transcription de l'appel par l'apposition de sa signature.
§ 3. Lorsqu'une ligne téléphonique non enregistrée ou un autre système de messagerie vocale non enregistré est utilisé pour le signalement, la Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente ont le droit de consigner le signalement oral sous la forme d'un procès-verbal précis de la conversation établi par le membre du personnel chargé de traiter le signalement. La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente donnent à l'auteur de signalement la possibilité de vérifier, de rectifier et d'approuver le procès-verbal de la conversation par l'apposition de sa signature.
§ 4. Lorsqu'une personne demande à rencontrer les membres du personnel de la Chambre des représentants ou du Sénat, selon le cas, ou de l'autorité compétente aux fins d'un signalement en vertu des articles 9, § 2, et 12, 2°, la Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente veillent, avec le consentement de l'auteur de signalement, à ce que des procès-verbaux complets et précis de la conversation soient conservés sous une forme durable et récupérable.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité visée compétente ont le droit de consigner la conversation sous l'une des formes suivantes:
1° en effectuant un enregistrement de la conversation sous une forme durable et récupérable; ou
2° par un procès-verbal précis de la conversation établi par les membres du personnel chargés du traitement du signalement.
La Chambre des représentants ou le Sénat, selon le cas, et l'autorité compétente donnent à l'auteur de signalement la possibilité de vérifier, de rectifier et d'approuver le procès-verbal de la conversation par l'apposition de sa signature.
HOOFDSTUK 7. - Beschermingsmaatregelen
CHAPITRE 7. - Mesures de protection
Art. 19. Elke vorm van represailles tegen de in artikel 5 bedoelde personen, waaronder dreigingen met en pogingen tot represailles, is verboden. Het gaat daarbij om:
1° schorsing, tijdelijke buitendienststelling, ontslag of gelijkwaardige maatregelen;
2° degradatie of weigering van bevordering;
3° overdracht van taken, verandering van werkplek, loonsverlaging, verandering van de werktijden;
4° het onthouden van opleiding;
5° een negatieve prestatiebeoordeling of arbeidsreferentie;
6° het opleggen of toepassen van disciplinaire maatregelen, een berisping of andere sanctie, met inbegrip van een financiële sanctie;
7° dwang, intimidatie, pesterijen of uitsluiting;
8° discriminatie, nadelige of ongelijke behandeling;
9° niet-omzetting van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ingeval de werknemer de gerechtvaardigde verwachting had dat hem een dienstverband voor onbepaalde tijd zou worden aangeboden;
10° niet-verlenging of vervroegde beëindiging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst;
11° schade, met inbegrip van reputatieschade, met name op de sociale media, of financieel nadeel, met inbegrip van omzetderving en inkomstenderving;
12° opname op een zwarte lijst op basis van een formele of informele overeenkomst voor een hele sector of bedrijfstak, waardoor de melder in de toekomst mogelijk geen baan meer kan vinden in de sector of de bedrijfstak;
13° vroegtijdige beëindiging of opzegging van een contract voor de levering van goederen of diensten;
14° intrekking van een licentie of vergunning;
15° verwijzing naar een psychiatrische of medische behandeling.
1° schorsing, tijdelijke buitendienststelling, ontslag of gelijkwaardige maatregelen;
2° degradatie of weigering van bevordering;
3° overdracht van taken, verandering van werkplek, loonsverlaging, verandering van de werktijden;
4° het onthouden van opleiding;
5° een negatieve prestatiebeoordeling of arbeidsreferentie;
6° het opleggen of toepassen van disciplinaire maatregelen, een berisping of andere sanctie, met inbegrip van een financiële sanctie;
7° dwang, intimidatie, pesterijen of uitsluiting;
8° discriminatie, nadelige of ongelijke behandeling;
9° niet-omzetting van een tijdelijke arbeidsovereenkomst in een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd, ingeval de werknemer de gerechtvaardigde verwachting had dat hem een dienstverband voor onbepaalde tijd zou worden aangeboden;
10° niet-verlenging of vervroegde beëindiging van een tijdelijke arbeidsovereenkomst;
11° schade, met inbegrip van reputatieschade, met name op de sociale media, of financieel nadeel, met inbegrip van omzetderving en inkomstenderving;
12° opname op een zwarte lijst op basis van een formele of informele overeenkomst voor een hele sector of bedrijfstak, waardoor de melder in de toekomst mogelijk geen baan meer kan vinden in de sector of de bedrijfstak;
13° vroegtijdige beëindiging of opzegging van een contract voor de levering van goederen of diensten;
14° intrekking van een licentie of vergunning;
15° verwijzing naar een psychiatrische of medische behandeling.
Art. 19. Toute forme de représailles est interdite contre les personnes visées à l'article 5, y compris les menaces de représailles et tentatives de représailles, notamment sous les formes suivantes:
1° suspension, mise à pied, licenciement ou mesures équivalentes;
2° rétrogradation ou refus de promotion;
3° transfert de fonctions, changement de lieu de travail, réduction de salaire, modification des horaires de travail;
4° suspension de la formation;
5° évaluation de performance ou attestation de travail négative;
6° mesures disciplinaires imposées ou administrées, réprimande ou autre sanction, y compris une sanction financière;
7° coercition, intimidation, harcèlement ou ostracisme;
8° discrimination, traitement désavantageux ou injuste;
9° non-conversion d'un contrat de travail temporaire en un contrat permanent, lorsque le travailleur pouvait légitimement espérer se voir offrir un emploi permanent;
10° non-renouvellement ou résiliation anticipée d'un contrat de travail temporaire;
11° préjudice, y compris les atteintes à la réputation de la personne, en particulier sur les réseaux sociaux, ou pertes financières, y compris la perte d'activité et la perte de revenu;
12° mise sur liste noire sur la base d'un accord formel ou informel à l'échelle sectorielle ou de la branche d'activité, pouvant impliquer que la personne ne trouvera pas d'emploi à l'avenir au niveau du secteur ou de la branche d'activité;
13° résiliation anticipée ou annulation d'un contrat pour des biens ou des services;
14° annulation d'une licence ou d'un permis;
15° orientation vers un traitement psychiatrique ou médical.
1° suspension, mise à pied, licenciement ou mesures équivalentes;
2° rétrogradation ou refus de promotion;
3° transfert de fonctions, changement de lieu de travail, réduction de salaire, modification des horaires de travail;
4° suspension de la formation;
5° évaluation de performance ou attestation de travail négative;
6° mesures disciplinaires imposées ou administrées, réprimande ou autre sanction, y compris une sanction financière;
7° coercition, intimidation, harcèlement ou ostracisme;
8° discrimination, traitement désavantageux ou injuste;
9° non-conversion d'un contrat de travail temporaire en un contrat permanent, lorsque le travailleur pouvait légitimement espérer se voir offrir un emploi permanent;
10° non-renouvellement ou résiliation anticipée d'un contrat de travail temporaire;
11° préjudice, y compris les atteintes à la réputation de la personne, en particulier sur les réseaux sociaux, ou pertes financières, y compris la perte d'activité et la perte de revenu;
12° mise sur liste noire sur la base d'un accord formel ou informel à l'échelle sectorielle ou de la branche d'activité, pouvant impliquer que la personne ne trouvera pas d'emploi à l'avenir au niveau du secteur ou de la branche d'activité;
13° résiliation anticipée ou annulation d'un contrat pour des biens ou des services;
14° annulation d'une licence ou d'un permis;
15° orientation vers un traitement psychiatrique ou médical.
Art. 20. § 1. Het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens, opgericht bij de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens, garandeert de in artikel 5 bedoelde personen in voorkomend geval de volgende ondersteuningsmaatregelen:
1° volledige en onafhankelijke informatie en adviezen, die gemakkelijk en kosteloos voor het publiek toegankelijk zijn, over de beschikbare procedures en beroepen, over de bescherming tegen represailles, alsook over de rechten van de betrokkene;
2° een daadwerkelijke bijstand ten aanzien van elke relevante autoriteit die betrokken is bij hun bescherming tegen represailles, waaronder de bevestiging dat zij de bescherming uit hoofde van deze wet genieten;
3° rechtsbijstand in grensoverschrijdende strafrechtelijke en burgerlijke procedures, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; en
4° rechtsbijstand in het kader van andere procedures, alsook juridisch advies of andere juridische bijstand.
§ 2. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en op de personeelsleden ervan, bij de uitvoering van de hun in het kader van deze wet toevertrouwde opdrachten.
Overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van strafvordering stellen de leden van het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens de procureur des Konings in kennis wanneer zij bij de uitoefening van hun functie een feit vaststellen dat een misdaad of wanbedrijf kan uitmaken, met uitzondering van de feiten waarvan zij kennis hebben genomen naar aanleiding van een melding aan een intern of extern meldingskanaal door personeelsleden voor wie een uitzondering op artikel 29 van het Wetboek van strafvordering werd ingesteld.
§ 3. Het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die eventueel in het kader van de toepassing van dit artikel worden verwerkt.
1° volledige en onafhankelijke informatie en adviezen, die gemakkelijk en kosteloos voor het publiek toegankelijk zijn, over de beschikbare procedures en beroepen, over de bescherming tegen represailles, alsook over de rechten van de betrokkene;
2° een daadwerkelijke bijstand ten aanzien van elke relevante autoriteit die betrokken is bij hun bescherming tegen represailles, waaronder de bevestiging dat zij de bescherming uit hoofde van deze wet genieten;
3° rechtsbijstand in grensoverschrijdende strafrechtelijke en burgerlijke procedures, overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1919 van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2016 betreffende rechtsbijstand voor verdachten en beklaagden in strafprocedures en voor gezochte personen in procedures ter uitvoering van een Europees aanhoudingsbevel en Richtlijn 2008/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 21 mei 2008 betreffende bepaalde aspecten van bemiddeling/mediation in burgerlijke en handelszaken; en
4° rechtsbijstand in het kader van andere procedures, alsook juridisch advies of andere juridische bijstand.
§ 2. Artikel 458 van het Strafwetboek is van toepassing op het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens en op de personeelsleden ervan, bij de uitvoering van de hun in het kader van deze wet toevertrouwde opdrachten.
Overeenkomstig artikel 29 van het Wetboek van strafvordering stellen de leden van het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens de procureur des Konings in kennis wanneer zij bij de uitoefening van hun functie een feit vaststellen dat een misdaad of wanbedrijf kan uitmaken, met uitzondering van de feiten waarvan zij kennis hebben genomen naar aanleiding van een melding aan een intern of extern meldingskanaal door personeelsleden voor wie een uitzondering op artikel 29 van het Wetboek van strafvordering werd ingesteld.
§ 3. Het Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens is de verwerkingsverantwoordelijke voor de persoonsgegevens die eventueel in het kader van de toepassing van dit artikel worden verwerkt.
Art. 20. § 1er. L'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains, créé par la loi du 12 mai 2019 portant création d'un Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains, assure aux personnes visées à l'article 5 les mesures de soutien suivantes, s'il y a lieu:
1° des informations et des conseils complets et indépendants, qui sont facilement accessibles au public et gratuits, sur les procédures et les recours disponibles, sur la protection contre les représailles, ainsi que sur les droits de la personne concernée;
2° une assistance effective devant toute autorité pertinente associée à leur protection contre les représailles, y compris la certification du fait qu'elles bénéficient de la protection prévue par la présente loi;
3° une assistance juridique dans le cadre des procédures pénales et civiles transfrontières conformément à la directive (UE) 2016/1919 du Parlement européen et du Conseil du 26 octobre 2016 concernant l'aide juridictionnelle pour les suspects et les personnes poursuivies dans le cadre des procédures pénales et pour les personnes dont la remise est demandée dans le cadre des procédures relatives au mandat d'arrêt européen, et à la directive 2008/52/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2008 sur certains aspects de la médiation en matière civile et commerciale; et
4° une assistance juridique dans le cadre d'autres procédures ainsi que des conseils juridiques ou toute autre assistance juridique.
§ 2. L'article 458 du Code pénal est applicable à l'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains et à son personnel pour l'exécution des missions qui lui sont confiées dans le cadre de la présente loi.
Conformément à l'article 29 du Code d'instruction criminelle, les membres de l'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains qui, dans l'exercice de leurs fonctions, constatent un fait qui peut constituer un crime ou un délit en informent le procureur du Roi, à l'exception des faits dont ils ont eu connaissance à la suite d'un signalement à un canal de signalement interne ou externe par des membres du personnel pour lesquels une exception à l'article 29 du Code de procédure pénale a été déterminée.
§ 3. L'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains est le responsable du traitement des données à caractère personnel éventuellement traitées dans le cadre de l'application du présent article.
1° des informations et des conseils complets et indépendants, qui sont facilement accessibles au public et gratuits, sur les procédures et les recours disponibles, sur la protection contre les représailles, ainsi que sur les droits de la personne concernée;
2° une assistance effective devant toute autorité pertinente associée à leur protection contre les représailles, y compris la certification du fait qu'elles bénéficient de la protection prévue par la présente loi;
3° une assistance juridique dans le cadre des procédures pénales et civiles transfrontières conformément à la directive (UE) 2016/1919 du Parlement européen et du Conseil du 26 octobre 2016 concernant l'aide juridictionnelle pour les suspects et les personnes poursuivies dans le cadre des procédures pénales et pour les personnes dont la remise est demandée dans le cadre des procédures relatives au mandat d'arrêt européen, et à la directive 2008/52/CE du Parlement européen et du Conseil du 21 mai 2008 sur certains aspects de la médiation en matière civile et commerciale; et
4° une assistance juridique dans le cadre d'autres procédures ainsi que des conseils juridiques ou toute autre assistance juridique.
§ 2. L'article 458 du Code pénal est applicable à l'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains et à son personnel pour l'exécution des missions qui lui sont confiées dans le cadre de la présente loi.
Conformément à l'article 29 du Code d'instruction criminelle, les membres de l'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains qui, dans l'exercice de leurs fonctions, constatent un fait qui peut constituer un crime ou un délit en informent le procureur du Roi, à l'exception des faits dont ils ont eu connaissance à la suite d'un signalement à un canal de signalement interne ou externe par des membres du personnel pour lesquels une exception à l'article 29 du Code de procédure pénale a été déterminée.
§ 3. L'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains est le responsable du traitement des données à caractère personnel éventuellement traitées dans le cadre de l'application du présent article.
Art. 21. Onverminderd artikel 4, § 2, tweede en derde lid, worden de personen die informatie over schendingen melden of een openbaarmaking doen overeenkomstig deze wet, niet geacht een inbreuk te hebben gepleegd op enige beperking op de openbaarmaking van informatie, en kunnen zij op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld voor die melding of openbaarmaking, mits zij redelijke gronden hadden om aan te nemen dat de melding of de openbaarmaking van zulke informatie noodzakelijk was voor het onthullen van een inbreuk overeenkomstig deze wet.
De bij deze wet bedoelde melders kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de verwerving van of de toegang tot de informatie die wordt gemeld of openbaar wordt gemaakt, tenzij die verwerving of die toegang op zichzelf een strafbaar feit vormde. Ingeval die verwerving of die toegang op zichzelf een strafbaar feit vormt, blijft voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid het toepasselijke nationale recht gelden.
Voor elke andere mogelijke aansprakelijkheid van de bij deze wet bedoelde melders die voortvloeit uit handelingen of nalatigheden die geen verband houden met de melding of de openbaarmaking of die niet noodzakelijk zijn voor het onthullen van een inbreuk overeenkomstig deze wet, blijft het toepasselijke recht van de Europese Unie of het toepasselijke nationale recht gelden.
In procedures voor een gerechtelijke instantie of voor een andere autoriteit betreffende een benadeling die een bij deze wet bedoelde melder ondervindt, wordt, mits de melder aantoont dat hij een melding of openbaarmaking heeft gedaan en benadeling heeft ondervonden, vermoed dat een benadeling een represaille was voor de melding of de openbaarmaking. In een dergelijk geval is het aan de persoon die de benadelende maatregel heeft genomen om aan te tonen dat die maatregel naar behoren met redenen werd omkleed.
In de gerechtelijke procedures, met inbegrip van de procedures wegens laster, schending van auteursrechten, schending van de geheimhoudingsplicht, schending van de gegevensbeschermingsvoorschriften of openbaarmaking van bedrijfsgeheimen, of wegens eisen tot schadeloosstelling op grond van het privaatrecht, het publiekrecht of het collectief arbeidsrecht, kunnen de in artikel 5 bedoelde personen op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld als gevolg van meldingen of openbaarmakingen overeenkomstig deze wet. Die personen hebben het recht om, op grond van die melding of die openbaarmaking, erom te verzoeken de zaak te laten varen, mits zij redelijke gronden hadden om aan te nemen dat de melding of de openbaarmaking noodzakelijk was voor het onthullen van een inbreuk uit hoofde van deze wet.
Wanneer een persoon melding maakt van of informatie openbaar maakt over binnen het toepassingsgebied van deze wet vallende inbreuken, en wanneer die informatie bedrijfsgeheimen omvat, alsook wanneer die persoon aan de voorwaarden van deze wet voldoet, wordt die melding of die openbaarmaking geacht rechtmatig te zijn onder de voorwaarden van artikel 3, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan.
Elke in artikel 5 bedoelde persoon die in strijd met artikel 19 het slachtoffer wordt van represailles, kan een schadevergoeding vorderen overeenkomstig het contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht. Die schadevergoeding wordt vastgelegd tussen 18 en 26 weken loon. Indien het slachtoffer van een represaille geen beroepsactiviteit uitvoert in het kader van een arbeidsovereenkomst of van een ambtenarenstatuut, wordt de schadevergoeding vastgesteld op de werkelijk geleden schade. In laatstgenoemd geval moet het slachtoffer de omvang van de geleden schade bewijzen. De in het huidige lid bedoelde vergoeding kan niet worden gecumuleerd met de vergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag.
De bij deze wet bedoelde melders kunnen niet aansprakelijk worden gesteld voor de verwerving van of de toegang tot de informatie die wordt gemeld of openbaar wordt gemaakt, tenzij die verwerving of die toegang op zichzelf een strafbaar feit vormde. Ingeval die verwerving of die toegang op zichzelf een strafbaar feit vormt, blijft voor de strafrechtelijke aansprakelijkheid het toepasselijke nationale recht gelden.
Voor elke andere mogelijke aansprakelijkheid van de bij deze wet bedoelde melders die voortvloeit uit handelingen of nalatigheden die geen verband houden met de melding of de openbaarmaking of die niet noodzakelijk zijn voor het onthullen van een inbreuk overeenkomstig deze wet, blijft het toepasselijke recht van de Europese Unie of het toepasselijke nationale recht gelden.
In procedures voor een gerechtelijke instantie of voor een andere autoriteit betreffende een benadeling die een bij deze wet bedoelde melder ondervindt, wordt, mits de melder aantoont dat hij een melding of openbaarmaking heeft gedaan en benadeling heeft ondervonden, vermoed dat een benadeling een represaille was voor de melding of de openbaarmaking. In een dergelijk geval is het aan de persoon die de benadelende maatregel heeft genomen om aan te tonen dat die maatregel naar behoren met redenen werd omkleed.
In de gerechtelijke procedures, met inbegrip van de procedures wegens laster, schending van auteursrechten, schending van de geheimhoudingsplicht, schending van de gegevensbeschermingsvoorschriften of openbaarmaking van bedrijfsgeheimen, of wegens eisen tot schadeloosstelling op grond van het privaatrecht, het publiekrecht of het collectief arbeidsrecht, kunnen de in artikel 5 bedoelde personen op generlei wijze aansprakelijk worden gesteld als gevolg van meldingen of openbaarmakingen overeenkomstig deze wet. Die personen hebben het recht om, op grond van die melding of die openbaarmaking, erom te verzoeken de zaak te laten varen, mits zij redelijke gronden hadden om aan te nemen dat de melding of de openbaarmaking noodzakelijk was voor het onthullen van een inbreuk uit hoofde van deze wet.
Wanneer een persoon melding maakt van of informatie openbaar maakt over binnen het toepassingsgebied van deze wet vallende inbreuken, en wanneer die informatie bedrijfsgeheimen omvat, alsook wanneer die persoon aan de voorwaarden van deze wet voldoet, wordt die melding of die openbaarmaking geacht rechtmatig te zijn onder de voorwaarden van artikel 3, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/943 van het Europees Parlement en de Raad van 8 juni 2016 betreffende de bescherming van niet-openbaar gemaakte knowhow en bedrijfsinformatie (bedrijfsgeheimen) tegen het onrechtmatig verkrijgen, gebruiken en openbaar maken daarvan.
Elke in artikel 5 bedoelde persoon die in strijd met artikel 19 het slachtoffer wordt van represailles, kan een schadevergoeding vorderen overeenkomstig het contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht. Die schadevergoeding wordt vastgelegd tussen 18 en 26 weken loon. Indien het slachtoffer van een represaille geen beroepsactiviteit uitvoert in het kader van een arbeidsovereenkomst of van een ambtenarenstatuut, wordt de schadevergoeding vastgesteld op de werkelijk geleden schade. In laatstgenoemd geval moet het slachtoffer de omvang van de geleden schade bewijzen. De in het huidige lid bedoelde vergoeding kan niet worden gecumuleerd met de vergoeding in geval van kennelijk onredelijk ontslag.
Art. 21. Sans préjudice de l'article 4, § 2, alinéas 2 et 3, lorsque des personnes signalent des informations sur des violations ou font une divulgation publique conformément à la présente loi, elles ne sont pas considérées comme ayant enfreint une restriction à la divulgation d'informations et n'encourent aucune responsabilité d'aucune sorte concernant ce signalement ou cette divulgation publique pour autant qu'elles aient eu des motifs raisonnables de croire que le signalement ou la divulgation publique de telles informations était nécessaire pour révéler une violation en vertu de la présente loi.
Les auteurs de signalement visés par la présente loi n'encourent aucune responsabilité en ce qui concerne l'obtention des informations qui sont signalées ou divulguées publiquement, ou l'accès à ces informations, à condition que cette obtention ou cet accès ne constitue pas une infraction pénale autonome. Au cas où cette obtention ou cet accès constitue une infraction pénale autonome, la responsabilité pénale continue d'être régie par le droit national applicable.
Toute autre responsabilité éventuelle des auteurs de signalement visés par la présente loi découlant d'actes ou d'omissions qui ne sont pas liés au signalement ou à la divulgation publique ou qui ne sont pas nécessaires pour révéler une violation en vertu de la présente loi continue d'être régie par le droit de l'Union européenne ou le droit national applicable.
Dans le cadre d'une procédure engagée devant une juridiction ou auprès d'une autre autorité concernant un préjudice subi par un auteur de signalement visé par la présente loi, et sous réserve que l'auteur du signalement établisse qu'il a effectué un signalement ou fait une divulgation publique et qu'il a subi un préjudice, il est présumé que le préjudice a été causé en représailles au signalement ou à la divulgation publique. En pareil cas, il incombe à la personne qui a pris la mesure préjudiciable d'établir que cette mesure était fondée sur des motifs dûment justifiés.
Dans les procédures judiciaires, y compris pour diffamation, violation du droit d'auteur, violation du secret, violation des règles en matière de protection des données ou divulgation de secrets d'affaires, ou pour des demandes d'indemnisation fondées sur le droit privé, le droit public ou le droit collectif du travail, les personnes visées à l'article 5 n'encourent aucune responsabilité du fait des signalements ou des divulgations publiques effectués au titre de la présente loi. Ces personnes ont le droit d'invoquer ce signalement ou cette divulgation publique pour demander l'abandon de la procédure, à condition qu'elles aient eu des motifs raisonnables de croire que le signalement ou la divulgation publique était nécessaire pour révéler une violation en vertu de la présente loi.
Lorsqu'une personne signale ou divulgue publiquement des informations sur des violations relevant du champ d'application de la présente loi, et que ces informations comportent des secrets d'affaires, et lorsque cette personne remplit les conditions de la présente loi, ce signalement ou cette divulgation publique est considéré comme licite dans les conditions énoncées à l'article 3, paragraphe 2, de la directive (UE) 2016/943 du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2016 sur la protection des savoir-faire et des informations commerciales non divulgués (secrets d'affaires) contre l'obtention, l'utilisation et la divulgation illicites.
Toute personne visée à l'article 5 qui est victime de représailles en violation de l'article 19 est en droit de demander des dommages et intérêts conformément au droit de la responsabilité contractuelle ou extracontractuelle. Cette indemnisation est fixée entre 18 et 26 semaines de traitement. Si la victime de représailles n'exerce pas une activité professionnelle dans le cadre d'un contrat de travail ou d'un statut des fonctionnaires, l'indemnisation est fixée au préjudice réel subi. Dans ce dernier cas, la victime doit prouver l'étendue du préjudice subi. L'indemnisation visée au présent alinéa n'est pas cumulable avec celle prévue en cas de licenciement manifestement déraisonnable.
Les auteurs de signalement visés par la présente loi n'encourent aucune responsabilité en ce qui concerne l'obtention des informations qui sont signalées ou divulguées publiquement, ou l'accès à ces informations, à condition que cette obtention ou cet accès ne constitue pas une infraction pénale autonome. Au cas où cette obtention ou cet accès constitue une infraction pénale autonome, la responsabilité pénale continue d'être régie par le droit national applicable.
Toute autre responsabilité éventuelle des auteurs de signalement visés par la présente loi découlant d'actes ou d'omissions qui ne sont pas liés au signalement ou à la divulgation publique ou qui ne sont pas nécessaires pour révéler une violation en vertu de la présente loi continue d'être régie par le droit de l'Union européenne ou le droit national applicable.
Dans le cadre d'une procédure engagée devant une juridiction ou auprès d'une autre autorité concernant un préjudice subi par un auteur de signalement visé par la présente loi, et sous réserve que l'auteur du signalement établisse qu'il a effectué un signalement ou fait une divulgation publique et qu'il a subi un préjudice, il est présumé que le préjudice a été causé en représailles au signalement ou à la divulgation publique. En pareil cas, il incombe à la personne qui a pris la mesure préjudiciable d'établir que cette mesure était fondée sur des motifs dûment justifiés.
Dans les procédures judiciaires, y compris pour diffamation, violation du droit d'auteur, violation du secret, violation des règles en matière de protection des données ou divulgation de secrets d'affaires, ou pour des demandes d'indemnisation fondées sur le droit privé, le droit public ou le droit collectif du travail, les personnes visées à l'article 5 n'encourent aucune responsabilité du fait des signalements ou des divulgations publiques effectués au titre de la présente loi. Ces personnes ont le droit d'invoquer ce signalement ou cette divulgation publique pour demander l'abandon de la procédure, à condition qu'elles aient eu des motifs raisonnables de croire que le signalement ou la divulgation publique était nécessaire pour révéler une violation en vertu de la présente loi.
Lorsqu'une personne signale ou divulgue publiquement des informations sur des violations relevant du champ d'application de la présente loi, et que ces informations comportent des secrets d'affaires, et lorsque cette personne remplit les conditions de la présente loi, ce signalement ou cette divulgation publique est considéré comme licite dans les conditions énoncées à l'article 3, paragraphe 2, de la directive (UE) 2016/943 du Parlement européen et du Conseil du 8 juin 2016 sur la protection des savoir-faire et des informations commerciales non divulgués (secrets d'affaires) contre l'obtention, l'utilisation et la divulgation illicites.
Toute personne visée à l'article 5 qui est victime de représailles en violation de l'article 19 est en droit de demander des dommages et intérêts conformément au droit de la responsabilité contractuelle ou extracontractuelle. Cette indemnisation est fixée entre 18 et 26 semaines de traitement. Si la victime de représailles n'exerce pas une activité professionnelle dans le cadre d'un contrat de travail ou d'un statut des fonctionnaires, l'indemnisation est fixée au préjudice réel subi. Dans ce dernier cas, la victime doit prouver l'étendue du préjudice subi. L'indemnisation visée au présent alinéa n'est pas cumulable avec celle prévue en cas de licenciement manifestement déraisonnable.
Art. 22. Onverminderd elk ander beroep heeft elke in artikel 5 bedoelde persoon het recht om in geval van represailles beroep in te stellen bij de arbeidsrechtbank, overeenkomstig artikel 578 van het Gerechtelijk Wetboek.
Overeenkomstig artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek kan de voorzitter van de arbeidsrechtbank, zitting houdend zoals in kort geding, herstelmaatregelen tegen de represailles toekennen, met inbegrip van voorlopige maatregelen in afwachting van de beslechting van de gerechtelijke procedures.
Overeenkomstig artikel 584 van het Gerechtelijk Wetboek kan de voorzitter van de arbeidsrechtbank, zitting houdend zoals in kort geding, herstelmaatregelen tegen de represailles toekennen, met inbegrip van voorlopige maatregelen in afwachting van de beslechting van de gerechtelijke procedures.
Art. 22. Sans préjudice de tout autre recours, toute personne visée à l'article 5 a le droit de former un recours en cas de représailles auprès du tribunal du travail conformément à l'article 578 du Code judiciaire.
Conformément à l'article 584 du Code judiciaire, le président du tribunal du travail, siégeant comme en référé, peut accorder des mesures correctives contre les représailles, y compris des mesures provisoires dans l'attente du règlement des procédures judiciaires.
Conformément à l'article 584 du Code judiciaire, le président du tribunal du travail, siégeant comme en référé, peut accorder des mesures correctives contre les représailles, y compris des mesures provisoires dans l'attente du règlement des procédures judiciaires.
Art. 23. De bevoegde autoriteiten zien erop toe dat de identiteit van de betrokkenen wordt beschermd, zolang de onderzoeken naar aanleiding van de melding of de openbaarmaking lopen.
De in de artikelen 12, 17 en 18 vervatte regels betreffende de bescherming van de identiteit van de melders zijn ook van toepassing op de bescherming van de identiteit van de betrokkenen.
De in de artikelen 12, 17 en 18 vervatte regels betreffende de bescherming van de identiteit van de melders zijn ook van toepassing op de bescherming van de identiteit van de betrokkenen.
Art. 23. Les autorités compétentes veillent à ce que l'identité des personnes concernées soit protégée aussi longtemps que les enquêtes déclenchées par le signalement ou la divulgation publique sont en cours.
Les règles prévues aux articles 12, 17 et 18 concernant la protection de l'identité des auteurs de signalement s'appliquent également à la protection de l'identité des personnes concernées.
Les règles prévues aux articles 12, 17 et 18 concernant la protection de l'identité des auteurs de signalement s'appliquent également à la protection de l'identité des personnes concernées.
Art. 24. § 1. De Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat voorzien in tuchtmaatregelen voor elke persoon waarover zij een statutair gezag hebben en die:
1° de bij deze wet bedoelde melding belemmert of tracht te belemmeren;
2° represailles neemt tegen de in artikel 5 bedoelde personen;
3° tergende procedures aanspant tegen de in artikel 5 bedoelde personen; of
4° inbreuk maakt op de bij deze wet bedoelde verplichting tot geheimhouding van de identiteit van de melders.
§ 2. Met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een geldboete van 600 tot 6000 euro of met één van die straffen alleen worden alle natuurlijke of rechtspersonen gestraft die:
1° de bij deze wet bedoelde melding belemmeren of trachten te belemmeren;
2° represailles nemen tegen de in artikel 5 bedoelde personen;
3° tergende procedures aanspannen tegen de in artikel 5 bedoelde personen; of
4° inbreuk maken op de bij deze wet bedoelde verplichting tot geheimhouding van de identiteit van de melders.
§ 3. Onverminderd andere maatregelen waarin deze wet of andere wettelijke of reglementaire bepalingen voorzien, worden de bij deze wet bedoelde melders gestraft, overeenkomstig de artikelen 443 tot 450 van het Strafwetboek, wanneer wordt vastgesteld dat zij bewust valse informatie hebben gemeld of openbaar hebben gemaakt.
1° de bij deze wet bedoelde melding belemmert of tracht te belemmeren;
2° represailles neemt tegen de in artikel 5 bedoelde personen;
3° tergende procedures aanspant tegen de in artikel 5 bedoelde personen; of
4° inbreuk maakt op de bij deze wet bedoelde verplichting tot geheimhouding van de identiteit van de melders.
§ 2. Met een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en met een geldboete van 600 tot 6000 euro of met één van die straffen alleen worden alle natuurlijke of rechtspersonen gestraft die:
1° de bij deze wet bedoelde melding belemmeren of trachten te belemmeren;
2° represailles nemen tegen de in artikel 5 bedoelde personen;
3° tergende procedures aanspannen tegen de in artikel 5 bedoelde personen; of
4° inbreuk maken op de bij deze wet bedoelde verplichting tot geheimhouding van de identiteit van de melders.
§ 3. Onverminderd andere maatregelen waarin deze wet of andere wettelijke of reglementaire bepalingen voorzien, worden de bij deze wet bedoelde melders gestraft, overeenkomstig de artikelen 443 tot 450 van het Strafwetboek, wanneer wordt vastgesteld dat zij bewust valse informatie hebben gemeld of openbaar hebben gemaakt.
Art. 24. § 1er. La Chambre des représentants et le Sénat prévoient des sanctions disciplinaires pour toute personne sur lesquelles ils ont une autorité statutaire et qui:
1° entrave ou tente d'entraver le signalement visé dans la présente loi;
2° exerce des représailles contre les personnes visées à l'article 5;
3° intente des procédures abusives contre les personnes visées à l'article 5; ou
4° manque à l'obligation visée dans la présente loi de préserver la confidentialité de l'identité des auteurs de signalement.
§ 2. Sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de 600 à 6000 euros ou d'une de ces peines seulement toutes les personnes physiques ou morales qui:
1° entravent ou tentent d'entraver le signalement visé dans la présente loi;
2° exercent des représailles contre les personnes visées à l'article 5;
3° intentent des procédures abusives contre les personnes visées à l'article 5; ou
4° manquent à l'obligation visée dans la présente loi de préserver la confidentialité de l'identité des auteurs de signalement.
§ 3. Sans préjudice d'autres mesures prévues par la présente loi ou par d'autres dispositions légales ou réglementaires, sont punis conformément aux articles 443 à 450 du Code pénal les auteurs de signalements visés dans la présente loi lorsqu'il est établi qu'ils ont sciemment signalé ou divulgué publiquement de fausses informations.
1° entrave ou tente d'entraver le signalement visé dans la présente loi;
2° exerce des représailles contre les personnes visées à l'article 5;
3° intente des procédures abusives contre les personnes visées à l'article 5; ou
4° manque à l'obligation visée dans la présente loi de préserver la confidentialité de l'identité des auteurs de signalement.
§ 2. Sont punis d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende de 600 à 6000 euros ou d'une de ces peines seulement toutes les personnes physiques ou morales qui:
1° entravent ou tentent d'entraver le signalement visé dans la présente loi;
2° exercent des représailles contre les personnes visées à l'article 5;
3° intentent des procédures abusives contre les personnes visées à l'article 5; ou
4° manquent à l'obligation visée dans la présente loi de préserver la confidentialité de l'identité des auteurs de signalement.
§ 3. Sans préjudice d'autres mesures prévues par la présente loi ou par d'autres dispositions légales ou réglementaires, sont punis conformément aux articles 443 à 450 du Code pénal les auteurs de signalements visés dans la présente loi lorsqu'il est établi qu'ils ont sciemment signalé ou divulgué publiquement de fausses informations.
Art. 25. Van de rechten en middelen waarin deze wet voorziet, is geen afstand of beperking mogelijk bij overeenkomst, door beleid, of door arbeidsvorm of arbeidsvoorwaarde, met inbegrip van arbitrageovereenkomsten.
Art. 25. Les droits et recours prévus par la présente loi ne peuvent pas faire l'objet d'une renonciation ni être limités par un quelconque accord ou une quelconque politique, forme d'emploi ou condition de travail, y compris une convention d'arbitrage.
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 8. - Dispositions modificatives
Art. 26. In artikel 1, eerste lid, van de wet van 22 maart 1995 tot instelling van federale ombudsmannen, gewijzigd bij de wetten van 15 september 2013, 28 november 2022 en 8 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "20 december 2022" vervangen door de woorden "8 december 2022";
2° het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
"6° de externe meldingen van inbreuken te behandelen overeenkomstig de wet van ... tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft.".
1° in de bepaling onder 4° worden de woorden "20 december 2022" vervangen door de woorden "8 december 2022";
2° het lid wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
"6° de externe meldingen van inbreuken te behandelen overeenkomstig de wet van ... tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft.".
Art. 26. A l'article 1er, alinéa 1er, de la loi du 22 mars 1995 instaurant des médiateurs fédéraux, modifié par les lois des 15 septembre 2013, 28 novembre 2022 et 8 décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° dans le 4°, les mots "20 décembre 2022" sont remplacés par les mots "8 décembre 2022";
2° l'alinéa est complété par le 6° rédigé comme suit:
"6° de traiter les signalements externes de violations conformément à la loi du ... visant à transposer la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, en ce qui concerne la Chambre des représentants et le Sénat.".
1° dans le 4°, les mots "20 décembre 2022" sont remplacés par les mots "8 décembre 2022";
2° l'alinéa est complété par le 6° rédigé comme suit:
"6° de traiter les signalements externes de violations conformément à la loi du ... visant à transposer la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, en ce qui concerne la Chambre des représentants et le Sénat.".
Art. 27. Het opschrift van hoofdstuk II van dezelfde wet wordt aangevuld met de woorden "en de meldingen".
Art. 27. L'intitulé du chapitre II de la même loi est complété par les mots "et des signalements".
Art. 28. Artikel 5, eerste lid, van de wet van 12 mei 2019 tot oprichting van een Federaal Instituut voor de bescherming en de bevordering van de rechten van de mens, gewijzigd bij de wetten van 28 november 2022 en 8 december 2022, wordt aangevuld met de bepaling onder 10°, luidende:
"10° Het Instituut vervult de opdracht bedoeld in artikel 20 van de wet van 27 maart 2025 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft."
"10° Het Instituut vervult de opdracht bedoeld in artikel 20 van de wet van 27 maart 2025 tot omzetting van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 inzake de bescherming van personen die inbreuken op het Unierecht melden, wat de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat betreft."
Art. 28. L'article 5, alinéa 1er, de la loi du 12 mai 2019 portant création de l'Institut fédéral pour la protection et la promotion des droits humains, modifié par les lois des 28 novembre 2022 et 8 décembre 2022, est complété par le 10° rédigé comme suit:
"10° L'Institut assure la mission visée à l'article 20 de la loi du 27 mars 2025 visant à transposer la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, en ce qui concerne la Chambre des représentants et le Sénat."
"10° L'Institut assure la mission visée à l'article 20 de la loi du 27 mars 2025 visant à transposer la directive (UE) 2019/1937 du Parlement européen et du Conseil du 23 octobre 2019 sur la protection des personnes qui signalent des violations du droit de l'Union, en ce qui concerne la Chambre des représentants et le Sénat."