Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
24 OKTOBER 2025. - Ordonnantie tot wijziging van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG, met het oog op de gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2023/2226/EU van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen
Titre
24 OCTOBRE 2025. - Ordonnance modifiant l'ordonnance du 26 juillet 2013 transposant la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE, en vue de la transposition partielle de la directive 2023/2226/UE du Conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Article 1er. La présente ordonnance règle une matière visée à l'article 39 de la Constitution.
Art. 2. Deze ordonnantie voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2023/2226/EU van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.
Art. 2. La présente ordonnance transpose partiellement la directive 2023/2226/UE du Conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal.
HOOFDSTUK 2. - Gedeeltelijke omzetting van de richtlijn 2023/2226/EU van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen
CHAPITRE 2. - Transposition partielle de la directive 2023/2226/UE du Conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal
Art. 3. Artikel 2 van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van richtlijn 77/799/EEG, gewijzigd bij de ordonnantie van 1 december 2022, wordt aangevuld met de woorden:
"en de Richtlijn 2023/2226/EU van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.".
"en de Richtlijn 2023/2226/EU van de Raad van 17 oktober 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen.".
Art. 3. L'article 2 de l'ordonnance du 26 juillet 2013 transposant la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE, modifié par l'ordonnance du 1er décembre 2022, est complété par les mots:
", et la directive 2023/2226/UE du Conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal. ".
", et la directive 2023/2226/UE du Conseil du 17 octobre 2023 modifiant la directive 2011/16/UE relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal. ".
Art. 4. In artikel 5 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 1 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de bepaling onder 17°, d), wordt vervangen als volgt:
"d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een ander rechtsgebied al dan niet sprake is van een vaste inrichting, dan wel of een natuurlijke persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de voorafgaande beslissing in fiscale zaken afgeeft; en";
2° dit artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 29°, 30°, 31° en 32°, luidende:
"29° inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming: dividenden of andere inkomsten die in de lidstaat van de betaler als dividenden worden behandeld en die worden betaald of bijgeschreven op een andere rekening dan een bewaarrekening als gedefinieerd in bijlage I, deel VIII, onderdeel C, punt 3, van de richtlijn;
30° levensverzekeringsproducten die niet onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake inlichtingenuitwisseling en andere soortgelijke maatregelen vallen: verzekeringscontracten, met uitzondering van kapitaalverzekeringen die op grond van bijlage I, deel I, van de richtlijn moeten worden gerapporteerd, waarbij uitkeringen uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd zijn bij overlijden van een polishouder;
31° distributed-ledger-adres: distributed-ledger-adres als bedoeld in Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
32° cliënt: voor de toepassing van artikel 9/2, elke intermediair of relevante belastingplichtige die diensten, met inbegrip van bijstand, advies, raad of begeleiding, ontvangt van een tot het juridisch beroepsgeheim gehouden intermediair met betrekking tot een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie.".
1° de bepaling onder 17°, d), wordt vervangen als volgt:
"d) ze hebben betrekking op een grensoverschrijdende transactie of op de vraag of er op grond van de activiteiten van een persoon in een ander rechtsgebied al dan niet sprake is van een vaste inrichting, dan wel of een natuurlijke persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de voorafgaande beslissing in fiscale zaken afgeeft; en";
2° dit artikel wordt aangevuld met de bepalingen onder 29°, 30°, 31° en 32°, luidende:
"29° inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming: dividenden of andere inkomsten die in de lidstaat van de betaler als dividenden worden behandeld en die worden betaald of bijgeschreven op een andere rekening dan een bewaarrekening als gedefinieerd in bijlage I, deel VIII, onderdeel C, punt 3, van de richtlijn;
30° levensverzekeringsproducten die niet onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake inlichtingenuitwisseling en andere soortgelijke maatregelen vallen: verzekeringscontracten, met uitzondering van kapitaalverzekeringen die op grond van bijlage I, deel I, van de richtlijn moeten worden gerapporteerd, waarbij uitkeringen uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd zijn bij overlijden van een polishouder;
31° distributed-ledger-adres: distributed-ledger-adres als bedoeld in Verordening (EU) 2023/1114 van het Europees Parlement en de Raad van 31 mei 2023 betreffende cryptoactivamarkten en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010 en (EU) nr. 1095/2010 en Richtlijnen 2013/36/EU en (EU) 2019/1937;
32° cliënt: voor de toepassing van artikel 9/2, elke intermediair of relevante belastingplichtige die diensten, met inbegrip van bijstand, advies, raad of begeleiding, ontvangt van een tot het juridisch beroepsgeheim gehouden intermediair met betrekking tot een meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie.".
Art. 4. A l'article 5 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 1er décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° le 17°, d), est remplacé par ce qui suit:
" d) il se rapporte à une opération transfrontalière, ou à la question de savoir si les activités exercées par une personne dans une autre juridiction créent ou non un établissement stable, ou à la question de savoir si une personne physique est ou non résidente fiscale de l'Etat membre qui a émis la décision fiscale anticipée; et ";
2° l'article est complété par les 29°, 30°, 31° et 32° rédigés comme suit:
" 29° revenus tirés de dividendes versés par l'intermédiaire d'un compte non conservateur: les dividendes ou autres revenus assimilés à des dividendes dans l'Etat membre du payeur, qui sont versés ou crédités sur un compte autre qu'un compte conservateur au sens de l'annexe I, section VIII, point C 3), de la directive;
30° produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres actes juridiques de l'Union concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires: les contrats d'assurance autres que les contrats d'assurance avec valeur de rachat devant faire l'objet d'une déclaration au titre de l'annexe I, section I, de la directive lorsque les prestations en vertu des contrats sont dues au moment du décès de l'assuré;
31° adresse de registre distribué: l'adresse de registre distribué visée dans le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;
32° client: aux fins de l'article 9/2, tout intermédiaire ou contribuable concerné qui reçoit des services, y compris une assistance, des avis, des conseils ou des orientations, de la part d'un intermédiaire tenu au secret professionnel dans le cadre d'un dispositif fiscal transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration. ".
1° le 17°, d), est remplacé par ce qui suit:
" d) il se rapporte à une opération transfrontalière, ou à la question de savoir si les activités exercées par une personne dans une autre juridiction créent ou non un établissement stable, ou à la question de savoir si une personne physique est ou non résidente fiscale de l'Etat membre qui a émis la décision fiscale anticipée; et ";
2° l'article est complété par les 29°, 30°, 31° et 32° rédigés comme suit:
" 29° revenus tirés de dividendes versés par l'intermédiaire d'un compte non conservateur: les dividendes ou autres revenus assimilés à des dividendes dans l'Etat membre du payeur, qui sont versés ou crédités sur un compte autre qu'un compte conservateur au sens de l'annexe I, section VIII, point C 3), de la directive;
30° produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres actes juridiques de l'Union concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires: les contrats d'assurance autres que les contrats d'assurance avec valeur de rachat devant faire l'objet d'une déclaration au titre de l'annexe I, section I, de la directive lorsque les prestations en vertu des contrats sont dues au moment du décès de l'assuré;
31° adresse de registre distribué: l'adresse de registre distribué visée dans le règlement (UE) 2023/1114 du Parlement européen et du Conseil du 31 mai 2023 sur les marchés de crypto-actifs, et modifiant les règlements (UE) n° 1093/2010 et (UE) n° 1095/2010 et les directives 2013/36/UE et (UE) 2019/1937;
32° client: aux fins de l'article 9/2, tout intermédiaire ou contribuable concerné qui reçoit des services, y compris une assistance, des avis, des conseils ou des orientations, de la part d'un intermédiaire tenu au secret professionnel dans le cadre d'un dispositif fiscal transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration. ".
Art. 5. Artikel 9, eerste lid van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 1 december 2022, wordt vervangen als volgt:
"Art. 9. De binnenlandse bevoegde autoriteit verstrekt de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat automatisch alle inlichtingen waarover zij ten aanzien van ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving:
1° bezoldigingen van werknemers;
2° bezoldigingen van bedrijfsleiders;
3° inkomsten uit levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere Unierechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;
4° pensioenen;
5° eigendom van en inkomsten uit onroerend goed;
6° royalty's;
7° inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming, met uitzondering van inkomsten uit dividenden die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 4, 5 of 6 van Richtlijn 2011/96/EU van de Raad.".
"Art. 9. De binnenlandse bevoegde autoriteit verstrekt de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat automatisch alle inlichtingen waarover zij ten aanzien van ingezetenen van die andere lidstaat beschikt inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de Belgische wetgeving:
1° bezoldigingen van werknemers;
2° bezoldigingen van bedrijfsleiders;
3° inkomsten uit levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere Unierechtsinstrumenten inzake de uitwisseling van inlichtingen noch onder soortgelijke voorschriften;
4° pensioenen;
5° eigendom van en inkomsten uit onroerend goed;
6° royalty's;
7° inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming, met uitzondering van inkomsten uit dividenden die zijn vrijgesteld van vennootschapsbelasting overeenkomstig artikel 4, 5 of 6 van Richtlijn 2011/96/EU van de Raad.".
Art. 5. L'article 9, alinéa 1er de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 1er décembre 2022, est remplacé comme suit:
" Art. 9. L'autorité compétente interne communique à l'autorité compétente d'un autre Etat membre, dans le cadre de l'échange automatique, toutes les informations dont elle dispose au sujet de résidents de cet autre Etat membre et qui concernent les catégories suivantes spécifiques de revenu et de capital au sens de la législation belge:
1° rémunérations des travailleurs;
2° rémunérations des dirigeants d'entreprise;
3° revenus tirés de produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres actes juridiques de l'Union concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires;
4° pensions;
5° propriété et revenus de biens immobiliers;
6° redevances;
7° revenus tirés de dividendes versés par l'intermédiaire d'un compte non conservateur autres que les revenus provenant de dividendes exonérés de l'impôt sur les sociétés en vertu des articles 4, 5 ou 6 de la directive 2011/96/UE du Conseil. ".
" Art. 9. L'autorité compétente interne communique à l'autorité compétente d'un autre Etat membre, dans le cadre de l'échange automatique, toutes les informations dont elle dispose au sujet de résidents de cet autre Etat membre et qui concernent les catégories suivantes spécifiques de revenu et de capital au sens de la législation belge:
1° rémunérations des travailleurs;
2° rémunérations des dirigeants d'entreprise;
3° revenus tirés de produits d'assurance sur la vie non couverts par d'autres actes juridiques de l'Union concernant l'échange d'informations et d'autres mesures similaires;
4° pensions;
5° propriété et revenus de biens immobiliers;
6° redevances;
7° revenus tirés de dividendes versés par l'intermédiaire d'un compte non conservateur autres que les revenus provenant de dividendes exonérés de l'impôt sur les sociétés en vertu des articles 4, 5 ou 6 de la directive 2011/96/UE du Conseil. ".
Art. 6. In artikel 9/1 van dezelfde ordonnantie, ingevoegd bij de ordonnantie van 14 december 2017, gewijzigd bij de ordonnantie van 1 december 2022, worden de onderstaande wijzigingen aangebracht:
1° de paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De eerste en de tweede paragraaf zijn niet van toepassing in gevallen waarin een grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken uitsluitend betrekking heeft op belastingaangelegenheden van een of meer natuurlijke personen, tenzij een dergelijke grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken na 1 januari 2026 is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, en:
1° het bedrag van de transactie of reeks transacties van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken groter is dan 1.500.000 euro of het equivalent daarvan in een andere valuta, indien dat bedrag wordt vermeld in de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken; of
2° de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken bepaalt of een persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken afgeeft.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, en onverminderd het in de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken bedoelde bedrag, omvat het bedrag van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken bij een reeks transacties met betrekking tot verschillende goederen, diensten of activa, de totale onderliggende waarde. De bedragen worden niet geaggregeerd indien dezelfde goederen, diensten of activa meerdere malen worden verhandeld.
Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, 2°, vallen grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen in fiscale zaken inzake bronbelasting op bezoldigingen van werknemers, bezoldigingen van bedrijfsleiders of pensioenen van niet-ingezetenen niet onder de uitwisseling van inlichtingen over grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen in fiscale zaken met betrekking tot natuurlijke personen.";
2° in paragraaf 5 worden de bepalingen onder 1° en 9° vervangen als volgt:
"1° de identificatie van de persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, tenzij de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken betrekking heeft op een natuurlijke persoon en overeenkomstig de paragrafen 1 en 3 wordt verstrekt, en in voorkomend geval de groep personen waartoe die persoon behoort;";
"9° andere personen dan natuurlijke personen, tenzij de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken betrekking heeft op een natuurlijke persoon en overeenkomstig de paragrafen 1 en 3 wordt verstrekt, in de andere lidstaten, als die er zijn, waarop de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld wordt met welke lidstaten de personen in kwestie verbonden zijn; en".
1° de paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. De eerste en de tweede paragraaf zijn niet van toepassing in gevallen waarin een grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken uitsluitend betrekking heeft op belastingaangelegenheden van een of meer natuurlijke personen, tenzij een dergelijke grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken na 1 januari 2026 is afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, en:
1° het bedrag van de transactie of reeks transacties van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken groter is dan 1.500.000 euro of het equivalent daarvan in een andere valuta, indien dat bedrag wordt vermeld in de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken; of
2° de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken bepaalt of een persoon al dan niet fiscaal ingezetene is van de lidstaat die de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken afgeeft.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, en onverminderd het in de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken bedoelde bedrag, omvat het bedrag van de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken bij een reeks transacties met betrekking tot verschillende goederen, diensten of activa, de totale onderliggende waarde. De bedragen worden niet geaggregeerd indien dezelfde goederen, diensten of activa meerdere malen worden verhandeld.
Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, 2°, vallen grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen in fiscale zaken inzake bronbelasting op bezoldigingen van werknemers, bezoldigingen van bedrijfsleiders of pensioenen van niet-ingezetenen niet onder de uitwisseling van inlichtingen over grensoverschrijdende voorafgaande beslissingen in fiscale zaken met betrekking tot natuurlijke personen.";
2° in paragraaf 5 worden de bepalingen onder 1° en 9° vervangen als volgt:
"1° de identificatie van de persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon, tenzij de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken betrekking heeft op een natuurlijke persoon en overeenkomstig de paragrafen 1 en 3 wordt verstrekt, en in voorkomend geval de groep personen waartoe die persoon behoort;";
"9° andere personen dan natuurlijke personen, tenzij de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken betrekking heeft op een natuurlijke persoon en overeenkomstig de paragrafen 1 en 3 wordt verstrekt, in de andere lidstaten, als die er zijn, waarop de grensoverschrijdende voorafgaande beslissing in fiscale zaken naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn, waarbij vermeld wordt met welke lidstaten de personen in kwestie verbonden zijn; en".
Art. 6. A l'article 9/1 de la même ordonnance, inséré par l'ordonnance du 14 décembre 2017, modifié par l'ordonnance du 1er décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas dans le cas où une décision fiscale anticipée en matière transfrontalière concerne et implique exclusivement les affaires fiscales d'une ou de plusieurs personnes physiques, sauf lorsque cette décision fiscale anticipée en matière transfrontalière a été émise, modifiée ou renouvelée après le 1er janvier 2026 et lorsque:
1° le montant de l'opération ou de la série d'opérations sur laquelle porte la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière dépasse 1.500.000 euros ou un montant équivalent dans une autre devise, si un tel montant est visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière; ou
2° la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière détermine si une personne est ou non résidente fiscale dans l'Etat membre qui émet la décision.
Aux fins de l'alinéa 1er, 1°, et sans préjudice du montant visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière, dans une série d'opérations portant sur différents biens, services ou actifs, le montant de la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière comprend la valeur sous-jacente totale. Les montants ne sont pas agrégés si les mêmes biens, services ou actifs font l'objet de plusieurs transactions.
Nonobstant l'alinéa 1er, 2°, l'échange d'informations sur les décisions fiscales anticipées en matière transfrontalière concernant des personnes physiques n'inclut pas les décisions fiscales anticipées en matière transfrontalière relatives à l'imposition à la source concernant les rémunérations des travailleurs, les rémunérations des dirigeants d'entreprise ou les pensions des non-résidents. ";
2° au paragraphe 5, les 1° et 9° sont remplacés par ce qui suit:
" 1° l'identification de la personne, autre qu'une personne physique, sauf lorsque la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière concerne une personne physique et est communiquée conformément aux paragraphes 1er et 3 et, le cas échéant, du groupe de personnes auquel celle-ci appartient; ";
" 9° l'identification, dans les autres Etats membres, le cas échéant, de toute personne, autre qu'une personne physique, sauf lorsque la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière concerne une personne physique et est communiquée conformément aux paragraphes 1er et 3, susceptible d'être concernée par les décisions fiscales anticipées en matière transfrontalière en indiquant à quels Etats membres les personnes concernées sont liées; et ".
1° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit:
" § 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas dans le cas où une décision fiscale anticipée en matière transfrontalière concerne et implique exclusivement les affaires fiscales d'une ou de plusieurs personnes physiques, sauf lorsque cette décision fiscale anticipée en matière transfrontalière a été émise, modifiée ou renouvelée après le 1er janvier 2026 et lorsque:
1° le montant de l'opération ou de la série d'opérations sur laquelle porte la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière dépasse 1.500.000 euros ou un montant équivalent dans une autre devise, si un tel montant est visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière; ou
2° la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière détermine si une personne est ou non résidente fiscale dans l'Etat membre qui émet la décision.
Aux fins de l'alinéa 1er, 1°, et sans préjudice du montant visé dans la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière, dans une série d'opérations portant sur différents biens, services ou actifs, le montant de la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière comprend la valeur sous-jacente totale. Les montants ne sont pas agrégés si les mêmes biens, services ou actifs font l'objet de plusieurs transactions.
Nonobstant l'alinéa 1er, 2°, l'échange d'informations sur les décisions fiscales anticipées en matière transfrontalière concernant des personnes physiques n'inclut pas les décisions fiscales anticipées en matière transfrontalière relatives à l'imposition à la source concernant les rémunérations des travailleurs, les rémunérations des dirigeants d'entreprise ou les pensions des non-résidents. ";
2° au paragraphe 5, les 1° et 9° sont remplacés par ce qui suit:
" 1° l'identification de la personne, autre qu'une personne physique, sauf lorsque la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière concerne une personne physique et est communiquée conformément aux paragraphes 1er et 3 et, le cas échéant, du groupe de personnes auquel celle-ci appartient; ";
" 9° l'identification, dans les autres Etats membres, le cas échéant, de toute personne, autre qu'une personne physique, sauf lorsque la décision fiscale anticipée en matière transfrontalière concerne une personne physique et est communiquée conformément aux paragraphes 1er et 3, susceptible d'être concernée par les décisions fiscales anticipées en matière transfrontalière en indiquant à quels Etats membres les personnes concernées sont liées; et ".
Art. 7. In artikel 9/2 van dezelfde ordonnantie, ingevoegd bij de ordonnantie van 29 oktober 2020, worden de onderstaande wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 6, eerste lid, gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 3/2024 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen door hetgeen volgt:
" § 6. Wanneer een intermediair die advocaat is, of die zonder advocaat te zijn een beroepsbeoefenaar is die ertoe gemachtigd is de vertegenwoordiging in rechte te waarborgen, is gehouden aan het strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim is hij gehouden:
1° zijn cliënt, indien deze een intermediair is, schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen dat hij niet aan de meldingsplicht kan voldoen, waardoor deze meldingsplicht automatisch rust op zijn cliënt;
2° bij gebreke van intermediair bedoeld in 1°, de relevante belastingplichtige of belastingplichtigen schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen van zijn of hun meldingsplicht.";
2° in paragraaf 6 wordt in de plaats van het vijfde lid, vernietigd bij het arrest nr. 3/2024 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende vijfde lid ingevoegd:
"Geen beroepsgeheim of ontheffing van rechtswege kan worden ingeroepen door een intermediair, in de zin van artikel 5, eerste lid, 22°, aangaande de initiële melding van een marktklare constructie. De intermediair in de zin van artikel 5, eerste lid, 22°, die is gehouden aan het strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim kan zich beroepen op het beroepsgeheim ten aanzien van de verplichting tot periodieke melding van marktklare constructies.";
3° in paragraaf 10, tweede lid, worden de bepalingen onder 1° en 3° vervangen als volgt:
"1° de identificatiegegevens van intermediairs bedoeld in artikel 5, 22°, met uitzondering van intermediairs vrijgesteld wegens het strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim waaraan zij gehouden zijn overeenkomstig paragraaf 6, eerste lid, en de relevante belastingplichtigen bedoeld in artikel 5, 23°, met inbegrip van hun naam, geboortedatum en -plaats in het geval van natuurlijke personen, fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, en, in voorkomend geval, van de personen die, overeenkomstig artikel 5, 24°, een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige;";
"3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekend staat, indien voorhanden, en een beschrijving van de relevante constructies, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit van belang kunnen zijn bij het beoordelen van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;".
1° paragraaf 6, eerste lid, gedeeltelijk vernietigd bij het arrest nr. 3/2024 van het Grondwettelijk Hof, wordt vervangen door hetgeen volgt:
" § 6. Wanneer een intermediair die advocaat is, of die zonder advocaat te zijn een beroepsbeoefenaar is die ertoe gemachtigd is de vertegenwoordiging in rechte te waarborgen, is gehouden aan het strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim is hij gehouden:
1° zijn cliënt, indien deze een intermediair is, schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen dat hij niet aan de meldingsplicht kan voldoen, waardoor deze meldingsplicht automatisch rust op zijn cliënt;
2° bij gebreke van intermediair bedoeld in 1°, de relevante belastingplichtige of belastingplichtigen schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte te brengen van zijn of hun meldingsplicht.";
2° in paragraaf 6 wordt in de plaats van het vijfde lid, vernietigd bij het arrest nr. 3/2024 van het Grondwettelijk Hof, het als volgt luidende vijfde lid ingevoegd:
"Geen beroepsgeheim of ontheffing van rechtswege kan worden ingeroepen door een intermediair, in de zin van artikel 5, eerste lid, 22°, aangaande de initiële melding van een marktklare constructie. De intermediair in de zin van artikel 5, eerste lid, 22°, die is gehouden aan het strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim kan zich beroepen op het beroepsgeheim ten aanzien van de verplichting tot periodieke melding van marktklare constructies.";
3° in paragraaf 10, tweede lid, worden de bepalingen onder 1° en 3° vervangen als volgt:
"1° de identificatiegegevens van intermediairs bedoeld in artikel 5, 22°, met uitzondering van intermediairs vrijgesteld wegens het strafrechtelijk gesanctioneerd beroepsgeheim waaraan zij gehouden zijn overeenkomstig paragraaf 6, eerste lid, en de relevante belastingplichtigen bedoeld in artikel 5, 23°, met inbegrip van hun naam, geboortedatum en -plaats in het geval van natuurlijke personen, fiscale woonplaats, fiscaal identificatienummer, en, in voorkomend geval, van de personen die, overeenkomstig artikel 5, 24°, een verbonden onderneming vormen met de relevante belastingplichtige;";
"3° een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekend staat, indien voorhanden, en een beschrijving van de relevante constructies, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit van belang kunnen zijn bij het beoordelen van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;".
Art. 7. A l'article 9/2 de la même ordonnance, inséré par l'ordonnance du 29 octobre 2020, les modifications suivantes sont apportées:
1° paragraphe 6, alinéa 1er, partiellement annulé par l'arrêt de la Cour constitutionnelle n° 3/2024, est remplacé par ce qui suit:
" § 6. Lorsqu'un intermédiaire qui est avocat, ou qui sans être avocat est un professionnel habilité à assurer la représentation en justice, est tenu au secret professionnel pénalement sanctionné, il doit:
1° informer son client, s'il s'agit d'un intermédiaire, par écrit et de manière motivée, qu'il ne peut pas respecter l'obligation de déclaration, à la suite de quoi cette obligation de déclaration incombe automatiquement à son client;
2° en l'absence d'intermédiaire visé au 1°, informer par écrit et de manière motivée le ou les contribuables concernés de leur obligation de déclaration. ";
2° dans le paragraphe 6, à la place de l'alinéa 5 annulé par l'arrêt n° 3/2024 de la Cour constitutionnelle, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit:
" Aucun secret professionnel ou dispense de plein droit, ne peuvent être invoqués par un intermédiaire au sens de l'article 5, alinéa 1er, 22°, concernant l'obligation de déclaration initiale d'un dispositif commercialisable. L'intermédiaire visé à l'article 5, alinéa 1er, 22°, qui est tenu au secret professionnel pénalement sanctionné peut se prévaloir du secret professionnel en ce qui concerne l'obligation de déclaration périodique relative aux dispositifs commercialisables. ";
3° au paragraphe 10, alinéa 2, les 1° et 3° sont remplacés par ce qui suit:
" 1° l'identification des intermédiaires visés à l'article 5, 22°, autres que les intermédiaires dispensés de l'obligation de déclaration en raison du secret professionnel pénalement sanctionné auquel ils sont tenus en application du paragraphe 6, alinéa 1er, et des contribuables concernés visés à l'article 5, 23°, y compris leur nom, leur date et lieu de naissance pour les personnes physiques, leur résidence fiscale, leur numéro d'identification fiscale et, le cas échéant, les personnes qui sont des entreprises associées visés à l'article 5, 24°, au contribuable concerné; ";
" 3° un résumé du contenu du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, y compris une référence à la dénomination par laquelle il est communément connu, le cas échéant, et une description des dispositifs pertinents et toute autre information susceptible d'aider l'autorité compétente à évaluer un risque fiscal potentiel, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public; ".
1° paragraphe 6, alinéa 1er, partiellement annulé par l'arrêt de la Cour constitutionnelle n° 3/2024, est remplacé par ce qui suit:
" § 6. Lorsqu'un intermédiaire qui est avocat, ou qui sans être avocat est un professionnel habilité à assurer la représentation en justice, est tenu au secret professionnel pénalement sanctionné, il doit:
1° informer son client, s'il s'agit d'un intermédiaire, par écrit et de manière motivée, qu'il ne peut pas respecter l'obligation de déclaration, à la suite de quoi cette obligation de déclaration incombe automatiquement à son client;
2° en l'absence d'intermédiaire visé au 1°, informer par écrit et de manière motivée le ou les contribuables concernés de leur obligation de déclaration. ";
2° dans le paragraphe 6, à la place de l'alinéa 5 annulé par l'arrêt n° 3/2024 de la Cour constitutionnelle, il est inséré un alinéa 5 rédigé comme suit:
" Aucun secret professionnel ou dispense de plein droit, ne peuvent être invoqués par un intermédiaire au sens de l'article 5, alinéa 1er, 22°, concernant l'obligation de déclaration initiale d'un dispositif commercialisable. L'intermédiaire visé à l'article 5, alinéa 1er, 22°, qui est tenu au secret professionnel pénalement sanctionné peut se prévaloir du secret professionnel en ce qui concerne l'obligation de déclaration périodique relative aux dispositifs commercialisables. ";
3° au paragraphe 10, alinéa 2, les 1° et 3° sont remplacés par ce qui suit:
" 1° l'identification des intermédiaires visés à l'article 5, 22°, autres que les intermédiaires dispensés de l'obligation de déclaration en raison du secret professionnel pénalement sanctionné auquel ils sont tenus en application du paragraphe 6, alinéa 1er, et des contribuables concernés visés à l'article 5, 23°, y compris leur nom, leur date et lieu de naissance pour les personnes physiques, leur résidence fiscale, leur numéro d'identification fiscale et, le cas échéant, les personnes qui sont des entreprises associées visés à l'article 5, 24°, au contribuable concerné; ";
" 3° un résumé du contenu du dispositif transfrontière devant faire l'objet d'une déclaration, y compris une référence à la dénomination par laquelle il est communément connu, le cas échéant, et une description des dispositifs pertinents et toute autre information susceptible d'aider l'autorité compétente à évaluer un risque fiscal potentiel, sans donner lieu à la divulgation d'un secret commercial, industriel ou professionnel, d'un procédé commercial ou d'informations dont la divulgation serait contraire à l'ordre public; ".
Art. 8. Artikel 9/3, § 1, tweede lid, van dezelfde ordonnantie, ingevoegd bij de ordonnantie van 1 december 2022, wordt aangevuld met de bepaling onder 13°, luidende:
"13° de identificatiecode van de identificatiedienst en de lidstaat van afgifte, indien de rapporterende platformexploitant gebruikmaakt van een directe bevestiging van de identiteit en woonplaats van de verkoper via een door een lidstaat of de Europese Unie ter beschikking gestelde identificatiedienst om de identiteit en fiscale woonplaats van de verkoper vast te stellen, in welk geval het niet nodig is aan de lidstaat van afgifte van de identificatiecode van de identificatiedienst de in de punten 3° tot en met 7° bedoelde inlichtingen te verstrekken.".
"13° de identificatiecode van de identificatiedienst en de lidstaat van afgifte, indien de rapporterende platformexploitant gebruikmaakt van een directe bevestiging van de identiteit en woonplaats van de verkoper via een door een lidstaat of de Europese Unie ter beschikking gestelde identificatiedienst om de identiteit en fiscale woonplaats van de verkoper vast te stellen, in welk geval het niet nodig is aan de lidstaat van afgifte van de identificatiecode van de identificatiedienst de in de punten 3° tot en met 7° bedoelde inlichtingen te verstrekken.".
Art. 8. L'article 9/3, § 1er, alinéa 2, de la même ordonnance, inséré par l'ordonnance du 1er décembre 2022 est complété par le 13° rédigé comme suit:
" 13° l'identifiant du service d'identification et l'Etat membre de délivrance, lorsque l'opérateur de plateforme déclarant s'appuie sur une confirmation directe de l'identité et de la résidence du vendeur obtenue par l'intermédiaire d'un service d'identification mis à disposition par un Etat membre ou par l'Union européenne pour établir l'identité et la résidence fiscale du vendeur; dans ce cas, il n'est pas nécessaire de communiquer à l'Etat membre de délivrance de l'identifiant du service d'identification les informations visées aux points 3° à 7°. ".
" 13° l'identifiant du service d'identification et l'Etat membre de délivrance, lorsque l'opérateur de plateforme déclarant s'appuie sur une confirmation directe de l'identité et de la résidence du vendeur obtenue par l'intermédiaire d'un service d'identification mis à disposition par un Etat membre ou par l'Union européenne pour établir l'identité et la résidence fiscale du vendeur; dans ce cas, il n'est pas nécessaire de communiquer à l'Etat membre de délivrance de l'identifiant du service d'identification les informations visées aux points 3° à 7°. ".
Art. 9. In artikel 20 van dezelfde ordonnantie, gewijzigd bij de ordonnantie van 1 december 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het tweede lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° voor de vaststelling, de toepassing en de handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen, alsmede de btw, andere indirecte belastingen, douanerechten, de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van terrorisme;";
2° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De binnenlandse bevoegde autoriteit die inlichtingen en documenten ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en documenten zonder de in de derde lid bedoelde toestemming ook gebruiken voor elk doel dat onder een op artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gebaseerde handeling valt en deze daartoe delen met de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor beperkende maatregelen in de betrokken lidstaat.";
3° het zesde lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de binnenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in tweede lid beoogde doelen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, geeft de binnenlandse bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de bevoegde autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in deze ordonnantie vastgelegde regels en procedures.".
1° in het tweede lid wordt de bepaling onder 1° vervangen als volgt:
"1° voor de vaststelling, de toepassing en de handhaving van de Belgische wetgeving met betrekking tot de in artikel 2 van de richtlijn bedoelde belastingen, alsmede de btw, andere indirecte belastingen, douanerechten, de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van terrorisme;";
2° tussen het vierde en het vijfde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
"De binnenlandse bevoegde autoriteit die inlichtingen en documenten ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en documenten zonder de in de derde lid bedoelde toestemming ook gebruiken voor elk doel dat onder een op artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gebaseerde handeling valt en deze daartoe delen met de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor beperkende maatregelen in de betrokken lidstaat.";
3° het zesde lid wordt vervangen als volgt:
"Wanneer de binnenlandse bevoegde autoriteit van oordeel is dat de van een bevoegde autoriteit verkregen inlichtingen de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in tweede lid beoogde doelen, stelt zij de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. Indien de bevoegde autoriteit van de inlichtingenverstrekkende lidstaat zich niet binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving verzet heeft tegen die inlichtingenuitwisseling, geeft de binnenlandse bevoegde autoriteit de inlichtingen door aan de bevoegde autoriteit van de derde lidstaat, op voorwaarde dat dit in overeenstemming is met de in deze ordonnantie vastgelegde regels en procedures.".
Art. 9. A l'article 20 de la même ordonnance, modifié par l'ordonnance du 1er décembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
1° à l'alinéa 2, le 1° est remplacé par ce qui suit:
" 1° à l'établissement, à l'administration et à l'application de la législation belge relative aux taxes et impôts visés à l'article 2 de la directive ainsi qu'à la T.V.A., à d'autres taxes indirectes, aux droits de douane et à la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme; ";
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5:
" L'autorité compétente interne qui reçoit les informations et les documents peut aussi s'en servir sans disposer de l'autorisation visée à l'alinéa 3 pour toute finalité relevant d'un acte fondé sur l'article 215 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne et les partager à cette fin avec l'autorité compétente chargée des mesures restrictives dans l'Etat membre concerné. ";
3° l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit:
" Lorsque l'autorité compétente interne considère que les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre pour les fins visées à l'alinéa 2, elle informe l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations de son intention de communiquer ces informations à un troisième Etat membre. Si l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations ne s'oppose pas dans un délai de quinze jours civils à compter de la date de réception de la communication à cet échange d'informations, l'autorité compétente interne peut transmettre les informations à l'autorité compétente du troisième Etat membre à condition qu'elle respecte les règles et procédures fixées dans cette ordonnance. ".
1° à l'alinéa 2, le 1° est remplacé par ce qui suit:
" 1° à l'établissement, à l'administration et à l'application de la législation belge relative aux taxes et impôts visés à l'article 2 de la directive ainsi qu'à la T.V.A., à d'autres taxes indirectes, aux droits de douane et à la lutte contre le blanchiment de capitaux et le financement du terrorisme; ";
2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 4 et 5:
" L'autorité compétente interne qui reçoit les informations et les documents peut aussi s'en servir sans disposer de l'autorisation visée à l'alinéa 3 pour toute finalité relevant d'un acte fondé sur l'article 215 du traité sur le fonctionnement de l'Union européenne et les partager à cette fin avec l'autorité compétente chargée des mesures restrictives dans l'Etat membre concerné. ";
3° l'alinéa 6 est remplacé par ce qui suit:
" Lorsque l'autorité compétente interne considère que les informations qu'elle a reçues d'une autorité compétente sont susceptibles d'être utiles à l'autorité compétente d'un troisième Etat membre pour les fins visées à l'alinéa 2, elle informe l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations de son intention de communiquer ces informations à un troisième Etat membre. Si l'autorité compétente de l'Etat membre à l'origine des informations ne s'oppose pas dans un délai de quinze jours civils à compter de la date de réception de la communication à cet échange d'informations, l'autorité compétente interne peut transmettre les informations à l'autorité compétente du troisième Etat membre à condition qu'elle respecte les règles et procédures fixées dans cette ordonnance. ".
Art. 10. Artikel 24 van dezelfde ordonnantie wordt aangevuld met een lid, luidende:
"Zodra dit mogelijk is, maakt de binnenlandse bevoegde autoriteit gebruik van de inlichtingen die zijn verkregen door rapportage of uitwisseling uit hoofde van de artikelen 9 tot en met 9/3.".
"Zodra dit mogelijk is, maakt de binnenlandse bevoegde autoriteit gebruik van de inlichtingen die zijn verkregen door rapportage of uitwisseling uit hoofde van de artikelen 9 tot en met 9/3.".
Art. 10. L'article 24 de la même ordonnance est complété par un alinéa rédigé comme suit:
" Dès que possible, l'autorité compétente interne fait usage, des informations obtenues dans le cadre de la déclaration ou de l'échange d'informations au titre des articles 9 à 9/3. ".
" Dès que possible, l'autorité compétente interne fait usage, des informations obtenues dans le cadre de la déclaration ou de l'échange d'informations au titre des articles 9 à 9/3. ".
Art. 11. In hoofdstuk 6 van dezelfde ordonnantie wordt een afdeling G. ingevoegd, luidende: "G. Specifieke verplichtingen".
Art. 11. Dans le chapitre 6 de la même ordonnance, il est inséré une section G. intitulée " G. Obligations spécifiques ".
Art. 12. In afdeling G., ingevoegd bij artikel 11, wordt een artikel 27/5 ingevoegd, luidende:
"Art. 27/5. Onverminderd artikel 27/2, bewaart de binnenlandse bevoegde autoriteit de gegevens die zij via automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 9/3 heeft ontvangen, niet langer dan nodig is, maar in geen geval korter dan vijf jaar na de datum van ontvangst ervan om de doelstellingen van deze ordonnantie te verwezenlijken.
De binnenlandse bevoegde autoriteit spant zich in om ervoor te zorgen dat een rapporterende entiteit langs elektronische weg bevestiging mag verkrijgen van de geldigheid van de inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer van elke belastingplichtige die op grond van de artikelen 9 tot en met 9/3 onder uitwisseling van inlichtingen vallen. De bevestiging van inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer kan alleen worden gevraagd met het oog op de validering van de juistheid van de gegevens bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, 9/1, § 5, 9/2, § 10, tweede lid en 9/3, § 1, tweede lid.".
"Art. 27/5. Onverminderd artikel 27/2, bewaart de binnenlandse bevoegde autoriteit de gegevens die zij via automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig de artikelen 9 tot en met 9/3 heeft ontvangen, niet langer dan nodig is, maar in geen geval korter dan vijf jaar na de datum van ontvangst ervan om de doelstellingen van deze ordonnantie te verwezenlijken.
De binnenlandse bevoegde autoriteit spant zich in om ervoor te zorgen dat een rapporterende entiteit langs elektronische weg bevestiging mag verkrijgen van de geldigheid van de inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer van elke belastingplichtige die op grond van de artikelen 9 tot en met 9/3 onder uitwisseling van inlichtingen vallen. De bevestiging van inlichtingen met betrekking tot het fiscaal identificatienummer kan alleen worden gevraagd met het oog op de validering van de juistheid van de gegevens bedoeld in de artikelen 9, eerste lid, 9/1, § 5, 9/2, § 10, tweede lid en 9/3, § 1, tweede lid.".
Art. 12. Dans la section G. insérée par l'article 11, il est inséré un article 27/5 rédigé comme suit:
" Art. 27/5. Sans préjudice de l'article 27/2, l'autorité compétente interne conserve les registres contenant les informations reçues dans le cadre de l'échange automatique d'informations conformément aux articles 9 à 9/3 pendant une période limitée au strict nécessaire mais, en tout état de cause, d'une durée d'au moins de cinq ans à compter de la date de leur réception, dans le but d'atteindre les objectifs de la présente ordonnance.
L'autorité compétente interne s'efforce de faire en sorte qu'une entité déclarante soit autorisée à obtenir confirmation par voie électronique de la validité des informations relatives au numéro d'identification fiscale de tout contribuable faisant l'objet de l'échange d'informations conformément aux articles 9 à 9/3. La confirmation des informations relatives au numéro d'identification fiscale ne peut être demandée qu'aux fins de la validation de l'exactitude des données visées aux articles, 9, alinéa 1er, 9/1, § 5, 9/2, § 10, alinéa 2 et 9/3, § 1er, alinéa 2. ".
" Art. 27/5. Sans préjudice de l'article 27/2, l'autorité compétente interne conserve les registres contenant les informations reçues dans le cadre de l'échange automatique d'informations conformément aux articles 9 à 9/3 pendant une période limitée au strict nécessaire mais, en tout état de cause, d'une durée d'au moins de cinq ans à compter de la date de leur réception, dans le but d'atteindre les objectifs de la présente ordonnance.
L'autorité compétente interne s'efforce de faire en sorte qu'une entité déclarante soit autorisée à obtenir confirmation par voie électronique de la validité des informations relatives au numéro d'identification fiscale de tout contribuable faisant l'objet de l'échange d'informations conformément aux articles 9 à 9/3. La confirmation des informations relatives au numéro d'identification fiscale ne peut être demandée qu'aux fins de la validation de l'exactitude des données visées aux articles, 9, alinéa 1er, 9/1, § 5, 9/2, § 10, alinéa 2 et 9/3, § 1er, alinéa 2. ".
Art. 13. In hoofdstuk 6 van dezelfde ordonnantie wordt een afdeling H. ingevoegd, luidende: "H. Rapportage en verstrekking van fiscaal identificatienummer".
Art. 13. Dans le chapitre 6 de la même ordonnance, il est inséré une section H. intitulée " H. Déclaration et communication du numéro d'identification fiscale ".
Art. 14. In afdeling H., ingevoegd bij artikel 13, wordt een artikel 27/6 ingevoegd, luidende:
"Art. 27/6. Het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten door de rapporterende entiteit of rapporterende natuurlijke persoon moet worden gerapporteerd en verstrekt door de binnenlandse bevoegde autoriteit op grond van en krachtens de richtlijn en de bijlagen bij deze richtlijn.
Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2030, moet het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen worden gerapporteerd door de binnenlandse bevoegde autoriteit, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikel 9, eerste lid, 1°, 2° en 4° bedoelde inlichtingen, voor zover het gaat om inkomsten- en vermogenscategorieën waarover zelfs bij gebreke van een fiscaal identificatienummer inlichtingen zouden zijn verstrekt.
Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028, moet het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van natuurlijke personen en entiteiten worden gerapporteerd door de binnenlandse bevoegde autoriteit, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikelen 9/1, § 5, 1° en 9° en 9/2, § 10, tweede lid, 8° bedoelde inlichtingen.
Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028 vermeldt de binnenlandse bevoegde autoriteit, indien dat van de bevoegde autoriteit van de lidstaat is verkregen, het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van natuurlijke personen en entiteiten, bij de verstrekking van de in artikelen 9/1, § 5, 1° en 9° en 9/2, § 10, tweede lid, 8° bedoelde inlichtingen.".
"Art. 27/6. Het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten door de rapporterende entiteit of rapporterende natuurlijke persoon moet worden gerapporteerd en verstrekt door de binnenlandse bevoegde autoriteit op grond van en krachtens de richtlijn en de bijlagen bij deze richtlijn.
Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2030, moet het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van ingezetenen worden gerapporteerd door de binnenlandse bevoegde autoriteit, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikel 9, eerste lid, 1°, 2° en 4° bedoelde inlichtingen, voor zover het gaat om inkomsten- en vermogenscategorieën waarover zelfs bij gebreke van een fiscaal identificatienummer inlichtingen zouden zijn verstrekt.
Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028, moet het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van natuurlijke personen en entiteiten worden gerapporteerd door de binnenlandse bevoegde autoriteit, indien mogelijk, met betrekking tot de in artikelen 9/1, § 5, 1° en 9° en 9/2, § 10, tweede lid, 8° bedoelde inlichtingen.
Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2028 vermeldt de binnenlandse bevoegde autoriteit, indien dat van de bevoegde autoriteit van de lidstaat is verkregen, het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van natuurlijke personen en entiteiten, bij de verstrekking van de in artikelen 9/1, § 5, 1° en 9° en 9/2, § 10, tweede lid, 8° bedoelde inlichtingen.".
Art. 14. Dans la section H. insérée par l'article 13, il est inséré un article 27/6 rédigé comme suit:
" Art. 27/6. Le numéro d'identification fiscale des personnes physiques ou entités déclarées délivré par l'Etat membre de résidence doit être déclaré par l'entité déclarante ou la personne physique déclarante, et communiqué par l'autorité compétente interne lorsque le dispositif et les annexes de la présente directive l'exigent explicitement, et conformément à ceux-ci.
Pour les périodes imposables débutant le 1er janvier 2030 ou après cette date, le numéro d'identification fiscale des résidents délivré par l'Etat membre de résidence doit être déclaré par l'autorité compétente interne, dans la mesure du possible, dans le cadre des informations visées à l'article 9, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, dans la mesure où il s'agit de catégories de revenus et de capitaux sur lesquelles des informations auraient été communiquées même si le numéro d'identification fiscale n'était pas disponible.
Pour les périodes imposables débutant le 1er janvier 2028 ou après cette date, le numéro d'identification fiscale des personnes physiques et des entités délivré par l'Etat membre de résidence doit être déclaré par l'autorité compétente interne, dans la mesure du possible, dans le cadre des informations visées aux articles 9/1, § 5, 1° et 9°, et 9/2, § 10, alinéa 2, 8°.
Pour les périodes imposables commençant le 1er janvier 2028 ou après cette date, l'autorité compétente interne inclut, lorsqu'il a été obtenu par l'autorité compétente de l'Etat membre, le numéro d'identification fiscale des personnes physiques et des entités délivré par l'Etat membre de résidence dans la communication des informations visées articles 9/1, § 5, 1° et 9° et 9/2, § 10, alinéa 2, 8°. ".
" Art. 27/6. Le numéro d'identification fiscale des personnes physiques ou entités déclarées délivré par l'Etat membre de résidence doit être déclaré par l'entité déclarante ou la personne physique déclarante, et communiqué par l'autorité compétente interne lorsque le dispositif et les annexes de la présente directive l'exigent explicitement, et conformément à ceux-ci.
Pour les périodes imposables débutant le 1er janvier 2030 ou après cette date, le numéro d'identification fiscale des résidents délivré par l'Etat membre de résidence doit être déclaré par l'autorité compétente interne, dans la mesure du possible, dans le cadre des informations visées à l'article 9, alinéa 1er, 1°, 2° et 4°, dans la mesure où il s'agit de catégories de revenus et de capitaux sur lesquelles des informations auraient été communiquées même si le numéro d'identification fiscale n'était pas disponible.
Pour les périodes imposables débutant le 1er janvier 2028 ou après cette date, le numéro d'identification fiscale des personnes physiques et des entités délivré par l'Etat membre de résidence doit être déclaré par l'autorité compétente interne, dans la mesure du possible, dans le cadre des informations visées aux articles 9/1, § 5, 1° et 9°, et 9/2, § 10, alinéa 2, 8°.
Pour les périodes imposables commençant le 1er janvier 2028 ou après cette date, l'autorité compétente interne inclut, lorsqu'il a été obtenu par l'autorité compétente de l'Etat membre, le numéro d'identification fiscale des personnes physiques et des entités délivré par l'Etat membre de résidence dans la communication des informations visées articles 9/1, § 5, 1° et 9° et 9/2, § 10, alinéa 2, 8°. ".
HOOFDSTUK 3. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 3. - Entrée en vigueur
Art. 15. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2026.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 11 en 12 van deze ordonnantie en de artikelen 13 en 14 van deze ordonnantie wat betreft artikel 27/6, derde en vierde lid van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG, in werking op 1 januari 2028.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 13 en 14 van deze ordonnantie wat betreft artikel 27/6, tweede lid van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG, in werking op 1 januari 2030.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 11 en 12 van deze ordonnantie en de artikelen 13 en 14 van deze ordonnantie wat betreft artikel 27/6, derde en vierde lid van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG, in werking op 1 januari 2028.
In afwijking van het eerste lid, treden de artikelen 13 en 14 van deze ordonnantie wat betreft artikel 27/6, tweede lid van de ordonnantie van 26 juli 2013 houdende omzetting van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG, in werking op 1 januari 2030.
Art. 15. La présente ordonnance entre en vigueur le 1er janvier 2026.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 11 et 12 de la présente ordonnance et les articles 13 et 14 de la présente ordonnance en ce qui concerne l'article 27/6, alinéas 3 et 4 de l'ordonnance du 26 juillet 2013 transposant la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE, entrent en vigueur le 1er janvier 2028.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 13 et 14 de la présente ordonnance en ce qui concerne l'article 27/6, alinéa 2 de l'ordonnance du 26 juillet 2013 transposant la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE, entrent en vigueur le 1er janvier 2030.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 11 et 12 de la présente ordonnance et les articles 13 et 14 de la présente ordonnance en ce qui concerne l'article 27/6, alinéas 3 et 4 de l'ordonnance du 26 juillet 2013 transposant la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE, entrent en vigueur le 1er janvier 2028.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les articles 13 et 14 de la présente ordonnance en ce qui concerne l'article 27/6, alinéa 2 de l'ordonnance du 26 juillet 2013 transposant la directive 2011/16/UE du Conseil du 15 février 2011 relative à la coopération administrative dans le domaine fiscal et abrogeant la directive 77/799/CEE, entrent en vigueur le 1er janvier 2030.