Artikel 1. In artikel 16ter, § 2, van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2020 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 september 2022 en 23 februari 2024, wordt het derde lid vervangen door wat volgt:
  "De diensten die gepresteerd zijn in de privésector, kunnen voor maximaal vijftien jaar in rekening gebracht worden tot en met het schooljaar 2029-2030. Vanaf het schooljaar 2030-2031 kunnen ze voor maximaal acht jaar in rekening gebracht worden. Die diensten kunnen niet gelijktijdig als nuttige ervaring in rekening worden gebracht voor de geldelijke anciënniteit.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 SEPTEMBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van diverse besluiten van de Vlaamse Regering, wat betreft personeel in het basisonderwijs, het deeltijds kunstonderwijs, het secundair onderwijs, het volwassenenonderwijs, de onderwijsinternaten, de leersteuncentra, de centra voor leerlingenbegeleiding, het hoger onderwijs en de inspectie
Titre
19 SEPTEMBRE 2025. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant divers arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand, en ce qui concerne le personnel de l'enseignement fondamental, de l'enseignement artistique Ă temps partiel, de l'enseignement secondaire, de l'enseignement des adultes, des internats d'enseignement, des centres de soutien Ă l'apprentissage, des centres d'encadrement des Ă©lĂšves, de l'enseignement supĂ©rieur et de l'inspection
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk bes...
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van ...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het besluit van...
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het besluit van d...
HOOFDSTUK 19. - Slotbepalingen
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal ...
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 11. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 12. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 14. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 15. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 16. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
CHAPITRE 17. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 18. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
CHAPITRE 19. - Dispositions finales
ANNEXE.
Tekst (61)
Texte (61)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het koninklijk besluit van 15 april 1958 houdende bezoldigingsregeling van het onderwijzend, wetenschappelijk en daarmee gelijkgesteld personeel van het Ministerie van Openbaar Onderwijs
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 avril 1958 portant statut pĂ©cuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilĂ© du MinistĂšre de l'Instruction publique
Article 1er. Dans l'article 16ter, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 15 avril 1958 portant statut pĂ©cuniaire du personnel enseignant, scientifique et assimilĂ© du MinistĂšre de l'Instruction publique, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2020 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 septembre 2022 et 23 fĂ©vrier 2024, l'alinĂ©a 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Les services fournis dans le secteur privĂ© peuvent ĂȘtre pris en considĂ©ration pour quinze ans au maximum jusqu'Ă l'annĂ©e scolaire 2029-2030 incluse. A partir de l'annĂ©e scolaire 2030-2031, ils pourront ĂȘtre pris en considĂ©ration pour une durĂ©e maximale de huit ans. Ces services ne peuvent pas ĂȘtre pris en considĂ©ration simultanĂ©ment comme une expĂ©rience utile pour l'anciennetĂ© pĂ©cuniaire. ".
  " Les services fournis dans le secteur privĂ© peuvent ĂȘtre pris en considĂ©ration pour quinze ans au maximum jusqu'Ă l'annĂ©e scolaire 2029-2030 incluse. A partir de l'annĂ©e scolaire 2030-2031, ils pourront ĂȘtre pris en considĂ©ration pour une durĂ©e maximale de huit ans. Ces services ne peuvent pas ĂȘtre pris en considĂ©ration simultanĂ©ment comme une expĂ©rience utile pour l'anciennetĂ© pĂ©cuniaire. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif Ă l'expĂ©rience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement
Art. 2. In artikel 8 van het besluit van de Vlaamse Regering van 7 oktober 1997 betreffende de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs voor personeelsleden van het onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 12 maart 2010, 9 september 2016 en 10 maart 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° worden punt f) en punt h) opgeheven;
  2° in punt 2° wordt punt b) opgeheven.
  1° in punt 1° worden punt f) en punt h) opgeheven;
  2° in punt 2° wordt punt b) opgeheven.
Art. 2. Dans l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 7 octobre 1997 relatif Ă l'expĂ©rience utile comme titre pour les personnels de l'enseignement, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 12 mars 2010, 9 septembre 2016 et 10 mars 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, les points f) et h) sont abrogés ;
  2° au point 2°, le point b) est abrogé.
  1° au point 1°, les points f) et h) sont abrogés ;
  2° au point 2°, le point b) est abrogé.
Art. 3. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Een personeelslid dat diensten wenst te laten erkennen als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs moet daartoe documenten indienen die zowel de periode van tewerkstelling als de uitgevoerde taken kunnen bewijzen.";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Een personeelslid dat diensten wenst te laten erkennen als nuttige ervaring voor een bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van een bekwaamheidsbewijs moet daartoe documenten indienen die zowel de periode van tewerkstelling als de uitgevoerde taken kunnen bewijzen.";
  2° paragraaf 2 wordt opgeheven.
Art. 3. Dans l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le membre du personnel qui souhaite faire reconnaßtre des services comme expérience utile pour l'obtention d'un titre de compétences ou d'une partie de titre de compétences, doit présenter des documents à cet effet qui prouvent à la fois la période d'emploi et les tùches accomplies. " ;
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le membre du personnel qui souhaite faire reconnaßtre des services comme expérience utile pour l'obtention d'un titre de compétences ou d'une partie de titre de compétences, doit présenter des documents à cet effet qui prouvent à la fois la période d'emploi et les tùches accomplies. " ;
  2° le paragraphe 2 est abrogé.
Art. 4. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 maart 2010, wordt paragraaf 3 vervangen door wat volgt:
  " § 3. Het personeelslid kan de documenten, die het overeenkomstig paragraaf 1 en 2 moet bezorgen, slechts bij één inrichtende macht of haar afgevaardigde indienen. Een personeelslid kan alleen een nieuwe aanvraag indienen, als het nieuwe prestaties geleverd heeft. Deze nieuwe aanvraag kan het personeelslid ook bij een andere inrichtende macht, of haar afgevaardigde, indienen.".
  " § 3. Het personeelslid kan de documenten, die het overeenkomstig paragraaf 1 en 2 moet bezorgen, slechts bij één inrichtende macht of haar afgevaardigde indienen. Een personeelslid kan alleen een nieuwe aanvraag indienen, als het nieuwe prestaties geleverd heeft. Deze nieuwe aanvraag kan het personeelslid ook bij een andere inrichtende macht, of haar afgevaardigde, indienen.".
Art. 4. Dans l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mars 2010, le paragraphe 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 3. Le membre du personnel ne peut remettre les documents, qu'il doit fournir conformément aux paragraphes 1er et 2, qu'à un seul pouvoir organisateur ou son délégué. Un membre du personnel ne peut introduire une nouvelle demande que s'il a effectué de nouvelles prestations. Le membre du personnel peut également introduire cette nouvelle demande auprÚs d'un autre pouvoir organisateur ou son délégué. ".
  " § 3. Le membre du personnel ne peut remettre les documents, qu'il doit fournir conformément aux paragraphes 1er et 2, qu'à un seul pouvoir organisateur ou son délégué. Un membre du personnel ne peut introduire une nouvelle demande que s'il a effectué de nouvelles prestations. Le membre du personnel peut également introduire cette nouvelle demande auprÚs d'un autre pouvoir organisateur ou son délégué. ".
Art. 5. Artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2010, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 11. § 1. De inrichtende macht van de instelling waar het personeelslid de aanvraag indient, of haar afgevaardigde, adviseert op gemotiveerde wijze over de relatie tussen de gepresteerde diensten en het vak, de specialiteit, de module, de opleiding of het ambt door het personeelslid uitgeoefend in het onderwijs. Het gemotiveerde advies betreft het al dan niet erkennen van een bepaalde periode als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of als deel van het bekwaamheidsbewijs. Voor een ambt in het volwassenenonderwijs waarvoor de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van een opleiding zijn vastgelegd, houdt zij rekening met artikel 7, tweede lid.
  De inrichtende macht of haar afgevaardigde bezorgt het advies meteen schriftelijk of elektronisch aan het personeelslid en de bevoegde administratie bij het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming die de dossiers beheert van de personeelsleden van de instelling.
  § 2. De inrichtende macht of haar afgevaardigde vermeldt per werkgever voor welke vakken, specialiteiten, modules, opleidingen of ambten het al dan niet de erkenning als nuttige ervaring adviseert voor het personeelslid en voor welke periode(s).
  Bij een positief advies onderzoekt de bevoegde administratie of de documenten in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit.
  Ze beslist of de diensten als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs erkend kunnen worden.
  Ze bezorgt binnen de vijftien werkdagen na ontvangst van het advies haar beslissing schriftelijk of elektronisch aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde en het personeelslid.".
  "Art. 11. § 1. De inrichtende macht van de instelling waar het personeelslid de aanvraag indient, of haar afgevaardigde, adviseert op gemotiveerde wijze over de relatie tussen de gepresteerde diensten en het vak, de specialiteit, de module, de opleiding of het ambt door het personeelslid uitgeoefend in het onderwijs. Het gemotiveerde advies betreft het al dan niet erkennen van een bepaalde periode als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of als deel van het bekwaamheidsbewijs. Voor een ambt in het volwassenenonderwijs waarvoor de bekwaamheidsbewijzen op het niveau van een opleiding zijn vastgelegd, houdt zij rekening met artikel 7, tweede lid.
  De inrichtende macht of haar afgevaardigde bezorgt het advies meteen schriftelijk of elektronisch aan het personeelslid en de bevoegde administratie bij het Vlaams ministerie van Onderwijs en Vorming die de dossiers beheert van de personeelsleden van de instelling.
  § 2. De inrichtende macht of haar afgevaardigde vermeldt per werkgever voor welke vakken, specialiteiten, modules, opleidingen of ambten het al dan niet de erkenning als nuttige ervaring adviseert voor het personeelslid en voor welke periode(s).
  Bij een positief advies onderzoekt de bevoegde administratie of de documenten in overeenstemming zijn met de bepalingen van dit besluit.
  Ze beslist of de diensten als nuttige ervaring voor het bekwaamheidsbewijs of een onderdeel van het bekwaamheidsbewijs erkend kunnen worden.
  Ze bezorgt binnen de vijftien werkdagen na ontvangst van het advies haar beslissing schriftelijk of elektronisch aan de inrichtende macht of haar afgevaardigde en het personeelslid.".
Art. 5. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 avril 2010, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 11. § 1er. Le pouvoir organisateur de l'établissement auprÚs duquel le membre du personnel introduit la demande, ou son délégué, rend un avis motivé sur le rapport entre les services prestés et le domaine, la spécialité, le module, la formation ou la fonction exercée par le membre du personnel dans le domaine de l'enseignement. L'avis motivé porte sur la reconnaissance ou non d'une certaine période comme expérience utile pour l'obtention du titre de compétences ou comme partie du titre de compétences. Pour une fonction dans l'enseignement des adultes pour laquelle les titres de compétences sont fixés au niveau d'une formation, il tient compte de l'article 7, alinéa 2.
  Le pouvoir organisateur ou son délégué transmet immédiatement l'avis par écrit ou par voie électronique au membre du personnel et à l'administration compétente du ministÚre flamand de l'Enseignement et de la Formation, qui gÚre les dossiers des membres du personnel de l'établissement.
  § 2. Le pouvoir organisateur ou son délégué indique, pour chaque employeur, les domaines, spécialités, modules, formations ou fonctions pour lesquels il recommande de reconnaßtre ou non l'expérience utile du membre du personnel et pour quelle(s) période(s).
  En cas d'avis positif, l'administration compĂ©tente examine si les documents sont conformes aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Elle dĂ©cide si les services peuvent ĂȘtre reconnus comme expĂ©rience utile pour le titre de compĂ©tences ou comme une partie du titre de compĂ©tences.
  Elle rend sa décision par écrit ou par voie électronique au pouvoir organisateur ou à son délégué et au membre du personnel dans un délai de quinze jours ouvrables suivant la réception de l'avis. ".
  " Art. 11. § 1er. Le pouvoir organisateur de l'établissement auprÚs duquel le membre du personnel introduit la demande, ou son délégué, rend un avis motivé sur le rapport entre les services prestés et le domaine, la spécialité, le module, la formation ou la fonction exercée par le membre du personnel dans le domaine de l'enseignement. L'avis motivé porte sur la reconnaissance ou non d'une certaine période comme expérience utile pour l'obtention du titre de compétences ou comme partie du titre de compétences. Pour une fonction dans l'enseignement des adultes pour laquelle les titres de compétences sont fixés au niveau d'une formation, il tient compte de l'article 7, alinéa 2.
  Le pouvoir organisateur ou son délégué transmet immédiatement l'avis par écrit ou par voie électronique au membre du personnel et à l'administration compétente du ministÚre flamand de l'Enseignement et de la Formation, qui gÚre les dossiers des membres du personnel de l'établissement.
  § 2. Le pouvoir organisateur ou son délégué indique, pour chaque employeur, les domaines, spécialités, modules, formations ou fonctions pour lesquels il recommande de reconnaßtre ou non l'expérience utile du membre du personnel et pour quelle(s) période(s).
  En cas d'avis positif, l'administration compĂ©tente examine si les documents sont conformes aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Elle dĂ©cide si les services peuvent ĂȘtre reconnus comme expĂ©rience utile pour le titre de compĂ©tences ou comme une partie du titre de compĂ©tences.
  Elle rend sa décision par écrit ou par voie électronique au pouvoir organisateur ou à son délégué et au membre du personnel dans un délai de quinze jours ouvrables suivant la réception de l'avis. ".
Art. 6. Artikel 12 tot en met 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 april 2010, worden opgeheven.
Art. 6. Les articles 12 Ă 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 avril 2010, sont abrogĂ©s :
Art. 7. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de woorden "de artikelen 10 tot en met 15" telkens vervangen door de woorden "artikel 10 en 11".
Art. 7. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " articles 10 Ă 15 " est Ă chaque fois remplacĂ© par le membre de phrase " articles 10 et 11 ".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs
CHAPITRE 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 dĂ©terminant et classant les fonctions des membres du personnel directeur et enseignant des Ă©tablissements d'enseignement secondaire
Art. 8. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 5 juni 1989 tot vaststelling en indeling van de ambten van de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van instellingen voor secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 9 juli 1996 en 24 mei 2019, wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
  "Dit besluit is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd en gesubsidieerd worden.".
  "Dit besluit is van toepassing op de leden van het bestuurs- en onderwijzend personeel van de instellingen voor voltijds secundair onderwijs die door de Vlaamse Gemeenschap gefinancierd en gesubsidieerd worden.".
Art. 8. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 1989 dĂ©terminant et classant les fonctions des membres du personnel auxiliaire d'Ă©ducation des Ă©tablissements d'enseignement, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 9 juillet 1996 et 24 mai 2019, l'alinĂ©a 1er est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux membres du personnel directeur et enseignant des Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein financĂ©s et subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande. ".
  " Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux membres du personnel directeur et enseignant des Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein financĂ©s et subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs
CHAPITRE 4. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire
Art. 9. In artikel 1, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 26 september 1990, 31 augustus 1999, 4 september 2009 en 14 juli 2023, worden de woorden "en voor deeltijds beroepssecundair onderwijs" opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 31 aoĂ»t 1999, 4 septembre 2009 et 14 juillet 2023, le membre de phrase " et d'enseignement secondaire professionnel Ă temps partiel " est abrogĂ©.
Art. 10. In artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen het woord "onderwijs" en het woord "overgangsbepalingen" de zinsnede "tot en met 31 augustus 2025" ingevoegd;
  2° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. De personeelsleden van het onderwijzend personeel voor wie overeenkomstig paragraaf 2, 2°, tot en met 31 augustus 2025 in het deeltijds beroepssecundair onderwijs overgangsmaatregelen gelden, behouden die vanaf 1 september 2025 in het beroepssecundair onderwijs.".
  1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt tussen het woord "onderwijs" en het woord "overgangsbepalingen" de zinsnede "tot en met 31 augustus 2025" ingevoegd;
  2° er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, die luidt als volgt:
  " § 4. De personeelsleden van het onderwijzend personeel voor wie overeenkomstig paragraaf 2, 2°, tot en met 31 augustus 2025 in het deeltijds beroepssecundair onderwijs overgangsmaatregelen gelden, behouden die vanaf 1 september 2025 in het beroepssecundair onderwijs.".
Art. 10. Dans l'article 16bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 mars 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " jusqu'au 31 août 2025 " est inséré entre le mot " enseignement " et les mots " dispositions transitoires " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les membres du personnel enseignant pour lesquels des mesures transitoires s'appliquent jusqu'au 31 août 2025 dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel conformément au paragraphe 2, 2°, les conservent à partir du 1er septembre 2025 dans l'enseignement secondaire professionnel. ".
  1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " jusqu'au 31 août 2025 " est inséré entre le mot " enseignement " et les mots " dispositions transitoires " ;
  2° il est ajouté un paragraphe 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Les membres du personnel enseignant pour lesquels des mesures transitoires s'appliquent jusqu'au 31 août 2025 dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel conformément au paragraphe 2, 2°, les conservent à partir du 1er septembre 2025 dans l'enseignement secondaire professionnel. ".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs
CHAPITRE 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " pĂ©riodes-professeur " dans l'enseignement secondaire Ă temps plein
Art. 11. In artikel 13bis, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 oktober 2009 en vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt de zinsnede "of tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025" vervangen door de zinsnede "of tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030".
Art. 11. Dans l'article 13bis, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital " pĂ©riodes-professeur " dans l'enseignement secondaire Ă temps plein, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 octobre 2009 et remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le membre de phrase " ou pendant les annĂ©es scolaires 2023-2024 et 2024-2025 " est remplacĂ© par le membre de phrase " ou pendant les annĂ©es scolaires 2025-2026 Ă 2029-2030 ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars
CHAPITRE 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion
Art. 12. Artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 september 1990 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de salarisschalen en de bezoldigingsregeling van de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 4 september 2009, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars van de door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde onderwijsinstellingen voor lager, basis-, buitengewoon en voltijds secundair onderwijs.".
  "Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de leermeesters godsdienst en de godsdienstleraars van de door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde en gesubsidieerde onderwijsinstellingen voor lager, basis-, buitengewoon en voltijds secundair onderwijs.".
Art. 12. L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 relatif aux titres, aux Ă©chelles de traitement et au statut pĂ©cuniaire des maĂźtres de religion et des professeurs de religion, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 septembre 2009, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux maĂźtres de religion et aux professeurs de religion des Ă©tablissements organisĂ©s et subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande pour l'enseignement primaire, fondamental, spĂ©cial et secondaire Ă temps plein. ".
  " Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux maĂźtres de religion et aux professeurs de religion des Ă©tablissements organisĂ©s et subventionnĂ©s par la CommunautĂ© flamande pour l'enseignement primaire, fondamental, spĂ©cial et secondaire Ă temps plein. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage
CHAPITRE 7. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif Ă la rĂ©partition de fonctions, Ă la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, Ă la rĂ©affectation, Ă la remise au travail et Ă l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente
Art. 13. In artikel 2, § 2, 8°, van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 oktober 2008, worden de woorden "en het deeltijds beroepssecundair onderwijs" opgeheven.
Art. 13. Dans l'article 2, § 2, 8°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif Ă la rĂ©partition de fonctions, Ă la mise en disponibilitĂ© par dĂ©faut d'emploi, Ă la rĂ©affectation, Ă la remise au travail et Ă l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 octobre 2008, les mots " et l'enseignement secondaire professionnel Ă temps partiel " sont abrogĂ©s.
Art. 14. In artikel 25bis, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 mei 2010, wordt de zinsnede "in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens het modulair stelsel," opgeheven.
Art. 14. Dans l'article 25bis, § 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 mai 2010, le membre de phrase " dans l'enseignement secondaire professionnel Ă temps partiel, dans l'enseignement secondaire expĂ©rimental suivant un rĂ©gime modulaire, " est abrogĂ©.
Art. 15. In artikel 25ter, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 1999 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023, wordt de zinsnede "in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel," opgeheven.
Art. 15. Dans l'article 25ter, § 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 1999 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2023, le membre de phrase " dans l'enseignement secondaire professionnel Ă temps partiel, dans l'enseignement secondaire expĂ©rimental suivant un rĂ©gime modulaire, " est abrogĂ©.
Art. 16. In artikel 45 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 4° wordt de zinsnede "in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs dat georganiseerd is volgens het modulaire stelsel," vervangen door de zinsnede "in het buitengewoon secundair onderwijs,";
  2° punt 14° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "14° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal of in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal in een school van het gewoon basisonderwijs met een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, een wedertewerkstelling wordt aangeboden in een ander ambt. Die wedertewerkstelling hoeft alleen opgenomen te worden als het personeelslid gevraagd heeft om wedertewerkgesteld te worden in een ander ambt.".
  1° in punt 4° wordt de zinsnede "in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon secundair onderwijs, in het secundair onderwijs dat georganiseerd is volgens het modulaire stelsel," vervangen door de zinsnede "in het buitengewoon secundair onderwijs,";
  2° punt 14° wordt opnieuw opgenomen in de volgende lezing:
  "14° als aan een personeelslid dat ter beschikking is gesteld in het ambt van kleuteronderwijzer Vlaamse Gebarentaal of in het ambt van onderwijzer Vlaamse Gebarentaal in een school van het gewoon basisonderwijs met een taalafdeling Nederlands-Vlaamse Gebarentaal, een wedertewerkstelling wordt aangeboden in een ander ambt. Die wedertewerkstelling hoeft alleen opgenomen te worden als het personeelslid gevraagd heeft om wedertewerkgesteld te worden in een ander ambt.".
Art. 16. Dans l'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 4°, le membre de phrase " dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, " est remplacé par le membre de phrase " dans l'enseignement secondaire spécialisé, " ;
  2° le point 14° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 14° si un membre du personnel qui a Ă©tĂ© mis Ă disposition dans la fonction d'instituteur prĂ©scolaire en langue des signes flamande ou dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande dans une Ă©cole de l'enseignement fondamental ordinaire ayant une section de rĂ©gime linguistique nĂ©erlandais-langue des signes flamande, se voit proposer une remise au travail dans une autre fonction. Cette remise au travail ne doit ĂȘtre prise que si le membre du personnel a demandĂ© Ă ĂȘtre remis au travail dans une autre fonction. ".
  1° au point 4°, le membre de phrase " dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, " est remplacé par le membre de phrase " dans l'enseignement secondaire spécialisé, " ;
  2° le point 14° est rétabli dans la rédaction suivante :
  " 14° si un membre du personnel qui a Ă©tĂ© mis Ă disposition dans la fonction d'instituteur prĂ©scolaire en langue des signes flamande ou dans la fonction d'instituteur en langue des signes flamande dans une Ă©cole de l'enseignement fondamental ordinaire ayant une section de rĂ©gime linguistique nĂ©erlandais-langue des signes flamande, se voit proposer une remise au travail dans une autre fonction. Cette remise au travail ne doit ĂȘtre prise que si le membre du personnel a demandĂ© Ă ĂȘtre remis au travail dans une autre fonction. ".
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs
CHAPITRE 8. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire
Art. 17. In artikel 23undecies, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het gewoon basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt de zinsnede "tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025" vervangen door de zinsnede "tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030".
Art. 17. Dans l'article 23undecies, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental ordinaire, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le membre de phrase " pendant les annĂ©es scolaires 2023-2024 et 2024-2025 " est remplacĂ© par le membre de phrase " pendant les annĂ©es scolaires 2025-2026 Ă 2029-2030 ".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs
CHAPITRE 9. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spĂ©cial
Art. 18. In artikel 14quinquies, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 betreffende de personeelsformatie in het buitengewoon basisonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt de zinsnede "tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025" vervangen door de zinsnede "tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030".
Art. 18. Dans l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 relatif au cadre organique dans l'enseignement fondamental spĂ©cial, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le membre de phrase " pendant les annĂ©es scolaires 2023-2024 et 2024-2025 " est remplacĂ© par le membre de phrase " pendant les annĂ©es scolaires 2025-2026 Ă 2029-2030 ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding
CHAPITRE 10. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2003 fixant les titres et les Ă©chelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des Ă©lĂšves
Art. 19. In de bijlage bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2003 tot vaststelling van de bekwaamheidsbewijzen en de salarisschalen van de personeelsleden van de centra voor leerlingenbegeleiding, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1. Afkortingen wordt tussen de woorden "code 22 met ingang van 1 september 2023" en de woorden "VE de vereiste bekwaamheidsbewijzen" de zinsnede "code 23 met ingang van 1 september 2025" ingevoegd;
  2° punt 3.5 psychopedagogisch werker wordt vervangen door de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.
  1° in punt 1. Afkortingen wordt tussen de woorden "code 22 met ingang van 1 september 2023" en de woorden "VE de vereiste bekwaamheidsbewijzen" de zinsnede "code 23 met ingang van 1 september 2025" ingevoegd;
  2° punt 3.5 psychopedagogisch werker wordt vervangen door de bijlage, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 19. A l'annexe Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 dĂ©cembre 2003 fixant les titres et les Ă©chelles de traitement des membres du personnel des centres d'encadrement des Ă©lĂšves, remplacĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1. Abréviations, le membre de phrase " code 23 à partir du 1er septembre 2025 " est inséré entre les mots " code 22 à partir du 1er septembre 2023 " et les mots " TR les titres requis " ;
  2° le point 3.5 travailleur psychopĂ©dagogique est remplacĂ© par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  1° au point 1. Abréviations, le membre de phrase " code 23 à partir du 1er septembre 2025 " est inséré entre les mots " code 22 à partir du 1er septembre 2023 " et les mots " TR les titres requis " ;
  2° le point 3.5 travailleur psychopĂ©dagogique est remplacĂ© par l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 11. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende het varend personeel in het gewoon secundair onderwijs
CHAPITRE 11. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 relatif au personnel navigant dans l'enseignement secondaire ordinaire
Art. 20. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 betreffende het varend personeel in het gewoon secundair onderwijs worden de woorden "die binnen het studiegebied Maritieme opleidingen de optie Rijn- en Binnenvaart" vervangen door de woorden "die de studierichting Binnenvaart en Beperkte kustvaart".
Art. 20. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 relatif au personnel navigant dans l'enseignement secondaire ordinaire, le membre de phrase " qui organise au sein de la discipline " Maritieme opleidingen " (Formations maritimes) l'option " Rijn- en Binnenvaart " (Navigation rhĂ©nane et intĂ©rieure). " est remplacĂ© par le membre de phrase " qui organise l'orientation d'Ă©tudes Navigation intĂ©rieure et Cabotage limitĂ© ".
Art. 21. In artikel 2, § 1, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "die worden vastgelegd door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Maritiem Transport" vervangen door de zinsnede ", vermeld in hoofdstuk 2 en 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel".
Art. 21. Dans l'article 2, § 1er, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " fixĂ©s par le Service public fĂ©dĂ©ral des Transports maritimes " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " , visĂ©s aux chapitres 2 et 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 mai 2022 relatif aux compĂ©tences professionnelles du personnel de la navigation intĂ©rieure ".
Art. 22. In artikel 3, § 3, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden "op basis van de hiervoor geldende regels die worden vastgelegd door de Federale Overheidsdienst bevoegd voor Maritiem Transport" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 31 van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 mei 2022 over de beroepscompetenties voor binnenvaartpersoneel".
Art. 22. Dans l'article 3, § 3, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " sur la base des rĂšgles en vigueur arrĂȘtĂ©es par le Service public fĂ©dĂ©ral des Transports maritimes " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " , visĂ© Ă l'article 31 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 6 mai 2022 relatif aux compĂ©tences professionnelles du personnel de la navigation intĂ©rieure ".
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs
CHAPITRE 12. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 rĂ©glant certaines matiĂšres pour les centres d'Ă©ducation des adultes, en application du dĂ©cret du 15 juin 2007 relatif Ă l'Ă©ducation des adultes
Art. 23. In artikel 6ter, eerste lid, 4°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 september 2007 tot regeling van een aantal aangelegenheden voor de Centra voor Volwassenenonderwijs in uitvoering van het decreet van 15 juni 2007 betreffende het volwassenenonderwijs, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2009 en hersteld bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt het bedrag "76,78 euro" vervangen door het bedrag "76,68 euro".
Art. 23. Dans l'article 6ter, alinĂ©a 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 septembre 2007 rĂ©glant certaines matiĂšres pour les centres d'Ă©ducation des adultes, en application du dĂ©cret du 15 juin 2007 relatif Ă l'Ă©ducation des adultes, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 2 octobre 2009 et rĂ©tabli par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le montant " 76,78 euros " est remplacĂ© par le montant " 76,68 euros ".
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap
CHAPITRE 13. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 relatif au systĂšme d'apprentissage et de travail en CommunautĂ© flamande
Art. 24. In artikel 18, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 oktober 2008 houdende uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 betreffende het stelsel van leren en werken in de Vlaamse Gemeenschap, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023, wordt de zinsnede "of tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025" vervangen door de zinsnede "of tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030".
Art. 24. Dans l'article 18, § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 24 octobre 2008 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 relatif au systĂšme d'apprentissage et de travail en CommunautĂ© flamande, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023, le membre de phrase " ou pendant les annĂ©es scolaires 2023-2024 et 2024-2025 " est remplacĂ© par le membre de phrase " ou pendant les annĂ©es scolaires 2025-2026 Ă 2029-2030 ".
HOOFDSTUK 14. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de subsidiëring van de zonale busbegeleiding
CHAPITRE 14. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif Ă la subvention de l'accompagnement du transport scolaire zonal
Art. 25. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 betreffende de subsidiëring van de zonale busbegeleiding worden de woorden "Die toelage worden berekend" vervangen door de zinsnede "De toelage, vermeld in artikel 3 en 3/1, wordt berekend".
Art. 25. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009 relatif Ă la subvention du guidage zonal des bus, les mots " Cette allocation est calculĂ©e " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " L'allocation visĂ©e Ă l'article 3 et 3/1, est calculĂ©e ".
Art. 26. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt de zinsnede ", verhoogd met de bijdrage voor de kinderbijslag" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, worden de woorden "door een busbegeleider" opgeheven;
  3° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "tweede lid lid" vervangen door de woorden "tweede lid".
  1° in paragraaf 2, eerste lid, 4°, wordt de zinsnede ", verhoogd met de bijdrage voor de kinderbijslag" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, tweede lid, 2°, worden de woorden "door een busbegeleider" opgeheven;
  3° in paragraaf 3, derde lid, worden de woorden "tweede lid lid" vervangen door de woorden "tweede lid".
Art. 26. Dans l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, le membre de phrase " , majorées de la cotisation aux allocations familiales " est abrogé ;
  2° dans la version néerlandaise, dans le paragraphe 3, alinéa 2, 2°, les mots " door een busbegeleider " sont abrogés ;
  3° dans la version néerlandaise, au paragraphe 3, alinéa 3, les mots " tweede lid lid " sont remplacés par les mots " tweede lid ".
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, 4°, le membre de phrase " , majorées de la cotisation aux allocations familiales " est abrogé ;
  2° dans la version néerlandaise, dans le paragraphe 3, alinéa 2, 2°, les mots " door een busbegeleider " sont abrogés ;
  3° dans la version néerlandaise, au paragraphe 3, alinéa 3, les mots " tweede lid lid " sont remplacés par les mots " tweede lid ".
Art. 27. In hetzelfde besluit worden een artikel 3/1 en een artikel 3/2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "Art. 3/1. De toelage voor busbegeleiders met een flexi-jobarbeidsovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij:
  1° BB: het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
  2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig de flexi-jobarbeidsovereenkomst presteert;
  3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt, en 217, gedeeld door vijf;
  4° PL: de verplichte werkgeversbijdragen die op flexi-jobwerknemers van toepassing zijn;
  5° EJT: de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
  6° VAK: het vakantiegeld dat gelijk is aan 7,67% van het product van de factoren, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
  Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het eerste lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217.
  Art. 3/2. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° prestatiedagen: werkdagen in de periode van september tot en met juni, met uitzondering van de werkdagen die tijdens de korte schoolvakanties en op wettelijke feestdagen vallen;
  2° korte schoolvakanties:
  a) de herfstvakantie, vermeld in artikel 7, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
  b) de kerstvakantie, vermeld in artikel 7, 2°, van het voormelde besluit;
  c) de krokusvakantie, vermeld in artikel 7, 3°, van het voormelde besluit;
  d) de paasvakantie, vermeld in artikel 7, 4°, van het voormelde besluit;
  e) de dag na Hemelvaartsdag.
  De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders met een PWA-arbeidsovereenkomst of wijk-werkovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD, waarbij:
  1° BB: de aanschafprijs van de PWA- of wijk-werkcheques die de school gebruikt om de busbegeleider te vergoeden;
  2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig het prestatieformulier presteert;
  3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan alle prestatiedagen van het lopende schooljaar als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en alle prestatiedagen van het lopende schooljaar, gedeeld door vijf.
  Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal prestatiedagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door alle prestatiedagen van het lopende schooljaar.".
  "Art. 3/1. De toelage voor busbegeleiders met een flexi-jobarbeidsovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, waarbij:
  1° BB: het basis-bruto-uurloon in 2008, vermeld in artikel 2;
  2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig de flexi-jobarbeidsovereenkomst presteert;
  3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan 217 als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt, en 217, gedeeld door vijf;
  4° PL: de verplichte werkgeversbijdragen die op flexi-jobwerknemers van toepassing zijn;
  5° EJT: de eindejaarstoelage, zoals die berekend wordt voor het meesters-, vak- en dienstpersoneel van het gemeenschapsonderwijs;
  6° VAK: het vakantiegeld dat gelijk is aan 7,67% van het product van de factoren, vermeld in punt 1°, 2° en 3°, vermenigvuldigd met 1,08.
  Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het eerste lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal werkdagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door 217.
  Art. 3/2. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° prestatiedagen: werkdagen in de periode van september tot en met juni, met uitzondering van de werkdagen die tijdens de korte schoolvakanties en op wettelijke feestdagen vallen;
  2° korte schoolvakanties:
  a) de herfstvakantie, vermeld in artikel 7, 1°, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
  b) de kerstvakantie, vermeld in artikel 7, 2°, van het voormelde besluit;
  c) de krokusvakantie, vermeld in artikel 7, 3°, van het voormelde besluit;
  d) de paasvakantie, vermeld in artikel 7, 4°, van het voormelde besluit;
  e) de dag na Hemelvaartsdag.
  De toelage, vermeld in artikel 2, voor busbegeleiders met een PWA-arbeidsovereenkomst of wijk-werkovereenkomst op ritten die georganiseerd worden met ingang van de eerste schooldag van het schooljaar, wordt voor de scholen, ongeacht het net, berekend aan de hand van de volgende formule: BB x UD x BD, waarbij:
  1° BB: de aanschafprijs van de PWA- of wijk-werkcheques die de school gebruikt om de busbegeleider te vergoeden;
  2° UD: het aantal uren dat een busbegeleider per schooldag overeenkomstig het prestatieformulier presteert;
  3° BD: het aantal gesubsidieerde dagen, dat gelijk is aan alle prestatiedagen van het lopende schooljaar als de busbegeleider vijf schooldagen per week werkt. Als de busbegeleider minder dan vijf schooldagen per week werkt, is het aantal gesubsidieerde dagen gelijk aan het product van het aantal schooldagen dat de busbegeleider per week werkt en alle prestatiedagen van het lopende schooljaar, gedeeld door vijf.
  Als er pas na de eerste schooldag van het schooljaar extra ritten voor leerlingenvervoer worden georganiseerd, wordt er voor de organisatie van die ritten een aanvullende toelage toegekend aan de hand van de formules, vermeld in het eerste lid. In afwijking van het eerste lid wordt het aantal gesubsidieerde dagen, vermeld in het tweede lid, 3°, evenwel vermenigvuldigd met het aantal prestatiedagen dat ligt tussen de start van de organisatie van de extra ritten en 30 juni, en vervolgens gedeeld door alle prestatiedagen van het lopende schooljaar.".
Art. 27. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 3/1 et un article 3/2, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Art. 3/1. L'allocation pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail " flexi-job " sur les trajets organisĂ©s Ă partir du premier jour scolaire de l'annĂ©e scolaire est calculĂ©e pour les Ă©coles, quel que soit le rĂ©seau, Ă l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, oĂč :
  1° BB : le salaire horaire brut de base en 2008 visé à l'article 2 ;
  2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au contrat de travail " flexi-job " ;
  3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5 ;
  4° PL : les cotisations patronales obligatoires applicables aux travailleurs exerçant un flexi-job ;
  5° EJT : l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maßtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire ;
  6° VAK : le pécule de vacances qui égale 7,67 % du produit des facteurs visés aux points 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
  Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'aprÚs le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 1er, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217.
  Art. 3/2. Dans le présent article, on entend par :
  1° jours de prestation : jours ouvrables au cours de la période comprise entre septembre et juin, à l'exception de ceux tombant pendant les vacances scolaires courtes et les jours fériés légaux ;
  2° vacances scolaires courtes :
  a) les vacances d'automne visĂ©es Ă l'article 7, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 2001 organisant l'annĂ©e scolaire dans l'enseignement secondaire ;
  b) les vacances de NoĂ«l, visĂ©es Ă l'article 7, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  c) les vacances de carnaval, visĂ©es Ă l'article 7, 3°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  d) les vacances de PĂąques, visĂ©es Ă l'article 7, 4°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  e) le lendemain de l'Ascension.
  L'allocation visĂ©e Ă l'article 2 pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail ALE ou une convention de travail de proximitĂ© pour les trajets organisĂ©s Ă partir du premier jour scolaire de l'annĂ©e scolaire est calculĂ©e pour les Ă©coles, quel que soit le rĂ©seau, Ă l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD, oĂč :
  1° BB : le prix d'achat des chÚques ALE ou des chÚques-travail de proximité utilisés par l'école pour rémunérer l'accompagnateur de bus ;
  2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au formulaire de prestations ;
  3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours si l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours, divisé par cinq.
  Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'aprÚs le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 2, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours prestés compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours. ".
  " Art. 3/1. L'allocation pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail " flexi-job " sur les trajets organisĂ©s Ă partir du premier jour scolaire de l'annĂ©e scolaire est calculĂ©e pour les Ă©coles, quel que soit le rĂ©seau, Ă l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD x PL + (EJT + VAK) x PL, oĂč :
  1° BB : le salaire horaire brut de base en 2008 visé à l'article 2 ;
  2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au contrat de travail " flexi-job " ;
  3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant 217 lorsque l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit obtenu par la multiplication du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et 217, divisé par 5 ;
  4° PL : les cotisations patronales obligatoires applicables aux travailleurs exerçant un flexi-job ;
  5° EJT : l'allocation de fin d'année, telle que calculée pour le personnel de maßtrise, les gens de métier et de service de l'enseignement communautaire ;
  6° VAK : le pécule de vacances qui égale 7,67 % du produit des facteurs visés aux points 1°, 2° et 3°, multiplié par 1,08.
  Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'aprÚs le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 1er, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours ouvrables compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par 217.
  Art. 3/2. Dans le présent article, on entend par :
  1° jours de prestation : jours ouvrables au cours de la période comprise entre septembre et juin, à l'exception de ceux tombant pendant les vacances scolaires courtes et les jours fériés légaux ;
  2° vacances scolaires courtes :
  a) les vacances d'automne visĂ©es Ă l'article 7, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 aoĂ»t 2001 organisant l'annĂ©e scolaire dans l'enseignement secondaire ;
  b) les vacances de NoĂ«l, visĂ©es Ă l'article 7, 2°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  c) les vacances de carnaval, visĂ©es Ă l'article 7, 3°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  d) les vacances de PĂąques, visĂ©es Ă l'article 7, 4°, de l'arrĂȘtĂ© prĂ©citĂ© ;
  e) le lendemain de l'Ascension.
  L'allocation visĂ©e Ă l'article 2 pour les accompagnateurs de bus ayant un contrat de travail ALE ou une convention de travail de proximitĂ© pour les trajets organisĂ©s Ă partir du premier jour scolaire de l'annĂ©e scolaire est calculĂ©e pour les Ă©coles, quel que soit le rĂ©seau, Ă l'aide de la formule suivante : BB x UD x BD, oĂč :
  1° BB : le prix d'achat des chÚques ALE ou des chÚques-travail de proximité utilisés par l'école pour rémunérer l'accompagnateur de bus ;
  2° UD : le nombre d'heures qu'un accompagnateur de bus preste par jour scolaire conformément au formulaire de prestations ;
  3° BD : le nombre de jours subventionnés, égalant le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours si l'accompagnateur de bus travaille cinq jours scolaires par semaine. Si l'accompagnateur de bus travaille moins de cinq jours scolaires par semaine, le nombre de jours subventionnés est égal au produit du nombre de jours scolaires par semaine que l'accompagnateur de bus travaille et le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours, divisé par cinq.
  Lorsque des trajets supplémentaires dans le cadre du transport scolaire ne sont organisés qu'aprÚs le premier jour scolaire de l'année scolaire, une allocation complémentaire est octroyée pour l'organisation de ces trajets, calculée selon les formules, visées à l'alinéa 1er. Par dérogation à l'alinéa 1er, le nombre de jours subventionnés, visés à l'alinéa 2, 3°, est toutefois multiplié par le nombre de jours prestés compris entre le début de l'organisation des trajets supplémentaires et le 30 juin, et divisé ensuite par le nombre total de jours prestés de l'année scolaire en cours. ".
Art. 28. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de inleidende zin wordt tussen de zinsnede "toelage, vermeld in artikel 3," en de woorden "wordt uitbetaald" de zinsnede "3/1 en 3/2," ingevoegd;
  2° in punt 3° wordt tussen de zinsnede "voor het volledige schooljaar overeenkomstig artikel 3" en de woorden "recht op heeft" de zinsnede ", 3/1 en 3/2," ingevoegd.
  1° in de inleidende zin wordt tussen de zinsnede "toelage, vermeld in artikel 3," en de woorden "wordt uitbetaald" de zinsnede "3/1 en 3/2," ingevoegd;
  2° in punt 3° wordt tussen de zinsnede "voor het volledige schooljaar overeenkomstig artikel 3" en de woorden "recht op heeft" de zinsnede ", 3/1 en 3/2," ingevoegd.
Art. 28. Dans l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans la phrase introductive, le membre de phrase " , 3/1 et 3/2, " est inséré entre la phrase " L'allocation visée à l'article 3 " et les mots " est payée " ;
  2° au point 3°, le membre de phrase " pour l'année scolaire entiÚre, conformément à l'article 3 ; " est remplacé par le membre de phrase " pour l'année scolaire entiÚre, conformément à l'article 3, 3/1 et 3/2 ; ".
  1° dans la phrase introductive, le membre de phrase " , 3/1 et 3/2, " est inséré entre la phrase " L'allocation visée à l'article 3 " et les mots " est payée " ;
  2° au point 3°, le membre de phrase " pour l'année scolaire entiÚre, conformément à l'article 3 ; " est remplacé par le membre de phrase " pour l'année scolaire entiÚre, conformément à l'article 3, 3/1 et 3/2 ; ".
Art. 29. In artikel 6, derde en vierde lid, van hetzelfde besluit wordt de zin "De poststempel geldt als indiendatum." opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 6, alinĂ©as 3 et 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, la phrase " Le cachet de la poste fait foi de la date d'introduction. " est abrogĂ©e.
HOOFDSTUK 15. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2017 tot regeling van de beroepsprocedure na een evaluatie met een eindconclusie "onvoldoende" en na een ontslag om dringende reden voor de personeelsleden van de basiseducatie
CHAPITRE 15. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 septembre 2017 rĂ©glant la procĂ©dure de recours aprĂšs une Ă©valuation portant la conclusion finale " insuffisant " et aprĂšs un licenciement pour motifs impĂ©rieux pour les membres du personnel de l'Ă©ducation de base
Art. 30. In het opschrift van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2017 tot regeling van de beroepsprocedure na een evaluatie met een eindconclusie "onvoldoende" en na een ontslag om dringende reden voor de personeelsleden van de basiseducatie wordt tussen de woorden "de beroepsprocedure" en de woorden "na een evaluatie" de zinsnede "na een evaluatie met een conclusie `ongunstig'," ingevoegd.
Art. 30. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 septembre 2017 rĂ©glant la procĂ©dure de recours aprĂšs une Ă©valuation portant la conclusion finale " insuffisant " et aprĂšs un licenciement pour motifs impĂ©rieux pour les membres du personnel de l'Ă©ducation de base, le membre de phrase " aprĂšs une Ă©valuation avec conclusion " dĂ©favorable ", " est insĂ©rĂ© entre les mots " la procĂ©dure de recours " et les mots " aprĂšs une Ă©valuation ".
Art. 31. In het opschrift van hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit worden tussen de woorden "de beroepsprocedure na" en de woorden "een evaluatie" de woorden "een evaluatie met conclusie `ongunstig' en" ingevoegd.
Art. 31. Dans l'intitulĂ© du chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " une Ă©valuation avec conclusion " dĂ©favorable " et " est insĂ©rĂ© entre les mots " procĂ©dure de recours aprĂšs " et les mots " une Ă©valuation ".
Art. 32. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden "de Federatie Centra voor Basiseducatie" vervangen door de zinsnede "Ligo, Centra voor Basiseducatie".
Art. 32. Dans l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " la FĂ©dĂ©ration des Centres d'Education de Base " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " Ligo, Centra voor Basiseducatie ".
Art. 33. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen de woorden "wordt uitgesproken" en de woorden "met een eindconclusie" worden de woorden "met een conclusie `ongunstig' of" ingevoegd;
  2° de woorden "coach-evaluator en de tweede evaluator" worden telkens vervangen door het woord "evaluator".
  1° tussen de woorden "wordt uitgesproken" en de woorden "met een eindconclusie" worden de woorden "met een conclusie `ongunstig' of" ingevoegd;
  2° de woorden "coach-evaluator en de tweede evaluator" worden telkens vervangen door het woord "evaluator".
Art. 33. Dans l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " ayant comme conclusion finale " défavorable " ou " est inséré entre les mots " évaluation est prononcée " et le membre de phrase " ayant comme conclusion finale " insuffisant " " ;
  2° les mots " coach-évaluateur et au second évaluateur " sont remplacés par le mot " évaluateur " et les mots " la nom du coach-évaluateur et du second évaluateur " sont remplacés par les mots " le nom de l'évaluateur ".
  1° le membre de phrase " ayant comme conclusion finale " défavorable " ou " est inséré entre les mots " évaluation est prononcée " et le membre de phrase " ayant comme conclusion finale " insuffisant " " ;
  2° les mots " coach-évaluateur et au second évaluateur " sont remplacés par le mot " évaluateur " et les mots " la nom du coach-évaluateur et du second évaluateur " sont remplacés par les mots " le nom de l'évaluateur ".
HOOFDSTUK 16. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022 over de lerarenbonus
CHAPITRE 16. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 septembre 2022 relatif Ă la prime aux enseignants
Art. 34. In artikel 9/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2022 over de lerarenbonus, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 april 2024, wordt het jaartal "2026" telkens vervangen door het jaartal "2030".
Art. 34. Dans l'article 9/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand 9 septembre 2022 relatif Ă la prime aux enseignants, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 avril 2024, l'annĂ©e " 2026 " est Ă chaque fois remplacĂ©e par l'annĂ©e " 2030 ".
Art. 35. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 19 april 2024, wordt het jaartal "2026" vervangen door het jaartal "2030".
Art. 35. Dans l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 avril 2024, l'annĂ©e " 2026 " est remplacĂ©e par l'annĂ©e " 2030 ".
HOOFDSTUK 17. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023 tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt
CHAPITRE 17. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023 portant exĂ©cution de mesures relatives Ă la fonction d'enseignant
Art. 36. In artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 september 2023 tot uitvoering van maatregelen over het lerarenambt wordt de zinsnede "tijdens de schooljaren 2023-2024 en 2024-2025" vervangen door de zinsnede "tijdens de schooljaren 2025-2026 tot en met 2029-2030".
Art. 36. Dans l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 septembre 2023 portant exĂ©cution de mesures relatives Ă la fonction d'enseignant, le membre de phrase " pendant les annĂ©es scolaires 2023-2024 et 2024-2025 " est remplacĂ© par le membre de phrase " pendant les annĂ©es scolaires 2025-2026 Ă 2029-2030 ".
HOOFDSTUK 18. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 betreffende de individuele concordantie in het secundair onderwijs en tot wijziging van de regelgeving over de ambtshalve concordantie en de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs in het secundair onderwijs
CHAPITRE 18. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2023 relatif Ă la concordance individuelle dans l'enseignement secondaire et modifiant la rĂ©glementation sur la concordance d'office et l'expĂ©rience utile comme titre dans l'enseignement secondaire
Art. 37. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 november 2023 betreffende de individuele concordantie in het secundair onderwijs en tot wijziging van de regelgeving over de ambtshalve concordantie en de nuttige ervaring als bekwaamheidsbewijs in het secundair onderwijs wordt de zinsnede "voor het deeltijds beroepssecundair onderwijs," opgeheven.
Art. 37. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 novembre 2023 relatif Ă la concordance individuelle dans l'enseignement secondaire et modifiant la rĂ©glementation sur la concordance d'office et l'expĂ©rience utile comme titre dans l'enseignement secondaire, le membre de phrase " , pour l'enseignement secondaire professionnel Ă temps partiel " est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 19. - Slotbepalingen
CHAPITRE 19. - Dispositions finales
Art. 38. De volgende regelingen worden opgeheven:
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, 5 februari 2010 en 21 november 2014;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 en 6 september 2013.
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 inzake het tehuis van het Gemeenschapsonderwijs dat instaat voor de opname van jongeren in het kader van de hulp- en bijstandsregeling, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 november 2003, 5 februari 2010 en 21 november 2014;
  2° het besluit van de Vlaamse regering van 22 februari 2002 betreffende de terbeschikkingstelling wegens persoonlijke aangelegenheden voorafgaand aan het rustpensioen voor de personeelsleden van de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap en van de Hogere Zeevaartschool, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 september 2012 en 6 september 2013.
Art. 38. Les rÚglements suivants sont abrogés :
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2000 relatif au foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil rĂ©sidentiel de jeunes dans le cadre du rĂ©gime d'aide et d'assistance, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, 5 fĂ©vrier 2010 et 21 novembre 2014 ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2002 relatif Ă la mise en disponibilitĂ© pour convenances personnelles prĂ©cĂ©dant la pension de retraite pour les personnels des instituts supĂ©rieurs en CommunautĂ© flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ", modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 et 6 septembre 2013.
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 aoĂ»t 2000 relatif au foyer d'accueil de l'enseignement communautaire assurant l'accueil rĂ©sidentiel de jeunes dans le cadre du rĂ©gime d'aide et d'assistance, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 21 novembre 2003, 5 fĂ©vrier 2010 et 21 novembre 2014 ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 fĂ©vrier 2002 relatif Ă la mise en disponibilitĂ© pour convenances personnelles prĂ©cĂ©dant la pension de retraite pour les personnels des instituts supĂ©rieurs en CommunautĂ© flamande et de la " Hogere Zeevaartschool ", modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 21 septembre 2012 et 6 septembre 2013.
Art. 39. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2025.
  Artikel 2 en artikel 38, 1°, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2023.
  Artikel 25 tot en met 29 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2024.
  Artikel 23 treedt in werking op 1 oktober 2025.
  Artikel 2 en artikel 38, 1°, hebben uitwerking met ingang van 1 september 2023.
  Artikel 25 tot en met 29 hebben uitwerking met ingang van 1 september 2024.
  Artikel 23 treedt in werking op 1 oktober 2025.
Art. 39. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă partir du 1er septembre 2025.
  Les articles 2 et 38, 1°, produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2023.
  Les articles 25 à 29 produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2024.
  L'article 23 entre en vigueur le 1er octobre 2025.
  Les articles 2 et 38, 1°, produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2023.
  Les articles 25 à 29 produisent leurs effets à partir du 1er septembre 2024.
  L'article 23 entre en vigueur le 1er octobre 2025.
Art. 40. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 40. Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. 3.5 PSYCHOPEDAGOGISCH WERKER
Art. N. 3.5 TRAVAILLEUR PSYCHOPEDAGOGIQUE
| Â | SSC | code | BEKWAAMHEIDSBEWIJZEN |
| Â | Â | Â | Basisdiploma: |
| VE | 333 | 1 | - hoktVL assistent in de psychologie; |
| VE | 333 | 1 | - hoktVL orthopedagogie; |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van onderwijzer(es); |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van kleuteronderwijzer(es); |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van geaggregeerde voor het lager secundair onderwijs of het diploma van regent(es); |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van geaggregeerde voor het middelbaar en technisch onderwijs van de lagere graad; |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van een basisopleiding in één cyclus van het studiegebied onderwijs; |
| VE | 333 | 1 | - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1; |
| VE | 333 | 9 | - bachelor (PBA) gezinswetenschappen; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) orthopedagogie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor (PBA) toegepaste psychologie; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs: kleuteronderwijs; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs: lager onderwijs; |
| VE | 333 | 3 | - bachelor in het onderwijs: secundair onderwijs. |
| VE | 333 | 23 | - bachelor (PBA) sociale readaptatiewetenschappen. |
| Â | Â | Â | Basisdiploma: |
| VO | 333 | 2 | - hoktSP orthopedagogie; |
| VO | 333 | 2 | - hoktSP gezinswetenschappen; |
| VO | 333 | 2 | - hoktSP sociale readaptatiewetenschappen; |
| VO | 333 | 2 | - hoktSP assistent in de psychologie; |
| VO | 333 | 9 | - hoktSP assistent inzake beroepskeuze; |
| VO | 333 | 9 | - gegradueerde orthopedagogie van het hoger beroepsonderwijs; |
| VO | 333 | 9 | - gegradueerde gezinswetenschappen van het hoger beroepsonderwijs; |
| VO | 333 | 9 | - gegradueerde sociale readaptatiewetenschappen van het hoger beroepsonderwijs; |
| VO | 333 | 9 | - gegradueerde assistent in de psychologie van het hoger beroepsonderwijs; |
| VO | 333 | 2 | - een van de vereiste bekwaamheidsbewijzen voor psychopedagogisch consulent; |
| VO | 333 | 8 | - ten minste hoktVL als vermeld in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989, en de daarmee in dat besluit gelijkgestelde diploma's, + BPB; |
| VO | 333 | 3 | - het diploma van master, vermeld in artikel 6, punt 2bis van het besluit van 14 juni 1989 + BPB; |
| VO | 333 | 17 | - het diploma van professioneel gerichte bachelor, vermeld in artikel 6, punt 34bis, van het besluit van 14 juni 1989 + BPB; |
| VO | 333 | 18 | - het diploma van bachelor, vermeld in artikel 7, punt 6, van het besluit van 14 juni 1989 + BPB. |
| Â | Â | Â | Basisdiploma: |
| AN | 300 | 6 | - ten minste hokt; |
| AN | 300 | 17 | - ten minste PBA als vermeld in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989; |
| AN | 300 | 18 | - ten minste bachelor als vermeld in artikel 7 van het besluit van 14 juni 1989. |
| Â | ech. | code | TITRES |
| Â | Â | Â | DiplĂŽme de base : |
| VE | 333 | 1 | - enseignement supérieur de type court plein exercice : assistant(e) en psychologie ; |
| VE | 333 | 1 | - enseignement supérieur de type court - plein exercice - orthopédagogie ; |
| VE | 333 | 1 | - le diplĂŽme d'instituteur(trice) primaire ; |
| VE | 333 | 1 | - le diplĂŽme d' instituteur(trice) maternelle ; |
| VE | 333 | 1 | - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire inférieur ou le diplÎme de régent(e) ; |
| VE | 333 | 1 | - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement moyen et technique du degré inférieur ; |
| VE | 333 | 1 | - le diplĂŽme d'une formation de base en un cycle de la discipline enseignement ; |
| VE | 333 | 1 | - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire - groupe 1 ; |
| VE | 333 | 9 | - bachelier (BAP) sciences familiales ; |
| VE | 333 | 3 | - bachelier (BAP) orthopédagogie ; |
| VE | 333 | 3 | - bachelier (BAP) psychologie appliquée ; |
| VE | 333 | 3 | - bachelier en enseignement : enseignement maternel ; |
| VE | 333 | 3 | - bachelier en enseignement : enseignement primaire ; |
| VE | 333 | 3 | - bachelier en enseignement : enseignement secondaire. |
| VE | 333 | 23 | - bachelier (BAP) en sciences de réadaptation sociale. |
| Â | Â | Â | DiplĂŽme de base : |
| VO | 333 | 2 | - enseignement supérieur de type court promotion sociale - orthopédagogie ; |
| VO | 333 | 2 | - enseignement supérieur de type court promotion sociale - sciences familiales ; |
| VO | 333 | 2 | - enseignement supérieur de type court promotion sociale - sciences de réadaptation sociale ; |
| VO | 333 | 2 | - enseignement supérieur de type court promotion sociale - assistant en psychologie ; |
| VO | 333 | 9 | - enseignement supérieur de type court promotion sociale - assistant d'orientation professionnelle ; |
| VO | 333 | 9 | - gradué(e) en orthopédagogie de l'enseignement professionnel supérieur ; |
| VO | 333 | 9 | - gradué(e) en sciences familiales de l'enseignement professionnel supérieur ; |
| VO | 333 | 9 | - gradué(e) en sciences de réadaptation sociale de l'enseignement professionnel supérieur ; |
| VO | 333 | 9 | - gradué(e) assistant(e) en psychologie de l'enseignement professionnel supérieur ; |
| VO | 333 | 2 | - un des titres requis pour conseiller psychopédagogique ; |
| VO | 333 | 8 | - au moins enseignement supĂ©rieur de type court plein exercice tel que visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘtĂ© du 14 juin 1989, et les diplĂŽmes y assimilĂ©s dans ledit arrĂȘtĂ©, + CAP ; |
| VO | 333 | 3 | - le diplĂŽme de master visĂ© Ă l'article 6, point 2bis de l'arrĂȘtĂ© du 14 juin 1989 + CAP ; |
| VO | 333 | 17 | - le diplĂŽme de bachelier Ă orientation professionnelle visĂ© Ă l'article 6, point 34bis, de l'arrĂȘtĂ© du 14 juin 1989 + CAP ; |
| VO | 333 | 18 | - le diplĂŽme de bachelier visĂ© Ă l'article 7, point 6, de l'arrĂȘtĂ© du 14 juin 1989 + CAP ; |
| Â | Â | Â | DiplĂŽme de base : |
| RS | 300 | 6 | - au moins enseignement supérieur de type court ; |
| RS | 300 | 17 | - au moins BAP, tel que visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘte du 14 juin 1989 ; |
| RS | 300 | 18 | - au moins bachelier, tel que visĂ© Ă l'article 7 de l'arrĂȘte du 14 juin 1989. |