Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 2 worden de woorden "of een digitale kopie" vervangen door de zinsnede ", een digitale kopie of de toegang tot een document via het digitaal platform";
  2° punt 10° wordt vervangen door wat volgt:
  "10° het digitaal platform: het digitaal platform, vermeld in artikel 2, 11° van het decreet;";
  3° in punt 11 worden de woorden "digitaal loket" vervangen door de woorden "digitaal platform";
  4° punt 12 wordt vervangen door wat volgt:
  "12° algemene verordening gegevensbescherming: de verordening, vermeld in artikel 2, 12° van het decreet;";
  5° er worden een punt 17° en punt 18° toegevoegd, die luiden als volgt:
  "17° adreskeuze: een digitale adreskeuze met een e-mailadres, voor de digitale procesvoering via het digitaal platform, of een analoge adreskeuze met een postadres in België;
  18° digitale zending: een beveiligde zending als vermeld in artikel 2, 8°, b), van het decreet, die ofwel door de griffier wordt betekend via het digitaal platform, ofwel door de partijen wordt neergelegd op het digitaal platform.".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 SEPTEMBER 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, wat betreft de digitalisering van de procesvoering, en tot bepaling van de inwerkingtreding van artikel 2, 1° en 2°, artikel 8, artikel 10 tot en met 12, artikel 18 en artikel 19, 2° van het decreet van 23 november 2023 tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-10-2025 en tekstbijwerking tot 19-12-2025)
Titre
5 SEPTEMBRE 2025. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, en ce qui concerne la numĂ©risation du processus, et fixant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 2, 1° et 2°, de l'article 8, de l'article 10 Ă 12, de l'article 18 et de l'article 19, 2°, du dĂ©cret du 23 novembre 2023 modifiant le dĂ©cret du 4 avril 2014 relatif Ă l'organisation et Ă la procĂ©dure de certaines juridictions administratives flamandes(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 17-10-2025 et mise Ă jour au 19-12-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (59)
Texte (59)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes
Article 1er. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 2, les mots " ou une copie numérique " sont remplacés par le membre de phrase " , une copie numérique ou l'accÚs à un document via la plateforme numérique " ;
  2° le point 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° plateforme numérique : la plateforme numérique visée à l'article 2, 11°, du décret ; " ;
  3° au point 11, les mots " au guichet numérique " sont remplacés par les mots " à la plateforme numérique " ;
  4° le point 12 est remplacé par ce qui suit :
  " 12° rÚglement général sur la protection des données : le rÚglement visé à l'article 2, 12°, du décret ; " ;
  5° un point 17° et un point 18° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 17° choix d'adresse : un choix d'adresse numérique avec une adresse électronique, pour le processus numérique via la plateforme numérique, ou un choix d'adresse analogique avec une adresse postale en Belgique ;
  18° envoi numérique : un envoi sécurisé tel que visé à l'article 2, 8°, b) du décret, qui est soit signifié par le greffier via la plateforme numérique, soit déposé par les parties sur la plateforme numérique. ".
  1° au point 2, les mots " ou une copie numérique " sont remplacés par le membre de phrase " , une copie numérique ou l'accÚs à un document via la plateforme numérique " ;
  2° le point 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° plateforme numérique : la plateforme numérique visée à l'article 2, 11°, du décret ; " ;
  3° au point 11, les mots " au guichet numérique " sont remplacés par les mots " à la plateforme numérique " ;
  4° le point 12 est remplacé par ce qui suit :
  " 12° rÚglement général sur la protection des données : le rÚglement visé à l'article 2, 12°, du décret ; " ;
  5° un point 17° et un point 18° sont ajoutés, rédigés comme suit :
  " 17° choix d'adresse : un choix d'adresse numérique avec une adresse électronique, pour le processus numérique via la plateforme numérique, ou un choix d'adresse analogique avec une adresse postale en Belgique ;
  18° envoi numérique : un envoi sécurisé tel que visé à l'article 2, 8°, b) du décret, qui est soit signifié par le greffier via la plateforme numérique, soit déposé par les parties sur la plateforme numérique. ".
Art. 2. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de zinnen "De datum van aanbieding door de postdiensten geldt, niet de feitelijke kennisneming van de beveiligde zending op een later tijdstip. De datum van de poststempel heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst." vervangen door de zin: "De betekening via digitale zending via het digitaal platform wordt, behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de zending op het digitaal platform.";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De feitelijke kennisname van de beveiligde zending op een later tijdstip doet geen afbreuk aan het eerste lid.";
  3° tussen het tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De datum van de poststempel heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst van de aangetekende brief. De datum van de digitale zending die in het digitale platform wordt vermeld, heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst van de digitale zending.".
  1° in het eerste lid worden de zinnen "De datum van aanbieding door de postdiensten geldt, niet de feitelijke kennisneming van de beveiligde zending op een later tijdstip. De datum van de poststempel heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst." vervangen door de zin: "De betekening via digitale zending via het digitaal platform wordt, behalve in geval van bewijs van het tegendeel door de geadresseerde, geacht plaats te vinden op de werkdag die valt na de datum van de zending op het digitaal platform.";
  2° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De feitelijke kennisname van de beveiligde zending op een later tijdstip doet geen afbreuk aan het eerste lid.";
  3° tussen het tweede en derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "De datum van de poststempel heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst van de aangetekende brief. De datum van de digitale zending die in het digitale platform wordt vermeld, heeft bewijskracht zowel voor de verzending als voor de ontvangst van de digitale zending.".
Art. 2. Dans l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les phrases " La date de présentation par le service des postes s'applique, et non pas la prise de connaissance de fait de l'envoi sécurisé à un moment ultérieur. La date du cachet de la poste fait foi tant pour l'envoi que pour la réception. " sont remplacées par la phrase : " La signification par envoi numérique via la plateforme numérique est réputée avoir lieu, sauf preuve du contraire par le destinataire, le premier jour ouvrable suivant la date de l'envoi sur la plateforme numérique. " ;
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " La prise de connaissance de fait de l'envoi sécurisé à un moment ultérieur ne porte pas préjudice à l'alinéa 1er. " ;
  3° entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " La date du cachet de la poste a une force probante tant pour l'envoi que pour la réception de la lettre recommandée. La date de l'envoi numérique mentionné dans la plateforme numérique fait foi tant pour l'envoi que pour la réception de l'envoi numérique. ".
  1° à l'alinéa 1er, les phrases " La date de présentation par le service des postes s'applique, et non pas la prise de connaissance de fait de l'envoi sécurisé à un moment ultérieur. La date du cachet de la poste fait foi tant pour l'envoi que pour la réception. " sont remplacées par la phrase : " La signification par envoi numérique via la plateforme numérique est réputée avoir lieu, sauf preuve du contraire par le destinataire, le premier jour ouvrable suivant la date de l'envoi sur la plateforme numérique. " ;
  2° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  " La prise de connaissance de fait de l'envoi sécurisé à un moment ultérieur ne porte pas préjudice à l'alinéa 1er. " ;
  3° entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
  " La date du cachet de la poste a une force probante tant pour l'envoi que pour la réception de la lettre recommandée. La date de l'envoi numérique mentionné dans la plateforme numérique fait foi tant pour l'envoi que pour la réception de l'envoi numérique. ".
Art. 3. In deel 1, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde besluit wordt het opschrift van onderafdeling 3 vervangen door wat volgt:
  "Onderafdeling 3. Adreskeuze".
  "Onderafdeling 3. Adreskeuze".
Art. 3. Dans la partie 1, chapitre 2, section 1re, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la sous-section 3 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Sous-section 3. Choix d'adresse ".
  " Sous-section 3. Choix d'adresse ".
Art. 4. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 7. § 1. Een partij doet in haar eerste processtuk één enkele adreskeuze.
  Ook partijen die gezamenlijk een eerste processtuk indienen, doen daarin één enkele adreskeuze.
  De partijen die overeenkomstig artikel 17/1 van het decreet gebruikmaken van het digitaal platform, doen een digitale adreskeuze in hun eerste processtuk. De andere partijen doen een analoge adreskeuze.
  De adreskeuze geldt voor alle daaropvolgende proceshandelingen in dezelfde zaak.
  § 2. Met behoud van toepassing van de eerste paragraaf, bezorgen de overheidsinstanties, vermeld in artikel 17/1, eerste lid, 1°, van het decreet, een e-mailadres aan de Dienst van de Bestuursrechtscolleges voor de eerste betekening in alle zaken waarin ze als partij worden geïdentificeerd of waarin ze als belanghebbenden kunnen worden bepaald.
  Die overheidsinstanties geven een wijziging van het e-mailadres, vermeld in het eerste lid, tijdig door aan de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.
  § 3. De griffier verricht alle betekeningen rechtsgeldig volgens de gedane adreskeuze.
  § 4. Een wijziging van de adreskeuze als vermeld in paragraaf 1 wordt voor elke zaak afzonderlijk met een beveiligde zending ter kennis gebracht van de griffier, met vermelding van het rolnummer van de zaak waarop de wijziging van adreskeuze betrekking heeft.
  § 5. In dit artikel wordt verstaan onder zaak: de hoofdvordering en de eventuele aanvullende vorderingen.".
  "Art. 7. § 1. Een partij doet in haar eerste processtuk één enkele adreskeuze.
  Ook partijen die gezamenlijk een eerste processtuk indienen, doen daarin één enkele adreskeuze.
  De partijen die overeenkomstig artikel 17/1 van het decreet gebruikmaken van het digitaal platform, doen een digitale adreskeuze in hun eerste processtuk. De andere partijen doen een analoge adreskeuze.
  De adreskeuze geldt voor alle daaropvolgende proceshandelingen in dezelfde zaak.
  § 2. Met behoud van toepassing van de eerste paragraaf, bezorgen de overheidsinstanties, vermeld in artikel 17/1, eerste lid, 1°, van het decreet, een e-mailadres aan de Dienst van de Bestuursrechtscolleges voor de eerste betekening in alle zaken waarin ze als partij worden geïdentificeerd of waarin ze als belanghebbenden kunnen worden bepaald.
  Die overheidsinstanties geven een wijziging van het e-mailadres, vermeld in het eerste lid, tijdig door aan de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.
  § 3. De griffier verricht alle betekeningen rechtsgeldig volgens de gedane adreskeuze.
  § 4. Een wijziging van de adreskeuze als vermeld in paragraaf 1 wordt voor elke zaak afzonderlijk met een beveiligde zending ter kennis gebracht van de griffier, met vermelding van het rolnummer van de zaak waarop de wijziging van adreskeuze betrekking heeft.
  § 5. In dit artikel wordt verstaan onder zaak: de hoofdvordering en de eventuele aanvullende vorderingen.".
Art. 4. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 7. § 1er. Une partie procÚde à un seul choix d'adresse dans sa premiÚre piÚce de procédure.
  Les parties qui déposent conjointement une premiÚre piÚce de procédure y procÚdent également à un seul choix d'adresse.
  Les parties qui utilisent la plateforme numérique conformément à l'article 17/1 du décret, procÚdent à un choix d'adresse numérique dans leur premiÚre piÚce de procédure. Les autres parties procÚdent à un choix d'adresse analogique.
  Le choix d'adresse s'applique Ă tous les actes de procĂ©dure ultĂ©rieurs dans la mĂȘme affaire.
  § 2. Sans prĂ©judice de l'application du paragraphe 1er, les instances publiques visĂ©es Ă l'article 17/1, alinĂ©a 1er, 1°, du dĂ©cret, fournissent une adresse Ă©lectronique au Service des Juridictions administratives pour la premiĂšre signification dans toutes les affaires dans lesquelles elles sont identifiĂ©es comme parties ou dans lesquelles elles peuvent ĂȘtre dĂ©terminĂ©es comme parties prenantes.
  Ces instances publiques communiquent en temps utile au Service des Juridictions administratives tout changement de l'adresse électronique visée à l'alinéa 1er.
  § 3. Le greffier procÚde valablement à toutes les significations conformément au choix d'adresse effectué.
  § 4. Toute modification du choix d'adresse tel que visé au paragraphe 1er, est notifiée au greffier pour chaque affaire séparément par envoi sécurisé, avec mention du numéro de rÎle de l'affaire à laquelle la modification du choix d'adresse se rapporte.
  § 5. Dans le prĂ©sent article, on entend par affaire : la requĂȘte principale et les requĂȘtes complĂ©mentaires Ă©ventuelles. ".
  " Art. 7. § 1er. Une partie procÚde à un seul choix d'adresse dans sa premiÚre piÚce de procédure.
  Les parties qui déposent conjointement une premiÚre piÚce de procédure y procÚdent également à un seul choix d'adresse.
  Les parties qui utilisent la plateforme numérique conformément à l'article 17/1 du décret, procÚdent à un choix d'adresse numérique dans leur premiÚre piÚce de procédure. Les autres parties procÚdent à un choix d'adresse analogique.
  Le choix d'adresse s'applique Ă tous les actes de procĂ©dure ultĂ©rieurs dans la mĂȘme affaire.
  § 2. Sans prĂ©judice de l'application du paragraphe 1er, les instances publiques visĂ©es Ă l'article 17/1, alinĂ©a 1er, 1°, du dĂ©cret, fournissent une adresse Ă©lectronique au Service des Juridictions administratives pour la premiĂšre signification dans toutes les affaires dans lesquelles elles sont identifiĂ©es comme parties ou dans lesquelles elles peuvent ĂȘtre dĂ©terminĂ©es comme parties prenantes.
  Ces instances publiques communiquent en temps utile au Service des Juridictions administratives tout changement de l'adresse électronique visée à l'alinéa 1er.
  § 3. Le greffier procÚde valablement à toutes les significations conformément au choix d'adresse effectué.
  § 4. Toute modification du choix d'adresse tel que visé au paragraphe 1er, est notifiée au greffier pour chaque affaire séparément par envoi sécurisé, avec mention du numéro de rÎle de l'affaire à laquelle la modification du choix d'adresse se rapporte.
  § 5. Dans le prĂ©sent article, on entend par affaire : la requĂȘte principale et les requĂȘtes complĂ©mentaires Ă©ventuelles. ".
Art. 5. In artikel 8 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "De datum van de poststempel van de aangetekende brief en de datum van de digitale zending die in het digitaal platform wordt vermeld, hebben bewijskracht voor de tijdige indiening van een processtuk. De afgifte tegen ontvangstbewijs ter griffie wordt geacht plaats te vinden op de datum van het ontvangstbewijs.";
  2° in paragraaf 4 wordt tussen het woord "kunnen" en de woorden "ter griffie" de woorden "tijdens de openingsuren" ingevoegd;
  3° aan paragraaf 4 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Daarnaast kan een partij of raadsman ook toegang hebben tot het digitaal platform overeenkomstig artikel 8/1, § 2.".
  1° paragraaf 1, tweede lid, wordt vervangen door wat volgt:
  "De datum van de poststempel van de aangetekende brief en de datum van de digitale zending die in het digitaal platform wordt vermeld, hebben bewijskracht voor de tijdige indiening van een processtuk. De afgifte tegen ontvangstbewijs ter griffie wordt geacht plaats te vinden op de datum van het ontvangstbewijs.";
  2° in paragraaf 4 wordt tussen het woord "kunnen" en de woorden "ter griffie" de woorden "tijdens de openingsuren" ingevoegd;
  3° aan paragraaf 4 wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Daarnaast kan een partij of raadsman ook toegang hebben tot het digitaal platform overeenkomstig artikel 8/1, § 2.".
Art. 5. Dans l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " La date du cachet de la poste de la lettre recommandée et la date de l'envoi numérique mentionnée dans la plateforme numérique font foi pour le dépÎt en temps utile d'une piÚce de procédure. La remise contre récépissé au greffe est réputée avoir lieu à la date du récépissé. " ;
  2° au paragraphe 4, les mots " pendant les heures d'ouverture " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " au greffe " et les mots " des requĂȘtes " ;
  3° le paragraphe 4 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " En outre, une partie ou un conseil peut également avoir accÚs à la plateforme numérique conformément à l'article 8/1, § 2. ".
  1° le paragraphe 1er, alinéa 2, est remplacé par ce qui suit :
  " La date du cachet de la poste de la lettre recommandée et la date de l'envoi numérique mentionnée dans la plateforme numérique font foi pour le dépÎt en temps utile d'une piÚce de procédure. La remise contre récépissé au greffe est réputée avoir lieu à la date du récépissé. " ;
  2° au paragraphe 4, les mots " pendant les heures d'ouverture " sont insĂ©rĂ©s entre les mots " au greffe " et les mots " des requĂȘtes " ;
  3° le paragraphe 4 est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " En outre, une partie ou un conseil peut également avoir accÚs à la plateforme numérique conformément à l'article 8/1, § 2. ".
Art. 6. Artikel 8/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 februari 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 8/1. § 1. De digitale procesvoering gebeurt door middel van digitale zendingen via het digitaal platform.
  Het digitaal platform is toegankelijk via een webpagina van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges. Die dienst publiceert op zijn website een handleiding voor het gebruik van het digitaal platform.
  § 2. Alleen de partijen die gebruikmaken van de digitale procesvoering en die daartoe een digitale adreskeuze hebben gedaan, verkrijgen toegang tot de zaak op het digitaal platform.
  De toegang tot de zaak op het digitaal platform wordt gekoppeld aan de digitale adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1.
  De personen, vermeld in artikel 25/4, eerste lid, 2°, en de belanghebbenden aan wie een afschrift van het verzoekschrift wordt betekend, hebben tijdelijk toegang tot het digitaal platform zolang ze kunnen beslissen om al dan niet als partij tussen te komen in een zaak of een vordering.
  De tussenkomende partij van rechtswege, vermeld in artikel 20, derde lid, van het decreet, heeft ook tijdelijk toegang tot het digitaal platform, voordat ze een schriftelijke uiteenzetting indient.
  § 3. Wie toegang tot het digitaal platform wil verkrijgen, authenticeert zich op een van volgende manieren:
  1° met een elektronische identiteitskaart;
  2° via eIDAS;
  3° met een beveiligingscode via een mobiele app;
  4° met een beveiligingscode via sms;
  5° via de itsme-applicatie;
  6° met de advocatenkaart, via het systeem Digital Platform for Attorneys (DPA), dat wordt beheerd door de Orde van Vlaamse Balies en l'Ordre des barreaux francophones et germanophone;
  7° via een andere, bijkomende manier van authenticatie die aanvaard is door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuursrechtspraak, en vastgelegd is in een ministerieel besluit.
  § 4. De gebruikers die documenten neerleggen door middel van een digitale zending, volgen de aanduidingen en vullen de daartoe bestemde velden op het digitaal platform in.
  § 5. Alle documenten die door middel van een digitale zending via het digitaal platform worden neergelegd, voldoen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker minstens aan de volgende voorwaarden:
  1° de documenten zijn virusvrij en kopieerbaar;
  2° de documenten kunnen worden geopend en gelezen door de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.
  De Dienst van de Bestuursrechtscolleges kan bijkomende richtlijnen vastleggen voor de toegelaten formaten, de maximale grootte en de andere technische vereisten voor de documenten die via het digitaal platform worden neergelegd. Die richtlijnen worden opgenomen in een handleiding voor het gebruik van het digitaal platform. Die handleiding voor het gebruik van het digitaal platform wordt gepubliceerd op de website van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.
  § 6. Verzoekschriften en processtukken die worden neergelegd via het digitaal platform, worden ondertekend aan de hand van een gekwalificeerde elektronische handtekening als vermeld in artikel 3.12 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  Als de handtekeningen van verschillende natuurlijke personen noodzakelijk zijn, worden die allemaal elektronisch aangebracht.
  Alle brieven die door de griffier worden betekend via het digitaal platform, zijn voorzien van een geavanceerd elektronisch zegel als vermeld in artikel 3.26 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  § 7. Elk document dat via het digitaal platform wordt neergelegd, betekend of opgeladen in het kader van de rechtspleging, wordt geacht de originele versie van dat document te zijn.
  De interne analoge documenten van de rechtspleging en de processtukken en overtuigingsstukken die door de partijen zijn bezorgd via een analoge zending, worden vervangen door elektronische kopieën die op het digitaal platform worden opgeladen als onderdeel van het digitale dossier. Die documenten worden eensluidend verklaard door de griffier via een geavanceerd elektronisch zegel als vermeld in artikel 3.26 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  § 8. Als het digitaal platform onbeschikbaar is en de gebruiker tijdelijk geen documenten door middel van een digitale zending kan neerleggen, wordt aan de gebruiker een foutmelding getoond die kan worden geprint.
  Die foutmelding geldt als bewijs van de onbeschikbaarheid van het digitaal platform. Die foutmelding kan door een partij of een belanghebbende in voorkomend geval worden ingeroepen als begin van bewijs van overmacht als die onbeschikbaarheid zich voordoet op de vervaldag van een termijn.
  De Dienst van de Bestuursrechtscolleges houdt een logboek bij van de tijdstippen waarop het digitaal platform geheel onbeschikbaar was.".
  "Art. 8/1. § 1. De digitale procesvoering gebeurt door middel van digitale zendingen via het digitaal platform.
  Het digitaal platform is toegankelijk via een webpagina van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges. Die dienst publiceert op zijn website een handleiding voor het gebruik van het digitaal platform.
  § 2. Alleen de partijen die gebruikmaken van de digitale procesvoering en die daartoe een digitale adreskeuze hebben gedaan, verkrijgen toegang tot de zaak op het digitaal platform.
  De toegang tot de zaak op het digitaal platform wordt gekoppeld aan de digitale adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1.
  De personen, vermeld in artikel 25/4, eerste lid, 2°, en de belanghebbenden aan wie een afschrift van het verzoekschrift wordt betekend, hebben tijdelijk toegang tot het digitaal platform zolang ze kunnen beslissen om al dan niet als partij tussen te komen in een zaak of een vordering.
  De tussenkomende partij van rechtswege, vermeld in artikel 20, derde lid, van het decreet, heeft ook tijdelijk toegang tot het digitaal platform, voordat ze een schriftelijke uiteenzetting indient.
  § 3. Wie toegang tot het digitaal platform wil verkrijgen, authenticeert zich op een van volgende manieren:
  1° met een elektronische identiteitskaart;
  2° via eIDAS;
  3° met een beveiligingscode via een mobiele app;
  4° met een beveiligingscode via sms;
  5° via de itsme-applicatie;
  6° met de advocatenkaart, via het systeem Digital Platform for Attorneys (DPA), dat wordt beheerd door de Orde van Vlaamse Balies en l'Ordre des barreaux francophones et germanophone;
  7° via een andere, bijkomende manier van authenticatie die aanvaard is door de Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuursrechtspraak, en vastgelegd is in een ministerieel besluit.
  § 4. De gebruikers die documenten neerleggen door middel van een digitale zending, volgen de aanduidingen en vullen de daartoe bestemde velden op het digitaal platform in.
  § 5. Alle documenten die door middel van een digitale zending via het digitaal platform worden neergelegd, voldoen onder de verantwoordelijkheid van de gebruiker minstens aan de volgende voorwaarden:
  1° de documenten zijn virusvrij en kopieerbaar;
  2° de documenten kunnen worden geopend en gelezen door de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.
  De Dienst van de Bestuursrechtscolleges kan bijkomende richtlijnen vastleggen voor de toegelaten formaten, de maximale grootte en de andere technische vereisten voor de documenten die via het digitaal platform worden neergelegd. Die richtlijnen worden opgenomen in een handleiding voor het gebruik van het digitaal platform. Die handleiding voor het gebruik van het digitaal platform wordt gepubliceerd op de website van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.
  § 6. Verzoekschriften en processtukken die worden neergelegd via het digitaal platform, worden ondertekend aan de hand van een gekwalificeerde elektronische handtekening als vermeld in artikel 3.12 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  Als de handtekeningen van verschillende natuurlijke personen noodzakelijk zijn, worden die allemaal elektronisch aangebracht.
  Alle brieven die door de griffier worden betekend via het digitaal platform, zijn voorzien van een geavanceerd elektronisch zegel als vermeld in artikel 3.26 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  § 7. Elk document dat via het digitaal platform wordt neergelegd, betekend of opgeladen in het kader van de rechtspleging, wordt geacht de originele versie van dat document te zijn.
  De interne analoge documenten van de rechtspleging en de processtukken en overtuigingsstukken die door de partijen zijn bezorgd via een analoge zending, worden vervangen door elektronische kopieën die op het digitaal platform worden opgeladen als onderdeel van het digitale dossier. Die documenten worden eensluidend verklaard door de griffier via een geavanceerd elektronisch zegel als vermeld in artikel 3.26 van de verordening (EU) nr. 910/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 23 juli 2014 betreffende elektronische identificatie en vertrouwensdiensten voor elektronische transacties in de interne markt en tot intrekking van Richtlijn 1999/93/EG.
  § 8. Als het digitaal platform onbeschikbaar is en de gebruiker tijdelijk geen documenten door middel van een digitale zending kan neerleggen, wordt aan de gebruiker een foutmelding getoond die kan worden geprint.
  Die foutmelding geldt als bewijs van de onbeschikbaarheid van het digitaal platform. Die foutmelding kan door een partij of een belanghebbende in voorkomend geval worden ingeroepen als begin van bewijs van overmacht als die onbeschikbaarheid zich voordoet op de vervaldag van een termijn.
  De Dienst van de Bestuursrechtscolleges houdt een logboek bij van de tijdstippen waarop het digitaal platform geheel onbeschikbaar was.".
Art. 6. L'article 8/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 fĂ©vrier 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 8/1. § 1er. Le processus numérique se déroule par le biais d'envois numériques via la plateforme numérique.
  La plateforme numérique est accessible via une page internet du Service des Juridictions administratives. Ce service publie sur son site internet un guide sur l'utilisation de la plateforme numérique.
  § 2. Seules les parties qui utilisent le processus numérique et qui ont procédé à un choix d'adresse numérique à cette fin, ont accÚs à l'affaire sur la plateforme numérique.
  L'accÚs à l'affaire sur la plateforme numérique est lié au choix d'adresse numérique conformément à l'article 7, § 1er.
  Les personnes visĂ©es Ă l'article 25/4, alinĂ©a 1er, 2°, et les parties prenantes auxquelles une copie de la requĂȘte est signifiĂ©e ont accĂšs temporairement Ă la plateforme numĂ©rique tant qu'elles peuvent dĂ©cider d'intervenir ou non en tant que partie dans une affaire ou une demande.
  La partie intervenante de plein droit visée à l'article 20, alinéa 3, du décret, dispose également d'un accÚs temporaire à la plateforme numérique avant de déposer un exposé écrit.
  § 3. Ceux qui souhaitent accéder à la plateforme numérique s'authentifient selon l'une des méthodes suivantes :
  1° à l'aide d'une carte d'identité électronique ;
  2° via eIDAS ;
  3° au moyen d'un code de sécurité via une application mobile ;
  4° au moyen d'un code de sécurité par SMS ;
  5° via l'application itsme ;
  6° à l'aide de la carte d'avocat, via le systÚme Digital Platform for Attorneys (DPA), géré par l'Orde van Vlaamse Balies et l'Ordre des barreaux francophones et germanophones ;
  7° par le biais d'une autre authentification supplĂ©mentaire acceptĂ©e par le ministre flamand compĂ©tent pour le contentieux administratif, et fixĂ©e dans un arrĂȘtĂ© ministĂ©riel.
  § 4. Les utilisateurs qui déposent des documents via un envoi numérique suivent les indications et remplissent les champs appropriés sur la plateforme numérique.
  § 5. Tous les documents déposés par envoi numérique via la plateforme numérique doivent répondresous la responsabilité de l'utilisateur au moins aux conditions suivantes :
  1° les documents sont exempts de virus et peuvent ĂȘtre copiĂ©s ;
  2° les documents peuvent ĂȘtre ouverts et lus par le Service des Juridictions administratives.
  Le Service des Juridictions administratives peut établir des directives supplémentaires concernant les formats autorisés, la taille maximale et d'autres exigences techniques pour les documents déposés via la plateforme numérique. Ces lignes directrices figurent dans un manuel d'utilisation de la plateforme numérique. Ce manuel d'utilisation de la plateforme numérique est publié sur le site internet du Service des Juridictions administratives.
  § 6. Les requĂȘtes et les piĂšces de procĂ©dure dĂ©posĂ©es par le biais de la plateforme numĂ©rique sont signĂ©es au moyen d'une signature Ă©lectronique qualifiĂ©e telle que dĂ©finie Ă l'article 3.12 du rĂšglement (UE) n° 910/2014 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification Ă©lectronique et les services de confiance pour les transactions Ă©lectroniques au sein du marchĂ© intĂ©rieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  Si les signatures de plusieurs personnes physiques sont requises, elles sont toutes apposées électroniquement.
  Toutes les lettres signifiées par le greffier via la plateforme numérique sont pourvues d'un cachet électronique avancé tel que défini à l'article 3.26 du rÚglement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  § 7. Tout document dĂ©posĂ©, signifiĂ© ou chargĂ© via la plateforme numĂ©rique dans le cadre de la procĂ©dure est rĂ©putĂ© ĂȘtre la version originale de ce document.
  Les documents analogiques internes de la procédure ainsi que les piÚces de procédure et les piÚces à conviction fournis par les parties par envoi analogique, sont remplacés par des copies électroniques chargées sur la plateforme numérique en tant que partie du dossier numérique. Ces documents sont certifiés conformes par le greffier au moyen d'un cachet électronique avancé tel que défini à l'article 3.26 du rÚglement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  § 8. Si la plateforme numĂ©rique est indisponible et que l'utilisateur ne peut temporairement pas dĂ©poser de documents par le biais d'un envoi numĂ©rique, un message d'erreur s'affiche et peut ĂȘtre imprimĂ©.
  Ce message d'erreur fait office de preuve de l'indisponibilitĂ© de la plateforme numĂ©rique. Ce message d'erreur peut, le cas Ă©chĂ©ant, ĂȘtre invoquĂ© par une partie ou une partie prenante, comme un dĂ©but de preuve d'un cas de force majeure si cette indisponibilitĂ© intervient Ă la date d'Ă©chĂ©ance d'un dĂ©lai.
  Le Service des Juridictions administratives tient un registre des périodes d'indisponibilité totale de la plateforme numérique. ".
  " Art. 8/1. § 1er. Le processus numérique se déroule par le biais d'envois numériques via la plateforme numérique.
  La plateforme numérique est accessible via une page internet du Service des Juridictions administratives. Ce service publie sur son site internet un guide sur l'utilisation de la plateforme numérique.
  § 2. Seules les parties qui utilisent le processus numérique et qui ont procédé à un choix d'adresse numérique à cette fin, ont accÚs à l'affaire sur la plateforme numérique.
  L'accÚs à l'affaire sur la plateforme numérique est lié au choix d'adresse numérique conformément à l'article 7, § 1er.
  Les personnes visĂ©es Ă l'article 25/4, alinĂ©a 1er, 2°, et les parties prenantes auxquelles une copie de la requĂȘte est signifiĂ©e ont accĂšs temporairement Ă la plateforme numĂ©rique tant qu'elles peuvent dĂ©cider d'intervenir ou non en tant que partie dans une affaire ou une demande.
  La partie intervenante de plein droit visée à l'article 20, alinéa 3, du décret, dispose également d'un accÚs temporaire à la plateforme numérique avant de déposer un exposé écrit.
  § 3. Ceux qui souhaitent accéder à la plateforme numérique s'authentifient selon l'une des méthodes suivantes :
  1° à l'aide d'une carte d'identité électronique ;
  2° via eIDAS ;
  3° au moyen d'un code de sécurité via une application mobile ;
  4° au moyen d'un code de sécurité par SMS ;
  5° via l'application itsme ;
  6° à l'aide de la carte d'avocat, via le systÚme Digital Platform for Attorneys (DPA), géré par l'Orde van Vlaamse Balies et l'Ordre des barreaux francophones et germanophones ;
  7° par le biais d'une autre authentification supplĂ©mentaire acceptĂ©e par le ministre flamand compĂ©tent pour le contentieux administratif, et fixĂ©e dans un arrĂȘtĂ© ministĂ©riel.
  § 4. Les utilisateurs qui déposent des documents via un envoi numérique suivent les indications et remplissent les champs appropriés sur la plateforme numérique.
  § 5. Tous les documents déposés par envoi numérique via la plateforme numérique doivent répondresous la responsabilité de l'utilisateur au moins aux conditions suivantes :
  1° les documents sont exempts de virus et peuvent ĂȘtre copiĂ©s ;
  2° les documents peuvent ĂȘtre ouverts et lus par le Service des Juridictions administratives.
  Le Service des Juridictions administratives peut établir des directives supplémentaires concernant les formats autorisés, la taille maximale et d'autres exigences techniques pour les documents déposés via la plateforme numérique. Ces lignes directrices figurent dans un manuel d'utilisation de la plateforme numérique. Ce manuel d'utilisation de la plateforme numérique est publié sur le site internet du Service des Juridictions administratives.
  § 6. Les requĂȘtes et les piĂšces de procĂ©dure dĂ©posĂ©es par le biais de la plateforme numĂ©rique sont signĂ©es au moyen d'une signature Ă©lectronique qualifiĂ©e telle que dĂ©finie Ă l'article 3.12 du rĂšglement (UE) n° 910/2014 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification Ă©lectronique et les services de confiance pour les transactions Ă©lectroniques au sein du marchĂ© intĂ©rieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  Si les signatures de plusieurs personnes physiques sont requises, elles sont toutes apposées électroniquement.
  Toutes les lettres signifiées par le greffier via la plateforme numérique sont pourvues d'un cachet électronique avancé tel que défini à l'article 3.26 du rÚglement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  § 7. Tout document dĂ©posĂ©, signifiĂ© ou chargĂ© via la plateforme numĂ©rique dans le cadre de la procĂ©dure est rĂ©putĂ© ĂȘtre la version originale de ce document.
  Les documents analogiques internes de la procédure ainsi que les piÚces de procédure et les piÚces à conviction fournis par les parties par envoi analogique, sont remplacés par des copies électroniques chargées sur la plateforme numérique en tant que partie du dossier numérique. Ces documents sont certifiés conformes par le greffier au moyen d'un cachet électronique avancé tel que défini à l'article 3.26 du rÚglement (UE) n° 910/2014 du Parlement européen et du Conseil du 23 juillet 2014 sur l'identification électronique et les services de confiance pour les transactions électroniques au sein du marché intérieur et abrogeant la directive 1999/93/CE.
  § 8. Si la plateforme numĂ©rique est indisponible et que l'utilisateur ne peut temporairement pas dĂ©poser de documents par le biais d'un envoi numĂ©rique, un message d'erreur s'affiche et peut ĂȘtre imprimĂ©.
  Ce message d'erreur fait office de preuve de l'indisponibilitĂ© de la plateforme numĂ©rique. Ce message d'erreur peut, le cas Ă©chĂ©ant, ĂȘtre invoquĂ© par une partie ou une partie prenante, comme un dĂ©but de preuve d'un cas de force majeure si cette indisponibilitĂ© intervient Ă la date d'Ă©chĂ©ance d'un dĂ©lai.
  Le Service des Juridictions administratives tient un registre des périodes d'indisponibilité totale de la plateforme numérique. ".
Art. 7. In artikel 9, derde lid, van hetzelfde besluit, wordt de zinsnede ", per fax" opgeheven.
Art. 7. Dans l'article 9, alinĂ©a 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " , par fax " est abrogĂ©.
Art. 8. In artikel 15 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker;";
  2° in het eerste lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in het eerste lid, punt 2, worden de woorden "en het adres" opgeheven;
  4° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
  1° in het eerste lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker;";
  2° in het eerste lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in het eerste lid, punt 2, worden de woorden "en het adres" opgeheven;
  4° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
Art. 8. Dans l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité du requérant ; " ;
  2° à l'alinéa 1er, sont insérés des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge du requérant, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° à l'alinéa 1er, point 2, les mots " et l'adresse " sont abrogés ;
  4° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
  1° à l'alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité du requérant ; " ;
  2° à l'alinéa 1er, sont insérés des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge du requérant, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° à l'alinéa 1er, point 2, les mots " et l'adresse " sont abrogés ;
  4° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
Art. 9. In artikel 17 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De griffier registreert elk inkomend verzoekschrift in het dossieropvolgingssysteem van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "De griffier schrijft het verzoekschrift niet op het definitieve register in als" vervangen door de woorden "Een verzoekschrift wordt geacht niet te zijn ingediend als";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "woonplaatskeuze in België" vervangen door het woord "adreskeuze";
  4° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven;
  5° in paragraaf 2, vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt tussen het woord "tijdig" en het woord "regulariseert" het woord "volledig" ingevoegd;
  6° in paragraaf 2 wordt het bestaande vijfde lid opgeheven.
  1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De griffier registreert elk inkomend verzoekschrift in het dossieropvolgingssysteem van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges.";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "De griffier schrijft het verzoekschrift niet op het definitieve register in als" vervangen door de woorden "Een verzoekschrift wordt geacht niet te zijn ingediend als";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, 3°, worden de woorden "woonplaatskeuze in België" vervangen door het woord "adreskeuze";
  4° paragraaf 2, tweede lid, wordt opgeheven;
  5° in paragraaf 2, vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt tussen het woord "tijdig" en het woord "regulariseert" het woord "volledig" ingevoegd;
  6° in paragraaf 2 wordt het bestaande vijfde lid opgeheven.
Art. 9. Dans l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le greffier enregistre chaque requĂȘte entrante dans le systĂšme de suivi des dossiers du Service des Juridictions administratives. " ;
  2° au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, les mots " Le greffier n'inscrit pas la requĂȘte dans le registre dĂ©finitif lorsque " sont remplacĂ©s par les mots " Une requĂȘte est rĂ©putĂ©e ne pas avoir Ă©tĂ© dĂ©posĂ©e si " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots " choix de domicile en Belgique " sont remplacés par les mots " choix d'adresse " ;
  4° le paragraphe 2, alinéa 2, est abrogé ;
  5° au paragraphe 2, alinĂ©a 4, qui devient l'alinĂ©a 3, le mot " complĂštement " est insĂ©rĂ© entre le mot " rĂ©gularise " et les mots " sa requĂȘte " ;
  6° au paragraphe 2, l'alinéa 5 existant est abrogé.
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le greffier enregistre chaque requĂȘte entrante dans le systĂšme de suivi des dossiers du Service des Juridictions administratives. " ;
  2° au paragraphe 2, alinĂ©a 1er, les mots " Le greffier n'inscrit pas la requĂȘte dans le registre dĂ©finitif lorsque " sont remplacĂ©s par les mots " Une requĂȘte est rĂ©putĂ©e ne pas avoir Ă©tĂ© dĂ©posĂ©e si " ;
  3° au paragraphe 2, alinéa 1er, 3°, les mots " choix de domicile en Belgique " sont remplacés par les mots " choix d'adresse " ;
  4° le paragraphe 2, alinéa 2, est abrogé ;
  5° au paragraphe 2, alinĂ©a 4, qui devient l'alinĂ©a 3, le mot " complĂštement " est insĂ©rĂ© entre le mot " rĂ©gularise " et les mots " sa requĂȘte " ;
  6° au paragraphe 2, l'alinéa 5 existant est abrogé.
Art. 10. In artikel 20 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, 29 oktober 2021 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zin "Bij een storting voor de verzoekende partij wordt de naam van de verzoekende partij voor wie de betaling geldt, opgenomen als vrije mededeling." opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "conform artikel 21, § 5, tweede lid, en § 6, eerste lid," vervangen door de zinsnede "conform artikel 21, § 5, eerste lid,";
  3° in het tweede lid worden de woorden "en een gestructureerde mededeling" opgeheven;
  4° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitaal platform.".
  1° in het eerste lid wordt de zin "Bij een storting voor de verzoekende partij wordt de naam van de verzoekende partij voor wie de betaling geldt, opgenomen als vrije mededeling." opgeheven;
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "conform artikel 21, § 5, tweede lid, en § 6, eerste lid," vervangen door de zinsnede "conform artikel 21, § 5, eerste lid,";
  3° in het tweede lid worden de woorden "en een gestructureerde mededeling" opgeheven;
  4° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitaal platform.".
Art. 10. Dans l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017, 29 octobre 2021 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, la phrase " Dans le cas d'un versement pour la partie requérante, le nom de la partie requérante au titre de laquelle le versement est effectué, est repris en communication libre. " est abrogée ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " conformément à l'article 21, § 5, deuxiÚme alinéa, et § 6, premier alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " conformément à l'article 21, § 5, alinéa 1er, " ;
  3° à l'alinéa 2, les mots " et une communication structurée " sont abrogés ;
  4° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le paiement peut Ă©galement ĂȘtre effectuĂ© par le biais de la plateforme numĂ©rique. ".
  1° à l'alinéa 1er, la phrase " Dans le cas d'un versement pour la partie requérante, le nom de la partie requérante au titre de laquelle le versement est effectué, est repris en communication libre. " est abrogée ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " conformément à l'article 21, § 5, deuxiÚme alinéa, et § 6, premier alinéa, " est remplacé par le membre de phrase " conformément à l'article 21, § 5, alinéa 1er, " ;
  3° à l'alinéa 2, les mots " et une communication structurée " sont abrogés ;
  4° il est ajouté un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " Le paiement peut Ă©galement ĂȘtre effectuĂ© par le biais de la plateforme numĂ©rique. ".
Art. 11. Aan artikel 20/2, paragraaf 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de volgende zin toegevoegd:
  "De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitaal platform.".
  "De betaling kan ook worden uitgevoerd via het digitaal platform.".
Art. 11. Dans l'article 20/2, paragraphe 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, la phrase suivante est ajoutĂ©e :
  " Le paiement peut Ă©galement ĂȘtre effectuĂ© par le biais de la plateforme numĂ©rique. ".
  " Le paiement peut Ă©galement ĂȘtre effectuĂ© par le biais de la plateforme numĂ©rique. ".
Art. 12. Artikel 26/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 26/2. § 1. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter stelt bij beschikking vast dat het beroep op het eerste gezicht alleen korte debatten vereist en bepaalt de namen van een of meer personen, vermeld in artikel 31/0 van het decreet, als hij heeft beslist een of meer van die personen bij de korte debatten te betrekken.
  De griffier betekent de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de personen, vermeld in het eerste lid.
  § 2. De partijen en, in voorkomend geval, de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen een nota indienen binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid.
  § 3. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
  § 4. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij en, in voorkomend geval, elke persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij of persoon in de mogelijkheid stelt om een zitting te verzoeken. Als die partij of persoon gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen en, in voorkomend geval, de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting. De griffier deelt ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 5. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter neemt de zaak in beraad na het horen van de partijen en de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 4, tweede lid.
  Als de voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter niet besluit dat korte debatten volstaan, wordt de procedure voortgezet volgens de gewone rechtspleging, vermeld in dit besluit.".
  "Art. 26/2. § 1. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter stelt bij beschikking vast dat het beroep op het eerste gezicht alleen korte debatten vereist en bepaalt de namen van een of meer personen, vermeld in artikel 31/0 van het decreet, als hij heeft beslist een of meer van die personen bij de korte debatten te betrekken.
  De griffier betekent de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de personen, vermeld in het eerste lid.
  § 2. De partijen en, in voorkomend geval, de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen een nota indienen binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift overeenkomstig paragraaf 1, tweede lid.
  § 3. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
  § 4. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij en, in voorkomend geval, elke persoon, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij of persoon in de mogelijkheid stelt om een zitting te verzoeken. Als die partij of persoon gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen en, in voorkomend geval, de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting. De griffier deelt ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 5. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter neemt de zaak in beraad na het horen van de partijen en de personen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 4, tweede lid.
  Als de voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter niet besluit dat korte debatten volstaan, wordt de procedure voortgezet volgens de gewone rechtspleging, vermeld in dit besluit.".
Art. 12. L'article 26/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 26/2. § 1er. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné établit par disposition que le recours requiert, à premiÚre vue, uniquement des débats succincts et détermine les noms d'une ou de plusieurs personnes visées à l'article 31/0 du décret, s'il a décidé d'impliquer une ou plusieurs de ces personnes dans les débats succincts.
  Le greffier notifie la disposition et une copie de la requĂȘte aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux personnes visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er.
  § 2. Les parties et, le cas Ă©chĂ©ant, les personnes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, peuvent dĂ©poser une note dans un dĂ©lai d'Ă©chĂ©ance de 30 jours Ă compter du jour suivant la signification de la disposition et une copie de la requĂȘte conformĂ©ment au paragraphe 1er, alinĂ©a 2.
  § 3. Le greffier notifie une copie des notes aux parties et, le cas échéant, aux personnes visées au paragraphe 1, alinéa 1er.
  § 4. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie et, le cas échéant, toute personne visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut demander qu'une audience soit tenue dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie ou à cette personne la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie ou cette personne fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas échéant, aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux personnes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, le lieu, le jour et l'heure de l'audience, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 5. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné prend l'affaire en délibéré aprÚs avoir entendu les parties et les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou à la date visée au paragraphe 4, alinéa 2.
  Si le prĂ©sident du CollĂšge ou le juge administratif qu'il a dĂ©signĂ© ne dĂ©cide pas que des dĂ©bats succincts sont suffisants, la procĂ©dure se poursuit conformĂ©ment Ă la procĂ©dure ordinaire, visĂ©e dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " Art. 26/2. § 1er. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné établit par disposition que le recours requiert, à premiÚre vue, uniquement des débats succincts et détermine les noms d'une ou de plusieurs personnes visées à l'article 31/0 du décret, s'il a décidé d'impliquer une ou plusieurs de ces personnes dans les débats succincts.
  Le greffier notifie la disposition et une copie de la requĂȘte aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux personnes visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er.
  § 2. Les parties et, le cas Ă©chĂ©ant, les personnes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, peuvent dĂ©poser une note dans un dĂ©lai d'Ă©chĂ©ance de 30 jours Ă compter du jour suivant la signification de la disposition et une copie de la requĂȘte conformĂ©ment au paragraphe 1er, alinĂ©a 2.
  § 3. Le greffier notifie une copie des notes aux parties et, le cas échéant, aux personnes visées au paragraphe 1, alinéa 1er.
  § 4. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie et, le cas échéant, toute personne visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut demander qu'une audience soit tenue dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie ou à cette personne la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie ou cette personne fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas échéant, aux personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux personnes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, le lieu, le jour et l'heure de l'audience, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 5. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné prend l'affaire en délibéré aprÚs avoir entendu les parties et les personnes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou à la date visée au paragraphe 4, alinéa 2.
  Si le prĂ©sident du CollĂšge ou le juge administratif qu'il a dĂ©signĂ© ne dĂ©cide pas que des dĂ©bats succincts sont suffisants, la procĂ©dure se poursuit conformĂ©ment Ă la procĂ©dure ordinaire, visĂ©e dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 13. In artikel 26/4 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de tussenkomende partij;";
  2° in het tweede lid worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de tussenkomende partij en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° er wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de tussenkomende partij een rechtspersoon is, vermeldt ze in de schriftelijke uiteenzetting in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
  1° in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de tussenkomende partij;";
  2° in het tweede lid worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de tussenkomende partij en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° er wordt tussen het tweede en het derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de tussenkomende partij een rechtspersoon is, vermeldt ze in de schriftelijke uiteenzetting in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
Art. 13. Dans l'article 26/4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité de la partie intervenante ; " ;
  2° à l'alinéa 2, sont insérés des points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge de la partie intervenante, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Si la partie intervenante est une personne morale, elle mentionne dans l'exposé écrit, le cas échéant, son numéro d'entreprise, son code OVO ou son numéro d'établissement d'enseignement. ".
  1° à l'alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité de la partie intervenante ; " ;
  2° à l'alinéa 2, sont insérés des points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge de la partie intervenante, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Si la partie intervenante est une personne morale, elle mentionne dans l'exposé écrit, le cas échéant, son numéro d'entreprise, son code OVO ou son numéro d'établissement d'enseignement. ".
Art. 14. In artikel 26/5 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "In de volgende gevallen stelt de griffier de tussenkomende partij in staat om haar schriftelijke uiteenzetting te regulariseren" vervangen door de woorden "In de volgende gevallen wordt de schriftelijke uiteenzetting geacht niet te zijn ingediend";
  2° in het eerste lid, punt 3°, worden de woorden "woonplaatskeuze in België als vermeld in" vervangen door de woorden "adreskeuze overeenkomstig";
  3° in het derde lid wordt tussen het woord "tijdig" en het woord "regulariseert" het woord "volledig" ingevoegd;
  4° het vierde lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid worden de woorden "In de volgende gevallen stelt de griffier de tussenkomende partij in staat om haar schriftelijke uiteenzetting te regulariseren" vervangen door de woorden "In de volgende gevallen wordt de schriftelijke uiteenzetting geacht niet te zijn ingediend";
  2° in het eerste lid, punt 3°, worden de woorden "woonplaatskeuze in België als vermeld in" vervangen door de woorden "adreskeuze overeenkomstig";
  3° in het derde lid wordt tussen het woord "tijdig" en het woord "regulariseert" het woord "volledig" ingevoegd;
  4° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 14. Dans l'article 26/5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Dans les cas suivants, le greffier donne à la partie intervenante la possibilité de régulariser son exposé écrit " sont remplacés par les mots " Dans les cas suivants, l'exposé écrit est réputé ne pas avoir été introduit " ;
  2° à l'alinéa 1er, point 3, le membre de phrase " le domicile élu en Belgique, tel que visé " est remplacé par les mots " le choix d'adresse conformément ".
  3° à l'alinéa 3, le mot " complÚtement " est inséré entre le mot " régularise " et les mots " son exposé " ;
  4° l'alinéa 4 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Dans les cas suivants, le greffier donne à la partie intervenante la possibilité de régulariser son exposé écrit " sont remplacés par les mots " Dans les cas suivants, l'exposé écrit est réputé ne pas avoir été introduit " ;
  2° à l'alinéa 1er, point 3, le membre de phrase " le domicile élu en Belgique, tel que visé " est remplacé par les mots " le choix d'adresse conformément ".
  3° à l'alinéa 3, le mot " complÚtement " est inséré entre le mot " régularise " et les mots " son exposé " ;
  4° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 15. In artikel 26/6, eerste lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing" telkens vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 15. Dans l'article 26/6, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les mots " note d'observation sur la suspension requise " sont Ă chaque fois remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
Art. 16. In artikel 26/8 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De zitting waarop de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt behandeld, vindt plaats binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat het dossier in staat is.";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "schriftelijk op de hoogte van de inhoud van de beschikking, vermeld in het eerste lid," vervangen door de zinsnede "op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting";
  3° in het derde lid worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing" vervangen door het woord "antwoordnota".
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De zitting waarop de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt behandeld, vindt plaats binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat het dossier in staat is.";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "schriftelijk op de hoogte van de inhoud van de beschikking, vermeld in het eerste lid," vervangen door de zinsnede "op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting";
  3° in het derde lid worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing" vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 16. Dans l'article 26/8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La séance au cours de laquelle la demande en suspension d'urgence est traitée, a lieu dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la mise en état du dossier. " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " par écrit du contenu de la disposition, mentionnée à l'alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " du lieu, du jour et de l'heure de l'audience " ;
  3° à l'alinéa 3, les mots " note avec les remarques " sont remplacés par les mots " note de réponse ".
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La séance au cours de laquelle la demande en suspension d'urgence est traitée, a lieu dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la mise en état du dossier. " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " par écrit du contenu de la disposition, mentionnée à l'alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " du lieu, du jour et de l'heure de l'audience " ;
  3° à l'alinéa 3, les mots " note avec les remarques " sont remplacés par les mots " note de réponse ".
Art. 17. In artikel 26/9 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "Artikel 17, § 2, derde tot en met vijfde lid" wordt vervangen door de zinsnede "Artikel 17, § 2, tweede en derde lid";
  2° de zinsnede "26/5" wordt vervangen door de zinsnede "26/5, tweede en derde lid,";
  3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met behoud van de toepassing van artikel 8, § 1, eerste lid, kan een verzoeker in geval van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het verzoekschrift onmiddellijk aan het College bezorgen door het te sturen naar het e-mailadres dat daarvoor is vastgesteld, en, als de verzoeker van oordeel is dat het verzoekschrift een onmiddellijke reactie vereist, telefonisch contact opnemen met de griffie.".
  1° de zinsnede "Artikel 17, § 2, derde tot en met vijfde lid" wordt vervangen door de zinsnede "Artikel 17, § 2, tweede en derde lid";
  2° de zinsnede "26/5" wordt vervangen door de zinsnede "26/5, tweede en derde lid,";
  3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met behoud van de toepassing van artikel 8, § 1, eerste lid, kan een verzoeker in geval van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het verzoekschrift onmiddellijk aan het College bezorgen door het te sturen naar het e-mailadres dat daarvoor is vastgesteld, en, als de verzoeker van oordeel is dat het verzoekschrift een onmiddellijke reactie vereist, telefonisch contact opnemen met de griffie.".
Art. 17. Dans l'article 26/9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas 3 à 5 " est remplacé par le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas 2 et 3 " ;
  2° le membre de phrase " 26/5 " est remplacé par le membre de phrase " 26/5, alinéas 2 et 3, " ;
  3° il est ajouté un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Sous rĂ©serve de l'application de l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, un requĂ©rant peut, dans le cas d'une demande de suspension en cas d'extrĂȘme urgence, transmettre immĂ©diatement la requĂȘte au CollĂšge en l'envoyant Ă l'adresse Ă©lectronique Ă©tablie Ă cet effet, et, si le requĂ©rant estime que la requĂȘte nĂ©cessite une rĂ©ponse immĂ©diate, contacter le greffe par tĂ©lĂ©phone. ".
  1° le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas 3 à 5 " est remplacé par le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas 2 et 3 " ;
  2° le membre de phrase " 26/5 " est remplacé par le membre de phrase " 26/5, alinéas 2 et 3, " ;
  3° il est ajouté un alinéa 2 rédigé comme suit :
  " Sous rĂ©serve de l'application de l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, un requĂ©rant peut, dans le cas d'une demande de suspension en cas d'extrĂȘme urgence, transmettre immĂ©diatement la requĂȘte au CollĂšge en l'envoyant Ă l'adresse Ă©lectronique Ă©tablie Ă cet effet, et, si le requĂ©rant estime que la requĂȘte nĂ©cessite une rĂ©ponse immĂ©diate, contacter le greffe par tĂ©lĂ©phone. ".
Art. 18. In artikel 26/10 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 18. Dans l'article 26/10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
Art. 19. In artikel 26/11 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 19. Dans l'article 26/11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
Art. 20. In artikel 26/14, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, wordt de zinsnede ", de door hen gekozen woonplaats" opgeheven.
Art. 20. Dans l'article 26/14, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, le membre de phrase " , le domicile qu'elles ont Ă©lu " est abrogĂ©.
Art. 21. In artikel 26/19, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, wordt de zinsnede "roept de kamervoorzitter de partijen bij beschikking, als vermeld in artikel 41, § 1, op om spoedig te verschijnen." vervangen door de zinsnede "deelt de griffier de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting mee.".
Art. 21. Dans l'article 26/19, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, le membre de phrase " le prĂ©sident de la chambre convoque les parties Ă comparaĂźtre Ă bref dĂ©lai par ordonnance, comme stipulĂ© Ă l'article 41, § 1er. " est remplacĂ© par le membre de phrase " le greffier communique le lieu, le jour et l'heure de l'audience. ".
Art. 22. In artikel 26/20, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, wordt de zinsnede "roept de kamervoorzitter de partijen bij beschikking, als vermeld in artikel 41, § 1, op om spoedig te verschijnen." vervangen door de zinsnede "deelt de griffier de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting mee.".
Art. 22. Dans l'article 26/20, § 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, le membre de phrase " le prĂ©sident de la chambre convoque les parties Ă comparaĂźtre Ă bref dĂ©lai par ordonnance, comme stipulĂ© Ă l'article 41, § 1er. " est remplacĂ© par le membre de phrase " le greffier communique le lieu, le jour et l'heure de l'audience. ".
Art. 23. In artikel 26/21 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker tot opheffing;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker tot opheffing en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker tot opheffing een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  "In geval van toepassing van paragraaf 1 betekent de griffier een afschrift van het verzoekschrift tot opheffing van de schorsing of voorlopige maatregelen aan de andere partijen. In geval van toepassing van paragraaf 2 betekent de griffier de beschikking aan de partijen."
  5° er worden een paragraaf 3/1 tot en met 3/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3/1. De partijen kunnen een nota indienen over de vordering tot opheffing, vermeld in paragraaf 1, of over de vaststellingen van de kamervoorzitter, vermeld in paragraaf 2, binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de betekening van een afschrift van het verzoekschrift of van de beschikking, vermeld in paragraaf 3.
  § 3/2. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen.
  § 3/3. De griffier brengt de partijen op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de opheffing van de schorsing of van de voorlopige maatregelen wordt behandeld. De griffier deelt ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.".
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker tot opheffing;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker tot opheffing en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker tot opheffing een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  "In geval van toepassing van paragraaf 1 betekent de griffier een afschrift van het verzoekschrift tot opheffing van de schorsing of voorlopige maatregelen aan de andere partijen. In geval van toepassing van paragraaf 2 betekent de griffier de beschikking aan de partijen."
  5° er worden een paragraaf 3/1 tot en met 3/3 ingevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3/1. De partijen kunnen een nota indienen over de vordering tot opheffing, vermeld in paragraaf 1, of over de vaststellingen van de kamervoorzitter, vermeld in paragraaf 2, binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de betekening van een afschrift van het verzoekschrift of van de beschikking, vermeld in paragraaf 3.
  § 3/2. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen.
  § 3/3. De griffier brengt de partijen op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de opheffing van de schorsing of van de voorlopige maatregelen wordt behandeld. De griffier deelt ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.".
Art. 23. Dans l'article 26/21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité du demandeur d'annulation ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, sont insérés un point 2° /1 et un point 2° /2 rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge du demandeur d'annulation et, le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le demandeur d'annulation est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " En cas d'application du paragraphe 1er, le greffier signifie une copie de la requĂȘte en annulation de la suspension ou des mesures provisoires aux autres parties. En cas d'application du paragraphe 2, le greffier notifie la disposition aux parties. "
  5° des paragraphes 3/1 à 3/3 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 3/1. Les parties peuvent introduire une note sur la requĂȘte en annulation visĂ©e au paragraphe 1er, ou sur les constats du prĂ©sident de la chambre, visĂ©s au paragraphe 2, dans un dĂ©lai de 15 jours Ă compter du jour suivant la signification d'une copie de la requĂȘte ou de la disposition, visĂ©e au paragraphe 3.
  § 3/2. Le greffier signifie aux parties une copie des notes.
  § 3/3. Le greffier communique aux parties le lieu, le jour et l'heure de l'audience traitant de l'annulation de la suspension ou des mesures provisoires. Le greffier communique également la composition de la chambre compétente. ".
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité du demandeur d'annulation ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, sont insérés un point 2° /1 et un point 2° /2 rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge du demandeur d'annulation et, le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le demandeur d'annulation est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " En cas d'application du paragraphe 1er, le greffier signifie une copie de la requĂȘte en annulation de la suspension ou des mesures provisoires aux autres parties. En cas d'application du paragraphe 2, le greffier notifie la disposition aux parties. "
  5° des paragraphes 3/1 à 3/3 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 3/1. Les parties peuvent introduire une note sur la requĂȘte en annulation visĂ©e au paragraphe 1er, ou sur les constats du prĂ©sident de la chambre, visĂ©s au paragraphe 2, dans un dĂ©lai de 15 jours Ă compter du jour suivant la signification d'une copie de la requĂȘte ou de la disposition, visĂ©e au paragraphe 3.
  § 3/2. Le greffier signifie aux parties une copie des notes.
  § 3/3. Le greffier communique aux parties le lieu, le jour et l'heure de l'audience traitant de l'annulation de la suspension ou des mesures provisoires. Le greffier communique également la composition de la chambre compétente. ".
Art. 24. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van deel 2, hoofdstuk 2, afdeling 2, onderafdeling 1, sectie 2, vervangen door wat volgt:
  "Sectie 2. De laatste nota van de verzoeker".
  "Sectie 2. De laatste nota van de verzoeker".
Art. 24. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la partie 2, chapitre 2, section 2, sous-section 1, section 2, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Section 2. La derniÚre note du requérant ".
  " Section 2. La derniÚre note du requérant ".
Art. 25. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "wederantwoordnota" vervangen door de woorden "laatste nota";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of de betekening door de griffier van de mededeling dat er geen antwoordnota werd ingediend" toegevoegd;
  3° het tweede lid wordt opgeheven;
  4° in het derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "wederantwoordnota of toelichtende" vervangen door het woord "laatste".
  1° in het eerste lid wordt het woord "wederantwoordnota" vervangen door de woorden "laatste nota";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of de betekening door de griffier van de mededeling dat er geen antwoordnota werd ingediend" toegevoegd;
  3° het tweede lid wordt opgeheven;
  4° in het derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "wederantwoordnota of toelichtende" vervangen door het woord "laatste".
Art. 25. Dans l'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " note de réponse en retour " sont remplacés par les mots " derniÚre note " ;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " ou la signification par le greffier de l'avis d'absence d'introduction d'une note de réponse " sont ajoutés ;
  3° l'alinéa 2 est abrogé ;
  4° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, les mots " note de réponse en retour ou à la note explicative " sont remplacés par les mots " derniÚre note ".
  1° à l'alinéa 1er, les mots " note de réponse en retour " sont remplacés par les mots " derniÚre note " ;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " ou la signification par le greffier de l'avis d'absence d'introduction d'une note de réponse " sont ajoutés ;
  3° l'alinéa 2 est abrogé ;
  4° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, les mots " note de réponse en retour ou à la note explicative " sont remplacés par les mots " derniÚre note ".
Art. 26. In artikel 30 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de woorden "wederantwoordnota of van de toelichtende nota" vervangen door de woorden "laatste nota".
Art. 26. Dans l'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les mots " note de rĂ©ponse en retour ou de la note explicative " sont remplacĂ©s par les mots " derniĂšre note ".
Art. 27. In artikel 37, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede ", een fax" opgeheven.
Art. 27. Dans l'article 37, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " , un fax " est abrogĂ©.
Art. 28. Artikel 41 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij in de mogelijkheid stelt een zitting te verzoeken. Als die partij gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de getuigen of deskundigen, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de vordering tot vernietiging wordt behandeld. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 2. De kamervoorzitter bepaalt, in voorkomend geval, bij beschikking:
  1° de namen van de partijen die persoonlijk moeten verschijnen om toelichting te geven en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist om een partij te horen;
  2° de namen van de getuigen en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist een getuige te horen;
  3° de namen van door de kamer opgeroepen deskundigen.
  De griffier betekent de beschikking aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de getuigen of deskundigen, vermeld in het vorige lid.
  § 3. De kamervoorzitter neemt de zaak in beraad overeenkomstig artikel 42, § 3, tweede lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid."
  " § 1. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij in de mogelijkheid stelt een zitting te verzoeken. Als die partij gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de getuigen of deskundigen, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de vordering tot vernietiging wordt behandeld. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 2. De kamervoorzitter bepaalt, in voorkomend geval, bij beschikking:
  1° de namen van de partijen die persoonlijk moeten verschijnen om toelichting te geven en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist om een partij te horen;
  2° de namen van de getuigen en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist een getuige te horen;
  3° de namen van door de kamer opgeroepen deskundigen.
  De griffier betekent de beschikking aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de getuigen of deskundigen, vermeld in het vorige lid.
  § 3. De kamervoorzitter neemt de zaak in beraad overeenkomstig artikel 42, § 3, tweede lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid."
Art. 28. L'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie peut demander une audience dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux tĂ©moins ou experts, le lieu, le jour et l'heure de l'audience au cours de laquelle la demande d'annulation sera traitĂ©e, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier leur communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 2. Le président de la chambre détermine, le cas échéant, par disposition :
  1° les noms des parties devant comparaßtre en personne pour fournir des explications et les faits sur lesquels elles seront entendues, si la chambre a décidé d'entendre une partie ;
  2° les noms des témoins et les faits sur lesquels ils seront entendus, si la chambre a décidé d'entendre un témoin ;
  3° les noms des experts convoqués par la chambre.
  Le greffier signifie la disposition aux parties et, le cas échéant, aux témoins ou experts visés à l'alinéa précédent.
  § 3. Le président de la chambre prend l'affaire en délibéré conformément à l'article 42, § 3, alinéa 2, ou à la date visée au paragraphe 1er, alinéa 2. "
  " § 1er. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie peut demander une audience dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux tĂ©moins ou experts, le lieu, le jour et l'heure de l'audience au cours de laquelle la demande d'annulation sera traitĂ©e, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier leur communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 2. Le président de la chambre détermine, le cas échéant, par disposition :
  1° les noms des parties devant comparaßtre en personne pour fournir des explications et les faits sur lesquels elles seront entendues, si la chambre a décidé d'entendre une partie ;
  2° les noms des témoins et les faits sur lesquels ils seront entendus, si la chambre a décidé d'entendre un témoin ;
  3° les noms des experts convoqués par la chambre.
  Le greffier signifie la disposition aux parties et, le cas échéant, aux témoins ou experts visés à l'alinéa précédent.
  § 3. Le président de la chambre prend l'affaire en délibéré conformément à l'article 42, § 3, alinéa 2, ou à la date visée au paragraphe 1er, alinéa 2. "
Art. 29. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt de zinsnede ", de door hen gekozen woonplaats" opgeheven;
  2° in punt 2° wordt voor de woorden "de oproeping", de zinsnede "in voorkomend geval," ingevoegd.
  1° in punt 1° wordt de zinsnede ", de door hen gekozen woonplaats" opgeheven;
  2° in punt 2° wordt voor de woorden "de oproeping", de zinsnede "in voorkomend geval," ingevoegd.
Art. 29. Dans l'article 45 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, le membre de phrase " , le domicile choisi par eux " est abrogé ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " le cas échéant, " est inséré avant les mots " la convocation ".
  1° au point 1°, le membre de phrase " , le domicile choisi par eux " est abrogé ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " le cas échéant, " est inséré avant les mots " la convocation ".
Art. 30. In artikel 51/2, § 1, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker;";
  2° in het tweede lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° er wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
  1° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker;";
  2° in het tweede lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° er wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
Art. 30. Dans l'article 51/2, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité du requérant ; " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge du requérant, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° il est inséré un alinéa entre les alinéas 2 et 3, énoncé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
  1° à l'alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité du requérant ; " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge du requérant, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° il est inséré un alinéa entre les alinéas 2 et 3, énoncé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
Art. 31. In artikel 52, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de partij;";
  2° in het tweede lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  ""1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de partij en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° er wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
  1° in het tweede lid wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de partij;";
  2° in het tweede lid worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  ""1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de partij en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° er wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
Art. 31. Dans l'article 52, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité de la partie ; " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge de la partie, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ;
  3° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, il doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
  1° à l'alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité de la partie ; " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge de la partie, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ;
  3° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, il doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
Art. 32. Artikel 59/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter stelt bij beschikking vast dat het beroep op het eerste gezicht alleen korte debatten vereist en bepaalt de namen van een of meer van de belanghebbenden, vermeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van het decreet, als hij heeft beslist om een of meer van die belanghebbenden bij de korte debatten te betrekken.
  De griffier betekent de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de belanghebbenden, vermeld in het eerste lid.
  § 2. De partijen en, in voorkomend geval, de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen een nota indienen binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift als vermeld in paragraaf 1, tweede lid.
  § 3. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
  § 4. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij en, in voorkomend geval, elke belanghebbende vermeld in paragraaf 1, eerste lid, om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij of persoon in de mogelijkheid stelt een zitting te verzoeken. Als die partij of belanghebbende gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen en, in voorkomend geval, de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 5. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter neemt de zaak in beraad na het horen van de partijen en de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 4, tweede lid.
  Als de voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter niet besluit dat korte debatten volstaan, wordt de procedure voortgezet volgens de gewone rechtspleging, vermeld in dit besluit.".
  " § 1. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter stelt bij beschikking vast dat het beroep op het eerste gezicht alleen korte debatten vereist en bepaalt de namen van een of meer van de belanghebbenden, vermeld in artikel 20, eerste en tweede lid, van het decreet, als hij heeft beslist om een of meer van die belanghebbenden bij de korte debatten te betrekken.
  De griffier betekent de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de belanghebbenden, vermeld in het eerste lid.
  § 2. De partijen en, in voorkomend geval, de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kunnen een nota indienen binnen een vervaltermijn van dertig dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de beschikking en een afschrift van het verzoekschrift als vermeld in paragraaf 1, tweede lid.
  § 3. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid.
  § 4. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij en, in voorkomend geval, elke belanghebbende vermeld in paragraaf 1, eerste lid, om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij of persoon in de mogelijkheid stelt een zitting te verzoeken. Als die partij of belanghebbende gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen en, in voorkomend geval, de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 5. De voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter neemt de zaak in beraad na het horen van de partijen en de belanghebbenden, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 4, tweede lid.
  Als de voorzitter van het College of de door de voorzitter aangewezen bestuursrechter niet besluit dat korte debatten volstaan, wordt de procedure voortgezet volgens de gewone rechtspleging, vermeld in dit besluit.".
Art. 32. L'article 59/2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné établit par disposition que le recours requiert, à premiÚre vue, uniquement des débats succincts et détermine les noms d'une ou de plusieurs des parties prenantes, visées à l'article 20, alinéas 1er et 2, du décret, s'il a décidé d'impliquer une ou plusieurs de ces parties prenantes dans les débats succincts.
  Le greffier notifie la disposition et une copie de la requĂȘte aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux parties prenantes visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er.
  § 2. Les parties et, le cas Ă©chĂ©ant, les parties prenantes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, peuvent dĂ©poser une note dans un dĂ©lai d'Ă©chĂ©ance de 30 jours Ă compter du jour suivant la signification de la disposition et une copie de la requĂȘte telle que visĂ©e au paragraphe 1er.
  § 3. Le greffier notifie une copie des notes aux parties et, le cas échéant, aux parties prenantes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
  § 4. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie et, le cas échéant, toute partie prenante visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut demander qu'une audience soit tenue dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie ou à cette personne la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie ou partie prenante fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas échéant, aux parties prenantes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux parties prenantes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, le lieu, le jour et l'heure de l'audience, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier leur communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 5. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné prend l'affaire en délibéré aprÚs avoir entendu les parties et les parties prenantes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou à la date visée au paragraphe 4, alinéa 2.
  Si le prĂ©sident du CollĂšge ou le juge administratif qu'il a dĂ©signĂ© ne dĂ©cide pas que des dĂ©bats succincts sont suffisants, la procĂ©dure se poursuit conformĂ©ment Ă la procĂ©dure ordinaire, visĂ©e dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
  " § 1er. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné établit par disposition que le recours requiert, à premiÚre vue, uniquement des débats succincts et détermine les noms d'une ou de plusieurs des parties prenantes, visées à l'article 20, alinéas 1er et 2, du décret, s'il a décidé d'impliquer une ou plusieurs de ces parties prenantes dans les débats succincts.
  Le greffier notifie la disposition et une copie de la requĂȘte aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux parties prenantes visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er.
  § 2. Les parties et, le cas Ă©chĂ©ant, les parties prenantes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, peuvent dĂ©poser une note dans un dĂ©lai d'Ă©chĂ©ance de 30 jours Ă compter du jour suivant la signification de la disposition et une copie de la requĂȘte telle que visĂ©e au paragraphe 1er.
  § 3. Le greffier notifie une copie des notes aux parties et, le cas échéant, aux parties prenantes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er.
  § 4. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie et, le cas échéant, toute partie prenante visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut demander qu'une audience soit tenue dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie ou à cette personne la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie ou partie prenante fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas échéant, aux parties prenantes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux parties prenantes visĂ©es au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, le lieu, le jour et l'heure de l'audience, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier leur communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 5. Le président du CollÚge ou le juge administratif qu'il a désigné prend l'affaire en délibéré aprÚs avoir entendu les parties et les parties prenantes visées au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou à la date visée au paragraphe 4, alinéa 2.
  Si le prĂ©sident du CollĂšge ou le juge administratif qu'il a dĂ©signĂ© ne dĂ©cide pas que des dĂ©bats succincts sont suffisants, la procĂ©dure se poursuit conformĂ©ment Ă la procĂ©dure ordinaire, visĂ©e dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ".
Art. 33. In artikel 60 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de tussenkomende partij;";
  2° in het tweede lid worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de tussenkomende partij en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de tussenkomende partij een rechtspersoon is, vermeldt ze in de schriftelijke uiteenzetting in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
  1° in het tweede lid wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de tussenkomende partij;";
  2° in het tweede lid worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de tussenkomende partij en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° tussen het tweede en het derde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de tussenkomende partij een rechtspersoon is, vermeldt ze in de schriftelijke uiteenzetting in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
Art. 33. Dans l'article 60 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité de la partie intervenante ; " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré des points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge de la partie intervenante, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suite :
  " Si la partie intervenante est une personne morale, elle doit mentionner dans l'exposé écrit, le cas échéant, son numéro d'entreprise, son code OVO ou son numéro d'établissement d'enseignement. ".
  1° à l'alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité de la partie intervenante ; " ;
  2° à l'alinéa 2, il est inséré des points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge de la partie intervenante, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° entre les alinéas 2 et 3, il est inséré un alinéa rédigé comme suite :
  " Si la partie intervenante est une personne morale, elle doit mentionner dans l'exposé écrit, le cas échéant, son numéro d'entreprise, son code OVO ou son numéro d'établissement d'enseignement. ".
Art. 34. In artikel 61 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "In de volgende gevallen stelt de griffier de tussenkomende partij in staat om haar schriftelijke uiteenzetting te regulariseren" vervangen door de woorden "In de volgende gevallen wordt de schriftelijke uiteenzetting geacht niet te zijn ingediend";
  2° in het eerste lid, punt 3°, worden de woorden "woonplaatskeuze in België als vermeld in" vervangen door de woorden "adreskeuze overeenkomstig";
  3° in het derde lid wordt tussen het woord "tijdig" en het woord "regulariseert" het woord "volledig" ingevoegd;
  4° het vierde lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid worden de woorden "In de volgende gevallen stelt de griffier de tussenkomende partij in staat om haar schriftelijke uiteenzetting te regulariseren" vervangen door de woorden "In de volgende gevallen wordt de schriftelijke uiteenzetting geacht niet te zijn ingediend";
  2° in het eerste lid, punt 3°, worden de woorden "woonplaatskeuze in België als vermeld in" vervangen door de woorden "adreskeuze overeenkomstig";
  3° in het derde lid wordt tussen het woord "tijdig" en het woord "regulariseert" het woord "volledig" ingevoegd;
  4° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 34. Dans l'article 61 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Dans les cas suivants, le greffier donne à la partie intervenante la possibilité de régulariser son exposé écrit " sont remplacés par les mots " Dans les cas suivants, l'exposé écrit est réputé ne pas avoir été introduit " ;
  2° à l'alinéa 1er, point 3, le membre de phrase " le domicile élu en Belgique, tel que visé " est remplacé par les mots " le choix d'adresse conformément ".
  3° à l'alinéa 3, le mot " complÚtement " est inséré entre le mot " régularise " et les mots " son exposé " ;
  4° l'alinéa 4 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, les mots " Dans les cas suivants, le greffier donne à la partie intervenante la possibilité de régulariser son exposé écrit " sont remplacés par les mots " Dans les cas suivants, l'exposé écrit est réputé ne pas avoir été introduit " ;
  2° à l'alinéa 1er, point 3, le membre de phrase " le domicile élu en Belgique, tel que visé " est remplacé par les mots " le choix d'adresse conformément ".
  3° à l'alinéa 3, le mot " complÚtement " est inséré entre le mot " régularise " et les mots " son exposé " ;
  4° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 35. In artikel 62, eerste lid, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing" telkens vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 35. Dans l'article 62, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, les mots " note d'observation sur la suspension requise " sont Ă chaque fois remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
Art. 36. In artikel 63 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015, 21 april 2017 en 29 oktober 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De zitting waarop de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt behandeld, vindt plaats binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat het dossier in staat is.";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "schriftelijk op de hoogte van de inhoud van de beschikking, vermeld in het eerste lid," vervangen door de zinsnede "op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting";
  3° in het derde lid, punt 1°, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing" vervangen door het woord "antwoordnota".
  1° het eerste lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De zitting waarop de vordering tot schorsing bij hoogdringendheid wordt behandeld, vindt plaats binnen een ordetermijn van twintig dagen, die ingaat op de dag nadat het dossier in staat is.";
  2° in het tweede lid wordt de zinsnede "schriftelijk op de hoogte van de inhoud van de beschikking, vermeld in het eerste lid," vervangen door de zinsnede "op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting";
  3° in het derde lid, punt 1°, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing" vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 36. Dans l'article 63 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 2 octobre 2015, 21 avril 2017 et 29 octobre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La séance au cours de laquelle la demande en suspension d'urgence est traitée, a lieu dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la mise en état du dossier. " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " par écrit du contenu de la disposition, mentionnée à l'alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " du lieu, du jour et de l'heure de l'audience " ;
  3° à l'alinéa 3, point 1°, les mots " note avec des remarques concernant la suspension " sont remplacés par les mots " note de réponse ".
  1° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
  " La séance au cours de laquelle la demande en suspension d'urgence est traitée, a lieu dans un délai d'ordre de vingt jours, qui commence à courir le lendemain de la mise en état du dossier. " ;
  2° à l'alinéa 2, le membre de phrase " par écrit du contenu de la disposition, mentionnée à l'alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " du lieu, du jour et de l'heure de l'audience " ;
  3° à l'alinéa 3, point 1°, les mots " note avec des remarques concernant la suspension " sont remplacés par les mots " note de réponse ".
Art. 37. In artikel 64 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de zinsnede "Artikel 17, § 2, derde tot en met vijfde lid" wordt vervangen door de zinsnede "Artikel 17, § 2, tweede en derde lid";
  2° de zinsnede "61" wordt vervangen door de zinsnede "61, tweede en derde lid,";
  3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met behoud van de toepassing van artikel 8, § 1, eerste lid, kan een verzoeker in geval van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het verzoekschrift onmiddellijk aan het College bezorgen door het te sturen naar het e-mailadres dat daarvoor is vastgesteld en, als de verzoeker van oordeel is dat het verzoekschrift een onmiddellijke reactie vereist, telefonisch contact opnemen met de griffie.".
  1° de zinsnede "Artikel 17, § 2, derde tot en met vijfde lid" wordt vervangen door de zinsnede "Artikel 17, § 2, tweede en derde lid";
  2° de zinsnede "61" wordt vervangen door de zinsnede "61, tweede en derde lid,";
  3° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Met behoud van de toepassing van artikel 8, § 1, eerste lid, kan een verzoeker in geval van een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid het verzoekschrift onmiddellijk aan het College bezorgen door het te sturen naar het e-mailadres dat daarvoor is vastgesteld en, als de verzoeker van oordeel is dat het verzoekschrift een onmiddellijke reactie vereist, telefonisch contact opnemen met de griffie.".
Art. 37. Dans l'article 64 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 octobre 2021 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas trois à cinq inclus " est remplacé par le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas 2 et 3 " ;
  2° le membre de phrase " et 61 " est remplacé par le membre de phrase " 61, alinéas 2 et 3 " ;
  3° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Sous rĂ©serve de l'application de l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, un requĂ©rant peut, dans le cas d'une demande de suspension en cas d'extrĂȘme urgence, transmettre immĂ©diatement la requĂȘte au CollĂšge en l'envoyant Ă l'adresse Ă©lectronique Ă©tablie Ă cet effet, et, si le requĂ©rant estime que la requĂȘte nĂ©cessite une rĂ©ponse immĂ©diate, contacter le greffe par tĂ©lĂ©phone. ".
  1° le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas trois à cinq inclus " est remplacé par le membre de phrase " L'article 17, § 2, alinéas 2 et 3 " ;
  2° le membre de phrase " et 61 " est remplacé par le membre de phrase " 61, alinéas 2 et 3 " ;
  3° il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Sous rĂ©serve de l'application de l'article 8, § 1er, alinĂ©a 1er, un requĂ©rant peut, dans le cas d'une demande de suspension en cas d'extrĂȘme urgence, transmettre immĂ©diatement la requĂȘte au CollĂšge en l'envoyant Ă l'adresse Ă©lectronique Ă©tablie Ă cet effet, et, si le requĂ©rant estime que la requĂȘte nĂ©cessite une rĂ©ponse immĂ©diate, contacter le greffe par tĂ©lĂ©phone. ".
Art. 38. In artikel 65 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 38. Dans l'article 65 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
Art. 39. In artikel 65/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
  1° in paragraaf 1 wordt punt 2° opgeheven;
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "nota met opmerkingen over de gevorderde schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid" en het woord "nota" vervangen door het woord "antwoordnota".
Art. 39. Dans l'article 65/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
  1° au paragraphe 1er, le point 2° est abrogé ;
  2° au paragraphe 3, alinĂ©a 1er, les mots " note avec des remarques sur la suspension requise d'extrĂȘme urgence " et le mot " note " sont remplacĂ©s par les mots " note de rĂ©ponse ".
Art. 40. In artikel 66, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, wordt de zinsnede ", de door hen gekozen woonplaats" opgeheven.
Art. 40. Dans l'article 66, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, le membre de phrase " , le domicile choisi par eux " est abrogĂ©.
Art. 41. In artikel 71, vierde lid, van hetzelfde besluit, wordt de zinsnede "roept de kamervoorzitter de partijen bij beschikking, als vermeld in artikel 85, § 1, op om spoedig te verschijnen." vervangen door de zinsnede "deelt de griffier de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting mee.".
Art. 41. Dans l'article 71, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " le prĂ©sident de la chambre convoque les parties par disposition, telle que visĂ©e Ă l'article 85, § 1er, Ă comparaĂźtre rapidement. " est remplacĂ© par le membre de phrase " le greffier communique le lieu, le jour et l'heure de l'audience. ".
Art. 42. In artikel 72, § 2, tweede lid, van hetzelfde besluit, wordt de zinsnede "roept de kamervoorzitter de partijen bij beschikking, als vermeld in artikel 85, § 1, op om spoedig te verschijnen." vervangen door de zinsnede "deelt de griffier de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting mee.".
Art. 42. Dans l'article 72, § 2, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " le prĂ©sident de la chambre convoque les parties par disposition, telle que visĂ©e Ă l'article 85, § 1er, Ă comparaĂźtre rapidement. " est remplacĂ© par le membre de phrase " le greffier communique le lieu, le jour et l'heure de l'audience. ".
Art. 43. In artikel 73 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker tot opheffing;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker tot opheffing en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker tot opheffing een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  "In geval van toepassing van paragraaf 1 betekent de griffier een afschrift van het verzoekschrift tot opheffing van de schorsing of voorlopige maatregelen aan de overige partijen. In geval van toepassing van paragraaf 2 betekent de griffier de beschikking aan de partijen."
  5° een paragraaf 3/1 tot en met 3/3 worden ingevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3/1. De partijen kunnen een nota indienen over de vordering tot opheffing, vermeld in paragraaf 1, of over de vaststellingen van de kamervoorzitter, vermeld in paragraaf 2, binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de betekening van een afschrift van het verzoekschrift of van de beschikking, vermeld in paragraaf 3.
  § 3/2. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen.
  § 3/3. De griffier brengt de partijen op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de opheffing van de schorsing of van de voorlopige maatregelen wordt behandeld. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.".
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker tot opheffing;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 2° /1 en een punt 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  2° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker tot opheffing en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker tot opheffing een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.";
  4° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
  "In geval van toepassing van paragraaf 1 betekent de griffier een afschrift van het verzoekschrift tot opheffing van de schorsing of voorlopige maatregelen aan de overige partijen. In geval van toepassing van paragraaf 2 betekent de griffier de beschikking aan de partijen."
  5° een paragraaf 3/1 tot en met 3/3 worden ingevoegd, die luiden als volgt:
  " § 3/1. De partijen kunnen een nota indienen over de vordering tot opheffing, vermeld in paragraaf 1, of over de vaststellingen van de kamervoorzitter, vermeld in paragraaf 2, binnen een vervaltermijn van vijftien dagen, die ingaat op de dag na de betekening van een afschrift van het verzoekschrift of van de beschikking, vermeld in paragraaf 3.
  § 3/2. De griffier betekent een afschrift van de nota's aan de partijen.
  § 3/3. De griffier brengt de partijen op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de opheffing van de schorsing of van de voorlopige maatregelen wordt behandeld. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.".
Art. 43. Dans l'article 73 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité du demandeur d'annulation ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, sont insérés un point 2° /1 et un point 2° /2 rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge du demandeur d'annulation et, le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le demandeur d'annulation est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " En cas d'application du paragraphe 1er, le greffier signifie une copie de la requĂȘte en annulation de la suspension ou des mesures provisoires aux autres parties. En cas d'application du paragraphe 2, le greffier notifie la disposition aux parties. "
  5° des paragraphes 3/1 à 3/3 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 3/1. Les parties peuvent introduire une note sur la demande en annulation visĂ©e au paragraphe 1er, ou sur les constats du prĂ©sident de la chambre, visĂ©s au paragraphe 2, dans un dĂ©lai de 15 jours Ă compter du jour suivant la signification d'une copie de la requĂȘte ou de la disposition, visĂ©e au paragraphe 3.
  § 3/2. Le greffier signifie aux parties une copie des notes.
  § 3/3. Le greffier communique aux parties le lieu, le jour et l'heure de l'audience traitant de l'annulation de la suspension ou des mesures provisoires. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente. ".
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° le nom et la qualité du demandeur d'annulation ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, sont insérés un point 2° /1 et un point 2° /2 rédigés comme suit :
  " 2° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  2° /2 le domicile ou le siÚge du demandeur d'annulation et, le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le demandeur d'annulation est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. " ;
  4° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " En cas d'application du paragraphe 1er, le greffier signifie une copie de la requĂȘte en annulation de la suspension ou des mesures provisoires aux autres parties. En cas d'application du paragraphe 2, le greffier notifie la disposition aux parties. "
  5° des paragraphes 3/1 à 3/3 sont insérés, rédigés comme suit :
  " § 3/1. Les parties peuvent introduire une note sur la demande en annulation visĂ©e au paragraphe 1er, ou sur les constats du prĂ©sident de la chambre, visĂ©s au paragraphe 2, dans un dĂ©lai de 15 jours Ă compter du jour suivant la signification d'une copie de la requĂȘte ou de la disposition, visĂ©e au paragraphe 3.
  § 3/2. Le greffier signifie aux parties une copie des notes.
  § 3/3. Le greffier communique aux parties le lieu, le jour et l'heure de l'audience traitant de l'annulation de la suspension ou des mesures provisoires. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente. ".
Art. 44. In hetzelfde besluit wordt het opschrift van deel 3, hoofdstuk 2, afdeling 5, onderafdeling 1, sectie 3, vervangen door wat volgt:
  "Sectie 3. De laatste nota van de verzoeker".
  "Sectie 3. De laatste nota van de verzoeker".
Art. 44. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'intitulĂ© de la partie 3, chapitre 2, section 5, sous-section 1, section 3, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Section 3. La derniÚre note du requérant ".
  " Section 3. La derniÚre note du requérant ".
Art. 45. In artikel 77 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt het woord "wederantwoordnota" vervangen door de woorden "laatste nota";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of de betekening door de griffier van de mededeling dat er geen antwoordnota werd ingediend" toegevoegd;
  3° het tweede lid wordt opgeheven;
  4° in het derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "wederantwoordnota of de toelichtende" vervangen door het woord "laatste".
  1° in het eerste lid wordt het woord "wederantwoordnota" vervangen door de woorden "laatste nota";
  2° in het eerste lid worden de woorden "of de betekening door de griffier van de mededeling dat er geen antwoordnota werd ingediend" toegevoegd;
  3° het tweede lid wordt opgeheven;
  4° in het derde lid, dat het tweede lid wordt, worden de woorden "wederantwoordnota of de toelichtende" vervangen door het woord "laatste".
Art. 45. Dans l'article 77 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " note de réponse en retour " sont remplacés par les mots " derniÚre note " ;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " ou la signification par le greffier de l'avis d'absence d'introduction d'une note de réponse " sont ajoutés ;
  3° l'alinéa 2 est abrogé ;
  4° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, les mots " note de réponse en retour ou à la note explicative " sont remplacés par les mots " derniÚre note ".
  1° à l'alinéa 1er, les mots " note de réponse en retour " sont remplacés par les mots " derniÚre note " ;
  2° à l'alinéa 1er, les mots " ou la signification par le greffier de l'avis d'absence d'introduction d'une note de réponse " sont ajoutés ;
  3° l'alinéa 2 est abrogé ;
  4° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 2, les mots " note de réponse en retour ou à la note explicative " sont remplacés par les mots " derniÚre note ".
Art. 46. In artikel 78 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 2 oktober 2015, 21 april 2017 en 29 oktober 2021, worden de woorden "wederantwoordnota of de toelichtende nota" vervangen door de woorden "laatste nota".
Art. 46. Dans l'article 78 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 2 octobre 2015, 21 avril 2017 et 29 octobre 2021, les mots " note de rĂ©ponse en retour ou de la note explicative " sont remplacĂ©s par les mots " derniĂšre note ".
Art. 47. Artikel 85 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, wordt vervangen door wat volgt:
  " § 1. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij in de mogelijkheid stelt om een zitting te verzoeken. Als die partij gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de getuigen, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de vordering tot vernietiging wordt behandeld. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 2. De kamervoorzitter bepaalt, in voorkomend geval, bij beschikking:
  1° de namen van de partijen die persoonlijk moeten verschijnen om toelichting te geven en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist een partij te horen;
  2° de namen van de getuigen en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist een getuige te horen.
  De griffier betekent de beschikking aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de getuigen, vermeld in het vorige lid.
  § 3. De kamervoorzitter neemt de zaak in beraad overeenkomstig artikel 86, § 3, tweede lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.".
  " § 1. Met toepassing van artikel 16, vierde lid, van het decreet kan elke partij om een zitting verzoeken binnen een termijn van zeven dagen, die ingaat op de dag na de betekening van de uitnodiging waarmee de griffier die partij in de mogelijkheid stelt om een zitting te verzoeken. Als die partij gebruikmaakt van de mogelijkheid om te verzoeken om een zitting binnen de vooropgestelde termijn, wordt een zitting georganiseerd.
  Als een beroep niet op een zitting wordt behandeld, deelt de griffier aan de partijen mee op welke datum het debat wordt gesloten en de zaak in beraad wordt genomen. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  Als een beroep op een zitting wordt behandeld, brengt de griffier uiterlijk tien dagen voor de dag van de zitting de partijen en, in voorkomend geval, de getuigen, op de hoogte van de plaats, de dag en het tijdstip van de zitting waarop de vordering tot vernietiging wordt behandeld. De griffier deelt hen ook de samenstelling van de bevoegde kamer mee.
  § 2. De kamervoorzitter bepaalt, in voorkomend geval, bij beschikking:
  1° de namen van de partijen die persoonlijk moeten verschijnen om toelichting te geven en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist een partij te horen;
  2° de namen van de getuigen en de feiten waarover ze zullen worden gehoord, als de kamer heeft beslist een getuige te horen.
  De griffier betekent de beschikking aan de partijen en, in voorkomend geval, aan de getuigen, vermeld in het vorige lid.
  § 3. De kamervoorzitter neemt de zaak in beraad overeenkomstig artikel 86, § 3, tweede lid, of op de datum, vermeld in paragraaf 1, tweede lid.".
Art. 47. L'article 85 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 1er. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie peut demander une audience dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux tĂ©moins, le lieu, le jour et l'heure de l'audience au cours de laquelle la demande d'annulation sera traitĂ©e, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier leur communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 2. Le président de la chambre détermine, le cas échéant, par disposition :
  1° les noms des parties devant comparaßtre en personne pour fournir des explications et les faits sur lesquels elles seront entendues, si la chambre a décidé d'entendre une partie ;
  2° les noms des témoins et les faits sur lesquels ils seront entendus, si la chambre a décidé d'entendre un témoin.
  Le greffier signifie la disposition aux parties et, le cas échéant, aux témoins visés à l'alinéa précédent.
  § 3. Le président de la chambre prend l'affaire en délibéré conformément à l'article 86, § 3, alinéa 2, ou à la date visée au paragraphe 1er, alinéa 2. ".
  " § 1er. En application de l'article 16, alinéa 4, du décret, chaque partie peut demander une audience dans un délai de sept jours à compter du jour suivant la signification de l'invitation par laquelle le greffier donne à cette partie la possibilité de demander qu'une audience soit tenue. Si cette partie fait usage de la possibilité de demander une audience dans le délai imparti, une audience est alors organisée.
  Si un recours n'est pas traité lors d'une audience, le greffier notifie aux parties la date à laquelle les débats seront clos et l'affaire délibérée. Le greffier leur communique également la composition de la chambre compétente.
  Si un recours doit ĂȘtre traitĂ© lors d'une audience, le greffier notifie aux parties et, le cas Ă©chĂ©ant, aux tĂ©moins, le lieu, le jour et l'heure de l'audience au cours de laquelle la demande d'annulation sera traitĂ©e, au plus tard dix jours avant le jour de l'audience. Le greffier leur communique Ă©galement la composition de la chambre compĂ©tente.
  § 2. Le président de la chambre détermine, le cas échéant, par disposition :
  1° les noms des parties devant comparaßtre en personne pour fournir des explications et les faits sur lesquels elles seront entendues, si la chambre a décidé d'entendre une partie ;
  2° les noms des témoins et les faits sur lesquels ils seront entendus, si la chambre a décidé d'entendre un témoin.
  Le greffier signifie la disposition aux parties et, le cas échéant, aux témoins visés à l'alinéa précédent.
  § 3. Le président de la chambre prend l'affaire en délibéré conformément à l'article 86, § 3, alinéa 2, ou à la date visée au paragraphe 1er, alinéa 2. ".
Art. 48. In artikel 88 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt de zinsnede ", de door hen gekozen woonplaats" opgeheven;
  2° in punt 2° wordt voor de woorden "de oproeping", de zinsnede "in voorkomend geval," ingevoegd.
  1° in punt 1° wordt de zinsnede ", de door hen gekozen woonplaats" opgeheven;
  2° in punt 2° wordt voor de woorden "de oproeping", de zinsnede "in voorkomend geval," ingevoegd.
Art. 48. Dans l'article 88 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, le membre de phrase " , le domicile choisi par eux " est abrogé ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " le cas échéant, " est inséré avant les mots " la convocation ".
  1° au point 1°, le membre de phrase " , le domicile choisi par eux " est abrogé ;
  2° au point 2°, le membre de phrase " le cas échéant, " est inséré avant les mots " la convocation ".
Art. 49. In artikel 91 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juli 2024, worden de volgende wijzingen aangebracht:
  1° tussen de woorden "partijen en" en de zinsnede ", in voorkomend geval," wordt het woord "zendt" ingevoegd;
  2° tussen de zinsnede ", in voorkomend geval," en het woord "aan" worden de woorden "een afschrift van het arrest" ingevoegd.
  1° tussen de woorden "partijen en" en de zinsnede ", in voorkomend geval," wordt het woord "zendt" ingevoegd;
  2° tussen de zinsnede ", in voorkomend geval," en het woord "aan" worden de woorden "een afschrift van het arrest" ingevoegd.
Art. 49. Dans l'article 91 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le mot " envoie " est inséré entre les mots " parties et " et le membre de phrase " , le cas échéant, " ;
  2° les mots " une copie de l'arrĂȘt " sont insĂ©rĂ©s entre le membre de phrase " le cas Ă©chĂ©ant, " et les mots " au collĂšge ".
  1° le mot " envoie " est inséré entre les mots " parties et " et le membre de phrase " , le cas échéant, " ;
  2° les mots " une copie de l'arrĂȘt " sont insĂ©rĂ©s entre le membre de phrase " le cas Ă©chĂ©ant, " et les mots " au collĂšge ".
Art. 50. In artikel 95 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 29 oktober 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de partijen;";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de partijen en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;".
  1° in paragraaf 2, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de partijen;";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de partijen en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;".
Art. 50. Dans l'article 95 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 29 octobre 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité des parties ; " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est inséré des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge des parties, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; ".
  1° au paragraphe 2, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité des parties ; " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 1er, il est inséré des points 1° /1 et 1° /2, rédigés comme suit :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge des parties, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; ".
Art. 51. In artikel 100, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 oktober 2021, worden de woorden "tijdens de zitting" vervangen door de woorden "op de datum van de zitting".
Art. 51. Dans l'article 100, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 octobre 2021, les mots " lors de la sĂ©ance " sont remplacĂ©s par les mots " Ă la date de la sĂ©ance ".
Art. 52. In artikel 102, § 1, van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 21 april 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
  1° in paragraaf 1, tweede lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de verzoeker;";
  2° in paragraaf 1, tweede lid, worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de verzoeker en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 1 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.".
Art. 52. Dans l'article 102, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 avril 2017, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité du requérant ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, un point 1° /1 et un point 1° /2 rédigés comme suit sont ajoutés :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge du requérant, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
  1° au paragraphe 1er, alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité du requérant ; " ;
  2° au paragraphe 1er, alinéa 2, un point 1° /1 et un point 1° /2 rédigés comme suit sont ajoutés :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge du requérant, et le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 1er, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. ".
Art. 53. In artikel 104 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2, tweede lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de partij;";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de partijen en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.";
  4° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "partijen en" en de zinsnede ", in voorkomend geval," het woord "zendt" ingevoegd;
  5° in paragraaf 4 worden tussen de zinsnede ", in voorkomend geval," en het woord "aan" de woorden "een afschrift van het arrest" ingevoegd.
  1° in paragraaf 2, tweede lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
  "1° de naam en de hoedanigheid van de partij;";
  2° in paragraaf 2, tweede lid, worden een punt 1° /1 en een punt 1° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "1° /1 de adreskeuze overeenkomstig artikel 7, § 1;
  1° /2 de woonplaats of de zetel van de partijen en, in voorkomend geval, een telefoonnummer en een e-mailadres;";
  3° in paragraaf 2 wordt tussen het tweede en derde lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de verzoeker een rechtspersoon is, vermeldt ze in het verzoekschrift in voorkomend geval haar ondernemingsnummer, OVO-code of onderwijsinstellingsnummer.";
  4° in paragraaf 4 wordt tussen de woorden "partijen en" en de zinsnede ", in voorkomend geval," het woord "zendt" ingevoegd;
  5° in paragraaf 4 worden tussen de zinsnede ", in voorkomend geval," en het woord "aan" de woorden "een afschrift van het arrest" ingevoegd.
Art. 53. Dans l'article 104 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au paragraphe 2, alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité de la partie ; " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 2, un point 1° /1 et un point 1° /2 rédigés comme suit sont ajoutés :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge des parties et, le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. " ;
  4° au paragraphe 4, le mot " envoie " est inséré entre les mots " parties et " et le membre de phrase " , le cas échéant, " ;
  5° au paragraphe 4, les mots " une copie de l'arrĂȘt " sont insĂ©rĂ©s entre le membre de phrase " le cas Ă©chĂ©ant, " et les mots " au collĂšge ".
  1° au paragraphe 2, alinéa 2, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
  " 1° le nom et la qualité de la partie ; " ;
  2° au paragraphe 2, alinéa 2, un point 1° /1 et un point 1° /2 rédigés comme suit sont ajoutés :
  " 1° /1 le choix d'adresse conformément à l'article 7, § 1er ;
  1° /2 le domicile ou le siÚge des parties et, le cas échéant, un numéro de téléphone et une adresse e-mail ; " ;
  3° au paragraphe 2, il est inséré entre les alinéas 2 et 3, un alinéa rédigé comme suit :
  " Si le requĂ©rant est une personne morale, elle doit indiquer dans la requĂȘte, le cas Ă©chĂ©ant, son numĂ©ro d'entreprise, son code OVO ou son numĂ©ro d'Ă©tablissement d'enseignement. " ;
  4° au paragraphe 4, le mot " envoie " est inséré entre les mots " parties et " et le membre de phrase " , le cas échéant, " ;
  5° au paragraphe 4, les mots " une copie de l'arrĂȘt " sont insĂ©rĂ©s entre le membre de phrase " le cas Ă©chĂ©ant, " et les mots " au collĂšge ".
Art. 54. In artikel 105 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 21 april 2017 en 5 juli 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° tussen de woorden "partijen en" en de zinsnede ", in voorkomend geval," wordt het woord "zendt" ingevoegd;
  2° tussen de zinsnede ", in voorkomend geval," en het woord "aan" worden de woorden "een afschrift van het arrest" ingevoegd.
  1° tussen de woorden "partijen en" en de zinsnede ", in voorkomend geval," wordt het woord "zendt" ingevoegd;
  2° tussen de zinsnede ", in voorkomend geval," en het woord "aan" worden de woorden "een afschrift van het arrest" ingevoegd.
Art. 54. Dans l'article 105 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 21 avril 2017 et 5 juillet 2024, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° le mot " envoie " est inséré entre les mots " parties et " et le membre de phrase " , le cas échéant, " ;
  2° les mots " une copie de l'arrĂȘt " sont insĂ©rĂ©s entre le membre de phrase " le cas Ă©chĂ©ant, " et les mots " au collĂšge ".
  1° le mot " envoie " est inséré entre les mots " parties et " et le membre de phrase " , le cas échéant, " ;
  2° les mots " une copie de l'arrĂȘt " sont insĂ©rĂ©s entre le membre de phrase " le cas Ă©chĂ©ant, " et les mots " au collĂšge ".
HOOFDSTUK 2. - Slotbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions finales
Art. 55. Artikel 2, 1° en 2°, artikel 8, artikel 10 tot en met 12, artikel 18 en artikel 19, 2° van het decreet van 23 november 2023 tot wijziging van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges treden, overeenkomstig artikel 22 en artikel 23 van dat decreet, in werking op [1 30 maart 2026]1 voor het Handhavingscollege, vermeld in artikel 2, 1°, a), van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, en de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in artikel 2, 1°, b), van datzelfde decreet.
 Â
 Â
Wijzigingen
Art. 55. L'article 2, 1° et 2°, l'article 8, l'article 10 Ă 12, l'article 18 et l'article 19, 2° du dĂ©cret du 22 novembre 2023 modifiant le dĂ©cret du 4 avril 2014 relatif Ă l'organisation et Ă la procĂ©dure de certaines juridictions administratives flamandes, entrent en vigueur, conformĂ©ment Ă l'article 22 et Ă l'article 23 de ce dĂ©cret, le [1 30 mars 2026 ]1 pour le CollĂšge de maintien, visĂ© Ă l'article 2, 1°, a), du dĂ©cret du 4 avril 2014 relatif Ă l'organisation et Ă la procĂ©dure de certaines juridictions administratives flamandes, et le Conseil du Contentieux des Permis, visĂ© Ă l'article 2, 1°, b), de ce mĂȘme dĂ©cret.
 Â
 Â
Wijzigingen
Art. 56. § 1. De bepalingen van dit besluit treden in werking op [1 30 maart 2026]1 voor het Handhavingscollege, vermeld in artikel 2, 1°, a), van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, en de Raad voor Vergunningsbetwistingen, vermeld in artikel 2, 1°, b), van datzelfde decreet.
  De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, zoals van kracht voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen vanaf [1 30 maart 2026]1, zijn voor het eerst van toepassing op de vorderingen die bij die bestuursrechtscolleges worden ingediend vanaf die datum.
  Op eventuele aanvullende vorderingen waarvan de hoofdvordering is ingediend voor [1 30 maart 2026]1, zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges van toepassing, zoals van kracht voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  § 2. Voor de bezwaren bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, vermeld in artikel 2, 1°, c), van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, en de vorderingen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, vermeld in artikel 2, 1°, d), van datzelfde decreet, treden de bepalingen van dit besluit in werking op een datum die later door de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld.
  § 3. Voor de vorderingen die bij het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen zijn ingesteld voor [1 30 maart 2026]1, en voor de aanvullende vorderingen bij deze vorderingen, zal het digitaal platform dat toegankelijk is via een webpagina van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges, tijdelijk dienstdoen als digitaal loket als vermeld in artikel 1, 10° en artikel 8/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, zoals van kracht voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  Voor de bezwaren bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en de vorderingen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen zal het digitaal platform dat toegankelijk is via een webpagina van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges, vanaf [1 30 maart 2026]1 dienstdoen als digitaal loket als vermeld in artikel 1, 10° en artikel 8/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, zoals van kracht voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
 Â
  De bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, zoals van kracht voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen vanaf [1 30 maart 2026]1, zijn voor het eerst van toepassing op de vorderingen die bij die bestuursrechtscolleges worden ingediend vanaf die datum.
  Op eventuele aanvullende vorderingen waarvan de hoofdvordering is ingediend voor [1 30 maart 2026]1, zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges van toepassing, zoals van kracht voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  § 2. Voor de bezwaren bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen, vermeld in artikel 2, 1°, c), van het decreet van 4 april 2014 betreffende de organisatie en de rechtspleging van sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, en de vorderingen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen, vermeld in artikel 2, 1°, d), van datzelfde decreet, treden de bepalingen van dit besluit in werking op een datum die later door de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld.
  § 3. Voor de vorderingen die bij het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen zijn ingesteld voor [1 30 maart 2026]1, en voor de aanvullende vorderingen bij deze vorderingen, zal het digitaal platform dat toegankelijk is via een webpagina van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges, tijdelijk dienstdoen als digitaal loket als vermeld in artikel 1, 10° en artikel 8/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, zoals van kracht voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
  Voor de bezwaren bij de Raad voor Verkiezingsbetwistingen en de vorderingen bij de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen zal het digitaal platform dat toegankelijk is via een webpagina van de Dienst van de Bestuursrechtscolleges, vanaf [1 30 maart 2026]1 dienstdoen als digitaal loket als vermeld in artikel 1, 10° en artikel 8/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 houdende de rechtspleging voor sommige Vlaamse bestuursrechtscolleges, zoals van kracht voor de datum van de inwerkingtreding van dit besluit voor het Handhavingscollege en de Raad voor Vergunningsbetwistingen.
 Â
Wijzigingen
Art. 56. § 1er. Les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entrent en vigueur le [1 30 mars 2026]1 pour le CollĂšge de maintien, visĂ© Ă l'article 2, 1°, a), du dĂ©cret du 4 avril 2014 relatif Ă l'organisation et Ă la procĂ©dure de certaines juridictions administratives flamandes, et le Conseil du Contentieux des Permis, visĂ© Ă l'article 2, 1°, b), de ce mĂȘme dĂ©cret.
  Les dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, telles qu'elles sont en vigueur pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis Ă partir du [1 30 mars 2026]1, s'appliquent pour la premiĂšre fois aux demandes introduites auprĂšs de ces juridictions administratives Ă partir de cette date.
  Les dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, telles qu'elles sont en vigueur pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent aux Ă©ventuelles demandes complĂ©mentaires dont la demande principale a Ă©tĂ© introduite avant le [1 30 mars 2026 ]1.
  § 2. En ce qui concerne les rĂ©clamations devant le Conseil des Contestations Ă©lectorales, visĂ© Ă l'article 2, 1°, c), du dĂ©cret du 4 avril 2014 relatif Ă l'organisation et Ă la procĂ©dure de certaines juridictions administratives flamandes, et les requĂȘtes devant le Conseil de rĂšglement des diffĂ©rends en matiĂšre de dĂ©cisions sur la progression des Ă©tudes, visĂ© Ă l'article 2, 1°, d), du mĂȘme dĂ©cret, les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entrent en vigueur Ă une date qui sera dĂ©terminĂ©e ultĂ©rieurement par le Gouvernement flamand.
  § 3. En ce qui concerne les demandes introduites auprĂšs du CollĂšge de maintien et du Conseil du Contentieux des Permis avant le [1 30 mars 2026 ]1, et en ce qui concerne les demandes complĂ©mentaires Ă ces demandes, la plateforme numĂ©rique accessible via une page web du Service des Juridictions administratives servira temporairement de guichet numĂ©rique tel que visĂ© Ă l'article 1er, 10°, et Ă l'article 8/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, tel qu'en vigueur avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis.
  En ce qui concerne les rĂ©clamations introduites auprĂšs du Conseil des Contestations Ă©lectorales et les demandes introduites auprĂšs du Conseil de rĂšglement des diffĂ©rends en matiĂšre de dĂ©cisions sur la progression des Ă©tudes, la plateforme numĂ©rique accessible via une page web du Service des Juridictions administratives servira Ă partir d[1 30 mars 2026 ]1 de guichet numĂ©rique tel que visĂ© Ă l'article 1er, 10°, et Ă l'article 8/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, tel qu'en vigueur avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis.
 Â
  Les dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, telles qu'elles sont en vigueur pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis Ă partir du [1 30 mars 2026]1, s'appliquent pour la premiĂšre fois aux demandes introduites auprĂšs de ces juridictions administratives Ă partir de cette date.
  Les dispositions de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, telles qu'elles sont en vigueur pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, s'appliquent aux Ă©ventuelles demandes complĂ©mentaires dont la demande principale a Ă©tĂ© introduite avant le [1 30 mars 2026 ]1.
  § 2. En ce qui concerne les rĂ©clamations devant le Conseil des Contestations Ă©lectorales, visĂ© Ă l'article 2, 1°, c), du dĂ©cret du 4 avril 2014 relatif Ă l'organisation et Ă la procĂ©dure de certaines juridictions administratives flamandes, et les requĂȘtes devant le Conseil de rĂšglement des diffĂ©rends en matiĂšre de dĂ©cisions sur la progression des Ă©tudes, visĂ© Ă l'article 2, 1°, d), du mĂȘme dĂ©cret, les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© entrent en vigueur Ă une date qui sera dĂ©terminĂ©e ultĂ©rieurement par le Gouvernement flamand.
  § 3. En ce qui concerne les demandes introduites auprĂšs du CollĂšge de maintien et du Conseil du Contentieux des Permis avant le [1 30 mars 2026 ]1, et en ce qui concerne les demandes complĂ©mentaires Ă ces demandes, la plateforme numĂ©rique accessible via une page web du Service des Juridictions administratives servira temporairement de guichet numĂ©rique tel que visĂ© Ă l'article 1er, 10°, et Ă l'article 8/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, tel qu'en vigueur avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis.
  En ce qui concerne les rĂ©clamations introduites auprĂšs du Conseil des Contestations Ă©lectorales et les demandes introduites auprĂšs du Conseil de rĂšglement des diffĂ©rends en matiĂšre de dĂ©cisions sur la progression des Ă©tudes, la plateforme numĂ©rique accessible via une page web du Service des Juridictions administratives servira Ă partir d[1 30 mars 2026 ]1 de guichet numĂ©rique tel que visĂ© Ă l'article 1er, 10°, et Ă l'article 8/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 portant la procĂ©dure devant certaines juridictions administratives flamandes, tel qu'en vigueur avant la date d'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour le CollĂšge de maintien et le Conseil du Contentieux des Permis.
 Â
Wijzigingen
Art. 57. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bestuursrechtspraak, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 57. Le ministre flamand compĂ©tent pour le contentieux administratif, est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.