Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
5 JUNI 2025. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen met het oog op de integratie van minimumvereisten voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Titre
5 JUIN 2025. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
Documentinformatie
Info du document
Tekst (26)
Texte (26)
Artikel 1. Richtlijn 2018/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen wordt bij dit besluit gedeeltelijk omgezet.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement la Directive 2018/2001/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relative à la promotion de l'utilisation de l'énergie produite à partir de sources renouvelables.
Art. 2. Artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2023 wordt aangevuld met een punt 4°, luidend als volgt:
"4° Richtlijn 2001/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. ".
"4° Richtlijn 2001/2001/EU van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen. ".
Art. 2. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013, modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2023, est complété par un 4°, rédigé comme suit :
" 4° la Directive 2018/2001/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relative à la promotion de l'utilisation de l'énergie produite à partir de sources renouvelables. ".
" 4° la Directive 2018/2001/UE du Parlement européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relative à la promotion de l'utilisation de l'énergie produite à partir de sources renouvelables. ".
Art. 3. Artikel 2 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2023, wordt aangevuld met de punten 15° 16°, luidend als volgt:
"15° de gemeenschap voor hernieuwbare energie: de gemeenschap voor hernieuwbare energie zoals omschreven in artikel 2, 2° quinquies, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;";
16° het delen van energie: het delen van energie zoals omschreven in artikel 2, 2° quater, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt. ".
"15° de gemeenschap voor hernieuwbare energie: de gemeenschap voor hernieuwbare energie zoals omschreven in artikel 2, 2° quinquies, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt;";
16° het delen van energie: het delen van energie zoals omschreven in artikel 2, 2° quater, van het decreet van 12 april 2001 betreffende de organisatie van de gewestelijke elektriciteitsmarkt. ".
Art. 3. L'article 2 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2023, est complété par les 15° et un 16° rédigés comme suit :
" 15° la communauté d'énergies renouvelables : la communauté d'énergies renouvelables telle que définie à l'article 2, 2° quinquies, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité ; " ;
16° le partage d'énergie : le partage d'énergie tel que défini à l'article 2, 2° quater, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité. ".
" 15° la communauté d'énergies renouvelables : la communauté d'énergies renouvelables telle que définie à l'article 2, 2° quinquies, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité ; " ;
16° le partage d'énergie : le partage d'énergie tel que défini à l'article 2, 2° quater, du décret du 12 avril 2001 relatif à l'organisation du marché régional de l'électricité. ".
Art. 4. In artikel 10/2 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 28 januari 2016 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, wordt paragraaf 1 aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, moet het gebouw een minimumpercentage energie uit hernieuwbare bronnen van vijfendertig procent bevatten. Voor een gebouw met een totale bruikbare oppervlakte van 1.000 m2 of meer moet dit percentage energie voor ten minste vijftien procent bestaan uit energie afkomstig van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze percentages worden berekend overeenkomstig bijlage A1. ".
"Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, moet het gebouw een minimumpercentage energie uit hernieuwbare bronnen van vijfendertig procent bevatten. Voor een gebouw met een totale bruikbare oppervlakte van 1.000 m2 of meer moet dit percentage energie voor ten minste vijftien procent bestaan uit energie afkomstig van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze percentages worden berekend overeenkomstig bijlage A1. ".
Art. 4. Dans l'article 10/2 du même arrêté, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 janvier 2016 et modifié par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 avril 2019, le paragraphe 1er est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment intègre un pourcentage d'énergie qui provient de sources renouvelables de trente-cinq pour cent au minimum. Pour un bâtiment d'une superficie utile totale supérieure ou égale à 1.000 m2, ce pourcentage d'énergie intègre quinze pour cent au minimum d'énergie provenant de systèmes utilisant une énergie produite à partir de sources renouvelables. Ces pourcentages sont calculés conformément à l'annexe A1. ".
" Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment intègre un pourcentage d'énergie qui provient de sources renouvelables de trente-cinq pour cent au minimum. Pour un bâtiment d'une superficie utile totale supérieure ou égale à 1.000 m2, ce pourcentage d'énergie intègre quinze pour cent au minimum d'énergie provenant de systèmes utilisant une énergie produite à partir de sources renouvelables. Ces pourcentages sont calculés conformément à l'annexe A1. ".
Art. 5. In artikel 11 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 28 januari 2016, wordt paragraaf 4 aangevuld met een lid, luidend als volgt:
"Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, moet het gebouw een minimumpercentage energie uit hernieuwbare bronnen van vijfendertig procent bevatten. Voor een gebouw met een totale bruikbare oppervlakte van 1.000 m2 of meer moet dit percentage energie voor ten minste vijftien procent bestaan uit energie afkomstig van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze percentages worden berekend overeenkomstig bijlage A3. ".
"Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, moet het gebouw een minimumpercentage energie uit hernieuwbare bronnen van vijfendertig procent bevatten. Voor een gebouw met een totale bruikbare oppervlakte van 1.000 m2 of meer moet dit percentage energie voor ten minste vijftien procent bestaan uit energie afkomstig van systemen die gebruikmaken van energie uit hernieuwbare bronnen. Deze percentages worden berekend overeenkomstig bijlage A3. ".
Art. 5. Dans l'article 11 du même arrêté, remplacé par l'arrêté du Gouvernement wallon du 28 janvier 2016, le paragraphe 4 est complété par un alinéa rédigé comme suit :
" Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment intègre un pourcentage d'énergie qui provient de sources renouvelables de trente-cinq pour cent au minimum. Pour un bâtiment d'une superficie utile totale supérieure ou égale à 1.000 m2, ce pourcentage d'énergie intègre quinze pour cent au minimum d'énergie provenant de systèmes utilisant une énergie produite à partir de sources renouvelables. Ces pourcentages sont calculés conformément à l'annexe A3. ".
" Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment intègre un pourcentage d'énergie qui provient de sources renouvelables de trente-cinq pour cent au minimum. Pour un bâtiment d'une superficie utile totale supérieure ou égale à 1.000 m2, ce pourcentage d'énergie intègre quinze pour cent au minimum d'énergie provenant de systèmes utilisant une énergie produite à partir de sources renouvelables. Ces pourcentages sont calculés conformément à l'annexe A3. ".
Art. 6. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 14/1. § 1. Wanneer de EPB-aangever van mening is dat een gebouw niet zal kunnen voldoen aan de eisen bedoeld in de artikelen 10/2, § 1, derde of vierde lid, en 11, § 4, derde of vierde lid, voegt hij bij de initiële EPB-aangifte een bewijsnota met de redenen die volgens hem de technische, functionele of economische onmogelijkheid rechtvaardigen om het vereiste percentage energie uit hernieuwbare bronnen te installeren.
De EPB-aangever toont in zijn bewijsnota aan dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is om het vereiste percentage energie uit hernieuwbare bronnen te bereiken met behulp van de hernieuwbare technologieën die in aanmerking zijn genomen in de EPB-berekeningsmethode, met name met inachtneming van de volgende overwegingen:
1° de onmogelijkheid om te voldoen aan de geluidsnormen;
2° de aard van de bodem;
3° de onmogelijkheid om te voldoen aan de minimale afstanden tot gemeenschappelijke grenzen;
4° de onmogelijkheid om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen;
5° het ontbreken van voldoende ruimte of volume, in het betrokken gebouw of op het perceel van het gebouw, om een specifiek type generator te plaatsen en/of de brandstof ervan op te slaan;
6° het ontbreken van voldoende zonlicht;
7° overmatige schaduw van de omgeving;
8° de afwezigheid van voldoende oppervlakte op het betrokken gebouw of op het bouwperceel, om zonnepanelen te plaatsen;
9° het ontbreken van een externe warmtevoorziening in de buurt;
10° het ontbreken van een gemeenschap voor hernieuwbare energie in de buurt;
De EPB- aangever die bij de eerste EPB-aangifte geen beroep doet op deze afwijking, ziet af van het recht op deze afwijking, behalve wanneer de EPB- aangever tijdens de definitieve EPB-aangifte een wijziging van de in het tweede lid bedoelde voorwaarden rechtvaardigt.
§ 2. Naast de eisen bedoeld in artikel 10/2, moet de EPW-eenheid die van de afwijking geniet, indien daarop geen afwijking wordt toegestaan krachtens artikel 10 van het decreet, ook aan de volgende vereisten voldoen:
1° het niveau EW is niet hoger dan dertig;
2° het Espec is niet hoger dan vijfenvijftig kWu/m2 per jaar.
§ 3. Naast de eisen bedoeld in artikel 11, moet het niveau EW van de- EPN-eenheid die van de afwijking geniet, indien daarop geen afwijking wordt toegestaan krachtens artikel 10 van het decreet, niet meer bedragen dan vijfenzestig procent van de overeenkomstig artikel 11, paragraaf 5, vastgestelde waarde, afgerond naar boven.
§ 4. Voor gebouwen die meerdere EPW- en/of EPN-eenheden bevatten, wordt de beoordeling van de eisen bedoeld in §§ 2 en 3 uitgevoerd op het niveau van het gebouw, overeenkomstig de bijlagen A1 en A3. ".
"Art. 14/1. § 1. Wanneer de EPB-aangever van mening is dat een gebouw niet zal kunnen voldoen aan de eisen bedoeld in de artikelen 10/2, § 1, derde of vierde lid, en 11, § 4, derde of vierde lid, voegt hij bij de initiële EPB-aangifte een bewijsnota met de redenen die volgens hem de technische, functionele of economische onmogelijkheid rechtvaardigen om het vereiste percentage energie uit hernieuwbare bronnen te installeren.
De EPB-aangever toont in zijn bewijsnota aan dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is om het vereiste percentage energie uit hernieuwbare bronnen te bereiken met behulp van de hernieuwbare technologieën die in aanmerking zijn genomen in de EPB-berekeningsmethode, met name met inachtneming van de volgende overwegingen:
1° de onmogelijkheid om te voldoen aan de geluidsnormen;
2° de aard van de bodem;
3° de onmogelijkheid om te voldoen aan de minimale afstanden tot gemeenschappelijke grenzen;
4° de onmogelijkheid om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen;
5° het ontbreken van voldoende ruimte of volume, in het betrokken gebouw of op het perceel van het gebouw, om een specifiek type generator te plaatsen en/of de brandstof ervan op te slaan;
6° het ontbreken van voldoende zonlicht;
7° overmatige schaduw van de omgeving;
8° de afwezigheid van voldoende oppervlakte op het betrokken gebouw of op het bouwperceel, om zonnepanelen te plaatsen;
9° het ontbreken van een externe warmtevoorziening in de buurt;
10° het ontbreken van een gemeenschap voor hernieuwbare energie in de buurt;
De EPB- aangever die bij de eerste EPB-aangifte geen beroep doet op deze afwijking, ziet af van het recht op deze afwijking, behalve wanneer de EPB- aangever tijdens de definitieve EPB-aangifte een wijziging van de in het tweede lid bedoelde voorwaarden rechtvaardigt.
§ 2. Naast de eisen bedoeld in artikel 10/2, moet de EPW-eenheid die van de afwijking geniet, indien daarop geen afwijking wordt toegestaan krachtens artikel 10 van het decreet, ook aan de volgende vereisten voldoen:
1° het niveau EW is niet hoger dan dertig;
2° het Espec is niet hoger dan vijfenvijftig kWu/m2 per jaar.
§ 3. Naast de eisen bedoeld in artikel 11, moet het niveau EW van de- EPN-eenheid die van de afwijking geniet, indien daarop geen afwijking wordt toegestaan krachtens artikel 10 van het decreet, niet meer bedragen dan vijfenzestig procent van de overeenkomstig artikel 11, paragraaf 5, vastgestelde waarde, afgerond naar boven.
§ 4. Voor gebouwen die meerdere EPW- en/of EPN-eenheden bevatten, wordt de beoordeling van de eisen bedoeld in §§ 2 en 3 uitgevoerd op het niveau van het gebouw, overeenkomstig de bijlagen A1 en A3. ".
Art. 6. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14/1 rédigé comme suit :
" Art. 14/1. § 1er. Lorsque le déclarant PEB estime qu'un bâtiment ne pourra pas rencontrer les exigences visées aux articles 10/2, § 1er, alinéa 3 ou 4, et 11, § 4, alinéa 3 ou 4, il joint à la déclaration PEB initiale, une note justificative indiquant les raisons qui justifient, selon lui, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique d'installer le pourcentage d'énergie provenant de sources renouvelables requis.
Le déclarant PEB démontre, dans sa note justificative, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique d'atteindre le pourcentage d'énergie provenant de sources de renouvelables requis à l'aide des technologies renouvelables prises en compte dans la méthode de calcul PEB, notamment au regard des considérations suivantes :
1° l'impossibilité de respecter les normes de bruit ;
2° la nature du sol ;
3° l'impossibilité de respecter les distances minimales vis-à-vis des limites mitoyennes ;
4° l'impossibilité de respecter les normes de qualité de l'air ;
5° l'absence d'espace ou de volume suffisant, dans le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer un type spécifique de générateur et/ou stocker son combustible ;
6° l'absence d'ensoleillement suffisant ;
7° la présence d'un ombrage issu de l'environnement trop important ;
8° l'absence de superficie suffisante, sur le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer des panneaux solaires ;
9° l'absence d'une fourniture de chaleur externe à proximité ;
10° l'absence d'une communauté d'énergie renouvelable à proximité.
Le déclarant PEB qui ne sollicite pas cette dérogation lors de la déclaration PEB initiale renonce à se prévaloir de cette dérogation, sauf lorsque le déclarant PEB justifie, lors de la déclaration PEB finale, un changement dans les conditions visées à l'alinéa 2.
§ 2. Outre les exigences visées à l'article 10/2, lorsqu'il n'y est pas dérogé en vertu de l'article 10 du décret, l'unité PER qui bénéficie de la dérogation respecte également les exigences suivantes :
1° le niveau EW n'excède pas trente ;
2° le Espec n'excède pas cinquante-cinq kWh/m2.an.
§ 3. Outre les exigences visées à l'article 11, lorsqu'il n'y est pas dérogé en vertu de l'article 10 du décret, le niveau EW de l'unité PEN qui bénéficie de la dérogation n'excède pas soixante-cinq pourcent de la valeur déterminée conformément à l'article 11, paragraphe 5, arrondi à l'unité supérieure.
§ 4. Pour les bâtiments qui contiennent plusieurs unités PER et/ou PEN, l'évaluation des exigences visées aux §§ 2 et 3 s'effectue à l'échelle du bâtiment, conformément aux annexes A1 et A3. ".
" Art. 14/1. § 1er. Lorsque le déclarant PEB estime qu'un bâtiment ne pourra pas rencontrer les exigences visées aux articles 10/2, § 1er, alinéa 3 ou 4, et 11, § 4, alinéa 3 ou 4, il joint à la déclaration PEB initiale, une note justificative indiquant les raisons qui justifient, selon lui, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique d'installer le pourcentage d'énergie provenant de sources renouvelables requis.
Le déclarant PEB démontre, dans sa note justificative, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique d'atteindre le pourcentage d'énergie provenant de sources de renouvelables requis à l'aide des technologies renouvelables prises en compte dans la méthode de calcul PEB, notamment au regard des considérations suivantes :
1° l'impossibilité de respecter les normes de bruit ;
2° la nature du sol ;
3° l'impossibilité de respecter les distances minimales vis-à-vis des limites mitoyennes ;
4° l'impossibilité de respecter les normes de qualité de l'air ;
5° l'absence d'espace ou de volume suffisant, dans le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer un type spécifique de générateur et/ou stocker son combustible ;
6° l'absence d'ensoleillement suffisant ;
7° la présence d'un ombrage issu de l'environnement trop important ;
8° l'absence de superficie suffisante, sur le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer des panneaux solaires ;
9° l'absence d'une fourniture de chaleur externe à proximité ;
10° l'absence d'une communauté d'énergie renouvelable à proximité.
Le déclarant PEB qui ne sollicite pas cette dérogation lors de la déclaration PEB initiale renonce à se prévaloir de cette dérogation, sauf lorsque le déclarant PEB justifie, lors de la déclaration PEB finale, un changement dans les conditions visées à l'alinéa 2.
§ 2. Outre les exigences visées à l'article 10/2, lorsqu'il n'y est pas dérogé en vertu de l'article 10 du décret, l'unité PER qui bénéficie de la dérogation respecte également les exigences suivantes :
1° le niveau EW n'excède pas trente ;
2° le Espec n'excède pas cinquante-cinq kWh/m2.an.
§ 3. Outre les exigences visées à l'article 11, lorsqu'il n'y est pas dérogé en vertu de l'article 10 du décret, le niveau EW de l'unité PEN qui bénéficie de la dérogation n'excède pas soixante-cinq pourcent de la valeur déterminée conformément à l'article 11, paragraphe 5, arrondi à l'unité supérieure.
§ 4. Pour les bâtiments qui contiennent plusieurs unités PER et/ou PEN, l'évaluation des exigences visées aux §§ 2 et 3 s'effectue à l'échelle du bâtiment, conformément aux annexes A1 et A3. ".
Art. 7. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14/2 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 14/2. Voor elke aanvraag voor een bouwvergunning of verbouwing van een gebouw of een EPB-eenheid waarvan de EPB-aangever zich ertoe verbindt of ertoe verbonden is deel te nemen aan een hernieuwbare-energiegemeenschap, moet het gebouw of de EPB-eenheid voldoen aan de eisen bedoeld in de artikelen 10/2 en volgende, zonder rekening te houden, voor de naleving van de eisen met betrekking tot het niveau EW en Espec, met de energiebijdragen die verband houden met de energiedeling binnen de gemeenschap voor hernieuwbare energie waaraan hij deelneemt of zal deelnemen na de bouw of verbouwing.
De Minister bepaalt de wijze waarop de verbintenis van de aangever ten aanzien van de hernieuwbare-energiegemeenschap moet worden gerechtvaardigd, de toe te passen berekeningsmethode, alsook de wijze waarop de informatie over de hernieuwbare-energiegemeenschap moet worden opgenomen in het EPB-certificaat van het gebouw of de betrokken eenheid. ".
"Art. 14/2. Voor elke aanvraag voor een bouwvergunning of verbouwing van een gebouw of een EPB-eenheid waarvan de EPB-aangever zich ertoe verbindt of ertoe verbonden is deel te nemen aan een hernieuwbare-energiegemeenschap, moet het gebouw of de EPB-eenheid voldoen aan de eisen bedoeld in de artikelen 10/2 en volgende, zonder rekening te houden, voor de naleving van de eisen met betrekking tot het niveau EW en Espec, met de energiebijdragen die verband houden met de energiedeling binnen de gemeenschap voor hernieuwbare energie waaraan hij deelneemt of zal deelnemen na de bouw of verbouwing.
De Minister bepaalt de wijze waarop de verbintenis van de aangever ten aanzien van de hernieuwbare-energiegemeenschap moet worden gerechtvaardigd, de toe te passen berekeningsmethode, alsook de wijze waarop de informatie over de hernieuwbare-energiegemeenschap moet worden opgenomen in het EPB-certificaat van het gebouw of de betrokken eenheid. ".
Art. 7. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14/2 rédigé comme suit :
" Art. 14/2. Pour toute demande de permis de construction ou reconstruction d'un bâtiment ou d'une unité PEB dont le déclarant PEB s'engage ou est engagé à participer à une communauté d'énergies renouvelables, le bâtiment ou l'unité PEB respecte les exigences visées aux articles 10/2 et suivants sans tenir compte, pour le respect des exigences relatives au niveau EW et au Espec, des apports d'énergie liés au partage d'énergie au sein de la communauté d'énergies renouvelables à laquelle il participe ou participera à l'issue de la construction ou reconstruction.
Le Ministre détermine les modalités de preuve de l'engagement du déclarant au sein de la communauté d'énergies renouvelables, la méthode de calcul applicable, ainsi que les modalités d'intégration des informations liées à la communauté d'énergies renouvelables dans le certificat PEB du bâtiment ou de l'unité concernée. ".
" Art. 14/2. Pour toute demande de permis de construction ou reconstruction d'un bâtiment ou d'une unité PEB dont le déclarant PEB s'engage ou est engagé à participer à une communauté d'énergies renouvelables, le bâtiment ou l'unité PEB respecte les exigences visées aux articles 10/2 et suivants sans tenir compte, pour le respect des exigences relatives au niveau EW et au Espec, des apports d'énergie liés au partage d'énergie au sein de la communauté d'énergies renouvelables à laquelle il participe ou participera à l'issue de la construction ou reconstruction.
Le Ministre détermine les modalités de preuve de l'engagement du déclarant au sein de la communauté d'énergies renouvelables, la méthode de calcul applicable, ainsi que les modalités d'intégration des informations liées à la communauté d'énergies renouvelables dans le certificat PEB du bâtiment ou de l'unité concernée. ".
Art. 8. In hetzelfde besluit wordt een artikel 14/3 ingevoegd, luidend als volgt:
"Art. 14/3. § 1. Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, mag het gebouw of de EPB-eenheid bij de bouw of verbouwing geen verwarmings- of sanitair warmwatersysteem op stookolie of steenkool bevatten.
§ 2. Wanneer de EPB- aangever om een technische, functionele of economische reden van mening is dat zijn project niet aan de in § 1 bedoelde eis kan voldoen, voegt hij bij de oorspronkelijke EPB-aangifte een bewijsnota waarin hij aangeeft waarom hij van mening is dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is om aan deze eis te voldoen.
De EPB-aangever moet in zijn bewijsnota aantonen dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is, met name met inachtneming van de volgende overwegingen:
1° de onmogelijkheid om te voldoen aan de geluidsnormen;
2° de aard van de bodem;
3° de onmogelijkheid om te voldoen aan de minimale afstanden tot gemeenschappelijke grenzen;
4° de onmogelijkheid om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen;
5° het ontbreken van voldoende ruimte of volume, in het betrokken gebouw of op het perceel van het gebouw, om een specifiek type generator te plaatsen en/of de brandstof ervan op te slaan;
6° het ontbreken van voldoende zonlicht;
7° overmatige schaduw van de omgeving;
8° de afwezigheid van voldoende oppervlakte op het betrokken gebouw of op het bouwperceel, om zonnepanelen te plaatsen;
9° het ontbreken van een externe warmtevoorziening in de buurt;
10° het ontbreken van een gemeenschap voor hernieuwbare energie in de buurt;
De EPB-aangever die geen bewijsnota bij zijn EPB-aangifte voegt, ziet af van het recht op deze afwijking. ".
"Art. 14/3. § 1. Wanneer de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag een latere datum heeft dan 31 december 2025, mag het gebouw of de EPB-eenheid bij de bouw of verbouwing geen verwarmings- of sanitair warmwatersysteem op stookolie of steenkool bevatten.
§ 2. Wanneer de EPB- aangever om een technische, functionele of economische reden van mening is dat zijn project niet aan de in § 1 bedoelde eis kan voldoen, voegt hij bij de oorspronkelijke EPB-aangifte een bewijsnota waarin hij aangeeft waarom hij van mening is dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is om aan deze eis te voldoen.
De EPB-aangever moet in zijn bewijsnota aantonen dat het technisch, functioneel of economisch onmogelijk is, met name met inachtneming van de volgende overwegingen:
1° de onmogelijkheid om te voldoen aan de geluidsnormen;
2° de aard van de bodem;
3° de onmogelijkheid om te voldoen aan de minimale afstanden tot gemeenschappelijke grenzen;
4° de onmogelijkheid om te voldoen aan de luchtkwaliteitsnormen;
5° het ontbreken van voldoende ruimte of volume, in het betrokken gebouw of op het perceel van het gebouw, om een specifiek type generator te plaatsen en/of de brandstof ervan op te slaan;
6° het ontbreken van voldoende zonlicht;
7° overmatige schaduw van de omgeving;
8° de afwezigheid van voldoende oppervlakte op het betrokken gebouw of op het bouwperceel, om zonnepanelen te plaatsen;
9° het ontbreken van een externe warmtevoorziening in de buurt;
10° het ontbreken van een gemeenschap voor hernieuwbare energie in de buurt;
De EPB-aangever die geen bewijsnota bij zijn EPB-aangifte voegt, ziet af van het recht op deze afwijking. ".
Art. 8. Dans le même arrêté, il est inséré un article 14/3 rédigé comme suit :
" Art. 14/3. § 1er Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment ou l'unité PEB, lors de sa construction ou de sa reconstruction, ne peut intégrer de système de chauffage ou de production d'eau chaude sanitaire fonctionnant au mazout ou au charbon.
§ 2. Lorsque, pour une raison technique, fonctionnelle ou économique, le déclarant PEB estime que son projet ne pourra rencontrer l'exigence visée au § 1er, il joint à la déclaration PEB initiale, une note justificative indiquant les raisons qui justifient, selon lui, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique de respecter cette exigence.
Le déclarant PEB démontre, dans sa note justificative, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique, notamment au regard des considérations suivantes :
1° l'impossibilité de respecter les normes de bruit ;
2° la nature du sol ;
3° l'impossibilité de respecter les distances minimales vis-à-vis des limites mitoyennes ;
4° l'impossibilité de respecter les normes de qualité de l'air ;
5° l'absence d'espace ou de volume suffisant, dans le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer un type spécifique de générateur et/ou stocker son combustible ;
6° l'absence d'ensoleillement suffisant ;
7° la présence d'un ombrage issu de l'environnement trop important ;
8° l'absence de superficie suffisante, sur le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer des panneaux solaires ;
9° l'absence d'une fourniture de chaleur externe à proximité ;
10° l'absence d'une communauté d'énergie renouvelable à proximité.
Le déclarant PEB qui ne joint pas de note justificative à la déclaration PEB initiale renonce à se prévaloir de cette dérogation. ".
" Art. 14/3. § 1er Lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025, le bâtiment ou l'unité PEB, lors de sa construction ou de sa reconstruction, ne peut intégrer de système de chauffage ou de production d'eau chaude sanitaire fonctionnant au mazout ou au charbon.
§ 2. Lorsque, pour une raison technique, fonctionnelle ou économique, le déclarant PEB estime que son projet ne pourra rencontrer l'exigence visée au § 1er, il joint à la déclaration PEB initiale, une note justificative indiquant les raisons qui justifient, selon lui, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique de respecter cette exigence.
Le déclarant PEB démontre, dans sa note justificative, l'impossibilité technique, fonctionnelle ou économique, notamment au regard des considérations suivantes :
1° l'impossibilité de respecter les normes de bruit ;
2° la nature du sol ;
3° l'impossibilité de respecter les distances minimales vis-à-vis des limites mitoyennes ;
4° l'impossibilité de respecter les normes de qualité de l'air ;
5° l'absence d'espace ou de volume suffisant, dans le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer un type spécifique de générateur et/ou stocker son combustible ;
6° l'absence d'ensoleillement suffisant ;
7° la présence d'un ombrage issu de l'environnement trop important ;
8° l'absence de superficie suffisante, sur le bâtiment concerné ou sur la parcelle du bâtiment, pour placer des panneaux solaires ;
9° l'absence d'une fourniture de chaleur externe à proximité ;
10° l'absence d'une communauté d'énergie renouvelable à proximité.
Le déclarant PEB qui ne joint pas de note justificative à la déclaration PEB initiale renonce à se prévaloir de cette dérogation. ".
Art. 9. In artikel 87 van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 januari 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht in paragraaf 3:
1° het eerste lid wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt:
"7° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van energie uit hernieuwbare bronnen, berekend overeenkomstig bijlage E";
2° in het tweede lid, worden de woorden "en 7° " ingevoegd tussen de woorden "in lid 1, 1° tot 5° " en de woorden ", waarbij in voorkomend geval het bedrag van de geldboete bedoeld in lid 1, 6°, gevoegd wordt";
3° na § 3 wordt een § 3/2 ingevoegd, luidend als volgt:
"3/2. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, voor zover het gaat om de EPB-eisen vastgesteld in artikel 14/3 van dit besluit, worden bestraft met een geldboete van 2.000 euro per verboden systeem, verhoogd met 3.000 euro per door dit systeem bediend PEB-eenheid. ".
1° het eerste lid wordt aangevuld met een punt 7°, luidend als volgt:
"7° 0,24 euro per afwijking van 1 MJ in het domein van energie uit hernieuwbare bronnen, berekend overeenkomstig bijlage E";
2° in het tweede lid, worden de woorden "en 7° " ingevoegd tussen de woorden "in lid 1, 1° tot 5° " en de woorden ", waarbij in voorkomend geval het bedrag van de geldboete bedoeld in lid 1, 6°, gevoegd wordt";
3° na § 3 wordt een § 3/2 ingevoegd, luidend als volgt:
"3/2. De inbreuken vastgesteld in artikel 59, 2°, van het decreet, voor zover het gaat om de EPB-eisen vastgesteld in artikel 14/3 van dit besluit, worden bestraft met een geldboete van 2.000 euro per verboden systeem, verhoogd met 3.000 euro per door dit systeem bediend PEB-eenheid. ".
Art. 9. A l'article 87 du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 janvier 2023, dans le paragraphe 3, les modifications suivantes sont apportées :
1° l'alinéa 1er est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine des énergies provenant de sources renouvelables, calculé conformément à l'annexe E " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " et 7° " sont insérés entre les mots " à l'alinéa 1er, 1° à 5° " et les mots " , auquel, le cas échéant, s'ajoute le montant de l'amende visé à l'alinéa 1er, 6° " ;
3° à la suite du § 3 est inséré un § 3/2 rédigé comme suit :
" § 3/2. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences PEB déterminées à l'article 14/3 du présent arrêté, sont punis d'une amende fixée à 2.000 € par système prohibé, majorée de 3.000 € pour chacune des unités PEB desservies par ce système. ".
1° l'alinéa 1er est complété par un 7° rédigé comme suit :
" 7° 0,24 euros par écart de 1 MJ dans le domaine des énergies provenant de sources renouvelables, calculé conformément à l'annexe E " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " et 7° " sont insérés entre les mots " à l'alinéa 1er, 1° à 5° " et les mots " , auquel, le cas échéant, s'ajoute le montant de l'amende visé à l'alinéa 1er, 6° " ;
3° à la suite du § 3 est inséré un § 3/2 rédigé comme suit :
" § 3/2. Les manquements établis à l'article 59, 2°, du décret, en ce qu'il concerne les exigences PEB déterminées à l'article 14/3 du présent arrêté, sont punis d'une amende fixée à 2.000 € par système prohibé, majorée de 3.000 € pour chacune des unités PEB desservies par ce système. ".
Art. 10. In hetzelfde besluit, wordt bijlage A1, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 januari 2022, vervangen door bijlage 1 die bij dit besluit gaat.
Art. 10. Dans le même arrêté, l'annexe A1, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 janvier 2022, est remplacée par l'annexe 1re jointe au présent arrêté.
Art. 11. In hetzelfde besluit, wordt bijlage A3, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 januari 2022, vervangen door bijlage 2 die bij dit besluit gaat.
Art. 11. Dans le même arrêté, l'annexe A3, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 janvier 2022, est remplacée par l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
Art. 12. In hetzelfde besluit, wordt bijlage B1, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 januari 2022, gewijzigd overeenkomstig de aanwijzingen in bijlage 3 bij dit besluit.
Art. 12. Dans le même arrêté, l'annexe B1, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 19 janvier 2022, est modifiée selon les indications reprises à l'annexe 3 jointe au présent arrêté.
Art. 13. In hetzelfde besluit, wordt bijlage C2, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, vervangen door bijlage 4 die bij dit besluit gaat.
Art. 13. Dans le même arrêté, l'annexe C2, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 avril 2019, est remplacée par l'annexe 4 jointe au présent arrêté.
Art. 14. In hetzelfde besluit, wordt bijlage C3, vervangen bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, vervangen door bijlage 5 die bij dit besluit gaat.
Art. 14. Dans le même arrêté, l'annexe C3, remplacée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 avril 2019, est remplacée par l'annexe 5 jointe au présent arrêté.
Art. 15. In hetzelfde besluit, wordt bijlage D, laatst gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2019, gewijzigd overeenkomstig de aanwijzingen in bijlage 6 bij dit besluit.
Art. 15. Dans le même arrêté, l'annexe D, modifiée en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 23 mai 2019, est modifiée selon les indications reprises à l'annexe 6 jointe au présent arrêté.
Art. 16. In hetzelfde besluit, in bijlage E, gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 11 april 2019, wordt een paragraaf 5 ingevoegd die in bijlage 7 bij dit besluit is opgenomen.
Art. 16. Dans le même arrêté, l'annexe E, modifiée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 11 avril 2019, il est inséré un paragraphe 5 repris dans l'annexe 7 jointe au présent arrêté.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2026.
De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 16 zijn van toepassing als de datum van de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag na 31 december 2025 valt.
In afwijking van het eerste lid, heeft artikel 15 uitwerking met ingang van 1 september 2024.
De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 16 zijn van toepassing als de datum van de ontvangstbevestiging van de vergunningsaanvraag na 31 december 2025 valt.
In afwijking van het eerste lid, heeft artikel 15 uitwerking met ingang van 1 september 2024.
Art. 17. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2026.
Les articles 10, 11, 12, 13, 14 et 16 sont applicables lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 15 produit ses effets le 1er septembre 2024.
Les articles 10, 11, 12, 13, 14 et 16 sont applicables lorsque l'accusé de réception de la demande de permis est postérieur au 31 décembre 2025.
Par dérogation à l'alinéa 1er, l'article 15 produit ses effets le 1er septembre 2024.
Art. 18. De Minister van Energie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. La Ministre de l'Energie est chargée de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
BEPALINGSMETHODE VAN HET PEIL VAN PRIMAIR ENERGIEVERBRUIK VAN RESIDENTIELE EENHEDEN
(EPW-methode)
Voorwoord
Deze bijlage beschrijft de methode voor het bepalen van het peil van primair energieverbruik (Ew-peil) van een woongebouw. In dit energieverbruik wordt zowel rekening gehouden met het gebouw als met de installaties voor ruimteverwarming, ventilatie, warm tapwater, koeling en het gebruik van duurzame energie. Deze combinatie van bouwkundige mogelijkheden, installatietechnische keuzen en duurzame energieopwekking stelt de ontwerper in staat de meest geschikte middelen aan te wenden om aan de opgelegde eisen te voldoen.
De minister kan nadere specificaties vastleggen om de impact van atria of geventileerde dubbele gevels op de energieprestatie van een EPW-eenheid te berekenen.
Bijlage A1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
BEPALINGSMETHODE VAN HET PEIL VAN PRIMAIR ENERGIEVERBRUIK VAN RESIDENTIELE EENHEDEN
(EPW-methode)
Voorwoord
Deze bijlage beschrijft de methode voor het bepalen van het peil van primair energieverbruik (Ew-peil) van een woongebouw. In dit energieverbruik wordt zowel rekening gehouden met het gebouw als met de installaties voor ruimteverwarming, ventilatie, warm tapwater, koeling en het gebruik van duurzame energie. Deze combinatie van bouwkundige mogelijkheden, installatietechnische keuzen en duurzame energieopwekking stelt de ontwerper in staat de meest geschikte middelen aan te wenden om aan de opgelegde eisen te voldoen.
De minister kan nadere specificaties vastleggen om de impact van atria of geventileerde dubbele gevels op de energieprestatie van een EPW-eenheid te berekenen.
Art. N1. Annexe 1re à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
" Annexe A1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
METHODE DE DETERMINATION DU NIVEAU DE CONSOMMATION D'ENERGIE PRIMAIRE DES UNITES RESIDENTIELLES
(Méthode PER)
Avant-propos
La présente annexe décrit la méthode de détermination du niveau de consommation d'énergie primaire (niveau Ew) d'un bâtiment résidentiel. Le niveau Ew tient compte à la fois du bâtiment et des installations de chauffage, de ventilation, d'eau chaude sanitaire, de refroidissement ainsi que de l'utilisation d'une énergie durable. Cette combinaison de possibilités constructives, de choix au niveau des techniques d'installation et de production d'énergie durable permet à l'auteur de projet d'adopter les moyens les plus appropriés pour satisfaire aux exigences imposées.
Le Ministre peut déterminer des spécifications complémentaires pour calculer l'impact des atriums ou des doubles façades ventilées sur les performances énergétiques d'une unité PER.
" Annexe A1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
METHODE DE DETERMINATION DU NIVEAU DE CONSOMMATION D'ENERGIE PRIMAIRE DES UNITES RESIDENTIELLES
(Méthode PER)
Avant-propos
La présente annexe décrit la méthode de détermination du niveau de consommation d'énergie primaire (niveau Ew) d'un bâtiment résidentiel. Le niveau Ew tient compte à la fois du bâtiment et des installations de chauffage, de ventilation, d'eau chaude sanitaire, de refroidissement ainsi que de l'utilisation d'une énergie durable. Cette combinaison de possibilités constructives, de choix au niveau des techniques d'installation et de production d'énergie durable permet à l'auteur de projet d'adopter les moyens les plus appropriés pour satisfaire aux exigences imposées.
Le Ministre peut déterminer des spécifications complémentaires pour calculer l'impact des atriums ou des doubles façades ventilées sur les performances énergétiques d'une unité PER.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 71800)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 70840)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Art. N2. Bijlage 2 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Bijlage A3 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
BEPALINGSMETHODE VAN HET PEIL VAN PRIMAIR ENERGIEVERBRUIK VAN NIET-RESIDENTIELE EENHEDEN
(EPN-methode)
Bijlage A3 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
BEPALINGSMETHODE VAN HET PEIL VAN PRIMAIR ENERGIEVERBRUIK VAN NIET-RESIDENTIELE EENHEDEN
(EPN-methode)
Art. N2. Annexe 2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
" Annexe A3 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
METHODE DE DETERMINATION DU NIVEAU DE CONSOMMATION D'ENERGIE PRIMAIRE DES UNITES RESIDENTIELLES
(Méthode PER)
" Annexe A3 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
METHODE DE DETERMINATION DU NIVEAU DE CONSOMMATION D'ENERGIE PRIMAIRE DES UNITES RESIDENTIELLES
(Méthode PER)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 72032)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 71075)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Art. N3. Bijlage 3 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen met het oog op de integratie van minimumvereisten voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Wijzigingen die moeten worden aangebracht in Bijlage B1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
Wijzigingen die moeten worden aangebracht in Bijlage B1 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
Art. N3. Annexe 3 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
Modifications à apporter à l'Annexe B1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
Modifications à apporter à l'Annexe B1 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 72241)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 71284)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Art. N4. Bijlage 4 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen met het oog op de integratie van minimumvereisten voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Bijlage C2 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen
VENTILATIEVOORZIENINGEN IN WOONGEBOUWEN
Bepalingsmethode en vereisten
(Bijlage VHR)
Bijlage C2 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen
VENTILATIEVOORZIENINGEN IN WOONGEBOUWEN
Bepalingsmethode en vereisten
(Bijlage VHR)
Art. N4. Annexe 4 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
" Annexe C2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
DISPOSITIFS DE VENTILATION DANS LES BATIMENTS RESIDENTIELS
Méthode de détermination et exigences
(Annexe VHR)
" Annexe C2 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
DISPOSITIFS DE VENTILATION DANS LES BATIMENTS RESIDENTIELS
Méthode de détermination et exigences
(Annexe VHR)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 72249)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 71292)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Art. N5. Bijlage 5 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen met het oog op de integratie van minimumvereisten voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
"Bijlage C3 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
VENTILATIEVOORZIENINGEN IN NIET-RESIDENTIELE GEBOUWEN
Bepalingsmethode en eisen
(Bijlage HVNR)
"Bijlage C3 bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
VENTILATIEVOORZIENINGEN IN NIET-RESIDENTIELE GEBOUWEN
Bepalingsmethode en eisen
(Bijlage HVNR)
Art. N5. Annexe 5 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
" Annexe C3 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
DISPOSITIFS DE VENTILATION DANS LES BATIMENTS NON RESIDENTIELS
Méthode de détermination et exigences
(Annexe VHN)
" Annexe C3 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
DISPOSITIFS DE VENTILATION DANS LES BATIMENTS NON RESIDENTIELS
Méthode de détermination et exigences
(Annexe VHN)
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 72253)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 71295)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Art. N6. Bijlage 6 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen met het oog op de integratie van minimumvereisten voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Wijzigingen die moeten worden aangebracht in bijlage D bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen
Wijzigingen die moeten worden aangebracht in bijlage D bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen
Art. N6. Annexe 6 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
Modifications à apporter à l'Annexe D à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
Modifications à apporter à l'Annexe D à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 72264)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 71306)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Art. N7. Bijlage 7 bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen met het oog op de integratie van minimumvereisten voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen
Wijzigingen die moeten worden aangebracht in Bijlage E bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
Wijzigingen die moeten worden aangebracht in Bijlage E bij het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 ter uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen.
Art. N7. Annexe 7 à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments
Paragraphe à insérer à l'Annexe E à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
Paragraphe à insérer à l'Annexe E à l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments.
(Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 18-09-2025, p. 72268)
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de Regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Waalse Regering van 5 juni 2025 tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 15 mei 2014 tot uitvoering van het decreet van 28 november 2013 betreffende de energieprestaties van gebouwen, teneinde minimumeisen op te nemen voor energie uit hernieuwbare bronnen in gebouwen.
Namen, 5 juni 2025.
Voor de Regering:
De Minister-president en Minister van Begroting, Financiën, Onderzoek en Dierenwelzijn,
A. DOLIMONT
De Minister van Energie, Lucht-Klimaatplan, Huisvesting en Luchthavens,
C. NEVEN
(Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 18-09-2025, p. 71312)
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN
Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement wallon du 5 juin 2025 modifiant l'arrêté du Gouvernement wallon du 15 mai 2014 portant exécution du décret du 28 novembre 2013 relatif à la performance énergétique des bâtiments, en vue d'intégrer des exigences minimales d'énergie provenant de sources renouvelables dans les bâtiments.
Namur, le 5 juin 2025.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre-Président et Ministre du Budget, des Finances, de la Recherche et du Bien-être animal,
A. DOLIMONT
La Ministre de l'Energie, du Plan Air-Climat, du Logement et des Aéroports,
C. NEVEN