Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 JULI 2025. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning van de EPB-deskundige en tot opheffing van het besluit van 17 februari 2011 van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de erkenning van de certificateurs voor het opstellen van een EPB-certificaat of een EPB-certificaat openbaar gebouw en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 oktober 2013 betreffende de erkenning van de EPB-adviseurs
Titre
3 JUILLET 2025. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à l'agrément de l'expert PEB et abrogeant l'arrêté du Gouvernement du 17 février 2011 relatif à l'agrément des certificateurs qui établissent un certificat PEB ou un certificat PEB Bâtiment public et l'arrêté du Gouvernement du 10 octobre 2013 relatif à l'agrément des conseillers PEB
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
Afdeling 1. - Omzetting
Afdeling 2. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Erkenning van EPB-deskundigen
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden
Afdeling 2. - Verplichtingen
Afdeling 3. - Erkenningsprocedure
Afdeling 4. - Over de schorsing en intrekking v...
Afdeling 5. - Over de beroepsprocedure
HOOFDSTUK 3. - Opleiding van EPB-deskundigen en...
Afdeling 1. - De opleiding
Afdeling 2. - Het examen
Afdeling 3. - Aanwijzing van het opleidingsorga...
HOOFDSTUK 4. - Overgangs- en opheffings- en slo...
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Afdeling 2. - Opheffingsbepalingen
Afdeling 3. - Slotbepalingen
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Section 1re. - Transposition
Section 2. - Définitions
CHAPITRE 2. - De l'agrément des experts PEB
Section 1re. - Conditions d'agrément
Section 2. - Obligations
Section 3. - De la procédure d'agrément
Section 4. - De la suspension et du retrait de ...
Section 5. - De la procédure de recours
CHAPITRE 3. - De la formation des experts PEB e...
Section 1re. - De la formation
Section 2. - De l'examen
Section 3. - Désignation de l'organisme de form...
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires, abroga...
Section 1re. - Dispositions transitoires
Section 2. - Dispositions abrogatoires
Section 3. - Dispositions finales
ANNEXES.
Tekst (65)
Texte (65)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Afdeling 1. - Omzetting
Section 1re. - Transposition
Art. 1.1.1. Dit besluit zet gedeeltelijk richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen om.
Art. 1.1.1. Le présent arrêté transpose partiellement la directive (UE) 2024/1275 du Parlement européen et du Conseil du 24 avril 2024 sur la performance énergétique des bâtiments.
Afdeling 2. - Definities
Section 2. - Définitions
Art. 1.2.1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° Ordonnantie: de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;
2° Minister: de Minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het energiebeleid tot zijn bevoegdheden telt;
3° Protocol: praktische handleiding dat door Leefmilieu Brussel ter beschikking wordt gesteld van de EPB-deskundige voor het opstellen van alle handelingen die tot zijn opdrachten behoren, en met name voor het opstellen van het EPB-voorstel, de haalbaarheidsstudie, de EPB-kennisgeving van het begin van de werkzaamheden, de EPB-aangifte, het EPB-certificaat, het EPB-certificaat openbaar gebouw en het samenvattend rapport;
4° Software: alle computertoepassingen die door Leefmilieu Brussel ter beschikking worden gesteld en die de gegevens verwerken die nodig zijn voor het opstellen en de controle van de documenten die behoren tot de opdrachten van de EPB-deskundige en het rekenbestand van de indicatoren in overeenstemming met het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 2025 betreffende de berekening van de indicatoren van het EPB-certificaat en de EPB-eisen en houdende opheffing en wijziging van meerdere uitvoeringsbesluiten van de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;
5° Opleidingsorganisme: het organisme belast met de organisatie en het verstrekken van de specifieke opleiding bedoeld in artikel 2.5.2, § 1, tweede lid, van de ordonnantie, aangewezen in toepassing van afdeling 3 van hoofdstuk 3van dit besluit;
6° Besluit EPB-certificaat: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 2025 betreffende het EPB-certificaat en tot opheffing van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 juni 2008 betreffende het energiecertificaat voor nieuwe EPB-wooneenheden en niet residentiële EPB-eenheden, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor wooneenheden en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden;
7° Besluit van 17 februari 2011: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende de erkenning van de certificateurs voor het opstellen van een EPB-certificaat of een EPB-certificaat openbaar gebouw;
8° Besluit van 10 oktober 2013: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 oktober 2013 betreffende de erkenning van de EPB-adviseurs en houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden.
1° Ordonnantie: de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;
2° Minister: de Minister van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die het energiebeleid tot zijn bevoegdheden telt;
3° Protocol: praktische handleiding dat door Leefmilieu Brussel ter beschikking wordt gesteld van de EPB-deskundige voor het opstellen van alle handelingen die tot zijn opdrachten behoren, en met name voor het opstellen van het EPB-voorstel, de haalbaarheidsstudie, de EPB-kennisgeving van het begin van de werkzaamheden, de EPB-aangifte, het EPB-certificaat, het EPB-certificaat openbaar gebouw en het samenvattend rapport;
4° Software: alle computertoepassingen die door Leefmilieu Brussel ter beschikking worden gesteld en die de gegevens verwerken die nodig zijn voor het opstellen en de controle van de documenten die behoren tot de opdrachten van de EPB-deskundige en het rekenbestand van de indicatoren in overeenstemming met het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 2025 betreffende de berekening van de indicatoren van het EPB-certificaat en de EPB-eisen en houdende opheffing en wijziging van meerdere uitvoeringsbesluiten van de Ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing;
5° Opleidingsorganisme: het organisme belast met de organisatie en het verstrekken van de specifieke opleiding bedoeld in artikel 2.5.2, § 1, tweede lid, van de ordonnantie, aangewezen in toepassing van afdeling 3 van hoofdstuk 3van dit besluit;
6° Besluit EPB-certificaat: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 3 juli 2025 betreffende het EPB-certificaat en tot opheffing van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 19 juni 2008 betreffende het energiecertificaat voor nieuwe EPB-wooneenheden en niet residentiële EPB-eenheden, het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor wooneenheden en het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden;
7° Besluit van 17 februari 2011: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende de erkenning van de certificateurs voor het opstellen van een EPB-certificaat of een EPB-certificaat openbaar gebouw;
8° Besluit van 10 oktober 2013: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 oktober 2013 betreffende de erkenning van de EPB-adviseurs en houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden.
Art. 1.2.1. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° Ordonnance : l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie ;
2° Ministre : le Ministre de la Région de Bruxelles-Capitale qui a la politique de l'énergie dans ses attributions ;
3° Protocole : guide pratique mis à disposition de l'expert PEB par Bruxelles Environnement pour réaliser l'ensemble des actes relevant de ses missions, et en particulier pour établir la proposition PEB, l'étude de faisabilité, la notification PEB de début de travaux, la déclaration PEB, le certificat PEB, le certificat PEB bâtiment public et le rapport de synthèse ;
4° Logiciel : ensemble d'applications informatiques mises à disposition par Bruxelles Environnement et qui traitent les données nécessaires à l'établissement des documents qui relèvent des missions de l'expert PEB et à leur contrôle ainsi que du fichier de calcul des indicateurs conformément à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 juillet 2025 relatif au calcul des indicateurs du certificat PEB et aux exigences PEB et portant abrogation et modification de divers arrêtés d'exécution de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie ;
5° Organisme de formation : l'organisme chargé d'organiser et de dispenser la formation spécifique visée à l'article 2.5.2, § 1, alinéa 2 de l'Ordonnance, désigné en application de la section 3 du chapitre 3 du présent arrêté ;
6° Arrêté Certificat PEB : l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 juillet 2025 relatif au certificat PEB et abrogeant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 juin 2008 relatif au certificat de performance énergétique pour les unités PEB habitation individuelle et non résidentielles neuves, l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités PEB Habitations individuelles et l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires ;
7° Arrêté du 17 février 2011 : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif à l'agrément des certificateurs qui établissent un certificat PEB ou un certificat PEB Bâtiment public ;
8° Arrêté du 10 octobre 2013 : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 10 octobre 2013 relatif à l'agrément des conseillers PEB et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires.
1° Ordonnance : l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie ;
2° Ministre : le Ministre de la Région de Bruxelles-Capitale qui a la politique de l'énergie dans ses attributions ;
3° Protocole : guide pratique mis à disposition de l'expert PEB par Bruxelles Environnement pour réaliser l'ensemble des actes relevant de ses missions, et en particulier pour établir la proposition PEB, l'étude de faisabilité, la notification PEB de début de travaux, la déclaration PEB, le certificat PEB, le certificat PEB bâtiment public et le rapport de synthèse ;
4° Logiciel : ensemble d'applications informatiques mises à disposition par Bruxelles Environnement et qui traitent les données nécessaires à l'établissement des documents qui relèvent des missions de l'expert PEB et à leur contrôle ainsi que du fichier de calcul des indicateurs conformément à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 juillet 2025 relatif au calcul des indicateurs du certificat PEB et aux exigences PEB et portant abrogation et modification de divers arrêtés d'exécution de l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code bruxellois de l'Air, du Climat et de la Maîtrise de l'Energie ;
5° Organisme de formation : l'organisme chargé d'organiser et de dispenser la formation spécifique visée à l'article 2.5.2, § 1, alinéa 2 de l'Ordonnance, désigné en application de la section 3 du chapitre 3 du présent arrêté ;
6° Arrêté Certificat PEB : l'Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 3 juillet 2025 relatif au certificat PEB et abrogeant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 19 juin 2008 relatif au certificat de performance énergétique pour les unités PEB habitation individuelle et non résidentielles neuves, l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités PEB Habitations individuelles et l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires ;
7° Arrêté du 17 février 2011 : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif à l'agrément des certificateurs qui établissent un certificat PEB ou un certificat PEB Bâtiment public ;
8° Arrêté du 10 octobre 2013 : l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 10 octobre 2013 relatif à l'agrément des conseillers PEB et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning van EPB-deskundigen
CHAPITRE 2. - De l'agrément des experts PEB
Afdeling 1. - Erkenningsvoorwaarden
Section 1re. - Conditions d'agrément
Art. 2.1.1. De erkenning als EPB-deskundige wordt toegekend aan natuurlijke personen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° houder zijn van een attest van slagen van het examen bedoeld in artikel 3.2.1, § 2;
2° zich ertoe verbinden de in afdeling 2 van dit hoofdstuk bedoelde verplichtingen na te leven door middel van een verklaring op erewoord;
3° houder zijn van een diploma van architect, burgerlijk ingenieur, bio-ingenieur, industrieel ingenieur, van een bachelordiploma bouwkunde of elk ander diploma van het hoger onderwijs ter bekrachtiging van een opleiding waarmee in de fysica van gebouwen of hun technische installaties wordt afgesloten, of van een gelijkwaardig diploma dat in een andere Staat is uitgereikt, of op de datum van de aanvraag ten minste drie jaar beroepservaring kunnen voorleggen in de fysica van gebouwen of hun technische installaties;
4° niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de erkenning als EPB-deskundige die is gepubliceerd in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van de nieuwe erkenningsaanvraag.
1° houder zijn van een attest van slagen van het examen bedoeld in artikel 3.2.1, § 2;
2° zich ertoe verbinden de in afdeling 2 van dit hoofdstuk bedoelde verplichtingen na te leven door middel van een verklaring op erewoord;
3° houder zijn van een diploma van architect, burgerlijk ingenieur, bio-ingenieur, industrieel ingenieur, van een bachelordiploma bouwkunde of elk ander diploma van het hoger onderwijs ter bekrachtiging van een opleiding waarmee in de fysica van gebouwen of hun technische installaties wordt afgesloten, of van een gelijkwaardig diploma dat in een andere Staat is uitgereikt, of op de datum van de aanvraag ten minste drie jaar beroepservaring kunnen voorleggen in de fysica van gebouwen of hun technische installaties;
4° niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de erkenning als EPB-deskundige die is gepubliceerd in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van de nieuwe erkenningsaanvraag.
Art. 2.1.1. L'agrément en tant qu'expert PEB est octroyé aux personnes physiques remplissant les conditions suivantes :
1° être titulaire d'une attestation de réussite de l'examen visée à l'article 3.2.1, § 2;
2° s'engager à respecter les obligations visées à la section 2 du présent chapitre au moyen d'une déclaration sur l'honneur ;
3° être porteur d'un diplôme d'architecte, d'ingénieur civil, de bio-ingénieur, d'ingénieur industriel, de bachelier en construction ou de tout autre diplôme de l'enseignement supérieur sanctionnant une formation intégrant la physique du bâtiment ou de ses installations techniques ou d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, ou justifier, au minimum, d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans à la date de la demande, dans la physique du bâtiment ou de ses installations techniques ;
4° ne pas avoir fait l'objet d'une décision de retrait d'agrément en tant qu'expert PEB publiée dans les trois ans précédents l'introduction de la nouvelle demande d'agrément.
1° être titulaire d'une attestation de réussite de l'examen visée à l'article 3.2.1, § 2;
2° s'engager à respecter les obligations visées à la section 2 du présent chapitre au moyen d'une déclaration sur l'honneur ;
3° être porteur d'un diplôme d'architecte, d'ingénieur civil, de bio-ingénieur, d'ingénieur industriel, de bachelier en construction ou de tout autre diplôme de l'enseignement supérieur sanctionnant une formation intégrant la physique du bâtiment ou de ses installations techniques ou d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, ou justifier, au minimum, d'une expérience professionnelle d'au moins trois ans à la date de la demande, dans la physique du bâtiment ou de ses installations techniques ;
4° ne pas avoir fait l'objet d'une décision de retrait d'agrément en tant qu'expert PEB publiée dans les trois ans précédents l'introduction de la nouvelle demande d'agrément.
Art. 2.1.2. De erkenning als EPB-deskundige wordt toegekend aan rechtspersonen die aan de volgende voorwaarden voldoen:
1° opgericht zijn overeenkomstig de Belgische wetgeving of de wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2° op elk moment in het kader van een arbeidsovereenkomst of een samenwerkings- of associatieovereenkomst,ten minste twee EPB-deskundige erkende natuurlijke personen tewerkstellen;
3° niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de erkenning als EPB-deskundige die werd gepubliceerd in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van de nieuwe erkenningsaanvraag.
1° opgericht zijn overeenkomstig de Belgische wetgeving of de wetgeving van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
2° op elk moment in het kader van een arbeidsovereenkomst of een samenwerkings- of associatieovereenkomst,ten minste twee EPB-deskundige erkende natuurlijke personen tewerkstellen;
3° niet het voorwerp zijn geweest van een beslissing tot intrekking van de erkenning als EPB-deskundige die werd gepubliceerd in de drie jaar voorafgaand aan de indiening van de nieuwe erkenningsaanvraag.
Art. 2.1.2. L'agrément en tant qu'expert PEB est octroyé aux personnes morales remplissant les conditions suivantes :
1° avoir été constituée en conformité avec la législation belge ou celle d'un autre Etat membre de l'Espace Economique Européen ;
2° occuper à tout moment, dans le cadre d'un contrat de travail ou d'une convention de collaboration ou d'association, au moins deux personnes physiques agréées en tant qu'expert PEB ;
3° ne pas avoir fait l'objet d'une décision de retrait d'agrément en tant qu'expert PEB publiée dans les trois ans précédents l'introduction de la nouvelle demande d'agrément.
1° avoir été constituée en conformité avec la législation belge ou celle d'un autre Etat membre de l'Espace Economique Européen ;
2° occuper à tout moment, dans le cadre d'un contrat de travail ou d'une convention de collaboration ou d'association, au moins deux personnes physiques agréées en tant qu'expert PEB ;
3° ne pas avoir fait l'objet d'une décision de retrait d'agrément en tant qu'expert PEB publiée dans les trois ans précédents l'introduction de la nouvelle demande d'agrément.
Afdeling 2. - Verplichtingen
Section 2. - Obligations
Art. 2.2.1. De EPB-deskundige voert zijn opdrachten uit met inachtneming van de verplichtingen bedoeld in de huidige afdeling en in de Ordonnantie.
Art. 2.2.1. L'expert PEB exerce ses missions en respectant les obligations énoncées dans la présente section et dans l'Ordonnance.
Art. 2.2.2. Hij gebruikt de software en het protocol en houdt rekening met elk hulpmiddel dat Leefmilieu Brussel specifiek meedeelt om de handelingen te verrichten en de documenten op te stellen met bettrekking tot zijn opdrachten.
Art. 2.2.2. Il utilise le logiciel et le protocole et tient compte de tout outil spécifiquement communiqué par Bruxelles Environnement pour réaliser les actes et établir les documents qui relèvent de ses missions.
Art. 2.2.3. Hij moet alle bewijsstukken die hij gebruikt heeft voor het opstellen van het EPB-certificaat en, in voorkomend geval, het samenvattend rapport of het EPB-certificaat openbaar gebouw, ter beschikking houden van Leefmilieu Brussel of van het aangewezen kwaliteitscontroleorgaan gedurende een periode die gelijk is aan de geldigheidsduur van het EPB-certificaat of het EPB-certificaat openbaar gebouw. De Minister kan de aanvaardbare bewijstukken nader bepalen.
Art. 2.2.3. Il tient à disposition de Bruxelles Environnement ou de l'organisme de contrôle désigné, toutes les pièces justificatives qu'il a utilisées pour établir le certificat PEB et, le cas échéant, le rapport de synthèse ou le certificat PEB bâtiment public, pendant une durée équivalente à la durée de validité de ce certificat PEB ou de ce certificat PEB bâtiment public. Le Ministre peut préciser les pièces justificatives acceptables.
Art. 2.2.4. Wanneer hij het EPB-certificaat opstelt op basis van een andere EPB-eenheid die zich in hetzelfde beschermde volume bevindt en dezelfde energetische kenmerken heeft, voldoet hij aan de representativiteitsvoorwaarden die de Minister heeft vastgesteld.
Art. 2.2.4. Lorsqu'il établit le certificat PEB sur base d'une autre unité PEB située dans le même volume protégé et ayant les mêmes caractéristiques au regard de l'énergie, il respecte les conditions de représentativité fixées par le Ministre.
Art. 2.2.5. Bij het opstellen van het samenvattend rapport bedoeld in artikel 2.2.4/3, § 2 van de ordonnantie, converteert hij de gegevens van de EPB-certificaten bij die zijn aangemaakt in een versie van de software die voorafgaat aan de gebruikte versie om het samenvattend rapport op te stellen, verbetert hij de eventuele foutieve gegevens van de EPB-certificaten, brengt hij op de hoogte de titularissen van een zakelijke recht op een EPB-eenheid die overeenkomt met een privatieve kavel van alle wijzigingen en stelt hij op verzoek een nieuw EPB-certificaat op.
Art. 2.2.5. Lorsqu'il établit le rapport de synthèse visé à l'article 2.2.4/3, § 2 de l'Ordonnance, il convertit les données des certificats PEB réalisés dans une version du logiciel antérieure à la version utilisée pour établir le rapport de synthèse, corrige le cas échéant les données erronées des certificats PEB, informe les titulaires d'un droit réel sur l'unité PEB correspondant à un lot privatif de toute modification et établit sur demande un nouveau certificat PEB.
Art. 2.2.6. Hij werkt het samenvattend rapport bij zodra hij een EPB-certificaat opstelt voor een EPB-eenheid, die overeenkomt met een particuliere kavel, en stuurt het naar de vereniging van mede-eigenaars.
Art. 2.2.6. Il met à jour le rapport de synthèse dès qu'il établit un certificat PEB pour une unité PEB correspondant à un lot privatif, et le transmet à l'association des copropriétaires.
Art. 2.2.7. Hij stelt de EPB-certificaten en de EPB-certificaten openbaar gebouw en in voorkomend geval het samenvattende rapport op onafhankelijke en objectieve wijze op, zonder dat hij door eventuele commerciële belangen wordt beïnvloed. In dit verband is de EPB-deskundige, in het kader van een vastgoedtransactie onder de voorwaarden bepaald in artikel 2.2.13, § 1 van de ordonnantie, niet toegestaan om EPB-certificaten af te leveren voor goederen waarop hij of zijn werkgever of opdrachtgever een zakelijk of persoonlijk recht heeft.
Art. 2.2.7. Il établit les certificats PEB, les certificats PEB bâtiment public et le cas échéant le rapport de synthèse de manière indépendante et objective, sans être influencé par d'éventuels intérêts commerciaux. A ce titre, dans le cadre d'une transaction immobilière dans les conditions prévues à l'article 2.2.13, § 1 de l'ordonnance, l'expert PEB n'est pas autorisé à réaliser des certificats PEB pour des biens sur lesquels il ou son employeur ou son mandant dispose d'un droit réel ou personnel.
Art. 2.2.8. In het geval van het verstrijken van een van zijn EPB-certificaten of EPB-certificaten openbaar gebouw, aangegeven op grond van artikel 3.1.1, § 2, 3° van het besluit EPB-certificaat, waarvan kennis is gegeven vóór de vervaldatum van dat certificaat, corrigeert hij de gegevens, rekening houdend met de opmerkingen van Leefmilieu Brussel. Binnen de zestig dagen na de kennisgeving van de beslissing levert hij een nieuw EPB-certificaat of EPB-certificaat openbaar gebouw af. Hij kan van deze verplichting worden vrijgesteld als hij het door Leefmilieu Brussel aanvaarde bewijs levert dat een renovatie, die de energetische kenmerken van de EPB-eenheid beïnvloedt, werd uitgevoerd sinds zijn plaatsbezoekvoorafgaand de opstelling van het ongeldig verklaarde EPB-certificaat of EPB-certificaat openbaar gebouw, of als Leefmilieu Brussel daartoe beslist gezien het bestaan van een recenter EPB-certificaat of EPB-certificaat openbaar gebouw voor de betrokken EPB-eenheid.
Art. 2.2.8. En cas de fin de validité d'un de ses certificats PEB ou certificats PEB bâtiment public déclarée sur base de l'article 3.1.1, § 2, 3° de l'arrêté Certificat PEB, notifiée avant la date d'échéance dudit certificat, il corrige les données en tenant compte des remarques de Bruxelles Environnement. Dans les soixante jours de la notification de la décision, il émet un nouveau certificat PEB ou certificat PEB bâtiment public. Il peut être exonéré de cette obligation s'il apporte la preuve acceptée par Bruxelles Environnement, qu'une rénovation touchant aux caractéristiques énergétiques de l'unité PEB a été entreprise depuis sa visite des lieux, effectuée préalablement à l'établissement du certificat PEB ou certificat PEB bâtiment public déclaré invalide ou si Bruxelles Environnement le décide vu l'existence d'un certificat PEB ou certificat PEB bâtiment public plus récent pour l'unité PEB concernée.
Art. 2.2.9. In geval van toepassing van artikel 2.2.8 van dit besluit overhandigt hij het nieuwe EPB-certificaat of het EPB-certificaat openbaar gebouw bedoeld in bovengenoemd artikel kosteloos en binnen vijftien dagen na de afgifte ervan aan de titularis van een zakelijke recht op de EPB-eenheid of aan de publieke organisatie zoals gedefinieerd in artikel 1, 4° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 13 december 2018 betreffende het EPB-certificaat openbaar gebouw.
Art. 2.2.9. En cas d'application de l'article 2.2.8 du présent arrêté, il remet le nouveau certificat PEB, ou le certificat PEB bâtiment public visés à l'article précité sans frais et dans les quinze jours de son émission, selon le cas au titulaire d'un droit réel sur l'unité PEB ou à l'organisation publique telle que définie à l'article 1, 4° de l'arrêté du 13 décembre 2018 du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif au certificat PEB Bâtiment public.
Art. 2.2.10. Als blijkt dat de EPB-aangifte niet overeenstemt met de werkelijkheid, stelt hij binnen een periode van zestig dagen volgend op de controle een EPB-aangifte op die overeenstemt met de vaststellingen uit de controle; er wordt verstaan onder "overeenstemt met de werkelijkheid", de overeenstemming ten opzichte van de feitelijke toestand, in tegenstelling tot de rechtstoestand.
Art. 2.2.10. En cas de constat que la déclaration PEB n'est pas conforme à la réalité, il établit dans les soixante jours du contrôle une déclaration PEB qui concorde avec les constatations effectuées lors du contrôle; on entend par " conforme à la réalité ", la conformité par rapport à la situation de fait en opposition à la situation de droit.
Art. 2.2.11. Hij geeft geen ruchtbaarheid aan de informatie of feiten waarvan hij kennis neemt bij de vervulling van zijn opdracht en ten aanzien waarvan hij een discretieplicht heeft.
Art. 2.2.11. Il ne fait aucune publicité des renseignements ou des faits dont il prend connaissance dans l'accomplissement de sa mission et sur lesquels il a un devoir de discrétion.
Art. 2.2.12. Hij aanvaardt de kwaliteitscontrole van zijn prestaties door Leefmilieu Brussel. Hij werkt mee aan de controles, onderzoeken of verificaties van de door hem verrichte handelingen en documenten.
Art. 2.2.12. Il accepte le contrôle de qualité de ses prestations par Bruxelles Environnement. Il collabore dans les contrôles, enquêtes ou vérifications des actes et documents qu'il réalise.
Art. 2.2.13. Hij komt de verplichtingen na die hem door de sociale en fiscale wetgeving opgelegd worden. Hiertoe bezorgt hij Leefmilieu Brussel vóór de uitvoering van de eerste handeling waarvoor hij erkend is, zijn ondernemingsnummer als natuurlijke persoon of rechtspersoon namens dewelke hij zijn opdracht uitoefent, samen met afdoende bewijsstukken.
Art. 2.2.13. Il remplit ses obligations imposées par la législation sociale et fiscale. A cette fin, il communique à Bruxelles Environnement avant la réalisation du premier acte pour lequel il est agréé, le numéro d'entreprise de la personne physique ou morale pour le compte de laquelle il exerce sa mission, accompagné des preuves justificatives suffisantes.
Art. 2.2.14. Hij beschikt over de gepaste technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen.
Art. 2.2.14. Il dispose des moyens techniques et informatiques appropriés pour remplir ses obligations.
Art. 2.2.15. Hij brengt Leefmilieu Brussel elektronisch op de hoogte van wijzigingen aan de gegevens met betrekking tot zijn erkenning door middel van het formulier dat op het gewestelijke onlineportaal beschikbaar is. In die hoedanigheid houdt hij als rechtspersoon een actuele lijst bij van de natuurlijke personen die optreden als EPB-deskundigen die hij tewerkstelt overeenkomstig artikel 2.1.2, 2° van dit besluit.
Art. 2.2.15. Il informe Bruxelles Environnement de toute modifications à une donnée relative à son agrément par voie électronique via le formulaire mis à disposition sur le portail régional en ligne. A ce titre, en tant que personne morale, il tient à jour la liste des experts PEB personnes physiques qu'il occupe conformément à l'article 2.1.2, 2° du présent arrêté.
Art. 2.2.16. Voor fouten of nalatigheden begaan bij de uitvoering van zijn activiteit van EPB-deskundige wordt hij gedekt door een verzekering "beroepsaansprakelijkheid" ten aanzien van derden.
Art. 2.2.16. Il est couvert par une assurance "Responsabilité civile professionnelle" envers les tiers pour les fautes ou négligences commises dans l'exercice de son activité d'expert PEB.
Art. 2.2.17. De codes die Leefmilieu Brussel hem ter beschikking stelt om toegang te krijgen tot de hulpmiddelen, deelt hij niet mee aan derden.
Art. 2.2.17. Il ne communique pas à des tiers les codes que Bruxelles Environnement met à sa disposition pour accéder aux outils.
Art. 2.2.18. Als natuurlijke persoon volgt hij elk jaar een aantal uren permanente vorming, zoals bepaald door de Minister, gekozen uit de modules die worden georganiseerd in toepassing van artikel 3.1.1, § 1 van dit besluit, en actualiseert hij zijn kennis aan de hand van de informatie die Leefmilieu Brussel verspreidt.
Art. 2.2.18. En tant que personne physique, il suit annuellement un nombre d'heures de formation continue déterminé par le Ministre, sélectionnées parmi les modules organisés en application de l'article 3.1.1, § 1er, du présent arrêté, et met ses connaissances à jour en utilisant les informations diffusées par Bruxelles Environnement.
Art. 2.2.19. Als rechtspersoon zorgt hij ervoor dat de natuurlijke personen die hij als erkend EPB-deskundige tewerkstelt, voldoen aan hun verplichting om de permanente vorming bedoeld in artikel 2.2.18 van dit besluit te volgen.
Art. 2.2.19. En tant que personne morale, il s'assure que les personnes physiques qu'il occupe en tant qu'experts PEB agréés respectent leur obligation de formation continue visée à l'article 2.2.18 du présent arrêté.
Art. 2.2.20. Als rechtspersoon zorgt hij ervoor dat ten minste één van de personen die zich ter plaatse begeeft om zijn opdrachten uit te voeren, erkend is als natuurlijk persoon.
Art. 2.2.20. En tant que personne morale, il s'assure que parmi les personnes qui se rendent sur place pour exercer ses missions, il y ait au moins une personne agréée en tant que personne physique.
Art. 2.2.21. Als natuurlijke persoon geniet hij van zijn burgerlijke en politieke rechten.
Art. 2.2.21. En tant que personne physique, il jouit de ses droits civils et politiques.
Afdeling 3. - Erkenningsprocedure
Section 3. - De la procédure d'agrément
Art. 2.3.1. § 1. De erkenningsaanvraag wordt ingediend bij Leefmilieu Brussel door middel van het volledig ingevulde en ondertekende formulier dat op het gewestelijke onlineportaal beschikbaar is, en bevat de volgende informatie :
1° indien het om een natuurlijke persoon gaat:
a) een kopie van het attest van slagen van het examen bedoeld in artikel 3.2.1, § 2 van dit besluit; dit attest is ontvankelijk als het op de datum van indiening van de erkenningsaanvraag minder dan een jaar oud is;
b) een kopie van het diploma of het bewijs van beroepservaring bedoeld in artikel 2.1.1, 3° van dit besluit en, in het geval van een gelijkwaardig diploma uitgereikt in een andere Staat, de vertaling ervan in het Frans of het Nederlands en het bewijs van gelijkwaardigheid;
c) een verklaring op erewoord dat hij zijn verplichtingen bedoeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk naleeft;
2° indien het om een natuurlijke persoon, die houder is van een gelijkwaardig titel die in een ander gewest of in een andere staat die deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte afgeleverd werd, gaat:
a) een kopie van het document houdende de titel afgeleverd door de bevoegde overheidsdiensten van het gewest of van de staat die deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte;
b) indien nodig, een vertaling naar het Nederlands of het Frans van de al verkregen titel;
c) elk element dat de aanvrager in staat stelt om aan te tonen dat de voorwaarden van de reeds ontvangen titel gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden opgelegd in artikel 2.1.1 van dit besluit;
d) een kopie van het attest van slagen van het examen bedoeld in artikel 3.2.1, § 2 van dit besluit;
e) een verklaring op erewoord dat hij zijn verplichtingen bedoeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk naleeft;
3° indien het om een rechtspersoon gaat:
a) de rechtsvorm, de naam of handelsnaam, het ondernemingsnummer, de maatschappelijke zetel en de hoedanigheid van de persoon die de aanvraag ondertekent;
b) indien van toepassing, een kopie van de publicatie van de statuten van de rechtspersoon en van de meest recente akte van benoeming van de bestuurders;
c) de lijst van natuurlijke personen die zijn erkend als EPB-deskundige of waarvan de erkenningsaanvraag als EPB- deskundige wordt ingediend, met vermelding van de namen, de voornamen en in voorkomende geval, het erkenningsnummer van de natuurlijke persoon en de essentiële elementen die zijn opgenomen in de overeenkomst tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon.
1° indien het om een natuurlijke persoon gaat:
a) een kopie van het attest van slagen van het examen bedoeld in artikel 3.2.1, § 2 van dit besluit; dit attest is ontvankelijk als het op de datum van indiening van de erkenningsaanvraag minder dan een jaar oud is;
b) een kopie van het diploma of het bewijs van beroepservaring bedoeld in artikel 2.1.1, 3° van dit besluit en, in het geval van een gelijkwaardig diploma uitgereikt in een andere Staat, de vertaling ervan in het Frans of het Nederlands en het bewijs van gelijkwaardigheid;
c) een verklaring op erewoord dat hij zijn verplichtingen bedoeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk naleeft;
2° indien het om een natuurlijke persoon, die houder is van een gelijkwaardig titel die in een ander gewest of in een andere staat die deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte afgeleverd werd, gaat:
a) een kopie van het document houdende de titel afgeleverd door de bevoegde overheidsdiensten van het gewest of van de staat die deel uitmaakt van de Europese Economische Ruimte;
b) indien nodig, een vertaling naar het Nederlands of het Frans van de al verkregen titel;
c) elk element dat de aanvrager in staat stelt om aan te tonen dat de voorwaarden van de reeds ontvangen titel gelijkwaardig zijn aan de voorwaarden opgelegd in artikel 2.1.1 van dit besluit;
d) een kopie van het attest van slagen van het examen bedoeld in artikel 3.2.1, § 2 van dit besluit;
e) een verklaring op erewoord dat hij zijn verplichtingen bedoeld in afdeling 2 van dit hoofdstuk naleeft;
3° indien het om een rechtspersoon gaat:
a) de rechtsvorm, de naam of handelsnaam, het ondernemingsnummer, de maatschappelijke zetel en de hoedanigheid van de persoon die de aanvraag ondertekent;
b) indien van toepassing, een kopie van de publicatie van de statuten van de rechtspersoon en van de meest recente akte van benoeming van de bestuurders;
c) de lijst van natuurlijke personen die zijn erkend als EPB-deskundige of waarvan de erkenningsaanvraag als EPB- deskundige wordt ingediend, met vermelding van de namen, de voornamen en in voorkomende geval, het erkenningsnummer van de natuurlijke persoon en de essentiële elementen die zijn opgenomen in de overeenkomst tussen de natuurlijke persoon en de rechtspersoon.
Art. 2.3.1. § 1. La demande d'agrément est introduite au moyen du formulaire dûment complété et signé mis à disposition sur le portail régional en ligne, auprès de Bruxelles Environnement et comprend les éléments suivants :
1° s'il s'agit d'une personne physique :
a) une copie de l'attestation de réussite de l'examen visé à l'article 3.2.1, § 2 du présent arrêté ; cette attestation est recevable si elle date de moins d'un an à la date d'introduction de la demande d'agrément ;
b) une copie du diplôme ou de la preuve de l'expérience professionnelle, visés à l'article 2.1.1, 3° du présent arrêté et dans le cas d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, sa traduction en langue française ou néerlandaise et la preuve de l'équivalence ;
c) une déclaration sur l'honneur qu'il respecte ses obligations visées à la section 2 du présent chapitre ;
2° s'il s'agit d'une personne physique qui est titulaire d'un titre équivalent délivré dans une autre région ou un autre Etat membre de l'Espace économique européen :
a) une copie du document relatif au titre délivré par les autorités compétentes de la région ou de l'Etat membre de l'Espace économique européen;
b) si nécessaire, une traduction en langue française ou néerlandaise du titre déjà obtenu;
c) tout élément permettant au demandeur de démontrer que les conditions du titre déjà obtenu sont similaires à celles imposées à l'article 2.1.1 du présent arrêté;
d) une copie de l'attestation de réussite de l'examen, visé à l'article 3.2.1, § 2 du présent arrêté;
e) une déclaration sur l'honneur qu'il respecte ses obligations visées à la section 2 du présent chapitre ;
3° s'il s'agit d'une personne morale :
a) sa forme juridique, sa dénomination ou sa raison sociale, le numéro d'entreprise, son siège social et la qualité du signataire de la demande ;
b) le cas échéant, une copie de la publication de ses statuts et du dernier acte de nomination des administrateurs ;
c) la liste des personnes physiques agréées en tant qu'expert PEB ou dont la demande d'agrément en tant qu'expert PEB est introduite, reprenant les noms, prénoms et le cas échéant le numéro d'agrément de la personne physique et les éléments essentiels repris dans la convention qui la lie à la personne morale.
1° s'il s'agit d'une personne physique :
a) une copie de l'attestation de réussite de l'examen visé à l'article 3.2.1, § 2 du présent arrêté ; cette attestation est recevable si elle date de moins d'un an à la date d'introduction de la demande d'agrément ;
b) une copie du diplôme ou de la preuve de l'expérience professionnelle, visés à l'article 2.1.1, 3° du présent arrêté et dans le cas d'un diplôme équivalent délivré dans un autre Etat, sa traduction en langue française ou néerlandaise et la preuve de l'équivalence ;
c) une déclaration sur l'honneur qu'il respecte ses obligations visées à la section 2 du présent chapitre ;
2° s'il s'agit d'une personne physique qui est titulaire d'un titre équivalent délivré dans une autre région ou un autre Etat membre de l'Espace économique européen :
a) une copie du document relatif au titre délivré par les autorités compétentes de la région ou de l'Etat membre de l'Espace économique européen;
b) si nécessaire, une traduction en langue française ou néerlandaise du titre déjà obtenu;
c) tout élément permettant au demandeur de démontrer que les conditions du titre déjà obtenu sont similaires à celles imposées à l'article 2.1.1 du présent arrêté;
d) une copie de l'attestation de réussite de l'examen, visé à l'article 3.2.1, § 2 du présent arrêté;
e) une déclaration sur l'honneur qu'il respecte ses obligations visées à la section 2 du présent chapitre ;
3° s'il s'agit d'une personne morale :
a) sa forme juridique, sa dénomination ou sa raison sociale, le numéro d'entreprise, son siège social et la qualité du signataire de la demande ;
b) le cas échéant, une copie de la publication de ses statuts et du dernier acte de nomination des administrateurs ;
c) la liste des personnes physiques agréées en tant qu'expert PEB ou dont la demande d'agrément en tant qu'expert PEB est introduite, reprenant les noms, prénoms et le cas échéant le numéro d'agrément de la personne physique et les éléments essentiels repris dans la convention qui la lie à la personne morale.
Art. 2.3.2. § 1. Binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de erkenningsaanvraag stuurt Leefmilieu Brussel een ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier naar de aanvrager.
Indien het dossier onvolledig is, brengt Leefmilieu Brussel de aanvrager op de hoogte van de ontbrekende documenten en inlichtingen. Binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de ontbrekende documenten stuurt Leefmilieu Brussel hem een ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier toe.
Als de ontbrekende documenten en inlichtingen niet binnen zestig dagen na de ontvangst van het ontvangstbewijs van het onvolledig verklaarde dossier zijn ingediend, wordt het dossier in verband met de aanvraag afgesloten.
Het ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier vermeldt de behandelingstermijnen van het dossier en de beroepsmogelijkheden tegen de beslissing.
§ 2. Leefmilieu Brussel oordeelt over de erkenningsaanvraag, rekening houdend met de elementen die in het volledig verklaarde dossier zijn opgenomen. Leefmilieu Brussel betekent per aangetekende brief de beslissing om de erkenning al dan niet toe te kennen aan de aanvrager binnen dertig werkdagen na de verzendingsdatum van het ontvangstbewijs van het volledig verklaarde dossier.
§ 3. Bij gebrek aan betekening van de beslissing binnen de termijn bepaald in § 2, kan de aanvrager schriftelijk een herinnering sturen naar Leefmilieu Brussel.
Indien de aanvrager na het verstrijken van een nieuwe termijn van vijftien werkdagen, die aanvangt op de datum van afgifte van het aangetekend schrijven ter herinnering, nog steeds geen beslissing heeft ontvangen, dan wordt de aanvraag als geweigerd beschouwd.
§ 4. Indien de complexiteit van het dossier het rechtvaardigt, kan de overheid de in de vorige paragrafen vermelde termijnen eenmaal verlengen met ten hoogste vijftien werkdagen.
Indien het dossier onvolledig is, brengt Leefmilieu Brussel de aanvrager op de hoogte van de ontbrekende documenten en inlichtingen. Binnen vijftien werkdagen na de ontvangst van de ontbrekende documenten stuurt Leefmilieu Brussel hem een ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier toe.
Als de ontbrekende documenten en inlichtingen niet binnen zestig dagen na de ontvangst van het ontvangstbewijs van het onvolledig verklaarde dossier zijn ingediend, wordt het dossier in verband met de aanvraag afgesloten.
Het ontvangstbewijs van het volledig of onvolledig verklaarde dossier vermeldt de behandelingstermijnen van het dossier en de beroepsmogelijkheden tegen de beslissing.
§ 2. Leefmilieu Brussel oordeelt over de erkenningsaanvraag, rekening houdend met de elementen die in het volledig verklaarde dossier zijn opgenomen. Leefmilieu Brussel betekent per aangetekende brief de beslissing om de erkenning al dan niet toe te kennen aan de aanvrager binnen dertig werkdagen na de verzendingsdatum van het ontvangstbewijs van het volledig verklaarde dossier.
§ 3. Bij gebrek aan betekening van de beslissing binnen de termijn bepaald in § 2, kan de aanvrager schriftelijk een herinnering sturen naar Leefmilieu Brussel.
Indien de aanvrager na het verstrijken van een nieuwe termijn van vijftien werkdagen, die aanvangt op de datum van afgifte van het aangetekend schrijven ter herinnering, nog steeds geen beslissing heeft ontvangen, dan wordt de aanvraag als geweigerd beschouwd.
§ 4. Indien de complexiteit van het dossier het rechtvaardigt, kan de overheid de in de vorige paragrafen vermelde termijnen eenmaal verlengen met ten hoogste vijftien werkdagen.
Art. 2.3.2. § 1er. Bruxelles Environnement adresse au demandeur un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet dans les quinze jours ouvrables de la réception de la demande d'agrément.
Si le dossier est incomplet, Bruxelles Environnement informe le demandeur des documents et renseignements manquants. Dans les quinze jours ouvrables de la réception des documents manquants, Bruxelles Environnement lui adresse un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet.
Si les documents et renseignements manquants ne sont pas fournis dans les soixante jours à dater de l'accusé de réception du dossier déclaré incomplet, le dossier relatif à la demande est clôturé.
L'accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet indique les délais de traitement du dossier et les voies de recours contre la décision.
§ 2. Bruxelles Environnement statue sur la demande d'agrément en tenant compte des éléments contenus dans le dossier déclaré complet. Il notifie sa décision au demandeur par lettre recommandée dans les trente jours ouvrables de la date d'envoi de l'accusé de réception du dossier déclaré complet.
§ 3. A défaut de notification de la décision dans le délai prévu au § 2, le demandeur peut, par écrit, adresser un rappel à Bruxelles Environnement.
Si, à l'expiration d'un nouveau délai de quinze jours ouvrables prenant cours à la date du dépôt du recommandé contenant le rappel, le demandeur n'a pas reçu de décision, la demande est réputée refusée.
§ 4. Lorsque la complexité du dossier le justifie, Bruxelles Environnement peut également prolonger les délais, visés aux paragraphes précédents, une seule fois et pour une durée maximale de quinze jours ouvrables.
Si le dossier est incomplet, Bruxelles Environnement informe le demandeur des documents et renseignements manquants. Dans les quinze jours ouvrables de la réception des documents manquants, Bruxelles Environnement lui adresse un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet.
Si les documents et renseignements manquants ne sont pas fournis dans les soixante jours à dater de l'accusé de réception du dossier déclaré incomplet, le dossier relatif à la demande est clôturé.
L'accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet indique les délais de traitement du dossier et les voies de recours contre la décision.
§ 2. Bruxelles Environnement statue sur la demande d'agrément en tenant compte des éléments contenus dans le dossier déclaré complet. Il notifie sa décision au demandeur par lettre recommandée dans les trente jours ouvrables de la date d'envoi de l'accusé de réception du dossier déclaré complet.
§ 3. A défaut de notification de la décision dans le délai prévu au § 2, le demandeur peut, par écrit, adresser un rappel à Bruxelles Environnement.
Si, à l'expiration d'un nouveau délai de quinze jours ouvrables prenant cours à la date du dépôt du recommandé contenant le rappel, le demandeur n'a pas reçu de décision, la demande est réputée refusée.
§ 4. Lorsque la complexité du dossier le justifie, Bruxelles Environnement peut également prolonger les délais, visés aux paragraphes précédents, une seule fois et pour une durée maximale de quinze jours ouvrables.
Art. 2.3.3. De erkenning wordt bekendgemaakt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad en op de online-portaalsite van Leefmilieu Brussel.
Art. 2.3.3. L'agrément est publié par extrait au Moniteur belge et sur le portail en ligne de Bruxelles Environnement.
Art. 2.3.4. Alle documenten die zijn opgesteld in het kader van de activiteit waarvoor de persoon is erkend, vermelden het erkenningsnummer van de natuurlijke persoon en, indien van toepassing, het erkenningsnummer van de rechtspersoon.
Art. 2.3.4. Tous les documents établis dans le cadre de l'activité pour laquelle la personne est agréée mentionnent le numéro de l'agrément de la personne physique et, le cas échéant, le numéro de l'agrément de la personne morale.
Afdeling 4. - Over de schorsing en intrekking van de erkenning
Section 4. - De la suspension et du retrait de l'agrément
Art. 2.4.1. § 1. Leefmilieu Brussel kan de erkenning voor maximaal honderdtwintig dagen schorsen indien de houder van de erkenning :
1° zijn verplichtingen bedoeld in de afdeling 2 van dit hoofdstuk niet nakomt;
2° niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaard bedoeld in artikel 2.1.2, 2° van dit besluit.
§ 2. Wanneer de houder van de erkenning die reeds werd geschorst, zich onder de voorwaarden van een tweede schorsing overeenkomstig paragraaf 1 bevindt, kan Leefmilieu Brussel hem de erkenning intrekken.
1° zijn verplichtingen bedoeld in de afdeling 2 van dit hoofdstuk niet nakomt;
2° niet meer voldoet aan de erkenningsvoorwaard bedoeld in artikel 2.1.2, 2° van dit besluit.
§ 2. Wanneer de houder van de erkenning die reeds werd geschorst, zich onder de voorwaarden van een tweede schorsing overeenkomstig paragraaf 1 bevindt, kan Leefmilieu Brussel hem de erkenning intrekken.
Art. 2.4.1. § 1er . Bruxelles Environnement peut suspendre l'agrément pour une durée maximale de cent vingt jours si le titulaire de l'agrément :
1° ne respecte pas ses obligations visées à la section 2 du présent chapitre ;
2° ne respecte plus la condition d'agrément visée à l'article 2.1.2, 2° du présent arrêté.
§ 2. Lorsque le titulaire de l'agrément ayant fait l'objet d'une suspension se retrouve dans les conditions d'une seconde suspension conformément au paragraphe 1er, Bruxelles Environnement peut lui retirer l'agrément.
1° ne respecte pas ses obligations visées à la section 2 du présent chapitre ;
2° ne respecte plus la condition d'agrément visée à l'article 2.1.2, 2° du présent arrêté.
§ 2. Lorsque le titulaire de l'agrément ayant fait l'objet d'une suspension se retrouve dans les conditions d'une seconde suspension conformément au paragraphe 1er, Bruxelles Environnement peut lui retirer l'agrément.
Art. 2.4.2. § 1. Elke beslissing tot schorsing of intrekking van de erkenning wordt genomen na de houder van de erkenning de mogelijkheid te hebben geboden om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk te bezorgen.
§ 2. De beslissing tot schorsing of intrekking wordt aan de houder van de erkenning betekend bij aangetekend schrijven. Ze wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op het onlineportaal van Leefmilieu Brussel, van zodra aan één van de volgende twee voorwaarden is voldaan:
1° de termijn voor het indienen van het beroep bedoeld in artikel 2.5.1 van dit besluit is verstreken;
2° de beslissing wordt bevestigd of geacht te zijn bevestigd, na het voorwerp te hebben uitgemaakt van het beroep voorzien in artikel 2.5.1 van dit besluit.
De beslissing tot intrekking wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 3. Binnen dezelfde periode stelt de houder van de erkenning waarvan de erkenning is geschorst of ingetrokken, zijn huidige klanten ervan in kennis dat hij niet langer een erkenning heeft.
§ 2. De beslissing tot schorsing of intrekking wordt aan de houder van de erkenning betekend bij aangetekend schrijven. Ze wordt bij uittreksel bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op het onlineportaal van Leefmilieu Brussel, van zodra aan één van de volgende twee voorwaarden is voldaan:
1° de termijn voor het indienen van het beroep bedoeld in artikel 2.5.1 van dit besluit is verstreken;
2° de beslissing wordt bevestigd of geacht te zijn bevestigd, na het voorwerp te hebben uitgemaakt van het beroep voorzien in artikel 2.5.1 van dit besluit.
De beslissing tot intrekking wordt bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.
§ 3. Binnen dezelfde periode stelt de houder van de erkenning waarvan de erkenning is geschorst of ingetrokken, zijn huidige klanten ervan in kennis dat hij niet langer een erkenning heeft.
Art. 2.4.2. § 1er. Toute décision de suspension ou de retrait est prise après avoir donné au titulaire de l'agrément la possibilité d'adresser ses observations, oralement ou par écrit.
§ 2. La décision de suspension ou de retrait est notifiée par lettre recommandée au titulaire de l'agrément. Elle est publiée sur le portail en ligne de Bruxelles Environnement dès qu'une des deux conditions suivantes est remplie :
1° le délai pour introduire le recours prévu à l'article 2.5.1 du présent arrêté est expiré ;
2° la décision est confirmée ou réputée confirmée, après avoir fait l'objet du recours prévu à l'article 2.5.1 du présent arrêté.
La décision de retrait est publiée par extrait au Moniteur belge.
§ 3. Dans le même délai, le titulaire de l'agrément dont l'agrément a été suspendu ou retiré notifie à ses clients en cours qu'il n'est plus agréé.
§ 2. La décision de suspension ou de retrait est notifiée par lettre recommandée au titulaire de l'agrément. Elle est publiée sur le portail en ligne de Bruxelles Environnement dès qu'une des deux conditions suivantes est remplie :
1° le délai pour introduire le recours prévu à l'article 2.5.1 du présent arrêté est expiré ;
2° la décision est confirmée ou réputée confirmée, après avoir fait l'objet du recours prévu à l'article 2.5.1 du présent arrêté.
La décision de retrait est publiée par extrait au Moniteur belge.
§ 3. Dans le même délai, le titulaire de l'agrément dont l'agrément a été suspendu ou retiré notifie à ses clients en cours qu'il n'est plus agréé.
Afdeling 5. - Over de beroepsprocedure
Section 5. - De la procédure de recours
Art. 2.5.1. § 1. In uitvoering van artikel 2.5.5 van de ordonnantie kunnen alle personen van wie een erkenning werd geweigerd, geschorst, ingetrokken of die geen beslissing binnen de in artikel 2.3.2, § 3 van dit besluit bedoelde termijn hebben verkregen, een beroep bij het Milieucollege indienen.
§ 2. De beroepstermijn van dertig dagen loopt vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing bedoeld in artikel 2.3.2, § 2 of artikel 2.4.2, § 2, of vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 2.3.2, § 3 van dit besluit.
§ 3. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van het beroep stuurt het Milieucollege een kopie hiervan naar Leefmilieu Brussel.
§ 4. Leefmilieu Brussel bezorgt het Milieucollege een kopie van het dossier binnen de tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kopie van het beroep.
§ 5. De verzoeker of zijn raadgever, alsook Leefmilieu Brussel of zijn afgevaardigde, worden op hun verzoek door het Milieucollege gehoord. Wanneer één partij vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen uitgenodigd om te verschijnen.
§ 2. De beroepstermijn van dertig dagen loopt vanaf de datum van kennisgeving van de beslissing bedoeld in artikel 2.3.2, § 2 of artikel 2.4.2, § 2, of vanaf het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 2.3.2, § 3 van dit besluit.
§ 3. Binnen vijf werkdagen na ontvangst van het beroep stuurt het Milieucollege een kopie hiervan naar Leefmilieu Brussel.
§ 4. Leefmilieu Brussel bezorgt het Milieucollege een kopie van het dossier binnen de tien werkdagen na de datum van ontvangst van de kopie van het beroep.
§ 5. De verzoeker of zijn raadgever, alsook Leefmilieu Brussel of zijn afgevaardigde, worden op hun verzoek door het Milieucollege gehoord. Wanneer één partij vraagt om gehoord te worden, worden ook de andere partijen uitgenodigd om te verschijnen.
Art. 2.5.1. § 1er. En exécution de l'article 2.5.5 de l'Ordonnance, toute personne qui s'est vue refuser, suspendre, retirer l'agrément ou qui n'a pas obtenu de décision dans le délai visé à l'article 2.3.2, § 3 du présent arrêté peut introduire un recours auprès du Collège d'environnement.
§ 2. Le délai de recours de trente jours court à dater de la notification de la décision visée à l'article 2.3.2, § 2 ou à l'article 2.4.2, § 2, ou de l'expiration du délai visé à l'article 2.3.2, § 3 du présent arrêté.
§ 3. Dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception du recours, le Collège d'environnement adresse une copie de celui-ci à Bruxelles Environnement.
§ 4. Bruxelles Environnement transmet au Collège d'environnement une copie du dossier dans les dix jours ouvrables de la réception de la copie du recours.
§ 5. Le requérant ou son conseil, ainsi que Bruxelles Environnement ou son délégué sont, à leur demande, entendus par le Collège d'environnement. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître.
§ 2. Le délai de recours de trente jours court à dater de la notification de la décision visée à l'article 2.3.2, § 2 ou à l'article 2.4.2, § 2, ou de l'expiration du délai visé à l'article 2.3.2, § 3 du présent arrêté.
§ 3. Dans les cinq jours ouvrables à dater de la réception du recours, le Collège d'environnement adresse une copie de celui-ci à Bruxelles Environnement.
§ 4. Bruxelles Environnement transmet au Collège d'environnement une copie du dossier dans les dix jours ouvrables de la réception de la copie du recours.
§ 5. Le requérant ou son conseil, ainsi que Bruxelles Environnement ou son délégué sont, à leur demande, entendus par le Collège d'environnement. Lorsqu'une partie demande à être entendue, les autres parties sont invitées à comparaître.
HOOFDSTUK 3. - Opleiding van EPB-deskundigen en organisatie van het examen
CHAPITRE 3. - De la formation des experts PEB et de l'organisation de l'examen
Afdeling 1. - De opleiding
Section 1re. - De la formation
Art. 3.1.1. § 1. De specifieke opleiding tot EPB-deskundige omvat:
1° een door het opleidingsorganisme georganiseerde basisopleiding, bestaande uit regelgevende, technische en praktische aspecten, waarvan de minimuminhoud bepaald is in bijlage 1;
2° een permanente vorming bestaande uit verschillende modules die door het opleidingsorganisme worden georganiseerd of geselecteerd en waarvan de minimuminhoud wordt bepaald door de Minister, met vermelding van het aantal te volgen uren, afhankelijk van de evolutie van de te verwerven kennis om de opdrachten van de EPB-deskundige te kunnen uitvoeren.
§ 2. Het opleidingsorganisme levert een opleidingsattest af aan de personen die de opleiding regelmatig hebben gevolgd.
Het opleidingsattest is alleen geldig voor deelname aan drie examensessies zoals georganiseerd onder artikel 3.2.1 van dit besluit.
§ 3. In voorkomend geval informeert Leefmilieu Brussel het opleidingsorganisme over de vrijgestelde gelijkwaardige opleidingen die worden verstrekt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in een ander gewest of een andere lidstaat en kan het opleidingsorganisme toestemming geven om elke natuurlijke persoon die een bewijs van deelname aan de voornoemde gelijkwaardige opleiding voorlegt, vrij te stellen van een of meerdere modules, met uitzondering van de reglementaire module en de praktische module.
1° een door het opleidingsorganisme georganiseerde basisopleiding, bestaande uit regelgevende, technische en praktische aspecten, waarvan de minimuminhoud bepaald is in bijlage 1;
2° een permanente vorming bestaande uit verschillende modules die door het opleidingsorganisme worden georganiseerd of geselecteerd en waarvan de minimuminhoud wordt bepaald door de Minister, met vermelding van het aantal te volgen uren, afhankelijk van de evolutie van de te verwerven kennis om de opdrachten van de EPB-deskundige te kunnen uitvoeren.
§ 2. Het opleidingsorganisme levert een opleidingsattest af aan de personen die de opleiding regelmatig hebben gevolgd.
Het opleidingsattest is alleen geldig voor deelname aan drie examensessies zoals georganiseerd onder artikel 3.2.1 van dit besluit.
§ 3. In voorkomend geval informeert Leefmilieu Brussel het opleidingsorganisme over de vrijgestelde gelijkwaardige opleidingen die worden verstrekt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, in een ander gewest of een andere lidstaat en kan het opleidingsorganisme toestemming geven om elke natuurlijke persoon die een bewijs van deelname aan de voornoemde gelijkwaardige opleiding voorlegt, vrij te stellen van een of meerdere modules, met uitzondering van de reglementaire module en de praktische module.
Art. 3.1.1. § 1er. La formation spécifique d'expert PEB a le contenu suivant:
1° une formation de base organisée par l'organisme de formation, composée d'aspects réglementaires, techniques et pratiques, dont le contenu minimal est défini à l'annexe 1;
2° une formation continue composée de plusieurs modules organisés ou sélectionnés par l'organisme de formation dont le contenu minimal est défini par le Ministre en précisant le nombre d'heures à suivre, en fonction de l'évolution des connaissances à acquérir pour exercer les missions de l'expert PEB.
§ 2. L'organisme de formation délivre une attestation de formation aux personnes qui ont suivi la formation de manière régulière.
L'attestation de formation n'est valable que pour la participation à trois sessions d'examen tel qu'organisé en vertu de l'article 3.2.1 du présent arrêté.
§ 3. Bruxelles Environnement informe le cas échéant l'organisme de formation des formations équivalentes dispensées en Région de Bruxelles-Capitale, dans une autre région ou un autre Etat membre et peut autoriser l'organisme de formation à dispenser d'un ou plusieurs modules, à l'exception des aspects réglementaires et pratiques, toute personne physique qui fournit une preuve de participation à ladite formation équivalente.
1° une formation de base organisée par l'organisme de formation, composée d'aspects réglementaires, techniques et pratiques, dont le contenu minimal est défini à l'annexe 1;
2° une formation continue composée de plusieurs modules organisés ou sélectionnés par l'organisme de formation dont le contenu minimal est défini par le Ministre en précisant le nombre d'heures à suivre, en fonction de l'évolution des connaissances à acquérir pour exercer les missions de l'expert PEB.
§ 2. L'organisme de formation délivre une attestation de formation aux personnes qui ont suivi la formation de manière régulière.
L'attestation de formation n'est valable que pour la participation à trois sessions d'examen tel qu'organisé en vertu de l'article 3.2.1 du présent arrêté.
§ 3. Bruxelles Environnement informe le cas échéant l'organisme de formation des formations équivalentes dispensées en Région de Bruxelles-Capitale, dans une autre région ou un autre Etat membre et peut autoriser l'organisme de formation à dispenser d'un ou plusieurs modules, à l'exception des aspects réglementaires et pratiques, toute personne physique qui fournit une preuve de participation à ladite formation équivalente.
Afdeling 2. - Het examen
Section 2. - De l'examen
Art. 3.2.1. § 1. Het opleidingsorganisme organiseert een examen dat voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° het examen is uitsluitend toegankelijk voor personen die houder zijn van het opleidingsattest dat krachtens artikel 3.1.1, § 2 van dit besluit werd afgeleverd;
2° het examen waarvan de minimale inhoud is bepaald in bijlage 2, omvat een theoretische proef en een praktijkproef en heeft betrekking op de evaluatie van de kennis die werd verworven tijdens de in artikel 3.1.1, § 1 van dit besluit bedoelde opleiding; elke proef kan meerdere delen bevatten en afzonderlijk worden georganiseerd;
3° het examen gaat door in een aangepaste voorziening;
4° het examen wordt in het Nederlands en het Frans minstens een keer per jaar georganiseerd.
§ 2. Het opleidingsorganisme levert een attest van slagen af aan de deelnemers die voor elke proef vijftig procent van de punten en voor het volledige examen zestig procent hebben behaald.
De deelnemer die niet slaagt voor het examen maar die op een van de twee proeven minstens zestig procent heeft behaald, heeft het recht om, op verzoek, vrijgesteld te worden van deze proef voor de volgende examensessies waartoe zijn opleidingsattest hem toegang geeft overeenkomstig artikel 3.1.1, § 2 van dit besluit.
1° het examen is uitsluitend toegankelijk voor personen die houder zijn van het opleidingsattest dat krachtens artikel 3.1.1, § 2 van dit besluit werd afgeleverd;
2° het examen waarvan de minimale inhoud is bepaald in bijlage 2, omvat een theoretische proef en een praktijkproef en heeft betrekking op de evaluatie van de kennis die werd verworven tijdens de in artikel 3.1.1, § 1 van dit besluit bedoelde opleiding; elke proef kan meerdere delen bevatten en afzonderlijk worden georganiseerd;
3° het examen gaat door in een aangepaste voorziening;
4° het examen wordt in het Nederlands en het Frans minstens een keer per jaar georganiseerd.
§ 2. Het opleidingsorganisme levert een attest van slagen af aan de deelnemers die voor elke proef vijftig procent van de punten en voor het volledige examen zestig procent hebben behaald.
De deelnemer die niet slaagt voor het examen maar die op een van de twee proeven minstens zestig procent heeft behaald, heeft het recht om, op verzoek, vrijgesteld te worden van deze proef voor de volgende examensessies waartoe zijn opleidingsattest hem toegang geeft overeenkomstig artikel 3.1.1, § 2 van dit besluit.
Art. 3.2.1. § 1er. L'organisme de formation organise un examen qui répond aux conditions suivantes :
1° l'examen n'est accessible qu'aux personnes qui sont titulaires de l'attestation de formation délivrée en vertu de l'article 3.1.1, § 2 du présent arrêté;
2° l'examen dont le contenu minimal est défini en annexe 2 comprend une épreuve théorique et une épreuve pratique, et porte sur l'évaluation des connaissances acquises lors de la formation visée à l'article 3.1.1, § 1 du présent arrêté ; chaque épreuve peut comprendre plusieurs parties et être organisée séparément ;
3° l'examen se déroule dans une infrastructure adaptée ;
4° l'examen est organisé en français et en néerlandais au moins une fois par an.
§ 2. L'organisme de formation délivre une attestation de réussite de l'examen aux participants qui ont obtenu cinquante pourcents des points dans chaque épreuve et soixante pourcents des points sur la totalité de l'examen.
Le participant qui échoue à l'examen en obtenant soixante pourcents des points dans une des deux épreuves a le droit, sur demande, d'être dispensé de cette épreuve pour les prochaines sessions d'examen auxquelles son attestation de formation lui donne accès en vertu de l'article 3.1.1, § 2 du présent arrêté.
1° l'examen n'est accessible qu'aux personnes qui sont titulaires de l'attestation de formation délivrée en vertu de l'article 3.1.1, § 2 du présent arrêté;
2° l'examen dont le contenu minimal est défini en annexe 2 comprend une épreuve théorique et une épreuve pratique, et porte sur l'évaluation des connaissances acquises lors de la formation visée à l'article 3.1.1, § 1 du présent arrêté ; chaque épreuve peut comprendre plusieurs parties et être organisée séparément ;
3° l'examen se déroule dans une infrastructure adaptée ;
4° l'examen est organisé en français et en néerlandais au moins une fois par an.
§ 2. L'organisme de formation délivre une attestation de réussite de l'examen aux participants qui ont obtenu cinquante pourcents des points dans chaque épreuve et soixante pourcents des points sur la totalité de l'examen.
Le participant qui échoue à l'examen en obtenant soixante pourcents des points dans une des deux épreuves a le droit, sur demande, d'être dispensé de cette épreuve pour les prochaines sessions d'examen auxquelles son attestation de formation lui donne accès en vertu de l'article 3.1.1, § 2 du présent arrêté.
Afdeling 3. - Aanwijzing van het opleidingsorganisme
Section 3. - Désignation de l'organisme de formation
Art. 3.3.1. Het opleidingsorganisme heeft de volgende specifieke opdrachten:
1° het organiseren en verstrekken van de basisopleiding bedoeld in artikel 3.1.1, § 1, 1° van dit besluit in het Nederlands en het Frans;
2° het organiseren van de permanente vorming bedoeld in artikel 3.1.1, § 1, 2° van dit besluit in het Nederlands en het Frans;
3° het voorbereiden van de leermiddelen in samenwerking met Leefmilieu Brussel, in het Nederlands en het Frans;
4° het organiseren in het Nederlands en het Frans van het examen dat betrekking op de evaluatie van de kennis heeft;
5° het opstellen van een jaarlijks actieprogramma, vergezeld van de geraamde begroting en van periodieke activiteitenrapporten met onder andere gegevens met betrekking tot de organisatie en evaluatie van de opleidingen en examens.
1° het organiseren en verstrekken van de basisopleiding bedoeld in artikel 3.1.1, § 1, 1° van dit besluit in het Nederlands en het Frans;
2° het organiseren van de permanente vorming bedoeld in artikel 3.1.1, § 1, 2° van dit besluit in het Nederlands en het Frans;
3° het voorbereiden van de leermiddelen in samenwerking met Leefmilieu Brussel, in het Nederlands en het Frans;
4° het organiseren in het Nederlands en het Frans van het examen dat betrekking op de evaluatie van de kennis heeft;
5° het opstellen van een jaarlijks actieprogramma, vergezeld van de geraamde begroting en van periodieke activiteitenrapporten met onder andere gegevens met betrekking tot de organisatie en evaluatie van de opleidingen en examens.
Art. 3.3.1. L'organisme de formation a comme missions particulières:
1° d'organiser et dispenser la formation de base visée à l'article 3.1.1, § 1, 1° du présent arrêté en français et en néerlandais ;
2° d'organiser la formation continue visée à l'article 3.1.1, § 1, 2° du présent arrêté en français et en néerlandais ;
3° de préparer les supports des formations en collaboration avec Bruxelles Environnement en français et en néerlandais ;
4° d'organiser en français et en néerlandais l'examen portant sur l'évaluation des connaissances ;
5° d'établir un programme d'actions annuel accompagné du budget prévisionnel et de rapports d'activité périodiques comprenant entre autres les données relatives à l'organisation et l'évaluation des formations et des examens.
1° d'organiser et dispenser la formation de base visée à l'article 3.1.1, § 1, 1° du présent arrêté en français et en néerlandais ;
2° d'organiser la formation continue visée à l'article 3.1.1, § 1, 2° du présent arrêté en français et en néerlandais ;
3° de préparer les supports des formations en collaboration avec Bruxelles Environnement en français et en néerlandais ;
4° d'organiser en français et en néerlandais l'examen portant sur l'évaluation des connaissances ;
5° d'établir un programme d'actions annuel accompagné du budget prévisionnel et de rapports d'activité périodiques comprenant entre autres les données relatives à l'organisation et l'évaluation des formations et des examens.
Art. 3.3.2. Het opleidingsorganisme wordt aangewezen voor een periode van vijf jaar en geniet van een subsidie van facultatieve aard die op basis van het jaarlijks actieprogramma bedoeld in artikel 3.3.1, 5° van dit besluit en binnen de limieten van de beschikbare begroting wordt vastgelegd.
Art. 3.3.2. L'organisme de formation est désigné pour une durée de cinq ans et bénéficie d'une subvention de nature facultative fixée sur base du programme d'actions annuel visé à l'article 3.3.1, 5° du présent arrêté et dans les limites du budget disponible.
Art. 3.3.3. Deze aanwijzing heeft betrekking op één rechtspersoon die in het kader van een kandidatuuroproep ten minste voldoet aan de volgende kwaliteitsvoorwaarden, en in het geval van meerdere kandidaturen op de meest aantrekkelijke wijze voldoet aan de volgende kwaliteitsvoorwaarden:
1° minstens twee jaar ervaring kunnen voorleggen in het volwassenenonderwijs;
2° beschikken over een team van lesgevers die opleidingen in het Nederlands en het Frans kunnen geven en die beschikken over een grondige kennis van het theoretische en praktische onderwijsdomein;
3° beschikken over voldoende gekwalificeerd, tweetalig administratief personeel om de opdrachten van het opleidingsorganisme uit te voeren;
4° beschikken over een aangepaste voorziening in het Brussels Gewest die kan worden aangepast aan de opleidingsbehoeften, met inbegrip van de nodige kantoor- en IT-apparatuur;
5° zich ertoe verbinden een afzonderlijke analytische boekhouding te voeren voor de opdrachten die haar worden toevertrouwd en te allen tijde te zorgen voor een volstrekte transparantie met betrekking tot deze boekhouding en er toegang toe te verlenen aan de aangewezen verantwoordelijken;
6° beschikken over een tool om opleidingssessie en examenssessies te plannen ;
7° aangeven welke methode wordt gebruikt om de verstrekte opleiding te evalueren en om klachten te behandelen, met het oog op voortdurende ontwikkeling en verbetering;
8° een voorstel van opleidingsprogramma uitwerken dat voldoet aan de minimuminhoud van de opleiding bedoeld in artikel 3.1.1 van dit besluit;
9° een methode voor afstandsonderwijs voorstellen waarbij de deelnemers uniek identificeerbaar zijn en het mogelijk is om aan te tonen dat ze de opleiding gevolgd hebben;
10° onafhankelijk en objectief opleidingen organiseren, door zich te onthouden van enige commerciële promotie van materialen, producten of technieken die een impact hebben op de energieprestatie van gebouwen.
1° minstens twee jaar ervaring kunnen voorleggen in het volwassenenonderwijs;
2° beschikken over een team van lesgevers die opleidingen in het Nederlands en het Frans kunnen geven en die beschikken over een grondige kennis van het theoretische en praktische onderwijsdomein;
3° beschikken over voldoende gekwalificeerd, tweetalig administratief personeel om de opdrachten van het opleidingsorganisme uit te voeren;
4° beschikken over een aangepaste voorziening in het Brussels Gewest die kan worden aangepast aan de opleidingsbehoeften, met inbegrip van de nodige kantoor- en IT-apparatuur;
5° zich ertoe verbinden een afzonderlijke analytische boekhouding te voeren voor de opdrachten die haar worden toevertrouwd en te allen tijde te zorgen voor een volstrekte transparantie met betrekking tot deze boekhouding en er toegang toe te verlenen aan de aangewezen verantwoordelijken;
6° beschikken over een tool om opleidingssessie en examenssessies te plannen ;
7° aangeven welke methode wordt gebruikt om de verstrekte opleiding te evalueren en om klachten te behandelen, met het oog op voortdurende ontwikkeling en verbetering;
8° een voorstel van opleidingsprogramma uitwerken dat voldoet aan de minimuminhoud van de opleiding bedoeld in artikel 3.1.1 van dit besluit;
9° een methode voor afstandsonderwijs voorstellen waarbij de deelnemers uniek identificeerbaar zijn en het mogelijk is om aan te tonen dat ze de opleiding gevolgd hebben;
10° onafhankelijk en objectief opleidingen organiseren, door zich te onthouden van enige commerciële promotie van materialen, producten of technieken die een impact hebben op de energieprestatie van gebouwen.
Art. 3.3.3. La désignation concerne une seule personne morale qui, dans le cadre d'un appel à candidatures, répond au moins et de la manière la plus intéressante en cas de candidatures multiples, aux conditions de qualité suivantes :
1° compter au moins deux ans d'activité dans le domaine de la formation aux adultes ;
2° disposer d'une équipe de formateurs capables de dispenser la formation en français et en néerlandais, ayant une connaissance approfondie du domaine d'enseignement théorique et pratique concerné ;
3° disposer d'un personnel administratif qualifié, bilingue et en nombre suffisant pour remplir les missions de l'organisme de formation ;
4° disposer d'une infrastructure adaptée située sur le territoire de la Région bruxelloise et modulable en fonction de la demande de formation, y compris le matériel bureautique et informatique nécessaires ;
5° s'engager à tenir une comptabilité analytique séparée pour les missions confiées et assurer, à tout moment, une transparence totale quant à celle-ci et en donner l'accès aux responsables désignés ;
6° disposer d'un outil de planification des sessions de formation et d'examen;
7° Indiquer la méthode d'évaluation des formations dispensées, et de traitement des plaintes, dans un objectif de développement et d'amélioration continus ;
8° développer un projet de programme de formation respectant le contenu minimal de la formation visée à l'article 3.1.1 du présent arrêté ;
9° proposer une méthode d'enseignement en présentiel et à distance dans laquelle les participants sont identifiables de manière unique et où il est possible de démontrer qu'ils ont bien suivi la formation ;
10° organiser les formations de manière indépendante et objective, en s'abstenant de faire la promotion commerciale de matériaux, produits ou techniques ayant un impact sur la performance énergétique des bâtiments.
1° compter au moins deux ans d'activité dans le domaine de la formation aux adultes ;
2° disposer d'une équipe de formateurs capables de dispenser la formation en français et en néerlandais, ayant une connaissance approfondie du domaine d'enseignement théorique et pratique concerné ;
3° disposer d'un personnel administratif qualifié, bilingue et en nombre suffisant pour remplir les missions de l'organisme de formation ;
4° disposer d'une infrastructure adaptée située sur le territoire de la Région bruxelloise et modulable en fonction de la demande de formation, y compris le matériel bureautique et informatique nécessaires ;
5° s'engager à tenir une comptabilité analytique séparée pour les missions confiées et assurer, à tout moment, une transparence totale quant à celle-ci et en donner l'accès aux responsables désignés ;
6° disposer d'un outil de planification des sessions de formation et d'examen;
7° Indiquer la méthode d'évaluation des formations dispensées, et de traitement des plaintes, dans un objectif de développement et d'amélioration continus ;
8° développer un projet de programme de formation respectant le contenu minimal de la formation visée à l'article 3.1.1 du présent arrêté ;
9° proposer une méthode d'enseignement en présentiel et à distance dans laquelle les participants sont identifiables de manière unique et où il est possible de démontrer qu'ils ont bien suivi la formation ;
10° organiser les formations de manière indépendante et objective, en s'abstenant de faire la promotion commerciale de matériaux, produits ou techniques ayant un impact sur la performance énergétique des bâtiments.
Art. 3.3.4. § 1. De kandidatuurstelling tot opleidingsorganisme wordt schriftelijk aan Leefmilieu Brussel bezorgd en is samengesteld uit:
1° het ingevulde en ondertekende kandidatuurstellingsformulier dat op het gewestelijke onlineportaal beschikbaar is;
2° de beschrijving van de voorafgaande verleende dienstverlening;
3° de lijst van alle personeelsleden, met cv, die de taken van het opleidingsorganisme zullen uitvoeren;
4° de documenten die de naleving van de in artikel 3.3.3 van dit besluit bedoelde voorwaarden bewijzen;
5° de balansen en rekeningen van het laatste boekjaar;
6° de statuten van kracht gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad;
7° het voorstel van jaarlijks actieprogramma bedoeld in artikel 3.3.1, 5° van dit besluit dat de geraamde begroting.
§ 2. De ontvangstbevestiging van het volledige of onvolledige dossier wordt binnen tien werkdagen na ontvangst van de kandidatuurstelling aan de kandidaat bezorgd.
Indien het dossier onvolledig is, wordt de kandidaat ingelicht over de ontbrekende documenten en informatie en van de termijn waarbinnen het dossier moet worden vervolledigd.
Leefmilieu Brussel neemt een beslissing rekening houdend met de elementen die in het volledig verklaarde dossier zijn opgenomen.
1° het ingevulde en ondertekende kandidatuurstellingsformulier dat op het gewestelijke onlineportaal beschikbaar is;
2° de beschrijving van de voorafgaande verleende dienstverlening;
3° de lijst van alle personeelsleden, met cv, die de taken van het opleidingsorganisme zullen uitvoeren;
4° de documenten die de naleving van de in artikel 3.3.3 van dit besluit bedoelde voorwaarden bewijzen;
5° de balansen en rekeningen van het laatste boekjaar;
6° de statuten van kracht gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad;
7° het voorstel van jaarlijks actieprogramma bedoeld in artikel 3.3.1, 5° van dit besluit dat de geraamde begroting.
§ 2. De ontvangstbevestiging van het volledige of onvolledige dossier wordt binnen tien werkdagen na ontvangst van de kandidatuurstelling aan de kandidaat bezorgd.
Indien het dossier onvolledig is, wordt de kandidaat ingelicht over de ontbrekende documenten en informatie en van de termijn waarbinnen het dossier moet worden vervolledigd.
Leefmilieu Brussel neemt een beslissing rekening houdend met de elementen die in het volledig verklaarde dossier zijn opgenomen.
Art. 3.3.4. § 1er. Le dossier de candidature en tant qu'organisme de formation est adressé à Bruxelles Environnement par écrit et comprend les éléments suivants :
1° le formulaire de candidature dûment complété et signé mis à disposition sur le portail régional en ligne;
2° le descriptif des services rendus durant l'expérience antérieure;
3° la liste du personnel dédié à la mission, accompagnée de leur CV;
4° les pièces justifiant le respect des conditions visées à l'article 3.3.3 du présent arrêté;
5° les bilans et comptes du dernier exercice ;
6° les statuts en vigueur publiés aux annexes du Moniteur belge ;
7° le projet de programme d'actions annuel visé à l'article 3.3.1, 5° du présent arrêté qui contient le budget prévisionnel.
§ 2. Un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet est adressé au candidat dans les dix jours ouvrables de la réception du dossier de candidature.
Si le dossier est incomplet, le candidat est informé des documents et renseignements manquants et du délai dans lequel le dossier est complété.
Bruxelles Environnement statue en tenant compte des éléments contenus dans le dossier déclaré complet.
1° le formulaire de candidature dûment complété et signé mis à disposition sur le portail régional en ligne;
2° le descriptif des services rendus durant l'expérience antérieure;
3° la liste du personnel dédié à la mission, accompagnée de leur CV;
4° les pièces justifiant le respect des conditions visées à l'article 3.3.3 du présent arrêté;
5° les bilans et comptes du dernier exercice ;
6° les statuts en vigueur publiés aux annexes du Moniteur belge ;
7° le projet de programme d'actions annuel visé à l'article 3.3.1, 5° du présent arrêté qui contient le budget prévisionnel.
§ 2. Un accusé de réception du dossier déclaré complet ou incomplet est adressé au candidat dans les dix jours ouvrables de la réception du dossier de candidature.
Si le dossier est incomplet, le candidat est informé des documents et renseignements manquants et du délai dans lequel le dossier est complété.
Bruxelles Environnement statue en tenant compte des éléments contenus dans le dossier déclaré complet.
Art. 3.3.5. De Minister kan de inhoud en de procedure van de kandidatuuroproep bedoeld in artikel 3.3.3 van dit besluit bepalen.
Art. 3.3.5. Le Ministre peut préciser le contenu et la procédure de l'appel à candidatures visé à l'article 3.3.3 du présent arrêté.
Art. 3.3.6. § 1. Leefmilieu Brussel controleert de activiteiten en uitgaven die verband houden met de opdrachten bedoeld in artikel 3.3.1 van dit besluit en voert een opvolgingscomité in met de volgende doelstellingen:
1° periodiek samenkomen om de uitvoering van de opdrachten van het opleidingsorganisme op te volgen;
2° de problemen in verband met de uitvoering van de taken van het opleidingsorganisme benoemen en oplossen;
3° de activiteitenrapporten onderzoeken en de evaluaties van de uitvoering van het jaarlijkse actieprogramma voorbereiden.
§ 2. Het opvolgingscomité bestaat uit:
1° een vertegenwoordiger van het opleidingsorganisme;
2° een vertegenwoordiger van de Minister;
3° twee vertegenwoordigers van Leefmilieu Brussel.
1° periodiek samenkomen om de uitvoering van de opdrachten van het opleidingsorganisme op te volgen;
2° de problemen in verband met de uitvoering van de taken van het opleidingsorganisme benoemen en oplossen;
3° de activiteitenrapporten onderzoeken en de evaluaties van de uitvoering van het jaarlijkse actieprogramma voorbereiden.
§ 2. Het opvolgingscomité bestaat uit:
1° een vertegenwoordiger van het opleidingsorganisme;
2° een vertegenwoordiger van de Minister;
3° twee vertegenwoordigers van Leefmilieu Brussel.
Art. 3.3.6. § 1er. Bruxelles Environnement contrôle les activités et les dépenses en lien avec les missions visées à l'article 3.3.1 du présent arrêté et met en place un comité de suivi dont les objectifs sont les suivants :
1° se réunir périodiquement pour suivre l'exécution des missions de l'organisme de formation ;
2° évoquer et résoudre les problèmes liés à l'exécution des missions de l'organisme de formation ;
3° examiner les rapports d'activité et préparer les évaluations de la réalisation du programme d'actions annuel.
§ 2. Le Comité de suivi est composé de :
1° un représentant de l'organisme de formation ;
2° un représentant du Ministre ;
3° deux représentants de Bruxelles Environnement.
1° se réunir périodiquement pour suivre l'exécution des missions de l'organisme de formation ;
2° évoquer et résoudre les problèmes liés à l'exécution des missions de l'organisme de formation ;
3° examiner les rapports d'activité et préparer les évaluations de la réalisation du programme d'actions annuel.
§ 2. Le Comité de suivi est composé de :
1° un représentant de l'organisme de formation ;
2° un représentant du Ministre ;
3° deux représentants de Bruxelles Environnement.
HOOFDSTUK 4. - Overgangs- en opheffings- en slotbepalingen
CHAPITRE 4. - Dispositions transitoires, abrogatoires et finales
Afdeling 1. - Overgangsbepalingen
Section 1re. - Dispositions transitoires
Art. 4.1.1. § 1. De erkenningen verleend voor een opleiding tot EPB-certificateur en een opleiding tot EPB-adviseur, respectievelijk overeenkomstig het besluit van 17 februari 2011 en het besluit van 10 oktober 2013, vervallen met ingang van de datum waarop het opleidingsprogramma, zoals bedoeld in artikel 3.3.1, § 1, 1° van dit besluit, wordt meegedeeld door het opleidingsorganisme.
§ 2. Leefmilieu Brussel brengt de instellingen waarvan de opleiding werd erkend schriftelijk op de hoogte van het feit dat deze erkenning niet langer geldig is.
§ 3. Indien het opleidingsorganisme niet is aangewezen in toepassing van afdeling 3 van hoofdstuk 3 van dit besluit:
1° De bepalingen van artikel 3.1.1 en artikel 3.3.3, punten 2° tot 4° en 6° tot 10° van dit besluit zijn van toepassing op de opleidingen die voor de inwerkingtreding van dit artikel erkend waren krachtens het besluit van 17 februari 2011 en het besluit van 10 oktober 2013, op voorwaarde dat:
a) het organisme waarvan de opleiding is erkend, niet uitdrukkelijk om intrekking van haar erkenning heeft verzocht, en;
b) de eerste opleidingsdag van de erkende opleiding later plaatsvindt dan de datum van de inwerkingtreding van dit artikel.
2° Leefmilieu Brussel organiseert het examen bedoeld in artikel 3.2.1 van dit besluit.
§ 2. Leefmilieu Brussel brengt de instellingen waarvan de opleiding werd erkend schriftelijk op de hoogte van het feit dat deze erkenning niet langer geldig is.
§ 3. Indien het opleidingsorganisme niet is aangewezen in toepassing van afdeling 3 van hoofdstuk 3 van dit besluit:
1° De bepalingen van artikel 3.1.1 en artikel 3.3.3, punten 2° tot 4° en 6° tot 10° van dit besluit zijn van toepassing op de opleidingen die voor de inwerkingtreding van dit artikel erkend waren krachtens het besluit van 17 februari 2011 en het besluit van 10 oktober 2013, op voorwaarde dat:
a) het organisme waarvan de opleiding is erkend, niet uitdrukkelijk om intrekking van haar erkenning heeft verzocht, en;
b) de eerste opleidingsdag van de erkende opleiding later plaatsvindt dan de datum van de inwerkingtreding van dit artikel.
2° Leefmilieu Brussel organiseert het examen bedoeld in artikel 3.2.1 van dit besluit.
Art. 4.1.1. § 1er. Les reconnaissances octroyées aux formations de certificateur et de conseiller PEB, en application respectivement de l'arrêté du 17 février 2011 et de l'arrêté du 10 octobre 2013, cessent leurs effets à compter de la date à laquelle le programme de la formation visée à l'article 3.1.1, § 1, 1° du présent arrêté est communiqué par l'organisme de formation.
§ 2. Bruxelles Environnement informe par écrit les organismes dont la formation a été reconnue, que cette reconnaissance a cessé son effet.
§ 3. Dans le cas où l'organisme de formation n'est pas désigné en application de la section 3 du chapitre 3 du présent arrêté :
1° Les dispositions de l'article 3.1.1 et de l'article 3.3.3, points 2° à 4° et 6° à 10° du présent arrêté s'appliquent aux formations qui ont été reconnues avant l'entrée en vigueur du présent article en application de l'arrêté du 17 février 2011 et de l'arrêté du 10 octobre 2013, pour autant :
a) que l'organisme dont la formation est reconnue n'ait pas demandé expressément le retrait de sa reconnaissance et;
b) que le premier jour de la session de la formation reconnue est postérieur à la date d'entrée en vigueur du présent article.
2° Bruxelles Environnement organise l'examen visé à l'article 3.2.1 du présent arrêté.
§ 2. Bruxelles Environnement informe par écrit les organismes dont la formation a été reconnue, que cette reconnaissance a cessé son effet.
§ 3. Dans le cas où l'organisme de formation n'est pas désigné en application de la section 3 du chapitre 3 du présent arrêté :
1° Les dispositions de l'article 3.1.1 et de l'article 3.3.3, points 2° à 4° et 6° à 10° du présent arrêté s'appliquent aux formations qui ont été reconnues avant l'entrée en vigueur du présent article en application de l'arrêté du 17 février 2011 et de l'arrêté du 10 octobre 2013, pour autant :
a) que l'organisme dont la formation est reconnue n'ait pas demandé expressément le retrait de sa reconnaissance et;
b) que le premier jour de la session de la formation reconnue est postérieur à la date d'entrée en vigueur du présent article.
2° Bruxelles Environnement organise l'examen visé à l'article 3.2.1 du présent arrêté.
Art. 4.1.2. § 1. De natuurlijke personen erkend als certificateur overeenkomstig het besluit van 17 februari 2011 en de natuurlijke personen erkend als EPB-adviseur overeenkomstig het besluit van 10 oktober 2013 verkrijgen de erkenning als EPB-deskundige natuurlijke persoon overeenkomstig dit besluit mits het bewijs van de naleving van de erkenningsvoorwaarden bedoelde in artikel 2.1.1, 1° en 2° van dit besluit, binnen een termijn van drie jaar te rekenen vanaf de datum die de Minister vaststelt zodra het opleidingsorganisme het programma van de opleiding bedoeld in artikel 3.1.1, § 1, 1° van dit besluit meedeelt.
§ 2. De beslissing tot toekenning van erkenning als EPB-deskundige bevat ook de intrekking van de erkenning als certificateur overeenkomstig het besluit van 17 februari 2011 of als EPB-adviseur overeenkomstig het besluit van 10 oktober 2013.
§ 2. De beslissing tot toekenning van erkenning als EPB-deskundige bevat ook de intrekking van de erkenning als certificateur overeenkomstig het besluit van 17 februari 2011 of als EPB-adviseur overeenkomstig het besluit van 10 oktober 2013.
Art. 4.1.2. § 1. Les personnes physiques agréées en tant que certificateur en vertu de l'arrêté du 17 février 2011 et les personnes physiques agréées en tant que conseiller PEB en vertu de l'arrêté du 10 octobre 2013 obtiennent l'agrément d'expert PEB personne physique en vertu du présent arrêté moyennant la preuve du respect des conditions d'agrément visées à l'article 2.1.1, 1° et 2° du présent arrêté, dans les trois ans à compter de la date fixée par le Ministre dès que l'organisme de formation communique le programme de la formation visée à l'article 3.1.1, § 1, 1° du présent arrêté.
§ 2. La décision d'octroi d'agrément d'expert PEB contient également le retrait de l'agrément en tant que certificateur en vertu de l'arrêté du 17 février 2011 ou en tant que conseiller PEB en vertu de l'arrêté du 10 octobre 2013.
§ 2. La décision d'octroi d'agrément d'expert PEB contient également le retrait de l'agrément en tant que certificateur en vertu de l'arrêté du 17 février 2011 ou en tant que conseiller PEB en vertu de l'arrêté du 10 octobre 2013.
Afdeling 2. - Opheffingsbepalingen
Section 2. - Dispositions abrogatoires
Art. 4.2.1. § 1. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende de erkenning van de certificateurs voor het opstellen van een EPB-certificaat of een EPB-certificaat Openbaar gebouw wordt opgeheven.
§ 2. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 oktober 2013 betreffende de erkenning van de EPB-adviseurs en houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden wordt opgeheven.
§ 2. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 10 oktober 2013 betreffende de erkenning van de EPB-adviseurs en houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 17 februari 2011 betreffende het door een certificateur opgestelde EPB-certificaat voor de tertiaire eenheden wordt opgeheven.
Art. 4.2.1. § 1er. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 février 2011 relatif à l'agrément des certificateurs qui établissent un certificat PEB ou un certificat PEB Bâtiment public est abrogé.
§ 2. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 10 octobre 2013 relatif à l'agrément des conseillers PEB et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles- Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires est abrogé.
§ 2. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 10 octobre 2013 relatif à l'agrément des conseillers PEB et modifiant l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles- Capitale du 17 février 2011 relatif au certificat PEB établi par un certificateur pour les unités tertiaires est abrogé.
Afdeling 3. - Slotbepalingen
Section 3. - Dispositions finales
Art. 4.3.1. § 1. Dit besluit treedt in werking op de tiende dag na de datum van bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van :
1° hoofdstuk 2, dat in werking treedt op de door de Minister vastgelegde datum, in overeenstemming met artikel 4.1.2, § 1 van dit besluit;
2° artikel 4.2.1, dat in werking treedt drie jaar na de door de Minister vastgelegde datum, in overeenstemming met artikel 4.1.2, § 1 van dit besluit.
§ 2. Artikel 56 van de ordonnantie van 7 maart 2024 tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing met het oog op de uitvoering van de strategie voor de renovatie van gebouwen treedt in werking op hetzelfde ogenblik als artikelen 3.3.1 tot en met 3.3.6 van dit besluit.
De artikelen 9, § 12, 9, § 13, 10, § 1, 1° en 2° en 55, 1° van de ordonnantie van 7 maart 2024 tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing met het oog op de uitvoering van de strategie voor de renovatie van gebouwen treden in werking op hetzelfde ogenblik als hoofdstuk 2 van dit besluit.
1° hoofdstuk 2, dat in werking treedt op de door de Minister vastgelegde datum, in overeenstemming met artikel 4.1.2, § 1 van dit besluit;
2° artikel 4.2.1, dat in werking treedt drie jaar na de door de Minister vastgelegde datum, in overeenstemming met artikel 4.1.2, § 1 van dit besluit.
§ 2. Artikel 56 van de ordonnantie van 7 maart 2024 tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing met het oog op de uitvoering van de strategie voor de renovatie van gebouwen treedt in werking op hetzelfde ogenblik als artikelen 3.3.1 tot en met 3.3.6 van dit besluit.
De artikelen 9, § 12, 9, § 13, 10, § 1, 1° en 2° en 55, 1° van de ordonnantie van 7 maart 2024 tot wijziging van de ordonnantie van 2 mei 2013 houdende het Brussels Wetboek van Lucht, Klimaat en Energiebeheersing met het oog op de uitvoering van de strategie voor de renovatie van gebouwen treden in werking op hetzelfde ogenblik als hoofdstuk 2 van dit besluit.
Art. 4.3.1. § 1er. Le présent arrêté entre en vigueur le dixième jour qui suit la date de sa publication au Moniteur belge, à l'exception :
1° du chapitre 2 qui entre en vigueur à la date fixée par le Ministre, conformément à l'article 4.1.2, § 1er du présent arrêté;
2° de l'article 4.2.1 qui entre en vigueur trois ans après la date fixée par le Ministre, conformément à l'article 4.1.2, § 1er du présent arrêté.
§ 2. L'article 56 de l'ordonnance du 7 mars 2024 modifiant l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code Bruxellois de l'Air, du Climat et de la maîtrise de l'Energie en vue de mettre en oeuvre la stratégie de rénovation du bâti entre en vigueur en même temps que les articles 3.3.1 à 3.3.6 du présent arrêté.
Les articles 9, § 12, 9, § 13, 10, § 1, 1° et 2° et 55, 1° de l'ordonnance du 7 mars 2024 modifiant l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code Bruxellois de l'Air, du Climat et de la maîtrise de l'Energie en vue de mettre en oeuvre la stratégie de rénovation du bâti entrent en vigueur en même temps que le chapitre 2 du présent arrêté.
1° du chapitre 2 qui entre en vigueur à la date fixée par le Ministre, conformément à l'article 4.1.2, § 1er du présent arrêté;
2° de l'article 4.2.1 qui entre en vigueur trois ans après la date fixée par le Ministre, conformément à l'article 4.1.2, § 1er du présent arrêté.
§ 2. L'article 56 de l'ordonnance du 7 mars 2024 modifiant l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code Bruxellois de l'Air, du Climat et de la maîtrise de l'Energie en vue de mettre en oeuvre la stratégie de rénovation du bâti entre en vigueur en même temps que les articles 3.3.1 à 3.3.6 du présent arrêté.
Les articles 9, § 12, 9, § 13, 10, § 1, 1° et 2° et 55, 1° de l'ordonnance du 7 mars 2024 modifiant l'ordonnance du 2 mai 2013 portant le Code Bruxellois de l'Air, du Climat et de la maîtrise de l'Energie en vue de mettre en oeuvre la stratégie de rénovation du bâti entrent en vigueur en même temps que le chapitre 2 du présent arrêté.
Art. 4.3.2. De Minister wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4.3.2. Le Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1 - Minimuminhoud van de basisopleiding voor de erkenning van EPB-deskundigen
De basisopleiding omvat ten minste de volgende regelgevende, technische en praktische aspecten en duurt ten minste vijfennegentig uur.
A/ Regelgevende aspecten
1. Inhoud van de ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten:
1.1 Het toepassingsgebied van de ordonnantie
1.2 De EPB-eisen
1.3 De handelingen en bijbehorende documenten (EPB-certificaat, EPB-aangifte, samenvattend rapport enz.)
1.4 De actoren (rollen en verantwoordelijkheden), en in het bijzonder de EPB-deskundige
1.5 De onderverdeling van het gebouw, de bestemmingen, de aard van de werken
1.6 Specifieke kenmerken van mede-eigendommen
2. Beginselen van de berekeningsmethoden voor de energieprestaties van een EPB-eenheid
2.1 Berekening op basis van de technische kenmerken van de bouwschil en technische installaties - EPB-Wooneenheid
2.2 Berekening op basis van de technische kenmerken van de bouwschil en technische installaties - Niet-Residentiële EPB-eenheid
2.3 Berekening op basis van energieverbruiksmetingen
B/ Technische aspecten
1. Energiewinsten en -verliezen
2. Thermische isolatie
3. Ventilatie
4. Bescherming tegen oververhitting
5. Verwarmings- en klimaatregelingssystemen
6. Productie van sanitair warm water
7. Verlichting
8. De aardopwarminsvermogen gedurende de gehele levenscyclus.
9. Elektriciteitsproductie in situ
10. Hernieuwbare energie
11. Meting van het energieverbruik
12. Regeling van de technische systemen
C/ Praktische aspecten
1. Administratieve handelingen en documenten
Oefening voor projectverdeling op basis van simulaties en bepaling van de handelingen en vereisten
2. Te verzamelen gegevens: protocol
Presentatie van het protocol en verbanden met de technische aspecten
Verzamelen van aanvaardbare bewijsstukken en opmetingen
Ontvankelijkheid van de aanvaardbare bewijsstukken
Archivering van de aanvaardbare bewijsstukken
Oefeningen op basis van metingen ter plaatse en documenten
3. Software
Werkingsprincipe
Oefeningen op het gebruik van de software en verbanden met het protocol, de modellen en de berekeningsmethoden
Bewustmaking rond het invoeren van gedetailleerde waarden/methoden en waarden bij ontstentenis/vereenvoudigde methoden op het certificaatresultaat
4. Bezoeken aan EPB-eenheden en technische installaties
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat op te stellen in overeenstemming met het protocol voor een EPB-Wooneenheid type huis.
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat op te stellen in overeenstemming met het protocol voor een EPB-Wooneenheid in mede-eigendom.
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat op te stellen in overeenstemming met het protocol voor twee Niet-Residentiële EPB-eenheden met verschillende functies.
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat openbaar gebouw op te stellen in overeenstemming met het protocol voor een Niet-Residentiële EPB-eenheid.
5. Opstellen van het EPB-certificaat en samenvattend rapport
Presentatie van de inhoud en verband met het invoeren in de software
Aanbevelingen van werken en de factoren die ze uitlokken
Verband tussen het EPB-certificaat en het samenvattend rapport
6. Opstellen van het EPB-certificaat openbaar gebouw
Presentatie van de inhoud en verband met het invoeren in de software
7. Opstellen van de berekening van de indicator van het aardopwarmingsvermogen
De basisopleiding omvat ten minste de volgende regelgevende, technische en praktische aspecten en duurt ten minste vijfennegentig uur.
A/ Regelgevende aspecten
1. Inhoud van de ordonnantie en haar uitvoeringsbesluiten:
1.1 Het toepassingsgebied van de ordonnantie
1.2 De EPB-eisen
1.3 De handelingen en bijbehorende documenten (EPB-certificaat, EPB-aangifte, samenvattend rapport enz.)
1.4 De actoren (rollen en verantwoordelijkheden), en in het bijzonder de EPB-deskundige
1.5 De onderverdeling van het gebouw, de bestemmingen, de aard van de werken
1.6 Specifieke kenmerken van mede-eigendommen
2. Beginselen van de berekeningsmethoden voor de energieprestaties van een EPB-eenheid
2.1 Berekening op basis van de technische kenmerken van de bouwschil en technische installaties - EPB-Wooneenheid
2.2 Berekening op basis van de technische kenmerken van de bouwschil en technische installaties - Niet-Residentiële EPB-eenheid
2.3 Berekening op basis van energieverbruiksmetingen
B/ Technische aspecten
1. Energiewinsten en -verliezen
2. Thermische isolatie
3. Ventilatie
4. Bescherming tegen oververhitting
5. Verwarmings- en klimaatregelingssystemen
6. Productie van sanitair warm water
7. Verlichting
8. De aardopwarminsvermogen gedurende de gehele levenscyclus.
9. Elektriciteitsproductie in situ
10. Hernieuwbare energie
11. Meting van het energieverbruik
12. Regeling van de technische systemen
C/ Praktische aspecten
1. Administratieve handelingen en documenten
Oefening voor projectverdeling op basis van simulaties en bepaling van de handelingen en vereisten
2. Te verzamelen gegevens: protocol
Presentatie van het protocol en verbanden met de technische aspecten
Verzamelen van aanvaardbare bewijsstukken en opmetingen
Ontvankelijkheid van de aanvaardbare bewijsstukken
Archivering van de aanvaardbare bewijsstukken
Oefeningen op basis van metingen ter plaatse en documenten
3. Software
Werkingsprincipe
Oefeningen op het gebruik van de software en verbanden met het protocol, de modellen en de berekeningsmethoden
Bewustmaking rond het invoeren van gedetailleerde waarden/methoden en waarden bij ontstentenis/vereenvoudigde methoden op het certificaatresultaat
4. Bezoeken aan EPB-eenheden en technische installaties
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat op te stellen in overeenstemming met het protocol voor een EPB-Wooneenheid type huis.
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat op te stellen in overeenstemming met het protocol voor een EPB-Wooneenheid in mede-eigendom.
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat op te stellen in overeenstemming met het protocol voor twee Niet-Residentiële EPB-eenheden met verschillende functies.
Volledige oefening om gegevens te verzamelen (ter plaatse + documenten) en in de software in te voeren om een EPB-certificaat openbaar gebouw op te stellen in overeenstemming met het protocol voor een Niet-Residentiële EPB-eenheid.
5. Opstellen van het EPB-certificaat en samenvattend rapport
Presentatie van de inhoud en verband met het invoeren in de software
Aanbevelingen van werken en de factoren die ze uitlokken
Verband tussen het EPB-certificaat en het samenvattend rapport
6. Opstellen van het EPB-certificaat openbaar gebouw
Presentatie van de inhoud en verband met het invoeren in de software
7. Opstellen van de berekening van de indicator van het aardopwarmingsvermogen
Art. N1. Annexe 1re- Contenu minimal de la formation de base en vue de l'agrément des experts PEB
La formation de base contient au minimum les aspects réglementaires, techniques et pratiques suivants, pour une durée minimale de nonante-cinq heures.
A/ Aspects réglementaires
1. Le contenu de l'ordonnance et de ses arrêtés d'exécution :
1.1 Le champ d'application de l'ordonnance
1.2 Les exigences PEB
1.3 Les actes et leurs documents (certificat PEB, déclaration PEB, rapport de synthèse etc.)
1.4 Les acteurs (rôles et responsabilités), et en particulier l'expert PEB
1.5 La subdivision du bâtiment, les affectations, la nature des travaux
1.6 spécificités propres aux copropriétés
2. Principes des méthodes de calcul de la performance énergétique d'une unité PEB
2.1 Calcul sur base des caractéristiques techniques de l'enveloppe et des Installations techniques - unité PEB Habitation Individuelle
2.2 Calcul sur base des caractéristiques techniques de l'enveloppe et des Installations techniques - unité PEB Non Résidentielle
2.3 Calcul sur base des mesures des consommations d'énergie
B/ Aspects techniques
1. Les gains et pertes énergétiques
2. Isolation thermique
3. La ventilation
4. La protection contre la surchauffe
5. Les systèmes de chauffage et de climatisation
6. La production d'eau chaude sanitaire
7. L'éclairage
8. Le potentiel de réchauffement planétaire tout au long du cycle de vie.
9. La production d'électricité sur site
10. Les énergies renouvelables
11. La mesure des consommations d'énergie
12. La régulation des systèmes techniques
c/ Aspects pratiques
1. Actes et documents administratifs
Exercice de division de projet sur base de mises en situation et détermination des actes et exigences
2. Données à récolter : protocole
Présentation du protocole et liens avec les aspects techniques
Récolte des preuves acceptables et métrés
Recevabilité des preuves acceptables
Archivage des preuves acceptables
Exercices sur base de relevés sur site et sur base documentaire
3. Logiciel
Principe de fonctionnement
Exercices sur l'utilisation du logiciel et liens avec le protocole, les modèles et les méthodes de calcul
Sensibilisation d'un encodage de valeurs/méthodes détaillées et valeurs par défaut/méthodes simplifiées sur le résultat du certificat
4. Visites d'unités PEB et d'installations techniques
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB conforme au protocole d'une unité PEB résidentielle de type maison.
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB conforme au protocole d'une unité PEB résidentielle située dans une copropriété.
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB conforme au protocole de deux unités PEB Non Résidentielle de fonctions différentes.
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB bâtiment public conforme au protocole d'une unité PEB Non Résidentielle.
5. Etablissement du certificat PEB et du rapport de synthèse
Présentation du contenu et lien avec l'encodage dans le logiciel
Les recommandations de travaux et leurs déclencheurs
Lien entre le certificat PEB et le rapport de synthèse
6. Etablissement du certificat PEB bâtiment public
Présentation du contenu et lien avec l'encodage dans le logiciel
7. Etablissement du calcul de l'indicateur de potentiel de réchauffement planétaire
La formation de base contient au minimum les aspects réglementaires, techniques et pratiques suivants, pour une durée minimale de nonante-cinq heures.
A/ Aspects réglementaires
1. Le contenu de l'ordonnance et de ses arrêtés d'exécution :
1.1 Le champ d'application de l'ordonnance
1.2 Les exigences PEB
1.3 Les actes et leurs documents (certificat PEB, déclaration PEB, rapport de synthèse etc.)
1.4 Les acteurs (rôles et responsabilités), et en particulier l'expert PEB
1.5 La subdivision du bâtiment, les affectations, la nature des travaux
1.6 spécificités propres aux copropriétés
2. Principes des méthodes de calcul de la performance énergétique d'une unité PEB
2.1 Calcul sur base des caractéristiques techniques de l'enveloppe et des Installations techniques - unité PEB Habitation Individuelle
2.2 Calcul sur base des caractéristiques techniques de l'enveloppe et des Installations techniques - unité PEB Non Résidentielle
2.3 Calcul sur base des mesures des consommations d'énergie
B/ Aspects techniques
1. Les gains et pertes énergétiques
2. Isolation thermique
3. La ventilation
4. La protection contre la surchauffe
5. Les systèmes de chauffage et de climatisation
6. La production d'eau chaude sanitaire
7. L'éclairage
8. Le potentiel de réchauffement planétaire tout au long du cycle de vie.
9. La production d'électricité sur site
10. Les énergies renouvelables
11. La mesure des consommations d'énergie
12. La régulation des systèmes techniques
c/ Aspects pratiques
1. Actes et documents administratifs
Exercice de division de projet sur base de mises en situation et détermination des actes et exigences
2. Données à récolter : protocole
Présentation du protocole et liens avec les aspects techniques
Récolte des preuves acceptables et métrés
Recevabilité des preuves acceptables
Archivage des preuves acceptables
Exercices sur base de relevés sur site et sur base documentaire
3. Logiciel
Principe de fonctionnement
Exercices sur l'utilisation du logiciel et liens avec le protocole, les modèles et les méthodes de calcul
Sensibilisation d'un encodage de valeurs/méthodes détaillées et valeurs par défaut/méthodes simplifiées sur le résultat du certificat
4. Visites d'unités PEB et d'installations techniques
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB conforme au protocole d'une unité PEB résidentielle de type maison.
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB conforme au protocole d'une unité PEB résidentielle située dans une copropriété.
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB conforme au protocole de deux unités PEB Non Résidentielle de fonctions différentes.
Exercice complet de récolte des données (in situ + documents) et d'encodage dans le logiciel pour établir un certificat PEB bâtiment public conforme au protocole d'une unité PEB Non Résidentielle.
5. Etablissement du certificat PEB et du rapport de synthèse
Présentation du contenu et lien avec l'encodage dans le logiciel
Les recommandations de travaux et leurs déclencheurs
Lien entre le certificat PEB et le rapport de synthèse
6. Etablissement du certificat PEB bâtiment public
Présentation du contenu et lien avec l'encodage dans le logiciel
7. Etablissement du calcul de l'indicateur de potentiel de réchauffement planétaire
Art. N2. Bijlage 2. Minimale inhoud van het examen
A/ Theoretische proef:
Schriftelijke vragenlijst om de nodige kennis van de volgende aspecten aan te tonen:
Kennis van de regelgeving, administratieve procedures en EPB-handelingen
1. Brusselse regelgeving: handelingen en vereisten
2. De handelingen en vereisten die nodig zijn voor een bepaalde situatie en de verantwoordelijkheden van elke acteur
3. Inhoud van het EPB-certificaat en samenvattend rapport
4. Berekeningsmethoden
Technische kennis
5. Gebouwen, bouwsystemen, -materialen en -producten
6. Gebruik van de regels voor projectverdeling
7. Gebruik van de regels om het beschermde volume te bepalen
8. Opmeting van de gebouwelementen
9. Thermische isolatie
10. Meting van energieverbruik
11. Kennis van technische installaties
12. Verwarming
13. Ventilatie
14. Verlichting
15. Koeling
16. Verlichting
B/ Praktische proef:
1. Twee simulaties van een EPB-opdracht die leiden tot de opstelling van een EPB-certificaat en verificatie van de bekwaamheid om een energieprestatiecertificaat op te stellen met behulp van de versterkte software en protocol. Deze twee simulaties kunnen betrekking hebben op:
a. een EPB-Wooneenheid of Niet-Residentiële EPB-eenheid
b. een EPB-eenheid in mede-eigendom
c. een EPB-eenheid waarin werken worden uitgevoerd waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. In dit geval omvat de simulatie het berekenen van de indicator van het aardopwarmingsvermogen
2. Simulatie van een EPB-opdracht die leidt tot de opstelling van een EPB-certificaat openbaar gebouw en verificatie van de bekwaamheid om een energieprestatiecertificaat op te stellen met behulp van de verstrekte software en protocol.
A/ Theoretische proef:
Schriftelijke vragenlijst om de nodige kennis van de volgende aspecten aan te tonen:
Kennis van de regelgeving, administratieve procedures en EPB-handelingen
1. Brusselse regelgeving: handelingen en vereisten
2. De handelingen en vereisten die nodig zijn voor een bepaalde situatie en de verantwoordelijkheden van elke acteur
3. Inhoud van het EPB-certificaat en samenvattend rapport
4. Berekeningsmethoden
Technische kennis
5. Gebouwen, bouwsystemen, -materialen en -producten
6. Gebruik van de regels voor projectverdeling
7. Gebruik van de regels om het beschermde volume te bepalen
8. Opmeting van de gebouwelementen
9. Thermische isolatie
10. Meting van energieverbruik
11. Kennis van technische installaties
12. Verwarming
13. Ventilatie
14. Verlichting
15. Koeling
16. Verlichting
B/ Praktische proef:
1. Twee simulaties van een EPB-opdracht die leiden tot de opstelling van een EPB-certificaat en verificatie van de bekwaamheid om een energieprestatiecertificaat op te stellen met behulp van de versterkte software en protocol. Deze twee simulaties kunnen betrekking hebben op:
a. een EPB-Wooneenheid of Niet-Residentiële EPB-eenheid
b. een EPB-eenheid in mede-eigendom
c. een EPB-eenheid waarin werken worden uitgevoerd waarvoor een stedenbouwkundige vergunning nodig is. In dit geval omvat de simulatie het berekenen van de indicator van het aardopwarmingsvermogen
2. Simulatie van een EPB-opdracht die leidt tot de opstelling van een EPB-certificaat openbaar gebouw en verificatie van de bekwaamheid om een energieprestatiecertificaat op te stellen met behulp van de verstrekte software en protocol.
Art. N2. Annexe 2 - Contenu minimal de l'examen
A/ Epreuve théorique :
Questionnaire écrit pour démontrer les connaissances nécessaires des aspects suivants :
Connaissances de la réglementation, des procédures administratives et des actes PEB
1. La réglementation bruxelloise : actes et exigences
2. Les actes et exigences nécessaires pour une situation donnée et les responsabilités de chaque acteur
3. Le contenu du certificat PEB et du rapport de synthèse
4. Les méthodes de calcul
Connaissances techniques
5. Les bâtiments, les systèmes constructifs, les matériaux et produits de construction
6. L'utilisation des règles sur la division du projet
7. L'utilisation des règles déterminant le volume protégé
8. Le métré d'éléments du bâtiment
9. L'isolation thermique
10. La mesure des consommations d'énergie
11. La connaissance des installations techniques
12. Le chauffage
13. La ventilation
14. L'éclairage
15. Le refroidissement
16. L'éclairage
B/ Epreuve pratique :
1. Deux mises en situation d'une mission PEB débouchant sur la réalisation d'un certificat PEB et véri-fication de la capacité d'établir un certificat de performance énergétique au moyen du logiciel fourni et du protocole. Ces deux mises en situation peuvent porter sur :
- une unité PEB Habitation Individuelle ou Non Résidentielle
- une unité PEB en copropriété
- une unité PEB faisant l'objet de travaux soumis à permis d'urbanisme. Dans ce cas, la mise en situation inclura le calcul de l'indicateur de potentiel de réchauffement planétaire
2. Mise en situation d'une mission PEB débouchant sur la réalisation d'un certificat PEB d'un bâtiment public, et vérification de la capacité d'établir un certificat de performance énergétique au moyen du logiciel fourni et du protocole.
A/ Epreuve théorique :
Questionnaire écrit pour démontrer les connaissances nécessaires des aspects suivants :
Connaissances de la réglementation, des procédures administratives et des actes PEB
1. La réglementation bruxelloise : actes et exigences
2. Les actes et exigences nécessaires pour une situation donnée et les responsabilités de chaque acteur
3. Le contenu du certificat PEB et du rapport de synthèse
4. Les méthodes de calcul
Connaissances techniques
5. Les bâtiments, les systèmes constructifs, les matériaux et produits de construction
6. L'utilisation des règles sur la division du projet
7. L'utilisation des règles déterminant le volume protégé
8. Le métré d'éléments du bâtiment
9. L'isolation thermique
10. La mesure des consommations d'énergie
11. La connaissance des installations techniques
12. Le chauffage
13. La ventilation
14. L'éclairage
15. Le refroidissement
16. L'éclairage
B/ Epreuve pratique :
1. Deux mises en situation d'une mission PEB débouchant sur la réalisation d'un certificat PEB et véri-fication de la capacité d'établir un certificat de performance énergétique au moyen du logiciel fourni et du protocole. Ces deux mises en situation peuvent porter sur :
- une unité PEB Habitation Individuelle ou Non Résidentielle
- une unité PEB en copropriété
- une unité PEB faisant l'objet de travaux soumis à permis d'urbanisme. Dans ce cas, la mise en situation inclura le calcul de l'indicateur de potentiel de réchauffement planétaire
2. Mise en situation d'une mission PEB débouchant sur la réalisation d'un certificat PEB d'un bâtiment public, et vérification de la capacité d'établir un certificat de performance énergétique au moyen du logiciel fourni et du protocole.