Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 JUNI 2025. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding
Titre
27 JUIN 2025. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2018 portant exĂ©cution de la section 6 - octroi du congĂ©-Ă©ducation payĂ© dans le cadre de la formation permanente des travailleurs - du chapitre IV de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et modifiant l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif Ă  l'accompagnement de carriĂšre
Documentinformatie
Numac: 2025005167
Datum: 2025-06-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025005167
Date: 2025-06-27
Moniteur: Voir
Tekst (6)
Texte (6)
Artikel 1. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 21 december 2018 tot uitvoering van afdeling 6 - toekenning van betaald educatief verlof in het kader van voortdurende vorming van de werknemers - van hoofdstuk IV van de herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen en tot wijziging van artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2013 betreffende de loopbaanbegeleiding, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Volgende activiteiten geven geen recht op Vlaams opleidingsverlof:
  1° onthaaltrajecten;
  2° begeleiding van een startende collega door meter/peter;
  3° een online aanbod van opleidingsvideo's;
  4° lunch and learn sessies;
  5° bedrijfstheater;
  6° lerende netwerken;
  7° intervisie.".
Article 1er. L'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 2018 portant exĂ©cution de la section 6 - octroi du congĂ©-Ă©ducation payĂ© dans le cadre de la formation permanente des travailleurs - du chapitre IV de la loi de redressement du 22 janvier 1985 contenant des dispositions sociales et modifiant l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2013 relatif Ă  l'accompagnement de carriĂšre, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 5, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Les activités suivantes ne donnent pas droit au congé de formation flamand :
  1° des parcours d'accueil ;
  2° l'accompagnement d'un nouveau collÚgue par un parrain/une marraine ;
  3° une offre en ligne de vidéos de formation ;
  4° des sessions lunch and learn ;
  5° le théùtre d'entreprise ;
  6° des réseaux d'apprentissage ;
  7° l'intervision. ".
Art. 2. Aan artikel 22 van het hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 8 september 2023, worden een vierde, vijfde en zesde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid, worden voor het schooljaar 2025-2026 werknemers die minder dan 80% zijn tewerkgesteld of gemiddeld minder dan 28 uur per week werken, uitgesloten van de toepassing van hoofdstuk IV, afdeling 6, van de herstelwet van 22 januari 1985.
  In afwijking van het tweede lid, wordt voor het schooljaar 2025-2026 aan de werknemer een aantal uren recht op Vlaams opleidingsverlof toegekend a rato van de contractuele tewerkstellingsbreuk zoals opgenomen in de DmfA van de maand maart die voorafgaat aan het opleidingsjaar, op voorwaarde dat die minstens 80 % bedraagt van een voltijdse tewerkstelling.
  In afwijking van het derde lid, heeft voor het schooljaar 2025-2026, in afwijking van het vijfde lid, de werknemer die in de maand maart die voorafgaat aan het opleidingsjaar geen contractuele tewerkstellingsbreuk heeft van minstens 80%, recht op het aantal uren Vlaams opleidingsverlof a rato van de contractuele tewerkstellingsbreuk zoals opgenomen in de DmfA van de maand waarin de eerste opleiding start, op voorwaarde dat die minstens 80% bedraagt van een voltijdse tewerkstelling.".
Art. 2. L'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 septembre 2023, est complĂ©tĂ© par des alinĂ©as 4, 5 et 6, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour l'année scolaire 2025-2026, les travailleurs qui sont employés à moins de 80 % ou qui travaillent moins de 28 heures par semaine en moyenne sont exclus de l'application du chapitre IV, section 6, de la loi de redressement du 22 janvier 1985.
  Par dérogation à l'alinéa 2, pour l'année scolaire 2025-2026, il est octroyé au travailleur un nombre d'heures de droit au congé de formation flamand au prorata de la fraction d'occupation contractuelle, telle que reprise dans la DmfA du mois de mars qui précÚde l'année de formation, à condition qu'elle représente au moins 80% d'un emploi à temps plein.
  Par dérogation à l'alinéa 3, pour l'année scolaire 2025-2026, le travailleur qui n'a pas une fraction d'occupation contractuelle d'au moins 80% au mois de mars qui précÚde l'année de formation, a droit, par dérogation à l'alinéa 5, au nombre d'heures de congé de formation flamand au prorata de la fraction d'occupation contractuelle, telle que reprise dans la DmfA du mois dans lequel la premiÚre formation commence, à condition qu'elle représente au moins 80% d'un emploi à temps plein. ".
Art. 3. In hetzelfde besluit wordt een artikel 22/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Voor het recht op Vlaams opleidingsverlof in de gevallen waarin de werknemer tewerkgesteld wordt als uitzendkracht in toepassing van hoofdstuk 2 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, gelden de volgende bijkomende voorwaarden:
  1° de gebruiker valt onder het toepassingsgebied bepaald in of krachtens artikel 108 § 1 van de wet van 22 januari 1985;
  2° het uitzendbureau moet de ontvangen terugbetaling doorstorten aan de gebruiker;
  3° het uitzendbureau mag aan de gebruiker een administratieve kost aanrekenen voor het indienen van de terugbetalingsaanvraag, maar mag geen percentage van de ontvangen terugbetaling achterhouden. Het afsprakenkader met betrekking tot de administratieve kost moet transparant en op voorhand opgenomen worden in een overeenkomst tussen het uitzendbureau en de gebruiker.".
Art. 3. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 22/1, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Le droit au congé de formation flamand dans les cas auxquels le travailleur est employé en qualité d'intérimaire en application du chapitre 2 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, est soumis aux conditions supplémentaires suivantes :
  1° l'usager relÚve du champ d'application fixé dans ou en vertu de l'article 108, § 1er, de la loi du 22 janvier 1985 ;
  2° l'agence de travail intérimaire doit transférer le remboursement reçu à l'usager ;
  3° l'agence de travail intĂ©rimaire peut facturer Ă  l'usager un coĂ»t administratif pour l'introduction de la demande de remboursement, mais ne peut pas retenir un pourcentage du remboursement reçu. Le cadre d'accords concernant le coĂ»t administratif doit ĂȘtre transparent et inclus Ă  l'avance dans une convention entre l'agence de travail intĂ©rimaire et l'usager. ".
Art. 4. Aan artikel 38 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 januari 2025, wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "In afwijking van het eerste lid bedraagt voor het schooljaar 2025-2026 het forfaitair bedrag per uur Vlaams opleidingsverlof voor de terugbetaling aan de werkgever 14,91 euro.".
Art. 4. L'article 38 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 janvier 2025, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Par dérogation à l'alinéa 1er, pour l'année scolaire 2025-2026 le montant forfaitaire par heure de congé de formation flamand pour le remboursement à l'employeur s'élÚve à 14,91 euros. ".
Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2025. Artikel 2 en artikel 4 treden buiten werking op 31 augustus 2026.
Art. 5. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 2025. Les articles 2 et 4 cessent d'ĂȘtre en vigueur le 31 aoĂ»t 2026.
Art. 6. De Vlaamse minister, bevoegd voor werk, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 6. Le ministre flamand qui a l'emploi dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.