Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 JUNI 2025. - Decreet tot wijziging van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
Titre
13 JUIN 2025. - Décret modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Documentinformatie
Numac: 2025004731
Datum: 2025-06-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025004731
Date: 2025-06-13
Moniteur: Voir
Tekst (22)
Texte (22)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition introductive
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.
Article 1er. Le présent décret règle une matière communautaire.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997
CHAPITRE 2. - Modifications du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental
Art. 2. In artikel 3 van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 17° bis wordt vervangen door wat volgt:
"17° bis gemeenschappelijk curriculum: de leerplannen die ten minste herkenbaar de doelen bevatten die noodzakelijk zijn om de minimumdoelen na te streven of te bereiken;";
2° in punt 25° bis wordt het woord "ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen";
3° er wordt een punt 55° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"55° /1 vakdiscipline: een specifiek wetenschappelijk kennisdomein van waaruit in leergebieden te implementeren minimumdoelen voor het basisonderwijs worden ontwikkeld;";
4° in punt 56° bis wordt het woord "eindtermen" vervangen door de woorden "te bereiken minimumdoelen".
Art. 2. A l'article 3 du décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental, modifié en dernier lieu par le décret du 26 avril 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le point 17° bis est remplacé par ce qui suit :
" 17° bis programme d'études commun : les programmes d'études comprenant au moins de manière reconnaissable les objectifs nécessaires à la poursuite ou à la réalisation des objectifs minimums ; " ;
2° au point 25° bis, les mots " objectifs de développement " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre " ;
3° il est inséré un point 55° /1, rédigé comme suit :
" 55° /1 discipline : un domaine spécifique de connaissances scientifiques à partir duquel sont définis, pour l'enseignement fondamental, des objectifs minimums à mettre en oeuvre dans des domaines d'apprentissage ; " ;
4° au point 56° bis, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à atteindre ".
Art. 3. In artikel 11, tweede lid, van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 6 juli 2018 en opnieuw opgenomen bij het decreet van 26 april 2024, wordt het woord "eindtermen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen".
Art. 3. Dans l'article 11, alinéa 2, du même décret, abrogé par le décret du 6 juillet 2018 et rétabli par le décret du 26 avril 2024, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre ".
Art. 4. In artikel 17 van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 17 juni 2016 en opnieuw opgenomen bij het decreet van 26 april 2024, wordt het woord "eindtermen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen".
Art. 4. Dans l'article 17, alinéa 2, du même décret, abrogé par le décret du 17 juin 2016 et rétabli par le décret du 26 avril 2024, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre ".
Art. 5. In artikel 27 van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 6 juli 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "eindterm te realiseren of een ontwikkelingsdoel na te streven" vervangen door de woorden "minimumdoel te bereiken of na te streven";
2° in het tweede lid worden de woorden "eindtermen te realiseren of de ontwikkelingsdoelen na te streven" vervangen door de woorden "minimumdoelen te bereiken of na te streven".
Art. 5. A l'article 27 du même décret, remplacé par le décret du 6 juillet 2007, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " un objectif final ou pour chercher à atteindre un objectif de développement " sont remplacés par les mots " ou poursuivre un objectif minimum " ;
2° dans l'alinéa 2, les mots " les objectifs finaux ou de poursuivre les objectifs de développement " sont remplacés par les mots " ou poursuivre les objectifs minimums ".
Art. 6. In artikel 27bis, § 1, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 6 juli 2007, worden de woorden "het realiseren van de eindtermen of het nastreven van de ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "het bereiken of nastreven van de minimumdoelen".
Art. 6. Dans l'article 27bis, § 1er, 1°, du même décret, inséré par le décret du 6 juillet 2007, les mots " réaliser les objectifs finaux ou pour poursuivre les objectifs de développement " sont remplacés par les mots " atteindre ou poursuivre les objectifs minimums ".
Art. 7. In hoofdstuk V van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024, wordt het opschrift van afdeling 2 vervangen door wat volgt:
"Afdeling 2. Minimumdoelen".
Art. 7. Dans le chapitre V du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 avril 2024, l'intitulé de la section 2 est remplacé par ce qui suit :
" Section 2. Objectifs minimums ".
Art. 8. In artikel 44 van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 26 april 2024, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. 1° Minimumdoelen worden bij decreet goedgekeurd voor:
a) het einde van het kleuteronderwijs;
b) het vierde jaar van het lager onderwijs;
c) het einde van het lager onderwijs.
Met minimumdoelen wordt bedoeld: een minimum aan kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes, bestemd voor die leerlingenpopulatie.
2° Na te streven minimumdoelen voor het kleuteronderwijs zijn minimumdoelen die wenselijk worden geacht voor die leerlingenpopulatie. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op populatieniveau na te streven.
Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het basisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het nastreven van die minimumdoelen.
3° Voor het kleuteronderwijs zijn de op populatieniveau te bereiken minimumdoelen voor Nederlands beperkt tot woordenschat en luistervaardigheden, en voor wiskunde tot getalbegrip.
Te bereiken minimumdoelen voor het lager onderwijs zijn minimumdoelen die noodzakelijk en bereikbaar worden geacht voor die leerlingenpopulatie. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op populatieniveau te bereiken.
Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het basisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van die minimumdoelen.
4° Voor het einde van het lager onderwijs worden op individueel niveau te bereiken minimumdoelen vastgelegd voor Nederlands en wiskunde. Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om die minimumdoelen op individueel niveau te bereiken. Voor de kwaliteitscontrole met het oog op de erkenning en de doorlichting, vermeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het basisonderwijs baseert de onderwijsinspectie zich op het bereiken van die minimumdoelen op individueel niveau.
Die doelen worden door elke leerling bereikt op het einde van het basisonderwijs met het oog op het verkrijgen van het getuigschrift basisonderwijs. De klassenraad kan conform artikel 53 van dit decreet oordelen dat een leerling het getuigschrift basisonderwijs kan verkrijgen zonder dat de betrokken leerling elk minimumdoel op individueel niveau heeft bereikt.
5° Voor leerlingen met een IAC-verslag vertrekken scholen van de minimumdoelen voor het bepalen van de doelen voor het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46.
Elke school heeft de maatschappelijke opdracht om de doelen met betrekking tot kennis, inzicht, vaardigheden en attitudes die zijn opgenomen in het individueel aangepast curriculum, vermeld in artikel 46, na te streven bij de leerlingen.
Voor de kwaliteitscontrole in functie van de erkenning en de doorlichting, zoals bedoeld in artikel 32, 1° en 2°, van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van het onderwijs, van de scholen voor het basisonderwijs, baseert de onderwijsinspectie zich voor leerlingen met een IAC-verslag op het nastreven van de doelen die zijn bepaald in de individueel aangepaste curricula.
6° Voor het onderwijs in godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing zijn er geen na te streven of te bereiken minimumdoelen.";
2° paragraaf 2 wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De minimumdoelen voor het kleuteronderwijs worden geformuleerd op basis van de volgende vakdisciplines:
1° Nederlands;
2° wiskunde;
3° geschiedenis;
4° aardrijkskunde;
5° wetenschap en techniek;
6° lichamelijke opvoeding;
7° muzische vorming; en
8° attitudes.
De minimumdoelen voor het vierde en het zesde jaar lager onderwijs worden geformuleerd op basis van de volgende vakdisciplines:
1° Nederlands;
2° wiskunde;
3° Frans
4° geschiedenis;
5° aardrijkskunde;
6° wetenschap en techniek;
7° ICT;
8° lichamelijke opvoeding;
9° muzische vorming; en
10° attitudes.
Deze minimumdoelen worden niet vastgehaakt aan leergebieden. Het zijn de schoolbesturen die de verbinding maken tussen de minimumdoelen en leergebieden. Daarbij wordt ervoor gezorgd dat in minstens de helft van de ingerichte lestijden wordt gefocust op Nederlands en wiskunde.";
3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. De ontwikkeling van minimumdoelen wordt geïnitieerd door de Vlaamse Regering. De regering stelt daartoe een expertencommissie aan, die ten minste bestaat uit experten uit de academische wereld en onderwijspersoneel van de verschillende netten. De expertencommissie formuleert wetenschappelijk onderbouwde minimumdoelen die voldoen aan de volgende kwaliteitscriteria: ze zijn ambitieus, kennisrijk, eenduidig interpreteerbaar, evalueerbaar, consistent, coherent en haalbaar. De expertencommissie wordt geadviseerd door een of meer ontwikkelcommissies voor verschillende vakdisciplines waaronder leerpsychologie en gedragswetenschappen, die een ontwerp van minimumdoelen voor hun respectieve vakdisciplines opstellen. Die subcommissies bestaan uit leerkrachten, directies, de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerd onderwijs, en vakexperten en andere experten uit het hoger onderwijs.
Het finale ontwerp van het geheel van minimumdoelen wordt bepaald door de expertencommissie. Het Vlaams Parlement of de Vlaamse Regering legt dat finale ontwerp vervolgens voor advies voor aan de Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs. De Vlaamse Onderwijsraad, de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen en de onderwijsverstrekkers baseren hun advies minstens op de kwaliteitscriteria, vermeld in het eerste lid. Het advies van de Vlaamse Onderwijsraad wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 72 van het decreet van 2 april 2004 betreffende de participatie op school en de Vlaamse Onderwijsraad. Het advies van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen wordt verstrekt binnen de termijn, vermeld in artikel 14 van het decreet van 7 mei 2004 inzake de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen. Het advies van de vertegenwoordigers van het Gemeenschapsonderwijs en de verenigingen van schoolbesturen van het gesubsidieerde onderwijs wordt versterkt binnen een termijn van dertig kalenderdagen. In spoedeisende gevallen, die met redenen worden omkleed, kan de adviesverzoeker de termijn inkorten op voorwaarde dat die termijn ten minste tien werkdagen bedraagt.
De minimumdoelen worden periodiek gescreend op hun actualiteitswaarde en worden zo nodig bijgestuurd. Minstens om de vijf jaar wordt over die screening gerapporteerd aan het Vlaams Parlement. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure.
Het bereiken van de minimumdoelen en de leerwinst bij kleuters wordt om de drie jaar gepeild door middel van een representatieve steekproef in het laatste jaar van het kleuteronderwijs. De Vlaamse Regering bepaalt daarvoor de procedure.";
4° in paragraaf 4, eerste lid, worden de woorden "van ontwikkelingsdoelen en eindtermen" vervangen door de woorden "van na te streven en te bereiken minimumdoelen";
5° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "ontwikkelingsdoelen en eindtermen" vervangen door de woorden "na te streven en te bereiken minimumdoelen";
6° paragraaf 5 wordt vervangen door wat volgt:
" § 5. De minimumdoelen worden bij decreet vastgesteld.";
7° in paragraaf 6 worden de woorden "van ontwikkelingsdoelen en eindtermen" vervangen door de woorden "van na te streven en te bereiken minimumdoelen";
8° in paragraaf 7 worden de woorden "van ontwikkelingsdoelen en eindtermen" vervangen door de woorden "van na te streven en te bereiken minimumdoelen";
9° in paragraaf 8 worden de woorden "van ontwikkelingsdoelen en eindtermen" vervangen door de woorden "van na te streven en te bereiken minimumdoelen".
Art. 8. A l'article 44 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 26 avril 2024, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. 1° Les objectifs minimums sont approuvés par décret pour :
a) la fin de l'enseignement maternel ;
b) la quatrième année de l'enseignement primaire ;
c) la fin de l'enseignement primaire.
Par objectifs minimums, on entend : un minimum de connaissances, notions, aptitudes et attitudes, destiné à cette population d'élèves.
2° Les objectifs minimums à poursuivre pour l'enseignement maternel sont les objectifs minimums estimés souhaitables pour cette population d'élèves. Chaque école a la tâche sociétale de poursuivre ces objectifs minimums au niveau de sa population d'élèves.
Pour le contrôle de qualité en vue de l'agrément et de l'audit, visés à l'article 32, 1° et 2°, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, des écoles de l'enseignement fondamental, l'inspection de l'enseignement s'appuie sur la poursuite de ces objectifs minimums.
3° Pour l'enseignement maternel, les objectifs minimums à atteindre au niveau de la population sont limités au vocabulaire et à l'aptitude à écouter pour le néerlandais, et au sens des nombres pour les mathématiques.
Les objectifs minimums à atteindre pour l'enseignement primaire sont les objectifs minimums estimés nécessaires et atteignables pour cette population d'élèves. Chaque école a la tâche sociétale d'atteindre ces objectifs minimums au niveau de sa population d'élèves.
Pour le contrôle de qualité en vue de l'agrément et de l'audit, visés à l'article 32, 1° et 2°, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, des écoles de l'enseignement fondamental, l'inspection de l'enseignement s'appuie sur la réalisation de ces objectifs minimums.
4° Pour la fin de l'enseignement primaire, des objectifs minimums à atteindre au niveau individuel sont arrêtés pour le néerlandais et les mathématiques. Chaque école a la tâche sociétale d'atteindre ces objectifs minimums au niveau individuel. Pour le contrôle de qualité en vue de l'agrément et de l'audit, visés à l'article 32, 1° et 2°, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, des écoles de l'enseignement fondamental, l'inspection de l'enseignement s'appuie sur la réalisation de ces objectifs minimums au niveau individuel.
Ces objectifs sont atteints par chaque élève à la fin de l'enseignement fondamental en vue de l'obtention du certificat d'enseignement fondamental. Conformément à l'article 53 du présent décret, le conseil de classe peut décider qu'un élève peut obtenir le certificat d'enseignement fondamental sans que l'élève concerné n'ait atteint chaque objectif minimum au niveau individuel.
5° Pour les élèves en possession d'un rapport IAC, les écoles partent des objectifs minimums pour fixer les objectifs du programme adapté individuellement, visé à l'article 46.
Chaque école a la tâche sociétale de poursuivre les objectifs en matière de connaissances, notions, aptitudes et attitudes qui sont repris dans le programme adapté individuellement, visé à l'article 46, pour les élèves.
Pour le contrôle de qualité en vue de l'agrément et de l'audit, visés à l'article 32, 1° et 2°, du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement, des écoles de l'enseignement fondamental, l'inspection de l'enseignement s'appuie pour les élèves en possession d'un rapport IAC sur la poursuite des objectifs fixés dans les programmes adaptés individuellement.
6° Pour l'enseignement de la religion, de la morale non confessionnelle et de formation culturelle, il n'y a pas d'objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre. " ;
2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. Les objectifs minimums pour l'enseignement maternel sont formulés sur la base des disciplines suivantes :
1° néerlandais ;
2° mathématiques ;
3° histoire ;
4° géographie ;
5° science et technique ;
6° éducation physique ;
7° formation artistique ; et
8° attitudes.
Les objectifs minimums pour la quatrième et la sixième années de l'enseignement primaire sont formulés sur la base des disciplines suivantes :
1° néerlandais ;
2° mathématiques ;
3° français ;
4° histoire ;
5° géographie ;
6° science et technique ;
7° TIC ;
8° éducation physique ;
9° formation artistique ; et
10° attitudes.
Ces objectifs minimums ne sont pas rattachés à des domaines d'apprentissage. Ce sont les autorités scolaires qui font la connexion entre les objectifs minimums et les domaines d'apprentissage. Ce faisant, on veille à ce qu'au moins la moitié des périodes de cours organisées soient consacrées au néerlandais et aux mathématiques. " ;
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Le développement des objectifs minimums est initié par le Gouvernement flamand. A cet effet, le Gouvernement désigne une commission d'experts, composée au moins d'experts du monde académique et du personnel enseignant des différents réseaux. La commission d'experts formule des objectifs minimums scientifiquement étayés qui répondent aux critères de qualité suivants : ils sont ambitieux, riches en connaissances, interprétables sans ambiguïté, évaluables, cohérents et atteignables. La commission d'experts est conseillée par un ou plusieurs commissions de développement pour différentes disciplines, y compris la psychologie de l'apprentissage et les sciences comportementales, qui élaborent un projet d'objectifs minimums pour leurs disciplines respectives. Ces sous-commissions comprennent des enseignants, des directions, des représentants de l'Enseignement communautaire et des associations des autorités scolaires de l'enseignement subventionné, ainsi que des experts professionnels et d'autres experts de l'enseignement supérieur.
La version finale de l'ensemble des objectifs minimums est déterminée par la commission d'experts. Le Parlement flamand ou le Gouvernement flamand soumet ensuite ce projet final pour avis au Conseil flamand de l'Enseignement, au Conseil socio-économique de la Flandre et aux représentants de l'Enseignement communautaire et des associations des autorités scolaires de l'enseignement subventionné. Le Conseil flamand de l'Enseignement, le Conseil socio-économique de la Flandre et les dispensateurs d'enseignement fondent leur avis au moins sur les critères de qualité visés à l'alinéa 1er. L'avis du Conseil flamand de l'enseignement est rendu dans le délai visé à l'article 72 du décret du 2 avril 2004 relatif à la participation à l'école et au Conseil flamand de l'Enseignement. L'avis du Conseil socio-économique de la Flandre est rendu dans le délai visé à l'article 14 du décret du 7 mai 2004 relatif au " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre). L'avis des représentants de l'Enseignement communautaire et des associations des autorités scolaires de l'enseignement subventionné est rendu dans un délai de 30 jours calendrier. Dans les cas d'urgence dûment motivée, le demandeur d'avis peut raccourcir le délai à condition que ce délai soit d'au moins 10 jours ouvrables.
Les objectifs minimums font périodiquement l'objet d'une appréciation de leur valeur d'actualité et sont, au besoin, ajustés. Au moins tous les cinq ans, cette appréciation fait l'objet d'un rapport au Parlement flamand. Le Gouvernement flamand en détermine la procédure.
La réalisation des objectifs minimums et du gain d'apprentissage chez les jeunes enfants est évaluée tous les trois ans à l'aide d'un échantillon représentatif dans la dernière année de l'enseignement maternel. Le Gouvernement flamand en détermine la procédure. " ;
4° au paragraphe 4, alinéa 1er, les mots " des objectifs de développement et des objectifs finaux " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
5° au paragraphe 4, alinéa 2, les mots " des objectifs de développement et des objectifs finaux " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
6° le paragraphe 5 est remplacé par ce qui suit :
" § 5. Les objectifs minimums sont arrêtés par décret. " ;
7° au paragraphe 6, les mots " des objectifs de développement et des objectifs finaux " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
8° au paragraphe 7, les mots " des objectifs de développement et des objectifs finaux " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
9° au paragraphe 8, les mots " des objectifs de développement et des objectifs finaux " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
Art. 9. In artikel 44bis van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 15 juli 1997 en vervangen bij het decreet van 26 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Als een schoolbestuur oordeelt dat de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of er onverzoenbaar mee zijn, dient het bij de regering een aanvraag tot gelijkwaardigheid in door vervangende minimumdoelen voor te stellen. Het schoolbestuur dient die aanvraag in, uiterlijk op 1 september van het schooljaar dat voorafgaat aan het schooljaar waarin de vervangende minimumdoelen zullen gelden.
In afwijking van het eerste lid kunnen aanvragen tot gelijkwaardigheid voor het schooljaar 2026-2027 ingediend worden tot en met 30 november 2025.
Als de aanvraag wordt ingediend naar aanleiding van een wijziging van minimumdoelen, geldt een gedoogperiode van één volledig schooljaar waarbinnen de aanvrager nog met de oude eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen of in voorkomend geval oude afwijkende eindtermen of minimumdoelen of ontwikkelingsdoelen mag werken.
De aanvraag is alleen ontvankelijk als precies wordt aangegeven waarom de minimumdoelen onvoldoende ruimte laten voor de eigen pedagogische en onderwijskundige opvattingen of waarom ze er onverzoenbaar mee zijn. Het schoolbestuur stelt in dezelfde aanvraag vervangende minimumdoelen voor.
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "eindtermen of ontwikkelingsdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met deze eindtermen of ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "minimumdoelen in hun geheel gelijkwaardig zijn met die minimumdoelen";
3° in paragraaf 2, tweede lid, 3°, a), worden de woorden "ontwikkelingsdoelen of eindtermen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen";
4° in paragraaf 2, tweede lid, 3°, b), worden de woorden "ontwikkelingsdoelen worden nagestreefd of eindtermen worden bereikt" vervangen door de woorden "minimumdoelen worden nagestreefd of bereikt";
5° in paragraaf 3 worden de woorden "eindtermen of ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen";
6° In afwijking van het eerste lid beslist de regering in schooljaar 2025-2026 uiterlijk op 1 april over de aanvraag.
Art. 9. A l'article 44bis du même décret, inséré par le décret du 15 juillet 1997 et remplacé par le décret du 26 janvier 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. Lorsqu'une autorité scolaire estime que les objectifs minimums ne laissent pas suffisamment de marge pour réaliser les propres conceptions pédagogiques et didactiques ou sont incompatibles avec celles-ci, elle déposera auprès du Gouvernement une demande d'équivalence en proposant des objectifs minimums de remplacement. L'autorité scolaire soumet cette demande au plus tard le 1er septembre de l'année scolaire précédant l'année scolaire au cours de laquelle les objectifs minimums de remplacement s'appliqueront.
Par dérogation à l'alinéa 1er, les demandes d'équivalence pour l'année scolaire 2026-2027 peuvent être introduites jusqu'au 30 novembre 2025.
Lorsque la demande se fait suite à une modification des objectifs minimums, une période de grâce d'une année scolaire complète s'applique. Dans cette période, le demandeur peut continuer à travailler avec les anciens objectifs finaux ou objectifs minimums ou objectifs de développement ou, le cas échéant, avec les anciens objectifs finaux, objectifs minimums ou objectifs de développement dérogatoires.
La demande n'est recevable que s'il est indiqué pourquoi les objectifs minimums ne laissent pas suffisamment de marge pour réaliser les propres conceptions pédagogiques ou didactiques ou pourquoi elles sont incompatibles avec celles-ci. L'autorité scolaire propose dans la même demande des objectifs minimums de remplacement.
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " les objectifs finaux ou objectifs de développement de remplacement sont équivalents dans leur ensemble à ces objectifs finaux ou ces objectifs de développement " sont remplacés par les mots " les objectifs minimums sont équivalents dans leur ensemble à ces objectifs minimums " ;
3° au paragraphe 2, alinéa 2, 3°, a), les mots " des objectifs de développement et des objectifs finaux " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
4° au paragraphe 2, alinéa 2, 3°, b), les mots " les objectifs de développement sont poursuivis ou les objectifs finaux sont atteints " sont remplacés par les mots " les objectifs minimums sont poursuivis ou atteints " ;
5° au paragraphe 3, les mots " objectifs finaux ou objectifs de développement " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre " ;
6° Par dérogation à l'alinéa 1er, le Gouvernement décide de la demande au plus tard le 1er avril pendant l'année scolaire 2025-2026.
Art. 10. In artikel 44ter, tweede lid, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 16 juni 2017, wordt het woord "eindtermen" vervangen door de woorden "te bereiken minimumdoelen".
Art. 10. Dans l'article 44ter, alinéa 2, du même décret, inséré par le décret du 16 juin 2017, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à atteindre ".
Art. 11. In artikel 44quater van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 28 april 2023, wordt het woord "eindtermen" telkens vervangen door de woorden "te bereiken minimumdoelen".
Art. 11. Dans l'article 44quater du même décret, inséré par le décret du 28 avril 2023, les mots " objectifs finaux " sont chaque fois remplacés par les mots " objectifs minimums à atteindre ".
Art. 12. In artikel 45 van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 26 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° paragraaf 1 wordt vervangen door wat volgt:
" § 1. Vanuit de minimumdoelen voor het kleuter- en lager onderwijs ontwikkelt het schoolbestuur in omvang beperkte leerplannen die voldoende ruimte laten voor de inbreng van scholen, leraren of lerarenteams. Het schoolbestuur kan daarin ook aanvullende doelen opnemen, voor zover die aanvullende doelen niet tegenstrijdig zijn met de minimumdoelen of er afbreuk aan doen.
In de leerplannen zijn bij de opgenomen doelen in elk geval alle betrokken, bij decreet vastgestelde minimumdoelen, vermeld in artikel 44, § 1, letterlijk opgenomen, waarbij transparant het onderscheid gemaakt wordt tussen na te streven en te bereiken minimumdoelen en waarbij het ook duidelijk is welke doelen het schoolbestuur heeft toegevoegd.
Leerplannen worden ter goedkeuring voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen (AHOVOKS), opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 april 2009 tot oprichting van het intern verzelfstandigd Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Dat agentschap toetst of de minimumdoelen volledig en correct zijn omgezet in het leerplan, of de minimumdoelen letterlijk zijn opgenomen in het leerplan en of dat leerplan geen elementen bevat die tegenstrijdig zijn met de vastgestelde minimumdoelen of die de realisatie ervan in de weg staan.
De Vlaamse Regering kan nadere bepalingen vastleggen met betrekking tot de goedkeuringscriteria en indieningsmodaliteiten van de leerplannen.";
2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "eindtermen en ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "na te streven en te bereiken minimumdoelen";
3° paragraaf 3 wordt vervangen door wat volgt:
" § 3. In afwijking van paragraaf 1 hoeven de leerplannen godsdienst, niet-confessionele zedenleer en cultuurbeschouwing niet ter goedkeuring te worden voorgelegd aan het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen. Die leerplannen worden publiek bekendgemaakt.";
4° in paragraaf 4 worden de woorden "eindtermen en ontwikkelingsdoelen" vervangen door het woord "minimumdoelen".
Art. 12. A l'article 45 du même décret, inséré par le décret du 26 janvier 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit :
" § 1er. A partir des objectifs minimums pour l'enseignement maternel et primaire, l'autorité scolaire procède au développement de programmes d'études de taille limitée qui laissent assez de marge de manoeuvre aux écoles, enseignants ou équipes d'enseignants pour apporter leur propre contribution. L'autorité scolaire peut également inclure des objectifs complémentaires, à condition qu'ils ne sont pas contraires aux objectifs minimums ou qu'ils n'y portent pas atteinte.
Les programmes d'études reprennent littéralement, pour les objectifs repris, en tout cas tous les objectifs minimums concernés, établis par décret, visés à l'article 44, § 1er, en distinguant de manière transparente les objectifs minimums à poursuivre et les objectifs minimums à atteindre et en indiquant clairement les objectifs que l'autorité scolaire a ajoutés.
Les programmes d'études sont soumis à l'approbation de l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes (AHOVOKS), créée par l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 avril 2009 portant création de l'agence autonomisée interne " Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen ". Cette agence vérifie si les objectifs minimums sont entièrement et correctement transposés dans le programme d'études, si les objectifs minimums sont inclus littéralement dans le programme d'études et si ce dernier ne contient pas d'éléments qui sont contraires aux objectifs minimums définis ou en empêchent la réalisation.
Le Gouvernement flamand peut arrêter des modalités relatives aux critères d'approbation et aux modalités d'introduction des programmes d'études. " ;
2° au paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " les objectifs finaux et objectifs de développement " sont remplacés par les mots " les objectifs minimums à poursuivre et à atteindre " ;
3° le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
" § 3. Par dérogation au paragraphe 1er, les programmes d'études de religion, de morale non confessionnelle et de formation culturelle ne doivent pas être soumis à l'approbation de l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes. Ces programmes d'études sont rendus publics. " ;
4° au paragraphe 4, les mots " des objectifs finaux et des objectifs de développement " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums ".
Art. 13. In artikel 46, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 5 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "eindtermen of ontwikkelingsdoelen" vervangen door het woord "minimumdoelen";
2° in het tweede lid worden de woorden "eindtermen en van de ontwikkelingsdoelen van het buitengewoon onderwijs" vervangen door het woord "minimumdoelen".
Art. 13. A l'article 46, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 5 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " des objectifs finaux ou des objectifs de développement " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums " ;
2° dans l'alinéa 2, les mots " des objectifs finaux et des objectifs de développement " sont remplacés par les mots " des objectifs minimums ".
Art. 14. In artikel 53, tweede lid, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 5 april 2019, wordt het woord "eindtermen" vervangen door het woord "minimumdoelen".
Art. 14. Dans l'article 53, alinéa 2, du même décret, remplacé par le décret du 5 avril 2019, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums ".
Art. 15. In artikel 57bis, tweede lid, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt het woord "eindtermen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen".
Art. 15. Dans l'article 57bis, alinéa 2, 1°, du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre ".
Art. 16. In artikel 57ter, eerste lid, 1°, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij het decreet van 1 juli 2011, wordt het woord "eindtermen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen".
Art. 16. Dans l'article 57ter, alinéa 1er, 1°, du même décret, inséré par le décret du 1er juillet 2011, les mots " objectifs finaux " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre ".
Art. 17. In artikel 62, van hetzelfde decreet, het laatst gewijzigd bij het decreet van 5 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 9°, wordt de zinsnede "eindtermen, ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen";
2° in paragraaf 2 wordt punt 2° opgeheven.
Art. 17. A l'article 62 du même décret, modifié en dernier lieu par le décret du 5 mai 2023, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 9°, les mots " d'objectifs finaux, d'objectifs de développement " sont remplacés par les mots " d'objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre " ;
2° au paragraphe 2, le point 2° est abrogé.
Art. 18. In artikel 168, 3°, van hetzelfde decreet, opgeheven bij het decreet van 9 december 2005, opnieuw opgenomen bij het decreet van 21 december 2012 en vervangen bij het decreet van 25 april 2014, wordt het woord "ontwikkelingsdoelen" vervangen door de woorden "na te streven of te bereiken minimumdoelen".
Art. 18. Dans l'article 168, 3°, du même décret, abrogé par le décret du 9 décembre 2005, rétabli par le décret du 21 décembre 2012 et remplacé par le décret du 25 avril 2014, les mots " objectifs de développement " sont remplacés par les mots " objectifs minimums à poursuivre ou à atteindre ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen.
CHAPITRE 3. - Dispositions finales.
Art. 19. Dit decreet treedt in werking op 1 september 2025, met uitzondering van artikel 8, 3° en 6°, die in werking treden op de dag die volgt op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 19. Le présent décret entre en vigueur le 1er septembre 2025, à l'exception de l'article 8, 3° et 6°, qui entrent en vigueur le jour suivant sa publication au Moniteur belge.