Artikel 1. § 1 De Brusselse Hoofdstedelijke Regering richt een gemeenschappelijke Sociale Dienst op voor de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel (GOB), de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel Fiscaliteit (GOBF) en Brussel Stedenbouw & Erfgoed (Urban) die belast wordt met het verlenen van sociale bijstand aan de personeelsleden.
§ 2 De Minister van Ambtenarenzaken vertrouwt het exclusieve beheer van deze Sociale dienst toe aan een door hem erkende vereniging zonder winstoogmerk waarin de representatieve vakbonden in de zin van artikel 8 van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel zijn vertegenwoordigd, hierna "de beheerder van de Sociale dienst".
Om te worden erkend, moet de in de eerste alinea bedoelde vereniging zonder winstoogmerk het daartoe bestemde aanvraagformulier invullen bij de oproep tot het indienen van kandidaturen voor het beheer van de Sociale Dienst en dit formulier indienen bij de GOB binnen de termijnen en volgens de voorwaarden die in de oproep tot het indienen van kandidaturen zijn vastgesteld.
De erkenning van de in de eerste alinea bedoelde vereniging zonder winstoogmerk kan worden ingetrokken als zij haar verplichtingen niet nakomt.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 MEI 2025. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering dat de vzw Sociale dienst van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel ermee belast sociale bijstand te verlenen aan de personeelsleden van de GOB, GOBF en Urban
Titre
22 MAI 2025. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale chargeant l'ABSL Service social du Service public régional de Bruxelles d'octroyer une aide sociale aux membres du personnel du SPRB, SPRBF et Urban
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Article 1er. § 1 Le Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale crée un Service Social commun pour le Service public régional de Bruxelles (SPRB), le Service public régional de Bruxelles Fiscalité (SPRBF) et Bruxelles Urbanisme & Patrimoine (Urban) qui est chargé de fournir une aide sociale aux membres du personnel.
§ 2 Le Ministre de la Fonction Publique confie la gestion exclusive de ce Service Social à une association sans but lucratif reconnue par lui, dans laquelle les syndicats représentatifs au sens de l'article 8 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités sont représentés, ci-après "le gestionnaire du Service Social".
Afin d'être agréée, l'association sans but lucratif visée au premier alinéa remplit, lors de l'appel à candidatures pour gérer le Service social, le formulaire de demande d'agrément prévu à cet effet et l'introduit auprès du SPRB dans les délais et selon les conditions fixées par l'appel à candidatures.
L'agrément de l'association sans but lucratif visée au premier alinéa peut être révoqué si elle manque à ses obligations.
§ 2 Le Ministre de la Fonction Publique confie la gestion exclusive de ce Service Social à une association sans but lucratif reconnue par lui, dans laquelle les syndicats représentatifs au sens de l'article 8 de la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités sont représentés, ci-après "le gestionnaire du Service Social".
Afin d'être agréée, l'association sans but lucratif visée au premier alinéa remplit, lors de l'appel à candidatures pour gérer le Service social, le formulaire de demande d'agrément prévu à cet effet et l'introduit auprès du SPRB dans les délais et selon les conditions fixées par l'appel à candidatures.
L'agrément de l'association sans but lucratif visée au premier alinéa peut être révoqué si elle manque à ses obligations.
Art. 2. § 1 Deze sociale bijstand omvat de morele en materiële bijstand op individueel en collectief gebied en kan worden verstrekt in samenwerking met sociale diensten van andere overheidsdiensten.
§ 2 De morele en materiële bijstand op individueel gebied kan inzonderheid bestaan uit:
- De mogelijkheid om zich tot een sociaal assistent/e te wenden voor hulp of heroriëntering;
- Toekenning van een premie ter gelegenheid van de geboorte of de adoptie van een kind;
- Toekenning van een premie ter gelegenheid van het huwelijk van een personeelslid;
- Toekenning van een vergoeding bij overlijden van een personeelslid of van de echtgeno(o)t(e) of andere personen ten laste op voorwaarde dat zij deel uitmaken van het gezin;
- Interventie in speciale gevallen;
- Toekenning van financiële steun;
- Toekenning van Sinterklaasgeschenken aan jonge kinderen van begunstigden.
§ 3 De morele en materiële bijstand op collectief gebied kan inzonderheid bestaan uit:
- Organisatie en bevordering van culturele, sportieve en recreatieve activiteiten;
- Organisatie en beheer van medische diensten.
§ 4 De mogelijkheid tot een eenmalige, terugkerende of permanente samenwerking met de sociale diensten van andere overheidsdiensten en andere organismes betreft de activiteiten bedoeld in §§ 2 en 3.
§ 5 De beheerder van de Sociale dienst bezorgt de Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken een voorlopig budget opgesplitst in categorieën van individuele en collectieve bijstand op basis van §§ 2 en 3 aan het begin van iedere financieringsperiode als bedoeld in artikel 4, § 1.
Bij gebrek aan overeenkomst over het voorlopig budget bepaalt een geschreven overleg tussen de Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken en de beheerder van de Sociale dienst het budget op basis van de categorieën van individuele en collectieve bijstand als bedoeld in §§ 2 en 3.
§ 2 De morele en materiële bijstand op individueel gebied kan inzonderheid bestaan uit:
- De mogelijkheid om zich tot een sociaal assistent/e te wenden voor hulp of heroriëntering;
- Toekenning van een premie ter gelegenheid van de geboorte of de adoptie van een kind;
- Toekenning van een premie ter gelegenheid van het huwelijk van een personeelslid;
- Toekenning van een vergoeding bij overlijden van een personeelslid of van de echtgeno(o)t(e) of andere personen ten laste op voorwaarde dat zij deel uitmaken van het gezin;
- Interventie in speciale gevallen;
- Toekenning van financiële steun;
- Toekenning van Sinterklaasgeschenken aan jonge kinderen van begunstigden.
§ 3 De morele en materiële bijstand op collectief gebied kan inzonderheid bestaan uit:
- Organisatie en bevordering van culturele, sportieve en recreatieve activiteiten;
- Organisatie en beheer van medische diensten.
§ 4 De mogelijkheid tot een eenmalige, terugkerende of permanente samenwerking met de sociale diensten van andere overheidsdiensten en andere organismes betreft de activiteiten bedoeld in §§ 2 en 3.
§ 5 De beheerder van de Sociale dienst bezorgt de Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken een voorlopig budget opgesplitst in categorieën van individuele en collectieve bijstand op basis van §§ 2 en 3 aan het begin van iedere financieringsperiode als bedoeld in artikel 4, § 1.
Bij gebrek aan overeenkomst over het voorlopig budget bepaalt een geschreven overleg tussen de Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken en de beheerder van de Sociale dienst het budget op basis van de categorieën van individuele en collectieve bijstand als bedoeld in §§ 2 en 3.
Art. 2. § 1 Cette aide sociale comporte l'assistance morale et matérielle au plan individuel et collectif et peut être fournie en coopération avec les services sociaux d'autres services publics.
§ 2 L'assistance morale et matérielle au plan individuel peut consister notamment en :
- La possibilité de s'adresser à un/e assistant/e social/e pour une aide ou une réorientation ;
- Octroi d'une prime à l'occasion de la naissance ou de l'adoption d'un enfant ;
- Octroi d'une prime à l'occasion du mariage d'un membre du personnel ;
- Octroi d'une indemnité en cas de décès d'un membre du personnel ou du conjoint ou d'autres personnes à charge à condition qu'ils fassent partie du ménage ;
- Intervention dans des cas particuliers ;
- Octroi d'une aide financière ;
- Octroi de cadeaux de Saint-Nicolas aux jeunes enfants des bénéficiaires.
§ 3 L'assistance morale et matérielle au plan collectif peut consister notamment en :
- Organisation et promotion d'activités culturelles, sportives et récréatives ;
- Organisation et gestion de services médicaux.
§ 4 La possibilité de coopération ponctuelle, récurrente ou permanente avec les services sociaux d'autres services publics et d'autres organismes concerne les activités visées aux §§ 2 et 3.
§ 5 Le gestionnaire du Service Social fournit au Ministre chargé de la Fonction publique un budget prévisionnel ventilé en catégories d'aide individuelle et collective sur base des §§ 2 et 3 au début de chaque période de financement visée dans l'article 4, § 1.
En cas de désaccord sur le budget prévisionnel, une concertation par écrit entre le Ministre chargé de la Fonction publique et le gestionnaire du Service Social, détermine le budget sur base des catégories d'aide individuelle et collective sur visées aux §§ 2 et 3.
§ 2 L'assistance morale et matérielle au plan individuel peut consister notamment en :
- La possibilité de s'adresser à un/e assistant/e social/e pour une aide ou une réorientation ;
- Octroi d'une prime à l'occasion de la naissance ou de l'adoption d'un enfant ;
- Octroi d'une prime à l'occasion du mariage d'un membre du personnel ;
- Octroi d'une indemnité en cas de décès d'un membre du personnel ou du conjoint ou d'autres personnes à charge à condition qu'ils fassent partie du ménage ;
- Intervention dans des cas particuliers ;
- Octroi d'une aide financière ;
- Octroi de cadeaux de Saint-Nicolas aux jeunes enfants des bénéficiaires.
§ 3 L'assistance morale et matérielle au plan collectif peut consister notamment en :
- Organisation et promotion d'activités culturelles, sportives et récréatives ;
- Organisation et gestion de services médicaux.
§ 4 La possibilité de coopération ponctuelle, récurrente ou permanente avec les services sociaux d'autres services publics et d'autres organismes concerne les activités visées aux §§ 2 et 3.
§ 5 Le gestionnaire du Service Social fournit au Ministre chargé de la Fonction publique un budget prévisionnel ventilé en catégories d'aide individuelle et collective sur base des §§ 2 et 3 au début de chaque période de financement visée dans l'article 4, § 1.
En cas de désaccord sur le budget prévisionnel, une concertation par écrit entre le Ministre chargé de la Fonction publique et le gestionnaire du Service Social, détermine le budget sur base des catégories d'aide individuelle et collective sur visées aux §§ 2 et 3.
Art. 3. De begunstigden van de Sociale dienst zijn:
1° de personeelsleden van de GOB, GOBF en Urban, waaronder de gedetacheerde personeelsleden in zoverre dezen niet genieten van de voordelen van een andere sociale dienst tijdens hun detachering ;
2° gepensioneerden die hun loopbaan bij de GOB, GOBF of Urban hebben beëindigd;
3° de personen die ten laste zijn van de onder 1° en 2° opgesomde begunstigden op voorwaarde dat zij deel uitmaken van hun gezin;
4° de weduwen, weduwenaars en wezen van overleden personeelsleden van de GOB, GOBF en Urban.
§ 2. De natuurlijke personen als bedoeld in paragraaf 1 kunnen enkel genieten van een morele en materiële bijstand van de Sociale dienst na te zijn aangesloten.
Deze personen richten zich rechtstreeks en uit vrije keuze tot de Sociale dienst.
1° de personeelsleden van de GOB, GOBF en Urban, waaronder de gedetacheerde personeelsleden in zoverre dezen niet genieten van de voordelen van een andere sociale dienst tijdens hun detachering ;
2° gepensioneerden die hun loopbaan bij de GOB, GOBF of Urban hebben beëindigd;
3° de personen die ten laste zijn van de onder 1° en 2° opgesomde begunstigden op voorwaarde dat zij deel uitmaken van hun gezin;
4° de weduwen, weduwenaars en wezen van overleden personeelsleden van de GOB, GOBF en Urban.
§ 2. De natuurlijke personen als bedoeld in paragraaf 1 kunnen enkel genieten van een morele en materiële bijstand van de Sociale dienst na te zijn aangesloten.
Deze personen richten zich rechtstreeks en uit vrije keuze tot de Sociale dienst.
Art. 3. Les bénéficiaires du Service social sont :
1° le personnel du SPRB, SPRBF et Urban, en ce compris les membres du personnel détachés pour autant que ceux-ci ne bénéficient pas des avantages d'un autre service social pendant leur détachement ;
2° les pensionnés qui ont terminé leur carrière au sein du SPRB, du SPRBF ou d'Urban ;
3° les personnes à charge des bénéficiaires énumérés aux 1° et 2° à condition qu'ils fassent partie de leur ménage ;
4° les veuves, veufs et orphelins des membres décédés du personnel de SPRB, SPRBF et Urban.
§ 2. Les personnes physiques visées au § 1er ne peuvent bénéficier de l'assistance morale et matérielle du Service social qu'après y avoir adhéré.
Ces personnes s'adressent directement et librement au Service social.
1° le personnel du SPRB, SPRBF et Urban, en ce compris les membres du personnel détachés pour autant que ceux-ci ne bénéficient pas des avantages d'un autre service social pendant leur détachement ;
2° les pensionnés qui ont terminé leur carrière au sein du SPRB, du SPRBF ou d'Urban ;
3° les personnes à charge des bénéficiaires énumérés aux 1° et 2° à condition qu'ils fassent partie de leur ménage ;
4° les veuves, veufs et orphelins des membres décédés du personnel de SPRB, SPRBF et Urban.
§ 2. Les personnes physiques visées au § 1er ne peuvent bénéficier de l'assistance morale et matérielle du Service social qu'après y avoir adhéré.
Ces personnes s'adressent directement et librement au Service social.
Art. 4. § 1 De bijdrage voor sociale bijstand op basis van de uitgavencategorieën bedoeld in artikel 2 aan de begunstigden bedoeld in artikel 3 wordt voor een financieringsperiode van 1 jaar vastgelegd na voorlegging van een gestaafde kostenraming door de beheerder van de Sociale dienst aan de Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken.
§ 2 De gestaafde kostenraming kan eveneens een post voor operationele kosten bevatten, inzonderheid:
1° een provisie voor boekhoud-, financiële, en juridische kosten van beheerder van de Sociale dienst;
2° een provisie voor verzekeringen andere dan de hospitalisatieverzekering voor de beheerder van de Sociale dienst;
3° een provisie voor het ontwerp en onderhoud van de website van beheerder van de Sociale dienst.
§ 3 De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken verwerpt de kostenraming van de bijdrage voor de sociale bijstand en de operationele kosten wanneer deze uitgavencategorieën opneemt waarover geen akkoord bestaat, ingevolge het overleg als bedoeld in artikel 2, § 5.
§ 2 De gestaafde kostenraming kan eveneens een post voor operationele kosten bevatten, inzonderheid:
1° een provisie voor boekhoud-, financiële, en juridische kosten van beheerder van de Sociale dienst;
2° een provisie voor verzekeringen andere dan de hospitalisatieverzekering voor de beheerder van de Sociale dienst;
3° een provisie voor het ontwerp en onderhoud van de website van beheerder van de Sociale dienst.
§ 3 De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken verwerpt de kostenraming van de bijdrage voor de sociale bijstand en de operationele kosten wanneer deze uitgavencategorieën opneemt waarover geen akkoord bestaat, ingevolge het overleg als bedoeld in artikel 2, § 5.
Art. 4. § 1 La contribution pour l'aide sociale sur base des catégories de dépense mentionnées à l'article 2 aux bénéficiaires visés à l'article 3 sera déterminée pour une période de financement de 1 an après présentation d'une estimation motivée des coûts par le gestionnaire du Service Social au Ministre chargé la Fonction publique.
§ 2. L'estimation motivée des coûts peut également comprendre un poste pour les coûts opérationnels, notamment :
1° une provision pour les frais comptables, financiers et juridiques du gestionnaire du Service Social ;
2° une provision pour des assurances autres que l'assurance hospitalisation pour le gestionnaire du Service Social ;
3° une provision pour la conception et à la maintenance du site Internet du gestionnaire du Service Social.
§ 3 Le Ministre chargé de la Fonction publique rejette l'estimation des coûts de contribution à l'aide sociale et les coûts opérationnels lorsqu'elle comprend des catégories de dépenses sur lesquelles il n'y a pas d'accord, suite à la concertation prévue à l'article 2, § 5.
§ 2. L'estimation motivée des coûts peut également comprendre un poste pour les coûts opérationnels, notamment :
1° une provision pour les frais comptables, financiers et juridiques du gestionnaire du Service Social ;
2° une provision pour des assurances autres que l'assurance hospitalisation pour le gestionnaire du Service Social ;
3° une provision pour la conception et à la maintenance du site Internet du gestionnaire du Service Social.
§ 3 Le Ministre chargé de la Fonction publique rejette l'estimation des coûts de contribution à l'aide sociale et les coûts opérationnels lorsqu'elle comprend des catégories de dépenses sur lesquelles il n'y a pas d'accord, suite à la concertation prévue à l'article 2, § 5.
Art. 5. Een subsidiebesluit bepaalt de betalingsmodaliteiten en -voorwaarden van de bijdrage voor de sociale bijstand en de operationele kosten voor iedere financieringsperiode.
Art. 5. Un arrêté de subvention fixe les modalités et conditions de paiement de l'aide sociale et les coûts opérationnels pour chaque période de financement.
Art. 6. § 1 De directieraad van de GOB, de GOBF en URBAN stellen de Sociale dienst een aantal voltijdse equivalenten ter beschikking, in budget of in personeel.
Het aantal voltijdse equivalenten wordt berekend op basis van het gezamenlijke personeelsbestand van de GOB, GOBF en URBAN, waarbij per volledige schijf van 400 personeelsleden van het gezamenlijke personeelsbestand 1 voltijdse equivalent wordt voorzien.
De directieraad van de GOB, GOBF en Urban bepalen onderling de verdeling van de voltijdse equivalenten die ter beschikking worden gesteld.
§ 2. In afwijking van artikel 130/1, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, bedraagt de duur van de detachering van voor statutaire ambtenaren die ter beschikking worden gesteld als voltijdse equivalenten 24 maanden hernieuwbaar.
Het aantal voltijdse equivalenten wordt berekend op basis van het gezamenlijke personeelsbestand van de GOB, GOBF en URBAN, waarbij per volledige schijf van 400 personeelsleden van het gezamenlijke personeelsbestand 1 voltijdse equivalent wordt voorzien.
De directieraad van de GOB, GOBF en Urban bepalen onderling de verdeling van de voltijdse equivalenten die ter beschikking worden gesteld.
§ 2. In afwijking van artikel 130/1, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, bedraagt de duur van de detachering van voor statutaire ambtenaren die ter beschikking worden gesteld als voltijdse equivalenten 24 maanden hernieuwbaar.
Art. 6. § 1er Le conseil de direction du SPRB, le SPRBF et URBAN mettent à la disposition du Service Social social un nombre d'équivalents temps plein, en budget ou en personnel.
Le nombre d'équivalents temps plein est calculé sur la base de l'effectif combiné du SPRB, du SPRBF et d'URBAN, 1 équivalent temps plein étant prévu pour chaque tranche complète de 400 personnes de l'effectif combiné.
Le conseil de direction du SPRB, le SPRBF et URBAN déterminent d'un commun accord la répartition des équivalents temps plein mis à disposition.
§ 2. Par dérogation à l'article 130/1 § 1 de 1'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, la durée de la mise à disposition pour des agents statutaires mis à disposition comme équivalent temps plein s'élève à 24 mois renouvelable.
Le nombre d'équivalents temps plein est calculé sur la base de l'effectif combiné du SPRB, du SPRBF et d'URBAN, 1 équivalent temps plein étant prévu pour chaque tranche complète de 400 personnes de l'effectif combiné.
Le conseil de direction du SPRB, le SPRBF et URBAN déterminent d'un commun accord la répartition des équivalents temps plein mis à disposition.
§ 2. Par dérogation à l'article 130/1 § 1 de 1'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, la durée de la mise à disposition pour des agents statutaires mis à disposition comme équivalent temps plein s'élève à 24 mois renouvelable.
Art. 7. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 7. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 8. De Minister bevoegd voor Ambtenarenzaken wordt belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 8. Le Ministre compétent en matière de Fonction publique est chargé de l'exécution du présent arrêté.