Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
20 MAART 2025. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 20 maart 2025 houdende wijziging van het besluit van de Brusselse HoofdstedelijkeRegering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. - Vervrouwelijking en verschillende verloven
Titre
20 MARS 2025. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 20 mars 2025 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale. - Féminisation et différents congés
Documentinformatie
Numac: 2025002726
Datum: 2025-03-20
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2025002726
Date: 2025-03-20
Moniteur: Voir
Tekst (41)
Texte (41)
TITEL 1. - Implementatie van de resolutie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement van 1 juli 2022 ertoe strekkende de gewestelijke openbare diensten te vervrouwelijken
TITRE 1. - Mise en oeuvre de la Résolution du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale du 1er juillet 2022 visant à féminiser la fonction publique régionale bruxelloise
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel
CHAPITRE 1. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles
Artikel 1. Artikel 39 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2020 houdende wijziging van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, wordt aangevuld met drie leden, luidende :
  "Ten hoogste twee derden van de leden van de selectiecommissie behoren tot hetzelfde gender.
  Bij het voorzitterschap van vergelijkende selectiecommissies wordt voor genderwisseling gezorgd.
  Leden van vergelijkende selectiecommissies krijgen vooraf een specifieke vorming over stereotypen en gendervooroordelen.".
Article 1er. L'article 39 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Les deux tiers au plus des membres de la commission de sélection appartiennent au même genre.
  Une alternance de genre est assurée dans la présidence des commissions de sélections comparatives.
  Les membres des commissions de sélections comparatives reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
Art. 2. In artikel 85 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 4, eerste alinea, wordt het woord "geslacht" vervangen door het woord "gender";
  b) paragraaf 4 wordt aangevuld met de twee leden, luidende:
  "Bij het voorzitterschap van bevorderingscommissies wordt voor genderwisseling gezorgd.
  Leden van bevorderingscommissies krijgen vooraf een specifieke vorming over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 2. Dans l'article 85 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au paragraphe 4, alinéa 1er, le mot " sexe " est remplacé par le mot " genre " ;
  b) le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Une alternance de genre est assurée dans la présidence des commissions de promotions.
  Les membres des commissions de promotions reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
Art. 3. In artikel 90 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
  " § 3. Bij gelijk resultaat tussen kandidaten wordt de voorkeur gegeven aan de kandidaat die behoort tot het gender dat het minst vertegenwoordigd is in deze bevorderingsrang binnen de betrokken Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
  De bepaling in het voorgaande lid is van toepassing in overeenstemming met de bepalingen inzake positieve acties opgenomen in artikel 16 van het Gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie van 4 april 2024 houdende het Brussels Wetboek inzake de gelijkheid, de non-discriminatie en de bevordering van diversiteit.".
  b) in paragraaf 4 worden de woorden ", door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, het onmogelijk is om over te gaan tot de benoeming van deze kandidaat" vervangen als volgt:
  " : 1° hetzij door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, het onmogelijk is deze kandidaat te benoemen;
  2° hetzij het aantal kandidaturen van beide genders "M" en "V" onvoldoende is;
  3° hetzij personen die hun genderidentiteit niet als " M " of " V " ervaren, kandidaat zijn.
  Indien punt 2° of 3° van de eerste alinea van toepassing is en onverminderd de naleving van punt 1°, wordt de gelijkheid tussen kandidaten opgeheven door voorrang te geven aan de kandidaat met de hoogste anciënniteit in de graad.".
Art. 3. Dans l'article 90 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. En cas d'égalité entre les candidats, la préférence est donnée à celui qui appartient au genre le moins représenté à ce rang de promotion dans le Service public régional de Bruxelles concerné.
  La disposition prévue à l'alinéa précédent s'applique dans le respect des dispositions relatives aux actions positives prévues à l'article 16 du décret et ordonnance conjoints de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française du 4 avril 2024 portant le Code bruxellois de l'égalité, de la non-discrimination et de la promotion de la diversité. ".
  b) au paragraphe 4, les mots ", par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat. " sont remplacés par :
  " : 1° soit par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat ;
  2° soit le nombre de candidatures des deux genres " M " et " F " est insuffisant ;
  3° soit des personnes n'optant pas pour le genre " M " ou " F " sont candidates.
  En cas de survenance des points 2° ou 3° du premier alinéa, et sans préjudice du respect du point 1°, l'égalité entre les candidats est résolue en donnant la préférence à celui qui possède l'ancienneté de grade la plus élevée. ".
Art. 4. In artikel 94 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in lid 4, wordt het woord "geslacht" vervangen door het woord "gender";
  b) tussen de leden 4 en 5 worden twee leden ingevoegd luidende:
  "Bij het voorzitterschap van bevorderingscommissies wordt voor genderwisseling gezorgd .
  Leden van bevorderingscommissies krijgen vooraf een specifieke vorming over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 4. Dans l'article 94 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) à l'alinéa 4, le mot " sexe " est remplacé par le mot " genre " ;
  b) deux alinéas rédigés comme suit sont insérés entre les alinéa 4 et 5 :
  " Une alternance de genre est assurée dans la présidence des commissions de promotion.
  Les membres des commissions de promotion reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
Art. 5. In artikel 98 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.Bij gelijk resultaat tussen kandidaten wordt de voorkeur gegeven aan de kandidaat die behoort tot het gender dat het minst vertegenwoordigd is in deze bevorderingsrang binnen de betrokken Gewestelijke Overheidsdienst Brussel.
  De bepaling in het voorgaande lid is van toepassing in overeenstemming met de bepalingen inzake positieve acties opgenomen in artikel 16 van het Gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie van 4 april 2024 houdende het Brussels Wetboek inzake de gelijkheid, de non-discriminatie en de bevordering van diversiteit.".
  b) in paragraaf 3, worden de woorden ", door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, het onmogelijk is om over te gaan tot de benoeming van deze kandidaat" vervangen als volgt:
  " : 1° hetzij door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, het onmogelijk is deze kandidaat te benoemen;
  2° hetzij het aantal kandidaturen van beide genders "M" en "V" onvoldoende is;
  3° hetzij personen die hun genderidentiteit niet als " M " of " V " ervaren, kandidaat zijn.
  Indien punt 2° of 3° van de eerste alinea van toepassing is en onverminderd de naleving van punt 1°, wordt de gelijkheid tussen kandidaten opgeheven door voorrang te geven aan de kandidaat met de hoogste anciënniteit in de graad.".
Art. 5. Dans l'article 98 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit : " § 2.En cas d'égalité entre les candidats, la préférence est donnée à celui qui appartient au genre le moins représenté à ce rang de promotion dans le Service public régional de Bruxelles concerné.
  La disposition prévue à l'alinéa précédent s'applique dans le respect des dispositions relatives aux actions positives prévues à l'article 16 du décret et ordonnance conjoints de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française du 4 avril 2024 portant le Code bruxellois de l'égalité, de la non-discrimination et de la promotion de la diversité. ".
  b) au paragraphe 3, les mots ", par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat. " sont remplacés par :
  " : 1° soit par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat ;
  2° soit le nombre de candidatures des deux genres " M " et " F " est insuffisant ;
  3° soit des personnes n'optant pas pour le genre " M " ou " F " sont candidates.
  En cas de survenance des points 2° ou 3° du premier alinéa, et sans préjudice du respect du point 1°, l'égalité entre les candidats est résolue en donnant la préférence à celui qui possède l'ancienneté de grade la plus élevée. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale
Art. 6. Artikel 32 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2020 houdende wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering houdende wijziging van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt aangevuld met drie leden, luidende:
  "Ten hoogste twee derden van de leden van de selectiecommissie behoren tot hetzelfde gender.
  Bij het voorzitterschap van vergelijkende selectiecommissies wordt voor genderwisseling gezorgd.
  Leden van vergelijkende selectiecommissies krijgen vooraf een specifieke vorming over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 6. L'article 32 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, est complété par trois alinéas rédigés comme suit :
  " Les deux tiers au plus des membres de la commission de sélection appartient au même genre.
  Une alternance de genre est assurée dans la présidence des commissions de sélections comparatives.
  Les membres des commissions de sélections comparatives reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
Art. 7. In artikel 78 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 4, eerste alinea, wordt het woord "geslacht" vervangen door het woord "gender";
  b) paragraaf 4 wordt aangevuld met twee leden luidende:
  "Bij het voorzitterschap van bevorderingscommissies wordt voor genderwisseling gezorgd.
  Leden van bevorderingscommissies krijgen vooraf een specifieke vorming over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 7. Dans l'article 78 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) au paragraphe 4, alinéa 1er, le mot " sexe " est remplacé par le mot " genre " ;
  b) le paragraphe 4 est complété par deux alinéas rédigés comme suit :
  " Une alternance de genre est assurée dans la présidence des commissions de promotions.
  Les membres des commissions de promotions reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
Art. 8. In artikel 83 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) paragraaf 3 wordt vervangen als volgt: " § 3. Bij gelijk resultaat tussen kandidaten wordt de voorkeur gegeven aan de kandidaat die behoort tot het gender dat het minst vertegenwoordigd is in deze bevorderingsrang binnen de instelling.
  De bepaling in het voorgaande lid is van toepassing in overeenstemming met de bepalingen inzake positieve acties opgenomen in artikel 16 van het Gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie van 04-04-2024 houdende het Brussels Wetboek inzake de gelijkheid, de non-discriminatie en de bevordering van diversiteit.".
  b) in paragraaf 4 worden de woorden ", door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, is het onmogelijk om over te gaan tot de benoeming van deze kandidaat" vervangen als volgt:
  " : 1° hetzij door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, het onmogelijk is deze kandidaat te benoemen;
  2° hetzij het aantal kandidaturen van beide genders "M" en "F" onvoldoende is;
  3° hetzij personen die hun genderidentiteit niet als " M " of " V " ervaren, kandidaat zijn.
  Indien punt 2° of 3° van de eerste alinea van toepassing is en onverminderd de naleving van punt 1°, wordt de gelijkheid tussen kandidaten opgeheven door voorrang te geven aan de kandidaat met de hoogste anciënniteit in de graad.".
Art. 8. Dans l'article 83 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le paragraphe 3 est remplacé par ce qui suit : " § 3. En cas d'égalité entre les candidats, la préférence est donnée à celui qui appartient au genre le moins représenté à ce rang de promotion dans l'institution.
  La disposition prévue à l'alinéa précédent s'applique dans le respect des dispositions relatives aux actions positives prévues à l'article 16 du décret et ordonnance conjoints de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française du 04-04-2024 portant le Code bruxellois de l'égalité, de la non-discrimination et de la promotion de la diversité ".
  b) au paragraphe 4, les mots ", par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat. " sont remplacés par :
  " : 1° soit par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat ;
  2° soit le nombre de candidatures des deux genres " M " et " F " est insuffisant ;
  3° soit des personnes n'optant pas pour le genre " M " ou " F " sont candidates.
  En cas de survenance des points 2° ou 3° du premier alinéa, et sans préjudice du respect du point 1°, l'égalité entre les candidats est résolue en donnant la préférence à celui qui possède l'ancienneté de grade la plus élevée. ".
Art. 9. In artikel 87 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in lid 4, wordt het woord "geslacht" vervangen door het woord "gender";
  b) tussen de leden 4 en 5 worden twee leden ingevoegd luidende:
  "Bij het voorzitterschap van bevorderingscommissies wordt voor genderwisseling gezorgd.
  Leden van bevorderingscommissies krijgen vooraf een specifieke vorming over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 9. Dans l'article 87 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) à l'alinéa 4, le mot " sexe " est remplacé par le mot " genre " ;
  b) deux alinéas rédigé comme suit sont insérés entre les alinéa 4 et 5 :
  " Une alternance de genre est assurée dans la présidence des commissions de promotions.
  Les membres des commissions de promotions reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
Art. 10. In artikel 91 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) paragraaf 2 wordt vervangen als volgt: " § 2.Bij gelijk resultaat tussen kandidaten wordt de voorkeur gegeven aan de kandidaat die behoort tot het gender dat het minst vertegenwoordigd is in deze bevorderingsrang binnen de instelling.
  De bepaling in het voorgaande lid is van toepassing in overeenstemming met de bepalingen inzake positieve acties opgenomen in artikel 16 van het Gezamenlijk decreet en ordonnantie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de Franse Gemeenschapscommissie van 4 april 2024 houdende het Brussels Wetboek inzake de gelijkheid, de non-discriminatie en de bevordering van diversiteit..".
  b) in paragraaf 3 worden de woorden ", door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, is het onmogelijk om over te gaan tot de benoeming van deze kandidaat" vervangen als volgt:
  " : 1° hetzij door de toepassing van de wetten op het taalgebruik in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, het onmogelijk is deze kandidaat te benoemen;
  2° hetzij het aantal kandidaten van beide genders "M" en "V" onvoldoende is;
  3° hetzij personen die hun genderidentiteit niet als " M " of " V " ervaren, kandidaat zijn.
  Indien punt 2° of 3° van de eerste alinea van toepassing is en onverminderd de naleving van punt 1°, wordt de gelijkheid tussen kandidaten opgeheven door voorrang te geven aan de kandidaat met de hoogste anciënniteit in de graad.".
Art. 10. Dans l'article 91 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  a) le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit : " § 2. En cas d'égalité entre les candidats, la préférence est donnée à celui qui appartient au genre le moins représenté à ce rang de promotion dans l'institution.
  La disposition prévue à l'alinéa précédent s'applique dans le respect des dispositions relatives aux actions positives prévues à l'article 16 du décret et ordonnance conjoints de la Région de Bruxelles-Capitale, de la Commission communautaire commune et de la Commission communautaire française du 4 avril 2024 portant le Code bruxellois de l'égalité, de la non-discrimination et de la promotion de la diversité. ".
  b) au paragraphe 3, les mots ", par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat. " sont remplacés par :
  1° soit par application des lois sur l'emploi des langues en matière administrative, coordonnées le 18 juillet 1966, il est impossible de procéder à la nomination de ce candidat ;
  2° soit le nombre de candidatures des deux genres " M " et " F " est insuffisant ;
  3° soit des personnes n'optant pas pour le genre " M " ou " F " sont candidates.
  En cas de survenance des points 2° ou 3° du premier alinéa, et sans préjudice du respect du point 1°, l'égalité entre les candidats est résolue en donnant la préférence à celui qui possède l'ancienneté de grade la plus élevée. ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles
Art. 11. In artikel 9, § 3, 2. van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het derde lid wordt punt a) vervangen door: "a) de ambtenaar-generaal van de betrokken administratie of zijn/haar afgevaardigde, van een graad die minstens evenwaardig is aan die van de in te vullen functie; een of meer bijzitters, gekozen uit het personeel van de administratie en wiens rang ten minste evenwaardig is aan die van de in te vullen functie, kunnen de ambtenaar-generaal of zijn/haar afgevaardigde bijstaan;";
  b) tussen het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Wanneer de jury uit twee leden bestaat, mogen ze niet van hetzelfde gender zijn.";
  c) tussen het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, en het vroegere vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De uit twee personen bestaande jury beslist bij consensus.".
Art. 11. Dans l'article 9, § 3, 2., de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles, les modifications suivantes sont apportées :
  a) à l'alinéa 3, le point a) est remplacé par ce qui suit : " a) le fonctionnaire général de l'administration concernée ou son délégué, dont le grade est au moins équivalent à celui de la fonction à pourvoi ; un ou plusieurs assesseurs, choisis parmi le personnel de l'administration et dont le grade est au moins équivalent à celui de la fonction à pourvoir, peuvent assister le fonctionnaire général ou son délégué ; " ;
  b) un alinéa rédigé comme suit est rédigé entre les alinéas 3 et 4 :
  " Lorsque le jury est composé de deux membres, ceux-ci ne peuvent pas être du même genre. " ;
  c) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'ancien alinéa 4, devenant l'aliéna 5 et l'ancien alinéa 5, devenant l'alinéa 6 :
  " Le jury composé de deux personnes décide par consensus. ".
Art. 12. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende:
  "Ten hoogste twee derden van de juryleden behoren tot hetzelfde gender.
  Bij het voorzitterschap van de jury wordt voor genderwisseling gezorgd.
  De juryleden krijgen vooraf een specifieke opleiding over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 12. Dans le même arrêté, il est inséré un article 9/1 rédigé comme suit :
  " Les deux tiers au plus des membres du jury appartiennent au même genre.
  Une alternance de genre est assurée dans la présidence du jury.
  Les membres du jury reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE 4. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale
Art. 13. In artikel 9, § 3, 2. van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in het derde lid, punt a) worden de woorden "ten minste" ingevoegd tussen de woorden "a)" en "een bijzitter";
  b) tussen het derde en vierde lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Wanneer de jury uit twee leden bestaat, mogen ze niet van hetzelfde gender zijn.";
  c) tussen het vroegere vierde lid, dat het vijfde lid wordt, en het vroegere vijfde lid, dat het zesde lid wordt, wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "De uit twee personen bestaande jury beslist bij consensus.".
Art. 13. Dans l'article 9, § 3, 2., de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, les modifications suivantes sont apportées :
  a) à l'alinéa 3, point a), les mots " au moins " sont insérés entre les mots " a) " et " un assesseur " ;
  b) un alinéa rédigé comme suit est rédigé entre les alinéas 3 et 4 :
  " Lorsque le jury est composé de deux membres, ceux-ci ne peuvent pas être du même genre. " ;
  c) un alinéa rédigé comme suit est inséré entre l'ancien alinéa 4, devenant l'alinéa 5 et l'ancien aliéna 5, devenant l'alinéa 6 :
  " Le jury composé de deux personnes décide par consensus. ".
Art. 14. In hetzelfde besluit wordt een artikel 9/1 ingevoegd, luidende:
  "Ten hoogste twee derden van de juryleden behoren tot hetzelfde gender.
  Bij het voorzitterschap van de jury wordt voor genderwisseling gezorgd.
  De juryleden krijgen vooraf een specifieke opleiding over stereotypen en gendervooroordelen.".
Art. 14. Dans le même arrêté, il est inséré un article 9/1 rédigé comme suit :
  " Les deux tiers au plus des membres du jury appartiennent au même genre.
  Une alternance de genre est assurée dans la présidence du jury.
  Les membres du jury reçoivent au préalable une formation spécifique aux stéréotypes et aux biais de genre. ".
TITEL 2. - Implementatie van de resolutie van het Brussels Hoofdstedelijk Parlement van 17 mei 2023 ten gunste van thematisch verlof voor personen met een geleidehond
TITRE 2. - Mise en oeuvre de la Résolution du Parlement de la Région de Bruxelles-Capitale du 17 mai 2023 en faveur de l'octroi d'un congé thématique aux bénéficiaires de chiens guides
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel
CHAPITRE 1. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles
Art. 15. In artikel 49 tweede lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt een punt 14° ingevoegd, luidende:
  "14° het verlof voor de opleiding van een assistentiehond.".
Art. 15. Dans l'article 49, alinéa 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, il est inséré un 14° rédigé comme suit :
  " 14° du congé pour formation d'un chien d'assistance. ".
Art. 16. In titel XII van Boek I "De inschakeling van personen met een handicap" van hetzelfde besluit, wordt een artikel 335/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 335/1. § 1 De ambtenaar met een handicap die gebruik wenst te maken van een assistentiehond en daarvoor opleiding dient te volgen, krijgt hiervoor verlof ten belope van maximaal 20 werkdagen per assistentiehond, indien aan volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
  1) het dient om een assistentiehond te gaan zoals gedefinieerd in artikel 2 van de ordonnantie van 18 december 2008 betreffende de toegang van assistentiehonden tot voor het publiek toegankelijke plaatsen;
  2) de opleiding dient plaats te vinden bij een onderwijsinstelling die daartoe is gemachtigd door een van volgende organen:
  - Vlaanderen: CELMA (Cel Machtiging Assistentiehondenscholen)
  - Wallonië: AVIQ (l'Agence pour une Vie de Qualité)
  - Brussel: Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
  3) de ambtenaar dient een attest van de gemachtigde onderwijsinstelling voor te leggen als bewijs van het volgen van de opleiding aan het HRM en aan zijn functionele chef.
  § 2 Het verlof bepaald in paragraaf 1 wordt door de functionele chef van de ambtenaar toegekend.
  Dit verlof is bezoldigd en wordt voor het overige gelijkgesteld met dienstactiviteit.
  § 3 Voor het in paragraaf 1 bedoelde verlof kan de ambtenaar gebruik maken van flexibele werkregelingen.
  De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
  Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
  Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode, wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
  De secretaris-generaal, de adjunct-secretaris-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
  § 4 De rechten die verworven zijn of zullen worden verworven op de aanvangsdatum van het verlof bedoeld in paragraaf 1, blijven behouden tot het einde van het verlof.
  Deze rechten, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of regionale of nationale praktijk, zijn van toepassing na afloop van het verlof.".
Art. 16. Dans le titre XII de Livre I " De l'intégration des personnes handicapées " du même arrêté, il est inséré un article 335/1 rédigé comme suit :
  " Art. 335/1. § 1er L'agent porteur d'un handicap qui souhaite utiliser un chien d'assistance et qui doit suivre une formation à cet effet, obtient un congé, pour une durée maximale de 20 jours ouvrables par chien d'assistance, si les conditions cumulatives suivantes sont remplies :
  1) il doit s'agir d'un chien d'assistance tel que défini à l'article 2 de l'ordonnance du 18 décembre 2008 relative à l'accès des chiens d'assistance aux lieux ouverts au public ;
  2) la formation doit se dérouler dans un établissement d'enseignement agréé à cet effet par l'un des organismes suivants :
  - Flandres : CELMA (Cel Machtiging Assistentiehondenscholen) ;
  - Wallonie : AVIQ (l'Agence pour une Vie de Qualité) ;
  - Bruxelles : Commission Communautaire Commune ;
  3) L'agent doit soumettre un attestation de l'établissement d'enseignement agréé, comme preuve du suivi de la formation, à la GRH et à son chef fonctionnel.
  2. Le congé visé au paragraphe 1er est octroyé par le chef fonctionnel de l'agent.
  Ce congé est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
  3. Pour le congé visé au paragraphe 1er l'agent peut demander des formules souples de travail.
  Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
  Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
  Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
  Le Secrétaire général, le Secrétaire général adjoint ou leur délégué examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
  4. Les droits acquis ou en cours d'acquisition à la date du début du congé visé au paragraphe 1er sont maintenus jusqu'à la fin de ce congé.
  Ces droits, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent à l'issue de ce congé. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale
Art. 17. In artikel 42 tweede lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt een punt 14° ingevoegd, luidende:
  "14° het verlof voor de opleiding van een assistentiehond."
Art. 17. Dans l'article 42, alinéa 2 de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du portant modification de l'arrêté du 9 février 2023 Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, il est inséré un 14° rédigé comme suit :
  " 14° du congé pour formation d'un chien d'assistance . ".
Art. 18. In titel XII van Boek I "De inschakeling van personen met een handicap" van hetzelfde besluit, wordt een artikel 328/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 328/1. § 1 De ambtenaar met een handicap die gebruik wenst te maken van een assistentiehond en daarvoor opleiding dient te volgen, krijgt hiervoor verlof ten belope van maximaal 20 werkdagen per assistentiehond, indien aan volgende cumulatieve voorwaarden is voldaan:
  1) het dient om een assistentiehond te gaan zoals gedefinieerd in artikel 2 van de ordonnantie van 18 december 2008 betreffende de toegang van assistentiehonden tot voor het publiek toegankelijke plaatsen;
  2) de opleiding dient plaats te vinden bij een onderwijsinstelling die daartoe is gemachtigd door een van volgende organen:
  - Vlaanderen: CELMA (Cel Machtiging Assistentiehondenscholen)
  - Wallonië: AVIQ (l'Agence pour une Vie de Qualité)
  - Brussel: Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie
  3) de ambtenaar dient een attest van de gemachtigde onderwijsinstelling voor te leggen als bewijs van het volgen van de opleiding aan het HRM en aan zijn functionele chef.
  § 2 Het verlof bepaald in paragraaf 1 wordt door de functionele chef van de ambtenaar toegekend.
  Dit verlof is bezoldigd en wordt voor het overige gelijkgesteld met een periode van dienstactiviteit.
  § 3 Voor het in paragraaf 1 bedoelde verlof kan de ambtenaar gebruik maken van flexibele werkregelingen.
  De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde onderzoekt en antwoordt op de aanvraag om flexibele werkregelingen binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
  Hij motiveert de weigering of het uitstel van de toekenning van de flexibele werkregelingen schriftelijk.
  Wanneer flexibele werkregelingen worden toegekend heeft de ambtenaar het recht om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling aan het einde van de overeengekomen periode. De ambtenaar heeft ook het recht om te vragen om terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling vóór het einde van de overeengekomen periode, wanneer een verandering in de omstandigheden dit rechtvaardigt.
  De directeur-generaal, de adjunct-directeur-generaal of hun afgevaardigde, onderzoekt een verzoek om eerder terug te keren naar de oorspronkelijke werkregeling en antwoordt binnen een redelijke termijn, rekening houdend met de behoeften van zowel de ambtenaar als van de betrokken dienst.
  § 4 De rechten die verworven zijn of zullen worden verworven op de aanvangsdatum van het verlof bedoeld in paragraaf 1, blijven behouden tot het einde van het verlof.
  Deze rechten, met inbegrip van wijzigingen voortvloeiend uit de wetgeving of regionale of nationale praktijk, zijn van toepassing na afloop van het verlof.".
Art. 18. Dans le titre XII de Livre I " De l'intégration des personnes handicapées " du même arrêté, il est inséré un article 328/1 rédigé comme suit :
  " Art. 328/1. § 1er L'agent porteur d'un handicap qui souhaite utiliser un chien d'assistance et qui doit suivre une formation à cet effet, obtient un congé, pour une durée maximale de 20 jours ouvrables par chien d'assistance, si les conditions cumulatives suivantes sont remplies :
  1) il doit s'agir d'un chien d'assistance tel que défini à l'article 2 de l'ordonnance du 18 décembre 2008 relative à l'accès des chiens d'assistance aux lieux ouverts au public ;
  2) la formation doit se dérouler dans un établissement d'enseignement agréé à cet effet par l'un des organismes suivants :
  - Flandres : CELMA (Cel Machtiging Assistentiehondenscholen) ;
  - Wallonie : AVIQ (l'Agence pour une Vie de Qualité) ;
  - Bruxelles : Commission Communautaire Commune ;
  3) L'agent doit soumettre un attestation de l'établissement d'enseignement agréé, comme preuve du suivi de la formation, à la GRH et à son chef fonctionnel.
  2. Le congé visé au paragraphe 1er est octroyé par le chef fonctionnel de l'agent.
  Ce congé est rémunéré et assimilé à une période d'activité de service.
  3. Pour le congé visé au paragraphe 1er l'agent peut demander des formules souples de travail.
  >Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué examine et répond à la demande des formules souples de travail dans un délai raisonnable en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
  Il justifie le refus ou le report de l'octroi des formules souples de travail par écrit.
  Lorsque des formules souples de travail sont octroyées, l'agent a le droit de revenir au régime de travail de départ à la fin de la période convenue. L'agent a aussi le droit de demander à revenir au régime de travail de départ avant la fin de la période convenue, dès lors qu'un changement de circonstances le justifie.
  Le directeur général, le directeur général adjoint ou leur délégué examine une demande visant à revenir plus tôt au régime de travail de départ et y répond dans un délai raisonnable, en tenant compte des besoins de l'agent et de ceux du service concerné.
  4. Les droits acquis ou en cours d'acquisition à la date du début du congé visé au paragraphe 1er sont maintenus jusqu'à la fin de ce congé.
  Ces droits, y compris les changements découlant de la législation ou de la pratique nationale ou régionale, s'appliquent à l'issue de ce congé. ".
Art. 19. In hetzelfde besluit, in Boek I, wordt de nummering van TITEL XIV. - Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging, vervangen door de volgende nummering:
  " TITEL XIII. - Het verlies van de hoedanigheid van ambtenaar en de definitieve ambtsneerlegging ".
Art. 19. Dans le même arrêté, dans le Livre I, la numérotation du TITRE XIV. - De la perte de la qualité d'agent et de la cessation définitive des fonctions, est remplacée par la numérotation suivante :
  " TITRE XIII. - De la perte de la qualité d'agent et de la cessation définitive des fonctions ".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel
CHAPITRE 3. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles
Art. 20. In artikel 14, eerste lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2020 houdende wijziging van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, worden de woorden ", en in titel XII" ingevoegd tussen de woorden "titel VII" en "van Boek I".
Art. 20. Dans l'article 14, premier alinéa de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles, les mots " , et au titre XII " sont inséré entre les mots " titre VII " et " du Livre 1er ".
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE 4. - . Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale
Art. 21. In artikel 14, eerste lid van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 oktober 2020 houdende wijziging van het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden de woorden ", en in titel XII" ingevoegd tussen de woorden "titel VII" en "van Boek I".
Art. 21. Dans l'article 14, premier alinéa de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, modifié par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 29 octobre 2020 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatif à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, les mots " , et au titre XII " sont inséré entre les mots " titre VII " et " du Livre 1er ".
TITEL 3. - Rouwverlof
TITRE 3. - Congé pour deuil
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel
CHAPITRE 1. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles
Art. 22. In artikel 2, § 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden de punten 16° tot 19° ingevoegd, luidende:
  "16° langdurige pleegzorg: pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouder of dezelfde pleegouders zal verblijven en waarbij het kind als deel uitmakend van dat gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het gezin, de pleegouder of pleegouders zijn/hun verblijfplaats heeft/hebben, is ingeschreven;
  17° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg;
  18° pleegkind: het kind waarvoor de ambtenaar of zijn echtgenote of samenwonende partner in het kader van pleegzorg is aangesteld door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming;
  19° pleegvader of-moeder: de pleegouder die in het kader van pleegzorg is aangesteld door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming.".
Art. 22. Dans l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, les points 16° à 19° sont insérés et rédigés comme suit:
  "16° placement familial de longue durée: le placement à propos duquel il est clair dès le début que l'enfant séjournera au minimum six mois au sein de la même famille d'accueil auprès du ou des mêmes parents d'accueil et dans le cadre duquel l'enfant est inscrit en tant que membre de cette famille dans le registre de la population ou dans le registre des étrangers de la commune où la famille, le parent d'accueil ou les parents d'accueil ont leur résidence ;
  17° placement familial de courte durée: toutes les formes de placement familial qui ne remplissent pas les conditions du placement familial de longue durée ;
  18° enfant placé: l'enfant pour lequel l'agent, son conjoint ou son partenaire cohabitant a été désigné dans le cadre du placement familial par le tribunal, par un service de placement agréé par la communauté compétente ou par les services communautaires compétents en matière de protection de la jeunesse ;
  19° père ou mère d'accueil: le parent d'accueil qui a été désigné dans le cadre du placement familial par le tribunal, par un service de placement agréé par la communauté compétente ou par les services communautaires compétents en matière de protection de la jeunesse.".
Art. 23. In artikel 194, eerst lid van hetzelfde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) een punt 3° /1 wordt ingevoegd, luidende: "3° /1. het verlies van een zwangerschap van een vrouwelijke ambtenaar vóór de 181e dag van de zwangerschap, op voorwaarde dat de zwangerschap vooraf schriftelijk is gemeld aan de secretaris-generaal, aan de adjunct-secretaris-generaal of aan hun afgevaardigde, en het verlies van een zwangerschap van de echtgenote of de samenwonende partner van de ambtenaar die als vader of gelijkgestelde tweede ouder is erkend vóór de 181e dag, op voorwaarde dat de zwangerschap vooraf schriftelijk is gemeld aan de secretaris-generaal, aan de adjunct-secretaris-generaal of aan hun afgevaardigde. De vrouwelijke ambtenaar verstrekt eveneens een zwangerschapsattest gelijktijdig met of na haar voormelde aangifte : 2 werkdagen ;";
  b) punt 4° wordt vervangen als volgt:
  "4° het overlijden van de echtgenoot van de ambtenaar of van de samenwonende partner van de ambtenaar ; het overlijden van het natuurlijk kind, het adoptiekind van de ambtenaar, of van diens echtgenoot, of van de samenwonende partner van de ambtenaar; het overlijden van het pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden die geplaatst was bij de ambtenaar, of diens echtgenoot, of de samenwonende partner van de ambtenaar: 10 werkdagen, waarbij drie werkdagen door de ambtenaar te kiezen tijdens de periode beginnend op de dag van het overlijden en eindigend op de dag van de begrafenis en zeven werkdagen door de ambtenaar te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Er kan van beide periodes waarin deze verlofdagen moeten opgenomen worden, afgeweken worden op vraag van de ambtenaar met instemming van de hiërarchisch meerdere;";
  c) punt 5° wordt vervangen als volgt: "5° het overlijden van de vader, adoptievader, moeder, adoptiemoeder, schoonvader, tweede echtgenoot van de moeder of adoptiemoeder, tweede echtgenote van de moeder of adoptiemoeder schoonmoede, schoonmoeder, tweede echtgenote van de vader of adoptievader, tweede echtgenoot van de vader of adoptievader, schoondochter, schoonzoon van de ambtenaar, of van diens echtgenoot, of van de samenwonende partner van de ambtenaar : 10 werkdagen, waarbij drie werkdagen door de ambtenaar te kiezen tijdens de periode beginnend op de dag van het overlijden en eindigend op de dag van de begrafenis en zeven werkdagen door de ambtenaar te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Er kan van beide periodes waarin deze verlofdagen moeten opgenomen worden, afgeweken worden op vraag van de ambtenaar met instemming van de hiërarchisch meerdere; ";
  d) een punt 5° /1 wordt ingevoegd, luidende: "5° /1. het overlijden van de pleegvader, pleegmoeder, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder bij wie de ambtenaar, of zijn echtgenoot, of de samenwonende partner van de ambtenaar die geplaatst was in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden; 10 werkdagen, waarbij drie werkdagen door de ambtenaar te kiezen tijdens de periode beginnend op de dag van het overlijden en eindigend op de dag van de begrafenis en zeven werkdagen door de ambtenaar te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Er kan van beide periodes waarin deze verlofdagen moeten opgenomen worden, afgeweken worden op vraag van de ambtenaar met instemming van de hiërarchisch meerdere;";
  e) in punt 7° worden de woorden "of aanverwant" ingevoegd tussen de woorden "het overlijden van een bloedverwant" en "in om het even welke graad hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot of van de samenwonende partner van de ambtenaar, onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar: 2 werkdagen";
  f) in punt 8° worden de woorden "of aanverwant" ingevoegd tussen de woorden "het overlijden van een bloedverwant" en "in de tweede graad, hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot of van de samenwonende partner van de ambtenaar maar niet onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar: 2 werkdagen;";
  g) in punt 9° worden de woorden "of aanverwant" ingevoegd tussen de woorden "het overlijden van een bloedverwant" en "in de derde graad, hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot of van de samenwonende partner van de ambtenaar maar niet onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar: 1 werkdag.";
  h) in punt 9° wordt "." vervangen als volgt: ";";
  i) een punt 10° wordt ingevoegd, luidende:
  "10°. Het overlijden van een pleegkind of van de pleegmoeder, pleegvader, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot, hetzij van de samenwonende partner van de ambtenaar in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden: 1 werkdag.".
Art. 23. A l'article 194, alinéa 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, les modifications suivantes sont apportées :
  a) il est inséré un point 3° /1 rédigé comme suit : "3° /1. la perte d'une grossesse de l'agent féminin se produisant avant le 181e jour de gestation à condition que la grossesse ait été préalablement déclarée par écrit au secrétaire général, au secrétaire général adjoint ou à leur délégué et la perte de grossesse de la conjointe ou de la personne avec laquelle vit en couple l'agent reconnu comme père ou second parent équivalent se produisant avant le 181e jour de gestation, à condition que la grossesse ait été préalablement déclarée par écrit au secrétaire général, au secrétaire général adjoint ou à leur délégué. L'agent féminin fournit également une attestation de grossesse concomitamment ou ultérieurement à sa déclaration précitée: 2 jours ouvrables ; ;
  b) le point 4° est remplacé par ce qui suit :
  " 4° le décès du conjoint de l'agent ou de la personne avec laquelle l'agent vivait en couple, le décès de l'enfant naturel, de l'enfant adoptif de l'agent, de son conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, le décès de l'enfant qui était, au moment du décès ou dans le passé, placé dans le cadre d'un placement familial de longue durée chez l'agent, chez son conjoint ou chez la personne avec laquelle l'agent vit en couple : 10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période débutant le jour du décès et s'achevant le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord de son supérieur hiérarchique, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; " ;
  c) le point 5° est remplacé par ce qui suit : " 5° le décès du père, du père adoptif, de la mère, de la mère adoptive, du beau-père, du second mari de la mère ou de la mère adoptive, de la seconde femme de la mère ou de la mère adoptive, de la belle-mère, de la seconde femme du père ou du père adoptif, du second mari du père ou du père adoptif, de la belle-fille, du beau-fils de l'agent, de son conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple : 10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période débutant le jour du décès et s'achevant le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord de son supérieur hiérarchique, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; " ;
  d) il est inséré un point 5° /1 rédigé comme suit : " 5° /1. le décès du père d'accueil, de la mère d'accueil, du beau-père d'accueil, de la belle-mère d'accueil auprès desquels l'agent, son conjoint ou la personne avec laquelle l'agent vit en couple était placé dans le cadre d'un placement familial de longue durée au moment du décès ou dans le passé :10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période débutant le jour du décès et s'achevant le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord de son supérieur hiérarchique, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; " ;
  e) au point 7°, les mots " ou allié " sont insérés entre les mots " le décès d'un parent " et " , à quelque degré que ce soit, soit de l'agent, soit du conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, habitant sous le même toit que l'agent : 2 jours ouvrables ; " ;
  f) au point 8°, les mots " ou allié " sont insérés entre les mots " le décès d'un parent " et " au deuxième degré, soit de l'agent, soit du conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, n'habitant pas sous le même toit que l'agent : 2 jours ouvrables ; " ;
  g) au point 9°, les mots " ou allié " sont insérés entre les mots " le décès d'un parent " et " au troisième degré, soit de l'agent, soit du conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, n'habitant pas sous le même toit que l'agent : 1 jour ouvrable. " ;
  h) au point 9°, le " . " est remplacé par " ; " ;
  i) il est inséré un point10° rédigé comme suit :
  "10° le décès d'un enfant placé ou de la mère d'accueil, du père d'accueil, du beau-père d'accueil ou de la belle-mère d'accueil de l'agent ou de son conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple dans le cadre d'un placement familial de courte durée au moment du décès ou dans le passé : un jour ouvrable. ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen aan het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest
CHAPITRE 2. - Modifications à l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale
Art. 24. In artikel 2, § 1, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden de punten 17° tot 20° ingevoegd, luidende:
  "17° langdurige pleegzorg: pleegzorg waarvan bij aanvang duidelijk is dat het kind voor minstens zes maanden in hetzelfde pleeggezin bij dezelfde pleegouder of dezelfde pleegouders zal verblijven en waarbij het kind als deel uitmakend van dat gezin in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister van de gemeente waar het gezin, de pleegouder of pleegouders zijn/hun verblijfplaats heeft/hebben, is ingeschreven;
  18° kortdurende pleegzorg: alle vormen van pleegzorg die niet voldoen aan de voorwaarden van langdurige pleegzorg;
  19° pleegkind: het kind waarvoor de ambtenaar of zijn echtgenote of samenwonende partner in het kader van pleegzorg is aangesteld door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming;
  20° pleegvader of-moeder: de pleegouder die in het kader van pleegzorg is aangesteld door de rechtbank, door een door de bevoegde gemeenschap erkende dienst voor pleegzorg, of door de bevoegde gemeenschapsdiensten inzake jeugdbescherming.".
Art. 24. Dans l'article 2, § 1er, de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, les points 17° à 20° sont insérés et rédigés comme suit :
  "17° placement familial de longue durée : le placement à propos duquel il est clair dès le début que l'enfant séjournera au minimum six mois au sein de la même famille d'accueil auprès du ou des mêmes parents d'accueil et dans le cadre duquel l'enfant est inscrit en tant que membre de cette famille dans le registre de la population ou dans le registre des étrangers de la commune où la famille, le parent d'accueil ou les parents d'accueil ont leur résidence ;
  18° placement familial de courte durée : toutes les formes de placement familial qui ne remplissent pas les conditions du placement familial de longue durée ;
  19° enfant placé : l'enfant pour lequel l'agent, son conjoint ou son partenaire cohabitant a été désigné dans le cadre du placement familial par le tribunal, par un service de placement agréé par la communauté compétente ou par les services communautaires compétents en matière de protection de la jeunesse ;
  20° père ou mère d'accueil : le parent d'accueil qui a été désigné dans le cadre du placement familial par le tribunal, par un service de placement agréé par la communauté compétente ou par les services communautaires compétents en matière de protection de la jeunesse.".
Art. 25. In artikel 187, eerste lid, van hetzefde besluit, laatst gewijzigd bij het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van de ambtenaren van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) een punt 3° /1 wordt ingevoegd luidende: "3° /1. het verlies van een zwangerschap van een vrouwelijke ambtenaar vóór de 181e dag van de zwangerschap, op voorwaarde dat de zwangerschap vooraf schriftelijk is gemeld aan de directeur-generaal, aan de adjunct-directeur-generaal of aan hun afgevaardigde, en het verlies van een zwangerschap van de echtgenote of de samenwonende partner van de ambtenaar die als vader of gelijkgestelde tweede ouder is erkend vóór de 181e dag, op voorwaarde dat de zwangerschap vooraf schriftelijk is gemeld aan de directeur-generaal, aan de adjunct-directeur-generaal of aan hun afgevaardigde. De vrouwelijke ambtenaar verstrekt eveneens een zwangerschapsattest gelijktijdig met of na haar voormelde aangifte: 2 werkdagen ;";
  b) punt 4° wordt vervangen als volgt: "het overlijden van de echtgenoot van de ambtenaar of van de samenwonende partner van de ambtenaar ; het overlijden van het natuurlijk kind, het adoptiekind van de ambtenaar, of van diens echtgenoot, of van de samenwonende partner van de ambtenaar; het overlijden van het pleegkind in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden die geplaatst was bij de ambtenaar, of diens echtgenoot, of de samenwonende partner van de ambtenaar: 10 werkdagen, waarbij drie werkdagen door de ambtenaar te kiezen tijdens de periode beginnend op de dag van het overlijden en eindigend op de dag van de begrafenis en zeven werkdagen door de ambtenaar te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Er kan van beide periodes waarin deze verlofdagen moeten opgenomen worden, afgeweken worden op vraag van de ambtenaar met instemming van de hiërarchisch meerdere ;";
  c) punt 5° wordt vervangen als volgt: "5° het overlijden van de vader, adoptievader, moeder, adoptiemoeder, schoonvader, tweede echtgenoot van de moeder of adoptiemoeder, tweede echtgenote van de moeder of adoptiemoeder schoonmoeder, tweede echtgenote van de vader of adoptievader, tweede echtgenoot van de vader of adoptievader, schoondochter, schoonzoon van de ambtenaar, of van diens echtgenoot, of van de samenwonende partner van de ambtenaar : 10 werkdagen, waarbij drie werkdagen door de ambtenaar te kiezen tijdens de periode beginnend op de dag van het overlijden en eindigend op de dag van de begrafenis en zeven werkdagen door de ambtenaar te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Er kan van beide periodes waarin deze verlofdagen moeten opgenomen worden, afgeweken worden op vraag van de ambtenaar met instemming van de hiërarchisch meerdere ;";
  d) een punt 5° /1 wordt ingevoegd luidende: "5° /1. het overlijden van de pleegvader, pleegmoeder, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder bij wie de ambtenaar, of zijn echtgenoot, of de samenwonende partner van de ambtenaar die geplaatst was in het kader van langdurige pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden; 10 werkdagen, waarbij drie werkdagen door de ambtenaar te kiezen tijdens de periode beginnend op de dag van het overlijden en eindigend op de dag van de begrafenis en zeven werkdagen door de ambtenaar te kiezen binnen het jaar na de dag van het overlijden. Er kan van beide periodes waarin deze verlofdagen moeten opgenomen worden, afgeweken worden op vraag van de ambtenaar met instemming van de hiërarchisch meerdere ;";
  e) in punt 7° worden de woorden "of aanverwant" ingevoegd tussen de woorden "het overlijden van een bloedverwant" en "in om het even welke graad hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot of van de samenwonende partner van de ambtenaar, onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar: 2 werkdagen ;";
  f) in punt 8° worden de woorden "of aanverwant" ingevoegd tussen de woorden "het overlijden van een bloedverwant" en "in de tweede graad, hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot of van de samenwonende partner van de ambtenaar maar niet onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar: 2 werkdagen ; ";
  g) in punt 9° worden de woorden "of aanverwant" ingevoegd tussen de woorden "het overlijden van een bloedverwant" en "in de derde graad, hetzij van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot of van de samenwonende partner van de ambtenaar maar niet onder hetzelfde dak wonend als de ambtenaar: 1 werkdag."
  h) in punt 9° wordt "." vervangen als volgt: ";";
  i) een punt 10° wordt ingevoegd, luidende: "10°. het overlijden van een pleegkind of van de pleegmoeder, pleegvader, stiefpleegvader of stiefpleegmoeder van de ambtenaar, hetzij van de echtgenoot, hetzij van de samenwonende partner van de ambtenaar in het kader van kortdurende pleegzorg op het moment van het overlijden of in het verleden: 1 werkdag.".
Art. 25. A l'article 187, alinéa 1er, du même arrêté, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 9 février 2023 portant modification de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des services publics régionaux de Bruxelles et de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 portant le statut administratif et pécuniaire des agents des organismes d'intérêt public de la Région Bruxelles-Capitale, les modifications suivantes sont apportées :
  a) il est inséré un point 3° /1 rédigé comme suit : "3° /1. la perte d'une grossesse de l'agent féminin se produisant avant le 181e jour de gestation à condition que la grossesse ait été préalablement déclarée par écrit au directeur général, au directeur général adjoint ou à leur délégué et la perte de grossesse de la conjointe ou de la personne avec laquelle vit en couple l'agent reconnu comme père ou second parent équivalent se produisant avant le 181e jour de gestation, à condition que la grossesse ait été préalablement déclarée par écrit au directeur général, au directeur général adjoint ou à leur délégué. L'agent féminin fournit également une attestation de grossesse concomitamment ou ultérieurement à sa déclaration précitée : 2 jours ouvrables ; ;
  b) le point 4° est remplacé par ce qui suit : "4° le décès du conjoint de l'agent ou de la personne avec laquelle l'agent vivait en couple, le décès de l'enfant naturel, de l'enfant adoptif de l'agent, de son conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, le décès de l'enfant qui était, au moment du décès ou dans le passé, placé dans le cadre d'un placement familial de longue durée chez l'agent, chez son conjoint ou chez la personne avec laquelle l'agent vit en couple: 10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période débutant le jour du décès et s'achevant le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord de son supérieur hiérarchique, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; ;
  c) le point 5° est remplacé par ce qui suit : " 5° le décès du père, du père adoptif, de la mère, de la mère adoptive, du beau-père, du second mari de la mère ou de la mère adoptive, de la seconde femme de la mère ou de la mère adoptive, de la belle-mère, de la seconde femme du père ou du père adoptif, du second mari du père ou du père adoptif, de la belle-fille, du beau-fils de l'agent, de son conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple : 10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période débutant le jour du décès et s'achevant le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord de son supérieur hiérarchique, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; " ;
  d) il est inséré un point 5° /1 rédigé comme suit : "5° /1. le décès du père d'accueil, de la mère d'accueil, du beau-père d'accueil, de la belle-mère d'accueil auprès desquels l'agent, son conjoint ou la personne avec laquelle l'agent vit en couple était placé dans le cadre d'un placement familial de longue durée au moment du décès ou dans le passé :10 jours ouvrables, dont trois jours ouvrables à choisir par l'agent pendant la période débutant le jour du décès et s'achevant le jour des funérailles et sept jours ouvrables à choisir par l'agent dans l'année qui suit le jour du décès. Il peut être dérogé, à la demande de l'agent et moyennant l'accord de son supérieur hiérarchique, aux deux périodes au cours desquelles ces jours de congé doivent être pris ; ;
  e) au point 7°, les mots " ou allié " sont insérés entre les mots " le décès d'un parent " et " , à quelque degré que ce soit, soit de l'agent, soit du conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, habitant sous le même toit que l'agent : 2 jours ouvrables ; " ;
  f) au point 8°, les mots " ou allié " sont insérés entre les mots " le décès d'un parent " et " au deuxième degré, soit de l'agent, soit du conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, n'habitant pas sous le même toit que l'agent : 2 jours ouvrables ; " ;
  g) au point 9°, les mots " ou allié " sont insérés entre les mots " le décès d'un parent " et " au troisième degré, soit de l'agent, soit du conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple, n'habitant pas sous le même toit que l'agent : 1 jour ouvrable . " ;
  h) au point 9°, le " . " est remplacé par " ; " ;
  i) il est inséré un point 10° rédigé comme suit : " 10°. le décès d'un enfant placé ou de la mère d'accueil, du père d'accueil, du beau-père d'accueil ou de la belle-mère d'accueil de l'agent ou de son conjoint ou de la personne avec laquelle l'agent vit en couple dans le cadre d'un placement familial de courte durée au moment du décès ou dans le passé : un jour ouvrable. ".
TITEL 4. - Slotbepalingen
TITRE 4. - Dispositions finales
Art. 26. Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de maand na afloop van een termijn van tien dagen te rekenen van de dag volgend op de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Art. 26. Le présent arrêté entre en vigueur le premier jour du mois suivant l'expiration d'une période de dix jours à compter du jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 27. De minister bevoegd voor het openbaar ambt is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 27. Le ministre qui a la fonction publique dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.