Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 FEBRUARI 2024. - Burgerlijk Wetboek, boek 6 "Buitencontractuele aansprakelijkheid"
Titre
27 FEVRIER 2024. - Code civil, livre 6 " La responsabilité extracontractuelle " du Code civil
Documentinformatie
Info du document
Tekst (78)
Texte (78)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Afdeling 1. - Algemene bepaling
Section 1re. - Disposition générale
Art. 6.1. Aanvullend recht
De bepalingen van dit boek zijn van aanvullend recht tenzij uit de tekst of de draagwijdte ervan blijkt dat ze geheel of gedeeltelijk een karakter van dwingend recht of van openbare orde hebben.
Art. 6.1. Droit supplétif
Les dispositions du présent livre sont supplétives, à moins qu'il ne résulte de leur texte ou de leur portée qu'elles présentent, en tout ou en partie, un caractÚre impératif ou d'ordre public.
Afdeling 2. - Samenloop
Section 2. - Concours
Art. 6.2. Niet-exclusieve werking
Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, belet de toepassing van een bepaling van dit boek niet de toepassing van andere bepalingen van dit boek, van andere delen van dit Wetboek of van andere wetten.
Art. 6.2. Application non exclusive
Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, l'application d'une disposition du prĂ©sent livre n'empĂȘche pas l'application d'autres dispositions du prĂ©sent livre, d'autres parties du prĂ©sent Code ou d'autres lois.
Art. 6.3. Buitencontractuele en contractuele aansprakelijkheid
§ 1. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, zijn de wettelijke bepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen medecontractanten.
Indien de benadeelde echter op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vordert van zijn medecontractant, kan deze medecontractant de verweermiddelen inroepen die voortvloeien uit zijn contract met de benadeelde, uit de wetgeving inzake bijzondere contracten en uit de bijzondere verjaringsregels van toepassing op het contract. Dit is niet het geval bij vorderingen tot schadeloosstelling voor schade als gevolg van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit of van een fout begaan met het opzet schade te veroorzaken.
§ 2. Tenzij de wet of het contract anders bepaalt, zijn de wetsbepalingen inzake buitencontractuele aansprakelijkheid van toepassing tussen de benadeelde en de hulppersoon van zijn medecontractanten.
Indien de benadeelde echter op grond van de buitencontractuele aansprakelijkheid schadeloosstelling voor schade veroorzaakt door de niet-nakoming van een contractuele verbintenis vordert van een hulppersoon van zijn medecontractant, kan deze laatste dezelfde verweermiddelen inroepen als zijn opdrachtgever op grond van paragraaf 1 kan inroepen met betrekking tot de verbintenissen aan de uitvoering waarvan de hulppersoon meewerkt.
De hulppersoon kan eveneens de verweermiddelen inroepen die hij zelf in dit verband tegen zijn medecontractant kan inroepen op grond van paragraaf 1.
Art. 6.3. Responsabilité contractuelle et extracontractuelle
§ 1er. Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, les dispositions légales en matiÚre de responsabilité extracontractuelle sont applicables entre cocontractants.
Toutefois, si, sur le fondement de la responsabilité extracontractuelle, la personne lésée demande à son cocontractant la réparation d'un dommage causé par l'inexécution d'une obligation contractuelle, ce cocontractant peut invoquer les moyens de défense découlant du contrat qu'il a conclu avec la partie lésée, de la législation en matiÚre de contrats spéciaux et des rÚgles particuliÚres de prescription applicables au contrat. Tel n'est pas le cas pour les actions en réparation d'un dommage résultant d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique ou d'une faute commise avec l'intention de causer un dommage.
§ 2. Sauf si la loi ou le contrat en dispose autrement, les dispositions légales en matiÚre de responsabilité extracontractuelle sont applicables entre la personne lésée et l'auxiliaire de ses cocontractants.
Toutefois, si, sur le fondement de la responsabilitĂ© extracontractuelle, la personne lĂ©sĂ©e demande Ă  l'auxiliaire de son cocontractant la rĂ©paration d'un dommage causĂ© par l'inexĂ©cution d'une obligation contractuelle, ce dernier peut invoquer les mĂȘmes moyens de dĂ©fense que son donneur d'ordre peut invoquer sur la base du paragraphe 1er et qui concernent l'exĂ©cution des obligations auxquelles l'auxiliaire collabore.
L'auxiliaire peut Ă©galement invoquer les moyens de dĂ©fense qu'il peut lui-mĂȘme invoquer contre son cocontractant sur la base du paragraphe 1er.
Afdeling 3. - Rechtspersonen
Section 3. - Personnes morales
Art. 6.4. Gelijke behandeling van rechtspersonen en natuurlijke personen
Tenzij de wet anders bepaalt, zijn de bepalingen van dit boek van toepassing op zowel private en publieke rechtspersonen als natuurlijke personen.
Art. 6.4. Egalité de traitement des personnes morales et physiques
Sauf si la loi en dispose autrement, les dispositions du présent livre s'appliquent tant aux personnes morales, privées et publiques, qu'aux personnes physiques.
HOOFDSTUK 2. - Feiten die tot aansprakelijkheid leiden
CHAPITRE 2. - Faits générateurs de responsabilité
Afdeling 1. - Aansprakelijkheid voor eigen daad
Section 1re. - Responsabilité du fait personnel
Onderafdeling 1. - Fout
Sous-section 1re. - Faute
Art. 6.5. Beginsel
Eenieder is aansprakelijk voor de schade die hij door zijn fout aan een ander veroorzaakt.
Art. 6.5. Principe
Toute personne est responsable du dommage qu'elle cause Ă  autrui par sa faute.
Art. 6.6. Definitie
§ 1. De fout bestaat uit de schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag oplegt of verbiedt of van de algemene zorgvuldigheidsnorm die geldt in het maatschappelijk verkeer.
§ 2. De algemene zorgvuldigheidsnorm vereist een gedrag dat overeenkomt met dat van een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst.
Bij de toepassing ervan kan onder meer rekening gehouden worden met:
1° de redelijkerwijze voorzienbare gevolgen van het gedrag;
2° de evenredigheid van het risico dat de schade zich voordoet, haar aard en haar omvang ten opzichte van de inspanningen en maatregelen nodig om haar te vermijden;
3° de stand van de techniek en van de wetenschappelijke kennis;
4° de eisen van goed vakmanschap en goede beroepspraktijken;
5° de beginselen van goed bestuur en goede organisatie.
Art. 6.6. Définition
§ 1er. La faute consiste dans un manquement Ă  une rĂšgle lĂ©gale imposant ou interdisant un comportement dĂ©terminĂ© ou Ă  la norme gĂ©nĂ©rale de prudence qui doit ĂȘtre respectĂ©e dans les rapports sociaux.
§ 2. La norme gĂ©nĂ©rale de prudence impose d'adopter un comportement conforme Ă  celui qu'aurait adoptĂ© une personne prudente et raisonnable placĂ©e dans les mĂȘmes circonstances.
A cet effet, peuvent notamment ĂȘtre pris en considĂ©ration:
1° les conséquences raisonnablement prévisibles du comportement;
2° la proportionnalité entre le risque de survenance du dommage, sa nature et son étendue, et les efforts et mesures nécessaires pour l'éviter;
3° l'état des techniques et des connaissances scientifiques;
4° les rÚgles de l'art et les bonnes pratiques professionnelles;
5° les principes de bonne administration et de bonne organisation.
Onderafdeling 2. - Gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid voor fout
Sous-section 2. - Causes d'exclusion de la responsabilité pour faute
Art. 6.7. Overmacht
Er is overmacht wanneer het onmogelijk is de toepasselijke gedragsregel na te leven.
De persoon die zich in de onmogelijkheid bevindt de toepasselijke gedragsregel na te leven is niet aansprakelijk op grond van artikel 6.5, tenzij deze onmogelijkheid te wijten is aan zijn fout.
Bij de beoordeling van deze onmogelijkheid wordt rekening gehouden met het onvoorzienbare of onvermijdbare karakter van het feit dat de naleving van de regel verhindert.
Art. 6.7. Force majeure
Il y a force majeure lorsqu'il est impossible de respecter la rĂšgle de conduite applicable.
La personne qui se trouve dans l'impossibilité de respecter la rÚgle de conduite applicable n'est pas responsable sur la base de l'article 6.5, à moins que l'impossibilité ne résulte de sa propre faute.
Dans l'apprĂ©ciation de cette impossibilitĂ©, il est tenu compte du caractĂšre imprĂ©visible ou inĂ©vitable du fait qui empĂȘche le respect de cette rĂšgle.
Art. 6.8. Andere gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid voor fout
De persoon die de toepasselijke gedragsregel niet naleeft, is niet aansprakelijk op grond van artikel 6.5:
1° wanneer hij een onoverwinnelijke dwaling begaat, in feite of in rechte;
2° wanneer hij ingevolge fysieke of psychische dwang onmogelijk de in de wet bepaalde gedragsregels kan naleven;
3° wanneer een noodtoestand hem ertoe brengt een belang te vrijwaren dat aan een ernstig en dreigend gevaar is blootgesteld en waarvan de waarde hoger is dan het belang dat hij prijsgeeft;
4° wanneer hij handelt op grond van een bevel van de wet of van de overheid, tenzij dit bevel klaarblijkelijk onwettig is;
5° wanneer hij handelt uit wettige verdediging doordat een verweer noodzakelijk is ingevolge een onrechtmatige aantasting van zijn fysieke integriteit of een acute dreiging hiervan en dit verweer proportioneel is aan deze aantasting of dreiging;
6° wanneer de benadeelde geldig heeft toegestemd in de aantasting van belangen waarover deze kon beschikken.
Art. 6.8. Autres causes d'exclusion de la responsabilité pour faute
La personne qui viole la rĂšgle de conduite applicable n'est pas responsable sur la base de l'article 6.5:
1° lorsqu'elle commet une erreur invincible, de fait ou de droit;
2° lorsqu'en raison d'une contrainte physique ou psychique, elle n'est pas en mesure de respecter les rÚgles de conduite prévues par la loi;
3° lorsqu'un Ă©tat de nĂ©cessitĂ© la conduit Ă  sauvegarder un intĂ©rĂȘt qui est exposĂ© Ă  un pĂ©ril grave et imminent et dont la valeur est supĂ©rieure Ă  l'intĂ©rĂȘt qu'elle sacrifie;
4° lorsqu'elle agit sur la base d'un ordre résultant de la loi ou d'un ordre de l'autorité, sauf si cet ordre est manifestement illégal;
5° lorsqu'elle agit en état de légitime défense parce qu'elle est obligée de réagir en raison de l'atteinte injustifiée à son intégrité physique ou d'une menace sérieuse d'une telle atteinte et que cette défense est proportionnée à cette atteinte ou menace;
6° lorsque la personne lĂ©sĂ©e a valablement consenti Ă  ce que l'on porte atteinte Ă  des intĂ©rĂȘts dont celle-ci pouvait disposer.
Onderafdeling 3. - Aansprakelijkheid van minderjarigen en geestesgestoorden
Sous-section 3. - Responsabilité des mineurs et des personnes atteintes d'un trouble mental
Art. 6.9. Minderjarigen van minder dan twaalf jaar
De minderjarige van minder dan twaalf jaar is niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
Art. 6.9. Mineurs de moins de douze ans
Le mineur de moins de douze ans n'est pas responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Art. 6.10. Minderjarigen van twaalf jaar of meer
De minderjarige van twaalf jaar of meer is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat de minderjarige geen schadeloosstelling verschuldigd is of de door hem verschuldigde schadeloosstelling beperken. Hij doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdend met de omstandigheden en met de economische en financiële toestand van de partijen.
Wanneer de aansprakelijkheid van de minderjarige gedekt is door een verzekeringsovereenkomst, kan de rechter niet oordelen dat geen schadeloosstelling verschuldigd is, noch deze beperken tot een bedrag dat lager is dan dat waarvoor deze verzekeringsovereenkomst dekking verleent.
Art. 6.10. Mineurs de douze ans ou plus
Le mineur de douze ans ou plus est responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le juge peut néanmoins décider que le mineur ne doit aucune réparation ou limiter cette réparation. Il statue selon l'équité, en tenant compte des circonstances et de la situation économique et financiÚre des parties.
Lorsque la responsabilité du mineur est couverte par un contrat d'assurance, le juge ne peut pas décider qu'aucune indemnité n'est due, ni limiter l'indemnité à un montant inférieur à celui pour lequel ce contrat d'assurance accorde une couverture.
Art. 6.11. Personen met een geestesstoornis
De persoon die lijdt aan een geestesstoornis die zijn oordeelsvermogen of de controle over zijn daden tenietdoet of ernstig aantast, is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechter kan echter oordelen dat die persoon geen schadeloosstelling verschuldigd is of deze beperken op de wijze bepaald in artikel 6.10, tweede lid, rekening houdend met artikel 6.10, derde lid.
Art. 6.11. Personnes atteintes d'un trouble mental
La personne atteinte d'un trouble mental qui abolit ou altÚre gravement sa capacité de discernement ou le contrÎle de ses actes est responsable du dommage causé par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Le juge peut néanmoins décider qu'aucune indemnité n'est due par cette personne ou limiter le montant de l'indemnité de la façon prévue à l'article 6.10, alinéa 2, compte tenu de l'article 6.10, alinéa 3.
Afdeling 2. - Aansprakelijkheid voor andermans daad
Section 2. - Responsabilité du fait d'autrui
Art. 6.12. Aansprakelijkheid van titularissen van het gezag over de persoon van minderjarigen
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van minder dan zestien jaar, zijn foutloos aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden.
Ouders, adoptanten, voogden en pleegzorgers, voor zover zij het gezag hebben over de persoon van een minderjarige van zestien jaar of meer, zijn aansprakelijk voor de schade die deze laatste door zijn fout of door een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaakt aan derden. Zij zijn niet aansprakelijk indien zij aantonen dat de schade niet te wijten is aan een fout van hun kant.
Art. 6.12. Responsabilité des titulaires de l'autorité sur la personne des mineurs
Les parents, adoptants, tuteurs et accueillants familiaux, pour autant qu'ils disposent de l'autorité sur la personne d'un mineur de moins de seize ans, sont responsables sans faute du dommage causé à des tiers par celui-ci par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité.
Les parents, adoptants, tuteurs et accueillants familiaux, pour autant qu'ils disposent de l'autorité sur la personne d'un mineur de seize ans ou plus, sont responsables du dommage causé à des tiers par celui-ci par sa faute ou par un autre fait générateur de responsabilité. Ils ne sont pas responsables s'ils démontrent que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de leur part.
Art. 6.13. Aansprakelijkheid van personen belast met het toezicht op anderen
De persoon die op grond van een wettelijke of reglementaire bepaling, een gerechtelijke of administratieve beslissing of een contract ermee belast is op globale en duurzame wijze de levenswijze van andere personen te organiseren en te controleren, is aansprakelijk voor de schade die deze laatsten door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder zijn toezicht staan. Hij is niet aansprakelijk indien hij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van zijn kant.
Een onderwijsinstelling is aansprakelijk voor de schade die haar leerlingen door hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit veroorzaken aan derden terwijl zij onder haar toezicht staan. Zij is niet aansprakelijk indien zij aantoont dat de schade niet te wijten is aan een fout in het toezicht van haar kant.
Art. 6.13. Responsabilité des personnes chargées de la surveillance d'autrui
La personne qui est chargée, sur la base d'une disposition légale ou réglementaire, d'une décision judiciaire ou administrative ou d'un contrat, d'organiser et de contrÎler de maniÚre globale et durable le mode de vie d'autres personnes est responsable du dommage que celles-ci ont causé à des tiers par leur faute ou un autre fait générateur de responsabilité, pendant qu'elles sont sous sa surveillance. Elle n'est pas responsable si elle démontre que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de surveillance de sa part.
Un établissement d'enseignement est responsable du dommage causé à des tiers par ses élÚves par leur faute ou un autre fait générateur de responsabilité pendant qu'ils sont sous sa surveillance. Il n'est pas responsable s'il démontre que le dommage ne trouve pas sa cause dans une faute de surveillance de sa part.
Art. 6.14. Aansprakelijkheid van de aansteller
§ 1. De aansteller is foutloos aansprakelijk voor de schade door zijn aangestelde aan derden veroorzaakt tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van zijn functie, als gevolg van zijn fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De aansteller is de persoon die voor eigen rekening in feite gezag over en toezicht op het gedrag van een ander kan uitoefenen.
§ 2. De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn personeelsleden aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit, ook wanneer de toestand van deze personeelsleden statutair is geregeld of zij gehandeld hebben in de uitoefening van de openbare macht.
Art. 6.14. Responsabilité du commettant
§ 1er. Le commettant est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par son préposé pendant et à l'occasion de l'exercice de sa fonction, résultant de sa faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
Le commettant est la personne qui, en fait, peut exercer pour son propre compte une autorité et une surveillance sur les actes d'une autre personne.
§ 2. La personne morale de droit public est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par les membres de son personnel pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité, et ce aussi bien lorsque la situation de ces membres du personnel est réglée statutairement que lorsqu'ils ont agi dans l'exercice de la puissance publique.
Art. 6.15. Aansprakelijkheid van rechtspersonen voor hun bestuursorganen
en de leden ervan
De rechtspersoon van privaat recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn bestuursorganen of door de leden, in rechte of in feite, van die organen aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
De rechtspersoon van publiek recht is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door zijn organen of de leden van zijn organen die geen deel uitmaken van zijn personeel aan derden tijdens en naar aanleiding van de uitoefening van hun functie, als gevolg van hun fout of een ander tot aansprakelijkheid leidend feit.
Art. 6.15. Responsabilité des personnes morales pour les organes de gestion et pour les membres de ceux-ci
La personne morale de droit privé est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par ses organes de gestion ou par les membres, de droit ou de fait, de ces organes, pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
La personne morale de droit public est responsable sans faute du dommage causé à des tiers par ses organes ou les membres de ses organes qui ne font pas partie de son personnel pendant et à l'occasion de l'exercice de leurs fonctions, résultant de leur faute ou d'un autre fait générateur de responsabilité.
Afdeling 3. - Aansprakelijkheid voor zaken en dieren
Section 3. - Responsabilité du fait des choses corporelles et des animaux
Art. 6.16. Aansprakelijkheid voor gebrekkige zaken
De bewaarder van een zaak is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek van die zaak.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over de zaak. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van de zaak te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
Een zaak is gebrekkig wanneer zij door een van haar kenmerken niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten in de gegeven omstandigheden.
Art. 6.16. Responsabilité pour les choses corporelles affectées d'un vice
Le gardien d'une chose corporelle est responsable sans faute du dommage causé par un vice de cette chose.
Le gardien est la personne qui dispose d'un pouvoir de direction et de contrÎle non subordonné sur cette chose corporelle. Le propriétaire est présumé gardien de la chose, à moins qu'il ne prouve qu'une autre personne en exerce la garde.
Une chose corporelle est affectée d'un vice lorsque, en raison d'une de ses caractéristiques, elle n'offre pas la sécurité à laquelle on peut légitimement s'attendre dans les circonstances données.
Art. 6.17. Aansprakelijkheid voor dieren
De bewaarder van een dier is foutloos aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dit dier.
De bewaarder is de persoon die de niet-ondergeschikte macht van leiding en controle heeft over het dier. De eigenaar wordt vermoed bewaarder van het dier te zijn, tenzij hij bewijst dat de bewaring bij een ander berust.
Art. 6.17. Responsabilité pour les animaux
Le gardien d'un animal est responsable sans faute du dommage causé par cet animal.
Le gardien est la personne qui dispose d'un pouvoir de direction et de contrÎle non subordonné sur l'animal. Le propriétaire est présumé gardien de l'animal, à moins qu'il ne prouve qu'une autre personne en exerce la garde.
HOOFDSTUK 3. - Oorzakelijk verband
CHAPITRE 3. - Lien de causalité
Afdeling 1. - Basisregels
Section 1re. - RĂšgles de base
Art. 6.18. Noodzakelijke voorwaarde
§ 1. Een tot aansprakelijkheid leidend feit is oorzaak van de schade indien het een noodzakelijke voorwaarde is voor deze laatste. Een feit is een noodzakelijke voorwaarde voor de schade indien de schade zich zonder dit feit, in de concrete omstandigheden die bestonden ten tijde van het schadegeval, niet zou hebben voorgedaan zoals deze zich heeft voorgedaan.
Indien een tot aansprakelijkheid leidend feit geen noodzakelijke voorwaarde is voor de schade om de enkele reden dat een of meer andere gelijktijdige feiten, afzonderlijk of samen, een voldoende voorwaarde zijn voor de schade, is het niettemin ook een oorzaak.
§ 2. Er is evenwel geen aansprakelijkheid indien het verband tussen het tot aansprakelijkheid leidende feit en de schade dermate verwijderd is dat het kennelijk onredelijk zou zijn de schade toe te rekenen aan de persoon die wordt aangesproken. Bij deze beoordeling wordt in het bijzonder rekening gehouden met het onwaarschijnlijke karakter van de schade in het licht van de normale gevolgen van het tot aansprakelijkheid leidende feit en met de omstandigheid dat dit feit niet op betekenisvolle wijze heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
Art. 6.18. Condition nécessaire
§ 1er. Un fait générateur de responsabilité est la cause d'un dommage s'il est une condition nécessaire de ce dernier. Un fait est une condition nécessaire du dommage si, sans ce fait, le dommage ne se serait pas produit tel qu'il s'est produit dans les circonstances concrÚtes présentes lors de l'événement dommageable.
Si un fait gĂ©nĂ©rateur de responsabilitĂ© n'est pas une condition nĂ©cessaire du dommage pour la seule raison qu'un ou plusieurs autres faits simultanĂ©s, ensemble ou sĂ©parĂ©ment, sont une condition suffisante de ce mĂȘme dommage, il constitue nĂ©anmoins une cause de celui-ci.
§ 2. Toutefois, il n'y a pas de responsabilité si le lien entre le fait générateur de responsabilité et le dommage est à ce point distendu qu'il serait manifestement déraisonnable d'imputer ce dommage à la personne dont la responsabilité est invoquée. Dans cette appréciation, il est tenu compte, en particulier, du caractÚre improbable du dommage au regard des conséquences normales du fait générateur de responsabilité et de la circonstance que ce fait n'a pas contribué de maniÚre significative à la survenance du dommage.
Afdeling 2. - Pluraliteit van aansprakelijken
Section 2. - Pluralité de responsables
Art. 6.19. Aansprakelijkheid in solidum
§ 1. Meerdere personen die aansprakelijk zijn voor onderscheiden tot aansprakelijkheid leidende feiten die oorzaak zijn van eenzelfde schade, zijn in solidum aansprakelijk voor deze schade.
§ 2. Meerdere personen die aansprakelijk zijn voor eenzelfde tot aansprakelijkheid leidend feit zijn in solidum aansprakelijk voor de door dit feit veroorzaakte schade.
Wie een andere persoon aanzet om een fout te begaan of hem met dit doel helpt, is met deze persoon in solidum aansprakelijk voor de door deze fout veroorzaakte schade.
Art. 6.19. Responsabilité in solidum
§ 1er. Si plusieurs personnes sont responsables pour des faits gĂ©nĂ©rateurs de responsabilitĂ© distincts qui sont la cause d'un mĂȘme dommage, elles sont responsables in solidum de ce dommage.
§ 2. Si plusieurs personnes sont responsables pour un mĂȘme fait gĂ©nĂ©rateur de responsabilitĂ©, elles sont responsables in solidum du dommage causĂ© par ce fait.
Quiconque incite une autre personne à commettre une faute ou lui apporte son aide à cette fin, est responsable in solidum avec cette personne du dommage causé par cette faute.
Art. 6.20. Feiten waarvoor de benadeelde aansprakelijk is en die een van de oorzaken zijn van de schade die hij lijdt
§ 1. Indien een feit waarvoor de benadeelde aansprakelijk is, een van de oorzaken is van de schade die hij lijdt, wordt zijn recht op schadeloosstelling verminderd in de mate waarin dit feit heeft bijgedragen tot het ontstaan van deze schade.
§ 2. Een persoon voor wie een ander aansprakelijk is op grond van de bepalingen over aansprakelijkheid voor andermans daad kan deze bepalingen niet inroepen tegen de persoon die op grond ervan voor hem aansprakelijk is.
Een persoon door wiens fout de voorwaarden vervuld zijn op grond waarvan een ander foutloos aansprakelijk is, kan deze foutloze aansprakelijkheid niet inroepen tegen de persoon die foutloos aansprakelijk is.
§ 3. De benadeelde heeft geen recht op schadeloosstelling indien een fout die hij zelf beging met het opzet schade te veroorzaken een van de oorzaken is van de schade die hij lijdt. Hetzelfde is het geval indien deze fout begaan werd door een persoon voor dewelke de benadeelde aansprakelijk is.
De benadeelde heeft recht op schadeloosstelling voor het geheel indien een van de oorzaken van de schade die hij lijdt een fout is die een aansprakelijke derde beging met het opzet schade te veroorzaken. Hetzelfde is het geval indien deze fout begaan werd door een persoon voor dewelke de derde aansprakelijk is.
Indien zowel de benadeelde als de aansprakelijke derde of een persoon voor wie zij aansprakelijk zijn een fout begingen met het opzet schade te veroorzaken, is paragraaf 1 van toepassing.
§ 4. Wanneer de benadeelde minder dan twaalf jaar is, wordt zijn recht op schadeloosstelling niet verminderd.
Art. 6.20. Faits dont la personne lésée est responsable et qui sont l'une des causes du dommage qu'elle a subi
§ 1er. Si un fait dont la personne lĂ©sĂ©e est responsable est l'une des causes du dommage qu'elle a subi, son droit Ă  rĂ©paration est rĂ©duit dans la mesure oĂč ce fait a contribuĂ© Ă  la survenance de ce dommage.
§ 2. La personne dont une autre répond sur le fondement d'une responsabilité du fait d'autrui ne peut pas invoquer cette responsabilité contre la personne qui répond d'elle.
La personne par la faute de laquelle les conditions d'une responsabilité sans faute sont réunies ne peut pas invoquer cette responsabilité contre la personne responsable sans faute.
§ 3. La personne lĂ©sĂ©e n'a pas droit Ă  rĂ©paration si une faute qu'elle a elle-mĂȘme commise avec l'intention de causer un dommage est l'une des causes du dommage qu'elle a subi. Il en va de mĂȘme si cette faute a Ă©tĂ© commise par une personne pour laquelle la personne lĂ©sĂ©e est responsable.
La personne lĂ©sĂ©e a droit Ă  rĂ©paration pour le tout si une faute commise par un tiers responsable avec l'intention de causer un dommage est l'une des causes du dommage qu'elle a subi. Il en va de mĂȘme si cette faute a Ă©tĂ© commise par une personne pour laquelle ce tiers est responsable.
Si tant la personne lésée que le tiers responsable ou une personne dont ceux-ci répondent ont commis une faute avec l'intention de causer un dommage, le paragraphe 1er s'applique.
§ 4. Lorsque la personne lĂ©sĂ©e a moins de douze ans, son droit Ă  rĂ©paration ne peut pas ĂȘtre rĂ©duit.
Art. 6.21. Regresvorderingen onder medeaansprakelijken
§ 1. Wanneer meerdere personen aansprakelijk zijn voor eenzelfde schade, kan degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld regres uitoefenen tegen elke medeaansprakelijke in de mate waarin het feit waarop diens aansprakelijkheid berust heeft bijgedragen tot het ontstaan van de schade.
§ 2. Een persoon voor wie een ander aansprakelijk is op grond van een aansprakelijkheid voor andermans daad kan tegen de persoon die voor hem aansprakelijk is geen regres uitoefenen op basis van deze aansprakelijkheid.
Een persoon die foutloos aansprakelijk is kan regres uitoefenen voor het geheel tegen de persoon door wiens fout de voorwaarden voor deze aansprakelijkheid vervuld zijn.
§ 3. Degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld, kan geen regres tegen een medeaansprakelijke uitoefenen indien hij aansprakelijk is op grond van een fout die hijzelf of een persoon voor wie hij aansprakelijk is, beging met het opzet schade te veroorzaken.
Degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld, kan regres uitoefenen voor het geheel tegen elke medeaansprakelijke die aansprakelijk is op grond van een fout die hijzelf of een persoon voor wie hij aansprakelijk is, beging met het opzet schade te veroorzaken.
Indien zowel degene die de benadeelde heeft schadeloosgesteld als de medeaansprakelijke of een persoon voor wie zij aansprakelijk zijn, een fout begingen met het opzet schade te veroorzaken, is paragraaf 1 van toepassing.
Art. 6.21. Actions récursoires entre coresponsables
§ 1er. Lorsque plusieurs personnes sont responsables d'un mĂȘme dommage, celui qui a indemnisĂ© la personne lĂ©sĂ©e peut exercer un recours contre chacun des coresponsables dans la mesure oĂč le fait sur lequel repose leur responsabilitĂ© a contribuĂ© Ă  la survenance du dommage.
§ 2. La personne dont une autre doit répondre sur la base d'une responsabilité du fait d'autrui ne peut exercer aucun recours sur la base de cette responsabilité contre la personne qui est responsable pour elle.
La personne qui est responsable sans faute peut exercer un recours pour le tout contre la personne par la faute de laquelle les conditions de cette responsabilité sont réunies.
§ 3. Celui qui a indemnisé la personne lésée ne peut pas exercer de recours contre un coresponsable s'il est responsable sur la base d'une faute commise par lui ou une personne dont il répond, avec l'intention de causer un dommage.
Celui qui a indemnisé la personne lésée peut exercer un recours pour le tout contre chacun des coresponsables qui est responsable sur la base d'une faute commise par lui ou une personne dont il répond, avec l'intention de causer un dommage.
Si tant celui qui a indemnisé la personne lésée que le coresponsable ou une personne dont ceux-ci doivent répondre ont commis une faute avec l'intention de causer un dommage, le paragraphe 1er s'applique.
Afdeling 3. - Causale onzekerheid - Proportionele aansprakelijkheid
Section 3. - Incertitude causale - Responsabilité proportionnelle
Art. 6.22. Onzekerheid over het causale karakter van de fout - Verlies van een kans
Wanneer het onzeker is of de fout van de persoon die wordt aangesproken een noodzakelijke voorwaarde is voor de schade omdat de schade zich ook kon hebben voorgedaan indien deze persoon zich rechtmatig had gedragen eerder dan een fout te begaan, heeft de benadeelde recht op een gedeeltelijke schadeloosstelling voor de schade in verhouding tot de waarschijnlijkheid waarmee de fout de schade heeft veroorzaakt.
Deze bepaling vindt overeenkomstige toepassing bij aansprakelijkheid voor fouten begaan door een persoon voor wie men aansprakelijk is op grond van hoofdstuk 2, afdeling 2.
Art. 6.22. Incertitude quant au caractĂšre causal de la faute - Perte d'une chance
Lorsqu'il n'est pas certain que la faute commise par la personne dont la responsabilité est invoquée est une condition nécessaire du dommage parce que le dommage aurait pu se produire également si cette personne s'était comportée de maniÚre licite plutÎt que de commettre une faute, la personne lésée a droit à une réparation partielle en proportion de la probabilité que cette faute ait causé le dommage.
Cette disposition s'applique par analogie en cas de responsabilité pour des fautes commises par une personne dont on est responsable en vertu du chapitre 2, section 2.
Art. 6.23. Onzekerheid over de identiteit van de aansprakelijke - Alternatieve oorzaken
Indien meerdere soortgelijke feiten waarvoor verschillende personen aansprakelijk zijn de benadeelde hebben blootgesteld aan het risico op het ontstaan van de schade die zich heeft voorgedaan, maar niet kan worden aangetoond welk van deze feiten de schade heeft veroorzaakt,
is elk van deze personen aansprakelijk in verhouding tot de waarschijnlijkheid waarmee het feit waarvoor hij instaat de schade heeft veroorzaakt. Wie bewijst dat het feit waarvoor hij instaat geen oorzaak is van de schade, is evenwel niet aansprakelijk.
Art. 6.23. Incertitude quant à l'identité du responsable - Causes alternatives
Si plusieurs faits similaires dont sont responsables des personnes différentes ont exposé la personne lésée au risque de survenance du dommage qui s'est produit, sans qu'il soit possible de démontrer lequel de ces faits a causé le dommage, chacune de ces personnes est responsable en proportion de la probabilité que le fait dont elle répond ait causé le dommage. Celle qui prouve que le fait dont elle répond n'est pas une cause du dommage n'est toutefois pas responsable.
HOOFDSTUK 4. - Schade
CHAPITRE 4. -Dommage
Art. 6.24. Basisregel
Schade bestaat uit de economische en niet-economische gevolgen van de aantasting van een juridisch beschermd persoonlijk belang.
Schade die bestaat in het verlies van een voordeel dat rechtstreeks zijn oorsprong vindt in een onrechtmatige gebeurtenis of activiteit die aan de benadeelde kan worden aangerekend, leidt niet tot schadeloosstelling.
Art. 6.24. RĂšgle de base
Le dommage consiste dans les consĂ©quences Ă©conomiques ou non Ă©conomiques d'une atteinte Ă  un intĂ©rĂȘt personnel juridiquement protĂ©gĂ©.
Un dommage qui consiste dans la perte d'un avantage trouvant directement son origine dans une situation ou une activité illicite imputable à la personne lésée n'est pas réparable.
Art. 6.25. Zekere schade
Enkel zekere schade leidt tot schadeloosstelling.
Toekomstige schade leidt tot schadeloosstelling indien zij het zekere gevolg is van de actuele aantasting van een juridisch beschermd persoonlijk belang.
Art. 6.25. Dommage certain
Seul le dommage certain est réparable.
Un dommage futur est rĂ©parable s'il est la consĂ©quence certaine d'une atteinte actuelle Ă  un intĂ©rĂȘt personnel juridiquement protĂ©gĂ©.
Art. 6.26. Patrimoniale en extrapatrimoniale schade
Patrimoniale schade omvat alle economische gevolgen van de aantasting. Zij omvat zowel verliezen en kosten als winstderving en waardevermindering.
Extrapatrimoniale schade omvat alle niet-economische gevolgen van de aantasting van de fysieke of psychische integriteit. Deze schade is vergoedbaar in hoofde van de rechtspersoon, voor zover zij verenigbaar is met de aard van deze laatste.
Art. 6.26. Dommage patrimonial et extrapatrimonial
Le dommage patrimonial comprend toutes les conséquences économiques de l'atteinte. Il inclut tant les pertes et les frais que le manque à gagner et la réduction de valeur.
Le dommage extrapatrimonial comprend toutes les conséquences non économiques de l'atteinte à l'intégrité physique ou psychique. Ce dommage est réparable dans le chef de la personne morale, pour autant que celui-ci soit compatible avec la nature de celle-ci.
Art. 6.27. Schade bij terugslag
Schade bij terugslag leidt tot schadeloosstelling. Schade bij terugslag is de eigen schade die een persoon lijdt ten gevolge van een eerdere aantasting van het belang van een andere persoon met wie de eerste een juridische band of een voldoende nauwe genegenheidsband heeft.
De aansprakelijke kan aan de benadeelde bij terugslag zowel de fout van de rechtstreekse benadeelde tegenwerpen als de andere verweermiddelen ten gronde die hij aan deze laatste had kunnen tegenwerpen.
Art. 6.27. Dommage par ricochet
Le dommage par ricochet est rĂ©parable. Le dommage par ricochet est le dommage propre que subit une personne Ă  la suite d'une atteinte prĂ©alable Ă  l'intĂ©rĂȘt d'une autre personne avec laquelle la premiĂšre a un lien de droit ou un lien d'affection suffisamment Ă©troit.
Le responsable peut opposer Ă  la personne lĂ©sĂ©e par ricochet la faute de la victime directe de mĂȘme que les autres moyens de dĂ©fense au fond qu'il aurait pu opposer Ă  celle-ci.
Art. 6.28. Preventie van schade
De kosten van dringende en redelijke maatregelen door de benadeelde genomen om dreigende schade of de verergering van schade te voorkomen, vallen ten laste van de aansprakelijke of van degene die aansprakelijk zou zijn indien de schade zich zou hebben voorgedaan, ook wanneer zij vruchteloos zijn geweest.
De rechter kan de aansprakelijke een bevel of verbod opleggen dat erop gericht is om de verergering van de schade te voorkomen die zou kunnen ontstaan door de herhaling of verderzetting van het schadeverwekkend feit.
Art. 6.28. Prévention d'un dommage
Les frais rĂ©sultant des mesures urgentes et raisonnables prises par la personne lĂ©sĂ©e pour prĂ©venir un dommage imminent ou l'aggravation d'un dommage, sont Ă  la charge du responsable ou de celui qui serait responsable si le dommage s'Ă©tait produit, mĂȘme lorsqu'ils ont Ă©tĂ© exposĂ©s sans rĂ©sultat.
Le juge peut prononcer à l'encontre du responsable un ordre ou une interdiction visant à prévenir l'aggravation du dommage qui pourrait résulter de la répétition ou de la continuation du fait dommageable.
Art. 6.29. Voorbeschiktheid en vooraf bestaande toestand van de benadeelde
De benadeelde die een voorbeschiktheid tot schade vertoont, heeft recht op integrale schadeloosstelling voor zijn schade, ook al is deze voorbeschiktheid één van de oorzaken ervan.
De benadeelde die zich reeds voorafgaand aan het tot aansprakelijkheid leidende feit in een gekende eerdere toestand bevond die al tot schadelijke gevolgen heeft geleid, heeft enkel recht op schadeloosstelling voor de nieuwe schade veroorzaakt door hetzelfde feit of voor de verergering van de bestaande schade.
Indien de aansprakelijke bewijst dat het tot aansprakelijkheid leidende feit tot gevolg heeft dat schade vroeger is opgetreden dan het geval zou zijn geweest zonder dit feit, leidt enkel de schade die het gevolg is van het vervroegde optreden tot schadeloosstelling.
Art. 6.29. Prédisposition et état antérieur de la personne lésée
La personne lĂ©sĂ©e qui est affectĂ©e d'une prĂ©disposition Ă  subir le dommage a droit Ă  la rĂ©paration intĂ©grale de son dommage mĂȘme si cette prĂ©disposition est une des causes de celui-ci.
La personne lĂ©sĂ©e qui, prĂ©alablement au fait gĂ©nĂ©rateur de responsabilitĂ©, se trouvait dans un Ă©tat antĂ©rieur avĂ©rĂ© ayant dĂ©jĂ  entraĂźnĂ© des consĂ©quences dommageables, a uniquement droit Ă  la rĂ©paration du nouveau dommage causĂ© par ce mĂȘme fait ou de l'aggravation du dommage existant.
Si le responsable prouve que le fait gĂ©nĂ©rateur de responsabilitĂ© a eu pour consĂ©quence d'anticiper la survenance d'un dommage qui serait survenu mĂȘme sans ce fait, seul le dommage qui rĂ©sulte de cette anticipation est rĂ©parĂ©.
HOOFDSTUK 5. - Gevolgen van aansprakelijkheid
CHAPITRE 5. - Conséquences de la responsabilité
Afdeling 1. - Basisregels
Section 1re. - RĂšgles de base
Art. 6.30. Integrale schadeloosstelling
Degene die aansprakelijk is voor schade, is gehouden tot integrale schadeloosstelling ervan, rekening houdend met de concrete toestand waarin de benadeelde zich bevindt.
Art. 6.30. Réparation intégrale
La personne responsable d'un dommage est tenue de le réparer intégralement, compte tenu de la situation dans laquelle se trouve concrÚtement la personne lésée.
Art. 6.31. Doelstellingen en wijzen van schadeloosstelling
§ 1. Schadeloosstelling voor patrimoniale schade strekt ertoe de benadeelde te plaatsen in de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden indien het tot aansprakelijkheid leidende feit zich niet zou hebben voorgedaan.
Schadeloosstelling voor extrapatrimoniale schade heeft tot doel de benadeelde een billijke en passende vergoeding toe te kennen voor deze schade.
§ 2. Schadeloosstelling vindt plaats door herstel in natura of door schadevergoeding.
Deze wijzen van schadeloosstelling kunnen gelijktijdig toepassing vinden indien dit nodig is om integrale schadeloosstelling te verzekeren.
§ 3. Wanneer de aansprakelijke, opzettelijk en met de bedoeling winst te realiseren, inbreuk heeft gemaakt op een persoonlijkheidsrecht van de benadeelde of zijn eer of reputatie heeft aangetast, kan de rechter de benadeelde een bijkomende vergoeding toekennen gelijk aan het geheel of een deel van de nettowinst gerealiseerd door de aansprakelijke.
Art. 6.31. Objectifs et modes de réparation
§ 1er. La rĂ©paration du dommage patrimonial vise Ă  placer la personne lĂ©sĂ©e dans la situation oĂč elle se serait trouvĂ©e si le fait gĂ©nĂ©rateur de responsabilitĂ© ne s'Ă©tait pas produit.
La réparation du dommage extrapatrimonial a pour but d'accorder à la personne lésée une juste et adéquate compensation de ce dommage.
§ 2. La rĂ©paration a lieu en nature ou sous forme de dommages et intĂ©rĂȘts.
Ces modes de rĂ©paration peuvent ĂȘtre appliquĂ©s simultanĂ©ment si cela est nĂ©cessaire pour assurer la rĂ©paration intĂ©grale du dommage.
§ 3. Lorsque le responsable a, intentionnellement et dans le but de réaliser un profit, violé un droit de la personnalité de la personne lésée ou porté atteinte à son honneur ou à sa réputation, le juge peut accorder à la personne lésée une indemnité complémentaire égale à tout ou partie du bénéfice net réalisé par le responsable.
Art. 6.32. Ogenblik van de bepaling van de omvang van de schade
De omvang van de schade wordt bepaald op de datum die het tijdstip van de effectieve schadeloosstelling zo dicht mogelijk benadert.
Art. 6.32. Moment de la détermination de l'étendue du dommage
L'Ă©tendue du dommage est dĂ©terminĂ©e Ă  la date la plus proche du moment oĂč celui-ci est effectivement rĂ©parĂ©.
Afdeling 2. - Herstel in natura
Section 2. - Réparation en nature
Art. 6.33. Herstel in natura
§ 1. Het herstel in natura strekt ertoe de schadelijke gevolgen van een tot aansprakelijkheid leidend feit in werkelijkheid ongedaan te maken.
De rechter kan hiertoe de rechtstoestand van partijen wijzigen of bevel geven maatregelen uit te voeren door de aansprakelijke of, op diens kosten, door een derde en kan de benadeelde machtigen zich hiervoor in de plaats te stellen van de aansprakelijke.
§ 2. Wanneer de benadeelde dit vordert, wordt het herstel in natura bevolen, tenzij dit onmogelijk of kennelijk onredelijk is, de uitoefening van dwang op de persoon van de aansprakelijke vereist of in strijd is met de menselijke waardigheid.
De aansprakelijke kan aanbieden om de schade in natura te herstellen. De benadeelde kan evenwel dit aanbod weigeren indien hij hiervoor gegronde redenen heeft.
Art. 6.33. Réparation en nature
§ 1er. La réparation en nature vise à supprimer concrÚtement les conséquences dommageables d'un fait générateur de responsabilité.
A cet effet, le juge peut modifier la situation juridique des parties ou ordonner que des mesures soient prises par le responsable ou par un tiers à ses propres frais, et il peut autoriser la personne lésée à se substituer au responsable à cet effet.
§ 2. Si la personne lésée la demande, la réparation en nature est ordonnée, sauf si elle est impossible ou manifestement déraisonnable, si elle requiert le recours à la contrainte sur la personne du responsable ou si elle est contraire à la dignité humaine.
Le responsable peut proposer de réparer le dommage en nature. La personne lésée peut néanmoins refuser cette offre si elle peut se prévaloir de justes motifs.
Afdeling 3. - Raming van de schade
Section 3. - Evaluation du dommage
Art. 6.34. Toekomstige schade die het gevolg is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit
Toekomstige schade die het gevolg is van een aantasting van de fysieke of psychische integriteit wordt vergoed onder de vorm van een bedrag vastgesteld op forfaitaire wijze, door kapitalisatie of onder de vorm van een rente, naargelang dit passend is. Hierbij wordt, onder meer rekening gehouden met de toestand van de partijen en de belangen van de benadeelde.
De rechter kan een rente opleggen ook al wordt zij niet gevorderd, wanneer doorslaggevende motieven in verband met de bescherming van de benadeelde dit verantwoorden.
Art. 6.34. Dommage futur résultant d'une atteinte à l'intégrité physique ou psychique
Le dommage futur qui est la consĂ©quence d'une atteinte Ă  l'intĂ©gritĂ© physique ou psychique est rĂ©parĂ© sous la forme d'un montant Ă©tabli de maniĂšre forfaitaire, par la voie d'un calcul de capitalisation ou encore sous la forme d'une rente, selon ce qui est adĂ©quat. Ă  cet Ă©gard, il est tenu compte notamment de la situation des parties et des intĂ©rĂȘts de la personne lĂ©sĂ©e.
Le juge peut imposer une rente mĂȘme si celle-ci n'est pas demandĂ©e, lorsque des motifs dĂ©terminants liĂ©s Ă  la protection de la personne lĂ©sĂ©e le justifient.
Art. 6.35. Uitkeringen en voordelen ontvangen door de benadeelde
De uitkeringen en voordelen die de benadeelde niet zou hebben ontvangen zonder het tot aansprakelijkheid leidende feit en die strekken tot schadeloosstelling van de door de aansprakelijke veroorzaakte schade, worden in mindering gebracht op de schadevergoeding.
Uitkeringen en voordelen toegekend met het oogmerk de benadeelde te begiftigen, worden niet in mindering gebracht op de schadevergoeding.
Art. 6.35. Prestations et avantages reçus par la personne lésée
Les prestations et avantages que la personne lĂ©sĂ©e n'aurait pas reçus en l'absence du fait gĂ©nĂ©rateur de responsabilitĂ© et qui visent Ă  rĂ©parer le dommage causĂ© par le responsable sont dĂ©duits des dommages et intĂ©rĂȘts.
Les prestations et avantages accordĂ©s en vue de gratifier la personne lĂ©sĂ©e ne sont pas dĂ©duits des dommages et intĂ©rĂȘts.
Art. 6.36. Afzonderlijke bepaling van de elementen van de schade
Onverminderd het derde lid bepaalt de rechter afzonderlijk elk van de elementen van de schade waarvoor hij schadevergoeding toekent.
De rechter kan de omvang van de schade bij benadering ramen wanneer de exacte bepaling ervan onmogelijk is of buitensporige kosten met zich meebrengt.
Wanneer de omvang van de schade op geen enkele andere wijze kan bepaald worden, kan de rechter de schadevergoeding naar billijkheid vaststellen.
Art. 6.36. Détermination distincte des éléments du dommage
Sans prĂ©judice de l'alinĂ©a 3, le juge dĂ©termine distinctement chacun des Ă©lĂ©ments du dommage pour lesquels il accorde des dommages et intĂ©rĂȘts.
Le juge peut procéder à une estimation approximative du dommage lorsqu'il est impossible d'en déterminer exactement l'étendue ou qu'une évaluation précise entraßnerait des frais disproportionnés.
Lorsque l'Ă©tendue du dommage ne peut ĂȘtre dĂ©terminĂ©e d'aucune autre maniĂšre, le juge peut accorder les dommages et intĂ©rĂȘts en Ă©quitĂ©.
Art. 6.37. Nieuwe schade en verergering van de schade
De benadeelde die vergoed werd voor schade als gevolg van een aantasting van zijn fysieke of psychische integriteit kan een bijkomende schadevergoeding vorderen voor de nieuwe schade of een verergering van de schade die het gevolg is van dezelfde aantasting maar die nog niet in rekening is gebracht en waarvan hij op het ogenblik van de beslissing van de rechter of van de buitengerechtelijke regeling redelijkerwijze geen kennis kon hebben.
De afstand van dat recht blijft zonder uitwerking.
Art. 6.37. Dommage nouveau et aggravation du dommage
La personne lĂ©sĂ©e qui a Ă©tĂ© indemnisĂ©e pour un dommage rĂ©sultant d'une atteinte Ă  son intĂ©gritĂ© physique ou psychique peut demander des dommages et intĂ©rĂȘts complĂ©mentaires pour un dommage nouveau ou une aggravation du dommage rĂ©sultant de la mĂȘme atteinte mais qui n'ont pas encore Ă©tĂ© pris en compte et dont elle ne pouvait raisonnablement pas avoir connaissance au moment de la dĂ©cision du juge ou du rĂšglement extrajudiciaire.
La renonciation Ă  ce droit ne produit aucun effet.
Art. 6.38. Zaakschade
In geval van beschadiging van een zaak heeft de benadeelde recht op vergoeding van de kosten van het herstel ervan. Indien deze kosten hoger zijn dan de kosten van vervanging van de zaak door een zaak met dezelfde kenmerken, is de vergoeding beperkt tot het bedrag van deze laatste. De benadeelde heeft ook recht op vergoeding van de eventuele waardevermindering van de zaak na het herstel ervan.
In geval van tenietgaan van de zaak of wanneer het herstel ervan niet mogelijk is, heeft de benadeelde recht op vergoeding van de kosten die nodig zijn voor vervanging van de zaak door een zaak met dezelfde kenmerken die dezelfde functies vervult.
Art. 6.38. Dommage aux choses
En cas de dommage causĂ© Ă  une chose, la personne lĂ©sĂ©e a droit Ă  une indemnitĂ© correspondant aux frais de rĂ©paration de cette chose. Si ces frais excĂšdent la valeur de remplacement d'une chose prĂ©sentant les mĂȘmes caractĂ©ristiques, l'indemnitĂ© est limitĂ©e Ă  cette valeur. La personne lĂ©sĂ©e a Ă©galement droit Ă  l'indemnisation de la moins-value Ă©ventuelle de la chose qui rĂ©sulte de sa rĂ©paration.
En cas de destruction d'une chose ou lorsque la rĂ©paration est impossible, la personne lĂ©sĂ©e a droit au remboursement des coĂ»ts qui sont nĂ©cessaires pour permettre le remplacement de cette chose par une chose prĂ©sentant les mĂȘmes caractĂ©ristiques et remplissant les mĂȘmes fonctions.
Art. 6.39. Vrije beschikking over de schadevergoeding
Het bedrag van de schadevergoeding is niet afhankelijk van het gebruik dat de benadeelde ervan zal maken. Deze beschikt vrij over de schadevergoeding.
Art. 6.39. Libre disposition des indemnités
Le montant des indemnités ne dépend pas de l'usage qu'en fera la personne lésée. Celle-ci en dispose librement.
HOOFDSTUK 6. - Bevel of verbod
CHAPITRE 6. - Ordre ou interdiction
Art. 6.40. Bevel of verbod
Bij vaststaande of ernstig dreigende schending van een wettelijke regel die een bepaald gedrag voorschrijft, kan de rechter, op vordering van een partij die aantoont hierdoor een aantasting van een van zijn zaken of van zijn fysieke integriteit te zullen lijden, een bevel of verbod opleggen dat erop gericht is deze wettelijke bepaling te doen naleven.
Art. 6.40. Ordre ou interdiction
En cas de violation avérée ou de menace grave de violation d'une rÚgle légale imposant un comportement déterminé, le juge peut, à la demande d'une partie qui démontre qu'elle subira une atteinte à ses biens ou à son intégrité physique en raison de cette violation, prononcer un ordre ou une interdiction visant à faire respecter cette rÚgle légale.
HOOFDSTUK 7. - Bijzondere aansprakelijkheidsregimes
CHAPITRE 7. - Régimes particuliers de responsabilité
Afdeling 1. - Aansprakelijkheid voor gebrekkige producten
Section 1re. - Responsabilité du fait des produits défectueux
Art. 6.41. Beginsel
De producent is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door een gebrek in zijn product.
Art. 6.41. Principe
Le producteur est responsable du dommage causé par un défaut de son produit.
Art. 6.42. Product
Onder "product" wordt verstaan elk lichamelijk roerend goed, ook indien het een bestanddeel vormt van een ander roerend of onroerend goed, of indien het door bestemming onroerend is geworden.
Onder product wordt ook elektriciteit verstaan.
Art. 6.42. Produit
On entend par "produit" tout bien meuble corporel, mĂȘme incorporĂ© Ă  un autre bien meuble ou immeuble, ou devenu immeuble par destination.
L'électricité est considérée comme un produit.
Art. 6.43. Producent
Onder "producent" wordt verstaan de fabrikant van een eindproduct, de fabrikant van een onderdeel van een eindproduct, de fabrikant of de producent van een grondstof, alsmede eenieder die zich als fabrikant of producent aandient door zijn naam, zijn merk of een ander herkenningsteken op het product aan te brengen.
Art. 6.43. Producteur
On entend par "producteur" le fabricant d'un produit fini, le fabricant d'une partie composante d'un produit fini ou le producteur d'une matiÚre premiÚre, et toute personne qui se présente comme fabricant ou producteur en apposant sur le produit son nom, sa marque ou un autre signe distinctif.
Art. 6.44. Andere als producent beschouwde personen
Onverminderd de aansprakelijkheid van de producent, wordt eenieder die, in het kader van zijn economische werkzaamheden, een product in de Europese Unie invoert, met het oogmerk het te verkopen of het gebruik ervan aan derden over te dragen, als producent beschouwd; zijn aansprakelijkheid is dezelfde als die van de producent.
De leverancier van het product dat de schade heeft veroorzaakt, wordt als producent beschouwd wanneer:
1° in het geval het product vervaardigd is op het grondgebied van een lidstaat van de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de producent van het product is, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan de benadeelde de identiteit meedeelt van de producent of van degene die hem het product heeft geleverd;
2° in het geval het product ingevoerd is in de Europese Unie, niet kan worden vastgesteld wie de invoerder van het product is, ook al is de naam van de producent aangegeven, tenzij de leverancier binnen een redelijke termijn aan de benadeelde de identiteit meedeelt van de invoerder of van degene die hem het product heeft geleverd.
Art. 6.44. Autres personnes considérées comme producteur
Sans prĂ©judice de la responsabilitĂ© du producteur, toute personne qui, dans le cadre de son activitĂ© Ă©conomique, importe dans l'Union europĂ©enne un produit dans le but de le vendre ou d'en transfĂ©rer l'usage Ă  un tiers, est considĂ©rĂ©e comme producteur de celui-ci et est responsable au mĂȘme titre que le producteur.
Le fournisseur du produit ayant causé le dommage est considéré comme producteur lorsque:
1° dans le cas d'un produit fabriquĂ© sur le territoire d'un Etat membre de l'Union europĂ©enne, le producteur ne peut ĂȘtre identifiĂ©, Ă  moins que le fournisseur n'indique Ă  la personne lĂ©sĂ©e, dans un dĂ©lai raisonnable, l'identitĂ© du producteur ou de celui qui lui a fourni le produit;
2° dans le cas d'un produit importĂ© dans l'Union europĂ©enne, l'importateur ne peut ĂȘtre identifiĂ©, mĂȘme si le nom du producteur est indiquĂ©, Ă  moins que le fournisseur n'indique Ă  la personne lĂ©sĂ©e, dans un dĂ©lai raisonnable, l'identitĂ© de l'importateur ou de celui qui lui a fourni le produit.
Art. 6.45. Gebrekkig product
Een product is gebrekkig wanneer het niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten, alle omstandigheden in aanmerking genomen, met name:
1° de presentatie van het product;
2° het normaal of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik van het product;
3° het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht.
Een product mag niet als gebrekkig worden beschouwd uitsluitend omdat er nadien een beter product in het verkeer is gebracht.
Art. 6.45. Produit défectueux
Un produit est défectueux lorsqu'il n'offre pas la sécurité à laquelle on peut légitimement s'attendre compte tenu de toutes les circonstances et notamment:
1° de la présentation du produit;
2° de l'usage normal ou raisonnablement prévisible du produit;
3° du moment auquel le produit a été mis en circulation.
Un produit ne peut ĂȘtre considĂ©rĂ© comme dĂ©fectueux par le seul fait qu'un produit plus perfectionnĂ© a Ă©tĂ© mis en circulation ultĂ©rieurement.
Art. 6.46. In het verkeer brenging
Onder "in het verkeer brengen" wordt verstaan de eerste daad waaruit de bedoeling van de producent blijkt om aan het product de bestemming te verlenen die hij aan dat product geeft door overdracht aan derden of door gebruik ten behoeve van laatstgenoemden.
Art. 6.46. Mise en circulation
On entend par "mise en circulation" le premier acte matérialisant l'intention du producteur de donner au produit l'affectation à laquelle il le destine par transfert à un tiers ou utilisation au profit de celui-ci.
Art. 6.47. Bewijslast
Het bewijs van de schade, van het gebrek en van het oorzakelijk verband tussen het gebrek en de schade moet door de benadeelde worden geleverd.
Art. 6.47. Charge de la preuve
La preuve du dommage, du défaut et du lien de causalité entre le défaut et le dommage incombe à la personne lésée.
Art. 6.48. Gronden van uitsluiting van aansprakelijkheid
De producent is uit hoofde van deze afdeling aansprakelijk, tenzij hij bewijst:
a) dat hij het product niet in het verkeer heeft gebracht;
b) dat het, gelet op de omstandigheden, aannemelijk is dat het gebrek dat de schade heeft veroorzaakt, niet bestond op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer heeft gebracht, dan wel dat het gebrek later is ontstaan;
c) dat het product noch voor de verkoop of voor enige andere vorm van verspreiding met een economisch doel van de producent is vervaardigd, noch vervaardigd of verspreid in het kader van de uitoefening van zijn beroep;
d) dat het gebrek een gevolg is van het feit dat het product in overeenstemming is met dwingende overheidsvoorschriften;
e) dat het op grond van de stand van de wetenschappelijke en technische kennis op het tijdstip waarop hij het product in het verkeer bracht, onmogelijk was het bestaan van het gebrek te ontdekken;
f) dat, wat de producent van een onderdeel of de producent van een grondstof betreft, het gebrek te wijten is aan het ontwerp van het product waarvan het onderdeel of de grondstof een bestanddeel vormt, dan wel aan de onderrichtingen die door de producent van dat product zijn verstrekt.
Art. 6.48. Causes d'exclusion de la responsabilité
Le producteur n'est pas responsable en application de la présente section s'il prouve:
a) qu'il n'avait pas mis le produit en circulation;
b) que, compte tenu des circonstances, il y a lieu d'estimer que le dĂ©faut ayant causĂ© le dommage n'existait pas au moment oĂč le produit a Ă©tĂ© mis en circulation par lui ou que ce dĂ©faut est nĂ© postĂ©rieurement;
c) que le produit n'a été ni fabriqué pour la vente ou pour toute autre forme de distribution dans un but économique du producteur, ni fabriqué ou distribué dans le cadre de son activité professionnelle;
d) que le défaut est dû à la conformité du produit avec des rÚgles impératives émanant des pouvoirs publics;
e) que l'état des connaissances scientifiques et techniques au moment de la mise en circulation du produit par lui ne permettait pas de déceler l'existence du défaut;
f) s'agissant du producteur d'une partie composante ou du producteur d'une matiÚre premiÚre, que le défaut est imputable à la conception du produit dans lequel la partie composante ou la matiÚre premiÚre a été incorporée ou aux instructions données par le producteur de ce produit.
Art. 6.49. Hoofdelijke aansprakelijkheid
Indien uit hoofde van deze afdeling verscheidene personen aansprakelijk zijn voor dezelfde schade, is elk van hen, onverminderd het regresrecht, hoofdelijk aansprakelijk.
Art. 6.49. Responsabilité solidaire
Lorsqu'en application de la prĂ©sente section, plusieurs personnes sont responsables du mĂȘme dommage, leur responsabilitĂ© est solidaire, sans prĂ©judice des droits de recours.
Art. 6.50. Bedingen tot beperking van de aansprakelijkheid
§ 1. De aansprakelijkheid van de producent kan ten aanzien van de benadeelde niet worden uitgesloten of beperkt bij contract.
§ 2. Zij kan worden uitgesloten of beperkt wanneer de schade wordt veroorzaakt, zowel door een gebrek in het product, als door schuld van de benadeelde of van een persoon voor wie de benadeelde verantwoordelijk is.
Onverminderd het regresrecht, wordt de aansprakelijkheid ten aanzien van de benadeelde niet uitgesloten of beperkt wanneer de schade wordt veroorzaakt, zowel door een gebrek in het product, als door toedoen van derden.
Art. 6.50. Clauses limitatives de responsabilité
§ 1er. La responsabilitĂ© du producteur ne peut ĂȘtre limitĂ©e ou Ă©cartĂ©e Ă  l'Ă©gard de la personne lĂ©sĂ©e par une clause limitative ou exonĂ©ratoire de responsabilitĂ©.
§ 2. Elle peut ĂȘtre limitĂ©e ou Ă©cartĂ©e lorsque le dommage est causĂ© conjointement par un dĂ©faut du produit et par la faute de la personne lĂ©sĂ©e ou d'une personne dont la personne lĂ©sĂ©e est responsable.
Sans préjudice des droits de recours, elle n'est pas limitée ou écartée à l'égard de la personne lésée lorsque le dommage est causé conjointement par un défaut du produit et par l'intervention d'un tiers.
Art. 6.51. Vergoedbare schade
§ 1. De schadeloosstelling die uit hoofde van deze afdeling kan worden bekomen, dekt de schade toegebracht aan personen, met inbegrip van morele schade en, onder voorbehoud van de hiernavolgende bepalingen, de schade toegebracht aan goederen.
§ 2. Schade toegebracht aan goederen levert alleen grond tot schadeloosstelling op indien de goederen gewoonlijk bestemd zijn voor gebruik of verbruik in de privésfeer en door de benadeelde hoofdzakelijk zijn gebruikt voor gebruik of verbruik in de privésfeer.
Schade toegebracht aan het gebrekkig product levert geen grond tot schadeloosstelling op.
Schadeloosstelling voor schade toegebracht aan goederen is slechts verschuldigd onder aftrek van een franchise van vijfhonderd euro.
§ 3. De Koning kan het in paragraaf 2 bepaalde bedrag wijzigen teneinde het in overeenstemming te brengen met de besluiten die de Raad heeft vastgesteld met toepassing van artikel 18.2 van de Richtlijn 85/374/EEG van 25 juli 1985 betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen der lidstaten inzake de aansprakelijkheid voor producten met gebreken.
Art. 6.51. Dommages indemnisables
§ 1er. L'indemnisation qui peut ĂȘtre obtenue en application de la prĂ©sente section couvre les dommages causĂ©s aux personnes, y compris les dommages moraux et, sous rĂ©serve des dispositions qui suivent, les dommages causĂ©s aux biens.
§ 2. Les dommages causés aux biens ne donnent lieu à indemnisation que s'ils concernent des biens qui sont d'un type normalement destiné à l'usage ou à la consommation privés et ont été utilisés par la personne lésée principalement pour son usage ou sa consommation privés.
Les dommages causĂ©s au produit dĂ©fectueux lui-mĂȘme ne donnent pas lieu Ă  indemnisation.
L'indemnisation des dommages causés aux biens n'est due que sous déduction d'une franchise de cinq cents euros.
§ 3. Le Roi peut modifier le montant prévu au paragraphe 2 afin de le rendre conforme aux décisions prises par le Conseil, en application de l'article 18.2 de la directive 85/374/CEE du 25 juillet 1985 relative au rapprochement des dispositions législatives, réglementaires et administratives des Etats membres en matiÚre de responsabilité du fait des produits défectueux.
Art. 6.52. Verval- en verjaringstermijnen
§ 1. Onverminderd artikel 2277ter van het oud Burgerlijk Wetboek, vervalt het recht van de benadeelde om van de producent schadevergoeding te bekomen uit hoofde van deze afdeling na een termijn van tien jaar, te rekenen van de dag waarop deze het product in het verkeer heeft gebracht, tenzij de benadeelde gedurende die periode op grond van deze afdeling een gerechtelijke procedure heeft ingesteld.
§ 2. Onverminderd artikel 2277ter van het oud Burgerlijk Wetboek, verjaart de rechtsvordering ingesteld op grond van deze afdeling door verloop van drie jaar, te rekenen van de dag waarop de benadeelde redelijkerwijs kennis had moeten hebben van de schade, het gebrek en de identiteit van de producent.
De bepalingen van het oud Burgerlijk Wetboek betreffende schorsing en stuiting van de verjaring zijn op die rechtsvorderingen van toepassing.
Art. 6.52. Délais de déchéance et de prescription
§ 1er. Sans préjudice de l'article 2277ter de l'ancien Code civil, le droit de la personne lésée d'obtenir du producteur la réparation de son dommage sur le fondement de la présente section s'éteint à l'expiration d'un délai de dix ans à compter de la date à laquelle celui-ci a mis le produit en circulation, à moins que durant cette période la personne lésée n'ait engagé une procédure judiciaire fondée sur la présente section.
§ 2. Sans prĂ©judice de l'article 2277ter de l'ancien Code civil, l'action fondĂ©e sur la prĂ©sente section se prescrit par trois ans Ă  compter du jour oĂč la personne lĂ©sĂ©e aurait dĂ» raisonnablement avoir connaissance du dommage, du dĂ©faut et de l'identitĂ© du producteur.
Les dispositions de l'ancien Code civil relatives Ă  l'interruption et Ă  la suspension de la prescription s'appliquent Ă  cette action.
Art. 6.53. Samenloop met andere aansprakelijkheidsgronden
Deze afdeling laat de rechten die de benadeelde ontleent aan het recht inzake contractuele of buitencontractuele aansprakelijkheid onverlet.
Art. 6.53. Concours avec d'autres fondements de responsabilité
La présente section ne porte pas préjudice aux droits dont la personne lésée peut se prévaloir par ailleurs au titre du droit de la responsabilité contractuelle ou extracontractuelle.
Art. 6.54. Samenloop met sociale zekerheidstelsels
Uitkeringsgerechtigden uit hoofde van een regeling inzake sociale zekerheid, arbeidsongevallenvergoeding of beroepsziektenverzekering blijven, ook met betrekking tot schadeloosstelling voor schade die door deze afdeling wordt gedekt, onderworpen aan de wettelijke bepalingen betreffende bedoelde regeling.
In zoverre de schade niet wordt vergoed uit hoofde van een regeling bedoeld in het eerste lid, hebben die uitkeringsgerechtigden het recht, op grond van deze afdeling, schadevergoeding te vorderen, mits zij tegen de aansprakelijke persoon een vordering naar gemeen recht kunnen instellen.
De personen of instellingen die, op grond van de in het eerste lid genoemde regelingen, uitkeringen hebben gedaan aan hen die schade hebben geleden welke door deze afdeling wordt gedekt, of aan hun rechtverkrijgenden, kunnen overeenkomstig deze afdeling tegen de producent het regresrecht uitoefenen dat hun door die regelingen wordt toegekend.
Art. 6.54. Concours avec des régimes de sécurité sociale
Les bĂ©nĂ©ficiaires d'un rĂ©gime de sĂ©curitĂ© sociale ou de rĂ©paration des accidents du travail ou des maladies professionnelles restent soumis, mĂȘme pour l'indemnisation d'un dommage couvert par la prĂ©sente section, Ă  la lĂ©gislation organisant ce rĂ©gime.
Dans la mesure oĂč ce dommage n'est pas rĂ©parĂ© en application d'un des rĂ©gimes visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er, et pour autant qu'une action de droit commun contre le responsable leur soit ouverte, ces bĂ©nĂ©ficiaires ont le droit de demander rĂ©paration de leur dommage conformĂ©ment Ă  la prĂ©sente section.
Les personnes ou organismes qui, en vertu des régimes visés à l'alinéa 1er, ont fourni des prestations aux personnes victimes d'un dommage couvert par la présente section ou à leurs ayants droit peuvent exercer contre le producteur, conformément à la présente section, les droits de recours que leur confÚrent ces régimes.
Art. 6.55. Kernenergie
Deze afdeling is niet van toepassing op de vergoeding van schade gedekt door de wet van 22 juli 1985 betreffende de wettelijke aansprakelijkheid op het gebied van de kernenergie, alsmede door de ter uitvoering van die wet genomen besluiten.".
Art. 6.55. Energie nucléaire
La prĂ©sente section n'est pas applicable Ă  la rĂ©paration des dommages couverts par la loi du 22 juillet 1985 sur la responsabilitĂ© civile dans le domaine de l'Ă©nergie nuclĂ©aire et par les arrĂȘtĂ©s pris en exĂ©cution de celle-ci.".