Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
22 AUGUSTUS 2024. - Besluit van de Regering tot uitvoering van het decreet van 22 mei 2023 betreffende de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-12-2024 en tekstbijwerking tot 25-06-2025)
Titre
22 AOUT 2024. - Arrêté du Gouvernement portant exécution du décret du 22 mai 2023 relatif au placement axé sur les besoins(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-12-2024 et mise à jour au 25-06-2025)
Documentinformatie
Numac: 2024205792
Datum: 2024-08-22
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024205792
Date: 2024-08-22
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
Dienst voor arbeidsbemiddeling: de Dienst voor arbeidsbemiddeling van de Duitstalige Gemeenschap;
behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling: de begeleiding van werkzoekenden overeenkomstig de artikelen 9 tot 20 van het decreet;
begeleidingsdossier: het elektronische begeleidingsdossier overeenkomstig artikel 14 van het decreet;
decreet: het decreet van 22 mei 2023 betreffende de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling;
inschakelingstraject: alle stappen en maatregelen om de werkzoekende met succes in de arbeidsmarkt te integreren;
koninklijk besluit van 25 november 1991: het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
controledienst: de medewerkers van de Dienst voor arbeidsbemiddeling die overeenkomstig artikel 47 van het decreet bevoegd zijn voor het controleren van de zoekinspanningen en het opleggen van sancties;
Minister: de minister bevoegd voor Werkgelegenheid;
register: het werkzoekendenregister overeenkomstig artikel 4 van het decreet;
10° bemiddelingsdienst: de volgende overheidsinstanties:
a) de overeenkomstig artikel 22 van het decreet erkende bemiddelingsdiensten;
b) de Dienst voor arbeidsbemiddeling;
11° administratie: het departement van het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap dat bevoegd is voor Werkgelegenheid.
Article 1er. Définitions
Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
Office de l'emploi : l'Office de l'emploi de la Communauté germanophone;
placement axé sur les besoins : l'accompagnement des demandeurs d'emploi conformément aux articles 9 à 20 du décret;
dossier d'accompagnement : le dossier d'accompagnement électronique au sens de l'article 14 du décret;
décret : le décret du 22 mai 2023 relatif au placement axé sur les besoins;
parcours d'insertion : l'ensemble des étapes et des mesures visant à intégrer avec succès le demandeur d'emploi sur le marché du travail;
arrêté royal du 25 novembre 1991 : l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage;
service de contrôle : les collaborateurs de l'Office de l'emploi chargés du contrôle des efforts de recherche et des sanctions y afférentes conformément à l'article 47 du décret;
Ministre : le Ministre compétent en matière d'Emploi;
registre : le registre des demandeurs d'emploi au sens de l'article 4 du décret;
10° service de placement : les autorités suivantes :
a) les services de placement agréés conformément à l'article 22 du décret;
b) l'Office de l'emploi;
11° administration : le département du Ministère de la Communauté germanophone compétent en matière d'Emploi.
Art. 2. Communicatiemiddelen
Met inachtneming van het decreet van 15 oktober 2018 betreffende de niet-openbare en openbare elektronische communicatie van de overheden van het Duitse taalgebied gebruikt de Dienst voor arbeidsbemiddeling alle nuttige communicatiemiddelen om werkzoekenden te informeren en contact met hen op te nemen. De Dienst voor arbeidsbemiddeling stemt de communicatie af op de talige en digitale competenties van de werkzoekende.
Als nuttige communicatiemiddelen in de zin van het eerste lid gelden:
persoonlijke gesprekken;
telefoon- en videogesprekken;
schriftelijke elektronische communicatie;
berichten in het klantaccount;
gewone brieven en aangetekende brieven.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling gebruikt de in het tweede lid genoemde communicatiemiddelen in overleg met de werkzoekende. Los daarvan kan de werkzoekende altijd vragen om andere communicatiemiddelen te gebruiken.
Tenzij anders overeengekomen met de werkzoekende, worden de volgende documenten altijd aanvullend in papiervorm per post verstuurd of persoonlijk overhandigd:
de bevestiging van de inschrijving in het register overeenkomstig artikel 3, § 3, of de uitschrijving uit het register overeenkomstig artikel 7;
informatie over de rechten en plichten overeenkomstig artikel 5;
uitnodigingen voor advies- en balansgesprekken overeenkomstig artikel 9 van het decreet en overeenkomstig de artikelen 24 tot 26;
oproepingen voor controlegesprekken overeenkomstig artikel 27.
Art. 2. Utilisation des moyens de communication
Dans le respect du décret du 15 octobre 2018 relatif à la communication électronique, publique ou adressée aux particuliers, des autorités de la région de langue allemande, l'Office de l'emploi utilise tout moyen de communication utile pour informer et contacter les demandeurs d'emploi. L'Office de l'emploi adapte la communication en fonction des compétences linguistiques et numériques du demandeur d'emploi.
Sont considérés comme des moyens de communication utiles au sens de l'alinéa 1er :
l'entretien individuel;
les appels téléphoniques et vidéo;
la communication électronique écrite;
les messages dans le compte client;
les lettres simples et recommandées.
L'Office de l'emploi utilise, en concertation avec le demandeur d'emploi, les moyens de communication mentionnés à l'alinéa 2. Nonobstant ce qui précède, le demandeur d'emploi peut, à tout moment, demander que soient utilisés d'autres moyens de communication.
Sauf s'il en a été convenu autrement avec le demandeur d'emploi, les documents mentionnés ci-après sont en outre systématiquement envoyés sur support papier par la poste ou remis en main propre :
la confirmation de l'inscription au registre ou de la désinscription de celui-ci conformément à l'article 3, § 3, ou, selon le cas, à l'article 7;
des informations sur les droits et obligations conformément à l'article 5;
les invitations aux rendez-vous de conseils et de bilan conformément à l'article 9 du décret et aux articles 24 à 26;
les convocations aux entretiens de contrôle conformément à l'article 27.
HOOFDSTUK 2. - Inschrijving als werkzoekende
Chapitre 2. - Inscription comme demandeur d'emploi
Art. 3. Nadere regels voor de inschrijving in en uitschrijving uit het werkzoekendenregister
§ 1 - De inschrijving in het werkzoekendenregister bedoeld in artikel 4 van het decreet begint op de dag van de aanvraag van de werkzoekende.
§ 2 - De werkzoekende kan zijn inschrijving vanaf een afstand of persoonlijk in de lokalen van de Dienst voor arbeidsbemiddeling of een andere bemiddelingsdienst aanvragen.
§ 3 - De werkzoekende is effectief ingeschreven zodra hij, naast de elementen vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, van het decreet, zijn toegang tot de Belgische arbeidsmarkt bewijst of de Dienst voor arbeidsbemiddeling die informatie op eigen initiatief heeft verzameld.
Indien een van de nummers vermeld in artikel 6, § 1, eerste lid, 3°, van het decreet op het ogenblik van de inschrijving ontbreekt, is de werkzoekende effectief ingeschreven zodra hij de andere elementen vermeld in het eerste lid heeft verzameld.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling bevestigt schriftelijk aan de werkzoekende dat hij is ingeschreven.
§ 4 - Als de overeenkomstig paragraaf 3 vereiste informatie niet binnen veertien dagen na de in paragraaf 2 vermelde aanvraag wordt verstrekt, verklaart de Dienst voor arbeidsbemiddeling de aanvraag niet-ontvankelijk.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling bezorgt de beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring schriftelijk aan de werkzoekende.
De werkzoekende kan op elk moment een nieuwe aanvraag indienen.
Art. 3. Modalités concernant l'inscription au registre des demandeurs d'emploi et la désinscription de celui-ci
§ 1er - L'inscription au registre des demandeurs d'emploi mentionné à l'article 4 du décret prend effet le jour de la demande du demandeur d'emploi.
§ 2 - La demande d'inscription du demandeur d'emploi peut se faire à distance ou en personne dans les locaux de l'Office de l'emploi ou d'un autre service de placement.
§ 3 - L'inscription est effective dès que le demandeur d'emploi prouve, outre les éléments mentionnés à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, du décret, son accès au marché du travail belge ou dès que l'Office de l'emploi a recueilli ces informations de sa propre initiative.
Si, au moment de l'inscription, le demandeur d'emploi ne dispose pas de l'un des numéros mentionnés à l'article 6, § 1er, alinéa 1er, 3°, du décret, l'inscription est effective dès qu'il a réuni les autres éléments mentionnés à l'alinéa 1er.
L'Office de l'emploi confirme l'inscription par écrit au demandeur d'emploi.
§ 4 - Si, à l'expiration d'un délai de quatorze jours à compter de la demande mentionnée au § 2, les informations requises conformément au § 3 ne sont pas disponibles, l'Office de l'emploi déclare la demande irrecevable.
L'Office de l'emploi transmet par écrit la décision d'irrecevabilité au demandeur d'emploi.
Le demandeur d'emploi peut introduire une nouvelle demande à tout moment.
Art. 4. Inschrijving van niet onmiddellijk beschikbare werkzoekenden
Werkzoekenden die niet onmiddellijk aan het werk kunnen, kunnen worden ingeschreven.
Werkzoekenden die als gevolg van een bemiddelingsaanbod overeenkomstig artikel 3, 22°, van het decreet niet onmiddellijk aan het werk kunnen, blijven ingeschreven.
Als de betaling van de werkloosheidsuitkering met toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 onderbroken of opgeheven wordt, doet de Dienst voor arbeidsbemiddeling navraag bij de werkzoekende of hij nog werk zoekt.
Art. 4. Inscription des demandeurs d'emploi non immédiatement disponibles
Les demandeurs d'emploi qui ne sont pas en mesure de commencer immédiatement à travailler peuvent faire l'objet d'une inscription.
Les demandeurs d'emploi qui, en raison d'une offre de placement au sens de l'article 3, 22°, du décret, ne sont pas en mesure de commencer immédiatement à travailler restent inscrits.
Si le paiement des allocations de chômage est interrompu ou supprimé en application de l'arrêté royal du 25 novembre 1991, l'Office de l'emploi contacte le demandeur d'emploi pour savoir si ce dernier continue à chercher du travail.
Art. 5. Informatie over rechten en plichten
De Dienst voor arbeidsbemiddeling licht de werkzoekende op het tijdstip vermeld in artikel 3, § 1, in over de informatieplicht vermeld in artikel 8 van het decreet.
Ten laatste met de inschrijvingsbevestiging van de Dienst voor arbeidsbemiddeling ontvangen aanvragers en ontvangers van een werkloosheidsuitkering informatie over de rechten en plichten die met de toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 gepaard gaan.
De Dienst voor arbeidsbemiddeling deelt de informatie schriftelijk mee.
Art. 5. Informations sur les droits et obligations
L'Office de l'emploi informe le demandeur d'emploi, au moment de la demande d'inscription mentionné à l'article 3, § 1er, de l'obligation d'information mentionnée à l'article 8 du décret.
Les demandeurs et bénéficiaires de prestations de chômage reçoivent, au plus tard lors de la confirmation de leur inscription par l'Office de l'emploi, des informations sur les droits et obligations découlant de l'application de l'arrêté royal du 25 novembre 1991.
L'Office de l'emploi communique les informations par écrit.
Art. 6. Contactgegevens van de werkzoekende
De werkzoekende deelt alle nuttige contactgegevens mee die noodzakelijk zijn om hem te bereiken.
Als de hoofdverblijfplaats van de werkzoekende anders is dan zijn officiële adres, deelt hij beide adressen mee.
Als de werkzoekende een e-mailadres opgeeft, legt de Dienst voor arbeidsbemiddeling schriftelijk vast voor welk doel het wordt gebruikt, rekening houdend met de digitale competenties en mogelijkheden van de werkzoekende.
Art. 6. Données de contact du demandeur d'emploi
Le demandeur d'emploi communique toutes les données de contact utiles qui sont nécessaires pour le joindre.
Si le lieu de résidence principal du demandeur d'emploi diffère de l'adresse de contact, il communique les deux adresses.
Si le demandeur d'emploi fournit une adresse électronique, l'Office de l'emploi consigne par écrit le but de son utilisation, en tenant compte des compétences numériques et des possibilités du demandeur d'emploi.
Art. 7. Uitschrijving uit het werkzoekendenregister
Met behoud van de toepassing van de situaties beschreven in artikel 7, eerste lid, 1° tot 3°, van het decreet kan elke ingeschreven persoon:
uitgeschreven worden na drie maanden inschrijving, indien hij niet bevestigt dat hij nog naar werk zoekt na navraag door de Dienst voor arbeidsmiddeling;
uitgeschreven worden wegens onvoldoende beschikbaarheid overeenkomstig artikel 56 van het koninklijk besluit van 25 november 1991;
uitgeschreven worden indien hij zonder wettig excuus geen gevolg geeft aan een oproeping van de controledienst.
Voor de toepassing van artikel 7, tweede lid, 3°, van het decreet gelden de taken opgesomd in artikel 5 van het decreet van 13 november 2023 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en inzake arbeidsbemiddeling, met uitzondering van de raadpleging van de informatie die ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig artikel 5, eerste lid, 1°, van datzelfde decreet, als dienstverlening.
Als de Dienst voor arbeidsbemiddeling vaststelt dat de met toepassing van artikel 7 van het decreet uitgevoerde uitschrijving voortvloeit uit een juridische of materiële fout, zet de Dienst voor arbeidsbemiddeling die fout recht met terugwerkende kracht tot de datum van de verkeerdelijk uitgevoerde uitschrijving.
De Minister beslist over de uitschrijving van de werkzoekenden.
De beslissing vermeldt:
de mogelijkheid om beroep in stellen;
de bevoegde instanties die daarvan kennis nemen;
de na te leven termijnen en vormvereisten.
Art. 7. Désinscription du registre des demandeurs d'emploi
Sans préjudice des situations décrites à l'article 7, alinéa 1er, 1° à 3°, du décret, toute personne inscrite peut :
faire l'objet d'une désinscription après trois mois d'inscription, si cette personne ne confirme pas, à la demande de l'Office de l'emploi, qu'elle est toujours à la recherche d'un emploi;
faire l'objet d'une désinscription en raison de l'absence de disponibilité conformément à l'article 56 de l'arrêté royal du 25 novembre 1991;
faire l'objet d'une désinscription si elle ne donne pas suite à une convocation du service de contrôle, et ce, sans justification.
Pour l'application de l'article 7, alinéa 2, 3°, du décret, les missions énumérées à l'article 5 du décret du 13 novembre 2023 relatif aux mesures en matière de promotion de l'emploi et de placement sont considérées comme des prestations, à l'exception de la consultation des informations fournies conformément à l'article 5, alinéa 1er, 1°, du même décret.
Si l'Office de l'emploi constate que la désinscription effectuée en application de l'article 7 du décret résulte d'une erreur de droit ou matérielle, il corrige cette situation avec effet rétroactif à la date de la désinscription erronée.
Le Ministre statue sur la désinscription des demandeurs d'emploi.
La décision mentionne :
la possibilité d'introduire un recours;
les instances compétentes qui en prennent connaissance;
les délais et formes à respecter.
Art. 8. Precisering van gegevens voor bepaalde dienstverlening
De Dienst voor arbeidsbemiddeling en de andere bemiddelingsdiensten kunnen overeenkomstig artikel 6 van het decreet de verlening van de volgende diensten opschorten als de vermelde vereiste gegevens ontbreken:
het verstrekken van algemene informatie over opleidingen, aanbod en dienstverlening: gegevens over de dienstverleningscategorieën waarvan de werkzoekende gebruik wil maken;
het elektronisch toezenden van informatie: een e-mailadres;
het doorgeven van individueel afgestemde vacatures:
a) gegevens over de professionele doelstellingen;
b) gegevens over de kwalificaties en competenties;
c) gegevens over de lichamelijke en geestelijke gezondheid die relevant zijn voor de bemiddeling;
d) gegevens over de mobiliteit en de gezinssituatie die relevant zijn voor de bemiddeling;
het doorgeven van een individueel afgestemd aanbod aan stages en opleidingen:
a) gegevens over de professionele doelstellingen;
b) gegevens over de behoefte aan kwalificatie;
c) gegevens over de lichamelijke en geestelijke gezondheid die relevant zijn voor de bemiddeling;
d) gegevens over de mobiliteit en de gezinssituatie die relevant zijn voor de bemiddeling;
het verstrekken van diensten in het kader van de persoonlijke adviesverlening en begeleiding:
a) de gegevens vermeld in 1° tot 4°;
b) gegevens over kansen en belemmeringen die relevant zijn voor de bemiddeling;
het uitvoeren van tests om competenties of geschiktheid te bepalen: certificaten en attesten die relevant zijn voor het vakgebied van de betreffende test;
het controleren of de werkzoekende in aanmerking komt voor ondersteuningsmaatregelen en financiële stimulansen:
a) gegevens over de criteria die in de bepalingen betreffende de ondersteuningsmaatregel zijn vastgelegd;
b) gegevens over het recht op een verhoogde tegemoetkoming van de verzekering voor geneeskundige verzorging overeenkomstig artikel 37, § 19, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994.
Art. 8. Indication des données requises pour certaines prestations
L'Office de l'emploi et les autres services de placement peuvent suspendre les prestations énumérées ci-après conformément à l'article 6 du décret, si les données requises suivantes ne sont pas fournies :
fourniture d'informations générales concernant les formations, les offres et les prestations : les données concernant les catégories de prestations auxquelles le demandeur d'emploi souhaite avoir recours;
envoi d'informations par voie électronique : une adresse électronique;
transmission d'offres d'emploi personnalisées :
a) les données concernant les objectifs professionnels;
b) les données concernant les qualifications et les compétences;
c) les données pertinentes pour le placement en ce qui concerne la santé physique et psychique;
d) les données pertinentes pour le placement en ce qui concerne la mobilité ou la situation familiale;
transmission d'offres de stage et de formation personnalisées :
a) les données concernant les objectifs professionnels;
b) les données concernant les besoins en matière de qualifications;
c) les données pertinentes pour le placement en ce qui concerne la santé physique et psychique;
d) les données pertinentes pour le placement en ce qui concerne la mobilité ou la situation familiale;
fourniture de prestations dans le cadre des conseils et de l'accompagnement individuels :
a) les données mentionnées aux 1° à 4°;
b) les données concernant les atouts et obstacles pertinents pour le placement;
réalisation de tests pour déterminer les compétences ou les aptitudes : les certificats et attestations qui sont pertinents pour le domaine du test concerné;
contrôle de l'admissibilité du demandeur d'emploi aux mesures de soutien et aux incitations financières :
a) les données concernant les critères qui sont définis dans les dispositions de la mesure de soutien concernée;
b) les données concernant le droit à une intervention majorée de l'assurance soins de santé conformément à l'article 37, § 19, de la loi relative à l'assurance obligatoire soins de santé et indemnités, coordonnée le 14 juillet 1994.
HOOFDSTUK 3. - Behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
CHAPITRE 3. - Placement axé sur les besoins
Afdeling 1. - Beginselen van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
Section 1re. - Principes du placement axé sur les besoins
Art. 9. Gebruikers van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
Ingeschreven werkzoekenden die werkloos dreigen te worden, krijgen de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling aangeboden overeenkomstig artikel 10 van het decreet, zodra ze hun dreigende werkloosheid signaleren.
De toegang tot de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling wordt opgeschort voor de ingeschreven werkzoekende vermeld in artikel 4, § 4, van het decreet, als hij niet reageert op het begeleidings- en bemiddelingsaanbod.
De Minister of de erkende bemiddelingsdienst beslist overeenkomstig artikel 10 en artikel 16, § 4, van het decreet over het starten of opschorten van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling van een werkzoekende.
Art. 9. Utilisateurs du placement axé sur les besoins
Le placement axé sur les besoins est proposé aux demandeurs d'emploi inscrits menacés de chômage conformément à l'article 10 du décret dès qu'ils signalent la menace de chômage.
L'accès au placement axé sur les besoins est suspendu à l'égard du demandeur d'emploi inscrit mentionné à l'article 4, § 4, du décret s'il ne réagit pas aux offres d'accompagnement et de placement.
Le Ministre ou, selon le cas, le service de placement agréé décide du début ou de la suspension du placement axé sur les besoins d'un demandeur d'emploi conformément à l'article 10 et à l'article 16, § 4, du décret.
Art. 10. Overname van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling door de Dienst voor arbeidsbemiddeling
De Dienst voor arbeidsbemiddeling kan behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling aanbieden aan een gebruiker die wordt begeleid door een andere bemiddelingsdienst of voor wie begeleiding door een andere bemiddelingsdienst gepland is, als:
de gebruiker overeenkomstig artikel 11, § 1, van het decreet de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling door de betreffende bemiddelingsdienst afwijst en hij de Dienst voor arbeidsbemiddeling schriftelijk om de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling verzoekt;
de betreffende bemiddelingsdienst overeenkomstig artikel 11, § 2, van het decreet geen begeleiding heeft aangeboden;
een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn bevrijd wordt van zijn verplichting in te staan voor de begeleiding overeenkomstig artikel 13, derde lid, van het decreet en van plan is om de begeleiding af te geven;
een erkende bemiddelingsdienst overeenkomstig artikel 25 van het decreet zijn erkenning verliest.
In de gevallen vermeld in het eerste lid coördineert de Dienst voor arbeidsbemiddeling met de andere bemiddelingsdienst de stappen die nodig zijn voor een vlotte overname van de begeleiding.
Art. 10. Reprise de la prestation de placement axé sur les besoins par l'Office de l'emploi
Dans les situations décrites ci-après, un utilisateur peut bénéficier de l'offre de placement axé sur les besoins proposée par l'Office de l'emploi, bien qu'un autre service de placement l'accompagne ou qu'un accompagnement par un autre service de placement soit prévu, si :
l'utilisateur refuse, conformément à l'article 11, § 1er, du décret, le placement axé sur les besoins proposé par le service de placement concerné et qu'il demande par écrit à l'Office de l'emploi à bénéficier de sa prestation de placement axé sur les besoins;
le service de placement concerné n'a pas soumis d'offre d'accompagnement conformément à l'article 11, § 2, du décret;
l'obligation d'accompagnement qui incombe à un centre public d'action sociale prend fin conformément à l'article 13, alinéa 3, du décret et que le centre public d'action sociale entend mettre fin à l'accompagnement;
un service de placement agréé perd son agrément conformément à l'article 25 du décret.
Dans les cas mentionnés à l'alinéa 1er, l'Office de l'emploi coordonne avec l'autre service de placement les démarches nécessaires pour garantir une reprise sans accrocs de l'accompagnement.
Art. 11. Toegang tot het begeleidings- en bemiddelingsaanbod
§ 1 - De Dienst voor arbeidsbemiddeling waarborgt overeenkomstig artikel 12, eerste lid, van het decreet dat alle persoonlijk adviseurs van alle bemiddelingsdiensten toegang hebben tot de begeleiding en bemiddeling die de Dienst voor arbeidsbemiddeling aanbiedt op grond van artikel 5, eerste lid, 1° tot 5°, van het decreet van 13 november 2023 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en inzake arbeidsbemiddeling.
Afhankelijk van het begeleidings- en bemiddelingsaanbod kan de toegang voor de persoonlijk adviseurs de volgende vorm aannemen:
toegang tot informatie over het aanbod;
signaleren van de behoefte aan een bepaald aanbod;
boeken van een aanbod;
starten van een aanbod, indien nodig met de vereiste administratieve stappen.
§ 2 - De persoonlijk adviseur beoordeelt of het begeleidings- of bemiddelingsaanbod past in het inschakelingstraject van de werkzoekende.
Art. 11. Accès aux offres d'accompagnement et de placement
§ 1er - Conformément à l'article 12, alinéa 1er, du décret, l'Office de l'emploi garantit à tous les conseillers référents de tous les services de placement l'accès aux offres d'accompagnement et de placement qu'il propose en vertu de l'article 5, alinéa 1er, 1° à 5°, du décret du 13 novembre 2023 relatif aux mesures en matière de promotion de l'emploi et de placement.
Selon l'offre d'accompagnement et de placement, l'accès des conseillers référents peut prendre les formes suivantes :
un accès aux informations concernant l'offre;
la notification du besoin pour une offre;
la réservation d'une offre;
le démarrage d'une offre, avec les démarches administratives nécessaires, le cas échéant.
§ 2 - Le conseiller référent évalue si l'offre d'accompagnement ou de placement s'inscrit bien dans le parcours d'insertion du demandeur d'emploi.
Art. 12. Onderbreking van het zoeken naar werk
Voor de toepassing van artikel 13 van het decreet wordt het zoeken naar werk niet als onderbroken beschouwd als de ingeschreven werkzoekende deelneemt aan een stage, een opleiding of een tewerkstellingsmaatregel, voor zover die deel uitmaken van het inschakelingstraject in het kader van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling.
Elke uitschrijving uit het register wordt als een onderbreking van het zoeken naar werk beschouwd.
Het aanvatten van een baan of het opnemen van ziektedagen worden alleen als een onderbreking van het zoeken naar werk beschouwd, als dat gepaard gaat met een uitschrijving uit het register.
De periode van 24 maanden vermeld in artikel 13, tweede lid, van het decreet is verstreken als de persoon tijdens die onderbrekingsperiode op geen enkel tijdstip als werkzoekende was ingeschreven.
Art. 12. Interruption de la recherche d'emploi
Pour l'application de l'article 13 du décret, la recherche d'emploi n'est pas considérée comme interrompue lorsque le demandeur d'emploi inscrit participe à un stage, à une formation ou à une mesure en faveur de l'emploi, pour autant que ceux-ci fassent partie intégrante du parcours d'insertion dans le cadre du placement axé sur les besoins.
Toute désinscription du registre est considérée comme une interruption de la recherche d'emploi.
Le commencement d'un emploi ou des jours de maladie ne sont considérés comme une interruption de la recherche d'emploi que s'ils s'accompagnent d'une désinscription du registre.
La durée de vingt-quatre mois mentionnée à l'article 13, alinéa 2, du décret est atteinte si la personne n'a, à aucun moment, été inscrite comme demandeur d'emploi pendant cette période d'interruption.
Afdeling 2. - Fasen van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
Section 2. - Etapes du placement axé sur les besoins
Art. 13. Toewijzing van een andere persoonlijk adviseur en kwalificatie van de persoonlijk adviseurs
§ 1 - Met behoud van de toepassing van artikel 15, § 1, van het decreet kan, op verzoek van de werkzoekende of van de persoonlijk adviseur, een andere persoonlijk adviseur van de bevoegde bemiddelingsdienst de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling overnemen.
[1 ...]1
§ 2 - Elke bemiddelingsdienst registreert de deelname van de persoonlijk adviseurs aan de scholingen die overeenkomstig artikel 15, § 3, van het decreet verplicht zijn.
Art. 13. Changement et qualification des conseillers référents
§ 1er - Sans préjudice de l'article 15, § 1er, du décret, un autre conseiller référent du service de placement compétent peut, à la demande du demandeur d'emploi ou du conseiller référent, assurer la prestation de placement axé sur les besoins.
[1 ...]1
§ 2 - Chaque service de placement enregistre la participation des conseillers référents aux formations continues obligatoires en vertu de l'article 15, § 3, du décret.
Art. 14. Actieovereenkomst voor werk
De persoonlijk adviseur is verantwoordelijk voor de opname van de actieovereenkomst voor werk in het begeleidingsdossier. Hij zorgt ervoor dat de actieovereenkomst voor werk aan de werkzoekende wordt bezorgd.
De werkzoekende bevestigt schriftelijk dat hij de actieovereenkomst voor werk heeft ontvangen en dat hij ze aanvaardt.
Als de actieovereenkomst voor werk wordt gewijzigd, zijn het eerste en het tweede lid mutatis mutandis van toepassing.
Art. 14. Accord en matière d'action sur le plan professionnel
Le conseiller référent est chargé d'intégrer l'accord en matière d'action sur le plan professionnel dans le dossier d'accompagnement. Il veille à ce que ledit accord soit transmis au demandeur d'emploi.
Le demandeur d'emploi confirme par écrit la réception et l'acceptation de l'accord en matière d'action.
Les alinéas 1er et 2 s'appliquent mutatis mutandis en cas de modification de l'accord en matière d'action sur le plan professionnel.
Afdeling 3. - Procedure voor de toekenning, schorsing en intrekking van de erkenning van de bemiddelingsdiensten
Section 3. - Procédure d'agrément des services de placement et procédures de suspension et de retrait de leur agrément
Art. 15. Erkenningsprocedure
§ 1 - De administratie onderzoekt de volledigheid van de erkenningsaanvraag overeenkomstig artikel 22, § 1, vierde lid, van het decreet en deelt de aanvrager binnen de termijn vermeld in artikel 22, § 1, vijfde lid, van het decreet mee of er documenten ontbreken. Zodra de aanvraag volledig is, stelt ze de aanvrager daarvan in kennis.
De administratie onderzoekt de aanvragen inhoudelijk, stelt een met redenen omkleed advies over de toekenning of weigering van de erkenning op en bezorgt de aanvraag en haar aanbeveling aan de Minister.
De Minister beslist binnen de termijn vermeld in artikel 22, § 1, zesde lid, van het decreet, te rekenen vanaf de datum waarop de aanvraag volledig is.
De administratie bezorgt de beslissing van de Minister als volgt aan de aanvrager:
een gunstige beslissing per gewoon schrijven;
een ongunstige beslissing per aangetekend schrijven.
In een afwijzingsbeslissing wordt vermeld dat overeenkomstig artikel 22, § 2, van het decreet beroep kan worden ingesteld bij de Minister.
§ 2 - De Minister beslist over het beroep binnen de termijn vermeld in artikel 22, § 2, derde lid, van het decreet.
De administratie bezorgt de beslissing van de Minister als volgt aan de aanvrager:
een gunstige beslissing per gewoon schrijven;
een ongunstige beslissing per aangetekend schrijven.
Art. 15. Procédure d'agrément
§ 1er - L'administration vérifie le caractère complet de la demande d'agrément conformément à l'article 22, § 1er, alinéa 4, du décret et prévient le demandeur, dans le délai mentionné à l'article 22, § 1er, alinéa 5, du décret, s'il manque des documents. Dès que la demande est complète, elle en informe le demandeur.
L'administration procède à l'examen du contenu des demandes et rédige un avis motivé concernant l'octroi ou le refus de l'agrément, puis transmet la demande ainsi que sa recommandation au Ministre.
La décision du Ministre est rendue dans le délai mentionné à l'article 22, § 1er, alinéa 6, du décret, délai qui court à compter du moment où la demande est complète.
L'administration transmet au demandeur la décision du Ministre selon les modalités suivantes :
en cas de décision favorable, par lettre ordinaire;
en cas de décision défavorable, par lettre recommandée.
Une décision de refus mentionne la possibilité d'introduire un recours auprès du Ministre conformément à l'article 22, § 2, du décret.
§ 2 - Le Ministre statue sur le recours dans le délai mentionné à l'article 22, § 2, alinéa 3, du décret.
L'administration transmet au demandeur la décision du Ministre selon les modalités suivantes :
en cas de décision favorable, par lettre ordinaire;
en cas de décision défavorable, par lettre recommandée.
Art. 16. Evaluatieverslag van de erkende bemiddelingsdiensten
Voor de toepassing van artikel 23, eerste lid, 5°, van het decreet brengt de Minister de erkende bemiddelingsdiensten minstens zes maanden voor het begin van de evaluatieperiode schriftelijk op de hoogte van de methoden en de indicatoren.
Art. 16. Rapport d'évaluation des services de placement agréés
Pour l'application de l'article 23, alinéa 1er, 5°, du décret, le Ministre fournit par écrit aux services de placement agréés des informations sur les méthodes et les indicateurs au moins six mois avant le début de la période d'évaluation.
Art. 17. Schorsing van de erkenning
Voor de toepassing van artikel 24 van het decreet:
maant de Minister de bemiddelingsdienst aan de erkenningsvoorwaarden na te leven;
deelt de Minister zijn voornemen op voorhand mee;
geschiedt het horen van de betrokkene bedoeld in artikel 24, § 1, derde lid, van het decreet door de Minister;
beslist de Minister over de schorsing bedoeld in artikel 24, § 1, eerste, derde en vierde lid, van het decreet.
De administratie bezorgt de beslissing van de Minister als volgt aan de aanvrager:
een gunstige beslissing per gewoon schrijven;
een ongunstige beslissing per aangetekend schrijven.
In een beslissing tot schorsing van de erkenning wordt vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de Minister overeenkomstig artikel 26 van het decreet en overeenkomstig artikel 19.
Art. 17. Suspension de l'agrément
Pour l'application de l'article 24 du décret :
le Ministre invite le service de placement concerné à se conformer aux conditions d'agrément;
le Ministre communique son intention à l'avance;
l'audition prévue par l'article 24, § 1er, alinéa 3, du décret a lieu devant le Ministre;
le Ministre statue sur la suspension prévue par l'article 24, § 1er, alinéas 1er, 3 et 4, du décret.
L'administration transmet au demandeur la décision du Ministre selon les modalités suivantes :
en cas de décision favorable, par lettre ordinaire;
en cas de décision défavorable, par lettre recommandée.
Une décision de suspension de l'agrément mentionne la possibilité d'introduire un recours auprès du Ministre conformément à l'article 26 du décret et à l'article 19.
Art. 18. Intrekking van de erkenning
Voor de toepassing van artikel 25 van het decreet:
maant de Minister de bemiddelingsdienst aan de erkenningsvoorwaarden na te leven;
deelt de Minister zijn voornemen op voorhand mee;
geschiedt het horen van de betrokkene bedoeld in artikel 25, § 1, tweede lid, van het decreet door de Minister;
beslist de Minister over de intrekking bedoeld in artikel 25, § 1, eerste en derde lid, van het decreet.
De administratie bezorgt de beslissing van de Minister als volgt aan de aanvrager:
een gunstige beslissing per gewoon schrijven;
een ongunstige beslissing per aangetekend schrijven.
In een beslissing tot intrekking van de erkenning wordt vermeld dat beroep kan worden ingesteld bij de Minister overeenkomstig artikel 26 van het decreet en overeenkomstig artikel 19.
Art. 18. Retrait de l'agrément
Pour l'application de l'article 25 du décret :
le Ministre invite le service de placement concerné à se conformer aux conditions d'agrément;
le Ministre communique son intention à l'avance;
l'audition prévue par l'article 25, § 1er, alinéa 2, du décret a lieu devant le Ministre;
le Ministre statue sur le retrait prévu par l'article 25, § 1er, alinéas 1er et 3, du décret.
L'administration transmet au demandeur la décision du Ministre selon les modalités suivantes :
en cas de décision favorable, par lettre ordinaire;
en cas de décision défavorable, par lettre recommandée.
Une décision de retrait de l'agrément mentionne la possibilité d'introduire un recours auprès du Ministre conformément à l'article 26 du décret et à l'article 19.
Art. 19. Beroepsprocedure
De administratie bezorgt de in artikel 26 van het decreet bedoelde schorsings- of intrekkingsbeslissing van de Regering als volgt aan de bemiddelingsdienst:
een gunstige beslissing per gewoon schrijven;
een ongunstige beslissing per aangetekend schrijven.
Art. 19. Procédure de recours
L'administration transmet au service de placement concerné la décision du Gouvernement concernant la suspension ou le retrait, telle que prévue à l'article 26 du décret, selon les modalités suivantes :
en cas de décision favorable, par lettre ordinaire;
en cas de décision défavorable, par lettre recommandée.
Art. 20. Stopzetting van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
Na de intrekking en zolang de erkenning geschorst is, neemt de Dienst voor arbeidsbemiddeling de beginnende behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling van alle werkzoekenden die tevoren onder de bevoegdheid van de betreffende bemiddelingsdienst vielen, over.
Gedurende een periode van vier maanden zet de bemiddelingsdienst de reeds aangevatte behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling voort.
Art. 20. Cessation du placement axé sur les besoins
A la suite du retrait et pour la durée de la suspension de l'agrément, l'Office de l'emploi reprend la prestation commencée de placement axé sur les besoins de tous les demandeurs d'emploi qui relevaient auparavant de la compétence du service de placement concerné.
Pendant une période de quatre mois, le service de placement concerné poursuit la prestation de placement axé sur les besoins déjà commencée.
HOOFDSTUK 4. - Ontwikkeling van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
CHAPITRE 4. - Développement du placement axé sur les besoins
Art. 21. Analyse van de arbeidsmarkt
De Dienst voor arbeidsbemiddeling stuurt de arbeidsmarktanalyse vermeld in artikel 30, § 2, van het decreet naar minstens vijf deskundigen uit de volgende verschillende vakgebieden voor advies:
de beroepsopleiding;
het gewoon of gespecialiseerd secundair onderwijs;
de particuliere arbeidsbemiddeling;
het arbeidsmarktonderzoek;
de sociale economie;
de economie;
de maatschappelijke integratie;
de integratie van migranten;
de gezondheid;
10° de ondersteuning voor de jeugd.
Art. 21. Analyse du marché du travail
L'Office de l'emploi transmet, pour avis, l'analyse du marché du travail mentionnée à l'article 30, § 2, du décret à au moins cinq experts relevant des différents domaines suivants :
la formation professionnelle;
l'enseignement secondaire ordinaire ou spécialisé;
le placement privé;
l'étude du marché du travail;
l'économie sociale;
l'économie;
l'insertion sociale;
l'intégration des migrants;
la santé;
10° le soutien à la jeunesse.
Art. 22. Evaluatie van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling
De Dienst voor arbeidsbemiddeling stelt het evaluatieverslag bedoeld in artikel 32, tweede lid, van het decreet op op basis van de indicatoren vermeld in artikel 23, eerste lid, 5°, van het decreet.
Minstens zes maanden voor het begin van de evaluatieperiode licht de Minister de Dienst voor arbeidsbemiddeling schriftelijk in over de evaluatieperiode, de methoden en de indicatoren.
Art. 22. Evaluation du placement axé sur les besoins
L'Office de l'emploi établit le rapport mentionné à l'article 32, alinéa 2, du décret sur la base des indicateurs mentionnés à l'article 23, alinéa 1er, 5°, du décret.
Au moins six mois avant le début de la période d'évaluation, le Ministre fournit par écrit à l'Office de l'emploi des informations sur la période d'évaluation, les méthodes et les indicateurs.
HOOFDSTUK 5. - Controle van de zoekinspanningen
CHAPITRE 5. - Contrôle des efforts de recherche
Art. 23. Documenteren van de zoekinspanningen
In het begeleidingsdossier worden de zoekinspanningen van de gebruiker van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling die overeenkomstig artikel 4, § 4, 1° en 2°, van het decreet is ingeschreven als werkzoekende, door de tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur gedocumenteerd. In dat dossier worden ook de gebeurtenissen vermeld in artikel 46, § 4, van het decreet gedocumenteerd.
Art. 23. Documentation des efforts de recherche
Le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent documente dans le dossier d'accompagnement les efforts de recherche des utilisateurs du placement axé sur les besoins en recherche d'emploi qui sont inscrits conformément à l'article 4, § 4, 1° et 2°, du décret. Les situations mentionnées à l'article 46, § 4, du décret y sont également documentées.
Art. 24. Balans opmaken van de zoekinspanningen
De tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur maakt de balans op van de zoekinspanningen van de aanvragers en ontvangers van werkloosheidsuitkeringen die door hem worden begeleid.
De tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur kan naar aanleiding van de omstandigheden en periodiek de balans opmaken.
Telkens als de balans wordt opgemaakt, wordt het tijdstip en het resultaat in het begeleidingsdossier genoteerd.
Als de balans onder voorbehoud is, deelt de tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur de werkzoekende binnen veertien dagen schriftelijk mee dat de controledienst de controleprocedure opent.
Art. 24. Bilan des efforts de recherche
Le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent dresse un bilan des efforts de recherche fournis par les demandeurs et bénéficiaires de prestations de chômage qu'il accompagne.
Le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent peut dresser un bilan de manière périodique et en fonction des circonstances.
Le moment et le résultat de chaque bilan sont consignés dans le dossier d'accompagnement.
Si le bilan est réservé, le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent informe le demandeur d'emploi par écrit, dans un délai de quatorze jours, de l'ouverture de la procédure de contrôle par le service de contrôle.
Art. 25. Periodieke balans
§ 1 - De tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur maakt minstens één keer per jaar periodiek de balans op. Bij het begin van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling legt hij de eerste balansperiode vast en deelt hij die schriftelijk mee aan de werkzoekende.
§ 2 - Uiterlijk één maand na het verstrijken van de balansperiode wordt in een gezamenlijk gesprek de balans opgemaakt. Dat gesprek kan een fysiek gesprek zijn of kan vanaf een afstand worden gevoerd. Een positieve balans kan ook worden opgemaakt zonder gesprek.
Als de termijn vermeld in het eerste lid wordt overschreden, wordt de controledienst daarvan in kennis gesteld. De Dienst voor arbeidsbemiddeling controleert en registreert de oorzaak van het overschrijden van de termijn.
§ 3 - Nadat een positieve balans is opgemaakt, deelt de tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur de volgende balansperiode mee aan de werkzoekende, waarbij die balansperiode ten vroegste op het einde van de vorige balansperiode kan beginnen.
§ 4 - Als een actieovereenkomst voor werk is gesloten, dient de uitvoering van die actieovereenkomst als basis voor de evaluatie van de zoekinspanningen en als basis voor de desbetreffende balans die door de tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur wordt opgemaakt.
§ 5 - Als de tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur een positieve periodieke balans over de werkzoekende opmaakt, geldt dit als een positieve evaluatie van de zoekinspanningen met toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991.
In afwijking van paragraaf 1 kan de periode van de periodieke balans voor de volgende personen worden opgeschort:
aanvragers van de inschakelingsuitkering;
werklozen die overeenkomstig het koninklijk besluit van 25 november 1991 een vrijstelling of opschorting van de actieve beschikbaarheid genieten;
werkloze alleenstaande ouders die geen kinderopvang hebben, maar kunnen bewijzen dat ze actief naar kinderopvang zoeken;
werkzoekenden in een programma ter voorbereiding op een zelfstandige activiteit.
Art. 25. Bilan périodique
§ 1er - Le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent réalise un bilan périodique au moins une fois par an. Au début de la prestation de placement axé sur les besoins, il fixe la première période couverte par le bilan (ci-après dénommée la " période de bilan ") et en informe le demandeur d'emploi par écrit.
§ 2 - Au plus tard un mois après la fin de la période de bilan, un bilan est effectué dans le cadre d'un entretien commun. Cet entretien peut avoir lieu en personne ou à distance. Un bilan positif peut aussi être établi sans entretien.
En cas de dépassement du délai mentionné à l'alinéa 1er, le service de contrôle en est informé. L'Office de l'emploi examine et enregistre la cause du dépassement de délai.
§ 3 - A la suite d'un bilan positif, le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent communique au demandeur d'emploi la prochaine période de bilan, celle-ci pouvant débuter au plus tôt à la fin de la période de bilan précédente.
§ 4 - Si un accord en matière d'action sur le plan professionnel a été conclu, la mise en oeuvre de cet accord en matière d'action sert de base à l'évaluation des efforts de recherche et au bilan correspondant réalisés par le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent.
§ 5 - Si le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent dresse un bilan périodique positif pour le demandeur d'emploi, cela est considéré comme une évaluation positive des efforts de recherche en application de l'arrêté royal du 25 novembre 1991.
Par dérogation au § 1er, la période de bilan périodique peut être suspendue pour les personnes suivantes :
les demandeurs de l'allocation d'insertion;
les chômeurs qui bénéficient d'une suspension ou d'une dispense de la disponibilité active conformément à l'arrêté royal du 25 novembre 1991;
les chômeurs qui élèvent seuls leurs enfants et qui n'ont pas de garde d'enfants, mais qui sont en mesure de prouver qu'ils s'efforcent de manière active de faire garder leurs enfants;
les demandeurs d'emploi participant à un programme de préparation à l'exercice d'une activité indépendante.
Art. 26. Balans naar aanleiding van de omstandigheden
§ 1 - Als een van de gebeurtenissen vermeld in artikel 46, § 4, van het decreet zich voordoet, kan de tewerkstellingsconsulent of, naargelang van het geval, de persoonlijk adviseur naar aanleiding van de omstandigheden de balans opmaken van de zoekinspanningen.
De balans wordt van rechtswege opgemaakt naar aanleiding van de omstandigheden, als in de balansperiode twee gebeurtenissen als bedoeld in artikel 46, § 4, van het decreet werden gedocumenteerd.
De balans wordt opgemaakt binnen een maand na de gebeurtenis vermeld in artikel 46, § 4, van het decreet.
§ 2 - De balans naar aanleiding van de omstandigheden kan worden opgemaakt zonder gezamenlijk gesprek.
Art. 26. Bilan en fonction des circonstances
§ 1er - Lorsqu'une des situations mentionnées à l'article 46, § 4, du décret survient, le conseiller emploi ou, selon le cas, le conseiller référent peut dresser un bilan des efforts de recherche en fonction des circonstances.
Le bilan en fonction des circonstances a lieu de plein droit lorsque deux des situations mentionnées à l'article 46, § 4, du décret ont été documentées au cours de la même période de bilan.
Ledit bilan a lieu dans le mois qui suit la survenance de la situation mentionnée à l'article 46, § 4, du décret.
§ 2 - Le bilan en fonction des circonstances peut avoir lieu sans entretien commun.
Art. 27. Controle van de zoekinspanningen
§ 1 - In geval van een positieve periodieke balans of een positieve balans naar aanleiding van de omstandigheden kent de controledienst een positieve evaluatie van de zoekinspanningen toe voor de toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991.
§ 2 - In geval van een balans onder voorbehoud controleren de voor de controle van de zoekinspanningen bevoegde medewerkers van de Dienst voor arbeidsbemiddeling met toepassing van het koninklijk besluit van 25 november 1991 alle vormen van beschikbaarheid die in dat koninklijk besluit worden vermeld en van toepassing zijn op de betrokken persoon.
§ 3 - De controledienst evalueert de beschikbaarheid op basis van de documentatie en de balans van de zoekinspanningen bedoeld in de artikelen 23 en 24.
Op basis daarvan bepaalt de controledienst of de werkzoekende overeenkomstig het koninklijk besluit van 25 november 1991 voldoende beschikbaar is. Als dat niet het geval is, legt de Minister de sanctie op waarin het koninklijk besluit van 25 november 1991 voorziet.
Art. 27. Contrôle des efforts de recherche
§ 1er - Lorsqu'un bilan périodique ou en fonction des circonstances est positif, le service de contrôle attribue sur cette base une évaluation positive des efforts de recherche pour l'application de l'arrêté royal du 25 novembre 1991.
§ 2 - Lorsqu'un bilan est réservé, les collaborateurs de l'Office de l'emploi chargés du contrôle des efforts de recherche contrôlent toutes les formes de disponibilité applicables pour la personne concernée dans le cadre de l'arrêté royal du 25 novembre 1991, en application des dispositions qui y sont prévues.
§ 3 - Pour évaluer la disponibilité, le service de contrôle utilise la documentation et le bilan des efforts de recherche établis sur la base des articles 23 et 24.
Sur cette base, le service de contrôle détermine si le demandeur d'emploi est suffisamment disponible conformément aux dispositions de l'arrêté royal du 25 novembre 1991. Si tel n'est pas le cas, le Ministre impose la sanction prévue par l'arrêté royal du 25 novembre 1991.
Art. 28. Afwezigheden met en zonder wettig excuus
Als een werkzoekende afwezig is op een afspraak die in het kader van het begeleidings- of bemiddelingsaanbod werd gemaakt, wordt dit als een afwezigheid met wettig excuus beschouwd als de werkzoekende uiterlijk drie dagen na de afspraak meedeelt dat zijn afwezigheid te wijten was aan een van de volgende gebeurtenissen en hij dit op verzoek zo snel mogelijk kan bewijzen:
deelname aan een sollicitatiegesprek;
begin van een arbeidsovereenkomst;
deelname aan een opleiding of stage;
afspraak bij een externe aanbieder van een begeleidings- of bemiddelingsaanbod, op verzoek van die aanbieder;
verlof voor moederschapsbescherming;
arbeidsongeschiktheid;
verhuizing uit het Duitse taalgebied;
verlof in de zin van het koninklijk besluit van 25 november 1991;
onvoorzienbare uitval van vervoersmiddelen;
10° burgerlijke plichten;
11° verhindering van de vakbondsafgevaardigde, voor zover vooraf aangekondigd was dat hij de werkzoekende zou begeleiden;
12° geval van overmacht;
13° familiegebeurtenissen.
Als de Dienst voor arbeidsbemiddeling een afspraak maakt met de werkzoekende in het kader van de behoeftegestuurde arbeidsbemiddeling, deelt de Dienst voor arbeidsbemiddeling aan de werkzoekende mee welke gevolgen zijn afwezigheid kan hebben.
Art. 28. Absences justifiées et non justifiées
Lorsqu'un demandeur d'emploi est absent à un rendez-vous ayant été convenu dans le cadre de l'offre d'accompagnement ou de placement, cette absence est considérée comme justifiée si le demandeur d'emploi indique, au plus tard trois jours après ledit rendez-vous, qu'il a été absent en raison de l'un des événements énumérés ci-après et s'il est en mesure de le prouver rapidement sur demande :
participation à un entretien d'embauche;
commencement d'un emploi dans le cadre d'un contrat de travail;
participation à une formation ou à un stage;
rendez-vous chez un prestataire externe d'offres d'accompagnement ou de placement, à la demande de ce prestataire;
absence pour cause de protection de la maternité;
incapacité de travail;
déménagement en dehors de la région de langue allemande;
congé au sens de l'arrêté royal du 25 novembre 1991;
défaillance non prévisible de moyens de transport;
10° devoirs civiques;
11° empêchement du délégué syndical, dans la mesure où l'accompagnement par celui-ci avait été annoncé à l'avance;
12° cas de force majeure;
13° événements familiaux.
Lorsque l'Office de l'emploi convient d'un rendez-vous avec le demandeur d'emploi dans le cadre de la prestation de placement axé sur les besoins, il informe le demandeur d'emploi des conséquences possibles d'une absence.
Art. 29. Gegevensverwerking
De artikelen 23 tot 28 gelden met behoud van de toepassing van artikel 48, § 1, van het decreet.
Art. 29. Traitement des données
Les articles 23 à 28 s'appliquent sans préjudice de l'article 48, § 1er, du décret.
HOOFDSTUK 6. - Slotbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales
Art. 30. Inwerkingtreding
Dit besluit treedt in werking op 1 september 2024.
Art. 30. Entrée en vigueur
Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2024.
Art. 31. Uitvoeringsbepaling
De minister bevoegd voor Werkgelegenheid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 31. Exécution
Le Ministre de l'Emploi est chargé de l'exécution du présent arrêté.