Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 MEI 2024. - Besluit van de Waalse Regering tot wijziging van het reglementair deel van Boek I van het Milieuwetboek
Titre
23 MAI 2024. - Arrêté du Gouvernement wallon modifiant la partie réglementaire du Livre Ier du Code de l'Environnement
Documentinformatie
Numac: 2024205251
Datum: 2024-05-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024205251
Date: 2024-05-23
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Voorwerp
CHAPITRE Ier. - Objet
Artikel 1. Bij dit besluit worden de volgende richtlijnen gedeeltelijk omgezet:
Richtlijn 2011/92/EG van het Europees Parlement en van de Raad van 13 december 2011 betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten;
Richtlijn 2014/52/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EG betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten.
Article 1er. Le présent arrêté transpose partiellement :
la directive 2011/92/UE du Parlement européen et du Conseil du 13 décembre 2011 concernant l'évaluation des incidences de certains projets publics et privés sur l'environnement;
la directive 2014/52/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 modifiant la directive 2011/92/UE concernant l'évaluation des incidences de certains projets publics et privés sur l'environnement.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE II. - Dispositions modificatives
Art. 2. Artikel R.41-1 van Boek I van het Milieuwetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007, wordt vervangen als volgt:
"Art. R.41-1. De aanvrager maakt de informatie bedoeld in artikel D.29-5, § 3, eerste lid, 2°, bij gewoon schrijven over aan de overheid die moet nagaan of de aanvraag volledig en ontvankelijk is.
Binnen twintig dagen na ontvangst van deze informatie bepaalt deze overheid:
de gemeenten, met inbegrip van de gemeente of gemeenten waartoe het project zich uitstrekt, die door het project kunnen worden getroffen;
of het project aanzienlijke gevolgen kan hebben op het leefmilieu van een ander Gewest, van een andere Lidstaat van de Europese Unie of van een andere Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectenverslag in grensoverschrijdend verband.
De overheid licht de aanvrager bij aangetekend schrijven erover in. ".
Art. 2. L'article R.41-1 du Livre Ier du Code de l'Environnement, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.41-1. Le demandeur transmet par pli simple à l'autorité chargée d'apprécier le caractère complet et recevable de la demande les informations visées à l'article D.29-5, § 3, alinéa 1er, 2°.
Dans les vingt jours de la réception de ces informations, cette autorité détermine :
les communes, en ce compris la ou les communes auxquelles s'étend le projet, susceptibles d'être affectées par ledit projet;
si le projet est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement d'une autre Région, d'un autre Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière.
L'autorité en informe le demandeur par envoi recommandé. ".
Art. 3. Artikel R.41-3 van Boek I van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het decreet van 20 december 2007 en laatstelijk gewijzigd bij het decreet van 6 september 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. R.41-3. § 1. Wanneer de aanvrager de in artikel R.72, § 3, bedoelde beslissing ontvangt en als ze gunstig is, organiseert hij in de gemeente waar het project de grootste oppervlakte bestrijkt, de voorafgaande informatievergadering waarop de bevolking van de overeenkomstig artikel D.29-5, § 3, betrokken gemeente(n) wordt uitgenodigd overeenkomstig artikel D.29-5, § 3, evenals het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, indien is vastgesteld dat het project een effect kan hebben op het leefmilieu van een andere Staat of een ander Gewest.
Indien de in het eerste lid bedoelde gemeente niet beschikt over een zaal die groot genoeg is om het verwachte publiek te ontvangen, organiseert de aanvrager ofwel:
verschillende informatievergaderingen in de gemeente;
een eenmalige informatievergadering in een andere betrokken gemeente of een naburige gemeente met een zaal die groot genoeg is voor het verwachte publiek.
De aanvrager nodigt voor de vergadering, of voor de verschillende vergaderingen als er meerdere zijn, ook de volgende personen uit die op de vergadering vertegenwoordigd kunnen zijn:
de persoon die de aanvrager heeft gekozen om het milieueffectonderzoek uit te voeren, als een dergelijk onderzoek wordt vereist;
de bevoegde overheid;
de Administratie Leefmilieu en de Administratie Ruimtelijke Ordening;
de beleidsgroep "Leefmilieu" en, volgens de gevallen bedoeld in artikel R.82, § 1, leden 2 tot 4, de gemeentelijke adviescommissie Ruimtelijke Ordening en Mobiliteit en de beleidsgroep "Ruimtelijke Ordening"; deze instanties kunnen er hoogstens twee leden afvaardigen;
de vertegenwoordigers van de overeenkomstig artikel D.29-5, § 3, betrokken gemeente(n);
de vertegenwoordigers van de betrokken overheid(en) van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband overeenkomstig artikel D.29-24-2, § 2, wanneer het project een aanzienlijk effect kan hebben op het leefmilieu van een naburige Staat of Gewest.
In het in 6° bedoelde geval en indien de vertegenwoordiger(s) gunstig heeft (hebben) geantwoord op de in artikel D.29-24-2, § 2, bedoelde kennisgeving, zorgt de aanvrager er eveneens voor:
dat de vertegenwoordiger of het publiek van het Gewest, van de Lidstaat van de Europese Unie en/of van de Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband, uitgenodigd om deel te nemen, de uitwisselingen begrijpt;
dat een redelijke termijn in acht wordt genomen tussen het ogenblik waarop de vertegenwoordiger(s) gunstig heeft (hebben) geantwoord op de kennisgeving bedoeld in artikel D.29-24-2, § 2, en het houden van de voorafgaande informatievergadering of de eerste vergadering indien er meerdere zijn.
Met betrekking tot 1° moet de aanvrager op eigen kosten zorgen voor een tolkendienst die uitwisselingen kan vertalen in de taal van het betrokken publiek en omgekeerd.
§ 2. Naast de organisatie van de voorafgaande informatievergadering en de modaliteiten ervan die vastgesteld zijn in paragraaf 1, filmt de aanvrager de voorafgaande informatievergadering met video-opname, overeenkomstig artikel D.29-5, § 5.
Het bericht bedoeld in artikel D.29-5, § 3, vermeldt het internetadres waar de video-opname zal worden gehost.
Naast de modaliteiten van artikel D.29-5, § 3, vierde lid, wordt het bericht gepubliceerd op de website van de gemeente of gemeenten waarvoor het geplande project gevolgen kan hebben.
§ 3. Als de technische middelen voor elektronische communicatie niet toelaten dat de videoconferentie op hetzelfde tijdstip plaatsvindt als de fysieke vergadering of als er geen fysieke vergadering is, wordt de voorafgaande informatievergadering opgenomen en zal de aanvrager het publiek een internetlink ter beschikking stellen waarmee de opname op een later tijdstip kan worden bekeken. Het publiek kan opmerkingen maken overeenkomstig artikel R.41-4.
Behalve wanneer uitzonderlijke omstandigheden vereisen dat uitsluitend gebruik wordt gemaakt van elektronische communicatie, kan het niet houden van een voorafgaande informatievergadering per videoconferentie geen afbreuk doen aan de milieubeoordelingsprocedure of de vergunningsaanvraagprocedure, ongeacht of dit vrijwillig of onvrijwillig gebeurt, met name wegens technische problemen die het houden van de vergadering geheel of gedeeltelijk belemmeren.".
Art. 3. L'article R.41-3 du même Livre du même Code, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 septembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.41-3. § 1er. Lorsque le demandeur reçoit la décision visée à l'article R.72, § 3, et que celle-ci est favorable, le demandeur organise, dans la commune où se situe la plus grande superficie occupée par le projet, la réunion d'information préalable, à laquelle est invitée la population de la ou des communes concernées conformément à l'article D.29-5, § 3, ainsi que la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière si le projet a été identifié comme susceptible d'avoir des incidences sur l'environnement d'un autre Etat ou d'une autre Région.
Si la commune visée à l'alinéa premier ne dispose pas d'une salle assez grande pour accueillir le public attendu, le demandeur organise, soit :
plusieurs réunions d'information dans ladite commune;
une seule réunion d'information dans une autre commune concernée ou une commune limitrophe dotée d'une salle suffisamment grande pour accueillir le public attendu.
Le demandeur invite également à la réunion, ou aux différentes réunions en cas de pluralité, les personnes suivantes qui peuvent s'y faire représenter :
la personne choisie par le demandeur pour réaliser l'étude d'incidences, si une telle étude est requise;
l'autorité compétente;
l'administration de l'environnement et l'administration de l'aménagement du territoire;
le pôle " Environnement ", et, selon les cas visés à l'article R.82, § 1er, alinéas 2 à 4, la Commission consultative communale d'aménagement du territoire et de mobilité et le pôle " Aménagement du territoire "; ces instances peuvent y déléguer deux de leurs membres au plus;
les représentants de la ou des communes concernées conformément à l'article D.29-5, § 3 ;
les représentants de la ou des autorités concernées de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière conformément à l'article D.29-24-2, § 2, dans le cas où le projet est susceptible d'impacter de façon notable l'environnement d'un Etat ou d'une Région limitrophe.
Dans le cas prévu au 6°, et si une réponse favorable a été apportée par le ou les représentants à la notification visée à l'article D.29-24-2, § 2, le demandeur s'assure également :
que le représentant ou le public de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne et ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, invité à participer, comprend les échanges;
qu'un délai raisonnable soit respecté entre le moment où une réponse favorable a été apportée par le ou les représentants à la notification visée à l'article D.29-24-2, § 2, et la tenue de la réunion d'information préalable ou de la première réunion en cas de pluralité.
En ce qui concerne le 1°, le demandeur prévoit, à ses frais, un service d'interprétariat qui puisse assurer la traduction des échanges vers la langue du public concerné et inversement.
§ 2. Complémentairement à l'organisation de la réunion d'information préalable et des modalités qui y sont fixées au paragraphe 1er, le demandeur filme la réunion d'information préalable avec enregistrement vidéo, conformément à l'article D.29-5, § 5.
L'avis visé à l'article D.29-5, § 3, mentionne l'adresse internet où sera hébergé l'enregistrement vidéo.
Complémentairement aux modalités de l'article D.29-5, § 3, alinéa 4, l'avis est publié sur le site internet de la ou des communes susceptibles d'être impactées par le projet envisagé.
§ 3. Si les moyens techniques de communication électronique ne permettent pas de réaliser la vidéo-conférence simultanément à la tenue de la réunion physique ou en l'absence de réunion physique, la réunion d'information préalable est enregistrée et le demandeur propose au public un lien Internet lui permettant d'assister, de façon différée, à son enregistrement. Le public peut formuler ses remarques et observations conformément à l'article R.41-4.
Sauf lorsque des circonstances exceptionnelles motivées imposent le recours aux seuls moyens de communications électroniques, le défaut de réunion d'information préalable par vidéo-conférence ne peut pas vicier la procédure d'évaluation environnementale ou celle de demande de permis, que ce défaut soit volontaire ou involontaire, notamment en raison de problèmes techniques affectant totalement ou partiellement sa tenue. ".
Art. 4. In artikel R.41-4 van hetzelfde Boek van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007, worden de woorden "de datum van de laatste vergadering als er meer dan één is" ingevoegd tussen de woorden "datum van de informatievergadering" en de woorden "opmerkingen en suggesties formuleren".
Art. 4. Dans l'article R.41-4 du même Livre du même Code, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007, les mots " ou de la dernière réunion en cas de pluralité " sont insérés entre les mots " d'information " et " , émettre ".
Art. 5. In artikel R.41.-5, § 1, van hetzelfde Boek van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht
in paragraaf 1 worden de woorden "van de informatievergadering" vervangen door de woorden "van de informatievergadering(en)";
er wordt een paragraaf 2/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"De minimuminhoud van het in artikel D.29-6 bedoelde attest opgenomen in bijlage IV/1. ".
Art. 5. Dans l'article R.41-5, § 1er, du même Livre du même Code, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 1er, les mots " de la réunion d'information " sont remplacés par les mots " de la ou des réunions d'information ";
il est inséré un paragraphe 2/1 rédigé comme suit :
" Le contenu minimal de l'attestation visée à l'article D.29-6 est déterminé à l'annexe IV/1. ".
Art. 6. In artikel R.41-7 van hetzelfde Boek van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "D.29-11, § 11" vervangen door de woorden "D.29-24-2, § 1";
in paragraaf 2 worden de woorden "D.29-11, § 1" vervangen door de woorden "D.29-24-2, § 1".
Art. 6. Dans l'article R.41-7 du même Livre du même Code, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " D.29-11, § 1er " sont remplacés par les mots " D.29-24-2, § 1er ";
dans le paragraphe 2, les mots " D.29-11, § 1er " sont remplacés par les mots " D.29-24-2, § 1er ".
Art. 7. In artikel R.41-8, eerste lid 1, van hetzelfde Boek van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 20 december 2007, worden de woorden "D.29-11, § 2" vervangen door de woorden "D.29-24-7".
Art. 7. Dans l'article R.41-8, alinéa 1er, du même Livre du même Code, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007, les mots " D.29-11, § 2 " sont remplacés par les mots " D.29-24-7 ".
Art. 8. Artikel R.41-9 van hetzelfde Boek van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. R.41-9. § 1. De overheid die belast is met de beoordeling van de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag zendt aan de betrokken overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo, de in artikel D.29-24-2, § 2, bedoelde informatie waarover zij beschikt.
In overeenstemming met artikel D.29-24-2, § 2, lid 3 en § 4, kan het andere Gewest, de andere lidstaat of de andere staat die partij is bij het Verdrag van Espoo, in het geval van een positieve reactie op de kennisgeving, deelnemen aan de mogelijke voorafgaande scopingprocedure die door de opdrachtgever is aangevraagd op basis van artikel D.69, volgens de modaliteiten die zijn vastgelegd in artikel R.57, § 2 en § 4.
§ 2. De in artikel D.29-24-4, § 2 bedoelde informatie over het project wordt door de instantie die belast is met de beoordeling van de volledigheid en de ontvankelijkheid van de aanvraag doorgestuurd naar de bevoegde overheden van het Gewest, de lidstaat van de Europese Unie of de staat die partij is bij het Verdrag van Espoo, met vermelding van :
de bevoegde overheid en de termijn waarbinnen de beslissing moet worden genomen;
de modaliteiten voor de organisatie van het openbaar onderzoek betreffende de behandeling van de vergunningsaanvraag, meer bepaald de duur van het onderzoek, de vermoedelijke begindatum ervan en de overheid die de opmerkingen van het publiek in ontvangst zal nemen;
de informatie over de aard van de beslissing die genomen kan worden.
Ze geeft ook aan dat deze overheden wordt verzocht haar binnen zestig dagen na ontvangst van de informatie over het project hun standpunt mee te delen, evenals de opmerkingen die zij van het publiek hebben ontvangen in het kader van het openbaar onderzoek dat op het grondgebied van het Waals Gewest is georganiseerd of dat zij, in voorkomend geval, op hun eigen grondgebied hebben georganiseerd.
Tegelijk met de toezending van het dossier brengt ze de Regering en de bevoegde overheid op de hoogte van deze toezending.
§ 3. De modaliteiten voor de uitvoering van artikel D.29-24-5 met betrekking tot een specifieke raadplegingsprocedure voor grensoverschrijdende bevoegde overheden, met inbegrip van het vaststellen van de termijn voor raadpleging, worden gespecificeerd na overleg met de overheden, zodat het betrokken publiek en de overheden effectief kunnen deelnemen aan het besluitvormingsproces op milieugebied.
Deze procedure kan niet worden ingeleid na het verstrijken van de termijn van zestig dagen waarbinnen de betrokken overheid van het Gewest, de lidstaat van de Europese Unie of de staat die partij is bij het Verdrag van Espoo het in lid 2 bedoelde advies moet voorleggen.
§ 4. De bevoegde overheid zendt haar beslissing bij aangetekend schrijven naar de overheden bedoeld in paragraaf 2.
§ 5. Als de Regering omtrent een project de in artikel D.29-24-7, bedoelde gegevens ontvangt, maakt ze die over aan:
de gemeentecolleges van de gemeenten waar het project effecten zou kunnen veroorzaken, die deze informatie ter inzage van het publiek leggen overeenkomstig de procedure van openbaar onderzoek bedoeld in Titel III van deel III van dit Wetboek, met de volgende aanpassingen:
a) de directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu of zijn gemachtigde geeft de gemeenten aan die door het project kunnen worden getroffen en op wiens grondgebied een openbaar onderzoek moet worden uitgevoerd;
b) de bepalingen betreffende de informatievergadering zijn niet van toepassing;
c) de bepalingen van onderafdeling 2 van hoofdstuk III zijn niet van toepassing;
d) artikel D.29-10 is niet van toepassing;
e) het openbaar onderzoek duurt dertig dagen;
de Beleidsgroep "Leefmilieu"
De in het eerste lid, 1°, bedoelde instanties verzamelen de opmerkingen van het publiek en bezorgen de Regering hun eventuele adviezen en de opmerkingen die zij hebben verzameld binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de dag waarop zij de in het eerste lid bedoelde informatie hebben ontvangen. De beleidsgroep "Leefmilieu" verstrekt de Regering zijn eventueel advies binnen dertig dagen, te rekenen van de dag waarop hij de in het eerste lid bedoelde informatie heeft ontvangen.
§ 6. Wanneer de Regering de beslissing met betrekking tot een project ontvangt van het Gewest, van de Lidstaat van de Europese Unie of van een Staat die partij is bij het Verdrag van Espoo, stuurt ze die onmiddellijk door naar de betrokken gemeente(n) van het Waalse Gewest, zodat die binnen de tien dagen na ontvangst een bericht kan aanplakken, overeenkomstig artikel D.29-22, § 2. ".
Art. 8. L'article R.41-9 du même Livre du même Code, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 septembre 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. R.41-9. § 1er. L'autorité chargée d'apprécier le caractère complet et recevable de la demande transmet aux autorités concernées de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo, les informations dont elle dispose visées à l'article D.29-24-2, § 2.
Conformément à l'article D.29-24-2, § 2, alinéa 3, et § 4, en cas de réponse positive à la notification par l'autre Région, l'autre Etat membre ou l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo précitée, celui-ci peut participer à l'éventuelle procédure de cadrage préalable sollicitée par le maître d'ouvrage sur base de l'article D.69, selon modalités inscrites à l'article R.57, § 2 et § 4.
§ 2. Les informations relatives au projet visé à l'article D.29-24-4, § 2, sont transmises par l'instance chargée d'examiner le caractère complet et recevable de la demande aux autorités concernées de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo, en indiquant :
l'autorité compétente et le délai endéans lequel sa décision doit être prise;
les modalités d'organisation de l'enquête publique afférente à l'instruction de la demande de permis et notamment la durée de l'enquête, la date probable de début de celle-ci, et l'autorité chargée de recevoir les observations du public;
les informations relatives à la nature de la décision susceptible d'être prise.
Elle indique également que ces autorités sont invitées à lui communiquer, dans un délai de soixante jours à compter de la réception des informations relatives au projet, leur avis ainsi que les remarques qu'elles ont reçu de leur public dans le cadre de l'enquête publique organisée sur le territoire de la Région wallonne ou qu'elles ont, le cas échéant, organisée sur leur propre territoire.
En même temps qu'elle transmet le dossier, elle informe le Gouvernement et l'autorité compétente de cette transmission.
§ 3. Les modalités de mise en oeuvre de l'article D.29-24-5 relatif à une procédure de consultation spécifique des autorités compétentes transfrontalières, y compris la fixation du délai pour la consultation, sont précisées après concertation avec les autorités, de façon à permettre au public concerné et aux autorités de participer de manière effective au processus décisionnel en matière d'environnement.
Cette procédure ne peut pas être diligentée après l'expiration du délai de soixante jours dont dispose l'autorité concernée de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo pour remettre l'avis visé au paragraphe 2.
§ 4 L'autorité compétente envoie la décision visée à l'article D.29-24-6 par recommandé aux autorités concernées visées au paragraphe 2.
§ 5. Lorsque le Gouvernement reçoit, à propos d'un projet, des informations visées à l'article D.29-24-7, il les transmet :
aux collèges communaux des communes susceptibles d'être concernées qui les mettent à la disposition du public conformément à la procédure d'enquête publique prévue au titre III de la partie III du présent Code, moyennant les adaptations suivantes :
a) le directeur général du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources Naturelles et Environnement ou son délégué précise les communes susceptibles d'être affectées par le projet et sur le territoire desquelles une enquête publique doit être réalisée;
b) les dispositions relatives à la réunion d'information ne sont pas applicables;
c) les dispositions de la sous-section 2 du chapitre III ne sont pas applicables;
d) l'article D.29-10 n'est pas applicable;
e) la durée de l'enquête publique est de trente jours;
au pôle "Environnement"
Les instances visées à l'alinéa 1er, 1°, recueillent les observations du public et transmettent au Gouvernement leurs avis éventuels et les observations qu'ils ont recueillies dans un délai de trente jours à dater du jour où ils ont reçu les informations visées à l'alinéa 1er. Le pôle "Environnement" transmet au Gouvernement son avis éventuel dans un délai de trente jours à dater du jour où il a reçu les informations visées à l'alinéa 1er.
§ 6. Lorsque le Gouvernement reçoit la décision relative à un projet de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou d'un Etat partie à la Convention d'Espoo, il la transmet sans délai à la ou aux communes de la Région wallonne concernées afin que celles-ci affichent, dans les dix jours de sa réception, un avis conformément à l'article D.29-22, § 2. ".
Art. 9. In artikel R.57 van hetzelfde Boek, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "kan ze de diensten of commissies waarvoor ze acht dat ze geraadpleegd moeten worden, raadplegen." vervangen door de woorden "raadpleegt ze de diensten of commissies waarvoor ze acht dat ze geraadpleegd moeten worden";
in paragraaf 3 wordt de zin "Dit advies is opgenomen in het effectenonderzoek. "ingevoegd tussen de woorden "van de informatieaanvraag. "en "Indien deze overheid";
er wordt een paragraaf 4 toegevoegd, luidend als volgt:
" § 4. De in paragraaf 1 bedoelde overheid deelt de in paragraaf 3 bedoelde informatie mee aan elke overheid of instantie die op grond van paragraaf 2 wordt geraadpleegd.
In het kader van de inspraak en raadpleging van het publiek na de indiening van de vergunningsaanvraag stuurt ze deze informatie, samen met het effectenonderzoek, ook naar alle overheden die ze raadpleegt.".
Art. 9. Dans l'article R.57 du même Livre, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 06 septembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " peut consulter " sont remplacés par le mot " consulte ";
dans le paragraphe 3, la phrase " Cet avis est reproduit dans l'étude d'incidences. " est insérée entre les mots " d'information. " et " A défaut ";
il est ajouté un paragraphe 4 rédigé comme suit :
" § 4. L'autorité visée au paragraphe 1er transmet les informations visées au paragraphe 3 à toute autorité ou instance consultée en application du paragraphe 2.
Dans le cadre de la participation du public et des consultations réalisées à la suite de l'introduction de la demande de permis, elle transmet également ces informations, ainsi que l'étude d'incidences à toute autorité qu'elle consulte. ".
Art. 10. In artikel R.82 van hetzelfde Boek, laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 6 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
in paragraaf 1 wordt na het vierde lid een nieuw lid toegevoegd, luidend als volgt:
"De diensten of commissies die geraadpleegd worden in toepassing van artikel R.57, § 2, worden eveneens uitgenodigd om een advies over het project in te dienen binnen de termijn bepaald in paragraaf 1, vijfde lid.".
paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
" § 2. De overeenkomstig paragraaf 1 geraadpleegde instanties kunnen de aanvrager of de opsteller ervan om aanvullende informatie over het effectenonderzoek verzoeken. ".
Art. 10. A l'article R.82 du même Livre, modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 6 septembre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
dans le paragraphe 1er, il est ajouté, après le 4ème alinéa, un nouvel alinéa rédigé comme suit :
" Les services ou commissions consultées en application de l'article R.57, § 2, sont également invités à remettre un avis sur le projet endéans le délai fixé par l'alinéa 5 du paragraphe 1er. ".
le paragraphe 2 est remplacé comme suit :
" § 2. Les instances consultées en vertu du paragraphe 1er peuvent requérir des informations complémentaires sur l'étude d'incidence auprès du demandeur ou de son auteur. ".
Art. 11. Bijlage IV bij hetzelfde Boek I van hetzelfde Wetboek, zoals ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 27 december 2007, wordt aangevuld met een punt 5, luidend als volgt
"5. een verslag over de kwaliteit van de video-opname."
Art. 11. L'annexe IV du même Livre Ier du même Code, telle qu'insérée par l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 décembre 2007, est complétée par un 5 rédigé comme suit :
" 5. un compte-rendu de la bonne tenue de l'enregistrement vidéo ".
Art. 12. In boek I van hetzelfde wetboek wordt een bijlage IV/1 ingevoegd, luidend als volgt:
"Bijlage IV/1 - Minimuminhoud van het in artikel D.29-6 bedoelde attest
Het in artikel D.29, § -6, bedoelde attest bevat minstens de volgende informatie:
1. de opname bevat een audio- en video-opname van de tussenkomsten:
a) van de aanvrager;
b) van de vertegenwoordigers van de gemeente op het grondgebied waarvan het project wordt gepland en adviseurs inzake leefmilieu
de opname bevat een audio-opname van alle overige tussenkomsten.".
Art. 12. Dans le même Livre Ier du même Code, il est inséré une annexe IV/1 rédigée comme suit :
" Annexe IV/1 - Contenu minimal de l'attestation visée à l'article D.29-6
L'attestation visée à l'article D.29-6 contient au minimum les informations suivantes :
1. l'enregistrement comporte une captation audio et vidéo des interventions :
a) du demandeur;
b) des représentants de la commune sur le territoire de laquelle le projet est envisagé et des conseillers en environnement.
l'enregistrement comporte une captation audio de toutes les autres interventions. ".
HOOFDSTUK III. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions transitoires et finales
Art. 13. De Minister bevoegd voor Leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 13. Le Ministre qui a l'environnement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.