Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
11 APRIL 2024. - Decreet tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek en van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling
Titre
11 AVRIL 2024. - Décret modifiant le Livre Ier du Code de l'Environnement et le Code du Développement territorial
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (26)
Texte (26)
Artikel 1. Dit decreet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten en Richtlijn 2014/52/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/92/EU betreffende de milieueffectbeoordeling van bepaalde openbare en particuliere projecten.
Article 1er. Le présent décret transpose partiellement la directive 2011/92/UE concernant l'évaluation des incidences de certains projets publics et privés sur l'environnement, ainsi que la directive 2014/52/UE du Parlement européen et du Conseil du 16 avril 2014 modifiant la directive 2011/92/UE concernant l'évaluation des incidences de certains projets publics et privés sur l'environnement.
HOOFDSTUK 1. - Bepalingen tot wijziging van Boek I van het Milieuwetboek
CHAPITRE 1er. - Dispositions modificatives au Livre Ier du Code de l'Environnement
Art. 2. In artikel D.29-1, § 4, b., 1°, van Boek I van het Milieuwetboek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de woorden "D.64, § 1" vervangen door de woorden "D.64".
Art. 2. Dans l'article D.29-1, § 4, b., 1°, du Livre Ier du Code de l'Environnement, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les mots " D.64, § 1er " sont remplacés par les mots " D.64 ".
Art. 3. Artikel D.29-5 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. D.29-5. § 1. Voor de projecten van categorie B wordt vóór de indiening van de vergunningsaanvraag een informatievergadering belegd.
Voor de projecten van categorie C kan vóór de indiening van de vergunningsaanvraag op initiatief van de aanvrager een informatievergadering belegd worden.
Deze informatievergadering dient:
1° om de aanvrager in staat te stellen zijn project over te leggen;
2° om het publiek de mogelijkheid te bieden informatie in te winnen en opmerkingen en suggesties i.v.m. het project te formuleren;
3° als een effectbeoordeling voorgeschreven wordt overeenkomstig de artikelen D.64, D.65, § § 2 en 3:
- om te wijzen op specifieke punten die in het effectonderzoek aangesneden zouden kunnen worden;
- om technische alternatieven voor te leggen die redelijkerwijs overwogen kunnen worden door de aanvrager en opdat hiermee rekening gehouden wordt bij het uitvoeren van het effectonderzoek.
§ 2. De aanvrager bepaalt wat volgt:
1° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;
2° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;
3° de personen en hun fysieke en elektronische adressen, bij wie de informatie kan worden verkregen.
§ 3. De aanvrager zorgt minstens vijftien dagen vóór de informatievergadering of vóór de eerste vergadering als er meerdere zijn, voor de bekendmaking van een bericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de identiteit van de aanvrager;
2° de aard van het project en de vestigingsplaats ervan;
3° het doel van de vergadering zoals aangegeven in paragraaf 1, derde lid;
4° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering of van elke vergadering als er meerdere zijn;
5° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;
6° de personen bij wie en de adressen waarop de informatie verkregen kan worden.
Dit bericht wordt overgemaakt aan de gemeente op het grondgebied waarvan het project uitgevoerd moet worden en wordt bekendgemaakt in twee media die de aanvrager onder de volgende media kiest:
1° twee dagbladen die in de streek in omloop gebracht worden;
2° een gemeentelijk informatiebulletin als er één bestaat en als het onder de gezamenlijke bevolking verspreid wordt;
3° een huis-aan-huis reclameblad;
4° een huis-aan-huis informatiefolder verspreid binnen een straal van drie kilometer van de vestigingsplaats van het project.
De aanvrager richt een afschrift van de gepubliceerde berichten, documenten en informatiedragers aan het gemeentecollege.
Het gemeentecollege laat tot de dag na de informatievergadering of van elke vergadering als er meerdere zijn een bericht waarin het eerste lid voorkomt aanplakken:
1° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;
2° op vier plaatsen dichtbij de plaats waar het project gevestigd moet worden, langs een openbare berijdbare weg of een doorgangsweg;
3° op de website van de betrokken gemeente.
§ 4. § 3. Als een openbaar onderzoek op het grondgebied van verschillende gemeenten georganiseerd wordt, zijn de paragrafen 1 en 2 van toepassing op elk van de betrokken gemeenten.
§ 5. De aanvrager stelt het ontwerp voor.
De vergadering wordt gefilmd door de aanvrager, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door de Regering.
De aanvrager is verantwoordelijk voor het verwerken van de persoonsgegevens die betrokken zijn bij het opnemen en raadplegen van de video.
Het doel van de opname en de eventuele raadpleging ervan is te zorgen voor maximale actieve publiciteit door het publiek meer inspraak te geven en het publiek in staat te stellen informatie te verkrijgen en opmerkingen te maken door de video van de voorafgaande informatiebijeenkomst op een later tijdstip te raadplegen.
De opname bevat:
1° een audio- en video-opname van de tussenkomsten;
a) van de aanvrager;
b) van de vertegenwoordigers van de gemeente op het grondgebied waarvan het ontwerp wordt gepland en adviseurs inzake leefmilieu;
2° een audio-opname van alle overige tussenkomsten.
§ 6. De video van de vergadering en de tijdens de vergadering gebruikte documenten en informatiedragers kunnen op afspraak en op afstand bij de gemeente worden geraadpleegd vanaf de dag na de vergadering tot het einde van een periode van vijftien dagen.
De video wordt aan het einde van deze periode vernietigd door de beheerder van de persoonsgegevens.
§ 7. De Regering bepaalt:
1° de modaliteiten voor de informatieverstrekking aan het publiek;
2° het geval of de gevallen waarin meerdere voorafgaande informatievergaderingen moeten worden belegd en de modaliteiten voor de organisatie van de informatievergadering of -vergaderingen als er meerdere zijn;
3° de modaliteiten voor de organisatie van de informatievergadering via videoconferentie en de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;
4° welke instanties en administraties op de informatievergadering uitgenodigd worden;
5° de modaliteiten volgens dewelke het publiek opmerkingen en suggesties kan formuleren en erom kan verzoeken dat specifieke punten betreffende het project aan het licht gebracht worden, alsook technische alternatieven kan voorleggen die redelijkerwijs door de aanvrager overwogen kunnen worden opdat ze in overweging genomen worden bij de tenuitvoerlegging van het effectonderzoek. ".
"Art. D.29-5. § 1. Voor de projecten van categorie B wordt vóór de indiening van de vergunningsaanvraag een informatievergadering belegd.
Voor de projecten van categorie C kan vóór de indiening van de vergunningsaanvraag op initiatief van de aanvrager een informatievergadering belegd worden.
Deze informatievergadering dient:
1° om de aanvrager in staat te stellen zijn project over te leggen;
2° om het publiek de mogelijkheid te bieden informatie in te winnen en opmerkingen en suggesties i.v.m. het project te formuleren;
3° als een effectbeoordeling voorgeschreven wordt overeenkomstig de artikelen D.64, D.65, § § 2 en 3:
- om te wijzen op specifieke punten die in het effectonderzoek aangesneden zouden kunnen worden;
- om technische alternatieven voor te leggen die redelijkerwijs overwogen kunnen worden door de aanvrager en opdat hiermee rekening gehouden wordt bij het uitvoeren van het effectonderzoek.
§ 2. De aanvrager bepaalt wat volgt:
1° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering;
2° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;
3° de personen en hun fysieke en elektronische adressen, bij wie de informatie kan worden verkregen.
§ 3. De aanvrager zorgt minstens vijftien dagen vóór de informatievergadering of vóór de eerste vergadering als er meerdere zijn, voor de bekendmaking van een bericht dat de volgende gegevens bevat:
1° de identiteit van de aanvrager;
2° de aard van het project en de vestigingsplaats ervan;
3° het doel van de vergadering zoals aangegeven in paragraaf 1, derde lid;
4° de datum, het uur en de plaats van de informatievergadering of van elke vergadering als er meerdere zijn;
5° de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;
6° de personen bij wie en de adressen waarop de informatie verkregen kan worden.
Dit bericht wordt overgemaakt aan de gemeente op het grondgebied waarvan het project uitgevoerd moet worden en wordt bekendgemaakt in twee media die de aanvrager onder de volgende media kiest:
1° twee dagbladen die in de streek in omloop gebracht worden;
2° een gemeentelijk informatiebulletin als er één bestaat en als het onder de gezamenlijke bevolking verspreid wordt;
3° een huis-aan-huis reclameblad;
4° een huis-aan-huis informatiefolder verspreid binnen een straal van drie kilometer van de vestigingsplaats van het project.
De aanvrager richt een afschrift van de gepubliceerde berichten, documenten en informatiedragers aan het gemeentecollege.
Het gemeentecollege laat tot de dag na de informatievergadering of van elke vergadering als er meerdere zijn een bericht waarin het eerste lid voorkomt aanplakken:
1° op de gebruikelijke aanplakplaatsen;
2° op vier plaatsen dichtbij de plaats waar het project gevestigd moet worden, langs een openbare berijdbare weg of een doorgangsweg;
3° op de website van de betrokken gemeente.
§ 4. § 3. Als een openbaar onderzoek op het grondgebied van verschillende gemeenten georganiseerd wordt, zijn de paragrafen 1 en 2 van toepassing op elk van de betrokken gemeenten.
§ 5. De aanvrager stelt het ontwerp voor.
De vergadering wordt gefilmd door de aanvrager, volgens de nadere regels die zijn vastgelegd door de Regering.
De aanvrager is verantwoordelijk voor het verwerken van de persoonsgegevens die betrokken zijn bij het opnemen en raadplegen van de video.
Het doel van de opname en de eventuele raadpleging ervan is te zorgen voor maximale actieve publiciteit door het publiek meer inspraak te geven en het publiek in staat te stellen informatie te verkrijgen en opmerkingen te maken door de video van de voorafgaande informatiebijeenkomst op een later tijdstip te raadplegen.
De opname bevat:
1° een audio- en video-opname van de tussenkomsten;
a) van de aanvrager;
b) van de vertegenwoordigers van de gemeente op het grondgebied waarvan het ontwerp wordt gepland en adviseurs inzake leefmilieu;
2° een audio-opname van alle overige tussenkomsten.
§ 6. De video van de vergadering en de tijdens de vergadering gebruikte documenten en informatiedragers kunnen op afspraak en op afstand bij de gemeente worden geraadpleegd vanaf de dag na de vergadering tot het einde van een periode van vijftien dagen.
De video wordt aan het einde van deze periode vernietigd door de beheerder van de persoonsgegevens.
§ 7. De Regering bepaalt:
1° de modaliteiten voor de informatieverstrekking aan het publiek;
2° het geval of de gevallen waarin meerdere voorafgaande informatievergaderingen moeten worden belegd en de modaliteiten voor de organisatie van de informatievergadering of -vergaderingen als er meerdere zijn;
3° de modaliteiten voor de organisatie van de informatievergadering via videoconferentie en de nadere regels voor het op afstand bekijken van de video van de vergadering en de documenten en informatiedragers die tijdens de vergadering worden gebruikt;
4° welke instanties en administraties op de informatievergadering uitgenodigd worden;
5° de modaliteiten volgens dewelke het publiek opmerkingen en suggesties kan formuleren en erom kan verzoeken dat specifieke punten betreffende het project aan het licht gebracht worden, alsook technische alternatieven kan voorleggen die redelijkerwijs door de aanvrager overwogen kunnen worden opdat ze in overweging genomen worden bij de tenuitvoerlegging van het effectonderzoek. ".
Art. 3. L'article D.29-5, du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. D.29-5. § 1er. Pour les projets de catégorie B, une réunion d'information préalable est réalisée avant l'introduction de la demande d'autorisation.
Pour les projets de catégorie C, une réunion d'information préalable peut être réalisée, à l'initiative du demandeur, avant l'introduction de la demande d'autorisation.
Cette réunion d'information a pour objet :
1° de permettre au demandeur de présenter son projet;
2° de permettre au public de s'informer et d'émettre ses observations et suggestions concernant le projet;
3° si une évaluation des incidences est prescrite conformément aux articles D.64, D.65, § § 2 et 3 :
- de mettre en évidence des points particuliers qui pourraient être abordés dans l'étude d'incidences;
- de présenter des alternatives techniques pouvant raisonnablement être envisagées par le demandeur et afin qu'il en soit tenu compte lors de la réalisation de l'étude d'incidences.
§ 2. Le demandeur fixe :
1° la date, l'heure et le lieu de la réunion d'information;
2° les modalités particulières de consultation à distance de la vidéo de la réunion et des documents et supports utilisés lors de celle-ci;
3° les personnes, ainsi que leurs adresses physique et électronique, auprès desquelles les informations peuvent être obtenues.
§ 3. Au moins quinze jours avant la tenue de la réunion d'information, ou avant la première réunion en cas de pluralité, le demandeur procède à la publication d'un avis mentionnant :
1° l'identité du demandeur;
2° la nature du projet et son lieu d'implantation;
3° l'objet de la réunion tel qu'indiqué au paragraphe 1er, alinéa 3;
4° la date, l'heure et le lieu de la réunion d'information ou de chaque réunion en cas de pluralité;
5° les modalités particulières de consultation à distance de la vidéo de la réunion et des documents et supports utilisés lors de celle-ci;
6° les personnes ainsi que leurs adresses physique et électronique où des informations peuvent être obtenues.
Cet avis est transmis à la commune sur le territoire de laquelle le projet doit être réalisé et est diffusé dans deux médias choisis par le demandeur parmi les médias suivants :
1° deux journaux diffusés dans la région;
2° un bulletin communal d'information s'il existe et est distribué à toute la population;
3° un journal publicitaire toutes-boîtes;
4° une information toutes-boîtes, distribuée dans un rayon de trois kilomètres du lieu d'implantation du projet.
Le demandeur adresse copie des avis publiés, documents et supports au collège communal.
Le collège communal affiche, jusqu'au lendemain de la réunion d'information ou de chaque réunion en cas de pluralité, un avis qui reproduit l'alinéa 1er :
1° aux endroits habituels d'affichage;
2° à quatre endroits proches du lieu où le projet doit être implanté, le long d'une voie publique carrossable ou de passage;
3° sur le site internet de la commune concernée.
§ 4. Dans le cas où une enquête publique est organisée sur le territoire de plusieurs communes, les paragraphes 1er et 2 s'appliquent à chacune des communes concernées.
§ 5. Le demandeur présente le projet.
La réunion est filmée par le demandeur, selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Le demandeur est responsable du traitement des données à caractère personnel opéré par l'enregistrement de la vidéo et par sa consultation.
L'enregistrement et sa consultation possible ont pour finalité d'assurer une publicité active maximale en accroissant le niveau de participation du public en lui permettant de s'informer et d'émettre des observations en consultant ultérieurement la vidéo de la réunion d'information préalable.
L'enregistrement comporte :
1° une captation audio et vidéo des interventions :
a) du demandeur;
b) des représentants de la commune sur le territoire de laquelle le projet est envisagé et des conseillers en environnement.
2° une captation audio de toutes les autres interventions.
§ 6. La vidéo de la réunion et les documents et supports utilisés lors de celle-ci sont consultables à la commune sur rendez-vous et à distance, à partir du surlendemain de la réunion et jusqu'à l'échéance d'un délai de quinze jours.
La vidéo est détruite au terme de ce délai par le responsable du traitement des données à caractère personnel.
§ 7. Le Gouvernement détermine :
1° les modalités d'information du public;
2° le ou les cas dans lesquels plusieurs réunions d'information préalable doivent être réalisées et les modalités d'organisation de la réunion d'information ou des réunions en cas de pluralité;
3° les modalités d'organisation de la réunion d'information par vidéo-conférence ainsi que les modalités particulières de consultation à distance de la vidéo de la réunion et des documents et supports utilisés lors de celle-ci;
4° les instances et administrations invitées à la réunion d'information;
5° les modalités suivant lesquelles le public peut émettre ses observations, suggestions et demandes de mise en évidence de points particuliers concernant le projet ainsi que présenter les alternatives techniques pouvant raisonnablement être envisagées par le demandeur afin qu'il en soit tenu compte lors de la réalisation de l'étude d'incidences. ".
" Art. D.29-5. § 1er. Pour les projets de catégorie B, une réunion d'information préalable est réalisée avant l'introduction de la demande d'autorisation.
Pour les projets de catégorie C, une réunion d'information préalable peut être réalisée, à l'initiative du demandeur, avant l'introduction de la demande d'autorisation.
Cette réunion d'information a pour objet :
1° de permettre au demandeur de présenter son projet;
2° de permettre au public de s'informer et d'émettre ses observations et suggestions concernant le projet;
3° si une évaluation des incidences est prescrite conformément aux articles D.64, D.65, § § 2 et 3 :
- de mettre en évidence des points particuliers qui pourraient être abordés dans l'étude d'incidences;
- de présenter des alternatives techniques pouvant raisonnablement être envisagées par le demandeur et afin qu'il en soit tenu compte lors de la réalisation de l'étude d'incidences.
§ 2. Le demandeur fixe :
1° la date, l'heure et le lieu de la réunion d'information;
2° les modalités particulières de consultation à distance de la vidéo de la réunion et des documents et supports utilisés lors de celle-ci;
3° les personnes, ainsi que leurs adresses physique et électronique, auprès desquelles les informations peuvent être obtenues.
§ 3. Au moins quinze jours avant la tenue de la réunion d'information, ou avant la première réunion en cas de pluralité, le demandeur procède à la publication d'un avis mentionnant :
1° l'identité du demandeur;
2° la nature du projet et son lieu d'implantation;
3° l'objet de la réunion tel qu'indiqué au paragraphe 1er, alinéa 3;
4° la date, l'heure et le lieu de la réunion d'information ou de chaque réunion en cas de pluralité;
5° les modalités particulières de consultation à distance de la vidéo de la réunion et des documents et supports utilisés lors de celle-ci;
6° les personnes ainsi que leurs adresses physique et électronique où des informations peuvent être obtenues.
Cet avis est transmis à la commune sur le territoire de laquelle le projet doit être réalisé et est diffusé dans deux médias choisis par le demandeur parmi les médias suivants :
1° deux journaux diffusés dans la région;
2° un bulletin communal d'information s'il existe et est distribué à toute la population;
3° un journal publicitaire toutes-boîtes;
4° une information toutes-boîtes, distribuée dans un rayon de trois kilomètres du lieu d'implantation du projet.
Le demandeur adresse copie des avis publiés, documents et supports au collège communal.
Le collège communal affiche, jusqu'au lendemain de la réunion d'information ou de chaque réunion en cas de pluralité, un avis qui reproduit l'alinéa 1er :
1° aux endroits habituels d'affichage;
2° à quatre endroits proches du lieu où le projet doit être implanté, le long d'une voie publique carrossable ou de passage;
3° sur le site internet de la commune concernée.
§ 4. Dans le cas où une enquête publique est organisée sur le territoire de plusieurs communes, les paragraphes 1er et 2 s'appliquent à chacune des communes concernées.
§ 5. Le demandeur présente le projet.
La réunion est filmée par le demandeur, selon les modalités fixées par le Gouvernement.
Le demandeur est responsable du traitement des données à caractère personnel opéré par l'enregistrement de la vidéo et par sa consultation.
L'enregistrement et sa consultation possible ont pour finalité d'assurer une publicité active maximale en accroissant le niveau de participation du public en lui permettant de s'informer et d'émettre des observations en consultant ultérieurement la vidéo de la réunion d'information préalable.
L'enregistrement comporte :
1° une captation audio et vidéo des interventions :
a) du demandeur;
b) des représentants de la commune sur le territoire de laquelle le projet est envisagé et des conseillers en environnement.
2° une captation audio de toutes les autres interventions.
§ 6. La vidéo de la réunion et les documents et supports utilisés lors de celle-ci sont consultables à la commune sur rendez-vous et à distance, à partir du surlendemain de la réunion et jusqu'à l'échéance d'un délai de quinze jours.
La vidéo est détruite au terme de ce délai par le responsable du traitement des données à caractère personnel.
§ 7. Le Gouvernement détermine :
1° les modalités d'information du public;
2° le ou les cas dans lesquels plusieurs réunions d'information préalable doivent être réalisées et les modalités d'organisation de la réunion d'information ou des réunions en cas de pluralité;
3° les modalités d'organisation de la réunion d'information par vidéo-conférence ainsi que les modalités particulières de consultation à distance de la vidéo de la réunion et des documents et supports utilisés lors de celle-ci;
4° les instances et administrations invitées à la réunion d'information;
5° les modalités suivant lesquelles le public peut émettre ses observations, suggestions et demandes de mise en évidence de points particuliers concernant le projet ainsi que présenter les alternatives techniques pouvant raisonnablement être envisagées par le demandeur afin qu'il en soit tenu compte lors de la réalisation de l'étude d'incidences. ".
Art. 4. Artikel D.29-6 van hetzelfde Boek, zoals gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, wordt vervangen als volgt:
"Art. D.29-6. De informatievergadering wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de gemeente. De milieuadviseur of, bij gebreke daarvan, een vertegenwoordiger van de gemeente neemt er het secretariaat van waar, maakt de notulen op en stelt een verklaring op dat de video de in artikel D.29-5, § 5, vijfde lid, bedoelde informatie bevat. Hij legt ze ter inzage van het publiek en maakt ze binnen dertig dagen na de informatievergadering over aan de bevoegde overheid en aan de aanvrager.
De Regering bepaalt de minimale inhoud van de notulen en de verklaring bedoeld in het eerste lid. ".
"Art. D.29-6. De informatievergadering wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de gemeente. De milieuadviseur of, bij gebreke daarvan, een vertegenwoordiger van de gemeente neemt er het secretariaat van waar, maakt de notulen op en stelt een verklaring op dat de video de in artikel D.29-5, § 5, vijfde lid, bedoelde informatie bevat. Hij legt ze ter inzage van het publiek en maakt ze binnen dertig dagen na de informatievergadering over aan de bevoegde overheid en aan de aanvrager.
De Regering bepaalt de minimale inhoud van de notulen en de verklaring bedoeld in het eerste lid. ".
Art. 4. L'article D.29-6 du même Livre, tel que modifié par le décret du 24 mai 2018, est remplacé par ce qui suit :
" Art. D.29-6. Un représentant de la commune préside la réunion d'information. Le conseiller en environnement ou, à défaut, un représentant de la commune en assure le secrétariat, en dresse le procès-verbal, et établit une attestation de ce que la vidéo comportait les éléments visés à l'article D.29-5,§ 5, alinéa 5. Il les tient à la disposition du public et les transmet à l'autorité compétente et au demandeur dans les trente jours de la réunion d'information.
Le Gouvernement détermine le contenu minimal du procès-verbal et de l'attestation visés à l'alinéa 1er. ".
" Art. D.29-6. Un représentant de la commune préside la réunion d'information. Le conseiller en environnement ou, à défaut, un représentant de la commune en assure le secrétariat, en dresse le procès-verbal, et établit une attestation de ce que la vidéo comportait les éléments visés à l'article D.29-5,§ 5, alinéa 5. Il les tient à la disposition du public et les transmet à l'autorité compétente et au demandeur dans les trente jours de la réunion d'information.
Le Gouvernement détermine le contenu minimal du procès-verbal et de l'attestation visés à l'alinéa 1er. ".
Art. 5. Artikel D.29-11 van hetzelfde Boek, zoals gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article D.29-11 du même Livre, tel que modifié par le décret du 24 mai 2018, est abrogé.
Art. 6. In Deel III, Titel III, van hetzelfde Boek, wordt een Hoofdstuk IVbis ingevoegd, die de artikelen D.29-24-1 tot en met D.29-24-8, bevat, luidend als volgt:
"Hoofdstuk IVbis - Grensoverschrijdende raadplegingen
Afdeling 1. - Algemeen
Art. D.29-24-1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing naast de bepalingen vastgelegd in de vorige hoofdstukken van Titel III voor Waalse plannen of programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, alsook voor grensoverschrijdende plannen of programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op het milieu van het Waals Gewest. In geval van tegenstrijdigheden prevaleren de bepalingen van dit hoofdstuk.
De termijnen waarin is voorzien en die op straffe van nietigheid zijn vastgesteld door de decreetprocedures die van toepassing zijn op de betrokken plannen of programma's, worden bij beslissing van de administratie, in voorkomend geval, verlengd met een termijn van 20 dagen om rekening te houden met de termijn voor grensoverschrijdende raadpleging van de bevoegde overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend en hun publiek, zoals bepaald in dit hoofdstuk. De bovengenoemde bevoegde buitenlandse overheden worden onmiddellijk in kennis gesteld van de verlengingsbeslissing.
Afdeling 2. - Grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd door het Waals Gewest
Onderafdeling 1. - Voorafgaande procedure
Art. D.29-24-2. § 1. Als een plan of programma het voorwerp uitmaakt van een milieueffectrapport en als de Regering, die overeenkomstig artikel D.56, § 2, beslist, vaststelt dat het aanzienlijke effecten zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, of als een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en aanzienlijke schade zou kunnen lijden van het plan of het programma, daarom verzoekt, wordt het plan- of het programmaontwerp onmiddellijk ter informatie aan haar medegedeeld.
De kennisgeving bevat:
1° alle documenten met betrekking tot het plan- of het programmaontwerp waarover de Regering beschikt;
2° een beschrijving van het plan- of het programmaontwerp, samen met alle beschikbare informatie over de mogelijke grensoverschrijdende effecten ervan.
Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van de kennisgeving deelt het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die voornoemd Espoo-Verdrag heeft ondertekend, de Regering mee of zij wensen deel te nemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures.
§ 2. Voor projecten van categorie B, wanneer door de autoriteit die moet nagaan of het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk is, is vastgesteld dat het project aanzienlijke effecten zou kunnen hebben op het milieu van een Gewest, een Lidstaat van de Europese Unie of een Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, of wanneer een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en aanzienlijke schade zou kunnen lijden van het project daarom verzoekt, geeft zij, ter informatie, ten minste 15 dagen voor de datum van de voorafgaande informatievergadering, kennis van het advies bedoeld in artikel D.29-5, § 3, aan de bevoegde autoriteit van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, waarbij deze en het publiek waarvoor het project gevolgen heeft, worden uitgenodigd om deel te nemen aan ten minste één voorafgaande informatievergadering die door de aanvrager wordt georganiseerd.
De kennisgeving bevat ook:
1° een beschrijving van het project, samen met de informatie over eventuele grensoverschrijdende effecten waarover de autoriteit beschikt;
2° informatie over de aard van de beslissing die zou kunnen worden genomen.
In de kennisgeving wordt vermeld dat het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend zoals bedoeld in het eerste lid, wordt uitgenodigd deel te nemen aan de scoping-procedure van het onderzoek zoals bedoeld in artikel D.69, indien een dergelijke procedure door de aanvrager wordt gestart.
Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van de kennisgeving deelt het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, aan de autoriteit die moet nagaan of het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk is of zij wensen deel te nemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures.
§ 3. Indien binnen de in paragraaf 1, derde lid, en paragraaf 2, vierde lid, bedoelde termijn geen antwoord is ontvangen, wordt het antwoord geacht negatief te zijn.
§ 4. De bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden en die hebben aangegeven te willen deelnemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures, kunnen deelnemen aan de scopingprocedure voor de milieueffectbeoordeling bedoeld in artikel D.69 en volgens dezelfde modaliteiten.
§ 5. De Regering kan bepalen:
1° de modaliteiten betreffende de kennisgeving en het overmaken ervan;
2° volgens welke modaliteiten de bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden aan de scopingprocedure voor milieueffectbeoordeling kunnen deelnemen, bedoeld in artikel D.69.
Art. D.29-24-3. § 1. In het geval van een negatief antwoord op de in artikel D.29-24-2 bedoelde kennisgeving door het andere Gewest, de andere Lidstaat of de andere Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, mag deze niet deelnemen aan een voorafgaande scopingvergadering die door de bouwheer is aangevraagd op basis van artikel D.69 en niet verzoeken om de organisatie van een raadpleging overeenkomstig artikel D.29-24-5.
§ 2. Hoe dan ook wordt de bevoegde overheid van het andere Gewest, de andere Lidstaat of de andere Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, op de hoogte gebracht van de modaliteiten voor het organiseren van het openbaar onderzoek op Waals grondgebied en de modaliteiten voor inspraak van het publiek in dit onderzoek, overeenkomstig artikel D.29-24-4, evenals de beslissing van de Regering of de bevoegde overheid over het plan, het programma of het project.
Onderafdeling 2. - Procedure na validering van het plan- of het programmaontwerp of indiening van de vergunningsaanvraag
Art. D.29-24-4. § 1. Zodra het plan- of het programmaontwerp is goedgekeurd, worden het milieueffectrapport, dat alle informatie bevat met betrekking tot de grensoverschrijdende effecten van het dossier, en het plan- of het programmaontwerp zoals gevalideerd door de Regering, door deze laatste aan de bevoegde overheid van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, overgemaakt voor inspraak van het publiek en de overheid. De voornaamste rapporten en adviezen die bij het aanvraagdossier zijn gevoegd en waarover de bevoegde Waalse overheden beschikken op de datum van verzending, zijn eveneens bijgevoegd.
De verzending moet uiterlijk 30 dagen voor het begin van het openbaar onderzoek in het Waals Gewest plaatsvinden.
De verzending bevat de volgende elementen:
1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen;
2° de melding van de datum en de plaats waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;
3° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek; 4° de niet-technische samenvatting van het milieueffectrapport.
§ 2. Wanneer de vergunningsaanvraag voor een project volledig en ontvankelijk is verklaard, maakt de autoriteit die nagaat of deze aanvraag volledig of ontvankelijk is, het aanvraagdossier samen met effectonderzoek over aan het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag ondertekend heeft. De voornaamste rapporten en adviezen die bij het aanvraagdossier zijn gevoegd en waarover de bevoegde Waalse overheden beschikken op de datum van verzending, zijn eveneens bijgevoegd.
De verzending moet uiterlijk plaatsvinden 30 dagen voor aanvang van het openbaar onderzoek dat wordt georganiseerd op het grondgebied van de gemeente waar het project zich bevindt of op het grootste gebied waar het project zich bevindt.
De verzending bevat de volgende elementen:
1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen;
2° de aard van de mogelijke besluiten of het ontwerp van besluit, indien bestaand;
3° in voorkomend geval, nadere gegevens over een voorstel van bijwerking van een vergunning of de voorwaarden waarvan ze vergezeld gaat;
4° de melding van de datum en de plaats, of data en plaatsen, waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;
5° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek;
6° de niet-technische samenvatting van het effectonderzoek door de vergunningsaanvrager.
§ 3. De bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden, kunnen advies uitbrengen volgens dezelfde modaliteiten als de bevoegde Waalse overheden.
Onderafdeling 3. - Raadpleging
Art. D.29-24-5. Naast de in de artikelen D.29-24-2 tot en met D.29-24-4 bedoelde procedures kan de bevoegde overheid, op verzoek van de bevoegde overheid van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, een raadplegingsprocedure organiseren met de bevoegde grensoverschrijdende overheden, desnoods via een aangepast gemeen orgaan, over de potentiële grensoverschrijdende effecten van het project en over de maatregelen die worden overwogen om deze effecten te beperken, te compenseren of te verwijderen. Ze komen een redelijke termijn overeen voor de duur van de raadplegingsperiode.
De termijn van verzending van de beslissing tot toekenning of weigering van de vergunning kan door de bevoegde overheid met 30 dagen worden verlengd.
De Regering kan de regels en modaliteiten bepalen volgens welke de raadpleging wordt georganiseerd.
Onderafdeling 4. - Beslissing
Art. D.29-24-6. De bevoegde overheid stelt het andere Gewest, de andere Lidstaat van de Europese Unie of de andere geraadpleegde Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, in kennis van haar beslissing over het plan, het programma of het project onderworpen aan een vergunning.
Indien het gaat om een plan of programma moeten de volgende documenten worden overgemaakt:
1° het plan of programma zoals aangenomen;
2° de milieuaangifte en de opvolgingsmaatregelen van het plan.
De Regering kan de voorwaarden bepalen voor de kennisgeving van de beslissingen tot aanneming van een plan, programma of project aan de bevoegde overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend die geraadpleegd werden.
Afdeling 3. - Grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd door een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend
Art. D.29-24-7. Als een plan, programma of project gelegen op het grondgebied van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het leefmilieu in het Waalse Gewest, worden de gegevens over het plan, programma of project, samen met de effectbeoordelingsdocumenten, die door de bevoegde overheden van dat andere Gewest of van die andere Staat zijn overgemaakt, ter inzage gelegd van het publiek en van de door de Regering aangewezen instanties.
De Regering bepaalt:
1° volgens welke modaliteiten de gegevens bedoeld in het eerste lid ter inzage gelegd worden van het publiek en van de instanties bedoeld in het eerste lid;
2° volgens welke modaliteiten het advies van het publiek en van de geraadpleegde instanties ingewonnen en overgemaakt wordt.
Afdeling 4. Vertrouwelijkheid
Art. D.29-24-8. Bij ontvangst van informatie overgemaakt aan de bevoegde overheid door een ander Gewest, een andere Lidstaat of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, is deze informatie onderworpen aan de beperkingen inzake industrieel en het handelsgeheim, met inbegrip van de intellectuele eigendom, en van het openbaar belang, van kracht in het Gewest of de Staat waar het project wordt voorgesteld, onverminderd de bepalingen die, in het Waalse recht, de omzetting beogen van de Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad. ".
"Hoofdstuk IVbis - Grensoverschrijdende raadplegingen
Afdeling 1. - Algemeen
Art. D.29-24-1. De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing naast de bepalingen vastgelegd in de vorige hoofdstukken van Titel III voor Waalse plannen of programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, alsook voor grensoverschrijdende plannen of programma's die aanzienlijke effecten kunnen hebben op het milieu van het Waals Gewest. In geval van tegenstrijdigheden prevaleren de bepalingen van dit hoofdstuk.
De termijnen waarin is voorzien en die op straffe van nietigheid zijn vastgesteld door de decreetprocedures die van toepassing zijn op de betrokken plannen of programma's, worden bij beslissing van de administratie, in voorkomend geval, verlengd met een termijn van 20 dagen om rekening te houden met de termijn voor grensoverschrijdende raadpleging van de bevoegde overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend en hun publiek, zoals bepaald in dit hoofdstuk. De bovengenoemde bevoegde buitenlandse overheden worden onmiddellijk in kennis gesteld van de verlengingsbeslissing.
Afdeling 2. - Grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd door het Waals Gewest
Onderafdeling 1. - Voorafgaande procedure
Art. D.29-24-2. § 1. Als een plan of programma het voorwerp uitmaakt van een milieueffectrapport en als de Regering, die overeenkomstig artikel D.56, § 2, beslist, vaststelt dat het aanzienlijke effecten zou kunnen hebben op het milieu van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, of als een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en aanzienlijke schade zou kunnen lijden van het plan of het programma, daarom verzoekt, wordt het plan- of het programmaontwerp onmiddellijk ter informatie aan haar medegedeeld.
De kennisgeving bevat:
1° alle documenten met betrekking tot het plan- of het programmaontwerp waarover de Regering beschikt;
2° een beschrijving van het plan- of het programmaontwerp, samen met alle beschikbare informatie over de mogelijke grensoverschrijdende effecten ervan.
Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van de kennisgeving deelt het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die voornoemd Espoo-Verdrag heeft ondertekend, de Regering mee of zij wensen deel te nemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures.
§ 2. Voor projecten van categorie B, wanneer door de autoriteit die moet nagaan of het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk is, is vastgesteld dat het project aanzienlijke effecten zou kunnen hebben op het milieu van een Gewest, een Lidstaat van de Europese Unie of een Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, of wanneer een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die voornoemd Verdrag heeft ondertekend en aanzienlijke schade zou kunnen lijden van het project daarom verzoekt, geeft zij, ter informatie, ten minste 15 dagen voor de datum van de voorafgaande informatievergadering, kennis van het advies bedoeld in artikel D.29-5, § 3, aan de bevoegde autoriteit van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, waarbij deze en het publiek waarvoor het project gevolgen heeft, worden uitgenodigd om deel te nemen aan ten minste één voorafgaande informatievergadering die door de aanvrager wordt georganiseerd.
De kennisgeving bevat ook:
1° een beschrijving van het project, samen met de informatie over eventuele grensoverschrijdende effecten waarover de autoriteit beschikt;
2° informatie over de aard van de beslissing die zou kunnen worden genomen.
In de kennisgeving wordt vermeld dat het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend zoals bedoeld in het eerste lid, wordt uitgenodigd deel te nemen aan de scoping-procedure van het onderzoek zoals bedoeld in artikel D.69, indien een dergelijke procedure door de aanvrager wordt gestart.
Binnen vijftien werkdagen na de datum van verzending van de kennisgeving deelt het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, aan de autoriteit die moet nagaan of het aanvraagdossier volledig en ontvankelijk is of zij wensen deel te nemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures.
§ 3. Indien binnen de in paragraaf 1, derde lid, en paragraaf 2, vierde lid, bedoelde termijn geen antwoord is ontvangen, wordt het antwoord geacht negatief te zijn.
§ 4. De bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden en die hebben aangegeven te willen deelnemen aan de Waalse besluitvormingsprocedures, kunnen deelnemen aan de scopingprocedure voor de milieueffectbeoordeling bedoeld in artikel D.69 en volgens dezelfde modaliteiten.
§ 5. De Regering kan bepalen:
1° de modaliteiten betreffende de kennisgeving en het overmaken ervan;
2° volgens welke modaliteiten de bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden aan de scopingprocedure voor milieueffectbeoordeling kunnen deelnemen, bedoeld in artikel D.69.
Art. D.29-24-3. § 1. In het geval van een negatief antwoord op de in artikel D.29-24-2 bedoelde kennisgeving door het andere Gewest, de andere Lidstaat of de andere Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, mag deze niet deelnemen aan een voorafgaande scopingvergadering die door de bouwheer is aangevraagd op basis van artikel D.69 en niet verzoeken om de organisatie van een raadpleging overeenkomstig artikel D.29-24-5.
§ 2. Hoe dan ook wordt de bevoegde overheid van het andere Gewest, de andere Lidstaat of de andere Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, op de hoogte gebracht van de modaliteiten voor het organiseren van het openbaar onderzoek op Waals grondgebied en de modaliteiten voor inspraak van het publiek in dit onderzoek, overeenkomstig artikel D.29-24-4, evenals de beslissing van de Regering of de bevoegde overheid over het plan, het programma of het project.
Onderafdeling 2. - Procedure na validering van het plan- of het programmaontwerp of indiening van de vergunningsaanvraag
Art. D.29-24-4. § 1. Zodra het plan- of het programmaontwerp is goedgekeurd, worden het milieueffectrapport, dat alle informatie bevat met betrekking tot de grensoverschrijdende effecten van het dossier, en het plan- of het programmaontwerp zoals gevalideerd door de Regering, door deze laatste aan de bevoegde overheid van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, overgemaakt voor inspraak van het publiek en de overheid. De voornaamste rapporten en adviezen die bij het aanvraagdossier zijn gevoegd en waarover de bevoegde Waalse overheden beschikken op de datum van verzending, zijn eveneens bijgevoegd.
De verzending moet uiterlijk 30 dagen voor het begin van het openbaar onderzoek in het Waals Gewest plaatsvinden.
De verzending bevat de volgende elementen:
1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen;
2° de melding van de datum en de plaats waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;
3° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek; 4° de niet-technische samenvatting van het milieueffectrapport.
§ 2. Wanneer de vergunningsaanvraag voor een project volledig en ontvankelijk is verklaard, maakt de autoriteit die nagaat of deze aanvraag volledig of ontvankelijk is, het aanvraagdossier samen met effectonderzoek over aan het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag ondertekend heeft. De voornaamste rapporten en adviezen die bij het aanvraagdossier zijn gevoegd en waarover de bevoegde Waalse overheden beschikken op de datum van verzending, zijn eveneens bijgevoegd.
De verzending moet uiterlijk plaatsvinden 30 dagen voor aanvang van het openbaar onderzoek dat wordt georganiseerd op het grondgebied van de gemeente waar het project zich bevindt of op het grootste gebied waar het project zich bevindt.
De verzending bevat de volgende elementen:
1° het adres en verdere gegevens betreffende de autoriteiten bevoegd om het besluit te nemen, van die waar relevante informatie verkrijgbaar is, van die waaraan opmerkingen en vragen gericht kunnen worden alsook nadere gegevens m.b.t. de termijnen voor het overmaken van de opmerkingen of vragen;
2° de aard van de mogelijke besluiten of het ontwerp van besluit, indien bestaand;
3° in voorkomend geval, nadere gegevens over een voorstel van bijwerking van een vergunning of de voorwaarden waarvan ze vergezeld gaat;
4° de melding van de datum en de plaats, of data en plaatsen, waar relevante informatie aan het publiek verstrekt kan worden en de middelen waarmee ze verstrekt zal worden;
5° de exacte modaliteiten betreffende de deelname en de raadpleging van het publiek;
6° de niet-technische samenvatting van het effectonderzoek door de vergunningsaanvrager.
§ 3. De bevoegde overheden van het Gewest of de Staat die getroffen kunnen worden, kunnen advies uitbrengen volgens dezelfde modaliteiten als de bevoegde Waalse overheden.
Onderafdeling 3. - Raadpleging
Art. D.29-24-5. Naast de in de artikelen D.29-24-2 tot en met D.29-24-4 bedoelde procedures kan de bevoegde overheid, op verzoek van de bevoegde overheid van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het voornoemde Espoo-Verdrag heeft ondertekend, een raadplegingsprocedure organiseren met de bevoegde grensoverschrijdende overheden, desnoods via een aangepast gemeen orgaan, over de potentiële grensoverschrijdende effecten van het project en over de maatregelen die worden overwogen om deze effecten te beperken, te compenseren of te verwijderen. Ze komen een redelijke termijn overeen voor de duur van de raadplegingsperiode.
De termijn van verzending van de beslissing tot toekenning of weigering van de vergunning kan door de bevoegde overheid met 30 dagen worden verlengd.
De Regering kan de regels en modaliteiten bepalen volgens welke de raadpleging wordt georganiseerd.
Onderafdeling 4. - Beslissing
Art. D.29-24-6. De bevoegde overheid stelt het andere Gewest, de andere Lidstaat van de Europese Unie of de andere geraadpleegde Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend, in kennis van haar beslissing over het plan, het programma of het project onderworpen aan een vergunning.
Indien het gaat om een plan of programma moeten de volgende documenten worden overgemaakt:
1° het plan of programma zoals aangenomen;
2° de milieuaangifte en de opvolgingsmaatregelen van het plan.
De Regering kan de voorwaarden bepalen voor de kennisgeving van de beslissingen tot aanneming van een plan, programma of project aan de bevoegde overheden van het Gewest, de Lidstaat van de Europese Unie of de Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend die geraadpleegd werden.
Afdeling 3. - Grensoverschrijdende raadplegingen georganiseerd door een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag heeft ondertekend
Art. D.29-24-7. Als een plan, programma of project gelegen op het grondgebied van een ander Gewest, een andere Lidstaat van de Europese Unie of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend niet te verwaarlozen effecten zou kunnen hebben op het leefmilieu in het Waalse Gewest, worden de gegevens over het plan, programma of project, samen met de effectbeoordelingsdocumenten, die door de bevoegde overheden van dat andere Gewest of van die andere Staat zijn overgemaakt, ter inzage gelegd van het publiek en van de door de Regering aangewezen instanties.
De Regering bepaalt:
1° volgens welke modaliteiten de gegevens bedoeld in het eerste lid ter inzage gelegd worden van het publiek en van de instanties bedoeld in het eerste lid;
2° volgens welke modaliteiten het advies van het publiek en van de geraadpleegde instanties ingewonnen en overgemaakt wordt.
Afdeling 4. Vertrouwelijkheid
Art. D.29-24-8. Bij ontvangst van informatie overgemaakt aan de bevoegde overheid door een ander Gewest, een andere Lidstaat of een andere Staat die het Espoo-Verdrag van 25 februari 1991 inzake milieueffectrapportage in grensoverschrijdend verband heeft ondertekend, is deze informatie onderworpen aan de beperkingen inzake industrieel en het handelsgeheim, met inbegrip van de intellectuele eigendom, en van het openbaar belang, van kracht in het Gewest of de Staat waar het project wordt voorgesteld, onverminderd de bepalingen die, in het Waalse recht, de omzetting beogen van de Richtlijn 2003/4/EG van het Europees Parlement en de Raad van 28 januari 2003 inzake de toegang van het publiek tot milieu-informatie en tot intrekking van Richtlijn 90/313/EEG van de Raad. ".
Art. 6. Dans la Partie III, Titre III, du même Livre, il est inséré un chapitre IVbis comportant les articles D.29-24-1 à D.29-24-8, rédigé comme suit :
" Chapitre IVbis -Consultations transfrontières
Section 1e. - Généralités
Art. D.29-24-1. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent en complément des dispositions fixées par les précédents chapitres du Titre III pour les plans ou programmes wallons susceptibles d'incidences notables sur une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, ainsi que pour les plans ou programmes transfrontières susceptibles d'avoir des incidences notables sur l'environnement de la Région wallonne. En cas de divergence, la primauté est octroyée aux dispositions du présent chapitre.
Les délais prévus et fixés à peine de nullité par les procédures décrétales applicables aux plans ou programmes en cause sont augmentés sur décision de l'administration, le cas échéant, d'une durée de 20 jours pour tenir compte du délai de consultation transfrontière des autorités compétentes de la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo et de leur public, fixé par le présent chapitre. La décision de prorogation est immédiatement notifiée aux autorités compétentes étrangères précitées.
Section 2. - Consultations transfrontières organisées par la Région wallonne
Sous-section 1e. - Procédure préalable
Art. D.29-24-2.§ 1er. Lorsqu'un plan ou un programme est soumis à la réalisation d'un rapport sur les incidences environnementales et que le Gouvernement, statuant en application de l'article D.56, § 2, constate qu'il est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement d'une autre Région, d'un autre Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, ou lorsqu'une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention précitée, qui est susceptible d'être notablement affecté par le plan ou le programme, en fait la demande, le projet de plan ou de programme lui est immédiatement notifié pour information.
La notification contient :
1° l'ensemble des documents relatifs au projet de plan ou de programme dont dispose le Gouvernement;
2° une description du projet de plan ou de programme, accompagnée de toute information disponible quant à ses incidences transfrontières éventuelles.
Dans les quinze jours ouvrables qui suivent la date d'envoi de la notification, la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée indique au Gouvernement s'il souhaite participer aux procédures décisionnelles wallonnes.
§ 2. Pour les projets de catégorie B, dans le cas où il a été déterminé par l'autorité chargée d'examiner le caractère complet et recevable de la demande que le projet est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement d'une Région, d'un Etat membre de l'Union européenne ou d'un Etat partie à la Convention d'Espoo, ou lorsqu'une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention précitée, qui est susceptible d'être notablement affecté par le projet, en fait la demande, elle notifie pour information, au moins 15 jours avant la date de la réunion d'information préalable, l'avis visé à l'article D.29-5, § 3, à l'autorité compétente de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière afin de l'inviter, lui et son public concerné par le projet, à participer à au moins une réunion d'information préalable organisée par le demandeur.
La notification contient également :
1° une description du projet, accompagnée des informations dont l'autorité dispose quant à ses incidences transfrontières éventuelles;
2° des informations quant à la nature de la décision susceptible d'être prise.
La notification mentionne que la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo visée à l'alinéa 1er est invité à participer à la procédure de cadrage de l'étude définie à l'article D.69 si une telle procédure est diligentée par le demandeur.
Dans les quinze jours ouvrables qui suivent la date d'envoi de la notification, la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée indique à l'autorité chargée d'examiner le caractère complet et recevable du dossier de demande s'il souhaite participer aux procédures décisionnelles wallonnes.
§ 3. A défaut de réponse dans le délai visé aux paragraphe 1er, alinéa 3, et paragraphe 2, alinéa 4, la réponse est réputée négative.
§ 4. Les autorités compétentes de la Région ou de l'Etat susceptibles d'être affectées qui ont indiqué leur souhait de participer aux procédures décisionnelles wallonnes peuvent participer à la procédure de cadrage de l'évaluation des incidences sur l'environnement visée par l'article D.69 et selon les mêmes modalités.
§ 5. Le Gouvernement peut déterminer :
1° les modalités relatives à la notification et sa transmission;
2° les modalités suivant lesquelles les autorités compétentes de la Région ou de l'Etat susceptibles d'être affectées peuvent participer à la procédure de cadrage de l'évaluation des incidences sur l'environnement visée par l'article D.69.
Art. D.29-24-3. § 1er. En cas de réponse négative à la notification visée à l'article D.29-24-2 par l'autre Région, l'autre Etat membre ou l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo précitée, celui-ci ne pourra pas participer à l'éventuelle réunion de cadrage préalable sollicitée par le maître d'ouvrage sur base de l'article D.69 et ne pourra pas solliciter l'organisation d'une consultation, conformément à l'article D.29-24-5.
§ 2. Dans tous les cas, l'autorité compétente de l'autre Région, de l'autre Etat membre ou de l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo précitée est informée des modalités relatives à l'organisation de l'enquête publique sur le territoire wallon et des modalités de participation de son public à cette enquête, conformément à l'article D.29-24-4, ainsi que de la décision adoptée par le Gouvernement ou l'autorité compétente sur le plan, le programme ou le projet.
Sous-section 2. - Procédure suivant la validation du projet de plan ou de programme ou l'introduction de la demande de permis
Art. D.29-24-4. § 1er. A l'issue de l'approbation du projet de plan ou du projet de programme, le rapport des incidences environnementales, lequel comprend les informations éventuelles relatives aux incidences transfrontières du dossier, ainsi que le projet de plan ou le projet de programme tels qu'ils ont été validés par le Gouvernement, sont transmis par ce dernier, pour participation du public et de l'autorité, à l'autorité compétente de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée. Sont également joints les principaux rapports et avis qui ont été joints au dossier de demande et dont les autorités compétentes wallonnes disposent à la date de cet envoi.
L'envoi a lieu au plus tard 30 jours avant le début de l'enquête publique en Région wallonne.
L'envoi contient les éléments suivants :
1° les coordonnées des autorités compétentes pour prendre la décision, de celles auprès desquelles peuvent être obtenus des renseignements pertinents, de celles auxquelles des observations ou questions peuvent être adressées ainsi que des précisions sur les délais de transmission des observations ou des questions;
2° l'indication de la date et du lieu où les renseignements pertinents seront mis à la disposition du public et des moyens par lesquels ils le seront;
3° les modalités précises de la participation et de la consultation du public; 4° le résumé non technique du rapport sur les incidences environnementales.
§ 2. Lorsque la demande de permis pour un projet a été déclarée complète et recevable, l'autorité chargée d'examiner le caractère complet et recevable de cette demande transmet à la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo, le dossier de demande accompagné de l'étude d'incidences. Sont également joints les principaux rap-ports et avis qui ont été joints au dossier de demande et dont les autorités compétentes wallonnes disposent à la date de cet envoi.
L'envoi a lieu au plus tard 30 jours avant le début de l'enquête publique organisée sur le territoire de la commune où se situe le projet ou la plus grande superficie occupée par le projet.
L'envoi contient les éléments suivants :
1° les coordonnées des autorités compétentes pour prendre la décision, de celles auprès desquelles peuvent être obtenus des renseignements pertinents, de celles auxquelles des observations ou questions peuvent être adressées ainsi que des précisions sur les délais de transmission des observations ou des questions;
2° la nature des décisions possibles ou, lorsqu'il existe, le projet de décision;
3° le cas échéant, des précisions concernant une proposition d'actualisation d'un permis ou des conditions dont il est assorti;
4° l'indication de la date et du lieu, ou des dates et des lieux, où les renseignements pertinents seront mis à la disposition du public et des moyens par lesquels ils le seront;
5° les modalités précises de la participation et de la consultation du public;
6° le résumé non technique de l'étude d'incidences, fournie par le demandeur de permis.
§ 3. Les autorités compétentes de la Région ou de l'Etat susceptibles d'être affectées peuvent remettre un avis selon les mêmes modalités que les autorités wallonnes compétentes.
Sous-section 3. - Consultation
Art. D.29-24-5. Outre les procédures visées aux articles D.29-24-2 à D.29-24-4, l'autorité compétente peut, sur sollicitation de l'autorité compétente de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée, organiser une procédure de consultation des autorités compétentes transfrontières, si nécessaire par l'intermédiaire d'un organe commun approprié, sur les incidences transfrontières potentielles du projet et sur les mesures envisagées pour réduire, compenser ou éliminer ces incidences. Elles conviennent d'un délai raisonnable pour la durée de la période de consultation.
Le délai d'envoi de la décision octroyant ou refusant le permis peut être prolongé de 30 jours par l'autorité compétente.
Le Gouvernement peut déterminer les règles et modalités suivant lesquelles la consultation est organisée.
Sous-section 4. - Décision
Art. D.29-24-6. L'autorité compétente informe l'autre Région, l'autre Etat membre de l'Union européenne ou l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo consultés de sa décision sur le plan, le programme ou le projet soumis à permis.
Lorsqu'il s'agit d'un plan ou d'un programme, sont transmis les documents suivants :
1° le plan ou le programme tel qu'adopté;
2° la déclaration environnementale et les mesures de suivi du plan.
Le Gouvernement peut définir les modalités et conditions de transmission des décisions d'adoption d'un plan, d'un programme ou d'un projet aux autorités compétentes de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo qui ont été consultées.
Section 3. - Consultations transfrontières organisées par une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention d'Espoo
Art. D.29-24-7. Lorsqu'un plan, un programme ou un projet situé sur le territoire d'une autre Région, d'un autre Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement de la Région wallonne, les informations sur le plan, le programme ou le projet accompagné des documents d'évaluation des incidences, qui ont été transmis par les autorités compétentes de cette autre Région ou de cet autre Etat, sont mises à la disposition du public et des instances désignées par le Gouvernement.
Le Gouvernement détermine :
1° les modalités suivant lesquelles les informations visées à l'alinéa 1er sont mises à la disposition du public et des instances visées à l'alinéa 1er;
2° les modalités suivant lesquelles l'avis du public et des instances consultées est recueilli et transmis.
Section 4. - Confidentialité
Art. D.29-24-8. En cas de réception d'informations transmises à l'autorité compétente par une autre Région, un autre Etat membre ou un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, lesdites informations sont soumises aux restrictions en matière de secret commercial et industriel, notamment de propriété intellectuelle, ainsi qu'en matière de protection de l'intérêt public, en vigueur dans la Région ou l'Etat où le projet est proposé, sans préjudice des dispositions qui, en droit wallon, ont pour objet de transposer la directive 2003/4/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 concernant l'accès du public à l'information en matière d'environnement et abrogeant la directive 90/313/CEE du Conseil. ".
" Chapitre IVbis -Consultations transfrontières
Section 1e. - Généralités
Art. D.29-24-1. Les dispositions du présent chapitre s'appliquent en complément des dispositions fixées par les précédents chapitres du Titre III pour les plans ou programmes wallons susceptibles d'incidences notables sur une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, ainsi que pour les plans ou programmes transfrontières susceptibles d'avoir des incidences notables sur l'environnement de la Région wallonne. En cas de divergence, la primauté est octroyée aux dispositions du présent chapitre.
Les délais prévus et fixés à peine de nullité par les procédures décrétales applicables aux plans ou programmes en cause sont augmentés sur décision de l'administration, le cas échéant, d'une durée de 20 jours pour tenir compte du délai de consultation transfrontière des autorités compétentes de la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo et de leur public, fixé par le présent chapitre. La décision de prorogation est immédiatement notifiée aux autorités compétentes étrangères précitées.
Section 2. - Consultations transfrontières organisées par la Région wallonne
Sous-section 1e. - Procédure préalable
Art. D.29-24-2.§ 1er. Lorsqu'un plan ou un programme est soumis à la réalisation d'un rapport sur les incidences environnementales et que le Gouvernement, statuant en application de l'article D.56, § 2, constate qu'il est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement d'une autre Région, d'un autre Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, ou lorsqu'une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention précitée, qui est susceptible d'être notablement affecté par le plan ou le programme, en fait la demande, le projet de plan ou de programme lui est immédiatement notifié pour information.
La notification contient :
1° l'ensemble des documents relatifs au projet de plan ou de programme dont dispose le Gouvernement;
2° une description du projet de plan ou de programme, accompagnée de toute information disponible quant à ses incidences transfrontières éventuelles.
Dans les quinze jours ouvrables qui suivent la date d'envoi de la notification, la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée indique au Gouvernement s'il souhaite participer aux procédures décisionnelles wallonnes.
§ 2. Pour les projets de catégorie B, dans le cas où il a été déterminé par l'autorité chargée d'examiner le caractère complet et recevable de la demande que le projet est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement d'une Région, d'un Etat membre de l'Union européenne ou d'un Etat partie à la Convention d'Espoo, ou lorsqu'une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention précitée, qui est susceptible d'être notablement affecté par le projet, en fait la demande, elle notifie pour information, au moins 15 jours avant la date de la réunion d'information préalable, l'avis visé à l'article D.29-5, § 3, à l'autorité compétente de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière afin de l'inviter, lui et son public concerné par le projet, à participer à au moins une réunion d'information préalable organisée par le demandeur.
La notification contient également :
1° une description du projet, accompagnée des informations dont l'autorité dispose quant à ses incidences transfrontières éventuelles;
2° des informations quant à la nature de la décision susceptible d'être prise.
La notification mentionne que la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo visée à l'alinéa 1er est invité à participer à la procédure de cadrage de l'étude définie à l'article D.69 si une telle procédure est diligentée par le demandeur.
Dans les quinze jours ouvrables qui suivent la date d'envoi de la notification, la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée indique à l'autorité chargée d'examiner le caractère complet et recevable du dossier de demande s'il souhaite participer aux procédures décisionnelles wallonnes.
§ 3. A défaut de réponse dans le délai visé aux paragraphe 1er, alinéa 3, et paragraphe 2, alinéa 4, la réponse est réputée négative.
§ 4. Les autorités compétentes de la Région ou de l'Etat susceptibles d'être affectées qui ont indiqué leur souhait de participer aux procédures décisionnelles wallonnes peuvent participer à la procédure de cadrage de l'évaluation des incidences sur l'environnement visée par l'article D.69 et selon les mêmes modalités.
§ 5. Le Gouvernement peut déterminer :
1° les modalités relatives à la notification et sa transmission;
2° les modalités suivant lesquelles les autorités compétentes de la Région ou de l'Etat susceptibles d'être affectées peuvent participer à la procédure de cadrage de l'évaluation des incidences sur l'environnement visée par l'article D.69.
Art. D.29-24-3. § 1er. En cas de réponse négative à la notification visée à l'article D.29-24-2 par l'autre Région, l'autre Etat membre ou l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo précitée, celui-ci ne pourra pas participer à l'éventuelle réunion de cadrage préalable sollicitée par le maître d'ouvrage sur base de l'article D.69 et ne pourra pas solliciter l'organisation d'une consultation, conformément à l'article D.29-24-5.
§ 2. Dans tous les cas, l'autorité compétente de l'autre Région, de l'autre Etat membre ou de l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo précitée est informée des modalités relatives à l'organisation de l'enquête publique sur le territoire wallon et des modalités de participation de son public à cette enquête, conformément à l'article D.29-24-4, ainsi que de la décision adoptée par le Gouvernement ou l'autorité compétente sur le plan, le programme ou le projet.
Sous-section 2. - Procédure suivant la validation du projet de plan ou de programme ou l'introduction de la demande de permis
Art. D.29-24-4. § 1er. A l'issue de l'approbation du projet de plan ou du projet de programme, le rapport des incidences environnementales, lequel comprend les informations éventuelles relatives aux incidences transfrontières du dossier, ainsi que le projet de plan ou le projet de programme tels qu'ils ont été validés par le Gouvernement, sont transmis par ce dernier, pour participation du public et de l'autorité, à l'autorité compétente de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée. Sont également joints les principaux rapports et avis qui ont été joints au dossier de demande et dont les autorités compétentes wallonnes disposent à la date de cet envoi.
L'envoi a lieu au plus tard 30 jours avant le début de l'enquête publique en Région wallonne.
L'envoi contient les éléments suivants :
1° les coordonnées des autorités compétentes pour prendre la décision, de celles auprès desquelles peuvent être obtenus des renseignements pertinents, de celles auxquelles des observations ou questions peuvent être adressées ainsi que des précisions sur les délais de transmission des observations ou des questions;
2° l'indication de la date et du lieu où les renseignements pertinents seront mis à la disposition du public et des moyens par lesquels ils le seront;
3° les modalités précises de la participation et de la consultation du public; 4° le résumé non technique du rapport sur les incidences environnementales.
§ 2. Lorsque la demande de permis pour un projet a été déclarée complète et recevable, l'autorité chargée d'examiner le caractère complet et recevable de cette demande transmet à la Région, l'Etat membre de l'Union européenne ou l'Etat partie à la Convention d'Espoo, le dossier de demande accompagné de l'étude d'incidences. Sont également joints les principaux rap-ports et avis qui ont été joints au dossier de demande et dont les autorités compétentes wallonnes disposent à la date de cet envoi.
L'envoi a lieu au plus tard 30 jours avant le début de l'enquête publique organisée sur le territoire de la commune où se situe le projet ou la plus grande superficie occupée par le projet.
L'envoi contient les éléments suivants :
1° les coordonnées des autorités compétentes pour prendre la décision, de celles auprès desquelles peuvent être obtenus des renseignements pertinents, de celles auxquelles des observations ou questions peuvent être adressées ainsi que des précisions sur les délais de transmission des observations ou des questions;
2° la nature des décisions possibles ou, lorsqu'il existe, le projet de décision;
3° le cas échéant, des précisions concernant une proposition d'actualisation d'un permis ou des conditions dont il est assorti;
4° l'indication de la date et du lieu, ou des dates et des lieux, où les renseignements pertinents seront mis à la disposition du public et des moyens par lesquels ils le seront;
5° les modalités précises de la participation et de la consultation du public;
6° le résumé non technique de l'étude d'incidences, fournie par le demandeur de permis.
§ 3. Les autorités compétentes de la Région ou de l'Etat susceptibles d'être affectées peuvent remettre un avis selon les mêmes modalités que les autorités wallonnes compétentes.
Sous-section 3. - Consultation
Art. D.29-24-5. Outre les procédures visées aux articles D.29-24-2 à D.29-24-4, l'autorité compétente peut, sur sollicitation de l'autorité compétente de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo précitée, organiser une procédure de consultation des autorités compétentes transfrontières, si nécessaire par l'intermédiaire d'un organe commun approprié, sur les incidences transfrontières potentielles du projet et sur les mesures envisagées pour réduire, compenser ou éliminer ces incidences. Elles conviennent d'un délai raisonnable pour la durée de la période de consultation.
Le délai d'envoi de la décision octroyant ou refusant le permis peut être prolongé de 30 jours par l'autorité compétente.
Le Gouvernement peut déterminer les règles et modalités suivant lesquelles la consultation est organisée.
Sous-section 4. - Décision
Art. D.29-24-6. L'autorité compétente informe l'autre Région, l'autre Etat membre de l'Union européenne ou l'autre Etat partie à la Convention d'Espoo consultés de sa décision sur le plan, le programme ou le projet soumis à permis.
Lorsqu'il s'agit d'un plan ou d'un programme, sont transmis les documents suivants :
1° le plan ou le programme tel qu'adopté;
2° la déclaration environnementale et les mesures de suivi du plan.
Le Gouvernement peut définir les modalités et conditions de transmission des décisions d'adoption d'un plan, d'un programme ou d'un projet aux autorités compétentes de la Région, de l'Etat membre de l'Union européenne ou de l'Etat partie à la Convention d'Espoo qui ont été consultées.
Section 3. - Consultations transfrontières organisées par une autre Région, un autre Etat membre de l'Union européenne ou un autre Etat partie à la Convention d'Espoo
Art. D.29-24-7. Lorsqu'un plan, un programme ou un projet situé sur le territoire d'une autre Région, d'un autre Etat membre de l'Union européenne ou d'un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière est susceptible d'avoir des incidences notables sur l'environnement de la Région wallonne, les informations sur le plan, le programme ou le projet accompagné des documents d'évaluation des incidences, qui ont été transmis par les autorités compétentes de cette autre Région ou de cet autre Etat, sont mises à la disposition du public et des instances désignées par le Gouvernement.
Le Gouvernement détermine :
1° les modalités suivant lesquelles les informations visées à l'alinéa 1er sont mises à la disposition du public et des instances visées à l'alinéa 1er;
2° les modalités suivant lesquelles l'avis du public et des instances consultées est recueilli et transmis.
Section 4. - Confidentialité
Art. D.29-24-8. En cas de réception d'informations transmises à l'autorité compétente par une autre Région, un autre Etat membre ou un autre Etat partie à la Convention d'Espoo du 25 février 1991 sur l'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontière, lesdites informations sont soumises aux restrictions en matière de secret commercial et industriel, notamment de propriété intellectuelle, ainsi qu'en matière de protection de l'intérêt public, en vigueur dans la Région ou l'Etat où le projet est proposé, sans préjudice des dispositions qui, en droit wallon, ont pour objet de transposer la directive 2003/4/CE du Parlement européen et du Conseil du 28 janvier 2003 concernant l'accès du public à l'information en matière d'environnement et abrogeant la directive 90/313/CEE du Conseil. ".
Art. 7. In artikel D.53 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 4 oktober 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "52 tot 61" vervangen door de woorden "D.52 tot D.61";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "66, § 2" vervangen door de woorden "D.64";
3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "66, § 2" vervangen door de woorden "D.64";
4° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54";
5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54";
6° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "52 tot 61" vervangen door de woorden "D.52 tot D.61";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 1°, worden de woorden "66, § 2" vervangen door de woorden "D.64";
3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "66, § 2" vervangen door de woorden "D.64";
4° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54";
5° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54";
6° in paragraaf 2, tweede lid, worden de woorden "artikel 54" vervangen door de woorden "artikel D.54".
Art. 7. A l'article D.53 du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 4 octobre 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " 52 à 61 " sont remplacés par les mots " D.52 à D.61 ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots " 66, § 2 " sont remplacés par les mots : " D.64 ";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " 66, § 2 " sont remplacés par les mots " D.64 ";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " l'article 54 " sont remplacés par les mots " l'article D.54 ";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " l'article 54 " sont remplacés par les mots " l'article D.54 ";
6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " l'article 54 " sont remplacés par les mots " l'article D.54 ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " 52 à 61 " sont remplacés par les mots " D.52 à D.61 ";
2° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 1°, les mots " 66, § 2 " sont remplacés par les mots : " D.64 ";
3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " 66, § 2 " sont remplacés par les mots " D.64 ";
4° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " l'article 54 " sont remplacés par les mots " l'article D.54 ";
5° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots " l'article 54 " sont remplacés par les mots " l'article D.54 ";
6° dans le paragraphe 2, alinéa 2, les mots " l'article 54 " sont remplacés par les mots " l'article D.54 ".
Art. 8. In artikel D.59 van hetzelfde Boek, zoals gewijzigd bij het decreet van 22 juli 2010, worden de woorden "artikel D.29-11" vervangen door de woorden "de artikelen D.29-24-2 tot en met D.29-24-4".
Art. 8. A l'article D.59 du même Livre, tel que modifié par le décret du 22 juillet 2010, les mots " de l'article D.29-11 " sont remplacés par les mots " des articles D.29-24-2 à D.29-24-4 ".
Art. 9. In artikel D.65 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bedoeld is in artikel D64, § 1," vervangen door de woorden "bedoeld is in artikel D.64";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "Overeenkomstig artikel D66, § 2," vervangen door de woorden "In de milieueffectenrapportering,";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "vanaf de dag na het verstrijken van de termijn die toegestaan werd aan de overheid om na te gaan of het aanvraagdossier volledig of ontvankelijk is" vervangen door de woorden "vanaf de dag van indiening van de aanvraag of, wanneer de overheid die nagaat of deze volledig of ontvankelijk is, bijkomende stukken heeft verzocht, vanaf de dag van indiening van die bijkomende stukken";
4° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig hoofdstuk III van Titel I van dit Wetboek," vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten bedoeld in artikelen D.20.15 tot en met D.20.18".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "bedoeld is in artikel D64, § 1," vervangen door de woorden "bedoeld is in artikel D.64";
2° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "Overeenkomstig artikel D66, § 2," vervangen door de woorden "In de milieueffectenrapportering,";
3° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "vanaf de dag na het verstrijken van de termijn die toegestaan werd aan de overheid om na te gaan of het aanvraagdossier volledig of ontvankelijk is" vervangen door de woorden "vanaf de dag van indiening van de aanvraag of, wanneer de overheid die nagaat of deze volledig of ontvankelijk is, bijkomende stukken heeft verzocht, vanaf de dag van indiening van die bijkomende stukken";
4° in paragraaf 5, eerste lid, worden de woorden "overeenkomstig hoofdstuk III van Titel I van dit Wetboek," vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten bedoeld in artikelen D.20.15 tot en met D.20.18".
Art. 9. A l'article D.65, du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " visés par l'article D64, § 1er, " sont remplacés par les mots " visé par l'article D.64 ";
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " conformément à l'article D66, § 2, " sont remplacés par les mots " dans la notice d'évaluation des incidences, ";
3° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " à dater du lendemain du jour de l'expiration du délai imparti à l'autorité chargée d'apprécier le caractère complet et recevable " sont remplacés par les mots " à dater du dépôt de la demande ou, lorsque l'autorité chargée d'apprécier le caractère complet et recevable de celle-ci a demandé des compléments d'information, à dater du dépôt de ces compléments ";
4° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots " conformément au chapitre III du Titre Ier du présent Code " sont remplacés par les mots " selon les modalités des articles D.20.15 à D.20.18 ".
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " visés par l'article D64, § 1er, " sont remplacés par les mots " visé par l'article D.64 ";
2° au paragraphe 1er, alinéa 2, les mots " conformément à l'article D66, § 2, " sont remplacés par les mots " dans la notice d'évaluation des incidences, ";
3° au paragraphe 3, alinéa 1er, les mots " à dater du lendemain du jour de l'expiration du délai imparti à l'autorité chargée d'apprécier le caractère complet et recevable " sont remplacés par les mots " à dater du dépôt de la demande ou, lorsque l'autorité chargée d'apprécier le caractère complet et recevable de celle-ci a demandé des compléments d'information, à dater du dépôt de ces compléments ";
4° au paragraphe 5, alinéa 1er, les mots " conformément au chapitre III du Titre Ier du présent Code " sont remplacés par les mots " selon les modalités des articles D.20.15 à D.20.18 ".
Art. 10. In artikel D.68, eerste lid, van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de woorden "wordt de milieueffectbeoordeling één enkele keer uitgevoerd" vervangen door de woorden "er wordt één milieueffectenrapportering of één milieueffectonderzoek uitgevoerd".
Art. 10. Dans l'article D.68, alinéa 1er, du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les mots " l'évaluation des incidences sur l'environnement est mis en oeuvre une seule fois " sont remplacés par les mots " une seule notice d'évaluation des incidences ou une seule étude d'incidences est réalisée ".
Art. 11. In artikel D.71 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de instanties aan die bij het project betrokken kunnen worden" vervangen door de woorden "de instanties en/of diensten aan die bij het project betrokken kunnen worden" en worden de woorden "De in artikel D.72 van dit Boek bedoelde instanties
" vervangen door de woorden "De in artikel D.72 van dit Boek bedoelde instanties en/of diensten";
2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "Wanneer ze niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid of instanties die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen," vervangen door de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid, instanties of diensten die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen,";
3° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid of instanties die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen," vervangen door de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid, instanties of diensten die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen,".
1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "de instanties aan die bij het project betrokken kunnen worden" vervangen door de woorden "de instanties en/of diensten aan die bij het project betrokken kunnen worden" en worden de woorden "De in artikel D.72 van dit Boek bedoelde instanties
" vervangen door de woorden "De in artikel D.72 van dit Boek bedoelde instanties en/of diensten";
2° in paragraaf 3, tweede lid, worden de woorden "Wanneer ze niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid of instanties die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen," vervangen door de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid, instanties of diensten die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen,";
3° in paragraaf 4, tweede lid, worden de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid of instanties die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen," vervangen door de woorden "Wanneer zij niet over de vereiste informatie beschikken, kunnen de door de Regering aangewezen bevoegde overheid, instanties of diensten die in de behandeling van de aanvraag tussenkomen,".
Art. 11. Dans l'article D.71 du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées :
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " les instances susceptibles d'être concernées " sont remplacés par les mots " les instances et/ou les services susceptibles d'être concernés " et les mots " Les instances visées
" sont remplacés par les mots " Les instances et/ou les services visés ";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " Lorsqu'elles ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente ou les instances intervenant " sont remplacés par les mots " Lorsqu'ils ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente, les instances ou les services intervenant ";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " Lorsqu'elles ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente ou les instances intervenant " sont remplacés par les mots " Lorsqu'ils ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente, les instances ou les services intervenant ".
1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots " les instances susceptibles d'être concernées " sont remplacés par les mots " les instances et/ou les services susceptibles d'être concernés " et les mots " Les instances visées
" sont remplacés par les mots " Les instances et/ou les services visés ";
2° dans le paragraphe 3, alinéa 2, les mots " Lorsqu'elles ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente ou les instances intervenant " sont remplacés par les mots " Lorsqu'ils ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente, les instances ou les services intervenant ";
3° dans le paragraphe 4, alinéa 2, les mots " Lorsqu'elles ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente ou les instances intervenant " sont remplacés par les mots " Lorsqu'ils ne disposent pas des informations requises, l'autorité compétente, les instances ou les services intervenant ".
Art. 12. In artikel D.72 van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 16 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de woorden "de uitvoerder" worden vervangen door de woorden "de erkende ontwerper";
2° de woorden "D.I.5, § 1, eerste lid, 5°", ingevoegd bij het decreet van 20 juli 2016, worden vervangen door de woorden "D.I.4, § 1, eerste lid, 5°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling alsook de door de Regering aangewezen diensten wegens hun expertise".
1° de woorden "de uitvoerder" worden vervangen door de woorden "de erkende ontwerper";
2° de woorden "D.I.5, § 1, eerste lid, 5°", ingevoegd bij het decreet van 20 juli 2016, worden vervangen door de woorden "D.I.4, § 1, eerste lid, 5°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling alsook de door de Regering aangewezen diensten wegens hun expertise".
Art. 12. Dans l'article D.72 du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 16 février 2017, les modifications suivantes sont apportées :
1° les mots " la personne " sont remplacés par les mots " l'auteur agréé ";
2° les mots " D.I.5, § 1er, alinéa 1er, 5° ", insérés par le décret du 20 juillet 2016, sont remplacés par les mots " D.I.4, § 1er, alinéa 1er, 5°, du CoDT ainsi que les services désignés par le Gouvernement en raison de leur expertise ".
1° les mots " la personne " sont remplacés par les mots " l'auteur agréé ";
2° les mots " D.I.5, § 1er, alinéa 1er, 5° ", insérés par le décret du 20 juillet 2016, sont remplacés par les mots " D.I.4, § 1er, alinéa 1er, 5°, du CoDT ainsi que les services désignés par le Gouvernement en raison de leur expertise ".
Art. 13. In artikel D.74, eerste lid, van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de woorden "volgens de modaliteiten van titel III van deel III van dit Wetboek" vervangen door de woorden "volgens de modaliteiten van artikelen D.29-1 tot en met D.29-28".
Art. 13. A l'article D.74, alinéa 1er, du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les mots " selon les modalités du titre III de la partie III du présent Code " sont remplacés par les mots " selon les modalités des articles D.29-1 à D.29-28 ".
Art. 14. In artikel D.75, § 4, tweede lid, 3° van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de woorden "D.29-11, § 1" vervangen door de woorden "D.29-24-2 tot en met D.29-24-5".
Art. 14. A l'article D.75, § 4, alinéa 2, 3°, du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les mots " D.29-11, § 1er " sont remplacés par les mots " D.29-24-2 à D.29-24-5 ".
Art. 15. In artikel D.77, tweede lid, van hetzelfde Boek, het laatst gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in 2° worden de woorden "van één van de bepalingen" opgeheven;
2° punt 7° wordt vervangen als volgt:
"7° in het geval bedoeld in artikel D.65, § 3, laatste lid;";
3° punt 8° wordt opgeheven.
1° in 2° worden de woorden "van één van de bepalingen" opgeheven;
2° punt 7° wordt vervangen als volgt:
"7° in het geval bedoeld in artikel D.65, § 3, laatste lid;";
3° punt 8° wordt opgeheven.
Art. 15. A l'alinéa 2 de l'article D.77 du même Livre, modifié en dernier lieu par le décret du 24 mai 2018, les modifications suivantes apportées :
1° au 2°, les mots " d'une des dispositions " sont abrogés;
2° le 7° est remplacé par ce qui suit :
" 7° dans le cas visé à l'article D.65, § 3, dernier alinéa; ";
3° le 8° est abrogé.
1° au 2°, les mots " d'une des dispositions " sont abrogés;
2° le 7° est remplacé par ce qui suit :
" 7° dans le cas visé à l'article D.65, § 3, dernier alinéa; ";
3° le 8° est abrogé.
Art. 16. In de titel van Bijlage II bij hetzelfde Boek worden de woorden "de artikelen D.64, § 1, en D.65, § § 2 en 3" vervangen door de woorden "artikel D.64, § 1".
Art. 16. Dans le titre de l'annexe II du même Livre, les mots " aux articles D.64, § 1er, et D.65, § § 2 et 3 " sont remplacés par les mots " à l'article D.64, § 1er ".
Art. 17. In Bijlage III van hetzelfde Boek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° de titel wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel D.64, § 2";
2° in punt 3. "Soorten en de kenmerken van het potentiële effect", eerste lid, worden de woorden "D.66, § 1," vervangen door "D.62, § 2,".
1° de titel wordt aangevuld met de woorden "overeenkomstig artikel D.64, § 2";
2° in punt 3. "Soorten en de kenmerken van het potentiële effect", eerste lid, worden de woorden "D.66, § 1," vervangen door "D.62, § 2,".
Art. 17. A l'annexe III du même Livre, les modifications suivantes sont apportées :
1° le titre est complété par les mots " conformément à l'article D.64, § 2 ";
2° au point 3. " Type et caractéristiques de l'impact potentiel ", alinéa 1er, les mots " D.66, § 1er " sont remplacés par les mots " D.62, § 2, ".
1° le titre est complété par les mots " conformément à l'article D.64, § 2 ";
2° au point 3. " Type et caractéristiques de l'impact potentiel ", alinéa 1er, les mots " D.66, § 1er " sont remplacés par les mots " D.62, § 2, ".
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot wijziging van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives au Code du Développement territorial
Art. 18. In artikel D.IV.34, eerste lid, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden de woorden "bedoeld in artikel D.68" vervangen door de woorden "bedoeld in artikel D.65 van Boek I".
Art. 18. Dans l'article D.IV.34, alinéa 1er, du Code du Développement territorial, les mots " visées à l'article D.68 " sont remplacés par les mots " visées à l'article D.65 du Livre Ier ".
Art. 19. In artikel D.V.2 van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, 3°, tweede lid, worden de woorden "van artikel D.68" vervangen door de woorden "van artikel D.65";
2° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "artikel 65" vervangen door de woorden "artikel D.62, § 1,".
3° in paragraaf 7, worden de woorden "van de artikelen D.64 en D.68" vervangen door de woorden "van de artikelen D.65 en D.75".
1° in paragraaf 1, 3°, tweede lid, worden de woorden "van artikel D.68" vervangen door de woorden "van artikel D.65";
2° in paragraaf 2, 4°, worden de woorden "artikel 65" vervangen door de woorden "artikel D.62, § 1,".
3° in paragraaf 7, worden de woorden "van de artikelen D.64 en D.68" vervangen door de woorden "van de artikelen D.65 en D.75".
Art. 19. A l'article D.V.2 du Code du Développement territorial, les modifications suivantes sont apportées :
1° au paragraphe 1er, 3°, alinéa 2, les mots " de l'article D.68 " sont remplacés par les mots " de l'article D.65 ";
2° au paragraphe 2, 4°, les mots " de l'article 65 " sont remplacés par les mots " de l'article D.62, § 1er ";
3° au paragraphe 7, les mots " des articles D.64 et D.68 " sont remplacés par les mots " des articles D.65 et D.75 ".
1° au paragraphe 1er, 3°, alinéa 2, les mots " de l'article D.68 " sont remplacés par les mots " de l'article D.65 ";
2° au paragraphe 2, 4°, les mots " de l'article 65 " sont remplacés par les mots " de l'article D.62, § 1er ";
3° au paragraphe 7, les mots " des articles D.64 et D.68 " sont remplacés par les mots " des articles D.65 et D.75 ".
Art. 20. In artikel D.VII.13, tweede lid, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling worden de woorden "van artikel D.66" vervangen door de woorden "van artikel D.62, § 2, rekening houdend met de in bijlage III bedoelde relevante selectiecriteria".
Art. 20. Dans l'article D.VII.13, deuxième alinéa, du Code du Développement territorial, les mots " de l'article D.66 " sont remplacés par les mots " de l'article D.62, § 2, et en tenant compte des critères de sélection pertinents visés à l'annexe III ".
Art. 21. In artikel D.VIII.1, 4°, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, gewijzigd bij het decreet van 24 mei 2018, worden de woorden "de artikelen D.64, § 2, en D.68, § § 2 en 3" vervangen door de woorden "de artikelen D.64 en D.65".
Art. 21. Dans l'article D.VIII.1, 4°, du Code du Développement territorial, modifié par le décret du 24 mai 2018, les mots " aux articles D.64, § 2, et D.68, § § 2 et 3, " sont remplacés par les mots " aux articles D.64 et D.65 ".
Art. 22. In artikel D.VIII.31, § 2, van het Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling, vervangen door het decreet van 13 december 2023, worden de woorden "artikel 64, § 2," vervangen door de woorden "artikel D.64".
Art. 22. Dans l'article D.VIII.31, § 2, du Code du Développement territorial, remplacé par le décret du 13 décembre 2023, les mots " de l'article 64, § 2 " sont remplacés par les mots " de l'article D.64 ".
HOOFDSTUK 3. - Overgangs- en slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales et transitoires
Art. 23. De bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op milieueffectbeoordelingsprocedures voor projecten waarvoor een bericht waarbij de voorafgaande informatievergadering in de media werd gepubliceerd vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet, aangekondigd wordt.
De bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op milieueffectbeoordelingsprocedures van plannen en programma's waarvoor de Regering, of de door haar daartoe aangewezen persoon, de ontwerp-inhoud van het milieueffectverslag evenals het ontwerp van plan of programmaontwerp aan het advies van de Beleidsgroep Leefmilieu, de betrokken gemeenten en elke persoon of instantie die ze nuttig acht te raadplegen vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
De bepalingen van dit decreet zijn niet van toepassing op milieueffectbeoordelingsprocedures van plannen en programma's waarvoor de Regering, of de door haar daartoe aangewezen persoon, de ontwerp-inhoud van het milieueffectverslag evenals het ontwerp van plan of programmaontwerp aan het advies van de Beleidsgroep Leefmilieu, de betrokken gemeenten en elke persoon of instantie die ze nuttig acht te raadplegen vóór de datum van inwerkingtreding van dit decreet.
Art. 23. Les dispositions du présent décret ne s'appliquent pas aux procédures d'évaluation des incidences environnementales des projets pour lesquelles l'avis annonçant la réunion d'information préalable a fait l'objet d'une publication dans les médias avant la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Les dispositions du présent décret ne s'appliquent pas aux procédures d'évaluation des incidences environnementales des plans et programmes pour lesquelles le Gouvernement, ou la personne qu'il délègue à cette fin, a soumis le projet de contenu du rapport sur les incidences environnementales ainsi que le projet de plan ou de programme pour avis au pôle " Environnement ", aux communes concernées et aux personnes et instances qu'il juge nécessaire de consulter avant la date d'entrée en vigueur du présent décret.
Les dispositions du présent décret ne s'appliquent pas aux procédures d'évaluation des incidences environnementales des plans et programmes pour lesquelles le Gouvernement, ou la personne qu'il délègue à cette fin, a soumis le projet de contenu du rapport sur les incidences environnementales ainsi que le projet de plan ou de programme pour avis au pôle " Environnement ", aux communes concernées et aux personnes et instances qu'il juge nécessaire de consulter avant la date d'entrée en vigueur du présent décret.