Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
15 MEI 2024. - Wet houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen
Titre
15 MAI 2024. - Loi modifiant le droit pénal social et diverses dispositions en droit du travail
Documentinformatie
Info du document
Tekst (239)
Texte (239)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen tot wijziging van het Sociaal Strafwetboek
CHAPITRE 2. - Dispositions modifiant le Code pénal social
Art.2. In artikel 1 van het Sociaal Strafwetboek, vervangen door de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het opschrift van het artikel en in paragraaf 2 worden de woorden "Het beleid van de strijd tegen de illegale arbeid en de sociale fraude" telkens vervangen door de woorden "Het beleid van de strijd tegen de sociale fraude, de illegale arbeid, en de sociale dumping";
  2° in paragraaf 1 worden de woorden "sociale fraude en illegale arbeid "vervangen door de woorden "sociale fraude, illegale arbeid en sociale dumping".
Art.2. Dans l'article 1er du Code pénal social, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'intitulé de l'article et dans le paragraphe 2, les mots "La politique de lutte contre le travail illégal et la fraude sociale" sont à chaque fois remplacés par les mots "la politique de lutte contre la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social";
  2° dans le paragraphe 1er, les mots "fraude sociale et travail illégal" sont remplacés par les mots "fraude sociale, travail illégal et dumping social".
Art.3. In boek 1, titel 1, hoofdstuk 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 1/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 1/1. De sociale dumping
  Onder voorbehoud van andersluidende bepalingen wordt voor de toepassing van deze titel verstaan onder "sociale dumping": een brede waaier aan opzettelijke misbruikpraktijken en de omzeiling van bestaande Europese en/of nationale wetgeving, met inbegrip van wetten en algemeen toepasselijke collectieve overeenkomsten, die oneerlijke concurrentie mogelijk maken door de arbeids- en werkingskosten op illegale wijze te minimaliseren, en resulteren in de schending van de rechten en de uitbuiting van werknemers.".
Art.3. Dans le livre 1er, titre 1er, chapitre 1er, du même Code, il est inséré un article 1er/1, rédigé comme suit:
  "Art. 1er/1. Le dumping social
  Sans préjudice d'autres dispositions, pour l'application du présent titre, on entend par "dumping social": un large éventail de pratiques abusives délibérées et le contournement de la législation européenne et/ou nationale existante, y compris les lois et les conventions collectives applicables, qui permettent une concurrence déloyale en minimisant les coûts de main-d'oeuvre et d'exploitation par des moyens illégaux, et entraînent la violation des droits des travailleurs et leur exploitation.".
Art.4. In artikel 2 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift wordt vervangen als volgt: "Strategisch plan en operationeel actieplan voor de bestrijding van sociale fraude, illegale arbeid en sociale dumping";
  2° in het eerste lid worden de woorden "Het beleid van de strijd tegen de sociale fraude en de illegale arbeid" vervangen door de woorden "Het beleid van de strijd tegen de sociale fraude, de illegale arbeid en de sociale dumping" en de woorden "een strategisch plan voor de bestrijding van sociale fraude" worden vervangen door de woorden "een strategisch plan voor de bestrijding van sociale fraude, illegale arbeid en sociale dumping";
  3° in het derde lid wordt het woord "jaarlijks" vervangen door het woord "tweejaarlijks";
  4° het vijfde lid wordt vervangen als volgt:
  "Het operationeel actieplan wordt ter validatie voorgelegd aan het strategisch comité en ter goedkeuring voorgelegd aan het Ministerieel Comité voor de Fraudebestrijding. Het Ministerieel Comité voor de Fraudebestrijding keurt het plan ten laatste op 1 januari van de periode waarop het betrekking heeft.";
  5° het wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst zorgt elk kwartaal voor een verslag over de opbrengsten uit de strijd tegen de sociale fraude, de illegale arbeid en de sociale dumping.".
Art.4. Dans l'article 2 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'intitulé est remplacé par: "Le plan stratégique et le plan d'action opérationnel pour la lutte contre la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social";
  2° dans l'alinéa 1er, les mots "la politique de lutte contre la fraude sociale et le travail illégal" sont remplacés par les mots "la politique de lutte contre la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social" et les mots "un plan stratégique de lutte contre la fraude sociale" sont remplacés par les mots "un plan stratégique de lutte contre la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social";
  3° dans l'alinéa 3, les mots "chaque année" sont remplacés par les mots "tous les deux ans";
  4° l'alinéa 5 est remplacé par ce qui suit:
  "Le plan d'action opérationnel est soumis au comité stratégique pour validation et au comité ministériel pour la lutte contre la fraude pour approbation. Le Comité ministériel pour la lutte contre la fraude approuve le plan au plus tard le 1er janvier de la période à laquelle il se rapporte.";
  5° il est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Le Service d'information et de recherche sociale fournit chaque trimestre un rapport sur les revenus de la lutte contre la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social.".
Art.5. In artikel 3 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  "1° in het tweede lid, in het derde lid en in het vierde lid, 13° en 14°, worden de woorden "sociale fraude" telkens vervangen door de woorden "de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping";
  2° in het vierde lid, 1° en 6°, worden de woorden "de sociale fraude" vervangen door de woorden "de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping";
  3° in het vierde lid, 3°, worden de woorden "illegale arbeid en sociale fraude" vervangen door de woorden "illegale arbeid, sociale fraude en sociale dumping";
  4° in het vierde lid, 7°, worden de woorden "de illegale arbeid en de sociale fraude" vervangen door de woorden "de sociale fraude, de illegale arbeid en de sociale dumping";"
  5° in de bepaling onder 4° wordt het woord "jaarlijks" opgeheven;
  6° in de bepaling onder 11° worden de woorden "artikel 15" vervangen door de woorden "artikel 15/1";
  7° in de Franse tekst van de bepaling onder 15° worden de woorden "et d'en assurer le suivi." vervangen door de woorden "et en assurer le suivi;";
  8° een bepaling onder 16° wordt ingevoegd, luidende:
  "16° onverminderd de bevoegdheden van de Adviesraad van het sociaal strafrecht, het verlenen van adviezen inzake de strijd tegen sociale fraude, illegale arbeid, en sociale dumping op vraag van een lid van de federale regering, een lid van één van de Gewest- of Gemeenschapsregeringen, met betrekking tot het federale en het gefedereerde beleid;";
  "9° een bepaling onder 17° en een lid worden ingevoegd, luidende:
  "17° het ontvangen, verzamelen, coördineren en verwerken van informatie, die hen rechtstreeks worden meegedeeld door burgers, ondernemingen en organisaties, met het oog op het overmaken van deze informatie aan de openbare instellingen van sociale zekerheid bedoeld in artikel 16, 8°, aan de sociaal inspecteurs van de inspectiediensten, alsook aan alle ambtenaren belast met het toezicht op een andere wetgeving of met de toepassing van een andere wetgeving, in de mate dat die inlichtingen voor laatstgenoemden noodzakelijk zijn voor de strijd tegen de illegale arbeid, de sociale fraude en de sociale dumping, of bij de uitoefening van het toezicht waarmee zij belast zijn of voor de toepassing van een andere wetgeving.
  Voor het eerste lid, 17°, zijn de volgende regels van toepassing:
  1° deze opdracht zal worden uitgevoerd in samenwerking met de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid;
  2° de directeur van de SIOD bedoeld in artikel 8 of de door hem aangewezen vertegenwoordiger, is verantwoordelijk voor de verwerking van deze gegevens;
  3° de personen die betrokken zijn bij de verwerkingen van persoonsgegevens door de SIOD, zijn de natuurlijke persoon of de rechtspersoon die informatie bezorgde aan het Meldpunt voor een Eerlijke Concurrentie, evenals elke natuurlijke persoon of rechtspersoon die ervan wordt verdacht een inbreuk, die het voorwerp uitmaakt van de verstrekte informatie, te hebben gepleegd;
  4° de gegevens die worden verzameld in het kader van de bovenvermelde verwerkingen, zijn de volgende:
  a) de naam, de voornaam, de hoofdverblijfplaats of de juridische vorm, de maatschappelijke benaming, en de maatschappelijke zetel, het KBO-nummer en/ of het rijksregisternummer en, bij ontstentenis ervan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of een ander identificatienummer van elke persoon die ervan verdacht wordt de (mede)dader te zijn van een inbreuk;
  b) de naam, de voornaam, de hoofdverblijfplaats of de juridische vorm, de maatschappelijke benaming en de maatschappelijke zetel, het KBO-nummer en/ of het rijksregisternummer en, bij ontstentenis ervan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of een ander identificatienummer van elke persoon die beschouwd wordt als burgerrechtelijk aansprakelijk voor een inbreuk;
  c) in voorkomend geval, de naam, de voornaam, de hoofdverblijfplaats, en de nationaliteit en het rijksregisternummer en, bij ontstentenis ervan, het identificatienummer bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid of een ander identificatienummer van elke werknemer of elke persoon die betrokken is of kan zijn bij een inbreuk;
  d) de kwalificatie van de vermeende inbreuk(en);
  e) de datum en de plaats van de feiten;
  5° de gegevens die worden verzameld van de natuurlijke persoon die de klacht indient, zijn de namen, de voornamen, het rijksregisternummer, het telefoonnummer en het e-mailadres;
  6° de gegevens die het resultaat zijn van de bovenvermelde verwerkingen, kunnen worden overgemaakt aan:
  a) de openbare instellingen van sociale zekerheid, bedoeld in artikel 16, 8°;
  b) de sociaal inspecteurs van de inspectiediensten;
  c) alle ambtenaren belast met het toezicht op een andere wetgeving of met de toepassing van een andere wetgeving, in de mate dat die inlichtingen voor laatstgenoemden noodzakelijk zijn bij de uitoefening van het toezicht waarmee zij belast zijn of voor de toepassing van een andere wetgeving;
  d) de leden van de arrondissementscel zoals deze werd samengesteld overeenkomstig artikel 13 van dit wetboek;
  e) de leden van de overlegplatformen zoals deze werden samengesteld overeenkomstig artikel 15/2 of artikel 15/3 van dit Wetboek;
  7° de maximale bewaartermijn van de gegevens die het resultaat zijn van de bovenvermelde verwerkingen, is zeven jaar, vanaf de ontvangst ervan. De bewaartermijn van deze gegevens voor uitsluitend statistische doeleinden is twintig jaar.".
Art.5. Dans l'article 3 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans les alinéas 2, 3 et 4, 13° et 14°, les mots "la fraude sociale" sont chaque fois remplacés par les mots "la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social";
  2° dans l'alinéa 4, 1° et 6°, les mots "le travail illégal et la fraude sociale" sont remplacés par les mots "la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social";
  3° dans l'alinéa 4, 3°, les mots "de travail illégal et de fraude sociale" sont remplacés par les mots "de fraude sociale, de travail illégal et de dumping social";
  4° dans l'alinéa 4, 7°, les mots "du travail illégal et de la fraude sociale" sont remplacés par les mots "de la fraude sociale, du travail illégal et du dumping social";
  5° au 4°, le mot "annuel" est abrogé;
  6° au 11°, les mots "article 15" sont remplacés par les mots "article 15/1";
  7° au 15°, les mots "et d'en assurer le suivi." sont remplacés par "et en assurer le suivi;";
  8° il est inséré un 16°, rédigé comme suit:
  "16° sans préjudice des compétences du Conseil consultatif du droit pénal social, fournir des avis concernant la politique fédérale et fédérée en matière de lutte contre la fraude sociale, le travail illégal, et le dumping social à la demande d'un membre du gouvernement fédéral, d'un membre d'un des gouvernements régionaux ou communautaires;";
  9° il est inséré un 17° et un alinéa, rédigés comme suit:
  "17° recevoir, collecter, coordonner et traiter les informations qui leur sont directement communiquées par les citoyens, les entreprises et les organisations, en vue de les transmettre aux institutions publiques de sécurité sociale visées à l'article 16, 8°, aux inspecteurs sociaux des services d'inspection, ainsi qu'à tous les fonctionnaires chargés de la surveillance d'une autre législation ou de l'application d'une autre législation, dans la mesure où ces informations sont nécessaires à ces derniers dans la lutte contre le travail illégal, la fraude sociale et le dumping social, ou dans l'exercice de la surveillance dont ils sont chargés ou pour l'application d'une autre législation.
  Les règles suivantes sont d'application pour l'alinéa 1er, 17°:
  1° cette tâche s'effectuera en collaboration avec la Banque Carrefour de la Sécurité Sociale;
  2° le directeur du SIRS visé à l'article 8 ou son représentant qu'il désigne, est responsable du traitement de ces données;
  3° les personnes concernées par les traitements de données à caractère personnel par le SIRS sont la personne physique ou la personne morale qui a fourni des informations au Point de Contact pour une Concurrence Loyale, ainsi que toute personne physique ou personne morale soupçonnée d'avoir commis une infraction, qui fait l'objet des informations fournies;
  4° les données collectées dans le cadre des traitements mentionnés ci-dessus sont:
  a) le nom, le prénom, la résidence principale ou la forme juridique, la dénomination sociale, et le siège social, le numéro BCE et/ou le numéro de Registre national et, à défaut, le numéro d'identification à la Banque Carrefour de la sécurité sociale ou un autre numéro d'identification de toute personne qui est suspectée d'être (co)auteur d'une infraction;
  b) le nom, le prénom, la résidence principale ou la forme juridique, la dénomination sociale et le siège social, le numéro BCE et/ou le numéro de Registre national et, à défaut, le numéro d'identification à la Banque Carrefour de la sécurité sociale ou un autre numéro d'identification de toute personne qui est considérée comme civilement responsable d'une infraction;
  c) le cas échéant, le nom, le prénom, la résidence principale, et la nationalité et le numéro de Registre national et, à défaut, le numéro d'identification à la Banque Carrefour de la sécurité sociale ou un autre numéro d'identification de tout travailleur ou de toute personne qui est ou pourrait être concernée par une infraction;
  d) la qualification de l'/des infraction(s) supposée(s);
  e) la date et le lieu des faits;
  5° les données collectées de la personne physique déposant plainte, sont les noms, les prénoms, le numéro de registre national, le numéro de téléphone et l'adresse mail;
  6° les données issues des traitements mentionnés ci-dessus peuvent être transférées:
  a) aux institutions publiques de sécurité sociale, visées à l'article 16, 8°;
  b) aux inspecteurs sociaux des services d'inspection;
  c) à tous les fonctionnaires chargés de la surveillance d'une autre législation ou de l'application d'une autre législation, dans la mesure où ces renseignements sont nécessaires à ces derniers dans l'exercice de la surveillance dont ils sont chargés ou pour l'application d'une autre législation;
  d) aux membres de la cellule d'arrondissement telle que constituée conformément à l'article 13 du présent Code;
  e) aux membres des plateformes de concertation telle que constituées conformément à l'article 15/2 ou à l'article 15/3 du présent Code;
  7° la durée maximale de conservation des données issues des traitements mentionnées ci-dessus est de sept ans, à compter de leur réception. La durée de conservation de ces données est de vingt ans à des fins exclusivement statistiques.".
Art.6. In de Franse tekst van artikel 6, 6°, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden de woorden "un secrétariat" vervangen door de woorden "d'un secrétariat".
Art.6. Dans l'article 6, 6°, du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, les mots "un secrétariat" sont remplacés par les mots "d'un secrétariat".
Art.7. In artikel 10 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, wordt de zin "De Koning bepaalt het administratief en geldelijk statuut van de leden van de staf bedoeld in artikel 6, eerste lid, 5°." vervangen door de zin "De Koning bepaalt het administratief en geldelijk statuut van de leden van de staf bedoeld in artikel 6, eerste lid, 4° en 5°.".
Art.7. Dans l'article 10 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, la phrase "Le Roi fixe le statut administratif et pécuniaire des membres du staff visés à l'article 6, alinéa 1er, 5°." est remplacée par la phrase "Le Roi fixe le statut administratif et pécuniaire des membres du staff visés à l'article 6, alinéa 1er, 4° et 5°.".
Art.8. In artikel 12 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden de afkortingen "NAR" en "ABC" respectievelijk vervangen door de woorden "Nationale Arbeidsraad" en "Algemeen Beheerscomité voor het sociaal statuut der zelfstandigen van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen".
Art.8. Dans l'article 12 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, les abréviations "CNT" et "CGG" sont respectivement remplacées par les mots "Conseil national du Travail" et "Comité général de gestion pour le statut social des travailleurs indépendants de l'Institut national d'assurances sociales pour travailleurs indépendants".
Art.9. In artikel 13 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden het derde en het vierde lid vervangen als volgt:
  "Als dit aangewezen is met het oog op een efficiëntere organisatie van het werk, kan een cel meerdere arbeidsauditoraten omvatten.
  Als dit aangewezen is met het oog op een efficiëntere organisatie van het werk, kunnen binnen een arbeidsauditoraat meerdere arrondissementscellen worden opgericht.
  In de gevallen bedoeld in de twee vorige leden, wordt om de fusie of splitsing van de arrondissementscellen gevraagd door de oorspronkelijke arrondissementscellen die dit voorstel voorleggen aan het strategisch comité dat het moet goedkeuren.".
Art.9. Dans l'article 13 du même Code, remplacé par la loi du 21 décembre 2018, les alinéas 3 et 4 sont remplacés par ce qui suit:
  "Si une organisation plus efficiente du travail le préconise, une cellule peut regrouper plusieurs auditorats du travail.
  Si une organisation plus efficiente du travail le préconise, plusieurs cellules d'arrondissement peuvent être créées dans un auditorat du travail.
  Dans les cas visés aux deux alinéas précédents, la fusion ou scission des cellules d'arrondissement est sollicitée par les cellules d'arrondissement initiales qui soumettent cette proposition au comité stratégique qui doit l'approuver.".
Art.10. In artikelen 14, eerste lid, en 15/4, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21 december 2018, worden de woorden "illegale arbeid en sociale fraude" en de woorden "de sociale fraude" vervangen door de woorden "sociale fraude, illegale arbeid, en sociale dumping".
Art.10. Dans les articles 14, alinéa 1er, et 15/4, du même Code, remplacés par la loi du 21 décembre 2018, les mots "le travail illégal et la fraude sociale" et les mots "la fraude sociale" sont remplacés par les mots "la fraude sociale, le travail illégal et le dumping social".
Art.11. In boek 1, titel 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een hoofdstuk 5 ingevoegd, met als opschrift "Het wetenschappelijk Comité van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst".
Art.11. Dans le livre 1er, titre 1er, du même Code, il est inséré un chapitre 5, intitulé "Le Comité scientifique du Service d'information et de recherche sociale".
Art.12. In hoofdstuk 5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij artikel 11, wordt een artikel 15/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 15/5. Het wetenschappelijk Comité
  Bij de SIOD wordt een wetenschappelijk Comité opgericht, dat samengesteld is uit leden die gespecialiseerd zijn in de materies die pertinent zijn voor de strijd tegen de sociale fraude, tegen de illegale arbeid of tegen de sociale dumping.
  Onverminderd de bevoegdheden van de Adviesraad van het sociaal strafrecht, bedoeld in artikel 96, verricht dit wetenschappelijk Comité op verzoek van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst of op eigen initiatief onderzoeken, verricht het studies, geeft het adviezen of aanbevelingen over de materies die verband houden met sociale fraude, illegale arbeid of sociale dumping, met als doel de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst te helpen studies op dit gebied uit te voeren, de te voeren acties gerichter te maken en strategieën voor te bereiden om die fenomenen te tegen te gaan.
  Dit Comité oefent zijn opdrachten in volledige onafhankelijkheid uit.
  De Koning bepaalt de samenstelling van het Wetenschappelijk Comité evenals de regels in verband met de werking ervan.
  De Koning bepaalt de onverenigbaarheden met betrekking tot de uitoefening van het beroep van de deskundigen.
  De Koning benoemt de leden van het Comité.".
Art.12. Dans le chapitre 5 du même Code, inséré par l'article 11, il est inséré un article 15/5, rédigé comme suit:
  "Art. 15/5. Le Comité scientifique
  Il est institué auprès du SIRS un Comité scientifique, composé de membres qui sont spécialisés dans les matières pertinentes pour la lutte contre la fraude sociale, le travail illégal ou le dumping social.
  Sans préjudice des compétences du Conseil consultatif du droit pénal social, visé à l'article 96, ce Comité scientifique examine, fait des études, donne des avis ou recommandations à la demande du Service d'information et de recherche sociale ou d'initiative sur les matières relevant de la fraude sociale, du travail illégal ou du dumping social aux fins d'aider le Service d'information et de recherche sociale à réaliser des études en ce domaine, à mieux cibler les actions à mener et à préparer des stratégies pour contrer ces phénomènes.
  Ce Comité exerce ses missions en toute indépendance.
  Le Roi détermine la composition du Comité scientifique ainsi que les règles relatives à son fonctionnement.
  Le Roi détermine les incompatibilités relatives à l'exercice de la profession des experts.
  Le Roi nomme les membres du Comité.".
Art.13. In artikel 16 van het hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 maart 2012 en 15 januari 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de bepaling onder 1° wordt vervangen als volgt:
  "1° sociaal inspecteurs:
  a) de ambtenaren die onder het gezag staan van de ministers tot wiens bevoegdheid de werkgelegenheid en arbeid, de sociale zekerheid, de sociale zaken en volksgezondheid, de zelfstandigen behoren of die onder het gezag staan van de openbare instellingen die ervan afhangen, en die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten;
  b) de personeelsleden die stagiair zijn, na afloop van het eerste trimester van de stage en na gunstig advies van hun hiërarchische overste en die onder het gezag staan van de ministers tot wiens bevoegdheid de werkgelegenheid en arbeid, de sociale zekerheid, de sociale zaken en volksgezondheid, de zelfstandigen behoren of die onder het gezag staan van de openbare instellingen die ervan afhangen, en die zijn belast met het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit Wetboek, van de wetten bedoeld in boek 2 van dit Wetboek en van de andere wetten waarvoor zij belast zijn met het toezicht op de naleving ervan, alsmede met het toezicht op de naleving van de bepalingen van de uitvoeringsbesluiten van dit Wetboek en van voormelde wetten;
  c) de aangeduide leden van de dienst van het Ministerie van Landsverdediging die belast is met het toezicht op het welzijn op het werk en die onder het gezag staat van de minister tot wiens bevoegdheid de defensie behoort, wanneer zij toezicht uitoefenen over de wetgeving inzake het welzijn op het werk;";
  2° de bepaling onder 3°, c, wordt aangevuld met een streepje, luidende:
  "- degenen met wie een werknemer in contact komt als kandidaat voor een job.";
  3° in de bepaling onder 6° wordt het woord "natuurlijke" ingevoegd tussen het woord "een" en het woord "persoon";
  4° in de bepaling onder 7° worden de woorden ", met uitzondering van de louter administratieve of boekhoudkundige gegevens betreffende de geneeskundige behandelingen of verzorgingen" opgeheven.
Art.13. Dans l'article 16 du même Code, modifié par les lois des 29 mars 2012 et 15 janvier 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le 1° est remplacé par ce qui suit:
  "1° inspecteurs sociaux:
  a) les fonctionnaires qui relèvent de l'autorité des ministres ayant dans leurs attributions l'emploi et le travail, la sécurité sociale, les affaires sociales et la santé publique, les indépendants ou qui relèvent des institutions publiques qui en dépendent, et qui sont chargés de surveiller le respect des dispositions du présent Code, des lois visées au livre 2 du présent Code et des autres lois dont ils sont chargés de surveiller le respect, ainsi que de surveiller le respect des dispositions des arrêtés d'exécution du présent Code et des lois précitées;
  b) les membres du personnel qui ont la qualité de stagiaire au terme du premier trimestre du stage et après avis favorable de leur supérieur hiérarchique et qui relèvent de l'autorité des ministres ayant dans leurs attributions l'emploi et le travail, la sécurité sociale, les affaires sociales et la santé publique, les indépendants ou qui relèvent des institutions publiques qui en dépendent, et qui sont chargés de surveiller le respect des dispositions du présent Code, des lois visées au livre 2 du présent Code et des autres lois dont ils sont chargés de surveiller le respect, ainsi que de surveiller le respect des dispositions des arrêtés d'exécution du présent Code et des lois précitées;
  c) les membres désignés du service du Ministère de la Défense qui est chargé du contrôle du bien-être au travail et qui relève de l'autorité du ministre ayant dans ses attributions la défense, lorsqu'ils surveillent la législation relative au bien-être;";
  2° le 3°, c, est complété par un tiret, rédigé comme suit:
  "- ceux avec lesquels un travailleur entre en contact en tant que candidat à un emploi.";
  3° dans le 6°, le mot "physique" est inséré entre les mots "une personne" et les mots "identifiée ou identifiable";
  4° dans le 7°, les mots "à l'exception des données purement administratives ou comptables relatives aux traitements ou aux soins médicaux" sont abrogés.
Art.14. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 21/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 21/1. Onafhankelijkheid
  Onverminderd het vorderingsrecht van het openbaar ministerie en van de onderzoeksrechter, bedoeld in de artikelen 28ter, § 3, en 56, § 2, van het Wetboek van strafvordering, zijn de sociaal inspecteurs onafhankelijk in de uitoefening van hun opdrachten.".
Art.14. Dans le livre 1er, titre 2, chapitre 2, section 1re, du même Code, il est inséré un article 21/1, rédigé comme suit:
  "Art. 21/1. L'indépendance
  Sans préjudice du droit de réquisition du ministère public et du juge d'instruction, visé aux articles 28ter, § 3, et 56, § 2, du Code d'instruction criminelle, les inspecteurs sociaux sont indépendants dans l'exercice de leurs missions.".
Art.15. Artikel 23 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Indien nodig kunnen de sociaal inspecteurs een beroep doen op de politiediensten om de in het eerste lid bedoelde plaatsen te betreden.".
Art.15. L'article 23 du même Code est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Les inspecteurs sociaux peuvent, si nécessaire, faire appel aux services de police pour entrer dans les lieux visés à l'alinéa 1er.".
Art.16. Artikel 24 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 5, luidende:
  " § 5. Indien nodig kunnen de sociaal inspecteurs een beroep doen op de politiediensten om een machtiging tot visitatie uit te voeren.".
Art.16. L'article 24 du même Code est complété par un paragraphe 5, rédigé comme suit:
  " § 5. Les inspecteurs sociaux peuvent, si nécessaire, faire appel aux services de police pour exécuter une autorisation de visite domiciliaire.".
Art.17. In artikel 28, § 1/1, § 2 en § 3, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of zijn lasthebber" en de woorden "of lasthebber" telkens vervangen door de woorden ", zijn lasthebber of de zelfstandige".
Art.17. Dans l'article 28, § 1er/1, § 2 et § 3, du même Code, les mots "ou son mandataire" sont chaque fois remplacés par les mots ", son mandataire ou l'indépendant".
Art.18. In artikel 31, § 1 en § 3, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of lasthebbers" vervangen door de woorden ", zijn lasthebbers of de zelfstandige".
Art.18. Dans l'article 31, § 1er et § 3, du même Code, les mots "ou mandataires" sont remplacés par les mots ", ses mandataires ou l'indépendant".
Art.19. In artikel 32 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of lasthebbers" vervangen door de woorden ", zijn lasthebbers of de zelfstandige".
Art.19. Dans l'article 32 du même Code, les mots "ou mandataires" sont remplacés par les mots ", ses mandataires ou l'indépendant".
Art.20. In artikel 33 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of lasthebbers" vervangen door de woorden ", zijn lasthebbers of de zelfstandige".
Art.20. Dans l'article 33 du même Code, les mots "ou mandataires" sont remplacés par les mots ", de ses mandataires ou de l'indépendant".
Art.21. In artikel 34 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of lasthebbers" telkens vervangen door de woorden ", zijn lasthebbers of de zelfstandige" en de woorden "ongeacht de dragers," worden ingevoegd tussen de woorden "in welke vorm ook," en de woorden "van de informatiedragers,";
  2° in het tweede lid worden de woorden "of lasthebbers" vervangen door de woorden ", zijn lasthebbers of de zelfstandige" en de woorden "ongeacht de dragers," worden ingevoegd tussen de woorden "in de door hen gewenste vorm," en de woorden "van het geheel of een deel van voormelde gegevens".
Art.21. Dans l'article 34 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou mandataires" sont chaque fois remplacés par les mots ", ses mandataires ou l'indépendant" et les mots "et quel qu'en soit le support," sont insérés entre les mots "sous n'importe quelle forme" et les mots "des supports d'information";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "ou mandataires" sont remplacés par les mots ", de ses mandataires ou de l'indépendant" et les mots "et quel qu'en soit le support" sont insérés entre les mots "dans la forme qu'ils souhaitent", et les mots "de tout ou partie des données précitées".
Art.22. In artikel 35, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "of lasthebbers" vervangen door de woorden ", zijn lasthebbers of de zelfstandige".
Art.22. Dans l'article 35, alinéa 1er, du même Code, les mots "ou mandataires" sont remplacés par les mots ", ses mandataires ou l'indépendant".
Art.23. In artikel 39 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid van de eerste en de tweede paragrafen, worden de woorden "ongeacht de drager ervan" vervangen door de woorden "ongeacht het technisch hulpmiddel of de drager ervan.";
  2° in paragraaf 2, wordt het woord "enkel" opgeheven;
  2° in paragraaf 3, 1°, wordt de zin van het zesde streepje "- een afdruk van het beeldmateriaal of, indien dit onmogelijk is, een kopie ervan op een drager als bijlage bij het proces-verbaal, alsmede een volledige opgave van alle nodige technische specificaties om de kopie van dit beeldmateriaal te kunnen bekijken;" vervangen door de zin "- het beeldmateriaal als bijlage bij het proces-verbaal;";
  3° in paragraaf 3, 1°, wordt de zin van het zevende streepje "- wanneer er meerdere afdrukken of meerdere dragers zijn, een nummering van deze afdrukken of deze dragers, die eveneens moet voorkomen in de ermee overeenstemmende beschrijving, in het proces-verbaal, van wat op het beeldmateriaal is te zien;" vervangen door de zin "- wanneer er meerdere beelden of meerdere dragers zijn, een nummering van dit beelden of deze dragers, die eveneens moet voorkomen in de ermee overeenstemmende beschrijving, in het proces-verbaal, van wat op de beelden is te zien;";
  4° paragraaf 3, 2°, wordt opgeheven.
Art.23. Dans l'article 39 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans les paragraphes 1er, alinéa 1er, et 2, alinéa 1er, les mots "quel qu'en soit le support" sont remplacés par les mots "quel qu'en soit l'instrument technique ou le support.";
  2° dans le paragraphe 2, le mot "uniquement" est abrogé;
  2° dans le paragraphe 3, 1°, la phrase du sixième tiret "- une reproduction de l'image ou, si cela s'avère impossible, une copie sur un support en annexe du procès-verbal, ainsi qu'un aperçu complet de toutes les spécifications techniques nécessaires pour pouvoir examiner la copie de ces images;" est remplacée par la phrase "- l'image en annexe du procès-verbal;";
  3° dans le paragraphe 3, 1°, la phrase du septième tiret "- lorsqu'il y a plusieurs reproductions ou plusieurs supports, une numérotation de ces reproductions ou de ces supports, qui doit également apparaître dans la description correspondante dans le procès-verbal, de ce qui peut être observé sur les images;" est remplacée par "- lorsqu'il y a plusieurs images ou supports, une numérotation de ces images ou de ces supports, qui doit également apparaître dans la description correspondante dans le procès-verbal, de ce qui peut être observé sur les images;";
  4° le paragraphe 3, 2°, est abrogé.
Art.24. In artikel 42/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 1 april 2022, wordt het volgend opschrift ingevoegd "Bevoegdheden inzake discriminatie, in geval van daden die, zonder strafbaar te zijn, verboden zijn".
Art.24. Dans l'article 42/2 du même Code, inséré par la loi du 1er avril 2022, il est inséré l'intitulé suivant "Les pouvoirs en matière de discrimination, en cas d'actes qui, sans être punissables pénalement, sont interdits".
Art.25. Artikel 45 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De sociaal inspecteurs mogen bevelen om concrete preventiemaatregelen te treffen, organisatorische maatregelen inbegrepen, die door een verzekeringsonderneming of een preventie-instituut voorgesteld zijn in een actieplan met concrete preventiemaatregelen teneinde een herhaling van arbeidsongevallen die aanleiding hebben gegeven tot de toepassing van het koninklijk besluit van 23 december 2008 tot uitvoering van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 in verband met de onevenredig verzwaarde risico's, te voorkomen, wanneer zij vaststellen dat de werkgever de in dit actieplan voorgestelde concrete preventiemaatregelen niet of slechts gedeeltelijk uitvoert, en dat hij, ingevolge deze nalatigheid, de reglementering i.v.m. het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk overtreedt.".
Art.25. L'article 45 du même Code est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit:
  " § 4. Les inspecteurs sociaux peuvent ordonner de prendre des mesures concrètes de prévention, mesures organisationnelles y comprises, qui sont proposées par une entreprise d'assurances ou un institut de prévention dans un plan d'action incluant des mesures concrètes de prévention à prendre afin de prévenir la répétition d'accidents du travail qui ont donné lieu à l'application de l'arrêté royal du 23 décembre 2008 portant exécution de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail en matière de risques aggravés de manière disproportionnée, lorsqu'ils constatent que l'employeur ne met pas en oeuvre les mesures concrètes de prévention proposées dans ce plan d'action ou qu'il ne les met en oeuvre que partiellement, et qu'en raison de cette abstention, il contrevient à la réglementation en matière de bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail.".
Art.26. Artikel 51 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De sociaal inspecteurs met de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie behouden de in artikel 21 bedoelde beoordelingsbevoegdheid wanneer ze buiten de door de rechterlijke overheid opgelegde taken optreden.".
Art.26. L'article 51 du même Code est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Les inspecteurs sociaux revêtus de la qualité d'officier de police judiciaire conservent le pouvoir d'appréciation prévu à l'article 21 lorsqu'ils agissent en dehors des devoirs prescrits par l'autorité judiciaire.".
Art.27. In de Franse tekst van artikel 54, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de sécurité sociale" ingevoerd tussen de woorden "aux institutions publiques" en het woord "et".
Art.27. Dans l'article 54, alinéa 1er, du même Code, les mots "de sécurité sociale" sont insérés entre les mots "aux institutions publiques" et le mot "et".
Art.28. Artikel 58 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Hij die het eerste lid schendt, zelfs voor de rechtbanken, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.".
Art.28. L'article 58 du même Code est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Celui qui viole l'alinéa 1er, même devant les tribunaux, est puni des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.".
Art.29. In boek 1, titel 2, hoofdstuk 5, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 58/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 58/1. Het geheim van het administratief onderzoek
  Behoudens de wettelijke uitzonderingen is het administratief onderzoek geheim.
  Eenieder die beroepshalve zijn medewerking dient te verlenen aan het administratief onderzoek, is tot geheimhouding verplicht.
  Hij die dit geheim schendt, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.".
Art.29. Dans le livre 1er, titre 2, chapitre 5, du même Code, il est inséré un article 58/1, rédigé comme suit:
  "Art. 58/1. Le secret de l'enquête administrative
  Sauf les exceptions prévues par la loi, l'enquête administrative est secrète.
  Toute personne appelée à collaborer à l'enquête administrative à titre professionnel est tenue au secret professionnel.
  Celui qui viole ce secret est puni des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.".
Art.30. In artikel 59 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het opschrift wordt het woord "Geheimhoudingsplicht" vervangen door de woorden "Geheimhoudingsplicht in geval van een klacht of een aangifte";
  2° het wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Hij die deze geheimhoudingsplicht schendt, zelfs voor de rechtbanken, wordt gestraft met de straffen bepaald in artikel 458 van het Strafwetboek.".
Art.30. Dans l'article 59 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'intitulé, les mots "Le devoir de discrétion" sont remplacés par les mots "Le devoir de discrétion en cas de plainte ou de dénonciation";
  2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "Celui qui viole ce devoir de discrétion, même devant les tribunaux, est puni des peines prévues à l'article 458 du Code pénal.".
Art.31. In artikel 61 van hetzelfde Wetboek wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Overeenkomstig artikel 14ter, tweede lid, van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het rijkspersoneel bepalen de ministers, onder wiens bevoegdheid de sociaal inspecteurs vallen, de aanvullende deontologische regels van de sociaal inspecteurs, met het respect voor het deontologische kader voor de ambtenaren van het federaal administratief openbaar ambt, na advies van de Sociale Inlichtingen- en Opsporingsdienst, zoals bedoeld in artikel 3.".
Art.31. Dans l'article 61 du même Code, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Conformément à l'article 14ter, alinéa 2, de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, les ministres dont les inspecteurs sociaux relèvent déterminent les règles de déontologie complémentaires des inspecteurs sociaux, dans le respect du cadre déontologique des agents de la fonction publique administrative fédérale et après avis du Service d'information et de recherche sociale visé à l'article 3.".
Art.32. Artikel 65 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Evenwel, in geval van ernstige en uitzonderlijke omstandigheden kan het openbaar ministerie, met een met redenen omklede beslissing, het tijdstip van deze mededeling uitstellen voor een eenmaal hernieuwbare termijn van ten hoogste drie maanden. Deze beslissing wordt opgenomen in het dossier.
  In geval van toepassing van het vierde lid, begint de in artikel 66 vermelde termijn van veertien dagen te lopen op de dag na die waarop de termijn van uitstel waartoe het openbaar ministerie heeft besloten afloopt.".
Art.32. L'article 65 du même Code est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
  "Toutefois, en cas de circonstances graves et exceptionnelles, le ministère public peut, par une décision motivée, retarder le moment de cette communication pendant un délai de trois mois maximum renouvelable une fois. Cette décision est déposée au dossier.
  En cas d'application de l'alinéa 4, le délai de quatorze jours visé à l'article 66 commence à courir le jour suivant l'expiration de la période de report décidée par le ministère public.".
Art.33. Artikel 68 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Onverminderd de rechten van de burgerlijke partij, kunnen de inbreuken vastgesteld bij proces-verbaal die bestraft worden met een sanctie van niveau 2, 3 of 4 en bedoeld in boek 2 op initiatief van het openbaar ministerie aanleiding geven tot strafvervolging voor de correctionele rechtbank, tot het verval van de strafvordering door de betaling van een geldsom bedoeld bij artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering, tot het verval van de strafvordering door de uitvoering van maatregelen en de naleving van voorwaarden bedoeld bij artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering of ten slotte ook tot de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsvordering".
Art.33. L'article 68 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Sans préjudice des droits de la partie civile, les infractions constatées dans un procès-verbal punies d'une sanction de niveau 2, 3 ou 4 et visées au livre 2 peuvent donner lieu, sur l'initiative du ministère public, à une poursuite pénale devant le tribunal correctionnel, à l'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle, à l'extinction de l'action publique moyennant l'exécution de mesures et le respect des conditions visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle ou enfin à une action visée à l'article 138bis, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.".
Art.34. Artikel 69 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Voor de inbreuken vastgesteld bij proces-verbaal die bestraft worden met een sanctie van niveau 1 en bedoeld in boek 2, kan de bevoegde administratie, op eigen initiatief, beslissen tot het opleggen van een administratieve geldboete, een schuldigverklaring of een klassering zonder gevolg.
  § 2. Voor de inbreuken vastgesteld bij proces-verbaal die bestraft worden met een sanctie van niveau 2, 3 of 4 en bedoeld in boek 2, kan de bevoegde administratie beslissen tot het opleggen van een administratieve geldboete, een schuldigverklaring of een klassering zonder gevolg wanneer het openbaar ministerie afziet van strafvervolging van die inbreuken.".
Art.34. L'article 69 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Pour les infractions constatées dans un procès-verbal punies d'une sanction de niveau 1 et visées au livre 2, l'administration compétente, peut, d'initiative, décider d'infliger une amende administrative, de déclarer la culpabilité ou de classer sans suite.
  § 2. Pour les infractions constatées dans un procès-verbal punies d'une sanction de niveau 2, 3 ou 4 et visées au livre 2, l'administration compétente peut décider d'infliger une amende administrative, de déclarer la culpabilité ou de classer sans suite lorsque le ministère public renonce à poursuivre pénalement ces infractions.".
Art.35. In artikel 71 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "De minnelijke schikking" vervangen door de woorden "Het verval van de strafvordering door de betaling van een geldsom bedoeld bij artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering" en de woorden "de bemiddeling in strafzaken bedoeld bij artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering" worden vervangen door de woorden "het verval van de strafvordering door de uitvoering van maatregelen en de naleving van voorwaarden bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering";
  2° in de Franse tekst van het tweede lid, worden de woorden "L'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent, la médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle" vervangen door de woorden "L'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent, visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle, l'extinction de l'action publique moyennant l'exécution de mesures et le respect des conditions visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle".
Art.35. Dans l'article 71 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le texte néerlandais de l'alinéa 2, les mots "De minnelijke schikking" sont remplacés par les mots "Het verval van de strafvordering door de betaling van een geldsom bedoeld bij artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering" et les mots "de bemiddeling in strafzaken bedoeld bij artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering" sont remplacés par les mots "het verval van de strafvordering door de uitvoering van maatregelen en de naleving van voorwaarden bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "L'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent, la médiation pénale visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle" sont remplacés par les mots "L'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle, l'extinction de l'action publique moyennant l'exécution de mesures et le respect des conditions visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle".
Art.36. Artikel 72 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Het openbaar ministerie bezorgt aan de bevoegde administratie een kennisgeving van:
  - zijn beslissing om al dan niet strafvervolging in te stellen;
  - zijn beslissing om het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering voor te stellen;
  - het mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering;
  - het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering;
  - zijn beslissing om het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering voor te stellen;
  - het mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering;
  - het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering;
  - of zijn beslissing om de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsvordering in te stellen.
  De bevoegde administratie beslist of de administratieve procedure moet worden opgestart:
  - wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van strafvervolging;
  - desgevallend in geval van het mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering;
  - desgevallend in geval van mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering bedoeld in artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering;
  - desgevallend wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsvordering;
  - of wanneer het openbaar ministerie geen beslissing heeft genomen binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de dag van ontvangst van het proces-verbaal tot vaststelling van een inbreuk.".
Art.36. L'article 72 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Le ministère public notifie à l'administration compétente:
  - sa décision d'intenter ou non les poursuites pénales;
  - sa décision de proposer l'extinction de l'action publique visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle;
  - l'échec de la proposition d'extinction de l'action publique visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle;
  - l'extinction de l'action publique visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle;
  - sa décision de proposer l'extinction de l'action publique visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
  - l'échec de la proposition d'extinction de l'action publique visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
  - l'extinction de l'action publique visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
  - ou sa décision d'exercer l'action visée à l'article 138bis, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
  L'administration compétente décide s'il y a lieu d'entamer la procédure administrative:
  - lorsque le ministère public renonce à intenter les poursuites pénales;
  - le cas échéant en cas d'échec de la proposition d'extinction de l'action publique visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle;
  - le cas échéant en cas d'échec de la proposition d'extinction de l'action publique visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
  - le cas échéant lorsque le ministère public renonce à exercer l'action visée à l'article 138bis, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire;
  - ou si le ministère public n'a pas pris de décision dans un délai de six mois à compter du jour de la réception du procès-verbal de constatation de l'infraction.".
Art.37. In artikel 73 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift wordt vervangen als volgt:
  "Afschrift van het administratief onderzoek, van het aanvullend opsporingsonderzoek en van het gerechtelijk onderzoek";
  2° het eerste lid wordt vervangen als volgt:
  "Het openbaar ministerie verstuurt een afschrift van de procedurestukken van het administratief onderzoek, van het aanvullend opsporingsonderzoek en van het gerechtelijk onderzoek, desgevallend, aan de bevoegde administratie:
  - indien het afziet van het instellen van strafvervolging;
  - desgevallend in geval van het mislukken van het voorstel van het verval van de strafvordering door de betaling van een geldsom bedoeld bij artikel 216bis van het Wetboek van strafvordering;
  - desgevallend in geval van het mislukken van het verval van de strafvordering door de uitvoering van maatregelen en de naleving van voorwaarden bedoeld bij artikel 216ter van het Wetboek van strafvordering;
  - desgevallend wanneer het openbaar ministerie afziet van het instellen van de in artikel 138bis, § 2, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde rechtsvordering.
  Indien stukken binnenkomen na de gevallen bedoeld in het eerste lid, bij het openbaar ministerie, zendt het ze onverwijld door naar de bevoegde administratie.".
Art.37. Dans l'article 73 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit:
  "La copie de l'enquête administrative, celle de l'enquête d'information complémentaire et celle de l'enquête judiciaire";
  2° l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit:
  "Le ministère public envoie une copie des pièces de procédure de l'enquête administrative, de l'information complémentaire et une copie de l'instruction judiciaire, le cas échéant, à l'administration compétente:
  - s'il renonce à intenter les poursuites pénales;
  - le cas échéant en cas d'échec de la proposition d'extinction de l'action publique moyennant le paiement d'une somme d'argent visée à l'article 216bis du Code d'instruction criminelle;
  - le cas échéant en cas d'échec de l'extinction de l'action publique moyennant l'exécution de mesures et le respect des conditions visée à l'article 216ter du Code d'instruction criminelle;
  - le cas échéant lorsque le ministère public renonce à exercer l'action visée à l'article 138bis, § 2, alinéa 1er, du Code judiciaire.
  Si des pièces arrivent auprès du ministère public postérieurement aux cas visés à l'alinéa 1er, il les fait parvenir sans délai à l'administration compétente.".
Art.38. Artikel 88 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "In geval van beroep tegen de beslissing van de bevoegde administratie tot oplegging van een administratieve geldboete kunnen de arbeidsgerechten op verzoek van de overtreder en onder dezelfde voorwaarden als de bevoegde administratie een langere termijn voor de betaling van de geldboete toestaan.".
Art.38. L'article 88 du même Code est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "En cas de recours contre la décision de l'administration compétente infligeant une amende administrative, les juridictions du travail peuvent accorder un délai plus long pour le paiement de l'amende à la demande du contrevenant et dans les mêmes conditions que l'administration compétente.".
Art.39. In artikel 89, tweede lid en derde lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 december 2016, worden de woorden "de administratie van het kadaster, registratie en domeinen" vervangen door de woorden "de administratie van de FOD Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen.".
Art.39. Dans l'article 89, alinéas 2 et 3, du même Code, modifié par la loi du 11 décembre 2016, les mots "l'administration du cadastre, de l'enregistrement et des domaines" sont remplacés par les mots "l'administration du SPF Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non-fiscales.".
Art.40. In artikel 93 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 7 november 2011 en 17 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
  " § 1. De inspectiedienst die het proces-verbaal opgesteld heeft, wordt ingelicht over elke beslissing over de strafvordering uit hoofde van de inbreuk op de wetgeving waarop hij toezicht uitoefent, en ontvangt een afschrift van deze beslissing.
  Deze inlichting en het afschrift worden meegedeeld binnen de maand nadat de beslissing genomen werd, naargelang van het geval, door het openbaar ministerie of door de griffier van de rechtbank van eerste aanleg of van het hof van beroep die de beslissing heeft uitgesproken.";
  2° paragraaf 2 wordt vervangen als volgt:
  " § 2. Elke beslissing over de strafvordering uit hoofde van een inbreuk op de bepalingen van dit Wetboek maakt ook het voorwerp uit van een inlichting aan de bevoegde administratie en zij ontvangt een afschrift van deze beslissing.
  Deze inlichting en het afschrift worden meegedeeld binnen de maand nadat de beslissing genomen werd, naar gelang van het geval, door het openbaar ministerie of door de griffier van de rechtbank van eerste aanleg of van het hof van beroep die de beslissing heeft uitgesproken.";
  3° in paragraaf 3, eerste lid, wordt het woord "175/1," ingevoegd tussen de woorden "175," en "181".
Art.40. Dans l'article 93 du même Code, modifié par les lois des 7 novembre 2011 et 17 décembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Le service d'inspection qui a dressé le procès-verbal est informé de toute décision rendue sur l'action publique du chef d'infraction à la législation dont il exerce la surveillance et il reçoit copie de ladite décision.
  Cette information et la copie sont communiquées dans le mois de la prise de la décision selon le cas, par le ministère public ou par le greffier du tribunal de première instance ou de la cour d'appel qui l'a prononcée.";
  2° le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Toute décision rendue sur l'action publique du chef d'infraction aux dispositions du présent Code fait également l'objet d'une information à l'administration compétente et elle reçoit copie de ladite décision.
  Cette information et la copie sont communiquées dans le mois de la prise de la décision selon le cas, par le ministère public ou par le greffier du tribunal de première instance ou de la cour d'appel qui l'a prononcée.";
  3° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, le mot "175/1," est inséré entre les mots "175," et "181".
Art.41. In artikel 94, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 7 november 2011, worden de woorden ", het openbaar ministerie en de Rijksdienst voor sociale zekerheid" vervangen door de woorden "en het openbaar ministerie.".
Art.41. Dans l'article 94, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 7 novembre 2011, les mots ", au ministère public et à l'Office national de sécurité sociale" sont remplacés par les mots "et au ministère public.".
Art.42. In artikel 95 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "de administratie van het kadaster, registratie en domeinen" vervangen door de woorden "De administratie van de Federale Overheidsdienst Financiën belast met de inning en de invordering van niet-fiscale schuldvorderingen".
Art.42. Dans l'article 95 du même Code, les mots "L'administration du cadastre, de l'enregistrement et des domaines" sont remplacés par les mots "L'administration du Service public fédéral Finances chargée de la perception et du recouvrement des créances non fiscales".
Art.43. In artikel 97 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 4°, worden de woorden "op verzoek van de Koning" vervangen door de woorden "uit eigen beweging of op verzoek van één van de in 1° bedoelde ministers";
  2° de bestaande tekst van het eerste lid, 1° tot en met 4°, en van het tweede lid, die paragraaf 1 zal vormen, wordt aangevuld met een paragraaf 2, luidende:
  " § 2. Behalve in speciaal gemotiveerde gevallen van hoogdringendheid waarin het niet mogelijk is om te wachten op het bekomen van het advies binnen de verkorte termijn voorzien door de Koning, is elk wetsontwerp tot invoeging, schrapping of wijziging van een bepaling van het Sociaal Strafwetboek, elk in de Kamercommissie geagendeerd wetsvoorstel tot invoeging, schrapping of wijziging van een bepaling van het Sociaal Strafwetboek of elk ontwerp van uitvoeringsbesluit in verband met het sociaal strafrecht onderworpen aan het voorafgaandelijk advies van de Adviesraad. Dit advies wordt uitgebracht binnen de termijnen en volgens de voorwaarden bepaald door de Koning.";
  3° het eerste lid, 5°, wordt opgeheven;
  4° het artikel wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidende:
  " § 3. De Adviesraad coördineert de opstelling van het in artikel 99 bedoelde jaarverslag.".
Art.43. Dans l'article 97 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, 4°, les mots "à la demande du Roi" sont remplacés par les mots "d'initiative ou à la demande d'un des ministres visés au 1°";
  2° le texte actuel de l'alinéa 1er, 1° à 4°, et de l'alinéa 2, qui formera le paragraphe 1er, est complété par un paragraphe 2, rédigé comme suit:
  " § 2. Hors les cas d'urgence spécialement motivés pour lesquels il n'est pas possible d'attendre l'obtention de l'avis dans le délai réduit prévu par le Roi, tout projet de loi insérant, supprimant ou modifiant une disposition du Code pénal social, toute proposition de loi agendée en Commission de la Chambre des représentants insérant, supprimant ou modifiant une disposition du Code pénal social ou tout projet d'arrêté d'exécution relatif au droit pénal social est soumis à l'avis préalable du Conseil consultatif. Cet avis est rendu dans les délais et selon les conditions déterminés par le Roi.";
  3° l'alinéa 1er, 5°, est abrogé;
  4° l'article est complété par un paragraphe 3, rédigé comme suit:
  " § 3. Le Conseil consultatif coordonne la rédaction du rapport annuel visé à l'article 99.".
Art.44. In artikel 100 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "artikel 15" vervangen door de woorden "artikel 15/1" en de woorden "in de procedures met betrekking tot illegale arbeid en sociale fraude" worden vervangen door de woorden "in de procedures met betrekking tot sociale fraude, illegale arbeid, en sociale dumping".
Art.44. Dans l'article 100 du même Code, les mots "article 15" sont remplacés par les mots "article 15/1" et les mots "dans les procédures relatives au travail illégal et à la fraude sociale" sont remplacés par les mots "dans les procédures relatives à la fraude sociale, au travail illégal et au dumping social".
Art.45. Artikel 101 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 101. De sanctieniveaus
  De inbreuken bedoeld in Boek 2 worden bestraft met een sanctie van niveau 1, niveau 2, niveau 3 of niveau 4.
  De sanctie van niveau 1 bestaat uit een administratieve geldboete van 10 tot 100 euro.
  De sanctie van niveau 2 bestaat uit hetzij een strafrechtelijke geldboete van 50 tot 500 euro, hetzij een administratieve geldboete van 25 tot 250 euro.
  De sanctie van niveau 3 bestaat uit hetzij een strafrechtelijke geldboete van 200 tot 2.000 euro, hetzij een administratieve geldboete van 100 tot 1.000 euro.
  De sanctie van niveau 4 bestaat uit hetzij een gevangenisstraf van zes maanden tot drie jaar en een strafrechtelijke geldboete van 600 tot 7.000 euro of uit één van die straffen alleen, hetzij uit een administratieve geldboete van 300 tot 3.500 euro.".
Art.45. L'article 101 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 101. Les niveaux de sanction
  Les infractions visées au Livre 2 sont punies d'une sanction de niveau 1, de niveau 2, de niveau 3 ou de niveau 4.
  La sanction de niveau 1 est constituée d'une amende administrative de 10 à 100 euros.
  La sanction de niveau 2 est constituée soit d'une amende pénale de 50 à 500 euros, soit d'une amende administrative de 25 à 250 euros.
  La sanction de niveau 3 est constituée soit d'une amende pénale de 200 à 2.000 euros, soit d'une amende administrative de 100 à 1.000 euros.
  La sanction de niveau 4 est constituée soit d'un emprisonnement de six mois à trois ans et d'une amende pénale de 600 à 7.000 euros ou de l'une de ces peines seulement, soit d'une amende administrative de 300 à 3.500 euros.".
Art.46. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 101/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 101/1. De strafrechtelijke geldboeten op rechtspersonen toepasselijk
  De strafrechtelijke geldboeten toepasselijk op inbreuken gepleegd door rechtspersonen, zijn:
  - voor niveau 4: geldboete van minimum vijfhonderd euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de minimumvrijheidsstraf, doch niet lager dan de minimumgeldboete op het feit gesteld; met als maximum tweeduizend euro vermenigvuldigd met het getal van de maanden van de maximumvrijheidsstraf, doch niet lager dan het dubbele van de maximumgeldboete op het feit gesteld;
  - voor niveau 2 en 3: minimum en maximum als door het boek 2 van dit Wetboek op het feit gesteld.".
Art.46. Dans le même Code, il est inséré un article 101/1, rédigé comme suit:
  "Art. 101/1. Les amendes pénales applicables aux personnes morales
  Les amendes pénales applicables aux infractions commises par les personnes morales sont:
  - pour le niveau 4: une amende minimale de cinq cents euros multipliés par le nombre de mois correspondant au minimum de la peine privative de liberté, et sans pouvoir être inférieure au minimum de l'amende prévue pour le fait; le maximum s'élève à deux mille euros multipliés par le nombre de mois correspondant au maximum de la peine privative de liberté, et sans pouvoir être inférieure au double du maximum de l'amende prévue pour le fait;
  - pour les niveaux 2 et 3: le minimum et le maximum sont ceux prévus par le livre 2 du présent Code pour le fait.".
Art.47. Artikel 105 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "De administratieve geldboete kan alleen aan de overtreder worden opgelegd, zelfs indien de inbreuk is begaan door een aangestelde of een lasthebber, behalve als de overtreder kan aantonen dat hij geen fout heeft begaan, omdat hij naar zijn vermogen alle maatregelen heeft genomen om te verhinderen dat het materieel element van de inbreuk zich voordoet.
  De administratieve beslissing tot schuldigverklaring kan slechts worden genomen ten aanzien van de overtreder, zelfs indien de inbreuk is begaan door een aangestelde of een lasthebber, behalve als de overtreder kan aantonen dat hij geen fout heeft begaan, omdat hij naar zijn vermogen alle maatregelen heeft genomen om te verhinderen dat het materiële element van de inbreuk zich voordoet.".
Art.47. L'article 105 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "L'amende administrative ne peut être infligée qu'au contrevenant, même si l'infraction a été commise par un préposé ou un mandataire, sauf si le contrevenant peut démontrer qu'il n'a commis aucune faute, parce qu'il a pris toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher que l'élément matériel de l'infraction se réalise.
  La décision administrative déclarant la culpabilité ne peut être prise qu'à l'égard du contrevenant, même si l'infraction a été commise par un préposé ou un mandataire, sauf si le contrevenant peut démontrer qu'il n'a commis aucune faute, parce qu'il a pris toutes les mesures en son pouvoir pour empêcher que l'élément matériel de l'infraction se réalise.".
Art.48. In artikel 106 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Voor de inbreuken van niveau 3 en 4, en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, kan de rechter de veroordeelde het verbod opleggen om gedurende een periode van één maand tot drie jaar, zelf of via een tussenpersoon, een onderneming of een inrichting geheel of gedeeltelijk uit te baten of bij de onderneming of inrichting waar de inbreuk is begaan onder gelijk welke hoedanigheid te worden tewerkgesteld.";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Voor de inbreuk bedoeld in artikel 235 kan de rechter enkel exploitatieverbod of een bedrijfssluiting opleggen indien de inbreuk werd begaan door de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber.".
Art.48. Dans l'article 106 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Pour les infractions de niveaux 3 et 4 et lorsque la loi le prévoit, le juge peut interdire au condamné d'exploiter, pour un terme d'un mois à trois ans, soit par lui-même, soit par personne interposée, une entreprise ou un établissement en tout ou en partie ou d'être employé dans l'entreprise ou l'établissement où l'infraction a été commise à quelque titre que ce soit.";
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Pour l'infraction visée à l'article 235, le juge ne peut prononcer une peine d'interdiction d'exploiter ou de fermeture de l'entreprise que si l'infraction a été commise par l'employeur, son préposé ou son mandataire.".
Art.49. In artikel 107 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1, eerste lid, wordt vervangen als volgt:
  "Voor de inbreuken van niveau 3 en 4, en op voorwaarde dat de wet dit voorziet, kan de rechter de veroordeelde verbieden om zijn beroep rechtstreeks of onrechtstreeks en in welke hoedanigheid ook uit te oefenen, gedurende een periode van één maand tot drie jaar, als hij ernstig misbruik gemaakt heeft van zijn beroep om de inbreuk te plegen.";
  2° paragraaf 1 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Voor de inbreuk bedoeld in artikel 235 kan de rechter enkel exploitatieverbod of een bedrijfssluiting opleggen indien de inbreuk werd begaan door de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber.".
Art.49. Dans l'article 107 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est remplacé par ce qui suit:
  "Pour les infractions de niveaux 3 et 4, et lorsque la loi le prévoit, le juge peut interdire au condamné d'exercer sa profession, directement ou indirectement, à quelque titre que ce soit, pour une durée d'un mois à trois ans, s'il a abusé gravement de sa profession pour commettre l'infraction.";
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Pour l'infraction visée à l'article 235, le juge ne peut prononcer une peine d'interdiction professionnelle ou de fermeture de l'entreprise que si l'infraction a été commise par l'employeur, son préposé ou son mandataire.".
Art.50. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 107/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 107/1. De uitsluiting om deel te nemen aan overheidsopdrachten of concessies
  Voor de inbreuken van niveau 3 en 4, kan de uitsluiting van het recht in te schrijven voor overheidsopdrachten of om concessies te verkrijgen door de rechter worden uitgesproken, gedurende een periode van drie jaar tot ten hoogste vijf jaar, wanneer de dader veroordeeld werd uit hoofde van een van deze inbreuken behalve in de bij wet bepaalde gevallen.
  De duur van de in toepassing van de in het eerste lid opgelegde straf loopt vanaf de dag waarop de veroordeelde zijn straf zal uitgezeten hebben of zijn straf zal verjaard zijn, en, als hij voorwaardelijk vrijgelaten werd, vanaf de dag van zijn vrijlating voor zover deze niet herroepen werd.
  De kandidaat of de inschrijver kan het bewijs leveren dat hij maatregelen genomen heeft om zijn betrouwbaarheid aan te tonen, meer bepaald door aan te tonen dat hij in voorkomend geval een vergoeding heeft betaald tot herstel van de schade die door de strafrechtelijke inbreuk veroorzaakt werd, dat hij de feiten of de omstandigheden volledig opgehelderd heeft en actief met de met het onderzoek belaste overheden samengewerkt heeft, en dat hij concrete maatregelen genomen heeft om zijn situatie te regulariseren en om een nieuwe strafrechtelijke inbreuk te voorkomen.
  Rekening houdend met de ernst en de specifieke omstandigheden van de strafrechtelijke inbreuk, evalueert de rechter deze maatregelen vooraleer de in het eerste lid bedoelde straf uit te spreken.".
Art.50. Dans le même Code, il est inséré un article 107/1, rédigé comme suit:
  "Art. 107/1. L'exclusion du droit de participer à des marchés publics ou à des concessions
  Pour les infractions de niveaux 3 et 4, l'exclusion du droit de participer à des marchés publics ou des concessions pourra être prononcée par le juge, pour un délai de trois ans à cinq ans au plus lorsque l'auteur été condamné du chef d'une de ces infractions, sauf dans les cas prévus par la loi.
  La durée de la peine prononcée en application de l'alinéa 1er court à compter du jour où le condamné aura subi sa peine ou à compter du jour où sa peine sera prescrite et, s'il est libéré conditionnellement, à partir du jour de la libération pour autant que celle-ci ne soit pas révoquée.
  Le candidat ou le soumissionnaire peut fournir des preuves qu'il a pris des mesures de nature à démontrer sa fiabilité, notamment en établissant qu'il a, le cas échéant, versé une indemnité en réparation du préjudice causé par l'infraction pénale, qu'il a clarifié totalement les faits ou les circonstances en collaborant activement avec les autorités chargées de l'enquête et qu'il a pris des mesures concrètes propres à régulariser sa situation et à prévenir une nouvelle infraction pénale.
  Le juge évalue ces mesures en tenant compte de la gravité et des circonstances particulières de l'infraction pénale avant de prononcer la peine visée à l'alinéa 1er.".
Art.51. Artikel 108 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Bij herhaling binnen de drie jaar die volgen op een veroordeling voor een inbreuk op de bepalingen van boek 2, kan de strafrechtelijke geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.
  Hoofdstuk V. van boek 1 van het Strafwetboek is niet van toepassing op de inbreuken bedoeld in boek 2.".
Art.51. L'article 108 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "En cas de récidive dans les trois ans qui suivent une condamnation pour une infraction aux dispositions du livre 2, l'amende pénale peut être portée au double du maximum.
  Le chapitre V du livre 1er du Code pénal n'est pas applicable aux infractions visées au livre 2.".
Art.52. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 110/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 110/1. Verzwarende factor
  Wanneer de inbreuk bestraft wordt met een sanctie van niveau 4, maakt de omstandigheid dat hij wetens en willens gepleegd werd, een verzwarende factor uit die de rechter in overweging moet nemen bij de keuze van de sanctie onder de sancties van niveau 4 en bij de keuze van de bijzondere strafsancties.".
Art.52. Dans le même Code, il est inséré un article 110/1, rédigé comme suit:
  "Art. 110/1. Le facteur aggravant
  Lorsque l'infraction est punie d'une sanction de niveau 4, la circonstance qu'elle ait été commise sciemment et volontairement constitue un facteur aggravant qui doit être pris en considération par le juge lors du choix de la sanction parmi les sanctions de niveau 4 et lors du choix des sanctions pénales particulières.".
Art.53. Artikel 111 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "In geval van herhaling binnen de drie jaar die volgen op een administratieve of gerechtelijke beslissing tot schuldigverklaring, op een administratieve beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete van niveau 1, 2, 3 of 4 of op een gerechtelijke beslissing tot veroordeling tot een sanctie van niveau 1, 2, 3 of 4, kan het bedrag van de administratieve geldboete op het dubbele van het maximum worden gebracht.
  Deze termijn van drie jaar gaat in op de dag waarop de administratieve beslissing niet meer vatbaar is voor beroep of op de dag waarop de gerechtelijke beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.
  De termijn wordt van de zoveelste tot de dag vóór de zoveelste berekend, vanaf de dag na de handeling of gebeurtenis die er aanleiding toe geeft.
  Deze regels zijn ook van toepassing in geval van herhaling binnen de voormelde termijn van drie jaar die volgt op een administratieve beslissing tot schuldigverklaring of tot het opleggen van een administratieve geldboete van een overheid die afhangt van de gefedereerde entiteiten, voor inbreuken van sociaal strafrecht, of op gerechtelijke beslissingen tot veroordeling of tot schuldigverklaring met betrekking tot deze inbreuken.".
Art.53. L'article 111 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "En cas de récidive dans les trois ans qui suivent une décision administrative ou judiciaire déclarant la culpabilité, ou une décision administrative infligeant une amende administrative de niveau 1, 2, 3 ou 4 ou une décision judiciaire condamnant à une sanction de niveau 1, 2, 3 ou 4, le montant de l'amende administrative peut être porté au double du maximum.
  Ce délai de trois ans prend cours le jour où la décision administrative n'est plus susceptible de recours ou le jour où la décision judiciaire est coulée en force de chose jugée.
  Le délai se compte de quantième à veille de quantième, à dater du lendemain de l'acte ou de l'événement qui y donne cours.
  Ces règles s'appliquent également en cas de récidive dans le délai précité de trois ans qui suit une décision administrative déclarant la culpabilité ou infligeant une amende administrative d'une autorité relevant des entités fédérées pour des infractions de droit pénal social ou en cas de décisions judiciaires de condamnation ou déclarant la culpabilité concernant ces infractions.".
Art.54. Artikel 113 van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "Wanneer de bevoegde administratie vaststelt dat inbreuken die reeds het voorwerp waren van een gerechtelijke beslissing tot veroordeling tot een definitieve straf, en andere feiten die bij haar aanhangig zijn, en die, in de veronderstelling dat zij bewezen zouden zijn, aan die beslissing voorafgaan en samen met de eerste inbreuken de opeenvolgende en voortgezette uitvoering zijn van hetzelfde misdadig opzet, houdt zij voor de vaststelling van de administratieve geldboete rekening met de reeds uitgesproken straf. Indien deze haar voor een juiste bestraffing van al de inbreuken voldoende lijkt, spreekt zij zich uit over de schuldvraag en verwijst zij in haar beslissing naar de reeds uitgesproken straf. Het totaal van de administratieve geldboeten opgelegd met toepassing van dit artikel mag het maximum van de zwaarste administratieve geldboete niet te boven gaan.
  Om het bedrag van de zwaarste administratieve geldboete te bepalen, wordt het niveau van de administratieve geldboete tot bestraffing van de nieuwe inbreuk vergeleken met het niveau van de administratieve geldboete die voorzien is in het sanctieniveau waarvoor er een gerechtelijke beslissing tot veroordeling tot een definitieve straf geweest is.".
Art.54. L'article 113 du même Code est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
  "Quand l'administration compétente constate que des infractions ayant antérieurement fait l'objet d'une décision judiciaire condamnant à une peine définitive et d'autres faits dont elle est saisie et qui, à les supposer établis, sont antérieurs à ladite décision et constituent avec les premières infractions la manifestation successive et continue de la même intention délictueuse, elle tient compte, pour la fixation de l'amende administrative, de la peine déjà infligée. Si celle-ci lui parait suffire à une juste répression de l'ensemble des infractions, elle se prononce sur la culpabilité et renvoie dans sa décision à la peine déjà prononcée. Le total des amendes administratives infligées en application du présent article ne peut excéder le maximum de l'amende administrative la plus forte.
  Pour déterminer le montant de l'amende administrative la plus forte, le niveau de l'amende administrative punissant la nouvelle infraction est comparé avec le niveau de l'amende administrative prévu dans le niveau de sanction pour lequel il y a eu une décision judiciaire condamnant à une peine définitive.".
Art.55. In artikel 114 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "drie jaar" telkens vervangen door de woorden "vijf jaar".
Art.55. Dans l'article 114 du même Code, les mots "trois ans" sont chaque fois remplacés par les mots "cinq ans".
Art.56. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 115/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 115/1 Verzwarende factor
  Wanneer de inbreuk bestraft wordt met een sanctie van niveau 4, maakt de omstandigheid dat hij wetens en willens gepleegd werd, een verzwarende factor uit die de bevoegde administratie in overweging moet nemen bij de keuze van het bedrag van de administratieve geldboete van de sanctie van niveau 4.".
Art.56. Dans le même Code, il est inséré un article 115/1, rédigé comme suit:
  "Art. 115/1. Le facteur aggravant
  Lorsque l'infraction est punie d'une sanction de niveau 4, la circonstance qu'elle ait été commise sciemment et volontairement constitue un facteur aggravant qui doit être pris en considération par l'administration compétente lors du choix du montant de l'amende administrative de la sanction de niveau 4.".
Art.57. In artikel 116 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 11 november 2013, worden de volgende wijzigen meegebracht:
  1° paragraaf 1 wordt aangevuld met twee leden, luidende:
  "De bevoegde administratie mag ook besluiten dat de beslissing tot oplegging van een administratieve geldboete niet of slechts gedeeltelijk zal worden ten uitvoer gelegd, voor zover aan de overtreder geen administratieve geldboete werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteiten, die hoger is dan het maximum van niveau 1 na de toepassing van de vermenigvuldiging met opdeciemen en opgelegd werd tijdens de vijf jaren die de nieuwe inbreuk voorafgaan, voor inbreuken op het sociaal strafrecht.
  Nochtans vormt een administratieve geldboete die vroeger werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteiten voor feiten die voortvloeien uit eenzelfde misdadig opzet, geen beletsel voor het verlenen van een uitstel.";
  2° paragraaf 4 wordt aangevuld met een lid, luidende;
  "Het uitstel wordt eveneens van rechtswege herroepen ingeval gedurende de proeftijd een nieuwe inbreuk begaan werd en de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een hoger niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel en werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteiten voor inbreuken op het sociaal strafrecht.";
  3° paragraaf 5 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Het uitstel kan eveneens herroepen worden ingeval gedurende de proeftijd een nieuwe inbreuk is begaan die de toepassing meebrengt van een administratieve geldboete van een gelijk of lager niveau dan de administratieve geldboete die tevoren gepaard ging met uitstel en werd opgelegd door een overheid van de gefedereerde entiteit voor inbreuken op het sociaal strafrecht.";
  3° paragraaf 9 wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "De arbeidsgerechten kunnen uitstel verlenen onder dezelfde voorwaarden en volgens dezelfde nadere regels als deze die in de vorige paragrafen zijn bepaald voor de bevoegde administratie.".
Art.57. Dans l'article 116 du même Code, modifié par la loi du 11 novembre 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est complété par deux alinéas, rédigés comme suit:
  "L'administration compétente peut également décider qu'il sera sursis à l'exécution de la décision infligeant une amende administrative, en tout ou en partie, pour autant que le contrevenant ne s'est pas vu infliger une amende administrative qui est supérieure au maximum du niveau 1 après application des décimes additionnels prises au cours des cinq années précédant la nouvelle infraction et émanant d'une autorité relevant des entités fédérées pour des infractions de droit pénal social.
  Toutefois, une amende administrative infligée antérieurement par une autorité relevant des entités fédérées pour des faits punis par une même intention délictueuse ne fait pas obstacle à l'octroi d'un sursis.";
  2° le paragraphe 4 est complété par un alinéa, rédigé comme suit;
  "Le sursis est également révoqué de plein droit en cas de nouvelle infraction commise pendant le délai d'épreuve et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau supérieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis et infligée par une autorité relevant des entités fédérées pour des infractions de droit pénal social.";
  3° le paragraphe 5 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Le sursis peut également être révoqué en cas de nouvelle infraction commise pendant le délai d'épreuve et ayant entraîné l'application d'une amende administrative d'un niveau égal ou inférieur à celui de l'amende administrative antérieurement assortie du sursis et infligée par une autorité relevant des entités fédérées pour des infractions de droit pénal social.";
  3° le paragraphe 9 est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Les juridictions du travail peuvent accorder le sursis dans les mêmes conditions et selon les mêmes modalités que celles prévues dans les paragraphes précédents pour l'administration compétente.".
Art.58. In artikel 118 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden ", van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 1" en de woorden ", zijn aangestelde of zijn lasthebber" worden opgeheven.
Art.58. Dans l'article 118 du même Code les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 1" et les mots ", son préposé ou son mandataire" sont abrogés.
Art.59. In artikel 122/2, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 februari 2016, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.59. Dans l'article 122/2, § 2, du même Code, inséré par la loi du 29 février 2016, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.60. In artikel 122/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 februari 2016, worden de woorden ", van niveau 2" vervangen door de woorden" van niveau 3".
Art.60. Dans l'article 122/3 du même Code, inséré par la loi du 29 février 2016, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.61. In artikel 126 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het eerste lid wordt aangevuld met de bepaling onder 6°, luidende:
  "6° de werkneemsters niet heeft ingelicht over de resultaten van de evaluatie en over de te treffen algemene maatregelen, bedoeld in de bepaling onder 1, 1°;
  2° paragraaf 2, 2°, wordt opgeheven.
Art.61. Dans l'article 126 du même Code, remplacé par la loi du 29 février 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'alinéa 1er est complété par le 6°, rédigé comme suit:
  "6° n'a pas informé les travailleuses des résultats de l'évaluation et des mesures générales à prendre visés à la disposition 1, 1°.";
  2° le paragraphe 2, 2°, est abrogé.
Art.62. Het opschrift van afdeling 3/2 van hoofdstuk 1 van boek 2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2022, wordt vervangen door wat volgt: "De melders" en in artikel 133/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2022, wordt het volgende opschrift "De melders" ingevoegd.
Art.62. L'intitulé de la section 3/2 du chapitre 1er du livre 2 du même Code, insérée par la loi du 28 novembre 2022, est remplacé par ce qui suit: "Les auteurs de signalement" et dans l'article 133/1 du même Code, inséré par la même loi du 28 novembre 2022, il est inséré l'intitulé suivant "Les auteurs de signalement".
Art.63. Artikel 136 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de vader, de moeder of de voogd die, in strijd met de arbeidswet van 16 maart 1971:
  a) een kind een werkzaamheid buiten de context van zijn opvoeding of opleiding heeft doen of laten uitvoeren of vooraleer daartoe een individuele afwijking van de bevoegde ambtenaar werd verkregen;
  b) een kind een werkzaamheid heeft doen of laten uitvoeren zonder daarbij de wettelijke of door de Koning of de bevoegde ambtenaar vastgestelde regels na te leven waaraan de individuele afwijking moet beantwoorden;
  c) over de geïndividualiseerde spaarrekening op naam van het kind heeft beschikt, zowel wat de hoofdsom als de intresten betreft, behalve in de door de Koning bepaalde gevallen.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken kinderen.
  § 2. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:
  1° de aanvrager van de individuele afwijking, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de arbeidswet van 16 maart 1971:
  a) een in § 1, 1°, a) en b), bedoelde inbreuk heeft begaan;
  b) de schriftelijke individuele afwijking op het ogenblik dat of op de plaats waar het kind de werkzaamheid uitvoert, niet heeft vertoond aan de officieren van gerechtelijke politie of aan de door de Koning aangewezen ambtenaren;
  c) het loon in geld van het kind niet heeft gestort op een geïndividualiseerde spaarrekening geopend op naam van het kind bij een financiële instelling, uiterlijk op de vierde werkdag van de maand volgend op de maand waarin de werkzaamheid door het kind werd uitgevoerd;
  d) naar aanleiding van de uitvoering van een werkzaamheid door het kind, ongebruikelijke geschenken heeft gegeven, die niet aan de leeftijd, de ontwikkeling en de vorming van het kind zijn aangepast.
  2° eenieder die, als tussenpersoon of bemiddelaar, al dan niet tegen vergoeding, voorstellen doet, rechtshandelingen verricht of reclame maakt, teneinde werkzaamheden verricht door kinderen te bevorderen of mee tot stand te helpen te brengen waarvoor geen individuele afwijking werd gevraagd.
  Voor de in het eerste lid, 1°, bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken kinderen.".
Art.63. L'article 136 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 2, le père, la mère ou le tuteur qui, en contravention à la loi du 16 mars 1971 sur le travail:
  a) a fait ou laissé exercer par un enfant une activité sortant du cadre de son éducation ou de sa formation ou sans avoir obtenu préalablement une dérogation individuelle du fonctionnaire compétent;
  b) a fait ou laissé exercer par un enfant une activité en ne respectant pas les conditions imposées par la loi ou fixées par le Roi ou le fonctionnaire compétent auxquelles la dérogation individuelle est subordonnée;
  c) a disposé du compte d'épargne individualisé au nom de l'enfant en principal ou en intérêts sauf dans les cas déterminés par le Roi.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre d'enfants concernés.
  § 2. Est puni d'une sanction de niveau 3:
  1° le demandeur de la dérogation individuelle, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 16 mars 1971 sur le travail:
  a) a commis une infraction visée au § 1er, 1°, a) et b);
  b) n'a pas produit la dérogation individuelle écrite au moment ou au lieu où l'enfant exerce l'activité aux officiers de police judiciaire ou aux fonctionnaires désignés par le Roi;
  c) n'a pas viré la rémunération de l'enfant en espèces, sur un compte d'épargne individualisé ouvert au nom de l'enfant auprès d'une institution financière au plus tard le quatrième jour ouvrable du mois qui suit le mois dans lequel l'activité a été exécutée par l'enfant;
  d) a donné à l'occasion de l'exécution de l'activité par un enfant des cadeaux qui ne sont pas usuels, adaptés à son âge, à son développement et à sa formation.
  2° toute personne intervenant comme intermédiaire ou médiateur, contre rémunération ou à titre gratuit, qui fait des propositions, accomplit des actes juridiques ou fait de la publicité afin de promouvoir des activités effectuées par des enfants ou d'aider à les réaliser alors qu'une dérogation individuelle n'a pas été demandée.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, 1°, l'amende est multipliée par le nombre d'enfants concernés.".
Art.64. In artikel 137/5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 2023, worden de woorden" van niveau 5" vervangen door de woorden "van niveau 4".
Art.64. Dans l'article 137/5 du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 2023, les mots "de niveau 5" sont remplacés par les mots "de niveau 4".
Art.65. In artikel 143 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 1" en de woorden ", zijn aangestelde of lasthebber" worden opgeheven.
Art.65. Dans l'article 143 du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 1" et les mots ", son préposé ou son mandataire" sont abrogés.
Art.66. Artikel 146, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de arbeidswet van 16 maart 1971, een werknemer of een jeugdige werknemer werk heeft doen of laten verrichten buiten de arbeidstijd vastgesteld in het arbeidsreglement of in het bericht aangeplakt in de lokalen van de inrichting om het hoofd te bieden aan een buitengewone toename van het werk of in de overeenkomst bedoeld in artikel 20quater van de voormelde wet of buiten de stamtijd en glijtijd in geval van toepassing van artikel 20ter van de voormelde wet, behalve in de bij wet toegestane gevallen.".
Art.66. L'article 146, alinéa 1er, du même Code, est remplacé par ce qui suit:
  "Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 16 mars 1971 sur le travail, a fait ou laissé travailler un travailleur ou un jeune travailleur en dehors du temps de travail fixé dans le règlement de travail ou dans l'avis affiché dans les locaux de l'établissement en cas de surcroît extraordinaire de travail ou dans la convention visée à l'article 20quater de la loi précitée ou en dehors des plages fixes et mobiles en cas d'application de l'article 20ter de la loi précitée, sauf dans les cas où la loi l'autorise.".
Art.67. In boek 2, hoofdstuk 2, afdeling 1, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 146/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 146/1. De glijdende uurroosters
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de arbeidswet van 16 maart 1971, in geval van toepassing van een glijdend uurrooster:
  1° niet heeft voorzien in een systeem van tijdsopvolging dat voor elke betrokken werknemer de door de wet opgelegde gegevens bevat;
  2° niet heeft voorzien in een systeem van tijdsopvolging dat toelaat de door de wet opgelegde gegevens gedurende de lopende referteperiode bij te houden;
  3° niet de nodige maatregelen heeft genomen opdat het systeem van tijdsopvolging kan worden geconsulteerd door elke werknemer die wordt tewerkgesteld op basis van een glijdend uurrooster, evenals door de ambtenaar aangewezen door de Koning;
  4° de gegevens die opgetekend worden door het systeem van tijdsopvolging, niet heeft bewaard gedurende een periode van vijf jaar na afloop van de dag waarop de gegevens betrekking hebben;
  5° niet ervoor heeft gezorgd dat de werknemer kennis kan nemen van het precieze aantal uren dat hij binnen de referteperiode, op basis van een glijdend uurrooster, meer of minder heeft gepresteerd dan de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur van het glijdend uurrooster.
  Wat de in het eerste lid bedoelde inbreuken betreft, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.67. Dans le livre 2, chapitre 2, section 1re, du même Code, il est inséré un article 146/1, rédigé comme suit:
  "Art. 146/1. Les horaires de travail flottants
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 16 mars 1971 sur le travail, en cas d'application d'un horaire flottant:
  1° n'a pas prévu de système de suivi du temps de travail qui comprend pour chaque travailleur concerné les mentions imposées par la loi;
  2° n'a pas prévu de système de suivi du temps de travail qui permet de conserver les données imposées par la loi pendant la période de référence en cours;
  3° n'a pas pris les mesures nécessaires pour que le système de suivi du temps de travail puisse être consulté par chaque travailleur occupé sur la base d'un horaire flottant ou par le fonctionnaire désigné par le Roi;
  4° n'a pas conservé les données consignées par le système de suivi du temps de travail durant une période de cinq ans après la fin du jour auquel se rapportent les données;
  5° n'a pas veillé à ce que le travailleur, dans la période de référence, puisse prendre connaissance du nombre précis d'heures qu'il a prestées sur la base d'un horaire flottant, en plus ou en moins par rapport à la durée hebdomadaire moyenne de l'horaire flottant.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.68. Artikel 151 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de programmawet van 22 december 1989:
  1° de individuele werkroosters, in geval van een variabel deeltijds werkrooster, niet ter kennis heeft gebracht van de werknemers middels een schriftelijk en gedateerd bericht, op de door het arbeidsreglement bepaalde betrouwbare, geschikte en toegankelijke wijze en binnen de door het arbeidsreglement vermelde termijn;
  2° de individuele werkroosters, in geval van een variabel deeltijds werkrooster, niet ter kennis heeft gebracht van de werknemers die tewerkgesteld zijn op grond van een variabel werkrooster bedoeld in artikel 11bis, derde lid, van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, en die niet vallen onder het toepassingsgebied van de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementenmiddels een schriftelijk en gedateerd bericht, ten minste zeven werkdagen vooraf op een betrouwbare, geschikte en toegankelijke wijze of binnen de termijn die is vastgesteld door een door de Koning besluit algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst;
  3° niet de nodige maatregelen heeft genomen opdat het onder 1° of 2° bedoelde bericht met de individuele werkroosters of een afschrift ervan, zich, hetzij in elektronische vorm, hetzij in papieren vorm, bevindt op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden geraadpleegd, van zodra en zolang het werkrooster van kracht is.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de programmawet van 22 december 1989:
  1° op de plaats waar het arbeidsreglement kan worden ingezien, geen afschrift van de arbeidsovereenkomst van de deeltijdse werknemer noch een uittreksel van die arbeidsovereenkomst met het werkrooster en met de identiteit van de deeltijdse werknemer in kwestie, diens handtekening en die van de werkgever hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, heeft bewaard;
  2° niet de nodige maatregelen heeft genomen opdat de onder 1°, vermelde documenten zich op een gemakkelijk toegankelijke plaats bevinden, zodat de met het toezicht erop belaste ambtenaren en beambten er te allen tijde kennis zouden kunnen van nemen;
  3° het onder § 1, 1° of 2°, bedoelde bericht of een afschrift ervan niet heeft bewaard gedurende een jaar, te rekenen vanaf de dag waarop het werkrooster ophoudt van kracht te zijn.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.68. L'article 151 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 3, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi-programme du 22 décembre 1989:
  1° n'a pas porté les horaires individuels de travail, en cas d'horaire de travail à temps partiel variable, à la connaissance des travailleurs, à l'avance, par un avis écrit et daté, de la manière fiable, appropriée et accessible fixée par le règlement de travail et dans le délai mentionné dans le règlement de travail;
  2° n'a pas porté les horaires individuels de travail, en cas d'horaire de travail à temps partiel variable, à la connaissance des travailleurs employés sur la base d'un horaire de travail variable visé à l'article 11bis, alinéa 3, de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail et qui ne tombent pas sous le champ d'application de la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail, au moyen d'un avis écrit et daté, d'une manière fiable, appropriée et accessible au moins sept jours ouvrables à l'avance ou dans le délai fixé par une convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi;
  3° n'a pas pris les mesures nécessaires pour que l'avis visé au 1° ou 2° avec les horaires individuels de travail, ou une copie de celui-ci, se trouve, soit sous format électronique, soit sous format papier, à l'endroit où le règlement de travail peut être consulté à partir du moment et aussi longtemps que l'horaire est en vigueur.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.
  § 2. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi-programme du 22 décembre 1989:
  1° n'a pas conservé, à l'endroit où le règlement de travail peut être consulté, une copie du contrat de travail du travailleur à temps partiel ou un extrait de ce contrat de travail contenant les horaires de travail et portant l'identité du travailleur à temps partiel auquel ils s'appliquent ainsi que sa signature et celle de l'employeur soit sous format papier, soit sous format électronique;
  2° n'a pas pris les mesures nécessaires afin que les documents visés au 1°, se trouvent dans un endroit facilement accessible afin que les fonctionnaires et agents chargés de la surveillance puissent en prendre connaissance à tout moment;
  3° n'a pas conservé l'avis visé au § 1er, 1° ou 2° ou une copie de celui-ci pendant une période d'un an à dater du jour où l'horaire qu'il contient cesse d'être en vigueur.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.69. Artikel 152 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de programmawet van 22 december 1989:
  1° een deeltijdse werknemer tewerkstelt buiten het werkrooster dat het voorwerp is van de bekendmaking die is voorgeschreven door de voornoemde wet van 22 december 1989, zonder een document bij te houden met alle afwijkingen van het normale werkrooster van die werknemer, noch gebruik te maken van een evenwaardig controlemiddel dat is toegestaan bij voornoemde wet van 22 december 1989 of door de Koning;
  2° een deeltijdse werknemer arbeidsprestaties heeft doen of laten verrichten buiten het werkrooster dat het voorwerp is van de bekendmaking die is voorgeschreven door de voornoemde wet van 22 december 1989, zonder vermelding ervan in het document of de controlemiddelen vermeld onder 1°.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die, in strijd met de programmawet van 22 december 1989:
  1° het onder § 1, 1°, vermelde document of de controlemiddelen niet bijhoudt op een plaats die gemakkelijk toegankelijk is opdat de ambtenaren en de beambten die belast met het toezicht zijn, er op ieder ogenblik kennis kunnen van nemen;
  2° het onder § 1, 1°, bedoelde document of de controlemiddelen niet bijhoudt gedurende de hele periode die aanvangt op de datum van de aantekening van de laatste verplichte vermelding en die eindigt vijf jaar na afloop van de maand die volgt op het kwartaal waarin die inschrijving is verricht, hetzij op het adres waaronder hij in België ingeschreven is bij een instelling belast met de inning van de bijdragen voor sociale zekerheid, hetzij in zijn woonplaats of op de maatschappelijke zetel, indien die in België gevestigd zijn en, bij ontstentenis daarvan, in de in België gelegen woonplaats van een natuurlijke persoon die ze in zijn hoedanigheid van lasthebber of aangestelde van de werkgever bewaart.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuk, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.69. L'article 152 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 3, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi-programme du 22 décembre 1989:
  1° occupe un travailleur à temps partiel en dehors de l'horaire qui a fait l'objet de la publicité prescrite par la loi précitée du 22 décembre 1989, sans tenir un document dans lequel sont consignées toutes les dérogations à l'horaire normal de ce travailleur, ni utiliser un moyen de contrôle équivalant autorisé par la loi précitée du 22 décembre 1989 ou par le Roi;
  2° fait ou laisse exécuter des prestations à un travailleur à temps partiel en dehors de l'horaire de travail qui a fait l'objet de la publicité prescrite par la loi précitée du 22 décembre 1989, sans que mention en soit faite dans le document ou par les moyens de contrôle visés au 1°.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.
  § 2. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi-programme du 22 décembre 1989:
  1° ne tient pas le document ou les moyens de contrôle visés au § 1er, 1°, dans un endroit facilement accessible afin que les fonctionnaires et agents chargés de la surveillance puissent en prendre connaissance à tout moment;
  2° ne conserve pas le document ou les moyens de contrôle visés au § 1er, 1°, pendant toute la période qui débute à la date de l'inscription de la dernière mention obligatoire et qui se termine cinq ans après la fin du mois qui suit le trimestre au cours duquel cette inscription a été faite, soit à l'adresse à laquelle il est inscrit en Belgique auprès d'un organisme chargé de la perception des cotisations de sécurité sociale, soit à son domicile ou son siège social lorsque ceux-ci sont situés en Belgique et à défaut au domicile belge d'une personne physique qui les conserve en tant que mandataire ou préposé de l'employeur.
  En ce qui concerne l'infraction visée à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.70. In artikel 152/2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 16 november 2015 en gewijzigd bij de wetten van 7 oktober 2022 en 22 december 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift "Flexi-jobwerknemers" wordt ingevoegd;
  2° eerste paragraaf wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuk wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.70. Dans l'article 152/2, du même Code, inséré par la loi du 16 novembre 2015 et modifié par les lois des 7 octobre 2022 et 22 décembre 2023, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'intitulé "Les travailleurs exerçant un flexi-job" est inséré;
  2° le paragraphe 1er est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "En ce qui concerne l'infraction visée à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.71. In boek 2, hoofdstuk 2, van hetzelfde Wetboek, wordt afdeling 6, die artikel 158, gewijzigd bij de wet van 29 februari 2016, en artikel 159 bevat, opgeheven.
Art.71. Dans le livre 2, chapitre 2, du même Code, la section 6, comportant l'article 158, modifié par la loi du 29 février 2016, et l'article 159, est abrogée.
Art.72. In artikel 160/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 december 2010, wordt het volgend opschrift ingevoegd "De arbeidstijd van de geneesheren, tandartsen, dierenartsen, kandidaat-geneesheren in opleiding, kandidaat-tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van deze beroepen".
Art.72. Dans l'article 160/1 du même Code, inséré par la loi du 12 décembre 2010, il est inséré l'intitulé suivant "Le temps de travail des médecins, dentistes, vétérinaires, des candidats médecins en formation, des candidats dentistes en formation et étudiants stagiaires se préparant à ces professions".
Art.73. In boek 2, hoofdstuk 2, afdeling 8, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 12 december 2010, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift van de afdeling 8 wordt vervangen door wat volgt:
  "De arbeidstijd van de geneesheren, tandartsen, dierenartsen, kandidaat-geneesheren in opleiding, kandidaat-tandartsen in opleiding en studenten-stagiairs die zich voorbereiden op de uitoefening van deze beroepen en de minimale voorwaarden in de opleidingsovereenkomsten";
  2° een artikel 160/1/1 wordt ingevoegd, luidende:
  "Art. 160/1/1. Minimale voorwaarden in de opleidingsovereenkomsten artsen-specialisten
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die een opleidingsovereenkomst met artsenspecialisten in opleiding heeft gesloten in strijd met de door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst over de minimale voorwaarden die moeten opgenomen worden in de opleidingsovereenkomsten die met artsen-specialisten in opleiding worden afgesloten.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken artsen-specialisten in opleiding.".
Art.73. Dans le livre 2, chapitre 2, section 8, du même Code, insérée par la loi du 12 décembre 2010, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le titre de la section 8 est remplacé par ce qui suit:
  "Le temps de travail des médecins, des dentistes, des vétérinaires, des candidats médecins en formation, des candidats dentistes en formation et des étudiants stagiaires se préparant à ces professions et les conditions minimales dans les accords de formation";
  2° il est inséré un article 160/1/1, rédigé comme suit:
  "Art. 160/1/1. Les conditions minimales dans les accords de formation des médecins-spécialistes
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui a conclu une convention de formation avec des médecins spécialistes en formation en violation de la convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi sur les conditions minimales qui doivent figurer dans les conventions de formation conclues avec les médecins spécialistes en formation.
  Pour les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de médecins-spécialistes en formation concernés.".
Art.74. In de Franse tekst van artikel 160/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 juni 2020, worden de woorden "la loi du mai 2003" vervangen door de woorden "la loi du 3 mai 2003".
Art.74. Dans l'article 160/2 du même Code, inséré par la loi du 12 juin 2020, les mots "la loi du mai 2003" sont remplacés par les mots "la loi du 3 mai 2003".
Art.75. In artikel 161, § 1, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.75. Dans l'article 161, § 1er, du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.76. In artikel 162 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 25 april 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de bepalingen onder 1° en 3° opgeheven;
  2° een lid wordt tussen het eerste lid en het tweede lid ingevoegd, luidende:
  "Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die:
  1° het loon van de werknemer niet heeft uitbetaald of het niet geheel of gedeeltelijk heeft uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is;
  2° de vrijheid van de werknemer om naar goeddunken over zijn loon te beschikken, op enigerlei wijze heeft beperkt;
  3° het verschuldigd vakantiegeld niet geheel of gedeeltelijk heeft uitbetaald of het niet heeft uitbetaald binnen de termijn en volgens de reglementaire voorschriften opgelegd bij de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971.";
  3° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
  "De sanctie is van niveau 4 wanneer enerzijds het in de betrokken sector toepasselijk minimumloon niet wordt uitbetaald aan de werknemer - of in geval van deeltijdse arbeid het gedeelte van het minimumloon dat in verhouding is verschuldigd - of niet wordt uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is, en er, anderzijds, samenloop is met twee of meerdere inbreuken bedoeld bij de artikelen 138, 140 tot 142, 156, 157, 163, tweede lid, 165 tot 167, 169, 181, 181/1, 182, 184/1, 184/1/1, 184/1/2, 188/2, 188/2/1, 188/2/3, 226 of 233, § 1, 1°.".
Art.76. Dans l'article 162 du même Code, remplacé par la loi du 25 avril 2014, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les 1° et 3° sont abrogés;
  2° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Est puni d'une sanction de niveau 3, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui:
  1° n'a pas payé en tout ou en partie la rémunération du travailleur ou ne l'a pas payée à la date à laquelle elle est exigible;
  2° a restreint, de quelque manière que ce soit, la liberté du travailleur de disposer de sa rémunération à son gré;
  3° n'a pas payé en tout ou en partie les pécules de vacances dus ou ne les a pas payés dans les délais et selon les modalités réglementaires prescrites par les lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971.";
  3° l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit:
  "La sanction est de niveau 4 lorsque d'une part, la rémunération minimale applicable dans le secteur concerné n'est pas payée au travailleur - ou en cas de travail à temps partiel la partie de la rémunération minimale qui est proportionnellement due - ou n'a pas été payée à la date à laquelle la rémunération est exigible, et que, d'autre part, il y a concours de deux ou plusieurs infractions visées aux articles 138, 140 à 142, 156, 157, 163, alinéa 2, 165 à 167, 169, 181, 181/1, 182, 184/1, 184/1/1, 184/1/2, 188/2, 188/2/1, 188/2/3, 226 ou 233, § 1er, 1°.".
Art.77. In artikel 163 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "met de wet van 1 april 1936 op de arbeidsovereenkomst wegens dienst op binnenschepen," en de woorden ", of met de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers" opgeheven;
  2° in het eerste lid wordt de bepaling onder 2° opgeheven;
  3° en lid wordt tussen het eerste lid en het tweede lid ingevoegd, luidende:
  "Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers:
  a) inhoudingen heeft verricht op het loon van de werknemer, met uitzondering van de wettelijk toegestane inhoudingen;
  b) wettelijk toegestane inhoudingen heeft verricht op het loon van de werknemer zonder de beperkingen terzake te respecteren;
  c) inhoudingen heeft verricht op het loon van de werknemer ter uitvoering van een overdracht van loon vastgelegd bij een onderhandse akte in de zin van artikelen 28 en volgende van de voornoemde wet van 12 april 1965, wanneer de werknemer zich heeft verzet tegen de overdracht van loon en hij zijn werkgever in kennis heeft gesteld van zijn verzet tegen de procedure inzake overdracht van loon;
  d) de geheel of gedeeltelijk met fooien of bedieningsgeld betaalde werknemer, onder welke benaming ook en voor welk doel ook, stortingen heeft opgelegd op te zijnen behoeve overhandigde fooien of bedieningsgeld of andere dan in c) bedoelde inhoudingen heeft verricht.";
  4° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
  "Voor de in dit artikel bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.77. Dans l'article 163 du même Code, modifié par la loi du 13 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, les mots "à la loi du 1er avril 1936 sur les contrats d'engagement pour le service des bâtiments de navigation intérieure," et les mots "ou à la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs" sont abrogés;
  2° dans l'alinéa 1er, le 2° est abrogé;
  3° un alinéa rédigé comme suit est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Est puni d'une sanction de niveau 3, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs:
  a) a effectué des retenues sur la rémunération du travailleur à l'exception des retenues légalement autorisées;
  b) a effectué les retenues légalement autorisées sur la rémunération du travailleur sans en avoir respecté les limitations;
  c) a effectué des retenues sur la rémunération du travailleur en exécution d'une cession de rémunération constatée par un acte sous signature privée au sens des articles 28 et suivants de la loi précitée du 12 avril 1965 alors que le travailleur s'est opposé à la cession de rémunération et qu'il a notifié à l'employeur son opposition à la procédure de cession de rémunération;
  d) a imposé au travailleur rémunéré entièrement ou partiellement au pourboire ou au service, des versements, sous quelque dénomination que ce soit et pour quelque objet que ce soit, sur le pourboire ou le service remis à son intention ou a effectué des retenues autres que celles visées au c).";
  4° l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit:
  "En ce qui concerne les infractions visées dans le présent article, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.78. In artikel 164, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 13 april 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "van niveau 2" worden vervangen door de woorden "van niveau 3";
  2° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de bepaling onder d), luidende:
  "d) geen loonafrekening heeft overhandigd aan de werknemer bij elke definitieve betaling van het loon;";
  3° de bepaling onder 1° wordt aangevuld met de bepaling onder e), luidende:
  "e) de werknemer niet heeft ingelicht, hetzij in papieren vorm, hetzij in elektronische vorm, over de staat van zijn prestaties met betrekking tot de dagelijkse en de wekelijkse arbeidsduur die hij moet verrichten;".
Art.78. Dans l'article 164, alinéa 1er, du même Code, modifié par la loi du 13 avril 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3";
  2° le 1° est complété par le d), rédigé comme suit:
  "d) n'a pas remis un décompte de paie au travailleur lors de chaque règlement définitif de la rémunération;";
  3° le 1° est complété par le e), rédigé comme suit:
  "e) n'a pas informé le travailleur soit sous format papier, soit sous format électronique de l'état de ses prestations par rapport à la durée journalière et hebdomadaire de travail qu'il est tenu de prester;".
Art.79. In artikelen 165 en 166 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden ", van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.79. Dans les articles 165 et 166 du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.80. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 166/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 166/1. Ecocheques
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die heeft nagelaten de werknemer de ecocheques toe te kennen die hij verschuldigd is, of die heeft nagelaten de ecocheques toe te kennen op de datum waarop dit moet gebeuren.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.80. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 166/1, rédigé comme suit:
  "Art. 166/1. Les éco-chèques
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui n'a pas octroyé au travailleur les éco-chèques dont il est redevable ou ne les a pas octroyés à la date à laquelle ils doivent l'être.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.81. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 166/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 166/2. De werkkledij
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, aan de werknemer geen vergoeding voor de levering, het onderhoud of de reiniging van de werkkledij heeft betaald.
  De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.81. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 166/2, rédigé comme suit:
  "Art. 166/2. Les vêtements de travail
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à une convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi, n'a pas payé à un travailleur l'indemnité pour la fourniture des vêtements de travail ou celle pour l'entretien et le nettoyage des vêtements de travail.
  L'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.82. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 166/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 166/3. Het werkmateriaal
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met een door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst, aan de werknemer het arbeidsgereedschap niet heeft bezorgen of geen materiaalvergoedingen heeft betaald.
  De geldboete wordt vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.82. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 166/3, rédigé comme suit:
  "Art. 166/3. Les outils de travail
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à une convention collective de travail rendue obligatoire par le Roi, n'a pas fourni au travailleur les outils de travail ou n'a pas payé les indemnités de matériel.
  L'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.83. In artikelen 167 tot en met 171 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden ", van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.83. Dans les articles 167 à 171 du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.84. In artikel 171/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en gewijzigd bij de wet van 11 februari 2013, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het volgend opschrift van het artikel wordt ingevoegd: "Uitbetaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke";
  2° de woorden "van niveau 2" worden vervangen door de woorden "van niveau 3";
  3° de woorden "afdeling van van de wet" worden vervangen door de woorden "afdeling van de wet".
Art.84. Dans l'article 171/1 du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié par la loi du 11 février 2013, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré l'intitulé suivant pour l'article: "Le paiement de la rémunération par le responsable solidaire";
  2° les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3";
  3° dans le texte néerlandais, les mots "afdeling van van de wet" sont remplacés par les mots "afdeling van de wet".
Art.85. In artikel 171/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en gewijzigd bij de wetten van 11 februari 2013 en 11 december 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het volgend opschrift van het artikel wordt ingevoegd: "De verplichting tot aanplakking";
  2° de woorden "van niveau 2" worden vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.85. Dans l'article 171/2 du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié par les lois des 11 février 2013 et 11 décembre 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° il est inséré l'intitulé suivant pour l'article: "L'obligation d'affichage";
  2° les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.86. In artikel 171/2/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 december 2016, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.86. Dans l'article 171/2/1 du même Code, inséré par la loi du 11 décembre 2016, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.87. In artikel 171/3 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 februari 2013, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.87. Dans l'article 171/3 du même Code, inséré par la loi du 11 février 2013, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.88. In artikel 171/4 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 25 december 2017, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.88. Dans l'article 171/4 du même Code, inséré par la loi du 25 décembre 2017, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.89. In artikelen 171/5, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "de loon" worden vervangen door de woorden "het loon";
  2° de woorden "en eveneens" worden vervangen door het woord "of".
Art.89. Dans le texte néerlandais de l'article 171/5, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 12 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "de loon" sont remplacés par les mots "het loon";
  2° les mots "en eveneens" sont remplacés par le mot "of".
Art.90. Artikel 174 van hetzelfde Wetboek wordt opgeheven.
Art.90. L'article 174 du même Code est abrogé.
Art.91. In artikel 176 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 februari 2016 en 12 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragraaf 1 wordt opgeheven;
  2° een paragraaf 1/1 wordt ingevoegd, luidende:
  " § 1/1. Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, het uitzendbureau, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers:
  1° voor de periodes zonder uitzendopdracht aan de uitzendkracht, die op grond van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd wordt tewerkgesteld, niet het minimum gewaarborgd uurloon betaald heeft voor elk uur van een voltijdse werkdag of -week dat hij niet wordt ter beschikking gesteld van een gebruiker;
  2° aan een uitzendkracht een loon betaald heeft dat lager is dan dat waarop hij recht zou gehad hebben als hij onder dezelfde voorwaarden als vaste werknemer aangeworven was door de gebruiker, buiten de gevallen die toegelaten zijn door een binnen het Paritair Comité voor de uitzendarbeid afgesloten en door de Koning algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst.
  Wat de in het eerste lid bedoelde inbreuken betreft, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.91. Dans l'article 176 du même Code, modifié par les lois des 29 février 2016 et 12 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le paragraphe 1er est abrogé;
  2° il est inséré un paragraphe 1er/1, rédigé comme suit:
  " § 1er/1. Est punie d'une sanction de niveau 3, l'entreprise de travail intérimaire, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs:
  1° pour les périodes d'intermission, n'a pas payé à l'intérimaire qui est occupé sur base d'un contrat de travail à durée indéterminée, le salaire horaire minimum garanti pour chaque heure d'une journée ou d'une semaine de travail à temps plein durant laquelle il n'est pas mis à disposition d'un utilisateur;
  2° a payé à l'intérimaire une rémunération inférieure à celle à laquelle il aurait eu droit s'il était engagé dans les mêmes conditions comme travailleur permanent par l'utilisateur, en dehors des cas autorisés par une convention collective de travail conclue au sein de la Commission paritaire du travail intérimaire et rendue obligatoire par le Roi.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.92. In artikel 176/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 februari 2016, worden de woorden "de bepalingen inzake het toezicht op de prestaties van de flexi-jobwerknemers zoals bepaald in artikel 24 van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, de bepalingen inzake het bijhouden van een register voor werktijdregeling in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, de bepalingen inzake het bijhouden van de overeenkomst voor tewerkstelling van studenten die men tewerkstelt op de plaats waar de student is tewerkgesteld en inzake het treffen van de nodige maatregelen opdat de overeenkomst voor tewerkstelling van deze studenten te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden," ingevoegd tussen de woorden "de deeltijdse werknemers," en de woorden "de gezondheid".
Art.92. Dans l'article 176/1 du même Code, inséré par la loi du 29 février 2016, les mots "les dispositions relatives à la surveillance des prestations de travail des travailleurs flexi-job prévues à l'article 24 de la loi du 16 novembre 2015 portant diverses dispositions en matière sociale, les dispositions relatives à la tenue d'un registre de mesure du temps de travail dans les entreprises ressortissant à la Commission paritaire de l'industrie hôtelière, les dispositions relatives à la tenue du contrat d'occupation des étudiants qui sont tenus au lieu d'occupation de l'étudiant et relatives à la prise des mesures nécessaires pour que le contrat d'occupation de ces étudiants soit à tout moment à la disposition des fonctionnaires et agents chargés de la surveillance," sont insérés entre les mots "à temps partiel," et les mots "la santé".
Art.93. In artikel 177, § 1, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 12 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° een lid wordt tussen het eerste lid en het tweede lid ingevoegd, luidende:
  "De sanctie is van niveau 4 wanneer enerzijds het in de betrokken sector toepasselijk minimumloon niet wordt uitbetaald aan de werknemer - of in geval van deeltijdse arbeid het gedeelte van het minimumloon dat in verhouding is verschuldigd - of niet wordt uitbetaald op de datum dat het loon invorderbaar is, en er, anderzijds, samenloop is met twee of meerdere inbreuken bedoeld bij de artikelen 138, 140 tot 142, 156, 157, 163, tweede lid, 165 tot 167, 169, 181, 181/1, 182, 184/1, 184/1/1, 184/1/2, 188/2, 188/2/1, 188/2/3, 226 of 233, § 1, 1°.";
  2° het vroegere derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
  "Voor de in het eerste lid en het tweede lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.93. Dans l'article 177, § 1er, du même Code, modifié par la loi du 12 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées:
  1° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "La sanction est de niveau 4 lorsque d'une part, la rémunération minimale applicable dans le secteur concerné n'est pas payée au travailleur - ou en cas de travail à temps partiel la partie de la rémunération minimale qui est proportionnellement due - ou n'a pas été payée à la date à laquelle la rémunération est exigible, et que, d'autre part, il y a concours de deux ou plusieurs infractions visées aux articles 138, 140 à 142, 156, 157, 163, alinéa 2, 165 à 167, 169, 181, 181/1, 182, 184/1, 184/1/1, 184/1/2, 188/2, 188/2/1 ou 188/2/3, 226 ou 233, § 1er, 1°.";
  2° l'alinéa 3 ancien, devenant l'alinéa 4, est remplacé par ce qui suit:
  "En ce qui concerne les infractions visées aux alinéas 1er et 2, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.94. In artikel 181 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 29 februari 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, 2°, worden de woorden "in de artikelen 5bis, § 2, 2°, en 6, 6°, 2°, van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002" vervangen door de woorden "in het artikel 5bis, § 2,2°, en § 3, eerste lid, 1°, het artikel 6, 6°, 2°, en het artikel 7/1, tweede lid, van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002,";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de woorden "in de artikelen 5bis, § 2, 2°, en 6, 6°, 2°, van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002" vervangen door de woorden "in het artikel 5bis, § 2, 2°, en § 3, eerste lid, 1°, het artikel 6, 6°, 2°, en het artikel 7/1, tweede lid, van voormeld koninklijk besluit van 5 november 2002.";
  3° in paragraaf 2, eerste lid, wordt het woord "gelegenheidswerknemer" vervangen door het woord "werknemer".
Art.94. Dans l'article 181 du même Code, remplacé par la loi du 29 février 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, 2°, les mots "aux articles 5bis, § 2, 2°, et 6, 6°, 2°, de l'arrêté royal précité du 5 novembre 2002" sont remplacés par les mots "à l'article 5bis, § 2, 2°, et § 3, alinéa 1er, 1°, à l'article 6, 6°, 2°, et à l'article 7/1, alinéa 2, de l'arrêté royal précité du 5 novembre 2002,";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "aux articles 5bis, § 2, 2°, et 6, 6°, 2°, de l'arrêté royal précité du 5 novembre 2002" sont remplacés par les mots "à l'article 5bis, § 2, 2°, et § 3, alinéa 1er, 1°, à l'article 6, 6°, 2°, et à l'article 7/1, alinéa 2, de l'arrêté royal précité du 5 novembre 2002.";
  3° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les mots "travailleur occasionnel" sont remplacés par le mot "travailleur".
Art.95. In artikel 182 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 11 november 2013 en 19 juni 2022, wordt paragraaf 1 aangevuld met de bepaling onder 4°, luidende:
  "4° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, vóór het einde van de aangegeven duur, geen nieuwe melding bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid gedaan heeft wanneer de detachering langer duurt dan de oorspronkelijk aangegeven duur;".
Art.95. Dans l'article 182 du même Code, modifié par les lois des 11 novembre 2013 et 19 juin 2022, le paragraphe 1er est complété par le 4°, rédigé comme suit:
  "4° l'employeur, son préposé ou son mandataire qui n'a pas procédé à une nouvelle déclaration auprès de l'Office national de sécurité sociale préalablement à la fin de la durée déclarée lorsque le détachement se prolonge au-delà de la durée initialement déclarée;".
Art.96. In artikel 183/1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 februari 2016, de woorden "van niveau 1" worden vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.96. Dans l'article 183/1 du même Code, inséré par la loi du 29 février 2016, les mots "de niveau 1" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.97. In artikel 184 van hetzelfde Wetboek wordt, tussen het eerste en het tweede lid, een lid ingevoegd, luidende:
  "Wanneer de inbreuk wetens en willens is gepleegd is de sanctie van niveau 4.".
Art.97. Dans l'article 184 du même Code, il est inséré, entre l'alinéa 1er et l'alinéa 2, un alinéa rédigé comme suit:
  "Lorsque l'infraction a été commise sciemment et volontairement, la sanction est de niveau 4.".
Art.98. In artikel 185 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 1".
Art.98. Dans l'article 185 du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 1".
Art.99. In artikel 187 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "of de individuele rekening onvolledig of onjuist opstelt" ingevoegd na de woorden "geen individuele rekening opstelt";
  2° in paragraaf 2, eerste lid, worden de bepaling onder 2° en 3° opgeheven;
  3° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
  § 3. Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de werkgever die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten, niet de nodige voorzieningen treft opdat de individuele rekening te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuk, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.99. Dans l'article 187 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "ou établit le compte individuel de manière incomplète ou inexacte" sont insérés après les mots "le compte individuel";
  2° dans le paragraphe 2, alinéa 1er, les 2° et 3° sont abrogés;
  3° il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit:
  " § 3. Est puni d'une sanction de niveau 1, l'employeur qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux, ne prend pas les dispositions nécessaires afin que le compte individuel soit tenu en tout temps à la disposition des fonctionnaires et agents chargés de la surveillance.
  En ce qui concerne l'infraction visée à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.100. Artikel 188 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten:
  1° geen algemeen personeelsregister, geen aanwezigheidsregister of geen register voor werktijdregeling opstelt;
  2° het algemeen personeelsregister, het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling onvolledig of onjuist opmaakt;
  3° in het aanwezigheidsregister of in het register voor werktijdregeling niet de tijdstippen van begin en einde van de arbeidsdag van de werknemer bij het begin en het einde van de dag vermeldt.
  Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978:
  1° het algemeen personeelsregister, het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling niet te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belast ambtenaren en beambten houdt;
  2° het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling niet bijhoudt op de plaats waar de werknemers zijn tewerkgesteld;
  3° het eerste dubbel van het aanwezigheidsformulier in deel B van het aanwezigheidsregister van de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, niet per post of per fax terugstuurt aan het Waarborg en Sociaal Fonds Horeca en Aanverwante Bedrijven uiterlijk op de laatste werkdag van de kalendermaand volgend op die waarop het formulier betrekking heeft.
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978, het algemeen personeelsregister, het aanwezigheidsregister of het register voor werktijdregeling niet gedurende het voorgeschreven tijdperk bewaart.
  Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de werkgever die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978, het algemeen personeelsregister en het aanwezigheidsregister niet op de aangegeven plaats opbergt of bewaart.
  Voor de in het eerste, tweede, derde en vierde lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.
  § 2. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met het koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978 betreffende het bijhouden van sociale documenten:
  1° geen speciaal personeelsregister opstelt;
  2° het speciaal personeelsregister onvolledig of onjuist opmaakt;
  3° het speciaal personeelsregister niet bijhoudt op de plaats waar de werknemers zijn tewerkgesteld.
  Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft de werkgever die, in strijd met het voormelde koninklijk besluit nr. 5 van 23 oktober 1978:
  1° het speciaal personeelsregister niet gedurende het voorgeschreven tijdperk bewaart;
  2° het speciaal personeelsregister niet te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belast ambtenaren en beambten houdt;
  3° het speciaal personeelsregister niet op de aangegeven plaats opbergt of bewaart.
  Voor de in het eerste en tweede lid bedoelde inbreuken, wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.100. L'article 188 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 4, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux:
  1° n'établit pas le registre général du personnel, le registre de présence ou le registre de mesure du temps de travail;
  2° établit le registre général du personnel, le registre de présence ou le registre de mesure du temps de travail d'une manière incomplète ou inexacte;
  3° ne mentionne pas dans le registre de présence ou dans le registre de mesure du temps de travail les heures de début et de la fin de la journée de travail du travailleur au moment du début et de la fin de la journée.
  Est puni d'une sanction de niveau 3, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 précité:
  1° ne tient pas en tout temps le registre général du personnel, le registre de présence ou le registre de mesure du temps de travail à la disposition des fonctionnaires et agents chargés de la surveillance;
  2° ne tient pas le registre de présence ou le registre de mesure du temps de travail au lieu où les travailleurs sont occupés;
  3° ne renvoie pas, par la poste ou par télécopie, le premier double du formulaire de présence de la partie B du registre de présence des entreprises qui relèvent de la Commission paritaire de l'industrie hôtelière au plus tard le dernier jour ouvrable du mois civil suivant celui auquel se rapporte le formulaire au fonds social et de garanties Horeca et entreprises assimilées.
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 précité, ne conserve pas le registre général du personnel, le registre de présence ou le registre de mesure du temps de travail pendant la durée prescrite.
  Est puni d'une sanction de niveau 1, l'employeur qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 précité, ne garde pas ou ne conserve pas le registre général du personnel et le registre de présence au lieu indiqué.
  En ce qui concerne les infractions visées aux alinéas 1er, 2, 3 et 4, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.
  § 2. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 relatif à la tenue des documents sociaux:
  1° n'établit pas le registre spécial du personnel;
  2° établit le registre spécial du personnel d'une manière incomplète ou inexacte;
  3° ne tient pas le registre spécial du personnel où les travailleurs sont occupés.
  Est puni d'une sanction de niveau 1, l'employeur qui, en contravention à l'arrêté royal n° 5 du 23 octobre 1978 précité:
  1° ne conserve pas le registre spécial du personnel pendant la durée prescrite;
  2° ne tient pas le registre spécial du personnel en tout temps à la disposition des fonctionnaires et agents chargés de la surveillance;
  3° ne garde pas ou ne conserve pas le registre spécial du personnel au lieu indiqué.
  En ce qui concerne les infractions visées aux alinéas 1er et 2, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.101. In artikel 188/2, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 11 december 2016, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 4".
Art.101. Dans l'article 188/2, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 11 décembre 2016, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 4".
Art.102. In boek 2, hoofdstuk 6, van hetzelfde Wetboek wordt een afdeling 7 ingevoegd met als opschrift "Het vakantieattest".
Art.102. Dans le livre 2, chapitre 6, du même Code, il est inséré une section 7 intitulée: "L'attestation de vacances".
Art.103. In de afdeling 7, ingevoerd door artikel 122, wordt een artikel 188/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 188/5. Het vakantieattest
  Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van werknemers, gecoördineerd op 28 juni 1971 en de uitvoeringsbesluiten ervan:
  1° nalaat het vakantieattest aan de werknemer af te geven;
  2° het vakantieattest onvolledig of onnauwkeurig opstelt.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.103. Dans la section 7, insérée par l'article 122, il est inséré un article 188/5, rédigé comme suit:
  "Art. 188/5. L'attestation de vacances
  Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention aux lois relatives aux vacances annuelles des travailleurs salariés, coordonnées le 28 juin 1971 et à leurs arrêtés d'exécution:
  1° omet de délivrer l'attestation de vacances au travailleur dans le délai imposé;
  2° établit l'attestation de vacances de manière incomplète ou inexacte.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.104. In artikel 193, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.104. Dans l'article 193, alinéa 1er, du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.105. Artikel 194 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die, in strijd met de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen en de uitvoeringsbesluiten ervan, de werknemers en de ondernemingsraad en, bij gebreke daaraan, de vakbondsafvaardiging niet, voorafgaandelijk aan de sluiting van de onderneming, heeft ingelicht over zijn beslissing om over te gaan tot de sluiting van een onderneming of van een afdeling van een onderneming overeenkomstig de procedures tot voorafgaande informatie en de modaliteiten die voorzien zijn door collectieve arbeidsovereenkomsten die door de Koning algemeen verbindend verklaard werden of door de koninklijke besluiten tot uitvoering zelf.
  Voor de in het eerste lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.105. L'article 194 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises et à ses arrêtés d'exécution, n'a pas informé préalablement à la fermeture d'entreprise, les travailleurs et le conseil d'entreprise ou, à défaut de celui-ci, la délégation syndicale, de sa décision de procéder à la fermeture d'une entreprise ou d'une division d'une entreprise, conformément aux procédures d'information préalable et aux modalités prévues par conventions collectives de travail rendues obligatoires par le Roi ou par ces mêmes arrêtés royaux d'exécution.
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.106. In artikel 197 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 29 februari 2016, worden de woorden "van niveau 1" vervangen door de woorden "van niveau 3" en de woorden ", zijn aangestelde of zijn lasthebber," worden ingevoegd tussen de woorden "de werkgever" en het woord "die".
Art.106. Dans l'article 197 du même Code, modifié par la loi du 29 février 2016, les mots "de niveau 1" sont remplacés par les mots "de niveau 3" et les mots ", son préposé ou son mandataire" sont insérés entre le mot "employeur" et le mot "qui".
Art.107. In artikel 201 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 29 februari 2016 en 7 oktober 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 1" en de woorden ", zijn aangestelde of zijn lasthebber" worden opgeheven;
  2° in paragraaf 1, 4°, worden de woorden "of de dienst voor preventie en bescherming op het werk waarvoor deze adviseur zijn opdrachten uitoefent" ingevoegd tussen de woorden "van het werk" en de woorden "en, in voorkomend geval";
  3° in paragraaf 2 wordt een 1°/1 ingevoegd, luidende:
  "1°/1 De door de voormelde wet van 8 april 1965 opgelegde vermeldingen in verband met de wijze, het tijdstip en de plaats van betaling van het loon;";
  4° er wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
  " § 3. Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft de werkgever die, in geval van een glijdend uurrooster voorzien in artikel 20ter van de arbeidswet van 16 maart 1971, de vermeldingen die opgelegd worden door de wet van 8 april 1965 tot instelling van de arbeidsreglementen, niet heeft opgenomen in het arbeidsreglement.".
Art.107. Dans l'article 201 du même Code, modifié par les lois des 29 février 2016 et 7 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 1" et les mots ", son préposé ou son mandataire" sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 1er, 4°, les mots "ou du service de prévention et de protection au travail pour lequel ce conseiller exerce ses missions" sont insérés entre les mots "du travail" et les mots "et le cas échéant";
  3° au paragraphe 2, il est inséré un 1°/1, rédigé comme suit:
  "1°/1 Les mentions imposées par la loi précitée du 8 avril 1965 relatives au mode, à l'époque et au lieu de paiement de la rémunération;";
  4° il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit:
  " § 3. Est puni d'une sanction de niveau 1, l'employeur qui, en cas d'application de l'horaire flottant prévu à l'article 20ter de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, n'a pas indiqué les mentions imposées par la loi du 8 avril 1965 instituant les règlements de travail dans le règlement de travail.".
Art.108. In artikel 204, § 1, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "niveau 3" vervangen door de woorden "niveau 4" en in § 2 worden de woorden "niveau 2" vervangen door de woorden "niveau 1" en de woorden ", zijn aangestelde of lasthebber" worden opgeheven.
Art.108. Dans l'article 204, § 1er, alinéa 2, du même Code, les mots "de niveau 3" sont remplacés par les mots "de niveau 4" et dans le § 2 les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 1" et les mots ", son préposé ou son mandataire" sont abrogés.
Art.109. Artikel 205 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  " § 1. Met een sanctie van niveau 2 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die in overtreding met de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en de uitvoeringsbesluiten ervan:
  1° de sociale balans niet heeft bezorgd aan de ondernemingsraad, of bij ontstentenis van een ondernemingsraad, aan de vakbondsafvaardiging;
  2° bij ontstentenis van een ondernemingsraad en van een vakbondsafvaardiging, de sociale balans niet op een makkelijk toegankelijke plaats heeft bewaard zodat iedere werknemer op elk ogenblik en zonder tussenpersoon, er inzage van kan hebben.
  § 2. Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft, de werkgever die, in overtreding met de wet van 22 december 1995 houdende maatregelen tot uitvoering van het meerjarenplan voor werkgelegenheid en de uitvoeringsbesluiten ervan, de sociale balans niet aan de Nationale Bank van België heeft overgezonden, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels.".
Art.109. L'article 205 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  " § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 2, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui, en contravention à la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi et à ses arrêtés d'exécution:
  1° n'a pas transmis le bilan social au conseil d'entreprise ou, à défaut de conseil d'entreprise, à la délégation syndicale;
  2° n'a pas, à défaut de conseil d'entreprise et de délégation syndicale, tenu le bilan social dans un endroit facilement accessible afin que chaque travailleur puisse en prendre connaissance en permanence et sans intermédiaire.
  § 2. Est puni d'une sanction de niveau 1, l'employeur qui, en contravention à la loi du 22 décembre 1995 portant des mesures visant à exécuter le plan pluriannuel pour l'emploi et à ses arrêtés d'exécution, n'a pas transmis le bilan social à la Banque nationale de Belgique selon les modalités prescrites par le Roi.".
Art.110. In artikel 206 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, worden de woorden "van niveau 2 "vervangen door de woorden "van niveau 3";
  2° in het tweede lid, worden de woorden ", van niveau 3" vervangen door de woorden "van niveau 4".
Art.110. Dans l'article 206 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3";
  2° dans l'alinéa 2, les mots "de niveau 3" sont remplacés par les mots "de niveau 4".
Art.111. In artikel 207 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.111. Dans l'article 207 du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.112. In artikel 209 van hetzelfde Wetboek, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het vierde lid worden de woorden "wordt vermenigvuldigd" vervangen door de woorden "kan vermenigvuldigd worden";
  2° het wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Fysiek of psychologisch geweld of bedreiging van een sociaal inspecteur is een verzwarende factor die in overweging moet genomen worden door de rechter bij de keuze van de sanctie in de sanctie van niveau 4 bij de keuze van de bijzondere strafsancties of door de bevoegde administratie bij de keuze van het bedrag van de administratieve geldboete in de sanctie van niveau 4.".
Art.112. Dans l'article 209 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 4, les mots "est multipliée" sont remplacés par les mots "peut être multipliée";
  2° il est complété par un alinéa rédigé comme suit:
  "La violence physique ou psychique ou la menace à l'égard d'un inspecteur social constitue un facteur aggravant qui doit être pris en considération par le juge lors du choix de la sanction parmi les sanctions de niveau 4 et lors du choix des sanctions pénales particulières ou par l'administration compétente lors du choix du montant de l'amende administrative de la sanction de niveau 4.".
Art.113. In de Franse tekst van artikel 211, eerste lid, van hetzelfde Wetboek wordt het woord "juni" vervangen door het woord "juin".
Art.113. Dans le texte français de l'article 211, alinéa 1er, du même Code, le mot "juni" est remplacé par le mot "juin".
Art.114. In artikel 213, 1°, b), en 2°, c), van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "de bepalingen van artikel 22 van de voormelde wet van 15 januari 1990" en "de bepalingen van artikel 23, eerste lid, van de voormelde wet van 15 januari 1990" vervangen door de woorden "de voorwaarden opgelegd door artikel 5 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG".
Art.114. Dans l'article 213, 1°, b), et 2°, c), du même Code, les mots "dispositions de l'article 22 de la loi précitée du 15 janvier 1990" et "dispositions de l'article 23, alinéa 1er, de la loi précitée du 15 janvier 1990" sont remplacés par les mots "conditions imposées par l'article 5 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE".
Art.115. In artikel 214 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in 3°, b), worden de woorden "de bepalingen van artikel 23, tweede lid, van de voormelde wet van 15 januari 1990" vervangen door de woorden "de voorwaarden opgelegd door artikel 5 van Verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van de Richtlijn 95/46/EG";
  2° in 3°, b), worden de woorden ", en die niet de voorwaarden en nadere regels hebben nageleefd volgens welke de Koning, op basis van artikel 23, derde lid, van de voormelde wet van 15 januari 1990, de bewaring van die gegevens toestaat, na de termijn die nodig is voor de toepassing van de sociale zekerheid" opgeheven.
Art.115. Dans l'article 214 du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° au 3°, b), les mots "dispositions de l'article 23, alinéa 2, de la loi précitée du 15 janvier 1990" sont remplacés par les mots "conditions imposées par l'article 5 du règlement (UE) 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE";
  2° au 3°, b), les mots "et n'auront pas respecté les conditions et modalités auxquelles le Roi, sur la base de l'article 23, alinéa 3, de la loi précitée du 15 janvier 1990, permet la conservation de telles données, au-delà du temps nécessaire à l'application de la sécurité sociale" sont abrogés.
Art.116. In artikel 215 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 5 september 2018, wordt de bepaling onder 3° van paragraaf 3 opgeheven.
Art.116. Dans l'article 215 du même Code, modifié par la loi du 5 septembre 2018, le 3° du paragraphe 3 est abrogé.
Art.117. In artikel 217 van hetzelfde Wetboek worden de woorden "van niveau 1" vervangen door de woorden "van niveau 4".
Art.117. Dans l'article 217 du même Code, les mots "de niveau 1" sont remplacés par les mots "de niveau 4".
Art.118. In artikel 218, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "van niveau 2" worden vervangen door de woorden "van niveau 3";
  2° het wordt aangevuld met de bepalingen onder 7° tot 10°, luidende:
  "7° in strijd met het koninklijk besluit van 23 december 1996 houdende maatregelen met het oog op de invoering van een solidariteitsbijdrage op de tewerkstelling van studenten die niet onderworpen zijn aan het stelsel van sociale zekerheid van de werknemers, met toepassing van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, de solidariteitsbijdrage op het loon van studenten, bedoeld in artikel 17bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969 tot uitvoering van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, niet heeft gestort binnen de door de Koning vastgestelde termijnen in uitvoering van de voormelde wet van 26 juli 1996;
  8° de bijzondere bijdrage voor de sociale zekerheid die verschuldigd is krachtens de artikelen 106 tot 112 van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, niet gestort heeft;
  9° heeft nagelaten de bijzondere bijdrage te betalen die verschuldigd is krachtens artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 november 1996 tot instelling van een bijzondere werkgeversbijdrage ter financiering van het stelsel van de tijdelijke werkloosheid en de anciënniteitstoeslag voor oudere werklozen, in toepassing van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie;
  10° heeft nagelaten de bijdragen bedoeld in artikel 38 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers te storten.".
Art.118. Dans l'article 218, alinéa 1er, du même Code, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3";
  2° il est complété par les 7° à 10°, rédigés comme suit:
  "7° en contravention à l'arrêté royal du 23 décembre 1996 portant des mesures en vue de l'instauration d'une cotisation de solidarité pour l'occupation d'étudiants non assujettis au régime de la sécurité sociale des travailleurs salariés, en application de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne, n'a pas versé, dans les délais fixés par le Roi en exécution de la loi précitée du 26 juillet 1996, la cotisation de solidarité sur la rémunération des étudiants visés à l'article 17bis de l'arrêté royal du 28 novembre 1969 pris en exécution de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  8° n'a pas versé la cotisation spéciale pour la sécurité sociale, due en application des articles 106 à 112 de la loi du 30 mars 1994 portant des dispositions sociales;
  9° n'a pas versé la cotisation particulière, due en application de l'article 2 de l'arrêté royal du 27 novembre 1996 instaurant une cotisation patronale particulière en vue de financer le régime du chômage temporaire et du complément d'ancienneté pour les chômeurs âgés, en application de l'article 3, § 1er, 4°, de la loi du 26 juillet 1996 visant à réaliser les conditions budgétaires de la participation de la Belgique à l'Union économique et monétaire européenne;
  10° n'a pas versé les cotisations visées à l'article 38 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.".
Art.119. In artikel 219 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 15 mei 2018 en 6 september 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de bepalingen onder 1°, b) en c), 2° en 3° opgeheven;
  2° een lid wordt tussen het eerste lid en het tweede lid ingevoegd, luidende:
  "Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft:
  1° de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:
  a) de bijdragen en premies verschuldigd met toepassing van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 niet heeft gestort aan Fedris binnen de door de Koning vastgestelde termijn;
  b) de solidariteitsbijdrage niet heeft gestort aan Fedris, die hij verschuldigd is in toepassing van de wetten betreffende de preventie van beroepsziekten en de vergoeding van de schade die uit die ziekten voortvloeit, gecoördineerd op 3 juni 1970;
  2° de reder, zijn aangestelde of zijn lasthebber die:
  a) hetzij de volledige verplichte bijdrage niet heeft betaald hetzij niet binnen de termijnen heeft betaald aan het Fonds voor scheepsjongens, met toepassing van de wet van 23 september 1931 op de aanwerving van het personeel der zeevisserij;
  b) de socialezekerheidsbijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid niet heeft gestort binnen de door de Koning vastgestelde termijn, met toepassing van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en de uitvoeringsbesluiten ervan;
  3° de natuurlijke of rechtspersonen die als hoofdzakelijke of bijkomstige bedrijvigheid de diamanthandel of de diamantnijverheid hebben en de personen die ruwe diamant invoeren, die respectievelijk de bijdrage en de compensatiebijdrage niet hebben betaald aan het Intern compensatiefonds voor de diamantsector volgens de nadere regels en de termijnen bepaald door de Koning, met toepassing van de wet van 12 april 1960 tot oprichting van een Intern compensatiefonds voor de diamantsector.";
  3° het vroegere tweede lid, dat het derde lid wordt, wordt vervangen als volgt:
  "Wat de in dit artikel bedoelde inbreuken betreft wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.119. Dans l'article 219 du même Code, modifié par les arrêtés royaux des 15 mai 2018 et 6 septembre 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les 1°, b) et c), 2° et 3° sont abrogés;
  2° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Est puni d'une sanction de niveau 3:
  1° l'employeur, son préposé ou son mandataire qui:
  a) n'a pas versé à Fedris, dans les délais prescrits par le Roi, les cotisations et les primes dont il est redevable en application de la loi du 10 avril 1971 sur les accidents du travail;
  b) n'a pas versé à Fedris la cotisation de solidarité dont il est redevable en application des lois relatives à la prévention des maladies professionnelles et à la réparation des dommages résultant de celles-ci, coordonnées le 3 juin 1970;
  2° l'armateur, son préposé ou son mandataire qui:
  a) n'a pas payé ou n'a pas payé dans les délais la totalité de la cotisation obligatoire au Fonds des mousses en application de la loi du 23 septembre 1931 sur le recrutement du personnel de la pêche maritime;
  b) n'a pas versé à l'Office national de sécurité sociale les cotisations de sécurité sociale dans les délais fixés par le Roi, en application de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et de ses arrêtés d'exécution;
  3° les personnes physiques ou morales ayant l'industrie ou le commerce du diamant comme activité principale ou accessoire et les personnes important du diamant brut qui n'ont pas payé respectivement la cotisation et la cotisation de compensation au Fonds de compensation interne pour le secteur du diamant selon les modalités et dans les délais définis par le Roi en application de la loi du 12 avril 1960 portant création d'un Fonds de compensation interne pour le secteur du diamant.";
  3° l'alinéa 2 ancien, devenant l'alinéa 3, est remplacé par ce qui suit:
  "En ce qui concerne les infractions visées dans le présent article, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.120. In artikel 220 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3".
Art.120. Dans l'article 220 du même Code, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3".
Art.121. In boek 2, hoofdstuk 9, afdeling 4, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 220/1/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 220/1/1. De inning van socialezekerheidsbijdragen
  Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft eenieder die, al wie zonder erkend te zijn als sociaal secretariaat, socialezekerheidsbijdragen int bij werkgevers.
  Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, het sociaal secretariaat, de aangestelde of de lasthebber ervan dat werkgeversbijdragen anders dan in giraal geld int.".
Art.121. Dans le livre 2, chapitre 9, section 4, du même Code, il est inséré un article 220/1/1, rédigé comme suit:
  "Art. 220/1/1. La perception des cotisations sociales
  Est puni d'une sanction de niveau 4, quiconque qui, sans être agréé comme secrétariat social, perçoit des cotisations sociales chez des employeurs.
  Est puni d'une sanction de niveau 4, le secrétariat social, son préposé ou son mandataire, qui perçoit des cotisations sociales autrement que de manière scripturale.".
Art.122. In artikel 223 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 29 februari 2016 en bij het koninklijk besluit van 15 mei 2018, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1, eerste lid, worden de woorden "van niveau 2" vervangen door de woorden "van niveau 3";
  2° in paragraaf 1 wordt tussen de bepalingen onder 1° en 2° een bepaling onder 1°/1 ingevoegd, luidende:
  "1°/1 de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die geen verklaring tot verantwoording van het bedrag van de socialezekerheidsbijdragen die verschuldigd zijn in toepassing van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, opgesteld heeft;";
  3° in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "van niveau 3" vervangen door de woorden "van niveau 4".
Art.122. Dans l'article 223 du même Code, modifié par la loi du 29 février 2016 et par l'arrêté royal du 15 mai 2018, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, alinéa 1er, les mots "de niveau 2" sont remplacés par les mots "de niveau 3";
  2° dans le paragraphe 1er, un 1°/1 est inséré entre le 1° et le 2°, rédigé comme suit:
  "1°/1 l'employeur, son préposé ou son mandataire qui n'a pas établi de déclaration justificative du montant des cotisations de sécurité sociale dues en application de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;";
  3° dans le paragraphe 1er, alinéa 2, les mots "de niveau 3" sont remplacés par les mots "de niveau 4".
Art.123. In artikel 226 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 29 februari 2016, wordt het tweede lid vervangen als volgt:
  "Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de werkgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber die wetens en willens onjuiste of onvolledige verklaringen heeft afgelegd in verband met de tijdelijke werkloosheid van een werknemer.
  Voor de in het eerste en tweede lid bedoelde inbreuken wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal betrokken werknemers.".
Art.123. Dans l'article 226 du même Code, modifié par la loi du 29 février 2016, l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit:
  "Est puni d'une sanction de niveau 4, l'employeur, son préposé ou son mandataire qui a sciemment et volontairement fait des déclarations inexactes ou incomplètes en ce qui concerne le chômage temporaire d'un travailleur.
  En ce qui concerne les infractions visées aux alinéas 1er et 2, l'amende est multipliée par le nombre de travailleurs concernés.".
Art.124. In boek 2, hoofdstuk 9, van hetzelfde Wetboek, wordt het opschrift van afdeling 11 vervangen als volgt:
  "De ISI+-kaarten".
Art.124. Dans le livre 2, chapitre 9, du même Code, l'intitulé de la section 11 est remplacé par ce qui suit:
  "Les cartes ISI+".
Art.125. Artikel 227 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 227. Het misbruik en de vervalsing van de ISI+-kaarten
  Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die de ISI+-kaart zonder toelating heeft gebruikt of die ervan gebruik heeft gemaakt met een ander doel dan hetgeen waartoe hij gemachtigd is krachtens de wet van 29 januari 2014 houdende bepalingen inzake de sociale identiteitskaart en de ISI+-kaart.".
Art.125. L'article 227 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 227. L'usage abusif et la falsification des cartes ISI+
  Est puni d'une sanction de niveau 4, quiconque a fait usage de la carte ISI+ sans autorisation ou l'a utilisée dans un autre but que celui pour lequel il a été habilité en application de la loi du 29 janvier 2014 portant des dispositions relatives à la carte d'identité sociale et la carte ISI+.".
Art.126. Artikel 228 van hetzelfde Wetboek wordt vervangen als volgt:
  "Art. 228. De fabricage, het bezit en het in omloop brengen van de ISI+-kaarten
  Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, eenieder die ISI+-kaarten heeft gefabriceerd, in bezit gehad of in omloop gebracht in overtreding met voormelde wet van 29 januari 2014.".
Art.126. L'article 228 du même Code est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 228. La fabrication, la possession et la mise en circulation des carte ISI+
  Est puni d'une sanction de niveau 4, quiconque a fabriqué, mis en possession ou mis en circulation les cartes ISI+ en contravention à la loi précitée du 29 janvier 2014.".
Art.127. In artikel 233 van hetzelfde Wetboek, wordt een paragraaf 3 ingevoegd, luidende:
  " § 3. De paragrafen 1 en 2 zijn niet van toepassing wanneer de in deze paragrafen bedoelde inbreuken werden gepleegd door een sociaal verzekerde die, om die redenen, door de instelling die hem een voordeel toekende, reeds werd uitgesloten van dit sociaal voordeel waarop hij geen recht heeft, en die bovendien werd uitgesloten van het recht op dat voordeel gedurende een bepaalde periode.".
Art.127. Dans l'article 233 du même Code, il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit:
  " § 3. Les paragraphes 1er et 2 ne s'appliquent pas si les infractions visées à ces paragraphes ont été commises par un assuré social qui, pour ces raisons, a déjà été exclu de cette prestation sociale à laquelle il n'a pas droit par l'institution qui lui a accordé une prestation, et qui, en outre, a été exclu du droit à cette prestation pendant une période déterminée.".
Art.128. In artikel 235, eerste lid, van hetzelfde Wetboek worden de woorden "constructies van ondernemingen" ingevoegd tussen de woorden "valse adressen," en de woorden "of enige andere frauduleuze handeling".
Art.128. Dans l'article 235, alinéa 1er, du même Code, les mots "de constructions d'entreprises" sont insérés entre les mots "de fausses adresses," et les mots "ou a utilisé".
Art.129. In artikel 236 van hetzelfde Wetboek, vervangen door de wet van 29 februari 2016 en gewijzigd bij de programmawet van 25 december 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het opschrift wordt vervangen als volgt:
  "Ambtshalve veroordeling tot de betaling van het loon, van bijdragen of tot de terugbetaling van sociale voordelen";
  2° in het eerste lid worden de woorden "de straf uitspreekt voorzien in de artikelen 171/4, 218, 219, 220, 223, § 1, eerste lid, 1°, en 234, § 1, 3°," vervangen door de woorden "de straf uitspreekt voorzien in de artikelen 162, tweede lid en derde lid, 171/1, 171/2/1, 171/3,171/4, 181, 181/1, 218, 219, 220, 223, § 1, eerste lid, 1°, en 234, § 1 en § 2" en worden de woorden "de schuldenaar van onbetaalde of gedeeltelijk onbetaalde bijdragen ambtshalve tot" vervangen door de woorden "de schuldenaar van het onbetaalde loon of de schuldenaar van onbetaalde of gedeeltelijk onbetaalde bijdragen ambtshalve tot het betalen van het loon vermeerderd met de verwijlinteresten en".
Art.129. Dans l'article 236 du même Code, remplacé par la loi du 29 février 2016 et modifié par la loi-programme du 25 décembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° l'intitulé est remplacé par ce qui suit:
  "La condamnation d'office au paiement de la rémunération, de cotisations ou au remboursement d'avantages sociaux";
  2° à l'alinéa 1er, les mots "la peine prévue aux articles 171/4, 218, 219, 220, 223, § 1er, alinéa 1er, 1° et 234, § 1er, 3°," sont remplacés par les mots "la peine prévue aux articles 162, alinéas 2 et 3, 171/1, 171/2/1, 171/3, 171/4, 181, 181/1, 218, 219, 220, 223, § 1er, alinéa 1er, 1° et 234, § 1er et § 2" et les mots "le débiteur des cotisations impayées ou partiellement payées à payer" sont remplacés par les mots "le débiteur de la rémunération impayée ou le débiteur des cotisations impayées ou partiellement payées à payer la rémunération due augmentée des intérêts de retard et".
Art.130. In boek 2, hoofdstuk 11, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 236/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 236/1. De niet terugbetaling van de betaalde bijdragen aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid in geval van bedrieglijke onderwerping
  In geval van veroordeling tot de straf voorzien in artikel 221, zullen de bijdragen die in het kader van deze bedrieglijke onderwerping aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid betaald werden, niet terugbetaald worden aan de veroordeelde en zullen ze tot de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid blijven toebehoren.".
Art.130. Dans le livre 2, chapitre 11, du même Code, il est inséré un article 236/1, rédigé comme suit:
  "Art. 236/1. L'absence de restitution des cotisations payées à l'Office national de Sécurité sociale en cas d'assujettissement frauduleux
  En cas de condamnation à la peine prévue à l'article 221, les cotisations payées à l'Office national de sécurité sociale dans le cadre de cet assujettissement frauduleux ne seront pas restituées au condamné et elles resteront acquises à l'Office national de sécurité sociale.".
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector
CHAPITRE 3. - Modification de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public
Art.131. In artikel 20septies, tweede lid, van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector, ingevoegd bij de wet van 17 mei 2007, worden de woorden "de wet van 16 november 1972 betreffende de arbeidsinspectie." vervangen door de woorden "het Sociaal Strafwetboek.".
Art.131. Dans l'article 20septies, alinéa 2, de la loi du 3 juillet 1967 sur la prévention ou la réparation des dommages résultant des accidents du travail, des accidents survenus sur le chemin du travail et des maladies professionnelles dans le secteur public, inséré par la loi du 17 mai 2007, les mots "de la loi du 16 novembre 1972 concernant l'inspection du travail." sont remplacés par les mots "du Code pénal social.".
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden
CHAPITRE 4. - Modification de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie
Art.132. Artikel 34 van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden, gewijzigd bij de wet van 6 juni 2010, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Ze beschikken over de in de artikelen 23 tot 39, 42/1 en 42/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.".
Art.132. L'article 34 de la loi du 30 juillet 1981 tendant à réprimer certains actes inspirés par le racisme et la xénophobie, modifié par la loi du 6 juin 2010, est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Ils disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39, 42/1 et 42/2 du Code pénal social lorsqu'ils agissent d'initiative ou sur demande dans le cadre de leur mission d'information, de conseil et de surveillance relative au respect des dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.".
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers
CHAPITRE 5. - Modification de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs
Art.133. In de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 12 juni 2020, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het artikel 19, tweede lid, worden de woorden "de bepalingen inzake het toezicht op de prestaties van de flexi-jobwerknemers zoals bepaald in artikel 24 van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken, de bepalingen inzake het bijhouden van een register voor werktijdregeling in de ondernemingen die onder het Paritair Comité voor het hotelbedrijf ressorteren, de bepalingen inzake het bijhouden van de overeenkomst voor een tewerkstelling van student die men tewerkstelt op de plaats waar de student is tewerkgesteld en inzake het treffen van de nodige maatregelen opdat de overeenkomst voor tewerkstelling van deze student te allen tijde ter beschikking van de met het toezicht belaste ambtenaren en beambten wordt gehouden" ingevoegd tussen de woorden "en van de programmawet van 22 december 1989," en de woorden "de gezondheid".
Art.133. Dans la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, modifiée en dernier lieu par la loi du 12 juin 2020, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'article 19, alinéa 2, les mots "les dispositions relatives à la surveillance des prestations de travail des travailleurs flexi-job prévues à l'article 24 de la loi du 16 novembre 2015 portant diverses dispositions en matière sociale, les dispositions relatives à la tenue d'un registre de mesure du temps de travail dans les entreprises relevant de la Commission paritaire de l'hôtellerie, les dispositions relatives à la tenue du contrat relatif à une occupation d'étudiant qui est tenu au lieu d'occupation de l'étudiant et relatives à la prise des mesures nécessaires pour que le contrat d'occupation de l' étudiant soit à tout moment à la disposition des fonctionnaires et agents chargés de la surveillance" sont insérés entre les mots "de la loi-programme du 22 décembre 1989," et les mots "la santé".
Art.134. In het artikel 39bis worden de woorden "de gebruiker," ingevoegd tussen de woorden "of 4" en de woorden "zijn aangestelde".
Art.134. Dans l'article 39bis, les mots "l'utilisateur," sont insérés entre les mots "ou 4," et les mots "son préposé ou".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie
CHAPITRE 6. - Modification de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination
Art.135. Artikel 32, § 1, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie, gewijzigd bij de wetten van 6 juni 2010 en 29 februari 2016, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Ze beschikken over de in de artikelen 23 tot 39, 42/1 en 42/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.".
Art.135. L'article 32, § 1er, de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre certaines formes de discrimination, modifié par les lois du 6 juin 2010 et du 29 février 2016, est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Ils disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39, 42/1 et 42/2 du Code pénal social lorsqu'ils agissent d'initiative ou sur demande dans le cadre de leur mission d'information, de conseil et de surveillance relative au respect des dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen
CHAPITRE 7. - Modification de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes
Art.136. Artikel 38, § 1, van de wet van 10 mei 2007 ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen, gewijzigd bij de wetten van 6 juni 2010 en 29 februari 2016, wordt aangevuld met een lid, luidende:
  "Ze beschikken over de in de artikelen 23 tot 39, 42/1 en 42/2 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze wet en de uitvoeringsbesluiten ervan.".
Art.136. L'article 38, § 1er, de la loi du 10 mai 2007 tendant à lutter contre la discrimination entre les femmes et les hommes, modifié par les lois du 6 juin 2010 et du 29 février 2016, est complété par un alinéa, rédigé comme suit:
  "Ils disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39, 42/1 et 42/2 du Code pénal social lorsqu'ils agissent d'initiative ou sur demande dans le cadre de leur mission d'information, de conseil et de surveillance relative au respect des dispositions de la présente loi et de ses arrêtés d'exécution.".
HOOFDSTUK 8. - Wijzigingen van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht
CHAPITRE 8. - Modifications de la loi du 2 juin 2010 comportant des dispositions de droit pénal social
Art.137. In artikel 3 van de wet van 2 juni 2010 houdende bepalingen van het sociaal strafrecht worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid worden de woorden "of de beslissing tot schuldigverklaring" ingevoegd tussen het woord "Strafwetboek" en het woord "betwist";
  2° tussen het eerste en het tweede lid wordt een lid ingevoegd, luidende:
  "Wanneer de overtreder in België noch een woonplaats, noch een verblijfplaats, noch een gekozen woonplaats heeft, wordt de hem verleende termijn verlengd als volgt:
  1° vijftien dagen, wanneer hij in een aangrenzend land of in het Verenigd Koninkrijk verblijft;
  2° dertig dagen, wanneer hij in een ander land van Europa verblijft;
  3° tachtig dagen, wanneer hij in een ander werelddeel verblijft.".
Art.137. Dans l'article 3 de la loi du 2 juin 2010 comportant des dispositions de droit pénal social, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 1er, les mots "ou la décision déclarant la culpabilité" sont insérés entre le mot "social" et le mot "introduit";
  2° un alinéa, rédigé comme suit, est inséré entre les alinéas 1er et 2:
  "Lorsque le contrevenant n'a ni domicile, ni résidence, ni domicile élu en Belgique, il y a lieu d'augmenter le délai qui lui est imparti comme suit:
  1° de quinze jours, lorsqu'il réside dans un pays limitrophe ou dans le Royaume-Uni;
  2° de trente jours, lorsqu'il réside dans un autre pays d'Europe;
  3° de quatre-vingts jours, lorsqu'il réside dans une autre partie du monde.".
HOOFDSTUK 9. - Inwerkingtreding
CHAPITRE 9. - Entrée en vigueur
Art.138. Artikel 101/1, ingevoegd bij artikel 46 van deze wet, treedt in werking op de dag van de inwerkingtreding van de wet tot invoering van boek 1 van het Strafwetboek.
Art.138. L'article 101/1, inséré par l'article 46 de la présente loi, entre en vigueur le jour de l'entrée en vigueur de la loi introduisant le livre 1er du Code pénal.
HOOFDSTUK 10. - Bevordering van de inzetbaarheid van de ontslagen werknemer bedoeld in artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten
CHAPITRE 10. - Promotion de l'employabilité du travailleur licencié visé à l'article 39ter de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail
Art.139. Artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 3 oktober 2022, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 39ter. § 1. Wanneer een werknemer bij ontslag gegeven door de werkgever recht heeft op een opzeggingstermijn die, berekend overeenkomstig de bepalingen van deze wet, theoretisch minstens 30 weken bedraagt op het ogenblik van het door de werkgever gegeven ontslag, heeft hij recht op een eenmalig forfaitair budget van 1.800 euro met het oog op het volgen en bekostigen van inzetbaarheidsbevorderende maatregelen.
  Onder inzetbaarheidsbevorderende maatregelen verstaat men elke maatregel, inzonderheid de opleiding en de begeleiding waaraan de werknemer deelneemt, die wordt verstrekt door een professionele dienstverlener en die bedoeld is om de werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontplooien. Tot die maatregelen behoren met name doch niet uitsluitend: bijkomend outplacement bovenop het outplacement waarop de werknemer reeds recht heeft op grond van de bepalingen van de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, een door de bevoegde overheden erkende opleiding of omscholing, loopbaancoaching of -begeleiding.
  De Koning kan bij een besluit, vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het bedrag van het in het eerste lid bedoelde budget verhogen of verlagen.
  § 2. Het in dit artikel bedoelde budget wordt gefinancierd door middel van de werkgeversbijdragen die verschuldigd zijn op het theoretische gedeelte van de opzeggingstermijn dat meer bedraagt dan twee derden van de opzeggingstermijn, met een minimum evenwel van 26 weken, of op de met dat gedeelte overeenstemmende opzeggingsvergoeding. De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid houdt deze werkgeversbijdragen in en stort deze door naar de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overeenkomstig artikel 38, § 3vicies bis van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.
  In geval een opzeggingstermijn wordt toegepast, worden de werkgeversbijdragen die overeenstemmen met het theoretische gedeelte van de opzeggingstermijn dat meer bedraagt dan twee derden van de opzeggingstermijn, met een minimum evenwel van 26 weken, vanaf het begin van de lopende opzeggingstermijn ingehouden op het loon.
  § 3. De werknemer die het budget wil opnemen waarop hij overeenkomstig dit artikel recht heeft, dient daartoe een aanvraag in bij de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overeenkomstig de door de Koning vastgestelde modaliteiten.
  Wanneer de werknemer is ontslagen met toepassing van een opzeggingstermijn heeft hij vanaf het begin van de opzeggingstermijn het recht om, met behoud van loon, van het werk afwezig te zijn om de inzetbaarheidsverhogende maatregelen te volgen waarop hij overeenkomstig dit artikel recht heeft.
  In afwijking van het tweede lid, heeft de werknemer die in toepassing van artikel 37/13 een transitietraject volgt, tijdens de duurtijd van dit transitietraject niet het recht om met behoud van loon van het werk afwezig te zijn om inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen.
  Wanneer de werknemer is ontslagen met toepassing van een opzeggingsvergoeding, dient hij zich beschikbaar te houden om de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen te volgen die hem worden voorgesteld. Deze verplichting voor de werknemer vervalt van zodra de werknemer een nieuwe arbeidsrelatie aangaat of een zelfstandige beroepsbezigheid ontplooit.
  § 4. De bepalingen van dit artikel zijn niet van toepassing op de werknemers die worden ontslagen in het kader van een herstructurering, bedoeld bij artikel 31 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact.
  § 5. De bepalingen van dit artikel maken het voorwerp uit van een evaluatie door de Nationale Arbeidsraad en door het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening binnen een termijn van twee jaar te rekenen vanaf de inwerkingtreding ervan.".
Art.139. L'article 39ter de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, modifié en dernier lieu par la loi du 3 octobre 2022, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 39ter. § 1er. Lorsqu'un travailleur, en cas de licenciement donné par l'employeur, a droit à un délai de préavis qui, calculé conformément aux dispositions de la présente loi, s'élève théoriquement à au moins 30 semaines au moment du licenciement donné par l'employeur, il a droit à un budget forfaitaire unique de 1.800 euros en vue de suivre et de financer des mesures d'employabilité.
  Par mesures d'employabilité, on entend toute mesure, notamment de formation et d'accompagnement auxquelles le travailleur participe, et qui est dispensée par un prestataire de service professionnel et destinée à permettre au travailleur de trouver par lui-même le plus rapidement possible un emploi auprès d'un nouvel employeur ou de développer une occupation professionnelle comme travailleur indépendant. Ces mesures comprennent notamment, mais pas exclusivement: un reclassement professionnel complémentaire à celui auquel le travailleur a déjà droit en vertu des dispositions de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs, une formation ou un recyclage reconnu par les autorités compétentes, un coaching ou une orientation professionnelle.
  Le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, augmenter ou diminuer le montant du budget visé à l'alinéa 1er.
  § 2. Le budget visé au présent article est financé par les cotisations patronales dues sur la partie théorique du délai de préavis qui dépasse les deux tiers du délai de préavis, mais avec un minimum de 26 semaines, ou sur l'indemnité de préavis correspondant à cette partie. L'Office national de sécurité sociale prélève ces cotisations patronales et les transmet à l'Office national de l'emploi conformément à l'article 38, § 3vicies bis de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.
  En cas d'application d'un délai de préavis, les cotisations patronales correspondant à la partie théorique du délai de préavis qui dépasse les deux tiers du délai de préavis, mais avec un minimum de 26 semaines, sont déduites dès le début du délai de préavis en cours.
  § 3. Le travailleur qui souhaite bénéficier du budget auquel il a droit en vertu du présent article introduit une demande auprès de l'Office national de l'emploi selon les modalités déterminées par le Roi.
  Lorsque le travailleur a été licencié avec application d'un délai de préavis, il a le droit, dès le début du délai de préavis, de s'absenter du travail, avec maintien de sa rémunération, pour suivre les mesures d'employabilité auxquelles il a droit en vertu du présent article.
  Par dérogation à l'alinéa 2, un travailleur qui suit un trajet de transition en application de l'article 37/13 n'a pas le droit de s'absenter du travail avec maintien de la rémunération pendant la durée de ce trajet de transition afin de suivre des mesures d'employabilité.
  Lorsque le travailleur a été licencié avec application d'une indemnité de préavis, il doit se rendre disponible pour suivre les mesures d'employabilité qui lui sont proposées. Cette obligation pour le travailleur s'éteint dès qu'il s'engage dans les liens d'un nouvel emploi ou qu'il exerce une activité indépendante.
  § 4. Les dispositions du présent article ne s'appliquent pas aux travailleurs licenciés dans le cadre d'une restructuration, telle que visée par l'article 31 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations.
  § 5. Les dispositions du présent article font l'objet d'une évaluation par le Conseil national du travail et par le Comité de gestion de l'Office national de l'Emploi dans un délai de deux ans à compter de son entrée en vigueur.".
Art.140. In artikel 131, tweede lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 5 november 2023, worden de woorden ", evenals het budget bepaald door of krachtens artikel 39ter, § 1," ingevoegd tussen de woorden "de loonbedragen bepaald bij de artikelen 22bis, 29, 65, 69, 86 en 104" en de woorden "aangepast aan het indexcijfer van de conventionele lonen".
Art.140. Dans l'article 131, alinéa 2, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 5 novembre 2023, les mots "ainsi que le budget prévu par ou en vertu de l'article 39ter, § 1er," sont insérés entre les mots "Les montants de rémunération prévus aux articles 22bis, 29, 65, 69, 86 et 104" et les mots "sont adaptés, chaque année, à l'indice des salaires conventionnels".
Art.141. In artikel 7 van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 7 oktober 2022, worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in § 1, derde lid, worden de bepalingen onder zh) ingevoegd, luidende:
  "de terugbetaling verzekeren, onder de voorwaarden en modaliteiten bepaald door de Koning, van het bedrag van de effectief gemaakte kosten van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen, bedoeld in artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten tot een maximumbedrag dat overeenstemt met het eenmalig forfaitair budget zoals vermeld in § 1 van dat artikel.";
  2° er wordt een § 1nonies ingevoegd, luidende:
  " § 1nonies. Voor de toepassing van § 1, derde lid, zh), wordt onder inzetbaarheidsbevorderende maatregelen verstaan elke maatregel, inzonderheid de opleiding en de begeleiding waaraan de werknemer deelneemt, die wordt verstrekt door een professionele dienstverlener en die bedoeld is om de werknemer in staat te stellen zelf binnen een zo kort mogelijke termijn een betrekking bij een nieuwe werkgever te vinden of een beroepsbezigheid als zelfstandige te ontplooien. Tot die maatregelen behoren met name doch niet uitsluitend: bijkomend outplacement bovenop het outplacement waarop de werknemer reeds recht heeft op grond van de bepalingen van de wet van 5 september 2001 tot verbetering van de werkgelegenheidsgraad van de werknemers, een door de bevoegde overheden erkende opleiding of omscholing, loopbaancoaching of -begeleiding.
  Worden uitgesloten van het toepassingsgebied van de terugbetaling bedoeld in § 1, derde lid, zh):
  1° kosten met betrekking tot maatregelen die werden gevolgd door werknemers die werden ontslagen in het kader van een herstructurering, bedoeld bij artikel 31 van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  2° kosten die ten laste worden genomen door een andere publieke instelling overeenkomstig een bepaling voorzien bij of krachtens een wet, decreet of ordonnantie;
  3° de kosten met betrekking tot een procedure van outplacement bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 12° van de besluitwet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen.
  De terugbetaling bedoeld in § 1, derde lid, zh), wordt voor de toepassing van § § 11 en 13, tweede, derde en vierde lid, gelijkgesteld met een werkloosheidsregeling.
  De Koning bepaalt de periode waarin de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen moeten zijn gevolgd, de procedure volgens dewelke en de termijnen waarbinnen de terugbetaling wordt aangevraagd, berekend en toegekend. De Koning bepaalt in het bijzonder de nodige stukken opdat de aanvraag tot terugbetaling volledig zou zijn.
  De Koning bepaalt de redenen op grond waarvan de Rijksdienst de terugbetaling kan weigeren en de wijze waarop deze beslissing wordt meegedeeld.
  De Koning bepaalt de procedure die de Rijksdienst zal volgen om de terugvordering te bevelen van de onverschuldigd betaalde terugbetaling en de voorwaarden voor de terugvordering.".
Art.141. Dans l'article 7 de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, modifié en dernier lieu par la loi du 7 octobre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
  1° le § 1er, alinéa 3, est complété par les dispositions suivantes sous zh):
  "aux conditions et modalités fixées par le Roi, le remboursement du montant du coût réel des mesures d'employabilité visées à l'article 39ter de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail à concurrence d'un montant maximal qui correspond au budget forfaitaire unique mentionné au § 1er de cet article.";
  2° il est inséré un § 1nonies, rédigé comme suit:
  " § 1nonies. Pour l'application du § 1er, alinéa 3, zh), il faut entendre par mesures d'employabilité, toute mesure, notamment de formation et d'accompagnement auxquelles le travailleur participe, et qui est dispensée par un prestataire de service professionnel et destinée à permettre au travailleur de trouver par lui-même le plus rapidement possible un emploi auprès d'un nouvel employeur ou de développer une occupation professionnelle comme travailleur indépendant. Ces mesures comprennent notamment, mais pas exclusivement: un reclassement professionnel complémentaire à celui auquel le travailleur a déjà droit en vertu des dispositions de la loi du 5 septembre 2001 visant à améliorer le taux d'emploi des travailleurs, une formation ou un recyclage reconnu par les autorités compétentes, un coaching ou une orientation professionnelle.
  Sont exclus du champ d'application du remboursement visé au § 1er, alinéa 3, zh):
  1° les frais qui concernent des mesures suivies par des travailleurs qui ont été licenciés dans le cadre d'une restructuration, comme visé à l'article 31 de la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations;
  2° les frais qui sont pris en charge par une autre instance publique conformément à une disposition prévue par ou en vertu d'une loi, d'un décret ou d'une ordonnance;
  3° les frais qui concernent une procédure de reclassement professionnel visée à l'article 6, § 1er, IX, 12° de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles.
  Le remboursement visé au § 1er, alinéa 3, zh), est assimilé à un régime de chômage pour l'application des § § 11 et 13, alinéas 2, 3 et 4.
  Le Roi détermine la période durant laquelle les mesures d'employabilité doivent avoir été suivies, la procédure par laquelle et les délais dans lesquels le remboursement est demandé, calculé et octroyé. Le Roi détermine notamment les pièces nécessaires pour que la demande de remboursement soit complète.
  Le Roi détermine les motifs pour lesquels le remboursement peut être refusé par l'Office et les modalités de la communication de cette décision.
  Le Roi détermine la procédure qui sera suivie par l'Office pour ordonner la répétition du remboursement payé indûment et les modalités de la récupération.".
Art.142. In artikel 38 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers, wordt paragraaf 3vicies bis, ingevoegd bij de wet van 3 oktober 2022 houdende diverse arbeidsbepalingen, vervangen als volgt:
  " § 3vicies bis. Uit de opbrengst van de werkgeversbijdragen ter financiering van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen bedoeld in artikel 39ter van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, maakt de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning, het gedeelte over waarvan het bedrag overeenstemt met het product van:
  1° het eenmalig forfaitair budget bedoeld in artikel 39ter, § 1, eerste lid, van de voormelde wet van 3 juli 1978; en
  2° het aantal werknemers voor wie tijdens de door de Koning te bepalen periode de eerste keer werkgeversbijdragen ter financiering van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen in artikel 39ter van de voormelde wet van 3 juli 1978 bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid werden aangegeven.
  Het gedeelte van de werkgeversbijdragen ter financiering van de inzetbaarheidsbevorderende maatregelen bedoeld in artikel 39ter van voormelde wet van 3 juli 1978 dat overblijft na de in het eerste lid bedoelde storting aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening, wordt in voorkomend geval door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, overgemaakt aan de RSZ-Globaal Beheer bedoeld in artikel 5, 2°, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid van de werknemers, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning.
  Het gedeelte van het aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening gestorte bedrag dat niet voor zijn wettelijk doel wordt aangewend, wordt door de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening overgemaakt aan de RSZ-Globaal Beheer bedoeld in artikel 5, 2°, van de voormelde wet van 27 juni 1969, overeenkomstig de modaliteiten bepaald door de Koning.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid deelt bij iedere storting aan de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening de volgende persoonsgegevens mee van iedere beëindigde arbeidsovereenkomst waarop de storting betrekking heeft:
  1° het ondernemingsnummer van de werkgever;
  2° het identificatienummer bedoeld in artikel 8, § 1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid van de werknemer;
  3° de naam en voornaam van de werknemer.
Art.142. Dans l'article 38 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés, le paragraphe 3vicies bis, inséré par la loi du 3 octobre 2022 portant des dispositions diverses relatives au travail, est remplacé par ce qui suit:
  " § 3vicies bis. Du produit des cotisations patronales destinées à financer les mesures d'employabilité visées à l'article 39ter de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail, l'Office national de sécurité sociale transfère à l'Office national de l'emploi, selon les modalités déterminées par le Roi, la partie dont le montant correspondant au produit:
  1° du budget forfaitaire unique visé à l'article 39ter, § 1er, alinéa 1er, de la loi du 3 juillet 1978 précitée; et
  2° du nombre de travailleurs salariés pour lesquels, au cours de la période à déterminer par le Roi, des cotisations patronales destinées à financer les mesures d'employabilité visées à l'article 39ter de la loi du 3 juillet 1978 précitée ont été déclarées pour la première fois auprès de l'Office national de sécurité sociale.
  La partie des cotisations patronales destinée à financer les mesures d'employabilité visées à l'article 39ter de la loi précitée du 3 juillet 1978 qui subsiste après le versement à l'Office national de l'emploi visé à l'alinéa 1er, est, le cas échéant, transférée par l'Office national de sécurité sociale à l'ONSS-Gestion globale visée à l'article 5, 2°, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, selon les modalités déterminées par le Roi.
  La partie du montant versé à l'Office national de l'emploi qui n'est pas utilisée pour son objectif légal statutaire est restitué par l'Office national de l'emploi à l'ONSS-Gestion globale visée à l'article 5, 2°, de la loi du 27 juin 1969 précité, selon les modalités déterminées par le Roi.
  L'Office national de sécurité sociale communique lors de chaque transmission à l'Office national de l'emploi les données à caractère personnel suivantes de chaque contrat de travail qui a pris fin auxquels le montant transmis se rapporte:
  1° le numéro d'entreprise de l'employeur;
  2° le numéro d'identification visé à l'article 8, § 1er, 1° ou 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale du travailleur salarié;
  3° le nom et prénom du travailleur salarié.
Art.143. Dit hoofdstuk treedt in werking op de door de Koning te bepalen datum en uiterlijk op 1 april 2025, en is van toepassing op de ontslagen die zich voordoen vanaf die datum.
Art.143. Le présent chapitre entre en vigueur à la date fixée par le Roi, et au plus tard le 1er avril 2025, et s'applique aux licenciements survenus à partir de cette date.
HOOFDSTUK 11. - Organisatie van de aannemingsketen en de hoofdelijke aansprakelijkheid voor loonschulden
CHAPITRE 11. - Organisation de la chaîne de sous-traitance et la responsabilité solidaire pour dettes salariales
Afdeling 1. - Inleidende bepaling
Section 1re. - Disposition introductive
Art.144. Dit hoofdstuk voorziet in de gedeeltelijke omzetting van richtlijn 2014/67/EU van het Europees Parlement en de Raad van 15 mei 2014 inzake de handhaving van richtlijn 96/71/EG betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten en tot wijziging van verordening (EU) nr. 1024/2012 betreffende de administratieve samenwerking via het informatiesysteem interne markt ("de IMI-verordening").
Art.144. Ce chapitre transpose partiellement la directive 2014/67/UE du Parlement européen et du Conseil du 15 mai 2014 relative à l'exécution de la directive 96/71/CE concernant le détachement de travailleurs effectué dans le cadre d'une prestation de services et modifiant le règlement (UE) n° 1024/2012 concernant la coopération administrative par l'intermédiaire du système d'information du marché intérieur ("règlement IMI").
Afdeling 2. - Definities en finaliteit
Section 2. - Définitions et finalité
Art.145. Voor de toepassing van de afdelingen 1 tot en met 4 en 7 wordt verstaan onder:
  1° werkzaamheden in de bouwsector: de werken bedoeld in artikel 30bis, § 1, 1°, a), van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  2° werkzaamheden van de vleesnijverheid: de werken of diensten bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 december 2007 tot uitvoering van het artikel 53 van het Wetboek van de minnelijke en gedwongen invordering van fiscale en niet-fiscale schuldvorderingen en van de artikelen 12, 30bis en 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders en van artikel 6ter van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk;
  3° werkzaamheden in de verhuissector: de activiteiten bepaald in artikel 4/2, eerste, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 22 januari 2010 tot oprichting van de paritaire subcomités voor het vervoer en de logistiek en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid evenals de activiteiten die in het kader van voornoemde activiteiten worden uitgevoerd met hef- of hijsmiddelen of goederenbehandeling van allerlei aard;
  4° opdrachtgever: eenieder die aan een aannemer de opdracht geeft tot het uitvoeren of doen uitvoeren van werkzaamheden tegen betaling;
  5° aannemer: eenieder die zich rechtstreeks ten opzichte van een opdrachtgever verbindt om tegen betaling werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren ten behoeve van deze opdrachtgever;
  6° intermediaire aannemer: elke onderaannemer ten opzichte van de onmiddellijk na hem volgende onderaannemer;
  7° onderaannemer: eenieder die zich rechtstreeks, in welk stadium dan ook, ten opzichte van, naar gelang het geval, de aannemer of de intermediaire aannemer verbindt om tegen betaling werkzaamheden die aan voornoemde aannemer of intermediaire aannemer toevertrouwd zijn, uit te voeren of te doen uitvoeren;
  8° loon dat verschuldigd is: het loon in de zin van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers dat aan de werknemer verschuldigd is, maar dat nog niet betaald werd, noch door zijn werkgever, noch door degene die gehouden is om het te betalen voor rekening van deze werkgever, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft als gevolg van de verbreking van zijn arbeidsovereenkomst.
Art.145. Pour l'application des sections 1 à 4 et 7, on entend par:
  1° activités dans le domaine de la construction: les travaux tels que définis à l'article 30bis, § 1er, 1°, a), de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  2° activités de l'industrie de la viande: les travaux ou services visés à l'article 2 de l'arrêté royal du 27 décembre 2007 portant exécution de l'article 53 du Code du recouvrement amiable et forcé des créances fiscales et non fiscales et des articles 12, 30bis et 30ter de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs et de l'article 6ter, de la loi du 4 août 1996 relative au bien-être des travailleurs lors de l'exécution de leur travail;
  3° activités dans le secteur du déménagement: les activités définies à l'article 4/2, alinéas 1er, 2 et 3, de l'arrêté royal du 22 janvier 2010 instituant des Sous-commissions paritaires du transport et de la logistique et fixant leur dénomination et leur compétence ainsi que les activités exercées dans le cadre des activités précitées avec des appareils de levage ou de manutention de toute nature;
  4° donneur d'ordre: quiconque donne à un entrepreneur ordre d'exécuter ou de faire exécuter des activités pour un prix;
  5° entrepreneur: quiconque s'engage directement envers un donneur d'ordre à exécuter ou à faire exécuter, pour un prix, des activités au bénéfice de ce donneur d'ordre;
  6° entrepreneur intermédiaire: chaque sous-traitant par rapport au sous-traitant succédant immédiatement après lui;
  7° sous-traitant: quiconque s'engage directement, à quelque stade que ce soit, envers, selon le cas, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire, à exécuter ou à faire exécuter pour un prix des activités confiées audit entrepreneur ou entrepreneur intermédiaire;
  8° rémunération due: la rémunération au sens de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs due au travailleur, mais qui n'a pas encore été payée, ni par son employeur, ni par celui qui est tenu de la payer pour le compte de cet employeur, à l'exception des indemnités auxquelles le travailleur a droit à la suite de la rupture de son contrat de travail.
Afdeling 3. - Toepassingsgebied
Section 3. - Champ d'application
Art.146. Behoudens uitdrukkelijke afwijking zijn afdelingen 1 tot en met 4 en 7 van toepassing op de werkzaamheden in de bouw, werkzaamheden van de vleesnijverheid en de werkzaamheden in de verhuissector.
Art.146. Sauf dérogation expresse, les sections 1re à 4 et 7 sont d'application aux activités dans le domaine de la construction, aux activités de l'industrie de la viande et aux activités dans le secteur du déménagement.
Afdeling 4. - Organisatie van de onderaannemingsketen
Section 4. - Organisation de la chaîne de sous-traitance
Art.147. Het is verboden voor een onderaannemer om het geheel van de uitvoering van de overeenkomst die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming te geven. Het is eveneens verboden voor een onderaannemer om alleen de coördinatie van de uitvoering van de overeenkomst te behouden.
Art.147. Il est interdit à un sous-traitant de sous-traiter la totalité de l'exécution du contrat qu'il a conclu avec son propre cocontractant. Il est également interdit pour un sous-traitant de conserver uniquement la coordination de l'exécution du contrat.
Art.148. Voor de werkzaamheden in de verhuissector, die uitgevoerd worden in opdracht van de opdrachtgever, mag de onderaannemingsketen uit niet meer dan drie niveaus bestaan, te weten de rechtstreekse onderaannemer van de aannemer, de onderaannemer van het tweede niveau en de onderaannemer van het derde niveau.
  Elke onderaannemer die een deel van de uitvoering van de overeenkomst die hij met zijn eigen medecontractant heeft gesloten, in onderaanneming geeft, moet zijn eigen onderaannemer(s) schriftelijk op de hoogte brengen van het niveau waarop hij zich in de onderaannemingsketen bevindt.
  De Koning bepaalt, na advies van het bevoegde paritaire comité of paritaire subcomité, de situaties waarin een bijkomend niveau van onderaanneming mogelijk is.
  De Koning kan, na advies van de bevoegde paritaire comité of paritaire subcomité, het aantal niveaus van de onderaannemingsketen nog verder beperken.
  Worden niet beschouwd als onderaannemers voor de toepassing van dit artikel:
  1° de partijen in een combinatie zonder rechtspersoonlijkheid, met inbegrip van de tijdelijke maatschap;
  2° de organismen of instellingen die controle of certificatie uitvoeren;
  3° uitzendkantoren in de zin van wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers.
Art.148. Pour les activités dans le secteur du déménagement, exécutées sur ordre du donneur d'ordre, la chaîne de sous-traitance ne peut comporter plus de trois niveaux, à savoir le sous-traitant direct de l'entrepreneur, le sous-traitant de deuxième niveau et le sous-traitant de troisième niveau.
  Chaque sous-traitant qui sous-traite une partie de l'exécution du contrat qu'il a conclu avec son propre cocontractant, informe par écrit son ou ses propres sous-traitants du niveau dans lequel il se trouve dans la chaîne de sous-traitance.
  Le Roi détermine, après avis de la commission ou sous-commission paritaire compétente, les situations dans lesquelles un niveau de sous-traitance supplémentaire est possible.
  Le Roi peut, après avis de la commission ou sous-commission paritaire compétente, réduire encore le nombre de niveaux de la chaîne de sous-traitance.
  Ne sont pas considérés comme des sous-traitants pour l'application de cet article:
  1° les parties à un groupement d'opérateurs économiques sans personnalité juridique, en ce compris les sociétés simples momentanées;
  2° les organismes ou les institutions qui effectuent le contrôle ou la certification;
  3° les agences de travail intérimaires au sens de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs.
Afdeling 5. - Wijzigingen van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers
Section 5. - Modifications de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs
Art.149. In hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers wordt tussen afdeling 1/1 en afdeling 2 een afdeling 1/2 ingevoegd, luidende: "Afdeling 1/2. Bijzondere regeling die uitsluitend betrekking heeft op de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van werkzaamheden in de verhuissector.".
Art.149. Dans le chapitre VI/1 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, il est inséré, entre la section 1re/1 et la section 2, une section 1re/2 intitulée, "Section 1re/2. Régime particulier portant exclusivement sur la responsabilité solidaire en cas d'activités dans le secteur du déménagement.".
Art.150. In afdeling 1/2, ingevoegd bij art. 149, wordt een artikel 35/6/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/6. § 1. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
  1° werkzaamheden in de verhuissector: de activiteiten bepaald in artikel 4/2, eerste, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 22 januari 2010 tot oprichting van de paritaire subcomités voor het vervoer en de logistiek en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid evenals de activiteiten die in het kader van voornoemde activiteiten worden uitgevoerd met hef- of hijsmiddelen of goederenbehandeling van allerlei aard;
  2° opdrachtgever: eenieder die aan een aannemer de opdracht geeft tot het uitvoeren of doen uitvoeren van werkzaamheden tegen betaling;
  3° aannemer: eenieder die zich rechtstreeks t.o.v. een opdrachtgever verbindt om tegen betaling werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren ten behoeve van deze opdrachtgever;
  4° intermediaire aannemer: elke onderaannemer ten opzichte van de onmiddellijk na hem volgende onderaannemer;
  5° onderaannemer: eenieder die zich rechtstreeks, in welk stadium dan ook, ten opzichte van, naar gelang van het geval, de aannemer of de intermediaire aannemer verbindt om tegen betaling werkzaamheden die aan voornoemde aannemer of intermediaire aannemer toevertrouwd zijn, uit te voeren of te doen uitvoeren;
  6° gemelde werkgever: de werkgever aannemer of de werkgever onderaannemer waarop de schriftelijke kennisgeving bedoeld in artikel 49/4 van het Sociaal Strafwetboek betrekking heeft;
  7° verschuldigd loon: het loon dat verschuldigd is aan de werknemer maar dat nog niet werd betaald, noch door zijn werkgever, noch door degene die gehouden is om het te betalen voor rekening van deze werkgever, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft ingevolge de beëindiging van zijn arbeidsovereenkomst.".
Art.150. Dans la section 1re/2, insérée par l'art. 149, il est inséré un article 35/6/6, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/6. § 1er. Pour l'application de la présente section, on entend par:
  1° activités dans le secteur du déménagement: les activités définies à l'article 4/2, alinéas 1er, 2 et 3, de l'arrêté royal du 22 janvier 2010 instituant des Sous-commissions paritaires du transport et de la logistique et fixant leur dénomination et leur compétence ainsi que les activités exercées dans le cadre des activités précitées avec des appareils de levage ou de manutention de toute nature;
  2° donneur d'ordre: quiconque donne à un entrepreneur ordre d'exécuter ou de faire exécuter des activités pour un prix;
  3° entrepreneur: quiconque s'engage directement envers un donneur d'ordres à exécuter ou à faire exécuter, pour un prix, des activités au bénéfice de ce donneur d'ordre;
  4° entrepreneur intermédiaire: chaque sous-traitant par rapport au sous-traitant succédant immédiatement après lui;
  5° sous-traitant: quiconque s'engage directement, à quelque stade que ce soit, envers, selon le cas, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire, à exécuter ou à faire exécuter pour un prix des activités confiées audit entrepreneur ou entrepreneur intermédiaire;
  6° employeur signalé: l'entrepreneur employeur ou le sous-traitant employeur concernés par la notification écrite visée à l'article 49/4 du Code pénal social;
  7° rémunération due: la rémunération due au travailleur, mais qui n'a pas encore été payée, ni par son employeur, ni par celui qui est tenu de la payer pour le compte de cet employeur, à l'exception des indemnités auxquelles le travailleur a droit à la suite de la rupture de son contrat de travail.".
Art.151. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/7 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/7. In afwijking van afdeling 1 wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van werkzaamheden in de verhuissector uitsluitend geregeld door deze afdeling.".
Art.151. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/7, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/7. Par dérogation à la section 1re, la responsabilité solidaire en cas d'activités dans le secteur du déménagement, est régie exclusivement par la présente section.".
Art.152. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/8 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/8. § 1. De opdrachtgever die, voor werkzaamheden in de verhuissector, rechtstreeks of onrechtstreeks een beroep doet op een aannemer of een onderaannemer waarvan de identificatiegegevens, vóór het begin van uitvoering van die werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15 is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer tewerkgesteld door deze aannemer of een onderaannemer en dat overeenstemt met alle arbeidsprestaties die door deze werknemer ten behoeve van die hoofdelijk aansprakelijke persoon uitgevoerd werden sinds het begin van de voormelde werkzaamheden.
  In het geval bedoeld in het vorige lid waarbij de identificatiegegevens van de aannemer die rechtstreeks met de opdrachtgever een overeenkomst heeft gesloten, vóór het begin van uitvoering van die werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15, is de opdrachtgever eveneens verplicht om de bedragen in te houden van bestaande onbetaalde facturen en toekomstige van zijn rechtstreekse aannemer te ontvangen facturen, die betrekking hebben op de werken of diensten die werden uitgevoerd na het begin van uitvoering van die werkzaamheden en dit ten belope van:
  - 65 procent van het factuurbedrag als er ten aanzien van de onderaannemer geen verplichting tot inhouding bestaat voor sociale schulden in de zin van artikel 30quinquies van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, of
  - 50 procent van het factuurbedrag als er ten aanzien van de onderaannemer wel een verplichting tot inhouding bestaat voor sociale schulden in de zin van artikel 30quinquies van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  De opdrachtgever moet de ingehouden bedragen doorstorten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers bedoeld in artikel 27 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen.
  De Koning bepaalt de wijze waarop de in het derde lid bedoelde bedragen worden doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden aangerekend op het aan de betrokken werknemers verschuldigd loonbedrag, alsook de termijn en de nadere regels van terugbetaling van het eventuele saldo aan de opdrachtgever in de mate dat de stortingen het bedrag van dit verschuldigd loon overschrijden.
  Het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers brengt de in het tweede lid bedoelde aannemer onverwijld op de hoogte van de uitbetaling van de bedragen aan de werknemer(s) van deze aannemer.
  In geval de opdrachtgever bedragen doorstort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, betaalt dit Fonds aan de betrokken werknemers de sommen uit die hun verschuldigd zijn. De Koning kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot deze doorstorting.
  Als de opdrachtgever bedragen heeft doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, maar de aannemer geheel of gedeeltelijk het aan zijn werknemers verschuldigde loon heeft uitbetaald voordat het Fonds aan die werknemers de in het vorige lid bedoelde sommen heeft uitbetaald, betaalt het Fonds aan de opdrachtgever een bedrag terug ten belope van het door de aannemer aan zijn werknemers betaalde loonbedrag. De Koning kan nadere modaliteiten vaststellen met betrekking tot deze terugbetaling.
  § 2. De opdrachtgever die, voor werkzaamheden in de verhuissector, rechtstreeks of onrechtstreeks een beroep doet op een aannemer of onderaannemer waarvan de identificatiegegevens na het begin van de uitvoering door deze aannemer of onderaannemer van de voormelde werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer tewerkgesteld door deze aannemer of onderaannemer, en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die door deze werknemer ten behoeve van deze hoofdelijk aansprakelijke persoon uitgevoerd werden sinds de datum van kennisgeving bedoeld in artikel 49/4 van het Sociaal Strafwetboek.
  In het geval bedoeld in het vorige lid waarbij de identificatiegegevens van de aannemer die rechtstreeks met de opdrachtgever een overeenkomst heeft gesloten, na het begin van uitvoering van de betrokken werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15, is de opdrachtgever verplicht om de bedragen in te houden van bestaande onbetaalde facturen en toekomstige van zijn rechtstreekse aannemer te ontvangen facturen, die betrekking hebben op de werken of diensten die werden uitgevoerd na het begin van uitvoering van die werkzaamheden en de ingehouden bedragen doorstorten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, zoals voorzien in § 1.
  In geval de opdrachtgever bedragen doorstort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, betaalt dit Fonds aan de betrokken werknemers de sommen uit die hun verschuldigd zijn. De Koning kan nadere regels vaststellen met betrekking tot deze doorstorting.
  De Koning bepaalt de wijze waarop de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden aangerekend op het aan de betrokken werknemers verschuldigd loonbedrag, alsook de termijn en de nadere regels van terugbetaling van het eventuele saldo aan de opdrachtgever in de mate dat de stortingen het bedrag van dit verschuldigd loon overschrijden.
  Het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers brengt de in het tweede lid bedoelde aannemer onverwijld op de hoogte van de uitbetaling van de bedragen aan de werknemer(s) van deze aannemer.
  Als de opdrachtgever bedragen heeft doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, maar de aannemer geheel of gedeeltelijk het aan zijn werknemers verschuldigde loon heeft uitbetaald voordat het Fonds aan die werknemers de in het derde lid bedoelde sommen heeft uitbetaald, betaalt het Fonds aan de opdrachtgever een bedrag terug ten belope van het door de aannemer aan zijn werknemers betaalde loonbedrag. De Koning kan nadere regels vaststellen met betrekking tot deze terugbetaling.
  § 3. De aannemer en de intermediaire aannemer die, voor werkzaamheden in de verhuissector, rechtstreeks of onrechtstreeks een beroep doen op een onderaannemer waarvan de identificatiegegevens vóór het begin van uitvoering van die werkzaamheden zijn opgenomen in de databank bedoeld in artikel 35/15, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer tewerkgesteld door deze onderaannemer, en dat overeenstemt met alle arbeidsprestaties die door deze werknemer ten behoeve van deze hoofdelijk aansprakelijke personen uitgevoerd werden sinds het begin van de voormelde werkzaamheden.
  In het geval bedoeld in het vorige lid waarbij de identificatiegegevens van de onderaannemer die rechtstreeks met de aannemer of de intermediaire aannemer een overeenkomst heeft gesloten, vóór het begin van uitvoering van die werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15, zijn de aannemer en de intermediaire aannemer verplicht om de bedragen in te houden van bestaande onbetaalde facturen en toekomstige van hun rechtstreekse onderaannemer te ontvangen facturen, die betrekking hebben op de werken of diensten die werden uitgevoerd na het begin van uitvoering van die werkzaamheden en dit ten belope van:
  - 65 procent van het factuurbedrag als er ten aanzien van de onderaannemer geen verplichting tot inhouding bestaat voor sociale schulden in de zin van artikel 30quinquies van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, of
  - 50 procent van het factuurbedrag als er ten aanzien van de onderaannemer wel een verplichting tot inhouding bestaat voor sociale schulden in de zin van artikel 30quinquies van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  De aannemer en de intermediaire aannemer moeten de ingehouden bedragen doorstorten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers bedoeld in artikel 27 van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen. De Koning kan nadere regels vaststellen met betrekking tot deze doorstorting.
  De Koning bepaalt de wijze waarop de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden aangerekend op het aan de betrokken werknemers verschuldigd loonbedrag, alsook de termijn en de nadere regels van terugbetaling van het eventuele saldo aan de aannemer of aan de intermediaire aannemer in de mate dat de stortingen het bedrag van dit verschuldigd loon overschrijden.
  In geval de aannemer en/of de intermediaire aannemer bedragen doorstorten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, betaalt dit Fonds aan de betrokken werknemers de sommen uit die hun verschuldigd zijn. De Koning kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot deze doorstorting.
  Het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers brengt de in het tweede lid bedoelde onderaannemer onverwijld op de hoogte van de uitbetaling van de bedragen aan de werknemer(s) van deze onderaannemer.
  Als de aannemer en de intermediaire aannemer bedragen hebben doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, maar de onderaannemer geheel of gedeeltelijk het aan zijn werknemers verschuldigde loon heeft uitbetaald voordat het Fonds aan die werknemers de in het zesde lid bedoelde sommen heeft uitbetaald, betaalt het Fonds aan de aannemer en/of de intermediaire aannemer een bedrag terug ten belope van het door de onderaannemer aan zijn werknemers betaalde loonbedrag. De Koning kan nadere regels vaststellen met betrekking tot deze terugbetaling.
  § 4. De aannemer en de intermediaire aannemer die, voor werkzaamheden in de verhuissector, rechtstreeks of onrechtstreeks een beroep doen op een onderaannemer waarvan de identificatiegegevens na het begin van de uitvoering door deze onderaannemer van de voormelde werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15, zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van het loon dat verschuldigd is aan de werknemer tewerkgesteld door deze rechtstreekse of onrechtstreekse onderaannemer en dat overeenstemt met de arbeidsprestaties die door deze werknemer ten behoeve van deze hoofdelijk aansprakelijke personen uitgevoerd werden sinds de datum van de schriftelijke kennisgeving bedoeld in artikel 49/4 van het Sociaal Strafwetboek.
  In het geval bedoeld in het vorige lid waarbij de identificatiegegevens van de rechtstreekse onderaannemer na het begin van uitvoering van de betrokken werkzaamheden zijn ingevoerd in de databank bedoeld in artikel 35/15, zijn de aannemer en de intermediaire aannemer verplicht om de bedragen in te houden van bestaande onbetaalde facturen en toekomstige van hun rechtstreekse onderaannemer te ontvangen facturen, die betrekking hebben op de werken of diensten die werden uitgevoerd na het begin van uitvoering van die werkzaamheden en de ingehouden bedragen door te storten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, voorzien in § 3.
  In geval de aannemer en/of de intermediaire aannemer bedragen doorstorten aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, betaalt dit Fonds aan de betrokken werknemers de sommen uit die hun verschuldigd zijn. De Koning kan de nadere regels vaststellen met betrekking tot deze doorstorting.
  De Koning bepaalt de wijze waarop de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn de overeenkomstig het tweede lid ingehouden bedragen worden aangerekend op het aan de betrokken werknemers verschuldigd loonbedrag, alsook de termijn en de nadere regels van terugbetaling van het eventuele saldo aan de aannemer of aan de intermediaire aannemer in de mate dat de stortingen het bedrag van dit verschuldigd loon overschrijden.
  Het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers brengt de in het tweede lid bedoelde onderaannemer onverwijld op de hoogte van de uitbetaling van de bedragen aan de werknemer(s) van deze onderaannemer.
  Als de aannemer en de intermediaire aannemer bedragen hebben doorgestort aan het Fonds tot vergoeding van de in geval van sluiting van ondernemingen ontslagen werknemers, maar de onderaannemer geheel of gedeeltelijk het aan zijn werknemers verschuldigde loon heeft uitbetaald voordat het Fonds aan die werknemers de in het vorige lid bedoelde sommen heeft uitbetaald, betaalt het Fonds aan de aannemer en/of de intermediaire aannemer een bedrag terug ten belope van het door de onderaannemer aan zijn werknemers betaalde loonbedrag. De Koning kan nadere regels vaststellen met betrekking tot deze terugbetaling.
  § 5. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 10, 13 tot 15, 16, 18 en 23 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers worden de in dit artikel bedoelde hoofdelijk aansprakelijke personen gelijkgesteld met de werkgever.
  § 6. De artikelen 5.160 tot 5.165 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de in de vorige paragrafen bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.
  § 7. Deze afdeling is niet van toepassing op de opdrachtgever die een natuurlijke persoon is en die werkzaamheden in de verhuissector uitsluitend voor privédoeleinden doet uitvoeren.".
Art.152. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/8, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/8. § 1er. Le donneur d'ordre qui, pour des activités dans le secteur du déménagement, fait directement ou indirectement appel à un entrepreneur ou à un sous-traitant dont les données d'identification ont été introduites, avant le début de l'exécution de telles activités, dans la banque de données visée à l'article 35/15 est solidairement responsable du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par cet entrepreneur ou ce sous-traitant et qui correspond à toutes les prestations de travail effectuées par ledit travailleur au bénéfice de ce responsable solidaire depuis le début des activités précitées.
  Dans le cas visé à l'alinéa précédent où les données d'identification de l'entrepreneur qui a conclu directement avec le donneur d'ordre ont été introduites avant le début de l'exécution de telles activités, dans la banque de données visée à l'article 35/15, le donneur d'ordre est obligé d'effectuer des retenues sur les montants des factures impayées existantes et des factures futures à recevoir de son entrepreneur direct et qui concernent les travaux ou services fournis après le début de l'exécution de telles activités et ce à concurrence:
  - de 65 pourcent du montant de la facture s'il n'y a pas d'obligation de retenue à la source, dans le chef dudit sous-traitant, pour les dettes sociales au sens de l'article 30quinquies de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ou
  - de 50 pourcent du montant de la facture s'il y a une obligation de retenue à la source, dans le chef dudit sous-traitant, pour les dettes sociales au sens de l'article 30quinquies de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
  Le donneur d'ordre doit verser les sommes retenues au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises au sens de l'article 27 de la loi du 26 juin 2022 relative aux fermetures d'entreprises.
  Le Roi détermine les modalités selon lesquelles les sommes visées à l'alinéa 3 sont versées au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
  Le Roi détermine le délai dans lequel les montants retenus en application de l'alinéa 2 sont imputés sur le montant de la rémunération due aux travailleurs concernés ainsi que le délai et les modalités de remboursement du solde éventuel au donneur d'ordre dans la mesure où les versements dépasseraient le montant de cette rémunération due.
  Le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises informe sans délai l'entrepreneur visé à l'alinéa 2 du versement des sommes effectué au(x) travailleur(s) de ce dernier.
  En cas de versement par le donneur d'ordre de sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, ledit Fonds verse aux travailleurs concernés les sommes qui leur sont dues. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  Si le donneur d'ordre a versé des sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, mais que l'entrepreneur a payé tout ou partie de la rémunération due à ses travailleurs avant que le Fonds n'ait versé aux travailleurs les sommes visées à l'alinéa précédent, le Fonds reverse au donneur d'ordre un montant égal au montant de la rémunération versée par l'entrepreneur à ses travailleurs. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  § 2. Le donneur d'ordre qui, pour des activités dans le secteur du déménagement, fait directement ou indirectement appel à un entrepreneur ou à un sous-traitant, dont les données d'identification ont été introduites, après le début de l'exécution par cet entrepreneur ou ce sous-traitant des activités précitées, dans la banque de données visée à l'article 35/15, est solidairement responsable du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par cet entrepreneur ou ce sous-traitant et qui correspond aux prestations de travail effectuées par ledit travailleur au bénéfice de ce responsable solidaire depuis la date de la notification visée à l'article 49/4 du Code pénal social.
  Dans le cas visé à l'alinéa précédent lorsque les données d'identification de l'entrepreneur qui a conclu directement avec le donneur d'ordre ont été introduites après le début de l'exécution des activités concernées, dans la banque de données visée à l'article 35/15, le donneur d'ordre est obligé d'effectuer des retenues sur les montants des factures impayées existantes et des factures futures à recevoir de son entrepreneur direct et qui concernent les travaux ou services fournis après le début de l'exécution de telles activités et de verser les montants retenus au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, comme prévu au § 1er.
  En cas de versement par le donneur d'ordre de sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, ledit Fonds verse aux travailleurs concernés les sommes qui leur sont dues. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  Le Roi détermine les modalités selon lesquelles les montants retenus en application de l'alinéa 2 sont versés au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
  Le Roi détermine le délai dans lequel les sommes retenues en application de l'alinéa 2 sont imputées sur le montant de la rémunération due aux travailleurs concernés ainsi que le délai et les modalités de remboursement du solde éventuel au donneur d'ordre, dans la mesure où les versements dépasseraient le montant de cette rémunération due.
  Le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises informe sans délai l'entrepreneur visé à l'alinéa 2 du versement des sommes effectué au(x) travailleur(s) de ce dernier.
  Si le donneur d'ordre a versé des sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, mais que l'entrepreneur a payé tout ou partie de la rémunération due à ses travailleurs avant que le Fonds n'ait versé aux travailleurs les sommes visées à l'alinéa 3, le Fonds reverse au donneur d'ordre un montant égal au montant de la rémunération versée par l'entrepreneur à ses travailleurs. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  § 3. L'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire qui, pour des activités dans le secteur du déménagement, font directement ou indirectement appel à un sous-traitant dont les données d'identification ont été introduites, avant le début de l'exécution de telles activités, dans la banque de données visée à l'article 35/15 sont solidairement responsables du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par ce sous-traitant et qui correspond à toutes les prestations de travail effectuées par ledit travailleur au bénéfice de ces responsables solidaires depuis le début des activités précitées.
  Dans le cas visé à l'alinéa précédent lorsque les données d'identification du sous-traitant qui a conclu directement avec l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire ont été introduites avant le début de l'exécution de telles activités, dans la banque de données visée à l'article 35/15, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire sont obligés d'effectuer des retenues sur les montants des factures impayées existantes et des factures futures à recevoir de leur sous-traitant direct et qui concernent les travaux ou services fournis après le début de l'exécution de telles activités et ce à concurrence:
  - de 65 pourcent du montant de la facture s'il n'y a pas d'obligation de retenue à la source, dans le chef dudit sous-traitant, pour les dettes sociales au sens de l'article 30quinquies de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, ou
  - de 50 pourcent du montant de la facture s'il y a une obligation de retenue à la source, dans le chef dudit sous-traitant, pour les dettes sociales au sens de l'article 30quinquies de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
  L'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire doivent verser les sommes retenues au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises au sens de l'article 27 de la loi du 26 juin 2022 relative aux fermetures d'entreprises. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  Le Roi détermine les modalités selon lesquelles les montants retenus en application de l'alinéa 2 sont versés au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
  Le Roi détermine le délai dans lequel les montants retenus en application de l'alinéa 2 sont imputés sur le montant de la rémunération due aux travailleurs concernés ainsi que le délai et les modalités de remboursement du solde éventuel à l'entrepreneur ou à l'entrepreneur intermédiaire, dans la mesure où les versements dépasseraient le montant de cette rémunération due.
  En cas de versement par l'entrepreneur et/ou l'entrepreneur intermédiaire de sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, ledit Fonds verse aux travailleurs concernés les sommes qui leur sont dues. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  Le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises informe sans délai le sous-traitant visé à l'alinéa 2 du versement de sommes effectué au(x) travailleur(s) de ce dernier.
  Si l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire ont versé des sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, mais que le sous-traitant a payé tout ou partie de la rémunération due à ses travailleurs avant que le Fonds n'ait versé aux travailleurs les sommes visées à l'alinéa 6, le Fonds reverse à l'entrepreneur et/ou à l'entrepreneur intermédiaire un montant égal au montant de la rémunération versée par le sous-traitant à ses travailleurs. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  § 4. L'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire qui, pour des activités dans le secteur du déménagement, font directement ou indirectement appel à un sous-traitant, dont les données d'identification ont été introduites, après le début de l'exécution par ce sous-traitant des activités précitées, dans la banque de données visée à l'article 35/15, sont solidairement responsables du paiement de la rémunération due au travailleur occupé par ce sous-traitant direct ou indirect et qui correspond aux prestations de travail effectuées par ledit travailleur au bénéfice de ces responsables solidaires depuis la date de la notification visée à l'article 49/4 du Code pénal social.
  Dans le cas visé à l'alinéa précédent où les données d'identification du sous-traitant direct ont été introduites après le début de l'exécution des activités concernées, dans la banque de données visée à l'article 35/15, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire sont obligés d'effectuer des retenues sur les montants des factures impayées existantes et des factures futures à recevoir de leur sous-traitant direct et qui concernent les travaux ou services fournis après le début de l'exécution de telles activités et de verser les montants retenus au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, comme prévu au § 3.
  En cas de versement par l'entrepreneur et/ou l'entrepreneur intermédiaire de sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, ledit Fonds verse aux travailleurs concernés les sommes qui leur sont dues. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  Le Roi détermine les modalités selon lesquelles les montants retenus en application de l'alinéa 2 sont versés au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises.
  Le Roi détermine le délai dans lequel les montants retenus en application de l'alinéa 2 sont imputés sur le montant de la rémunération due aux travailleurs concernés ainsi que le délai et les modalités de remboursement du solde éventuel à l'entrepreneur ou à l'entrepreneur intermédiaire, dans la mesure où les versements dépasseraient le montant de cette rémunération due.
  Le Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises informe sans délai le sous-traitant visé à l'alinéa 2 du versement de sommes effectué au(x) travailleur(s) de ce dernier.
  Si l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire ont versé des sommes au Fonds d'indemnisation des travailleurs licenciés en cas de fermeture d'entreprises, mais que le sous-traitant a payé tout ou partie de la rémunération due à ses travailleurs avant que le Fonds n'ait versé aux travailleurs les sommes visées à l'alinéa précédent, le Fonds reverse à l'entrepreneur et/ou à l'entrepreneur intermédiaire un montant égal au montant de la rémunération versée par le sous-traitant à ses travailleurs. Le Roi peut prévoir des modalités spécifiques en ce qui concerne ce versement.
  § 5. Pour l'application des articles 3 à 6, 10, 13 à 15, 16, 18 et 23 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, les responsables solidaires visés au présent article sont assimilés à l'employeur.
  § 6. Les articles 5.160 à 5.165 du Code civil s'appliquent à la responsabilité solidaire visée dans les paragraphes précédents.
  § 7. La présente section ne s'applique pas au donneur d'ordre qui est une personne physique et qui fait effectuer des activités dans le secteur du déménagement, à des fins exclusivement privées.".
Art.153. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/9 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/9. § 1. De aannemer die zich contractueel ertoe verbonden heeft om werkzaamheden in de verhuissector uit te voeren, en waarvan, vóór het begin van de uitvoering van die werkzaamheden, de identificatiegegevens zijn opgenomen in de databank bedoeld in artikel 35/15, brengt zijn opdrachtgever hiervan schriftelijk of langs elektronische weg op de hoogte nog vóór het begin van de uitvoering van die werkzaamheden.
  De aannemer die de in het eerste lid bedoelde informatie heeft meegedeeld aan zijn opdrachtgever, moet hem een ontvangstbevestiging laten ondertekenen waarin de mededeling van deze informatie wordt bevestigd.
  § 2. Bij ontstentenis van een reeds bestaande keten van onderaannemers moet de aannemer, die rechtstreeks een beroep doet op een onderaannemer voor het uitvoeren van werkzaamheden in de verhuissector die de aannemer zelf rechtstreeks had toegezegd te verrichten voor de opdrachtgever, vóór het begin van uitvoering van die werkzaamheden de databank bedoeld in artikel 35/15 raadplegen om na te gaan of de identificatiegegevens van deze onderaannemer al dan niet voorkomen in voornoemde databank.
  Indien de aannemer bij de in het eerste lid bedoelde raadpleging vaststelt dat de identificatiegegevens van zijn rechtstreekse onderaannemer in de databank bedoeld in artikel 35/15 voorkomen, stelt hij de betrokken opdrachtgever onverwijld en vóór het begin van de uitvoering van de bovenbedoelde werkzaamheden schriftelijk of elektronisch in kennis van deze vaststelling en van het feit dat zijn hoofdelijke aansprakelijkheid kan ontstaan overeenkomstig artikel 35/6/8 en deelt hij hem de identificatiegegevens van de bedoelde rechtstreekse onderaannemer mee.
  Wanneer er een keten van onderaannemers bestaat, moet elke aannemer en elke intermediaire aannemer die deel uitmaakt van deze keten en die rechtstreeks een beroep doet op een onderaannemer voor het uitvoeren van werkzaamheden in de verhuissector, vóór het begin van uitvoering van die werkzaamheden de databank bedoeld in artikel 35/15 raadplegen om na te gaan of de identificatiegegevens van zijn rechtstreekse onderaannemer al dan niet voorkomen in voornoemde databank.
  Indien naargelang het geval de aannemer of de intermediaire aannemer bij de in het derde lid bedoelde raadpleging vaststelt dat de identificatiegegevens van de rechtstreekse onderaannemer in de databank bedoeld in artikel 35/15 voorkomen, stelt de aannemer of de intermediaire aannemer, elk wat hem betreft, de opdrachtgever, de aannemer en naargelang het geval elke intermediaire aannemer die voor hem tussenkomt in de onderaannemingsketen, vóór het begin van de uitvoering van de bovenbedoelde werkzaamheden schriftelijk of elektronisch in kennis van deze vaststelling en van het feit dat hun hoofdelijke aansprakelijkheid kan ontstaan overeenkomstig artikel 35/6/8 en deelt hij hen de identificatiegegevens van de bedoelde rechtstreekse onderaannemer mee.
  De aannemer of de intermediaire aannemer die onderworpen zijn aan de informatieverplichting in de zin van artikel 30quinquies, § 8, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, raadpleegt de databank die is ingesteld overeenkomstig bovenvermeld artikel 30quinquies, teneinde de personen te kunnen identificeren aan wie de informatie, bedoeld in het tweede en het vierde lid, in voorkomend geval, moet worden toegezonden.
  § 3. De identificatiegegevens van de aannemer bedoeld in paragraaf 1 en van de rechtstreekse onderaannemer bedoeld in paragraaf 2 zijn de volgende:
  - wanneer het gaat om een in de Kruispuntbank van ondernemingen geregistreerde entiteit, zijn onder nemingsnummer;
  - wanneer het gaat om een buitenlandse onderneming die niet is geregistreerd in de Kruispuntbank van ondernemingen, het identificatienummer van het land van oorsprong of, bij gebrek daaraan, de naam van de onderneming, zijn rechtsvorm en zijn adres.
  De aannemer en de intermediaire aannemer die de in paragraaf 2 bedoelde informatie schriftelijk hebben meegedeeld aan, naargelang het geval, de opdrachtgever, de aannemer of de intermediaire aannemer die rechtstreeks vóór hen komt, moeten hen een ontvangstbevestiging laten ondertekenen waarin zij bevestigen dat deze informatie schriftelijk is medegedeeld.".
Art.153. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/9, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/9. § 1er. L'entrepreneur qui s'est engagé contractuellement à exécuter des activités dans le secteur du déménagement et dont, avant le début d'exécution de telles activités, les données d'identification ont été introduites dans la banque de données visées à l'article 35/15, informe son donneur d'ordre, par écrit ou par voie électronique, avant le début de l'exécution des activités précitées, d'une telle introduction de ses données d'identification.
  L'entrepreneur qui a communiqué l'information mentionnée à l'alinéa 1er à son donneur d'ordre lui fait contresigner un accusé de réception confirmant la communication d'une telle information par écrit.
  § 2. En l'absence de chaîne préexistante de sous-traitants, l'entrepreneur, qui fait directement appel à un sous-traitant en vue de faire exécuter des activités dans le secteur du déménagement, que cet entrepreneur s'était lui-même directement engagé à exécuter au bénéfice du donneur d'ordre, doit consulter la banque de données visée à l'article 35/15 aux fins de vérifier, avant le début de l'exécution des activités précitées, si les données d'identification d'un tel sous-traitant figurent ou non dans pareille banque de données.
  Dans le cas où, au moment de la consultation visée à l'alinéa 1er, l'entrepreneur constate que les données d'identification de son sous-traitant direct figurent dans la banque de données visée à l'article 35/15, cet entrepreneur informe, par écrit ou par voie électronique, sans délai et avant le début de l'exécution des activités précitées, le donneur d'ordre concerné de pareille constatation et de ce que sa responsabilité solidaire est susceptible d'être engagée conformément à l'article 35/6/8 et lui communique les données d'identifications dudit sous-traitant direct.
  En cas d'existence d'une chaîne de sous-traitants, chaque entrepreneur et entrepreneur intermédiaire intervenant dans la chaîne précitée et qui fait directement appel à un sous-traitant en vue de faire exécuter des activités dans le secteur du déménagement, doit consulter la banque de données visée à l'article 35/15 aux fins de vérifier, avant le début de l'exécution des activités précitées, si les données d'identification de son sous-traitant direct figurent ou non dans pareille banque de données.
  Dans le cas où, au moment de la consultation visée à l'alinéa 3 et selon le cas, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire constatent que les données d'identification du sous-traitant direct précité figurent dans la banque de données visée à l'article 35/15, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire informent, chacun pour ce qui les concerne, par écrit ou par voie électronique, avant le début de l'exécution des activités précitées, le donneur d'ordre, l'entrepreneur et, selon le cas, tout entrepreneur intermédiaire intervenant avant eux dans ladite chaîne de sous-traitance de pareille constatation et de ce que la responsabilité solidaire de ces derniers est susceptible d'être engagée conformément à l'article 35/6/8 et leur communiquent les données d'identifications dudit sous-traitant direct.
  Aux fins de pouvoir identifier les personnes à qui transmettre l'information visée, selon le cas, aux alinéas 2 et 4, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire qui sont soumis à l'obligation d'information au sens de l'article 30quinquies, § 8, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, consultent la banque de données établie conformément à l'article 30quinquies précité.
  § 3. Les données d'identification de l'entrepreneur visé au paragraphe 1er et du sous-traitant direct visé au paragraphe 2 sont les suivantes:
  - lorsqu'il s'agit d'une entité enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, son numéro d'entreprise;
  - lorsqu'il s'agit d'une entreprise étrangère qui n'est pas enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, le numéro d'identification du pays d'origine ou, à défaut, le nom de l'entreprise, sa forme juridique et son adresse.
  L'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire qui ont communiqué par écrit l'information mentionnée au paragraphe 2, selon le cas, au donneur d'ordre, à l'entrepreneur ou à l'entrepreneur intermédiaire intervenant directement avant eux, leur font contresigner un accusé de réception confirmant la communication d'une telle information par écrit.".
Art.154. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/10 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/10. § 1. De aannemer van wie de identificatiegegevens zijn opgenomen in de databank bedoeld in artikel 35/15, maakt, voor elke aannemingsovereenkomst gesloten vanaf de datum waarop die identificatiegegevens in de databank zijn ingevoerd en krachtens dewelke de voormelde aannemer werkzaamheden in de verhuissector uitvoert, aan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, onmiddellijk schriftelijk of elektronisch het volgende over:
  - hetzij:
  1° de datum van aanvang van die werkzaamheden, en
  2° een lijst met de identificatiegegevens van de opdrachtgever ten behoeve van wie die werkzaamheden worden uitgevoerd;
  - hetzij het identificatienummer van de aangifte gedaan in toepassing van artikel 30quinquies, § 8, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  De onderaannemer van wie de identificatiegegevens zijn opgenomen in de databank bedoeld in artikel 35/15, maakt, voor elke aannemingskomst gesloten vanaf de datum waarop die identificatiegegevens in de databank zijn ingevoerd en krachtens dewelke de voormelde onderaannemer werkzaamheden in de verhuissector uitvoert, aan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, onmiddellijk schriftelijk of elektronisch het volgende over:
  - hetzij:
  1° de datum van aanvang van die werkzaamheden, en
  2° een lijst met de identificatiegegevens van de opdrachtgever en de aannemer die betrokken zijn bij de uitvoering van die werkzaamheden, evenals, in voorkomend geval, van elke andere intermediaire aannemer die vóór de genoemde onderaannemer in de onderaannemingsketen tussenkomt met het oog op de uitvoering van diezelfde werkzaamheden;
  - hetzij het identificatienummer van de aangifte gedaan in toepassing van artikel 30quinquies, § 8, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders.
  § 2. De identificatiegegevens van de contractanten die moeten worden opgenomen in de lijst bedoeld in paragraaf 1, eerste en tweede lid, zijn de volgende:
  - wanneer het gaat om een in de Kruispuntbank van ondernemingen geregistreerde entiteit, zijn ondernemingsnummer;
  - wanneer het gaat om een buitenlandse onderneming die niet is geregistreerd in de Kruispuntbank van ondernemingen, het identificatienummer van het land van oorsprong of, bij gebrek daaraan, de naam van de onderneming, zijn rechtsvorm en zijn adres.
  § 3. De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens die overeenkomstig paragraaf 1 worden toegezonden aan de sociaal inspecteurs van zijn Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten.
  De toezending van de in paragraaf 1 bedoelde gegevens heeft tot doel de sociaal inspecteurs bedoeld in paragraaf 1 in staat te stellen de personen te identificeren die hoofdelijk aansprakelijk zijn bedoeld in artikel 35/6/8 aan wie zij de kennisgeving bedoeld in artikel 49/4 van het Sociaal Strafwetboek moeten richten.
  De in het eerste lid bedoelde gegevens worden door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bewaard zolang de identificatiegegevens van, naar gelang het geval, de in paragraaf 1, eerste lid, bedoelde aannemer of de in paragraaf 1, tweede lid, bedoelde onderaannemer in de in artikel 35/15 bedoelde databank zijn opgenomen, zonder dat deze bewaring evenwel langer kan duren dan vijf jaar te rekenen vanaf de opneming ervan in dezelfde databank.".
Art.154. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/10, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/10. § 1er. L'entrepreneur, dont les données d'identification ont été introduites dans la banque de données visée à l'article 35/15, communique sans délai, par écrit ou par voie électronique, aux inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, pour chaque convention d'entreprise conclue à partir de la date d'introduction desdites données d'identification dans la banque de données et en vertu de laquelle ledit entrepreneur accomplit des activités dans le secteur du déménagement:
  - soit:
  1° la date de début des activités précitées, et
  2° une liste comprenant les données d'identification du donneur d'ordre au bénéfice de qui sont effectuées de telles activités;
  - soit le numéro d'identification de la déclaration faite en application de l'article 30quinquies, § 8, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
  Le sous-traitant, dont les données d'identification ont été introduites dans la banque de données visée à l'article 35/15, communique sans délai, par écrit ou par voie électronique, aux inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales du Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale, pour chaque convention d'entreprise conclue après la date d'introduction desdites données d'identification dans la banque de données et en vertu de laquelle ledit sous-traitant accomplit, des activités dans le secteur du déménagement:
  - soit:
  1° la date de début des activités précitées, et
  2° une liste comprenant les données d'identification du donneur d'ordre et de l'entrepreneur concernés par l'exécution de telles activités, ainsi que, le cas échéant, de tout autre entrepreneur intermédiaire intervenant éventuellement avant ledit sous-traitant dans la chaîne de sous-traitance en vue de l'exécution de ces mêmes activités;
  - soit le numéro d'identification de la déclaration faite en application de l'article 30quinquies, § 8, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
  § 2. Les données d'identification des contractants à mentionner dans la liste visée au paragraphe 1er, alinéas 1er et 2, sont les suivantes:
  - lorsqu'il s'agit d'une entité enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, son numéro d'entreprise;
  - lorsqu'il s'agit d'une entreprise étrangère qui n'est pas enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, le numéro d'identification du pays d'origine ou, à défaut, le nom de l'entreprise, sa forme juridique et son adresse.
  § 3. Le Service public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale est responsable du traitement des données transmises aux inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des Lois sociales conformément au paragraphe 1er.
  La transmission des données visées au paragraphe 1er vise à permettre aux inspecteurs sociaux visés à l'alinéa 1er, d'identifier les responsables solidaires visés à l'article 35/6/8 à qui ils doivent transmettre la notification visée à l'article 49/4 du Code pénal social.
  Les données visées à l'alinéa 1er sont conservées par le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale aussi longtemps que les données d'identification, selon le cas, de l'entrepreneur visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, ou du sous-traitant visé au paragraphe 1er, alinéa 2, sont mentionnées dans la banque de données visée à l'article 35/15 sans toutefois qu'une telle conservation ne puisse excéder une durée de cinq ans à compter de leur introduction dans la même banque de données.".
Art.155. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/11 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/11. § 1. De opdrachtgever die beroep doet op een aannemer om werkzaamheden in de verhuissector te laten uitvoeren, deelt onverwijld, schriftelijk of op elektronische wijze, aan deze aannemer zijn eigen identificatiegegevens mee.
  De aannemer die beroep doet op een rechtstreekse onderaannemer om werkzaamheden in de verhuissector te laten uitvoeren, en die zichzelf tot uitvoering verbonden had voor een opdrachtgever, deelt onverwijld, schriftelijk of op elektronische wijze, aan deze rechtstreekse onderaannemer zijn eigen identificatiegegevens en die van deze opdrachtgever mee.
  De intermediaire aannemer, die zelf tussenkomt als rechtstreekse onderaannemer van de aannemer en die rechtstreeks beroep doet op een onderaannemer om de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden uit te voeren, deelt onverwijld, schriftelijk of op elektronische wijze, aan deze rechtstreekse onderaannemer zijn eigen identificatiegegevens en die van de opdrachtgever en de aannemer mee.
  Elke onderaannemer die na de in het derde lid bedoelde intermediaire aannemer tussenkomt in de keten van onderaanneming en die rechtstreeks beroep doet op een onderaannemer om de in het tweede lid bedoelde werkzaamheden uit te voeren, deelt onverwijld, schriftelijk of op elektronische wijze, aan deze rechtstreekse onderaannemer zijn eigen identificatiegegevens mee, evenals die van de opdrachtgever, de aannemer en, in voorkomend geval, van elke andere onderaannemer die voor hem tussenkomt in de keten van onderaanneming.
  De aannemer, de intermediaire aannemer en de onderaannemer die, overeenkomstig de leden 1 tot 4, de in die leden bedoelde identificatiegegevens schriftelijk meedelen aan, in voorkomend geval, hun aannemer of aan hun rechtstreekse onderaannemer, laten die aannemer of die rechtstreekse onderaannemer een ontvangstbewijs ondertekenen waarin die mededeling wordt bevestigd.
  De in het eerste tot vijfde lid bedoelde identificatiegegevens zijn de volgende:
  - wanneer het gaat om een in de Kruispuntbank van ondernemingen geregistreerde entiteit, zijn ondernemingsnummer;
  - wanneer het gaat om een buitenlandse onderneming die niet is geregistreerd in de Kruispuntbank van ondernemingen, het identificatienummer van het land van oorsprong of, bij gebrek daaraan, de naam van de onderneming, zijn rechtsvorm en zijn adres;
  § 2. Indien de aannemer, de intermediaire aannemer of de onderaannemers die zich contractueel hebben verbonden tot het uitvoeren van werkzaamheden in de verhuissector, voldoen aan hun verplichting tot aangifte van de werken bedoeld in artikel 30quinquies, § 8, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangt dit de verplichtingen bedoeld in paragraaf 1.".
Art.155. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/11, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/11. § 1er. Le donneur d'ordre qui fait appel à un entrepreneur, en vue de faire exécuter des activités dans le secteur du déménagement, communique sans délai à cet entrepreneur par écrit ou par voie électronique, ses propres données d'identification.
  L'entrepreneur, qui fait appel à un sous-traitant direct en vue de faire exécuter des activités dans le secteur du déménagement et que cet entrepreneur s'était lui-même engagé à exécuter au bénéfice d'un donneur d'ordre, communique sans délai à ce sous-traitant direct, par écrit ou par voie électronique, ses propres données d'identification et celles de ce donneur d'ordre.
  L'entrepreneur intermédiaire, qui intervient lui-même en tant que sous-traitant direct de l'entrepreneur et qui fait directement appel à un sous-traitant en vue de faire exécuter les activités visées à l'alinéa 2 communique sans délai à ce sous-traitant direct, par écrit ou par voie électronique, ses propres données d'identification ainsi que celles du donneur d'ordre et de l'entrepreneur.
  Chaque sous-traitant intervenant dans la chaîne de sous-traitance après l'entrepreneur intermédiaire visé à l'alinéa 3 et qui fait directement appel à un sous-traitant en vue de faire exécuter les activités visées à l'alinéa 2 communique sans délai à ce sous-traitant direct, par écrit ou par voie électronique, ses propres données d'identification ainsi que celles du donneur d'ordre, de l'entrepreneur et, le cas échéant, de tout autre sous-traitant intervenant avant lui dans la chaine de sous-traitance.
  Le donneur d'ordre, l'entrepreneur, l'entrepreneur intermédiaire et le sous-traitant qui, conformément aux alinéas 1er à 4, communiquent par écrit, selon le cas, à leur entrepreneur ou à leur sous-traitant direct les données d'identification visées, selon le cas, par ces mêmes alinéas, font contresigner par cet entrepreneur ou ce sous-traitant direct un accusé de réception confirmant une telle communication audit entrepreneur ou sous-traitant direct.
  Les données d'identification visées aux alinéas 1er à 5 sont les suivantes:
  - lorsqu'il s'agit d'une entité enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, son numéro d'entreprise;
  - lorsqu'il s'agit d'une entreprise étrangère qui n'est pas enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, le numéro d'identification du pays d'origine ou, à défaut, le nom de l'entreprise, sa forme juridique et son adresse;
  § 2. Si l'entrepreneur, l'entrepreneur intermédiaire ou les sous-traitants qui se sont engagés contractuellement à exécuter des activités dans le secteur du déménagement satisfont à leur obligation de déclaration de travaux visée à l'article 30quinquies, § 8, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, celle-ci remplace les obligations visées au paragraphe 1er.".
Art.156. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/12 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/12. De gemelde werkgever moet een afschrift van de schriftelijke kennisgeving bedoeld in artikel 49/4 van het Sociaal Strafwetboek ophangen op de plaats of de plaatsen bedoeld in artikel 49/4, tweede lid, 4°.
  De in artikel 35/6/8 bedoelde hoofdelijk aansprakelijke personen hangen op dezelfde plaats(en) een afschrift van de schriftelijke kennisgeving op indien de gemelde werkgever de ophanging bedoeld in het eerste lid niet heeft verricht.".
Art.156. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/12, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/12. L'employeur signalé affiche une copie de la notification écrite visée à l'article 49/4 du Code pénal social, au lieu ou aux lieux visés par ledit article 49/4, deuxième alinéa, 4°.
  Les responsables solidaires visés à l'article 35/6/8 affichent au(x) même(s) lieu(x) une copie de la notification reçue si l'employeur signalé n'a pas effectué l'affichage visé l'alinéa 1er du présent article.".
Art.157. In afdeling 1/2, ingevoegd bij artikel 149, wordt een artikel 35/6/13 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/6/13. De volgende organisaties kunnen in de rechtsgeschillen waartoe de toepassing van deze afdeling aanleiding kan geven, in rechte optreden ter verdediging van de rechten van de werknemers, met toestemming van deze laatsten:
  1° de representatieve werknemers- en werkgeversorganisaties bedoeld in artikel 3 van de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités;
  2° de representatieve vakorganisaties bedoeld in de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel;
  3° de representatieve vakorganisaties in het aangewezen orgaan van vakbondsoverleg voor de administraties, diensten of instellingen waarop de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel niet van toepassing is.
  Het optreden van deze organisaties doet geen afbreuk aan het recht van de werknemers om zelf op te treden, zich bij de vordering aan te sluiten of in het geding tussen te komen.".
Art.157. Dans la section 1re/2, insérée par l'article 149, il est inséré un article 35/6/13, rédigé comme suit:
  "Art. 35/6/13. Les organisations suivantes peuvent ester en justice dans les litiges auxquels l'application de la présente section peut donner lieu pour la défense des droits des travailleurs, avec l'approbation de ces derniers:
  1° les organisations représentatives des travailleurs et les organisations représentatives des employeurs visées à l'article 3 de la loi du 5 décembre 1968 sur les conventions collectives de travail et les commissions paritaires;
  2° les organisations syndicales représentatives visées à la loi du 19 décembre 1974 organisant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités;
  3° les organisations syndicales représentatives au sein de l'organe de concertation syndicale désigné pour les administrations, services ou institutions pour lesquels la loi du 19 décembre 1974 réglant les relations entre les autorités publiques et les syndicats des agents relevant de ces autorités n'est pas d'application.
  L'action de ces organisations ne porte pas atteinte au droit des travailleurs d'agir personnellement, de se joindre à l'action ou d'intervenir à la cause.".
Art.158. In hoofdstuk VI/1 van dezelfde wet wordt artikel 35/8 vervangen als volgt:
  "Art. 35/8. In afwijking van de afdelingen 1, 1/1 en 1/2 van dit hoofdstuk, wordt de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van tewerkstelling van een illegaal verblijvende onderdaan van een derde land in België door deze afdeling geregeld.
  De artikelen 5.160 tot 5.165 van het Burgerlijk Wetboek zijn van toepassing op de door deze afdeling bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.
  Voor de toepassing van de artikelen 3 tot 6, 10, 13 tot 15, 16, 18 en 23 van deze wet wordt de hoofdelijk aansprakelijke gelijkgesteld met de werkgever.
  De post- of banktaks mag door de hoofdelijk aansprakelijke bedoeld in deze afdeling niet worden afgetrokken van het nog verschuldigd loon.".
Art.158. Dans le chapitre VI/1 de la même loi, l'article 35/8 est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 35/8. Par dérogation aux sections 1re, 1re/1 et 1re/2 du présent chapitre, la responsabilité solidaire en cas d'occupation d'un ressortissant d'un pays tiers en séjour illégal en Belgique est régie par la présente section.
  Les articles 5.160 à 5.165 du Code civil sont d'application à la responsabilité solidaire visée par la présente section.
  Pour l'application des articles 3 à 6, 10, 13 à 15, 16, 18 et 23 de la présente loi, le responsable solidaire est assimilé à l'employeur.
  La taxe postale ou bancaire ne peut être déduite de la rémunération encore due par le responsable solidaire au sens de la présente section.".
Art.159. In hoofdstuk VI/1 van dezelfde wet wordt een afdeling 3 ingevoegd, luidende:
  "Afdeling 3. Databank voor de controle op loonschulden.".
Art.159. Dans le chapitre VI/1 de la même loi, il est inséré une section 3 intitulée comme suit:
  "Section 3. Banque de données en vue de contrôler les dettes salariales.".
Art.160. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 159, wordt een artikel 35/14 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/14. Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
  1° werkzaamheden in de verhuissector: de activiteiten bepaald in artikel 4/2, eerste, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 22 januari 2010 tot oprichting van de paritaire subcomités voor het vervoer en de logistiek en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid evenals de activiteiten die in het kader van voornoemde activiteiten worden uitgevoerd met hef- of hijsmiddelen of goederenbehandeling van allerlei aard;
  2° opdrachtgever: eenieder die aan een aannemer de opdracht geeft tot het uitvoeren of doen uitvoeren van werkzaamheden tegen betaling;
  3° aannemer: eenieder die zich rechtstreeks t.o.v. een opdrachtgever verbindt om tegen betaling werkzaamheden uit te voeren of te doen uitvoeren ten behoeve van deze opdrachtgever;
  4° intermediaire aannemer: elke onderaannemer ten opzichte van de onmiddellijk na hem volgende onderaannemer;
  5° onderaannemer: eenieder die zich rechtstreeks, in welk stadium dan ook, ten opzichte van, naar gelang van het geval, de aannemer of de intermediaire aannemer verbindt om tegen betaling werkzaamheden die aan voornoemde aannemer of intermediaire aannemer toevertrouwd zijn, uit te voeren of te doen uitvoeren;
  6° verschuldigd loon: het loon in de zin van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers dat aan de werknemer verschuldigd is, maar dat nog niet betaald werd, noch door zijn werkgever, noch door degene die gehouden is om het te betalen voor rekening van deze werkgever, met uitzondering van de vergoedingen waarop de werknemer recht heeft als gevolg van de verbreking van zijn arbeidsovereenkomst;
  7° de databank loonschulden: de databank opgericht bij de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg om opdrachtgevers, aannemers en intermediaire aannemers in een keten van onderaanneming in staat te stellen om na te gaan of de aannemers en onderaannemers op wie ze een beroep doen voor de uitvoering van werkzaamheden in de verhuissector, hun verplichting naleven om aan hun werknemers tijdig het loon te betalen waarop deze recht hebben.".
Art.160. Dans la section 3, insérée par l'article 159, il est inséré un article 35/14, rédigé comme suit:
  "Art. 35/14. Pour l'application de la présente section, on entend par:
  1° activités dans le secteur du déménagement: les activités définies à l'article 4/2, alinéas 1er, 2 et 3, de l'arrêté royal du 22 janvier 2010 instituant des Sous-commissions paritaires du transport et de la logistique et fixant leur dénomination et leur compétence ainsi que les activités exercées dans le cadre des activités précitées avec des appareils de levage ou de manutention de toute nature;
  2° donneur d'ordre: quiconque donne à un entrepreneur ordre d'exécuter ou de faire exécuter des activités pour un prix;
  3° entrepreneur: quiconque s'engage directement envers un donneur d'ordre à exécuter ou à faire exécuter, pour un prix, des activités au bénéfice de ce donneur d'ordre;
  4° entrepreneur intermédiaire: chaque sous-traitant par rapport au sous-traitant succédant immédiatement après lui;
  5° sous-traitant: quiconque s'engage directement, à quelque stade que ce soit, envers, selon le cas, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire, à exécuter ou à faire exécuter pour un prix des activités confiées audit entrepreneur ou entrepreneur intermédiaire;
  6° rémunération due: la rémunération au sens de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs due au travailleur, mais qui n'a pas encore été payée, ni par son employeur, ni par celui qui est tenu de la payer pour le compte de cet employeur, à l'exception des indemnités auxquelles le travailleur a droit à la suite de la rupture de son contrat de travail;
  7° Banque de données dettes salariales: la base de données créée au sein du Service public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale pour permettre aux donneurs d'ordre, aux entrepreneurs et aux entrepreneurs intermédiaires dans une chaîne de sous-traitance de vérifier si les entrepreneurs et les sous-traitants auxquels ils font appel pour effectuer des activités dans le secteur du déménagement, respectent leur obligation de payer à temps à leurs travailleurs les rémunérations auxquelles ils ont droit.".
Art.161. In afdeling 3, ingevoegd bij artikel 159, wordt een artikel 35/15 ingevoegd, luidende:
  "Art. 35/15. § 1. Er wordt door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg een databank loonschulden opgericht bij de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten.
  § 2. De databank loonschulden vermeldt:
  - de identificatiegegevens van de ondernemingen die werkzaamheden in de verhuissector uitvoeren, en waarvoor één of meerdere recente inbreuken i.v.m. de niet-betaling van het verschuldigd loon tijdens een onderzoek, in hoofde van deze ondernemingen, vastgesteld werden door de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten door middel van een in artikel 64 van het Sociaal Strafwetboek bedoeld proces-verbaal tot vaststelling van inbreuken, en
  - in voorkomend geval, in geval van beroep tegen een rechterlijke beslissing waarbij de onderneming wordt veroordeeld of tegen een beslissing waarbij aan de onderneming een administratieve geldboete wordt opgelegd, naar aanleiding van het in het eerste streepje bedoelde proces-verbaal, het bestaan van een dergelijk beroep.
  De in het eerste lid bedoelde identificatiegegevens zijn de volgende:
  - wanneer het gaat om een in de Kruispuntbank van ondernemingen geregistreerde entiteit, zijn ondernemingsnummer;
  - wanneer het gaat om een buitenlandse onderneming die niet is geregistreerd in de Kruispuntbank van ondernemingen, het identificatienummer van het land van oorsprong of, bij gebrek daaraan, de naam van de onderneming, zijn rechtsvorm en zijn adres.
  De Koning bepaalt wat moet verstaan worden onder recente inbreuk in de zin van deze paragraaf zonder dat een dergelijke inbreuk evenwel betrekking kan hebben op feiten die voorafgaan aan de datum van inwerkingtreding van deze afdeling.
  De registratie van de in de eerste alinea bedoelde gegevens heeft enerzijds tot doel een correcte toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid en van de in artikel 35/6/8 bedoelde inhoudingen op facturen mogelijk te maken, en anderzijds de in paragraaf 3 van dit artikel bedoelde raadpleging mogelijk te maken.
  § 3. De databank loonschulden kan enkel geraadpleegd worden door de rechtspersonen of natuurlijke personen die door een aannemer werkzaamheden in de verhuissector doen uitvoeren of overwegen deze te doen uitvoeren, of die als gevolg van de tussenkomst van een onderaannemer voor het uitvoeren van de bovenvermelde werkzaamheden en die niet hun rechtstreekse aannemer is, hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld in de zin van het artikel 35/6/8. Deze raadpleging heeft tot doel de voormelde natuurlijke of rechtspersonen op de hoogte te brengen, enerzijds, van het feit dat de onderneming vermeld in de databank loonschulden, waarmee zij een aannemingsovereenkomst hebben afgesloten of overwegen af te sluiten met het oog op het uitvoeren van deze werkzaamheden of die als onrechtstreekse onderaannemer tussenkomt met het oog op het uitvoeren van dezelfde werkzaamheden, niet voldoet aan de in België toepasselijke loonvoorwaarden, en anderzijds van het risico voor diezelfde rechtspersonen of natuurlijke personen om als gevolg van die vermelding hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld in de zin van het artikel 35/6/8.
  De Koning kan specifieke voorwaarden voorzien voor het raadplegen van deze databank loonschulden.
  Elke onderneming die de databank loonschulden raadpleegt, is verantwoordelijk voor de verwerking die zij uitvoert telkens wanneer zij de databank loonschulden raadpleegt. Zij moet deze raadpleging, die een andere onderneming betreft, kunnen verantwoorden met inachtneming van de wetgeving inzake gegevensbescherming en voor de in eerste lid genoemde doeleinden.
  Het gebruik van deze databank loonschulden is onderworpen aan de naleving van het beleid inzake het gebruik van de databank loonschulden.
  Voor bewijsdoeleinden krijgt de onderneming die de databank loonschulden raadpleegt een login toegewezen. Haar verbindingsgegevens worden opgeslagen in de databank loonschulden en daar bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van invoer.
  In afwijking van het eerste lid, kan de databank loonschulden niet geraadpleegd worden door de natuurlijke persoon die werkzaamheden in de verhuissector uitsluitend voor privédoeleinden doet uitvoeren of overweegt te doen uitvoeren.
  § 4. De in paragraaf 2 bedoelde identificatiegegevens worden in de databank loonschulden ingevoerd door de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten volgens de door de Koning bepaalde nadere regels.
  Onder voorbehoud van de door de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten overeenkomstig paragraaf 7 uitgevoerde schrapping en voor de doeleinden bedoeld in paragraaf 3, worden de in dezelfde paragraaf 2 bedoelde identificatiegegevens gedurende een maximale periode van vijf jaar, te rekenen vanaf hun invoering, in de databank loonschulden bewaard.
  § 5. De onderneming waarvan de identificatiegegevens voorkomen in de in paragraaf 2 bedoelde databank loonschulden, wordt daarvan schriftelijk op de hoogte gebracht door de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten.
  § 6. De onderneming waarvan de in paragraaf 2 bedoelde identificatiegegevens in de databank loonschulden werden ingevoerd en die, als aannemer in de zin van deze wet, werkzaamheden in de verhuissector uitvoert, brengt haar werknemers op de hoogte van deze invoer en deelt hen onverwijld, schriftelijk of op elektronische wijze, een lijst mee met de identificatiegegevens van de opdrachtgever voor wie deze werkzaamheden worden uitgevoerd.
  De onderneming waarvan de in paragraaf 2 bedoelde identificatiegegevens in de databank loonschulden werden ingevoerd en die, als rechtstreekse of onrechtstreekse onderaannemer, werkzaamheden in de verhuissector uitvoert, brengt haar werknemers op de hoogte van deze invoer en deelt hen onverwijld, schriftelijk of op elektronische wijze, een lijst mee met de identificatiegegevens van de opdrachtgever en de aannemer die betrokken zijn bij de uitvoering van deze werkzaamheden, evenals, in voorkomend geval, van elke andere onderaannemer die eventueel vóór haar tussenkomt in de keten van onderaanneming om dezelfde werkzaamheden uit te voeren.
  De identificatiegegevens van de contractanten die moeten vermeld worden in de lijst bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn de volgende:
  - als genoemde contractanten rechtspersonen zijn, hun benaming en het adres van hun maatschappelijke zetel;
  - als genoemde contractanten natuurlijke personen zijn, hun naam en voornaam en hun fysiek adres.
  De in het eerste en tweede lid bedoelde onderneming laat haar werknemers een ontvangstbewijs ondertekenen waarin de mededeling van de in die leden bedoelde lijst wordt bevestigd.
  § 7. Op verzoek van een in paragraaf 2 bedoelde onderneming gaan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten over tot de schrapping, in de in dit artikel bedoelde databank loonschulden, van de identificatiegegevens die op deze onderneming betrekking hebben, onder de volgende hypotheses en volgens de volgende voorwaarden:
  - voornoemde onderneming bezorgt aan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten het bewijs van betaling van het verschuldigd loon binnen een termijn van 10 dagen na de invoering van de identificatiegegevens in de databank loonschulden maar uiterlijk vóór de twintigste van de lopende maand. In dat geval gaan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten over tot de schrapping van de identificatiegegevens in de databank loonschulden op de eerste dag van de maand die volgt op die waarin voornoemd betalingsbewijs door de onderneming bezorgd werd;
  - voornoemde onderneming bezorgt aan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten het bewijs van betaling van het verschuldigd loon na de in het eerste streepje vermelde termijn of na de twintigste van de lopende maand. In dat geval gaan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op de sociale wetten over tot de schrapping van de identificatiegegevens in de databank loonschulden op de eerste dag van de tweede maand die volgt op die waarin voornoemd betalingsbewijs door de onderneming bezorgd werd.
  De Koning bepaalt de wijze waarop het in het eerste lid bedoelde verzoek wordt gedaan.
  Op verzoek van een in paragraaf 2 bedoelde onderneming gaan de sociaal inspecteurs van de Algemene Directie Toezicht op sociale wetten over tot de verbetering in de in dit artikel bedoelde databank loonschulden van de identificatiegegevens die op deze onderneming betrekking hebben, volgens de voorwaarden en onder de modaliteiten bepaald door de Koning.
  § 8. De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is verantwoordelijk voor de verwerking van het beheer van de databank loonschulden. Het beheer van de databank loonschulden omvat het verzamelen, registreren, verspreiden, corrigeren, archiveren en wissen van de gegevens.".
Art.161. Dans la section 3, insérée par l'article 159, il est inséré un article 35/15, rédigé comme suit:
  "Art. 35/15. § 1er. Une banque de données dettes salariales est créée par le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale auprès de la Direction Générale Contrôle des lois sociales.
  § 2. La banque de données dettes salariales mentionne:
  - les données d'identification des entreprises effectuant des activités des activités dans le secteur du déménagement et pour lesquelles une ou plusieurs infractions récentes concernant le non-paiement de la rémunération due ont été constatées lors d'une enquête, dans le chef de ces entreprises, par les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales au moyen d'un procès-verbal constatant une infraction, visé à l'article 64 du Code pénal social, et
  - le cas échéant, en cas de recours introduit contre une décision judiciaire condamnant l'entreprise ou contre une décision infligeant une amende administrative à l'entreprise, à la suite du procès-verbal visé au premier tiret, l'existence d'un tel recours.
  Les données d'identification visées à l'alinéa 1er sont les suivantes:
  - lorsqu'il s'agit d'une entité enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, son numéro d'entreprise;
  - lorsqu'il s'agit d'une entreprise étrangère qui n'est pas enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, le numéro d'identification du pays d'origine ou, à défaut, le nom de l'entreprise, sa forme juridique et son adresse.
  Le Roi détermine ce qu'il faut entendre par infraction récente au sens du présent paragraphe sans toutefois qu'une telle infraction puisse concerner des faits antérieurs à la date d'entrée en vigueur de la présente section.
  L'enregistrement des données visées à l'alinéa 1er a pour finalité, d'une part, de permettre l'application correcte de la responsabilité solidaire et des retenues sur factures visées à l'article 35/6/8 et d'autre part, la consultation visée au paragraphe 3 du présent article.
  § 3. La banque de données dettes salariales est seulement consultable par les personnes morales ou physiques qui font effectuer ou envisagent de faire effectuer par un contractant des activités dans le secteur du déménagement ou qui, du fait de l'intervention d'un sous-traitant aux fins d'exécution des activités précitées et qui n'est pas leur contractant direct, sont susceptibles de voir engagée leur responsabilité solidaire au sens de l'article 35/6/8. Une telle consultation vise à informer les personnes morales ou physiques précitées d'une part, de ce que l'entreprise mentionnée dans la banque de données dettes salariales, avec qui elles ont conclu ou envisagent de conclure une convention d'entreprise en vue de l'exécution de pareilles activités ou qui intervient en tant que sous-traitant indirect aux fins d'exécution des mêmes activités, ne respecte pas les conditions de rémunération applicables en Belgique et, d'autre part, du risque, pour ces mêmes personnes morales ou physiques, de voir leur responsabilité solidaire au sens de l'article 35/6/8 engagée en raison de pareille mention.
  Le Roi peut prévoir des conditions spécifiques auxquelles est soumise la consultation de la banque de données dettes salariales.
  Chaque entreprise consultant la banque de données dettes salariales est responsable du traitement qu'elle effectue à chaque consultation dans cette banque de données dettes salariales. Elle doit pouvoir justifier cette consultation qui concerne une autre entreprise dans le respect de la législation relative à la protection des données et pour les finalités mentionnées à l'alinéa 1er.
  L'utilisation de cette banque de données dettes salariales est subordonnée au respect de la politique d'utilisation de la banque de données dettes salariales.
  A des fins probatoires, l'entreprise consultant la banque de données dettes salariales se voit attribuer un login. Ces données de connexion sont enregistrées dans ladite banque de données dettes salariales et y sont conservées pendant une durée de cinq ans à compter de leur introduction.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, la banque de données dettes salariales n'est pas consultable par la personne physique qui fait effectuer ou envisage de faire effectuer des activités dans le secteur du déménagement à des fins exclusivement privées.
  § 4. Les données d'identification, visées au paragraphe 2, sont introduites dans la banque de données dettes salariales par les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales conformément aux modalités déterminées par le Roi.
  Sans préjudice de la suppression effectuée par les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales conformément au paragraphe 7 et au regard des finalités visées au paragraphe 3, les données d'identification visées au même paragraphe 2 sont conservées dans la banque de données dettes salariales pendant une durée maximale de cinq ans à compter de leur introduction.
  § 5. L'entreprise, dont les données d'identification figurent dans la banque de données dettes salariales visée au paragraphe 2, en est informée par écrit par les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales.
  § 6. L'entreprise, dont les données d'identification visées au paragraphe 2 ont été introduites dans la banque de données dettes salariales et qui, en tant qu'entrepreneur au sens de la présente loi, accomplit des activités dans le secteur du déménagement, informe ses travailleurs de pareille introduction et communique sans délai à ces derniers, par écrit ou par voie électronique, une liste comprenant les données d'identification du donneur d'ordre au bénéfice de qui sont effectuées de telles activités.
  L'entreprise, dont les données d'identification visées au paragraphe 2 ont été introduites dans la banque de données dettes salariales et qui accomplit, en tant que sous-traitant direct ou indirect, des activités dans le secteur du déménagement, informe ses travailleurs de pareille introduction et communique sans délai à ces derniers, par écrit ou par voie électronique, une liste comprenant les données d'identification du donneur d'ordres et de l'entrepreneur concernés par l'exécution de telles activités, ainsi que, le cas échéant, de tout autre sous-traitant intervenant éventuellement avant elle dans la chaîne de sous-traitance en vue de l'exécution de ces mêmes activités.
  Les données d'identification des contractants à mentionner dans la liste visée aux alinéas 1er et 2, sont les suivantes:
  - si lesdits contractants sont des personnes morales, leur dénomination et l'adresse de leur siège statutaire;
  - si lesdits contractants sont des personnes physiques, leur nom et prénom et leur adresse physique.
  L'entreprise visée aux alinéas 1er et 2 fait contresigner par ses travailleurs un accusé de réception confirmant la communication de la liste mentionnée dans ces mêmes alinéas.
  § 7. A la demande d'une entreprise visée au paragraphe 2, les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales procèdent à la suppression, dans la banque de données dettes salariales visée par le présent article, des données d'identification la concernant, dans les hypothèses et selon les modalités suivantes:
  - ladite entreprise fournit aux inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales la preuve du paiement de la rémunération due dans un délai de 10 jours suivant la date d'introduction des données d'identification dans la banque de données dettes salariales mais au plus tard avant le vingtième jour du mois en cours. En pareil cas, les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales procèdent à la suppression des données d'identification dans la banque de données dettes salariales le premier jour du mois suivant celui où la preuve de paiement précitée a été fournie par l'entreprise;
  - ladite entreprise fournit aux inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales la preuve du paiement de la rémunération due après le délai mentionné au premier tiret ou à partir du vingtième jour du mois en cours. En pareil cas, les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales procèdent à la suppression des données d'identification dans la banque de données dettes salariales le premier jour du deuxième mois suivant celui où la preuve de paiement précitée a été fournie par l'entreprise.
  Le Roi détermine les modalités de communication de la demande visée à l'alinéa 1er.
  A la demande d'une entreprise visée au paragraphe 2, les inspecteurs sociaux de la Direction générale Contrôle des lois sociales procèdent à la rectification, dans la banque de données dettes salariales visée par le présent article, des données d'identification la concernant, dans les conditions et selon les modalités déterminées par le Roi.
  § 8. Le Service public fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale est responsable du traitement pour ce qui concerne la gestion de la banque de données dettes salariales. La gestion de la banque de données dettes salariales implique la collecte, l'enregistrement, la diffusion, la rectification, l'archivage et la suppression des données.".
Afdeling 6. - Wijzigingen van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen
Section 6. - Modifications de la loi 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises
Art.162. In hoofdstuk II van titel IV van de wet van 26 juni 2002 betreffende de sluiting van de ondernemingen wordt een afdeling 10 ingevoegd met als opschrift "Betaling van sommen en informatieverstrekking bedoeld in artikel 35/6/8 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers".
Art.162. Dans le chapitre II du titre IV de la loi du 26 juin 2002 relative aux fermetures d'entreprises, il est inséré une section 10 intitulée "Versement de sommes et information prévus par l'article 35/6/8 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs".
Art.163. In hoofdstuk II van titel IV van dezelfde wet wordt een artikel 55/1 ingevoegd luidende:
  "Art. 55/1. Het Fonds:
  1° ontvangt de sommen bedoeld in artikel 35/6/8 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en betaalt overeenkomstig dezelfde bepaling deze sommen aan de betrokken werknemers;
  2° betaalt aan de opdrachtgever bedoeld in artikel 35/6/8, § 1, achtste lid, en § 2, zevende lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en, naar gelang het geval, aan de aannemer of intermediaire aannemer bedoeld in artikel 35/6/8, § 3, achtste lid, en § 4, zevende lid, van dezelfde wet, de sommen bedoeld door deze bepalingen overeenkomstig deze laatste bepalingen;
  3° brengt de aannemer bedoeld in artikel 35/6/8, § 1, tweede lid, en § 2, tweede lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en de onderaannemer bedoeld in artikel 35/6/8, § 3, tweede lid, en § 4, tweede lid, van dezelfde wet op de hoogte van de betaling van de bedragen die zijn uitgekeerd aan de werknemers van die aannemer en onderaannemer overeenkomstig, naargelang het geval, de paragrafen 1 tot 4 van dit artikel 35/6/8;
  4° betaalt het eventuele saldo, bedoeld in artikel 35/6/8, § 1, vijfde lid, § 2, vijfde lid, § 3, vijfde lid, en § 4, vijfde lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, terug binnen de termijn en volgens de modaliteiten die krachtens dezelfde bepalingen zijn vastgesteld.".
Art.163. Dans le chapitre II du titre IV de la même loi, il est inséré un article 55/1, rédigé comme suit:
  "Art. 55/1. Le Fonds:
  1° reçoit les sommes visées par l'article 35/6/8 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, et verse de telles sommes aux travailleurs concernés, conformément à cette même disposition;
  2° reverse, au donneur d'ordres visé par l'article 35/6/8, § 1er, alinéa 8, et § 2, alinéa 7, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs et, selon le cas, à l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire visés par l'article 35/6/8, § 3, alinéa 8, et § 4, alinéa 7, de la même loi, les sommes visées par ces dispositions, conformément à ces dernières;
  3° informe l'entrepreneur visé à l'article 35/6/8, § 1er, alinéa 2, et § 2, alinéa 2, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs et le sous-traitant visé à l'article 35/6/8, § 3, alinéa 2, et § 4, alinéa 2, de la même loi, du versement de sommes effectué aux travailleurs de cet entrepreneur et de ce sous-traitant, conformément, selon le cas, aux paragraphes 1er à 4 dudit article 35/6/8;
  4° rembourse le solde éventuel visé à l'article 35/6/8, § 1er, alinéa 5, § 2, alinéa 5, § 3, alinéa 5, et § 4, alinéa 5, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, dans le délai et selon les modalités qui sont prévus en vertu de ces mêmes dispositions.".
Afdeling 7. - Sancties
Section 7. - Sanctions
Onderafdeling 1. - Toezicht
Sous-section 1re. - Surveillance
Art.164. De inbreuken op de bepalingen van "Afdeling 4. Organisatie van de onderaannemingsketen" en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
  De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art.164. Les infractions aux dispositions de la "Section 4. Organisation de la chaîne de sous-traitance" et de ses arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au Code pénal social.
  Les inspecteurs sociaux disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39 du Code pénal social lorsqu'ils agissent, d'initiative ou sur demande, dans le cadre de leur mission d'information, de médiation et de surveillance relative au respect des dispositions de la présente section et de ses arrêtés d'exécution.
Onderafdeling 2. - Wijzigingen van het Sociaal Strafwetboek
Sous-section 2. - Modifications du Code pénal social
Art.165. In Boek 1, titel 2, hoofdstuk 2, van het Sociaal Strafwetboek, wordt een afdeling 3/4 ingevoegd met als opschrift:
  "Afdeling 3/4. De bijzondere bevoegdheid van de sociaal inspecteurs in verband met de hoofdelijke aansprakelijkheid in geval van werkzaamheden in de verhuissector".
Art.165. Dans le livre 1er, titre 2, chapitre 2, du Code pénal social, il est inséré une section 3/4, intitulée:
  "Section 3/4. La compétence spéciale des inspecteurs sociaux en ce qui concerne la responsabilité solidaire en cas d'activités dans le secteur du déménagement".
Art.166. In afdeling 3/4, ingevoegd bij artikel 165, wordt een artikel 49/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 49/4. De schriftelijke kennisgeving van de invoering van de identificatiegegevens van een onderneming in de databank bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers
  De sociaal inspecteurs brengen de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers schriftelijk ervan op de hoogte dat, naargelang van het geval, de identificatiegegevens van hun aannemer of van de onderaannemer die na hem volgt, ingevoerd werden in de databank bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.
  Deze kennisgeving vermeldt:
  1° de identificatiegegevens van de aannemer werkgever of van de onderaannemer werkgever, zoals vastgesteld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers;
  2° de datum waarop voormelde identificatiegegevens ingevoerd werden in de databank bedoeld in het artikel 35/15 van de voormelde wet van 12 april 1965;
  3° de identiteit en het adres van de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van de voormelde wet van 12 april 1965, die de ontvangers zijn van deze kennisgeving;
  4° de plaats(en) waar, naar gelang van het geval, de werkzaamheden in de verhuissector in de zin van artikel 35/6/6, § 1, 1°, van de wet van 12 april 1965, uitgevoerd worden door de werknemers van, naar gelang van het geval, de aannemer werkgever of de onderaannemer werkgever ten behoeve van de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van dezelfde wet van 12 april 1965.
  Een afschrift van de in het tweede lid bedoelde kennisgeving wordt overgemaakt aan de aannemer of de onderaannemer waarop deze kennisgeving betrekking heeft.
  De Koning kan aan de in het tweede lid opgenomen lijst andere vermeldingen toevoegen.
  De Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg is verantwoordelijk voor de verwerking van de gegevens bedoeld in paragraaf 2 en de gegevens die krachtens paragraaf 4 worden toegevoegd.
  De in het tweede lid bedoelde gegevens en deze toegevoegd krachtens het vierde lid worden door de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg bewaard zolang de identificatiegegevens van de werkgever aannemer of de werkgever onderaannemer, bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, in de databank bedoeld in datzelfde artikel 35/15 zijn opgenomen, zonder dat deze bewaring evenwel langer kan duren dan vijf jaar te rekenen vanaf de verzending van de kennisgeving aan de hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld in artikel 35/6/8 van dezelfde wet van 12 april 1965.".
Art.166. Dans la section 3/4, insérée par l'article 165, il est inséré un article 49/4, rédigé comme suit:
  "Art. 49/4. La notification écrite de l'introduction des données d'identification d'une entreprise dans la banque de données visée à l'article 35/15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs
  Les inspecteurs sociaux informent par écrit les responsables solidaires visés à l'article 35/6/8 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, de ce que, selon le cas, les données d'identification de leur entrepreneur ou du sous-traitant succédant à celui-ci ont été introduites dans la banque de données visée par l'article 35/15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.
  Cette notification mentionne:
  1° les données d'identification de l'entrepreneur employeur ou du sous-traitant employeur, telles que définies par l'article 35/15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs;
  2° la date à laquelle les données d'identification précitées ont été introduites dans la banque de données visée par l'article 35/15 de la loi précitée du 12 avril 1965;
  3° l'identité et l'adresse des responsables solidaires visés à l'article 35/6/8 de la loi précitée du 12 avril 1965 et qui sont destinataires de cette notification;
  4° le ou les lieux où sont exécutées, selon le cas, les activités dans le secteur du déménagement au sens de l'article 35/6/6, paragraphe 1er, 1°, de la loi du 12 avril 1965, par les travailleurs, selon le cas de l'entrepreneur employeur ou du sous-traitant employeur au bénéfice des responsables solidaires visés à l'article 35/6/8 de la même loi du 12 avril 1965.
  Une copie de la notification visée à l'alinéa 2 est transmise à l'entrepreneur ou au sous-traitant concernés par cette notification.
  Le Roi peut ajouter d'autres mentions à la liste prévue à l'alinéa 2.
  Le Service public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale est responsable du traitement des données visées à l'alinéa 2 et de celles ajoutées en vertu de l'alinéa 4.
  Les données visées à l'alinéa 2 et celles ajoutées en vertu de l'alinéa 4 sont conservées par le Service public Fédéral Emploi, Travail et Concertation sociale aussi longtemps que les données d'identification de l'entrepreneur employeur ou du sous-traitant employeur, telles que définies par l'article 35/15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, sont mentionnées dans la banque de données au sens du même article 35/15 sans toutefois qu'une telle conservation ne puisse excéder une durée de cinq ans à compter de l'envoi de la notification aux responsables solidaires visés à l'article 35/6/8 de la même loi du 12 avril 1965.".
Art.167. In artikel 171/2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 29 maart 2012 en laatst gewijzigd door de wet van 11 december 2016, worden de woorden "artikel 35/4, 35/6/4 en 35/12" vervangen door de woorden "artikel 35/4, 35/6/4, 35/6/12 en 35/12.".
Art.167. Dans l'article 171/2 du même Code, inséré par la loi du 29 mars 2012 et modifié en dernier lieu par la loi du 11 décembre 2016, les mots "aux articles 35/4, 35/6/4 et 35/12" sont remplacés par les mots "aux articles 35/4, 35/6/4, 35/6/12 et 35/12".
Art.168. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 171/2/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 171/2/2. De niet-betaling van het loon door de hoofdelijk aansprakelijke
  Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de opdrachtgever, de aannemer en de intermediaire aannemer, hoofdelijk aansprakelijke personen bedoeld door afdeling 1/2 van hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, die het verschuldigd loon voor de betaling waarvan zij hoofdelijk aansprakelijk zijn overeenkomstig dezelfde afdeling, niet betaald hebben.".
Art.168. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/2, rédigé comme suit:
  "Art. 171/2/2. Le non-paiement de la rémunération par le responsable solidaire
  Sont punis d'une sanction de niveau 3, le donneur d'ordres, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire, solidairement responsables visés par la section 1re/2 du chapitre VI/1 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, qui n'ont pas payé la rémunération due pour le paiement de laquelle ils sont solidairement responsables conformément à la même section.".
Art.169. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 171/2/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 171/2/3. De niet-inhouding en doorstorting van de bedragen in geval van werkzaamheden in de verhuissector
  Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de opdrachtgever, de aannemer en de intermediaire aannemer die rechtstreeks, in voorkomend geval, met een aannemer of een onderaannemer, een overeenkomst heeft gesloten en die zich niet heeft gehouden aan de inhoudings- en doorstortingsplicht bedoeld door afdeling 1/2 van hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.".
Art.169. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/3, rédigé comme suit:
  "Art. 171/2/3. La non-retenue et versement des montants en cas d'activités dans le secteur du déménagement
  Est puni d'une sanction de niveau 3, le donneur d'ordre, l'entrepreneur et l'entrepreneur intermédiaire qui a conclu directement avec, selon le cas, un entrepreneur ou un sous-traitant et qui n'a pas respecté l'obligation de retenue et de versement visée par la section 1re/2 du chapitre VI/1 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs.".
Art.170. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van het hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/2/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 171/2/4. De niet-mededeling door de aannemer bedoeld in artikel 35/6/9, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, aan de opdrachtgever bedoeld in genoemd artikel 35/6/9, § 1, van de door deze bepaling voorziene informatie
  Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de aannemer bedoeld in artikel 35/6/9, § 1, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die aan de opdrachtgever bedoeld in artikel 35/6/9, § 1, van dezelfde wet, niet de informatie bedoeld in ditzelfde artikel 35/6/9, § 1, meegedeeld heeft, overeenkomstig deze laatste bepaling.".
Art.170. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/4, rédigé comme suit:
  "Art. 171/2/4. La non-communication par l'entrepreneur visé par l'article 35/6/9, § 1er, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs au donneur d'ordre visé par ledit article 35/6/9, § 1er, des informations prévues par cette disposition
  Est puni d'une sanction de niveau 3, l'entrepreneur visé par l'article 35/6/9, § 1er, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, son préposé ou son mandataire, qui n'a pas communiqué au donneur d'ordre visé dans l'article 35/6/9, § 1er, de la même loi, les informations visées par ce même article 35/6/9, § 1er, conformément à cette dernière disposition.".
Art.171. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van het hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/2/5, ingevoegd luidende:
  "Art. 171/2/5. De niet-mededeling door de aannemer en de onderaannemer bedoeld in artikel 35/6/10 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, aan de in genoemd artikel 35/6/10 bedoelde personen van door dezelfde bepalingen voorziene informatie
  Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de aannemer en de onderaannemer bedoeld in artikel 35/6/10 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, hun aangestelde of hun lasthebber, die niet de informatie bedoeld in genoemd artikel 35/6/10, aan de aangeduide sociaal inspecteurs overgemaakt hebben, overeenkomstig deze laatste bepaling.".
Art.171. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/5, rédigé comme suit:
  "Art. 171/2/5. La non-communication par l'entrepreneur et le sous-traitant visés par l'article 35/6/10 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs aux personnes visées audit article 35/6/10 des informations prévues par ces mêmes dispositions
  Sont punis d'une sanction de niveau 3, l'entrepreneur et le sous-traitant visé par l'article 35/6/10 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, leur préposé ou leur mandataire, qui n'ont pas communiqué aux inspecteurs sociaux désignés les informations visées par audit article 35/6/10, conformément à cette dernière disposition.".
Art.172. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/2/6, ingevoegd, luidende:
  "Art. 171/2/6. De niet-mededeling door de opdrachtgever, de aannemer, de intermediaire aannemer en de onderaannemer, bedoeld in artikel 35/6/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, van de in deze bepalingen bedoelde informatie aan hun contractant
  Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de opdrachtgever, de aannemer, de intermediaire aannemer en de onderaannemer, bedoeld in artikel 35/6/11 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, hun aangestelde of hun lasthebber, die de in deze bepalingen bedoelde informatie niet aan hun aannemer hebben meegedeeld, overeenkomstig deze laatste bepalingen.".
Art.172. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/6, rédigé comme suit:
  "Art. 171/2/6. La non-communication par le donneur d'ordre, l'entrepreneur, l'entrepreneur intermédiaire et le sous-traitant, visés par l'article 35/6/11 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, à leur contractant des informations prévues par ces dispositions
  Sont punis d'une sanction de niveau 3, le donneur d'ordre, l'entrepreneur, l'entrepreneur intermédiaire et le sous-traitant, visés par l'article 35/6/11 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, leur préposé ou leur mandataire, qui n'ont pas communiqué à leur contractant les informations prévues par ces dispositions, conformément à ces dernières dispositions.".
Art.173. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/2/7, ingevoegd luidende:
  "Art. 171/2/7. Het niet-mededelen door de onderneming in de zin van artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, aan haar werknemer van de in artikel 35/15, paragraaf 6, van dezelfde wet bedoelde informatie
  Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de onderneming in de zin van artikel 35/15, paragraaf 2, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, haar aangestelde of haar lasthebber, die niet de in artikel 35/15, paragraaf 6, van voornoemde wet bedoelde informatie, overeenkomstig deze laatste bepaling, aan haar werknemer meegedeeld heeft.".
Art.173. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/7, rédigé comme suit:
  "Art. 171/2/7. La non-communication par l'entreprise au sens de l'article 35/15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, à son travailleur des informations visées à l'article 35/15, paragraphe 6, de cette même loi
  Est puni d'une sanction de niveau 3, l'entreprise au sens de l'article 35/15, paragraphe 2, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, son préposé ou son mandataire, qui n'a pas communiqué à son travailleur les informations visées à l'article 35/15, paragraphe 6, de ladite loi, conformément à cette dernière disposition.".
Art.174. In boek 2, hoofdstuk 3, afdeling 2, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 171/2/8, ingevoegd luidende:
  "Artikel 171/2/8. De niet-raadpleging van de databank bedoeld in artikel 35/15 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers en de niet-mededeling van de informatie voorzien door artikel 35/6/9, § 2, van dezelfde wet
  § 1. Met een sanctie van niveau 3 wordt, bij ontstentenis van een reeds bestaande keten van onderaannemers, bestraft, de aannemer die rechtstreeks een beroep gedaan heeft op een onderaannemer voor het uitvoeren van werkzaamheden in de verhuissector in de zin van artikel 35/6/6, § 1, 1°, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, en die rechtstreeks toegezegd had om deze werkzaamheden te verrichten voor de opdrachtgever, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die de databank bedoeld in artikel 35/15 van de voormelde wet van 12 april 1965 niet geraadpleegd heeft om na te gaan of de identificatiegegevens van deze onderaannemer al dan niet voorkwamen in voornoemde databank, alvorens de uitvoering van voornoemde werkzaamheden aan te vatten.
  Met een sanctie van niveau 3 wordt bestraft, de aannemer, die, bij de raadpleging bedoeld in artikel 35/6/9, § 2, eerste lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers vastgesteld heeft dat de identificatiegegevens van zijn rechtstreekse onderaannemer in de databank bedoeld in artikel 35/15 van de voormelde wet van 12 april 1965 voorkwamen, maar die de betrokken opdrachtgever niet onverwijld en vóór het begin van de uitvoering van de bovenbedoelde werkzaamheden schriftelijk of elektronisch in kennis gesteld heeft van deze vaststelling en van het feit dat zijn hoofdelijke aansprakelijkheid kon ontstaan overeenkomstig artikel 35/6/8, en die hem niet de identificatiegegevens van de bedoelde rechtstreekse onderaannemer meegedeeld heeft.
  § 2. Met een sanctie van niveau 3 worden, wanneer er een keten van een onderaannemers bestaat, bestraft, elke aannemer en elke intermediaire aannemer die deel uitmaakt van deze keten en die rechtstreeks een beroep gedaan hebben op een onderaannemer voor het uitvoeren van werkzaamheden in de verhuissector in de zin van artikel 35/6/6, § 1, 1°, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers, die de databank bedoeld in artikel 35/15 van de voormelde wet van 12 april 1965 niet geraadpleegd hebben om na te gaan of de identificatiegegevens van hun rechtstreekse onderaannemer al dan niet voorkwamen in voornoemde databank alvorens de uitvoering van voornoemde werkzaamheden aan te vatten.
  Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft, de aannemer of de intermediaire aannemer, die bij de raadpleging bedoeld in artikel 35/6/9, § 2, derde lid, van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers vastgesteld hebben dat de identificatiegegevens van de rechtstreekse onderaannemer in de databank bedoeld in artikel 35/15 van de voormelde wet van 12 april 1965 voorkwamen, maar die niet, elk wat hem betreft, de opdrachtgever, de aannemer en naargelang het geval elke intermediaire aannemer die voor hen tussenkomt in de onderaannemingsketen, vóór het begin van de uitvoering van de bovenbedoelde werkzaamheden schriftelijk of elektronisch in kennis gesteld hebben van deze vaststelling en van het feit dat hun hoofdelijke aansprakelijkheid kon ontstaan overeenkomstig artikel 35/6/8 van de voormelde wet van 12 april 1965, en die hen niet de identificatiegegevens van de bedoelde rechtstreekse onderaannemer meegedeeld hebben.".
Art.174. Dans le livre 2, chapitre 3, section 2, du même Code, il est inséré un article 171/2/8, rédigé comme suit:
  "Article 171/2/8. L'absence de consultation de la banque de données visée à l'article 35/15 de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs et l'absence de communication des informations prévues à l'article 35/6/9, § 2, de la même loi
  § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 3, en l'absence de chaîne préexistante de sous-traitants, l'entrepreneur, qui a fait directement appel à un sous-traitant en vue de faire exécuter des activités dans le secteur du déménagement au sens de l'article 35/6/6, paragraphe 1er, 1°, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs et qui s'était lui-même directement engagé à exécuter ces activités au bénéfice du donneur d'ordre, son préposé ou son mandataire, qui n'a pas consulté la banque de données visée à l'article 35/15 de la loi précitée du 12 avril 1965, aux fins de vérifier, avant le début de l'exécution des activités précitées, si les données d'identification d'un tel sous-traitant figuraient ou non dans pareille banque de données.
  Est puni d'une sanction de niveau 3, l'entrepreneur, qui, au moment de la consultation visée à l'article 35/6/9, § 2, alinéa 1er, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, a constaté que les données d'identification de son sous-traitant direct figuraient dans la banque de données visée à l'article 35/15 de la loi précitée du 12 avril 1965 mais qui n'a pas informé, par écrit ou par voie électronique, sans délai et avant le début de l'exécution des activités précitées, le donneur d'ordre concerné de pareille constatation et de ce que sa responsabilité solidaire était susceptible d'être engagée conformément à l'article 35/6/8 et qui ne lui a pas communiqué les données d'identification dudit sous-traitant direct.
  § 2. Sont punis d'une sanction de niveau 3, en cas d'existence d'une chaîne de sous-traitants, chaque entrepreneur et entrepreneur intermédiaire intervenant dans la chaîne précitée et qui ont fait directement appel à un sous-traitant en vue de faire exécuter des activités dans le secteur du déménagement au sens de l'article 35/6/6, paragraphe 1er, 1°, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, qui n'ont pas consulté la banque de données visée à l'article 35/15 de la loi précitée du 12 avril 1965, aux fins de vérifier, avant le début de l'exécution des activités précitées, si les données d'identification de leur sous-traitant direct figuraient ou non dans pareille banque de données.
  Sont punis d'une sanction de niveau 3, l'entrepreneur ou l'entrepreneur intermédiaire, qui, au moment de la consultation visée à l'article 35/6/9, § 2, alinéa 3, de la loi du 12 avril 1965 concernant la protection de la rémunération des travailleurs, ont constaté que les données d'identification du sous-traitant direct précité figuraient dans la banque de données visée à l'article 35/15 de la loi précitée du 12 avril 1965 mais qui n'ont pas informé, chacun pour ce qui les concerne, par écrit ou par voie électronique, avant le début de l'exécution des activités précitées, le donneur d'ordre, l'entrepreneur et, selon le cas, tout entrepreneur intermédiaire intervenant avant eux dans ladite chaîne de sous-traitance de pareille constatation et de ce que la responsabilité solidaire de ces derniers était susceptible d'être engagée conformément à l'article 35/6/8 de la loi précitée du 12 avril 1965 et qui ne leur ont pas communiqué les données d'identifications dudit sous-traitant direct.".
Art.175. In het boek 2 van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk 5/3 ingevoegd, met als opschrift "De organisatie van de onderaanneming".
Art.175. Dans le livre 2 du même Code, il est inséré un chapitre 5/3, intitulé "L'organisation de la sous-traitance".
Art.176. In het voornoemde hoofdstuk 5/3 wordt een artikel 184/1/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 184/1/3. De organisatie van de onderaanneming in het kader van overheidsopdrachten
  § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de onderaannemer, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, het geheel van de uitvoering van de overeenkomst die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming heeft gegeven aan een andere onderaannemer, of alleen de coördinatie van de uitvoering van deze overeenkomst heeft behouden.
  § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het derde niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het derde niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, de in artikel 12/3, § 2, 1°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde werken, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.
  § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het tweede niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het tweede niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, de in artikel 12/3, § 2, 2° of 3°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde werken of diensten, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.".
Art.176. Dans le chapitre 5/3 précité, il est inséré un article 184/1/3, rédigé comme suit:
  "Art. 184/1/3. L'organisation de la sous-traitance dans le cadre de marchés publics
  § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant, son préposé ou son mandataire, qui, en violation de l'arrêté royal du 14 janvier 2013 établissant les règles générales d'exécution des marchés publics, a sous-traité à un autre sous-traitant la totalité de l'exécution du contrat qu'il a conclu avec son propre cocontractant ou en conservant uniquement la coordination de l'exécution de ce contrat.
  § 2. Sont punis d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant du troisième niveau, chaque sous-traitant intervenant dans la chaîne de sous-traitance après le sous-traitant du troisième niveau, leur préposé ou leur mandataire qui, en violation de l'arrêté royal du 14 janvier 2013 établissant les règles générales d'exécution des marchés publics, ont sous-traité les travaux visés à l'article 12/3, § 2, 1°, de l'arrêté royal précité, confiés par le pouvoir adjudicateur à l'adjudicataire, en violation de l'interdiction de sous-traiter à un niveau supplémentaire, en dehors des situations autorisées par le Roi.
  § 3. Sont punis d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant du deuxième niveau, chaque sous-traitant intervenant dans la chaîne de sous-traitance après le sous-traitant du deuxième niveau, leur préposé ou leur mandataire qui, en violation de l'arrêté royal du 14 janvier 2013 établissant les règles générales d'exécution des marchés publics, ont sous-traité les travaux ou les services visés à l'article 12/3, § 2, 2° ou 3°, de l'arrêté royal précité, confiés par le pouvoir adjudicateur à l'adjudicataire, en violation de l'interdiction de sous-traiter à un niveau supplémentaire, en dehors des situations autorisées par le Roi.".
Art.177. In het voornoemde hoofdstuk 5/3 wordt een artikel 184/1/4 ingevoegd, luidende:
  "Art. 184/1/4. De organisatie van de onderaanneming in het kader van concessieovereenkomsten
  § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de onderaannemer, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, het geheel van de uitvoering van de concessie die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming heeft gegeven aan een andere onderaannemer, of alleen de coördinatie van de uitvoering van deze concessie heeft behouden.
  § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het derde niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het derde niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, een in artikel 53, § 2, 1°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde concessie voor werken, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.
  § 3. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het tweede niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het tweede niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met het koninklijk besluit van 25 juni 2017 betreffende de plaatsing en de algemene uitvoeringsregels van de concessieovereenkomsten, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, een in artikel 53, § 2, 2°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde concessie voor werken of een in artikel 53, § 2, 3°, van het voormelde koninklijk besluit, bedoelde concessie voor diensten, toegewezen door de aanbestedende overheid aan de aanbesteder, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.".
Art.177. Dans le chapitre 5/3 précité, il est inséré un article 184/1/4, rédigé comme suit:
  "Art. 184/1/4. L'organisation de la sous-traitance dans le cadre des contrats de concessions
  § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant, son préposé ou son mandataire, qui, en violation de l'arrêté royal du 25 juin 2017 relatif à la passation et aux règles générales d'exécution des contrats de concession, a sous-traité à un autre sous-traitant la totalité de l'exécution de la concession qu'il a conclu avec son propre cocontractant ou en conservant uniquement la coordination de l'exécution de la concession.
  § 2. Sont punis d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant du troisième niveau, chaque sous-traitant intervenant dans la chaîne de sous-traitance après le sous-traitant du troisième niveau, leur préposé ou leur mandataire qui, en violation de l'arrêté royal du 25 juin 2017 relatif à la passation et aux règles générales d'exécution des contrats de concession, ont sous-traité une concession de travaux visée à l'article 53, § 2, 1°, de l'arrêté royal précité, confiés par le pouvoir adjudicateur à l'adjudicataire, en violation de l'interdiction de sous-traiter à un niveau supplémentaire, en dehors des situations autorisées par le Roi.
  § 3. Sont punis d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant du deuxième niveau, chaque sous-traitant intervenant dans la chaîne de sous-traitance après le sous-traitant du deuxième niveau, leur préposé ou leur mandataire qui, en violation de l'arrêté royal du 25 juin 2017 relatif à la passation et aux règles générales d'exécution des contrats de concession, ont sous-traité une concession de travaux visée à l'article 53, § 2, 2°, de l'arrêté royal précité ou une concession de services visée à l'article 53, § 2, 3°, de l'arrêté royal précité, confiées par le pouvoir adjudicateur à l'adjudicataire, en violation de l'interdiction de sous-traiter à un niveau supplémentaire, en dehors des situations autorisées par le Roi.".
Art.178. In het voornoemde hoofdstuk 5/3, wordt een artikel 184/1/5 ingevoegd, luidende:
  "Art. 184/1/5. De organisatie van de onderaanneming buiten het kader van overheidsopdrachten
  § 1. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft, de onderaannemer, zijn aangestelde of zijn lasthebber, die, in strijd met de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, het geheel van de uitvoering van de overeenkomst die hij gesloten heeft met zijn eigen medecontractant, in onderaanneming heeft gegeven aan een andere onderaannemer, of alleen de coördinatie van de uitvoering van deze overeenkomst heeft behouden.
  § 2. Met een sanctie van niveau 4 wordt bestraft de onderaannemer van het derde niveau, elke onderaannemer in de onderaannemingsketen na de onderaannemer van het derde niveau, hun aangestelde of hun lasthebber, die, in strijd met de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen, in strijd met het verbod op onderaanneming op een bijkomend niveau, de werkzaamheden in de verhuissector, uitgevoerd in opdracht van de opdrachtgever, in onderaanneming hebben gegeven, buiten de door de Koning toegestane situaties.".
Art.178. Dans le chapitre 5/3 précité, il est inséré un article 184/1/5, rédigé comme suit:
  "Art. 184/1/5. L'organisation de la sous-traitance hors marchés publics
  § 1er. Est puni d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant, son préposé ou son mandataire, qui, en violation de la loi du 15 mai 2024 modifiant le droit pénal social et diverses dispositions en droit du travail a sous-traité à un autre sous-traitant la totalité de l'exécution du contrat qu'il a conclu avec son propre cocontractant ou en conservant uniquement la coordination de l'exécution de ce contrat.
  § 2. Sont punis d'une sanction de niveau 4, le sous-traitant du troisième niveau, chaque sous-traitant intervenant dans la chaîne de sous-traitance après le sous-traitant du troisième niveau, leur préposé ou leur mandataire qui, en violation de la loi du 15 mai 2024 modifiant le droit pénal social et diverses dispositions en droit du travail, ont sous-traité, pour les activités de déménagement, exécutées sur ordre du donneur d'ordre, en violation de l'interdiction de sous-traiter à un niveau supplémentaire, en dehors des situations autorisées par le Roi.".
Afdeling 8. - Slotbepalingen
Section 8. - Dispositions finales
Art.179. De artikelen 149 tot 174 van dit hoofdstuk treden in werking op een door de Koning bepaalde datum, die echter niet later mag zijn dan 1 juli 2025.
  De artikelen 175 tot 177 van dit hoofdstuk treden in werking één maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
  De afdelingen 2, 3 en 4, en artikel 178 van dit hoofdstuk treden in werking op een door de Koning bepaalde datum, die echter niet later mag zijn dan 1 januari 2025.
Art.179. Les articles 149 à 174 du présent chapitre entrent en vigueur à une date fixée par le Roi mais qui ne peut pas être postérieure au 1er juillet 2025.
  Les articles 175 à 177 du présent chapitre entrent en vigueur un mois après la publication au Moniteur belge.
  Les sections 2, 3 et 4, et l'article 178 du présent chapitre entrent en vigueur à une date fixée par le Roi mais qui ne peut pas être postérieure au 1er janvier 2025.
HOOFDSTUK 12. - Verhuisactiviteiten
CHAPITRE 12. - Activités de déménagement
Afdeling 1. - Aanwezigheidsregistratie voor verhuisactiviteiten
Section 1re. - Enregistrement des présences pour les activités de déménagement
Onderafdeling 1. - Definities
Sous-section 1re. - Définitions
Art.180. Voor de toepassing van dit hoofdstuk, wordt verstaan onder:
  1° "natuurlijke persoon": elke natuurlijke persoon bedoeld in artikel 181 van dit hoofdstuk;
  2° "verhuisactiviteiten": de activiteiten bepaald in artikel 4/2, eerste, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 22 januari 2010 tot oprichting van de paritaire subcomités voor het vervoer en de logistiek en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid evenals de activiteiten die in het kader van voornoemde activiteiten worden uitgevoerd met hef- of hijsmiddelen of goederenbehandeling van allerlei aard en die onderworpen zijn aan een verklaring in toepassing van artikel 30quinquies, § 8, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders;
  3° "arbeidsplaats": de plaats waar de verhuisactiviteiten aanvangen en de plaats waar de verhuisactiviteiten eindigen;
  4° "registratiesysteem": elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem;
  5° "aannemer":
  - eenieder die zich ertoe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever verhuisactiviteiten uit te voeren of te laten uitvoeren;
  - iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemers;
  6° "onderaannemer": eenieder die zich ertoe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, in welke fase ook, tegen een prijs de aan de aannemer toevertrouwde verhuisactiviteit of een onderdeel ervan uit te voeren of te laten uitvoeren of daartoe tewerkgestelden ter beschikking te stellen;
  7° "opdrachtgever": eenieder die opdracht geeft om tegen een prijs verhuisactiviteiten uit te voeren of laten uit te voeren.".
Art.180. Pour l'application du présent chapitre, on entend par:
  1° "personne physique": toute personne physique visée à l'article 181 du présent chapitre;
  2° "activités de déménagement": les activités définis à l'article 4/2, alinéa 1er, 2 et 3, de l'arrêté royal du 22 janvier 2010 instituant des Sous-commissions paritaires du transport et de la logistique et fixant leur dénomination et leur compétence ainsi que les activités exercées dans le cadre des activités précitées avec des appareils de levage ou de manutention de toute nature et qui font l'objet d'une déclaration en application de l'article 30quinquies, § 8, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs;
  3° "lieu de travail": le lieu à partir duquel des travaux de déménagement débutent et le lieu où les travaux de déménagement se terminent;
  4° "système d'enregistrement": système électronique d'enregistrement de présence;
  5° "entrepreneur":
  - quiconque s'engage, pour un prix, à exécuter ou à faire exécuter des activités de déménagement pour un donneur d'ordre;
  - chaque sous-traitant par rapport aux sous-traitants suivants;
  6° "sous-traitant": quiconque s'engage, soit directement, soit indirectement, à quelque stade que ce soit, à exécuter ou à faire exécuter pour un prix, des travaux de déménagement ou une partie de ceux-ci confié à l'entrepreneur ou à mettre des travailleurs à disposition à cet effet;
  7° "donneur d'ordre": quiconque donne ordre d'exécuter ou de faire exécuter des activités de déménagement pour un prix.
Onderafdeling 2. - Toepassingsgebied
Sous-section 2. - Champ d'application
Art.181. Dit hoofdstuk is van toepassing op:
  1° de werknemers die activiteiten uitvoeren voor de in 2° bedoelde werkgevers;
  Voor de toepassing van dit hoofdstuk worden gelijkgesteld met de werknemers:
  a) de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst, arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon, met inbegrip van de personen die prestaties leveren tot het verkrijgen van de vergoeding overeenkomstig artikel 90, eerste lid, 1°bis, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992;
  b) de gedetacheerde werknemers en zelfstandigen bedoeld in artikel 139 en volgende van de programmawet van 27 december 2006;
  c) de personen die een beroepsopleiding volgen waarvan het studieprogramma voorziet in een vorm van arbeid die al dan niet in de opleidingsinstelling wordt verricht;
  d) de personen verbonden door een leerovereenkomst;
  e) de stagiairs;
  f) de leerlingen en studenten die een studierichting volgen waarvan het opleidingsprogramma voorziet in een vorm van arbeid die in de onderwijsinstelling wordt verricht;
  g) de zelfstandigen en hun helpers bedoeld in het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
  2° de werkgevers en de daarmee gelijkgestelde personen die in de hoedanigheid van aannemer of onderaannemer verhuisactiviteiten verrichten;
  3° de aannemers en onderaannemers;
  Dit hoofdstuk is van toepassing op de arbeidsplaatsen waar verhuisactiviteiten worden uitgevoerd die onderworpen zijn aan een verklaring in toepassing van artikel 30quinquies, § 8, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders worden verricht.
Art.181. Le présent chapitre est applicable:
  1° aux travailleurs qui exécutent des activités pour les employeurs visés au 2°;
  Pour l'application du présent chapitre sont assimilés aux travailleurs:
  a) les personnes qui, autrement qu'en vertu d'un contrat de travail, exécutent des prestations de travail sous l'autorité d'une autre personne, en ce compris les personnes qui fournissent des prestations en vue d'obtenir l'indemnité conformément à l'article 90, alinéa 1er, 1°bis, du Code des impôts sur les revenus 1992;
  b) les travailleurs salariés et indépendants détachés visés aux articles 139 et suivants de la loi-programme du 27 décembre 2006;
  c) les personnes qui suivent une formation professionnelle dont le programme de formation prévoit une forme de travail qui est effectué ou non dans l'établissement de formation;
  d) les personnes liées par un contrat d'apprentissage;
  e) les stagiaires;
  f) les élèves et les étudiants qui suivent des études pour lesquelles le programme d'étude prévoit une forme de travail qui est effectué dans l'établissement d'enseignement;
  g) les travailleurs indépendants et leurs aidants visés à l'arrêté royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indépendants;
  2° aux employeurs et aux personnes y assimilées qui en qualité d'entrepreneur ou de sous-traitant exercent des activités de déménagement;
  3° aux entrepreneurs et sous-traitants;
  Ce chapitre s'applique aux lieux de travail où sont effectuées des activités de déménagement qui font l'objet d'une déclaration en application de l'article 30quinquies, § 8, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs.
Onderafdeling 3. - Elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem
Sous-section 3. - Système électronique d'enregistrement des présences
Art.182. § 1. Voor elke arbeidsplaats waar verhuisactiviteiten worden verricht, wordt de aanwezigheid van elke natuurlijke persoon, geregistreerd:
  1° door middel van een elektronisch aanwezigheidsregistratiesysteem, of;
  2° door een andere automatische registratiewijze, indien dit apparaat of deze apparaten gelijkwaardige waarborgen bieden als het registratiesysteem bedoeld in 1° en het bewijs geleverd wordt van het feit dat het begin en het einde van de activiteiten van de natuurlijke personen op de arbeidsplaats daadwerkelijk worden geregistreerd.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de gelijkwaardige waarborgen waaraan de in het eerste lid, 2°, bedoelde registratie ten minste moet beantwoorden.
  § 2. Het registratiesysteem bedoeld in § 1, 1°, omvat:
  1° een gegevensbank beheerd door de overheid die bepaalde gegevens verzamelt met het oog op de controle en de exploitatie van deze gegevens;
  2° een registratieapparaat waarin de gegevens kunnen geregistreerd worden en dat toelaat om deze gegevens door te zenden naar de gegevensbank of een systeem dat toelaat om de voormelde gegevens te registreren en door te zenden naar de gegevensbank.
Art.182. § 1er. Pour chaque lieu de travail où sont effectuées des activités de déménagement, la présence de chaque personne physique, est enregistrée au moyen:
  1° d'un système électronique d'enregistrement des présences, ou;
  2° par une autre méthode d'enregistrement automatique, pour autant que cet appareil ou ces appareils offrent des garanties équivalentes à celles du système d'enregistrement visé au 1° et que soit fournie la preuve du fait que les débuts et fins des activités des personnes physiques sur le lieu de travail sont bien enregistrées.
  Le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les garanties équivalentes auxquelles l'enregistrement visé à l'alinéa 1er, 2°, doit répondre au minimum.
  § 2. Le système d'enregistrement, visé au § 1er, 1°, comprend:
  1° une base de données informatique gérée par l'autorité qui rassemble des données déterminées en vue du contrôle et de l'exploitation de ces données;
  2° un appareil d'enregistrement dans lequel les données peuvent être enregistrées et qui permet d'envoyer ces données à la base de données ou un système qui permet d'enregistrer les données précitées et de les envoyer à la base de données.
Onderafdeling 4. - Registratiegegevens en verwerking ervan
Sous-section 4. - Données d'enregistrement et leur traitement
Art.183. § 1. Het registratiesysteem bedoeld in artikel 182, § 1, eerste lid, 1°, en de registratiewijze, bedoeld in artikel 182, § 1, eerste lid, 2°, geven de volgende gegevens weer:
  1° het identificatienummer van de natuurlijke persoon bedoeld in artikel 8, § 1, 1° of 2°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid;
  2° al naargelang het geval, het adres of de geografische omschrijving van de arbeidsplaats waar de verhuisactiviteiten worden verricht;
  3° de hoedanigheid waarin een natuurlijke persoon prestaties verricht op de arbeidsplaats waar verhuisactiviteiten worden verricht;
  4° de identificatiegegevens van de werkgever, wanneer de natuurlijke persoon een werknemer is;
  5° wanneer de natuurlijke persoon een zelfstandige is, de identificatiegegevens van de natuurlijke persoon of rechtspersoon in wiens opdracht een werk wordt verricht;
  6° het tijdstip van de registratie van aankomst op de arbeidsplaats en dat van vertrek van de arbeidsplaats.
  § 2. De gegevens bedoeld in § 1 zijn sociale gegevens van persoonlijke aard bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid.
  § 3. Na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels waaraan het registratiesysteem, bedoeld in artikel 182 moet beantwoorden met name:
  1° de eigenschappen van het systeem;
  2° de nadere regels betreffende het bijhouden van het systeem;
  3° de inlichtingen die het systeem moet bevatten betreffende de op te nemen gegevens;
  4° de nadere regels voor het doorsturen van de gegevens, inzonderheid het tijdstip van doorsturen;
  5° de verschillende registratiemiddelen en hun technische specificaties die toegelaten zijn om zich te registreren;
  6° welke gegevens niet moeten geregistreerd worden indien ze reeds op elektronische wijze elders beschikbaar zijn voor de overheid en gebruikt kunnen worden in het kader van dit hoofdstuk.
Art.183. § 1er. Le système d'enregistrement, visé à l'article 182, § 1er, alinéa 1er, 1°, et la méthode d'enregistrement, visée à l'article 182, § 1er, alinéa 1er, 2°, reprennent les données suivantes:
  1° le numéro d'identification de la personne physique visé à l'article 8, § 1er, 1° ou 2°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale;
  2° selon le cas, l'adresse ou la description géographique du lieu de travail où les activités de déménagement sont effectuées;
  3° la qualité avec laquelle une personne physique effectue des prestations sur le lieu de travail où les activités de déménagement sont effectuées;
  4° les données d'identification de l'employeur, lorsque la personne physique est un travailleur;
  5° quand la personne physique est un indépendant, les données d'identification de la personne physique ou la personne morale sur commande de laquelle les prestations sont effectuées;
  6° les moments de l'enregistrement de l'arrivée au lieu de travail et du départ du lieu de travail.
  § 2. Les données visées au § 1er sont des données sociales à caractère personnel visées à l'article 2, alinéa 1er, 6°, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale.
  § 3. Après avis de l'Autorité de protection des données, le Roi détermine, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les conditions et les modalités auxquelles doit répondre le système d'enregistrement, visé à l'article 182 et notamment:
  1° les caractéristiques du système;
  2° les modalités relatives à la tenue à jour du système;
  3° les renseignements relatifs aux données à reprendre que le système doit comprendre;
  4° les modalités de l'envoi des données, en particulier le moment précis de l'envoi;
  5° les différents moyens d'enregistrement et leurs spécifications techniques qui sont autorisés pour s'enregistrer;
  6° les données qui ne doivent pas être enregistrées si elles sont déjà disponibles ailleurs de manière électronique pour l'autorité et qui peuvent être utilisées dans le cadre du présent chapitre.
Art.184. De gegevens worden doorgestuurd naar een gegevensbank die bijgehouden wordt door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in artikel 4, 7), van de Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) van de gegevens waarover zij beschikken of die haar worden meegedeeld krachtens artikel 5, paragraaf 1, van dezelfde verordening met betrekking tot de verwerking van de in artikel 41, § § 1 en 2, genoemde gegevens voor de in artikel 185 genoemde doeleinden.
Art.184. Les données sont envoyées à une base de données qui est tenue par l'Office national de sécurité sociale.
  L'Office national de sécurité sociale est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) des données en leur possession ou qui leur ont été communiquées en vertu de l'article 5, § 1er, du même règlement en ce qui concerne le traitement des données visées à l'article 41 § § 1er et 2 pour les finalités visées à l'article 185.
Art.185. De in artikel 182 bedoelde aanwezigheidsregistratie heeft tot doel de veiligheid van de natuurlijke personen te verbeteren, zwartwerk en sociale fraude te bestrijden.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en de voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van dit hoofdstuk bevoegde inspectiediensten kunnen in overeenstemming met de bepalingen van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid de in toepassing van deze wet verwerkte gegevens verder verwerken om hun andere wettelijke bevoegdheden uit te oefenen met het oog op de preventie, de vaststelling, de vervolging en de bestraffing van de inbreuken op de reglementering die tot hun bevoegdheden behoren en met het oog op de inning en invordering van de bedragen die tot hun bevoegdheden behoren.
Art.185. L'enregistrement des présences visé à l'article 182 a pour finalité d'améliorer la sécurité des personnes physiques et de lutter contre le recours au travail non déclaré et à la fraude sociale.
  L'Office national de sécurité sociale et les services d'inspection compétents pour contrôler le respect des dispositions prévues dans ce chapitre peuvent conformément aux dispositions de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale traiter ultérieurement les données traitées en application de la présente loi en vue de la prévention, de la constatation, de la poursuite et de la répression des infractions aux lois et règlements qui relèvent de leurs compétences et en vue de la perception et du recouvrement des montants qui relèvent de leurs compétences.
Art.186. Voor de doeleinden bedoeld in artikel 185, worden de in artikel 183 bedoelde persoonsgegevens niet langer bewaard dan noodzakelijk, met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijke behoren en die, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen niet mag overschrijden.
Art.186. Au regard des finalités visées à l'article 185, les données à caractère personnel visées à l'article 183 ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire, avec une durée maximale de conservation ne pouvant excéder un an après la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence du responsable du traitement et, le cas échéant, le paiement intégral de tous les montants y liés.
Art.187. Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid mogen de sociale inspecteurs en de instellingen van sociale zekerheid, op voorwaarde van een voorafgaande beraadslaging vanwege de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité bedoeld in artikel 39 van de voornoemde wet, de gegevens die opgenomen zijn in het registratiesysteem raadplegen, onderling uitwisselen en gebruiken in het kader van de uitoefening van de hun krachtens de wet toegewezen opdrachten.
Art.187. Sans préjudice de l'application de l'article 14 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la Sécurité sociale, les inspecteurs sociaux et les institutions de sécurité sociale peuvent, moyennant une délibération préalable de la chambre sécurité sociale et santé du comité de sécurité de l'information visée à l'article 39 de la loi précitée, consulter les données reprises dans le système d'enregistrement, les échanger entre eux et les utiliser dans le cadre de l'exercice de leurs missions attribuées en vertu de la loi.
Art.188. De sociale inspecteurs mogen, op eigen initiatief of op verzoek, de in artikel 187 bedoelde gegevens meedelen aan buitenlandse inspectiediensten.
Art.188. Les inspecteurs sociaux peuvent, de leur propre initiative ou sur demande, communiquer les données visées à l'article 187 à des services d'inspection étrangers.
Art.189. § 1. De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels waaronder de gegevens in de gegevensbank kunnen geraadpleegd en rechtgezet worden door:
  1° elke werknemer bedoeld in artikel 181, 1°, voor zijn eigen prestaties;
  2° elke aannemer en elke onderaannemer voor zijn eigen werknemers die optreden op de arbeidsplaats waar hij zelf tewerkgesteld is om de in artikel 180, 2° bedoelde activiteiten uit te oefenen.
  § 2. De gegevens inzake tijdregistratie worden uiterlijk op het tijdstip van aanvang van de verhuisactiviteit geregistreerd. Deze tijdregistratie kan gewijzigd worden uiterlijk binnen de periode van acht uur die op het in de initiële registratie voorziene einduur volgt. Wanneer het initieel geregistreerde einduur tussen 20 en 24 uur valt, kan de tijdsregistratie gewijzigd worden tot uiterlijk 8u 's morgens de volgende kalenderdag. De tijdregistratie kan worden geannuleerd tot het einde van de kalenderdag waarop deze betrekking heeft. Wanneer de tijdsregistratie betrekking heeft op een periode van twee of meer kalenderdagen, dan dient deze te worden geannuleerd uiterlijk op het einde van de eerste kalenderdag waarop de tijdregistratie betrekking heeft.
Art.189. § 1er. Le Roi détermine, après avis de l'Autorité de protection des données et par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les conditions et les modalités selon lesquelles les données peuvent être consultées et rectifiées dans la base de données par:
  1° chaque travailleur visé à l'article 181, 1°, pour ses propres prestations;
  2° chaque entrepreneur et chaque sous-traitant pour ses propres travailleurs salariés intervenant sur le lieu de travail où il est lui-même occupé à exercer des activités visées à l'article 180, 2°.
  § 2. Les données relatives à l'enregistrement du temps sont enregistrées au plus tard au moment où l'activité de déménagement débute. Cet enregistrement du temps peut être modifié au plus tard dans les huit heures qui suivent l'heure de fin prévue dans l'enregistrement initial. Lorsque l'heure de fin initialement enregistrée se situe entre 20 et 24 heures, l'enregistrement du temps peut être modifié jusqu'au lendemain huit heure du matin au plus tard. L'enregistrement du temps peut être annulé jusqu'à la fin du jour civil auquel il se rapporte. Si l'enregistrement du temps porte sur une période couvrant deux jours civils ou plus, celui-ci doit être annulé au plus tard à la fin du premier jour civil auquel l'enregistrement se rapporte.
Art.190. De Koning kan bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verplicht is om de informatieplicht overeenkomstig artikelen 36 en 37 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens na te leven zodat elke persoon wordt ingelicht wanneer gegevens die op hem betrekking hebben, worden opgeslagen of wanneer het voornemen bestaat deze gegevens aan derden door te geven. In de verstrekte mededeling moet de identiteit van de voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke instantie worden gepreciseerd, alsook het type verwerkte gegevens en de redenen voor zulke verrichtingen.
Art.190. Le Roi peut déterminer de quelle manière et à quelles conditions l'Office national de la sécurité sociale doit respecter son obligation d'information conformément aux articles 36 et 37 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel afin que toutes les personnes soient informées lorsque des données les concernant sont enregistrées ou qu'il est envisagé de les transmettre à des tiers. Les informations fournies précisent l'identité de l'autorité responsable du traitement des données, le type de données traitées et les motifs d'une telle action.
Art.191. De verwerkingsverantwoordelijke treft de passende technische en organisatorische maatregelen die nodig zijn voor de bescherming van de persoonsgegevens tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, tegen toevallig verlies, evenals tegen de wijziging van of de toegang tot, en iedere andere niet toegelaten verwerking van persoonsgegevens.
  Deze maatregelen verzekeren een passend beveiligingsniveau, rekening houdend, enerzijds, met de stand van de techniek ter zake en de kosten voor het toepassen van de maatregelen en, anderzijds, met de aard van de te beveiligen persoonsgegevens en de potentiële risico's.
  Het registratiesysteem waarborgt dat de gegevens niet meer onmerkbaar gewijzigd kunnen worden na het doorsturen ervan en dat hun integriteit gehandhaafd wordt.
  De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de maatregelen bedoeld in dit artikel nader bepalen.
Art.191. Le responsable du traitement prend les mesures techniques et organisationnelles appropriées requises pour protéger les données à caractère personnel contre la destruction accidentelle ou non autorisée, contre la perte accidentelle ainsi que contre la modification, l'accès et tout autre traitement non autorisé de données à caractère personnel.
  Ces mesures assurent un niveau de protection adéquat, compte tenu, d'une part, de l'état de la technique en la matière et des frais qu'entraîne l'application de ces mesures et, d'autre part, de la nature des données à caractère personnel à protéger et des risques potentiels.
  Le système d'enregistrement garantit que les données ne peuvent plus être modifiées imperceptiblement après leur envoi et que leur intégrité est maintenue.
  Le Roi peut, après avis de l'autorité de protection des données, préciser les mesures visées au présent article.
Art.192. De aannemer stelt het registratiesysteem ter beschikking van de onderaannemers op wie hij een beroep doet, tenzij er onderling werd overeengekomen dat de aannemer en zijn eventuele onderaannemers een andere gelijkwaardige registratiewijze bedoeld in artikel 182, § 1, eerste lid, 2°, toepassen.
  Elke aannemer op wie een opdrachtgever een beroep doet voor verhuisactiviteiten is ertoe gehouden het registratiesysteem te gebruiken.
  Elke onderaannemer op wie een aannemer bedoeld in het tweede lid een beroep doet is ertoe gehouden het hem door de aannemer ter beschikking gestelde registratiesysteem te gebruiken en het ter beschikking te stellen van de onderaannemers waarop hij een beroep doet, of de registratiewijze bedoeld in artikel 182, § 1, eerste lid, 2°, toe te passen.
  Elke onderaannemer op wie een onderaannemer bedoeld in het derde lid beroep doet of op wie elke volgende onderaannemer een beroep doet is ertoe gehouden het hem door de onderaannemer waarmee hij een overeenkomst heeft gesloten ter beschikking gestelde registratiesysteem te gebruiken en het ter beschikking te stellen van de onderaannemers waarop hij een beroep doet, of de registratiewijze bedoeld in artikel 182, § 1, eerste lid, 2°, toe te passen.
Art.192. L'entrepreneur met le système d'enregistrement à la disposition des sous-traitants auxquels il fait appel, sauf s'il est convenu de commun accord que l'entrepreneur et ses sous-traitants éventuels appliquent une autre méthode d'enregistrement visée à l'article 182, § 1er, alinéa 1er, 2°.
  Tout entrepreneur auquel un donneur d'ordre fait appel pour des activités de déménagement est tenu d'utiliser le système d'enregistrement.
  Tout sous-traitant auquel un entrepreneur visé à l'alinéa 2 fait appel est tenu d'utiliser le système d'enregistrement mis à sa disposition par l'entrepreneur et de le mettre à la disposition des sous-traitants auxquels il fait appel ou d'appliquer la méthode d'enregistrement visée à l'article 182, § 1er, alinéa 1er, 2°.
  Tout sous-traitant auquel un sous-traitant visé à l'alinéa 3 fait appel ou auquel tout sous-traitant suivant fait appel est tenu d'utiliser le système d'enregistrement qui est mis à sa disposition par le sous-traitant avec lequel il a conclu un contrat et de le mettre à la disposition des sous-traitants auxquels il fait appel ou d'appliquer la méthode d'enregistrement visée à l'article 182, § 1er, alinéa 1er, 2°.
Art.193. De in artikel 192 bedoelde personen, met uitzondering van de particulier, zijn verantwoordelijk voor de levering, de plaatsing en de goede werking van het registratieapparaat op de arbeidsplaats.
  De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de maatregelen bedoeld in dit artikel nader bepalen.
Art.193. Les personnes visées à l'article 192, sont responsables de la livraison, de l'installation et du bon fonctionnement de l'appareil d'enregistrement sur le lieu de travail.
  Le Roi peut, après avis de l'Autorité de protection des données, préciser les mesures visées au présent article.
Art.194. Elke aannemer en elke onderaannemer zorgt ervoor dat de in artikel 183, § 2, eerste lid, bedoelde gegevens die betrekking hebben op zijn onderneming, daadwerkelijk en correct worden geregistreerd en doorgestuurd naar de gegevensbank.
  Elke aannemer en elke onderaannemer die een beroep doet op een onderaannemer, neemt maatregelen opdat zijn medecontractant alle gegevens daadwerkelijk en correct registreert en doorstuurt naar de gegevensbank.
  Elke aannemer en elke onderaannemer zorgt er voor dat elke natuurlijke persoon die in zijn opdracht activiteiten verricht, het begin en het einde van zijn activiteiten op de arbeidsplaats waar verhuisactiviteiten worden verricht, registreert op het ogenblik dat deze activiteiten beginnen en dat ze eindigen.
  De Koning kan, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, de maatregelen bedoeld in het tweede lid nader bepalen.
Art.194. Tout entrepreneur et tout sous-traitant veille à ce que les données visées à l'article 183, § 2, alinéa 1er, qui se rapportent à son entreprise soient effectivement et correctement enregistrées et transmises vers la base de données.
  Tout entrepreneur et tout sous-traitant qui fait appel à un sous-traitant prend des mesures afin que son cocontractant enregistre toutes les données effectivement et correctement et les transmet vers la base de données.
  Tout entrepreneur et tout sous-traitant veille à ce que chaque personne physique qui effectue des activités pour leur compte enregistre les débuts et fins d'activités sur le lieu de travail où sont effectués des travaux de déménagement au moment où ses activités débutent et se terminent.
  Le Roi peut, après avis de l'Autorité de protection des données et par arrêté délibéré en Conseil des ministres, préciser les mesures visées à l'alinéa 2.
Art.195. De werkgever is verantwoordelijk voor de aflevering van het registratiemiddel aan zijn werknemers, dat compatibel is met het op de arbeidsplaats gebruikte registratieapparaat.
  De aannemer of de onderaannemer die een beroep doet op een onderaannemer is verantwoordelijk voor de aflevering aan deze onderaannemer van het registratiemiddel, dat compatibel is met het op de arbeidsplaats gebruikte registratieapparaat.
  De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, wat er onder deze compatibiliteit wordt verstaan.
Art.195. L'employeur est responsable de la remise du moyen d'enregistrement à ses travailleurs, qui est compatible avec l'appareil d'enregistrement utilisé sur le lieu de travail.
  L'entrepreneur ou le sous-traitant qui fait appel à un sous-traitant est responsable de la remise au sous-traitant du moyen d'enregistrement, qui est compatible avec l'appareil d'enregistrement utilisé sur le lieu de travail.
  Le Roi détermine, après avis de l'Autorité de protection des données et par arrêté délibéré en Conseil des ministres, ce qu'il faut entendre par cette compatibilité.
Art.196. Elke natuurlijke persoon bedoeld in artikel 180 die zich aanbiedt op een arbeidsplaats waar verhuisactiviteiten worden verricht, is ertoe gehouden het begin en het einde van zijn activiteiten op de arbeidsplaats te registreren.
Art.196. Toute personne physique visée à l'article 180 qui se présente sur un lieu de travail où des travaux de déménagement sont effectués, est tenue d'enregistrer ses débuts et fins d'activités sur le lieu de travail.
Art.197. De verplichtingen in verband met de aanwezigheidsregistratie die in toepassing van deze afdeling berusten bij de werkgever, zijn, overeenkomstig artikel 19 van de wet van 24 juli 1987 betreffende de tijdelijke arbeid, de uitzendarbeid en het ter beschikking stellen van werknemers ten behoeve van gebruikers, ten laste van de gebruiker.
Art.197. Les obligations en relation avec l'enregistrement de présences, qui, en application de la présente section, reposent sur l'employeur, sont, conformément à l'article 19 de la loi du 24 juillet 1987 sur le travail temporaire, le travail intérimaire et la mise de travailleurs à la disposition d'utilisateurs, à charge de l'utilisateur.
Onderafdeling 5. - Sancties
Sous-section 5. - Sanctions
Art.198. De inbreuken op de bepalingen van de onderafdeling 4. Registratiegegevens en verwerking ervan en van de uitvoeringsbesluiten ervan worden opgespoord, vastgesteld en bestraft overeenkomstig het Sociaal Strafwetboek.
  De sociaal inspecteurs beschikken over de in de artikelen 23 tot 39 van het Sociaal Strafwetboek bedoelde bevoegdheden wanneer zij, ambtshalve of op verzoek, optreden in het kader van hun opdracht tot informatie, bemiddeling en toezicht inzake de naleving van de bepalingen van deze afdeling en de uitvoeringsbesluiten ervan.
Art.198. Les infractions aux dispositions de la sous-section 4. Données d'enregistrement et leur traitement et de ses arrêtés d'exécution sont recherchées, constatées et sanctionnées conformément au Code pénal social.
  Les inspecteurs sociaux disposent des pouvoirs visés aux articles 23 à 39 du Code pénal social lorsqu'ils agissent, d'initiative ou sur demande, dans le cadre de leur mission d'information, de médiation et de surveillance relative au respect des dispositions de la présente section et de ses arrêtés d'exécution.
Art.199. In boek 2, hoofdstuk 1, afdeling 5, van het Sociaal Strafwetboek, wordt een artikel 137/6 ingevoegd, luidende:
  "Art. 137/6. Aanwezigheidsregistratie op de plaatsen waar verhuisactiviteiten worden uitgevoerd
  Met een sanctie van niveau 3 worden bestraft:
  1° de aannemers en de onderaannemers, hun aangestelden of lasthebbers die een inbreuk hebben gepleegd op artikel 182, op artikel 192, tweede tot vierde lid, op artikel 193, op artikel 194 en op artikel 195, tweede en derde lid, van de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen;
  2° de werkgever, zijn aangestelde of lasthebber die een inbreuk heeft gepleegd op artikel 195, eerste lid, van de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen.
  Voor de inbreuken bedoeld in het eerste lid wordt de geldboete vermenigvuldigd met het aantal bij de inbreuk betrokken personen.".
Art.199. Dans le livre 2, chapitre 1er, section 5, du Code pénal social, il est inséré un article 137/6, rédigé comme suit:
  "Art. 137/6. L'enregistrement de présence sur les lieux de travail où des activités de déménagement sont effectuées
  Sont punis d'une sanction de niveau 3:
  1° les entrepreneurs et les sous-traitants, leurs préposés ou leurs mandataires qui ont commis une infraction à l'article 182, à l'article 192, alinéa 2 à 4, à l'article 193, § 2, à l'article 194 et à l'article 195, alinéas 2 et 3, de la loi du 15 mai 2024 modifiant le droit pénal social et diverses dispositions en droit du travail;
  2° l'employeur, son préposé ou son mandataire qui a commis une infraction à l'article 195, alinéa 1er, de la loi du 15 mai 2024 modifiant le droit pénal social et diverses dispositions en droit du travail;
  En ce qui concerne les infractions visées à l'alinéa 1er, l'amende est multipliée par le nombre de personnes concernées par cette infraction.".
Art.200. In dezelfde afdeling 5, wordt een artikel 137/7 ingevoegd, luidende:
  "Art. 137/7. Aanwezigheidsregistratieplicht van de werknemers op de arbeidsplaatsen waar verhuisactiviteiten worden uitgevoerd
  Met een sanctie van niveau 1 wordt bestraft de werknemer bedoeld in artikel 181 van de wet van 15 mei 2024 houdende wijziging van het sociaal strafrecht en diverse arbeidsrechtelijke bepalingen die zich, in strijd met artikel 196 van diezelfde wet, aanbiedt op een arbeidsplaats en het begin en het einde van zijn activiteiten op de arbeidsplaats niet registreert op het ogenblik ze beginnen en eindigen.".
Art.200. Dans la même section 5, il est inséré un article 137/7, rédigé comme suit:
  "Art. 137/7. L'obligation d'enregistrement des présences des travailleurs sur les lieux de travail où des activités de déménagement sont effectuées
  Est puni d'une sanction de niveau 1, le travailleur visé à l'article 181 de la loi du 15 mai 2024 modifiant le droit pénal social et diverses dispositions en droit du travail qui, en contravention à l'article 196 de la même loi, se présente sur un lieu de travail et n'effectue pas les enregistrements de débuts et de fins d'activités sur le lieu de travail, au moment où celles-ci débutent et se terminent.".
Afdeling 2. - Hoofdelijke aansprakelijkheid voor de sociale bijdragen
Section 2. - Responsabilité solidaire pour les cotisations sociales
Art.201. In de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders wordt een artikel 30quinquies ingevoegd, luidende:
  "Art. 30quinquies. § 1. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
  1° activiteiten: de activiteiten bepaald in artikel 4/2, eerste, tweede en derde lid, van het koninklijk besluit van 22 januari 2010 tot oprichting van de paritaire subcomités voor het vervoer en de logistiek en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid evenals de activiteiten die in het kader van voornoemde activiteiten worden uitgevoerd met hef- of hijsmiddelen of goederenbehandeling van allerlei aard.
  2° opdrachtgever: eenieder die de opdracht geeft om tegen een prijs werken uit te voeren of te laten uitvoeren;
  3° aannemer:
  - eenieder die er zich toe verbindt om tegen een prijs voor een opdrachtgever verhuisactiviteiten uit te voeren of te laten uitvoeren;
  - iedere onderaannemer ten overstaan van de na hem komende onderaannemers;
  4° onderaannemer: eenieder, met inbegrip van de particulier, die er zich toe verbindt, hetzij rechtstreeks, hetzij onrechtstreeks, in welk stadium ook, tegen een prijs het aan de aannemer toevertrouwde werk of een onderdeel ervan uit te voeren of te laten uitvoeren of daartoe werknemers ter beschikking te stellen.
  § 2. De opdrachtgever die voor de in § 1, 1°, vermelde activiteiten een beroep doet op een aannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant.
  De aannemer die voor de in § 1, 1°, vermelde activiteiten een beroep doet op een onderaannemer die sociale schulden heeft op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst, is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sociale schulden van zijn medecontractant.
  De artikelen 5.160 tot en met 5.165 van het Burgerlijk Wetboek zijn toepasselijk op de in de vorige leden bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid.
  De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt beperkt tot de totale prijs van de activiteiten toevertrouwd aan de aannemer of onderaannemer exclusief belasting over de toegevoegde waarde.
  De aannemer zonder personeel, die hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld bij toepassing van § § 2 en 3, wordt gelijkgesteld met een werkgever schuldenaar en is als dusdanig aangegeven in de databank die voor het publiek toegankelijk is, bedoeld in artikel 184 van deze wet, indien hij de geëiste bedragen niet vereffent binnen de dertig dagen na verzending van een aangetekende ingebrekestelling.
  De aannemer die bij de Rijksdienst voor sociale zekerheid als werkgever zonder eigen sociale schulden is geïdentificeerd en die hoofdelijk aansprakelijk wordt gesteld bij toepassing van § 2, eerste en tweede lid, en § 3, is aangegeven als schuldenaar in de databank die voor het publiek toegankelijk is, bedoeld in artikel 12 van deze wet, indien hij de geëiste bedragen niet vereffent binnen de dertig dagen na verzending van een aangetekende ingebrekestelling.
  Men verstaat onder eigen sociale schulden, de sommen die verschuldigd kunnen zijn aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid. Wordt beschouwd een schuldenaar te zijn ten overstaan van de Rijksdienst voor sociale zekerheid, de werkgever die niet alle vereiste aangiften tot en met de aangiften betreffende het voorlaatste verlopen kwartaal heeft toegezonden aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid. De Koning stelt hiervan een lijst op. Hij kan een bedrag bepalen in bijdragen, opslagen, vaste vergoedingen, verwijlintresten of gerechtskosten onder hetwelk de werkgever niet wordt beschouwd als schuldenaar. Eveneens verduidelijkt Hij welke de gegevens zijn die in het bezit moeten zijn van de Rijksdienst voor sociale zekerheid.
  Als sociale schulden worden ook beschouwd de sommen die opgeëist worden in het kader van de hoofdelijke aansprakelijkheid in de situaties bedoeld in het vijfde en het zesde lid.
  De in deze paragraaf vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid geldt ook voor de sociale schulden van de vennoten van een tijdelijke maatschap, een stille maatschap of een maatschap die optreedt als aannemer of onderaannemer.
  De in deze paragraaf vermelde hoofdelijke aansprakelijkheid is eveneens van toepassing op de sociale schulden van de aannemer of de onderaannemer die ontstaan in de loop van de uitvoering van de overeenkomst.
  § 3. Wanneer de betaling van de sommen die van een onderaannemer worden gevorderd bij toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld in § 2, eerste en tweede lid, niet of niet volledig werd verricht, zullen de opdrachtgever, de aannemer bedoeld in § 8, alsook iedere tussenkomende onderaannemer hiervoor hoofdelijk aansprakelijk zijn.
  De hoofdelijke aansprakelijkheid wordt in de eerste plaats toegepast in hoofde van de aannemer die een beroep heeft gedaan op de onderaannemer die de sommen die van hem in toepassing van § 2, eerste en tweede lid, worden gevorderd, niet of niet volledig heeft betaald.
  Vervolgens wordt een getrapte aansprakelijkheid toegepast ten opzichte van de in een voorafgaand stadium tussenkomende aannemers, wanneer de in het vorige lid vermelde aannemer nagelaten heeft de bij hem gevorderde sommen binnen dertig dagen na de verzending van een aangetekende ingebrekestelling te vereffenen.
  § 4. Voor de toepassing van paragraaf 2, zevende lid, wordt beschouwd geen schuldenaar te zijn ten overstaan van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid, de werkgever die:
  - aan de genoemde Rijksdienst alle geëiste aangiften heeft toegezonden tot en met de aangiften betreffende het voorlaatste verlopen kwartaal;
  - niet meer dan 2.500 euro verschuldigd is als bijdragen, vermeerderingen, vaste vergoedingen, verwijlinteresten of gerechtskosten.
  § 5. De opdrachtgever die voor de in § 1, 1°, vermelde activiteiten een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een aannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35 procent van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten aan voormelde Rijksdienst, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning.
  De aannemer die, voor de in § 1, 1°, vermelde werken een deel of het geheel van de prijs betaalt aan een onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, is verplicht bij die betaling 35 procent van het door hem verschuldigde bedrag, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, in te houden en te storten aan voormelde Rijksdienst, volgens de modaliteiten bepaald door de Koning.
  De in deze paragraaf bedoelde inhoudingen en stortingen worden in voorkomend geval beperkt tot het bedrag van de schulden van de aannemer of onderaannemer op het ogenblik van de betaling.
  Wanneer de in deze paragraaf bedoelde inhouding en storting correct zijn uitgevoerd bij elke betaling van een deel of het geheel van de prijs aan een aannemer of onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, wordt de in § 2 bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid niet toegepast.
  Wanneer de in deze paragraaf bedoelde inhouding en storting niet correct zijn uitgevoerd bij elke betaling van een deel of het geheel van de prijs aan een aannemer of onderaannemer die op het ogenblik van de betaling sociale schulden heeft, worden bij de toepassing van de in § 2 bedoelde hoofdelijke aansprakelijkheid de eventueel gestorte bedragen in mindering gebracht van het bedrag waarvoor de opdrachtgever of de aannemer aansprakelijk wordt gesteld.
  Wanneer de opdrachtgever of de aannemer, met behulp van de bij artikel 184 van deze wet bedoelde gegevensbank, vaststelt dat hij inhoudingen moet verrichten op de door zijn medecontractant voorgelegde facturen, en wanneer het bedrag van de factuur die hem is voorgelegd hoger is dan of gelijk aan 7.143 euro, nodigt hij zijn medecontractant uit om hem een attest over te leggen dat het bedrag van de schuld weergeeft als bijdrage, verhoging van bijdrage, burgerlijke sanctie, nalatigheidsinteresten en gerechtelijke kosten. Het bedoelde attest houdt rekening met de schuld op de dag waarop het is opgesteld. De Koning bepaalt de geldigheidstermijn van dit attest. Indien zijn medecontractant bevestigt dat de schulden hoger zijn dan de te verrichten inhoudingen of wanneer hij het bedoelde attest niet binnen de maand na de aanvraag overlegt, houdt de opdrachtgever of de aannemer 35 procent van het factuurbedrag in en stort het aan de voormelde Rijksdienst.
  De Koning kan het bedrag van 7.143 euro, bedoeld in het voorgaande lid, aanpassen.
  Wanneer de aannemer een niet in België gevestigde werkgever is, die geen sociale schulden in België heeft en waarvan alle werknemers in het bezit zijn van een geldig detacheringsbewijs, zijn de inhoudingen, bedoeld in deze paragraaf, niet van toepassing op de aan hem verschuldigde betaling.
  De Koning bepaalt de inhoud en de voorwaarden en nadere regels inzake de toezending van de inlichtingen die de personen, bedoeld in deze paragraaf, moeten verstrekken aan de voornoemde Rijksdienst.
  De Koning bepaalt de nadere regelen volgens welke de voormelde Rijksdienst de in toepassing van het eerste en tweede lid gestorte bedragen verdeelt, ter betaling aan de Rijksdienst van de bijdragen, de bijdrageopslagen, de burgerlijke sanctie, de verwijlintresten en de gerechtskosten die in welk stadium ook door de medecontractant verschuldigd zijn.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn dit bedrag kan worden aangerekend, alsook de nadere regels van de terugbetaling of de aanwending van het eventueel saldo.
  De Koning bepaalt binnen welke termijn de medecontractant het gestorte bedrag recupereert in de mate dat de stortingen het bedrag van de schulden overschrijden.
  § 6. De opdrachtgever en de aannemer die de in § 5, eerste of tweede lid, bedoelde storting niet verricht hebben, zijn, benevens de betaling van het te storten bedrag, aan de voormelde Rijksdienst bovendien een bijslag verschuldigd gelijk aan het te betalen bedrag.
  In geval van toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid bedoeld in paragraaf 2, mogen de gevorderde bedragen in het kader van deze hoofdelijke aansprakelijkheid en de bijslagen niet hoger zijn dan het bedrag van de schuld van de medecontractant voor dewelke de hoofdelijke aansprakelijkheid werd ingeroepen.
  De opdrachtgever of de aannemer, bedoeld in het eerste lid, kan zijn verweermiddelen indienen binnen dertig dagen na de kennisgeving van de beslissing.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan in functie van de elementen van het dossier een vermindering tot 20 procent van het oorspronkelijke bedrag van de bijslag verlenen.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid kan gehele vrijstelling van de bijslag verlenen ingeval van overmacht of wanneer de opdrachtgever en de aannemer of de aannemer en de onderaannemer geen sociale schulden hebben op het ogenblik van de toepassing van de bijslag.
  Het beroep tegen de beslissing van de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid dient, op straffe van verval, te worden ingesteld binnen drie maanden na de kennisgeving van de beslissing.
  § 7. De vennoten van een tijdelijke maatschap, een stille maatschap of een maatschap zijn onderling hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de sommen die in uitvoering van dit artikel door de tijdelijke maatschap, de stille maatschap of de maatschap verschuldigd zijn.
  § 8. Alvorens de activiteiten, bedoeld in § 1, 1°, aan te vatten, moet de aannemer, op wie de opdrachtgever beroep heeft gedaan, volgens de door de Koning bepaalde modaliteiten, door middel van een registratiesysteem dat beschikbaar is op de portaalsite van de sociale zekerheid, aan voormelde Rijksdienst alle juiste inlichtingen verstrekken die nodig zijn om de aard en de belangrijkheid van de werken te ramen en er de opdrachtgever en, in voorkomend geval, in welk stadium ook, de onderaannemers van te identificeren. Indien tijdens de uitvoering van de werken andere onderaannemers tussenkomen, moet deze aannemer voorafgaandelijk de voormelde Rijksdienst hiervan verwittigen. Deze gegevens worden opgenomen in een databank.
  Daartoe moet iedere onderaannemer die op zijn beurt een beroep doet op een andere onderaannemer, voorafgaandelijk de aannemer daarvan schriftelijk in kennis stellen en hem alle juiste inlichtingen verstrekken, zoals bepaald door de Koning, die nodig zijn om de voormelde Rijksdienst in te lichten.
  De aannemer stelt voornoemde Rijksdienst in kennis van de datum van begin en einde van de werken. De Koning bepaalt wat wordt verstaan onder datum van begin en einde van de werken.
  Evenzo, wanneer de tussenkomst van een onderaannemer, die werd aangemeld bij voornoemde Rijksdienst, wordt geannuleerd, informeert de aannemer de Rijksdienst hiervan.
  De Rijksdienst voor Sociale Zekerheid is de verwerkingsverantwoordelijke bedoeld in artikel 4, 7), van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming) met betrekking tot de verwerking van de in lid 6 en 7 van dit artikel genoemde gegevens voor de in lid 8 van dit artikel genoemde doeleinden.
  De gegevens met betrekking tot de opdrachtgever zijn
  - wanneer het gaat om een in de Kruispuntbank van ondernemingen geregistreerde entiteit, zijn KBO-nummer;
  - wanneer het gaat om een buitenlandse onderneming die is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, het identificatienummer van het land van origine of, bij gebrek daaraan, de naam van de onderneming, zijn rechtsvorm en zijn adres;
  - wanneer het gaat om een particulier, natuurlijk persoon, één van de identificatienummers bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid of, bij gebrek daaraan, naam, voornaam en adres;
  De gegevens met betrekking tot de arbeidsplaats zijn:
  - het adres van de plaats van waaruit de verhuisactiviteiten worden uitgevoerd of diens GPS-coördinaten;
  - het adres van de plaats waarnaar wordt verhuisd of de opslagplaats, bij gebrek daarvan diens GPS-coördinaten;
  De gegevens met betrekking tot de onderaannemer zijn:
  - wanneer het gaat om een in de Kruispuntbank van ondernemingen geregistreerde entiteit, zijn KBO-nummer;
  - wanneer het gaat om een buitenlandse onderneming die is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie, het identificatienummer van het land van origine of, bij gebrek daaraan, de naam van de onderneming, zijn rechtsvorm en zijn adres;
  - wanneer het gaat om een particulier, natuurlijk persoon, één van de identificatienummers bedoeld in artikel 8, § 1, van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid of, bij gebrek daaraan, naam, voornaam en adres.
  De registratie van gegevens bedoeld in deze paragraaf heeft tot doel de veiligheid van de natuurlijke personen te verbeteren, zwartwerk en sociale fraude te bestrijden en de correcte toepassing van de hoofdelijke aansprakelijkheid en de inhouding op facturen bedoeld in de paragrafen 2 tot 6 van dit artikel, evenals de aanwezigheidsregistratie.
  Voor de doeleinden bedoeld in het achtste lid, worden de in deze paragraaf bedoelde persoonsgegevens niet langer bewaard dan noodzakelijk, met een maximale bewaartermijn die één jaar na de verjaring van alle vorderingen die tot de bevoegdheid van de verwerkingsverantwoordelijken behoren en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle hiermee verbonden bedragen niet mag overschrijden.
  Onverminderd de toepassing van artikel 14 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een Kruispuntbank van de sociale zekerheid, mogen de sociale inspecteurs en de instellingen van sociale zekerheid, op voorwaarde van een voorafgaande beraadslaging vanwege de kamer sociale zekerheid en gezondheid van het informatieveiligheidscomité, bedoeld in artikel 41 van voormelde wet, de gegevens die opgenomen zijn in het registratiesysteem raadplegen, onderling uitwisselen en gebruiken in het kader van de uitoefening van de hun krachtens de wet toegewezen opdrachten.
  De sociale inspecteurs mogen, op eigen initiatief of op verzoek, de in het vorige lid bedoelde gegevens meedelen aan buitenlandse inspectiediensten.
  De Koning bepaalt, na advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit en bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de voorwaarden en de nadere regels waaronder de eigen gegevens in de gegevensbank kunnen geraadpleegd en rechtgezet worden door elke natuurlijke persoon;
  De Koning kan, na het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit, bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid verplicht is om zijn informatieplicht overeenkomstig Hoofdstuk 2 van de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens na te leven zodat elke persoon wordt ingelicht wanneer gegevens die op hem betrekking hebben, worden opgeslagen of wanneer het voornemen bestaat deze gegevens aan derden door te geven. In de verstrekte mededeling moet de identiteit van de voor de verwerking van de gegevens verantwoordelijke instantie worden gepreciseerd, alsook het type verwerkte gegevens en de redenen voor zulke verrichtingen.
  Deze meldingen worden ter beschikking gesteld van de inspectiediensten, bedoeld in artikel 16, 1°, van het Sociaal Strafwetboek, die erom vragen.
  § 9. De aannemer die zich niet schikt naar de verplichtingen van § 8, eerste lid, is aan voormelde Rijksdienst een som verschuldigd gelijk aan 5 procent van het totaalbedrag van de werken, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die niet aan de Rijksdienst werden gemeld. De som die bij de aannemer gevorderd wordt, wordt verminderd met het bedrag dat daadwerkelijk werd betaald aan de Rijksdienst door de onderaannemer met toepassing van de bepaling van het tweede lid.
  De onderaannemer die zich niet schikt naar de bepalingen van § 8, tweede lid, is aan de Rijksdienst een som verschuldigd gelijk aan 5 procent van het totaalbedrag van de werken, exclusief de belasting over de toegevoegde waarde, die hij heeft toevertrouwd aan zijn onderaannemer of aan zijn onderaannemers.
  § 10. Dit artikel is niet van toepassing op de opdrachtgever-natuurlijke persoon die de in § 1 vermelde werken uitsluitend voor privédoeleinden laat uitvoeren.
  § 11. Dit artikel blijft van toepassing in geval van faillissement of elke andere samenloop van schuldeisers alsook bij cessie, beslag onder derden, inpandgeving, inbetalinggeving of de in artikel 1.798 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde rechtstreekse vordering.".
Art.201. Dans la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, il est inséré un article 30quinquies rédigé comme suit:
  "Art. 30quinquies. § 1er. Pour l'application du présent article, on entend par:
  1° activités: les activités définies à l'article 4/2, alinéa 1er, 2 et 3, de l'arrêté royal du 22 janvier 2010 instituant des Sous-commissions paritaires du transport et de la logistique et fixant leur dénomination et leur compétence ainsi que les activités exercées dans le cadre des activités précitées avec des appareils de levage ou de manutention de toute nature.
  2° donneur d'ordre: quiconque donne ordre d'exécuter ou de faire exécuter des activités de déménagement pour un prix;
  3° entrepreneur:
  - quiconque s'engage, pour un prix, à exécuter ou à faire exécuter des activités de déménagement pour un donneur d'ordre;
  - chaque sous-traitant par rapport aux sous-traitants suivants;
  4° sous-traitant: quiconque, en ce compris un particulier, s'engage, soit directement, soit indirectement, à quelque stade que ce soit, à exécuter ou à faire exécuter pour un prix, une activité ou une partie d'une activité de déménagement confiée à l'entrepreneur ou à mettre des travailleurs à disposition à cet effet.
  § 2. Le donneur d'ordre qui, pour les activités visées au § 1er, 1°, fait appel à un entrepreneur qui a des dettes sociales au moment de la conclusion de la convention, est solidairement responsable du paiement des dettes sociales de son cocontractant.
  L'entrepreneur qui, pour les activités visées au § 1er, 1°, fait appel à un sous-traitant qui a des dettes sociales au moment de la conclusion de la convention, est solidairement responsable du paiement des dettes sociales de son cocontractant.
  Les articles 5.160 à 5.165 du Code civil sont applicables à la responsabilité solidaire visée aux alinéas précédents.
  La responsabilité solidaire est limitée au prix total des activités, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, concédées à l'entrepreneur, ou au sous-traitant.
  L'entrepreneur sans personnel, qui voit sa responsabilité solidaire engagée en application des § § 2 et 3, est assimilé à un employeur débiteur et est renseigné comme tel dans les banques de données visées à l'article 184 de la présente loi, s'il ne s'acquitte pas des sommes réclamées dans les trente jours de l'envoi d'une mise en demeure recommandée.
  L'entrepreneur identifié à l'Office national de Sécurité sociale en qualité d'employeur qui n'a pas de dettes sociales propres et qui voit sa responsabilité solidaire engagée en application des § 2, alinéa 1er, et 2 et § 3 est renseigné comme débiteur dans les banques de données visées à l'article 12 de la présente loi, s'il ne s'acquitte pas des sommes réclamées dans les trente jours de l'envoi d'une mise en demeure recommandée.
  On entend par dettes sociales propres, les sommes qu'un employeur est susceptible de devoir à l'Office national de Sécurité sociale. Est considéré comme étant débiteur auprès de l'Office national de sécurité sociale, l'employeur qui n'a pas transmis à l'Office national de sécurité sociale toutes les déclarations requises jusque et y compris celles relatives à l'avant-dernier trimestre écoulé. Le Roi en établit la liste. Il peut déterminer un montant en cotisations, majorations, indemnités forfaitaires, intérêts de retard ou frais judiciaires en deçà duquel l'employeur n'est pas considéré comme débiteur. De même, Il précise quelles sont les données qui doivent être en possession de l'Office national de Sécurité sociale.
  Sont aussi considérées comme dettes sociales, les sommes réclamées au titre de la responsabilité solidaire dans les situations visées aux alinéas 5 et 6.
  La responsabilité solidaire visée au présent paragraphe s'étend également aux dettes sociales des associés d'une société momentanée, d'une société interne ou d'une société simple, qui agit comme entrepreneur ou sous-traitant.
  La responsabilité solidaire visée au présent paragraphe s'applique également aux dettes sociales de l'entrepreneur ou du sous-traitant qui prennent naissance en cours d'exécution de la convention.
  § 3. Lorsque le paiement des sommes réclamées auprès d'un sous-traitant en application de la responsabilité solidaire visée au § 2, alinéas 1er et 2, n'a pas ou pas totalement été effectué, l'entrepreneur visé au § 8, ainsi que chaque sous-traitant intervenant sont solidairement responsables de celui-ci.
  La responsabilité solidaire, s'exerce d'abord dans le chef de l'entrepreneur qui a fait appel au sous-traitant qui n'a pas ou pas totalement payé les sommes exigé de lui en application du § 2, alinéas 1er et 2.
  Elle s'exerce ensuite successivement à l'égard des entrepreneurs intervenant à un stade précédent, lorsque l'entrepreneur visé à l'alinéa précédent, s'est abstenu d'acquitter les sommes qui lui sont réclamées, dans les trente jours de l'envoi d'une mise en demeure recommandée.
  § 4. Pour l'application du paragraphe 2, alinéa 7, est considéré comme n'étant pas débiteur auprès de l'Office national de sécurité sociale, l'employeur qui:
  - a transmis à l'Office précité toutes les déclarations requises jusque et y compris celles relatives à l'avant-dernier trimestre écoulé;
  - n'est pas redevable de plus de 2.500 euros en cotisations, majorations, indemnités forfaitaires, intérêts de retard ou frais judiciaires.
  § 5. Le donneur d'ordre qui effectue le paiement de tout ou partie du prix des activités visées au § 1er, 1°, à un entrepreneur qui, au moment du paiement, a des dettes sociales, est tenu, lors du paiement, de retenir et de verser 35 pourcent du montant dont il est redevable, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, à l'Office national précité, selon les modalités déterminées par le Roi.
  L'entrepreneur qui effectue le paiement de tout ou partie du prix des activités visées au § 1er, 1°, à un sous-traitant qui, au moment du paiement, a des dettes sociales, est tenu, lors du paiement, de retenir et de verser 35 pourcent du montant dont il est redevable, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, à l'Office national précité, selon les modalités déterminées par le Roi.
  Le cas échéant, les retenues et versements visés au présent paragraphe sont limités au montant des dettes de l'entrepreneur ou sous-traitant au moment du paiement.
  Lorsque la retenue et le versement visés au présent paragraphe ont été effectués correctement lors de chaque paiement de tout ou partie du prix des activités à un entrepreneur ou un sous-traitant qui, au moment du paiement, a des dettes sociales, la responsabilité solidaire visée au § 2 n'est pas appliquée.
  Lorsque la retenue et le versement visés au présent paragraphe n'ont pas été effectués correctement lors de chaque paiement de tout ou partie du prix des travaux à un entrepreneur ou un sous-traitant qui, au moment du paiement, a des dettes sociales, les montants éventuellement versés sont déduits, lors de l'application de la responsabilité solidaire visée au § 2, du montant pour lequel le donneur d'ordre ou l'entrepreneur est rendu responsable.
  Lorsque le donneur d'ordre ou l'entrepreneur constate, à l'aide des banques de données visées à l'article 184 de la présente loi, qu'il est dans l'obligation de faire des retenues sur les factures présentées par son cocontractant, et que le montant de la facture qui lui est présentée est supérieur ou égal à 7.143 euros, il invite son cocontractant à lui produire une attestation établissant le montant de sa dette en cotisations, majorations de cotisations, sanctions civiles, intérêts de retard et frais judiciaires. L'attestation en question tient compte de la dette à la date du jour à laquelle elle est établie. Le Roi détermine la durée de validité de ladite attestation. Si son cocontractant affirme que les dettes sont supérieures aux retenues à effectuer ou ne lui produit pas l'attestation en question dans le mois de la demande, le donneur d'ordre ou l'entrepreneur retient et verse à l'Office national précité 35 pourcent du montant de la facture.
  Le Roi peut adapter le montant de 7.143 euros visé à l'alinéa précédent.
  Lorsque l'entrepreneur est un employeur non établi en Belgique, qui n'a pas de dettes sociales en Belgique et dont tous les travailleurs sont en possession d'un certificat de détachement valable, les retenues visées au présent paragraphe, ne s'appliquent pas au paiement qui lui est dû.
  Le Roi détermine les conditions et modalités d'envoi des renseignements que doivent fournir les personnes visées au présent paragraphe à l'Office national précité.
  Le Roi fixe les modalités selon lesquelles l'Office national précité répartit les montants versés en application des alinéas 1er et 2, afin de payer à l'Office national, tant en ce qui concerne les cotisations que les frais judiciaires, majorations de cotisations, indemnités forfaitaires et intérêts de retard.
  Le Roi détermine le délai dans lequel ce montant peut être imputé, ainsi que les modalités de remboursement ou d'affectation du solde éventuel.
  Le Roi détermine le délai dans lequel le cocontractant récupère le montant versé dans la mesure où les versements dépasseraient le montant des dettes.
  § 6. Le donneur d'ordre et l'entrepreneur qui n'ont pas effectué le versement visé au § 5, alinéa 1er ou 2, est redevable à l'Office national précité, outre le montant à verser, d'une majoration égale au montant à payer.
  En cas d'application de la responsabilité solidaire visée au paragraphe 2, les sommes réclamées au titre de ladite responsabilité solidaire et des majorations ne peuvent excéder le montant de la dette du cocontractant pour lequel la responsabilité solidaire a été engagée.
  Le donneur d'ordre ou l'entrepreneur, visé au premier alinéa, peut faire part de ses moyens de défense dans les trente jours de la notification de la décision.
  L'Office national de sécurité sociale peut sur la base des éléments du dossier accorder une réduction jusqu'à 20 pourcent du montant originel de la majorations appliquée.
  L'Office national de sécurité sociale peut accorder une exonération totale des majorations en cas de force majeure ou lorsque le donneur d'ordre et l'entrepreneur ou l'entrepreneur et le sous-traitant n'a pas de dettes sociales au moment de l'application de la majoration.
  Le recours contre la décision de l'Office national de sécurité sociale doit, à peine de déchéance, être introduit dans les trois mois de la notification de la décision.
  § 7. Les associés d'une société simple momentanée, d'une société interne ou d'une société simple sont solidairement responsables entre eux pour le paiement des sommes dont la société momentanée, la société interne ou la société simple est redevable en exécution de cet article.
  § 8. Pour les activités visées au § 1er, 1°, l'entrepreneur à qui le donneur d'ordre a fait appel doit, avant de commencer les activités, communiquer, à l'Office national précité, à l'aide de l'application disponible sur le site portail de la sécurité sociale toutes les informations exactes nécessaires destinées à en évaluer la nature et l'importance ainsi qu'à en identifier le donneur d'ordre et, le cas échéant, les sous-traitants, à quelque stade que ce soit. Si, au cours de l'exécution des activités, d'autres sous-traitants interviennent, cet entrepreneur doit en avertir l'Office national précité au préalable. Les données en question sont enregistrées dans une base de données.
  A cette fin, chaque sous-traitant, qui fait à son tour appel à un autre sous-traitant, doit préalablement en avertir, par écrit, l'entrepreneur et lui fournir les informations exactes nécessaires destinées à l'Office national précité, telles que définies par le Roi.
  L'entrepreneur informe l'Office national précité de la date de début et de fin des travaux. Le Roi définit ce que l'on entend par date de début et de fin des travaux.
  De même, lorsque l'intervention d'un sous-traitant, qui avait été déclarée à l'Office national précité, est annulée, l'entrepreneur en informe l'Office national précité.
  L'Office national de sécurité sociale est le responsable du traitement visé à l'article 4, 7), du règlement 2016/679 du Parlement européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données) s'agissant du traitement des données identifiées aux alinéas 6 et 7 du présent article pour les finalités identifiées à l'alinéa 8 du présent article.
  Les données relatives au donneur d'ordre sont:
  - lorsqu'il s'agit d'une entité enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, son numéro BCE;
  - lorsqu'il s'agit d'une entreprise étrangère établie dans un pays-membre de l'Union européenne le numéro d'identification du pays d'origine ou, à défaut, le nom de l'entreprise, sa forme juridique et son adresse;
  - lorsqu'il s'agit d'un particulier, personne physique, un des numéros d'identification visés à l'article 8, § 1er, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ou, à défaut, les nom, prénoms et adresse;
  Les données relatives au lieu de travail sont:
  - l'adresse du lieu de déménagement ou ses coordonnées GPS;
  - l'adresse d'emménagement ou d'entreposage, à défaut ses coordonnées GPS.
  Les données relatives aux sous-traitants sont:
  - lorsqu'il s'agit d'une entité enregistrée auprès de la Banque-Carrefour des Entreprises, son numéro BCE;
  - lorsqu'il s'agit d'une entreprise étrangère établie dans un pays-membre de l'Union européenne le numéro d'identification du pays d'origine ou, à défaut, le nom de l'entreprise, sa forme juridique et son adresse;
  - lorsqu'il s'agit d'un particulier, personne physique, un des numéros d'identification visés à l'article 8, § 1er, de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ou, à défaut, les nom, prénoms et adresse de celui-ci.
  L'enregistrement des données visées au présent paragraphe, a pour finalité d'améliorer la sécurité des personnes physiques, de lutter contre le recours au travail non déclaré et la fraude sociale et de permettre l'application correcte de la responsabilité solidaire et des retenues sur factures visées aux paragraphes 2 à 6 du présent article ainsi que de l'enregistrement des présences.
  Au regard des finalités visées à l'alinéa 8, les données à caractère personnel, visées au présent paragraphe, ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire, avec une durée maximale de conservation ne pouvant excéder un an après la prescription de toutes les actions qui relèvent de la compétence du responsable du traitement et, le cas échéant, le paiement intégral de tous les montants y liés.
  Sans préjudice de l'application de l'article 14 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-Carrefour de la Sécurité sociale, les inspecteurs sociaux et les institutions de sécurité sociale peuvent, moyennant une délibération préalable de la chambre sécurité sociale et santé du comité de sécurité de l'information, visée à l'article 41 de la loi précitée, consulter les données reprises dans le système d'enregistrement, les échanger entre eux et les utiliser dans le cadre de l'exercice de leurs missions attribuées en vertu de la loi.
  Les inspecteurs sociaux peuvent, de leur propre initiative ou sur demande, communiquer les données visées à l'alinéa précédent à des services d'inspection étrangers.
  Le Roi détermine, après avis de l'Autorité de protection des données et par arrêté délibéré en Conseil des ministres, les conditions et les modalités selon lesquelles les données propres de chaque personne physique peuvent être consultées et rectifiées dans la base de données par lui-même/celui-ci.
  Le Roi peut, après l'avis de l'Autorité de protection des données, déterminer de quelle manière et à quelles conditions l'Office national de la sécurité sociale doit respecter ses obligations d'information conformément au Chapitre 2 de la loi du 30 juillet 2018 relative à la protection des personnes physiques à l'égard des traitements de données à caractère personnel afin que toutes les personnes soient informées lorsque des données les concernant, sont enregistrées ou qu'il est envisagé de les transmettre à des tiers. Les informations fournies précisent l'identité de l'autorité responsable du traitement des données, le type de données traitées et les motifs d'une telle action.
  Ces déclarations sont mises à la disposition des services d'inspection visés à l'article 16, 1°, du Code pénal social, qui le demandent.
  § 9. L'entrepreneur qui ne se conforme pas aux obligations du § 8, alinéa 1er, est redevable à l'Office national précité d'une somme équivalente à 5 pourcent du montant total des activités, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, qui n'ont pas été déclarées à l'Office national. La somme qui est réclamée à l'entrepreneur est diminuée à concurrence du montant qui a été payé effectivement à l'Office national par le sous-traitant en application de la disposition de l'alinéa 2.
  Le sous-traitant qui ne se conforme pas aux dispositions du § 8, alinéa 2, est redevable à l'Office national d'une somme égale à 5 pourcent du montant total des activités, non compris la taxe sur la valeur ajoutée, qu'il a confiés à son ou à ses sous-traitant(s).
  § 10. Le présent article n'est pas applicable au donneur d'ordre-personne physique qui fait exécuter des travaux visés au § 1er, à des fins strictement privées.
  § 11. Le présent article reste applicable en cas de faillite ou de tout autre concours de créanciers de même qu'en cas de cession, saisie-arrêt, nantissement, dation en paiement ou d'action directe visée à l'article 1.798 du Code Civil.".
Art.202. In artikel 12 van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders worden volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 2 worden de woorden ", waarvan hij de verwerkingsverantwoordelijke is," ingevoegd tussen de woorden "gegevensbanken" en de woorden "ter beschikking";
  2° het wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. De gegevensbanken bedoeld in paragraaf 2 kunnen enkel geraadpleegd worden door de rechtspersonen of natuurlijke personen die hoofdelijk aansprakelijk kunnen worden gesteld in de zin van de bepalingen van deze wet. Deze raadpleging heeft tot doel de voormelde natuurlijke of rechtspersonen op de hoogte te brengen, enerzijds, van het feit dat de onderneming vermeld in de gegevensbank, waarmee zij een aannemingsovereenkomst hebben afgesloten of overwegen af te sluiten met het oog op het uitvoeren van werkzaamheden, niet voldoet aan de in België toepasselijke voorwaarden inzake betaling van sociale zekerheidsbijdragen, en anderzijds van het risico voor diezelfde rechtspersonen of natuurlijke personen om als gevolg van die vermelding hoofdelijk aansprakelijk te worden gesteld in de zin van de bepalingen van deze wet.
  De Koning kan specifieke voorwaarden voorzien voor het raadplegen van deze gegevensbanken.
  Elke onderneming die de gegevensbanken raadpleegt, is verantwoordelijk voor de verwerking die zij uitvoert telkens wanneer zij de gegevensbanken raadpleegt. Zij moet deze raadpleging, die een andere onderneming betreft, kunnen verantwoorden met inachtneming van de wetgeving inzake gegevensbescherming en voor de in eerste lid genoemde doeleinden.
  Het gebruik van deze gegevensbanken is onderworpen aan de naleving van het beleid inzake het gebruik van de gegevensbanken.
  Voor bewijsdoeleinden krijgt de onderneming die de gegevensbanken raadpleegt een login toegewezen. Haar verbindingsgegevens worden opgeslagen in de gegevensbanken en daar bewaard voor een periode van vijf jaar vanaf de datum van invoer.
  In afwijking van het eerste lid, kunnen de databanken niet geraadpleegd worden door de natuurlijke persoon die werkzaamheden uitsluitend voor privédoeleinden doet uitvoeren of overweegt te doen uitvoeren.".
Art.202. Dans l'article 12 de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 2 les mots ", dont il est le responsable du traitement," sont insérés entre les mots "données à disposition" et les mots "dudit donneur d'ordre";
  2° il est complété par un paragraphe 4, rédigé comme suit:
  " § 4. Les banques de données visées au paragraphe 2 sont seulement consultable par les personnes morales ou physiques qui sont susceptibles de voir engagée leur responsabilité solidaire au sens d'une disposition de la présente loi. Une telle consultation vise à informer les personnes morales ou physiques précitées d'une part, de ce que l'entreprise mentionnée dans la banque de données, avec qui elles ont conclu ou envisagent de conclure une convention d'entreprise en vue de l'exécution des activités, ne respecte pas les conditions de paiement des cotisations de sécurité sociale en Belgique et, d'autre part, du risque, pour ces mêmes personnes morales ou physiques, de voir leur responsabilité solidaire au sens des dispositions de cette loi engagée en raison de pareille mention.
  Le Roi peut prévoir des conditions spécifiques auxquelles est soumise la consultation de ces banques de données.
  Chaque entreprise consultant les banques de données est responsable du traitement qu'elle effectue à chaque consultation dans ces banques de données. Elle doit pouvoir justifier cette consultation qui concerne une autre entreprise dans le respect de la législation relative à la protection des données et pour les finalités mentionnées à l'alinéa 1er.
  L'utilisation de cette banque de données est subordonnée au respect de la politique d'utilisation de la banque de données.
  A des fins probatoires, l'entreprise consultant les banques de données se voit attribuer un login. Ses données de connexion sont enregistrées dans lesdites banque de données et y sont conservées pendant une durée de cinq ans à compter de leur introduction.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, les banques de données ne sont pas consultables par la personne physique qui fait effectuer ou envisage de faire effectuer des activités à des fins exclusivement privées.".
Art.203. In artikel 30bis van voornoemde wet van 27 juni 1969 wordt een paragraaf 7/1 ingevoegd, luidende:
  " § 7/1. De verwerking van gegevens, bedoeld in § 7, waarvoor de Rijksdienst voor sociale zekerheid de verantwoordelijke is, heeft als voorwerp de identificatiegegevens van de opdrachtgevers, aannemers en onderaannemers, de aard van de uitgevoerde werken evenals de gegevens van de plaats waar deze werken worden uitgevoerd.
  De gegevens moeten worden verzameld en verwerkt voor de verschillende doeleinden die in dit artikel worden beschreven.
  Zij worden gedurende ten hoogste drie jaar bewaard, hetzij na voltooiing van de werkzaamheden, hetzij na beëindiging van de gerechtelijke procedure die is ingeleid wegens niet-nakoming van de diverse verplichtingen van dit artikel, hetzij na invordering van de verschuldigde bedragen uit hoofde van paragraaf 8.".
Art.203. Dans l'article 30bis de la loi précitée du 27 juin 1969 il est inséré un paragraphe 7/1, rédigé comme suit:
  " § 7/1. Le traitement de données visé au § 7, dont l'Office national de sécurité sociale est le responsable, a pour objet les données d'identification des donneurs d'ordre, entrepreneurs et sous-traitant, la nature des travaux effectués ainsi que les données de localisation où lesdits travaux sont réalisés.
  Leur collecte et leur traitement doit permettre de réaliser les différentes finalités découlant du présent article.
  Elles sont conservées jusqu'à trois ans soit après la fin des travaux soit après la fin des procédures judiciaires découlant du non-respect des différentes obligations qui sont reprises au présent article soit après la récupération des sommes dues en application du paragraphe 8.".
Art.204. Hoofdstuk 12 treedt in werking op een datum bepaald door de koning door middel van een besluit overlegd in ministerraad en ten laatste op 1 januari 2027.
Art.204. Le chapitre 12 entre en vigueur à une date à déterminer par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des ministres et au plus tard le 1er janvier 2027.
HOOFDSTUK 13. - Wijziging van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders
CHAPITRE 13. - Modification de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs
Art.205. In artikel 30bis, § 7, vijfde lid, van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, vervangen bij de wet van 27 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 23 december 2009, 8 december 2013 en 20 juli 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de bepaling onder b) worden de woorden ", met uitzondering van de Staat, de federale instellingen van openbaar nut, de Gewesten, de Gemeenschappen, de provincies, de gemeenten, de openbare instellingen van sociale zekerheid en andere publiekrechtelijke rechtspersonen die geen enkele economische activiteit uitoefenen," ingevoegd tussen de woorden "iedere aannemer" en de woorden "die de in § 1, 1°, a), bedoelde werken voor eigen rekening uitvoert";
  2° de bepaling onder b) wordt aangevuld met de woorden ", met uitzondering van de activiteiten van reiniging en/of onderhoud in de zin van artikel 1, § 1, zesde lid, van het koninklijk besluit van 9 februari 1971 tot oprichting van sommige paritaire comités en tot vaststelling van hun benaming en bevoegdheid die ook werk in onroerende staat zijn in de zin van artikel 19, § 2, 2°, derde lid, van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde.".
Art.205. Dans l'article 30bis, § 7, alinéa 5, de la loi du 27 juin 1969 révisant l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs remplacé par la loi du 27 avril 2007 et modifiés par les lois des 23 décembre 2009, 8 décembre 2013 et 20 juillet 2015, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans la disposition sous b), les mots "à l'exception de l'Etat, des établissements d'utilité public fédéraux, des Régions, des Communautés, des provinces, des communes, et des institutions publiques de sécurité sociale et d'autres personnes morales de droit public qui n'exercent aucune activité économique," sont insérés entre les mots "tout entrepreneur" et les mots "qui effectue";
  2° la disposition sous b) est complété par les mots ", à l'exception des activités de nettoyage et/ou d'entretien au sens de l'article 1er, § 1er, alinéa 6, de l'arrêté royal du 9 février 1971 instituant certaines commissions paritaires et fixant leur dénomination et leur compétence, qui constituent aussi un travail immobilier au sens de l'article 19, § 2, 2°, troisième alinéa, du Code de la taxe sur la valeur ajoutée".
Art.206. Dit hoofdstuk heeft uitwerking met ingang van 1 april 2022.
Art.206. Ce chapitre produit ses effets le 1er avril 2022.
HOOFDSTUK 14. - Wijziging van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken
CHAPITRE 14. - Modification de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale.
Art.207. In artikel 2 van de wet van 16 november 2015 houdende diverse bepalingen inzake sociale zaken de volgende wijzigingen aanbrengen:
  1° paragraaf 2 aanvullen met een nieuw lid, luidende:
  "Onder een gehele of gedeeltelijke toelating of uitsluiting naar de bedrijfstak bedoeld in het eerste lid, 1°, wordt verstaan het toelaten of uitsluiten van een gehele bedrijfstak, van een deel van een bedrijfstak of van een proportioneel deel van het totale arbeidsvolume bij een werkgever binnen de bedrijfstak.";
  2° in paragraaf 4, eerste lid 1, 1°, de woorden "van de bedrijfstakken" opheffen.
Art.207. Dans l'article 2 de la loi du 16 novembre 2015 portant des dispositions diverses en matière sociale, apporter les modifications suivantes:
  1° compléter le paragraphe 2 avec un nouvel alinéa, rédigé comme suit:
  "Par l'autorisation ou l'exclusion totale ou partielle à la branche d'activité visé à l'alinéa 1er, 1°, il faut comprendre l'autorisation ou l'exclusion de toute une branche d'activité, d'une partie d'une branche d'activité, ou d'une partie proportionnelle du volume total d'emploi d'un employeur de la branche d'activité.";
  2° dans le paragraphe 4, alinéa 1er, 1°, abroger les mots "des branches d'activité".
Art. 208. Artikel 207 treedt in werking op 1 juli 2024.
Art. 208. L'article 207 entre en vigueur le 1er juillet 2024.