Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 OKTOBER 2024. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging, wat de gerecycleerde granulaten en de gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem betreft, van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering
Titre
24 OCTOBRE 2024. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale modifiant, en ce qui concerne les granulats recyclĂ©s ainsi que les terres et les granulats recyclĂ©s utilisĂ©s dans ou sur le sol, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles Capitale du 9 fĂ©vrier 2023 relatif aux modalitĂ©s de collecte applicables aux producteurs ou dĂ©tenteurs de dĂ©chets mĂ©nagers en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant rĂšglement de son fonctionnement et rĂ©glant la signature des actes du Gouvernement
Documentinformatie
Numac: 2024010433
Datum: 2024-10-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024010433
Date: 2024-10-24
Moniteur: Voir
Tekst (113)
Texte (113)
Artikel 1. Wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen
Article 1er. Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets
Art. 1.1. In artikel 1.1, § 1 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, worden de volgende punten toegevoegd:
  "48° "openbare weg": een weg zoals gedefinieerd in artikel 2, 18° van de ordonnantie van 3 juli 2008 betreffende bouwplaatsen op de openbare weg;
  49° "constructie": een bouwwerk, kunstwerk, waterbouwkundig werk of een weg;
  50° "partij": een afgescheiden en identificeerbare hoeveelheid afvalstoffen, stoffen of materialen van homogene milieuhygiënische kwaliteit van maximum 5.000 ton;
  51° "eindgebruiker": de eigenaar, exploitant of gebruiker van het ontvangende perceel die de opdracht heeft gegeven om het gerecycleerd granulaat of de grond te gebruiken, of bij ontstentenis de aannemer belast met deze werken;
  52° "puin": de granulometrische steenachtige en zandige fractie en de bitumineuze fractie van bouw- en sloopafval afkomstig van bouw-, renovatie- of sloopwerken van constructies;
  53° "gerecycleerd granulaat": de granulometrische steenachtige en zandige fractie en de bitumineuze fractie afkomstig van de verwerking van puin;
  54° "breker": een inrichting of een uitrusting voor de mechanische verwerking van puin tot gerecycleerd granulaat.".
Art. 1.1. Dans l'article 1.1, § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets, les points suivants sont ajoutĂ©s :
  " 48° " voirie " : une voirie telle que définie à l'article 2, 18° de l'ordonnance du 3 juillet 2008 relative aux chantiers en voirie ;
  49° " construction " : un bùtiment, un ouvrage d'art, un ouvrage d'art hydraulique ou une route ;
  50° " lot " : une quantité séparée et identifiable de maximum 5.000 tonnes de déchets, substances ou matériaux de qualité environnementale homogÚne ;
  51° " utilisateur final " : le propriétaire, l'exploitant ou l'utilisateur de la parcelle réceptrice qui a donné l'ordre d'utiliser le granulat recyclé ou la terre, ou à défaut l'entrepreneur en charge de ces travaux ;
  52° " gravats " : la fraction granulométrique pierreuse et sableuse et la fraction bitumineuse des déchets de construction, rénovation ou démolition de constructions ;
  53° " granulat recyclé " : la fraction granulométrique pierreuse et sableuse et la fraction bitumineuse issue du traitement des gravats ;
  54° " concasseur " : une installation ou un équipement pour le traitement mécanique de gravats en granulats recyclés. ".
Art. 1.2. Het opschrift van Afdeling 1 van Hoofdstuk 2 van titel I van hetzelfde besluit wordt vervangen door:
  "Bepalingen betreffende de traceerbaarheid van afvalstoffen en materialen".
Art. 1.2. L'intitulĂ© de la Section 1er du Chapitre 2 du titre I du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par :
  " Dispositions relatives à la traçabilité des déchets et des matériaux ".
Art. 1.3. In artikel 1.4 van hetzelfde besluit, worden paragrafen 6 en 7 toegevoegd, die luiden als volgt:
  " § 6. In afwijking van de gegevens van paragrafen 1 en 2, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik niet in of op de bodem, de gegevens vermeld in de conformiteitsverklaring zoals vastgelegd in artikelen 4.8.15 en 4.8.16 van huidig besluit en bevestigd in het afgeleverd granulatenbeheerrapport.
  § 7. Aanvullend bij de gegevens van paragrafen 1 en 2, bevat het traceerbaarheidsdocument voor gronden en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, in voorkomend geval, de volgende gegevens:
  1. de referentie en de datum van de goedkeuring van het technisch verslag en de grondverzettoelating;
  2. de referentie en de datum van de gelijkvormigheidsverklaring van het sanerings- of risicobeheersvoorstel;
  3. de referentie en de datum van de melding tot behandeling van beperkte duur.".
Art. 1.3. L'article 1.4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par les paragraphes 6 et 7 rĂ©digĂ©s comme suit :
  " § 6. En dĂ©rogation aux informations des paragraphes 1 et 2, le document de traçabilitĂ© concernant les granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ne pas ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol contient les donnĂ©es mentionnĂ©es dans la dĂ©claration de conformitĂ© telle que visĂ©e aux articles 4.8.15 et 4.8.16 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et confirmĂ©es dans le rapport de gestion de granulats dĂ©livrĂ©.
  § 7. Outre les informations visĂ©es aux paragraphes 1 et 2, le document de traçabilitĂ© concernant les terres et les granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol contient le cas Ă©chĂ©ant, les donnĂ©es suivantes :
  1. la référence et la date de l'approbation du rapport technique et l'autorisation de déplacement des terres ;
  2. la référence et la date de la déclaration de conformité du projet d'assainissement ou de gestion du risque ;
  3. la référence et la date de la notification de traitement de durée limitée. ".
Art. 1.4. In artikel 1.5 van hetzelfde besluit wordt een paragraaf 6 toegevoegd die luidt als volgt:
  " § 6. Het traceerbaarheidsdocument van gerecycleerde granulaten wordt ingevuld en ondertekend, vóór het vervoer aanvangt, door de producent van de gerecycleerde granulaten.
  Hij is verantwoordelijk voor het aanmelden van het document in het digitaal platform van de geregistreerde beheerorganisatie waarbij hij is aangesloten.
  Het document wordt overhandigd aan de vervoerder.".
Art. 1.4. L'article 1.5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par le paragraphe 6 rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 6. Le document de traçabilité des granulats recyclés est rempli et signé, avant le transport, par le producteur de granulats recyclés.
  Il est responsable pour la notification du document sur la plateforme numérique de l'organisme de gestion enregistré auprÚs duquel il est affilié.
  Le document est transmis au transporteur. ".
Art. 1.5. § 1. Het opschrift van Afdeling 2 van Hoofdstuk 2 van titel I van hetzelfde besluit wordt vervangen door: "Register en rapport van afvalstoffen en materialen".
  § 2. Artikel 1.7 van hetzelfde besluit wordt als volgt gewijzigd:
  a) het opschrift wordt vervangen door "Afvalstoffen- en materialenregister"
  b) in paragraaf 1 worden volgende punten toegevoegd:
  "5. de producent van gerecycleerde granulaten;
  6. de eindgebruiker van gerecycleerde granulaten en gronden.".
  c) in punt 3 van paragraaf 2 wordt "." vervangen door ", en".
  d) in paragraaf 2 worden volgende punten toegevoegd:
  "4. de documenten die de productie, het beheer en het gebruik van gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik niet in of op de bodem aantoont, en
  5. de documenten die de productie, het beheer en het gebruik van gronden en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem aantoont.".
  e) in paragrafen 3, 4 en 5 wordt "afvalstoffenregister" vervangen door "afvalstoffen- en materialenregister".
  f) in paragraaf 5 worden de woorden "in punten 1 tot 3° " vervangen door "in punten 1 tot 3 en 5 en 6".
Art. 1.5. § 1. L'intitulĂ© de la Section 2 du Chapitre 2 du titre I du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par : " Registre et rapport de dĂ©chets et de matĂ©riaux ".
  § 2. L'article 1.7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est modifiĂ© comme suit :
  a) l'intitulé est remplacé par : " Registre de déchets et de matériaux "
  b) le paragraphe 1er est complété avec les points suivants :
  " 5. le producteur de granulats recyclés ;
  6. l'utilisateur final de granulats recyclés et terres. ".
  c) au point 3 du paragraphe 2, le " . " est remplacé par " , et ".
  d) le paragraphe 2 est complété avec les points suivants :
  " 4. les documents dĂ©montrant la production, la gestion et l'utilisation des granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ne pas ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol, et
  5. les documents dĂ©montrant la production, la gestion et l'utilisation des terres et des granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol. ".
  e) dans les paragraphes 3, 4 et 5, les mots " registre de déchets " sont remplacés par " registre de déchets et de matériaux ".
  f) dans le paragraphe 5, les mots " au points 1 à 3° " sont remplacés par " aux points 1 à 3 et 5 et 6 ".
Art. 1.6. In artikel 1.10.3, worden de woorden "artikelen 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2 en 4.7.5, § 3" vervangen door "artikelen 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2, 4.7.5, § 3, 4.8.20, 4.9.17 en 4.9.21".
Art. 1.6. Dans l'article 1.10.3, les mots " aux articles 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2 et 4.7.5, § 3 " sont remplacés par " aux articles 3.3.2, 3.4.2, 3.5.2, 4.7.5, § 3, 4.8.20, 4.9.17 et 4.9.21 ".
Art. 1.7. Een nieuw artikel 1.10.6 dat luidt als volgt wordt toegevoegd aan afdeling 1 met als opschrift "Gebruik van de gegevens": "Art. 1.10.6. De gegevens in de artikelen 4.8.3, § 5 en 4.8.6 worden gebruikt in het kader van de aanvraag tot registratie of vergunning om zich te verzekeren dat de aanvrager van de registratie of vergunning aangesloten is aan een geregistreerde beheerorganisatie zoals bepaald in dit besluit en derhalve, dat hij zijn kwaliteitbeheersysteem en zelfcontrole op punt heeft gesteld inzake de traceerbaarheid van afvalstoffen.
  Deze gegevens worden ook gebruikt na de afgifte van de registratie of vergunning met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden.".
Art. 1.7. Un nouvel article 1.10.6 rĂ©digĂ© comme suit est ajoutĂ© dans la section 1re intitulĂ©e " Utilisation des donnĂ©es " : " Art. 1.10.6. Les donnĂ©es aux articles 4.8.3, § 5 et 4.8.6 sont utilisĂ©es dans le cadre de la demande d'enregistrement ou de permis pour s'assurer que le demandeur de l'enregistrement ou du permis est bien affiliĂ© Ă  un organisme de gestion enregistrĂ© en application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et de ce fait qu'il a bien mis en place son systĂšme de gestion de la qualitĂ© et d'autocontrĂŽle en matiĂšre de traçabilitĂ© des dĂ©chets.
  Ces donnĂ©es sont Ă©galement utilisĂ©es postĂ©rieurement Ă  la dĂ©livrance de l'enregistrement ou du permis en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance. ".
Art. 1.8. Een nieuw artikel 1.10.7 dat luidt als volgt wordt toegevoegd aan dezelfde afdeling: "Art. 1.10.7. De in artikel 4.8.4 bedoelde gegevens worden gebruikt door de beheerorganisatie zoals bedoeld in artikel 4.8.18 om na te gaan waar en wanneer de gerecycleerde granulaten geproduceerd werden teneinde de controle van hun traceerbaarheid te verzekeren.
  Deze gegevens worden nadien ook gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden.".
Art. 1.8. Un nouvel article 1.10.7 rĂ©digĂ© comme suit est ajoutĂ© dans la mĂȘme section : " Art. 1.10.7. Les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'article 4.8.4 sont utilisĂ©es par l'organisme de gestion visĂ© Ă  l'article 4.8.18 afin de vĂ©rifier oĂč et quand sont produits les granulats recyclĂ©s de maniĂšre Ă  assurer le contrĂŽle de leur traçabilitĂ©.
  Ces donnĂ©es sont Ă©galement utilisĂ©es postĂ©rieurement en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance. ".
Art. 1.9. Een nieuw artikel 1.10.8 dat luidt als volgt wordt toegevoegd aan dezelfde afdeling: "Art. 1.10.8. De in artikel 4.8.20 bedoelde gegevens worden gebruikt in het kader van de aanvraag tot registratie om te controleren of de aanvrager van de registratie over personeel beschikt dat bekwaam is op het vlak van recyclage van granulaten.
  Deze gegevens worden nadien ook gebruikt met het oog op de controle van de naleving van dit besluit door de met het toezicht belaste personeelsleden.".
Art. 1.9. Un nouvel article 1.10.8 rĂ©digĂ© comme suit est ajoutĂ© dans la mĂȘme section : " Art. 1.10.8. Les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'article 4.8.20 sont utilisĂ©es dans le cadre de la demande d'enregistrement pour vĂ©rifier si le demandeur de l'enregistrement dispose d'un personnel formĂ© dans des matiĂšres liĂ©es aux recyclage de granulats.
  Ces donnĂ©es sont Ă©galement utilisĂ©es postĂ©rieurement en vue du contrĂŽle du respect du prĂ©sent arrĂȘtĂ© par les agents chargĂ©s de la surveillance. ".
Art. 1.10. Een nieuw artikel 1.10.9 dat luidt als volgt wordt toegevoegd aan dezelfde afdeling: "Art. 1.10.9. De in artikel 4.8.28 bedoelde gegevens worden gepubliceerd teneinde de mensen die dienst moeten doen op een toegelaten breker te laten weten met wie ze contact kunnen opnemen.".
Art. 1.10. Un nouvel article 1.10.9 rĂ©digĂ© comme suit est ajoutĂ© dans la mĂȘme section : " Art. 1.10.9. Les donnĂ©es visĂ©es Ă  l'article 4.8.28 sont publiĂ©es afin de permettre aux personnes devant faire appel Ă  un concasseur autorisĂ© de savoir Ă  qui s'adresser. ".
Art. 1.11. In artikel 1.11.2, worden de woorden "in artikel 2.3.1, § 2, 2° en 3° " vervangen door "in artikelen 2.3.1, § 2, 2° en 3°, 4.8.3, § 5, 4.8.6 en 4.8.20".
Art. 1.11. Dans l'article 1.11.2 les mots " à l'article 2.3.1, § 2, 2° et 3° " sont remplacés par " aux articles 2.3.1, § 2, 2° et 3°, 4.8.3, § 5, 4.8.6 et 4.8.20 ".
Art. 1.12. In afdeling 2 met als opschrift "Verwerkingsverantwoordelijke voor de gegevens en bewaartermijn" wordt een nieuw artikel 1.11.6 toegevoegd dat luidt als volgt: "Art. 1.11.6. De verwerkingsverantwoordelijke voor de in artikelen 4.8.4 en 4.8.28 bedoelde gegevens is de beheerorganisatie bedoeld in artikel 4.8.18.
  De in artikel 4.8.4 bedoelde gegevens worden drie jaar bewaard.
  De in artikel 4.8.28 bedoelde gegevens worden gepubliceerd tijdens de duur van de registratie.".
Art. 1.12. Dans la section 2 intitulée " Responsables du traitement des données et durée de conservation ", un nouvel article 1.11.6 rédigé comme suit est ajouté : " Art. 1.11.6. Le responsable du traitement des données visées aux articles 4.8.4 et 4.8.28 est l'organisme de gestion visé à l'article 4.8.18.
  Les données visées à l'article 4.8.4 sont conservées durant trois ans.
  Les données visées à l'article 4.8.28 sont publiées durant la durée de l'enregistrement. ".
Art. 1.13. In artikel 1.12.1 wordt de referentie "1.10.5" vervangen door "1.10.9".
Art. 1.13. Dans l'article 1.12.1, la référence " 1.10.5 " est remplacé par " 1.10.9 ".
Art. 1.14. In artikel 3.1.5, § 2 van hetzelfde besluit worden twee bijkomende streepjes opgesteld als volgt, toegevoegd:
  "- een lijst met de geregistreerde uitbaters van brekers en de vergunde brekers voor de productie van gerecycleerde granulaten conform hoofdstuk 8, titel IV;
  - een lijst met de geregistreerde beheerorganisaties conform hoofdstukken 8 en 9, titel IV. ".
Art. 1.14. Dans l'article 3.1.5, § 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, deux tirets supplĂ©mentaires rĂ©digĂ©s comme suit sont ajoutĂ©s :
  " - une liste des exploitants enregistrés de concasseurs et des concasseurs autorisés pour la production de granulats recyclés conformément au chapitre 8 du titre IV ;
  - une liste des organismes de gestion enregistrés conformément aux chapitres 8 et 9 du titre IV. ".
Art. 1.15. In hoofdstuk 6 met als opschrift "Einde-afvalfase" wordt een nieuw artikel 3.6.3 toegevoegd, dat luidt als volgt:
  " § 1. Overeenkomstig artikel 9 van de ordonnantie betreffende afvalstoffen, heeft een einde-afvalfase bereikt:
  1. een gerecycleerd granulaat dat aan de verplichtingen van hoofdstuk 8 van titel IV heeft voldaan, met uitzondering van een gerecycleerd granulaat in een tijdelijke toepassing zoals bedoeld in artikel 4.8.1 § 4;
  2. een grond die of een gerecycleerd granulaat dat aan de verplichtingen van hoofdstuk 9 van titel IV heeft voldaan.
  § 2. Gerecycleerde granulaten en gronden die niet zijn gebruikt in overeenstemming met het granulaten- of grondbeheerrapport voor de betrokken partij opgesteld door de uitbater van de breker, verliezen de einde-afvalfase.".
Art. 1.15. Dans le chapitre 6 intitulé " Fin du statut de déchet ", un nouvel article 3.6.3 rédigé comme suit est ajouté :
  " § 1. Conformément à l'article 9 de l'ordonnance relative aux déchets, a obtenu la fin du statut de déchet :
  1. un granulat recyclé qui a rempli les obligations du chapitre 8 du titre IV, à l'exception d'un granulat recyclé dans une application temporaire telle que visée à l'article 4.8.1 § 4 ;
  2. une terre ou un granulat recyclé qui a rempli les obligations du chapitre 9 du titre IV.
  § 2. Les granulats recyclés et les terres n'ayant pas été utilisés conformément au rapport de gestion de granulats ou terres pour le lot concerné et rédigé par l'exploitant du concasseur, perdent la fin du statut de déchet. ".
Art. 1.16. In artikel 3.6.2, § 4 van hetzelfde besluit wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Onverminderd het vorige lid, is de toelating zoals bepaald in paragraaf 1 niet nodig voor de volgende stromen:
  1. een gerecycleerd granulaat of een grond die voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 8 van titel IV;
  2. een grond die of een gerecycleerd granulaat dat voldoet aan de bepalingen van hoofdstuk 9 van titel IV.".
Art. 1.16. L'article 3.6.2, § 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a rĂ©digĂ© comme suit :
  " Sans préjudice de l'alinéa précédent, l'autorisation requise en vertu du paragraphe 1er n'est pas nécessaire pour les flux suivants :
  1. un granulat recyclé ou une terre qui remplit les obligations du chapitre 8 du titre IV ;
  2. une terre ou un granulat recyclé qui remplit les obligations du chapitre 9 du titre IV. ".
Art. 1.17. Artikel 3.7.2 van hetzelfde besluit wordt vervangen door:
  "De verschillende afvalstromen bedoeld in artikel 3.7.1 § 1 en ingezameld in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, mogen in dezelfde container of in hetzelfde vervoersmiddel verzameld worden, voor zover deze stromen van elkaar gescheiden worden in verschillende houders."
Art. 1.17. L'article 3.7.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par :
  " Les diffĂ©rents flux de dĂ©chets visĂ©s par l'article 3.7.1 § 1 et rĂ©ceptionnĂ©s dans la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale peuvent ĂȘtre regroupĂ©s dans le mĂȘme conteneur ou dans le mĂȘme moyen de transport, Ă  condition que ces flux soient sĂ©parĂ©s les uns des autres dans des contenants distincts. "
Art. 1.18. Artikel 3.9.2 van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt:
  b) in paragraaf 1 worden de woorden ", groente- en fruitafval" ingevoegd tussen "categorie 3" en "en" ;
  c) in paragraaf 2 worden de woorden " en groente- en fruitafval" ingevoegd tussen de woorden "etensresten" en "geproduceerd".
Art. 1.18. L'article 3.9.2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est modifiĂ© comme suit :
  a) au paragraphe 1, les mots " , les déchets de fruits et légumes " sont insérés entre les mots " catégorie 3 " et " ainsi que " ;
  b) au paragraphe 2, les mots " et les déchets de fruits et légumes " sont insérés entre les mots " table " et " produits ".
Art. 2. Gerecycleerde granulaten
  In titel IV van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 8 ingevoegd, dat de artikelen 4.8.1 tot 4.8.30 bevat, luidende:
  "HOOFDSTUK 8. - Gerecycleerde granulaten
Art. 2. Granulats recyclés
  Dans le titre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un chapitre 8, comportant les articles 4.8.1 Ă  4.8.30, rĂ©digĂ© comme suit :
  " CHAPITRE 8. - Granulats recyclés
Afdeling 1. - Algemeen
Section 1re. - Généralités
Art. 4.8.1. § 1. Dit hoofdstuk is van toepassing op de productie en het gebruik van gerecycleerde granulaten die op duurzame wijze toegepast worden en die:
  1. verwerkt worden in een ander materiaal met behulp van een bindmiddel, of;
  2. zich niet vermengen met de bodem.
  § 2. De aard van het bindmiddel van de gerecycleerde granulaten die overeenkomstig paragraaf 1, punt 1, worden gebruikt, voorkomt dat de gerecycleerde granulaten zich vermengen met en uitlogen naar de bodem of het grondwater. Het bindmiddel zelf dat wordt gebruikt bij het toepassen van de gerecycleerde granulaten vermengt zich niet met, of loogt niet uit naar de bodem of het grondwater.
  § 3. De gerecycleerde granulaten die overeenkomstig paragraaf 1, punt 2, worden gebruikt, voldoen aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. ze brengen geen bodem- en grondwaterverontreiniging teweeg in de zin van de ordonnantie bodem;
  2. ze komen niet in contact met het afstromend water en het grondwater. De verharding of de afdekking is zo aangebracht dat het water maximaal wegstroomt van het toepassingsgebied;
  3. ze zijn duidelijk te onderscheiden van de onderliggende en omringende bodem, zodanig dat ze eenvoudig en afzonderlijk te verwijderen zijn bij het wegvallen van de functie;
  4. ze hebben een stabiliserende of dragende functie voor de constructie;
  5. ze hebben een functionele toepassing en waarvan de dikte gemotiveerd is in de aanvraag van stedenbouwvergunning, milieuvergunning of, in voorkomend geval, in het typebestek;
  6. deze voorwaarden worden vermeld in het typebestek indien aanwezig.
  § 4. Wie beroep wilt doen op een toepassing die niet is opgenomen in paragraaf 2 of 3, dient een schriftelijke aanvraag in bij Leefmilieu Brussel. De aanvraag bevat een gedetailleerde beschrijving van de geplande toepassing van gerecycleerde granulaten en een rechtvaardiging waaruit blijkt dat de toepassing geen bodem- en grondwaterverontreiniging teweegbrengt. Leefmilieu Brussel beschikt over 30 dagen om de aanvraag goed te keuren of te weigeren.
  § 5. Een tijdelijke toepassing van gerecycleerde granulaten op een werf is toegestaan op voorwaarde dat:
  1. de gerecycleerde granulaten voldoen aan de voorwaarden van afdeling 4 en 5 van dit hoofdstuk;
  2. het gebruik functioneel noodzakelijk is voor het verloop van de werf en duidelijk omschreven is in de aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning, milieuvergunning of werftoelating;
  3. het gebruik beperkt is tot de duur van de werf en voor maximaal drie jaar. Deze termijn is niet hernieuwbaar;
  4. de gerecycleerde granulaten op het einde van de werf, en ten laatste drie jaar na hun plaatsing, volledig verwijderd worden.
  § 6. De gerecycleerde granulaten toegepast volgens de bepalingen van hoofdstuk 9 van titel IV voldoen aan huidig hoofdstuk, met uitzondering van onderafdeling 1 van afdeling 4 en artikelen 4.8.16 en 4.8.17, en aan hoofdstuk 9.
  § 7. Tenzij anders of specifiek bepaald, zijn titels I en III van toepassing.
Art. 4.8.1. § 1er. Ce chapitre s'applique à la production et à l'utilisation des granulats recyclés qui sont utilisés de maniÚre durable et qui :
  1. sont intégrés à d'autres matériaux à l'aide d'un liant, ou ;
  2. ne se mélangent pas avec le sol.
  § 2. La nature du liant des granulats recyclĂ©s utilisĂ©s conformĂ©ment au paragraphe 1er, 1°, empĂȘche le mĂ©lange et le lessivage des granulats recyclĂ©s dans le sol ou l'eau souterraine. Le liant lui-mĂȘme utilisĂ© lors de l'application des granulats recyclĂ©s ne doit pas se mĂ©langer avec, ou causer de lessivage dans le sol ou les eaux souterraines.
  § 3. Les granulats recyclés utilisés conformément au paragraphe 1er, 2°, respectent les conditions cumulatives suivantes :
  1. ils n'entrainent pas de pollution du sol et de l'eau souterraine au sens de l'ordonnance sols ;
  2. ils n'entrent pas en contact avec les eaux de ruissellement et l'eau souterraine. Le revĂȘtement ou la couverture sont agencĂ©s de maniĂšre Ă  maximiser l'Ă©coulement de l'eau hors de la zone d'application ;
  3. ils sont intégrés distinctement du sol sous-jacent et adjacent, afin de pouvoir les extraire aisément et séparément en cas de perte de fonction ;
  4. ils ont un rÎle de stabilisation ou de support pour la construction ;
  5. ils ont une application fonctionnelle et dont l'épaisseur est justifiée dans la demande de permis d'urbanisme, de permis d'environnement ou, le cas échéant, dans le cahier spécial des charges ;
  6. ces conditions seront inscrites dans le cahier spécial des charges s'il en existe un.
  § 4. Celui qui veut recourir à une application non reprise au paragraphe 2 ou 3 en fait la demande par écrit auprÚs de Bruxelles Environnement. La demande contient une description détaillée de l'application projetée des granulats recyclés et une argumentation démontrant que l'application n'entraine pas de pollution des sols et eaux souterraines. Bruxelles Environnement dispose d'un délai de 30 jours pour autoriser ou refuser la demande.
  § 5. Une application temporaire de granulats recyclés sur un chantier est autorisée à condition que :
  1. les granulats recyclés répondent aux conditions de la section 4 et 5 de ce chapitre ;
  2. l'utilisation est fonctionnellement nécessaire pour le déroulement du chantier et décrite clairement dans la demande de permis d'urbanisme, de permis d'environnement ou d'autorisation de chantier ;
  3. l'utilisation est limitée à la durée du chantier et pour une durée maximale de trois ans. Cette durée n'est pas renouvelable ;
  4. les granulats recyclés sont complÚtement évacués à la fin du chantier, et au plus tard trois ans aprÚs leur mise en place.
  § 6. Les granulats recyclés trouvant leur application conformément aux dispositions du chapitre 9 du titre IV répondent au présent chapitre, à l'exception de la sous-section 1re de la section 4 et des articles 4.8.16 et 4.8.17, et au chapitre 9.
  § 7. Sauf dispositions contraires ou spécifiques, les titres I et III s'appliquent.
Afdeling 2. - Toelatingen voor de productie van gerecycleerde granulaten met behulp van een breker
Section 2. - Autorisations de production de granulats recyclés à l'aide d'un concasseur
Art. 4.8.2. § 1. De uitbating van een vaste breker binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is onderworpen aan milieuvergunning voor de rubriek 48 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 4 maart 1999 tot vaststelling van de ingedeelde inrichtingen van klasse IB, IC, ID, II en III in uitvoering van artikel 4 van de ordonnantie van 5 juni 1997 betreffende de milieuvergunningen.
  § 2. Laat zich registreren volgens de voorwaarden van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen en de voorwaarden van artikel 4.8.3, de natuurlijke of rechtspersoon die:
  1. een mobiele breker op een bouw- en sloopwerf uitbaat binnen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
  2. een mobiele of vaste breker uitbaat buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en die de einde-afvalfase wil bekomen voor gerecycleerde granulaten voor gebruik in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 4.8.2. § 1er. L'exploitation d'un concasseur fixe dans la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale est soumise Ă  permis d'environnement pour la rubrique 48 conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 4 mars 1999 fixant la liste des installations de classe IB, IC, ID, II et III en exĂ©cution de l'article 4 de l'ordonnance du 5 juin 1997 relative aux permis d'environnement.
  § 2. Se fait enregistrer conformément aux dispositions de l'ordonnance relative aux permis d'environnement et aux conditions de l'article 4.8.3, la personne physique ou morale qui :
  1. exploite un concasseur mobile sur un chantier de construction et de démolition en Région de Bruxelles-Capitale ;
  2. exploite un concasseur mobile ou fixe en dehors de la Région de Bruxelles-Capitale et qui veut obtenir la fin du statut de déchet des granulats recyclés pour une utilisation en Région de Bruxelles-Capitale.
Art. 4.8.3. Toelatingsaanvraag
  § 1. De aanvrager van een milieuvergunning of de verlenging ervan, zoals bepaald in artikel 4.8.2, § 1, voegt aan de aanvraag het bijkomend formulier toe dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
  § 2. De aanvrager van een registratie, zoals bepaald in artikel 4.8.2, § 2, voegt aan de aanvraag het bijkomend formulier toe dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt.
  § 3. De minimale inhoud van het formulier opgenomen in paragrafen 1 en 2 is vastgelegd in bijlage 20 van huidig besluit.
  § 4. De aanvrager van een milieuvergunning of een registratie met het oog op breekactiviteiten van gerecycleerde granulaten voldoet aan de bepalingen vermeld in artikel 3.1.3. Paragrafen 1 en 2 van artikel 3.1.4 zijn niet van toepassing.
  § 5. De uitbater van een breker sluit, voorafgaand aan de milieuvergunnings- of de registratieaanvraag, aan bij een geregistreerde beheerorganisatie. Het kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 4.8.5 wordt voorafgaand goedgekeurd door de geregistreerde beheerorganisatie.
Art. 4.8.3. Demande d'autorisation
  § 1er. Le demandeur d'un permis d'environnement ou de sa prolongation visé à l'article 4.8.2, § 1er joint à sa demande le formulaire complémentaire mis à disposition par Bruxelles Environnement.
  § 2. Le demandeur de l'enregistrement visé à l'article 4.8.2, § 2, joint à sa demande le formulaire complémentaire mis à disposition par Bruxelles Environnement.
  § 3. Le contenu minimal du formulaire prĂ©vu aux paragraphes 1 et 2 est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 20 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 4. Le demandeur d'un permis d'environnement ou d'un enregistrement en vue d'activités de concassage de granulats recyclés respecte les dispositions visées à l'article 3.1.3. Les paragraphes 1 et 2 de l'article 3.1.4 ne s'appliquent pas.
  § 5. L'exploitant d'un concasseur est affilié, préalablement à la demande de permis d'environnement ou d'enregistrement, à un organisme de gestion enregistré. Le systÚme de gestion de la qualité tel que défini à l'article 4.8.5 est approuvé préalablement par l'organisme de gestion enregistré.
Afdeling 3. - Productie van gerecycleerde granulaten
Section 3. - Production de granulats recyclés
Art. 4.8.4. § 1. De breker beschikt over een webgebaseerd informatiesysteem dat gekoppeld is met een GPS-volgsysteem dat autonoom en draadloos informatie doorstuurt naar een centrale server die door de geregistreerde beheerorganisatie opgevolgd wordt. Deze informatie omvat minstens:
  1. de correcte positie van de installatie;
  2. de activiteitsstatus van de installatie;
  3. de productieperiode.
  § 2. Leefmilieu Brussel kan te allen tijde de gegevens van deze centrale server raadplegen.
  § 3. Een mobiele breker op een bouw- of sloopwerf verwerkt enkel puin van de desbetreffende werf.
  § 4. Alleen puin dat niet schadelijk is voor het milieu en de gezondheid en dat na verwerking milieuhygiënische en bouwtechnische verantwoorde eindeafvalmaterialen oplevert, wordt aanvaard door de uitbater van de breker.
  Asfaltpuin wordt bij aanvaarding door de uitbater van de breker bijkomend gecontroleerd met de PAK-spraytest. Leefmilieu Brussel kan de technische details voor deze test bepalen via een code van goede praktijken.
  § 5. Het puin bevat de volgende stoffen en materialen niet:
  1. teerhoudend asfalt;
  2. roofing;
  3. spoorwegballast;
  4. vlieg- en bodemassen, slakken.
  Het puin is niet:
  1. visueel of organoleptisch verontreinigd met asbestvezels of asbestverdachte materialen, teer, andere gevaarlijke afvalstoffen en verontreinigende stoffen zoals roet, loodhoudende verven, minerale oliën, ...;
  2. afkomstig van een site waar een brand heeft plaatsgevonden;
  3. afkomstig van bodembehandelingswerken conform de ordonnantie bodem;
  4. fysisch verontreinigd met meer dan 5 % (massa/massa) van gips, glas, hout, cellenbeton en kunststoffen.
  De fysische verontreiniging van het puin met grond en zand mag de productie van conforme gerecycleerde granulaten in de installatie niet belemmeren. De criteria worden vastgelegd in het kwaliteitbeheersysteem.
  § 6. Andere stoffen in een hoeveelheid waarmee de kwaliteit van de gerecycleerde granulaten in gevaar kan komen, zoals bepaald in artikel 4.8.7, zijn verboden.
Art. 4.8.4. § 1er. Le concasseur dispose d'un systÚme d'information en ligne relié à un systÚme de localisation GPS qui transmet les informations de maniÚre autonome et sans fil à un serveur central surveillé par l'organisme de gestion enregistré. Ces informations indiquent au moins :
  1. la position exacte de l'installation ;
  2. le statut d'activité de l'installation;
  3. la période de production.
  § 2. Bruxelles Environnement peut à tout moment consulter les données de ce serveur central.
  § 3. Un concasseur mobile sur un chantier de construction ou de démolition ne traite que les gravats du chantier concerné.
  § 4. Seuls les gravats non nocifs pour l'environnement et la santĂ© et qui aprĂšs traitement constituent des matiĂšres qui cessent d'ĂȘtre des dĂ©chets, Ă  la fois en termes de qualitĂ© environnementale et de techniques constructives, sont acceptĂ©s par l'exploitant du concasseur.
  Les gravats d'asphalte sont, lors de l'acceptation auprÚs de l'exploitant du concasseur, également contrÎlés à l'aide du test de détection d'HAP. Bruxelles Environnement peut déterminer les détails techniques de ce test dans un code de bonnes pratiques.
  § 5. Les gravats ne contiennent pas les substances et matériaux suivants :
  1. asphalte contenant du goudron ;
  2. roofing ;
  3. ballast de chemin de fer ;
  4. cendres volantes, mùchefers et scories.
  Les gravats ne sont pas :
  1. visuellement ou organoleptiquement contaminés par des fibres d'amiante ou des matériaux susceptibles de contenir de l'amiante, du goudron ou d'autres déchets dangereux et/ou polluants tels que suie, peinture à base de plomb, huiles minérales,... ;
  2. originaires de sites oĂč un incendie s'est produit ;
  3. issus de travaux d'assainissement des sols conformément à l'ordonnance sols ;
  4. contaminés par une pollution physique de plus de 5 % (masse/masse) de plùtre, verre, bois, béton cellulaire et plastique.
  La pollution physique des gravats en terre et sable ne peut pas entraver la production de granulats recyclés conformes dans l'installation. Les critÚres sont fixés dans le systÚme de gestion de la qualité.
  § 6. D'autres substances en quantité susceptible de compromettre la qualité des granulats recyclés, telles que déterminé à l'article 4.8.7, sont interdites.
Art. 4.8.5. Kwaliteitbeheersysteem
  § 1. De uitbater van de breker beschikt over een kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 3.5.4 en dit bevat bijkomend volgende elementen:
  1. acceptatiecriteria en -procedure;
  2. strategie voor staalname en analyses;
  3. procedure bij aanlevering van afvalstoffen die niet voldoen aan de acceptatiecriteria.
  § 2. De acceptatiecriteria zijn op elk moment beschikbaar voor de afvalstoffenhouder en worden aan iedere offerte toegevoegd.
Art. 4.8.5. SystÚme de gestion de la qualité
  § 1er. L'exploitant du concasseur dispose d'un systÚme de gestion de la qualité tel que défini à l'article 3.5.4 et qui contient également les éléments suivants :
  1. critÚres et procédure d'acceptation ;
  2. stratégie d'échantillonnage et analyses ;
  3. procédure en cas de livraison de déchets ne satisfaisant pas aux critÚres d'acceptation.
  § 2. Les critÚres d'acceptation sont à la disposition du détenteur de déchets à tout moment et sont joints à toute offre.
Art. 4.8.6. Algemene voorwaarden
  § 1. De breker voldoet aan artikel 3.5.2.
  § 2. De uitbater van de breker is steeds aangesloten bij een geregistreerde beheerorganisatie.
  § 3. De uitbater van de breker beschikt over voldoende en gekwalificeerd personeel om:
  1. asbest en andere gevaarlijke stoffen te herkennen;
  2. doeltreffend in te staan voor het toezicht op en de controle van de productie van gerecycleerde granulaten.
  § 4. De uitbater van de breker beschikt over het certificaat, zoals vermeld in artikel 4.8.28, voor de productie van gerecycleerde granulaten voor gebruik in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Art. 4.8.6. Conditions générales
  § 1er. Le concasseur est conforme à l'article 3.5.2.
  § 2. L'exploitant du concasseur est toujours affilié à un organisme de gestion enregistré.
  § 3. L'exploitant du concasseur dispose du personnel suffisant et qualifié afin de :
  1. reconnaitre l'amiante et autres substances dangereuses ;
  2. pouvoir superviser et contrÎler efficacement la production des granulats recyclés.
  § 4. L'exploitant du concasseur dispose du certificat visĂ© Ă  l'article 4.8.28 pour produire des granulats recyclĂ©s destinĂ©s Ă  ĂȘtre utilisĂ©s en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale.
Afdeling 4. - Voorwaarden voor gebruik van gerecycleerde granulaten
Section 4. - Conditions d'utilisation des granulats recyclés
Onderafdeling 1. - Kwaliteits- en gebruikscriteria tot het bekomen van de einde-afvalfase van gerecycleerde granulaten
Sous-section 1re. - CritÚres de qualité et d'utilisation pour l'obtention de la fin du statut de déchet des granulats recyclés
Art. 4.8.7. Kwaliteit
  § 1. Het is verboden om een partij gerecycleerde granulaten te mengen met afvalstoffen of met materialen van een betere kwaliteit om aan de voorwaarden bepaald in punten 1 tot en met 5 van paragraaf 2 te voldoen.
  § 2. Elke partij gerecycleerde granulaten voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. de concentraties van de zware metalen voldoen aan de uitloognormen zoals opgenomen in de tabel van bijlage 22. Echter, wanneer de totaalconcentratie de norm uit deze bijlage respecteert, is de uitloogproef niet vereist;
  2. de concentraties van de overige verontreinigingen zijn lager dan de normen van bijlage 22;
  3. de totaalconcentraties van de polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) voor de stromen asfaltgranulaat, gerecycleerde bitumineuze granulaten en zeefzand van asfalt wijken af van het hierboven vermeld punt 2. De specifieke normen voor de PAK's zijn van toepassing. Daarenboven dienen deze drie stromen niet te voldoen aan de norm betreffende de totaalconcentratie van minerale oliën zoals opgenomen in bijlage 22;
  4. de verontreinigingen waarvan de uitbater de aanwezigheid vermoedt of waarvan hij, op basis; vervangen door, van eerdere onderzoeken, zelfcontrole of inventarissen, kennis heeft, én die niet opgenomen zijn in de tabel van bijlage 22, dienen te voldoen aan de interventienormen voor woonzone van de ordonnantie bodem;
  5. bevat maximaal de volgende gehalten aan fysische verontreinigingen:
  a. vlottende verontreinigingen: 5,0 cm3/kg droge stof;
  b. niet-vlottende verontreinigingen: 1,0 % (massa/massa);
  c. glas: 2,0 % (massa/massa).
  § 3. In afwijking op de voorwaarden van § 2 punten 1 tot en met 4, respecteren de gerecycleerde granulaten die gebruikt worden in direct contact met het grondwater de saneringsnormen van de ordonnantie bodem.
  § 4. De minister kan de tabel van bijlage 22 aanpassen aan de technische en wetenschappelijke vooruitgang of aan wijzigingen in Europese of regionale regelgevingen via een ministerieel besluit.
Art. 4.8.7. Qualité
  § 1er. Il est interdit de mélanger un lot de granulats recyclés à des déchets ou avec des matériaux de meilleure qualité afin de répondre aux conditions visées aux points 1 à 5 du paragraphe 2.
  § 2. Chaque lot de granulats recyclés respecte les conditions cumulatives suivantes :
  1. les concentrations en métaux lourds respectent les normes de lixiviation reprises dans le tableau de l'annexe 22. Toutefois, lorsque la concentration totale respecte la norme reprise dans cette annexe, le test de lixiviation n'est pas nécessaire ;
  2. les concentrations des autres contaminants sont inférieures aux normes de l'annexe 22 ;
  3. les concentrations totales en hydrocarbures aromatiques polycycliques (HAP) relatives aux flux de granulats d'asphalte, de granulats recyclés bitumineux et de sables tamisés d'asphalte dérogent au point 2 ci-dessus. Les normes spécifiques aux HAP sont d'application. De plus, ces trois flux ne doivent pas respecter la norme concernant la concentration totale en huiles minérales reprise à l'annexe 22 ;
  4. les contaminants dont l'exploitant soupçonne la présence ou dont il a connaissance sur la base d'études antérieures, de l'autocontrÎle ou d'inventaires, et qui ne figurent pas dans le tableau de l'annexe 22, doivent respecter les normes d'intervention pour la zone d'habitat de l'ordonnance sols ;
  5. contient les niveaux de pollution physique maximum suivants :
  a. polluants flottants : 5,0 cm3/kg de matiÚre sÚche ;
  b. polluants non-flottants : 1,0 % (masse/masse) ;
  c. verre : 2,0 % (masse/masse).
  § 3. Par dérogation aux conditions du § 2 points 1 à 4, des granulats recyclés qui sont utilisés en contact direct avec les eaux souterraines respectent les normes d'assainissement de l'ordonnance sols.
  § 4. Le ministre peut adapter le tableau de l'annexe 22 aux avancements techniques et scientifiques ou aux rĂšglementations europĂ©ennes et rĂ©gionales par un arrĂȘtĂ© ministĂ©riel.
Art. 4.8.8. Gebruik
  § 1. Het gebruik van gerecycleerde granulaten in een "Bijzondere zone", zoals bepaald in bijlage 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen, is verboden.
  § 2. De dikte van de aangebrachte laag van gerecycleerde granulaten is beperkt tot het strikt noodzakelijke in het kader van het bouwproject.
Art. 4.8.8. Utilisation
  § 1er. L'utilisation de granulats recyclĂ©s dans une " Zone particuliĂšre ", telle que dĂ©terminĂ©e dans l'annexe 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 29 mars 2018 dĂ©terminant les normes d'intervention et les normes d'assainissement, est interdite.
  § 2. L'épaisseur de la couche de granulats recyclés appliquée est limitée à celle strictement nécessaire au projet de construction visé.
Onderafdeling 2. - Controle van gerecycleerde granulaten
Sous-section 2. - ContrÎle des granulats recyclés
Art. 4.8.9. Staalneming
  § 1. De staalneming en de analyse van gerecycleerde granulaten gebeurt overeenkomstig de code van de goede praktijken die Leefmilieu Brussel op zijn website ter beschikking stelt aan het publiek.
  § 2. Indien de staalnemingsstrategieën niet toelaten om voldoende representativiteit te verkrijgen van de kwaliteit van de gerecycleerde granulaten, worden bijkomende stalen genomen en geanalyseerd.
  § 3. De beheerorganisatie kan bijkomende stalen en analyses laten nemen als de staalnemingsstrategieën niet voldoende representatief worden geacht.
Art. 4.8.9. Echantillonnage
  § 1er. L'échantillonnage et l'analyse des granulats recyclés sont réalisés conformément au Code de bonnes pratiques mis à disposition du public par Bruxelles Environnement sur son site internet.
  § 2. Si les stratégies d'échantillonnage ne permettent pas d'obtenir une représentativité suffisante de la qualité des granulats recyclés, des échantillons supplémentaires sont prélevés et analysés.
  § 3. L'organisme de gestion peut demander des prélÚvements et analyses complémentaires si les stratégies d'échantillonnage ne sont pas considérées comme suffisamment représentatives.
Art. 4.8.10. Analyse
  § 1. Een staal wordt geanalyseerd op de parameters opgenomen in bijlage 22.
  § 2. De beheerorganisatie kan analyses op bijkomende parameters vragen.
  § 3. De stalen worden bovendien geanalyseerd op de parameters waarvan de uitbater de aanwezigheid vermoedt of waarvan hij, op basis van eerdere onderzoeken, zelfcontrole of inventarissen, kennis heeft.
  § 4. Wanneer er aanwijzingen zijn van vluchtige stoffen voorziet de uitbater analyses van deze stoffen op enkelvoudige stalen.
  § 5. De analyses worden uitgevoerd door een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest erkend, of als erkend beschouwd, laboratorium. De PAK-spraytest en de bepaling van de fysische verontreinigingen kunnen door de uitbater uitgevoerd worden.
Art. 4.8.10. Analyse
  § 1er. Un échantillon est analysé suivant les paramÚtres repris à l'annexe 22.
  § 2. L'organisme de gestion peut demander des analyses portant sur des paramÚtres complémentaires.
  § 3. Les échantillons sont également analysés pour les paramÚtres dont l'exploitant soupçonne la présence ou dont il a connaissance sur la base d'études antérieures, de l'autocontrÎle ou d'inventaires.
  § 4. Lorsqu'il y a des indices quant à la présence de substances volatiles, l'exploitant fournit des analyses de ces substances sur des échantillons uniques.
  § 5. Les analyses sont rĂ©alisĂ©es par un laboratoire agréé ou considĂ©rĂ© comme reconnu par la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale. L'application du test de dĂ©tection d'HAP et la dĂ©termination de pollution physique peuvent ĂȘtre effectuĂ©es par l'exploitant.
Art. 4.8.11. Analyserapport
  § 1. De analyserapporten worden bijgehouden op elektronische manier met het oog op een uitwisseling tussen de beheerorganisatie en de betrokken uitbater van de breker. De technische specificaties waaraan de analyserapporten voldoen en de technische specificaties in verband met de uitwisseling van gegevens worden opgenomen in het kwaliteitbeheersysteem bepaald in artikel 4.8.5.
  § 2. Het analyserapport bevat:
  1. het rapport van staalneming;
  2. de analysecertificaten;
  3. de vergelijking van de analyseresultaten ten opzichte van de te respecteren normen met aanduiding van de overschrijdingen.
Art. 4.8.11. Rapport d'analyse
  § 1er. Les rapports d'analyse sont conservés de maniÚre électronique en vue d'un échange entre l'organisme de gestion et l'exploitant concerné du concasseur. Les spécificités techniques auxquelles répondent les rapports d'analyse et les spécificités techniques liées à l'échange de données sont reprises dans le systÚme de gestion de la qualité visé à l'article 4.8.5.
  § 2 Le rapport d'analyse contient :
  1. le rapport d'échantillonnage ;
  2. les certificats d'analyses ;
  3. la comparaison des résultats d'analyses aux normes à respecter avec l'indication des dépassements.
Onderafdeling 3. - Bevoorrading en vervoer van gerecycleerde granulaten
Sous-section 3. - Approvisionnement et transport des granulats recyclés
Art. 4.8.12. Bevoorrading van gerecycleerde granulaten
  De bevoorrading van gerecycleerde granulaten gebeurt enkel bij toegelaten brekers volgens de bepalingen van dit besluit.
Art. 4.8.12. Approvisionnement de granulats recyclés
  L'approvisionnement de granulats recyclĂ©s se fait uniquement dans les concasseurs autorisĂ©s conformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4.8.13. Vervoer van gerecycleerde granulaten
  § 1. Enkel partijen gerecycleerde granulaten van dezelfde milieuhygiënische kwaliteit mogen in dezelfde container of in hetzelfde vervoersmiddel verzameld worden voor zover deze stromen van elkaar gescheiden worden in verschillende houders teneinde fysicochemische kruisverontreinigingen te voorkomen.
  § 2. De gerecycleerde granulaten worden, zonder tussenopslag, vervoerd naar de ontvangende site voor het beoogde gebruik.
Art. 4.8.13. Transport des granulats recyclés
  § 1er. Seuls les lots de granulats recyclĂ©s de mĂȘme qualitĂ© environnementale peuvent ĂȘtre regroupĂ©s dans le mĂȘme conteneur ou dans le mĂȘme moyen de transport, Ă  condition que ces flux soient sĂ©parĂ©s les uns des autres dans des contenants distincts de maniĂšre Ă  Ă©viter les contaminations physico-chimiques croisĂ©es.
  § 2. Les granulats recyclés sont transportés vers le site récepteur en vue de l'utilisation prévue, sans stockage intermédiaire.
Afdeling 5. - Traceerbaarheidsprocedure
Section 5. - Procédure de traçabilité
Onderafdeling 1. - Algemeen
Sous-section 1re. - Généralités
Art. 4.8.14. § 1. De uitwisseling van de in deze afdeling voorziene documenten gebeurt via het digitaal platform dat ter beschikking gesteld wordt door de beheerorganisatie waarbij de uitbater bepaald in artikel 4.8.2 is aangesloten.
  § 2. De conformiteitsverklaring, die in onderafdeling 2 wordt vermeld, bestaat uit twee luiken. De minimale inhoud hiervan is vastgelegd in bijlage 19 van huidig besluit.
Art. 4.8.14. § 1er. L'échange des documents visés dans la présente section se fait via la plateforme numérique mise à disposition par l'organisme de gestion auquel l'exploitant visé à l'article 4.8.2 est affilié.
  § 2. La dĂ©claration de conformitĂ©, mentionnĂ©e Ă  la sous-section 2, est constituĂ©e de deux volets. Le contenu minimal de celle-ci est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 19 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Onderafdeling 2. - Conformiteitsverklaring en granulatenbeheerrapport
Sous-section 2. - Déclaration de conformité et rapport de gestion de granulats
Art. 4.8.15. Conformiteitsverklaring - Luik 1
  § 1. De uitbater van een inrichting, zoals bepaald in artikel 4.8.2, stelt voor elke partij van gerecycleerde granulaten het eerste luik op van de conformiteitsverklaring.
  § 2. Luik 1 van de conformiteitsverklaring heeft een unieke identificatiecode per partij.
  § 3. Luik 1 van de conformiteitsverklaring met als bijlage het analyserapport wordt aan de beheerorganisatie overgemaakt.
  § 4. De conformiteitsverklaring van gerecycleerde granulaten die gebruikt worden in of op de bodem, wordt vergezeld van het goedgekeurd technisch verslag, zoals bepaald in artikelen 4.9.10 en 4.9.11.
Art. 4.8.15. Déclaration de conformité - Volet 1
  § 1er. Pour chaque lot de granulats recyclés, l'exploitant d'une installation visée à l'article 4.8.2 établit le premier volet de la déclaration de conformité.
  § 2. Le volet 1 de la déclaration de conformité dispose d'un code d'identification unique par lot.
  § 3. Le volet 1 de la déclaration de conformité, accompagné en annexe du rapport d'analyse, est soumis à l'organisme de gestion.
  § 4. La déclaration de conformité des granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol est accompagnée du rapport technique approuvé, tel que décrit aux articles 4.9.10 et 4.9.11.
Art. 4.8.16. Conformiteitsverklaring - Luik 2
  § 1. Vóór de overbrenging van gerecycleerde granulaten naar een eindgebruiker, meldt de uitbater van de breker deze overbrenging aan de geregistreerde beheerorganisatie waaraan hij is aangesloten, door middel van het volledig ingevulde luik 2 van de conformiteitsverklaring.
  § 2. Indien een partij bestaat uit deelpartijen, wordt de unieke identificatiecode van de partij, zoals vermeld in artikel 4.8.15 § 2, met een aanvulling per deelpartij vervolledigd.
Art. 4.8.16. Déclaration de conformité - Volet 2
  § 1er. Préalablement au transfert de granulats recyclés vers l'utilisateur final, l'exploitant du concasseur notifie ce transfert auprÚs de l'organisme de gestion enregistré auquel il est affilié, à l'aide du volet 2 de la déclaration de conformité dûment complété.
  § 2. Si un lot est constitué de sous-lots, le code d'identification unique du lot, tel que mentionné à l'article 4.8.15 § 2, est complété par un ajout pour chaque sous-lot.
Art. 4.8.17. Granulatenbeheerrapport
  § 1. Op basis van de conformiteitsverklaring levert de geregistreerde beheerorganisatie, binnen een termijn van vijf dagen, een granulatenbeheerrapport af aan de uitbater bepaald in artikel 4.8.2 en aan de eindgebruiker. Dit granulatenbeheerrapport herneemt minstens de unieke identificatiecode van de partij, vervolledigd met de aanvulling van de deelpartij in voorkomend geval.
  § 2. Gerecycleerde granulaten worden enkel gebruikt in overeenstemming met de overgemaakte gegevens in luiken 1 en 2 van de conformiteitsverklaring. In geval van een wijziging in een gegeven, wordt luik 2 van de conformiteitsverklaring opnieuw naar behoren ingevuld en overgemaakt aan de geregistreerde beheerorganisatie. De beheerorganisatie levert een nieuw granulatenbeheerrapport af conform de bovenstaande paragraaf.
  § 3. Het granulatenbeheerrapport bevestigt dat de gerecycleerde granulaten niet in of op de bodem gebruikt worden, en dat het beoogde gebruik voldoet aan de voorwaarden vermeld in huidig hoofdstuk.
  § 4. Luiken 1 en 2 van de conformiteitsverklaring, alsook het analyserapport, worden op eenvoudig verzoek overgemaakt aan de eindgebruiker.
Art. 4.8.17. Rapport de gestion de granulats
  § 1er. Sur la base de la déclaration de conformité, l'organisme de gestion enregistré délivre, dans un délai de cinq jours, un rapport de gestion de granulats à l'exploitant visé à l'article 4.8.2 et à l'utilisateur final. Ce rapport de gestion de granulats reprend à minima le code d'identification unique du lot, complété par l'ajout du sous-lot le cas échéant.
  § 2. Les granulats recyclés ne sont utilisés que conformément aux données transmises dans les volets 1 et 2 de la déclaration de conformité. En cas de modification d'une donnée, le volet 2 de la déclaration de conformité est à nouveau dûment complété et transmise à l'organisme de gestion enregistré. L'organisme de gestion délivre un nouveau rapport de gestion de granulats conformément au paragraphe ci-dessus.
  § 3. Le rapport de gestion de granulats confirme que les granulats recyclés ne sont pas utilisés dans ou sur le sol, et que l'utilisation prévue satisfait aux conditions du présent chapitre.
  § 4. Les volets 1 et 2 de la déclaration de conformité, ainsi que le rapport d'analyse, sont transmis sur simple demande à l'utilisateur final.
Afdeling 6. - Beheerorganisatie van gerecycleerde granulaten
Section 6. - Organisme de gestion de granulats recyclés
Onderafdeling 1. - Registratieaanvraag
Sous-section 1re. - Demande d'enregistrement
Art. 4.8.18. § 1. Om in aanmerking te komen voor een registratie als een geregistreerde beheerorganisatie van gerecycleerde granulaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient de aanvrager een registratie in te dienen.
  § 2. De registratieaanvraag gebeurt met behulp van het formulier dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van dit formulier is vastgesteld in bijlage 21 van huidig besluit.
Art. 4.8.18. § 1. Pour pouvoir prétendre à un enregistrement au titre d'organisme de gestion enregistré de granulats recyclés pour la Région de Bruxelles-Capitale, le demandeur doit introduire une demande d'enregistrement.
  § 2. La demande d'enregistrement se fait Ă  l'aide du formulaire mis Ă  disposition par Bruxelles Environnement. Le contenu minimal du formulaire est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 21 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4.8.19. Identificatie van de aanvrager
  § 1. Om in aanmerking te komen als beheerorganisatie voor gerecycleerde granulaten, dient de aanvrager van een registratie te voldoen aan onderstaande voorwaarden:
  1. opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform de bepalingen van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen;
  2. voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij het gebruik van gerecycleerde granulaten;
  3. de werking en de structuur van de activiteit zijn in overeenstemming met de norm NBN EN ISO/IEC 17065 en zijn daartoe geaccrediteerd door BELAC of door een ander lid van de European Accreditation (EA). De accreditatie heeft betrekking op de uit te voeren activiteiten;
  4. als statutair doel hebben om de taken die in dit hoofdstuk zijn toegewezen, uit te voeren, studiewerk over gerecycleerde granulaten te verrichten en informatie en advies hierover te verstrekken.
  § 2. De beheerorganisatie is onafhankelijk, onpartijdig en deskundig in zijn activiteitsgebied.
Art. 4.8.19. Identification du demandeur
  § 1er. Afin de pouvoir répondre au titre d'organisme de gestion de granulats recyclés, le demandeur d'un enregistrement remplit les conditions suivantes :
  1. ĂȘtre constituĂ© en association sans but lucratif conformĂ©ment aux dispositions du Code des sociĂ©tĂ©s et des associations ;
  2. ĂȘtre suffisamment reprĂ©sentatif des diffĂ©rents secteurs impliquĂ©s dans l'utilisation de granulats recyclĂ©s ;
  3. le fonctionnement et la structure de l'activité sont conformes à la norme NBN EN ISO/IEC 17065 et sont accrédités à cet effet par BELAC ou un autre membre de la European Accreditation (EA). L'accréditation porte sur les activités à mener ;
  4. avoir comme statut d'exécuter les tùches qui lui sont attribuées par le présent chapitre, d'effectuer des études sur les granulats recyclés et d'émettre des avis et informations à ce sujet.
  § 2. L'organisme de gestion est indépendant, impartial et expert dans son domaine d'activité.
Art. 4.8.20. Vakbekwaamheid
  De aanvrager beschikt binnen zijn personeel één of meer natuurlijke personen die samen voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1. een grondige kennis hebben van de disciplines bodemkunde, geologie en scheikunde;
  2. een grondige kennis hebben van de codes van goede praktijk en de milieuwetgeving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het bijzonder de wetgeving op het gebied van milieuvergunningen, bodem- en afvalbeheer;
  3. minimaal drie jaar beroepservaring hebben, verworven gedurende de zes jaar voorafgaand aan de datum van de registratieaanvraag, met betrekking tot de recyclage van granulaten.
  De kennis vermeld in punten 1 en 2 wordt aangetoond met academische diploma's, diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of gelijkwaardig met inbegrip van buitenlandse diploma's die als gelijkwaardig erkend zijn.
  De beroepservaring vermeld in punt 3 blijkt uit een curriculum vitae, getuigschrift, referentielijst of beschrijving van de opgedane relevante ervaring, bijvoorbeeld in het kader van een gelijkaardige registratie die is verleend door de bevoegde overheden van een ander gewest of een ander land.
Art. 4.8.20. Formation professionnelle
  Le demandeur dispose, au sein de son personnel, d'une ou plusieurs personnes physiques qui, ensemble, remplissent les conditions suivantes :
  1. avoir une connaissance approfondie des disciplines de la pédologie, géologie et chimie ;
  2. avoir une connaissance approfondie des Codes de bonnes pratiques et de la législation environnementale de la Région de Bruxelles-Capitale, en particulier de la législation relative aux permis d'environnement, à la gestion des sols et des déchets ;
  3. avoir une expérience professionnelle d'au moins trois ans, acquise au cours des six années précédant la date de la demande d'enregistrement, dans le domaine du recyclage de granulats.
  Les connaissances mentionnées aux points 1 et 2 sont démontrées par des diplÎmes universitaires, des diplÎmes d'enseignement supérieur de type long ou équivalents y compris les diplÎmes étrangers reconnus comme équivalents.
  L'expérience professionnelle mentionnée au point 3 est attestée par un curriculum vitae, un certificat, une liste de référence ou une description de l'expérience pertinente acquise, par exemple dans le cadre d'un enregistrement similaire accordé par les autorités compétentes d'une autre région ou un autre pays.
Art. 4.8.21. Technische en informaticamiddelen
  § 1. De aanvrager beschikt over de nodige technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen.
  § 2. De aanvrager beschikt minstens over:
  1. een centrale server om de informatie komende van de GPS-volgsystemen van de uitbaters bepaald in artikel 4.8.2 te ontvangen en te verwerken;
  2. een traceerbaarheidssysteem voor gerecycleerde granulaten niet gebruikt in of op de bodem;
  3. een procedure die het mogelijk maakt om een gesloten volumebalans voor gerecycleerde granulaten op te maken;
  4. een klachtenregister;
  5. een register van de analyserapporten, de conformiteitsverklaringen en de traceerbaarheidsdocumenten.
Art. 4.8.21. Moyens techniques et informatiques
  § 1er. Le demandeur dispose des moyens techniques et informatiques nécessaires pour assurer ses obligations.
  § 2. Le demandeur dispose au moins des moyens permettant de mettre en place :
  1. un serveur central permettant de réceptionner et traiter les informations provenant des systÚmes de localisation GPS des exploitants visés à l'article 4.8.2 ;
  2. un systÚme de traçabilité des granulats recyclés qui ne sont pas utilisés dans ou sur le sol ;
  3. une procédure permettant d'établir le bilan volumétrique des granulats recyclés ;
  4. un registre des plaintes ;
  5. un registre des rapports d'analyse, des déclarations de conformité et des documents de traçabilité.
Art. 4.8.22. Financiële capaciteit
  § 1. De aanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit om zijn verplichtingen na te komen.
  § 2. De aanvrager beschikt over een verzekeringscontract ter dekking van zijn beroepsaansprakelijkheid als beheerorganisatie binnen de dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de registratie, en voor de duur ervan.
Art. 4.8.22. Capacité financiÚre
  § 1er. Le demandeur dispose d'une capacité financiÚre suffisante afin d'assurer ses obligations.
  § 2. Le demandeur dispose d'un contrat d'assurance couvrant sa responsabilité professionnelle en qualité d'organisme de gestion dans les trente jours suivant la décision d'octroi de l'enregistrement et pour la durée de celui-ci.
Art. 4.8.23. Registratieprocedure
  De registratieprocedure verloopt in overeenstemming met de bepalingen van titel IV bis van de ordonnantie milieuvergunningen.
Art. 4.8.23. Procédure d'enregistrement
  La procédure d'enregistrement se déroule conformément aux dispositions du titre IV bis de l'ordonnance permis d'environnement.
Art. 4.8.24. Registratie van rechtswege
  De beheerorganisaties die in het bezit zijn van een registratie of een gelijkwaardige titel verstrekt in een ander Gewest worden van rechtswege geregistreerd indien ze de voorwaarden van het besluit respecteren.
  De beheerorganisaties die van rechtswege geregistreerd willen worden, melden dit aan Leefmilieu Brussel.
Art. 4.8.24. Enregistrement d'office
  Les organismes de gestion en possession d'un enregistrement ou d'un titre Ă©quivalent dĂ©livrĂ© dans une autre RĂ©gion, sont enregistrĂ©s d'office s'ils respectent les conditions de l'arrĂȘtĂ©.
  Les organismes de gestion qui souhaitent ĂȘtre enregistrĂ©s d'office le notifient Ă  Bruxelles Environnement.
Onderafdeling 2. - Algemene voorwaarden voor de uitoefening van de activiteit
Sous-section 2. - Conditions générales pour l'exercice de l'activité
Art. 4.8.25. Kwaliteitbeheersysteem
  De geregistreerde beheerorganisatie beschikt over een kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 3.3.3.
Art. 4.8.25. SystÚme de gestion de la qualité
  L'organisme de gestion enregistré dispose d'un systÚme de gestion de la qualité tel que visé à l'article 3.3.3.
Art. 4.8.26. Digitaal platform
  § 1. De geregistreerde beheerorganisatie maakt een digitaal platform op voor de uitwisseling van de administratieve documenten.
  § 2. Het digitaal platform is toegankelijk voor Leefmilieu Brussel.
Art. 4.8.26. Plateforme numérique
  § 1er. L'organisme de gestion enregistré met en place une plateforme numérique pour l'échange des documents administratifs.
  § 2. La plateforme numérique est accessible à Bruxelles Environnement.
Art. 4.8.27. Periodieke controle
  § 1. De geregistreerde beheerorganisatie voert periodieke controles uit bij uitbaters bepaald in artikel 4.8.2 die bij haar zijn aangesloten.
  § 2. De periodieke controle heeft tot doel de zelfcontrole, zoals beschreven in het kwaliteitbeheersysteem, van de uitbaters bepaald in artikel 4.8.2 na te gaan.
  § 3. Er wordt één periodieke controle per 10.000 ton gerecycleerde granulaten uitgevoerd, met een maximum van acht periodieke controles per jaar. Bij een jaarlijkse productie lager dan 10.000 ton worden minimaal twee periodieke controles uitgevoerd.
  De geregistreerde beheerorganisatie stelt een methodiek van periodiciteit voor in zijn kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 4.8.25.
  § 4. Een onregelmatigheid aan huidig hoofdstuk vastgesteld door de geregistreerde beheerorganisatie wordt binnen een termijn van vijf werkdagen gemeld aan Leefmilieu Brussel.
Art. 4.8.27. ContrÎle périodique
  § 1er. L'organisme de gestion enregistré procÚde à des contrÎles périodiques des exploitants visés à l'article 4.8.2 qui lui sont affiliés.
  § 2. L'objectif des contrÎles périodiques est de vérifier l'autocontrÎle, tel que décrit dans le systÚme de gestion de la qualité, des exploitants visés à l'article 4.8.2.
  § 3. Un contrÎle périodique est effectué pour chaque quantité de granulats recyclés de 10.000 tonnes, avec un maximum de huit contrÎles périodiques par an. Pour une production annuelle inférieure à 10.000 tonnes, un minimum de deux contrÎles périodiques est effectué.
  L'organisme de gestion enregistré propose une méthodologie de périodicité dans son systÚme de gestion de la qualité tel que visé à l'article 4.8.25.
  § 4. Une irrégularité au présent chapitre constatée par l'organisme de gestion enregistré est notifiée à Bruxelles Environnement dans un délai de cinq jours ouvrables.
Art. 4.8.28. Certificaat
  § 1. De geregistreerde beheerorganisatie levert een certificaat af ter bevestiging dat de uitbater van de breker gerecycleerde granulaten conform aan dit besluit kan produceren tot de eerstvolgende periodieke controle.
  § 2. De geregistreerde beheerorganisatie bepaalt de modaliteiten voor het afleveren van de certificaten en neemt dit op in het kwaliteitbeheersysteem zoals bepaald in artikel 4.8.25.
  § 3. De geregistreerde beheerorganisatie stelt de certificaten ter beschikking aan het publiek.
Art. 4.8.28. Certificat
  § 1. L'organisme de gestion enregistrĂ© dĂ©livre un certificat confirmant que l'exploitant du concasseur est habilitĂ© Ă  produire des granulats recyclĂ©s conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© jusqu'au prochain contrĂŽle pĂ©riodique.
  § 2. L'organisme de gestion enregistré détermine les modalités de délivrance des certificats et les inclut dans le systÚme de gestion de la qualité visé à l'article 4.8.25.
  § 3. L'organisme de gestion enregistré met les certificats à disposition du public.
Art. 4.8.29. Bijkomende controle
  De geregistreerde beheerorganisatie controleert jaarlijks het kwaliteitbeheersysteem van de uitbater bepaald in artikel 4.8.2 die bij haar is aangesloten.
Art. 4.8.29. ContrÎle supplémentaire
  L'organisme de gestion enregistré contrÎle annuellement le systÚme de gestion de la qualité de l'exploitant visé à l'article 4.8.2 qui lui est affilié.
Art. 4.8.30. Rapportering aan Leefmilieu Brussel
  De geregistreerde beheerorganisatie bezorgt jaarlijks aan Leefmilieu Brussel, vóór 15 maart van het jaar volgend op het boekjaar, een rapport dat minstens volgende gegevens bevat:
  1. de hoeveelheid geproduceerde gerecycleerde granulaten voor een gebruik niet in of op de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, per breker op basis van de conformiteitsverklaringen en plaats van productie;
  2. de hoeveelheid gebruikte gerecycleerde granulaten niet in of op de bodem in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest op basis van de ontvangstmeldingen en de toepassingen zoals bepaald in artikel 4.8.1;
  3. het jaarverslag van de werking van de geregistreerde beheerorganisatie met inbegrip van het aantal periodieke controles per breker.
  De vorm en de modaliteiten van deze rapportering worden bepaald door Leefmilieu Brussel.".
Art. 4.8.30. Rapportage Ă  Bruxelles Environnement
  L'organisme de gestion enregistré fournit annuellement à Bruxelles Environnement, avant le 15 mars suivant l'année d'exercice, un rapport contenant au moins les informations suivantes :
  1. la quantité de granulats recyclés produite pour une utilisation autre que dans ou sur le sol de la Région de Bruxelles Capitale, par concasseur, sur la base des déclarations de conformité et du lieu de production ;
  2. la quantité de granulats recyclés utilisée autre que dans ou sur le sol de la Région de Bruxelles Capitale sur la base des notifications de réception et des applications visées à l'article 4.8.1 ;
  3. le rapport annuel de fonctionnement de l'organisme de gestion enregistré, y compris le nombre de contrÎles périodiques effectués par concasseur.
  La forme et les modalités de ce rapportage sont déterminées par Bruxelles Environnement. ".
Art. 3. Gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem
  In titel IV van hetzelfde besluit wordt een hoofdstuk 9 ingevoegd, dat de artikelen 4.9.1 tot 4.9.23 bevat, luidende:
  "HOOFDSTUK 9. - Gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem
Art. 3. Terres et granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol
  Dans le titre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un chapitre 9, comportant les articles 4.9.1 Ă  4.9.23, rĂ©digĂ© comme suit :
  " CHAPITRE 9. - Terres et granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol
Afdeling 1. - Algemeen
Section 1re. - Généralités
Art. 4.9.1. § 1. In dit hoofdstuk zijn de volgende definities van toepassing:
  1° "grond": vaste bestanddelen van de bodem, die vrij komen naar aanleiding van ontgravingen of bodembehandeling en waarvan het gehalte aan steenachtige bodemvreemde stoffen niet hoger is dan vijfentwintig massaprocent en waarvan het gehalte aan andere bodemvreemde stoffen niet hoger is dan één massa- en volumeprocent.
  Ditzelfde type materiaal dat afkomstig is van een vergund grondbehandelingscentrum, een tijdelijke opslagplaats of een ontginning is inbegrepen in deze definitie;
  2° "gebruik in of op de bodem": een toepassing in contact met de bodem, met als doel het opvullen van ontgravingen, het nivelleren, het stabiliseren of het ophogen van terreinen en waarbij de toepassing geen deel uitmaakt van een constructie;
  3° "bodemvreemde stoffen": stoffen of afvalstoffen die niet aanwezig zijn in een natuurlijke onverstoorde bodem, waaronder:
  - bodemvreemde stenen zoals metselwerkpuin, betonpuin en steenslag;
  - bodemvreemd steenachtig materiaal zoals asfaltpuin, freesasfalt, slakken, assen, sintels, glas, tegels, keramiek, kunstleien, cellenbeton, geëxpandeerde klei;
  - bodemvreemd niet-steenachtig materiaal zoals plastic, gips, kalk, roofing, bitumen, rubber, isolatiematerialen (zoals piepschuim), metalen (zoals bouten, moeren, schroot), hout (behandeld of onbehandeld), asbestverdacht materiaal, papier, kurk, textiel;
  4° "reeds bestaande ophoging": bodemlaag die vóór 20 januari 2005 door de mens werd aangebracht om de topografie aan te passen naar zijn behoeften en die wordt gekenmerkt door een heterogene samenstelling (slib, zand, klei, bakstenen, beton, puin van metselwerk) die soms verontreinigd is door zware metalen en/of polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK);
  5° "werkzone": de zone die vastgesteld is in het kader van eenzelfde project en die bestaat uit een geheel van aaneensluitende percelen met soortgelijke kenmerken. Het betreft kenmerken die een betekenisvol effect op het milieu hebben of een betekenisvol risico voor de volksgezondheid inhouden.
  § 2. Onverminderd artikel 3, 8° van de ordonnantie afvalstoffen wordt in dit hoofdstuk verstaan onder "afvalstoffenhouder", in de aangegeven volgorde:
  1. de opdrachtgever van de grondwerken op de plaats van uitgraving, zoals een bouwheer, een projectontwikkelaar, een houder van zakelijke rechten, of;
  2. de aannemer verantwoordelijk voor de grondwerken op de plaats van uitgraving, of;
  3. de inzamelaar, handelaar of makelaar van afvalstoffen, of;
  4. de hiervoor vergunde inzamel- of verwerkingsinrichting van afvalstoffen.
  § 3. Dit hoofdstuk is van toepassing op het gebruik van:
  1. gronden;
  2. gerecycleerde granulaten die in of op de bodem gebruikt worden, in tegenstelling tot gerecycleerde granulaten behandeld in hoofdstuk 8.
  § 4. Tenzij anders of specifiek bepaald, zijn titels I en III van toepassing.
Art. 4.9.1. § 1er. Au sens du présent chapitre, on entend par :
  1° " terre " : la matiÚre solide constitutive du sol, qui est dégagée suite à des actions d'excavation ou de traitement du sol et dont la teneur en matiÚres pierreuses étrangÚres au sol n'excÚde pas vingt-cinq pourcents en masse et dont la teneur en autres matiÚres étrangÚres au sol n'excÚde pas un pourcent en masse et en volume.
  Ce mĂȘme type de matĂ©riau provenant d'un centre de traitement des terres, d'un dĂ©pĂŽt temporaire ou d'une extraction est compris dans cette dĂ©finition ;
  2° " utilisation dans ou sur le sol " : une application en contact avec le sol, ayant pour but le remblaiement d'excavations, le nivellement, la stabilisation ou le rehaussement des terrains et oĂč l'application ne fait pas partie d'une construction ;
  3° " matiÚres étrangÚres au sol " : substances ou déchets qui ne sont pas présents dans un sol naturel, non perturbé, parmi lesquels :
  - pierres étrangÚres au sol telles que les gravats de maçonnerie, gravats de béton, pierres concassées ;
  - matiÚres pierreuses étrangÚres au sol telles que les gravats d'asphalte, asphalte broyé, scories, cendres, braises, verre, carreaux, céramique, ardoises artificielles, béton cellulaire, argile expansée ;
  - matiÚres non-pierreuses étrangÚres au sol telles que le plastique, le plùtre, la chaux, le roofing, le bitume, le caoutchouc, les matériaux isolants (tels que le polystyrÚne), les métaux (tels que boulons, écrous, ferraille), le bois (traité ou non traité), les matériaux suspectés de contenir de l'amiante, le papier, le liÚge, le textile ;
  4° " remblai prĂ©existant " : une couche de sol qui a Ă©tĂ© mise en place par l'homme avant le 20 janvier 2005, dans le but de modifier la topographie en fonction de ses besoins. Cette couche est caractĂ©risĂ©e par une composition hĂ©tĂ©rogĂšne (limons, sables, argile, briques, bĂ©ton, gravats de maçonnerie) et peut potentiellement ĂȘtre polluĂ©e par des mĂ©taux lourds et/ou des hydrocarbures aromatiques polycycliques (HAP) ;
  5° " zone de travail " : la zone Ă©tablie dans le cadre d'un mĂȘme projet et constituĂ©e d'un ensemble de parcelles attenantes aux caractĂ©ristiques similaires. Il s'agit de caractĂ©ristiques qui prĂ©sentent une incidence significative sur l'environnement ou un risque significatif pour la santĂ© publique.
  § 2. Sans préjudice de l'article 3, 8° de l'ordonnance déchets, dans ce chapitre est entendu par " détenteur de déchets ", dans l'ordre indiqué :
  1. le donneur d'ordre des terrassements sur le lieu d'excavation, tel qu'un maßtre d'ouvrage, un développeur de projet, un titulaire de droits réels, ou;
  2. l'entrepreneur responsable des terrassements sur le lieu d'excavation, ou;
  3. le collecteur, négociant ou courtier des déchets, ou;
  4. l'installation de collecte ou de traitement de déchets autorisée à cet effet.
  § 3. Ce chapitre s'applique à l'utilisation :
  1. de terres ;
  2. de granulats recyclés qui sont utilisés dans ou sur le sol, contrairement aux granulats recyclés traités dans le chapitre 8.
  § 4. Sauf dispositions contraires ou spécifiques, les titres I et III s'appliquent.
Afdeling 2. - Voorwaarden voor gebruik
Section 2. - Conditions d'utilisation
Onderafdeling 1. - Algemeen
Sous-section 1re. - Généralités
Art. 4.9.2. § 1. Het is verboden om verschillende partijen gronden of gerecycleerde granulaten met een verschillende milieuhygiënische kwaliteit, of met andere materialen, te mengen met als doel of resultaat voor de gemengde partij een gebruik in aanmerking te laten komen die voor de niet-gemengde partijen niet is toegestaan.
  § 2. Om aan de voorwaarden van dit hoofdstuk te voldoen, kunnen gronden of gerecycleerde granulaten een fysische, chemische of biologische behandeling ondergaan.
Art. 4.9.2. § 1er. Il est interdit de mĂ©langer diffĂ©rents lots de terres ou de granulats recyclĂ©s ayant des qualitĂ©s environnementales diffĂ©rentes, ou avec d'autres matĂ©riaux, dans le but ou ayant pour rĂ©sultat que le lot mĂ©langĂ© puisse ĂȘtre utilisĂ© pour un usage non autorisĂ© pour les lots non-mĂ©langĂ©s.
  § 2. Afin de pouvoir respecter les conditions du présent chapitre, des terres ou des granulats recyclés peuvent subir un traitement physique, chimique ou biologique.
Art. 4.9.3. § 1. Een door een bodemverontreinigings-deskundige vastgestelde onregelmatigheid met betrekking tot dit hoofdstuk, wordt binnen een termijn van vijf werkdagen aangegeven aan een geregistreerde beheerorganisatie.
  Een door een geregistreerde beheerorganisatie vastgestelde onregelmatigheid met betrekking tot dit hoofdstuk, wordt binnen een termijn van vijf werkdagen aangegeven aan Leefmilieu Brussel.
  § 2. Indien gronden of gerecycleerde granulaten in of op de bodem gebruikt worden in tegenstrijd met de bepalingen van dit hoofdstuk, wordt het betrokken perceel ingeschreven in categorie 0 van de inventaris van de bodemtoestand, tenzij het reeds ingeschreven is in categorie 4.
  Het verwijderen van deze gronden of gerecycleerde granulaten gebeurt overeenkomstig de bepalingen van de ordonnantie bodem.
Art. 4.9.3. § 1. Une irrégularité par rapport au présent chapitre, constatée par un expert en pollution du sol, est déclarée à un organisme de gestion de terres enregistré dans un délai de cinq jours ouvrables.
  Une irrégularité au niveau du présent chapitre constatée par un organisme de gestion de terres enregistré est déclarée à Bruxelles Environnement, dans un délai de cinq jours ouvrables.
  § 2. Lorsque des terres ou des granulats recyclés sont utilisés dans ou sur le sol, en contradiction aux dispositions du présent chapitre, la parcelle concernée est inscrite en catégorie 0 de l'inventaire de l'état du sol, sauf si elle est déjà inscrite en catégorie 4.
  L'élimination de ces terres ou de ces granulats recyclés est réalisée conformément aux dispositions de l'ordonnance sols.
Onderafdeling 2. - Algemeen gebruik
Sous-section 2. - Utilisation générale
Art. 4.9.4. Gronden, of gerecycleerde granulaten, waarvan de concentraties aan verontreinigingen lager of gelijk zijn dan de sanerings normen van de ordonnantie bodem, kunnen in of op de bodem, of in een ander materiaal zoals bepaald door artikel 4.8.1 § 1, 1., gebruikt worden.
Art. 4.9.4. Des terres ou des granulats recyclĂ©s dont les concentrations en polluants sont infĂ©rieures ou Ă©gales aux normes d'assainissement de l'ordonnance sols peuvent ĂȘtre utilisĂ©es dans ou sur le sol, ou dans un autre matĂ©riau tel que visĂ© par l'article 4.8.1 § 1, 1.
Art. 4.9.5. § 1. Onverminderd artikel 4.9.4 worden gronden enkel in of op de bodem gebruikt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. het gehalte aan stenen of steenachtige bodemvreemde stoffen bedraagt maximaal vijf massaprocent;
  2. de granulometrie van de stenen of steenachtige bodemvreemde stoffen, is niet groter dan vijftig millimeter;
  3. het gehalte aan bodemvreemde stoffen andere dan steenachtige materialen, bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent;
  4. ze bevatten geen gevaarlijke afvalstoffen;
  5. ze bevatten geen invasieve dier- of plantensoorten in de zin van de ordonnantie van 1 maart 2012 betreffende het natuurbehoud en de verordening (EU) Nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten.
  § 2. Onverminderd artikel 4.9.4 worden gerecycleerde granulaten enkel in of op de bodem gebruikt, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. het gehalte aan afvalstoffen andere dan de gerecycleerde granulaten zelf, bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent;
  2. de dikte van de aangebrachte laag van gerecycleerde granulaten is beperkt tot het strikt noodzakelijke in het kader van het bouwproject;
  3. de granulometrie is lager dan 4 mm indien de gerecycleerde granulaten gebruikt worden op een perceel dat ingedeeld is in de kwetsbaarheidsklasse "woonzone" in de zin van de bodemordonnantie, met uitzondering van de gerecycleerde granulaten die ingezet worden voor specifieke toepassingen zoals vastgelegd in de code van goede praktijken;
  4. ze worden niet gebruikt op een perceel dat ingedeeld is in de kwetsbaarheidsklasse "bijzondere zone" zoals bepaald in bijlage 3 van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 tot vaststelling van de interventienormen en saneringsnormen.
  § 3. Onverminderd artikel 4.9.4 en paragrafen 1 en 2, voldoen gronden of gerecycleerde granulaten die niet onder een constructie gebruikt worden, ten minste aan bijkomende cumulatieve voorwaarden voor het maximale behoud van de ecosysteemfuncties:
  1. het gehalte aan organisch materiaal in een wortelzone bedraagt minimum 2 %;
  2. het behoud van het infiltratiepotentieel van de bodem is gegarandeerd;
  3. het vermijden van erosie;
  4. het behoud van de oorspronkelijke biodiversiteit van de bodem en het terrein vóór de start van de werken.
  § 4. Leefmilieu Brussel kan de technische details voor deze voorwaarden bepalen via een code van goede praktijken.
Art. 4.9.5. § 1er. Sans prĂ©judice de l'article 4.9.4, des terres peuvent uniquement ĂȘtre utilisĂ©es dans ou sur le sol, aux conditions cumulatives suivantes :
  1. la teneur en pierres ou matériaux pierreux étrangers au sol n'excÚde pas cinq pour cent en masse ;
  2. la granulométrie des pierres ou matériaux pierreux étrangers au sol n'est pas supérieure à cinquante millimÚtres ;
  3. la teneur en matériaux étrangers au sol, autres que les matériaux pierreux, n'excÚde pas un pour cent en masse et en volume ;
  4. elles ne contiennent pas de déchets dangereux ;
  5. elles ne contiennent pas d'espÚces animales ou végétales invasives au sens de l'ordonnance du 1er mars 2012 relative à la conservation de la nature et du rÚglement (UE) n° 1143/2014 du Parlement Européen et du Conseil du 22 octobre 2014 relatif à la prévention et à la gestion de l'introduction et de la propagation des espÚces exotiques envahissantes.
  § 2. Sans prĂ©judice de l'article 4.9.4, des granulats recyclĂ©s peuvent uniquement ĂȘtre utilisĂ©s dans ou sur le sol, aux conditions cumulatives suivantes :
  1. la teneur en dĂ©chets autres que les granulats recyclĂ©s mĂȘme n'excĂšde pas un pour cent en masse et en volume ;
  2. l'épaisseur de la couche de granulats recyclés est limitée à celle strictement nécessaire au projet de construction visé ;
  3. la granulométrie est inférieure à 4 mm si les granulats recyclés sont utilisés sur une parcelle classée dans la classe de sensibilité " zone habitat " au sens de l'ordonnance sol, à l'exception des granulats recyclés utilisés pour des applications spécifiques tel que prévu dans le Code de bonnes pratiques ;
  4. ils ne sont pas utilisĂ©s sur une parcelle qui est classĂ©e dans la classe de sensibilitĂ© " zone particuliĂšre " telle que dĂ©terminĂ©e dans l'annexe 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 29 mars 2018 dĂ©terminant les normes d'intervention et les normes d'assainissement.
  § 3. Sans préjudice de l'article 4.9.4 et des paragraphes 1 et 2, des terres ou des granulats recyclés qui ne sont pas utilisés en-dessous d'une construction remplissent au minimum les conditions cumulatives suivantes, afin de préserver au maximum les fonctions écosystémiques :
  1. le taux de matiÚre organique dans une zone racine est de minimum 2 % ;
  2. la préservation du potentiel d'infiltrabilité du sol est garantie ;
  3. l'érosion est évitée ;
  4. la préservation de la biodiversité originelle du sol et du terrain avant le démarrage des travaux est garantie.
  § 4. Bruxelles Environnement peut déterminer les détails techniques de ces conditions dans un code de bonnes pratiques.
Onderafdeling 3. - Gebruik van gronden op een zelfde perceel of een werkzone
Sous-section 3. - Utilisation de terres sur une mĂȘme parcelle ou une zone de travail
Art. 4.9.6. § 1. In afwijking van de voorwaarden van artikel 4.9.4 kunnen gronden die op hetzelfde perceel van waar ze ontgraven zijn in of op de bodem gebruikt worden, indien de concentraties aan verontreinigingen lager zijn dan 80 % van de interventienormen zoals gedefinieerd in de bodemordonnantie en dit onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. de gronden brengen geen toename van verontreiniging teweeg in de zin van artikel 3 25° van de ordonnantie bodem. In dit opzicht betreffen de overschrijdingen van de saneringsnormen in deze gronden uitsluitend (groepen van) verontreinigingen die i) de saneringsnormen van de ter plekke zijnde bodem, in de onmiddellijke omtrek van de uitgraving overschrijden en ii) die geen (groepen van) te saneren verontreinigingen zijn;
  2. de verontreinigingen betreffen geen stoffen die, overeenkomstig de ordonnantie bodem, door sanering moeten behandeld worden.
  § 2. In afwijking van de voorwaarden van artikel 4.9.4 en 4.9.5 § 1 kan een reeds bestaande ophoging die wordt ontgraven en waarin uitsluitend een weesverontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen of zware metalen voorkomt, op een zelfde perceel van waar ze ontgraven is in of op de bodem hergebruikt worden, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. het gehalte aan bodemvreemde stoffen andere dan steenachtige materialen, bedraagt maximaal één massa- en volumeprocent;
  2. ze bevat geen gevaarlijke afvalstoffen en ze is zelf geen gevaarlijke afvalstof;
  3. ze veroorzaakt geen risico of gebruiksbeperking zoals bepaald door de ordonnantie bodem;
  4. ze wordt gebruikt in een zone van het perceel waar een reeds bestaande ophoging van dezelfde aard aanwezig is en waarvan de maximale en gemiddelde concentraties aan polycyclische aromatische koolwaterstoffen en zware metalen gelijk of hoger zijn;
  5. ze overschrijdt de horizontale grenzen en de diepte van de reeds bestaande ophoging niet.
  § 3. In afwijking met de voorwaarden van artikel 4.9.4 kan een reeds bestaande ophoging die wordt ontgraven en waarin uitsluitend een weesverontreiniging met polycyclische aromatische koolwaterstoffen of zware metalen voorkomt, op een werkzone, in of op de bodem gebruikt worden, indien de concentraties aan deze verontreinigingen lager zijn dan 80 % van de interventienormen zoals gedefinieerd in de ordonnantie bodem en dit onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. ze veroorzaakt geen inschrijving van een perceel of wijziging van de categorie van een perceel in de inventaris van de bodemtoestand;
  2. ze veroorzaakt geen risico of gebruiksbeperking zoals bepaald door de ordonnantie bodem;
  3. ze veroorzaakt geen toename van verontreiniging in de zin van artikel 3 25° van de ordonnantie bodem;
  4. ze wordt gebruikt in een zone waar een reeds bestaande ophoging van dezelfde aard aanwezig is;
  5. ze overschrijdt de horizontale grenzen en de diepte van de reeds bestaande ophoging niet.
Art. 4.9.6. § 1er. Par dĂ©rogation aux conditions de l'article 4.9.4, des terres qui sont utilisĂ©es dans ou sur le sol sur la mĂȘme parcelle d'oĂč elles ont Ă©tĂ© excavĂ©es peuvent ĂȘtre utilisĂ©es si les concentrations en polluants sont infĂ©rieures Ă  80 % des normes d'intervention telles que dĂ©finies dans l'ordonnance sols, et ceci aux conditions cumulatives suivantes:
  1. les terres ne peuvent pas induire un accroissement de pollution au sens de l'article 3, 25° de l'ordonnance sols. A ce titre sont exclusivement concernés les (groupes de) polluants i) qui dépassent les normes d'assainissement dans le sol en place en périphérie immédiate de la fouille sur la zone d'utilisation et ii) qui ne font pas partie des (groupes de) polluants à assainir ;
  2. les polluants ne constituent pas des substances devant ĂȘtre traitĂ©es par assainissement, en vertu de l'ordonnance sols.
  § 2. Par dĂ©rogation aux conditions des articles 4.9.4 et 4.9.5 § 1, un remblai prĂ©existant faisant l'objet d'une excavation et qui prĂ©sente exclusivement une pollution orpheline en hydrocarbures aromatiques polycycliques ou mĂ©taux lourds peut ĂȘtre rĂ©utilisĂ© dans ou sur le sol, sur une mĂȘme parcelle d'oĂč il a Ă©tĂ© excavĂ©, aux conditions cumulatives suivantes :
  1. la teneur en matériaux étrangers au sol, autres que les matériaux pierreux, n'excÚde pas un pour cent en masse et en volume ;
  2. il ne contient pas de dĂ©chets dangereux et il n'est lui-mĂȘme pas un dĂ©chet dangereux ;
  3. il ne génÚre pas de risque ou de restriction d'usage telle que définie par l'ordonnance sols ;
  4. il est rĂ©utilisĂ© dans une zone de la parcelle oĂč un remblai prĂ©existant de mĂȘme nature est prĂ©sent et dont les concentrations maximales et moyennes en HAP et mĂ©taux lourds sont Ă©gales ou supĂ©rieures ;
  5. il ne dépasse pas les limites horizontales et la profondeur du remblai préexistant.
  § 3. Par dĂ©rogation aux conditions de l'article 4.9.4, un remblai prĂ©existant faisant l'objet d'une excavation et qui prĂ©sente exclusivement une pollution orpheline en hydrocarbures aromatiques polycycliques ou mĂ©taux lourds peut ĂȘtre utilisĂ© dans ou sur le sol, dans une zone de travail, si les concentrations en ces polluants sont infĂ©rieures Ă  80 % des normes d'intervention telles que dĂ©finies dans l'ordonnance sols, et ceci aux conditions cumulatives suivantes :
  1. il n'entraine pas d'inscription d'une parcelle ou la modification de la catégorie d'une parcelle dans l'inventaire de l'état du sol ;
  2. il ne génÚre pas de risque ou de restriction d'usage telle que définie par l'ordonnance sols ;
  3. il n'induit pas un accroissement de pollution au sens de l'article 3, 25° de l'ordonnance sols ;
  4. il est rĂ©utilisĂ© dans une zone oĂč un remblai prĂ©existant de mĂȘme nature est prĂ©sent ;
  5. il ne dépasse pas les limites horizontales et la profondeur du remblai préexistant.
Onderafdeling 4. - Ander gebruik van gronden
Sous-section 4. - Autre utilisation de terres
Art. 4.9.7. In afwijking van de voorwaarden van artikel 4.9.4 kunnen gronden die verwerkt worden in een ander materiaal gebruikt worden volgens de voorwaarden van artikel 4.8.7.
Art. 4.9.7. Par dĂ©rogation aux conditions de l'article 4.9.4, des terres qui sont utilisĂ©es dans un autre matĂ©riau peuvent ĂȘtre utilisĂ©es selon les conditions de l'article 4.8.7.
Afdeling 3. - Traceerbaarheidsprocedure
Section 3. - Procédure de traçabilité
Onderafdeling 1. - Algemeen
Sous-section 1re. - Généralités
Art. 4.9.8. De uitwisseling van de in deze administratieve procedure voorziene documenten gebeurt via elektronische weg.
Art. 4.9.8. L'échange des documents prévus par cette procédure administrative est réalisé par voie électronique.
Art. 4.9.9. De afvalstoffenhouder en de eindgebruiker nemen in de aanbestedingsdocumenten, de prijsvraag of de contractuele documenten, clausules op die waarborgen dat de regels met betrekking tot de bepalingen van dit hoofdstuk, toegepast worden.
Art. 4.9.9. Le détenteur de déchets et l'utilisateur final reprennent, dans les documents d'appel d'offre, la demande de prix ou les documents contractuels, les clauses garantissant l'application des dispositions du présent chapitre.
Onderafdeling 2. - Administratieve procedure
Sous-section 2. - Procédure administrative
Art. 4.9.10. Technisch verslag
  § 1. Het technisch verslag bepaalt de milieuhygiënische kwaliteit van de gronden en de gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem.
  § 2. Het technisch verslag wordt opgesteld door een bodemverontreinigingsdeskundige volgens de codes van goede praktijken ter beschikking gesteld door Leefmilieu Brussel.
  § 3. Een verslag met betrekking tot het gebruik van gronden, opgesteld overeenkomstig de bepalingen van een ander Belgisch gewest, kan gelijk gesteld worden met een technisch verslag, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, onder de volgende cumulatieve voorwaarden:
  1. het is opgesteld door een volgens de ordonnantie bodem erkend bodemverontreinigingsdeskundige;
  2. het omvat een evaluatie van de gebruiksvoorwaarden zoals bepaald in artikelen 4.9.4, 4.9.5 et 4.9.6.
Art. 4.9.10. Rapport technique
  § 1er. Le rapport technique détermine la qualité environnementale des terres et des granulats recyclés avec une utilisation prévue dans ou sur le sol.
  § 2. Le rapport technique est rédigé par un expert en pollution du sol, selon les Codes de bonnes pratiques mis à disposition par Bruxelles Environnement.
  § 3. Un rapport relatif Ă  l'utilisation de terres, rĂ©digĂ© en vertu des dispositions d'une autre RĂ©gion belge, peut ĂȘtre assimilĂ© Ă  un rapport technique, conformĂ©ment aux dispositions de cet arrĂȘtĂ©, aux conditions cumulatives suivantes :
  1. il est rédigé par un expert en pollution du sol agréé selon l'ordonnance sols ;
  2. il comprend une évaluation des conditions d'utilisation telles que prévues par les articles 4.9.4, 4.9.5 et 4.9.6.
Art. 4.9.11. Uitvoering, kennisgeving en goedkeuring van het technisch verslag
  § 1. Voor het gebruik van gronden of gerecycleerde granulaten in of op de bodem wordt een technisch verslag opgemaakt, behalve in de volgende gevallen:
  1. de gronden zijn afkomstig van een perceel dat niet in de inventaris van de bodemtoestand opgenomen is of dat enkel opgenomen is in categorie 1, en waarvan het volume gronden dat op dit perceel uitgegraven wordt minder dan 250 m3 bedraagt, of;
  2. de gronden zijn afkomstig van een uitgraving in het kader van een bodembehandeling en ze worden gebruikt volgens de voorwaarden van de gelijkvormigheidsverklaring van het sanerings- of risicobeheersvoorstel, of volgens de voorwaarden van een behandeling van beperkte duur, overeenkomstig de bepalingen van de ordonnantie bodem, of;
  3. de gronden op de openbare weg ter plaatse hergebruikt worden en de werken niet plaatsvinden op een perceel in categorie 0 van de inventaris van de bodemtoestand, of;
  4. de gronden zijn afkomstig van een terrein buiten het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, het totale volume bedraagt minder dan 250 m3 en er zijn geen aanwijzingen dat ze verontreinigd zijn volgens de voor die gronden geldende criteria.
  § 2. Het opstellen van het technisch verslag is ten laste van de initiële afvalstoffenhouder.
  § 3. Het technisch verslag wordt aan de geregistreerde grondbeheerorganisatie overgemaakt, vóór het gebruik van de grond of de gerecycleerde granulaten.
  § 4. Na ontvangst van het technisch verslag heeft de geregistreerde grondbeheerorganisatie 30 dagen de tijd om:
  - ofwel het al dan niet goed te keuren overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk;
  - ofwel aanvullingen op te leggen, binnen een door hen gestelde redelijke termijn. Na ontvangst van de aanvullingen heeft de grondbeheerorganisatie vijftien dagen de tijd om het technisch verslag al dan niet goed te keuren overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
  § 5. In het document van de goedkeuring van het technisch verslag bevestigt de geregistreerde grondbeheerorganisatie, in voorkomend geval, op basis van de conclusies van het technisch verslag, onder welke voorwaarden de gronden of de gerecycleerde granulaten gebruikt kunnen worden.
  § 6. De goedkeuring van het technisch verslag wordt aan de volgende personen ter kennis gebracht:
  - de initiële afvalstoffenhouder die de verplichting heeft om het technisch verslag op te stellen;
  - de houder van zakelijke rechten van het perceel waarop de gronden zullen worden uitgegraven.
Art. 4.9.11. Exécution, notification et approbation du rapport technique
  § 1er. Avant l'utilisation de terres ou de granulats recyclés dans ou sur le sol, un rapport technique est rédigé, sauf dans les cas suivants :
  1. les terres proviennent d'une parcelle qui n'est pas reprise à l'inventaire de l'état du sol ou qui est reprise uniquement en catégorie 1, et dont le volume de terres qui est excavé sur cette parcelle est de moins de 250 m3, ou;
  2. les terres proviennent d'une excavation dans le cadre d'un traitement du sol et elles sont utilisées selon les conditions de la déclaration de conformité du projet d'assainissement ou de gestion du risque, ou selon les conditions d'un traitement de durée limitée, conformément aux dispositions de l'ordonnance sols, ou;
  3. les terres sont réutilisées sur place en voirie et les travaux n'ont pas lieu sur une parcelle en catégorie 0 de l'inventaire de l'état du sol, ou;
  4. les terres proviennent d'un terrain en dehors de la Région de Bruxelles-Capitale, le volume total est de moins de 250 m3 et il n'y a pas d'indice qu' elles sont polluées selon les critÚres applicables à ces terres.
  § 2. L'élaboration du rapport technique est à charge du détenteur initial de déchets.
  § 3. Le rapport technique est notifié à l'organisme de gestion de terres enregistré avant l'utilisation de la terre ou des granulats recyclés.
  § 4. Suite à la réception du rapport technique, l'organisme de gestion de terres enregistré dispose de 30 jours pour :
  - soit l'approuver ou non conformément aux dispositions du présent chapitre ;
  - soit imposer des compléments, dans un délai raisonnable qu'il fixe. AprÚs réception des compléments, l'organisme de gestion de terres dispose de quinze jours pour approuver le rapport technique ou non conformément aux dispositions du présent chapitre.
  § 5. Dans le document d'approbation du rapport technique, l'organisme de gestion de terres enregistrĂ© confirme, le cas Ă©chĂ©ant, sur la base des conclusions du rapport technique, sous quelles conditions les terres ou les granulats recyclĂ©s peuvent ĂȘtre utilisĂ©s.
  § 6. L'approbation du rapport technique est notifiée aux personnes suivantes :
  - le détenteur initial de déchets ayant l'obligation d'élaborer le rapport technique ;
  - le titulaire de droits réels de la parcelle sur laquelle les terres seront excavées.
Art. 4.9.12. Vervoer en vervoerstoelating
  § 1. Voor de uitvoering van grondwerken en voor het vervoer van gronden of gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, is de opdrachtgever voor het vervoer, zoals bepaald in artikel 3.2.7 § 1 en de vervoerder, ingeschreven bij een geregistreerde grondbeheerorganisatie.
  § 2. Vóór het vervoer van gronden of gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, bezorgt de opdrachtgever voor het vervoer, een voorafgaande aangifte tot vervoer aan de grondbeheerorganisatie.
  § 3. Vóór het gebruik van gronden op hetzelfde perceel van waar ze ontgraven zijn, bezorgt de afvalstoffenhouder een aangifte tot gebruik aan de grondbeheerorganisatie.
  § 4. Na ontvangst van de voorafgaande aangifte zoals bepaald in paragrafen 2 en 3, maakt de geregistreerde grondbeheerorganisatie binnen een termijn van vijf dagen, aan de aangever het volgende over:
  - ofwel een beslissing dat de aangifte onvolledig is en waarin wordt verzocht om ze te vervolledigen. Na de ontvangst van de aanvullingen herbegint de procedure overeenkomstig de huidige paragraaf;
  - ofwel een beslissing die zich verzet tegen het vervoer en het gebruik van grond of de gerecycleerde granulaten, wegens niet-naleving van de voorwaarden van dit hoofdstuk;
  - ofwel een vervoerstoelating of een gebruikstoelating.
  § 5. De vervoerstoelating bevestigt het beoogde gebruik en staat toe dat de gronden of de gerecycleerde granulaten verplaatst worden naar een voorziene plaats van opslag, behandeling of gebruik.
  § 6. De opdrachtgever voor het vervoer maakt binnen een termijn van vijf dagen na elk transport, de traceerbaarheidsdocumenten over aan de grondbeheerorganisatie.
  § 7. Enkel partijen gronden of gerecycleerde granulaten van dezelfde milieuhygiënische kwaliteit mogen in dezelfde container of in hetzelfde vervoersmiddel verzameld worden, voor zover deze stromen van elkaar gescheiden worden in verschillende houders teneinde fysicochemische kruisverontreinigingen te voorkomen.
Art. 4.9.12. Transport et autorisation de transport
  § 1er. Pour l'exécution des travaux du sol et pour le transport de terres ou de granulats recyclés avec une utilisation prévue dans ou sur le sol, le donneur d'ordre du transport tel que défini à l'article 3.2.7 § 1 et le transporteur sont inscrits auprÚs d'un organisme de gestion de terres enregistré.
  § 2. Avant le transport de terres ou de granulats recyclés dont l'utilisation prévue s'effectue dans ou sur le sol, le donneur d'ordre du transport transmet une déclaration d'envoi préalable à l'organisme de gestion de terres.
  § 3. Avant l'utilisation de terres sur la mĂȘme parcelle d'oĂč elles ont Ă©tĂ© excavĂ©es, le dĂ©tenteur de dĂ©chets transmet une dĂ©claration d'utilisation Ă  l'organisme de gestion des terres.
  § 4. Suite à la réception de la déclaration préalable telle que prévue aux paragraphes 2 et 3, l'organisme de gestion de terres enregistré transmet au déclarant, dans un délai de cinq jours :
  - soit une décision indiquant que la déclaration est incomplÚte et dans laquelle il est demandé de la compléter. La procédure recommence à dater de la réception des compléments conformément au présent paragraphe ;
  - soit une décision qui s'oppose au transport et à l'utilisation de la terre ou des granulats recyclés, suite à un non-respect des conditions du présent chapitre ;
  - soit une autorisation de transport ou une autorisation d'utilisation.
  § 5. L'autorisation de transport confirme l'utilisation prévue et autorise que les terres ou les granulats recyclés soient déplacés vers un lieu de stockage, de traitement ou d'utilisation prévu.
  § 6. Le donneur d'ordre du transport transmet, dans un délai de cinq jours aprÚs chaque transport les documents de traçabilité à l'organisme de gestion de terres.
  § 7. Seuls les lots de terres ou de granulĂ©s recyclĂ©s de mĂȘme qualitĂ© environnementale peuvent ĂȘtre regroupĂ©s dans le mĂȘme conteneur ou dans le mĂȘme moyen de transport, Ă  condition que ces flux soient sĂ©parĂ©s les uns des autres dans des contenants distincts de maniĂšre Ă  Ă©viter les contaminations physico-chimiques croisĂ©es.
Art. 4.9.13. Ontvangstverklaring
  Na de ontvangst van gronden of gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, maakt de eindgebruiker, of de door hem gelaste aannemer of onderaannemer, binnen een termijn van vijftien dagen, een ontvangstverklaring over aan de grondbeheerorganisatie.
  Door middel van deze ontvangstverklaring bevestigt ofwel de eindgebruiker ofwel de aannemer of de door hem gelaste aannemer of onderaannemer, de geleverde hoeveelheden en het beoogde gebruik overeenkomstig de bepalingen van dit hoofdstuk.
Art. 4.9.13. Déclaration de réception
  AprÚs la réception de terres ou de granulats recyclés dont l'utilisation est prévue dans ou sur le sol, soit l'utilisateur final, soit l'entrepreneur ou le sous-traitant qu'il a mandaté, transmet dans un délai de quinze jours, une déclaration de réception à l'organisme de gestion de terres.
  Par cette déclaration de réception, soit l'utilisateur final, soit l'entrepreneur ou le sous-traitant qu'il a mandaté, confirme la quantité livrée et l'utilisation prévue conformément aux dispositions du présent chapitre.
Art. 4.9.14. Grondbeheerrapport
  § 1. Op basis van de aangifte tot gebruik of de ontvangstverklaring levert de geregistreerde grondbeheerorganisatie een grondbeheerrapport af aan de afvalstoffenproducent en de eindgebruiker, of de door hem gelaste aannemer of onderaannemer.
  Het grondbeheerrapport bevestigt het beoogde gebruik van de gronden of gerecycleerde granulaten in of op de bodem, en bevestigt dat dit gebruik voldoet aan de voorwaarden vermeld in de goedkeuring van het technisch verslag en de vervoerstoelating.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 wordt geen grondbeheerrapport over gemaakt indien de gronden gebruikt werden in het kader van een door Leefmilieu Brussel toegelaten bodembehandeling.
  In dit geval bevestigt de slotverklaring dat dit gebruik voldoet aan de voorwaarden van dit hoofdstuk.
Art. 4.9.14. Rapport de gestion de terres
  § 1er. Sur la base de la déclaration d'utilisation ou de la déclaration de réception, l'organisme de gestion de terres enregistré délivre un rapport de gestion de terres au producteur de déchets et à l'utilisateur final, ou à l'entrepreneur ou le sous-traitant qu'il a mandaté.
  Le rapport de gestion de terres confirme l'utilisation prévue des terres et des granulats recyclés dans ou sur le sol, et confirme que cette utilisation satisfait aux conditions de l'approbation du rapport technique et de l'autorisation de transport.
  § 2. Par dĂ©rogation au paragraphe 1er, un rapport de gestion des terres ne doit pas ĂȘtre dĂ©livrĂ© si les terres ont Ă©tĂ© utilisĂ©es dans le cadre d'un traitement autorisĂ© par Bruxelles Environnement.
  Dans ce cas, la déclaration finale confirme que cette utilisation satisfait aux conditions du présent chapitre.
Afdeling 4. - Grondbeheerorganisatie
Section 4. - Organisme de gestion de terres
Art. 4.9.15. § 1. Om in aanmerking te komen voor een registratie als een geregistreerde grondbeheerorganisatie van gerecycleerde granulaten voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dient de aanvrager een registratie in te dienen.
  § 2. De registratieaanvraag gebeurt met behulp van het formulier dat Leefmilieu Brussel ter beschikking stelt. De minimale inhoud van dit formulier is vastgesteld in bijlage 21 van huidig besluit.
Art. 4.9.15. § 1. Pour pouvoir prétendre à un enregistrement au titre d'organisme de gestion de terres enregistré pour la Région de Bruxelles-Capitale, le demandeur doit introduire une demande d'enregistrement.
  § 2. La demande d'enregistrement se fait Ă  l'aide du formulaire que Bruxelles Environnement met Ă  disposition. Le contenu minimal du formulaire est prĂ©cisĂ© Ă  l'annexe 21 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 4.9.16. Identificatie van de aanvrager
  § 1°. De aanvrager van een registratie als grondbeheerorganisatie voldoet aan onderstaande voorwaarden:
  1. de voorwaarden vermeld artikel 3.1.3;
  2. opgericht zijn als een vereniging zonder winstoogmerk conform de wet van 23 maart 2019 tot invoering van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen en houdende diverse bepalingen;
  3. voldoende representatief zijn voor de verschillende sectoren die betrokken zijn bij het gebruik van gronden en gerecycleerde granulaten in of op de bodem. Een grondbeheerorganisatie is representatief als in de Raad van bestuur twee of meer beroepsorganisaties die voldoende representatief zijn voor de sectoren die bij het gebruik van grond, of gerecycleerde granulaten in of op de bodem betrokken zijn, een mandaat bekleden;
  4. als statutair doel hebben om de taken die in dit hoofdstuk zijn toegewezen, uit te voeren, studiewerk over gronden, en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem, te verrichten en informatie en advies over bodemmaterialen te verstrekken.
  § 2. De grondbeheerorganisatie is onafhankelijk, onpartijdig en deskundig in zijn activiteitsgebied.
Art. 4.9.16. Identification du demandeur
  § 1er. Le demandeur d'un enregistrement en qualité d'organisme de gestion de terres remplit les conditions suivantes :
  1. les conditions mentionnées à l'article 3.1.3 ;
  2. il est constitué en association sans but lucratif conformément à la loi du 23 mars 2019 introduisant le Code des sociétés et des associations et portant des dispositions diverses ;
  3. ĂȘtre suffisamment reprĂ©sentatif des diffĂ©rents secteurs impliquĂ©s dans l'utilisation de terres et de granulats recyclĂ©s avec une utilisation prĂ©vue dans ou sur le sol. Un organisme de gestion de terres est reprĂ©sentatif si dans le Conseil d'Administration, sont mandatĂ©s au moins deux organisations professionnelles qui sont suffisamment reprĂ©sentatives des secteurs impliquĂ©s dans l'utilisation de terres ou de granulats recyclĂ©s avec une utilisation prĂ©vue dans ou sur le sol ;
  4. avoir dans ses statuts d'exécuter les tùches qui lui sont attribuées par ce chapitre, et d'effectuer des études et émettre des avis concernant la terre et les granulats recyclés avec une utilisation prévue dans ou sur le sol.
  § 2. L'organisme de gestion de terres est indépendant, impartial et expert dans son domaine d'activité.
Art. 4.9.17. Vakbekwaamheid
  § 1. De aanvrager van de registratie heeft één of meer natuurlijke personen in dienst die samen voldoen aan de volgende voorwaarden:
  1. een grondige kennis hebben van de disciplines bodemkunde, geologie, scheikunde, biologie en microbiologie;
  2. een grondige kennis hebben van de Codes van goede praktijk en de milieuwetgeving in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in het bijzonder de wetgeving op het gebied van milieuvergunningen, bodem- en afvalbeheer;
  3. minimaal drie jaar beroepservaring hebben, verworven gedurende de zes jaar voorafgaand aan de datum van de registratieaanvraag, met betrekking tot onderzoek en behandeling inzake bodemverontreiniging.
  De kennis, vermeld in punten 1° en 2°, wordt aangetoond met academische diploma's, diploma's van het hoger onderwijs van het lange type of gelijkwaardig met inbegrip van buitenlandse diploma's die als gelijkwaardig erkend zijn.
  De beroepservaring, vermeld in punt 3° blijkt uit een curriculum vitae, getuigschrift, referentielijst of beschrijving van de opgedane relevante ervaring, bijvoorbeeld in het kader van een gelijkaardige registratie die is verleend door de bevoegde overheden van een ander gewest of in het buitenland.
Art. 4.9.17. Formation professionnelle
  § 1er. Le demandeur d'enregistrement emploie une ou plusieurs personnes physiques remplissant ensemble les conditions suivantes :
  1. avoir une connaissance approfondie des disciplines de la pédologie, géologie, chimie, biologie et microbiologie ;
  2. avoir une connaissance approfondie des Codes de bonnes pratiques et de la législation environnementale de la Région de Bruxelles-Capitale, en particulier de la législation relative aux permis d'environnement et à la gestion des sols et des déchets ;
  3. avoir une expérience professionnelle d'au moins trois ans, acquise au cours des six années précédant la date de la demande d'enregistrement, en lien avec les études ou le traitement de la pollution du sol.
  Les connaissances, mentionnées aux points 1° et 2° sont démontrées par des diplÎmes universitaires ou des diplÎmes de l'enseignement supérieur de type long ou équivalents y compris des diplÎmes étrangers reconnus comme équivalents.
  L'expérience professionnelle mentionnée au point 3° est attestée par un curriculum vitae, un certificat, une liste de références ou une description de l'expérience pertinente acquise, par exemple dans le cadre d'un enregistrement similaire accordé par les autorités compétentes d'une autre région ou un autre pays.
Art. 4.9.18. Technische en informaticamiddelen
  § 1. De aanvrager beschikt over de nodige technische en informaticamiddelen om zijn verplichtingen na te komen.
  De aanvrager beschikt minstens over de middelen om het volgende te implementeren:
  1. een traceerbaarheidssysteem voor gronden en gerecycleerde granulaten met een beoogd gebruik in of op de bodem;
  2. een procedure die het mogelijk maakt om een gesloten volumebalans voor gronden en gerecycleerde granulaten gebruikt in of op de bodem, op te maken;
  3. een klachtenregister;
  4. een register van de technische verslagen, met inbegrip van de goedkeuringen voorzien in artikel 4.9.11, § 4;
  5. een register van vervoerstoelatingen voorzien in artikel 4.9.12, § 4;
  6. een register van grondbeheerrapporten voorzien in artikel 4.9.14.
  § 2. De door deze middelen verzamelde gegevens zijn digitaal en worden aan Leefmilieu Brussel overgemaakt, volgens de vorm en de modaliteiten bepaald door Leefmilieu Brussel.
Art. 4.9.18. Moyens techniques et informatiques
  § 1er. Le demandeur doit disposer des moyens techniques et informatiques nécessaires afin d'assurer ses obligations.
  Le demandeur dispose a minima des moyens permettant de mettre en place :
  1. un systÚme de traçabilité des terres et granulats recyclés faisant l'objet d'une utilisation prévue dans ou sur le sol ;
  2. une procédure permettant de constituer un bilan volumique fermé pour les terres et les granulats recyclés utilisés dans ou sur le sol ;
  3. un registre de plaintes ;
  4. un registre des rapports techniques, y compris les approbations prévues à l'article 4.9.11, § 4 ;
  5. un registre des autorisations de transport telles que prévues à l'article 4.9.12, § 4 ;
  6. un registre des rapports de gestion de terres tels que prévus à l'article 4.9.14.
  § 2. Les données rassemblées par ces moyens sont numériques et sont transmises à Bruxelles Environnement, selon la forme et les modalités déterminées par Bruxelles Environnement.
Art. 4.9.19. Financiële capaciteit
  § 1. De aanvrager beschikt over voldoende financiële capaciteit om zijn verplichtingen te verzekeren.
  § 2. De aanvrager beschikt over een verzekeringscontract ter dekking van zijn beroepsaansprakelijkheid als beheerorganisatie binnen de dertig dagen na de beslissing tot toekenning van de registratie, en voor de duur ervan.
Art. 4.9.19. Capacité financiÚre
  § 1er. Le demandeur dispose d'une capacité financiÚre suffisante pour assurer ses obligations.
  § 2. Le demandeur dispose d'un contrat d'assurance couvrant sa responsabilité professionnelle en qualité d'organisme de gestion dans les trente jours suivant la décision d'octroi de l'enregistrement et pour la durée de celui-ci.
Art. 4.9.20. Kwaliteitbeheersysteem
  De geregistreerde grondbeheerorganisatie beschikt over een kwaliteitbeheersysteem, zoals bepaald in artikel 3.3.3.
Art. 4.9.20. SystÚme de gestion de la qualité
  L'organisme de gestion de terres enregistré dispose d'un systÚme de gestion de la qualité, tel que visé à l'article 3.3.3.
Art. 4.9.21. Registratieprocedure
  § 1. De registratieprocedure verloopt in overeenstemming met de titel IV bis van de ordonnantie betreffende de milieuvergunningen.
  § 2. Naast de elementen voorzien in bijlage 21, worden bij de aanvraag de volgende stukken gevoegd:
  1. een kopie van de diploma's en de curriculum vitae, vermeld in artikel 4.9.17;
  2. een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij de gegevens waarover hij zal beschikken, zal beheren op een wijze dat ze op eenvoudige aanvraag toegankelijk zijn voor de overheden;
  3. een onvoorwaardelijke verbintenis waarin de aanvrager verklaart dat hij binnen dertig dagen na het bekomen van de registratie een verzekering voor beroepsaansprakelijkheid zal sluiten als vermeld in artikel 4.9.19 § 2, en dat hij Leefmilieu Brussel van de gesloten verzekeringspolis op de hoogte zal brengen;
  4. een recent attest waaruit blijkt dat de aanvrager aan zijn sociale en fiscale verplichtingen voldaan heeft.
  § 3. De aanvraag wordt door Leefmilieu Brussel aan een onderzoek onderworpen.
  Leefmilieu Brussel kan, in het kader van dit onderzoek, de voorlegging vragen van aanvullende gegevens en/of documenten waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de in artikelen 4.9.16 tot en met 4.9.20 opgelegde voorwaarden om in aanmerking te komen voor een registratie. De aanvrager is ertoe gehouden al deze aanvullende gegevens en/of documenten te verstrekken.
Art. 4.9.21. Procédure d'enregistrement
  § 1er. La procédure d'enregistrement se déroule conformément au titre IV bis de l'ordonnance permis d'environnement.
  § 2. En plus des éléments prévus à l'annexe 21, les piÚces suivantes sont jointes à la demande :
  1. une copie des diplÎmes et curriculum vitae tels que mentionnés à l'article 4.9.17 ;
  2. un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare gérer les données dont il dispose de maniÚre à les rendre accessibles aux autorités sur simple demande ;
  3. un engagement inconditionnel dans lequel le demandeur déclare qu'il souscrira, dans les trente jours aprÚs l'obtention de son enregistrement, à une assurance de responsabilité civile professionnelle telle que mentionnée à l'article 4.9.19 § 2, et qu'il informera Bruxelles Environnement de la police d'assurance conclue ;
  4. une attestation récente confirmant que le demandeur a rempli toutes ses obligations sociales et fiscales.
  § 3. La demande est soumise à un examen par Bruxelles Environnement.
  Dans le cadre de cet examen, Bruxelles Environnement peut demander la production de données et/ou documents complémentaires établissant que le demandeur remplit les conditions imposées aux articles 4.9.16 à 4.9.20 afin de pouvoir prétendre à un enregistrement. Le demandeur est tenu de communiquer la totalité de ces données et/ou documents complémentaires.
Art. 4.9.22. Leefmilieu Brussel kan in geval van schorsing of opheffing van de registratie van een grondbeheerorganisatie de volgende taken overnemen:
  1. technische verslagen goedkeuren, zoals voorzien in artikel 4.9.11, § 4;
  2. beslissingen inzake het vervoer nemen, zoals voorzien in artikel 4.9.12, § 4;
  3. grondbeheerrapporten uitreiken, zoals voorzien in artikel 4.9.14.
Art. 4.9.22. Bruxelles Environnement peut, en cas de suspension ou retrait de l'enregistrement d'un organisme de gestion de terres, reprendre les tĂąches suivantes :
  1. approuver les rapports techniques, tels que prévus à l'article 4.9.11, § 4 ;
  2. prendre des décisions en lien au transport, tel que prévu à l'article 4.9.12, § 4 ;
  3. délivrer des rapports de gestion de terres, tel que prévu à l'article 4.9.14.
Art. 4.9.23. Registratie van rechtswege
  De grondbeheerorganisaties die in het bezit zijn van een registratie of een gelijkwaardige titel verstrekt in een ander Gewest worden van rechtswege geregistreerd indien ze de voorwaarden van het besluit respecteren.
  De grondbeheerorganisaties die van rechtswege geregistreerd willen worden, melden dit aan Leefmilieu Brussel."
Art. 4.9.23. Enregistrement d'office
  Les organismes de gestion de terres qui sont en possession d'un enregistrement ou d'un titre Ă©quivalent dĂ©livrĂ© dans une autre RĂ©gion, sont enregistrĂ©s d'office s'ils respectent les conditions de l'arrĂȘtĂ©.
  Les organismes de gestion de terres qui souhaitent ĂȘtre enregistrĂ©s d'office le notifient Ă  Bruxelles Environnement. "
Art. 4. Wijziging van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering
Art. 4. Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 9 fĂ©vrier 2023 relatif aux modalitĂ©s de collecte applicables aux producteurs ou dĂ©tenteurs de dĂ©chets mĂ©nagers en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant rĂšglement de son fonctionnement et rĂ©glant la signature des actes du Gouvernement
Art. 4.1. In artikel 3 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 9 februari 2023 betreffende de ophaalmodaliteiten van toepassing op de producenten of houders van huishoudelijke afvalstoffen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 18 juli 2000 tot regeling van haar werkwijze en tot regeling van de ondertekening van de akten van de Regering wordt paragraaf 2 opgeheven.
Art. 4.1. Dans l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 9 fĂ©vrier 2023 relatif aux modalitĂ©s de collecte applicables aux producteurs ou dĂ©tenteurs de dĂ©chets mĂ©nagers en RĂ©gion de Bruxelles-Capitale et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 18 juillet 2000 portant rĂšglement de son fonctionnement et rĂ©glant la signature des actes du Gouvernement, le paragraphe 2 est abrogĂ©.
Art. 5. Bijlagen
  In het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, worden bijlagen 19, 20, 21 en 22 toegevoegd die, respectievelijk als bijlage I, II, III en IV gevoegd worden bij dit besluit.
Art. 5. Annexes
  Dans l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets sont insĂ©rĂ©es les annexes 19, 20, 21, et 22 qui sont jointes respectivement aux annexes I, II, III et IV du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 6. Overgangsbepalingen
  § 1. De registraties vereist naar aanleiding van de nieuwe artikelen 4.8.18 en 4.9.15 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, ingevoegd door artikelen 2 en 3 van huidig besluit, worden bekomen ten laatste dertien maanden na de inwerkingtreding van deze artikelen 4.8.18 en 4.9.15.
  § 2. De registratie vereist naar aanleiding van het nieuw artikel 4.8.2 § 2 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, ingevoegd door artikel 2 van huidig besluit, wordt bekomen ten laatste vierentwintig maanden na de inwerkingtreding van dit artikel 4.8.2 § 2. Gedurende deze periode kan de activiteit worden voortgezet zonder registratie.
  § 3. Binnen een termijn van negentien maanden na de inwerkingtreding van artikel 4.8.2 § 1, stuurt de houder van de milieuvergunning die de inrichting vergunt zoals bepaald in artikel 4.8.2 § 1 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, ingevoegd door artikel 2 van huidig besluit, het volledig ingevuld formulier, zoals bepaald in de nieuwe bijlage 20 van hetzelfde besluit ingevoegd door bijlage II van huidig besluit, op naar Leefmilieu Brussel.
  § 4. De uitbatingsvoorwaarden betreffende de gerecycleerde granulaten opgenomen in de bestaande milieuvergunningen en aangiften voor de inwerkingtreding van hetzelfde artikel 4.8.2 § 1 worden opgeheven.
Art. 6. Dispositions transitoires
  § 1er. Les enregistrements requis en vertu des nouveaux articles 4.8.18 et 4.9.15 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets insĂ©rĂ©s via les articles 2 et 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont obtenus au plus tard dans les treize mois de l'entrĂ©e en vigueur desdits articles 4.8.18 et 4.9.15.
  § 2. L'enregistrement requis en vertu du nouvel article 4.8.2 § 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets insĂ©rĂ© via l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© est obtenu au plus tard vingt-quatre mois aprĂšs l'entrĂ©e en vigueur dudit article 4.8.2 § 2. Pendant ce dĂ©lai, l'activitĂ© peut ĂȘtre poursuivie sans enregistrement.
  § 3. Dans un dĂ©lai de dix-neuf mois suivant l'entrĂ©e en vigueur de l'article 4.8.2 § 1er, le titulaire d'un permis d'environnement autorisant l'installation visĂ©e Ă  l'article 4.8.2 § 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets insĂ©rĂ© via l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© transmet Ă  Bruxelles Environnement le formulaire dĂ»ment complĂ©tĂ© visĂ© Ă  la nouvelle annexe 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ© insĂ©rĂ©e via l'annexe II du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  § 4. Les conditions d'exploiter relatives aux granulats recyclĂ©s reprises dans les permis d'environnement et les dĂ©clarations existant avant l'entrĂ©e en vigueur du mĂȘme article 4.8.2 § 1er sont abrogĂ©es.
Art. 7. Opheffingsbepaling
  Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 maart 1995 betreffende de verplichte recyclage van bepaald bouw- of sloopafval wordt opgeheven.
Art. 7. Disposition abrogatoire
  L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 16 mars 1995 relatif au recyclage obligatoire de certains dĂ©chets de construction ou de dĂ©molition est abrogĂ©.
Art. 8. Inwerkingtreding
  Dit besluit treedt in werking op de eerste dag van de zesde maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad met uitzondering van:
  1. de artikelen 1.18. en 4.1 van huidig besluit die tien dagen na de publicatie van huidig besluit in het Belgisch Staatsblad in werking treden;
  2. de nieuwe artikelen 4.8.4 tot en met 4.8.17 van het besluit van de Regering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest van 1 december 2016 betreffende het beheer van afvalstoffen, ingevoegd door artikel 2 van huidig besluit, die dertig maanden na de publicatie van huidig besluit in het Belgisch Staatsblad in werking treden;
  3. de nieuwe artikelen 4.9.8 tot en met 4.9.14 van hetzelfde besluit ingevoegd door artikel 3 van huidig besluit, die dertig maanden na de publicatie van huidig besluit in het Belgisch Staatsblad in werking treden;
  4. de artikelen 1.15 en 1.16 van dit besluit, die dertig maanden na de publicatie van huidig besluit in het Belgisch Staatsblad in werking treden.
Art. 8. Entrée en vigueur
  Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le premier jour du sixiĂšme mois qui suit celui de sa publication au Moniteur belge, Ă  l'exception :
  1. des articles 1.18 et 4.1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© qui entrent en vigueur dix jours aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge ;
  2. des nouveaux articles 4.8.4 Ă  4.8.17 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement de la RĂ©gion de Bruxelles-Capitale du 1er dĂ©cembre 2016 relatif Ă  la gestion des dĂ©chets insĂ©rĂ©s via l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui entrent en vigueur trente mois aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge ;
  3. des nouveaux articles 4.9.8 Ă  4.9.14 du mĂȘme arrĂȘtĂ© insĂ©rĂ©s via l'article 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, qui entrent en vigueur trente mois aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge ;
  4. des articles 1.15 et 1.16 de cet arrĂȘtĂ©, qui entrent en vigueur trente mois aprĂšs la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
Art. 9. Uitvoeringsbepaling
  De minister bevoegd voor leefmilieu is belast met de uitvoering van huidig besluit.
Art. 9. Article d'exécution
  Le ministre qui a l'environnement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29316)
Art. N1. Annexe 1.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29316)
Art. N2. Bijlage 2.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29318)
Art. N2. Annexe 2.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29318)
Art. N3. Bijlage 3.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29320)
Art. N3. Annexe 3.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29320)
Art. N4. Bijlage 4.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29322)
Art. N4. Annexe 4.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29322)
Art. N5. Bijlage 5.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29324)
Art. N5. Annexe 5.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29324)
Art. N6. Bijlage 6.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29326)
Art. N6. Annexe 6.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29326)
Art. N7. Bijlage 7.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29328)
Art. N7. Annexe 7.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29328)
Art. N8. Bijlage 8.
  (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 13-02-2025, p. 29330)
Art. N8. Annexe 8.
  (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 13-02-2025, p. 29330)