Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
2 MEI 2024. - Besluit van de Waalse Regering betreffende het natuurbehoud in natuurreservaten en ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang
Titre
2 MAI 2024. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à la conservation de la nature dans les réserves naturelles et les cavités souterraines d'intérêt scientifique
Documentinformatie
Info du document
Tekst (84)
Texte (84)
HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions introductives
Artikel 1. In de zin van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° wet van 12 juli 1973: de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
  2° Minister: de Minister bevoegd voor het natuurbehoud;
  3° inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen: de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;
  4° "C.G.R.N." : de Commissie voor het beheer van de natuurreservaten, die een adviescommissie is in de zin van de wet;
  5° "C.G.C.S.I.S." : de Commissie voor het beheer van ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang, die een adviescommissie is in de zin van de wet;
  6° natuurreservaat: het domaniale natuurreservaat, het erkende natuurreservaat, het integrale natuurreservaat, het geleide natuurreservaat, het bosreservaat;
  7° ondergrondse holte van wetenschappelijk belang: het beschermde gebied, voornamelijk gelegen onder de grond, gekenmerkt door:
  a) de aanwezigheid van soorten die aangepast zijn aan het leven onder de grond, kwetsbare, endemische of zeldzame soorten;
  b) de aanwezigheid van een hoog niveau van biodiversiteit;
  c) de originaliteit, diversiteit of kwetsbaarheid van de habitats; of,
  d) de aanwezigheid van zeldzame geologische, petrografische of mineralogische formaties;
  9° erkenning: de procedure waarmee percelen kunnen worden uitgeroepen tot natuurreservaat of ondergrondse holte van wetenschappelijk belang en die, indien van toepassing, wordt beschouwd als een erkenning;
  9° beheersplan: het specifieke beheersplan voor een domaniaal natuurreservaat, of het beheersplan voor elk ander type natuurreservaat of ondergrondse holte van wetenschappelijk belang;
  10° beheerder: de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen of de publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon die erkend is om één of meerdere natuurreservaten of één of meerdere ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang te beheren;
  11° bewaarder: de natuurlijke persoon die door de beheerder is aangesteld om het beheersplan voor het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang uit te voeren; in het geval van de domaniale natuurreservaten, de houtvester, die het personeelslid is van de regionale administratie die is aangewezen om ze te beheren;
  12° openbare verkeersweg: de weg waarvan de basis openbaar is of de weg waarop een openbare erfdienstbaarheid is bezwaard;
  13° ontwikkeling van een ondergrondse holte van wetenschappelijk belang: het tracé van de as van de galerijen die de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang vormen, vanaf de verschillende gekende ingangen.
Article 1er. Au sens du présent arrêté, l'on entend par :
  1° la loi du 12 juillet 1973 : loi du 12 juillet 1973 sur la conservation de la nature ;
  2° le Ministre : le ministre qui a la conservation de la nature dans ses attributions ;
  3° l'inspecteur général du D.N.F. : l'inspecteur général du Département de la Nature et des Forêts du Service Public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ;
  4° la C.G.R.N. : la Commission de gestion des réserves naturelles, qui est une commission consultative au sens de la loi ;
  5° la C.G.C.S.I.S. : la Commission de gestion des cavités souterraines d'intérêt scientifique, qui est une commission consultative au sens de la loi ;
  6° la réserve naturelle : la réserve naturelle domaniale, la réserve naturelle agréée, la réserve naturelle intégrale, la réserve naturelle dirigée, la réserve forestière ;
  7° la cavité souterraine d'intérêt scientifique : l'aire protégée, principalement située sous le niveau du sol, et que caractérise :
  a) la présence d'espèces adaptées à la vie souterraine, d'espèces vulnérables, endémiques, ou rares ;
  b) la présence d'une biodiversité élevée ;
  c) l'originalité, la diversité, ou la vulnérabilité des habitats ; ou,
  d) la présence de formations géologiques, pétrographiques, ou minéralogiques rares ;
  8° la reconnaissance : la procédure permettant d'ériger des parcelles en réserve naturelle ou cavité souterraine d'intérêt scientifique, et valant, le cas échéant, agrément ;
  9° le plan de gestion : le plan particulier de gestion de réserve naturelle domaniale, ou le plan de gestion de tout autre type de réserve naturelle ou de cavité souterraine d'intérêt scientifique ;
  10° le gestionnaire : l'inspecteur général du D.N.F. ou la personne morale de droit privé ou public, agréée pour assumer la gestion d'une ou plusieurs réserves naturelles ou d'une ou plusieurs cavités souterraines d'intérêt scientifique ;
  11° le conservateur : la personne physique, désignée par le gestionnaire, assurant l'application du plan de gestion de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, pour les réserves naturelles domaniales, le chef de cantonnement qui est l'agent de l'administration régionale désigné pour leur gestion ;
  12° la voie publique de circulation : la voie dont l'assiette est publique ou la voie que grève une servitude de passage publique ;
  13° le développement d'une cavité souterraine d'intérêt scientifique : le tracé de l'axe des galeries qui constitue la cavité souterraine d'intérêt scientifique, depuis les différentes entrées connues.
Art.2. Elke aanvraag, verzending of kennisgeving waarin dit besluit voorziet, wordt ingediend bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen door middel van het formulier dat de Minister bepaalt en dat door de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen ter beschikking wordt gesteld op de website van het Waalse Gewest.
  De aanvraag, de verzending of de kennisgeving wordt ingediend met behulp van het elektronische formulier of het papieren formulier, dat de aanvrager moet dateren en ondertekenen en naar de Inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen moet sturen per aangetekende brief met ontvangstbevestiging of per e-mail naar het e-mailadres dat op het formulier staat vermeld.
Art.2. Toute demande, envoi, ou notification prévue par le présent arrêté est introduite auprès de l'inspecteur général du D.N.F. au moyen du formulaire que le Ministre arrête, et qui est mise à disposition par l'inspecteur général du D.N.F. sur le site internet de la Région wallonne.
  La demande, l'envoi, ou la notification est introduite soit au moyen du formulaire électronique, soit au moyen du formulaire papier que le demandeur date et signe, et qu'il envoie à l'inspecteur général du D.N.F. par courrier recommandé avec accusé de réception ou par courriel à l'adresse électronique renseignée sur le formulaire.
Art.3. Documenten die aan de Regering moeten worden gericht, worden naar de Minister gestuurd.
Art.3. Les documents à adresser au Gouvernement sont envoyés au Ministre.
HOOFDSTUK 2. - Erkenning van natuurreservaten en ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang
CHAPITRE 2. - La reconnaissance des réserves naturelles et des cavités souterraines d'intérêt scientifique
Afdeling 1. - Aanvraag- en erkenningsprocedure
Section 1re. - La demande et la procédure de reconnaissance
Onderafdeling 1. - Inhoud van de aanvraag
Sous-section 1re. - Le contenu de la demande
Art.4. § 1. Met betrekking tot het beschermde gebied omvat de erkenningsaanvraag:
  1° de naam gekozen voor het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang;
  2° een overzichtskaart:
  a) met de bestemming in het gewestplan van de percelen waarop de aanvraag betrekking heeft, en;
  b) met de percelen die op het moment van de aanvraag binnen een straal van honderd meter van de omtrek van de aanvraag beschermd zijn uit het oogpunt van natuurbehoud, erfgoed of ruimtelijke ordening, met inbegrip van:
  (1) het Natura 2000-net;
  (2) de bescherming van het erfgoed;
  (3) de archeologische kaart;
  (4) de natuurparken;
  (5) de nationale parken;
  (6) de natuurreservaten;
  (7) de ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang;
  c) die de aanwezigheid van een watervoerende laag in de ondergrond aangeeft die gebruikt wordt of zou kunnen worden voor de openbare drinkwatervoorziening;
  d) waarop is aangeven of een van de percelen waarvoor erkenning wordt aangevraagd, betrokken is bij een toeristische activiteit of grenst aan een toeristische activiteit;
  3° een afschrift van de authentieke akte of van de overgeschreven of geregistreerde titel tot vaststelling van de zakelijke of persoonlijke rechten die de beheerder op de betrokken percelen heeft en die hem in staat stellen zijn taak uit te oefenen; deze rechten moeten voor een periode van ten minste dertig jaar zijn verleend;
  4° als de beheerder niet de eigenaar is, de instemming van de eigenaars van de betrokken percelen voor een aanvraag tot erkenning als natuurreservaat of als ondergrondse holte van wetenschappelijk belang en het akkoord met het in gebruik nemen van de gronden door de beheerder van zijn keuze;
  5° indien de percelen worden verpacht voor landbouwdoeleinden, de instemming van de betrokken pachters met een aanvraag tot erkenning als natuurreservaat of als holte van wetenschappelijk belang;
  6° voor een natuurreservaat:
  a) een lijst van alle percelen of delen van percelen waarvoor de aanvrager de erkenning als natuurreservaat aanvraagt, met exacte kadastrale referenties van het officiële kadaster, gemeente, afdeling, sectie, perceelnummer en oppervlakte, en de betreffende oppervlakten;
  b) een plan opgesteld op basis van kadastrale percelen en op een passende schaal, waarop de omtrek van het natuurgebied is aangegeven;
  7° voor een ondergrondse holte van wetenschappelijk belang:
  a) de geografische coördinaten van elke bekende ingang en de precieze kadastrale referenties, gemeente, afdeling, sectie, perceelnummer en oppervlakte van de percelen waarop ze zich bevinden;
  b) een plan dat de bekende ontwikkeling van de holte weergeeft.
  § 2. Met betrekking tot de criteria en kenmerken die erkenning rechtvaardigen, omvat de erkenningsaanvraag:
  1° een beschrijving van de ecologische context;
  2° een inventaris van de biologische gegevens die beschikbaar zijn op het ogenblik dat de aanvraag wordt ingediend;
  3° een overzicht van de staat van instandhouding of integriteit van de milieus en de bestaande of potentiële bedreigingen ervan;
  4° een overzichtskaart die de elementen van bijzonder belang identificeert en lokaliseert, en de verspreiding van natuurlijke milieus volgens het tweede niveau van de classificatieboom van de WalEUNIS-typologie die beschikbaar is op het Biodiversiteitsportaal van het Waalse Gewest;
  5° voor een natuurreservaat, de manier waarop aan minstens één van de volgende erkenningscriteria wordt voldaan:
  a) actuele biologische eigenschappen die uitzonderlijk, oorspronkelijk, karakteristiek of opmerkelijk zijn:
  (1) de aanwezigheid van beschermde, zeldzame of bedreigde habitats of soorten;
  (2) de integriteit van het milieu, ecologische processen en soortengemeenschappen;
  (3) de opmerkelijke of oorspronkelijke facies van een milieu;
  b) zijn vermogen om op korte of middellange termijn de in 1° genoemde biologische eigenschappen te bezitten;
  c) het huidige of potentiële gebruik ervan door bepaalde beschermde, zeldzame of bedreigde soorten als toevluchtsoord, migratieplaats, overwinteringsplaats of schakel in het ecologische net;
  6° voor een ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, de wijze waarop aan ten minste één van de volgende kenmerken wordt voldaan:
  a) de aanwezigheid van soorten die aangepast zijn aan het leven onder de grond, kwetsbare, endemische of zeldzame soorten;
  b) de aanwezigheid van een hoog niveau van biodiversiteit;
  c) de originaliteit, diversiteit of kwetsbaarheid van de habitat;
  d) de aanwezigheid van zeldzame geologische, petrografische of mineralogische formaties
  § 3. Met betrekking tot het beheersplan moet de erkenningsaanvraag een voorstel van beheersplan bevatten, in overeenstemming met het model dat de Minister vaststelt.
  Dit model omvat:
  1° de omschrijving van de door de aanvrager nagestreefde instandhoudingsdoelstellingen en de manier waarop deze doelstellingen zullen worden bereikt, met inbegrip van, in voorkomend geval, een plan van de voor het beheer vereiste wegen;
  2° de verbodsbepalingen waarvan de aanvrager vraagt dat ze worden opgeheven, met betrekking tot de eventuele regulering van wildsoorten, de door de aanvrager opgegeven redenen, de verwachte impact en de betrokken periodes;
  3° de specifieke beheersmaatregelen voor invasieve uitheemse soorten;
  4° de beschrijving van de landschappelijke impact van de door de aanvrager beoogde beheersmaatregelen;
  5° voor een natuurreservaat: het integrale of gerichte karakter van de delen van het natuurreservaat en hun respectievelijke oppervlakte, evenals de gebieden met open water van meer dan tien hectare in één blok.
  § 4. Met betrekking tot de beheerder, indien dit niet de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen is, omvat de erkenningsaanvraag:
  1° de identiteit van de beheerder;
  2° voor privaatrechtelijke rechtspersonen, de rechtsvorm en maatschappelijke zetel van de beheerder, samen met een kopie van de gecoördineerde statuten en de samenstelling van het huidige bestuursorgaan.
Art.4. § 1er. Concernant l'aire protégée, la demande de reconnaissance comprend :
  1° la dénomination retenue pour la réserve naturelle ou la cavité souterraine d'intérêt scientifique ;
  2° une carte de synthèse identifiant :
  a) l'affectation au plan de secteur des parcelles visées par la demande, et ;
  b) les parcelles qui bénéficient, au moment de la demande, dans un rayon de cent mètres autour du périmètre de la demande, d'une protection en matière de conservation de la nature, de patrimoine, ou d'aménagement du territoire, y compris :
  (1) le réseau Natura 2000 ;
  (2) la protection du patrimoine ;
  (3) la carte archéologique ;
  (4) les parcs naturels ;
  (5) les parcs nationaux ;
  (6) les réserves naturelles ;
  (7) les cavités souterraines d'intérêt scientifique ;
  c) la présence, en sous-sol, d'une nappe aquifère exploitée ou susceptible d'être exploitée pour l'approvisionnement public en eau potable ;
  d) si une des parcelles pour lesquelles la reconnaissance est sollicitée est concernée par une exploitation touristique ou est adjacente à une activité touristique ;
  3° une copie de l'acte authentique ou du titre transcrit ou enregistré qui établit les droits réels ou personnels dont dispose le gestionnaire sur les parcelles concernées, et qui lui permet de remplir ses missions, ces droits devant avoir été concédés pour une durée minimale de trente ans ;
  4° si le gestionnaire n'est pas propriétaire, l'accord des propriétaires des parcelles concernées pour une demande de reconnaissance en réserve naturelle ou en cavité souterraine d'intérêt scientifique et l'accord pour l'occupation des terrains par le gestionnaire de son choix ;
  5° si les parcelles font l'objet d'une location à vocation agricole, l'accord des locataires concernés pour une demande de reconnaissance en réserve naturelle ou en cavité souterraine d'intérêt scientifique ;
  6° pour une réserve naturelle :
  a) une liste de toutes les parcelles ou parties de parcelles dont le demandeur sollicite la reconnaissance comme réserve naturelle, avec les références cadastrales précises du Cadastre officiel, commune, division, section, numéro de parcelle, et contenance, et les superficies concernées ;
  b) un plan, dressé sur fond parcellaire cadastral et à une échelle adaptée, qui représente le périmètre de la réserve naturelle ;
  7° pour une cavité souterraine d'intérêt scientifique :
  a) les coordonnées géographiques de chaque entrée connue et les références cadastrales précises, commune, division, section, numéro de parcelle, et contenance, des parcelles sur lesquelles elles sont situées ;
  b) un plan qui représente le développement connu de la cavité.
  § 2. Concernant les critères et caractéristiques justifiant la reconnaissance, la demande de reconnaissance comprend :
  1° un descriptif du contexte écologique ;
  2° un inventaire des données biologiques disponibles au moment du dépôt de la demande ;
  3° une synthèse de l'état de conservation ou de l'intégrité des milieux, et des menaces existantes ou potentielles qui pèsent sur eux ;
  4° une carte de synthèse qui identifie et qui localise les éléments d'intérêt particulier, et la répartition des milieux naturels selon le deuxième niveau de l'arbre de classification de la typologie WalEUNIS disponible sur le Portail Biodiversité de la Région wallonne ;
  5° pour une réserve naturelle, la manière dont au moins un des critères de reconnaissance suivants est rencontré :
  a) des qualités biologiques actuelles exceptionnelles, originales, caractéristiques, ou remarquables :
  (1) la présence d'habitats ou d'espèces protégés, rares ou menacés ;
  (2) l'intégrité du milieu, des processus écologiques, des communautés d'espèces ;
  (3) le faciès remarquable ou original d'un milieu ;
  b) son potentiel à court ou moyen terme de posséder les qualités biologiques énumérées au 1° ;
  c) son utilisation actuelle ou potentielle par certaines espèces protégés, rares ou menacés en tant que lieu de refuge, de migration, d'hivernage, ou de liaison dans le réseau écologique ;
  6° pour une cavité souterraine d'intérêt scientifique, la manière dont au moins une des caractéristiques suivantes est rencontrée :
  a) la présence d'espèces adaptées à la vie souterraine, d'espèces vulnérables, endémiques, ou rares ;
  b) la présence d'une biodiversité élevée ;
  c) l'originalité, la diversité, et la vulnérabilité de l'habitat ;
  d) la présence de formations géologiques, pétrographiques, ou minéralogiques rares.
  § 3. Concernant le plan de gestion, la demande de reconnaissance contient une proposition de plan de gestion, conformément au modèle que le Ministre arrête.
  Ce modèle contient :
  1° l'énoncé des objectifs de conservation que le demandeur poursuit et la manière dont il atteindrait ces objectifs, en ce compris, le cas échéant, un plan des chemins nécessaires à la gestion ;
  2° les interdictions dont le demandeur sollicite la levée, concernant la régulation éventuelle des espèces gibier, les motifs que le demandeur poursuit, l'impact attendu, et les périodes concernées ;
  3° les mesures spécifiques de gestion des espèces exotiques envahissantes ;
  4° la description de l'impact paysager des mesures de gestion que le demandeur envisage ;
  5° pour une réserve naturelle : le caractère intégral ou dirigé des parties de réserve naturelle, et leurs superficies respectives, ainsi que les surfaces d'eau libre de plus de dix hectares d'un seul tenant.
  § 4. Concernant le gestionnaire, lorsqu'il ne s'agit pas de l'inspecteur général du D.N.F., la demande de reconnaissance comprend :
  1° l'identité du gestionnaire ;
  2° pour les personnes morales de droit privé, la forme sociale et le siège social du gestionnaire, ainsi qu'une copie des statuts coordonnés et la composition de l'organe d'administration en exercice.
Onderafdeling 2. - Behandeling van de aanvraag
Sous-section 2. - L'instruction de la demande
Art.5. § 1. Tenzij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de beheerder is, dient de beheerder de erkenningsaanvraag in bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen, met gebruikmaking van het formulier en op de wijze die de Minister bepaalt.
  De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen zal de indiening van aanvragen elektronisch organiseren.
  § 2. Binnen dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag stuurt de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de beheerder:
  1° indien de aanvraag volledig is, een ontvangstbevestiging;
  2° indien de aanvraag onvolledig is, een lijst van de ontbrekende informatie of documenten.
  De beheerder bezorgt de ontbrekende gegevens of documenten aan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen binnen dertig dagen na de verzending van de lijst bedoeld in paragraaf 2,2°.
  De in lid 1 bedoelde procedure wordt hervat vanaf de datum waarop de ontbrekende gegevens of documenten zijn toegezonden.
  Als alle in paragraaf 2, 2°, vermelde aanvullende documenten naar de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen worden gestuurd, wordt de aanvraag als volledig beschouwd.
  § 3. De behandeling van aanvragen die op 1 februari van elk jaar niet volledig zijn, wordt opgeschort tot het volgende jaar en wordt hervat na ontvangst van een ontvangstbevestiging overeenkomstig paragraaf 2.
Art.5. § 1er. Sauf si l'inspecteur général du D.N.F. est gestionnaire, le gestionnaire introduit la demande de reconnaissance auprès de l'inspecteur général du D.N.F., au moyen du formulaire et selon les formes que le Ministre arrête.
  L'inspecteur général du D.N.F. organise un dépôt de demande par la voie électronique.
  § 2. Dans un délai de trente jours à compter de la réception de la demande de reconnaissance, l'inspecteur général du D.N.F. envoie au gestionnaire :
  1° si sa demande est complète, un accusé de réception de complétude ;
  2° si sa demande est incomplète, une liste des informations ou documents manquants.
  Le gestionnaire transmet les informations ou documents manquants à l'inspecteur général du D.N.F. dans les trente jours de l'envoi de la liste visée au paragraphe 2, 2°.
  La procédure visée à l'alinéa 1er recommence à dater de l'envoi des informations ou documents manquants.
  Si l'ensemble des documents complémentaires listés au paragraphe 2, 2°, sont transmis à l'inspecteur général du D.N.F., la demande est réputée complète.
  § 3. Le traitement des demandes qui ne sont pas complètes au 1er février de chaque année, est suspendu jusqu'à l'année suivante et reprend moyennant l'envoi d'un accusé de réception conformément au paragraphe 2.
Art.6. Indien de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen een beheerder is, stelt hij een aanvraag op die de in artikel 4 bedoelde gegevens bevat.
Art.6. Si l'inspecteur général du D.N.F. est gestionnaire, il prépare une demande contenant les informations visées à l'article 4.
Art.7. § 1. Op 1 maart van elk jaar bezorgt de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de volledige aanvragen, met uitzondering van de documenten bedoeld in artikel 4, § 1, 4° en 5° :
  1° aan de betrokken gemeenten;
  2° aan de buitendiensten van het Departement Natuur en Bossen;
  3° aan de betrokken "C.G.R.N." of "C.G.C.S.I.S.";
  4° aan de beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur";
  5° indien één van de percelen waarvoor erkenning wordt aangevraagd, beschermd of gelijkgesteld is met een beschermd goed in de zin van het Waalse Erfgoedwetboek, aan het "Agence wallonne du Patrimoine" (Waals Erfgoedagentschap) en aan de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen;
  6° als een van de percelen waarvoor erkenning wordt aangevraagd, gelegen is boven een watervoerende laag die wordt gebruikt of kan worden gebruikt voor de openbare drinkwatervoorziening, aan de Directie Grondwater van het Departement Leefmilieu en Water van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Rijkdommen en Leefmilieu;
  7° voor ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang, aan de Directie Industriële, Geologische en Mijnrisico's van het Departement Leefmilieu en Water van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke hulpbronnen en Leefmilieu;
  8° als een van de percelen waarvoor erkenning wordt aangevraagd, wordt beïnvloed door een toeristische activiteit of grenst aan een toeristische activiteit, aan het Commissariaat-generaal voor Toerisme.
  De in lid 1 bedoelde personen zenden binnen zestig dagen na ontvangst van het verzoek een advies aan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen. Bij ontstentenis wordt het advies gunstig geacht.
  Het advies heeft betrekking op:
  1° de vraag of het natuurreservaat of de ondergrondse holte moet worden erkend als zijnde van wetenschappelijk belang, op basis van de criteria, vermeld in artikel 4;
  2° op de geïdentificeerde omtrek of ontwikkeling;
  3° op de relevantie van het voorgestelde beheersplan; en,
  4° op de opportuniteit van de gevraagde opheffing van verboden.
  De documenten bedoeld in artikel 4, § 1, 4° en 5°, worden door de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen aan de Minister toegezonden met het verzoek bedoeld in artikel 8, § 1, 1°. De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen bewaart ze tijdens het onderzoek van de aanvraag en zolang het natuurreservaat of de holte van wetenschappelijk belang erkend is. De gegevens in deze documenten mogen onder geen beding worden doorgegeven aan andere afdelingen, instanties of derden.
  § 2. Na ontvangst van de aanvraag organiseert de gemeente een openbaar onderzoek van dertig dagen overeenkomstig de modaliteiten en bepalingen die van toepassing zijn op plannen of programma's van categorie B onder boek I van het Milieuwetboek.
  De gemeente stuurt de resultaten door naar de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen binnen tien dagen na de sluiting van het openbaar onderzoek.
Art.7. § 1er. Le 1er mars de chaque année, l'inspecteur général du D.N.F. transmet les demandes complètes, sauf les documents visés à l'article 4, § 1er, 4° et 5° :
  1° aux communes concernées ;
  2° aux services extérieurs concernés du Département de la Nature et des Forêts ;
  3° aux C.G.R.N. ou C.G.C.S.I.S. concernées ;
  4° au Pôle " Ruralité ", section " Nature " ;
  5° si une des parcelles pour lesquelles la reconnaissance est sollicitée est classée ou assimilée à un bien classé au sens du Code wallon du Patrimoine, à l'Agence wallonne du Patrimoine, et à la Commission royale des Monuments, Sites et Fouilles ;
  6° si une des parcelles pour lesquelles la reconnaissance est sollicitée est située au-dessus d'une nappe aquifère exploitée ou susceptible d'être exploitée pour l'approvisionnement public en eau potable, à la Direction des Eaux souterraines du Département de l'Environnement et de l'Eau du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ;
  7° pour les cavités souterraines d'intérêt scientifique, à la Direction des Risques industriels, géologiques et miniers du Département de l'Environnement et de l'Eau du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ;
  8° si une des parcelles pour lesquelles la reconnaissance est sollicitée est concernée par une exploitation touristique ou est adjacente à une activité touristique, au Commissariat général au Tourisme.
  Les personnes visées à l'alinéa 1er envoient un avis à l'inspecteur général du D.N.F. dans un délai de soixante jours à dater de la réception de la demande. A défaut, l'avis est réputé favorable.
  L'avis porte :
  1° sur l'opportunité de reconnaitre la réserve naturelle ou la cavité souterraine d'intérêt scientifique, sur la base des critères repris à l'article 4 ;
  2° sur le périmètre ou le développement identifiés ;
  3° sur la pertinence du plan de gestion proposé ; et,
  4° sur la pertinence des levées d'interdiction sollicitées.
  Les documents visés à l'article 4, § 1er, 4° et 5°, sont transmis par l'inspecteur général du D.N.F au Ministre avec la demande visée à l'article 8, alinéa 1er, 1°. L'inspecteur général du D.N.F. les conserve pendant l'instruction de la demande et pour la durée de reconnaissance de la réserve naturelle ou de la cavité d'intérêt scientifique. Les données contenues dans ces documents ne peuvent en aucun cas être transmises à d'autres services, instances ou à des tiers.
  § 2. Dès réception de la demande, la commune organise une enquête publique d'une durée de trente jours, selon les modalités et dispositions applicables aux plans ou programmes de catégorie B que le Livre Ier du Code de l'environnement.
  La commune transmet les résultats à l'inspecteur général du D.N.F., dans les dix jours de la clôture de l'enquête publique.
Art.8. Uiterlijk 1 oktober stuurt de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de Minister:
  1° de aanvraag;
  2° de adviezen en de processen-verbaal van de sluiting van het openbaar onderzoek, waarin de klachten en opmerkingen zijn opgenomen;
  3° een document met een beoordeling van de impact van de erkenning van het natuurreservaat op de bijdrage van de aanvraag aan de doelstellingen van natuurbehoud en aanpassing of de bijdrage aan de doelstellingen op het gebied van de bestrijding van de effecten van klimaatverandering, alsmede op grondprijzen, economische, winnings-, landbouw-, bosbouw- en toeristische activiteiten;
  4° een ontwerpbesluit.
  Het in lid 1, 3°, bedoelde document wordt opgesteld door een comité samengesteld uit :
  1° een vertegenwoordiger van Departement Onderzoek Natuurlijk en Landbouwmilieu;
  2° een vertegenwoordiger van de Directie Landinrichting van de landeigendommen van het Departement Ontwikkeling, Landelijke Aangelegenheden, Waterlopen en Dierenwelzijn;
  3° een vertegenwoordiger van de cel Integratie Landbouw-Leefmilieu van het departement Leefmilieu en Water;
  4° een vertegenwoordiger van de Directie Bosrijkdommen van het Departement Natuur en Bossen;
  5° een vertegenwoordiger van de Directie Natuur en Groengebieden van het Departement Natuur en Bossen, die het comité voorzit.
  De Minister legt het dossier voor aan de Regering.
Art.8. Au plus tard le 1er octobre, l'inspecteur général du D.N.F. envoie au Ministre :
  1° la demande ;
  2° les avis et le procès-verbal de clôture de l'enquête publique qui consigne les réclamations et observations émises ;
  3° un document qui comprend une évaluation de l'impact de la reconnaissance de la réserve naturelle sur la contribution de la demande aux objectifs de conservation de la nature, et d'adaptation ou de contribution aux objectifs en matière de lutte contre les effets des changements climatiques, ainsi que sur le prix du foncier, l'activité économique, extractive, agricole ou sylvicole, et touristique ;
  4° un projet de décision.
  Le document visé à l'alinéa 1er, 3°, est établi par un comité composé de :
  1° un représentant du Département de l'Etude du milieu naturel et agricole ;
  2° un représentant de la Direction de l'Aménagement foncier rural, du Département du Développement, de la Ruralité, des Cours d'eau et du Bien-Etre animal ;
  3° un représentant de la Cellule Intégration Agriculture-Environnement, du Département de l'Environnement et de l'Eau ;
  4° un représentant de la Direction des Ressources forestières, du Département de la Nature et des Forêts ;
  5° un représentant de la Direction de la Nature et des Espaces verts, du Département de la Nature et des Forêts, qui le préside.
  Le Ministre soumet le dossier au Gouvernement.
Onderafdeling 3. - Beslissing van de Regering
Sous-section 3. - La décision du Gouvernement
Art.9. De Regering beslist over de erkenningsaanvraag binnen zestig dagen na de verzending bedoeld in artikel 8, eerste lid.
Art.9. Le Gouvernement statue sur la demande de reconnaissance dans les soixante jours de l'envoi visé à l'article 8, alinéa 1er.
Art.10. Het erkenningsbesluit vermeldt:
  1° de naam van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang;
  2° de omtrek van het natuurreservaat of de gekende toegangen tot de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, aangeduid op een plan gebaseerd op een kadastrale kaart en gevoegd bij het besluit;
  3° voor het natuurreservaat: de oppervlakte ervan;
  4° voor de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang: de lengte van de ontwikkeling die toegankelijk is voor de beheerder;
  5° de identiteit van de beheerder;
  6° de duur van de erkenning;
  7° de criteria of kenmerken op basis waarvan de Regering de erkenning verleent en de belangrijkste belangen die het reservaat of de holte beoogt te behouden en de instandhoudingsdoelstellingen;
  8° de eventuele verbodsbepalingen die de Regering heeft opgeheven en, in voorkomend geval, de geldigheidsduur ervan, en de toegestane acties en middelen.
  De Regering voegt het beheersplan bij het besluit.
Art.10. L'arrêté de reconnaissance précise :
  1° le nom de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique ;
  2° le périmètre de la réserve naturelle, ou les entrées connues de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, représentées sur un plan dressé sur fond parcellaire cadastral et annexé à l'arrêté ;
  3° pour la réserve naturelle : sa superficie ;
  4° pour la cavité souterraine d'intérêt scientifique : la longueur du développement accessible au gestionnaire ;
  5° l'identité du gestionnaire ;
  6° la durée de la reconnaissance ;
  7° les critères ou caractéristiques sur la base desquels le Gouvernement accorde la reconnaissance, et les principaux enjeux que la réserve ou la cavité vise à préserver et objectifs de conservation ;
  8° les éventuelles interdictions que le Gouvernement lève et, le cas échéant, leur durée de validité, et les actions et moyens autorisés.
  Le Gouvernement annexe le plan de gestion à l'arrêté.
Art.11. De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen geeft kennis van het besluit:
  1° aan de aanvrager;
  2° aan de betrokken eigenaren;
  3° aan de instanties bedoeld in artikel D.29, § 3, Boek I van het Milieuwetboek;
  Het besluit wordt integraal bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van het beheersplan, dat bij bericht wordt bekendgemaakt, en op het portaal "Biodiversité" van de website van het Waals Gewest. Het wordt aangeplakt overeenkomstig artikel D.29-22 van Boek I van het Milieuwetboek.
Art.11. L'inspecteur général du D.N.F. notifie l'arrêté :
  1° au demandeur ;
  2° aux propriétaires concernés ;
  3° aux instances visées à l'article D.29-22, § 3, du Livre Ier du Code de l'environnement ;
  L'arrêté est intégralement publié au Moniteur belge, à l'exception du plan de gestion qui est publié par mention, et sur le portail Biodiversité du site internet de la Région wallonne. Il est affiché conformément à l'article D.29-22 du Livre Ier du Code de l'environnement.
Afdeling 2. - Herziening van de erkenning
Section 2. - La révision de la reconnaissance
Art.12. De aanvraag om herziening van het erkenningsbesluit wordt ingediend en behandeld overeenkomstig afdeling 1. De Regering kan evenwel beslissen of de aanvraag, wegens het doel ervan, onderworpen is aan een openbaar onderzoek en aan het advies van administraties of instanties en, zo ja, welke.
  De Minister kan:
  1° de inhoud van de aanvraag bedoeld in artikel 4 wijzigen;
  2° een specifiek formulier aannemen voor de indiening van de herzieningsaanvraag.
Art.12. La demande de révision de l'arrêté de reconnaissance est introduite et instruite conformément à la section 1re. Cependant, le Gouvernement peut décider si la demande est, en raison de son objet, soumise à une enquête publique et à l'avis d'administrations ou instances et, le cas échéant, lesquelles.
  Le Ministre peut :
  1° modifier le contenu de la demande visé à l'article 4 ;
  2° adopter un formulaire spécifique pour l'introduction de la demande de révision.
Art.13. § 1. In afwijking van artikel 12 en als de beheerder alleen het beheersplan wil herzien, moet hij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de aanpassingen die hij aanvraagt en hun rechtvaardiging bezorgen.
  De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen stuurt, na advies te hebben ingewonnen bij de "C.G.R.N." of de "C.G.C.S.I.S.", de aanvraag en een ontwerpbeslissing naar de Regering.
  § 2. Als de wijziging alleen betrekking heeft op de beheerder, wordt de herzieningsprocedure uitgevoerd door de nieuwe beheerder. Gedurende de periode waarin de herzieningsaanvraag wordt onderzocht, voert de oorspronkelijke beheerder standaard alle taken uit en kan hij aanspraak maken op de in artikel 36, 1°, bedoelde subsidie.
  Op gemotiveerd verzoek van de eigenaar kan de Minister het beheer van het betrokken reservaat of de betrokken holte toevertrouwen aan een andere beheerder, die met instemming van de eigenaar wordt aangewezen. In dit geval mag noch de oorspronkelijke beheerder, noch de nieuwe aangewezen beheerder subsidies voor het betrokken reservaat of de betrokken holte ontvangen totdat de in paragraaf 3 bedoelde kennisgeving is verzonden.
  Als de betrokken eigenaars niet akkoord gaan, wordt de in afdeling 4 van hoofdstuk 2 vermelde procedure voor de intrekking van de erkenning toegepast.
  § 3. De Regering zal binnen negentig dagen na ontvangst van de aanvraag door de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen beslissen over de gevraagde herziening.
  De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen geeft kennis van de beslissing van de Regering:
  1° aan de beheerder;
  2° aan de betrokken eigenaren;
  3° aan de instanties bedoeld in artikel D.29-22, § 3, van Boek I van het Milieuwetboek
  De beslissing wordt integraal bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van het beheersplan, dat bij bericht wordt bekendgemaakt, en op het portaal "Biodiversité" van de website van het Waalse Gewest. Het wordt aangeplakt overeenkomstig artikel D.29-22 van Boek I van het Milieuwetboek.
Art.13. § 1er. Par dérogation à l'article 12, si le gestionnaire veut uniquement réviser le plan de gestion, il adresse à l'inspecteur général du D.N.F. les adaptations qu'il sollicite et leur justification.
  L'inspecteur général du D.N.F., après avoir sollicité l'avis de la C.G.R.N. ou de la C.G.C.S.I.S., adresse la demande et un projet de décision au Gouvernement.
  § 2. Si la modification concerne uniquement le gestionnaire, la procédure de révision est mise en oeuvre par le nouveau gestionnaire. Pendant la période d'instruction de la demande de révision, par défaut, le gestionnaire initial assure l'ensemble des missions et peut bénéficier de la subvention visée à l'article 36, 1°.
  Sur demande motivée du propriétaire, le Ministre peut confier la gestion de la réserve ou de la cavité concernée à un autre gestionnaire, désigné avec l'accord du propriétaire. Dans ce cas, ni le gestionnaire initial, ni le nouveau gestionnaire désigné ne peuvent recevoir de subventions pour la réserve ou la cavité concernée avant l'envoi de la notification visée au paragraphe 3.
  A défaut d'accord des propriétaires concernées, la procédure de retrait de la reconnaissance, visée à la section 4 du chapitre 2, est mise en oeuvre.
  § 3. Le Gouvernement statue sur la demande de révision demandée dans les nonante jours de la réception de la demande par l'inspecteur général du D.N.F.
  L'inspecteur général du D.N.F. notifie la décision du Gouvernement l'arrêté de révision :
  1° au gestionnaire ;
  2° aux propriétaires concernés ;
  3° aux instances visées à l'article D.29-22, § 3, du Livre Ier du Code de l'environnement,
  La décision est intégralement publiée au Moniteur belge, à l'exception du plan de gestion qui est publié par mention, et sur le portail Biodiversité du site internet de la Région wallonne. Il est affiché conformément à l'article D.29-22 du Livre Ier du Code de l'environnement.
Afdeling 3. - Duur en verlenging van de erkenning
Section 3. - La durée et la prolongation de la reconnaissance
Art.14. Als de beheerder of het Waalse Gewest de volledige eigenaar is, zal de Regering de erkenning voor onbepaalde duur verlenen.
Art.14. Si le gestionnaire ou la Région wallonne est intégralement propriétaire, le Gouvernement accorde la reconnaissance pour une durée indéterminée.
Art.15. Indien de beheerder niet de volledige eigenaar is of indien de Regering de erkenning niet verleent voor onbepaalde duur, en indien de beheerder vóór 1 maart van het kalenderjaar dat voorafgaat aan het verstrijken van de te verlengen erkenning, aan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen het bewijs levert van de hernieuwing van zijn rechten op de percelen die erkend zijn als natuurreservaat of als ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, kan de Regering de erkenning verlengen.
  Als de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen een beheerder is, stuurt hij het bewijs van de verlenging van zijn rechten rechtstreeks naar de Regering.
  De verlenging geldt voor dezelfde periode als de rechten van de beheerder op de betrokken gronden.
  Na het verstrijken van de in artikel 18, vierde lid, van de wet van 12 juli 1973 bedoelde termijn van tien jaar, wordt de erkenning automatisch verlengd, zonder de duur van de rechten van de beheerder op de betrokken gronden te overschrijden.
Art.15. Si le gestionnaire n'est pas intégralement propriétaire ou si le Gouvernement n'accorde pas la reconnaissance pour une durée indéterminée, et si le gestionnaire dépose, auprès de l'inspecteur général du D.N.F., avant le 1er mars de l'année civile qui précède l'expiration de la reconnaissance à prolonger, la preuve du renouvellement de ses droits sur les parcelles reconnues en réserve naturelle ou en cavité souterraine d'intérêt scientifique, le Gouvernement peut prolonger la reconnaissance.
  Si l'inspecteur général du D.N.F. est gestionnaire, il envoie directement la preuve du renouvellement de ses droits au Gouvernement.
  La prolongation a la même durée que les droits du gestionnaire sur les terrains concernés.
  A l'expiration du délai de dix ans visé à l'article 18, alinéa 4, de la loi du 12 juillet 1973, la prolongation de la reconnaissance est automatique, sans dépasser la durée des droits du gestionnaire sur les terrains concernés.
Art.16. Indien de inhoud van het besluit of van zijn bijlagen moet worden gewijzigd, behalve wat de duur van de erkenning betreft, is de in afdeling 2 bedoelde herzieningsprocedure van toepassing.
  In voorkomend geval dient de beheerder zijn aanvraag tot herziening van het besluit in met bewijs dat zijn rechten zijn vernieuwd.
Art.16. Si le contenu de l'arrêté ou de ses annexes doit être modifié, autrement que concernant la durée de la reconnaissance, la procédure de révision visée à la section 2 est applicable.
  Le cas échéant, le gestionnaire dépose sa demande de révision de l'arrêté avec la preuve du renouvellement de ses droits.
Art.17. Indien de beheerder binnen de in artikel 15 bedoelde termijn geen bewijs van vernieuwing van zijn rechten overlegt, is de in afdeling 2 bedoelde herzieningsprocedure van toepassing.
  Als de in het besluit vermelde erkenningsperiode echter wordt overschreden, dient de beheerder overeenkomstig afdeling 1 een nieuwe aanvraag in.
Art.17. Si le gestionnaire ne dépose pas la preuve du renouvellement de ses droits dans le délai visé à l'article 15, la procédure de révision visée à la section 2 est applicable.
  Toutefois, si la durée de la reconnaissance inscrite dans l'arrêté est dépassée, le gestionnaire introduit une nouvelle demande, conformément à la section 1re.
Afdeling 4. - Intrekking van de erkenning
Section 4. - Le retrait de la reconnaissance
Art.18. Bij ontstentenis van een beheerder of bij gebrek aan zakelijke of persoonlijke rechten die hij op de betrokken percelen heeft en die hem in staat stellen zijn opdrachten te vervullen, of indien niet langer voldaan is aan de criteria opgesomd in artikel 10 van de wet van 12 juli 1973, kan de Regering, na advies van de "C.G.R.N." of de betrokken "C.G.C.S.I.S.", en overeenkomstig artikel 18, § 3, van de wet van 12 juli 1973, de erkenning van het natuurreservaat of van de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang intrekken.
  De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen geeft kennis van het intrekkingsbesluit:
  1° aan de beheerder;
  2° aan de betrokken eigenaren;
  3° aan de instanties bedoeld in artikel D.29, § 3, Boek I van het Milieuwetboek;
  Het besluit wordt integraal bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad en op het portaal "Biodiversité" van de website van het Waalse Gewest. Het wordt aangeplakt overeenkomstig artikel D.29-22 van Boek I van het Milieuwetboek.
Art.18. En l'absence de gestionnaire ou des droits réels ou personnels dont il dispose sur les parcelles concernées, et qui lui permet de remplir ses missions, ou si les critères listés à l'article 10 de la loi du 12 juillet 1973 ne sont plus rencontrés, le Gouvernement peut retirer la reconnaissance de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, après avoir sollicité l'avis de la C.G.R.N. ou de la C.G.C.S.I.S. concernée, et conformément à l'article 18, alinéa 3, de la loi du 12 juillet 1973.
  L'inspecteur général du D.N.F. notifie l'arrêté de retrait :
  1° au gestionnaire ;
  2° aux propriétaires concernés ;
  3° aux instances visées à l'article D.29-22, § 3, du Livre Ier du Code de l'environnement ;
  L'arrêté est intégralement publié au Moniteur belge, et sur le portail Biodiversité du site internet de la Région wallonne. Il est affiché conformément à l'article D.29-22 du Livre Ier du Code de l'environnement.
HOOFDSTUK 3. - Beheerders en erkenning
CHAPITRE 3. - Les gestionnaires et l'agrément
Art.19. Elke rechtspersoon kan een aanvraag indienen om te worden erkend als beheerder als :
  1° het natuurbehoud en het beheer van natuurreservaten of ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang behoren tot zijn voornaamste maatschappelijk doel of, in voorkomend geval, tot zijn wettelijke opdrachten;
  2° indien het een privaatrechtelijke rechtspersoon betreft, zijn statuten een clausule bevatten die bepaalt dat, in geval van vrijwillige ontbinding of vereffening, de terreinen waarvan hij eigenaar is en die erkend zijn als natuurreservaat of als ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang, worden overgedragen aan een andere erkende beheerder of aan het Waalse Gewest;
  3° hij beschikt over de nodige menselijke en financiële middelen om alle taken van de in artikel 23, § 1, bedoelde beheerder op zich te nemen.
  De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen wordt geacht erkend te zijn.
  De Minister kan de erkenningsvoorwaarden voor de beheerder aanvullen of bepalen.
Art.19. Toute personne morale peut demander à être agréée comme gestionnaire si :
  1° la conservation de la nature et la gestion de réserves naturelles ou de cavités souterraines d'intérêt scientifique font partie de ses objets sociaux principaux ou, le cas échéant, de ses missions légales ;
  2° pour une personne morale de droit privé, ses statuts contiennent une clause qui prévoit, en cas de dissolution volontaire ou de liquidation, que les terrains dont elle est propriétaire et qui sont reconnus comme réserves naturelles ou cavités souterraines d'intérêt scientifique sont transmis à un autre gestionnaire agréé ou à la Région wallonne ;
  3° elle dispose des moyens humains et financiers nécessaires pour assumer l'ensemble des missions qui incombent au gestionnaire visées à l'article 23, § 1er.
  L'inspecteur général du D.N.F. est réputé agréé.
  Le Ministre peut compléter ou préciser les conditions d'agrément du gestionnaire.
Art.20. De aanvrager van een erkenning stuurt zijn aanvraag naar de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen.
  Deze aanvraag bevat:
  1° zijn identificatie en contactgegevens;
  2° het bewijs van zijn ervaring en bekwaamheid op het gebied van het beheer van natuurgebieden ter bevordering van de biodiversiteit, die hem in staat stellen alle in artikel 23, § 1, bedoelde taken van een beheerder te vervullen, alsmede alle elementen die een beoordeling mogelijk maken van de structurele middelen en de wetenschappelijke en didactische vaardigheden die nodig zijn om deze taken te vervullen;
  3° voor een privaatrechtelijke rechtspersoon:
  a) zijn vennootschapsvorm, maatschappelijke zetel en gecoördineerde statuten;
  b) de samenstelling van het in functie zijnde bestuursorgaan;
  c) een beschrijving van zijn activiteiten in de afgelopen drie jaar.
  De Minister kan de samenstelling van de aanvraag aanvullen of specificeren.
Art.20. Le demandeur d'agrément envoie sa demande à l'inspecteur général du D.N.F.
  Cette demande contient :
  1° son identification et ses coordonnées ;
  2° la justification de son expérience et de ses compétences en matière de gestion d'espaces naturels en faveur de la biodiversité, qui lui permettent d'assurer l'ensemble des missions de gestionnaire visées à l'article 23, paragraphe 1, et tout élément qui permet d'apprécier les ressources structurelles et les aptitudes scientifiques et pédagogiques nécessaires pour assumer ces missions ;
  3° pour une personne morale de droit privé :
  a) sa forme sociale, son siège social et ses statuts coordonnés ;
  b) la composition de l'organe d'administration en exercice ;
  c) une description de ses activités au cours des trois dernières années.
  Le Ministre peut compléter ou préciser la composition de la demande.
Art.21. Binnen dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag stuurt de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de aanvrager van de erkenning:
  1° indien de aanvraag volledig is, een ontvangstbevestiging;
  2° indien de aanvraag onvolledig is, een lijst van de ontbrekende informatie of documenten. De procedure wordt hervat vanaf de datum waarop de ontbrekende gegevens of documenten zijn toegezonden.
  Met betrekking tot lid 1stuurt hij de aanvraag door naar de Minister.
Art.21. Dans les trente jours de la réception de la demande, l'inspecteur général du D.N.F. envoie au demandeur d'agrément :
  1° si sa demande est complète, un accusé de réception ;
  2° si sa demande est incomplète, une liste des informations ou documents manquants. La procédure recommence à dater de la réception des informations ou documents manquants.
  Concernant l'alinéa 1er, il transmet la demande au Ministre.
Art.22. De Minister beslist binnen negentig dagen over de ontvangst van de aanvraag.
  De Minister stelt de aanvrager in kennis van het besluit waarin hij op de aanvraag beslist.
  Onverminderd de artikelen 26 en 27 is een door de Minister verleende erkenning voor onbepaalde tijd geldig.
Art.22. Le Ministre statue dans les nonante jours de la réception de la demande complète.
  Le Ministre notifie l'arrêté par lequel il statue sur la demande au demandeur.
  Sans préjudice des articles 26 et 27, si le Ministre octroie l'agrément, l'agrément est valable pour une durée indéterminée.
Art.23. § 1. De beheerder:
  1° benoemt en controleert een bewaarder voor elk natuurreservaat of holte van wetenschappelijk belang waarvoor hij is aangewezen;
  2° voert het beheersplan uit, in het bijzonder de gepaste middelen om de instandhoudingsdoelstellingen die erin zijn opgenomen, te bereiken;
  3° neemt deel aan de "C.G.R.N." en "C.G.C.S.I.S.";
  4° vergewist zich ervan dat het publiek wordt geïnformeerd over het bestaan van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang en het daarop van toepassing zijnde wettelijke regime, de eventuele bepalingen inzake de toegang van het publiek bedoeld in artikel 52 en de eventuele beperkingen of verbodsbepalingen bedoeld in artikel 53, § 3;
  5° implementeert initiatieven om te promoten en te sensibiliseren;
  6° zorgt voor de bescherming van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, overeenkomstig artikel 55;
  7° voert de biologische monitoring van het natuurreservaat of van de ondergrondse holte van biologisch belang uit en evalueert de beheermaatregelen die worden uitgevoerd met het oog op het bereiken van de instandhoudingsdoelstellingen;
  8° stelt een periodiek beheersverslag op voor elk natuurreservaat of holte van wetenschappelijk belang.
  § 2. De beheerder kan de opdrachten bedoeld in paragraaf 1, 2° tot 6°, delegeren aan de bewaarder.
  De beheerder kan het beheer van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang uitbesteden om de doelstellingen van het beheersplan te bereiken of om alle of sommige van de in lid 1 bedoelde taken uit te voeren. In dit geval blijft de beheerder als enige verantwoordelijk voor de taken die op hem krachtens paragraaf 1 rusten.
Art.23. § 1er. Le gestionnaire :
  1° nomme et supervise un conservateur pour chaque réserve naturelle ou cavité souterraine d'intérêt scientifique pour laquelle il est désigné ;
  2° met en oeuvre le plan de gestion, en particulier les moyens appropriés pour atteindre les objectifs de conservation qui y sont repris ;
  3° participe aux C.G.R.N. et aux C.G.C.S.I.S. ;
  4° assure l'information du public quant à l'existence de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique et au régime juridique qui y est applicable, les éventuelles dispositions relatives à la circulation du public visées à l'article 52 et les éventuelles limitations ou interdictions visées à l'article 53, § 3 ;
  5° met en oeuvre des actions de valorisation et de sensibilisation ;
  6° veille à la protection de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, conformément à l'article 55 ;
  7° assure un suivi biologique de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt biologique, et évalue les mesures de gestion réalisées en vue d'atteindre les objectifs de conservation ;
  8° rédige un rapport périodique de gestion pour chaque réserve naturelle ou cavité souterraine d'intérêt scientifique.
  § 2. Le gestionnaire peut déléguer les missions visées au paragraphe 1er, 2° à 6°, au conservateur.
  Le gestionnaire peut sous-traiter les opérations de gestion de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique en vue de répondre aux objectifs du plan de gestion ou de réaliser tout ou partie des missions visées au paragraphe 1er. Dans ce cas, le gestionnaire reste seul responsable des missions qui lui incombent en vertu du paragraphe 1er.
Art.24. § 1. De beheerder stelt een periodiek verslag op over het beheer en de toestand van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, volgens het model dat de Minister vaststelt.
  Dit model bevat:
  1° een beschrijving van de maatregelen die de beheerder heeft genomen om de instandhoudingsdoelstellingen van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang te bereiken, met vermelding van de betrokken data en plaatsen;
  2° een samenvatting met betrekking tot:
  a) de ontwikkeling van de milieus en soorten van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang;
  b) het effect of de gevolgen van de in artikel 10, 8°, en artikel 35 bedoelde opgeheven verbodsbepalingen en, in voorkomend geval, de wijze van toepassing daarvan;
  c) de communicatie of bewustmaking met betrekking tot het natuurreservaat of de holte van wetenschappelijk belang, inclusief ontvangst en informatie van het publiek;
  3° de eventuele problemen met betrekking tot het behoud van het natuurreservaat of de holte.
  § 2. De beheerder die niet de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen is, stuurt dit verslag binnen drie jaar na kennisgeving van het erkenningsbesluit, en daarna elke drie jaar, naar de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen. De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen stuurt dit verslag door naar de betreffende "C.G.R.N." of "C.G.C.S.I.S.".
Art.24. § 1er. Le gestionnaire établit un rapport périodique de gestion et de l'état de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, selon le modèle que le Ministre arrête.
  Ce modèle prévoit :
  1° la description des moyens que le gestionnaire a mis en oeuvre pour atteindre les objectifs de conservation de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, et les dates et lieux concernés ;
  2° une synthèse relative à :
  a) l'évolution des milieux et des espèces de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique ;
  b) l'effet ou l'impact des interdictions levées visées aux articles 10, 8°, et 35 et le cas échéant les modalités de leur mise en oeuvre ;
  c) à la communication ou sensibilisation relative à la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, en ce compris l'accueil et l'information du public ;
  3° les éventuels problèmes relatifs à la conservation de la réserve naturelle ou de la cavité.
  § 2. Le gestionnaire, autre que l'inspecteur général du D.N.F., envoie ce rapport à l'inspecteur général du DNF dans les trois ans de notification de l'arrêté de reconnaissance, puis tous les trois ans. L'inspecteur général du DNF transmet ce rapport à la C.G.R.N. ou de la C.G.C.S.I.S. concernée.
Art.25. § 1. De beheerder informeert de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen en de Minister over elke wijziging in zijn statuten of zijn vermogen om de aan hem toevertrouwde taken uit te voeren, binnen dertig dagen na deze wijziging.
  § 2. De beheerder, die niet de Inspecteur-Generaal van het Departement Natuur en Bossen is, geeft aan de Inspecteur-Generaal van het Departement Natuur en Bossen de naam door van de bewaarder die hij voor elk natuurreservaat of holte van wetenschappelijk belang heeft aangesteld. Wanneer een beheerder van bewaarder wil veranderen, stelt hij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen op de hoogte van de identiteit van de nieuwe bewaarder.
Art.25. § 1er. Le gestionnaire informe l'inspecteur général du D.N.F. et le Ministre de toute modification de ses statuts, ou de sa capacité à assumer les missions qui lui sont confiées, dans les trente jours de cette modification.
  § 2. Le gestionnaire, autre que l'inspecteur général du D.N.F., transmet à l'inspecteur général du D.N.F. le nom du conservateur qu'il a nommé pour chaque réserve naturelle ou cavité d'intérêt scientifique. Lorsqu'un gestionnaire souhaite changer de conservateur, il notifie l'identité du nouveau conservateur à l'inspecteur général du D.N.F.
Art.26. § 1. De Minister kan de erkenning van de beheerder opschorten als de beheerder:
  1° één of meerdere beheersplannen niet uitvoert;
  2° zijn taken als beheerder van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang niet nakomt.
  Als de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen tekortkomingen in de taken van de beheerder vaststelt, na te zijn gewaarschuwd door een eigenaar of na het advies van de betreffende "C.G.R.N.(s)" of "C.G.C.S.I.S.(s)" te hebben ontvangen of ingewonnen, stuurt hij de beheerder een waarschuwing met vermelding van de vastgestelde tekortkomingen.
  Binnen negentig dagen kan de beheerder de tekortkomingen verhelpen of zijn verdediging voeren.
  Als de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen van mening is dat de tekortkomingen voortduren of dat de verdediging van de beheerder ontoereikend is, stuurt hij een rapport naar de Minister.
  De Minister stuurt de beheerder een ingebrekestelling per aangetekende post. De beheerder kan binnen dertig dagen schriftelijk verweer voeren en kan worden gehoord.
  § 2. De Minister stelt de beheerder in kennis van het besluit tot schorsing of intrekking van de erkenning binnen negentig dagen na de ingebrekestelling of, in voorkomend geval, na ontvangst van de verweerschriften of de hoorzitting.
  De Minister bepaalt de duur van de schorsing van de beheerder, minimaal zes maanden en maximaal twaalf maanden, en de voorwaarden voor het opheffen van de schorsing.
  De beheerder blijft al zijn taken uitvoeren tijdens de periode van schorsing. Hij ontvangt echter geen subsidies voor de natuurreservaten of ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang betrokken door de tekortkomingen.
  § 3. Indien aan het einde van de schorsingsperiode niet is voldaan aan de voorwaarden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, kan de Minister de erkenning intrekken overeenkomstig de procedure, bedoeld in paragraaf 2, eerste en tweede lid.
Art.26. § 1er. Le Ministre peut suspendre l'agrément du gestionnaire, en cas de manquements du gestionnaire :
  1° dans la mise en oeuvre d'un ou plusieurs plans de gestion ;
  2° dans ses missions de gestionnaire relatives à la réserve naturelle ou la cavité souterraine d'intérêt scientifique.
  Si l'inspecteur du général du D.N.F. observe des manquements dans les missions du gestionnaire, après avoir été alerté par un propriétaire, ou après avoir reçu ou sollicité l'avis de la ou des C.G.R.N. ou C.G.C.S.I.S. concernées, il envoie au gestionnaire un avertissement qui précise les manquements observés.
  Le gestionnaire peut remédier aux manquements ou présenter ses moyens de défense dans un délai de nonante jours.
  Si l'inspecteur général du D.N.F. estime que les manquements perdurent ou que les moyens de défenses que le gestionnaire présente sont insatisfaisants, il transmet un rapport au Ministre.
  Le Ministre adresse, par courrier recommandé, une mise en demeure au gestionnaire, qui peut présenter ses moyens de défense, par écrit, dans un délai de trente jours, et obtenir une audition.
  § 2. Le Ministre notifie l'arrêté de suspension ou de retrait d'agrément au gestionnaire, au terme de nonante jours après la mise en demeure ou, le cas échéant, après la réception des moyens de défense ou de l'audition.
  Le Ministre précise la période de la suspension du gestionnaire, qui est d'au moins six mois et d'au plus douze mois, et les conditions auxquelles est soumise la levée de la suspension.
  Le gestionnaire continue à assurer l'ensemble de ses missions pendant la période de suspension. Toutefois, il ne reçoit pas de subvention pour les réserves naturelles ou cavités souterraines d'intérêt scientifique concernées par les manquements.
  § 3. Si les conditions visées au paragraphe 2, alinéa 2, ne sont pas remplies au terme de la période de suspension, le Ministre peut retirer l'agrément, selon la procédure prévue au paragraphe 2, alinéas 1er et 2.
Art.27. Indien de Minister de erkenning van de beheerder intrekt, vertrouwt de Minister het beheer van de natuurreservaten en de ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang waarvoor de beheerder verantwoordelijk is, toe aan een andere beheerder, aangewezen met instemming van de betrokken eigenaars, of bij gebreke daarvan aan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen, en wordt een herzieningsprocedure, bedoeld in hoofdstuk 2, afdeling 2, toegepast. De herzieningsprocedure wordt uitgevoerd door de nieuwe beheerder binnen drie maanden na kennisgeving van de intrekking van de erkenning door de beheerder.
  Als de betrokken eigenaars niet akkoord gaan, wordt de in afdeling 4 van hoofdstuk 2 vermelde procedure voor de intrekking van de erkenning toegepast.
Art.27. Si le Ministre retire l'agrément du gestionnaire, le Ministre confie la gestion des réserves naturelles et cavités souterraine d'intérêt scientifique dont le gestionnaire a la charge à un autre gestionnaire, désigné avec l'accord des propriétaires concernés, ou à défaut à l'inspecteur général du D.N.F., et une procédure de révision, visée au chapitre 2, section 2, est appliquée. La procédure de révision est mise en oeuvre par le nouveau gestionnaire dans un délai de trois mois à dater de la notification du retrait d'agrément du gestionnaire.
  A défaut d'accord des propriétaires concernées, la procédure de retrait de la reconnaissance, visée à la section 4 du chapitre 2, est mise en oeuvre.
HOOFDSTUK 4. - Beheerscommissies
CHAPITRE 4. - Les commissions de gestion
Afdeling 1. - De "C.G.R.N."
Section 1re. - Les C.G.R.N.
Art.28. Elke "C.G.R.N." bestaat minstens uit:
  1° vier houtvesters van de buitendiensten van het departement Natuur en Bossen van het ambtsgebied van de "C.G.R.N." of hun vertegenwoordigers;
  2° een vertegenwoordiger van elke beheerder, andere dan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen, van een natuurreservaat gelegen binnen het ambtsgebied van de "C.G.R.N." ;
  3° een vertegenwoordiger van de Directie Natuur en Groengebieden van het Departement Natuur en Bossen;
  4° een vertegenwoordiger van het Departement Onderzoek naar het Natuurlijk en Landbouwmilieu van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu;
  5° een vertegenwoordiger van het Waals Erfgoedagentschap of, bij gebrek daaraan, van de Koninklijke Commissie voor Monumenten, Landschappen en Opgravingen;
  6° twee deskundigen in natuurbehoud, benoemd op voordracht van de afdeling "Natuur" van de beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden".
Art.28. Chaque C.G.R.N. est composée d'au moins :
  1° quatre chefs de cantonnement des services extérieurs du Département de la Nature et des Forêts du ressort territorial de la C.G.R.N., ou leurs représentants ;
  2° un représentant de chaque gestionnaire, autre que l'inspecteur général du D.N.F., de réserve naturelle située dans le ressort territorial de la C.G.R.N. ;
  3° un représentant de la Direction de la Nature et des Espaces Verts du Département de la Nature et des Forêts ;
  4° un représentant du Département de l'Etude du milieu naturel et agricole du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ;
  5° un représentant de l'Agence wallonne du Patrimoine ou, à défaut, de la Commission royale des Monuments, Sites et Fouilles ;
  6° deux experts en matière de conservation de la nature, nommés sur la base d'une proposition de la Section " Nature " du Pôle " Ruralité ".
Art.29. § 1. De Minister richt minstens één "C.G.R.N." op voor alle natuurreservaten van het ambtsgebied van elke buitendirectie van het departement Natuur en Bossen, of meerdere voor groepen reservaten binnen dat ambtsgebied.
  Hij benoemt de leden van elke "C.G.R.N." voor een mandaat van zes jaar. Voor elke deskundige en elke vertegenwoordiger van de beheerder, andere dan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen, benoemt de Minister een plaatsvervanger die dezelfde belangen vertegenwoordigt. Hij benoemt twee plaatsvervangers voor de houtvesters en voor elke andere vertegenwoordiger.
  Elke "C.G.R.N." bestaat voor maximaal twee derde uit leden van hetzelfde geslacht.
  § 2. De deskundigen bedoeld in artikel 28, 5°, mogen niet zetelen in een "C.G.R.N." indien zij rechtstreeks of onrechtstreeks een persoonlijk of financieel belang hebben in één van de betrokken natuurreservaten of in een project gelegen binnen een straal van honderd meter van een natuurreservaat.
  § 3. Een deskundige die zonder geldige reden afwezig is bij meer dan de helft van de vergaderingen waarvoor hij regelmatig wordt uitgenodigd gedurende een periode van vierentwintig maanden, wordt geacht ontslag te hebben genomen.
  De Minister benoemt de vervanger van de deskundige, die het lopende mandaat voleindigt.
  § 4. De Minister kan een lid van de "C.G.R.N." ontslaan:
  1° op zijn verzoek; of,
  2° na voorafgaande hoorzitting, in geval van een ernstige fout die afbreuk doet aan de waardigheid van zijn ambt of in geval van een ernstige fout bij de uitoefening van dat ambt.
  In het geval bedoeld in lid 1, 2°, wijst de Minister een vervanger aan voor de resterende duur van het lopende mandaat.
  § 5. De inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen is de secretaris.
Art.29. § 1er. Le Ministre crée au moins une C.G.R.N. pour l'ensemble des réserves naturelles du ressort territorial de chaque direction extérieure du Département de la Nature et des Forêts ou plusieurs pour des groupes de réserves au sein de ce ressort territorial.
  Il nomme les membres de chaque C.G.R.N. pour un mandat de six ans. Pour chaque expert et chaque représentant du gestionnaire autre que l'inspecteur général du D.N.F., le Ministre nomme un suppléant représentant les mêmes intérêts. Il nomme, pour les chefs de cantonnement et pour chaque autre représentant, deux suppléants.
  Chaque C.G.R.N. est composé au plus de deux tiers de membres du même sexe.
  § 2. Les experts visés à l'article 28, 5°, ne peuvent pas siéger au sein d'une C.G.R.N. s'ils ont un intérêt personnel ou financier direct ou indirect lié à l'une des réserves naturelles concernées ou à un projet situé dans un rayon de cent mètres autour d'une réserve naturelle.
  § 3. Est réputé démissionnaire, l'expert qui est absent de manière non justifiée à plus de la moitié des réunions auxquelles il est régulièrement convoqué sur une période de vingt-quatre mois.
  Le Ministre nomme le remplaçant de l'expert, qui achève le mandat en cours.
  § 4. Le Ministre peut révoquer un membre de la C.G.R.N. :
  1° à sa demande ; ou,
  2° moyennant une audition préalable, en cas d'inconduite notoire portant préjudice à la dignité de sa fonction ou en cas de manquements graves dans l'exercice de cette fonction.
  Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, le Ministre nomme un remplaçant pour la fin du mandat en cours.
  § 5. L'inspecteur général du D.N.F. est le secrétaire.
Art.30. De "C.G.R.N.":
  1° kunnen advies uitbrengen of aanbevelingen doen over alle andere aangelegenheden die van belang zijn voor het beheer of de bescherming van een natuurreservaat, de taken van de beheerder en de middelen die worden aangewend om de instandhoudings-, herstel- en verbeteringsdoelstellingen van een natuurreservaat te verwezenlijken, en de evaluatie daarvan; ze kunnen dat doen op eigen initiatief of op verzoek:
  a) van het personeelslid dat verantwoordelijk is voor het beheer van een natuurreservaat;
  b) van een beheerder;
  c) van de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen;
  d) van de beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur"; of
  e) van de Minister;
  2° staan de beheerders bij het opstellen van de periodieke verslagen over het beheer van de natuurreservaten bedoeld in artikel 24 bij;
  3° stimuleren nauwere banden en het delen van kennis tussen verschillende beheerders.
Art.30. Les C.G.R.N. :
  1° peuvent émettre un avis ou une recommandation sur toute autre question utile à la gestion ou à la protection d'une réserve naturelle, les missions du gestionnaire et les moyens mis en oeuvre pour atteindre les objectifs de conservation, de restauration et de valorisation d'une réserve naturelle et leur évaluation, soit d'initiative, soit à la demande :
  a) de l'agent de l'administration chargé de la gestion d'une réserve naturelle ;
  b) d'un gestionnaire ;
  c) de l'inspecteur général du D.N.F. ;
  d) du pôle " Ruralité ", section " Nature " ; ou,
  e) du Ministre ;
  2° assistent les gestionnaires dans la rédaction des rapports périodiques de gestion des réserves naturelles, visés à l'article 24 ;
  3° favorisent le rapprochement et le partage de connaissance entre les différents gestionnaires.
Art.31. § 1. De "C.G.N.R." komt minstens twee keer per jaar samen, of zodra drie leden hier gezamenlijk om vragen.
  De secretaris roept de leden op voor vergaderingen en stuurt hen de agenda ten minste vijftien dagen voordat de vergadering plaatsvindt. Aan het einde van elke vergadering worden notulen gemaakt.
  De leden van de "C.G.R.N." kunnen punten aan de agenda toevoegen.
  § 2. Zodra drie leden hier gezamenlijk om verzoeken, kan de "C.G.R.N." elke persoon of instelling met expertise in een onderwerp met betrekking tot natuurbehoud of de kwesties die verband houden met een natuurreservaat in het betreffende ambtsgebied, in termen van toeristische ontwikkeling, elke betrokken eigenaar of bewoner, of elk lid van andere "C.G.R.N" of "C.G.C.S.I.S." uitnodigen voor een hoorzitting of in een adviserende rol, zonder stemrecht.
Art.31. § 1er. La C.G.R.N. se réunit au moins deux fois par an, ou dès que trois membres le demandent conjointement.
  Le secrétaire convoque les membres aux réunions et leur transmet l'ordre du jour, au moins quinze jours avant la tenue de celles-ci. Il dresse un procès-verbal à l'issue de chaque réunion.
  Les membres de la C.G.R.N. peuvent faire inscrire des points à l'ordre du jour.
  § 2. Dès que trois membres le demandent conjointement, la C.G.R.N. peut inviter toute personne ou institution experte dans une thématique liée à la conservation de la nature ou aux enjeux liés à une réserve naturelle du ressort territorial concerné, en matière de valorisation touristique, tout propriétaire ou occupant concerné, ou membre d'autres C.G.R.N. ou C.G.C.S.I.S., pour une audition ou à titre consultatif, sans voix délibérative.
Art.32. § 1. De "C.G.R.N." beraadslaagt slechts op geldige wijze als de meerderheid van haar leden aanwezig is.
  Als dit quorum niet wordt bereikt, roept de secretaris de "C.G.N.R." binnen een termijn van maximaal tien dagen een tweede keer bijeen met dezelfde agenda. De "C.G.N.R." heeft dan op geldige wijze zitting, ongeacht het aantal aanwezige leden.
  § 2. De beslissingen en adviezen worden bij meerderheid van stemmen genomen. De stemmen van de beheerders die niet de Inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen zijn, tellen tot vier stemmen; als er meer dan vier zijn, wordt elk van hun stemmen gedeeld door het aantal stemmende beheerders en vermenigvuldigd met vier. De stemmen van de houtvesters tellen tot vier stemmen; als er meer dan vier zijn, wordt elk van hun stemmen gedeeld door het aantal stemmende beheerders en vermenigvuldigd met vier.
  De secretaris ondertekent de adviezen, aanbevelingen en notulen van vergaderingen namens de "C.G.R.N."
  § 3. De secretaris stelt een intern reglement op voor alle "CC.G.R.N." en "C.G.C.S.I.S." en legt dit ter goedkeuring voor aan de Minister.
Art.32. § 1er. La C.G.R.N. délibère valablement uniquement si la majorité de ses membres est présente.
  Si ce quorum n'est pas atteint, le secrétaire convoque la C.G.R.N. une seconde fois dans un délai ne dépassant pas dix jours, avec le même ordre du jour. La C.G.R.N. délibère alors valablement, quel que soit le nombre de membres présents.
  § 2. Les décisions et avis se prennent à la majorité des voix. Les voix des gestionnaires autres que l'inspecteur général du D.N.F. pèsent pour quatre voix au plus, s'ils sont davantage que quatre, chacune de leurs voix est divisée par le nombre de gestionnaires votant et multipliée par quatre. Les voix des chefs de cantonnement pèsent pour quatre voix au plus, s'ils sont davantage que quatre, chacune de leurs voix est divisée par le nombre de gestionnaires votant et multipliée par quatre.
  Le secrétaire signe les avis, les recommandations et procès-verbaux des réunions au nom de la C.G.R.N.
  § 3. Le secrétaire établit un règlement d'ordre intérieur pour l'ensemble des C.G.R.N. et C.G.C.S.I.S., et le soumet au Ministre pour approbation.
Art.33. Elk jaar stuurt elke "C.G.R.N." uiterlijk op 1 maart alle notulen van haar vergaderingen van het vorige kalenderjaar:
  1° aan de Minister ;
  2° aan de directeurs van de buitendiensten van het Departement Natuur en Bossen; ;
  3° aan de beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur";
  4° aan alle "C.G.R.N." ;
  5° aan alle "C.G.C.S.I.S." ;
  6° aan het "Agence wallonne du Patrimoine"; en
  7° aan het "Commissariat général du Tourisme" (Commissariaat-generaal voor toerisme).
  De secretaris kan een samenvatting van de notulen maken, die hij bij de toegezonden notulen voegt, waarin eventuele problemen met betrekking tot de toestand van bepaalde natuurreservaten, waaronder problemen bij de toepassing van de beheersplannen, worden benadrukt, samen met eventuele aanbevelingen.
  De Minister kan een elektronisch platform creëren dat de notulen bevat en toegankelijk is voor de Minister, de Beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur" en alle "C.G.R.N." en "C.G.C.S.I.S.". De Minister kan de toegang tot dit platform uitbreiden.
Art.33. Chaque année, au plus tard le 1er mars, chaque C.G.R.N. transmet l'ensemble des procès-verbaux de ses réunions qui se sont tenues au cours de l'année civile précédente :
  1° au Ministre ;
  2° aux directeurs des services extérieurs du D.N.F. ;
  3° au Pôle " Ruralité ", section " Nature " ;
  4° à l'ensemble des C.G.R.N. ;
  5° à l'ensemble des C.G.C.S.I.S. ;
  6° à l'Agence wallonne du Patrimoine ; et,
  7° au Commissariat Général au Tourisme.
  Le secrétaire peut réaliser une synthèse des procès-verbaux, qu'il joint aux procès-verbaux transmis, qui souligne les éventuels problèmes relatifs à l'état de certaines réserves naturelles, en ce compris les difficultés liées à l'application des plans de gestion, accompagné de recommandations éventuelles.
  Le Ministre peut créer une plateforme électronique rassemblant les procès-verbaux et accessible au Ministre, au pôle " Ruralité ", section " Nature ", et à l'ensemble des C.G.R.N. et des C.G.C.S.I.S. Le Ministre peut étendre l'accès à cette plateforme.
Afdeling 2. - De "C.G.C.S.I.S."
Section 2. - Les C.G.C.S.I.S.
Art.34. § 1. De Minister richt minstens één "C.G.C.S.I.S." op voor alle ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang in het Waalse Gewest, of meerdere voor groepen holtes.
  § 2. De artikelen 28 tot en met 33, met uitzondering van artikel 29, § 1, eerste lid, zijn van toepassing op de "C.G.C.S.I.S." wat betreft de ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang.
Art.34. § 1er. Le Ministre crée au moins une C.G.C.S.I.S. pour l'ensemble des cavités souterraines d'intérêt scientifique de la Région wallonne ou, plusieurs pour des groupes de cavités.
  § 2. Les articles 28 à 33, à l'exception de l'article 29, § 1er, alinéa 1er, sont applicables aux C.G.C.S.I.S., concernant les cavités souterraines d'intérêt scientifique.
HOOFDSTUK 5. - Verbodsbepalingen
CHAPITRE 5. - Les interdictions
Art.35. In de natuurreservaten en ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang is het verboden om
  1° dieren, hun jongen, eieren, nesten of holen op enigerlei wijze te doden, te jagen, te vissen, te vangen, te vernielen of te verstoren;
  2° de integriteit van de bodem, natuurlijke habitats, ecosystemen, ecologische processen, fauna, schimmels en flora en hun onderlinge relaties aan te tasten;
  3° een wapen, vangtoestel of snij- of trekwerktuig te dragen buiten de openbare weg;
  4° huisdieren te laten rondlopen;
  5° met een motorvoertuig buiten de openbare weg te rijden, te parkeren of te stoppen;
  6° vuren aan te steken;
  7° de rust en stilte van de lokalen op welke manier dan ook te verstoren.
  Deze verbodsbepalingen zijn niet van toepassing:
  1° op de activiteiten die door de beheerder, zijn onderaannemer of de bewaarder worden uitgevoerd om de instandhoudingsdoelstellingen te bereiken en de middelen die worden gebruikt om ze te bereiken, met inbegrip van toezicht, beheer, herstel, bewustmaking van het publiek en regulering van populaties van niet-beschermde soorten;
  2° op de uitvoering van archeologische activiteiten die naar behoren zijn toegelaten door het "Agence wallonne du Patrimoine" overeenkomstig het Waalse Erfgoedwetboek, en door de betrokken "C.G.R.N." of "C.G.C.S.I.S.";
  3° op de verrichtingen met het oog op het monitoren, beheren of uitroeien van invasieve uitheemse soorten als bedoeld in artikel 11, § 2, van de wet van 12 juli 1973, die ook kunnen worden uitgevoerd door de beheerder of zijn onderaannemer als bedoeld in artikel 23, § 2, tweede lid.
Art.35. Dans les réserves naturelles et les cavités souterraines d'intérêt scientifique, il est interdit :
  1° de tuer, de chasser, de pêcher, de piéger, de détruire ou de déranger, de n'importe quelle manière les animaux, leurs jeunes, leurs oeufs, leurs nids ou leurs terriers ;
  2° de porter atteinte à l'intégrité du sol, des habitats naturels, des écosystèmes, des processus écologiques, à la faune, aux mycètes, et à la flore et aux relations qui les lient ;
  3° d'être porteur d'une arme, d'un engin de capture, d'un outil de coupe ou d'extraction, en dehors des voies publiques de circulation ;
  4° de laisser vagabonder des animaux domestiques ;
  5° de faire circuler, stationner, ou arrêter un véhicule à moteur en dehors des voies publiques de circulation ;
  6° d'allumer des feux ;
  7° de perturber la quiétude des lieux de quelque manière que ce soit.
  Ces interdictions ne s'appliquent pas :
  1° aux opérations réalisées par le gestionnaire, par son sous-traitant, ou par le conservateur, en vue de répondre aux objectifs de conservation et aux moyens mis en oeuvre pour les atteindre, en ce compris la surveillance, la gestion, la restauration, la sensibilisation du public, la régulation de populations d'espèces non protégées ;
  2° à la réalisation d'opérations archéologiques dûment autorisées par l'Agence wallonne du Patrimoine, conformément au Code wallon du Patrimoine, et par la C.G.R.N. ou C.G.C.S.I.S. concernée ;
  3° aux opérations de surveillance, de gestion, ou d'éradication des espèces non indigènes envahissantes visées à l'article 11, alinéa 2, de la loi du 12 juillet 1973, qui peuvent également être réalisées par le gestionnaire, ou son sous-traitant visé à l'article 23, § 2, alinéa 2.
HOOFDSTUK 6. - Subsidiëring
CHAPITRE 6. - Le subventionnement
Afdeling 1. - Soorten subsidies
Section 1re. - Les types de subventions
Art.36. Een subsidie kan worden toegekend aan een andere beheerder dan de administratie voor:
  1° het gewoon beheer van een erkend natuurreservaat of een erkende ondergrondse holte van wetenschappelijk belang;
  2° buitengewone uitgaven voor biologische monitoring, het onderhoud, de ontwikkeling of het herstel van de biologische kwaliteit van een natuurreservaat of een ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, of de ontvangst van het publiek in natuurreservaten of ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang;
  3° het verwerven van zakelijke rechten op grond om erkenning als natuurreservaat of ondergrondse holte van wetenschappelijk belang aan te vragen.
Art.36. Une subvention peut être octroyée à un gestionnaire autre que l'administration, pour :
  1° la gestion ordinaire d'une réserve naturelle ou d'une cavité souterraine d'intérêt scientifique reconnue ;
  2° des dépenses extraordinaires pour le suivi biologique, le maintien, le développement, ou la restauration de la qualité biologique d'une réserve naturelle ou d'une cavité souterraine d'intérêt scientifique, ou l'accueil du public dans les réserves naturelles ou les cavités souterraines d'intérêt scientifique ;
  3° l'acquisition de droits réels sur des terrains afin d'en solliciter la reconnaissance comme réserve naturelle ou cavité souterraine d'intérêt scientifique.
Art.37. In de zin van dit hoofdstuk omvat het gewoon beheer de terugkerende processen die nodig zijn om de taken van de beheerder uit te voeren en het beheersplan toe te passen.
  Buitengewone uitgaven zijn uitgaven die nuttig of noodzakelijk zijn voor de vervulling van de taken van de beheerder, maar die niet onder het gewone beheer vallen.
Art.37. Au sens du présent chapitre, la gestion ordinaire s'entend des opérations récurrentes nécessaires à l'accomplissement des missions du gestionnaire, et de l'application du plan de gestion.
  Les dépenses extraordinaires sont celles qui sont utiles ou nécessaires à l'accomplissement des missions du gestionnaire, sans relever de la gestion ordinaire.
Afdeling 2. - Subsidiëring van het gewoon beheer
Section 2. - Le subventionnement de la gestion ordinaire
Art.38. § 1. De in artikel 36, 1°, bedoelde subsidie wordt toegekend voor het voorafgaande kalenderjaar.
  Het bedrag van de subsidie is forfaitair en verschilt naargelang het type natuurreservaat of het een ondergrondse holte van wetenschappelijk belang betreft. Voor natuurreservaten worden de hectares in aanmerking genomen die vermeld staan in de erkenningsbesluiten. Om de toepasselijke drempel en het bijbehorende bedrag te bepalen, worden de hectares natuurreservaten die aan dezelfde beheerder toebehoren bij elkaar opgeteld.
  § 2. Voor natuurreservaten zijn de bedragen:
  1° 200 euro per hectare geleid natuurreservaat;
  2° 100 euro per hectare integraal natuurreservaat;
  Open watergebieden met een oppervlakte van meer dan tien hectare in één blok tellen niet mee als één hectare natuurreservaat in de zin van deze paragraaf. Het voor deze oppervlakten toegekende bedrag is 90 euro per hectare.
  § 3. Naast het in paragraaf 2 vermelde bedrag wordt aan elke beheerder, andere dan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen, het volgende bedrag toegekend:
  1° indien hij een groep natuurreservaten of, bij ontstentenis daarvan, een natuurreservaat beheert, met een totale oppervlakte tot en met 50 hectare: 150 euro per hectare;
  2° indien hij een groep natuurreservaten beheert of, als dat niet het geval is, een natuurreservaat van in totaal meer dan 50 hectare:
  a) tot en met 50 hectare: 150 euro per hectare;
  b) meer dan 50 hectare en tot en met 100 hectare: 75 euro per hectare.
  § 4. Voor ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang is het bedrag:
  1° 300 euro per holte; en,
  2° 10 euro per honderd meter toename van de lengte van de holte die toegankelijk is voor de beheerder, met een maximum van 500 euro.
  § 5. De in de §§ 2 tot en met 4 bedoelde basisbedragen worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen. Dit indexcijfer is gekoppeld aan het indexcijfer van de maand waarin dit besluit in werking treedt.
Art.38. § 1er. La subvention visée à l'article 36, 1°, est octroyée pour l'année civile précédente.
  Le montant de la subvention est forfaitaire et diffère selon le type de réserve naturelle ou s'il s'agit d'une cavité souterraine d'intérêt scientifique. Pour les réserves naturelles, les hectares pris en considération sont ceux mentionnés dans les arrêtés de reconnaissance. Pour déterminer le seuil applicable, et le montant y relatif, les hectares de réserves naturelles relevant d'un même gestionnaire sont additionnés.
  § 2. Pour les réserves naturelles, les montants sont :
  1° 200 euros par hectare de réserve naturelle dirigée ;
  2° 100 euros par hectare de réserve naturelle intégrale.
  Les surfaces d'eau libre d'une superficie de plus de dix hectares d'un seul tenant ne sont pas comptabilisées comme hectare de réserve naturelle au sens du présent paragraphe. Le montant alloué pour ces surfaces est de 90 euros par hectare.
  § 3. Complémentairement au montant visé au paragraphe 2, chaque gestionnaire, autre que l'inspecteur général du D.N.F., se voit allouer le montant suivant :
  1° s'il gère un ensemble de réserves naturelles ou, à défaut, une réserve naturelle, totalisant jusqu'à 50 hectares compris : 150 euros par hectare ;
  2° s'il gère un ensemble de réserves naturelles ou, à défaut, une réserve naturelle, totalisant davantage que 50 hectares :
  a) jusqu'à 50 hectares compris : 150 euros par hectare ;
  b) plus de 50 hectares et jusqu'à 100 hectares compris : 75 euros par hectare.
  § 4. Pour les cavités souterraines d'intérêt scientifique, le montant est de :
  1° 300 euros par cavité ; et,
  2° 10 euros par tranche de cent mètres de longueur de développement de la cavité accessible au gestionnaire, avec un plafond de 500 euros.
  § 5. Les montants de base visés aux paragraphes 2 à 4 sont adaptés annuellement à l'évolution de l'indice des prix à la consommation. Cet indice est rattaché à l'indice du mois de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
Art.39. Om de subsidies bedoeld in artikel 36, 1°, te kunnen genieten, moet de beheerder voor alle natuurreservaten of voor alle ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang, waarvoor hij is aangewezen, uiterlijk op 1 maart van het boekjaar één enkele aanvraag indienen bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen, op basis van een formulier waarvan de Minister het model zal bepalen. De aanvraag bevat:
  1° een lijst van de natuurreservaten of ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang die door de Regering zijn erkend en door de aanvrager worden beheerd, met vermelding van:
  a) voor elk betrokken natuurreservaat, de totale oppervlakte, waarbij in voorkomend geval onderscheid wordt gemaakt tussen de oppervlakte van een integraal natuurreservaat en de oppervlakte van een geleid natuurreservaat, en de oppervlakte aan open water van meer dan tien hectare in één blok;
  4° voor de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang: de lengte van de ontwikkeling die toegankelijk is voor de beheerder;
  2° een schuldvordering met vermelding van het bedrag van de aangevraagde subsidie, waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld.
Art.39. En vue de bénéficier des subventions visées à l'article 36, 1°, le gestionnaire adresse une même demande pour l'ensemble des réserves naturelles, ou pour l'ensemble des cavités souterraines d'intérêt scientifique, pour lesquelles il est désigné, à l'inspecteur général du D.N.F., au plus tard le 1er mars de l'exercice, sur la base d'un formulaire dont le Ministre arrête le modèle. La demande contient :
  1° un relevé des réserves naturelles ou cavités souterraines d'intérêt scientifique reconnues par le Gouvernement dont le demandeur est le gestionnaire, en indiquant :
  a) pour chaque réserve naturelle, la surface totale concernée, et en distinguant, le cas échéant, la surface de réserve naturelle intégrale et la surface de réserve naturelle dirigée, et la surface d'eau libre de plus de dix hectares d'un seul tenant ;
  b) pour chaque cavité souterraine d'intérêt scientifique, la longueur du développement accessible au gestionnaire ;
  2° une déclaration de créance mentionnant le montant de la subvention sollicitée, dont le Ministre arrête le modèle.
Afdeling 3. - Subsidiëring van buitengewone uitgaven
Section 3. - Le subventionnement des dépenses extraordinaires
Art.40. § 1. De in artikel 36, 2°, bedoelde subsidie kan tot honderd procent van de gedane uitgaven dekken.
  § 2. De eerste helft van de subsidie kan als voorschot worden betaald op een speciaal gemotiveerd verzoek van de beheerder. Het saldo van de subsidie wordt betaald wanneer de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de werkelijk gedane uitgaven en de doeleinden waarvoor ze zijn gebruikt, heeft kunnen verifiëren.
Art.40. § 1er. La subvention visée à l'article 36, 2°, peut couvrir jusqu'à cent pour cent des dépenses effectuées.
  § 2. Sur requête spécialement motivée du gestionnaire, la première moitié du montant de la subvention peut être liquidée à titre d'avance. Le solde du montant de la subvention est liquidé lorsque l'inspecteur général du D.N.F. a pu vérifier les dépenses réellement effectuées et les fins pour lesquelles elles ont été utilisées.
Art.41. § 1. Om de subsidies bedoeld in artikel 36, 2°, te kunnen genieten, moet de beheerder uiterlijk op 1 maart van het boekjaar zijn aanvraag indienen bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen aan de hand van een formulier waarvan de Minister het model zal bepalen. De aanvraag bevat:
  1° de identificatie van de betrokken natuurreservaten of de ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang;
  2° een beschrijving van de voorgenomen verrichtingen, studies, werken, uitrustingen of ontwikkelingen;
  3° een beschrijving van de interventiemodaliteiten en eventuele vergunningen die moeten worden aangevraagd, de plaatsen waar de interventies en hun mogelijke effecten zijn gepland of de gebieden waar de apparatuur zal worden gebruikt;
  4° drie prijsopgaven van bedrijven die de geplande werken kunnen uitvoeren of apparatuur of materialen kunnen leveren, samen met de eventuele installatiekosten of een bewijs van de gemaakte kosten;
  5° een rechtvaardiging die de noodzaak en de relevantie van de voorgenomen acties, studies, werken, uitrustingen of ontwikkelingen, het unieke of uitzonderlijke karakter van de aanvraag en de betrokken kwesties aantoont;
  6° een verklaring op erewoord dat voor het voorwerp van de aanvraag geen andere financieringsaanvraag werd of wordt ingediend.
  § 2. Voordat de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen deze informatie doorgeeft aan de in artikel 46 bedoelde instanties, organiseert hij een beoordeling van de projecten op basis van de kwesties die verband houden met de subsidieaanvraag en stelt hij een voorstel op voor de prioriteitstelling op basis van de in artikel 42 bedoelde begrotingslimieten.
Art.41. § 1er. En vue de bénéficier des subventions visées à l'article 36, 2°, le gestionnaire adresse sa demande à l'inspecteur général du D.N.F., au plus tard le 1er mars de l'exercice, sur la base d'un formulaire dont le Ministre arrête le modèle. La demande contient :
  1° l'identification des réserves naturelles ou cavités souterraines d'intérêt scientifique concernées ;
  2° une description des opérations, études, travaux, équipements, ou aménagements envisagés ;
  3° une description des modalités d'intervention et des permis éventuels à solliciter, des lieux où sont envisagés les interventions et leurs éventuelles incidences, ou les zones d'utilisation de l'équipement ;
  4° trois devis estimatifs d'entreprises susceptibles de réaliser les travaux envisagés ou pour la fourniture des équipements ou du matériel, assortis des coûts d'installation éventuels, ou un justificatif des dépenses effectuées ;
  5° un argumentaire démontrant la nécessité et la pertinence des opérations, études, travaux, équipements ou aménagements envisagés, le caractère unique ou exceptionnel de la demande, et de son enjeu ;
  6° une déclaration sur l'honneur attestant que l'objet de la demande n'a pas fait ni ne fait l'objet d'aucune autre demande de financement.
  § 2. Avant sa transmission aux instances visées à l'article 46, l'inspecteur général du D.N.F. organise une évaluation des projets sur base des enjeux liés à la demande de subvention, et rédige une proposition de priorisation en fonction des limites budgétaires visées à l'article 42.
Art.42. Binnen de begrotingslimieten waarover hij beschikt, bepaalt de Minister jaarlijks het bedrag van de subsidies die hij toekent voor buitengewone uitgaven. Hij kan het soort verrichtingen, studies, werken, uitrustingen of ontwikkelingen die in aanmerking komen voor subsidie beperken, de tarieven voor elk van de gedetailleerde soorten aanpassen en de prioritaire kwesties specificeren die zij moeten aanpakken.
Art.42. Dans les limites budgétaires dont il dispose, le Ministre fixe annuellement le montant des subventions qu'il accorde pour le subventionnement des dépenses extraordinaires. Il peut éventuellement limiter le type d'opérations, études, travaux, équipements ou aménagements pouvant bénéficier de la subvention, adapter les taux pour chacun des types détaillés, et préciser les enjeux prioritaires auxquels ils doivent répondre.
Afdeling 4. - Subsidiëring van de verwerving van zakelijke rechten op gronden
Section 4. - Le subventionnement de l'acquisition de droits réels sur des terrains
Art.43. § 1. De in artikel 36, 3°, bedoelde subsidie wordt binnen de perken van de beschikbare begrotingskredieten aan de beheerders toegekend voor een bedrag van:
  1° maximaal vijftig procent van de werkelijk gedane uitgaven, inclusief het betaalde bedrag in hoofdsom, kosten en bijkomende kosten, voor de aankoop van gronden die niet zijn aangegeven in het geïntegreerd beheers- en controlesysteem. Ze kan worden beperkt tot vijftig procent van de geschatte waarde van de activa door het Departement Aankoopcomités van de Waalse Overheidsdienst Financiën of de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen.
  2° maximaal vijftig procent van de daadwerkelijk gedane uitgaven, met inbegrip van het bedrag aan hoofdsom, kosten en bijkomende kosten, voor de aankoop van in het geïntegreerde beheers- en controlesysteem aangegeven gronden die zijn verworven voor een bedrag van minder dan honderdtwee procent van de gemiddelde verkoopprijs van onbebouwd agrarisch onroerend goed volledig gelegen in landbouwgebieden volgens de laatst gepubliceerde versie van het agrarisch Grondwaarnemingscentrum, volgens het betrokken landbouwgebied. Indien het bedrag hoger is dan honderdtwee procent, wordt geen subsidie voor de verwerving van zakelijke rechten op gronden verleend zonder voorafgaand gunstig advies van het in artikel 8, tweede lid, bedoelde comité.
  Ze kan worden beperkt tot vijftig procent van de geschatte waarde van de activa door het Departement Aankoopcomités van de Waalse Overheidsdienst Financiën of de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen.
  Het in § 2, 2°, lid 1, bedoelde advies betreft de opportuniteit van het aanvragen van de subsidie voor de aankoop van gronden aangegeven in het Geïntegreerd Beheers- en Controlesysteem verworven voor een bedrag hoger dan honderdtwee procent van de gemiddelde verkoopprijs van onbebouwd agrarisch onroerend goed volledig gelegen in landbouwgebieden van de laatst gepubliceerde versie van het agrarisch Grondwaarnemingscentrum, volgens het betrokken landbouwgebied, met inachtneming van de marktwaarde van het betrokken goed, de ligging van het goed en de doelstellingen op het gebied van natuurbehoud, grondprijzen, economische, winnings-, land- of bosbouwactiviteiten en toerisme.
  De beheerder zendt de adviesaanvraag, vermeld in paragraaf 2, 2°, lid 1, aan de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen in de vorm en op de wijze die de Minister bepaalt. Binnen veertig dagen na de datum van ontvangst van het verzoek om advies zal de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de beheerder op de hoogte stellen van het advies van het comité;
  3° maximaal vijfentwintig procent van de totale canon voor de verwerving van een erfpachtrecht, te betalen in één termijn voor het eerste jaar.
  § 2. Het in artikel 8, lid 2, bedoelde comité onderzoekt de subsidieaanvraag en de daarin vervatte gegevens, als bedoeld in artikel 44.
  In gevallen waarin het comité vermoedt of weet dat de aankoopprijs voor de gronden hoger kan zijn dan de marktwaarde van het onroerend goed, zal het Comité een schatting vragen aan de Inspecteur-Generaal van het Departement Natuur en Bossen voor bosgronden of aan het Departement Aankoopcomités voor gronden van een andere aard. In dat geval wordt de subsidie overeenkomstig paragraaf 1, 1° en 2°, tweede lid, beperkt tot vijftig procent van de geschatte waarde van het onroerend goed door het Departement Aankoopcomités of door de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen.
Art.43. § 1er. La subvention visée à l'article 36, 3°, est octroyée aux gestionnaires, dans la limite des crédits budgétaires disponibles, à concurrence :
  1° d'un maximum de cinquante pour cent des dépenses réellement effectuées, comprenant le montant payé en principal, frais et accessoires, pour l'achat de terrains qui ne sont pas déclarés dans le Système Intégré de Gestion et de Contrôle. Elle peut être limitée à cinquante pour cent de la valeur estimée des biens par le Département des Comités d'acquisition du Service public de Wallonie Finances ou de l'inspecteur général du D.N.F.
  2° d'un maximum de cinquante pour cent des dépenses réellement effectuées comprenant le montant payé en principal, frais et accessoires pour l'achat de terrains déclarés dans le Système Intégré de Gestion et de Contrôle acquis à un montant inférieur à cent deux pour cent du prix de vente moyen des biens immobiliers agricoles non bâtis situés entièrement en zone agricole de la dernière version publiée de l'Observatoire du Foncier agricole, selon la région agricole concernée. Dans le cas où le montant serait supérieur à cent deux pour cent, aucune subvention pour l'acquisition de droits réels sur des terrains ne sera octroyée sauf avis préalable favorable du comité visé à l'article 8, alinéa 2.
  Elle peut être limitée à cinquante pour cent de la valeur estimée des biens par le Département des Comités d'acquisition du Service public de Wallonie Finances ou de l'inspecteur général du D.N.F.
  L'avis mentionné au paragraphe 2, 2°, alinéa 1er, concerne l'opportunité de solliciter la subvention pour l'achat de terrains déclarés dans le Système Intégré de Gestion et de Contrôle acquis à un montant supérieur à cent deux pour cent du prix de vente moyen des biens immobiliers agricoles non bâtis situés entièrement en zone agricole de la dernière version publiée de l'Observatoire du Foncier agricole, selon la région agricole concernée, au regard de la valeur des biens concernés sur le marché, de la situation du bien ainsi que sur les objectifs de conservation de la nature, le prix du foncier, l'activité économique, extractive, agricole ou sylvicole, et touristique.
  Le gestionnaire adresse la demande d'avis mentionnée paragraphe 2, 2°, alinéa 1er, à l'inspecteur général du D.N.F. au moyen du formulaire et selon les formes que le Ministre arrête. Dans un délai de quarante jours à compter de la date de réception de la demande d'avis, l'inspecteur général du D.N.F. notifie l'avis du comité au gestionnaire ;
  3° d'un maximum de vingt-cinq pour cent de la totalité du canon pour l'acquisition d'un droit d'emphytéose payable en une fois la première année.
  § 2. Le comité visé à l'article 8, alinéa 2, examine la demande de subvention et les éléments qu'elle contient, tels que visés à l'article 44.
  Dans les cas, suspectés ou connus par le comité, où le prix d'achat des terrains pourrait dépasser la valeur des biens sur le marché, le comité sollicite une estimation de l'inspecteur général du D.N.F. pour les terrains forestiers ou du Département des Comités d'acquisition pour les terrains de toute autre nature. La subvention est, dans ce cas, conformément au paragraphe 1, 1° et 2°, alinéa 2, limitée à cinquante pour cent de la valeur estimée des biens par le Département des Comités d'acquisition ou par l'inspecteur général du D.N.F.
Art.44. Om de subsidies bedoeld in artikel 36, 3°, te kunnen genieten, moet de beheerder uiterlijk op 1 maart van het boekjaar zijn aanvraag indienen bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen aan de hand van een formulier waarvan de Minister het model zal bepalen. De aanvraag bevat een lijst van de gronden waarop de beheerder in de loop van het voorgaande boekjaar rechten heeft verworven, met voor elk van die gronden:
  1° een afschrift van de authentieke akte of van elke overgeschreven of geregistreerde titel waarbij de rechten van de beheerder worden vastgesteld;
  2° de ligging door middel van een situatieplan en een uittreksel van de kadastrale kaart met de perceelnummers die de erfdienstbaarheden voorstellen;
  3° het bedrag van de betaalde prijs in hoofdsom, kosten en bijkomende kosten;
  4° het type grondgebruik, in het geval van bosgrond, een beschrijving van de beboste oppervlakte, en in het geval van landbouwgrond, een beschrijving van het type weide of gewas;
  5° Deel C van de erkenningsaanvraag, vermeld in artikel 4, en de verbintenis van de beheerder om de volledige aanvraag in te dienen binnen de vijf jaar na ontvangst van de subsidie;
  6° in voorkomend geval, alle documenten die het mogelijk maken de marktwaarde van de goederen te bepalen;
  7° een schuldvordering met vermelding van het bedrag van de aangevraagde subsidie, waarvan het model door de Minister wordt vastgesteld.
Art.44. En vue de bénéficier des subventions prévues à l'article 36, 3°, le gestionnaire adresse sa demande à l'inspecteur général du D.N.F., au plus tard le 1er mars de l'exercice sur la base d'un formulaire dont le Ministre arrête le modèle. La demande contient la liste des terrains pour lesquels le gestionnaire a acquis des droits au cours de l'exercice précédent, avec pour chacun d'eux :
  1° copie de l'acte authentique ou de tout titre transcrit ou enregistré établissant les droits du gestionnaire ;
  2° localisation au moyen d'un plan de situation et d'un extrait du plan cadastral avec la mention des numéros parcellaires, représentant les servitudes ;
  3° montant du prix payé en principal, frais et accessoires ;
  4° le type d'occupation du sol, pour les terrains forestiers, la description de la surface boisée, et pour les terrains agricoles, la description du type de prairie ou de culture ;
  5° le volet C de la demande de reconnaissance, visé à l'article 4, et l'engagement du gestionnaire de déposer la demande complète dans les cinq ans qui suivent la réception de la subvention ;
  6° le cas échéant, toute pièce permettant d'évaluer la valeur du ou des biens sur le marché ;
  7° une déclaration de créance mentionnant le montant de la subvention sollicitée, dont le modèle est arrêté par le Ministre.
Afdeling 5. - Subsidiëringsprocedure
Section 5. - La procédure de subventionnement
Art.45. Binnen dertig dagen na ontvangst van de erkenningsaanvraag stuurt de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de beheerder:
  1° indien de aanvraag volledig is, een ontvangstbevestiging;
  2° indien de aanvraag onvolledig is, een lijst van de ontbrekende informatie of documenten. De beheerder beschikt over dertig dagen om ze door te sturen naar de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen Als de beheerder de ontbrekende informatie of documenten niet binnen deze termijn indient, vervalt de subsidieaanvraag.
  De in lid 1 bedoelde procedure wordt hervat vanaf de datum waarop de ontbrekende gegevens of documenten zijn toegezonden.
Art.45. Dans un délai de trente jours à compter de la date de réception de la demande de subvention, l'inspecteur général du D.N.F. envoie au gestionnaire :
  1° si sa demande est complète, un accusé de réception ;
  2° si sa demande est incomplète, une liste des informations ou documents manquants. Le gestionnaire dispose de trente jours pour les transmettre à l'inspecteur général du D.N.F. Si le gestionnaire ne transmet pas les informations ou documents manquants dans ce délai, la demande de subvention est caduque.
  La procédure visée à l'alinéa 1er recommence à dater de la réception des informations ou documents manquants.
Art.46. Voor de subsidieaanvragen bedoeld in artikel 36, 2°, stuurt de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen de volledige aanvragen en de projectbeoordeling bedoeld in artikel 41, paragraaf 2, voor advies door naar de Beleidsgroep "Landelijke Aangelegenheden", afdeling "Natuur". Als de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen het advies niet binnen vijfenveertig dagen na verzending van de documenten ontvangt, wordt het geacht gunstig te zijn. Hij kan ook het advies inwinnen van de betrokken "C.G.R.N." of "C.G.C.S.I.S.".
Art.46. Pour les demandes de subventions visées à l'article 36, 2°, l'inspecteur général du D.N.F. transmet les demandes complètes et l'évaluation des projets visée à l'article 41, paragraphe 2, au pôle " Ruralité ", section " Nature ", pour avis. Si l'avis ne parvient pas à l'inspecteur général du D.N.F. dans les quarante-cinq jours de l'envoi des documents, il est réputé favorable. Il peut également solliciter l'avis des C.G.R.N. ou aux C.G.C.S.I.S. concernées.
Art.47. De Minister kan de subsidies bedoeld in artikel 36 weigeren of verminderen indien de exploitant het voorwerp uitmaakt van een procedure tot schorsing of intrekking van zijn erkenning.
Art.47. Le Ministre peut refuser ou réduire les subventions visées à l'article 36, si le gestionnaire fait l'objet d'une procédure de suspension ou de retrait de son agrément.
Art.48. De Minister of zijn afgevaardigde deelt zijn beslissing over de subsidieaanvraag uiterlijk op 1 juni van het boekjaar mee aan de beheerder.
  Indien het in artikel 8, tweede lid, bedoelde comité, voor een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 36, 3°, een raming aanvraagt bij de inspecteur-generaal van het Departement Natuur en Bossen voor bosgronden of bij het Departement Aankoopcomités voor gronden van andere aard, deelt de Minister of zijn afgevaardigde zijn beslissing op de subsidieaanvraag uiterlijk op 1 september van het boekjaar mee aan de beheerder.
  In het besluit worden de aard, de omvang en de gebruiksvoorwaarden vermeld, evenals de bewijsstukken die de begunstigde van de subsidie moet overleggen.
Art.48. Le Ministre ou son délégué notifie sa décision sur la demande de subvention au gestionnaire, au plus tard le 1er juin de l'exercice.
  Si, pour une demande de subvention visée à l'article 36, 3°, le comité visé à l'article 8, alinéa 2, sollicite une estimation de l'inspecteur général du D.N.F. pour les terrains forestiers ou du Département des Comités d'acquisition pour les terrains de toute autre nature, le Ministre ou son délégué notifie sa décision sur la demande de subvention au gestionnaire, au plus tard le 1er septembre de l'exercice.
  L'arrêté précise la nature, l'étendue, et les modalités de l'utilisation et des justifications à fournir par le bénéficiaire de la subvention.
Art.49. § 1. In het geval van een in artikel 36, 2°, bedoelde subsidie toegekend voor buitengewone uitgaven betaalt de begunstigde-beheerder, indien hij de subsidie niet gebruikt voor de doeleinden waarvoor ze is toegekend of de vereiste verantwoording niet levert, de toegekende subsidie op verzoek van de Minister terug.
  § 2. In het geval van een in artikel 36, 3°, bedoelde subsidie toegekend voor de verwerving van rechten op gronden, betaal de beheerder, indien hij niet binnen vijf jaar na de toekenning van de subsidie de erkenning van de gronden als natuurreservaat of als ondergrondse holte van wetenschappelijk belang aanvraagt, of indien de erkenning wordt geweigerd, de voor de verwerving toegekende subsidie op verzoek van de Minister terug.
  De Minister kan de volledige of gedeeltelijke teruggave vragen van de subsidie die is toegekend voor de verwerving van rechten op gronden als de erkenning binnen tien jaar na de toekenning van de subsidie wordt ingetrokken.
Art.49. § 1er. Dans le cadre d'une subvention octroyée pour des dépenses extraordinaires, visée à l'article 36, 2°, si le gestionnaire bénéficiaire n'utilise pas la subvention aux fins pour lesquelles elle a été octroyée ou ne fournit pas les justifications requises, le gestionnaire restitue la subvention octroyée, sur demande du Ministre.
  § 2. Dans le cadre d'une subvention octroyée pour l'acquisition de droits sur des terrains, visée à l'article 36, 3°, si le gestionnaire n'introduit pas de demande de reconnaissance de ces terrains comme réserve naturelle ou comme cavité souterraine d'intérêt scientifique, dans les cinq ans qui suivent l'octroi de la subvention, ou si la reconnaissance est refusée, le gestionnaire restitue la subvention octroyée pour l'acquisition, sur demande du Ministre.
  Le Ministre peut demander la restitution de tout ou partie de la subvention octroyée pour l'acquisition de droits sur des terrains en cas de retrait de la reconnaissance dans les dix ans de l'octroi de la subvention.
HOOFDSTUK 7. - Verkeer in de natuurreservaten en ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang
CHAPITRE 7. - La circulation dans les réserves naturelles et les cavités souterraines d'intérêt scientifique
Art.50. Dit hoofdstuk regelt het verkeer buiten de openbare weg gelegen in een natuurreservaat of in een ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, onverminderd de verbodsbepalingen bedoeld in artikel 11 van de wet van 12 juli 1973 en deze bedoeld in het decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek.
Art.50. Le présent chapitre réglemente la circulation en-dehors des voies publiques de circulation situées dans une réserve naturelle, ou dans une cavité souterraine d'intérêt scientifique, sans préjudice des interdictions visées à l'article 11 de la loi du 12 juillet 1973 et de celles visées par décret du 15 juillet 2008 relatif au Code forestier.
Art.51. Natuurreservaten en ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang mogen worden onderverdeeld in verkeerszones van type A, B of C:
  1° type A: gebied waartoe het publiek vrije toegang heeft;
  2° type B: gebied waartoe het publiek beperkte toegang heeft;
  3° type C: zone waartoe het publiek enkel toegang heeft onder begeleiding van een persoon aangeduid door de beheerder.
  De Minister kan de modaliteiten voor de toegang van he publiek en verkeer bepalen die gelden binnen elk type gebied.
Art.51. Les réserves naturelles et les cavités souterraines d'intérêt scientifique peuvent être subdivisées en zones de circulation, de type A, B, ou C :
  1° type A : zone à laquelle le public peut accéder librement ;
  2° type B : zone à laquelle le public peut accéder de façon limitée ;
  3° type C : zone à laquelle le public peut uniquement accéder accompagné par une personne désignée par le gestionnaire.
  Le Ministre peut préciser les modalités d'accès du public et de circulation applicables au sein de chacun des types de zone.
Art.52. Voor elk natuurreservaat of elke ondergrondse holte van wetenschappelijk belang kan de Minister, op voorstel van de beheerder en met instemming van de eigenaar, een verkeersplan vaststellen waarin de zones bedoeld in artikel 51 worden aangeduid.
  Deze gebieden worden door de beheerder bewegwijzerd vanaf de belangrijkste toegangswegen, zonder dat dit afbreuk doet aan het esthetische uiterlijk van het landschap.
Art.52. Pour chaque réserve naturelle ou cavité souterraine d'intérêt scientifique, sur proposition du gestionnaire, et avec l'accord du propriétaire, le Ministre peut adopter un plan de circulation, qui identifie les zones visées à l'article 51.
  Ces zones sont signalées par le gestionnaire, depuis les principales voies d'accès, sans que cet affichage ne porte atteinte à l'aspect esthétique du paysage.
Art.53. § 1. Onverminderd de artikelen 133, lid 2, en 135 van de nieuwe gemeentewet en artikel L1123-29 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie kan de toegang tot alle of een deel van de verkeerszones op elk moment als volgt worden beperkt of verboden:
  1° tijdelijk door het personeelslid van de gewestelijke administratie belast met de controle of het beheer van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, voor een periode van ten hoogste zeven dagen, met tussenpozen van meer dan eenentwintig dagen.
  2° tijdelijk of periodiek door de Minister, op advies van de betrokken "C.G.R.N." of "C.G.C.S.I.S.", in alle andere gevallen. De Minister kan deze bevoegdheid delegeren aan het personeelslid van de gewestelijke administratie die hij aanwijst voor een bijzonder natuurreservaat of een bijzondere ondergrondse holte van wetenschappelijk belang.
  § 2. Tot de beperkende of verbodsmaatregel kan worden besloten als het handhaven van het verkeer:
  1° een duidelijk nadelige bedreiging vormt voor vogelsoorten bedoeld in bijlage XI van de wet van 12 juli 1973 tijdens hun broedperiode;
  2° de rust van de fauna tijdens de voortplantingsperiode ernstig kan hinderen;
  3° een gevaar vormt voor de veiligheid van personen en voor het behoud van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang door brandgevaar;
  4° een gevaar vormt voor de veiligheid van mensen;
  5° een risico op verspreiding van bepaalde ziekten vormt.
  § 3. De beperking of het verbod wordt gedurende de verbodsperiode door de bosbeheerder onder de aandacht van het publiek gebracht door middel van borden, zoals bedoeld in bijlage 3 bij het decreet van 27 mei 2009 betreffende de inwerkingtreding en de uitvoering van het decreet van 15 juli 2008 betreffende het Boswetboek.
  Als de beheerder van mening is dat de bewegwijzering onvoldoende is, bijvoorbeeld met betrekking tot de omvang van het natuurreservaat of het aantal toegangen tot de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, hijst de beheerder naast de in lid 1 bedoelde borden rode wimpels.
  De Minister kan de voorwaarden waaronder en de wijze waarop een beperking of verbod onder de aandacht van het publiek wordt gebracht, specificeren.
Art.53. § 1er. Sans préjudice des articles 133, alinéa 2, et 135, de la nouvelle loi communale et de l'article L1123-29 du Code de la démocratie locale et de la décentralisation, l'accès à tout ou partie des zones de circulation peut être en tout temps limité ou interdit :
  1° temporairement par l'agent de l'administration régionale chargé du contrôle ou de la gestion de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, pour une durée inférieure ou égale à sept jours, espacées entre elles de plus de vingt et un jours.
  2° temporairement ou périodiquement par le Ministre, sur l'avis de la C.G.R.N. ou de la C.G.C.S.I.S. concernée, dans tous les autres cas. Le Ministre peut déléguer cette compétence à l'agent de l'administration régionale qu'il désigne pour une réserve naturelle ou une cavité souterraine d'intérêt scientifique en particulier.
  § 2. La mesure de limitation ou d'interdiction peut être décidée si le maintien de la circulation présente :
  1° une menace nettement préjudiciable pour les espèces d'oiseaux telles que visées à l'annexe XI de la loi du 12 juillet 1973 pendant leur période de nidification ;
  2° un risque de perturbation significative de la quiétude de la faune pendant la période de reproduction ;
  3° un danger pour la sécurité des personnes et pour la préservation de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique en raison du risque d'incendie ;
  4° un danger pour la sécurité des personnes ;
  5° un risque de propagation de certaines maladies.
  § 3. La limitation ou l'interdiction est portée à la connaissance du public par le gestionnaire moyen de panneaux, tels que visés à l'annexe 3 de l'arrêté du 27 mai 2009 relatif à l'entrée en vigueur et à l'exécution du décret du 15 juillet 2008 relatif au Code forestier, durant la période d'interdiction.
  Si le gestionnaire estime que l'affichage n'est pas suffisant, au regard de la taille de la réserve naturelle ou du nombre d'accès de la cavité souterraine d'intérêt scientifique par exemple, le gestionnaire hisse des fanions rouges complémentairement aux panneaux visés à l'alinéa 1er.
  Le Ministre peut préciser les conditions dans lesquelles et les moyens par lesquels une limitation ou une interdiction est portée à la connaissance du public.
Art.54. In natuurreservaten is het verboden om met gemotoriseerde voertuigen buiten de openbare weg te rijden of te parkeren, met uitzondering van voertuigen die nodig zijn voor:
  1° de uitvoering van het beheersplan;
  2° het toezicht op het natuurreservaat;
  3° de jacht en de visvangst, toegelaten in het kader van de opheffing van de verbodsbepalingen bepaald in de erkenningsbesluiten van de natuurreservaten bedoeld in artikel 10, 7°, en mits akkoord van de eigenaar en de beheerder.
Art.54. Dans les réserves naturelles, la circulation et le stationnement des véhicules motorisés est interdite en-dehors des voies publiques de circulation, à l'exception des véhicules nécessaires :
  1° à la mise en oeuvre du plan de gestion ;
  2° à la surveillance de la réserve naturelle ;
  3° à l'exercice, autorisé dans le cadre des levées d'interdiction précisées dans les arrêtés de reconnaissance de la réserve naturelle visés à l'article 10, 7°, de la chasse et de la pêche et moyennant l'accord du propriétaire et l'accord du gestionnaire.
HOOFDSTUK 8. - Bewaking en toezicht in de natuurreservaten en ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang
CHAPITRE 8. - La surveillance et la police dans les réserves naturelles et les cavités souterraines d'intérêt scientifique
Art.55. De beheerder, eventueel in de persoon van de bewaarder, zorgt voor de bescherming van het natuurreservaat of de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang, in het bijzonder de naleving van artikel 11 van de wet van 12 juli 1973.
  Hij kan een overtreder verbaal opdragen om een einde te maken aan de overtreding.
Art.55. Le gestionnaire, le cas échéant en la personne du conservateur, veille à la protection de la réserve naturelle ou de la cavité souterraine d'intérêt scientifique, en particulier au respect de l'article 11 de la loi du 12 juillet 1973.
  Il peut enjoindre verbalement à un contrevenant de mettre fin à son infraction.
Art.56. Indien nodig, en als hij deze status zelf niet heeft, neemt de bewaarder contact op met een officier van gerechtelijke politie of een vaststellende beambte.
  De personeelsleden van de administratie die als vaststellende beambten worden aangewezen en die de hoedanigheid van officier van gerechtelijke politie hebben, stellen de overtredingen van de bepalingen van de wet van 12 juli 1973, in overeenstemming met boek Ier van het Milieuwetboek vast.
Art.56. Si nécessaire, et s'il n'a pas lui-même cette qualité, le conservateur contacte un agent ayant qualité de police judiciaire ou un agent constatateur.
  Les agents de l'administration, désignés agents constatateurs et ayant qualité d'agent de police judiciaire, constatent les infractions aux dispositions de la loi du 12 juillet 1973, conformément au Livre Ier du Code de l'environnement.
HOOFDSTUK 9. - Overgangs-, wijzigings- en slotbepalingen
CHAPITRE 9. - Dispositions modificatives, transitoires, et finales
Art.57. Onder voorbehoud van paragraaf 52 worden de volgende besluiten opgeheven:
  1° het ministerieel besluit van 23 oktober 1975 houdende reglementering van de bewaking, de politie en het verkeer in de staatsnatuurreservaten, buiten de wegen die voor het openbaar verkeer openstaan;
  2° het koninklijk besluit van 2 april 1979 houdende vaststelling van het beheersreglement der bosreservaten;
  3° het besluit van de Waalse Gewestelijke Executieve van 17 juli 1986 betreffende de erkenning van natuurreservaten en de toekenning van subsidies met het oog op de aankoop van door privéverenigingen in erkende natuurreservaten op te richten terreinen;
  4° het besluit van de Waalse Regering van 20 oktober 1994 houdende organisatie van de adviescommissies voor het beheer van de domaniale natuurreservaten;
  5° het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 26 januari 1995 betreffende de bescherming van de ondergrondse holten van wetenschappelijk belang, met uitzondering van artikel 5.
Art.57. Sous réserve de l'article 52, sont abrogés :
  1° l'arrêté ministériel du 23 octobre 1975 établissant le règlement relatif à la surveillance, la police et la circulation dans les réserves naturelles domaniales, en dehors des chemins ouverts à la circulation publique ;
  2° l'arrêté royal du 2 avril 1979 établissant le règlement de gestion des réserves forestières ;
  3° l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 17 juillet 1986 concernant l'agrément des réserves naturelles et le subventionnement des achats de terrains à ériger en réserves naturelles agréées par les associations privées ;
  4° l'arrêté du Gouvernement wallon du 20 octobre 1994 portant organisation des commissions consultatives de gestion des réserves naturelles domaniales ;
  5° l'arrêté du Gouvernement wallon du 26 janvier 1995 organisant la protection des cavités souterraines d'intérêt scientifique, à l'exception de l'article 5.
Art.58. In afwijking van artikel 58, 3°, blijven de artikelen 15 tot en met 21 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 17 juli 1986 betreffende de erkenning van natuurreservaten en de toekenning van subsidies met het oog op de aankoop van door privéverenigingen in erkende natuurreservaten op te richten terreinen van kracht tot 31 december 2024.
Art.58. Par dérogation à l'article 58, 3°, les articles 15 à 21 de l'arrêté de l'Exécutif régional wallon du 17 juillet 1986 concernant l'agrément des réserves naturelles et le subventionnement des achats de terrains à ériger en réserves naturelles agréées par les associations privées, restent en vigueur jusqu'au 31 décembre 2024.
Art.59. § 1. Besluiten tot erkenning van een natuurreservaat of tot oprichting van een domaniaal natuurreservaat, aangenomen vóór de inwerkingtreding van dit besluit, gelden als erkenning van het natuurreservaat, voor de in het besluit genoemde periode of, bij gebreke daarvan, voor de periode waarvoor de beheerder rechten heeft op de betrokken gronden.
  Het beheersplan dat van kracht is op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit besluit wordt geacht het beheersplan te zijn in de zin van dit besluit, zolang het besluit waarbij het is gevoegd van kracht is of totdat het wordt gewijzigd.
  Beheerders van een erkend of domaniaal natuurreservaat worden geacht erkend te zijn in de zin van dit besluit.
  § 2. Bosreservaten die niet tot het Waalse Gewest behoren en die bestaan op de datum van inwerkingtreding van dit besluit, blijven tot het einde van de geldigheidsduur van het besluit tot oprichting van het bosreservaat onderworpen aan de maatregelen die zijn vastgesteld bij het koninklijk besluit van 2 april 1979 houdende vaststelling van het beheersreglement der bosreservaten en bij het decreet tot oprichting van het bosreservaat, tenzij de bossen en bosgebieden waaruit het bosreservaat bestaat vóór het verstrijken van deze termijn als natuurreservaat worden erkend.
  § 3. De besluiten tot oprichting van ondergrondse holtes van wetenschappelijk belang die van kracht zijn op de dag van inwerkingtreding van dit besluit, worden gelijkgesteld met erkenningsbesluiten in de zin van dit besluit. Deze erkenning geldt voor de periode vermeld in het besluit tot oprichting van de ondergrondse holte van wetenschappelijk belang of, indien dit niet het geval is, voor een periode van dertig jaar vanaf de datum van inwerkingtreding van dit besluit.
  § 4. Individuele afwijkingen van de beschermingsmaatregelen voor natuurreservaten blijven geldig tot het einde van hun geldigheidsperiode.
  In voorkomend geval blijven de bepalingen van de besluiten tot oprichting van een erkend natuurreservaat, een domaniaal natuurreservaat of een bosreservaat die een of meerdere van de verbodsbepalingen bedoeld in artikel 11 of in het koninklijk besluit van 2 april 1979 houdende vaststelling van het beheersreglement der bosreservaten opheffen, van kracht tot ze gewijzigd of opgeheven worden.
Art.59. § 1er. Les arrêtés d'agrément d'une réserve naturelle ou qui portent création d'une réserve naturelle domaniale, adoptés avant l'entrée en vigueur du présent arrêté, valent reconnaissance de réserve naturelle, pour la durée mentionnée dans l'arrêté ou, à défaut, pour la durée pour laquelle le gestionnaire dispose de droits sur les terrains concernés.
  Le plan de gestion en vigueur au moment de l'entrée en vigueur du présent arrêté vaut plan de gestion au sens du présent arrêté, tant que l'arrêté auquel il est annexé est en vigueur ou jusqu'à son éventuelle modification.
  Les gestionnaires d'une réserve naturelle agréée ou domaniale sont réputés agréés au sens du présent arrêté.
  § 2. Les réserves forestières qui n'appartiennent pas à la Région wallonne et qui existent au jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté demeurent soumises aux mesures fixées par l'arrêté royal du 2 avril 1979 établissant le règlement de gestion des réserves forestières et par leur arrêté de création, jusqu'au terme de la période de validité de l'arrêté de création de la réserve forestière, à moins que les bois et forêts constituant une telle réserve ne soient reconnus comme réserve naturelle avant l'expiration de ce terme.
  § 3. Les arrêtés qui créent des cavités souterraines d'intérêt scientifique en vigueur au jour de l'entrée en vigueur du présent arrêté, sont assimilés à des arrêtés de reconnaissance au sens du présent arrêté. Cette reconnaissance vaut pour la durée mentionnée dans l'arrêté instituant la cavité souterraine d'intérêt scientifique ou, à défaut, pour une durée de trente ans à dater de l'entrée en vigueur du présent arrêté.
  § 4. Les dérogations individuelles aux mesures de protection des réserves naturelles restent valables jusqu'à la fin de leur période de validité.
  Le cas échéant, les dispositions des arrêtés de création d'une réserve naturelle agréée, d'une réserve naturelle domaniale ou d'une réserve forestière qui lèvent une ou plusieurs interdictions visées à l'article 11 ou à l'arrêté royal du 2 avril 1979 établissant le règlement de gestion des réserves forestières restent en vigueur jusqu'à leur modification ou leur abrogation.
Art.60. De artikelen 38 tot 49 treden in werking treden op 1 januari 2014.
Art.60. Les articles 38 à 49 entrent en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 61. De Minister bevoegd voor Natuurbehoud is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 61. Le Ministre qui a la conservation de la nature dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.