23 MEI 2024. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van grote ondernemingen en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 6 mei 2004 tot uitvoering van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van grote ondernemingen(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-10-2024 en tekstbijwerking tot 20-12-2024)
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en begripsomschrijvingen
Art. 1-3
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen inzake de indiening van aanvraag voor de investeringspremie
Art. 4-7
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden voor het toekennen van de investeringstegemoetkoming
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de ontvankelijkheid en de toelaatbaarheid van de steunaanvragen
Onderafdeling 1. - Ontvankelijkheid van de aanvrager
Art. 8-10
Onderafdeling 2. - In aanmerking komende investeringen
Art. 11
Onderafdeling 3. - Beoordelingscriteria en toegekende bedragen
Art. 12-14
Afdeling 2. - Vereffening.
Art. 15-17
HOOFDSTUK 4. - Vrijstelling van de onroerende voorheffing.
Art. 18-20
HOOFDSTUK 5. - Controle en sancties
Art. 21-28
HOOFDSTUK 6. - Opheffings-, overgangs- en slotbepalingen
Art. 29-32
BIJLAGEN.
Art. N
HOOFDSTUK 1. - Toepassingsgebied en begripsomschrijvingen
Artikel 1. De incentives toegekend op grond van het decreet van 11 maart 2004, bedoeld in artikel 2, 7°, en krachtens dit besluit zijn in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014, bedoeld in artikel 2, 14°.
De incentives toegekend op grond van het decreet van 11 maart 2004, bedoeld in artikel 2, 7°, en krachtens dit besluit zijn in overeenstemming met het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022, bedoeld in artikel 2, 2°.
Art.2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° de Administratie: de Waalse Overheidsdienst Economie, Tewerkstelling en Onderzoek;
2° besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022: het besluit van de Waalse van 1 december 2022 tot vaststelling van de ontwikkelingsgebieden en de regionale steunplafonds voor de periode 2022-2027;
3° NACE-BEL-code: de nomenclatuur van de economische activiteiten, opgesteld door het Nationale instituut voor de statistiek NACE-BEL 2008 in een geharmoniseerd Europees kader, opgelegd bij verordening (EEG) nr. 3037/90 van 9 oktober 1990 van de Raad betreffende de statistieke nomenclatuur van de economische activiteiten in de Europese Gemeenschap;
4° jobcreatie: de bijkomende arbeidsplaats(en) gecreëerd ten opzichte van het personeelsbestand bedoeld in 8°, behalve als de onderneming onder een hoger streefcijfer inzake jobcreatie valt in het kader van een vorig dossier waarin dat streefcijfer inzake jobcreatie als personeelsbestand wordt genomen;
5° oprichting van een onderneming: de eerste vestiging van een onderneming of bedrijfseenheid op het grondgebied van het Waals Gewest;
6° aanvang van de werken: hetzij de aanvang van de bouwwerken i.v.m. de investering, hetzij de eerste juridisch dwingende verbintenis tot uitrustingsbestelling of elke andere verbintenis waarbij de investering onomkeerbaar wordt, al naar gelang van de gebeurtenis die zich het eerst voordoet;
7° het decreet van 11 maart 2004: het decreet van 11 maart 2004 betreffende de gewestelijke incentives ten gunste van de grote ondernemingen;
8° het personeelsbestand: het jaargemiddelde van het aantal werknemers met een arbeidsovereenkomst in de bedrijfseenheid of het geheel der bedrijfseenheden waarop de aanvraag betrekking heeft, overeenstemmend met het aantal werkeenheden, berekend op grond van de multifunctionele aangiften bij de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid over de vier kwartalen die aan de indiening van de aanvraag voorafgaan.
9° onderneming: de onderneming zoals bedoeld in artikel 3, § 2, van het decreet van 11 maart 2004;
10° vrijstelling van de onroerende voorheffing: de incentive zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet van 11 maart 2004;
11° gemachtigd ambtenaar: de directeur-generaal, een inspecteur-generaal, een directeur, een eerste attaché of een attaché van de administratie, gemachtigd op basis van artikel 3 van het besluit van de Waalse Regering van 23 mei 2019 betreffende de overdrachten van bevoegdheden in de Waalse Overheidsdienst en onverminderd de artikelen 4 en 5 van voornoemd besluit;
12° Minister: de Minister van Economie;
13° investeringspremie: de incentive zoals bedoeld in artikel 6, van het decreet van 11 maart 2004;
14° Verordening (EG) nr. 651/2014 van 17 juni 2014: Verordening (EG) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard;
15° een te herontwikkelen bedrijventerrein: een onroerend goed of een groep onroerende goederen dat gebruikt is of bestemd was om gebruikt te worden voor een andere bedrijvigheid dan huisvesting en waarvan de handhaving in de huidige staat strijdig is met de goede ontwikkeling van het terrein of een verstoring vormt van het stedelijk weefsel zoals omschreven in artikel D.V. 1, 1° van het Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling ;
16° vestigingseenheid: de vestigingseenheid zoals bedoeld in artikel I.2., 16°, van Boek I van het Wetboek van economisch recht
17° ontwikkelingszones: de ontwikkelingszones omschreven krachtens artikel 3, § 1, lid 2, van het decreet van 11 maart 2004 en bedoeld in de artikelen 1 en 2 van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022
De Minister kan de begrippen bedoeld in het eerste lid nader bepalen.
Art.3. De administratie is de verantwoordelijke voor de verwerking in de zin van artikel 19/1 van het decreet van 11 maart 2004.
HOOFDSTUK 2. - Bepalingen inzake de indiening van aanvraag voor de investeringspremie
Art.4. De onderneming dient een investeringspremieaanvraag in bij de administratie vóór het begin van de werken i.v.m. het investeringsprogramma.
De premieaanvraag, waarvan het model door de Administratie bepaald wordt, bevat op zijn minst de volgende gegevens:
1° de naam en de omvang van de onderneming;
2° een omschrijving van het investeringsprogramma, met inbegrip van de aanvang- en einddatum ervan ;
3° de plaatsbepaling van het investeringsprogramma;
4° de lijst van de kosten van het investeringsprogramma ;
5° het type steun en het bedrag van de nodige openbare financiering om het investeringsprogramma door te voeren.
De administratie bericht ontvangst van de premieaanvraag binnen vijftien dagen na ontvangst ervan en bepaalt de datum waarop het investeringsprogramma in aanmerking genomen wordt, met name de verzenddatum van de aanvraag.
Binnen zes maanden na de datum van de ontvangstbevestiging bedoeld in het vierde lid, richt de onderneming aan de Administratie een dossier op basis van een type-formulier dat door de Administratie bepaald wordt.
De Minister of de gemachtigd ambtenaar kan, op voorafgaandelijk verzoek van de onderneming en om behoorlijk gerechtvaardigde redenen, de termijn bedoeld in het vierde lid verlengen.
Als de Administratie de nodige gegevens voor de behandeling van de aanvraag rechtstreeks kan inwinnen bij authentieke bronnen, wordt de onderneming ervan vrijgesteld ze aan de Administratie over te maken".
Art.5. De administratie kan binnen de twee maanden te rekenen van de datum van ontvangst van het dossier een verzoek aan de onderneming richten betreffende de ontbrekende inlichtingen en haar daarbij een termijn van één maand gunnen om het dossier volledig te maken of geeft de onderneming kennis ervan dat het dossier volledig is.
Als de onderneming de door de administratie gevraagde informatie niet binnen een maand heeft verstrekt, wordt een schrijven aar deze onderneming gestuurd waarin een bepaalde datum wordt verleend en een nieuwe termijn van een maand wordt toegekend. Na die termijn treft de Minister of de gemachtigd ambtenaar een beslissing tot weigering van de premie. De administratie deelt zijn beslissing aan de onderneming mede door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent.
Art.6. Voor elke beslissing tot toekenning van de investeringspremie en na een behoorlijk verantwoorde aanvraag van de onderneming kan de Minister of de gemachtigd ambtenaar investeringen aanvaarden die het investeringsprogramma verder aanvullen of toelaten dat het toegelaten investeringsprogramma gewijzigd wordt als het bedrag van die investeringen of van die wijziging lager is dan of gelijk is aan 20% van het bedrag van de investeringen, voorgesteld bij de eerste premieaanvraag".
Art.7. Binnen de vier maanden volgend op al naar gelang het geval de ontvangst van het in artikel 4, tweede lid, bedoelde dossier van de ontbrekende gegevens bedoeld in artikel 12, tweede lid, of van de nieuwe financiële toestand bedoeld in artikel 12, derde lid, neemt de Minister of de gemachtigd ambtenaar een beslissing tot toekenning of weigering van de investeringspremie. Als er wordt besloten om een lening toe te kennen, dan blijkt dit uit een overeenkomst. Als het een weigeringsbeslissing betreft, geeft het bestuur daar kennis van aan de onderneming per aangetekend schrijven of op enige andere wijze van mededeling met vaste dagtekening.
HOOFDSTUK 3. - Voorwaarden voor het toekennen van de investeringstegemoetkoming
Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de ontvankelijkheid en de toelaatbaarheid van de steunaanvragen
Onderafdeling 1. - Ontvankelijkheid van de aanvrager
Art.8. § 1. De onderneming die het voordeel van de investeringspremie aanvraagt, vervult volgende voorwaarden :
1° door middel van een verklaring op erewoord van de verantwoordelijke van de onderneming bevestigen dat de onderneming voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 10 van het decreet van 11 maart 2004;
2° door middel van een verklaring op erewoord van de verantwoordelijke van de onderneming bevestigen dat de ondernemingen minste vijfentwintig procent van de financiering van het investeringsprogramma voor haar rekening neemt zonder daarvoor enige overheidssteun te ontvangen;
3° geen onderneming in moeilijkheden zijn in de zin van artikel 2, punt 18, van verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014;
4° niet onderworpen zijn aan een invorderingsopdracht overeenkomstig artikel 1, § 4, 4), onder a), van Verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014;
5° over een ondernemingspaspoort beschikken overeenkomstig artikel 6 van het decreet van 30 november 2023 houdende oprichting van een ondernemingspaspoort tot bepaling van de kwalificatie van de ondernemingen;
6° volgens de modaliteiten bedoeld in artikel 4, een premieaanvraag indienen vóór het begin van de werken i.v.m. het investeringsprogramma;
7° eenzelfde of soortgelijke activiteit in de Europese Economische Ruimte niet hebben stopgezet binnen de twee jaar die voorafgaan aan de premieaanvraag of, op het ogenblik van de indiening van de premieaanvraag, niet de stopzetting van een dergelijke activiteit in overweging nemen binnen de twee jaar die volgen op de voltooiing van het investeringsprogramma;
8° in aanmerking komende investeringen voorleggen van ten minste 1.000.000 euro;
9° voor programma's met een investeringswaarde van meer dan 4.500.000 euro een DNSH-beoordeling uitvoeren aan de hand van een door de administratie bepaald formulier of een vergelijkbare DNSH-analyse hebben uitgevoerd voor het betrokken investeringsprogramma;
10° het behoud of creatie van werkgelegenheid garanderen.
Naast de criteria gedefinieerd in lid 1, voor de onderneming gelegen in een ontwikkelingszone bedoeld in artikel 2 van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022, voert de onderneming een investeringsprogramma uit ten gunste van een nieuwe economische activiteit, zoals omschreven in artikel 2, 51. van Verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014.
Naast de criteria gedefinieerd in lid 1, voor de onderneming gelegen in een ontwikkelingszone bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022, voert de onderneming een investeringsprogramma uit ten gunste van een nieuwe economische activiteit, zoals omschreven artikel 2, 49. van Verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014.
Voor de toepassing van lid 1, 1° en 2°, kan de administratie aan de onderneming vragen om de nodige documenten en bewijsstukken voor te leggen wanneer het dossier als subsidiabel wordt erkend luidens de reglementering.
Voor de toepassing van lid 1, 7°, betekent identieke of soortgelijke activiteit elke activiteit die onder dezelfde categorie, d.w.z. de viercijfercode van de NACE-BEL-code, valt.
Voor de toepassing van lid 1, 9°, wordt verstaan onder "DNSH-beoordeling": de analyse die bepaalt dat het project geen aanzienlijke negatieve gevolgen heeft voor het leefmilieu of de samenleving. Het beoordelingsformulier bevat de informatie die nodig is om vast te stellen dat het project geen directe of indirecte significante schade toebrengt aan de volgende door de Europese Unie gedefinieerde milieudoelstellingen:
1° de beperking van de klimaatverandering;
2° de aanpassing aan de klimaatverandering;
3° het duurzaam gebruik en de bescherming van aquatische en mariene hulpbronnen;
4° de overgang naar een circulaire economie, met inbegrip van afvalpreventie en recycling;
5° de preventie en de vermindering van verontreiniging;
6° de bescherming en het herstel van biodiversiteit en ecosystemen.
§ 2. Als de onderneming de voorwaarde bedoeld in § 1, lid 1, 3°, niet naleeft, neemt de Minister of de gemachtigd ambtenaar een beslissing tot schorsing van de premie. De Minister deelt zijn beslissing aan de onderneming mede door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent.
De beslissing tot schorsing heeft uitwerking vanaf de datum waarop ze aan de onderneming overgemaakt wordt en heeft geen gevolg meer vanaf de datum van ontvangst door de administratie van een nieuwe financiële toestand betreffende één van de twee volgende boekjaren, waaruit blijkt dat de onderneming voldoet aan de bovenvermelde voorwaarde.
Indien de onderneming niet binnen een termijn van vierentwintig maanden na de datum van de schorsingsbeslissing, bedoeld in het eerste lid, een nieuwe financiële toestand voorlegt die voldoet aan de voorwaarde, vermeld in het eerste lid, 3°, neemt de Minister of de gedelegeerd ambtenaar een beslissing tot weigering van de investeringspremie. De administratie deelt zijn beslissing mede door elk middel dat vaste datum aan de zending verleent.
Art.9. De Minister kan een investeringspremie toekennen aan de onderneming :
1° die de voorwaarden bedoeld in artikel 3, §§ 1 en 2, van het decreet van 11 maart 2004 zoals nader bepaald in artikel 3 vervult;
2° waarvan de activiteiten niet ressorteren onder uitgesloten sectoren of sectordelen bedoeld in artikel 4 van het decreet, zoals nader bepaald in artikel 10;
3° die de voorwaarden bedoeld in artikel 8 vervult;
4° die een investeringsprogramma bedoeld in artikel 5, § 1, van het decreet van 11 maart 2004 voorstelt :
a) die niet uitgesloten is overeenkomstig artikel 10;
b) die één van de doelstellingen bedoeld in artikel 5, § 1, 1°, van het decreet nastreeft;
5° met een minimumclassificatie van dertig procent volgens de roosters van artikel 12.
Art.10. De onderneming en het investeringsprogramma met betrekking tot de activiteitengebieden die uitgesloten zijn van het voordeel van de premie krachtens artikel 4 van het decreet zijn nader bepaald ten opzichte van de sectoren of sectordelen opgenomen in volgende afdelingen, klassen en onderklassen:
1° 01.1 tot en met 01.5 van de NACE-BEL-code, behalve als de investeringen betrekking hebben op activiteitengebieden betreffende de verwerking en commercialisering van landbouwproducten en die geen toegang hebben tot de regionale landbouwsteun;
2° 03. van de NACE-BEL-code ;
3° 05.100 tot en met 06.200 van de NACE-BEL-code;
4° 07.210 van de NACE-BEL-code;
5° 08.920 van de NACE-BEL-code;
6° 09.100 van de NACE-BEL-code;
7° 09.900 van de NACE-BEL-code voor de ondersteunende activiteiten verricht voor rekening van derden i.v.m. de winning van steenkool en bruinkool ;
8° 07.210 van de NACE-BEL-code ;
9° 19.200 du Code NACE-BEL-code voor de vervaardiging van turfbriketten en de vervaardiging van steenkool- en bruikoolbriketten ;
10° 20.130 van de NACE-BEL-code voor de productie van verrijkt uranium en verrijkt thorium ;
11° 24,46 van de NACE-BEL-code;
12° 20.600 van de NACE-BEL-code ;
13° 35 tot 36 van de NACE-BEL-code ;
14° 38.12 van de NACE-BEL-code voor de verzameling van nucleair afval ;
15° 38.222 van de NACE-BEL-code voor de behandeling, de verwijdering en de opslag van radioactief kernafval, behalve als het gaat om de behandeling en de verwerking van radioactief overgangsafval van ziekenhuizen, dat tijdens het vervoer zal degenereren ;
16° 41.1 en de onroerende activiteiten opgenomen onder de Code 42 van de NACE-BEL-code ;
17° 45,11 tot 45,40 van de NACE-BEL-code ;
18° 46,11 tot 46,19 van de NACE-BEL-code ;
19° 46.215 van de NACE-BEL-code;
20° 46.350 van de NACE-BEL-code;
21° 47 van de NACE-BEL-code ;
22° 49,10 tot 49,41 van de NACE-BEL-code ;
23° 50,10 tot 51,22 van de NACE-BEL-code ;
24° 52.21 van de NACE-BEL-code voor de exploitatie van parkeerruimten, voertuigen- en fietsenparken;
25° 53,10 van de NACE-BEL-code ;
26° 55 tot en met 56.3, met uitzondering van de klassen 55.10 en 56.29 en de onderklasse 55.202 van de NACE-BEL-code;
27° 59, met uitzondering van de klassen 59.11, 59.12 en de subklassen 59.202, 59.203 en 59.209 van de NACE-BEL-code ;
28° 60 van de NACE-BEL-code ;
29° 63,9 van de NACE-BEL-code ;
30° 64 tot 68 van de NACE-BEL-code ;
31° 69 van de NACE-BEL-code ;
32° 70,00 van de NACE-BEL-code;
33° 71,11 van de NACE-BEL-code ;
34° 71.122 van de NACE-BEL-code ;
35° 74.202 van de NACE-BEL-code ;
36° 74,9 van de NACE-BEL-code;
37° 75 van de NACE-BEL-code ;
38° 77 van de NACE-BEL-code ;
39° 79 van de NACE-BEL-code ;
40° 81.100 van de NACE-BEL-code ;
41° 82,00 van de NACE-BEL-code met uitzondering van 47.20, 82.20 en 82.92 van de NACE-BEL-code;
42° 85 tot en met 88 van de NACE-BEL-code, evenals de activiteiten bestaande uit het verstrekken van opleidingscursussen;
43° 90 tot 93, met uitzondering van de subklassen 91.041, 91.042 en 93.212 van de NACE-BEL-code alsook de uitbatingen van toeristische bezienswaardigheden ;
44° 94 tot en met 98, met uitzondering van onderklasse 96.011 van de NACE-BEL-code;
45° de landbouwbedrijven en de coöperatieve verwerkings- en commercialiseringsvennootschappen die toegang hebben tot landbouwsteun.
46° de ijzer-en staalindustrie zoals bepaald in artikel 2, punt 43, van Verordening (EG) nr. 651/2014 van 17 juni 2014;
47° de sector van de scheepsbouw
48° grootdistributie.
Voor de toepassing van het eerste lid, 1°, wordt onder landbouwproducten verstaan de in bijlage I bij het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie genoemde producten, met uitzondering van visserijproducten, en katoen.
De Minister kan de inhoud van de uitgesloten afdelingen, klassen of subklassen vaststellen, alsmede de in lid 1 bedoelde begrippen en de modaliteiten voor het bepalen van het deel van de omzet dat niet in aanmerking komende activiteiten uitsluit, wanneer de onderneming verschillende activiteiten uitoefent, waarvan er een in aanmerking kan komen en andere niet.
De verwijzing naar de NACE-BEL-code laat vermoeden dat de onderneming of het investeringsprogramma ervan aan de activiteitendomeinen toebehoort. De onderneming kan vaststellen dat de NACE-BEL-code die haar toegewezen wordt niet overeenstemt met haar activiteitendomein of gepland investeringsprogramma en dat ze stappen bij de Kruisbank van ondernemingen heeft ondernomen om één of meer andere codes toegewezen te krijgen.
Onderafdeling 2. - In aanmerking komende investeringen
Art.11. § 1. Investeringen die als vaste activa worden geboekt, komen in aanmerking:
1° die betrekking hebben op :
a) de gebouwen en bijkomende kosten, met uitzondering van terreinen, die aan de actiefzijde van de balans zijn opgenomen onder de post "vaste activa" of die welke zijn opgenomen aan de actiefzijde van de balans van een vermogensmaatschappij ;
b) het bouwen van gebouwen alsook gebouwen aangekocht in de zin van artikel 2, punten 49. b) of 51, b), van Verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014 en die vroeger niet in aanmerking zijn gekomen voor een premie;
c) het nieuw aangekochte materieel en de desbetreffende bijkomende kosten, de vestigingskosten uitgezonderd;
d) uitgaven die verband houden met de technologietransfer in de vorm van een octrooiverwerving, een octrooi-indiening of een octrooibehoud, een exploitatievergunning of een vergunning voor gepatenteerde technische kennis, uitgezonderd informaticalicenties of niet-gepatenteerde technische kennis of
2° die de boekwaarde van de hergebruikte activa met minstens 200% overschrijden zoals geboekt tijdens het boekjaar dat voorafgaat aan het begin van de werken, als het gaat om een diversifiëring van de activiteiten van de onderneming";
3° die, met uitzondering van de onderneming die drie boekjaren niet afgesloten heeft op het tijdstip waarop de aanvraag wordt ingediend, 100 % van het gemiddelde van de eventueel op lineaire wijze tegen het normale percentage herberekende afschrijvingen van de drie afgesloten boekjaren die aan de indiening van de aanvraag voorafgaan, bedragen.
Onder de vermogensmaatschappij bedoeld in lid 1, 1°, a) wordt verstaan de vennootschap die :
a) gebouwen ter beschikking stelt aan verbonden exploitatiemaatschappijen, zoals gedefinieerd in de definitie van kleine of middelgrote onderneming in bijlage I bij Verordening (EU) nr. 651/2014 van 17 juni 2014;
b) een vestigingseenheid heeft op dezelfde locatie als een van haar exploitatiemaatschappijen, op het grondgebied van het Waalse Gewest;
c) uitsluitend activa van verbonden exploitatiemaatschappijen bezit en deze activa alleen beheert en financiële of administratieve diensten verleent aan verbonden ondernemingen.
De investeringen bedoeld in het eerste lid, 1°, d), dienen tegen de marktvoorwaarden bij een derde bij de onderneming verworven te worden, dienen uitsluitend door de onderneming in uitbating genomen te worden en in voorkomend geval het voorwerp uit te maken van contractuele waarborgen met een duur die overeenkomt met de afschrijvingsperiode van betrokken investering.
Het gemiddelde van de afschrijvingen bedoeld in lid 1, 3°
1° kan worden berekend op basis van de afschrijvingen van een vestigingseenheid waarop het investeringsprogramma betrekking heeft;
2° er mag geen rekening worden gehouden met de afschrijving van immateriële activa.
§ 2. Uitgesloten zijn, de investeringen :
1° die investeringen in onroerende goeden inhouden die door de onderneming niet worden gebruikt voor de activiteit van de onderneming binnen de zes maanden volgend op de aankoop of voltooiing ervan;
2° die bijdragen tot het behoud van het aantal arbeidsplaatsen in de vestigingseenheid van de onderneming waarop het investeringsprogramma betrekking heeft, tenzij het van groot belang is voor de duurzame ontwikkeling van het Waals Gewest;
3° die betrekking hebben tot :
a) het merk, de stock, de goodwill, het klantenbestand, de merknaam, het sleutelgeld, de overname van de huurovereenkomst, de verwerving van participaties;
b) het tweedehands materieel of meubilair;
c) materieel of meubilair voor tentoonstellingen en demonstraties;
d) rollend materieel waarvan het laadvermogen gelijk is aan of lager is dan 3,5 ton en het materieel voor personenvervoer;
e) het vervoermaterieel in de sectoren bedoeld in de klassen 49.10 tot en met 52.29 van de NACE-BEL-code;
f) luchtvaartuigen, met uitzondering van drones ;
g) de onroerende goederen die door de ondernemingen zijn aangekocht van één van haar bestuurders, aandeelhouders of een rechtspersoon die deel uitmaakt van dezelfde groep als de onderneming;
h) gebouwen die deel uitmaken van of vastzitten aan een gebouw voor privégebruik ;
i) de verpakkingen met statiegeld;
j) de wisselstukken;
k) de conciërgewoningen;
l) de kijkvilla's of -appartementen en hun meubilair;
m) materieel, meubilair of onroerende goederen bestemd voor verhuur, met uitzondering van onroerende goederen die gedeeltelijk worden gehuurd of gedeeld met verbonden ondernemingen die een voor steun in aanmerking komende activiteit uitoefenen;
n) het vervangingsmaterieel, -meubilair of de voor vervanging gebruikte onroerende goeden;
o) de infrastructuren gebonden aan de activiteiten van de vervoersector bepaald in artikel 2, punt 45, van Verordening nr. 651/2014 van 17 juni 2014;
p) een onroerend goed dat eerder steun heeft ontvangen;
4° de investeringen in de productie van hernieuwbare energie die niet in aanmerking komt voor steun op grond van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de incentives om de milieubescherming en het duurzame energiegebruik te begunstigen;
5° investeringen in fossiele warmtekrachtkoppeling en fossiele ketels.
Voor de toepassing van lid 1 3°, c), wordt verstaan onder "tentoonstellings- of demonstratiemateriaal" materiaal dat bestemd is voor tentoonstelling of demonstratie, zoals meubilair, uitgestalde goederen die een uitgave vormen die waarschijnlijk naar de voorraad zal terugkeren.
Voor het punt bedoeld in lid 1, 3°, n), betekent "vervangingsuitrusting, meubilair of onroerend goed": investering bedoeld om veroudering, slijtage of vernieling te compenseren zonder de capaciteit of efficiëntie te verhogen.
De Minister kan de in paragrafen 1 en 2 bedoelde gegevens nader bepalen.
Onderafdeling 3. - Beoordelingscriteria en toegekende bedragen
Art.12. De administratie analyseert het in artikel 4, lid 3, bedoelde ontvankelijke en in aanmerking komende aanvraagdossier voor investeringspremies aan de hand van een evaluatierooster op basis van de volgende beoordelingscriteria:
1° innovatie of digitale transformatie van de productie ;
2° bedrijfsoprichting of eerste vestiging op het grondgebied van het Waalse Gewest ;
3° het economisch risico van de investeringen;
4° de jobcreatie;
5° vermindering van de koolstofvoetafdruk;
6° de toepassing van de principes van de circulaire economie.
Het aantal punten toegekend aan de criteria bedoeld in het eerste lid wordt in bijlage 1 bepaald.
De minister kan de beoordelingscriteria specificeren op basis van het rooster.
De punten die voor elk criterium worden behaald, worden bij elkaar opgeteld om een percentage investeringspremie te bepalen:
Ontwikkelingszone bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022 | Ontwikkelingszone bedoeld in artikel 2, § 1, 2° en 3°, van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022 | Ontwikkelingszone bedoeld in artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 1 december 2022 | ||
a) | voor een gemiddelde waardering van 30 tot en met 59 procent | 5 % van het totale bedrag aan in aanmerking komende investeringen | 10 % van het totale bedrag aan in aanmerking komende investeringen | 15 % van het totale bedrag aan in aanmerking komende investeringen |
b) | voor een gemiddelde waardering van 60 tot en met 100 procent | 8%van het totale bedrag aan in aanmerking komende investeringen | 13% van het totale bedrag aan in aanmerking komende investeringen | 18% van het totale bedrag aan in aanmerking komende investeringen |
Economische criteria | 42 punten | |
Innovatie - digitale transformatie van de productie | 18 punten | |
Bedrijfsoprichting, eerste vestiging op het grondgebied van het Waalse Gewest ; | 12 punten | |
Economisch risico van de investeringen | 12 punten | |
B. Criterium met betrekking tot werkgelegenheid | 30 punten | |
van 0 tot 2,5% van het personeelsbestand | 12 punten | |
van 2,51 tot 4,99% van het personeelsbestand | 16 punten | |
5 tot 9,99 % ten opzichte van het personeelsbestand | 20 punten | |
10 tot 15 % ten opzichte van het aanvankelijke personeelsbestand | 25 punten | |
Meer dan 15 % ten opzichte van het aanvankelijke personeelsbestand : | 30 punten | |
Leefmilieugerelateerde criteria | 28 punten | |
Vermindering van de koolstofvoetafdruk; | 16 punten | |
Toepassing van de principes van de circulaire economie. | 12 punten | |
Totaal aantal punten | 100 punten |