Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° administratie: de Directie Tewerkstelling en Werkvergunningen van het Departement Werk en Beroepsopleiding van de Waalse Overheidsdienst Economie, Werk en Onderzoek;
2° decreet van 13 december 2023: het decreet van 13 december 2023 betreffende de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
3° Minister: de Minister van Werk.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JUNI 2024. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-10-2024 en tekstbijwerking tot 31-12-2025)
Titre
6 JUIN 2024. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif aux missions régionales pour l'emploi(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-10-2024 et mise à jour au 31-12-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, l'on entend par :
1° l'administration : la Direction de l'Emploi et des Permis de travail du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle du Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche ;
2° le décret du 13 décembre 2023 : le décret du 13 décembre 2023 relatif aux missions régionales pour l'emploi ;
3° le ministre : le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions.
1° l'administration : la Direction de l'Emploi et des Permis de travail du Département de l'Emploi et de la Formation professionnelle du Service public de Wallonie Economie, Emploi et Recherche ;
2° le décret du 13 décembre 2023 : le décret du 13 décembre 2023 relatif aux missions régionales pour l'emploi ;
3° le ministre : le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions.
Art. 2. § 1. De Commissie bedoeld in artikel 9 van het decreet van 13 december 2023 is als volgt samengesteld:
1° een lid en één plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de Minister;
2° een lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de administratie;
3° een lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van "Forem";
4° een lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de in artikel 10 van het decreet van 13 december 2023 bedoelde vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt.
§ 2. De Minister benoemt de leden van de Commissie.
Het lid dat de Minister vertegenwoordigt, zit de commissie voor.
De Commissie vergadert minstens twee keer per kalenderjaar.
De Commissie kan deskundigen uitnodigen.
§ 3. Het secretariaat van de Commissie wordt waargenomen door de Administratie.
1° een lid en één plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de Minister;
2° een lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de administratie;
3° een lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van "Forem";
4° een lid en een plaatsvervanger ter vertegenwoordiging van de in artikel 10 van het decreet van 13 december 2023 bedoelde vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt.
§ 2. De Minister benoemt de leden van de Commissie.
Het lid dat de Minister vertegenwoordigt, zit de commissie voor.
De Commissie vergadert minstens twee keer per kalenderjaar.
De Commissie kan deskundigen uitnodigen.
§ 3. Het secretariaat van de Commissie wordt waargenomen door de Administratie.
Art. 2. § 1er. La Commission visée à l'article 9 du décret du 13 décembre 2023 est composée comme suit :
1° un membre et un suppléant qui représente le ministre ;
2° un membre et un suppléant qui représente l'administration ;
3° un membre et un suppléant représentant le Forem ;
4° un membre et un suppléant qui représente l'association représentative des missions régionales pour l'emploi visée à l'article 10 du décret du 13 décembre 2023.
§ 2. Le ministre nomme les membres de la Commission.
Le membre qui représente le ministre préside la Commission.
La Commission se réunit au moins deux fois par année civile.
La Commission peut inviter des experts.
§ 3. Le secrétariat de la Commission est assuré par l'Administration.
1° un membre et un suppléant qui représente le ministre ;
2° un membre et un suppléant qui représente l'administration ;
3° un membre et un suppléant représentant le Forem ;
4° un membre et un suppléant qui représente l'association représentative des missions régionales pour l'emploi visée à l'article 10 du décret du 13 décembre 2023.
§ 2. Le ministre nomme les membres de la Commission.
Le membre qui représente le ministre préside la Commission.
La Commission se réunit au moins deux fois par année civile.
La Commission peut inviter des experts.
§ 3. Le secrétariat de la Commission est assuré par l'Administration.
Art. 3. § 1. De Minister wijst de in artikel 10 van het decreet van 13 december 2023 bedoelde vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt, aan.
§ 2. Deze vereniging vervult de volgende voorwaarden:
1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° een ondersteunende structuur bieden voor de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
3° meer dan de helft van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling als lid hebben.
§ 3. De vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt, ontvangt een jaarlijkse subsidie van 197.410 euro om haar taken uit te voeren. Dit bedrag wordt in januari van elk jaar, zoals bij elke begrotingsaanpassing, aangepast volgens de in artikel 8, § 1 bedoelde formule.
De in lid 1 bedoelde subsidie wordt jaarlijks in twee tranches uitbetaald, als volgt :
1° een eerste tranche, gelijk aan tachtig procent van het bedrag;
2° een tweede tranche, gelijk aan het saldo van twintig procent van het bedrag, betaald tegen voorlegging, uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar, van een activiteitenverslag over het voorbije jaar, goedgekeurd door een begeleidingscomité.
De administratie bepaalt het model van het activiteitenverslag bedoeld in lid 2, 2°.
De Minister bepaalt de samenstelling van het begeleidingscomité.
§ 2. Deze vereniging vervult de volgende voorwaarden:
1° opgericht zijn in de vorm van een vereniging zonder winstoogmerk;
2° een ondersteunende structuur bieden voor de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
3° meer dan de helft van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling als lid hebben.
§ 3. De vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt, ontvangt een jaarlijkse subsidie van 197.410 euro om haar taken uit te voeren. Dit bedrag wordt in januari van elk jaar, zoals bij elke begrotingsaanpassing, aangepast volgens de in artikel 8, § 1 bedoelde formule.
De in lid 1 bedoelde subsidie wordt jaarlijks in twee tranches uitbetaald, als volgt :
1° een eerste tranche, gelijk aan tachtig procent van het bedrag;
2° een tweede tranche, gelijk aan het saldo van twintig procent van het bedrag, betaald tegen voorlegging, uiterlijk op 31 maart van het volgende jaar, van een activiteitenverslag over het voorbije jaar, goedgekeurd door een begeleidingscomité.
De administratie bepaalt het model van het activiteitenverslag bedoeld in lid 2, 2°.
De Minister bepaalt de samenstelling van het begeleidingscomité.
Art. 3. § 1er. Le ministre désigne l'association représentative des missions régionales pour l'emploi visée à l'article 10 du décret du 13 décembre 2023.
§ 2. Cette association remplit les conditions suivantes :
1° être constituée sous forme d'association sans but lucratif ;
2° avoir pour objet d'offrir une structure d'appui aux missions régionales pour l'emploi ;
3° avoir pour membre plus de la moitié des missions régionales pour l'emploi.
§ 3. L'association représentative des missions régionales pour l'emploi bénéficie annuellement d'une subvention de 197.410 euros pour l'accomplissement de ses missions. Ce montant est adapté en janvier de chaque année, comme à l'occasion de chaque ajustement budgétaire, selon la formule visée à l'article 8, § 1er.
Chaque année, la subvention visée à l'alinéa 1er est liquidée en deux tranches, selon les modalités suivantes :
1° une première tranche, égale à quatre-vingts pour cent du montant ;
2° une seconde tranche, égale au solde de vingt pour cent du montant, versée sur présentation, au plus tard le 31 mars de l'année suivante, d'un rapport d'activité portant sur l'année précédente, approuvé par un comité d'accompagnement.
L'Administration détermine le modèle du rapport d'activité visé à l'alinéa 2, 2°.
Le ministre détermine la composition du comité d'accompagnement.
§ 2. Cette association remplit les conditions suivantes :
1° être constituée sous forme d'association sans but lucratif ;
2° avoir pour objet d'offrir une structure d'appui aux missions régionales pour l'emploi ;
3° avoir pour membre plus de la moitié des missions régionales pour l'emploi.
§ 3. L'association représentative des missions régionales pour l'emploi bénéficie annuellement d'une subvention de 197.410 euros pour l'accomplissement de ses missions. Ce montant est adapté en janvier de chaque année, comme à l'occasion de chaque ajustement budgétaire, selon la formule visée à l'article 8, § 1er.
Chaque année, la subvention visée à l'alinéa 1er est liquidée en deux tranches, selon les modalités suivantes :
1° une première tranche, égale à quatre-vingts pour cent du montant ;
2° une seconde tranche, égale au solde de vingt pour cent du montant, versée sur présentation, au plus tard le 31 mars de l'année suivante, d'un rapport d'activité portant sur l'année précédente, approuvé par un comité d'accompagnement.
L'Administration détermine le modèle du rapport d'activité visé à l'alinéa 2, 2°.
Le ministre détermine la composition du comité d'accompagnement.
Art. 4. § 1. De Minister erkent een vereniging die voldoet aan de voorwaarden van artikel 11 van het decreet van 13 december 2023.
§ 2. De vereniging richt de erkenningsaanvraag aan de administratie.
De aanvraag waarvan het model bij de Administratie beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de sociale benaming en de maatschappelijke zetel;
2° de laatste versie van de statuten;
3° de lijst van de leden van het bestuursorgaan en de organisaties die zij vertegenwoordigen;
4° de laatste balans en resultatenrekening, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de activiteiten van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling en andere activiteiten indien de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling dateren van vóór de erkenningsaanvraag;
5° in voorkomend geval, de samenwerkingsovereenkomst met Forem en een ontvangstbevestiging van Forem waaruit blijkt welke stappen zijn ondernomen om de overeenkomst te sluiten;
6° de modelovereenkomst tussen de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling en de begunstigde.
Met betrekking tot lid 2, 5°, is de samenwerkingsovereenkomst met Forem deze voorzien in artikel 18, § 1, eerste lid, van het decreet van 12 november 2021 de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden.
De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, zal de administratie de vereniging hiervan in dezelfde mededeling op de hoogte stellen.
Indien de vereniging haar aanvraag of dossier niet binnen een maand na verzending van de in lid 4 bedoelde brief vervolledigt, stuurt de administratie de vereniging een herinnering van de lijst van ontbrekende documenten, via een communicatiemiddel dat een vaste datum aan de zending verleent. Als deze niet binnen een maand na verzending van de herinnering worden ontvangen, wordt de aanvraag als niet-ontvankelijk beschouwd.
Als een van de in lid 2 genoemde gegevens niet meer actueel is, informeert de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling de administratie.
§ 3. De Minister beslist uiterlijk binnen een termijn van zestig werkdagen na de datum waarop de administratie een volledig dossier heeft ontvangen.
De administratie geeft de aanvragende vereniging kennis van de beslissing tot toekenning of weigering.
§ 2. De vereniging richt de erkenningsaanvraag aan de administratie.
De aanvraag waarvan het model bij de Administratie beschikbaar is, bevat een dossier dat bestaat uit :
1° het uniek ondernemingsnummer, de sociale benaming en de maatschappelijke zetel;
2° de laatste versie van de statuten;
3° de lijst van de leden van het bestuursorgaan en de organisaties die zij vertegenwoordigen;
4° de laatste balans en resultatenrekening, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de activiteiten van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling en andere activiteiten indien de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling dateren van vóór de erkenningsaanvraag;
5° in voorkomend geval, de samenwerkingsovereenkomst met Forem en een ontvangstbevestiging van Forem waaruit blijkt welke stappen zijn ondernomen om de overeenkomst te sluiten;
6° de modelovereenkomst tussen de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling en de begunstigde.
Met betrekking tot lid 2, 5°, is de samenwerkingsovereenkomst met Forem deze voorzien in artikel 18, § 1, eerste lid, van het decreet van 12 november 2021 de coaching- en oplossingsgerichte begeleiding van werkzoekenden.
De administratie bericht ontvangst van de aanvraag binnen tien dagen na ontvangst van de aanvraag. Indien de aanvraag of het dossier onvolledig is, zal de administratie de vereniging hiervan in dezelfde mededeling op de hoogte stellen.
Indien de vereniging haar aanvraag of dossier niet binnen een maand na verzending van de in lid 4 bedoelde brief vervolledigt, stuurt de administratie de vereniging een herinnering van de lijst van ontbrekende documenten, via een communicatiemiddel dat een vaste datum aan de zending verleent. Als deze niet binnen een maand na verzending van de herinnering worden ontvangen, wordt de aanvraag als niet-ontvankelijk beschouwd.
Als een van de in lid 2 genoemde gegevens niet meer actueel is, informeert de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling de administratie.
§ 3. De Minister beslist uiterlijk binnen een termijn van zestig werkdagen na de datum waarop de administratie een volledig dossier heeft ontvangen.
De administratie geeft de aanvragende vereniging kennis van de beslissing tot toekenning of weigering.
Art. 4. § 1er. Le ministre agrée une association qui satisfait aux conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023.
§ 2. L'association adresse la demande d'agrément à l'administration.
La demande, dont le modèle est disponible auprès de l'Administration, est accompagnée d'un dossier qui comporte :
1° le numéro unique d'entreprise, la dénomination sociale et le siège social ;
2° la dernière version en date des statuts ;
3° la liste des membres de l'organe d'administration et des organismes qu'ils représentent ;
4° le dernier bilan et comptes de résultat en distinguant les activités de mission régionale pour l'emploi des autres activités si les activités de mission régionale pour l'emploi préexistent à la demande d'agrément ;
5° le cas échéant, la convention de collaboration avec le Forem un accusé de réception du Forem qui démontre les démarches entreprises pour la conclusion de cette convention ;
6° le modèle de convention entre la mission régionale pour l'emploi et le bénéficiaire.
Concernant l'alinéa 2, 5°, la convention de collaboration avec le Forem est celle qui est prévue par l'article 18, § 1er, alinéa 1er, du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi.
L'administration accuse réception de la demande dans les dix jours ouvrables suivant sa réception. Si la demande ou le dossier est incomplet, l'administration en avise l'association dans la même communication.
Si l'association ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier visé à l'alinéa 4, l'administration adresse à l'association, par un moyen de communication donnant date certaine à l'envoi, un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme irrecevable.
Lorsqu'une des informations visées à l'alinéa 2 n'est plus à jour, la mission régionale pour l'emploi en informe l'administration.
§ 3. Le ministre se prononce au plus tard dans un délai de soixante jours ouvrables, à compter à partir du jour où l'Administration dispose d'un dossier complet.
L'administration notifie la décision d'octroi ou de refus de l'agrément à l'association demanderesse.
§ 2. L'association adresse la demande d'agrément à l'administration.
La demande, dont le modèle est disponible auprès de l'Administration, est accompagnée d'un dossier qui comporte :
1° le numéro unique d'entreprise, la dénomination sociale et le siège social ;
2° la dernière version en date des statuts ;
3° la liste des membres de l'organe d'administration et des organismes qu'ils représentent ;
4° le dernier bilan et comptes de résultat en distinguant les activités de mission régionale pour l'emploi des autres activités si les activités de mission régionale pour l'emploi préexistent à la demande d'agrément ;
5° le cas échéant, la convention de collaboration avec le Forem un accusé de réception du Forem qui démontre les démarches entreprises pour la conclusion de cette convention ;
6° le modèle de convention entre la mission régionale pour l'emploi et le bénéficiaire.
Concernant l'alinéa 2, 5°, la convention de collaboration avec le Forem est celle qui est prévue par l'article 18, § 1er, alinéa 1er, du décret du 12 novembre 2021 relatif à l'accompagnement orienté coaching et solutions des chercheurs d'emploi.
L'administration accuse réception de la demande dans les dix jours ouvrables suivant sa réception. Si la demande ou le dossier est incomplet, l'administration en avise l'association dans la même communication.
Si l'association ne complète pas sa demande ou son dossier dans le mois qui suit l'envoi du courrier visé à l'alinéa 4, l'administration adresse à l'association, par un moyen de communication donnant date certaine à l'envoi, un rappel du relevé des pièces manquantes. A défaut d'avoir reçu celles-ci dans le mois qui suit l'envoi de ce rappel, la demande est considérée comme irrecevable.
Lorsqu'une des informations visées à l'alinéa 2 n'est plus à jour, la mission régionale pour l'emploi en informe l'administration.
§ 3. Le ministre se prononce au plus tard dans un délai de soixante jours ouvrables, à compter à partir du jour où l'Administration dispose d'un dossier complet.
L'administration notifie la décision d'octroi ou de refus de l'agrément à l'association demanderesse.
Art. 5. § 1. De Minister kan de erkenning van een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling die niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 11 van het decreet van 13 december 2023 opschorten.
§ 2. Wanneer een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling niet langer voldoet aan één of meerdere van de voorwaarden vermeld in artikel 11 van het decreet van 13 december 2023, brengt de administratie per aangetekende brief de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling en de Minister op de hoogte.
De gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling kan op verzoek toegang krijgen tot haar dossier.
De administratie geeft de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling minstens een maand de tijd om haar standpunt te presenteren.
§ 3. De Minister neemt een beslissing binnen drie maanden na de kennisgeving dat niet langer wordt voldaan aan een of meerdere van de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden.
De administratie brengt de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op de hoogte van de beslissing van de Minister.
De administratie zal ook een kopie van deze beslissing sturen naar Forem en de vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt.
§ 4. De in paragraaf 1 bedoelde opschorting van de erkenning geldt voor een door de Minister vastgestelde regularisatieperiode van ten hoogste zes maanden.
Tijdens de periode bedoeld in het eerste lid moet de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 11 van het decreet van 13 december 2023 en het bewijs hiervan bezorgen aan de administratie.
Indien de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op het einde van de in paragraaf 1 bedoelde periode niet heeft aangetoond dat ze voldoet aan alle voorwaarden van artikel 11 van het decreet van 13 december 2023, trekt de Minister de erkenning ambtshalve in.
§ 2. Wanneer een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling niet langer voldoet aan één of meerdere van de voorwaarden vermeld in artikel 11 van het decreet van 13 december 2023, brengt de administratie per aangetekende brief de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling en de Minister op de hoogte.
De gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling kan op verzoek toegang krijgen tot haar dossier.
De administratie geeft de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling minstens een maand de tijd om haar standpunt te presenteren.
§ 3. De Minister neemt een beslissing binnen drie maanden na de kennisgeving dat niet langer wordt voldaan aan een of meerdere van de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden.
De administratie brengt de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op de hoogte van de beslissing van de Minister.
De administratie zal ook een kopie van deze beslissing sturen naar Forem en de vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt.
§ 4. De in paragraaf 1 bedoelde opschorting van de erkenning geldt voor een door de Minister vastgestelde regularisatieperiode van ten hoogste zes maanden.
Tijdens de periode bedoeld in het eerste lid moet de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling voldoen aan de voorwaarden bepaald in artikel 11 van het decreet van 13 december 2023 en het bewijs hiervan bezorgen aan de administratie.
Indien de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op het einde van de in paragraaf 1 bedoelde periode niet heeft aangetoond dat ze voldoet aan alle voorwaarden van artikel 11 van het decreet van 13 december 2023, trekt de Minister de erkenning ambtshalve in.
Art. 5. § 1er. Le ministre peut suspendre l'agrément d'une mission régionale pour l'emploi qui ne satisfait plus aux conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023.
§ 2. Lorsqu'une mission régionale pour l'emploi ne remplit plus une ou plusieurs des conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023, l'administration en informe la mission régionale pour l'emploi par courrier recommandé ainsi que le ministre.
La mission régionale pour l'emploi a accès, sur simple demande, à son dossier.
L'administration accorde un délai d'au moins un mois à la mission régionale pour l'emploi pour faire valoir son point de vue.
§ 3. Le ministre prend sa décision dans un délai de trois mois à dater de l'information qu'une ou plusieurs conditions ne sont plus remplies visée au paragraphe 2.
L'administration notifie la décision du ministre à la mission régionale pour l'emploi concernée.
L'administration communique également une copie de cette décision au Forem et à l'association représentative des missions régionales pour l'emploi.
§ 4. La suspension d'agrément visée au paragraphe 1er représente un délai de régularisation déterminé le ministre, sans excéder une durée de six mois.
Pendant le délai visé à l'aliéna 1er, la mission régionale pour l'emploi se met en conformité avec les conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023 et en apporte la preuve auprès de l'administration.
Si, à l'issue du délai visé à l'alinéa 1er, la mission régionale pour l'emploi n'apporte pas la preuve qu'elle satisfait à l'ensemble des conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023, le ministre retire d'office l'agrément.
§ 2. Lorsqu'une mission régionale pour l'emploi ne remplit plus une ou plusieurs des conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023, l'administration en informe la mission régionale pour l'emploi par courrier recommandé ainsi que le ministre.
La mission régionale pour l'emploi a accès, sur simple demande, à son dossier.
L'administration accorde un délai d'au moins un mois à la mission régionale pour l'emploi pour faire valoir son point de vue.
§ 3. Le ministre prend sa décision dans un délai de trois mois à dater de l'information qu'une ou plusieurs conditions ne sont plus remplies visée au paragraphe 2.
L'administration notifie la décision du ministre à la mission régionale pour l'emploi concernée.
L'administration communique également une copie de cette décision au Forem et à l'association représentative des missions régionales pour l'emploi.
§ 4. La suspension d'agrément visée au paragraphe 1er représente un délai de régularisation déterminé le ministre, sans excéder une durée de six mois.
Pendant le délai visé à l'aliéna 1er, la mission régionale pour l'emploi se met en conformité avec les conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023 et en apporte la preuve auprès de l'administration.
Si, à l'issue du délai visé à l'alinéa 1er, la mission régionale pour l'emploi n'apporte pas la preuve qu'elle satisfait à l'ensemble des conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023, le ministre retire d'office l'agrément.
Art. 6. § 1. De Minister kan de erkenning van een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling die niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 11 van het decreet van 13 december 2023 onmiddellijk intrekken wanneer de tekortkoming van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling zo ernstig is dat haar goede trouw ernstig in vraag kan worden gesteld.
§ 2. Wanneer een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling niet langer voldoet aan één of meerdere van de voorwaarden vermeld in artikel 11 van het decreet van 13 december 2023, brengt de administratie per aangetekende brief de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling en de Minister op de hoogte.
De gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling kan op verzoek toegang krijgen tot haar dossier.
De administratie geeft de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling minstens een maand de tijd om haar standpunt te presenteren.
§ 3. De Minister neemt een beslissing binnen drie maanden na de kennisgeving dat niet langer wordt voldaan aan een of meerdere van de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden.
De administratie brengt de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op de hoogte van de beslissing van de Minister.
De administratie zal ook een kopie van deze beslissing sturen naar Forem en de vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt.
§ 2. Wanneer een gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling niet langer voldoet aan één of meerdere van de voorwaarden vermeld in artikel 11 van het decreet van 13 december 2023, brengt de administratie per aangetekende brief de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling en de Minister op de hoogte.
De gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling kan op verzoek toegang krijgen tot haar dossier.
De administratie geeft de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling minstens een maand de tijd om haar standpunt te presenteren.
§ 3. De Minister neemt een beslissing binnen drie maanden na de kennisgeving dat niet langer wordt voldaan aan een of meerdere van de in paragraaf 2 bedoelde voorwaarden.
De administratie brengt de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op de hoogte van de beslissing van de Minister.
De administratie zal ook een kopie van deze beslissing sturen naar Forem en de vereniging die de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling vertegenwoordigt.
Art. 6. § 1er. Le ministre peut procéder au retrait immédiat de l'agrément d'une mission régionale pour l'emploi qui ne satisfait plus aux conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023 lorsque le manquement de la mission régionale pour l'emploi est à ce point caractérisé que sa bonne foi peut être sérieusement mise en doute.
§ 2. Lorsqu'une mission régionale pour l'emploi ne remplit plus une ou plusieurs des conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023, l'administration en informe la mission régionale pour l'emploi par courrier recommandé ainsi que le ministre.
La mission régionale pour l'emploi a accès, sur simple demande, à son dossier.
L'administration accorde un délai d'au moins un mois à la mission régionale pour l'emploi pour faire valoir son point de vue.
§ 3. Le ministre prend sa décision dans un délai de trois mois à dater de l'information qu'une ou plusieurs conditions ne sont plus remplies visée au paragraphe 2.
L'administration notifie la décision du ministre à la mission régionale pour l'emploi concernée.
L'administration communique également une copie de cette décision au Forem et à l'association représentative des missions régionales pour l'emploi.
§ 2. Lorsqu'une mission régionale pour l'emploi ne remplit plus une ou plusieurs des conditions prévues à l'article 11 du décret du 13 décembre 2023, l'administration en informe la mission régionale pour l'emploi par courrier recommandé ainsi que le ministre.
La mission régionale pour l'emploi a accès, sur simple demande, à son dossier.
L'administration accorde un délai d'au moins un mois à la mission régionale pour l'emploi pour faire valoir son point de vue.
§ 3. Le ministre prend sa décision dans un délai de trois mois à dater de l'information qu'une ou plusieurs conditions ne sont plus remplies visée au paragraphe 2.
L'administration notifie la décision du ministre à la mission régionale pour l'emploi concernée.
L'administration communique également une copie de cette décision au Forem et à l'association représentative des missions régionales pour l'emploi.
Art. 7. § 1. De gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling stelt een activiteitenverslag op en dient dit in bij de administratie.
Elk jaar dient de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling het jaarlijks activiteitenverslag over het voorbije kalenderjaar in tegen 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop het verslag betrekking heeft. Het model van het verslag wordt bepaald door de administratie. Het verslag beschrijft de belangrijkste hoogtepunten van het jaar in termen van methodologie, specifieke uitgevoerde projecten en ondervonden moeilijkheden, en legt waar nodig uit waarom de steun- en inschakelingsdoelstellingen niet werden bereikt.
§ 2. Het activiteitenverslag bevat tenminste:
1° het aantal begeleide begunstigden;
2° het aantal begunstigden die de in artikel 3, § 3, van het decreet van 13 december 2023 bedoelde afwijking hebben genoten;
3° het aantal begunstigden, met vermelding of zij al dan niet voldoen aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 7°, van het decreet van 13 december 2023, die :
a) door Forem zijn doorverwezen;
b) door het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) zijn doorverwezen;
4° het aantal begunstigden betrokken bij een dienstverlening georganiseerd door een derde, met vermelding van het soort dienstverlening;
5° het aantal begunstigden die de volgende arbeidsovereenkomsten hebben ondertekend:
a) een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van ten minste één jaar;
b) een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, met uitzondering van vervangingscontracten;
6° het aantal begunstigden tewerkgesteld in een beroep dat voorkomt op de lijst van beroepen met een tekort of een kritische functie opgesteld door Forem;
7° het aantal begunstigden dat gedurende ten minste zes opeenvolgende maanden bij dezelfde werkgever is tewerkgesteld;
8° het totale aantal begeleide begunstigden en het inschakelingspercentage van de begunstigden in de zin van artikel 1, tweede lid, van het decreet van 13 december 2023;
9° het aantal begeleide begunstigden die voldoen aan ten minste drie van de criteria bedoeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 13 december 2023;
10° het aantal begunstigden die een tweede begeleiding genieten tijdens dezelfde begeleidingsperiode;
11° het aantal begunstigden die een tweede inschakeling genieten tijdens dezelfde begeleidingsperiode.
Elk jaar dient de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling het jaarlijks activiteitenverslag over het voorbije kalenderjaar in tegen 30 april van het jaar dat volgt op het jaar waarop het verslag betrekking heeft. Het model van het verslag wordt bepaald door de administratie. Het verslag beschrijft de belangrijkste hoogtepunten van het jaar in termen van methodologie, specifieke uitgevoerde projecten en ondervonden moeilijkheden, en legt waar nodig uit waarom de steun- en inschakelingsdoelstellingen niet werden bereikt.
§ 2. Het activiteitenverslag bevat tenminste:
1° het aantal begeleide begunstigden;
2° het aantal begunstigden die de in artikel 3, § 3, van het decreet van 13 december 2023 bedoelde afwijking hebben genoten;
3° het aantal begunstigden, met vermelding of zij al dan niet voldoen aan een van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1, 1° tot 7°, van het decreet van 13 december 2023, die :
a) door Forem zijn doorverwezen;
b) door het "Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles" (Waals agentschap voor gezondheid, sociale bescherming, handicap en gezinnen) zijn doorverwezen;
4° het aantal begunstigden betrokken bij een dienstverlening georganiseerd door een derde, met vermelding van het soort dienstverlening;
5° het aantal begunstigden die de volgende arbeidsovereenkomsten hebben ondertekend:
a) een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd van ten minste één jaar;
b) een arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur, met uitzondering van vervangingscontracten;
6° het aantal begunstigden tewerkgesteld in een beroep dat voorkomt op de lijst van beroepen met een tekort of een kritische functie opgesteld door Forem;
7° het aantal begunstigden dat gedurende ten minste zes opeenvolgende maanden bij dezelfde werkgever is tewerkgesteld;
8° het totale aantal begeleide begunstigden en het inschakelingspercentage van de begunstigden in de zin van artikel 1, tweede lid, van het decreet van 13 december 2023;
9° het aantal begeleide begunstigden die voldoen aan ten minste drie van de criteria bedoeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 13 december 2023;
10° het aantal begunstigden die een tweede begeleiding genieten tijdens dezelfde begeleidingsperiode;
11° het aantal begunstigden die een tweede inschakeling genieten tijdens dezelfde begeleidingsperiode.
Art. 7. § 1er. La mission régionale pour l'emploi élabore un rapport d'activités qu'elle remet à l'administration.
La mission régionale pour l'emploi remet chaque année le rapport d'activités annuel, dont le modèle est arrêté par l'administration, qui porte sur l'année civile écoulée, pour le 30 avril au plus tard de l'année suivant celle sur laquelle porte le rapport. Le rapport présente les principaux éléments marquants de l'année, en termes de méthodologie, de projets particuliers menés, de difficultés rencontrées, et explique, le cas échéant, pourquoi les objectifs d'accompagnement et d'insertion n'ont pas été atteints.
§ 2. Le rapport d'activité énumère au moins :
1° le nombre de bénéficiaires accompagnés ;
2° le nombre de bénéficiaires qui ont bénéficié de la dérogation visée à l'article 3, § 3, du décret du 13 décembre 2023 ;
3° le nombre de bénéficiaires, en précisant s'ils remplissent ou non une des conditions visées à l'article 3, § 1er, 1° à 7°, du décret du 13 décembre 2023, qui ont été :
a) adressés par le Forem ;
b) orientés par l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles ;
4° le nombre de bénéficiaires concernés par une prestation organisée par un tiers tout en précisant le type de prestation ;
5° le nombre de bénéficiaires qui ont conclu un contrat de travail :
a) à durée déterminée d'au moins un an ;
b) à durée indéterminée, à l'exception des contrats de remplacement ;
6° le nombre de bénéficiaires occupés dans un métier qui figurent sur la liste des métiers en pénurie ou une fonction critique établies par le Forem ;
7° le nombre de bénéficiaires occupés au moins six mois consécutifs par le même employeur ;
8° le nombre total de bénéficiaires accompagnés et le taux d'insertion des bénéficiaires au sens de l'article 1er, alinéa 2, du décret du 13 décembre 2023 ;
9° le nombre de bénéficiaires accompagnés qui cumulent au moins trois des critères visés à l'article 3, § 1er, du décret du 13 décembre 2023 ;
10° le nombre de bénéficiaires qui bénéficient d'un deuxième accompagnement au cours de la même période d'accompagnement ;
11° le nombre de bénéficiaires qui bénéficient d'une deuxième insertion au cours de la même période d'accompagnement.
La mission régionale pour l'emploi remet chaque année le rapport d'activités annuel, dont le modèle est arrêté par l'administration, qui porte sur l'année civile écoulée, pour le 30 avril au plus tard de l'année suivant celle sur laquelle porte le rapport. Le rapport présente les principaux éléments marquants de l'année, en termes de méthodologie, de projets particuliers menés, de difficultés rencontrées, et explique, le cas échéant, pourquoi les objectifs d'accompagnement et d'insertion n'ont pas été atteints.
§ 2. Le rapport d'activité énumère au moins :
1° le nombre de bénéficiaires accompagnés ;
2° le nombre de bénéficiaires qui ont bénéficié de la dérogation visée à l'article 3, § 3, du décret du 13 décembre 2023 ;
3° le nombre de bénéficiaires, en précisant s'ils remplissent ou non une des conditions visées à l'article 3, § 1er, 1° à 7°, du décret du 13 décembre 2023, qui ont été :
a) adressés par le Forem ;
b) orientés par l'Agence wallonne de la santé, de la protection sociale, du handicap et des familles ;
4° le nombre de bénéficiaires concernés par une prestation organisée par un tiers tout en précisant le type de prestation ;
5° le nombre de bénéficiaires qui ont conclu un contrat de travail :
a) à durée déterminée d'au moins un an ;
b) à durée indéterminée, à l'exception des contrats de remplacement ;
6° le nombre de bénéficiaires occupés dans un métier qui figurent sur la liste des métiers en pénurie ou une fonction critique établies par le Forem ;
7° le nombre de bénéficiaires occupés au moins six mois consécutifs par le même employeur ;
8° le nombre total de bénéficiaires accompagnés et le taux d'insertion des bénéficiaires au sens de l'article 1er, alinéa 2, du décret du 13 décembre 2023 ;
9° le nombre de bénéficiaires accompagnés qui cumulent au moins trois des critères visés à l'article 3, § 1er, du décret du 13 décembre 2023 ;
10° le nombre de bénéficiaires qui bénéficient d'un deuxième accompagnement au cours de la même période d'accompagnement ;
11° le nombre de bénéficiaires qui bénéficient d'une deuxième insertion au cours de la même période d'accompagnement.
Art. 8. § 1. Het maximale subsidiebedrag waarop de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling gedurende een jaar recht heeft, wordt berekend aan de hand van de volgende formule:
a x b/c
Waarbij:
a = het budget dat voor het kalenderjaar beschikbaar is voor alle gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
b = het totale aantal werkzoekenden die langer dan vierentwintig maanden werkloos zijn en werkzoekenden die niet in het bezit zijn van een diploma van hoger secundair onderwijs of een gelijkwaardige kwalificatie, geteld op het grondgebied van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling, om de vijf jaar, in september van het voorgaande jaar;
b = het totale aantal werkzoekenden die langer dan vierentwintig maanden werkloos zijn en werkzoekenden die niet in het bezit zijn van een diploma van hoger secundair onderwijs of een gelijkwaardige kwalificatie, geteld op het grondgebied van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling, om de vijf jaar, in september van het voorgaande jaar.
§ 2. [1 Het bedrag dat beschikbaar is voor het geheel van de gewestelijke zendingen wordt jaarlijks in januari geïndexeerd door het te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (afgevlakte gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het vorige jaar, verdeeld door het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (afgevlakte gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het jaar voorafgaand aan het voorgaande jaar. Het bedrag dat uit deze indexeringsberekening voortvloeit, wordt vervolgens naar de hogere eenheid afgerond.
Het beschikbare budget voor alle gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling in 2026 volgt dit indexeringsmechanisme en wordt verhoogd met een bedrag van 1.000.000 euro]1.
§ 3. De administratie betaalt het vaste gedeelte van de subsidie als voorschot, gelijk aan zeventig procent van het overeenkomstig paragraaf 1 vastgestelde bedrag, uiterlijk op 31 maart van elk jaar.
a x b/c
Waarbij:
a = het budget dat voor het kalenderjaar beschikbaar is voor alle gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
b = het totale aantal werkzoekenden die langer dan vierentwintig maanden werkloos zijn en werkzoekenden die niet in het bezit zijn van een diploma van hoger secundair onderwijs of een gelijkwaardige kwalificatie, geteld op het grondgebied van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling, om de vijf jaar, in september van het voorgaande jaar;
b = het totale aantal werkzoekenden die langer dan vierentwintig maanden werkloos zijn en werkzoekenden die niet in het bezit zijn van een diploma van hoger secundair onderwijs of een gelijkwaardige kwalificatie, geteld op het grondgebied van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling, om de vijf jaar, in september van het voorgaande jaar.
§ 2. [1 Het bedrag dat beschikbaar is voor het geheel van de gewestelijke zendingen wordt jaarlijks in januari geïndexeerd door het te vermenigvuldigen met het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (afgevlakte gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het vorige jaar, verdeeld door het gemiddelde van de indexcijfers van de consumptieprijzen (afgevlakte gezondheidsindex) van de maanden september en oktober van het jaar voorafgaand aan het voorgaande jaar. Het bedrag dat uit deze indexeringsberekening voortvloeit, wordt vervolgens naar de hogere eenheid afgerond.
Het beschikbare budget voor alle gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling in 2026 volgt dit indexeringsmechanisme en wordt verhoogd met een bedrag van 1.000.000 euro]1.
§ 3. De administratie betaalt het vaste gedeelte van de subsidie als voorschot, gelijk aan zeventig procent van het overeenkomstig paragraaf 1 vastgestelde bedrag, uiterlijk op 31 maart van elk jaar.
Art. 8. § 1er. Le montant maximum de subvention auquel a droit la mission régionale pour l'emploi pour une année est calculé sur la base de la formule suivante :
a x b/c :
Dans laquelle :
a = le budget disponible pour l'année civile pour l'ensemble des missions régionales pour l'emploi ;
b = le nombre total de chercheurs d'emploi inoccupés depuis plus de vingt-quatre mois et de chercheurs d'emploi qui ne disposent ni du certificat de l'enseignement secondaire supérieur, ni d'un titre équivalent, comptabilisés sur le territoire de la mission régionale pour l'emploi, une fois tous les cinq ans, en septembre de l'année précédente ;
c = le nombre total de chercheurs d'emploi inoccupés depuis plus de vingt-quatre mois et de chercheurs d'emploi qui ne disposent ni du certificat de l'enseignement secondaire supérieur, ni d'un titre équivalent, comptabilisés dans la région de langue française, une fois tous les cinq ans, en septembre de l'année précédente.
§ 2. [1 Le budget disponible pour l'ensemble des missions régionales est indexé en janvier de chaque année, en le multipliant par la moyenne des chiffres de l'indice des prix à la consommation, indice santé lissé, des mois de septembre et octobre de l'année précédente, divisée par la moyenne des chiffres de l'index des prix à la consommation, indice santé lissé, des mois de septembre et octobre de l'année antérieure à l'année précédente. Le montant résultant de ce calcul d'indexation est ensuite arrondi à l'unité supérieure.
Le budget disponible pour l'ensemble des missions régionales pour l'emploi en 2026 suit ce mécanisme d'indexation, et est majoré d'un montant d'1.000.000 d'euros.]1
§ 3. L'administration liquide la part fixe de la subvention au titre d'avance, égale à septante pour cent du montant déterminé en vertu du paragraphe 1er, au plus tard le 31 mars de chaque année.
a x b/c :
Dans laquelle :
a = le budget disponible pour l'année civile pour l'ensemble des missions régionales pour l'emploi ;
b = le nombre total de chercheurs d'emploi inoccupés depuis plus de vingt-quatre mois et de chercheurs d'emploi qui ne disposent ni du certificat de l'enseignement secondaire supérieur, ni d'un titre équivalent, comptabilisés sur le territoire de la mission régionale pour l'emploi, une fois tous les cinq ans, en septembre de l'année précédente ;
c = le nombre total de chercheurs d'emploi inoccupés depuis plus de vingt-quatre mois et de chercheurs d'emploi qui ne disposent ni du certificat de l'enseignement secondaire supérieur, ni d'un titre équivalent, comptabilisés dans la région de langue française, une fois tous les cinq ans, en septembre de l'année précédente.
§ 2. [1 Le budget disponible pour l'ensemble des missions régionales est indexé en janvier de chaque année, en le multipliant par la moyenne des chiffres de l'indice des prix à la consommation, indice santé lissé, des mois de septembre et octobre de l'année précédente, divisée par la moyenne des chiffres de l'index des prix à la consommation, indice santé lissé, des mois de septembre et octobre de l'année antérieure à l'année précédente. Le montant résultant de ce calcul d'indexation est ensuite arrondi à l'unité supérieure.
Le budget disponible pour l'ensemble des missions régionales pour l'emploi en 2026 suit ce mécanisme d'indexation, et est majoré d'un montant d'1.000.000 d'euros.]1
§ 3. L'administration liquide la part fixe de la subvention au titre d'avance, égale à septante pour cent du montant déterminé en vertu du paragraphe 1er, au plus tard le 31 mars de chaque année.
Wijzigingen
Art. 9. § 1. Om haar doelstellingen te bereiken en recht te hebben op het volledige variabele gedeelte van de subsidie, moet de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling tijdens de laatste drie jaar :
1° één begunstigde per aandeel in de doelstelling begeleiden;
2° de helft van de daadwerkelijk begeleide begunstigden, van wie de begeleiding wordt stopgezet, inschakelen binnen de twee jaar die voorzien zijn voor de begeleidingsfasen.
Het bedrag van het aandeel in de doelstelling wordt voor elke gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling bepaald door de bedragen van de subsidies die zijn toegekend voor het uitvoeren van haar opdracht bij elkaar op te tellen en deze som vervolgens te delen door het aantal begeleide begunstigden. De in aanmerking genomen subsidies zijn die welke zijn toegekend krachtens :
1° het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
2° het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling ("APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften;
3° het drieledig intersectoraal kaderakkoord in de Waalse niet-commerciële sector.
De in lid 2 beschreven verrichting wordt voor het eerst uitgevoerd op basis van de cijfers voor 2022. Het resultaat wordt om de vijf jaar geëvalueerd op basis van een objectieve analyse van de kosten van de begeleiding in de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling, gevoegd bij het verslag bedoeld in artikel 24 van het decreet van 13 december 2023. De eerste herziening vindt plaats in 2029.
In afwijking hiervan wordt het aandeel in de doelstelling voor een nieuw erkende zending voor arbeidsbemiddeling vastgesteld op 4.750 euro. Dit bedrag wordt in januari van elk jaar, zoals bij elke begrotingsaanpassing, aangepast volgens de in artikel 8, § 1 bedoelde formule. Na drie jaar erkenning wordt de in lid 2 beschreven verrichting uitgevoerd tijdens de in lid 3 bedoelde herziening.
Gedurende de periode bedoeld in artikel 28 van het decreet van 13 december 2023 mag het aandeel in de doelstelling van de erkende gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op 31 december 2023 niet lager zijn dan die, bedoeld in het vierde lid.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 wordt een begeleiding 1,2 keer geteld wanneer de begunstigde voldoet aan ten minste drie van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 13 december 2023.
Voor de toepassing van paragraaf 1wordt een inschakeling 1,2 keer geteld voor elk van de volgende kwalitatieve criteria:
1° de begunstigde is gedurende ten minste zes maanden tewerkgesteld bij dezelfde werkgever in een betrekking die overeenstemt met ten minste de helft van de normale arbeidsduur in de onderneming of, bij ontstentenis daarvan, in haar activiteitssector;
2° de begunstigde heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd gesloten voor ten minste één jaar tijdens de begeleidingsperiode, in een arbeidsverhouding die overeenkomt met ten minste de helft van de normale arbeidsduur in de onderneming of, bij ontstentenis daarvan, in zijn vakgebied;
3° de begunstigde is tewerkgesteld in een beroep dat voorkomt op de lijst van beroepen met een tekort of een kritische functie opgesteld door Forem.
Voor de toepassing van lid 2, 2°, wordt een statutaire betrekking beschouwd als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vervangingsovereenkomst als een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Voor de toepassing van paragraaf 1wordt, wanneer een begunstigde tweemaal wordt begeleid of geïntegreerd tijdens de periode bedoeld in artikel 6, § 2, van het decreet van 13 december 2023, de tweede begeleiding of inschakeling nul komma acht geteld. Extra begeleidingen en inschakelingen worden niet meegeteld.
§ 3. Indien niet aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, wordt het basisbedrag van het variabele gedeelte van de subsidie bij de betaling van het saldo van de subsidie voor het derde jaar verlaagd volgens de onderstaande berekening:
a x ( (b/c + d/e)/2) :
Waarbij:
a = dertig procent van het bedrag vastgesteld voor drie opeenvolgende boekjaren overeenkomstig artikel 8, § 1;
b = het aantal begunstigden dat tijdens deze drie boekjaren werd begeleid, beperkt tot het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 1°, moest begeleiden;
c = het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1,lid 1, 1° voor deze drie begrotingsjaren moest begeleiden;
d = het aantal begunstigden dat tijdens deze drie boekjaren werd begeleid, beperkt tot het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 2°, moest inschakelen;
e = het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 2° voor deze drie begrotingsjaren moest inschakelen.
§ 4. De administratie betaalt het variabele gedeelte berekend overeenkomstig paragraaf 3.
1° één begunstigde per aandeel in de doelstelling begeleiden;
2° de helft van de daadwerkelijk begeleide begunstigden, van wie de begeleiding wordt stopgezet, inschakelen binnen de twee jaar die voorzien zijn voor de begeleidingsfasen.
Het bedrag van het aandeel in de doelstelling wordt voor elke gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling bepaald door de bedragen van de subsidies die zijn toegekend voor het uitvoeren van haar opdracht bij elkaar op te tellen en deze som vervolgens te delen door het aantal begeleide begunstigden. De in aanmerking genomen subsidies zijn die welke zijn toegekend krachtens :
1° het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;
2° het decreet van 10 juni 2021 betreffende het standvastig maken van de in het kader van de regeling voor de steun ter bevordering van de tewerkstelling ("APE") gecreëerde jobs en de creatie van jobs die beantwoorden aan prioritaire maatschappelijke behoeften;
3° het drieledig intersectoraal kaderakkoord in de Waalse niet-commerciële sector.
De in lid 2 beschreven verrichting wordt voor het eerst uitgevoerd op basis van de cijfers voor 2022. Het resultaat wordt om de vijf jaar geëvalueerd op basis van een objectieve analyse van de kosten van de begeleiding in de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling, gevoegd bij het verslag bedoeld in artikel 24 van het decreet van 13 december 2023. De eerste herziening vindt plaats in 2029.
In afwijking hiervan wordt het aandeel in de doelstelling voor een nieuw erkende zending voor arbeidsbemiddeling vastgesteld op 4.750 euro. Dit bedrag wordt in januari van elk jaar, zoals bij elke begrotingsaanpassing, aangepast volgens de in artikel 8, § 1 bedoelde formule. Na drie jaar erkenning wordt de in lid 2 beschreven verrichting uitgevoerd tijdens de in lid 3 bedoelde herziening.
Gedurende de periode bedoeld in artikel 28 van het decreet van 13 december 2023 mag het aandeel in de doelstelling van de erkende gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling op 31 december 2023 niet lager zijn dan die, bedoeld in het vierde lid.
§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 wordt een begeleiding 1,2 keer geteld wanneer de begunstigde voldoet aan ten minste drie van de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 1, van het decreet van 13 december 2023.
Voor de toepassing van paragraaf 1wordt een inschakeling 1,2 keer geteld voor elk van de volgende kwalitatieve criteria:
1° de begunstigde is gedurende ten minste zes maanden tewerkgesteld bij dezelfde werkgever in een betrekking die overeenstemt met ten minste de helft van de normale arbeidsduur in de onderneming of, bij ontstentenis daarvan, in haar activiteitssector;
2° de begunstigde heeft een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd gesloten voor ten minste één jaar tijdens de begeleidingsperiode, in een arbeidsverhouding die overeenkomt met ten minste de helft van de normale arbeidsduur in de onderneming of, bij ontstentenis daarvan, in zijn vakgebied;
3° de begunstigde is tewerkgesteld in een beroep dat voorkomt op de lijst van beroepen met een tekort of een kritische functie opgesteld door Forem.
Voor de toepassing van lid 2, 2°, wordt een statutaire betrekking beschouwd als een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd en een vervangingsovereenkomst als een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd.
Voor de toepassing van paragraaf 1wordt, wanneer een begunstigde tweemaal wordt begeleid of geïntegreerd tijdens de periode bedoeld in artikel 6, § 2, van het decreet van 13 december 2023, de tweede begeleiding of inschakeling nul komma acht geteld. Extra begeleidingen en inschakelingen worden niet meegeteld.
§ 3. Indien niet aan de in paragraaf 1 bedoelde voorwaarden wordt voldaan, wordt het basisbedrag van het variabele gedeelte van de subsidie bij de betaling van het saldo van de subsidie voor het derde jaar verlaagd volgens de onderstaande berekening:
a x ( (b/c + d/e)/2) :
Waarbij:
a = dertig procent van het bedrag vastgesteld voor drie opeenvolgende boekjaren overeenkomstig artikel 8, § 1;
b = het aantal begunstigden dat tijdens deze drie boekjaren werd begeleid, beperkt tot het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 1°, moest begeleiden;
c = het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1,lid 1, 1° voor deze drie begrotingsjaren moest begeleiden;
d = het aantal begunstigden dat tijdens deze drie boekjaren werd begeleid, beperkt tot het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 2°, moest inschakelen;
e = het minimumaantal begunstigden dat de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling overeenkomstig paragraaf 1, lid 1, 2° voor deze drie begrotingsjaren moest inschakelen.
§ 4. De administratie betaalt het variabele gedeelte berekend overeenkomstig paragraaf 3.
Art. 9. § 1er. Pour atteindre ses objectifs et avoir droit à la totalité de la part variable de la subvention, la mission régionale pour l'emploi doit, au cours des trois dernières années :
1° accompagner un bénéficiaire par tranche d'objectif ;
2° insérer la moitié des bénéficiaires effectivement accompagnés, dont l'accompagnement est clôturé, endéans les deux années prévues pour les phases d'accompagnement.
Le montant de la tranche d'objectif est déterminé pour chaque mission régionale pour l'emploi en additionnant les montants de subventions octroyés pour l'exercice de sa mission, puis en divisant cette somme par le nombre de bénéficiaires accompagnés. Les subventions prises en compte sont celles octroyés en vertu :
1° du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi ;
2° du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins prioritaires ;
3° de l'accord-cadre tripartite intersectoriel du secteur non-marchand wallon.
L'opération décrite à l'alinéa 2 est effectuée la première fois sur base des chiffres de l'année 2022. Le résultat est révisé tous les cinq ans, sur base d'une analyse objectivée des couts d'accompagnement dans les missions régionales pour l'emploi, annexée au rapport visé à l'article 24 du décret du 13 décembre 2023. La première révision a lieu en 2029.
Par dérogation, la tranche d'objectif pour une mission régionale pour l'emploi nouvellement agréée est fixée à 4.750 euros. Ce montant est indexé chaque année en janvier, ainsi qu'à chaque ajustement budgétaire, selon la formule visée à l'article 8, § 1er. Après trois années d'agrément, l'opération décrite à l'alinéa 2 est effectuée lors de la révision mentionnée à l'alinéa 3.
Pendant la période visée à l'article 28 du décret du 13 décembre 2023, la tranche d'objectif de la mission régionale agréée au 31 décembre 2023 ne peut pas être inférieur à celle visée à l'alinéa 4.
§ 2. Pour l'application du paragraphe 1er, un accompagnement est compté une virgule deux fois lorsque le bénéficiaire remplit au moins trois des conditions visées à l'article 3, § 1er, du décret du 13 décembre 2023.
Pour l'application du paragraphe 1er, une insertion est comptée une virgule deux fois pour chacun des critères qualitatifs suivants :
1° le bénéficiaire est occupé au moins six mois par le même employeur dans un régime de travail qui correspond à au moins un mi-temps de la durée normale de travail au sein de l'entreprise ou, à défaut, de son secteur d'activité ;
2° le bénéficiaire a conclu, pendant la période d'accompagnement, un contrat de travail à durée indéterminée ou à durée déterminée d'au moins un an dans un régime de travail qui correspond à au moins un mi-temps de la durée normale de travail au sein de l'entreprise ou, à défaut, de son secteur d'activité ;
3° le bénéficiaire est occupé dans un métier qui figure sur la liste des métiers en pénurie ou une fonction critique établie par le Forem.
Pour l'application de l'alinéa 2, 2°, une relation statutaire est assimilée à un contrat de travail à durée indéterminée et un contrat de remplacement est assimilé à un contrat de travail à durée déterminée.
Pour l'application du paragraphe 1er, lorsqu'un bénéficiaire est accompagné ou inséré deux fois au cours de la période visée à l'article 6, § 2, du décret du 13 décembre 2023, le deuxième accompagnement ou la deuxième insertion est compté zéro virgule huit fois. Les accompagnements et insertions supplémentaires ne sont pas comptés.
§ 3. Si les conditions visées au paragraphe 1er ne sont pas remplies, le montant de base de la part variable de la subvention est réduit à l'occasion du versement du solde de la subvention de la troisième année, selon le calcul suivant :
a x ( (b/c + d/e)/2) :
Dans laquelle :
a = trente pour cent du montant déterminé pour trois exercices consécutifs, en vertu de l'article 8, § 1er ;
b = le nombre de bénéficiaires accompagnés au cours de ces trois exercices, plafonné au nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi avait pour obligation d'accompagner en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ;
c = le nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi était tenue d'accompagner pour ces trois exercices, en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ;
d = le nombre de bénéficiaires insérés dans l'emploi au cours de ces trois exercices, plafonné au nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi était tenue d'insérer en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° ;
e = le nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi était tenue d'insérer pour ces trois exercices en vertu du § 1er, aliéna 1er, 2°.
§ 4. L'Administration liquide la part variable calculée conformément au paragraphe 3.
1° accompagner un bénéficiaire par tranche d'objectif ;
2° insérer la moitié des bénéficiaires effectivement accompagnés, dont l'accompagnement est clôturé, endéans les deux années prévues pour les phases d'accompagnement.
Le montant de la tranche d'objectif est déterminé pour chaque mission régionale pour l'emploi en additionnant les montants de subventions octroyés pour l'exercice de sa mission, puis en divisant cette somme par le nombre de bénéficiaires accompagnés. Les subventions prises en compte sont celles octroyés en vertu :
1° du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi ;
2° du décret du 10 juin 2021 relatif à la pérennisation des emplois créés dans le cadre du dispositif des aides à la promotion de l'emploi (APE) et à la création d'emplois répondant à des besoins prioritaires ;
3° de l'accord-cadre tripartite intersectoriel du secteur non-marchand wallon.
L'opération décrite à l'alinéa 2 est effectuée la première fois sur base des chiffres de l'année 2022. Le résultat est révisé tous les cinq ans, sur base d'une analyse objectivée des couts d'accompagnement dans les missions régionales pour l'emploi, annexée au rapport visé à l'article 24 du décret du 13 décembre 2023. La première révision a lieu en 2029.
Par dérogation, la tranche d'objectif pour une mission régionale pour l'emploi nouvellement agréée est fixée à 4.750 euros. Ce montant est indexé chaque année en janvier, ainsi qu'à chaque ajustement budgétaire, selon la formule visée à l'article 8, § 1er. Après trois années d'agrément, l'opération décrite à l'alinéa 2 est effectuée lors de la révision mentionnée à l'alinéa 3.
Pendant la période visée à l'article 28 du décret du 13 décembre 2023, la tranche d'objectif de la mission régionale agréée au 31 décembre 2023 ne peut pas être inférieur à celle visée à l'alinéa 4.
§ 2. Pour l'application du paragraphe 1er, un accompagnement est compté une virgule deux fois lorsque le bénéficiaire remplit au moins trois des conditions visées à l'article 3, § 1er, du décret du 13 décembre 2023.
Pour l'application du paragraphe 1er, une insertion est comptée une virgule deux fois pour chacun des critères qualitatifs suivants :
1° le bénéficiaire est occupé au moins six mois par le même employeur dans un régime de travail qui correspond à au moins un mi-temps de la durée normale de travail au sein de l'entreprise ou, à défaut, de son secteur d'activité ;
2° le bénéficiaire a conclu, pendant la période d'accompagnement, un contrat de travail à durée indéterminée ou à durée déterminée d'au moins un an dans un régime de travail qui correspond à au moins un mi-temps de la durée normale de travail au sein de l'entreprise ou, à défaut, de son secteur d'activité ;
3° le bénéficiaire est occupé dans un métier qui figure sur la liste des métiers en pénurie ou une fonction critique établie par le Forem.
Pour l'application de l'alinéa 2, 2°, une relation statutaire est assimilée à un contrat de travail à durée indéterminée et un contrat de remplacement est assimilé à un contrat de travail à durée déterminée.
Pour l'application du paragraphe 1er, lorsqu'un bénéficiaire est accompagné ou inséré deux fois au cours de la période visée à l'article 6, § 2, du décret du 13 décembre 2023, le deuxième accompagnement ou la deuxième insertion est compté zéro virgule huit fois. Les accompagnements et insertions supplémentaires ne sont pas comptés.
§ 3. Si les conditions visées au paragraphe 1er ne sont pas remplies, le montant de base de la part variable de la subvention est réduit à l'occasion du versement du solde de la subvention de la troisième année, selon le calcul suivant :
a x ( (b/c + d/e)/2) :
Dans laquelle :
a = trente pour cent du montant déterminé pour trois exercices consécutifs, en vertu de l'article 8, § 1er ;
b = le nombre de bénéficiaires accompagnés au cours de ces trois exercices, plafonné au nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi avait pour obligation d'accompagner en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ;
c = le nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi était tenue d'accompagner pour ces trois exercices, en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, 1° ;
d = le nombre de bénéficiaires insérés dans l'emploi au cours de ces trois exercices, plafonné au nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi était tenue d'insérer en vertu du paragraphe 1er, alinéa 1er, 2° ;
e = le nombre minimum de bénéficiaires que la mission régionale pour l'emploi était tenue d'insérer pour ces trois exercices en vertu du § 1er, aliéna 1er, 2°.
§ 4. L'Administration liquide la part variable calculée conformément au paragraphe 3.
Art. 10. De administratie bewaart de gegevens bedoeld in artikel 20, § 1, eerste lid, van het decreet van 13 december 2023 in het dossier van de betrokken gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling.
Ze vernietigt deze zodra de betrokkene niet langer deel uitmaakt van het bestuursorgaan van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling
Ze vernietigt deze zodra de betrokkene niet langer deel uitmaakt van het bestuursorgaan van de gewestelijke zending voor arbeidsbemiddeling
Art. 10. L'administration conserve les données visées à l'article 20, § 1er, alinéa 1er, du décret du 13 décembre 2023 dans le dossier de la mission régionale pour l'emploi concernée.
Elle les détruit dès que la personne concernée ne fait plus partie de l'organe d'administration de la mission régionale pour l'emploi.
Elle les détruit dès que la personne concernée ne fait plus partie de l'organe d'administration de la mission régionale pour l'emploi.
Art. 11. In artikel 2/1 van het besluit van de Waalse regering van 29 april 2019 betreffende de in aanmerking komende uitgaven in het kader van subsidies toegekend op het gebied van Tewerkstelling en Beroepsopleiding, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 16 september 2021 en laatstelijk gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 14 september 2023, wordt het eerste lid, 1° vervangen door "1° het decreet van 13 december 2023 betreffende de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling;".
Art. 11. A l'article 2/1 de l'arrêté du Gouvernement wallon du 29 avril 2019 relatif aux dépenses éligibles dans le cadre de subventions octroyées dans le domaine de l'Emploi et de la Formation professionnelle, inséré par l'arrêté du Gouvernement wallon du 16 septembre 2021 et modifié en dernier lieu par l'arrêté du Gouvernement wallon du 14 septembre 2023, l'alinéa 1er, 1° est remplacé par " 1° du décret du 13 décembre 2023 relatif aux missions régionales pour l'emploi ; ".
Art. 12. Het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 maart 2004 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling wordt opgeheven.
Art. 12. L'arrêté du 27 mai 2009 portant exécution du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi est abrogé.
Art. 13. Het decreet van 27 mei 2009 tot uitvoering van het decreet van 11 maart 2004 de erkenning en de subsidiëring van de gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling blijft van kracht voor de controle en de berekening van het saldo van de subsidies die op 31 december 2023 zijn toegekend aan de op 31 december 2023 erkende gewestelijke zendingen voor arbeidsbemiddeling.
Art. 13. L'arrêté du 27 mai 2009 portant exécution du décret du 11 mars 2004 relatif à l'agrément et au subventionnement des missions régionales pour l'emploi continue à produire ses effets pour le contrôle et le calcul du solde des subventions octroyées au 31 décembre 2023 aux missions régionales pour l'emploi agréées au 31 décembre 2023.
Art. 14. De artikelen 8 en 9 hebben uitwerking op 1 september 2023.
Art. 14. Les articles 8 et 9 produisent leurs effets au 1er janvier 2024.
Art. 15. De Minister van Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 15. Le Ministre qui a l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.