Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
19 APRIL 2024. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 december 20 07 betreffende de periodieke mededelingsplicht van de milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen, het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën, het besluit van de Waalse Regering van 12 januari 20 06 betreffende de verificatie van de rapportage van de gespecificeerde broeikasgasemissies en het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Titre
19 AVRIL 2024. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif Ă la procĂ©dure et Ă diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et abrogeant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 13 dĂ©cembre 2007 relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux dĂ©chets dangereux, l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux huiles usagĂ©es, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 12 janvier 2006 relatif Ă la vĂ©rification des dĂ©clarations des Ă©missions de gaz Ă effet de serre spĂ©cifiĂ©s et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif Ă la procĂ©dure et aux diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Verplichting tot periodieke kennisgeving
CHAPITRE 1er. - L'obligation de notification périodique
Artikel 1. Richtlijn 20 10/75/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 november 20 10 inzake industriële emissies wordt gedeeltelijk omgezet bij dit besluit.
Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© transpose partiellement la directive 2010/75/UE du Parlement europĂ©en et du Conseil du 24 novembre 2010 relative aux Ă©missions industrielles.
Art. 2. De installaties en activiteiten waarvoor de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens geldt, zijn opgesomd in de bijlage bij dit besluit.
Art. 2. Les installations et activitĂ©s soumises Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales sont visĂ©es en annexe du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 3. De Minister van Leefmilieu stelt het formulier voor de periodieke kennisgeving van milieugegevens bedoeld in artikel 76ter, § 1er, van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, vast, onverminderd de artikelen 5, 6 en 7 van verordening 166/20 06 .
Dat formulier bevat de volgende informatie:
1° de volledige identificatie van de inrichting, alsook de gegevens die de milieuadministratie toelaten om contact op te nemen met de persoon die de inrichting wettelijk vertegenwoordigt in het kader van de periodieke kennisgeving van milieugegevens bedoeld in dit besluit;
2° de lijsten en beschrijvingen van de activiteiten en installaties van de inrichting;
3° de gegevens met betrekking tot de productievolumes, het jaarlijks aantal bedrijfsuren en het aantal voltijdse equivalenten tewerkgesteld in de inrichting ;
4° de lijst van de locaties en technische kenmerken van de punten waar verontreinigende stoffen in de inrichting in de lucht en in het water worden geloosd;
5° de soorten en hoeveelheden verontreinigende stoffen die in de lucht en in het water worden geloosd, vergezeld van bewijsstukken aan de hand waarvan deze gegevens door de Milieuadministratie kunnen worden gecontroleerd;
6° de volledige lijst van afvalstoffen die door de inrichting worden voortgebracht of verwerkt, alsook de informatie die nodig is om de totaliteit van deze afvalstromen te bepalen, van productie tot verwerking of nuttige toepassing;
7° de energie die in de inrichting wordt gebruikt of door de inrichting wordt geproduceerd;
8° een handtekening waarmee de aangever verklaart dat de gegevens op het formulier naar zijn weten juist zijn.
De informatie bedoeld in het tweede lid, 2°, maakt het mogelijk om de installaties of activiteiten en hun capaciteit te lokaliseren en te beschrijven.
Voor elke installatie en activiteit als bedoeld in artikel 1 bepaalt de Ministier van Leefmilieu welke onderdelen van het formulier moeten worden ingevuld.
Dat formulier bevat de volgende informatie:
1° de volledige identificatie van de inrichting, alsook de gegevens die de milieuadministratie toelaten om contact op te nemen met de persoon die de inrichting wettelijk vertegenwoordigt in het kader van de periodieke kennisgeving van milieugegevens bedoeld in dit besluit;
2° de lijsten en beschrijvingen van de activiteiten en installaties van de inrichting;
3° de gegevens met betrekking tot de productievolumes, het jaarlijks aantal bedrijfsuren en het aantal voltijdse equivalenten tewerkgesteld in de inrichting ;
4° de lijst van de locaties en technische kenmerken van de punten waar verontreinigende stoffen in de inrichting in de lucht en in het water worden geloosd;
5° de soorten en hoeveelheden verontreinigende stoffen die in de lucht en in het water worden geloosd, vergezeld van bewijsstukken aan de hand waarvan deze gegevens door de Milieuadministratie kunnen worden gecontroleerd;
6° de volledige lijst van afvalstoffen die door de inrichting worden voortgebracht of verwerkt, alsook de informatie die nodig is om de totaliteit van deze afvalstromen te bepalen, van productie tot verwerking of nuttige toepassing;
7° de energie die in de inrichting wordt gebruikt of door de inrichting wordt geproduceerd;
8° een handtekening waarmee de aangever verklaart dat de gegevens op het formulier naar zijn weten juist zijn.
De informatie bedoeld in het tweede lid, 2°, maakt het mogelijk om de installaties of activiteiten en hun capaciteit te lokaliseren en te beschrijven.
Voor elke installatie en activiteit als bedoeld in artikel 1 bepaalt de Ministier van Leefmilieu welke onderdelen van het formulier moeten worden ingevuld.
Art. 3. Le Ministre qui a l'environnement dans ses attributions arrĂȘte le formulaire de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales visĂ© Ă l'article 76ter, § 1er, du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, sans prĂ©judice des articles 5, 6 et 7 du rĂšglement n° 166/2006.
Ce formulaire comprend les informations suivantes :
1° l'identification complĂšte de l'Ă©tablissement, ainsi que les donnĂ©es permettant Ă l'administration de l'environnement de contacter la personne reprĂ©sentant lĂ©galement l'Ă©tablissement dans le cadre de la notification pĂ©riodique des donnĂ©es environnementales visĂ©e par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° les listes et descriptions des activités et installations de l'établissement ;
3° les données relatives aux volumes de production, au nombre annuel d'heures d'exploitation et au nombre d'équivalents temps plein employés dans l'établissement ;
4° la liste des emplacements et des caractéristiques techniques des points de rejets de polluants dans l'air et dans l'eau de l'établissement ;
5° les types et quantités de polluants rejetés dans l'air et dans l'eau, accompagnées de justificatifs permettant la vérification de ces données par l'Administration de l'environnement ;
6° la liste complÚte des déchets créés ou traités par l'établissement, ainsi que les informations nécessaires pour déterminer la globalité des flux de ces déchets, de la production jusqu'au traitement ou à la revalorisation ;
7° les énergies utilisées dans ou produites par l'établissement ;
8° une signature attestant l'exactitude, en l'état de connaissance du déclarant, des renseignements apportés dans le formulaire.
Les données renseignées visées à l'alinéa 2, 2°, permettent de situer et de décrire les installations ou activités ainsi que leurs capacités.
Le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions détermine, pour chaque installation et activité visée à l'article 1er, les volets du formulaire à compléter.
Ce formulaire comprend les informations suivantes :
1° l'identification complĂšte de l'Ă©tablissement, ainsi que les donnĂ©es permettant Ă l'administration de l'environnement de contacter la personne reprĂ©sentant lĂ©galement l'Ă©tablissement dans le cadre de la notification pĂ©riodique des donnĂ©es environnementales visĂ©e par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
2° les listes et descriptions des activités et installations de l'établissement ;
3° les données relatives aux volumes de production, au nombre annuel d'heures d'exploitation et au nombre d'équivalents temps plein employés dans l'établissement ;
4° la liste des emplacements et des caractéristiques techniques des points de rejets de polluants dans l'air et dans l'eau de l'établissement ;
5° les types et quantités de polluants rejetés dans l'air et dans l'eau, accompagnées de justificatifs permettant la vérification de ces données par l'Administration de l'environnement ;
6° la liste complÚte des déchets créés ou traités par l'établissement, ainsi que les informations nécessaires pour déterminer la globalité des flux de ces déchets, de la production jusqu'au traitement ou à la revalorisation ;
7° les énergies utilisées dans ou produites par l'établissement ;
8° une signature attestant l'exactitude, en l'état de connaissance du déclarant, des renseignements apportés dans le formulaire.
Les données renseignées visées à l'alinéa 2, 2°, permettent de situer et de décrire les installations ou activités ainsi que leurs capacités.
Le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions détermine, pour chaque installation et activité visée à l'article 1er, les volets du formulaire à compléter.
Art. 4. De Minister van Leefmilieu neemt in het formulier tevens een onderdeel op betreffende de milieu-economische gegevens van de inrichting, bedoeld in artikel 3 van Verordening (EU) nr. 691/20 11 inzake Europese milieu-economische rekeningen.
De gegevens in kwestie hebben betrekking op het voorlaatste jaar van het onderzoek.
Voor elke installatie en activiteit als bedoeld in artikel 1 bepaalt de Ministier van Leefmilieu welke onderdelen van het formulier moeten worden ingevuld.
De gegevens in kwestie hebben betrekking op het voorlaatste jaar van het onderzoek.
Voor elke installatie en activiteit als bedoeld in artikel 1 bepaalt de Ministier van Leefmilieu welke onderdelen van het formulier moeten worden ingevuld.
Art. 4. Dans le formulaire, le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions inclut également un volet relatif aux données économiques de l'environnement de l'établissement visées à l'article 3 du rÚglement (UE) n° 691/2011 sur les comptes économiques de l'environnement.
Les donnĂ©es concernĂ©es sont celles de la pĂ©nultiĂšme annĂ©e Ă celle de l'enquĂȘte.
Le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions détermine, pour chaque installation et activité visée à l'article 1er, les volets du formulaire à compléter.
Les donnĂ©es concernĂ©es sont celles de la pĂ©nultiĂšme annĂ©e Ă celle de l'enquĂȘte.
Le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions détermine, pour chaque installation et activité visée à l'article 1er, les volets du formulaire à compléter.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 2. - Dispositions modificatives et abrogatoires
Art. 5. In artikel 120 bis van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, ingevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 13 december 20 07 en gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 13, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
"Voor de informatie betreffende atmosferische emissies die moet worden verstrekt in het formulier bepaald in artikel 76ter, § 1, van het decreet, is de milieuadministratie bedoeld in artikel 76ter, § 2, artikel 76quater, § 2, eerste lid, tweede zin, tweede lid, en § 4, vanaf de woorden "in artikel 76ter, § 1," van het decreet echter het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat). ".
"Voor de informatie betreffende atmosferische emissies die moet worden verstrekt in het formulier bepaald in artikel 76ter, § 1, van het decreet, is de milieuadministratie bedoeld in artikel 76ter, § 2, artikel 76quater, § 2, eerste lid, tweede zin, tweede lid, en § 4, vanaf de woorden "in artikel 76ter, § 1," van het decreet echter het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat). ".
Art. 5. Dans l'article 120bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif Ă la procĂ©dure et Ă diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 13 dĂ©cembre 2007 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2013, l'alinĂ©a 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
" Toutefois, pour les informations concernant les émissions atmosphériques à fournir dans le formulaire prévu à l'article 76ter, § 1er, du décret, l'administration de l'environnement visée à l'article 76ter, § 2, à l'article 76quater, § 2, alinéa 1er, deuxiÚme phrase, alinéa 2, et § 4, à partir des mots " à l'article 76ter, § 1er, " du décret est l'Agence wallonne de l'Air et du Climat. ".
" Toutefois, pour les informations concernant les émissions atmosphériques à fournir dans le formulaire prévu à l'article 76ter, § 1er, du décret, l'administration de l'environnement visée à l'article 76ter, § 2, à l'article 76quater, § 2, alinéa 1er, deuxiÚme phrase, alinéa 2, et § 4, à partir des mots " à l'article 76ter, § 1er, " du décret est l'Agence wallonne de l'Air et du Climat. ".
Art. 6. Het besluit van de Waalse Regering van 13 december 20 07 betreffende de verplichting tot periodieke kennisgeving van de milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen, het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën, het besluit van de Waalse Regering van 12 januari 20 06 betreffende de verificatie van de rapportage van de gespecificeerde broeikasgasemissies en het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning wordt opgeheven.
Art. 6. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 13 dĂ©cembre 2007 relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux dĂ©chets dangereux, l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux huiles usagĂ©es, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 12 janvier 2006 relatif Ă la vĂ©rification des dĂ©clarations des Ă©missions de gaz Ă effet de serre spĂ©cifiĂ©s et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif Ă la procĂ©dure et aux diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen.
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 7. De Minister bevoegd voor leefmilieu is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 7. Le Ministre qui a l'environnement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N. Bijlage.
Art. N. Annexe.
Bijlage bij het besluit van de Waalse Regering van 19 april 20 24 betreffende de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 december 20 07 betreffende de periodieke mededelingsplicht van de milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen, het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën, het besluit van de Waalse Regering van 12 januari 20 06 betreffende de verificatie van de rapportage van de gespecificeerde broeikasgasemissies en het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Lijst van installaties en activiteiten waarvoor de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens geldt en installaties en activiteiten waarvoor een afvalpreventieplan geldt
Lijst van installaties en activiteiten waarvoor de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens geldt en installaties en activiteiten waarvoor een afvalpreventieplan geldt
Annexe Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 19 avril 2024 relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif Ă la procĂ©dure et Ă diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et abrogeant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 13 dĂ©cembre 2007 relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux dĂ©chets dangereux, l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux huiles usagĂ©es, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 12 janvier 2006 relatif Ă la vĂ©rification des dĂ©clarations des Ă©missions de gaz Ă effet de serre spĂ©cifiĂ©s et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 relatif Ă la procĂ©dure et aux diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement
Liste des installations et activités soumises à l'obligation de notification périodique de données environnementales et des installations et activités s'inscrivant dans un plan de prévention des déchets
Liste des installations et activités soumises à l'obligation de notification périodique de données environnementales et des installations et activités s'inscrivant dans un plan de prévention des déchets
| 1. Energie-industrieën | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Verbranden van brandstof | In installaties met een totaal nominaal ingangsvermogen hoger dan 20 MWth (gevaarlijke of gemeentelijke afval uitgezonderd) |
| In installaties met een totaal nominaal ingangsvermogen hoger van 50 MWth of meer | ||
| In installaties met een totaal nominaal ingangsvermogen van 50 MWth of meer als de verbrandingsinstallaties op dezelfde schoorsteen aangesloten zijn | ||
| b) | Het raffineren van aardolie en gas | *1 |
| c) | Productie van cokes | * |
| d) | Het vergassen of vloeibaar maken van :: | |
| 1) steenkool ; | * | |
| 2) andere brandstoffen. | In installaties met een totaal nominaal ingangsvermogen hoger van 20 MWth of meer | |
| e) | Steenkoolwalserijen | Met een capaciteit van een ton per uur of meer |
| f) | installaties voor de fabricage van steenkoolproducten en vaste rookvrije brandstof | * |
| 1. Industries d'activités énergétiques | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Combustion de combustibles | Dans des installations de puissance thermique nominale totale supérieure à 20 MWth (sauf déchets dangereux ou municipaux) |
| Dans des installations de puissance thermique nominale totale égale ou supérieure à 50 MWth | ||
| Dans des installations de puissance thermique nominale totale Ă©gale ou supĂ©rieure Ă 50 MWth si les installations de combustion sont reliĂ©es Ă une mĂȘme cheminĂ©e | ||
| b) | Raffinage de pétrole et de gaz | *1 |
| c) | Production de coke | * |
| d) | Gazéification ou liquéfaction : | |
| 1) de charbon ; | * | |
| 2) d'autres combustibles. | Dans des installations d'une puissance thermique nominale totale égale ou supérieure à 20 MWth | |
| e) | Broyeurs à charbon | D'une capacité égale ou supérieure à une tonne par heure |
| f) | Installations pour la fabrication de produits Ă base de charbon et de combustibles non fumigĂšnes solides | * |
| 2. Productie en verwerking van metalen | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Roosten of sinteren van metaalhoudend mineraal, met inbegrip van zwavelhoudend erts | * |
| b) | Productie van ruwijzer of staal (primaire of secundaire smelting), inclusief continugieten | Met een capaciteit van meer dan 2,5 ton per uur |
| c) | Verwerking van ferrometalen: | |
| 1) exploitatie van walserijen; | met een capaciteit van meer dan 20 ton ruwstaal per uur | |
| 2) smeden met hamers; | met een slagarbeid van meer dan 50 kilojoule per hamer, wanneer een thermisch vermogen van meer dan 20 MWth wordt gebruikt | |
| 3) het aanbrengen van beschermende lagen gesmolten metaal. | met een verwerkingscapaciteit van meer dan 2 ton ruwstaal per uur | |
| d) | Exploitatie van smelterijen van ferrometalen | met een productiecapaciteit van meer dan 20 ton per dag |
| e) | Verwerking van non-ferrometalen : | |
| 1) productie van ruwe non-ferrometalen uit erts, concentraat of secundaire grondstoffen met metallurgische, chemische of elektrolytische procedés; | * | |
| b) het smelten, met inbegrip van het legeren van non-ferrometalen, inclusief terugwinningsproducten en het gieten van non-ferrometalen. | met een smeltcapaciteit van meer dan 4 ton per dag voor lood en cadmium of 20 ton per dag voor alle andere metalen | |
| f) | Oppervlaktebehandeling van metalen of kunststoffen door middel van een elektrolytisch of chemisch procedé | waarvoor de inhoud van de gebruikte behandelingsbaden groter is dan 30 m3 |
| 2. Production et transformation des métaux | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Grillage ou frittage de minerai métallique, y compris de minerai sulfuré | * |
| b) | Production de fonte ou d'acier (fusion primaire ou secondaire), y compris par coulée continue | Avec une capacité supérieure à 2,5 tonnes par heure |
| c) | Transformation des métaux ferreux : | |
| 1) exploitation de laminoirs à chaud ; | D'une capacité supérieure à 20 tonnes d'acier brut par heure | |
| 2) opérations de forgeage à l'aide de marteaux ; | Dont l'énergie de frappe dépasse 50 kilojoules par marteau et pour lesquelles la puissance calorifique mise en oeuvre est supérieure à 20 MWth | |
| 3) application de couches de protection de métal en fusion. | Avec une capacité de traitement supérieure à 2 tonnes d'acier brut par heure | |
| d) | Exploitation de fonderies de métaux ferreux | D'une capacité de production supérieure à 20 tonnes par jour |
| e) | Transformation des métaux non ferreux : | |
| 1) production de métaux bruts non ferreux à partir de minerais, de concentrés ou de matiÚres premiÚres secondaires par procédés métallurgiques, chimiques ou électrolytiques ; | * | |
| 2) fusion, y compris alliage, de métaux non ferreux incluant les produits de récupération et exploitation de fonderies de métaux non ferreux. | Avec une capacité de fusion supérieure à 4 tonnes par jour pour le plomb et le cadmium ou à 20 tonnes par jour pour tous les autres métaux | |
| f) | Traitement de surface de métaux ou de matiÚres plastiques par un procédé électrolytique ou chimique | Pour lequel le volume des cuves affectées au traitement est supérieur à 30 m3 |
| 3. Minerale industrie | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Ondergrondse mijnbouw en aanverwante activiteiten | * |
| b) | Dagbouw in de minerale industrie en steenwinning | bij een effectief productieareaal van meer dan 25 ha |
| c) | Productie van cement, ongebluste kalk en magnesiumoxide: | |
| 1) Productie van cementklinkers in draaiovens; | met een productiecapaciteit van meer dan 500 t per dag | |
| 2) Productie van cementklinkers in andere soorten ovens | met een productiecapaciteit van meer dan 500 t per dag | |
| 3) Productie van kalk in ovens; | met een productiecapaciteit van meer dan 500 t per dag | |
| 4) Productie van magnesiumoxide in ovens. | met een productiecapaciteit van meer dan 500 t per dag | |
| d) | Winning van asbest of fabricage van asbestproducten | * |
| e) | Fabricage van glas, met inbegrip van de fabricage van glasvezels | met een smeltcapaciteit van meer dan 20 t per dag |
| f) | Smelting van minerale stoffen, met inbegrip van de fabricage van mineraalvezels | met een smeltcapaciteit van meer dan 20 t per dag |
| g) | Fabricage van keramische producten door middel van verhitting, met name dakpannen, bakstenen, vuurvaste stenen, tegels, aardewerk of porselein | met een productiecapaciteit van meer dan 75 ton per dag, en/of in een oven met een capaciteit van meer dan 4 m3 en een plaatsingsdichtheid van meer dan 300 kg/m3 per oven |
in een oven met een capaciteit van meer dan 4 m3 en een plaatsingsdichtheid van meer dan 300 kg/m3 per oven
| 3. Industrie minérale | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Extraction souterraine et opérations connexes | * |
| b) | Extraction Ă ciel ouvert et exploitation en carriĂšre | Lorsque la superficie du site oĂč sont effectuĂ©es des opĂ©rations d'extraction est supĂ©rieure Ă 25 hectares |
| c) | Production de ciment, de chaux et d'oxyde de magnésium : | |
| 1) production de clinker (ciment) dans des fours rotatifs ; | Avec une capacité de production supérieure à 500 tonnes par jour | |
| 2) production de clinker (ciment) dans d'autres types de fours ; | Avec une capacité de production supérieure à 50 tonnes par jour | |
| 3) production de chaux dans des fours ; | Avec une capacité de production supérieure à 50 tonnes par jour | |
| 4) production d'oxyde de magnésium dans des fours. | Avec une capacité de production supérieure à 50 tonnes par jour | |
| d) | Production d'amiante ou fabrication de produits Ă base d'amiante | * |
| e) | Fabrication du verre, y compris de fibres de verre | Avec une capacité de fusion supérieure à 20 tonnes par jour |
| f) | Fusion de matiÚres minérales, y compris production de fibres minérales | Avec une capacité de fusion supérieure à 20 tonnes par jour |
| g) | Fabrication de produits céramiques par cuisson, notamment de tuiles, de briques, de pierres réfractaires, de carrelages, de grés ou de porcelaines | Avec une capacité de production supérieure à 75 tonnes par jour, et/ou dans un four avec une capacité supérieure à 4 m3 et une densité d'enfournement de plus de 300 kg/m3 par four |
dans un four avec une capacité supérieure à 4 m3 et une densité d'enfournement de plus de 300 kg/m3 par four
| 4. Chemische industrie Voor de toepassing van dit deel wordt onder productie voor de in dit deel genoemde categorieën van activiteiten verstaan de productie in industriële hoeveelheden door chemische of biologische omzetting van de in de volgende punten genoemde materialen of groepen van materialen. | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Productie van organisch-chemische producten, zoals: 1) enkelvoudige koolwaterstoffen (lineaire of cyclische, verzadigde of onverzadigde, alifatische of aromatische); 2) zuurstofhoudende koolwaterstoffen, met name alcoholen, aldehyden, ketonen, carbonzuren, esters en mengsels van esters, acetaten, ethers, peroxiden en epoxyharsen; 3) zwavelhoudende koolwaterstoffen 4) stikstofhoudende koolwaterstoffen, met name aminen, amiden, nitroso-, nitro- en nitraatverbindingen, nitrillen, cyanaten, isocyanaten 5) fosforhoudende koolwaterstoffen 6) gehalogeneerde koolwaterstoffen 7) organometaalderivaten 8) kunststoffen (polymeren, synthetische vezels, vezels op basis van cellulose) 9) synthetische rubbers 10) kleurstoffen en pigmenten 11) oppervlakteactieve stoffen. | * |
| b) | Fabricage van anorganisch-chemische producten, zoals: 1) gassen, zoals ammoniak, chloor of chloorwaterstof, fluor of fluorwaterstof, kooloxiden, zwavelverbindingen, stikstofoxiden, waterstof, zwaveldioxide, carbonyldichloride; 2) zuren, zoals chroomzuur, fluorwaterstofzuur, fosforzuur, salpeterzuur, zoutzuur, zwavelzuur, oleum, zwaveligzuur 3) basen, zoals ammoniumhydroxide, kaliumhydroxide, natriumhydroxide; 4) zouten, zoals ammoniumchloride, kaliumchloraat, kaliumcarbonaat, natriumcarbonaat, perboraat, zilvernitraat; 5) niet-metalen, metaaloxiden of andere anorganische verbindingen, zoals calciumcarbide, silicium, siliciumcarbide. | * |
| c) | Fabricage van fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen (enkelvoudige of samengestelde meststoffen). | * |
| d) | Fabricage van producten voor gewasbescherming of van biociden | * |
| e) | Fabricage van farmaceutische producten, met inbegrip van tussenproducten | * |
| f) | Fabricage van explosieven | * |
Voor de toepassing van dit deel wordt onder productie voor de in dit deel genoemde categorieën van activiteiten verstaan de productie in industriële hoeveelheden door chemische of biologische omzetting van de in de volgende punten genoemde materialen of groepen van materialen. Activiteit Capaciteitsdrempel a) Productie van organisch-chemische producten, zoals:
1) enkelvoudige koolwaterstoffen (lineaire of cyclische, verzadigde of onverzadigde, alifatische of aromatische);
2) zuurstofhoudende koolwaterstoffen, met name alcoholen, aldehyden, ketonen, carbonzuren, esters en mengsels van esters, acetaten, ethers, peroxiden en epoxyharsen;
3) zwavelhoudende koolwaterstoffen
4) stikstofhoudende koolwaterstoffen, met name aminen, amiden, nitroso-, nitro- en nitraatverbindingen, nitrillen, cyanaten, isocyanaten
5) fosforhoudende koolwaterstoffen
6) gehalogeneerde koolwaterstoffen
7) organometaalderivaten
8) kunststoffen (polymeren, synthetische vezels, vezels op basis van cellulose)
9) synthetische rubbers
10) kleurstoffen en pigmenten
11) oppervlakteactieve stoffen. * b) Fabricage van anorganisch-chemische producten, zoals:
1) gassen, zoals ammoniak, chloor of chloorwaterstof, fluor of fluorwaterstof, kooloxiden, zwavelverbindingen, stikstofoxiden, waterstof, zwaveldioxide, carbonyldichloride;
2) zuren, zoals chroomzuur, fluorwaterstofzuur, fosforzuur, salpeterzuur, zoutzuur, zwavelzuur, oleum, zwaveligzuur
3) basen, zoals ammoniumhydroxide, kaliumhydroxide, natriumhydroxide;
4) zouten, zoals ammoniumchloride, kaliumchloraat, kaliumcarbonaat, natriumcarbonaat, perboraat, zilvernitraat;
5) niet-metalen, metaaloxiden of andere anorganische verbindingen, zoals calciumcarbide, silicium, siliciumcarbide. * c) Fabricage van fosfaat-, stikstof- of kaliumhoudende meststoffen (enkelvoudige of samengestelde meststoffen). * d) Fabricage van producten voor gewasbescherming of van biociden * e) Fabricage van farmaceutische producten, met inbegrip van tussenproducten * f) Fabricage van explosieven *
| 4. Industrie chimique Aux fins de la présente partie, la production, pour les catégories d'activités répertoriées dans cette partie, désigne la production en quantité industrielle par transformation chimique ou biologique des matiÚres ou groupes de matiÚres énumérés aux points ci-dessous. | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Production de produits chimiques organiques, tels que: 1) hydrocarbures simples (linéaires ou cycliques, saturés ou insaturés, aliphatiques ou aromatiques); 2) hydrocarbures oxygénés, notamment alcools, aldéhydes, cétones, acides carboxyliques, esters, et mélanges d'esters, acétates, éthers, peroxydes et résines époxydes ; 3) hydrocarbures sulfurés ; 4) hydrocarbures azotés, notamment amines, amides, composés nitreux, nitrés ou, nitratés, nitriles, cyanates, isocyanates ; 5) hydrocarbures phosphorés ; 6) hydrocarbures halogénés ; 7) dérivés organométalliques ; 8) matiÚres plastiques (polymÚres, fibres synthétiques, fibres à base de cellulose); 9) caoutchoucs synthétiques ; 10) colorants et pigments ; 11) tensioactifs et agents de surface. | * |
| b) | Fabrication de produits chimiques inorganiques, tels que: 1) gaz, tels que ammoniac, chlore ou chlorure d'hydrogÚne, fluor ou fluorure d'hydrogÚne, oxydes de carbone, composés sulfuriques, oxydes d'azote, hydrogÚne, dioxyde de soufre, chlorure de carbonyle; 2) acides, tels que acide chromique, acide fluorhydrique, acide phosphorique, acide nitrique, acide chlorhydrique, acide sulfurique, oléum, acides sulfurés ; 3) bases, telles que hydroxyde, d'ammonium, hydroxyde de potassium, hydroxyde de sodium ; 4) sels, tels que chlorure d'ammonium, chlorate de potassium, carbonate de potassium, carbonate de sodium, perborate, nitrate d'argent; 5) non-métaux, oxydes métalliques ou autres composés inorganiques, tels que carbure de calcium, silicium, carbure de silicium. | * |
| c) | Fabrication d'engrais à base de phosphore, d'azote ou de potassium (engrais simples ou composés) | * |
| d) | Fabrication de produits phytosanitaires ou de biocides | * |
| e) | Fabrication de produits pharmaceutiques, y compris d'intermédiaires | * |
| f) | Fabrication d'explosifs | * |
Aux fins de la présente partie, la production, pour les catégories d'activités répertoriées dans cette partie, désigne la production en quantité industrielle par transformation chimique ou biologique des matiÚres ou groupes de matiÚres énumérés aux points ci-dessous. Activité Seuil de capacité a) Production de produits chimiques organiques, tels que:
1) hydrocarbures simples (linéaires ou cycliques, saturés ou insaturés, aliphatiques ou aromatiques);
2) hydrocarbures oxygénés, notamment alcools, aldéhydes, cétones, acides carboxyliques, esters, et mélanges d'esters, acétates, éthers, peroxydes et résines époxydes ;
3) hydrocarbures sulfurés ;
4) hydrocarbures azotés, notamment amines, amides, composés nitreux, nitrés ou, nitratés, nitriles, cyanates, isocyanates ;
5) hydrocarbures phosphorés ;
6) hydrocarbures halogénés ;
7) dérivés organométalliques ;
8) matiÚres plastiques (polymÚres, fibres synthétiques, fibres à base de cellulose);
9) caoutchoucs synthétiques ;
10) colorants et pigments ;
11) tensioactifs et agents de surface. * b) Fabrication de produits chimiques inorganiques, tels que:
1) gaz, tels que ammoniac, chlore ou chlorure d'hydrogÚne, fluor ou fluorure d'hydrogÚne, oxydes de carbone, composés sulfuriques, oxydes d'azote, hydrogÚne, dioxyde de soufre, chlorure de carbonyle;
2) acides, tels que acide chromique, acide fluorhydrique, acide phosphorique, acide nitrique, acide chlorhydrique, acide sulfurique, oléum, acides sulfurés ;
3) bases, telles que hydroxyde, d'ammonium, hydroxyde de potassium, hydroxyde de sodium ;
4) sels, tels que chlorure d'ammonium, chlorate de potassium, carbonate de potassium, carbonate de sodium, perborate, nitrate d'argent;
5) non-métaux, oxydes métalliques ou autres composés inorganiques, tels que carbure de calcium, silicium, carbure de silicium. * c) Fabrication d'engrais à base de phosphore, d'azote ou de potassium (engrais simples ou composés) * d) Fabrication de produits phytosanitaires ou de biocides * e) Fabrication de produits pharmaceutiques, y compris d'intermédiaires * f) Fabrication d'explosifs *
| 5. Afvalbeheer en behandeling van afvalwater | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen door middel van een of meerdere van de volgende activiteiten: 1) biologische behandeling; 2) fysisch-chemische behandeling; 3) menging voordat de afvalstoffen worden onderworpen aan een van de andere activiteiten vermeld in de punten "Verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen" en "Verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandingsinstallaties of afvalmeeverbrandingsinstallaties"; 4) reconditionering voordat de afvalstoffen worden onderworpen aan een van de andere onder de volgende punten genoemde activiteiten "Verwijdering of terugwinning van gevaarlijke afvalstoffen" en "Verwijdering of terugwinning van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties"; 5) Terugwinning/regeneratie van oplosmiddelen; 6) recycling/terugwinning van andere anorganische materialen dan metalen of metaalverbindingen 7) regeneratie van zuren of basen 8) terugwinning van verbindingen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan 9) terugwinning van katalysatorbestanddelen 10) regeneratie en ander hergebruik van olie 11) lagunering. | Met een capaciteit van meer dan 10 ton per uur |
| b) | Verwijdering of terugwinning van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties: 1) voor ongevaarlijke afvalstoffen; | Met een capaciteit van meer dan 2 ton per uur |
| 2) voor gevaarlijke afvalstoffen. | Met een capaciteit van meer dan 10 ton per uur | |
| c) | Verwijdering van ongevaarlijke afvalstoffen door middel van een of meerdere van de volgende activiteiten (met uitzondering van de activiteiten die vallen onder Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater) : 1) biologische behandeling; 2) fysisch-chemische behandeling 3) voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding 4) behandeling van slakken en assen 5) shredderverwerking van metaalafval, in het bijzonder afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen en onderdelen daarvan. | Met een capaciteit van meer dan 50 ton per uur |
| d) | Nuttige toepassing, of een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van ongevaarlijke afvalstoffen door middel van een of meerdere van de volgende activiteiten (met uitzondering van de activiteiten bedoeld in Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater) : 1) biologische behandeling; 2) voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding; 3) behandeling van slakken en assen; 4) shredderverwerking van metaalafval, in het bijzonder afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen en onderdelen daarvan. | Met een capaciteit van meer dan 75 ton per uur Indien de behandeling van het afval beperkt blijft tot anaërobe vergisting, bedraagt de maximale capaciteit voor deze activiteit 100 t per dag. |
| e) | Centra voor technische ingraving (in de zin van artikel 5, 18°, van het decreet van 9 maart 2023), met uitzondering van de centra voor technische ingraving van inerte afvalstoffen en de centra voor technische ingraving die vóór 16 juli 2001 definitief werden gesloten of waarvan de nabeheersfase bedoeld in artikel 37 van het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving is beëindigd | die meer dan 10 ton per dag ontvangen of een totale capaciteit van meer dan 25 000 ton hebben |
| f) | Tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder het gedeelte "Centra voor technische ingraving " hierboven, in afwachting van een van de activiteiten in de volgende paragrafen...."Verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen", "Verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandingsinstallaties of afvalmeeverbrandingsinstallaties", "Centra voor technische ingraving... " en "5.a.6", met uitzondering van tijdelijke opslag op de plaats waar de afvalstoffen zijn geproduceerd, in afwachting van inzameling. | met een totale capaciteit hoger is dan 50 t |
| g) | Ondergrondse opslag van gevaarlijke afvalstoffen. | met een totale capaciteit hoger is dan 50 t |
| h) | Destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval | met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 t per dag |
| i) | Behandeling van stedelijk afvalwater | In installaties met een capaciteit van 50 000 inwoners-equivalent of meer |
| j) | Behandeling van industrieel afvalwater uit één of meer een of meerdere activiteiten vermeld in deze bijlage, in autonome installaties die niet onder richtlijn 91/271/EEG voor de behandeling van stedelijk afvalwater vallen | * |
| k) | Behandeling van industrieel afvalwater van bedrijven waarvoor de stoffen gelden die zijn opgenomen in bijlage II van Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad | * |
1) biologische behandeling;
2) fysisch-chemische behandeling;
3) menging voordat de afvalstoffen worden onderworpen aan een van de andere activiteiten vermeld in de punten "Verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen" en "Verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandingsinstallaties of afvalmeeverbrandingsinstallaties";
4) reconditionering voordat de afvalstoffen worden onderworpen aan een van de andere onder de volgende punten genoemde activiteiten "Verwijdering of terugwinning van gevaarlijke afvalstoffen" en "Verwijdering of terugwinning van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties";
5) Terugwinning/regeneratie van oplosmiddelen;
6) recycling/terugwinning van andere anorganische materialen dan metalen of metaalverbindingen
7) regeneratie van zuren of basen
8) terugwinning van verbindingen die worden gebruikt om vervuiling tegen te gaan
9) terugwinning van katalysatorbestanddelen
10) regeneratie en ander hergebruik van olie
11) lagunering. Met een capaciteit van meer dan 10 ton per uur b) Verwijdering of terugwinning van afvalstoffen in afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallaties:
1) voor ongevaarlijke afvalstoffen; Met een capaciteit van meer dan 2 ton per uur 2) voor gevaarlijke afvalstoffen. Met een capaciteit van meer dan 10 ton per uur c) Verwijdering van ongevaarlijke afvalstoffen door middel van een of meerdere van de volgende activiteiten (met uitzondering van de activiteiten die vallen onder Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater) :
1) biologische behandeling;
2) fysisch-chemische behandeling
3) voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding
4) behandeling van slakken en assen
5) shredderverwerking van metaalafval, in het bijzonder afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen en onderdelen daarvan. Met een capaciteit van meer dan 50 ton per uur d) Nuttige toepassing, of een combinatie van nuttige toepassing en verwijdering, van ongevaarlijke afvalstoffen door middel van een of meerdere van de volgende activiteiten (met uitzondering van de activiteiten bedoeld in Richtlijn 91/271/EEG van de Raad van 21 mei 1991 inzake de behandeling van stedelijk afvalwater) :
1) biologische behandeling;
2) voorbehandeling van afval voor verbranding of meeverbranding;
3) behandeling van slakken en assen;
4) shredderverwerking van metaalafval, in het bijzonder afgedankte elektrische en elektronische apparatuur en afgedankte voertuigen en onderdelen daarvan. Met een capaciteit van meer dan 75 ton per uur
Indien de behandeling van het afval beperkt blijft tot anaërobe vergisting, bedraagt de maximale capaciteit voor deze activiteit 100 t per dag.e) Centra voor technische ingraving (in de zin van artikel 5, 18°, van het decreet van 9 maart 2023), met uitzondering van de centra voor technische ingraving van inerte afvalstoffen en de centra voor technische ingraving die vóór 16 juli 2001 definitief werden gesloten of waarvan de nabeheersfase bedoeld in artikel 37 van het besluit van de Waalse Regering van 27 februari 2003 houdende sectorale voorwaarden voor de exploitatie van centra voor technische ingraving is beëindigd die meer dan 10 ton per dag ontvangen of een totale capaciteit van meer dan 25 000 ton hebben f) Tijdelijke opslag van gevaarlijke afvalstoffen die niet onder het gedeelte "Centra voor technische ingraving " hierboven, in afwachting van een van de activiteiten in de volgende paragrafen...."Verwijdering of nuttige toepassing van gevaarlijke afvalstoffen", "Verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen in afvalverbrandingsinstallaties of afvalmeeverbrandingsinstallaties", "Centra voor technische ingraving... " en "5.a.6", met uitzondering van tijdelijke opslag op de plaats waar de afvalstoffen zijn geproduceerd, in afwachting van inzameling. met een totale capaciteit hoger is dan 50 t g) Ondergrondse opslag van gevaarlijke afvalstoffen. met een totale capaciteit hoger is dan 50 t h) Destructie of verwerking van kadavers of dierlijk afval met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 t per dag i) Behandeling van stedelijk afvalwater In installaties met een capaciteit van 50 000 inwoners-equivalent of meer j) Behandeling van industrieel afvalwater uit één of meer een of meerdere activiteiten vermeld in deze bijlage, in autonome installaties die niet onder richtlijn 91/271/EEG voor de behandeling van stedelijk afvalwater vallen * k) Behandeling van industrieel afvalwater van bedrijven waarvoor de stoffen gelden die zijn opgenomen in bijlage II van Verordening (EG) nr. 166/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 januari 2006 betreffende de instelling van een Europees register inzake de uitstoot en overbrenging van verontreinigende stoffen en tot wijziging van de Richtlijnen 91/689/EEG en 96/61/EG van de Raad *
| 5. Gestion des déchets et traitement des eaux usées | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Elimination ou valorisation des déchets dangereux, supposant le recours à une ou plusieurs des activités suivantes : 1) traitement biologique; 2) traitement physico-chimique; 3) mélange avant de soumettre les déchets à l'une des autres activités énumérées aux points " Elimination ou valorisation de déchets dangereux " et " Elimination ou récupération de déchets dans des installations d'incinération des déchets ou des installations de co-incinération des déchets "; 4) reconditionnement avant de soumettre les déchets à l'une des autres activités énumérées aux points " Elimination ou valorisation de déchets dangereux " et " Elimination ou récupération de déchets dans des installations d'incinération des déchets ou des installations de co-incinération des déchets "; 5) récupération/ régénération des solvants ; 6) recyclage/ récupération de matiÚres inorganiques autres que des métaux ou des composés métalliques ; 7) régénération d'acides ou de bases ; 8) récupération des composés utilisés pour la réduction de la pollution ; 9) récupération des constituants des catalyseurs ; 10) régénération et autres réutilisations des huiles ; 11) lagunage. | Avec une capacité supérieure à 10 tonnes par jour |
| b) | Elimination ou récupération de déchets dans des installations d'incinération des déchets ou des installations de co-incinération des déchets : 1) pour les déchets non dangereux ; | Avec une capacité égale ou supérieure à 2 tonnes par heure |
| 2) pour les déchets dangereux. | Avec une capacité supérieure à 10 tonnes par jour | |
| c) | Elimination des déchets non dangereux, supposant le recours à une ou plusieurs des activités suivantes (à l'excIusion des activités relevant de la directive 91/271/CEE du Conseil du 21 mai 1991 relative au traitement des eaux urbaines résiduaires) : 1) traitement biologique; 2) traitement physico-chimique; 3) prétraitement des déchets destinés à l'incinération ou à la co-incinération ; 4) traitement du laitier et des cendres ; 5) traitement en broyeur de déchets métalliques, notamment déchets d'équipements électriques et électroniques et véhicules hors d'usage ainsi que leurs composants. | Avec une capacité supérieure à 50 tonnes par jour |
| d) | Valorisation, ou mĂ©lange de valorisation et d'Ă©limination, de dĂ©chets non dangereux entrainant une ou plusieurs des activitĂ©s suivantes (Ă l'excIusion des activitĂ©s relevant de la directive 91/271/CEE du Conseil du 21 mai 1991 relative au traitement des eaux urbaines rĂ©siduaires) : 1) traitement biologique; 2) prĂ©traitement des dĂ©chets destinĂ©s Ă l'incinĂ©ration ou Ă la co-incinĂ©ration ; 3) traitement du laitier et des cendres ; 4) traitement en broyeur de dĂ©chets mĂ©talliques, notamment dĂ©chets d'Ă©quipements Ă©lectriques et Ă©lectroniques et vĂ©hicules hors d'usage ainsi que leurs composants. | Avec une capacitĂ© supĂ©rieure Ă 75 tonnes par jour Lorsque la seule activitĂ© de traitement des dĂ©chets exercĂ©e est la digestion anaĂ©robie, la capacitĂ© pour cette activitĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 100 tonnes par jour |
| e) | Centres d'enfouissement technique (au sens de l'article 5, § 1er, 58°, du dĂ©cret du 9 mars 2023), Ă l'exception des centres d'enfouissement technique de dĂ©chets inertes et des centres d'enfouissement technique qui ont Ă©tĂ© dĂ©finitivement fermĂ©s avant Ie 16 juillet 2001 ou dont la phase de post-gestion, visĂ©e Ă l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 27 fĂ©vrier 2003 fixant les conditions sectorielles d'exploitation des centres d'enfouissement technique, s'est achevĂ©e | Recevant plus de 10 tonnes par jour ou d'une capacitĂ© totale supĂ©rieure Ă 25 000 tonnes |
| f) | Stockage temporaire de dĂ©chets dangereux ne relevant pas du point " Centres d'enfouissement technique... " ci-dessus, dans l'attente d'une des activitĂ©s Ă©numĂ©rĂ©es aux points " Elimination ou valorisation des dĂ©chets dangereux ", " Elimination ou rĂ©cupĂ©ration de dĂ©chets dans des installations d'incinĂ©ration des dĂ©chets ou des installations de co-incinĂ©ration des dĂ©chets ", " Centres d'enfouissement technique... " et " 5.a.6 ", Ă l'excIusion du stockage temporaire sur le site oĂč les dĂ©chets sont produits, dans l'attente de la collecte | Avec une capacitĂ© totale supĂ©rieure Ă 50 tonnes |
| g) | Stockage souterrain de déchets dangereux | Avec une capacité totale supérieure à 50 tonnes |
| h) | Elimination ou recyclage de carcasses ou de déchets animaux | Avec une capacité de traitement supérieure à 10 tonnes par jour |
| i) | Traitement des eaux urbaines résiduaires | Dans des installations de capacité égale ou supérieure à 50 000 équivalents habitants |
| j) | Traitement des eaux industrielles résiduaires, provenant d'une ou de plusieurs des activités énumérées dans la présente annexe, dans des installations autonomes ne relevant pas de la directive 91/271/CEE relative au traitement des eaux urbaines résiduaires | * |
| k) | Traitement des eaux industrielles résiduaires d'entreprises pour lesquelles les substances reprises à l'annexe II du rÚglement (CE) N° 166/2006 du Parlement Européen et du Conseil du 18 janvier 2006 concernant la création d'un registre européen des rejets et des transferts de polluants, et modifiant les directives 91/689/CEE et 96/61/CE du Conseil | * |
1) traitement biologique;
2) traitement physico-chimique;
3) mélange avant de soumettre les déchets à l'une des autres activités énumérées aux points " Elimination ou valorisation de déchets dangereux " et " Elimination ou récupération de déchets dans des installations d'incinération des déchets ou des installations de co-incinération des déchets ";
4) reconditionnement avant de soumettre les déchets à l'une des autres activités énumérées aux points " Elimination ou valorisation de déchets dangereux " et " Elimination ou récupération de déchets dans des installations d'incinération des déchets ou des installations de co-incinération des déchets ";
5) récupération/ régénération des solvants ;
6) recyclage/ récupération de matiÚres inorganiques autres que des métaux ou des composés métalliques ;
7) régénération d'acides ou de bases ;
8) récupération des composés utilisés pour la réduction de la pollution ;
9) récupération des constituants des catalyseurs ;
10) régénération et autres réutilisations des huiles ;
11) lagunage. Avec une capacité supérieure à 10 tonnes par jour b) Elimination ou récupération de déchets dans des installations d'incinération des déchets ou des installations de co-incinération des déchets :
1) pour les déchets non dangereux ; Avec une capacité égale ou supérieure à 2 tonnes par heure 2) pour les déchets dangereux. Avec une capacité supérieure à 10 tonnes par jour c) Elimination des déchets non dangereux, supposant le recours à une ou plusieurs des activités suivantes (à l'excIusion des activités relevant de la directive 91/271/CEE du Conseil du 21 mai 1991 relative au traitement des eaux urbaines résiduaires) :
1) traitement biologique;
2) traitement physico-chimique;
3) prétraitement des déchets destinés à l'incinération ou à la co-incinération ;
4) traitement du laitier et des cendres ;
5) traitement en broyeur de déchets métalliques, notamment déchets d'équipements électriques et électroniques et véhicules hors d'usage ainsi que leurs composants. Avec une capacité supérieure à 50 tonnes par jour d) Valorisation, ou mélange de valorisation et d'élimination, de déchets non dangereux entrainant une ou plusieurs des activités suivantes (à l'excIusion des activités relevant de la directive 91/271/CEE du Conseil du 21 mai 1991 relative au traitement des eaux urbaines résiduaires) :
1) traitement biologique;
2) prétraitement des déchets destinés à l'incinération ou à la co-incinération ;
3) traitement du laitier et des cendres ;
4) traitement en broyeur de dĂ©chets mĂ©talliques, notamment dĂ©chets d'Ă©quipements Ă©lectriques et Ă©lectroniques et vĂ©hicules hors d'usage ainsi que leurs composants. Avec une capacitĂ© supĂ©rieure Ă 75 tonnes par jour Lorsque la seule activitĂ© de traitement des dĂ©chets exercĂ©e est la digestion anaĂ©robie, la capacitĂ© pour cette activitĂ© doit ĂȘtre supĂ©rieure Ă 100 tonnes par jour e) Centres d'enfouissement technique (au sens de l'article 5, § 1er, 58°, du dĂ©cret du 9 mars 2023), Ă l'exception des centres d'enfouissement technique de dĂ©chets inertes et des centres d'enfouissement technique qui ont Ă©tĂ© dĂ©finitivement fermĂ©s avant Ie 16 juillet 2001 ou dont la phase de post-gestion, visĂ©e Ă l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 27 fĂ©vrier 2003 fixant les conditions sectorielles d'exploitation des centres d'enfouissement technique, s'est achevĂ©e Recevant plus de 10 tonnes par jour ou d'une capacitĂ© totale supĂ©rieure Ă 25 000 tonnes f) Stockage temporaire de dĂ©chets dangereux ne relevant pas du point " Centres d'enfouissement technique... " ci-dessus, dans l'attente d'une des activitĂ©s Ă©numĂ©rĂ©es aux points " Elimination ou valorisation des dĂ©chets dangereux ", " Elimination ou rĂ©cupĂ©ration de dĂ©chets dans des installations d'incinĂ©ration des dĂ©chets ou des installations de co-incinĂ©ration des dĂ©chets ", " Centres d'enfouissement technique... " et " 5.a.6 ", Ă l'excIusion du stockage temporaire sur le site oĂč les dĂ©chets sont produits, dans l'attente de la collecte Avec une capacitĂ© totale supĂ©rieure Ă 50 tonnes g) Stockage souterrain de dĂ©chets dangereux Avec une capacitĂ© totale supĂ©rieure Ă 50 tonnes h) Elimination ou recyclage de carcasses ou de dĂ©chets animaux Avec une capacitĂ© de traitement supĂ©rieure Ă 10 tonnes par jour i) Traitement des eaux urbaines rĂ©siduaires Dans des installations de capacitĂ© Ă©gale ou supĂ©rieure Ă 50 000 Ă©quivalents habitants j) Traitement des eaux industrielles rĂ©siduaires, provenant d'une ou de plusieurs des activitĂ©s Ă©numĂ©rĂ©es dans la prĂ©sente annexe, dans des installations autonomes ne relevant pas de la directive 91/271/CEE relative au traitement des eaux urbaines rĂ©siduaires * k) Traitement des eaux industrielles rĂ©siduaires d'entreprises pour lesquelles les substances reprises Ă l'annexe II du rĂšglement (CE) N° 166/2006 du Parlement EuropĂ©en et du Conseil du 18 janvier 2006 concernant la crĂ©ation d'un registre europĂ©en des rejets et des transferts de polluants, et modifiant les directives 91/689/CEE et 96/61/CE du Conseil *
| 6. Vervaardiging van papier en karton | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Fabricage, in industriële installaties van: | |
| 1) papierpulp uit hout of uit andere vezelstoffen; | * | |
| 2) papier of karton; | met een productiecapaciteit van meer dan 20 t per dag | |
| 3) een of meerdere van de volgende platen op houtbasis: oriented strand board (OSB), spaanplaat, vezelplaat; | Met een productiecapaciteit van meer dan 600 m3 per dag voor oriented strandboard of meer dan 20 ton per dag voor spaanplaat en vezelplaat. | |
| 4) multiplexpanelen. | met een productiecapaciteit van meer dan 20 t per dag | |
| b) | Conservering van hout en houtproducten met behulp van chemische stoffen, met uitzondering van de behandeling die uitsluitend gericht is op het voorkomen van sapvlekken | met een productiecapaciteit van meer dan 50 m3 per dag |
| 6. Fabrication du papier et du bois | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Fabrication, dans des installations industrielles, de : | |
| 1) pĂąte Ă papier Ă partir du bois ou d'autres matiĂšres fibreuses ; | * | |
| 2) papier ou carton ; | Avec une capacité de production supérieure à 20 tonnes par jour | |
| 3) un ou plusieurs des panneaux à base de bois suivants : panneaux de particules orientées, panneaux d'aggloméré, panneaux de fibres ; | Avec une capacité de production supérieure à 600 m3 par jour pour les panneaux de particules orientées ou une capacité de production supérieure à 20 tonnes par jour pour les panneaux d'aggloméré et les panneaux de fibres de bois | |
| 4) panneaux de contreplaqué. | Avec une capacité de production supérieure à 20 tonnes par jour | |
| b) | Préservation du bois et des produits dérivés du bois au moyen de produits chimiques, autre que le seul traitement contre la coloration | Avec une capacité de production supérieure à 50 m3 par jour |
| 7. Intensieve veehouderij en aquacultuur | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Intensieve pluimvee- of varkenshouderij | met meer dan 40000 plaatsen voor pluimvee |
| met meer dan 2000 plaatsen voor mestvarkens (van meer dan 30 kg) | ||
| met meer dan 750 plaatsen voor zeugen | ||
| b) | Intensieve aquacultuur | met een productiecapaciteit van meer dan 1000 t vis en schaaldieren per jaar |
| 7. Elevage intensif et aquaculture | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Elevage intensif de volailles ou de porcs | Avec plus de 40000 emplacements pour les volailles |
| Avec plus de 2000 emplacements pour les porcs de production (de plus de 30 kg) | ||
| Avec plus de 750 emplacements pour les truies | ||
| b) | Aquaculture intensive | Avec une capacité de production supérieure à 1000 tonnes de poissons et crustacés par an |
| 8. Dierlijke of plantaardige producten uit de voedingsindustrie en dranken | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Uitbating van slachthuizen | met een productiecapaciteit van meer dan 50 t geslachte dieren per dag |
| b) | Bewerking en verwerking, behalve het uitsluitend verpakken van de volgende grondstoffen, al dan niet eerder bewerkt of onbewerkt, voor de fabricage van levensmiddelen of voeder van: | |
| 1) uitsluitend dierlijke grondstoffen (andere dan uitsluitend melk); | met een verwerkingscapaciteit van meer dan 75t eindproducten per dag (De verpakking is niet inbegrepen in het eindgewicht van het product) | |
| 2) uitsluitend plantaardige grondstoffen; | met een verwerkingscapaciteit van meer dan 300 t eindproducten per dag of 600 ton per dag als de installatie maximaal 90 opeenvolgende dagen per jaar in bedrijf is (De verpakking is niet inbegrepen in het eindgewicht van het product) | |
| 3) dierlijke en plantaardige grondstoffen, zowel in gecombineerde als in afzonderlijke producten. | Met een productiecapaciteit, uitgedrukt in tonnen eindproducten per dag, van meer dan : -> 75 als A gelijk is aan of groter is dan 10, Of -> [300- (22.5 - A)] in alle andere gevallen waarin "A" het aandeel dierlijk materiaal is (in gewichtspercenten) in de hoeveelheid die wordt gebruikt om de productiecapaciteit van eindproducten te berekenen (verpakking is niet inbegrepen in het gewicht van het eindproduct) | |
| c) | Bewerking en verwerking van uitsluitend melk | De ontvangen hoeveelheid melk bedraagt meer dan 200 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis). |
-> 75 als A gelijk is aan of groter is dan 10,
Of
-> [300- (22.5 - A)] in alle andere gevallen
waarin "A" het aandeel dierlijk materiaal is (in gewichtspercenten) in de hoeveelheid die wordt gebruikt om de productiecapaciteit van eindproducten te berekenen (verpakking is niet inbegrepen in het gewicht van het eindproduct) c) Bewerking en verwerking van uitsluitend melk De ontvangen hoeveelheid melk bedraagt meer dan 200 ton per dag (gemiddelde waarde op jaarbasis).
| 8. Produits d'origine animale ou végétale issus de l'industrie alimentaire et des boissons | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Exploitation d'abattoirs | Avec une capacité de production supérieure à 50 tonnes de carcasses par jour |
| b) | Traitement et transformation, à l'excIusion du seul conditionnement des matiÚres premiÚres ci-aprÚs, qu'elles aient été ou non préalablement transformées, en vue de la fabrication de produits alimentaires ou d'aliments pour animaux issus : | |
| 1) uniquement de matiÚres premiÚres animales (autre que le lait exclusivement) ; | Avec une capacité de production supérieure à 75 tonnes de produits finis par jour (L'emballage n'est pas compris dans le poids final du produit) | |
| 2) uniquement de matiÚres premiÚres végétales ; | Avec une capacité de production supérieure à 300 tonnes de produits finis par jour ou à 600 tonnes par jour lorsque l'installation fonctionne pendant une durée maximale de 90 jours consécutifs en un an (L'emballage n'est pas compris dans le poids final du produit) | |
| 3) matiĂšres premiĂšres animales et vĂ©gĂ©tales, aussi bien en produits combinĂ©s qu'en produits sĂ©parĂ©s. | Avec une capacitĂ© de production, exprimĂ©e en tonnes de produits finis par jour, supĂ©rieure Ă : -> 75 si A est Ă©gal ou supĂ©rieur Ă 10, Ou -> [300- (22,5 * A)] dans tous les autres cas oĂč " A " est la proportion de matiĂšre animale (en pourcentage de poids) dans la quantitĂ© entrant dans le calcul de la capacitĂ© de production de produits finis (l'emballage n'est pas compris dans le poids final du produit) | |
| c) | Traitement et transformation du lait exclusivement | La quantité de lait revue étant supérieure à 200 tonnes par jour (valeur moyenne sur une base annuelle) |
-> 75 si A est égal ou supérieur à 10,
Ou
-> [300- (22,5 * A)] dans tous les autres cas oĂč " A " est la proportion de matiĂšre animale (en pourcentage de poids) dans la quantitĂ© entrant dans le calcul de la capacitĂ© de production de produits finis (l'emballage n'est pas compris dans le poids final du produit) c) Traitement et transformation du lait exclusivement La quantitĂ© de lait revue Ă©tant supĂ©rieure Ă 200 tonnes par jour (valeur moyenne sur une base annuelle)
| 9. Andere activiteiten | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | Voorbehandeling (wassen, bleken, merceriseren) of het verven van vezels of textiel | met een verwerkingscapaciteit van meer dan 10 t per dag |
| b) | Het looien van huiden | met een verwerkingscapaciteit van meer dan 12 t eindproducten per dag |
| c) | Oppervlaktebehandeling van stoffen, voorwerpen of producten, waarin organische oplosmiddelen worden gebruikt, in het bijzonder voor het appreteren, bedrukken, het aanbrengen van een laag, het ontvetten, het vochtdicht maken, lijmen, verven, reinigen of impregneren | met een verbruikscapaciteit van meer dan 150 kg organisch oplosmiddel per uur, of meer dan 200 t per jaar |
| d) | Fabricage van koolstof (harde gebrande steenkool) of elektrografiet door verbranding of grafitisering. | * |
| e) | Bouwen, verven van schepen of verwijderen van verf van schepen | met een opvangcapaciteit voor schepen langer dan 100 m |
| f) | Het afvangen van CO 2 -stromen van onder deze bijlage vallende installaties voor geologische opslag overeenkomstig Richtlijn 2009/31/EG | * |
| g) | Industriële wasserijen, ververijen, wasserettes, behandeling van wasgoed, reiniging van kleding en andere textielen ten behoeve van particulieren, met uitzondering van chemisch reinigen | met een wascapaciteit van meer dan 500 kg/dag |
| h) | 1) Dagbladdrukkerijen | als de hoeveelheid gebruikte inkt hoger is dan 100 liter/dag |
| 2) andere drukkerijen | als de hoeveelheid gebruikte inkt of verbruikte producten om de drager te bekledendhoger is dan 10 ton per jaar | |
| 3) Overige activiteiten verwant aan de drukkerijen | Als de verbruikte hoeveelheid papier hoger is dan 2500 ton per jaar | |
| 9. Autres activités | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | Prétraitement (opérations de lavage, blanchiment, mercerisation) ou teinture de fibres textiles ou de textiles | Avec une capacité de traitement supérieure à 10 tonnes par jour |
| b) | Tannage des peaux | Avec une capacité de traitement supérieure à 12 tonnes de produits finis par jour |
| c) | Traitement de surface de matiĂšres, d'objets ou de produits Ă l'aide de solvants organiques, notamment pour les opĂ©rations d'apprĂȘt, d'impression, de couchage, de dĂ©graissage, d'impermĂ©abilisation, de collage, de peinture, de nettoyage ou d'imprĂ©gnation | Avec une capacitĂ© de consommation de solvant organique supĂ©rieure Ă 150 kg par heure ou Ă 200 tonnes par an |
| d) | Fabrication de carbone (charbon dur) ou d'électrographite par combustion ou graphitisation | * |
| e) | Construction, peinture ou décapage de bateaux | Avec une capacité d'accueil des bateaux supérieure à 100 m de long |
| f) | Captage des flux de CO2 provenant d'installations relevant de la présente annexe, en vue du stockage géologique conformément à la directive 2009/31/CE | * |
| g) | Blanchisseries industrielles, teintureries, salons lavoirs, services de nettoyage des vĂȘtements, linges et autres textiles pour particuliers Ă l'exclusion du nettoyage Ă sec | Avec une capacitĂ© de lavage de linge supĂ©rieure Ă 500 kilogrammes par jour |
| h) | Imprimerie 1) de journaux | Lorsque la quantité d'encre utilisée est supérieure à 100 litres/jour |
| 2) autres imprimeries | Lorsque la quantitĂ© d'encre utilisĂ©e ou de produits consommĂ©s pour revĂȘtir le support est supĂ©rieure Ă 10 tonnes par an | |
| 3) autres activités annexes à l'imprimerie | Lorsque la quantité de papier consommée est supérieure à 2500 tonnes par an | |
1) de journaux Lorsque la quantitĂ© d'encre utilisĂ©e est supĂ©rieure Ă 100 litres/jour 2) autres imprimeries Lorsque la quantitĂ© d'encre utilisĂ©e ou de produits consommĂ©s pour revĂȘtir le support est supĂ©rieure Ă 10 tonnes par an 3) autres activitĂ©s annexes Ă l'imprimerie Lorsque la quantitĂ© de papier consommĂ©e est supĂ©rieure Ă 2500 tonnes par an
| 10. Installaties en activiteiten die het voorwerp uitmaken van een afvalpreventieplan | |||
| overeenkomstig hoofdstuk II van het besluit van de Waalse Regering van 16 januari 2014 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende sommige activiteiten met aanzienlijke milieueffecten en tot wijziging van diverse bepalingen i.v.m. onder andere industriële emissies | |||
| 10. Installations et activités s'inscrivant dans un plan de prévention des déchets | |||
| en exĂ©cution du chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 16 janvier 2014 dĂ©terminant les conditions sectorielles relatives Ă certaines activitĂ©s gĂ©nĂ©rant des consĂ©quences importantes pour l'environnement et modifiant diverses dispositions en ce qui concerne notamment les Ă©missions industrielles | |||
| 11. Installaties en/of activiteiten die oplosmiddelen verbruiken2 | ||
| Activiteit | Capaciteitsdrempel | |
| a) | VOS-01 heatsetrotatie-offset | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
| b) | VOS-02 Illustratiediepdruk | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
| c) | VOS-03 Overige drukactiviteiten: | |
| 1) VOS-03.01 Andere rotatiediepdruk, flexografie, rotatiezeefdruk, lamineer- of lakeenheden | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar | |
| 2) VOS-03.02 Rotatiezeefdruk op textiel/karton | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 30 T/jaar | |
| d) | VOS-04 Oppervlaktereiniging | Als het verbruik3 van oplosmiddelen hoger is dan 1 T/jaar |
| e) | VOS-05 Overige oppervlaktereinigingen | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 2 T/jaar |
| f) | VOS-06 Coating en overspuiten voertuigen | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 0,5T/jaar |
| g) | VOS-07 Bandlakken | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
| h) | VOS-08 Andere coatingprocessen, waaronder metaal-, kunststof-, textiel-, film- en papiercoating | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 5 T/jaar |
| i) | VOS-09 Coating van wikkeldraad | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 5 T/jaar |
| j) | VOS-10 Coating van houten oppervlakte | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
| k) | VOS-10 Impregneren van hout | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
| l) | VOS-13 Coating van leer | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 10 T/jaar |
| m) | VOS-14 Fabricage van schoeisel | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 5 T/jaar |
| n) | COV-15 Lamineren van hout en kunststof | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 5 T/jaar |
| o) | VOS-16 Het aanbrengen van een lijmlaag | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 5 T/jaar |
| p) | COV-17 Vervaardiging van coating, preparaten, lak, inkt en kleefstoffen | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 100 T/jaar |
| q) | VOS-18 Bewerking van rubber | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
| r) | VOS-19 Extractie van plantaardige oliën en van dierlijke vetten en raffinage van plantaardige oliën | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 10 T/jaar |
| s) | VOS-20 Vervaardiging van geneesmiddelen | Als het een verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 50 T/jaar |
| t`) | VOS-21 Coating van nieuwe voertuigen (auto's, vrachtwagencabines, bestelwagens, vrachtwagens en bussen) | Als het verbruik van oplosmiddelen hoger is dan 15 T/jaar |
Gezien om te worden gevoegd bij het besluit van de Waalse Regering van 19 april 20 24betreffende de verplichting tot periodieke kennisgeving van milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en tot opheffing van het besluit van de Waalse Regering van 13 december 20 07 betreffende de periodieke mededelingsplicht van de milieugegevens en tot wijziging van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de gevaarlijke afvalstoffen, het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën, het besluit van de Waalse Regering van 12 januari 20 06 betreffende de verificatie van de rapportage van de gespecificeerde broeikasgasemissies en het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 20 02 betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning
Namen, 19 april 20 24.
Voor de Regering:
De Minister-President,
E. DI RUPO
De Minister van Leefmilieu, Natuur, Bossen, Landelijke Aangelegenheden en Dierenwelzijn,
C. TELLIER
Nota's
1 De asterisk geeft aan dat er geen capaciteitsdrempel van toepassing is: voor alle inrichtingen die de beschreven activiteit uitvoeren, geldt een kennisgevingsplicht.
2 Verbruik: totale hoeveelheid organische oplosmiddelen die in een installatie gebruikt worden per kalenderjaar of elke andere periode van twaalf maanden, behalve de voor hergebruik gerecycleerde VOS
3 Stoffen of mengsels waaraan de gevarenaanduidingen H340, H350 , H350 i, H360D of H360F zijn toegekend of waarop deze moeten worden aangebracht wegens hun gehalte aan VOS die krachtens Verordening (EG) nr. 1272/20 08 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 20 08 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels als kankerverwekkend, mutageen of giftig voor de voortplanting zijn ingedeeld.
| 11. Installations et/ou activités consommant2 des solvants | ||
| Activité | Seuil de capacité | |
| a) | COV-01 Impression sur rotative offset à sécheur thermique | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 15 tonnes par an |
| b) | COV-02 Héliogravure d'édition | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 25 tonnes par an |
| c) | COV-03 Autres activités d'impression : | |
| 1) COV-03.01 autres unités d'héliogravures, flexographie, impression sérigraphique ou rotative, contre collage ou vernissage | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 15 tonnes par an | |
| 2) COV-03.02 impression sérigraphique ou rotative sur textiles/cartons | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 30 tonnes par an | |
| d) | COV-04 Nettoyage de surface | Lorsque la consommation3 de solvant est supérieure à 1 tonnes par an |
| e) | COV-05 Autres nettoyages de surface | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 2 tonnes par an |
| f) | COV-06 RevĂȘtement et retouche des vĂ©hicules | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 0,5 tonne par an |
| g) | COV-07 Laquage en continu | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 25 tonnes par an |
| h) | COV-08 Autres revĂȘtements, y compris le revĂȘtement de mĂ©taux, de plastiques, de textiles, de feuilles de papier | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 5 tonnes par an |
| i) | COV-09 RevĂȘtement de fils de bobinage | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 5 tonnes par an |
| j) | COV-10 RevĂȘtement de surface en bois | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 15 tonnes par an |
| k) | COV-12 Imprégnation du bois | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 25 tonnes par an |
| l) | COV-13 RevĂȘtement du cuir | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 10 tonnes par an |
| m) | COV-14 Fabrication de chaussures | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 5 tonnes par an |
| n) | COV-15 Stratification de bois et de plastique | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 5 tonnes par an |
| o) | COV-16 RevĂȘtement adhĂ©sif | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 5 tonnes par an |
| p) | COV-17 Fabrication de prĂ©parations, revĂȘtements, vernis, encres et colles | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 100 tonnes par an |
| q) | COV-18 Conversion de caoutchouc | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 15 tonnes par an |
| r) | COV-19 Extraction d'huiles végétales et de graisses animales et activités de raffinage d'huile végétale | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 10 tonnes par an |
| s) | COV-20 Fabrication de produits pharmaceutiques | Lorsque la consommation de solvant est supérieure à 50 tonnes par an |
| t) | COV-21 RevĂȘtement de vĂ©hicules (automobiles, cabines de camion, camionnettes, camions et autobus) neufs4 | Lorsque la consommation de solvant est supĂ©rieure Ă 15 tonnes par an |
Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 19 avril 20 24 relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 20 02 relatif Ă la procĂ©dure et Ă diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et abrogeant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 13 dĂ©cembre 20 07 relatif Ă l'obligation de notification pĂ©riodique de donnĂ©es environnementales et modifiant l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux dĂ©chets dangereux, l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux huiles usagĂ©es, l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 12 janvier 20 06 relatif Ă la vĂ©rification des dĂ©clarations des Ă©missions de gaz Ă effet de serre spĂ©cifiĂ©s et l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 20 02 relatif Ă la procĂ©dure et aux diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
Namur, le 19 avril 20 24.
Pour le Gouvernement :
Le Ministre Président,
E. DI RUPO
La Ministre de l'Environnement, de la Nature, de la ForĂȘt, de la RuralitĂ© et du Bien-ĂȘtre animal,
C. TELLIER
Notes
1 L'astérisque indique qu'aucun seuil de capacité n'est applicable : tous les établissements exerçant l'activité décrite sont soumis à notification
2Consommation : quantité totale de solvants organiques utilisée dans une installation par année de calendrier ou de toute autre période de douze mois, moins les COV récupérés en vue de leur réutilisation
3 Les substances ou mĂ©langes auxquels sont attribuĂ©es, ou sur lesquels doivent ĂȘtre apposĂ©es, les mentions de danger H340, H350 , H350 i, H360D ou H360F en raison de leur teneur en COV classĂ©s cancĂ©rigĂšnes, mutagĂšnes ou toxiques pour la reproduction en vertu du RĂšglement (BE) no 1272/20 08 du Parlement europĂ©en et du Conseil du 16 dĂ©cembre 20 08 relatif Ă la classification, Ă l'Ă©tiquetage et Ă l'emballage des substances et des mĂ©langes.