Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over de erkenning en subsidiëring van units voor personen met een handicap met een bijkomende ernstige psychische problematiek(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 30-08-2024 en tekstbijwerking tot 08-10-2025)
Titre
19 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand sur l'agrément et le subventionnement d'unités pour les personnes handicapées souffrant d'un problème psychique grave supplémentaire(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 30-08-2024 et mise à jour au 08-10-2025)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (17)
Texte (17)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het agentschap, vermeld in artikel 2, 1°, van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
  2° besluit van 4 februari 2011: het besluit van de Vlaamse Regering van 4 februari 2011 betreffende de algemene erkenningsvoorwaarden en kwaliteitszorg van voorzieningen voor opvang, behandeling en begeleiding van personen met een handicap;
  3° budget: een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;
  [1 3° /1 G-index: het indexcijfer van de afgevlakte gezondheidsindex, vermeld in titel I, hoofdstuk II, van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen;]1
  4° leidend ambtenaar: de administrateur-generaal van het agentschap;
  5° partner in de geestelijke gezondheidszorg: een voorziening die de gebruiker residentieel ondersteunt wegens een ernstige psychische problematiek;
  6° persoonsvolgende middelen: de persoonsvolgende middelen, vermeld in artikel 2, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 maart 2017 over persoonsvolgende middelen voor minderjarige personen met een handicap met dringende noden, en voor de module en het bedrag, vermeld in artikel 2, tweede lid, 6°, van het voormelde besluit;
  7° vergunde zorgaanbieder: een aanbieder van zorg of ondersteuning voor personen met een handicap die conform het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap is vergund door het agentschap.
  
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
  1° agence : l'agence, mentionnée à l'article 2, 1°, du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
  2° l'arrêté du 4 février 2011 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 2011 relatif aux conditions générales d'agrément et à la gestion de la qualité des structures d'accueil, de traitement et d'accompagnement des personnes handicapées ;
  3° budget : un budget pour des soins et du soutien non directement accessibles, tels que mentionnés au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ;
  [1 3° /1 indice G : l'indice de l'indice santé lissé, visé au titre I, chapitre II, de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays ; ]1
  4° fonctionnaire dirigeant : l'administrateur général de l'agence ;
  5° partenaire en soins de santé mentale : une structure qui apporte à l'utilisateur un soutien résidentiel en raison d'un problème psychique grave ;
  6° aides personnalisées : les aides personnalisées, mentionnées à l'article 2, alinéa 1er, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 10 mars 2017 relatif au versement d'aides personnalisées aux personnes handicapées ayant des besoins urgents, et pour le module et le montant, mentionnés à l'article 2, alinéa 2, 6° de l'arrêté précité ;
  7° prestataire de soins autorisé : un prestataire de soins ou de soutien pour personnes handicapées qui, conformément à l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées, est autorisé par l'agence.
  
Art.2. § 1. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting, units voor personen met een handicap met een bijkomende ernstige psychische problematiek erkennen en subsidiëren.
  De units, vermeld in het eerste lid, worden erkend voor een aantal personeelspunten.
  § 2. De erkenning van de units, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, gebeurt na een oproep tot subsidieaanvragen door het agentschap.
  § 3. Het agentschap legt de nadere regels vast met betrekking tot de selectieprocedure, de selectiecriteria, en de wijze waarop een aanvraag, als vermeld in paragraaf 4, moet worden ingediend.
  Bij de bepaling van de selectieprocedure en de selectiecriteria, vermeld in het eerste lid, houdt het agentschap in het bijzonder rekening met de voorwaarden vermeld in artikel 5, ervaring in het werken met de doelgroep vermeld in artikel 6, de beoogde omkadering van de doelgroep vermeld in artikel 6 en de interdisciplinaire expertise van de projecten, de samenwerking met vergunde zorgaanbieders in functie van de doorstroom van de doelgroep vermeld in artikel 6 en de verdere uitbouw van expertise.
  § 4. Elke kandidaat kan binnen de zestig dagen, te rekenen vanaf de dag dat de oproep werd bekendgemaakt, een gemotiveerde aanvraag indienen. Wanneer de oproep werd bekendgemaakt tijdens de maand juli of augustus, dan bedraagt de voormelde termijn negentig dagen.
  Als de laatste dag van de termijnen, vermeld in het vorige lid, een zaterdag, zondag of een wettelijke feestdag is, dan worden deze termijnen verlengd tot en met de eerstvolgende werkdag.
  De leidend ambtenaar deelt de beslissing over de aanvraag, vermeld in het eerste lid, schriftelijk mee aan de aanvrager, binnen dertig werkdagen vanaf het einde van de termijnen, vermeld in het eerste lid.
  In deze paragraaf wordt verstaan onder werkdag: alle andere dagen dan wettelijke feestdagen, zondagen en zaterdagen.
  § 5. Wanneer het agentschap een aanvraag, vermeld in paragraaf 4, eerste lid, goedkeurt, dan moet de aanvrager opstarten binnen honderdtwintig kalenderdagen, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in paragraaf 4, vierde lid.
  Wanneer de aanvrager niet is opgestart, binnen de honderdtwintig dagen, te rekenen vanaf de datum van de beslissing, vermeld in paragraaf 4, vierde lid, dan vervalt deze beslissing, en kan de aanvrager niet opstarten.
  Met opstarten, vermeld in het eerste en tweede lid, wordt bedoeld het inzetten van personeelspunten.
Art.2. § 1er. L'agence peut, dans les limites des aides définies à cet effet dans son budget, agréer et subventionner des unités pour personnes handicapées souffrant d'un problème psychique grave supplémentaire.
  Les unités, mentionnées à l'alinéa 1er, sont agréées pour un certain nombre de points de personnel.
  § 2. L'agrément des unités, mentionné au paragraphe 1er, alinéa 1er, intervient après un appel aux demandes de subventions par l'agence.
  § 3. L'agence fixe les modalités relatives à la procédure de sélection, aux critères de sélection et à la manière dont une demande, telle que mentionnée au paragraphe 4, doit être introduite.
  Lors de la définition de la procédure de sélection et des critères de sélection, mentionnés à l'alinéa 1er, l'agence tient compte en particulier des conditions énoncées à l'article 5, de l'expérience dans le travail avec le groupe cible mentionné à l'article 6, de l'encadrement visé du groupe cible mentionné à l'article 6 et de l'expertise interdisciplinaire des projets, de la collaboration avec des offreurs de soins autorisés en vue de la transition du groupe cible mentionné à l'article 6 et de la poursuite du développement de l'expertise.
  § 4. Chaque candidat peut introduire une demande motivée dans les soixante jours, à compter du jour où l'appel a été publié. Si l'appel a été publié pendant le mois de juillet ou d'août, le délai mentionné est de nonante jours.
  Lorsque le dernier jour des délais, mentionnés à l'alinéa précédent, est un samedi, un dimanche ou un jour férié légal, ces délais sont prolongés jusqu'au jour ouvrable suivant.
  Le fonctionnaire dirigeant communique par écrit au demandeur la décision sur la demande, mentionnée à l'alinéa 1er, et ce dans les trente jours ouvrables à partir de la fin des délais mentionnés dans l'alinéa 1er.
  Dans le présent paragraphe, on entend par jour ouvrable : tous les jours autres que les jours fériés légaux, les dimanches et les samedis.
  § 5. Si l'agence approuve une demande, mentionnée au paragraphe 4, alinéa 1er, le demandeur doit commencer dans les cent vingt jours calendrier, à compter de la date de décision mentionnée au paragraphe 4, alinéa 4.
  Si le demandeur n'a pas commencé dans les cent vingt jours à compter de la date de la décision mentionnée au paragraphe 4, alinéa 4, cette décision expire et le demandeur ne peut pas commencer.
  On entend par " commencer ", mentionné aux alinéas 1er et 2, la mise en oeuvre de points de personnel.
Art.3. De erkenning, vermeld in artikel 2, wordt toegekend voor een periode van vier jaar. Het agentschap legt de begindatum en de einddatum vast van de periode waarvoor de erkenning, vermeld in artikel 2, wordt toegekend.
Art.3. L'agrément, mentionné à l'article 2, est accordé pour une période de quatre ans. L'agence définit la date de début et la date de fin de la période pour laquelle l'agrément, mentionné à l'article 2, est accordé.
Art.4. De subsidie, vermeld in artikel 2, paragraaf 1, eerste lid, is de financiële ondersteuning voor de verleende ondersteuning vermeld in artikel 7.
  De unit, vermeld in artikel 2, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands en engageert zich voor het gebruik ervan bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
Art.4. La subvention, mentionnée à l'article 2, paragraphe 1er, est le soutien financier pour l'aide apportée mentionnée à l'article 7.
  L'unité, mentionnée à l'article 2, reconnaît l'importance de l'utilisation du néerlandais et s'engage à l'utiliser dans l'exercice des activités subventionnées.
Art.5. Om erkend te worden en te blijven als een unit, vermeld in artikel 2, moet aan de volgende voorwaarden worden voldaan:
  1° een vergunde zorgaanbieder zijn;
  2° ervaring hebben in het werken met de personen met een handicap, vermeld in artikel 6, en kunnen aantonen dat de unit beschikt over psychiatrische en orthopedagogische expertise die waar nodig aangevuld kan worden met bijkomende paramedische expertise;
  3° intensief samenwerken met de partner in de geestelijke gezondheidszorg om te komen tot gedeelde ondersteuningstrajecten voor de personen die door de unit worden ondersteund. De unit en de betrokken partner in de geestelijke gezondheidszorg zijn gedurende het volledige ondersteuningstraject van de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6, intensief betrokken, werken samen en beperken zich er niet toe de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6, door te verwijzen naar elkaar;
  4° kunnen terugvallen op voldoende omkadering en expertise in het preventief omgaan met en het opvangen van externaliserend en escalerend gedrag;
  5° beschikken over aangepaste infrastructuur voor de omkadering van de personen met een handicap, vermeld in artikel 6.
  Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing op de units, vermeld in artikel 2.
Art.5. Pour obtenir et conserver l'agrément en tant qu'unité, mentionnée à l'article 2, les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° être un offreur de soins de santé autorisé ;
  2° avoir de l'expérience dans le travail avec des personnes handicapées, mentionnées à l'article 6, et pouvoir démontrer que l'unité dispose d'une expertise psychiatrique et orthopédagogique qui peut si nécessaire être complétée par une expertise paramédicale supplémentaire ;
  3° collaborer de manière intensive avec le partenaire en soins de santé mentale pour aboutir à des parcours de soutien partagés pour les personnes soutenues par l'unité. L'unité et le partenaire concerné dans les soins de santé mentale sont impliqués de manière intensive pendant tout le parcours de soutien de la personne handicapée, mentionnée à l'article 6, ils travaillent ensemble et ne se limitent pas à se renvoyer la personne handicapée, mentionnée à l'article 6 ;
  4° pouvoir compter sur un encadrement et une expertise suffisants dans la prévention et la prise en charge d'un comportement d'externalisation et d'escalade ;
  5° disposer d'une infrastructure adaptée pour l'encadrement des personnes handicapées, mentionnées à l'article 6.
  L'arrêté du 4 février 2011 s'applique aux unités, mentionnées à l'article 2.
Art.6. § 1. De units, vermeld in artikel 2, bieden ondersteuning aan personen met een handicap die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
  1° de persoon is minstens zestien jaar en door het agentschap erkend als persoon met een handicap;
  2° de persoon heeft een definitieve terbeschikkingstelling van een budget of heeft persoonsvolgende middelen ter beschikking gekregen;
  3° de persoon heeft een verstandelijke handicap en beschikt over een diagnose van een of meer psychische stoornissen die een psychiater heeft gevalideerd als vermeld in het handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5;
  4° de psychische problematiek is niet gestabiliseerd en geeft aanleiding tot externaliserend probleemgedrag ten aanzien van zichzelf, anderen of materiaal;
  5° de ondersteuningsnood van de persoon overstijgt de draagkracht van een vergunde zorgaanbieder of van een partner in de geestelijke gezondheidszorg en maakt een gedeelde gedragenheid tussen de sector van personen met een handicap en de sector van de geestelijke gezondheidszorg noodzakelijk;
  6° de persoon heeft een zorgtraject binnen de sector van de geestelijke gezondheidszorg afgelegd met minstens één residentiële opname bij een partner van de geestelijke gezondheidszorg in het kader van diagnostiek en behandeling.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° definitieve terbeschikkingstelling: de terbeschikkingstelling van een budget voor een periode van onbeperkte duur;
  2° handboek voor de classificatie van psychische stoornissen DSM-5: de vijfde editie, verschenen in 2014, van de Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), een classificatiesysteem voor psychiatrische stoornissen waarin internationale afspraken zijn gemaakt over welke criteria van toepassing zijn op een bepaalde psychische stoornis op basis van wetenschappelijke inzichten.
  § 2. Bij de opstart van de ondersteuning door een unit, vermeld in artikel 2, besteedt de persoon met een handicap, vermeld in paragraaf 1, zijn budget of persoonsvolgende middelen volledig bij de unit, vermeld in artikel 2.
  In het kader van een graduele doorstroom naar een vergunde zorgaanbieder kan het budget of de persoonsvolgende middelen gedeeltelijk besteed worden bij een vergunde zorgaanbieder.
  § 3. De persoon met een handicap, vermeld in paragraaf 1, hoeft geen aanvraag in te dienen bij het agentschap om te kunnen gebruikmaken van de ondersteuning van een unit, vermeld in artikel 2.
Art.6. § 1er. Les unités, mentionnées à l'article 2, offrent du soutien aux personnes handicapées qui remplissent toutes les conditions suivantes :
  1° la personne a au moins 16 ans et est reconnue par l'agence comme personne handicapée ;
  2° la personne bénéficie d'une mise à disposition définitive d'un budget ou des aides personnalisées ont été mises à sa disposition ;
  3° la personne souffre d'un handicap mental et dispose d'un diagnostic d'un ou de plusieurs troubles psychiques qu'un psychiatre a validés, comme mentionné dans le manuel de classification des troubles psychiques DSM-5 ;
  4° le problème psychique n'est pas stabilisé et entraîne des troubles du comportement d'externalisation par rapport à la personne elle-même, à autrui, ou à du matériel ;
  5° le besoin de soutien de la personne dépasse les capacités d'un offreur de soins autorisé ou d'un partenaire dans les soins de santé mentale et rend nécessaire un soutien partagé entre le secteur des personnes handicapées et le secteur des soins de santé mentale ;
  6° la personne a suivi un parcours de soins dans le secteur des soins de santé mentale avec au moins une admission résidentielle chez un partenaire de soins de santé mentale dans le cadre du diagnostic et du traitement.
  A l'alinéa 1er, on entend par :
  1° mise à disposition définitive : la mise à disposition d'un budget pour une période de durée illimitée ;
  2° manuel pour la classification des troubles psychiques DSM-5 : la cinquième édition, parue en 2014, du Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders (DSM), un système de classification des troubles psychiatriques où des accords internationaux sont convenus sur les critères applicables à un certain trouble psychique sur la base d'avis scientifiques.
  § 2. Lors du lancement du soutien par une unité, mentionnée à l'article 2, la personne handicapée, mentionnée au paragraphe 1er, consacre entièrement son budget ou les aides personnalisées à l'unité, mentionnée à l'article 2.
  Dans le cadre d'une orientation progressive vers un offreur de soins autorisé, le budget ou les aides personnalisées peuvent être partiellement consacrés à un offreur de soins autorisé.
  § 3. La personne handicapée, mentionnée au paragraphe 1er, ne doit pas introduire de demande auprès de l'agence pour bénéficier du soutien d'une unité, mentionnée à l'article 2.
Art.7. De units, vermeld in artikel 2 van dit besluit, bieden de volgende ondersteuning:
  1° intensieve dag- en woonondersteuning bieden aan de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6 van dit besluit, waarbij interdisciplinair wordt samengewerkt minstens tussen de unit, vermeld in artikel 2 van dit besluit, en de partner in de geestelijke gezondheidszorg;
  2° een leefklimaat creëren waarin de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6 van dit besluit, vaardigheden en copingstrategieën kan aanleren, die die persoon nadien maximaal kan toepassen in het dagelijks leven met het oog op de overstap naar een vergunde zorgaanbieder;
  3° intensief samenwerken met andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning en het handelingsplan, vermeld in artikel 11 van het besluit van 4 februari 2011, in het kader van het mogelijk maken van ondersteuning door een vergunde zorgaanbieder;
  4° stapsgewijs voorbereiden van de uitstroom van een persoon met een handicap, vermeld in artikel 6 van dit besluit, naar een vergunde zorgaanbieder. Dat houdt al de volgende acties in:
  a) actief meezoeken naar vervolgondersteuning door een vergunde zorgaanbieder die de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6 van dit besluit, verder kan ondersteunen met het persoonsvolgend budget of de persoonsvolgende middelen van die persoon;
  b) de overstap voorbereiden door de vergunde zorgaanbieder die zorgt voor de vervolgondersteuning, te ondersteunen in het bieden van gepaste begeleiding en een gepast leefklimaat;
  c) het duurzame traject van de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6 van dit besluit, na de overstap bij de vergunde zorgaanbieder mee bewerkstelligen door de doorstroom actief te begeleiden ter plaatse.
  De persoon met een handicap, vermeld in artikel 6, kan hoogstens drie opeenvolgende jaren gebruikmaken van ondersteuning in het kader van een unit, vermeld in artikel 2.
  De periode, vermeld in het tweede lid, kan maximaal een keer worden verlengd met een jaar als het agentschap de motivatie van de unit, vermeld in artikel 2, voor de verlenging goedkeurt.
  De ondersteuning door een unit, vermeld in artikel 2, die leidt tot de doorstroom naar een vergunde zorgaanbieder, en waarvan het traject maximum vier opeenvolgende jaren kan duren conform het tweede en derde lid, kan per persoon met een handicap, vermeld in artikel 6, maar één keer geboden worden.
  De unit, vermeld in artikel 2, blijft nadien beschikbaar voor eventuele afstemming en consult ten behoeve van de vergunde zorgaanbieder die de vervolgondersteuning verleent aan de persoon met een handicap, vermeld in artikel 6.
Art.7. Les unités, mentionnées à l'article 2 du présent arrêté, offrent le soutien suivant :
  1° offrir un soutien de jour et résidentiel intensif à la personne handicapée, mentionnée à l'article 6 de cet arrêté, en assurant une collaboration interdisciplinaire entre au moins l'unité, mentionnée à l'article 2 de cet arrêté, et le partenaire en soins de santé mentale ;
  2° créer un cadre de vie dans lequel la personne handicapée, mentionnée à l'article 6 du présent arrêté, peut acquérir des compétences et apprendre des stratégies de coping, que cette personne peut ensuite appliquer un maximum dans la vie quotidienne en vue de passer à un offreur de soins autorisé ;
  3° collaborer de manière intensive avec d'autres acteurs impliqués dans le soutien et le plan d'action, mentionnés à l'article 11 de l'arrêté du 4 février 2011, en vue de permettre un soutien par un offreur de soins autorisé ;
  4° préparer progressivement le passage d'une personne handicapée, mentionnée à l'article 6 du présent arrêté, vers un offreur de soins autorisé. Cela implique les actions suivantes :
  a) contribuer activement à la poursuite du soutien par un offreur de soins autorisé qui peut continuer de soutenir la personne handicapée, mentionnée à l'article 6 de cet arrêté, avec le budget personnalisé ou les aides personnalisées de cette personne ;
  b) préparer la transition en soutenant l'offreur de soins autorisé qui assure la poursuite du soutien à offrir un accompagnement adapté et un cadre de vie adapté ;
  c) assurer le trajet durable de la personne handicapée, mentionnée à l'article 6 du présent arrêté, après la transition chez l'offreur de soins autorisé, en accompagnant activement la transition sur place.
  La personne handicapée, mentionnée à l'article 6, peut bénéficier pendant maximum trois années consécutives du soutien dans le cadre d'une unité, mentionnée à l'article 2.
  La période, mentionnée à l'alinéa 2, peut être prolongée maximum une fois d'un an si l'agence approuve la motivation de l'unité, mentionnée à l'article 2, pour la prolongation.
  Le soutien par une unité, mentionnée à l'article 2, qui entraîne la transition vers un offreur de soins autorisé, et dont le trajet peut durer au maximum quatre années consécutives conformément aux alinéas 2 et 3, ne peut être offert qu'une seule fois par personne handicapée, mentionnée à l'article 6.
  L'unité, mentionnée à l'article 2, reste ensuite disponible pour une éventuelle coordination et une consultation pour l'offreur de soins autorisé qui assure la poursuite du soutien à la personne handicapée, mentionnée à l'article 6.
Art.8. De units, vermeld in artikel 2, werken mee en verlenen de nodige informatie aan het onderzoek "Ontwikkelen en uitproberen van een duurzaam en geïntegreerd model voor langdurige complexe zorg voor personen met een dubbeldiagnose verstandelijke handicap - geestelijke gezondheidszorg. Begeleidend onderzoek bij pilootprojecten in Vlaanderen".
Art.8. Les unités, mentionnées à l'article 2, participent et fournissent les informations nécessaires à l'étude " Ontwikkelen en uitproberen van een duurzaam en geïntegreerd model voor langdurige complexe zorg voor personen met een dubbeldiagnose verstandelijke handicap - geestelijke gezondheidszorg. Begeleidend onderzoek bij pilootprojecten in Vlaanderen ".
Art.9. De programmatie voor de erkenning van de units, vermeld in artikel 2, bedraagt 944 personeelspunten. De programmatie kan jaarlijks naar beneden worden bijgesteld of stopgezet. Deze bijstelling kan het gevolg zijn van eventuele begrotingsmaatregelen of een wijziging in het beleid.
Art.9. La programmation pour l'agrément des unités, mentionnées à l'article 2, est de 944 points de personnel. La programmation peut être revenue à la baisse annuellement ou être interrompue. Cette adaptation peut résulter d'éventuelles mesures budgétaires ou d'une modification de la politique.
Art.10. Het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is niet van toepassing op de erkenning van de units, vermeld in artikel 2 van dit besluit.
  In afwijking van het eerste lid zijn artikel 15, 16 en 17 van het voormelde besluit van 15 december 1993 van toepassing op de erkenning als unit als vermeld in artikel 2 van dit besluit.
Art.10. L'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées ne s'applique pas à l'agrément des unités, mentionnées à l'article 2 du présent arrêté.
  Contrairement à l'alinéa 1er, les articles 15, 16 et 17 de l'arrêté cité du 15 décembre 1993 s'appliquent à l'agrément en tant qu'unité, comme mentionné à l'article 2 du présent arrêté.
Art.11. § 1. Het agentschap subsidieert de personeelspunten, vermeld in paragraaf 2 en 3. Deze subsidie is beperkt tot het maximumaantal personeelspunten waarvoor de unit, vermeld in artikel 2, is erkend, in voorkomend geval verminderd met de personeelspunten die worden omgezet in werkingsmiddelen conform artikel 13, eerste lid.
  § 2. De unit, vermeld in artikel 2, heeft minstens een coördinerend staflid in dienst en ontvangt daarvoor negentig personeelspunten.
  § 3. In het kader van de opstartfase wordt tijdelijk in negentig personeelspunten voorzien om de opstart van de unit, vermeld in artikel 2, te ondersteunen. Na die opstartfase wordt er nog altijd in die negentig personeelspunten voorzien in het kader van het duurzame traject van de personen met een handicap, vermeld in artikel 6, die uitstromen.
  § 4. Per persoon met een handicap, vermeld in artikel 6, die een volledig kalenderjaar wordt ondersteund, ontvangt de unit 64.000 euro (vierenzestigduizend euro).
  Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt voor minstens voor 80% gebruikt voor personeelskosten. Onder personeelskosten worden ook de kosten verstaan die verbonden zijn aan de inschakeling van personeel in dienst van de partner in de geestelijke gezondheidszorg. om de ondersteuning te verlenen, vermeld in artikel 7, eerste lid.
  Als uit de registraties in de webapplicatie, vermeld in artikel 15, blijkt dat de ondersteuning geen volledig kalenderjaar omvat, wordt het bedrag, vermeld in het eerste lid, pro rata toegekend in verhouding tot de periode van de ondersteuning.
  [1 Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]1
  
Art.11. § 1er. L'agence subventionne les points de personnel, mentionnés aux paragraphes 2 et 3. Cette subvention est limitée au nombre maximal de points de personnel pour lesquels l'unité, mentionnée à l'article 2, est agréée, le cas échéant, diminuée des points de personnel convertis en moyens de fonctionnement, conformément à l'article 13, alinéa 1er.
  § 2. L'unité, mentionnée à l'article 2, compte au moins un employé de coordination à son service et reçoit pour cela nonante points de personnel.
  § 3. Dans le cadre de la phase de lancement, on prévoit temporairement nonante points de personnel pour soutenir le lancement de l'unité, mentionnée à l'article 2. Après cette phase de lancement, ces nonante points de personnel sont toujours prévus dans le cadre du parcours durable des personnes handicapées, mentionnées à l'article 6, qui quittent le cadre de suivi.
  § 4. Pour chaque personne handicapée, mentionnée à l'article 6, qui est soutenue une année calendaire complète, l'unité reçoit 64 000 euros (soixante-quatre mille euros).
  Au moins 80 % du montant, mentionné à l'alinéa 1er, sont utilisés pour les frais de personnel. On entend aussi par frais de personnel les coûts liés à l'engagement de personnel au service du partenaire dans les soins de santé mentale afin d'assurer le soutien, mentionné à l'article 7, alinéa 1er.
  S'il ressort des enregistrements dans l'application web, mentionnée à l'article 15, que le soutien ne porte pas sur une année calendaire complète, le montant, mentionné à l'alinéa 1er, est octroyé au pro rata de la période de soutien.
  [1 Le montant visé à l'alinéa 1er, est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]1
  
Art.12. Het agentschap verleent bijkomend een werkingstoelage van 89 euro per personeelspunt waarvoor de unit, vermeld in artikel 2, is erkend.
  [1 Het bedrag, vermeld in het eerste lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de G-index, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]1
  
Art.12. L'agence accorde une subvention de fonctionnement supplémentaire de 89 euros par point de personnel pour lequel l'unité, mentionnée à l'article 2, est agréée.
  [1 Le montant visé à l'alinéa 1er, est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de l'indice G, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient. ]1
  
Art.13. Een unit als vermeld in artikel 2, kan maximaal 3% van de personeelspunten waarvoor die is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
  Het bedrag per punt, vermeld in het eerste lid, bedraagt 834 euro (achthonderdvierendertig euro).
  Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° over de aanwending van het bedrag is voorafgaand overleg gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van 4 februari 2011, of er is collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, geweest;
  2° er is overleg met de werknemersvertegenwoordiging geweest;
  3° aan de overlegkanalen, vermeld in punt 1° en 2°, is transparantie geboden over de aanwending.
  Op verzoek van het agentschap bewijst de unit, vermeld in artikel 2, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het schriftelijke akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.
  De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, kunnen niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag kan gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
  In afwijking van het vijfde lid kunnen de werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.
  [1 Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met [2 G-index]2, volgens de volgende formule: bedrag X-1 x G-index december X-1/G-index december X-2, waarbij X het jaartal is waarin de indexering plaatsvindt.]1
  
Art.13. Une unité telle que mentionnée à l'article 2 peut convertir un maximum de 3 % des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
  Le montant par point, mentionné à l'alinéa 1er, s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros).
  L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, mentionnés à l'alinéa 1er, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° il y a eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collectif, mentionné à l'article 27 de l'arrêté du 4 février 2011, ou il y a eu un droit d'expression collectif tel que mentionné à l'article 30 de l'arrêté précité ;
  2° il y a eu une concertation avec la représentation des travailleurs ;
  3° de la transparence a été offerte à ces filières de concertation, mentionnées aux points 1° et 2°, en matière d'affectation.
  A la demande de l'agence, l'unité, mentionnée à l'article 2, prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collectif ou la participation collective et l'accord écrit avec la représentation des travailleurs.
  Les moyens de fonctionnement, mentionnés à l'alinéa 1er, ne peuvent pas être utilisés à des fins de constitution de réserves ou de recrutement de personnel ou d'indemnisation de frais de personnel. La dépense du montant peut être étalée sur plusieurs exercices comptables.
  Contrairement à l'alinéa 5, les moyens de fonctionnement mentionnés à l'alinéa 1er peuvent être utilisés pour l'indemnisation de prestations variables qui ne sont pas rémunérées conformément aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.
  [1 Le montant visé à l'alinéa 2 est annuellement adapté au 1er janvier, compte tenu de [2 l'indice G]2, selon la formule suivante : montant X-1 x indice G décembre X-1/indice G décembre X-2, où X est l'année au cours de laquelle l'indexation intervient.]1
  
Art.14. De units, vermeld in artikel 2, bezorgen jaarlijks een verslag over hun werking aan het agentschap.
  Het verslag, vermeld in het eerste lid, wordt opgemaakt aan de hand van het sjabloon dat het agentschap vaststelt en bevat al de volgende elementen:
  1° informatie over de personen met een handicap, vermeld in artikel 6;
  2° een beschrijving van de geboden ondersteuning, waarbij een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen de ondersteuning die ingekocht wordt met het budget of de persoonsvolgende middelen, en de ondersteuning waarvoor de middelen, vermeld in artikel 11, worden aangewend;
  3° informatie over de samenwerking met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning;
  4° informatie over de doorstroom van de personen met een handicap, vermeld in artikel 6, aan wie ondersteuning wordt geboden;
  5° mededeling van knelpunten en opportuniteiten.
  Het agentschap kan naast de elementen, vermeld in het tweede lid, bijkomende elementen bepalen.
  De units, vermeld in artikel 2, bezorgen het verslag, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap vóór 30 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het verslag betrekking heeft.
Art.14. Les unités, mentionnées à l'article 2, transmettent annuellement un rapport sur le fonctionnement à l'agence.
  Le rapport, mentionné à l'alinéa 1er, est établi à l'aide du modèle fixé par l'agence et comprend tous les éléments suivants :
  1° des informations sur les personnes handicapées, mentionnées à l'article 6 ;
  2° une description du soutien offert, en distinguant clairement le soutien qui est acheté avec le budget ou les aides personnalisées, et le soutien pour lequel les aides, mentionnées à l'article 11, sont utilisées ;
  3° des informations sur la coopération avec les autres acteurs concernés par le soutien ;
  4° des informations sur la transition des personnes handicapées, mentionnées à l'article 6, à qui un soutien est offert ;
  5° une communication des points névralgiques et des opportunités.
  L'agence peut définir des éléments supplémentaires, outre les éléments mentionnés à l'alinéa 2.
  Les unités, mentionnées à l'article 2, transmettent le rapport, mentionné à l'alinéa 1er, à l'agence avant le 30 mars de l'année calendaire qui suit l'année calendaire sur laquelle porte le rapport annuel.
Art.15. Als verantwoording over de besteding van de toegekende middelen, vermeld in artikel 11 van dit besluit, bezorgen de units, vermeld in artikel 2 van dit besluit, de gegevens over de duur en de frequentie van de afgesproken ondersteuning, zoals die zijn opgenomen in de individuele dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van 4 februari 2011, in een webapplicatie die het agentschap ter beschikking stelt.
Art.15. Comme justification de l'affectation des moyens octroyés, mentionnés à l'article 11 du présent arrêté, les unités, mentionnées à l'article 2 du présent arrêté, transmettent les données sur la durée et la fréquence du soutien convenu, telles que reprises dans le contrat individuel de services, mentionné à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du 4 février 2011, dans une application web que l'agence met à disposition.
Art.16. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2024.
  Artikel 14, tweede lid, punt 1° en 4°, treden in werking op een datum die de Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, vaststelt.
Art.16. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er août 2024.
  L'article 14, alinéa 2, points 1° et 4° entre en vigueur à une date fixée par le ministre flamand qui a les personnes handicapées dans ses attributions.
Art. 17. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 17. Le ministre flamand qui a les personnes handicapées dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.