Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, wat betreft de ondersteuning van minderjarigen en de invoering van time-out plaatsen, en het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2022 over de toekenning van een subsidie aan Stan Trefpunt verstandelijke handicap vzw, wat betreft de inschakeling van externe coaches
Titre
19 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement, en ce qui concerne le soutien de mineurs et l'introduction de places time-out, et l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2022 relatif à l'attribution d'une subvention à Stan Trefpunt verstandelijke handicap ASBL, en ce qui concerne l'engagement de coachs externes
Documentinformatie
Info du document
Tekst (36)
Texte (36)
HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits
CHAPITRE 1er. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement
Artikel 1. In het besluit van de Vlaamse Regering van 8 december 2017 over de erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 en 17 februari 2023, wordt boven artikel 1 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 1. Definities".
Article 1er. Dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 2017 relatif à l'agrément et au subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 11 janvier 2019 et 17 février 2023, il est inséré au-dessus de l'article 1er un intitulé, rédigé comme suit :
  " Chapitre 1er. Définitions ".
Art.2. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° er worden een punt 2° /1 en 2° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "2° /1 besluit van 26 februari 2016: het besluit van de Vlaamse Regering van 26 februari 2016 houdende erkenning en subsidiëring van multifunctionele centra voor minderjarige personen met een handicap;
  2° /2 decreet van 25 april 2014: het decreet van 25 april 2014 houdende de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap en tot hervorming van de wijze van financiering van de zorg en de ondersteuning voor personen met een handicap;";
  2° er worden een punt 3° /1 tot en met 3° /4 ingevoegd, die luiden als volgt:
  "3° /1 individuele dienstverleningsovereenkomst: de overeenkomst, vermeld in artikel 8, eerste lid, § 1, 1° van het besluit van 4 februari 2011;
  3° /2 meerderjarige: elke natuurlijke persoon die achttien jaar of ouder is;
  3° /3 MFC: een multifunctioneel centrum voor minderjarigen als vermeld in artikel 2 van het besluit van 26 februari 2016;
  3° /4 vergunde zorgaanbieder: een zorgaanbieder als vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 24 juni 2016 houdende het vergunnen van aanbieders van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor personen met een handicap;
  3° er wordt een punt 4/1° ingevoegd, dat luidt als volgt:
  4° /1 werkdag: alle andere dagen dan wettelijke feestdagen, zondagen en zaterdagen.
Art.2. A l'article 1er du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° il est inséré les points 2° /1 et 2° /2, rédigés comme suit :
  " 2° /1 arrêté du 26 février 2016 : l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 février 2016 portant agrément et subventionnement de centres multifonctionnels pour personnes handicapées mineures ;
  2° /2 décret du 25 avril 2014 : le décret du 25 avril 2014 portant le financement qui suit la personne pour des personnes handicapées et portant réforme du mode de financement des soins et du soutien pour des personnes handicapées ; " ;
  2° il est inséré les points 3° /1 à 3° /4, rédigés comme suit :
  " 3° /1 contrat individuel de services : le contrat, visé à l'article 8, alinéa 1er, § 1, 1° de l'arrêté du 4 février 2011 ;
  3° /2 majeur : chaque personne physique âgée de dix-huit ans ou plus ;
  3° /3 MFC : un centre multifonctionnel pour mineurs, tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du 26 février 2016 ;
  3° /4 offreur de soins autorisé : un offreur de soins tel que visé à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 juin 2016 portant autorisation des offreurs de soins et de soutien non directement accessibles pour personnes handicapées ;
  3° il est inséré un point 4/1°, rédigé comme suit :
  4° /1 jour ouvrable : tous les jours autres que les jours fériés légaux, les dimanches et les samedis.
Art.3. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 en 17 februari 2023, wordt tussen artikel 1 en 2 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 2. Erkenning en subsidiëring van observatie-, diagnose- en behandelingsunits".
Art.3. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 11 janvier 2019 et 17 février 2023, il est inséré entre les articles 1er et 2 un intitulé, rédigé comme suit :
  " Chapitre 2. Agrément et subventionnement d'unités d'observation, de diagnostic et de traitement ".
Art.4. In artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid opgeheven.
Art.4. Dans l'article 3 du même arrêté, l'alinéa 1er est abrogé.
Art.5. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 en 17 februari 2023, wordt een artikel 3/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Art. 3/1. In dit artikel wordt verstaan onder:
  1° jongere: persoon vanaf de leeftijd van zestien jaar tot en met de leeftijd van vijfentwintig jaar, die niet onder de toepassing van artikel 3 valt;
  2° leidend ambtenaar: de administrateur-generaal van het agentschap.
  De voorzieningen, vermeld in artikel 2 van dit besluit, bieden ondersteuning aan jongeren die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
  1° ze beschikken over een persoonlijke-assistentiebudget als vermeld in artikel 19/2 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap, maken gebruik van een MFC of beschikken over een geldig indicatiestellingsverslag als vermeld in artikel 21, eerste lid, 2°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, waarin een typemodule wordt beschreven die toegang verleent tot het gebruik van niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning voor minderjarigen als vermeld in artikel 9 van het decreet van 25 april 2014;
  2° ze hebben een verstandelijke beperking en bijkomende gedragsproblemen, eventueel in combinatie met andere beperkingen.
  Jongeren vanaf twaalf jaar die voldoen aan de voorwaarden, vermeld in het tweede lid, kunnen in uitzonderlijke gevallen gebruikmaken van een voorziening, vermeld in artikel 2. In dat geval richt de voorziening in elk individueel geval een gemotiveerde aanvraag tot de leidend ambtenaar.
  De leidend ambtenaar deelt de beslissing over de aanvraag, vermeld in het derde lid, schriftelijk mee aan de voorziening, vermeld in artikel 2, binnen 28 werkdagen vanaf de dag waarop de leidend ambtenaar de gemotiveerde aanvraag heeft ontvangen.
  Jongeren en jongeren vanaf twaalf jaar, of hun wettelijk vertegenwoordiger, hoeven geen aanvraag in te dienen bij het agentschap om te kunnen gebruikmaken van de ondersteuning van een voorziening, vermeld in artikel 2.".
Art.5. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 11 janvier 2019 et 17 février 2023, il est inséré un article 3/1, rédigé comme suit :
  " Art. 3/1. Dans le présent article, on entend par :
  1° jeune : toute personne âgée de seize à vingt-cinq ans, qui ne relève pas de l'application de l'article 3 ;
  2° fonctionnaire dirigeant : l'administrateur général de l'agence.
  Les structures, visées à l'article 2 du présent arrêté, offrent du soutien aux jeunes qui remplissent toutes les conditions suivantes :
  1° elles disposent d'un budget d'assistance personnelle, tel que visé à l'article 19/2 du décret du 7 mai 2004 portant création de l'agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique Agence flamande pour les Personnes handicapées, font usage d'un MFC ou disposent d'un rapport d'indication valable tel que visé à l'article 21, alinéa 1er, 2°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, qui décrit un module type donnant accès à l'utilisation des soins et du soutien non directement accessibles pour mineurs, tels que visés à l'article 9 du décret du 25 avril 2014 ;
  2° elles souffrent d'une déficience intellectuelle et présentent des troubles du comportement supplémentaires, éventuellement en combinaison avec d'autres déficiences.
  Les jeunes à partir de l'âge de douze ans qui remplissent les conditions visées à l'alinéa 2 peuvent, dans des cas exceptionnels, faire usage d'une structure, visée à l'article 2. Dans ce cas, la structure adresse une demande motivée au fonctionnaire dirigeant dans chaque cas individuel.
  Le fonctionnaire dirigeant communique par écrit à la structure, visée à l'article 2, la décision relative à la demande, visée à l'alinéa 3, dans un délai de 28 jours ouvrables à compter du jour où il a reçu la demande motivée.
  Les jeunes et les jeunes à partir de l'âge de 12 ans, ou leur représentant légal, ne sont pas tenus d'introduire une demande auprès de l'agence pour bénéficier du soutien d'une structure, visée à l'article 2. ".
Art.6. Aan artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 3° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "3° mobiele en ambulante outreach met het oog op kennisoverdracht naar ondersteuners van andere voorzieningen of diensten die personen met een handicap ondersteunen, en die behoefte hebben aan handicapspecifieke kennis over de doelgroep personen met een handicap en ernstige gedragsstoornissen om hun ondersteuning beter af te stemmen op de vragen en behoeften van personen met een handicap in het algemeen of in het kader van de begeleiding van specifieke personen met een handicap. De kennisoverdracht via mobiele outreach kan geboden worden via participatie en ondersteuning in de werking van de andere dienst.".
Art.6. L'article 4, alinéa 1er, du même arrêté, est complété par un point 3°, rédigé comme suit :
  " 3° outreach mobile et ambulatoire en vue du transfert de connaissances aux assistants d'autres structures ou services soutenant des personnes handicapées, qui ont besoin de connaissances spécifiques au handicap sur le groupe cible des personnes handicapées et des troubles graves du comportement afin de mieux adapter leur assistance aux questions et besoins des personnes handicapées en général ou dans le cadre de l'accompagnement de personnes handicapées spécifiques. Le transfert de connaissances par l'outreach mobile peut être offert moyennant une participation et un soutien dans le fonctionnement de l'autre service. ".
Art.7. In artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt het getal "1969,21" vervangen door het getal "3982,01".
Art.7. Dans l'article 5, alinéa 1er, du même arrêté, le nombre " 1.969,21 " est remplacé par le nombre " 3.982,01 ".
Art.8. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, worden de woorden "met een sociaal oogmerk" vervangen door de woorden "die erkend is als een sociale onderneming";
  2° er wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "De voorziening, vermeld in artikel 2, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands en engageert zich voor het gebruik ervan bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.".
Art.8. A l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° à l'alinéa 1er, les mots " à finalité sociale " sont chaque fois remplacés par les mots " qui est agréée en tant qu'entreprise sociale " ;
  2° il est inséré un alinéa 3, rédigé comme suit :
  " La structure, visée à l'article 2, reconnaît l'importance de l'utilisation du néerlandais et s'engage à l'utiliser dans l'exercice des activités subventionnées. ".
Art.9. Artikel 12 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
  "Art. 12. De personen vermeld in artikel 3 of artikel 3/1, die ondersteund worden door een voorziening, vermeld in artikel 2, staan zelf in voor de woon- en leefkosten.
  Als een persoon vermeld in artikel 3 of artikel 3/1 een individuele dienstverleningsovereenkomst als vermeld in artikel 34 van het besluit van 26 februari 2016, heeft gesloten met een MFC, kan de voorziening, vermeld in artikel 2 van dit besluit, in afwijking van het eerste lid, geen woon-en leefkosten aanrekenen, maar wel een financiële bijdrage die berekend wordt conform artikel 25 of 27 van het besluit van 26 februari 2016.".
Art.9. L'article 12 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 12. Les personnes, visées à l'article 3 ou à l'article 3/1, qui sont soutenues par une structure, visée à l'article 2, sont responsables des frais de logement et de subsistance.
  Si une personne, visée à l'article 3 ou à l'article 3/1, a conclu avec un MFC un contrat individuel de services, tel que visé à l'article 34 de l'arrêté du 26 février 2016, la structure, visée à l'article 2 du présent arrêté, peut, contrairement à l'alinéa 1er, ne pas facturer les frais de logement et de subsistance, mais peut facturer une contribution financière calculée conformément à l'article 25 ou 27 de l'arrêté du 26 février 2016. ".
Art.10. In artikel 14 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt het getal "341,33" vervangen door het getal "822,66";
  2° in punt 2° wordt het getal "682,66" vervangen door het getal "822,66";
  3° in punt 3° wordt het getal "630,15" vervangen door het getal "770,15";
  4° in punt 4° wordt het getal "315,07" vervangen door het getal "770,14";
  5° er wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° Zonnelied: 796,4 personeelspunten.".
Art.10. A l'article 14 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1°, le nombre " 341,33 " est remplacé par le nombre " 822,66 " ;
  2° au point 2°, le nombre " 682,66 " est remplacé par le nombre " 822,66 " ;
  3° au point 3°, le nombre " 630,15 " est remplacé par le nombre " 770,15 " ;
  4° au point 4°, le nombre " 315,07 " est remplacé par le nombre " 770,14 " ;
  5° il est inséré un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° Zonnelied : 796,4 points de personnel. ".
Art.11. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 en 17 februari 2023, wordt een hoofdstuk 3, dat bestaat uit artikel 15/1 tot en met 15/14, ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 3. Erkennen en subsidiëren van units die time-out aanbieden
Art.11. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 11 janvier 2019 et 17 février 2023, il est inséré un chapitre 3, composé des articles 15/1 à 15/14, rédigé comme suit ;
  " Chapitre 3. Agrément et subventionnement des unités qui offrent un time-out
Art. 15/1. In dit hoofdstuk wordt onder time-out begrepen de residentiële ondersteuning voor een al dan niet aaneengesloten periode van maximaal zestig dagen per jaar en per individuele persoon met een handicap, die gericht is op de aanpak of preventie van crisissituaties.
Art. 15/1. Dans le présent chapitre, on entend par time-out le soutien résidentiel pendant une période ininterrompue ou non de maximum soixante jours par an et par personne handicapée, qui est axé sur l'approche ou la prévention de situations de crise.
Art. 15/2. Het agentschap kan binnen de grenzen van de middelen die daarvoor zijn vastgelegd op zijn begroting, units erkennen en subsidiëren die plaatsen aanbieden die bestemd zijn voor time-out.
  De unit, vermeld in het eerste lid, dient de aanvraag tot erkenning als aanbieder van time-out in bij het agentschap via de webapplicatie die het agentschap heeft vastgesteld.
  In de aanvraag tot erkenning als aanbieder van time-out omschrijft de unit, vermeld in het eerste lid, duidelijk de doelgroep waarvoor time-out wordt aangeboden.
  Het agentschap onderzoekt de aanvraag tot erkenning als aanbieder van time-out en kan, als dat nodig is, bijkomende inlichtingen vragen.
  Het agentschap deelt de beslissing tot erkenning of tot weigering van de erkenning als aanbieder van time-out mee aan de unit, vermeld in het eerste lid, die de erkenning heeft aangevraagd.
Art. 15/2. L'agence peut agréer et subventionner, dans les limites des moyens engagés à cette fin dans son budget, les unités qui offrent des places destinées au time-out.
  L'unité, visée à l'alinéa 1er, introduit auprès de l'agence la demande d'agrément en tant qu'offreur de time-out par le biais de l'application web mise en place par l'agence.
  Dans la demande d'agrément en tant qu'offreur de time-out, l'unité visée à l'alinéa 1er décrit clairement le groupe cible auquel le time-out est offert.
  L'agence examine la demande d'agrément en tant qu'offreur de time-out et peut, si nécessaire, demander des informations complémentaires.
  L'agence communique la décision d'agrément ou de refus d'agrément en tant qu'offreur de time-out à l'unité, visée à l'alinéa 1er, qui a introduit la demande d'agrément.
Art. 15/3. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, bieden ondersteuning aan meerderjarige personen die aan al de volgende voorwaarden voldoen:
  1° ze zijn door het agentschap erkend als een persoon met een handicap;
  2° ze behoren tot de doelgroep waarvoor de vergunde zorgaanbieder zich heeft geëngageerd in de aanvraag, vermeld in artikel 15/2, tweede lid, van dit besluit;
  3° ze beschikken over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van een budget voor niet-rechtstreeks toegankelijke zorg en ondersteuning als vermeld in hoofdstuk 5 van het decreet van 25 april 2014, of ze beschikken over een beslissing van het agentschap tot toewijzing van zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap als vermeld in artikel 6, § 3, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 december 2018 over de zorg en ondersteuning voor geïnterneerde personen met een handicap door vergunde zorgaanbieders, of het agentschap heeft een beslissing tot toewijzing van zorg en ondersteuning voor geïnterneerden als vermeld in artikel 6, § 3, van het voormelde besluit, genomen en die beslissing is vervallen met toepassing van artikel 6, § 3, vijfde lid, 1° of 4°, van het voormelde besluit.
  De persoon met een handicap hoeft geen aanvraag in te dienen bij het agentschap om te kunnen gebruikmaken van de ondersteuning door een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
Art. 15/3. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté, offrent du soutien aux personnes majeures qui remplissent toutes les conditions suivantes :
  1° elles sont agréées par l'agence en tant que personne handicapée ;
  2° elles appartiennent au groupe cible pour lequel l'offreur de soins autorisé s'est engagé dans la demande, visée à l'article 15/2, alinéa 2, du présent arrêté ;
  3° elles disposent d'une décision de l'agence en matière d'attribution d'un budget pour les soins et le soutien non directement accessibles, tel que visé au chapitre 5 du décret du 25 avril 2014, ou elles disposent d'une décision de l'agence en matière d'attribution de soins et de soutien pour les personnes handicapées internées, tels que visés à l'article 6, § 3, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 14 décembre 2018 relatif aux soins et au soutien pour les personnes handicapées internées par des offreurs de soins autorisés, ou l'agence a pris une décision en matière d'attribution de soins et de soutien pour les personnes internées, tels que visés à l'article 6, § 3, de l'arrêté précité, et cette décision s'est éteinte en application de l'article 6, § 3, alinéa 5, 1° ou 4°, de l'arrêté précité.
  La personne handicapée ne doit pas introduire une demande auprès de l'agence pour bénéficier du soutien fourni par une unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
Art. 15/4. § 1. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bieden time-out aan.
  De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bewaken het evenwicht tussen plaatsen voor time-out als preventie en plaatsen voor time-out in crisissituaties.
  § 2. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, maken in samenspraak met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning van de persoon met een handicap, een nota met afspraken met het oog op de terugkeer naar de reguliere woon- en leefsituatie na de beëindiging van de time-out.
  De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, hebben bijzondere aandacht voor regionale afstemming bij de toewijzing van een time-outplaats aan een persoon als vermeld in artikel 15/3.
  Het agentschap pleegt één keer per jaar overleg met alle units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, om de time-out, inclusief de regionale afstemming, vermeld in het tweede lid, te evalueren.
  Voor de toepassing van het begrip regionale afstemming, vermeld in het tweede en derde lid, wordt een provincie aanzien als één regio. De provincie Vlaams-Brabant en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest vormen één regio.
  § 3. Het agentschap legt de wijze vast waarop de ondersteuning, vermeld in artikel 15/1, wordt geregistreerd door de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
  § 4. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, hebben per time-outplaats een bezetting van minstens 220 dagen per jaar.
  Als de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, de minimumbezetting, vermeld in het eerste lid, niet halen, kan het agentschap de erkenning wijzigen.
  Het agentschap brengt de unit, vermeld in artikel 15/2, schriftelijk op de hoogte van de intentie om de erkenning te wijzigen. Deze kennisgeving bevat:
  1° de specifieke outputnorm die niet gehaald is;
  2° de gegevens en bevindingen waarop de beslissing gebaseerd is;
  3° de voorgestelde wijziging van de erkenning.
  De unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, kan binnen een termijn van dertig werkdagen na ontvangst van de kennisgeving, vermeld in het derde lid, schriftelijke bezwaren indienen.
  Binnen dertig werkdagen na ontvangst van de schriftelijke bezwaren, deelt het agentschap schriftelijk de definitieve beslissing over de wijziging van de erkenning mee aan de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
  Als de unit, vermeld in artikel 15/2, geen schriftelijke bezwaren heeft ingediend bij het agentschap binnen de termijn vermeld in het vierde lid, dan deelt het agentschap de definitieve beslissing over de wijziging van de erkenning mee aan de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, binnen dertig werkdagen te rekenen vanaf het verloop van de termijn vermeld in het vierde lid.
Art. 15/4. § 1er. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, offrent un time-out.
  Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, veillent à l'équilibre entre les places pour le time-out à titre préventif et les places pour le time-out dans les situations de crise.
  § 2. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, établissent, en concertation avec les autres acteurs impliqués dans le soutien de la personne handicapée, une note fixant les accords relatifs au retour à la situation de logement et de la vie ordinaire après la cessation du time-out.
  Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, accordent une attention particulière à la coordination régionale lors de l'attribution d'une place time-out à une personne telle que visée à l'article 15/3.
  L'agence consulte une fois par an toutes les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, pour évaluer le time-out, y compris la coordination régionale, visée à l'alinéa 2.
  Pour l'application du concept de coordination régionale, visée aux alinéas 2 et 3, une province est considérée comme une région. La province du Brabant flamand et la Région de Bruxelles-Capitale forment une seule région.
  § 3. L'agence fixe les modalités selon lesquelles le soutien, visé à l'article 15/1, est enregistré par l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
  § 4. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, ont une occupation d'au moins 220 jours par an pour chaque place time-out.
  Si les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, n'atteignent pas le taux d'occupation minimum, visé à l'alinéa 1er, l'agence peut modifier l'agrément.
  L'agence notifie par écrit à l'unité, visée à l'article 15/2, son intention de modifier l'agrément. Cette notification comprend :
  1° la norme d'output spécifique qui n'est pas atteinte ;
  2° les données et constatations sur lesquelles la décision est basée ;
  3° la modification proposée de l'agrément.
  L'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, peut introduire des objections écrites dans un délai de trente jours ouvrables à compter de la réception de la notification, visée à l'alinéa 3.
  Dans les trente jours ouvrables suivant la réception des objections écrites, l'agence communique par écrit la décision définitive relative à la modification de l'agrément à l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
  Si l'unité, visée à l'article 15/2, n'a pas introduit d'objections écrites auprès de l'agence dans le délai visé à l'alinéa 4, l'agence communique alors la décision définitive relative à la modification de l'agrément à l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, dans un délai de trente jours ouvrables à compter de l'expiration du délai visé à l'alinéa 4.
Art. 15/5. De programmatie voor de erkenning van de units, vermeld in artikel 15/1, eerste lid, bedraagt 630 personeelspunten, waarvan 105 personeelspunten voorzien zijn per time-outplaats, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
Art. 15/5. La programmation pour l'agrément des unités, visées à l'article 15/1, alinéa 1er, s'élève à 630 points de personnel, dont 105 points de personnel sont prévus pour chaque place time-out, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
Art. 15/6. Om erkend te worden en te blijven als een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, moet aan al de volgende voorwaarden worden voldaan:
  1° een vergunde zorgaanbieder zijn;
  2° passen binnen de programmatie, vermeld in artikel 15/5.
  Het besluit van 4 februari 2011 is van toepassing op de units, vermeld in artikel 15/2.
  De unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, erkent het belang van het gebruik van het Nederlands en engageert zich voor het gebruik ervan bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.
Art. 15/6. Pour obtenir et conserver l'agrément en tant qu'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, toutes les conditions suivantes doivent être remplies :
  1° être un offreur de soins de santé autorisé ;
  2° s'inscrire dans la programmation visée à l'article 15/5.
  L'arrêté du 4 février 2011 s'applique aux unités, visées à l'article 15/2.
  L'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, reconnaît l'importance de l'utilisation du néerlandais et s'engage à l'utiliser dans l'exercice des activités subventionnées.
Art. 15/7. Het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap is niet van toepassing op de erkenning van de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit.
  In afwijking van het eerste lid zijn artikel 9, 10 en 12 tot en met 17 van het voormelde besluit van 15 december 1993 van toepassing op de aanvraag van een erkenning als unit als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit en de afhandeling van de aanvraag van een erkenning als unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid.
  De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, worden erkend voor een aantal personeelspunten.
Art. 15/7. L'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par l'Agence flamande pour les Personnes handicapées ne s'applique pas à l'agrément des unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté.
  Contrairement à l'alinéa 1er, les articles 9, 10 et 12 à 17 de l'arrêté précité du 15 décembre 1993 s'appliquent à la demande d'agrément en tant qu'unité, telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté et au traitement de la demande d'agrément en tant qu'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er.
  Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, sont agréées pour un certain nombre de points de personnel.
Art. 15/8. Het agentschap subsidieert de personeelspunten waarvoor de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, zijn erkend, in voorkomend geval verminderd met de personeelspunten die worden omgezet in werkingsmiddelen conform artikel 15/10.
  Het agentschap verleent bijkomend een werkingstoelage van 89 euro per personeelspunt waarvoor de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, is erkend.
  Het agentschap subsidieert de werkingsmiddelen, vermeld in artikel 15/10, eerste lid, als al de volgende voorwaarden zijn vervuld:
  1° over de aanwending van het bedrag is voorafgaand overleg gepleegd met het collectieve overlegorgaan, vermeld in artikel 27 van het besluit van 4 februari 2011, of er is collectieve inspraak als vermeld in artikel 30 van het voormelde besluit, geweest;
  2° er is overleg met de werknemersvertegenwoordiging geweest;
  3° aan de overlegkanalen, vermeld in punt 1° en 2°, is transparantie geboden over de aanwending.
  Op verzoek van het agentschap bewijst de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, het resultaat van het overleg met het collectieve overlegorgaan of de collectieve inspraak en het schriftelijk akkoord met de werknemersvertegenwoordiging.
Art. 15/8. L'agence subventionne les points de personnel pour lesquels les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, ont été agréées, le cas échéant, diminués des points de personnel convertis en moyens de fonctionnement conformément à l'article 15/10.
  L'agence accorde une subvention de fonctionnement supplémentaire de 89 euros par point de personnel pour lequel l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, est agréée.
  L'agence subventionne les moyens de fonctionnement, visés à l'article 15/10, alinéa 1er, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
  1° il y a eu une concertation préalable relative à l'affectation du montant avec l'organe de concertation collectif, visé à l'article 27 de l'arrêté du 4 février 2011, ou il y a eu un droit d'expression collectif tel que visé à l'article 30 de l'arrêté précité ;
  2° il y a eu une concertation avec la représentation des travailleurs ;
  3° de la transparence a été offerte à ces filières de concertation, visées aux points 1° et 2°, en matière de l'affectation.
  A la demande de l'agence, l'unité visée à l'article 15/2, alinéa 1er, prouve le résultat de la concertation avec l'organe de concertation collectif ou la participation collective et l'accord écrit avec la représentation des travailleurs.
Art. 15/9. Het gedeelte van de werkingstoelagen, vermeld in artikel 15/8, tweede lid, dat de verantwoorde kosten overschrijdt, mag worden aangewend voor de aanleg van reserves tot maximaal 20% van het subsidiebedrag.
  De totale gecumuleerde reserves kunnen maximaal 50% van het subsidiebedrag van het laatst gesubsidieerde werkingsjaar bedragen.
  Als het maximum, vermeld in het eerste en tweede lid, overschreden wordt, wordt het overschreden bedrag teruggestort aan het agentschap, tenzij het agentschap na motivering beslist dat er van de maximumpercentages kan worden afgeweken.
  Als de unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, niet verder wordt gesubsidieerd, wordt het gecumuleerde bedrag van de reserves aan het agentschap teruggestort.
Art. 15/9. La partie des subventions de fonctionnement, visées à l'article 15/8, alinéa 2, qui dépasse les frais justifiés, peut être affectée pour la constitution de réserves jusqu'à maximum 20 % du montant de la subvention.
  Les réserves cumulées totales peuvent s'élever à au maximum 50 % du montant de subvention de la dernière année d'activité subventionnée.
  Si le maximum, visé aux alinéas 1er et 2, est dépassé, le montant excédentaire est reversé à l'agence, sauf si l'agence décide, après justification, qu'il peut être dérogé aux pourcentages maximums.
  Si l'unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, n'est plus subventionnée, le montant cumulé des réserves est reversé à l'agence.
Art. 15/10. Een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, kan maximaal 3% van de personeelspunten waarvoor die is erkend, omzetten in werkingsmiddelen tegen een bedrag per punt.
  Het bedrag per punt, vermeld in het eerste lid, bedraagt 834 euro (achthonderd vierendertig euro).
  De werkingsmiddelen, vermeld in het eerste lid, kunnen niet aangewend worden voor reservevorming of voor de aanwerving van personeel of voor de vergoeding van personeelskosten. De besteding van het bedrag mag gespreid worden over meer dan een boekhoudkundig jaar.
  In afwijking van het derde lid kan het bedrag, vermeld in het eerste lid, aangewend worden voor de vergoeding van variabele prestaties die niet vergoed worden conform artikel 13/1 en 13/2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2017 houdende de methodiek voor de berekening van de subsidies voor personeelskosten.
  Het bedrag, vermeld in het tweede lid, wordt jaarlijks op 1 januari aangepast, rekening houdend met de gezondheidsindex, vermeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1999 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen, met de volgende formule: (basisbedrag x index december 20../index december 2017).
Art. 15/10. Une unité telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, peut convertir un maximum de 3 % des points de personnel pour lesquels elle a été agréée en moyens de fonctionnement, à raison d'un montant fixe par point.
  Le montant par point, visé à l'alinéa 1er, s'élève à 834 euros (huit cent trente-quatre euros).
  Les moyens de fonctionnement, visés à l'alinéa 1er, ne peuvent pas être utilisés à des fins de constitution de réserves ou de recrutement de personnel ou d'indemnisation de frais de personnel. La dépense du montant peut être étalée sur plusieurs exercices comptables.
  Contrairement à l'alinéa 3, le montant visé à l'alinéa 1er peut être utilisé pour la rémunération de services variables qui ne sont pas rémunérés conformément aux articles 13/1 et 13/2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 12 mai 2017 relatif à la méthode de calcul des subventions pour frais de personnel.
  Le montant, visé à l'alinéa 2, est adapté annuellement au 1er janvier, compte tenu de l'indice santé, visé au chapitre II de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1999 de sauvegarde de la compétitivité du pays, et est calculé selon la formule suivante : (montant de base x indice décembre 20../indice décembre 2017).
Art. 15/11. De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bezorgen jaarlijks een verslag over hun werking aan het agentschap.
  Het verslag, vermeld in het eerste lid, wordt opgemaakt aan de hand van het sjabloon dat het agentschap vaststelt en bevat al de volgende elementen:
  1° informatie over de personen met een handicap;
  2° een beschrijving van de geboden ondersteuning, met inbegrip van de duurtijd van die ondersteuning per persoon;
  3° informatie over de samenwerking met de andere actoren die betrokken zijn bij de ondersteuning;
  4° mededeling van knelpunten en opportuniteiten.
  De units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bezorgen het verslag, vermeld in het eerste lid, aan het agentschap vóór 30 maart van het kalenderjaar dat volgt op het kalenderjaar waarop het jaarverslag betrekking heeft.
Art. 15/11. Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, transmettent annuellement un rapport sur le fonctionnement à l'agence.
  Le rapport, visé à l'alinéa 1er, est établi à l'aide du modèle fixé par l'agence et comprend tous les éléments suivants :
  1° des informations sur les personnes handicapées ;
  2° une description du soutien offert, y compris de la durée de ce soutien par personne ;
  3° des informations sur la coopération avec les autres acteurs concernés par le soutien ;
  4° une communication des points névralgiques et des opportunités.
  Les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, transmettent le rapport, visé à l'alinéa 1er, à l'agence avant le 30 mars de l'année calendaire qui suit l'année calendaire à laquelle le rapport annuel se rapporte.
Art. 15/12. Als verantwoording over de besteding van de toegekende middelen, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, bezorgen de units, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, de gegevens over de duur en de frequentie van de afgesproken ondersteuning, zoals die zijn opgenomen in de individuele dienstverleningsovereenkomst, vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, 1°, van het besluit van 4 februari 2011.
Art. 15/12. Comme justification de l'affectation des moyens octroyés, visés à l'article 15/2, alinéa 1er, les unités, visées à l'article 15/2, alinéa 1er, transmettent à l'agence les données sur la durée et la fréquence du soutien convenu, telles que reprises dans le contrat individuel de services, visé à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, 1°, de l'arrêté du 4 février 2011.
Art. 15/13. De persoon met een handicap die ondersteund wordt door een unit, vermeld in artikel 15/2, eerste lid, staat zelf in voor de woon- en leefkosten.
  Als de persoon met een handicap een individuele dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een voorziening als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, en tegelijkertijd een beroep doet op een unit als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, kan de voorziening, vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, tijdens de periode van de time-out, geen woon- en leefkosten aanrekenen aan de persoon met een handicap, met uitzondering van de vergoeding voor het gebruik of de huur van een woning, kamer, studio of appartement, vermeld in artikel 9, § 3, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, of de vergoeding voor lopende abonnementen of verzekeringen, vermeld in artikel 9, § 3, vierde lid, punt 11° en 12°, van het voormelde besluit.
Art. 15/13. La personne handicapée soutenue par une unité, visée à l'article 15/2, alinéa 1er, assume elle-même les frais de logement et de subsistance.
  Si la personne handicapée a conclu un contrat individuel de services avec une structure, telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011, et fait en même temps appel à une unité telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté, la structure, visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011 ne peut pas, pendant la période du time-out, facturer de frais de logement et de subsistance à la personne handicapée, à l'exception des frais d'utilisation ou de location d'une habitation, d'une chambre, d'un studio ou d'un appartement, visés à l'article 9, § 3, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011, ou des frais d'abonnements ou d'assurances en cours, visés à l'article 9, § 3, alinéa 4, points 11° et 12°, de l'arrêté précité.
Art. 15/14. Als de persoon met een handicap een individuele dienstverleningsovereenkomst heeft gesloten met een voorziening als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, en tegelijkertijd een beroep doet op een unit als vermeld in artikel 15/2, eerste lid, van dit besluit, kan een voorziening als vermeld in artikel 4, eerste lid, van het besluit van 4 februari 2011, tijdens de periode dat er time-out is, niet overgaan tot een eenzijdige beëindiging van de zorg en ondersteuning als vermeld in artikel 37, § 1, van het besluit van 4 februari 2011.".
Art. 15/14. Si la personne handicapée a conclu un contrat individuel de services avec une structure, telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011, et fait en même temps appel à une unité telle que visée à l'article 15/2, alinéa 1er, du présent arrêté, une structure, telle que visée à l'article 4, alinéa 1er, de l'arrêté du 4 février 2011 ne peut pas, pendant la période du time-out, mettre fin unilatéralement aux soins et au soutien tels que visés à l'article 37, § 1er, de l'arrêté du 4 février 2011. ".
Art.12. In hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 11 januari 2019 en 17 februari 2023, wordt tussen artikel 15/14 en artikel 16 een opschrift ingevoegd, dat luidt als volgt:
  "Hoofdstuk 4. Slotbepalingen".
Art.12. Dans le même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 11 janvier 2019 et 17 février 2023, il est inséré entre les articles 15/14 et 16 un intitulé, rédigé comme suit :
  " Chapitre 4. Dispositions finales ".
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2022 over de toekenning van een subsidie aan Stan Trefpunt verstandelijke handicap
CHAPITRE 2. - Modifications de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2022 relatif à l'attribution d'une subvention à Stan Trefpunt verstandelijke handicap
Art.13. Aan artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 december 2022 over de toekenning van een subsidie aan Stan Trefpunt verstandelijke handicap vzw wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Stan Trefpunt vzw erkent het belang van het gebruik van het Nederlands en engageert zich voor het gebruik ervan bij de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten.".
Art.13. L'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 9 décembre 2022 relatif à l'attribution d'une subvention à Stan Trefpunt verstandelijke handicap ASBL est complété par un alinéa 2, rédigé comme suit :
  " Stan Trefpunt ASBL reconnaît l'importance de l'utilisation du néerlandais et s'engage à l'utiliser dans l'exercice des activités subventionnées. ".
Art.14. Aan artikel 5, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "5° inzetten van externe coaches met een specifieke expertise op financieel of juridisch vlak of op het vlak van projectontwikkeling en realisatie van kleinschalige, inclusieve woon- en dagondersteuningsinitiatieven.".
Art.14. L'article 5, alinéa 1er, du même arrêté, est complété par un point 5°, rédigé comme suit :
  " 5° engagement de coachs externes possédant une expertise spécifique dans le domaine financier ou juridique ou dans le développement et la réalisation d'initiatives inclusives d'assistance au logement et de jour à petite échelle. ".
Art.15. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt tussen de woorden "de aard en de inhoud van de ondersteuning die wordt geboden" en de woorden "en de effecten van de ondersteuning op het verdere verloop van de initiatieven" de zinsnede ", met inbegrip van de vermelding van externe coaches als vermeld in artikel 5, eerste lid, 5°, en de ondersteuning die door hen wordt geboden" ingevoegd;
  2° in punt 3° wordt de zinsnede "1°, c)" vervangen door de zinsnede "artikel 5, eerste lid, 3° ".
Art.15. A l'article 6 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au point 1°, entre les mots " la nature et le contenu du soutien offert " et les mots " et les effets du soutien sur la poursuite des initiatives ", il est inséré le membre de phrase " , y compris la mention des coachs externes visés à l'article 5, alinéa 1er, 5°, et le soutien offert par eux " ;
  2° au point 3, le membre de phrase " 1°, c) " est remplacé par le membre de phrase " article 5, alinéa 1er, 3° ".
Art.16. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt:
  "De subsidie, vermeld in artikel 2, wordt minstens voor 90% gebruikt voor personeelskosten. Onder personeelskosten worden ook de kosten verstaan die verbonden zijn aan de inschakeling van externe coaches om de opdrachten, vermeld in artikel 5, eerste lid, 2°, uit te voeren.";
  2° er wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als uit de evaluatie van de functionele verantwoording, vermeld in artikel 8, en financiële verantwoording, vermeld in artikel 9, blijkt dat het agentschap te veel subsidies heeft betaald, wordt het te veel betaalde bedrag teruggevorderd.".
Art.16. A l'article 7 du même arrêté, les modifications suivantes sont apportées :
  1° l'alinéa 2 est remplacé par ce qui suit :
  Au moins 90 % de la subvention, visée à l'article 2, sont utilisés pour les frais de personnel. Par frais de personnel, on entend également les frais liés à l'engagement de coachs externes pour effectuer les missions visées à l'article 5, alinéa 1er, 2° ".
  2° il est inséré un alinéa 5, rédigé comme suit :
  " Si l'évaluation de la justification fonctionnelle, visée à l'article 8, et de la justification financière, visée à l'article 9, montre que l'agence a payé trop de subventions, le montant payé en trop est recouvré. ".
Art.17. In artikel 9, eerste lid, van hetzelfde besluit wordt punt 2° vervangen door wat volgt:
  "2° de bewijsdocumenten die betrekking hebben op de ingezette personeelskosten en de werkingskosten voor het werkingsjaar die verband houden met de activiteiten, vermeld in het jaarlijks werkingsverslag, vermeld in artikel 8.".
Art.17. Dans l'article 9, alinéa 1er, du même arrêté, le point 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° les documents justificatifs relatifs aux frais de personnel engagés et aux frais de fonctionnement pour l'année d'activité liés aux activités, visées dans le rapport annuel d'activités, visé à l'article 8. ".
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art.18. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2024.
Art.18. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er août 2024.
Art. 19. De Vlaamse minister, bevoegd voor de personen met een beperking, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 19. Le ministre flamand qui a les personnes handicapées dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.