Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° commissie: de evaluatiecommissie, vermeld in artikel 30 van het decreet van 8 mei 2009 betreffende de kwaliteit van onderwijs;
2° departement: het Departement Onderwijs en Vorming;
3° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs;
4° te evalueren diensten: de pedagogische begeleidingsdiensten en de permanente ondersteuningscellen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
21 JUNI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over de samenstelling, vergoeding en werking van de commissie voor de evaluatie van de werking van de pedagogische begeleidingsdiensten en de permanente ondersteuningscellen
Titre
21 JUIN 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la composition, à la rémunération et au fonctionnement de la commission d'évaluation du fonctionnement des services d'encadrement pédagogique et des cellules permanentes d'appui
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (27)
Texte (27)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° commission : la commission d'évaluation visée à l'article 30 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
2° département : le Département de l'Enseignement et de la Formation (" Departement Onderwijs en Vorming ") ;
3° ministre : le ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions ;
4° services à évaluer : les services d'encadrement pédagogique et les cellules permanentes d'appui.
1° commission : la commission d'évaluation visée à l'article 30 du décret du 8 mai 2009 relatif à la qualité de l'enseignement ;
2° département : le Département de l'Enseignement et de la Formation (" Departement Onderwijs en Vorming ") ;
3° ministre : le ministre flamand qui a l'enseignement dans ses attributions ;
4° services à évaluer : les services d'encadrement pédagogique et les cellules permanentes d'appui.
HOOFDSTUK 2. - Samenstelling en vergoeding van de commissie
CHAPITRE 2. - Composition et rémunération de la commission
Art. 2. De minister stelt de leden van de commissie aan.
Art. 2. Le ministre désigne les membres de la commission.
Art. 3. De commissie bestaat uit:
1° twee vertegenwoordigers van de academische wereld, op voordracht van de Vlaamse Onderwijsraad;
2° een vertegenwoordiger van de instellingen van het officieel onderwijs, op voordracht van de Vlaamse Onderwijsraad;
3° een vertegenwoordiger van de instellingen van het vrij onderwijs, op voordracht van de Vlaamse Onderwijsraad;
4° een ambtenaar van het departement;
5° twee externe leden die deskundig zijn op het vlak van de kwaliteitszorg.
Voor elke geleding wordt op dezelfde wijze een plaatsvervanger aangesteld.
1° twee vertegenwoordigers van de academische wereld, op voordracht van de Vlaamse Onderwijsraad;
2° een vertegenwoordiger van de instellingen van het officieel onderwijs, op voordracht van de Vlaamse Onderwijsraad;
3° een vertegenwoordiger van de instellingen van het vrij onderwijs, op voordracht van de Vlaamse Onderwijsraad;
4° een ambtenaar van het departement;
5° twee externe leden die deskundig zijn op het vlak van de kwaliteitszorg.
Voor elke geleding wordt op dezelfde wijze een plaatsvervanger aangesteld.
Art. 3. La commission se compose comme suit :
1° deux représentants du monde académique, sur proposition du Conseil flamand de l'enseignement (" Vlaamse Onderwijsraad ") ;
2° un représentant des établissements de l'enseignement officiel, sur proposition du Conseil flamand de l'enseignement ;
3° un représentant des établissements de l'enseignement libre, sur proposition du Conseil flamand de l'enseignement ;
4° un fonctionnaire du département ;
5° deux membres externes, experts en matière de gestion de la qualité.
Un suppléant est désigné de la même manière pour chaque groupement.
1° deux représentants du monde académique, sur proposition du Conseil flamand de l'enseignement (" Vlaamse Onderwijsraad ") ;
2° un représentant des établissements de l'enseignement officiel, sur proposition du Conseil flamand de l'enseignement ;
3° un représentant des établissements de l'enseignement libre, sur proposition du Conseil flamand de l'enseignement ;
4° un fonctionnaire du département ;
5° deux membres externes, experts en matière de gestion de la qualité.
Un suppléant est désigné de la même manière pour chaque groupement.
Art. 4. De samenstelling van de commissie wordt meegedeeld aan de te evalueren diensten, aan de Vlaamse Onderwijsraad en aan de Vlaamse Regering.
Art. 4. La composition de la commission est communiquée aux services à évaluer, au Conseil flamand de l'enseignement et au Gouvernement flamand.
Art. 5. Het mandaat van een lid van de commissie eindigt:
1° in geval van ontslagneming, vanaf het ogenblik van de aanvaarding van het ontslag door de minister;
2° ambtshalve als het lid niet meer behoort tot de geleding die hij vertegenwoordigt;
3° bij ontslag door de minister. De minister kan een lid alleen ontslaan wegens onbekwaamheid voor het vervullen van de functie, wegens kennelijke nalatigheid of wegens een andere zwaarwegende reden die betrekking heeft op de persoon zelf.
1° in geval van ontslagneming, vanaf het ogenblik van de aanvaarding van het ontslag door de minister;
2° ambtshalve als het lid niet meer behoort tot de geleding die hij vertegenwoordigt;
3° bij ontslag door de minister. De minister kan een lid alleen ontslaan wegens onbekwaamheid voor het vervullen van de functie, wegens kennelijke nalatigheid of wegens een andere zwaarwegende reden die betrekking heeft op de persoon zelf.
Art. 5. Le mandat d'un membre de la commission prend fin :
1° en cas de démission, à partir du moment de l'acceptation de la démission par le ministre ;
2° d'office, lorsque le membre n'appartient plus au groupement qu'il représente ;
3° en cas de licenciement par le ministre. Le ministre ne peut licencier un membre qu'en raison d'incapacité d'accomplir la fonction, en raison de négligence manifeste ou en raison d'une autre cause importante liée à la personne concernée.
1° en cas de démission, à partir du moment de l'acceptation de la démission par le ministre ;
2° d'office, lorsque le membre n'appartient plus au groupement qu'il représente ;
3° en cas de licenciement par le ministre. Le ministre ne peut licencier un membre qu'en raison d'incapacité d'accomplir la fonction, en raison de négligence manifeste ou en raison d'une autre cause importante liée à la personne concernée.
Art. 6. De minister wijst onder de leden een voorzitter aan. De ambtenaar van het departement kan niet als voorzitter aangewezen worden.
Art. 6. Le ministre désigne un président parmi les membres. Le fonctionnaire du département ne peut pas être désigné comme président.
Art. 7. De effectieve leden van de commissie ontvangen voor hun prestaties een forfaitaire dagvergoeding van 225 euro en een vergoeding voor hun reis- en verblijfskosten conform de bepalingen die gelden voor de personeelsleden van de diensten van de Vlaamse overheid. Ze kunnen echter alleen een vergoeding krijgen voor de dagen waarop ze werkzaamheden voor de evaluatie hebben uitgevoerd. Per evaluatiecyclus kunnen maximaal voor veertig dagen forfaitaire dagvergoedingen toegekend worden. De ambtenaar van het departement ontvangt geen andere vergoeding dan het gewone salaris.
Art. 7. Les membres effectifs de la commission perçoivent pour leurs prestations une indemnité journalière forfaitaire de 225 euros et une indemnité pour les frais de déplacement et de séjour conformément aux dispositions applicables aux membres du personnel des services de l'Autorité flamande. Ils ne peuvent toutefois recevoir une indemnité que pour les jours auxquels ils ont effectué des activités pour l'évaluation. Par cycle d'évaluation, des indemnités journalières forfaitaires peuvent être octroyées pour 48 jours au maximum. Le fonctionnaire du département ne reçoit aucune indemnité autre que le traitement normal.
Art. 8. Voor de voorzitter bedraagt de forfaitaire dagvergoeding 350 euro. Voor het overige gelden de bepalingen, vermeld in artikel 7.
Art. 8. Pour le président, l'indemnité journalière forfaitaire s'élève à 350 euros. Pour les autres membres, les dispositions visées à l'article 7 s'appliquent.
Art. 9. De evaluatie van alle te evalueren diensten, met inbegrip van de opmaak van het samenvattende rapport, vindt plaats in maximaal vijftien maanden.
Art. 9. L'évaluation de tous les services à évaluer, y compris l'établissement du rapport de synthèse, est effectuée dans un délai maximal de quinze mois.
HOOFDSTUK 3. - Beoordelingskader en deontologie
CHAPITRE 3. - Cadre d'évaluation et déontologie
Art. 10. De commissie hanteert bij haar evaluatie het beoordelingskader dat opgenomen is in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 10. Pour son évaluation, la commission utilise le cadre d'évaluation repris à l'annexe 1er jointe au présent arrêté.
Art. 11. De personeelsleden van de onderwijsinstellingen en de CLB's worden bij de evaluatie betrokken via een bevraging van het onderwijsveld.
Art. 11. Les membres du personnel des établissements d'enseignement et les centres d'encadrement des élèves sont impliqués dans l'évaluation au moyen d'une enquête menée auprès du secteur de l'enseignement.
Art. 12. De leden van de commissie zijn gebonden aan de deontologische regels die zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd.
Art. 12. Les membres de la commission sont liés par les règles déontologiques reprises à l'annexe 2 jointe au présent arrêté.
HOOFDSTUK 4. - Wijze van verslaggeving
CHAPITRE 4. - Mode d'établissement des rapports
Art. 13. De evaluatie resulteert in een schriftelijk evaluatieverslag dat bestaat uit een beschrijvend gedeelte en een concluderend gedeelte. In het concluderende gedeelte wordt een kwaliteitsbeoordeling met sterktes en zwaktes en verbeterpunten meegegeven.
Art. 13. L'évaluation aboutit à un rapport d'évaluation écrit comportant un volet descriptif et un volet conclusif. Le volet conclusif fournit une évaluation qualitative, dans laquelle sont avancés des points forts et des points faibles, ainsi que des points d'amélioration.
Art. 14. De geëvalueerde dienst informeert zijn personeelsleden en alle instellingen die op hem een beroep kunnen doen, over het resultaat van de evaluatie.
Art. 14. Le service évalué informe ses membres du personnel et tous les établissements pouvant faire appel à lui, du résultat de l'évaluation.
Art. 15. Na afloop van een cyclus waarin alle te evalueren pedagogische begeleidingsdiensten en permanente ondersteuningscellen daadwerkelijk geëvalueerd zijn, stelt de commissie uiterlijk binnen drie maanden een samenvattend verslag op van de werkzaamheden en de bevindingen met betrekking tot de evaluatie.
Art. 15. A l'expiration d'un cycle dans lequel tous les services d'encadrement pédagogique et toutes les cellules permanentes d'appui ont été effectivement évalués, la commission dresse, au plus tard dans les trois mois, un rapport de synthèse des activités et des constatations relatives à l'évaluation.
Art. 16. De minister bezorgt aan het Vlaams Parlement het samenvattende verslag, vermeld in artikel 15.
Art. 16. Le ministre transmet au Parlement flamand le rapport de synthèse visé à l'article 15.
HOOFDSTUK 5. - Slotbepaling
CHAPITRE 5. - Disposition finale
Art. 17. Het besluit van de Vlaamse Regering van 27 oktober 2017 betreffende de commissie voor de evaluatie van de werking van de pedagogische begeleidingsdiensten en de permanente ondersteuningscellen wordt opgeheven.
Art. 17. L'arrêté du Gouvernement flamand du 27 octobre 2017 relatif à la commission d'évaluation du fonctionnement des services d'encadrement pédagogique et des cellules permanentes d'appui est abrogé.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor onderwijs en vorming, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 18. Le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 1 april 2025.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er avril 2025.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-08-2024, p. 95938)
Art. N1. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-08-2024, p.95938
Art. N2. (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 14-08-2024, p. 95940)
Art. N2. (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 14-08-2024, p.95940