Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
1° ordonnantie : de ordonnantie van 4 april 2024 houdende de Codex van de openbare financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
2° diensten van de Regering : de diensten van de Regering als bepaald in artikel 2, 5° van de ordonnantie;
3° autonome bestuursinstellingen van eerste categorie (hierna ABI 1 genaamd): de autonome bestuursinstellingen van eerste categorie als bepaald in artikel 2, 2°, tweede lid, a) van de ordonnantie;
4° autonome bestuursinstellingen van tweede categorie (hierna ABI 2 genaamd): de autonome bestuursinstellingen van tweede categorie als bepaald in artikel 2, 2°, tweede lid, b) van de ordonnantie;
5° ordonnateur : de ordonnateur als bepaald in artikel 2, 6° van de ordonnantie;
6° boekhoudkundige entiteit : de boekhoudkundige entiteit als bepaald in artikel 2, 16° van de ordonnantie;
7° recurrente verbintenissen : de recurrente verbintenissen als bepaald in artikel 2, 17° van de ordonnantie;
8° vastlegging : de vastlegging als bepaald in artikel 77, § 1, lid 1, van de ordonnantie;
9° juridische verbintenis : de juridische verbintenis als bepaald in artikel 77, § 1, tweede lid, van de ordonnantie;
10° vereffening : de vereffening als bepaald in artikel 80 van de ordonnantie;
11° bevoegde boekhouder: de bevoegde boekhouder als bepaald in artikel 2, 32° van de ordonnantie;
12° boekhoudsoftware : het betreft een geïntegreerde beheersoftware of een ander type boekhoudsoftware;
13° definitieve vastlegging : de vastlegging die geregistreerd is in de boekhoudsoftware en die geviseerd is door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen of, indien ze was vrijgesteld van een vastleggingsvisum, goedgekeurd is door de bevoegde ordonnateur in deze boekhoudsoftware, ten laatste op 31 december van het betrokken begrotingsjaar. Een vastlegging die niet aan deze eisen voldoet wordt als niet definitief beschouwd;
14° definitieve vereffening : de vereffening die geregistreerd is in de boekhoudsoftware en die geviseerd is door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen of, indien ze was vrijgesteld van een vereffeningsvisum, goedgekeurd is door de bevoegde ordonnateur in deze boekhoudsoftware, ten laatste op 31 januari van het jaar dat volgt op het betrokken begrotingsjaar. Een vereffening die niet aan deze eisen voldoet wordt als niet definitief beschouwd;
15° rechtshandeling : de administratieve beslissing gedateerd en ondertekend door de bevoegde ordonnateur;
16° betekening : een administratieve beslissing individueel meedelen aan een persoon op wie die beslissing betrekking heeft. Zij maakt de rechtshandeling tegenstelbaar aan derden en sluit de juridische verbintenis af;
17° visum verleend door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen : het attest van de verificatie van de correcte toepassing van de wettelijke en reglementaire bepalingen uitgevoerd door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen op het dossier goedgekeurd door de bevoegde ordonnateur overeenkomstig de artikelen 148 en 149 van de ordonnantie;
18° subsidie van organieke aard (OSO) : de subsidie van organieke aard als bepaald in artikel 1, 6° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 2024 betreffende de administratieve en begrotingscontrole van de gewestelijke entiteit;
19° subsidie van quasi organieke aard (QOSQO) : de subsidie van quasi organieke aard als bepaald in artikel 1, 7° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 2024 betreffende de administratieve en begrotingscontrole van de gewestelijke entiteit;
20° overheidsopdrachten : de overheidsopdrachten als bepaald in artikel 2, 17° van de wet van 17 juni 2016 inzake overheidsopdrachten, als gewijzigd;
21° basisallocatie : het deel van de begrotingsstructuur bepaald in artikel 1, 19° van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 30 mei 2024 betreffende de begrotingsfondsen, het begrotingskader, de ontvangsten- en uitgavenbegroting en de begrotingswijzigingen.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 JULI 2024. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering inzake de vastlegging, de vereffening en de controle op de vastleggingen en de vereffeningen
Titre
18 JUILLET 2024. - Arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale relatif à l'engagement, à la liquidation et au contrôle des engagements et des liquidations
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - De vastlegging en de betekening
Afdeling 1. - De vastlegging
Afdeling 2. - De betekening
Afdeling 3. - De bestelbon in de boekhoudsoftware
Afdeling 4. - De volledigheid van de dossiers
Afdeling 5. - De wijziging van de vastlegging
Afdeling 6. - De drie types van vastleggingen
HOOFDSTUK 3. - De vereffening
Hoofdstuk 4. - De controle van de vastleggingen...
Afdeling 1. - De visums
Onderafdeling 1. - Modaliteiten
Onderafdeling 2. - Vastleggingsvisum
Onderafdeling 3. - Betekeningsvisum
Onderafdeling 4. - Vereffeningsvisum
Onderafdeling 5. - Gelijktijdig vastleggings- e...
Afdeling 2. - De uitgaven die geen visum vereisen
Onderafdeling 1. - Vrijstelling van het vastleg...
Onderafdeling 2. - Vrijstelling van het beteken...
Subafdeling 3. - Vrijstelling van het vereffeni...
Onderafdeling 4. - Steekproefsgewijze a posteri...
Afdeling 3. - De controleur van de vastlegginge...
Onderafdeling 1. - De controleur van de vastleg...
Onderafdeling 2. - Het netwerk van de controleu...
Onderafdeling 3. - De tuchtstraf die van toepas...
Onderafdeling 4. - Ontslag van toepassing op co...
HOOFDSTUK 5. - Begrotingsuitvoering
HOOFDSTUK 6. - Slot- en opheffingsbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - L'engagement et la notification
Section 1. - L'engagement
Section 2. - La notification
Section 3. - Le bon de commande dans le logicie...
Section 4. - La complétude des dossiers
Section 5. - La modification de l'engagement
Section 6. - Les trois types d'engagements
CHAPITRE 3. - La liquidation
Chapitre 4. - Le contrôle des engagements et de...
Section 1. - Les visas
Sous-section 1. - Modalités
Sous-section 2. - Visa d'engagement
Sous-section 3. - Visa de notification
Sous-section 4. - Visa de liquidation
Sous-section 5. - Visa simultané en engagement ...
Section 2. - Les dépenses ne faisant pas l'obje...
Sous-section 1. - Exemption du visa d'engagement
Sous-section 2. - Exemption de visa de notifica...
Sous-section 3. - Exemption de visa de liquidation
Sous-section 4. - Contrôle aléatoire a posterio...
Section 3. - Le contrôleur des engagements et d...
Sous-section 1. - Le contrôleur des engagements...
Sous-section 2. - Le réseau des contrôleurs des...
Sous-section 3. - La peine disciplinaire applic...
Sous-section 4. - Licenciement applicable aux m...
CHAPITRE 5. - Exécution budgétaire
CHAPITRE 6. - Dispositions finales et abrogatoires
Tekst (57)
Texte (57)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Pour l'application du présent arrêté, on entend par :
1° ordonnance : l'ordonnance du 4 avril 2024 portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale;
2° services du Gouvernement : les services du Gouvernement tels que définis à l'article 2, 5° de l'ordonnance;
3° organismes administratifs autonomes de première catégorie (ci-après dénommés OAA1): les organismes administratifs autonomes de première catégorie tels que définis à l'article 2, 2°, deuxième alinéa, a) de l'ordonnance;
4° organismes administratifs autonomes de deuxième catégorie (ci-après dénommés OAA2): les organismes administratifs autonomes de deuxième catégorie tels que définis à l'article 2, 2°, deuxième alinéa, b) de l'ordonnance;
5° ordonnateur : l'ordonnateur tel que défini à l'article 2, 6° de l'ordonnance;
6° entité comptable : l'entité comptable telle que définie à l'article 2, 16° de l'ordonnance;
7° obligations récurrentes : les obligations récurrentes telles que définies à l'article 2, 17° de l'ordonnance ;
8° engagement : l'engagement tel que défini à l'article 77, § 1er, alinéa 1er, de l'ordonnance;
9° engagement juridique : l'engagement juridique tel que défini à l'article 77, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance;
10° liquidation : la liquidation telle que définie à l'article 80 de l'ordonnance;
11° comptable compétent : le comptable compétent tel que défini à l'article 2, 32° de l'ordonnance;
12° logiciel de gestion comptable : il s'agit d'un logiciel de gestion intégrée ou d'un autre type de logiciel de gestion comptable;
13° engagement finalisé : l'engagement enregistré dans le logiciel de gestion comptable, visé par le contrôle des engagements et des liquidations ou, s'il a fait l'objet d'une exemption de visa d'engagement, approuvé par l'ordonnateur compétent dans ce logiciel de gestion comptable, au plus tard le 31 décembre de l'année budgétaire concernée. Un engagement qui ne répond pas à ces exigences est considéré comme non finalisé;
14° liquidation finalisée : la liquidation enregistrée dans le logiciel de gestion comptable, visée par le contrôle des engagements et des liquidations ou, si elle a fait l'objet d'une exemption de visa de liquidation, approuvée par l'ordonnateur compétent dans ce logiciel de gestion comptable, au plus tard le 31 janvier de l'année qui suit l'année budgétaire concernée. Une liquidation qui ne répond pas à ces exigences est considérée comme non finalisée;
15° acte juridique : la décision administrative datée et signée par l'ordonnateur compétent;
16° notification : le fait de porter, de manière individuelle, à la connaissance d'une personne, une décision administrative qui la concerne. Elle rend l'acte juridique opposable aux tiers et clôture l'engagement juridique;
17° visa octroyé par le contrôle des engagements et des liquidations : l'attestation de la vérification de la bonne application des dispositions légales et réglementaires effectuée par le contrôle des engagements et des liquidations sur le dossier approuvé par l'ordonnateur compétent conformément aux articles 148 et 149 de l'ordonnance;
18° subvention de nature organique (OSO) : la subvention de nature organique telle que définie à l'article 1, 6° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 mai 2024 relatif au contrôle administratif et budgétaire de l'entité régionale;
19° subvention de nature quasi organique (QOSQO) : la subvention de nature quasi organique telle que définie à l'article 1, 7° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 mai 2024 relatif au contrôle administratif et budgétaire de l'entité régionale;
20° marchés publics : les marchés publics tels que définis à l'article 2, 17° de la loi relative aux marchés publics du 17 juin 2016 telle que modifiée;
21° allocation de base : la partie de la structure budgétaire définie à l'article 1, 19° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 mai 2024 relatif aux fonds budgétaires, au cadre budgétaire, au budget des recettes et des dépenses et aux modifications budgétaires.
1° ordonnance : l'ordonnance du 4 avril 2024 portant le Code des finances publiques de la Région de Bruxelles-Capitale;
2° services du Gouvernement : les services du Gouvernement tels que définis à l'article 2, 5° de l'ordonnance;
3° organismes administratifs autonomes de première catégorie (ci-après dénommés OAA1): les organismes administratifs autonomes de première catégorie tels que définis à l'article 2, 2°, deuxième alinéa, a) de l'ordonnance;
4° organismes administratifs autonomes de deuxième catégorie (ci-après dénommés OAA2): les organismes administratifs autonomes de deuxième catégorie tels que définis à l'article 2, 2°, deuxième alinéa, b) de l'ordonnance;
5° ordonnateur : l'ordonnateur tel que défini à l'article 2, 6° de l'ordonnance;
6° entité comptable : l'entité comptable telle que définie à l'article 2, 16° de l'ordonnance;
7° obligations récurrentes : les obligations récurrentes telles que définies à l'article 2, 17° de l'ordonnance ;
8° engagement : l'engagement tel que défini à l'article 77, § 1er, alinéa 1er, de l'ordonnance;
9° engagement juridique : l'engagement juridique tel que défini à l'article 77, § 1er, alinéa 2, de l'ordonnance;
10° liquidation : la liquidation telle que définie à l'article 80 de l'ordonnance;
11° comptable compétent : le comptable compétent tel que défini à l'article 2, 32° de l'ordonnance;
12° logiciel de gestion comptable : il s'agit d'un logiciel de gestion intégrée ou d'un autre type de logiciel de gestion comptable;
13° engagement finalisé : l'engagement enregistré dans le logiciel de gestion comptable, visé par le contrôle des engagements et des liquidations ou, s'il a fait l'objet d'une exemption de visa d'engagement, approuvé par l'ordonnateur compétent dans ce logiciel de gestion comptable, au plus tard le 31 décembre de l'année budgétaire concernée. Un engagement qui ne répond pas à ces exigences est considéré comme non finalisé;
14° liquidation finalisée : la liquidation enregistrée dans le logiciel de gestion comptable, visée par le contrôle des engagements et des liquidations ou, si elle a fait l'objet d'une exemption de visa de liquidation, approuvée par l'ordonnateur compétent dans ce logiciel de gestion comptable, au plus tard le 31 janvier de l'année qui suit l'année budgétaire concernée. Une liquidation qui ne répond pas à ces exigences est considérée comme non finalisée;
15° acte juridique : la décision administrative datée et signée par l'ordonnateur compétent;
16° notification : le fait de porter, de manière individuelle, à la connaissance d'une personne, une décision administrative qui la concerne. Elle rend l'acte juridique opposable aux tiers et clôture l'engagement juridique;
17° visa octroyé par le contrôle des engagements et des liquidations : l'attestation de la vérification de la bonne application des dispositions légales et réglementaires effectuée par le contrôle des engagements et des liquidations sur le dossier approuvé par l'ordonnateur compétent conformément aux articles 148 et 149 de l'ordonnance;
18° subvention de nature organique (OSO) : la subvention de nature organique telle que définie à l'article 1, 6° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 mai 2024 relatif au contrôle administratif et budgétaire de l'entité régionale;
19° subvention de nature quasi organique (QOSQO) : la subvention de nature quasi organique telle que définie à l'article 1, 7° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 mai 2024 relatif au contrôle administratif et budgétaire de l'entité régionale;
20° marchés publics : les marchés publics tels que définis à l'article 2, 17° de la loi relative aux marchés publics du 17 juin 2016 telle que modifiée;
21° allocation de base : la partie de la structure budgétaire définie à l'article 1, 19° de l'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 30 mai 2024 relatif aux fonds budgétaires, au cadre budgétaire, au budget des recettes et des dépenses et aux modifications budgétaires.
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op :
1° de diensten van de Regering;
2° de ABI's 1;
3° de ABI's 2 zoals bepaald in artikel 4, § 1, eerste lid, van de ordonnantie.
In afwijking van het eerste lid, punt 3°, is dit besluit niet van toepassing op de ABI's 2 zoals bepaald in artikel 4, § 2, eerste lid, van de ordonnantie. In afwijking van het eerste lid, punt 3°, is dit besluit niet van toepassing op de ABI's 2 zoals bepaald in artikel 4, § 2, eerste lid, van de ordonnantie.
1° de diensten van de Regering;
2° de ABI's 1;
3° de ABI's 2 zoals bepaald in artikel 4, § 1, eerste lid, van de ordonnantie.
In afwijking van het eerste lid, punt 3°, is dit besluit niet van toepassing op de ABI's 2 zoals bepaald in artikel 4, § 2, eerste lid, van de ordonnantie. In afwijking van het eerste lid, punt 3°, is dit besluit niet van toepassing op de ABI's 2 zoals bepaald in artikel 4, § 2, eerste lid, van de ordonnantie.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique :
1° aux services du Gouvernement;
2° aux OAA1 ;
3° aux OAA2 tels que définis à l'article 4, § 1, premier alinéa, de l'ordonnance.
Par dérogation au premier alinéa, point 3°, cet arrêté n'est pas d'application aux OAA2 tels que définis à l'article 4, § 2, premier alinéa, de l'ordonnance.
1° aux services du Gouvernement;
2° aux OAA1 ;
3° aux OAA2 tels que définis à l'article 4, § 1, premier alinéa, de l'ordonnance.
Par dérogation au premier alinéa, point 3°, cet arrêté n'est pas d'application aux OAA2 tels que définis à l'article 4, § 2, premier alinéa, de l'ordonnance.
HOOFDSTUK 2. - De vastlegging en de betekening
CHAPITRE 2. - L'engagement et la notification
Afdeling 1. - De vastlegging
Section 1. - L'engagement
Art. 3. Overeenkomstig artikel 77, § 1, van de ordonnantie, bestaat de vastlegging uit de aanrekening, ten laste van het vastleggingskrediet, van de bedragen die nodig zijn voor latere of gelijktijdige vereffeningen, met het oog op een juridische verbintenis.
Overeenkomstig artikel 77 van de ordonnantie, legt de bevoegde ordonnateur elke uitgave ten laste van de begroting vast in de boekhoudsoftware.
De vastlegging gebeurt in euro, tot op de eurocent.
Overeenkomstig artikel 77 van de ordonnantie, legt de bevoegde ordonnateur elke uitgave ten laste van de begroting vast in de boekhoudsoftware.
De vastlegging gebeurt in euro, tot op de eurocent.
Art. 3. Conformément à l'article 77, § 1er, de l'ordonnance, l'engagement consiste dans l'imputation, à charge du crédit d'engagement, des sommes nécessaires à des liquidations ultérieures ou simultanées, en vue d'un engagement juridique.
Conformément à l'article 77 de l'ordonnance, l'ordonnateur compétent procède, dans le logiciel de gestion comptable, à l'engagement de toute dépense à charge du budget.
L'engagement se fait en euros, au centime près.
Conformément à l'article 77 de l'ordonnance, l'ordonnateur compétent procède, dans le logiciel de gestion comptable, à l'engagement de toute dépense à charge du budget.
L'engagement se fait en euros, au centime près.
Afdeling 2. - De betekening
Section 2. - La notification
Art. 4. § 1. De bevoegde ordonnateur moet de vastlegging hebben voltooid voorafgaand aan de betekening.
Door de betekening wordt de juridische verbintenis aangegaan ten overstaan van de derden. De betekening moet plaatsvinden in de loop van hetzelfde begrotingsjaar als de vastlegging waaraan ze gekoppeld is, tenzij artikel 83 van de ordonnantie van toepassing is.
§ 2. Uitzonderingen op § 1 zijn de gelijktijdige vastlegging alsook de voorvastlegging die geen betrekking heeft op de eerst verrichte vastlegging.
§ 3. De betekening van een raamovereenkomst zonder gunning van een vervolgopdracht vormt een uitzondering op § 1.
De betekening van een opdracht tegen prijslijst zonder verplichte minimumhoeveelheid vormt een uitzondering op § 1.
Door de betekening wordt de juridische verbintenis aangegaan ten overstaan van de derden. De betekening moet plaatsvinden in de loop van hetzelfde begrotingsjaar als de vastlegging waaraan ze gekoppeld is, tenzij artikel 83 van de ordonnantie van toepassing is.
§ 2. Uitzonderingen op § 1 zijn de gelijktijdige vastlegging alsook de voorvastlegging die geen betrekking heeft op de eerst verrichte vastlegging.
§ 3. De betekening van een raamovereenkomst zonder gunning van een vervolgopdracht vormt een uitzondering op § 1.
De betekening van een opdracht tegen prijslijst zonder verplichte minimumhoeveelheid vormt een uitzondering op § 1.
Art. 4. § 1er. L'ordonnateur compétent doit avoir finalisé l'engagement préalablement à la notification.
La notification est la conclusion de l'engagement juridique vis-à-vis des tiers. La notification doit se faire au cours du même exercice budgétaire que l'engagement auquel il est lié, sauf application de l'article 83 de l'ordonnance.
§ 2. L'engagement simultané ainsi que l'engagement prévisionnel qui ne concerne pas le premier engagement réalisé sont des exceptions au § 1er.
§ 3. La notification d'un accord-cadre, sans attribution d'un marché subséquent est une exception au § 1er.
La notification d'un marché à bordereau de prix sans quantité minimale obligatoire est une exception au § 1er.
La notification est la conclusion de l'engagement juridique vis-à-vis des tiers. La notification doit se faire au cours du même exercice budgétaire que l'engagement auquel il est lié, sauf application de l'article 83 de l'ordonnance.
§ 2. L'engagement simultané ainsi que l'engagement prévisionnel qui ne concerne pas le premier engagement réalisé sont des exceptions au § 1er.
§ 3. La notification d'un accord-cadre, sans attribution d'un marché subséquent est une exception au § 1er.
La notification d'un marché à bordereau de prix sans quantité minimale obligatoire est une exception au § 1er.
Afdeling 3. - De bestelbon in de boekhoudsoftware
Section 3. - Le bon de commande dans le logiciel de gestion comptable
Art. 5. Voor elke overheidsopdracht waarvan het bedrag lager is dan 30.000 euro exclusief btw en die niet het voorwerp uitmaakte van een gewone of voorvastlegging, geldt de bestelbon die in de boekhoudsoftware wordt geregistreerd als een gewone vastlegging in de zin van artikel 8, 2° van dit besluit.
Bij de in de boekhoudsoftware ingevoerde bestelbon moeten alle documenten in verband met de bestelling gevoegd worden, en de bestelbon moet worden ondertekend door de bevoegde ordonnateur vooraleer hij betekend wordt aan derden.
Een vereffeningsvisum is vereist voor de vereffeningsdossiers in verband met de uitgave die voortvloeit uit deze gewone vastlegging.
Bij de in de boekhoudsoftware ingevoerde bestelbon moeten alle documenten in verband met de bestelling gevoegd worden, en de bestelbon moet worden ondertekend door de bevoegde ordonnateur vooraleer hij betekend wordt aan derden.
Een vereffeningsvisum is vereist voor de vereffeningsdossiers in verband met de uitgave die voortvloeit uit deze gewone vastlegging.
Art. 5. Pour tout marché public dont le montant est inférieur à 30.000 euros hors T.V.A. et qui n'a pas fait l'objet d'un engagement ordinaire ou prévisionnel, le bon de commande enregistré dans le logiciel de gestion comptable est un engagement ordinaire au sens de l'article 8, 2° du présent arrêté.
Le bon de commande introduit dans le logiciel de gestion comptable doit être accompagné de tous les documents relatifs à la commande et doit être signé par l'ordonnateur compétent avant d'être notifié au tiers.
Les dossiers de liquidation, relatifs à la dépense découlant de cet engagement ordinaire, sont soumis au visa de liquidation.
Le bon de commande introduit dans le logiciel de gestion comptable doit être accompagné de tous les documents relatifs à la commande et doit être signé par l'ordonnateur compétent avant d'être notifié au tiers.
Les dossiers de liquidation, relatifs à la dépense découlant de cet engagement ordinaire, sont soumis au visa de liquidation.
Afdeling 4. - De volledigheid van de dossiers
Section 4. - La complétude des dossiers
Art. 6. § 1. Met het oog op de volledigheid van de vastleggingsdossiers met betrekking tot een overheidsopdracht, bevat het dossier dat bij de vastlegging gevoegd wordt in de boekhoudsoftware alle documenten met betrekking tot de goedkeuring van het bestek en de gunning van de opdracht, met inbegrip van alle vereiste adviezen en akkoordbevindingen. Als er al een of meer vastleggingen verricht werden in het kader van deze opdracht, dan moet er een toelichtende nota over de voorgeschiedenis van het dossier worden bijgevoegd.
§ 2. Met het oog op de volledigheid van de vastleggingsdossiers met betrekking tot een subsidie, bevat het dossier dat bij de vastlegging gevoegd wordt in de boekhoudsoftware alle documenten met betrekking tot de toekenning van deze subsidie, met inbegrip van alle vereiste adviezen en akkoordbevindingen.
§ 3. Voor de andere soorten uitgaven bevat het dossier dat bij de vastlegging gevoegd wordt in de boekhoudsoftware de rechtshandeling die machtiging verleent tot de uitgave, vergezeld van alle vereiste adviezen en akkoordbevindingen.
§ 4. De in §§ 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde documenten worden naar behoren ondertekend en gedateerd door de daartoe gemachtigde personen.
§ 5. Overeenkomstig artikel 149, § 2, van de ordonnantie mag de controle van de vastleggingen en de vereffeningen alle documenten opvragen die zij nodig heeft voor haar controle. De controle van de vastleggingen en vereffeningen van de diensten van de Regering stelt de lijst op met de documenten die in het kader van haar controle vereist zijn voor elke categorie van dossier.
§ 2. Met het oog op de volledigheid van de vastleggingsdossiers met betrekking tot een subsidie, bevat het dossier dat bij de vastlegging gevoegd wordt in de boekhoudsoftware alle documenten met betrekking tot de toekenning van deze subsidie, met inbegrip van alle vereiste adviezen en akkoordbevindingen.
§ 3. Voor de andere soorten uitgaven bevat het dossier dat bij de vastlegging gevoegd wordt in de boekhoudsoftware de rechtshandeling die machtiging verleent tot de uitgave, vergezeld van alle vereiste adviezen en akkoordbevindingen.
§ 4. De in §§ 1, 2 en 3 van dit artikel bedoelde documenten worden naar behoren ondertekend en gedateerd door de daartoe gemachtigde personen.
§ 5. Overeenkomstig artikel 149, § 2, van de ordonnantie mag de controle van de vastleggingen en de vereffeningen alle documenten opvragen die zij nodig heeft voor haar controle. De controle van de vastleggingen en vereffeningen van de diensten van de Regering stelt de lijst op met de documenten die in het kader van haar controle vereist zijn voor elke categorie van dossier.
Art. 6. § 1er. Pour assurer la complétude des dossiers d'engagement relatifs à un marché public, le dossier joint à l'engagement dans le logiciel de gestion comptable comprend tous les documents relatifs à l'approbation du cahier des charges et à l'attribution du marché, en ce compris tous les avis et accords requis. Lorsqu'un ou plusieurs engagements ont déjà été réalisés dans le cadre de ce marché, une note explicative de l'historique du dossier doit être jointe.
§ 2. Pour assurer la complétude des dossiers d'engagement relatifs à une subvention, le dossier joint à l'engagement dans le logiciel de gestion comptable comprend tous les documents relatifs à l'octroi de cette subvention, en ce compris tous les avis et accords requis.
§ 3. Pour les autres types de dépenses, le dossier joint à l'engagement dans le logiciel de gestion comptable comprend l'acte juridique autorisant la dépense, accompagné de tous les avis et accords requis.
§ 4. Les documents visés aux §§ 1er,2 et 3 de ce même article sont dûment signés et datés par les personnes y habilitées.
§ 5. Conformément à l'article 149, § 2, de l'ordonnance, le contrôle des engagements et des liquidations peut se faire fournir tous les documents nécessaires à son contrôle. Le contrôle des engagements et des liquidations des services du Gouvernement établit la liste des documents requis pour chaque catégorie de dossier dans le cadre de son contrôle.
§ 2. Pour assurer la complétude des dossiers d'engagement relatifs à une subvention, le dossier joint à l'engagement dans le logiciel de gestion comptable comprend tous les documents relatifs à l'octroi de cette subvention, en ce compris tous les avis et accords requis.
§ 3. Pour les autres types de dépenses, le dossier joint à l'engagement dans le logiciel de gestion comptable comprend l'acte juridique autorisant la dépense, accompagné de tous les avis et accords requis.
§ 4. Les documents visés aux §§ 1er,2 et 3 de ce même article sont dûment signés et datés par les personnes y habilitées.
§ 5. Conformément à l'article 149, § 2, de l'ordonnance, le contrôle des engagements et des liquidations peut se faire fournir tous les documents nécessaires à son contrôle. Le contrôle des engagements et des liquidations des services du Gouvernement établit la liste des documents requis pour chaque catégorie de dossier dans le cadre de son contrôle.
Afdeling 5. - De wijziging van de vastlegging
Section 5. - La modification de l'engagement
Art. 7. § 1. Elke vastlegging alsook elke wijziging van de vastlegging, dat wil zeggen een verhoging, vermindering of annulering van een vastlegging, maakt het voorwerp uit van een vastleggingsbulletin, gestaafd met een verantwoordingsdossier. Met de boekhoudsoftware kan het bedrag van de vastlegging en van de verhoging, vermindering of annulering ervan geïdentificeerd worden.
§ 2. De vermindering of annulering van de vastlegging die een vastlegging betreft die in de loop van een begrotingsjaar is voltooid, leidt tot de overeenkomstige herstelling van het vastleggingskrediet voor datzelfde begrotingsjaar. De vermindering of de annulering van een vastlegging die voltooid werd in de loop van een voorgaand begrotingsjaar leidt daarentegen niet tot een verhoging van het beschikbare bedrag aan vastleggingskredieten voor het lopende begrotingsjaar.
§ 2. De vermindering of annulering van de vastlegging die een vastlegging betreft die in de loop van een begrotingsjaar is voltooid, leidt tot de overeenkomstige herstelling van het vastleggingskrediet voor datzelfde begrotingsjaar. De vermindering of de annulering van een vastlegging die voltooid werd in de loop van een voorgaand begrotingsjaar leidt daarentegen niet tot een verhoging van het beschikbare bedrag aan vastleggingskredieten voor het lopende begrotingsjaar.
Art. 7. § 1. Tout engagement ainsi que toute modification de l'engagement, c'est-à-dire une majoration, réduction ou annulation d'un engagement, fait l'objet d'un bulletin d'engagement, appuyé d'un dossier justificatif. Le logiciel de gestion comptable permet l'identification du montant de l'engagement, de sa majoration, de sa réduction ou de son annulation.
§ 2. La réduction ou l'annulation de l'engagement concernant un engagement finalisé au cours d'une année budgétaire restaure le crédit d'engagement à due concurrence, pour cette même année budgétaire. En revanche, la réduction ou l'annulation concernant un engagement finalisé au cours d'une année budgétaire antérieure n'entraîne pas de majoration du montant disponible en crédits d'engagement pour l'année budgétaire en cours.
§ 2. La réduction ou l'annulation de l'engagement concernant un engagement finalisé au cours d'une année budgétaire restaure le crédit d'engagement à due concurrence, pour cette même année budgétaire. En revanche, la réduction ou l'annulation concernant un engagement finalisé au cours d'une année budgétaire antérieure n'entraîne pas de majoration du montant disponible en crédits d'engagement pour l'année budgétaire en cours.
Afdeling 6. - De drie types van vastleggingen
Section 6. - Les trois types d'engagements
Art. 8. De volgende beginselen zijn van toepassing op de vastlegging :
1°. De vastlegging is een gewone vastlegging, een voorvastlegging of een gelijktijdige vastlegging.
2°. Onverminderd de punten 3° en 4° moet de bevoegde ordonnateur een gewone vastlegging verrichten voor alle uitgaven die een impact hebben op de begroting. Deze gewone vastlegging wordt gekenmerkt door het feit dat ze voorafgaat aan de juridische verbintenis en de vereffening ervan, en dat het bedrag ervan overeenstemt met het bedrag van de juridische verbintenis.
3°. De bevoegde ordonnateur kan beslissen een voorvastlegging te verrichten als het om recurrente verbintenissen gaat, als bepaald in artikel 2, 17° van de ordonnantie, die zijn aangegaan tijdens of vóór het begin van het begrotingsjaar. Het bedrag van de voorvastlegging stemt overeen met de ramingsstaat van de uitgaven die betrekking hebben op het begrotingsjaar of die opeisbaar zijn in het begrotingsjaar.
4°. De gelijktijdige vastlegging wordt gekenmerkt door het feit dat de vastlegging gelijktijdig met de vereffening ervan plaatsvindt en aanleiding geeft tot een gelijktijdige aanrekening ten laste van de vastleggingskredieten en de vereffeningskredieten. De bevoegde ordonnateur kan beslissen een gelijktijdige vastlegging te verrichten voor de hieronder vermelde uitgaven:
a) de overheidsopdrachten waarvan het bedrag lager is dan 30.000 euro exclusief btw;
b) de kapitaalaflossingen, schuldgerelateerde interesten en schuldgerelateerde werkingskosten;
c) uitgaven die noch overheidsopdrachten zijn waarop de wet- en regelgeving inzake overheidsopdrachten van toepassing is, noch subsidies, waarvan het bedrag lager is dan 30.000 euro exclusief btw;
d) de bezoldigingen, pensioenen, kosten voor dienstopdrachten, vergoedingen, diverse toelagen en terugbetalingen van niet-verschuldigde bedragen;
e) de voorschotten aan de beheerders van voorschotten;
f) de begrotingsuitgaven die voortvloeien uit een annulering, zelfs gedeeltelijk, van een vastgesteld recht op een vorig jaar met betrekking tot fiscale en niet-fiscale ontvangsten;
g) de verwijlinteresten;
h) de bedragen die opeisbaar zijn ingevolge een gerechtelijke beslissing;
i) de taksen en belastingen;
j) de premies die beschouwd worden als subsidies van quasi organieke aard en waarbij de juridische verbintenis en de vereffening van de premie vrijwel gelijktijdig plaatsvinden, aangezien de premie in één keer wordt uitbetaald.
1°. De vastlegging is een gewone vastlegging, een voorvastlegging of een gelijktijdige vastlegging.
2°. Onverminderd de punten 3° en 4° moet de bevoegde ordonnateur een gewone vastlegging verrichten voor alle uitgaven die een impact hebben op de begroting. Deze gewone vastlegging wordt gekenmerkt door het feit dat ze voorafgaat aan de juridische verbintenis en de vereffening ervan, en dat het bedrag ervan overeenstemt met het bedrag van de juridische verbintenis.
3°. De bevoegde ordonnateur kan beslissen een voorvastlegging te verrichten als het om recurrente verbintenissen gaat, als bepaald in artikel 2, 17° van de ordonnantie, die zijn aangegaan tijdens of vóór het begin van het begrotingsjaar. Het bedrag van de voorvastlegging stemt overeen met de ramingsstaat van de uitgaven die betrekking hebben op het begrotingsjaar of die opeisbaar zijn in het begrotingsjaar.
4°. De gelijktijdige vastlegging wordt gekenmerkt door het feit dat de vastlegging gelijktijdig met de vereffening ervan plaatsvindt en aanleiding geeft tot een gelijktijdige aanrekening ten laste van de vastleggingskredieten en de vereffeningskredieten. De bevoegde ordonnateur kan beslissen een gelijktijdige vastlegging te verrichten voor de hieronder vermelde uitgaven:
a) de overheidsopdrachten waarvan het bedrag lager is dan 30.000 euro exclusief btw;
b) de kapitaalaflossingen, schuldgerelateerde interesten en schuldgerelateerde werkingskosten;
c) uitgaven die noch overheidsopdrachten zijn waarop de wet- en regelgeving inzake overheidsopdrachten van toepassing is, noch subsidies, waarvan het bedrag lager is dan 30.000 euro exclusief btw;
d) de bezoldigingen, pensioenen, kosten voor dienstopdrachten, vergoedingen, diverse toelagen en terugbetalingen van niet-verschuldigde bedragen;
e) de voorschotten aan de beheerders van voorschotten;
f) de begrotingsuitgaven die voortvloeien uit een annulering, zelfs gedeeltelijk, van een vastgesteld recht op een vorig jaar met betrekking tot fiscale en niet-fiscale ontvangsten;
g) de verwijlinteresten;
h) de bedragen die opeisbaar zijn ingevolge een gerechtelijke beslissing;
i) de taksen en belastingen;
j) de premies die beschouwd worden als subsidies van quasi organieke aard en waarbij de juridische verbintenis en de vereffening van de premie vrijwel gelijktijdig plaatsvinden, aangezien de premie in één keer wordt uitbetaald.
Art. 8. S'agissant de l'engagement, les principes suivants sont d'application :
1°. L'engagement est ordinaire, prévisionnel ou simultané.
2°. Sans préjudice des points 3° et 4°, l'ordonnateur compétent doit procéder à un engagement ordinaire pour toutes les dépenses ayant un impact budgétaire. Cet engagement ordinaire se caractérise par le fait qu'il précède l'engagement juridique et sa liquidation et que son montant correspond au montant de l'engagement juridique.
3°. L'ordonnateur compétent peut décider de procéder à un engagement prévisionnel quand il s'agit d'obligations récurrentes, telles que définies à l'article 2, 17° de l'ordonnance, contractées pendant ou avant le début de l'année budgétaire. Le montant de l'engagement prévisionnel correspond à l'état estimatif des dépenses liées à l'année budgétaire ou exigibles durant l'année budgétaire.
4°. L'engagement simultané se caractérise par le fait que l'engagement a lieu en même temps que sa liquidation et donne lieu à une imputation simultanée à charge des crédits d'engagement et de liquidation. L'ordonnateur compétent peut décider de procéder à un engagement simultané pour les dépenses reprises ci-dessous :
a) les marchés publics dont le montant est inférieur à 30.000 euros hors T.V.A.;
b) les amortissements en capital, les intérêts liés à la dette et les frais de fonctionnement liés à la dette;
c) les dépenses qui ne sont ni des marchés publics soumis à la législation et la réglementation sur les marchés publics, ni des subventions, dont le montant est inférieur à 30.000 euros hors T.V.A.;
d) les rémunérations, les pensions, les frais de mission, les indemnités, les allocations diverses et les remboursements de montants indus;
e) les avances aux régisseurs d'avances;
f) les dépenses budgétaires qui sont la conséquence d'une annulation, même partielle, d'un droit constaté sur année antérieure relatif aux recettes fiscales et non fiscales;
g) les intérêts de retard;
h) les sommes exigibles par décision de justice;
i) les taxes et impôts;
j) les primes considérées comme subvention de nature quasi organique qui présentent un caractère de quasi-simultanéité entre l'engagement juridique et la mise en liquidation de la prime, celle-ci étant liquidée en un paiement unique.
1°. L'engagement est ordinaire, prévisionnel ou simultané.
2°. Sans préjudice des points 3° et 4°, l'ordonnateur compétent doit procéder à un engagement ordinaire pour toutes les dépenses ayant un impact budgétaire. Cet engagement ordinaire se caractérise par le fait qu'il précède l'engagement juridique et sa liquidation et que son montant correspond au montant de l'engagement juridique.
3°. L'ordonnateur compétent peut décider de procéder à un engagement prévisionnel quand il s'agit d'obligations récurrentes, telles que définies à l'article 2, 17° de l'ordonnance, contractées pendant ou avant le début de l'année budgétaire. Le montant de l'engagement prévisionnel correspond à l'état estimatif des dépenses liées à l'année budgétaire ou exigibles durant l'année budgétaire.
4°. L'engagement simultané se caractérise par le fait que l'engagement a lieu en même temps que sa liquidation et donne lieu à une imputation simultanée à charge des crédits d'engagement et de liquidation. L'ordonnateur compétent peut décider de procéder à un engagement simultané pour les dépenses reprises ci-dessous :
a) les marchés publics dont le montant est inférieur à 30.000 euros hors T.V.A.;
b) les amortissements en capital, les intérêts liés à la dette et les frais de fonctionnement liés à la dette;
c) les dépenses qui ne sont ni des marchés publics soumis à la législation et la réglementation sur les marchés publics, ni des subventions, dont le montant est inférieur à 30.000 euros hors T.V.A.;
d) les rémunérations, les pensions, les frais de mission, les indemnités, les allocations diverses et les remboursements de montants indus;
e) les avances aux régisseurs d'avances;
f) les dépenses budgétaires qui sont la conséquence d'une annulation, même partielle, d'un droit constaté sur année antérieure relatif aux recettes fiscales et non fiscales;
g) les intérêts de retard;
h) les sommes exigibles par décision de justice;
i) les taxes et impôts;
j) les primes considérées comme subvention de nature quasi organique qui présentent un caractère de quasi-simultanéité entre l'engagement juridique et la mise en liquidation de la prime, celle-ci étant liquidée en un paiement unique.
HOOFDSTUK 3. - De vereffening
CHAPITRE 3. - La liquidation
Art. 9. § 1. Overeenkomstig artikel 51, derde lid, van de ordonnantie wordt het bewijsstuk van het vastgestelde recht, bedoeld in artikel 56 van de ordonnantie, ingevoerd in de boekhoudsoftware door de directie Boekhouding van het bestuur Brussel Financiën en Begroting van de Gewestelijke Overheidsdienst Brussel voor de diensten van de Regering en, voor elke autonome bestuursinstelling, door haar respectieve boekhouddienst.
§ 2. De vereffening gebeurt in euro tot op de eurocent en wordt gevalideerd door de bevoegde ordonnateur, krachtens de geldende regelgeving en delegaties, op basis van het bewijsstuk van dit vastgestelde recht.
§ 3. Voor de dossiers verbonden met een gewone of voorvastlegging vergewist de bevoegde ordonnateur zich ervan dat de vereffening wordt aangerekend op de ermee verbonden vastlegging. Voor de dossiers verbonden met een gelijktijdige vastlegging vergewist hij zich ervan dat de vereffening op de juiste basisallocatie wordt aangerekend.
§ 4. De bevoegde ordonnateur vergewist zich ervan dat het dossier volledig is door te zorgen voor de documenten met betrekking tot de juridische verbintenis. Hij ziet erop toe dat deze documenten ondertekend en gedateerd worden door de daartoe gemachtigde personen.
§ 2. De vereffening gebeurt in euro tot op de eurocent en wordt gevalideerd door de bevoegde ordonnateur, krachtens de geldende regelgeving en delegaties, op basis van het bewijsstuk van dit vastgestelde recht.
§ 3. Voor de dossiers verbonden met een gewone of voorvastlegging vergewist de bevoegde ordonnateur zich ervan dat de vereffening wordt aangerekend op de ermee verbonden vastlegging. Voor de dossiers verbonden met een gelijktijdige vastlegging vergewist hij zich ervan dat de vereffening op de juiste basisallocatie wordt aangerekend.
§ 4. De bevoegde ordonnateur vergewist zich ervan dat het dossier volledig is door te zorgen voor de documenten met betrekking tot de juridische verbintenis. Hij ziet erop toe dat deze documenten ondertekend en gedateerd worden door de daartoe gemachtigde personen.
Art. 9. § 1er. Conformément à l'article 51, alinéa 3, de l'ordonnance, la pièce justificative du droit constaté, visée à l'article 56 de l'ordonnance, est introduite dans le logiciel de gestion comptable par la direction de la comptabilité de l'administration Bruxelles Finances et Budget du Service public régional de Bruxelles pour les services du Gouvernement et, pour chaque organisme administratif autonome, par son service comptable respectif.
§ 2. La liquidation se fait en euros au centime près et est validée par l'ordonnateur compétent, en vertu des réglementations et délégations en vigueur, sur la base de la pièce justificative de ce droit constaté.
§ 3. L'ordonnateur compétent, pour les dossiers liés à un engagement ordinaire ou prévisionnel, s'assure que la liquidation soit imputée sur l'engagement y relatif. Il s'assure, pour les dossiers liés à un engagement simultané, que la liquidation soit imputée sur l'allocation de base adéquate.
§ 4. L'ordonnateur compétent s'assure de la complétude du dossier en produisant les documents relatifs à l'engagement juridique. Il veille à ce que ces documents soient signés et datés par les personnes y habilitées.
§ 2. La liquidation se fait en euros au centime près et est validée par l'ordonnateur compétent, en vertu des réglementations et délégations en vigueur, sur la base de la pièce justificative de ce droit constaté.
§ 3. L'ordonnateur compétent, pour les dossiers liés à un engagement ordinaire ou prévisionnel, s'assure que la liquidation soit imputée sur l'engagement y relatif. Il s'assure, pour les dossiers liés à un engagement simultané, que la liquidation soit imputée sur l'allocation de base adéquate.
§ 4. L'ordonnateur compétent s'assure de la complétude du dossier en produisant les documents relatifs à l'engagement juridique. Il veille à ce que ces documents soient signés et datés par les personnes y habilitées.
Hoofdstuk 4. - De controle van de vastleggingen en vereffeningen
Chapitre 4. - Le contrôle des engagements et des liquidations
Afdeling 1. - De visums
Section 1. - Les visas
Onderafdeling 1. - Modaliteiten
Sous-section 1. - Modalités
Art. 10. De vastleggings-, betekenings- en vereffeningsvisums van de controle van de vastleggingen en vereffeningen worden digitaal verleend. Enkel in geval van overmacht kunnen ze op papier gegeven worden.
De Minister van Begroting is gemachtigd om te bepalen welke samenstellende elementen de vastleggingsbulletins en de betalingsbevelen verplicht moeten omvatten.
De Minister van Begroting is gemachtigd om te bepalen welke samenstellende elementen de vastleggingsbulletins en de betalingsbevelen verplicht moeten omvatten.
Art. 10. Les visas d'engagement, de notification et de liquidation du contrôle des engagements et des liquidations sont octroyés sous forme électronique, sauf en cas de force majeure où ils pourraient être octroyés sur papier.
Le Ministre du Budget est autorisé à déterminer les éléments constitutifs devant obligatoirement figurer sur les bulletins d'engagement et les ordres de paiement.
Le Ministre du Budget est autorisé à déterminer les éléments constitutifs devant obligatoirement figurer sur les bulletins d'engagement et les ordres de paiement.
Onderafdeling 2. - Vastleggingsvisum
Sous-section 2. - Visa d'engagement
Art. 11. De bevoegde ordonnateur vraagt de controle van de vastleggingen en de vereffeningen om een vastleggingsvisum.
De in artikel 8, 2° van dit besluit bedoelde uitgaven vereisen voorafgaand aan hun betekening een visum tot gewone vastlegging van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
De in artikel 8, 3° van dit besluit bedoelde uitgaven vereisen een visum tot voorvastlegging van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen, overeenkomstig artikel 12, 2°.
De in artikel 8, 2° van dit besluit bedoelde uitgaven vereisen voorafgaand aan hun betekening een visum tot gewone vastlegging van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
De in artikel 8, 3° van dit besluit bedoelde uitgaven vereisen een visum tot voorvastlegging van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen, overeenkomstig artikel 12, 2°.
Art. 11. L'ordonnateur compétent demande un visa d'engagement au contrôle des engagements et des liquidations.
Les dépenses visées à l'article 8, 2° du présent arrêté sont soumises au contrôle des engagements et des liquidations, en vue d'obtenir un visa d'engagement ordinaire préalable à leur notification.
Les dépenses visées à l'article 8, 3° du présent arrêté sont soumises au contrôle des engagements et des liquidations, en vue d'obtenir un visa d'engagement prévisionnel, conformément à l'article 12, 2°.
Les dépenses visées à l'article 8, 2° du présent arrêté sont soumises au contrôle des engagements et des liquidations, en vue d'obtenir un visa d'engagement ordinaire préalable à leur notification.
Les dépenses visées à l'article 8, 3° du présent arrêté sont soumises au contrôle des engagements et des liquidations, en vue d'obtenir un visa d'engagement prévisionnel, conformément à l'article 12, 2°.
Onderafdeling 3. - Betekeningsvisum
Sous-section 3. - Visa de notification
Art. 12. De bevoegde ordonnateur vraagt de controle van de vastleggingen en de vereffeningen om een betekeningsvisum, tegelijk met :
1°. de aanvraag voor een visum tot gewone vastlegging;
2°. de aanvraag voor een visum tot voorvastlegging voor het eerste jaar van de juridische verbintenis.
1°. de aanvraag voor een visum tot gewone vastlegging;
2°. de aanvraag voor een visum tot voorvastlegging voor het eerste jaar van de juridische verbintenis.
Art. 12. L'ordonnateur compétent demande un visa de notification au contrôle des engagements et des liquidations, en même temps que :
1°. la demande de visa d'engagement ordinaire;
2°. la demande de visa d'engagement prévisionnel de la première année de l'engagement juridique.
1°. la demande de visa d'engagement ordinaire;
2°. la demande de visa d'engagement prévisionnel de la première année de l'engagement juridique.
Onderafdeling 4. - Vereffeningsvisum
Sous-section 4. - Visa de liquidation
Art. 13. De bevoegde ordonnateur vraagt de controle van de vastleggingen en de vereffeningen om een vereffeningsvisum, op het moment van de vereffening van de begrotingsuitgave, na de controle van de voorwaarden van het vastgestelde recht als bedoeld in artikel 56 van de ordonnantie.
Art. 13. L'ordonnateur compétent demande un visa de liquidation au contrôle des engagements et des liquidations, au moment de la liquidation de la dépense budgétaire, suite à la vérification des conditions du droit constaté visées à l'article 56 de l'ordonnance.
Onderafdeling 5. - Gelijktijdig vastleggings- en vereffeningsvisum
Sous-section 5. - Visa simultané en engagement et en liquidation
Art. 14. De bevoegde ordonnateur vraagt de controle van de vastleggingen en de vereffeningen om een gelijktijdig vastleggings- en vereffeningsvisum wanneer hij de uitgaven vermeld in artikel 8, 4° van dit besluit vereffent.
Art. 14. L'ordonnateur compétent demande un visa simultané en engagement et en liquidation au contrôle des engagements et des liquidations lorsqu'il procède à la liquidation des dépenses reprises à l'article 8, 4° du présent arrêté.
Afdeling 2. - De uitgaven die geen visum vereisen
Section 2. - Les dépenses ne faisant pas l'objet d'un visa
Onderafdeling 1. - Vrijstelling van het vastleggingsvisum
Sous-section 1. - Exemption du visa d'engagement
Art. 15. § 1. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie vereisen de bestelbonnen aangemaakt door de boekhoudsoftware, overeenkomstig artikel 5 van dit besluit, in afwijking van artikel 148, eerste lid, 1° van de ordonnantie, geen vastleggingsvisum van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
§ 2. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie zijn de subsidies van organieke aard en subsidies van quasi organieke aard vrijgesteld van een vastleggingsvisum.
§ 3. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie kan een gezamenlijk besluit van de functioneel bevoegde minister en de Minister van Begroting de uitgaven die daarin worden gepreciseerd vrijstellen van het vastleggingsvisum verstrekt door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
De bevoegde ordonnateur dient voor een dergelijke vrijstelling een gemotiveerd verzoek in bij de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
Het besluit waarin de visumvrijstellingen worden opgesomd, wordt genomen na het advies van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
§ 4. De in paragrafen 1, 2 en 3 vermelde visumvrijstellingen zijn ook van toepassing op de wijzigingen van deze vastleggingen zoals beschreven in artikel 7 van dit besluit.
§ 2. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie zijn de subsidies van organieke aard en subsidies van quasi organieke aard vrijgesteld van een vastleggingsvisum.
§ 3. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie kan een gezamenlijk besluit van de functioneel bevoegde minister en de Minister van Begroting de uitgaven die daarin worden gepreciseerd vrijstellen van het vastleggingsvisum verstrekt door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
De bevoegde ordonnateur dient voor een dergelijke vrijstelling een gemotiveerd verzoek in bij de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
Het besluit waarin de visumvrijstellingen worden opgesomd, wordt genomen na het advies van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
§ 4. De in paragrafen 1, 2 en 3 vermelde visumvrijstellingen zijn ook van toepassing op de wijzigingen van deze vastleggingen zoals beschreven in artikel 7 van dit besluit.
Art. 15. § 1er. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, les bons de commande produits par le logiciel de gestion comptable, conformément à l'article 5 du présent arrêté, en dérogation à l'article 148, premier alinéa, 1° de l'ordonnance, ne sont pas soumis au visa d'engagement du contrôle des engagements et des liquidations.
§ 2. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, les subventions de nature organique et les subventions de nature quasi organique sont exemptées d'un visa d'engagement.
§ 3. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, un arrêté conjoint du ministre fonctionnellement compétent et du Ministre du Budget peut exempter du visa d'engagement octroyé par le contrôle des engagements et des liquidations les dépenses qu'il précise.
La demande motivée d'une telle exemption est introduite par l'ordonnateur compétent auprès du contrôle des engagements et des liquidations.
L'arrêté listant les exemptions de visa est pris après l'avis du contrôle des engagements et des liquidations.
§ 4. Les exemptions de visa d'engagement reprises aux paragraphes 1, 2 et 3 s'appliquent également aux modifications de ces engagements telles que décrites à l'article 7 du présent arrêté.
§ 2. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, les subventions de nature organique et les subventions de nature quasi organique sont exemptées d'un visa d'engagement.
§ 3. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, un arrêté conjoint du ministre fonctionnellement compétent et du Ministre du Budget peut exempter du visa d'engagement octroyé par le contrôle des engagements et des liquidations les dépenses qu'il précise.
La demande motivée d'une telle exemption est introduite par l'ordonnateur compétent auprès du contrôle des engagements et des liquidations.
L'arrêté listant les exemptions de visa est pris après l'avis du contrôle des engagements et des liquidations.
§ 4. Les exemptions de visa d'engagement reprises aux paragraphes 1, 2 et 3 s'appliquent également aux modifications de ces engagements telles que décrites à l'article 7 du présent arrêté.
Onderafdeling 2. - Vrijstelling van het betekeningsvisum
Sous-section 2. - Exemption de visa de notification
Art. 16. In afwijking van artikel 148, eerste lid, 3°, van de ordonnantie zijn volgende uitgaven vrijgesteld van het betekeningsvisum :
1° de uitgaven die het voorwerp uitmaken van een gelijktijdige vastlegging;
2° de uitgaven die het voorwerp uitmaken van een voorvastlegging vanaf het tweede jaar van de juridische vastlegging;
3° de in artikel 15 van dit besluit vermelde uitgaven.
1° de uitgaven die het voorwerp uitmaken van een gelijktijdige vastlegging;
2° de uitgaven die het voorwerp uitmaken van een voorvastlegging vanaf het tweede jaar van de juridische vastlegging;
3° de in artikel 15 van dit besluit vermelde uitgaven.
Art. 16. En dérogation à l'article 148, premier alinéa, 3°, de l'ordonnance, les dépenses suivantes sont exemptées du visa de notification :
1° les dépenses faisant l'objet d'un engagement simultané;
2° les dépenses faisant l'objet d'un engagement prévisionnel à partir de la deuxième année de l'engagement juridique;
3° les dépenses reprises à l'article 15 du présent arrêté.
1° les dépenses faisant l'objet d'un engagement simultané;
2° les dépenses faisant l'objet d'un engagement prévisionnel à partir de la deuxième année de l'engagement juridique;
3° les dépenses reprises à l'article 15 du présent arrêté.
Subafdeling 3. - Vrijstelling van het vereffeningsvisum
Sous-section 3. - Exemption de visa de liquidation
Art. 17. § 1. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie is er geen vereffeningsvisum van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen vereist voor de subsidies van organieke aard en de subsidies van quasi organieke aard.
§ 2. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie kan een gezamenlijk besluit van de functioneel bevoegde minister en de Minister van Begroting de uitgaven die daarin worden gepreciseerd vrijstellen van het vereffeningsvisum verstrekt door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
De bevoegde ordonnateur dient voor een dergelijke vrijstelling een gemotiveerd verzoek in bij de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
Het besluit waarin de visumvrijstellingen worden opgesomd, wordt genomen na het advies van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
§ 3. De controle van de vastleggingen en de vereffeningen is gemachtigd om met steekproeven te werken en om voor bepaalde vereffeningen van eerder door haar geviseerde vastleggingen geen visum te verstrekken.
§ 2. Overeenkomstig artikel 148, laatste lid, van de ordonnantie kan een gezamenlijk besluit van de functioneel bevoegde minister en de Minister van Begroting de uitgaven die daarin worden gepreciseerd vrijstellen van het vereffeningsvisum verstrekt door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
De bevoegde ordonnateur dient voor een dergelijke vrijstelling een gemotiveerd verzoek in bij de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
Het besluit waarin de visumvrijstellingen worden opgesomd, wordt genomen na het advies van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen.
§ 3. De controle van de vastleggingen en de vereffeningen is gemachtigd om met steekproeven te werken en om voor bepaalde vereffeningen van eerder door haar geviseerde vastleggingen geen visum te verstrekken.
Art. 17. § 1er. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, les subventions organiques et les subventions de nature quasi organiques, ne sont pas soumises au visa de liquidation du contrôle des engagements et des liquidations.
§ 2. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, un arrêté conjoint du ministre fonctionnellement compétent et du Ministre du Budget peut exempter du visa de liquidation octroyé par le contrôle des engagements et des liquidations, les dépenses qu'il précise.
La demande motivée d'une telle exemption est introduite par l'ordonnateur compétent auprès du contrôle des engagements et des liquidations.
L'arrêté listant les exemptions de visa est pris après l'avis du contrôle des engagements et des liquidations.
§ 3. Le contrôle des engagements et des liquidations est autorisé à procéder par échantillonnage et à ne pas viser certaines liquidations effectuées sur des engagements qu'il a préalablement visés.
§ 2. Conformément à l'article 148, dernier alinéa, de l'ordonnance, un arrêté conjoint du ministre fonctionnellement compétent et du Ministre du Budget peut exempter du visa de liquidation octroyé par le contrôle des engagements et des liquidations, les dépenses qu'il précise.
La demande motivée d'une telle exemption est introduite par l'ordonnateur compétent auprès du contrôle des engagements et des liquidations.
L'arrêté listant les exemptions de visa est pris après l'avis du contrôle des engagements et des liquidations.
§ 3. Le contrôle des engagements et des liquidations est autorisé à procéder par échantillonnage et à ne pas viser certaines liquidations effectuées sur des engagements qu'il a préalablement visés.
Onderafdeling 4. - Steekproefsgewijze a posteriori controle van de dossiers die een vrijstelling van visum genieten
Sous-section 4. - Contrôle aléatoire a posteriori des dossiers qui bénéficient d'une exemption de visa
Art. 18. § 1. De subsidies die vrijgesteld zijn van een visum op basis van hun organieke of quasi organieke aard, alsook de uitgaven die vrijgesteld zijn van een visum op basis van een ministerieel besluit, als beschreven in de artikelen 15, 16 en 17 van dit besluit, kunnen a posteriori gecontroleerd worden door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen. Deze controle wordt steekproefsgewijs uitgevoerd en heeft betrekking op de wettigheid van de uitgaven alsook op de volledigheid van de vastleggings- en vereffeningsdossiers.
§ 2. Als er bij de controle van de vastleggingen en de vereffeningen onregelmatigheden worden vastgesteld met betrekking tot de wettigheid van de uitgaven of als de dossiers onvolledig blijken te zijn, worden de opmerkingen van de controle meegedeeld aan de leidende ambtenaar met het oog op een regularisering van de bestaande dossiers of op wijzigingen in de toekomstige dossiers.
Als deze gevraagde regulariseringen en wijzigingen niet worden doorgevoerd, dan bezorgt de controle van de vastleggingen en de vereffeningen haar vaststellingen aan de Minister van Begroting evenals aan de functioneel bevoegde minister, die dan de per ministerieel besluit toegekende visumvrijstellingen kunnen annuleren.
§ 3. De uitgaven waarvoor de visumvrijstelling is geannuleerd, kunnen pas ten vroegste 24 maanden na de annuleringsdatum een nieuwe vrijstelling krijgen.
§ 2. Als er bij de controle van de vastleggingen en de vereffeningen onregelmatigheden worden vastgesteld met betrekking tot de wettigheid van de uitgaven of als de dossiers onvolledig blijken te zijn, worden de opmerkingen van de controle meegedeeld aan de leidende ambtenaar met het oog op een regularisering van de bestaande dossiers of op wijzigingen in de toekomstige dossiers.
Als deze gevraagde regulariseringen en wijzigingen niet worden doorgevoerd, dan bezorgt de controle van de vastleggingen en de vereffeningen haar vaststellingen aan de Minister van Begroting evenals aan de functioneel bevoegde minister, die dan de per ministerieel besluit toegekende visumvrijstellingen kunnen annuleren.
§ 3. De uitgaven waarvoor de visumvrijstelling is geannuleerd, kunnen pas ten vroegste 24 maanden na de annuleringsdatum een nieuwe vrijstelling krijgen.
Art. 18. § 1er. Les subventions faisant l'objet d'une exemption de visa sur base de leur nature organique ou quasi organique, ainsi que les dépenses faisant l'objet d'une exemption de visa sur base d'un arrêté ministériel, tel que décrit aux articles 15, 16 et 17 du présent arrêté, peuvent être contrôlées a posteriori par le contrôle des engagements et des liquidations. Ce contrôle se fera par échantillonnage et portera sur la légalité des dépenses ainsi que sur la complétude des dossiers d'engagement et de liquidation.
§ 2. Si le contrôle des engagements et des liquidations constate des irrégularités par rapport à la légalité des dépenses ou des lacunes dans la complétude des dossiers, les remarques du contrôle seront communiquées au fonctionnaire dirigeant en vue d'obtenir une régularisation des dossiers existants ou d'obtenir des modifications dans les futurs dossiers.
Si ces régularisations et modifications demandées ne sont pas effectuées, le contrôle des engagements et des liquidations transfère ses constatations au Ministre du Budget ainsi qu'au Ministre fonctionnellement compétent, lesquels peuvent par conséquent annuler les exemptions de visa accordées par arrêté ministériel.
§ 3. Les dépenses ayant fait l'objet d'une annulation de l'exemption de visa ne pourront faire l`objet d'une nouvelle exemption avant 24 mois au minimum à partir de la date d'annulation.
§ 2. Si le contrôle des engagements et des liquidations constate des irrégularités par rapport à la légalité des dépenses ou des lacunes dans la complétude des dossiers, les remarques du contrôle seront communiquées au fonctionnaire dirigeant en vue d'obtenir une régularisation des dossiers existants ou d'obtenir des modifications dans les futurs dossiers.
Si ces régularisations et modifications demandées ne sont pas effectuées, le contrôle des engagements et des liquidations transfère ses constatations au Ministre du Budget ainsi qu'au Ministre fonctionnellement compétent, lesquels peuvent par conséquent annuler les exemptions de visa accordées par arrêté ministériel.
§ 3. Les dépenses ayant fait l'objet d'une annulation de l'exemption de visa ne pourront faire l`objet d'une nouvelle exemption avant 24 mois au minimum à partir de la date d'annulation.
Afdeling 3. - De controleur van de vastleggingen en vereffeningen, het netwerk van de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen en de tuchtstraffen
Section 3. - Le contrôleur des engagements et des liquidations, le réseau des contrôleurs des engagements et des liquidations et la peine disciplinaire
Onderafdeling 1. - De controleur van de vastleggingen en vereffeningen
Sous-section 1. - Le contrôleur des engagements et des liquidations
Art. 19. Voor de diensten van de Regering, evenals voor de ABI's 1, stelt de Regering, op voorstel van de Minister van Begroting en Financiën, onder de statutaire personeelsleden de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen aan.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen kunnen echter ook worden aangewezen onder de contractuele personeelsleden wanneer, bij afwezigheid van een statutair personeelslid, de continuïteit van de dienst in gevaar komt. De aanwijzing van contractuele personeelsleden wordt met bijzondere redenen omkleed.
De controleurs van de vastleggingen en vereffeningen kunnen echter ook worden aangewezen onder de contractuele personeelsleden wanneer, bij afwezigheid van een statutair personeelslid, de continuïteit van de dienst in gevaar komt. De aanwijzing van contractuele personeelsleden wordt met bijzondere redenen omkleed.
Art. 19. Pour les services du Gouvernement, ainsi que pour les OAA1, les contrôleurs des engagements et des liquidations sont désignés par le Gouvernement, sur proposition du Ministre du Budget et des Finances parmi les agents statutaires.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations peuvent toutefois être désignés parmi les agents contractuels lorsque, en l'absence d'un agent statutaire, la continuité du service risquerait d'être mise à mal. La désignation d'agents contractuels est spécialement motivée.
Les contrôleurs des engagements et des liquidations peuvent toutefois être désignés parmi les agents contractuels lorsque, en l'absence d'un agent statutaire, la continuité du service risquerait d'être mise à mal. La désignation d'agents contractuels est spécialement motivée.
Onderafdeling 2. - Het netwerk van de controleurs van de vastleggingen en vereffeningen
Sous-section 2. - Le réseau des contrôleurs des engagements et des liquidations
Art. 20. De gewestelijke controleurs van de vastleggingen en vereffeningen, die als zodanig zijn aangewezen overeenkomstig artikel 146 van de ordonnantie, komen regelmatig bij elkaar op initiatief van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen van de diensten van de Regering.
Dit netwerk heeft tot doel een uitwisselingsplatform tot stand te brengen voor alle controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen van de gewestelijke entiteit.
Dit netwerk heeft tot doel een uitwisselingsplatform tot stand te brengen voor alle controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen van de gewestelijke entiteit.
Art. 20. Les contrôleurs des engagements et des liquidations régionaux, désignés comme tels conformément à l'article 146 de l'ordonnance, se réunissent régulièrement à l'initiative du contrôle des engagements et des liquidations des services du Gouvernement.
Ce réseau a pour objectif de créer un espace d'échange entre tous les contrôleurs des engagements et des liquidations de l'entité régionale.
Ce réseau a pour objectif de créer un espace d'échange entre tous les contrôleurs des engagements et des liquidations de l'entité régionale.
Onderafdeling 3. - De tuchtstraf die van toepassing is op de statutaire personeelsleden
Sous-section 3. - La peine disciplinaire applicable aux agents statutaires
Art. 21.. § 1. Overeenkomstig artikel 147 van de ordonnantie kan aan de controleurs van de vastleggingen en de vereffeningen geen tuchtstraf of andere maatregel die hen kan benadelen worden opgelegd zonder het voorafgaandelijke advies van het Rekenhof over het dossier waarin het verzuim wordt opgetekend en dat voorafgaandelijk aan het Rekenhof wordt bezorgd door de instantie die bevoegd is om de straf uit te spreken of om andere maatregelen te nemen.
§ 2. De tuchtverordening wordt ingesteld overeenkomstig de statutaire bepalingen die van toepassing zijn op het personeelslid aan wie de feiten ten laste worden gelegd. Het voorstel van tuchtstraf, vergezeld van het betreffende administratief dossier, wordt gelijktijdig betekend aan het Rekenhof en aan het betrokken personeelslid.
§ 3. Het Rekenhof dient zijn advies in bij de bevoegde overheid om de straf binnen de vijftien werkdagen na de in § 2 bedoelde betekening uit te spreken.
§ 4. De tekst van het advies wordt opgenomen in het besluit dat in de straf voorziet of de maatregel toepast.
Indien de voor het uitspreken van de tuchtstraf bevoegde overheid afwijkt van het door het Rekenhof verstrekte advies, deelt ze de motieven daarvoor mee in haar beslissing. Een kopie van het besluit wordt onmiddellijk aan de Minister van Begroting en het Rekenhof bezorgd.
§ 2. De tuchtverordening wordt ingesteld overeenkomstig de statutaire bepalingen die van toepassing zijn op het personeelslid aan wie de feiten ten laste worden gelegd. Het voorstel van tuchtstraf, vergezeld van het betreffende administratief dossier, wordt gelijktijdig betekend aan het Rekenhof en aan het betrokken personeelslid.
§ 3. Het Rekenhof dient zijn advies in bij de bevoegde overheid om de straf binnen de vijftien werkdagen na de in § 2 bedoelde betekening uit te spreken.
§ 4. De tekst van het advies wordt opgenomen in het besluit dat in de straf voorziet of de maatregel toepast.
Indien de voor het uitspreken van de tuchtstraf bevoegde overheid afwijkt van het door het Rekenhof verstrekte advies, deelt ze de motieven daarvoor mee in haar beslissing. Een kopie van het besluit wordt onmiddellijk aan de Minister van Begroting en het Rekenhof bezorgd.
Art. 21. § 1er. Conformément à l'article 147 de l'ordonnance, aucune peine disciplinaire, ni aucune autre mesure de nature à leur porter préjudice, ne peut être infligée aux contrôleurs des engagements et des liquidations, sans l'avis préalable de la Cour des comptes sur le dossier constatant le manquement et préalablement communiqué à la Cour des comptes par l'autorité compétente pour prononcer la peine ou prendre d'autres mesures.
§ 2. L'action disciplinaire est entamée conformément aux dispositions statutaires applicables à l'agent mis en cause. La proposition de peine disciplinaire, accompagnée de son dossier administratif, est notifiée à la Cour des comptes en même temps qu'à l'agent concerné.
§ 3. La Cour des comptes remet son avis à l'autorité compétente pour prononcer la peine dans les quinze jours ouvrables de la notification visée au § 2.
§ 4. Le texte de l'avis est reproduit dans l'arrêté qui prévoit la peine ou applique la mesure.
Si l'autorité compétente pour prononcer la peine disciplinaire s'écarte de l'avis rendu par la Cour des comptes, elle en motive les raisons dans sa décision. Une copie de l'arrêté est adressée immédiatement au Ministre du Budget et à la Cour des comptes.
§ 2. L'action disciplinaire est entamée conformément aux dispositions statutaires applicables à l'agent mis en cause. La proposition de peine disciplinaire, accompagnée de son dossier administratif, est notifiée à la Cour des comptes en même temps qu'à l'agent concerné.
§ 3. La Cour des comptes remet son avis à l'autorité compétente pour prononcer la peine dans les quinze jours ouvrables de la notification visée au § 2.
§ 4. Le texte de l'avis est reproduit dans l'arrêté qui prévoit la peine ou applique la mesure.
Si l'autorité compétente pour prononcer la peine disciplinaire s'écarte de l'avis rendu par la Cour des comptes, elle en motive les raisons dans sa décision. Une copie de l'arrêté est adressée immédiatement au Ministre du Budget et à la Cour des comptes.
Onderafdeling 4. - Ontslag van toepassing op contractuele personeelsleden
Sous-section 4. - Licenciement applicable aux membres du personnel contractuel
Art. 22.. Onverminderd de bepalingen van de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende de rechtspositie en de bezoldigingsregeling van de contractuele personeelsleden van de gewestelijke overheidsdiensten van Brussel en van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest worden, in het geval van een ontslag, het verslag en het voorstel tot ontslag gelijktijdig betekend aan het Rekenhof en aan het betrokken personeelslid.
Het Rekenhof verstrekt zijn advies binnen de vijftien werkdagen en betekent dit aan het betrokken personeelslid alsook aan de overheid bevoegd om de beslissing over het ontslag te nemen.
Indien die laatste beslist af te wijken van het door het Rekenhof verstrekte advies, deelt ze de motieven daarvoor mee in haar beslissing.
Het Rekenhof verstrekt zijn advies binnen de vijftien werkdagen en betekent dit aan het betrokken personeelslid alsook aan de overheid bevoegd om de beslissing over het ontslag te nemen.
Indien die laatste beslist af te wijken van het door het Rekenhof verstrekte advies, deelt ze de motieven daarvoor mee in haar beslissing.
Art. 22. Sans préjudice des dispositions des arrêtés du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 mars 2018 relatifs à la situation administrative et pécuniaire des membres du personnel contractuel des services publics régionaux de Bruxelles et des organismes d'intérêt public de la Région de Bruxelles-Capitale, en cas de licenciement, le rapport et la proposition de licenciement sont notifiés à la Cour des comptes en même temps qu'au membre du personnel concerné.
La Cour des comptes remet son avis dans les quinze jours ouvrables et notifie celui-ci au membre du personnel concerné ainsi qu'à l'autorité compétente pour prendre la décision de le licencier.
Si cette dernière décide de s'écarter de l'avis rendu par la Cour des comptes, elle en communique les motifs dans sa décision.
La Cour des comptes remet son avis dans les quinze jours ouvrables et notifie celui-ci au membre du personnel concerné ainsi qu'à l'autorité compétente pour prendre la décision de le licencier.
Si cette dernière décide de s'écarter de l'avis rendu par la Cour des comptes, elle en communique les motifs dans sa décision.
HOOFDSTUK 5. - Begrotingsuitvoering
CHAPITRE 5. - Exécution budgétaire
Art. 23. § 1. Geen enkele vereffening kan worden aangerekend ten laste van een vastlegging die niet definitief is.
§ 2. Onverminderd de vrijstellingen waarin artikel 17 van dit besluit voorziet, mag geen enkele betaling worden uitgevoerd als de vereffening van de uitgave in kwestie geen visum heeft verkregen van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen. Voor een uitgave die vrijgesteld is van het vereffeningsvisum mag de betaling pas verricht worden als de uitgave geldig vereffend is.
§ 2. Onverminderd de vrijstellingen waarin artikel 17 van dit besluit voorziet, mag geen enkele betaling worden uitgevoerd als de vereffening van de uitgave in kwestie geen visum heeft verkregen van de controle van de vastleggingen en de vereffeningen. Voor een uitgave die vrijgesteld is van het vereffeningsvisum mag de betaling pas verricht worden als de uitgave geldig vereffend is.
Art. 23. § 1er. Aucune liquidation ne peut être imputée à charge d'un engagement qui n'a pas été finalisé.
§ 2. Sans préjudice des exemptions prévues par l'article 17 du présent arrêté, aucun paiement ne peut être effectué si la liquidation de la dépense en question n'a pas été visée par le contrôle des engagements et des liquidations. Pour une dépense qui bénéficie d'une exemption de visa de liquidation, le paiement ne peut être effectué tant que la dépense n'a pas été valablement liquidée.
§ 2. Sans préjudice des exemptions prévues par l'article 17 du présent arrêté, aucun paiement ne peut être effectué si la liquidation de la dépense en question n'a pas été visée par le contrôle des engagements et des liquidations. Pour une dépense qui bénéficie d'une exemption de visa de liquidation, le paiement ne peut être effectué tant que la dépense n'a pas été valablement liquidée.
Art. 24. Worden in toepassing van artikel 60, 2°, a) van de ordonnantie beschouwd als vastgelegd in de begrotingsboekhouding van een welbepaald jaar, de vastleggingen die in dat jaar door de bevoegde ordonnateur geregistreerd werden in de boekhoudsoftware.
De boekhoudsoftware onderscheidt de definitieve van de niet-definitieve vastleggingen.
Niet-definitieve vastleggingen moeten door de bevoegde ordonnateur geannuleerd worden.
De boekhoudsoftware onderscheidt de definitieve van de niet-definitieve vastleggingen.
Niet-definitieve vastleggingen moeten door de bevoegde ordonnateur geannuleerd worden.
Art. 24. En application de l'article 60, 2°, a) de l'ordonnance sont considérés comme engagés, dans la comptabilité budgétaire d'une année déterminée, les engagements enregistrés dans le logiciel de gestion comptable par l'ordonnateur compétent durant cette année.
Le logiciel de gestion comptable distingue les engagements finalisés des engagements non finalisés.
Les engagements non finalisés doivent être annulés par l'ordonnateur compétent.
Le logiciel de gestion comptable distingue les engagements finalisés des engagements non finalisés.
Les engagements non finalisés doivent être annulés par l'ordonnateur compétent.
Art. 25. In toepassing van artikel 60, 2°, b) van de ordonnantie worden de facturen, schuldvorderingen en andere gelijkaardige documenten die de bevoegde boekhouder heeft geregistreerd in de boekhoudsoftware en die de bevoegde ordonnateur heeft vereffend tot 31 januari van het jaar dat volgt op het begrotingsjaar als vereffend beschouwd in de begrotingsboekhouding van een welbepaald begrotingsjaar.
De boekhoudsoftware onderscheidt de vereffeningen die door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen geviseerd werden van de niet-geviseerde vereffeningen. De software houdt ook rekening met de vrijstellingen waarin artikel 17 van dit besluit voorziet.
De boekhoudsoftware onderscheidt de vereffeningen die door de controle van de vastleggingen en de vereffeningen geviseerd werden van de niet-geviseerde vereffeningen. De software houdt ook rekening met de vrijstellingen waarin artikel 17 van dit besluit voorziet.
Art. 25. En application de l'article 60, 2°, b), de l'ordonnance, sont considérées comme liquidées dans la comptabilité budgétaire d'une année budgétaire déterminée, les factures, déclarations de créance et autres pièces similaires qui sont enregistrées par le comptable compétent dans le logiciel de gestion comptable et liquidées par l'ordonnateur compétent jusqu'au 31 janvier de l'année qui suit l'année budgétaire.
Le logiciel de gestion comptable distingue les liquidations visées et non visées par le contrôle des engagements et des liquidations. Le logiciel tient également compte des exemptions prévues à l'article 17 du présent arrêté.
Le logiciel de gestion comptable distingue les liquidations visées et non visées par le contrôle des engagements et des liquidations. Le logiciel tient également compte des exemptions prévues à l'article 17 du présent arrêté.
Art. 26. Het in artikel 78, § 2, van de ordonnantie bedoelde bedrag van de uitstaande vastleggingen stemt overeen met het verschil tussen enerzijds de definitieve vastleggingen en anderzijds de definitieve vereffeningen ten laste van die vastleggingen in de zin van artikel 23 van dit besluit.
In toepassing van artikel 78, § 1, van de ordonnantie annuleert de bevoegde ordonnateur een vastlegging als er geen enkele verplichting meer uit kan voortvloeien, en uiterlijk na zes jaar, behalve als de onderliggende juridische verbintenis nog steeds loopt.
In toepassing van artikel 78, § 1, van de ordonnantie annuleert de bevoegde ordonnateur een vastlegging als er geen enkele verplichting meer uit kan voortvloeien, en uiterlijk na zes jaar, behalve als de onderliggende juridische verbintenis nog steeds loopt.
Art. 26. Le montant de l'encours des engagements visé à l'article 78, § 2, de l'ordonnance est constitué de la différence entre, d'une part, les engagements finalisés et, d'autre part, les liquidations finalisées, à charge de ces engagements, au sens de l'article 23 du présent arrêté.
En application de l'article 78, § 1er, de l'ordonnance, l'ordonnateur compétent annule un engagement lorsque plus aucune obligation ne peut en découler, et au plus tard après six ans, sauf si l'engagement juridique sous-jacent est toujours en cours.
En application de l'article 78, § 1er, de l'ordonnance, l'ordonnateur compétent annule un engagement lorsque plus aucune obligation ne peut en découler, et au plus tard après six ans, sauf si l'engagement juridique sous-jacent est toujours en cours.
HOOFDSTUK 6. - Slot- en opheffingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions finales et abrogatoires
Art. 27. Het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 15 juni 2006 inzake de boekhoudkundige vastlegging, de vereffening en de controle op de vastleggingen en de vereffeningen, gewijzigd bij de besluiten van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 juni 2007 en 16 januari 2014, wordt opgeheven.
Art. 27. L'arrêté du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 15 juin 2006 relatif à l'engagement comptable, à la liquidation et au contrôle des engagements et des liquidations, modifié par les arrêtés du Gouvernement de la Région de Bruxelles-Capitale du 21 juin 2007 et du 16 janvier 2014 est abrogé.
Art. 28. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 15, §§ 2 en 3, en 17, §§ 1 en 2, van dit besluit in werking op 1 juni 2025.
In afwijking van het eerste lid treden de artikelen 15, §§ 2 en 3, en 17, §§ 1 en 2, van dit besluit in werking op 1 juni 2025.
Art. 28. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er janvier 2025.
Par dérogation au premier alinéa, les articles 15, §§ 2 et 3, et 17, §§ 1 et 2, du présent arrêté entrent en vigueur le 1er juin 2025.
Par dérogation au premier alinéa, les articles 15, §§ 2 et 3, et 17, §§ 1 et 2, du présent arrêté entrent en vigueur le 1er juin 2025.
Art. 29. De leden van de Regering zijn, ieder voor wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 29. Les membres du Gouvernement sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.