Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 MEI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over de bestemmingsregels en de mogelijkheid tot het opnieuw in aanmerking komen voor subsidies die het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden verstrekt en tot wijziging van de regelgeving over bestemmingswijzingen en het eventueel opnieuw in aanmerking komen voor nieuwe subsidies (Citeertitel: het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-07-2024 en tekstbijwerking tot 19-12-2025)
Titre
31 MAI 2024. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand sur les rĂšgles d'affectation et la possibilitĂ© d'ĂȘtre Ă nouveau Ă©ligible aux subventions accordĂ©es par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables et modifiant la rĂ©glementation relative aux modifications d'affectation et Ă la possibilitĂ© d'ĂȘtre Ă nouveau Ă©ligible Ă de nouvelles subventions(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 31-07-2024 et mise Ă jour au 19-12-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
HOOFDSTUK 2. - Minimumperiode van bestemming
HOOFDSTUK 3. - Procedure bij een herbestemming ...
HOOFDSTUK 4. - Procedure bij elke andere herbes...
HOOFDSTUK 5. - Opnieuw in aanmerking komen voor...
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 5. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 7. - Wijziging van het besluit van de ...
Afdeling 8. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 9. - Wijzigingen van het besluit van d...
Afdeling 10. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 11. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 12. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 13. - Wijzigingen van het besluit van ...
Afdeling 14. - Wijziging van het besluit van de...
Afdeling 15. - Wijziging van het besluit van de...
Afdeling 16. - Wijziging van het besluit van de...
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
CHAPITRE 2. - Période minimale d'affectation
CHAPITRE 3. - Procédure de réaffectation dans l...
CHAPITRE 4. - Procédure de toute autre réaffect...
CHAPITRE 5. - Etre à nouveau éligible à la subv...
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gou...
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver...
Section 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver...
Section 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver...
Section 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver...
Section 7. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouver...
Section 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
Section 11. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
Section 12. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
Section 13. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouv...
Section 14. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 15. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
Section 16. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouve...
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Tekst (62)
Texte (62)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Artikel 1. Dit besluit wordt aangehaald als: het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024.
Article 1er. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© est citĂ© comme : l'arrĂȘtĂ© d'affectation VIPA du 31 mai 2024.
Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° begunstigde: rechtspersoon die erkend is of voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een investeringssubsidie of investeringswaarborg heeft aangevraagd, heeft verkregen of een goed met investeringssubsidie of investeringswaarborg heeft overgenomen na een eerdere toestemming;
  2° bestemmingswijziging:
  a) elke vervreemding of wijziging van eigenaar van het project;
  b) elke bezwaring met een zakelijke zekerheid, zakelijk recht of genotsrecht van het project;
  c) elke handeling waarbij het project volledig of gedeeltelijk wijzigt van exploitant, voor een andere activiteit wordt aangewend, leegstaat of tenietgaat;
  3° bouwsubsidie: een subsidie die op basis van een verantwoording van de bouw- of de aankoopkosten wordt uitbetaald;
  4° leidend ambtenaar: de leidend ambtenaar van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor zorginfrastructuur;
  6° recurrente subsidie: een subsidie die periodiek, los van de verantwoording van de bouw- of aankoopkosten, wordt uitbetaald.
  1° begunstigde: rechtspersoon die erkend is of voldoet aan de wettelijke voorwaarden om zorg- en dienstverlening te organiseren in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden en die een investeringssubsidie of investeringswaarborg heeft aangevraagd, heeft verkregen of een goed met investeringssubsidie of investeringswaarborg heeft overgenomen na een eerdere toestemming;
  2° bestemmingswijziging:
  a) elke vervreemding of wijziging van eigenaar van het project;
  b) elke bezwaring met een zakelijke zekerheid, zakelijk recht of genotsrecht van het project;
  c) elke handeling waarbij het project volledig of gedeeltelijk wijzigt van exploitant, voor een andere activiteit wordt aangewend, leegstaat of tenietgaat;
  3° bouwsubsidie: een subsidie die op basis van een verantwoording van de bouw- of de aankoopkosten wordt uitbetaald;
  4° leidend ambtenaar: de leidend ambtenaar van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vermeld in artikel 3 van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  5° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor zorginfrastructuur;
  6° recurrente subsidie: een subsidie die periodiek, los van de verantwoording van de bouw- of aankoopkosten, wordt uitbetaald.
Art. 2. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° bénéficiaire : la personne morale qui est agréée ou qui remplit les conditions légales pour organiser les soins et services dans le cadre des matiÚres personnalisables et qui a demandé une subvention d'investissement ou garantie d'investissement, qui l'a obtenue ou qui a repris un bien avec une subvention d'investissement ou garantie d'investissement aprÚs une autorisation préalable ;
  2° modification d'affectation :
  a) toute aliénation ou tout changement de propriétaire du projet ;
  b) tout nantissement avec une sûreté réelle, un droit réel ou un droit de jouissance du projet ;
  c) tout acte par lequel le projet change en tout ou en partie d'exploitant, est utilisé pour une autre activité, est inoccupé ou disparaßt ;
  3° subvention de construction : une subvention qui est payée sur la base d'une justification des coûts de construction ou d'achat ;
  4° fonctionnaire dirigeant : le fonctionnaire dirigeant du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables visé à l'article 3 du décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables ;
  5° ministre : le ministre flamand ayant l'infrastructure de soins dans ses attributions ;
  6° subvention récurrente : une subvention qui est payée indépendamment de la justification des coûts de construction ou d'achat.
  1° bénéficiaire : la personne morale qui est agréée ou qui remplit les conditions légales pour organiser les soins et services dans le cadre des matiÚres personnalisables et qui a demandé une subvention d'investissement ou garantie d'investissement, qui l'a obtenue ou qui a repris un bien avec une subvention d'investissement ou garantie d'investissement aprÚs une autorisation préalable ;
  2° modification d'affectation :
  a) toute aliénation ou tout changement de propriétaire du projet ;
  b) tout nantissement avec une sûreté réelle, un droit réel ou un droit de jouissance du projet ;
  c) tout acte par lequel le projet change en tout ou en partie d'exploitant, est utilisé pour une autre activité, est inoccupé ou disparaßt ;
  3° subvention de construction : une subvention qui est payée sur la base d'une justification des coûts de construction ou d'achat ;
  4° fonctionnaire dirigeant : le fonctionnaire dirigeant du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables visé à l'article 3 du décret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables en agence autonomisée interne dotée de la personnalité juridique, et modifiant le décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables ;
  5° ministre : le ministre flamand ayant l'infrastructure de soins dans ses attributions ;
  6° subvention récurrente : une subvention qui est payée indépendamment de la justification des coûts de construction ou d'achat.
Art. 3. Dit besluit is van toepassing op alle investeringssubsidies en investeringswaarborgen die door het Fonds worden verleend, tenzij anders bepaald in de besluiten tot regeling van de specifieke subsidies.
Art. 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique Ă toutes les subventions d'investissement et garanties d'investissement qui sont octroyĂ©es par le Fonds, sauf disposition contraire dans les arrĂȘtĂ©s rĂ©glant les subventions spĂ©cifiques.
HOOFDSTUK 2. - Minimumperiode van bestemming
CHAPITRE 2. - Période minimale d'affectation
Art. 4. Het gesubsidieerde goed wordt binnen zijn bestemming behouden, beheerd en onderhouden zoals door een voorzichtig en redelijk persoon in dezelfde omstandigheden geplaatst gedurende de volgende perioden, hierna de vereiste bestemmingsduur te noemen:
  1° de minimumperiode, vermeld in artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, voor de gesubsidieerde onroerende goederen en voor de gesubsidieerde roerende goederen;
  2° een minimumperiode van vijf jaar voor de medische uitrusting en bijzondere uitrusting;
  3° een minimumperiode van tien jaar voor de andere roerende goederen dan de roerende goederen, vermeld in 2°.
  In geval van een gewaarborgde lening kan de vereiste bestemmingsduur pas eindigen na de vervaldag of de vervroegde terugbetaling van de gewaarborgde lening.
  1° de minimumperiode, vermeld in artikel 12 van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, voor de gesubsidieerde onroerende goederen en voor de gesubsidieerde roerende goederen;
  2° een minimumperiode van vijf jaar voor de medische uitrusting en bijzondere uitrusting;
  3° een minimumperiode van tien jaar voor de andere roerende goederen dan de roerende goederen, vermeld in 2°.
  In geval van een gewaarborgde lening kan de vereiste bestemmingsduur pas eindigen na de vervaldag of de vervroegde terugbetaling van de gewaarborgde lening.
Art. 4. Le bien subventionnĂ© est conservĂ©, gĂ©rĂ© et entretenu dans son affectation comme le ferait une personne prudente et raisonnable placĂ©e dans les mĂȘmes circonstances, pendant les pĂ©riodes suivantes, ci-aprĂšs dĂ©nommĂ©es la durĂ©e d'affectation requise :
  1° la période minimale, visée à l'article 12 du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables, pour les biens immobiliers subventionnés et pour les biens mobiliers subventionnés ;
  2° une période minimale de cinq ans pour l'équipement médical et l'équipement spécial ;
  3° une période minimale de dix ans pour les biens mobiliers autres que les biens mobiliers, visé au point 2°.
  Dans le cas d'un emprunt garanti, la durée d'affectation requise ne peut prendre fin qu'aprÚs l'échéance ou le remboursement anticipé de l'emprunt garanti.
  1° la période minimale, visée à l'article 12 du décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matiÚres personnalisables, pour les biens immobiliers subventionnés et pour les biens mobiliers subventionnés ;
  2° une période minimale de cinq ans pour l'équipement médical et l'équipement spécial ;
  3° une période minimale de dix ans pour les biens mobiliers autres que les biens mobiliers, visé au point 2°.
  Dans le cas d'un emprunt garanti, la durée d'affectation requise ne peut prendre fin qu'aprÚs l'échéance ou le remboursement anticipé de l'emprunt garanti.
HOOFDSTUK 3. - Procedure bij een herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds
CHAPITRE 3. - Procédure de réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables qui relÚvent du domaine politique du Fonds
Art. 5. § 1. Voor elke bestemmingswijziging gedurende de vereiste bestemmingsduur, vermeld in artikel 4, is in geval van herbestemming binnen de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds, de toestemming van de leidend ambtenaar vereist.
  Met de herbestemming vermeld in het eerste lid, wordt ook de tijdelijke leegstand gelijkgeschakeld als de bestemmingsduur vóór en na de periode van de tijdelijke leegstand opnieuw voldoet aan de vereiste bestemmingsduur, vermeld in artikel 4. De voormelde tijdelijke leegstand is beperkt tot maximaal vijf jaar, tenzij de begunstigde kan aantonen dat de aanpassingswerken een langere periode vereisen.
  De toestemming van de leidend ambtenaar houdt rekening met de functionele, bouwtechnische en financiële aspecten van de nieuwe bestemming, zoals ook bepaald in de van de toepassing zijnde subsidiebesluiten.
  § 2. In geval van een door het Fonds gewaarborgde lening verleent de leidend ambtenaar de toestemming, vermeld in paragraaf 1, vóór de bestemmingswijziging. Bij de aanvraag van de voormelde toestemming wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag.
  Als alleen een subsidie is toegekend, wordt de toestemming, vermeld in paragraaf 1, uiterlijk binnen twee jaar na de bestemmingswijziging aangevraagd. Bij ontstentenis van een aanvraag voor toestemming binnen die termijn, betaalt de begunstigde bovenop het eventueel teruggevorderde subsidiebedrag, 1% van het uitbetaalde subsidiebedrag met een maximum van 10.000 euro.
  § 3. Als de toestemming, vermeld in paragraaf 1, wordt verleend, kunnen de bouwsubsidies gedeeltelijk of volledig worden behouden en kunnen de recurrente subsidies gedeeltelijk of volledig verder worden uitbetaald.
  Met de herbestemming vermeld in het eerste lid, wordt ook de tijdelijke leegstand gelijkgeschakeld als de bestemmingsduur vóór en na de periode van de tijdelijke leegstand opnieuw voldoet aan de vereiste bestemmingsduur, vermeld in artikel 4. De voormelde tijdelijke leegstand is beperkt tot maximaal vijf jaar, tenzij de begunstigde kan aantonen dat de aanpassingswerken een langere periode vereisen.
  De toestemming van de leidend ambtenaar houdt rekening met de functionele, bouwtechnische en financiële aspecten van de nieuwe bestemming, zoals ook bepaald in de van de toepassing zijnde subsidiebesluiten.
  § 2. In geval van een door het Fonds gewaarborgde lening verleent de leidend ambtenaar de toestemming, vermeld in paragraaf 1, vóór de bestemmingswijziging. Bij de aanvraag van de voormelde toestemming wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag.
  Als alleen een subsidie is toegekend, wordt de toestemming, vermeld in paragraaf 1, uiterlijk binnen twee jaar na de bestemmingswijziging aangevraagd. Bij ontstentenis van een aanvraag voor toestemming binnen die termijn, betaalt de begunstigde bovenop het eventueel teruggevorderde subsidiebedrag, 1% van het uitbetaalde subsidiebedrag met een maximum van 10.000 euro.
  § 3. Als de toestemming, vermeld in paragraaf 1, wordt verleend, kunnen de bouwsubsidies gedeeltelijk of volledig worden behouden en kunnen de recurrente subsidies gedeeltelijk of volledig verder worden uitbetaald.
Art. 5. § 1er. Pour chaque modification d'affectation pendant la durée d'affectation requise, visée à l'article 4, dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables qui relÚvent du domaine politique du Fonds, l'autorisation du fonctionnaire dirigeant est exigée.
  L'inoccupation temporaire est également assimilée à la réaffectation, visée à l'alinéa 1er, si la durée d'affectation avant et aprÚs la période d'inoccupation temporaire satisfait à nouveau à la durée d'affectation requise, visée à l'article 4. L'inoccupation temporaire précitée est limitée à cinq ans maximum, sauf si le bénéficiaire peut démontrer que les travaux d'aménagement requiÚrent une période plus longue.
  L'autorisation du fonctionnaire dirigeant tient compte des aspects fonctionnels, techniques de la construction et financiers de la nouvelle affectation, tel que fixĂ© Ă©galement dans les arrĂȘtĂ©s de subvention en vigueur.
  § 2. Dans le cas d'un emprunt garanti par le Fonds, le fonctionnaire dirigeant donne l'autorisation, visée au paragraphe 1er, avant la modification d'affectation. Un document dans lequel le bailleur de fonds déclare accepter la demande est joint à la demande de l'autorisation précitée.
  Si seule une subvention est octroyée, l'autorisation, visée au paragraphe 1er, est demandée au plus tard dans les deux ans suivant la modification d'affectation. A défaut de demande d'autorisation dans ce délai, le bénéficiaire paie en plus du montant de la subvention éventuellement recouvré, 1 % du montant de la subvention versé, avec un maximum de 10 000 euros.
  § 3. Si l'autorisation, visĂ©e au paragraphe 1er, est accordĂ©e, les subventions de construction peuvent ĂȘtre conservĂ©es partiellement ou intĂ©gralement et les subventions rĂ©currentes peuvent ĂȘtre versĂ©es partiellement ou intĂ©gralement.
  L'inoccupation temporaire est également assimilée à la réaffectation, visée à l'alinéa 1er, si la durée d'affectation avant et aprÚs la période d'inoccupation temporaire satisfait à nouveau à la durée d'affectation requise, visée à l'article 4. L'inoccupation temporaire précitée est limitée à cinq ans maximum, sauf si le bénéficiaire peut démontrer que les travaux d'aménagement requiÚrent une période plus longue.
  L'autorisation du fonctionnaire dirigeant tient compte des aspects fonctionnels, techniques de la construction et financiers de la nouvelle affectation, tel que fixĂ© Ă©galement dans les arrĂȘtĂ©s de subvention en vigueur.
  § 2. Dans le cas d'un emprunt garanti par le Fonds, le fonctionnaire dirigeant donne l'autorisation, visée au paragraphe 1er, avant la modification d'affectation. Un document dans lequel le bailleur de fonds déclare accepter la demande est joint à la demande de l'autorisation précitée.
  Si seule une subvention est octroyée, l'autorisation, visée au paragraphe 1er, est demandée au plus tard dans les deux ans suivant la modification d'affectation. A défaut de demande d'autorisation dans ce délai, le bénéficiaire paie en plus du montant de la subvention éventuellement recouvré, 1 % du montant de la subvention versé, avec un maximum de 10 000 euros.
  § 3. Si l'autorisation, visĂ©e au paragraphe 1er, est accordĂ©e, les subventions de construction peuvent ĂȘtre conservĂ©es partiellement ou intĂ©gralement et les subventions rĂ©currentes peuvent ĂȘtre versĂ©es partiellement ou intĂ©gralement.
HOOFDSTUK 4. - Procedure bij elke andere herbestemming dan een herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds
CHAPITRE 4. - Procédure de toute autre réaffectation qu'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables qui relÚvent du domaine politique du Fonds
Art. 6. § 1. In dit artikel wordt verstaan onder nuttige bestemmingsduur: het aantal dagen waarvoor het project een bestemming behoudt binnen de persoonsgebonden aangelegenheden en in het beleidsdomein van het Fonds. De nuttige bestemmingsduur wordt uitgedrukt in dagen, waarbij geteld wordt vanaf de dag van ingebruikname tot en met de dag vóór de bestemmingswijziging. Bij een gefaseerde ingebruikname kan de nuttige bestemmingsduur per datum van gefaseerde ingebruikname starten.
  § 2. Voor elke andere bestemmingswijziging van het gesubsidieerde goed of het goed waarvoor het Fonds een waarborg op de lening heeft toegekend, gedurende de vereiste bestemmingsduur, vermeld in artikel 4, anders dan de herbestemming, vermeld in artikel 5, of bij herbestemming binnen de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds als de begunstigde daarom verzoekt, is een toestemming vereist zoals hierna bepaald in dit artikel.
  In geval van een door het Fonds gewaarborgde lening wordt die toestemming verleend vóór de bestemmingswijziging. Bij de aanvraag van de voormelde toestemming wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. De voormelde toestemming kan alleen worden verleend als de gewaarborgde leningen voor het openstaande saldo worden terugbetaald of de waarborg wordt stopgezet.
  Als alleen een subsidie is toegekend, wordt de toestemming uiterlijk binnen twee jaar na de bestemmingswijziging aangevraagd. Bij ontstentenis van een aanvraag voor toestemming binnen die termijn, is de begunstigde bovenop het eventueel teruggevorderde subsidiebedrag de volgende bijkomende bedragen verschuldigd:
  1° bij bestemming binnen de persoonsgebonden aangelegenheden: 2% van het uitbetaalde subsidiebedrag, met een maximum van 50.000 euro;
  2° bij bestemming buiten de persoonsgebonden aangelegenheden: 10% van het uitbetaalde subsidiebedrag, met een maximum van 500.000 euro.
  § 3. Voor de recurrente subsidies is bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die niet behoren tot het beleidsdomein van het Fonds, of bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het fonds als de begunstigde daarom verzoekt, de voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of de toestemming achteraf van de minister vereist. De voormelde toestemming van de minister is alleen mogelijk als het Fonds geen gewaarborgde lening voor het gesubsidieerde goed heeft toegekend.
  De voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of de toestemming achteraf van de minister, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden verleend als de recurrente subsidie wordt stopgezet vanaf het jaar van de bestemmingswijziging. De uitbetaalde subsidies vanaf het jaar van de bestemmingswijziging worden integraal teruggevorderd van de begunstigde.
  Als de recurrente subsidies al zijn uitbetaald in de vorm van een eenmalig bedrag, geldt de regeling, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, voor een nuttige bestemmingsduur van minimaal vijftien jaar, en de regeling, vermeld in paragraaf 5, zesde lid, voor een nuttige bestemmingsduur van minder dan vijftien jaar.
  § 4. Voor bouwsubsidies waarvan de nuttige bestemmingsduur van het onroerend goed minimaal vijftien jaar bedraagt en bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die niet behoren tot het beleidsdomein van het Fonds, of bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds als de begunstigde daarom verzoekt, is de voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of de toestemming achteraf van de minister vereist. De voormelde toestemming achteraf van de minister is alleen mogelijk als het Fonds geen gewaarborgde lening voor het gesubsidieerde goed heeft toegekend.
  De voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of toestemming achteraf van de minister, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden verleend als het subsidiebedrag door de begunstigde wordt terugbetaald voor het bedrag dat wordt berekend volgens de volgende formule: terug te vorderen bedrag = uitbetaalde subsidiebedrag x (vereiste bestemmingsduur - nuttige bestemmingsduur)/(vereiste bestemmingsduur).
  De formule, vermeld in het tweede lid, wordt berekend per activasoort, vermeld in artikel 4, eerste lid, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke vereiste bestemmingsduur voor die activasoort. De uitkomst per activasoort kan nooit negatief zijn.
  § 5. Voor herbestemming buiten het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden of alle andere gevallen dan de gevallen, vermeld in paragraaf 3 of 4, of als de begunstigde daarom verzoekt, is de toestemming van de minister vereist.
  Voor de recurrente subsidies kan de toestemming van de minister, vermeld in het eerste lid, alleen worden verleend als de recurrente subsidie wordt stopgezet vanaf het jaar van de bestemmingswijziging. De uitbetaalde subsidies vanaf het jaar van de bestemmingswijziging worden integraal teruggevorderd van de begunstigde.
  Als de recurrente subsidies al zijn uitbetaald in de vorm van een eenmalig bedrag, geldt de regeling voor de bouwsubsidies, zoals hierna bepaald in het vierde en vijfde lid.
  Voor de bouwsubsidies met een bestemmingsduur van minimaal vijftien jaar kan de toestemming van de minister alleen worden verleend als het subsidiebedrag door de begunstigde wordt terugbetaald voor het bedrag dat wordt berekend volgens de volgende formule: terug te vorderen bedrag = totaal uitbetaalde subsidie x (vereiste bestemmingsduur - nuttige bestemmingsduur)/(vereiste bestemmingsduur).
  De formule, vermeld in het vierde lid, wordt berekend per activasoort, vermeld in artikel 4, eerste lid, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke vereiste bestemmingsduur voor die activasoort. De uitkomst per activasoort kan nooit negatief zijn.
  Als voor de bouwsubsidies de nuttige bestemmingsduur minder dan vijftien jaar bedraagt of bij afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de minister de toestemming verlenen na gunstig advies van de Inspectie van Financiën. In geval van een gewaarborgde lening wordt die toestemming, altijd voorafgaand verkregen. Bij de aanvraag van die toestemming wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. Als het advies van de Inspectie van Financiën ongunstig is, kan de begunstigde een beroep instellen conform artikel 53 en 54 van het besluit van de Vlaamse Codex voor Overheidsfinanciën van 17 mei 2019.
  § 2. Voor elke andere bestemmingswijziging van het gesubsidieerde goed of het goed waarvoor het Fonds een waarborg op de lening heeft toegekend, gedurende de vereiste bestemmingsduur, vermeld in artikel 4, anders dan de herbestemming, vermeld in artikel 5, of bij herbestemming binnen de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds als de begunstigde daarom verzoekt, is een toestemming vereist zoals hierna bepaald in dit artikel.
  In geval van een door het Fonds gewaarborgde lening wordt die toestemming verleend vóór de bestemmingswijziging. Bij de aanvraag van de voormelde toestemming wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. De voormelde toestemming kan alleen worden verleend als de gewaarborgde leningen voor het openstaande saldo worden terugbetaald of de waarborg wordt stopgezet.
  Als alleen een subsidie is toegekend, wordt de toestemming uiterlijk binnen twee jaar na de bestemmingswijziging aangevraagd. Bij ontstentenis van een aanvraag voor toestemming binnen die termijn, is de begunstigde bovenop het eventueel teruggevorderde subsidiebedrag de volgende bijkomende bedragen verschuldigd:
  1° bij bestemming binnen de persoonsgebonden aangelegenheden: 2% van het uitbetaalde subsidiebedrag, met een maximum van 50.000 euro;
  2° bij bestemming buiten de persoonsgebonden aangelegenheden: 10% van het uitbetaalde subsidiebedrag, met een maximum van 500.000 euro.
  § 3. Voor de recurrente subsidies is bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die niet behoren tot het beleidsdomein van het Fonds, of bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het fonds als de begunstigde daarom verzoekt, de voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of de toestemming achteraf van de minister vereist. De voormelde toestemming van de minister is alleen mogelijk als het Fonds geen gewaarborgde lening voor het gesubsidieerde goed heeft toegekend.
  De voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of de toestemming achteraf van de minister, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden verleend als de recurrente subsidie wordt stopgezet vanaf het jaar van de bestemmingswijziging. De uitbetaalde subsidies vanaf het jaar van de bestemmingswijziging worden integraal teruggevorderd van de begunstigde.
  Als de recurrente subsidies al zijn uitbetaald in de vorm van een eenmalig bedrag, geldt de regeling, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, voor een nuttige bestemmingsduur van minimaal vijftien jaar, en de regeling, vermeld in paragraaf 5, zesde lid, voor een nuttige bestemmingsduur van minder dan vijftien jaar.
  § 4. Voor bouwsubsidies waarvan de nuttige bestemmingsduur van het onroerend goed minimaal vijftien jaar bedraagt en bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die niet behoren tot het beleidsdomein van het Fonds, of bij herbestemming in het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden die behoren tot het beleidsdomein van het Fonds als de begunstigde daarom verzoekt, is de voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of de toestemming achteraf van de minister vereist. De voormelde toestemming achteraf van de minister is alleen mogelijk als het Fonds geen gewaarborgde lening voor het gesubsidieerde goed heeft toegekend.
  De voorafgaande toestemming van de leidend ambtenaar of toestemming achteraf van de minister, vermeld in het eerste lid, kan alleen worden verleend als het subsidiebedrag door de begunstigde wordt terugbetaald voor het bedrag dat wordt berekend volgens de volgende formule: terug te vorderen bedrag = uitbetaalde subsidiebedrag x (vereiste bestemmingsduur - nuttige bestemmingsduur)/(vereiste bestemmingsduur).
  De formule, vermeld in het tweede lid, wordt berekend per activasoort, vermeld in artikel 4, eerste lid, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke vereiste bestemmingsduur voor die activasoort. De uitkomst per activasoort kan nooit negatief zijn.
  § 5. Voor herbestemming buiten het kader van de persoonsgebonden aangelegenheden of alle andere gevallen dan de gevallen, vermeld in paragraaf 3 of 4, of als de begunstigde daarom verzoekt, is de toestemming van de minister vereist.
  Voor de recurrente subsidies kan de toestemming van de minister, vermeld in het eerste lid, alleen worden verleend als de recurrente subsidie wordt stopgezet vanaf het jaar van de bestemmingswijziging. De uitbetaalde subsidies vanaf het jaar van de bestemmingswijziging worden integraal teruggevorderd van de begunstigde.
  Als de recurrente subsidies al zijn uitbetaald in de vorm van een eenmalig bedrag, geldt de regeling voor de bouwsubsidies, zoals hierna bepaald in het vierde en vijfde lid.
  Voor de bouwsubsidies met een bestemmingsduur van minimaal vijftien jaar kan de toestemming van de minister alleen worden verleend als het subsidiebedrag door de begunstigde wordt terugbetaald voor het bedrag dat wordt berekend volgens de volgende formule: terug te vorderen bedrag = totaal uitbetaalde subsidie x (vereiste bestemmingsduur - nuttige bestemmingsduur)/(vereiste bestemmingsduur).
  De formule, vermeld in het vierde lid, wordt berekend per activasoort, vermeld in artikel 4, eerste lid, waarbij rekening gehouden wordt met de specifieke vereiste bestemmingsduur voor die activasoort. De uitkomst per activasoort kan nooit negatief zijn.
  Als voor de bouwsubsidies de nuttige bestemmingsduur minder dan vijftien jaar bedraagt of bij afwijking van de voorgaande bepalingen, kan de minister de toestemming verlenen na gunstig advies van de Inspectie van Financiën. In geval van een gewaarborgde lening wordt die toestemming, altijd voorafgaand verkregen. Bij de aanvraag van die toestemming wordt een document gevoegd waarin de financier zich akkoord verklaart met de aanvraag. Als het advies van de Inspectie van Financiën ongunstig is, kan de begunstigde een beroep instellen conform artikel 53 en 54 van het besluit van de Vlaamse Codex voor Overheidsfinanciën van 17 mei 2019.
Art. 6. § 1er. Dans le présent article, on entend par durée d'affectation utile : le nombre de jours pour lesquels le projet conserve une affectation dans le cadre des matiÚres personnalisables et dans le domaine politique du Fonds. La durée d'affectation utile est exprimée en jours, en commençant à compter à partir du jour de la mise en service jusqu'au jour précédant la modification d'affectation. Dans le cas d'une mise en service en phases, la durée d'affectation utile peut démarrer par date de mise en service en phases.
  § 2. Pour toute autre modification d'affectation du bien subventionné ou du bien pour lequel le Fonds a octroyé une garantie sur l'emprunt, pendant la durée d'affectation requise, visée à l'article 4, autre que la réaffectation, visée à l'article 5, ou en cas de réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables relevant du domaine politique du Fonds si le bénéficiaire le demande, une autorisation est exigée tel que défini ci-aprÚs dans le présent article.
  Dans le cas d'un emprunt garanti par le Fonds, cette autorisation est accordĂ©e avant la modification d'affectation. Un document dans lequel le bailleur de fonds dĂ©clare accepter la demande est joint Ă la demande de l'autorisation prĂ©citĂ©e. L'autorisation prĂ©citĂ©e peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e si les emprunts garantis pour le solde impayĂ© sont remboursĂ©s ou s'il est mis fin Ă la garantie.
  Si seule une subvention est octroyée, l'autorisation est demandée au plus tard dans les deux ans suivant la modification d'affectation. A défaut de demande d'autorisation dans ce délai, le bénéficiaire doit payer en plus du montant de la subvention éventuellement recouvré les montants supplémentaires suivants :
  1° dans le cas d'une affectation dans le cadre des matiÚres personnalisables : 2 % du montant de la subvention payé, avec un maximum de 50 000 euros ;
  2° dans le cas d'une affectation en dehors des matiÚres personnalisables : 10 % du montant de la subvention payé, avec un maximum de 500 000 euros.
  § 3. Pour les subventions récurrentes, dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables ne relevant pas du domaine politique du Fonds, ou dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables relevant du domaine politique du Fonds si le bénéficiaire le demande, l'autorisation préalable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre est exigée. L'autorisation précitée du ministre est uniquement possible si le Fonds n'a pas octroyé d'emprunt garanti pour le bien subventionné.
  L'autorisation prĂ©alable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e s'il est mis fin Ă la subvention rĂ©currente Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation. Les subventions payĂ©es Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation sont intĂ©gralement rĂ©cupĂ©rĂ©es auprĂšs du bĂ©nĂ©ficiaire.
  Si les subventions récurrentes ont déjà été payées sous la forme d'un montant unique, le rÚglement, visé au paragraphe 4, alinéa 2, est valable pour une durée d'affectation utile d'au moins quinze ans, et le rÚglement, visé au paragraphe 5, alinéa 6, pour une durée d'affectation utile de moins de quinze ans.
  § 4. Pour les subventions de construction dont la durée d'affectation utile du bien immobilier s'élÚve au moins à quinze ans et dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables ne relevant pas du domaine politique du Fonds, ou dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables relevant du domaine politique du Fonds si le bénéficiaire le demande, l'autorisation préalable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre est exigée. L'autorisation a posteriori précitée du ministre est uniquement possible si le Fonds n'a pas octroyé d'emprunt garanti pour le bien subventionné.
  L'autorisation prĂ©alable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e si le montant de la subvention est remboursĂ© par le bĂ©nĂ©ficiaire pour le montant qui est calculĂ© selon la formule suivante : montant Ă recouvrer = montant de la subvention payĂ© x (durĂ©e d'affectation requise - durĂ©e d'affectation utile)/(durĂ©e d'affectation requise).
  La formule, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2, est calculĂ©e par type d'actif, visĂ© Ă l'article 4, alinĂ©a 1er, en tenant compte de la durĂ©e d'affectation requise spĂ©cifique pour ce type d'actif. Le rĂ©sultat par type d'actif ne peut jamais ĂȘtre nĂ©gatif.
  § 5. Pour une réaffectation en dehors du cadre des matiÚres personnalisables ou tous les cas autres que les cas, visés au paragraphe 3 ou 4, ou si le bénéficiaire le demande, l'autorisation du ministre est exigée.
  Pour les subventions rĂ©currentes, l'autorisation du ministre, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e s'il est mis fin Ă la subvention rĂ©currente Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation. Les subventions payĂ©es Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation sont intĂ©gralement rĂ©cupĂ©rĂ©es auprĂšs du bĂ©nĂ©ficiaire.
  Si les subventions récurrentes ont déjà été payées sous la forme d'un montant unique, le rÚglement pour les subventions de construction, tel que fixé aux alinéas 4 et 5, est en vigueur.
  Pour les subventions de construction avec une durĂ©e d'affectation d'au moins quinze ans, l'autorisation du ministre peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e si le montant de la subvention est remboursĂ© par le bĂ©nĂ©ficiaire pour le montant qui est calculĂ© selon la formule suivante : montant Ă recouvrer = subvention totale payĂ©e x (durĂ©e d'affectation requise - durĂ©e d'affectation utile)/(durĂ©e d'affectation requise).
  La formule, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 4, est calculĂ©e par type d'actif, visĂ© Ă l'article 4, alinĂ©a 1er, en tenant compte de la durĂ©e d'affectation requise spĂ©cifique pour ce type d'actif. Le rĂ©sultat par type d'actif ne peut jamais ĂȘtre nĂ©gatif.
  Si, pour les subventions de construction, la durĂ©e d'affectation utile est de moins de quinze ans, ou en cas de dĂ©rogation aux dispositions prĂ©alables, le ministre peut accorder l'autorisation aprĂšs avis favorable de l'Inspection des Finances. Dans le cas d'un emprunt garanti, cette autorisation est toujours obtenue prĂ©alablement. Un document dans lequel le bailleur de fonds dĂ©clare accepter la demande est joint Ă la demande de cette autorisation. Si l'avis de l'Inspection des Finances est dĂ©favorable, le bĂ©nĂ©ficiaire peut introduire un recours conformĂ©ment aux articles 53 et 54 de l'arrĂȘtĂ© relatif au Code flamand des Finances publiques du 17 mai 2019.
  § 2. Pour toute autre modification d'affectation du bien subventionné ou du bien pour lequel le Fonds a octroyé une garantie sur l'emprunt, pendant la durée d'affectation requise, visée à l'article 4, autre que la réaffectation, visée à l'article 5, ou en cas de réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables relevant du domaine politique du Fonds si le bénéficiaire le demande, une autorisation est exigée tel que défini ci-aprÚs dans le présent article.
  Dans le cas d'un emprunt garanti par le Fonds, cette autorisation est accordĂ©e avant la modification d'affectation. Un document dans lequel le bailleur de fonds dĂ©clare accepter la demande est joint Ă la demande de l'autorisation prĂ©citĂ©e. L'autorisation prĂ©citĂ©e peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e si les emprunts garantis pour le solde impayĂ© sont remboursĂ©s ou s'il est mis fin Ă la garantie.
  Si seule une subvention est octroyée, l'autorisation est demandée au plus tard dans les deux ans suivant la modification d'affectation. A défaut de demande d'autorisation dans ce délai, le bénéficiaire doit payer en plus du montant de la subvention éventuellement recouvré les montants supplémentaires suivants :
  1° dans le cas d'une affectation dans le cadre des matiÚres personnalisables : 2 % du montant de la subvention payé, avec un maximum de 50 000 euros ;
  2° dans le cas d'une affectation en dehors des matiÚres personnalisables : 10 % du montant de la subvention payé, avec un maximum de 500 000 euros.
  § 3. Pour les subventions récurrentes, dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables ne relevant pas du domaine politique du Fonds, ou dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables relevant du domaine politique du Fonds si le bénéficiaire le demande, l'autorisation préalable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre est exigée. L'autorisation précitée du ministre est uniquement possible si le Fonds n'a pas octroyé d'emprunt garanti pour le bien subventionné.
  L'autorisation prĂ©alable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e s'il est mis fin Ă la subvention rĂ©currente Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation. Les subventions payĂ©es Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation sont intĂ©gralement rĂ©cupĂ©rĂ©es auprĂšs du bĂ©nĂ©ficiaire.
  Si les subventions récurrentes ont déjà été payées sous la forme d'un montant unique, le rÚglement, visé au paragraphe 4, alinéa 2, est valable pour une durée d'affectation utile d'au moins quinze ans, et le rÚglement, visé au paragraphe 5, alinéa 6, pour une durée d'affectation utile de moins de quinze ans.
  § 4. Pour les subventions de construction dont la durée d'affectation utile du bien immobilier s'élÚve au moins à quinze ans et dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables ne relevant pas du domaine politique du Fonds, ou dans le cas d'une réaffectation dans le cadre des matiÚres personnalisables relevant du domaine politique du Fonds si le bénéficiaire le demande, l'autorisation préalable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre est exigée. L'autorisation a posteriori précitée du ministre est uniquement possible si le Fonds n'a pas octroyé d'emprunt garanti pour le bien subventionné.
  L'autorisation prĂ©alable du fonctionnaire dirigeant ou l'autorisation a posteriori du ministre, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e si le montant de la subvention est remboursĂ© par le bĂ©nĂ©ficiaire pour le montant qui est calculĂ© selon la formule suivante : montant Ă recouvrer = montant de la subvention payĂ© x (durĂ©e d'affectation requise - durĂ©e d'affectation utile)/(durĂ©e d'affectation requise).
  La formule, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 2, est calculĂ©e par type d'actif, visĂ© Ă l'article 4, alinĂ©a 1er, en tenant compte de la durĂ©e d'affectation requise spĂ©cifique pour ce type d'actif. Le rĂ©sultat par type d'actif ne peut jamais ĂȘtre nĂ©gatif.
  § 5. Pour une réaffectation en dehors du cadre des matiÚres personnalisables ou tous les cas autres que les cas, visés au paragraphe 3 ou 4, ou si le bénéficiaire le demande, l'autorisation du ministre est exigée.
  Pour les subventions rĂ©currentes, l'autorisation du ministre, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e s'il est mis fin Ă la subvention rĂ©currente Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation. Les subventions payĂ©es Ă partir de l'annĂ©e de la modification d'affectation sont intĂ©gralement rĂ©cupĂ©rĂ©es auprĂšs du bĂ©nĂ©ficiaire.
  Si les subventions récurrentes ont déjà été payées sous la forme d'un montant unique, le rÚglement pour les subventions de construction, tel que fixé aux alinéas 4 et 5, est en vigueur.
  Pour les subventions de construction avec une durĂ©e d'affectation d'au moins quinze ans, l'autorisation du ministre peut uniquement ĂȘtre accordĂ©e si le montant de la subvention est remboursĂ© par le bĂ©nĂ©ficiaire pour le montant qui est calculĂ© selon la formule suivante : montant Ă recouvrer = subvention totale payĂ©e x (durĂ©e d'affectation requise - durĂ©e d'affectation utile)/(durĂ©e d'affectation requise).
  La formule, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 4, est calculĂ©e par type d'actif, visĂ© Ă l'article 4, alinĂ©a 1er, en tenant compte de la durĂ©e d'affectation requise spĂ©cifique pour ce type d'actif. Le rĂ©sultat par type d'actif ne peut jamais ĂȘtre nĂ©gatif.
  Si, pour les subventions de construction, la durĂ©e d'affectation utile est de moins de quinze ans, ou en cas de dĂ©rogation aux dispositions prĂ©alables, le ministre peut accorder l'autorisation aprĂšs avis favorable de l'Inspection des Finances. Dans le cas d'un emprunt garanti, cette autorisation est toujours obtenue prĂ©alablement. Un document dans lequel le bailleur de fonds dĂ©clare accepter la demande est joint Ă la demande de cette autorisation. Si l'avis de l'Inspection des Finances est dĂ©favorable, le bĂ©nĂ©ficiaire peut introduire un recours conformĂ©ment aux articles 53 et 54 de l'arrĂȘtĂ© relatif au Code flamand des Finances publiques du 17 mai 2019.
Art. 7. Bij een inbreuk op artikelen 5 en 6 betaalt de begunstigde de subsidies die al zijn uitbetaald, integraal terug en wordt de waarborg stopgezet.
Art. 7. En cas d'infraction aux articles 5 et 6, le bénéficiaire rembourse intégralement les subventions déjà payées et il est mis fin à la garantie.
HOOFDSTUK 5. - Opnieuw in aanmerking komen voor subsidie
CHAPITRE 5. - Etre à nouveau éligible à la subvention
Art. 8. Tenzij anders bepaald in de besluiten tot regeling van de specifieke subsidies, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een project dat gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, geen subsidie worden verkregen voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, ongeacht de sector van de persoonsgebonden aangelegenheden waarin de subsidie is verkregen.
  Het eerste lid is niet van toepassing op de bijzondere uitrusting van:
  1° een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen als vermeld in artikel 8 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg;
  2° een revalidatiecentrum als vermeld in artikel 28 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap [1 en voor sommige revalidatievoorzieningen die zich richten tot personen met een handicap]1 en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
  In afwijking van het eerste lid kan de minister voor ziekenhuizen in de periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een subsidiebelofte toestaan voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, op voorwaarde dat het project waarvoor een subsidiebelofte wordt gevraagd, verder bestemd blijft binnen de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Bij de beslissing tot afwijking houdt de minister rekening met al de volgende elementen:
  1° functionele elementen;
  2° financiële elementen;
  3° de opname van de infrastructuur in een grotere ontwikkeling met private of publieke partners;
  4° de realisatietermijn.
  In afwijking van het eerste lid kan er binnen de periode van twintig jaar, vermeld in het eerste lid, een subsidie worden verkregen als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° een verbouwing wordt noodzakelijk door gewijzigde regelgeving of gewijzigde veiligheidsvoorschriften;
  2° de subsidies zijn uitsluitend verleend om brandveiligheidswerkzaamheden uit te voeren;
  3° de initiële subsidies en de eventuele gewaarborgde leningen zijn terugbetaald of beëindigd conform artikel 6 of 7.
 Â
  Het eerste lid is niet van toepassing op de bijzondere uitrusting van:
  1° een consultatiebureau voor respiratoire aandoeningen als vermeld in artikel 8 en 9 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg;
  2° een revalidatiecentrum als vermeld in artikel 28 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap [1 en voor sommige revalidatievoorzieningen die zich richten tot personen met een handicap]1 en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden.
  In afwijking van het eerste lid kan de minister voor ziekenhuizen in de periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een subsidiebelofte toestaan voor hetzelfde project of voor een deel van hetzelfde project, op voorwaarde dat het project waarvoor een subsidiebelofte wordt gevraagd, verder bestemd blijft binnen de persoonsgebonden aangelegenheden, vermeld in artikel 2, 3°, van het decreet van 2 juni 2006 tot omvorming van het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden tot een intern verzelfstandigd agentschap met rechtspersoonlijkheid, en tot wijziging van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden. Bij de beslissing tot afwijking houdt de minister rekening met al de volgende elementen:
  1° functionele elementen;
  2° financiële elementen;
  3° de opname van de infrastructuur in een grotere ontwikkeling met private of publieke partners;
  4° de realisatietermijn.
  In afwijking van het eerste lid kan er binnen de periode van twintig jaar, vermeld in het eerste lid, een subsidie worden verkregen als aan een van de volgende voorwaarden is voldaan:
  1° een verbouwing wordt noodzakelijk door gewijzigde regelgeving of gewijzigde veiligheidsvoorschriften;
  2° de subsidies zijn uitsluitend verleend om brandveiligheidswerkzaamheden uit te voeren;
  3° de initiële subsidies en de eventuele gewaarborgde leningen zijn terugbetaald of beëindigd conform artikel 6 of 7.
 Â
Wijzigingen
Art. 8. Sauf disposition contraire dans les arrĂȘtĂ©s rĂ©glant les subventions spĂ©cifiques, au cours d'une pĂ©riode de vingt ans suivant la mise en service d'un projet subventionnĂ© par le Fonds ou par ses prĂ©dĂ©cesseurs, aucune subvention ne peut ĂȘtre obtenue pour le mĂȘme projet ou pour une partie du mĂȘme projet, indĂ©pendamment du secteur des matiĂšres personnalisables dans lequel la subvention a Ă©tĂ© obtenue.
  L'alinéa 1er ne s'applique pas à l'équipement spécial :
  1° d'un bureau de consultation pour affections respiratoires tel que visĂ© aux articles 8 et 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les soins de santĂ© prĂ©ventifs et ambulants ;
  2° un centre de rĂ©adaptation tel que visĂ© Ă l'article 28 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es [1 et pour certaines structures de revalidation qui s'adressent aux personnes handicapĂ©es]1 et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, le ministre peut accorder pour les hĂŽpitaux, dans la pĂ©riode de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionnĂ© par le Fonds ou par ses prĂ©dĂ©cesseurs, une promesse de subvention pour le mĂȘme projet ou pour une partie du mĂȘme projet, Ă condition que le projet pour lequel une promesse de subvention est demandĂ©e, reste affectĂ© dans le cadre des matiĂšres personnalisables, visĂ©es Ă l'article 2, 3°, du dĂ©cret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables en agence autonomisĂ©e interne dotĂ©e de la personnalitĂ© juridique, et modifiant le dĂ©cret du 23 fĂ©vrier 1994 relatif Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables. Pour la dĂ©cision de dĂ©rogation, le ministre tient compte de tous les Ă©lĂ©ments suivants :
  1° les éléments fonctionnels ;
  2° les éléments financiers ;
  3° l'intégration de l'infrastructure dans un développement plus important avec des partenaires privés ou publics ;
  4° le délai de réalisation.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, une subvention peut ĂȘtre obtenue dans la pĂ©riode de vingt ans, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, s'il a Ă©tĂ© satisfait Ă une des conditions suivantes :
  1° une transformation s'impose à la suite d'une réglementation modifiée ou de consignes de sécurité modifiées ;
  2° les subventions sont exclusivement octroyées pour réaliser des travaux de sécurité d'incendie ;
  3° les subventions initiales et les emprunts garantis Ă©ventuels sont remboursĂ©s ou arrĂȘtĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 6 ou 7.
 Â
  L'alinéa 1er ne s'applique pas à l'équipement spécial :
  1° d'un bureau de consultation pour affections respiratoires tel que visĂ© aux articles 8 et 9 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les soins de santĂ© prĂ©ventifs et ambulants ;
  2° un centre de rĂ©adaptation tel que visĂ© Ă l'article 28 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es [1 et pour certaines structures de revalidation qui s'adressent aux personnes handicapĂ©es]1 et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, le ministre peut accorder pour les hĂŽpitaux, dans la pĂ©riode de vingt ans suivant la mise en service d'un investissement subventionnĂ© par le Fonds ou par ses prĂ©dĂ©cesseurs, une promesse de subvention pour le mĂȘme projet ou pour une partie du mĂȘme projet, Ă condition que le projet pour lequel une promesse de subvention est demandĂ©e, reste affectĂ© dans le cadre des matiĂšres personnalisables, visĂ©es Ă l'article 2, 3°, du dĂ©cret du 2 juin 2006 portant transformation du Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables en agence autonomisĂ©e interne dotĂ©e de la personnalitĂ© juridique, et modifiant le dĂ©cret du 23 fĂ©vrier 1994 relatif Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables. Pour la dĂ©cision de dĂ©rogation, le ministre tient compte de tous les Ă©lĂ©ments suivants :
  1° les éléments fonctionnels ;
  2° les éléments financiers ;
  3° l'intégration de l'infrastructure dans un développement plus important avec des partenaires privés ou publics ;
  4° le délai de réalisation.
  Par dĂ©rogation Ă l'alinĂ©a 1er, une subvention peut ĂȘtre obtenue dans la pĂ©riode de vingt ans, visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, s'il a Ă©tĂ© satisfait Ă une des conditions suivantes :
  1° une transformation s'impose à la suite d'une réglementation modifiée ou de consignes de sécurité modifiées ;
  2° les subventions sont exclusivement octroyées pour réaliser des travaux de sécurité d'incendie ;
  3° les subventions initiales et les emprunts garantis Ă©ventuels sont remboursĂ©s ou arrĂȘtĂ©s conformĂ©ment Ă l'article 6 ou 7.
 Â
Wijzigingen
HOOFDSTUK 6. - Wijzigingsbepalingen
CHAPITRE 6. - Dispositions modificatives
Afdeling 1. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Section 1re. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables
Art. 9. In artikel 15, eerste lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016 en het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2021, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in punt 1° wordt punt n) vervangen door wat volgt:
  "n) een verklaring van de aanvrager dat die de bepalingen over de bouwsubsidie, vermeld in het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024, zal naleven;";
  2° in punt 17° wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) een verklaring van de investeerder dat die de regels voor de bouwsubsidie, vermeld in het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024, zal naleven en erop zal toezien dat bij elke overdracht de nieuwe eigenaar die regels ook naleeft;";
  3° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de aanvrager de regels, vermeld in het eerste lid, 17°, b), niet naleeft, zijn de sancties, vermeld in het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024 ook van toepassing op de investeerder.".
  1° in punt 1° wordt punt n) vervangen door wat volgt:
  "n) een verklaring van de aanvrager dat die de bepalingen over de bouwsubsidie, vermeld in het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024, zal naleven;";
  2° in punt 17° wordt punt b) vervangen door wat volgt:
  "b) een verklaring van de investeerder dat die de regels voor de bouwsubsidie, vermeld in het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024, zal naleven en erop zal toezien dat bij elke overdracht de nieuwe eigenaar die regels ook naleeft;";
  3° er wordt een zesde lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
  "Als de aanvrager de regels, vermeld in het eerste lid, 17°, b), niet naleeft, zijn de sancties, vermeld in het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024 ook van toepassing op de investeerder.".
Art. 9. A l'article 15, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016 et modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2021, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° au point 1°, le point n) est remplacé par ce qui suit :
  " n) une dĂ©claration du demandeur qu'il va respecter les dispositions relatives Ă la subvention de construction, visĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© d'affectation VIPA du 31 mai 2024 ; " ;
  2° au point 17°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) une dĂ©claration de l'investisseur qu'il va respecter les rĂšgles relatives Ă la subvention de construction, visĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© d'affectation du 31 mai 2024, et qu'il veillera Ă ce que lors de chaque transfert, le nouveau propriĂ©taire respecte Ă©galement ces rĂšgles ; " ;
  3° il est ajouté un alinéa 6, rédigé comme suit :
  " Si le demandeur ne respecte pas les rĂšgles, visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er, 17°, b), les sanctions, visĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© d'affectation du 31 mai 2024 s'appliquent Ă©galement Ă l'investisseur. ".
  1° au point 1°, le point n) est remplacé par ce qui suit :
  " n) une dĂ©claration du demandeur qu'il va respecter les dispositions relatives Ă la subvention de construction, visĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© d'affectation VIPA du 31 mai 2024 ; " ;
  2° au point 17°, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) une dĂ©claration de l'investisseur qu'il va respecter les rĂšgles relatives Ă la subvention de construction, visĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© d'affectation du 31 mai 2024, et qu'il veillera Ă ce que lors de chaque transfert, le nouveau propriĂ©taire respecte Ă©galement ces rĂšgles ; " ;
  3° il est ajouté un alinéa 6, rédigé comme suit :
  " Si le demandeur ne respecte pas les rĂšgles, visĂ©es Ă l'alinĂ©a 1er, 17°, b), les sanctions, visĂ©es Ă l'ArrĂȘtĂ© d'affectation du 31 mai 2024 s'appliquent Ă©galement Ă l'investisseur. ".
Art. 10. In artikel 40, § 2, vierde lid, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 mei 2008 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 10 november 2011, wordt de zinsnede "een bestemmingswijziging, een vervreemding of" telkens opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 40, § 2, alinĂ©a 4, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 mai 2008 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 novembre 2011, le membre de phrase " Ă une modification de destination, Ă l'aliĂ©nation ou " et le membre de phrase " une modification de destination, Ă l'aliĂ©nation ou " sont abrogĂ©s.
Art. 11. In artikel 41 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015 en 15 januari 2016, worden paragraaf 2 en paragraaf 3 opgeheven.
Art. 11. Dans l'article 41 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 octobre 2015 et 15 janvier 2016, les paragraphes 2 et 3 sont abrogĂ©s.
Art. 12. In artikel 42 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 30 oktober 2015, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "van artikel 41" vervangen door de zinsnede "en artikel 41";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "en § 2, eerste lid," opgeheven;
  3° het tweede en het derde lid worden opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "van artikel 41" vervangen door de zinsnede "en artikel 41";
  2° in het eerste lid wordt de zinsnede "en § 2, eerste lid," opgeheven;
  3° het tweede en het derde lid worden opgeheven.
Art. 12. A l'article 42 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2014 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 octobre 2015, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " de l'article 41 " est remplacé par le membre de phrase " et de l'article 41 " ;
  2° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " et § 2, alinéa premier " est abrogé ;
  3° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " de l'article 41 " est remplacé par le membre de phrase " et de l'article 41 " ;
  2° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " et § 2, alinéa premier " est abrogé ;
  3° les alinéas 2 et 3 sont abrogés.
Afdeling 2. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 2. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les [centres de services de soins et de logement], octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables
Art. 13. Artikel 23 van het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden wordt opgeheven.
Art. 13. L'article 23 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les [centres de services de soins et de logement], octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables est abrogĂ©.
Art. 14. In artikel 24, § 6, van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "of tot een bestemmingswijziging, een vervreemding of een bezwaring met zakelijk recht als vermeld in artikel 23" opgeheven.
Art. 14. Dans l'article 24, § 6, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " ou Ă une modification de destination, Ă l'aliĂ©nation ou au grĂšvement d'un droit rĂ©el, comme mentionnĂ© Ă l'article 23, " est abrogĂ©.
Afdeling 3. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten
Section 3. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'Agence Grandir rĂ©gie et les services autorisĂ©s
Art. 15. Artikel 12 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 15. L'article 12 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'Agence Grandir rĂ©gie et les services autorisĂ©s, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, est abrogĂ©.
Afdeling 4. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen
Section 4. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les Ă©tablissements de soins
Art. 16. Artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 6 juli 2018 en 17 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 16. L'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les Ă©tablissements de soins, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 6 juillet 2018 et 17 mai 2019, est abrogĂ©.
Afdeling 5. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg
Section 5. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des soins de santĂ© prĂ©ventifs et ambulants
Art. 17. Artikel 15 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 17. L'article 15 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les soins de santĂ© prĂ©ventifs et ambulants, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2014 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, est abrogĂ©.
Afdeling 6. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk
Section 6. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les centres d'aide sociale gĂ©nĂ©rale
Art. 18. Artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 18. L'article 11 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les centres d'aide sociale gĂ©nĂ©rale, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, est abrogĂ©.
Afdeling 7. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen
Section 7. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinĂ©es aux familles avec enfants
Art. 19. Artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 19. L'article 14 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinĂ©es aux familles avec enfants, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, est abrogĂ©.
Afdeling 8. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 8. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 rĂ©glant les subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables
Art. 20. Artikel 87 van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 15 januari 2016, wordt opgeheven.
Art. 20. L'article 87 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 rĂ©glant les subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2014 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 janvier 2016, est abrogĂ©.
Art. 21. In artikel 88 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 14 februari 2014, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "en 87, eerste lid" opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "en 87, eerste lid" opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 21. A l'article 88 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 fĂ©vrier 2014, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " des articles 86 et 87, alinéa premier " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 86 " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
  1° à l'alinéa 1er, le membre de phrase " des articles 86 et 87, alinéa premier " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 86 " ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Afdeling 9. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 9. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 rĂ©glant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables
Art. 22. Artikel 11 van het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden wordt opgeheven.
Art. 22. L'article 11 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 rĂ©glant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables est abrogĂ©.
Art. 23. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "en 11, eerste lid," opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt punt 1° opgeheven.
  1° in het eerste lid, 1°, wordt de zinsnede "en 11, eerste lid," opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven;
  3° in het bestaande vierde lid, dat het derde lid wordt, wordt punt 1° opgeheven.
Art. 23. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " des articles 10 et 11, alinéa premier, " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 10 " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 3, le point 1° est abrogé.
  1° dans l'alinéa 1er, 1°, le membre de phrase " des articles 10 et 11, alinéa premier, " est remplacé par le membre de phrase " de l'article 10 " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé ;
  3° dans l'alinéa 4 existant, qui devient l'alinéa 3, le point 1° est abrogé.
Afdeling 10. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen
Section 10. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017portant procĂ©dure de subvention des infrastructures hospitaliĂšres
Art. 24. In artikel 8, eerste lid, 5°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen wordt de zinsnede "voor de toepassing van artikel 23 van dit besluit" vervangen door de zinsnede "voor de toepassing van de bepalingen over de recurrente subsidie, vermeld in het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024".
Art. 24. Dans l'article 8, alinĂ©a 1er, 5°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procĂ©dure de subvention des infrastructures hospitaliĂšres, le membre de phrase " pour l'application de l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " est remplacĂ© par le membre de phrase " pour l'application des dispositions relatives Ă la subvention rĂ©currente, visĂ©es Ă l'arrĂȘtĂ© d'affectation VIPA du 31 mai 2024 ".
Art. 25. In hoofdstuk 2 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt afdeling 6, die bestaat uit artikel 23, vervangen door: "Alleen als een herconditionering noodzakelijk wordt wegens gewijzigde regelgeving of wegens gewijzigde en opgelegde veiligheidsvoorschriften, kan er in een periode van twintig jaar na de ingebruikname van een investering die gesubsidieerd is door het Fonds of door zijn rechtsvoorgangers, een akkoord strategisch forfait voor een herconditionering worden verkregen."
Art. 25. Dans le chapitre 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, la section 6, qui comprend l'article 23, est remplacĂ©e par ce qui suit : " Un accord de forfait stratĂ©gique pour un reconditionnement ne peut ĂȘtre obtenu au cours d'une pĂ©riode de vingt ans aprĂšs la mise en service d'un investissement subventionnĂ© par le Fonds ou par ses prĂ©dĂ©cesseurs que lorsqu'un reconditionnement devient nĂ©cessaire en raison d'une rĂ©glementation modifiĂ©e ou de prescriptions de sĂ©curitĂ© modifiĂ©es et imposĂ©es. "
Art. 26. Artikel 25 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 26. L'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 27. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "en 25, eerste lid," opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
  1° in het tweede lid wordt de zinsnede "en 25, eerste lid," opgeheven;
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 27. A l'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° à l'alinéa deux, le membre de phrase " aux articles 24 et 25, alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 24 " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
  1° à l'alinéa deux, le membre de phrase " aux articles 24 et 25, alinéa 1er, " est remplacé par le membre de phrase " à l'article 24 " ;
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Afdeling 11. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden
Section 11. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 rĂ©glant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisĂ© pour des personnes handicapĂ©es, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables
Art. 28. In artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden wordt punt 8° vervangen door wat volgt:
  "8° het project voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een recurrente subsidie, vermeld in het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024.".
  "8° het project voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor een recurrente subsidie, vermeld in het Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024.".
Art. 28. Dans l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 rĂ©glant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisĂ© pour des personnes handicapĂ©es, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables, le point 8° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 8° le projet remplit les conditions pour ĂȘtre Ă©ligible Ă une subvention rĂ©currente, visĂ©e Ă l'arrĂȘtĂ© d'affectation du 31 mai 2024. ".
  " 8° le projet remplit les conditions pour ĂȘtre Ă©ligible Ă une subvention rĂ©currente, visĂ©e Ă l'arrĂȘtĂ© d'affectation du 31 mai 2024. ".
Art. 29. In artikel 20 van hetzelfde besluit wordt het eerste lid opgeheven.
Art. 29. Dans l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 1er est abrogĂ©.
Afdeling 12. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden
Section 12. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables
Art. 30. Artikel 27 van het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019, wordt opgeheven.
Art. 30. L'article 27 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019, est abrogĂ©.
Art. 31. In artikel 28 van hetzelfde besluit wordt het vijfde lid opgeheven.
Art. 31. Dans l'article 28 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, l'alinĂ©a 5 est abrogĂ©.
Afdeling 13. - Wijzigingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Section 13. - Modifications de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure prĂ©ventives concernant l'agression, la restriction de libertĂ© ou la privation de libertĂ© dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille
Art. 32. Artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt opgeheven.
Art. 32. L'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure prĂ©ventives concernant l'agression, la restriction de libertĂ© ou la privation de libertĂ© dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille est abrogĂ©.
Art. 33. In artikel 17 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Bij overtreding van de bepalingen van artikel 16, eerste lid, of" opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
  1° in het eerste lid wordt de zinsnede "Bij overtreding van de bepalingen van artikel 16, eerste lid, of" opgeheven;
  2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 33. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " En cas d'infraction aux dispositions de l'article 16, premier alinéa, ou " est abrogé ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
  1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " En cas d'infraction aux dispositions de l'article 16, premier alinéa, ou " est abrogé ;
  2° l'alinéa 2 est abrogé.
Afdeling 14. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers
Section 14. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers
Art. 34. In artikel 3, eerste lid, van bijlage 14 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt punt 6° vervangen door wat volgt:
  "6° de woongelegenheden of de verblijfseenheden waarop de infrastructuursubsidies betrekking hebben, zijn in overeenstemming met de bepalingen van het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024;".
  "6° de woongelegenheden of de verblijfseenheden waarop de infrastructuursubsidies betrekking hebben, zijn in overeenstemming met de bepalingen van het VIPA Bestemmingsbesluit van 31 mei 2024;".
Art. 34. Dans l'article 3, alinĂ©a 1er, de l'annexe 14 Ă l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, le point 6° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 6° les logements ou les unitĂ©s de sĂ©jour auxquels ont trait les subventions d'infrastructure, sont conformes aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© d'affectation VIPA du 31 mai 2024 ; ".
  " 6° les logements ou les unitĂ©s de sĂ©jour auxquels ont trait les subventions d'infrastructure, sont conformes aux dispositions de l'arrĂȘtĂ© d'affectation VIPA du 31 mai 2024 ; ".
Afdeling 15. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin
Section 15. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 dĂ©cembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins rĂ©sidentiels, modifiant diverses dispositions y affĂ©rentes suite au dĂ©cret sur les soins rĂ©sidentiels du 15 fĂ©vrier 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille
Art. 35. Artikel 14 van het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin wordt opgeheven.
Art. 35. L'article 14 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 dĂ©cembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins rĂ©sidentiels, modifiant diverses dispositions y affĂ©rentes suite au dĂ©cret sur les soins rĂ©sidentiels du 15 fĂ©vrier 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille est abrogĂ©.
Afdeling 16. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2023over investeringssubsidies voor de revalidatieovereenkomsten
Section 16. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2023relatif aux subventions d'investissement pour les conventions de revalidation
Art. 36. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2023 over investeringssubsidies voor de revalidatieovereenkomsten wordt opgeheven.
Art. 36. L'article 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2023 relatif aux subventions d'investissement pour les conventions de revalidation est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 7. - Slotbepalingen
CHAPITRE 7. - Dispositions finales
Art. 37. Ontvankelijke aanvragen waarbij de aanvraag van een bestemmingswijziging vóór de inwerkingtreding van dit besluit werd ingediend in uitvoering van één van de volgende besluiten, worden afgehandeld conform deze besluiten zoals die van kracht waren de dag vóór de inwerkingtreding van dit besluit:
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten;
  4° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen;
  5° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg;
  6° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk;
  7° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen;
  8° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  9° het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  10° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen;
  11° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  12° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap [1 en voor sommige revalidatievoorzieningen die zich richten tot personen met een handicap]1 en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  13° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  14° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;
  15° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  16° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2023 over investeringssubsidies voor de revalidatieovereenkomsten.
 Â
  1° het besluit van de Vlaamse regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  2° het besluit van de Vlaamse Regering van 9 februari 2007 tot regeling van de investeringswaarborg voor woonzorgcentra, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden, en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 1 september 2006 tot regeling van de alternatieve investeringswaarborg verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  3° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juni 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de door het agentschap Opgroeien regie erkende voorzieningen en vergunde diensten;
  4° het besluit van de Vlaamse Regering van 16 juli 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de verzorgingsvoorzieningen;
  5° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de preventieve en de ambulante gezondheidszorg;
  6° het besluit van de Vlaamse Regering van 10 september 2010 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor het algemeen welzijnswerk;
  7° het besluit van de Vlaamse Regering van 4 maart 2011 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor de sector van de voorzieningen voor gezinnen met kinderen;
  8° het besluit van de Vlaamse Regering van 18 maart 2011 tot regeling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  9° het besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2015 tot regeling van de eenmalige uitbetaling van de alternatieve investeringssubsidies, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  10° het besluit van de Vlaamse Regering van 14 juli 2017 houdende de procedureregels voor de subsidiëring van infrastructuur van ziekenhuizen;
  11° het besluit van de Vlaamse Regering van 22 juni 2018 tot regeling van het infrastructuurforfait binnen de persoonsvolgende financiering voor personen met een handicap, verstrekt door het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  12° het besluit van de Vlaamse Regering van 23 november 2018 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige voorzieningen voor personen met een handicap [1 en voor sommige revalidatievoorzieningen die zich richten tot personen met een handicap]1 en tot wijziging van artikel 16 van het besluit van de Vlaamse Regering van 8 juni 1999 houdende de procedureregels inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden;
  13° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 november 2018 houdende de subsidiëring van projecten van preventieve infrastructurele maatregelen inzake agressie, vrijheidsbeperking of vrijheidsberoving in bepaalde voorzieningen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  14° het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juni 2019 betreffende de programmatie, de erkenningsvoorwaarden en de subsidieregeling voor woonzorgvoorzieningen en verenigingen voor mantelzorgers en gebruikers;
  15° het besluit van de Vlaamse Regering van 13 december 2019 tot vaststelling van de investeringssubsidie en de bouwtechnische en bouwfysische normen voor sommige woonzorgvoorzieningen, tot wijziging van diverse bepalingen in dat verband ingevolge het Woonzorgdecreet van 15 februari 2019 en tot wijziging van artikel 5 van het besluit van de Vlaamse Regering van 5 juni 2009 tot oprichting van een technische commissie voor de brandveiligheid in de voorzieningen van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin;
  16° het besluit van de Vlaamse Regering van 30 juni 2023 over investeringssubsidies voor de revalidatieovereenkomsten.
 Â
Wijzigingen
Art. 37. Les demandes recevables, dans le cadre desquelles la demande d'une modification d'affectation a Ă©tĂ© introduite avant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© en exĂ©cution de l'un des arrĂȘtĂ©s suivants, sont traitĂ©es conformĂ©ment Ă ces arrĂȘtĂ©s tels qu'ils Ă©taient en vigueur le jour prĂ©cĂ©dant l'entrĂ©e en vigueur du prĂ©sent arrĂȘtĂ© :
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables ;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'Agence Grandir rĂ©gie et les services autorisĂ©s ;
  4° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les Ă©tablissements de soins ;
  5° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des soins de santĂ© prĂ©ventifs et ambulants ;
  6° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les centres d'aide sociale gĂ©nĂ©rale ;
  7° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinĂ©es aux familles avec enfants ;
  8° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 rĂ©glant les subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ;
  9° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 rĂ©glant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables ;
  10° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procĂ©dure de subvention des infrastructures hospitaliĂšres ;
  11° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 rĂ©glant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisĂ© pour des personnes handicapĂ©es, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables ;
  12° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es [1 et pour certaines structures de revalidation qui s'adressent aux personnes handicapĂ©es]1 et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ;
  13° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure prĂ©ventives concernant l'agression, la restriction de libertĂ© ou la privation de libertĂ© dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
  14° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers ;
  15° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 dĂ©cembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins rĂ©sidentiels, modifiant diverses dispositions y affĂ©rentes suite au dĂ©cret sur les soins rĂ©sidentiels du 15 fĂ©vrier 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
  16° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2023 relatif aux subventions d'investissement pour les conventions de revalidation.
 Â
  1° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ;
  2° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 fĂ©vrier 2007 rĂ©glant la garantie d'investissement pour les centres de services de soins et de logement, octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables, et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 1er septembre 2006 rĂ©glant la garantie d'investissement alternative octroyĂ©e par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables ;
  3° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 juin 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les structures agréées par l'Agence Grandir rĂ©gie et les services autorisĂ©s ;
  4° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 juillet 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les Ă©tablissements de soins ;
  5° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des soins de santĂ© prĂ©ventifs et ambulants ;
  6° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 10 septembre 2010 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour les centres d'aide sociale gĂ©nĂ©rale ;
  7° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 mars 2011 fixant la subvention d'investissement et des normes techniques et physiques de la construction pour le secteur des structures destinĂ©es aux familles avec enfants ;
  8° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 18 mars 2011 rĂ©glant les subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ;
  9° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 11 septembre 2015 rĂ©glant le paiement unique des subventions d'investissement alternatives octroyĂ©es par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables ;
  10° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juillet 2017 portant procĂ©dure de subvention des infrastructures hospitaliĂšres ;
  11° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juin 2018 rĂ©glant le forfait d'infrastructure dans le cadre du financement personnalisĂ© pour des personnes handicapĂ©es, fourni par le Fonds flamand de l'Infrastructure affectĂ©e aux MatiĂšres personnalisables ;
  12° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 23 novembre 2018 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de construction pour certaines structures destinĂ©es aux personnes handicapĂ©es [1 et pour certaines structures de revalidation qui s'adressent aux personnes handicapĂ©es]1 et modifiant l'article 16 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 juin 1999 Ă©tablissant les rĂšgles de procĂ©dure relatives Ă l'infrastructure affectĂ©e aux matiĂšres personnalisables ;
  13° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 novembre 2018 portant subventionnement de projets de mesures d'infrastructure prĂ©ventives concernant l'agression, la restriction de libertĂ© ou la privation de libertĂ© dans certaines structures du domaine politique du Bien-Etre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
  14° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 juin 2019 relatif Ă la programmation, aux conditions d'agrĂ©ment et au rĂ©gime de subventionnement de structures de soins rĂ©sidentiels et d'associations d'intervenants de proximitĂ© et d'usagers ;
  15° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 13 dĂ©cembre 2019 fixant la subvention d'investissement et les normes techniques et physiques de la construction pour certaines structures de soins rĂ©sidentiels, modifiant diverses dispositions y affĂ©rentes suite au dĂ©cret sur les soins rĂ©sidentiels du 15 fĂ©vrier 2019 et modifiant l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 juin 2009 portant crĂ©ation d'une commission technique pour la sĂ©curitĂ© incendie dans les structures du Bien-ĂȘtre, de la SantĂ© publique et de la Famille ;
  16° l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 juin 2023 relatif aux subventions d'investissement pour les conventions de revalidation.
 Â
Wijzigingen
Art. 38. Dit besluit treedt in werking op 1 augustus 2024.
Art. 38. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er aoĂ»t 2024.
Art. 39. De Vlaamse minister, bevoegd voor de zorginfrastructuur, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 39. Le ministre flamand qui a l'infrastructure des soins dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.