Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 MEI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo's, wat betreft de erkenning, de werkgebieden en de financiering
Titre
17 MAI 2024. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 janvier 2009 relatif aux Logos, en ce qui concerne l'agrĂ©ment, les champs d'activitĂ© et le financement
Documentinformatie
Numac: 2024007047
Datum: 2024-05-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024007047
Date: 2024-05-17
Moniteur: Voir
Tekst (26)
Texte (26)
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo's
CHAPITRE 1er. - Modification de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 janvier 2009 relatif aux Logos
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo's, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° er wordt een punt 3° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"3° /1 beleidsplan: een meerjarenplan voor de volledige duur van de erkenningsperiode van een Logo, met inbegrip van een meerjarenbegroting, dat aangeeft hoe de opdrachten, vermeld in artikel 30 van het decreet van 21 november 2003 en in artikel 17 van dit besluit, worden uitgevoerd;";
2° er worden een punt 5° /1 en een punt 5° /2 ingevoegd, die luiden als volgt:
"5° /1 eerstelijnszone: een eerstelijnszone als vermeld in artikel 26 van het besluit van de Vlaamse Regering van 17 mei 2019 tot erkenning en subsidiëring van de zorgraden en houdende inwerkingtreding van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;
5° /2 jaarplan: de concretisering van het beleidsplan van een Logo voor een werkingsjaar, met inbegrip van een begroting voor dat werkingsjaar;";
3° in punt 10° wordt de zinsnede "de gemeente- en OCMW-besturen, verder lokale besturen te noemen" vervangen door de woorden "lokale besturen" en worden de woorden "in dat werkgebied" opgeheven;
4° er wordt een punt 10° /1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
"10° /1 proportioneel universalisme: het werkingsprincipe op basis waarvan acties en beleid gericht zijn op alle burgers, maar met een verschillende intensiteit voor bepaalde doelgroepen. Volgens proportioneel universalisme kan gezondheidsongelijkheid alleen fundamenteel aangepakt worden als ingezet wordt op alle groepen tegelijk;";
5° in punt 12° worden tussen het woord "Logo" en het woord "die" de woorden "met medisch milieukundige expertise" ingevoegd;
6° er worden een punt 13° /2 en 13° /3 ingevoegd, die luiden als volgt:
"13° /2 setting: de context, omstandigheden en sociale omgeving met een aantal vaste kenmerken, waarin iets plaatsvindt, ook levensdomein genoemd. De onderscheiden settings zijn gezin, vrije tijd, onderwijs, werk, zorg en welzijn, buurt en lokale gemeenschap;
13° /3 referentieregio: een referentieregio als vermeld in artikel 5 van het Regiodecreet van 3 februari 2023;";
7° in punt 14° worden de woorden "afdeling Vlaams Planbureau voor Omgeving van het Departement Omgeving" vervangen door de woorden "administratie die onder het beleidsdomein Omgeving ressorteert".
Article 1er. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 janvier 2009 relatif aux Logos, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° il est inséré un point 3° /1, rédigé comme suit :
" 3° /1 plan stratĂ©gique : un plan pluriannuel pour toute la durĂ©e de la pĂ©riode d'agrĂ©ment d'un Logo, y compris un budget pluriannuel, qui indique comment les missions, visĂ©es Ă  l'article 30 du dĂ©cret du 21 novembre 2003 et Ă  l'article 17 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont exĂ©cutĂ©es ; " ;
2° il est inséré des points 5° /1 et 5° /2, rédigés comme suit :
" 5° /1 zone de premiĂšre ligne : une zone de premiĂšre ligne telle que visĂ©e Ă  l'article 26 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 mai 2019 portant agrĂ©ment et subvention des conseils des soins et mettant en oeuvre le dĂ©cret du 26 avril 2019 relatif Ă  l'organisation des soins de premiĂšre ligne, des plateformes rĂ©gionales de soins, et du soutien des prestataires de soins de premiĂšre ligne ;
5° /2 plan annuel : la concrétisation du plan stratégique d'un Logo pour une année d'activité, y compris un budget pour cette année d'activité ; " ;
3° au point 10°, le membre de phrase " les administrations communales et de CPAS, ci-aprÚs dénommées administrations locales " sont remplacés par les mots " les administrations communales " et les mots " dans ce champ d'activité " sont abrogés ;
4° il est inséré un point 10° /1, rédigé comme suit :
" 10° /1 universalisme proportionnel : le principe du fonctionnement sur la base duquel les actions et les politiques visent tous les citoyens, mais avec une intensitĂ© diffĂ©rente pour certains groupes cibles. Selon l'universalisme proportionnel, les inĂ©galitĂ©s de santĂ© ne peuvent ĂȘtre fondamentalement traitĂ©es que si l'on s'efforce de cibler simultanĂ©ment tous les groupes ; " ;
5° au point 12°, il est inséré, entre le mot " Logo " et le mot " qui ", les mots " ayant une expertise écologique médicale " ;
6° il est inséré des points 13° /2 et 13° /3, rédigés comme suit :
" 13° /2 cadre : le contexte, les circonstances et le cadre social comprenant certaines caractéristiques fixes, dans lesquels quelque chose se passe, également dénommés domaine de la vie. Les cadres distingués sont la famille, les temps de loisirs, l'enseignement, le travail, les soins et l'aide sociale, le quartier et la communauté locale ;
13° /3 région de référence : une région de référence telle que visée à l'article 5 du Décret sur les Régions du 3 février 2023 ; " ;
7° au point 14°, les mots " la division Bureau flamand du Plan pour l'Environnement et l'Aménagement du territoire du Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire " sont remplacés par les mots " l'administration qui relÚve du Domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire ".
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 3 december 2021 en 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid worden de woorden "minimaal twee en maximaal drie" vervangen door het woord "vijf";
2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"Er worden twee Logo's erkend, respectievelijk één voor het Nederlandse taalgebied en één voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.".
Art. 2. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 3 dĂ©cembre 2021 et 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° à l'alinéa 1er, les mots " au moins deux et au maximum trois " sont remplacés par le mot " cinq " ;
2° entre les alinéas 1er et 2, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" Deux Logos sont agréés, l'un pour la région de langue néerlandaise et l'autre pour la région bilingue de Bruxelles-Capitale. ".
Art. 3. In artikel 4 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° punt 2° wordt vervangen door wat volgt:
"2° de aanvraag bestaat minstens uit een voorontwerp van jaarplan voor het eerste werkingsjaar en een beleidsplan voor de duur van de erkenning waarin de aanvrager:
a) de organisatiestructuur van het Logo toelicht;
b) toelicht hoe de regionale en lokale werking worden uitgebouwd;
c) toelicht hoe de opdrachten en het locoregionale karakter van de opdrachten gewaarborgd worden;
d) toelicht hoe in de werking de principes van het facettenbeleid, vermeld in artikel 2, 9°, van het decreet van 21 november 2003, worden geïmplementeerd;
e) toelicht hoe in de werking de principes van het proportioneel universalisme worden geĂŻmplementeerd;
f) een gedetailleerd plan opmaakt voor de aanwending van de subsidies, vermeld in dit besluit, met minstens een meerjarenbegroting voor de duur van de erkenning, volgens een sjabloon dat de administratie ter beschikking stelt;";
2° punt 3°, punt 4° en punt 6° worden opgeheven;
3° er worden een tweede en derde lid toegevoegd, die luiden als volgt:
"Als de aanvraag betrekking heeft op het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, toont de aanvrager in het beleidsplan zijn lokale en regionale werking als vermeld in het eerste lid, 2°, b), aan door een beschrijving van de uitbouw van een netwerk van locoregionale preventieactoren.
Als de aanvraag betrekking heeft op het Nederlandse taalgebied, toont de aanvrager in het beleidsplan minstens aan dat de lokale en regionale werking, vermeld in het eerste lid, 2°, b), voldoet aan de volgende voorwaarden:
1° binnen elke referentieregio richt de aanvrager een netwerk van locoregionale preventieactoren op. De aanvrager kan, afhankelijk van de locoregionale noden, een gemotiveerd verzoek indienen bij de administratie om de netwerken van locoregionale preventieactoren van verschillende referentieregio's die aan elkaar grenzen, samen te voegen, op voorwaarde dat de spreiding van de netwerken van locoregionale preventieactoren over het Nederlandse taalgebied gewaarborgd blijft en dat de locoregionale noden om de netwerken van locoregionale preventieactoren samen te voegen, voldoende aangetoond zijn. De aanvrager kan nooit minder dan vijf netwerken van locoregionale preventieactoren voorzien voor het volledige Nederlandse taalgebied;
2° om de betrokkenheid van de locoregionale preventieactoren te verzekeren, richt de aanvrager per gebied waar een netwerk als vermeld in 1°, opgericht is, een adviesraad op. De adviesraad is samengesteld uit vertegenwoordigers van de diverse preventieorganisaties en settings, met minstens vertegenwoordigers vanuit de lokale besturen. De bevoegdheden van de adviesraad zijn:
a) de betrokkenheid van de locoregionale preventieactoren verzekeren;
b) de adviesverlening over regionale en lokale doelstellingen binnen de gezondheidsdoelstellingen en de geformuleerde operationele doelstellingen;
c) de opvolging van de locoregionale werking;
d) de adviesverlening over de besteding van budgetten over de regionale en lokale werking, met inbegrip van de financiële inbreng van regionale en lokale partners.".
Art. 3. A l'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 mai 2009 et 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le point 2° est remplacé par ce qui suit :
" 2° la demande consiste au moins en un avant-projet de plan annuel pour la premiÚre année d'activité et un plan stratégique pour la durée de l'agrément dans lequel le demandeur :
a) explique la structure organisationnelle du Logo ;
b) explique comment le fonctionnement régional et local est développé ;
c) explique comment les missions et le caractÚre locorégional des missions sont garantis ;
d) explique comment les principes de la politique à facettes, visée à l'article 2, 9°, du décret du 21 novembre 2003 sont mis en oeuvre dans le fonctionnement ;
e) explique comment, dans le fonctionnement, les principes de l'universalisme proportionnel sont mis en oeuvre ;
f) Ă©tablit un plan dĂ©taillĂ© relatif Ă  l'emploi des subventions visĂ©es dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, avec au moins un budget pluriannuel pour la durĂ©e de l'agrĂ©ment, selon un modĂšle mis Ă  disposition par l'administration ; " ;
2° les points 3°, 4° et 6° sont abrogés ;
3° il est inséré des alinéas 2 et 3, rédigés comme suit :
" Si la demande concerne la région bilingue de Bruxelles-Capitale, le demandeur démontre dans le plan stratégique son fonctionnement local et régional tel que visé à l'alinéa 1er, 2°, b), en décrivant le développement d'un réseau d'acteurs locorégionaux de la prévention.
Si la demande concerne la région de langue néerlandaise, le demandeur démontre au moins dans le plan stratégique que le fonctionnement local et régional visé à l'alinéa 1er, 2°, b), satisfait aux conditions suivantes :
1° dans chaque région de référence, le demandeur développe un réseau d'acteurs locorégionaux de la prévention. Le demandeur peut, en fonction des besoins locorégionaux, introduire une demande motivée auprÚs de l'administration pour fusionner les réseaux d'acteurs locorégionaux de la prévention de différentes régions de référence limitrophes, à condition que la diffusion des réseaux d'acteurs locorégionaux de la prévention dans la région de langue néerlandaise reste garantie et que les besoins locorégionaux de fusionner les réseaux d'acteurs locorégionaux de la prévention soient suffisamment démontrés. Le demandeur ne peut jamais prévoir moins de cinq réseaux d'acteurs locorégionaux de la prévention pour l'ensemble de la région de langue néerlandaise ;
2° pour garantir l'engagement des acteurs locorĂ©gionaux de la prĂ©vention, le demandeur crĂ©e un conseil consultatif par rĂ©gion oĂč un rĂ©seau tel que visĂ© au 1° a Ă©tĂ© créé. Le conseil consultatif est composĂ© de reprĂ©sentants des divers organisations et cadres de prĂ©vention, avec au moins des reprĂ©sentants des administrations locales. Les compĂ©tences du conseil consultatif sont :
a) assurer l'engagement des acteurs locorégionaux de la prévention ;
b) fournir des services de conseil sur les objectifs régionaux et locaux dans le cadre des objectifs de santé et des objectifs opérationnels formulés ;
c) assurer le suivi du fonctionnement locorégional ;
d) fournir des services de conseil sur l'utilisation des budgets pour le fonctionnement régional et local, y compris la contribution financiÚre des partenaires régionaux et locaux. ".
Art. 4. Aan artikel 5, § 3, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt de volgende zin toegevoegd:
"De administratie beoordeelt de gemotiveerde verzoeken, vermeld in artikel 4, derde lid, 1°. ".
Art. 4. L'article 5, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, est complĂ©tĂ© par la phrase suivante :
" L'administration évalue les demandes motivées, visées à l'article 4, alinéa 3, 1°. ".
Art. 5. Artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt opgeheven.
Art. 5. L'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, est abrogĂ©.
Art. 6. In artikel 9 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 3 december 2021 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, worden de volgende wijzingen aangebracht:
1° de woorden "eenmalig voor minimaal twee en maximaal drie" worden vervangen door de woorden "voor een nieuwe periode van vijf";
2° de zinsnede ", en een nieuw beleidsplan en jaarplan als vermeld in artikel 4, eerste lid, 2°, werden ingediend" wordt toegevoegd.
Art. 6. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 dĂ©cembre 2021 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° les mots " une fois pour un minimum de deux et un maximum de trois " sont remplacés par les mots " pour une nouvelle période de cinq " ;
2° le membre de phrase " , et un nouveau plan stratégique et un nouveau plan annuel tels que visés à l'article 4, alinéa 1er, 2°, ont été introduits " est ajouté.
Art. 7. In artikel 11 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in het eerste lid wordt de zinsnede "valt samen met het gebied van een regionale stad, vermeld in de bijlage bij het decreet van 23 mei 2003 betreffende de indeling in zorgregio's en betreffende de samenwerking en programmatie van gezondheidsvoorzieningen en welzijnsvoorzieningen, of met" vervangen door de zinsnede "is het Nederlandse taalgebied, of";
2° er wordt tussen het eerste en het tweede lid een lid ingevoegd, dat luidt als volgt: "In het Nederlandse taalgebied kan maar één Logo worden erkend en gesubsidieerd.";
3° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "een gebied van een regionale stad en in" opgeheven;
4° in het bestaande tweede lid, dat het derde lid wordt, worden de woorden "een Logo" vervangen door de woorden "één Logo".
Art. 7. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° dans l'alinéa 1er, le membre de phrase " coïncide avec le territoire d'une ville régionale, visée à l'annexe au décret du 23 mai 2003 relatif à la répartition en régions de soins et relatif à la coopération et la programmation de structures de santé et de structures d'aide sociale, ou avec " est remplacé par le membre de phrase " est la région de langue néerlandaise ou " ;
2° entre les alinĂ©as 1er et 2, il est insĂ©rĂ© un alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit : " Un seul Logo peut ĂȘtre agréé et subventionnĂ© dans la rĂ©gion de langue nĂ©erlandaise. " ;
3° dans l'alinéa 2 existant, qui devient l'alinéa 3, les mots " le territoire d'une ville régionale et de " sont abrogés ;
4° dans la version néerlandaise, dans l'alinéa 2 existant, qui devient l'alinéa 3, les mots " een Logo " sont remplacés par les mots " één Logo ".
Art. 8. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden "een netwerk van preventieorganisaties uit het werkgebied van het Logo" vervangen door de zinsnede "de preventieorganisaties uit het gebied van de netwerken van locoregionale preventieactoren, vermeld in artikel 4, tweede lid of derde lid, 1°, van het Logo".
Art. 8. Dans l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " au rĂ©seau d'organisations de prĂ©vention du champ d'activitĂ© du Logo " sont remplacĂ©s par le membre de phrase " aux organisations de prĂ©vention de la rĂ©gion des rĂ©seaux d'acteurs locorĂ©gionaux de la prĂ©vention, visĂ©es Ă  l'article 4, alinĂ©a 2 ou alinĂ©a 3, 1°, du Logo ".
Art. 9. In artikel 13 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het derde lid wordt vervangen door wat volgt:
"De deskundigheid, vermeld in artikel 2, 7°, van de bijlage die bij dit besluit is gevoegd, is in voldoende mate aanwezig als minimaal dertien voltijdsequivalenten, afgekort VTE, voor de functie van medisch milieukundigen worden tewerkgesteld bij het Logo met als werkgebied het Nederlandse taalgebied, voor specifiek milieugerelateerde gezondheidstaken.";
2° tussen het derde en het vierde lid wordt een lid ingevoegd, dat luidt als volgt:
"De spreiding van inzet van het aantal VTE over de referentieregio's is afhankelijk van het aantal inwoners per referentieregio en de milieugerelateerde gezondheidsimpact, zoals gevisualiseerd in de Zorgatlas van het Departement Zorg.".
Art. 9. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 29 mai 2009, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° l'alinéa 3 est remplacé par ce qui suit :
L'expertise, visĂ©e Ă  l'article 2, 7°, de l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ© est assurĂ©e de maniĂšre suffisante si au moins treize Ă©quivalents temps plein, en abrĂ©gĂ© ETP, pour la fonction d'experts Ă©cologiques mĂ©dicaux sont employĂ©s auprĂšs d'un Logo avec la rĂ©gion de langue nĂ©erlandaise comme champ d'activitĂ©, dans le cadre de missions spĂ©cifiques relatives Ă  la santĂ© environnementale. " ;
2° entre les alinéas 3 et 4, il est inséré un alinéa, rédigé comme suit :
" La diffusion d'engagement du nombre d'ETP dans les régions de référence dépend du nombre d'habitants par région de référence et de l'impact sur la santé environnementale, comme le montre l'Atlas des soins du Département Soins. ".
Art. 10. In artikel 14 van hetzelfde besluit wordt de zinsnede "van dat Logo. Al de deelnemende preventieorganisaties samen vormen het netwerk van het Logo" vervangen door de zinsnede ", vermeld in artikel 4, tweede lid of derde lid, 1° ".
Art. 10. Dans l'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le membre de phrase " de ce Logo. Toutes les organisations de prĂ©vention participantes ensemble forment le rĂ©seau du Logo " est remplacĂ© par le membre de phrase " , visĂ© Ă  l'article 4, alinĂ©a 2 ou alinĂ©a 3, 1° ".
Art. 11. Artikel 15, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 en 12 mei 2023, wordt vervangen door wat volgt:
" § 2. De Logo's werken samen aan specifieke opdrachten en initiatieven. De samenwerkingsmodaliteiten worden in een samenwerkingsovereenkomst tussen de Logo's vastgelegd.".
Art. 11. L'article 15, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 avril 2019 et 12 mai 2023, est remplacĂ© par ce qui suit :
" § 2. Les Logos coopÚrent à la mise en oeuvre de missions et initiatives spécifiques. Les modalités de coopération sont fixées dans un accord de coopération entre les Logos. ".
Art. 12. In artikel 17 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering 5 april 2019 en 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt punt 1° vervangen door wat volgt:
"1° de operationele doelstellingen voor de Logo's die geformuleerd zijn door de administratie, realiseren en concretiseren in een jaarplan. Dat jaarplan sluit aan bij de beleidsprioriteiten van het preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen. Om de voortgang van het jaarplan te evalueren, leveren de Logo's data aan in het registratiesysteem, vermeld in artikel 8, 4°, dat ter beschikking gesteld wordt door de administratie;";
2° in paragraaf 1, eerste lid, 3°, wordt het woord "legislatuur" vervangen door het woord "erkenningsperiode", wordt het woord "zelfevaluatie" vervangen door het woord "evaluatie" en wordt het woord "minister" vervangen door het woord "administratie";
3° in paragraaf 1, eerste lid, 4°, wordt de zinsnede "in het bijzonder de preventieorganisaties, vermeld in artikel 1 van de bijlage die bij dit besluit is gevoegd" opgeheven;
4° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, a), worden tussen het woord "zoeken" en het woord "van" de woorden "en samenbrengen" ingevoegd;
5° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, b), wordt tussen het woord "van" en het woord "preventieorganisaties" de zinsnede ", en bevorderen van de deskundigheid van" ingevoegd;
6° in paragraaf 1, eerste lid, 5°, d), worden tussen het woord "doorverwijzen" en het woord "van" de woorden "en begeleiden" ingevoegd;
7° aan paragraaf 1, eerste lid, 5°, wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt:
"f) het ondersteunen van preventieorganisaties met expertise en kennis over de lokale situatie en specifieke doelgroepen;";
8° in paragraaf 1, eerste lid, 6°, worden de woorden "lokale besturen" vervangen door de woorden "de verschillende settings" en worden de woorden "hun lokale preventieve" vervangen door de woorden "het preventieve";
9° in paragraaf 1, eerste lid, 7°, i), worden de woorden "coördinator van de" opgeheven;
10° aan paragraaf 1, eerste lid, wordt een punt 8° toegevoegd, dat luidt als volgt:
"8° het samenbrengen, interpreteren en duiden van informatie en data in functie van het lokale preventieve gezondheidsbeleid, en die op een actieve manier ter beschikking stellen aan de administratie en de preventieorganisaties.";
11° in paragraaf 2 wordt het eerste lid vervangen door wat volgt:
"Eigen initiatieven van het Logo als vermeld in artikel 30, § 3, van het decreet van 21 november 2003, zijn toegelaten op voorwaarde dat:
1° ze niet in strijd zijn met het Vlaams preventief gezondheidsbeleid;
2° ze de prioritaire opdrachten van de Logo's niet in het gedrang brengen;
3° ze vooraf aan de administratie worden gemeld;
4° het Logo voor die initiatieven dezelfde gegevens verzamelt als voor de Vlaamse initiatieven en die gegevens op dezelfde manier doorgeeft aan de administratie.".
12° paragraaf 2, tweede lid, 1°, wordt vervangen door wat volgt:
"1° meewerken aan de ontwikkeling en de evaluatie van preventiemethodieken:
a) de preventiemethodieken worden ontwikkeld of geëvalueerd door een partnerorganisatie of door een andere organisatie die aanvaard is door de administratie;
b) de te ontwikkelen of te evalueren preventiemethodiek past in de Vlaamse beleidsprioriteiten;";
13° in paragraaf 2, tweede lid, 2°, wordt punt f) vervangen door wat volgt:
"f) de subsidies die toegekend zijn op basis van dit besluit en de eventuele reserves die daarmee aangelegd zijn, mogen niet besteed worden aan dit initiatief.";
14° in paragraaf 2, tweede lid, wordt punt 3° opgeheven;
15° in paragraaf 2, derde lid, 2°, worden tussen het woord "besturen" en het woord "bij" de woorden "en andere settings" ingevoegd en worden de woorden "lokale preventieve gezondheidsbeleid in het kader van hun lokaal sociaal beleid" vervangen door de woorden "preventieve gezondheidsbeleid";
16° in paragraaf 2 wordt het vierde lid opgeheven;
17° er wordt een paragraaf 3 toegevoegd, die luidt als volgt:
" § 3. De minister kan de taken, vermeld in paragraaf 1, nader bepalen en bijkomende voorwaarden bepalen voor de initiatieven, vermeld in paragraaf 2, eerste lid.".
Art. 12. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 avril 2019 et 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le point 1° est remplacé par ce qui suit :
" 1° réaliser et concrétiser dans un plan annuel les objectifs opérationnels des Logos formulés par l'administration. Ce plan annuel est conforme aux priorités stratégiques de la politique de santé préventive et à la réalisation des objectifs flamands en matiÚre de santé. Pour évaluer l'avancement du plan annuel, les Logos fournissent des données dans le systÚme d'enregistrement, visé à l'article 8, 4°, qui est mis à disposition par l'administration ; " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 3°, le mot " législature " est remplacé par les mots " période d'agrément ", le mot " auto-évaluation " est remplacé par le mot " évaluation " et les mots " le Ministre " sont remplacés par les mots " l'administration " ;
3° au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, 4°, le membre de phrase " , en particulier les organisations de prĂ©vention, visĂ©es Ă  l'article 1er de l'annexe jointe au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " est abrogĂ© ;
4° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, a), il est inséré, entre le mot " chercher " et le mot " des ", les mots " et rassembler ".
5° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, b), il est inséré, entre le mot " informer " et le mot " des ", le membre de phrase " et promouvoir l'expertise " ;
6° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, d), il est inséré, entre le mot " orienter " et le mot " des ", les mots " et accompagner " ;
7° le paragraphe 1er, alinéa 1er, 5°, est complété par un point f), rédigé comme suit :
" f) soutenir des organisations de prévention ayant une expertise et une connaissance de la situation locale et des groupes cibles spécifiques ; " ;
8° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 6°, les mots " d'administrations locales " sont remplacés par les mots " de différents cadres " et les mots " leur politique de santé préventive locale " sont remplacés par les mots " la politique de santé préventive ".
9° au paragraphe 1er, alinéa 1er, 7°, i) les mots " au coordinateur de " sont remplacés par le mot " à " ;
10° le paragraphe 1er, alinéa 1er, est complété par un point 8°, rédigé comme suit :
" 8° rassembler, interpréter et exploiter des informations et données en fonction de la politique de santé préventive locale, et les mettre activement à la disposition de l'administration et des organisations de prévention. " ;
11° au paragraphe 2, l'alinéa 1er est remplacé par ce qui suit :
" Les initiatives personnelles du Logo, telles que visées à l'article 30, § 3, du décret du 21 novembre 2003, sont autorisées à condition que :
1° elles ne soient pas contraires à la politique de santé préventive flamande ;
2° elles ne compromettent pas les missions prioritaires des Logos ;
3° elles soient préalablement déclarées à l'administration ;
4° le Logo collecte les mĂȘmes donnĂ©es pour ces initiatives que pour les initiatives flamandes et transmette ces donnĂ©es Ă  l'administration de la mĂȘme maniĂšre. ".
12° le paragraphe 2, alinéa 2, 1°, est remplacé par ce qui suit :
" 1° Collaborer au développement et à l'évaluation de méthodologies de prévention :
a) les méthodologies sont développées ou évaluées par une organisation partenaire ou par une autre organisation qui est acceptée par l'administration ;
b) la méthodologie de prévention à développer ou à évaluer s'inscrit dans les priorités politiques flamandes ; " ;
13° au paragraphe 2, alinéa 2, le point f) est remplacé par ce qui suit :
" f) les subventions accordĂ©es sur la base du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et les Ă©ventuelles rĂ©serves créées dans ce cadre ne peuvent pas ĂȘtre dĂ©pensĂ©es pour cette initiative. " ;
14° au paragraphe 2, alinéa 2, le point 3° est abrogé ;
15° au paragraphe 2, alinéa 3, 2°, il est inséré entre les mots " administrations communales et de CPAS " et le mot " lors ", les mots " et autres cadres ", et les mots " politique de santé préventive locale dans le cadre de leur politique sociale locale " sont remplacés par les mots " politique de santé préventive " ;
16° au paragraphe 2, l'alinéa 4 est abrogé ;
17° il est inséré un paragraphe 3, rédigé comme suit :
" § 3. Le ministre peut préciser les tùches, visées au paragraphe 1er, et fixer des conditions supplémentaires pour les initiatives, visées au paragraphe 2, alinéa 1er. ".
Art. 13. Artikel 17/1 van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 17/1. Om een maximale ondersteuning bij het uitwerken en opvolgen van het lokale preventieve gezondheidsbeleid van de lokale besturen als vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 6°, van dit besluit, te bewerkstelligen, kan een subsidie voorzien worden om intergemeentelijke preventiewerkingen te financieren, als voldaan is aan al de volgende voorwaarden:
1° de intergemeentelijke preventiewerkingen worden als volgt georganiseerd:
a) de lokale besturen nemen het initiatief voor de oprichting van een intergemeentelijke preventiewerking, delen dat mee aan het Logo in kwestie, staan in voor de organisatie ervan en voor de afstemming met hun lokaal sociaal beleidsplan;
b) de intergemeentelijke preventiewerking is gericht op een werkgebied van minstens twee aaneensluitende gemeenten dat volledig valt binnen het werkgebied van een eerstelijnszone. De verplichting tot het betrekken van een of meer aaneensluitende gemeenten binnen het werkgebied van een eerstelijnszone vervalt als de gemeente in kwestie of een deel van de gemeente het volledige werkgebied van een eerstelijnszone omvat. Bij fusiegemeenten die al voor die fusie een intergemeentelijke preventiewerking hadden, vervalt de verplichting tot het betrekken van een of meer aaneensluitende gemeenten binnen het werkgebied van een eerstelijnszone voor de twee legislaturen vanaf de fusie;
c) de intergemeentelijke preventiewerking aanvaardt de inhoudelijke ondersteuning van het Logo, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 6°, van dit besluit;
d) er wordt ofwel een beherend lokaal bestuur aangesteld of het beheer gebeurt door het Logo of via een andere intergemeentelijke samenwerkingsvorm, die de middelen voor de intergemeentelijke preventiewerking, met inbegrip van de toegekende subsidie, beheert, hierna beheerder te noemen;
e) als alle deelnemende lokale besturen van een intergemeentelijke preventiewerking dat wensen, kan de organisatie van de intergemeentelijke preventiewerking in kwestie gedelegeerd worden aan het Logo dat het werkgebied van de intergemeentelijke preventiewerking omvat, maar het kan ook aan een andere rechtspersoon gedelegeerd worden die werkt binnen het werkgebied van de intergemeentelijke preventiewerking en die expertise heeft op het vlak van de beleidsdoelstellingen van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, vermeld in punt 2°, a). Als het Logo de beheerder is, wordt de intergemeentelijke preventiewerking een afzonderlijk activiteitencentrum en wordt dat beschouwd als een taak als vermeld in artikel 30, § 2, van het decreet van 21 november 2003;
2° binnen de intergemeentelijke preventiewerkingen worden de volgende taken opgenomen onder de verantwoordelijkheid van de beheerder, vermeld in punt 1°, d):
a) organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid dat afgestemd is op verschillende initiatieven en thema's binnen de beleidsdoelstellingen van het Vlaamse preventieve gezondheidsbeleid en de realisatie van de Vlaamse gezondheidsdoelstellingen, en dat gebruikmaakt van de preventiemethodieken, met uitzondering van het opnemen van de eerstelijnsfunctie binnen het Vlaams medisch milieukundig netwerk, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, 7°, van dit besluit. Die taak kan het geven van geïndividualiseerde adviezen rechtstreeks aan burgers inhouden als de interventies die daarvoor nodig zijn, kortdurend zijn en geen behandeling betreffen;
b) jaarlijks uiterlijk tegen 31 maart van het jaar dat volgt op het werkingsjaar waarin de intergemeentelijke preventiewerking een subsidie ontvangen heeft, een jaarrapport indienen bij de administratie. Het jaarrapport bestaat uit:
i. een beknopt werkingsverslag;
ii. een financiële verantwoording;
c) jaarlijks uiterlijk tegen 31 januari van het jaar dat volgt op het werkingsjaar waarin de intergemeentelijke preventiewerking een subsidie ontvangen heeft, de preventieactiviteiten van de intergemeentelijke preventiewerking registreren in het registratiesysteem dat de administratie daarvoor ter beschikking stelt;
3° de subsidie wordt uitsluitend en volledig aangewend voor intergemeentelijke preventiewerkingen;
4° met behoud van de toepassing van het vijfde lid wordt er bij de aanvang van de intergemeentelijke preventiewerking, of bij de wijziging van de samenstelling of van de beheerder van de intergemeentelijke samenwerking een engagementsverklaring bezorgd aan de administratie waaruit blijkt dat de lokale besturen in kwestie voor de realisatie van de taken van de intergemeentelijke preventiewerkingen alle volgende engagementen opnemen:
a) instaan voor cofinanciering van personeelskosten en werkingsmiddelen voor de intergemeentelijke preventiewerking, die ten minste even groot is als de subsidie vanuit de Vlaamse overheid voor de intergemeentelijke preventiewerking;
b) met die financiering en de bijkomende subsidie personeel inzetten dat beschikt over voldoende competenties voor de intergemeentelijke preventiewerking en in werkingsmiddelen daarvoor voorzien;
c) het organiseren en uitvoeren van een lokaal preventief gezondheidsbeleid dat aan de andere voorwaarden voldoet;
d) jaarlijks rapporteren als vermeld in punt 2°, b).
De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt niet toegekend voor gemeenten in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.
De secretaris-generaal kent de subsidie, vermeld in het eerste lid, jaarlijks bij besluit toe aan de beheerder, vermeld in het eerste lid, 1°, d).
De subsidie, vermeld in het eerste lid, wordt pas uitbetaald als is aangetoond dat voldaan is aan al de voorwaarden, vermeld in het eerste lid. Voor de voorwaarden waar dat nog niet mogelijk is, wordt de subsidie uitbetaald op basis van de engagementsverklaring, vermeld in het eerste lid, 4°.
Bij iedere wijziging in de samenstelling van de intergemeentelijke preventiewerking of van de beheerder, vermeld in het eerste lid, 1°, d), moet een nieuwe engagementsverklaring als vermeld in het eerste lid, 4°, aan de administratie bezorgd worden.
De minister kan de bepalingen, vermeld in dit artikel, preciseren.
Als door de bepalingen over het werkgebied van intergemeentelijke preventiewerkingen, vermeld in het eerste lid, 1°, b), voor intergemeentelijke preventiewerkingen van bepaalde lokale besturen geen subsidie zou kunnen worden toegekend, kan de minister afwijkingen toestaan bij het vastleggen van het werkgebied van die intergemeentelijke preventiewerkingen.
De verplichting tot cofinanciering door het lokale bestuur, vermeld in het eerste lid, 4°, a), is niet van toepassing als de secretaris-generaal, ongeacht de reden, geen subsidie zou toekennen.
Voor de subsidie voor de intergemeentelijke preventiewerkingen wordt jaarlijks in een bedrag voorzien van 3000 euro per gemeente, vermeerderd met 0,08 euro, beide gekoppeld aan de gezondheidsindex van december 2018, per gewogen inwoner van de gemeenten waarvan het lokaal bestuur participeert aan een intergemeentelijke preventiewerking. Het gewogen aantal inwoners is het aantal inwoners, op dezelfde wijze vastgelegd zoals bepaald in het voorlaatste lid van dit artikel, vermeerderd met eenmaal het aantal inwoners dat volgens de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming. Die berekening wordt gemaakt bij de aanvang van een nieuwe intergemeentelijke preventiewerking en vervolgens elk tweede jaar van de legislatuur van de lokale besturen. Bij een fusie van intergemeentelijke preventiewerkingen wordt de subsidie opnieuw berekend. De subsidie wordt jaarlijks geĂŻndexeerd op basis van de gezondheidsindex.
Het aantal inwoners in het werkgebied van de intergemeentelijke preventiewerking wordt, voor de toepassing van dit besluit, bepaald door de administratie op basis van de gegevens die zijn aangeleverd door het Belgische Statistiekbureau Statbel. Het aantal inwoners dat volgens de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen recht heeft op een verhoogde tegemoetkoming, wordt voor het laatst beschikbare kalenderjaar bepaald door de administratie op basis van de gegevens die zijn aangeleverd door het intermutualistisch agentschap, vermeld in artikel 278 van de programmawet (I) van 24 december 2002.
Voor intergemeentelijke preventiewerkingen met een looptijd die korter is dan een volledig kalenderjaar, wordt de bijkomende subsidie berekend in verhouding tot de duur van de intergemeentelijke preventiewerking.
In de loop van het werkingsjaar dat volgt op het werkingsjaar waarin de intergemeentelijke preventiewerking een subsidie ontvangen heeft, controleert de administratie de gerapporteerde gegevens, vermeld in het eerste lid, 2°, b), en c). Indien blijkt dat de verantwoording voor de subsidie onvoldoende is, vordert de administratie het gedeelte van de subsidie dat onvoldoende verantwoord is terug.".
Art. 13. L'article 17/1 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 5 avril 2019 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 17/1. Afin d'assurer un soutien maximal Ă  l'Ă©laboration et au suivi de la politique locale de santĂ© prĂ©ventive des administrations locales, telle que visĂ©e Ă  l'article 17, § 1er, alinĂ©a 1er, 6° du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, une subvention peut ĂȘtre prĂ©vue pour financer des actions intercommunales de prĂ©vention, si toutes les conditions suivantes sont remplies :
1° les actions intercommunales de prévention sont organisées comme suit :
a) les administrations locales prennent l'initiative de mettre en place une action intercommunale de prévention, la communiquent au Logo concerné, l'organisent et la mettent en adéquation avec leur plan de politique sociale locale ;
b) l'action intercommunale de prévention est axée sur une zone d'action d'au moins deux communes contiguës qui s'inscrit entiÚrement dans la zone d'action d'une zone de premiÚre ligne. L'obligation d'impliquer une ou plusieurs communes contiguës dans la zone d'action d'une zone de premiÚre ligne échoit si la commune concernée ou une partie de la commune regroupe la zone d'action entiÚre d'une zone de premiÚre ligne ; Pour les communes fusionnées qui disposaient déjà d'une action intercommunale de prévention avant cette fusion, l'obligation d'impliquer une ou plusieurs communes contiguës dans la zone d'action d'une zone de premiÚre ligne échoit pour les deux législatures à compter de la fusion ;
c) l'action intercommunale de prĂ©vention accepte le soutien de fond du Logo, visĂ© Ă  l'article 17, § 1er, alinĂ©a 1er, 6° du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
d) une administration locale de gestion est désignée ou la gestion s'effectue par le Logo via une autre forme de partenariat intercommunal, qui gÚre les moyens de l'action intercommunale de prévention, la subvention accordée incluse, ci-aprÚs dénommée gestionnaire ;
e) si toutes les administrations locales participant Ă  une action intercommunale de prĂ©vention le souhaitent, l'organisation de l'action intercommunale de prĂ©vention concernĂ©e peut ĂȘtre dĂ©lĂ©guĂ©e au Logo comprenant la zone d'action de l'action intercommunale de prĂ©vention, mais elle peut Ă©galement ĂȘtre dĂ©lĂ©guĂ©e Ă  une autre personne morale active dans la zone d'action de l'action intercommunale de prĂ©vention et ayant de l'expertise au niveau des objectifs politiques de la politique de santĂ© prĂ©ventive flamande et au niveau de la rĂ©alisation des objectifs de santĂ© flamands, visĂ©s au point 2°, a). Si le Logo est le gestionnaire, l'action intercommunale de prĂ©vention devient un centre d'activitĂ©s distinct et est considĂ©rĂ©e comme une mission, telle que visĂ©e Ă  l'article 30, § 2, du dĂ©cret du 21 novembre 2003 ;
2° sont reprises, dans le cadre des actions intercommunales de prévention sous la responsabilité du gestionnaire visé au point 1°, d), les missions suivantes :
a) l'organisation et la mise en oeuvre d'une politique locale de santĂ© prĂ©ventive axĂ©e sur divers initiatives et thĂšmes dans le cadre des objectifs politiques de la politique de santĂ© prĂ©ventive flamande et de la rĂ©alisation des objectifs flamands de santĂ© et utilisant les mĂ©thodologies de prĂ©vention, Ă  l'exception de l'inclusion de la fonction de premiĂšre ligne dans le rĂ©seau flamand d'expertise mĂ©dico-environnementale, visĂ© Ă  l'article 17, § 1er, alinĂ©a 1er, 7°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Cette mission peut inclure la fourniture de conseils personnalisĂ©s directement aux citoyens si les interventions requises Ă  cette fin sont de courte durĂ©e et ne concernent pas de traitement ;
b) la présentation d'un rapport annuel à l'administration au plus tard le 31 mars de l'année qui suit l'année d'activité au cours de laquelle l'action intercommunale de prévention a reçu une subvention. Le rapport annuel est composé de :
i. un rapport d'activités succinct ;
ii. une justification financiĂšre ;
c) l'enregistrement des activités de prévention de l'action intercommunale de prévention dans le systÚme d'enregistrement mis à disposition par l'administration à cet effet, chaque année, au plus tard le 31 janvier de l'année qui suit l'année d'activité au cours de laquelle l'action intercommunale de prévention a reçu une subvention ;
3° la subvention est utilisée uniquement et entiÚrement pour des actions intercommunales de prévention ;
4° sans préjudice de l'application de l'alinéa 5, une déclaration d'engagement est soumise à l'administration au début de l'action intercommunale de prévention ou lors de la modification de la composition ou du gestionnaire de la coopération intercommunale, attestant que les administrations locales concernées assument, pour la réalisation des missions de l'action intercommunale de prévention, tous les engagements suivants :
a) assurer le cofinancement des frais de personnel et des moyens de fonctionnement pour les actions intercommunales de prévention, qui est au minimum égal à la subvention de l'Autorité flamande pour l'action intercommunale de prévention ;
b) employer grùce à ce financement et à la subvention supplémentaire du personnel ayant les compétences requises pour l'action intercommunale de prévention et prévoir des moyens de fonctionnement à cet effet ;
c) organiser et mettre en oeuvre une politique locale de santé préventive qui répond aux autres conditions ;
d) rédiger des rapports annuels, tels que visés au point 2°, b).
La subvention visée à l'alinéa 1er n'est pas accordée aux communes de la région bilingue de Bruxelles-Capitale.
Le secrĂ©taire gĂ©nĂ©ral accorde la subvention, visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, chaque annĂ©e par arrĂȘtĂ© au gestionnaire, visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, 1°, d).
La subvention visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er n'est versĂ©e que s'il est dĂ©montrĂ© que toutes les conditions visĂ©es Ă  l'alinĂ©a 1er, sont remplies. Pour les conditions dont le respect ne peut pas encore ĂȘtre prouvĂ©, la subvention est versĂ©e sur la base d'une dĂ©claration d'engagement, visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, 4°.
En cas de modification de la composition de l'action intercommunale de prĂ©vention ou du gestionnaire visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, 1°, d), une nouvelle dĂ©claration d'engagement visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er, 4°, doit ĂȘtre soumise Ă  l'administration.
Le ministre peut préciser les dispositions, visées au présent article.
Si aucune subvention ne pouvait ĂȘtre accordĂ©e pour les actions intercommunales de prĂ©vention de certaines administrations locales, en raison des dispositions sur la zone d'action d'actions intercommunales de prĂ©vention, visĂ©es Ă  l'alinĂ©a 1er, 1°, b), le ministre peut accorder des dĂ©rogations lors de l'Ă©tablissement de la zone d'action de ces actions intercommunales de prĂ©vention.
L'obligation de cofinancement par l'administration locale visée à l'alinéa 1er, 4°, a), ne s'applique pas si le secrétaire général, peu importe la raison, n'accorderait pas de subvention.
En ce qui concerne la subvention pour les actions intercommunales de prĂ©vention, il est prĂ©vu chaque annĂ©e un montant de 3 000 euros par commune, majorĂ© de 0,08 euro, tous les deux liĂ©s Ă  l'indice santĂ© de dĂ©cembre 2018, par habitant pondĂ©rĂ© des communes dont l'administration locale participe Ă  une action intercommunale de prĂ©vention. Le nombre pondĂ©rĂ© d'habitants est le nombre d'habitants, Ă©tabli de la mĂȘme façon, telle que fixĂ©e au pĂ©nultiĂšme alinĂ©a du prĂ©sent article, majorĂ© une fois du nombre d'habitants qui, selon l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, ont droit Ă  une intervention majorĂ©e. Ce calcul est effectuĂ© au dĂ©but d'une nouvelle action intercommunale de prĂ©vention et ensuite tous les deux ans de la lĂ©gislature des administrations locales. La subvention est recalculĂ©e en cas de fusion d'actions intercommunales de prĂ©vention. La subvention est indexĂ©e annuellement sur la base de l'indice santĂ©.
Le nombre d'habitants dans la zone d'action de l'action intercommunale de prĂ©vention est, pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, dĂ©terminĂ© par l'administration sur la base des donnĂ©es fournies par l'Office belge de statistique Statbel. Le nombre d'habitants, qui selon l'assurance obligatoire soins de santĂ© et indemnitĂ©s, a droit Ă  une intervention majorĂ©e, est dĂ©terminĂ© par l'administration pour la derniĂšre annĂ©e civile disponible sur la base des donnĂ©es fournies par l'agence intermutualiste, visĂ©e Ă  l'article 278 de la loi-programme (I) du 24 dĂ©cembre 2002.
Pour les actions intercommunales de prévention dont la durée est inférieure à une année calendaire complÚte, la subvention supplémentaire est calculée au prorata de la durée de l'action intercommunale de prévention.
Au cours de l'année d'activité qui suit l'année d'activité pendant laquelle l'action intercommunale de prévention a reçu une subvention, l'administration contrÎle les données communiquées visées à l'alinéa 1er, 2°, b) et c). S'il apparaßt que la justification de la subvention est insuffisante, l'administration récupÚre la partie de la subvention qui est insuffisamment justifiée. ".
Art. 14. Artikel 23 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 23. Elk werkingsjaar kent de secretaris-generaal aan de Logo's een subsidie toe binnen de beschikbare begrotingskredieten.".
Art. 14. L'article 23 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 23. Chaque année d'activité, le secrétaire général accorde une subvention aux Logos dans la limite des crédits budgétaires disponibles. ".
Art. 15. Artikel 24 van hetzelfde besluit, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 24. De subsidie voor het Logo met het Nederlandse taalgebied als werkgebied wordt vastgelegd op 8.452.201 euro.
Het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, wordt voor minstens 80 procent aangewend voor personeelskosten.".
Art. 15. L'article 24 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 24. La subvention pour le Logo dont la région de langue néerlandaise est la zone d'action est fixée à 8 452 201 euros.
Au moins 80 % du montant de la subvention visée à l'alinéa 1er est utilisé pour les frais de personnel. ".
Art. 16. In artikel 25 van hetzelfde besluit, vervangen bij het besluit van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 en gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 13 maart 2015 en 28 december 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° het getal "253.151,00" wordt vervangen door het getal "303.088,00";
2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt:
"Het subsidiebedrag, vermeld in het eerste lid, wordt voor minstens 80 procent aangewend voor personeelskosten.".
Art. 16. A l'article 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, remplacĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 16 mai 2014 et modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 13 mars 2015 et 28 dĂ©cembre 2019, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° le nombre " 253 151,00 " est remplacé par le nombre " 303 088,00 " ;
2° il est inséré un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Au moins 80 % du montant de la subvention visée à l'alinéa 1er est utilisé pour les frais de personnel. ".
Art. 17. Artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 16 mei 2014 en 28 december 2019, wordt vervangen door wat volgt:
"Art. 26. Vanaf werkingsjaar 2026 wordt de subsidie, vermeld in artikel 23, elk werkingsjaar in januari geĂŻndexeerd door de bedragen, vermeld in artikel 24, eerste lid, en artikel 25, eerste lid, zoals tot dan toe geĂŻndexeerd conform dit artikel, aan te passen volgens de volgende formule:
Subsidiebedrag Y = 20% subsidiebedrag Y - 1 + (80% subsidiebedrag Y - 1 x (afgevlakte gezondheidsindex december Y - 1/afgevlakte gezondheidsindex december Y - 2))
In de formule, vermeld in het eerste lid, wordt verstaan onder:
1° Y: het kalenderjaar waarop de subsidie betrekking heeft;
2° afgevlakte gezondheidsindex: het prijsindexcijfer, vermeld in artikel 2, § 2, van het Koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van `s lands concurrentievermogen.".
Art. 17. L'article 26 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 16 mai 2014 et 28 dĂ©cembre 2019, est remplacĂ© par ce qui suit :
" Art. 26. A partir de l'année d'activité 2026, la subvention visée à l'article 23 est indexée au mois de janvier de chaque année d'activité en adaptant les montants visés à l'article 24, alinéa 1er, et à l'article 25, alinéa 1er, tels qu'indexés jusqu'alors conformément au présent article, selon la formule suivante :
Montant de la subvention Y = 20 % du montant de la subvention Y - 1 + (80 % du montant de la subvention Y - 1 x (indice santé lissé décembre Y - 1/indice santé lissé décembre Y - 2)).
Dans la formule visée à l'alinéa 1er, on entend par :
1° Y : l'année calendaire à laquelle la subvention se rapporte ;
2° indice santĂ© lissĂ© : l'indice des prix, visĂ© Ă  l'article 2, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 dĂ©cembre 1993 portant exĂ©cution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compĂ©titivitĂ© du pays. ".
Art. 18. In artikel 27 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 en 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 1, eerste lid, wordt de zinsnede ", eerste lid" vervangen door de zinsnede "en 25";
2° in paragraaf 1, derde lid, worden de woorden "worden bezorgd" vervangen door de woorden "werden bezorgd";
3° in paragraaf 1 wordt het vierde lid opgeheven;
4° in paragraaf 2, eerste lid, wordt de zinsnede "en een jaarafrekening per lokale preventiewerking voor de bijkomende subsidie, vermeld in artikel 24, tweede lid, op basis van de beoordeling van de registratiegegevens, vermeld in artikel 17/1, eerste lid, 1°, c), en van het financiële verslag, vermeld in artikel 17/1, eerste lid, 1°, d)" opgeheven.
Art. 18. A l'article 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 avril 2019 et 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 1er, alinéa 1er, le membre de phrase " à l'article 24, alinéa 1er " est remplacé par le membre de phrase " aux articles 24 et 25 " ;
2° au paragraphe 1er, alinéa 3, les mots " sont transmis " sont remplacés par les mots " ont été transmis " ;
3° au paragraphe 1er, l'alinéa 4 est abrogé ;
4° au paragraphe 2, alinéa 1er, le membre de phrase " et un décompte annuel par action locale de prévention pour la subvention supplémentaire, visée à l'article 24, alinéa 2, sur la base de l'évaluation des données d'enregistrement, visées à l'article 17/1, alinéa 1er, 1°, c), et du rapport financier, visé à l'article 17/1, alinéa 1er, 1°, d) " est abrogé.
Art. 19. In artikel 29 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 5 april 2019 en 12 mei 2023, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
1° in paragraaf 2 wordt de zin "De reserve wordt afzonderlijk bepaald, zowel voor de basissubsidie als voor de bijkomende subsidie voor de lokale preventiewerkingen." vervangen door de zin "Als een Logo beheerder is van een intergemeentelijke preventiewerking als vermeld in artikel 17/1, eerste lid, 1°, d), van dit besluit, wordt de reserve in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 17/1 van dit besluit, afzonderlijk bepaald en afzonderlijk behandeld van de reserve in het kader van de subsidie, vermeld in artikel 23 van dit besluit.";
2° paragraaf 4 wordt vervangen door wat volgt:
" § 4. Elke reserve is overdraagbaar naar een volgend werkingsjaar binnen een lopende erkenning of naar een volgende erkenning van dezelfde rechtspersoon of de rechtsopvolger ervan.".
Art. 19. A l'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 5 avril 2019 et 12 mai 2023, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° au paragraphe 2, la phrase " La rĂ©serve est dĂ©terminĂ©e individuellement, tant pour la subvention de base que pour la subvention supplĂ©mentaire pour les actions locales de prĂ©vention. " est remplacĂ©e par la phrase " Si un Logo est gestionnaire d'une action intercommunale de prĂ©vention telle que visĂ©e Ă  l'article 17/1, alinĂ©a 1er, 1°, d) du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la rĂ©serve dans le cadre de la subvention, visĂ©e Ă  l'article 17/1 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, est dĂ©terminĂ©e et traitĂ©e sĂ©parĂ©ment de la rĂ©serve dans le cadre de la subvention, visĂ©e Ă  l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. " ;
2° le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit :
" § 4. Chaque rĂ©serve est transfĂ©rable Ă  une annĂ©e d'activitĂ© ultĂ©rieure dans un agrĂ©ment en cours ou Ă  un agrĂ©ment ultĂ©rieur de la mĂȘme personne morale ou de son successeur. ".
Art. 20. Artikel 1 van de bijlage bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 20. L'article 1er de l'annexe au mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
HOOFDSTUK 2. - Overgangsbepaling
CHAPITRE 2. - Disposition transitoire
Art. 21. § 1. De rechtsopvolger van de Logo's die op 31 december 2024 erkend zijn voor een werkgebied dat zich bevindt in het Nederlandse taalgebied, wordt erkend als Logo voor het Nederlandse taalgebied als op 1 januari 2025 voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo's, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en 12 mei 2023 en bij artikel 3 van het voorliggend besluit.
Om erkend te worden vanaf 1 januari 2025, dient de rechtsopvolger, vermeld in het eerste lid, de aanvraag tot erkenning, vermeld in artikel 5, § 1, van het besluit van 30 januari 2009 betreffende de Logo's, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, uiterlijk op 1 november 2024 in bij de administratie.
§ 2. Het Logo dat op 31 december 2024 erkend is voor het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad, wordt erkend als Logo Brussel als op 1 januari 2025 voldaan is aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4 van het besluit van de Vlaamse Regering van 30 januari 2009 betreffende de Logo's, zoals gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse Regering van 29 mei 2009 en 12 mei 2023 en bij artikel 3 van het voorliggend besluit.
Om erkend te worden vanaf 1 januari 2025, dient het Logo, vermeld in het eerste lid, de aanvraag tot erkenning, vermeld in artikel 5, § 1, van het besluit van 30 januari 2009 betreffende de Logo's, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 12 mei 2023, uiterlijk op 1 november 2024 in bij de administratie.
Art. 21. § 1er. Le successeur des Logos qui sont agréés au 31 dĂ©cembre 2024 pour une zone d'action situĂ©e dans la rĂ©gion de langue nĂ©erlandaise, est agréé comme Logo pour la rĂ©gion de langue nĂ©erlandaise si, au 1er janvier 2025, il a Ă©tĂ© satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 janvier 2009 relatif aux Logos, tel que modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 mai 2009 et 12 mai 2023 et par l'article 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Pour ĂȘtre agréé Ă  partir du 1er janvier 2025, le successeur visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er introduit auprĂšs de l'administration, au plus tard le 1er novembre 2024, la demande d'agrĂ©ment visĂ©e Ă  l'article 5, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 30 janvier 2009 relatif aux Logos, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023.
§ 2. Le Logo qui est agréé au 31 dĂ©cembre 2024 pour la rĂ©gion bilingue de Bruxelles-Capitale, est agréé comme Logo pour Bruxelles si, au 1er janvier 2025, il a Ă©tĂ© satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 janvier 2009 relatif aux Logos, tel que modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 29 mai 2009 et 12 mai 2023 et par l'article 3 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Pour ĂȘtre agréé Ă  partir du 1er janvier 2025, le Logo visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er introduit auprĂšs de l'administration, au plus tard le 1er novembre 2024, la demande d'agrĂ©ment visĂ©e Ă  l'article 5, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du 30 janvier 2009 relatif aux Logos, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 12 mai 2023.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 22. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025, met uitzondering van artikel 4, dat in werking treedt op 1 november 2024.
Art. 22. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2025, Ă  l'exception de l'article 4, qui entre en vigueur le 1er novembre 2024.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gezondheids- en woonzorg, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le ministre flamand qui a les soins de santĂ© et les soins rĂ©sidentiels dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.