Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 MAART 2024. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen wat betreft de aanvraag om toelating tot verblijf wegens staatloosheid
Titre
10 MARS 2024. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers concernant la demande d'admission au séjour pour apatridie
Documentinformatie
Numac: 2024006724
Datum: 2024-03-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024006724
Date: 2024-03-10
Moniteur: Voir
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
CHAPITRE 1er. - Disposition générale
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
CHAPITRE 2. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
Art. 2. In artikel 1/2, § 1, tweede lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 18 december 2016 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 29 november 2022, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in de bepaling onder 1° worden de woorden "of die door de bevoegde Belgische autoriteiten erkend is als staatloze" vervangen door de woorden "of die door de bevoegde Belgische autoriteiten erkend is als staatloze dan wel is toegelaten tot een verblijf in het Rijk overeenkomstig artikel 57/45";
  b) er wordt een bepaling onder 6° /1 ingevoegd, luidende:
  "6° /1 artikel 57/37".
Art. 2. A l'article 1er/2, § 1er, alinéa 2, de de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, inséré par la loi du 18 décembre 2016, et modifié en dernier lieu par la loi du 29 novembre 2022, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le 1°, les mots "ou reconnu apatride par les autorités belges compétentes" sont remplacés par les mots "ou reconnu apatride par les autorités belges compétentes ou admis à séjourner dans le Royaume conformément à l'article 57/45";
  b) il est inséré un 6° /1 rédigé comme suit:
  "6° /1 article 57/37".
Art. 3. Artikel 9bis, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 september 2006 en gewijzigd bij de wet van 14 december 2015, wordt aangevuld met de bepaling onder 5°, luidende:
  "5° elementen die reeds ingeroepen werden in het kader van een aanvraag om toelating tot verblijf wegens staatloosheid bedoeld in artikel 57/38, met uitzondering van de elementen die werden aangehaald in het kader van een aanvraag die met toepassing van artikel 57/40 niet in overweging werd genomen.".
Art. 3. L'article 9bis, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 15 septembre 2006 et modifié par la loi du 14 décembre 2015, est complété par un 5° rédigé comme suit:
  "5° les éléments qui ont déjà été invoqués dans le cadre d'une demande d'admission au séjour pour apatridie visée à l'article 57/38, à l'exception des éléments invoqués dans le cadre d'une demande qui n'a pas été prise en considération en application de l'article 57/40.".
Art. 4. In artikel 11, § 1, tweede lid, van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 8 juli 2011, worden de woorden "dan wel van een vreemdeling die tot een verblijf in het Rijk is toegelaten overeenkomstig artikel 57/45" ingevoegd tussen de woorden "die de subsidiaire bescherming geniet" en de woorden ", met wie de bloed- of aanverwantschapsbanden al bestonden".
Art. 4. Dans l'article 11, § 1er, alinéa 2, de la même loi, remplacé par la loi du 8 juillet 2011, les mots "ou d'un étranger admis à séjourner dans le Royaume conformément à l'article 57/45" sont insérés entre les mots "étranger bénéficiant de la protection subsidiaire" et les mots "dont les liens de parenté ou d'alliance sont antérieurs".
Art. 5. In artikel 12bis van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 augustus 1993, vervangen bij de wet van 8 juli 2011 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 17 mei 2016, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  a) in paragraaf 1, tweede lid, 4°, worden de woorden "of indien hij de ouder is van een minderjarige erkende vluchteling of minderjarige die de subsidiaire bescherming geniet als bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 7° " vervangen door de woorden "of indien hij de ouder is zoals bedoeld in artikel 10, § 1, eerste lid, 7° ";
  b) in paragraaf 5, eerste zin, worden de woorden "van een vreemdeling die tot een verblijf in het Rijk is toegelaten overeenkomstig artikel 57/45 of" ingevoegd tussen de woorden "Wanneer het familielid of de familieleden" en de woorden "van een als vluchteling erkende vreemdeling of van een vreemdeling die de subsidiaire bescherming geniet".
Art. 5. A l'article 12bis de la même loi, inséré par la loi du 6 août 1993, remplacé par la loi du 8 juillet 2011 et modifié en dernier lieu par la loi du 17 mai 2016, les modifications suivantes sont apportées:
  a) dans le paragraphe 1er, alinéa 2, 4°, les mots "ou s'il est l'auteur d'un mineur reconnu réfugié ou d'un mineur bénéficiant de la protection subsidiaire visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 7° " sont remplacés par les mots "ou s'il est l'auteur tel que visé à l'article 10, § 1er, alinéa 1er, 7° ";
  b) dans le paragraphe 5, la première phrase, les mots "d'un étranger admis à séjourner dans le Royaume conformément à l'article 57/45 ou" sont insérés entre les mots "Lorsque le ou les membres de la famille" et les mots "d'un étranger reconnu réfugié ou bénéficiant de la protection subsidiaire".
Art. 6. Artikel 57/6, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 14 juli 1987, vervangen bij de wet van 15 september 2006 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, wordt aangevuld met de bepaling onder 16°, luidende:
  "16° om het advies te verstrekken bedoeld in artikel 57/41, § 1.".
Art. 6. L'article 57/6, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 14 juillet 1987, remplacé par la loi du 15 septembre 2006 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 novembre 2017, est complété par un 16° rédigé comme suit:
  "16° pour rendre l'avis visé à l'article 57/41, § 1er.".
Art. 7. Artikel 57/27, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2015, wordt aangevuld met de bepaling onder 6), luidende:
  "6) met betrekking tot de gegevens die in het kader van het advies over de aanvraag om toelating tot verblijf wegens staatloosheid bedoeld in artikel 57/41, § 1, ter kennis worden gebracht van de Dienst Vreemdelingenzaken.".
Art. 7. L'article 57/27, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 10 aout 2015, est complété par un 6) rédigé comme suit:
  "6) concernant des données qui sont portées à la connaissance de l'Office des étrangers dans le cadre de l'avis relatif à la demande d'admission au séjour pour apatridie visée à l'article 57/41, § 1er.".
Art. 8. In titel II van dezelfde wet wordt een hoofdstuk IIter ingevoegd, luidende "Staatlozen".
Art. 8. Dans le titre II de la même loi, il est inséré un chapitre IIter intitulé "Apatrides".
Art. 9. In hoofdstuk IIter, ingevoegd bij artikel 8, wordt een artikel 57/37 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/37. De vreemdeling verkrijgt een toelating tot verblijf wegens staatloosheid indien hij voldoet aan de volgende voorwaarden:
  1° hij voldoet aan de voorwaarden van artikel 1 van het Verdrag van New York van 28 september 1954 betreffende de Status van Staatlozen;
  2° hij toont zijn identiteit en herkomst aan;
  3° hij heeft buiten zijn wil zijn nationaliteit verloren of nooit over een nationaliteit beschikt;
  4° hij kan geen nationaliteit van een andere Staat verwerven of herkrijgen;
  5° hij heeft of kan geen wettige en duurzame verblijfstitel verkrijgen in een andere Staat waarmee hij banden zou hebben en tot dewelke hij effectief toegelaten zou worden;
  6° hij vormt geen gevaar voor de openbare orde of de nationale veiligheid.".
Art. 9. Dans le chapitre IIter inséré par l'article 8, il est inséré un article 57/37 rédigé comme suit:
  "Art. 57/37. L'étranger obtient une admission au séjour pour apatridie s'il remplit les conditions suivantes:
  1° il satisfait aux conditions prévues à l'article 1er de la Convention de New York du 28 septembre 1954 relative au Statut des Apatrides;
  2° il démontre son identité et sa provenance;
  3° il a involontairement perdu sa nationalité ou n'en a jamais possédé une;
  4° il ne peut pas acquérir ou recouvrer la nationalité d'un autre Etat;
  5° il ne dispose pas de titre de séjour légal et durable ou ne peut pas en obtenir un dans un autre Etat avec lequel il aurait des liens et auquel il serait effectivement admis;
  6° il ne constitue pas une menace pour l'ordre public ou la sécurité nationale.".
Art. 10. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/38 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/38. § 1. De aanvraag om toelating tot verblijf wegens staatloosheid wordt per aangetekende brief ingediend bij de minister of zijn gemachtigde en bevat het adres van de effectieve verblijfplaats van de vreemdeling in België.
  Indien de door de vreemdeling voorgelegde stukken in een andere taal dan een van de drie landstalen of het Engels zijn opgesteld, worden zij vergezeld van een vertaling in een van de drie landstalen of het Engels.
  Bij gebrek aan een vertaling zoals bedoeld in het tweede lid, kan de vreemdeling de door hem voorgelegde stukken, indien zij in een andere taal dan één van de drie landstalen of het Engels zijn opgesteld, toelichten tijdens een persoonlijk onderhoud, in voorkomend geval via een aanwezige tolk. Deze toelichting betreft minstens de relevante gegevens van de voorgelegde stukken.
  Bij gebrek aan enige vertaling voorzien door de vreemdeling, zijn de met het onderzoek belaste instanties niet verplicht om elk door de vreemdeling voorgelegd stuk in zijn volledigheid te vertalen naar een van de drie landstalen of het Engels. Het volstaat om de relevante gegevens van de voorgelegde stukken vast te stellen en deze te vertalen.
  § 2. De vreemdeling die een nieuwe aanvraag indient, wordt geacht afstand te doen van de eerder ingediende hangende aanvragen.".
Art. 10. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/38 rédigé comme suit:
  "Art. 57/38. § 1er. La demande d'admission au séjour pour apatridie est introduite par pli recommandé auprès du ministre ou de son délégué et contient l'adresse de la résidence effective de l'étranger en Belgique.
  S'ils sont rédigés dans une autre langue qu'une des trois langues nationales ou l'anglais, les documents présentés par l'étranger sont accompagnés d'une traduction vers l'une des trois langues nationales ou vers l'anglais.
  En l'absence de la traduction visée à l'alinéa 2, si les documents soumis par l'étranger sont rédigés dans une langue autre que l'une des trois langues nationales ou l'anglais, l'étranger peut les commenter au cours d'un entretien personnel, le cas échéant assisté d'un interprète présent. Ce commentaire concerne au moins les informations pertinentes contenues dans les documents présentés.
  En l'absence de toute traduction fournie par l'étranger, les instances chargées de l'examen ne sont pas tenues de traduire intégralement chaque document soumis par l'étranger vers l'une des trois langues nationales ou vers l'anglais. Il suffit d'identifier les informations pertinentes des documents soumis et de les traduire.
  § 2. L'étranger qui introduit une nouvelle demande est réputé se désister des demandes pendantes introduites antérieurement.".
Art. 11. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/39 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/39. Bij de indiening van de aanvraag komt het aan de vreemdeling toe om aan te tonen dat hij voldoet aan de voorwaarden bepaald in artikel 57/37. De vreemdeling brengt hiervoor alle nodige elementen aan. De met het onderzoek van de aanvraag belaste instanties werken samen met de vreemdeling voor de vaststelling van de relevante elementen van de aanvraag. De met het onderzoek belaste instanties hebben tot taak om de relevante elementen van de aanvraag te beoordelen.
  De in het eerste lid bedoelde elementen omvatten onder meer de verklaringen van de vreemdeling en alle documentatie in zijn bezit over zijn identiteit, herkomst, eerdere nationaliteiten(en), leeftijd, achtergrond, ook die van de relevante familieleden, land(en) en plaats(en) van eerder verblijf of waarmee hij een band heeft, reisroutes, identiteits- en reisdocumenten, en de redenen die tot zijn staatloosheid hebben geleid.".
Art. 11. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/39 rédigé comme suit:
  "Art. 57/39. Lors de l'introduction de la demande, il appartient à l'étranger de démontrer qu'il remplit les conditions prévues à l'article 57/37. A cette fin, l'étranger apporte tous les éléments nécessaires. Les instances chargées de l'examen de la demande coopèrent avec l'étranger pour la détermination des éléments pertinents de la demande. Les instances chargées de l'examen de la demande ont pour tâche d'évaluer les éléments pertinents de la demande.
  Les éléments visés à l'alinéa 1er comprennent notamment les déclarations de l'étranger et tous les documents ou pièces en sa possession concernant son identité, son origine, sa ou ses nationalités antérieures, son âge, son passé, y compris ceux des membres de la famille à prendre en compte, le ou les pays ainsi que le ou les lieux où il a résidé auparavant, ou avec lesquels il a un lien, ses itinéraires, ses titres d'identité et de voyage, et les raisons qui ont conduit à son apatridie.".
Art. 12. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/40 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/40. De minister of zijn gemachtigde neemt de aanvraag niet in overweging in de volgende gevallen:
  1° de aanvraag werd niet ingediend overeenkomstig de voorwaarden van artikel 57/38, § 1, eerste lid,
  2° de aangehaalde elementen werden reeds onderzocht bij een eerdere aanvraag om toelating tot verblijf wegens staatloosheid op grond van dit hoofdstuk, die ten gronde werd afgewezen;
  3° de vreemdeling voldoet kennelijk niet aan de voorwaarden zoals bepaald in artikel 57/37;
  4° de vreemdeling is reeds toegelaten of gemachtigd tot een verblijf van onbeperkte duur in het Rijk;
  5° de vreemdeling kan niet aantonen dat hij eerder beschikte over ofwel een wettig verblijf van meer dan drie maanden ofwel een verblijf gedekt als verzoeker om internationale bescherming.".
Art. 12. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/40 rédigé comme suit:
  "Art. 57/40. Le ministre ou son délégué ne prend pas la demande en considération dans les cas suivants:
  1° la demande n'a pas été introduite conformément aux conditions de l'article 57/38, § 1er, alinéa 1er;
  2° les éléments invoqués ont déjà été examinés lors d'une précédente demande d'admission au séjour pour apatridie sur la base de ce chapitre qui a été rejetée sur le fond;
  3° l'étranger ne remplit manifestement pas les conditions visées à l'article 57/37;
  4° l'étranger est déjà admis ou autorisé à séjourner dans le Royaume pour une durée illimitée;
  5° l'étranger ne peut pas démontrer qu'il disposait antérieurement, soit d'un séjour légal de plus de trois mois, soit d'un séjour couvert en tant que demandeur de protection internationale.".
Art. 13. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/41 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/41. § 1. Indien geen toepassing wordt gemaakt van artikel 57/40, maakt de minister of zijn gemachtigde de aanvraag over aan de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, teneinde een advies te verkrijgen omtrent de voorwaarden bedoeld in artikel 57/37, 1° tot 5°. Wat betreft de voorwaarde voorzien bij artikel 57/37, 1°, is de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen desgevallend gebonden door een eerdere definitieve beslissing in het kader van artikel 572bis, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek.
  De Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen zendt ten laatste drie maanden na de ontvangst van de aanvraag, zijn gemotiveerd advies over aan de minister of zijn gemachtigde, alsook alle elementen die nodig zijn voor de beoordeling van de aanvraag.
  De minister of zijn gemachtigde neemt ten laatste drie maanden na de ontvangst van het advies een beslissing over de aanvraag.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde kan de aanvraag volgens een versnelde onderzoeksprocedure behandelen indien de vreemdeling zich bevindt in een welbepaalde plaats zoals bedoeld in de artikelen 74/8 of 74/9, of het voorwerp uitmaakt van een veiligheidsmaatregel zoals bedoeld in artikel 68.
  In dit geval worden de termijnen bedoeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, ingekort tot vijftien dagen.
  § 3. Indien een beslissing in het kader van artikel 572bis, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek wordt gewezen, worden de termijnen bedoeld in paragraaf 1, tweede en derde lid, van rechtswege geschorst totdat deze beslissing definitief geworden is.".
Art. 13. Dans le même chapitre IIter il est inséré un article 57/41 rédigé comme suit:
  "Art. 57/41. § 1er. Lorsqu'il n'est pas fait application de l'article 57/40, le ministre ou son délégué transmet la demande au Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides afin d'obtenir un avis quant aux conditions visées à l'article 57/37, 1° à 5°. En ce qui concerne la condition prévue à l'article 57/37, 1°, le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides est lié, le cas échéant, par une décision définitive antérieure rendue dans le cadre de l'article 572bis, 1°, du Code judiciaire.
  Le Commissaire général aux réfugiés et apatrides transmet son avis motivé au ministre ou à son délégué, ainsi que tous les éléments nécessaires à l'évaluation de la demande, au plus tard dans les trois mois qui suivent la réception de la demande.
  Le ministre ou son délégué prend une décision sur la demande au plus tard dans les trois mois à compter de la réception de l'avis.
  § 2. Le ministre ou son délégué peut traiter une demande selon une procédure d'examen accélérée lorsque l'étranger se trouve dans un lieu déterminé tel que visé dans les articles 74/8 ou 74/9, ou fait l'objet d'une mesure de sûreté telle que visée à l'article 68.
  Dans ce cas, les délais visés au paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, sont réduits à quinze jours.
  § 3. Si une décision est rendue dans le cadre de l'article 572bis, 1°, du Code judiciaire, les délais visés au paragraphe 1er, alinéas 2 et 3, sont suspendus de plein droit jusqu'à ce que cette décision soit devenue définitive.".
Art. 14. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/42 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/42. De behandeling van de aanvraag wordt opgeschort indien de vreemdeling een verzoek om internationale bescherming heeft ingediend. De opschorting geldt totdat een definitieve beslissing wordt genomen over het verzoek om internationale bescherming.
  In afwijking van het eerste lid wordt de behandeling van het verzoek niet opgeschort indien de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen van oordeel is dat hij het advies bedoeld in artikel 57/41 kan uitbrengen zonder een definitieve beslissing over het verzoek om internationale bescherming af te wachten.
  Indien de vluchtelingenstatus of de subsidiaire beschermingsstatus wordt toegekend, wordt de aanvraag van rechtswege zonder voorwerp.".
Art. 14. Dans le même chapitre IIter il est inséré un article 57/42 rédigé comme suit:
  "Art. 57/42. Le traitement de la demande est suspendu si l'étranger a introduit une demande de protection internationale. La suspension s'applique jusqu'à ce qu'une décision finale soit prise au sujet de la demande de protection internationale.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, le traitement de la demande n'est pas suspendu si le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides estime pouvoir rendre l'avis visé à l'article 57/41 sans attendre une décision finale au sujet de la demande de protection internationale.
  Si le statut de réfugié ou le statut de protection subsidiaire est accordé, la demande devient sans objet de plein droit.".
Art. 15. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/43 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/43. § 1. De minister of zijn gemachtigde of de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen kan de vreemdeling tijdens elke fase van de procedure horen of verzoeken om bijkomende inlichtingen te verstrekken.
  De Koning bepaalt de nadere regels voor het gehoor en het verzoek om inlichtingen.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde neemt een beslissing tot beëindiging van de behandeling van de aanvraag indien:
  1° de vreemdeling zich niet aanmeldt op de in de oproeping vastgestelde datum en hiervoor geen geldige reden opgeeft;
  2° de vreemdeling geen gevolg geeft aan het verzoek om inlichtingen binnen de dertig dagen na verzending van dit verzoek en hiervoor geen geldige reden opgeeft.".
Art. 15. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/43 rédigé comme suit:
  "Art. 57/43. § 1er. Le ministre ou son délégué ou le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides peut, à chaque étape de la procédure, entendre l'étranger ou lui demander qu'il fournisse des renseignements supplémentaires.
  Le Roi fixe les modalités de l'audition et de la demande de renseignements.
  § 2. Le ministre ou son délégué prend une décision qui clôture l'examen de la demande lorsque:
  1° l'étranger ne se présente pas à la date fixée dans la convocation et ne donne pas de motif valable à ce sujet;
  2° l'étranger ne donne pas suite à une demande de renseignements dans les trente jours suivant l'envoi de celle-ci et ne donne pas de motif valable à ce sujet.".
Art. 16. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/44 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/44. Onverminderd artikel 57/40 weigert de minister of zijn gemachtigde de aanvraag indien de vreemdeling niet voldoet aan de voorwaarden van artikel 57/37.
  Indien de minister of zijn gemachtigde de aanvraag weigert omdat niet voldaan is aan de voorwaarden van artikel 57/37, 6°, dient het advies bedoeld in artikel 57/41 niet te worden verstrekt. Dit advies moet ook niet verstrekt worden indien er een definitieve negatieve beslissing bestaat in het kader van artikel 572bis, 1°, van het Gerechtelijk Wetboek.".
Art. 16. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/44 rédigé comme suit:
  "Art. 57/44. Sans préjudice de l'article 57/40, le ministre ou son délégué refuse la demande lorsque l'étranger ne remplit pas les conditions de l'article 57/37.
  Si le ministre ou son délégué refuse la demande parce que les conditions de l'article 57/37, 6°, ne sont pas remplies, l'avis visé à l'article 57/41 ne doit pas être fourni. Cet avis ne doit pas non plus être fourni s'il existe une décision négative définitive en vertu de l'article 572bis, 1°, du Code judiciaire.".
Art. 17. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/45 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/45. Indien de vreemdeling voldoet aan de voorwaarden van artikel 57/37, wordt hij toegelaten tot een verblijf van beperkte duur voor een periode van vijf jaar. Na afloop van deze periode, te rekenen vanaf de toekenning van de toelating tot verblijf, wordt de vreemdeling tot een verblijf van onbeperkte duur toegelaten.".
Art. 17. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/45 rédigé comme suit:
  "Art. 57/45. Lorsque l'étranger remplit les conditions de l'article 57/37, il est admis au séjour d'une durée limitée pour une période de cinq ans. A l'issue de cette période, à compter de l'octroi de l'admission au séjour, l'étranger est admis au séjour pour une durée illimitée.".
Art. 18. In hetzelfde hoofdstuk IIter wordt een artikel 57/46 ingevoegd, luidende:
  "Art. 57/46. Onverminderd de artikelen 21, 22, 23 en 74/20, kan het verblijf worden beëindigd wanneer de vreemdeling niet langer voldoet aan de voorwaarden van artikel 57/37.
  De minister of zijn gemachtigde kan hiervoor op eigen initiatief het verblijf heronderzoeken en desgevallend de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen verzoeken om een nieuw advies met betrekking tot de voorwaarden bedoeld in artikel 57/37, 1° tot 5°.
  De beslissing bedoeld in het eerste lid kan enkel worden genomen ten aanzien van de vreemdeling die is toegelaten tot een verblijf van beperkte duur.".
Art. 18. Dans le même chapitre IIter, il est inséré un article 57/46 rédigé comme suit:
  "Art. 57/46. Sans préjudice des articles 21, 22, 23 et 74/20, il peut être mis fin au séjour si l'étranger ne remplit plus les conditions de l'article 57/37.
  A cette fin, le ministre ou son délégué peut réexaminer le séjour de sa propre initiative et, le cas échéant, il peut demander un nouvel avis au Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides quant aux conditions visées à l'article 57/37, 1° à 5°.
  La décision visée à l'alinéa 1er ne peut être prise qu'à l'égard de l'étranger qui a été admis à un séjour d'une durée limitée.".