Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
1° afsprakenkader en ondersteuningsplan: het afsprakenkader en ondersteuningsplan, vermeld in artikel 5;
2° eerstelijnszone, afgekort ELZ: het werkgebied van de zorgraad, vermeld in artikel 13 van het decreet van 26 april 2019 betreffende de organisatie van de eerstelijnszorg, de regionale zorgplatformen en de ondersteuning van de eerstelijnszorgaanbieders;
3° jeugdhulpaanbieder: een jeugdhulpaanbieder als vermeld in artikel 2, § 1, 27°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp;
4° jongere: een minderjarige als vermeld in artikel 2, § 1, 36°, van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp, of een persoon die daarmee wordt gelijkgesteld conform artikel 18, § 3, van het voormelde decreet;
5° ouders: de ouders, vermeld in artikel 3, § 1, 6°, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten;
6° samenwerkingsverband één gezin, één plan, afgekort samenwerkingsverband 1G1P: de samenwerkingsverbanden één gezin, één plan hebben als doel om, samen met minimaal de basisvoorzieningen en de jeugdhulpaanbieders die erkend zijn voor gespecialiseerde rechtstreeks toegankelijke jeugdhulpverlening in het werkingsgebied, een gecoördineerd en laagdrempelig rechtstreeks toegankelijk zorgaanbod uit te bouwen;
7° sociale dienst: de Sociale Dienst Jeugdrechtbank, vermeld in artikel 56 van het decreet van 12 juli 2013 betreffende de integrale jeugdhulp.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 MEI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering over het afsprakenkader en ondersteuningsplan voor jongeren die in het kader van de jeugdhulpverlening in een onderwijsinternaat verblijven
Titre
3 MAI 2024. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au cadre d'accord et au plan d'assistance pour des jeunes séjournant dans un internat de l'enseignement dans le cadre de l'aide à la jeunesse
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
Tekst (12)
Texte (12)
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepalingen
CHAPITRE 1er. - Dispositions générales
Article 1er. Dans le présent arrêté, on entend par :
1° cadre d'accords et plan d'assistance : le cadre d'accords et le plan d'assistance visés à l'article 5 ;
2° zone de première ligne, abrégée ELZ : la zone d'action du conseil des soins visée à l'article 13 du décret du 26 avril 2019 relatif à l'organisation des soins de première ligne, des plateformes régionales de soins, et du soutien des prestataires de soins de première ligne ;
3° offreur d'aide à la jeunesse : un offreur d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 2, § 1er, 27°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
4° jeune : un mineur tel que visé à l'article 2, § 1er, 36°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou une personne qui y est assimilée conformément à l'article 18, § 3, du décret précité ;
5° parents : les parents visés à l'article 3, § 1er, 6°, du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement ;
6° partenariat " une famille, un plan ", abrégé partenariat 1G1P : les partenariats " une famille, un plan " (één gezin, één plan) visent à développer une offre de soins coordonnée et facilement et directement accessible en collaboration avec au moins les équipements collectifs de base et les offreurs d'aide à la jeunesse agréés pour l'aide à la jeunesse spécialisée et directement accessible dans la zone d'action ;
7° service social : le service social du tribunal de la jeunesse visé à l'article 56 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.
1° cadre d'accords et plan d'assistance : le cadre d'accords et le plan d'assistance visés à l'article 5 ;
2° zone de première ligne, abrégée ELZ : la zone d'action du conseil des soins visée à l'article 13 du décret du 26 avril 2019 relatif à l'organisation des soins de première ligne, des plateformes régionales de soins, et du soutien des prestataires de soins de première ligne ;
3° offreur d'aide à la jeunesse : un offreur d'aide à la jeunesse tel que visé à l'article 2, § 1er, 27°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse ;
4° jeune : un mineur tel que visé à l'article 2, § 1er, 36°, du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse, ou une personne qui y est assimilée conformément à l'article 18, § 3, du décret précité ;
5° parents : les parents visés à l'article 3, § 1er, 6°, du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement ;
6° partenariat " une famille, un plan ", abrégé partenariat 1G1P : les partenariats " une famille, un plan " (één gezin, één plan) visent à développer une offre de soins coordonnée et facilement et directement accessible en collaboration avec au moins les équipements collectifs de base et les offreurs d'aide à la jeunesse agréés pour l'aide à la jeunesse spécialisée et directement accessible dans la zone d'action ;
7° service social : le service social du tribunal de la jeunesse visé à l'article 56 du décret du 12 juillet 2013 relatif à l'aide intégrale à la jeunesse.
Art. 2. Dit besluit is van toepassing op de onderwijsinternaten die erkend, gefinancierd of gesubsidieerd zijn conform artikel 6 en 23 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten en de samenwerkingsverbanden 1G1P, vermeld in artikel 2 van het besluit van de Vlaamse Regering van 26 januari 2024 tot toekenning van subsidies van de Vlaamse Gemeenschap voor het jaar 2024 aan verschillende organisaties in het raam van de samenwerkingsverbanden `1 gezin, 1 plan'.
Art. 2. Le présent arrêté s'applique aux internats de l'enseignement agréés, financés ou subventionnés conformément aux articles 6 et 23 du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement et les partenariats 1G1P visés à l'article 2 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 26 janvier 2024 octroyant des subventions de la Communauté flamande pour l'année 2024 à diverses organisations dans le cadre des partenariats " une famille, un plan ".
HOOFDSTUK 2. - Afsprakenkader en ondersteuningsplan
CHAPITRE 2. - Cadre d'accords et plan d'assistance
Art. 3. § 1. Vóór de inschrijving van jongeren die in het kader van de jeugdhulpverlening in een onderwijsinternaat verblijven, worden voor die jongeren, na een grondige analyse van de ondersteuningsnoden en zorgvragen, een van de volgende drie trajecten vooropgesteld:
1° traject 1: voor jongeren voor wie er geen bijkomende ondersteuning dan het verblijf in een onderwijsinternaat en een aantal afspraken over het verblijf nodig zijn;
2° traject 2: voor jongeren bij wie louter een verblijf in een onderwijsinternaat onvoldoende is, als de jongere zelf en het internaat een bijkomende vraag tot en nood aan ondersteuning hebben. De bijkomende ondersteuning wordt op maat gerealiseerd door een effectieve begeleiding door een jeugdhulpaanbieder in de nabije omgeving;
3° traject 3: voor jongeren bij wie de situatie in traject 2 vastloopt of voor jongeren die in afwachting van een plek in een welzijnsvoorziening tijdelijk in een onderwijsinternaat verblijven. Voor de voormelde jongeren is een heroriëntering naar een andere setting dan het onderwijsinternaat vereist. In afwachting van de voormelde heroriëntering voorzien de betrokken jeugdhulpaanbieders in een substantiële bijkomende ondersteuning van het onderwijsinternaat.
De inschatting, vermeld in het eerste lid, gebeurt op basis van onderling overleg met de jongere, de ouders, het onderwijsinternaat, de betrokken jeugdhulpaanbieders en, in voorkomend geval, de bevoegde jeugdrechter en de sociale dienst.
§ 2. Het vooropgestelde traject, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan gedurende het verblijf van de jongere in het onderwijsinternaat veranderen. De betrokken partijen maken de nodige afspraken over de evaluatie van de zorg- en ondersteuningsnoden.
§ 3. Als de betrokken jeugdhulpaanbieders niet bekend zijn bij het onderwijsinternaat, neemt het onderwijsinternaat contact op met het samenwerkingsverband 1G1P van de ELZ waar het internaat zich bevindt.
1° traject 1: voor jongeren voor wie er geen bijkomende ondersteuning dan het verblijf in een onderwijsinternaat en een aantal afspraken over het verblijf nodig zijn;
2° traject 2: voor jongeren bij wie louter een verblijf in een onderwijsinternaat onvoldoende is, als de jongere zelf en het internaat een bijkomende vraag tot en nood aan ondersteuning hebben. De bijkomende ondersteuning wordt op maat gerealiseerd door een effectieve begeleiding door een jeugdhulpaanbieder in de nabije omgeving;
3° traject 3: voor jongeren bij wie de situatie in traject 2 vastloopt of voor jongeren die in afwachting van een plek in een welzijnsvoorziening tijdelijk in een onderwijsinternaat verblijven. Voor de voormelde jongeren is een heroriëntering naar een andere setting dan het onderwijsinternaat vereist. In afwachting van de voormelde heroriëntering voorzien de betrokken jeugdhulpaanbieders in een substantiële bijkomende ondersteuning van het onderwijsinternaat.
De inschatting, vermeld in het eerste lid, gebeurt op basis van onderling overleg met de jongere, de ouders, het onderwijsinternaat, de betrokken jeugdhulpaanbieders en, in voorkomend geval, de bevoegde jeugdrechter en de sociale dienst.
§ 2. Het vooropgestelde traject, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan gedurende het verblijf van de jongere in het onderwijsinternaat veranderen. De betrokken partijen maken de nodige afspraken over de evaluatie van de zorg- en ondersteuningsnoden.
§ 3. Als de betrokken jeugdhulpaanbieders niet bekend zijn bij het onderwijsinternaat, neemt het onderwijsinternaat contact op met het samenwerkingsverband 1G1P van de ELZ waar het internaat zich bevindt.
Art. 3. § 1er. Avant l'inscription des jeunes séjournant dans un internat de l'enseignement dans le cadre de l'aide à la jeunesse, l'un des trois parcours suivants est proposé pour ces jeunes après une analyse approfondie des besoins de soutien et des demandes de soins :
1° parcours 1 : pour des jeunes qui n'ont pas besoin de soutien supplémentaire autre que le séjour dans un internat de l'enseignement et certains accords en matière de séjour ;
2° parcours 2 : pour des jeunes pour lesquels un simple séjour dans un internat de l'enseignement est insuffisant, si le jeune lui-même et l'internat ont une demande et un besoin de soutien supplémentaires. Le soutien supplémentaire est personnalisé grâce à un accompagnement efficace par un offreur d'aide à la jeunesse situé à proximité ;
3° parcours 3 : pour des jeunes pour lequel la situation dans le parcours 2 est bloquée ou pour des jeunes qui séjournent temporairement dans un internat de l'enseignement dans l'attente d'une place dans une structure de l'aide sociale. Pour les jeunes précités, une réorientation vers un autre cadre que l'internat de l'enseignement est requise. Dans l'attente de la réorientation précitée, les offreurs d'aide à la jeunesse concernés apportent un soutien supplémentaire substantiel à l'internat de l'enseignement.
L'évaluation visée à l'alinéa 1er, est effectuée sur la base d'un commun accord avec le jeune, les parents, l'internat de l'enseignement, les offreurs d'aide à la jeunesse concernés et, le cas échéant, le juge de la jeunesse compétent et le service social.
§ 2. Le parcours proposé visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut changer lors du séjour du jeune dans l'internat de l'enseignement. Les parties concernées prennent les accords nécessaires concernant l'évaluation des besoins de soins et de soutien.
§ 3. Si l'internat de l'enseignement ne connaît pas les offreurs d'aide à la jeunesse concernés, il contacte le partenariat 1G1P de l'ELZ où se trouve l'internat.
1° parcours 1 : pour des jeunes qui n'ont pas besoin de soutien supplémentaire autre que le séjour dans un internat de l'enseignement et certains accords en matière de séjour ;
2° parcours 2 : pour des jeunes pour lesquels un simple séjour dans un internat de l'enseignement est insuffisant, si le jeune lui-même et l'internat ont une demande et un besoin de soutien supplémentaires. Le soutien supplémentaire est personnalisé grâce à un accompagnement efficace par un offreur d'aide à la jeunesse situé à proximité ;
3° parcours 3 : pour des jeunes pour lequel la situation dans le parcours 2 est bloquée ou pour des jeunes qui séjournent temporairement dans un internat de l'enseignement dans l'attente d'une place dans une structure de l'aide sociale. Pour les jeunes précités, une réorientation vers un autre cadre que l'internat de l'enseignement est requise. Dans l'attente de la réorientation précitée, les offreurs d'aide à la jeunesse concernés apportent un soutien supplémentaire substantiel à l'internat de l'enseignement.
L'évaluation visée à l'alinéa 1er, est effectuée sur la base d'un commun accord avec le jeune, les parents, l'internat de l'enseignement, les offreurs d'aide à la jeunesse concernés et, le cas échéant, le juge de la jeunesse compétent et le service social.
§ 2. Le parcours proposé visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, peut changer lors du séjour du jeune dans l'internat de l'enseignement. Les parties concernées prennent les accords nécessaires concernant l'évaluation des besoins de soins et de soutien.
§ 3. Si l'internat de l'enseignement ne connaît pas les offreurs d'aide à la jeunesse concernés, il contacte le partenariat 1G1P de l'ELZ où se trouve l'internat.
Art. 4. Voor alle jongeren die in het kader van de jeugdhulpverlening in een onderwijsinternaat verblijven, wordt een afsprakenkader en ondersteuningsplan opgesteld. Voor jongeren die traject 1, vermeld in artikel 3, § 1, eerste lid, 1°, volgen, is het afsprakenkader en ondersteuningsplan beperkt tot de afspraken die zijn opgenomen in het afsprakenkader.
Art. 4. Un cadre d'accords et un plan d'assistance sont élaborés pour tous les jeunes séjournant dans un internat de l'enseignement dans le cadre de l'aide à la jeunesse. Pour des jeunes suivant le parcours 1 visé à l'article 3, § 1er, alinéa 1er, 1°, le cadre d'accords et le plan d'assistance sont limités aux accords repris dans le cadre d'accords.
Art. 5. § 1. Het afsprakenkader en ondersteuningsplan, vermeld in artikel 14 van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten, komt tot stand in overleg met:
1° de jongere;
2° de ouders;
3° het onderwijsinternaat;
4° de betrokken jeugdhulpaanbieders, eventueel een vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband 1G1P en, in voorkomend geval, de sociale dienst;
5° als dat nodig is, kan het CLB van de school waar de jongere is ingeschreven, betrokken worden vanuit zijn opdracht om leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school en in de maatschappij en vanuit zijn functie brede instap.
In het eerste lid, 5°, wordt verstaan onder CLB: een CLB als vermeld in artikel 3, § 1, 3°, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten.
§ 2. Het afsprakenkader, vermeld in paragraaf 1, omvat minimaal de volgende elementen:
1° de gegevens van de contactpersonen van het onderwijsinternaat;
2° de gegevens van de ouders;
3° de gegevens van de contactpersonen van de betrokken jeugdhulpaanbieders en eventueel een vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband 1G1P en, in voorkomend geval, de sociale dienst;
4° de zorgen, krachten en doelen van de jongere en het onderwijsinternaat die worden gekaderd in de context van de jongere en het onderwijsinternaat;
5° de samenwerkingsafspraken, met inbegrip van financiële afspraken;
6° de afspraken over de opvolging van de jongere;
7° het verloop van het verblijf in het onderwijsinternaat, met aandacht voor de weekend- en vakantieregeling buiten het onderwijsinternaat;
8° de afspraken in geval van een eventuele evolutie in zorgvraag;
9° de evaluatiemomenten.
§ 3. Het ondersteuningsplan, vermeld in paragraaf 1, omvat minimaal de volgende elementen:
1° de geboden ondersteuning op maat van de jongere, zijn context of zijn gezin en het onderwijsinternaat vanuit een of meer jeugdhulpaanbieders door de inzet van personeel en middelen;
2° de samenwerkingsafspraken op gezins- en sociaalnetwerkniveau;
3° de afspraken over de regie van het ondersteuningsplan;
4° de afspraken over de uitstroom;
5° de afspraken over evaluatie en contactmomenten.
§ 4. Het afsprakenkader en ondersteuningsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ondertekend door:
1° de jongere;
2° de ouders;
3° het onderwijsinternaat;
4° de betrokken jeugdhulpaanbieders die de afgesproken ondersteuning zullen realiseren en, in voorkomend geval, de sociale dienst.
1° de jongere;
2° de ouders;
3° het onderwijsinternaat;
4° de betrokken jeugdhulpaanbieders, eventueel een vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband 1G1P en, in voorkomend geval, de sociale dienst;
5° als dat nodig is, kan het CLB van de school waar de jongere is ingeschreven, betrokken worden vanuit zijn opdracht om leerlingen te begeleiden in hun functioneren op school en in de maatschappij en vanuit zijn functie brede instap.
In het eerste lid, 5°, wordt verstaan onder CLB: een CLB als vermeld in artikel 3, § 1, 3°, van het decreet van 16 juni 2023 over de onderwijsinternaten.
§ 2. Het afsprakenkader, vermeld in paragraaf 1, omvat minimaal de volgende elementen:
1° de gegevens van de contactpersonen van het onderwijsinternaat;
2° de gegevens van de ouders;
3° de gegevens van de contactpersonen van de betrokken jeugdhulpaanbieders en eventueel een vertegenwoordiger van het samenwerkingsverband 1G1P en, in voorkomend geval, de sociale dienst;
4° de zorgen, krachten en doelen van de jongere en het onderwijsinternaat die worden gekaderd in de context van de jongere en het onderwijsinternaat;
5° de samenwerkingsafspraken, met inbegrip van financiële afspraken;
6° de afspraken over de opvolging van de jongere;
7° het verloop van het verblijf in het onderwijsinternaat, met aandacht voor de weekend- en vakantieregeling buiten het onderwijsinternaat;
8° de afspraken in geval van een eventuele evolutie in zorgvraag;
9° de evaluatiemomenten.
§ 3. Het ondersteuningsplan, vermeld in paragraaf 1, omvat minimaal de volgende elementen:
1° de geboden ondersteuning op maat van de jongere, zijn context of zijn gezin en het onderwijsinternaat vanuit een of meer jeugdhulpaanbieders door de inzet van personeel en middelen;
2° de samenwerkingsafspraken op gezins- en sociaalnetwerkniveau;
3° de afspraken over de regie van het ondersteuningsplan;
4° de afspraken over de uitstroom;
5° de afspraken over evaluatie en contactmomenten.
§ 4. Het afsprakenkader en ondersteuningsplan, vermeld in paragraaf 1, wordt ondertekend door:
1° de jongere;
2° de ouders;
3° het onderwijsinternaat;
4° de betrokken jeugdhulpaanbieders die de afgesproken ondersteuning zullen realiseren en, in voorkomend geval, de sociale dienst.
Art. 5. § 1er. Le cadre d'accords et le plan d'assistance visés à l'article 14 du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement, sont établis en concertation avec :
1° le jeune ;
2° les parents ;
3° l'internat de l'enseignement ;
4° les offreurs d'aide à la jeunesse concernés, éventuellement un représentant du partenariat 1G1P et, le cas échéant, le service social ;
5° si nécessaire, le centre d'encadrement des élèves (CLB) de l'école où le jeune est inscrit, peut être impliqué en raison de sa mission d'encadrement des élèves dans leur fonctionnement à l'école et dans la société et de sa fonction d'accès large.
A l'alinéa 1er, 5°, on entend par CLB : un centre d'encadrement des élèves tel que visé à l'article 3, § 1er, 3°, du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement.
§ 2. Le cadre d'accords visé au paragraphe 1er, contient au moins les points suivants :
1° les données des personnes de contact de l'internat de l'enseignement ;
2° les données des parents ;
3° les données des personnes de contact des offreurs d'aide à la jeunesse concernés et, le cas échéant, un représentant du partenariat 1G1P et, le cas échéant, du service social ;
4° les préoccupations, les points forts et les objectifs du jeune et de l'internat de l'enseignement encadrés dans le contexte du jeune et de l'internat de l'enseignement ;
5° les accords de coopération, y compris les accords financiers ;
6° les accords concernant le suivi du jeune ;
7° le déroulement du séjour dans l'internat de l'enseignement, en prêtant de l'attention à l'organisation des week-ends et des vacances en dehors de l'internat de l'enseignement ;
8° les accords en cas d'une évolution éventuelle de la demande d'aide ;
9° les moments d'évaluation.
§ 3. Le plan d'assistance visé au paragraphe 1er, contient au moins les points suivants :
1° le soutien personnalisé apporté au jeune, à son contexte ou à sa famille et à l'internat de l'enseignement par un ou plusieurs offreurs d'aide à la jeunesse au moyen du déploiement de personnel et de moyens ;
2° les accords de coopération au niveau de la famille et du réseau social ;
3° les accords concernant la gestion du plan d'assistance ;
4° les accords concernant la sortie ;
5° les accords concernant l'évaluation et les moments de contact.
§ 4. Le cadre d'accords et le plan d'assistance visés au paragraphe 1er, sont signés par :
1° le jeune ;
2° les parents ;
3° l'internat de l'enseignement ;
4° les offreurs d'aide à la jeunesse concernés qui fourniront le soutien convenu et, le cas échéant, le service social.
1° le jeune ;
2° les parents ;
3° l'internat de l'enseignement ;
4° les offreurs d'aide à la jeunesse concernés, éventuellement un représentant du partenariat 1G1P et, le cas échéant, le service social ;
5° si nécessaire, le centre d'encadrement des élèves (CLB) de l'école où le jeune est inscrit, peut être impliqué en raison de sa mission d'encadrement des élèves dans leur fonctionnement à l'école et dans la société et de sa fonction d'accès large.
A l'alinéa 1er, 5°, on entend par CLB : un centre d'encadrement des élèves tel que visé à l'article 3, § 1er, 3°, du décret du 16 juin 2023 sur les internats de l'enseignement.
§ 2. Le cadre d'accords visé au paragraphe 1er, contient au moins les points suivants :
1° les données des personnes de contact de l'internat de l'enseignement ;
2° les données des parents ;
3° les données des personnes de contact des offreurs d'aide à la jeunesse concernés et, le cas échéant, un représentant du partenariat 1G1P et, le cas échéant, du service social ;
4° les préoccupations, les points forts et les objectifs du jeune et de l'internat de l'enseignement encadrés dans le contexte du jeune et de l'internat de l'enseignement ;
5° les accords de coopération, y compris les accords financiers ;
6° les accords concernant le suivi du jeune ;
7° le déroulement du séjour dans l'internat de l'enseignement, en prêtant de l'attention à l'organisation des week-ends et des vacances en dehors de l'internat de l'enseignement ;
8° les accords en cas d'une évolution éventuelle de la demande d'aide ;
9° les moments d'évaluation.
§ 3. Le plan d'assistance visé au paragraphe 1er, contient au moins les points suivants :
1° le soutien personnalisé apporté au jeune, à son contexte ou à sa famille et à l'internat de l'enseignement par un ou plusieurs offreurs d'aide à la jeunesse au moyen du déploiement de personnel et de moyens ;
2° les accords de coopération au niveau de la famille et du réseau social ;
3° les accords concernant la gestion du plan d'assistance ;
4° les accords concernant la sortie ;
5° les accords concernant l'évaluation et les moments de contact.
§ 4. Le cadre d'accords et le plan d'assistance visés au paragraphe 1er, sont signés par :
1° le jeune ;
2° les parents ;
3° l'internat de l'enseignement ;
4° les offreurs d'aide à la jeunesse concernés qui fourniront le soutien convenu et, le cas échéant, le service social.
Art. 6. Gedurende het verblijf in het onderwijsinternaat heeft iedere partner betrokken bij de uitvoering van het afsprakenkader en ondersteuningsplan, het recht om bijsturing te vragen als de geboden ondersteuning niet meer relevant is of als de geboden ondersteuning niet volstaat om aan de ondersteuningsnoden en de ondersteuningsvraag te voldoen. De voormelde bijsturing gebeurt in overleg met alle betrokken partijen, vermeld in artikel 5, § 1.
Art. 6. Lors du séjour dans l'internat de l'enseignement, chaque partenaire concerné dans l'exécution du cadre d'accords et du plan d'assistance a le droit de demander des ajustements si le soutien fourni n'est plus pertinent ou si le soutien fourni n'est pas suffisant pour répondre aux besoins et à la demande de soutien. L'ajustement précité se fait en concertation avec toutes les parties concernées visées à l'article 5, § 1er.
Art. 7. Als pas na de inschrijving van een jongere in een onderwijsinternaat blijkt dat het verblijf van de interne kadert binnen de jeugdhulpverlening of als de nood aan jeugdhulpverlening pas ontstaat na de inschrijving, neemt het onderwijsinternaat contact op met het samenwerkingsverband 1G1P van de ELZ waar het internaat zich bevindt om een afsprakenkader en ondersteuningsplan op te stellen conform artikel 5.
Art. 7. S'il ne ressort qu'après l'inscription d'un jeune dans un internat de l'enseignement que le séjour de l'interne s'inscrit dans le cadre de l'aide à la jeunesse ou si le besoin d'aide à la jeunesse ne survient qu'après l'inscription, l'internat de l'enseignement contacte le partenariat 1G1P de l'ELZ où se trouve l'internat afin d'élaborer un cadre d'accords et un plan d'assistance conformément à l'article 5.
HOOFDSTUK 3. - Slotbepalingen
CHAPITRE 3. - Dispositions finales
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2023.
Dit besluit is van toepassing voor de inschrijvingen in een onderwijsinternaat vanaf het schooljaar 2024-2025.
Dit besluit is van toepassing voor de inschrijvingen in een onderwijsinternaat vanaf het schooljaar 2024-2025.
Art. 8. Le présent arrêté produit ses effets à compter du 1er septembre 2023.
Le présent arrêté s'applique aux inscriptions dans un internat de l'enseignement à partir de l'année scolaire 2024-2025.
Le présent arrêté s'applique aux inscriptions dans un internat de l'enseignement à partir de l'année scolaire 2024-2025.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor het Welzijn, en de Vlaamse minister, bevoegd voor Onderwijs en Vorming, zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le ministre flamand qui a le bien-être dans ses attributions, et le ministre flamand qui a l'enseignement et la formation dans ses attributions sont chargés de l'exécution du présent arrêté.