Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
12 MEI 2024. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen inzake het aanklampend terugkeerbeleid
Titre
12 MAI 2024. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers sur la politique de retour proactive
Documentinformatie
Numac: 2024006654
Datum: 2024-05-12
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024006654
Date: 2024-05-12
Moniteur: Voir
Tekst (40)
Texte (40)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
Article 1er. La présente loi règle une matière visée à l'article 74 de la Constitution.
Art. 2. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke omzetting van:
  - de Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van Richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG;
  - de Richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven;
  - de Richtlijn 2013/33/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van normen voor de opvang van verzoekers om internationale bescherming (herschikking).
Art. 2. La présente loi transpose partiellement:
  - la directive 2004/38/CE du Parlement européen et du Conseil du 29 avril 2004 relative au droit des citoyens de l'Union et des membres de leurs familles de circuler et de séjourner librement sur le territoire des Etats membres, modifiant le règlement (CEE) n° 1612/68 et abrogeant les directives 64/221/CEE, 68/360/CEE, 72/194/CEE, 73/148/CEE, 75/34/CEE, 75/35/CEE, 90/364/CEE, 90/365/CEE et 93/96/CEE;
  - la directive 2008/115/CE du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relative aux normes et procédures communes applicables dans les Etats membres au retour des ressortissants de pays tiers en séjour irrégulier;
  - la directive 2013/33/UE du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 établissant des normes pour l'accueil des personnes demandant la protection internationale (refonte).
Art. 3. Deze wet voorziet in de gedeeltelijke uitvoering van:
  - de Verordening (EU) nr. 604/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 tot vaststelling van de criteria en instrumenten om te bepalen welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van een verzoek om internationale bescherming dat door een onderdaan van een derde land of een staatloze bij een van de lidstaten wordt ingediend (herschikking);
  - de Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624.
Art. 3. La présente loi exécute partiellement:
  - le règlement (UE) n° 604/2013 du Parlement européen et du Conseil du 26 juin 2013 établissant les critères et mécanismes de détermination de l'Etat membre responsable de l'examen d'une demande de protection internationale introduite dans l'un des Etats membres par un ressortissant de pays tiers ou un apatride (refonte);
  - le règlement (UE) 2019/1896 du Parlement européen et du Conseil du 13 novembre 2019 relatif au corps européen de garde-frontières et de garde-côtes et abrogeant les règlements (UE) n° 1052/2013 et (UE) 2016/1624.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers
Art. 4. Artikel 1, § 1, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 19 maart 2023, wordt aangevuld met de bepalingen onder 33° en 34°, luidende:
  "33° gesloten centrum: de plaats zoals bedoeld in artikel 74/8, §§ 1 en 2, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken en gericht op de opvang van vreemdelingen die het voorwerp uitmaken van een administratieve vasthoudingsmaatregel;
  34° woonunit: de plaats zoals bedoeld in artikel 74/8, §§ 1 en 2, beheerd door de Dienst Vreemdelingenzaken, aangepast aan de noden van gezinnen met minderjarige kinderen, die onder door de Koning bepaalde voorwaarden mag worden verlaten, en die bestemd is voor de opvang van gezinnen met minderjarige kinderen die het voorwerp uitmaken van een administratieve vasthoudingsmaatregel.".
Art. 4. L'article 1, § 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, modifié en dernier lieu par la loi du 19 mars 2023, est complété par les 33° et 34° rédigés comme suit:
  "33° centre fermé: le lieu visé à l'article 74/8, §§ 1er et 2, géré par l'Office des Etrangers et destiné à l'accueil des étrangers qui font l'objet d'une mesure de maintien administratif;
  34° lieu d'hébergement: le lieu visé à l'article 74/8, §§ 1er et 2, géré par l'Office des Etrangers, adapté aux besoins des familles avec enfants mineurs, qui peut être quitté dans les conditions déterminées par le Roi, et qui est destiné à l'accueil des familles avec enfants mineurs qui font l'objet d'une mesure de maintien administratif.".
Art. 5. In artikel 7 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 15 juli 1996 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, wordt het vierde lid opgeheven.
Art. 5. Dans l'article 7 de la même loi, remplacé par la loi du 15 juillet 1996 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2019, l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 6. In dezelfde wet wordt een artikel 28/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 28/1. § 1. Wanneer de vreemdeling zich tegen de tenuitvoerlegging van een overdrachts-, terugdrijvings- of verwijderingsmaatregel verzet of wanneer hij een risico op gevaar vormt, kan worden overgegaan tot de gedwongen tenuitvoerlegging van de maatregel onder escorte met mogelijkheid tot gebruik van dwang.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde escorte kan worden uitgevoerd door:
  1° de leden van het operationele kader van de Federale Politie die, in het kader van hun functies, belast zijn met de gedwongen tenuitvoerlegging van overdrachts-, terugdrijvings- of verwijderingsmaatregelen;
  2° de personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken die, in het kader van hun functies, belast zijn met de gedwongen tenuitvoerlegging van overdrachts-, terugdrijvings- of verwijderingsmaatregelen;
  3° de leden van het permanent korps bedoeld in artikel 54, lid 2, van de Verordening (EU) 2019/1896 van het Europees Parlement en de Raad van 13 november 2019 betreffende de Europese grens- en kustwacht en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1052/2013 en Verordening (EU) 2016/1624, die, op vraag van of met akkoord van België, op Belgisch grondgebied worden ingezet.
  Wanneer de overdracht, de terugdrijving of de verwijdering door de lucht wordt uitgevoerd, voeren de in het eerste lid, 2° en 3°, bedoelde escorteurs hun escorteringsopdrachten uit onder het gezag en de operationele leiding en coördinatie van een politieambtenaar. Zij zijn onderworpen aan de bevelen, onderrichtingen en richtlijnen van deze laatste.
  De Koning bepaalt de nadere regels van inzet door de Federale politie van de in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken die een escorteringsopdracht uitvoeren overeenkomstig het tweede lid.
  De mogelijkheid tot het uitvoeren van de in het tweede lid bedoelde escorteringsopdrachten door de in het eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken, houdt van rechtswege op te bestaan vanaf 1 januari 2028. De Koning kan deze datum uitstellen bij een besluit vastgelegd na overleg in de Ministerraad.
  § 3. Wanneer de overdracht, terugdrijving of verwijdering door de lucht wordt uitgevoerd, worden de maatregelen genomen overeenkomstig de gemeenschappelijke richtsnoeren voor verwijdering door de lucht, gevoegd bij beschikking 2004/573/EG.".
Art. 6. Dans la même loi, il est inséré un article 28/1 rédigé comme suit:
  "Art. 28/1. § 1er. Lorsque l'étranger s'oppose à l'exécution d'une mesure de transfert, de refoulement ou d'éloignement ou lorsqu'il présente un risque de dangerosité, il peut être procédé à l'exécution forcée de la mesure sous escorte avec la possibilité de recourir à la contrainte.
  § 2. L'escorte visé au paragraphe 1er peut être effectuée par:
  1° les membres du cadre opérationnel de la Police fédérale qui, dans le cadre de leurs fonctions, sont chargés de l'exécution forcée des mesures de transfert, de refoulement ou d'éloignement;
  2° les membres du personnel de l'Office des Etrangers qui, dans le cadre de leurs fonctions, sont chargés de l'exécution forcée des mesures de transfert, de refoulement ou d'éloignement;
  3° les membres du contingent permanent visé à l'article 54, paragraphe 2, du règlement (UE) 2019/1896 du Parlement européen et du Conseil du 13 novembre 2019 relatif au corps européen de garde-frontières et de garde-côtes et abrogeant les règlements (UE) n° 1052/2013 et (UE) 2016/1624, qui, à la demande ou avec l'accord de la Belgique, sont déployés sur le territoire belge.
  Lorsque le transfert, le refoulement ou l'éloignement est exécuté par voie aérienne, les escorteurs visés à l'alinéa 1er, 2° et 3°, exécutent leurs missions d'escorte sous l'autorité et la direction et la coordination opérationnelles d'un fonctionnaire de police. Ils sont soumis aux ordres, instructions et directives de ce dernier.
  Le Roi détermine les modalités d'engagement par la Police Fédérale des membres du personnel de l'Office des Etrangers visés à l'alinéa 1er, 2°, qui exécutent une mission d'escorte conformément à l'alinéa 2.
  La possibilité d'exécuter des missions d'escorte visées à l'alinéa 2 par les membres du personnel de l'Office des Etrangers visés à l'alinéa 1er, 2°, cesse de plein droit à partir du 1er janvier 2028. Le Roi peut reporter cette date, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres.
  § 3. Lorsque le transfert, le refoulement ou l'éloignement est exécuté par voie aérienne, les mesures sont prises conformément aux orientations communes d'éloignement par voie aérienne annexées à la décision 2004/573/CE.".
Art. 7. In dezelfde wet wordt een artikel 28/2 ingevoegd, luidende:
  "Art. 28/2. De in artikel 28/1, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken die een escorteringsopdracht uitvoeren overeenkomstig artikel 28/1, § 2, tweede lid, mogen dwang gebruiken ten aanzien van de vreemdeling, voor zover zij daartoe de vereiste opleiding hebben genoten.
  In het kader van de uitvoering van de in het eerste lid bedoelde escorteringsopdrachten worden de in artikel 28/1, § 2, eerste lid, 2°, bedoelde personeelsleden van de Dienst Vreemdelingenzaken voor de toepassing van de artikelen 28, § 1, 37, 37bis en 37ter van de wet op het politieambt gelijkgesteld met politieambtenaren.
  De Koning bepaalt bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad de nadere regels en de inhoud van de in het eerste lid bedoelde opleiding.".
Art. 7. Dans la même loi, il est inséré un article 28/2 rédigé comme suit:
  "Art. 28/2. Les membres du personnel de l'Office des Etrangers visés à l'article 28/1, § 2, alinéa 1er, 2°, qui exécutent une mission d'escorte conformément à l'article 28/1, § 2, alinéa 2, peuvent utiliser la contrainte à l'égard de l'étranger, pour autant qu'ils aient suivi la formation requise à cet effet.
  Dans le cadre de l'exécution des missions d'escorte visées à l'alinéa 1er, les membres du personnel de l'Office des Etrangers visés à l'article 28/1, § 2, alinéa 1er, 2°, sont assimilés aux fonctionnaires de police pour l'application des articles 28, § 1er, 37, 37bis et 37ter de la loi sur la fonction de police.
  Le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les modalités et le contenu de la formation visée à l'alinéa 1er.".
Art. 8. In dezelfde wet wordt een artikel 28/3 ingevoegd, luidende:
  "Art. 28/3. De Koning wijst, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de instantie aan die belast is met de controle op de gedwongen tenuitvoerlegging van de overdrachts-, terugdrijvings- en verwijderingsmaatregelen, en bepaalt de nadere regels van deze controle.
  Deze instantie is onafhankelijk van de autoriteiten bevoegd voor de overdracht, terugdrijving en verwijdering.
  Deze instantie stelt van iedere overdracht, terugdrijving of verwijdering die zij controleert een chronologisch verslag op. Eveneens stelt zij ieder jaar een jaarverslag op met betrekking tot haar opdrachten van controle op de gedwongen terugkeer. De nadere bepalingen met betrekking tot deze verslagen en de bestemmelingen ervan worden door de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, vastgesteld. Het jaarverslag wordt gepubliceerd op het voor het publiek toegankelijk informatienetwerk van deze instantie.".
Art. 8. Dans la même loi, il est inséré un article 28/3, rédigé comme suit:
  "Art. 28/3. Le Roi désigne, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, l'instance chargée d'assurer le contrôle de l'exécution forcée des mesures de transfert, de refoulement et d'éloignement, et détermine les modalités de ce contrôle.
  Cette instance est indépendante des autorités compétentes en matière de transfert, de refoulement et d'éloignement.
  Cette instance établit un rapport chronologique de chaque transfert, refoulement ou éloignement qu'elle contrôle. Elle établit également chaque année un rapport annuel relatif à ses missions de contrôle des retours forcés. Les dispositions détaillées concernant ces rapports et leurs destinataires sont établies par le Roi par un arrêté délibéré en Conseil des ministres. Le rapport annuel est publié sur le réseau d'information accessible au public de cette instance.".
Art. 9. In artikel 44quater, tweede lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 februari 2017 en gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in de eerste zin worden de woorden "kan de burger van de Unie of zijn familielid worden verplicht" vervangen door de woorden "kan de minister of zijn gemachtigde de burger van de Unie of zijn familielid verplichten";
  2° de tweede zin wordt opgeheven.
Art. 9. A l'article 44quater, alinéa 2, de la même loi, inséré par la loi du 24 février 2017 et modifié par la loi du 8 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans la première phrase, les mots "le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille peut être contraint" sont remplacés par les mots "le ministre ou son délégué peut contraindre le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille";
  2° la deuxième phrase est abrogée.
Art. 10. In artikel 44quinquies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 februari 2017, worden de paragrafen 2 en 3 opgeheven.
Art. 10. Dans l'article 44quinquies de la même loi, inséré par la loi du 24 février 2017, les paragraphes 2 et 3 sont abrogés.
Art. 11. In artikel 44sexies van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 24 februari 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid, eerste zin, worden de woorden "kan de burger van de Unie of zijn familielid worden verplicht" vervangen door de woorden "kan de minister of zijn gemachtigde de burger van de Unie of zijn familielid verplichten";
  2° in het tweede lid wordt de tweede zin opgeheven;
  3° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 11. A l'article 44sexies de la même loi, inséré par la loi du 24 février 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, première phrase, les mots "le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille peut être contraint" sont remplacés par les mots "le ministre ou son délégué peut contraindre le citoyen de l'Union ou le membre de sa famille";
  2° dans l'alinéa 2, la deuxième phrase est abrogée;
  3° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 12. In artikel 51/5 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1996 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, wordt paragraaf 6 vervangen als volgt:
  " § 6. Indien de vreemdeling, wegens zijn gevangenzetting of omdat hij is ondergedoken, niet binnen de termijn van zes maanden, zoals bepaald in de Europese regelgeving die België bindt, kan worden overgedragen aan de verantwoordelijke Staat, kan de minister of zijn gemachtigde de termijn voor de uitvoering van de overdracht verlengen in overeenstemming met deze Europese regelgeving.
  Een vreemdeling is ondergedoken indien hij zich opzettelijk onttrekt aan de autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van de overdracht, teneinde deze overdracht te voorkomen, op voorwaarde dat hij over zijn verplichtingen en de gevolgen van het niet nakomen ervan werd geïnformeerd in een taal die hij begrijpt of waarvan men redelijkerwijs kan veronderstellen dat hij die begrijpt.
  Een vreemdeling wordt geacht te zijn ondergedoken overeenkomstig het tweede lid, onder meer in de volgende gevallen:
  1° indien de vreemdeling zich niet heeft begeven naar de opvangstructuur die hem is toegewezen overeenkomstig de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, of deze toegewezen opvangstructuur heeft verlaten, en hij binnen de drie werkdagen geen adres van effectieve verblijfplaats in België schriftelijk heeft meegedeeld aan de Dienst Vreemdelingenzaken. Het Federaal Agentschap voor Opvang van Asielzoekers informeert zonder verwijl de Dienst Vreemdelingenzaken van het feit dat de vreemdeling zich niet naar de toegewezen opvangstructuur heeft begeven of deze heeft verlaten;
  2° indien op basis van één of meerdere woonstcontroles omstandig kan worden vastgesteld dat de vreemdeling niet verblijft op het adres van effectieve verblijfplaats dat hij had meegedeeld aan de Dienst Vreemdelingenzaken;
  3° indien de vreemdeling zich niet heeft aangeboden op de gesprekken die voor het aanklampende begeleidingstraject in het kader van een overdrachtsprocedure in de zin van artikel 74/25 zijn gepland en daarvoor geen geldige reden schriftelijk heeft meegedeeld binnen de drie werkdagen;
  4° indien de vreemdeling niet meewerkt aan zijn overdracht overeenkomstig artikel 74/23;
  5° indien de vreemdeling de minder dwingende maatregel voor vasthouding die ten aanzien van hem is opgelegd overeenkomstig paragraaf 4, derde lid, niet heeft gerespecteerd;
  6° indien de vreemdeling de welbepaalde plaats, zoals bedoeld in de artikelen 74/8 of 74/9, waar hij werd vastgehouden zonder de vereiste toestemming heeft verlaten en hij binnen de drie werkdagen geen adres van effectieve verblijfplaats in België schriftelijk heeft meegedeeld aan de Dienst Vreemdelingenzaken.".
Art. 12. Dans l'article 51/5 de la même loi, inséré par la loi du 15 juillet 1996 et modifié en dernier lieu par la loi du 21 novembre 2017, le paragraphe 6 est remplacé par ce qui suit:
  " § 6. Lorsque l'étranger, en raison de son emprisonnement ou de sa fuite, ne peut être transféré à l'Etat responsable dans le délai de six mois, prévu par la réglementation européenne liant la Belgique, le ministre ou son délégué peut prolonger le délai pour l'exécution du transfert conformément à cette réglementation européenne.
  Un étranger a pris la fuite lorsqu'il se soustrait délibérément aux autorités chargées de l'exécution du transfert, afin de faire échec à ce dernier, à condition qu'il ait été informé de ses obligations et des conséquences de leur non-respect dans une langue qu'il comprend ou dont on peut raisonnablement supposer qu'il la comprend.
  Un étranger est présumé avoir pris la fuite conformément à l'alinéa 2, notamment dans les cas suivants:
  1° lorsque l'étranger ne s'est pas rendu dans la structure d'accueil qui lui a été attribuée conformément à la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers, ou l'a abandonné, et qu'il n'a pas fourni par écrit à l'Office des Etrangers l'adresse de sa résidence effective en Belgique dans les trois jours ouvrables. L'Agence fédérale pour l'accueil des demandeurs d'asile informe sans délai l'Office des Etrangers du fait que l'étranger ne s'est pas rendu dans la structure d'accueil qui lui a été attribuée ou l'a abandonnée;
  2° lorsque, sur la base d'un ou de plusieurs contrôles de résidence, il peut être établi de manière circonstanciée que l'étranger ne réside pas à l'adresse de résidence effective qu'il avait communiquée à l'Office des Etrangers;
  3° lorsque l'étranger ne s'est pas présenté aux entretiens planifiés pour le trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de transfert tel que visé à l'article 74/25 et qu'il n'a pas fourni par écrit de motif valable à ce sujet dans les trois jours ouvrables;
  4° lorsque l'étranger ne coopère pas à son transfert conformément à l'article 74/23;
  5° lorsque l'étranger n'a pas respecté la mesure de maintien moins coercitive prise à son encontre conformément au paragraphe 4, alinéa 3;
  6° lorsque l'étranger a quitté, sans y être autorisé, le lieu déterminé, tel que visé aux articles 74/8 ou 74/9, où il était maintenu, et qu'il n'a pas fourni par écrit à l'Office des Etrangers l'adresse de résidence effective en Belgique dans les trois jours ouvrables.".
Art. 13. In artikel 51/5/1 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 mei 2019, wordt paragraaf 4 vervangen als volgt:
  " § 4. Indien de vreemdeling, wegens zijn gevangenzetting of omdat hij is ondergedoken, niet binnen de termijn van zes maanden, zoals bepaald in de Europese regelgeving die België bindt, kan worden overgedragen aan de verantwoordelijke Staat, kan de minister of zijn gemachtigde de termijn voor de uitvoering van de overdracht verlengen in overeenstemming met deze Europese regelgeving.
  Een vreemdeling is ondergedoken indien hij zich opzettelijk onttrekt aan de autoriteiten die belast zijn met de uitvoering van de overdracht, teneinde deze overdracht te voorkomen, op voorwaarde dat hij over zijn verplichtingen en de gevolgen van het niet nakomen ervan werd geïnformeerd in een taal die hij begrijpt of waarvan men redelijkerwijs kan veronderstellen dat hij die begrijpt.
  Een vreemdeling wordt geacht te zijn ondergedoken overeenkomstig het tweede lid, onder meer in de volgende gevallen:
  1° indien de vreemdeling zich niet heeft aangeboden op de gesprekken die voor het aanklampende begeleidings-traject in het kader van een overdrachtsprocedure in de zin van artikel 74/25 zijn gepland en daarvoor geen geldige reden schriftelijk heeft meegedeeld binnen de drie werkdagen;
  2° indien de vreemdeling niet meewerkt aan zijn overdracht overeenkomstig artikel 74/23;
  3° indien de vreemdeling de minder dwingende maatregel voor vasthouding die ten aanzien van hem is opgelegd overeenkomstig paragraaf 2, derde lid, niet heeft gerespecteerd;
  4° indien de vreemdeling de welbepaalde plaats, zoals bedoeld in de artikelen 74/8 of 74/9, waar hij werd vastgehouden zonder de vereiste toestemming heeft verlaten en hij binnen de drie werkdagen geen adres van effectieve verblijfplaats in België schriftelijk heeft meegedeeld aan de Dienst Vreemdelingenzaken.".
Art. 13. Dans l'article 51/5/1 de la même loi, inséré par la loi du 8 mai 2019, le paragraphe 4 est remplacé par ce qui suit:
  " § 4. Lorsque l'étranger, en raison de son emprisonnement ou de sa fuite, ne peut être transféré à l'Etat responsable dans le délai de six mois, prévu par la réglementation européenne liant la Belgique, le ministre ou son délégué peut prolonger le délai pour l'exécution du transfert conformément à cette réglementation européenne.
  Un étranger a pris la fuite lorsqu'il se soustrait délibérément aux autorités chargées de l'exécution du transfert, afin de faire échec à ce dernier, à condition qu'il ait été informé de ses obligations et des conséquences de leur non-respect dans une langue qu'il comprend ou dont on peut raisonnablement supposer qu'il la comprend.
  Un étranger est présumé avoir pris la fuite conformément à l'alinéa 2, notamment dans les cas suivants:
  1° lorsque l'étranger ne s'est pas présenté aux entretiens planifiés pour le trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de transfert tel que visé à l'article 74/25 et qu'il n'a pas fourni par écrit de motif valable à ce sujet dans les trois jours ouvrables;
  2° lorsque l'étranger ne coopère pas à son transfert conformément à l'article 74/23;
  3° lorsque l'étranger n'a pas respecté la mesure de maintien moins coercitive prise à son encontre conformément au paragraphe 2, alinéa 3;
  4° lorsque l'étranger a quitté, sans y être autorisé, le lieu déterminé, tel que visé aux articles 74/8 ou 74/9, où il était maintenu, et qu'il n'a pas fourni par écrit à l'Office des Etrangers une adresse de résidence effective en Belgique dans les trois jours ouvrables.".
Art. 14. In artikel 68 van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° de woorden "7, vierde lid,", de woorden "44sexies, derde lid, 51/5, § 6, tweede lid, 51/5/1, § 4, tweede lid," en de woorden "74/6, § 1, achtste lid en 74/17, § 2, vierde lid" worden opgeheven;
  2° de woorden "74/27, 3°, en 74/28, § 1, 2°, " worden ingevoegd tussen het nummer "73," en de woorden "bepaalde veiligheidsmaatregelen".
Art. 14. Dans l'article 68 de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2019, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les mots "7, alinéa 4,", les mots "44sexies, alinéa 3, 51/5, § 6, alinéa 2, 51/5/1, § 4, alinéa 2," et les mots "74/6, § 1er, alinéa 8 et 74/17, § 2, alinéa 4," sont abrogés;
  2° les mots "74/27, 3°, et 74/28, § 1, 2°, " sont insérés entre le nombre "73," et les mots "autre que la détention".
Art. 15. In artikel 74, eerste lid, van dezelfde wet, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 21 november 2017, worden de woorden "artikelen 7, zesde lid" vervangen door de woorden "artikelen 7, vijfde lid".
Art. 15. Dans l'article 74, alinéa 1er, de la même loi, modifié en dernier lieu par la loi du 21 novembre 2017, les mots "articles 7, alinéa 6" sont remplacés par les mots "articles 7, alinéa 5".
Art. 16. In artikel 74/6 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 6 mei 1993 en vervangen bij de wet van 21 november 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in paragraaf 1 worden het achtste en het negende lid opgeheven;
  2° in paragraaf 2 wordt het woord "achtste" vervangen door het woord "zevende".
Art. 16. A l'article 74/6 de la même loi, inséré par la loi du 6 mai 1993 et remplacé par la loi du 21 novembre 2017, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans le paragraphe 1er, les alinéas 8 et 9 sont abrogés;
  2° dans le paragraphe 2, le chiffre "8" est remplacé par le chiffre "7".
Art. 17. In artikel 74/8 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 15 juli 1996 en laatstelijk gewijzigd bij de wet van 8 mei 2019, wordt paragraaf 2 vervangen als volgt:
  " § 2. De Koning bepaalt het regime en de werkingsmaatregelen die toepasbaar zijn op het gesloten centrum waar de vreemdeling kan worden vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in § 1, eerste lid.
  De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, het regime en de werkingsmaatregelen die toepasbaar zijn op de woonunit waar het gezin met minderjarige kinderen kan worden vastgehouden, overeenkomstig de bepalingen vermeld in § 1, eerste lid.".
Art. 17. Dans l'article 74/8 de la même loi, inséré par la loi du 15 juillet 1996 et modifié en dernier lieu par la loi du 8 mai 2019, le paragraphe 2 est remplacé par ce qui suit:
  " § 2. Le Roi fixe le régime et les règles de fonctionnement applicables au centre fermé où l'étranger peut être maintenu, en application des dispositions visées au § 1er, alinéa 1er.
  Le Roi fixe, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, le régime et les règles de fonctionnement applicables au lieu d'hébergement où la famille avec enfants mineurs peut être maintenu, en application des dispositions visées au § 1er, alinéa 1er.".
Art. 18. In artikel 74/9 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 16 november 2011, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° paragrafen 1 en 2 worden vervangen als volgt:
  " § 1. Het gezin, waarvan minstens een van de gezinsleden minderjarig is, dat het Rijk is binnengekomen zonder te voldoen aan de in artikelen 2 of 3 gestelde voorwaarden of wiens verblijf heeft opgehouden regelmatig te zijn of wiens verblijf onregelmatig is, kan niet worden vastgehouden in een gesloten centrum.
  Het in het eerste lid bedoelde gezin kan enkel worden vastgehouden in een woonunit voor een zo kort mogelijke periode.
  § 2. Het gezin, waarvan minstens een van de gezinsleden minderjarig is, dat tracht het Rijk binnen te komen zonder te voldoen aan de in artikelen 2 of 3 gestelde voorwaarden, kan niet worden vastgehouden in een gesloten centrum.
  Het in het eerste lid bedoelde gezin kan enkel worden vastgehouden in een woonunit, gelijkgesteld met een welbepaalde plaats gesitueerd aan de grens, voor een zo kort mogelijke periode.";
  2° in paragraaf 3, eerste lid, worden de woorden "in een plaats zoals bedoeld in artikel 74/8, § 2, aangepast aan de noden voor gezinnen met minderjarige kinderen" vervangen door de woorden "in een woonunit";
  3° in paragraaf 3 wordt het vierde lid vervangen als volgt:
  "Slechts indien het gezin zich niet houdt aan de in het tweede lid bedoelde voorwaarden, kan het worden vastgehouden in een woonunit voor een zo kort mogelijke periode, tenzij andere afdoende maar minder dwingende maatregelen voor vasthouding doeltreffend kunnen worden toegepast.".
Art. 18. A l'article 74/9 de la même loi, inséré par la loi du 16 novembre 2011, les modifications suivantes sont apportées:
  1° les paragraphes 1er et 2 sont remplacés par ce qui suit:
  " § 1er. La famille, dont au moins un des membres est un mineur d'âge, qui a pénétré dans le Royaume sans satisfaire aux conditions fixées aux articles 2 ou 3, ou dont le séjour a cessé d'être régulier ou est irrégulier, ne peut être maintenue dans un centre fermé.
  La famille visée à l'alinéa 1er ne peut être maintenue que dans un lieu d'hébergement pour une durée aussi courte que possible.
  § 2. La famille, dont au moins un des membres est un mineur d'âge, qui tente de pénétrer dans le Royaume sans satisfaire aux conditions fixées aux articles 2 ou 3, ne peut être maintenue dans un centre fermé.
  La famille visée à l'alinéa 1er ne peut être maintenue que dans un lieu d'hébergement, assimilé à un lieu déterminé situé aux frontières, pour une durée aussi courte que possible.";
  2° dans le paragraphe 3, alinéa 1er, les mots "dans un lieu tel que visé à l'article 74/8, § 2, adapté aux besoins des familles avec enfants" sont remplacés par les mots "dans un lieu d'hébergement";
  3° dans le paragraphe 3, l'alinéa 4 est remplacé par ce qui suit:
  "La famille ne peut être maintenue dans un lieu d'hébergement pour une durée aussi courte que possible, que si elle ne respecte pas les conditions visées à l'alinéa 2, à moins que d'autres mesures de maintien suffisantes mais moins coercitives puissent être appliquées efficacement.".
Art. 19. Artikel 74/11, § 1, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet 19 januari 2012, wordt aangevuld met de woorden ", met inbegrip van, in voorkomend geval, het gebrek aan medewerking overeenkomstig de artikelen 74/22 en 74/23".
Art. 19. L'article 74/11, § 1er, alinéa 1er, de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, est complété par les mots ", y compris, le cas échéant, le manque de coopération conformément aux articles 74/22 et 74/23".
Art. 20. In artikel 74/14, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij wet van 19 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het tweede lid worden de woorden "kan de onderdaan van een derde land worden verplicht" vervangen door de woorden"kan de minister of zijn gemachtigde de onderdaan van een derde land verplichten";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 20. A l'article 74/14, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 2, les mots "le ressortissant d'un pays tiers peut être contraint" sont remplacés par les mots "le ministre ou son délégué peut contraindre le ressortissant d'un pays tiers";
  2° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 21. In artikel 74/15 van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012, worden de paragrafen 2 en 3 opgeheven.
Art. 21. Dans l'article 74/15 de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, les paragraphes 2 et 3 sont abrogés.
Art. 22. In artikel 74/17, § 2, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 19 januari 2012, worden de volgende wijzigingen aangebracht:
  1° in het derde lid worden de woorden "kunnen preventieve maatregelen getroffen worden, overeenkomstig artikel 74/14, § 2, derde lid" vervangen door de woorden "kan de minister of zijn gemachtigde de onderdaan van een derde land verplichten tot het vervullen van preventieve maatregelen";
  2° het vierde lid wordt opgeheven.
Art. 22. A l'article 74/17, § 2, de la même loi, inséré par la loi du 19 janvier 2012, les modifications suivantes sont apportées:
  1° dans l'alinéa 3, les mots "des mesures préventives peuvent être prises, conformément à l'article 74/14, § 2, alinéa 3" sont remplacés par les mots "le ministre ou son délégué peut contraindre le ressortissant d'un pays tiers à remplir des mesures préventives";
  2° l'alinéa 4 est abrogé.
Art. 23. In dezelfde wet wordt een titel IIIsexies ingevoegd luidende: "Titel IIIsexies. - Verplichtingen van de vreemdeling in het kader van de overdracht, de terugdrijving, de terugkeer of de verwijdering".
Art. 23. Dans la même loi, il est inséré un titre IIIsexies, intitulé "Titre IIIsexies. - Obligations de l'étranger dans le cadre du transfert, du refoulement, du retour ou de l'éloignement".
Art. 24. In dezelfde titel IIIsexies, ingevoegd bij artikel 23, wordt een hoofdstuk I ingevoegd, luidende "Hoofdstuk I. De medewerkingsplicht".
Art. 24. Dans le même titre IIIsexies, inséré par l'article 23, il est inséré un chapitre Ier, intitulé "Chapitre Ier. L'obligation de coopérer".
Art. 25. In hoofdstuk I, ingevoegd bij artikel 24, wordt een artikel 74/22 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/22. § 1. Elke vreemdeling die het voorwerp uitmaakt van een overdrachts-, terugdrijvings-, terugkeer- of verwijderingsprocedure, werkt mee met de bevoegde autoriteiten aan de daadwerkelijke uitvoering ervan.
  Deze medewerkingsplicht houdt in:
  1° het meewerken aan zijn identificatie en die van zijn vergezellende familieleden door het verstrekken van de elementen die nodig zijn voor de vaststelling of de verificatie van de identiteit, onder meer de elementen betreffende de naam en voornaam, de nationaliteit, de geboorteplaats en -datum, de land(en) van herkomst en/of van eerder verblijf, de reisroutes, de reisdocumenten en de biometrische gegevens;
  2° het meewerken aan het verkrijgen van de nodige reisdocumenten voor zichzelf en zijn vergezellende familieleden, in voorkomend geval door bij de bevoegde autoriteiten een verzoek om een geldig reisdocument te verkrijgen in te dienen, door alle informatie en verklaringen te verstrekken die nodig zijn om een dergelijk document te verkrijgen, door met deze autoriteiten samen te werken, door zich persoonlijk bij deze autoriteiten aan te bieden, en, wanneer daarom wordt verzocht, door het bewijs te leveren van de ondernomen stappen om de reisdocumenten te verkrijgen;
  3° het meedelen van het adres van de effectieve verblijfplaats en de contactgegevens waarop de vreemdeling daadwerkelijk bereikt kan worden;
  4° het in persoon verschijnen op de afspraken met de autoriteiten bevoegd voor de uitvoering van de maatregel;
  5° het tijdig antwoorden op verzoeken om informatie van de autoriteiten bevoegd voor de uitvoering van de maatregel;
  6° het bereikbaar en beschikbaar blijven gedurende de hele termijn nodig voor de uitvoering van de maatregel;
  7° het voorleggen of in bewaring geven van identiteits- of reisdocumenten bij de bevoegde autoriteiten, indien daarom wordt verzocht;
  8° het meewerken aan de medische onderzoeken die vereist zijn met het oog op het uitvoeren van de maatregel;
  9° het overzenden aan de bevoegde autoriteiten van de medische attesten die vereist zijn met het oog op het uitvoeren van de maatregel.
  § 2. De vreemdeling wordt tijdig en ten laatste op het ogenblik van de kennisgeving van de overdrachts-, terugdrijvings-, terugkeer- of verwijderingsmaatregel, geïnformeerd over de medewerkingsplicht en de gevolgen van een weigering tot medewerking. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die de vreemdeling begrijpt of waarvan men redelijkerwijs kan veronderstellen dat hij die begrijpt.
  Telkens wanneer de vreemdeling uitdrukkelijk wordt gevraagd een specifieke actie te ondernemen in het kader van dit artikel, wordt hij opnieuw geïnformeerd over zijn medewerkingsplicht en de gevolgen van een weigering tot medewerking.".
Art. 25. Dans le chapitre Ier, inséré par l'article 24, il est inséré un article 74/22, rédigé comme suit:
  "Art. 74/22. § 1er. Tout étranger qui fait l'objet d'une procédure de transfert, de refoulement, de retour ou d'éloignement coopère à son exécution effective avec les autorités compétentes.
  Cette obligation de coopérer comprend le fait de:
  1° coopérer à son identification et à celle des membres de sa famille qui l'accompagnent, en fournissant les éléments nécessaires à l'établissement ou à la vérification de l'identité, notamment les éléments relatifs au nom et prénom, à la nationalité, au lieu et à la date de naissance, au(x) pays d'origine et/ou de sa résidence antérieure, les itinéraires de voyage, les documents de voyage et les données biométriques;
  2° coopérer à l'obtention des documents de voyage nécessaires pour lui-même et pour les membres de sa famille qui l'accompagnent, le cas échéant en soumettant une demande aux autorités compétentes pour obtenir un document de voyage valable, en fournissant toutes les informations et déclarations nécessaires à l'obtention d'un tel document, en coopérant avec ces autorités, en se présentant en personne à ces autorités et, sur demande, en fournissant la preuve des démarches effectuées afin d'obtenir les documents de voyage;
  3° communiquer l'adresse de sa résidence effective et les coordonnées auxquelles l'étranger peut être effectivement joint;
  4° se présenter en personne aux rendez-vous avec les autorités compétentes pour l'exécution de la mesure;
  5° répondre dans les délais impartis aux demandes d'information des autorités compétentes pour l'exécution de la mesure;
  6° rester accessible et disponible pendant toute la période nécessaire à l'exécution de la mesure;
  7° présenter ou mettre en dépôt les documents d'identité ou de voyage aux autorités compétentes, si cela est demandé;
  8° coopérer aux examens médicaux nécessaires à l'exécution de la mesure;
  9° transmettre aux autorités compétentes les attestations médicales nécessaires à l'exécution de la mesure.
  § 2. L'étranger est informé en temps utile, et au plus tard au moment de la notification de la mesure de transfert, de refoulement, de retour ou d'éloignement, de l'obligation de coopérer et des conséquences d'un refus de coopérer. Ces informations sont fournies dans une langue que l'étranger comprend ou dont il est raisonnable de supposer qu'il la comprend.
  Chaque fois que l'étranger est explicitement invité à entreprendre une action spécifique dans le cadre de cet article, il est à nouveau informé de son obligation de coopérer et des conséquences d'un refus de coopérer.".
Art. 26. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 74/23 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/23. § 1. Met het oog op de gedwongen uitvoering van een overdrachts-, terugdrijvings-, terugkeer- of verwijderingsmaatregel kan een vreemdeling worden verplicht een medisch onderzoek te ondergaan, desgevallend met gebruik van dwang, indien het onderzoek noodzakelijk is om vast te stellen of de vreemdeling kan reizen zonder zijn eigen gezondheid, de gezondheid van zijn medereizigers of de gezondheid van de bevolking in het land van bestemming in gevaar te brengen. Het verplicht medisch onderzoek kan enkel worden uitgevoerd indien het noodzakelijk is omdat het is opgelegd als voorwaarde tot binnenkomst of doorreis door het land van bestemming of doorreis, of als reisvoorschrift door de vervoerder die instaat voor het vervoer van de vreemdeling, in het kader van een door de Wereldgezondheidsorganisatie uitgeroepen noodsituatie van internationaal belang op het gebied van de volksgezondheid, en voor zover de beschikbare medische attesten niet als toereikend worden aanvaard door het land van bestemming of doorreis of door de vervoerder.
  De vreemdeling wordt vooraf geïnformeerd over het medisch onderzoek dat hem zal worden opgelegd, alsmede over de wijze waarop het zal worden uitgevoerd, het doel van het onderzoek, de mogelijke impact ervan op zijn gezondheid en over de mogelijkheid, bij weigering tot medewerking, tot het uitvoeren van het medisch onderzoek met gebruik van dwang overeenkomstig paragraaf 2. Deze informatie wordt verstrekt in een taal die de vreemdeling begrijpt of waarvan men redelijkerwijs kan veronderstellen dat hij die begrijpt.
  De vreemdeling ondertekent een verklaring waarin hij zich ertoe verbindt mee te werken aan dit medisch onderzoek. Deze verklaring bevat de in het tweede lid vermelde informatie. De vreemdeling krijgt de mogelijkheid om, voorafgaand aan de ondertekening van de verklaring en afgezonderd van het personeel betrokken bij het onderzoek, de gegeven informatie door te nemen.
  Op gezamenlijk voorstel van de minister en de minister bevoegd voor Volksgezondheid, bepaalt de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de medische onderzoeken die met toepassing van dit artikel verplicht kunnen worden opgelegd aan de vreemdeling.
  § 2. Indien de vreemdeling zich niet uit eigen beweging aan het in paragraaf 1 bedoelde medisch onderzoek onderwerpt en het doel niet met minder dwingende middelen kan worden bereikt, kan het medisch onderzoek met gebruik van dwang worden uitgevoerd.
  Het gebruik van dwang bij het uitvoeren van het medisch onderzoek is uitgesloten voor minderjarige vreemdelingen. Het gebruik van dwang bij het uitvoeren van het medisch onderzoek gebeurt nooit in de aanwezigheid van minderjarige vreemdelingen.
  Het gebruik van dwang wordt uitgevoerd door de gemachtigde van de minister die hiervoor een specifieke opleiding heeft genoten. De Koning bepaalt de inhoud van deze opleiding.
  Het gebruik van dwang is onderworpen aan de voorwaarden bepaald bij artikel 37 van de wet op het politieambt. Het gebruik van dwang is aangepast aan de kwetsbaarheid van de persoon.
  De toegelaten dwangmiddelen zijn de fysieke aansporing, de houdgreep en de hand- en/of voetboeien.
  Elk gebruik van dwang bij het uitvoeren van een medisch onderzoek, moet onverwijld in een gedetailleerd verslag worden gerapporteerd. De gemachtigde van de minister vermeldt in het verslag de gebruikte dwangmiddelen, de duur van het gebruik van de dwang en de rechtvaardiging daarvoor.
  § 3. Het in paragraaf 1 bedoelde medisch onderzoek wordt uitgevoerd door daartoe medisch geschoold personeel.
  Enkel het minst invasieve medisch onderzoek wordt toegepast, rekening houdend met de voorwaarden die door het land van bestemming of doorreis of door de vervoerder zijn opgelegd en voor zover het onderzoek beschikbaar is.
  Het medisch onderzoek mag geen tergend karakter hebben en geschiedt met eerbiediging van de waardigheid van de vreemdeling. Indien het medisch personeel van oordeel is dat het onderzoek de gezondheid van de vreemdeling in gevaar kan brengen, voert zij deze niet uit.".
Art. 26. Dans le même chapitre, il est inséré un article 74/23, rédigé comme suit:
  "Art. 74/23. § 1er. En vue de l'exécution forcée d'une mesure de transfert, de refoulement, de retour ou d'éloignement, un étranger peut être soumis à un examen médical, le cas échéant par la contrainte, pour autant qu'un tel l'examen soit requis afin de déterminer si l'étranger peut voyager sans mettre en danger sa propre santé, celle des autres voyageurs ou celle de la population du pays de destination. L'examen médical obligatoire peut être effectué seulement s'il est nécessaire parce qu'il est imposé comme condition d'entrée ou de transit par le pays de destination ou de transit, ou comme condition de voyage par le transporteur responsable du transport de l'étranger, dans le cadre d'une urgence de santé publique de portée internationale déclarée par l'Organisation mondiale de la santé, et que les attestations médicales disponibles ne sont pas acceptées comme étant suffisantes par le pays de destination ou de transit, ou par le transporteur.
  L'étranger est informé au préalable de l'examen médical qui lui sera imposé, ainsi que de la manière dont il sera effectué, de l'objectif de l'examen, de son éventuel effet sur sa santé et de la possibilité, en cas de refus de coopérer, de procéder à l'examen médical par la contrainte conformément au paragraphe 2. Ces informations sont fournies dans une langue que l'étranger comprend ou dont il est raisonnable de supposer qu'il la comprend.
  L'étranger signe une déclaration dans laquelle il s'engage à coopérer à cet examen médical. Cette déclaration comprend les informations mentionnées à l'alinéa 2. L'étranger a la possibilité, avant de signer la déclaration et en étant séparé du personnel impliqué dans l'examen, de relire les informations fournies.
  Sur proposition conjointe du ministre et du ministre qui a la Santé publique dans ses attributions, le Roi détermine, par un arrêté délibéré en Conseil des ministres, les examens médicaux qui peuvent être imposés à l'étranger en application du présent article.
  § 2. Si l'étranger ne se soumet pas volontairement à l'examen médical visé au paragraphe 1er et que l'objectif ne peut être atteint par des moyens moins coercitifs, l'examen médical peut être effectué par la contrainte.
  Le recours à la contrainte lors de l'examen médical est exclu pour les mineurs étrangers. Le recours à la contrainte lors de l'examen médical ne se fait jamais en présence de mineurs étrangers.
  Le recours à la contrainte est effectué par le délégué du ministre qui a reçu une formation spécifique à cet effet. Le Roi détermine le contenu de cette formation.
  Le recours à la contrainte est soumis aux conditions prévues à l'article 37 de la loi sur la fonction de police. Le recours à la contrainte est adapté à la vulnérabilité de la personne.
  Les moyens de contrainte autorisés sont la contrainte physique, la clef de bras et les menottes aux poignets et/ou aux pieds.
  Tout recours à la contrainte lors d'un examen médical fait l'objet d'un rapport détaillé sans délai. Le délégué du ministre indique dans le rapport les moyens de contrainte utilisés, la durée du recours à la contrainte et la justification de celle-ci.
  § 3. L'examen médical visé au paragraphe 1er est effectué par du personnel médical qualifié.
  Seul l'examen médical le moins invasif est effectué, compte tenu des conditions imposées par le pays de destination ou de transit, ou par le transporteur, et à condition qu'un tel examen soit disponible.
  L'examen médical ne peut avoir un caractère vexatoire et est effectué dans le respect de la dignité de l'étranger. Si le personnel médical estime que l'examen est susceptible de mettre en danger la santé de l'étranger, il ne l'effectue pas.".
Art. 27. In dezelfde titel IIIsexies, ingevoegd bij artikel 23, wordt een hoofdstuk II ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk II. Het aanklampende begeleidingstraject in het kader van een terugkeer- of overdrachtsprocedure.".
Art. 27. Dans le même titre IIIsexies, inséré par l'article 23, il est inséré un chapitre II, intitulé: "Chapitre II. Le trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de retour ou de transfert.".
Art. 28. In hoofdstuk II, ingevoegd bij artikel 27, wordt een artikel 74/24 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/24. § 1. De vreemdeling die het voorwerp uitmaakt van een bevel om het grondgebied te verlaten zonder dat een vasthoudingsmaatregel of een minder dwingende maatregel voor vasthouding is opgelegd, kan worden uitgenodigd om een aanklampend begeleidingstraject in het kader van een terugkeerprocedure op te starten.
  Het aanklampende begeleidingstraject in het kader van een terugkeerprocedure beoogt een geïndividualiseerde opvolging van de vreemdeling in illegaal verblijf met het oog op het bereiken van een duurzaam toekomstperspectief hetzij in zijn land van herkomst of een ander land waar hij een verblijfsrecht heeft, hetzij in België, en het beëindigen van zijn illegaal verblijf in België.
  Dit begeleidingstraject omvat de volgende stappen:
  1° het analyseren van het verblijf van de vreemdeling in België op basis van zijn individuele situatie en, in voorkomend geval, op basis van zijn eerdere verblijfsaanvragen of verzoeken om internationale bescherming;
  2° het informeren en adviseren van de vreemdeling over zijn verblijfssituatie in België en, in voorkomend geval, over de beschikbare administratieve en juridische procedures;
  3° het beoordelen van de terugkeermogelijkheden van de vreemdeling;
  4° het identificeren van de obstakels voor de terugkeer van de vreemdeling en het zoeken naar oplossingen om deze te verhelpen;
  5° het plannen van opvolgingsgesprekken met de vreemdeling indien dit noodzakelijk is;
  6° in voorkomend geval, het oproepen van de vreemdeling om hem te vragen dat hij de nodige stappen onderneemt om de voor zijn terugkeer of zijn effectieve verwijdering vereiste documenten te verkrijgen en voor te leggen.
  Overeenkomstig artikel 74/22, § 2, tweede lid, wordt de vreemdeling tijdens de gesprekken in dit begeleidingstraject geïnformeerd over zijn medewerkingsplicht en de specifieke acties die per stap in dit begeleidingstraject van hem worden gevraagd, alsook over de gevolgen van een weigering tot medewerking.
  § 2. Teneinde het in paragraaf 1 bedoelde aanklampende begeleidingstraject te verzekeren, werkt de minister of zijn gemachtigde samen met de overheden en middenveldorganisaties die bevoegd zijn of instaan voor de opvolging en begeleiding van vreemdelingen in illegaal verblijf.
  § 3. Indien de vreemdeling tijdens het in paragraaf 1 bedoelde aanklampende begeleidingstraject een verblijfsaanvraag of een verzoek om internationale bescherming indient en hij, overeenkomstig de bepalingen van deze wet, voorlopig op het grondgebied mag verblijven in afwachting van een beslissing inzake deze aanvraag of dit verzoek, wordt het aanklampende begeleidingstraject opgeschort. Niettemin kan de administratieve situatie van de vreemdeling verder worden opgevolgd.".
Art. 28. Dans le chapitre II, inséré par l'article 27, il est inséré un article 74/24, rédigé comme suit:
  "Art. 74/24. § 1er. L'étranger qui fait l'objet d'un ordre de quitter le territoire sans qu'une mesure de maintien ou une mesure de maintien moins coercitive ne soit imposée, peut être invité à entamer un trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de retour.
  Le trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de retour vise un suivi individualisé de l'étranger en séjour illégal en vue de parvenir à une perspective d'avenir durable soit dans son pays d'origine ou dans un autre pays où il a un droit de séjour, soit en Belgique, et de mettre fin à son séjour illégal en Belgique.
  Ce trajet d'accompagnement comprend les étapes suivantes:
  1° l'analyse du séjour de l'étranger en Belgique sur la base de sa situation individuelle et, le cas échéant, sur la base de ses précédentes demandes de séjour ou de protection internationale;
  2° l'information et le conseil de l'étranger quant à sa situation de séjour en Belgique et, le cas échéant, quant aux procédures administratives et juridiques disponibles;
  3° l'évaluation des possibilités de retour de l'étranger;
  4° l'identification des obstacles au retour de l'étranger et la recherche de solutions pour y remédier;
  5° la planification d'entretiens de suivi avec l'étranger si cela est nécessaire;
  6° le cas échéant, la convocation de l'étranger pour lui demander qu'il accomplisse les démarches nécessaires afin d'obtenir et de présenter les documents requis en vue de son retour ou de son éloignement effectif.
  Conformément à l'article 74/22, § 2, alinéa 2, l'étranger est informé lors des entretiens du trajet d'accompagnement de son obligation de coopérer et des actions spécifiques qui lui sont demandées à chaque étape de ce trajet d'accompagnement, ainsi que des conséquences d'un refus de coopération.
  § 2. Afin d'assurer le trajet d'accompagnement intensif visé au paragraphe 1er, le ministre ou son délégué coopère avec les autorités et les organisations de la société civile qui sont compétentes ou chargées du suivi et de l'accompagnement des étrangers en séjour illégal.
  § 3. Si l'étranger introduit une demande de séjour ou une demande de protection internationale pendant le trajet d'accompagnement intensif visé au paragraphe 1er, et qu'il peut, conformément aux dispositions de la présente loi, rester provisoirement sur le territoire dans l'attente d'une décision relative à cette demande, le trajet d'accompagnement intensif est suspendu. Néanmoins, la situation administrative de l'étranger peut continuer à être suivie.".
Art. 29. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 74/25 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/25. § 1. De vreemdeling die het voorwerp uitmaakt van een overdrachtsmaatregel met toepassing van de artikelen 51/5, § 4, eerste lid, of 51/5/1, § 2, eerste lid, zonder dat een vasthoudingsmaatregel of een minder dwingende maatregel voor vasthouding is opgelegd, kan worden uitgenodigd om een aanklampend begeleidingstraject in het kader van een overdrachtsprocedure op te starten.
  Het aanklampende begeleidingstraject in het kader van een overdrachtsprocedure beoogt een geïndividualiseerde opvolging van de vreemdeling met het oog op zijn effectieve overdracht aan de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn verzoek om internationale bescherming.
  Dit begeleidingstraject omvat de volgende stappen:
  1° het informeren en adviseren van de vreemdeling over zijn verblijfssituatie in België en, in voorkomend geval, over de beschikbare administratieve en juridische procedures;
  2° het identificeren van de obstakels voor overdracht van de vreemdeling en het zoeken naar oplossingen om deze te verhelpen;
  3° het plannen van opvolgingsgesprekken met de vreemdeling indien dit noodzakelijk is;
  4° in voorkomend geval, het oproepen van de vreemdeling om hem te vragen dat hij de nodige stappen onderneemt om de voor zijn effectieve overdracht vereiste documenten te verkrijgen en voor te leggen.
  Overeenkomstig artikel 74/22, § 2, tweede lid, wordt de vreemdeling tijdens de gesprekken in dit begeleidingstraject geïnformeerd over zijn medewerkingsplicht en de specifieke acties die per stap in dit begeleidingstraject van hem worden gevraagd, alsook over de gevolgen van een weigering tot medewerking.
  § 2. Indien de vreemdeling niet meewerkt aan het aanklampende begeleidingstraject in het kader van de overdrachtsprocedure, wordt hij geacht te zijn ondergedoken, in toepassing van artikelen 51/5, § 6, of 51/5/1, § 4.".
Art. 29. Dans le même chapitre, il est inséré un article 74/25, rédigé comme suit:
  "Art. 74/25. § 1er. L'étranger qui fait l'objet d'une mesure de transfert en vertu des articles 51/5, § 4, alinéa 1er, ou 51/5/1, § 2, alinéa 1er, sans qu'une mesure de maintien ou une mesure de maintien moins coercitive ne soit imposée, peut être invité à entamer un trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de transfert.
  Le trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de transfert vise un suivi individualisé de l'étranger en vue de son transfert effectif vers l'Etat responsable du traitement de sa demande de protection internationale.
  Ce trajet d'accompagnement comprend les étapes suivantes:
  1° l'information et le conseil de l'étranger quant à sa situation de séjour en Belgique et, le cas échéant, quant aux procédures administratives et juridiques disponibles;
  2° l'identification des obstacles au transfert de l'étranger et la recherche de solutions pour y remédier;
  3° la planification d'entretiens de suivi avec l'étranger si cela est nécessaire;
  4° le cas échéant, la convocation de l'étranger pour lui demander qu'il accomplisse les démarches nécessaires afin d'obtenir et de présenter les documents requis en vue de son transfert effectif.
  Conformément à l'article 74/22, § 2, alinéa 2, l'étranger est informé lors des entretiens du trajet d'accompagnement de son obligation de coopérer et des actions spécifiques qui lui sont demandées à chaque étape de ce trajet d'accompagnement, ainsi que des conséquences d'un refus de coopération.
  § 2. Si l'étranger ne coopère pas au trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de transfert, il est présumé avoir pris la fuite, conformément aux articles 51/5, § 6, ou 51/5/1, § 4.".
Art. 30. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 74/26 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/26. Indien de vreemdeling nalaat in te gaan op de uitnodigingen of te reageren op verzoeken om informatie van het in artikelen 74/24 of 74/25 bedoelde aanklampende begeleidingstraject in het kader van een terugkeer- of overdrachtsprocedure, kan de gemachtigde van de minister zich naar het opgegeven adres van effectieve verblijfplaats begeven om na te gaan of de vreemdeling daar nog verblijft en hem informeren over het aanklampende begeleidingstraject.
  In dezelfde omstandigheden kan de minister of zijn gemachtigde de burgemeester verzoeken na te gaan of de vreemdeling op het opgegeven adres verblijft teneinde het aanklampende begeleidingstraject op te starten of verder te zetten.".
Art. 30. Dans le même chapitre, il est inséré un article 74/26, rédigé comme suit:
  "Art. 74/26. Si l'étranger ne répond pas aux invitations ou aux demandes d'information du trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de retour ou de transfert visé aux articles 74/24 ou 74/25, le délégué du ministre peut se rendre à l'adresse de résidence effective qu'il a fournie afin de vérifier si l'étranger y réside toujours et de l'informer du trajet d'accompagnement intensif.
  Dans les mêmes circonstances, le ministre ou son délégué peut demander au bourgmestre de vérifier si l'étranger réside à l'adresse qu'il a fournie afin d'entamer ou de poursuivre le trajet d'accompagnement intensif.".
Art. 31. In dezelfde titel IIIsexies, ingevoegd bij artikel 23, wordt een hoofdstuk III ingevoegd, luidende: "Hoofdstuk III. De preventieve maatregelen en de minder dwingende maatregelen voor vasthouding".
Art. 31. Dans le même titre IIIsexies, inséré par l'article 23, il est inséré un chapitre III, intitulé: "Chapitre III. Les mesures préventives et les mesures de maintien moins coercitives.".
Art. 32. In hoofdstuk III, ingevoegd bij artikel 31, wordt een artikel 74/27 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/27. De preventieve maatregelen die de minister of zijn gemachtigde op grond van deze wet aan de vreemdeling kan opleggen tijdens de termijn van vrijwillig vertrek of tijdens de termijn van tijdelijk uitgestelde verwijdering teneinde elk risico op onderduiken te vermijden, zijn de volgende:
  1° het voorleggen of in bewaring geven van identiteits- of reisdocumenten aan de bevoegde autoriteit;
  2° de verplichting zich te melden op bepaalde tijdstippen bij politiediensten of bij de Dienst Vreemdelingenzaken;
  3° het aanwijzen van een verplichte verblijfplaats.".
Art. 32. Dans le chapitre III, inséré par l'article 31, il est inséré un article 74/27, rédigé comme suit:
  "Art. 74/27. Les mesures préventives que le ministre ou son délégué peut imposer à l'étranger en vertu de la présente loi pendant le délai de départ volontaire ou pendant le délai de report temporaire d'éloignement afin d'éviter tout risque de fuite, sont les suivantes:
  1° la présentation ou le dépôt des documents d'identité ou de voyage à l'autorité compétente;
  2° l'obligation de se présenter à des moments déterminés auprès des services de police ou auprès de l'Office des Etrangers;
  3° l'assignation à résidence.".
Art. 33. In hetzelfde hoofdstuk wordt een artikel 74/28 ingevoegd, luidende:
  "Art. 74/28. § 1. De minder dwingende maatregelen voor vasthouding die de minister of zijn gemachtigde op grond van deze wet kan opleggen, zijn de volgende:
  1° de verplichting zich te melden op bepaalde tijdstippen bij politiediensten of bij de Dienst Vreemdelingenzaken;
  2° het aanwijzen van een verplichte verblijfplaats.
  § 2. De in paragraaf 1 bedoelde minder dwingende maatregelen voor vasthouding kunnen slechts worden opgelegd, naargelang het geval, voor de tijd die noodzakelijk is voor het vaststellen van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van het verzoek om internationale bescherming, voor de tijd die noodzakelijk is voor het onderzoek van het verzoek om internationale bescherming of voor de tijd die noodzakelijk is om de verwijderings- of overdrachtsmaatregel uit te voeren.
  § 3. Onverminderd de andere bepalingen van deze wet kunnen de in paragraaf 1 bedoelde minder dwingende maatregelen voor vasthouding slechts worden opgelegd indien de minister of zijn gemachtigde, op grond van een individuele beoordeling van het geheel van omstandigheden, van oordeel is dat een dergelijke maatregel nog doeltreffend is om, naargelang het geval, de doelstelling beoogd in de artikelen 51/5 § 1, 51/5/1, § 1 of 74/6, § 1 te verwezenlijken of om de effectieve verwijdering of overdracht van de vreemdeling te bewerkstelligen.
  De beoordeling van de doeltreffendheid van de minder dwingende maatregel voor vasthouding gebeurt op basis van de feitelijke omstandigheden, waaronder het gebrek aan medewerking van de vreemdeling. Een vasthoudingsmaatregel kan alleen worden genomen wanneer wordt geoordeeld dat geen andere afdoende maar minder dwingende maatregel doeltreffend kan worden toegepast.
  Een minder dwingende maatregel voor vasthouding wordt geacht niet doeltreffend te zijn, onder meer in de volgende gevallen:
  1° indien de vreemdeling een eerder opgelegde preventieve maatregel of minder dwingende maatregel voor vasthouding niet heeft gerespecteerd;
  2° indien de vreemdeling niet heeft voldaan aan zijn medewerkingsplicht zoals voorzien in de artikelen 74/22 en 74/23, of geen medewerking heeft verleend aan het aanklampende begeleidingstraject in het kader van een terugkeer- of overdrachtsprocedure, zoals voorzien in de artikelen 74/24 en 74/25;
  3° indien de vreemdeling een bedreiging vormt voor de openbare orde of de nationale veiligheid;
  4° indien de vreemdeling illegaal op het grondgebied verblijft en zich nooit bij de bevoegde overheden heeft aangeboden of de nodige handelingen heeft gesteld om zijn verblijfssituatie in orde te brengen.".
Art. 33. Dans le même chapitre, il est inséré un article 74/28, rédigé comme suit:
  "Art. 74/28. § 1er. Les mesures de maintien moins coercitives que le ministre ou son délégué peut imposer en vertu de la présente loi sont les suivantes:
  1° l'obligation de se présenter à des moments déterminés auprès des services de police ou auprès de l'Office des Etrangers;
  2° l'assignation à résidence.
  § 2. Les mesures de maintien moins coercitives visées au paragraphe 1er peuvent seulement être imposées, selon le cas, pour le temps nécessaire à la détermination de l'Etat responsable de l'examen de la demande de protection internationale, pour le temps nécessaire à l'examen de la demande de protection internationale ou pour le temps nécessaire à l'exécution de la mesure d'éloignement ou de transfert.
  § 3. Sans préjudice des autres dispositions de la présente loi, les mesures de maintien moins coercitives visées au paragraphe 1er peuvent seulement être imposées si le ministre ou son délégué considère, sur la base d'un examen individuel de l'ensemble des circonstances, qu'une telle mesure peut encore être efficace pour atteindre, selon le cas, l'objectif visé aux articles 51/5, § 1er, 51/5/1, § 1er, ou 74/6, § 1er, ou pour réaliser l'éloignement ou le transfert effectif de l'étranger.
  L'évaluation de l'efficacité de la mesure de maintien moins coercitive se fait sur la base des circonstances factuelles, en ce compris le manque de coopération de l'étranger. Une mesure de maintien peut être prise uniquement si d'autres mesures suffisantes mais moins coercitives ne peuvent pas être appliquées efficacement.
  Une mesure de maintien moins coercitive est présumée inefficace, notamment dans les cas suivants:
  1° lorsque l'étranger n'a pas respecté une mesure préventive ou une mesure de maintien moins coercitive imposée précédemment;
  2° lorsque l'étranger n'a pas rempli son obligation de coopérer prévue aux articles 74/22 et 74/23, ou lorsqu'il n'a pas coopéré au trajet d'accompagnement intensif dans le cadre d'une procédure de retour ou de transfert prévu aux articles 74/24 et 74/25;
  3° lorsque l'étranger constitue une menace pour l'ordre public ou la sécurité nationale;
  4° si l'étranger séjourne illégalement sur le territoire et ne s'est jamais présenté aux autorités compétentes ou n'a jamais accompli les démarches nécessaires pour régler sa situation de séjour.".
Art. 34. Artikel 75 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, wordt vervangen als volgt:
  "Art. 75. § 1. Onder voorbehoud van artikel 53, wordt de vreemdeling die zich aanbiedt bij de met grenscontrole belaste overheden zonder te voldoen aan de in de artikelen 2 en 3 bedoelde binnenkomstvoorwaarden en aan wie de binnenkomst in het Rijk werd geweigerd of die bij het overschrijden van de buitengrenzen van het Rijk is aangehouden of onderschept zonder te voldoen aan de in de artikelen 2 en 3 bedoelde binnenkomstvoorwaarden en die niet gemachtigd werd tot binnenkomst in het Rijk, gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro, of met één van deze straffen alleen.
  § 2. Onder voorbehoud van de artikelen 53 en 79, wordt de vreemdeling die illegaal in het Rijk verblijft, binnen de in het tweede lid gestelde grenzen, gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro, of met één van deze straffen alleen.
  De in het eerste lid bedoelde gevangenisstraf kan enkel worden opgelegd indien aan de vreemdeling reeds een vasthoudingsmaatregel of een minder dwingende maatregel voor vasthouding is opgelegd die is beëindigd zonder dat hij kon worden verwijderd en hij, zonder geldige reden om niet terug te keren, zijn illegaal verblijf in het Rijk verderzet.
  § 3. In geval van herhaling binnen de termijn van drie jaar van een van de in paragraaf 1 en 2 bedoelde misdrijven, worden die straffen gebracht op een gevangenisstraf van een maand tot twaalf maanden en op een geldboete van honderd euro tot duizend euro, of op een van die straffen alleen.".
Art. 34. L'article 75 de la même loi, modifié par la loi du 26 juin 2000, est remplacé par ce qui suit:
  "Art. 75. § 1. Sous réserve de l'article 53, l'étranger qui se présente aux autorités chargées du contrôle aux frontières sans remplir les conditions d'entrée prévues aux articles 2 et 3 et dont l'entrée au Royaume a été refusée ou qui a été arrêté ou intercepté lors du franchissement des frontières extérieures du Royaume sans remplir les conditions d'entrée prévues aux articles 2 et 3 et qui n'a pas été autorisé à entrer dans le Royaume, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six euros à deux cents euros, ou d'une de ces peines seulement.
  § 2. Sous réserve des articles 53 et 79, l'étranger qui séjourne illégalement dans le Royaume est puni, dans les limites prévues à l'alinéa 2, d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six euros à deux cents euros, ou d'une de ces peines seulement.
  L'emprisonnement, visé à l'alinéa 1er, peut être imposé uniquement si l'étranger a déjà fait l'objet d'une mesure de maintien ou d'une mesure de maintien moins coercitive ayant pris fin sans qu'il ait pu être procédé à son éloignement et s'il continue, sans motif justifié de non-retour, à séjourner illégalement dans le Royaume.
  § 3. En cas de récidive dans le délai de trois ans d'une des infractions prévues aux paragraphes 1 et 2, ces peines sont portées à un emprisonnement d'un mois à douze mois et à une amende de cent euros à mille euros, ou à une de ces peines seulement.".
Art. 35. In dezelfde wet wordt een artikel 75/1 ingevoegd, luidende:
  "Art. 75/1. De vreemdeling die verplicht werd bepaalde plaatsen te verlaten, ervan verwijderd te blijven of in een bepaalde plaats te verblijven, en die zich zonder geldige reden aan deze verplichting onttrekt, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro, of met een van die straffen alleen.
  In geval van herhaling binnen de termijn van drie jaar van het in het eerste lid bedoelde misdrijf, worden die straffen gebracht op een gevangenisstraf van een maand tot twaalf maanden en op een geldboete van honderd euro tot duizend euro, of op een van die straffen alleen.
  Dit artikel is niet van toepassing op de vreemdeling aan wie in het kader van een terugkeerprocedure op grond van deze wet een verplichte verblijfplaats wordt aangewezen als preventieve maatregel of als minder dwingende maatregel voor vasthouding.".
Art. 35. Dans la même loi, il est inséré un article 75/1 rédigé comme suit:
  "Art. 75/1. L'étranger qui a été enjoint de quitter des lieux déterminés, d'en demeurer éloigné ou de résider en un lieu déterminé et qui se soustrait à cette obligation sans motif valable, est puni d'un emprisonnement de huit jours à trois mois et d'une amende de vingt-six euros à deux cents euros, ou d'une de ces peines seulement.
  En cas de récidive dans le délai de trois ans de l'infraction prévue à l'alinéa 1er, ces peines sont portées à un emprisonnement d'un mois à douze mois et à une amende de cent euros à mille euros, ou à une de ces peines seulement.
  Le présent article ne s'applique pas à l'étranger auquel, dans le cadre d'une procédure de retour en vertu de la présente loi, une assignation à résidence est désignée comme mesure préventive ou comme mesure de maintien moins coercitive.".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen
CHAPITRE III. - Modifications de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers
Art. 36. Artikel 2 van de wet van 12 januari 2007 betreffende de opvang van asielzoekers en van bepaalde andere categorieën van vreemdelingen, gewijzigd bij de wetten van 19 januari 2012 en 21 november 2017, wordt aangevuld met de bepalingen onder 14° en 15°, luidende:
  "14° de Dublin-plaats: de opvangplaats in een collectieve opvangstructuur waar een specifieke maatschappelijke begeleiding wordt verstrekt, aangepast aan de administratieve situatie van de begunstigde van de opvang die in kennis is gesteld van een beslissing tot weigering van verblijf met overdrachtsmaatregel met toepassing van artikel 51/5, § 4, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. In een Dublin-plaats wordt er onder meer uitleg verstrekt over de beslissing tot vaststelling van de Staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag, de beschikbare rechtsmiddelen, de nadere regels en de termijn voor de uitvoering van de overdracht. De Dienst Vreemdelingenzaken is op geregelde tijdstippen ter plaatse aanwezig en verstrekt aan de begunstigde van de opvang de begeleiding in de zin van artikel 74/25 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  15° de open terugkeerplaats: de opvangplaats in een collectieve opvangstructuur, waar een specifieke maatschappelijke begeleiding wordt verstrekt, aangepast aan de administratieve situatie van de begunstigde van de opvang die in kennis is gesteld van een negatieve definitieve beslissing in het kader van een verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 1, § 1, 19°, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen. In een open terugkeerplaats wordt er onder meer uitleg verstrekt over de gevolgen van de negatieve definitieve beslissing en wordt er begeleiding bij de vrijwillige terugkeer aangeboden. De Dienst Vreemdelingenzaken is op geregelde tijdstippen ter plaatse aanwezig en verstrekt aan de begunstigde van de opvang de begeleiding in de zin van artikel 74/24 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen."
Art. 36. L'article 2 de la loi du 12 janvier 2007 sur l'accueil des demandeurs d'asile et de certaines autres catégories d'étrangers, modifié par les lois du 19 janvier 2012 et du 21 novembre 2017, est complété par les 14° et 15° rédigés comme suit:
  "14° la place Dublin: la place d'accueil dans une structure d'accueil communautaire, où est assuré un accompagnement social spécifique, adapté à la situation administrative du bénéficiaire de l'accueil qui s'est vu notifier une décision de refus de séjour avec mesure de transfert en application de l'article 51/5, § 4, alinéa 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers. Dans une place Dublin, des explications sont notamment données sur la décision déterminant l'Etat responsable de l'examen de la demande d'asile, les voies de recours disponibles, les modalités et le délai d'exécution du transfert. L'Office des Etrangers est présent à intervalles réguliers sur place et fournit au bénéficiaire de l'accueil l'accompagnement tel que visé à l'article 74/25 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
  15° la place ouverte de retour: la place d'accueil dans une structure d'accueil communautaire, où est assuré un accompagnement social spécifique, adapté à la situation administrative du bénéficiaire de l'accueil qui s'est vu notifier une décision finale négative dans le cadre d'une demande de protection internationale au sens de l'article 1er, § 1er, 19°, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers. Dans une place ouverte de retour, des explications sont notamment données sur les conséquences de la décision finale négative et un accompagnement au retour volontaire est proposé. L'Office des Etrangers est présent à intervalles réguliers sur place et fournit au bénéficiaire de l'accueil l'accompagnement tel que visé à l'article 74/24 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.".
Art. 37. Artikel 12 van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 4 mei 2016, wordt aangevuld met een paragraaf 4, luidende:
  " § 4. Na de kennisgeving van een beslissing tot weigering van verblijf met overdrachtsmaatregel met toepassing van artikel 51/5, § 4, eerste lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen of van een negatieve definitieve beslissing in het kader van een verzoek om internationale bescherming in de zin van artikel 1, § 1, 19°, van dezelfde wet, wijzigt het Agentschap de verplichte plaats van inschrijving van de begunstigde van de opvang, respectievelijk naar een Dublin-plaats of een open terugkeerplaats, tenzij hij zich reeds in een opvangstructuur met dergelijke plaatsen bevindt.
  De begunstigde van de opvang dient zich binnen de vijf werkdagen vanaf de kennisgeving van de beslissing tot wijziging van de verplichte plaats van inschrijving naar de toegewezen plaats te begeven.
  Binnen deze termijn van vijf werkdagen kan de begunstigde van de opvang bij het Agentschap een met redenen omkleed uitzonderingsverzoek inzake de toewijzing indienen:
  1° om gestaafde medische redenen die een verandering van opvangstructuur in de weg staan; de redenen worden onderzocht door de raadgevend arts van het Agentschap;
  2° om reden van zwangerschap of recente bevalling, tussen de zevende maand van de zwangerschap tot het einde van de tweede maand na de geboorte van het kind;
  3° met het oog op het voltooien van het schooljaar tussen 1 april en 30 juni; deze reden kan niet worden ingeroepen door de begunstigde van de opvang aan wie een Dublin-plaats is toegewezen.
  De begunstigde van de opvang mag tijdens de behandeling van het in het derde lid bedoelde verzoek in de opvangstructuur blijven waar hij zich bevindt.".
Art. 37. L'article 12 de la même loi, modifié par la loi du 4 mai 2016, est complété par le paragraphe 4 rédigé comme suit:
  " § 4. Après la notification d'une décision de refus de séjour avec mesure de transfert en application de l'article 51/5, § 4, alinéa 1er, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers ou d'une décision finale négative dans le cadre d'une demande de protection internationale au sens de l'article 1er, § 1er, 19°, de la même loi, l'Agence modifie le lieu obligatoire d'inscription du bénéficiaire de l'accueil, respectivement vers une place Dublin ou une place ouverte de retour, sauf s'il se trouve déjà dans une structure d'accueil comptant de telles places.
  Le bénéficiaire de l'accueil doit se rendre à la place désignée dans les cinq jours ouvrables à compter de la notification de la décision modifiant le lieu obligatoire d'inscription.
  Dans ce délai de cinq jours ouvrables, le bénéficiaire de l'accueil peut introduire auprès de l'Agence une demande motivée d'exception à la désignation effectuée:
  1° pour des raisons médicales certifiées faisant obstacle au changement de structure d'accueil; les raisons sont examinées par le médecin-conseil de l'Agence;
  2° en raison de grossesse ou d'accouchement récent, entre le septième mois de la grossesse et la fin du deuxième mois suivant la naissance de l'enfant;
  3° en vue de terminer l'année scolaire de ses enfants entre le 1er avril et le 30 juin; ce motif ne peut être invoqué par le bénéficiaire de l'accueil auquel une place Dublin a été désignée.
  Le bénéficiaire de l'accueil peut se maintenir dans la structure d'accueil où il se trouve pendant le traitement de la demande visée à l'alinéa 3.".