Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
9 JUNI 2024. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-07-2024 en tekstbijwerking tot 10-02-2026)
Titre
9 JUIN 2024. - ArrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution des articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations(NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 04-07-2024 et mise Ă  jour au 10-02-2026)
Documentinformatie
Numac: 2024006218
Datum: 2024-06-09
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2024006218
Date: 2024-06-09
Moniteur: Voir
Tekst (39)
Texte (39)
TITEL I. - Inleidende bepaling
TITRE Ier. - Disposition introductive
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
  1° "het koninklijk besluit nr. 38": het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen;
  2° "het koninklijk besluit nr. 50": het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  3° "het koninklijk besluit nr. 72": het koninklijk besluit nr. 72 van 10 november 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen;
  4° "de wet van 15 mei 1984": de wet van 15 mei 1984 houdende maatregelen tot harmonisering in de pensioenregelingen;
  5° "het koninklijk besluit van 23 december 1996": het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16, 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels;
  6° "het koninklijk besluit van 30 januari 1997": het koninklijk besluit van 30 januari 1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26 juli 1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie, bekrachtigd door de wet van 26 juni 1997;
  7° "de wet van 23 december 2005": de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact;
  8° "de wet": de wet van 25 april 2024 houdende de hervorming van de pensioenen;
  9° "het koninklijk besluit van 21 december 1967": het koninklijk besluit van 21 december 1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers;
  10° "het koninklijk besluit van 22 december 1967": het koninklijk besluit van 22 december 1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen der zelfstandigen.
Article 1er. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° " l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 " : l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 du 27 juillet 1967 organisant le statut social des travailleurs indĂ©pendants ;
  2° " l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 " : l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 du 24 octobre 1967 relatif Ă  la pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s ;
  3° " l'arrĂȘtĂ© royal n° 72 " : l'arrĂȘtĂ© royal n° 72 du 10 novembre 1967 relatif Ă  la pension de retraite et de survie des travailleurs indĂ©pendants ;
  4° " la loi du 15 mai 1984 " : la loi du 15 mai 1984 portant mesures d'harmonisation dans les régimes de pensions ;
  5° " l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 " : l'arrĂȘtĂ© royal portant exĂ©cution des articles 15, 16 et 17 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions ;
  6° " l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997 " : l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997 relatif au rĂ©gime de pension des travailleurs indĂ©pendants en application des articles 15 et 27 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions et de l'article 3, § 1er, 4° de la loi du 26 juillet 1996 visant Ă  rĂ©aliser les conditions budgĂ©taires de la participation de la Belgique Ă  l'Union Ă©conomique et monĂ©taire europĂ©enne, confirmĂ© par la loi du 26 juin 1997 ;
  7° " la loi du 23 décembre 2005 " : la loi du 23 décembre 2005 relative au pacte de solidarité entre les générations ;
  8° " la loi " : la loi du 25 avril 2024 portant la réforme des pensions ;
  9° " l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967 " : l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral du rĂ©gime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariĂ©s ;
  10° " l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1967 " : l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1967 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral relatif Ă  la pension de retraite et de survie des travailleurs indĂ©pendants.
TITEL II. - Bepalingen inzake de pensioenbonus in de pensioenregeling van de werknemers
TITRE II. - Dispositions relatives au bonus de pension dans le régime de pension des travailleurs salariés
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Art. 2. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
  1° "pensioenbonus": het in artikel 7ter van de wet van 23 december 2005 bedoelde voordeel;
  2° "referteperiode": het tijdvak [1 ...]1 gelegen na 30 juni 2024, dat:
  a) een aanvang neemt ten vroegste op de eerste dag van de maand waarin de werknemer op vervroegd rustpensioen als bedoeld in artikel 4, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 had kunnen gaan en ten laatste op de eerste dag van de maand volgend op de maand waarin hij de leeftijd bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bereikt en dit telkens enkel voor zover er in dit kwartaal een arbeidsdag zoals gedefinieerd in artikel 3ter, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 50 daadwerkelijk werd gepresteerd;
  b) voor de werknemer die, voor 1 juli 2024, op vervroegd rustpensioen als bedoeld in artikel 4, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 had kunnen gaan of de leeftijd bedoeld in artikel 2, § 1, van het koninklijk besluit van 23 december 1996 bereikte, in afwijking van de bepaling onder a), een aanvang neemt op 1 juli 2024 en dit enkel voor zover er in het derde kwartaal van 2024 een arbeidsdag zoals gedefinieerd in artikel 3ter, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 50 daadwerkelijk werd gepresteerd;
  c) voor de werknemer die voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in de bepalingen onder a) en b), met uitzondering van de voorwaarde betreffende de arbeidsdag, pas een aanvang neemt op de eerste dag van het kwartaal waarin een arbeidsdag zoals gedefinieerd in artikel 3ter, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 50 daadwerkelijk werd gepresteerd;
  d) [1 eindigt op de laatste dag van de maand voorafgaand aan de maand waarin aan de werknemer een rustpensioen of een als zodanig geldend voordeel krachtens een Belgische wettelijke, reglementaire, statutaire of contractuele pensioenregeling, met uitzondering van het onvoorwaardelijk pensioen, bedoeld in artikel 37 van het koninklijk besluit nr. 72, toegekend wordt en ten laatste op 31 december 2025]1;
  3° "refertejaar" : een tijdvak van 12 opeenvolgende kalendermaanden binnen de referteperiode, telkens te rekenen vanaf de eerste dag van de kalendermaand waarin de referteperiode aanving;
  4° "voltijdse dagequivalenten": de dagen bedoeld in de bepalingen onder 5° en 6°, omgezet in een voltijdse arbeidsregeling in de zin van artikel 3ter, eerste lid, 7°, van het koninklijk besluit nr. 50;
  5° "dagen van effectieve tewerkstelling": de arbeidsdagen zoals gedefinieerd in artikel 3ter, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 50 en de geregulariseerde dagen krachtens artikel 32bis van het koninklijk besluit van 21 december 1967, omgezet naar voltijdse dagequivalenten;
  6° "gelijkgestelde dagen": de perioden in toepassing van de artikelen 34, 35 en 36 van het koninklijk besluit van 21 december 1967 gelijkgesteld met arbeidsperioden, met uitzondering van de perioden bedoeld in artikel 34, § 1, N., Nbis., Nquater. en O. van dit koninklijk besluit, omgezet naar voltijdse dagequivalenten.
  De gelijkgestelde dagen worden ten belope van maximum 30 voltijdse dagequivalenten per refertejaar in aanmerking genomen en dit enkel voor zover ten minste een arbeidsdag zoals gedefinieerd in artikel 3ter, eerste lid, 2°, van het koninklijk besluit nr. 50 daadwerkelijk werd gepresteerd tijdens het betrokken refertejaar ;
  7° "bonusdagen": de dagen van effectieve tewerkstelling en de gelijkgestelde dagen tijdens de referteperiode waarvoor, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een pensioenbonus toegekend kan worden.
  
Art. 2. Pour l'application du présent titre, on entend par :
  1° " bonus de pension " : l'avantage visé à l'article 7ter de la loi du 23 décembre 2005 ;
  2° " période de référence " : la période [1 ...]1 située aprÚs le 30 juin 2024, qui :
  a) dĂ©bute au plus tĂŽt le premier jour du mois au cours duquel le travailleur salariĂ© aurait pu prendre sa pension de retraite anticipĂ©e visĂ©e Ă  l'article 4, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 et au plus tard le premier jour du mois suivant le mois au cours duquel il atteint l'Ăąge visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 et ce, chaque fois uniquement dans la mesure oĂč une journĂ©e de travail telle que dĂ©finie Ă  l'article 3ter, alinĂ©a 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 a Ă©tĂ© effectivement prestĂ©e dans ce trimestre ;
  b) dĂ©bute le 1er juillet 2024, pour le travailleur salariĂ© qui, avant le 1er juillet 2024, aurait pu bĂ©nĂ©ficier d'une pension anticipĂ©e au sens de l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 ou de l'Ăąge visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996, par dĂ©rogation au a), et ce, uniquement dans la mesure oĂč une journĂ©e de travail telle que dĂ©finie Ă  l'article 3ter, alinĂ©a 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 a Ă©tĂ© effectivement prestĂ©e dans le troisiĂšme trimestre de 2024 ;
  c) dĂ©bute le premier jour du trimestre au cours duquel une journĂ©e de travail telle que dĂ©finie Ă  l'article 3ter, alinĂ©a 1, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 a Ă©tĂ© effectivement prestĂ©e, pour le travailleur salariĂ© qui remplit les conditions, visĂ©es aux a) et b), Ă  l'exception de la condition relative Ă  la journĂ©e de travail ;
  d) [1 se termine le dernier jour du mois prĂ©cĂ©dant celui au cours duquel le travailleur salariĂ© bĂ©nĂ©ficie d'une pension de retraite ou d'un avantage en tenant lieu en vertu d'un rĂ©gime de pension belge lĂ©gal, rĂ©glementaire, statutaire ou contractuel, Ă  l'exception de la pension inconditionnelle visĂ©e Ă  l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© royal n° 72, est octroyĂ© et au plus tard le 31 dĂ©cembre 2025]1 ;
  3° " année de référence " : une période de 12 mois civils consécutifs au cours de la période de référence à compter à chaque fois du premier jour du mois civil au cours duquel la période de référence a commencé ;
  4° " jours Ă©quivalents temps plein " : les jours tels que visĂ©s aux 5° et 6°, convertis en un rĂ©gime de travail Ă  temps plein au sens de l'article 3ter, alinĂ©a 1er, 7°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 ;
  5° " jours d'occupation effective " : les journĂ©es de travail tels que dĂ©finies Ă  l'article 3ter, alinĂ©a 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 et les jours rĂ©gularisĂ©s en vertu de l'article 32bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967, convertis en jours Ă©quivalents temps plein ;
  6° " jours assimilĂ©s " : les pĂ©riodes assimilĂ©es Ă  des pĂ©riodes de travail en application des articles 34, 35 et 36 de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967, Ă  l'exception des pĂ©riodes visĂ©es Ă  l'article 34, § 1er, N., Nbis., Nquater. et O. de cet arrĂȘtĂ© royal, converties en jours Ă©quivalents temps plein.
  Les jours assimilĂ©s sont pris en compte Ă  concurrence de maximum 30 jours Ă©quivalents temps plein par annĂ©e de rĂ©fĂ©rence, et ce, uniquement pour autant qu'au moins une journĂ©e de travail telle que dĂ©finie Ă  l'article 3ter, alinĂ©a 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 ait Ă©tĂ© effectivement prestĂ©e au cours de l'annĂ©e de rĂ©fĂ©rence concernĂ©e ;
  7° " jours de bonus " : les jours d'occupation effective et les jours assimilĂ©s durant la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence pour lesquels, conformĂ©ment aux dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, un bonus de pension peut ĂȘtre octroyĂ©.
  
HOOFDSTUK 2. - Toekenningsvoorwaarden van de pensioenbonus
CHAPITRE 2. - Conditions d'octroi du bonus de pension
Art. 3. Een pensioenbonus kan toegekend worden voor de dagen van effectieve tewerkstelling en de gelijkgestelde dagen gelegen in de referteperiode.
Art. 3. Un bonus de pension peut ĂȘtre octroyĂ© pour les jours d'occupation effective et les jours assimilĂ©s situĂ©s dans la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence.
Art. 4. In een refertejaar kunnen maximum 312 bonusdagen toegekend worden. Dit aantal wordt bepaald voor de toepassing van artikel 10bis van het koninklijk besluit nr. 50 en artikel 5, § 1, derde lid, van het koninklijk besluit van 23 december 1996, maar na de toepassing van artikel 34, § 2, 1, eerste lid, tweede zin, van het koninklijk besluit van 21 december 1967.
  Het aantal bonusdagen in een refertejaar dat daadwerkelijk in aanmerking genomen kan worden voor dit refertejaar, wordt indien nodig beperkt in toepassing van artikel 42 van de wet.
Art. 4. Dans une annĂ©e de rĂ©fĂ©rence, un maximum de 312 jours de bonus peut ĂȘtre accordĂ©. Ce nombre est dĂ©terminĂ© avant l'application de l'article 10bis de l'arrĂȘtĂ© royal n° 50 et de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996, mais aprĂšs application de l'article 34, § 2, 1, alinĂ©a 1er, deuxiĂšme phrase, de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967.
  Le nombre de jours de bonus dans une annĂ©e de rĂ©fĂ©rence, qui peut effectivement ĂȘtre pris en compte, est limitĂ© le cas Ă©chĂ©ant pour cette annĂ©e de rĂ©fĂ©rence en application de l'article 42 de la loi.
Art. 5. De pensioenbonus kan tijdens de referteperiode voor maximum [1 468 ]1 daadwerkelijk in aanmerking genomen bonusdagen toegekend worden. Dit aantal wordt indien nodig beperkt in toepassing van artikel 43 van de wet.
  
Art. 5. Le bonus de pension peut ĂȘtre octroyĂ© pendant la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence pour maximum les [1 468 ]1 jours de bonus effectivement pris en compte, retenus. Ce nombre est limitĂ©, le cas Ă©chĂ©ant, en application de l'article 43 de la loi.
  
Art. 6. De loopbaan als werknemer wordt gebaseerd op de gegevens ingeschreven op de individuele rekening.
  In afwijking van het eerste lid wordt, bij gebrek aan gegevens ingeschreven op de individuele rekening en behoudens tegenbewijs, de loopbaan als werknemer:
  1° voor het laatste kalenderjaar dat de ingangsdatum van de pensioenbonus onmiddellijk voorafgaat, waar nodig gebaseerd op de loopbaan als werknemer van het voorgaande kalenderjaar;
  2° voor het jaar waarin de pensioenbonus ingaat, waar nodig gebaseerd op de loopbaan als werknemer zoals bedoeld in 1°, vermenigvuldigd met een breuk waarvan de noemer gelijk is aan 12 en waarvan de teller gelijk is aan het aantal maanden gelegen voor de ingangsdatum van de pensioenbonus tijdens het beschouwde jaar.
Art. 6. La carriÚre en tant que travailleur salarié est basée sur les données enregistrées sur le compte individuel.
  Par dérogation à l'alinéa 1er, à défaut de données inscrites sur le compte individuel et sous réserve de preuve contraire, la carriÚre en tant que travailleur salarié :
  1° est basée, le cas échéant, pour la derniÚre année civile précédant immédiatement celle de la date de prise de cours du bonus de pension sur la carriÚre en qualité de travailleur salarié de l'année civile précédente ;
  2° est basée, le cas échéant, pour l'année de prise de cours du bonus de pension sur la carriÚre en qualité de travailleur salarié comme visée au 1°, multipliée par une fraction dont le dénominateur est égal à 12 et dont le numérateur est égal au nombre de mois précédant la date de prise de cours du bonus de pension durant l'année considérée.
Art. 7. De pensioenbonus gaat daadwerkelijk en voor de eerste maal in op de datum waarop het persoonlijk rustpensioen als werknemer van de gerechtigde daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaat.
  In afwijking van het eerste lid gaat de pensioenbonus daadwerkelijk en voor de eerste maal in op de datum van toekenning van het persoonlijk rustpensioen als werknemer, wanneer het persoonlijk rustpensioen als werknemer van de gerechtigde toegekend werd, maar niet daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan ingevolge de toekenning van een rustpensioen aan de echtgenoot van de gerechtigde, berekend met toepassing van artikel 5, § 1, eerste lid, a), van het koninklijk besluit van 23 december 1996.
Art. 7. Le bonus de pension prend cours effectivement et pour la premiÚre fois à la date à laquelle la pension de retraite personnelle en qualité de travailleur salarié du bénéficiaire prend cours effectivement et pour la premiÚre fois.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, le bonus de pension prend cours effectivement et pour la premiĂšre fois Ă  la date de l'octroi de la pension de retraite personnelle en qualitĂ© de travailleur salariĂ©, lorsque la pension de retraite personnelle en qualitĂ© de travailleur salariĂ© du bĂ©nĂ©ficiaire a Ă©tĂ© octroyĂ©e mais n'a pas pris cours effectivement et pour la premiĂšre fois Ă  la suite de l'octroi d'une pension de retraite au conjoint du bĂ©nĂ©ficiaire, calculĂ©e en application de l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, a), de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
Art. 8. Zodra de pensioenbonus daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan, is er geen opbouw van bijkomende pensioenrechten als werknemer of pensioenbonusrechten als werknemer meer mogelijk.
Art. 8. DÚs que le bonus de pension a pris cours effectivement et pour la premiÚre fois, aucune constitution de droits de pension en qualité de travailleur salarié ou de bonus de pension en qualité de travailleur salarié supplémentaires n'est encore possible.
HOOFDSTUK 3. - Bedrag en betaling van de pensioenbonus
CHAPITRE 3. - Montant et paiement du bonus de pension
Afdeling 1. - Bepaling van het bedrag van de pensioenbonus
Section 1Úre. - Détermination du montant du bonus de pension
Art. 9. § 1. De pensioenbonus wordt uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling.
  [1 Het bedrag van de pensioenbonus wordt als volgt bepaald:
Art. 9.. § 1er. Le bonus de pension est versé en une fois sous la forme d'un paiement unique.
  [1 Le montant du bonus de pension est fixé comme suit :
Bedrag van de pensioenbonus Binnen de referteperiode Montant du bonus de pension Au cours de la période de référence
3.775,00 euro het eerste refertejaar 3.775,00 euros la premiÚre année de référence
7.550,00 euro het tweede refertejaar 7.550,00 euros la deuxiÚme année de référence
Bedrag van de pensioenbonus Binnen de referteperiode Montant du bonus de pension Au cours de la période de référence 3.775,00 euro het eerste refertejaar 3.775,00 euros la premiÚre année de référence 7.550,00 euro het tweede refertejaar 7.550,00 euros la deuxiÚme année de référence
]1.
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het bedrag van de pensioenbonus 11.325,00 euro voor elk refertejaar voor de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, § 3, 5°, a) of b), van het koninklijk besluit van 23 december 1996.
  § 3. De aan de werknemer uit te betalen eenmalige betaling wordt verkregen door de som te maken van de bedragen bepaald in toepassing van de paragrafen 1 en 2, waarbij voor elk refertejaar dit jaarbedrag vermenigvuldigd wordt met een breuk waarvan de teller bestaat uit het aantal bonusdagen in dat refertejaar, na toepassing van de artikelen 4 en 5, en de noemer bestaat uit 312.
  
Bedrag van de pensioenbonus Binnen de referteperiode Montant du bonus de pension Au cours de la période de référence
3.775,00 euro het eerste refertejaar 3.775,00 euros la premiÚre année de référence
7.550,00 euro het tweede refertejaar 7.550,00 euros la deuxiÚme année de référence
Bedrag van de pensioenbonus Binnen de referteperiode Montant du bonus de pension Au cours de la période de référence 3.775,00 euro het eerste refertejaar 3.775,00 euros la premiÚre année de référence 7.550,00 euro het tweede refertejaar 7.550,00 euros la deuxiÚme année de référence
]1
  § 2. Par dĂ©rogation au paragraphe 1er, le montant du bonus de pension est de 11.325,00 euros pour chaque annĂ©e de rĂ©fĂ©rence pour le travailleur salariĂ© qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 4, § 3, 5°, a) ou b), de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
   § 3. Le paiement unique Ă  payer au travailleur salariĂ© est obtenu en additionnant les montants fixĂ©s en application des paragraphes 1er et 2, oĂč, pour chaque annĂ©e de rĂ©fĂ©rence, ce montant annuel est multipliĂ© par une fraction dont le numĂ©rateur est constituĂ© par le nombre de jours de bonus dans cette annĂ©e de rĂ©fĂ©rence, aprĂšs application des articles 4 et 5, et le dĂ©nominateur de 312.
  
Art. 10. § 1. [1 § 1. De pensioenbonus uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling wordt voor de toepassing van artikel 45 van de wet omgezet in een fictieve rente.
   Het jaarbedrag van de pensioenbonus wordt in dit geval als volgt bepaald:
Art. 10. § 1er.[Le bonus de pension payé sous la forme d'un paiement unique est converti en rente fictive pour l'application de l'article 45 de la loi.
   Le montant annuel du bonus de pension est fixé, dans ce cas, comme suit :
Jaarbedrag van de pensioenbonus per bonusdag Binnen de referteperiode Montant annuel du bonus de pension par jour de bonus Au cours de la période de référence
0,60 euro het eerste refertejaar 0,60 euro la premiÚre année de référence
1,20 euro het tweede refertejaar 1,20 euro la deuxiÚme année de référence
Jaarbedrag van de pensioenbonus per bonusdag Binnen de referteperiode Montant annuel du bonus de pension par jour de bonus Au cours de la période de référence 0,60 euro het eerste refertejaar 0,60 euro la premiÚre année de référence 1,20 euro het tweede refertejaar 1,20 euro la deuxiÚme année de référence
]1
  § 2. In afwijking van paragraaf 1 is het jaarbedrag van de pensioenbonus 1,80 euro voor elke bonusdag voor de werknemer die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 4, § 3, 5°, a) of b), van het koninklijk besluit van 23 december 1996.
  
Jaarbedrag van de pensioenbonus per bonusdag Binnen de referteperiode Montant annuel du bonus de pension par jour de bonus Au cours de la période de référence
0,60 euro het eerste refertejaar 0,60 euro la premiÚre année de référence
1,20 euro het tweede refertejaar 1,20 euro la deuxiÚme année de référence
Jaarbedrag van de pensioenbonus per bonusdag Binnen de referteperiode Montant annuel du bonus de pension par jour de bonus Au cours de la période de référence 0,60 euro het eerste refertejaar 0,60 euro la premiÚre année de référence 1,20 euro het tweede refertejaar 1,20 euro la deuxiÚme année de référence
]1
  § 2. Par dĂ©rogation au paragraphe 1er, le montant annuel du bonus de pension est de 1,80 euro pour chaque jour de bonus pour le travailleur salariĂ© qui, satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 4, § 3, 5°, a) ou b), de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996.
  
Afdeling 2. - Betalingsvoorwaarden
Section 2. - Conditions de paiement
Art. 11. Eenmaal ingegaan, blijft de pensioenbonus betaalbaar en dit ongeacht of het persoonlijk rustpensioen als werknemer verder wordt uitbetaald.
  [1 ...]1
  
Art. 11. Une fois qu'il a pris cours, le bonus de pension reste payable, que la pension de retraite personnelle en qualité de travailleur salarié soit toujours versée ou non.
  [1 ...]1
  
TITEL III. - Bepalingen inzake de pensioenbonus in de pensioenregeling van de zelfstandigen
TITRE III. - Dispositions relatives au bonus de pension dans le régime de pension des travailleurs indépendants
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Art. 12. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:
  1° "bonus": het in artikel 3/2 van de wet van 23 december 2005 bedoelde voordeel dat toegekend wordt voor elk kwartaal van beroepsbezigheid als zelfstandige tijdens de referteperiode;
  2° "kwartalen van beroepsbezigheid als zelfstandige": elk kalenderkwartaal waarvoor de bijdrage, verschuldigd krachtens het koninklijk besluit nr. 38, in hoofdsom en toebehoren betaald werd op de ingangsdatum van het rustpensioen en waarvoor het bedrag van die bijdrage werd berekend aan de hand van:
  - het bijdragepercentage bedoeld in artikel 12, § 1, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 38 op het daarin bedoelde inkomstengedeelte, toegepast op een inkomstenbedrag dat minstens gelijk is, of geacht wordt dat te zijn, aan het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid van hetzelfde besluit, of toegepast op een lager inkomstenbedrag evenwel resulterend in een bijdrage die geacht wordt minstens gelijk te zijn aan de bijdrage bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid van hetzelfde besluit of
  - het bijdragepercentage bedoeld in artikel 12, § 2, tweede lid, 1° en in artikel 13, § 1, tweede lid, 1° van hetzelfde besluit.
  3° "vervroegd rustpensioen": het rustpensioen dat naar keuze en op verzoek van de zelfstandige ingaat vóór de pensioenleeftijd mits voldaan is aan de leeftijds- en loopbaanvoorwaarden voorzien in artikel 3, § 2, § 2bis, § 2ter, § 3, § 3ter en § 4, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997;
  4° [1 de "referteperiode": het tijdvak van 6 kwartalen dat aanvangt op de eerste dag van het kwartaal waarin de datum gelegen is waarop de zelfstandige voor het eerst een vervroegd rustpensioen had kunnen bekomen of vanaf de eerste dag van het kwartaal waarin de pensioenleeftijd, bedoeld in artikel 3, § 1, of § 1bis, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, naargelang het geval, gelegen is, doch niet vóór 1 juli 2024]1.
  Indien de vroegst mogelijke ingangsdatum van het rustpensioen gelegen is op de eerste dag van een kwartaal, dan vangt de referteperiode aan op die dag.
  Indien de vroegst mogelijk ingangsdatum van het rustpensioen als zelfstandige gelegen is vóór 1 januari 2025, dan vangt de referteperiode te vroegste aan op 1 juli 2024.
  [1 De referteperiode eindigt ten laatste op 31 december 2025.]1.
  
Art. 12. Pour l'application du présent titre, il y a lieu d'entendre par :
  1° " bonus " : l'avantage visé à l'article 3/2 de la loi du 23 décembre 2005 octroyé pour chaque trimestre d'activité professionnelle en qualité de travailleur indépendant pendant la période de référence ;
  2° " trimestres d'activitĂ© professionnelle en qualitĂ© de travailleur indĂ©pendant " : chaque trimestre pour lequel la cotisation due en vertu de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38 a Ă©tĂ© payĂ©e en principal et accessoires Ă  la date de prise de cours de la pension de retraite, et dont le montant de cette cotisation a Ă©tĂ© calculĂ© de la façon suivante :
  - le pourcentage de cotisation visĂ© Ă  l'article 12, § 1er, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 38, relatif Ă  la partie de revenus visĂ©e, appliquĂ© Ă  un montant de revenu qui est au moins Ă©gal ou soit censĂ© l'ĂȘtre, au montant visĂ© Ă  l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2 de ce mĂȘme arrĂȘtĂ©, ou appliquĂ© Ă  un montant de revenus moins Ă©levĂ©, entraĂźnant toutefois une cotisation qui est censĂ©e ĂȘtre au moins Ă©gale Ă  la cotisation visĂ©e Ă  l'article 12 § 1er, alinĂ©a 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ© ou,
  - le pourcentage de cotisation visĂ© Ă  l'article 12, § 2, alinĂ©a 2, 1° et Ă  l'article 13, § 1er, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal.
  3° " pension de retraite anticipĂ©e " : la pension de retraite prenant cours, au choix et Ă  la demande du travailleur indĂ©pendant, avant l'Ăąge de la pension pourvu qu'il soit satisfait et aux conditions d'Ăąge et de carriĂšre prĂ©vues Ă  l'article 3, § 2, § 2bis, § 2ter, § 3, § 3ter et § 4, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997;
  4° [1 la " pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence " : la pĂ©riode de 6 trimestres qui dĂ©bute le premier jour du trimestre oĂč se situe la date Ă  laquelle le travailleur indĂ©pendant aurait pu bĂ©nĂ©ficier pour la premiĂšre fois d'une pension anticipĂ©e ou Ă  partir du premier jour du trimestre oĂč est situĂ© l'Ăąge de la pension, visĂ© Ă  l'article 3, § 1er, ou § 1erbis, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, selon le cas, mais pas avant le 1er juillet 2024]1.
  Toutefois, si la date de prise de cours le plus tÎt possible de la pension de retraite se situe le premier jour d'un trimestre, la période de référence commence ce jour-là.
  Si la date de prise de cours le plus tÎt possible de la pension de retraite se situe avant le 1er janvier 2025, la période de référence commence au plus tÎt le 1er juillet 2024.
  [1 La période de référence se termine au plus tard le 31 décembre 2025]1.
  
HOOFDSTUK 2. - Toekennings- en betalingsvoorwaarden - bedrag van de bonus
CHAPITRE 2. - Conditions d'octroi et de paiement - montant du bonus
Art. 13. § 1. De bonus wordt toegekend vanaf dezelfde datum als die waarop het rustpensioen in de regeling voor zelfstandigen daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaat.
  Er kan geen bonus opgebouwd worden vanaf de eerste daadwerkelijke ingangsdatum van het pensioen van de uit de echt gescheiden echtgenoot in de regeling voor zelfstandigen, bedoeld in hoofdstuk I, afdeling 6, a), van het koninklijk besluit van 22 december 1967.
  § 2. De bonus wordt toegekend voor ieder kwartaal van beroepsbezigheid als zelfstandige in de zin van artikel 12, 2°, gelegen in de referteperiode, bedoeld in artikel 12, 4°, en ten vroegste vanaf 1 juli 2024.
  Voor de twee kwartalen die voorafgaan aan dat waarin het rustpensioen ingaat, worden, behoudens tegenbewijs, de bijdragen vermoed betaald te zijn op de ingangsdatum van het pensioen op voorwaarde dat alle door het sociaal verzekeringsfonds gevorderde bijdragen voor de periode voorafgaand aan die twee kwartalen, betaald werden.
  Enkel de kwartalen van beroepsbezigheid als zelfstandige die het recht openen op een pensioen, kunnen recht geven op een bonus.
  Indien een bonus ook kan toegekend worden ten laste van een of meerdere andere Belgische pensioenregelingen dan die voor de zelfstandigen, mag de som van de in aanmerking genomen voltijdse dagequivalenten van elke pensioenregeling per jaar van de referteperiode niet groter zijn dan 312. In voorkomend geval wordt een bonus toegekend voor het aantal voltijdse dagequivalenten als zelfstandige dat niet groter mag zijn dan het verschil tussen 312 en het aantal voltijdse dagequivalenten dat in aanmerking genomen werd in de andere pensioenregelingen.
  § 3. De Federale Pensioendienst keert de bonus bij wijze van een eenmalige betaling uit binnen de termijn voorzien in artikel 49 van de wet.
  [1 Voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2ter, eerste lid, en § 3, derde lid, 2°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997 of die de pensioenleeftijd, bedoeld in artikel 3, § 1 of, § 1bis, naargelang het geval, bereikt heeft zonder te hebben voldaan aan de vermelde voorwaarden noch aan die bedoeld in artikel 3, § 2ter, derde lid, om een vervroegd pensioen te bekomen, bedraagt de eenmalige betaling:
   1° 943,75 EUR voor ieder kwartaal gelegen in het 1ste jaar van de referteperiode;
   2° 1.887,50 EUR voor ieder kwartaal gelegen in het 2de jaar van de referteperiode.
   Voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarde, bedoeld in artikel 3, § 2ter, derde lid, 1°, 2° of 3°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997, bedraagt de eenmalige betaling 2.831,25 EUR voor ieder kwartaal gelegen in de referteperiode]1
.
  Het bedrag van de bonus wordt berekend naar rato van het aantal kwartalen per jaar die tijdens de referteperiode krachtens artikel 12, 2°, in aanmerking kunnen worden genomen.
  [2 De pensioenbonus uitbetaald onder de vorm van een eenmalige betaling wordt voor de toepassing van artikel 45 van de wet omgezet in een fictieve rente.
   Het jaarbedrag van de pensioenbonus is in dit geval 0,60 euro per voltijdse dagequivalent of 46,80 EUR per kwartaal gelegen in het 1ste jaar van de referteperiode en 1,20 EUR per voltijdse dagequivalent of 93,60 EUR per kwartaal gelegen in het 2de jaar van de referteperiode.
   In afwijking van het vorige lid, is het jaarbedrag van de pensioenbonus 1,80 EUR per voltijdse dagequivalent of 140,40 EUR per kwartaal voor een zelfstandige die voldoet aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2ter, lid 3, 1°, 2° of 3°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1997]2
.
  § 5. Eenmaal ingegaan, blijft de pensioenbonus betaalbaar ongeacht of het persoonlijk rustpensioen als zelfstandige, zelfs gedeeltelijk, verder wordt uitbetaald of niet.
  [3 ...]3.
  § 6. [4 ...]4.
  § 7. In afwijking van paragraaf 1 wordt de bonus ten vroegste vanaf 1 januari 2025 toch toegekend wanneer het rustpensioen:
  1° door de toepassing van artikel 19 van het koninklijk besluit nr. 72 geweigerd wordt;
  2° niet toegekend wordt ten gevolge van de toekenning aan de andere echtgenoot van een pensioen berekend in toepassing van artikel 9, § 2, eerste lid, 1°, van het koninklijk besluit nr. 72.
  
Art. 13. § 1er. Le bonus est octroyĂ© Ă  partir de la mĂȘme date que celle Ă  partir de laquelle la pension de retraite dans le rĂ©gime indĂ©pendant prend cours effectivement et pour la premiĂšre fois.
  Aucun bonus ne peut plus ĂȘtre constituĂ© Ă  partir de la premiĂšre date de prise de cours effective de la pension de conjoint divorcĂ© du rĂ©gime indĂ©pendant visĂ©e au chapitre Ier, section 6, a), de l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1967.
  § 2. Le bonus est octroyé pour chaque trimestre d'activité professionnelle en qualité de travailleur indépendant au sens de l'article 12, 2°, situé dans la période de référence visée à l'article 12, 4° , et au plus tÎt à partir du 1er juillet 2024.
  Pour les deux trimestres qui précÚdent celui au cours duquel la pension de retraite prend cours, les cotisations sont présumées, sauf preuve contraire, avoir été payées à la date de prise de cours de la pension à condition que toutes les cotisations réclamées par la caisse d'assurance sociales pour la période antérieure à ces deux trimestres aient été payées.
  Seuls les trimestres d'activité en qualité de travailleur indépendant qui ouvrent des droits à la pension peuvent ouvrir des droits au bonus.
  Si un bonus peut aussi ĂȘtre octroyĂ© Ă  charge d'un ou plusieurs autres rĂ©gimes belges de pension que le rĂ©gime indĂ©pendant, la somme du nombre de jours Ă©quivalents temps plein de chaque rĂ©gime de pension pris en compte par annĂ©e de la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence ne peut ĂȘtre supĂ©rieure Ă  312 jours. Un bonus est octroyĂ©, le cas Ă©chĂ©ant, dans le rĂ©gime indĂ©pendant, pour un nombre de jours Ă©quivalents temps plein comme indĂ©pendant, qui ne peut ĂȘtre supĂ©rieur Ă  la diffĂ©rence entre 312 et le nombre de jours Ă©quivalents temps plein qui a Ă©tĂ© pris en compte dans les autres rĂ©gimes de pension.
  § 3. Le Service fédéral des Pensions effectue le paiement du bonus, par paiement unique dans le délai prévu à l'article 49 de la loi.
  [1 Pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 1er et § 3, alinĂ©a 3, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, ou qui a atteint l'Ăąge de la pension au sens des articles 3, § 1er ou § 1bis, selon le cas, sans satisfaire aux conditions susmentionnĂ©es ni Ă  celles de l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, pour obtenir une pension anticipĂ©e, le montant du paiement unique s'Ă©lĂšve Ă  :
   1° 943,75 EUR pour chaque trimestre situé dans la premiÚre année de la période de référence ;
   2° 1.887,50 EUR pour chaque trimestre situé dans la deuxiÚme année de la période de référence.
   Pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, 1°, 2° ou 3° de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997, le montant du paiement unique s'Ă©lĂšve Ă  2.831,25 EUR pour chaque trimestre situĂ© dans la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence]1
.
  Le montant du bonus se calcule au prorata du nombre de trimestres, au sens de l'article 12, 2°, pris en compte, par année dans la période de référence.
  § 4. [2 Le bonus de pension payé sous la forme d'un paiement unique est converti en rente fictive pour l'application de l'article 45 de la loi.
   Le montant annuel du bonus de pension est, dans ce cas, de 0,60 EUR par jour équivalent temps plein ou 46,80 EUR par trimestre situé dans la premiÚre année de la période de référence et de 1,20 EUR par jour équivalent temps plein ou 93,60 EUR par trimestre situé dans la 2Úme année de la période de référence.
   Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent, le montant du bonus de pension est de 1,80 EUR par jour Ă©quivalent temps plein ou 140,40 EUR par trimestre pour un indĂ©pendant qui satisfait aux conditions visĂ©es Ă  l'article 3, § 2ter, alinĂ©a 3, 1°, 2° ou 3°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1997]2
.
  § 5. Une fois qu'il a pris cours, le bonus de pension reste payable, que la pension de retraite personnelle en qualitĂ© de travailleur indĂ©pendant soit toujours versĂ©e, mĂȘme partiellement, ou non.
  [3 ...]3
  § 6.[4 ...]4
  § 7. Par dérogation au § 1er, le bonus est toutefois attribué à partir du 1er janvier 2025, lorsque la pension de retraite :
  1° est refusĂ©e par application de l'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal n° 72 ;
  2° n'est pas attribuĂ©e suite Ă  l'attribution Ă  l'autre conjoint d'une pension calculĂ©e en application de l'article 9, § 2, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 72.
  
Art. 14. De Federale Pensioendienst vermindert, in voorkomend geval, het bedrag van de bonus in de gevallen bedoeld in artikel 44, 45 en 46 van de wet.
Art. 14. Le Service fédéral des Pensions réduit, le cas échéant, le montant du bonus, dans les cas visés à l'article 44, 45 et 46 de la loi.
TITEL IV. - Gemeenschappelijke bepalingen
TITRE IV. - Dispositions communes
HOOFDSTUK 1. - Ambtshalve onderzoek
CHAPITRE 1er. - Examen d'office
Art. 15. Het recht op de pensioenbonus, bedoeld in de artikelen 3/2 of 7ter van de wet van 23 december 2005, wordt ambtshalve onderzocht wanneer het recht op het rustpensioen als werknemer of als zelfstandige onderzocht wordt.
Art. 15. Le droit au bonus de pension, visé aux articles 3/2 ou 7ter de la loi du 23 décembre 2005, est examiné d'office lorsque le droit à la pension de retraite en qualité de travailleur salarié ou en qualité de travailleur indépendant est examiné.
HOOFDSTUK 2. - Indexering
CHAPITRE 2. - Indexation
Art. 16. De bedragen bedoeld in de artikelen 9, 10 en 13 zijn gekoppeld aan de spilindex 169,23 (basis 1996 = 100) en variëren overeenkomstig de bepalingen van de wet van 2 augustus 1971 houdende inrichting van een stelsel waarbij de wedden, lonen, pensioenen, toelagen en tegemoetkomingen ten laste van de openbare schatkist, sommige sociale uitkeringen, de bezoldigingsgrenzen waarmee rekening dient gehouden bij de berekening van sommige bijdragen van de sociale zekerheid der arbeiders, alsmede de verplichtingen op sociaal gebied opgelegd aan de zelfstandigen, aan het indexcijfer van de consumptieprijzen worden gekoppeld.
Art. 16. Les montants visés aux articles 9, 10 et 13 sont liés à l'indice-pivot 169,23 (base 1996 = 100) et varient conformément aux dispositions de la loi du 2 août 1971 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation des traitements, salaires, pensions, allocations et subventions à charge du trésor public, de certaines prestations sociales, des limites de rémunération à prendre en considération pour le calcul de certaines cotisations de sécurité sociale des travailleurs, ainsi que des obligations imposées en matiÚre sociale aux travailleurs indépendants.
HOOFDSTUK 3. - Aard van de pensioenbonus
CHAPITRE 3. - Nature du bonus de pension
Art. 17. De pensioenbonussen, bedoeld in de artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005, zijn een persoonlijk recht van de gerechtigde op een rustpensioen als werknemer en/of als zelfstandige.
Art. 17. Les bonus de pension, visés aux articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 décembre 2005, sont un droit personnel du bénéficiaire d'une pension de retraite en qualité de travailleur salarié et/ou en qualité de travailleur indépendant.
Art. 18. De pensioenbonussen, bedoeld in de artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005, zijn een als pensioen geldend voordeel dat onderscheiden is van het persoonlijk rustpensioen als werknemer of als zelfstandige.
Art. 18. Les bonus de pension, visés aux articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 décembre 2005, sont un avantage tenant lieu de pension distinct de la pension de retraite personnelle en qualité de travailleur salarié ou en qualité de travailleur indépendant.
Art. 19. De pensioenbonussen, bedoeld in de artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005 en in artikel 28, 5°, van de wet, worden niet in aanmerking genomen voor de toepassing van:
  1° de artikelen 52, 56, 74 en 75 tot en met 79 van het koninklijk besluit van 21 december 1967;
  2° de artikelen 5 en 8 van het koninklijk besluit van 23 december 1996;
  3° artikel 152 van de wet van 8 augustus 1980 betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980;
  4° de artikelen 33 en 33bis van de herstelwet van 10 februari 1981 inzake de pensioenen van de sociale sector;
  5° de artikelen 2 tot en met 9 van de wet;
  6° de regels inzake de berekening van de bestaansmiddelen of pensioenen die aan het toekennen van bepaalde pensioenvoordelen in de pensioenregeling van de werknemers voorafgaat.
  7° de artikelen 92 tot 106bis, 108 en 109 van het koninklijk besluit van 22 december 1967;
  8° artikel 9, § 2, tweede, derde en vierde lid, van het koninklijk besluit nr. 72;
  9° artikel 131sexies, § 4, van de wet van 15 mei 1984.
Art. 19. Les bonus de pension, visés aux articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 décembre 2005 et à l'article 28, 5°, de la loi, ne sont pas pris en compte pour l'application :
  1° des articles 52, 56, 74 et 75 Ă  79 de l'arrĂȘtĂ© royal du 21 dĂ©cembre 1967 ;
  2° des articles 5 et 8 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1996 ;
  3° de l'article 152 de la loi du 8 août 1980 relative aux propositions budgétaires 1979-1980 ;
  4° des articles 33 et 33bis de la loi de redressement du 10 février 1981 relative aux pensions du secteur social ;
  5° des articles 2 à 9 de la loi ;
  6° les rÚgles concernant le calcul des ressources ou pensions précédant l'octroi de certains avantages de pension dans le régime de pension des travailleurs salariés
  7° des articles 92 Ă  106bis, 108 et 109 de l'arrĂȘtĂ© royal du 22 dĂ©cembre 1967;
  8° de l'article 9, § 2, alinĂ©a 2, 3 et 4, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 72 ;
  9° de l'article 131sexies, § 4, de la loi du 15 mai 1984.
TITEL V. - Wijzigingsbepaling
TITRE V. - Disposition modificative
Art. 20. Artikel 19 van het koninklijk besluit van 23 mei 2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen, laatstelijk gewijzigd bij het koninklijk besluit van 7 februari 2014, wordt aangevuld met een bepaling onder 11° luidende:
  "11° de pensioenbonus, bedoeld in de artikelen 3/2 en 7ter van de wet van 23 december 2005 betreffende het generatiepact en artikel 28, 5°, van de wet van 25 april 2024 houdende de hervorming van de pensioenen.".
Art. 20. L'article 19 de l'arrĂȘtĂ© royal du 23 mai 2001 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral en matiĂšre de garantie de revenus aux personnes ĂągĂ©es, modifiĂ© en dernier lieu par l'arrĂȘtĂ© royal du 7 fĂ©vrier 2014, est complĂ©tĂ© par un 11°, rĂ©digĂ© comme suit :
  " 11° le bonus de pension, visé aux articles 3/2 et 7ter de la loi du 23 décembre 2005 relative au Pacte de solidarité entre générations et à l'article 28, 5°, de la loi du 25 avril 2024 portant la réforme des pensions. ".
TITEL VI. - Slotbepalingen
TITRE VI. - Dispositions finales
Art. 21. Dit besluit is van toepassing op de rustpensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2025.
  In afwijking van het eerste lid blijven, voor wat betreft de pensioenbonus als werknemer, de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 oktober 2013 tot uitvoering, inzake de pensioenbonus van de werknemers, van artikel 7bis van de wet betreffende het generatiepact van 23 december 2005 van toepassing op de werknemers die reeds een pensioenbonus als werknemer, bedoeld in artikel 7bis van de wet van 23 december 2005 opbouwden, en dit zelfs als het rustpensioen van de werknemer daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaat na 31 december 2024.
Art. 21. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© s'applique aux pensions de retraite qui prennent cours effectivement et pour la premiĂšre fois au plus tĂŽt le 1er janvier 2025.
  Par dĂ©rogation Ă  l'alinĂ©a 1er, en ce qui concerne le bonus de pension en qualitĂ© de travailleur salariĂ©, les dispositions de l'arrĂȘtĂ© royal du 24 octobre 2013 portant exĂ©cution en matiĂšre de bonus de pension des travailleurs salariĂ©s, de l'article 7bis de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 relative au pacte de solidaritĂ© entre les gĂ©nĂ©rations restent d'application aux travailleurs salariĂ©s qui ont dĂ©jĂ , constituĂ© un bonus de pension en qualitĂ© de travailleur salariĂ©, visĂ© Ă  l'article 7bis de la loi du 23 dĂ©cembre 2005 et ce mĂȘme si la pension de retraite du travailleur salariĂ© prend cours effectivement et pour la premiĂšre fois aprĂšs le 31 dĂ©cembre 2024.
Art. 22. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2025.
Art. 22. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2025.
Art. 23. De minister bevoegd voor zelfstandigen en de minister bevoegd voor pensioenen zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 23. Le ministre qui a les indĂ©pendants dans ses attributions et le ministre qui a les pensions dans ses attributions sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.