Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:
  1° agentschap: het Agentschap Binnenlands Bestuur, opgericht bij het besluit van de Vlaamse Regering van 28 oktober 2005 tot oprichting van het intern verzelfstandigd agentschap "Agentschap Binnenlands Bestuur";
  2° decreet van 10 juli 2008: het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid;
  3° digitale wijze: de digitale wijze, vermeld op de website van het agentschap;
  4° erkenningsperiode: een periode van vijf jaar vanaf de datum waarop de erkenning van een partnerorganisatie ingaat;
  5° lokale besturen: de lokale overheden zoals bedoeld in artikel I.3., 5°, van het Bestuursdecreet van 7 december 2018 en de Vlaamse Gemeenschapscommissie als plaatsvervangend Vlaams lokaal bestuur;
  6° minister: de Vlaamse minister, bevoegd voor de gelijke kansen, de integratie en de inburgering;
  7° partnerorganisatie voor gelijke kansen: een organisatie die met toepassing van artikel 14bis van het decreet van 10 juli 2008 erkend is als partnerorganisatie voor gelijke kansen waar de Vlaamse Regering een samenwerkingsovereenkomst mee sluit;
  8° partnerorganisatie voor digitale inclusie: een organisatie die erkend is als partnerorganisatie voor digitale inclusie waar de Vlaamse Regering een samenwerkingsovereenkomst mee sluit met toepassing van artikel 14septies van het decreet van 10 juli 2008;
  9° partnerorganisatie voor het lokaal gelijkekansenbeleid: de organisatie die erkend is als partnerorganisatie voor het lokaal gelijkekansenbeleid waar de Vlaamse Regering een samenwerkingsovereenkomst mee sluit met toepassing van artikel 14octies van het decreet van 10 juli 2008;
  10° werkdagen: alle dagen van de week met uitzondering van zaterdagen, zondagen en de feestdagen, vermeld in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;
  11° werkjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
17 MEI 2024. - Besluit van de Vlaamse Regering tot uitvoering van het decreet van 10 juli 2008 houdende een kader voor het Vlaamse gelijkekansen- en gelijkebehandelingsbeleid en tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2023 over de samenstelling van en de procedure voor de geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut
Titre
17 MAI 2024. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand portant exĂ©cution du dĂ©cret du 10 juillet 2008 portant le cadre de la politique flamande d'Ă©galitĂ© des chances et de traitement et modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2023 relatif Ă la composition de et Ă la procĂ©dure devant la chambre contentieuse de l'Institut flamand des droits de l'homme
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK 1. - Definities
HOOFDSTUK 2. - Het Vlaamse gelijkekansenbeleid
Afdeling 1. - Organisatie van het horizontale g...
Afdeling 2. - Samenwerking met partnerorganisaties
Onderafdeling 1. - Erkenning van partnerorganis...
Onderafdeling 2. - Erkenning van partnerorganis...
Onderafdeling 3. - Erkenning van de partnerorga...
HOOFDSTUK 3. - Het Vlaamse gelijkebehandelingsb...
Afdeling 1. - Bepaling van de voorwaarden voor ...
Onderafdeling 1. - Inleidende bepalingen
Onderafdeling 2. - Doelgroepen en voorwaarden
Afdeling 2. - Modelformulier voor het aanvragen...
Afdeling 3. - Bekendmaking aanpassing bedragen ...
Afdeling 4. - Toezicht op het decreet van 10 ju...
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepaling
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
Inhoud
CHAPITRE 1er. - Définitions
CHAPITRE 2. - La politique flamande d'égalité d...
Section 1re. - Organisation de la politique hor...
Section 2. - Coopération avec des organisations...
Sous-section 1re. - Agrément d'organisations pa...
Sous-section 2. - Agrément d'organisations part...
Sous-section 3. - Agrément de l'organisation pa...
CHAPITRE 3. - La politique flamande d'égalité d...
Section 1re. - Détermination des conditions des...
Sous-section 1re. - Dispositions introductives
Sous-section 2. - Groupes-cibles et conditions
Section 2. - Formulaire type pour demander des ...
Section 3. - Publication de l'adaptation des mo...
Section 4. - ContrÎle du décret du 10 juillet 2...
CHAPITRE 4. - Disposition modificative
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Tekst (80)
Texte (80)
HOOFDSTUK 1. - Definities
CHAPITRE 1er. - Définitions
Article 1er. Dans le prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
  1° agence : l'Agence de l'Administration intĂ©rieure, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 octobre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Agentschap Binnenlands Bestuur " ;
  2° décret du 10 juillet 2008 : le décret du 10 juillet 2008 portant le cadre de la politique flamande d'égalité des chances et de traitement ;
  3° voie numérique : la voie numérique, mentionnée sur le site web de l'agence ;
  4° période d'agrément : une période de cinq ans à compter de la date à laquelle l'agrément d'une organisation partenaire prend effet ;
  5° administrations locales : les autorités locales telles que visées à l'article I.3., 5°, du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018 et la Commission communautaire flamande en tant qu'administration locale flamande suppléante ;
  6° ministre : le ministre flamand ayant l'égalité des chances, l'intégration et l'insertion civique dans ses attributions ;
  7° organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances : une organisation qui, en application de l'article 14bis du décret du 10 juillet 2008, est agréée comme organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances, avec laquelle le Gouvernement flamand conclut un accord de coopération ;
  8° organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique : une organisation qui est agréée comme organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique, avec laquelle le Gouvernement flamand conclut un accord de coopération, en application de l'article 14septies du décret du 10 juillet 2008 ;
  9° organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances : l'organisation qui est agréée comme organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances, avec laquelle le Gouvernement flamand conclut un accord de coopération, en application de l'article 14octies du décret du 10 juillet 2008 ;
  10° jours ouvrables : tous les jours de la semaine Ă l'exception des samedis, dimanches et jours fĂ©riĂ©s visĂ©s Ă l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 1974 dĂ©terminant les modalitĂ©s gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fĂ©riĂ©s ;
  11° année d'activité : la période du 1er janvier au 31 décembre.
  1° agence : l'Agence de l'Administration intĂ©rieure, créée par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 28 octobre 2005 portant crĂ©ation de l'agence autonomisĂ©e interne " Agentschap Binnenlands Bestuur " ;
  2° décret du 10 juillet 2008 : le décret du 10 juillet 2008 portant le cadre de la politique flamande d'égalité des chances et de traitement ;
  3° voie numérique : la voie numérique, mentionnée sur le site web de l'agence ;
  4° période d'agrément : une période de cinq ans à compter de la date à laquelle l'agrément d'une organisation partenaire prend effet ;
  5° administrations locales : les autorités locales telles que visées à l'article I.3., 5°, du Décret de gouvernance du 7 décembre 2018 et la Commission communautaire flamande en tant qu'administration locale flamande suppléante ;
  6° ministre : le ministre flamand ayant l'égalité des chances, l'intégration et l'insertion civique dans ses attributions ;
  7° organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances : une organisation qui, en application de l'article 14bis du décret du 10 juillet 2008, est agréée comme organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances, avec laquelle le Gouvernement flamand conclut un accord de coopération ;
  8° organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique : une organisation qui est agréée comme organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique, avec laquelle le Gouvernement flamand conclut un accord de coopération, en application de l'article 14septies du décret du 10 juillet 2008 ;
  9° organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances : l'organisation qui est agréée comme organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances, avec laquelle le Gouvernement flamand conclut un accord de coopération, en application de l'article 14octies du décret du 10 juillet 2008 ;
  10° jours ouvrables : tous les jours de la semaine Ă l'exception des samedis, dimanches et jours fĂ©riĂ©s visĂ©s Ă l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 18 avril 1974 dĂ©terminant les modalitĂ©s gĂ©nĂ©rales d'exĂ©cution de la loi du 4 janvier 1974 relative aux jours fĂ©riĂ©s ;
  11° année d'activité : la période du 1er janvier au 31 décembre.
HOOFDSTUK 2. - Het Vlaamse gelijkekansenbeleid
CHAPITRE 2. - La politique flamande d'égalité des chances
Afdeling 1. - Organisatie van het horizontale gelijkekansenbeleid
Section 1re. - Organisation de la politique horizontale d'égalité des chances
Art. 2. Ter uitvoering van artikel 10, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008 worden de volgende beleidsdomeinen en departementen en intern en extern verzelfstandigde agentschappen aangewezen als relevant voor het Vlaamse gelijkekansenbeleid:
  1° het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie:
  a) het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken;
  b) het agentschap;
  c) het Agentschap Justitie en Handhaving;
  d) het Agentschap Overheidspersoneel;
  e) het agentschap Digitaal Vlaanderen;
  f) het agentschap Toegankelijk Vlaanderen;
  g) het agentschap Integratie en Inburgering;
  h) het agentschap Toerisme Vlaanderen;
  i) het agentschap Het Facilitair Bedrijf;
  2° het beleidsdomein Financiën en Begroting: het Departement Financiën en Begroting;
  3° het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie:
  a) het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie;
  b) het agentschap Innoveren en Ondernemen;
  c) het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen;
  4° het beleidsdomein Onderwijs en Vorming:
  a) het Departement Onderwijs en Vorming;
  b) het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
  c) het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
  d) het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
  5° het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
  a) het Departement Zorg;
  b) het agentschap Opgroeien;
  c) het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  d) het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  6° het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media:
  a) het Departement Cultuur, Jeugd en Media;
  b) Sport Vlaanderen;
  c) de VRT;
  d) de Vlaamse Regulator voor de Media;
  7° het beleidsdomein Werk en Sociale Economie:
  a) het Departement Werk en Sociale Economie;
  b) de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  8° het beleidsdomein Omgeving:
  a) het Departement Omgeving;
  b) het agentschap Onroerend Erfgoed;
  c) Wonen in Vlaanderen;
  d) het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap;
  e) het Agentschap voor Natuur en Bos;
  9° het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken:
  a) het Departement Mobiliteit en Openbare Werken;
  b) de Vlaamse Vervoermaatschappij - de Lijn;
  c) het agentschap Wegen en Verkeer;
  10° het beleidsdomein Landbouw en Visserij: het Departement Landbouw en Visserij.
  1° het beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie:
  a) het Departement Kanselarij en Buitenlandse Zaken;
  b) het agentschap;
  c) het Agentschap Justitie en Handhaving;
  d) het Agentschap Overheidspersoneel;
  e) het agentschap Digitaal Vlaanderen;
  f) het agentschap Toegankelijk Vlaanderen;
  g) het agentschap Integratie en Inburgering;
  h) het agentschap Toerisme Vlaanderen;
  i) het agentschap Het Facilitair Bedrijf;
  2° het beleidsdomein Financiën en Begroting: het Departement Financiën en Begroting;
  3° het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie:
  a) het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie;
  b) het agentschap Innoveren en Ondernemen;
  c) het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen;
  4° het beleidsdomein Onderwijs en Vorming:
  a) het Departement Onderwijs en Vorming;
  b) het Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen;
  c) het Agentschap voor Onderwijsdiensten;
  d) het Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs;
  5° het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin:
  a) het Departement Zorg;
  b) het agentschap Opgroeien;
  c) het Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden;
  d) het Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap;
  6° het beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media:
  a) het Departement Cultuur, Jeugd en Media;
  b) Sport Vlaanderen;
  c) de VRT;
  d) de Vlaamse Regulator voor de Media;
  7° het beleidsdomein Werk en Sociale Economie:
  a) het Departement Werk en Sociale Economie;
  b) de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding;
  8° het beleidsdomein Omgeving:
  a) het Departement Omgeving;
  b) het agentschap Onroerend Erfgoed;
  c) Wonen in Vlaanderen;
  d) het Vlaams Energie- en Klimaatagentschap;
  e) het Agentschap voor Natuur en Bos;
  9° het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken:
  a) het Departement Mobiliteit en Openbare Werken;
  b) de Vlaamse Vervoermaatschappij - de Lijn;
  c) het agentschap Wegen en Verkeer;
  10° het beleidsdomein Landbouw en Visserij: het Departement Landbouw en Visserij.
Art. 2. En exécution de l'article 10, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, les domaines politiques et départements ainsi que les agences autonomisées internes et externes suivants sont désignés comme pertinents pour la politique flamande d'égalité des chances :
  1° le domaine politique Chancellerie, Gouvernance publique, Affaires étrangÚres et Justice (" beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie ") :
  a) le Département de la Chancellerie et des Affaires étrangÚres de la Flandre (" Departement Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie ") ;
  b) l'agence (" het agentschap ") ;
  c) l'Agence de la Justice et du Maintien (" Agentschap Justitie en Handhaving ") ;
  d) l'Agence de la Fonction publique (" Agentschap Justitie en Handhaving ") ;
  e) l'Agence Flandre numérique (" Agentschap Digitaal Vlaanderen ") ;
  f) l'Agence Flandre accessible (" Agentschap Toegankelijk Vlaanderen ") ;
  g) l'Agence de l'Intégration et de l'Insertion civique (" Agentschap Integratie en Inburgering ") ;
  h) l'Agence VISITFLANDERS (" Agentschap Toerisme Vlaanderen ") ;
  i) l'Agence de Gestion des Infrastructures (" Agentschap Facilitair Bedrijf ") ;
  2° le domaine politique des Finances et du Budget (" beleidsdomein Financiën en Begroting ") : le Département des Finances et du Budget (" Departement Financiën en Begroting ") ;
  3° le domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation (" beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie ") :
  a) le Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation (" Departement Economie, Wetenschap en Innovatie ") ;
  b) l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreunariat (" Agentschap Innoveren en Ondernemen ") ;
  c) le Fonds de la Recherche scientifique - Flandre (" Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen ") ;
  4° le domaine politique de l'Enseignement et de la Formation (" beleidsdomein Onderwijs en Vorming ") :
  a) le Département de l'Enseignement et de la Formation (" Departement Onderwijs en Vorming ") ;
  b) l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes (" Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen ") ;
  c) l'Agence de Services d'Enseignement (" Agentschap voor Onderwijsdiensten ") ;
  d) l'Agence de l'Infrastructure dans l'Enseignement (" Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs ") ;
  5° le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille (" beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ") :
  a) le Département Soins (" Departement Zorg ") ;
  b) l'Agence Grandir (" Agentschap Opgroeien ") ;
  c) le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ") ;
  d) l'Agence flamande pour les Personnes handicapées (" Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ") ;
  6° le domaine politique de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias (" beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media ") :
  a) le Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias (" Departement Cultuur, Jeugd en Media ") ;
  b) Sport Flandre (" Sport Vlaanderen ") ;
  c) la Radio - Télévision de la Flandre (" de VRT ") ;
  d) le Régulateur flamand des Médias (" Vlaamse Regulator voor de Media ") ;
  7° le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale (" beleidsdomein Werk en Sociale Economie ") :
  a) le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale (" Departement Werk en Sociale Economie ") ;
  b) l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (" Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ") ;
  8° le domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire (" beleidsdomein Omgeving ") :
  a) le Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire (" Departement Omgeving ") ;
  b) l'Agence Patrimoine de Flandre (" Agentschap Onroerend Erfgoed ") ;
  c) Habiter en Flandre (" Wonen in Vlaanderen ") ;
  d) l'Agence flamande pour l'Energie et le Climat (" Vlaams Energie- en Klimaatagentschap ") ;
  e) l'Agence de la Nature et des ForĂȘts (" Agentschap voor Natuur en Bos ") ;
  9° le domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics (" beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken ") :
  a) le Département de la Mobilité et des Travaux publics (" Departement Mobiliteit en Openbare Werken ") ;
  b) la Société flamande de transports en commun - De Lijn (" Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn ") ;
  c) l'Agence des Routes et de la Circulation (" Agentschap Wegen en Verkeer ") ;
  10° le domaine politique de l'Agriculture et de la PĂȘche (" beleidsdomein Landbouw en Visserij ") : le DĂ©partement de l'Agriculture et de la PĂȘche (" Departement Landbouw en Visserij ").
  1° le domaine politique Chancellerie, Gouvernance publique, Affaires étrangÚres et Justice (" beleidsdomein Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie ") :
  a) le Département de la Chancellerie et des Affaires étrangÚres de la Flandre (" Departement Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie ") ;
  b) l'agence (" het agentschap ") ;
  c) l'Agence de la Justice et du Maintien (" Agentschap Justitie en Handhaving ") ;
  d) l'Agence de la Fonction publique (" Agentschap Justitie en Handhaving ") ;
  e) l'Agence Flandre numérique (" Agentschap Digitaal Vlaanderen ") ;
  f) l'Agence Flandre accessible (" Agentschap Toegankelijk Vlaanderen ") ;
  g) l'Agence de l'Intégration et de l'Insertion civique (" Agentschap Integratie en Inburgering ") ;
  h) l'Agence VISITFLANDERS (" Agentschap Toerisme Vlaanderen ") ;
  i) l'Agence de Gestion des Infrastructures (" Agentschap Facilitair Bedrijf ") ;
  2° le domaine politique des Finances et du Budget (" beleidsdomein Financiën en Begroting ") : le Département des Finances et du Budget (" Departement Financiën en Begroting ") ;
  3° le domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation (" beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie ") :
  a) le Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation (" Departement Economie, Wetenschap en Innovatie ") ;
  b) l'Agence de l'Innovation et de l'Entrepreunariat (" Agentschap Innoveren en Ondernemen ") ;
  c) le Fonds de la Recherche scientifique - Flandre (" Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek-Vlaanderen ") ;
  4° le domaine politique de l'Enseignement et de la Formation (" beleidsdomein Onderwijs en Vorming ") :
  a) le Département de l'Enseignement et de la Formation (" Departement Onderwijs en Vorming ") ;
  b) l'Agence de l'Enseignement supérieur, de l'Education des Adultes, des Qualifications et des Allocations d'Etudes (" Agentschap voor Hoger Onderwijs, Volwassenenonderwijs, Kwalificaties en Studietoelagen ") ;
  c) l'Agence de Services d'Enseignement (" Agentschap voor Onderwijsdiensten ") ;
  d) l'Agence de l'Infrastructure dans l'Enseignement (" Agentschap voor Infrastructuur in het Onderwijs ") ;
  5° le domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille (" beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin ") :
  a) le Département Soins (" Departement Zorg ") ;
  b) l'Agence Grandir (" Agentschap Opgroeien ") ;
  c) le Fonds flamand de l'Infrastructure affectée aux MatiÚres personnalisables (" Vlaams Infrastructuurfonds voor Persoonsgebonden Aangelegenheden ") ;
  d) l'Agence flamande pour les Personnes handicapées (" Vlaams Agentschap voor Personen met een Handicap ") ;
  6° le domaine politique de la Culture, de la Jeunesse, des Sports et des Médias (" beleidsdomein Cultuur, Jeugd, Sport en Media ") :
  a) le Département de la Culture, de la Jeunesse et des Médias (" Departement Cultuur, Jeugd en Media ") ;
  b) Sport Flandre (" Sport Vlaanderen ") ;
  c) la Radio - Télévision de la Flandre (" de VRT ") ;
  d) le Régulateur flamand des Médias (" Vlaamse Regulator voor de Media ") ;
  7° le domaine politique de l'Emploi et de l'Economie sociale (" beleidsdomein Werk en Sociale Economie ") :
  a) le Département de l'Emploi et de l'Economie sociale (" Departement Werk en Sociale Economie ") ;
  b) l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle (" Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding ") ;
  8° le domaine politique de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire (" beleidsdomein Omgeving ") :
  a) le Département de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire (" Departement Omgeving ") ;
  b) l'Agence Patrimoine de Flandre (" Agentschap Onroerend Erfgoed ") ;
  c) Habiter en Flandre (" Wonen in Vlaanderen ") ;
  d) l'Agence flamande pour l'Energie et le Climat (" Vlaams Energie- en Klimaatagentschap ") ;
  e) l'Agence de la Nature et des ForĂȘts (" Agentschap voor Natuur en Bos ") ;
  9° le domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics (" beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken ") :
  a) le Département de la Mobilité et des Travaux publics (" Departement Mobiliteit en Openbare Werken ") ;
  b) la Société flamande de transports en commun - De Lijn (" Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn ") ;
  c) l'Agence des Routes et de la Circulation (" Agentschap Wegen en Verkeer ") ;
  10° le domaine politique de l'Agriculture et de la PĂȘche (" beleidsdomein Landbouw en Visserij ") : le DĂ©partement de l'Agriculture et de la PĂȘche (" Departement Landbouw en Visserij ").
Art. 3. § 1. Ter uitvoering van artikel 11 van het decreet van 10 juli 2008 wijzen de leidend ambtenaren van de departementen en van de intern en extern verzelfstandigde agentschappen, vermeld in artikel 2 van dit besluit, een ambtenaar aan als aanspreekpunt gelijkekansenbeleid.
  De aanspreekpunten gelijkekansenbeleid, vermeld in het eerste lid, hebben de volgende taken:
  1° ze leveren een bijdrage om het geïntegreerde actieplan, vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van het voormelde decreet, voor te bereiden;
  2° ze coördineren de implementatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet, binnen hun eigen beleidsdomein;
  3° binnen het kader van de doelstellingen van de Vlaamse overheid schatten ze de effecten in van het beleid dat door hun departement of agentschap wordt voorbereid of uitgevoerd, op het bewerkstelligen van gelijke kansen als vermeld in artikel 6, § 1, van het voormelde decreet.
  § 2. Het agentschap coördineert de volgende aspecten:
  1° het netwerk van aanspreekpunten gelijkekansenbeleid;
  2° de voorbereiding van het geïntegreerde actieplan.
  De aanspreekpunten gelijkekansenbeleid, vermeld in het eerste lid, hebben de volgende taken:
  1° ze leveren een bijdrage om het geïntegreerde actieplan, vermeld in artikel 8, § 1, tweede lid, van het voormelde decreet, voor te bereiden;
  2° ze coördineren de implementatie van de doelstellingen, vermeld in artikel 8, § 1, eerste lid, van het voormelde decreet, binnen hun eigen beleidsdomein;
  3° binnen het kader van de doelstellingen van de Vlaamse overheid schatten ze de effecten in van het beleid dat door hun departement of agentschap wordt voorbereid of uitgevoerd, op het bewerkstelligen van gelijke kansen als vermeld in artikel 6, § 1, van het voormelde decreet.
  § 2. Het agentschap coördineert de volgende aspecten:
  1° het netwerk van aanspreekpunten gelijkekansenbeleid;
  2° de voorbereiding van het geïntegreerde actieplan.
Art. 3. § 1er. En exĂ©cution de l'article 11 du dĂ©cret du 10 juillet 2008, les fonctionnaires dirigeants des dĂ©partements et des agences autonomisĂ©es internes et externes, visĂ©s Ă l'article 2 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, dĂ©signent un fonctionnaire comme point de contact en matiĂšre de politique d'Ă©galitĂ© des chances.
  Les points de contact en matiÚre de politique d'égalité des chances, visés à l'alinéa 1er, accomplissent les tùches suivantes :
  1° ils contribuent à l'élaboration du plan d'action intégré, visé à l'article 8, § 1er, alinéa 2, du décret précité ;
  2° ils coordonnent la mise en oeuvre des objectifs, visés à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, du décret précité, dans leur propre domaine politique ;
  3° dans le cadre des objectifs de l'Autorité flamande, ils évaluent les effets de la politique élaborée ou mise en oeuvre par leur département ou agence sur la concrétisation de l'égalité des chances, telle que visée à l'article 6, § 1er, du décret précité.
  § 2. L'agence coordonne les aspects suivants :
  1° le réseau des points de contact en matiÚre de politique d'égalité des chances ;
  2° l'élaboration du plan d'action intégré.
  Les points de contact en matiÚre de politique d'égalité des chances, visés à l'alinéa 1er, accomplissent les tùches suivantes :
  1° ils contribuent à l'élaboration du plan d'action intégré, visé à l'article 8, § 1er, alinéa 2, du décret précité ;
  2° ils coordonnent la mise en oeuvre des objectifs, visés à l'article 8, § 1er, alinéa 1er, du décret précité, dans leur propre domaine politique ;
  3° dans le cadre des objectifs de l'Autorité flamande, ils évaluent les effets de la politique élaborée ou mise en oeuvre par leur département ou agence sur la concrétisation de l'égalité des chances, telle que visée à l'article 6, § 1er, du décret précité.
  § 2. L'agence coordonne les aspects suivants :
  1° le réseau des points de contact en matiÚre de politique d'égalité des chances ;
  2° l'élaboration du plan d'action intégré.
Afdeling 2. - Samenwerking met partnerorganisaties
Section 2. - Coopération avec des organisations partenaires
Onderafdeling 1. - Erkenning van partnerorganisaties voor gelijke kansen
Sous-section 1re. - Agrément d'organisations partenaires en faveur de l'égalité des chances
Art. 4. § 1. De thema's, vermeld in artikel 6, § 2, eerste lid, 1° tot en met 3°, van het decreet van 10 juli 2008, hebben betrekking op de volgende beleidsdoelstellingen:
  1° het streven naar gendergelijkheid;
  2° het streven naar inclusie van LGBTI+-personen;
  3° het streven naar inclusie van personen met een handicap.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° gendergelijkheid: het gelijkstellen en gelijk behandelen van mensen ongeacht geslacht of gender evenals het wegwerken en voorkomen van mechanismen die gelijkstelling en gelijke behandeling verhinderen;
  2° inclusie van LGBTI+-personen: het realiseren van het recht van lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse personen op volwaardige deelname aan de samenleving;
  3° inclusie van personen met een handicap: het realiseren van het recht van personen met een handicap op volwaardige deelname aan de samenleving op gelijke voet met andere burgers, en op een onafhankelijk leven met gelijke keuzemogelijkheden en respect voor individuele keuzes.
  De rollen, vermeld in artikel 14ter, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, die een partnerorganisatie voor gelijke kansen kan opnemen, sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen, vermeld in het eerste lid.
  § 2. Een partnerorganisatie voor gelijke kansen kan de volgende rollen, vermeld in artikel 14ter van het decreet van 10 juli 2008, vervullen:
  1° een expertisecentrum zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Het voormelde expertisecentrum heeft de opdracht om kennis, inzichten en bruikbare instrumenten voor de voormelde beleidsdoelstellingen te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten;
  2° een belangenbehartiger zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, door onder meer:
  a) op te komen voor de belangen van de groepen die het voormelde decreet beoogt te beschermen;
  b) de gelijke kansen rond de voormelde beleidsdoelstellingen na te streven;
  3° een dienstverlener en ondersteuner zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, door onder meer:
  a) informatie te verspreiden over de voormelde beleidsdoelstellingen;
  b) vormingen te geven over de voormelde beleidsdoelstellingen;
  c) ondersteuning en begeleiding te geven voor de voormelde beleidsdoelstellingen;
  4° een netwerkorganisatie zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Een netwerkorganisatie heeft een verbindende en versterkende rol voor mensen, organisaties en de samenleving en zet processen op waarbij diverse actoren betrokken worden ter bevordering van gelijke kansen rond de voormelde beleidsdoelstellingen.
  § 3. Een partnerorganisatie voor gelijke kansen dient een aanvraag tot erkenning in voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en per beleidsdoelstelling voor minimaal twee van de rollen, vermeld in paragraaf 2.
  § 4. Bij de erkenning van de partnerorganisaties voor gelijke kansen streeft de Vlaamse Regering ernaar dat voor elke beleidsdoelstelling, vermeld paragraaf 1, eerste lid, de vier rollen, vermeld in paragraaf 2, worden ingevuld.
  1° het streven naar gendergelijkheid;
  2° het streven naar inclusie van LGBTI+-personen;
  3° het streven naar inclusie van personen met een handicap.
  In het eerste lid wordt verstaan onder:
  1° gendergelijkheid: het gelijkstellen en gelijk behandelen van mensen ongeacht geslacht of gender evenals het wegwerken en voorkomen van mechanismen die gelijkstelling en gelijke behandeling verhinderen;
  2° inclusie van LGBTI+-personen: het realiseren van het recht van lesbische, homoseksuele, biseksuele, transgender en intersekse personen op volwaardige deelname aan de samenleving;
  3° inclusie van personen met een handicap: het realiseren van het recht van personen met een handicap op volwaardige deelname aan de samenleving op gelijke voet met andere burgers, en op een onafhankelijk leven met gelijke keuzemogelijkheden en respect voor individuele keuzes.
  De rollen, vermeld in artikel 14ter, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, die een partnerorganisatie voor gelijke kansen kan opnemen, sluiten aan bij de beleidsdoelstellingen, vermeld in het eerste lid.
  § 2. Een partnerorganisatie voor gelijke kansen kan de volgende rollen, vermeld in artikel 14ter van het decreet van 10 juli 2008, vervullen:
  1° een expertisecentrum zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Het voormelde expertisecentrum heeft de opdracht om kennis, inzichten en bruikbare instrumenten voor de voormelde beleidsdoelstellingen te ontwikkelen, te borgen en te ontsluiten;
  2° een belangenbehartiger zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, door onder meer:
  a) op te komen voor de belangen van de groepen die het voormelde decreet beoogt te beschermen;
  b) de gelijke kansen rond de voormelde beleidsdoelstellingen na te streven;
  3° een dienstverlener en ondersteuner zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, door onder meer:
  a) informatie te verspreiden over de voormelde beleidsdoelstellingen;
  b) vormingen te geven over de voormelde beleidsdoelstellingen;
  c) ondersteuning en begeleiding te geven voor de voormelde beleidsdoelstellingen;
  4° een netwerkorganisatie zijn voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid. Een netwerkorganisatie heeft een verbindende en versterkende rol voor mensen, organisaties en de samenleving en zet processen op waarbij diverse actoren betrokken worden ter bevordering van gelijke kansen rond de voormelde beleidsdoelstellingen.
  § 3. Een partnerorganisatie voor gelijke kansen dient een aanvraag tot erkenning in voor een of meer van de beleidsdoelstellingen, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en per beleidsdoelstelling voor minimaal twee van de rollen, vermeld in paragraaf 2.
  § 4. Bij de erkenning van de partnerorganisaties voor gelijke kansen streeft de Vlaamse Regering ernaar dat voor elke beleidsdoelstelling, vermeld paragraaf 1, eerste lid, de vier rollen, vermeld in paragraaf 2, worden ingevuld.
Art. 4. § 1er. Les thÚmes, visés à l'article 6, § 2, alinéa 1er, 1° à 3°, du décret du 10 juillet 2008, ont trait aux objectifs politiques suivants :
  1° la recherche de l'égalité des genres ;
  2° la recherche de l'inclusion des personnes LGBTI+ ;
  3° la recherche de l'inclusion des personnes handicapées.
  A l'alinéa 1er, on entend par :
  1° Ă©galitĂ© de genre : l'assimilation et l'Ă©galitĂ© de traitement des individus indĂ©pendamment du sexe ou du genre, ainsi que l'Ă©limination et la prĂ©vention de mĂ©canismes qui empĂȘchent cette assimilation et cette Ă©galitĂ© de traitement,
  2° inclusion des personnes LGBTI+ : la réalisation du droit des personnes lesbiennes, homosexuelles, bisexuelles, transgenres et intersexuées à une participation à part entiÚre à la société ;
  3° inclusion des personnes handicapées : la réalisation du droit des personnes handicapées à une participation à part entiÚre à la société, sur un pied d'égalité avec les autres citoyens, et à une vie indépendante avec une égalité de choix et au respect des choix individuels.
  Les rÎles, visés à l'article 14ter, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, que peut assumer une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances, correspondent aux objectifs politiques, visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances peut remplir les rÎles suivants, visés à l'article 14ter du décret du 10 juillet 2008 :
  1° ĂȘtre un centre d'expertise pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er. Le centre d'expertise prĂ©citĂ© a pour mission de dĂ©velopper, garantir et rendre accessibles les connaissances, les visions et les instruments utilisables pour le dĂ©veloppement des objectifs politiques prĂ©citĂ©s ;
  2° ĂȘtre un dĂ©fenseur des intĂ©rĂȘts pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, entre autres en :
  a) dĂ©fendant les intĂ©rĂȘts des groupes que le dĂ©cret prĂ©citĂ© vise Ă protĂ©ger ;
  b) recherchant l'égalité des chances concernant les objectifs politiques précités ;
  3° ĂȘtre un prestataire de services et un soutien pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, entre autres en :
  a) diffusant des informations sur les objectifs politiques précités ;
  b) donnant des formations sur les objectifs politiques précités ;
  c) offrant un soutien et un accompagnement pour les objectifs politiques précités ;
  4° ĂȘtre une organisation en rĂ©seau pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er. Une organisation en rĂ©seau assume un rĂŽle de liaison et de renforcement pour les individus, les organisations et la sociĂ©tĂ©, et met en place des processus impliquant diffĂ©rents acteurs pour stimuler l'Ă©galitĂ© des chances concernant les objectifs politiques prĂ©citĂ©s.
  § 3. Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances introduit une demande d'agrément pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, et par objectif politique pour au moins deux des rÎles, visés au paragraphe 2.
  § 4. Dans le cadre de l'agrément des organisations partenaires en faveur de l'égalité des chances, le Gouvernement flamand vise à ce que pour chaque objectif politique, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, les quatre rÎles, visés au paragraphe 2, soient remplis.
  1° la recherche de l'égalité des genres ;
  2° la recherche de l'inclusion des personnes LGBTI+ ;
  3° la recherche de l'inclusion des personnes handicapées.
  A l'alinéa 1er, on entend par :
  1° Ă©galitĂ© de genre : l'assimilation et l'Ă©galitĂ© de traitement des individus indĂ©pendamment du sexe ou du genre, ainsi que l'Ă©limination et la prĂ©vention de mĂ©canismes qui empĂȘchent cette assimilation et cette Ă©galitĂ© de traitement,
  2° inclusion des personnes LGBTI+ : la réalisation du droit des personnes lesbiennes, homosexuelles, bisexuelles, transgenres et intersexuées à une participation à part entiÚre à la société ;
  3° inclusion des personnes handicapées : la réalisation du droit des personnes handicapées à une participation à part entiÚre à la société, sur un pied d'égalité avec les autres citoyens, et à une vie indépendante avec une égalité de choix et au respect des choix individuels.
  Les rÎles, visés à l'article 14ter, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, que peut assumer une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances, correspondent aux objectifs politiques, visés à l'alinéa 1er.
  § 2. Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances peut remplir les rÎles suivants, visés à l'article 14ter du décret du 10 juillet 2008 :
  1° ĂȘtre un centre d'expertise pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er. Le centre d'expertise prĂ©citĂ© a pour mission de dĂ©velopper, garantir et rendre accessibles les connaissances, les visions et les instruments utilisables pour le dĂ©veloppement des objectifs politiques prĂ©citĂ©s ;
  2° ĂȘtre un dĂ©fenseur des intĂ©rĂȘts pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, entre autres en :
  a) dĂ©fendant les intĂ©rĂȘts des groupes que le dĂ©cret prĂ©citĂ© vise Ă protĂ©ger ;
  b) recherchant l'égalité des chances concernant les objectifs politiques précités ;
  3° ĂȘtre un prestataire de services et un soutien pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, entre autres en :
  a) diffusant des informations sur les objectifs politiques précités ;
  b) donnant des formations sur les objectifs politiques précités ;
  c) offrant un soutien et un accompagnement pour les objectifs politiques précités ;
  4° ĂȘtre une organisation en rĂ©seau pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visĂ©s au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er. Une organisation en rĂ©seau assume un rĂŽle de liaison et de renforcement pour les individus, les organisations et la sociĂ©tĂ©, et met en place des processus impliquant diffĂ©rents acteurs pour stimuler l'Ă©galitĂ© des chances concernant les objectifs politiques prĂ©citĂ©s.
  § 3. Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances introduit une demande d'agrément pour un ou plusieurs des objectifs politiques, visés au paragraphe 1er, alinéa 1er, et par objectif politique pour au moins deux des rÎles, visés au paragraphe 2.
  § 4. Dans le cadre de l'agrément des organisations partenaires en faveur de l'égalité des chances, le Gouvernement flamand vise à ce que pour chaque objectif politique, visé au paragraphe 1er, alinéa 1er, les quatre rÎles, visés au paragraphe 2, soient remplis.
Art. 5. § 1. De missie, visie en werking van een partnerorganisatie voor gelijke kansen passen binnen de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit, de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit, en de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008.
  § 2. Het meerjarenplan, vermeld in artikel 6, § 1, en in voorkomend geval de statuten van een partnerorganisatie voor gelijke kansen tonen in voldoende mate aan dat de organisatie zich richt op de realisatie van gelijke kansen binnen de Vlaamse bevoegdheden.
  De werking van een partnerorganisatie voor gelijke kansen overstijgt het lokale niveau.
  Een partnerorganisatie voor gelijke kansen heeft een werking voor de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, en voor de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van minimaal drie jaar vóór de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag.
  § 3. In het kader van het deugdelijke bestuur van een partnerorganisatie voor gelijke kansen voldoet een partnerorganisatie voor gelijke kansen aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze beschikt over een intern reglement waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen, uiterlijk zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, gesloten is;
  2° ze maakt jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in artikel 6, § 3, eerste lid, bekend op haar website.
  § 2. Het meerjarenplan, vermeld in artikel 6, § 1, en in voorkomend geval de statuten van een partnerorganisatie voor gelijke kansen tonen in voldoende mate aan dat de organisatie zich richt op de realisatie van gelijke kansen binnen de Vlaamse bevoegdheden.
  De werking van een partnerorganisatie voor gelijke kansen overstijgt het lokale niveau.
  Een partnerorganisatie voor gelijke kansen heeft een werking voor de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, en voor de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van minimaal drie jaar vóór de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag.
  § 3. In het kader van het deugdelijke bestuur van een partnerorganisatie voor gelijke kansen voldoet een partnerorganisatie voor gelijke kansen aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze beschikt over een intern reglement waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen, uiterlijk zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, gesloten is;
  2° ze maakt jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in artikel 6, § 3, eerste lid, bekend op haar website.
Art. 5. § 1er. La mission, la vision et le fonctionnement d'une organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances s'inscrivent dans les objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂŽles choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008.
  § 2. Le plan pluriannuel, visé à l'article 6, § 1er, et, le cas échéant, les statuts d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances démontrent suffisamment que l'organisation vise la réalisation de l'égalité des chances dans le cadre des compétences flamandes.
  Le fonctionnement d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances dépasse le niveau local.
  Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances a un fonctionnement pour les objectifs politiques choisis, visés à l'article 4, § 3, et pour les rÎles choisis, visés à l'article 4, § 3, d'au moins trois ans avant la date de l'introduction de la demande d'agrément.
  § 3. Dans le cadre de la bonne gouvernance d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances, une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances remplit toutes les conditions suivantes :
  1° elle dispose d'un rÚglement interne reprenant une clause de non-discrimination, au plus tard six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2 ;
  2° elle publie chaque année sur son site web le rapport annuel et les comptes annuels visés à l'article 6, § 3, alinéa 1er.
  § 2. Le plan pluriannuel, visé à l'article 6, § 1er, et, le cas échéant, les statuts d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances démontrent suffisamment que l'organisation vise la réalisation de l'égalité des chances dans le cadre des compétences flamandes.
  Le fonctionnement d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances dépasse le niveau local.
  Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances a un fonctionnement pour les objectifs politiques choisis, visés à l'article 4, § 3, et pour les rÎles choisis, visés à l'article 4, § 3, d'au moins trois ans avant la date de l'introduction de la demande d'agrément.
  § 3. Dans le cadre de la bonne gouvernance d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances, une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances remplit toutes les conditions suivantes :
  1° elle dispose d'un rÚglement interne reprenant une clause de non-discrimination, au plus tard six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2 ;
  2° elle publie chaque année sur son site web le rapport annuel et les comptes annuels visés à l'article 6, § 3, alinéa 1er.
Art. 6. § 1. Een partnerorganisatie voor gelijke kansen beschikt over een meerjarenplan voor een periode van vijf jaar. Het voormelde meerjarenplan bevat al de volgende elementen:
  1° een beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen in relatie tot de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, en de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3;
  2° een opgave van de beoogde resultaten en de bijbehorende indicatoren, opgedeeld per beleidsdoelstelling en per rol;
  3° het tijdstip en de wijze waarop de resultaten worden gemeten;
  4° een beschrijving van de interne organisatiestructuur en -werking;
  5° de middelen die nodig worden geacht om het meerjarenplan te realiseren.
  § 2. Ter uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, maakt een partnerorganisatie voor gelijke kansen voor elk werkjaar een jaaractieplan en een jaarbegroting op.
  Het jaaractieplan, vermeld in het eerste lid, beschrijft op welke wijze een partnerorganisatie voor gelijke kansen de strategische en operationele doelstellingen die geformuleerd zijn in het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, zal realiseren. Het jaaractieplan omschrijft minstens de te behalen resultaten, gekoppeld aan indicatoren en de concrete acties in het jaar in kwestie, opgedeeld per beleidsdoelstelling en per rol. Bij de opmaak van het jaaractieplan wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 7.
  Een partnerorganisatie voor gelijke kansen bezorgt het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap, uiterlijk op 15 december van het werkjaar vóór het jaar waarop het jaaractieplan betrekking heeft. Het eerste jaaractieplan van een erkenningsperiode wordt als bijlage opgenomen in het meerjarenplan.
  § 3. Ter opvolging van de uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, en het jaaractieplan, vermeld in paragraaf 2, maakt een partnerorganisatie voor gelijke kansen een jaarverslag en een jaarrekening op van het voorbije werkjaar.
  Een partnerorganisatie voor gelijke kansen bezorgt het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop ze betrekking hebben.
  1° een beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen in relatie tot de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, en de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3;
  2° een opgave van de beoogde resultaten en de bijbehorende indicatoren, opgedeeld per beleidsdoelstelling en per rol;
  3° het tijdstip en de wijze waarop de resultaten worden gemeten;
  4° een beschrijving van de interne organisatiestructuur en -werking;
  5° de middelen die nodig worden geacht om het meerjarenplan te realiseren.
  § 2. Ter uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, maakt een partnerorganisatie voor gelijke kansen voor elk werkjaar een jaaractieplan en een jaarbegroting op.
  Het jaaractieplan, vermeld in het eerste lid, beschrijft op welke wijze een partnerorganisatie voor gelijke kansen de strategische en operationele doelstellingen die geformuleerd zijn in het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, zal realiseren. Het jaaractieplan omschrijft minstens de te behalen resultaten, gekoppeld aan indicatoren en de concrete acties in het jaar in kwestie, opgedeeld per beleidsdoelstelling en per rol. Bij de opmaak van het jaaractieplan wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 7.
  Een partnerorganisatie voor gelijke kansen bezorgt het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap, uiterlijk op 15 december van het werkjaar vóór het jaar waarop het jaaractieplan betrekking heeft. Het eerste jaaractieplan van een erkenningsperiode wordt als bijlage opgenomen in het meerjarenplan.
  § 3. Ter opvolging van de uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, en het jaaractieplan, vermeld in paragraaf 2, maakt een partnerorganisatie voor gelijke kansen een jaarverslag en een jaarrekening op van het voorbije werkjaar.
  Een partnerorganisatie voor gelijke kansen bezorgt het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop ze betrekking hebben.
Art. 6. § 1er. Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances dispose d'un plan pluriannuel couvrant une période de cinq ans. Le plan pluriannuel précité comprend tous les éléments suivants :
  1° une description des objectifs stratégiques et opérationnels en relation avec les rÎles choisis, visés à l'article 4, § 3, et les objectifs politiques choisis, visés à l'article 4, § 3 ;
  2° la mention des résultats envisagés et des indicateurs y afférents, subdivisés par objectif politique et par rÎle ;
  3° le moment et le mode d'évaluation des résultats ;
  4° une description de la structure et du fonctionnement de l'organisation interne ;
  5° les moyens jugés nécessaires pour réaliser le plan pluriannuel.
  § 2. En exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances établit un plan d'action annuel et un budget annuel pour chaque année d'activité.
  Le plan d'action annuel, visé à l'alinéa 1er, décrit comment une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances réalisera les objectifs stratégiques et opérationnels qui sont formulés dans le plan pluriannuel, visé au paragraphe 1er. Le plan d'action annuel définit au moins les résultats à atteindre liés à des indicateurs et les actions concrÚtes au cours de l'année en question, subdivisés par objectif politique et par rÎle. Lors de l'établissement du plan d'action annuel, il est tenu compte des priorités en matiÚre de politique, visées à l'article 7.
  Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances transmet le plan d'action annuel et le budget annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 15 décembre de l'année d'activité précédant l'année à laquelle le plan d'action annuel se rapporte. Le premier plan d'action annuel d'une période d'agrément est repris comme annexe dans le plan pluriannuel.
  § 3. En vue du suivi de l'exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, de l'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, et du plan d'action annuel visé au paragraphe 2, une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances établit un rapport annuel et un compte annuel de l'année d'activité écoulée.
  Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances transmet le rapport annuel et le compte annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle ils se rapportent.
  1° une description des objectifs stratégiques et opérationnels en relation avec les rÎles choisis, visés à l'article 4, § 3, et les objectifs politiques choisis, visés à l'article 4, § 3 ;
  2° la mention des résultats envisagés et des indicateurs y afférents, subdivisés par objectif politique et par rÎle ;
  3° le moment et le mode d'évaluation des résultats ;
  4° une description de la structure et du fonctionnement de l'organisation interne ;
  5° les moyens jugés nécessaires pour réaliser le plan pluriannuel.
  § 2. En exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances établit un plan d'action annuel et un budget annuel pour chaque année d'activité.
  Le plan d'action annuel, visé à l'alinéa 1er, décrit comment une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances réalisera les objectifs stratégiques et opérationnels qui sont formulés dans le plan pluriannuel, visé au paragraphe 1er. Le plan d'action annuel définit au moins les résultats à atteindre liés à des indicateurs et les actions concrÚtes au cours de l'année en question, subdivisés par objectif politique et par rÎle. Lors de l'établissement du plan d'action annuel, il est tenu compte des priorités en matiÚre de politique, visées à l'article 7.
  Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances transmet le plan d'action annuel et le budget annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 15 décembre de l'année d'activité précédant l'année à laquelle le plan d'action annuel se rapporte. Le premier plan d'action annuel d'une période d'agrément est repris comme annexe dans le plan pluriannuel.
  § 3. En vue du suivi de l'exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, de l'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, et du plan d'action annuel visé au paragraphe 2, une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances établit un rapport annuel et un compte annuel de l'année d'activité écoulée.
  Une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances transmet le rapport annuel et le compte annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle ils se rapportent.
Art. 7. De minister kan in het kader van de concretisering van de uitvoering van de rollen, vermeld in artikel 4, § 2, beleidsprioriteiten bepalen waaraan een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen mee uitvoering zal geven.
Art. 7. Dans le cadre de la concrétisation de l'exécution des rÎles, visés à l'article 4, § 2, le ministre peut fixer des priorités en matiÚre de politique à l'exécution desquelles une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée participera.
Art. 8. De oproep tot indiening van erkenningsaanvragen en de modaliteiten tot indiening worden bekendgemaakt op de website van het agentschap.
  De erkenningsaanvragen worden op digitale wijze ingediend uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop de erkenning van de partnerorganisaties voor gelijke kansen afloopt of, in voorkomend geval, uiterlijk veertig werkdagen na de opheffing van de erkenning van een partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 18.
  Bij de eerste erkenningsprocedure van een partnerorganisatie voor gelijke kansen op basis van dit besluit worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk op 30 juni 2024.
  De erkenningsaanvragen worden op digitale wijze ingediend uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop de erkenning van de partnerorganisaties voor gelijke kansen afloopt of, in voorkomend geval, uiterlijk veertig werkdagen na de opheffing van de erkenning van een partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 18.
  Bij de eerste erkenningsprocedure van een partnerorganisatie voor gelijke kansen op basis van dit besluit worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk op 30 juni 2024.
Art. 8. L'appel à l'introduction de demandes d'agrément et les modalités d'introduction sont publiés sur le site web de l'agence.
  Les demandes d'agrément sont introduites par voie numérique au plus tard six mois avant la date à laquelle l'agrément des organisations partenaires en faveur de l'égalité des chances prend fin ou, le cas échéant, au plus tard quarante jours ouvrables suivant la suppression de l'agrément d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances visée à l'article 18.
  Lors de la premiĂšre procĂ©dure d'agrĂ©ment d'une organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances sur base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard le 30 juin 2024.
  Les demandes d'agrément sont introduites par voie numérique au plus tard six mois avant la date à laquelle l'agrément des organisations partenaires en faveur de l'égalité des chances prend fin ou, le cas échéant, au plus tard quarante jours ouvrables suivant la suppression de l'agrément d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances visée à l'article 18.
  Lors de la premiĂšre procĂ©dure d'agrĂ©ment d'une organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances sur base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard le 30 juin 2024.
Art. 9. Een erkenningsaanvraag is ontvankelijk als de aanvraag op digitale wijze wordt ingediend bij het agentschap en als ze al de volgende stukken en gegevens bevat:
  1° een beschrijving van de wijze waarop de missie, visie en werking van de aanvrager passen binnen de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit, de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit, en de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° een beschrijving van de rollen, vermeld in artikel 4, § 2 van dit besluit, waarvoor de aanvrager zich kandidaat stelt binnen de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit;
  3° in voorkomend geval een kopie van de statuten van de aanvrager;
  4° een intern reglement waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen als vermeld in artikel 5, § 3, 1°, van dit besluit, of een plan van aanpak om te kunnen voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 5, § 3, 1°, van dit besluit;
  5° het meerjarenplan, vermeld in artikel 6 van dit besluit, van de aanvrager;
  6° een beschrijving op welke wijze de werking van de aanvrager het lokale niveau overstijgt;
  7° een beschrijving die aantoont dat de aanvrager drie jaar vóór de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag al een werking had voor de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit en voor de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit.
  1° een beschrijving van de wijze waarop de missie, visie en werking van de aanvrager passen binnen de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit, de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit, en de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° een beschrijving van de rollen, vermeld in artikel 4, § 2 van dit besluit, waarvoor de aanvrager zich kandidaat stelt binnen de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit;
  3° in voorkomend geval een kopie van de statuten van de aanvrager;
  4° een intern reglement waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen als vermeld in artikel 5, § 3, 1°, van dit besluit, of een plan van aanpak om te kunnen voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 5, § 3, 1°, van dit besluit;
  5° het meerjarenplan, vermeld in artikel 6 van dit besluit, van de aanvrager;
  6° een beschrijving op welke wijze de werking van de aanvrager het lokale niveau overstijgt;
  7° een beschrijving die aantoont dat de aanvrager drie jaar vóór de datum van de indiening van de erkenningsaanvraag al een werking had voor de gekozen beleidsdoelstellingen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit en voor de gekozen rollen, vermeld in artikel 4, § 3, van dit besluit.
Art. 9. Une demande d'agrément est recevable si elle est soumise à l'agence par voie numérique et si elle contient tous les documents et informations suivants :
  1° une description de la maniĂšre dont la mission, la vision et le fonctionnement du demandeur s'inscrivent dans les objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂŽles choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° une description des rĂŽles, visĂ©s Ă l'article 4, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour lesquels le demandeur se porte candidat dans le cadre des objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° le cas échéant, une copie des statuts du demandeur ;
  4° un rĂšglement interne reprenant une clause de non-discrimination telle que visĂ©e Ă l'article 5, § 3, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou un plan d'action afin de pouvoir remplir la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e Ă l'article 5, § 3, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  5° le plan pluriannuel, visĂ© Ă l'article 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du demandeur ;
  6° une description de la maniÚre dont le fonctionnement du demandeur dépasse le niveau local ;
  7° une description dĂ©montrant que le demandeur avait dĂ©jĂ un fonctionnement pour les objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et pour les rĂŽles choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, trois ans avant la date de l'introduction de la demande d'agrĂ©ment.
  1° une description de la maniĂšre dont la mission, la vision et le fonctionnement du demandeur s'inscrivent dans les objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les rĂŽles choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° une description des rĂŽles, visĂ©s Ă l'article 4, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour lesquels le demandeur se porte candidat dans le cadre des objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° le cas échéant, une copie des statuts du demandeur ;
  4° un rĂšglement interne reprenant une clause de non-discrimination telle que visĂ©e Ă l'article 5, § 3, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou un plan d'action afin de pouvoir remplir la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e Ă l'article 5, § 3, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  5° le plan pluriannuel, visĂ© Ă l'article 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du demandeur ;
  6° une description de la maniÚre dont le fonctionnement du demandeur dépasse le niveau local ;
  7° une description dĂ©montrant que le demandeur avait dĂ©jĂ un fonctionnement pour les objectifs politiques choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et pour les rĂŽles choisis, visĂ©s Ă l'article 4, § 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, trois ans avant la date de l'introduction de la demande d'agrĂ©ment.
Art. 10. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag.
  Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen tien werkdagen na de dag waarop het de erkenningsaanvraag heeft ontvangen, op digitale wijze de beslissing of de aanvraag ontvankelijk of onontvankelijk is. Nadat de voormelde termijn verstreken is, wordt de erkenningsaanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
  Als er geen ontvankelijke aanvragen zijn ingediend, kan de erkenningsprocedure opnieuw opgestart worden. In dat geval worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk twintig werkdagen na de dag waarop het agentschap vaststelt dat alleen niet-ontvankelijke erkenningsaanvragen zijn ingediend. De procedure, vermeld in het eerste en tweede lid, is vervolgens van toepassing.
  Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen tien werkdagen na de dag waarop het de erkenningsaanvraag heeft ontvangen, op digitale wijze de beslissing of de aanvraag ontvankelijk of onontvankelijk is. Nadat de voormelde termijn verstreken is, wordt de erkenningsaanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
  Als er geen ontvankelijke aanvragen zijn ingediend, kan de erkenningsprocedure opnieuw opgestart worden. In dat geval worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk twintig werkdagen na de dag waarop het agentschap vaststelt dat alleen niet-ontvankelijke erkenningsaanvragen zijn ingediend. De procedure, vermeld in het eerste en tweede lid, is vervolgens van toepassing.
Art. 10. L'agence examine la recevabilité de la demande d'agrément.
  Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'agrément, l'agence transmet au demandeur, par voie numérique, la décision de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande. Passé le délai précité, la demande d'agrément est réputée recevable.
  Si aucune demande recevable n'a Ă©tĂ© introduite, la procĂ©dure d'agrĂ©ment peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Dans ce cas, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard vingt jours ouvrables aprĂšs le jour oĂč l'agence constate que seules les demandes d'agrĂ©ment irrecevables ont Ă©tĂ© introduites. La procĂ©dure visĂ©e aux alinĂ©as 1er et 2 est ensuite d'application.
  Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'agrément, l'agence transmet au demandeur, par voie numérique, la décision de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande. Passé le délai précité, la demande d'agrément est réputée recevable.
  Si aucune demande recevable n'a Ă©tĂ© introduite, la procĂ©dure d'agrĂ©ment peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Dans ce cas, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard vingt jours ouvrables aprĂšs le jour oĂč l'agence constate que seules les demandes d'agrĂ©ment irrecevables ont Ă©tĂ© introduites. La procĂ©dure visĂ©e aux alinĂ©as 1er et 2 est ensuite d'application.
Art. 11. Het agentschap beoordeelt de ontvankelijke erkenningsaanvraag inhoudelijk en brengt daarover een advies uit aan de minister.
  Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, toetst het agentschap de ontvankelijke erkenningsaanvraag aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en artikel 5 tot en met 7 van dit besluit. De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld op basis van de stukken en de gegevens, vermeld in artikel 9 van dit besluit.
  Als het agentschap dat nodig en relevant acht, wordt voor de objectieve beoordeling van de elementen in de erkenningsaanvraag die betrekking hebben op andere beleidsdomeinen, het niet-bindende oordeel van het departement of agentschap in kwestie gevraagd. Het departement of agentschap in kwestie beoordeelt de aanvraag binnen twintig werkdagen en bezorgt het advies op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als dat nodig is, vraagt het agentschap bijkomende inlichtingen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt die inlichtingen binnen tien werkdagen na de dag waarop hij het verzoek om bijkomende inlichtingen heeft ontvangen. De aanvrager bezorgt die bijkomende inlichtingen op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als de bijkomende inlichtingen niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, zijn bezorgd aan het agentschap, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager afziet van zijn erkenningsaanvraag.
  Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, toetst het agentschap de ontvankelijke erkenningsaanvraag aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en artikel 5 tot en met 7 van dit besluit. De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld op basis van de stukken en de gegevens, vermeld in artikel 9 van dit besluit.
  Als het agentschap dat nodig en relevant acht, wordt voor de objectieve beoordeling van de elementen in de erkenningsaanvraag die betrekking hebben op andere beleidsdomeinen, het niet-bindende oordeel van het departement of agentschap in kwestie gevraagd. Het departement of agentschap in kwestie beoordeelt de aanvraag binnen twintig werkdagen en bezorgt het advies op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als dat nodig is, vraagt het agentschap bijkomende inlichtingen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt die inlichtingen binnen tien werkdagen na de dag waarop hij het verzoek om bijkomende inlichtingen heeft ontvangen. De aanvrager bezorgt die bijkomende inlichtingen op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als de bijkomende inlichtingen niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, zijn bezorgd aan het agentschap, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager afziet van zijn erkenningsaanvraag.
Art. 11. L'agence évalue la demande d'agrément recevable au niveau du contenu et émet un avis à ce sujet au ministre.
  Lors de l'Ă©valuation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'agence confronte la demande d'agrĂ©ment recevable aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, et aux articles 5 Ă 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. La demande d'agrĂ©ment est Ă©valuĂ©e sur la base des documents et des donnĂ©es visĂ©s Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Si l'agence le juge nécessaire et pertinent, l'avis non contraignant du département ou de l'agence en question est demandé pour l'évaluation objective des éléments de la demande d'agrément qui ont trait à d'autres domaines politiques. Le département ou l'agence en question évalue la demande dans les vingt jours ouvrables et remet l'avis par voie numérique à l'agence. Le délai de décision n'est pas suspendu.
  Si nĂ©cessaire, l'agence demande des informations complĂ©mentaires au demandeur. Le demandeur transmet ces informations dans un dĂ©lai de dix jours ouvrables Ă compter du jour oĂč il a reçu la demande d'informations complĂ©mentaires. Le demandeur transmet ces informations complĂ©mentaires Ă l'agence par voie numĂ©rique. Le dĂ©lai de dĂ©cision n'est pas suspendu.
  Si les informations complémentaires ne sont pas transmises à l'agence dans le délai visé à l'alinéa trois, le demandeur est réputé renoncer à sa demande d'agrément.
  Lors de l'Ă©valuation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'agence confronte la demande d'agrĂ©ment recevable aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, et aux articles 5 Ă 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. La demande d'agrĂ©ment est Ă©valuĂ©e sur la base des documents et des donnĂ©es visĂ©s Ă l'article 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Si l'agence le juge nécessaire et pertinent, l'avis non contraignant du département ou de l'agence en question est demandé pour l'évaluation objective des éléments de la demande d'agrément qui ont trait à d'autres domaines politiques. Le département ou l'agence en question évalue la demande dans les vingt jours ouvrables et remet l'avis par voie numérique à l'agence. Le délai de décision n'est pas suspendu.
  Si nĂ©cessaire, l'agence demande des informations complĂ©mentaires au demandeur. Le demandeur transmet ces informations dans un dĂ©lai de dix jours ouvrables Ă compter du jour oĂč il a reçu la demande d'informations complĂ©mentaires. Le demandeur transmet ces informations complĂ©mentaires Ă l'agence par voie numĂ©rique. Le dĂ©lai de dĂ©cision n'est pas suspendu.
  Si les informations complémentaires ne sont pas transmises à l'agence dans le délai visé à l'alinéa trois, le demandeur est réputé renoncer à sa demande d'agrément.
Art. 12. § 1. De Vlaamse Regering neemt een beslissing tot erkenning of niet-erkenning.
  Als de Vlaamse Regering beslist om de aanvrager te erkennen, bepaalt ze het maximale jaarbedrag van de subsidie en sluit ze met een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen een samenwerkingsovereenkomst voor een periode van vijf jaar. Die samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren rollen, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en indicatoren die toelaten om de subsidie beleidsmatig en financieel te evalueren.
  § 2. De beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het sluiten van de samenwerkingsoverkomst, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, gebeurt uiterlijk binnen zes maanden na de dag waarop de erkenningsaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot niet-erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  § 3. Als de Vlaamse Regering beslist om geen partnerorganisatie voor gelijke kansen te erkennen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de procedure, vermeld in artikel 8 tot en met 11, en paragraaf 1 tot en met 3, opnieuw opgestart worden. In afwijking van artikel 8, tweede lid, worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen nadat de voormelde beslissing tot niet-erkenning is genomen.
  Als de Vlaamse Regering beslist om de aanvrager te erkennen, bepaalt ze het maximale jaarbedrag van de subsidie en sluit ze met een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen een samenwerkingsovereenkomst voor een periode van vijf jaar. Die samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren rollen, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en indicatoren die toelaten om de subsidie beleidsmatig en financieel te evalueren.
  § 2. De beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het sluiten van de samenwerkingsoverkomst, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, gebeurt uiterlijk binnen zes maanden na de dag waarop de erkenningsaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot niet-erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  § 3. Als de Vlaamse Regering beslist om geen partnerorganisatie voor gelijke kansen te erkennen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de procedure, vermeld in artikel 8 tot en met 11, en paragraaf 1 tot en met 3, opnieuw opgestart worden. In afwijking van artikel 8, tweede lid, worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen nadat de voormelde beslissing tot niet-erkenning is genomen.
Art. 12. § 1er. Le Gouvernement flamand prend une décision d'agrément ou de non-agrément.
  Si le Gouvernement flamand décide d'agréer le demandeur, il fixe le montant annuel maximal de la subvention et il conclut avec une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée un accord de coopération pour une période de cinq ans. Cet accord de coopération comprend des accords quant aux rÎles à réaliser, y compris les objectifs et indicateurs stratégiques et opérationnels permettant d'évaluer la subvention sur le plan politique et financier.
  § 2. La dĂ©cision d'agrĂ©ment, visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, et la conclusion de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, se font au plus tard dans les six mois aprĂšs le jour oĂč la demande d'agrĂ©ment doit ĂȘtre introduite au plus tard.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision d'agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision de non-agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  § 3. Si le Gouvernement flamand dĂ©cide de ne pas agrĂ©er d'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances, telle que visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, la procĂ©dure, visĂ©e aux articles 8 Ă 11, et aux paragraphes 1er Ă 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Par dĂ©rogation Ă l'article 8, alinĂ©a 2, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs que la dĂ©cision de non-agrĂ©ment prĂ©citĂ©e a Ă©tĂ© prise.
  Si le Gouvernement flamand décide d'agréer le demandeur, il fixe le montant annuel maximal de la subvention et il conclut avec une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée un accord de coopération pour une période de cinq ans. Cet accord de coopération comprend des accords quant aux rÎles à réaliser, y compris les objectifs et indicateurs stratégiques et opérationnels permettant d'évaluer la subvention sur le plan politique et financier.
  § 2. La dĂ©cision d'agrĂ©ment, visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, et la conclusion de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, se font au plus tard dans les six mois aprĂšs le jour oĂč la demande d'agrĂ©ment doit ĂȘtre introduite au plus tard.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision d'agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision de non-agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  § 3. Si le Gouvernement flamand dĂ©cide de ne pas agrĂ©er d'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances, telle que visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, la procĂ©dure, visĂ©e aux articles 8 Ă 11, et aux paragraphes 1er Ă 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Par dĂ©rogation Ă l'article 8, alinĂ©a 2, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs que la dĂ©cision de non-agrĂ©ment prĂ©citĂ©e a Ă©tĂ© prise.
Art. 13. De vijfjarige periode, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, start op de eerste dag van de zevende maand die volgt op de maand waarin de erkenningsaanvragen uiterlijk ingediend moeten worden.
Art. 13. La pĂ©riode quinquennale, visĂ©e Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, prend cours le premier jour du septiĂšme mois qui suit le mois au cours duquel les demandes d'agrĂ©ment doivent ĂȘtre introduites au plus tard.
Art. 14. De erkenning van een partnerorganisatie voor gelijke kansen is geldig tot de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, eindigt of tot de erkenning wordt opgeheven als vermeld in artikel 18, eerste lid.
Art. 14. L'agrément d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances est valable jusqu'à l'expiration de l'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2 ou jusqu'au retrait de l'agrément visé à l'article 18, alinéa 1er.
Art. 15. Het agentschap bezorgt jaarlijks aan de minister een voortgangsrapport over al de volgende elementen:
  1° de naleving door een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5 tot en met 7 van dit besluit, en artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de uitvoering van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van dit besluit;
  3° de aanwending van de toegekende subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het voormelde decreet.
  Het voortgangsrapport, vermeld in het eerste lid, wordt aan de minister bezorgd uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop het voortgangsrapport betrekking heeft.
  1° de naleving door een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5 tot en met 7 van dit besluit, en artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de uitvoering van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van dit besluit;
  3° de aanwending van de toegekende subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het voormelde decreet.
  Het voortgangsrapport, vermeld in het eerste lid, wordt aan de minister bezorgd uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop het voortgangsrapport betrekking heeft.
Art. 15. L'agence transmet annuellement au ministre un rapport d'avancement relatif à tous les éléments suivants :
  1° le respect par une organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances agréée des conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 5 Ă 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° l'exĂ©cution des accords repris dans l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° l'affectation des subventions octroyées, visées à l'article 14sexies du décret précité.
  Le rapport d'avancement visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre au plus tard le 1er juillet de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle le rapport d'avancement se rapporte.
  1° le respect par une organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances agréée des conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 5 Ă 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° l'exĂ©cution des accords repris dans l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° l'affectation des subventions octroyées, visées à l'article 14sexies du décret précité.
  Le rapport d'avancement visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre au plus tard le 1er juillet de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle le rapport d'avancement se rapporte.
Art. 16. Het agentschap stelt een omstandig verslag op als het de volgende tekortkomingen vaststelt bij een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen:
  1° de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen voldoet niet langer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5 tot en met 7 van dit besluit, en artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de werking van de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen vertoont afwijkingen ten opzichte van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van dit besluit.
  Het omstandig verslag, vermeld in eerste lid, wordt aan de minister en de erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in het eerste lid, bezorgd.
  In het omstandig verslag, vermeld in het eerste lid, maant het agentschap de erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in het eerste lid, aan om binnen veertig werkdagen na de dag waarop het verslag is verstuurd:
  1° de tekortkomingen, vermeld in het eerste lid, weg te werken;
  2° het agentschap op digitale wijze te informeren over de maatregelen die ze genomen heeft om de tekortkomingen weg te werken.
  1° de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen voldoet niet langer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 5 tot en met 7 van dit besluit, en artikel 14quinquies, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de werking van de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen vertoont afwijkingen ten opzichte van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van dit besluit.
  Het omstandig verslag, vermeld in eerste lid, wordt aan de minister en de erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in het eerste lid, bezorgd.
  In het omstandig verslag, vermeld in het eerste lid, maant het agentschap de erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in het eerste lid, aan om binnen veertig werkdagen na de dag waarop het verslag is verstuurd:
  1° de tekortkomingen, vermeld in het eerste lid, weg te werken;
  2° het agentschap op digitale wijze te informeren over de maatregelen die ze genomen heeft om de tekortkomingen weg te werken.
Art. 16. L'agence établit un rapport circonstancié lorsqu'elle constate les manquements suivants au sein d'une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée :
  1° l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances concernĂ©e ne remplit plus les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 5 Ă 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° le fonctionnement de l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances concernĂ©e prĂ©sente des divergences par rapport aux accords repris dans l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre et à l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er.
  Dans le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, l'agence invite l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er, à :
  1° remédier aux manquements visés à l'alinéa 1er ;
  2° informer l'agence, par voie numérique, des mesures qu'elle a prises pour remédier aux lacunes, et ce dans les quarante jours ouvrables à compter du date d'envoi du rapport.
  1° l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances concernĂ©e ne remplit plus les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 5 Ă 7 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14quinquies, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° le fonctionnement de l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances concernĂ©e prĂ©sente des divergences par rapport aux accords repris dans l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre et à l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er.
  Dans le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, l'agence invite l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er, à :
  1° remédier aux manquements visés à l'alinéa 1er ;
  2° informer l'agence, par voie numérique, des mesures qu'elle a prises pour remédier aux lacunes, et ce dans les quarante jours ouvrables à compter du date d'envoi du rapport.
Art. 17. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof kan de minister, als de betreffende erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen na verloop van de termijn, vermeld in artikel 16, derde lid, van dit besluit, de tekortkomingen, vermeld in artikel 16, eerste lid, van dit besluit, niet heeft weggewerkt, de volgende sancties opleggen:
  1° de subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008, verminderen of terugvorderen;
  2° de erkenning schorsen, waarbij de partnerorganisatie voor gelijke kansen gedurende de schorsing geen subsidies als vermeld in artikel 14sexies van het voormelde decreet, ontvangt.
  De sancties, vermeld in het eerste lid, staan in een redelijke verhouding tot de omvang van de tekortkomingen, vermeld in artikel 16, eerste lid, en duren totdat de tekortkomingen zijn weggewerkt.
  § 2. De minister neemt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen twintig werkdagen nadat de termijn, vermeld in artikel 16, derde lid, van dit besluit, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen de voormelde termijn, blijven de subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008, ongewijzigd en behoudt de partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 16, eerste lid, van dit besluit, zijn erkenning.
  Het agentschap bezorgt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen aan de erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 16, eerste lid, of bezorgt die erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het eerste lid.
  1° de subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008, verminderen of terugvorderen;
  2° de erkenning schorsen, waarbij de partnerorganisatie voor gelijke kansen gedurende de schorsing geen subsidies als vermeld in artikel 14sexies van het voormelde decreet, ontvangt.
  De sancties, vermeld in het eerste lid, staan in een redelijke verhouding tot de omvang van de tekortkomingen, vermeld in artikel 16, eerste lid, en duren totdat de tekortkomingen zijn weggewerkt.
  § 2. De minister neemt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen twintig werkdagen nadat de termijn, vermeld in artikel 16, derde lid, van dit besluit, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen de voormelde termijn, blijven de subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008, ongewijzigd en behoudt de partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 16, eerste lid, van dit besluit, zijn erkenning.
  Het agentschap bezorgt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen aan de erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, vermeld in artikel 16, eerste lid, of bezorgt die erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het eerste lid.
Art. 17. § 1er. Sans prĂ©judice de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales applicables aux budgets, au contrĂŽle des subventions et Ă la comptabilitĂ© des communautĂ©s et des rĂ©gions, ainsi qu'Ă l'organisation du contrĂŽle de la Cour des comptes, Ă l'expiration du dĂ©lai, visĂ© Ă l'article 16, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, si l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances agréée n'a pas remĂ©diĂ© aux manquements, visĂ©s Ă l'article 16, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le ministre peut imposer les sanctions suivantes :
  1° réduire ou récupérer les subventions, visées à l'article 14sexies du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° suspendre l'agrément, l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances ne recevant pas de subventions, telles que visées à l'article 14sexies du décret précité, pendant la suspension.
  Les sanctions visées à l'alinéa 1er sont proportionnelles à l'importance des manquements visés à l'article 16, alinéa 1er, et durent jusqu'à ce que les manquements aient été corrigés.
  § 2. Le ministre prend la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, dans les vingt jours ouvrables suivant l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 16, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Si le ministre ne prend pas de dĂ©cision dans le dĂ©lai prĂ©citĂ©, les subventions, visĂ©es Ă l'article 14sexies du dĂ©cret du 10 juillet 2008, demeurent inchangĂ©es et l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances, visĂ©e Ă l'article 16, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, conserve son agrĂ©ment.
  L'agence transmet la décision, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, à l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée, visée à l'article 16, alinéa 1er, ou informe par voie numérique cette organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 1er.
  1° réduire ou récupérer les subventions, visées à l'article 14sexies du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° suspendre l'agrément, l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances ne recevant pas de subventions, telles que visées à l'article 14sexies du décret précité, pendant la suspension.
  Les sanctions visées à l'alinéa 1er sont proportionnelles à l'importance des manquements visés à l'article 16, alinéa 1er, et durent jusqu'à ce que les manquements aient été corrigés.
  § 2. Le ministre prend la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, dans les vingt jours ouvrables suivant l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 16, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Si le ministre ne prend pas de dĂ©cision dans le dĂ©lai prĂ©citĂ©, les subventions, visĂ©es Ă l'article 14sexies du dĂ©cret du 10 juillet 2008, demeurent inchangĂ©es et l'organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances, visĂ©e Ă l'article 16, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, conserve son agrĂ©ment.
  L'agence transmet la décision, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, à l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée, visée à l'article 16, alinéa 1er, ou informe par voie numérique cette organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 1er.
Art. 18. Als de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen na de beslissing, vermeld in artikel 17, § 1, eerste lid, binnen veertig werkdagen nog altijd de tekortkomingen, vermeld in artikel 16, eerste lid, niet heeft weggewerkt, kan de minister beslissen om de erkenning op te heffen.
  De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, wordt van rechtswege ontbonden als de erkenning wordt opgeheven als vermeld in het eerste lid.
  In het geval van het opheffen van de erkenning als vermeld in het eerste lid, worden geen subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008, meer toegekend en worden in voorkomend geval, een deel van of het volledig reeds uitbetaalde voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 14sexies van het voormelde decreet, dat niet verantwoord kan worden, en de opgebouwde reserves, teruggevorderd.
  De minister neemt de beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen de voormelde termijn, blijft de erkenning behouden.
  Het agentschap bezorgt de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op digitale wijze de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, of bezorgt de betreffende erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het derde lid.
  Als een beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, wordt genomen, kan de procedure, vermeld in artikel 8 tot en met 13, opnieuw opgestart worden. Conform artikel 8 worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen na de beslissing tot opheffing van de erkenning.
  Als een partnerorganisatie voor gelijke kansen erkend wordt in een erkenningsprocedure die volgt op de opheffing van een erkenning, vermeld in het vijfde lid, sluit de Vlaamse Regering met de voormelde erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, in afwijking van artikel 12, § 1, tweede lid, een samenwerkingsovereenkomst voor een periode die gelijk is aan de resterende duur van de erkenningsperiode. De organisatie waarvan de erkenning is opgeheven, komt niet in aanmerking om een nieuwe aanvraag tot erkenning in te dienen voor de resterende duur van de erkenningsperiode.
  De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, wordt van rechtswege ontbonden als de erkenning wordt opgeheven als vermeld in het eerste lid.
  In het geval van het opheffen van de erkenning als vermeld in het eerste lid, worden geen subsidies, vermeld in artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008, meer toegekend en worden in voorkomend geval, een deel van of het volledig reeds uitbetaalde voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 14sexies van het voormelde decreet, dat niet verantwoord kan worden, en de opgebouwde reserves, teruggevorderd.
  De minister neemt de beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen de voormelde termijn, blijft de erkenning behouden.
  Het agentschap bezorgt de betreffende partnerorganisatie voor gelijke kansen binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op digitale wijze de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, of bezorgt de betreffende erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het derde lid.
  Als een beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, wordt genomen, kan de procedure, vermeld in artikel 8 tot en met 13, opnieuw opgestart worden. Conform artikel 8 worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen na de beslissing tot opheffing van de erkenning.
  Als een partnerorganisatie voor gelijke kansen erkend wordt in een erkenningsprocedure die volgt op de opheffing van een erkenning, vermeld in het vijfde lid, sluit de Vlaamse Regering met de voormelde erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen, in afwijking van artikel 12, § 1, tweede lid, een samenwerkingsovereenkomst voor een periode die gelijk is aan de resterende duur van de erkenningsperiode. De organisatie waarvan de erkenning is opgeheven, komt niet in aanmerking om een nieuwe aanvraag tot erkenning in te dienen voor de resterende duur van de erkenningsperiode.
Art. 18. Si, aprÚs la décision visée à l'article 17, § 1er, alinéa 1er, l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée n'a toujours pas remédié dans les quarante jours ouvrables aux manquements visés à l'article 16, alinéa 1er, le ministre peut décider d'abroger l'agrément.
  L'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, est dissous de plein droit lorsque l'agrément est abrogé tel que visé à l'alinéa 1er.
  En cas d'abrogation de l'agrĂ©ment, telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, aucune subvention, visĂ©e Ă l'article 14sexies du dĂ©cret du 10 juillet 2008, n'est plus octroyĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, une partie ou l'intĂ©gralitĂ© de l'acompte dĂ©jĂ payĂ© de la subvention, visĂ©e Ă l'article 14sexies du dĂ©cret prĂ©citĂ©, ne pouvant ĂȘtre justifiĂ©e, ainsi que les rĂ©serves constituĂ©es, sont rĂ©cupĂ©rĂ©es.
  Le ministre prend une décision d'abrogation telle que visée à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Si le ministre ne prend pas de décision dans le délai précité, l'agrément reste maintenu.
  L'agence transmet à l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances concernée par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, la décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée concernée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 3.
  Si une dĂ©cision d'abrogation telle que visĂ©e au 1er alinĂ©a, est prise, la procĂ©dure visĂ©e aux articles 8 Ă 13, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. ConformĂ©ment Ă l'article 8, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs la dĂ©cision d'abrogation de l'agrĂ©ment.
  Si une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances est agréée dans une procédure d'agrément faisant suite à l'abrogation d'un agrément, visée à l'alinéa 5, le Gouvernement flamand conclut avec l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée précitée, par dérogation à l'article 12, § 1er, alinéa 2, un accord de coopération pour une période égale à la durée restante de la période d'agrément. L'organisation dont l'agrément a été abrogé, n'entre pas en ligne de compte pour introduire une nouvelle demande d'agrément pour la durée restante de la période d'agrément.
  L'accord de coopération, visé à l'article 12, § 1er, alinéa 2, est dissous de plein droit lorsque l'agrément est abrogé tel que visé à l'alinéa 1er.
  En cas d'abrogation de l'agrĂ©ment, telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, aucune subvention, visĂ©e Ă l'article 14sexies du dĂ©cret du 10 juillet 2008, n'est plus octroyĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, une partie ou l'intĂ©gralitĂ© de l'acompte dĂ©jĂ payĂ© de la subvention, visĂ©e Ă l'article 14sexies du dĂ©cret prĂ©citĂ©, ne pouvant ĂȘtre justifiĂ©e, ainsi que les rĂ©serves constituĂ©es, sont rĂ©cupĂ©rĂ©es.
  Le ministre prend une décision d'abrogation telle que visée à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Si le ministre ne prend pas de décision dans le délai précité, l'agrément reste maintenu.
  L'agence transmet à l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances concernée par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, la décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée concernée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 3.
  Si une dĂ©cision d'abrogation telle que visĂ©e au 1er alinĂ©a, est prise, la procĂ©dure visĂ©e aux articles 8 Ă 13, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. ConformĂ©ment Ă l'article 8, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs la dĂ©cision d'abrogation de l'agrĂ©ment.
  Si une organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances est agréée dans une procédure d'agrément faisant suite à l'abrogation d'un agrément, visée à l'alinéa 5, le Gouvernement flamand conclut avec l'organisation partenaire en faveur de l'égalité des chances agréée précitée, par dérogation à l'article 12, § 1er, alinéa 2, un accord de coopération pour une période égale à la durée restante de la période d'agrément. L'organisation dont l'agrément a été abrogé, n'entre pas en ligne de compte pour introduire une nouvelle demande d'agrément pour la durée restante de la période d'agrément.
Art. 19. Binnen de beschikbare begrotingskredieten en het door de Vlaamse Regering bepaalde maximumbedrag, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van dit besluit en na advies van de Inspectie van Financiën kent de minister conform artikel 14sexies van het decreet van 10 juli 2008 aan een erkende partnerorganisatie voor gelijke kansen jaarlijks een algemene werkingssubsidie toe. Conform artikel 14sexies van het voormelde decreet worden de subsidies toegekend op basis van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van dit besluit en de acties opgenomen in het jaaractieplan, vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid. Het dossier dat aan de Inspectie van Financiën voor advies wordt voorgelegd bevat naast de voormelde samenwerkingsovereenkomst eveneens het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in artikel 6, § 2, van dit besluit.
Art. 19. Dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles et du montant maximum fixĂ© par le Gouvernement flamand, visĂ© Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et sur avis de l'Inspection des Finances, le ministre octroie une subvention gĂ©nĂ©rale de fonctionnement annuelle Ă une organisation partenaire en faveur de l'Ă©galitĂ© des chances agréée conformĂ©ment Ă l'article 14sexies du dĂ©cret du 10 juillet 2008. ConformĂ©ment Ă l'article 14sexies du dĂ©cret prĂ©citĂ©, les subventions sont octroyĂ©es sur la base de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 12, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et des actions reprises dans le plan d'action annuel, visĂ© Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 2. Le dossier qui est soumis Ă l'Inspection des Finances pour avis contient, outre l'accord de coopĂ©ration prĂ©citĂ©, le plan d'action annuel et le budget annuel, visĂ©s Ă l'article 6, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Onderafdeling 2. - Erkenning van partnerorganisaties voor digitale inclusie
Sous-section 2. - Agrément d'organisations partenaires en faveur de l'inclusion numérique
Art. 20. Onder de opdracht, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, 2°, van het decreet van 10 juli 2008, wordt ook verstaan: de verspreiding van informatie, kennis en expertise bij de Vlaamse overheid.
Art. 20. Par la mission, visée à l'article 14septies, § 3, alinéa 1er, 2°, du décret du 10 juillet 2008, on entend également : la diffusion d'informations, de connaissances et d'expertise auprÚs de l'Autorité flamande.
Art. 21. In het kader van het deugdelijke bestuur voldoet een partnerorganisatie voor digitale inclusie aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze beschikt over een deontologische code voor haar personeelsleden en bestuursleden waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen, uiterlijk zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, gesloten is;
  2° ze maakt jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, bekend op haar website.
  1° ze beschikt over een deontologische code voor haar personeelsleden en bestuursleden waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen, uiterlijk zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, gesloten is;
  2° ze maakt jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in artikel 23, § 3, eerste lid, bekend op haar website.
Art. 21. Dans le cadre de la bonne gouvernance, une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique remplit toutes les conditions suivantes :
  1° elle dispose d'un code de déontologie pour ses membres du personnel et ses administrateurs reprenant une clause de non-discrimination, au plus tard six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2 ;
  2° elle publie chaque année sur son site web le rapport annuel et les comptes annuels visés à l'article 23, § 3, alinéa 1er.
  1° elle dispose d'un code de déontologie pour ses membres du personnel et ses administrateurs reprenant une clause de non-discrimination, au plus tard six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2 ;
  2° elle publie chaque année sur son site web le rapport annuel et les comptes annuels visés à l'article 23, § 3, alinéa 1er.
Art. 22. De missie en visie van een partnerorganisatie voor digitale inclusie passen binnen een of meer van de opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep.
  De werking van een partnerorganisatie voor digitale inclusie toont in voldoende mate aan dat de organisatie zich richt op het bevorderen van digitale inclusie binnen de Vlaamse Gemeenschap.
  De werking van een partnerorganisatie voor digitale inclusie toont in voldoende mate aan dat de organisatie zich richt op het bevorderen van digitale inclusie binnen de Vlaamse Gemeenschap.
Art. 22. La mission et la vision d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique s'inscrivent dans une ou plusieurs des missions, visées à l'article 14septies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, telles que reprises dans l'appel.
  Le fonctionnement d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique démontre suffisamment que l'organisation vise la promotion de l'inclusion numérique au sein de la Communauté flamande.
  Le fonctionnement d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique démontre suffisamment que l'organisation vise la promotion de l'inclusion numérique au sein de la Communauté flamande.
Art. 23. § 1. Een partnerorganisatie voor digitale inclusie beschikt over een meerjarenplan voor een periode van vijf jaar. Het voormelde meerjarenplan bevat al de volgende elementen:
  1° een beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen in relatie tot een of meer van de opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep, vermeld in artikel 25 van dit besluit, en de doelstelling van digitale inclusie, vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid van het decreet van 10 juli 2008;
  2° een opgave van de beoogde resultaten en de bijbehorende indicatoren, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep, vermeld in artikel 25 van dit besluit, en per strategische doelstelling;
  3° het tijdstip en de wijze waarop de resultaten worden gemeten;
  4° een beschrijving van de interne organisatiestructuur en -werking;
  5° de middelen die nodig worden geacht om het meerjarenplan te realiseren.
  § 2. Ter uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, maakt een partnerorganisatie voor digitale inclusie voor elk werkjaar een jaaractieplan en een jaarbegroting op.
  Het jaaractieplan, vermeld in het eerste lid, beschrijft op welke wijze een partnerorganisatie voor digitale inclusie de strategische doelstellingen die geformuleerd zijn in het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, zal realiseren. Het jaaractieplan omschrijft minstens de te behalen resultaten gekoppeld aan indicatoren en de concrete acties in het jaar in kwestie, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep, vermeld in artikel 25 van dit besluit, en per strategische doelstelling. Bij de opmaak van het jaaractieplan wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 24.
  Een partnerorganisatie voor digitale inclusie bezorgt het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 15 december van het werkjaar vóór het jaar waarop het jaaractieplan betrekking heeft. Het eerste jaaractieplan van een erkenningsperiode wordt als bijlage opgenomen in het meerjarenplan.
  § 3. Ter opvolging van de uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, en het jaaractieplan, vermeld in paragraaf 2, maakt een partnerorganisatie voor digitale inclusie een jaarverslag en een jaarrekening op van elk voorbije werkjaar.
  Een partnerorganisatie voor digitale inclusie bezorgt het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop ze betrekking hebben.
  1° een beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen in relatie tot een of meer van de opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep, vermeld in artikel 25 van dit besluit, en de doelstelling van digitale inclusie, vermeld in artikel 6, § 2, tweede lid van het decreet van 10 juli 2008;
  2° een opgave van de beoogde resultaten en de bijbehorende indicatoren, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep, vermeld in artikel 25 van dit besluit, en per strategische doelstelling;
  3° het tijdstip en de wijze waarop de resultaten worden gemeten;
  4° een beschrijving van de interne organisatiestructuur en -werking;
  5° de middelen die nodig worden geacht om het meerjarenplan te realiseren.
  § 2. Ter uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, maakt een partnerorganisatie voor digitale inclusie voor elk werkjaar een jaaractieplan en een jaarbegroting op.
  Het jaaractieplan, vermeld in het eerste lid, beschrijft op welke wijze een partnerorganisatie voor digitale inclusie de strategische doelstellingen die geformuleerd zijn in het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, zal realiseren. Het jaaractieplan omschrijft minstens de te behalen resultaten gekoppeld aan indicatoren en de concrete acties in het jaar in kwestie, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep, vermeld in artikel 25 van dit besluit, en per strategische doelstelling. Bij de opmaak van het jaaractieplan wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 24.
  Een partnerorganisatie voor digitale inclusie bezorgt het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 15 december van het werkjaar vóór het jaar waarop het jaaractieplan betrekking heeft. Het eerste jaaractieplan van een erkenningsperiode wordt als bijlage opgenomen in het meerjarenplan.
  § 3. Ter opvolging van de uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, en het jaaractieplan, vermeld in paragraaf 2, maakt een partnerorganisatie voor digitale inclusie een jaarverslag en een jaarrekening op van elk voorbije werkjaar.
  Een partnerorganisatie voor digitale inclusie bezorgt het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop ze betrekking hebben.
Art. 23. § 1er. Une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique dispose d'un plan pluriannuel couvrant une période de cinq ans. Le plan pluriannuel précité comprend tous les éléments suivants :
  1° une description des objectifs stratĂ©giques et opĂ©rationnels en relation avec une ou plusieurs des missions, visĂ©es Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, telles que reprises dans l'appel, visĂ© Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et de l'objectif d'inclusion numĂ©rique, visĂ© Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 2, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° la mention des rĂ©sultats envisagĂ©s et des indicateurs y affĂ©rents, subdivisĂ©s par mission, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, telle que reprise dans l'appel, visĂ© Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et par objectif stratĂ©gique ;
  3° le moment et le mode d'évaluation des résultats ;
  4° une description de la structure et du fonctionnement de l'organisation interne ;
  5° les moyens jugés nécessaires pour réaliser le plan pluriannuel.
  § 2. En exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique établit un plan d'action annuel et un budget annuel pour chaque année d'activité.
  Le plan d'action annuel, visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, dĂ©crit comment une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique rĂ©alisera les objectifs stratĂ©giques qui sont formulĂ©s dans le plan pluriannuel, visĂ© au paragraphe 1er. Le plan d'action annuel dĂ©crit au moins les rĂ©sultats Ă atteindre liĂ©s Ă des indicateurs et les actions concrĂštes au cours de l'annĂ©e en question, subdivisĂ©s par mission, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, tels que repris dans l'appel, visĂ© Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et par objectif stratĂ©gique. Lors de l'Ă©tablissement du plan d'action annuel, il est tenu compte des prioritĂ©s en matiĂšre de politique, visĂ©es Ă l'article 24.
  Une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique transmet le plan d'action annuel et le budget annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 15 décembre de l'année d'activité précédant l'année à laquelle le plan d'action annuel se rapporte. Le premier plan d'action annuel d'une période d'agrément est repris comme annexe dans le plan pluriannuel.
  § 3. En vue du suivi de l'exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, de l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2, et du plan d'action annuel visé au paragraphe 2, une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique établit un rapport annuel et un compte annuel de chaque année d'activité écoulée.
  Une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique transmet le rapport annuel et le compte annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle ils se rapportent.
  1° une description des objectifs stratĂ©giques et opĂ©rationnels en relation avec une ou plusieurs des missions, visĂ©es Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, telles que reprises dans l'appel, visĂ© Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et de l'objectif d'inclusion numĂ©rique, visĂ© Ă l'article 6, § 2, alinĂ©a 2, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° la mention des rĂ©sultats envisagĂ©s et des indicateurs y affĂ©rents, subdivisĂ©s par mission, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, telle que reprise dans l'appel, visĂ© Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et par objectif stratĂ©gique ;
  3° le moment et le mode d'évaluation des résultats ;
  4° une description de la structure et du fonctionnement de l'organisation interne ;
  5° les moyens jugés nécessaires pour réaliser le plan pluriannuel.
  § 2. En exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique établit un plan d'action annuel et un budget annuel pour chaque année d'activité.
  Le plan d'action annuel, visĂ© Ă l'alinĂ©a 1er, dĂ©crit comment une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique rĂ©alisera les objectifs stratĂ©giques qui sont formulĂ©s dans le plan pluriannuel, visĂ© au paragraphe 1er. Le plan d'action annuel dĂ©crit au moins les rĂ©sultats Ă atteindre liĂ©s Ă des indicateurs et les actions concrĂštes au cours de l'annĂ©e en question, subdivisĂ©s par mission, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, tels que repris dans l'appel, visĂ© Ă l'article 25 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et par objectif stratĂ©gique. Lors de l'Ă©tablissement du plan d'action annuel, il est tenu compte des prioritĂ©s en matiĂšre de politique, visĂ©es Ă l'article 24.
  Une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique transmet le plan d'action annuel et le budget annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 15 décembre de l'année d'activité précédant l'année à laquelle le plan d'action annuel se rapporte. Le premier plan d'action annuel d'une période d'agrément est repris comme annexe dans le plan pluriannuel.
  § 3. En vue du suivi de l'exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, de l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2, et du plan d'action annuel visé au paragraphe 2, une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique établit un rapport annuel et un compte annuel de chaque année d'activité écoulée.
  Une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique transmet le rapport annuel et le compte annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle ils se rapportent.
Art. 24. De minister kan in het kader van de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, de beleidsprioriteiten bepalen waaraan een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie mee uitvoering zal geven.
Art. 24. Dans le cadre de l'exécution des missions, visées à l'article 14septies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, le ministre peut fixer les priorités en matiÚre de politique à l'exécution desquelles une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée participera.
Art. 25. De oproep tot indiening van erkenningsaanvragen en de modaliteiten tot indiening worden bekendgemaakt op de website van het agentschap.
  In de oproep, vermeld in het eerste lid, wordt op basis van de beleidsnoden en de beschikbare begrotingskredieten bepaald:
  1° hoeveel partnerorganisaties voor digitale inclusie maximaal erkend kunnen worden;
  2° voor welke thema's en voor welk doelpubliek partnerorganisaties voor digitale inclusie erkend kunnen worden;
  3° voor welke opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, partnerorganisaties voor digitale inclusie erkend kunnen worden.
  De erkenningsaanvragen worden binnen de grenzen die zijn bepaald in de oproep, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze ingediend uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop de erkenning van de partnerorganisaties voor digitale inclusie afloopt of, in voorkomend geval, uiterlijk veertig werkdagen na de opheffing van de erkenning van een partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in artikel 35, eerste lid.
  Bij de eerste erkenningsprocedure van een partnerorganisatie voor digitale inclusie op basis van dit besluit worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk op 30 juni 2024.
  In de oproep, vermeld in het eerste lid, wordt op basis van de beleidsnoden en de beschikbare begrotingskredieten bepaald:
  1° hoeveel partnerorganisaties voor digitale inclusie maximaal erkend kunnen worden;
  2° voor welke thema's en voor welk doelpubliek partnerorganisaties voor digitale inclusie erkend kunnen worden;
  3° voor welke opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, partnerorganisaties voor digitale inclusie erkend kunnen worden.
  De erkenningsaanvragen worden binnen de grenzen die zijn bepaald in de oproep, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze ingediend uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop de erkenning van de partnerorganisaties voor digitale inclusie afloopt of, in voorkomend geval, uiterlijk veertig werkdagen na de opheffing van de erkenning van een partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in artikel 35, eerste lid.
  Bij de eerste erkenningsprocedure van een partnerorganisatie voor digitale inclusie op basis van dit besluit worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk op 30 juni 2024.
Art. 25. L'appel à l'introduction de demandes d'agrément et les modalités d'introduction sont publiés sur le site web de l'agence.
  Dans l'appel, visé à l'alinéa 1er, sur la base des besoins de la politique et des crédits budgétaires disponibles, il est fixé :
  1° combien d'organisations partenaires en faveur de l'inclusion numĂ©rique peuvent ĂȘtre agrĂ©es au maximum ;
  2° pour quels thĂšmes et pour quel public cible des organisations partenaires en faveur de l'inclusion numĂ©rique peuvent ĂȘtre agréées ;
  3° pour quelles missions, visĂ©es Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, des organisations partenaires en faveur de l'inclusion numĂ©rique peuvent ĂȘtre agréées.
  Les demandes d'agrément sont introduites, dans les limites fixées dans l'appel, visé à l'alinéa 1er, par voie numérique au plus tard six mois avant la date à laquelle l'agrément des organisations partenaires en faveur de l'inclusion numérique prend fin ou, le cas échéant, au plus tard quarante jours ouvrables suivant la suppression de l'agrément d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique visée à l'article 35, alinéa 1er.
  Lors de la premiĂšre procĂ©dure d'agrĂ©ment d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique sur base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard le 30 juin 2024.
  Dans l'appel, visé à l'alinéa 1er, sur la base des besoins de la politique et des crédits budgétaires disponibles, il est fixé :
  1° combien d'organisations partenaires en faveur de l'inclusion numĂ©rique peuvent ĂȘtre agrĂ©es au maximum ;
  2° pour quels thĂšmes et pour quel public cible des organisations partenaires en faveur de l'inclusion numĂ©rique peuvent ĂȘtre agréées ;
  3° pour quelles missions, visĂ©es Ă l'article 14septies, § 3, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, des organisations partenaires en faveur de l'inclusion numĂ©rique peuvent ĂȘtre agréées.
  Les demandes d'agrément sont introduites, dans les limites fixées dans l'appel, visé à l'alinéa 1er, par voie numérique au plus tard six mois avant la date à laquelle l'agrément des organisations partenaires en faveur de l'inclusion numérique prend fin ou, le cas échéant, au plus tard quarante jours ouvrables suivant la suppression de l'agrément d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique visée à l'article 35, alinéa 1er.
  Lors de la premiĂšre procĂ©dure d'agrĂ©ment d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique sur base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard le 30 juin 2024.
Art. 26. Een erkenningsaanvraag is ontvankelijk als de aanvraag op digitale wijze wordt ingediend bij het agentschap en als ze al de volgende stukken en gegevens bevat:
  1° een beschrijving van de wijze waarop de missie en visie van de aanvrager passen binnen een of meer van de opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep;
  2° een beschrijving van de werking van de aanvrager, waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 22, tweede lid, van dit besluit;
  3° een deontologische code als vermeld in artikel 21, 1°, van dit besluit, of een plan van aanpak om te kunnen voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 21, 1°, van dit besluit;
  4° het meerjarenplan, vermeld in artikel 23 van dit besluit, van de aanvrager.
  1° een beschrijving van de wijze waarop de missie en visie van de aanvrager passen binnen een of meer van de opdrachten, vermeld in artikel 14septies, § 3, eerste lid van het decreet van 10 juli 2008, zoals die zijn opgenomen in de oproep;
  2° een beschrijving van de werking van de aanvrager, waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 22, tweede lid, van dit besluit;
  3° een deontologische code als vermeld in artikel 21, 1°, van dit besluit, of een plan van aanpak om te kunnen voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 21, 1°, van dit besluit;
  4° het meerjarenplan, vermeld in artikel 23 van dit besluit, van de aanvrager.
Art. 26. Une demande d'agrément est recevable si elle est soumise à l'agence par voie numérique et si elle contient tous les documents et informations suivants :
  1° une description de la maniÚre dont la mission et la vision du demandeur s'inscrivent dans une ou plusieurs des missions, visées à l'article 14septies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, telles que reprises dans l'appel ;
  2° une description du fonctionnement du demandeur, d'oĂč il ressort que le demandeur remplit la condition, visĂ©e Ă l'article 22, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° un code de dĂ©ontologie tel que visĂ© Ă l'article 21, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou un plan d'action afin de pouvoir remplir la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e Ă l'article 21, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  4° le plan pluriannuel, visĂ© Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du demandeur.
  1° une description de la maniÚre dont la mission et la vision du demandeur s'inscrivent dans une ou plusieurs des missions, visées à l'article 14septies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, telles que reprises dans l'appel ;
  2° une description du fonctionnement du demandeur, d'oĂč il ressort que le demandeur remplit la condition, visĂ©e Ă l'article 22, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° un code de dĂ©ontologie tel que visĂ© Ă l'article 21, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou un plan d'action afin de pouvoir remplir la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e Ă l'article 21, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  4° le plan pluriannuel, visĂ© Ă l'article 23 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du demandeur.
Art. 27. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag.
  Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen tien werkdagen na de dag waarop het de erkenningsaanvraag heeft ontvangen, op digitale wijze de beslissing of de aanvraag ontvankelijk of onontvankelijk is. Nadat de voormelde termijn verstreken is, wordt de erkenningsaanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
  Als er geen ontvankelijke aanvragen zijn ingediend, kan de erkenningsprocedure opnieuw opgestart worden. In dat geval worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk twintig werkdagen na de dag waarop het agentschap heeft vastgesteld dat alleen niet-ontvankelijke erkenningsaanvragen zijn ingediend. De procedure, vermeld in het eerste en tweede lid, is vervolgens van toepassing.
  Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen tien werkdagen na de dag waarop het de erkenningsaanvraag heeft ontvangen, op digitale wijze de beslissing of de aanvraag ontvankelijk of onontvankelijk is. Nadat de voormelde termijn verstreken is, wordt de erkenningsaanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
  Als er geen ontvankelijke aanvragen zijn ingediend, kan de erkenningsprocedure opnieuw opgestart worden. In dat geval worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk twintig werkdagen na de dag waarop het agentschap heeft vastgesteld dat alleen niet-ontvankelijke erkenningsaanvragen zijn ingediend. De procedure, vermeld in het eerste en tweede lid, is vervolgens van toepassing.
Art. 27. L'agence examine la recevabilité de la demande d'agrément.
  Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'agrément, l'agence transmet au demandeur, par voie numérique, la décision de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande. Passé le délai précité, la demande d'agrément est réputée recevable.
  Si aucune demande recevable n'a Ă©tĂ© introduite, la procĂ©dure d'agrĂ©ment peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Dans ce cas, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard vingt jours ouvrables aprĂšs la date Ă laquelle l'agence a constatĂ© que seules des demandes d'agrĂ©ment irrecevables ont Ă©tĂ© introduites. La procĂ©dure visĂ©e aux alinĂ©as 1er et 2 est ensuite d'application.
  Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'agrément, l'agence transmet au demandeur, par voie numérique, la décision de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande. Passé le délai précité, la demande d'agrément est réputée recevable.
  Si aucune demande recevable n'a Ă©tĂ© introduite, la procĂ©dure d'agrĂ©ment peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Dans ce cas, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard vingt jours ouvrables aprĂšs la date Ă laquelle l'agence a constatĂ© que seules des demandes d'agrĂ©ment irrecevables ont Ă©tĂ© introduites. La procĂ©dure visĂ©e aux alinĂ©as 1er et 2 est ensuite d'application.
Art. 28. Het agentschap beoordeelt de ontvankelijke erkenningsaanvraag inhoudelijk en brengt daarover een advies uit aan de minister.
  Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, toetst het agentschap de ontvankelijke erkenningsaanvraag aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14septies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en artikel 21 tot en met 24 van dit besluit. De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld op basis van de stukken en de gegevens, vermeld in artikel 26 van dit besluit.
  Als het agentschap het nodig en relevant acht, wordt voor de objectieve beoordeling van de elementen in de erkenningsaanvraag die betrekking hebben op andere beleidsdomeinen, het niet-bindende oordeel van het departement of agentschap in kwestie gevraagd. Het departement of agentschap in kwestie beoordeelt de aanvraag binnen twintig werkdagen en bezorgt het advies op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als dat nodig is, vraagt het agentschap bijkomende inlichtingen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt die inlichtingen binnen tien werkdagen na de dag waarop hij het verzoek om bijkomende inlichtingen heeft ontvangen. De aanvrager bezorgt die bijkomende inlichtingen op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als de bijkomende inlichtingen niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, zijn bezorgd aan het agentschap, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager afziet van zijn erkenningsaanvraag.
  Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, toetst het agentschap de ontvankelijke erkenningsaanvraag aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14septies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en artikel 21 tot en met 24 van dit besluit. De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld op basis van de stukken en de gegevens, vermeld in artikel 26 van dit besluit.
  Als het agentschap het nodig en relevant acht, wordt voor de objectieve beoordeling van de elementen in de erkenningsaanvraag die betrekking hebben op andere beleidsdomeinen, het niet-bindende oordeel van het departement of agentschap in kwestie gevraagd. Het departement of agentschap in kwestie beoordeelt de aanvraag binnen twintig werkdagen en bezorgt het advies op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als dat nodig is, vraagt het agentschap bijkomende inlichtingen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt die inlichtingen binnen tien werkdagen na de dag waarop hij het verzoek om bijkomende inlichtingen heeft ontvangen. De aanvrager bezorgt die bijkomende inlichtingen op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als de bijkomende inlichtingen niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, zijn bezorgd aan het agentschap, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager afziet van zijn erkenningsaanvraag.
Art. 28. L'agence évalue la demande d'agrément recevable au niveau du contenu et émet un avis à ce sujet au ministre.
  Lors de l'Ă©valuation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'agence confronte la demande d'agrĂ©ment recevable aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es Ă l'article 14septies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, et aux articles 21 Ă 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. La demande d'agrĂ©ment est Ă©valuĂ©e sur la base des documents et des donnĂ©es visĂ©s Ă l'article 26 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Si l'agence le juge nécessaire et pertinent, l'avis non contraignant du département ou de l'agence en question est demandé pour l'évaluation objective des éléments de la demande d'agrément qui ont trait à d'autres domaines politiques. Le département ou l'agence en question évalue la demande dans les vingt jours ouvrables et remet l'avis par voie numérique à l'agence. Le délai de décision n'est pas suspendu.
  Si nĂ©cessaire, l'agence demande des informations complĂ©mentaires au demandeur. Le demandeur transmet ces informations dans un dĂ©lai de dix jours ouvrables Ă compter du jour oĂč il a reçu la demande d'informations complĂ©mentaires. Le demandeur transmet ces informations complĂ©mentaires Ă l'agence par voie numĂ©rique. Le dĂ©lai de dĂ©cision n'est pas suspendu.
  Si les informations complémentaires ne sont pas transmises à l'agence dans le délai visé à l'alinéa trois, le demandeur est réputé renoncer à sa demande d'agrément.
  Lors de l'Ă©valuation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'agence confronte la demande d'agrĂ©ment recevable aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es Ă l'article 14septies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, et aux articles 21 Ă 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. La demande d'agrĂ©ment est Ă©valuĂ©e sur la base des documents et des donnĂ©es visĂ©s Ă l'article 26 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Si l'agence le juge nécessaire et pertinent, l'avis non contraignant du département ou de l'agence en question est demandé pour l'évaluation objective des éléments de la demande d'agrément qui ont trait à d'autres domaines politiques. Le département ou l'agence en question évalue la demande dans les vingt jours ouvrables et remet l'avis par voie numérique à l'agence. Le délai de décision n'est pas suspendu.
  Si nĂ©cessaire, l'agence demande des informations complĂ©mentaires au demandeur. Le demandeur transmet ces informations dans un dĂ©lai de dix jours ouvrables Ă compter du jour oĂč il a reçu la demande d'informations complĂ©mentaires. Le demandeur transmet ces informations complĂ©mentaires Ă l'agence par voie numĂ©rique. Le dĂ©lai de dĂ©cision n'est pas suspendu.
  Si les informations complémentaires ne sont pas transmises à l'agence dans le délai visé à l'alinéa trois, le demandeur est réputé renoncer à sa demande d'agrément.
Art. 29. § 1. De Vlaamse Regering neemt een beslissing tot erkenning of niet-erkenning.
  Als de Vlaamse Regering beslist om de aanvrager te erkennen, bepaalt ze het maximale jaarbedrag van de subsidie en sluit ze met een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie een samenwerkingsovereenkomst als vermeld in artikel 14septies, § 3, van het decreet van 10 juli 2008, voor een periode van vijf jaar. De voormelde samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en indicatoren die toelaten om de subsidie, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet, beleidsmatig en financieel te evalueren.
  § 2. De beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het sluiten van de samenwerkingsoverkomst, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, gebeurt uiterlijk binnen zes maanden na de dag waarop de erkenningsaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot niet-erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  § 3. Als de Vlaamse Regering beslist om geen partnerorganisatie te erkennen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de procedure, vermeld in artikel 24 tot en met 28, en paragraaf 1 tot en met 3, opnieuw opgestart worden. In afwijking van artikel 25, derde lid, worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen nadat de voormelde beslissing tot niet-erkenning is genomen.
  Als de Vlaamse Regering beslist om de aanvrager te erkennen, bepaalt ze het maximale jaarbedrag van de subsidie en sluit ze met een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie een samenwerkingsovereenkomst als vermeld in artikel 14septies, § 3, van het decreet van 10 juli 2008, voor een periode van vijf jaar. De voormelde samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en indicatoren die toelaten om de subsidie, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet, beleidsmatig en financieel te evalueren.
  § 2. De beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het sluiten van de samenwerkingsoverkomst, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, gebeurt uiterlijk binnen zes maanden na de dag waarop de erkenningsaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot niet-erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  § 3. Als de Vlaamse Regering beslist om geen partnerorganisatie te erkennen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de procedure, vermeld in artikel 24 tot en met 28, en paragraaf 1 tot en met 3, opnieuw opgestart worden. In afwijking van artikel 25, derde lid, worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen nadat de voormelde beslissing tot niet-erkenning is genomen.
Art. 29. § 1er. Le Gouvernement flamand prend une décision d'agrément ou de non-agrément.
  Si le Gouvernement flamand décide d'agréer le demandeur, il fixe le montant annuel maximal de la subvention et il conclut avec une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée un accord de coopération, tel que visé à l'article 14septies, § 3, du décret du 10 juillet 2008, pour une période de cinq ans. L'accord de coopération précité comprend des accords quant aux missions à réaliser, y compris les objectifs et indicateurs stratégiques et opérationnels permettant d'évaluer la subvention, visée à l'article 14septies, § 4, du décret précité, sur le plan politique et financier.
  § 2. La dĂ©cision d'agrĂ©ment, visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, et la conclusion de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, se font au plus tard dans les six mois aprĂšs le jour oĂč la demande d'agrĂ©ment doit ĂȘtre introduite au plus tard.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision d'agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision de non-agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  § 3. Si le Gouvernement flamand dĂ©cide de ne pas agrĂ©er d'organisation partenaire, telle que visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, la procĂ©dure, visĂ©e aux articles 24 Ă 28, et aux paragraphes 1er Ă 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Par dĂ©rogation Ă l'article 25, alinĂ©a 3, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs que la dĂ©cision de non-agrĂ©ment prĂ©citĂ©e a Ă©tĂ© prise.
  Si le Gouvernement flamand décide d'agréer le demandeur, il fixe le montant annuel maximal de la subvention et il conclut avec une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée un accord de coopération, tel que visé à l'article 14septies, § 3, du décret du 10 juillet 2008, pour une période de cinq ans. L'accord de coopération précité comprend des accords quant aux missions à réaliser, y compris les objectifs et indicateurs stratégiques et opérationnels permettant d'évaluer la subvention, visée à l'article 14septies, § 4, du décret précité, sur le plan politique et financier.
  § 2. La dĂ©cision d'agrĂ©ment, visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, et la conclusion de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, se font au plus tard dans les six mois aprĂšs le jour oĂč la demande d'agrĂ©ment doit ĂȘtre introduite au plus tard.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision d'agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision de non-agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  § 3. Si le Gouvernement flamand dĂ©cide de ne pas agrĂ©er d'organisation partenaire, telle que visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, la procĂ©dure, visĂ©e aux articles 24 Ă 28, et aux paragraphes 1er Ă 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Par dĂ©rogation Ă l'article 25, alinĂ©a 3, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs que la dĂ©cision de non-agrĂ©ment prĂ©citĂ©e a Ă©tĂ© prise.
Art. 30. De vijfjarige periode, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, start op de eerste dag van de zevende maand die volgt op de maand waarin de erkenningsaanvragen uiterlijk ingediend moeten worden.
Art. 30. La pĂ©riode quinquennale, visĂ©e Ă l'article 29, § 1er, alinĂ©a 2, prend cours le premier jour du septiĂšme mois qui suit le mois au cours duquel les demandes d'agrĂ©ment doivent ĂȘtre introduites au plus tard.
Art. 31. De erkenning van een partnerorganisatie voor digitale inclusie is geldig tot de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, eindigt of tot de erkenning wordt opgeheven als vermeld in artikel 35, eerste lid.
Art. 31. L'agrément d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique est valable jusqu'à l'expiration de l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2 ou jusqu'au retrait de l'agrément visé à l'article 35, alinéa 1er.
Art. 32. Het agentschap bezorgt jaarlijks aan de minister een voortgangsrapport over al de volgende elementen:
  1° de naleving door een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 21 tot en met 24 van dit besluit, en artikel 14septies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de uitvoering van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid;
  3° de aanwending van de toegekende subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet.
  Het voortgangsrapport, vermeld in het eerste lid, wordt aan de minister bezorgd uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop het voortgangsrapport betrekking heeft.
  1° de naleving door een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 21 tot en met 24 van dit besluit, en artikel 14septies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de uitvoering van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid;
  3° de aanwending van de toegekende subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet.
  Het voortgangsrapport, vermeld in het eerste lid, wordt aan de minister bezorgd uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop het voortgangsrapport betrekking heeft.
Art. 32. L'agence transmet annuellement au ministre un rapport d'avancement relatif à tous les éléments suivants :
  1° le respect par une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique agréée des conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 21 Ă 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14septies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° l'exécution des accords repris dans l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2 ;
  3° l'affectation des subventions octroyées, visées à l'article 14septies, § 4, du décret précité.
  Le rapport d'avancement visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre au plus tard le 1er juillet de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle le rapport d'avancement se rapporte.
  1° le respect par une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique agréée des conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 21 Ă 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14septies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° l'exécution des accords repris dans l'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2 ;
  3° l'affectation des subventions octroyées, visées à l'article 14septies, § 4, du décret précité.
  Le rapport d'avancement visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre au plus tard le 1er juillet de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle le rapport d'avancement se rapporte.
Art. 33. Het agentschap stelt een omstandig verslag op als het de volgende tekortkomingen vaststelt bij een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie:
  1° de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie voldoet niet langer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 21 tot en met 24 van dit besluit, en artikel 14septies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de werking van de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie vertoont afwijkingen ten opzichte van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, van dit besluit.
  Het omstandig verslag, vermeld in eerste lid, wordt aan de minister en de erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in het eerste lid, bezorgd.
  In het omstandig verslag, vermeld in het eerste lid, maant het agentschap de erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in het eerste lid, aan om binnen veertig werkdagen na de dag waarop het verslag is verstuurd:
  1° de tekortkomingen, vermeld in het eerste lid, weg te werken;
  2° het agentschap op digitale wijze te informeren over de maatregelen die ze genomen heeft om de tekortkomingen weg te werken.
  1° de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie voldoet niet langer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 21 tot en met 24 van dit besluit, en artikel 14septies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de werking van de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie vertoont afwijkingen ten opzichte van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, van dit besluit.
  Het omstandig verslag, vermeld in eerste lid, wordt aan de minister en de erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in het eerste lid, bezorgd.
  In het omstandig verslag, vermeld in het eerste lid, maant het agentschap de erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in het eerste lid, aan om binnen veertig werkdagen na de dag waarop het verslag is verstuurd:
  1° de tekortkomingen, vermeld in het eerste lid, weg te werken;
  2° het agentschap op digitale wijze te informeren over de maatregelen die ze genomen heeft om de tekortkomingen weg te werken.
Art. 33. L'agence établit un rapport circonstancié lorsqu'elle constate les manquements suivants au sein d'une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée :
  1° l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique concernĂ©e ne remplit plus les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 21 Ă 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14septies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° le fonctionnement de l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique concernĂ©e prĂ©sente des divergences par rapport aux accords repris dans l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 29, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre et à l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée, visée à l'alinéa 1er.
  Dans le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, l'agence invite l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée, visée à l'alinéa 1er, à :
  1° remédier aux manquements visés à l'alinéa 1er ;
  2° informer l'agence, par voie numérique, des mesures qu'elle a prises pour remédier aux lacunes, et ce dans les quarante jours ouvrables à compter du date d'envoi du rapport.
  1° l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique concernĂ©e ne remplit plus les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 21 Ă 24 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14septies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° le fonctionnement de l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique concernĂ©e prĂ©sente des divergences par rapport aux accords repris dans l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 29, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre et à l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée, visée à l'alinéa 1er.
  Dans le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, l'agence invite l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée, visée à l'alinéa 1er, à :
  1° remédier aux manquements visés à l'alinéa 1er ;
  2° informer l'agence, par voie numérique, des mesures qu'elle a prises pour remédier aux lacunes, et ce dans les quarante jours ouvrables à compter du date d'envoi du rapport.
Art. 34. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof kan de minister, als de betreffende erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie na verloop van de termijn, vermeld in artikel 33, derde lid, van dit besluit, de tekortkomingen, vermeld in artikel 33, eerste lid, van dit besluit, niet heeft weggewerkt, de volgende sancties opleggen:
  1° de subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, verminderen of terugvorderen;
  2° de erkenning schorsen, waarbij de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie gedurende de schorsing geen subsidies ontvangt als vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet.
  De sancties, vermeld in het eerste lid, staan in een redelijke verhouding tot de omvang van de tekortkomingen, vermeld in artikel 33, eerste lid, en duren totdat de tekortkomingen zijn weggewerkt.
  § 2. De minister neemt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen twintig werkdagen nadat de termijn, vermeld in artikel 33, derde lid, van dit besluit, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijven de subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, ongewijzigd en wordt de erkenning van de partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in artikel 33, eerste lid, van dit besluit, niet geschorst.
  Het agentschap bezorgt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen, aan de erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in artikel 33, eerste lid, of bezorgt die erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het eerste lid.
  1° de subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, verminderen of terugvorderen;
  2° de erkenning schorsen, waarbij de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie gedurende de schorsing geen subsidies ontvangt als vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet.
  De sancties, vermeld in het eerste lid, staan in een redelijke verhouding tot de omvang van de tekortkomingen, vermeld in artikel 33, eerste lid, en duren totdat de tekortkomingen zijn weggewerkt.
  § 2. De minister neemt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen twintig werkdagen nadat de termijn, vermeld in artikel 33, derde lid, van dit besluit, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijven de subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, ongewijzigd en wordt de erkenning van de partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in artikel 33, eerste lid, van dit besluit, niet geschorst.
  Het agentschap bezorgt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen, aan de erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie, vermeld in artikel 33, eerste lid, of bezorgt die erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het eerste lid.
Art. 34. § 1er. Sans prĂ©judice de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales applicables aux budgets, au contrĂŽle des subventions et Ă la comptabilitĂ© des communautĂ©s et des rĂ©gions, ainsi qu'Ă l'organisation du contrĂŽle de la Cour des comptes, Ă l'expiration du dĂ©lai, visĂ© Ă l'article 33, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, si l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique agréée n'a pas remĂ©diĂ© aux manquements, visĂ©s Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le ministre peut imposer les sanctions suivantes :
  1° réduire ou récupérer les subventions, visées à l'article 14septies, § 4, du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° suspendre l'agrément, l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique concernée ne recevant pas de subventions, telles que visées à l'article 14septies, § 4, du décret précité, pendant la suspension.
  Les sanctions visées à l'alinéa 1er sont proportionnelles à l'importance des manquements visés à l'article 33, alinéa 1er, et durent jusqu'à ce que les manquements aient été corrigés.
  § 2. Le ministre prend la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, dans les vingt jours ouvrables suivant l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 33, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Si le ministre ne prend pas de dĂ©cision dans ce dĂ©lai, les subventions, visĂ©es Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, demeurent inchangĂ©es et l'agrĂ©ment de l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique, visĂ©e Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas suspendu.
  L'agence transmet la décision, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, à l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée, visée à l'article 33, alinéa 1er, ou informe par voie numérique cette organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 1er.
  1° réduire ou récupérer les subventions, visées à l'article 14septies, § 4, du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° suspendre l'agrément, l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique concernée ne recevant pas de subventions, telles que visées à l'article 14septies, § 4, du décret précité, pendant la suspension.
  Les sanctions visées à l'alinéa 1er sont proportionnelles à l'importance des manquements visés à l'article 33, alinéa 1er, et durent jusqu'à ce que les manquements aient été corrigés.
  § 2. Le ministre prend la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, dans les vingt jours ouvrables suivant l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 33, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Si le ministre ne prend pas de dĂ©cision dans ce dĂ©lai, les subventions, visĂ©es Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, demeurent inchangĂ©es et l'agrĂ©ment de l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique, visĂ©e Ă l'article 33, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas suspendu.
  L'agence transmet la décision, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, à l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée, visée à l'article 33, alinéa 1er, ou informe par voie numérique cette organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 1er.
Art. 35. Als de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie na de beslissing, vermeld in artikel 34, § 1, eerste lid, binnen veertig werkdagen nog altijd de tekortkomingen, vermeld in artikel 33, eerste lid, niet heeft weggewerkt, kan de minister beslissen om de erkenning op te heffen.
  De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, wordt van rechtswege ontbonden als de erkenning wordt opgeheven als vermeld in het eerste lid.
  In het geval van het opheffen van de erkenning als vermeld in het eerste lid, worden geen subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, meer toegekend en worden in voorkomend geval, een deel van of het volledig reeds uitbetaalde voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet, dat niet verantwoord kan worden, en de opgebouwde reserves, teruggevorderd.
  De minister neemt de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijft de erkenning behouden.
  Het agentschap bezorgt de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op digitale wijze de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, of bezorgt de betreffende erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het derde lid.
  Als een beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, wordt genomen, kan de procedure, vermeld in artikel 25 tot en met 29, § 3, opnieuw opgestart worden. Conform artikel 25 worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen na de beslissing tot opheffing van de erkenning.
  Als een partnerorganisatie erkend wordt in een erkenningsprocedure die volgt op de opheffing van een erkenning, vermeld in het vijfde lid, sluit de Vlaamse Regering met de voormelde erkende partnerorganisatie, in afwijking van artikel 29, § 1, tweede lid, een samenwerkingsovereenkomst voor een periode die gelijk is aan de resterende duur van de erkenningsperiode. De organisatie waarvan de erkenning is opgeheven, komt niet in aanmerking om een nieuwe aanvraag tot erkenning in te dienen voor de resterende duur van de erkenningsperiode.
  De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, wordt van rechtswege ontbonden als de erkenning wordt opgeheven als vermeld in het eerste lid.
  In het geval van het opheffen van de erkenning als vermeld in het eerste lid, worden geen subsidies, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, meer toegekend en worden in voorkomend geval, een deel van of het volledig reeds uitbetaalde voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 14septies, § 4, van het voormelde decreet, dat niet verantwoord kan worden, en de opgebouwde reserves, teruggevorderd.
  De minister neemt de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijft de erkenning behouden.
  Het agentschap bezorgt de betreffende partnerorganisatie voor digitale inclusie binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op digitale wijze de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, of bezorgt de betreffende erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het derde lid.
  Als een beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, wordt genomen, kan de procedure, vermeld in artikel 25 tot en met 29, § 3, opnieuw opgestart worden. Conform artikel 25 worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen na de beslissing tot opheffing van de erkenning.
  Als een partnerorganisatie erkend wordt in een erkenningsprocedure die volgt op de opheffing van een erkenning, vermeld in het vijfde lid, sluit de Vlaamse Regering met de voormelde erkende partnerorganisatie, in afwijking van artikel 29, § 1, tweede lid, een samenwerkingsovereenkomst voor een periode die gelijk is aan de resterende duur van de erkenningsperiode. De organisatie waarvan de erkenning is opgeheven, komt niet in aanmerking om een nieuwe aanvraag tot erkenning in te dienen voor de resterende duur van de erkenningsperiode.
Art. 35. Si, aprÚs la décision visée à l'article 34, § 1er, alinéa 1er, l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée n'a toujours pas remédié dans les quarante jours ouvrables aux manquements visés à l'article 33, alinéa 1er, le ministre peut décider d'abroger l'agrément.
  L'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2, est dissous de plein droit lorsque l'agrément est abrogé tel que visé à l'alinéa 1.
  En cas d'abrogation de l'agrĂ©ment, telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, aucune subvention, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, n'est plus octroyĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, une partie ou l'intĂ©gralitĂ© de l'acompte dĂ©jĂ payĂ© de la subvention, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, ne pouvant ĂȘtre justifiĂ©e, ainsi que les rĂ©serves constituĂ©es, sont rĂ©cupĂ©rĂ©es.
  Le ministre prend une décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Si le ministre ne prend pas de décision dans ce délai, l'agrément reste maintenu.
  L'agence transmet à l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique concernée par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, la décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée concernée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 3.
  Si une dĂ©cision d'abrogation telle que visĂ©e au 1er alinĂ©a, est prise, la procĂ©dure visĂ©e aux articles 25 Ă 29, § 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. ConformĂ©ment Ă l'article 25, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs la dĂ©cision d'abrogation de l'agrĂ©ment.
  Si une organisation partenaire est agréée dans une procédure d'agrément faisant suite à l'abrogation d'un agrément, visée à l'alinéa 5, le Gouvernement flamand conclut avec l'organisation partenaire agréée précitée, par dérogation à l'article 29, § 1er, alinéa 2, un accord de coopération pour une période égale à la durée restante de la période d'agrément. L'organisation dont l'agrément a été abrogé, n'entre pas en ligne de compte pour introduire une nouvelle demande d'agrément pour la durée restante de la période d'agrément.
  L'accord de coopération, visé à l'article 29, § 1er, alinéa 2, est dissous de plein droit lorsque l'agrément est abrogé tel que visé à l'alinéa 1.
  En cas d'abrogation de l'agrĂ©ment, telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, aucune subvention, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, n'est plus octroyĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, une partie ou l'intĂ©gralitĂ© de l'acompte dĂ©jĂ payĂ© de la subvention, visĂ©e Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, ne pouvant ĂȘtre justifiĂ©e, ainsi que les rĂ©serves constituĂ©es, sont rĂ©cupĂ©rĂ©es.
  Le ministre prend une décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Si le ministre ne prend pas de décision dans ce délai, l'agrément reste maintenu.
  L'agence transmet à l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique concernée par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, la décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire en faveur de l'inclusion numérique agréée concernée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 3.
  Si une dĂ©cision d'abrogation telle que visĂ©e au 1er alinĂ©a, est prise, la procĂ©dure visĂ©e aux articles 25 Ă 29, § 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. ConformĂ©ment Ă l'article 25, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs la dĂ©cision d'abrogation de l'agrĂ©ment.
  Si une organisation partenaire est agréée dans une procédure d'agrément faisant suite à l'abrogation d'un agrément, visée à l'alinéa 5, le Gouvernement flamand conclut avec l'organisation partenaire agréée précitée, par dérogation à l'article 29, § 1er, alinéa 2, un accord de coopération pour une période égale à la durée restante de la période d'agrément. L'organisation dont l'agrément a été abrogé, n'entre pas en ligne de compte pour introduire une nouvelle demande d'agrément pour la durée restante de la période d'agrément.
Art. 36. Binnen de beschikbare begrotingskredieten en het door de Vlaamse Regering bepaalde maximumbedrag, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, van dit besluit en na advies van de Inspectie van Financiën kent de minister conform artikel 14septies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008 aan een erkende partnerorganisatie voor digitale inclusie jaarlijks een algemene werkingssubsidie toe. Conform artikel 14septies, § 4, tweede lid, van het voormelde decreet worden de subsidies toegekend op basis van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 29, § 1, tweede lid, van dit besluit en de acties opgenomen in het jaaractieplan, vermeld in artikel 23, § 2, tweede lid. Het dossier dat aan de Inspectie van Financiën voor advies wordt voorgelegd bevat naast de voormelde samenwerkingsovereenkomst eveneens het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in artikel 23, § 2, van dit besluit.
Art. 36. Dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles et du montant maximum fixĂ© par le Gouvernement flamand, visĂ© Ă l'article 29, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et sur avis de l'Inspection des Finances, le ministre octroie une subvention gĂ©nĂ©rale de fonctionnement annuelle Ă une organisation partenaire en faveur de l'inclusion numĂ©rique agréée conformĂ©ment Ă l'article 14septies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008. ConformĂ©ment Ă l'article 14septies, § 4, alinĂ©a 2, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, les subventions sont octroyĂ©es sur la base de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 29, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et des actions reprises dans le plan d'action annuel, visĂ© Ă l'article 23, § 2, alinĂ©a 2. Le dossier qui est soumis Ă l'Inspection des Finances pour avis contient, outre l'accord de coopĂ©ration prĂ©citĂ©, le plan d'action annuel et le budget annuel, visĂ©s Ă l'article 23, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Onderafdeling 3. - Erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid
Sous-section 3. - Agrément de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances
Art. 37. In het kader van het deugdelijke bestuur voldoet de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid aan al de volgende voorwaarden:
  1° ze beschikt over een deontologische code voor haar personeelsleden en bestuursleden waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen uiterlijk zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, gesloten is;
  2° ze maakt jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in artikel 39, § 3, eerste lid, bekend op haar website.
  1° ze beschikt over een deontologische code voor haar personeelsleden en bestuursleden waarin een non-discriminatieclausule is opgenomen uiterlijk zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, gesloten is;
  2° ze maakt jaarlijks het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in artikel 39, § 3, eerste lid, bekend op haar website.
Art. 37. Dans le cadre de la bonne gouvernance, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances remplit toutes les conditions suivantes :
  1° elle dispose d'un code de déontologie pour ses membres du personnel et ses administrateurs reprenant une clause de non-discrimination, au plus tard six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2 ;
  2° elle publie chaque année sur son site web le rapport annuel et les comptes annuels visés à l'article 39, § 3, alinéa 1er.
  1° elle dispose d'un code de déontologie pour ses membres du personnel et ses administrateurs reprenant une clause de non-discrimination, au plus tard six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2 ;
  2° elle publie chaque année sur son site web le rapport annuel et les comptes annuels visés à l'article 39, § 3, alinéa 1er.
Art. 38. De missie en visie van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid passen binnen de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008.
  In voorkomend geval verwijzen de statuten van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid naar de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet, binnen zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 14octies, § 3, derde lid, van het voormelde decreet, gesloten is.
  In voorkomend geval verwijzen de statuten van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid naar de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het voormelde decreet, binnen zes maanden nadat de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 14octies, § 3, derde lid, van het voormelde decreet, gesloten is.
Art. 38. La mission et la vision de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances s'inscrivent dans les missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008.
  Le cas échéant, les statuts de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances réfÚrent aux missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret précité, dans les six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 14octies, § 3, alinéa 3, du décret précité.
  Le cas échéant, les statuts de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances réfÚrent aux missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret précité, dans les six mois aprÚs la conclusion de l'accord de coopération, visé à l'article 14octies, § 3, alinéa 3, du décret précité.
Art. 39. § 1. De partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid beschikt over een meerjarenplan voor een periode van vijf jaar. Het voormelde meerjarenplan bevat al de volgende elementen:
  1° een beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen in relatie tot de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en de doelstellingen van het gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 6 van het decreet van 10 juli 2008;
  2° een opgave van de beoogde resultaten en de bijbehorende indicatoren, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en per strategische doelstelling;
  3° het tijdstip en de wijze waarop de resultaten worden gemeten;
  4° een beschrijving van de interne organisatiestructuur en -werking;
  5° de middelen die nodig worden geacht om het meerjarenplan te realiseren.
  § 2. Ter uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, maakt de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid voor elk werkjaar een jaaractieplan en een jaarbegroting op.
  Het jaaractieplan, vermeld in het eerste lid, beschrijft op welke wijze de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid de strategische doelstellingen die geformuleerd zijn in het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, zal realiseren. Het jaaractieplan omschrijft minstens de te behalen resultaten met indicatoren in het jaar in kwestie en de concrete acties, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008 en per strategische doelstelling. Bij de opmaak van het jaaractieplan wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 40.
  De partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid bezorgt het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 15 december van het werkjaar vóór het jaar waarop het jaaractieplan betrekking heeft. Het eerste jaaractieplan van een erkenningsperiode wordt als bijlage opgenomen in het meerjarenplan.
  § 3. Ter opvolging van de uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, en het jaaractieplan, vermeld in paragraaf 2, maakt de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid een jaarverslag en een jaarrekening op van elk voorbije werkjaar.
  De partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid bezorgt het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop ze betrekking hebben.
  1° een beschrijving van de strategische en operationele doelstellingen in relatie tot de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en de doelstellingen van het gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 6 van het decreet van 10 juli 2008;
  2° een opgave van de beoogde resultaten en de bijbehorende indicatoren, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en per strategische doelstelling;
  3° het tijdstip en de wijze waarop de resultaten worden gemeten;
  4° een beschrijving van de interne organisatiestructuur en -werking;
  5° de middelen die nodig worden geacht om het meerjarenplan te realiseren.
  § 2. Ter uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, maakt de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid voor elk werkjaar een jaaractieplan en een jaarbegroting op.
  Het jaaractieplan, vermeld in het eerste lid, beschrijft op welke wijze de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid de strategische doelstellingen die geformuleerd zijn in het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, zal realiseren. Het jaaractieplan omschrijft minstens de te behalen resultaten met indicatoren in het jaar in kwestie en de concrete acties, opgedeeld per opdracht, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008 en per strategische doelstelling. Bij de opmaak van het jaaractieplan wordt rekening gehouden met de beleidsprioriteiten, vermeld in artikel 40.
  De partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid bezorgt het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 15 december van het werkjaar vóór het jaar waarop het jaaractieplan betrekking heeft. Het eerste jaaractieplan van een erkenningsperiode wordt als bijlage opgenomen in het meerjarenplan.
  § 3. Ter opvolging van de uitvoering van het meerjarenplan, vermeld in paragraaf 1, de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, en het jaaractieplan, vermeld in paragraaf 2, maakt de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid een jaarverslag en een jaarrekening op van elk voorbije werkjaar.
  De partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid bezorgt het jaarverslag en de jaarrekening, vermeld in het eerste lid, op digitale wijze aan het agentschap uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop ze betrekking hebben.
Art. 39. § 1er. L'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances dispose d'un plan pluriannuel couvrant une période de cinq ans. Le plan pluriannuel précité comprend tous les éléments suivants :
  1° une description des objectifs stratégiques et opérationnels en relation avec les missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, et des objectifs de la politique d'égalité des chances, visés à l'article 6 du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° la mention des résultats envisagés et des indicateurs y afférents, subdivisés par mission, visée à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, et par objectif stratégique ;
  3° le moment et le mode d'évaluation des résultats ;
  4° une description de la structure et du fonctionnement de l'organisation interne ;
  5° les moyens jugés nécessaires pour réaliser le plan pluriannuel.
  § 2. En exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances établit un plan d'action annuel et un budget annuel pour chaque année d'activité.
  Le plan d'action annuel, visé à l'alinéa 1er, décrit comment l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances réalisera les objectifs stratégiques qui sont formulés dans le plan pluriannuel, visé au paragraphe 1er. Le plan d'action annuel décrit au moins les résultats à atteindre avec des indicateurs au cours de l'année en question, et les actions concrÚtes, subdivisés par mission, visée à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, et par objectif stratégique. Lors de l'établissement du plan d'action annuel, il est tenu compte des priorités en matiÚre de politique, visées à l'article 40.
  L'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances transmet le plan d'action annuel et le budget annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 15 décembre de l'année d'activité précédant l'année à laquelle le plan d'action annuel se rapporte. Le premier plan d'action annuel d'une période d'agrément est repris comme annexe dans le plan pluriannuel.
  § 3. En vue du suivi de l'exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, de l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2, et du plan d'action annuel visé au paragraphe 2, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances établit un rapport annuel et un compte annuel de chaque année d'activité écoulée.
  L'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances transmet le rapport annuel et le compte annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle ils se rapportent.
  1° une description des objectifs stratégiques et opérationnels en relation avec les missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, et des objectifs de la politique d'égalité des chances, visés à l'article 6 du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° la mention des résultats envisagés et des indicateurs y afférents, subdivisés par mission, visée à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, et par objectif stratégique ;
  3° le moment et le mode d'évaluation des résultats ;
  4° une description de la structure et du fonctionnement de l'organisation interne ;
  5° les moyens jugés nécessaires pour réaliser le plan pluriannuel.
  § 2. En exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances établit un plan d'action annuel et un budget annuel pour chaque année d'activité.
  Le plan d'action annuel, visé à l'alinéa 1er, décrit comment l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances réalisera les objectifs stratégiques qui sont formulés dans le plan pluriannuel, visé au paragraphe 1er. Le plan d'action annuel décrit au moins les résultats à atteindre avec des indicateurs au cours de l'année en question, et les actions concrÚtes, subdivisés par mission, visée à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, et par objectif stratégique. Lors de l'établissement du plan d'action annuel, il est tenu compte des priorités en matiÚre de politique, visées à l'article 40.
  L'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances transmet le plan d'action annuel et le budget annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 15 décembre de l'année d'activité précédant l'année à laquelle le plan d'action annuel se rapporte. Le premier plan d'action annuel d'une période d'agrément est repris comme annexe dans le plan pluriannuel.
  § 3. En vue du suivi de l'exécution du plan pluriannuel visé au paragraphe 1er, de l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2, et du plan d'action annuel visé au paragraphe 2, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances établit un rapport annuel et un compte annuel de chaque année d'activité écoulée.
  L'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances transmet le rapport annuel et le compte annuel, visés à l'alinéa 1er, par voie numérique à l'agence au plus tard le 1er avril de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle ils se rapportent.
Art. 40. De minister kan in het kader van de uitvoering van de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, de beleidsprioriteiten bepalen waaraan de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid mee uitvoering zal geven.
Art. 40. Dans le cadre de l'exécution des missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008, le ministre peut fixer les priorités en matiÚre de politique à l'exécution desquelles l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée participera.
Art. 41. De oproep tot indiening van erkenningsaanvragen en de modaliteiten tot indiening worden bekendgemaakt op de website van het agentschap.
  De erkenningsaanvragen worden op digitale wijze ingediend uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop de erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid afloopt of, in voorkomend geval, uiterlijk veertig werkdagen na de opheffing van de erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 51, eerste lid.
  Bij de eerste erkenningsprocedure van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid op basis van dit besluit worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk op 30 juni 2024.
  De erkenningsaanvragen worden op digitale wijze ingediend uiterlijk zes maanden vóór de datum waarop de erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid afloopt of, in voorkomend geval, uiterlijk veertig werkdagen na de opheffing van de erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 51, eerste lid.
  Bij de eerste erkenningsprocedure van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid op basis van dit besluit worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk op 30 juni 2024.
Art. 41. L'appel à l'introduction de demandes d'agrément et les modalités d'introduction sont publiés sur le site web de l'agence.
  Les demandes d'agrément sont introduites par voie numérique au plus tard six mois avant la date à laquelle l'agrément de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances prend fin ou, le cas échéant, au plus tard quarante jours ouvrables suivant la suppression de l'agrément de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances visée à l'article 51, alinéa 1er.
  Lors de la premiĂšre procĂ©dure d'agrĂ©ment de l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances sur base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard le 30 juin 2024.
  Les demandes d'agrément sont introduites par voie numérique au plus tard six mois avant la date à laquelle l'agrément de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances prend fin ou, le cas échéant, au plus tard quarante jours ouvrables suivant la suppression de l'agrément de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances visée à l'article 51, alinéa 1er.
  Lors de la premiĂšre procĂ©dure d'agrĂ©ment de l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances sur base du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard le 30 juin 2024.
Art. 42. Een erkenningsaanvraag is ontvankelijk als de aanvraag op digitale wijze wordt ingediend bij het agentschap en als ze al de volgende stukken en gegevens bevat:
  1° een beschrijving van de wijze waarop de missie en visie van de aanvrager passen binnen de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° in voorkomend geval een kopie van de statuten van de aanvrager, waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 38, tweede lid, van dit besluit;
  3° een deontologische code als vermeld in artikel 37, 1°, van dit besluit, of een plan van aanpak om te kunnen voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 37, 1°, van dit besluit;
  4° het meerjarenplan, vermeld in artikel 39 van dit besluit, van de aanvrager.
  1° een beschrijving van de wijze waarop de missie en visie van de aanvrager passen binnen de opdrachten, vermeld in artikel 14octies, § 3, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° in voorkomend geval een kopie van de statuten van de aanvrager, waaruit blijkt dat de aanvrager voldoet aan de voorwaarde, vermeld in artikel 38, tweede lid, van dit besluit;
  3° een deontologische code als vermeld in artikel 37, 1°, van dit besluit, of een plan van aanpak om te kunnen voldoen aan de erkenningsvoorwaarde, vermeld in artikel 37, 1°, van dit besluit;
  4° het meerjarenplan, vermeld in artikel 39 van dit besluit, van de aanvrager.
Art. 42. Une demande d'agrément est recevable si elle est soumise à l'agence par voie numérique et si elle contient tous les documents et informations suivants :
  1° une description de la maniÚre dont la mission et la vision du demandeur s'inscrivent dans les missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° le cas Ă©chĂ©ant, une copie des statuts du demandeur, d'oĂč il ressort que le demandeur remplit la condition, visĂ©e Ă l'article 38, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° un code de dĂ©ontologie tel que visĂ© Ă l'article 37, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou un plan d'action afin de pouvoir remplir la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e Ă l'article 37, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  4° le plan pluriannuel, visĂ© Ă l'article 39 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du demandeur.
  1° une description de la maniÚre dont la mission et la vision du demandeur s'inscrivent dans les missions, visées à l'article 14octies, § 3, alinéa 1er, du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° le cas Ă©chĂ©ant, une copie des statuts du demandeur, d'oĂč il ressort que le demandeur remplit la condition, visĂ©e Ă l'article 38, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  3° un code de dĂ©ontologie tel que visĂ© Ă l'article 37, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, ou un plan d'action afin de pouvoir remplir la condition d'agrĂ©ment, visĂ©e Ă l'article 37, 1°, du prĂ©sent arrĂȘtĂ© ;
  4° le plan pluriannuel, visĂ© Ă l'article 39 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, du demandeur.
Art. 43. Het agentschap onderzoekt de ontvankelijkheid van de erkenningsaanvraag.
  Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen tien werkdagen na de dag waarop het de erkenningsaanvraag heeft ontvangen, op digitale wijze de beslissing of de aanvraag ontvankelijk of onontvankelijk is. Nadat die termijn verstreken is, wordt de erkenningsaanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
  Als er geen ontvankelijke aanvragen zijn ingediend, kan de erkenningsprocedure opnieuw opgestart worden. In dat geval worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk twintig werkdagen na de dag waarop het agentschap heeft vastgesteld dat alleen niet-ontvankelijke erkenningsaanvragen zijn ingediend. De procedure, vermeld in het eerste en tweede lid, is vervolgens van toepassing.
  Het agentschap bezorgt de aanvrager binnen tien werkdagen na de dag waarop het de erkenningsaanvraag heeft ontvangen, op digitale wijze de beslissing of de aanvraag ontvankelijk of onontvankelijk is. Nadat die termijn verstreken is, wordt de erkenningsaanvraag geacht ontvankelijk te zijn.
  Als er geen ontvankelijke aanvragen zijn ingediend, kan de erkenningsprocedure opnieuw opgestart worden. In dat geval worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk twintig werkdagen na de dag waarop het agentschap heeft vastgesteld dat alleen niet-ontvankelijke erkenningsaanvragen zijn ingediend. De procedure, vermeld in het eerste en tweede lid, is vervolgens van toepassing.
Art. 43. L'agence examine la recevabilité de la demande d'agrément.
  Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'agrément, l'agence transmet au demandeur, par voie numérique, la décision de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande. Passé ce délai, la demande d'agrément est réputée recevable.
  Si aucune demande recevable n'a Ă©tĂ© introduite, la procĂ©dure d'agrĂ©ment peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Dans ce cas, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard vingt jours ouvrables aprĂšs la date Ă laquelle l'agence a constatĂ© que seules des demandes d'agrĂ©ment irrecevables ont Ă©tĂ© introduites. La procĂ©dure visĂ©e aux alinĂ©as 1er et 2 est ensuite d'application.
  Dans les dix jours ouvrables à compter de la réception de la demande d'agrément, l'agence transmet au demandeur, par voie numérique, la décision de la recevabilité ou de l'irrecevabilité de la demande. Passé ce délai, la demande d'agrément est réputée recevable.
  Si aucune demande recevable n'a Ă©tĂ© introduite, la procĂ©dure d'agrĂ©ment peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Dans ce cas, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard vingt jours ouvrables aprĂšs la date Ă laquelle l'agence a constatĂ© que seules des demandes d'agrĂ©ment irrecevables ont Ă©tĂ© introduites. La procĂ©dure visĂ©e aux alinĂ©as 1er et 2 est ensuite d'application.
Art. 44. Het agentschap beoordeelt de ontvankelijke erkenningsaanvraag inhoudelijk en brengt daarover een advies uit aan de minister.
  Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, toetst het agentschap de ontvankelijke erkenningsaanvraag aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14octies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en artikel 37 tot en met 40 van dit besluit. De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld op basis van de stukken en de gegevens, vermeld in artikel 42 van dit besluit.
  Als dat nodig is, vraagt het agentschap bijkomende inlichtingen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt die inlichtingen binnen tien werkdagen na de dag waarop hij het verzoek om bijkomende inlichtingen heeft ontvangen. De aanvrager bezorgt die bijkomende inlichtingen op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als de bijkomende inlichtingen niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, zijn bezorgd aan het agentschap, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager afziet van zijn erkenningsaanvraag.
  Bij de beoordeling, vermeld in het eerste lid, toetst het agentschap de ontvankelijke erkenningsaanvraag aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 14octies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, en artikel 37 tot en met 40 van dit besluit. De erkenningsaanvraag wordt beoordeeld op basis van de stukken en de gegevens, vermeld in artikel 42 van dit besluit.
  Als dat nodig is, vraagt het agentschap bijkomende inlichtingen aan de aanvrager. De aanvrager bezorgt die inlichtingen binnen tien werkdagen na de dag waarop hij het verzoek om bijkomende inlichtingen heeft ontvangen. De aanvrager bezorgt die bijkomende inlichtingen op digitale wijze aan het agentschap. De beslissingstermijn wordt daarbij niet geschorst.
  Als de bijkomende inlichtingen niet binnen de termijn, vermeld in het derde lid, zijn bezorgd aan het agentschap, wordt ervan uitgegaan dat de aanvrager afziet van zijn erkenningsaanvraag.
Art. 44. L'agence évalue la demande d'agrément recevable au niveau du contenu et émet un avis à ce sujet au ministre.
  Lors de l'Ă©valuation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'agence confronte la demande d'agrĂ©ment recevable aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es Ă l'article 14octies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, et aux articles 37 Ă 40 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. La demande d'agrĂ©ment est Ă©valuĂ©e sur la base des documents et des donnĂ©es visĂ©s Ă l'article 42 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Si nĂ©cessaire, l'agence demande des informations complĂ©mentaires au demandeur. Le demandeur transmet ces informations dans un dĂ©lai de dix jours ouvrables Ă compter du jour oĂč il a reçu la demande d'informations complĂ©mentaires. Le demandeur transmet ces informations complĂ©mentaires Ă l'agence par voie numĂ©rique. Le dĂ©lai de dĂ©cision n'est pas suspendu.
  Si les informations complémentaires ne sont pas transmises à l'agence dans le délai visé à l'alinéa trois, le demandeur est réputé renoncer à sa demande d'agrément.
  Lors de l'Ă©valuation visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, l'agence confronte la demande d'agrĂ©ment recevable aux conditions d'agrĂ©ment visĂ©es Ă l'article 14octies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, et aux articles 37 Ă 40 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. La demande d'agrĂ©ment est Ă©valuĂ©e sur la base des documents et des donnĂ©es visĂ©s Ă l'article 42 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Si nĂ©cessaire, l'agence demande des informations complĂ©mentaires au demandeur. Le demandeur transmet ces informations dans un dĂ©lai de dix jours ouvrables Ă compter du jour oĂč il a reçu la demande d'informations complĂ©mentaires. Le demandeur transmet ces informations complĂ©mentaires Ă l'agence par voie numĂ©rique. Le dĂ©lai de dĂ©cision n'est pas suspendu.
  Si les informations complémentaires ne sont pas transmises à l'agence dans le délai visé à l'alinéa trois, le demandeur est réputé renoncer à sa demande d'agrément.
Art. 45. § 1. De Vlaamse Regering neemt een beslissing tot erkenning of niet-erkenning.
  Als de Vlaamse Regering beslist om de aanvrager te erkennen, bepaalt ze het maximale jaarbedrag van de subsidie en sluit ze met de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid een samenwerkingsovereenkomst als vermeld in artikel 14octies, § 3, derde lid, van het decreet van 10 juli 2008, voor een periode van vijf jaar. De voormelde samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en indicatoren die toelaten om de subsidie, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet, beleidsmatig en financieel te evalueren.
  § 2. De beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het sluiten van de samenwerkingsoverkomst, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, gebeurt uiterlijk binnen zes maanden na de dag waarop de erkenningsaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot niet-erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  § 3. Als de Vlaamse Regering beslist om niet te erkennen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de procedure, vermeld in artikel 41 tot en met 44, en paragraaf 1 tot en met 3, opnieuw opgestart worden. In afwijking van artikel 41, tweede lid, worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen nadat de voormelde beslissing tot niet-erkenning is genomen.
  Als de Vlaamse Regering beslist om de aanvrager te erkennen, bepaalt ze het maximale jaarbedrag van de subsidie en sluit ze met de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid een samenwerkingsovereenkomst als vermeld in artikel 14octies, § 3, derde lid, van het decreet van 10 juli 2008, voor een periode van vijf jaar. De voormelde samenwerkingsovereenkomst omvat afspraken over de te realiseren opdrachten, met inbegrip van de strategische en operationele doelstellingen en indicatoren die toelaten om de subsidie, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet, beleidsmatig en financieel te evalueren.
  § 2. De beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, en het sluiten van de samenwerkingsoverkomst, vermeld in paragraaf 1, tweede lid, gebeurt uiterlijk binnen zes maanden na de dag waarop de erkenningsaanvraag uiterlijk moet worden ingediend.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  Het agentschap bezorgt aan de aanvrager de beslissing tot niet-erkenning, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, op digitale wijze binnen tien werkdagen na de dag waarop ze is genomen.
  § 3. Als de Vlaamse Regering beslist om niet te erkennen als vermeld in paragraaf 1, eerste lid, kan de procedure, vermeld in artikel 41 tot en met 44, en paragraaf 1 tot en met 3, opnieuw opgestart worden. In afwijking van artikel 41, tweede lid, worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen nadat de voormelde beslissing tot niet-erkenning is genomen.
Art. 45. § 1er. Le Gouvernement flamand prend une décision d'agrément ou de non-agrément.
  Si le Gouvernement flamand décide d'agréer le demandeur, il fixe le montant annuel maximal de la subvention et il conclut avec l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée un accord de coopération, tel que visé à l'article 14octies, § 3, alinéa 3, du décret du 10 juillet 2008, pour une période de cinq ans. L'accord de coopération précité comprend des accords quant aux missions à réaliser, y compris les objectifs et indicateurs stratégiques et opérationnels permettant d'évaluer la subvention, visée à l'article 14octies, § 4, du décret précité, sur le plan politique et financier.
  § 2. La dĂ©cision d'agrĂ©ment, visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, et la conclusion de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, se font au plus tard dans les six mois aprĂšs le jour oĂč la demande d'agrĂ©ment doit ĂȘtre introduite au plus tard.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision d'agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision de non-agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  § 3. Si le Gouvernement flamand dĂ©cide de ne pas agrĂ©er, tel que visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, la procĂ©dure, visĂ©e aux articles 41 Ă 44, et aux paragraphes 1er Ă 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Par dĂ©rogation Ă l'article 41, alinĂ©a 2, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs que la dĂ©cision de non-agrĂ©ment prĂ©citĂ©e a Ă©tĂ© prise.
  Si le Gouvernement flamand décide d'agréer le demandeur, il fixe le montant annuel maximal de la subvention et il conclut avec l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée un accord de coopération, tel que visé à l'article 14octies, § 3, alinéa 3, du décret du 10 juillet 2008, pour une période de cinq ans. L'accord de coopération précité comprend des accords quant aux missions à réaliser, y compris les objectifs et indicateurs stratégiques et opérationnels permettant d'évaluer la subvention, visée à l'article 14octies, § 4, du décret précité, sur le plan politique et financier.
  § 2. La dĂ©cision d'agrĂ©ment, visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, et la conclusion de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 2, se font au plus tard dans les six mois aprĂšs le jour oĂč la demande d'agrĂ©ment doit ĂȘtre introduite au plus tard.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision d'agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  L'agence transmet au demandeur la dĂ©cision de non-agrĂ©ment visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, par voie numĂ©rique dans les dix jours ouvrables suivant le jour oĂč elle a Ă©tĂ© prise.
  § 3. Si le Gouvernement flamand dĂ©cide de ne pas agrĂ©er, tel que visĂ© au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, la procĂ©dure, visĂ©e aux articles 41 Ă 44, et aux paragraphes 1er Ă 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. Par dĂ©rogation Ă l'article 41, alinĂ©a 2, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs que la dĂ©cision de non-agrĂ©ment prĂ©citĂ©e a Ă©tĂ© prise.
Art. 46. De vijfjarige periode, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, start op de eerste dag van de zevende maand die volgt op de maand waarin de erkenningsaanvragen uiterlijk ingediend moeten worden.
Art. 46. La pĂ©riode quinquennale, visĂ©e Ă l'article 45, § 1er, alinĂ©a 2, prend cours le premier jour du septiĂšme mois qui suit le mois au cours duquel les demandes d'agrĂ©ment doivent ĂȘtre introduites au plus tard.
Art. 47. De erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid is geldig tot de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, eindigt of tot de erkenning wordt opgeheven als vermeld in artikel 51, eerste lid.
Art. 47. L'agrément de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances est valable jusqu'à l'expiration de l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2 ou jusqu'au retrait de l'agrément visé à l'article 51, alinéa 1er.
Art. 48. Het agentschap bezorgt jaarlijks aan de minister een voortgangsrapport over al de volgende elementen:
  1° de naleving door de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 37 tot en met 40 van dit besluit, en artikel 14octies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de uitvoering van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid;
  3° de aanwending van de toegekende subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet.
  Het voortgangsrapport, vermeld in het eerste lid, wordt aan de minister bezorgd uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop het voortgangsrapport betrekking heeft.
  1° de naleving door de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid van de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 37 tot en met 40 van dit besluit, en artikel 14octies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de uitvoering van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid;
  3° de aanwending van de toegekende subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet.
  Het voortgangsrapport, vermeld in het eerste lid, wordt aan de minister bezorgd uiterlijk op 1 juli van het jaar dat volgt op het werkjaar waarop het voortgangsrapport betrekking heeft.
Art. 48. L'agence transmet annuellement au ministre un rapport d'avancement relatif à tous les éléments suivants :
  1° le respect par l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances agréée des conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 37 Ă 40 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14octies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° l'exécution des accords repris dans l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2 ;
  3° l'affectation des subventions octroyées, visées à l'article 14octies, § 4, du décret précité.
  Le rapport d'avancement visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre au plus tard le 1er juillet de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle le rapport d'avancement se rapporte.
  1° le respect par l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances agréée des conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 37 Ă 40 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14octies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° l'exécution des accords repris dans l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2 ;
  3° l'affectation des subventions octroyées, visées à l'article 14octies, § 4, du décret précité.
  Le rapport d'avancement visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre au plus tard le 1er juillet de l'année qui suit l'année d'activité à laquelle le rapport d'avancement se rapporte.
Art. 49. Het agentschap stelt een omstandig verslag op als het de volgende tekortkomingen vaststelt bij de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid:
  1° de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid voldoet niet langer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 37 tot en met 40 van dit besluit, en artikel 14octies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de werking van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid vertoont afwijkingen ten opzichte van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid.
  Het omstandig verslag, vermeld in eerste lid, wordt aan de minister en de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in het eerste lid, bezorgd.
  In het omstandig verslag, vermeld in het eerste lid, maant het agentschap de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in het eerste lid, aan om binnen veertig werkdagen na de dag waarop het verslag is verstuurd:
  1° de tekortkomingen, vermeld in het eerste lid, weg te werken;
  2° het agentschap op digitale wijze te informeren over de maatregelen die ze genomen heeft om de tekortkomingen weg te werken.
  1° de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid voldoet niet langer aan de erkenningsvoorwaarden, vermeld in artikel 37 tot en met 40 van dit besluit, en artikel 14octies, § 2, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008;
  2° de werking van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid vertoont afwijkingen ten opzichte van de afspraken die opgenomen zijn in de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid.
  Het omstandig verslag, vermeld in eerste lid, wordt aan de minister en de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in het eerste lid, bezorgd.
  In het omstandig verslag, vermeld in het eerste lid, maant het agentschap de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in het eerste lid, aan om binnen veertig werkdagen na de dag waarop het verslag is verstuurd:
  1° de tekortkomingen, vermeld in het eerste lid, weg te werken;
  2° het agentschap op digitale wijze te informeren over de maatregelen die ze genomen heeft om de tekortkomingen weg te werken.
Art. 49. L'agence établit un rapport circonstancié lorsqu'elle constate les manquements suivants au sein de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée :
  1° l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances ne remplit plus les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 37 Ă 40 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14octies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° le fonctionnement de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances présente des divergences par rapport aux accords repris dans l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2.
  Le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre et à l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er.
  Dans le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, l'agence invite l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er, à :
  1° remédier aux manquements visés à l'alinéa 1er ;
  2° informer l'agence, par voie numérique, des mesures qu'elle a prises pour remédier aux lacunes, et ce dans les quarante jours ouvrables à compter du date d'envoi du rapport.
  1° l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances ne remplit plus les conditions d'agrĂ©ment, visĂ©es aux articles 37 Ă 40 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et Ă l'article 14octies, § 2, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008 ;
  2° le fonctionnement de l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances présente des divergences par rapport aux accords repris dans l'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2.
  Le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, est transmis au ministre et à l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er.
  Dans le rapport détaillé visé à l'alinéa 1er, l'agence invite l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée, visée à l'alinéa 1er, à :
  1° remédier aux manquements visés à l'alinéa 1er ;
  2° informer l'agence, par voie numérique, des mesures qu'elle a prises pour remédier aux lacunes, et ce dans les quarante jours ouvrables à compter du date d'envoi du rapport.
Art. 50. § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 13 van de wet van 16 mei 2003 tot vaststelling van de algemene bepalingen die gelden voor de begrotingen, de controle op de subsidies en voor de boekhouding van de gemeenschappen en de gewesten, alsook voor de organisatie van de controle door het Rekenhof kan de minister als de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 49, eerste lid, van dit besluit, na verloop van de termijn, vermeld in artikel 49, derde lid, van dit besluit, de tekortkomingen, vermeld in artikel 49, eerste lid, van dit besluit, niet heeft weggewerkt, de volgende sancties opleggen:
  1° de subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, verminderen of terugvorderen;
  2° de erkenning schorsen, waarbij de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid gedurende de schorsing geen subsidies ontvangt als vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet van 10 juli 2008.
  De sancties, vermeld in het eerste lid, staan in een redelijke verhouding tot de omvang van de tekortkomingen, vermeld in artikel 49, eerste lid, en duren totdat de tekortkomingen zijn weggewerkt.
  § 2. De minister neemt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen twintig werkdagen nadat de termijn, vermeld in artikel 49, derde lid, van dit besluit, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijven de subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, ongewijzigd en wordt de erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 49, eerste lid, van dit besluit, niet geschorst.
  Het agentschap bezorgt op digitale wijze de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen aan de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 49, eerste lid, of bezorgt de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het eerste lid.
  1° de subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, verminderen of terugvorderen;
  2° de erkenning schorsen, waarbij de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid gedurende de schorsing geen subsidies ontvangt als vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet van 10 juli 2008.
  De sancties, vermeld in het eerste lid, staan in een redelijke verhouding tot de omvang van de tekortkomingen, vermeld in artikel 49, eerste lid, en duren totdat de tekortkomingen zijn weggewerkt.
  § 2. De minister neemt de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen twintig werkdagen nadat de termijn, vermeld in artikel 49, derde lid, van dit besluit, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijven de subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, ongewijzigd en wordt de erkenning van de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 49, eerste lid, van dit besluit, niet geschorst.
  Het agentschap bezorgt op digitale wijze de beslissing, vermeld in paragraaf 1, eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen aan de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid, vermeld in artikel 49, eerste lid, of bezorgt de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het eerste lid.
Art. 50. § 1er. Sans prĂ©judice de l'application de l'article 13 de la loi du 16 mai 2003 fixant les dispositions gĂ©nĂ©rales applicables aux budgets, au contrĂŽle des subventions et Ă la comptabilitĂ© des communautĂ©s et des rĂ©gions, ainsi qu'Ă l'organisation du contrĂŽle de la Cour des comptes, Ă l'expiration du dĂ©lai, visĂ© Ă l'article 49, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, si l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances agréée, visĂ©e Ă l'article 49, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'a pas remĂ©diĂ© aux manquements, visĂ©s Ă l'article 49, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, le ministre put imposer les sanctions suivantes :
  1° réduire ou récupérer les subventions, visées à l'article 14octies, § 4, du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° suspendre l'agrément, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances ne recevant pas de subventions, telles que visées à l'article 14octies, § 4, du décret du 10 juillet 2008, pendant la suspension.
  Les sanctions visées à l'alinéa 1er sont proportionnelles à l'importance des manquements visés à l'article 49, alinéa 1er, et durent jusqu'à ce que les manquements aient été corrigés.
  § 2. Le ministre prend la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, dans les vingt jours ouvrables suivant l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 49, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Si le ministre ne prend pas de dĂ©cision dans ce dĂ©lai, les subventions, visĂ©es Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, demeurent inchangĂ©es et l'agrĂ©ment de l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances, visĂ©e Ă l'article 49, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas suspendu.
  L'agence transmet la décision, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, à l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée, visée à l'article 49, alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 1er.
  1° réduire ou récupérer les subventions, visées à l'article 14octies, § 4, du décret du 10 juillet 2008 ;
  2° suspendre l'agrément, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances ne recevant pas de subventions, telles que visées à l'article 14octies, § 4, du décret du 10 juillet 2008, pendant la suspension.
  Les sanctions visées à l'alinéa 1er sont proportionnelles à l'importance des manquements visés à l'article 49, alinéa 1er, et durent jusqu'à ce que les manquements aient été corrigés.
  § 2. Le ministre prend la dĂ©cision visĂ©e au paragraphe 1er, alinĂ©a 1er, dans les vingt jours ouvrables suivant l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă l'article 49, alinĂ©a 3, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. Si le ministre ne prend pas de dĂ©cision dans ce dĂ©lai, les subventions, visĂ©es Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, demeurent inchangĂ©es et l'agrĂ©ment de l'organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances, visĂ©e Ă l'article 49, alinĂ©a 1er, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, n'est pas suspendu.
  L'agence transmet la décision, visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, à l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée, visée à l'article 49, alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 1er.
Art. 51. Als de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid na de beslissing, vermeld in artikel 50, § 1, eerste lid, binnen veertig werkdagen nog altijd de tekortkomingen, vermeld in artikel 49, eerste lid, niet heeft weggewerkt, kan de minister beslissen om de erkenning op te heffen.
  De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, wordt van rechtswege ontbonden als de erkenning wordt opgeheven als vermeld in het eerste lid.
  In het geval van het opheffen van de erkenning als vermeld in het eerste lid, worden geen subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, meer toegekend en worden in voorkomend geval, een deel van of het volledig reeds uitbetaalde voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet, dat niet verantwoord kan worden, en de opgebouwde reserves, teruggevorderd.
  De minister neemt de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijft de erkenning behouden.
  Het agentschap bezorgt de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op digitale wijze de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, of bezorgt de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het derde lid.
  Als een beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, wordt genomen, kan de procedure, vermeld in artikel 41 tot en met 45, § 3, opnieuw opgestart worden. Conform artikel 41 worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen na de beslissing tot opheffing van de erkenning.
  De samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, wordt van rechtswege ontbonden als de erkenning wordt opgeheven als vermeld in het eerste lid.
  In het geval van het opheffen van de erkenning als vermeld in het eerste lid, worden geen subsidies, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, meer toegekend en worden in voorkomend geval, een deel van of het volledig reeds uitbetaalde voorschot van de subsidie, vermeld in artikel 14octies, § 4, van het voormelde decreet, dat niet verantwoord kan worden, en de opgebouwde reserves, teruggevorderd.
  De minister neemt de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, binnen tien werkdagen nadat de termijn, vermeld in het eerste lid, verstreken is. Als de minister geen beslissing neemt binnen die termijn, blijft de erkenning behouden.
  Het agentschap bezorgt de partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid binnen tien werkdagen nadat de beslissing, vermeld in het eerste lid, wordt genomen op digitale wijze de beslissing tot opheffing, vermeld in het eerste lid, of bezorgt de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid op digitale wijze de informatie dat de minister geen beslissing heeft genomen als vermeld in het derde lid.
  Als een beslissing tot opheffing als vermeld in het eerste lid, wordt genomen, kan de procedure, vermeld in artikel 41 tot en met 45, § 3, opnieuw opgestart worden. Conform artikel 41 worden de erkenningsaanvragen ingediend uiterlijk veertig werkdagen na de beslissing tot opheffing van de erkenning.
Art. 51. Si, aprÚs la décision visée à l'article 50, § 1er, alinéa 1er, l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances n'a toujours pas remédié dans les quarante jours ouvrables aux manquements visés à l'article 49, alinéa 1er, le ministre peut décider d'abroger l'agrément.
  L'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2, est dissous de plein droit lorsque l'agrément est abrogé tel que visé à l'alinéa 1er.
  En cas d'abrogation de l'agrĂ©ment, telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, aucune subvention, visĂ©e Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, n'est plus octroyĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, une partie ou l'intĂ©gralitĂ© de l'acompte dĂ©jĂ payĂ© de la subvention, visĂ©e Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, ne pouvant ĂȘtre justifiĂ©e, ainsi que les rĂ©serves constituĂ©es, sont rĂ©cupĂ©rĂ©es.
  Le ministre prend une décision d'abrogation visée à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Si le ministre ne prend pas de décision dans ce délai, l'agrément reste maintenu.
  L'agence transmet à l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, la décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 3.
  Si une dĂ©cision d'abrogation telle que visĂ©e au 1er alinĂ©a, est prise, la procĂ©dure visĂ©e aux articles 41 Ă 45, § 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. ConformĂ©ment Ă l'article 41, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs la dĂ©cision d'abrogation de l'agrĂ©ment.
  L'accord de coopération, visé à l'article 45, § 1er, alinéa 2, est dissous de plein droit lorsque l'agrément est abrogé tel que visé à l'alinéa 1er.
  En cas d'abrogation de l'agrĂ©ment, telle que visĂ©e Ă l'alinĂ©a 1er, aucune subvention, visĂ©e Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, n'est plus octroyĂ©e et, le cas Ă©chĂ©ant, une partie ou l'intĂ©gralitĂ© de l'acompte dĂ©jĂ payĂ© de la subvention, visĂ©e Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, ne pouvant ĂȘtre justifiĂ©e, ainsi que les rĂ©serves constituĂ©es, sont rĂ©cupĂ©rĂ©es.
  Le ministre prend une décision d'abrogation visée à l'alinéa 1er, dans les dix jours ouvrables suivant l'expiration du délai visé à l'alinéa 1er. Si le ministre ne prend pas de décision dans ce délai, l'agrément reste maintenu.
  L'agence transmet à l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances par voie numérique dans les dix jours ouvrables aprÚs que la décision, visée à l'alinéa 1er, a été prise, la décision d'abrogation, visée à l'alinéa 1er, ou informe par voie numérique l'organisation partenaire pour la politique locale d'égalité des chances agréée que le ministre n'a pas pris de décision telle que visée à l'alinéa 3.
  Si une dĂ©cision d'abrogation telle que visĂ©e au 1er alinĂ©a, est prise, la procĂ©dure visĂ©e aux articles 41 Ă 45, § 3, peut ĂȘtre redĂ©marrĂ©e. ConformĂ©ment Ă l'article 41, les demandes d'agrĂ©ment sont introduites au plus tard quarante jours ouvrables aprĂšs la dĂ©cision d'abrogation de l'agrĂ©ment.
Art. 52. Binnen de beschikbare begrotingskredieten en het door de Vlaamse Regering bepaalde maximumbedrag, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, van dit besluit en na advies van de Inspectie van Financiën kent de minister, conform artikel 14octies, § 4, van het decreet van 10 juli 2008, aan de erkende partnerorganisatie voor het lokale gelijkekansenbeleid jaarlijks een algemene werkingssubsidie toe. Conform artikel 14octies, § 4, tweede lid, van het voormelde decreet worden de subsidies toegekend op basis van de samenwerkingsovereenkomst, vermeld in artikel 45, § 1, tweede lid, van dit besluit en de acties opgenomen in het jaaractieplan, vermeld in artikel 39, § 2, tweede lid. Het dossier dat aan de Inspectie van Financiën voor advies wordt voorgelegd bevat naast de voormelde samenwerkingsovereenkomst eveneens het jaaractieplan en de jaarbegroting, vermeld in artikel 39, § 2, van dit besluit.
Art. 52. Dans les limites des crĂ©dits budgĂ©taires disponibles et du montant maximum fixĂ© par le Gouvernement flamand, visĂ© Ă l'article 45, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et sur avis de l'Inspection des Finances, le ministre octroie une subvention gĂ©nĂ©rale de fonctionnement annuelle Ă une organisation partenaire pour la politique locale d'Ă©galitĂ© des chances agréée conformĂ©ment Ă l'article 14octies, § 4, du dĂ©cret du 10 juillet 2008. ConformĂ©ment Ă l'article 14octies, § 4, alinĂ©a 2, du dĂ©cret prĂ©citĂ©, les subventions sont octroyĂ©es sur la base de l'accord de coopĂ©ration, visĂ© Ă l'article 45, § 1er, alinĂ©a 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, et des actions reprises dans le plan d'action annuel, visĂ© Ă l'article 39, § 2, alinĂ©a 2. Le dossier qui est soumis Ă l'Inspection des Finances pour avis contient, outre l'accord de coopĂ©ration prĂ©citĂ©, le plan d'action annuel et le budget annuel, visĂ©s Ă l'article 39, § 2, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
HOOFDSTUK 3. - Het Vlaamse gelijkebehandelingsbeleid
CHAPITRE 3. - La politique flamande d'égalité de traitement
Afdeling 1. - Bepaling van de voorwaarden voor stimulerende maatregelen voor lokale besturen
Section 1re. - Détermination des conditions des mesures d'incitation pour les administrations locales
Onderafdeling 1. - Inleidende bepalingen
Sous-section 1re. - Dispositions introductives
Art. 53. Deze afdeling is van toepassing op lokale besturen.
Art. 53. La présente section s'applique aux administrations locales.
Art. 54. Om volledige gelijkheid te waarborgen kunnen overeenkomstig artikel 26, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008, stimulerende maatregelen worden genomen, die worden gehandhaafd of getroffen om een kennelijke ongelijkheid te compenseren die verband houdt met een van de kenmerken, vermeld in artikel 15bis van het decreet van 10 juli 2008, of een combinatie van die kenmerken, als die maatregelen objectief worden gerechtvaardigd door een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.
Art. 54. Afin de garantir une pleine Ă©galitĂ©, conformĂ©ment Ă l'article 26, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, des mesures d'incitation peuvent ĂȘtre prises, qui sont maintenues ou appliquĂ©es pour compenser une inĂ©galitĂ© manifeste se rapportant Ă l'une des caractĂ©ristiques, visĂ©es Ă l'article 15bis du dĂ©cret du 10 juillet 2008, ou Ă une combinaison de ces caractĂ©ristiques, si ces mesures sont objectivement justifiĂ©es par un but lĂ©gitime et si les moyens pour atteindre ce but sont appropriĂ©s et nĂ©cessaires.
Onderafdeling 2. - Doelgroepen en voorwaarden
Sous-section 2. - Groupes-cibles et conditions
Art. 55. Lokale besturen kunnen stimulerende maatregelen ontplooien en daarvoor een actieplan ontwikkelen.
  Lokale besturen worden aangemoedigd om daarbij in te zetten op de volgende prioritaire criteria:
  1° gender, inclusief geslacht, genderidentiteit en genderexpressie;
  2° seksuele oriëntatie;
  3° handicap of gezondheidstoestand;
  4° buitenlandse herkomst, geloof of levensbeschouwing;
  5° leeftijd.
  Het staat lokale besturen vrij om stimulerende maatregelen te initiëren voor andere doelgroepen waarvoor deze maatregelen toegelaten zijn, krachtens artikel 5, § 3, van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt of artikel 26 van het decreet van 10 juli 2008.
  Een actieplan als vermeld in het eerste lid, dient de volgende informatie te bevatten en de volgende voorwaarden te respecteren:
  1° het bestaan van een kennelijke ongelijkheid binnen de specifieke context van het lokale bestuur waarbinnen de stimulerende maatregel plaatsvindt. Het bewijs hiervan kan geleverd worden door alle beschikbare middelen;
  2° de omschrijving van de doelstelling en de concrete uitwerking van de stimulerende maatregel. De stimulerende maatregel moet beogen om de kennelijke ongelijkheid weg te werken door gelijkheid van kansen te bewerkstelligen;
  3° de verwachte duurtijd van de stimulerende maatregel. De stimulerende maatregel moet van tijdelijke aard zijn en van dien aard zijn dat hij wordt ingetrokken zodra de nagestreefde doelstelling is gerealiseerd. In beginsel wordt de maatregel ingetrokken ten laatste na een periode van drie jaar, tenzij uit een evaluatie op dat moment zou blijken dat de nagestreefde doelstelling op dat moment nog altijd niet gerealiseerd is;
  4° het actieplan dient te beantwoorden aan een evenredigheidstoets, hetgeen betekent dat de maatregelen passend, noodzakelijk en proportioneel moeten zijn ten aanzien van de nagestreefde doelstelling en dat andermans rechten niet nodeloos ingeperkt mogen worden.
  Lokale besturen worden aangemoedigd om daarbij in te zetten op de volgende prioritaire criteria:
  1° gender, inclusief geslacht, genderidentiteit en genderexpressie;
  2° seksuele oriëntatie;
  3° handicap of gezondheidstoestand;
  4° buitenlandse herkomst, geloof of levensbeschouwing;
  5° leeftijd.
  Het staat lokale besturen vrij om stimulerende maatregelen te initiëren voor andere doelgroepen waarvoor deze maatregelen toegelaten zijn, krachtens artikel 5, § 3, van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt of artikel 26 van het decreet van 10 juli 2008.
  Een actieplan als vermeld in het eerste lid, dient de volgende informatie te bevatten en de volgende voorwaarden te respecteren:
  1° het bestaan van een kennelijke ongelijkheid binnen de specifieke context van het lokale bestuur waarbinnen de stimulerende maatregel plaatsvindt. Het bewijs hiervan kan geleverd worden door alle beschikbare middelen;
  2° de omschrijving van de doelstelling en de concrete uitwerking van de stimulerende maatregel. De stimulerende maatregel moet beogen om de kennelijke ongelijkheid weg te werken door gelijkheid van kansen te bewerkstelligen;
  3° de verwachte duurtijd van de stimulerende maatregel. De stimulerende maatregel moet van tijdelijke aard zijn en van dien aard zijn dat hij wordt ingetrokken zodra de nagestreefde doelstelling is gerealiseerd. In beginsel wordt de maatregel ingetrokken ten laatste na een periode van drie jaar, tenzij uit een evaluatie op dat moment zou blijken dat de nagestreefde doelstelling op dat moment nog altijd niet gerealiseerd is;
  4° het actieplan dient te beantwoorden aan een evenredigheidstoets, hetgeen betekent dat de maatregelen passend, noodzakelijk en proportioneel moeten zijn ten aanzien van de nagestreefde doelstelling en dat andermans rechten niet nodeloos ingeperkt mogen worden.
Art. 55. Les administrations locales peuvent déployer des mesures d'incitation et développer un plan d'action à cet effet.
  Les administrations locales sont encouragées à miser dans ce contexte sur les critÚres prioritaires suivants :
  1° le genre, y compris le sexe, l'identité de genre et l'expression de genre ;
  2° l'orientation sexuelle ;
  3° le handicap ou l'état de santé ;
  4° l'origine étrangÚre, la conviction religieuse ou philosophique ;
  5° l'ùge.
  Les administrations locales sont libres d'initier des mesures d'incitation pour d'autres groupes-cibles pour lesquels ces mesures sont autorisées, en vertu de l'article 5, § 3, du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle sur le marché de l'emploi ou de l'article 26 du décret du 10 juillet 2008.
  Un plan d'action tel que visé à l'alinéa 1er doit contenir les informations suivantes et respecter les conditions suivantes :
  1° l'existence d'une inĂ©galitĂ© manifeste dans le contexte spĂ©cifique de l'administration locale oĂč est rĂ©alisĂ©e la mesure d'incitation. La preuve de cette inĂ©galitĂ© peut ĂȘtre apportĂ©e par tous les moyens disponibles ;
  2° la description de l'objectif et de l'élaboration concrÚte de la mesure d'incitation. La mesure d'incitation doit viser à éliminer l'inégalité manifeste par la réalisation de l'égalité des chances ;
  3° la durĂ©e prĂ©vue de la mesure d'incitation. La mesure d'incitation doit ĂȘtre de nature temporaire et telle qu'elle soit abrogĂ©e dĂšs que l'objectif poursuivi aura Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©. En principe, la mesure est abrogĂ©e au plus tard aprĂšs une pĂ©riode de trois ans, sauf s'il devait ressortir d'une Ă©valuation que l'objectif visĂ© n'a toujours pas Ă©tĂ© rĂ©alisĂ© Ă ce moment-lĂ ;
  4° le plan d'action doit rĂ©pondre Ă un contrĂŽle de proportionnalitĂ©, ce qui signifie que les mesures doivent ĂȘtre appropriĂ©es, nĂ©cessaires et proportionnelles Ă l'Ă©gard de l'objectif visĂ© et que les droits d'autrui ne doivent pas ĂȘtre inutilement restreints.
  Les administrations locales sont encouragées à miser dans ce contexte sur les critÚres prioritaires suivants :
  1° le genre, y compris le sexe, l'identité de genre et l'expression de genre ;
  2° l'orientation sexuelle ;
  3° le handicap ou l'état de santé ;
  4° l'origine étrangÚre, la conviction religieuse ou philosophique ;
  5° l'ùge.
  Les administrations locales sont libres d'initier des mesures d'incitation pour d'autres groupes-cibles pour lesquels ces mesures sont autorisées, en vertu de l'article 5, § 3, du décret du 8 mai 2002 relatif à la participation proportionnelle sur le marché de l'emploi ou de l'article 26 du décret du 10 juillet 2008.
  Un plan d'action tel que visé à l'alinéa 1er doit contenir les informations suivantes et respecter les conditions suivantes :
  1° l'existence d'une inĂ©galitĂ© manifeste dans le contexte spĂ©cifique de l'administration locale oĂč est rĂ©alisĂ©e la mesure d'incitation. La preuve de cette inĂ©galitĂ© peut ĂȘtre apportĂ©e par tous les moyens disponibles ;
  2° la description de l'objectif et de l'élaboration concrÚte de la mesure d'incitation. La mesure d'incitation doit viser à éliminer l'inégalité manifeste par la réalisation de l'égalité des chances ;
  3° la durĂ©e prĂ©vue de la mesure d'incitation. La mesure d'incitation doit ĂȘtre de nature temporaire et telle qu'elle soit abrogĂ©e dĂšs que l'objectif poursuivi aura Ă©tĂ© rĂ©alisĂ©. En principe, la mesure est abrogĂ©e au plus tard aprĂšs une pĂ©riode de trois ans, sauf s'il devait ressortir d'une Ă©valuation que l'objectif visĂ© n'a toujours pas Ă©tĂ© rĂ©alisĂ© Ă ce moment-lĂ ;
  4° le plan d'action doit rĂ©pondre Ă un contrĂŽle de proportionnalitĂ©, ce qui signifie que les mesures doivent ĂȘtre appropriĂ©es, nĂ©cessaires et proportionnelles Ă l'Ă©gard de l'objectif visĂ© et que les droits d'autrui ne doivent pas ĂȘtre inutilement restreints.
Art. 56. Als het lokale bestuur dat wil, kan het actieplan stimulerende maatregelen, vermeld in artikel 55, ter advies worden voorgelegd aan het Vlaams Mensenrechteninstituut overeenkomstig artikel 9 van het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut.
  Het Vlaams Mensenrechteninstituut kan nagaan of aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 55, vierde lid, van dit besluit, is voldaan, en kan ook nagaan of de stimulerende maatregel wel degelijk betrekking heeft op een van de prioritaire criteria uit deze afdeling of op een van de andere beschermde criteria, vermeld in artikel 15bis van het decreet van 10 juli 2008 en artikel 2 van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt.
  Het Vlaams Mensenrechteninstituut kan nagaan of aan alle voorwaarden, vermeld in artikel 55, vierde lid, van dit besluit, is voldaan, en kan ook nagaan of de stimulerende maatregel wel degelijk betrekking heeft op een van de prioritaire criteria uit deze afdeling of op een van de andere beschermde criteria, vermeld in artikel 15bis van het decreet van 10 juli 2008 en artikel 2 van het decreet van 8 mei 2002 houdende evenredige participatie op de arbeidsmarkt.
Art. 56. Si l'administration locale le souhaite, le plan d'action de mesures d'incitation, visĂ© Ă l'article 55 peut ĂȘtre soumis pour avis Ă l'Institut flamand des droits de l'homme conformĂ©ment Ă l'article 9 du dĂ©cret du 28 octobre 2022 portant crĂ©ation d'un Institut flamand des droits de l'homme.
  L'Institut flamand des droits de l'homme peut vĂ©rifier si toutes les conditions, visĂ©es Ă l'article 55, alinĂ©a 4, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont remplies, et peut Ă©galement vĂ©rifier si la mesure d'incitation a bel et bien trait Ă l'un des critĂšres prioritaires de cette section ou Ă l'un des autres critĂšres protĂ©gĂ©s, visĂ©s Ă l'article 15bis du dĂ©cret du 10 juillet 2008 et Ă l'article 2 du dĂ©cret du 8 mai 2002 relatif Ă la participation proportionnelle sur le marchĂ© de l'emploi.
  L'Institut flamand des droits de l'homme peut vĂ©rifier si toutes les conditions, visĂ©es Ă l'article 55, alinĂ©a 4, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont remplies, et peut Ă©galement vĂ©rifier si la mesure d'incitation a bel et bien trait Ă l'un des critĂšres prioritaires de cette section ou Ă l'un des autres critĂšres protĂ©gĂ©s, visĂ©s Ă l'article 15bis du dĂ©cret du 10 juillet 2008 et Ă l'article 2 du dĂ©cret du 8 mai 2002 relatif Ă la participation proportionnelle sur le marchĂ© de l'emploi.
Art. 57. Het agentschap stelt elke vijf jaar een evaluatierapport op van de bepalingen, vermeld in deze afdeling.
Art. 57. L'agence établit tous les cinq ans un rapport d'évaluation des dispositions, visées à la présente section.
Afdeling 2. - Modelformulier voor het aanvragen van redelijke aanpassingen
Section 2. - Formulaire type pour demander des adaptations raisonnables
Art. 58. Ter uitvoering van artikel 26bis, § 1, eerste lid, van het decreet van 10 juli 2008 stelt de minister een model vast van het aanvraagformulier, dat kan gebruikt worden voor het aanvragen van redelijke aanpassingen als vermeld in artikel 19, van het voormelde decreet.
Art. 58. En exĂ©cution de l'article 26bis, § 1er, alinĂ©a 1er, du dĂ©cret du 10 juillet 2008, le ministre fixe un modĂšle du formulaire de demande pouvant ĂȘtre utilisĂ© pour demander des adaptations raisonnables, visĂ©es Ă l'article 19, du dĂ©cret prĂ©citĂ©.
Afdeling 3. - Bekendmaking aanpassing bedragen van de forfaitaire schadevergoeding aan de index
Section 3. - Publication de l'adaptation des montants de l'indemnité forfaitaire à l'indice
Art. 59. In uitvoering van artikel 28, § 2, vijfde lid, van het decreet van 10 juli 2008, wordt elke aanpassing van de bedragen van de forfaitaire schadevergoeding, vermeld in artikel 28, § 2, eerste lid, 2°, en derde lid, van het voormelde decreet aan het indexcijfer van de consumptieprijzen door de minister bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Art. 59. En exécution de l'article 28, § 2, alinéa 5, du décret du 10 juillet 2008, toute adaptation des montants de l'indemnité forfaitaire, visée à l'article 28, § 2, alinéa 1er, 2°, et alinéa 3, du décret précité, à l'indice des prix à la consommation est publiée au Moniteur belge par le ministre.
Afdeling 4. - Toezicht op het decreet van 10 juli 2008 door bepaalde inspectiediensten
Section 4. - ContrÎle du décret du 10 juillet 2008 par certains services d'inspection
Art. 60. De volgende inspectiediensten kunnen feiten waarvan ze tijdens de uitvoering van hun opdracht kennisnemen en die mogelijk als discriminatie kunnen worden beschouwd conform het decreet van 10 juli 2008, melden aan het Vlaams Mensenrechteninstituut:
  1° de zorginspectie, namelijk de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  2° de wooninspectie, namelijk de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid en die belast is met de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3, deel 9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3° de sociaalrechtelijke inspectie, namelijk de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
  De inspectiediensten, vermeld in het eerste lid, kunnen enkel persoonsgegevens doorgeven aan het Vlaams Mensenrechteninstituut met toestemming van het slachtoffer.
  Het Vlaams Mensenrechteninstituut kan de informatie die conform het eerste lid wordt bezorgd, slechts gebruiken in het kader van zijn toegekende mandaat en bevoegdheden, vermeld in het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut.
  De inspectiediensten, vermeld in het eerste lid, verwijzen een slachtoffer van feiten die mogelijk als discriminatie kunnen worden beschouwd conform het decreet van 10 juli 2008, zijn wettelijke vertegenwoordiger of een betrokken belanghebbende door naar het Vlaams Mensenrechteninstituut.
  1° de zorginspectie, namelijk de afdeling Zorginspectie van het Departement Zorg, vermeld in artikel 23, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;
  2° de wooninspectie, namelijk de dienst die door de Vlaamse Regering belast is met het woonbeleid en die belast is met de handhaving van de woningkwaliteitsbewaking, vermeld in boek 3, deel 9, van de Vlaamse Codex Wonen van 2021;
  3° de sociaalrechtelijke inspectie, namelijk de afdeling Vlaamse Sociale Inspectie van het Departement Werk en Sociale Economie, vermeld in artikel 29/1 van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie.
  De inspectiediensten, vermeld in het eerste lid, kunnen enkel persoonsgegevens doorgeven aan het Vlaams Mensenrechteninstituut met toestemming van het slachtoffer.
  Het Vlaams Mensenrechteninstituut kan de informatie die conform het eerste lid wordt bezorgd, slechts gebruiken in het kader van zijn toegekende mandaat en bevoegdheden, vermeld in het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut.
  De inspectiediensten, vermeld in het eerste lid, verwijzen een slachtoffer van feiten die mogelijk als discriminatie kunnen worden beschouwd conform het decreet van 10 juli 2008, zijn wettelijke vertegenwoordiger of een betrokken belanghebbende door naar het Vlaams Mensenrechteninstituut.
Art. 60. ConformĂ©ment au dĂ©cret du 10 juillet 2008, les services d'inspection suivants peuvent signaler Ă l'Institut flamand des droits de l'homme des faits dont ils ont connaissance pendant l'exĂ©cution de leur mission et pouvant Ă©ventuellement ĂȘtre considĂ©rĂ©s comme discriminatoires.
  1° l'inspection des soins, notamment la division de l'Inspection des Soins du DĂ©partement Soins, visĂ© Ă l'article 23, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă l'organisation de l'Administration flamande ;
  2° l'inspection du logement, notamment le service qui est chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et qui est chargé du maintien de la surveillance de la qualité du logement, visé au livre 3, partie 9, du Code flamand du Logement de 2021 ;
  3° l'inspection des lois sociales, notamment la Division Inspection sociale flamande du DĂ©partement de l'Emploi et de l'Economie sociale, visĂ© Ă l'article 29/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă l'organisation de l'Administration flamande.
  Les services d'inspection, visés à l'alinéa 1er, ne peuvent transmettre des données à caractÚre personnel à l'Institut flamand des droits de l'homme qu'avec le consentement de la victime.
  L'Institut flamand des droits de l'homme ne peut utiliser les informations qui sont remises conformément à l'alinéa 1er que dans le cadre du mandat et des compétences qui lui ont été attribués, visés au décret du 28 octobre 2022 portant création d'un Institut flamand des droits de l'homme.
  Les services d'inspection, visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, renvoient une victime de faits pouvant Ă©ventuellement ĂȘtre considĂ©rĂ©s comme discriminatoires conformĂ©ment au dĂ©cret du 10 juillet 2008, son reprĂ©sentant lĂ©gal ou une partie intĂ©ressĂ©e, Ă l'Institut flamand des droits de l'homme.
  1° l'inspection des soins, notamment la division de l'Inspection des Soins du DĂ©partement Soins, visĂ© Ă l'article 23, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă l'organisation de l'Administration flamande ;
  2° l'inspection du logement, notamment le service qui est chargé par le Gouvernement flamand de la politique du logement et qui est chargé du maintien de la surveillance de la qualité du logement, visé au livre 3, partie 9, du Code flamand du Logement de 2021 ;
  3° l'inspection des lois sociales, notamment la Division Inspection sociale flamande du DĂ©partement de l'Emploi et de l'Economie sociale, visĂ© Ă l'article 29/1 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 3 juin 2005 relatif Ă l'organisation de l'Administration flamande.
  Les services d'inspection, visés à l'alinéa 1er, ne peuvent transmettre des données à caractÚre personnel à l'Institut flamand des droits de l'homme qu'avec le consentement de la victime.
  L'Institut flamand des droits de l'homme ne peut utiliser les informations qui sont remises conformément à l'alinéa 1er que dans le cadre du mandat et des compétences qui lui ont été attribués, visés au décret du 28 octobre 2022 portant création d'un Institut flamand des droits de l'homme.
  Les services d'inspection, visĂ©s Ă l'alinĂ©a 1er, renvoient une victime de faits pouvant Ă©ventuellement ĂȘtre considĂ©rĂ©s comme discriminatoires conformĂ©ment au dĂ©cret du 10 juillet 2008, son reprĂ©sentant lĂ©gal ou une partie intĂ©ressĂ©e, Ă l'Institut flamand des droits de l'homme.
HOOFDSTUK 4. - Wijzigingsbepaling
CHAPITRE 4. - Disposition modificative
Art. 61. In artikel 22, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse Regering van 15 december 2023 over de samenstelling van en de procedure voor de geschillenkamer van het Vlaams Mensenrechteninstituut, wordt de zinssnede ", met uitzondering van de vertrouwelijke overtuigingsstukken" vervangen door de zinsnede ", met uitzondering van de informatie of de documenten die overeenkomstig artikel 22, vierde lid, van het decreet van 28 oktober 2022, bezorgd werden".
Art. 61. Dans l'article 22, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 15 dĂ©cembre 2023 relatif Ă la composition de et Ă la procĂ©dure devant la chambre contentieuse de l'Institut flamand des droits de l'homme, le membre de phrase " , Ă l'exception des piĂšces Ă conviction " est remplacĂ© par le membre de phrase " , Ă l'exception des informations ou des documents qui ont Ă©tĂ© remis conformĂ©ment Ă l'article 22, alinĂ©a 4, du dĂ©cret du 28 octobre 2022 ".
HOOFDSTUK 5. - Slotbepalingen
CHAPITRE 5. - Dispositions finales
Art. 62. Artikel 2, eerste lid, 7°, van het decreet van 28 oktober 2022 tot oprichting van een Vlaams Mensenrechteninstituut treedt in werking op 1 juni 2024.
Art. 62. L'article 2, alinéa 1er, 7°, du décret du 28 octobre 2022 portant création d'un Institut flamand des droits de l'homme, entre en vigueur le 1er juin 2024.
Art. 63. Dit besluit treedt in werking op 1 juni 2024.
Art. 63. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juin 2024.
Art. 64. De Vlaamse minister, bevoegd voor de gelijke kansen, de integratie en de inburgering, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 64. Le ministre flamand qui a l'Ă©galitĂ© des chances, l'intĂ©gration et l'insertion civique dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.